LUCASEVANGELIE , VIJFTIENDE HOOFDSTUK , LC 15 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 -
- Lc 15,1-3.11-32 -- Lc 15,1-7 -- Lc 15,8-10 -- Lc 15,1-10 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Lucasevangelie : Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 ,
Tekstuitleg
- Lc 15,1-7 - Lc 15,8-10 Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 -
Tekstuitleg vers per vers : - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Lc 15,1 . Lc 15,2 . Lc 15,3 . Lc 15,4 . Lc 15,5 . Lc 15,6 . Lc 15,7 . Lc 15,8 . Lc 15,9 . Lc 15,10 . Lc 15,11 . Lc 15,12 . Lc 15,13 . Lc 15,14 . Lc 15,15 . Lc 15,16 . Lc 15,17 . Lc 15,18 . Lc 15,19 . Lc 15,20 . Lc 15,21 . Lc 15,22 . Lc 15,23 . Lc 15,24 . Lc 15,25 . Lc 15,26 . Lc 15,27 . Lc 15,28 . Lc 15,29 . Lc 15,30 . Lc 15,31 . Lc 15,32 .

Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
http://www.beleven.org/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- anthrôpos (mens, man) , zie Lc 15,11 .
- diaireô (uiteennemen, verdelen) , zie Lc 15,12 .
- echô (hebben, bezitten) , zie Lc 15,11 .
- Ièsous (Jezus) , zie Lc 15,11 .
- legô (zeggen) , zie Lc 15,11 .
- neos (nieuw, jong) , zie Lc 15,12 .
- patèr (vader) , zie Lc 15 .
- tis (een bepaald) , zie Lc 15,11 .
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Lc 15,1-10 : 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het vijftiende hoofdstuk van het Lucasevangelie :
238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 -
239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 -
240. Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 -

Evangelie op de 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar . Lc 15,1-10 .
In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden: "Die man ontvangt zondaars en eet met hen". Hij hield hun deze gelijkenis voor: "Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er één verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar het verlorene totdat hij het vindt? En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: deelt in mijn vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden. Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. Of welke vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest steekt niet een lamp aan, veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze het vindt? En als ze het gevonden heeft roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: Deelt in mijn vreugde, want het zilverstuk dat ik had verloren, heb ik gevonden. Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert."

Evangelie van de 4de (vierde) zondag in de veertigdagentijd C : Lc 15,1-3.11-32 (Verwijzing : Lc 15,1-3.11-32) :
In die tijd kwamen er tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de Schriftgeleerden morden daarover en zeiden: "Die man ontvangt zondaars en eet met hen." Hij hield hun deze gelijkenis voor: Hij sprak: "Een man had twee zonen. Nu zei de jongste van hen tot zijn vader: Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land die hem het veld in stuurde om varkens te hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan als een van uw dagloners. Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Maar de zoon zei tot hem: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten. Doch de vader gelastte zijn knechten: Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. Ze begonnen dus feest te vieren. Intussen was zijn oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had. Deze antwoordde: Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen. Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen. Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong gaf hij zijn vader ten antwoord: Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten. Toen antwoordde de vader: Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is is ook van jou. Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is

238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -

http://www.ccel.org/r/robertson_at/wordpictures/htm/LU15.RWP.html .

Lc 15,1 - Lc 15,1 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:1 èsan de autô eggizontes pantes oi telônai kai oi amartôloi akouein autou   1 erant autem adpropinquantes ei publicani et peccatores ut audirent illum    In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren.   1 En al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen.   [1] Telkens* kwamen alle tollenaars en zondaars naar Hem luisteren.  [1] Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren.  1 ¶ Het waren al de tollenaars en de zondaars die tot hem naderden om naar hem te horen;  1. Cependant tous les publicains et les pécheurs s'approchaient de lui pour l'entendre.  

King James Bible . [1] Then drew near unto him all the publicans and sinners for to hear him.
Luther-Bibel . 15 1 Es nahten sich ihm aber allerlei Zöllner und Sünder, um ihn zu hören.

Tekstuitleg van Lc 15,1 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,2 - Lc 15,2 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:2 kai diegogguzon oi te farisaioi kai oi grammateis legontes oti outos amartôlous prosdechetai kai sunesthiei autois   2 et murmurabant Pharisaei et scribae dicentes quia hic peccatores recipit et manducat cum illis    De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden: "Die man ontvangt zondaars en eet met hen".  2 En de Farizeën en de Schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen.  [2] De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’  [2] Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’  2 gemor steeg op van de farizeeërs en de schriftgeleerden; ze zeiden: deze man ontvangt zondaars en eet met hen!  2. Et les Pharisiens et les scribes de murmurer : « Cet homme, disaient-ils, fait bon accueil aux pécheurs et mange avec eux ! » 

King James Bible . [2] And the Pharisees and scribes murmured, saying, This man receiveth sinners, and eateth with them.
Luther-Bibel . 2 Und die Pharisäer und Schriftgelehrten murrten und sprachen: Dieser nimmt die Sünder an und isst mit ihnen.

Tekstuitleg van Lc 15,2 .

- diegogguzon (zij morden). In 3 verzen in de bijbel: (1) Nu 14,2 . (2) Lc 15,2 . (3) Lc 19,7 . Verwijzing : gogguzô (brommen, morren), zie Mc 2,15-17 . Zie ook : egogguzon (zij morden). In 3 verzen in de bijbel: (1) Mt 20,11 . (2) Lc 5,30 . (3) Joh 6,41 .

 

Lc 15,3 - Lc 15,3 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:3 eipen de pros autous tèn parabolèn tautèn legôn   3 et ait ad illos parabolam istam dicens     Hij hield hun deze gelijkenis voor:   3 En Hij sprak tot hen deze gelijkenis, zeggende:   [3] Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:  [3] Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis:   3 Dan zegt hij tot hen deze gelijkenis; hij zegt:   3. Il leur dit alors cette parabole :  

King James Bible . [3] And he spake this parable unto them, saying,
Luther-Bibel . 3 Er sagte aber zu ihnen dies Gleichnis und sprach:

Tekstuitleg van Lc 15,3 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,4 - Lc 15,4 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:4 tis anthrôpos ex umôn echôn ekaton probata kai apolesas ex autôn en ou kataleipei ta enenèkonta ennea en tè erèmô kai poreuetai epi to apolôlos eôs eurè auto  4 quis ex vobis homo qui habet centum oves et si perdiderit unam ex illis nonne dimittit nonaginta novem in deserto et vadit ad illam quae perierat donec inveniat illam    "Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er één verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar het verlorene totdat hij het vindt?  4 Wat mens onder u, hebbende honderd schapen; en een van die verliezende, verlaat niet de negen en negentig in de woestijn, en gaat naar het verlorene, totdat hij hetzelve vinde?  [4] ‘Als een van u honderd schapen heeft en er één van verliest, laat hij dan niet de negenennegentig andere schapen in de eenzaamheid achter om op zoek te gaan naar het verloren schaap, totdat hij het vindt?  [4] ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft?  4 welke mens uit uw midden die honderd schapen heeft en er van hen één verliest, zal niet de negenennegentig achterlaten in de woestijn en achter het verlorene aangaan tot hij het vindt?  4. « Lequel d'entre vous, s'il a cent brebis et vient à en perdre une, n'abandonne les quatre-vingt-dix-neuf autres dans le désert pour s'en aller après celle qui est perdue, jusqu'à ce qu'il l'ait retrouvée ?  

King James Bible . [4] What man of you, having an hundred sheep, if he lose one of them, doth not leave the ninety and nine in the wilderness, and go after that which is lost, until he find it?
Luther-Bibel . 4 Welcher Mensch ist unter euch, der hundert Schafe hat und, wenn er eins von ihnen verliert, nicht die neunundneunzig in der Wüste lässt und geht dem verlorenen nach, bis er's findet?

