HEBREEUWS , zie cursussen Hebreeuws


Hebreeuws leren van J. H. Polaq - blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- SPRAAKKUNST - BIJBELTEKSTEN - Hebreeuwse lessen -



Hebreeuws leren van J. H. Polaq . Bespreking door Arseen De Kesel .

Enkele voorafgaande opmerkingen :

  1. Het Hebreeuws wordt van rechts naar links gelezen .
  2. Het Hebreeuws bestaat uit medeklinkers en klinkers .
  3. Vaak worden de klinkers niet geschreven .
  4. In het Hebreeuws begint ieder woord of lettergreep met een medeklinker .
  5. Er zijn open en gesloten lettergrepen .
  6. De stam van een woord bestaat meestal uit 3 medeklinkers .

- blz.1

chireq - jod - aleph

ִ

ִי

א

 

i

î

´

De streep is een streep onder de letter of letters . De streep is niet de lijn waarop , waarboven of waaronder geschreven wordt .

- ִ : een punt onder de regel : חִירֶק = chîrèq (chireq) is een klinker en duidt een i-klank aan .
-- חָרַק = châraq (knarsen, piepen) . Taalgebruik in Tenakh : châraq (knarsen, piepen) . E. : gnash . Fr. : grincer (knarsen) .

- י ִ : een punt onder een medeklinker , gevolgd door de medeklinker יוֹד = י (jôd) duidt een lange i-klank aan . De jod is dan leesmoeder van de i . De jod is een leesmoeder als de voorafgaande klinker homogeen (verwant) is en er geen klinker volgt . לִי (aan mij) wordt als lî uitgesproken en niet als lij (zie Lettinga 12 , 2012 , 3e) .
-- יָד = jâd (hand) . Taalgebruik in Tenakh : jâd (hand) . Getalswaarde : jod = 10 . daleth = 4 . Totaal 14 (2 X 7) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De letter יוֹד = י (jôd) is de 10de letter van het Hebreeuwse alfabet . Deze letter heeft getalswaarde 10 als rang- en hoofdtelwoord .
- De î speelt een belangrijke rol in de spraakkunst .
- ֵי = e : de stat. construct. mann. mv. van een naamw. .
- De î als suffix . De î op het einde van een woord geeft vaak de 1ste pers. enk. weer . De î is het suffix van het bezittelijk voornaamwoord 1ste persoon enkelvoud . B.v. לִי = lî (aan mij) , prefix voorzetsel lë + suffix bezittelijk voornaamw. 1ste pers. enk. . Bij het werkw. eindigt de 'perfectumvorm' 1ste persoon enk. op een î . B.v. קָטַלְתִּי = qâtalthî (ik doodde) . Let op : de eind î is ook de uitgang van het imperfectum en de imperatief 2de persoon vrouwelijk enkelvoud .
- De jod + i als prefix . Bij het werkwoord begint het 'imperfectum' 3de persoon mannelijk enkelvoud en meervoud met een jod . B.v. יִקְטֹל = jiqëtol (hij zal doden) . Opgelet : er zijn werkwoorden die met jod beginnen . Volgens sommigen is deze jod aan de tweeletterstam toegevoegd om zo een stam van drie letters te hebben . In de vervoegingen is het vaak een zwakke jod , d.w.z. dat ze vaak wegvalt . B.v. act. qal imperfect. 3de pers. mann. enk. יִהְיֶה = jihëjèh (hij zal zijn) van het werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Zie de verwantschap met de naam יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Dat verband tussen het werkwoord הָיָה = hâjâh (zijn) en de Godsnaam יהוה = JHWH vinden we in Ex 3,13-14 : 13 . Maar Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ 14 . Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN" heeft mij naar u toe gestuurd.”’ (NV)
- De î als infix wordt gebruikt in de meeste persoonsvormen van de hifilvorm van het werkwoord . B.v. הִקְטִיל = hiqëtîl (hij deed doden) .
- Oefening : Welke vorm is הַקְטִילִי = haqëtîlî (doe doden) .

- De letter אָלֶף = א = ´ = ´âleph (aleph) is de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet . Deze letter heeft getalswaarde 1 als rang- en hoofdtelwoord . Deze letter is een echte medeklinker ofschoon hij in de uitspraak (bijna) niet meer hoorbaar is . Hij geeft een glottisslag weer (zoals b.v. in het Nederlandse naäpen) . De aleph wordt weergegeven door het teken ´ . Soms is de aleph ook een leesmoeder .
-- אַלֶף = ´alèph (aleph) (duizend, rund, geslacht) . Volgens sommige geleerden zijn de Hebreeuwse letters iconen (tekeningen, beelden) . Zo zou aleph een rundskop en de beth een huis verbeelden . Taalgebruik in Tenakh : ´aleph (aleph) . Getalswaarde : aleph = 1 , lamed = 12 of 30 , pe = 17 of 80 ; totaal : 30 of 111 . Structuur : 1 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . De schrijfwijze van aleph is een schuine waw (getalswaarde 6) met rechtsboven en linksonder een jod (2 X 10) , dus getalswaarde 26 , dezelfde getalswaarde als die van JHWH . Zo is er een verband tussen de getallen 111 (de getalswaarde van aleph) en 26 (de schrijfwijze van aleph) . De zegen van Isaak aan Jakob (Gn 27,28 en Gn 27,29) bevat 26 woorden (de getalswaarde van JHWH) en 111 letters (de getalswaarde van aleph) . Tellen we de getallen van (Gn 27,28 en Gn 27,29 samen , dan komen we aan : 27 + 28 + 27 + 29 = 111 . De Nieuwe Bijbelvertaling (NV) Genesis 27,28-29 : 28. God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. 29. Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.’
- Jouön 1965 , 88cb : een zelfst. naamw. met een oorspronkelijke a-klinker : qatl-vorm . אֶלֶף = ´èlèph is ontstaan uit אַלף= ´alph . stat. constr. mann. mv. : אַלְפֵי = ´alphe(j) . De aleph is één van de vier Hebreeuwse gutturalen (keelletters) . Samen met de he is de aleph een lanryngaal of strottenhoofdletter .
- Ned. : duizend . Arabisch : اَلف = ´alph (duizend) . Taalgebruik : ´alph (duizend) . D. : tausend . E. : thousand. Fr. : mille . Gr. : χιλια = chilia (duizend) . Lat. : mille . Hebr. : אֶלֶף = ´èlèph (duizend) . Taalgebruik in Tenakh : ´aleph (aleph) .

- De 1ste persoon enkelvoud van het imperfectum begint met een aleph . B.v. אַקְטִיל = ´aqtîl (ik doe doden) . אֶהְיֶה = ´` èhëjèh (ik zal zijn) . Zie hierboven over het verband tussen het werkwoord הָיָה = hâjâh (zijn) en de Godsnaam יהוה = JHWH .
In het Griekse alfabet geeft de α (αλφα) = alfa de klinker a weer .

1. אִ = ´i (i) . De aleph is een medeklinker . Hij wordt in het Nederlands niet weergegeven . Hij duidt een glottisslag aan . De chireq onder de aleph duidt een korte i-klank aan . ´i .
2. אִי = ´î (ie) : Getalswaarde : aleph = 1 ; jod = 10 ; totaal : 11 . Structuur : 1 - 1 . De som van de elementen is 2 .
De chireq onder de aleph wordt gevolgd door de medeklinker jod . In dit geval doet de medeklinker jod dienst als leesmoeder d.w.z. zij draagt de voorafgaande klinker . Hiermee wordt een lange ie aangeduid . ´ î .
אִי = ´î (ie) kan verschillende betekenissen hebben : 1. vragend woord : waar ? 2. zelfstandig naamw. : eiland . Taalgebruik in Tenach : ´î (eiland) . 3. zelfst. naamw. : een diersoort b.v. nachtuil . 4. tussenwerpsel : de uitroep wee . 5. bijwoord : niet . Jouön 1965 , 88A . Het is een zelfstandig naamw. met slechts één medeklinker , nl. de aleph .
- Ned. : waar ? Arabisch : أين؟ = ´aina (waar?) . Taalgebruik : ´aina (waar?) . D. : . E. : where . Fr. : où . Grieks : που = pou (waar?) . Taalgebruik in het NT : pou (waar?) . Hebreeuws : אַיִן = ´ajin (waar) = אִי (´î) = אֵי (´e) = אַיֵּה = ´ajjeh . Zie : אִי = ´î (ie) 1. vragend woord : waar ? Taalgebruik in Tenakh : ´î =´ie (waar?) . Lat. : ubi .
- Ned. : eiland . Arabisch : الجزيرة = aldzazîra (het eiland) . D. : Insel : . E. : isle . Fr. : île . Gr. : νησος = nèsos (eiland) . Taalgebruik in het NT : nèsos (eiland) . Taalgebruik in de LXX : nèsos (eiland) . Hebreeuws : אִי = ´î ( (î) (eiland) . Taalgebruik in Tenach : ´î (eiland) . Lat. : insula .
- אִי = ´î (wee) , wellicht ontstaan uit de scriptio defectiva אֹי = ´oj van אוֹי = ´ôj (wee) . Taalgebruik uit Tenakh : אִי = ´î (wee) . Tenakh o.a. Pr 10,16 .

