- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.beleven.org/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Woordenschat
- anthrôpos
(mens, man) , zie Lc
15,11 .
- diaireô
(uiteennemen, verdelen) , zie Lc
15,12 .
- echô
(hebben, bezitten)
, zie Lc
15,11 .
- Ièsous
(Jezus) , zie Lc
15,11 .
- legô
(zeggen) , zie Lc
15,11 .
- neos
(nieuw, jong) , zie Lc
15,12 .
- patèr
(vader) , zie Lc
15 .
- tis
(een bepaald) , zie Lc
15,11 .
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Lc
15,1-10 : 24ste
(vierentwintigste) zondag door het c-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus)
, Lv (Leviticus)
, Nu (Numeri)
, Dt (Deuteronomium)
, Joz (Jozua)
, Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het vijftiende hoofdstuk van het Lucasevangelie
:
238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc
15,1-7 -
239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc
15,8-10 -
240. Gelijkenis van de verloren zoon : Lc
15,11-32 -
Evangelie op de 24ste
(vierentwintigste) zondag door het c-jaar . Lc 15,1-10
.
In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar
Hem te luisteren. De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en
zeiden: "Die man ontvangt zondaars en eet met hen". Hij hield hun
deze gelijkenis voor: "Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en
er één verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis
achter om op zoek te gaan naar het verlorene totdat hij het vindt? En als hij
het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders en hij gaat naar huis,
roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: deelt in mijn vreugde,
want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden. Ik zeg u: zo zal
er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. Of welke
vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest steekt niet
een lamp aan, veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze het vindt?
En als ze het gevonden heeft roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar
en zegt: Deelt in mijn vreugde, want het zilverstuk dat ik had verloren, heb
ik gevonden. Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God over één
zondaar die zich bekeert."
Evangelie van de 4de
(vierde) zondag in de veertigdagentijd C : Lc 15,1-3.11-32
(Verwijzing : Lc
15,1-3.11-32) :
In die tijd kwamen er tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om
naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de Schriftgeleerden morden daarover
en zeiden: "Die man ontvangt zondaars en eet met hen." Hij hield hun
deze gelijkenis voor: Hij sprak: "Een man had twee zonen. Nu zei de jongste
van hen tot zijn vader: Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht
heb. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste
zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn
bezit in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had kwam er een verschrikkelijke
hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst
bij een der inwoners van dat land die hem het veld in stuurde om varkens te
hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens
aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: Hoeveel dagloners
van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van de honger. Ik
ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de
hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan
als een van uw dagloners. Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag
hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde
op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Maar de zoon zei tot
hem: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard
uw zoon te heten. Doch de vader gelastte zijn knechten: Haalt vlug het mooiste
kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem
sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren
en is teruggevonden. Ze begonnen dus feest te vieren. Intussen was zijn oudste
zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde hoorde hij
muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had.
Deze antwoordde: Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf
laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen. Maar hij werd
kwaad en wilde niet naar binnen. Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem
aandrong gaf hij zijn vader ten antwoord: Al zoveel jaren dien ik u en nooit
heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens
met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen die uw vermogen
heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten
slachten. Toen antwoordde de vader: Jongen, jij bent altijd bij me en alles
wat van mij is is ook van jou. Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat
die broer van je dood was en levend is
http://www.ccel.org/r/robertson_at/wordpictures/htm/LU15.RWP.html .
| Lc 15,1 - Lc 15,1 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] Then drew near unto him all the publicans and sinners
for to hear him.
Luther-Bibel . 15 1 Es nahten sich ihm aber allerlei Zöllner und Sünder, um
ihn zu hören.
Tekstuitleg van Lc 15,1 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,2 - Lc 15,2 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And the Pharisees and scribes murmured, saying, This
man receiveth sinners, and eateth with them.
Luther-Bibel . 2 Und die Pharisäer und Schriftgelehrten murrten und sprachen:
Dieser nimmt die Sünder an und isst mit ihnen.
Tekstuitleg van Lc 15,2 .
| - diegogguzon (zij morden). In 3 verzen in de bijbel: (1) Nu 14,2 . (2) Lc 15,2 . (3) Lc 19,7 . Verwijzing : gogguzô (brommen, morren), zie Mc 2,15-17 . Zie ook : egogguzon (zij morden). In 3 verzen in de bijbel: (1) Mt 20,11 . (2) Lc 5,30 . (3) Joh 6,41 . |
| Lc 15,3 - Lc 15,3 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And he spake this parable unto them, saying,
Luther-Bibel . 3 Er sagte aber zu ihnen dies Gleichnis und sprach:
Tekstuitleg van Lc 15,3 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,4 - Lc 15,4 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] What man of you, having an hundred sheep, if he lose
one of them, doth not leave the ninety and nine in the wilderness, and go after
that which is lost, until he find it?
Luther-Bibel . 4 Welcher Mensch ist unter euch, der hundert Schafe hat und,
wenn er eins von ihnen verliert, nicht die neunundneunzig in der Wüste lässt
und geht dem verlorenen nach, bis er's findet?
