- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website
Overzicht van het Lucasevangelie : -
Lucas : overzicht
.
- Lucas taalgebruik - Lucas
taalgebruik A - Lucas
taalgebruik B - Lucas
taalgebruik C - Lucas
taalgebruik D - Lucas
taalgebruik E - Lucas
taalgebruik F - Lucas taalgebruik
G - Lucas taalgebruik
H - Lucas taalgebruik
I - Lucas taalgebruik
J - Lucas taalgebruik
K - Lucas taalgebruik
L - Lucas taalgebruik
M - Lucas taalgebruik
N - Lucas taalgebruik
O - Lucas taalgebruik
P - Lucas taalgebruik
Q - Lucas taalgebruik
R - Lucas taalgebruik
S - Lucas taalgebruik
T - Lucas taalgebruik
U - Lucas taalgebruik
V - Lucas taalgebruik
Z -
- Lc
: commentaar
Overzicht van het Lucasevangelie : Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 ,
| Lc 1 | Lc 2 | Lc 3 | Lc 4 | Lc 5 | Lc 6 | Lc 7 | Lc 8 | Lc 9 | Lc 10 | Lc 11 | Lc 12 | Lc 13 | Lc 14 | Lc 15 | Lc 16 | Lc 17 | Lc 18 | Lc 19 | Lc 20 | Lc 21 | Lc 22 | Lc 23 | Lc 24 | ||
Tekstuitleg - Lc
1,1-4 - Lc
1,5-25 - Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80
Tekstuitleg vers per vers : - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc
1,10 - Lc
1,11 - Lc
1,12 - Lc
1,13 - Lc
1,14 - Lc
1,15 - Lc
1,16 - Lc
1,17 - Lc
1,18 - Lc
1,19 - Lc
1,20 - Lc
1,21 - Lc
1,22 - Lc
1,23 - Lc
1,24 - Lc
1,25 - Lc
1,26 - Lc
1,27 - Lc
1,28 - Lc
1,29 - Lc
1,30 - Lc
1,31 - Lc
1,32 - Lc
1,33 - Lc
1,34 - Lc
1,35 - Lc
1,36 - Lc
1,37 - Lc
1,38 - Lc
1,39 - Lc
1,40 - Lc
1,41 - Lc
1,42 - Lc
1,43 - Lc
1,44 - Lc
1,45 - Lc
1,46 - Lc
1,47 - Lc
1,48 - Lc
1,49 - Lc
1,50 - Lc
1,51 - Lc
1,52 - Lc
1,53 - Lc
1,54 - Lc
1,55 - Lc
1,56 - Lc
1,57 - Lc
1,58 - Lc
1,59 - Lc
1,60 - Lc
1,61 - Lc
1,62 - Lc
1,63 - Lc
1,64 - Lc
1,65 - Lc
1,66 - Lc
1,67 - Lc
1,68 - Lc
1,69 - Lc
1,70 - Lc
1,71 - Lc
1,72 - Lc
1,73 - Lc
1,74 - Lc
1,75 - Lc
1,76 - Lc
1,77 - Lc
1,78 - Lc
1,79 - Lc
1,80 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://hometown.aol.com/graphelabible/page4.html | http://daniel5.skynetblogs.be/ |
| 1. LXX , Griekse tekst NT | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible | 11. Luther-Bibel |
Evangelielezing van 3de
(derde) zondag door het jaar C : Lc
1,1-4 en Lc
4,14-21
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben
plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd
door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in diens van het
woord zijn getreden. Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot – na
van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht – voor u een ordelijk
verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer
is waarin gij onderwezen zijt.
1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Het kindsheidsevangelie van Lucas (Lc
1 - Lc 2)
bestaat uit een voorwoord en zeven verhalen .
Het eerste en het tweede verhaal (Lc
1,5-25 - Lc
1,26-38) zijn op een parallelle wijze opgebouwd ; zij betreffen de aankondiging
van de geboorte van Johannes , de Doper (Lc
1,5-25) en die van Jezus (Lc
1,26-38) . De tijdsaanduiding “in de zesde maand” vormt een
link tussen het eerste en het tweede verhaal .
Dit tweeluik wordt gevolgd door een tussenluik nl. het bezoek van Maria aan
Elisabeth (Lc
1,39-56) , waarop een tweede tweeluik volgt , die de geboorte van Johannes
, de Doper (Lc
1,57-80) en die van Jezus (Lc
2,1-20) betreffen . Deze vijf verhalen worden gevolgd door twee Jezusverhalen
: de opdracht van Jezus in de tempel , veertig dagen na zijn geboorte (Lc
2,21-40) en de twaalfjarige Jezus te midden van de leraren (Lc
2,41-52) .
De verhalen van het "kindsheidsevangelie" van Lucas worden meestal als onhistorische , fictieve verhalen geïnterpreteerd . Dit betekent geenszins dat ze niet rijk aan betekenis zijn . We zullen ons afvragen hoe de evangelist tot de constructie van deze verhalen is gekomen en wat de betekenis ervan is .
| Lc 1,1 - Lc 1,1 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] Forasmuch as many have taken in hand to set forth in
order a declaration of those things which are most surely believed among us,
Luther-Bibel . Viele haben es schon unternommen, Bericht zu geben von den Geschichten,
die unter uns geschehen sind,
Tekstuitleg van Lc 1,1 . Het vers Lc 1,1 telt 11 woorden en 83 letters . De getalwaarde van Lc 1,1 is 7457 .
Lc 1,1.1.epeidèper
(nadat nu, daar nu) . Taalgebruik in het NT : epeidèper
(nadat nu, daar nu) . Taalgebruik in Lc : epeidèper
(nadat nu, daar nu) . Slechts in Lc
1,1 . Voegwoord van tijd : toen nu , nadat nu , sinds . Voegwoord van reden
: daar nu , daar immers .
- epei . Voegwoord van tijd : nadat, wanneer . Voegwoord van reden : daar ,
omdat .
- dè (inderdaad, dus) . Het wordt gebruikt waar een feitelijke , zichtbare
evidentie wordt aangebracht .
- -per . Om de betekenis van het voorgaande woord te versterken .
Lc 1,1.2.
nom. mann. mv. polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik
in het NT : polus
(veel) . Taalgebruik in Lc : polus
(veel) .
Lc (8) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,14 . (3) Lc
4,27 . (4) Lc
5,15 . (5) Lc
10,24 . (6) Lc
13,24 . (7) Lc
14,25 . (8) Lc
21,8 . Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,14 . (3) Lc
1,16 .
Lc 1,1.3. act. ind. aor. 3de pers. mv. epecheirèsan (zij beproefden) van het werkw. epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) . Taalgebruik in het NT : epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) . Taalgebruik in Lc : epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) . Slechts in Lc 1,1 . Dit is het enigste vers en de enigste vorm in de evangelies .
Lc 1,1.4. passief infinitief aorist anataxasthai van het werkw. anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) . Taalgebruik in het NT : anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) . Taalgebruik in Lc : anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) . anatassô diègèsin : een verhaal opbouwen , omstandig vertellen . Lc (1) Lc 1,1 . Hapax . Zij namen ter hand dat een verhaal zou opgebouwd worden .
Lc 1,1.5. nom. vr. enk. diègèsin van het zelfst. naamw. diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) . Taalgebruik in het NT : diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) . Taalgebruik in Lc : diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) . Lc (1) Lc 1,1 .
Lc 1,1.6. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in NT : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,4 .
Lc 1,1.7.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (6) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,16 . (4) Lc
1,70 . (5) Lc
1,71 . (6) Lc
1,72 .
Lc 1,1.8. pass. part. perf. gen. nom. + onz. mv. peplèroforèmenôn van het werkw. plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) . Taalgebruik in het NT : plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) . Taalgebruik in Lc : plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) . Lc (1) Lc 1,1 .
Lc 1,1.9.
en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,6 . (4) Lc
1,7 . (5) Lc
1,8 . (6) Lc
1,17 . (7) Lc
1,18 . (8) Lc
1,21 . (9) Lc
1,22 . (10) Lc
1,25 . (11) Lc
1,26 . (12) Lc
1,31 . (13) Lc
1,36 . (14) Lc
1,39 . (15) Lc
1,41 . (16) Lc
1,42 . (17) Lc
1,44 . (18) Lc
1,51 . (19) Lc
1,59 . (20) Lc
1,65 . (21) Lc
1,66 . (22) Lc
1,75 . (23) Lc
1,78 . (24) Lc
1,79 . (25) Lc
1,80 .
Lc 1,1.10. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . hèmin . Lc (22) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,2 . (3) Lc 1,73 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,48 . (6) Lc 4,34 . (7) Lc 7,5 . (8) Lc 7,16 . (9) Lc 9,13 . (10) Lc 10,11 . (11) Lc 10,17 . (12) Lc 11,3 . (13) Lc 11,4 . (14) Lc 13,25 . (15) Lc 17,5 . (16) Lc 20,2 . (17) Lc 20,28 . (18) Lc 22,8 . (19) Lc 22,67 . (20) Lc 23,18 . (21) Lc 24,24 . (22) Lc 24,32 .
Lc 1,1.11. gen. onz. mv. pragmatôn (van de handelingen / gebeurtenissen) van het zelfst. naamw. pragma (daad, handeling) . Taalgebruik in het NT : pragma (daad, handeling) . Taalgebruik in Lc : pragma (daad, handeling) . Lc (1) Lc 1,1 . Dit is de enigste vorm in Lc .
| Lc 1,2 - Lc 1,2 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible .[2] Even as they delivered them unto us, which from the beginning
were eyewitnesses, and ministers of the word;
Luther-Bibel . 2 wie uns das überliefert haben, die es von Anfang an selbst
gesehen haben und Diener des Worts gewesen sind.
Tekstuitleg van Lc 1,2 . Het vers Lc 1,2 telt 12 (2² X 3) woorden en 63 (3² X 7) letters . De getalwaarde van Lc 1,2 is 6462 (2 X 3² X 359) .
Lc 1,2.1.
kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs
(zoals) . Taalgebruik in Mc : kathôs
(zoals) . Taalgebruik in Lc : kathôs
(zoals) .
Lc (17) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,55 . (3) Lc
1,70 . (4) Lc
2,20 . (5) Lc
2,23 . (6) Lc
5,14 . (7) Lc
6,31 . (8) Lc
6,36 . (9) Lc
11,1 . (10) Lc
11,30 . (11) Lc
17,26 . (12) Lc
17,28 . (13) Lc
19,32 . (14) Lc
22,13 . (15) Lc
22,29 . (16) Lc
24,24 . (17) Lc
24,39 .
Lc 1,2.2. act. ind. aor. 3de pers. mv. paredosan paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in het NT : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . Lc (1) Lc 1,2 . Een vorm van paradidômi (overleveren) in Lc in 17 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 4,6 . (3) Lc 9,44 . (4) Lc 10,22 . (5) Lc 12,58 . (6) Lc 18,32 . (7) Lc 20,20 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,16 . (10) Lc 22,4 . (11) Lc 22,6 . (12) Lc 22,21 . (13) Lc 22,22 . (14) Lc 22,48 . (15) Lc 23,25 . (16) Lc 24,7 . (17) Lc 24,20 .
Lc 1,2.3. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . hèmin . Lc (22) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,2 . (3) Lc 1,73 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,48 . (6) Lc 4,34 . (7) Lc 7,5 . (8) Lc 7,16 . (9) Lc 9,13 . (10) Lc 10,11 . (11) Lc 10,17 . (12) Lc 11,3 . (13) Lc 11,4 . (14) Lc 13,25 . (15) Lc 17,5 . (16) Lc 20,2 . (17) Lc 20,28 . (18) Lc 22,8 . (19) Lc 22,67 . (20) Lc 23,18 . (21) Lc 24,24 . (22) Lc 24,32 .
Lc 1,2.4.
nom. mann. mv. hoi van het bep. lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik
in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (165) . Lc 1 (3) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,58 . (3) Lc
1,66 .
Lc 1,2.5.
apo (af, van-weg) . afkoring ap' . Taalgebruik in het NT : apo
(af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo
(af , van-weg) . Voorzetsel .
Lc (73 + 32 + 9 = 114) . Lc 1 (3 + 3 = 6) . apo . Lc (73) . Lc 1 (3 + 3 = 6)
. apo . Lc 1 (3) : (1) Lc
1,26 . (2) Lc
1,48 . (3) Lc
1,52 . ap' . Lc (32) . Lc 1 (3) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,38 . (3) Lc
1,70 .
Lc 1,2.6. gen. vr. enk. archès van het zelfst. naamw. archè (begin, heerschappij) . Taalgebruik in het NT : archè (begin, heerschappij) . Taalgebruik in Lc : archè (begin, heerschappij) . Lc (1) Lc 1,2 . Een vorm van archè (begin, heerschappij) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 12,11 . (3) Lc 20,20 .
Lc 1,2.7. nom. vr. mv. autoptai van het zelfst. naamw. autoptès (zelfziener, ooggetuige) . Taalgebruik in het NT : autoptès (zelfziener, ooggetuige) . Taalgebruik in Lc : autoptès (zelfziener, ooggetuige) . Lc (1) Lc 1,2 . Dit is de enigste vorm in het NT .
Lc 1,2.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,2.9. nom. mann. mv. hupèretai van het zelfst. naamw. hupèretès (dienaar) . Taalgebruik in het NT : hupèretès (dienaar) . Taalgebruik in Lc : hupèretès (dienaar) . Lc (1) Lc 1,2 . Een vorm van hupèretès (dienaar) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 4,20 .
Lc 1,2.10. part. aor. nom. mann. mv. genomenoi van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Lc (2) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 24,37 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,8 . (4) Lc 1,20 . (5) Lc 1,23 . (6) Lc 1,38 . (7) Lc 1,41 . (8) Lc 1,44 . (9) Lc 1,59 . (10) Lc 1,65 .
Lc 1,2.11.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,2.12. gen. mann. enk. logou van het zelfst. naamw. logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (2) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 20,20 . Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,4 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,29 . In Lc : 8 vormen van logos (woord) in 17 / 24 hoofdstukken en in 33 verzen . In Hnd : 8 vormen van logos (woord) in 20 / 28 hoofdstukken en in 65 verzen .
| Lc 1,3 - Lc 1,3 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] It seemed good to me also, having had perfect understanding
of all things from the very first, to write unto thee in order, most excellent
Theophilus,
Luther-Bibel . 3 So habe auch ich's für gut gehalten, nachdem ich alles von
Anfang an sorgfältig erkundet habe, es für dich, hochgeehrter Theophilus, in
guter Ordnung aufzuschreiben,
Tekstuitleg van Lc 1,3 . Het vers Lc 1,3 telt 11 woorden en 74 (2 X 37) letters . De getalwaarde van Lc 1,3 is 6833 .
