LUCASEVANGELIE , VIERENTWINTIGSTE HOOFDSTUK , LC 24 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24 -
- Lc 24,1-12 -- Lc 24,13-35 -- Lc 24,46-53 -- Lc 24,35-48 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Lucasevangelie : Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 ,
Tekstuitleg per perikope - Lc 23,56b-24,12 - Lc 24,13-35 - Lc 24,36-49 - Lc 24,50-53 -
Tekstuitleg vers per vers - Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - Lc 24,36 - Lc 24,37 - Lc 24,38 - Lc 24,39 - Lc 24,40 - Lc 24,41 - Lc 24,42 - Lc 24,43 - Lc 24,44 - Lc 24,45 - Lc 24,46 - Lc 24,47 - Lc 24,48 - Lc 24,49 - Lc 24,50 - Lc 24,51 - Lc 24,52 - Lc 24,53 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- aineô (loven, prijzen) , zie Lc 24,53 .
- aporeô (zonder doortocht, zonder uitweg zijn) , zie Lc 24,4 .
- astraptô (bliksemen, stralen) , zie Lc 24,4 .
- autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 .
- chara (genade, dankbaarheid) , zie Lc 24,52 .
- diistèmi : uiteen plaatsen, afzonderlijk opstellen , zie Lc 24,51 .
- enduô (aantrekken, bekleden) , zie Lc 24,49 .
- eulogeô (goed zeggen, prijzen) , zie Lc 24,53 .
- exagô (uitleiden) , zie Lc 24,50 .
- heôs hou (totdat) , zie Lc 24,49 .
- hieron (tempel) , zie Lc 24,53 .
- histèmi (doen staan) , zie Lc 24,36 .
- mesos (midden) , zie Lc 24,36 .
- orthros (ochtendschemering, morgen) , zie Lc 24,1 .
- theos (God) , zie Lc 24,53 .
Bibliografie : bibliografie Lucasevangelie -- Lucas 4 -
Literatuur : Lc 23,56b-24,12 : Otten . Lc 24,36-49 : Denaux Adelbert - Kremer Jacob . Lc 24,50-53 : Van Segbroeck Frans
Liturgisch gebruik
- Lc 24,1-12 : Pasen . Nachtwake C .
- Lc 24,35-48 :
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het vierentwintigste hoofdstuk van het Lucasevangelie :
351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -
354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -
355. Verschijning aan de leerlingen in Jeruzalem : Lc 24,36-49 -
356. Afscheid en hemelvaart : Lc 24,50-53 -

Lc 24 behoort tot 2 (tweede cyclus) . Lc 24 telt drieënvijftig verzen . Het hoofdstuk kan in vier perikopen verdeeld worden.

351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Lc 23,56b-24,12 - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -

Evangelielezing op Pasen . Nachtwake C : Lc 24,1-12 (Lc 24,1-12) :
Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen er binnen maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: "Waarom zoekt ge de levende onder de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en Hij moet aan het kruis worden geslagen, maar op de derde dag zal Hij verrijzen." Zij herinnerden zich zijn woorden en keerden van het graf terug en ze brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen. Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus; de andere vrouwen die met hen waren vertelden aan de apostelen hetzelfde. Maar dat verhaal leek de apostelen beuzelpraat en zij geloofden hen niet. Toch liep Petrus ijlings naar het graf; hij bukte zich voorover maar zag alleen de zwachtels. Daarop ging hij terug, verbaasd nadenkend over hetgeen er gebeurd was.

ENKELE GEDACHTEN BIJ HET LEGE GRAFVERHAAL (Lc 24,1-12)
In het verhaal van het lege graf hebben de synoptici gebruik gemaakt van het verhaal van Jakob bij de put (Gn 29,1-11) . Jakob is gevlucht voor zijn broer Esau . Op zijn vlucht komt hij bij een waterput waar drie kudden schapen liggen te wachten om water te krijgen . Daar ontmoet hij Rachel . Hij rolt de steen weg van de waterput en geeft de schapen van Rachel te drinken . Deze waterput betekent leven voor de schapen . Bij deze put ontstaat ook een nieuwe toekomst , want Rachel zal later de vrouw van Jakob worden . In nog twee andere verhalen gebeurt iets gelijkaardigs . In Gn 24 worden enkele dienaars van Abraham erop uitgestuurd om een vrouw voor Isaak te zoeken . Bij een waterput ontmoeten zij Rebekka , die de vrouw van Isaak zal worden . In het N.T. vinden we het verhaal van Jezus in gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de waterput (Joh 4) .In Ex 2,16-22 is Mozes op de vlucht voor de farao van Egypte . Hij ontmoet er bij de waterput van de kudden de zeven dochters van de priesters Jethro . Met één van hen zal Mozes later huwen .Het wegrollen van de steen betekent de mogelijkheid scheppen om water te putten en de dieren te drinken te geven . Het is toegang krijgen tot de bron van leven . De ontmoeting van Jakob en Rachel is de bron van toekomst , van elkaar huwen en nageslacht . In vergelijking met de Oud-Testamentische verhalen gaan de Nieuw-Testamentische verhalen een omgekeerde weg . In het N.T. wordt de steen voor de deur van het gedenkteken gerold en daarna weggerold . Het wegrollen van de steen bij het graf betekent de deur naar nieuw leven openen . Want hoe tegenstrijdig het ook moge klinken , de plaats die beschouwd wordt als een plaats van de dood is een plaats van leven . Zo zingt een lied : Midden in de dood is het leven . Vanuit deze gedachten kan het doopsel gezien worden als een afdalen naar de bron , om eruit op te stijgen als nieuw geborene .Ook het verhaal van de lamme (Mc 2,1-12) krijgt een diepere betekenis . De vier dragers van de lamme kunnen niet bij Jezus komen vanwege de menigte . Zij klimmen op het dak , maken een opening en laten de lamme voor Jezus' voeten neerdalen , de bron van leven . Na afgedaald te zijn tot de bron van het leven kan de lamme opstaan . De evangelisten beklemtonen de verandering , het keerpunt . Bij Marcus en Matteüs ligt de klemtoon van de verandering op het graf als bron van leven voor het individuele en gemeenschappelijke leven. Lucas wil de klemtoon van de verandering niet leggen op de situatie van de steen als afsluiting of ontsluiting van leven . Bij de graflegging spreekt Lucas niet eens over de steen en bij het lege grafverhaal is zijn vermelding uiterst beperkt (ze zagen een weggerolde steen). Lucas’ klemtoon ligt op de persoon van Jezus (Hij leeft ; dit is meer dan : Hij is bron van leven; het ene veronderstelt het andere) . De verandering is aangekondigd in de lijdensvoorspellingen : op de derde dag zal hij verrijzen . In drie zitten de drie elementen van verandering : ondergaan – onder-zijn – op-gaan . De verandering betreft Jezus’ zelf . Hiermee wijkt Lucas af van Marcus en Matteüs . Zij herinneren aan de woorden van Jezus dat Hij de leerlingen zou voorgaan naar Galilea . Daar zou Jezus hen verzamelen.

Lc 24,1 - Lc 24,1 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:1 tè de mia tôn sabbatôn orthrou batheôs epi to mnèma èlthon ferousai a ètoimasan arômata  1 una autem sabbati valde diluculo venerunt ad monumentum portantes quae paraverant aromata  De eerste dag nu van de week, in de heel vroege morgen, kwamen ze bij de grafkamer de specerijen brengen die ze bereid hadden .   Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden.   [1] maar op de eerste dag van de week gingen ze ’s morgens heel vroeg naar het graf, met de kruiden die ze hadden klaargemaakt.  [1] Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden  1 ¶ maar op de eerste van de zeven dagen komen zij, nog diep in de morgen, bij het graf, dragende de geurige kruiden die ze hebben bereid.   1. Le premier jour de la semaine, à la pointe de l'aurore, elles allèrent à la tombe, portant les aromates qu'elles avaient préparés.  

Statenvertaling . 1 En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar.
King James Bible . Now upon the first day of the week, very early in the morning they came unto the sepulchre, bringing the spices which they had prepared, and certain others with them.
Luther-Bibel . 1 Aber am ersten Tag der Woche sehr früh kamen sie zum Grab und trugen bei sich die wohlriechenden Öle, die sie bereitet hatten.

Tekstuitleg van Lc 24,1 . Dit vers Lc 24,1 telt 19 woorden en 89 letters . De getalwaarde van Lc 24,1 is 10069 .

Lc 24,1.1. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,13 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,32 . (7) Lc 24,33 . (8) Lc 24,35 . (9) Lc 24,38 . (10) Lc 24,46 . (11)Lc 24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling . In drie verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 (tèi galilaiai : In Galilea) . (3) Lc 24,7 (tèi tritèi hèmerai : op de derde dag) . In twee verzen voor een tijdsbepaling , in één vers voor een plaatsbepaling . Het is wel opvallend dat het vers Lc 24,1 begint met een tijdsbepaling .

Lc 24,1.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,5 . (5) Lc 24,10 . (6) Lc 24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc 23,56b) ... de (Lc 24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste dag van de week .

Lc 24,1.1. - 2. tèi de ... (1) Lc 1,57 . (2) Lc 24,1 . Bij het begin van het vers .

Lc 24,1.3. nom. + dat. vr. mia(i) = op de één (b.v. op dag één) van het telwoord heis , mia , hen (één) . Taalgebruik in het N.T. : telwoorden . Taalgebruik in Lc : telwoorden . Lc (7) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 5,17 . (3) Lc 8,22 . (4) Lc 13,10 . (5) Lc 17,35 . (6) Lc 20,1 . (7) Lc 24,1 .

Lc 24,1.4. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,8 . (4) Lc 24,14 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,27 .

Lc 24,1.5. gen. onz. mv. sabbatôn van het zelfst. naamw. sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in het N.T. : sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in Lc : sabbaton (sabbat) . Lc (2) : (1) Lc 4,16 . (2) Lc 24,1 . Een vorm van sabbaton (sabbat) in Lc in 19 verzen : (1) Lc 4,16 . (2) Lc 4,31 . (3) Lc 6,1 . (4) Lc 6,2 . (5) Lc 6,5 . (6) Lc 6,6 . (7) Lc 6,7 . (8) Lc 6,9 . (9) Lc 13,10 . (10) Lc 13,14 . (11) Lc 13,15 . (12) Lc 13,16 . (13) Lc 14,1 . (14) Lc 14,3 . (15) Lc 14,5 . (16) Lc 18,12 .  (17) Lc 23,54 . (18) Lc 23,56 .  (19) Lc 24,1

Lc 24,1.2. - 5. mia(i) tôn sabbatôn (op de eerste van de week / het wekenfeest) . In vier verzen in het N.T. : (1) Lc 24,1 . (2) Joh 20,1 . (3) Joh 20,19 . (4) Hnd 20,7 . Duidt de tijdsaanduiding bij het begin van het vers de eerste dag van de week of de eerste dag van het Wekenfeest aan ? Ze duidt in ieder geval een nieuw begin aan . Dat is de ervaring van de eerste volgelingen van Jezus . Ze hebben met Jezus iets nieuws ervaren en hij staat aan het begin van een nieuwe beweging . We zijn ook in de week van de ongedesemde broden , uitdrukking van een nieuw begin . Met het krieken van de ochtend is de overgang - pathein (lijden , ondergaan) - voorbij .

Lc 24,1.6. genitief mann. enkelvoud orthrou (des morgens = 's morgens) van het zelfst. naamw. orthros (ochtendschemering, morgen) . Taalgebruik in het N.T. : orthros (ochtendschemering, morgen) . Taalgebruik in het N.T. : orthros (ochtendschemering, morgen) . Lc (1) Lc 24,1 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 24,1.7. bijwoord batheôs van het bijvoegl. naamw. bathus (diep, hoog) . Taalgebruik in het N.T. : bathus (diep, hoog) . Taalgebruik in Lc : bathus (diep, hoog) . Lc (1) Lc 24,1 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 24,1.8. epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,12 . (3) Lc 24,22 . (4) Lc 24,24 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,47 .

Lc 24,1.9. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,3 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,22 . (5) Lc 24,23 . (6) Lc 24,24 .

