- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -
Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta
: commentaar ,
Joh : overzicht , Joh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Joh : commentaar , Overzicht van het Johannesevangelie : Joh 1 , Joh 2 , Joh 3 , Joh 4 , Joh 5 , Joh 6 , Joh 7 , Joh 8 , Joh 9 , Joh 10 , Joh 11 , Joh 12 , Joh 13 , Joh 14 , Joh 15 , Joh 16 , Joh 17 , Joh 18 , Joh 19 , Joh 20 , Joh 21 ,
| Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 | |
Tekstuitleg per perikope - Joh
1,1-18 - Joh
1,19-34 - Joh
1,35-42 - Joh
1,43-51
Tekstuitleg vers per vers - Joh
1,1 - Joh
1,2 - Joh
1,3 - Joh
1,4 - Joh
1,5 - Joh
1,6 - Joh
1,7 - Joh
1,8 - Joh
1,9 - Joh
1,10 - Joh
1,11 - Joh
1,12 - Joh
1,13 - Joh
1,14 - Joh
1,15 - Joh
1,16 - Joh
1,17 - Joh
1,18 - Joh
1,19 - Joh
1,20 - Joh
1,21 - Joh
1,22 - Joh
1,23 - Joh
1,24 - Joh
1,25 - Joh
1,26 - Joh
1,27 - Joh
1,28 - Joh
1,29 - Joh
1,30 - Joh
1,31 - Joh
1,32 - Joh
1,33 - Joh
1,34 - Joh
1,35 - Joh
1,36 - Joh
1,37 - Joh
1,38 - Joh
1,39 - Joh
1,40 - Joh
1,41 - Joh
1,42 - Joh
1,43 - Joh
1,44 - Joh
1,45 - Joh
1,46 - Joh
1,47 - Joh
1,48 - Joh
1,49 - Joh
1,50 - Joh
1,51 -
Joh 1 . Joh 1,1.18 .. Joh 1,1 . Joh 1,2 . Joh 1,3 . Joh 1,4 . Joh 1,5 . Joh 1,6 . Joh 1,7 . Joh 1,8 . Joh 1,9 . Joh 1,10 . Joh 1,11 . Joh 1,12 . Joh 1,13 . Joh 1,14 . Joh 1,15 . Joh 1,16 . Joh 1,17 . Joh 1,18 .
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Woordenschat
- anthrôpos
(mens), zie Joh
1,6 .
- apostellô
(wegsturen, zenden), zie Joh
1,6 .
- blepô
(zien) , zie Joh
1,29 .
- dia
: 44X bij Johannes
- egô
(ik) 123X bij Johannes
- eiden
(hij zag) 7X bij Johannes
- eis
tèn Galilaian (naar Galilea) 6X bij Johannes
- tèi
epaurion ('s anderendaags) , zie Joh
1,35
- erôtaô
(vragen) zie Joh
1,21 . èrôtèsan (zij vroegen) komt
in 11 verzen in de bijbel voor; in 3 verzen in het O.T., in 8 verzen in het
N.T. Niet bij Matteüs, noch bij Marcus, in 1 vers bij Lucas, in 6 verzen
bij Johannes : (1) Joh
1,21 . (2) Joh
1,25 . (3) Joh
5,10 . (4) Joh
9,2 . (5) Joh
9,19 . (6) Joh
19,31 , in 1 vers in Hnd.
- houtos (deze), zie Joh
1,2
- Ièsous (Jezus), zie Joh
1,38
- kai (en) . Nevenschikkend voegwoord. In 530 verzen bij Johannes, zie Joh
1,1
- legô
(zeggen), zie Joh
1,21
- martureô
(getuigen) , zie Joh
1,7 .
- menô
(verblijven), zie Joh
1,38 .
- meta
(na, met). Bij Johannes, zie Joh
1,43
- oun
(bij-gevolg) eropvolgend, dus, derhalve), zie Joh
1,21 . In 194 verzen bij Johannes
- palin (opnieuw). In 45 verzen bij Johannes, zie Joh
1,35
- pou
(waar?). Vragend voegwoord. In 18 vrezen bij Johannes, zie Joh 1,38 : Joh
1,35-42 - .
- profètès
(profeet) , zie Joh
1,21 .
Bibliografie - Joh
1,1-18 -
Literatuur - http://www.interlevensbeschouwelijk.be/johannesl01.htm
. - Seynaeve
(1977 - 385-389) -
Liturgisch gebruik
Joh 1,1-18: ABC-cyclus, dagmis van Kerstmis
Joh 1,6-8.19-28: B-cyclus, 3de zondag van de advent
Joh 1,29-34 : 2de zondag door het jaar (A)
Joh 1,35-42: 2de zondag door het jaar (B)
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
, bijbelverwijzingen
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Oude Testament
, Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT : overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
- OT : Gn
(Genesis ) , Ex
(Exodus) , Lv
(Leviticus) , Nu
(Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
(In het begin was het Woord) : Joh
1,1-18
Het getuigenis van Johannes : Joh
1,19-34
De eerste leerlingen : Joh
1,35-42
Jezus roept Filippus en Natanaël : Joh
1,43-51
De evengelist Johannes ontwikkelt een visie waazrin alles een plaats krijgt : God, de mens, de kosmos, ruimte en tijd, de geschiedenis enz. In dit alles neemt de Logos een centrale plaats in, zowel bij God, als bij de schepping en de verlossing van de mens en de wereld.
| Joh 1,1 - Joh 1,1 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [1] In the beginning was the Word, and the Word was with God, and the Word was God.
Luther-Bibel . 1 1 Im Anfang war das Wort, und das Wort war bei Gott, und Gott war das Wort.
Statenvertaling . 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Tekstuitleg van Joh 1,1 . Het vers Joh 1,1 bestaat uit 3 nevenschikkende zinnen ; de zinnen worden aan elkaar gekoppeld door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . Joh 1,1 bestaat uit 5 + 7 + 5 woorden en uit 7 + 9 + 7 lettergrepen . Totaal : 17 woorden en 23 lettergrepen . Het laatste woord van een zin , wordt het eerste woord in de volgende zin en het laatste woord van de laatste zin is het laatste woord van de eerste zin .
1. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
Deze God wil zich laten gelden in de geschiedenis .
- kai (en). In 530 verzen bij Johannes, zie Joh
1,1 - de (echter). In 203 verzen bij Johannes, zie Joh
1,1 . - Joh
9,1-38 : in 8 verzen (Joh 9,14. 15. 16. 17. 21. 28. 29. 38).
- en (in). In 182 verzen bij Johannes.
- pros (bij). In 91 verzen bij Johannes.
- para . In 21 verzen bij Johannes.
- archè (begin). Zelfstandig naamwoord. Nominatief of datief enkelvoud
(archèi). In 82 verzen in de bijbel; in 70 verzen in het O.T., in 12
verzen in het N.T. In 2 verzen bij Johannes : (1) Joh
1,1 . (2) Joh
1,2 .
--- archès (van het begin). Genitief enkelvoud. In 97 verzen in de bijbel;
in 72 verzen in het O.T., in 25 verzen in het N.T. In 3 verzen bij Matteüs,
in 2 verzen bij Marcus, in 1 vers bij Lucas, in 4 verzen bij Johannes enz. (1)
Joh
6,64 . (2) Joh
8,44 . (3) Joh
15,27 . (4) Joh
16,4 .
- logos (woord). In 296 verzen in de bijbel; in 231 verzen in het O.T., in 65
verzen in het N.T. In 15 verzen bij Johannes.
- theos (God). In 1686 verzen in de bijbel; in 1399 verzen in het O.T., in 287
verzen in het N.T. In 17 verzen bij Johannes. (1) Joh
1,1 . (2) Joh
1,18 . (3) Joh
3,2 . (4) Joh
3,16 . (5) Joh
3,17 . (6) Joh
3,33 . (7) Joh
3,34 . (8) Joh
4,24 . (9) Joh
6,27 . (10) Joh
8,42 . (11) Joh
8,54 . (12) Joh
9,29 . (13) Joh
9,31 . (14) Joh
11,22 . (15) Joh
13,31 . (16) Joh
13,32 . (17) Joh
20,28 . Theon . Accusatief enkelvoud. In 12 verzen bij Johannes.
| Joh 1,2 - Joh 1,2 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible .
[2] The same was in the beginning with God.
Luther-Bibel . 2 Dasselbe war im Anfang bei Gott.
Statenvertaling .
2 Dit was in den beginne bij God.
Tekstuitleg van Joh 1,2 .
3. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
| Joh 1,3 - Joh 1,3 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible .
[3] All things were made by him; and without him was not any thing made that was made.
Luther-Bibel . 3 Alle Dinge sind durch dasselbe gemacht, und ohne dasselbe ist nichts gemacht, was gemacht ist.
Statenvertaling .
3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
Tekstuitleg van Joh 1,3 .
10. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
| Joh 1,4 - Joh 1,4 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible .
[4] In him was life; and the life was the light of men.
Luther-Bibel . 4 In ihm war das Leben, und das Leben war das Licht der Menschen.
Statenvertaling . 4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.
Tekstuitleg van Joh 1,4 .
1. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
zôè (leven)
- zôèn (leven) Accusatief enkelvoud. In 109 verzen in de bijbel;
in 53 verzen in het O.T., in 56 verzen in het N.T. In 20 verzen bij Johannes.
In 6 verzen in relatie tot eeuwig leven bezitten en geloven.
| Joh 1,5 - Joh 1,5 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And the light shineth in darkness; and the darkness comprehended it not.
Luther-Bibel . 5 Und das Licht scheint in der Finsternis, und die Finsternis hat's nicht ergriffen.
Statenvertaling . 5 En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.
Tekstuitleg van Joh 1,5 .
4. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
5. tè(i) . Verwijzing : bepaald lidwoord . Datief vrouwelijk enkelvoud . Ned. de . E. the . In vijf verzen in Joh 1 : (1) Joh 1,5 . (2) Joh 1,23 . (3) Joh 1,29 . (4) Joh 1,35 . (5) Joh 1,43 . In de laatste drie verzen staat het lidwoord telkens vóór epaurion ('s anderendaags) .
| lidw. enk. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| dat. vr. enk. tè(i) | 3381 | 2631 | 750 | 94 | 55 | 119 | 64 | 122 | 264 | 32 | 268 | 332 |
| bep. lidw. dat vr. enk. tè(i) | Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 |
| 64 | 5 | 3 | 2 | 5 | 4 | 7 | 4 | 4 | 1 | 4 | 7 | 2 | 3 | 3 | 2 | 2 | 2 | 3 | 1 |
| Joh 1,6 - Joh 1,6 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [6] There was a man sent from God, whose name was John.
Luther-Bibel .
6 Es war ein Mensch, von Gott gesandt, der hieß Johannes.
Statenvertaling .
6 Er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes.
Tekstuitleg van Joh 1,6 .
| 8 woorden, 24 lettergrepen |
- ginomai (gebeuren, worden, ontstaan), zie Joh
1,6 , Mc
1,4 en Mc
16,1 . Egeneto (het gebeurde, er werd) . In 925 verzen in de bijbel; in
730 verzen in het O.T., in 195 verzen in het N.T. In het O.T. is kai egeneto
vaak de vertaling van het Hebreeuwse wajjehi(j) van het Hebreeuwse werkwoord
hâjâh. In 13 verzen bij Matteüs, in 17 verzen bij Marcus, in
69 verzen bij Lucas, in 16 verzen bij Johannes, in 53 verzen in Hnd, enz. In
Mc 1,4
komen we een paralleltekst met deze tegen : egeneto (kwam tevoorschijn) + onderwerp
: egeneto Iôannès (Johannes trad op). In Joh
1,6 omsluiten de twee woorden de hele zin.
- anthrôpos (mens). Verwijzing
: anthrôpos
(mens), zie Joh
1,6 . Zelfstandig naamwoord, nominatief enkelvoud. In 512 verzen in de bijbel;
in 394 verzen in het O.T., in 118 verzen in het N.T. . In 21 verzen bij Johannes.
Anthrôpos is uit het Hebreeuwse ´âdâm vertaald.
--- anthrôpon (mens) accusatief enkelvoud. In 10 verzen bij Johannes .
3. apostellô (wegsturen, zenden)
. Verwijzing : apostellô
(wegsturen, zenden) , zie Joh
1,6 . Zie website http://www.lachairoi.org/shortstudies.php?PageNO=Korte%20studies&Glossary=Show#
. In het N.T. 133 X .
Hebreeuws : sjâlach . In 141 verzen. In 10 verzen in Gn . In 23 verzen
in Ex . In 6 verzen in Nu . In 1 vers in Dt .
--- apesteila (ik zond). Indicatief aorist 1ste persoon enkelvoud. In 28 verzen
in de bijbel; in 24 verzen in het O.T., in 4 verzen in het N.T. In 1 vers bij
Lucas, in 2 verzen bij Johannes. (1) Joh
4,38 : egô apesteila humas therizein (ik zond jullie om te oogsten)
(2) Joh
17,18 : kagô apesteila autous eis ton kosmon (ook ik zond hen naar
de wereld) .
--- apesteilas (jij zond). Indicatief aorist 2de persoon enkelvoud. In 19 verzen
in de bijbel; in 12 verzen in het O.T., in 7 verzen in het N.T. Slechts bij
Johannes. De tweede persoon enkelvoud slaat bij Johannes telkens op God, de
Vader enz... In 5 van de 7 zinnen wordt de 2de persoon versterkt door het persoonlijk
voornaamwoord van de 2de persoon enkelvoud su (jij). Apesteilas (jij zond) komt
in ondergeschikte zinnen voor; in 5 voorwerpszinnen (3X : geloven; 2X : weten),
in 1 betrekkelijke zin en in 1 vergelijkende zin. De voorwerpszinnen zijn identiek
en komen als een geijkte formule over : hoti su me apesteilas (dat jij mij zond).