Lc 1,3.1. act. ind. aor. 3de pers. enk. edoxe van het werkw. dokeô (menen, schijnen) . Taalgebruik in het NT : dokeô (menen, schijnen) . Taalgebruik in Lc : dokeô (menen, schijnen) . Lc (1) Lc 1,3 . Een vorm van dokeô (menen, schijnen) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 8,18 . (3) Lc 10,36 . (4) Lc 12,40 . (5) Lc 12,51 . (6) Lc 13,2 . (7) Lc 13,4 . (8) Lc 19,11 . (9) Lc 22,24 . (10) Lc 24,37 .
Lc 1,3.2. kamoi < kai (en) + moi (pers. voornaamw. dat. mann. enk. : aan mij) . Taalgebruik in NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (1) Lc 1,3 .
Lc 1,3.3. act. part. perf. dat. mann. enk. parèkolouthèkoti van het werkw. parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) . Taalgebruik in het NT : parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) . Taalgebruik in het NT : parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) . Lc (1) Lc 1,3 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,3.4. anôthen (van boven af) . Taalgebruik in het NT : anôthen (van boven af) . Taalgebruik in Lc : anôthen (van boven af) . Lc (1) Lc 1,3 .
Lc 1,3.5. dat mann. + onz. mv. pasin van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Lc (13) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 2,20 . (3) Lc 2,38 . (4) Lc 3,16 . (5) Lc 3,20 . (6) Lc 9,43 . (7) Lc 9,48 . (8) Lc 12,44 . (9) Lc 13,17 . (10) Lc 14,33 . (11) Lc 24,9 . (12) Lc 24,21 . (13) Lc 24,25 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,37 . (5) Lc 1,48 . (6) Lc 1,63 . (7) Lc 1,65 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,71 . (10) Lc 1,75 .
Lc 1,3.6. akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) . Taalgebruik in het NT : akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) . Taalgebruik in Lc : akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) . Lc (1) Lc 1,3 .
Lc 1,3.7. kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) . Taalgebruik in het NT : kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) . Taalgebruik in Lc : kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) . Lc (2) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 8,1 .
Lc 1,3.8. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (44) . Lc (5) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,35 .
Lc 1,3.9. act. inf. aor. grapsai van het werkw. grafô (schrijven) . Taalgebruik in het NT : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Mc : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Lc : grafô (schrijven) . Lat. scribere . Fr. écrire . Lc (1) Lc 1,3 . Een vorm van grafô (schrijven) in Lc in 20 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,63 . (3) Lc 2,23 . (4) Lc 3,4 . (5) Lc 4,4 . (6) Lc 4,8 . (7) Lc 4,10 . (8) Lc 4,17 . (9) Lc 7,27 . (10) Lc 10,26 . (11) Lc 16,6 . (12) Lc 16,7 . (13) Lc 18,31 . (14) Lc 19,46 . (15) Lc 20,17 . (16) Lc 20,28 . (17) Lc 21,22 . (18) Lc 22,37 . (19) Lc 24,44 . (20) Lc 24,46 .
Lc 1,3.10. voc. mann. enk. kratiste van het bijvoegl. naamw. kratistos (machtigst, best) . Taalgebruik in het NT : kratistos (machtigst, best) . Taalgebruik in Lc : kratistos (machtigst, best) . Lc (1) Lc 1,3 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,3.11. theofile (Theofilus) . Vocatief mannelijk enkelvoud . In twee verzen in de bijbel : (1) Lc 1,3 . (2) Hnd 1,1 . Het evangelie (volgens Lucas) en het boek Handelingen zijn gericht tot Teofilus . Wellicht was hij een christen van Antiochië .
| Lc 1,4 - Lc 1,4 : 1. Lucaanse proloog : Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] That thou mightest know the certainty of those things,
wherein thou hast been instructed.
Luther-Bibel . 4 damit du den sicheren Grund der Lehre erfährst, in der du unterrichtet
bist. Die Ankündigung der Geburt Johannes des Täufers
Tekstuitleg van Lc 1,4 . Het vers Lc 1,4 telt 8 (2³) woorden en 43 letters . De getalwaarde van Lc 1,4 is 5527 .
Lc 1,4.1. hina (opdat) . Taalgebruik in het NT : hina (opdat) . Taalgebruik in Lc : hina (opdat) . Lc (46) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,43 .
Lc 1,4.2. act. conj. aor. 2de pers. enk. epignô(i)s van het werkw. epiginôskô (leren kennen, begrijpen) . Taalgebruik in het NT : epiginôskô (leren kennen, begrijpen) . Taalgebruik in Lc : epiginôskô (leren kennen, begrijpen) . (1) Lc 1,4 . Een vorm van epiginôskô (leren kennen, begrijpen) in Lc in 7 verzen : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,22 . (3) Lc 5,22 . (4) Lc 7,37 . (5) Lc 23,7 . (6) Lc 24,16 . (7) Lc 24,31 .
Lc 1,4.3. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in NT : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,4 .
Lc 1,4.4. betrekk. voornaamw. gen. mann. + onz. mv. hôn van het betrekk. voornaamw. hos , hè , ho OF part. praes. nom. mann. enk. ôn van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : betrekkelijk voornaamwoord . Lc (17) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,20 . (3) Lc 3,19 . (4) Lc 3,23 . (5) Lc 5,9 . (6) Lc 6,34 . (7) Lc 9,36 . (8) Lc 11,23 . (9) Lc 12,3 . (10) Lc 13,1 . (11) Lc 15,16 . (12) Lc 19,37 . (13) Lc 19,44 . (14) Lc 23,14 . (15) Lc 23,41 . (16) Lc 24,6 . (17) Lc 24,44 .
Lc 1,4.5. pass. ind. aor. 2de pers. enk. katèchèthès van het werkw. katècheô (doen klinken, leren) . Taakgebruik in het NT : katècheô (doen klinken, leren) . Taakgebruik in Lc : katècheô (doen klinken, leren) . Lc (1) Lc 1,4 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,4.6. gen. mann. mv. logôn van het zelfst. naamw. logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (3) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 3,4 . (3) Lc 6,47 . Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,4 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,29 .
Lc 1,4.7. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (149) . Lc 1 (4) : (1) Lc 1,4 . (2) Lc 1,39 . (3) Lc 1,40 . (4) Lc 1,48 .
8. acc. vr. enk. asfaleian van het zelfst. naamw. asfaleia (vastheid, veiligheid) . Taalgebruik in het NT : asfaleia (vastheid, veiligheid) . Taalgebruik in Lc : asfaleia (vastheid, veiligheid) . Lc (1) Lc 1,4 . Dit is de enigste vorm in Lc .
2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 - Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
In Lc 1,5-25 beginnen 11 / 21 verzen met kai (en) en 6 / 21 verzen met de (echter) .
Lc 1,5 - Lc 1,5 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal . De eerste maal (Lc 1,5) : er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea ... . De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) . In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven . |
||||||||||||||||
|
King James Bible : There was in the days of Herod, the king of Judaea, a certain
priest named Zacharias, of the course of Abia: and his wife was of the daughters
of Aaron, and her name was Elisabeth .
Luther-Bibel . 5 Zu der Zeit des Herodes, des Königs von Judäa, lebte ein Priester
von der Ordnung Abija, mit Namen Zacharias, und seine Frau war aus dem Geschlecht
Aaron und hieß Elisabeth.
Hebr. wajëhî bîme(j) ... mèlèkh jëhûdâh
Tekstanalyse van Lc 1,5 . Dit vers Lc 1,5 telt 29 woorden en 142 (2 X 71) letters . De getalwaarde van Lc 1,5 is 17171 (7 X 11 X 223) . Van links naar rechts of van rechts naar links gelezen blijft 17171 hetzelfde getal . Reeds bij het allereerste begin van Lc 1,5-25 wordt de tijd van het gebeuren aangeduid : in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea . En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid : Judea . De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar . Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven . Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea .
Lc 1,5.1.
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden,
gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai
(worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai
(worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen
van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) ,
een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van
zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen .
Lc (69) . Lc 1 (7) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,8 . (3) Lc
1,23 . (4) Lc
1,41 . (5) Lc
1,44 . (6) Lc
1,59 . (7) Lc
1,65 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 1 in 10 verzen : (1)
Lc 1,2
. (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,20 . (5) Lc
1,23 . (6) Lc
1,38 . (7) Lc
1,41 . (8) Lc
1,44 . (9) Lc
1,59 . (10) Lc
1,65 .
Lucas gebruikt egeneto ( het gebeurde) op verschillende wijzen :
1. ... egeneto ... (het gebeurde) + onderwerp : Mc
1,4 . Lc
1,65 .
2. een variante van voorgaande : ... egeneto ... (het gebeurde) + tijdsaanduiding
+ onderwerp : Lc
1,5 .
3 . ... egeneto ... (het gebeurde) , gevolgd door een tijdsaanduiding + hoofdwerkwoord
: Lc 1,59
; Lc 2,1
.
4. ... egeneto ... (het gebeurde) + en tôi (in het) + infinitiefzin +
hoofdwerkwoord . In tweeëntwintig verzen bij Lucas : Lc
1,8 .
Hebr. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalwaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden,
gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai
(worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was)
. Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) . Eerdere Profeten (219) . Latere Profeten (146) . 12 Kleine
Profeten (26) . Geschriften (131) .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd
. We zouden kunnen vertalen : vervolgens , en dan .
Lc 1,5.2. en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in . Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,5 . (3) Lc 1,6 . (4) Lc 1,7 . (5) Lc 1,8 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,18 . (8) Lc 1,21 . (9) Lc 1,22 . (10) Lc 1,25 . (11) Lc 1,26 . (12) Lc 1,31 . (13) Lc 1,36 . (14) Lc 1,39 . (15) Lc 1,41 . (16) Lc 1,42 . (17) Lc 1,44 . (18) Lc 1,51 . (19) Lc 1,59 . (20) Lc 1,65 . (21) Lc 1,66 . (22) Lc 1,75 . (23) Lc 1,78 . (24) Lc 1,79 . (25) Lc 1,80 .
Lc 1,5.3. bepaald lidw. dat. vr. mv. tais van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (33) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,7 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,39 . (6) Lc 1,75 . (7) Lc 1,80 .
Lc 1,5.4.
dat. vr. mv. hèmerais van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Taalgebruik
in het NT : hèmera
(dag) . Taalgebruik in Lc : hèmera
(dag) .
Lc (18) . (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,7 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,25 . (5) Lc
1,39 . (6) Lc
1,75 . (7) Lc
2,1 . (8) Lc
2,36 . (9) Lc
4,2 . (10) Lc
4,25 . (11) Lc
5,35 . (12) Lc
6,12 . (13) Lc
9,36 . (14) Lc
17,26 . (15) Lc
17,28 . (16) Lc
21,23 . (17) Lc
23,7 . (18) Lc
24,18 .
Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,7 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,20 . (5) Lc
1,23 . (6) Lc
1,24 . (7) Lc
1,25 . (8) Lc
1,39 . (9) Lc
1,59 . (10) Lc
1,75 . (11) Lc
1,80 .
jôm (dag) . Taalgebruik
in Tenakh : jôm
(dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29
OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik
in de Septuaginta : hèmera
(dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera
(dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum
. Cfr journaal . Tenakh (209) . Pentateuch (76) . Eerdere Profeten (23) . Latere
Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (53) .
Lc 1,5.2. - 3. en tais hèmerais (in de dagen) . Lc (11 / 18) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,39 . (5) Lc 2,1 . (6) Lc 4,2 . (7) Lc 4,25 . (8) Lc 6,12 . (9) Lc 17,26 . (10) Lc 17,28 . (11) Lc 24,18 . Hebr. bîme(j) < voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv. . Tenakh (55) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (22) . bîme(j) < voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv. OF bëjâmâj (in mijn dagen) <bë + stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Tenakh (55) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (22) .
Lc 1,5.1. - 4. egeneto en tais hèmerais (het gebeurde in die dagen) . Lc (3) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 17,26 . (3) Lc 17,28 . egeneto de en tais hèmerais (het gebeurde echter in de dagen) . Lc (1) : (2) Lc 2,1 . (2) Lc 6,12 . wajëhî bîme(j) (en het was in de dagen van) . Tenakh (5) : (1) Gn 14,1 . (2) Rt 1,1 . (3) Est 1,1 . (4) Js 7,1 . (5) Jr 1,3 . wajëhî bîme(j) ... mèlèkh jëhûdâh (en het was in de dagen van ... koning van Juda) . Tenakh (2) : (1) Js 7,1 . (2) Jr 1,3 .
Lc 1,5.5.
gen. mann. enk. hèrô(i)dou (van Herodes) van het zelfst. naamw.
hèrô(i)dès (Herodes) . Taalgebruik in het NT : hèrô(i)dès
(Herodes) . Taalgebruik in Lc : hèrô(i)dès
(Herodes) .
Lc (4) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
3,1 . (3) Lc
8,3 . (4) Lc
23,7 . Een vorm van hèrô(i)dès (Herodes) in Lc in 12
verzen : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
3,1 . (3) Lc
3,19 . (4) Lc
8,3 . (5) Lc
9,7 . (6) Lc
9,9 . (7) Lc
13,31 . (8) Lc
23,7 (hèrô(i)dou en herô(i)dèn) . (9) Lc
23,8 . (10) Lc
23,11 . (11) Lc
23,12 . (12) Lc
23,15 .
De naam Herodes omsluit (Lc
1,5 en Lc
3,19) het verhaal van Johannes de Doper . Vanaf Lc
3,21 verschijnt Jezus op de voorgrond .
Lc 1,5.6.
gen. mann. enk. basileôs van het zelfst. naamw. basileus (koning) . Taalgebruik
in het NT : basileus
(koning) . Taalgebruik in Lc : basileus
(koning) .
Lc (1) : Lc
1,5 . Een vorm van basileus (koning) in Lc in 10 (11X) verzen : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
10,24 . (3) Lc
14,31 (basileus en baselei) . (4) Lc
19,38 . (5) Lc
21,12 .(6) Lc
22,25 . (7) Lc
23,2 . (8) Lc
23,3 . (9) Lc
23,37 . (10) Lc
23,38 . In Lc : 5 vormen in 7 hoofdstukken en 10 verzen . Er staat geen
bep. lidw. bij basileôs . Dat bep. lidw. zal er wel staan wanneer er sprake
is over Jezus als ho basileus tôn ioudaiôn (de koning van de Joden)
: (1) Lc
23,3 . (2) Lc
23,37 . (3) Lc
23,38 . Hebr. mèlèkh
(koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh
(koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of
20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4
- 3 - 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten
(188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) .
Lc 1,5.7. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (109) . Lc 1 (12) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,9 . (4) Lc 1,23 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,27 . (7) Lc 1,33 . (8) Lc 1,41 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,48 . (11) Lc 1,61 . (12) Lc 1,65 .
