BEZINNINGSTEKSTEN pagina 3 (zie ook de webpagina spiritualiteit)
- Ons beeld over God - bijbelwoorden zijn mensenwoorden - geloof in God is relatief - Gods woning - kerstbezinning over de herders - licht (Jesaja 2,1-5) - overgeleverd aan willekeur - Simon Petrus uit zijn lood geslagen - Uitgehuwelijkt - Zacharias en Elisabet (Zie Lc 1,5-25) -
- bezinningsteksten . OverzichtSimon Petrus uit zijn lood geslagen
Er is iets opmerkelijks
aan die figuur van Jezus .
Hij is een leermeester ,
maar niet in leerhuizen ,
maar op werkplaatsen .
Hij wordt zoon van God genoemd ,
maar hij leeft niet
in een klooster of religieuze ruimte ,
maar gewoon onder mensen .
Simon Petrus is met zijn beroepsactiviteit bezig :
vissen en netten wassen .
Bij die wonderbare visvangst
ervaart hij iets van het hogere .
Lucas beschrijft die ervaring
met alle kenmerken van een Godservaring
zoals we die vinden bij de verhalen
van Zacharia en Maria :
zien , vrees , geruststelling,
voorzegging van de toekomst .
De ervaring van het overstijgende ,
van de onnoembare en de onuitspreekbare
gebeurt in het leven van alledag ,
waarmee mensen bezig zijn .
In een apocalyptische en eschatologische tijd
waarin men ervan overtuigd was
dat God op een bijzondere wijze
in het wereldgebeuren zou ingrijpen
door een einde te stellen
aan de bestaande wereld,
werd Jezus gezien
als de messias ,
degene die Gods ingrijpen
zou voltrekken .
Hem werden vele hemelse eigenschappen
toegedicht , ontleend aan
de oude geschriften .
Wie is Jezus
wanneer we hem beschouwen
als elke andere gestorvene
die leeft bij God .
Is een mystieke relatie mogelijk ?
Kan een gestorven mens
bij God voorspreken ?
Kan de waarde van Jezus
niet gelegd worden
in zijn aardse leven ;
in zijn boodschap ,
in zijn gedragswijze ?
Onheilsprofeten ,
bijbels geschoeid ,
zien hun grote gelijk
dat de aarde
naar zijn einde loopt :
klimaatsverandering ,
oorlogen .
De bijbel spreekt inderdaad
over natuurrampen ,
oorlogen enzomeer
met de bedoeling
dat er een einde komt
aan alle menselijke ellende .
In de bijbel
zijn het beelden
om menselijk hoop
op te wekken ,
niet om mensen
schrik aan te jagen .
Wat er ooit
met de aarde
zal gebeuren ,
weet geen mens ,
geen onheilsprofeet ,
geen wetenschapper .
Volgend week-end begint de advent ,
wat 'aan-komst' betekent .
Het woord verwijst naar
de komst van Jezus .
In klassieke bewoordingen
luidt het dan :
de komst van Jezus
bij zijn geboorte ,
de komst van Jezus
in ons hart ,
de komst van Jezus
op het einde der tijden .
Herinnering aan zijn geboorte ,
bewustwording van zijn boodschap ,
hoop op de toekomst .
Advent hoeft niet te zijn :
indoctrinaties herhalen ,
misschien kan advent zijn :
inspiratie opdoen .
Indoctrinatie en inspiratie :
beide woorden beginnen
met in - ,
het ene woord
wijst op een leer inprenten ,
het tweede woord op
een geest erin blazen .
De evangelist Marcus
begint zijn evangelie
met de woorden :
"Zoals geschreven staat ... " .
Hiermee verwijst hij
naar Wet en Profeten .
Wat volgt
wil recht doen
aan wat eerder werd gezegd .
Naar de kern gaan
en dat beleven :
vergeving ,
gerechtigheid ,
barmhartigheid .
Zo de hemel
als de aarde .
Op momenten waarop
je met ziel en lichaam
lijdt ,
hoop je
op verlichting , genezing .
Dan kijk je uit
naar dokters
die je misschien
kunnen helpen ,
naar mensen
die je moed inspreken .
De eerste christenen
hoopten
dat de wederkomst van Jezus
een einde zou maken
aan alle ellende
en onderdrukking .
Het verliep anders .
Wat blijft
is hopen
en niet weten .
Jezus zei :
Ik weet het niet .
