LUCASEVANGELIE , EENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK , LC 21 -
- Structuur -- Taalgebruik -- Commentaar -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 - Lc 21,25-28 - Lc 21,34-36 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Tekstuitleg - Lc 21,1-4 - Lc 21,5-7 - Lc 21,8-11 - Lc 21,12-19 - Lc 21,20-24 - Lc 21,25-28 - Lc 21,29-31 - Lc 21,32-33 - Lc 21,34-36 -
Uitleg hoofdstuk per hoofdstuk : Lc 1 - Lc 2 - Lc 3 - Lc 4 - Lc 5 - Lc 6 - Lc 7 - Lc 8 - Lc 9 - Lc 10 - Lc 11 - Lc 12 - Lc 13 - Lc 14 - Lc 15 - Lc 16 - Lc 17 - Lc 18 - Lc 19 - Lc 20 - Lc 21 - Lc 22 - Lc 23 - Lc 24 -
Uitleg vers per vers - Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 - Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 - Lc 21,8 - Lc 21,9 - Lc 21,10 - Lc 21,11 - Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 - Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 - Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 - Lc 21,29 - Lc 21,30 - Lc 21,31 - Lc 21,32 - Lc 21,33 - Lc 21,34 - Lc 21,35 - Lc 21,36 - Lc 21,37 - Lc 21,38 -

- Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) .
- Griekse tekst : http://www.greekbible.com/index.php . Griekse tekst .
- Aramees - Peshitta NT : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . . Aramees - Peshitta .
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_PUW.HTM . Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/luka/21.html . Statenvertaling .
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=66660%2C66697&wbv=on&nbv=on . Willibrordvertaling .
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=66660%2C66697&wbv=on&nbv=on . De Nieuwe Vertaling .
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php . De Naardense bijbel .
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Bible de Jérusalem .
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=4609530 . King James Bible .
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibel/text/lesen/stelle/52/210001/219999/ch/e345a503d9daf2c6fdde3af21d834e95/ . Luther Bibel .
- Arabisch :http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Arabisch .


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm .
- STARTPAGINA -- BIJ DE HAND -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
OF (met aanvullingen) : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : - Arabisch , allochtonen , Aramees , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering , Grieks , Hebreeuws ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , Latijn , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen .

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het eenentwintigste hoofdstuk van het Lucasevangelie :
298. De penningen van de weduwe : Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -
305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -
306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -
307. De tijd van het einde : Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 -
309. Slot van de eschatologische rede (Lc): Oproep tot waakzaamheid : Lc 21,34-36 - Mc 13,33-37 - Mt 25,1-13a -

298. De penningen van de weduwe : Lc 21,1-4 - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -

Lc 21,1 - Lc 21,1 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1Ἀναβλέψας δὲ εἶδεν τοὺς βάλλοντας εἰς τὸ γαζοφυλάκιον τὰ δῶρα αὐτῶν πλουσίους. 1 respiciens autem vidit eos qui mittebant munera sua in gazofilacium divites   1 En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen. [1] Hij keek toe hoe de rijken hun gaven in de offerkist wierpen.   [1] Toen hij opkeek, zag hij hoe rijken hun giften in de offerkist kwamen werpen.   1 ¶ Als hij opkijkt ziet hij de rijken hun gaven in de schatbewaarkist werpen;   1. Levant les yeux, il vit les riches qui mettaient leurs offrandes dans le Trésor.  

King James Bible . [1] And he looked up, and saw the rich men casting their gifts into the treasury.
Luther-Bibel . 21 1 Er blickte aber auf und sah, wie die Reichen ihre Opfer in den Gotteskasten einlegten.

Tekstuitleg van Lc 21,1 . Het vers Lc 21,1 telt 12 (2² X 3) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van het vers Lc 21,1 is 8641 (priemgetal) . De korte perikope heeft met offeren te maken . 'Opgekeken zag hij' vinden we o.a. 2X in Gn 22 , het offer van Isaak . Wordt Gn 22 de achtergrondmelodie van de laatste hoofdstukken van Lucas ? Gaat het in Gn 22 niet om de totale overgave aan JHWH . Is de arme weduwe daarvan niet een voorbeeld ?

Lc 21,1.1. act. ind. futurum 2de pers. enk. + act. part. aor. nom. mann. enk. αναβλεψας = anablepsas (omhooggeblikt) van het werkw. αναβλεπω = anablepô (naar boven / omhoog blikken , opkijken) . Taalgebruik in het NT : anablepô (naar boven blikken) . Taalgebruik in de LXX : anablepô (naar boven blikken) . Taalgebruik in Mc : anablepô (naar boven blikken) . Bijbel (22) : (1) Gn 13,14 . (2) Gn 18,2 . (3) Gn 22,4 . (4) Gn 22,13 . (5) Gn 24,63 . (6) Gn 32,2 . (7) Gn 33,1 . (8) Gn 33,5 . (9) Gn 43,29 . (10) Dt 3,27 . (11) Dt 4,19 . (12) Joz 5,13 . (13) Re 19,17 . (14) Job 22,26 . (15) Da 8,3 . (16) Mt 14,19 . (17) Mc 6,41 . (18) Mc 7,34 . (19) Mc 8,24 . (20) Lc 9,16 . (21) Lc 19,5 . (22) Lc 21,1 . Een vorm van αναβλεπω = anablepô (naar boven / omhoog blikken, opkijken) in de LXX (35) , in het NT (25) , in Mt (3) : (1) Mt 11,5 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 20,34 ; in Mc (6) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 7,34 . (3) Mc 8,24 . (4) Mc 10,52 . (5) Mc 10,51 . (6) Mc 16,4 ; in Lc (7) : (1) Lc 7,22 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 18,41 . (4) Lc 18,42 . (5) Lc 18,43 . (6) Lc 19,5 . (7) Lc 21,1 .
- Hebreeuws . verbindingsprefix waw (en) + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיִּשָּׂא = wajjishshâ´ (en hij hief op) van het werkw. נָשָׂא = nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . Taalgebruik in Tenakh : nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) . Structuur : 5 - 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . נָשָׂא = nâshâ´ wordt gebruikt in uitdrukkingen als de tenten opbreken , een rijdier bestijgen , de ogen opslaan , zijn stem verheffen , zijn voeten opheffen (= voortgaan) . Tenakh (42) . Pentateuch (25) . Eerdere Profeten (11) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (5) . Gn (14) : (1) Gn 13,10 . (2) Gn 18,2 . (3) Gn 22,4 . (4) Gn 22,13 . (5) Gn 24,63 . (6) Gn 27,38 . (7) Gn 29,1 . (8) Gn 29,11 . (9) Gn 31,17 . (10) Gn 33,1 . (11) Gn 33,5 . (12) Gn 40,20 . (13) Gn 43,29 . (14) Gn 43,34 . Ex (2) : (1) Ex 10,19 . (2) Ex 12,34 . Lv (1) Lv 9,22 .

Lc 21,1.2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

Lc 21,1.1. - 2. αναβλεψας δε = anablepsas de (opgekeken echter) . NT (1) : Lc 21,1 .
- και αναβλεψας = kai anablepsas (en opgekeken) . NT (2) : (1) Mc 7,34 . (2) Mc 8,24 .

Lc 21,1.3. act. ind. aor. 3de pers. enk. ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Lc. : eiden (hij zag) . Lc (4) : (1) Lc 5,2 . (2) Lc 15,20 . (3) Lc 21,1 . (4) Lc 21,2 . Een vorm van ειδον / ειδεν = eidon / eiden in het NT (336) , in Lc (64) .

  zien  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  ind. aor. 3de pers. enk. eiden  262  220  42  10  12  19  26     

- Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) .

2. - 3. δε ειδεν = de eiden (echter hij zag) . NT (1) : Lc 21,1 .

1. - 3. αναβλεψας δε ειδεν = anablepsas de eiden (opgekeken echter hij zag) . NT (1) : Lc 21,1 .
- Hebreeuws . וַיִּשָּׂא () אֶת עֵינָיו וַיַּרְא = wajjishshâ´ (...) `e(j)nâ(j)w = wajjishshâ´ = en hij verhief... zijn ogen en hij zag . Tenakh (7) : (1) Gn 13,10 . (2) Gn 22,4 . (3) Gn 22,13 . (4) Gn 33,5 . (5) Nu 24,2 . (6) 2 S 18,24 . (7) 1 Kr 21,16 .

Lc 21,1.6. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lc (210) . Lc 21 (7) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,4 . (3) Lc 21,12 . (4) Lc 21,13 . (5) Lc 21,21 . (6) Lc 21,24 . (7) Lc 21,37 .

eis (naar)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77 

eis  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  210  12  12  4 11  10  7 9 17 16  11 6 6 5 9 7 7 9 10 1 7 13 4 11

- Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .

Lc 21,1.12. acc. mann. mv. πλουσιους = plousious (rijken) van het bijvoegl. naamw. πλουσιος = plousios (rijk) . Taalgebruik in het NT : plousios (rijk) . Taalgebruik in de LXX : plousios (rijk) . Bijbel (5) : (1) Js 53,9 . (2) Lc 14,12 . (3) Lc 21,1 . (4) Jak 2,5 . (5) Apk 13,16 . Een vorm van πλουσιος = plousios in de LXX (56) , in het NT (28) , in Lc (11) .


Lc 21,2 - Lc 21,2 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2εἶδεν δέ τινα χήραν πενιχρὰν βάλλουσαν ἐκεῖ λεπτὰ δύο, 2 vidit autem et quandam viduam pauperculam mittentem aera minuta duo     2 En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine penningen daarin werpen. [2] Ook zag Hij een arme weduwe die er een paar muntjes* in deed.   [2] Hij zag ook dat een arme weduwe er twee muntjes in gooide,   2 maar hij ziet ook een behoeftige weduwe er twee penningen inwerpen,   2. Il vit aussi une veuve indigente qui y mettait deux piécettes,  

King James Bible . [2] And he saw also a certain poor widow casting in thither two mites.
Luther-Bibel . 2 Er sah aber auch eine arme Witwe, die legte dort zwei Scherflein ein.

Tekstuitleg van Lc 21,2 . Het vers Lc 21,2 telt 10 (2 X 5) woorden en 47 (priemgetal) letters . De getalwaarde van Lc 21,2 is 3794 (2 X 7 X 271) .

Lc 21,2.1. act. ind. aor. 3de pers. enk. ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Lc. : eiden (hij zag) . Lc (4) : (1) Lc 5,2 . (2) Lc 15,20 . (3) Lc 21,1 . (4) Lc 21,2 . Een vorm van ειδον / ειδεν = eidon / eiden in het NT (336) , in Lc (64) .

  zien  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  ind. aor. 3de pers. enk. eiden  262  220  42  10  12  19  26     

- Ned. : zien . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) . D. : sehen , schauen . E. : to see . Fr. : voir . Gr. : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Hebreeuws : רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Lat. : vide .

Lc 21,2.2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

Lc 21,2.1. - 2. ειδεν δε = eiden de (hij zag echter) . NT (1) : Lc 21,2 .
- και ειδεν = kai eiden de (en hij zag) . NT (10) : (1) Mt 3,16 . (2) Mc 6,48 . (3) Lc 5,2 . (4) Joh 8,56 . (5) Joh 20,8 . (6) Hnd 3,9 . (7) Hnd 8,39 . (8) Hnd 9,12 . (9) Hnd 13,36 . (10) Apk 12,13 .

Lc 21,2.9. δυο = duo (twee) . Telwoord . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Taalgebruik in Lc : telwoorden . Lc (25) : (1) Lc 2,24 . (2) Lc 3,11 . (3) Lc 5,2 . (4) Lc 7,18 . (5) Lc 7,41 . (6) Lc 9,3 . (7) Lc 9,13 . (8) Lc 9,16 . (9) Lc 9,30 . (10) Lc 9,32 . (11) Lc 10,1 . (12) Lc 10,17 . (13) Lc 10,35 . (14) Lc 12,6 . (15) Lc 12,52 . (16) Lc 15,11 . (17) Lc 17,34 . (18) Lc 17,35 . (19) Lc 18,10 . (20) Lc 19,29 . (21) Lc 21,2 . (22) Lc 22,38 . (23) Lc 23,32 . (24) Lc 24,4 . (25) Lc 24,13 . Een vorm van δυο = duo in de LXX (694) , in het NT (136) , in Lc (28) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  duo  624  509  115  33  14  25  13              

- Hebreeuws . שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 400 (2² X 2² X 5²) . De som van de elementen is telkens 4 (2²) . Tenakh (76) . Stat. constr. mann. mv. שְׂנֵי = sjëne(j) (twee) . Tenakh (155) .
- Ned. : twee . Arabisch : اِثنَان = ´ithnân (twee) . Taalgebruik in de Qoran : ´ithnân (twee) . D. : zwei . E. : two . Fr. : deux . Grieks : δυο = duo (twee) . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Hebreeuws : שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Lat. : duo .

Lc 21,3 - Lc 21,3 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3καὶ εἶπεν, Ἀληθῶς λέγω ὑμῖν ὅτι ἡ χήρα αὕτη ἡ πτωχὴ πλεῖον πάντων ἔβαλεν: 3 et dixit vere dico vobis quia vidua haec pauper plus quam omnes misit     3 En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft ingeworpen. [3] Hij zei: ‘Om jullie de waarheid te zeggen, die arme weduwe heeft er meer in gegooid dan alle anderen.  [3] en hij zei: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen.   3 en hij zegt: echt waar, ik zeg u: deze arme weduwe heeft er meer ingeworpen dan alle anderen!–  3. et il dit : « Vraiment, je vous le dis, cette veuve qui est pauvre a mis plus qu'eux tous. 

King James Bible . [3] And he said, Of a truth I say unto you, that this poor widow hath cast in more than they all:
Luther-Bibel . 3 Und er sprach: Wahrlich, ich sage euch: Diese arme Witwe hat mehr als sie alle eingelegt.