De vergelijkende zin gelijkt sterk op de 5 voorwerpszinnen.
| 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. | |
| Joh 11,42 | Joh 17,3 | Joh 17,8 | Joh 17,18 | Joh 20,21 | Joh 17,21 | Joh 17,23 | Joh 17,25 |
| hina (opdat) | kai (en) | kai (en) | hina (opdat) | hina (opdat) | kai (en) | ||
| houtoi (deze) | |||||||
| pisteusôsin (zij zouden geloven) | episteusan (zij geloofden) | ho kosmos pisteuèi (de wereld zou geloven) | gignôskèi ho kosmos (de wereld zou weten) | egnôsan (wisten) | |||
| hoti (dat) | hoti (dat) | kathôs (zoals) | kathôs (zoals) | hoti (dat) | hoti (dat) | hoti (dat) | |
| su (jij) | hon apesteilas Ièsoun Christon (die jij zond, Jezus Christus | su (jij) | su (jij) | su (jij) | su (jij) | ||
| me apesteilas (mij zond). | me apesteilas (mij zond). | eme apesteilas (jij mij zond) | apestalken me (mij heeft gezonden) | me apesteilas (mij zond). | me apesteilas (mij zond). | me apesteilas (mij zond). | |
| eis ton kosmon (naar de wereld) | ho patèr (de Vader) | ||||||
| Lazarus weer tot leven gewekt : Joh 11,38-44 - | Afscheidsgebed van Jezus : Joh 17,1-26 |
--- apesteilen (hij zond). Indicatief aorist 3de persoon enkelvoud. In 347 verzen in de bijbel; in 309 verzen in het O.T., in 38 verzen in het N.T. In 9 verzen bij Matteüs (zie Mt 10,5) : (1) Mt 10,5 . (2) Mt 20,2 . (3) Mt 21,1 . (4) Mt 21,34 . (5) Mt 21,36 . (6) Mt 21,37 . (7) Mt 22,3 . (8) Mt 22,4 . (9) Mt 27,19 . In 5 verzen bij Marcus, in 9 verzen bij Lucas. In 9 verzen bij Johannes: (1) Joh 3,17 . (2) Joh 3,34 . (3) Joh 5,38 . (4) Joh 6,29 . (5) Joh 6,57 . (6) Joh 7,29 . (7) Joh 8,42 . (8) Joh 10,36 . (9) Joh 18,24 . In 8 verzen is het God, de Vader enz onderwerp van zending. In 2 verzen is het ho theos (God), in 2 verzen ho patèr (de Vader), in 4 verzen het aanwijzend voornaamwoord ekeinos (deze).
| 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. | 8. | 9. | ||
| Joh 3,17 | Joh 3,34 | Joh 5,38 | Joh 6,29 | Joh 6,57 | Joh 7,29 | Joh 8,42 | Joh 10,36 | Joh 5,36 | Joh 18,24 Annas | |
| ou gar (immers niet) | hina pisteuète (opdat je zoudt geloven) | kathôs (zoals) | all' (maar) | hoti (want) | ||||||
| hon gar (die immers) | hoti hon (want die) | eis hon (in die) | hon (die) | |||||||
| apesteilen (zond) | apesteilen (zond) | apesteilen (zond) | apesteilen (zond) | apesteilen me (mij zond) | kakeinos me apesteilen (en hij mij zond) | ekeinos me apesteilen (hij mij zond) | ho patèr hègiasen kai apesteilen (de Vader heiligde en zond) | ho patèr me apestalken (de Vader heeft me gezonden) | ||
| ho theos (God) | ho theos (God) | ekeinos (hij) | ekeinos (hij) | ho zôn patèr (de levende Vader) | ||||||
| ton huion (de zoon) | ||||||||||
| eis ton kosmon (naar de wereld) | eis ton kosmon (naar de wereld) | |||||||||
| Jezus en Nikodemus : Joh 2,23-3,21 | Hij die van de hemel komt : Joh 3,31-36 | De volmacht van de Zoon : Joh 5,19-47 | Jezus : het brood om van te leven : Joh 6,26-59 | Jezus : het brood om van te leven : Joh 6,26-59 | Reacties van het volk : Joh 7,25-31 - Joh 7,25-31 | Afstammelingen van Abraham : Joh 8,31-59 - Joh 8,31-59 | Geloof en ongeloof : Joh 10,22-42 - Joh 10,22-42 | De volmacht van de Zoon : Joh 5,19-47 | Jezus voor de hogepriester - door Petrus verloochend : Joh 18,13-27 |
--- apesteilan (zij zonden). Indicatief aorist 3de persoon meervoud. In 48
verzen in de bijbel; in 35 verzen in het O.T., in 13 verzen in het N.T. In 1
vers bij Matteüs, in 2 verzen bij Marcus, in 2 verzen bij Lucas, in 3 verzen
bij Johannes, in 5 verzen in Hnd.
--- apestalken (hij heeft gezonden). Indicatief perfectum 3de persoon enkelvoud.
In 29 verzen in de bijbel; in 22 verzen in het O.T., in 7 verzen in het N.T.
Joh
20,21
--- apestalkate (jij hebt gezonden). Indicatief perfectum 2de persoon meervoud.
In 2 verzen in de bijbel; in Gn 45,8 en in Joh 5,33.
--- apestalèn (ik werd gezonden). Passief aorist 1ste persoon enkelvoud.
In 5 verzen in de bijbel; in 2 verzen in het O.T., in 3 verzen in het N.T. In
1 vers bij Matteüs, in 2 verzen bij Lucas.
--- apestalè (hij werd gezonden) . Passief aorist derde persoon mannelijk
enkelvoud . In twaalf verzen in de bijbel . In tien verzen in het O.T. : (1)
Js 6,6
(apestalè pros me hen tôn serafin = een van de Serafijnen werd
tot mij gezonden) . (2) Js 20,1 . (3) Js 37,21 . (4) Est 3,13 . (5) Da 4,11 ( kai idou aggelos apestalè ek tou ouranou =
en zie een engel werd gezonden vanuit de hemel) . (6) Da 4,21 (hoti aggelos apestalè para tou kuriou = want
een engel werd gezonden vanwege de Heer) . (7) Ezr 5,5 . (8) Ezr 7,14 . (9) Tob 3,17 (apestalè = Rafaël werd gezonden) . (10)
Sir 15,9 . In twee verzen in het N.T. : (1) Lc
1,26 (apestalè ho aggelos Gabrièl apo tou theou = de engel
Gabriël werd door God gezonden) . (2) Hnd
28,28 . In vijf van de twaalf teksten werd een engel gezonden : (1) Js
6,6 , (5) Da 4,11 , (6) Da 4,21 , (9) Tob 3,17 en Lc
1,26 .
--- apestalmenos (gezonden). Passief participium mannelijk enkelvoud. In 3 verzen
in de bijbel, nl. bij Johannes. In twee gevallen betreft het Johannes de Doper.
(1) Joh
1,6 (2) Joh
3,28 (3) Joh
9,7 (Siloam: gezondene). apestalmenoi (gezondenen). In 8 verzen in de bijbel;
in 3 verzen in het O.T., in 5 verzen in het N.T. In 1 vers bij Lucas, in 1 vers
bij Johannes, enz.
- exapostellô (wegsturen , zenden) .
--- exapestalè (hij werd uitgezonden) . Passief tweede aorist derde persoon
enkelvoud . In één vers in de bijbel nl. Hnd
13,26 .
- pempô (zenden)
--- pempsô (ik zal zenden). Indicatief futurum 1ste persoon enkelvoud.
In 6 verzen in het N.T. In 1 vers in Lucas, In 3 verzen in Johannes, enz.
--- pempsasin (aan de gezondenen) . Indicatief participium datief meervoud.
In 1 vers in de bijbel : Joh
1,22 .
- onoma (naam). Hebreeuws sjem. Onoma in 676 verzen in de bijbel;
in 578 verzen in het O.T., in 98 verzen in het N.T. :In 10 verzen bij Matteüs,
in 6 verzen bij Marcus, in 15 verzen bij Lucas, in 11 verzen bij Johannes enz.
--- onomati (met de naam). In 260 verzen in de bijbel; in 168 verzen in het
O.T., in 92 verzen in het N.T. In 7 verzen bij Matteüs, in 8 verzen bij
Marcus, in 16 verzen bij Lucas, in 13 verzen bij Johannes, in 35 verzen in Hnd
enz.
| Joh 1,7 - Joh 1,7 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [7] The same came for a witness, to bear witness of the Light, that all men through him might believe.
Luther-Bibel . 7 Der kam zum Zeugnis, um von dem Licht zu zeugen, damit sie alle durch ihn glaubten.
Statenvertaling . 7 Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden.
Tekstuitleg van Joh 1,7 .
martureô (getuigen) . Verwijzing : martureô
(getuigen) , zie Joh
1,7 . (martus - mart-elaar) .
--- marturei (hij getuigt) . Indicatief praesens 3de persoon enkelvoud. In 11
verzen in de bijbel; in 3 verzen in het O.T., in 8 verzen in het N.T. Niet in
Matteüs, Marcus en Lucas. In 6 verzen bij Johannes enz. (1) Joh
1,15 . (2) Joh
3,32 . (3) Joh
5,32 . (4) Joh
5,36 . (5) Joh
8,18 . (6) Joh
10,25 .
--- marturôn (getuigend - van de getuigen). Participium praesens nominatief
mannelijk enkelvoud. Zelfstandig naamwoord genitief meervoud van martus. In
16 verzen in de bijbel; in 3 verzen in het O.T., in 13 verzen in het N.T. In
2 verzen bij Matteüs, in 1 vers bij Marcus, niet bij Lucas. Bij Johannes
: (1) Joh
5,32 . (2) Joh
8,18 . (3) Joh
21,24 .
--- marturèsèi (hij zou getuigen). Conjunctief aorist 3de persoon
enkelvoud. Slechts in 3 verzen in de bijbel, nl. bij Johannes.
- diamarturomenos (getuigend) . Verwijzing :
martureô
(getuigen) , zie Joh
1,7 . (martus - mart-elaar) . Passief participium nominatief mannelijk
enkelvoud van het werkwoord diamarturomai (getuigen) . In vijf verzen in de
bijbel . In één vers in het O.T. . In vier verzen in het N.T.
: (1) Hnd
18,5 . (2) Hnd
20,21 . (3) Hnd
28,23 . (4) 2
Tim 2,14 .
--- martus (getuige). In 39 verzen in de bijbel; in 31 verzen in het O.T., in
8 verzen in het N.T. Niet in de evangelies.
--- marturos. Genitief enkelvoud. In 1 vers in de bijbel, nl. in Hnd.
--- martures (getuigen) . Nominatief mannelijk meervoud . In twintig verzen
in de bijbel . In tien verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . Niet
bij Matteüs en Marcus . In twee verzen bij Lucas : (1) Lc
11,48 . (2) Lc
24,48 . In zeven verzen in Hnd : (1) Hnd
1,8 . (2) Hnd
2,32 . (3) Hnd
3,15 . (4) Hnd
5,32 . (5) Hnd
7,58 . (6) Hnd
10,39 . (7) Hnd
13,31 . Tenslotte 1 Tes 2,10 .
--- marturia (getuigenis). Zelfstandig naamwoord, nominatief (of datief - marturiai
-) mannelijk enkelvoud. In 54 verzen in de bijbel; in 40 verzen in het O.T.,
in 14 verzen in het N. In 1 vers bij Marcus, in 8 verzen bij Johannes enz.
--- Marturian (getuigenis). Accusatief enkelvoud. In 22 verzen in de bijbel;
in 4 verzen in het O.T., in 18 verzen in het N.T. In 1 vers bij Marcus, in 6
verzen bij Johannes. (2) Joh
3,32 . (3) Joh
5,32 . (4) Joh
8,13 . (5) Joh
8,14 . (6) Joh
8,17 . (7) Joh
19,35 . (8) Joh
21,24 .
--- marturion (getuigenis). In 44 verzen in de bijbel; in 27 verzen in het O.T.,
in 17 verzen in het N.T. In 3 verzen bij Matteüs, in 3 verzen bij Marcus,
in 3 verzen bij Lucas, niet bij Johannes,
| 1. Johannes de Doper | 2. Jezus | 3. de Vader over Jezus | 4. de werken over Jezus | 5. de Vader over Jezus | 6. de werken over Jezus |
| Joh 1,15 | Joh 3,32 | Joh 5,32 | Joh 5,36 | Joh 8,18 | Joh 10,25 |
| ho eôraken kai èkousen (wat hij zag en hoorde) | hèn (het getuigenis dat) | kai (en) | |||
| Iôannès (Johannes) | auta ta erga ha poiô (de werken zelf die ik doe) | ta erga ha egô poiô en tôi onomati tou patros mou tauta (de werken die ik doe in de naam van mijn Vader / die - werken -) | |||
| marturei (getuigt) | touto marturei (dit getuigt hij) | marturei (hij getuigt) | marturei ( getuigen) | marturei (hij getuigt) | marturei ( getuigen) |
| peri autou (over hem) | peri emou (over mij) | peri emou (over mij) | peri emou (over mij) | peri emou (over mij) | |
| hoti ho patèr me apestalken (dat de Vader mij heeft gezonden) | ho pempsas me patèr (de vader die me zond) | ||||
| (In het begin was het Woord) : Joh 1,1-18 - | Hij die van de hemel komt : - Joh 3,31-36 - | De volmacht van de Zoon : Joh 5,19-47 - | De volmacht van de Zoon : Joh 5,19-47 - | Jezus : het licht van de wereld : Joh 8,12-20 - | Geloof en ongeloof : Joh 10,22-42 - |
| Joh 5,32 | Joh 5,31 | Joh 8,13 | Joh 8,14 | Joh 8,17 | Joh 8,18 | Joh 19,35 | Joh 21,24 |
| allos estin (een ander is) | egô eimi (ik ben) | kai ho heôrakôs (en wie heeft gezien) | Houtos estin ho mathètès (dit is de leerling) | ||||
| ho marturôn peri emou (die getuigt over mij) | ean marturô peri emautou (indien ik getuig over mezelf) | su peri seautou martureis (jij getuigt over jezelf) | kan egô marturô peri emautou (zelfs als ik getuig over mezelf) | hoti (dat) | ho marturôn peri emautou (die getuigt over mijzelf) | memarturèken (heeft getuigd) | ho marturôn peri toutôn kai grapsas auta (die getuigt over deze zingen en die deze dingen schreef) |
| kai oida (en ik weet) | kai oidamen (en wij weten) | ||||||
| hoti alèthès estin hè marturia (dat waar is het getuigenis) | hè marturia mou ouk estin alèthès (mijn getuigenis is niet waar) | hè marturia sou ouk estin alèthès (jouw getuigenis is niet waar) | alèthès estin hè marturia mou waar is mijn getuigenis) | duo anthrôpôn hè marturia alèthès estin (het getuigenis van twee mensen waar is) | kai alèthinè autou estin hè marturia (en waar is zijn getuigenis) | hoti alèthès autou hè marturia estin (dat waar is zijn getuigenis) | |
| hèn marturei peri emou (dat getuigt over mij) | kai marturei peri emou ho pempsas me patèr (en de Vader die mij zond, getuigt over mij) | ||||||
| De volmacht van de Zoon : Joh 5,19-47 | De volmacht van de Zoon : Joh 5,19-47 | Jezus : het licht van de wereld : Joh 8,12-20 | Jezus : het licht van de wereld : Joh 8,12-20 | Jezus : het licht van de wereld : Joh 8,12-20 | Jezus : het licht van de wereld : Joh 8,12-20 | Doorboring van Jezus'zijde : Joh 19,31-37 | De leerling van wie Jezus hield : Joh 21,20-25 |
| Joh 1,8 - Joh 1,8 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [8] He was not that Light, but was sent to bear witness of that Light.