Jullie vragen
over het wat en hoe en wanneer
van het einde van de wereld
en van de wederkomst van de mensenzoon
kan ik slechts zo beantwoorden :
ik weet het niet .
Jullie willen van mij weten
wat God alleen weet .
Ik weet het dus niet .
Wat rest mij dan te zeggen ?
Slechts dit :
behoud de spanning
tussen het hier en het hierna ,
tussen het nu en het eeuwige .
Wat je nu kunt doen :
aan deze wereld werken ,
dat in dag uit
totdat de dag komt
dat het hier overgaat in het hierna
en het nu in het eeuwige .
Hen met de mantel
van de liefde toedekken
en voor altijd vergeten
die een rode kaart
hebben gekregen .
Niemand uitsluiten
maar hen uitsluiten .
Iedereen vergeven ,
hen niet vergeven .
Niemand discrimineren ,
hen echter
blijvend discrimineren .
Toedekken , afsluiten
voor altijd .
Is sterven
helemaal crachen :
al je gegevens
verliezen ?
Black-out
tot en met ?
Is sterven
alles loslaten
en hopen
op een overkant ?
Onder de eerste christenen
leefde de overtuiging
dat Jezus van Nazaret
de Messias was .
Hij werd door God
tot leven gewekt .
Hij werd verheven
aan Gods rechterhand .
Hij werd aangesteld
over levenden en doden .
Weldra zou Hij komen
om te oordelen .
Sommigen waren van mening
dat dagelijks werken
geen zin had ;
wat je vandaag opbouwde,
zou morgen vernietigd worden .
Tijdsgebonden opvattingen .
Geloof wijzigt
met de tijd .
Jezus zal komen .
Moet je dan
werkloos afwachten ?
'Heer , Heer ' bidden
om zijn komst
te verhaasten ?
Of is de idee
van Jezus' komst
een tijdsgebonden gedachte
van de apocalyptiek
uit de eeuwen
rond het begin
van de tijdrekening .
Zo ja ,
dan zal Jezus
wel nooit komen .
Ik wil weten
waarom auteurs schrijven
wat ze schrijven
en zo schrijven .
Wat geldt
voor gewone auteurs,
geldt ook
voor bijbelschrijvers .
Ik wil weten
het wat , het hoe
en het waarom
van hun schrijven .
Dat wil ik weten
en delen met anderen .
Drie Jezus - volgelingen
Matteüs , Marcus , Lucas
schreven over Jezus
op eigen wijze ,
zo wordt verteld .
Schrift en traditie :
drie geschreven evangelies
van drie auteurs ;
wie ze zijn
is niet zeker .
We zeggen evenwel
evangelie volgens Matteüs
evangelie volgens Marcus
evangelie volgens Lucas .
Vijfmaal bad Je
tot je Vader .
De eerste maal
in het onzevader ,
de laatste maal
op het kruis :
Vader , naar U
blaas ik uit
mijn adem .
Tussen de eerste
en de laatste maal :
in een loflied ,
in Getsemani ,
en nog eens
op het kruis :
vergeef het hen .
Volgens Lucas wordt Jezus
niet overmeesterd ,
niet geboeid .
Hij weet
wat hem te wachten staat .
Maar hij behoudt
zijn vrijheid en waardigheid .
Lucas laat het recht
zijn gang gaan :
geen samenzwering
midden in de nacht ,
geen valse getuigen ,
geen godslastering ,
geen doodvonnis .
Wat moest gebeuren ,
gebeurde ,
volgens de Schriften .
Niets is zo relatief
als geloof in God .
Het volgt de evolutie
van ons denken en voelen ,
van ons mens-zijn .
Eigenlijk weten we niets over God .
Wat we denken te weten
is verwoording
van menselijk geloof en hoop .
Tegelijkertijd beseffen we
dat ons geloof nooit beantwoordt
aan de werkelijkheid God .
Over God weten we
niets en iets .
Ons beeld over God
ontspruit aan
onze verlangens , wensen , behoeften ,
intuïtie , wil , verstand .
Ons beeld over God
is de vrucht
van menselijke activiteit .
Ons beeld over God
is onaf , in evolutie ,
is menselijk .
bijbelwoorden zijn mensenwoorden
Bijbelwoorden zijn mensenwoorden .
Ze zijn getekend door plaats en tijd .
Ze zijn relatief , vergankelijk .
Soms zijn ze aanstekelijk ,
maar ook wel eens afstotelijk .
Bijbelwoorden zijn mensenwoorden .