Lc 24,1.11. ind. aor. 3de pers. mv. èlthon (zij gingen) van het werkw. erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) .
Lc (11) : (1) Lc 1,59 . (2) Lc 2,44 . (3) Lc 3,12 . (4) Lc 4,42 . (5) Lc 5,7 . (6) Lc 6,18 . (7) Lc 8,35 . (8) Lc 12,49 . (9) Lc 23,33 . (10) Lc 24,1 . (11) Lc 24,23 . Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Lc 24 in 2 verzen : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,23 .

Lc 24,1.12. act. part. praes. nom. vr. mv. ferousai van het werkw. ferô (voeren, dragen, brengen) . Taalgebruik in het N.T. : ferô (voeren, dragen) . Taalgebruik in Mc : ferô (voeren, dragen) . Lc (1) Lc 24,1 . Een vorm van ferô (voeren, dragen, brengen) in Lc in 4 verzen : (1) Lc 5,18 . (2) Lc 15,23 . (3) Lc 23,26 . (4) Lc 24,1 .

Lc 24,2 - Lc 24,2 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:2 euron de ton lithon apokekulismenon apo tou mnèmeiou  2 et invenerunt lapidem revolutum a monumento  2 Nu vonden ze de steen weggewenteld van de grafkamer.   Zij vonden de steen weggerold van het graf,   [2] Ze vonden de steen weggerold van het graf  . [2] Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold,  2 Maar ze vinden de steen weggewenteld van het graf,   2. Elles trouvèrent la pierre roulée de devant le tombeau,  

Statenvertaling . 2 En zij vonden den steen afgewenteld van het graf
King James Bible . [2] And they found the stone rolled away from the sepulchre.
Luther-Bibel . 2 Sie fanden aber den Stein weggewälzt von dem Grab

Tekstuitleg van Lc 24,2 . Het vers Lc 24,2 telt 8 (2³) woorden en 44 (2² X 11) letters . De getalwaarde van Lc 24,2 is 3818 (2 X 23 X 83) .

Lc 24,2.1. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud heuron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .

Lc 24,2.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,5 . (5) Lc 24,10 . (6) Lc 24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc 23,56b) ... de (Lc 24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste dag van de week . Hetzelfde onderwerp als in Lc 24,1 . De vrouwen hadden wellicht niet verwacht dat de steen zou weggerold zijn . Er is dus een bepaalde tegenstelling , vandaar de (echter) .

3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,2 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,46 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,53 .

Lc 24,3 - Lc 24,3 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:3 eiselthousai de ouch euron to sôma tou kuriou ièsou 3 et ingressae non invenerunt corpus Domini Iesu  Toen ze echter binnengegaan waren, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. gingen er binnen maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet.   [3] en gingen naar binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer* Jezus niet.   [3] en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet.   3 en als ze er binnengaan vinden ze het lichaam van de Heer Jezus niet  3. mais, étant entrées, elles ne trouvèrent pas le corps du Seigneur Jésus. 

Statenvertaling . . 3 En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.
King James Bible . [3] And they entered in, and found not the body of the Lord Jesus.
Luther-Bibel . 3 und gingen hinein und fanden den Leib des Herrn Jesus nicht.

Tekstuitleg van Lc 24,3 . Het vers Lc 24,3 telt 9 (3²) woorden en 42 (2 X 3 X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,3 is 6535 (5 X 1307) .

Lc 24,3.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,5 . (5) Lc 24,10 . (6) Lc 24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc 23,56b) ... de (Lc 24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste dag van de week . Hetzelfde onderwerp als in Lc 24,1 . De vrouwen hadden wellicht ook niet verwacht dat zij het lichaam van Jezus niet zouden vinden . Er is dus een bepaalde tegenstelling , vandaar de (echter) .

4. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud euron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .

Lc 24,3.5. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,3 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,22 . (5) Lc 24,23 . (6) Lc 24,24 .

Lc 24,4 - Lc 24,4 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:4 kai egeneto en tô aporeisthai autas peri toutou kai idou andres duo epestèsan autais en esthèti astraptousè  4 et factum est dum mente consternatae essent de isto ecce duo viri steterunt secus illas in veste fulgenti  4 En het gebeurde, terwijl ze hierover in verwarring raakten, en zie, twee mannen stonden plots bij hen in een bliksemwit kleed. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed.  [4] Ze wisten niet wat ze ervan moesten denken. Opeens stonden er twee mannen voor hen in stralend witte kleren.  [4] Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen.   . 4 En het geschiedt, als ze daarmee niet verder weten te gaan zie, daar staan twee mannen bij hen in blinkend gewaad;  4. Et il advint, comme elles en demeuraient perplexes, que deux hommes se tinrent devant elles, en habit éblouissant. 

Statenvertaling . 4 En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.
King James Bible . [4] And it came to pass, as they were much perplexed thereabout, behold, two men stood by them in shining garments:
Luther-Bibel . 4 Und als sie darüber bekümmert waren, siehe, da traten zu ihnen zwei Männer mit glänzenden Kleidern.

Tekstanalyse van Lc 24,4 . Het vers Lc 24,4 telt 17 woorden en 97 letters . De getalwaarde van Lc 24,4 is 10486 ( 2 X 7² X 107) .

Lc 24,4.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,4.2. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) . In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .

Lc 24,4.3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

Lc 24,4.4. bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 24 (7) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,30 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,47 . (6) Lc 24,51 . (7) Lc 24,53 .

1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc (9) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 5,1 . (5) Lc 8,40 . (6) Lc 9,51 . (7) Lc 10,38 . (8) Lc 11,27 . (9) Lc 18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc (14) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 8,1 . (3) Lc 9,18 . (4) Lc 9,29 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 14,1 . (8) Lc 17,11 . (9) Lc 17,14 . (10) Lc 19,15 . (11) Lc 24,4 . (12) Lc 24,15 . (13) Lc 24,30 . (14) Lc 24,51 .
De zinsconstructie van Lc 1,8 vinden we terug in Lc 24,4 . Deze zinsconstructie staat opnieuw bij het begin van de verandering van begin- naar eindsituatie . Het staat dus aan een overgang . Opmerkelijk in beide verhalen is wel dat er daarna sprake is van "hemelse figuren" .

Lc 24,4.5. pass. inf. praes. aporeisthai van het werkw. aporeô (zonder doortocht, zonder uitweg zijn, in verlegenheid, in twijfel zijn) . Taalgebruik in het N.T. : aporeô (zonder doortocht, zonder uitweg zijn) . Taalgebruik in Lc : aporeô (zonder doortocht, zonder uitweg zijn) . Lc (1) Lc 24,4 .

6. autas

7. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .

8. toutou

Lc 24,4.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

10. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in Lc : idou (zie) . Lc (55) . Lc 24 (3) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,13 . (3) Lc 24,49 .

11. andres

12. duo

9. - 12. kai idou andres (en zie mannen) : (1) Lc 5,18 . (2) Lc 9,30 . (3) Lc 24,4 : kai idou andres duo = en zie twee mannen . (4) Hnd 1,10 : kai idou andres duo = en zie twee mannen .

13. epestèsan (zij stonden bij) . Verwijzing : histèmi (doen staan) , zie Lc 24,36 . Aorist derde persoon meervoud van het werkwoord epistèmi (staan bij) . In negen verzen in de bijbel . In vier verzen in het O.T. . In vijf verzen in het N.T. : (1) Lc 20,1 . (2) Lc 24,4 . (3) Hnd 4,1 . (4) Hnd 10,17 . (5) Hnd 11,11 .

14. autais

15. en

16. esthèti . esthès (kleed, kleding) . 2 M 11,8 : en leukèi esthèti (in wit licht) . Lc 24,4 : en esthèti astraptousèi (in een schitterend kleed) . Hnd 10,30 : en esthèto lamprai (in stralend kleed) . Jak 2,2 : en esthèto lamprai (in stralend kleed) . In vier verzen in het N.T.

17. astraptô (bliksemen, stralen) . Verwijzing : astraptô (bliksemen, stralen) , zie Lc 24,4 .
- astraptousèi . Participium praesens datief vrouwelijk enkelvoud . Slechts in Lc 24,4 : en esthèti astraptousèi = in schitterend kleed . Omwille van de beschrijving van hun kleding kunnen de twee mannen slechts hemelse figuren zijn . In het werkwoord astraptô (stralen) zit het woord astèr (ster) . Het is een hemellichaam dat flikkert, fonkelt, schittert, straalt (str ... stralen - ster ) . De twee mannen in het verhaal van de verheerlijking van Jezus (Lc 9,28-36) zijn Mozes en Elia .
- astraptousa . Participium praesens nominatief vrouwelijk enkelvoud . Slechts in Lc 17,24 . In dit vers vergelijkt Lucas de komst van de mensenzoon met een bliksem die flitst en de hemel van de ene naar de andere kant verlicht . In Hnd 9,3 wordt gezegd dat een licht uit de hemel hem omstraalde . Hier wordt het werkwoord peri-astraptô (rondom - stralen / bliksemen . Paulus wordt 'neer'gebliksemd .
- astrapè (bliksem, straal, licht) . In acht verzen in de bijbel . In vier verzen in het O.T. : (1) Ez 1,13 . (2) Zach 9,14 . (3) Si 32,10 . (4) Ba 6,60 . In vier verzen in het N.T. : (1) Mt 24,27 // Lc 17,24 . (2) Mt 28,3 . (3) Lc 11,36 . (4) Lc 17,24 // Mt 24,27 .

Lc 24,5 - Lc 24,5 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:5 emfobôn de genomenôn autôn kai klinousôn ta prosôpa eis tèn gèn eipan pros autas ti zèteite ton zônta meta tôn nekrôn 5 cum timerent autem et declinarent vultum in terram dixerunt ad illas quid quaeritis viventem cum mortuis  Toen ze nu bevreesd werden en de gezichten naar de aarde bogen, zeiden die tegen hen : “Wat zoek je de levende bij de doden? Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: "Waarom zoekt ge de levende onder de doden?  [5] Daar schrokken ze van en ze sloegen hun ogen neer, maar zij zeiden: ‘Waarom zoekt u de levende bij de doden?   [5] Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?  5 zij worden zeer bevreesd en neigen hun gezichten ter aarde, maar zij zeggen tot hen: wat zoekt ge de levende bij de doden?– hij is niet hier, nee, hij is opgewekt!–  5. Et tandis que, saisies d'effroi, elles tenaient leur visage incliné vers le sol, ils leur dirent : « Pourquoi cherchez-vous le Vivant parmi les morts ?  

Statenvertaling . 5 En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
King James Bible . [5] And as they were afraid, and bowed down their faces to the earth, they said unto them, Why seek ye the living among the dead?
Luther-Bibel . 5 Sie aber erschraken und neigten ihr Angesicht zur Erde. Da sprachen die zu ihnen: Was sucht ihr den Lebenden bei den Toten?

Tekstuitleg van Lc 24,5 . Het vers Lc 24,5 telt 21 (3 X 7) woorden en 98 (2² X 2² X 3) letters . De getalwaarde van Lc 24,5 is 14826 (2 X 3 X 7 X 353) .

Lc 24,5.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,5 . (5) Lc 24,10 . (6) Lc 24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc 23,56b) ... de (Lc 24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste dag van de week . De vrouwen reageren met vrees op de verschijning van de twee mannen .

4. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .

Lc 24,5.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,5.9. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

Lc 24,5.15. nom. + acc. onz. enk. ti van het voornaamwoord tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Ned. wie , wat ? deze , dat ! Lc (66) . Lc 24 (3) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,38 . (3) Lc 24,41 .

Lc 24,5.16. act. ind. praes. + imperat. praes. 2de pers. mv. zèteite van het werkw. zèteô (zoeken) . Taalgebruik in het N.T. : zèteô (zoeken) . Taaalgebruik in Lc : zèteô (zoeken) . Hebr. bâqasj . Ned. zoeken . Lat. quaerere . Fr. chercher (ch / q - r) . E. search . D. suchen . D. zoeken . Lc (4) : (1) Lc 11,9 . (2) Lc 12,29 . (3) Lc 12,31 . (4) Lc 24,5 . Een vorm van zèteô (zoeken) in Lc in 26 verzen .

Lc 24,5.17. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,2 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,46 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,53 .

Lc 24,5.19. meta (met , na) . Afkorting : met' of meth' . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr. avec (< apud hoc : met dat) .
- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Lc (37 + 21 + 4 = 62) . Lc (2 + 1 + 1 = 4) . meta (2) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,52 . met' (1) Lc 24,30 . meth' (1) Lc 24,29 .