Tekstuitleg van Lc 15,4 .

2. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Lc : anthrôpos (mens) . Lc (24) : (1) Lc 2,25 . (2) Lc 4,4 . (3) Lc 4,33 . (4) Lc 6,6 . (5) Lc 6,45 . (6) Lc 7,8 . (7) Lc 7,34 . (8) Lc 9,25 . (9) Lc 10,30 . (10) Lc 13,19 . (11) Lc 14,2 . (12) Lc 14,16 . (13) Lc 14,30 . (14) Lc 15,4 . (15) Lc 15,11 . (16) Lc 16,1 . (17) Lc 16,19 . (18) Lc 19,12 . (19) Lc 19,21 . (20) Lc 19,22 . (21) Lc 20,9 . (22) Lc 22,10 . (23) Lc 23,6 . (24) Lc 23,47 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Lc in 83 verzen , in Lc 15 in 2 verzen : (1) Lc 15,4 . (2) Lc 15,11 .

20. dat. vr. enk. erèmô(i) van het zelfst. / bijvoegl. naamw. erèmos (woestijn, eenzame plaats) . Taalgebruik in N.T. : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in Lc. : erèmos (woestijn) . Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth (chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn) (39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten) . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten .
Lc (5) : (1) Lc 3,2 . (2) Lc 3,4 . (3) Lc 4,1 . (4) Lc 9,12 . (5) Lc 15,4 . Een vorm van erèmos (woestijn, eenzame plaats) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,80 . (2) Lc 3,2 . (3) Lc 3,4 . (4) Lc 4,1 . (5) Lc 4,42 . (6) Lc 5,16 . (7) Lc 7,24 . (8) Lc 8,29 . (9) Lc 9,12 . (10) Lc 15,4 .

Lc 15,5 - Lc 15,5 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:5 kai eurôn epitithèsin epi tous ômous autou chairôn 5 et cum invenerit eam inponit in umeros suos gaudens    En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders  5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het op zijn schouders, verblijd zijnde.  [5] En als hij het gevonden heeft, neemt hij het vol blijdschap op zijn schouders;  [5] En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders   5 En als hij het vindt legt hij het op zijn schouders en is hij verheugd;    5. Et, quand il l'a retrouvée, il la met, tout joyeux, sur ses épaules

King James Bible . [5] And when he hath found it, he layeth it on his shoulders, rejoicing.
Luther-Bibel . 5 Und wenn er's gefunden hat, so legt er sich's auf die Schultern voller Freude.

Tekstuitleg van Lc 15,5 .

Lc 15,6 - Lc 15,6 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:6 kai elthôn eis ton oikon sugkalei tous filous kai tous geitonas legôn autois sugcharète moi oti euron to probaton mou to apolôlos   6 et veniens domum convocat amicos et vicinos dicens illis congratulamini mihi quia inveni ovem meam quae perierat    en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: deelt in mijn vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden.   6 En te huis komende, roept hij de vrienden en de geburen samen, zeggende tot hen: Weest blijde met mij; want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was.   [6] thuisgekomen roept hij zijn vrienden en buren en zegt hun: “Deel in mijn blijdschap want ik heb mijn verloren schaap weer teruggevonden.”   [6] en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”  6 als hij bij huis aankomt roept hij de vrienden en de buren bijeen en zegt tot hen: weest mét mij verheugd, omdat ik mijn schaap gevonden heb dat verloren was!–  6. et, de retour chez lui, il assemble amis et voisins et leur dit : «Réjouissez-vous avec moi, car je l'ai retrouvée, ma brebis qui était perdue ! »  

King James Bible . [6] And when he cometh home, he calleth together his friends and neighbours, saying unto them, Rejoice with me; for I have found my sheep which was lost.
Luther-Bibel . 6 Und wenn er heimkommt, ruft er seine Freunde und Nachbarn und spricht zu ihnen: Freut euch mit mir; denn ich habe mein Schaf gefunden, das verloren war.

Tekstuitleg van Lc 15,6 .

3. - 5. eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16) : (1) Lc 1,23 . (2) Lc 1,40 . (3) Lc 1,56 . (4) Lc 5,24 . (5) Lc 5,25 . (6) Lc 6,4 . (7) Lc 7,10 . (8) Lc 8,39 . (9) Lc 8,41 . (10) Lc 9,61 . (11) Lc 10,38 . (12) Lc 11,24 . (13) Lc 15,6 . (14) Lc 16,27 . (15) Lc 18,14 . (16) Lc 22,54 .

Lc 15,7 - Lc 15,7 : 238. Gelijkenis van het verloren schaap : Lc 15,1-7 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,1 - Lc 15,2 - Lc 15,3 - Lc 15,4 - Lc 15,5 - Lc 15,6 - Lc 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:7 legô umin oti outôs chara en tô ouranô estai epi eni amartôlô metanoounti è epi enenèkonta ennea dikaiois oitines ou chreian echousin metanoias  7 dico vobis quod ita gaudium erit in caelo super uno peccatore paenitentiam habente quam super nonaginta novem iustis qui non indigent paenitentia    Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.  7 Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben.   [7] Ik zeg u, zo zal er in de hemel* meer blijdschap zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.   [7] Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.  7 ik zeg u: zo zal er in de hemel méér vreugde zijn over één zondaar die tot omkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen omkeer nodig hebben!–  7. C'est ainsi, je vous le dis, qu'il y aura plus de joie dans le ciel pour un seul pécheur qui se repent que pour quatre-vingt-dix-neuf justes, qui n'ont pas besoin de repentir. 

King James Bible . [7] I say unto you, that likewise joy shall be in heaven over one sinner that repenteth, more than over ninety and nine just persons, which need no repentance.
Luther-Bibel . 7 Ich sage euch: So wird auch Freude im Himmel sein über einen Sünder, der Buße tut, mehr als über neunundneunzig Gerechte, die der Buße nicht bedürfen. Vom verlorenen Groschen

Tekstuitleg van Lc 15,7 .

zondigen / zondaar / zonde  zich bekeren / bekering  vergeven / vergeving
1,77   1,77
3,3 3,3 3,3
5,20-24   5,20-24
5,30-32 5,30-32  
7,36-50   7,36-50
11,4   11,4
13,1-5 13,1-5  
15.1-2.7.10.18.21  15,7.10  
17,3-4 17,3-4 17,3-4
24,47 24,47 24,47

Overzicht 11: Drie woordclusters in Lucas

bekeren, bekering; c) vergeven, vergeving. In overzicht 11 zijn die gevallen bij elkaar gezet waarin Lucas minstens twee van de drie clusters met elkaar combineert.

De meest strikte parallel van 15,7 is 5,32. Dit vers luidt als volgt: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars, tot bekering’. De gemeenschappelijke punten zijn de tegenstelling tussen rechtvaardigen en zondaars, en de verbinding van ‘zondaars’ met ‘bekering’. Op grond van dit alles is het wel zeker dat Lucas zelf de hand heeft gehad in de formulering van 15,7.
De conclusie van deze analyse van Lucas 15,4-7 is dat de oorspronkelijke gelijkenis ook in Lucas verscholen ligt onder een redactionele laag.