Ook die woorden die worden ingeleid met
"God sprak" of "God zei" .
Mensenwoorden worden soms
in Gods mond gelegd .
Soms wordt de indruk gewekt
alsof Godswoorden
geen mensenwoorden zouden zijn .
Slechts mensenwoorden zijn er .
KERSTBEZINNING OVER DE HERDERS
De herders van Betlehem worden ons voorgesteld als marginalen
van de maatschappij , als armen . Dat beeld past best in de voorstelling van
de geboorte van Jezus in een stal .
Zijn de herders niet wat meer dan arme lui en marginalen ?
Hoe verwonderlijk het ook moge lijken , moeten we een sprong maken naar het
paasverhaal van Matteüs (Mt
28) .
In het verhaal van het lege graf hebben de synoptici gebruik gemaakt van het
verhaal van Jakob bij de put (Gn 29,1-11 - Gn
29) . Jakob is gevlucht voor zijn broer Esau . Op zijn vlucht komt hij bij
een waterput waar drie kudden schapen liggen te wachten om water te putten .
Daar ontmoet hij Rachel . Hij rolt de steen weg van de waterput en geeft de
schapen van Rachel te drinken . Deze waterput betekent leven voor de schapen
. Bij deze put ontstaat ook een nieuwe toekomst , want Rachel zal later de vrouw
van Jakob worden .
Het wegrollen van de steen betekent de mogelijkheid scheppen om water te putten
en de dieren te drinken te geven . Het is toegang krijgen tot de bron van leven
. De ontmoeting van Jakob en Rachel is de bron van toekomst , van elkaar huwen
en nageslacht .
Het wegrollen van de steen bij het graf betekent de deur naar nieuw leven openen
. Want hoe tegenstrijdig het ook moge klinken , de plaats die beschouwd wordt
als een plaats van de dood is een plaats van leven . Zo zingt een lied : Midden
in de dood is het leven .
Wellicht niet toevallig verschijnen herders in het kerstverhaal . De tekst van Gn 29,2b (Drie kudden schapen lagen daar te wachten) lijkt aardig goed op het begin van het herdersverhaal Lc 2,8 : En er waren herders in die landstreek die op het veld verbleven en 's nachts de wacht hielden bij hun kudde . Zo wordt een link gelegd tussen het geboorteverhaal en het lege grafverhaal . Bovendien wordt een boodschap van leven , nieuw leven aangekondigd .
Herders , wat lig je daar te wachten ?
Wacht je op Rachel
om de steen weg te rollen
en water te putten ?
Herders, wat houd je de wacht bij jullie schapen ?
Kijk je soms uit naar een boodschap
dat bron van leven kan zijn ?
Het angelusklokje kondigt driemaal daags het angelusgebed aan . Het angelus
begint met de woorden : "de engel van de Heer heeft aan Maria geboodschapt"
(http://www.sterre-der-zee.nl/teksten/gebeden.html)
.
De engel Gabriël wordt door God naar Maria gezonden (weg van God gestuurd
naar Maria) . Over Maria wordt ons weinig verteld . Zij is een maagd . Zij woont
in Nazareth , een stad in Galilea . Zij werd (uit)verloofd aan een man Jozef
die tot het geslacht van David behoort .
De engel brengt de boodschap van Gods onvoorwaardelijke genade (gratia - gratis
-charis) . In het woordje genade zit het voorvoegsel ge- , dat we ook terugvinden
in het verleden deelwoord : gezien , gehoord , gewerkt , gezongen enz.... Het
voorvoegsel wijst op een activiteit van iemand . Genade zou kunnen wijzen op
'genade rd' ) . God is tot Maria genaderd , naderbij , nabij gekomen . In het
Grieks vinden we het verleden deelwoord terug in de perfectumvorm kecharitômenè
(ge-nadigd - be-ge-nadigd - van het werkwoord 'nadigen') . In het Nederlands
hebben we tweemaal een voorvoegsel nodig : be - ge -nadigd . Vlotter uitgedrukt
zeggen we : 'vol van genade' - 'gratia plena' .
Van het woord 'charis' (gratis - genade) is het woord charisma (genadegave)
afgeleid . Een genadegave of een gave is een bijzondere aanleg , een talent
, een bekwaamheid tot iets . Over Maria wordt gezegd dat ze maagd is . Ze is
ontvankelijkheid . De engel komt tot haar vanwege God omdat Maria vol ontvankelijkheid
is en bijgevolg volop kan ontvangen . Haar ontvankelijke houding , haar charisma
, blijkt uit haar woorden op het einde van het verhaal : "Mij geschiede
naar uw woord" . God komt tot Maria en Maria zegt volop 'ja' op de komst
van God .