Luther-Bibel . 8 Er war nicht das Licht, sondern er sollte zeugen von dem Licht.
Statenvertaling . 8 Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.
Tekstuitleg van Joh 1,8 .
| Joh 1,9 - Joh 1,9 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [9] That was the true Light, which lighteth every man that cometh into the world.
Luther-Bibel . 9 Das war das wahre Licht, das alle Menschen erleuchtet, die in diese Welt kommen.
Statenvertaling . 9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.
Tekstuitleg van Joh 1,9 .
| Joh 1,10 - Joh 1,10 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [10] He was in the world, and the world was made by him, and the world knew him not.
Luther-Bibel . 10 Er war in der Welt, und die Welt ist durch ihn gemacht; aber die Welt erkannte ihn nicht.
Statenvertaling . 10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.
Tekstuitleg van Joh 1,10 .
1. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
| Joh 1,11 - Joh 1,11 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible .
[11] He came unto his own, and his own received him not.
Luther-Bibel . 11 Er kam in sein Eigentum; und die Seinen nahmen ihn nicht auf.
Statenvertaling . 11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Tekstuitleg van Joh 1,11 .
| Joh 1,12 - Joh 1,12 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [12] But as many as received him, to them gave he power to become the sons of God, even to them that believe on his name:
Luther-Bibel . 12 Wie viele ihn aber aufnahmen, denen gab er Macht, Gottes Kinder zu werden, denen, die an seinen Namen glauben,
Statenvertaling . 12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;
Tekstuitleg van .Joh 1,12 .
| Joh 1,13 - Joh 1,13 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [13] Which were born, not of blood, nor of the will of the flesh, nor of the will of man, but of God.
Luther-Bibel . 13 die nicht aus dem Blut noch aus dem Willen des Fleisches noch aus dem Willen eines Mannes, sondern von Gott geboren sind.
Statenvertaling . 13 Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.
Tekstuitleg van Joh 1,13 .
| Joh 1,14 - Joh 1,14 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And the Word was made flesh, and dwelt among us, (and we beheld his glory, the glory as of the only begotten of the Father,) full of grace and truth.
Luther-Bibel . 14 Und das Wort ward Fleisch und wohnte unter uns, und wir sahen seine Herrlichkeit, eine Herrlichkeit als des eingeborenen Sohnes vom Vater, voller Gnade und Wahrheit.
Statenvertaling . 14 En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
Tekstuitleg van Joh 1,14 .
8. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
exèlthon (ik ging uit of zij gingen uit). Indicatief aorist 1ste persoon enkelvoud of 3de persoon meervoud . In 7 verzen bij Johannes. 3de persoon meervoud (1) Joh 4,30 (2) Joh 12,13 (3) Joh 21,3.
Het woord is vlees en bloed geworden . Woord = het spreken dat in het scheppingsverhaal ter sprake komt . In dit vers komt Jezus aan bod . Voordien is het de thorah . Spreken is relatie . Sinds het begin geschiedt het woord (Grieks : is) . Het werkt in in de geschiedenis . Tegen het Griekse denken in ? Volgens het Griekse denken is het een onmogelijke zin . De vermenging van het goddelijke woord en de menselijke werkelijkheid in het vlees (hair) . het is een radicale Joodse uitspraak . De Griekse kerkvaders (Nicea , Chalcedon - 451 -) werden ermee geconfronteerd . Binnen hun denkkader en hun filosofisch kader : redden wat Johannes zei . Ze hebben verwoord wat Johannes zei . God komt midden in de menselijke werkelijkheid . Moltmann : christendom is de enige relige waarin God naar de mensen toekomt . Het was een vertalen voor die tijd . Nu het vertalen naar onze tijd . Problematiek is het vasthouden aan die formulering . Chalcedon : geworsteld om beide polen in Jezus te zien . Jezus : een goddelijke persoon , met twee naturen (onverminkt , onveranderd, ongedeeld, ) . Het jodendom laat een mens toch geen God worden ? Persoon (per-sona) . Hij is ook mens geweest . Ernst Bloch : in JHWH geworteld . Dag Prinzip Hoffnung . Inspiratiebron voor Bloch .
Het woord , de thora van Mozes , krijgt gestalte in deze heel concrete mens , Jezus van Nazareth . Van Bavel : de mens voor anderen (Bonhoeffer) . Het type mens die kiest voor anderen . Hoe verwoord je ? Verstaanbaar en inleefbaar . Tegenover pracht en praal en onverstaanbare taal . Hans Küng : Is de kerk nog te redden ? De kerk is niet ziek , maar doodziek . Men blijft sacraliseren . Bisschop ijverde voor het behoud van het latijn , als een steen van een gebouw . Pleidooi voor een contekstuele lezing . Zie Het derde Testament , bijdrage Ina Koeman . Rituelen : een hang naar veiligheid . Het ritueel van het delen van brood en wijn is heel eenvoudig
De messias is niet het resultaat van menselijke potentie . Het spreken is vlees en bloed geworden . Hij heeft onder ons gewoond : de tent van de samenkomst met de ark herinnering aan en gekenmerkt door autonomie en vrijheid . Tempel . Niet verplaatsbaar . Legt alles vast . Eén of ander huis . Kabhod (gewicht, inzet) , zijn impact op de samenleving . Dat maakt kem tot een eniggeborene (Isaak, de belofte vanAbraham) .
De solidaire trouw .
| Joh 8,42 | Joh 16,27 | Joh 16,28 | Joh 17,8 | ||||||
| egô gar (ik immers) | hoti egô (want ik) | hoti (dat) | |||||||
| ek tou theou (uit God) | para tou theou (vanbij God) | para sou (vanbij U) | |||||||
| exèlthon (ben uitgegaan) | exèlthon (ben uitgegaan) | exèlthon (ben uitgegaan) | exèlthon (ben uitgegaan) | ||||||
| para tou patros (vanbij de vader) | |||||||||
| Joh 1,15 - Joh 1,15 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [15] John bare witness of him, and cried, saying, This was
he of whom I spake, He that cometh after me is preferred before me: for he was
before me.
Luther-Bibel . 15 Johannes gibt Zeugnis von ihm und ruft: Dieser war es, von dem ich gesagt habe: Nach mir wird kommen, der vor mir gewesen ist; denn er war eher als ich.
Statenvertaling . 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik.
Tekstuitleg van Joh 1,15 .
De plaats van Johannes de Doper en Jezus . Opnieuw is Johannes de Doper aan het woord . Er waren volgelingen van de Doper die claimden dat hij de Messias was . Johannes de Doper : Jochanan . Volgens sommigen : de pre-existentie van Jezus . Aanwezig bij God als tweede persoon van de Drievuldigheid . Notser : nun = met eerbied wordt omgeven . Geen nieuwe wet , maar een nieuw gebod : onderlinge liefde en solidariteit .
| Joh 1,16 - Joh 1,16 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And of his fulness have all we received, and grace
for grace.
Luther-Bibel . 16 Und von seiner Fülle haben wir alle genommen Gnade um Gnade.
Statenvertaling . 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.
Tekstuitleg van Joh 1,16 .
Johannes schakelt over naar de wij-vorm , zijn gemeente met joden en niet-joden . Uit zijn volheid hebben wij ontvangen , sommigen in de lijn van Mozes . Vriendschap en gerechtigheid gaan gearmd door het leven (omhelzen elkaar) . De exodus gaat vooraf aan Leviticus . Uittocht en verzoening .
Nazanener / Nazorener . Joh 1,16-17 . Genade en trouw door Jezus Messias . Verwant mùet Ex 34,6-7 . Genade is zo overvloedig , voor de duizenden , de niet-volkeren . Deze God bewaart de genade voor de volkeren . Het is duidelijk geworden in Jezus Messias .
| Joh 1,17 - Joh 1,17 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [17] For the law was given by Moses, but grace and truth
came by Jesus Christ.
Luther-Bibel . 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.
Statenvertaling : 17 Denn das Gesetz ist durch Mose gegeben; die Gnade und Wahrheit ist durch Jesus Christus geworden.
Tekstuitleg van Joh 1,17 .
| Joh 1,18 - Joh 1,18 : (In het begin was het Woord) -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [18] No man hath seen God at any time; the only begotten
Son, which is in the bosom of the Father, he hath declared him.
Luther-Bibel . 18 Niemand hat Gott je gesehen; der Eingeborene, der Gott ist und in des Vaters Schoß ist, der hat ihn uns verkündigt.
Statenvertaling . 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.
Tekstuitleg van Joh 1,18 .
15 woorden; 34 lettergrepen
exègeomai : uiteenzetten, doen kennen. In deze vorm is het een hapax
bij Johannes.
Jezus is een exegeet van God . Hij is God na aan het hart . Maurice Bellet : niemand heeft ooit God gezien .
| fôs (licht) 14X bij Johannes |
| (1) Joh 1,4 (2) Joh 1,5 (3) Joh 1,8 (4) Joh 1,9 (5) Joh 3,19 (6) Joh 3,19 (7) Joh 3,20 (8) Joh 3,20 (9) Joh 3,21 (10) Joh 8,12 (11) Joh 8,12 (13) Joh 9,5 (14) Joh 11,9 (15) Joh 11,10 (16) Joh 12,35 (17) Joh 12,35 (18) Joh 12,36 (19) Joh 12,36 (20) Joh 12,46 |
- heôraken (hij heeft gezien). Indicatief perfectum 3de persoon enkelvoud
van het werkwoord horaô (zien). In 4 verzen bij Johannes. (1) Joh
1,18 (2) Joh
3,32 (3) Joh
6,46 ouch hoti ton pâtera eôraken tis ei mè ôn
para tou theou houtos eôraken ton patera (niet omdat iemand de Vader heeft
gezien tenzij hij die bij God is, hij heeft de Vader gezien) (4) Joh
14,9 .
- monogenès (eniggeboren) komt bij Johannes slechts in Joh
1,18 voor. Hij wordt hier eniggeboren God genoemd. In Joh
3,16 lezen we hôste ton huion ton monogenè edôken (zodat
Hij de eniggeboren zoon gaf).
Ex 33,20 : Mozes het aangezicht van God wil zien . Jij zult niet bij machte zijn ... de dood veroorzaken ... Wat de bevrijding als sporen nalaat in de geschiedenis . Ex 34,6 : dan trekt de ene voorbij ... Het woord God : datgene waarvoor mensen offers brengen , om knielen ... waarvoor men moet buigen ... JHWH : niet alleen een religieuze term maar ook een maatschappelijke . Het zien van God maakt dat je het niet overleeft . Je denkt dat je de hand kunt leggen op de bevrijders . Als je denkt dat je God hebt gezien ... in wat Hij als sporen nalaat ... een onrechtmatige claim om de ander naar hun macht te zetten . Verwerping van absolute macht .
Mozes is de Thora , een inzicht ... Geen cultus rond Mozes , Elia , Jezus . Hij heeft God gezien .
dia : 44X bij Johannes. dia + genitief : door, via. dia + accusatief : omwille van.
Na het voorwoord begint het eigenlijke verhaal. Het vangt aan met een bekentenis - getuigenis. Het vangt aan met een rapport, een proces-verbaal. Er is een onderzoekscommissie gestuurd uit de hoogste geestelijke kringen. Zij moet nagaan wat zich aan de Jordaan afspeelt en wie de persoon is die optreedt. Bij het lezen merken we onmiddellijk dat we met een introductiefiguur te maken hebben. Hij is niet de christus, niet de profeet (Mozes), niet Elia. Zo krijgen we wel het vermoeden dat het verhaal daarover zal gaan; een verhaal dat hoge verwachtingen wekt. Er komt een tweede onderzoekscommisie; zij wil weten waarom Johannes doopt. Opnieuw wordt de blik naar de toekomst gericht. Hij, Johannes, doopt met water; die na hem komt zal dopen met geest. Geest is wind. De komende figuur zal het laten waaien, hij zal in beweging brengen. Er is iets op til. Er komt verandering. Zo kunnen we Joh 1,19-34 onderverdelen in Joh 1,19-28 en Joh 1,29-34.
Joh 1,19-28 telt 157 W en 322 L. Beschouwen we Joh 1,19a als een opschrift, dan telt de perikope 150 W (3 X 50) en 308 L (4 X 77 of 28 X 11). Joh 1,23 is het centrale vers. Het telt 16 W en 36 L. 71 W gaan eraan vooraf (24 + 13 + 19 + 15), 70 W volgen erop. In Joh 1,23 tellen de woorden van Johannes 34 L. Hieraan gaan 144 L vooraf en volgen 144 L.
De indeling in verzen is van latere datum. De tekst werd in 9 verzen ingedeeld. Verandering van vers heeft meestal plaats bij verandering van personage. Dit is het geval in (1) Joh 1,19 (2) Joh 1,20 (3) Joh 1,22 (4) Joh 1,23 (5) Joh 1,24 (6) Joh 1,26 (7) Joh 1,28 . Zonder verandering van personage kwam er toch een nieuw vers in Joh 1,25 en Joh 1,27 . In de perikope komt 11X het nevenschikkend voegwoord kai (en) voor; 10X bij het begin van een zin, 1X als verbinding tussen twee zinsdelen.
| 1. afgevaardigden | 1. Johannes | 2. afgevaardigden | 2. Johannes | 3. afgevaardigden | 3. Johannes | 4. afgevaardigden | 4. Johannes | 5. afgevaardigden van de Farizeeën | 5. Johannes |
| Joh 1,19 | Joh 1,20 | Joh 1,21 | Joh 1,21 | Joh 1,21 | Joh 1,21 | Joh 1,22 | Joh 1,23 | Joh 1,25 | Joh 1,26 |
| hina (opdat) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | ||||
| erôtèsôsin (zij zouden vragen) | hômologèsen... (en hij beleed...) | èrôtèsan (zij vroegen) | legei (hij zegt) | apekrithè (hij antwoordde) | eipan oun (ze zeiden derhalve) | efè (hij zei) | èrôtèsan (zij vroegen) | apekrithè (hij antwoordde) | |
| auton (hem) | auton (hem) | autôi (tot hem) | auton (hem) | autois (hen) | |||||
| ho Iôannès (Johannes | |||||||||
| kai eipan autôi (en zij zeiden hem) | legôn (zeggende) | ||||||||
| su tís ei (wie ben je?) | egô ouk eimi ho christos (ik ben de messias niet) | tí oun (wat dan?) Hèlias ei su; (ben je Elia?) | ouk eimi (ik ben hem niet) | ho profètès ei su (de profeet ben je) | ou | tís ei (wie ben je?) | egô fônè... (ik ben de stem | tí oun baptizeis ei su ouk ei ... (waarom doop je dan als je noch ... bent | egô baptizô (ik doop...) |
| Joh 1,19 - Joh 1,19 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And this is the record of John, when the Jews sent
priests and Levites from Jerusalem to ask him, Who art thou?