Tekstuitleg van Lc 21,3 . Het vers Lc 21,3 telt 14 (2 X 7) woorden en 58 (2 X 29) letters . De getalwaarde van Lc 21,3 is 7788 (2² X 3 X 11 X 59) .

Lc 21,3.1, και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,3.2. act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπεν = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,8 . (4) Lc 21,29 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 

  legô (zeggen) . eipen Lc   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 223  11  11  17  12  11  10  13 12  11  18 

- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) .
- Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) .


Lc 21,4 - Lc 21,4 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4πάντες γὰρ οὗτοι ἐκ τοῦ περισσεύοντος αὐτοῖς ἔβαλον εἰς τὰ δῶρα, αὕτη δὲ ἐκ τοῦ ὑστερήματος αὐτῆς πάντα τὸν βίον ὃν εἶχεν ἔβαλεν. 4 nam omnes hii ex abundanti sibi miserunt in munera Dei haec autem ex eo quod deest illi omnem victum suum quem habuit misit     4 Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, daarin geworpen. [4] Want allen gooiden er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoede alles wat ze heeft om van te leven.’   [4] Want de anderen hebben iets van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.’   4 want die allen hebben uit hun óvervloed iets bij de gaven geworpen, maar zij heeft uit haar gebrek heel de leeftocht die ze nog had erin geworpen!  4. Car tous ceux-là ont mis de leur superflu dans les offrandes, mais elle, de son dénuement, a mis tout ce qu'elle avait pour vivre. » 

King James Bible . [4] For all these have of their abundance cast in unto the offerings of God: but she of her penury hath cast in all the living that she had.
Luther-Bibel . 4 Denn diese alle haben etwas von ihrem Überfluss zu den Opfern eingelegt; sie aber hat von ihrer Armut alles eingelegt, was sie zum Leben hatte.

Tekstuitleg van Lc 21,4 . Het vers Lc 21,4 telt 25 (5²) woorden en 113 letters . De getalwaarde van Lc 21,4 is 13754 (2 X 13 X 23²) .

Lc 21,4.1. nom. mann. + vr. mv. παντες = pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. πας = pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Lc (25) : (1) Lc 1,63 . (2) Lc 1,66 . (3) Lc 2,3 . (4) Lc 2,18 . (5) Lc 2,47 . (6) Lc 4,22 . (7) Lc 4,26 . (8) Lc 6,26 . (9) Lc 8,40 . (10) Lc 8,52 . (11) Lc 9,17 . (12) Lc 9,43 . (13) Lc 13,3 . (14) Lc 13,5 . (15) Lc 13,17 . (16) Lc 13,27 . (17) Lc 14,18 . (18) Lc 14,29 . (19) Lc 15,1 . (20) Lc 19,7 . (21) Lc 20,38 . (22) Lc 21,4 . (23) Lc 22,70 . (24) Lc 23,48 . (25) Lc 23,49 . Een vorm van πας = pas (ieder, elk, alles) in de LXX (6833) , in het NT (1226) . In Lc : X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 149 verzen , in Lc 21 () .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. m. mv. pantes 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

- Hebreeuws . כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) .
- Lat. omnis . Ned. al . E. all . D. allerlei . Arabisch : كُلّ = kull (al) . Taalgebruik in de Qoran : kull (al) .

5. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lc (210) . Lc 21 (7) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,4 . (3) Lc 21,12 . (4) Lc 21,13 . (5) Lc 21,21 . (6) Lc 21,24 . (7) Lc 21,37 .

eis (naar)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77 

eis  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  210  12  12  4 11  10  7 9 17 16  11 6 6 5 9 7 7 9 10 1 7 13 4 11

- Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .

Lc 21,4.13. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

Lc 21,4.22. act. ind. imperf. 3de pers. enk. ειχεν = eichen (hij had) van het werkw. εχω = echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het NT . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in de LXX . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in Lc . Lc (4) : (1) Lc 13,6 . (2) Lc 15,11 . (3) Lc 16,1 . (4) Lc 21,4 . Hnd (4) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 . (3) Hnd 9,31 . (4) Hnd 18,18 . Een vorm van εχω = echô (hebben, bezitten) in de LXX (497) , in het NT (705) , in Lc (77) , in Hnd (44) .

echô (hebben, bezitten)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind.imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had)   46  23  23  14  16   

- Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir . D. haben . E. have .



299. Inleiding tot de eschatologische rede : Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -

Lc 21,5 - Lc 21,5 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5Καί τινων λεγόντων περὶ τοῦ ἱεροῦ, ὅτι λίθοις καλοῖς καὶ ἀναθήμασιν κεκόσμηται, εἶπεν, 5 et quibusdam dicentibus de templo quod lapidibus bonis et donis ornatum esset dixit    5 En als sommigen zeiden van den tempel, dat hij met schone stenen en begiftigingen versierd was, zeide Hij: [5] Het* gesprek kwam op de tempel. Men zei dat die met fraaie stenen en wijgeschenken was versierd. Maar Hij zei:   [5] Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei hij:   5 ¶ Als enkelen zeggen over het heiligdom dat het dan toch maar met fraaie stenen en wijgeschenken is gesierd, zegt hij:  5. Comme certains disaient du Temple qu'il était orné de belles pierres et d'offrandes votives, il dit : 

King James Bible . [5] And as some spake of the temple, how it was adorned with goodly stones and gifts, he said,
Luther-Bibel . 5 Und als einige von dem Tempel sagten, dass er mit schönen Steinen und Kleinoden geschmückt sei, sprach er:

Tekstuitleg van Lc 21,5 . Het vers Lc 21,5 telt 13 woorden en 69 (3 X 23) letters . De getalwaarde van Lc 21,5 is 6264 (2³ X 3³ X 29) .

Lc 21,5.1, και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,5.6. gen. onz. enk. ἱερου = hierou van het zelfst. naamw. ἱερον = hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in het NT : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in de LXX : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Lc : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Hnd : hieron (heiligdom, tempel) . Lc (4) : (1) Lc 2,37 . (2) Lc 4,9 . (3) Lc 21,5 . (4) Lc 22,52 . Een vorm van ἱερον = hieron (heiligdom, tempel) in Lc (14) : (1) Lc 2,27 . (2) Lc 2,37 . (3) Lc 2,46 . (4) Lc 4,9 . (5) Lc 18,10 . (6) Lc 19,45 . (7) Lc 19,47 . (8) Lc 20,1 . (9) Lc 21,5 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 . (12) Lc 22,52 . (13) Lc 22,53 . (14) Lc 24,53 . In Lc : 3 vormen van ἱερον = hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen . In Hnd : 3 vormen van ἱερον = hieron (heiligdom, tempel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen .

  hieron   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
gen. onz. enk. hierou   36  18  18    10  12   
  totaal 109  39  70  10  14  11  25    33  44     

      1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
  hieron   Lc Lc 2 Lc 4 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 24
nom. + acc. onz. enk. hieron   (1) Lc 2,27   (2) Lc 18,10 (3) Lc 19,45 .          
gen. onz. enk. hierou   (1) Lc 2,37 .   (2) Lc 4,9 .         (3) Lc 21,5 .   (4) Lc 22,52  
dat. onz. enk. hierô(i)   (1) Lc 2,46 .       (2) Lc 19,47 .   (3) Lc 20,1 .   (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 .   (6) Lc 22,53 .   (7) Lc 24,53
  totaal 14 

Lc 21,5.10, και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,5.13.act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπεν = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,8 . (4) Lc 21,29 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 

  legô (zeggen) . eipen Lc   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 223  11  11  17  12  11  10  13 12  11  18 

- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) .
- Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) .


Lc 21,6 - Lc 21,6 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6Ταῦτα ἃ θεωρεῖτε, ἐλεύσονται ἡμέραι ἐν αἷς οὐκ ἀφεθήσεται λίθος ἐπὶ λίθῳ ὃς οὐ καταλυθήσεται. 6 haec quae videtis venient dies in quibus non relinquetur lapis super lapidem qui non destruatur     6 Wat deze dingen aangaat, die gij aanschouwt, er zullen dagen komen, in welke niet een steen op den anderen steen zal gelaten worden, die niet zal worden afgebroken. [6] ‘Er zal een tijd komen dat van alles wat u daar ziet geen steen op de andere zal blijven; ze worden allemaal neergehaald.’   [6] ‘Wat jullie hier zien – er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’   6 dit alles wat ge nu aanschouwt,– er zullen dagen komen waarin geen steen op steen gelaten zal worden die niet zal worden weggebroken.  6. « De ce que vous contemplez, viendront des jours où il ne restera pas pierre sur pierre : tout sera jeté bas. »  

King James Bible . [6] As for these things which ye behold, the days will come, in the which there shall not be left one stone upon another, that shall not be thrown down.
Luther-Bibel . 6 Es wird die Zeit kommen, in der von allem, was ihr seht, nicht ein Stein auf dem andern gelassen wird, der nicht zerbrochen werde.

Tekstuitleg van Lc 21,6 . Het vers Lc 21,6 telt 15 (3 X 5) woorden en 78 (2 X 3 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 21,6 is 8565 (3 X 5 X 571) .

Lc 21,6.1. nom. en acc. onz. mv. ταυτα = tauta (deze dingen) van het aanwijzend voornaamw. οὑτος = houtos . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Taalgebruik in Hnd : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 21 (5) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,7 . (3) Lc 21,9 . (4) Lc 21,31 . (5) Lc 21,36 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. mv. tauta  815  587  228  22 14 46  58 28            

3. act. ind. praes. + imperat. praes. 2de pers. mv. θεωρειτε = theôreite (jullie kijken of kijkt) van het werkw. θεωρεω = theôreô (kijken) . Taalgebruik in het NT : theôreô (kijken) . Taalgebruik in de LXX : theôreô (kijken) . Bijbel = NT (12) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 24,39 . (3) Joh 12,19 . (4) Joh 14,19 . (5) Joh 16,10 . (6) Joh 16,16 . (7) Joh 16,17 . (8) Joh 16,19 . (9) Hnd 3,16 . (10) Hnd 19,26 . (11) Hnd 25,24 . (12) Heb 7,4 . Een vorm van θεωρεω = theôreô in de LXX (75) , in het NT (58) .

4. ind. fut. 3de pers. mv. ελευσονται = eleusontai (zij zullen komen) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Bijbel (14) : (1) Dt 28,15 . (2) Dt 28,45 . (3) Js 7,19 . (4) W 4,20 . (5) Mt 9,15 . (6) Mt 24,5 . (7) Mc 2,20 . (8) Mc 13,6 . (9) Lc 5,35 . (10) Lc 17,22 . (11) Lc 21,6 . (12) Lc 21,8 . (13) Joh 11,48 . (14) 2 Pe 3,3 . Een vorm van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) in de LXX (1054) , in het NT (631) , in Lc (98) .

Lc 21,6.6. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

- Hebr. בְּ = bë . Fr. en . Ned. in . E. in . D. in . Fr. dans . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran :

Lc 21,6.10. nom. mann. enk. λιθος = lithos (steen) . Bijbel (33) . OT (24) . NT (9) . (1) Mt 24,2 . (2) Mc 13,2 . (3) Mc 16,4 . (4) Lc 17,2 . (5) Lc 21,6 . (6) Joh 11,38 . (7) Hnd 4,11 . (8) 1 Pe 2,7 . (9) 1 Pe 2,8 . Een vorm van λιθος = lithos in de LXX (306) , in het NT (58) , in Lc (13) : (1) Lc 3,8 . (2) Lc 4,3 . (3) Lc 4,11 . (4) Lc 11,11 . (5) Lc 17,2 . (6) Lc 19,40 . (7) Lc 19,44 . (8) Lc 20,17 . (9) Lc 20,18 . (10) Lc 21,5 . (11) Lc 21,6 . (12) Lc 22,41 . (13) Lc 24,2 . In Lc : 7 vormen in 9 hoofdstukken en 13 verzen .

      1.  2.  3.  4.  5.  6.  7.  8.  9.  
  lithos    Lc 3 Lc 4 Lc 11 Lc 17 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 24
1. nom. mann. enk. lithos        (1) Lc 17,2 .       (2) Lc 21,6 .      
2.  gen. mann. enk. lithou                (1) Lc 22,41 .    
3.  dat. mann. enk. lithô(i)     (1) Lc 4,3 .         (2) Lc 21,6 .       
4.  acc. mann. enk. lithon     (1) Lc 4,11 . () Lc 11,11 .     (2) Lc 19,44 . (3) Lc 20,17 . (4) Lc 20,18 .        (5) Lc 24,2 .   
5.  nom. mann. mv. lithoi           (1) Lc 19,40 .          
6.  gen. mann. mv. lithôn  (1) Lc 3,8 .                  
7.  dat. mann. mv. lithois              (1) Lc 21,5 .      
    13  1   1

- Hebreeuws . אֶבֶן = ´èbhèn (steen) . Taalgebruik in Tenakh : ´èbhèn (steen) . Getalwaarde : aleph = 1 , ben = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 17 OF 53 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (67) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (16) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (23) .
- Fr. pîerre < Lat. petra < Gr. πετρα = petra . E. stone . D. Stein . Aramees : אַבְנַא = abhëna´ (steen) .

 

Lc 21,6.11. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .


Lc 21,7 - Lc 21,7 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7Ἐπηρώτησαν δὲ αὐτὸν λέγοντες, Διδάσκαλε, πότε οὖν ταῦτα ἔσται, καὶ τί τὸ σημεῖον ὅταν μέλλῃ ταῦτα γίνεσθαι; 7 interrogaverunt autem illum dicentes praeceptor quando haec erunt et quod signum cum fieri incipient    7 En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wanneer zullen dan deze dingen zijn, en welk is het teken, wanneer deze dingen zullen geschieden? [7] Daarop vroegen ze Hem: ‘Meester, wanneer zal dat plaatsvinden? En wat zal het teken zijn dat dit gaat gebeuren?’   [7] Ze stelden hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’  7 Ze vragen hem daarnaar en zeggen: leermeester, wanneer zal dat dan zijn, en wat is het téken, wanneer dat alles gaat geschieden?  7. Ils l'interrogèrent alors en disant : « Maître, quand donc cela aura-t-il lieu, et quel sera le signe que cela est sur le point d'arriver ? » 

King James Bible . [7] And they asked him, saying, Master, but when shall these things be? and what sign will there be when these things shall come to pass?
Luther-Bibel . 7 Sie fragten ihn aber: Meister, wann wird das geschehen? Und was wird das Zeichen sein, wenn das geschehen wird?