Dat God gekomen is wordt verwoord door het woord ad-ventus (aangekomen) . Tot
het woord adventus (l'advent) behoort het Franse woord l'avenir (wat op ons
toekomt , toekomst) . God komt tot ons en brengt toekomst .
Het verhaal van de boodschap nodigt ook tot vele beschouwingen . In deze bezinning
willen we stilstaan bij de zin : "en de kracht van de Allerhoogste zal
je overschaduwen ." (Lc
1,35)
Overschaduwen is de letterlijke vertaling van het Griekse episkiazô (epi
= over , skia = schaduw) . In het verhaal van de verheerlijking van Jezus op
de berg gebruiken de evangelisten Matteüs , Marcus en Lucas een vorm van
het werkwoord "overschaduwen" . In dat verhaal is "overschaduwen"
gelinkt aan het woord "wolk" , b.v. Mt 17,5 : "En zie een wolk
overschaduwde hen" . In Ex 40,1-38 lezen we het verhaal van de inwijding
van het heiligdom . De Hebreeën bevinden zich in de woestijn onder leiding
van Mozes . In Ex 40,34 -38 lezen we : " [34] Toen werd de ontmoetingstent
overdekt door een wolk en werd de tabernakel gevuld door de majesteit van de
HEER. [35] Mozes kon de ontmoetingstent niet binnengaan, want de wolk rustte
daarop en de majesteit van de HEER vulde de tabernakel. [36] Zolang hun tocht
duurde, trokken de Israëlieten pas verder wanneer de wolk zich van de tabernakel
verhief. [37] Wanneer de wolk niet opsteeg, trokken ze niet verder; ze wachtten
tot de wolk weer opsteeg. [38] Zolang hun tocht duurde, rustte overdag de wolk
van de HEER op de tabernakel, ’s nachts verscheen er een vuur in, dat
voor alle Israëlieten zichtbaar was." JHWH bepaalt het opbreken en
opbouwen van het kamp, evenals de duur van een verblijf . Hij is bij hen van
's morgens tot 's avonds en ook 's nachts . Hij is bij hen thuis en onderweg
.
Dit heiligdom met de verbondstent en het tabernakel herinnert aan de ontmoeting
van Mozes met JHWH op de berg , beschreven in Ex 24 : "12] De HEER zei
tegen Mozes: ‘Kom naar mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal ik
je de stenen platen geven waarop ik de wetten en geboden heb geschreven om het
volk te onderrichten.’ [13] Samen met zijn dienaar Jozua ging Mozes de
berg van God op. [15] Terwijl Mozes de berg op ging, werd deze overdekt door
een wolk: [16] de majesteit van de HEER rustte op de Sinai. Zes dagen lang bedekte
de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk. [17] En
terwijl de Israëlieten de majesteit van de HEER zagen, als een laaiend
vuur op de top van de berg, [18] ging Mozes de wolk binnen en klom hij verder
omhoog. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg." Mozes ontvangt
de thora , de wet , op de berg Sinaï . De berg is een belangrijke ontmoetingsplaats
tussen God en Mozes . Op de berg (het Abiramgebergte) wordt de taak van Mozes
aan Jozua overgedragen (Nu 26,12-23 ; Dt 32,49) . De berg is de plaats van de
Godsopenbaring , van de roeping en de zending van medewerkers van Mozes , de
plaats van zijn sterven . Zo is dat ook het geval met Jezus . Als bij Mozes
voltrekken zich bij Jezus gelijkaardige gebeurtenissen .
In het roepingsverhaal van Mozes openbaart God zich als JHWH , als Degene die
aanwezig is "Ik ben die is " (Ex 3,14) . God openbaart zich als iemand
die de ellende van zijn volk heeft gezien en de jammerklachten heeft gehoord
(Ex 3,7) . JHWH is een nabije God . Hij is niet onverschillig met wat het volk
meemaakt .
