- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible | 11. Luther-Bibel |
Lc 24 behoort tot 2 (tweede cyclus) . Lc 24 telt drieënvijftig verzen . Het hoofdstuk kan in vier perikopen verdeeld worden.
351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Lc 23,56b-24,12 - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 -Evangelielezing op Pasen
. Nachtwake C : Lc 24,1-12 (Lc
24,1-12) :
Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar
het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden
de steen weggerold van het graf, gingen er binnen maar vonden er het lichaam
van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken stonden
er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik
bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: "Waarom
zoekt ge de levende onder de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert
u hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: De Mensenzoon moet overgeleverd
worden in zondige mensenhanden en Hij moet aan het kruis worden geslagen, maar
op de derde dag zal Hij verrijzen." Zij herinnerden zich zijn woorden en
keerden van het graf terug en ze brachten dit alles over aan de elf en aan al
de anderen. Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus;
de andere vrouwen die met hen waren vertelden aan de apostelen hetzelfde. Maar
dat verhaal leek de apostelen beuzelpraat en zij geloofden hen niet. Toch liep
Petrus ijlings naar het graf; hij bukte zich voorover maar zag alleen de zwachtels.
Daarop ging hij terug, verbaasd nadenkend over hetgeen er gebeurd was.
ENKELE GEDACHTEN BIJ HET LEGE GRAFVERHAAL (Lc 24,1-12)
In het verhaal van het lege graf hebben de synoptici gebruik gemaakt van het
verhaal van Jakob bij de put (Gn 29,1-11) . Jakob is gevlucht voor zijn broer
Esau . Op zijn vlucht komt hij bij een waterput waar drie kudden schapen liggen
te wachten om water te krijgen . Daar ontmoet hij Rachel . Hij rolt de steen
weg van de waterput en geeft de schapen van Rachel te drinken . Deze waterput
betekent leven voor de schapen . Bij deze put ontstaat ook een nieuwe toekomst
, want Rachel zal later de vrouw van Jakob worden . In nog twee andere verhalen
gebeurt iets gelijkaardigs . In Gn 24 worden enkele dienaars van Abraham erop
uitgestuurd om een vrouw voor Isaak te zoeken . Bij een waterput ontmoeten zij
Rebekka , die de vrouw van Isaak zal worden . In het N.T. vinden we het verhaal
van Jezus in gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de waterput (Joh 4) .In Ex
2,16-22 is Mozes op de vlucht voor de farao van Egypte . Hij ontmoet er bij
de waterput van de kudden de zeven dochters van de priesters Jethro . Met één
van hen zal Mozes later huwen .Het wegrollen van de steen betekent de mogelijkheid
scheppen om water te putten en de dieren te drinken te geven . Het is toegang
krijgen tot de bron van leven . De ontmoeting van Jakob en Rachel is de bron
van toekomst , van elkaar huwen en nageslacht . In vergelijking met de Oud-Testamentische
verhalen gaan de Nieuw-Testamentische verhalen een omgekeerde weg . In het N.T.
wordt de steen voor de deur van het gedenkteken gerold en daarna weggerold .
Het wegrollen van de steen bij het graf betekent de deur naar nieuw leven openen
. Want hoe tegenstrijdig het ook moge klinken , de plaats die beschouwd wordt
als een plaats van de dood is een plaats van leven . Zo zingt een lied : Midden
in de dood is het leven . Vanuit deze gedachten kan het doopsel gezien worden
als een afdalen naar de bron , om eruit op te stijgen als nieuw geborene .Ook
het verhaal van de lamme (Mc 2,1-12) krijgt een diepere betekenis . De vier
dragers van de lamme kunnen niet bij Jezus komen vanwege de menigte . Zij klimmen
op het dak , maken een opening en laten de lamme voor Jezus' voeten neerdalen
, de bron van leven . Na afgedaald te zijn tot de bron van het leven kan de
lamme opstaan . De evangelisten beklemtonen de verandering , het keerpunt .
Bij Marcus en Matteüs ligt de klemtoon van de verandering op het graf als
bron van leven voor het individuele en gemeenschappelijke leven. Lucas wil de
klemtoon van de verandering niet leggen op de situatie van de steen als afsluiting
of ontsluiting van leven . Bij de graflegging spreekt Lucas niet eens over de
steen en bij het lege grafverhaal is zijn vermelding uiterst beperkt (ze zagen
een weggerolde steen). Lucas’ klemtoon ligt op de persoon van Jezus (Hij
leeft ; dit is meer dan : Hij is bron van leven; het ene veronderstelt het andere)
. De verandering is aangekondigd in de lijdensvoorspellingen : op de derde dag
zal hij verrijzen . In drie zitten de drie elementen van verandering : ondergaan
– onder-zijn – op-gaan . De verandering betreft Jezus’ zelf
. Hiermee wijkt Lucas af van Marcus en Matteüs . Zij herinneren aan de
woorden van Jezus dat Hij de leerlingen zou voorgaan naar Galilea . Daar zou
Jezus hen verzamelen.
| Lc 24,1 - Lc 24,1 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 1 En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond,
gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en
sommigen met haar.
King James Bible . Now upon the first day of the week, very early in the morning
they came unto the sepulchre, bringing the spices which they had prepared, and
certain others with them.
Luther-Bibel . 1 Aber am ersten Tag der Woche sehr früh kamen sie zum Grab
und trugen bei sich die wohlriechenden Öle, die sie bereitet hatten.
Tekstuitleg van Lc 24,1 . Dit vers Lc 24,1 telt 19 woorden en 89 letters . De getalwaarde van Lc 24,1 is 10069 .
Lc 24,1.1.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,13 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,32 . (7) Lc
24,33 . (8) Lc
24,35 . (9) Lc
24,38 . (10) Lc
24,46 . (11)Lc
24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling
. In drie verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 (tèi galilaiai : In Galilea) . (3) Lc
24,7 (tèi tritèi hèmerai : op de derde dag) . In twee
verzen voor een tijdsbepaling , in één vers voor een plaatsbepaling
. Het is wel opvallend dat het vers Lc
24,1 begint met een tijdsbepaling .
Lc 24,1.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,2 . (3) Lc
24,3 . (4) Lc
24,5 . (5) Lc
24,10 . (6) Lc
24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc
23,56b) ... de (Lc
24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste
dag van de week .
Lc 24,1.1. - 2. tèi de ... (1) Lc 1,57 . (2) Lc 24,1 . Bij het begin van het vers .
Lc 24,1.3. nom. + dat. vr. mia(i) = op de één (b.v. op dag één) van het telwoord heis , mia , hen (één) . Taalgebruik in het N.T. : telwoorden . Taalgebruik in Lc : telwoorden . Lc (7) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 5,17 . (3) Lc 8,22 . (4) Lc 13,10 . (5) Lc 17,35 . (6) Lc 20,1 . (7) Lc 24,1 .
Lc 24,1.4.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,8 . (4) Lc
24,14 . (5) Lc
24,24 . (6) Lc
24,27 .