3. Oefening van de korte of de lange i met aleph . In deze oefeningen is de aleph een medeklinker die gevolgd wordt door een klinker . In deze voorbeelden is jod een leesmoeder (zie hoger) . אִ = ´i (i) EN אִי = ´î (î) . ´i , ´î , ´i , ´î . Lettinga 12 , 2012 , 3g spreekt over de aard van de klinkers . Lettinga zegt : "Met de vocaaltekens wilden de Masoreten niet het verschil in kwantiteit (lengte) uitdrukken, maar dat in kwaliteit (klankkleur) . ... Hireq en qibbus kunnen zowel een historische korte als lange vocaal aanduiden." Verder Lettinga 12 , 2012 , 3e : "Bij scriptio plena met i of waw spreekt men van grote tsere , sëgol , chireq en cholem ".

+ tsere

ֵ

י ֵ

אֵי

 

e

e

´e

- ֵ : twee punten onder de regel duidt de צֵרֵי = tsere(j) (tsere) = e aan . Het is een tussenklinker , een klinker tussen de lange i (chireq) en de korte i (chireq) evenals de korte è (sëgôl) . Bij deze klinker e kan de medeklinker jod een leesmoeder zijn .
- stat. constr. mann. mv. צָרֵי = tsâre(j) (verdrukkers van...) van het zelfst. naamw. צַר = tsar (vijand, verdrukker) . Taalgebruik in Tenakh : tsar (vijand, verdrukker) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 290 (2 X 5 X 29) . Structuur : 9 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 .
- De י ֵ = e - j (uitspraak e) kan de status constructus mannelijk meervoud van het zelfstandig naamwoord aanduiden . Het mannelijk meervoud status absolutus eindigt meestal op ִים .

1. אֵ = ´e (e) . אֵי = ´e(j) (e) . אִי = ´î (î) en אֵי = ´e(j) (e) worden gebruikt voor het vragend woord : waar ? Oefening van tsere (met lectio plena : volle lezing of met lectio defectiva : ontbrekende lezing ; m.a.w. met of zonder leesmoeder , met of zonder jod) met de medeklinker aleph . De lengte van de klank verandert niet . ´e , ´e , ´e , ´e .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.2

2. Oefening van de korte i (zonder de leesmoeder jod) of de lange i (î) (met de leesmoeder jod) met de medeklinker aleph . ´i , ´i , ´î , ´î .
3. Oefening van de korte i (zonder de leesmoeder jod) of de lange i (î) (met de leesmoeder jod) OF e- al dan niet lectio plena of lectio defectiva met de medeklinker aleph . ´î , ´e , ´i , ´e .
4. Oefening van de korte i (zonder de leesmoeder jod) of de lange i (î) (met de leesmoeder jod) OF e- al dan niet lectio plena of lectio defectiva met de medeklinker aleph . ´î´î , ´e´e , ´î´e .

+ lamèd

ל

לִי

לֵ

l

le


- ל = לָמֶד = (lâmèd) . De letter ל = לָמֶד = (lâmèd) is de 12de letter van het Hebreeuwse alfabet . Hij heeft de getalswaarde van 12 als rangtelwoord en 30 als hoofdtelwoord . Evenals de r (resj) is de l (lamèd) een tongletter (lingaal) .
- לָמַד = lâmad (leren, onderrichten) . Taalgebruik in Tenakh : lâmad (leren, onderrichten) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 ; mem = 13 of 40 , daleth = 4 ; totaal : 29 of 74 (2 X 37) . Structuur : 3 - 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 .
- Jouön 1965 , 50b : verbaal deelwoord of bijvoeglijk naamwoord afgeleid van het werkw. : lerende (leerling) .

- לִי = lî (voor mij) , prefix voorzetsel lë + suffix bezittel. voornaamw. 1ste pers. enk. . Taalgebruik in Tenakh : lî (voor mij) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , jod = 10 ; totaal : 22 (2 X 11) of 40 (2³ X 5) . Structuur : 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (681) . Lettinga 12 , 2012 , 63 d : In de vormen met suffixen hebben bë (< bi) en lë (< la) elkaar wederzijds beïnvloed . Zo is לִי = lî gevormd naar בִּי = bî (uit bija) .

1. Oefening van i , e met lamèd : li , li , le , le .
2. Oefening van i , î of e met aleph of lamèd . ´î , lî , le , ´ e , li .
3. Oefening van e , î met aleph en lamèd .
- אַיִל = ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Taalgebruik in Tenakh : ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Getalswaarde : aleph = 1 , jod = 10 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 24 (2³ X 3) OF 51 . Structuur : 1 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 6 . Status constructus : אֵיל (´e(j)l) . Zie : Jouön 1965 , 88Cf : ajin '' jod . Oorspronkelijk is het zelfst. naamw. een qatl-vorm , d.w.z. een zelfst. naamw. met een oorspronkelijke a klinker : עַין= ´ajn . Er is de medeklinker jod . De medeklinker jod heeft de hulpklinker i aangebracht ; alzo stat. absol. עַיִן= ´ajin , stat. construct. עֵין= ´e(j)n .
- ´îl .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . We vinden -el vaak in het tweede deel van eigennamen : Joël , Gabriël enz...


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.3

4. ´el .

+ sjin

שׁ

שִׁ

שֵׁ

 

sj

sji

sje

- שׁ wordt vooral in het nabijbelse Hebreeuws gebruikt als prefix met de functie van het betrekkelijk voornaamwoord die /dat .

- שִׂין OF שִׁין = s of sj . Er is de שׁ = sjîn (sjin) de שׂ = sîn (sin) = sj OF s . Het is de 21ste letter van het Hebreeuwse alfabet . Hij heeft 21 als rangtelwoord en 300 als hoofdtelwoord . De getalswaarde is : sjin = 21 of 300 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal 45 (3² X 5) OF 360 (2³ X 3² X 5) . Structuur : 3 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Het is één van de 5 s-klanken (sibilant of sifflant) .
- שֵׁן= sjen (tand, spits) . Taalgebruik in Tenakh : sjen (tand, spits) . Getalswaarde) : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 ; 35 (5 X 7) of 350 (2 X 5² X 7) . Structuur : 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Jouön 1965 , 88Bb : een zelfst. naamw. met een oorspronkelijke korte i die normaal een e wordt : qil-vorm . Uit שִׁן = sjin ontstaat שֵׁן = sjen .

1. Oefening van î , i en e met sjin . sjî , sji , sjee , sjee , sji .
2. Oefening van i en e met lamèd . li , li , lee , lee , li .
3. Oefening van e , î en i met aleph of sjin . ´e , ´e , ´î , ´î , sji .
4. Oefening van î met aleph en sjin .
- אִישׁ = ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) . Getalswaarde : aleph = 1, jod = 10, sjin = 21 of 300 ; totaal : 32 (2² X 2³) of 311 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (1023) . In Gn 3,23 is er een woordspel tussen אִישׁ = ´îsj (man, ieder) en אִשָּׁה = ´isjsjâh (vrouw) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.4

+ qâmèts , + beth (bh)

ָ

ָא

ב

 

â

´â

bh = v

- בֵּית = ב (beth) : bh (zonder punt in de ב) en בּ (met punt in de ב) . Het is de 2de letter van het Hebreeuwse alfabet en heeft 2 als rang- en hoofdtelwoord . De b is een labiaal of lipletter . De lipletters kunnen onthouden worden met het mnemotechnisch woord bumaf . De b behoort tot de 6 letters (bëgadkëfat) die een dubbele uitspraak hebben : een harde en een gespirantiseerde .
- stat. constr. בֵּית = be(j)th van het zelfst. naamw. בַּיִּת = bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 412 (2² X 103) . Structuur : 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (911) .

- דָגֵשׁ = dâgesj (dagesj) . Het is een punt in de letter om een verscherping van de uitspraak of een verdubbeling van de medeklinker aan te duiden . We spreken van dagesj lene (zachte dagesj; דָגֵשׁ קַל = dâgesj qal (lichte , gemakkelijke dagesj) of dages forte (harde / sterke dagesj; דָגֵשׁ חָזָק = dâgesj châzâq) . Als dages lene komt het teken alleen voor in de medeklinkers , waarbij een mnemotechnisch middel wordt gebruikt : bëgadkëfath .

1. Oefening van ä met aleph of beth . ´â , ´â , vâ , vâ , vâ .
- bhâ kan een prefix zijn , bestaande uit het voorzetsel bë + het bepaald lidw. ha .
2. Oefening van â , i , î , e met sjin en lamèd . sjâ , sji , sje , lî , lâ .
3. Vier woorden die eindigen op een zachte b (v) . sjev , lev , sjâv , ´âv .

  1. act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. שִׁב = sjeb (zit, blijf) van het werkw. יָשַׁב = jâsjabh (zitten, wonen, verblijven) . Taalgebruik in Tenakh : jâsjabh (wonen) . Getalswaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , beth = 2 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . - 2 . Tenakh (7) .

  2. לֵב = lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (188) . Qillvorm (zie Lettinga 12, 2012, 22Bd) .

