BIJBELWOORD VOOR IEDERE DAG


1 februari

Mc 5,1 : Zij gingen naar de overkant van het meer ...

In het Overjordaanse waren oorspronkelijk 2 1/2 stammen van Israël gevestigd . Jezus gaat ernaartoe omdat hij alle stammen van Israël wil verzamelen . Na meer dan 750 jaar wordt concreet werk gemaakt om de 12 stammen te herenigen . Avond , overkant , oversteken : allemaal woorden die in het Hebreeuws met de stam 'br (abar - Hebreeër) wordt weergegeven .

30 januari

Mc 4,35 : het was avond .

Door het neerdalen en het ondergaan van de zon wordt het avond . Het is hét symbool van overgang . Na het ondergaan van de zon wordt het duister . Dan begint de nacht . Hiermee begint bij de Joden het volgende etmaal .
De avond wijst vooruit naar het laatste avondmaal en de begrafenis van Jezus . Maar het herinnert tegelijkertijd aan belangrijke joodse gebeurtenissen en gebruiken : de avond van het eten van ongedesemd brood en van de tocht door de rietzee . De avond bundelt de overgang van de slavernij naar de vrijheid , naar de onderlinge solidariteit , naar de overgang van leven naar dood .

24 januari , zie 7 januari .

23 januari

Mc 3,20 : Want ze ('zijn familie') zeiden dat Hij zichzelf niet was .

In het Grieks staat εξεστη = exestè (hij stond buiten zichzelf) . We herkennen het woord ex- (buiten) en het Griekse stè van dezelfde stam als ons Nederlands woord staan (in het Grieks : histèmi) . Uit dit werkw. kennen we ons Nederlandse woord extase . Vertaald : Hij stond buiten (zichzelf) . Dit betekent dat hij door een goede geest 'bezield' of door een demon 'bezeten' was . Willibrord vertaalt : Hij was zichzelf niet . Zij familie wilde hem 'in handen krijgen' . Dit werkw. is zeer geladen omdat dit woord later terugkomt bij hogepriesters en schriftgeleerden die Jezus 'in handen willen krijgen' om hem te kunnen doden . Zal de familie beslag op hem kunnen leggen om hem aan de priesters te kunnen overleveren ?

20 januari

In de synagoge was een mens met een verschrompelde hand .

De wijze waarop Jezus naar de stad Kafarnaüm gaat en de synagoge binnengaat (Mc 1,21) gelijkt zeer sterk op de wijze waarop hij naar Jeruzalem gaat en de tempel binnengaat (Mc 11,15) . Zo mogen we de man met een onreine geest vergelijken met de marktsituatie van de tempel (Mc 11,15) . De eigenlijke bedoeling van de joodse godsdienst ligt onder een dikke laag stof van geld en macht . De reactie van de hogepriesters en de schriftgeleerden (Mc 11,18) komt sterk overeen met de reactie van de Farizeeën en de Herodianen (Mc 3,6) . In beide gevallen gaat het om het uitschakelen van Jezus . Wanneer Jezus en zijn leerlingen 's avonds de stad Jeruzalem uitgaan , merken zij op dat de vijgeboom , die Jezus 's morgens vervloekte , tot op de wortel verdord was (Mc 11,20) . De gelijkenis met de man met de verdorde hand kan niet treffender zijn . De mens met de verdorde hand en de verdorde vijgeboom liggen in elkaars lijn .
Een mens met een verdorde hand kan zijn hand niet uitstrekken om de zegen uit te spreken . Als er geen zegen is , is er ook geen toekomst . Zo zijn de mens met de verdorde hand en de verdorde vijgeboom beelden van de toestand waarin het volk zich bevindt . De schriftgeleerden van de Farizeeën pleiten voor een status quo . Wie gezondigd heeft , valt uit de boot . Daar kan geen mens iets aan doen . Dat behoort God toe . Jezus doorbreekt dat denken . De mensenzoon (hoe je hem ook beschouwt) kan zonden vergeven . Een nieuwe gemeenschap , een messiaanse , kan opgebouwd worden . Zo kan een gemeenschap op weg gaan , de last van het verleden dragen zonder eronder gebukt te gaan , zo kan een dorre en levenloze gemeenschap weer de hand strekken , zegenen en toekomst koesteren . Voeten en handen kunnen weer tot leven komen .
De Farizeeën willen een status quo . Dat kan hen een religieus superioriteitsgevoel geven . Schriftgeleerden en hogepriesters willen een status quo . Dat verzekert hen van de nodige tienden , een economische dominatie die zich ook vertaalt in religieuze en politieke macht . Ook de koning wil een status quo . Dat verzekert hem zijn baan die de Romeinen hem schonken . Met de zondenvergeving wordt het status quo doorbroken . Tollenaars en zondaars voelen zich geroepen en volgen Jezus . Zij laten hun beroep als belastingen- en tiendeninners in de steek . Belastingen werden niet meer geïnd . Dat moet de heersende klasse van priesters , koningen en keizer pijn doen . Dat is het ondergraven van het economische en politieke bestel .
Het verhaal speelt zich af op sabbat . Het zou een dag van gelukzaligheid kunnen zijn , maar blijkbaar is het een dag van doffe ellende en uitzichtloosheid .