Lc 1,5.8. gen. vr. enk. ioudaias (van Judea) van het zelfst. naamw. ioudaia (Judea) . Taalgebruik in het NT : ioudaia (Judea) . Taalgebruik in Lc : ioudaia (Judea) . Lc (7) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 3,1 . (4) Lc 4,44 . (5) Lc 5,17 . (6) Lc 6,17 . (7) Lc 23,5 . Een vorm van ioudaia (Judea) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 2,4 . (4) Lc 3,1 . (5) Lc 4,44 . (6) Lc 5,17 . (7) Lc 6,17 . (8) Lc 7,17 . (9) Lc 21,21 . (10) Lc 23,5 . Hier wordt een plaatsnaam gebruikt en niet de naam van het volk nl. Joden . Deze naam van Joden komt in Lc in slechts 5 verzen voor , waarvoor 3X om Jezus als de koning van de Joden aan te duiden : (1) Lc 7,3 . (2) Lc 23,3 . (3) Lc 23,37 . (4) Lc 23,38 . (5) Lc 23,51 .
Lc 1,5.6. - 8. Hebr. mèlèkh jëhûdâh (koning van Juda) . Tenakh (149) . wajëhî bîme(j) ... mèlèkh jëhûdâh (en het was in de dagen van ... koning van Juda) . Tenakh (2) : (1) Js 7,1 . (2) Jr 1,3 .
Lc 1,5.9.
nom. mann. enk. hiereus (priester) . Taalgebruik in het NT : hiereus
(priester) . Taalgebruik in Lc : hiereus
(priester) .
Lc (2) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
10,31 . Een vorm van hiereus (priester) in Lc in 5 verzen : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
5,14 . (3) Lc
6,4 . (4) Lc
10,31 . (5) Lc
17,14 . Verwant hiermee in deze onmiddellijke context : hierateia (priesterschap)
: Lc 1,9
en hierateuô (het priesterschap uitoefenen) : Lc
1,8 . Lc (1) Lc
1,9 . Dit is de enigste vorm van hierateia (priesterschap) in Lc . Lc (1)
: Lc 1,8
. Dit is de enigste vorm van hierateuô (priester zijn) in het NT . In
Lc : 4 vormen van hiereus (priester) in 5 hoofdstukken en in 5 verzen . In Lc
: 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen
.
Hebr. kohen (priester) . Taalgebruik in Tenakh : kohen (priester) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20, he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 2 - 5 - 5 . Tenakh (43) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine
Profeten (4) . Geschriften (10) .
Lc 1,5.10. voornaamwoord nom. mann. enk. tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Ned. wie , wat ? deze , dat ! Lc (72) . Lc 1 (1) : Lc 1,5 .
Lc 1,5.9. - 10. hiereus tis (een priester) . Lc (2) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 10,31 . In Lc 1,5 zal de priester Zacharia naar de tempel opgaan om er dienst te verrichten . In Lc 10,31 had de priester zijn tempeldienst verricht en daalde hij af om naar huis te gaan . Dat hij door verontreiniging geen tempeldienst zou kunnen verrichten is dus niet terzake . Uit de tempeldienst die een uiting van liefde tot God is , moet ook liefde tot de naaste worden beoefend .
Lc 1,5.11.
datief onzijdig enkelvoud onomati (naam) van het zelfstandig naamw. onoma (naam)
. Taalgebruik in het NT : onoma
(naam) . Taalgebruik in Lc : onoma
(naam) . Stam : N ... M . L. nomen . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name .
Lc (16) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,59 . (3) Lc
1,61 . (4) Lc
5,27 . (5) Lc
9,48 . (6) Lc
9,49 . (7) Lc
10,17 . (8) Lc
10,38 . (9) Lc
13,35 . (10) Lc
16,20 . (11) Lc
19,2 . (12) Lc
19,38 . (13) Lc
21,8 . (14) Lc
23,50 . (15) Lc
24,18 . (16) Lc
24,47 .
Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 9 verzen : (1) Lc
1,5 (2 vormen) . (2) Lc
1,13 . (3) Lc
1,26 . (4) Lc
1,27 (2 vormen) . (5) Lc
1,31 . (6) Lc
1,49 . (7) Lc
1,59 . (8) Lc
1,61 . (9) Lc
1,63 .
Lc 1,5.12.
nom. mann. enk. zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in het NT : zacharias
(Zacharja) . Taalgebruik in Lc : zacharias
(Zacharja) .
Lc (4) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,12 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,67 . Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,12 . (3) Lc
1,13 . (4) Lc
1,18 . (5) Lc
1,21 . (6) Lc
1,40 . (7) Lc
1,59 . (8) Lc
1,67 . (9) Lc
3,2 . (10) Lc
11,51 .
Hebr. zëkharëjâh (Zecharja, Zacharia) . Taalgebruik in Tenakh : zëkharëjâh (Zecharja, Zacharia) . Getalwaarde : zain =
7 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 242 (11 X 22) . Structuur : 7 - 2 - 2 - 1 - 5 . Tenakh (20) : (1) 2 K 14,29 . (2) 2 K 25,11 . (20) 2
Kr 24,20 . Ook zëkharëjâhû . Tenakh (10) : (1) 2 K 15,8 .
Lc 1,5.11.
- 12. In 7 / 16 verzen in Lc volgt een persoonsnaam op onomati (met de naam)
: (1) Lc
1,5 (onomati Zacharias = met de naam Zacharia) . (2) Lc
5,27 (onomati Levin = met de naam Levi) . (3) Lc
10,38 (onomati Martha = met de naam Martha) . (4) Lc
16,20 (onomati Lazaros = met de naam Lazarus) . (5) Lc
19,2 (onomati kaloumenos Zakchaios = met de naam genoemd Zacheüs) .
(6) Lc
23,50 (onomati Iôsèf = met de naam Jozef) . (7) Lc
24,18 (onomati Kleopas = met de naam Kleopas) . De eerste en de laatste
persoonsnaam zijn de eerst en laatst genoemde personen in Lc .
Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 / 10) : (1) Lc
1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2)
Lc 1,13
(kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes
noemen) . (3) Lc
1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (4)
Lc 1,31
(kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen)
. (5) Lc
1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) .
(6) Lc
2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam
werd Jezus genoemd) . (7) Lc
2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (8) Lc
8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . Alfabetisch
ordening van de persoonsnamen : (1) Elisabeth (Lc
1,5) . (2) Jaïrus (Lc
8,41) . (3) Jezus (Lc
1,31 - Lc
2,21) . (4) Johannes de Doper (Lc
1,13 - Lc
1,63) . (5) Jozef (Lc
1,27) - Lc
2,25) . (6) Jozef (van Arimathea) ( Lc
23,50) . (7) Kleopas (Lc
24,18) . (8) Lazarus (Lc
16,20) . (9) Levi (Lc
5,27) . (10) Martha (Lc
10,38) . (11) Simeon (Lc
2,25) . (12) Zacharia (Lc
1,5) . (13) Zacheüs (Lc
19,2) .
Lc 1,5.13.
ek of ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek
(uit) . Taalgebruik in Lc : ek
(uit) .Taalgebruik in Hnd : ek
(uit) .
Lc (46 + 37 = 83) . Lc 1 (6 + 4 = 10) . ek (6) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,11 . (3) Lc
1,15 . (4) Lc
1,61 . (5) Lc
1,71 . (6) . ex (4) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,27 . (3) Lc
1,71 . (4) Lc
1,78 .
Lc 1,5.14.
gen. vr. enk. efèmerias van het zelfst. naamw. efèmeria (beurt
volgens de dagrooster) . Taalgebruik in het NT : efèmeria
(beurt volgens de dagrooster) . Taalgebruik in Mc : efèmeria
(beurt volgens de dagrooster) .
Lc (2) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,8 . Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT .
Lc 1,5.15. abia (Abia) . Taalgebruik in het NT : abia (Abia) . Taalgebruik in Lc : abia (Abia) . Benaming van de achtste priesterklasse . Getalwaarde is 14 (2 X 7) . Hebreeuws ´äbijjâh (letterlijk : JHWH is mijn vader) . Maar het Hebreeuwse ´âbîhä = haar vader .
Lc 1,5.16.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc
1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc
1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
1,9 . (3) Lc
1,11 . (4) Lc
1,25 . ) . 3. Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc
1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,5.17. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het NT : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Lc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau . Lc (16) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 7,37 . (6) Lc 7,39 . (7) Lc 8,3 . (8) Lc 8,43 . (9) Lc 8,47 . (10) Lc 10,38 . (11) Lc 11,27 . (12) Lc 13,11 . (13) Lc 13,21 . (14) Lc 15,8 . (15) Lc 20,32 . (16) Lc 20,33 . Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen , in Lc 1 in 6 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 1,42 .
Lc 1,5.18. dat. mann. + onz. enk. autô(i) van het persoonl. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (144) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,32 . (5) Lc 1,74 .
Lc 1,5.19. ek of ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in Lc : ek (uit) . Taalgebruik in Hnd : ek (uit) . min (uit) . Taalgebruik in Tenakh : min (uit) . Lc (46 + 37 = 83) . Lc 1 (6 + 4 = 10) . ek (6) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,15 . (4) Lc 1,61 . (5) Lc 1,71 . (6) . ex (4) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,27 . (3) Lc 1,71 . (4) Lc 1,78 .
Lc 1,5.20.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (6) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,16 . (4) Lc
1,70 . (5) Lc
1,71 . (6) Lc
1,72 .
Lc 1,5.21. gen. vr. mv. thugaterôn van het zelfst. naamw. thugatèr (dochter) . Taalgebruik in het NT : thugatèr (dochter) . Taalgebruik in Lc : thugatèr (dochter) . Lc (1) Lc 1,5 . Een vorm van thugatèr (dochter) in Lc in 8 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 2,36 . (3) Lc 8,42 . (4) Lc 8,48 . (5) Lc 8,49 . (6) Lc 12,53 . (7) Lc 13,16 . (8) Lc 23,28 .
Lc 1,5.22. aarôn (Aäron) . Taalgebruik in het NT : aarôn (Aäron) . Taalgebruik in Lc : aarôn (Aäron) . Lc (1) : Lc 1,5 .
Lc 1,5.23.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc
1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc
1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
1,9 . (3) Lc
1,11 . (4) Lc
1,25 . ) . 3. Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc
1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,5.24.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,9 . (3) Lc
1,10 . (4) Lc
1,13 . (5) Lc
1,27 . (6) Lc
1,31 . (7) Lc
1,35 . (8) Lc
1,38 . (9) Lc
1,41 . (10) Lc
1,44 . (11) Lc
1,47 . (12) Lc
1,49 . (13) Lc
1,50 . (14) Lc
1,58 . (15) Lc
1,59 . (16) Lc
1,62 . (17) Lc
1,64 . (18) Lc
1,66 . (19) Lc
1,80 .
Lc 1,5.25. nom. + acc. onz. enk. onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,26 . (4) Lc 1,27 . (5) Lc 1,31 . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 . (8) Lc 2,21 . (9) Lc 2,25 . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 . Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 9 verzen : (1) Lc 1,5 (2 vormen) . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,26 . (4) Lc 1,27 (2 vormen) . (5) Lc 1,31 . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,59 . (8) Lc 1,61 . (9) Lc 1,63 .
Lc 1,5.26.
pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos .
Taalgebruik in het NT : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord
autos .
Lc (27) . Lc 1 (7) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,18 . (3) Lc
1,36 . (4) Lc
1,38 . (5) Lc
1,41 . (6) Lc
1,56 . (7) Lc
1,58 .
Lc 1,5.27. elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in het NT : elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in Lc : elisabet (Elisabeth) . Lc (8) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,41 (2X) . (8) Lc 1,57 . Tenakh (1) Ex 6,23 : ´elîsjèbha` (Elisabet) . In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron . In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper . De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet . De naam Elisabet kan betekenen : élî sjâbha`(mijn God zwoer) . Gr. omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het NT : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D. schwören . Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) . Hebr. sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) .
Lc 1,5.24. - 25. 27. Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 / 10) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (4) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (5) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (6) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (7) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (8) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) OF een plaatsnaam (2 / 10) : (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (2) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Alfabetisch ordening van de persoonsnamen : (1) Elisabeth (Lc 1,5) . (2) Jaïrus (Lc 8,41) . (3) Jezus (Lc 1,31 - Lc 2,21) . (4) Johannes de Doper (Lc 1,13 - Lc 1,63) . (5) Jozef (Lc 1,27) - Lc 2,25) . (6) Jozef (van Arimathea) ( Lc 23,50) . (7) Kleopas (Lc 24,18) . (8) Lazarus (Lc 16,20) . (9) Levi (Lc 5,27) . (10) Martha (Lc 10,38) . (11) Simeon (Lc 2,25) . (12) Zacharia (Lc 1,5) . (13) Zacheüs (Lc 19,2) .
| Lc 1,6 - Lc 1,6 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And they were both righteous before God, walking in
all the commandments and ordinances of the Lord blameless.
Luther-Bibel . 6 Sie waren aber alle beide fromm vor Gott und lebten in allen
Geboten und Satzungen des Herrn untadelig.
Tekstuitleg van Lc 1,6 . Dit vers Lc 1,6 telt 17 woorden en 97 letters . De getalwaarde van Lc 1,6 is 9875 (5 X 5 X 5 X 79) .
Lc 1,6.1. act. ind. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (22) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 2,8 . (4) Lc 4,20 . (5) Lc 4,25 . (6) Lc 4,27 . (7) Lc 5,10 . (8) Lc 5,17 . (9) Lc 5,29 . (10) Lc 7,41 . (11) Lc 8,2 . (12) Lc 8,40 . (13) Lc 9,14 . (14) Lc 9,30 . (15) Lc 9,32 . (16) Lc 14,1 . (17) Lc 15,1 . (18) Lc 20,29 . (19) Lc 23,55 . (20) Lc 24,10 . (21) Lc 24,13 . (22) Lc 24,53 .
Lc 1,6.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,22 . (6) Lc 1,24 . (7) Lc 1,26 . (8) Lc 1,29 . (9) Lc 1,34 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,39 . (12) Lc 1,56 . (13) Lc 1,57 . (14) Lc 1,62 . (15) Lc 1,64 . (16) Lc 1,76 . (17) Lc 1,80 .
Lc 1,6.3. nom. mann. mv. dikaioi van het bijvoegl. naamw. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in Lc : dikaios (rechtvaardig) . Lc (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 18,9 . Een vorm van dikaios (rechtvaardig) in Lc in 11 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,17 . (3) Lc 2,25 . (4) Lc 5,32 . (5) Lc 12,57 . (6) Lc 14,14 . (7) Lc 15,7 . (8) Lc 18,9 . (9) Lc 20,20 . (10) Lc 23,47 . (11) Lc 23,50 .
Lc 1,6.4. nom. mann. mv. amfoteroi van het voornaamw. amfoteros (beide) . Taalgebruik in het NT : amfoteros (beide) . Taalgebruik in Lc : amfoteros (beide) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 6,39 . Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 5,7 . (4) Lc 6,39 . (5) Lc 7,42 .