Luther-Bibel . 19 Und dies ist das Zeugnis des Johannes, als die Juden zu ihm sandten Priester und Leviten von Jerusalem, dass sie ihn fragten: Wer bist du?
Statenvertaling . 19 En dit is de getuigenis van Johannes, toen de Joden enige priesters en Levieten afzonden van Jeruzalem, opdat zij hem zouden vragen: Wie zijt gij?
Tekstuitleg van Joh 1,19 . Vers Joh 1,19 bestaat uit een hoofdzin en een ondergeschikte zin (van tijd), met op zijn beurt een ondergeschikte zin (van doel) die op zijn beurt een objectzin heeft in de rechtstreekse rede. De hoofdzin bestaat uit 7 W en 14 L. De eerste ondergeschikte zin bestaat uit 11 W en 27 L, de ondergeschikte zin van doel telt 3 W en 9 L en de objectzin 3 W en 3 L. Het verhalend gedeelte van de ondergeschikte zin bestaat uit 36 L (het kwadraat van 6) of 27 (3 X 9) + 9 . Het verhalend gedeelte bestaat dus uit 21 W en 50 L , de vraagzin in directe rede uit 3 W en 3 L. Totaal : 24 W en 53 L. In dit vers zien we 2X het getal 9 verschijnen .
- Ioudaioi (Judeeërs). In 83 verzen in de bijbel. In 16 verzen in het
O.T., in 67 verzen in het N.T. In 1 vers bij Marcus, in 30 verzen bij Johannes.
De Judeeërs zijn de eersten die naar Johannes toekomen. Zij zijn het die
Jezus zullen laten veroordelen tot de dood.
- hiereus (priester). Zelfstandig naarwoord. Nominatief enkelvoud. In 243 verzen
in de bijbel; in 11 verzen in het N.T. Archiereus (hogepriester). In 37 verzen
in de bijbel; in 28 verzen in het N.T.
--- hiereis (priesters). Zelfstandig naamwoord. Nominatief en accusatief meervoud.
In 233 verzen in de bijbel; in 11 verzen in het N.T.
- Levitai (Levieten). In 97 verzen in de bijbel. In 0 verzen in het N.T.
- persoonlijke voornaamwoorden
--- egô (ik). Persoonlijk voornaamwoord 1ste persoon enkelvoud. Hebreeuws
´^anokhi (in 276 verzen in de bijbel) . In 1553 verzen in de bijbel; in
1234 verzen in het O.T., in 319 verzen in het N.T. In 28 verzen bij Matteüs,
in 14 verzen bij Marcus, in 21 verzen bij Lucas, in 123 verzen bij Johannes,
in 42 verzen in Hnd.
--- su (jij). Persoonlijk voornaamwoord 2de persoon enkelvoud. Hebreeuws ´attâh
(in 614 verzen in de bijbel). In 981 verzen in de bijbel; in 720 verzen in het
O.T., in 161 verzen in het N.T. In 17 verzen bij Matteüs, in 9 verzen bij
Marcus, in 25 verzen bij Lucas, in 53 verzen bij Johannes, in 17 verzen in Hnd
enz.
| Joh 1,20 - Joh 1,20 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [20] And he confessed, and denied not; but confessed, I
am not the Christ.
Luther-Bibel . 20 Und er bekannte und leugnete nicht, und er bekannte: Ich bin nicht der Christus.
Statenvertaling . 20 En hij beleed en loochende het niet; en beleed: Ik ben de Christus niet.
Tekstuitleg van Joh 1,20 .
Joh 1,20 telt 13 W
(1) Joh
1,20 : egô ouk eimi ho christos (ík ben niet de Christus)
(2) Joh
1,21 : Su Hèlias ei; (Jij bent Elia) kai legei (en hij zegt) ouk
eimi (ik ben hem niet)
(3) Joh
1,27 : ho opisô mou erchomenos, ho ouk eimi egô axios (de na
mij komende, van wie ík niet waardig ben)
(4) Joh
3,28 : hoti ouk eimi egô ho christos all' hoti apestalmenos eimi emprosthen
ekeinou (dat ík niet de Christus ben, maar dat ik de gezondene ben vóór
hem).
(5) Joh
4,26 : egô eimi, ho lalôn soi (ík ben hem, die tot jou
spreekt) Jezus tot de Samaritaanse vrouw.
(6) Joh
6,19 : egô eimi (ík ben het). Jezus wandelend over het meer.
(7) Joh
6,35 + (9)
Joh 6,48 : egô eimi ho artos tès zôès (ík
ben het brood van het leven)
(8) Joh
6,41 : egô eimi ho artos ho katabas tou ouranou (ik ben het brood,
neergedaald uit de hemel)
(10) Joh
6,51 : egô eimi ho artos ho zôn ho ek tou ouranou katabas (ik
ben het levende brood dat uit de hemel neerdaalde)
(11) Joh
7,28 : oidate pothen eimi (jullie weten vanwaar ik ben)
(12) Joh
7,29 : hoti par'autou eimi (want vanbij hem ben ik)
(13) Joh
7,33 : eti chronon mihron meth'humô eimi (nog een weinig tijd ben
ik bij jullie)
(14) Joh
7,34 + (15) Joh
7,36): kai hopou eimi egô humeis ou dunathe elthein (en waar ík
ben, kunnen jullie niet komen)
(16) Joh 8,12 : Egô eimi to fôs tou kosmou (ik ben het licht van
de wereld)
| Joh 1,21 - Joh 1,21 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
[21] And they asked him, What then? Art thou Elias? And he saith, I am not.
Art thou that prophet? And he answered, No.
Luther-Bibel . 21 Und sie fragten ihn: Was dann? Bist du Elia? Er sprach: Ich bin's nicht. Bist du der Prophet? Und er antwortete: Nein.
Statenvertaling . 21 En zij vraagden hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.
Tekstuitleg van Joh 1,21
Joh 1,21 telt negentien woorden .
legô (zeggen) . Verwijzing : legô (zeggen) , zie Joh 1,21 .
| legô (ik zeg) In 36X bij Johannes | |
| legei (112X bij Johannes) | (1) Joh 1,21 : - Joh 1,19-34 - (2) Joh 1,29 - Joh 1,19-34 - (3) Joh 1,36 - Joh 1,35-42 - (4) Joh 1,38: - Joh 1,35-42 - (5) Joh 1,41 - Joh 1,35-42 - (6) Joh 1,43 |
| legete (jullie zeggen) 7X bij Johannes | |
| legousin (zij zeggen) 9X bij Johannes | |
| legôn (zeggende) 8X bij Johannes | |
| legontes (zeggende) 10X bij Johannes | |
| elegen (hij zei) 13X bij Johannes | |
| elegon (zij zeiden) : éénendertig verzen bij Johannes | |
| eipôn (zeggende) 11X bij Johannes | |
| eipontos (zeggende) participium aorist genitief | |
| eipen (hij zei) 114X bij Johannes | zie |
| eipan (zij zeiden) 26X bij Johannes | |
| eipon (zij zeiden) 39X bij Johannes | |
elegon (zij zeiden) 31X bij Johannes (1) Joh 4,33(2) Joh 4,42(3) Joh 5,10 (4) Joh 6,14 (5) Joh 6,42 (6) Joh 7,11 (7) Joh 7,12(8) Joh 7,25 (9) Joh 7,31(10) Joh 7,40 (11) Joh 7,41(12) Joh 7,41 (13) Joh 8,6 (14) Joh 8,19 (15) Joh 8,22(16) Joh 8,25(17) Joh 9,8 (18) Joh 9,9(19) Joh 9,9 (20) Joh 9,10 (21) Joh 9,21
In 5 verzen staat bij eipôn (gezegd) het aanwijzend voornaamwoord tauta (dat); in 4 vrezen touto (dat, dit).
| eipôn (gezegd) . In 11 verzen bij Johannes (1) Joh 5,12 : Tís estin ho anthrôpos ho eipôn soi : Aron kai peripatei ; (Wie is de man die aan jou zei : Neem op en wandel). eipôn (gezegd) verwijst naar Joh 5,8 - Joh 5,1-18 - (2) Joh 7,9 : tauta de eipôn autos emeinen en tèi Galilaiai (Dat gezegd echter bleef hij in Galilea). Het eerste deel van het vers verwijst naar wat Jezus zei in Joh 7,6-8 - Joh 7,1-13 -. (3) Joh 9,6 : tauta eipôn (dat gezegd) verwijst naar de woorden van Jezus in Joh 9,3-5. (4) Joh 11,43 : kai tauta eipôn (en dat gezegd) verwijst naar het gebed van Jezus in Joh 11,41b-42. (5) Joh 13,21 : tauta eipôn (dat gezegd) verwijst naar de woorden van Jezus in Joh 13,13b-20. (6) Joh 18,1 : tauta eipôn (dat gezegd) verwijst naar het gebed van Jezus in Joh 17,1b-26 (7) Joh 18,22 : eipôn (gezegd) . Eén van de dienaar van de hogepriester reageert op wie Jezus zegt met de woorden. Eipôn (gezegd) leidt het citeren in. Dit is zeldzaam. Eerder wordt legôn (zeggend) hiervoor gebruikt. (8) Joh 18,18 : kai touto eipôn palin exèlthen (en dit gezegd ging Pilatis terug naar buiten) verwijst naar de woorden van Pilatis tí estin alètheia (wat is waarheid?) (9) Joh 20, 20 : touto eipôn (dit gezegd) verwijst naar de woorden van Jezus in Joh 20,19b : eirènè humin (vrede aan jullie) (10) Joh 20, 22 : touto eipôn (dit gezegd) verwijst naar de woorden van Jezus in Joh 20,21. (11) Joh 21, 19b : kai touto eipôn (en dit gezegd) verwijst naar de woorden van Jezus in Joh 21,17b-18 |
erôtaô (vragen)
èrôtèsan (zij vroegen) komt in 11 verzen
in de bijbel voor; in 3 verzen in het O.T., in 8 verzen in het N.T. Niet bij
Matteüs, noch bij Marcus, in 1 vers bij Lucas, in 6 verzen bij Johannes
: (1) Joh
1,21 . (2) Joh
1,25 . (3) Joh
5,10 . (4) Joh
9,2 . (5) Joh
9,19 . (6) Joh
19,31 , in 1 vers in Hnd.
| (slechts 1X in deze vorm) Joden, afgevaardigd uit Jeruzalem, priesters en levieten | 1. Joden, afgevaardigd uit Jeruzalem, priesters en levieten | 2. afgevaardigden van de Farizeeën | 3. de Joden | 4. de leerlingen van Jezus | 5. de joden | 6. de joden |
| Joh 1,19 | Joh 1,21 | Joh 1,25 | Joh 5,10 | Joh 9,2 | Joh 9,19 | Joh 19,31 |
| hina (opdat) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | |
| erôtèsôsin (zij zouden vragen) | èrôtèsan (zij vroegen) | èrôtèsan (zij vroegen) | èrôtèsan (zij vroegen) | èrôtèsan (zij vroegen) | èrôtèsan (zij vroegen) | èrôtèsan (zij vroegen) |
| auton (hem) | auton (hem) | auton (hem) | auton (hem) | auton (hem) hoi mathètai autou (zijn leerlingen) | autous (hen) | ton Pilaton (Pilatus) |
| kai eipan autôi (en zij zeiden hem) | legontes (zeggende) | legontes (zeggende) | ||||
| su tís ei; (wie ben je?) | tí oun (wat dan?) Hèlias ei su; (ben je Elia?) | tí oun baptizeis ei su ouk ei ... (waarom doop je dan als je noch ... bent | tís estin ho anthrôpos ho eioôn soi (wie zei je?) | rabbi, tís èmarten (Meester, wie heeft gezondigd...) | ... pôs ... (hoe...?) | hina (opdat) |
| Het getuigenis van Johannes : Joh 1,19-34 | Het getuigenis van Johannes : Joh 1,19-34 | Het getuigenis van Johannes : Joh 1,19-34 |
Genezing van een lamme : Joh 5,1-18 - | Genezing van een blindgeborene : Joh 9,1-38 | Genezing van een blindgeborene : Joh 9,1-38 | Doorboring van Jezus'zijde : Joh 19,31-37 - |
In 5 van de 6 gevallen staat kort na het werkwoord erôtaô (vragen)
een vragend voornaamwoord. In enkele gevallen (Joh
1,25 , Joh
9,2 en Joh
9,19) wordt na het werkwoord erôtaô (vragen) een vorm van het
werkwoord legô (zeggen) gebruikt om een citaat in te leiden. Behalve in
Joh
5,10 en Joh
19,31 wordt op de vraag een antwoord gegeven met een vorm van het werkwoord
apokrinomai (antwoorden) bij Johannes, zie Joh
1,21.