19 januari

Mc 2,28 : De Mensenzoon is heer van de sabbat .

In Mc 2,10 lezen we dat de Mensenzoon macht heeft om zonden te vergeven . We kunnen het vertalen als : de mensen hebben de mogelijkheid om zonden te vergeven . Zo hebben mensen ook de mogelijkheid om de sabbat vorm te geven . Je zou mensenzoon kunnen vertalen met mensheid .

16 januari

Mc 2,13 : Jezus ging buiten opnieuw langs het meer

παλιν = palin (opnieuw) . De verwijzing zit in het woord of de uitdrukking die onmiddellijk volgt . In Mc 2,13 verwijst 'opnieuw' naar παρα την θαλασσαν = para tèn thalassan (langs de zee) van Mc 1,16 . Er gebeurt hier meer dan in Mc 1,16 , waar Jezus langskomt en leerlingen roept . In Mc 1,16-20 is er het meer met zijn vissers en visnetherstellers . In Mc 2,13-14 gaat het om het tolhuis aan het meer . Het roepen van een tollenaar veronderstelt vergeving van zonden ; dat wordt in Mc 2,1-12 verhaald . Vergeven betekent dat je niemand uitsluit , ook niet om nauwe medewerker te worden . Broederschap / zusterschap beperkt zich niet tot gelijksgezinden , maar bovendien tot andersgezinden .

15 januari

Mc 2,4 : De vier mannen lieten het bed waar de lamme op lag zakken .

In Mc 16, 3 stellen de vrouwen zich de vraag : "Wie zal voor ons de steen bij de ingang van het graf wegrollen? " Het wegrollen van de steen is een verwijzing naar het verhaal van Jakob , die op zijn vlucht voor Esau , in Haran aankomt en de grote steen , die op de waterput ligt , wegrolt (Gn 29) . Daarop geeft hij de kudden van Rachel en uiteindelijk Rachel zelf te drinken . Uit de bron wordt water tot leven geput . In het graf is geen dode meer . Hij is opgewekt tot leven . In een beeld uitgedrukt : Hij is een bron van leven . In het verhaal van de lamme nemen de vier mannen een deel van de dakbedekking weg . Dan laten ze de lamme naar beneden zakken , zoals iemand die water put , eerst de emmer laat zakken . Het neerlaten van de lamme doet sterk denken aan een begrafenis . Maar de vier mannen laten de lamme neer opdat hij zou genezen worden . Zij geloven dat Jezus bron van leven is .

13 januari

Mc 1,35 : Jezus ging naar buiten, naar een eenzame plaats en bleef daar bidden .

Na de succesvolle dag bezint Jezus zich erover hoe het verder moet gaan . Hij gaat terug naar de roots van zijn roeping . Hij zal zich niet vastklampen aan de plaats van het succes . "Laten we ergens anders heen gaan". Jezus ging naar buiten . Hij verlegt zijn grnezen . Hij breekt telkens uit .

12 januari

Mc 1,22 ... en Jezus gaf er onderricht .

De evangelist weidt niet uit over dat onderricht . Wat was de inhoud van dat onderricht . Voordien werden twee belangrijke inhouden gegeven: 1. Mc 1,11 : jij bent mijn geliefde zoon, in wie ik welbehagen heb" . 2. de roeping van tweemaal twee broers : broederschap (Mc 1,16-20) . Het volk van Israël , ja de hele mensheid is het geliefde volk van God . Dat houdt in dat mensen broers / zussen van elkaar worden . Er is een transcendente (overstijgende) en een immanente dimensie aanwezig in het onderricht van Jezus .

