LUCASEVANGELIE , EERSTE HOOFDSTUK , LC 1 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -
- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -- Lc 1,57-66.80 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van het Lucasevangelie : - Lucas : overzicht .
- Lucas taalgebruik - Lucas taalgebruik A - Lucas taalgebruik B - Lucas taalgebruik C - Lucas taalgebruik D - Lucas taalgebruik E - Lucas taalgebruik F - Lucas taalgebruik G - Lucas taalgebruik H - Lucas taalgebruik I - Lucas taalgebruik J - Lucas taalgebruik K - Lucas taalgebruik L - Lucas taalgebruik M - Lucas taalgebruik N - Lucas taalgebruik O - Lucas taalgebruik P - Lucas taalgebruik Q - Lucas taalgebruik R - Lucas taalgebruik S - Lucas taalgebruik T - Lucas taalgebruik U - Lucas taalgebruik V - Lucas taalgebruik Z -
- Lc : commentaar

Overzicht van het Lucasevangelie : Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 ,

  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24  
                                                   

Tekstuitleg - Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80
Tekstuitleg vers per vers : - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 - Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 - Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 - Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
http://hometown.aol.com/graphelabible/page4.html http://daniel5.skynetblogs.be/    
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie : http://www.pford.stjohnsem.edu/ford/courses/church-in-consummation/docs/20%20McHugh%20and%20Ott.doc.pdf .
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Lc 1,1-4 : 3de (derde) zondag door het jaar C .
- Lc 1,57-66.80 :
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het eerste hoofdstuk van het Lucasevangelie :
1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4
2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25
3. Aankondiging van de geboorte van Jezus : Lc 1,26-38
4. Bezoek van Maria aan Elisabet : Lc 1,39-56
5. Geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,57-80

Evangelielezing van 3de (derde) zondag door het jaar C : Lc 1,1-4 en Lc 4,14-21
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in diens van het woord zijn getreden. Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht – voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt.

1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Het kindsheidsevangelie van Lucas (Lc 1 - Lc 2) bestaat uit een voorwoord en zeven verhalen .
Het eerste en het tweede verhaal (Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38) zijn op een parallelle wijze opgebouwd ; zij betreffen de aankondiging van de geboorte van Johannes , de Doper (Lc 1,5-25) en die van Jezus (Lc 1,26-38) . De tijdsaanduiding “in de zesde maand” vormt een link tussen het eerste en het tweede verhaal .
Dit tweeluik wordt gevolgd door een tussenluik nl. het bezoek van Maria aan Elisabeth (Lc 1,39-56) , waarop een tweede tweeluik volgt , die de geboorte van Johannes , de Doper (Lc 1,57-80) en die van Jezus (Lc 2,1-20) betreffen . Deze vijf verhalen worden gevolgd door twee Jezusverhalen : de opdracht van Jezus in de tempel , veertig dagen na zijn geboorte (Lc 2,21-40) en de twaalfjarige Jezus te midden van de leraren (Lc 2,41-52) .

De verhalen van het "kindsheidsevangelie" van Lucas worden meestal als onhistorische , fictieve verhalen geïnterpreteerd . Dit betekent geenszins dat ze niet rijk aan betekenis zijn . We zullen ons afvragen hoe de evangelist tot de constructie van deze verhalen is gekomen en wat de betekenis ervan is .

Lc 1,1 - Lc 1,1 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) zondag door het jaar C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:1 epeidèper polloi epecheirèsan anataxasthai diègèsin peri tôn peplèroforèmenôn en èmin pragmatôn  1 quoniam quidem multi conati sunt ordinare narrationem quae in nobis conpletae sunt rerum   1. Aangezien al velen ondernomen hebben een verhaal op te stellen omtrent de gebeurtenissen die onder ons voltrokken zijn,   Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden,   Nademaal velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben;  [1] Velen * hebben zich er al toe gezet het verhaal te doen van wat zich bij ons heeft voltrokken,   [1] Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken,  1 ¶ Nadat velen reeds het ter hand hebben genomen een verhandeling op te stellen over de gebeurtenissen die zich bij ons hebben voltrokken,  1. Puisque beaucoup ont entrepris de composer un récit des événements qui se sont accomplis parmi nous, 

King James Bible . [1] Forasmuch as many have taken in hand to set forth in order a declaration of those things which are most surely believed among us,
Luther-Bibel . Viele haben es schon unternommen, Bericht zu geben von den Geschichten, die unter uns geschehen sind,

Tekstuitleg van Lc 1,1 . Het vers Lc 1,1 telt 11 woorden en 83 letters . De getalwaarde van Lc 1,1 is 7457 .

Lc 1,1.1.epeidèper (nadat nu, daar nu) . Taalgebruik in het NT : epeidèper (nadat nu, daar nu) . Taalgebruik in Lc : epeidèper (nadat nu, daar nu) . Slechts in Lc 1,1 . Voegwoord van tijd : toen nu , nadat nu , sinds . Voegwoord van reden : daar nu , daar immers .
- epei . Voegwoord van tijd : nadat, wanneer . Voegwoord van reden : daar , omdat .
- dè (inderdaad, dus) . Het wordt gebruikt waar een feitelijke , zichtbare evidentie wordt aangebracht .
- -per . Om de betekenis van het voorgaande woord te versterken .

Lc 1,1.2. nom. mann. mv. polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in Lc : polus (veel) .
Lc (8) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,14 . (3) Lc 4,27 . (4) Lc 5,15 . (5) Lc 10,24 . (6) Lc 13,24 . (7) Lc 14,25 . (8) Lc 21,8 . Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,14 . (3) Lc 1,16 .

Lc 1,1.3. act. ind. aor. 3de pers. mv. epecheirèsan (zij beproefden) van het werkw. epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) . Taalgebruik in het NT : epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) . Taalgebruik in Lc : epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) . Slechts in Lc 1,1 . Dit is het enigste vers en de enigste vorm in de evangelies .

Lc 1,1.4. passief infinitief aorist anataxasthai van het werkw. anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) . Taalgebruik in het NT : anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) . Taalgebruik in Lc : anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) . anatassô diègèsin : een verhaal opbouwen , omstandig vertellen . Lc (1) Lc 1,1 . Hapax . Zij namen ter hand dat een verhaal zou opgebouwd worden .

Lc 1,1.5. nom. vr. enk. diègèsin van het zelfst. naamw. diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) . Taalgebruik in het NT : diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) . Taalgebruik in Lc : diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) . Lc (1) Lc 1,1 .

Lc 1,1.6. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in NT : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,4 .

Lc 1,1.7. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,16 . (4) Lc 1,70 . (5) Lc 1,71 . (6) Lc 1,72 .

Lc 1,1.8. pass. part. perf. gen. nom. + onz. mv. peplèroforèmenôn van het werkw. plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) . Taalgebruik in het NT : plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) . Taalgebruik in Lc : plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) . Lc (1) Lc 1,1 .

Lc 1,1.9. en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,6 . (4) Lc 1,7 . (5) Lc 1,8 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,18 . (8) Lc 1,21 . (9) Lc 1,22 . (10) Lc 1,25 . (11) Lc 1,26 . (12) Lc 1,31 . (13) Lc 1,36 . (14) Lc 1,39 . (15) Lc 1,41 . (16) Lc 1,42 . (17) Lc 1,44 . (18) Lc 1,51 . (19) Lc 1,59 . (20) Lc 1,65 . (21) Lc 1,66 . (22) Lc 1,75 . (23) Lc 1,78 . (24) Lc 1,79 . (25) Lc 1,80 .

Lc 1,1.10. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . hèmin . Lc (22) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,2 . (3) Lc 1,73 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,48 . (6) Lc 4,34 . (7) Lc 7,5 . (8) Lc 7,16 . (9) Lc 9,13 . (10) Lc 10,11 . (11) Lc 10,17 . (12) Lc 11,3 . (13) Lc 11,4 . (14) Lc 13,25 . (15) Lc 17,5 . (16) Lc 20,2 . (17) Lc 20,28 . (18) Lc 22,8 . (19) Lc 22,67 . (20) Lc 23,18 . (21) Lc 24,24 . (22) Lc 24,32 .

Lc 1,1.11. gen. onz. mv. pragmatôn (van de handelingen / gebeurtenissen) van het zelfst. naamw. pragma (daad, handeling) . Taalgebruik in het NT : pragma (daad, handeling) . Taalgebruik in Lc : pragma (daad, handeling) . Lc (1) Lc 1,1 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,2 - Lc 1,2 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) zondag door het jaar C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:2 kathôs paredosan èmin oi ap archès autoptai kai upèretai genomenoi tou logou  2 sicut tradiderunt nobis qui ab initio ipsi viderunt et ministri fuerunt sermonis   2 zoals zij ons hebben overgeleverd die vanaf het begin ooggetuigen waren en dienaren van het woord geworden zijn,  aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in diens van het woord zijn getreden.   2 Gelijk ons overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn;  [2] aan de hand van de overlevering van de oorspronkelijke ooggetuigen die dienaar van het woord zijn geworden.  [2] en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden,  2 zoals aan ons hebben overgeleverd zij die van het begin af ooggetuigen en dienaars van het woord zijn geweest,  2. d'après ce que nous ont transmis ceux qui furent dès le début témoins oculaires et serviteurs de la Parole, 

King James Bible .[2] Even as they delivered them unto us, which from the beginning were eyewitnesses, and ministers of the word;
Luther-Bibel . 2 wie uns das überliefert haben, die es von Anfang an selbst gesehen haben und Diener des Worts gewesen sind.

Tekstuitleg van Lc 1,2 . Het vers Lc 1,2 telt 12 (2² X 3) woorden en 63 (3² X 7) letters . De getalwaarde van Lc 1,2 is 6462 (2 X 3² X 359) .

Lc 1,2.1. kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs (zoals) . Taalgebruik in Mc : kathôs (zoals) . Taalgebruik in Lc : kathôs (zoals) .
Lc (17) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,55 . (3) Lc 1,70 . (4) Lc 2,20 . (5) Lc 2,23 . (6) Lc 5,14 . (7) Lc 6,31 . (8) Lc 6,36 . (9) Lc 11,1 . (10) Lc 11,30 . (11) Lc 17,26 . (12) Lc 17,28 . (13) Lc 19,32 . (14) Lc 22,13 . (15) Lc 22,29 . (16) Lc 24,24 . (17) Lc 24,39 .

Lc 1,2.2. act. ind. aor. 3de pers. mv. paredosan paradidômi (overleveren)  . Taalgebruik in het NT : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . Lc (1) Lc 1,2 . Een vorm van paradidômi (overleveren) in Lc in 17 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 4,6 . (3) Lc 9,44 . (4) Lc 10,22 . (5) Lc 12,58 . (6) Lc 18,32 . (7) Lc 20,20 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,16 . (10) Lc 22,4 . (11) Lc 22,6 . (12) Lc 22,21 . (13) Lc 22,22 . (14) Lc 22,48 . (15) Lc 23,25 . (16) Lc 24,7 . (17) Lc 24,20 .

Lc 1,2.3. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . hèmin . Lc (22) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,2 . (3) Lc 1,73 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,48 . (6) Lc 4,34 . (7) Lc 7,5 . (8) Lc 7,16 . (9) Lc 9,13 . (10) Lc 10,11 . (11) Lc 10,17 . (12) Lc 11,3 . (13) Lc 11,4 . (14) Lc 13,25 . (15) Lc 17,5 . (16) Lc 20,2 . (17) Lc 20,28 . (18) Lc 22,8 . (19) Lc 22,67 . (20) Lc 23,18 . (21) Lc 24,24 . (22) Lc 24,32 .

Lc 1,2.4. nom. mann. mv. hoi van het bep. lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (165) . Lc 1 (3) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,58 . (3) Lc 1,66 .

Lc 1,2.5. apo (af, van-weg) . afkoring ap' . Taalgebruik in het NT : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Lc (73 + 32 + 9 = 114) . Lc 1 (3 + 3 = 6) . apo . Lc (73) . Lc 1 (3 + 3 = 6) . apo . Lc 1 (3) : (1) Lc 1,26 . (2) Lc 1,48 . (3) Lc 1,52 . ap' . Lc (32) . Lc 1 (3) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,38 . (3) Lc 1,70 .

Lc 1,2.6. gen. vr. enk. archès van het zelfst. naamw. archè (begin, heerschappij) . Taalgebruik in het NT : archè (begin, heerschappij) . Taalgebruik in Lc : archè (begin, heerschappij) . Lc (1) Lc 1,2 . Een vorm van archè (begin, heerschappij) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 12,11 . (3) Lc 20,20 .

Lc 1,2.7. nom. vr. mv. autoptai van het zelfst. naamw. autoptès (zelfziener, ooggetuige) . Taalgebruik in het NT : autoptès (zelfziener, ooggetuige) . Taalgebruik in Lc : autoptès (zelfziener, ooggetuige) . Lc (1) Lc 1,2 . Dit is de enigste vorm in het NT .

Lc 1,2.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,2.9. nom. mann. mv. hupèretai van het zelfst. naamw. hupèretès (dienaar) . Taalgebruik in het NT : hupèretès (dienaar) . Taalgebruik in Lc : hupèretès (dienaar) . Lc (1) Lc 1,2 . Een vorm van hupèretès (dienaar) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 4,20 .

Lc 1,2.10. part. aor. nom. mann. mv. genomenoi van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Lc (2) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 24,37 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,20 . (5) Lc 1,23 . (6) Lc 1,38 . (7) Lc 1,41 . (8) Lc 1,44 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,65 .

Lc 1,2.11. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,2.12. gen. mann. enk. logou van het zelfst. naamw. logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (2) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 20,20 . Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,4 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,29 . In Lc : 8 vormen van logos (woord) in 17 / 24 hoofdstukken en in 33 verzen . In Hnd : 8 vormen van logos (woord) in 20 / 28 hoofdstukken en in 65 verzen .

Lc 1,3 - Lc 1,3 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) zondag door het jaar C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:3 edoxen kamoi parèkolouthèkoti anôthen pasin akribôs kathexès soi grapsai kratiste theofile   3 visum est et mihi adsecuto a principio omnibus diligenter ex ordine tibi scribere optime Theophile  3 leek het ook mij goed, na alles vanaf het begin nauwkeurig te hebben vervolgd, het ordelijk voor u op te schrijven, hoogedele Theofilus,   Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht – voor u een ordelijk verslag te schrijven,   3 Zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theofilus!   [3] Nu heb ook ik besloten alles van voren af aan nauwkeurig na te gaan en voor u, geachte Teofilus, ordelijk op schrift te stellen,  [3] leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen,  3 leek het ook mij goed, na alles van meet af zorgvuldig te hebben nagevorst het ordelijk voor je op te schrijven, beste Teofilus,  3. j'ai décidé, moi aussi, après m'être informé exactement de tout depuis les origines, d'en écrire pour toi l'exposé suivi, excellent Théophile,. 