Lc 24,1.5. gen. onz. mv. sabbatôn van het zelfst. naamw. sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in het N.T. : sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in Lc : sabbaton (sabbat) . Lc (2) : (1) Lc 4,16 . (2) Lc 24,1 . Een vorm van sabbaton (sabbat) in Lc in 19 verzen : (1) Lc 4,16 . (2) Lc 4,31 . (3) Lc 6,1 . (4) Lc 6,2 . (5) Lc 6,5 . (6) Lc 6,6 . (7) Lc 6,7 . (8) Lc 6,9 . (9) Lc 13,10 . (10) Lc 13,14 . (11) Lc 13,15 . (12) Lc 13,16 . (13) Lc 14,1 . (14) Lc 14,3 . (15) Lc 14,5 . (16) Lc 18,12 . (17) Lc 23,54 . (18) Lc 23,56 . (19) Lc 24,1 .
Lc 24,1.2.
- 5. mia(i) tôn sabbatôn (op de eerste van de week / het wekenfeest)
. In vier verzen in het N.T. : (1) Lc
24,1 . (2)
Joh 20,1 . (3) Joh
20,19 . (4) Hnd
20,7 . Duidt de tijdsaanduiding bij het begin van het vers de eerste dag
van de week of de eerste dag van het Wekenfeest aan ? Ze duidt in ieder geval
een nieuw begin aan . Dat is de ervaring van de eerste volgelingen van Jezus
. Ze hebben met Jezus iets nieuws ervaren en hij staat aan het begin van een
nieuwe beweging . We zijn ook in de week van de ongedesemde broden , uitdrukking
van een nieuw begin . Met het krieken van de ochtend is de overgang - pathein
(lijden , ondergaan) - voorbij .
Lc 24,1.6.
genitief mann. enkelvoud orthrou (des morgens = 's morgens) van het zelfst.
naamw. orthros (ochtendschemering, morgen) . Taalgebruik in het N.T. : orthros
(ochtendschemering, morgen) . Taalgebruik in het N.T. : orthros
(ochtendschemering, morgen) . Lc (1) Lc
24,1 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 24,1.7. bijwoord batheôs van het bijvoegl. naamw. bathus (diep, hoog) . Taalgebruik in het N.T. : bathus (diep, hoog) . Taalgebruik in Lc : bathus (diep, hoog) . Lc (1) Lc 24,1 . Dit is de enigste vorm in Lc .
Lc 24,1.8.
epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,12 . (3) Lc
24,22 . (4) Lc
24,24 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,47 .
Lc 24,1.9.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,3 . (3) Lc
24,12 . (4) Lc
24,22 . (5) Lc
24,23 . (6) Lc
24,24 .
Lc 24,1.11.
ind. aor. 3de pers. mv. èlthon (zij gingen) van het werkw. erchomai (gaan,
komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) .
Lc (11) : (1) Lc
1,59 . (2) Lc
2,44 . (3) Lc
3,12 . (4) Lc
4,42 . (5) Lc
5,7 . (6) Lc
6,18 . (7) Lc
8,35 . (8) Lc
12,49 . (9) Lc
23,33 . (10) Lc
24,1 . (11) Lc
24,23 . Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Lc 24 in 2 verzen : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,23 .
Lc 24,1.12. act. part. praes. nom. vr. mv. ferousai van het werkw. ferô (voeren, dragen, brengen) . Taalgebruik in het N.T. : ferô (voeren, dragen) . Taalgebruik in Mc : ferô (voeren, dragen) . Lc (1) Lc 24,1 . Een vorm van ferô (voeren, dragen, brengen) in Lc in 4 verzen : (1) Lc 5,18 . (2) Lc 15,23 . (3) Lc 23,26 . (4) Lc 24,1 .
| Lc 24,2 - Lc 24,2 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 2 En zij vonden den steen afgewenteld van het graf
King James Bible . [2] And they found the stone rolled away from the sepulchre.
Luther-Bibel . 2 Sie fanden aber den Stein weggewälzt von dem Grab
Tekstuitleg van Lc 24,2 . Het vers Lc 24,2 telt 8 (2³) woorden en 44 (2² X 11) letters . De getalwaarde van Lc 24,2 is 3818 (2 X 23 X 83) .
Lc 24,2.1. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud heuron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .
Lc 24,2.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,2 . (3) Lc
24,3 . (4) Lc
24,5 . (5) Lc
24,10 . (6) Lc
24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc
23,56b) ... de (Lc
24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste
dag van de week . Hetzelfde onderwerp als in Lc
24,1 . De vrouwen hadden wellicht niet verwacht dat de steen zou weggerold
zijn . Er is dus een bepaalde tegenstelling , vandaar de (echter) .
3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to
(de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc
24,2 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,21 . (5) Lc
24,26 . (6) Lc
24,30 . (7) Lc
24,45 . (8) Lc
24,46 . (9) Lc
24,51 . (10) Lc
24,53 .
| Lc 24,3 - Lc 24,3 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . . 3 En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere
Jezus niet.
King James Bible . [3] And they entered in, and found not the body of the Lord
Jesus.
Luther-Bibel . 3 und gingen hinein und fanden den Leib des Herrn Jesus nicht.
Tekstuitleg van Lc 24,3 . Het vers Lc 24,3 telt 9 (3²) woorden en 42 (2 X 3 X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,3 is 6535 (5 X 1307) .
Lc 24,3.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,2 . (3) Lc
24,3 . (4) Lc
24,5 . (5) Lc
24,10 . (6) Lc
24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc
23,56b) ... de (Lc
24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste
dag van de week . Hetzelfde onderwerp als in Lc
24,1 . De vrouwen hadden wellicht ook niet verwacht dat zij het lichaam
van Jezus niet zouden vinden . Er is dus een bepaalde tegenstelling , vandaar
de (echter) .
4. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud euron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .
Lc 24,3.5.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,3 . (3) Lc
24,12 . (4) Lc
24,22 . (5) Lc
24,23 . (6) Lc
24,24 .
| Lc 24,4 - Lc 24,4 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 4 En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren,
zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.
King James Bible . [4] And it came to pass, as they were much perplexed thereabout,
behold, two men stood by them in shining garments:
Luther-Bibel . 4 Und als sie darüber bekümmert waren, siehe, da traten
zu ihnen zwei Männer mit glänzenden Kleidern.
Tekstanalyse van Lc 24,4 . Het vers Lc 24,4 telt 17 woorden en 97 letters . De getalwaarde van Lc 24,4 is 10486 ( 2 X 7² X 107) .
Lc 24,4.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,4.2. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) . In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .
Lc 24,4.3.
en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
Lc 24,4.4.
bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bepaald lidwoord ho ,
hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 24 (7) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,15 . (3) Lc
24,30 . (4) Lc
24,44 . (5) Lc
24,47 . (6) Lc
24,51 . (7) Lc
24,53 .