Tekstuitleg van Lc 15,4 .
2. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Lc : anthrôpos (mens) . Lc (24) : (1) Lc 2,25 . (2) Lc 4,4 . (3) Lc 4,33 . (4) Lc 6,6 . (5) Lc 6,45 . (6) Lc 7,8 . (7) Lc 7,34 . (8) Lc 9,25 . (9) Lc 10,30 . (10) Lc 13,19 . (11) Lc 14,2 . (12) Lc 14,16 . (13) Lc 14,30 . (14) Lc 15,4 . (15) Lc 15,11 . (16) Lc 16,1 . (17) Lc 16,19 . (18) Lc 19,12 . (19) Lc 19,21 . (20) Lc 19,22 . (21) Lc 20,9 . (22) Lc 22,10 . (23) Lc 23,6 . (24) Lc 23,47 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Lc in 83 verzen , in Lc 15 in 2 verzen : (1) Lc 15,4 . (2) Lc 15,11 .
20. dat. vr. enk. erèmô(i) van het zelfst. / bijvoegl. naamw.
erèmos (woestijn, eenzame plaats) . Taalgebruik in N.T. : erèmos
(woestijn) . Taalgebruik in Lc. : erèmos
(woestijn) . Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth
(chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn)
(39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten)
. désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen
, aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is
verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is
verlaten .
Lc (5) : (1) Lc
3,2 . (2) Lc
3,4 . (3) Lc
4,1 . (4) Lc
9,12 . (5) Lc
15,4 . Een vorm van erèmos (woestijn, eenzame plaats) in Lc in 10
verzen : (1) Lc
1,80 . (2) Lc
3,2 . (3) Lc
3,4 . (4) Lc
4,1 . (5) Lc
4,42 . (6) Lc
5,16 . (7) Lc
7,24 . (8) Lc
8,29 . (9) Lc
9,12 . (10) Lc
15,4 .
| Lc 15,5 - Lc 15,5 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And when he hath found it, he layeth it on his shoulders,
rejoicing.
Luther-Bibel . 5 Und wenn er's gefunden hat, so legt er sich's auf die Schultern
voller Freude.
Tekstuitleg van Lc 15,5 .
| Lc 15,6 - Lc 15,6 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And when he cometh home, he calleth together his friends
and neighbours, saying unto them, Rejoice with me; for I have found my sheep
which was lost.
Luther-Bibel . 6 Und wenn er heimkommt, ruft er seine Freunde und Nachbarn und
spricht zu ihnen: Freut euch mit mir; denn ich habe mein Schaf gefunden, das
verloren war.
Tekstuitleg van Lc 15,6 .
3. - 5. eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16) : (1) Lc 1,23 . (2) Lc 1,40 . (3) Lc 1,56 . (4) Lc 5,24 . (5) Lc 5,25 . (6) Lc 6,4 . (7) Lc 7,10 . (8) Lc 8,39 . (9) Lc 8,41 . (10) Lc 9,61 . (11) Lc 10,38 . (12) Lc 11,24 . (13) Lc 15,6 . (14) Lc 16,27 . (15) Lc 18,14 . (16) Lc 22,54 .
| Lc 15,7 - Lc 15,7 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] I say unto you, that likewise joy shall be in heaven
over one sinner that repenteth, more than over ninety and nine just persons,
which need no repentance.
Luther-Bibel . 7 Ich sage euch: So wird auch Freude im Himmel sein über einen
Sünder, der Buße tut, mehr als über neunundneunzig Gerechte, die der Buße nicht
bedürfen. Vom verlorenen Groschen
Tekstuitleg van Lc 15,7 .
| zondigen / zondaar / zonde | zich bekeren / bekering | vergeven / vergeving |
| 1,77 | 1,77 | |
| 3,3 | 3,3 | 3,3 |
| 5,20-24 | 5,20-24 | |
| 5,30-32 | 5,30-32 | |
| 7,36-50 | 7,36-50 | |
| 11,4 | 11,4 | |
| 13,1-5 | 13,1-5 | |
| 15.1-2.7.10.18.21 | 15,7.10 | |
| 17,3-4 | 17,3-4 | 17,3-4 |
| 24,47 | 24,47 | 24,47 |
Overzicht 11: Drie woordclusters in Lucas
bekeren, bekering; c) vergeven, vergeving. In overzicht 11 zijn die gevallen bij elkaar gezet waarin Lucas minstens twee van de drie clusters met elkaar combineert.
De meest strikte parallel van 15,7 is 5,32. Dit vers luidt als volgt: ‘Ik ben
niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars, tot bekering’. De gemeenschappelijke
punten zijn de tegenstelling tussen rechtvaardigen en zondaars, en de verbinding
van ‘zondaars’ met ‘bekering’. Op grond van dit alles is het wel zeker dat Lucas
zelf de hand heeft gehad in de formulering van 15,7.
De conclusie van deze analyse van Lucas 15,4-7 is dat de oorspronkelijke gelijkenis
ook in Lucas verscholen ligt onder een redactionele laag.