De ark met de twee stenen tafelen , de thora , wordt tijdens de woestijntocht
en de verovering van het land Kanaän meegedragen . Ze kreeg haar rustplaats
in de tempel van Salomo op de Sionsberg in de Davidstad Jeruzalem . In het verhaal
van de inwijding van de tempel roepen sommige teksten verwijzingen op naar het
verhaal van de godsontmoeting van Mozes op de berg en van de inwijding van het
heiligdom tijdens de woestijntocht : 1 Koningen 8,10-11 : " [10] Zodra
de priesters uit het heiligdom naar buiten kwamen, vulde een wolk de tempel
van de HEER. [11] De priesters konden hun dienst niet meer verrichten, want
de majesteit van de HEER vulde de hele tempel." .
De tempel deed eeuwen dienst als plaats van de eredienst, als leerhuis van
de thora , als gerechtsgebouw . .
In de tempel op de Sionsberg in Jeruzalem deed de priester Zacharias dienst . Bij Maria is het anders . Maria is tempel . De kracht van de Allerhoogste zal haar overschaduwen en zij zal de woonplaats van de zoon van God worden . Jezus zei : "Breekt deze tempel af en in drie dagen zal ik hem opbouwen." De woonplaats van God onder de mensen is niet langer gebonden de tempel op de Sionsberg in Jeruzalem . Jezus zelf is woonplaats van God ; Hij is de tempel naar wie mensen kunnen gaan . Daarenboven zijn gelovigen tempel van de heilige Geest , woonplaats van God , ontmoetingsplaats tussen God en de mens . God is nabij dag en nacht , in lief en leed .
Omdat het Pakistaanse meisje Sadia Sheikh (20) weigerde om uitgehuwelijkt te worden , werd ze door haar broer vermoord . Op blz. 8 van De Standaard van donderdag 15 november 2007 staat het verhaal uitvoerig beschreven . Omdat het een schok was voor de medestudenten van Sadia .
In de bijbel komen ook dergelijke verhalen voor . Ze hebben ook mensen geshockeerd . Daardoor zijn ze opgeschreven en bewaard . In die verhalen klinkt door : dat kan toch niet .
Genesis 34 . [1] Dina, de dochter die Lea aan Jakob geschonken had, was eens
op bezoek gegaan bij de meisjes van de streek. [2] Toen Sichem, de zoon van
de Chiwwiet Hemor, de vorst van het land, haar zag, ontvoerde hij haar, ging
bij haar liggen en onteerde haar. [3] Hij verloor zijn hart aan Jakobs dochter
Dina; hij hield veel van het meisje en probeerde haar genegenheid te winnen.
[4] Daarom zei hij tegen zijn vader Hemor: ‘Zorg dat het meisje mijn vrouw
wordt.’ [5] Jakob had wel gehoord dat zijn dochter Dina onteerd was, maar
omdat zijn zonen buiten bij de kudde waren, zei hij er niets van tot zij weer
thuis waren. [6] Hemor, de vader van Sichem, kwam met Jakob onderhandelen. [7]
Toen Jakobs zonen van het veld terugkwamen en van de zaak hoorden, voelden zij
zich beledigd en waren woedend, want door gemeenschap te hebben met Jakobs dochter
had Sichem een schanddaad in Israël begaan, iets ongehoords. [8] Hemor
sprak met hen en zei: ‘Mijn zoon Sichem is hevig verliefd op uw dochter;
ik verzoek u haar aan hem ten huwelijk te geven. [9] Knoop familiebanden met
ons aan. Als u ons uw dochters ten huwelijk geeft, kunt u die van ons krijgen.
[10] U kunt ook bij ons blijven wonen: het land ligt voor u open. Blijf maar
hier; u kunt rondtrekken of ergens gaan wonen.’ [11] En Sichem zei tegen
Dina’s vader en tegen haar broers: ‘Als u mij ter wille bent, kunt
u van mij krijgen wat u wenst. [12] Al stelt u de bruidsprijs en het geschenk
nog zo hoog, ik betaal wat u vraagt, als u mij het meisje maar geeft.’
[13] Toen gaven Jakobs zonen aan Sichem en aan zijn vader Hemor een listig antwoord,
omdat hun zus Dina onteerd was: [14] ‘Dat kunnen wij niet doen; wij kunnen
onze zus niet aan een onbesnedene geven, want dat is een schande voor ons. [15]
Slechts op één voorwaarde kunnen wij u ter wille zijn: u moet
zoals wij worden, en al uw mannen moeten zich laten besnijden*. [16] Dan zullen
wij onze dochters aan u uithuwelijken en kunnen wij die van u nemen; dan blijven
wij bij u wonen en worden samen één volk. [17] Als u zich echter
niet wilt laten besnijden, dan nemen wij onze dochter mee terug en gaan weg.’