239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 -- Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 -
Lc 15,8 - Lc 15,8 : 239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:8 è tis gunè drachmas echousa deka ean apolesè drachmèn mian ouchi aptei luchnon kai saroi tèn oikian kai zètei epimelôs eôs ou eurè   8 aut quae mulier habens dragmas decem si perdiderit dragmam unam nonne accendit lucernam et everrit domum et quaerit diligenter donec inveniat    Of welke vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest steekt niet een lamp aan, veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze het vindt?   8 Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij een penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt?   [8] Of als een vrouw die tien drachmen heeft, er één verliest, steekt ze dan niet een lamp aan, veegt het huis en zoekt zorgvuldig totdat zij die drachme vindt?  [8] En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft?  8 of welke vrouw die tien drachmen heeft, zal niet, als ze één drachme verliest, een lamp grijpen, het huis vegen en naarstig zoeken totdat zij vindt?–  8. « Ou bien, quelle est la femme qui, si elle a dix drachmes et vient à en perdre une, n'allume une lampe, ne balaie la maison et ne cherche avec soin, jusqu'à ce qu'elle l'ait retrouvée ? 

King James Bible . [8] Either what woman having ten pieces of silver, if she lose one piece, doth not light a candle, and sweep the house, and seek diligently till she find it?
Luther-Bibel . 8 Oder welche Frau, die zehn Silbergroschen hat und einen davon verliert, zündet nicht ein Licht an und kehrt das Haus und sucht mit Fleiß, bis sie ihn findet?

Tekstuitleg van Lc 15,8 .

Lc 15,9 - Lc 15,9 : 239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:9 kai eurousa sugkalei tas filas kai geitonas legousa sugcharète moi oti euron tèn drachmèn èn apôlesa  9 et cum invenerit convocat amicas et vicinas dicens congratulamini mihi quia inveni dragmam quam perdideram     En als ze het gevonden heeft roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: Deelt in mijn vreugde, want het zilverstuk dat ik had verloren, heb ik gevonden.   9 En als zij dien gevonden heeft, roept zij de vriendinnen en de geburinnen samen, zeggende: Weest blijde met mij; want ik heb den penning gevonden, dien ik verloren had.  [9] En als zij die gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren en zegt: “Deel in mijn blijdschap, want de drachme die ik verloren had, heb ik teruggevonden.”  [9] En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.”  9 en als zij vindt roept zij de vriendinnen bijeen en zegt: weest mét mij verheugd, omdat ik de drachme heb gevonden die ik had verloren!–  9. Et, quand elle l'a retrouvée, elle assemble amies et voisines et leur dit : «Réjouissez-vous avec moi, car je l'ai retrouvée, la drachme que j'avais perdue ! » 

King James Bible . [9] And when she hath found it, she calleth her friends and her neighbours together, saying, Rejoice with me; for I have found the piece which I had lost.
Luther-Bibel . 9 Und wenn sie ihn gefunden hat, ruft sie ihre Freundinnen und Nachbarinnen und spricht: Freut euch mit mir; denn ich habe meinen Silbergroschen gefunden, den ich verloren hatte.

Tekstuitleg van Lc 15,9 .

Lc 15,10 - Lc 15,10 : 239. Gelijkenis van de verloren drachme : Lc 15,8-10 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,8 - Lc 15,9 - Lc 15,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 24ste (vierentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:10 outôs legô umin ginetai chara enôpion tôn aggelôn tou theou epi eni amartôlô metanoounti   10 ita dico vobis gaudium erit coram angelis Dei super uno peccatore paenitentiam agente    Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert."  10 Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.   [10] Zo, zeg Ik u, is er blijdschap bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.’  [10] Zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’  10 zó, zeg ik u, geschiedt er vreugde voor het aanschijn van Gods engelen over één zondaar die tot omkeer komt!   10. C'est ainsi, je vous le dis, qu'il naît de la joie devant les anges de Dieu pour un seul pécheur qui se repent. »  

King James Bible . [10] Likewise, I say unto you, there is joy in the presence of the angels of God over one sinner that repenteth.
Luther-Bibel . 10 So, sage ich euch, wird Freude sein vor den Engeln Gottes über einen Sünder, der Buße tut. Vom verlorenen Sohn

Tekstuitleg van Lc 15,10 .

240. Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -- Lc 15 -- Lc 15,1-7 -- Lc 15,8-10 -

Lc 15,11-32 maakt deel uit van een trits parabels als verduidelijking aan de farizeeën en schriftgeleerden op de omgang van Jezus met tollenaars en zondaars.

Hoe krijgt een tekst structuur ? Welke aanduidingen krijgt de lezer om de tekst te lezen ? Om een verandering van personage of van situatie aan te duiden , gebruikt Lucas soms het partikel de (echter, nu) . In Lc 15,11-32 gebeurt dat zestienmaal . In twaalf gevallen was dat voor de versindeler een reden om een nieuw vers te beginnen : (1) Lc 15,11 . (2) Lc 15,14 . (3) Lc 15,17 . (4) Lc 15,21 . (5) Lc 15,22 . (6) Lc 15,25 . (7) Lc 15,27 . (8) Lc 15,28 . (9) Lc 15,29 . (10) Lc 15,30 . (11) Lc 15,31 . (12) Lc 15,32 . Verder in : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,17 . (3) Lc 15,20 . (4) Lc 15,28 . In de Synopsis van Denaux en Vervenne wordt het Griekse partikel de vertaald door nu of echter .

jongste zoon 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
personage / acteur de vader de jongste zoon de jongste zoon - ommekeer loners en de jongste zoon zoon en vader zoon tot de vader vader tot de dienaren
bijbelvers Lc 15,12b Lc 15,14 Lc 15,17a Lc 15,17b Lc 15,20b Lc 15,21   Lc 15,22
  ho (hij) diapanèsantos (verkwist) eis heauton (tot zichzelf) egô (ik) eti (nog) eipen (zei) eipen (zei)
2de woord : de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter)
onderwerp dieilen (verdeelde) autou (hij) elthôn (komende)     ho huios (de zoon) ho patèr (de vader)
werkwoord           autôi (aan hem) pros tous doulous autou (tot zijn dienaren)

 oudste zoon 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
personage / acteur de oudste zoon de dienaar tot de oudste zoon de oudste zoon de vader en de oudste zoon de oudste zoon tot de vader de oudste zoon over de jongste zoon de vader tot de oudste zoon de vader nodigt de oudste zoon uit
bijbelvers Lc 15,25 Lc 15,27 Lc 15,28a Lc 15,28b Lc 15,29 Lc 15,30 Lc 15,31 Lc 15,32
  èn (was) ho (deze) ôrgisthè (hij werd vertoornd) ho ho (deze) hote (toen) ho (deze) eufranthènai (verheug je)
2de woord : de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter) de (echter)
onderwerp ho huios autou ho presbuteros (zijn zoon, de oudste)     patèr autou (zijn vader)   ho huios sou houtos (je zoon die )    
werkwoord   eipen (zei)   exelthôn parekalei (naar buiten gegaan riep bij zich) apokritheis eipen (antwoordende zei)   eipen (zei)  
    autôi (aan hem)     tôi patri (aan de vader)   autôi (aan hem)  

Het verhaal van de vader en de twee zonen heeft een aantal dialogen . Deze worden telkens ingeleid . De inleiding op wat de jongste en de oudste zoon voor het eerst aan de vader zeggen bevat de bestemmeling tôi patri (aan de vader). In Lc 15,12b zegt de jongste zoon: vader , geef mij . In Lc 15,29 zegt de oudste zoon : en aan mij heb je nooit gegeven . In de dialoog spreekt de jongste zoon de vader steeds aan met 'pater' (vader) (Lc 15,12 - Lc 15,21) , de oudste zoon doet het geen enkele maal . Zelfs de inleiding verraadt de relatie vader-zoon ; in de inleidingen van Lc 15,21a en Lc 15,22 staat zoon - vader ; in de inleidingen op de dialogen tussen de oudste zoon en de vader niet . De jongste zoon eiste zijn deel op , ging weg , kreeg spijt , bekende dat hij gezondigd had , stond op en keerde naar zijn vader terug . De oudste zoon was de plichtsgetrouwe dienaar , die zijn vader het verwijt maakte niet gegeven te hebben . De jongste zoon was zich bewust van zijn zoonschap . Op het moment van zijn eis , zegt hij 'vader' . Bij zijn inkeer zegt hij : ik ben niet waard jouw zoon te heten . Bij zijn aankomst spreekt hij zijn vader aan met 'vader' . Door alles heen blijft de jongste zoon de zoon van zijn vader . Wat de oudste zoon betreft , merken we nergens dat hij zich zoon beschouwt .
Het verhaal doet denken aan het verhaal van de Farizeeër en de tollenaar die samen opgaan naar de tempel . De Farizeeër prijst zijn goede daden en voelt zich gerechtvaardigd , de tollenaar bekent zijn zonden (Lc 18,9-14) .