- apekrithè (hij antwoordde). In 57 verzen bij Johannes, zie Joh
1,21.
erôtaô (vragen) - apokrinomai (antwoorden)
| 1. Joden, afgevaardigd uit Jeruzalem, priesters en levieten | Johannes | 2. afgevaardigden van de Farizeeën | Johannes | 4. de leerlingen van Jezus | Jezus | 5. de joden | de ouders | |
| Joh 1,19 | Joh 1,21 | Joh 1,21 | Joh 1,25 | Joh 1,26 | Joh 9,2 | Joh 9,3 | Joh 9,19 | Joh 9,20 |
| hina (opdat) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | |||
| erôtèsôsin (zij zouden vragen) | èrôtèsan (zij vroegen) | apekrithè (hij antwoordde) | èrôtèsan (zij vroegen) | apekrithè (hij antwoordde) | èrôtèsan (zij vroegen) | apekrithè (hij antwoordde) | èrôtèsan (zij vroegen) | apekrithèsan oun (zij antwoordden dus) |
| auton (hem) | auton (hem) | auton (hem) | autois (hen) | auton (hem) ... | autous (hen) | |||
| ho Iôannès (Johannes) | Ièsous (Jezus) | hoi goneis autou (zijn ouders) | ||||||
| kai eipan autôi (en zij zeiden hem) | legôn (zeggende) | legontes (zeggende) | kai eipan (en zij zeiden | |||||
| su tís ei (wie ben je?) | tí oun (wat dan?) Hèlias ei su; (ben je Elia?) | ou | tí oun baptizeis ei su ouk ei ... (waarom doop je dan als je noch ... bent | rabbi, tís èmarten (Meester, wie heeft gezondigd...) | ... pôs ... (hoe...?) | |||
| Het getuigenis van Johannes : Joh 1,19-34 | Genezing van een blindgeborene : Joh 9,1-38 |
| 1. de leerlingen | Jezus | 2. de Samaritanen | Jezus | 3. de Farizeeën | de genezene | 4. Grieken | Jezus | |
| Joh 4,31 | Joh 4,32 | Joh 4,40 | Joh 4,40 | Joh 9,15 | Joh 9,15 | Joh 12,21 | Joh 12,23 | |
| ho de (hij echter) | palin oun (opnieuw dus) | ho de (hij echter) | kai (en) | ho de Ièsous (Jezus echter) | ||||
| werkwoord | èrôtôn (zij - de leerlingen - vroegen) | eipen (zei) | èrôtôn (zij vroegen) | èrôtôn (zij vroegen) | eipen (zei) | èrôtôn (zij - de Grieken - vroegen) | apokrinetai (antwoordt) | |
| lijdend voorwerp | auton (hem) | autois (aan hen) | auton (hem) | auton (hem) | autois (aan hen) | auton (hem) | autois (aan hen) | |
| hoi mathètai (de leerlingen) | kai hoi Farisaioi (ook de Farizeeën) | |||||||
| legontes (zeggende) | legontes (zeggende) | legôn (zeggende) | ||||||
| Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 - Joh 4,1-45 - | Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 - Joh 4,1-45 - | Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 - Joh 4,1-45 - | Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 - Joh 4,1-45 - | Genezing van een blindgeborene : Joh 9,1-38 - Joh 9,1-38 - | Genezing van een blindgeborene : Joh 9,1-38 - Joh 9,1-38 - | Jezus'laatste openlijke optreden : Joh 12,20-36 - Joh 12,20-36 - | Jezus'laatste openlijke optreden : Joh 12,20-36 - Joh 12,20-36 - |
oun (bij-gevolg) , erop volgend, dus, derhalve). oun (bij-gevolg) (eropvolgend, dus, derhalve), zie Joh 1,21 .In 688 verzen in de bijbel; in 198 verzen in het O.T., in 490 verzen in het N.T. In 56 verzen bij Matteüs. In 6 verzen bij Marcus. In 33 verzen bij Lucas. In 194 verzen bij Johannes: Joh 9,1-38 - : 13X (Joh 9,7.8.10.11.15.16.17.18.19.20.24.25.26). In 11 verzen in Joh 20. In zestig verzen in Hnd .
| egô (ik) 123X bij Johannes |
Wanneer we egô (ik) in het johannesevangelie tegenkomen, is meestal Jezus aan het woord. In Joh 9,9 antwoordt de genezen blindgeborene op de vele meningsverschillen omtrent zijn persoon : egô eimi (ik ben het).
| apekrithè (hij antwoordde) 57X bij Johannes | (1) Joh 1,21 (Johannes) - Joh 1,19-34 - |
| (2) Joh 1,26 apekrithè autois ho Iôannès legôn (Johannes antwoordde hen zeggende) (4) Joh 1,49 apekrithè autôi Nathanaèl (Natanaël antwoordde hem) | (2) Joh 1,26 - Joh 1,19-34 - |
| apekrithè Ièsous kai eipen autôi / Joh 4,10.13 : autèi (Jezus antwoordde en zei hem / ) | (3) Joh 1,48 (5) Joh 1,50 (7) Joh 3,3 (10) Joh 3,10 (12) Joh 4,10 (haar) (13) Joh 4,13 (haar) |
| apekrithè Ièsous kai eipen autois (Jezus antwoordde en zei hen). Joh 9,30 : apekrithè anthrôpos kai eipen autois (de man antwoordde en zei hen). | (6) Joh 2,19 |
| apekrithè Ièsous (Jezus antwoordde) Joh 9,11: ... ekeinos : de genezen blindgeborene antwoordde). Joh 9,25 : ... oun ekeinos (de genezen blindgeborene antwoordde dus). Joh 9,27 : apekrithè autois (hij = de genezen... antwoordde). | (8) Joh 3,5. Joh 9,3 (na een vraag).. |
| (9) apekrithè (Joh 3,9 Nikomèmos; Joh 4,17 hè gunè) kai eipen autôi (Joh 3,9 Nicodemus ; Joh 4,17 de vrouw; antwoordde en zei hem) | |
| (11) apekrithè Iôannès kai eipen (Joh 3,37 Johannes, antwoordde en zei) Joh 9,36: apekrithè ekeinos en eipen (deze = de genezen blindgeborene) antwoordde en zei). | |
| apokrinetai (hij antwoordt) 3X bij Johannes |
14. profètès (profeet) . Verwijzing
: profètès
(profeet) , zie Joh
1,21 . In 105 verzen in de bijbel . In achtenzeventig verzen in het O.T.
: Dt 34,10
. In zevenentwintig verzen in het N.T. .
- Accusatief enkelvoud profètèn . In zevenenveertig verzen in de bijbel . In
drieëndertig verzen in het O.T. : (1) In veertien verzen in het N.T. .
- nominatief meervoud profètai . In achtenvijfitg verzen in de bijbel
. In zevenendertig verzen in het O.T. . In eenentwintig verzen in het N.T. .
In zes verzen in Hnd .
- nâbhî´ (profeet) . In achtentwintig verzen in de bijbel
.
| 1. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. | 9. |
| Joh 1,21 | Joh 1,23 | Joh 4,19 | Joh 4,44 | Joh 6,14 | Joh 7,40 | Joh 9,17 |
| Tí oun baptizeis (Waarom doop je dan) | kurie, theôrô hoti (Heer, ik zie dat | hoti (dat) | ||||
| Ho profètès ei su; (de profeet ben je?) | ei su ... oude ho profètès (indie u niet de profeet bent) | profètès ei su (een profeet u bent) | houtos estin alèthôs ho profètès (deze is waarlijk de profeet) | houtos estin alèthôs ho profètès (deze is waarlijk de profeet) | profètès estin (een profeet is hij). | |
| ho erchomenos eis ton kosmon (de komende in de wereld) | ||||||
Efè (hij zei) ook slechts 2X voor in het Johannesevangelie. In Joh 1,23 zegt Johannes de Doper ik dat hij de stem van een roepende in de woestijn is. In Joh 9,38 zegt de genezen blindgeborene : Ik geloof, Heer.
| Joh 1,22 - Joh 1,22 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [22] Then said they unto him, Who art thou? that we may
give an answer to them that sent us. What sayest thou of thyself?
Luther-Bibel . 22 Da sprachen sie zu ihm: Wer bist du dann?, dass wir Antwort geben denen, die uns gesandt haben. Was sagst du von dir selbst?
Statenvertaling . 22 Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven?
Tekstuitleg van Joh 1,22 .
Joh 1,22 telt 15 W
| Joh 1,23 - Joh 1,23 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [23] He said, I am the voice of one crying in the wilderness,
Make straight the way of the Lord, as said the prophet Esaias.
Luther-Bibel . 23 Er sprach: »Ich bin eine Stimme eines Predigers in der Wüste: Ebnet den Weg des Herrn!«, wie der Prophet Jesaja gesagt hat (Jesaja 40,3).
Statenvertaling . 23 Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft.
Tekstuitleg van Joh 1,23 .
Joh 1,23 bestaat een inleiding en een citaat, dat in 3 delen kan verdeeld worden. De inleiding bestaat uit 1 W en 2 L. Het citaat bestaat uit 2 hoofdzinnen. De ondergeschikte zin heeft zowel betrekking op de eerste als de tweede hoofdzin. Het aantal W is (1 + 6 + 4 + 5) 16 of het kwadraat van 4; het aantal L is (2 + 12 + 10 + 12) 36 of het kwadraat van 6.
5. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
5. tè(i) . Verwijzing : bepaald lidwoord . Datief vrouwelijk enkelvoud . Ned. de . E. the . In vijf verzen in Joh 1 : (1) Joh 1,5 . (2) Joh 1,23 . (3) Joh 1,29 . (4) Joh 1,35 . (5) Joh 1,43 . In de laatste drie verzen staat het lidwoord telkens vóór epaurion ('s anderendaags) .
| lidw. enk. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| dat. vr. enk. tè(i) | 3381 | 2631 | 750 | 94 | 55 | 119 | 64 | 122 | 264 | 32 | 268 | 332 |
| bep. lidw. dat vr. enk. tè(i) | Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 |
| 64 | 5 | 3 | 2 | 5 | 4 | 7 | 4 | 4 | 1 | 4 | 7 | 2 | 3 | 3 | 2 | 2 | 2 | 3 | 1 |
Js 40,3 : er is een grote parallel tussen de ballingschap en de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. . In de woestenij : er moet een nieuw begin gemaakt worden . Rome is het nieuwe Babel . Er is een nieuwe schepping nodig . De roepende zal vermoord worden . De werkelijkheid meenemen met de nieuwe schepping - utopie - werkelijkheid . Moeten mensen niet bereid zijn om hun leven te geven ? Verborgen, agenda's .
| Joh 1,24 - Joh 1,24 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [24] And they which were sent were of the Pharisees.
Luther-Bibel . 24 Und sie waren von den Pharisäern abgesandt
Statenvertaling . 24 En de afgezondenen waren uit de Farizeën;
Tekstuitleg van Joh 1,24 .
| Joh 1,25 - Joh 1,25 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [25] And they asked him, and said unto him, Why baptizest
thou then, if thou be not that Christ, nor Elias, neither that prophet?
Luther-Bibel . 25 und sie fragten ihn und sprachen zu ihm: Warum taufst du denn, wenn du nicht der Christus bist noch Elia noch der Prophet?
Statenvertaling . 25 En zij vraagden hem en spraken tot hem: Waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet?
Tekstuitleg van Joh 1,25 .
| Joh 1,26 - Joh 1,26 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [26] John answered them, saying, I baptize with water: but
there standeth one among you, whom ye know not;
Luther-Bibel . 26 Johannes antwortete ihnen und sprach: Ich taufe mit Wasser; aber er ist mitten unter euch getreten, den ihr nicht kennt.
Statenvertaling . 26 Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent;
Tekstuitleg van Joh 1,26 .
8. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
Dt 1 S 16 : temidden van zijn broeders ;
| Joh 1,27 - Joh 1,27 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [27] He it is, who coming after me is preferred before me,
whose shoe's latchet I am not worthy to unloose.
Luther-Bibel . 27 Der wird nach mir kommen, und ich bin nicht wert, dass ich seine Schuhriemen löse.
Statenvertaling . 27 Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.
Tekstuitleg van Joh 1,27 .
Ruth 4,7 : aanbieden van zijn schoen : maakt een zaak rechtsgeldig . Niet van onderwerping . De keuze van de messias is zijn keuze . Ik ben niet gerechtigd
| Joh 1,28 - Joh 1,28 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [28] These things were done in Bethabara beyond Jordan,
where John was baptizing.
Luther-Bibel . 28 Dies geschah in Betanien jenseits des Jordans, wo Johannes taufte.
Das Zeugnis des Täufers vom Lamm Gottes
Statenvertaling . 28 Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.
» meer
Tekstuitleg van Joh 1,28 .
| - tauta (die 'dingen'), zie Mt 1,20. |
bestaat uit 12 woorden en 27 lettergrepen. .
Joh
1,28 vormt de slotzin van Joh 1,19-28, het eerste deel van Joh
1,19-34 . In slotzinnen komt eenzelfde zinstructuur dikwijls bij Johannes
voor. Vooreerst is er een vorm van het aanwijzend voornaamwoord houtos (deze)
waardoor het voorgaande wordt samengevat. In Joh
1,28 staat het onzijdig meervoud tauta (deze). Het slaat op de vragen van
de priesters en levieten enerzijds en van de farizeeën anderzijds en op
de antwoorden van Johannes de Doper op die vragen. Verder is er een werkwoord
en een plaatsbepaling.
- tauta (deze) In 58 verzen bij Johannes. Bij Johannes : meta tauta (daarna),
in 8 verzen, zie Joh
1,43 .
auta (deze dingen) bij het begin van een slotzin voorkomt.
houtos (deze, die). Nominatief mannelijk enkelvoud. Aanwijzend voornaamwoord. In 48 verzen bij Johannes.
2. en (in, tijdens)
OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc
: en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Taalgebruik in Brieven : en
(in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh
1,1 . (2) Joh
1,2 . (3) Joh
1,3 . (4) Joh
1,4 . (5) Joh
1,5 . (6) Joh
1,10 . (7) Joh
1,14 . (8) Joh
1,23 . (9) Joh
1,26 . (10) Joh
1,28 . (11) Joh
1,31 . (12) Joh
1,33 . (13) Joh
1,45 . (14) Joh
1,47 .
| Joh 1,29 - Joh 1,29 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
[29] The next day John seeth Jesus coming unto him, and saith, Behold the Lamb
of God, which taketh away the sin of the world.
Luther-Bibel .29 Am nächsten Tag sieht Johannes, dass Jesus zu ihm kommt, und spricht: Siehe, das ist Gottes Lamm, das der Welt Sünde trägt!
Statenvertaling . 29 Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
Tekstuitleg van Joh 1,29
| Joh 1,29 | tèi epaurion (De volgende dag) | blepei (ziet hij) | ton Ièsoun (Jezus) | erchomenon pros auton (naar hem komen) | kai legei (en zegt) | ide (zie) | ||
| Joh 1,47 | eiden | Ièsous (Jezus) | ton Nathanaèl (Natanël) | erchomenon pros auton (naar hem komen) | kai legei (en hij zegt) | peri autou (over hem) | ide (zie) |
Joh 1,29 bestaat uit twee nevenschikkende zinnen met elkaar verbonden door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . De tweede nevenschikkende zin leidt een citaat van Johannes de Doper in . Aldus kan je Joh 1,29 indelen in drie delen : Joh 1,29a bestaat uit acht woorden en zeventien lettergrepen ; vijf woorden eindigen -n , vier op -on . Ton Ièsoun (Jezus) accusatief enkelvoud als lijdend voorwerp bij blepei (hij ziet) staat centraal . Het bestaat uit twee woorden en lettergrepen lettergrepen ; drie woorden en zeven lettergrepen gaan eraan vooraf , drie woorden en zeven lettergrepen volgen erop . Joh 1,29b bestaat uit twee woorden en drielettergrepen en leidt het citaat van Johannes de Doper in . Joh 1,29c geeft het citaat . Het bestaat uit elf woorden en negentien lettergrepen . Joh 1,29c zouden we eveneens in drie deeltjes kunnen onderverdelen . Joh 1,29c1 bestaat uit één woord en twee lettergrepen ; Joh 1,29c2 bestaat uit vier woorden en zes lettergrepen ; Joh 1,29c3 bestaat uit zes woorden en elf lettergrepen . In totaal bestaat Joh 1,29 uit 8 + 2 + 11 = 21 woorden en 17 + 3 + 19 = 39 lettergrepen .