King James Bible . [3] It seemed good to me also, having had perfect understanding of all things from the very first, to write unto thee in order, most excellent Theophilus,
Luther-Bibel . 3 So habe auch ich's für gut gehalten, nachdem ich alles von Anfang an sorgfältig erkundet habe, es für dich, hochgeehrter Theophilus, in guter Ordnung aufzuschreiben,

Tekstuitleg van Lc 1,3 . Het vers Lc 1,3 telt 11 woorden en 74 (2 X 37) letters . De getalwaarde van Lc 1,3 is 6833 .

Lc 1,3.1. act. ind. aor. 3de pers. enk. edoxe van het werkw. dokeô (menen, schijnen) . Taalgebruik in het NT : dokeô (menen, schijnen) . Taalgebruik in Lc : dokeô (menen, schijnen) . Lc (1) Lc 1,3 . Een vorm van dokeô (menen, schijnen) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 8,18 . (3) Lc 10,36 . (4) Lc 12,40 . (5) Lc 12,51 . (6) Lc 13,2 . (7) Lc 13,4 . (8) Lc 19,11 . (9) Lc 22,24 . (10) Lc 24,37 .

Lc 1,3.2. kamoi < kai (en) + moi (pers. voornaamw. dat. mann. enk. : aan mij) . Taalgebruik in NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (1) Lc 1,3 .

Lc 1,3.3. act. part. perf. dat. mann. enk. parèkolouthèkoti van het werkw. parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) . Taalgebruik in het NT : parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) . Taalgebruik in het NT : parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) . Lc (1) Lc 1,3 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,3.4. anôthen (van boven af) . Taalgebruik in het NT : anôthen (van boven af) . Taalgebruik in Lc : anôthen (van boven af) . Lc (1) Lc 1,3 .

Lc 1,3.5. dat mann. + onz. mv. pasin van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Lc (13) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 2,20 . (3) Lc 2,38 . (4) Lc 3,16 . (5) Lc 3,20 . (6) Lc 9,43 . (7) Lc 9,48 . (8) Lc 12,44 . (9) Lc 13,17 . (10) Lc 14,33 . (11) Lc 24,9 . (12) Lc 24,21 . (13) Lc 24,25 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,37 . (5) Lc 1,48 . (6) Lc 1,63 . (7) Lc 1,65 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,71 . (10) Lc 1,75 .

Lc 1,3.6. akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) . Taalgebruik in het NT : akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) . Taalgebruik in Lc : akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) . Lc (1) Lc 1,3 .

Lc 1,3.7. kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) . Taalgebruik in het NT : kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) . Taalgebruik in Lc : kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) . Lc (2) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 8,1 .

Lc 1,3.8. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (44) . Lc (5) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,35 .

Lc 1,3.9. act. inf. aor. grapsai van het werkw. grafô (schrijven) . Taalgebruik in het NT : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Mc : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Lc : grafô (schrijven) . Lat. scribere . Fr. écrire . Lc (1) Lc 1,3 . Een vorm van grafô (schrijven) in Lc in 20 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,63 . (3) Lc 2,23 . (4) Lc 3,4 . (5) Lc 4,4 . (6) Lc 4,8 . (7) Lc 4,10 . (8) Lc 4,17 . (9) Lc 7,27 . (10) Lc 10,26 . (11) Lc 16,6 . (12) Lc 16,7 . (13) Lc 18,31 . (14) Lc 19,46 . (15) Lc 20,17 . (16) Lc 20,28 . (17) Lc 21,22 . (18) Lc 22,37 . (19) Lc 24,44 . (20) Lc 24,46 .

Lc 1,3.10. voc. mann. enk. kratiste van het bijvoegl. naamw. kratistos (machtigst, best) . Taalgebruik in het NT : kratistos (machtigst, best) . Taalgebruik in Lc : kratistos (machtigst, best) . Lc (1) Lc 1,3 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,3.11. theofile (Theofilus) . Vocatief mannelijk enkelvoud . In twee verzen in de bijbel : (1) Lc 1,3 . (2) Hnd 1,1 . Het evangelie (volgens Lucas) en het boek Handelingen zijn gericht tot Teofilus . Wellicht was hij een christen van Antiochië .

Lc 1,4 - Lc 1,4 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) zondag door het jaar C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:4 ina epignôs peri ôn katèchèthès logôn tèn asfaleian   4 ut cognoscas eorum verborum de quibus eruditus es veritatem   4 opdat u de betrouwbaarheid zou erkennen van de dingen waaromtrent u onderricht bent.   met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt.   4 Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt.   [4] zodat u zich kunt overtuigen van de betrouwbaarheid van de berichten die u hebt ontvangen.  [4] om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.  4 opdat je de onwankelbare grond zult kennen van de woorden waarin je bent onderricht.   4. pour que tu te rendes bien compte de la sûreté des enseignements que tu as reçus. 

King James Bible . [4] That thou mightest know the certainty of those things, wherein thou hast been instructed.
Luther-Bibel . 4 damit du den sicheren Grund der Lehre erfährst, in der du unterrichtet bist. Die Ankündigung der Geburt Johannes des Täufers

Tekstuitleg van Lc 1,4 . Het vers Lc 1,4 telt 8 (2³) woorden en 43 letters . De getalwaarde van Lc 1,4 is 5527 .

Lc 1,4.1. hina (opdat) . Taalgebruik in het NT : hina (opdat) . Taalgebruik in Lc : hina (opdat) . Lc (46) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,43 .

Lc 1,4.2. act. conj. aor. 2de pers. enk. epignô(i)s van het werkw. epiginôskô (leren kennen, begrijpen) . Taalgebruik in het NT : epiginôskô (leren kennen, begrijpen) . Taalgebruik in Lc : epiginôskô (leren kennen, begrijpen) . (1) Lc 1,4 . Een vorm van epiginôskô (leren kennen, begrijpen) in Lc in 7 verzen : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,22 . (3) Lc 5,22 . (4) Lc 7,37 . (5) Lc 23,7 . (6) Lc 24,16 . (7) Lc 24,31 .

Lc 1,4.3. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in NT : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,4 .

Lc 1,4.4. betrekk. voornaamw. gen. mann. + onz. mv. hôn van het betrekk. voornaamw. hos , hè , ho OF part. praes. nom. mann. enk. ôn van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : betrekkelijk voornaamwoord . Lc (17) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,20 . (3) Lc 3,19 . (4) Lc 3,23 . (5) Lc 5,9 . (6) Lc 6,34 . (7) Lc 9,36 . (8) Lc 11,23 . (9) Lc 12,3 . (10) Lc 13,1 . (11) Lc 15,16 . (12) Lc 19,37 . (13) Lc 19,44 . (14) Lc 23,14 . (15) Lc 23,41 . (16) Lc 24,6 . (17) Lc 24,44 .

Lc 1,4.5. pass. ind. aor. 2de pers. enk. katèchèthès van het werkw. katècheô (doen klinken, leren) . Taakgebruik in het NT : katècheô (doen klinken, leren) . Taakgebruik in Lc : katècheô (doen klinken, leren) . Lc (1) Lc 1,4 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,4.6. gen. mann. mv. logôn van het zelfst. naamw. logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (3) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 3,4 . (3) Lc 6,47 . Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,4 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,29 .

Lc 1,4.7. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (149) . Lc 1 (4) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,39 . (3) Lc 1,40 . (4) Lc 1,48 .

8. acc. vr. enk. asfaleian van het zelfst. naamw. asfaleia (vastheid, veiligheid) . Taalgebruik in het NT : asfaleia (vastheid, veiligheid) . Taalgebruik in Lc : asfaleia (vastheid, veiligheid) . Lc (1) Lc 1,4 . Dit is de enigste vorm in Lc .

2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 - Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

In Lc 1,5-25 beginnen 11 / 21 verzen met kai (en) en 6 / 21 verzen met de (echter) .

Lc 1,5 - Lc 1,5 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal . De eerste maal (Lc 1,5) : er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea ... . De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) . In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven .

Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:5 egeneto en tais èmerais èrôdou basileôs tès ioudaias iereus tis onomati zacharias ex efèmerias abia kai gunè autô ek tôn thugaterôn aarôn kai to onoma autès elisabet 5 fuit in diebus Herodis regis Iudaeae sacerdos quidam nomine Zaccharias de vice Abia et uxor illi de filiabus Aaron et nomen eius Elisabeth  Er was in de dagen van Herodes, koning van Jodea, een zeker priester met de naam van Zaeharias uit de dienstafdeling van Abia, en hij had een vrouw uit de dochters van Aâron en haar naam was Elisabet.   5 In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aäron, en haar naam Elizabet. [5] In de dagen van Herodes, de koning van Judea*, was er een priester, Zacharias genaamd, die behoorde tot de afdeling* Abia. Ook zijn vrouw stamde af van Aäron, en haar naam was Elisabet.  [5] Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron.  5 ¶ Het geschiedt in de dagen van Herodes, als deze koning over Judea is: een zeker priester, genaamd Zacharias, uit de dagorde van Avia, heeft een vrouw uit de dochters van Aäron; haar naam is Elisabet.  5. Il y eut aux jours d'Hérode, roi de Judée, un prêtre du nom de Zacharie, de la classe d'Abia, et il avait pour femme une descendante d'Aaron, dont le nom était Élisabeth. 

King James Bible : There was in the days of Herod, the king of Judaea, a certain priest named Zacharias, of the course of Abia: and his wife was of the daughters of Aaron, and her name was Elisabeth .
Luther-Bibel . 5 Zu der Zeit des Herodes, des Königs von Judäa, lebte ein Priester von der Ordnung Abija, mit Namen Zacharias, und seine Frau war aus dem Geschlecht Aaron und hieß Elisabeth.

Hebr. wajëhî bîme(j) ... mèlèkh jëhûdâh

Tekstanalyse van Lc 1,5 . Dit vers Lc 1,5 telt 29 woorden en 142 (2 X 71) letters . De getalwaarde van Lc 1,5 is 17171 (7 X 11 X 223) . Van links naar rechts of van rechts naar links gelezen blijft 17171 hetzelfde getal . Reeds bij het allereerste begin van Lc 1,5-25 wordt de tijd van het gebeuren aangeduid : in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea . En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid : Judea . De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar . Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven . Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea .

Lc 1,5.1. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen .
Lc (69) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,23 . (4) Lc 1,41 . (5) Lc 1,44 . (6) Lc 1,59 . (7) Lc 1,65 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,20 . (5) Lc 1,23 . (6) Lc 1,38 . (7) Lc 1,41 . (8) Lc 1,44 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,65 .

Lucas gebruikt egeneto ( het gebeurde) op verschillende wijzen :
1. ... egeneto ... (het gebeurde) + onderwerp : Mc 1,4 . Lc 1,65 .
2. een variante van voorgaande : ... egeneto ... (het gebeurde) + tijdsaanduiding + onderwerp : Lc 1,5 .
3 . ... egeneto ... (het gebeurde) , gevolgd door een tijdsaanduiding + hoofdwerkwoord : Lc 1,59 ; Lc 2,1 .
4. ... egeneto ... (het gebeurde) + en tôi (in het) + infinitiefzin + hoofdwerkwoord . In tweeëntwintig verzen bij Lucas : Lc 1,8 .
Hebr. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalwaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) . Eerdere Profeten (219) . Latere Profeten (146) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (131) .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens , en dan .

Lc 1,5.2. en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in . Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,6 . (4) Lc 1,7 . (5) Lc 1,8 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,18 . (8) Lc 1,21 . (9) Lc 1,22 . (10) Lc 1,25 . (11) Lc 1,26 . (12) Lc 1,31 . (13) Lc 1,36 . (14) Lc 1,39 . (15) Lc 1,41 . (16) Lc 1,42 . (17) Lc 1,44 . (18) Lc 1,51 . (19) Lc 1,59 . (20) Lc 1,65 . (21) Lc 1,66 . (22) Lc 1,75 . (23) Lc 1,78 . (24) Lc 1,79 . (25) Lc 1,80 .

Lc 1,5.3. bepaald lidw. dat. vr. mv. tais van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (33) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,7 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,39 . (6) Lc 1,75 . (7) Lc 1,80 .

Lc 1,5.4. dat. vr. mv. hèmerais van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Taalgebruik in Lc : hèmera (dag) .
Lc (18) . (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,25 . (5) Lc 1,39 . (6) Lc 1,75 . (7) Lc 2,1 . (8) Lc 2,36 . (9) Lc 4,2 . (10) Lc 4,25 . (11) Lc 5,35 . (12) Lc 6,12 . (13) Lc 9,36 . (14) Lc 17,26 . (15) Lc 17,28 . (16) Lc 21,23 . (17) Lc 23,7 . (18) Lc 24,18 .
Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,20 . (5) Lc 1,23 . (6) Lc 1,24 . (7) Lc 1,25 . (8) Lc 1,39 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,75 . (11) Lc 1,80 .
jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (209) . Pentateuch (76) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (53) .

Lc 1,5.2. - 3. en tais hèmerais (in de dagen) . Lc (11 / 18) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,39 . (5) Lc 2,1 .  (6) Lc 4,2 . (7) Lc 4,25 . (8) Lc 6,12 . (9) Lc 17,26 . (10) Lc 17,28 . (11) Lc 24,18 . Hebr. bîme(j) < voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv. . Tenakh (55) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (22) . bîme(j) < voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv. OF bëjâmâj (in mijn dagen) <bë + stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Tenakh (55) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (22) .

Lc 1,5.1. - 4. egeneto en tais hèmerais (het gebeurde in die dagen) . Lc (3) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 17,26 . (3) Lc 17,28 . egeneto de en tais hèmerais (het gebeurde echter in de dagen) . Lc (1) : (2) Lc 2,1 . (2) Lc 6,12 . wajëhî bîme(j) (en het was in de dagen van) . Tenakh (5) : (1) Gn 14,1 . (2) Rt 1,1 . (3) Est 1,1 . (4) Js 7,1 . (5) Jr 1,3 . wajëhî bîme(j) ... mèlèkh jëhûdâh (en het was in de dagen van ... koning van Juda) . Tenakh (2) : (1) Js 7,1 . (2) Jr 1,3 .