  1.     2. 3. 4. 5. 6.
Lc 15,11a (Jezus) Lc 15,12 a (de jongste zoon) Lc 15,17a (de jongste zoon) Lc 15,18 a (de jongste zoon) Lc 15,21 a (de jongste zoon) Lc 15,22 (de vader) Lc 15,27 a (de dienaar tot de oudste zoon) Lc 15,29 (de oudste zoon) Lc 15,31 (de vader)
  kai (en) eis heauton de elthôn (echter tot zichzelf gekomen)       ho de (hij echter) ho de apokritheis (hij echter antwoordend) ho de (hij echter)
eipen (hij zei) eipen (zei) efè (zei hij) erô (ik zal zeggen) eipen (zei) eipen (zei) eipen (zei) eipen (zei) eipen (zei)
de (echter)       de (echter) de (echter)      
  ho neôteros autôn (de jongste zoon)     ho huios (de zoon) ho patèr (de vader)      
  tôi patri (tot de vader)   autôi (aan hem) autôi (aan hem) pros tous doulous autou (tot zijn dienaren) autôi (aan hem) tôi patri (tot de vader) autôi (aan hem)

Wat een vader-zoonschap kan betekenen , wordt duidelijk in de relatie de Vader-Jezus . Kernpunt van het evangelie is : Jezus is de veelgeliefde zoon van God . Dat vinden we verwoord in de verhalen van de doop , de belijdenis van Petrus , de transfiguratie , de ondervraging door de hogepriester . Jezus leeft in diepe verbondenheid met God en wil die ervaring delen met zondaars en tollenaars , maar ook met anderen . Al het mijne is het uwe , zegt de vader tot de oudste zoon . De diepe ervaring van Jezus wil hij delen met anderen . Hij wil dat ook wij kinderen van God worden .

De gnostici waren ervan overtuigd dat God in ieder mens een goddelijke kern heeft gelegd . Weggaan van huis betekent weggaan van je innerlijke levensbron . Terugkeren naar de Vader is terugkeren naar je innerlijke , je hart , je wezenskern .

Een strofe van het lied van de reiziger van Lenny Kuhr verwoordt de gnostische gedachte van de terugkeer naar de innerlijke goddelijke levenskern . "Hij vond de waarheid en de zin teruggekeerd bij het begin in eigen huis , hij was alleen . Hij staarde reismoe voor zich heen . De reiziger . Hij zag ineens zo helder als glas dat in alle dingen alles was , dat hij de waarheid bij zich had , in hemzelf hé , hoe vind je dat ? De reiziger ."

Lc 15,11 Lc 16,1 Lc 12,16
eipen de (hij zei echter) elegen de kai pros tous mathètas (hij zei echter ook tot zijn leerlingen) eipen de parabolèn pros autous legôn (hij zei echter een parabel tot hen zeggende)
anthrôpos tis (een bepaalde mens) anthrôpos tis èn plousios (een bepaalde mens was rijk) anthrôpou tinos plousiou (van een bepaalde rijke mens)...
eichen duo huious (had twee zonen)... hos eichen oikonomon (die had de economie - huishouden - beheer)  
Lc 15,13 : kai ekei dieskorpisen tèn ousian autou (en daar verkwiste hij zijn bezit) hôs diaskorpizôn ta huparchonta autou (als verkwistende zijn goederen)  
  Lc 16,3 : eipen de en heautôi ho oikonomos (de beheerder echter zei bij zichzekf) kai dielogizeto en heautôi legôn (hij overlegde bij zichzelf zeggende)
  tí poièsô hoti (wat zal ik doen want...) tí poièsô hoti (wat zal ik doen want...)
  uitvoering uitvoering
240. Gelijkenis van de verloren zijn : Lc 15,11-32  241. Gelijkenis van de onrechtvaardige huishouder : Lc 16,1-9 211. Gelijkenis van de onverstandige rijke : Lc 12,16-21 

 

Lc 15,11 - Lc 15,11 -- Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Eipen de anthrôpos tis eichen duo huious   11 ait autem homo quidam habuit duos filios    11 En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.   [11] Hij zei: ‘Iemand* had twee zonen.  [11] Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen.   11 ¶ Hij zegt: zomaar een mens had twee zonen;  11. Il dit encore : « Un homme avait deux fils. 

King James Bible . [11] And he said, A certain man had two sons:
Luther-Bibel . 11 Und er sprach: Ein Mensch hatte zwei Söhne.

Tekstuitleg van Lc 15,11 . Het vers Lc 15,11 telt 7 woorden en 29 letters . De getalwaarde van Lc 15,11 is 4103 (11 X 373) . In Lc 15,11 begint de derde vergelijking als antwoord op het gemor van de Farizeeën en de Schriftgeleerden over het omgaan van Jezus met tollenaars en zondaars . De inleiding (eipen de = hij zei echter) in Lc 15,11 is een verkorte versie van de langere versie in Lc 15,3 (eipen de pros autous tèn parabolèn tautèn legôn = hij zei echter tot hen deze parabel zeggende) . In de trits parabels komen de inleidingen opvallend met elkaar overeen ; Lc 15,3 : tis anthrôpos ex humôn echôn = een bepaalde man uit jullie heeft... ; Lc 15,8 : è tis gunè ... echousa... = of een bepaalde vrouw heeft... ; Lc 15,11 : anthrôpos tis eichen = een bepaalde man heeft ...
Lc 15,11 kunnen we verdelen in twee delen : 1. de verteller vangt aan. 2 . begin van het verhaal : een man...

Lc 15,11.1. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .

Lc 15,11.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

3. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Lc : anthrôpos (mens) . Lc (24) : (1) Lc 2,25 . (2) Lc 4,4 . (3) Lc 4,33 . (4) Lc 6,6 . (5) Lc 6,45 . (6) Lc 7,8 . (7) Lc 7,34 . (8) Lc 9,25 . (9) Lc 10,30 . (10) Lc 13,19 . (11) Lc 14,2 . (12) Lc 14,16 . (13) Lc 14,30 . (14) Lc 15,4 . (15) Lc 15,11 . (16) Lc 16,1 . (17) Lc 16,19 . (18) Lc 19,12 . (19) Lc 19,21 . (20) Lc 19,22 . (21) Lc 20,9 . (22) Lc 22,10 . (23) Lc 23,6 . (24) Lc 23,47 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Lc in 83 verzen , in Lc 15 in 2 verzen : (1) Lc 15,4 . (2) Lc 15,11 .

farisaios Farizeeër) bijbel  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. syn. ev.
nom. enk. farizaios      
gen. enk. farisaiou          
nom. + voc. mv. farizaioi 49 49 21 8 10 9 1   39  48 
gen. mv. farisaiôn 28  28    18  24 
dat. mv. farisaiois          
acc. mv. farisaious        
Totaal   95  95  28  12  27  19  67  86 

 

4. tis (een bepaald) . Verwijzing : tis (een bepaald) , zie Lc 15,11 . Vragend of onbepaald naamwoord . Nominatief mannelijk enkelvoud . In tweeënzeventig verzen bij Lucas : (1) Lc 1,5 (hiereus tis : een bepaalde priester) . (2) Lc 3,7 (tís : wie?) . (3) Lc 4,34 . (4) Lc 4,36 . (5) Lc 5,21 . (6) Lc 16,1 . (7) Lc 16,19 . (8)

5. actief indic. imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had, hij bezat) van het werkw. echô (hebben) . Taalgebruik in het N.T. : echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik in Lc : echô (hebben, bezitten) . Lc (4) : (1) Lc 13,6 . (2) Lc 15,11 . (3) Lc 16,1 . (4) Lc 21,4 .