Lc 1,6.5. enantion (tegenover, in de ogen van) . Taalgebruik in het NT : enantion (tegenover, in de ogen van) . Taalgebruik in Lc : enantion (tegenover, in de ogen van) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 20,26 . (3) Lc 24,19 . enanti (tegenover) . Taalgebruik in het NT : enanti (tegenover) . Taalgebruik in Lc : enanti (tegenover) . Lc (1) Lc 1,8 .
Lc 1,6.6.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,6.7. gen. mann. enk. theou van het zelfst. naamw. theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in Lc : theos (God) . Vergelijk : L. deus , Fr. dieu . vloek dju . Lc (70) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,35 . (6) Lc 1,37 . (7) Lc 1,78 . Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,16 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,30 . (7) Lc 1,32 . (8) Lc 1,35 . (9) Lc 1,37 . (10) Lc 1,47 . (11) Lc 1,64 . (12) Lc 1,68 . (13) Lc 1,78 . In Lc : 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen .
Lc 1,6.5. - 7. enantiou tou theou (tegenover God) . Lc (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 24,19 . enanti tou theou (tegenover God) . Lc (1) Lc 1,8 .
Lc 1,6.8. part. praes. nom. mann. mv. poreuomenoi (zich op weg begevende) van het werkw. poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) . Taalgebruik in het NT : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Lc : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Hnd : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Hebr. hâlakh (gaan) < halacha . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het woord behoort tot de groep van varen . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 8,14 . (3) Lc 24,13 . Hebr. haholëkhîm (zij die gaan) . Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in Lc (48) , in Lc 1 (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,39 . In Lc : 19 vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 18 / 24 hoofdstukken en in 48 verzen . In Hnd : X vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 21 / 28 hoofdstukken en in 39 verzen .
Lc 1,6.9.
en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,6 . (4) Lc
1,7 . (5) Lc
1,8 . (6) Lc
1,17 . (7) Lc
1,18 . (8) Lc
1,21 . (9) Lc
1,22 . (10) Lc
1,25 . (11) Lc
1,26 . (12) Lc
1,31 . (13) Lc
1,36 . (14) Lc
1,39 . (15) Lc
1,41 . (16) Lc
1,42 . (17) Lc
1,44 . (18) Lc
1,51 . (19) Lc
1,59 . (20) Lc
1,65 . (21) Lc
1,66 . (22) Lc
1,75 . (23) Lc
1,78 . (24) Lc
1,79 . (25) Lc
1,80 .
Lc 1,6.10. dat. vr. mv. pasais van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,75 . (3) Lc 24,27 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,6 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,37 . (5) Lc 1,48 . (6) Lc 1,63 . (7) Lc 1,65 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,71 . (10) Lc 1,75 .
Lc 1,6.11.
bepaald lidw. dat. vr. mv. tais . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (33) . Lc 1 (7) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,7 . (4) Lc
1,18 . (5) Lc
1,39 . (6) Lc
1,75 . (7) Lc
1,80 .
Lc 1,6.12.
dat. vr. mv. entolais van het zelfst. naamw. entolè (opdracht) .
Taalgebruik in het NT : entolè
(opdracht) . Taalgebruik in Lc. : entolè
(opdracht) .
Lc (1) : Lc
1,6 . Een vorm van entolè (opdracht) in Lc in 4 verzen : (1) Lc
1,6 . (2) Lc
15,29 . (3) Lc
18,20 . (4) Lc
23,56 .
Lc 1,6.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc
1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc
1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
1,9 . (3) Lc
1,11 . (4) Lc
1,25 . ) . 3. Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc
1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,6.14. dat. onz. mv. dikaiômasin van het zelfst. naamw. dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) . Taalgebruik in het NT : dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) . Taalgebruik in het NT : dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) . Lc (1) : Lc 1,6 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,6.15.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,6.16. gen. mann. enk. kuriou (van de heer) van het zelfst. naamw. kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in Lc : kurios (heer) . Hebr. JHWH of ´ädonaj . Lat. dominus . Lc (26) . Lc 1 (9) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,38 . (6) Lc 1,43 . (7) Lc 1,45 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,76 . Verder in Lc 1 . nom. mann. enk. kurios (5) : (1) Lc 1,25 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,58 . (5) Lc 1,68 . dat. mann. enk. kuriô(i) (1) Lc 1,17 . acc. mann. enk. kurion (2) : (1) Lc 1,16 . (2) Lc 1,47 . In totaal een vorm van kurios (Heer) in Lc 1 in 17 verzen .
Lc 1,6.17. nom. mann. mv. amemptoi van het bijvoegl. naamw. amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) . Taalgebruik in het NT : amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) . Taalgebruik in Lc : amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) . Lc (1) : Lc 1,6 . Dit is de enigste vorm in Lc .
| Lc 1,7 - Lc 1,7 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] And they had no child, because that Elisabeth was barren,
and they both were now well stricken in years.
Luther-Bibel . 7 Und sie hatten kein Kind; denn Elisabeth war unfruchtbar und
beide waren hochbetagt.
Tekstuitleg van Lc 1,7 . Het vers Lc 1,7 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 89 letters . De getalwaarde van Lc 1,7 is 8429 .
Lc 1,7.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,7.2. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Lc : ou - ouk - ouch (niet) . Lc (84 + 92 + 7 = 183) . Lc 1 (2 + 5 = 7) . ou . Lc (84) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,34 . ouk . Lc (92) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,20 . (3) Lc 1,22 . (4) Lc 1,33 . (5) Lc 1,37 .
Lc 1,7.3. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (79) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,22 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,80 .
Lc 1,7.4. dat. mann. en onz. mv.autois van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord autos . Lc (89) . Lc 1 (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,22 .
Lc 1,7.2. - 4. Lc 1,7 : ouk èn autois teknon (er was niet aan hen een kind = zij hadden geen kind) . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 2,7 . Hebr. ´e(j)n lahèm
Lc 1,7.5.
nom. + voc. + acc. onz. enk. teknon (kind) . Taalgebruik in het NT : teknon
(kind) . Taalgebruik in Mc : teknon
(kind) .
Lc (4) : (1) Lc
1,7 . (2) Lc
2,48 . (3) Lc
15,31 . (4) Lc
16,25 . Een vorm van teknon (kind) in Lc in 14 verzen : (1) Lc
1,7 . (2) Lc
1,17 . (3) Lc
2,48 . (4) Lc
3,8 . (5) Lc
7,35 . (6) Lc
11,13 . (7) Lc
13,34 . (8) Lc
14,26. (9) Lc
15,31 . (10) Lc
16,25 . (11) Lc
18,29 . (12) Lc
19,44 . (13) Lc
20,31 . (14) Lc
23,28 .
1. - 5. Lc 1,7 : ouk èn autois teknon (er was niet aan hen een kind = zij hadden geen kind) . Hebr. ´e(j)n lahèm wâlâd . Hieraan beantwoordt Gn 11,30 : ´e(j)n lâh wâlâd (er was geen kind aan haar = zij had geen kind) . LXX vertaalt : kai (MT heeft geen verbindingsartikel wa = en) ouk (ontkenning in het Hebreeuwe ´en = er is niet) eteknopoiei (zij maakte een kind - teknopoieô) ; zij maakte geen kind . Gelijkaardig : 1 S 1,2 : wajëhî liphëninnâh jëlâdîm ûlëchannâh ´e(j)n jëlâdîm (en Pennana had kinderen maar Hannah had geen kinderen) ; LXX : kai èn tèi Pennana paidia kai tèi Anna ouk èn paidion (en Penanna had kinderen maar Hanna had geen kind) .
Lc 1,7.6.
kathoti (naarmate, omdat) . Taalgebruik in het NT : kathoti
(naarmate, omdat) . Taalgebruik in Lc : kathoti
(naarmate, omdat) .
Lc (2) : (1) Lc
1,7 . (2) Lc
19,9 .
Lc 1,7.7. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (79) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,22 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,80 . Een vorm van eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947) .
Lc 1,7.8. bep. lidw. nom. vr. enk. hè of partikel van vergelijking è (of) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (143) . Lc 1 (15) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,29 . (7) Lc 1,36 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,43 . (11) Lc 1,44 . (12) Lc 1,45 . (13) Lc 1,47 . (14) Lc 1,60 . (15) Lc 1,64 . Een vorm van het bep. lidw. in Lc (2629) , in het NT (19734) , in de LXX (88439) .
Lc 1,7.9. elisabet (Elisabet) . Taalgebruik in het NT : elisabet (Elisabet) . Taalgebruik in Lc : elisabet (Elisabet) . Lc (8) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,41 (2X) . (8) Lc 1,57 . Tenakh (1) Ex 6,23 : ´elîsjèbha` (Elisabet) . In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron . In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper . De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet . De naam Elisabet kan betekenen : élî sjâbha`(mijn God zwoer) . Gr. omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het NT : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D. schwören . Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) . Hebr. sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) .
Lc 1,7.10. nom. vr. enk. steira van het bijvoegl. naamw. steiros (onvruchtbaar) . Taalgebruik in het NT : steiros (onvruchtbaar) . Hebr. `äqârâh (onvruchtbaar) . Taalgebruik in Tenakh : `äqârâh (onvruchtbaar) . Gr. steiros . Lat. sterilis . Fr. stérile . Ned. onvruchtbaar . D. unfruchtbar . E. barren . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,36 . Een vorm van steiros in Lc (3) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,36 . (3) Lc 23,29 , in de LXX (17) , in het NT (4) . `äqârâh (onvruchtbaar) . Tenakh (8) : (1) Gn 11,30 (Sara) . (2) Gn 25,21 (Rebekka) . (3) Gn 29,31 (Rachel) . (4) Re 13,2 (de moeder van Simson) . (5) Re 13,3 . (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) . (7) Js 54,1 . (8) Job 24,21 . wë`äqârâh (en onvruchtbaar) . Tenakh (2) : (1) Ex 23,26 . (2) Dt 7,14 . In deze 10 verzen heeft de LXX steira als vertaling . soera 3,40 .
Lc 1,7.7. - 10. Lc 1,7 : èn hè elisabet steira (Elisabeth was onvruchtbaar) . Deze zin beantwoordt het best aan Gn 11,30 (Sara) : waththëhî Shâraj `äqârâh (en Sarai was onvruchtbaar) . LXX : kai èn sara steira (en Sara was onvruchtbaar) . De woordvolgorde in de LXX is die van de Tenakh . Door de naamgeving Elisabet in Lc 1,7 is een link gelegd met Elisabet , de vrouw van Aäron (Ex 6,23) , en de inhoud en de zinsconstructie van Lc 1,7 legt een link met Saraj , de vrouw van Abram (Gn 11,30) .
Lc 1,7 leunt het sterkst aan bij Gn 11,30 , maar de zinnen staan er evenwel in omgekeerde volgorde . In Lc 1,7 is de onvruchtbaarheid de reden van de kinderloosheid . In Gn 11,30 is de kinderloosheid het gevolg van de onvruchtbaarheid .
Lc 1,7.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,7.12. nom. mann. mv. amfoteroi van het voornaamw. amfoteros (beide) . Taalgebruik in het NT : amfoteros (beide) . Taalgebruik in Lc : amfoteros (beide) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 6,39 . Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 5,7 . (4) Lc 6,39 . (5) Lc 7,42 .
Lc 1,7.13.
pass. part. perf. nom. mann. mv. probebèkotes van het werkw. probainô
(vooruitbanen , vooruitgaan) . Taalgebruik in het NT : probainô
(vooruitbanen , vooruitgaan) . Taalgebruik in Lc : probainô
(vooruitbanen , vooruitgaan) .
Lc (1) Lc
1,7 . Een vorm van probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) in Lc in
3 verzen : (1) Lc
1,7 . (2) Lc
1,18 . (3) Lc
2,36 .
De vorm (probas : voortgegaan) komt in de bijbel slechts in Mc
1,19 voor en in de paralleltekst Mt
4,21 voor . bainô : banen , gaan . pro-bainô : vooruitgaan .
Een vorm van het werkwoord probainô komt slechts in vijf verzen in het
NT voor . Bij Mc en Mt in de ruimtelijke betekenis , bij Lucas in temporele
(tijdelijke) betekenis : (1) Lc
1,7 . (2) Lc
1,18 . (3) Lc
2,36 .
Lc 1,7.14.
en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,6 . (4) Lc
1,7 . (5) Lc
1,8 . (6) Lc
1,17 . (7) Lc
1,18 . (8) Lc
1,21 . (9) Lc
1,22 . (10) Lc
1,25 . (11) Lc
1,26 . (12) Lc
1,31 . (13) Lc
1,36 . (14) Lc
1,39 . (15) Lc
1,41 . (16) Lc
1,42 . (17) Lc
1,44 . (18) Lc
1,51 . (19) Lc
1,59 . (20) Lc
1,65 . (21) Lc
1,66 . (22) Lc
1,75 . (23) Lc
1,78 . (24) Lc
1,79 . (25) Lc
1,80 .
Lc 1,7.15.
bepaald lidw. dat. vr. mv. tais . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (33) . Lc 1 (7) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,7 . (4) Lc
1,18 . (5) Lc
1,39 . (6) Lc
1,75 . (7) Lc
1,80 .
Lc 1,7.16.
dat. vr. mv. hèmerais van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Taalgebruik
in het NT : hèmera
(dag) . Taalgebruik in Lc : hèmera
(dag) .
Lc (18) . (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,7 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,25 . (5) Lc
1,39 . (6) Lc
1,75 . (7) Lc
2,1 . (8) Lc
2,36 . (9) Lc
4,2 . (10) Lc
4,25 . (11) Lc
5,35 . (12) Lc
6,12 . (13) Lc
9,36 . (14) Lc
17,26 . (15) Lc
17,28 . (16) Lc
21,23 . (17) Lc
23,7 . (18) Lc
24,18 .
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen : 6 + 5 : (7) Lc
1,20 . (8) Lc
1,23 . (9) Lc
1,24 . (10) Lc
1,59 . (11) Lc
1,80 .
Lc 1,7.14. - 16. en tais hèmerais (in de dagen) . Lc (11 / 18) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,39 . (5) Lc 2,1 . (6) Lc 4,2 . (7) Lc 4,25 . (8) Lc 6,12 . (9) Lc 17,26 . (10) Lc 17,28 . (11) Lc 24,18 .
Lc 1,7.17. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,51 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,77 .