  3. act. ind. perf. 3de pers. enk. שָׁב = sjabh (hij keerde terug) van het werkw. שׁוּב = sjûbh (terugkeren) . Taalgebruik in Tenakh : sjûbh (terugkeren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , waw = 6 , beth = 2 ; totaal : 29 of 308 (2² X 7 X 11) . Structuur : 3 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (38) . Zie het zelfst. naamw. תְשׁוּבָה = thesjûbhâh (terugkeer, antwoord, weerlegging) . Taalgebruik in Tenakh : thesjûbhâh (terugkeer, antwoord, weerlegging) .
    - Een zelfst. naamw. gevormd uit een afleiding van een werkw. en de letter thaw (Lettinga 12 , 2012 , 22Bi4) . Vertaling : be-ker-ing .
    Oorspronkelijk werd de bijbel zonder klinkers geschreven . Deze werden op basis van de mondelinge traditie toegevoegd door de Massoreten in de 9de eeuw na Christus . Zo moet de context uitmaken of we שִׁב = sjeb (zit, blijf) of שָׁב = sjabh (hij keerde terug) moeten lezen .

  4. אַב = ´abh (vader) . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Getalswaarde : alèph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 . Structuur : 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (30) . De Aramese vorm is אַבָּא = ´abbâ´ . Qalvorm (Lettinga 12, 2012, 22Bc2) .

4. ´âv .

+ bet (b) , + dâgesj

ב

בּ

בָּ

 

bh = v

b

- בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (171) . De eerste lettergreep van het perfectum van het werkwoord heeft meestal de qâmèts , b.v. קָטַל = qâtal (hij doodde) . Dit is ook meestal het geval met de werkwoorden met twee stamletters : בָּא = bâ´ (hij ging, hij kwam) , שָׁב = sjabh (hij keerde terug) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.5

1. bâ , bi , bî , be , be .
- bî < voorzetsel bë + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk.
2. vâ , vi , vî , ve , ve .
3. bâ , vâ , bî , vî , ve .
4. ´â , bâ , vâ , sjâ , lâ .

1. bâvâ , beve , bîvî .
2. sjevî , bâlâ , ´âvî .

  1. sjevî , zie : act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. שְׁבִי = sjëbhi (zit, blijf) van het werkw. יָשַׁב = jâsjabh (zitten, wonen, verblijven) . Taalgebruik in Tenakh : jâsjabh (wonen) . Getalswaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , beth = 2 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . - 2 . Tenakh (10) . act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. van het werkw. שׁוּב = sjûbh (terugkeren) is שׁוּבִי (keer terug) , zie b.v. Gn 16,9 : De engel van de heer zei tegen haar: ‘Ga naar uw meesteres terug en dien haar.’

  2. bâlâ . Op het einde van een woord wordt de lange a meestal vergezeld van ה = h .

  3. אָבִי = ´âbhî (mijn vader) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. . Zie het zelfst. naamw. אַב = ´abh (vader) . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Getalswaarde : alèph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 . Structuur : 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (125) .

3. ´elî , bâ´â , sjîvâ .

  1. אֵלִי = 'elî (mijn God) < het zelfst. naamw . ´el + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (11) .

  2. בָּאָה = act. qal perf. 3de pers. vr. enk. bâ´âh (zij kwam / ging) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (31) .

4. bâ´ .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.6

+ patach

ַ

אַ

בַּ

 

a

´a

ba

ַ een horizontaal streepje onder de regel is de פַתַח = patach en duidt de korte a-klank aan .
- Het werkw. פָתַח = pâthach (openen) . Taalgebruik in Tenach : pâthach (openen) . Getalswaarde : pe = 17 of 80 , thaw = 22 of 400 , chet = 8 ; totaal : 47 OF 488 (8 X 61) . Structuur : 8 - 4 - 8 . De som van de elementen is telkens 2 .

1. ´a , ba , va , sja , la .
2. ´a ,´â , ´i , ´î , ´e .
3. la , lâ , li , lî , le .
4. sja , sjâ , sji , sjî , sje .

1. ba , bâ , bi , bî , be .
- בּי = bî (in / tegen mij) < bë + persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . בּ = bë (in, met) . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Tenakh (10) .
2. va , vâ , vi , vî , ve .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.7

3. ´el (God) , ´îsj (man) , ´âv (vader) , bâ´ (gaan, komen) .
4. ´abbâ bâ (vader kwam, vader ging) .
- De dages forte staat in alle medeklinkers (behalve in de laryngalen - aleph , he , chet en ajin - en de resj) , maar steeds tussen 2 klinkers , waarvan de eerste kort is . De dages forte wijst op echte verdubbeling . Staat de dagesj forte in één van de medeklinkers van bëgadkëfath , dan veroorzaakt zij de harde uitspraak ervan en de verdubbeling van de medeklinker : אַבָּא = ´abbâ´ (vader) .

+ sëgôl , + sâmèkh

ֶ

אֶ

ס

 

è

´è

s

- טְגוֹל = sëgôl geeft de klinker è weer .
- טָגוֹל = sâgôl (paars) .

- ס = סָמֶךְ = sâmèkh . Hij is de 15de medeklinker in het Hebreeuwse alfabet en heeft als getalswaarde 15 of 60 .
- סָמִיךְ = sâmîkh (dik van vloeistof of dicht op elkaar) .

1. ´è , sè , sjè , bè , vè .
2. si , sa , sî , se , sè .
3. sâ , bâ , sè , be , lè .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.8

4. ´èl (naar) , sjèl (van b.v. mij) , sal (mand) , sabh (grootvader, oude man) .
- ´èl : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) .
- שֶׁל = sjèl (van) , het bezit aanduidend . שֶׁלִּי = sjèllî (van mij) .
- סַל = sal (mand, korf) . Taalgebruik in Tenakh : sal (mand, korf) . Getalswaarde : samèkh = 15 of 60 , lamèd = 12 of 30 ; totaal : 27 (3³) of 90 (2 X 3³ X 5) . Structuur : 6 - 3 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (3) .
- סָב = sâbh (oude man) . סַבָּא = sabbâ´ (grootvader) .

1. sjèl (van) , sjèllî (van mij) , sjal (mand) , lassal < prefix lë + bepaald lidwoord ha + zelfst. naamw. ; er heeft een verdubbeling van de samèkh plaats) , sallî (mijn korf) .
2. sâv (ouderling) , lassav (aan de ouderling) , lasj (hij kneedde) , sjèllâsj (hij die kneedde) , sâv (ouderling) .
- act. qal ind. perf. 3de pers. mann. enk. לָשׁ = lâsj (hij kneedde) van het werkw. לושׁ = l-w-sj (kneden, mengen) .
3. lev (hart) , lallev (voor mijn hart) , libbî (mijn hart) , sjèllibbî (van mijn hart) .

+ chôlèm , + waw

וֹ

ׁ

אוֹ

אֹ

 

ô

o

´ô

´o

- ֹחוֹלֶם = chôlèm . De choleem duidt de o-klank aan ; zonder leesmoeder is het de korte o , met leesmoeder waw (וֹ = ô) de lange o .
- ו = וָו = wâw (waw) (haak) . Getalswaarde : 12 . Het is de 6de letter van het Hebreeuwse alfabet en heeft als rang- en hoofdtelwoord de getalswaarde 6 . De waw is een voegwoord verbonden aan het volgende woord woord (en) .
- אוֹ = ´ô (oh) . Voegwoord : of , echter , wanneer , dan , maar . Getalswaarde : aleph = 1 , waw = 6 ; totaal : 7 . Tenakh (218) .

1. bô (in hem) , vô , sjô , sô , ´ô (of) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.9

2. bo , vo , sjo (bij de sjin komt de korte o aan de linkerkant te staan) , so , lo .
3. lô (aan hem) , lè , be , vâ , sja .
- וֹ = ô is vaak het suffix persoonlijk voornaamwoord 3de persoon mannelijk enkelvoud . לוֹ = lô (aan hem) .
4. ´a , ´è , ´ô , ´î , ´e .
5. lô (aan hem) , vè , sô , sjè , lô .
- לֹא = lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) . De getalswaarde van לֹא = lo´ is de helft van de getalswaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) .

1. lô (voor hem) , lo´ (niet) , sjèllô (van hem) , sjèllo´ (die niet) , sal (mand) .
2. sallî (mijn mand) , sallô (zijn mand) , lassal (voor de mand) , sâv (ouderling) , sjavî (mijn ouderling / grootvader) .
3. savô (zijn ouderling , zijn grootvader) , lassâv (aan de ouderling / grootvader) , sjâv (hij keerde terug) , sjèbbî (die in mij) , sjèbbô (die in hem) .
4. sjèllô (van hem) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.10

+ he

ה הוֹ הֹ

 

h

ho

De letter he is een belangrijke letter :
- als bepaald lidwoord bij een naamwoord .
- in naamsveranderanderingen : zie b.v. אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . Zie אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . שָׂרָה = shârâh (Sara) . Taalgebruik in Tenakh : shârâh (Sara) .
- in de hifilvorm van een werkwoord om het veroorzaken weer te geven (leren - doen leren) .
- Bij de h wordt de lucht uitgeblazen . In de spraakkunst speelt de he een belangrijke rol . He is prefix bij zelfstandige naamwoorden als bepaald lidwoord onder de vorm van : הַ (ha) , הָ (hâ) , הֶ (hè) .

- הַ = ha . הָ (hâ) , הֶ = hè .
- הֲ = hä . הַ = ha . הֶ = hè . Als prefix bij het begin van een zin om een vraag aan te duiden .
- הֵא = he´ (he) (zie) . Tussenwerpsel . De he is de 5de letter van het Hebreeuwse alfabet .
- הוֹ = hô (oh) . Tussenwerpsel .