7. accusatief mannelijk meervoud huious (zonen) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het N.T. : huios (zoon) . Taalgebruik in Lc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils . In vier verzen bij Lc : (1) Lc 5,10 (zonen van Zebedeüs) . (2) Lc 5,34 (zonen van de bruidegom) . (3) Lc 15,11 (een bepaalde mens had twee zonen) . (4) Lc 16,8 (zonen van het licht) . Een vorm van huios (zoon) in Lc in 7 verzen : (1) Lc 15,11 . (2) Lc 15,13 . (3) Lc 15,19 . (4) Lc 15,21 . (5) Lc 15,24 . (6) Lc 15,25 . (7) Lc 15,30 .

Lc 15,12 - Lc 15,12 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai eipen ho neôteros autôn tôi patri pater dos moi to epiballon meros tès ousias ho de dieilen autois ton bion 12 et dixit adulescentior ex illis patri pater da mihi portionem substantiae quae me contingit et divisit illis substantiam    12 En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.   [12] De* jongste zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.” En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.   [12] De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen.   12 dan zegt de jongste van hen tot zijn vader: vader, geef mij van wat er is het deel dat mij toekomt!– en hij heeft onder hen de leeftocht verdeeld.  12. Le plus jeune dit à son père : «Père, donne-moi la part de fortune qui me revient. » Et le père leur partagea son bien.  

King James Bible . [12] And the younger of them said to his father, Father, give me the portion of goods that falleth to me. And he divided unto them his living.
Luther-Bibel . 12 Und der jüngere von ihnen sprach zu dem Vater: Gib mir, Vater, das Erbteil, das mir zusteht. Und er teilte Hab und Gut unter sie.

Tekstuitleg van Lc 15,12

Lc 15,12 kan in drie delen onderverdeeld worden : 1. de jongste , 2.wat de jongste zegt. , 3. de vader . In Lc 15,11-32 wordt eenendertigmaal het nevenschikkend voegwoord kai (en) gebruikt om een nevenschikkende zin in te leiden en tweemaal om zinsdelen met elkaar te verbinden . Via een parallelle zin verwoordt Lucas de uitvoering door de vader als antwoord op de vraag van de zoon : pater (vader) ... ho de (hij echter; dos (geef) ... dieilen (nam uiteen / verdeelde) ; moi (aan mij)... autois (aan hen) ; to epiballon meros tès ousias (het toekomende deel van het bezit) ... ton bion (het bestaansonderhoud) .

1. kai (en) . Verwijzing : kai (en) , zie Lc 1,2 . Nevenschikkend voegwoord . In 822 verzen bij Lucas . In Lc 15,12 wordt het nevenschikkend voegwoord (kai) drieëndertigmaal gebruikt ; in eenendertig gevallen wordt een nevenschikkende zin ingeleid , in zeven verzen staat het aan het begin van een vers . Er heeft verandering van personage plaats .

2. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .

3. 4. neos (nieuw, jong) . Latijn : novus . Verwijzing : neos (nieuw, jong) , zie Lc 15,12 . Hapax in de bijbel : Lc 5,37 .
--- neôteros (jongste, jong) . Comparatief . In eenendertig verzen in de bijbel . In vier verzen in het N.T. : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,13 . (3) . In Lc 15,25 is er sprake van ho presbuteros (de oudere = de oudste) .

8. patèr (vader) . Verwijzing : patèr (vader) , zie Lc 15,12 .

In vijftien verzen bij Lucas : (1) . (11) Lc 15,20 . (12) Lc 15,22 . (13) Lc 15,27 . (14) Lc 15,28 .
--- pater (vader) . Vocatief . In elf verzen bij Lucas : (1) Lc 10,21 . (2) Lc 11,2 . (3) Lc 15,12 . (4) Lc 15,18 . (5) Lc 15,21 . (6) Lc 16,24 (pater Abraam) . (7) Lc 16,27 . (8) Lc 16,30 (pater Abraam) . (9) Lc 22,42 . (10) Lc 23,34 . (11) Lc 23,46 . In vijf verzen richt Jezus zich tot God als 'Vader' : (1) Lc 10,21 . (2) Lc 11,2 . (9) Lc 22,42 . (10) Lc 23,34 . (11) Lc 23,46 .
--- patros . Genitief . In acht verzen bij Lucas : (6) Lc 15,17 . (7)
--- patri . Datief . In vijf verzen bij Lucas : (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,29 .
--- patera . Accusatief . In 9 verzen bij Lucas : (7) Lc 15,18 . (8) Lc 15,20 . (9)
--- pateres (vaders) . Nominatief meervoud . In 120 verzen in de bijbel . In vierentwintig verzen in het N.T.
- epiballon
- diaireô (uiteennemen, verdelen). Verwijzing : diaireô (uiteennemen, verdelen), zie Lc 15,12 .
--- dieilen (hij verdeelde). Aorist 3de persoon enkelvoud. In 14 verzen in de bijbel. In 1 vers in het N.T. : Lc 15,12 .

Lc 15,12.17. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,12.18. act. ind. aor. 3de pers. enk. dieilen (hij verdeelde) van het werkw. diaireô (uiteennemen, verdelen) . Taalgebruik in het N.T. : diaireô (uiteennemen, verdelen) . Taalgebruik in Lc : diaireô (uitnemen, verdelen) . Lc (1) Lc 15,12 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in dit vers voor .

Lc 15,13 - Lc 15,13 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:13 kai met' ou pollas hèmeras sunagagôn panta o neôteros huios apedèmèsen eis chôran makran kai ekei dieskorpisen tèn ousian autou zôn asôtôs  13 et non post multos dies congregatis omnibus adulescentior filius peregre profectus est in regionem longinquam et ibi dissipavit substantiam suam vivendo luxuriose    13 En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.   [13] Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven.   [13] Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.   13 Niet vele dagen daarna brengt de jongste zoon alles bijeen en gaat op reis naar een gebied ver weg; daar verkwist hij al het zijne in een reddeloos leven.   13. Peu de jours après, rassemblant tout son avoir, le plus jeune fils partit pour un pays lointain et y dissipa son bien en vivant dans l'inconduite.  

King James Bible . [13] And not many days after the younger son gathered all together, and took his journey into a far country, and there wasted his substance with riotous living.
Luther-Bibel . 13 Und nicht lange danach sammelte der jüngere Sohn alles zusammen und zog in ein fernes Land; und dort brachte er sein Erbteil durch mit Prassen.

Tekstuitleg van Lc 15,13 .

11. act. ind. aor. 3de pers. enk. apedèmèsen van het werkw. apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) . Taalgebruik in het N.T. : apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) . Taalgebruik in Lc : apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) . Lc (2) : (1) Lc 15,13 . (2) Lc 20,9 . Lc 20,9 . Een vorm van apodèmeô (op reis, naar het buitenland zijn / gaan) in Lc in deze twee verzen .