1. tè(i) . Verwijzing : bepaald lidwoord . Datief vrouwelijk enkelvoud . Ned. de . E. the . In vijf verzen in Joh 1 : (1) Joh 1,5 . (2) Joh 1,23 . (3) Joh 1,29 . (4) Joh 1,35 . (5) Joh 1,43 . In de laatste drie verzen staat het lidwoord telkens vóór epaurion ('s anderendaags) .
| lidw. enk. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| dat. vr. enk. tè(i) | 3381 | 2631 | 750 | 94 | 55 | 119 | 64 | 122 | 264 | 32 | 268 | 332 |
| bep. lidw. dat vr. enk. tè(i) | Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 |
| 64 | 5 | 3 | 2 | 5 | 4 | 7 | 4 | 4 | 1 | 4 | 7 | 2 | 3 | 3 | 2 | 2 | 2 | 3 | 1 |
2. tè(i) epaurion ('s anderendaags) . Verwijzing : tè(i) epaurion ('s anderendaags) . Gr. aurion (bijwoord) : morgen (vroeg) . ep-aurion : de dag erop , de volgende dag . Fr. lendemain < le - en - demain -> l'endemain -> lendemain -> le lendemain . demain > Lat. de mane (matin) . Lat. altera die -> Ned. 's anderendaags .
Lam Gods , dat wegdraagt de zonden van de wereld . Verwijst naar Js 53,7.12 . Lv 16 (grote verzoendag) , 21-22 . Aan de jom Kippoer gaan tien dagen vooraf . De zonde wordt niet ten,iet gedaan maar bedekt . Het kwaad is geschied , maar er is nieuw leven mogelijk . Hij heft actief de zonden van de wereld op . Het gaat niet louter om
| epaurion ('s anderendaags) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| tè(i) (...) epaurion | 39 | 22 | 17 | 1 : Mt 27,62 . | 1 : Mc 11,12 . | 5 : (1) Joh 1,29 . (2) Joh 1,35 . (3) Joh 1,43 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 12,12 . | 10 : (1) Hnd 10,9 . (2) Hnd 10,23 . (3) Hnd 10,24 . (4) Hnd 14,20 . (5) Hnd 20,7 . (6) Hnd 21,8 . (7) Hnd 22,30 . (8) Hnd 23,32 . (9) Hnd 25,6 . (10) Hnd 25,23 . | |||||||
| tè(i) epaurion | 9 | 1 : Mc 11,12 . | 5 : (1) Joh 1,29 . (2) Joh 1,35 . (3) Joh 1,43 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 12,12 . | 3 : (4) Hnd 14,20 . (5) Hnd 20,7 . (9) Hnd 25,6 . | ||||||||||
| tè(i) de epaurion | 7 | 1 : Mt 27,62 . | 6 : (1) Hnd 10,9 . (2) Hnd 10,23 . (3) Hnd 10,24 . (6) Hnd 21,8 . (7) Hnd 22,30 . (8) Hnd 23,32 . | |||||||||||
| kai tè(i) epaurion | 2 | 1 : Mc 11,12 . | (4) Hnd 14,20 . | |||||||||||
| tè(i) oun epaurion | 1 | (10) Hnd 25,23 . |
In vijf verzen bij Johannes . Het staat telkens aan het begin van de zin .
In Joh worden op deze wijze een reeks verhalen aan elkaar gerijgd : (1) Joh
1,29 - Joh
1,19-34 - (2) Joh
1,35 - Joh
1,35-42 - (3) Joh
1,43 - Joh
1,43-51 -
Joh 1,19-28 is dan de eerste dag .
Joh 1,29-34 is dan de tweede dag .
Joh 1,35-42 is dan de derde dag .
Joh 1,43-51 is dan de vierde dag .
Joh 2,1-12 , op de derde dag, zou dan de zevende dag zijn .
Al deze verhalen maken deel uit van Jezus'eerste cyclus van Judea naar Galilea
.
3. De vorm blepei (hij ziet) komt in 7 verzen bij Johannes voor. Actief indicatief
praesens 3de persoon enkelvoud van het werkwoord blepô (zien). (1) Joh
1,29 ; (2) Joh
9,19 . (3) Joh
9,21 . (4) Joh
11,9 . (5) Joh
20,1 . (6) Joh
20,5 . (7) Joh
21,20 . In het Grieks hoort bij het werkwoord blepô (zien) het lijdend
voorwerp in de accusatief , eventueel vergezeld van een participiumvorm van
een werkwoord . In het Nederlands vertalen we dit door een objectzin. B.v. ik
zie Jezus , komende = ik zie Jezus komen .
- blepô (zien) . Verwijzing : - blepô (zien)
, zie Joh 1,29 .
| Joh 1,29 | Joh 20,1 | Joh 20,5 | Joh 21,20 | Joh 20,6 | |
| blepei (hij ziet) | blepei (zij ziet) | blepei (hij ziet) | blepei (hij ziet) | theôrei (hij ziet) | |
| ton Ièsoun (Jezus) | ton lithon (dat de steen) | ton mathètèn (de leerling) | |||
| erchomenon pros auton (naar hem komen) | èrmenon ek tou mnèmeiou (van het gedenkteken is weggerold) | keimena ta othonia (de doeken liggen) | ... akolouthounta (Jezus volgen) | ta othonia keimena (de doeken liggen) | |
De vorm theôrei (hij ziet) komt eveneens in 7 verzen
bij Johannes voor. Actief indicatief praesens 3de persoon enkelvoud van het
werkwoord theôreô (zien) (zie theorie, zienswijze). (1) Joh
10,12 . (2) Joh
12,45 . (3) Joh
14,17 . (4) Joh
14,19 . (5) Joh
20,6 . (6) Joh
20,12 . (7) Joh
20,14 .
De vorm eiden (hij zag) van het werkwoord horaô (zien) komt eveneens
in 7 verzen bij Johannes voor : (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7)
| Joh 1,30 - Joh 1,30 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [30] This is he of whom I said, After me cometh a man which
is preferred before me: for he was before me.
Luther-Bibel . 30 Dieser ist's, von dem ich gesagt habe: Nach mir kommt ein Mann, der vor mir gewesen ist, denn er war eher als ich.
Statenvertaling . 30 Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik.
Tekstuitleg van Joh 1,30 .
| Joh 1,31 - Joh 1,31 - Het getuigenis van Johannes -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 - Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [31] And I knew him not: but that he should be made manifest
to Israel, therefore am I come baptizing with water.
Luther-Bibel . 31 Und ich kannte ihn nicht. Aber damit er Israel offenbart werde, darum bin ich gekommen zu taufen mit Wasser.
Statenvertaling . 31 En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water.
Tekstuitleg van Joh 1,31 .
14. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
| Joh 1,32 - Joh 1,32 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 -- Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [32] And John bare record, saying, I saw the Spirit descending
from heaven like a dove, and it abode upon him.
Luther-Bibel .
32 Und Johannes bezeugte und sprach: Ich sah, dass der Geist herabfuhr wie eine Taube vom Himmel und blieb auf ihm.
Statenvertaling . 32 En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem.
Tekstuitleg van Joh 1,32 .
| Joh 1,33 - Joh 1,33 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 -- Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [33] And I knew him not: but he that sent me to baptize
with water, the same said unto me, Upon whom thou shalt see the Spirit descending,
and remaining on him, the same is he which baptizeth with the Holy Ghost.
Luther-Bibel . 33 Und ich kannte ihn nicht. Aber der mich sandte zu taufen mit Wasser, der sprach zu mir: Auf wen du siehst den Geist herabfahren und auf ihm bleiben, der ist's, der mit dem Heiligen Geist tauft.
Statenvertaling . 33 En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.
Tekstuitleg van Joh 1,33 .
10. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
| Joh 1,34 - Joh 1,34 - Het getuigenis van Johannes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,19 - Joh 1,20 - Joh 1,21 - Joh 1,22 - Joh 1,23 - Joh 1,24 - Joh 1,25 - Joh 1,26 - Joh 1,27 - Joh 1,28 -- Joh 1,29 - Joh 1,30 - Joh 1,31 - Joh 1,32 - Joh 1,33 - Joh 1,34 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [34] And I saw, and bare record that this is the Son of
God.
Luther-Bibel . 34 Und ich habe es gesehen und bezeugt: Dieser ist Gottes Sohn.
Die ersten Jünger
Statenvertaling . 34 En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.
Tekstuitleg van Joh 1,34 .
De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 - Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 -
| Joh 1,35 | Joh 1,36 | Joh 1,37 | Joh 1,38 | Joh 1,39 | Joh 1,40 | Joh 1,41 | Joh 1,42 | totaal | |
| woorden | 12 | 11 | 11 | 23 | 22 | 17 | 18 | 22 | 136 |
| lettergrepen | 24 | 22 | 22 | 53 | 41 |
| Joh 1,35 - Joh 1,35 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 - Joh 1,35 - Joh 1,36 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [35] Again the next day after John stood, and two of his
disciples;
Luther-Bibel . 35 Am nächsten Tag stand Johannes abermals da und zwei seiner Jünger;
Statenvertaling : 35 Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen.
Tekstuitleg van Joh 1,35 . Dit vers Joh 1,35 bestaat uit 12 woorden (6 + 6) en 24 lettergrepen (14 + 10) .
1. tè(i) . Verwijzing : bepaald lidwoord . Datief vrouwelijk enkelvoud . Ned. de . E. the . In vijf verzen in Joh 1 : (1) Joh 1,5 . (2) Joh 1,23 . (3) Joh 1,29 . . (4) Joh 1,35 . . (5) Joh 1,43 . In de laatste drie verzen staat het lidwoord telkens vóór epaurion ('s anderendaags) .
| lidw. enk. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| dat. vr. enk. tè(i) | 3381 | 2631 | 750 | 94 | 55 | 119 | 64 | 122 | 264 | 32 | 268 | 332 |
| bep. lidw. dat vr. enk. tè(i) | Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 |
| 64 | 5 | 3 | 2 | 5 | 4 | 7 | 4 | 4 | 1 | 4 | 7 | 2 | 3 | 3 | 2 | 2 | 2 | 3 | 1 |
2. tè(i) epaurion ('s anderendaags) . Verwijzing : tè(i) epaurion ('s anderendaags) . Gr. aurion (bijwoord) : morgen (vroeg) . ep-aurion : de dag erop , de volgende dag . Fr. lendemain < le - en - demain -> l'endemain -> lendemain -> le lendemain . demain > Lat. de mane (matin) . Lat. altera die -> Ned. 's anderendaags .
| epaurion ('s anderendaags) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| tè(i) (...) epaurion | 39 | 22 | 17 | 1 : Mt 27,62 . | 1 : Mc 11,12 . | 5 : (1) Joh 1,29 . (2) Joh 1,35 . (3) Joh 1,43 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 12,12 . | 10 : (1) Hnd 10,9 . (2) Hnd 10,23 . (3) Hnd 10,24 . (4) Hnd 14,20 . (5) Hnd 20,7 . (6) Hnd 21,8 . (7) Hnd 22,30 . (8) Hnd 23,32 . (9) Hnd 25,6 . (10) Hnd 25,23 . | |||||||
| tè(i) epaurion | 9 | 1 : Mc 11,12 . | 5 : (1) Joh 1,29 . (2) Joh 1,35 . (3) Joh 1,43 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 12,12 . | 3 : (4) Hnd 14,20 . (5) Hnd 20,7 . (9) Hnd 25,6 . | ||||||||||
| tè(i) de epaurion | 7 | 1 : Mt 27,62 . | 6 : (1) Hnd 10,9 . (2) Hnd 10,23 . (3) Hnd 10,24 . (6) Hnd 21,8 . (7) Hnd 22,30 . (8) Hnd 23,32 . | |||||||||||
| kai tè(i) epaurion | 2 | 1 : Mc 11,12 . | (4) Hnd 14,20 . | |||||||||||
| tè(i) oun epaurion | 1 | (10) Hnd 25,23 . |
In vijf verzen bij Johannes . Het staat telkens aan het begin van de zin .
In Joh worden op deze wijze een reeks verhalen aan elkaar gerijgd : (1) Joh
1,29 - Joh
1,19-34 - (2) Joh
1,35 - Joh
1,35-42 - (3) Joh
1,43 - Joh
1,43-51 -
Joh 1,19-28 is dan de eerste dag .
Joh 1,29-34 is dan de tweede dag .
Joh 1,35-42 is dan de derde dag .
Joh 1,43-51 is dan de vierde dag .
Joh 2,1-12 , op de derde dag, zou dan de zevende dag zijn .
Al deze verhalen maken deel uit van Jezus'eerste cyclus van Judea naar Galilea
.
3. palin (opnieuw) . Verwijzing : palin (opnieuw) . Fr. de nouveau . E. again . Ned. opnieuw .
| palin (opnieuw) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | syn. | ev. |
| 206 | 70 | 136 | 16 | 26 | 26 | 45 | 5 | 16 | 2 | 68 | 113 |
| palin (opnieuw) | Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 |
| 45 | 1 | 4 | 1 | 4 | 3 | 7 | 3 | 2 | 1 | 1 | 5 | 5 | 3 | 3 | 2 |
| palin (opnieuw). In 45 verzen bij Johannes, zie Joh 1,35 (p = 500 , a = 1 , l = 30 , i = 10 , n = 50 . Totaal : 591) |
(1) Joh
1,35 - Joh
1,35-42 - tèi epaurion ('s anderendaags) verwijst naar Joh
1,29 - Joh
1,19-34 - Deze tijdsbepaling staat bij het begin van de zin; wellicht
daarom staat palin (opnieuw) na deze tijdsbepaling. Joh 10,7 Ièsous (Jezus) 194X bij Johannes . palin (opnieuw) verwijst
naar ho Ièsous van Joh 10,6. |
- heistèkei . Het komt in 33 verzen in de bijbel voor. In 1 vers bij Matteüs , bij Lucas, in 5 verzen bij Johannes.
| Joh 1,36 - Joh 1,36 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [36] And looking upon Jesus as he walked, he saith, Behold
the Lamb of God!
Luther-Bibel . 36 und als er Jesus vorübergehen sah, sprach er: Siehe, das ist Gottes Lamm!
Statenvertaling :
36 En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods!
Tekstuitleg van Joh
1,36 . Joh
1,36 bestaat uit een hoofdzin die een citaat van Johannes de Doper inleidt
. Joh
1,36 bestaat uit 11 woorden en 22 lettergrepen . Zo kunnen we Joh
1,36 indelen in twee delen .