Lc 1,5.5. gen. mann. enk. hèrô(i)dou (van Herodes) van het zelfst. naamw. hèrô(i)dès (Herodes) . Taalgebruik in het NT : hèrô(i)dès (Herodes) . Taalgebruik in Lc : hèrô(i)dès (Herodes) .
Lc (4) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 3,1 . (3) Lc 8,3 . (4) Lc 23,7 . Een vorm van hèrô(i)dès (Herodes) in Lc in 12 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 3,1 . (3) Lc 3,19 . (4) Lc 8,3 . (5) Lc 9,7 . (6) Lc 9,9 . (7) Lc 13,31 . (8) Lc 23,7 (hèrô(i)dou en herô(i)dèn) . (9) Lc 23,8 . (10) Lc 23,11 . (11) Lc 23,12 . (12) Lc 23,15 .
De naam Herodes omsluit (Lc 1,5 en Lc 3,19) het verhaal van Johannes de Doper . Vanaf Lc 3,21 verschijnt Jezus op de voorgrond .

Lc 1,5.6. gen. mann. enk. basileôs van het zelfst. naamw. basileus (koning) . Taalgebruik in het NT : basileus (koning) . Taalgebruik in Lc : basileus (koning) .
Lc (1) : Lc 1,5 . Een vorm van basileus (koning) in Lc in 10 (11X) verzen : (1) Lc 1,5 .  (2) Lc 10,24 . (3) Lc 14,31 (basileus en baselei) . (4) Lc 19,38 . (5) Lc 21,12 .(6) Lc 22,25 . (7) Lc 23,2 . (8) Lc 23,3 . (9) Lc 23,37 . (10) Lc 23,38 . In Lc : 5 vormen in 7 hoofdstukken en 10 verzen . Er staat geen bep. lidw. bij basileôs . Dat bep. lidw. zal er wel staan wanneer er sprake is over Jezus als ho basileus tôn ioudaiôn (de koning van de Joden) : (1) Lc 23,3 . (2) Lc 23,37 . (3) Lc 23,38 . Hebr. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) .

Lc 1,5.7. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (109) . Lc 1 (12) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,9 . (4) Lc 1,23 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,27 . (7) Lc 1,33 . (8) Lc 1,41 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,48 . (11) Lc 1,61 . (12) Lc 1,65 .

Lc 1,5.8. gen. vr. enk. ioudaias (van Judea) van het zelfst. naamw. ioudaia (Judea) . Taalgebruik in het NT : ioudaia (Judea) . Taalgebruik in Lc : ioudaia (Judea) . Lc (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 3,1 . (4) Lc 4,44 . (5) Lc 5,17 . (6) Lc 6,17 . (7) Lc 23,5 . Een vorm van ioudaia (Judea) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 2,4 . (4) Lc 3,1 . (5) Lc 4,44 . (6) Lc 5,17 . (7) Lc 6,17 . (8) Lc 7,17 . (9) Lc 21,21 . (10) Lc 23,5 . Hier wordt een plaatsnaam gebruikt en niet de naam van het volk nl. Joden . Deze naam van Joden komt in Lc in slechts 5 verzen voor , waarvoor 3X om Jezus als de koning van de Joden aan te duiden : (1) Lc 7,3 . (2) Lc 23,3 . (3) Lc 23,37 . (4) Lc 23,38 . (5) Lc 23,51 .

Lc 1,5.6. - 8. Hebr. mèlèkh jëhûdâh (koning van Juda) . Tenakh (149) . wajëhî bîme(j) ... mèlèkh jëhûdâh (en het was in de dagen van ... koning van Juda) . Tenakh (2) : (1) Js 7,1 . (2) Jr 1,3 .

Lc 1,5.9. nom. mann. enk. hiereus (priester) . Taalgebruik in het NT : hiereus (priester) . Taalgebruik in Lc : hiereus (priester) .
Lc (2) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 10,31 . Een vorm van hiereus (priester) in Lc in 5 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 5,14 .   (3) Lc 6,4 .   (4) Lc 10,31 . (5) Lc 17,14 . Verwant hiermee in deze onmiddellijke context : hierateia (priesterschap) : Lc 1,9 en hierateuô (het priesterschap uitoefenen) : Lc 1,8 . Lc (1) Lc 1,9 . Dit is de enigste vorm van hierateia (priesterschap) in Lc . Lc (1) : Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm van hierateuô (priester zijn) in het NT . In Lc : 4 vormen van hiereus (priester) in 5 hoofdstukken en in 5 verzen . In Lc : 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen .
Hebr. kohen (priester) . Taalgebruik in Tenakh : kohen (priester) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20, he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 2 - 5 - 5 . Tenakh (43) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (10) .

Lc 1,5.10. voornaamwoord nom. mann. enk. tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Ned. wie , wat ? deze , dat ! Lc (72) . Lc 1 (1) : Lc 1,5 .

Lc 1,5.9. - 10. hiereus tis (een priester) . Lc (2) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 10,31 . In Lc 1,5 zal de priester Zacharia naar de tempel opgaan om er dienst te verrichten . In Lc 10,31 had de priester zijn tempeldienst verricht en daalde hij af om naar huis te gaan . Dat hij door verontreiniging geen tempeldienst zou kunnen verrichten is dus niet terzake . Uit de tempeldienst die een uiting van liefde tot God is , moet ook liefde tot de naaste worden beoefend .

Lc 1,5.11. datief onzijdig enkelvoud onomati (naam) van het zelfstandig naamw. onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . L. nomen . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name .
Lc (16) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,59 . (3) Lc 1,61 . (4) Lc 5,27 . (5) Lc 9,48 . (6) Lc 9,49 . (7) Lc 10,17 . (8) Lc 10,38 . (9) Lc 13,35 . (10) Lc 16,20 . (11) Lc 19,2 . (12) Lc 19,38 . (13) Lc 21,8 . (14) Lc 23,50 . (15) Lc 24,18 . (16) Lc 24,47 .
Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 9 verzen : (1) Lc 1,5 (2 vormen) . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,26 . (4) Lc 1,27 (2 vormen) . (5) Lc 1,31 . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,59 . (8) Lc 1,61 . (9) Lc 1,63 .

Lc 1,5.12. nom. mann. enk. zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in het NT : zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in Lc : zacharias (Zacharja) .
Lc (4) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,67 . Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,21 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,59 .   (8) Lc 1,67 .  (9) Lc 3,2 . (10) Lc 11,51 .
Hebr. zëkharëjâh (Zecharja, Zacharia) . Taalgebruik in Tenakh : zëkharëjâh (Zecharja, Zacharia) . Getalwaarde : zain = 7 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 242 (11 X 22) . Structuur : 7 - 2 - 2 - 1 - 5 . Tenakh (20) : (1) 2 K 14,29 . (2) 2 K 25,11 . (20) 2 Kr 24,20 . Ook zëkharëjâhû . Tenakh (10) : (1) 2 K 15,8 .

Lc 1,5.11. - 12. In 7 / 16 verzen in Lc volgt een persoonsnaam op onomati (met de naam) : (1) Lc 1,5 (onomati Zacharias = met de naam Zacharia) . (2) Lc 5,27 (onomati Levin = met de naam Levi) . (3) Lc 10,38 (onomati Martha = met de naam Martha) . (4) Lc 16,20 (onomati Lazaros = met de naam Lazarus) . (5) Lc 19,2 (onomati kaloumenos Zakchaios = met de naam genoemd Zacheüs) . (6) Lc 23,50 (onomati Iôsèf = met de naam Jozef) . (7) Lc 24,18 (onomati Kleopas = met de naam Kleopas) . De eerste en de laatste persoonsnaam zijn de eerst en laatst genoemde personen in Lc .
Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 / 10) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (4) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (5) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (6) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (7) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (8) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . Alfabetisch ordening van de persoonsnamen : (1) Elisabeth (Lc 1,5) . (2) Jaïrus (Lc 8,41) . (3) Jezus (Lc 1,31 - Lc 2,21) . (4) Johannes de Doper (Lc 1,13 - Lc 1,63) . (5) Jozef (Lc 1,27) - Lc 2,25) . (6) Jozef (van Arimathea) ( Lc 23,50) . (7) Kleopas (Lc 24,18) . (8) Lazarus (Lc 16,20) . (9) Levi (Lc 5,27) . (10) Martha (Lc 10,38) . (11) Simeon (Lc 2,25) . (12) Zacharia (Lc 1,5) . (13) Zacheüs (Lc 19,2) .

Lc 1,5.13. ek of ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in Lc : ek (uit) .Taalgebruik in Hnd : ek (uit) .
Lc (46 + 37 = 83) . Lc 1 (6 + 4 = 10) . ek (6) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,15 . (4) Lc 1,61 . (5) Lc 1,71 . (6) . ex (4) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,27 . (3) Lc 1,71 . (4) Lc 1,78 .

Lc 1,5.14. gen. vr. enk. efèmerias van het zelfst. naamw. efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Taalgebruik in het NT : efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Taalgebruik in Mc : efèmeria (beurt volgens de dagrooster) .
Lc (2) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT .

Lc 1,5.15. abia (Abia) . Taalgebruik in het NT : abia (Abia) . Taalgebruik in Lc : abia (Abia) . Benaming van de achtste priesterklasse . Getalwaarde is 14 (2 X 7) . Hebreeuws ´äbijjâh (letterlijk : JHWH is mijn vader) . Maar het Hebreeuwse ´âbîhä = haar vader .

Lc 1,5.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,5.17. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het NT : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Lc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau . Lc (16) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 7,37 . (6) Lc 7,39 . (7) Lc 8,3 . (8) Lc 8,43 . (9) Lc 8,47 . (10) Lc 10,38 . (11) Lc 11,27 . (12) Lc 13,11 . (13) Lc 13,21 . (14) Lc 15,8 . (15) Lc 20,32 . (16) Lc 20,33 . Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen , in Lc 1 in 6 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 1,42 .

Lc 1,5.18. dat. mann. + onz. enk. autô(i) van het persoonl. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (144) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,32 . (5) Lc 1,74 .

Lc 1,5.19. ek of ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in Lc : ek (uit) . Taalgebruik in Hnd : ek (uit) . min (uit) . Taalgebruik in Tenakh : min (uit) . Lc (46 + 37 = 83) . Lc 1 (6 + 4 = 10) . ek (6) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,15 . (4) Lc 1,61 . (5) Lc 1,71 . (6) . ex (4) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,27 . (3) Lc 1,71 . (4) Lc 1,78 .

Lc 1,5.20. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,16 . (4) Lc 1,70 . (5) Lc 1,71 . (6) Lc 1,72 .

Lc 1,5.21. gen. vr. mv. thugaterôn van het zelfst. naamw. thugatèr (dochter) . Taalgebruik in het NT : thugatèr (dochter) . Taalgebruik in Lc : thugatèr (dochter) . Lc (1) Lc 1,5 . Een vorm van thugatèr (dochter) in Lc in 8 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 2,36 . (3) Lc 8,42 . (4) Lc 8,48 . (5) Lc 8,49 . (6) Lc 12,53 . (7) Lc 13,16 . (8) Lc 23,28 .

Lc 1,5.22. aarôn (Aäron) . Taalgebruik in het NT : aarôn (Aäron) . Taalgebruik in Lc : aarôn (Aäron) . Lc (1) : Lc 1,5 .

Lc 1,5.23. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,5.24. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,27 . (6) Lc 1,31 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,44 . (11) Lc 1,47 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,58 . (15) Lc 1,59 . (16) Lc 1,62 . (17) Lc 1,64 . (18) Lc 1,66 . (19) Lc 1,80 .

Lc 1,5.25. nom. + acc. onz. enk. onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,26 . (4) Lc 1,27 . (5) Lc 1,31 . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 . (8) Lc 2,21 . (9) Lc 2,25 . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 . Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 9 verzen : (1) Lc 1,5 (2 vormen) . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,26 . (4) Lc 1,27 (2 vormen) . (5) Lc 1,31 . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,59 . (8) Lc 1,61 . (9) Lc 1,63 .

Lc 1,5.26. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos .
Lc (27) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,36 . (4) Lc 1,38 . (5) Lc 1,41 . (6) Lc 1,56 . (7) Lc 1,58 .

Lc 1,5.27. elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in het NT : elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in Lc : elisabet (Elisabeth) . Lc (8) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,41 (2X) . (8) Lc 1,57 . Tenakh (1) Ex 6,23 : ´elîsjèbha` (Elisabet) . In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron . In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper . De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet . De naam Elisabet kan betekenen : élî sjâbha`(mijn God zwoer) . Gr. omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het NT : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D. schwören . Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) . Hebr. sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) .

Lc 1,5.24. - 25. 27. Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 / 10) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (4) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (5) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (6) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (7) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (8) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) OF een plaatsnaam (2 / 10) : (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (2) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Alfabetisch ordening van de persoonsnamen : (1) Elisabeth (Lc 1,5) . (2) Jaïrus (Lc 8,41) . (3) Jezus (Lc 1,31 - Lc 2,21) . (4) Johannes de Doper (Lc 1,13 - Lc 1,63) . (5) Jozef (Lc 1,27) - Lc 2,25) . (6) Jozef (van Arimathea) ( Lc 23,50) . (7) Kleopas (Lc 24,18) . (8) Lazarus (Lc 16,20) . (9) Levi (Lc 5,27) . (10) Martha (Lc 10,38) . (11) Simeon (Lc 2,25) . (12) Zacharia (Lc 1,5) . (13) Zacheüs (Lc 19,2) .

Lc 1,6 - Lc 1,6 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:6 èsan de dikaioi amfoteroi enantion tou theou poreuomenoi en pasais tais entolais kai dikaiômasin tou kuriou amemptoi  6 erant autem iusti ambo ante Deum incedentes in omnibus mandatis et iustificationibus Domini sine querella  Ze waren beiden rechtvaardig voor God, onberispelijk wandelend in alle geboden en verordeningen van de Heer.   6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk. [6] Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer.   [6] Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden.  6 Beiden zijn ze rechtvaardigen tegenover God, wandelend in al de geboden, en in de gerechtigheden van de Heer onkreukbaar,  6. Tous deux étaient justes devant Dieu, et ils suivaient, irréprochables, tous les commandements et observances du Seigneur. 

King James Bible . [6] And they were both righteous before God, walking in all the commandments and ordinances of the Lord blameless.
Luther-Bibel . 6 Sie waren aber alle beide fromm vor Gott und lebten in allen Geboten und Satzungen des Herrn untadelig.