1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc
(9) : (1) Lc
1,8 . (2) Lc
2,6 . (3) Lc
3,21 . (4) Lc
5,1 . (5) Lc
8,40 . (6) Lc
9,51 . (7) Lc
10,38 . (8) Lc
11,27 . (9) Lc
18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc
(14) : (1) Lc
5,12 . (2) Lc
8,1 . (3) Lc
9,18 . (4) Lc
9,29 . (5) Lc
9,33 . (6) Lc
11,1 . (7) Lc
14,1 . (8) Lc
17,11 . (9) Lc
17,14 . (10) Lc
19,15 . (11) Lc
24,4 . (12) Lc
24,15 . (13) Lc
24,30 . (14) Lc
24,51 .
De zinsconstructie van Lc
1,8 vinden we terug in Lc
24,4 . Deze zinsconstructie staat opnieuw bij het begin van de verandering
van begin- naar eindsituatie . Het staat dus aan een overgang . Opmerkelijk
in beide verhalen is wel dat er daarna sprake is van "hemelse figuren"
.
Lc 24,4.5. pass. inf. praes. aporeisthai van het werkw. aporeô (zonder doortocht, zonder uitweg zijn, in verlegenheid, in twijfel zijn) . Taalgebruik in het N.T. : aporeô (zonder doortocht, zonder uitweg zijn) . Taalgebruik in Lc : aporeô (zonder doortocht, zonder uitweg zijn) . Lc (1) Lc 24,4 .
6. autas
7. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .
8. toutou
Lc 24,4.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
10. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in Lc : idou (zie) . Lc (55) . Lc 24 (3) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,13 . (3) Lc 24,49 .
11. andres
12. duo
9. - 12. kai idou andres (en zie mannen) : (1) Lc 5,18 . (2) Lc 9,30 . (3) Lc 24,4 : kai idou andres duo = en zie twee mannen . (4) Hnd 1,10 : kai idou andres duo = en zie twee mannen .
13. epestèsan (zij stonden bij) . Verwijzing : histèmi (doen staan) , zie Lc 24,36 . Aorist derde persoon meervoud van het werkwoord epistèmi (staan bij) . In negen verzen in de bijbel . In vier verzen in het O.T. . In vijf verzen in het N.T. : (1) Lc 20,1 . (2) Lc 24,4 . (3) Hnd 4,1 . (4) Hnd 10,17 . (5) Hnd 11,11 .
14. autais
15. en
16. esthèti . esthès (kleed, kleding) . 2 M 11,8 : en leukèi esthèti (in wit licht) . Lc 24,4 : en esthèti astraptousèi (in een schitterend kleed) . Hnd 10,30 : en esthèto lamprai (in stralend kleed) . Jak 2,2 : en esthèto lamprai (in stralend kleed) . In vier verzen in het N.T.
17. astraptô (bliksemen, stralen)
. Verwijzing : astraptô
(bliksemen, stralen) , zie Lc
24,4 .
- astraptousèi . Participium praesens datief vrouwelijk enkelvoud . Slechts
in Lc 24,4
: en esthèti astraptousèi = in schitterend kleed . Omwille van
de beschrijving van hun kleding kunnen de twee mannen slechts hemelse figuren
zijn . In het werkwoord astraptô (stralen) zit het woord astèr
(ster) . Het is een hemellichaam dat flikkert, fonkelt, schittert, straalt (str
... stralen - ster ) . De twee mannen in het verhaal van de verheerlijking van
Jezus (Lc
9,28-36) zijn Mozes en Elia .
- astraptousa . Participium praesens nominatief vrouwelijk enkelvoud . Slechts
in Lc 17,24
. In dit vers vergelijkt Lucas de komst van de mensenzoon met een bliksem die
flitst en de hemel van de ene naar de andere kant verlicht . In Hnd
9,3 wordt gezegd dat een licht uit de hemel hem omstraalde . Hier wordt
het werkwoord peri-astraptô (rondom - stralen / bliksemen . Paulus wordt
'neer'gebliksemd .
- astrapè (bliksem, straal, licht) . In acht verzen in de bijbel . In
vier verzen in het O.T. : (1) Ez 1,13 . (2) Zach
9,14 . (3) Si 32,10 . (4) Ba 6,60 . In vier verzen in het N.T. : (1) Mt
24,27 // Lc
17,24 . (2) Mt
28,3 . (3) Lc
11,36 . (4) Lc
17,24 // Mt
24,27 .
| Lc 24,5 - Lc 24,5 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 5 En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar
de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
King James Bible . [5] And as they were afraid, and bowed down their faces to
the earth, they said unto them, Why seek ye the living among the dead?
Luther-Bibel . 5 Sie aber erschraken und neigten ihr Angesicht zur Erde. Da
sprachen die zu ihnen: Was sucht ihr den Lebenden bei den Toten?
Tekstuitleg van Lc 24,5 . Het vers Lc 24,5 telt 21 (3 X 7) woorden en 98 (2² X 2² X 3) letters . De getalwaarde van Lc 24,5 is 14826 (2 X 3 X 7 X 353) .
Lc 24,5.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,2 . (3) Lc
24,3 . (4) Lc
24,5 . (5) Lc
24,10 . (6) Lc
24,12 . Wellicht hebben we met de constructie van men (Lc
23,56b) ... de (Lc
24,1) te maken ; enerzijds : op sabbat rustten ze ; anderzijds : op de eerste
dag van de week . De vrouwen reageren met vrees op de verschijning van de twee
mannen .
4. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .
Lc 24,5.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,5.9. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
Lc 24,5.15. nom. + acc. onz. enk. ti van het voornaamwoord tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Ned. wie , wat ? deze , dat ! Lc (66) . Lc 24 (3) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,38 . (3) Lc 24,41 .
Lc 24,5.16. act. ind. praes. + imperat. praes. 2de pers. mv. zèteite van het werkw. zèteô (zoeken) . Taalgebruik in het N.T. : zèteô (zoeken) . Taaalgebruik in Lc : zèteô (zoeken) . Hebr. bâqasj . Ned. zoeken . Lat. quaerere . Fr. chercher (ch / q - r) . E. search . D. suchen . D. zoeken . Lc (4) : (1) Lc 11,9 . (2) Lc 12,29 . (3) Lc 12,31 . (4) Lc 24,5 . Een vorm van zèteô (zoeken) in Lc in 26 verzen .
Lc 24,5.17.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to (de
- het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc
24,2 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,21 . (5) Lc
24,26 . (6) Lc
24,30 . (7) Lc
24,45 . (8) Lc
24,46 . (9) Lc
24,51 . (10) Lc
24,53 .
Lc 24,5.19.
meta (met , na) . Afkorting : met' of meth' . Taalgebruik in het N.T. : meta
(na , met) . Taalgebruik in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr.
avec (< apud hoc : met dat) .
- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum
= tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Lc (37 + 21 + 4 = 62) . Lc (2 + 1 + 1 = 4) . meta (2) : (1) Lc
24,5 . (2) Lc
24,52 . met' (1) Lc
24,30 . meth' (1) Lc
24,29 .