Tekstuitleg van Lc 21,7 . Het vers Lc 21,7 telt 17 woorden en 88 (8 X 11) letters . De getalwaarde van Lc 21,7 is 8741 (priemgetal) .

Lc 21,7.1. act. ind. aor. 3de pers. mv. επηρωτησαν = epèrôtèsan (zij vroegen) van het werkw. επερωταω = eperôtaô ( 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen) . Taalgebruik in het NT : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in de LXX : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in Lc : eperotaô (epi - erôtaô) . Bijbel (8) : (1) Gn 26,7 . (2) Joz 9,14 . (3) Re 20,18 . (4) Re 20,23 . (5) Re 20,27 . (6) Js 30,2 . (7) Ps 137,3 . (8) Jdt 10,12 . NT (7) . Mt (4) : (1) Mt 12,10 . (2) Mt 16,1 . (3) Mt 17,10 . (4) Mt 22,23 . Lc (3) : (1) Lc 20,21 . (2) Lc 20,27 . (3) Lc 21,7 . Een vorm van επερωταω = eperôtaô ( 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen) in de LXX (75) , in het NT (56) , in Mt (8) , in Mc (25) , in Lc (17) : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 3,10 . (3) Lc 3,14 . (4) Lc 6,9 . (5) Lc 8,9 . (6) Lc 8,30 . (7) Lc 9,18 . (8) Lc 17,20 . (9) Lc 18,18 . (10) Lc 18,40 .(11) Lc 20,21 . (12) Lc 20,27 . (13) Lc 20,40 . (14) Lc 21,7 . (15) Lc 22,64 . (16) Lc 23,6 . (17) Lc 23,9 .

Lc 21,7.2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

1. - 3. - επηρωτησαν αυτον = epèrôtèsan auton (zij vroegen hem) . NT (9) : (1) Mt 12,10 . (2) Mt 16,1 . (3) Mt 17,10 . (4) Mt 22,23 . (5) Lc 20,21 . (6) Lc 20,27 . Variante lezing in : (1) Mc 10,2 . (2) Mc 10,10 . (3) Mc 12,18 .
- και επηρωτησαν αυτον = kai epèrôtèsan auton (en zij vroegen hem) . NT (9) : (1) Mt 12,10 . (2) Mt 17,10 . (3) Mt 22,23 . (4) Lc 20,21 . Variante lezing in : (1) Mc 12,18 .
- επηρωτησαν δε αυτον = epèrôtèsan de auton (zij echter vroegen hem) . NT (1) : Lc 21,7 .

1. - 4. και επηρωτησαν αυτον λεγοντες = kai epèrôtèsan auton legontes (en zij vroegen hem zeggend) . NT (3/9) : (1) Mt 12,10 . (2) Variante lezing in : Mc 12,18 . (3) Lc 20,21 .
- επηρωτησαν δε αυτον λεγοντες = epèrôtèsan de auton legontes (zij echter vroegen hem zeggend) . NT (1) : Lc 21,7 .

1. - 5. και επηρωτησαν αυτον λεγοντες διδασκαλε = kai epèrôtèsan auton legontes didaskale (en zij vroegen hem zeggend meester). NT (1) Lc 20,21 .
- επηρωτησαν δε αυτον λεγοντες διδασκαλε = epèrôtèsan de auton legontes didaskale (zij echter vroegen hem zeggend meester) . NT (1) : Lc 21,7 .

Lc 21,7.14. ὁταν = hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) . Taalgebruik in het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Taalgebruik in de LXX : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Lc (27) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,22 . (3) Lc 6,26 . (4) Lc 8,13 . (5) Lc 9,26 . (6) Lc 11,2 . (7) Lc 11,21 . (8) Lc 11,24 . (9) Lc 11,34 . (10) Lc 11,36 . (11) Lc 12,11 . (12) Lc 12,54 . (13) Lc 12,55 . (14) Lc 13,28 . (15) Lc 14,8 . (16) Lc 14,10 . (17) Lc 14,12 . (18) Lc 14,13 . (19) Lc 16,4 . (20) Lc 16,9 . (21) Lc 17,10 . (22) Lc 21,7 . (23) Lc 21,9 . (24) Lc 21,20 . (25) Lc 21,30 . (26) Lc 21,31 . (27) Lc 23,42 . Synoptici : Lc 21 (5) : (1) Mc 13,4 // Lc 21,7 . (2) Mc 13,7 :// Lc 21,9 . (3) Mt 24,15 // Mc 13,14 // Lc 21,20 . (4) Mt 24,32 // Mc 13,28 // Lc 21,30 . (5) Mt 24,33 // Mc 13,29 // Lc 21,31 .

hotan  bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  298  179  119  19  21  27  16  25  67  83 

Lc 21,7.16. nom. en acc. onz. mv. ταυτα = tauta (deze dingen) van het aanwijzend voornaamw. οὑτος = houtos . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Taalgebruik in Hnd : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 21 (5) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,7 . (3) Lc 21,9 . (4) Lc 21,31 . (5) Lc 21,36 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. mv. tauta  815  587  228  22 14 46  58 28            

17. inf. aor. γινεσθαι = ginesthai (om te gebeuren) van het werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in de LXX : ginomai (worden) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . . NT (10) : (1) Lc 21,7 . (2) Lc 21,28 . (3) Lc 21,36 . (4) Hnd 4,30 . (5) Hnd 14,3 . (6) Hnd 26,22 . (7) Hnd 27,33 . (8) 1 Kor 7,36 . (9) 1 Kor 10,20 . (10) Jak 3,10 . Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) , in Lc (129) .

Lc 21,7.16. - 17. ταυτα γινεσθαι = tauta ginesthai (dat die dingen gebeuren) . NT (1) : Lc 21,7 .
- ταυτα γενεσθαι = tauta genesthai (dat die dingen gebeurden) . NT (2) : (1) Lc 21,9 . (2) Joh 3,9 .

Lc 21,7.10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,7.13. nom. + acc. onz. enk. sèmeion (teken) . Taalgebruik in het N.T. : sèmeion (teken) . Taalgebruik in Lc : sèmeion (teken) . Lat. signum . Fr. signe . E. sign . N. teken . D. Zeichen .
Lc (7) : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 23,8 . Een vorm van sèmeion (teken) in Lc in 9 verzen : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,25 . (9) Lc 23,8 .

We komen dichterbij het einde . Het drama voltrekt zich . In Lc 20,20-26 komen gezanten (wellicht van de Farizeeën) met een vraag die in Jeruzalem wel gevoelig moet liggen : belasting betalen aan de keizer . En de vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis kondigt wel heel sterk het einde aan . Resultaat van dit alles is : de tegenstanders durven geen vragen meer stellen . De vraag in Lc 21,7 komt van de leerlingen en handelt precies over het einde. Heel wat uitleg kan je vinden onder Lc 17,20-21 . Het uiteindelijk antwoord op die vraag kennen we vanuit Mc 13,33-37 . Maar Lukas laat dat weg .

Lc 17,20 Lc 21,7 Lc 20, 21  Lc 20,27-28
Eperôtètheis (ondervraagd) epèrôtèsan (Zij ondervroegen) kai epèrôtèsan (rn zij vroegen) Proselthontes de tines tôn Saddoukaiôn ... epèrôtèsan (Komende echter bij - hem - enige Sadduceeërs, vroegen  
de (echter) de (echter)    
hupo tôn Farisaiôn (door de Farizeeën)      
  auton (hem) auton (hem) auton (hem)
  legontes (zeggende) legontes (zeggende) legontes (zeggende)
  didaskale (meester) didaskale (meester) didaskale (meester)
pote (wanneer) ... pote (wanneer) ...    
 apekrithè autois kai eipen (hij antwoordde hen en zei) ho de eipen (hij echter zei)     
 254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -  299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 // Mt 22,15-22 // Lc 20,20-26 - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -  292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis : Mc 12,18-27 // Mt 22,23-33 // Lc 20,27-38 - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -

 

Lc 21,7                  
epèrôtèsan (Zij ondervroegen)   ho de eipen (hij echter zei)               
de (echter)                  
    blepete (kijk uit)              
auton (hem)   mè (dat jullie niet)       mè (dat jullie niet)      
legontes (zeggende)   planèthète (misleid worden)       poreuthète opisô autôn (achter hen aan zouden gaan)      
didaskale (meester)                  
  kai tí to sèmeion (en wat is het teken)                 
pote (wanneer) ... hotan (wanneer                
                   
ho kairos (de gunstige tijd - het moment) mellè tauta (dat zou kunnen)   egô eimi (ik ben het) ho kairos (de gunstige tijd - het moment) dei gar tauta (dat moet immers)        
estin (is) ginesthai (gebeuren)      èggiken (is nabij) genesthai prôton (eerst gebeuren)        
                   
                   
                   

De leerlingen spreken hun meester aan met didaskale (leermeester). Dan volgt een dubbelvoudige vraag. De eerste vraag bestaat uit vier woorden. De tweede vraag bestaat uit een hoofdzin en een bijzin. Beide bestaan uit vier woorden. De vraagstelling bestaat dus uit 12 woorden; met de aanspreektitel zijn het 13 woorden. Wat het aantal lettergrepen betreft : eerste vraag : 7 lettergrepen; tweede vraag, hoofdzin : 6 lettergrepen; bijzin : 9 lettergrepen. De aanspreektitel bestaat uit 4 lettergrepen. De vraagstelling bestaat dus uit 13 woorden en 26 lettergrepen. Wat de woorden betreft : inleidingsformule : 4. De vraag : 1 - 4 - 4 - 4.

Lc 17,20b Lc 17,20c Mc 13,33 Mc 13,35 Lc 21,7 Lc 21,7 Lc 21,8 Lc 21,8 Lc 21,9
    Ouk oidate gar (jullie weten immers niet) Ouk oidate gar (jullie weten immers niet)          
         didaskale (leermeester)        
          kai tí to sèmeion (en wat is het teken)       
pote (wanneer)   pote (wanneer) pote (wanneer) pote oun (wanneer dan) hotan (wanneer      
    ho kairos (de gunstige tijd - het moment) ho kurios tès oikias (de heer van het huis) tauta (dat) mellè tauta (dat zou kunnen) egô eimi (ik ben het) ho kairos (de gunstige tijd - het moment) dei gar tauta (dat moet immers)
erchetai (komt) ouk erchetai (komt niet) estin (is) erchetai (komt) estai (zal zijn) ginesthai (gebeuren)    èggiken (is nabij) genesthai prôton (eerst gebeuren)
hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)              
  meta paratèrèseôs (met waarneming)              
         1 woord; 4 woorden; . 4 lettergrepen; 7 lettergrepen  4 woorden; 4 woorden; 6 lettergrepen; 9 lettergrepen : totaal : 13 woorden; 26 lettergrepen      
254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -    308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -    299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -    300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -    

 

Lc 17,20b Lc 17,20c Lc 17,21a Lc 17,21b1 Lc 17,21b2 Lc 17,21c Lc 17,23a Lc 17,23b1 Lc 17,23b2 Mc 13,21a   Lc 21,8 // Mc 13,5
    oude erousin (noch zullen zij zeggen)       kai erousin humin (en zij zullen zeggen aan jullie)     Kai tote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand dan aan jullie zou zeggen)   polloi gar eleusontai epi tôi onomoati mou legontes (velen immers zullen in mijn naam komen zeggende)
      idou (zie)   idou (zie)   idou (zie) idou (zie) ide (zie) ide (zie)  
          gar (immers)            
pote (wanneer)     hôde (daar) è ekei (of hier)     ekei (hier) hôde (daar) hôde ho christos (zie, daarr de messias) ekei (hier) egô eimi (ik ben het)
erchetai (komt) ouk erchetai (komt niet)                    
hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)       hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)            
  meta paratèrèseôs (met waarneming)                    
          entos humôn estin (binnenin jullie is)            
254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -           255. Geen voorbarige verwachting van de dagen van de Mensenzoon : Lc 17,22-24 // (Mt 24,26-27) - Lc 17,22-24 -      303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -    300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -

 

Lc 21,8b Lc 21,8f Lc 21,9              
                   
mè (dat jullie niet) mè (dat jullie niet) mè (dat jullie niet)              
planèthète (niet misleid worden) poreuthète opisô autôn (achter hen aan zouden gaan) ptoèthète (door angst bevangen zouden worden)              
...                  
gar (immers)                  
                   
                   
                   
                   


300. Het begin van het einde : Lc 21,8-11 - 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,8 - Lc 21,9 - Lc 21,10 - Lc 21,11 -

Lc 21,8 - Lc 21,8 : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,8 - Lc 21,9 - Lc 21,10 - Lc 21,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8ὁ δὲ εἶπεν, Βλέπετε μὴ πλανηθῆτε: πολλοὶ γὰρ ἐλεύσονται ἐπὶ τῷ ὀνόματί μου λέγοντες, Ἐγώ εἰμι: καί, Ὁ καιρὸς ἤγγικεν: μὴ πορευθῆτε ὀπίσω αὐτῶν. 8 qui dixit videte ne seducamini multi enim venient in nomine meo dicentes quia ego sum et tempus adpropinquavit nolite ergo ire post illos    8 En Hij zeide: Ziet, dat gij niet verleid wordt; want velen zullen er komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en de tijd is nabij gekomen, gaat dan hen niet na. [8] ‘Kijk uit’, zei Hij, ‘dat u niet op een dwaalspoor wordt gebracht. Want velen zullen optreden in mijn naam en zeggen: “Ik ben het”, of: “De tijd is gekomen.” Loop niet achter hen aan.   [8] Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het,” of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet!   8 Maar hij zegt: kijk uit dat ge niet in dwaling geraakt!– want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen ‘ik ben het’ en ‘het tijdstip is genaderd’: trekt niet achter hen aan!   8. Il dit : « Prenez garde de vous laisser abuser, car il en viendra beaucoup sous mon nom, qui diront : «C'est moi ! » et »Le temps est tout proche». N'allez pas à leur suite. 