1. hâ , ha , hô , ho , hè .
2. hî , sjâ , sa , lè , bhô (vô) .
3. ´ô , hô , bhi (vi) , bî , lô .
4. ´ô , he , hebh (hev) , ´ôhebh (ohev) .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. הֵב = hebh (hev) (geef, stel aan) van het werkw. יָהַב = jâhabh (jâhav) (geven, aanstellen) .
5. lâ , ha , hebh (hev)
- act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. אוֹהֵב = ´ôhebh (ohev) (beminnende, minnaar, vriend) van het werkw. אָהַב = ´âhabh (beminnen, liefhebben) .
- לָהַב = lâhâbh (lâhav) (branden, ontvlammen) .
6. sal , hassal , ´îsj , hä´îsj .

- ´isjsjâh (vrouw) , sjèllâh (van haar) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.11

+ mem

מ

מִי

מוֹ

 

m

- מֵים (mem) .
- מֵי = me(j) (me) OF מֵימֵי (meme) stat. constr. mann. enk. van het zelfst. naamw מַיִם .
- מֵי = mî (mi) (wie?) . Vragend voornaamwoord .

1. mî , mô , me , mè , mâ .
2. me , me , mi , mô, mo .
3. hè , hâ , sè , sô , sjo .
4. hâmâh , sjammâh , bâmâh , bammèh .
- הָמָה = hâmâh (bruisen, brommen , klagen , woelen) . Werkwoord act. qal perf. 3de pers. mann. enk. . Werkw. ה '' ל (י ו '' ל) = werkw. l '' he (l '' jod / waw) . Lattinga 12 , 2012 , 58 ; paradigma 11) .
- act. qal part. mann. enk. הוּמֶה = hômèh (luiruchtig, woelig) . brûyant (broeierig) .
- בָּמָה = bâmâh (hoogte,burcht, grafheuvel, tempel) .
- שַׁמָּה = sjammâh (Sjamma) . Persoonsnaam . Gn 36,17 .
- בַּמֵּה = bammèh (waarmee?) < prefix voorzetsel bë + bepaald lidw. ha + vragend voornaamwoord mèh .
- אִמָּהּ = ´immâh (met haar) < voorzetsel ´im (met) + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. vr. enk.
- אַמָּה = ´ammâh (el, ellebooglengte) .
- אָמָה = ´âmâh (dienares, dienster) .
- אִמָּה = ´immâh (moeder) .
- אֻמָּה = ´ummâh (natie) .
5. meme , hômèh , ´immâh , ámmâh .
6. môsjel , hillel , mesjîbh , môsjîbh .
- מוֹשֵׁל = môsjel (dichter, heerser) van het werkw. מָשַּל (dichten, heersen) .
- הִלֵּל = hillel (loven, prijzen) . Zie hallelû JH .
- act. hifil part. mann. enk. מוֹשִׁיב = môsîbh (bezetter, bewoner) van het werkw. יָשַׁב = jâsjabh (zitten, wonen) .
- act. hifil part. mann. enk. מֵשִׁיב = mesjîbh (de terugkerende) van het werkw. שּוּב (terugkeren) .

1. leâh , ´âmâh , bîmah , habbîmâh .
- בּימָּה = bîmâh (voorstelling) .
2. millâh , hammillâh , mêbhî´ , hammebhï ´ .
- מִלָּה = millâh (woord) .
- act. hifil part. mann. enk. מֵבִיא = mabhî´ (hij doet komen, hij die doet gaan) van het werkw. בוא (gaan, komen) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.12

3. mo , sjèh , mosjèh , mo , sjel , mosjel .
4. mî .

+ samekh (samech)

מ

םִ

ס

 

m

eind-m

s

- סָמֶךְ = sâmèkh .
- סָמַך = sâmakh steunen, ondersteunen) .

1. mâsjâh , sjâmâh , sjem
- מָשָׁה = mâsjâh (uittrekken) .
- שֵׁם = sjem (naam) .
2. mas , sam , has , hem (zij) .
- מַס = mas (schatting, belasting) .
- סַם = sam (welriekend) .
- הַס = has (stilte!) .
4. bâmâh , sjâm (daar) , misjsjâm (vandaar) .
5. sallâh (haar mand) , sallâm (hun mand) , sabhâm (hun oude man) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.13

5. sjalôm

+ qibbûts

וֹ

וּ

ֻ

אוּ

 

ô

û

u

´û

- קִבּוּץ = qibûts (menigte, hoop) .
- ´immâ´ (moeder) , ´em (moeder) .

1. ´û , mû , hû , bû , lû .
2. sjû , sû , ´u , mu , bhu (vu) .
3. sjô , sô , lô , mô , bô .
4. mûs , sjûs , ´im , lûbh , mûsj .
- מוּם = mûm (gebrek défault; ziekte, infirmité) .
- שׁוּם = sjûm (evaluatie, taxatie) .
- act. qal imperat. 2de pers. enk. מוּשׁ = mûsj (voel, raak aan) van het werkw. מושׁ = mûsj (betasten , tâter; aanraken, toucher) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.14

5. bubbâh , ´ummâh , summâ´ , lûlabh (lûlâv) .
- בֻּבָּה = bubbâh (pop, poupée) .
- לוּלָב = lûlâbh (palmtak) .
6. sullâm , ´ûlâm , bûlîm , mûlâm .
- סֻלָּם = sullâm (ladder, toonladder, schaal) .
- אוּלָם = ´îlâm (zaal) .
- בּוּל = bûl (zegel b.v. van een postzegel) .

7. ûmî , ûmâh , mûs , ûmûs , sjûbh (sjûv) .

+ ajin

א

ע

עוֹ

 

´

`

- עַיִן = `ajin (oog, bron) . Stat. constr. עֵין = ´e(j)n . Het is de 16ste letter van het Hebreeuwse alfabet . De getalswaarde is 16 of 70 . Het woord begint met een larynchaal / gutturaal . Jouön 1965 , 88Cf : ajin '' jod . Oorspronkelijk is het zelfst. naamw. een qatl-vorm , d.w.z. een zelfst. naamw. met een oorspronkelijke a klinker : עַין= ´ajn . Er is de medeklinker jod . De medeklinker jod heeft de hulpklinker i aangebracht ; alzo stat. absol. עַיִן= ´ajin , stat. construct. עֵין= ´e(j)n .

1. `â , `ô , î , `e(j) , `û .
2. `a , `è , `i , `e , `u .
3. ´â´â , `â`â , bâbâ , bhâbhâ (vâvâ) , hâhâ .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.15

4. lâlâ , mâmâ , sâsâ , sjâsjâ , `â`â .
5. ´a´a , `a`a , babba , bhabha (vava) , haha .
6. lala , mama , sasa , sjasja , `a`a .

1. ´è´è , `è`è , bèbè , bhèbhè (vèvè) , hèhè .
2. lèlè , mèmè , sèsè , sjèsjè , `è`è .
3. ´i´î , `i`î , bibbî , bhîbhî (vîvî) , hihî .
4. lillî , mimmî , sissî , sjisjsjî , `i´î .
5. ´eé , `e `e , bebe , bhebhe (veve) , hehe .
6. lele , meme , sese , sjesje , `e `e .
7. `u`û , `u`û , bubbû , bhubhû (vuvû) , huhû .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.16

8. lulû , mumû , susû , sjusjû , `u`û .
9. ó´ô , `o`ô , bobbô , bhobhô (vovô) , hohô .
10. lolô , momô , sosô , sjosjô , `o`ô .

+ beth , + kaph

בּ

כּ

כּוֹ

 

b

k

1. bikkî , bukkû , bakka , bèkkè .
2. bâkâ , beke , bokkô , bukkû .
3. bâbhâ (bâvâ) , kâbhû (kâvû) , `akkô (de stad Akko) , `âbhèh (`âvèh) (dik, dicht) .
4. kol (ieder, elk, al) , kullô (hij in het geheel) , kullâm (hen in het geheel, allemaal, iedereen) , kelîm (mann. mv. , vaat < këlî , vat, vaatwerk) .
5. bubbâh (pop) , sukkâh (loofhut) , bassukkâh (in de loofhut) , sjâ`âh (uur, tijd) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.17

1. `ullî (mijn juk < `ol of `ôl = juk) , `ullah (haar juk) , `ullâm (hun juk) , `ullô (zijn juk) .
2. act. hifil jiqtol 1ste pers.enk. אַכֶּה = ´akkèh (dat ik dode) van het werkw. נָכַה = nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) . Taalgebruik in Tenakh : nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) .
- act. hifil part. mann. enk. מַכֶּה = makkèh (slaande) . - pass. hofal part. mann. enk. מֻכֶּה = mukkèh (gedode, vermoorde) . - ´ukkol (wordende verteerd) : pass. pual part. mann. enk. (part. zonder mem) .
3. act. qal perf. 3de pers. mann. mv. כָּלוּ = kâlû (zij vergingen) van het werkw. כָּלָה = kâlâh (voltooien, eindigen) . Taalgebruik in Tenakh : kâlâh (voltooien, eindigen) , lûlâbh (palmtak) , kallûlâbh (als de palmtak) , kâ´esj (als het vuur) .
- kôs `al kisse´ (een beker op een stoel) , kôs (beker) , kisse´ (stoel) .