11 januari

Mc 1,16a. 19a : Toen Jezus eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Simons broer Andreas... Een eindje verder zal Hij Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes...

Onmiddellijk na de korte inhoud van de boodschap : "De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u ! Heb geloof in de goede boodschap ." volgt het roepingsverhaal van de eerste leerlingen . Het zijn tweemaal twee broers .
- Allereerst iets over de twee . In Mc 6,7 zendt Jezus zijn leerlingen twee aan twee uit . Het uitdragen van de boodschap bestaat er allereerst in hoe ze zelf (de twee tegenover elkaar) de boodschap van broederschap / zusterschap beleven .
- Het roepingsverhaal maakt reeds duidelijk waarover de goede boodschap en het rijk Gods gaat : nl. hoe je broer / zus van elkaar kunt worden . Je bent als broer / zus geboren , maar daarom ben je nog geen broer / zus voor elkaar , zie de verhalen van Kaïn en Abel , Esau en Jakob , Jozef en zijn broers , Sara en Hagar , Lea en Sara . Broer (en zus) van elkaar worden vraagt een levenslange oefening . Dat is de kern van de boodschap . Het vraagt toekering naar elkaar , geloof en vertrouwen .
- In iedere gemeenschap of groep , - ook in die waar broederschap / zusterschap topprioriteit is , zoals in kloosters - komt het zondebokmechanisme steeds om de hoek kijken . Een zwakker element wordt dan (ten onrechte) beladen met alle zonden van de gemeenschap . Eén persoon wordt opgeofferd ten koste en ten voordele van de gemeenschap ; hij / zij is de zondebok .

10 januari

Lc 3,22 : Jij bent mijn geliefde zoon
- JHWH zei tot Abraham : "Hij zegt: neem toch je zoon, je enige, die je liefhebt, Isaak, " (Genesis 22,2) . In het Hebreeuws : קַח-נָא אֶת-בִּנְךָ אֶת-יְחִידְךָ אֲשֶׁר-אָהַבְתָּ = qach nâ' 'èth binëkhâ 'èth jëchîdëkhâ 'äsjèr 'âhabhëthâ .
- Er is wat interpretatie bij de vertalingen . In de Septuagintavertaling (Grieks) lezen we : neem toch je geliefde zoon . Zo wordt Isaak benoemd in de deze vertaling . Deze uitdrukking vinden we terug in Lc 3,22 . Hoe komt van de Hebreeuwe tekst "enige" tot de Septuagintvertaling "geliefde" . De Hebreeuwse woorden jâchîd (enige) en ´âhabh (beminnen, liefhebben) liggen dicht bij elkaar : de eerste medeklinker : jod en alelph zijn gemakkelijk verwisselbaar ; de middelste medeklinker : de ch en de h liggen dicht bij elkaar ; de laatste medeklinker : ze verschillen van elkaar : d en bh . Het Griekse agapaô (beminnen, liefhebben) benadert de klank van het Hebreeuwse ´âhabh (beminnen, liefhebben); allereerst de a , vervolgens de g en de h , tenslotte de p en de b . Zo kan jâchîd (enig) naar het Griekse agapètos (geliefde, beminde) vertaald worden .
- In de Vulgaat wordt het Hebreeuwse jachid (enige) vertaald door unigenitus (eniggeboren) . De Hebreeuwse woorden jâchîd (enige) en jâlad (verwekken, baren) verschillen van elkaar slechts in de middelste medeklinker (wat de medeklinkers betreft) ; bij vermenging van de 2 krijg je in het lat. uni-genitus (enig-geboren) .
- In de geloofsbelijdenis van Israël lezen we : God is één . Jij zult beminnen..." (Deuteronomium 6,4-5) . In deze tekst volgen de Hebreeuwse woord 'èchad (één) en 'âhab (liefhebben, beminnen) . Enig-geboren en liefhebben liggen dus dicht bij elkaar .
- De belijdenis "jij bent mijn geliefde zoon" is niet alleen gericht tot Jezus , maar tot heel het volk van Israël .