King James Bible . [8] And he said, Take heed that ye be not deceived: for many shall come in my name, saying, I am Christ; and the time draweth near: go ye not therefore after them.
Luther-Bibel . 8 Er aber sprach: Seht zu, lasst euch nicht verführen. Denn viele werden kommen unter meinem Namen und sagen: Ich bin's, und: Die Zeit ist herbeigekommen. – Folgt ihnen nicht nach!

Tekstuitleg van Lc 21,8 . Het vers Lc 21,8 telt 26 (2 X 13) woorden en 118 (2 X 59) letters . De getalwaarde van Lc 21,8 is 11589 (3 X 3863) .

Lc 21,8.1. bepaald lidwoord nom. mann. enk. ὁ = ho . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,8 . (2) Lc 21,33 . (3) Lc 21,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 
  Totaal   54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

Lc 21,8.2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

Lc 21,8.3. act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπεν = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,8 . (4) Lc 21,29 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 

  legô (zeggen) . eipen Lc   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 223  11  11  17  12  11  10  13 12  11  18 

- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) .
- Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) .

Lc 21,8.2. - 3. δε ειπεν = de eipen (hij echter zei) . NT (66) . Lc (35) : (1) Lc 3,13 . (2) Lc 4,43 . (3) Lc 5,34 . (4) Lc 7,43 . (5) Lc 8,10 . (6) Lc 8,30 . (7) Lc 8,48 . (8) Lc 8,52 . (9) Lc 9,59 . (10) Lc 10,26 . (11) Lc 10,37 . (12) Lc 10,40 . (13) Lc 10,41 . (14) Lc 11,28 . (15) Lc 11,46 . (16) Lc 12,14 . (17) Lc 13,23 . (18) Lc 14,16 . (19) Lc 15,27 . (20) Lc 15,31 . (21) Lc 16,6 . (22) Lc 16,7 . (23) Lc 16,30 . (24) Lc 17,37 . (25) Lc 18,21 . (26) Lc 18,27 . (27) Lc 18,29 . (28) Lc 18,41 . (29) Lc 20,3 . (30) Lc 20,25 . (31) Lc 21,8 . (32) Lc 22,10 . (33) Lc 22,25 . (33) Lc 22,33 . (34) Lc 22,34 . (35) Lc 22,38 .

Lc 21,8.1. - 3. ὁ δε ειπεν = ho de eipen (hij echter zei) . NT (53) . Lc (32) : (1) Lc 3,13 . (2) Lc 4,43 . (3) Lc 5,34 . (4) Lc 7,43 . (5) Lc 8,10 . (6) Lc 8,30 . (7) Lc 8,48 . (8) Lc 8,52 . (9) Lc 9,59 . (10) Lc 10,26 . (11) Lc 10,37 . (12) Lc 11,46 . (13) Lc 12,14 . (14) Lc 13,23 . (15) Lc 14,16 . (16) Lc 15,27 . (17) Lc 15,31 . (18) Lc 16,6 . (19) Lc 16,7 . (20) Lc 16,30 . (21) Lc 17,37 . (22) Lc 18,21 . (23) Lc 18,27 . (24) Lc 18,29 . (25) Lc 18,41 . (26) Lc 20,25 . (27) Lc 21,8 . (28) Lc 22,10 . (29) Lc 22,25 . (30) Lc 22,33 . (31) Lc 22,34 . (32) Lc 22,38 .

Lc 21,8.4. act. ind. praes. + imperat. praes. 2de pers. mv. βλεπετε = blepete (jullie kijken, kijkt) van het werkw. βλεπω = blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in het NT : blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in de LXX : blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in Mc : blepô (kijken, zien) . Lc (4) : (1) Lc 8,18 . (2) Lc 10,23 . (3) Lc 10,24 . (4) Lc 21,8 . Een vorm van βλεπω = blepô (kijken, zien) in de LXX (133) , in het NT (132) , Mt (20) , Mc (14) , Lc (15) , Joh (17) . Hnd (14) .

blepô (kijken, zien) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. + imperat. pr. 2de pers. mv. blepete 33  31  4 : (1) Mt 11,4 . (2) Mt 13,17 . (3) Mt 24,2 . (4) Mt 24,4 . 8 : (1) Mc 4,24 . (2) Mc 8,15 . (3) Mc 8,18 . (4) Mc 12,38 . (5) Mc 13,5 . (6) Mc 13,9 . (7) Mc 13,23 . (8) Mc 13,33 . 4 : (1) Lc 8,18 . (2) Lc 10,23 . (3) Lc 10,24 . (4) Lc 21,8 .   13    16 : (1) Mc 4,24 // Lc 8,18 .  (2) Mt 13,17 // Lc 10,24 . (3) Mt 24,4 // Mc 13,5 // Lc 21,8 . 16 
Totaal  141 50 91 17 13 13 11 10 18 43 54

Lc 21,8.4. - 5. βλεπετε μη = blepete mè (jullie kijken niet , kijkt niet) . NT (7) : (1) Mt 24,4 . (2) Mc 13,5 . (3) Lc 21,8 . (4) Hnd 13,40 . (5) Gal 5,15 . (6) Kol 2,8 . (7) Heb 12,25 .

Lc 21,8.7. nom. mann. mv. πολλοι = polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in de LXX : polus (veel) . Taalgebruik in Lc. : polus . Bijbel (163) . OT (86) . NT (77) . Lc (8) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,14 . (3) Lc 4,27 . (4) Lc 5,15 . (5) Lc 10,24 . (6) Lc 13,24 . (7) Lc 14,25 . (8) Lc 21,8 . Een vorm van πολυς = polus in de LXX (822) , in het NT (353) .

Lc 21,8.9. ind. fut. 3de pers. mv. ελευσονται = eleusontai (zij zullen komen) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Bijbel (14) : (1) Dt 28,15 . (2) Dt 28,45 . (3) Js 7,19 . (4) W 4,20 . (5) Mt 9,15 . (6) Mt 24,5 . (7) Mc 2,20 . (8) Mc 13,6 . (9) Lc 5,35 . (10) Lc 17,22 . (11) Lc 21,6 . (12) Lc 21,8 . (13) Joh 11,48 . (14) 2 Pe 3,3 . Een vorm van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) in de LXX (1054) , in het NT (631) , in Lc (98) .

Lc 21,8.10. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .

Lc 21,8.11. bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Lc (154) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,8 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,37 . (4) Lc 21,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
6. dat. m. + onz. enk. tô(i) 5507  4462  1045  121  68  154  98  163  367  74  343  441 

- D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .

10. - 11. επι τῳ = epi tô(i) (op de) . NT (30) . Lc (8) : (1) Lc 1,29 . (2) Lc 1,47 . (3) Lc 1,59 . (4) Lc 5,5 . (5) Lc 9,48 . (6) Lc 9,49 . (7) Lc 21,8 . (8) Lc 24,47 .

12. dat. onz. enk. ονοματι = onomati (naam) van het zelfstandig naamw. ονομα = onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Taalgebruik in Hnd : onoma (naam) . Lc (16) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,59 . (3) Lc 1,61 . (4) Lc 5,27 . (5) Lc 9,48 . (6) Lc 9,49 . (7) Lc 10,17 . (8) Lc 10,38 . (9) Lc 13,35 . (10) Lc 16,20 . (11) Lc 19,2 . (12) Lc 19,38 . (13) Lc 21,8 . (14) Lc 23,50 . (15) Lc 24,18 . (16) Lc 24,47 .

  onoma (naam)  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.   Apk  syn. ev.
3 dat. onz. enk. onomati 260 168 92 7 8 16 13 35 13   31 44
  Totaal   1079  862 217  19  14  33  24  60  35  32  66  90 

      1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.
    Lc  Lc 1 Lc 2 Lc 5 Lc 6 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 13 Lc 16 Lc 19 Lc 21 Lc 23 Lc 24
1 nom. + acc. onz. enk. onoma 15 (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,13 .  (3) Lc 1,26 . (4) Lc 1,27 . (5) Lc 1,31 . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 . (8) Lc 2,21 .  (9) Lc 2,25 .   (10) Lc 6,22 .   (11) Lc 8,30 .  (12) Lc 8,41 .     (13) Lc 11,2 .         (14) Lc 21,17 .     (15) Lc 24,13 .  
2 gen. onz. enk. onomatos 1                       (1) Lc 21,12 .      
3 dat. onz. enk. onomati 16 (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,59 . (3) Lc 1,61 .     4) Lc 5,27 .       (5) Lc 9,48 . (6) Lc 9,49 .   (7) Lc 10,17 . (8) Lc 10,38 .     (9) Lc 13,35 .   (10) Lc 16,20 .   (11) Lc 19,2 . (12) Lc 19,38 (13) Lc 21,8 .   (14) Lc 23,50 .   (15) Lc 24,18 . (16) Lc 24,47 .  
4 nom. + acc. onz. mv. onomata 1             (1) Lc 10,20 .                
    32 / 33  9 / 10  2 3

- Ned. : naam . stam : N ... M . Arabisch : اسم = ism (naam) . Taalgebruik in de Qoran : ism (naam) . D. : Name . Eng. : name . Fr. : nom . Grieks : ονομα = onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Hebr. שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Lat. nomen .

10. - 12. επι τῳ ονοματι = epi tôi onomati (bij de naam van) . NT (16) : (1) Mt 18,5 . (2) Mt 24,5 . (3) Mc 9,37 . (4) Mc 9,39 . (5) Mc 13,6 . (6) Lc 1,59 . (7) Lc 9,48 . (8) Lc 9,49 . (9) Lc 21,8 . (10) Lc 24,47 .. (11) Hnd 2,38 . (12) Hnd 4,17 . (13) Hnd 4,18 . (14) Hnd 5,28 . (15) Hnd 5,40 . (16) Hnd 15,14 .

10. - 13. επι τῳ ονοματι μου = epi tôi onomati mou (bij mijn naam) . NT (7) : (1) Mt 18,5 . (2) Mt 24,5 . (3) Mc 9,37 . (4) Mc 9,39 . (5) Mc 13,6 . (6) Lc 9,48 . (7) Lc 21,8 . (10) Lc 24,47 .

Lc 21,8.14. λεγοντες ὁτι = legontes hoti (zeggende dat) . NT (25) . Lc (8) : (1) Lc 7,4 . (2) Lc 7,16 . (3) Lc 14,30 . (4) Lc 15,2 . (5) Lc 19,7 . (6) Lc 20,5 . (7) Lc 21,8 . (8) Lc 23,5 .

Wat de vertalingen betreft. De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) . Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) . Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB) .

Lc 21,8.17. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .


Lc 21,9 - Lc 21,9 : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,8 - Lc 21,9 - Lc 21,10 - Lc 21,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9ὅταν δὲ ἀκούσητε πολέμους καὶ ἀκαταστασίας, μὴ πτοηθῆτε: δεῖ γὰρ ταῦτα γενέσθαι πρῶτον, ἀλλ' οὐκ εὐθέως τὸ τέλος. 9 cum autem audieritis proelia et seditiones nolite terreri oportet primum haec fieri sed non statim finis    9 En wanneer gij zult horen van oorlogen en beroerten, zo wordt niet verschrikt; want deze dingen moeten eerst geschieden; maar nog is terstond het einde niet. [9] Wanneer u hoort van oorlogen en onlusten, wees dan niet verontrust. Want dat moet eerst gebeuren, maar het is niet meteen het einde.’  [9] Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’   9 Wanneer ge zult horen van oorlogen en opstanden raakt dan niet in de war: want dat ‘moet éérst geschieden’, – nee, het is niet meteen het einde!   9. Lorsque vous entendrez parler de guerres et de désordres, ne vous effrayez pas ; car il faut que cela arrive d'abord, mais ce ne sera pas de sitôt la fin. »  

King James Bible . [9] But when ye shall hear of wars and commotions, be not terrified: for these things must first come to pass; but the end is not by and by.
Luther-Bibel . 9 Wenn ihr aber hören werdet von Kriegen und Aufruhr, so entsetzt euch nicht. Denn das muss zuvor geschehen; aber das Ende ist noch nicht so bald da.

Tekstuitleg van Lc 21,9 . Het vers Lc 21,9 telt 18 (2 X 3²) woorden en 91 letters . De getalwaarde van Lc 21,9 is 10176 (2³ X 2³ X 3 X 53) .