[18] Hun voorstel beviel Hemor en zijn zoon Sichem; [19] en de jonge man probeerde
het onmiddellijk uit te voeren, want hij had zijn zinnen gezet op Jakobs dochter
en genoot veel aanzien in zijn ouderlijk huis.
[20] Hemor en zijn zoon Sichem gingen dus naar de stadspoort en richtten het
woord tot de burgers van hun stad. Zij zeiden: [21] ‘Deze mensen zijn
ons goed gezind. Zij mogen in het land blijven wonen en er rondtrekken; er is
immers ruimte genoeg voor hen in het land. Wij kunnen hun dochters tot vrouw
nemen en hun onze dochters geven. [22] Maar slechts op één voorwaarde
zijn deze mensen bereid bij ons te blijven en met ons één volk
te vormen: al onze mannen moeten zich laten besnijden, want zij zijn zelf ook
besneden. [23] Hun bezit, hun goederen en hun vee zullen ons eigendom worden.
Laten we dus op hun voorstel ingaan; dan blijven zij bij ons.’ [24] Iedereen
die toegang had tot de stadspoort gaf gehoor aan Hemor en zijn zoon Sichem en
liet zich besnijden.
[25] Maar op de derde dag, toen zij hevige pijn hadden, grepen Simeon en Levi,
de twee zonen van Jakob en Dina’s broers, naar hun zwaard, overvielen
de op niets bedachte stad en doodden alle mannen. [26] Ook Hemor en zijn zoon
Sichem doodden zij met het zwaard. Daarop haalden ze Dina uit Sichems huis en
gingen weg. [27] De zonen van Jakob stortten zich op de verslagenen en plunderden
de stad, omdat men hun zuster onteerd had. [28] Schapen, runderen en ezels,
alles wat in de stad of op het land was, maakten zij buit. [29] Alles wat zij
bezaten, al hun kleine kinderen en hun vrouwen, namen zij gevangen en zij plunderden
de huizen leeg.
[30] Toen zei Jakob tegen Simeon en Levi: ‘Jullie hebben mij in het ongeluk
gestort door mij in opspraak te brengen bij de bewoners van het land, de Kanaänieten
en Perizzieten. Ik heb maar weinig mannen tot mijn beschikking. Als zij gezamenlijk
tegen mij optrekken, verslaan ze mij en doden ze mij, met mijn familie.’
[31] Maar zij zeiden: ‘Moest hij dan onze zuster als een hoer behandelen?’
Zacharias en Elisabet (Zie Lc 1,5-25)
Mag ik mezelf en mijn vrouw eventjes voorstellen.
Ik ben Zacharias. Mijn vrouw heet Elisabeth.
Wij beiden komen uit de priesterlijke stam Levi.
We zijn al op jaren.
We hebben geen kinderen
Want Elisabeth kon geen kinderen krijgen.
We hebben erom gebeden, gehuild, gesmeekt
maar tevergeefs.
We brengen onze oude dag door
Zonder kinderen en kleinkinderen.
We hebben ons erbij neergelegd
En tot God gezegd : het zij dan zo.
Op een dag was ik weer aan de beurt
om in de tempel van Jeruzalem
de priesterdienst te verrichten.
Ik dacht na over de Romeinse dreiging
Om de stad en de tempel te vernietigen.
Wat is een volk van God zonder tempel?
Wat is een man zonder zoon?
Ik dacht na over het einde van de tempel
En over mijn einde zonder nageslacht.
Tijdens deze droevige mijmeringen
Werd ik overvallen door een licht uit de hemel.
Ik zou een zoon krijgen.
Ik kon het niet geloven.
Ik was met verstomming geslagen.
Ik werd door een tweede stralenbundel overvallen.
Het einde van de tempel
Was geen einde van het volk van God.
Diep in mij borrelde het geloof in God,
Ondanks de verwoesting van de tempel.
Arseen De Kesel
leven in het licht (Jesaja 2,1-5)
Jesaja 2,1-5 . [1] De* openbaring over Juda en Jeruzalem, die Jesaja, de zoon van Amos, in een visioen ontving. [2] Op* het einde der dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van de heer gevestigd zal zijn als de hoogste der bergen, verheven boven de heuvels, en alle volken stromen naar hem toe; [3] en zij zeggen: ‘Kom, laat ons optrekken naar de berg van de heer, naar het huis van Jakobs God: dan zal Hij ons zijn wegen wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Want uit Sion komt de Wet, uit Jeruzalem het woord van de heer.’ [4] Hij zal recht doen onder de volken, en machtige naties straffen. Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot sikkels. Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander en oorlog leren ze niet meer. [5] Huis* van Jakob, kom, laat ons wandelen in het licht van de heer.