Lc 24,5.20.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,8 . (4) Lc
24,14 . (5) Lc
24,24 . (6) Lc
24,27 .
| Lc 24,6 - Lc 24,6 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 6 Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij
tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,
King James Bible . [6] He is not here, but is risen: remember how he spake unto
you when he was yet in Galilee,
Luther-Bibel . 6 Er ist nicht hier, er ist auferstanden. Gedenkt daran, wie
er euch gesagt hat, als er noch in Galiläa war:
Tekstuitleg van Lc 24,6 . Het vers Lc 24,6 telt 14 (2 X 7) woorden en 61 letters . De getalwaarde van Lc 24,6 is 6141 (2 X 23 X 89) .
6. mnèsthète (herinner je) . Imperatief aorist tweede persoon meervoud van het werkwoord mimnèskomai (gedenken, zich herinneren) . In zeventien verzen in de bijbel . In vijftien verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. : Lc 24,6 .
Lc 24,6.8. actief indicatief aorist derde persoon enkelvoud elalèsen (hij sprak) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het N.T. : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Lc (5) : (1) Lc 1,55 . (2) Lc 1,70 . (3) Lc 2,50 . (4) Lc 11,14 . (5) Lc 24,6 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen . In 5 verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,6 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,32 . (4) Lc 24,36 . (5) Lc 24,44 .
Lc 24,6.12.
en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
Lc 24,6.13.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,13 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,32 . (7) Lc
24,33 . (8) Lc
24,35 . (9) Lc
24,38 . (10) Lc
24,46 . (11) Lc
24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling
. In drie verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 (tèi galilaiai : In Galilea) . (3) Lc
24,7 (tèi tritèi hèmerai : op de derde dag) . In twee
verzen voor een tijdsbepaling , in één vers voor een plaatsbepaling
.
| Lc 24,7 - Lc 24,7 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 7 Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in
de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.
King James Bible . [7] Saying, The Son of man must be delivered into the hands
of sinful men, and be crucified, and the third day rise again.
Luther-Bibel . 7 Der Menschensohn muss überantwortet werden in die Hände
der Sünder und gekreuzigt werden und am dritten Tage auferstehen.
Tekstuitleg van Lc 24,7 . Het vers Lc 24,7 telt 19 woorden en 107 letters . De getalwaarde van Lc 24,7 is 13766 (2 X 6883) .
1. legôn (zeggend) . In zevenenveertig verzen in Lc . In één vers in Lc 24 (een eerder citaat van Jezus wordt aangehaald) .
Lc 24,7.7.
act. ind. praes. 3de pers. enk. dei (het moet) . Taalgebruik in het N.T. : dei
(moet) . Taalgebruik in Lc : dei
(moet) .
Lc (12) : (1) Lc
2,49 . (2) Lc
4,43 . (3) Lc
9,22 . (4) Lc
12,12 . (5) Lc
13,14 . (6) Lc
13,33 . (7) Lc
17,25 . (8) Lc
19,5 . (9) Lc
21,9 . (10) Lc
22,37 . (11) Lc
24,7 . (12) Lc
24,44 .
2. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to
(de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc
24,2 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,21 . (5) Lc
24,26 . (6) Lc
24,30 . (7) Lc
24,45 . (8) Lc
24,46 . (9) Lc
24,51 . (10) Lc
24,53 .
6. 7. dei (moet) . Verwijzing : deô
(moeten) , zie Mt
16,21 . In twaalf verzen bij Lucas :
(11) Lc
24,7 : legôn ton huion tou anthrôpou hoti dei = zeggende dat
de mensenzoon moet . (verschijning aan de vrouwen) .
- hoti dei (dat moet) . hoti leidt een voorwerpszin in . Het wordt voorafgegaan
door allerlei werkwoordvormen van verschillende werkwoorden met de betekenis
van zeggen . In acht verzen in het N.T. : (1) Mt
16,21 (// Mc
8,31 // Lc
9,22) (eerste lijdensvoorspelling) . (2) Mc
8,31 (// Mt
16,21 // Lc
9,22) (eerste lijdensvoorspelling) . (3) Lc
9,22 ( // Mc
8,31 // Mt
16,21) (eerste lijdensvoorspelling) . (4) Lc
24,7 . (5) Lc
24,44 . In vier van de acht teksten wordt de mensenzoon (ton huion tou anthrôpou)
uitdrukkelijk vermeld : (2) Mc
8,31 . (3) Lc
9,22 . (4) Lc
24,7 . (6) Joh
12,34 .
- De gelijkenis tussen Lc
9,22 (eerste lijdensvoorspelling) en Lc
24,7 (verschijning van Jezus aan de vrouwen) is groot :
--- Lc
9,22 : : eipôn hoti dei ton huion tou anthrôpou polla pathein
= zeggende dat de mensenzoon veel zal moeten lijden (eerste lijdensvoorspelling)
.
--- Lc 24,7
: legôn ton huion tou anthrôpou hoti dei = zeggende dat de mensenzoon
moet . (verschijning aan de vrouwen) .
In deze beide verzen volgt op het werkwoord dei drie nevenschikkende infinitiefzinnen
.
9. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
Lc 24,7.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,7.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,7.16.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,13 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,32 . (7) Lc
24,33 . (8) Lc
24,35 . (9) Lc
24,38 . (10) Lc
24,46 . (11) Lc
24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling
. In drie verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 (tèi galilaiai : In Galilea) . (3) Lc
24,7 (tèi tritèi hèmerai : op de derde dag) . In twee
verzen voor een tijdsbepaling , in één vers voor een plaatsbepaling
.
| Lc 24,8 - Lc 24,8 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 8 En zij werden indachtig Zijner woorden.
King James Bible . [8] And they remembered his words,
Luther-Bibel . 8 Und sie gedachten an seine Worte.
Tekstuitleg van Lc 24,8 . Het vers Lc 24,8 telt 5 woorden en 28 (2² X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,8 is 4222 (2 X 2111) .
Lc 24,8.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,8.3.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,8 . (4) Lc
24,14 . (5) Lc
24,24 . (6) Lc
24,27 .
Lc 24,8.4. gen. onz. mv. rèmatôn van het zelfst. naamw. rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in het N.T. : rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in Lc : rèma (woord, uitspraak) . Lc (1) Lc 24,8 . Een vorm van rèma (woord, uitspraak) in Lc in 18 verzen : (1) Lc 1,37 . (2) Lc 1,38 . (3) Lc 1,65 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,17 . (6) Lc 2,19 . (7) Lc 2,29 . (8) Lc 2,50 . (9) Lc 2,51 . (10) Lc 3,2 . (11) Lc 5,5 . (12) Lc 7,1 . (13) Lc 9,45 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 20,26 . (16) Lc 22,61 . (17) Lc 24,8 . (18) Lc 24,11 .
| Lc 24,9 - Lc 24,9 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 9 En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al
deze dingen aan de elven, en aan al de anderen.
King James Bible . [9] And returned from the sepulchre, and told all these things
unto the eleven, and to all the rest.
Luther-Bibel . 9 Und sie gingen wieder weg vom Grab und verkündigten das
alles den elf Jüngern und den andern allen.
Tekstuitleg van Lc
24,9 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
7. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .
11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
| Lc 24,10 - Lc 24,10 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 10 En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de
moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.
King James Bible . [10] It was Mary Magdalene, and Joanna, and Mary the mother
of James, and other women that were with them, which told these things unto
the apostles.
Luther-Bibel . 10 Es waren aber Maria von Magdala und Johanna und Maria, des
Jakobus Mutter, und die andern mit ihnen; die sagten das den Aposteln.
Tekstuitleg van Lc 24,10 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,2 . (3) Lc
24,3 . (4) Lc
24,5 . (5) Lc
24,10 . (6) Lc
24,12 . Een opsomming van de vrouwen wordt gegeven .
6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
21. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .
| Lc 24,11 - Lc 24,11 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 11 En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en
zij geloofden haar niet.
King James Bible . [11] And their words seemed to them as idle tales, and they
believed them not.
Luther-Bibel . 11 Und es erschienen ihnen diese Worte, als wär's Geschwätz,
und sie glaubten ihnen nicht.
Tekstuitleg van Lc 24,11 . Het vers Lc 24,11 telt 12 (2² X 3) woorden en 62 (2 X 31) letters . De getalwaarde van Lc 24,11 is 9248 (2² X 2³ X 17²) .
Lc 24,11.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,11.3. enôpion (voor het aangezicht van) . Taalgebruik in het N.T. : enôpion (voor het aangezicht van) . Taalgebruik in Lc : enôpion (voor het aangezicht van) . In Lc in 19 verzen : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,17 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 1,76 . (5) Lc 4,7 . (6) Lc 5,18 . (7) Lc 5,25 . (8) Lc 8,47 . (9) Lc 12,6 . (10) Lc 12,9 . (11) Lc 13,26 . (12) Lc 14,10 . (13) Lc 15,10 . (14) Lc 15,18 . (15) Lc 15,21 . (16) Lc 16,15 . (17) Lc 23,14 . (18) Lc 24,11 . (19) Lc 24,43 .
Lc 24,11.4. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .
Lc 24,11.3. - 4. enôpion autou (voor het aangezicht van hem / voor zijn aangezicht) . Lc (3) : (1) Lc 1,17 . (2) Lc 1,75 . (3) Lc 5,18 . enôpion autôn (voor het aangezicht van hen / voor hun aangezicht) . Lc (3) : (1) Lc 5,25 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,43 .
Lc 24,11.8. nom. + acc. onz. rèmata van het zelfst. naamw. rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in het N.T. : rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in Lc : rèma (woord, uitspraak) . Lc (5) : (1) Lc 1,65 . (2) Lc 2,19 . (3) Lc 2,51 . (4) Lc 7,1 . (5) Lc 24,11 . Een vorm van rèma (woord, uitspraak) in Lc in 18 verzen : (1) Lc 1,37 . (2) Lc 1,38 . (3) Lc 1,65 . (4) Lc 2,15 . (5) Lc 2,17 . (6) Lc 2,19 . (7) Lc 2,29 . (8) Lc 2,50 . (9) Lc 2,51 . (10) Lc 3,2 . (11) Lc 5,5 . (12) Lc 7,1 . (13) Lc 9,45 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 20,26 . (16) Lc 22,61 . (17) Lc 24,8 . (18) Lc 24,11 .
9. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .
Lc 24,11.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
| Lc 24,12 - Lc 24,12 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,1 - Lc 24,2 - Lc 24,3 - Lc 24,4 - Lc 24,5 - Lc 24,6 - Lc 24,7 - Lc 24,8 - Lc 24,9 - Lc 24,10 - Lc 24,11 - Lc 24,12 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 12 Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende,
zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij
zichzelven van hetgeen geschied was.
King James Bible . [12] Then arose Peter, and ran unto the sepulchre; and stooping
down, he beheld the linen clothes laid by themselves, and departed, wondering
in himself at that which was come to pass.
Luther-Bibel .12 Petrus aber stand auf und lief zum Grab und bückte sich
hinein und sah nur die Leinentücher und ging davon und wunderte sich über
das, was geschehen war.
Tekstuitleg van Lc 24,12 . Het vers Lc 24,12 telt 22 (2 X 11) woorden en 109 letters . De getalwaarde van Lc 24,12 is 8518 (2 X 4259) .
Lc 24,12.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,2 . (3) Lc
24,3 . (4) Lc
24,5 . (5) Lc
24,10 . (6) Lc
24,12 . De apostelen reageren met ongeloof op het bericht van de vrouwen
. Petrus echter gaat naar het graf kijken .
Lc 24,12.3.
nom. mann. enk. petros (Petrus) van de eigennaam petros (Petrus) . Taalgebruik
in het N.T. : petros
(Petrus) . Taalgebruik in Lc : petros
(Petrus) .
Lc (13) : (1) Lc
5,8 . (2) Lc
8,45 . (3) Lc
9,20 . (4) Lc
9,32 . (5) Lc
9,33 . (6) Lc
12,41 . (7) Lc
18,28 . (8) Lc
22,54 . (9) Lc
22,55 . (10) Lc
22,58 . (11) Lc
22,60 . (12) Lc
22,61 . (13) Lc
24,12 . Een vorm van petros (Petrus) in Lc in 18 verzen : (1) Lc
5,8 . (2) Lc
6,14 . (3) Lc
8,45 . (4) Lc
8,51 . (5) Lc
9,20 . (6) Lc
9,28 . (7) Lc
9,32 . (8) Lc
9,33 . (9) Lc
12,41 . (10) Lc
18,28 . (11) Lc
22,8 . (12) Lc
22,34 . (13) Lc
22,54 . (14) Lc
22,55 . (15) Lc
22,58 . (16) Lc
22,60 . (17) Lc
22,61 . (18) Lc
24,12 .
Lc 24,12.6.
epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,12 . (3) Lc
24,22 . (4) Lc
24,24 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,47 .
Lc 24,12.7.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,3 . (3) Lc
24,12 . (4) Lc
24,22 . (5) Lc
24,23 . (6) Lc
24,24 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,12.20.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,3 . (3) Lc
24,12 . (4) Lc
24,22 . (5) Lc
24,23 . (6) Lc
24,24 .
Evangelie van de 3de
(derde) paaszondag A : Lc
24,13-35 :
In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat
Emmaüs heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken
met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren
en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee.
Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: "Wat is
dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?" Met een bedrukt
gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord
en sprak tot Hem: "Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat
Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?" Hij vroeg hun: "Wat
dan?" Ze antwoordden Hem: "Dat met Jezus de Nazarener, een man die
profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk;
hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter
dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij
leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen!
Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel
hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de
vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en kwamen
zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden
dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en
bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet." Nu
sprak Hij tot hen: "O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het
geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Messias dat alles niet
lijden om in zijn glorie binnen te gaan?" Beginnend met Mozes verklaarde
Hij uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen
ze bij het dorp waar ze heengingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan.