Tekstuitleg van Lc 1,6 . Dit vers Lc 1,6 telt 17 woorden en 97 letters . De getalwaarde van Lc 1,6 is 9875 (5 X 5 X 5 X 79) .

Lc 1,6.1. act. ind. imperf. 3de pers. mv. èsan  (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (22) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 2,8 . (4) Lc 4,20 . (5) Lc 4,25 . (6) Lc 4,27 . (7) Lc 5,10 . (8) Lc 5,17 . (9) Lc 5,29 . (10) Lc 7,41 . (11) Lc 8,2 . (12) Lc 8,40 . (13) Lc 9,14 . (14) Lc 9,30 . (15) Lc 9,32 . (16) Lc 14,1 . (17) Lc 15,1 . (18) Lc 20,29 . (19) Lc 23,55 . (20) Lc 24,10 . (21) Lc 24,13 . (22) Lc 24,53 .

Lc 1,6.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,22 . (6) Lc 1,24 . (7) Lc 1,26 . (8) Lc 1,29 . (9) Lc 1,34 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,39 . (12) Lc 1,56 . (13) Lc 1,57 . (14) Lc 1,62 . (15) Lc 1,64 . (16) Lc 1,76 . (17) Lc 1,80 .

Lc 1,6.3. nom. mann. mv. dikaioi van het bijvoegl. naamw. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in Lc : dikaios (rechtvaardig) . Lc (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 18,9 . Een vorm van dikaios (rechtvaardig) in Lc in 11 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,17 . (3) Lc 2,25 . (4) Lc 5,32 . (5) Lc 12,57 . (6) Lc 14,14 . (7) Lc 15,7 . (8) Lc 18,9 . (9) Lc 20,20 . (10) Lc 23,47 . (11) Lc 23,50 .

Lc 1,6.4. nom. mann. mv. amfoteroi van het voornaamw. amfoteros (beide) . Taalgebruik in het NT : amfoteros (beide) . Taalgebruik in Lc : amfoteros (beide) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 6,39 . Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 5,7 . (4) Lc 6,39 . (5) Lc 7,42 .

Lc 1,6.5. enantion (tegenover, in de ogen van) . Taalgebruik in het NT : enantion (tegenover, in de ogen van) . Taalgebruik in Lc : enantion (tegenover, in de ogen van) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 20,26 . (3) Lc 24,19 . enanti (tegenover) . Taalgebruik in het NT : enanti (tegenover) . Taalgebruik in Lc : enanti (tegenover) . Lc (1) Lc 1,8 .  

Lc 1,6.6. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,6.7. gen. mann. enk.  theou van het zelfst. naamw. theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in Lc : theos (God) . Vergelijk : L. deus , Fr. dieu . vloek dju . Lc (70) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,35 . (6) Lc 1,37 . (7) Lc 1,78 . Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,16 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,30 . (7) Lc 1,32 . (8) Lc 1,35 . (9) Lc 1,37 . (10) Lc 1,47 . (11) Lc 1,64 .  (12) Lc 1,68 . (13) Lc 1,78 . In Lc : 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen .

Lc 1,6.5. - 7. enantiou tou theou (tegenover God) . Lc (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 24,19 . enanti tou theou (tegenover God) . Lc (1) Lc 1,8 .

Lc 1,6.8. part. praes. nom. mann. mv. poreuomenoi (zich op weg begevende) van het werkw. poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) . Taalgebruik in het NT : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Lc : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Hnd : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Hebr. hâlakh (gaan) < halacha . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het woord behoort tot de groep van varen . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 8,14 . (3) Lc 24,13 . Hebr. haholëkhîm (zij die gaan) . Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in Lc (48) , in Lc 1 (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,39 . In Lc : 19 vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 18 / 24 hoofdstukken en in 48 verzen . In Hnd : X vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 21 / 28 hoofdstukken en in 39 verzen .

Lc 1,6.9. en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,6 . (4) Lc 1,7 . (5) Lc 1,8 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,18 . (8) Lc 1,21 . (9) Lc 1,22 . (10) Lc 1,25 . (11) Lc 1,26 . (12) Lc 1,31 . (13) Lc 1,36 . (14) Lc 1,39 . (15) Lc 1,41 . (16) Lc 1,42 . (17) Lc 1,44 . (18) Lc 1,51 . (19) Lc 1,59 . (20) Lc 1,65 . (21) Lc 1,66 . (22) Lc 1,75 . (23) Lc 1,78 . (24) Lc 1,79 . (25) Lc 1,80 .

Lc 1,6.10. dat. vr. mv. pasais van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,75 . (3) Lc 24,27 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,37 . (5) Lc 1,48 . (6) Lc 1,63 . (7) Lc 1,65 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,71 . (10) Lc 1,75 .

Lc 1,6.11. bepaald lidw. dat. vr. mv. tais . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (33) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,7 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,39 . (6) Lc 1,75 . (7) Lc 1,80 .

Lc 1,6.12. dat. vr. mv. entolais van het zelfst. naamw. entolè (opdracht) . Taalgebruik in het NT : entolè (opdracht) . Taalgebruik in Lc. : entolè (opdracht) .
Lc (1) : Lc 1,6 . Een vorm van entolè (opdracht) in Lc in 4 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 15,29 . (3) Lc 18,20 . (4) Lc 23,56 .

Lc 1,6.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,6.14. dat. onz. mv. dikaiômasin van het zelfst. naamw. dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) . Taalgebruik in het NT : dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) . Taalgebruik in het NT : dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) . Lc (1) : Lc 1,6 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,6.15. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,6.16. gen. mann. enk. kuriou (van de heer) van het zelfst. naamw. kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in Lc : kurios (heer) . Hebr. JHWH of ´ädonaj . Lat. dominus . Lc (26) . Lc 1 (9) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,38 . (6) Lc 1,43 . (7) Lc 1,45 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,76 . Verder in Lc 1 . nom. mann. enk. kurios (5) : (1) Lc 1,25 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,58 . (5) Lc 1,68 . dat. mann. enk. kuriô(i) (1) Lc 1,17 . acc. mann. enk. kurion (2) : (1) Lc 1,16 . (2) Lc 1,47 . In totaal een vorm van kurios (Heer) in Lc 1 in 17 verzen .

Lc 1,6.17. nom. mann. mv. amemptoi van het bijvoegl. naamw. amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) . Taalgebruik in het NT : amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) . Taalgebruik in Lc : amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) . Lc (1) : Lc 1,6 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,7 - Lc 1,7 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:7 kai ouk èn autois teknon kathoti èn hè elisabet steira kai amfoteroi probebèkotes en tais èmerais autôn èsan   7 et non erat illis filius eo quod esset Elisabeth sterilis et ambo processissent in diebus suis   En ze hadden geen kind omdat Elisabet onvruchtbaar was, en beiden waren van gevorderde leeftijd.   7 En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.  [7] Zij hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren ze al op jaren.  [7] Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.  7 maar een kind hebben ze niet gekregen, omdat Elisabet onvruchtbaar is; beiden zijn met hun levensdagen al ver heen.  7. Mais ils n'avaient pas d'enfant, parce que Élisabeth était stérile et que tous deux étaient avancés en âge. 

King James Bible . [7] And they had no child, because that Elisabeth was barren, and they both were now well stricken in years.
Luther-Bibel . 7 Und sie hatten kein Kind; denn Elisabeth war unfruchtbar und beide waren hochbetagt.

Tekstuitleg van Lc 1,7 . Het vers Lc 1,7 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 89 letters . De getalwaarde van Lc 1,7 is 8429 .

Lc 1,7.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,7.2. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Lc : ou - ouk - ouch (niet) . Lc (84 + 92 + 7 = 183) . Lc 1 (2 + 5 = 7) . ou . Lc (84) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,34 . ouk . Lc (92) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,20 . (3) Lc 1,22 . (4) Lc 1,33 . (5) Lc 1,37 .

Lc 1,7.3. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (79) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,22 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,80 .

Lc 1,7.4. dat. mann. en onz. mv.autois van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord autos . Lc (89) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,22 .

Lc 1,7.2. - 4. Lc 1,7 : ouk èn autois teknon (er was niet aan hen een kind = zij hadden geen kind) . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 2,7 . Hebr. ´e(j)n lahèm

Lc 1,7.5. nom. + voc. + acc. onz. enk. teknon (kind) . Taalgebruik in het NT : teknon (kind) . Taalgebruik in Mc : teknon (kind) .
Lc (4) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 2,48 . (3) Lc 15,31 . (4) Lc 16,25 . Een vorm van teknon (kind) in Lc in 14 verzen : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,17 . (3) Lc 2,48 . (4) Lc 3,8 . (5) Lc 7,35 . (6) Lc 11,13 . (7) Lc 13,34 . (8) Lc 14,26. (9) Lc 15,31 . (10) Lc 16,25 . (11) Lc 18,29 . (12) Lc 19,44 . (13) Lc 20,31 . (14) Lc 23,28 .

1. - 5. Lc 1,7 : ouk èn autois teknon (er was niet aan hen een kind = zij hadden geen kind) . Hebr. ´e(j)n lahèm wâlâd . Hieraan beantwoordt Gn 11,30 : ´e(j)n lâh wâlâd (er was geen kind aan haar = zij had geen kind) . LXX vertaalt : kai (MT heeft geen verbindingsartikel wa = en) ouk (ontkenning in het Hebreeuwe ´en = er is niet) eteknopoiei (zij maakte een kind - teknopoieô) ; zij maakte geen kind . Gelijkaardig : 1 S 1,2 : wajëhî liphëninnâh jëlâdîm ûlëchannâh ´e(j)n jëlâdîm (en Pennana had kinderen maar Hannah had geen kinderen) ; LXX : kai èn tèi Pennana paidia kai tèi Anna ouk èn paidion (en Penanna had kinderen maar Hanna had geen kind) .

Lc 1,7.6. kathoti (naarmate, omdat) . Taalgebruik in het NT : kathoti (naarmate, omdat) . Taalgebruik in Lc : kathoti (naarmate, omdat) .
Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 19,9 .

Lc 1,7.7. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (79) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,22 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,80 . Een vorm van eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947) .

Lc 1,7.8. bep. lidw. nom. vr. enk. hè of partikel van vergelijking è (of) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (143) . Lc 1 (15) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,29 . (7) Lc 1,36 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,43 . (11) Lc 1,44 . (12) Lc 1,45 . (13) Lc 1,47 . (14) Lc 1,60 . (15) Lc 1,64 . Een vorm van het bep. lidw. in Lc (2629) , in het NT (19734) , in de LXX (88439) .

Lc 1,7.9. elisabet (Elisabet) . Taalgebruik in het NT : elisabet (Elisabet) . Taalgebruik in Lc : elisabet (Elisabet) . Lc (8) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,41 (2X) . (8) Lc 1,57 . Tenakh (1) Ex 6,23 : ´elîsjèbha` (Elisabet) . In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron . In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper . De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet . De naam Elisabet kan betekenen : élî sjâbha`(mijn God zwoer) . Gr. omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het NT : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D. schwören . Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) . Hebr. sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) .

Lc 1,7.10. nom. vr. enk. steira van het bijvoegl. naamw. steiros (onvruchtbaar) . Taalgebruik in het NT : steiros (onvruchtbaar) . Hebr. `äqârâh (onvruchtbaar) . Taalgebruik in Tenakh : `äqârâh (onvruchtbaar) . Gr. steiros . Lat. sterilis . Fr. stérile . Ned. onvruchtbaar . D. unfruchtbar . E. barren . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,36 . Een vorm van steiros in Lc (3) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,36 . (3) Lc 23,29 , in de LXX (17) , in het NT (4) . `äqârâh (onvruchtbaar) . Tenakh (8) : (1) Gn 11,30 (Sara) . (2) Gn 25,21 (Rebekka) . (3) Gn 29,31 (Rachel) . (4) Re 13,2 (de moeder van Simson) . (5) Re 13,3 . (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) . (7) Js 54,1 . (8) Job 24,21 . wë`äqârâh (en onvruchtbaar) . Tenakh (2) : (1) Ex 23,26 . (2) Dt 7,14 . In deze 10 verzen heeft de LXX steira als vertaling . soera 3,40 .

Lc 1,7.7. - 10. Lc 1,7 : èn hè elisabet steira (Elisabeth was onvruchtbaar) . Deze zin beantwoordt het best aan Gn 11,30 (Sara) : waththëhî Shâraj `äqârâh (en Sarai was onvruchtbaar) . LXX : kai èn sara steira (en Sara was onvruchtbaar) . De woordvolgorde in de LXX is die van de Tenakh . Door de naamgeving Elisabet in Lc 1,7 is een link gelegd met Elisabet , de vrouw van Aäron (Ex 6,23) , en de inhoud en de zinsconstructie van Lc 1,7 legt een link met Saraj , de vrouw van Abram (Gn 11,30) .

Lc 1,7 leunt het sterkst aan bij Gn 11,30 , maar de zinnen staan er evenwel in omgekeerde volgorde . In Lc 1,7 is de onvruchtbaarheid de reden van de kinderloosheid . In Gn 11,30 is de kinderloosheid het gevolg van de onvruchtbaarheid .

Lc 1,7.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,7.12. nom. mann. mv. amfoteroi van het voornaamw. amfoteros (beide) . Taalgebruik in het NT : amfoteros (beide) . Taalgebruik in Lc : amfoteros (beide) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 6,39 . Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 5,7 . (4) Lc 6,39 . (5) Lc 7,42 .

Lc 1,7.13. pass. part. perf. nom. mann. mv. probebèkotes van het werkw. probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) . Taalgebruik in het NT : probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) . Taalgebruik in Lc : probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) .
Lc (1) Lc 1,7 . Een vorm van probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 2,36 .
De vorm (probas : voortgegaan) komt in de bijbel slechts in Mc 1,19 voor en in de paralleltekst Mt 4,21 voor . bainô : banen , gaan . pro-bainô : vooruitgaan . Een vorm van het werkwoord probainô komt slechts in vijf verzen in het NT voor . Bij Mc en Mt in de ruimtelijke betekenis , bij Lucas in temporele (tijdelijke) betekenis : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 2,36 .

Lc 1,7.14. en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,6 . (4) Lc 1,7 . (5) Lc 1,8 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,18 . (8) Lc 1,21 . (9) Lc 1,22 . (10) Lc 1,25 . (11) Lc 1,26 . (12) Lc 1,31 . (13) Lc 1,36 . (14) Lc 1,39 . (15) Lc 1,41 . (16) Lc 1,42 . (17) Lc 1,44 . (18) Lc 1,51 . (19) Lc 1,59 . (20) Lc 1,65 . (21) Lc 1,66 . (22) Lc 1,75 . (23) Lc 1,78 . (24) Lc 1,79 . (25) Lc 1,80 .