239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 -- Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 -
| Lc 15,8 - Lc 15,8 : 239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] Either what woman having ten pieces of silver, if she
lose one piece, doth not light a candle, and sweep the house, and seek diligently
till she find it?
Luther-Bibel . 8 Oder welche Frau, die zehn Silbergroschen hat und einen davon
verliert, zündet nicht ein Licht an und kehrt das Haus und sucht mit Fleiß,
bis sie ihn findet?
Tekstuitleg van Lc 15,8 .
| Lc 15,9 - Lc 15,9 : 239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] And when she hath found it, she calleth her friends
and her neighbours together, saying, Rejoice with me; for I have found the piece
which I had lost.
Luther-Bibel . 9 Und wenn sie ihn gefunden hat, ruft sie ihre Freundinnen und
Nachbarinnen und spricht: Freut euch mit mir; denn ich habe meinen Silbergroschen
gefunden, den ich verloren hatte.
Tekstuitleg van Lc 15,9 .
| Lc 15,10 - Lc 15,10 : 239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 - | ||||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] Likewise, I say unto you, there is joy in the presence
of the angels of God over one sinner that repenteth.
Luther-Bibel . 10 So, sage ich euch, wird Freude sein vor den Engeln Gottes
über einen Sünder, der Buße tut. Vom verlorenen Sohn
Tekstuitleg van Lc 15,10 .
240. Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -- Lc 15 -- Lc 15,1-7 -- Lc 15,8-10 -Lc 15,11-32 maakt deel uit van een trits parabels als verduidelijking aan de farizeeën en schriftgeleerden op de omgang van Jezus met tollenaars en zondaars.
Hoe krijgt een tekst structuur ? Welke aanduidingen krijgt de lezer om de tekst te lezen ? Om een verandering van personage of van situatie aan te duiden , gebruikt Lucas soms het partikel de (echter, nu) . In Lc 15,11-32 gebeurt dat zestienmaal . In twaalf gevallen was dat voor de versindeler een reden om een nieuw vers te beginnen : (1) Lc 15,11 . (2) Lc 15,14 . (3) Lc 15,17 . (4) Lc 15,21 . (5) Lc 15,22 . (6) Lc 15,25 . (7) Lc 15,27 . (8) Lc 15,28 . (9) Lc 15,29 . (10) Lc 15,30 . (11) Lc 15,31 . (12) Lc 15,32 . Verder in : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,17 . (3) Lc 15,20 . (4) Lc 15,28 . In de Synopsis van Denaux en Vervenne wordt het Griekse partikel de vertaald door nu of echter .
| jongste zoon | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. |
| personage / acteur | de vader | de jongste zoon | de jongste zoon - ommekeer | loners en de jongste zoon | zoon en vader | zoon tot de vader | vader tot de dienaren |
| bijbelvers | Lc 15,12b | Lc 15,14 | Lc 15,17a | Lc 15,17b | Lc 15,20b | Lc 15,21 | Lc 15,22 |
| ho (hij) | diapanèsantos (verkwist) | eis heauton (tot zichzelf) | egô (ik) | eti (nog) | eipen (zei) | eipen (zei) | |
| 2de woord : de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) |
| onderwerp | dieilen (verdeelde) | autou (hij) | elthôn (komende) | ho huios (de zoon) | ho patèr (de vader) | ||
| werkwoord | autôi (aan hem) | pros tous doulous autou (tot zijn dienaren) |
| oudste zoon | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. | 8. |
| personage / acteur | de oudste zoon | de dienaar tot de oudste zoon | de oudste zoon | de vader en de oudste zoon | de oudste zoon tot de vader | de oudste zoon over de jongste zoon | de vader tot de oudste zoon | de vader nodigt de oudste zoon uit |
| bijbelvers | Lc 15,25 | Lc 15,27 | Lc 15,28a | Lc 15,28b | Lc 15,29 | Lc 15,30 | Lc 15,31 | Lc 15,32 |
| èn (was) | ho (deze) | ôrgisthè (hij werd vertoornd) | ho | ho (deze) | hote (toen) | ho (deze) | eufranthènai (verheug je) | |
| 2de woord : de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) | de (echter) |
| onderwerp | ho huios autou ho presbuteros (zijn zoon, de oudste) | patèr autou (zijn vader) | ho huios sou houtos (je zoon die ) | |||||
| werkwoord | eipen (zei) | exelthôn parekalei (naar buiten gegaan riep bij zich) | apokritheis eipen (antwoordende zei) | eipen (zei) | ||||
| autôi (aan hem) | tôi patri (aan de vader) | autôi (aan hem) |
Het verhaal van de vader en de twee zonen heeft een aantal dialogen . Deze
worden telkens ingeleid . De inleiding op wat de jongste en de oudste zoon voor
het eerst aan de vader zeggen bevat de bestemmeling tôi patri (aan de
vader). In Lc
15,12b zegt de jongste zoon: vader , geef mij . In Lc
15,29 zegt de oudste zoon : en aan mij heb je nooit gegeven . In de dialoog
spreekt de jongste zoon de vader steeds aan met 'pater' (vader) (Lc
15,12 - Lc
15,21) , de oudste zoon doet het geen enkele maal . Zelfs de inleiding verraadt
de relatie vader-zoon ; in de inleidingen van Lc
15,21a en Lc
15,22 staat zoon - vader ; in de inleidingen op de dialogen tussen de oudste
zoon en de vader niet . De jongste zoon eiste zijn deel op , ging weg , kreeg
spijt , bekende dat hij gezondigd had , stond op en keerde naar zijn vader terug
. De oudste zoon was de plichtsgetrouwe dienaar , die zijn vader het verwijt
maakte niet gegeven te hebben . De jongste zoon was zich bewust van zijn zoonschap
. Op het moment van zijn eis , zegt hij 'vader' . Bij zijn inkeer zegt hij :
ik ben niet waard jouw zoon te heten . Bij zijn aankomst spreekt hij zijn vader
aan met 'vader' . Door alles heen blijft de jongste zoon de zoon van zijn vader
. Wat de oudste zoon betreft , merken we nergens dat hij zich zoon beschouwt
.