+ sjin

בְּ

כְּ

שְׁ

 

sjë

- act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. këlî van het werkw. כָּלָה = kâlâh (voltooien, eindigen) . Taalgebruik in Tenakh : kâlâh (voltooien, eindigen) , act. hifil imperat. 2de pers. vr. enk. בְּלִי = bëlî (word oud) van het werkw. בָּלָה = bâlâh (ver-slijten, oud worden) . Taalgebruik in Tenakh : bâlâh (ver-slijten, oud worden) , këmô (zoals hem) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.18

2. sjëmî (mijn naam) , act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. שְׁבִי = sjëbhi (neem gevangen) van het werkw. שָׁבָה = sjâbâh (gevangen nemen, gevangen wegvoeren, verdrijven) . Taalgebruik in Tenakh : sjâbâh (gevangen nemen, gevangen wegvoeren, verdrijven) , act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. שְׁבוּ = sjëbhû (neemt gevangen) van het werkw. שָׁבָה = sjâbâh (gevangen nemen, gevangen wegvoeren, verdrijven) . Taalgebruik in Tenakh : sjâbâh (gevangen nemen, gevangen wegvoeren, verdrijven) .
3. lëmî (voor wie?) , lëmah (voor wat , waarvoor?) , mële´ zie : מָלֵא = mâle´ (vol) ; stat. constr. מְלֵא = mële´ (vol, rijk) . Taalgebruik in Tenakh : mâle´ (vol) , sëbhî (mijn grootvader) ,
4. sëlî (mijn mand) . act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. מְשִׁי = mesjî (trek uit) van het werkw. מָשָׁה = mâsjâh (uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjâh (uittrekken) , sëbhî (mijn grootvader) , sëlî (mijn mand) .
5. lë´âbhî (aan mijn vader) , kë´âbhî (als mijn vader) , kë`ammî (als mijn volk) , ûl`ammî ten tot mijn volk) .
6. bisallî (in mijn mand) , kësallî (als mijn mand) , lësâbhî (aan mijn grootvader) , ûlsîsî (en voor mijn zwaluw) .
- sjebh (zit) , sjëbhî (zit) .

כּ

כ

ךְ

 

k

kh

eind-k


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.19

1. kha , khû , khî , khe(j) , khô .
2. khè , khû , khi , khâ , kha .
3. kô , khô , kâ , khâ , kâkh .
4. bî , bhî , kî , khî , bhâkh .
5. be , ke , bhe , khe(j) , lekh (ga) .

1. bëkhî (ween ; act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. van het werkw. bâkâh : wenen) , bëkheh (ween) , lekhâ (voor jou) , lekh (ga) , hôlekh (hij ging) .
2. act. hifil imperat. 2de pers. mann. enk. הַךְ = hâkh (dood) van het werkw. נָכַה = nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) . Taalgebruik in Tenakh : nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) , häbhî (geef) , ûlekhâ ( en voor jou) , mâlâkh (hij was koning) .
3. bâkhâh (hij weende) , kâbhû (zij weenden) ,


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.20

act. hifil imperat. 2de pers. mann. enk. הַךְ = hâkh (dood) van het werkw. נָכַה = nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) . Taalgebruik in Tenakh : nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) .

י

יַ

יֶ

 

 

 

 

3. - act. hifil jiqtol (imperf.) 3de pers. mann. enk. jussief יַךְ = jakh (dat hij treffe) van het werkw. נָכַה = nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) . Taalgebruik in Tenakh : nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 5 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (2) : (1) 1 S 4,13 . (2) Hos 6,1 .

4. יוּסִי = iôsî (Jozef) .

5. - act. hifil jiqtol (imperf.) 3de pers. mann. enk. יוֹעִיל = jô`îl (hij zal baat hebben) van het werkw. יָעַל = jâ´al (baten, helpen, voordeel van iets hebben , iets bereiken) . Taalgebruik in Tenakh : jâ´al (baten, helpen, voordeel van iets hebben , iets bereiken) . Getalswaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 110 (2 X 5 X 11) . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (3) : (1) Jr 2,11 . (2) Spr 11,4 . (3) Job 15,3 .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.21

ד

דָ

דִי

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.22


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.23

ד

ר

רָ

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.24

תּ

תָּ

תֻּ

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.25

1. the , thâ , thu , thi , thô .
2. tha , thath , ´ath (persoonl. voornaamw. 2de pers. vr. enk. ; < ´anth) , sjath
3. tho´ar
- Nu 15,19 : תָּרִ֥ימוּ תְרוּמָ֖ה לַיהוָֽה (jullie zullen een heffing heffen) 5. act. hifil iqtol (imperf.) 2de pers. mann. enk. en 3de pers. vr. enk. תָּרִים = thârîm (jij /zij zal heffen) van het werkw. רוּם = rûm (zich verheffen, opstaan) . Taalgebruik in Tenakh : rûm (zich verheffen, opstaan) . Ps 89,18 : תָּרִים קַרְנֵֽנוּ׃ (jij zult mijn hoorn verheffen) .
- act. hifil jiqtol (imlperf.) 2de pers. mann. mv. תּרִימוּ = thârîmû (jullie zullen juichen) van het werkw. רוּע = rw` (luid schreeuwen, juichen) . Taalgebruik in Tenakh : rw` (luid schreeuwen, juichen) .

-

1. jal-dâh , mal-kâh , ûmal-kâh .
2. - act. ind. qap jiqtol (imperf.) 3de vpers. mann. enk. יִרְבֶּה = jirëbèh (hij zal talrijk worden) en act. hifil jiqtol (imperf.) 3de pers. mann. enk. יַרְבֶּה = jarëbèh (hij zal doen talrijk worden) van het werkw. erkw. רָבָה = râbâh (veel, talrijk worden of zijn, ver, groot, lang, machtig zijn, opgroeien) . Taalgebruik in Tenakh : râbâh (veel, talrijk worden of zijn, ver, groot, lang, machtig zijn, opgroeien) .
- act. ind. qal yiqtol (imperfect.) 3de pers. mann. mv. יִרְבּוּ = jirëbû (zij worden talrijk) van het werkw. רָבָה = râbâh (veel, talrijk worden of zijn, ver, groot, lang, machtig zijn, opgroeien) . Taalgebruik in Tenakh : râbâh (veel, talrijk worden of zijn, ver, groot, lang, machtig zijn, opgroeien) .
- act. hifil jiqtol (imperf.) 3de pers. mann. mv. = jarëbû (zij zullen hen talrijk doen worden) van het werkw. רָבָה = râbâh (veel, talrijk worden of zijn, ver, groot, lang, machtig zijn, opgroeien) . Taalgebruik in Tenakh : râbâh (veel, talrijk worden of zijn, ver, groot, lang, machtig zijn, opgroeien) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.26

3. Werkwoorden , eindigend op h ; act. ind. qal imperf. .
- jisjthû - act. qal ind. jiqtol (imperfectum) 3de pers. mann. mv. יִשְׁתּוּ = jisjëthû (zij zullen drinken) van het werkw. שָׁתָה = sjâthâh (drinken) . Taalgebruik in Tenakh : sjâthâh (drinken) .
- thisjtû - act. ind. qal jiqtol (imperfectum) 2de pers. mann. mv. תִּשְׁתוּ = thisjëthû (jullie zullen drinken) van het werkw. שָׁתָה = sjâthâh (drinken) . Taalgebruik in Tenakh : sjâthâh (drinken) .
- jirdû - act. ind. qal jiqtol (imperfectum) 3de pers. mann. mv. יִרְדּוּ = jirëdû (zij heersen) van het werkw. רָדָה = râdâh (vertreden , innemen, heersen) . Taalgebruik in Tenakh : râdâh (vertreden , innemen, heersen) .
- thibhkèh - act. ind. qal jiqtol (imperf.) 2de pers. mann. enk. en 3de pers. vr. enk. תִּבְכֶּה = thibhëkèh (jij weent / zij weent) van het werkw. בָכָה = bâkhâh (weeklagen, wenen) .
4. Zelfst. naamw. vanuit een qatl -> qètèl - vorm .
- malkî (mijn koning < zelfst. naamw. mèlèkh + suffix persoonlijk voornaamw. 1ste pers. mann. enk. .
- ûmalkâh (en koningin) < prefix verbindingswoord wë + vrouwelijke vorm van mèlèkh (koning) nl. malëkâh (koningin) .
- rikhbô (zijn strijdwagen) < zelfst. naamw. rèkèbh (wagen, strijdwagen) + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. .
- `abhdî (mijn dienaar) < zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, slaaf) + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. .
5. jaldî (mijn kind) < zelfst. naamw. jèlèd (kind) + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. .
- dalthî (mijn deur) < zelfst. naamw. dèlèth (deur) + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. .
- darkâm (hun weg) < zelfst. naamw. dèrekh (weg) + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mv. .
- מִכְתַּב / מִבְתָּב = mikhëthabh of mikhëthâbh (geschrift, gedicht, lied , brief) . Taalgebruik in Tenakh : mikhëthabh (geschrift) .
6. - ´èsjkol (ik ben kinderloos) - act. ind. qal jiqtol (imperf.) 1ste pers. enk. van het werkw. שָׁכַל = sjâkhal (kinderloos worden, van kinderen beroofd worden) . Taalgebruik in Tenakh : sjâkhal (kinderloos worden, van kinderen beroofd worden) .
- Verschillende vormen van het werkw. kâthabh (schrijven) .
- jikhtobh (hij schrijft) - act. ind. qal jiqtol (imperf.) 3de pers. mann. enk. van het werkw. כָּתַב= kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) .
- thikhtobh (jij schrijft / zij schrijft) - act. ind. qal jiqtol (imperf.) 2de pers. mann. enk. en 3de pers. vr. enk. van het werkw. כָּתַב= kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven)
- likhthobh (om te schrijven) - act. qal inf. van het werkw. כָּתַב= kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) .