17. act. ind. aor. 3de pers. enk. dieskorpisen (hij verkwistte) van het werkw. diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) . Taalgebruik in het N.T. : diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) . Taalgebruik in Lc : diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) . Lc (2) : (1) Lc 1,51 . (2) Lc 15,13 . Een vorm van diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 1,51 . (2) Lc 15,13 . (3) Lc 16,1 .

22. bijw. asôtôs , zie bijvoegl. naamw. asôtos (niet te redden, verdorven, verkwistend) . Taalgebruik in het N.T. : asôtos (niet te redden, verdorven, verkwistend) . Taalgebruik in Lc : asôtos (niet te redden, verdorven, verkwistend) . Lc (1) Lc 15,13 . Deze vorm is enig in de bijbel .

Lc 15,14 - Lc 15,14 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:14 dapanèsantos de autou panta egeneto limos ischura kata tèn chôran ekeinèn kai autos èrxato ustereisthai   14 et postquam omnia consummasset facta est fames valida in regione illa et ipse coepit egere    14 En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden.   [14] Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden.  [14] Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden.   14 Als hij alles er heeft doorgebracht komt er een zware hongersnood over dat gebied, en hij begint gebrek te lijden.  14. « Quand il eut tout dépensé, une famine sévère survint en cette contrée et il commença à sentir la privation.  

King James Bible . [14] And when he had spent all, there arose a mighty famine in that land; and he began to be in want.
Luther-Bibel . 14 Als er nun all das Seine verbraucht hatte, kam eine große Hungersnot über jenes Land und er fing an zu darben

Tekstuitleg van Lc 15,14 .

1. act. part. aor. gen. mann. enk. dapanèsantos van het werkw. dapanaô (onkosten maken, verkwisten) . Taalgebruik in het N.T. : dapanaô (onkosten maken, verkwisten) . Taalgebruik in Lc : dapanaô (onkosten maken, verkwisten) . Lc (1) Lc 15,14 . Deze vorm in de bijbel enkel in dit vers van Lc .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,15 - Lc 15,15 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:15 kai poreutheis ekollèthè eni tôn politôn tès chôras ekeinès kai epempsen auton eis tous agrous autou boskein choirous 15 et abiit et adhesit uni civium regionis illius et misit illum in villam suam ut pasceret porcos    15 En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers deszelven lands; en die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden.   [15] Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens* te hoeden.   [15] Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden.  15 Hij trekt erop uit en voegt zich bij een van de stedelingen van het gebied, en die stuurt hem naar zijn akkers om varkens te hoeden;  15. Il alla se mettre au service d'un des habitants de cette contrée, qui l'envoya dans ses champs garder les cochons.  

King James Bible . [15] And he went and joined himself to a citizen of that country; and he sent him into his fields to feed swine.
Luther-Bibel . 15 und ging hin und hängte sich an einen Bürger jenes Landes; der schickte ihn auf seinen Acker, die Säue zu hüten.

Tekstuitleg van Lc 15,15 .

- poreutheis (zich op weg begevend). In 24 verzen in de bijbel; in 16 verzen in het O.T., in 8 verzen in het N.T. In 2 verzen bij Lucas : (1) Lc 14,10 . (2) Lc 15,15 .

 

Lc 15,16 - Lc 15,16 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:16 kai epethumei chortasthènai ek tôn keratiôn ôn èsthion oi choiroi kai oudeis edidou autô  16 et cupiebat implere ventrem suum de siliquis quas porci manducabant et nemo illi dabat    16 En hij begeerde zijn buik te vullen met den draf, dien de zwijnen aten; en niemand gaf hem dien.   [16] Graag had hij zijn honger gestild met het voer* dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat.   [16] Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 16 hij verlangde ernaar zijn buik te vullen met de schillen die de varkens aten, maar niemand die ze hem gaf!  16. Il aurait bien voulu se remplir le ventre des caroubes que mangeaient les cochons, mais personne ne lui en donnait.  

King James Bible . [16] And he would fain have filled his belly with the husks that the swine did eat: and no man gave unto him.
Luther-Bibel . 16 Und er begehrte, seinen Bauch zu füllen mit den Schoten, die die Säue fraßen; und niemand gab sie ihm.

Tekstuitleg van Lc 15,16 .

Lc 15,17 - Lc 15,17 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:17 eis eauton de elthôn efè posoi misthioi tou patros mou perisseuontai artôn egô de limô ôde apollumai  17 in se autem reversus dixit quanti mercennarii patris mei abundant panibus ego autem hic fame pereo    17 En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!   [17] Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger!   [17] Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger.  17 Dan komt hij tot zichzelf en zegt: hoeveel dagloners van mijn vader hebben broden in overvloed, en ik ga hier verloren in hongersnood!–  17. Rentrant alors en lui-même, il se dit : «Combien de mercenaires de mon père ont du pain en surabondance, et moi je suis ici à périr de faim !  

King James Bible . [17] And when he came to himself, he said, How many hired servants of my father's have bread enough and to spare, and I perish with hunger!
Luther-Bibel . 17 Da ging er in sich und sprach: Wie viele Tagelöhner hat mein Vater, die Brot in Fülle haben, und ich verderbe hier im Hunger!

Tekstuitleg van Lc 15,17 .

3. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

14. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,18 - Lc 15,18 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:18 anastas poreusomai pros ton patera mou kai erô autô pater èmarton eis ton ouranon kai enôpion sou  18 surgam et ibo ad patrem meum et dicam illi pater peccavi in caelum et coram te    18 Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u;   [18] Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;  [18] Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u,   18 ik zal opstaan, vertrekken naar mijn vader en tot hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover jou,   18. Je veux partir, aller vers mon père et lui dire : Père j'ai péché contre le Ciel et envers toi ; 

King James Bible . [18] I will arise and go to my father, and will say unto him, Father, I have sinned against heaven, and before thee,
Luther-Bibel . 18 Ich will mich aufmachen und zu meinem Vater gehen und zu ihm sagen: Vater, ich habe gesündigt gegen den Himmel und vor dir.

Tekstuitleg van Lc 15,18 .

Lc 15,19 - Lc 15,19 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:19 ouketi eimi axios klèthènai uios sou poièson me ôs ena tôn misthiôn sou   19 et iam non sum dignus vocari filius tuus fac me sicut unum de mercennariis tuis     19 En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.   [19] ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.”  [19] ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”   19 ik ben niet meer waard een zoon van jou te heten: doe met mij als een van je dagloners!  19. je ne mérite plus d'être appelé ton fils, traite-moi comme l'un de tes mercenaires. »  

King James Bible . [19] And am no more worthy to be called thy son: make me as one of thy hired servants.
Luther-Bibel . 19 Ich bin hinfort nicht mehr wert, dass ich dein Sohn heiße; mache mich zu einem deiner Tagelöhner!

Tekstuitleg van Lc 15,19 .

Lc 15,20 - Lc 15,20 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:20 kai anastas èlthen pros ton patera eautou eti de autou makran apechontos eiden auton o patèr autou kai esplagchnisthè kai dramôn epepesen epi ton trachèlon autou kai katefilèsen auton   20 et surgens venit ad patrem suum cum autem adhuc longe esset vidit illum pater ipsius et misericordia motus est et adcurrens cecidit supra collum eius et osculatus est illum    20 En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.   [20] En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.  [20] Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.  20 Opgestaan komt hij aan bij zijn vader; als hij nog ver weg is ziet zijn vader hem en alles in hem beweegt: hij snelt toe, valt hem om de hals en kust hem.   20. Il partit donc et s'en alla vers son père. » Tandis qu'il était encore loin, son père l'aperçut et fut pris de pitié ; il courut se jeter à son cou et l'embrassa tendrement.  

King James Bible . [20] And he arose, and came to his father. But when he was yet a great way off, his father saw him, and had compassion, and ran, and fell on his neck, and kissed him.
Luther-Bibel . 20 Und er machte sich auf und kam zu seinem Vater. Als er aber noch weit entfernt war, sah ihn sein Vater und es jammerte ihn; er lief und fiel ihm um den Hals und küsste ihn.