Lc 24,5.20. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,8 . (4) Lc 24,14 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,27 .

Lc 24,6 - Lc 24,6 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:6 ouk estin ôde alla ègerthè mnèsthète ôs elalèsen umin eti ôn en tè galilaia  6 non est hic sed surrexit recordamini qualiter locutus est vobis cum adhuc in Galilaea esset  6 Hij is niet hier, maar hij is opgewekt. Herinner je hoe hij je gesproken heeft toen hij nog in Galilea was,    Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft:  [6] Hij is niet hier, Hij is tot leven gewekt. Vergeet niet wat Hij u destijds in Galilea* heeft gezegd: [6] Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was:  6 gedenkt hoe hij tot u heeft gesproken toen hij nog in Galilea was,  6. Il n'est pas ici ; mais il est ressuscité. Rappelez-vous comment il vous a parlé, quand il était encore en Galilée :  

Statenvertaling . 6 Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,
King James Bible . [6] He is not here, but is risen: remember how he spake unto you when he was yet in Galilee,
Luther-Bibel . 6 Er ist nicht hier, er ist auferstanden. Gedenkt daran, wie er euch gesagt hat, als er noch in Galiläa war:

Tekstuitleg van Lc 24,6 . Het vers Lc 24,6 telt 14 (2 X 7) woorden en 61 letters . De getalwaarde van Lc 24,6 is 6141 (2 X 23 X 89) .

6. mnèsthète (herinner je) . Imperatief aorist tweede persoon meervoud van het werkwoord mimnèskomai (gedenken, zich herinneren) . In zeventien verzen in de bijbel . In vijftien verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. : Lc 24,6 .

Lc 24,6.8. actief indicatief aorist derde persoon enkelvoud elalèsen (hij sprak) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het N.T. : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Lc (5) : (1) Lc 1,55 . (2) Lc 1,70 . (3) Lc 2,50 . (4) Lc 11,14 . (5) Lc 24,6 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen . In 5 verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,6 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,32 . (4) Lc 24,36 . (5) Lc 24,44 .

Lc 24,6.12. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

Lc 24,6.13. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,13 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,32 . (7) Lc 24,33 . (8) Lc 24,35 . (9) Lc 24,38 . (10) Lc 24,46 . (11) Lc 24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling . In drie verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 (tèi galilaiai : In Galilea) . (3) Lc 24,7 (tèi tritèi hèmerai : op de derde dag) . In twee verzen voor een tijdsbepaling , in één vers voor een plaatsbepaling .

Lc 24,7 - Lc 24,7 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:7 legôn ton uion tou anthrôpou oti dei paradothènai eis cheiras anthrôpôn amartôlôn kai staurôthènai kai tè tritè èmera anastènai   7 dicens quia oportet Filium hominis tradi in manus hominum peccatorum et crucifigi et die tertia resurgere  7 zeggend over de Mensenzoon dat hij overgeleverd moet worden in de handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.”    De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en Hij moet aan het kruis worden geslagen, maar op de derde dag zal Hij verrijzen."  [7] De Mensenzoon moet overgeleverd worden in handen van zondaars, gekruisigd worden en op de derde* dag weer opstaan.’  [7] de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’  7 toen hij zei van de mensenzoon dat hij moest worden prijsgegeven in de handen van zondige mensen, gekruisigd worden en ten derden dage opstaan!  7. Il faut, disait-il, que le Fils de l'homme soit livré aux mains des pécheurs, qu'il soit crucifié, et qu'il ressuscite le troisième jour. » 

Statenvertaling . 7 Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.
King James Bible . [7] Saying, The Son of man must be delivered into the hands of sinful men, and be crucified, and the third day rise again.
Luther-Bibel . 7 Der Menschensohn muss überantwortet werden in die Hände der Sünder und gekreuzigt werden und am dritten Tage auferstehen.

Tekstuitleg van Lc 24,7 . Het vers Lc 24,7 telt 19 woorden en 107 letters . De getalwaarde van Lc 24,7 is 13766 (2 X 6883) .

1. legôn (zeggend) . In zevenenveertig verzen in Lc . In één vers in Lc 24 (een eerder citaat van Jezus wordt aangehaald) .

Lc 24,7.7. act. ind. praes. 3de pers. enk. dei (het moet) . Taalgebruik in het N.T. : dei (moet) . Taalgebruik in Lc : dei (moet) .
Lc (12) : (1) Lc 2,49 . (2) Lc 4,43 . (3) Lc 9,22 . (4) Lc 12,12 . (5) Lc 13,14 . (6) Lc 13,33 . (7) Lc 17,25 . (8) Lc 19,5 . (9) Lc 21,9 . (10) Lc 22,37 . (11) Lc 24,7 . (12) Lc 24,44 .

2. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,2 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,46 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,53 .

6. 7. dei (moet) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . In twaalf verzen bij Lucas :
(11) Lc 24,7 : legôn ton huion tou anthrôpou hoti dei = zeggende dat de mensenzoon moet . (verschijning aan de vrouwen) .
- hoti dei (dat moet) . hoti leidt een voorwerpszin in . Het wordt voorafgegaan door allerlei werkwoordvormen van verschillende werkwoorden met de betekenis van zeggen . In acht verzen in het N.T. : (1) Mt 16,21 (// Mc 8,31 // Lc 9,22) (eerste lijdensvoorspelling) . (2) Mc 8,31 (// Mt 16,21 // Lc 9,22) (eerste lijdensvoorspelling) . (3) Lc 9,22 ( // Mc 8,31 // Mt 16,21) (eerste lijdensvoorspelling) . (4) Lc 24,7 . (5) Lc 24,44 . In vier van de acht teksten wordt de mensenzoon (ton huion tou anthrôpou) uitdrukkelijk vermeld : (2) Mc 8,31 . (3) Lc 9,22 . (4) Lc 24,7 . (6) Joh 12,34 .
- De gelijkenis tussen Lc 9,22 (eerste lijdensvoorspelling) en Lc 24,7 (verschijning van Jezus aan de vrouwen) is groot :
--- Lc 9,22 : : eipôn hoti dei ton huion tou anthrôpou polla pathein = zeggende dat de mensenzoon veel zal moeten lijden (eerste lijdensvoorspelling) .
--- Lc 24,7 : legôn ton huion tou anthrôpou hoti dei = zeggende dat de mensenzoon moet . (verschijning aan de vrouwen) .
In deze beide verzen volgt op het werkwoord dei drie nevenschikkende infinitiefzinnen .

9. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

Lc 24,7.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,7.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,7.16. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,13 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,32 . (7) Lc 24,33 . (8) Lc 24,35 . (9) Lc 24,38 . (10) Lc 24,46 . (11) Lc 24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling . In drie verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 (tèi galilaiai : In Galilea) . (3) Lc 24,7 (tèi tritèi hèmerai : op de derde dag) . In twee verzen voor een tijdsbepaling , in één vers voor een plaatsbepaling .

Lc 24,8 - Lc 24,8 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:8 kai emnèsthèsan tôn rèmatôn autou  8 et recordatae sunt verborum eius  8 En ze herinnerden zich zijn woorden.  Zij herinnerden zich zijn woorden  [8] Toen herinnerden ze zich zijn woorden.  [8] Toen herinnerden ze zich zijn woorden.  8 Zij worden zijn uitspraken indachtig,  8. Et elles se rappelèrent ses paroles. 

Statenvertaling . 8 En zij werden indachtig Zijner woorden.
King James Bible . [8] And they remembered his words,
Luther-Bibel . 8 Und sie gedachten an seine Worte.

Tekstuitleg van Lc 24,8 . Het vers Lc 24,8 telt 5 woorden en 28 (2² X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,8 is 4222 (2 X 2111) .

Lc 24,8.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,8.3. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,8 . (4) Lc 24,14 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,27 .

Lc 24,8.4. gen. onz. mv. rèmatôn van het zelfst. naamw. rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in het N.T. : rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in Lc : rèma (woord, uitspraak) . Lc (1) Lc 24,8 . Een vorm van rèma (woord, uitspraak) in Lc in 18 verzen : (1) Lc 1,37 . (2) Lc 1,38 . (3) Lc 1,65 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,17 . (6) Lc 2,19 . (7) Lc 2,29 . (8) Lc 2,50 . (9) Lc 2,51 . (10) Lc 3,2 . (11) Lc 5,5 . (12) Lc 7,1 . (13) Lc 9,45 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 20,26 . (16) Lc 22,61 . (17) Lc 24,8 . (18) Lc 24,11 .

Lc 24,9 - Lc 24,9 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:9 kai upostrepsasai | [apo tou mnèmeiou] | apo tou mnèmeiou | apèggeilan tauta panta tois endeka kai pasin tois loipois  9 et regressae a monumento nuntiaverunt haec omnia illis undecim et ceteris omnibus   9 En terugkerend van de grafkamer boodschapten ze al deze dingen aan de elf en alle overigen.  en keerden van het graf terug en ze brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen.   [9] Ze keerden van het graf terug naar huis en vertelden dat alles aan* de elf en aan alle anderen.  
[9] Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en aan alle anderen vertellen wat er was gebeurd.  
9 keren terug van het graf en verkondigen dit alles aan de elf en al de overigen.  9. A leur retour du tombeau, elles rapportèrent tout cela aux Onze et à tous les autres. 

Statenvertaling . 9 En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven, en aan al de anderen.
King James Bible . [9] And returned from the sepulchre, and told all these things unto the eleven, and to all the rest.
Luther-Bibel . 9 Und sie gingen wieder weg vom Grab und verkündigten das alles den elf Jüngern und den andern allen.

Tekstuitleg van Lc 24,9 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

7. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .

11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,10 - Lc 24,10 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:10 èsan de è magdalènè maria kai iôanna kai maria è iakôbou kai ai loipai sun autais elegon pros tous apostolous tauta  10 erat autem Maria Magdalene et Iohanna et Maria Iacobi et ceterae quae cum eis erant quae dicebant ad apostolos haec   10 Het waren nu Maria Magdalena en Johanna en Maria van Jakobus en de overigen met hen. Ze zeiden deze dingen tegen de apostelen;  Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus; de andere vrouwen die met hen waren vertelden aan de apostelen hetzelfde.  [10] Het waren Maria van Magdala, Johanna en Maria van Jakobus en de overige* vrouwen die bij hen waren. Ze vertelden het dus aan de apostelen,   [10] De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd,  10 Het zijn geweest: Maria Magdalena, Johanna, en Maria van Jakobus. De overige vrouwen die met haar waren hebben tot de apostelen hetzelfde gezegd.  10. C'étaient Marie la Magdaléenne, Jeanne et Marie, mère de Jacques. Les autres femmes qui étaient avec elles le dirent aussi aux apôtres ; 

Statenvertaling . 10 En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.
King James Bible . [10] It was Mary Magdalene, and Joanna, and Mary the mother of James, and other women that were with them, which told these things unto the apostles.
Luther-Bibel . 10 Es waren aber Maria von Magdala und Johanna und Maria, des Jakobus Mutter, und die andern mit ihnen; die sagten das den Aposteln.

Tekstuitleg van Lc 24,10 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,5 . (5) Lc 24,10 . (6) Lc 24,12 . Een opsomming van de vrouwen wordt gegeven .

6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

21. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .

Lc 24,11 - Lc 24,11 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:11 kai efanèsan enôpion autôn ôsei lèros ta rèmata tauta kai èpistoun autais  11 et visa sunt ante illos sicut deliramentum verba ista et non credebant illis  11 en deze woorden schenen als larie voor hen, en ze geloofden hen niet.  Maar dat verhaal leek de apostelen beuzelpraat en zij geloofden hen niet.  [11] maar in hun ogen was het onzin wat de vrouwen zeiden, en ze geloofden hen niet.  [11] maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet.  11 Deze verhalen schenen hun zotteklap toe en zij hebben haar niet geloofd.   11. mais ces propos leur semblèrent du radotage, et ils ne les crurent pas. 

Statenvertaling . 11 En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.
King James Bible . [11] And their words seemed to them as idle tales, and they believed them not.
Luther-Bibel . 11 Und es erschienen ihnen diese Worte, als wär's Geschwätz, und sie glaubten ihnen nicht.