Het verhaal doet denken aan het verhaal van de Farizeeër en de tollenaar
die samen opgaan naar de tempel . De Farizeeër prijst zijn goede daden
en voelt zich gerechtvaardigd , de tollenaar bekent zijn zonden (Lc
18,9-14) .
| 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | |||
| Lc 15,11a (Jezus) | Lc 15,12 a (de jongste zoon) | Lc 15,17a (de jongste zoon) | Lc 15,18 a (de jongste zoon) | Lc 15,21 a (de jongste zoon) | Lc 15,22 (de vader) | Lc 15,27 a (de dienaar tot de oudste zoon) | Lc 15,29 (de oudste zoon) | Lc 15,31 (de vader) |
| kai (en) | eis heauton de elthôn (echter tot zichzelf gekomen) | ho de (hij echter) | ho de apokritheis (hij echter antwoordend) | ho de (hij echter) | ||||
| eipen (hij zei) | eipen (zei) | efè (zei hij) | erô (ik zal zeggen) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) |
| de (echter) | de (echter) | de (echter) | ||||||
| ho neôteros autôn (de jongste zoon) | ho huios (de zoon) | ho patèr (de vader) | ||||||
| tôi patri (tot de vader) | autôi (aan hem) | autôi (aan hem) | pros tous doulous autou (tot zijn dienaren) | autôi (aan hem) | tôi patri (tot de vader) | autôi (aan hem) |
Wat een vader-zoonschap kan betekenen , wordt duidelijk in de relatie de Vader-Jezus . Kernpunt van het evangelie is : Jezus is de veelgeliefde zoon van God . Dat vinden we verwoord in de verhalen van de doop , de belijdenis van Petrus , de transfiguratie , de ondervraging door de hogepriester . Jezus leeft in diepe verbondenheid met God en wil die ervaring delen met zondaars en tollenaars , maar ook met anderen . Al het mijne is het uwe , zegt de vader tot de oudste zoon . De diepe ervaring van Jezus wil hij delen met anderen . Hij wil dat ook wij kinderen van God worden .
De gnostici waren ervan overtuigd dat God in ieder mens een goddelijke kern heeft gelegd . Weggaan van huis betekent weggaan van je innerlijke levensbron . Terugkeren naar de Vader is terugkeren naar je innerlijke , je hart , je wezenskern .
Een strofe van het lied van de reiziger van Lenny Kuhr verwoordt de gnostische gedachte van de terugkeer naar de innerlijke goddelijke levenskern . "Hij vond de waarheid en de zin teruggekeerd bij het begin in eigen huis , hij was alleen . Hij staarde reismoe voor zich heen . De reiziger . Hij zag ineens zo helder als glas dat in alle dingen alles was , dat hij de waarheid bij zich had , in hemzelf hé , hoe vind je dat ? De reiziger ."
| Lc 15,11 | Lc 16,1 | Lc 12,16 |
| eipen de (hij zei echter) | elegen de kai pros tous mathètas (hij zei echter ook tot zijn leerlingen) | eipen de parabolèn pros autous legôn (hij zei echter een parabel tot hen zeggende) |
| anthrôpos tis (een bepaalde mens) | anthrôpos tis èn plousios (een bepaalde mens was rijk) | anthrôpou tinos plousiou (van een bepaalde rijke mens)... |
| eichen duo huious (had twee zonen)... | hos eichen oikonomon (die had de economie - huishouden - beheer) | |
| Lc 15,13 : kai ekei dieskorpisen tèn ousian autou (en daar verkwiste hij zijn bezit) | hôs diaskorpizôn ta huparchonta autou (als verkwistende zijn goederen) | |
| Lc 16,3 : eipen de en heautôi ho oikonomos (de beheerder echter zei bij zichzekf) | kai dielogizeto en heautôi legôn (hij overlegde bij zichzelf zeggende) | |
| tí poièsô hoti (wat zal ik doen want...) | tí poièsô hoti (wat zal ik doen want...) | |
| uitvoering | uitvoering | |
| 240. Gelijkenis van de verloren zijn : Lc 15,11-32 | 241. Gelijkenis van de onrechtvaardige huishouder : Lc 16,1-9 | 211. Gelijkenis van de onverstandige rijke : Lc 12,16-21 |
| Lc 15,11 - Lc 15,11 -- Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] And he said, A certain man had two sons:
Luther-Bibel . 11 Und er sprach: Ein Mensch hatte zwei Söhne.