Lc 1,7.18.
act. ind. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw.
eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Lc (22) : (1) Lc
1,6 . (2) Lc
1,7 . (3) Lc
2,8 . (4) Lc
4,20 . (5) Lc
4,25 . (6) Lc
4,27 . (7) Lc
5,10 . (8) Lc
5,17 . (9) Lc
5,29 . (10) Lc
7,41 . (11) Lc
8,2 . (12) Lc
8,40 . (13) Lc
9,14 . (14) Lc
9,30 . (15) Lc
9,32 . (16) Lc
14,1 . (17) Lc
15,1 . (18) Lc
20,29 . (19) Lc
23,55 . (20) Lc
24,10 . (21) Lc
24,13 . (22) Lc
24,53 .
| Lc 1,8 - Lc 1,8 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .[8] And it came to pass, that while he executed the priest's
office before God in the order of his course,
Luther-Bibel . 8 Und es begab sich, als Zacharias den Priesterdienst vor Gott
versah, da seine Ordnung an der Reihe war,
Tekstuitleg van Lc 1,8 . Het vers Lc 1,8 telt 15 (3 X 5) woorden en 69 (3 X 23) letters . De getalwaarde van Lc 1,8 is 8286 (2 X 3 X 1381) .
Lc 1,8.1.
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden,
gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai
(worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai
(worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen
van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) ,
een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van
zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen .
Lc (69) . Lc 1 (7) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,8 . (3) Lc
1,23 . (4) Lc
1,41 (5) Lc
1,44 . (6) Lc
1,59 . (7) Lc
1,65 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen : (1)
Lc 1,2
. (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,20 . (5) Lc
1,23 . (6) Lc
1,38 . (7) Lc
1,41 . (8) Lc
1,44 . (9) Lc
1,59 . (10) Lc
1,65 . In Lc : X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 130 verzen .
Lucas gebruikt egeneto ( het gebeurde) op verschillende wijzen :
1. ... egeneto ... (het gebeurde) + onderwerp : Lc
1,65 .
2. een variante van voorgaande : ... egeneto ... (het gebeurde) + tijdsaanduiding
+ onderwerp : Lc
1,5 .
3 . ... egeneto ... (het gebeurde) , gevolgd door een tijdsaanduiding + hoofdwerkwoord
: Lc 1,59
; Lc 2,1
.
4. ... egeneto ... (het gebeurde) + en tôi (in het) + infinitiefzin +
hoofdwerkwoord . In tweeëntwintig verzen bij Lucas : Lc
1,8 .
In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal . De eerste maal (Lc 1,5) : er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea ... . De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) . In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven .
Lc 1,8.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede (eventueel derde) woord
in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering
van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc
1,6 . (2) Lc
1,8 . (3) Lc
1,11 . (4) Lc
1,13 . (5) Lc
1,22 . (6) Lc
1,24 . (7) Lc
1,26 . (8) Lc
1,29 . (9) Lc
1,34 . (10) Lc
1,38 . (11) Lc
1,39 . (12) Lc
1,56 . (13) Lc
1,57 . (14) Lc
1,62 . (15) Lc
1,64 . (16) Lc
1,76 . (17) Lc
1,80 .
Lc 1,8.3.
en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,6 . (4) Lc
1,7 . (5) Lc
1,8 . (6) Lc
1,17 . (7) Lc
1,18 . (8) Lc
1,21 . (9) Lc
1,22 . (10) Lc
1,25 . (11) Lc
1,26 . (12) Lc
1,31 . (13) Lc
1,36 . (14) Lc
1,39 . (15) Lc
1,41 . (16) Lc
1,42 . (17) Lc
1,44 . (18) Lc
1,51 . (19) Lc
1,59 . (20) Lc
1,65 . (21) Lc
1,66 . (22) Lc
1,75 . (23) Lc
1,78 . (24) Lc
1,79 . (25) Lc
1,80 .
Lc 1,8.4.
bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bep. lidw. ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 1 (13) : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
1,21 . (3) Lc
1,22 . (4) Lc
1,26 . (5) Lc
1,29 . (6) Lc
1,30 . (7) Lc
1,47 . (8) Lc
1,55 . (9) Lc
1,59 . (10) Lc
1,61 . (11) Lc
1,62 . (12) Lc
1,68 . (13) Lc
1,77 .
Lc 1,8.1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc (9) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 5,1 . (5) Lc 8,40 . (6) Lc 9,51 . (7) Lc 10,38 . (8) Lc 11,27 . (9) Lc 18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc (14) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 8,1 . (3) Lc 9,18 . (4) Lc 9,29 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 14,1 . (8) Lc 17,11 . (9) Lc 17,14 . (10) Lc 19,15 . (11) Lc 24,4 . (12) Lc 24,15 . (13) Lc 24,30 . (14) Lc 24,51 .
Lc 1,8.5. act. inf. praes. hierateuein (priester zijn, priesterschap uitoefenen) van het werkw. hierateuô (priester zijn) . Taalgebruik in het NT : hierateuô (priester zijn) . Taalgebruik in Lc : hierateuô (priester zijn) . Lc (1) : Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm van hierateuô (priester zijn) in het NT .
Lc 1,8.6. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,21 . (5) Lc 1,50 .
Lc 1,8.7.
en (in, met) . Taalgebruik in het NT : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 1 (25) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,5 . (3) Lc
1,6 . (4) Lc
1,7 . (5) Lc
1,8 . (6) Lc
1,17 . (7) Lc
1,18 . (8) Lc
1,21 . (9) Lc
1,22 . (10) Lc
1,25 . (11) Lc
1,26 . (12) Lc
1,31 . (13) Lc
1,36 . (14) Lc
1,39 . (15) Lc
1,41 . (16) Lc
1,42 . (17) Lc
1,44 . (18) Lc
1,51 . (19) Lc
1,59 . (20) Lc
1,65 . (21) Lc
1,66 . (22) Lc
1,75 . (23) Lc
1,78 . (24) Lc
1,79 . (25) Lc
1,80 .
Lc 1,8.8.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bep. lidw. ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (10) : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
1,10 . (3) Lc
1,14 . (4) Lc
1,36 . (5) Lc
1,41 . (6) Lc
1,44 . (7) Lc
1,57 . (8) Lc
1,59 . (9) Lc
1,65 . (10) Lc
1,66 .
Lc 1,8.9. dat. vr. enk. taksei van het zelfst. naamw. taksis (orde, ordening, volgorde) . Taalgebruik in het NT : taksis (orde, ordening, volgorde) . Taalgebruik in Lc : taksis (orde, ordening, volgorde) . Lc (1) Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,8.10.
bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) van het bep. lidw. ho , hè ,
to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 1 (12) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,8 . (3) Lc
1,9 . (4) Lc
1,23 . (5) Lc
1,26 . (6) Lc
1,27 . (7) Lc
1,33 . (8) Lc
1,41 . (9) Lc
1,42 . (10) Lc
1,48 . (11) Lc
1,61 . (12) Lc
1,65 .
Lc 1,8.11. gen. vr. enk. efèmerias van het zelfst. naamw. efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Taalgebruik in het NT : efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Taalgebruik in Lc : efèmeria (beurt volgens de dagrooster) . Lc (2) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,8 . Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT .
Lc 1,8.12. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. autou van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (220) . Lc 1 (31) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,17 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,24 . (8) Lc 1,31 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,33 . (11) Lc 1,48 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,51 . (15) Lc 1,54 . (16) Lc 1,55 . (17) Lc 1,58 . (18) Lc 1,59 . (19) Lc 1,60 . (20) Lc 1,62 . (21) Lc 1,63 . (22) Lc 1,64 . (23) Lc 1,66 . (24) Lc 1,67 . (25) Lc 1,68 . (26) Lc 1,69 . (27) Lc 1,70 . (28) Lc 1,72 . (29) Lc 1,75 . (30) Lc 1,76 . (31) Lc 1,80 .
Lc 1,8.13. enanti (tegenover) . Taalgebruik in het NT : enanti (tegenover) . Taalgebruik in Lc : enanti (tegenover) . Lc (1) Lc 1,8 . enantion (tegenover) . Taalgebruik in het NT : enantion (tegenover, in de ogen van) . Taalgebruik in Lc : enantion (tegenover, in de ogen van) . Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 20,26 . (3) Lc 24,19 .
Lc 1,8.14.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bep. lidw. ho - hè - to
(de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamw. il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,8.15. gen. mann. enk. theou van het zelfst. naamw. theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in Lc : theos (God) . Vergelijk : L. deus , Fr. dieu . vloek dju . Lc (70) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,35 . (6) Lc 1,37 . (7) Lc 1,78 . Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,8 . (3) Lc 1,16 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,26 . (6) Lc 1,30 . (7) Lc 1,32 . (8) Lc 1,35 . (9) Lc 1,37 . (10) Lc 1,47 . (11) Lc 1,64 . (12) Lc 1,68 . (13) Lc 1,78 . In Lc : 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen .
Lc 1,8.13. - 15. enantion tou theou (tegenover God) . Lc (2) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 24,19 . enanti tou theou (tegenover God) . Lc (1) Lc 1,8 .
| Lc 1,9 - Lc 1,9 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] According to the custom of the priest's office, his
lot was to burn incense when he went into the temple of the Lord.
Luther-Bibel . 9 dass ihn nach dem Brauch der Priesterschaft das Los traf, das
Räucheropfer darzubringen; und er ging in den Tempel des Herrn.
Tekstuitleg van Lc 1,9 . Het vers Lc 1,9 telt 14 (2 X 7) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 1,9 is 7883 .
Lc 1,9.1.
kata (tegen, volgens) . Afkortingen : kat' , kath' . Taalgebruik in het NT
: kata
(tegen, volgens) . Taalgebruik in Lc : kata
(tegen, volgens) .
Lc (28 + 6 + 9 = 43) . Lc 1 (3) : (1) Lc
1,9 . (2) Lc
1,18 . (3) Lc
1,38 .
Lc 1,9.2.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,9 . (3) Lc
1,10 . (4) Lc
1,13 . (5) Lc
1,27 . (6) Lc
1,31 . (7) Lc
1,35 . (8) Lc
1,38 . (9) Lc
1,41 . (10) Lc
1,44 . (11) Lc
1,47 . (12) Lc
1,49 . (13) Lc
1,50 . (14) Lc
1,58 . (15) Lc
1,59 . (16) Lc
1,62 . (17) Lc
1,64 . (18) Lc
1,66 . (19) Lc
1,80 .
Lc 1,9.3.
nom. + acc. onz. enk. ethos (gewoonte) . Taalgebruik in het NT : ethos
(gewoonte) . Taalgebruik in Lc : ethos
(gewoonte) .
Lc (3) : (1) Lc
1,9 . (2) Lc
2,42 . (3) Lc
23,39 . Slechts deze vorm in Lc .
Lc 1,9.1. - 3. kata to ethos (volgens de gewoonte) . Lc (3) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 2,42 . (3) Lc 23,39 .
Lc 1,9.4.
bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 1 (12) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,8 . (3) Lc
1,9 . (4) Lc
1,23 . (5) Lc
1,26 . (6) Lc
1,27 . (7) Lc
1,33 . (8) Lc
1,41 . (9) Lc
1,42 . (10) Lc
1,48 . (11) Lc
1,61 . (12) Lc
1,65 .
Lc 1,9.5. gen. vr. enk. hierateias van het zelfst. naamw. hierateia (priesterschap) . Taalgebruik in het NT : hierateia (priesterschap) . Taalgebruik in Lc : hierateia (priesterschap) . Lc (1) Lc 1,9 . Dit is de enigste vorm van hierateia (priesterschap) in Lc .
Lc 1,9.6. act. ind. aor. 3de pers. enk. elache (hij lootte , hij verkreeg door het lot) van het werkw. lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) . Taalgebruik in het NT : lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) . Taalgebruik in Lc : lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) . Lc (1) Lc 1,9 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,9.7.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,9.8. act. inf. aor. thumiasai van het werkw. thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) . Taalgebruik in het NT : thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) . Taalgebruik in Lc . : thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) . Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT .
Lc 1,9.9.
part. aor. nom. mann. enk. eiselthôn (binnengegaan) van het werkw. eiserchomai
(binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai
(binnengaan) . Taalgebruik in Lc : eiserchomai
(binnengaan) . Lc (6) : (1) Lc
1,9 . (2) Lc
1,28 . (3) Lc
7,36 . (4) Lc
11,37 . (5) Lc
19,1 . (6) Lc
19,45 .
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45 verzen , in Lc 1 in 3 verzen
: (1) Lc
1,9 . (2) Lc
1,28 . (3) Lc
1,40 . Zacharia gaat de tempel binnen (Lc
1,9) . De engel gaat bij Maria binnen (Lc
1,28) . In Lc
1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia . Zo worden de personages
Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal
met elkaar verbonden .
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan , weggaan of terugkeren . In Lc
1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten
. In Lc
1,38 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging
van haar weg) gaat de engel van haar weg . In Lc
1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar
huis terug) gaat Maria naar huis terug .
Lc 1,9.10. eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 1 (12) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,20 . (3) Lc 1,23 . (4) Lc 1,26 . (5) Lc 1,33 . (6) Lc 1,39 . (7) Lc 1,40 . (8) Lc 1,44 . (9) Lc 1,50 . (10) Lc 1,55 . (11) Lc 1,56 . (12) Lc 1,79 .
Lc 1,9.9. - 10. eiselthôn eis (binnengegaan in) . Lc (3) : (1) Lc 1,9 . (3) Lc 7,36 . (6) Lc 19,45 .
Lc 1,9.11. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (191) . Lc 1 (17) : (1) Lc 1,9 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,20 . (5) Lc 1,21 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,32 . (8) Lc 1,33 . (9) Lc 1,34 . (10) Lc 1,40 . (11) Lc 1,41 . (12) Lc 1,47 . (13) Lc 1,55 . (14) Lc 1,56 . (15) Lc 1,64 . (16) Lc 1,73 . (17) Lc 1,80 .
Lc 1,9.12.
acc. mann. enk. naon van het zelfst. naamw. naos (tempel) . Taalgebruik in het
NT : naos
(tempel) . Taalgebruik in Lc : naos
(tempel) .
Lc (1) Lc
1,9 . Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen : (1) Lc
1,9 . (2) Lc
1,21 . (3) Lc
1,22 . (4) Lc
23,35 .
Lc 1,9.13.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,9.14. gen. mann. enk. kuriou (van de heer) . Lc 1 (9) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,38 . (6) Lc 1,43 . (7) Lc 1,45 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,76 . Verder in Lc 1 . nom. mann. enk. kurios (5) : (1) Lc 1,25 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,58 . (5) Lc 1,68 . dat. mann. enk. kuriô(i) (1) Lc 1,17 . acc. mann. enk. kurion (2) : (1) Lc 1,16 . (2) Lc 1,47 . In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen .
| Lc 1,10 - Lc 1,10 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] And the whole multitude of the people were praying
without at the time of incense.
Luther-Bibel . 10 Und die ganze Menge des Volkes stand draußen und betete zur
Stunde des Räucheropfers.
Tekstuitleg van Lc 1,10 . Het vers Lc 1,10 telt 13 woorden en 59 letters . De getalwaarde van Lc 1,10 is 7933 .
Lc 1,10.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,10.2.
nom. + acc. onz. enk. pan van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) .
Taalgebruik in het NT : pas
(ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder
.