Onze orchidee zou weer gaan bloeien . Acht knoppen dienden zich aan . We gaven
hem een plaatsje in de huiskamer waar we hem mooi zouden kunnen bewonderen .
We zagen hoe hij begon te verwelken . We kwamen tot het besef dat de plaats
die we voor hem hadden uitgekozen niet de plaats was waar hij het best zou gedijen
. We zochten voor hem een plaats met veel licht . Op het bovenste schap van
het plantenrek , dicht bij het venster . Hij herleefde . Nu staan reeds zeven
knoppen in bloei .
Gun jezelf wat licht . Laat het licht van boven je gelaat en lichaam overstralen
. Laat licht en warmte bezit van je nemen .
In de joodse traditie is de thora , de wet , de halacha , de levenswandel licht-
en levensbron . Hij overkomt ons van boven , van de berg , van God . Laat ons
wandelen in dat licht . Laat ons opgaan naar dat licht en laten we ons tenvolle
drenken in die lichtbron . Dan zullen we herleven .
In het nieuws van vrijdag 2 november 2007 hoor ik vertellen hoe een 47-jarige vrouw werd beroofd, mishandeld, verkracht en dat zij aan haar verwondingen is overleden . Het veroorzaakt een schok van verontwaardiging .
In de Rechtertijd was een Leviet onderweg van Betlehem naar zijn thuis in de bergen van Efraïm . Onderweg bood een vreemdeling in Gibea hem en zijn reisgenoten overnachting aan . In de streek woonden Benjamieten . Een bende van hen bestormde het huis van de vreemdeling en wilde met de Leviet hun gang gaan . Daarop werd de bijvrouw van de Leviet aan hen overgeleverd . De hele nacht ging de bende hun gang met haar . Tegen de ochtend werd de vrouw vrijgelaten . Ze keerde naar het huis van haar meester terug en bezweek op de dorpel van de deur waar haar heer overnachtte .
Rechters 19,1-30
[1] In die tijd, toen er nog geen koning in Israël was, woonde er diep
in het bergland van Efraïm een Leviet die een bijvrouw had uit Betlehem
in Juda. [2] Die bijvrouw was hem ontrouw en ging terug naar haar ouderlijk
huis in Betlehem in Juda. Zij was daar vier maanden [3] toen haar man met een
knecht en een span ezels naar haar toe ging om haar hart te vermurwen en haar
weer mee te nemen. Zij liet hem binnen in het huis van haar vader en toen de
vader van de jonge vrouw hem zag, was hij blij hem te ontmoeten.
[4] Op aandringen van zijn schoonvader, de vader van de jonge vrouw, bleef hij
drie dagen bij hem. Zij aten en dronken en overnachtten er. [5] Op de ochtend
van de vierde dag maakte de Leviet aanstalten om te vertrekken, maar de vader
zei tegen zijn schoonzoon: ‘Versterk je eerst met een stuk brood voor
je weggaat.’ [6] Zij gingen weer zitten, en aten en dronken samen. Vervolgens
zei de vader van de jonge vrouw tegen de man: ‘Blijf nog een nacht hier;
gun je dat genoegen toch.’ [7] En ofschoon de Leviet al klaar stond om
te vertrekken, drong zijn schoonvader zo aan dat hij toch weer bleef overnachten.
[8] De vijfde dag wilde hij weer in alle vroegte vertrekken, maar opnieuw zei
de vader van de jonge vrouw: ‘Versterk je eerst en wacht tot de namiddag.’
[9] Nadat zij samen hadden gegeten en de man aanstalten maakte om met zijn bijvrouw
en zijn knecht te vertrekken, zei zijn schoonvader, de vader van de jonge vrouw:
‘De dag is nu bijna om, blijf nog een nacht. De dag is bijna voorbij,
blijf toch hier. Gun je dat genoegen, dan kun je morgen vroeg op weg naar huis.’
[10] Maar de man wilde niet langer blijven. Hij ging op weg en kwam met zijn
span gezadelde ezels en zijn bijvrouw in de buurt van Jebus, dat wil zeggen
Jeruzalem.