1. ὁταν = hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) . Taalgebruik in het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Taalgebruik in de LXX : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Lc (27) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,22 . (3) Lc 6,26 . (4) Lc 8,13 . (5) Lc 9,26 . (6) Lc 11,2 . (7) Lc 11,21 . (8) Lc 11,24 . (9) Lc 11,34 . (10) Lc 11,36 . (11) Lc 12,11 . (12) Lc 12,54 . (13) Lc 12,55 . (14) Lc 13,28 . (15) Lc 14,8 . (16) Lc 14,10 . (17) Lc 14,12 . (18) Lc 14,13 . (19) Lc 16,4 . (20) Lc 16,9 . (21) Lc 17,10 . (22) Lc 21,7 . (23) Lc 21,9 . (24) Lc 21,20 . (25) Lc 21,30 . (26) Lc 21,31 . (27) Lc 23,42 . Synoptici : Lc 21 (5) : (1) Mc 13,4 // Lc 21,7 . (2) Mc 13,7 :// Lc 21,9 . (3) Mt 24,15 // Mc 13,14 // Lc 21,20 . (4) Mt 24,32 // Mc 13,28 // Lc 21,30 . (5) Mt 24,33 // Mc 13,29 // Lc 21,31 .

hotan  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  298  179  119  19  21  27  16  25  67  83 

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

1. - 2. ὁταν δε = hotan de (telkens wanneer echter, wanneer echter, zodra echter) . NT (23) : (1) Mt 6,16 . (2) Mt 10,19 . (3) Mt 10,23 . (4) Mt 12,43 . (5) Mt 13,32 . (6) Mt 25,31 . (7) Mc 4,29 . (8) Mc 13,7 :// Lc 21,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,14 // Lc 21,20 . (11) Lc 12,11 . (12) Mc 13,7 :// Lc 21,9 . (13) Mc 13,14 // Lc 21,20 . (14) Joh 15,26 . (15) Joh 16,13 . (16) Joh 16,21 . (17) Joh 21,18 . (18) 1 Kor 13,10 . (19) 1 Kor 15,27 . (20) 1 Kor 15,28 . (21) 1 Kor 15,54 . (22) 1 Kor 16,3 . (23) Heb 1,6 .
- και ὁταν = kai hotan (en telkens wanneer, en wanneer, en zodra) . NT (16) : (1) Mt 6,5 . (2) Mt 23,15 . (3) Mc 4,15 . (4) Mc 4,32 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 14,7 . (7) Lc 5,35 . (8) Lc 6,22 . (9) Lc 12,55 . (10) Joh 2,10 . (11) Joh 10,4 . (12) Kol 4,16 . (13) Apk 4,9 . (14) Apk 11,7 . (15) Apk 17,10 . (16) Apk 20,7 .

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

11. nom. en acc. onz. mv. ταυτα = tauta (deze dingen) van het aanwijzend voornaamw. οὑτος = houtos . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Taalgebruik in Hnd : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 21 (5) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,7 . (3) Lc 21,9 . (4) Lc 21,31 . (5) Lc 21,36 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. mv. tauta  815  587  228  22 14 46  58 28            

Lc 21,10 : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,8 - Lc 21,9 - Lc 21,10 - Lc 21,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10Τότε ἔλεγεν αὐτοῖς, Ἐγερθήσεται ἔθνος ἐπ' ἔθνος καὶ βασιλεία ἐπὶ βασιλείαν, 10 tunc dicebat illis surget gens contra gentem et regnum adversus regnum     10 Toen zeide Hij tot hen: Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk. [10] Toen zei Hij hun: ‘Het ene volk zal opstaan tegen het andere en het ene koninkrijk tegen het andere.   [10] Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere,   10 Toen heeft hij tot hen gezegd: ‘ontwaken zal volk tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk’;   10. Alors il leur disait : « On se dressera nation contre nation et royaume contre royaume. 

King James Bible . [10] Then said he unto them, Nation shall rise against nation, and kingdom against kingdom:
Luther-Bibel . 10 Dann sprach er zu ihnen: Ein Volk wird sich erheben gegen das andere und ein Reich gegen das andere,

Tekstuitleg van Lc 21,10 . Het vers Lc 21,10 telt 11 woorden en 63 (3² X 7) letters . De getalwaarde van Lc 21,10 is 3857 (7 X 19 X 29) .

Lc 21,10.1. τοτε = tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het NT : tote (dan) . Taalgebruik in de LXX : tote (dan) . Taalgebruik in Lc : tote (dan) . Lc (15) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,42 . (3) Lc 11,24 . (4) Lc 11,26 . (5) Lc 13,26. (6) Lc 14,9 . (7) Lc 14,10 . (8) Lc 14,21 . (9) Lc 16,16 . (10) Lc 21,10 . (11) Lc 21,20. (12) Lc 21,21 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 23,30 . (15) Lc 24,45 .

tote  Lc 5 Lc 6 Lc 11 Lc 13 Lc 14 Lc 16 Lc 21 Lc 23 Lc 24 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  
  1 : Lc 5,35 . 1 : Lc 6,42 . 2 : (1) Lc 11,24 . (2) Lc 11,26 . 1 : Lc 13,26 . 3 : (1) Lc 14,9 . (2) Lc 14,10 . (3) Lc 14,21 . 1 : Lc 16,16 . 4 : (1) Lc 21,10 . (2) Lc 21,20 . (3) Lc 21,21 . (4) Lc 21,27 . 1 : Lc 23,30 .   1 : Lc 24,45 . 353 195 158 89 6 15 10 21 17   110  120 

Lc 21,10.6. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .

Lc 21,10.8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,10.10. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .


Lc 21,11 : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,8 - Lc 21,9 - Lc 21,10 - Lc 21,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11σεισμοί τε μεγάλοι καὶ κατὰ τόπους λιμοὶ καὶ λοιμοὶ ἔσονται, φόβητρά τε καὶ ἀπ' οὐρανοῦ σημεῖα μεγάλα ἔσται. 11 terraemotus magni erunt per loca et pestilentiae et fames terroresque de caelo et signa magna erunt   11 En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den hemel geschieden. [11] Er zullen zware aardbevingen zijn en op verscheidene plaatsen hongersnood en pest; en er zullen zich schrikwekkende en grote tekenen voordoen aan de hemel. [11] er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen. 11 er zullen grote aardbevingen zijn en op de ene plaats na de andere hongersnoden en pestepidemieën,– vreselijke dingen en vanuit de hemel grootse tekenen zullen er zijn. 11. Il y aura de grands tremblements de terre et, par endroits, des pestes et des famines ; il y aura aussi des phénomènes terribles et, venant du ciel, de grands signes.

King James Bible . [11] And great earthquakes shall be in divers places, and famines, and pestilences; and fearful sights and great signs shall there be from heaven.
Luther-Bibel . 11 und es werden geschehen große Erdbeben und hier und dort Hungersnöte und Seuchen; auch werden Schrecknisse und vom Himmel her große Zeichen geschehen.

Tekstuitleg van Lc 21,11 . Het vers Lc 21,11 telt 18 (2 X 3²) en 88 (2³ X 11) letters . De getalwaarde van Lc 21,11 is 6878 (2 X 19 X 181) .

Lc 21,11.3. nom. + acc. onz. mv. megala (grote dingen) van het bijvoegl. naamw. megas (groot) . Taalgebruik in het N.T. : megas (groot) . Taalgebruik in Lc : megas (groot) . Lc (2) : (1) Lc 1,49 . (2) Lc 21,11 . Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , in Lc 1 (4) : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,32 . (3) Lc 1,42 . (4) Lc 1,49 .

4. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,11.10. act. ind. fut. 3de pers. mv. εσονται = esontai (zij zullen zijn) van het werkw. ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de LXX : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Taalgebruik in Hnd : eimi . Bijbel (253) . Lc (7) : (1) Lc 11,19 . (2) Lc 12,52 . (3) Lc 13,30 . (4) Lc 17,34 . (5) Lc 17,35 . (6) Lc 21,11 . (7) Lc 21,25 . Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947) .
- Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .

13. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,11.16. nom. + acc. onz. mv. sèmeia (tekens) van het zelfst. naamw. sèmeion (teken) . Taalgebruik in het N.T. : sèmeion (teken) . Taalgebruik in Lc : sèmeion (teken) . Lat. signum . Fr. signe . E. sign . N. teken . D. Zeichen . Lc (2) : (1) Lc 21,11 . (2) Lc 21,25 . Een vorm van sèmeion (teken) in Lc in 9 verzen : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,25 . (9) Lc 23,8 .



301. Gedrag bij vervolgingen : Lc 21,12-19 - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -

Lc 21,12 - Lc 21,12 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:12 pro de toutôn pantôn epibalousin ef umas tas cheiras autôn kai diôxousin paradidontes eis tas sunagôgas kai fulakas apagomenous epi basileis kai ègemonas eneken tou onomatos mou  12 sed ante haec omnia inicient vobis manus suas et persequentur tradentes in synagogas et custodias trahentes ad reges et praesides propter nomen meum  Voor dat alles echter zullen ze hun handen aan jullie slaan en je vervolgen, overleverend aan de synagogen en gevangenissen, weggeleid voor koningen en landvoogden ter wille van mijn naam ;  12 Maar voor dit alles, zullen zij hun handen aan ulieden slaan, en u vervolgen, u overleverende in de synagogen en gevangenissen; en gij zult getrokken worden voor koningen en stadhouders, om Mijns Naams wil. [12] Maar* voordat dit allemaal gebeurt zal* men u oppakken en vervolgen, u uitleveren aan de synagogen en u gevangenzetten*. U wordt voorgeleid aan koningen* en gouverneurs omwille van mijn naam;  [12] Maar eerst zullen jullie worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam.   12 Maar vóór dat alles zullen ze de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te geven aan de synagogen en de wachtposten, door u weg te voeren naar koningen en landvoogden omwille van mijn naam!  12. « Mais, avant tout cela, on portera les mains sur vous, on vous persécutera, on vous livrera aux synagogues et aux prisons, on vous traduira devant des rois et des gouverneurs à cause de mon Nom, 

King James Bible . [12] But before all these, they shall lay their hands on you, and persecute you, delivering you up to the synagogues, and into prisons, being brought before kings and rulers for my name's sake.
Luther-Bibel . 12 Aber vor diesem allen werden sie Hand an euch legen und euch verfolgen und werden euch überantworten den Synagogen und Gefängnissen und euch vor Könige und Statthalter führen um meines Namens willen.

Tekstuitleg van Lc 21,12 . Het vers Lc 21,12 telt 26 (2 X 13) woorden en 145 (5 X 29) letters . De getalwaarde van Lc 21,12 is 17915 (5 X 3583) .

Lc 21,12.2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

Lc 21,12.6. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .

Lc 21,12.5. - 10. epibalousin ef umas tas cheiras autôn = zij zullen hun hand aan jullie slaan . Verwijzing: ballô (werpen, gooien) , zie Mt 8,14 , vooral Hnd 4,3 . In de apokalyptische rede schrijft Lucas in Lc 21,12 : zij zullen de hand aan jullie slaan . Het is Jezus overkomen : Lc 20,19 : zij zochten de hand aan hem te slaan . Mc 14,46 : zij echter sloegen de hand aan hem . Mt 26,50 : en naderbijgekomen sloegen zij de hand aan Jezus . Het overkomt ook de apostelen (Hnd 5,18 ; Hnd 4,3 : Petrus en Johannes) en Paulus (Hnd 21,27) . De leerling gaat dezelfde weg op als zijn leraar.

Lc 21,12.11. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,12.14. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lc (210) . Lc 21 (7) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,4 . (3) Lc 21,12 . (4) Lc 21,13 . (5) Lc 21,21 . (6) Lc 21,24 . (7) Lc 21,37 .

eis (naar)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77 

eis  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  210  12  12  4 11  10  7 9 17 16  11 6 6 5 9 7 7 9 10 1 7 13 4 11

- Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .

Lc 21,12.16. acc. vr. mv. sunagôgas van het zelfst. naamw. sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in het N.T. : sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in Lc : sunagôgè (synagoge) . Lc (3) : (1) Lc 4,44 . (2) Lc 12,11 . (3) Lc 21,12 . Een vorm van sunagogè (synagoge) in Lc in 15 verzen : (1) Lc 4,15 . (2) Lc 4,16 . (3) Lc 4,20 . (4) Lc 4,28 . (5) Lc 4,33 . (6) Lc 4,38 . (7) Lc 4,44 . (8) Lc 6,6 . (9) Lc 7,5 . (10) Lc 8,41 . (11) Lc 11,43 . (12) Lc 12,11 . (13) Lc 13,10 . (14) Lc 20,46 . (15) Lc 21,12 .

Lc 21,12.19. In hetzelfde vers Lc 21,12 zegt Jezus dat ze zullen weggeleid worden voor koningen en landvoogden omwille van zijn naam . Ook Jezus werd weggeleid . Eenmaal dag geworden werd Jezus voor het Sanhedrin geleid (Lc 22,66) . Dat is ook het geval met de apostelen Petrus en Johannes (Hnd 4,5) . Deze apostelen werden gearresteerd en voorgeleid omdat zij onderrichtten in de naam van Jezus .

Lc 21,12.17. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,12.20. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .

Nog vanuit hetzelfde vers Lc 21,12 wordt de roeping van Saulus geïnterpreteerd . Het weggeleid worden wordt een gezonden worden . Hnd 9,15 : Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. 

Lc 21,12.22. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .


Lc 21,13 - Lc 21,13 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:13 apobèsetai umin eis marturion  13 continget autem vobis in testimonium  het zal voor je aankomen op getuigenis .  13 En dit zal u overkomen tot een getuigenis. [13] dat geeft u de gelegenheid om te getuigen*.  [13] Dan zullen jullie moeten getuigen.  13 Het zal voor u uitlopen op getuigen.   13. et cela aboutira pour vous au témoignage.  

King James Bible . [13] And it shall turn to you for a testimony.
Luther-Bibel . 13 Das wird euch widerfahren zu einem Zeugnis.

Tekstuitleg van Lc 21,13 . Het vers Lc 21,13 telt 5 woorden en 28 (2² X 7) letters . De getalwaarde van Lc 21,13 is 2472 (2³ X 3 X 103) .

3. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lc (210) . Lc 21 (7) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,4 . (3) Lc 21,12 . (4) Lc 21,13 . (5) Lc 21,21 . (6) Lc 21,24 . (7) Lc 21,37 .

eis (naar)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77 

eis  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  210  12  12  4 11  10  7 9 17 16  11 6 6 5 9 7 7 9 10 1 7 13 4 11

- Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .


Lc 21,14 - Lc 21,14 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:14 thete oun en tais kardiais umôn mè promeletan apologèthènai   14 ponite ergo in cordibus vestris non praemeditari quemadmodum respondeatis  leg dan in jullie harten tevoren in te oefenen hoe je te verdedigen ;  14 Neemt dan in uw harten voor, van te voren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult; [14] Neem u heilig voor om u er van tevoren geen zorgen over te maken hoe u zich zult verdedigen.  [14] Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden.  14 Welnu, neemt u van harte voor om niet van te voren al te piekeren hoe u te verdedigen;   14. Mettez-vous donc bien dans l'esprit que vous n'avez pas à préparer d'avance votre défense :  

King James Bible . [14] Settle it therefore in your hearts, not to meditate before what ye shall answer:
Luther-Bibel . 14 So nehmt nun zu Herzen, dass ihr euch nicht vorher sorgt, wie ihr euch verantworten sollt.