כּ

ק

קוּ

 

k

q

1. qâ , qô , qû , qe , qè .
2. kâ , kô , kû , ke , kè .
3. khâ , khô , khû , khe , khè .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.27

4. - רַק = raq (dun, mager; bijw. : slechts, alleen, maar) . Taalgebruik in Tenakh : raq (dun, mager; bijw. : slechts, alleen, maar) .
- דַק = daq (dun, mager, fijn, zacht). Taalgebruik in Tenakh : daq (dun, mager, fijn, zacht) .
- קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .
- קַל = qal (vlug, snel, licht) . Taalgebruik in Tenakh : qal (vlug, snel, licht) .
5. act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. קְרָא = qërâ´ (roep) van het werkw. קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . -
- act. imperat. 2de pers. mann. enk. קְשֵׁה = qësjeh (wees heftig) van het werkw. קָשָׁה = qâsjâh (heftig, zwaar, moeilijk zijn) . Taalgebruik in Tenakh : qâsjâh (heftig, zwaar, moeilijk zijn) .
- act. imperat. 2de pers. vr. enk. qërî (ontmoet) van het werkw. קָרָה = qârâh (ontmoeten, treffen, overkomen) . Taalgebruik in Tenakh : qârâh (ontmoeten, treffen, overkomen) .

1. קוּם = qûm (opstaan) . (1) act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. (sta op) (2) act. qal inf. constr. (3) passief qal part. Taalgebruik in Tenakh : qûm (opstaan) .
- qûmî (sta op) - act. qal imperat. 2de pers. vr. enk.

+ noen

נ

ן

נוּ

 

n

(eind)n

1. nâ , na , ne(j) , nè , nû .
2. nu , nî , nô , nôj , nî .
3. נִר = ner (licht, lamp) . Taalgebruik in Tenakh : ner (licht, lamp) . אֲבִינֵ֔ר בֶּן־נֵ֖ר = ´äbhîner , bèn ner (Abiner , zoon van Ner) . Tenakh (1) : 1 S 14,50 .
- act. qal ind. jiqtol (imperf.) 3de pers. mann. enk. רָן = rân (hij juichte) van het werkw. רוּן= rûn (bewusteloos zijn door wijn, juichen) . Taalgebruik in Tenakh : rûn (bewusteloos zijn door wijn, juichen) .
- act. ind. qal (perfectum) 3de pers. mann. enk. נָם= nâm (hij sluimerde) van het werkw. נוּם= nûm (sluimeren) . Taalgebruik in Tenakh : nûm (sluimeren) .
- ûmân (en manna) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.28

4. qen (nest) , - כֵן = khen (zo) . Taalgebruik in Tenakh : khen (zo) , דִּין / דוּן= dîn / dûn (rechten, recht spreken , heersen) . Taalgebruik in Tenakh : dîn / dûn (rechten, recht spreken , heersen) , ned (muur) .
5. - act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. then (geef) van het werkw. nâthan (geven) , act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. thënî (geef) ,
- act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. en act. qal inf. stat. construct. נוּס = nûs (vluchten, wegsnellen) . Taalgebruik in Tenakh : nûs (vluchten, wegsnellen) .
- jajin (wijn)

1. dînâh (Dina) , qânâ (scheppen, grondvesten, verwerven) , rinnâh (luide roep, gejuich, gezang) , jônâh (Jona) .
2.

5. ner (licht, lamp) , mënorâh (zevenarmige kandelaar) .

- ´ änî (ik) ´aththâh (jij) .


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- blz.29

1. ´änî (ik) , ´äsjèr (die) , ´äbhâl (maar, slechts, inderdaad) , `äbhod (daad, handeling) .
2. ka´äsjèr (zoals) , me´äsjèr (van wie) , la`äbhod (voor de handeling) .
3.

ס

ת

תּ

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.30

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.31

פּ

פָּ

פַּ

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.32


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.33

פּ

פ

ף

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.34

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.35

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.36

כ

ח

ה

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.37

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.38

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.39

נ

ג

ג

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.40

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.41

ס

ז

ת

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.42

ז

ו

ב

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.43

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.44

תּ

ט

מ

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.45

שׁ

שׂ

ס

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -



- blz.46

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.47

ז

צ

ץ

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.48

ֵ צֵירֶה

ָ קָמַץ

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.49

 

 

 

 

 

 

 


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- blz.50

1. zelfst. naamw. mann. meerv. en suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk.
צִיצ = tsîts (bloesem, bloem) . Taalgebruik in Tenakh : tsîts (bloesem, bloem) . Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijke lange klinker : qîl-vorm (Lettinga 24c2) . De î (lange i) blijft onderanderlijk ; mann. mv. צִיצִים = tsîtsîm (bloemen) ; mann. mv. stat. construct. צִיצֵי = tsîtse(j) (bloemen van) ; zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezittelijk voornaamw. 3de pers. mann. enk. צִיצָיו = tsîtsâ(j)w (zijn bloemen) .
- שֵׁבֶט = sjebhèt (staf, stok, roede, herdersstaf, scepter) . Taalgebruik in Tenakh : sjebhèt (staf, stok, roede, herdersstaf, scepter) . Dit zelfst. naamw. behoort tot de 6de klasse zelfst. naamw. . Ze worden nomina segolata genoemd of m.a.w. zelfst. naamw. van het type qatl , qitl , qutl . Deze zelfst. naamw. eindigden oorspronkelijkk op 2 medeklinkers . De stamklinker i met klemtoon is e of è geworden (Lettinga 13m) , vandaar sebt . Tussen de 2 medeklinkers kwam een klinker tot ontwikkeling . Die klinker die geen klemtoon heeft , is meestal een segol . Uit sjebt is sjebhèt voortgekomen . Het meerv. was oorspronkelijk qitlîm . Tussen de 2de en de 3de stammedeklinker werd dan een korte a ingeschoven : qitalîm . Vervolgens werd het verbogen volgens de zelfst. naamw. van de 4de klasse (met 2 veranderlijke klinkers) , waardoor we = qëtâlîm kregen : zo : mann. mv. שְׁבָטִים = sjebhâtîm (stokken) , stat. constr. mann. mv. שִׁבְטֵי = sjjibh¨te(j) (uitspraak sjivte) (stokken van) (Lettinga 31 d en f) . zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezittelijk voornaamw. 3de pers. mann. enk. שְׁבָטָיו = sjëbhâtâ(j)w (uitspraak : sjëvâtâw) (zijn stokken) .
- בֵּן/ בִּן / בֶּן= ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is 7 . Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga 13m) , bin werd ben . In gesloten lettergrepen zonder klemtoon is de uit de i ontstane e è geworden (Lettinga 13n) , vandaar bèn . Volgens Joüon is het onregelmatige mv. moeilijk verklaarbaar ((Joüon 98 c) . mann. mv. בָּנִים = bânîm (zonen) . mann. mv stat construct. בְּנֵי = bëne(j) (zonen van) . Onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de i of de daaruit ontstane e in open lettergreep deels vervluchtigd tot een sewa (Lettinga 13 o) . zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezittelijk voornaamw. 3de pers. mann. enk. בָּנָיו = bânâ(j)w (zijn zonen) .
- זַיִת = zajith (olijfboom) . Taalgebruik in Tenakh : zajith (olijfboom) . Zelfst. naamw. met 3 medeklinkers . De middelste medekl. is een י = j . De middelste stamletter י = j kan met de klinker a samentrekken tot e . Het is dan een onveranderlijke klinker . Het is een zelfst. naamw. segolta van een zwakke stam : qatl-vormn (Lettinga 31 l en m) . stat. construct. mann. enk. זֵית = ze(j)th (olijfboom van) . mann. mv. זֵיתִים= ze(j)thîm (olijfbomen) . stat. construct. mann. mv. זֵיתֵי = ze(j)the(j) (olijfbomen van) . zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezitt. voornaamw. 3de pers. mann. enk. זֵיתָיו = ze(j)thâ(j)w (zijn olijfbomen) .

2. - 3. קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Zelfst. naamw. , bestaande uit 2 medeklinkers en een oorspronkelijke lange klinker : qâl-vorm . De lange a is in een lettergreep met een klemtoon in een ô overgegaan (Lettinga 13b) . Een zelfst. naamw van de 1ste klasse met een onveranderlijke klinker (Lettinga 26) .

- vr. mv. van het zelfst. naamw. קוֹל = qôl en suffix bezittel. voornaamw.

4. - 5. שַׂר = shar (vorst, prins) . Taalgebruik in Tenakh : shar (vorst) . Zelfst. naamw. met oorspronkelijk 3 medeklinkers , waarvan de 2de verdubbeld is en een korte klinker : qall-vorm (Joüon 88Bg) . De vrouwelijke vorm is שָׂרָה = shârâh (vortsin, princes) . De ר = r kan niet verdubbeld worden . Daardoor wordt het eerste lettergreep een open lettergreep en wordt de korte a voor de hoofdklemtoon â (Lettinga 13 i) . Het werd vervolgens een onveranderlijke klinker . vr. mv. שָׂרוֹת = shârôth (prinsessen, vorstinnen) .