Lc 1,7.15. bepaald lidw. dat. vr. mv. tais . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (33) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,7 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,39 . (6) Lc 1,75 . (7) Lc 1,80 .

Lc 1,7.16. dat. vr. mv. hèmerais van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Taalgebruik in Lc : hèmera (dag) .
Lc (18) . (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,25 . (5) Lc 1,39 . (6) Lc 1,75 . (7) Lc 2,1 . (8) Lc 2,36 . (9) Lc 4,2 . (10) Lc 4,25 . (11) Lc 5,35 . (12) Lc 6,12 . (13) Lc 9,36 . (14) Lc 17,26 . (15) Lc 17,28 . (16) Lc 21,23 . (17) Lc 23,7 . (18) Lc 24,18 .
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen : 6 + 5 : (7) Lc 1,20 . (8) Lc 1,23 . (9) Lc 1,24 . (10) Lc 1,59 . (11) Lc 1,80 .

Lc 1,7.14. - 16. en tais hèmerais (in de dagen) . Lc (11 / 18) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,39 . (5) Lc 2,1 .  (6) Lc 4,2 . (7) Lc 4,25 . (8) Lc 6,12 . (9) Lc 17,26 . (10) Lc 17,28 . (11) Lc 24,18 .

Lc 1,7.17. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,51 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,77 .

Lc 1,7.18. act. ind. imperf. 3de pers. mv. èsan  (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Lc (22) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 2,8 . (4) Lc 4,20 . (5) Lc 4,25 . (6) Lc 4,27 . (7) Lc 5,10 . (8) Lc 5,17 . (9) Lc 5,29 . (10) Lc 7,41 . (11) Lc 8,2 . (12) Lc 8,40 . (13) Lc 9,14 . (14) Lc 9,30 . (15) Lc 9,32 . (16) Lc 14,1 . (17) Lc 15,1 . (18) Lc 20,29 . (19) Lc 23,55 . (20) Lc 24,10 . (21) Lc 24,13 . (22) Lc 24,53 .

Lc 1,8 - Lc 1,8 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:8 egeneto de en tô ierateuein auton en tè taxei tès efèmerias autou enanti tou theou  8 factum est autem cum sacerdotio fungeretur in ordine vicis suae ante Deum  Het gebeurde nu, terwijl hij priesterdienst verrichtte voor God toen zijn dienstafdeling aan de beurt was,  8 En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde. [8] Eens, toen Zacharias met zijn afdeling aan de beurt was om als priester dienst te doen voor Gods aangezicht,   [8] Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen,  8 Het geschiedt als hij de priesterdienst doet, als zijn dagorde staat opgesteld tegenover God  8. Or il advint, comme il remplissait devant Dieu les fonctions sacerdotales au tour de sa classe, 

King James Bible .[8] And it came to pass, that while he executed the priest's office before God in the order of his course,
Luther-Bibel . 8 Und es begab sich, als Zacharias den Priesterdienst vor Gott versah, da seine Ordnung an der Reihe war,

Tekstuitleg van Lc 1,8 . Het vers Lc 1,8 telt 15 (3 X 5) woorden en 69 (3 X 23) letters . De getalwaarde van Lc 1,8 is 8286 (2 X 3 X 1381) .

Lc 1,8.1. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen .
Lc (69) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,23 . (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 . (6) Lc 1,59 . (7) Lc 1,65 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,20 . (5) Lc 1,23 . (6) Lc 1,38 . (7) Lc 1,41 . (8) Lc 1,44 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,65 . In Lc : X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 130 verzen .
Lucas gebruikt egeneto ( het gebeurde) op verschillende wijzen :
1. ... egeneto ... (het gebeurde) + onderwerp : Lc 1,65 .
2. een variante van voorgaande : ... egeneto ... (het gebeurde) + tijdsaanduiding + onderwerp : Lc 1,5 .
3 . ... egeneto ... (het gebeurde) , gevolgd door een tijdsaanduiding + hoofdwerkwoord : Lc 1,59 ; Lc 2,1 .
4. ... egeneto ... (het gebeurde) + en tôi (in het) + infinitiefzin + hoofdwerkwoord . In tweeëntwintig verzen bij Lucas : Lc 1,8 .

In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal . De eerste maal (Lc 1,5) : er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea ... . De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) . In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven .

Lc 1,8.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede (eventueel derde) woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,22 . (6) Lc 1,24 . (7) Lc 1,26 . (8) Lc 1,29 . (9) Lc 1,34 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,39 . (12) Lc 1,56 . (13) Lc 1,57 . (14) Lc 1,62 . (15) Lc 1,64 . (16) Lc 1,76 . (17) Lc 1,80 .

Lc 1,8.3. en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,6 . (4) Lc 1,7 . (5) Lc 1,8 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,18 . (8) Lc 1,21 . (9) Lc 1,22 . (10) Lc 1,25 . (11) Lc 1,26 . (12) Lc 1,31 . (13) Lc 1,36 . (14) Lc 1,39 . (15) Lc 1,41 . (16) Lc 1,42 . (17) Lc 1,44 . (18) Lc 1,51 . (19) Lc 1,59 . (20) Lc 1,65 . (21) Lc 1,66 . (22) Lc 1,75 . (23) Lc 1,78 . (24) Lc 1,79 . (25) Lc 1,80 .

Lc 1,8.4. bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bep. lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 1 (13) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,21 . (3) Lc 1,22 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,29 . (6) Lc 1,30 . (7) Lc 1,47 . (8) Lc 1,55 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,61 . (11) Lc 1,62 . (12) Lc 1,68 . (13) Lc 1,77 .

Lc 1,8.1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc (9) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 5,1 . (5) Lc 8,40 . (6) Lc 9,51 . (7) Lc 10,38 . (8) Lc 11,27 . (9) Lc 18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc (14) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 8,1 . (3) Lc 9,18 . (4) Lc 9,29 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 14,1 . (8) Lc 17,11 . (9) Lc 17,14 . (10) Lc 19,15 . (11) Lc 24,4 . (12) Lc 24,15 . (13) Lc 24,30 . (14) Lc 24,51 .

Lc 1,8.5. act. inf. praes. hierateuein (priester zijn, priesterschap uitoefenen) van het werkw. hierateuô (priester zijn) . Taalgebruik in het NT : hierateuô (priester zijn) . Taalgebruik in Lc : hierateuô (priester zijn) . Lc (1) : Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm van hierateuô (priester zijn) in het NT .

Lc 1,8.6. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,21 . (5) Lc 1,50 .

Lc 1,8.7. en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,6 . (4) Lc 1,7 . (5) Lc 1,8 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,18 . (8) Lc 1,21 . (9) Lc 1,22 . (10) Lc 1,25 . (11) Lc 1,26 . (12) Lc 1,31 . (13) Lc 1,36 . (14) Lc 1,39 . (15) Lc 1,41 . (16) Lc 1,42 . (17) Lc 1,44 . (18) Lc 1,51 . (19) Lc 1,59 . (20) Lc 1,65 . (21) Lc 1,66 . (22) Lc 1,75 . (23) Lc 1,78 . (24) Lc 1,79 . (25) Lc 1,80 .

Lc 1,8.8. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bep. lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (10) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,36 . (5) Lc 1,41 . (6) Lc 1,44 . (7) Lc 1,57 . (8) Lc 1,59 . (9) Lc 1,65 . (10) Lc 1,66 .

Lc 1,8.9. dat. vr. enk. taksei van het zelfst. naamw. taksis (orde, ordening, volgorde) . Taalgebruik in het NT : taksis (orde, ordening, volgorde) . Taalgebruik in Lc : taksis (orde, ordening, volgorde) . Lc (1) Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,8.10. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) van het bep. lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 1 (12) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,9 . (4) Lc 1,23 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,27 . (7) Lc 1,33 . (8) Lc 1,41 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,48 . (11) Lc 1,61 . (12) Lc 1,65 .

Lc 1,8.11. gen. vr. enk. efèmerias van het zelfst. naamw. efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Taalgebruik in het NT : efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Taalgebruik in Lc : efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Lc (2) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT .

Lc 1,8.12. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. autou van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (220) . Lc 1 (31) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,17 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,24 . (8) Lc 1,31 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,33 . (11) Lc 1,48 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,51 . (15) Lc 1,54 . (16) Lc 1,55 . (17) Lc 1,58 . (18) Lc 1,59 . (19) Lc 1,60 . (20) Lc 1,62 . (21) Lc 1,63 . (22) Lc 1,64 . (23) Lc 1,66 . (24) Lc 1,67 . (25) Lc 1,68 . (26) Lc 1,69 . (27) Lc 1,70 . (28) Lc 1,72 . (29) Lc 1,75 . (30) Lc 1,76 . (31) Lc 1,80 .

Lc 1,8.13. enanti (tegenover) . Taalgebruik in het NT : enanti (tegenover) . Taalgebruik in Lc : enanti (tegenover) . Lc (1) Lc 1,8 . enantion (tegenover) . Taalgebruik in het NT : enantion (tegenover, in de ogen van) . Taalgebruik in Lc : enantion (tegenover, in de ogen van) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 20,26 . (3) Lc 24,19 .

Lc 1,8.14. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bep. lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,8.15. gen. mann. enk.  theou van het zelfst. naamw. theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in Lc : theos (God) . Vergelijk : L. deus , Fr. dieu . vloek dju . Lc (70) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,35 . (6) Lc 1,37 . (7) Lc 1,78 . Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,16 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,30 . (7) Lc 1,32 . (8) Lc 1,35 . (9) Lc 1,37 . (10) Lc 1,47 . (11) Lc 1,64 .  (12) Lc 1,68 . (13) Lc 1,78 . In Lc : 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen .

Lc 1,8.13. - 15. enantion tou theou (tegenover God) . Lc (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 24,19 . enanti tou theou (tegenover God) . Lc (1) Lc 1,8 .

Lc 1,9 - Lc 1,9 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:9 kata to ethos tès ierateias elachen tou thumiasai eiselthôn eis ton naon tou kuriou  9 secundum consuetudinem sacerdotii sorte exiit ut incensum poneret ingressus in templum Domini  dat hij volgens het gebruik van de priesterschap door loting verkreeg om de tempel van de Heer binnen te gaan en er een wierookoffer te brengen.  9 Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen.  [9] werd hij, volgens priesterlijk gebruik, door loting aangewezen om het heiligdom van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen.   [9] werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer.  9 dat hij het lotsteentje trekt –dat is naar de gewoonte van de priesterschap– voor het brengen van het wierookoffer en binnentreedt in de tempel van de Heer,   9. qu'il fut, suivant la coutume sacerdotale, désigné par le sort pour entrer dans le sanctuaire du Seigneur et y brûler l'encens. 

King James Bible . [9] According to the custom of the priest's office, his lot was to burn incense when he went into the temple of the Lord.
Luther-Bibel . 9 dass ihn nach dem Brauch der Priesterschaft das Los traf, das Räucheropfer darzubringen; und er ging in den Tempel des Herrn.

Tekstuitleg van Lc 1,9 . Het vers Lc 1,9 telt 14 (2 X 7) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 1,9 is 7883 .

Lc 1,9.1. kata (tegen, volgens) . Afkortingen : kat' , kath' . Taalgebruik in het NT : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Lc : kata (tegen, volgens) .
Lc (28 + 6 + 9 = 43) . Lc 1 (3) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,38 .

Lc 1,9.2. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,27 . (6) Lc 1,31 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,44 . (11) Lc 1,47 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,58 . (15) Lc 1,59 . (16) Lc 1,62 . (17) Lc 1,64 . (18) Lc 1,66 . (19) Lc 1,80 .

Lc 1,9.3. nom. + acc. onz. enk. ethos (gewoonte) . Taalgebruik in het NT : ethos (gewoonte) . Taalgebruik in Lc : ethos (gewoonte) .
Lc (3) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 2,42 . (3) Lc 23,39 . Slechts deze vorm in Lc .

Lc 1,9.1. - 3. kata to ethos (volgens de gewoonte) . Lc (3) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 2,42 . (3) Lc 23,39 .

Lc 1,9.4. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 1 (12) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,9 . (4) Lc 1,23 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,27 . (7) Lc 1,33 . (8) Lc 1,41 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,48 . (11) Lc 1,61 . (12) Lc 1,65 .

Lc 1,9.5. gen. vr. enk. hierateias van het zelfst. naamw. hierateia (priesterschap) . Taalgebruik in het NT : hierateia (priesterschap) . Taalgebruik in Lc : hierateia (priesterschap) . Lc (1) Lc 1,9 . Dit is de enigste vorm van hierateia (priesterschap) in Lc .

Lc 1,9.6. act. ind. aor. 3de pers. enk. elache (hij lootte , hij verkreeg door het lot) van het werkw. lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) . Taalgebruik in het NT : lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) . Taalgebruik in Lc : lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) . Lc (1) Lc 1,9 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,9.7. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,9.8. act. inf. aor. thumiasai van het werkw. thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) . Taalgebruik in het NT : thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) . Taalgebruik in Lc . : thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) . Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT .

Lc 1,9.9. part. aor. nom. mann. enk. eiselthôn (binnengegaan) van het werkw. eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in Lc : eiserchomai (binnengaan) . Lc (6) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 7,36 . (4) Lc 11,37 . (5) Lc 19,1 . (6) Lc 19,45 .
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45 verzen , in Lc 1 in 3 verzen : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,40 . Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9) . De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28) . In Lc 1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia . Zo worden de personages Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal met elkaar verbonden .
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan , weggaan of terugkeren . In Lc 1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten . In Lc 1,38 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg . In Lc 1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar huis terug) gaat Maria naar huis terug .

Lc 1,9.10. eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 1 (12) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,20 . (3) Lc 1,23 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,33 . (6) Lc 1,39 . (7) Lc 1,40 . (8) Lc 1,44 . (9) Lc 1,50 . (10) Lc 1,55 . (11) Lc 1,56 . (12) Lc 1,79 .

Lc 1,9.9. - 10. eiselthôn eis (binnengegaan in) . Lc (3) : (1) Lc 1,9 . (3) Lc 7,36 . (6) Lc 19,45 .