Tekstuitleg van Lc 15,20 .

9. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,21 - Lc 15,21 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:21 eipen de o uios autô pater èmarton eis ton ouranon kai enôpion sou ouketi eimi axios klèthènai uios sou | [poièson me ôs ena tôn misthiôn sou] | |   21 dixitque ei filius pater peccavi in caelum et coram te iam non sum dignus vocari filius tuus    21 En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.   [21] “Vader,” zei de zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.”   [21] “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 21 Zijn zoon zegt tot hem: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover jou, ik ben niet meer waard een zoon van jou te heten!  21. Le fils alors lui dit : «Père, j'ai péché contre le Ciel et envers toi, je ne mérite plus d'être appelé ton fils. » 

King James Bible . [21] And the son said unto him, Father, I have sinned against heaven, and in thy sight, and am no more worthy to be called thy son.
Luther-Bibel . 21 Der Sohn aber sprach zu ihm: Vater, ich habe gesündigt gegen den Himmel und vor dir; ich bin hinfort nicht mehr wert, dass ich dein Sohn heiße.

Tekstuitleg van Lc 15,21 .

1. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,22 - Lc 15,22 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:22 eipen de o patèr pros tous doulous autou tachu exenegkate stolèn tèn prôtèn kai endusate auton kai dote daktulion eis tèn cheira autou kai upodèmata eis tous podas 22 dixit autem pater ad servos suos cito proferte stolam primam et induite illum et date anulum in manum eius et calciamenta in pedes    22 Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;   [22] Maar de vader zei tegen zijn slaven: “Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.  [22] Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen.  22 Maar de vader zegt tot zijn dienaars: haalt haastig de mooiste mantel en bekleedt hem!– geeft hem een vingerring aan de hand en sandalen aan de voeten;  22. Mais le père dit à ses serviteurs : «Vite, apportez la plus belle robe et l'en revêtez, mettez-lui un anneau au doigt et des chaussures aux pieds.  

King James Bible . [22] But the father said to his servants, Bring forth the best robe, and put it on him; and put a ring on his hand, and shoes on his feet:
Luther-Bibel . 22 Aber der Vater sprach zu seinen Knechten: Bringt schnell das beste Gewand her und zieht es ihm an und gebt ihm einen Ring an seine Hand und Schuhe an seine Füße

Tekstuitleg van Lc 15,22 .

1. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

18. act. imperat. aor. 2de pers. mv. dote (geeft) van het werkw. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het N.T. : didômi (geven) . Hebr. nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenach : nâthan (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Lc (5) : (1) Lc 9,13 . (2) Lc 11,41 . (3) Lc 12,33 . (4) Lc 15,22 . (5) Lc 19,24 . Bijbel (50) . O.T. (36) . N.T. (14) . Een vorm van didômi (geven) in Lc in 54 verzen , in Lc 9 (3) : (1) Lc 9,1 . (2) Lc 9,13 . (3) Lc 9,16 . In Lc : X vormen van didômi (geven) in 54 verzen in 20 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van didômi (geven) in 34 verzen in 18 / 28 hoofdstukken . Een vorm van didômi (geven) in het N.T. (416) , in de LXX (2131) .

Lc 15,23 - Lc 15,23 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:23 kai ferete ton moschon ton siteuton thusate kai fagontes eufranthômen   23 et adducite vitulum saginatum et occidite et manducemus et epulemur    23 En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn.   [23] Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren  [23] Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren,  23 brengt het gemeste kalf, slacht het en laten we eten en feestvieren,   23. Amenez le veau gras, tuez-le, mangeons et festoyons,  

King James Bible . [23] And bring hither the fatted calf, and kill it; and let us eat, and be merry:
Luther-Bibel . 23 und bringt das gemästete Kalb und schlachtet's; lasst uns essen und fröhlich sein!

Tekstuitleg van Lc 15,23 .

4. acc. mann. of vr. enk. moschon van het zelfst. naamw. moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in het N.T. : moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in Lc : moschos (jong dier, kalf) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .

6. nom. mann. enk. siteuton van het bijvoegl. naamw. siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in het N.T. : siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in Lc : siteutos (vetgemest) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .

Lc 15,24 - Lc 15,24 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:24 oti outos o uios mou nekros èn kai anezèsen èn apolôlôs kai eurethè kai èrxanto eufrainesthai  24 quia hic filius meus mortuus erat et revixit perierat et inventus est et coeperunt epulari    24 Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.   , [24] want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon.  [24] want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.  24 omdat deze zoon van mij dood was en is herleefd, verloren was en is gevonden! En zij beginnen feest te vieren.   24. car mon fils que voilà était mort et il est revenu à la vie ; il était perdu et il est retrouvé ! » Et ils se mirent à festoyer.  

King James Bible . [24] For this my son was dead, and is alive again; he was lost, and is found. And they began to be merry.
Luther-Bibel . 24 Denn dieser mein Sohn war tot und ist wieder lebendig geworden; er war verloren und ist gefunden worden. Und sie fingen an, fröhlich zu sein.

Tekstuitleg van Lc 15,24 .

Lc 15,25 - Lc 15,25 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:25 èn de o uios autou o presbuteros en agrô kai ôs erchomenos èggisen tè oikia èkousen sumfônias kai chorôn 25 erat autem filius eius senior in agro et cum veniret et adpropinquaret domui audivit symphoniam et chorum    25 En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,  
[25] Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. 

[25] De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 
25 Zijn oudste zoon is op het land; met dat hij aankomt en het huis nadert hoort hij speelgroepen en reidansen;  25. « Son fils aîné était aux champs. Quand, à son retour, il fut près de la maison, il entendit de la musique et des danses.  

King James Bible . [25] Now his elder son was in the field: and as he came and drew nigh to the house, he heard musick and dancing.
Luther-Bibel . 25 Aber der ältere Sohn war auf dem Feld. Und als er nahe zum Hause kam, hörte er Singen und Tanzen

Tekstuitleg van Lc 15,25 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,26 - Lc 15,26 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:26 kai proskalesamenos ena tôn paidôn epunthaneto ti an eiè tauta  26 et vocavit unum de servis et interrogavit quae haec essent    26 En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn.   [26] Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.  [26] Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had.  26 hij roept een van de jongens en vraagt wat dat allemaal wel is.  26. Appelant un des serviteurs, il s'enquérait de ce que cela pouvait bien être.  

King James Bible . [26] And he called one of the servants, and asked what these things meant.
Luther-Bibel . 26 und rief zu sich einen der Knechte und fragte, was das wäre.

Tekstuitleg van Lc 15,26 .

Lc 15,27 - Lc 15,27 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:27 o de eipen autô oti o adelfos sou èkei kai ethusen o patèr sou ton moschon ton siteuton oti ugiainonta auton apelaben  27 isque dixit illi frater tuus venit et occidit pater tuus vitulum saginatum quia salvum illum recepit    27 En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.   [27] Die antwoordde: “Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.”  [27] De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.”  27 Die zegt tot hem: uw broer is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond heeft teruggekregen!   27. Celui-ci lui dit : «C'est ton frère qui est arrivé, et ton père a tué le veau gras, parce qu'il l'a recouvré en bonne santé. »  

King James Bible . [27] And he said unto him, Thy brother is come; and thy father hath killed the fatted calf, because he hath received him safe and sound.
Luther-Bibel . 27 Der aber sagte ihm: Dein Bruder ist gekommen und dein Vater hat das gemästete Kalb geschlachtet, weil er ihn gesund wiederhat.

Tekstuitleg van Lc 15,27 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

3. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .

16. acc. mann. of vr. enk. moschon van het zelfst. naamw. moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in het N.T. : moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in Lc : moschos (jong dier, kalf) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .

18. nom. mann. enk. siteuton van het bijvoegl. naamw. siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in het N.T. : siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in Lc : siteutos (vetgemest) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .

Lc 15,28 - Lc 15,28 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:28 ôrgisthè de kai ouk èthelen eiselthein o de patèr autou exelthôn parekalei auton   28 indignatus est autem et nolebat introire pater ergo illius egressus coepit rogare illum    28 Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem.   [28] Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen.  [28] Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren.  28 Maar hij is woedend en wil niet binnenkomen. Nadat zijn vader naar buiten is gekomen en bij hem gepleit heeft,  28. Il se mit alors en colère, et il refusait d'entrer. Son père sortit l'en prier.  

King James Bible . [28] And he was angry, and would not go in: therefore came his father out, and intreated him.
Luther-Bibel . 28 Da wurde er zornig und wollte nicht hineingehen. Da ging sein Vater heraus und bat ihn.

Tekstuitleg van Lc 15,28 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

8. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

Lc 15,29 - Lc 15,29 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:29 o de apokritheis eipen tô patri autou idou tosauta etè douleuô soi kai oudepote entolèn sou parèlthon kai emoi oudepote edôkas erifon ina meta tôn filôn mou eufranthô  29 at ille respondens dixit patri suo ecce tot annis servio tibi et numquam mandatum tuum praeterii et numquam dedisti mihi hedum ut cum amicis meis epularer    29 Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.   [29] Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: “Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren.   [29] Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren.  29 zegt hij ten antwoord tot zijn vader: zie, zovele jaren al ben ik u dienstbaar, nooit heb ik een gebod van u overtreden en míj hebt ge nooit een bokje gegeven zodat ik met mijn vrienden feest kon vieren;  29. Mais il répondit à son père : «Voilà tant d'années que je te sers, sans avoir jamais transgressé un seul de tes ordres, et jamais tu ne m'as donné un chevreau, à moi, pour festoyer avec mes amis ;  

King James Bible . [29] And he answering said to his father, Lo, these many years do I serve thee, neither transgressed I at any time thy commandment: and yet thou never gavest me a kid, that I might make merry with my friends:
Luther-Bibel . 29 Er antwortete aber und sprach zu seinem Vater: Siehe, so viele Jahre diene ich dir und habe dein Gebot noch nie übertreten, und du hast mir nie einen Bock gegeben, dass ich mit meinen Freunden fröhlich gewesen wäre.

Tekstuitleg van Lc 15,29 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

4. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .

Lc 15,30 - Lc 15,30 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:30 ote de o uios sou outos o katafagôn sou ton bion meta pornôn èlthen ethusas autô ton siteuton moschon   30 sed postquam filius tuus hic qui devoravit substantiam suam cum meretricibus venit occidisti illi vitulum saginatum    30 Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.   [30] Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”  [30] Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”  30 maar nu die zoon van u gekomen is die uw leeftocht heeft verslonden met hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht!  30. et puis ton fils que voici revient-il, après avoir dévoré ton bien avec des prostituées, tu fais tuer pour lui le veau gras ! »  

King James Bible . [30] But as soon as this thy son was come, which hath devoured thy living with harlots, thou hast killed for him the fatted calf.
Luther-Bibel . 30 Nun aber, da dieser dein Sohn gekommen ist, der dein Hab und Gut mit Huren verprasst hat, hast du ihm das gemästete Kalb geschlachtet.

Tekstuitleg van Lc 15,30 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

18. nom. mann. enk. siteuton van het bijvoegl. naamw. siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in het N.T. : siteutos (vetgemest) . Taalgebruik in Lc : siteutos (vetgemest) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .

19. acc. mann. of vr. enk. moschon van het zelfst. naamw. moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in het N.T. : moschos (jong dier, kalf) . Taalgebruik in Lc : moschos (jong dier, kalf) . Lc (3) : (1) Lc 15,23 . (2) Lc 15,27 . (3) Lc 15,30 . Deze vorm komt in het N.T. enkel in Lc voor .

Lc 15,31 - Lc 15,31 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:31 o de eipen autô teknon su pantote met emou ei kai panta ta ema sa estin  31 at ipse dixit illi fili tu semper mecum es et omnia mea tua sunt    31 En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.   [31] Maar hij zei : “Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.   [31] Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou.  31 Hij zegt tot hem: kind, jij bent altijd bij mij en alles wat van mij is, is van jou;   31. « Mais le père lui dit : «Toi, mon enfant, tu es toujours avec moi, et tout ce qui est à moi est à toi.  

King James Bible . [31] And he said unto him, Son, thou art ever with me, and all that I have is thine.
Luther-Bibel . 31 Er aber sprach zu ihm: Mein Sohn, du bist allezeit bei mir und alles, was mein ist, das ist dein.

Tekstuitleg van Lc 15,31 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .

3. actief ind. aorist 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkwoord legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (223) . In zeven verzen in Lc 15,11-32 . In Lc 15,11 is de verteller aan het woord ; in zes verzen binnen het verhaal : (1) Lc 15,12 . (2) Lc 15,21 . (3) Lc 15,22 . (4) Lc 15,27 . (5) Lc 15,29 . (6) Lc 15,31 . In Lc 15,12 wordt de zin ingeleid door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . In Lc 15,21 en Lc 15,22 staat het werkwoord eipen (hij zei) vooraan , gevolgd door het partikel de (echter) en vervolgens gevolgd door het onderwerp - in Lc 15,21 ho huios (de zoon) , in Lc 15,22 ho patèr (de vader) . In de drie overige verzen staat ho de (hij echter) vooraan de zin .

Lc 15,32 - Lc 15,32 - Gelijkenis van de verloren zoon : Lc 15,11-32 - bijbeloverzicht taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 15 - Lc 15,11 - Lc 15,12 - Lc 15,13 - Lc 15,14 - Lc 15,15 - Lc 15,16 - Lc 15,17 - Lc 15,18 - Lc 15,19 - Lc 15,20 - Lc 15,21 - Lc 15,22 - Lc 15,23 - Lc 15,24 - Lc 15,25 - Lc 15,26 - Lc 15,27 - Lc 15,28 - Lc 15,29 - Lc 15,30 - Lc 15,31 - Lc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:32 eufranthènai de kai charènai edei oti o adelfos sou outos nekros èn kai ezèsen kai apolôlôs kai eurethè  32 epulari autem et gaudere oportebat quia frater tuus hic mortuus erat et revixit perierat et inventus est     32 Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.   [32] We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” ’  [32] Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’  32 móesten we niet feestvieren en verheugd zijn omdat deze broer van jou dood was en is herleefd, verloren was en is gevonden  32. Mais il fallait bien festoyer et se réjouir, puisque ton frère que voilà était mort et il est revenu à la vie ; il était perdu et il est retrouvé ! » » 

King James Bible . [32] It was meet that we should make merry, and be glad: for this thy brother was dead, and is alive again; and was lost, and is found.
Luther-Bibel . 32 Du solltest aber fröhlich und guten Mutes sein; denn dieser dein Bruder war tot und ist wieder lebendig geworden, er war verloren und ist wiedergefunden.

Tekstuitleg van Lc 15,32 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Lc (478 + 5 = 483) . Lc 15 (16) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,3 . (3) Lc 15,11 . (4) Lc 15,12 . (5) Lc 15,14 . (6) Lc 15,17 (2X) . (7) Lc 15,20 (2X) . (8) Lc 15,21 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 15,25 . (11) Lc 15,27 . (12) Lc 15,28 (2X) . (13) Lc 15,29 . (14) Lc 15,30 . (15) Lc 15,31 . (16) Lc 15,32 .