BIJBELGROEP 2010.09.25

1. 26 september 2010 . 26ste (zesentwintigste) zondag door het c-jaar . Eerste lezing : Am 6,1a.4-7 . Tweede lezing : 1 Tim 6,11-16. Evangelie : Lc 16,19-31 .(Lazarus en een rijke man)

2. Oefening : Waar vind je het boek Amos in je bijbel ? De Hebreeuwse bijbel wordt Tenakh (Thorah = Wet , Nebhiïm = Profeten , Khetûbhîm = Geschriften) genoemd . Welke plaats nemen de Profeten in jouw bijbel in ? Hoe komt dat ?

3. Voorafgaand gesprek . Wat zijn orakels ? Wat zijn visoenen ? Wat is een profeet ? Hoe interpreteren we : Zo spreekt de Heer . De Heer liet mij zien ?

4. Indeling : Inleiding ; Am 1,1-2 ; drie delen (Am 1,3-2,6 ; Am 3-6; Am 7,1-9,10) ; epiloog : Am 9,11-15 .

Deel 1 . Acht profetieën (Am 1,3-2,16) .
De eerste zeven zijn mooi parallel opgebouwd (1. Am 1,3-4 . 2. Am 1,6-8 . 3. Am 1,9-10 . 4. Am 1,11-12 . 5. Am 1,13-15) . 6. Am 2,1-3 . 7. Am 1,4-5) . :
Zo spreekt de Heer : Na drie misdaden van ... na vier kom Ik niet op mijn besluit terug .
Omdat ... slinger Ik vuur in ... Het verslindt de paleizen van ...
(Eventueel) . zegt de Heer (God) .
De 8ste profetie (tegen Israël , het Noordrijk gericht) , begint met het vorige schema , maar wordt dan uitvoeriger uitgewerkt .
De eerste vier profetieën horen bij elkaar . Ze vormen een vierkant . Ze zijn diagonaal opgemaakt in tegenwijzerzin : NO (Damascus), ZW (Gaza) , NW (Tyrus) , NO (Edom) . Daarna volgen vier profetieën in tegenwijzerzin : 'NO' (Ammon) , 'ZO' (Moab), Z (Juda) , N (Israël) .
In Am 2,14-16 worden 7 groepen mensen genoemd ; maar zij ontkomen niet aan de straf .
Let op het gebruik van de getallen 3 , 4 , 7 , 8 .

Deel 2 . sjimë`û (hoort, luistert naar) ´èth haddâbhâr hazzèh (dit woord) . Tenach (3) : (1) Am 3,1 . (2) Am 4,1 .(3) Am 5,1 . Op deze wijze worden 3 verzamelingen orakels ingeleid : (1) Am 3,1-15 . (2) Am 4,1-13 . (3) Am 5,1-17 . Deze worden gevolgd door twee collecties die ingeleid worden door hoj (wee) : (1) Am 5,18-27 . (2) Am 6,1-14 .

Deel 3 . Vijf visioenen (Am 7,1-9,10) : 1. Am 7,1-3 . 2. Am 7,4-6 . 3. Am 7,7-9 . 4. Am 8,1-3 . 5. Am 9,1-10 . Onderbrekende tekstdelen tussen het derde en vierde visioen : Am 7,10-16 , en tussen het vierde en vijfde visioen : Am 8,4-14 . Vier van de vijf visioenen beginnen met : Mijn Heer JHWH liet mij zien en zie ... Het 5de visioen begint met : Ik zag. .

Amos telt 9 hoofdstukken en 146 (15 + 16 + 15 + 13 + 27 + 14 + 17 + 14 + 15) verzen . Am 1- 4 telt 59 verzen , Am 6-9 telt 60 verzen ; Am 5 staat dan in het midden met 27 verzen .
Am 1-2 telt 7 + 1 perikopen , Am 3-6 telt er 5 , Am 7-9 telt er 7 . Voeg hierbij de proloog en de epiloog .Dat maakt : 8 + 5 + 7 +2 = 22 .
Er is nog meer . Het lijkt erop dat Am circulair / concentrisch is opgebouwd . Proloog (Am 1,1-2) . Epiloog (Am 9,11-15) ; samen : 7 verzen . A : Am 1,3-2,5 . A' : Am 7,1-9,10 . Am 2,6-8 vertoont heel wat overeenkomsten met Am 6,1-7 .