Tekstuitleg van Lc 24,11 . Het vers Lc 24,11 telt 12 (2² X 3) woorden en 62 (2 X 31) letters . De getalwaarde van Lc 24,11 is 9248 (2² X 2³ X 17²) .

Lc 24,11.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,11.3. enôpion (voor het aangezicht van) . Taalgebruik in het N.T. : enôpion (voor het aangezicht van) . Taalgebruik in Lc : enôpion (voor het aangezicht van) . In Lc in 19 verzen : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,17 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,76 . (5) Lc 4,7 . (6) Lc 5,18 . (7) Lc 5,25 . (8) Lc 8,47 . (9) Lc 12,6 . (10) Lc 12,9 . (11) Lc 13,26 . (12) Lc 14,10 . (13) Lc 15,10 . (14) Lc 15,18 . (15) Lc 15,21 . (16) Lc 16,15 . (17) Lc 23,14 . (18) Lc 24,11 . (19) Lc 24,43 .

Lc 24,11.4. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .

Lc 24,11.3. - 4. enôpion autou (voor het aangezicht van hem / voor zijn aangezicht) . Lc (3) : (1) Lc 1,17 . (2) Lc 1,75 . (3) Lc 5,18 . enôpion autôn (voor het aangezicht van hen / voor hun aangezicht) . Lc (3) : (1) Lc 5,25 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,43 .

Lc 24,11.8. nom. + acc. onz. rèmata van het zelfst. naamw. rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in het N.T. : rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in Lc : rèma (woord, uitspraak) . Lc (5) : (1) Lc 1,65 . (2) Lc 2,19 . (3) Lc 2,51 . (4) Lc 7,1 . (5) Lc 24,11 . Een vorm van rèma (woord, uitspraak) in Lc in 18 verzen : (1) Lc 1,37 . (2) Lc 1,38 . (3) Lc 1,65 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,17 . (6) Lc 2,19 . (7) Lc 2,29 . (8) Lc 2,50 . (9) Lc 2,51 . (10) Lc 3,2 . (11) Lc 5,5 . (12) Lc 7,1 . (13) Lc 9,45 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 20,26 . (16) Lc 22,61 . (17) Lc 24,8 . (18) Lc 24,11 .

9. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .

Lc 24,11.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,12 - Lc 24,12 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Nachtwake C  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:12 | [[o | o | de petros anastas edramen epi to mnèmeion kai parakupsas blepei ta othonia mona kai apèlthen pros eauton thaumazôn to | gegonos]] | gegonos |   12 Petrus autem surgens cucurrit ad monumentum et procumbens videt linteamina sola posita et abiit secum mirans quod factum fuerat   12 Petrus nu stond op (en) liep naar de grafkamer en toekijkend zag hij alleeen de windsels , en hij ging heen naar huis , verwonderd over het gebeurde .   Toch liep Petrus ijlings naar het graf; hij bukte zich voorover maar zag alleen de zwachtels. Daarop ging hij terug, verbaasd nadenkend over hetgeen er gebeurd was.  [12] Toch* holde Petrus naar het graf, en toen hij er een blik in wierp zag hij alleen de linnen doeken. Hij ging terug naar huis, verbaasd over wat er gebeurd was.  [12] Petrus echter stond op en rende naar het graf. Hij bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was.  12 Maar Petrus is opgestaan en naar het graf gesneld; hij heeft zich gebukt en heeft alleen de zwachtels zien liggen; hij is teruggekomen vol verwondering over wat is geschied.  12. Pierre cependant partit et courut au tombeau. Mais, se penchant, il ne voit que les linges. Et il s'en alla chez lui, tout surpris de ce qui était arrivé.  

Statenvertaling . 12 Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven van hetgeen geschied was.
King James Bible . [12] Then arose Peter, and ran unto the sepulchre; and stooping down, he beheld the linen clothes laid by themselves, and departed, wondering in himself at that which was come to pass.
Luther-Bibel .12 Petrus aber stand auf und lief zum Grab und bückte sich hinein und sah nur die Leinentücher und ging davon und wunderte sich über das, was geschehen war.

Tekstuitleg van Lc 24,12 . Het vers Lc 24,12 telt 22 (2 X 11) woorden en 109 letters . De getalwaarde van Lc 24,12 is 8518 (2 X 4259) .

Lc 24,12.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,5 . (5) Lc 24,10 . (6) Lc 24,12 . De apostelen reageren met ongeloof op het bericht van de vrouwen . Petrus echter gaat naar het graf kijken .

Lc 24,12.3. nom. mann. enk. petros  (Petrus) van de eigennaam petros (Petrus) . Taalgebruik in het N.T. : petros (Petrus) . Taalgebruik in Lc : petros (Petrus) .
Lc (13) : (1) Lc 5,8 . (2) Lc 8,45 . (3) Lc 9,20 . (4) Lc 9,32 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 12,41 . (7) Lc 18,28 . (8) Lc 22,54 . (9) Lc 22,55 . (10) Lc 22,58 . (11) Lc 22,60 . (12) Lc 22,61 . (13) Lc 24,12 . Een vorm van petros (Petrus) in Lc in 18 verzen : (1) Lc 5,8 . (2) Lc 6,14 . (3) Lc 8,45 . (4) Lc 8,51 . (5) Lc 9,20 . (6) Lc 9,28 . (7) Lc 9,32 . (8) Lc 9,33 . (9) Lc 12,41 . (10) Lc 18,28 . (11) Lc 22,8 . (12) Lc 22,34 . (13) Lc 22,54 . (14) Lc 22,55 . (15) Lc 22,58 . (16) Lc 22,60 . (17) Lc 22,61 . (18) Lc 24,12 .

Lc 24,12.6. epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,12 . (3) Lc 24,22 . (4) Lc 24,24 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,47 .

Lc 24,12.7. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,3 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,22 . (5) Lc 24,23 . (6) Lc 24,24 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,12.20. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,3 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,22 . (5) Lc 24,23 . (6) Lc 24,24 .

354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 - Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -

Evangelie van de 3de (derde) paaszondag A : Lc 24,13-35 :
In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaüs heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: "Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?" Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: "Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?" Hij vroeg hun: "Wat dan?" Ze antwoordden Hem: "Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en kwamen zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet." Nu sprak Hij tot hen: "O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?" Beginnend met Mozes verklaarde Hij uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heengingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: "Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde". Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: "Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?" Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Deze verklaarden: "De Heer is waarlijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen." En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.

Lc 24,13 - Lc 24,13 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 24:13 kai idou duo ex autôn en autè tè èmera èsan poreuomenoi eis kômèn apechousan stadious exèkonta apo ierousalèm è onoma emmaous 13 et ecce duo ex illis ibant ipsa die in castellum quod erat in spatio stadiorum sexaginta ab Hierusalem nomine Emmaus  13 En zie, twee van hen waren op die dag aan het gaan naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, waarvan de naam Emmaüs was;  In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaüs heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag.  [13] Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs*, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt. [13] Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt.   13 ¶ En zie, twee van hen zijn op diezelfde dag onderweg geweest naar een dorp op een afstand van zestig stadiën van Jeruzalem, welks naam Emmaüs is,–  13. Et voici que, ce même jour, deux d'entre eux faisaient route vers un village du nom d'Emmaüs, distant de Jérusalem de soixante stades,  

Statenvertaling . 13 En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs;
King James Bible . [13] And, behold, two of them went that same day to a village called Emmaus, which was from Jerusalem about threescore furlongs.
Luther-Bibel . 13 Und siehe, zwei von ihnen gingen an demselben Tage in ein Dorf, das war von Jerusalem etwa zwei Wegstunden entfernt; dessen Name ist Emmaus.

Tekstuitleg van Lc 24,13 .

2. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in Lc : idou (zie) . Lc (55) . Lc 24 (3) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,13 . (3) Lc 24,49 .

5. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .

6. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

8. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,13 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,32 . (7) Lc 24,33 . (8) Lc 24,35 . (9) Lc 24,38 . (10) Lc 24,46 . (11) Lc 24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling .

11. part. praes. nom. mann. mv. poreuomenoi (zich op weg begevende) van het werkw. poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) . Taalgebruik in het N.T. : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Lc : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het woord behoort tot de groep van varen .
Lc (3) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 8,14 . (3) Lc 24,13 .

12. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

18. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Lc : hierousalèm (Jeruzalem) . Lc (26) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,13 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,33 . (4) Lc 24,47 . (5) Lc 24,52 .

21. nom. + acc. onz. enk. : onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen .

20. - 21. betrekkelijk voornaamwoord datief enkelvoud + onoma (naam) in Lc (5) : (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (2) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (3) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (4) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (5) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) .
Betrekk. voornaamw. datief vrouw. enk. in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (2) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Het betreft twee dorpen : Nazareth en Emmaüs , het eerste en het laatste dorp in Lc . De andere drie verzen zijn samengesteld uit het betrekk. voornaamw. datief mann. enk. + een persoonsnaam (Jozef , Simeon en Jaïrus) : (1) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (2) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (3) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) .

Lc 24,14 - Lc 24,14 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:14 kai autoi ômiloun pros allèlous peri pantôn tôn sumbebèkotôn toutôn  14 et ipsi loquebantur ad invicem de his omnibus quae acciderant   14 en ze praatten met elkaar over al die dingen die voorgevallen waren.  Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen.  [14] Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was.  [14] Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen.   14 en hebben zich met elkaar onderhouden over al deze dingen die voorgevallen zijn.  14. et ils conversaient entre eux de tout ce qui était arrivé.  

Statenvertaling . 14 En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.
King James Bible . [14] And they talked together of all these things which had happened.
Luther-Bibel . 14 Und sie redeten miteinander von allen diesen Geschichten.

Tekstuitleg van Lc 24,14 . Het vers Lc 24,14 telt 10 (2 X 5) woorden en 58 (2 X 29) letters . De getalwaarde van Lc 24,14 is 9874 (2 X 4937) .

2. nom. mann. mv. autoi (zij) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (19) : (1) Lc 2,50 . (2) Lc 6,11 . (3) Lc 9,36 . (4) Lc 11,4 . (5) Lc 11,19 . (6) Lc 11,46 . (7) Lc 11,48 . (8) Lc 11,52 . (9) Lc 13,4 . (10) Lc 14,1 . (11) Lc 14,12 . (12) Lc 16,28 . (13) Lc 17,13 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 22,23 . (16) Lc 22,71 . (17) Lc 24,14 . (18) Lc 24,35 . (19) Lc 24,52 .

6. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .

Lc 24,14.8. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,8 . (4) Lc 24,14 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,27 .

Lc 24,15 - Lc 24,15 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:15 kai egeneto en tô omilein autous kai suzètein | [kai] | kai | autos ièsous eggisas suneporeueto autois 15 et factum est dum fabularentur et secum quaererent et ipse Iesus adpropinquans ibat cum illis  15 En het gebeurde, terwijl ze praatten en redetwistten, dat Jezus zelf naderde (en) met hen meeging;  Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee.  [15] Terwijl ze met elkaar in discussie waren, voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee.  [15] Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee,  15 En het is geschied, terwijl zij zich onderhielden en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf is genaderd en met hen meegelopen is;  15. Et il advint, comme ils conversaient et discutaient ensemble, que Jésus en personne s'approcha, et il faisait route avec eux ;  

Statenvertaling . 15 En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.
King James Bible . [15] And it came to pass, that, while they communed together and reasoned, Jesus himself drew near, and went with them.
Luther-Bibel . 15 Und es geschah, als sie so redeten und sich miteinander besprachen, da nahte sich Jesus selbst und ging mit ihnen.

Tekstuitleg van Lc 24,15 . Het vers Lc 24,15 telt 15 (3 X 5) woorden en 79 letters . De getalwaarde van Lc 24,15 is 9279 (3² X 1031) .

Lc 24,15.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,15.2. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .

Lc 24,15.3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

Lc 24,15.4. bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 24 (7) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,30 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,47 . (6) Lc 24,51 . (7) Lc 24,53 .

Lc 24,15.1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc (9) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 5,1 . (5) Lc 8,40 . (6) Lc 9,51 . (7) Lc 10,38 . (8) Lc 11,27 . (9) Lc 18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc (14) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 8,1 . (3) Lc 9,18 . (4) Lc 9,29 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 14,1 . (8) Lc 17,11 . (9) Lc 17,14 . (10) Lc 19,15 . (11) Lc 24,4 . (12) Lc 24,15 . (13) Lc 24,30 . (14) Lc 24,51 .