[11] Toen zij dichtbij Jebus waren, was de dag al ver gevorderd, en de knecht
zei tegen zijn heer: ‘ Laten we naar die stad van de Jebusieten gaan,
en daar overnachten.’ [12] Maar zijn heer antwoordde: ‘Nee, we slaan
niet af naar een vreemde stad waar geen Israëlieten wonen; we gaan door
naar Gibea.’ [13] Hij zei tegen zijn knecht: ‘We moeten tot Gibea
of Rama zien te komen en in een van die plaatsen overnachten.’ [14] Ze
trokken dus verder en zetten hun reis voort. Toen zij in de buurt van Gibea
kwamen, ging de zon onder. [15] Zij gingen van de weg af om in Gibea te overnachten.
In de stad gingen zij op het plein zitten. Niemand* nam hen voor de nacht in
zijn huis.
[16] Maar toen kwam er een oude man in de avond terug van zijn werk op het land.
Hij was afkomstig uit het bergland van Efraïm en woonde als vreemdeling
in Gibea; de inwoners zelf waren Benjaminieten. [17] Toen de oude man de reiziger
op het plein opmerkte, vroeg hij: ‘Waar gaat u heen en waar komt u vandaan?’
[18] De Leviet antwoordde: ‘We zijn op doorreis van Betlehem in Juda naar
een plaats diep in het bergland van Efraïm; daar kom ik vandaan. Ik ben
naar Betlehem in Juda geweest en ben op weg naar huis. Ook al is er niemand
die mij onderdak geeft, [19] wij hebben wel stro en voer voor onze ezels; ook
heb ik brood en wijn voor mijzelf, voor uw dienares en voor de knecht die uw
dienaar bij zich heeft. Wij komen dus niets tekort.’ [20] Toen zei de
oude man: ‘Wees welkom! Wat u ook nodig hebt, ik zorg ervoor; in geen
geval mag u vannacht op het plein blijven.’ [21] Hij nam hem mee naar
zijn huis; hij gaf voer aan de ezels; zij wasten hun voeten en aten en dronken.
[22] Terwijl zij zich te goed deden, werd het huis omsingeld door een troep
onverlaten uit de stad; zij bonsden op de deur en riepen naar de oude man, de
eigenaar van het huis: ‘Breng die gast van je naar buiten; wij willen
omgang met hem hebben.’ [23] Maar de eigenaar van het huis ging naar buiten
en zei: ‘Nee, broeders! Nu die man in mijn huis te gast is mogen jullie
hem geen kwaad doen, en zo’n* schanddaad mag je zeker niet begaan. [24]
Ik zal mijn dochter, die nog maagd is, en de bijvrouw van de man naar buiten
brengen; verkracht die maar en doe met hen wat je wilt. Maar met deze man kunnen
jullie zoiets schandelijks niet doen.’ [25] De mannen wilden daar niet
van horen. Maar toen de Leviet zijn bijvrouw vastgreep en naar buiten bracht,
hadden zij gemeenschap met haar en misbruikten haar de hele nacht door; pas
tegen de ochtend lieten zij haar met rust. [26] Bij het aanbreken van de dag
bereikte de vrouw het huis waar haar meester te gast was, maar voor de deur
bezweek zij en lag daar tot het dag was.
[27] Toen haar meester ’s ochtends de deur van het huis opendeed om naar
buiten te gaan en zijn reis voort te zetten, zag hij daar voor de deur zijn
bijvrouw liggen, met haar handen op de drempel. [28] Hij zei tegen haar: ‘Sta
op, wij gaan verder.’ Maar er kwam geen antwoord. De man legde haar op
zijn ezel en ging naar zijn woonplaats. [29] Zodra hij thuis was, nam hij een
mes, sneed het lijk van zijn bijvrouw in twaalf stukken en stuurde die naar
alle gebieden van Israël. [30] Iedereen die het zag zei: ‘Zoiets
is nog nooit gebeurd; zoiets hebben wij in Israël nog niet meegemaakt,
vanaf de dag dat de Israëlieten uit Egypte trokken tot op de dag van vandaag.
Denk erover na, beraad u en neem een beslissing.’
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.xs4all.nl/~remos/Orde/links.htm | http://www.kuleuven.be/thomas/pastoraal/gebedenboek/# |
| http://www.acw.be/content/blogcategory/183/446/ | voor schoolgebruik | jeugdbeweging | muziek op de uitvaart | basisteksten voor begrafenissen |