Zij drongen bij Hem aan: "Blijf bij ons, want het wordt al avond en de
dag loopt ten einde". Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl
Hij met hen aanlag nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte
het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween
uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: "Brandde ons hart niet in ons,
zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?" Ze stonden
onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de
mensen van hun groep bijeen. Deze verklaarden: "De Heer is waarlijk verrezen,
Hij is aan Simon verschenen." En zij van hun kant vertelden wat er onderweg
gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.
| Lc 24,13 - Lc 24,13 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 13 En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een
vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs;
King James Bible . [13] And, behold, two of them went that same day to a village
called Emmaus, which was from Jerusalem about threescore furlongs.
Luther-Bibel . 13 Und siehe, zwei von ihnen gingen an demselben Tage in ein
Dorf, das war von Jerusalem etwa zwei Wegstunden entfernt; dessen Name ist Emmaus.
Tekstuitleg van Lc 24,13 .
2. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in Lc : idou (zie) . Lc (55) . Lc 24 (3) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,13 . (3) Lc 24,49 .
5. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .
6. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
8. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho ,
hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,13 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,32 . (7) Lc
24,33 . (8) Lc
24,35 . (9) Lc
24,38 . (10) Lc
24,46 . (11) Lc
24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling
.
11. part. praes. nom. mann. mv. poreuomenoi (zich op weg begevende) van het
werkw. poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) . Taalgebruik in het N.T.
: poreuomai
(zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Lc : poreuomai
(zich op weg begeven, op weg gaan) . por-euomai . p of ph = f -> v + r .
Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer
, doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng.
ford . Het woord behoort tot de groep van varen .
Lc (3) : (1) Lc
1,6 . (2) Lc
8,14 . (3) Lc
24,13 .
12. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
18. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Lc : hierousalèm (Jeruzalem) . Lc (26) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,13 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,33 . (4) Lc 24,47 . (5) Lc 24,52 .
21. nom. + acc. onz. enk. : onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen .
20. - 21. betrekkelijk voornaamwoord datief enkelvoud + onoma (naam) in Lc
(5) : (1) Lc
1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (2) Lc
1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (3)
Lc 2,25
(hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (4) Lc
8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (5) Lc
24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) .
Betrekk. voornaamw. datief vrouw. enk. in Lc in 2 verzen : (1) Lc
1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (2) Lc
24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Het betreft
twee dorpen : Nazareth en Emmaüs , het eerste en het laatste dorp in Lc
. De andere drie verzen zijn samengesteld uit het betrekk. voornaamw. datief
mann. enk. + een persoonsnaam (Jozef , Simeon en Jaïrus) : (1) Lc
1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (2)
Lc 2,25
(hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (3) Lc
8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) .
| Lc 24,14 - Lc 24,14 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 14 En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen,
die er gebeurd waren.
King James Bible . [14] And they talked together of all these things which had
happened.
Luther-Bibel . 14 Und sie redeten miteinander von allen diesen Geschichten.
Tekstuitleg van Lc 24,14 . Het vers Lc 24,14 telt 10 (2 X 5) woorden en 58 (2 X 29) letters . De getalwaarde van Lc 24,14 is 9874 (2 X 4937) .
2. nom. mann. mv. autoi (zij) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (19) : (1) Lc 2,50 . (2) Lc 6,11 . (3) Lc 9,36 . (4) Lc 11,4 . (5) Lc 11,19 . (6) Lc 11,46 . (7) Lc 11,48 . (8) Lc 11,52 . (9) Lc 13,4 . (10) Lc 14,1 . (11) Lc 14,12 . (12) Lc 16,28 . (13) Lc 17,13 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 22,23 . (16) Lc 22,71 . (17) Lc 24,14 . (18) Lc 24,35 . (19) Lc 24,52 .
6. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .
Lc 24,14.8.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,8 . (4) Lc
24,14 . (5) Lc
24,24 . (6) Lc
24,27 .
| Lc 24,15 - Lc 24,15 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 15 En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander
ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.
King James Bible . [15] And it came to pass, that, while they communed together
and reasoned, Jesus himself drew near, and went with them.
Luther-Bibel . 15 Und es geschah, als sie so redeten und sich miteinander besprachen,
da nahte sich Jesus selbst und ging mit ihnen.
Tekstuitleg van Lc 24,15 . Het vers Lc 24,15 telt 15 (3 X 5) woorden en 79 letters . De getalwaarde van Lc 24,15 is 9279 (3² X 1031) .
Lc 24,15.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,15.2. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .
Lc 24,15.3.
en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
Lc 24,15.4.
bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bepaald lidwoord ho ,
hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 24 (7) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,15 . (3) Lc
24,30 . (4) Lc
24,44 . (5) Lc
24,47 . (6) Lc
24,51 . (7) Lc
24,53 .
Lc 24,15.1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc (9) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 5,1 . (5) Lc 8,40 . (6) Lc 9,51 . (7) Lc 10,38 . (8) Lc 11,27 . (9) Lc 18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc (14) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 8,1 . (3) Lc 9,18 . (4) Lc 9,29 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 14,1 . (8) Lc 17,11 . (9) Lc 17,14 . (10) Lc 19,15 . (11) Lc 24,4 . (12) Lc 24,15 . (13) Lc 24,30 . (14) Lc 24,51 .
Lc 24,15.6. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (83) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,15 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,25 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,50 . (6) Lc 24,51 .
Lc 24,15.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
Lc 24,15.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822 / 1151) . Lc 24 (+ 45 / 53 . - 8 / 53 : (1) Lc 24,1 . (2) Lc 24,2 . (3) Lc 24,3 . (4) Lc 24,6 . (5) Lc 24,16 . (6) Lc 24,42 . (7) Lc 24,45 . (8) Lc 24,48 .)
| Lc 24,16 - Lc 24,16 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 16 En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.
King James Bible . [16] But their eyes were holden that they should not know
him.
Luther-Bibel . 16 Aber ihre Augen wurden gehalten, dass sie ihn nicht erkannten.
Tekstuitleg van Lc 24,16 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc
24,16 . (2) Lc
24,17 . (3) Lc
24,18 . (4) Lc
24,19 . (5) Lc
24,21 . (6) Lc
24,24 . (7) Lc
24,31 . (8) Lc
24,36 . (9) Lc
24,37 . (10) Lc
24,41 . (11) Lc
24,42 . (12) Lc
24,44 . (13) Lc
24,49 . (14) Lc
24,50 .
4. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .
9. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
| Lc 24,17 - Lc 24,17 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 17 En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende,
onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?
King James Bible . [17] And he said unto them, What manner of communications
are these that ye have one to another, as ye walk, and are sad?
Luther-Bibel . 17 Er sprach aber zu ihnen: Was sind das für Dinge, die
ihr miteinander verhandelt unterwegs? Da blieben sie traurig stehen.
Tekstuitleg van Lc 24,17 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc
24,16 . (2) Lc
24,17 . (3) Lc
24,18 . (4) Lc
24,19 . (5) Lc
24,21 . (6) Lc
24,24 . (7) Lc
24,31 . (8) Lc
24,36 . (9) Lc
24,37 . (10) Lc
24,41 . (11) Lc
24,42 . (12) Lc
24,44 . (13) Lc
24,49 . (14) Lc
24,50 .
4. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (83) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,15 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,25 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,50 . (6) Lc 24,51 .
| Lc 24,18 - Lc 24,18 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 18 En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide
tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen,
die deze dagen daarin geschied zijn?
King James Bible . [18] And the one of them, whose name was Cleopas, answering
said unto him, Art thou only a stranger in Jerusalem, and hast not known the
things which are come to pass therein these days?
Luther-Bibel . 18 Und der eine, mit Namen Kleopas, antwortete und sprach zu
ihm: Bist du der Einzige unter den Fremden in Jerusalem, der nicht weiß,
was in diesen Tagen dort geschehen ist?
Tekstuitleg van Lc 24,18 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc
24,16 . (2) Lc
24,17 . (3) Lc
24,18 . (4) Lc
24,19 . (5) Lc
24,21 . (6) Lc
24,24 . (7) Lc
24,31 . (8) Lc
24,36 . (9) Lc
24,37 . (10) Lc
24,41 . (11) Lc
24,42 . (12) Lc
24,44 . (13) Lc
24,49 . (14) Lc
24,50 .
3. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
8. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
12. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Lc : hierousalèm (Jeruzalem) . Lc (26) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,13 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,33 . (4) Lc 24,47 . (5) Lc 24,52 .
18. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
20. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
22. dat. vr. mv. hèmerais van het zelfst. naamw. hèmera (dag)
. Taalgebruik in het N.T. : hèmera
(dag) . Taalgebruik in Lc : hèmera
(dag) .
Lc (18) . (1) Lc
1,5 . (2) Lc
1,7 . (3) Lc
1,18 . (4) Lc
1,25 . (5) Lc
1,39 . (6) Lc
1,75 . (7) Lc
2,1 . (8) Lc
2,36 . (9) Lc
4,2 . (10) Lc
4,25 . (11) Lc
5,35 . (12) Lc
6,12 . (13) Lc
9,36 . (14) Lc
17,26 . (15) Lc
17,28 . (16) Lc
21,23 . (17) Lc
23,7 . (18) Lc
24,18 .
23. aanwijz. voornaamw. dat. vr. mv. tautais van het aanwijz. voornaamw. houtos
(deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos
(deze) . Taalgebruik in Mc : houtos
(deze) . Taalgebruik in Lc : houtos
(deze) .
Lc (4) : (1) Lc
1,39 . (2) Lc
6,12 . (3) Lc
23,7 . (4) Lc
24,18 .
20. - 23. en tais hèmerais tautais (in deze dagen) . Lc (3) : (1) Lc 1,39 . (2) Lc 6,12 . (3) Lc 24,18 . In bredere contekst . (1) Lc 1,39 : anastasa de mariam en tais hèmerais tautais eporeuthè eis tèn oreinèn (Maria echter opgestaan in deze dagen begaf zich op weg naar het gebergte) . (2) Lc 6,12 : egeneto de en tais hèmerais tautais exèlthen eis to horos (het gebeurde echter in deze dagen . Hij ging uit naar de berg) .
| Lc 24,19 - Lc 24,19 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 19 En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De
dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken
en woorden, voor God en al het volk.
King James Bible . [19] And he said unto them, What things? And they said unto
him, Concerning Jesus of Nazareth, which was a prophet mighty in deed and word
before God and all the people:
Luther-Bibel . 19 Und er sprach zu ihnen: Was denn? Sie aber sprachen zu ihm:
Das mit Jesus von Nazareth, der ein Prophet war, mächtig in Taten und Worten
vor Gott und allem Volk;
Tekstuitleg van Lc 24,19 . Het vers Lc 24,19 telt 29 woorden en 129 (3 X 43) letters . De getalwaarde van Lc 24,19 is 15399 (3² X 29 X 59) .
6. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc
24,16 . (2) Lc
24,17 . (3) Lc
24,18 . (4) Lc
24,19 . (5) Lc
24,21 . (6) Lc
24,24 . (7) Lc
24,31 . (8) Lc
24,36 . (9) Lc
24,37 . (10) Lc
24,41 . (11) Lc
24,42 . (12) Lc
24,44 . (13) Lc
24,49 . (14) Lc
24,50 .
Lc 24,19.10. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .
Lc 24,19.15. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .
Lc 24,19.17. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès (profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès (profeet) . pro-fèmi (voor zich uitspreken) . Lc (7) : (1) Lc 1,76 . (2) Lc 4,24 . (3) Lc 7,16 . (4) Lc 7,39 . (5) Lc 9,8 . (6) Lc 9,19 . (7) Lc 24,19 . Een vorm van profètès (profeet) in Lc in 29 verzen , in Lc 24 (4) : (1) Lc 24,19 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,27 . (4) Lc 24,44 .
Lc 24,19.19.
en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
Lc 24,19.27. gen. mann. + onz. enk. pantos van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Lc (4) : (1) Lc 8,47 . (2) Lc 20,45 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,53 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 24 (9) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,25 . (6) Lc 24,27 . (7) Lc 24,44 . (8) Lc 24,47 . (9) Lc 24,53 .
| Lc 24,20 - Lc 24,20 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 20 En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd
hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
King James Bible . [20] And how the chief priests and our rulers delivered him
to be condemned to death, and have crucified him.
Luther-Bibel . 20 wie ihn unsre Hohenpriester und Oberen zur Todesstrafe überantwortet
und gekreuzigt haben.
Tekstuitleg van Lc 24,20 .
3. De overlevering van Jezus door Judas aan de hogepriesters en de schriftgeleerden werd aangekondigd in de derde lijdensvoorspelling : Mt 20,18 // Mc 10,33 (en de mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en de schriftgeleerden) . Bij Lucas ontbreekt dit stukje van de derde lijdensaankondiging . Lucas is voorzichtig om het woord paradidômi (overleveren) te gebruiken , zowel bij Judas , als bij de hogepriesters en de schriftgeleerden . Het zou de indruk kunnen geven dat zij macht over Jezus zouden bezitten .
4. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
11. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
16. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
- paredôkan (zij leverden over) . Verwijzing : paradidômi (overleveren) . Actief ind. aor. 3de pers. mv. van het werkw. paradidômi . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . I.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : In 5 van de 6 verzen : (1) Mt 27,2 // Mc 15,1 . (2) Mt 27,18 // Mc 15,10 (paradedôkeisan = zij hem hadden overgeleverd) . (3) Mc 15,1 // Mt 27,2 . (4) Lc 24,20 . (5) Joh 18,35 .