Tekstuitleg van Lc
15,11 . Het vers Lc
15,11 telt 7 woorden en 29 letters . De getalwaarde van Lc
15,11 is 4103 (11 X 373) . In Lc
15,11 begint de derde vergelijking als antwoord op het gemor van de Farizeeën
en de Schriftgeleerden over het omgaan van Jezus met tollenaars en zondaars
. De inleiding (eipen de = hij zei echter) in Lc
15,11 is een verkorte versie van de langere versie in Lc
15,3 (eipen de pros autous tèn parabolèn tautèn legôn
= hij zei echter tot hen deze parabel zeggende) . In de trits parabels komen
de inleidingen opvallend met elkaar overeen ; Lc
15,3 : tis anthrôpos ex humôn echôn = een bepaalde man
uit jullie heeft... ; Lc
15,8 : è tis gunè ... echousa... = of een bepaalde vrouw heeft...
; Lc 15,11
: anthrôpos tis eichen = een bepaalde man heeft ...
Lc 15,11
kunnen we verdelen in twee delen : 1. de verteller vangt aan. 2 . begin van
het verhaal : een man...
Lc 15,11.1. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .
Lc 15,11.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
3. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Lc : anthrôpos (mens) . Lc (24) : (1) Lc 2,25 . (2) Lc 4,4 . (3) Lc 4,33 . (4) Lc 6,6 . (5) Lc 6,45 . (6) Lc 7,8 . (7) Lc 7,34 . (8) Lc 9,25 . (9) Lc 10,30 . (10) Lc 13,19 . (11) Lc 14,2 . (12) Lc 14,16 . (13) Lc 14,30 . (14) Lc 15,4 . (15) Lc 15,11 . (16) Lc 16,1 . (17) Lc 16,19 . (18) Lc 19,12 . (19) Lc 19,21 . (20) Lc 19,22 . (21) Lc 20,9 . (22) Lc 22,10 . (23) Lc 23,6 . (24) Lc 23,47 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Lc in 83 verzen , in Lc 15 in 2 verzen : (1) Lc 15,4 . (2) Lc 15,11 .
| farisaios Farizeeër) | bijbel | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | syn. | ev. |
| nom. enk. farizaios | 9 | 9 | 5 | 3 | 1 | 5 | 5 | |||
| gen. enk. farisaiou | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | |||||
| nom. + voc. mv. farizaioi | 49 | 49 | 21 | 8 | 10 | 9 | 1 | 39 | 48 | |
| gen. mv. farisaiôn | 28 | 28 | 7 | 4 | 7 | 6 | 4 | 18 | 24 | |
| dat. mv. farisaiois | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | |||||
| acc. mv. farisaious | 5 | 5 | 1 | 4 | 1 | 5 | ||||
| Totaal | 95 | 95 | 28 | 12 | 27 | 19 | 8 | 1 | 67 | 86 |
4. tis (een bepaald) . Verwijzing : tis (een bepaald) , zie Lc 15,11 . Vragend of onbepaald naamwoord . Nominatief mannelijk enkelvoud . In tweeënzeventig verzen bij Lucas : (1) Lc 1,5 (hiereus tis : een bepaalde priester) . (2) Lc 3,7 (tís : wie?) . (3) Lc 4,34 . (4) Lc 4,36 . (5) Lc 5,21 . (6) Lc 16,1 . (7) Lc 16,19 . (8)
5. actief indic. imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had, hij bezat) van het werkw. echô (hebben) . Taalgebruik in het N.T. : echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik in Lc : echô (hebben, bezitten) . Lc (4) : (1) Lc 13,6 . (2) Lc 15,11 . (3) Lc 16,1 . (4) Lc 21,4 .
7. accusatief mannelijk meervoud huious (zonen) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het N.T. : huios (zoon) . Taalgebruik in Lc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils . In vier verzen bij Lc : (1) Lc 5,10 (zonen van Zebedeüs) . (2) Lc 5,34 (zonen van de bruidegom) . (3) Lc 15,11 (een bepaalde mens had twee zonen) . (4) Lc 16,8 (zonen van het licht) . Een vorm van huios (zoon) in Lc in 7 verzen : (1) Lc 15,11 . (2) Lc 15,13 . (3) Lc 15,19 . (4) Lc 15,21 . (5) Lc 15,24 . (6) Lc 15,25 . (7) Lc 15,30 .
| Lc 15,12 - Lc 15,12 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And the younger of them said to his father, Father,
give me the portion of goods that falleth to me. And he divided unto them his
living.
Luther-Bibel . 12 Und der jüngere von ihnen sprach zu dem Vater: Gib mir, Vater,
das Erbteil, das mir zusteht. Und er teilte Hab und Gut unter sie.