Lc (6) : (1) Lc
1,10 . (2) Lc
1,37 . (3) Lc
2,23 . (4) Lc
3,5 . (5) Lc
3,9 . (6) Lc
11,42 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen : (1)
Lc 1,3
. (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,10 . (4) Lc
1,37 . (5) Lc
1,48 . (6) Lc
1,63 . (7) Lc
1,65 . (8) Lc
1,66 . (9) Lc
1,71 . (10) Lc
1,75 .
Lc 1,10.3. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,10 . (4) Lc 1,13 . (5) Lc 1,27 . (6) Lc 1,31 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,41 . (10) Lc 1,44 . (11) Lc 1,47 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,58 . (15) Lc 1,59 . (16) Lc 1,62 . (17) Lc 1,64 . (18) Lc 1,66 . (19) Lc 1,80 .
Lc 1,10.4. nom. + acc. onz. enk. plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in het NT : plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in Lc : plèthos (menigte, veelheid) . Lc (8) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 2,13 . (3) Lc 5,6 . (4) Lc 6,17 . (5) Lc 8,37 . (6) Lc 19,37 . (7) Lc 23,1 . (8) Lc 23,27 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,10.2. - 4. (a)pan to plèthos (de hele menigte) . NT (3) : (1) Lc 1,10 . (2) Hnd 15,12 . (3) Hnd 25,24 .
Lc 1,10.5. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (79) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,22 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,80 .
Lc 1,10.6.
bep. lidw . gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,10.7.
gen. mann. enk. laou van het zelfst. naamw. laos (volk) . Taalgebruik in het
NT : laos
(volk) . Taalgebruik in Lc : laos
(volk) .
Lc (12) : (1) Lc
1,10 . (2) Lc
2,32 . (3) Lc
3,15 . (4) Lc
6,17 . (5) Lc
7,1 . (6) Lc
8,47 . (7) Lc
19,47 . (8) Lc
20,26 . (9) Lc
20,45 . (10) Lc
22,66 . (11) Lc
23,27 . (12) Lc
24,19 . Een vorm van laos (volk) in Lc in 37 verzen , in Lc 1 in 5 verzen
: (1) Lc
1,10 . (2) Lc
1,17 . (3) Lc
1,21 . (4) Lc
1,68 . (5) Lc
1,77 .
Nadat Zacharia de tempel was binnengegaan om het reukoffer te brengen , stond
het volk buiten te bidden (Lc
1,10) . Het volk wacht en is verwonderd dat Zacharia zo lang in de tempel
blijft (Lc
1,21) . In beide verzen wordt een omschrijvende constructie gebruikt : het
was ... aan het bidden / wachten . De omschrijvende constructie omarmt een vorm
van laos (volk) ; Lc
1,10 : èn tou laou proseuchomenon = de ganse menigte van het volk
was aan het bidden . Lc
1,21 : èn ho laos prosdokôn = het volk was aan het wachten
.
Lc 1,10.4. 6.- 7. plèthos (...) tou laou (een menigte van het volk . In drie verzen in het NT : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 23,27 . (3) Hnd 21,36 .
Lc 1,10.8.
part. pr. acc. mann. enk. proseuchomenon van het werkw. proseuchomai (bidden)
. Taalgebruik in het NT : proseuchomai
(bidden) . Taalgebruik in Lc : proseuchomai
(bidden) . Lc (3) : (1) Lc
1,10 . (2) Lc
9,18 . (3) Lc
11,1 . Een vorm van proseuchomai (bidden) in Lc in 18 verzen : (1) Lc
1,10 . (2) Lc
3,21 . (3) Lc
5,16 . (4) Lc
6,12 . (5) Lc
6,28 . (6) Lc
9,18 . (7) Lc
9,28 . (8) Lc
9,29 . (9) Lc
11,1 . (10) Lc
11,2 . (11) Lc
18,1 . (12) Lc
18,10 . (13) Lc
18,11 . (14) Lc
20,47 . (15) Lc
22,40 . (16) Lc
22,41 . (17) Lc
22,44 . (18) Lc
22,46 .
Zoals de engelverschijning aan Zacharia in de tempel gebeurde in een omgeving
van gebed en volk , zo gebeurt de godsopenbaring aan Jezus in een omgeving van
gebed en volk .
Lc 1,10.5. 10. èn ... proseuchomenon = de hele menigte van het volk was aan het bidden . Ook omschrijvende constructie in Lc 9,18 (kai egeneto en tô(i) einai auton proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was) en Lc 11,1 (kai egeneto en tô(i) einai auton .... proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was) .
Lc 1,10.9. exô (buiten) . Taalgebruik in het NT : exô (buiten) . Taalgebruik in Mc : exô (buiten) . Lc (10) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 4,29 . (3) Lc 8,20 . (4) Lc 13,25 . (5) Lc 13,28 . (6) Lc 13,33 . (7) Lc 14,35 . (8) Lc 20,15 . (9) Lc 22,62 . (10) Lc 24,50 .
Lc 1,10.10.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (10) : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
1,10 . (3) Lc
1,14 . (4) Lc
1,36 . (5) Lc
1,41 . (6) Lc
1,44 . (7) Lc
1,57 . (8) Lc
1,59 . (9) Lc
1,65 . (10) Lc
1,66 .
Lc 1,10.11.
nom. + dat. vr. enk. hôra(i) van het zelfst. naamw. hôra (uur)
. Taalgebruik in het NT : hôra
(uur) . Taalgebruik in Lc : hôra
(uur) .
Lc (15) : (1) Lc
1,10 . (2) Lc
2,38 . (3) Lc
7,21 . (4) Lc
10,21 . (5) Lc
12,12 . (6) Lc
12,39 . (7) Lc
12,40 . (8) Lc
12,46 . (9) Lc
13,31 . (10) Lc
14,17 . (11) Lc
20,19 . (12) Lc
22,14 . (13) Lc
22,53 . (14) Lc
23,44 . (15) Lc
24,33 . Een vorm van hôra (uur) in 16 verzen : voorgaande + Lc
22,59 en Lc
23,44 (tweede vorm) .
Lc 1,10.12.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
13. gen. onz. enk. thumiamatos van het zelfst. naamw. thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van het NT : thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van Lc : thumiama (reukoffer) . Lc (2) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 1,11 . Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc .
| Lc 1,11 - Lc 1,11 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] And there appeared unto him an angel of the Lord standing
on the right side of the altar of incense.
Luther-Bibel . 11 Da erschien ihm der Engel des Herrn und stand an der rechten
Seite des Räucheraltars.
Tekstuitleg van Lc 1,11 . Het vers Lc 1,11 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 1,11 is 10927 (7 X 7 X 223) .
Lc 1,11.1.
ind. aor. 3de pers. enk. ôfthè (hij liet zich zien , hij verscheen)
van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het NT : horaô
(zien) . Taalgebruik in Mc : horaô
(zien) . Taalgebruik in Lc : horaô
(zien) . Lc (3) : (1) Lc
1,11 . (2) Lc
22,43 . (3) Lc
24,34 . Een vorm van horaô (zien) in Lc in 14 verzen : (1) Lc
1,11 . (2) Lc
1,22 . (3) Lc
3,6 . (4) Lc
9,31 . (5) Lc
9,36 . (6) Lc
12,15 . (7) Lc
13,28 . (8) Lc
16,23 . (9) Lc
17,22 . (10) Lc
21,27 . (11) Lc
22,43 . (12) Lc
23,49 . (13) Lc
24,23 . (14) Lc
24,34 .
wajjerâ´ ´elâ(j)w malë´akh JHWH (LXX : kai
ôfthè autô(i) aggelos kuriou) = en een engel van de Heer
verscheen hem . Slechts in Re
6,12 . De engel verschijnt aan Gideon . In Lc : 12 vormen van horaô
(zien) in 11 / 24 hoofdstukken en in 14 verzen .
Lc 1,11.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc
1,6 . (2) Lc
1,8 . (3) Lc
1,11 . (4) Lc
1,13 . (5) Lc
1,22 . (6) Lc
1,24 . (7) Lc
1,26 . (8) Lc
1,29 . (9) Lc
1,34 . (10) Lc
1,38 . (11) Lc
1,39 . (12) Lc
1,56 . (13) Lc
1,57 . (14) Lc
1,62 . (15) Lc
1,64 . (16) Lc
1,76 . (17) Lc
1,80 .
Lc 1,11.3. dat. mann. + onz. enk. autô(i) van het persoonl. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (144) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,11 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,32 . (5) Lc 1,74 .
Lc 1,11.4.
nom. mann. enk. aggelos (engel) . Taalgebruik in het NT : aggelos
(engel) . Taalgebruik in Mc : aggelos
(engel) . Stam : n - g - l . L. angelus . Fr. ange . N. engel . Fr. un messager
uit L. mittere (zenden) , missus = gezonden .
Lc (10) : (1) Lc
1,11 . (2) Lc
1,13 . (3) Lc
1,19 . (4) Lc
1,26 . (5) Lc
1,30 . (6) Lc
1,35 . (7) Lc
1,38 . (8) Lc
2,9 . (9) Lc
2,10 . (10) Lc
22,43 . Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 : 7 + 2 : (1) Lc
1,18 . (2) Lc
1,34 . In Lc : 8 vormen van aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25
verzen .
In veertien verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) . In twee verzen in de
verschijningsverhalen . Voor de rest van het evangelie nog tien verzen , waarvan
zes verzen in de gen. mv. .
Lc 1,11.5. gen. mann. enk. kuriou (van de heer) . Lc 1 (9) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,38 . (6) Lc 1,43 . (7) Lc 1,45 . (8) Lc 1,66 . (9) Lc 1,76 . Verder in Lc 1 . nom. mann. enk. kurios (5) : (1) Lc 1,25 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,58 . (5) Lc 1,68 . dat. mann. enk. kuriô(i) (1) Lc 1,17 . acc. mann. enk. kurion (2) : (1) Lc 1,16 . (2) Lc 1,47 . Een vorm van kurios (heer) in Lc (99) , in Lc 1 in 17 verzen : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,16 . (6) Lc 1,17 . (7) Lc 1,25 . (8) Lc 1,28 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,38 . (11) Lc 1,43 . (12) Lc 1,45 . (13) Lc 1,47 . (14) Lc 1,58 . (15) Lc 1,66 . (16) Lc 1,68 . (17) Lc 1,76 .
Lc 1,11.4.
- 5. aggelos kuriou (de engel van de Heer) . In twee verzen bij Lucas :
(1) Lc
1,11 : ôfthè de autôi aggelos kuriou = een engel van
de Heer echter verscheen hem .
(2) Lc 2,9
: kai (volgens sommige handschriften : idou = zie) aggelos kuriou epestè
autois (en een engel van de Heer stond bij hen) .
Lc 1,11.1.
- 5. ôfthè de autôi aggelos ('maar' een engel verscheen hem)
.
(1) Lc
1,11 : ôfthè de autôi aggelos kuriou = 'maar' een engel
van de Heer verscheen hem .
(2) Lc
22,43 : ôfthè de autôi aggelos ap'ouranou = 'maar' een
engel uit de hemel verscheen hem .
Lc 1,11.6. part. perf. nom. mann. enk. hestôs van het werkw. histèmi (doen staan, staan) . Taalgebruik in het NT : histèmi (doen staan, staan) . Taalgebruik in Lc : histèmi (doen staan, staan) . Lc (3) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 5,1 . (3) Lc 18,13 . Een vorm van histèmi (doen staan, staan) in Lc in 25 verzen . Dit is de enigste vorm in Lc 1 .
Lc 1,11.7.
ek of ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek
(uit) . Taalgebruik in Lc : ek
(uit) .
Lc (46 + 37 = 83) . Lc 1 (6 + 4 = 10) . ek (6) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,11 . (3) Lc
1,15 . (4) Lc
1,61 . (5) Lc
1,71 . (6) . ex (4) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,27 . (3) Lc
1,71 . (4) Lc
1,78 .
Lc 1,11.8. gen. mv. dexiôn van het bijvoegl. naamw. dexios (rechts) . Taalgebruik in het NT : dexios (rechts) . Taalgebruik in Lc : dexios (rechts) . Taalgebruik in Hnd : dexios (rechts) .Taalgebruik in de Septuaginta : dexios (rechts) . Hebr. jâmîn (rechterzijde, rechts) .Taalgebruik in Tenakh : jâmîn (rechterzijde, rechts) . L. dexter . Fr. droit . Ned. rechts . E. right . D. rechter . Lc (4) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 20,42 . (3) Lc 22,69 . (4) Lc 23,33 . Bijbel (67) . LXX (44) . NT. (23) . Een vorm van dexios (rechts) in Lc in 6 verzen : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 6,6 . (3) Lc 20,42 . (4) Lc 22,50 . (5) Lc 22,69 . (6) Lc 23,33 . In Lc : 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 5 / 24 hoofdstukken en in 6 verzen . In Hnd : 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 7 verzen in 4 hoofdstukken . Een vorm van (rechter- , rechts) in het NT (54) , in de LXX (228) .
7. - 8. ek dexiôn (rechts) . Lc (4 / 4) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 20,42 . (3) Lc 22,69 . (4) Lc 23,33 . NT (22) .
6. - 8. Lc 1,11 : estôs ek dexiôn = staande rechts van . Een vorm van kathèmai (neerzitten) + ek dexiôn (rechts) in Lc (2 / 4) : (1) Lc 20,42 . (2) Lc 22,69 .
Lc 1,11.9.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,11.10. gen. ons. enk. thusiastèriou van het zelfst. naamw. thusiastèrion (brandofferaltaar) . Taalgebruik in het NT : thusiastèrion (brandofferaltaar) . Taalgebruik in Lc : thusiastèrion (brandofferaltaar) . Lc (2) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 11,51 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,11.11.
bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè
- to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (272) . Lc 1 (20) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,6 . (3) Lc
1,8 . (4) Lc
1,9 . (5) Lc
1,10 . (6) Lc
1,11 . (7) Lc
1,15 . (8) Lc
1,19 . (9) Lc
1,26 . (10) Lc
1,32 . (11) Lc
1,37 . (12) Lc
1,43 . (13) Lc
1,44 . (14) Lc
1,48 . (15) Lc
1,57 . (16) Lc
1,59 . (17) Lc
1,68 . (18) Lc
1,73 . (19) Lc
1,77 . (20) Lc
1,79 .
Lc 1,11.12. gen. onz. enk. thumiamatos van het zelfst. naamw. thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van het NT : thumiama (reukoffer) . Taalgebruik van Lc : thumiama (reukoffer) . Lc (2) : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 1,11 . Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc .
| Lc 1,12 - Lc 1,12 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And when Zacharias saw him, he was troubled, and fear
fell upon him.
Luther-Bibel . 12 Und als Zacharias ihn sah, erschrak er, und es kam Furcht
über ihn.