Lc 1,9.11. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (191) . Lc 1 (17) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,20 . (5) Lc 1,21 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,32 . (8) Lc 1,33 . (9) Lc 1,34 . (10) Lc 1,40 . (11) Lc 1,41 . (12) Lc 1,47 . (13) Lc 1,55 . (14) Lc 1,56 . (15) Lc 1,64 . (16) Lc 1,73 . (17) Lc 1,80 .

Lc 1,9.12. acc. mann. enk. naon van het zelfst. naamw. naos (tempel) . Taalgebruik in het NT : naos (tempel) . Taalgebruik in Lc : naos (tempel) .
Lc (1) Lc 1,9 . Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,21 . (3) Lc 1,22 . (4) Lc 23,35 .

Lc 1,9.13. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,9.14. gen. mann. enk. kuriou (van de heer) . Lc 1 (9) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,38 . (6) Lc 1,43 . (7) Lc 1,45 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,76 . Verder in Lc 1 . nom. mann. enk. kurios (5) : (1) Lc 1,25 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,58 . (5) Lc 1,68 . dat. mann. enk. kuriô(i) (1) Lc 1,17 . acc. mann. enk. kurion (2) : (1) Lc 1,16 . (2) Lc 1,47 . In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen .

Lc 1,10 - Lc 1,10 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:10 kai pan to plèthos èn tou laou proseuchomenon exô tè ôra tou thumiamatos   10 et omnis multitudo erat populi orans foris hora incensi  En de hele menigte van het volk was buiten aan het bidden op liet uur van liet wierookoffer.  10 En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.   [10] Tijdens het offer stond heel het volk buiten te bidden.   [10] De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht.  10 terwijl heel de volheid van de gemeente buiten in gebed is, dat uur van het wierookoffer.  10. Et toute la multitude du peuple était en prière, dehors, à l'heure de l'encens. 

King James Bible . [10] And the whole multitude of the people were praying without at the time of incense.
Luther-Bibel . 10 Und die ganze Menge des Volkes stand draußen und betete zur Stunde des Räucheropfers.

Tekstuitleg van Lc 1,10 . Het vers Lc 1,10 telt 13 woorden en 59 letters . De getalwaarde van Lc 1,10 is 7933 .

Lc 1,10.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,10.2. nom. + acc. onz. enk. pan van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder .
Lc (6) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 1,37 . (3) Lc 2,23 . (4) Lc 3,5 . (5) Lc 3,9 . (6) Lc 11,42 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,37 . (5) Lc 1,48 . (6) Lc 1,63 . (7) Lc 1,65 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,71 . (10) Lc 1,75 .

Lc 1,10.3. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,27 . (6) Lc 1,31 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,44 . (11) Lc 1,47 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,58 . (15) Lc 1,59 . (16) Lc 1,62 . (17) Lc 1,64 . (18) Lc 1,66 . (19) Lc 1,80 .

Lc 1,10.4. nom. + acc. onz. enk. plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in het NT : plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in Lc : plèthos (menigte, veelheid) . Lc (8) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 2,13 . (3) Lc 5,6 . (4) Lc 6,17 . (5) Lc 8,37 . (6) Lc 19,37 . (7) Lc 23,1 . (8) Lc 23,27 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,10.2. - 4. (a)pan to plèthos (de hele menigte) . NT (3) : (1) Lc 1,10 . (2) Hnd 15,12 . (3) Hnd 25,24 .

Lc 1,10.5. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (79) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,22 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,80 .

Lc 1,10.6. bep. lidw . gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,10.7. gen. mann. enk. laou van het zelfst. naamw. laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Taalgebruik in Lc : laos (volk) .
Lc (12) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 2,32 . (3) Lc 3,15 . (4) Lc 6,17 . (5) Lc 7,1 . (6) Lc 8,47 . (7) Lc 19,47 . (8) Lc 20,26 . (9) Lc 20,45 . (10) Lc 22,66 . (11) Lc 23,27 . (12) Lc 24,19 . Een vorm van laos (volk) in Lc in 37 verzen , in Lc 1 in 5 verzen : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 1,17 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,68 . (5) Lc 1,77 .
Nadat Zacharia de tempel was binnengegaan om het reukoffer te brengen , stond het volk buiten te bidden (Lc 1,10) . Het volk wacht en is verwonderd dat Zacharia zo lang in de tempel blijft (Lc 1,21) . In beide verzen wordt een omschrijvende constructie gebruikt : het was ... aan het bidden / wachten . De omschrijvende constructie omarmt een vorm van laos (volk) ; Lc 1,10 : èn tou laou proseuchomenon = de ganse menigte van het volk was aan het bidden . Lc 1,21 : èn ho laos prosdokôn = het volk was aan het wachten .

Lc 1,10.4. 6.- 7. plèthos (...) tou laou (een menigte van het volk . In drie verzen in het NT : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 23,27 . (3) Hnd 21,36 .

Lc 1,10.8. part. pr. acc. mann. enk. proseuchomenon van het werkw. proseuchomai (bidden) . Taalgebruik in het NT : proseuchomai (bidden) . Taalgebruik in Lc : proseuchomai (bidden) . Lc (3) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 9,18 . (3) Lc 11,1 . Een vorm van proseuchomai (bidden) in Lc in 18 verzen : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 3,21 . (3) Lc 5,16 . (4) Lc 6,12 . (5) Lc 6,28 . (6) Lc 9,18 . (7) Lc 9,28 . (8) Lc 9,29 . (9) Lc 11,1 . (10) Lc 11,2 . (11) Lc 18,1 . (12) Lc 18,10 . (13) Lc 18,11 . (14) Lc 20,47 . (15) Lc 22,40 . (16) Lc 22,41 . (17) Lc 22,44 . (18) Lc 22,46 .
Zoals de engelverschijning aan Zacharia in de tempel gebeurde in een omgeving van gebed en volk , zo gebeurt de godsopenbaring aan Jezus in een omgeving van gebed en volk .

Lc 1,10.5. 10. èn ... proseuchomenon = de hele menigte van het volk was aan het bidden . Ook omschrijvende constructie in Lc 9,18 (kai egeneto en tô(i) einai auton proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was) en Lc 11,1 (kai egeneto en tô(i) einai auton .... proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was) .

Lc 1,10.9. exô (buiten) . Taalgebruik in het NT : exô (buiten) . Taalgebruik in Mc : exô (buiten) . Lc (10) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 4,29 . (3) Lc 8,20 . (4) Lc 13,25 . (5) Lc 13,28 . (6) Lc 13,33 . (7) Lc 14,35 . (8) Lc 20,15 . (9) Lc 22,62 . (10) Lc 24,50 .

Lc 1,10.10. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (10) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,36 . (5) Lc 1,41 . (6) Lc 1,44 . (7) Lc 1,57 . (8) Lc 1,59 . (9) Lc 1,65 . (10) Lc 1,66 .

Lc 1,10.11. nom. + dat. vr. enk. hôra(i)  van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het NT : hôra (uur) . Taalgebruik in Lc : hôra (uur) .
Lc (15) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 2,38 . (3) Lc 7,21 . (4) Lc 10,21 . (5) Lc 12,12 . (6) Lc 12,39 . (7) Lc 12,40 . (8) Lc 12,46 . (9) Lc 13,31 . (10) Lc 14,17 . (11) Lc 20,19 . (12) Lc 22,14 . (13) Lc 22,53 . (14) Lc 23,44 . (15) Lc 24,33 . Een vorm van hôra (uur) in 16 verzen : voorgaande + Lc 22,59 en Lc 23,44 (tweede vorm) .

Lc 1,10.12. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

13. gen. onz. enk. thumiamatos van het zelfst. naamw. thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van het NT : thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van Lc : thumiama (reukoffer) . Lc (2) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 1,11 . Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc .

Lc 1,11 - Lc 1,11 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:11 ôfthè de autô aggelos kuriou estôs ek dexiôn tou thusiastèriou tou thumiamatos   11 apparuit autem illi angelus Domini stans a dextris altaris incensi   Hem verscheen nu een engel van de Heer staande aan de rechterzijde van het wierookofferaltaar.   11 En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechter zijde van het altaar des reukoffers.   [11] Toen verscheen hem een engel van de Heer, rechts van het offeraltaar.  [11] Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond.  11 Aan hem laat zich zien een aankondig–engel van de Heer, staande aan de rechterzijde van het altaar voor het wierookoffer.  11. Alors lui apparut l'Ange du Seigneur, debout à droite de l'autel de l'encens. 

King James Bible . [11] And there appeared unto him an angel of the Lord standing on the right side of the altar of incense.
Luther-Bibel . 11 Da erschien ihm der Engel des Herrn und stand an der rechten Seite des Räucheraltars.

Tekstuitleg van Lc 1,11 . Het vers Lc 1,11 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 1,11 is 10927 (7 X 7 X 223) .

Lc 1,11.1. ind. aor. 3de pers. enk. ôfthè (hij liet zich zien , hij verscheen) van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het NT : horaô (zien) . Taalgebruik in Mc : horaô (zien) . Taalgebruik in Lc : horaô (zien) . Lc (3) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 22,43 . (3) Lc 24,34 . Een vorm van horaô (zien) in Lc in 14 verzen : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 1,22 . (3) Lc 3,6 . (4) Lc 9,31 . (5) Lc 9,36 . (6) Lc 12,15 . (7) Lc 13,28 . (8) Lc 16,23 . (9) Lc 17,22 . (10) Lc 21,27 . (11) Lc 22,43 . (12) Lc 23,49 . (13) Lc 24,23 . (14) Lc 24,34 .
wajjerâ´ ´elâ(j)w malë´akh JHWH (LXX : kai ôfthè autô(i) aggelos kuriou) = en een engel van de Heer verscheen hem . Slechts in Re 6,12 . De engel verschijnt aan Gideon . In Lc : 12 vormen van horaô (zien) in 11 / 24 hoofdstukken en in 14 verzen .

Lc 1,11.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,22 . (6) Lc 1,24 . (7) Lc 1,26 . (8) Lc 1,29 . (9) Lc 1,34 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,39 . (12) Lc 1,56 . (13) Lc 1,57 . (14) Lc 1,62 . (15) Lc 1,64 . (16) Lc 1,76 . (17) Lc 1,80 .

Lc 1,11.3. dat. mann. + onz. enk. autô(i) van het persoonl. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (144) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,32 . (5) Lc 1,74 .

Lc 1,11.4. nom. mann. enk. aggelos (engel) . Taalgebruik in het NT : aggelos (engel) . Taalgebruik in Mc : aggelos (engel) . Stam : n - g - l . L. angelus . Fr. ange . N. engel . Fr. un messager uit L. mittere (zenden) , missus = gezonden .
Lc (10) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,30 . (6) Lc 1,35 . (7) Lc 1,38 . (8) Lc 2,9 . (9) Lc 2,10 . (10) Lc 22,43 . Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 : 7 + 2 : (1) Lc 1,18 . (2) Lc 1,34 . In Lc : 8 vormen van aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen .
In veertien verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) . In twee verzen in de verschijningsverhalen . Voor de rest van het evangelie nog tien verzen , waarvan zes verzen in de gen. mv. .

Lc 1,11.5. gen. mann. enk. kuriou (van de heer) . Lc 1 (9) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,38 . (6) Lc 1,43 . (7) Lc 1,45 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,76 . Verder in Lc 1 . nom. mann. enk. kurios (5) : (1) Lc 1,25 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,58 . (5) Lc 1,68 . dat. mann. enk. kuriô(i) (1) Lc 1,17 . acc. mann. enk. kurion (2) : (1) Lc 1,16 . (2) Lc 1,47 . Een vorm van kurios (heer) in Lc (99) , in Lc 1 in 17 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,16 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,25 . (8) Lc 1,28 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,43 . (12) Lc 1,45 . (13) Lc 1,47 . (14) Lc 1,58 . (15) Lc 1,66 . (16) Lc 1,68 . (17) Lc 1,76 .

Lc 1,11.4. - 5. aggelos kuriou (de engel van de Heer) . In twee verzen bij Lucas :
(1) Lc 1,11 : ôfthè de autôi aggelos kuriou = een engel van de Heer echter verscheen hem .
(2) Lc 2,9 : kai (volgens sommige handschriften : idou = zie) aggelos kuriou epestè autois (en een engel van de Heer stond bij hen) .

Lc 1,11.1. - 5. ôfthè de autôi aggelos ('maar' een engel verscheen hem) .
(1) Lc 1,11 : ôfthè de autôi aggelos kuriou = 'maar' een engel van de Heer verscheen hem .
(2) Lc 22,43 : ôfthè de autôi aggelos ap'ouranou = 'maar' een engel uit de hemel verscheen hem .

Lc 1,11.6. part. perf. nom. mann. enk. hestôs van het werkw. histèmi (doen staan, staan) . Taalgebruik in het NT : histèmi (doen staan, staan) . Taalgebruik in Lc : histèmi (doen staan, staan) . Lc (3) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 5,1 . (3) Lc 18,13 . Een vorm van histèmi (doen staan, staan) in Lc in 25 verzen . Dit is de enigste vorm in Lc 1 .

Lc 1,11.7. ek of ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in Lc : ek (uit) .
Lc (46 + 37 = 83) . Lc 1 (6 + 4 = 10) . ek (6) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,15 . (4) Lc 1,61 . (5) Lc 1,71 . (6) . ex (4) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,27 . (3) Lc 1,71 . (4) Lc 1,78 .

Lc 1,11.8. gen. mv. dexiôn van het bijvoegl. naamw. dexios (rechts) . Taalgebruik in het NT : dexios (rechts) . Taalgebruik in Lc : dexios (rechts) . Taalgebruik in Hnd : dexios (rechts) .Taalgebruik in de Septuaginta : dexios (rechts) . Hebr. jâmîn (rechterzijde, rechts) .Taalgebruik in Tenakh : jâmîn (rechterzijde, rechts) . L. dexter . Fr. droit . Ned. rechts . E. right . D. rechter . Lc (4) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 20,42 . (3) Lc 22,69 . (4) Lc 23,33 . Bijbel (67) . LXX (44) . NT. (23) . Een vorm van dexios (rechts) in Lc in 6 verzen : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 6,6 . (3) Lc 20,42 . (4) Lc 22,50 . (5) Lc 22,69 . (6) Lc 23,33 . In Lc : 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 5 / 24 hoofdstukken en in 6 verzen . In Hnd : 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 7 verzen in 4 hoofdstukken . Een vorm van (rechter- , rechts) in het NT (54) , in de LXX (228) .

7. - 8. ek dexiôn (rechts) . Lc (4 / 4) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 20,42 . (3) Lc 22,69 . (4) Lc 23,33 . NT (22) .