Tekstuitleg van Lc 15,12
Lc 15,12 kan in drie delen onderverdeeld worden : 1. de jongste , 2.wat de jongste zegt. , 3. de vader . In Lc 15,11-32 wordt eenendertigmaal het nevenschikkend voegwoord kai (en) gebruikt om een nevenschikkende zin in te leiden en tweemaal om zinsdelen met elkaar te verbinden . Via een parallelle zin verwoordt Lucas de uitvoering door de vader als antwoord op de vraag van de zoon : pater (vader) ... ho de (hij echter; dos (geef) ... dieilen (nam uiteen / verdeelde) ; moi (aan mij)... autois (aan hen) ; to epiballon meros tès ousias (het toekomende deel van het bezit) ... ton bion (het bestaansonderhoud) .
1. kai (en) . Verwijzing : kai (en) , zie Lc 1,2 . Nevenschikkend voegwoord . In 822 verzen bij Lucas . In Lc 15,12 wordt het nevenschikkend voegwoord (kai) drieëndertigmaal gebruikt ; in eenendertig gevallen wordt een nevenschikkende zin ingeleid , in zeven verzen staat het aan het begin van een vers . Er heeft verandering van personage plaats .
2. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .
3. 4. neos (nieuw, jong)
. Latijn : novus . Verwijzing : neos
(nieuw, jong) , zie Lc
15,12 . Hapax in de bijbel : Lc
5,37 .
--- neôteros (jongste, jong) . Comparatief . In eenendertig verzen in
de bijbel . In vier verzen in het N.T. : (1) Lc
15,12 . (2) Lc
15,13 . (3) . In Lc
15,25 is er sprake van ho presbuteros (de oudere = de oudste) .
8. patèr (vader) . Verwijzing : patèr (vader) , zie Lc 15,12 .
In vijftien verzen bij Lucas : (1) . (11) Lc
15,20 . (12) Lc
15,22 . (13) Lc
15,27 . (14) Lc
15,28 .
--- pater (vader) . Vocatief . In elf verzen bij Lucas : (1) Lc
10,21 . (2) Lc
11,2 . (3) Lc
15,12 . (4) Lc
15,18 . (5) Lc
15,21 . (6) Lc
16,24 (pater Abraam) . (7) Lc
16,27 . (8) Lc
16,30 (pater Abraam) . (9) Lc
22,42 . (10) Lc
23,34 . (11) Lc
23,46 . In vijf verzen richt Jezus zich tot God als 'Vader' : (1) Lc
10,21 . (2) Lc
11,2 . (9) Lc
22,42 . (10) Lc
23,34 . (11) Lc
23,46 .
--- patros . Genitief . In acht verzen bij Lucas : (6) Lc
15,17 . (7)
--- patri . Datief . In vijf verzen bij Lucas : (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,29 .
--- patera . Accusatief . In 9 verzen bij Lucas : (7) Lc
15,18 . (8) Lc
15,20 . (9)
--- pateres (vaders) . Nominatief meervoud . In 120 verzen in de bijbel . In
vierentwintig verzen in het N.T.
- epiballon
- diaireô (uiteennemen,
verdelen). Verwijzing : diaireô
(uiteennemen, verdelen), zie Lc
15,12 .
--- dieilen (hij verdeelde). Aorist 3de persoon enkelvoud. In 14 verzen in de
bijbel. In 1 vers in het N.T. : Lc
15,12 .
Lc 15,12.17.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
Lc 15,12.18. act. ind. aor. 3de pers. enk. dieilen (hij verdeelde) van het werkw. diaireô (uiteennemen, verdelen) . Taalgebruik in het N.T. : diaireô (uiteennemen, verdelen) . Taalgebruik in Lc : diaireô (uitnemen, verdelen) . Lc (1) Lc 15,12 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in dit vers voor .
| Lc 15,13 - Lc 15,13 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] And not many days after the younger son gathered all
together, and took his journey into a far country, and there wasted his substance
with riotous living.
Luther-Bibel . 13 Und nicht lange danach sammelte der jüngere Sohn alles zusammen
und zog in ein fernes Land; und dort brachte er sein Erbteil durch mit Prassen.
Tekstuitleg van Lc 15,13 .
11. act. ind. aor. 3de pers. enk. apedèmèsen van het werkw. apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) . Taalgebruik in het N.T. : apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) . Taalgebruik in Lc : apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) . Lc (2) : (1) Lc 15,13 . (2) Lc 20,9 . Lc 20,9 . Een vorm van apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) in Lc in deze twee verzen .
17. act. ind. aor. 3de pers. enk. dieskorpisen (hij verkwistte) van het werkw. diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) . Taalgebruik in het N.T. : diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) . Taalgebruik in Lc : diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) . Lc (2) : (1) Lc 1,51 . (2) Lc 15,13 . Een vorm van diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 1,51 . (2) Lc 15,13 . (3) Lc 16,1 .