Tekstuitleg van Lc 1,12 . Het vers Lc 1,12 telt 9 (3²) woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Lc 1,12 is 5048 (2³ X 631) . In Lc 1,8 - Lc 1,9 is Zacharia onderwerp , in Lc 1,10 de volkmenigte , in Lc 1,11 de engel . Op het einde van het middendeel (Lc 1,19-23) gaat het in omgekeerde volgorde : de engel blijft in de tempel , het volk (Lc 1,21) en Zacharia (Lc 1,22 - Lc 1,23) . Op het visioen reageert Zacharia dubbel : verward en met vrees . De reactie van vrees op het visioen vinden we in Da 10,7 .
Lc 1,12.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,12.2.
pass. ind. aor. 3de pers. enk. etarachthè (hij werd in verwarring gebracht)
van het werkw. tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Taalgebruik
in het NT : tarassô
(in verwarring brengen, verwarren) . Taalgebruik in Lc : tarassô
(in verwarring brengen, verwarren) . Lc (1) Lc
1,12 . Een vorm van tarassô (in verwarring brengen, verwarren) in
2 vormen : (1) Lc
1,12 . (2) Lc
24,38 .
Zacharia werd in verwarring gebracht (etarachthè) door het visioen van
de engel (Lc
1,12) , Maria werd in verwarring gebracht (dietarachthè) door het
woord van de engel (Lc
1,29) .Overeenkomst en verschil .
Lc 1,12.3.
nom. mann. enk. zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in het NT : zacharias
(Zacharja) . Taalgebruik in Lc : zacharias
(Zacharja) .
Lc (4) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,12 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,67 . Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,12 . (3) Lc
1,13 . (4) Lc
1,18 . (5) Lc
1,21 . (6) Lc
1,40 . (7) Lc
1,59 . (8) Lc
1,67 . (9) Lc
3,2 . (10) Lc
11,51 .
Lc 1,12.4. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) van het werkw. eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Lc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Lc (20) : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 5,8 . (3) Lc 5,12 . (4) Lc 5,20 . (5) Lc 7,13 . (6) Lc 7,39 . (7) Lc 8,28 . (8) Lc 10,31 . (9) Lc 10,32 . (10) Lc 10,33 . (11) Lc 11,38 . (12) Lc 13,12 . (13) Lc 17,14 . (14) Lc 17,15 . (15) Lc 18,24 . (16) Lc 18,43 . (17) Lc 19,41 . (18) Lc 22,58 . (19) Lc 23,8 . (20) Lc 23,47 . Een vorm van het werkw. eiden (hij zag) in Lc in 64 verzen , in Lc 1 slechts in Lc 1,12 . idôn (gezien) verwijst naar het visioen , naar de verschijning van de engel in Lc 1,11 . Volgens Da 10,7 heeft Daniël een visioen (kai eidon egô danièl = en ik Daniël zag) . Bij Zacharia gebeurt de 'Godsopenbaring' via een verschijning (visueel) , bij Maria via het woord (akoustisch) (Lc 1,29) .
Lc 1,12.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,12.6.
nom. mann. enk. fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in het NT : fobos
(vrees, fobie) . Taalgebruik in Lc : fobos
(vrees, fobie) .
In drie verzen bij Lucas : (1) Lc
1,12 . (2) Lc
1,65 . (3) Lc
7,16 . Een vorm van fobos (vrees, fobie) in Lc in 7 verzen : (1) Lc
1,12 . (2) Lc
1,65 . (3) Lc
2,9 . (4) Lc
5,26 . (5) Lc
7,16 . (6) Lc
8,37 . (7) Lc
21,26 . Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
in Lc in 21 verzen : (1)Lc
1,13 . (2) Lc
1,30 . (3) Lc
1,50 . (4) Lc
2,9 . (5) Lc
2,10 . (6) Lc
5,10 . (7) Lc
8,25 . (8) Lc
8,35 . (9) Lc
8,50 . (10) Lc
9,34 . (11) Lc
9,45 . (12) Lc
12,4 . (13) Lc
12,5 . (14) Lc
12,7 . (15) Lc
12,32 . (16) Lc
18,2 . (17) Lc
18,4 . (18) Lc
19,21 . (19) Lc
20,19 . (20) Lc
22,2 . (21) Lc
23,40 .
Lc 1,12.7. act. ind. aor. 3de pers. enk. epepesen van het werkw. epipiptô (vallen op, opdringen) . Taalgebruik in het NT : epipiptô (vallen op, opdringen) . Taalgebruik in Lc : epipiptô (vallen op, opdringen) . Lc (2) : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 15,20 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,12.8.
epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het NT : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 1 (10 + 1 = 11) . epi (10) : (1) Lc
1,14 . (2) Lc
1,16 . (3) Lc
1,17 . (4) Lc
1,29 . (5) Lc
1,33 . (6) Lc
1,35 . (7) Lc
1,47 . (8) Lc
1,48 . (9) Lc
1,59 . (10) Lc
1,65 . ep' (1) Lc
1,12 .
Lc 1,12.9. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,21 . (5) Lc 1,50 .
Lc 1,12.5.
- 9. De reactie op het visioen is de vrees .
- Lc 1,12
: kai fobos epepesen ep' auton (en vrees overviel over hem) .
- Da 10,7
: kai fobos ischuros epepesen ep' autous (en een sterke vrees overviel over
hen) .
In Lc 1,12
valt vrees over Zacharias na het zien van het visioen . Hij wordt met verstomming
geslagen . In Lc
1,65 gebeurt dat over alle omwonenden van Zacharia en Elisabeth nadat Zacharia
heeft duidelijk gemaakt dat het kind Johannes moet heten .
In Lc 5,9
omgaf ontzetting om Simon Petrus en zijn metgezellen na het zien van de wonderbare
visvangst . Op deze reactie volgt de geruststelling van Jezus (Lc
5,10) , zoals Zacharia werd gerustgesteld na de reactie van Zacharia (Lc
1,13) .
| Lc 1,13 - Lc 1,13 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . But the angel said unto him, Fear not, Zacharias: for thy
prayer is heard; and thy wife Elisabeth shall bear thee a son, and thou shalt
call his name John.
Luther-Bibel (1984) . Aber der Engel sprach zu ihm: Fürchte dich nicht,
Zacharias, denn dein Gebet ist erhört, und deine Frau Elisabeth wird dir
einen Sohn gebären, und du sollst ihm den Namen Johannes geben.
Tekstuitleg van Lc 1,13 . Dit vers telt 28 (2 X 2 X 7 of 2 X 14) woorden en 126 (2 X 3 X 3 X 7 of 9 X 14) letters . De getalwaarde van Lc 1,13 is 12108 (2 X 2 X 3 X 1009) . De zwangerschap van Elisabet wordt aangekondigd in Lc 1,13 , die van Jezus in Lc 1,31 . 13 en 31 zijn elkaars spiegelbeelden .
Lc 1,13.1. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . Lc 1 (11) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,28 . (5) Lc 1,30 . (6) Lc 1,34 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,46 . (11) Lc 1,60 . Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen : (1) Lc 1,24 . (2) Lc 1,63 . (3) Lc 1,66 . (4) Lc 1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,28 . (5) Lc 1,30 . (6) Lc 1,34 . (7) Lc 1,35 . (8) Lc 1,38 . (9) Lc 1,42 . (10) Lc 1,46 . (11) Lc 1,60 . (12) Lc 1,61 .
Lc 1,13.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 1 (17) : (1) Lc
1,6 . (2) Lc
1,8 . (3) Lc
1,11 . (4) Lc
1,13 . (5) Lc
1,22 . (6) Lc
1,24 . (7) Lc
1,26 . (8) Lc
1,29 . (9) Lc
1,34 . (10) Lc
1,38 . (11) Lc
1,39 . (12) Lc
1,56 . (13) Lc
1,57 . (14) Lc
1,62 . (15) Lc
1,64 . (16) Lc
1,76 . (17) Lc
1,80 .
Lc 1,13.1.
- 2. eipen de (hij zei echter) in Lc (52) . Lc 1 (3 / 11 en 3 / 17) : (1) Lc
1,13 . (2) Lc
1,34 . (3) Lc
1,38 .
kai eipen (en hij zei) . Lc 1 (... en 4 / 11) : (1) Lc
1,18 . (2) Lc
1,30 . (3) Lc
1,42 . (4) Lc
1,46 .
Hebr. act. qal perf. 3de pers. enk. wajj´omèr (en hij zei) van
het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar
(zeggen) . Tenakh (1879) .
Lc 1,13.3. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Lc : pros (naar, bij) . Lc (158) . Lc 1 (11) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,18 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,27 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 1,34 . (7) Lc 1,43 . (8) Lc 1,55 . (9) Lc 1,61 . (10) Lc 1,73 . (11) Lc 1,80 .
Lc 1,13.1. - 3. eipen de pros (hij zei echter tot) . Lc (16) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 7,50 . (3) Lc 9,13 . (4) Lc 9,14 . (5) Lc 9,59 . (6) Lc 9,62 . (7) Lc 12,15 . (8) Lc 12,22 . (9) Lc 13,7 . (10) Lc 15,3 . (11) Lc 17,1 . (12) Lc 17,22 . (13) Lc 18,9 . (14) Lc 19,9 . (15) Lc 20,41 . (16) Lc 24,17 . Zie ook Lc 1,34 : eipen de mariam pros (Maria zei echter) .
Lc 1,13.4. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 1 (5) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,21 . (5) Lc 1,50 .
Lc 1,13.1.
- 4. eipen de pros auton (hij zei echter tot hem) in Lc (3) : (1) Lc
1,13 (+ onderwerp : ho aggelos = de engel). (2) Lc
9,62 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) . (3) Lc
19,9 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) .
kai eipen pros auton (hij zei tot hem) in Lc (2) : (1) Lc
9,50 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) . (2) Lc
19,5 .
Hebr. : wajj´omèr ´lô (en hij zei tot hem) in Tenakh
(2) : (1) 1
S 22,13 . (2) Zach
2,8 .
Lc 1,13.5.
bep. lidw. nom. m. enk. ho (de) OF betrekk. voornaamw. nom. + acc. onz. enk
ho . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc
(331) . Lc 1 (15) : (1) Lc
1,13 . (2) Lc
1,19 . (3) Lc
1,21 . (4) Lc
1,26 . (5) Lc
1,28 . (6) Lc
1,29 . (7) Lc
1,30 . (8) Lc
1,32 . (9) Lc
1,35 . (10) Lc
1,38 . (11) Lc
1,42 . (12) Lc
1,49 . (13) Lc
1,57 . (14) Lc
1,67 . (15) Lc
1,68 .
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord
aggelos (engel) . In Lc
1,11 verscheen een engel van de Heer aan Zacharias . Daar staat geen lidwoord
. Hierna wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord
aggelos (engel) gebruikt . In Lc
1,19 maakt de engel zich bekend als Gabriël . Het is ook deze engel
die aan Maria verscheen . Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door
de eigennaam van de engel nl. Gabriël is dit vers aan de vorige perikope
(Lc 1,5-25)
gelinkt .
Lc 1,13.6.
nom. mann. enk. aggelos (engel) . Taalgebruik in het NT : aggelos
(engel) . Taalgebruik in Mc : aggelos
(engel) . Stam : n - g - l . L. angelus . Fr. ange . N. engel . Fr. un messager
uit L. mittere (zenden) , missus = gezonden .
Lc (10) : (1) Lc
1,11 . (2) Lc
1,13 . (3) Lc
1,19 . (4) Lc
1,26 . (5) Lc
1,30 . (6) Lc
1,35 . (7) Lc
1,38 . (8) Lc
2,9 . (9) Lc
2,10 . (10) Lc
22,43 . Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 : 7 + 2 : (1) Lc
1,18 . (2) Lc
1,34 . Een vorm van aggelos (engel) in Lc in 25 verzen .
In veertien verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) . In twee verzen in de
verschijningsverhalen . Voor de rest van het evangelie nog tien verzen , waarvan
zes verzen in de gen. mv. .
Lc 1,13.1. - 2. 5. - 6. Van de tien verzen in het Lucasevangelie waarin ho aggelos (de engel) onderwerp is , is er slechts 1 vers met eipen de (hij echter zei) nl. Lc 1,13 (eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) en 2 verzen beginnen met kai eipen (en hij zei) : (5) Lc 1,30 (kai eipen ho aggelos autè(i) = en de engel zei haar) . (9) Lc 2,10 (kai eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen) .
Lc 1,13.1.
- 6. eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem . Het vervoegd
werkwoord staat vooraan de zin . de (echter) dat een lichte tegenstelling uitdrukt
, staat meestal op de tweede plaats in de zin . In het Hebreeuws maakt de bepaling
met het persoonlijk voornaamwoord deel uit van het werkwoord ; daarom vinden
we pros auton (tot hem) onmiddellijk na het werkwoord . Hierna volgt het onderwerp
ho aggelos (de engel) . Slechts eenmaal in Lc . Bij de aankondiging van een
kind wordt een literair schema gebruikt dat aansluit bij de werkelijkheid :
zwangerschap , geboorte , naamgeving en toekomstwens . Bij de aankondiging aan
Elisabeth is geen vermelding van de zwangerschap . Uit de vele geboorteaankondigingen
komt die van Isaäk (Gn
17,19) het meest met die van Johannes overeen :
- Gn 17,19
: idou sarra hè gunè sou texetai soi huion kai kaleseis to onoma
autou isaak (zie Sara je vrouw zal voor jou een zoon baren en jij zult zijn
naam noemen Isaak .
- Lc 1,13
: kai hè gunè sou elisabet gennèsei huion soi kai kaleseis
to onoma autou iôannou (en je vrouw Elisabeth zal een zoon voor jou voortbrengen
en je zult noemen zijn naam Johannes .
Abraham en Sara zijn de oudsten van het volk Israël . Zacharia en Elisabeth
staan aan het begin van het NT .
Twee geboorteaankondigingen : die van Johannes aan Zacharia (Lc
1,13) , die van Jezus aan Maria (Lc
1,31) . Verwoord aan de hand van de geboorteaankondigingen van Isaäk
aan Abraham (Gn
17,19) en van Ismaël aan Hagar (Gn
16,11) .
Lc 1,13.7. mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het NT : mè (niet) . Taalgebruik in Lc : mè (niet) . Lc (123) . Lc 1 (4) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,15 . (3) Lc 1,20 . (4) Lc 1,30 .
Lc 1,13.8.
imperat. praes. 2de pers. enk. fobou (vrees) van het werkw. fobeomai (vrezen,
door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in het NT : fobeomai
(vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in Lc : fobeomai
(vrezen, door fobieën bevangen worden) .