- Joh 1,36a bestaat uit 6 woorden en 14 lettergrepen
; tôi Ièsou (Jezus) staat centraal in de zin ; 2 woorden gaan eraan
vooraf ; 2 woorden volgen erop ; het aantal lettergrepen is evenwel verschillend
; 4 lettergrepen gaan eraan vooraf , 7 lettergrepen volgen erop .
- Joh 1,36b geeft het citaat . Het bestaat uit 5 woorden en 8 lettergrepen .
Joh 1,36b zouden we in 2 deeltjes kunnen onderverdelen . Joh 1,36b1 bestaat
uit 1 woord en 2 lettergrepen ; Joh 1,35b2 bestaat uit 4 woorden en 6 lettergrepen
.
emblepsas (in iemand gekeken) :
| Joh 1,29 | Joh 1,36 | Joh 1,42 | Joh 1,47 | ||
| tèi epaurion blepei ton Ièsoun erchomenon pros auton (De volgende morgen ziet hij Jezus naar zich komen) | kai emblepsas tôi Ièsou peripatounti (en gekeken in de lerarende Jezus) | emblepsas autôi ho Ièsous (Jezus, gekeken in hem) |
eiden Ièsous ton Nathanaèl erchomenon pros auton (Jezus zal Natanaël naar hem komen | ||
| kai legei (en zegt) | legei (zegt hij) | eipen (zei) | kai legei peri autou (en hij zegt over hem) | ||
| ide ho amnos tou theou ho airôn tèn amartian tou kosmou (zie het lam van God die de zonde van de wereld droeg) | ide ho amnos tou theou (zie het lam van God) | su ei Simôn ho huios Iôannou (Jij bent Simon, zoon van Johannes) | ide alèthôs (zie waarachtig) | ||
| Joh 1,37 - Joh 1,37 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [37] And the two disciples heard him speak, and they followed
Jesus.
Luther-Bibel . 37 Und die zwei Jünger hörten ihn reden und folgten Jesus nach.
Statenvertaling : 37 En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.
Tekstuitleg van Joh 1,37 . Joh 1,37 bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen . Het vers bestaat uit 11 woorden en 24 lettergrepen . In de eerste zin staat hoi duo mathètai (de twee leerlingen) centraal ; 2 woorden gaan eraan vooraf , twee woorden volgen erop .
| Joh 1,38 - Joh 1,38 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [38] Then Jesus turned, and saw them following, and saith
unto them, What seek ye? They said unto him, Rabbi, (which is to say, being
interpreted, Master,) where dwellest thou?
Luther-Bibel . 38 Jesus aber wandte sich um und sah sie nachfolgen und sprach zu ihnen: Was sucht ihr? Sie aber sprachen zu ihm: Rabbi – das heißt übersetzt: Meister –, wo ist deine Herberge?
Statenvertaling : 38 En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen:
Tekstuitleg van Joh 1,38 .
- thesûbhâh (bekering) . God is geen starre monoliet . De vertellers vertellen dat . God laat zich omkeren . Ex 32 : het gouden kalf met een orgistisch feest . Gn 18 : Sodom en Gommorah . Is het niet dat wij voortdurend ons Godsbeeld moeten bijstellen . Website : boekwinkel.nl . Miskotte (1938) : Edda ... over de Germaanse mythe . Er is geen enkele religie van het mededogen van de goden dan de God van de thorah . God en geweld . Deze thematiek is uitvoerig aanwezig in de bijbel . Voor degenen die het schreven , is het een werkelijkheid . Geweld was de meest voorkomende manier om conflicten op te lossen . Voor de Romeinen had een mensenleven geen waarde . Hannibal ... 40.000 mensen werden in de pan gehakt , van man tot man . Dat wordt geprojecteerd in de wereld van de goden . JHWH wordt erbij geroepen in hun strijd . Er waren grote machten in het Nabije Oosten ... het is niet in staat tot gebruik van geweld . Zij projecteren hun onmacht ... en hun God neemt het voor hen op . Judith is een God van vrede . Judith = de joodse . In de oudheid bestaat een wet van Meden en Përzen . Men kan nooit op een wet terugkomen (Ahasveros) . De Joden mogen zich verdedigen . De stadsmuren van Jericho ... er is interne kritiek op het gebruik van geweld . Arabische lente en revolutie ... in naam van ... een andersoortige dictatuur . Welke maatschappelijke orde willen wij (seculiere verwoording) ...
Ièsous (Jezus) komt bij Johannes in 194 verzen voor. Ièsous (Jezus) (i = 10, è = 8, s = 200, o = 70, u = 400, s = 200) 888
- menô (verblijven).
menô
(verblijven), zie Joh
1,38 .
--- menô (ik blijf, verblijf). In 6 verzen in de bijbel;
in 4 verzen in het O.T., in 2 verzen in het N.T. o.a. Joh
15,10
--- meneis (jij verblijft). In 3 verzen in de bijbel; in 2 verzen in het O.T.,
in 1 vers in het N.T. nl. Joh
1,38 .
--- menei (hij verblijft). Het komt in 50 verzen in de bijbel
voor; in 25 verzen in het O.T., in 25 verzen in het N.T. Niet bij Matteüs,
Marcus en Lucas. In 8 verzen bij Johannes : (1) Joh
1,39 . (2) Joh
3,36 . (3) Joh
6,56 (en emoi menei kagô en autôi = hij blijft in mij en ik
in hem) . (4) Joh
8,35 . (5) Joh
9,41 . (6) Joh
12,24 . (7) Joh
12,34 . (8) Joh
14,17 .
--- menomen (wij blijven). In 2 verzen in de bijbel; in 1 vers
in het O.T., in 1 vers in het N.T.
--- menete (blijft). In 7 verzen in de bijbel; in 1 vers in
het O.T., in 6 verzen in het N.T.
--- menousin (zij blijven). In 6 verzen in de bijbel; in 4
verzen in het O.T., in 2 verzen in het N.T.
--- meneite (jullie verbleven).In 2 verzen in de bijbel; slechts
in het N.T. In 1 vers bij Johannes : Joh
15,10 .
--- menèi (hij zou blijven). In 4 verzen in de bijbel;
slechts in het N.T. In 3 verzen bij Johannes : (1) Joh
15,4 . (2) Joh
15,6 . (3) Joh
15,16 .
--- meinate (verblijft). Aorist imperatief 2de persoon meervoud.
In 5 verzen in de bijbel. Slechts in het N.T. In 2 verzen bij Mt. In 1 vers
bij Mc. In 2 verzen bij Johannes : (1) Joh
15,4 (meinate en emoi, kagô en humin = blijft in mij, ook ik in u).
(2) Joh
15,9 .
--- meinèi (hij zou blijven). In 11 verzen in de bijbel; in 5 verzen
in het O.T., in 5 verzen in het N.T. In 3 verzen bij Johannes : (1) Joh
12,46 . (2) Joh
15,7 . (3) Joh
18,31 .
--- meinète (jullie zouden verblijven). Aorist conjunctief.
In slechts 3 verzen in de bijbel : (1) Joh
8,31 . (2) Joh
15,7 .
--- meneite (jullie verbleven) aorist : 1X. menète
(jullie zouden verblijven) aorist conjunctief : 1X. menôn (wie verblijft)
participium : 3X. menèi (hij zou verblijven) conjunctief presens : 3X.
pou (waar?). Vragend voegwoord. In 18
vrezen bij Johannes, zie Joh 1,38 : Joh
1,35-42 - .
(1) Joh 1,38 : pou meneis; (waar verblijf je?)
(2) Joh 1,39 : kai eidan pou menei (en zij zagen waar hij verblijft
| Joh 1,39 - Joh 1,39 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [39] He saith unto them, Come and see. They came and saw
where he dwelt, and abode with him that day: for it was about the tenth hour.
Luther-Bibel . 39 Er sprach zu ihnen: Kommt und seht! Sie kamen und sahen's und blieben diesen Tag bei ihm. Es war aber um die zehnte Stunde.
Statenvertaling : 39 Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?
Tekstuitleg van Joh 1,39 .
De bekering van God is een voorwaarde voor een bekering van mensen . Cfr het boek Job .
| Joh 1,40 - Joh 1,40 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [40] One of the two which heard John speak, and followed
him, was Andrew, Simon Peter's brother.
Luther-Bibel . 40 Einer von den zweien, die Johannes gehört hatten und Jesus nachgefolgt waren, war Andreas, der Bruder des Simon Petrus.
Statenvertaling : 40 Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.
Tekstuitleg van Joh 1,40 .
| Joh 1,41 - Joh 1,41 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . [41] He first findeth his own brother Simon, and saith unto
him, We have found the Messias, which is, being interpreted, the Christ. [
Luther-Bibel . 41 Der findet zuerst seinen Bruder Simon und spricht zu ihm: Wir haben den Messias gefunden, das heißt übersetzt: der Gesalbte.
Statenvertaling : 41 Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren.
Tekstuitleg van Joh 1,41 .
| Joh 1,42 - Joh 1,42 - De eerste leerlingen : Joh 1,35-42 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 - Joh 1,35 - Joh 1,36 - Joh 1,37 - Joh 1,38 - Joh 1,39 - Joh 1,40 - Joh 1,41 - Joh 1,42 - | ||||||||||||||
|
King James Bible . {42] And he brought him to Jesus. And when Jesus beheld him,
he said, Thou art Simon the son of Jona: thou shalt be called Cephas, which
is by interpretation, A stone.
Luther-Bibel . 42 Und er führte ihn zu Jesus. Als Jesus ihn sah, sprach er: Du bist Simon, der Sohn des Johannes; du sollst Kephas heißen, das heißt übersetzt: Fels.
Statenvertaling : 42 Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.
Tekstuitleg van Joh 1,42 .
Jezus roept Filippus en Natanaël : Joh 1,43-51 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,43 - Joh 1,44 - Joh 1,45 - Joh 1,46 - Joh 1,47 - Joh 1,48 - Joh 1,49 - Joh 1,50 - Joh 1,51 -
| Jezus | |||||||||||
| Joh 1,43 | Joh 1,45 | Joh 1,46 | Joh 1,47 | Joh 1,48 | Joh 1,49 | Joh 1,50 | Joh 1,51 | ||||
| kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | |||||||
| legei ('Jezus' zegt) | legei ('Filippus' zegt) | eipen ('Nathanaël' zei) | legei ('Filippus' zegt) | legei ('Jezus' zegt) | legei ('Nathanaël' zegt) | apekrithè ('Jezus' antwoordde) | kai eipen (en hij zei) | apekrithè ('Natanaël' antwoordde) | apekrithè ('Jezus' antwoordde) | kai eipen (en hij zei) | legei ('Nathanaël' zegt) |
| autôi (hem) | autôi (hem) | autôi (hem) | autôi (hem) | peri autou (over hem) | autôi (hem) | autôi (hem) | autôi (hem) | autôi (hem) | autôi (hem) | ||
| ho Ièsous (Jezus) | Nathanaèl (Nathanaël) | ho Philippos (Filippus) | Nathanaèl (Nathanaël) | Ièsous (Jezus) | Nathanaèl (Nathanaël) | Ièsous (Jezus) |
6X legei (hij zegt). 3X eipen (hij zei). 3X (hij antwoordde). Totaal : 12.
| Joh 1,43 - Joh 1,43 : : Jezus roept Filippus en Natanaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,43 - Joh 1,44 - Joh 1,45 - Joh 1,46 - Joh 1,47 - Joh 1,48 - Joh 1,49 - Joh 1,50 - Joh 1,51 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [43] The day following Jesus would go forth into Galilee,
and findeth Philip, and saith unto him, Follow me.
Luther-Bibel .
43 Am nächsten Tag wollte Jesus nach Galiläa gehen und findet Philippus und spricht zu ihm: Folge mir nach!
Tekstuitleg van Joh 1,43 .
1. tè(i) . Verwijzing : bepaald lidwoord . Datief vrouwelijk enkelvoud . Ned. de . E. the . In vijf verzen in Joh 1 : (1) Joh 1,5 . (2) Joh 1,23 . (3) Joh 1,29 . (4) Joh 1,35 . (5) Joh 1,43 . In de laatste drie verzen staat het lidwoord telkens vóór epaurion ('s anderendaags) .
| lidw. enk. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| dat. vr. enk. tè(i) | 3381 | 2631 | 750 | 94 | 55 | 119 | 64 | 122 | 264 | 32 | 268 | 332 |
| bep. lidw. dat vr. enk. tè(i) | Joh 1 | Joh 2 | Joh 3 | Joh 4 | Joh 5 | Joh 6 | Joh 7 | Joh 8 | Joh 9 | Joh 10 | Joh 11 | Joh 12 | Joh 13 | Joh 14 | Joh 15 | Joh 16 | Joh 17 | Joh 18 | Joh 19 | Joh 20 | Joh 21 |
| 64 | 5 | 3 | 2 | 5 | 4 | 7 | 4 | 4 | 1 | 4 | 7 | 2 | 3 | 3 | 2 | 2 | 2 | 3 | 1 |
2. tè(i) epaurion ('s anderendaags) . Verwijzing : tè(i) epaurion ('s anderendaags) . Gr. aurion (bijwoord) : morgen (vroeg) . ep-aurion : de dag erop , de volgende dag . Fr. lendemain < le - en - demain -> l'endemain -> lendemain -> le lendemain . demain > Lat. de mane (matin) . Lat. altera die -> Ned. 's anderendaags .
| epaurion ('s anderendaags) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| tè(i) (...) epaurion | 39 | 22 | 17 | 1 : Mt 27,62 . | 1 : Mc 11,12 . | 5 : (1) Joh 1,29 . (2) Joh 1,35 . (3) Joh 1,43 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 12,12 . | 10 : (1) Hnd 10,9 . (2) Hnd 10,23 . (3) Hnd 10,24 . (4) Hnd 14,20 . (5) Hnd 20,7 . (6) Hnd 21,8 . (7) Hnd 22,30 . (8) Hnd 23,32 . (9) Hnd 25,6 . (10) Hnd 25,23 . | |||||||
| tè(i) epaurion | 9 | 1 : Mc 11,12 . | 5 : (1) Joh 1,29 . (2) Joh 1,35 . (3) Joh 1,43 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 12,12 . | 3 : (4) Hnd 14,20 . (5) Hnd 20,7 . (9) Hnd 25,6 . | ||||||||||
| tè(i) de epaurion | 7 | 1 : Mt 27,62 . | 6 : (1) Hnd 10,9 . (2) Hnd 10,23 . (3) Hnd 10,24 . (6) Hnd 21,8 . (7) Hnd 22,30 . (8) Hnd 23,32 . | |||||||||||
| kai tè(i) epaurion | 2 | 1 : Mc 11,12 . | (4) Hnd 14,20 . | |||||||||||
| tè(i) oun epaurion | 1 | (10) Hnd 25,23 . |
In vijf verzen bij Johannes . Het staat telkens aan het begin van de zin .