Tekstuitleg van Lc 21,14 . Het vers Lc 21,14 telt 9 (3²) woorden en 50 (2 X 5²) letters . De getalwaarde van Lc 21,14 is 4169 (11 X 379) .

3. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

4. bepaald lidw. dat. vr. mv. ταις = tais van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Lc (33) . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,14 . (2) Lc 21,21 . (3) Lc 21,23 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
15. dat. vr. mv. tais   980  799  181  21  10  33  24  66  23  64  68 

- D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .

6. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mv. ὑμων = humôn (van jullie) . Zie persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc 21 (6) : (1) Lc 21,14 . (2) Lc 21,16 . (3) Lc 21,18 . (4) Lc 21,19 . (5) Lc 21,28 . (6) Lc 21,34 .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mv. humôn  1573 1084 489 61 12 60 43 34 275 4    
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

      Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  gen. mv. humôn 60 0 0 1 1 2 7 0 1 4 4 8 7 2 3 1 2 2 0 0 0 6 6 2 1

14. - 15. εξ ὑμων = ex humôn (uit jullie) . NT (33) . Lc (7) : (1) Lc 11,5 . (2) Lc 12,25 . (3) Lc 14,28 . (4) Lc 14,33 . (5) Lc 15,4 . (6) Lc 17,7 . (7) Lc 21,16 .


Lc 21,15 - Lc 21,15 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:15 egô gar dôsô umin stoma kai sofian è ou dunèsontai antistènai è anteipein apantes oi antikeimenoi umin 15 ego enim dabo vobis os et sapientiam cui non poterunt resistere et contradicere omnes adversarii vestri  ik immers zal je een taal geven en een wijsheid waaraan al die je tegenstand bieden niet zullen kunnen weerstaan of tegenspreken .  15 Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen u zetten. [15] Want Ik zal u wijze woorden in de mond leggen, zodat geen van uw tegenstanders u zal kunnen weerstaan of tegenspreken.  [15] Want ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken. [  15 want ikzelf zal u een mond geven en een wijsheid die allen die tegen u in het geweer komen niet zullen kunnen weerstaan of weerspreken.  15. car moi je vous donnerai un langage et une sagesse, à quoi nul de vos adversaires ne pourra résister ni contredire. 

King James Bible . [15] For I will give you a mouth and wisdom, which all your adversaries shall not be able to gainsay nor resist.
Luther-Bibel . 15 Denn ich will euch Mund und Weisheit geben, der alle eure Gegner nicht widerstehen noch widersprechen können.

Tekstuitleg van Lc 21,15 . Het vers Lc 21,15 telt 17 woorden en 89 letters . De getalwaarde van Lc 21,15 is 9977 (11 X 907) .

6. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

15. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,15 . (2) Lc 21,21 . (3) Lc 21,33 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal     23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

  lidw. mv. Lc  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
10. nom. m. mv. hoi 165 3 7 1 2 9 13 10 15 12 4 8 2 5 2 3 6 4 5 7 16 3 11 9 9

14. - 15. παντες οἱ = pantes hoi (al de) . NT (45) . Lc (11) : (1) Lc 1,66 . (2) Lc 2,18 . (3) Lc 2,47 . (4) Lc 6,26 . (5) Lc 13,17 . (6) Lc 13,27 . (7) Lc 14,29 . (8) Lc 15,1 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 23,48 . (11) Lc 23,49 .


Lc 21,16 - Lc 21,16 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:16 paradothèsesthe de kai upo goneôn kai adelfôn kai suggenôn kai filôn kai thanatôsousin ex umôn  16 trademini autem a parentibus et fratribus et cognatis et amicis et morte adficient ex vobis  Jullie zullen overgeleverd worden ook door ouders en broers en verwanten en vrienden, en ze zullen sommigen onder jullie ter dood brengen .  16 En gij zult overgeleverd worden ook van ouders, en broeders, en magen, en vrienden; en zij zullen er sommigen uit u doden. [16] U zult zelfs door uw ouders, uw broers* en zusters, uw familie en vrienden worden uitgeleverd en sommigen van u zal men ter dood brengen;   16] Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen van jullie zullen worden terechtgesteld,   16 Maar ge zult wel overgegeven worden, zelfs door ouders en broers, bloedverwanten en vrienden, en ze zullen ook mensen uit uw midden ter dood brengen;  16. Vous serez livrés même par vos père et mère, vos frères, vos proches et vos amis ; on fera mourir plusieurs d'entre vous, 

King James Bible . [16] And ye shall be betrayed both by parents, and brethren, and kinsfolks, and friends; and some of you shall they cause to be put to death.
Luther-Bibel . 16 Ihr werdet aber verraten werden von Eltern, Brüdern, Verwandten und Freunden; und man wird einige von euch töten.

Tekstuitleg van Lc 21,16 . Het vers Lc 21,16 telt 15 (3 X 5) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Lc 21,16 is 10121 (29 X 349) .

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

3. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

6. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

12. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

13. act. ind. fut. 3de pers. mv. thanatôsin (zij zullen doden) van het werkw. thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in het N.T. : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in Lc : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Dit is de enigste vorm in Lc . Niet in Hnd .

14. εξ = ex < e-k+s) is een voorzetsel en ἑξ = hex (zes) is een telwoord . εκ = ek of εξ = ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Taalgebruik in Lc : ek (uit) . Lc (37) . Lc 21 (1) : Lc 21,16 .

ek (uit)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ek  2814 2239 575 46 38 46 112 58 175 100 130  242 
ex  1168 941  227  28  20  37  28  24  84  85  113 
Totaal   3982  3180  802  74  58  83  140  82  259  106  215   355

  ek    Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  ek    6 1 3 0 2 2 3 3 0 0 1 3 2 1 1 2 2 2 3
  ex (37)   1 0 1 0 0 0 2 7 2 1 2 1 0 2 0 0 3 1 3 2
  Totaal    10  2 2 0 0 2 2 4 10 5 1 2 2 3 4 1 1 5 3 5 5

15. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mv. ὑμων = humôn (van jullie) . Zie persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc 21 (6) : (1) Lc 21,14 . (2) Lc 21,16 . (3) Lc 21,18 . (4) Lc 21,19 . (5) Lc 21,28 . (6) Lc 21,34 .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mv. humôn  1573 1084 489 61 12 60 43 34 275 4    
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

      Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  gen. mv. humôn 60 0 0 1 1 2 7 0 1 4 4 8 7 2 3 1 2 2 0 0 0 6 6 2 1

Lc 21,17 - Lc 21,17 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:17 kai esesthe misoumenoi upo pantôn dia to onoma mou  17 et eritis odio omnibus propter nomen meum  en je zult gehaat worden door allen ter wille van mijn naam.  17 En gij zult van allen gehaat worden om Mijns Naams wil. [17] u zult door iedereen gehaat worden vanwege mijn naam.   [17] en jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam.   17 ge zult bij allen gehaat wezen vanwege mijn naam,  17. et vous serez haïs de tous à cause de mon nom.  

King James Bible . [17] And ye shall be hated of all men for my name's sake.
Luther-Bibel . 17 Und ihr werdet gehasst sein von jedermann um meines Namens willen.

Tekstuitleg van Lc 21,17 . Het vers Lc 21,17 telt 9 (3²) woorden en 41 letters . De getalwaarde van Lc 21,17 is 4307 (59 X 73) .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

8. nom. + acc. onz. enk. : onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen .


Lc 21,18 - Lc 21,18 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:18 kai thrix ek tès kefalès umôn ou mè apolètai   18 et capillus de capite vestro non peribit  Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan .  18 Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan. [18] Maar geen haar van uw hoofd zal gekrenkt worden.  [18] Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.   18 maar geen haar van uw hoofd gaat verloren;   18. Mais pas un cheveu de votre tête ne se perdra.  

King James Bible . [18] But there shall not an hair of your head perish.
Luther-Bibel . 18 Und kein Haar von eurem Haupt soll verloren gehen.

Tekstuitleg van Lc 21,18 . Het vers Lc 21,18 telt 9 (3²) woorden en 35 (5 X 7) letters . De getalwaarde van Lc 21,18 is 3815 (5 X 7 X 109) .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

4. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,18 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,25 . (4) Lc 21,35 .

6. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mv. ὑμων = humôn (van jullie) . Zie persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc 21 (6) : (1) Lc 21,14 . (2) Lc 21,16 . (3) Lc 21,18 . (4) Lc 21,19 . (5) Lc 21,28 . (6) Lc 21,34 .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mv. humôn  1573 1084 489 61 12 60 43 34 275 4    
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

      Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  gen. mv. humôn 60 0 0 1 1 2 7 0 1 4 4 8 7 2 3 1 2 2 0 0 0 6 6 2 1

Lc 21,19 - Lc 21,19 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:19 en tè upomonè umôn | ktèsesthe | ktèsasthe* | tas psuchas umôn  19 in patientia vestra possidebitis animas vestras   door jullie volharding zul je je zielen winnen .   19 Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid. [19] Als u volhardt, zult u uw leven winnen.  [19] Red je leven door standvastigheid!  19 door uw volharding zult ge uw levens–en–zielen winnen!   19. C'est par votre constance que vous sauverez vos vies !  

King James Bible . [19] In your patience possess ye your souls.
Luther-Bibel . 19 Seid standhaft und ihr werdet euer Leben gewinnen.

Tekstuitleg van Lc 21,19 . Het vers Lc 21,19 telt 8 (2³) woorden en 37 letters . De getalwaarde van Lc 21,19 is 6826 (2 X 3413) .

Mc 14,49 Lc 22,53 Lc 19,47 Lc 21, 37
    kai (en) èn de (hij was echter)
    èn didaskôn (hij was onderrichtende)  
kath'hèmeran (dagelijks) kath'hèmeran (dagelijks) to kath'hèmeran (dagelijks) tas hèmeras (dagelijks)
èmèn (was ik) ontos mou (ik zijnde)    
pros humas (bij u) meth'humôn (bij jullie)    
en tôi hierôi (in de tempel) en tôi hierôi (in de tempel) en tôi hierôi (in de tempel) en tôi hierôi (in de tempel)
didaskôn (onderrchtend)     didaskôn (onderrchtend)
330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 // Mt 26,47-56 // Lc 22,47-53 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 // Mt 26,47-56 // Lc 22,47-53 284. Jezus in de tempel. Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 // Mt 21,14-17 // Lc 19,47-48  

1. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

4. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mv. ὑμων = humôn (van jullie) . Zie persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Lc 21 (6) : (1) Lc 21,14 . (2) Lc 21,16 . (3) Lc 21,18 . (4) Lc 21,19 . (5) Lc 21,28 . (6) Lc 21,34 .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mv. humôn  1573 1084 489 61 12 60 43 34 275 4    
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

      Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  gen. mv. humôn 60 0 0 1 1 2 7 0 1 4 4 8 7 2 3 1 2 2 0 0 0 6 6 2 1


302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Lc 21,20-24 . 302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 -

Lc 21,20 - Lc 21,20 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20Οταν δὲ ἴδητε κυκλουμένην ὑπὸ στρατοπέδων Ἰερουσαλήμ, τότε γνῶτε ὅτι ἤγγικεν ἡ ἐρήμωσις αὐτῆς. 20 cum autem videritis circumdari ab exercitu Hierusalem tunc scitote quia adpropinquavit desolatio eius     20 Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is. [20] Wanneer u Jeruzalem door legers omsingeld ziet, weet dan dat haar verwoesting dichtbij is.   [20] Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is.    20. « Mais lorsque vous verrez Jérusalem investie par des armées, alors comprenez que sa dévastation est toute proche.  

King James Bible . [20] And when ye shall see Jerusalem compassed with armies, then know that the desolation thereof is nigh.
Luther-Bibel . 20 Wenn ihr aber sehen werdet, dass Jerusalem von einem Heer belagert wird, dann erkennt, dass seine Verwüstung nahe herbeigekommen ist.

Tekstuitleg van Lc 21,20 . Het vers Lc 21,20 telt 15 (3 X 5) woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalwaarde van Lc 21,20 is 10124 (2² X 2531) .

1. ὁταν = hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) . Taalgebruik in het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Taalgebruik in de LXX : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Lc (27) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,22 . (3) Lc 6,26 . (4) Lc 8,13 . (5) Lc 9,26 . (6) Lc 11,2 . (7) Lc 11,21 . (8) Lc 11,24 . (9) Lc 11,34 . (10) Lc 11,36 . (11) Lc 12,11 . (12) Lc 12,54 . (13) Lc 12,55 . (14) Lc 13,28 . (15) Lc 14,8 . (16) Lc 14,10 . (17) Lc 14,12 . (18) Lc 14,13 . (19) Lc 16,4 . (20) Lc 16,9 . (21) Lc 17,10 . (22) Lc 21,7 . (23) Lc 21,9 . (24) Lc 21,20 . (25) Lc 21,30 . (26) Lc 21,31 . (27) Lc 23,42 . Synoptici : Lc 21 (5) : (1) Mc 13,4 // Lc 21,7 . (2) Mc 13,7 :// Lc 21,9 . (3) Mt 24,15 // Mc 13,14 // Lc 21,20 . (4) Mt 24,32 // Mc 13,28 // Lc 21,30 . (5) Mt 24,33 // Mc 13,29 // Lc 21,31 .

hotan  bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  298  179  119  19  21  27  16  25  67  83 

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Lc (478 + 5 = 483) . Lc 21 (14) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,2 . (3) Lc 21,4 . (4) Lc 21,7 . (5) Lc 21,8 . (6) Lc 21,9 . (7) Lc 21,12 . (8) Lc 21,16 . (9) Lc 21,20 . (10) Lc 21,28 . (11) Lc 21,33 . (12) Lc 21,34 . (13) Lc 21,36 . (14) Lc 21,37 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

de (echter)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
de (478) 17  11  13  18  15  23  37  36  21  22  26  13  16  15  11  26  16  22  14  35  34  20 
d' (5)                                        
483 17  11  13  18  15  23  37  37  23  22  26  13  16  15  12  26  16  23  14  35  34  20 

1151 verzen  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

1. - 2. ὁταν δε = hotan de (telkens wanneer echter, wanneer echter, zodra echter) . NT (23) : (1) Mt 6,16 . (2) Mt 10,19 . (3) Mt 10,23 . (4) Mt 12,43 . (5) Mt 13,32 . (6) Mt 25,31 . (7) Mc 4,29 . (8) Mc 13,7 :// Lc 21,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,14 // Lc 21,20 . (11) Lc 12,11 . (12) Mc 13,7 :// Lc 21,9 . (13) Mc 13,14 // Lc 21,20 . (14) Joh 15,26 . (15) Joh 16,13 . (16) Joh 16,21 . (17) Joh 21,18 . (18) 1 Kor 13,10 . (19) 1 Kor 15,27 . (20) 1 Kor 15,28 . (21) 1 Kor 15,54 . (22) 1 Kor 16,3 . (23) Heb 1,6 .
- και ὁταν = kai hotan (en telkens wanneer, en wanneer, en zodra) . NT (16) : (1) Mt 6,5 . (2) Mt 23,15 . (3) Mc 4,15 . (4) Mc 4,32 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 14,7 . (7) Lc 5,35 . (8) Lc 6,22 . (9) Lc 12,55 . (10) Joh 2,10 . (11) Joh 10,4 . (12) Kol 4,16 . (13) Apk 4,9 . (14) Apk 11,7 . (15) Apk 17,10 . (16) Apk 20,7 .

1. - 4.

8. τοτε = tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het NT : tote (dan) . Taalgebruik in de LXX : tote (dan) . Taalgebruik in Lc : tote (dan) . Lc (15) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,42 . (3) Lc 11,24 . (4) Lc 11,26 . (5) Lc 13,26. (6) Lc 14,9 . (7) Lc 14,10 . (8) Lc 14,21 . (9) Lc 16,16 . (10) Lc 21,10 . (11) Lc 21,20. (12) Lc 21,21 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 23,30 . (15) Lc 24,45 .

tote  Lc 5 Lc 6 Lc 11 Lc 13 Lc 14 Lc 16 Lc 21 Lc 23 Lc 24 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  
  1 : Lc 5,35 . 1 : Lc 6,42 . 2 : (1) Lc 11,24 . (2) Lc 11,26 . 1 : Lc 13,26 . 3 : (1) Lc 14,9 . (2) Lc 14,10 . (3) Lc 14,21 . 1 : Lc 16,16 . 4 : (1) Lc 21,10 . (2) Lc 21,20 . (3) Lc 21,21 . (4) Lc 21,27 . 1 : Lc 23,30 .   1 : Lc 24,45 . 353 195 158 89 6 15 10 21 17   110  120 

Lc 21,21 - Lc 21,21 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21τότε οἱ ἐν τῇ Ἰουδαίᾳ φευγέτωσαν εἰς τὰ ὄρη, καὶ οἱ ἐν μέσῳ αὐτῆς ἐκχωρείτωσαν, καὶ οἱ ἐν ταῖς χώραις μὴ εἰσερχέσθωσαν εἰς αὐτήν, 21 tunc qui in Iudaea sunt fugiant in montes et qui in medio eius discedant et qui in regionibus non intrent in eam    21 Alsdan die in Judea zijn, dat zij vlieden naar de bergen; en die in het midden van dezelve zijn, dat zij daaruit trekken; en die op de velden zijn, dat zij in dezelve niet komen. [21] Laten de inwoners van Judea dan de bergen invluchten; wie in de stad is moet haar verlaten, en wie op het land is moet haar niet binnengaan.   [21] Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan,   21 Laten dán wie in Judea zijn vluchten naar de bergen; laten wie in haar midden zijn de wijk nemen naar buiten en wie in de buitengebieden zijn niet in haar binnenkomen,–   21. Alors, que ceux qui seront en Judée s'enfuient dans les montagnes, que ceux qui seront à l'intérieur de la ville s'en éloignent, et que ceux qui seront dans les campagnes n'y entrent pas ; 

King James Bible . [21] Then let them which are in Judaea flee to the mountains; and let them which are in the midst of it depart out; and let not them that are in the countries enter thereinto.
Luther-Bibel . 21 Alsdann, wer in Judäa ist, der fliehe ins Gebirge, und wer in der Stadt ist, gehe hinaus, und wer auf dem Lande ist, komme nicht herein.

Tekstuitleg van Lc 21,21 . Het vers Lc 21,21 telt 24 (2³ X 3) woorden en 106 (2 X 53) letters . De getalwaarde van Lc 21,21 is 15208 (2³ X 1901) .

2. τοτε = tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het NT : tote (dan) . Taalgebruik in de LXX : tote (dan) . Taalgebruik in Lc : tote (dan) . Lc (15) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,42 . (3) Lc 11,24 . (4) Lc 11,26 . (5) Lc 13,26. (6) Lc 14,9 . (7) Lc 14,10 . (8) Lc 14,21 . (9) Lc 16,16 . (10) Lc 21,10 . (11) Lc 21,20. (12) Lc 21,21 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 23,30 . (15) Lc 24,45 .

tote  Lc 5 Lc 6 Lc 11 Lc 13 Lc 14 Lc 16 Lc 21 Lc 23 Lc 24 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  
  1 : Lc 5,35 . 1 : Lc 6,42 . 2 : (1) Lc 11,24 . (2) Lc 11,26 . 1 : Lc 13,26 . 3 : (1) Lc 14,9 . (2) Lc 14,10 . (3) Lc 14,21 . 1 : Lc 16,16 . 4 : (1) Lc 21,10 . (2) Lc 21,20 . (3) Lc 21,21 . (4) Lc 21,27 . 1 : Lc 23,30 .   1 : Lc 24,45 . 353 195 158 89 6 15 10 21 17   110  120 

2. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,15 . (2) Lc 21,21 . (3) Lc 21,33 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal     23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

  lidw. mv. Lc  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
10. nom. m. mv. hoi 165 3 7 1 2 9 13 10 15 12 4 8 2 5 2 3 6 4 5 7 16 3 11 9 9

3. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

5. nom. vr. enk. ιουδαια = ioudaia (Judea) en dat. vr. enk. ιουδαιᾳ = ioudaia(i) van het zelfst. naamw. ιουδαια = ioudaia (Judea) . Taalgebruik in het NT : ioudaia (Judea) . Taalgebruik in de LXX : ioudaia (Judea) . Taalgebruik in Lc : ioudaia (Judea) . Lc (2) : (1) Lc 7,17 . (2) Lc 21,21 . Een vorm van ιουδαια = ioudaia (Judea) in het NT (44) , in Lc (10) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 2,4 . (4) Lc 3,1 . (5) Lc 4,44 . (6) Lc 5,17 . (7) Lc 6,17 . (8) Lc 7,17 . (9) Lc 21,21 . (10) Lc 23,5 . Hier wordt een plaatsnaam gebruikt en niet de naam van het volk nl. Joden . Deze naam van Joden komt in Lc in slechts 5 verzen voor , waarvoor 3X om Jezus als de koning van de Joden aan te duiden : (1) Lc 7,3 . (2) Lc 23,3 . (3) Lc 23,37 . (4) Lc 23,38 . (5) Lc 23,51 .

  ioudaia (Judea)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 21 Lc 23 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn.  ev.  P. 
1.   nom. vr. enk. ioudaia(i)              (1) Lc 7,17 .   (2) Lc 21,21 .     42  30  12 
2.  gen. vr. enk. ioudaias   (1) Lc 1,5 .  (2) Lc 1,65 .   (3) Lc 3,1 .   (4) Lc 4,44 .   (5) Lc 5,17 .   (6) Lc 6,17 .       (7) Lc 23,5 74  47  27  15  17 
3.   acc. vr. enk. ioudaian     (1) Lc 2,4 .                 29  21     
  totaal 10  1   145  98  47  10  14  22  29 

- Hebreeuws . יְהוּדָה = jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenakh : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , daleth = 4 ; totaal : 32 (2² X 2³) . Structuur : 1 - 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (633) . Pentateuch (40) . Eerdere Profeten (178) . Latere Profeten (190) . 12 Kleine Profeten (53) .

7. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lc (210) . Lc 21 (7) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,4 . (3) Lc 21,12 . (4) Lc 21,13 . (5) Lc 21,21 . (6) Lc 21,24 . (7) Lc 21,37 .

eis (naar)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77 

eis  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  210  12  12  4 11  10  7 9 17 16  11 6 6 5 9 7 7 9 10 1 7 13 4 11

- Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .

10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

11. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,15 . (2) Lc 21,21 . (3) Lc 21,33 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal     23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

  lidw. mv. Lc  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
10. nom. m. mv. hoi 165 3 7 1 2 9 13 10 15 12 4 8 2 5 2 3 6 4 5 7 16 3 11 9 9

12. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

16. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

17. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,15 . (2) Lc 21,21 . (3) Lc 21,33 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal     23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

  lidw. mv. Lc  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
10. nom. m. mv. hoi 165 3 7 1 2 9 13 10 15 12 4 8 2 5 2 3 6 4 5 7 16 3 11 9 9

18. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

19. bepaald lidw. dat. vr. mv. ταις = tais van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Lc (33) . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,14 . (2) Lc 21,21 . (3) Lc 21,23 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
15. dat. vr. mv. tais   980  799  181  21  10  33  24  66  23  64  68 

- D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .

23. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lc (210) . Lc 21 (7) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,4 . (3) Lc 21,12 . (4) Lc 21,13 . (5) Lc 21,21 . (6) Lc 21,24 . (7) Lc 21,37 .

eis (naar)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77 

eis  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  210  12  12  4 11  10  7 9 17 16  11 6 6 5 9 7 7 9 10 1 7 13 4 11

- Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .


Lc 21,22 - Lc 21,22 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22ὅτι ἡμέραι ἐκδικήσεως αὗταί εἰσιν τοῦ πλησθῆναι πάντα τὰ γεγραμμένα. 22 quia dies ultionis hii sunt ut impleantur omnia quae scripta sunt     22 Want deze zijn dagen der wraak, opdat alles vervuld worde, dat geschreven is. [22] Dagen van vergelding zijn dit, waarin alles wat er geschreven staat in vervulling gaat.   [22] want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan.   22 omdat dát de ‘dagen van de wrake’ zijn waarin vervuld wordt alles wat geschreven is.   22. car ce seront des jours de vengeance, où devra s'accomplir tout ce qui a été écrit.  

King James Bible . [22] For these be the days of vengeance, that all things which are written may be fulfilled.
Luther-Bibel . 22 Denn das sind die Tage der Vergeltung, dass erfüllt werde alles, was geschrieben ist.

Tekstuitleg van Lc 21,22 . Het vers Lc 21,22 telt 10 (2 X 5) woorden en 58 (2 X 29) letters . De getalwaarde van Lc 21,22 is 5600 (2³ X 2² X 5² X 7) .

7. pass. inf. aor. plèsthènai van het werkw. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het N.T. : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Lc : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Hnd : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Hebr. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenach : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Lc (1) Lc 21,22 . Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,23 . (3) Lc 1,41 . (4) Lc 1,57 . (5) Lc 1,67 . (6) Lc 2,6 . (7) Lc 2,21 . (8) Lc 2,22 . (9) Lc 4,28 . (10) Lc 5,7 . (11) Lc 5,26 . (12) Lc 6,11 . (13) Lc 21,22 . In Lc : 5 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 6 / 24 hoofdstukken en in 5 verzen . In Hnd : X vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 7 hoofdstukken en in 9 verzen .

10. pass. part. perf. nom.. + acc. onz. mv. gegrammena van het werkw. grafô (schrijven) . Taalgebruik in het N.T. : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Mc : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Lc : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Hnd : grafô (schrijven) . Hebr. sjâphar (schrijven) . Taalgebruik in Tenach : sjâphar (schrijven) . cijfer . Om een tekst te lezen spreekt men soms over een tekst ontcijferen . Lat. scribere . Fr. écrire . Lc (3) : (1) Lc 18,31 . (2) Lc 21,22 . (3) Lc 24,44 . Een vorm van grafô (schrijven) in Lc in 20 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,63 . (3) Lc 2,23 . (4) Lc 3,4 . (5) Lc 4,4 . (6) Lc 4,8 . (7) Lc 4,10 . (8) Lc 4,17 . (9) Lc 7,27 . (10) Lc 10,26 . (11) Lc 16,6 . (12) Lc 16,7 . (13) Lc 18,31 . (14) Lc 19,46 . (15) Lc 20,17 . (16) Lc 20,28 . (17) Lc 21,22 . (18) Lc 22,37 . (19) Lc 24,44 . (20) Lc 24,46 . In Lc : 6 vormen van grafô (schrijven) in 13 / 24 hoofdstukken en in 20 verzen . In Hnd : 8 vormen van grafô (schrijven) in 8 hoofdstukken in 11 verzen .

8. - 10. panta ta gegrammena (al het geschrevene) . In drie verzen in het N.T. nl. bij Lucas : (1) Lc 18,31 : telesthèsetai ... : al het geschrevene zal voltooid worden (derde lijdensvoorspelling) . (2) Lc 21,22 : tou plèsthènai ... : opdat al het geschrevene zou vervuld worden (eschatologische rede) . (3) Lc 24,44 : hoti dei plèrôthènai ... : dat al het geschrevene moet vervuld worden (verschijning aan de elf en hun metgezellen) .Verwijzing : grafô (schrijven) , zie Mc 1,2 . Door deze drie teksten is de derde lijdensvoorspelling , de eschatologische rede en een verschijningsverhaal met elkaar verbonden .