6. - 8. Lc 1,11 : estôs ek dexiôn = staande rechts van . Een vorm van kathèmai (neerzitten) + ek dexiôn (rechts) in Lc (2 / 4) : (1) Lc 20,42 . (2) Lc 22,69 .

Lc 1,11.9. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,11.10. gen. ons. enk. thusiastèriou van het zelfst. naamw. thusiastèrion (brandofferaltaar) . Taalgebruik in het NT : thusiastèrion (brandofferaltaar) . Taalgebruik in Lc : thusiastèrion (brandofferaltaar) . Lc (2) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 11,51 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,11.11. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,9 . (5) Lc 1,10 . (6) Lc 1,11 . (7) Lc 1,15 . (8) Lc 1,19 . (9) Lc 1,26 . (10) Lc 1,32 . (11) Lc 1,37 . (12) Lc 1,43 . (13) Lc 1,44 . (14) Lc 1,48 . (15) Lc 1,57 . (16) Lc 1,59 . (17) Lc 1,68 . (18) Lc 1,73 . (19) Lc 1,77 . (20) Lc 1,79 .

Lc 1,11.12. gen. onz. enk. thumiamatos van het zelfst. naamw. thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van het NT : thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van Lc : thumiama (reukoffer) . Lc (2) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 1,11 . Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc .

Lc 1,12 - Lc 1,12 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:12 kai etarachthè zacharias idôn kai fobos epepesen ep auton  12 et Zaccharias turbatus est videns et timor inruit super eum  En Zaeharias werd ontsteld toen hij hem zag en vrees overviel hem.   12 En Zacharias, hem ziende, werd ontroerd, en vreze is op hem gevallen.   [12] Zacharias raakte in verwarring toen hij hem zag en werd door vrees overvallen.  [12] Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen.  12 Zacharias is geschokt om wat hij ziet, en vreze valt over hem.  12. A cette vue, Zacharie fut troublé et la crainte fondit sur lui.  

King James Bible . [12] And when Zacharias saw him, he was troubled, and fear fell upon him.
Luther-Bibel . 12 Und als Zacharias ihn sah, erschrak er, und es kam Furcht über ihn.

Tekstuitleg van Lc 1,12 . Het vers Lc 1,12 telt 9 (3²) woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Lc 1,12 is 5048 (2³ X 631) . In Lc 1,8 - Lc 1,9 is Zacharia onderwerp , in Lc 1,10 de volkmenigte , in Lc 1,11 de engel . Op het einde van het middendeel (Lc 1,19-23) gaat het in omgekeerde volgorde : de engel blijft in de tempel , het volk (Lc 1,21) en Zacharia (Lc 1,22 - Lc 1,23) . Op het visioen reageert Zacharia dubbel : verward en met vrees . De reactie van vrees op het visioen vinden we in Da 10,7 .

Lc 1,12.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,12.2. pass. ind. aor. 3de pers. enk. etarachthè (hij werd in verwarring gebracht) van het werkw. tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Taalgebruik in het NT : tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Taalgebruik in Lc : tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Lc (1) Lc 1,12 . Een vorm van tarassô (in verwarring brengen, verwarren) in 2 vormen : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 24,38 .
Zacharia werd in verwarring gebracht (etarachthè) door het visioen van de engel (Lc 1,12) , Maria werd in verwarring gebracht (dietarachthè) door het woord van de engel (Lc 1,29) .Overeenkomst en verschil .

Lc 1,12.3. nom. mann. enk. zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in het NT : zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in Lc : zacharias (Zacharja) .
Lc (4) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,67 . Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,21 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,59 .   (8) Lc 1,67 .  (9) Lc 3,2 . (10) Lc 11,51 .

Lc 1,12.4. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) van het werkw. eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Lc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Lc (20) : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 5,8 . (3) Lc 5,12 . (4) Lc 5,20 . (5) Lc 7,13 . (6) Lc 7,39 . (7) Lc 8,28 . (8) Lc 10,31 . (9) Lc 10,32 . (10) Lc 10,33 . (11) Lc 11,38 . (12) Lc 13,12 . (13) Lc 17,14 . (14) Lc 17,15 . (15) Lc 18,24 . (16) Lc 18,43 . (17) Lc 19,41 . (18) Lc 22,58 . (19) Lc 23,8 . (20) Lc 23,47 . Een vorm van het werkw. eiden (hij zag) in Lc in 64 verzen , in Lc 1 slechts in Lc 1,12 . idôn (gezien) verwijst naar het visioen , naar de verschijning van de engel in Lc 1,11 . Volgens Da 10,7 heeft Daniël een visioen (kai eidon egô danièl = en ik Daniël zag) . Bij Zacharia gebeurt de 'Godsopenbaring' via een verschijning (visueel) , bij Maria via het woord (akoustisch) (Lc 1,29) .

Lc 1,12.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,12.6. nom. mann. enk. fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in het NT : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Lc : fobos (vrees, fobie) .
In drie verzen bij Lucas : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 7,16 . Een vorm van fobos (vrees, fobie) in Lc in 7 verzen : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 2,9 . (4) Lc 5,26 . (5) Lc 7,16 . (6) Lc 8,37 . (7) Lc 21,26 . Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Lc in 21 verzen : (1)Lc 1,13 . (2) Lc 1,30 . (3) Lc 1,50 . (4) Lc 2,9 . (5) Lc 2,10 . (6) Lc 5,10 . (7) Lc 8,25 . (8) Lc 8,35 . (9) Lc 8,50 . (10) Lc 9,34 . (11) Lc 9,45 . (12) Lc 12,4 . (13) Lc 12,5 . (14) Lc 12,7 . (15) Lc 12,32 . (16) Lc 18,2 . (17) Lc 18,4 . (18) Lc 19,21 . (19) Lc 20,19 . (20) Lc 22,2 . (21) Lc 23,40 .

Lc 1,12.7. act. ind. aor. 3de pers. enk. epepesen van het werkw. epipiptô (vallen op, opdringen) . Taalgebruik in het NT : epipiptô (vallen op, opdringen) . Taalgebruik in Lc : epipiptô (vallen op, opdringen) . Lc (2) : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 15,20 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,12.8. epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 1 (10 + 1 = 11) . epi (10) : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,17 . (4) Lc 1,29 . (5) Lc 1,33 . (6) Lc 1,35 . (7) Lc 1,47 . (8) Lc 1,48 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,65 . ep' (1) Lc 1,12 .

Lc 1,12.9. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,21 . (5) Lc 1,50 .

Lc 1,12.5. - 9. De reactie op het visioen is de vrees .
- Lc 1,12 : kai fobos epepesen ep' auton (en vrees overviel over hem) .
- Da 10,7 : kai fobos ischuros epepesen ep' autous (en een sterke vrees overviel over hen) .
In Lc 1,12 valt vrees over Zacharias na het zien van het visioen . Hij wordt met verstomming geslagen . In Lc 1,65 gebeurt dat over alle omwonenden van Zacharia en Elisabeth nadat Zacharia heeft duidelijk gemaakt dat het kind Johannes moet heten .
In Lc 5,9 omgaf ontzetting om Simon Petrus en zijn metgezellen na het zien van de wonderbare visvangst . Op deze reactie volgt de geruststelling van Jezus (Lc 5,10) , zoals Zacharia werd gerustgesteld na de reactie van Zacharia (Lc 1,13) .

Lc 1,13 - Lc 1,13 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:13 eipen de pros auton o aggelos mè fobou zacharia dioti eisèkousthè è deèsis sou kai è gunè sou elisabet gennèsei uion soi kai kaleseis to onoma autou iôannèn  13 ait autem ad illum angelus ne timeas Zaccharia quoniam exaudita est deprecatio tua et uxor tua Elisabeth pariet tibi filium et vocabis nomen eius Iohannem  De engel zei echter tegen hem: Zacharias, want je smeekbede is verhoord, en je vrouw Elisabet zal je een zoon baren en je zult zijn naam Johannes noemen   13 Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes.   [13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Schrik niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, die u de naam Johannes moet geven.  [13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen.  13 Maar de engel zegt tot hem: vrees niet, Zacharias, want je gebed is verhoord: je vrouw, Elisabet, zal je een zoon voortbrengen en zijn naam zul je noemen: Johannes,–   13. Mais l'ange lui dit : « Sois sans crainte, Zacharie, car ta supplication a été exaucée ; ta femme Élisabeth t'enfantera un fils, et tu l'appelleras du nom de Jean. 

King James Bible . But the angel said unto him, Fear not, Zacharias: for thy prayer is heard; and thy wife Elisabeth shall bear thee a son, and thou shalt call his name John.
Luther-Bibel (1984) . Aber der Engel sprach zu ihm: Fürchte dich nicht, Zacharias, denn dein Gebet ist erhört, und deine Frau Elisabeth wird dir einen Sohn gebären, und du sollst ihm den Namen Johannes geben.

Tekstuitleg van Lc 1,13 . Dit vers telt 28 (2 X 2 X 7 of 2 X 14) woorden en 126 (2 X 3 X 3 X 7 of 9 X 14) letters . De getalwaarde van Lc 1,13 is 12108 (2 X 2 X 3 X 1009) . De zwangerschap van Elisabet wordt aangekondigd in Lc 1,13 , die van Jezus in Lc 1,31 . 13 en 31 zijn elkaars spiegelbeelden .

Lc 1,13.1. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . Lc 1 (11) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,28 . (5) Lc 1,30 . (6) Lc 1,34 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,46 . (11) Lc 1,60 . Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen : (1) Lc 1,24 . (2) Lc 1,63 . (3) Lc 1,66 . (4) Lc 1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,28 . (5) Lc 1,30 . (6) Lc 1,34 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,46 . (11) Lc 1,60 . (12) Lc 1,61 .

Lc 1,13.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,22 . (6) Lc 1,24 . (7) Lc 1,26 . (8) Lc 1,29 . (9) Lc 1,34 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,39 . (12) Lc 1,56 . (13) Lc 1,57 . (14) Lc 1,62 . (15) Lc 1,64 . (16) Lc 1,76 . (17) Lc 1,80 .

Lc 1,13.1. - 2. eipen de (hij zei echter) in Lc (52) . Lc 1 (3 / 11 en 3 / 17) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,34 . (3) Lc 1,38 .
kai eipen (en hij zei) . Lc 1 (... en 4 / 11) : (1) Lc 1,18 . (2) Lc 1,30 . (3) Lc 1,42 . (4) Lc 1,46 .
Hebr. act. qal perf. 3de pers. enk. wajj´omèr (en hij zei) van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Tenakh (1879) .

Lc 1,13.3. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Lc : pros (naar, bij) . Lc (158) . Lc 1 (11) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,27 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 1,34 . (7) Lc 1,43 . (8) Lc 1,55 . (9) Lc 1,61 . (10) Lc 1,73 . (11) Lc 1,80 .

Lc 1,13.1. - 3. eipen de pros (hij zei echter tot) . Lc (16) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 7,50 . (3) Lc 9,13 . (4) Lc 9,14 . (5) Lc 9,59 . (6) Lc 9,62 . (7) Lc 12,15 . (8) Lc 12,22 . (9) Lc 13,7 . (10) Lc 15,3 . (11) Lc 17,1 . (12) Lc 17,22 . (13) Lc 18,9 . (14) Lc 19,9 . (15) Lc 20,41 . (16) Lc 24,17 . Zie ook Lc 1,34 : eipen de mariam pros (Maria zei echter) .

Lc 1,13.4. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,21 . (5) Lc 1,50 .

Lc 1,13.1. - 4. eipen de pros auton (hij zei echter tot hem) in Lc (3) : (1) Lc 1,13 (+ onderwerp : ho aggelos = de engel). (2) Lc 9,62 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) . (3) Lc 19,9 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) .
kai eipen pros auton (hij zei tot hem) in Lc (2) : (1) Lc 9,50 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) . (2) Lc 19,5 .
Hebr. : wajj´omèr ´lô (en hij zei tot hem) in Tenakh (2) : (1) 1 S 22,13 . (2) Zach 2,8 .

Lc 1,13.5. bep. lidw. nom. m. enk. ho (de) OF betrekk. voornaamw. nom. + acc. onz. enk ho . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (331) . Lc 1 (15) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,19 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 1,29 . (7) Lc 1,30 . (8) Lc 1,32 . (9) Lc 1,35 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,42 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,57 . (14) Lc 1,67 . (15) Lc 1,68 .
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) . In Lc 1,11 verscheen een engel van de Heer aan Zacharias . Daar staat geen lidwoord . Hierna wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) gebruikt . In Lc 1,19 maakt de engel zich bekend als Gabriël . Het is ook deze engel die aan Maria verscheen . Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door de eigennaam van de engel nl. Gabriël is dit vers aan de vorige perikope (Lc 1,5-25) gelinkt .

Lc 1,13.6. nom. mann. enk. aggelos (engel) . Taalgebruik in het NT : aggelos (engel) . Taalgebruik in Mc : aggelos (engel) . Stam : n - g - l . L. angelus . Fr. ange . N. engel . Fr. un messager uit L. mittere (zenden) , missus = gezonden .
Lc (10) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,30 . (6) Lc 1,35 . (7) Lc 1,38 . (8) Lc 2,9 . (9) Lc 2,10 . (10) Lc 22,43 . Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 : 7 + 2 : (1) Lc 1,18 . (2) Lc 1,34 . Een vorm van aggelos (engel) in Lc in 25 verzen .
In veertien verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) . In twee verzen in de verschijningsverhalen . Voor de rest van het evangelie nog tien verzen , waarvan zes verzen in de gen. mv. .

Lc 1,13.1. - 2. 5. - 6. Van de tien verzen in het Lucasevangelie waarin ho aggelos (de engel) onderwerp is , is er slechts 1 vers met eipen de (hij echter zei) nl. Lc 1,13 (eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) en 2 verzen beginnen met kai eipen (en hij zei) : (5) Lc 1,30 (kai eipen ho aggelos autè(i) = en de engel zei haar) . (9) Lc 2,10 (kai eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen) .