22. bijw. asôtôs , zie bijvoegl. naamw. asôtos (niet te redden, verdorven, verkwistend) . Taalgebruik in het N.T. : asôtos (niet te redden, verdorven, verkwistend) . Taalgebruik in Lc : asôtos (niet te redden, verdorven, verkwistend) . Lc (1) Lc 15,13 . Deze vorm is enig in de bijbel .
| Lc 15,14 - Lc 15,14 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And when he had spent all, there arose a mighty famine
in that land; and he began to be in want.
Luther-Bibel . 14 Als er nun all das Seine verbraucht hatte, kam eine große
Hungersnot über jenes Land und er fing an zu darben
Tekstuitleg van Lc 15,14 .
1. act. part. aor. gen. mann. enk. dapanèsantos van het werkw. dapanaô (onkosten maken, verkwisten) . Taalgebruik in het N.T. : dapanaô (onkosten maken, verkwisten) . Taalgebruik in Lc : dapanaô (onkosten maken, verkwisten) . Lc (1) Lc 15,14 . Deze vorm in de bijbel enkel in dit vers van Lc .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,15 - Lc 15,15 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] And he went and joined himself to a citizen of that
country; and he sent him into his fields to feed swine.
Luther-Bibel . 15 und ging hin und hängte sich an einen Bürger jenes Landes;
der schickte ihn auf seinen Acker, die Säue zu hüten.
Tekstuitleg van Lc 15,15 .
| - poreutheis (zich op weg begevend). In 24 verzen in de bijbel; in 16 verzen in het O.T., in 8 verzen in het N.T. In 2 verzen bij Lucas : (1) Lc 14,10 . (2) Lc 15,15 . |
| Lc 15,16 - Lc 15,16 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And he would fain have filled his belly with the husks
that the swine did eat: and no man gave unto him.
Luther-Bibel . 16 Und er begehrte, seinen Bauch zu füllen mit den Schoten, die
die Säue fraßen; und niemand gab sie ihm.
Tekstuitleg van Lc 15,16 .
| Lc 15,17 - Lc 15,17 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] And when he came to himself, he said, How many hired
servants of my father's have bread enough and to spare, and I perish with hunger!
Luther-Bibel . 17 Da ging er in sich und sprach: Wie viele Tagelöhner hat mein
Vater, die Brot in Fülle haben, und ich verderbe hier im Hunger!
Tekstuitleg van Lc 15,17 .
3. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
14. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,18 - Lc 15,18 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] I will arise and go to my father, and will say unto
him, Father, I have sinned against heaven, and before thee,
Luther-Bibel . 18 Ich will mich aufmachen und zu meinem Vater gehen und zu ihm
sagen: Vater, ich habe gesündigt gegen den Himmel und vor dir.
Tekstuitleg van Lc 15,18 .
| Lc 15,19 - Lc 15,19 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And am no more worthy to be called thy son: make me
as one of thy hired servants.
Luther-Bibel . 19 Ich bin hinfort nicht mehr wert, dass ich dein Sohn heiße;
mache mich zu einem deiner Tagelöhner!
Tekstuitleg van Lc 15,19 .
| Lc 15,20 - Lc 15,20 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] And he arose, and came to his father. But when he was
yet a great way off, his father saw him, and had compassion, and ran, and fell
on his neck, and kissed him.
Luther-Bibel . 20 Und er machte sich auf und kam zu seinem Vater. Als er aber
noch weit entfernt war, sah ihn sein Vater und es jammerte ihn; er lief und
fiel ihm um den Hals und küsste ihn.
Tekstuitleg van Lc 15,20 .
9. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,21 - Lc 15,21 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And the son said unto him, Father, I have sinned against
heaven, and in thy sight, and am no more worthy to be called thy son.
Luther-Bibel . 21 Der Sohn aber sprach zu ihm: Vater, ich habe gesündigt gegen
den Himmel und vor dir; ich bin hinfort nicht mehr wert, dass ich dein Sohn
heiße.
Tekstuitleg van Lc 15,21 .
1. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,22 - Lc 15,22 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] But the father said to his servants, Bring forth the
best robe, and put it on him; and put a ring on his hand, and shoes on his feet:
Luther-Bibel . 22 Aber der Vater sprach zu seinen Knechten: Bringt schnell das
beste Gewand her und zieht es ihm an und gebt ihm einen Ring an seine Hand und
Schuhe an seine Füße
Tekstuitleg van Lc 15,22 .
1. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
18. act. imperat. aor. 2de pers. mv. dote (geeft) van het werkw. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het N.T. : didômi (geven) . Hebr. nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenach : nâthan (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Lc (5) : (1) Lc 9,13 . (2) Lc 11,41 . (3) Lc 12,33 . (4) Lc 15,22 . (5) Lc 19,24 . Bijbel (50) . O.T. (36) . N.T. (14) . Een vorm van didômi (geven) in Lc in 54 verzen , in Lc 9 (3) : (1) Lc 9,1 . (2) Lc 9,13 . (3) Lc 9,16 . In Lc : X vormen van didômi (geven) in 54 verzen in 20 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van didômi (geven) in 34 verzen in 18 / 28 hoofdstukken . Een vorm van didômi (geven) in het N.T. (416) , in de LXX (2131) .
| Lc 15,23 - Lc 15,23 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And bring hither the fatted calf, and kill it; and
let us eat, and be merry:
Luther-Bibel . 23 und bringt das gemästete Kalb und schlachtet's; lasst uns
essen und fröhlich sein!