Zo is Am 2,6 - Am 2,7 en - Am 8,4 - Am 8,6 concentrisch opgebouwd . Er zijn verschillende synoniemen voor arme .

Am 2,6 : omdat jullie een rechtvaardige verkopen een arme (wë´èbhëjôn) voor een paar sandalen .
Am 2,7 : omwille van hen die op het hoofd van armen (dallîm) trappen tegen het stof van de aarde
en zij verdringen de armen (änâwîm) van de weg .

Am 8,4 : die de arme (´èbhëjôn) vertrappen en om uit te roeien (`anëwe(j) ´èrèts) de armen van het land / aarde, vertrapten van het land / aarde .
Am 8,6 : om met geld (dallîm) armen te verwerven (kopen) en een arme (´èbhëjôn) voor een paar sandalen .

 

 

Am 2,7      hasjsjo´phîm   `al `äphar ´èrèts    bër´osj   dallîm     wëdèrèkh   `änâwi(j)m jattû    
Am 8,4  sjimë`û   zo´th  hasjsjo´phîm          ´èbhëjôn  wëlajëbîth    `äniwwe(j)   ´èrèts 

Am 2,6  mikhërâm  bëkèsèph   tsaddîq   wë´èbhëjôn   ba`äbhûr   na`älâjim  
Am 8,6   liqënôth   bëkèsèph dallîm  wë´èbhëjôn   ba`äbhûr   na`älâjim  

De tekst van Am 6,1-6 is merkwaardig opgebouwd . De weeklacht begint met hoj (wee) . Dan volgen de aangeklaagden . De wee klinkt als 't ware door in de ha- waarmee de verzen Am 6,1.3.4.5.6 beginnen . Deze woorden eindigen telkens met - îm . (1) Am 6,1 : hasjsja´änannîm (de zorgelozen) . (2) Am 6,3 : hamënaddîm (zij die zich laten verleiden) . (3) Am 6,4 : hasjsjokhbîm (zij die zich neerleggen) . (4) Am 6,5 : happorëtîm (zij die zingen) . (5) Am 6,6 : hasjsjothîm (zij die drinken) . Het tweede (en derde) versdeel van Am 6,1.4. met waw met de deelwoorden : (1) Am 6,1 : wëhabbotëchîm (en zij die vertrouwen op) . (2) Am 6,4 : ûsëruchîm (zij die zich uitspreiden) . (3) Eveneens Am 6,4 : wë´okhëlîm (zij die eten) . 1X een bijvoegl. naamw. en 7X een deelwoord .
De aangeklaagden worden in Amos vaker via een deelwoord vermeld : Am 2,7 . Am 4,1 : die de geringen verdrukken en die de armen vertrappen . Am 8,4 .

In Am 6,1 richt de aanklacht zich tot degenen die denken dat hen niets kan overkomen omwille van hun heiligdom en daarom zonder zorgen leven . In Am 5,21-27 richt Amos zich tegen de offerpraktijken . In Am 6,4-6 verwijst wellicht naar de deelname aan de offermaaltijden .
Am 6,4 a : hasjsjokhbîm `al  mittôth sjen ûsëruchîm `al `arëshôtâm (zij die zich neerleggen op ivoren bedden en zij die zich uitstrekken op rustbedden) // Am 2,8 : `al bëgâdîm chäbhulîm  jattû (op kleren, in pand genomen, strekken zij zich uit) .
In Am 6,4 is er sprake van eten , in Am 6,6 van drinken . In Am 2,8 is er enkel sprake van drinken .

Sommige profetieën komen over als een rechtszaak . Eerst worden de aangeklaagden en de aanklachten genoemd . Deze aangeklaagden zijn verschenen voor een beëdigd rechter die het vonnis zal vellen en de straf zal bepalen . In 3 profetieën komt na de aankacht : De Heer God heeft gezworen... (Am 4,2 . Am 6,8 en Am 8, 7) . God wordt hier voorgesteld als een rechter die recht zal spreken over schuldigen en over benadeelden .

Amos is kritisch naar de religieuze praktijken . Daarin komt de sociale ongelijkheid het scherpst tot uiting .

25 september 2010
Arseen De Kesel