Lc (5) : (1) Lc
1,13 . (2) Lc
1,30 . (3) Lc
5,10 . (4) Lc
8,50 . (5) Lc
12,32 . Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
in Lc in 21 verzen : (1)Lc
1,13 . (2) Lc
1,30 . (3) Lc
1,50 . (4) Lc
2,9 . (5) Lc
2,10 . (6) Lc
5,10 . (7) Lc
8,25 . (8) Lc
8,35 . (9) Lc
8,50 . (10) Lc
9,34 . (11) Lc
9,45 . (12) Lc
12,4 . (13) Lc
12,5 . (14) Lc
12,7 . (15) Lc
12,32 . (16) Lc
18,2 . (17) Lc
18,4 . (18) Lc
19,21 . (19) Lc
20,19 . (20) Lc
22,2 . (21) Lc
23,40 .
Lc 1,13.9. voc. mann. enk. zacharia van de eigennaaam zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in het NT : zacharias (Zacharja) . Taalgebruik in Lc : zacharias (Zacharja) . Lc (1) Lc 1,13 . Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,12 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,18 . (5) Lc 1,21 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,59 . (8) Lc 1,67 . (9) Lc 3,2 . (10) Lc 11,51 .
Lc 1,13.10. dioti (omdat) . Taalgebruik in het NT : dioti (omdat) . Taalgebruik in Lc : dioti (omdat) . Lc (3) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 2,7 . (3) Lc 21,28 .
Lc 1,13.11.
pass. ind. aor. 3de pers. enk. eisèkousthè (er werd gehoord, werd
verhoord) van het werkw. eisakouô (luisteren naar, verhoren) . Taalgebruik
in het NT : eisakouô
(luisteren naar, verhoren) . Taalgebruik in Lc . : eisakouô
(luisteren naar, verhoren) .
In vijf verzen in de bijbel : (1) Da 10,12 (eisèkousthè to rèma sou = uw
woord werd verhoord) . (2) Tob 3,16 (Kai eisèkousthè hè proseuchè
amfoterôn = en het gebed van beiden werd verhoord) . (3) Sir 51,11 (eisèkousthè hè deèsis
mou = mijn bede werd verhoord) . (4) Lc
1,13 : dioti eisèkousthè hè deèsis sou = en
daarom werd uw gebed verhoord . (5) Hnd
10,31 = eisèkousthè sou hè proseuchè = uw gebed
werd verhoord .
Lc 1,13.12.
bep. lidw. nom. vr. enk. hè of partikel van vergelijking è (of)
. Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (143) . Lc 1 (15) : (1) Lc
1,7 . (2) Lc
1,13 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,24 . (5) Lc
1,26 . (6) Lc
1,29 . (7) Lc
1,36 . (8) Lc
1,38 . (9) Lc
1,41 . (10) Lc
1,43 . (11) Lc
1,44 . (12) Lc
1,45 . (13) Lc
1,47 . (14) Lc
1,60 . (15) Lc
1,64 .
Lc 1,13.13. nom. vr. enk. deèsis (gebed, vraag) . Taalgebruik in het NT : deèsis (gebed, vraag) . Taalgebruik in Lc : deèsis (gebed, vraag) . Lc (1) Lc 1,13 . Een vorm van deèsis (gebed, vraag) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 2,37 . (3) Lc 5,33 .
Lc 1,13.14. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mann. enk. sou van het persoonl. voornaamw. su (jij) . Taalgebruik in NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (81) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,36 . (4) Lc 1,38 . (5) Lc 1,42 . (6) Lc 1,44 . (7) Lc 1,61 .
Lc 1,13.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,13.16.
bep. lidw. nom. vr. enk. hè of partikel van vergelijking è (of)
. Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (143) . Lc 1 (15) : (1) Lc
1,7 . (2) Lc
1,13 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,24 . (5) Lc
1,26 . (6) Lc
1,29 . (7) Lc
1,36 . (8) Lc
1,38 . (9) Lc
1,41 . (10) Lc
1,43 . (11) Lc
1,44 . (12) Lc
1,45 . (13) Lc
1,47 . (14) Lc
1,60 . (15) Lc
1,64 .
Lc 1,13.17. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het NT : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Lc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau . Lc (16) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 7,37 . (6) Lc 7,39 . (7) Lc 8,3 . (8) Lc 8,43 . (9) Lc 8,47 . (10) Lc 10,38 . (11) Lc 11,27 . (12) Lc 13,11 . (13) Lc 13,21 . (14) Lc 15,8 . (15) Lc 20,32 . (16) Lc 20,33 . Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen .
Lc 1,13.18. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mann. enk. sou van het persoonl. voornaamw. su (jij) . Taalgebruik in NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (81) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 1,36 . (4) Lc 1,38 . (5) Lc 1,42 . (6) Lc 1,44 . (7) Lc 1,61 .
Lc 1,13.19. elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in het NT : elisabet (Elisabeth) . Taalgebruik in Lc : elisabet (Elisabeth) . Lc (8) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,13 . (4) Lc 1,24 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,40 . (7) Lc 1,41 (2X) . (8) Lc 1,57 . Tenakh (1) Ex 6,23 : ´elîsjèbha` (Elisabet) . In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron . In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper . De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet . De naam Elisabet kan betekenen : élî sjâbha`(mijn God zwoer) . Gr. omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het NT : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D. schwören . Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) . Hebr. sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) .
Lc 1,13.20.
act. ind. fut. 3de pers. enk. gennèsei (zij zal voortbrengen) van het
werkw. gennaô (voortbrengen, baren) . Taalgebruik in het NT : gennaô
(voortbrengen, baren) . Taalgebruik in Lc : gennaô
(voortbrengen, baren) .
Lc (1) Lc
1,13 . Deze werkwoordvorm komt nog slechts in Gn
17,20 voor . Het gaat om de zegen over Ismaël : hij zal twaalf volkeren
voortbrengen . Een vorm van gennaô (voortbrengen, baren) in Lc in 6 verzen
: (1) Lc
1,13 . (2) Lc
1,35 . (3) Lc
1,57 . (4) Lc
3,22 . (5) Lc
20,34 . (6) Lc
23,29 .
Lc 1,13.21.
acc. mann. enk. huion van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het
NT : huios
(zoon) . Taalgebruik in Mc : huios
(zoon) . Taalgebruik in Lc : huios
(zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Lc (15) : (1) Lc
1,13 . (2) Lc
1,31 . (3) Lc
1,36 . (4) Lc
1,57 . (5) Lc
2,7 . (6) Lc
3,2 . (7) Lc
9,22 . (8) Lc
9,38 . (9) Lc
9,41 . (10) Lc
12,10 . (11) Lc
20,13 . (12) Lc
20,41 . (13) Lc
21,27 . (14) Lc
22,48 . (15) Lc
24,7 . Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7) : (1) Lc
1,13 . (2) Lc
1,16 . (3) Lc
1,31 . (4) Lc
1,32 . (5) Lc
1,35 . (6) Lc
1,36 . (7) Lc
1,57 .
Lc 1,13.22.
pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het NT :
persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk
voornaamwoord .
Lc (44) . Lc 1 (5) : (1) Lc
1,3 . (2) Lc
1,13 . (3) Lc
1,14 . (4) Lc
1,19 . (5) Lc
1,35 .
Lc 1,13.23. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,13.24. act. ind. fut. 2de pers. enk. kaleseis (jij zult noemen) van het werkw. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in Mc : kaleô (roepen) . Taalgebruik in Lc : kaleô (roepen) . Lc (2) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,31 . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,31 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,35 . (5) Lc 1,36 . (6) Lc 1,59 . (7) Lc 1,60 . (8) Lc 1,61 . (9) Lc 1,62 . (10) Lc 1,76 .
Lc 1,13.25.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 1 (19) : (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,9 . (3) Lc
1,10 . (4) Lc
1,13 . (5) Lc
1,27 . (6) Lc
1,31 . (7) Lc
1,35 . (8) Lc
1,38 . (9) Lc
1,41 . (10) Lc
1,44 . (11) Lc
1,47 . (12) Lc
1,49 . (13) Lc
1,50 . (14) Lc
1,58 . (15) Lc
1,59 . (16) Lc
1,62 . (17) Lc
1,64 . (18) Lc
1,66 . (19) Lc
1,80 .
Lc 1,13.26. nom. + acc. onz. enk. : onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) .
Lc 1,13.27. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. autou van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (220) . Lc 1 (31) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,17 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,24 . (8) Lc 1,31 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,33 . (11) Lc 1,48 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,51 . (15) Lc 1,54 . (16) Lc 1,55 . (17) Lc 1,58 . (18) Lc 1,59 . (19) Lc 1,60 . (20) Lc 1,62 . (21) Lc 1,63 . (22) Lc 1,64 . (23) Lc 1,66 . (24) Lc 1,67 . (25) Lc 1,68 . (26) Lc 1,69 . (27) Lc 1,70 . (28) Lc 1,72 . (29) Lc 1,75 . (30) Lc 1,76 . (31) Lc 1,80 .
Lc 1,13. 28. acc. mann. enk. Iôannèn van het zelfst. naamw. iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het NT : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Lc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John . Lc (11) . Johannes de Doper (6) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 3,2 . (3) Lc 3,20 . (4) Lc 9,9 . (5) Lc 9,19 . (6) . Lc 20,6 . Johannes de apostel (5) : (1) Lc 5,10 . (2) Lc 6,14 . (3) Lc 8,51 . (4) Lc 9,28 . (5) Lc 22,8 . Een vorm van iôannès (Johannes) in Lc in 30 verzen , in Lc 1 in 3 verzen : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,60 . (3) Lc 1,63 .
| Lc 1,14 - Lc 1,14 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And thou shalt have joy and gladness; and many shall
rejoice at his birth.
Luther-Bibel . 14 Und du wirst Freude und Wonne haben, und viele werden sich
über seine Geburt freuen.
Tekstuitleg van Lc 1,14 . Dit vers Lc 1,14 telt 13 woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Lc 1,14 is 5622 (2 X 3 X 937) .
Lc 1,14.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,14.2. act. ind. fut. 3de pers. enk. estai (hij zal zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (39) . Lc 1 (7) : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,15 . (3) Lc 1,32 . (4) Lc 1,33 . (5) Lc 1,34 . (6) Lc 1,45 . (7) Lc 1,66 .
Lc 1,14.3.
nom. + dat. vr. enk. chara(i) van het zelfst. naamw. chara (vreugde) . Taalgebruik
in het NT : chara
(vreugde) . Taalgebruik in Lc . : chara
(vreugde) . Website : http://fr.wikipedia.org/wiki/Joie_(philosophie)
. Indo-Europees jug (band) , L. gaudium , Fr. joie , zie website http://fr.wiktionary.org/wiki/joie
.
Lc (3) : (1) Lc
1,14 . (2) Lc
15,7 . (3) Lc
15,10 . Een vorm van chara
(vreugde) .in Lc in 8 verzen : (1) Lc
1,14 . (2) Lc
2,10 . (3) Lc
8,13 . (4) Lc
10,17 . (5) Lc
15,7 . (6) Lc
15,10 . (7) Lc
24,41 . (8) Lc
24,52 .
Lc 1,14.4. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc (44) . Lc (5) : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,19 . (5) Lc 1,35 .
Lc 1,14.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,14.5.6. nom. vr. enk. agalliasis (jubel) . Taalgebruik in het NT : agalliasis (jubel) . Taalgebruik in Lc : agalliasis (jubel) . Lc (1) Lc 1,14 . Een vorm van agalliasis (jubel) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,44 .
Lc 1,14.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 1 (+ : 56 / 80 . - 24 / 80) . 1. Lc 1,1-4 (+ 1 / 4 : + Lc 1,2 . - 3 / 4) . 2. Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 . - 4 / 21 : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,9 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 1,25 . ) . 3. Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 . - 3 / 13) . 4. Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 . - 7 / 18) . 5. Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 . - 7 / 24) .
Lc 1,14.8.
nom. mann. mv. polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik
in het NT : polus
(veel) . Taalgebruik in Lc : polus
(veel) .
Lc (8) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,14 . (3) Lc
4,27 . (4) Lc
5,15 . (5) Lc
10,24 . (6) Lc
13,24 . (7) Lc
14,25 . (8) Lc
21,8 . Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3) : (1) Lc
1,1 . (2) Lc
1,14 . (3) Lc
1,16 .
Lc 1,14.9.
epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het NT : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 1 (10 + 1 = 11) . epi (10) : (1) Lc
1,14 . (2) Lc
1,16 . (3) Lc
1,17 . (4) Lc
1,29 . (5) Lc
1,33 . (6) Lc
1,35 . (7) Lc
1,47 . (8) Lc
1,48 . (9) Lc
1,59 . (10) Lc
1,65 . ep' (1) Lc
1,12 .
Lc 1,14.10.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . Lc 1 (10) : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
1,10 . (3) Lc
1,14 . (4) Lc
1,36 . (5) Lc
1,41 . (6) Lc
1,44 . (7) Lc
1,57 . (8) Lc
1,59 . (9) Lc
1,65 . (10) Lc
1,66 .
Lc 1,14.11. dat. vr. enk. genesei van het zelfst. naamw. genesis (oorsprong, geslacht) . Taalgebruik in het NT : genesis (oorsprong, geslacht) . Taalgebruik in Lc . : genesis (oorsprong, geslacht) . Lc (1) Lc 1,14 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 1,14.12. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. autou van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (220) . Lc 1 (31) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 1,13 . (3) Lc 1,14 . (4) Lc 1,15 . (5) Lc 1,17 . (6) Lc 1,23 . (7) Lc 1,24 . (8) Lc 1,31 . (9) Lc 1,32 . (10) Lc 1,33 . (11) Lc 1,48 . (12) Lc 1,49 . (13) Lc 1,50 . (14) Lc 1,51 . (15) Lc 1,54 . (16) Lc 1,55 . (17) Lc 1,58 . (18) Lc 1,59 . (19) Lc 1,60 . (20) Lc 1,62 . (21) Lc 1,63 . (22) Lc 1,64 . (23) Lc 1,66 . (24) Lc 1,67 . (25) Lc 1,68 . (26) Lc 1,69 . (27) Lc 1,70 . (28) Lc 1,72 . (29) Lc 1,75 . (30) Lc 1,76 . (31) Lc 1,80 .
Lc 1,14.13. med. ind. fut. 3de pers. mv. charèsontai (zij zullen zich verheugen) van het werkw. chairô (zich verheugen) . Taalgebruik in het NT : chairô (zich verheugen) . Taalgebruik in Lc : chairô (zich verheugen) . Website : http://fr.wikipedia.org/wiki/Joie_(philosophie) . Indo-Europees jug (band) , L. gaudium , zie website http://fr.wiktionary.org/wiki/joie . Lc (1) Lc 1,14 . Een vorm van chairô (zich verheugen) in Lc in 11 verzen : (1) Lc 1,14 . (2) Lc 1,28 . (3) Lc 6,23 . (4) Lc 10,20 . (5) Lc 13,17 . (6) Lc 15,5 . (7) Lc 15,32 . (8) Lc 19,6 . (9) Lc 19,37 . (10) Lc 22,5 . (11) Lc 23,8 .
| Lc 1,15 - Lc 1,15 : 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - |