HEBREEUWS

1.

- ִ : een punt onder de regel : חִירֶק (chîrèq) is een klinker en duidt een i-klank aan .
-- חָרַק = châraq (knarsen, piepen) . Taalgebruik in Tenakh : châraq (knarsen, piepen) . Getalwaarde : chet = 8 , resj = 20 of 200 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 47 of 308 . Structuur : 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . Fr. grincer .

- ִי : een punt onder een voorgaande medeklinker , gevolgd door de medeklinker י = יוֹד (jôd) .
-- יָד = jâd (hand) . Taalgebruik in Tenakh : jâd (hand) . Getalwaarde : jod = 10 . daleth = 4 . Totaal 14 (2 X 7) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De letter י = יוֹד (jôd) is de 10de letter van het Hebreeuwse affabet . Deze letter heeft getalwaarde 10 als rang- en hoofdtelwoord .

- א = אָלֶפ= ´âleph (alef) .

-