In Joh worden op deze wijze een reeks verhalen aan elkaar gerijgd : (1) Joh
1,29 - Joh
1,19-34 - (2) Joh
1,35 - Joh
1,35-42 - (3) Joh
1,43 - Joh
1,43-51 -
Joh 1,19-28 is dan de eerste dag .
Joh 1,29-34 is dan de tweede dag .
Joh 1,35-42 is dan de derde dag .
Joh 1,43-51 is dan de vierde dag .
Joh 2,1-12 , op de derde dag, zou dan de zevende dag zijn .
Al deze verhalen maken deel uit van Jezus'eerste cyclus van Judea naar Galilea
.
heuriskei (hij vindt) van het werkwoord heuriskô (vinden). In deze vorm in 4 verzen bij Johannes, in 3 verzen in het geheel van Joh 1,19-2,11 nl. (1) Joh 1,41 (2) Joh 1,43 (3) Joh 1,45 . heurèkamen (wij hebben gevonden) . Perfectumvorm 1ste persoon meervoud. Deze vorm komt in 2 verzen voor en wel in (1) Joh 1,41 (2) Joh 1,45 .
| - eis tèn Galilaian (naar Galilea) . In 6 verzen bij Johannes, zie Joh 1,43 : Joh 1,43-51 - |
Jezus besluit om naar Galilea te gaan. Is Jezus reeds in Galilea bij de roeping
van Filippus en Natanaël - Joh
1,43-51 - ? Immers, Natanaël wordt : hij uit Kana van Galilea, genoemd.
In Joh 2,1 - Joh
2,1-12 - is Jezus in ieder geval in Kana van Galilea. Wanneer Jezus in Joh
4,3 - Joh
4,1-45 - opnieuw besluit om naar Galilea te gaan, duurt het echter heel
wat langer vooraleer hij opnieuw in Kana is : Joh 4,46 - Joh
4,46-54 - . De Kana-pericope van Joh 2,1-11 - Joh
2,1-12 - vormt het sluitstuk van zijn verblijf in Galilea.
tès Galilaias (van Galilea) komt in 8 verzen bij Johannes voor.
- eis tèn Galilaian (naar Galilea)
. In zes verzen bij Johannes :
| 1. 1ste maal : Jezus van Judea naar Galilea | 2. 2de maal : Jezus van Judea naar Galilea | 3. | 4. | 5. | 6. | |
| Joh 1,43 | Joh 4,3 | Joh 4,43 | Joh 4,45 | Joh 4,47 | Joh 4,46 | Joh 4,54 |
| Tèi epaurion ('s anderendaags) | Meta de tas duo hèmeras (na echter twee dagen) | hote oun (toen hij dus) | hoti (dat) | |||
| afèken (hij liet achter) | Ièsous èkei (Jezus kwam) | èlthen oun (hij ging dus) | ho Ièsous elthôn (Jezus gekomen) | |||
| tèn Ioudaian (Judea) | ek tès Ioudaias (uit Judea) | ek tès Ioudaias (uit Judea) | ||||
| kai (en) | ||||||
| èthelèsen exelthein (wilde hij uitgaan / weggaan) | apèlthen (hij ging weg) | exèlthen (ging hij uit) | èlthen (ging) | |||
| eis tèn Galilaian (naar Galilea) | palin eis tèn Galilaian (opnieuw naar Galilea) | eis tèn Galilaian (naar Galilea) | eis tèn Galilaian (naar Galilea) | eis tèn Galilaian (naar Galilea) | palin eis tèn Kana tès Galilaias (opnieuw naar het Kana van Galilea) | eis tèn Galilaian (naar Galilea) |
| Jezus roept Filippus en Natanaël : Joh 1,43-51 - Joh 1,43-51 - | Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 - Joh 4,1-45 - | Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 - Joh 4,1-45 - | Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 - Joh 4,1-45 - | Genezing van de zoon van een dienaar van de koning : Joh 4,46-54 - Joh 4,46-54 - | Genezing van de zoon van een dienaar van de koning : Joh 4,46-54 - Joh 4,46-54 - |
meta (na, met). Verwijzing : meta
(na, met), zie Joh
1,43 . In 24 verzen bij Johannes; met accusatief : in 14 verzen; met genitief
: in 10 verzen.
- meta + accusatief (na) .
--- A. meta + accusatief touto (dit : onzijdig enkelvoud). In 4 verzen. (1 -
1) Joh
2,12 . (13 - 2) Joh
11,7 . (14 - 3) Joh
11,11 . (20 - 4) Joh
19,28
--- B. meta + accusatief meervoud (tauta - deze dingen). In 8 verzen bij Johannes.
(2 - 1) Joh
3,22 . (7 - 2) Joh
5,1 . (8 - 3) Joh
5,14 . (9 - 4) Joh
6,1 . (11 - 5) Joh
7,1 . (16 - 6) Joh
13,7 . (21 - 7) Joh
19,38 . (24 - 8) Joh
21,1 . Tauta ('deze dingen'), zie Mt
1,20 .
--- C. (6) Joh
4,43 Meta de tas duo hèmeras (Na twee dagen echter)
--- D. (17) Joh 13,27 .
- meta + genitief (met) : (3 - 1) Joh
3,25 . (4 - 2) Joh
3,26 . (5 - 3) Joh
4,27 . (10 - 4) Joh
6,3 . (12 - 5) Joh
9,37 (15 - 6) Joh
11,54 . (18 - 7) Joh 18,2 . (19 - 8) Joh 18,3 . (22 - 9) Joh 19,40 . (23
- 10) Joh 20,7 .
| meta 1. + touto 1. | eerste maal : Jezus van Galilea naar Jeruzalem | terug naar Galilea via Judea en Samaria. meta 2. + tauta : 1. | Jezus naar Galilea . meta 5. | tweede maal : Jezus van Galilea naar Judea (Jeruzalem) . meta 7. + tauta : 2. | Jezus in de tempel . meta 8. + tauta : 3. | tweede terugreis naar Jeruzalem . meta 9. + tauta : 4. | |
| Joh 2,12 | Joh 2,13 | Joh 3,22 | Joh 4,43 | Joh 5,1 | Joh 5,14 | Joh 6,1 | Joh 6,17 |
| Meta touto (daarna) | Kai eggus èn to pascha tôn Ioudaiôn (en nabij was het paasfeest van de joden) | Meta tauta (Daarna) | Meta de tas duo hèmeras (Na twee dagen echter) | Meta tauta èn heortè tôn Ioudaiôn kai (Daarna was het een feest van de joden en) | Meta tauta (Daarna) | Meta tauta (Daarna) | kai embantes eis ploion (en ingescheept in de boot) |
| katebè (daalde hij af) | kai anebè (en hij klom op) | èlthen (ging) | exèlthen ekeithen (ging hij vandaar uit) | anebè (klom op) | heuriskei auton (vond hij hem) | apèlthen (hij ging weg) | èrchono (gingen zij) |
| ho Ièsous kai hoi mathètai autou (Jezus en zijn leerlingen) | Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ||||
| eis Kafarnaoum (naar Kafarnaüm) | eis Hierosoluma (naar Jeruzalem) | eis tèn Ioudaian gèn (naar het Judese land) | eis tèn Galilaian (naar Galilea) | eis Hierosoluma (naar Jeruzalem) | en tôi hierôi (in de tempel) | peran tès thalassès tès Galilaias tès Tiberiados (naar de overkant van het meer van Galilea, van Tiberias) | peran tès thalassès eis Kafarnaoum (naar de overkant van de zee naar Kafarnaüm) |
| ho Ièsous (Jezus) | |||||||
| Bruiloft te Kana : Joh 2,1-12 | Afbraak van de tempel : Joh 2,13-22 | Jezus en Johannes : Joh 3,22-30 | Jezus en een samaritaanse vrouw : Joh 4,1-45 | Genezing van een lamme : Joh 5,1-18 | Jezus geeft vijfduizend mensen te eten : Joh 6,1-15 | Wonderbare overtocht : Joh 6,16-21 |
| aankondiging van de derde reis naar Jeruzalem. meta 11. + tauta 5. | meta 13 + touto 2. | meta 14 + touto 3. | meta 15 + tauta 6. | meta 20. + touto 4. | meta 21. + tauta 7. | ||
| Joh 7,1 | Joh 7,1 | Joh 7,2 | Joh 11,7 | Joh 11,11 | Joh 13,7 | Joh 19,28 | Joh 19,38 |
| Kai meta tauta (En daarna) | èn de eggus hè heortè tôn Ioudaiôn, hè skènopègia (het feest van de joden, het Loofhuttenfeest, was echter nabij) | epeita meta touto legei tois mathètais daarna zegt hij aan de leerlingen |
tauta eipen, kai meta touto legei autois (hij zei dat en daarna zegt hij aan hen) | gnôsèi de meta tauta (je zult het daarna begrijpen) | meta touto (daarna) | meta de tauta (daarna echter) | |
| periepatei (wandelde hij rond) | ou gar èthelen... peripatein (want hij wilde niet rondwandelen) | agômen (laten we gaan) | |||||
| eis tèn Ioudaian palin (opnieuw naar Judea) | |||||||
| en tèi Galilaiai (in Galilea) | en tèi Ioudaiai (in Judea) | ||||||
| Jezus vermijdt de openbaarheid : Joh 7,1-13 |
peran (overkant) komt in 8 verzen bij Johannes voor : Joh 1,28. Joh 3,26.
| Joh 1,28 | Joh 3,26 | Joh 10,40 | |
| Tauta (Dit) | Kai (en) | ||
| en Bèthaniai (in Bethanië) | |||
| egeneto (gebeurde) | hos èn meta sou (die was met jou) | apèlthen (hij ging weg) | |
| peran tou Iordanou (naar de overkant van de Jordaan) | peran tou Iordanou (naar de overkant van de Jordaan) | palin (opnieuw) peran tou Iordanou (naar de overkant van de Jordaan) eis to topon (naar de plaats) | |
| hopou èn ho Iôannès baptizôn (waar Johannes aan het dopen was) | hopou èn Iôannès to prôton baptizôn (waar Johannes het eerst aan het dopen was) | ||
| Joh 1,44 - Joh 1,44 : Jezus roept Filippus en Natanaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,43 - Joh 1,44 - Joh 1,45 - Joh 1,46 - Joh 1,47 - Joh 1,48 - Joh 1,49 - Joh 1,50 - Joh 1,51 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [44] Now Philip was of Bethsaida, the city of Andrew and
Peter.
Luther-Bibel . 44 Philippus aber war aus Betsaida, der Stadt des Andreas und Petrus.
Tekstuitleg van Joh 1,44 .
| Joh 1,45 - Joh 1,45 : Jezus roept Filippus en Natanaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,43 - Joh 1,44 - Joh 1,45 - Joh 1,46 - Joh 1,47 - Joh 1,48 - Joh 1,49 - Joh 1,50 - Joh 1,51 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [45] Philip findeth Nathanael, and saith unto him, We have
found him, of whom Moses in the law, and the prophets, did write, Jesus of Nazareth,
the son of Joseph.
Luther-Bibel . 45 Philippus findet Nathanael und spricht zu ihm: Wir haben den gefunden, von dem Mose im Gesetz und die Propheten geschrieben haben, Jesus, Josefs Sohn, aus Nazareth.
Tekstuitleg van Joh 1,45 .
11. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh 1,3 . (4) Joh 1,4 . (5) Joh 1,5 . (6) Joh 1,10 . (7) Joh 1,14 . (8) Joh 1,23 . (9) Joh 1,26 . (10) Joh 1,28 . (11) Joh 1,31 . (12) Joh 1,33 . (13) Joh 1,45 . (14) Joh 1,47 .
16.
| Joh 1,45 |
| - |
Natanaël wordt in 6 verzen van het Johannesevangelie vermeld; in 5 vrezen van de roeping van Filippus en Natanaël (Joh 1,45.46.47.48.49) en Joh 21,2. Daar wordt bij vermeld : Nathanaèl ho apo Kana tès Galilaias (Natanaël, hij uit Kana van Galilea).
huios (zoon) Nominatief. In 26 verzen in Johannes.
huiou (van de zoon) Genitief. In 3 verzen bij Johannes.
huion (zoon) Accusatief .In 17 verzen bij Johannes. (1) Joh 1,45 . (4) Joh
3,16 . (5) Joh 3,17) . (6) Joh 3,35 . (7) Joh 3,37 . (8) Joh 4,47 * . (9) Joh
5,20 . (10) Joh 5,23 (2X) . (11) Joh 6,40 . (16) Joh 17,1 . (17) Joh 19,7 .
huion tou anthrôpou (mensenzoon) (2) Joh 1,51 . (3) Joh 3,14 . (12) Joh
6,62 . (13) Joh 8,28 . (14) Joh 9,35 . (15) Joh 12,34 .
| eiden (hij zag) 7X bij Johannes |
| Joh 1,46 - Joh 1,46 : Jezus roept Filippus en Natanaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,43 - Joh 1,44 - Joh 1,45 - Joh 1,46 - Joh 1,47 - Joh 1,48 - Joh 1,49 - Joh 1,50 - Joh 1,51 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [46] And Nathanael said unto him, Can there any good thing
come out of Nazareth? Philip saith unto him, Come and see.
Luther-Bibel . 46 Und Nathanael sprach zu ihm: Was kann aus Nazareth Gutes kommen! Philippus spricht zu ihm: Komm und sieh es!
Tekstuitleg van Joh 1,46 .
| Joh 1,47 - Joh 1,47 : Jezus roept Filippus en Natanaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Joh (Johannes) -- Joh 1 -- Joh 1,1-18 -- Joh 1,19-34 -- Joh 1,35-42 -- Joh 1,43-51 -- Joh 1,43 - Joh 1,44 - Joh 1,45 - Joh 1,46 - Joh 1,47 - Joh 1,48 - Joh 1,49 - Joh 1,50 - Joh 1,51 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [47] Jesus saw Nathanael coming to him, and saith of him,
Behold an Israelite indeed, in whom is no guile!
Luther-Bibel .
47 Jesus sah Nathanael kommen und sagt von ihm: Siehe, ein rechter Israelit, in dem kein Falsch ist.
Tekstuitleg van Joh 1,47 .
Joh 1,47 telt 17 woorden en 40 lettergrepen. Het citaat bestaat uit 8 woorden en 17 lettergrepen.
16. en (in, tijdens) OF nom. + acc; onzijdig enk. hen (één) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Mc : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Taalgebruik in Brieven : en (in) . Bijbel (11097) . NT (2154) . Joh (182) . Joh 1 (14) : (1) Joh 1,1 . (2) Joh 1,2 . (3) Joh