Lc 21,23 - Lc 21,23 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23οὐαὶ ταῖς ἐν γαστρὶ ἐχούσαις καὶ ταῖς θηλαζούσαις ἐν ἐκείναις ταῖς ἡμέραις: ἔσται γὰρ ἀνάγκη μεγάλη ἐπὶ τῆς γῆς καὶ ὀργὴ τῷ λαῷ τούτῳ, 23 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis diebus erit enim pressura magna supra terram et ira populo huic     23 Doch wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land, en toorn over dit volk. [23] Wee de vrouwen die zwanger zijn in die dagen, of een kind aan de borst hebben, want het land zal in diepe nood verkeren en dit volk zal door Gods toorn worden getroffen.   [23] Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen.   23 Wee haar die een vrucht in de schoot hebben en haar die zogen in die dagen!– want er zal grote nood zijn over het land en toorn treft deze gemeenschap.   23. Malheur à celles qui seront enceintes et à celles qui allaiteront en ces jours-là ! » Car il y aura grande détresse sur la terre et colère contre ce peuple.  

King James Bible . [23] But woe unto them that are with child, and to them that give suck, in those days! for there shall be great distress in the land, and wrath upon this people.
Luther-Bibel . 23 Weh aber den Schwangeren und den Stillenden in jenen Tagen! Denn es wird große Not auf Erden sein und Zorn über dies Volk kommen,

Tekstuitleg van Lc 21,23 . Het vers Lc 21,23 telt 26 (2 X 13) woorden en 116 (2² X 29) letters . De getalwaarde van Lc 21,23 is 11567 (43 X 269) .

Lc 21,23.3. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

6. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

7. bepaald lidw. dat. vr. mv. ταις = tais van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Lc (33) . Lc 21 (3) : (1) Lc 21,14 . (2) Lc 21,21 . (3) Lc 21,23 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
15. dat. vr. mv. tais   980  799  181  21  10  33  24  66  23  64  68 

- D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .

20. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,23.9. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

16. nom. + dat. vr. enk. megalè(i) (groot) van het bijvoegl. naamw. megas (groot) . Taalgebruik in het N.T. : megas (groot) . Taalgebruik in Lc : megas (groot) . Lc (6) (nom. : 1 / 6 ; dat. 5 / 6) : (1) Lc 1,42 . (2) Lc 4,33 . (3) Lc 8,28 . (4) Lc 19,37 . (5) Lc 21,23 (nom;) . (6) Lc 23,46 . Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , in Lc 21 (2) : (1) Lc 21,11 . (2) Lc 21,23 .

Lc 21,23.17. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .

Lc 21,23.18. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (109) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,18 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,25 . (4) Lc 21,35 .

Lc 21,23.19. gen. vr. enk. gès (van de aarde) van het zelfst. naamw. gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Taalgebruik in Lc : gè (aarde) .
Lc (10) : (1) Lc 2,14 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,24 . (4) Lc 10,21 . (5) Lc 11,31 . (6) Lc 12,56 . (7) Lc 18,8 . (8) Lc 21,23 . (9) Lc 21,25 . (10) Lc 21,35 . Een vorm van gè (aarde) in Lc in 26 verzen , in Lc

22. bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Lc (154) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,8 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,37 . (4) Lc 21,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
6. dat. m. + onz. enk. tô(i) 5507  4462  1045  121  68  154  98  163  367  74  343  441 

- D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .

Lc 21,23.23. dat. mann. enk. laô(i) van het zelfst. naamw. laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Taalgebruik in Lc : laos (volk) .
Lc (4) : (1) Lc 1,68 . (2) Lc 1,77 . (3) Lc 2,10 . (4) Lc 21,23 . Een vorm van laos (volk) in Lc (37) , in Lc 21 (2) : (1) Lc 21,23 . (2) Lc 21,38 .


Lc 21,24 - Lc 21,24 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24καὶ πεσοῦνται στόματι μαχαίρης καὶ αἰχμαλωτισθήσονται εἰς τὰ ἔθνη πάντα, καὶ Ἰερουσαλὴμ ἔσται πατουμένη ὑπὸ ἐθνῶν, ἄχρι οὗ πληρωθῶσιν καιροὶ ἐθνῶν. 24 et cadent in ore gladii et captivi ducentur in omnes gentes et Hierusalem calcabitur a gentibus donec impleantur tempora nationum     24 En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards, en gevankelijk weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn. [24] Ze zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen worden afgevoerd naar alle heidense volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden totdat de tijd* van de heidenen voorbij is.   [24] De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is.   24 Ze zullen vallen door de mond van het zwaard en in gevangenschap worden afgevoerd naar alle volkeren; Jeruzalem zal worden vertreden door de volkeren totdat de tijden der volkeren zijn vervuld.  24. Ils tomberont sous le tranchant du glaive et ils seront emmenés captifs dans toutes les nations, et Jérusalem sera foulée aux pieds par des païens jusqu'à ce que soient accomplis les temps des païens.  

King James Bible . [24] And they shall fall by the edge of the sword, and shall be led away captive into all nations: and Jerusalem shall be trodden down of the Gentiles, until the times of the Gentiles be fulfilled.
Luther-Bibel . 24 und sie werden fallen durch die Schärfe des Schwertes und gefangen weggeführt unter alle Völker, und Jerusalem wird zertreten werden von den Heiden, bis die Zeiten der Heiden erfüllt sind.

Tekstuitleg van Lc 21,24 . Het vers Lc 21,24 telt 20 (2² X 5) woorden en 121 (11²) letters . De getalwaarde van Lc 21,24 is 14414 (2 X 7207) .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

7. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Taalgebruik in Lc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lc (210) . Lc 21 (7) : (1) Lc 21,1 . (2) Lc 21,4 . (3) Lc 21,12 . (4) Lc 21,13 . (5) Lc 21,21 . (6) Lc 21,24 . (7) Lc 21,37 .

eis (naar)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77 

eis  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
  210  12  12  4 11  10  7 9 17 16  11 6 6 5 9 7 7 9 10 1 7 13 4 11

- Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .

Liturgische lezing van de 1ste (eerste) zondag van de advent C : Lc 21,25-28 (verwijzing : Lc 21,25-28) en Lc 21,34-36 (verwijzing : Lc 21,34-36) :
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee. De mensen zullen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen. Want de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken. Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met macht en grote heerlijkheid. Wanneer zich dit alles begint te voltrekken richt u dan op en heft uw hoofden omhoog want uw verlossing komt nabij. Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik; want hij zal komen over alle mensen, waar ook ter wereld. Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon."



305. De komst van de Mensenzoon : Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 -

Lc 21,25 - Lc 21,25 : 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25Καὶ ἔσονται σημεῖα ἐν ἡλίῳ καὶ σελήνῃ καὶ ἄστροις, καὶ ἐπὶ τῆς γῆς συνοχὴ ἐθνῶν ἐν ἀπορίᾳ ἤχους θαλάσσης καὶ σάλου, 25 et erunt signa in sole et luna et stellis et in terris pressura gentium prae confusione sonitus maris et fluctuum    25 En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven; [25] Er* zullen tekenen zijn aan de zon, de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken in paniek raken, radeloos door het gebulder van de zee en de golven.  [25] Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee;   25 Er zullen tekenen zijn door zon, maan en sterren,– op de aarde een gedrang van volkeren, radeloos van ‘het geschal van zee en golven’,   25. « Et il y aura des signes dans le soleil, la lune et les étoiles. Sur la terre, les nations seront dans l'angoisse, inquiètes du fracas de la mer et des flots ;  

King James Bible . [25] And there shall be signs in the sun, and in the moon, and in the stars; and upon the earth distress of nations, with perplexity; the sea and the waves roaring;
Luther-Bibel . 25 Und es werden Zeichen geschehen an Sonne und Mond und Sternen, und auf Erden wird den Völkern bange sein, und sie werden verzagen vor dem Brausen und Wogen des Meeres,

Tekstuitleg van Lc 21,25 . Het vers Lc 21,25 telt 21 (3 X 7) woorden en 96 (2² X 2² X 3) letters . De getalwaarde van Lc 21,25 is 9259 (47 X 197) . De verzen Lc 21,25 en Lc 21,26 horen bij elkaar . In deze twee verzen komen twee werkw. in de toekomende tijd 3de pers. mv. voor ; bij het begin en op het einde en met een assonantie zelfs : esontai (zij zullen zijn) ... saleuthè - sontai (zij zullen geschud worden) . Bij deze werkwoorden worden de kosmische veranderingen beschreven . Daartussen staat wat deze verschijnselen op aarde veroorzaken . Dit centrale gedeelte wordt omsloten door twee tijdsbepalingen ; de ene bij het begin , de andere op het einde . Bij het begin : epi tès gès (op de aarde) , op het einde : tè(i) oikoumenè(i) : over de bewoonde wereld . De aandacht gaat niet zozeer naar wat zich op aarde afspeelt maar naar de gevoelens van de bewoners ; enerzijds de beklemming van de volkeren voor het tumultueeze geluid van de zee en de golven ; anderzijds de schrik waaraan mensen sterven en de verwachting wat hen zal overkomen .

Lc 21,25. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,25.2. act. ind. fut. 3de pers. mv. εσονται = esontai (zij zullen zijn) van het werkw. ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de LXX : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Taalgebruik in Hnd : eimi . Bijbel (253) . Lc (7) : (1) Lc 11,19 . (2) Lc 12,52 . (3) Lc 13,30 . (4) Lc 17,34 . (5) Lc 17,35 . (6) Lc 21,11 . (7) Lc 21,25 . Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947) . De verzen Lc 21,25 en Lc 21,26 horen bij elkaar . In deze twee verzen komen twee werkw. in de toekomende tijd 3de pers. mv. voor ; bij het begin en op het einde en met een assonantie zelfs : esontai (zij zullen zijn) ... saleuthèsontai (zij zullen geschud worden) .
- Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .

Lc 21,25.3. nom. + acc. onz. mv. σημεια = sèmeia (tekens) van het zelfst. naamw. σημειον = sèmeion (teken) . Taalgebruik in het NT : sèmeion (teken) . Taalgebruik in de LXX : sèmeion (teken) . Taalgebruik in Lc : sèmeion (teken) . Lc (2) : (1) Lc 21,11 . (2) Lc 21,25 . Een vorm van sèmeion (teken) in Lc in 9 verzen : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,25 . (9) Lc 23,8 .

  sèmeion   Lc Lc 2 Lc 11 Lc 21 Lc 23 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. sèmeion   (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 .   (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 23,8 .     87  56  31  17  23   
nom. + acc. onz. mv. sèmeia       (1) Lc 21,11 . (2) Lc 21,25 .      66  34  32  10  10  16   
  Totaal          153  90  63  16  12  23  39   

- Lat. signum . Fr. signe . E. sign . N. teken . D. Zeichen .

Lc 21,25.4. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

Lc 21,25.5. dat. mann. enk. hèliô(i) (zon) van het zelfst. naamw. (h)èlios (zon) . Taalgebruik in het N.T. : hèlios (zon) . Taalgebruik in Lc . : hèlios (zon) .
Lc (1) : Lc 21,25 . Een vorm van (h)èlios (zon) in Lc in 5 verzen :

Lc 21,25.6. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,25.7. nom. + dat. vr. enk. selènè(i) (maan) . Taalgebruik in het N.T. : selènè (maan) . Taalgebruik in Lc : selènè (maan) .
Lc (1) : Lc 21,25 . Slechts één vorm in Lc .

Lc 21,25.8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,25.9. dat. onz. mv. astrois (sterren) van het zelfst. naamw. astron (ster) . Taalgebruik in het N.T. : astron (ster) . Taalgebruik in Lc : astron (ster) .
Lc (1) : Lc 21,25 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 21,25.10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Hebr. : וְ = wë . Lat : et . Fr. : et . Ned. : en . E. : and . D. und . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) .

Lc 21,25.11. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Lc (104 + 25 + 20 = 149) . επι = epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . επ' = ep' (1) : Lc 21,10 . εφ' = ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 . Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

  epi (op, bij)  Lc Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24 Lc
1 epi 104  10      104 
2 ep 25                    25 
3 ef  20                          20 
  Totaal   149  11  12  10  11    10  10  149 

- Lat. ad . Fr. à . E. at . Ned. op , naar, bij . D. bei .

Lc 21,25.12. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,18 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,25 . (4) Lc 21,35 .

13. gen. vr. enk. gès (van de aarde) van het zelfst. naamw. gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Taalgebruik in Lc : gè (aarde) .
Lc (10) : (1) Lc 2,14 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,24 . (4) Lc 10,21 . (5) Lc 11,31 . (6) Lc 12,56 . (7) Lc 18,8 . (8) Lc 21,23 . (9) Lc 21,25 . (10) Lc 21,35 . Een vorm van gè (aarde) in Lc in 26 verzen , in Lc

Lc 21,25.14. nom. vr. enk. sunochè (beklemming, angst) . Taalgebruik in het N.T. : sunochè (beklemming, angst) . Taalgebruik in Lc : sunochè (beklemming, angst) . E. anguish . Lc (1) : Lc 21,25 .

Lc 21,25.16. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

en (in) .   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
288   25  23  10  18  10  12  12  13  14  12  17  13  11  11  13  12  16 

Lc 21,25.17. dat. vr. enk. aporia(i) van het zelfst. naamw. aporia (verlegenheid, radeloosheid) . Taalgebruik in het N.T. : aporia (verlegenheid, radeloosheid) . Taalgebruik in het Lc : aporia (verlegenheid, radeloosheid) . Lc (1) : Lc 21,25 . Dit is de enigste vorm in Lc en in het N.T. .

Lc 21,25.19. gen. vr. enk. thalassès van het zelfst. naamw. thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in N.T. : thalassa (zee meer) . Taalgebruik in Lc : thalassa (zee meer) . Mc (1) : Lc 21,25 . Een vorm van thalassa (zee, meer) in Lc in 3 verzen .

Lc 21,25.20. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Lc (822 / 1151) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19)