- vr. mv. van het zelfst. naamw. שָׂרוֹת = shârôth (prinsessen, vorstinnen)en suffix bezittel. voornaamw.

6. - 7. צְדָקָה = tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Zelfst. naamw. met oorspronkelijk 3 stammedeklinkers en 2 korte klinkers : qatalat-vorm (Lettinga 24 e2) . a is in open lettergreep vóór de bijklemtoon meestal vervluchtigd tot een sjewa (Lettinga 13 j) . In open lettergrepen onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon wordt de korte a verlengd tot â (Lettinga 13 i) ; zo komt uit tsadaqat tsëdâqâh . vr. mv. צִדְקוֹת = tsidqôth (rechtvaardigheden) . a is in gesloten lettergrepen zonder klemtoon dikwijls i geworden (Lettinga 13 g) .

tsidqôtha(j)w (zijn rechtvaardigheden) , tsidqôtha(j)w (zijn rechtvaardigheden) .
7. tsidqôthè(j)khâ (jouw rechtvaardigheden) , tsidqôthe(j)hèm (hun rechtvaardigheden) , tsidqôthe(j)hèn (hun rechtvaardigheden) .
8. ??? chäsâdîm (gunsten) , chäsâdè(j)khâ (jouw gunsten) , chasâdajikh (jouw gunsten) , häsâdâ(j)w (zijn gunsten) . ???


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -



- blz.51

9. hase(j) (gunsten van) , hasde(j)hèm (hun gunsten) , wëhasde(j)hèm (en hun gunsten) .
10. mitsrî (Egyptenaar) , mitsrajim (Egypte) , bëmitsrajim (in Egypte) , ûbëmitsrajim (en in Egypte) .

1. siphrî (mijn boek) , siphrëkhâ (jouw boek) , siphrëkhèm (jullie boek) , lësphrëkhèm (voor jullie boek) .
2. jaldî (mijn kind) , jaldëkhâ (jouw kind) , jaldëkhèm (jullie kind) , lëjaldëkhèm (voor jullie kind) .
3. ûbhigdëkhâ (en jouw kledingstuk) , bëbhigdëkhâ (met jouw kledingstuk) , bëbhigdëkhèm (met jullie kledingstuk) .
4. karmëkhâ (jouw wijngaard) , ûbhëkarmëkhâ (en in jouw wijnaard) , karmëkhèm (jullie wijngaard) , lëkarmëkhèm (voor jullie wijngaard) .
5. lèkhthëkhâ (jouw gaan, lèkhèth -> hâlâkh : gaan) , bëlèkhthëkhâ (in jouw gaan) , lèkhthëkhèm (jullie gaan / gangen) , ûbhëlèkhthëkhèm (en met jullie gaan / gangen) .
6. sjibhtëkhèm (jullie stok) , lësjibhtëkhèm (voor jullie staf) , ûlsjibhtëkhèm (en voor jullie staf) .
7. qètsèph (toorn, gramschap) . qitpëkhâ (jouw gramschap) , wëqitspëkhâ (en jouw gramschap) , qitspëkhèm (jullie gramschap) , ûbëqitspëkhèm (en in jullie gramschap) .
8. kèsèph (zilver, geld) . kaspëkhâ (jouw geld) , wëkaspëkhâ (en jouw geld) , kaspëkhèm (jullie geld) , ûbhëkaspëkhèm (en met jullie geld) .
9. gädalta (je groeide) , higdalthâ (je deed groeien) , higdalthèm (jullie deden groeien) , wëhigdalthèm (en jullie deden groeien) .
10. n,iphrad (hij werd gescheiden) , niphradthâ (jij werd gescheiden) , niphradthèm (jullie werden gescheiden) , wëniphradthèm (en jullie werden gescheiden) .



- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- A

- אָלֶף = א = ´ = ´âleph (aleph) . Getalswaarde : 1 .

  1. אַב = ´abh (vader) . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Getalswaarde : alèph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 . Structuur : 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (30) . De Aramese vorm is אַבָּא = ´abbâ´ .
    1. אָבִי = ´âbhî (mijn vader) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. . Zie het zelfst. naamw. אַב = ´abh (vader) . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Getalswaarde : alèph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 . Structuur : 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (125) .
  2. אִי = ´î (ie) kan verschillende betekenissen hebben :
    1. vragend woord : waar ?
    2. zelfstandig naamw. : eiland . Taalgebruik in Tenach : ´î (eiland) .
    3. zelfst. naamw. : een diersoort b.v. nachtuil .
    4. tussenwerpsel : de uitroep wee .
    5. bijwoord : niet .
  3. אַיִל = ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Taalgebruik in Tenakh : ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Getalswaarde : aleph = 1 , jod = 10 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 24 (2³ X 3) OF 51 . Structuur : 1 - 1 - 4 . Status constructus : אֵיל (´e(j)l) .
  4. אִישׁ = ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) . Getalswaarde : aleph = 1, jod = 10, sjin = 21 of 300 ; totaal : 32 (2² X 2³) of 311 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (1023) .
  5. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 .
    1. אֵלִי = 'elî (mijn God) < het zelfst. naamw . ´el + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (11) .
  6. אַלֶף = ´alèph (aleph) . Taalgebruik in Tenakh : ´aleph (aleph) . Getalswaarde : aleph = 1 , lamed = 12 of 30 , pe = 17 of 80 ; totaal : 30 of 111 . Structuur : 1 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . De schrijfwijze van aleph is een schuine waw (getalswaarde 6) met rechtsboven en linksonder een jod (2 X 10) , dus getalswaarde 26 , dezelfde getalswaarde als die van JHWH . Zo is er een verband tussen de getallen 111 (de getalswaarde van aleph) en 26 (de schrijfwijze van aleph) . De zegen van Isaak aan Jakob (Gn 27,28 en Gn 27,29) bevat 26 woorden (de getalswaarde van JHWH) en 111 letters (de getalswaarde van aleph) .
    De aleph is de eerste letter van het alfabet en heeft dezelfde getalswaarde als JHWH . De absoluut eerste is JHWH . Hij staat aan het begin van de schepping . Na JHWH komt de schepping . Het scheppingsverhaal begint met een beth , de tweede letter van het alfabet . In het Griekse alfabet geeft de α = alfa de klinker a weer .

- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- B

- בֵּית = ב (beth) : bh (zonder punt in de ב) en בּ (met punt in de ב) . Getalswaarde : 2 .

  1. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (171) .
    1. בָּאָה = act. qal perf. 3de pers. vr. enk. bâ´âh (zij kwam / ging) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (31) .
  2. בּי = bî (in / tegen mij) < bë + persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . בּ = bë (in, met) . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . . Tenakh (10) .
  3. stat. constr. בֵּית = be(j)th van het zelfst. naamw. בַּיִּת = bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 412 (2² X 103) . Structuur : 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (911) .

- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- C

- chet

  1. חָרַק = châraq (knarsen, piepen) . Taalgebruik in Tenakh : châraq (knarsen, piepen) . Fr. grincer .
  2. חִירֶק = chîrèq (chireq) .

- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- D - E - F - G - H


- I

- יוֹד = י (jôd) . Getalswaarde : 10 .

  1. werkwoorden , beginnend met י = j : -- jâsjabh (wonen) --
  2. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. . .
    1. אָבִי = ´âbhî (mijn vader) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. . Zie het zelfst. naamw. אַב = ´abh (vader) . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Getalswaarde : alèph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 . Structuur : 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (125) .
    2. אֵלִי = 'elî (mijn God) < het zelfst. naamw . ´el + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (11) .
    3. בּי = bî (in / tegen mij) < bë + persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . בּ = bë (in, met) . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . . Tenakh (10) .
    4. לִי = lî (voor mij) , prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. enk. . Taalgebruik in Tenakh : lî (voor mij) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , jod = 10 ; totaal : 22 (2 X 11) of 40 (2³ X 5) . Structuur : 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (681) .
  3. יָד = jâd (hand) . Taalgebruik in Tenakh : jâd (hand) .
  4. De letter יוֹד = י (jôd) is de 10de letter van het Hebreeuwse affabet . Deze letter heeft getalswaarde 10 als rang- en hoofdtelwoord .
  5. יָשַׁב = jâsjabh (zitten, wonen, verblijven) . Taalgebruik in Tenakh : jâsjabh (wonen) .
    1. act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. שְׁבִי = sjëbhi (zit, blijf) van het werkw. יָשַׁב = jâsjabh (zitten, wonen, verblijven) . Taalgebruik in Tenakh : jâsjabh (wonen) .
  6. -

- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


 

- J - K - L

- לָמֶד = ל (lâmèd) . Getalswaarde : 12 of 30 .

  1. שֶׁל = sjèl (van) , het bezit aanduidend .
  2. לִי = lî (voor mij) , prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. enk. . Taalgebruik in Tenakh : lî (voor mij) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , jod = 10 ; totaal : 22 (2 X 11) of 40 (2³ X 5) . Structuur : 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (681) .
  3. לָמַד = lâmad (leren, onderrichten) . Taalgebruik in Tenakh : lâmad (leren, onderrichten) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 ; mem = 13 of 40 , daleth = 4 ; totaal : 29 of 74 (2 X 37) . Structuur : 3 - 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 .

- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- M - N - O - P


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Q

קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Zelfst. naamw. , bestaande uit 2 medeklinkers en een oorspronkelijke lange klinker : qâl-vorm . De lange a is in een lettergreep met een klemtoon in een ô overgegaan (Lettinga 13b) . Een zelfst. naamw van de 1ste klasse met een onveranderlijke klinker (Lettinga 26) .
- vr. mv. van het zelfst. naamw. קוֹל = qôl (stem, roep) en suffix bezittel. voornaamw. :
- vr. mv. stat. absol. en stat. construct. קוֹלוֹת = qôlôth (stemmen) .
- zelfst. naamw. vr. mv. en suffix bezittel. voornaamw. 1ste pers. enk. קוֹלוֹתַי = qôlôthaj (mijn stemmen) .
- zelfst. naamw. vr. mv. en suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. קוֹלוֹתֶיךָ = qôlôthè(j)khâ (jouw stemmen) ,
- (3) zelfst. naamw. vr. mv. en suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. mv. קוֹלוֹתֵיכֶם= qôlôthe(j)khèm (jullie stemmen) .
- prefix voorzetsel lë en zelfst. naamw. vr. mv. en suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. mv. לְקוֹלוֹתֶיכֶם= lëqôlôthe(j)khèm (voor jullie stemmen)


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

- R - S

- samekh . Getalswaarde : 15 of 60 .

  1. סָב = sâbh (grootvader, oude man) .
  2. סַל = sal (mand, korf) . Taalgebruik in Tenakh : sal (mand, korf) .
  3. act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. שְׁבִי = sjëbhi (zit, blijf) van het werkw. יָשַׁב = jâsjabh (zitten, wonen, verblijven) . Taalgebruik in Tenakh : jâsjabh (wonen) .
  4. שֵׁבֶט = sjebhèt (staf, stok, roede, herdersstaf, scepter) . Taalgebruik in Tenakh : sjebhèt (staf, stok, roede, herdersstaf, scepter) . Dit zelfst. naamw. behoort tot de 6de klasse zelfst. naamw. . Ze worden nomina segolata genoemd of m.a.w. zelfst. naamw. van het type qatl , qitl , qutl . Deze zelfst. naamw. eindigden oorspronkelijkk op 2 medeklinkers . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga 13m) , vandaar sebt . Tussen de 2 medeklinkers kwam een klinker tot ontwikkeling . Die klinker die geen klemtoon heeft , is meestal een segol . Uit sjebt is sjebhèt voortgekomen . Het meerv. was oorspronkelijk qitlîm . Tussen de 2de en de 3de stammedeklinker werd dan een korte a ingeschoven : qitalîm . Vervolgens werd het verbogen volgens de zelfst. naamw. van de 4de klasse (met 2 veranderlijke klinkers) , waardoor we = qëtâlîm kregen : zo : mann. mv. שְׁבָטִים= sjebhâtîm (stokken) , stat. constr. mann. mv. שִׁבְטֵי = sjjibh¨te(j) (uitspraak sjivte) (stokken van) (Lettinga 31 d en f) . zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezittelijk voornaamw. 3de pers. mann. enk. שְׁבָטָיו = sjëbhâtâ(j)w (uitspraak : sjëvâtâw) (zijn stokken) .

- שִׂין OF שִׁין = s of sj . Getalswaarde : 21 of 300 .

  1. שֶׁל = sjèl (van) , het bezit aanduidend .
    1. שֶׁלִּי = sjèllî (van mij) .
  2. שֵׁן= sjen (tand, spits) . Taalgebruik in Tenakh : sjen (tand, spits) . Getalswaarde) : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 ; 35 (5 X 7) of 350 (2 X 5² X 7) . Structuur : 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 .
  3. 4

- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- T

- צִיצ = tsîts (bloesem, bloem) . Taalgebruik in Tenakh : tsîts (bloesem, bloem) . Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijke lange klinker : qîl-vorm (Lettinga 24c2) . De î (lange i) blijft onderanderlijk ; mann. mv. צִיצִים = tsîtsîm (bloemen) ; mann. mv. stat. construct. צִיצֵי = tsîtse(j) (bloemen van) ; zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezittelijk voornaamw. 3de pers. mann. enk. צִיצָיו = tsîtsâ(j)w (zijn bloemen) .


- U - V - W - X - Y -


- blz.1 - blz.2 - blz.3 - blz.4 - blz.5 - blz.6 - blz.7 - blz.8 - blz.9 - blz.10 - blz.11 - blz.12 - blz.13 - blz.14 - blz.15 - blz.16 - blz.17 - blz.18 - blz.19 - blz.20 - blz.21 - blz.22 - blz.23 - blz.24 -blz.25 - blz.26 -- blz.27 - blz.28 - blz.29 - blz.30 - blz.31 - blz.32 - blz.33 - blz.34 - blz.35 - blz.36 - blz.37 - blz.38 - blz.39 - blz.40 - blz.41 - blz.42 - blz.43 - blz.44 - blz.45 - blz.46 - blz.47 - blz.48 - blz.49 - blz.50 -blz.51 - blz.52 -
- - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - SPRAAKKUNST - BIJBELTEKSTEN -


Z

- זַיִת = zajith (olijfboom) . Taalgebruik in Tenakh : zajith (olijfboom) . Zelfst. naamw. met 3 medeklinkers . De middelste medekl. is een י = j . De middelste stamletter י = j kan met de klinker a samentrekken tot e . Het is dan een onveranderlijke klinker . Het is een zelfst. naamw. segolta van een zwakke stam : qatl-vormn (Lettinga 31 l en m) . stat. construct. mann. enk. זֵית = ze(j)th (olijfboom van) . mann. mv. זֵיתִים= ze(j)thîm (olijfbomen) . stat. construct. mann. mv. זֵיתֵי = ze(j)the(j) (olijfbomen van) . zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezitt. voornaamw. 3de pers. mann. enk. זֵיתָיו = ze(j)thâ(j)w (zijn olijfbomen) .


SPRAAKKUNST (Zie o.a. http://webapp.fkt.uvt.nl/bho/plugin_wiki/page/hebreeuws . http://www.hebrew4christians.com/Grammar/grammar.html . http://www.jongib.nl/Cursus-Hebreeuws .

Woordenboek Nederlands - Hebreeuws : http://nl.glosbe.com/nl/he .

- Alfabet : http://www.ancient-hebrew.org/ . http://www.hebrew4christians.com/Grammar/Unit_One/Aleph-Bet/aleph-bet.html .

- Medeklinkers

Medeklinkers wordt geprocudeerd
- via de keel : gutturalen ; guttur : keel .
-- laryngalen (strottenhoofd) ; larynx : strot . Medeklinkers : ´ en h .
-- faryngalen (keelholte) ; farynx : keel . Medeklinkers ch en `
- via het gehemelte
- via de neus : nasalen (n-s) .
- met de tong
- met de tanden : dentalen (d/t - d/t) .
- met de lippen : labium - labialen (l - p/b) .

- Lettinga §1 c . Eindmedeklinkers , zie video http://webapp.fkt.uvt.nl/bho/plugin_wiki/page/hebreeuws . Sommige letters hebben onderaan een horizontaal balkje dat naar links gaat : dat zou erop kunnen wijzen dat de lezing van de letters verder gaat . Wanneer die letters op het einde van een woord staan , gaat de lezing niet verder ; dan wordt het balkje vervangen door een vertikaal balk onder de lijn , in het verlengde van de balk rechts . .

§1f : begadkëfat : b , g , d , k , p , th (zie de halve of hele boog onderaan) .

- Leesmoeders , zie video : http://webapp.fkt.uvt.nl/bho/plugin_wiki/page/hebreeuws .

- Klinkers : zie video http://webapp.fkt.uvt.nl/bho/plugin_wiki/page/hebreeuws .

- ִ : een punt onder de regel : חִירֶק = chîrèq (chireq) is een klinker en duidt een i-klank aan .
- י ִ : een punt onder een medeklinker , gevolgd door de medeklinker יוֹד = י (jôd) duidt een lange i-klank aan .

Werkwoord

Vorming van het imperfectum

- Bij het werkwoord van de qatalvorm hoort een imperfectum van het type jaqtul (Lettinga 43g) . a is in gesloten lettergrepen zonder klemtoon dikwijls i geworden ; uit jaqtul ontstaat יִקְטֹל = jiqtol (hij zal doden) (Lettinga 13g) . u is in lettergrepen met klemtoon o geworden ; uit jaqtul ontstond יִקְטֹל = jiqtol (hij zal doden) (Lettinga 13p) .
-- In de 2de pers. vr. enk. en in de 2de en 3de pers. mann. mv. kwam de klemtoon op het afformatief te liggen (Lettinga 43i) . De u is in open lettergrepen voor de hoofdklemtoon vervluchtigd tot sewa ; uit jaqtulu ontstaat יִקְטְלְוּ = jaqtëlû (zij zullen doden) .
--- Werkwoorden eindigend op ה = h . 3de pers. mv. iglujû . De jod is uitgevallen (Lettinga 56i) , onder invloed van zijnr plaats tussen 2 klinkers ; in dit geval is het een korte en een lange klinker . De nieuwe klinker neemt de hoedanigheid van de tweede klinker aan . Uit jaglujû ontstaat יִגְלוּ = jiglû (zij openen) .