Lc 24,15.6. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (83) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,15 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,25 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,50 . (6) Lc 24,51 .

Lc 24,15.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,15.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)

Lc 24,16 - Lc 24,16 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
24:16 oi de ofthalmoi autôn ekratounto tou mè epignônai auton  16 oculi autem illorum tenebantur ne eum agnoscerent  16 hun ogen echter bleven verhinderd zodat ze hem niet herkenden.   Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen.  [16] Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen. [16] maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden.  16 maar hun ogen zijn zo bevangen geweest dat zij hem niet hebben herkend.   16. mais leurs yeux étaient empêchés de le reconnaître. 

Statenvertaling . 16 En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.
King James Bible . [16] But their eyes were holden that they should not know him.
Luther-Bibel . 16 Aber ihre Augen wurden gehalten, dass sie ihn nicht erkannten.

Tekstuitleg van Lc 24,16 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,18 . (4) Lc 24,19 . (5) Lc 24,21 . (6) Lc 24,24 . (7) Lc 24,31 . (8) Lc 24,36 . (9) Lc 24,37 . (10) Lc 24,41 . (11) Lc 24,42 . (12) Lc 24,44 . (13) Lc 24,49 . (14) Lc 24,50 .

4. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .

9. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

Lc 24,17 - Lc 24,17 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:17 eipen de pros autous tines oi logoi outoi ous antiballete pros allèlous peripatountes kai estathèsan skuthrôpoi   17 et ait ad illos qui sunt hii sermones quos confertis ad invicem ambulantes et estis tristes   17 Hij zei nu tegen hen: Wat zijn die woorden die je al wandelend met elkaar wisselt? En ze bleven met somber gezicht staan.  Hij vroeg hun: "Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?" Met een bedrukt gezicht bleven ze staan.  [17] Hij sprak tot hen: ‘Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?’ Met sombere gezichten bleven ze staan.  [17] Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan.  17 Maar dan zegt hij tot hen: wat zijn dit voor gesprekken die ge al wandelend met elkaar voert? Treurig blijven ze staan.   17. Il leur dit : « Quels sont donc ces propos que vous échangez en marchant ? » Et ils s'arrêtèrent, le visage sombre. 

Statenvertaling . 17 En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?
King James Bible . [17] And he said unto them, What manner of communications are these that ye have one to another, as ye walk, and are sad?
Luther-Bibel . 17 Er sprach aber zu ihnen: Was sind das für Dinge, die ihr miteinander verhandelt unterwegs? Da blieben sie traurig stehen.

Tekstuitleg van Lc 24,17 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,18 . (4) Lc 24,19 . (5) Lc 24,21 . (6) Lc 24,24 . (7) Lc 24,31 . (8) Lc 24,36 . (9) Lc 24,37 . (10) Lc 24,41 . (11) Lc 24,42 . (12) Lc 24,44 . (13) Lc 24,49 . (14) Lc 24,50 .

4. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (83) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,15 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,25 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,50 . (6) Lc 24,51 .

Lc 24,18 - Lc 24,18 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:18 apokritheis de eis onomati kleopas eipen pros auton su monos paroikeis ierousalèm kai ouk egnôs ta genomena en autè en tais èmerais tautais  18 et respondens unus cui nomen Cleopas dixit ei tu solus peregrinus es in Hierusalem et non cognovisti quae facta sunt in illa his diebus  18 Eén nu, met de naam van Kleopas, antwoordde (en) zei tegen hem: Bent u de enige die als vreemdeling in Jeruzalem woont en die niet weet welke dingen daar deze dagen gebeurd zijn?  Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: "Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?" Hij vroeg hun:  [18] Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord: ‘Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?’  [18] Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ 18 Ten antwoord zegt één, wiens naam Kleopas is, tot hem: bent u de enige vreemdeling in Jeruzalem dat u niet weet van de dingen die daar in deze dagen zijn geschied?  18. Prenant la parole, l'un d'eux, nommé Cléophas, lui dit : « Tu es bien le seul habitant de Jérusalem à ignorer ce qui y est arrivé ces jours-ci ! » -  

Statenvertaling . 18 En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die deze dagen daarin geschied zijn?
King James Bible . [18] And the one of them, whose name was Cleopas, answering said unto him, Art thou only a stranger in Jerusalem, and hast not known the things which are come to pass therein these days?
Luther-Bibel . 18 Und der eine, mit Namen Kleopas, antwortete und sprach zu ihm: Bist du der Einzige unter den Fremden in Jerusalem, der nicht weiß, was in diesen Tagen dort geschehen ist?

Tekstuitleg van Lc 24,18 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,18 . (4) Lc 24,19 . (5) Lc 24,21 . (6) Lc 24,24 . (7) Lc 24,31 . (8) Lc 24,36 . (9) Lc 24,37 . (10) Lc 24,41 . (11) Lc 24,42 . (12) Lc 24,44 . (13) Lc 24,49 . (14) Lc 24,50 .

3. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

8. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

12. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Lc : hierousalèm (Jeruzalem) . Lc (26) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,13 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,33 . (4) Lc 24,47 . (5) Lc 24,52 .

18. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

20. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

22. dat. vr. mv. hèmerais van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Taalgebruik in Lc : hèmera (dag) .
Lc (18) . (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 1,18 . (4) Lc 1,25 . (5) Lc 1,39 . (6) Lc 1,75 . (7) Lc 2,1 . (8) Lc 2,36 . (9) Lc 4,2 . (10) Lc 4,25 . (11) Lc 5,35 . (12) Lc 6,12 . (13) Lc 9,36 . (14) Lc 17,26 . (15) Lc 17,28 . (16) Lc 21,23 . (17) Lc 23,7 . (18) Lc 24,18 .

23. aanwijz. voornaamw. dat. vr. mv. tautais van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Mc : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) .
Lc (4) : (1) Lc 1,39 . (2) Lc 6,12 . (3) Lc 23,7 . (4) Lc 24,18 .

20. - 23. en tais hèmerais tautais (in deze dagen) . Lc (3) : (1) Lc 1,39 . (2) Lc 6,12 . (3) Lc 24,18 . In bredere contekst . (1) Lc 1,39 : anastasa de mariam en tais hèmerais tautais eporeuthè eis tèn oreinèn (Maria echter opgestaan in deze dagen begaf zich op weg naar het gebergte) . (2) Lc 6,12 : egeneto de en tais hèmerais tautais exèlthen eis to horos (het gebeurde echter in deze dagen . Hij ging uit naar de berg) .

Lc 24,19 - Lc 24,19 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:19 kai eipen autois poia oi de eipan autô ta peri ièsou tou nazarènou os egeneto anèr profètès dunatos en ergô kai logô enantion tou theou kai pantos tou laou  19 quibus ille dixit quae et dixerunt de Iesu Nazareno qui fuit vir propheta potens in opere et sermone coram Deo et omni populo  19 En hij zei hun: Welke? Zij nu zeiden hem: Omtrent Jezus de Nazarener, een man die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en al het volk;   "Wat dan?" Ze antwoordden Hem: "Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk;  [19] ‘Wat dan?’ vroeg Hij. Ze zeiden Hem: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret. Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk.  [19] Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk.  19 Hij zegt tot hen: wat voor dingen? Zij zeggen tot hem: die met Jezus de Nazarener, een man die een profeet was, machtig in werk en woord tegenover God en heel de gemeenschap,–  19. « Quoi donc ? » leur dit-il. Ils lui dirent : « Ce qui concerne Jésus le Nazarénien, qui s'est montré un prophète puissant en œuvres et en paroles devant Dieu et devant tout le peuple,  

Statenvertaling . 19 En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
King James Bible . [19] And he said unto them, What things? And they said unto him, Concerning Jesus of Nazareth, which was a prophet mighty in deed and word before God and all the people:
Luther-Bibel . 19 Und er sprach zu ihnen: Was denn? Sie aber sprachen zu ihm: Das mit Jesus von Nazareth, der ein Prophet war, mächtig in Taten und Worten vor Gott und allem Volk;

Tekstuitleg van Lc 24,19 . Het vers Lc 24,19 telt 29 woorden en 129 (3 X 43) letters . De getalwaarde van Lc 24,19 is 15399 (3² X 29 X 59) .

6. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,18 . (4) Lc 24,19 . (5) Lc 24,21 . (6) Lc 24,24 . (7) Lc 24,31 . (8) Lc 24,36 . (9) Lc 24,37 . (10) Lc 24,41 . (11) Lc 24,42 . (12) Lc 24,44 . (13) Lc 24,49 . (14) Lc 24,50 .

Lc 24,19.10. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .

Lc 24,19.15. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .

Lc 24,19.17. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès (profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès (profeet) . pro-fèmi (voor zich uitspreken) . Lc (7) : (1) Lc 1,76 . (2) Lc 4,24 . (3) Lc 7,16 . (4) Lc 7,39 . (5) Lc 9,8 . (6) Lc 9,19 . (7) Lc 24,19 . Een vorm van profètès (profeet) in Lc in 29 verzen , in Lc 24 (4) : (1) Lc 24,19 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,27 . (4) Lc 24,44 .

Lc 24,19.19. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

Lc 24,19.27. gen. mann. + onz. enk. pantos van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Lc (4) : (1) Lc 8,47 . (2) Lc 20,45 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,53 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 24 (9) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,27 . (7) Lc 24,44 . (8) Lc 24,47 . (9) Lc 24,53 .

Lc 24,20 - Lc 24,20 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:20 opôs te paredôkan auton oi archiereis kai oi archontes èmôn eis krima thanatou kai estaurôsan auton  20 et quomodo eum tradiderunt summi sacerdotum et principes nostri in damnationem mortis et crucifixerunt eum  20 en hoe onze hogepriesters en oversten hem hebben overgeleverd tot de terdoodbrenging en hem gekruisigd hebben.   hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen.  [20] Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen, en ze hebben Hem zelfs gekruisigd.   [20] Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen.  20 hoe onze overpriesters en onze overheden hem hebben prijsgegeven aan terdoodveroordeling en hem gekruisigd hebben;   20. comment nos grands prêtres et nos chefs l'ont livré pour être condamné à mort et l'ont crucifié. 

Statenvertaling . 20 En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
King James Bible . [20] And how the chief priests and our rulers delivered him to be condemned to death, and have crucified him.
Luther-Bibel . 20 wie ihn unsre Hohenpriester und Oberen zur Todesstrafe überantwortet und gekreuzigt haben.

Tekstuitleg van Lc 24,20 .

3. De overlevering van Jezus door Judas aan de hogepriesters en de schriftgeleerden werd aangekondigd in de derde lijdensvoorspelling : Mt 20,18 // Mc 10,33 (en de mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en de schriftgeleerden) . Bij Lucas ontbreekt dit stukje van de derde lijdensaankondiging . Lucas is voorzichtig om het woord paradidômi (overleveren) te gebruiken , zowel bij Judas , als bij de hogepriesters en de schriftgeleerden . Het zou de indruk kunnen geven dat zij macht over Jezus zouden bezitten .

4. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

11. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

16. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

- paredôkan (zij leverden over) . Verwijzing : paradidômi (overleveren) . Actief ind. aor. 3de pers. mv. van het werkw. paradidômi . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . I.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : In 5 van de 6 verzen : (1) Mt 27,2 // Mc 15,1 . (2) Mt 27,18 // Mc 15,10 (paradedôkeisan = zij hem hadden overgeleverd) . (3) Mc 15,1 // Mt 27,2 . (4) Lc 24,20 . (5) Joh 18,35 .