Tekstuitleg van Lc 15,23 .
4. acc. mann. of vr. enk. moschon van het zelfst. naamw. moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in het N.T. : moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in Lc : moschos (jong dier, kalf) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .
6. nom. mann. enk. siteuton van het bijvoegl. naamw. siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in het N.T. : siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in Lc : siteutos (vetgemest) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .
| Lc 15,24 - Lc 15,24 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] For this my son was dead, and is alive again; he was
lost, and is found. And they began to be merry.
Luther-Bibel . 24 Denn dieser mein Sohn war tot und ist wieder lebendig geworden;
er war verloren und ist gefunden worden. Und sie fingen an, fröhlich zu sein.
Tekstuitleg van Lc 15,24 .
| Lc 15,25 - Lc 15,25 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] Now his elder son was in the field: and as he came
and drew nigh to the house, he heard musick and dancing.
Luther-Bibel . 25 Aber der ältere Sohn war auf dem Feld. Und als er nahe zum
Hause kam, hörte er Singen und Tanzen
Tekstuitleg van Lc 15,25 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,26 - Lc 15,26 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] And he called one of the servants, and asked what these
things meant.
Luther-Bibel . 26 und rief zu sich einen der Knechte und fragte, was das wäre.
Tekstuitleg van Lc 15,26 .
| Lc 15,27 - Lc 15,27 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] And he said unto him, Thy brother is come; and thy
father hath killed the fatted calf, because he hath received him safe and sound.
Luther-Bibel . 27 Der aber sagte ihm: Dein Bruder ist gekommen und dein Vater
hat das gemästete Kalb geschlachtet, weil er ihn gesund wiederhat.
Tekstuitleg van Lc 15,27 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
3. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .
16. acc. mann. of vr. enk. moschon van het zelfst. naamw. moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in het N.T. : moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in Lc : moschos (jong dier, kalf) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .
18. nom. mann. enk. siteuton van het bijvoegl. naamw. siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in het N.T. : siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in Lc : siteutos (vetgemest) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .
| Lc 15,28 - Lc 15,28 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] And he was angry, and would not go in: therefore came
his father out, and intreated him.
Luther-Bibel . 28 Da wurde er zornig und wollte nicht hineingehen. Da ging sein
Vater heraus und bat ihn.
Tekstuitleg van Lc 15,28 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
8. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
| Lc 15,29 - Lc 15,29 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] And he answering said to his father, Lo, these many
years do I serve thee, neither transgressed I at any time thy commandment: and
yet thou never gavest me a kid, that I might make merry with my friends:
Luther-Bibel . 29 Er antwortete aber und sprach zu seinem Vater: Siehe, so viele
Jahre diene ich dir und habe dein Gebot noch nie übertreten, und du hast mir
nie einen Bock gegeben, dass ich mit meinen Freunden fröhlich gewesen wäre.
Tekstuitleg van Lc 15,29 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
4. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .
| Lc 15,30 - Lc 15,30 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [30] But as soon as this thy son was come, which hath devoured
thy living with harlots, thou hast killed for him the fatted calf.
Luther-Bibel . 30 Nun aber, da dieser dein Sohn gekommen ist, der dein Hab und
Gut mit Huren verprasst hat, hast du ihm das gemästete Kalb geschlachtet.
Tekstuitleg van Lc 15,30 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
18. nom. mann. enk. siteuton van het bijvoegl. naamw. siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in het N.T. : siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in Lc : siteutos (vetgemest) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .
19. acc. mann. of vr. enk. moschon van het zelfst. naamw. moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in het N.T. : moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in Lc : moschos (jong dier, kalf) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .
| Lc 15,31 - Lc 15,31 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [31] And he said unto him, Son, thou art ever with me, and
all that I have is thine.
Luther-Bibel . 31 Er aber sprach zu ihm: Mein Sohn, du bist allezeit bei mir
und alles, was mein ist, das ist dein.
Tekstuitleg van Lc 15,31 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .
3. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .
| Lc 15,32 - Lc 15,32 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [32] It was meet that we should make merry, and be glad:
for this thy brother was dead, and is alive again; and was lost, and is found.
Luther-Bibel . 32 Du solltest aber fröhlich und guten Mutes sein; denn dieser
dein Bruder war tot und ist wieder lebendig geworden, er war verloren und ist
wiedergefunden.
Tekstuitleg van Lc 15,32 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc
15,1 . (2) Lc
15,3 . (3) Lc
15,11 . (4) Lc
15,12 . (5) Lc
15,14 . (6) Lc
15,17 (2X) . (7) Lc
15,20 (2X) . (8) Lc
15,21 . (9) Lc
15,22 . (10) Lc
15,25 . (11) Lc
15,27 . (12) Lc
15,28 (2X) . (13) Lc
15,29 . (14) Lc
15,30 . (15) Lc
15,31 . (16) Lc
15,32 .