- Bibliografie - Inleiding op het Johannesevangelie : NIEUWENHUIS, Jan - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van de pericopen - Overzicht van deze website - Overzicht van het Johannesevangelie - Tekstuitleg vers per vers - Tekstuitleg per pericope - ZOEKEN -
- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -
Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
Joh : overzicht , Joh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Joh : commentaar ,
Overzicht van het Johannesevangelie : Joh 1 , Joh 2 , Joh 3 , Joh 4 , Joh 5 , Joh 6 , Joh 7 , Joh 8 , Joh 9 , Joh 10 , Joh 11 , Joh 12 , Joh 13 , Joh 14 , Joh 15 , Joh 16 , Joh 17 , Joh 18 , Joh 19 , Joh 20 , Joh 21 ,
| Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 | |
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
, bijbelverwijzingen
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Oude Testament
, Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT : overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
- OT : Gn
(Genesis ) , Ex
(Exodus) , Lv
(Leviticus) , Nu
(Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
(In het begin was het Woord) : Joh
1,1-18
Het getuigenis van Johannes : Joh
1,19-34
De eerste leerlingen : Joh
1,35-42
Jezus roept Filippus en Natanaël : Joh
1,43-51
Bruiloft te Kana : Joh
2,1-12
Afbraak van de tempel : Joh
2,13-22
Jezus en Nikodemus : Joh
2,23-3,21
Jezus en Johannes : Joh
3,22-30
Hij die van de hemel komt : Joh
3,31-36 -
Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh
4,1-45
Genezing van de zoon van een dienaar van de koning : Joh
4,46-54 -
Genezing van een lamme : Joh
5,1-18
De volmacht van de Zoon : Joh
5,19-47
Jezus geeft vijfduizend mensen te eten : :Joh
6,1-15
Wonderbare overtocht : Joh
6,16-21
De menigte op zoek naar Jezus : Joh
6,22-25
Jezus : het brood om van te leven : Joh
6,26-59
Woorden van eeuwig leven : Joh
6,60-71
Jezus vermijdt de openbaarheid : Joh
7,1-13
Jezus'optreden in de tempel : Joh
7,14-24
Reacties van het volk : Joh
7,25-31
De autoriteiten willen Jezus grijpen : Joh
7,32-36
Stromend levend water : Joh
7,37-39
Verdeeldheid onder de toehoorders : Joh
7,40-44
Ongeloof van de autoriteiten : Joh
7,45-52
Een overspelige vrouw : Joh
8,1-11
Jezus : het licht van de wereld : Joh
8,12-20
Waar Ik heen ga,kunt u niet komen : Joh
8,21-30
Afstammelingen van Abraham : Joh
8,31-59
Genezing van een blindgeborene : Joh
9,1-38
De herder en zijn schapen : Joh
9,39-10,21
Geloof en ongeloof : Joh
10,22-42
De dood van Lazarus : Joh
11,1-16
Jezus en Marta : Joh
11,17-27
Jezus en Maria : Joh
11,28-37
Lazarus weer tot leven gewekt : Joh
11,38-44
Komplot tegen Jezus : Joh
11,45-57
Zalving in Betanië : Joh
12,1-8
Plannen om Lazarus te doden : Joh
12,9-11
Intocht in Jeruzalem : Joh
12,12-19
Jezus'laatste openlijke optreden : Joh
12,20-36
Het raadsel van het ongeloof : Joh
12,37-43
Epiloog : redding en veroordeling : Joh
12,44-50
Voetwassing : Joh
13,1-20
Eén van jullie zullen Mij overleveren : Joh
13,21-30
Ik ga heen : Joh
13,31-38
Jezus : de weg naar de Vader : Joh
14,1-14
Ik laat jullie niet verweesd achter : Joh
14,15-31
Jezus: de ware wijnstok : Joh
15,1-17
De haat van de wereld : Joh
15,18-27
De taak van de Geest : Joh
16,4-15
Afscheid en weerzien : Joh
16,16-28
Benauwenis en vrede : Joh
16,29-33
Afscheidsgebed van Jezus : Joh
17,1-26
Jezus laat zich arresteren : Joh
18,1-12
Jezus voor de hogepriester - door Petrus verloochend : Joh
18,13-27
Jezus voor Pilatus : Joh
18,28-19,16a
Kruisiging en dood van Jezus : Joh
19,16b-30
Doorboring van Jezus'zijde : Joh
19,31-37
Begrafenis van Jezus : Joh
19,38-42
Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh
20,1-18
Verschijning aan de leerlingen :Joh
20,19-23
Jezus en Tomas : Joh
20,24-29
Bedoeling van dit boek : Joh
20,30-31
Jezus verschijnt bij het meer van Tiberias : Joh
21,1-14
Petrus, de herder van Jezus'kudde : Joh
21,15-19
De leerling van wie Jezus hield : Joh
21,20-25
INLEIDING VAN HET JOHANNESEVANGELIE
NIEUWENHUIS, Jan, Het laatste evangelie. Een goed bericht van Johannes voor de gemeente van nu, Kampen, Kok, 1995; p.30-32. Indeling van het boek
Het vierde evangelie verschilt in opbouw en indeling aanzienlijk van de andere drie. Zowel het topografisch als het chronologisch raam is geheel anders. Bij de synoptici treedt Jezus voornamelijk of uitsluitend op in Galilea en wordt dit optreden besloten met een eenmalige reis naar Jeruzalem waar hij ter dood gebracht wordt (Mat.4,12-19,1; Mark.1,14-10,1; Luk.4,14-19,28). In het vierde evangelie werkt Jezus voornamelijk in Jeruzalem en gaat hij driemaal van Galilea naar Jeruzalem, de eerste maal voor het paasfeest (2,13), de tweede maal voor ‘een feest’ (5,1) en de derde maal voor het Loofhuttenfeest (7,2.10). Vanaf dit Loofhuttenfeest is Jezus voortdurend in Jeruzalem, ongeveer een half jaar tot het volgende paasfeest (11,55). In totaal noemt het vierde evangelie driemaal een paasfeest (2,13; 6,4 en 11,55), hetgeen inhoudt dat de periode van Jezus’ werkzaamheid zeker langer dan twee volle jaren duurde.
Wie het evangelie wil indelen, kan het best bedacht zijn op de aanwijzingen die het boek zelf geeft:
- na de ‘proloog’ (1,1-18) die een duidelijke zelfstandige functie
heeft, begint het verhaal met een serie gebeurtenissen die telkens spelen ‘op
de volgende’ of ‘op de derde dag’ (1,29.35.43; 2,1). Wie die
dagen optelt, komt exact tot het getal zeven. Daar lijkt een rijm in het spel
met het scheppingsverhaal uit Genesis 1: beide verhalen vangen ook aan met ‘In
Begin’ (zonder lidwoord, zie bij de uitleg van 1,1). Johannes schrijft
klaarblijkelijk een nieuw scheppingsverhaal oftewel een verhaal over een nieuwe
schepping. Alle episoden in dit deel van het verhaal hebben ten doel: te laten
zien, hoe perplex ‘nieuw’ alles is geworden met het optreden van
deze Jezus. Het is als het ware een ouverture waarin alle motieven al klinken
die verderop zullen worden uitgewerkt.
- na die eerste ‘scheppings’-week vermeldt het verhaal een aantal
gebeurtenissen die alle worden ingeleid met het woordje ‘daarna’
(meta touto of meta tauta). Elk ‘daarna’ luidt een reis in:
* 2,12: de eerste reis naar Jeruzalem vanwege het paasfeest;
* 3,22: de terugkeer naar Galilea via Judea en Samaria;
* 5,1: de tweede reis naar Jeruzalem vanwege ‘een’ feest;
* 6,1: terugreis naar Galilea;
* 7,1: aankondiging van de laatste reis naar Jeruzalem. Loofhuttenfeest en Paasfeest.
Het ‘daarna’ komt dan pas weer terug in 19,38, na de dood van Jezus,
als inleiding op zijn begrafenis.
Tenslotte wordt de epiloog van het evangelie, hoofdstuk 21, ingeleid met het
laatste ‘daarna’.
- Opvallend is daarbij, dat al deze ‘daarna’s’ telkens een
teken aankondigen:
* na 2,12 is dat de reiniging van de tempel: ‘welk teken toon je ons dat
je dit doet?’ (2,18);
* na 3,22 is dat het ‘tweede’ teken te Kana, de genezing van de
zoon van de koninklijke beambte (4,54);
* na 5,1 is het de genezing van de lamme in het badhuis (5,5 en vv);
* na 6,1 is dat het teken van de vijf broden en de twee vissen (6,14);
* na 7,1 volgt het uitvoerige verhaal over de man die van zijn geboorte af blind
was (9,16).
- Tussen 7,1 en 20,31 hanteert het evangelie de tijdsorde van de joodse feestdagen:
* 7,2 en vv: het Loofhuttenfeest (7,2.14.37);
* 10,22 en vv: het feest van de tempelwijding (winter);
* 12,1 en vv: de week vóór Pasen:
- zes dagen voor Pasen: 12,1-11
- de volgende dag: 12,12-50
- kort voor Pasen: 13,1-18,27
- de volgende dag: 18,28-19,42 (voorbereidingsdag)
- twee dagen later: de eerste dag van de week (20,1-25)
- acht dagen later: 20,26-31.
- Hieruit blijkt al, dat het evangelie niet alleen begint maar ook eindigt met
het relaas van een week: de week vóór Pasen. Ook daar is weer
tweemaal sprake van ‘de volgende dag’ (12,2 en 18,28) en liggen
de gebeurtenissen ingeklemd tussen ‘zes dagen vóór Pasen’
(12,1) en de — verder niet genoemde — dag na de voorbereidingsdag
(19,42). Zowel de openingsweek als de slotweek beginnen in een Bethanië
(huis van de arme), eerst aan de overkant van de Jordaan (1,28) en aan het slot
— ingeleid door een terugtocht van de Jordaan ‘naar de plaats waar
Johannes aanvankelijk gedoopt had’ (10,40) — een Bethanië dichtbij
Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadiën (11,18).
- Tenslotte: in het evangelie ligt een duidelijke cesuur in het begin van het
dertiende hoofdstuk: tevoren is de tijd van ‘het uur dat komt’ (2,4;
4,23), daarna ‘is het uur gekomen’ (12,23; 13,1; 17,1). Wat dat
voor een ‘uur’ is, zal later blijken. Maar duidelijk onderscheidt
het boek zelf tussen twee perioden die het uiteen doen vallen in twee grote
delen: 1,19 tot en met hoofdstuk 11, en, na het afsluitende en weer inleidende
hoofdstuk 12, hoofdstuk 13 tot en met 20. Deze twee grote delen worden voorafgegaan
door een proloog (1,1-18) en besloten met een epiloog (hfd.21). Deze proloog
is in feite — zoals later duidelijk zal worden — een ‘voorrede’,
die ‘achter af’ samenvat. Het eigenlijke verhaal begint bij 1,19:
‘Dit is het getuigenis van Johannes’. In hetgeen volgt zullen wij
ook met dit verslag beginnen en de ‘proloog’ als een hymnische reflectie
op al het verhaalde bespreken ná hoofdstuk 20.