9. januari

Lc 3,22 : Jij bent mijn geliefde zoon...

De Hebreeuwse letter aleph duidt het begin , het initiatief , het scheppen aan . Aleph = 1 en duidt éénheid aan . De Hebreeuwse letter beth duidt de schepping aan . In het Hebreeuwse woord 'ab is schepper en schepping verenigd .´ab (vader) duidt tweeheid (vader - zoon/dochter) aan : de verwekker en de verwekte . De Hebreeuwse naam voor zoon is בֵּן = zoon . Het woord begint met een beth , symbool voor tweede , het geschapene , het verwekte . Op de beth volgt een nun = 14 of 50 . 50 staat voor voltooiïng , voor de gave van de thorah , van de geest . Het zoonschap zal zich doorzetten door alle volgende geslachten . Zo krijgt een vader een kleinzoon , een achterkleinzoon enz. In het Hebreeuwse imperfectum (jiqqtol) wordt de eerste persoon enkelvoud (ik) gevormd door het prefix aleph , de eerste persoon meervoud (wij) door het prefix nun . In het Arabisch wordt het verband tussen vader en zoon/dochter nog sterker gelegd dan in het Hebreeuws . De medeklinkers voor vader ('b) blijven behouden, gevolgd door een nun voor de zoon ('bn = 'ibn) en de vrouwelijke vorm van 'ibn nl. 'bnh (dochter = 'ibnâh) voor de dochter . In het Latijn en het Frans wordt de verwantschap tussen zoon en dochter eveneens behouden : Latijn : filius (zoon) , filia (dochter) ; Frans : fils (zoon) , fille (dochter) .

8 januari

Lc 5,12 : Jezus stak zijn hand uit en raakte hem aan .

Een melaatse moest zich ver van iedereen houden; hij mocht niemand aanraken en hij mocht ook niet door iemand aangeraakt worden . Hij was een onaanraakbare . De melaatse vraagt aan Jezus om gereinigd te worden , niet om hem aan te raken . Jezus raakt hem aan en het onwaarschijnlijke gebeurt : de melaatse wordt rein . Het is omgekeerde logica : niet de reine wordt onrein door de aanraking van de onreine , maar de onreine wordt rein door de aanraking van de reine . Reiniging , katharsis vindt plaats door geraakt , aangeraakt worden . Katharsis is een heel lang proces . Zuiver zijn in doelstelling , motivatie , handeling .


7 januari

Lc 4,16 : Zo kwam Jezus in Nazaret , waar Hij was opgegroeid...

In heh 50ste jaar , het jobeljaar , worden alle nakomelingen van Jakob / Israël uitgenodigd om naar hun eigen stam te gaan , naar hun eigen familie . Op Jom Kippoer heeft dan de algemene vergeving plaats en worden de familierelaties hersteld . Volgens Lc 4,24 gebeurt dat niet : "Ik verzeker u, geen profeet is zijn vaderstad welgevallig" . Er heeft geen vergeving en geen herstel plaats . Naar zijn vaderstad gaan en er Jom Kippoer vieren was een maat voor niets .


6 januari

Mt 2,1 : Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea , kwamen er uit het oosten magiërs in Jeruzalem aan . ... Want wij hebben zijn ster zien opkomen...

Commentaar . In het Oosten komt de zon op . Dan wordt de duisternis verdreven door het licht . Maar het is nog niet zover . Er komt een ster op . Wetenschapslui zullen vertellen welke ster het wel moet zijn . Maar hier gaat het niet om wetenschap . Het gaat hier om symboliek . Overal kunnen sterren opkomen . Hier is het een ster in het Oosten . Zo wordt een band gelegd met de opkomende zon . Met de geboorte van Jezus komt er reeds een stipje licht aan het firmament ; een stipje licht in de duisternis van de menselijke ziel en het menselijk samenleven . Die ster verwijst al naar de opkomende zon . Dat stipje licht kondigt aan dat de duisternis van de menselijke ziel en de menselijke maatschappij plaats zal maken voor licht , veel licht , zonlicht. Maar schaduw zal er altijd zijn . Of de Wijzen uit het Noorden , het Oosten, het Zuiden of het Westen komen doet er niet toe . De Wijzen kondigen het einde van de menselijke duisternis aan . De Wijzen komen naar de Wijze in spe .


.