- paredôken (hij leverde over) . Actief ind. aor. 3de pers. enk. . In 4 verzen in de syn. i.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : (1) Mt 27,26 // Mc 15,15 // Lc 23,25 . (2) Mc 3,19 // Mt 10,4 (paradous = 'die overleverde') // Lc 6,16 (prodotès = overleveraar) . (3) Mc 15,15 // Lc 23,25 // Mt 27,26 . (4) Lc 23,25 // Mt 27,26 // Mc 15,15 .

paradidômi (overleveren)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken  82  65  17   
act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan        

sanhedrin sanhedrin sanhedrin  Judas Pilatus Pilatus Pilatus
Mc 15,1 Mt 27,2 Mt 27,18   Mc 3,19 Mc 15,15  Mt 27,26 Lc 23,25  
kai (en) kai (en) hoti (dat) kai Ioudan Iskariôth (Judas Iskariot) kai (en)  ton de Ièsoun Jezus echter)  
paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) tôi hègemoni (de procureur) dia fthonon paredôkan auton (zij hem omwille van nijd overleverden ) hos kai paredôken auton (die hem ook overleverde) paredôken (leverde hij over) ton Ièsoun (Jezus)  paredôken (leverde hij over) ton de Ièsoun (Jezus) paredôken (leverde hij over)
    hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden.   hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. tôi thelèmati autôn (aan hun wil)
336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 - 336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1-  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 97. Roeping van de Twaalf : Mc 3,13-19 - Lc 6,12-16 -  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25
Lc 24,21 - Lc 24,21 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:21 èmeis de èlpizomen oti autos estin o mellôn lutrousthai ton israèl alla ge kai sun pasin toutois tritèn tautèn èmeran agei af ou tauta egeneto   21 nos autem sperabamus quia ipse esset redempturus Israhel et nunc super haec omnia tertia dies hodie quod haec facta sunt   21 Wij echter bleven hopen dat hij het is die Israël zou verlossen; maar ja, met dit alles laat hij de derde dag voorbijgaan sinds die dingen gebeurd zijn.   En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn.  [21] En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is.  [21] Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is.   21 wij hebben de hoop gekoesterd dat hij het was die Israël zou gaan verlossen; maar al met al is het vandaag de derde dag sinds die dingen zijn geschied;  21. Nous espérions, nous, que c'était lui qui allait délivrer Israël ; mais avec tout cela, voilà le troisième jour depuis que ces choses sont arrivées !  

Statenvertaling . 21 En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.
King James Bible . [21] But we trusted that it had been he which should have redeemed Israel: and beside all this, to day is the third day since these things were done.
Luther-Bibel . 21 Wir aber hofften, er sei es, der Israel erlösen werde. Und über das alles ist heute der dritte Tag, dass dies geschehen ist.

Tekstuitleg van Lc 24,21 . Het vers Lc 24,21 telt 25 (5²) woorden en 120 (2³ X 3 X 5) letters . De getalwaarde van Lc 24,21 is 13097 (7 X 1871) .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,18 . (4) Lc 24,19 . (5) Lc 24,21 . (6) Lc 24,24 . (7) Lc 24,31 . (8) Lc 24,36 . (9) Lc 24,37 . (10) Lc 24,41 . (11) Lc 24,42 . (12) Lc 24,44 . (13) Lc 24,49 . (14) Lc 24,50 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,2 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,46 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,53 .

Lc 24,21.11. israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Taalgebruik in Lc : Israèl (Israël) .
Lc (12) : (1) Lc 1,16 . (2) Lc 1,54 . (3) Lc 1,68 . (4) Lc 1,80 . (5) Lc 2,25 . (6) Lc 2,32 . (7) Lc 2,34 . (8)Lc 4,25 . (9) Lc 4,27 . (10) Lc 7,9 . (11) Lc 22,30 . (12) Lc 24,21 .

Lc 24,21.25. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .

Lc 24,22 - Lc 24,22 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:22 alla kai gunaikes tines ex èmôn exestèsan èmas genomenai orthrinai epi to mnèmeion   22 sed et mulieres quaedam ex nostris terruerunt nos quae ante lucem fuerunt ad monumentum  22 Maar ook enige vrouwen uit ons midden hebben ons verstomd. Nadat ze in de vroege morgen naar de grafkamer geweest waren  Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest,  [22] Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan   [22] Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen,  22 echter hebben ook enkele vrouwen uit onze gelederen ons ontsteld die vroeg in de morgen bij het graf geweest zijn;  22. Quelques femmes qui sont des nôtres nous ont, il est vrai, stupéfiés. S'étant rendues de grand matin au tombeau  

Statenvertaling . 22 Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;
King James Bible . [22] Yea, and certain women also of our company made us astonished, which were early at the sepulchre;
Luther-Bibel . 22 Auch haben uns erschreckt einige Frauen aus unserer Mitte, die sind früh bei dem Grab gewesen,

Tekstuitleg van Lc 24,22 . Het vers Lc 24,22 telt 13 woorden en 68 (4 X 17) letters . De getalwaarde van Lc 24,22 is 4660 (2² X 5 X 233) .

Lc 24,22.11. epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,12 . (3) Lc 24,22 . (4) Lc 24,24 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,47 .

Lc 24,22.12. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,3 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,22 . (5) Lc 24,23 . (6) Lc 24,24 .

Lc 24,23 - Lc 24,23 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:23 kai mè eurousai to sôma autou èlthon legousai kai optasian aggelôn eôrakenai oi legousin auton zèn   23 et non invento corpore eius venerunt dicentes se etiam visionem angelorum vidisse qui dicunt eum vivere  23 en zijn lichaam niet vonden, zijn ze komen zeggen dat ze zelfs een verschijning gezien hadden van engelen, die zeiden dat hij leeft.  maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en kwamen zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde.  [23] en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft.  [23] vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft.  23 toen ze zijn lichaam daar niet vonden zijn ze komen zeggen dat ze ook een aanblik van engelen hebben gezien, die zeggen dat hij lééft;   23. et n'ayant pas trouvé son corps, elles sont revenues nous dire qu'elles ont même eu la vision d'anges qui le disent vivant. 

Statenvertaling . 23 En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
King James Bible . [23] And when they found not his body, they came, saying, that they had also seen a vision of angels, which said that he was alive.
Luther-Bibel . 23 haben seinen Leib nicht gefunden, kommen und sagen, sie haben eine Erscheinung von Engeln gesehen, die sagen, er lebe.

Tekstuitleg van Lc 24,23 . Het vers Lc 24,23 telt 16 (2² X 2²) woorden en 83 letters . De getalwaarde van 9104 (2² X 2² X 569) .

Lc 24,23.4. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,3 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,22 . (5) Lc 24,23 . (6) Lc 24,24 .

Lc 24,23.7. ind. aor. 3de pers. mv. èlthon (zij gingen) van het werkw. erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) .
Lc (11) : (1) Lc 1,59 . (2) Lc 2,44 . (3) Lc 3,12 . (4) Lc 4,42 . (5) Lc 5,7 . (6) Lc 6,18 . (7) Lc 8,35 . (8) Lc 12,49 . (9) Lc 23,33 . (10) Lc 24,1 . (11) Lc 24,23 . Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Lc 24 in 2 verzen : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,23 .

15. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

Lc 24,24 - Lc 24,24 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:24 kai apèlthon tines tôn sun èmin epi to mnèmeion kai euron outôs kathôs | | kai | ai gunaikes eipon auton de ouk eidon  24 et abierunt quidam ex nostris ad monumentum et ita invenerunt sicut mulieres dixerunt ipsum vero non viderunt   24 En enigen van hen die bij ons waren, zijn heengegaan naar de grafkamer en ze hebben het zo gevonden zoals de vrouwen gezegd hadden, hem echter hebben ze niet gezien.   Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet."  [24] Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem hebben ze niet gezien.’   [24] Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’  24 zomaar enkelen van hen die met ons zijn zijn mee teruggegaan naar het graf, en vonden het zó zoals ook de vrouwen hebben gezegd, maar hemzelf hebben ze niet gezien!   24. Quelques-uns des nôtres sont allés au tombeau et ont trouvé les choses tout comme les femmes avaient dit ; mais lui, ils ne l'ont pas vu ! » 

Statenvertaling . 24 En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.
King James Bible . [24] And certain of them which were with us went to the sepulchre, and found it even so as the women had said: but him they saw not.
Luther-Bibel . 24 Und einige von uns gingen hin zum Grab und fanden's so, wie die Frauen sagten; aber ihn sahen sie nicht.

Tekstuitleg van Lc 24,24 . Het vers Lc 24,24 telt 21 (3 X 7) letters en 88 (2³ X 11) letters . De getalwaarde van Lc 24,24 is 9151 .

Lc 24,24.4. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,8 . (4) Lc 24,14 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,27 .

Lc 24,24.7. epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,12 . (3) Lc 24,22 . (4) Lc 24,24 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,47 .

Lc 24,24.8. bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,3 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,22 . (5) Lc 24,23 . (6) Lc 24,24 .

11. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud euron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .

18. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

Lc 24,24.13. kathôs (zoals) . Taalgebruik in het N.T. : kathôs (zoals) . Taalgebruik in Mc : kathôs (zoals) . Taalgebruik in Lc : kathôs (zoals) .
Lc (17) : (1) Lc 1,2 . (2) Lc 1,55 . (3) Lc 1,70 . (4) Lc 2,20 . (5) Lc 2,23 . (6) Lc 5,14 . (7) Lc 6,31 . (8) Lc 6,36 . (9) Lc 11,1 . (10) Lc 11,30 . (11) Lc 17,26 . (12) Lc 17,28 . (13) Lc 19,32 . (14) Lc 22,13 . (15) Lc 22,29 . (16) Lc 24,24 . (17) Lc 24,39 .

19. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,18 . (4) Lc 24,19 . (5) Lc 24,21 . (6) Lc 24,24 . (7) Lc 24,31 . (8) Lc 24,36 . (9) Lc 24,37 . (10) Lc 24,41 . (11) Lc 24,42 . (12) Lc 24,44 . (13) Lc 24,49 . (14) Lc 24,50 .

Lc 24,25 - Lc 24,25 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:25 kai autos eipen pros autous ô anoètoi kai bradeis tè kardia tou pisteuein epi pasin ois elalèsan oi profètai 25 et ipse dixit ad eos o stulti et tardi corde ad credendum in omnibus quae locuti sunt prophetae  25 En hij zei tegen hen: O jullie onbegrijpenden en tragen van hart om te geloven aan alles wat de profeten gesproken hebben:  Nu sprak Hij tot hen: "O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben!  [25] Toen zei Hij tot hen: ‘Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd!  [25] Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben?  25 Dan zegt hij tot hen: o onverstandigen, te traag van hart om te vertrouwen op alles wat gesproken hebben de profeten!–  25. Alors il leur dit : « O cœurs sans intelligence, lents à croire à tout ce qu'ont annoncé les Prophètes ! 

Statenvertaling . 25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
King James Bible . [25] Then he said unto them, O fools, and slow of heart to believe all that the prophets have spoken:
Luther-Bibel . 25 Und er sprach zu ihnen: O ihr Toren, zu trägen Herzens, all dem zu glauben, was die Propheten geredet haben!

Tekstuitleg van Lc 24,25 . Het vers Lc 24,25 telt 19 woorden en 91 (7 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 24,25 is 9069 (3 X 3023) .

5. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (83) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,15 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,25 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,50 . (6) Lc 24,51 .

Lc 24,25.10. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,13 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,32 . (7) Lc 24,33 . (8) Lc 24,35 . (9) Lc 24,38 . (10) Lc 24,46 . (11) Lc 24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling .

Lc 24,25.14. epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,12 . (3) Lc 24,22 . (4) Lc 24,24 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,47 .

Lc 24,25.17. act. ind. aor. 3de pers. mv. elalèsan (zij spraken) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het N.T. : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Lc (1) Lc 24,25 . Deze vorm slechts hier in Lc 24,25 in het N.T. . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen . In 5 verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,6 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,32 . (4) Lc 24,36 . (5) Lc 24,44 .

Lc 24,26 - Lc 24,26 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:26 ouchi tauta edei pathein ton christon kai eiselthein eis tèn doxan autou  26 nonne haec oportuit pati Christum et ita intrare in gloriam suam  26 moest de christus deze dingen niet lijden en zo in zijn heerlijkheid binnengaan?  Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?"   [26] Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?’   [26] Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’  26 moest de Christus niet dat alles lijden, en zo binnengaan in zijn heerlijkheid?  26. Ne fallait-il pas que le Christ endurât ces souffrances pour entrer dans sa gloire ? » 

Statenvertaling . 26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?
King James Bible . [26] Ought not Christ to have suffered these things, and to enter into his glory?
Luther-Bibel . 26 Musste nicht Christus dies erleiden und in seine Herrlichkeit eingehen?

Tekstuitleg van Lc 24,26 .

2. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .

4. pathein (lijden). Infinitief aorist . Verwijzing : paschô (lijden) , zie Mt 16,21 . Infinitief aorist . In dertien verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In twaalf verzen in het N.T. . In negen verzen bij Lucas en in Hnd : (4) Lc 9,22 ( // Mc 8,31 // Mt 16,21) (eerste lijdensvoorspelling) . (5) Lc 17,25 . (6) Lc 22,15 (het laatste avondmaal) . (7) Lc 24,26 (verschijning van Jezus aan de Emmaüsgangers) . (8) Lc 24,46 (verschijning van Jezus aan de elf en hun metgezellen) . In vier verzen in Handelingen : (9) Hnd 1,3 (inleiding van Handelingen) . (10) Hnd 3,18 (toespraak van Petrus) . (11) Hnd 9,16 (Saulus in Damascus) . (12) Hnd 17,3 (Paulus in Tessalonica) .
De teksten van Lc 22,15 (het laatste avondmaal) : pro tou me pathein (voor mijn lijden) en van Hnd 1,3 (inleiding van Handelingen) : meta to pathein auton (na zijn lijden) omsluiten het lijden . Het lijden omvat de doorgang door de dood ; het is de overgang : leven - dood - leven . In Lc 22,15 wordt de relatie gelegd tussen paschô (pasen) en pathein (lijden) . Pasen of Pesach is de viering van de uittocht uit Egypte , de doortocht door de Rietzee en het komen in de woestijn . De overgang heeft drie elementen die over drie dagen worden gespreid .

5. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,2 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,46 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,53 .

3. - 6. edei pathein (hij moest lijden) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . In drie verzen in het N.T. : (1) Lc 24,26 : edei pathein ton Christon = dat Christus moest lijden . {(2) Lc 24,46 : ' edei ' pathein ton Christon = dat Christus moest lijden.} (3) Hnd 17,3 (hoti ton Christon. edei pathein = dat Christus moest lijden) .

4. - 6. pathein ton Christon (dat Christus - moest - lijden) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . In vier verzen in het N.T. : (1) Lc 24,26 : edei pathein ton Christon = dat Christus moest lijden . {(2) Lc 24,46 : ' edei ' pathein ton Christon = dat Christus moest lijden.} (3) Hnd 3,18 : pathein ton Christon = dat Christus (moest) lijden .(4) Hnd 17,3 (hoti ton Christon. edei pathein = dat Christus moest lijden) .

9. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

Lc 24,27 - Lc 24,27 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:27 kai arxamenos apo môuseôs kai apo pantôn tôn profètôn diermèneusen autois en pasais tais grafais ta peri eautou  27 et incipiens a Mose et omnibus prophetis interpretabatur illis in omnibus scripturis quae de ipso erant   27 En beginnend van Mozes en aIle profeten verklaarde hij hun in alle Schriften wat omtrent hem geschreven staat.   Beginnend met Mozes verklaarde Hij uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had.  [27] En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle Profeten.  [27] Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.  27 En beginnend bij Mozes en bij alle profeten, legt hij hun uit wat in alle geschriften over hem gaat.  27. Et, commençant par Moïse et parcourant tous les Prophètes, il leur interpréta dans toutes les Écritures ce qui le concernait.  

Statenvertaling . 27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.
King James Bible . [27] And beginning at Moses and all the prophets, he expounded unto them in all the scriptures the things concerning himself.
Luther-Bibel . 27 Und er fing an bei Mose und allen Propheten und legte ihnen aus, was in der ganzen Schrift von ihm gesagt war.

Tekstuitleg van Lc 24,27 . Het vers Lc 24,27 telt 21 (3 X 7) woorden en 92 (2² X 23) letters . De getalwaarde van Lc 24,27 is 12481 (7 X 1783) .

Lc 24,27.8. bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,8 . (4) Lc 24,14 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,27 .

12. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

17. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .

Lc 24,28 - Lc 24,28 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:28 kai èggisan eis tèn kômèn ou eporeuonto kai autos prosepoièsato porrôteron poreuesthai  28 et adpropinquaverunt castello quo ibant et ipse se finxit longius ire   28 En ze naderden tot bij het dorp waarheen ze gingen, en hij deed alsof hij verder wou gaan.  Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heengingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan.  [28] Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn, deed Hij alsof Hij verder wilde gaan. 
[28] Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. 
28 Dan naderen ze het dorp waarheen ze onderweg waren, en hij doet alsof hij verder wil trekken.  28. Quand ils furent près du village où ils se rendaient, il fit semblant d'aller plus loin. 

Statenvertaling . 28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.
King James Bible . [28] And they drew nigh unto the village, whither they went: and he made as though he would have gone further.
Luther-Bibel . 28 Und sie kamen nahe an das Dorf, wo sie hingingen. Und er stellte sich, als wollte er weitergehen.

Tekstuitleg van Lc 24,28 .

3. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

7. ind. imp. 3de p. mv. eporeuonto (zij begaven zich op weg) van het werkw. poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) . Taalgebruik in het N.T. : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Lc : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het woord behoort tot de groep van varen .
Lc (3) : (1) Lc 2,3 . (2) Lc 2,41 . (3) Lc 24,28 . Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in Lc (48) , in Lc 24 (2) : (1) Lc 24,13 . (2) Lc 24,28 .

Lc 24,29 - Lc 24,29 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:29 kai parebiasanto auton legontes meinon meth èmôn oti pros esperan estin kai kekliken èdè è èmera kai eisèlthen tou meinai sun autois  29 et coegerunt illum dicentes mane nobiscum quoniam advesperascit et inclinata est iam dies et intravit cum illis  29 Maar ze dwongen hem, zeggend: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag neigt ten einde. En hij ging binnen om bij hen te blijven.  Zij drongen bij Hem aan: "Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde". Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven.   [29] Maar met aandrang vroegen ze: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.’ Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven.  [29] Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen.  29 Zij dringen sterk bij hem aan en zeggen: blijft bij ons, want het is tegen de avond en de dag is al gaan liggen! Dan gaat hij mee naar binnen om bij hen te blijven.   29. Mais ils le pressèrent en disant : « Reste avec nous, car le soir tombe et le jour déjà touche à son terme. » Il entra donc pour rester avec eux.  

Statenvertaling . 29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
King James Bible . [29] But they constrained him, saying, Abide with us: for it is toward evening, and the day is far spent. And he went in to tarry with them.
Luther-Bibel . 29 Und sie nötigten ihn und sprachen: Bleibe bei uns; denn es will Abend werden und der Tag hat sich geneigt. Und er ging hinein, bei ihnen zu bleiben.

Tekstuitleg van Lc 24,29 .

3. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

6. meta (met , na) . Afkorting : met' of meth' . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr. avec (< apud hoc : met dat) .
- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Lc (37 + 21 + 4 = 62) . Lc 24 (2 + 1 + 1 = 4) . meta (2) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,52 . met' (1) Lc 24,30 . meth' (1) Lc 24,29 .

18. ind. aor. 3de pers. enk. eisèlthen (hij ging binnen) van het werkw. eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het N.T. : eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in Lc : eiserchomai (binnengaan) . Lc (12) : In twaalf verzen bij Lc : (1) Lc 1,40 . (2) Lc 4,16 . (3) Lc 4,38 . (4) Lc 6,4 . (5) Lc 7,1 . (6) Lc 8,30 . (7) Lc 9,46 . (8) Lc 10,38 . (9) Lc 17,27 . (10) Lc 19,7 . (11) Lc 22,3 . (12) Lc 24,29 . Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45 verzen , in Lc 24 in 3 verzen : (1) Lc 24,3 . (2) Lc 24,26 . (3) Lc 24,29 .

parabiazomai (dwingen, dringen) .
- parebiasanto .Aorist derde persoon meervoud . In één vers in het O.T. . In één vers in het N.T. nl. Lc 24,29 .
- parebiasato .Aorist derde persoon enkelvoud . In één vers in het O.T. . In één vers in het N.T. nl. Hnd 16,15 .
Er zijn enkele overeenkomsten tussen het Emmaüsverhaal en het verhaal over Lydia :
- Lc 24,29 : kai parebiasanto auton legontes meinon meth èmôn ... kai eisèlthen tou meinai sun autois = en zij drongen bij hem aan zeggende : blijf bij ons ... en hij ging binnen om met hen te blijven .
- Hnd 16,15 : eiselthontes eis ton oikon mou menete: kai parebiasato èmas = binnengegaan in het huis blijf bij mij en zij drong bij ons aan .
De zin beantwoordt aan een aanbeveling van Jezus tijdens de zendingsrede . Lc 9,4 : kai eis hèn an oikian eiselthète , ekei menete = en in het huis waarin je binnengaat , blijf daar .

Lc 24,30 - Lc 24,30 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:30 kai egeneto en tô kataklithènai auton met autôn labôn ton arton eulogèsen kai klasas epedidou autois   30 et factum est dum recumberet cum illis accepit panem et benedixit ac fregit et porrigebat illis   30 En het gebeurde, terwijl hij miet hen (aan tafel) was gaan liggen, dat hij het brood nam (en) zegende en brak (en) hun toereikte.  Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. [30] Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun.  [30] Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.  30 En het geschiedt: als hij met hen aanligt neemt hij een brood en spreekt een zegening uit; hij breekt het en geeft het hun aan.   30. Et il advint, comme il était à table avec eux, qu'il prit le pain, dit la bénédiction, puis le rompit et le leur donna.  

Statenvertaling . 30 En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.
King James Bible . [30] And it came to pass, as he sat at meat with them, he took bread, and blessed it, and brake, and gave to them.
Luther-Bibel . 30 Und es geschah, als er mit ihnen zu Tisch saß, nahm er das Brot, dankte, brach's und gab's ihnen.

Tekstuitleg van Lc 24,30 . Het vers Lc 24,30 telt 16 (2² X 2²) woorden en 84 (2² X 3 X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,30 is 9398 (2 X 37 X 127) .

Lc 24,30.2. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .

3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

4. bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 24 (7) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,30 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,47 . (6) Lc 24,51 . (7) Lc 24,53 .

1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc (9) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 5,1 . (5) Lc 8,40 . (6) Lc 9,51 . (7) Lc 10,38 . (8) Lc 11,27 . (9) Lc 18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc (14) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 8,1 . (3) Lc 9,18 . (4) Lc 9,29 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 14,1 . (8) Lc 17,11 . (9) Lc 17,14 . (10) Lc 19,15 . (11) Lc 24,4 . (12) Lc 24,15 . (13) Lc 24,30 . (14) Lc 24,51 .

6. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

7. meta (met , na) . Afkorting : met' of meth' . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr. avec (< apud hoc : met dat) .
- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Lc (37 + 21 + 4 = 62) . Lc (2 + 1 + 1 = 4) . meta (2) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,52 . met' (1) Lc 24,30 . meth' (1) Lc 24,29 .

8. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,2 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,46 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,53 .

Lc 24,31 - Lc 24,31 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:31 autôn de diènoichthèsan oi ofthalmoi kai epegnôsan auton kai autos afantos egeneto ap autôn  31 et aperti sunt oculi eorum et cognoverunt eum et ipse evanuit ex oculis eorum  31 Nu werden hun ogen geopend en ze herkenden hem; maar hij werd onzichtbaar voor hen.  Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.  [31] Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem, maar meteen was Hij uit hun gezicht verdwenen.  [31] Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik.   31 Dan gaan hun ogen open en herkennen ze hem; en meteen wordt hij onzichtbaar voor hen  31. Leurs yeux s'ouvrirent et ils le reconnurent... mais il avait disparu de devant eux.  

Statenvertaling . 31 En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.
King James Bible . [31] And their eyes were opened, and they knew him; and he vanished out of their sight.
Luther-Bibel . 31 Da wurden ihre Augen geöffnet und sie erkannten ihn. Und er verschwand vor ihnen.

Tekstuitleg van Lc 24,31 .

1. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc 24 . In zes verzen in Lc 23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,18 . (4) Lc 24,19 . (5) Lc 24,21 . (6) Lc 24,24 . (7) Lc 24,31 . (8) Lc 24,36 . (9) Lc 24,37 . (10) Lc 24,41 . (11) Lc 24,42 . (12) Lc 24,44 . (13) Lc 24,49 . (14) Lc 24,50 .

8. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .

Lc 24,32 - Lc 24,32 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:32 kai eipan pros allèlous ouchi è kardia èmôn kaiomenè èn | | [en èmin] | ôs elalei èmin* en tè odô ôs diènoigen èmin tas grafas  32 et dixerunt ad invicem nonne cor nostrum ardens erat in nobis dum loqueretur in via et aperiret nobis scripturas   32 En ze zeiden tegen elkaar: Was ons hart niet (in ons) brandend toen hij onderweg tot ons sprak, toen hij ons de Schriften opende?   Toen zeiden ze tot elkaar: "Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?"  [32] Ze zeiden tegen elkaar: ‘Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?’  [32] Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’  . 32 Zij zeggen tot elkaar: was ons hart niet brandend in ons, toen hij onderweg met ons sprak, toen hij voor ons de Schriften opende?   32. Et ils se dirent l'un à l'autre : « Notre cœur n'était-il pas tout brûlant au-dedans de nous, quand il nous parlait en chemin, quand il nous expliquait les Écritures ? » 

Statenvertaling . 32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
King James Bible . [32] And they said one to another, Did not our heart burn within us, while he talked with us by the way, and while he opened to us the scriptures?
Luther-Bibel . 32 Und sie sprachen untereinander: Brannte nicht unser Herz in uns, als er mit uns redete auf dem Wege und uns die Schrift öffnete?

Tekstuitleg van Lc 24,32 . Het vers Lc 24,32 telt 24 (2³ X 3) woorden en 99 (3² X 11) letters . De getalwaarde van Lc 24,32 is 9113 (13 X 701) .

11. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

Lc 24,32.14. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elalei (hij sprak) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het N.T. : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Lc (4) : (1) Lc 1,64 . (2) Lc 2,38 . (3) Lc 9,11 . (4) Lc 24,32 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen . In 5 verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,6 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,32 . (4) Lc 24,36 . (5) Lc 24,44 .

16. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,27 . (8) Lc 24,30 . (9) Lc 24,32 . (10) Lc 24,35 . (11) Lc 24,36 . (12) Lc 24,38 . (13) Lc 24,44 . (14) Lc 24,49 . (15) Lc 24,51 . (16) Lc 24,53 .

Lc 24,32.17. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,13 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,32 . (7) Lc 24,33 . (8) Lc 24,35 . (9) Lc 24,38 . (10) Lc 24,46 . (11) Lc 24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling .

Lc 24,33 - Lc 24,33 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:33 kai anastantes autè tè ôra upestrepsan eis ierousalèm kai euron èthroismenous tous endeka kai tous sun autois  33 et surgentes eadem hora regressi sunt in Hierusalem et invenerunt congregatos undecim et eos qui cum ipsis erant  33 En het zelfde uur nog stonden ze op (en) keerden naar Jeruzalem terug;  en ze vonden de elf vergaderd en diegenen dit met hen waren, Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen.  [33] Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem; daar vonden ze de elf en hun metgezellen bijeen.  [33] Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen,   33 In datzelfde uur staan ze op en keren terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en hun metgezellen verzameld vinden;  33. A cette heure même, ils partirent et s'en retournèrent à Jérusalem. Ils trouvèrent réunis les Onze et leurs compagnons,  

Statenvertaling . 33 En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;
King James Bible . [33] And they rose up the same hour, and returned to Jerusalem, and found the eleven gathered together, and them that were with them,
Luther-Bibel . 33 Und sie standen auf zu derselben Stunde, kehrten zurück nach Jerusalem und fanden die Elf versammelt und die bei ihnen waren;

Tekstuitleg van Lc 24,33 . Het vers Lc 24,33 telt 17 woorden en 97 letters . De getalwaarde van Lc 24,33 is 12162 (2 X 3 X 2027) .

Lc 24,33.2. part. aor. nom. mann. mv. anastantes (opgestaan) van het werkw. anistèmi (opstaan) . Taalgebruik in het N.T. : anistèmi (opstaan) . Taalgebruik in Lc : anistèmi (opstaan) . Lc (3) : (1) Lc 4,29 . (2) Lc 22,46 . (3) Lc 24,33 . Een vorm van anistèmi (opstaan) in Lc in 29 verzen , in Lc

Lc 24,33.4. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,6 . (3) Lc 24,7 . (4) Lc 24,13 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,32 . (7) Lc 24,33 . (8) Lc 24,35 . (9) Lc 24,38 . (10) Lc 24,46 . (11) Lc 24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling .

Lc 24,33.6. act. ind. aor. 3de pers. mv. hupestrepsan (zij keerden terug) van het werkw. hupostrefô (omkeren, terugkeren) . Taalgebruik in het N.T. : hupostrefô (omkeren, terugkeren) . Taalgebruik in Lc : hupostrefô (omkeren, terugkeren) . In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc 2,20 (de herders) . (2) Lc 2,45 (de ouders - eis Hierousalèm) . (3) Lc 10,17 (de tweeënzeventig) . (4) Lc 24,33 (de Emmaüsgangers - eis Hierousalèm) . (5) Lc 24,52 (de leerlingen - eis Hierousalèm) .
Een vorm van hupostrefô (omkeren, terugkeren) in Lc in 21 verzen : (1) Lc 1,56 . (2) Lc 2,20 . (3) Lc 2,43 . (4) Lc 2,45 . (5) Lc 4,1 . (6) Lc 4,14 . (7) Lc 7,10 . (8) Lc 8,37 . (9) Lc 8,39 . (10) Lc 8,40 . (11) Lc 9,10 . (12) Lc 10,17 . (13) Lc 11,24 . (14) Lc 17,15 . (15) Lc 17,18 . (16) Lc 19,12 . (17) Lc 23,48 . (18) Lc 23,56 . (19) Lc 24,9 . (20) Lc 24,33 . (21) Lc 24,52 .

7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .

8. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Lc : hierousalèm (Jeruzalem) . Lc (26) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,13 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,33 . (4) Lc 24,47 . (5) Lc 24,52 .

Lc 24,33.10. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud euron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .

Lc 24,34 - Lc 24,34 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:34 legontas oti ontôs ègerthè o kurios kai ôfthè simôni   34 dicentes quod surrexit Dominus vere et apparuit Simoni   34 zeggend: De Heer is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen!   Deze verklaarden: "De Heer is waarlijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen."  [34] Die zeiden: ‘Waarachtig, de Heer is opgewekt, aan Simon is Hij verschenen.’  [34] die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!’  34 die zeggen: de Heer is werkelijk opgewekt en is door Simon gezien!  34. qui dirent : « C'est bien vrai ! le Seigneur est ressuscité et il est apparu à Simon ! » 

Statenvertaling . 34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.
King James Bible . [34] Saying, The Lord is risen indeed, and hath appeared to Simon.
Luther-Bibel . 34 die sprachen: Der Herr ist wahrhaftig auferstanden und Simon erschienen.

Tekstuitleg van Lc 24,34 . Het vers Lc 24,34 telt 9 (3²) woorden en 42 (2 X 3 X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,34 is 5920 (2² X 2³ X 5 X 37) .

Lc 24,34.8. ind. aor. 3de pers. enk. ôfthè (hij liet zich zien , hij verscheen) van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô (zien) . Taalgebruik in Mc : horaô (zien) . Taalgebruik in Lc : horaô (zien) . Lc (3) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 22,43 . (3) Lc 24,34 . Een vorm van horaô (zien) in Lc in 14 verzen : .

Lc 24,34.9. dat. mann. enk. simôni van de eigennaam Simôn (Simon) . Taalgebruik in het N.T. : Simôn (Simon) . Taalgebruik in Mc : Simôn (Simon) . 1. Simon = Petrus . 2. Simon , de Kananeeër of Simon , de zeloot : Mt 10,4 // Mc 3,18 // Lc 6,15 . 3. Simon , de melaatse : Mt 26,6 // Mc 14,3 .  4. Simon van Cyrene : Mt 27,32 // Mc 15,21 // Lc 23,26 .  Lc (3) : (1) Lc 5,10 . (2) Lc 7,44 . (3) Lc 24,34 . Een vorm van Simon (Petrus) in 9 verzen in Lc : (1) Lc 4,38 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,4 . (4) Lc 5,5 . (5) Lc 5,8 . (6) Lc 5,10 . (7) Lc 6,14 . (8) Lc 22,31 (2X) . (9) Lc 24,34 . In  Lc 4,38 (2X) staat simônos (van Simon) de eerste maal zonder lidwoord - hij wordt voor het eerst vermeld) - en de tweede maal met lidwoord . In Lc 5,3 wordt hij zonder lidwoord vermeld - het is de eerste maal in deze pericope - . In Lc 5,4 en Lc 5,10 sprak Jezus tot Simon ; hier wordt telkens het bepaald lidw. gebruikt bij simôna (tot Simon) . In Lc 22,31 wordt 2X de vocatief gebruikt (2 / 11) . In de andere gevallen geen bepaald lidw. (6 / 11) : (1) Lc 4,38 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,5 . (4) Lc 5,8 . (5) Lc 6,14 . (6) Lc 24,34 . Simon Petrus wordt vermeld bij de genezing van zijn schoonmoeder (Lc 4,38-39) , zijn roeping bij de wonderbare visvangst (Lc 5,1-11) , de aanstelling van de twaalf (Lc 6,14) , de aankondiging van de verloochening (Lc 22,31-34) , en de terugkomst van de twee leerlingen van Emmaüs bij de gemeenschap in Jeruzalem (Lc 24,34) .

Evangelie op de 3de (derde) paaszondag B : Lc 24,35-48 . Verwijzing : Lc 24,35-48 .

In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus door hen herkend werd aan het breken van het brood. Terwijl ze daarover spraken stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: "Vrede zij u." In hun verbijstering en schrik meenden ze een geest te zien. Maar Hij sprak tot hen: "Waarom zijt ge ontsteld en waarom komt er twijfel op in uw hart? Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen zoals ge ziet dat Ik heb." En na zo gesproken te hebben toonde Hij hun zijn handen en voeten. Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden geloven zei Hij tot hen: "Hebt ge hier iets te eten?" Zij reikten Hem een stuk geroosterde vis aan; Hij nam het en at het voor hun ogen op. Hij sprak tot hen: "Dit zijn mijn woorden, die Ik sprak toen Ik nog bij u was: Alles moet vervuld worden wat over Mij staat in de Wet van Mozes, in de profeten en in de psalmen." Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei hun: "Zo spreken de Schriften over het lijden en sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, over de verkondiging onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen."

Lc 24,35 - Lc 24,35 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 3de (derde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24:35 kai autoi exègounto ta en tè odô kai ôs egnôsthè autois en tè klasei tou artou 35 et ipsi narrabant quae gesta erant in via et quomodo cognoverunt eum in fractione panis   35 Ook zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe hij door hen herkend werd in het breken van het brood.  En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.   [35] De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.  [35] Toen vertelden zij wat er onderweg was gebeurd en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken* van het brood.  35 En zij zetten alles uiteen van onderweg, en hoe hij zich aan hen heeft laten kennen in het breken van het brood.  35. Et eux de raconter ce qui s'était passé en chemin, et comment ils l'avaient reconnu à la fraction du pain. 

Statenvertaling . 35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
King James Bible . [35] And they told what things were done in the way, and how he was known of them in breaking of bread.
Luther-Bibel . 35 Und sie erzählten ihnen, was auf dem Wege geschehen war und wie er von ihnen erkannt wurde, als er das Brot brach.
- 3de (derde) paaszondag B . In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus door hen herkend werd aan het breken van het brood.

Tekstuitleg van Lc 24,35 . Het vers Lc 24,35 telt 16 (2² X 2²) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 24,35 is 6703 (3² X 967) .

Lc 24,35.2. nom. mann. mv. autoi (zij) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (19) : (1) Lc 2,50 . (2) Lc 6,11 . (3) Lc 9,36 . (4) Lc 11,4 . (5) Lc 11,19 . (6) Lc 11,46 . (7) Lc 11,48 . (8) Lc 11,52 . (9) Lc 13,4 . (10) Lc 14,1 . (11) Lc 14,12 . (12) Lc 16,28 . (13) Lc 17,13 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 22,23 . (16) Lc 22,71 . (17) Lc 24,14 . (18) Lc 24,35 . (19) Lc 24,52 .

Lc 24,35.5. en (in, met) . Taalgebruik in het