Lc 1,13.1. - 6. eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem . Het vervoegd werkwoord staat vooraan de zin . de (echter) dat een lichte tegenstelling uitdrukt , staat meestal op de tweede plaats in de zin . In het Hebreeuws maakt de bepaling met het persoonlijk voornaamwoord deel uit van het werkwoord ; daarom vinden we pros auton (tot hem) onmiddellijk na het werkwoord . Hierna volgt het onderwerp ho aggelos (de engel) . Slechts eenmaal in Lc . Bij de aankondiging van een kind wordt een literair schema gebruikt dat aansluit bij de werkelijkheid : zwangerschap , geboorte , naamgeving en toekomstwens . Bij de aankondiging aan Elisabeth is geen vermelding van de zwangerschap . Uit de vele geboorteaankondigingen komt die van Isaäk (Gn 17,19) het meest met die van Johannes overeen :
- Gn 17,19 : idou sarra hè gunè sou texetai soi huion kai kaleseis to onoma autou isaak (zie Sara je vrouw zal voor jou een zoon baren en jij zult zijn naam noemen Isaak .
- Lc 1,13 : kai hè gunè sou elisabet gennèsei huion soi kai kaleseis to onoma autou iôannou (en je vrouw Elisabeth zal een zoon voor jou voortbrengen en je zult noemen zijn naam Johannes .
Abraham en Sara zijn de oudsten van het volk Israël . Zacharia en Elisabeth staan aan het begin van het NT .
Twee geboorteaankondigingen : die van Johannes aan Zacharia (Lc 1,13) , die van Jezus aan Maria (Lc 1,31) . Verwoord aan de hand van de geboorteaankondigingen van Isaäk aan Abraham (Gn 17,19) en van Ismaël aan Hagar (Gn 16,11) .

Lc 1,13.7. mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het NT : mè (niet) . Taalgebruik in Lc : mè (niet) . Lc (123) . Lc 1 (4) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,15 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,30 .

Lc 1,13.8. imperat. praes. 2de pers. enk. fobou (vrees) van het werkw. fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in het NT : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in Lc : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) .
Lc (5) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,30 . (3) Lc 5,10 . (4) Lc 8,50 . (5) Lc 12,32 . Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Lc in 21 verzen : (1)Lc 1,13 . (2) Lc 1,30 . (3) Lc 1,50 . (4) Lc 2,9 . (5) Lc 2,10 . (6) Lc 5,10 . (7) Lc 8,25 . (8) Lc 8,35 . (9) Lc 8,50 . (10) Lc 9,34 . (11) Lc 9,45 . (12) Lc 12,4 . (13) Lc 12,5 . (14) Lc 12,7 . (15) Lc 12,32 . (16) Lc 18,2 . (17) Lc 18,4 . (18) Lc 19,21 . (19) Lc 20,19 . (20) Lc 22,2 . (21) Lc 23,40 .

Lc 1,13.9. voc. mann. enk. zacharia van de eigennaaam zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in het NT : zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in Lc : zacharias (Zacharja) . Lc (1) Lc 1,13 . Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,21 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,59 .   (8) Lc 1,67 .  (9) Lc 3,2 . (10) Lc 11,51 .

Lc 1,13.10. dioti (omdat) . Taalgebruik in het NT : dioti (omdat) . Taalgebruik in Lc : dioti (omdat) . Lc (3) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 2,7 . (3) Lc 21,28 .

Lc 1,13.11. pass. ind. aor. 3de pers. enk. eisèkousthè (er werd gehoord, werd verhoord) van het werkw. eisakouô (luisteren naar, verhoren) . Taalgebruik in het NT : eisakouô (luisteren naar, verhoren) . Taalgebruik in Lc . : eisakouô (luisteren naar, verhoren) .
In vijf verzen in de bijbel : (1) Da 10,12 (eisèkousthè to rèma sou = uw woord werd verhoord) . (2) Tob 3,16 (Kai eisèkousthè hè proseuchè amfoterôn = en het gebed van beiden werd verhoord) . (3) Sir 51,11 (eisèkousthè hè deèsis mou = mijn bede werd verhoord) . (4) Lc 1,13 : dioti eisèkousthè hè deèsis sou = en daarom werd uw gebed verhoord . (5) Hnd 10,31 = eisèkousthè sou hè proseuchè = uw gebed werd verhoord .

Lc 1,13.12. bep. lidw. nom. vr. enk. hè of partikel van vergelijking è (of) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (143) . Lc 1 (15) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,29 . (7) Lc 1,36 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,43 . (11) Lc 1,44 . (12) Lc 1,45 . (13) Lc 1,47 . (14) Lc 1,60 . (15) Lc 1,64 .

Lc 1,13.13. nom. vr. enk. deèsis (gebed, vraag) . Taalgebruik in het NT : deèsis (gebed, vraag) . Taalgebruik in Lc : deèsis (gebed, vraag) . Lc (1) Lc 1,13 . Een vorm van deèsis (gebed, vraag) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 2,37 . (3) Lc 5,33 .

Lc 1,13.14. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mann. enk. sou van het persoonl. voornaamw. su (jij) . Taalgebruik in NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (81) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,36 . (4) Lc 1,38 . (5) Lc 1,42 . (6) Lc 1,44 . (7) Lc 1,61 .

Lc 1,13.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,13.16. bep. lidw. nom. vr. enk. hè of partikel van vergelijking è (of) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (143) . Lc 1 (15) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,29 . (7) Lc 1,36 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,43 . (11) Lc 1,44 . (12) Lc 1,45 . (13) Lc 1,47 . (14) Lc 1,60 . (15) Lc 1,64 .

Lc 1,13.17. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het NT : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Lc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau . Lc (16) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 7,37 . (6) Lc 7,39 . (7) Lc 8,3 . (8) Lc 8,43 . (9) Lc 8,47 . (10) Lc 10,38 . (11) Lc 11,27 . (12) Lc 13,11 . (13) Lc 13,21 . (14) Lc 15,8 . (15) Lc 20,32 . (16) Lc 20,33 . Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen .

Lc 1,13.18. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mann. enk. sou van het persoonl. voornaamw. su (jij) . Taalgebruik in NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (81) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,36 . (4) Lc 1,38 . (5) Lc 1,42 . (6) Lc 1,44 . (7) Lc 1,61 .

Lc 1,13.19. elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in het NT : elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in Lc : elisabet (Elisabeth) . Lc (8) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,41 (2X) . (8) Lc 1,57 . Tenakh (1) Ex 6,23 : ´elîsjèbha` (Elisabet) . In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron . In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper . De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet . De naam Elisabet kan betekenen : élî sjâbha`(mijn God zwoer) . Gr. omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het NT : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D. schwören . Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) . Hebr. sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) .

Lc 1,13.20. act. ind. fut. 3de pers. enk. gennèsei (zij zal voortbrengen) van het werkw. gennaô (voortbrengen, baren) . Taalgebruik in het NT : gennaô (voortbrengen, baren) . Taalgebruik in Lc : gennaô (voortbrengen, baren) .
Lc (1) Lc 1,13 . Deze werkwoordvorm komt nog slechts in Gn 17,20 voor . Het gaat om de zegen over Ismaël : hij zal twaalf volkeren voortbrengen . Een vorm van gennaô (voortbrengen, baren) in Lc in 6 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,35 . (3) Lc 1,57 . (4) Lc 3,22 . (5) Lc 20,34 . (6) Lc 23,29 .

Lc 1,13.21. acc. mann. enk. huion van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het NT : huios (zoon) . Taalgebruik in Mc : huios (zoon) . Taalgebruik in Lc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Lc (15) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,31 . (3) Lc 1,36 . (4) Lc 1,57 . (5) Lc 2,7 . (6) Lc 3,2 . (7) Lc 9,22 . (8) Lc 9,38 . (9) Lc 9,41 . (10) Lc 12,10 . (11) Lc 20,13 . (12) Lc 20,41 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 22,48 . (15) Lc 24,7 . Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,31 . (4) Lc 1,32 . (5) Lc 1,35 . (6) Lc 1,36 . (7) Lc 1,57 .

Lc 1,13.22. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord .
Lc (44) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,35 .

Lc 1,13.23. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,13.24. act. ind. fut. 2de pers. enk. kaleseis (jij zult noemen) van het werkw. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in Mc : kaleô (roepen) . Taalgebruik in Lc : kaleô (roepen) . Lc (2) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,31 . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,31 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,35 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,59 . (7) Lc 1,60 . (8) Lc 1,61 . (9) Lc 1,62 . (10) Lc 1,76 .

Lc 1,13.25. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,27 . (6) Lc 1,31 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,44 . (11) Lc 1,47 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,58 . (15) Lc 1,59 . (16) Lc 1,62 . (17) Lc 1,64 . (18) Lc 1,66 . (19) Lc 1,80 .

Lc 1,13.26. nom. + acc. onz. enk. : onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) .

Lc 1,13.27. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. autou van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (220) . Lc 1 (31) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,17 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,24 . (8) Lc 1,31 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,33 . (11) Lc 1,48 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,51 . (15) Lc 1,54 . (16) Lc 1,55 . (17) Lc 1,58 . (18) Lc 1,59 . (19) Lc 1,60 . (20) Lc 1,62 . (21) Lc 1,63 . (22) Lc 1,64 . (23) Lc 1,66 . (24) Lc 1,67 . (25) Lc 1,68 . (26) Lc 1,69 . (27) Lc 1,70 . (28) Lc 1,72 . (29) Lc 1,75 . (30) Lc 1,76 . (31) Lc 1,80 .

Lc 1,13. 28. acc. mann. enk. Iôannèn van het zelfst. naamw. iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het NT : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Lc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John . Lc (11) . Johannes de Doper (6) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 3,2 . (3) Lc 3,20 . (4) Lc 9,9 . (5) Lc 9,19 . (6) . Lc 20,6 . Johannes de apostel (5) : (1) Lc 5,10 . (2) Lc 6,14 . (3) Lc 8,51 . (4) Lc 9,28 . (5) Lc 22,8 .  Een vorm van iôannès (Johannes) in Lc in 30 verzen , in Lc 1 in 3 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,60 . (3) Lc 1,63 .

Lc 1,14 - Lc 1,14 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1:14 kai estai chara soi kai agalliasis kai polloi epi tè genesei autou charèsontai   14 et erit gaudium tibi et exultatio et multi in nativitate eius gaudebunt  14 En vreugde en gejuich zal je deel zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen.  14 En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.   [14] Hij zal u vreugde en blijdschap brengen. Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen,  [14] Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen.  14 vreugde en verrukking zal hij voor je zijn, vélen zullen zich over zijn geboorte verheugen;   14. Tu auras joie et allégresse, et beaucoup se réjouiront de sa naissance.  

King James Bible . [14] And thou shalt have joy and gladness; and many shall rejoice at his birth.
Luther-Bibel . 14 Und du wirst Freude und Wonne haben, und viele werden sich über seine Geburt freuen.

Tekstuitleg van Lc 1,14 . Dit vers Lc 1,14 telt 13 woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Lc 1,14 is 5622 (2 X 3 X 937) .

Lc 1,14.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,14.2. act. ind. fut. 3de pers. enk. estai (hij zal zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (39) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,15 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,33 . (5) Lc 1,34 . (6) Lc 1,45 . (7) Lc 1,66 .

Lc 1,14.3. nom. + dat. vr. enk. chara(i) van het zelfst. naamw. chara (vreugde) . Taalgebruik in het NT : chara (vreugde) . Taalgebruik in Lc . : chara (vreugde) . Website : http://fr.wikipedia.org/wiki/Joie_(philosophie) . Indo-Europees jug (band) , L. gaudium , Fr. joie , zie website http://fr.wiktionary.org/wiki/joie .
Lc (3) : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 15,7 . (3) Lc 15,10 . Een vorm van chara (vreugde) .in Lc in 8 verzen : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 2,10 . (3) Lc 8,13 . (4) Lc 10,17 . (5) Lc 15,7 . (6) Lc 15,10 . (7) Lc 24,41 . (8) Lc 24,52 .

Lc 1,14.4. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (44) . Lc (5) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,35 .

Lc 1,14.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,14.5.6. nom. vr. enk. agalliasis (jubel) . Taalgebruik in het NT : agalliasis (jubel) . Taalgebruik in Lc : agalliasis (jubel) . Lc (1) Lc 1,14 . Een vorm van agalliasis (jubel) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,44 .

Lc 1,14.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .

Lc 1,14.8. nom. mann. mv. polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in Lc : polus (veel) .
Lc (8) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,14 . (3) Lc 4,27 . (4) Lc 5,15 . (5) Lc 10,24 . (6) Lc 13,24 . (7) Lc 14,25 . (8) Lc 21,8 . Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,14 . (3) Lc 1,16 .

Lc 1,14.9. epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 1 (10 + 1 = 11) . epi (10) : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,17 . (4) Lc 1,29 . (5) Lc 1,33 . (6) Lc 1,35 . (7) Lc 1,47 . (8) Lc 1,48 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,65 . ep' (1) Lc 1,12 .

Lc 1,14.10. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (10) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,36 . (5) Lc 1,41 . (6) Lc 1,44 . (7) Lc 1,57 . (8) Lc 1,59 . (9) Lc 1,65 . (10) Lc 1,66 .

Lc 1,14.11. dat. vr. enk. genesei van het zelfst. naamw. genesis (oorsprong, geslacht) . Taalgebruik in het NT : genesis (oorsprong, geslacht) . Taalgebruik in Lc . : genesis (oorsprong, geslacht) . Lc (1) Lc 1,14 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 1,14.12. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. autou van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (220) . Lc 1 (31) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,17 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,24 . (8) Lc 1,31 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,33 . (11) Lc 1,48 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,51 . (15) Lc 1,54 . (16) Lc 1,55 . (17) Lc 1,58 . (18) Lc 1,59 . (19) Lc 1,60 . (20) Lc 1,62 . (21) Lc 1,63 . (22) Lc 1,64 . (23) Lc 1,66 . (24) Lc 1,67 . (25) Lc 1,68 . (26) Lc 1,69 . (27) Lc 1,70 . (28) Lc 1,72 . (29) Lc 1,75 . (30) Lc 1,76 . (31) Lc 1,80 .

Lc 1,14.13. med. ind. fut. 3de pers. mv. charèsontai (zij zullen zich verheugen) van het werkw. chairô (zich verheugen) . Taalgebruik in het NT : chairô (zich verheugen) . Taalgebruik in Lc : chairô (zich verheugen) . Website : http://fr.wikipedia.org/wiki/Joie_(philosophie) . Indo-Europees jug (band) , L. gaudium , zie website http://fr.wiktionary.org/wiki/joie . Lc (1) Lc 1,14 . Een vorm van chairô (zich verheugen) in Lc in 11 verzen : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 6,23 . (4) Lc 10,20 . (5) Lc 13,17 . (6) Lc 15,5 . (7) Lc 15,32 . (8) Lc 19,6 . (9) Lc 19,37 . (10) Lc 22,5 . (11) Lc 23,8 .

Lc 1,15 - Lc 1,15 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 -