- paredôken (hij leverde over) . Actief ind. aor. 3de pers. enk. . In 4 verzen in de syn. i.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : (1) Mt 27,26 // Mc 15,15 // Lc 23,25 . (2) Mc 3,19 // Mt 10,4 (paradous = 'die overleverde') // Lc 6,16 (prodotès = overleveraar) . (3) Mc 15,15 // Lc 23,25 // Mt 27,26 . (4) Lc 23,25 // Mt 27,26 // Mc 15,15 .
| paradidômi (overleveren) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken | 82 | 65 | 17 | 3 | 2 | 1 | 2 | 2 | 7 | 6 | 8 | 6 | 1 | |
| act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan | 8 | 2 | 6 | 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 4 | 5 | 1 |
| sanhedrin | sanhedrin | sanhedrin | Judas | Pilatus | Pilatus | Pilatus |
| Mc 15,1 | Mt 27,2 | Mt 27,18 | Mc 3,19 | Mc 15,15 | Mt 27,26 | Lc 23,25 |
| kai (en) | kai (en) | hoti (dat) | kai Ioudan Iskariôth (Judas Iskariot) | kai (en) | ton de Ièsoun Jezus echter) | |
| paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) | paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) tôi hègemoni (de procureur) | dia fthonon paredôkan auton (zij hem omwille van nijd overleverden ) | hos kai paredôken auton (die hem ook overleverde) | paredôken (leverde hij over) ton Ièsoun (Jezus) | paredôken (leverde hij over) | ton de Ièsoun (Jezus) paredôken (leverde hij over) |
| hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. | hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. | hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. | tôi thelèmati autôn (aan hun wil) | |||
| 336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 - | 336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1- | 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 | 97. Roeping van de Twaalf : Mc 3,13-19 - Lc 6,12-16 - | 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 | 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 | 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 |
| Lc 24,21 - Lc 24,21 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 21 En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen
zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen
geschied zijn.
King James Bible . [21] But we trusted that it had been he which should have
redeemed Israel: and beside all this, to day is the third day since these things
were done.
Luther-Bibel . 21 Wir aber hofften, er sei es, der Israel erlösen werde.
Und über das alles ist heute der dritte Tag, dass dies geschehen ist.
Tekstuitleg van Lc 24,21 . Het vers Lc 24,21 telt 25 (5²) woorden en 120 (2³ X 3 X 5) letters . De getalwaarde van Lc 24,21 is 13097 (7 X 1871) .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc
24,16 . (2) Lc
24,17 . (3) Lc
24,18 . (4) Lc
24,19 . (5) Lc
24,21 . (6) Lc
24,24 . (7) Lc
24,31 . (8) Lc
24,36 . (9) Lc
24,37 . (10) Lc
24,41 . (11) Lc
24,42 . (12) Lc
24,44 . (13) Lc
24,49 . (14) Lc
24,50 .
10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to
(de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc
24,2 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,21 . (5) Lc
24,26 . (6) Lc
24,30 . (7) Lc
24,45 . (8) Lc
24,46 . (9) Lc
24,51 . (10) Lc
24,53 .
Lc 24,21.11.
israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl
(Israël) . Taalgebruik in Lc : Israèl
(Israël) .
Lc (12) : (1) Lc
1,16 . (2) Lc
1,54 . (3) Lc
1,68 . (4) Lc
1,80 . (5) Lc
2,25 . (6) Lc
2,32 . (7) Lc
2,34 . (8)Lc
4,25 . (9) Lc
4,27 . (10) Lc
7,9 . (11) Lc
22,30 . (12) Lc
24,21 .
Lc 24,21.25. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .
| Lc 24,22 - Lc 24,22 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 22 Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld,
die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;
King James Bible . [22] Yea, and certain women also of our company made us astonished,
which were early at the sepulchre;
Luther-Bibel . 22 Auch haben uns erschreckt einige Frauen aus unserer Mitte,
die sind früh bei dem Grab gewesen,
Tekstuitleg van Lc 24,22 . Het vers Lc 24,22 telt 13 woorden en 68 (4 X 17) letters . De getalwaarde van Lc 24,22 is 4660 (2² X 5 X 233) .
Lc 24,22.11.
epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,12 . (3) Lc
24,22 . (4) Lc
24,24 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,47 .
Lc 24,22.12.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,3 . (3) Lc
24,12 . (4) Lc
24,22 . (5) Lc
24,23 . (6) Lc
24,24 .
| Lc 24,23 - Lc 24,23 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 23 En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat
zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
King James Bible . [23] And when they found not his body, they came, saying,
that they had also seen a vision of angels, which said that he was alive.
Luther-Bibel . 23 haben seinen Leib nicht gefunden, kommen und sagen, sie haben
eine Erscheinung von Engeln gesehen, die sagen, er lebe.
Tekstuitleg van Lc 24,23 . Het vers Lc 24,23 telt 16 (2² X 2²) woorden en 83 letters . De getalwaarde van 9104 (2² X 2² X 569) .
Lc 24,23.4.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,3 . (3) Lc
24,12 . (4) Lc
24,22 . (5) Lc
24,23 . (6) Lc
24,24 .
Lc 24,23.7.
ind. aor. 3de pers. mv. èlthon (zij gingen) van het werkw. erchomai (gaan,
komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) .
Lc (11) : (1) Lc
1,59 . (2) Lc
2,44 . (3) Lc
3,12 . (4) Lc
4,42 . (5) Lc
5,7 . (6) Lc
6,18 . (7) Lc
8,35 . (8) Lc
12,49 . (9) Lc
23,33 . (10) Lc
24,1 . (11) Lc
24,23 . Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Lc 24 in 2 verzen : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,23 .
15. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
| Lc 24,24 - Lc 24,24 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 24 En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot
het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem
zagen zij niet.
King James Bible . [24] And certain of them which were with us went to the sepulchre,
and found it even so as the women had said: but him they saw not.
Luther-Bibel . 24 Und einige von uns gingen hin zum Grab und fanden's so, wie
die Frauen sagten; aber ihn sahen sie nicht.
Tekstuitleg van Lc 24,24 . Het vers Lc 24,24 telt 21 (3 X 7) letters en 88 (2³ X 11) letters . De getalwaarde van Lc 24,24 is 9151 .
Lc 24,24.4.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,8 . (4) Lc
24,14 . (5) Lc
24,24 . (6) Lc
24,27 .
Lc 24,24.7.
epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,12 . (3) Lc
24,22 . (4) Lc
24,24 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,47 .
Lc 24,24.8.
bepaald lidw. nom. + acc. onz. enk. to . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (181) . Lc 24 (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,3 . (3) Lc
24,12 . (4) Lc
24,22 . (5) Lc
24,23 . (6) Lc
24,24 .
11. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud euron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .
18. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
Lc 24,24.13.
kathôs (zoals) . Taalgebruik in het N.T. : kathôs
(zoals) . Taalgebruik in Mc : kathôs
(zoals) . Taalgebruik in Lc : kathôs
(zoals) .
Lc (17) : (1) Lc
1,2 . (2) Lc
1,55 . (3) Lc
1,70 . (4) Lc
2,20 . (5) Lc
2,23 . (6) Lc
5,14 . (7) Lc
6,31 . (8) Lc
6,36 . (9) Lc
11,1 . (10) Lc
11,30 . (11) Lc
17,26 . (12) Lc
17,28 . (13) Lc
19,32 . (14) Lc
22,13 . (15) Lc
22,29 . (16) Lc
24,24 . (17) Lc
24,39 .
19. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc
24,16 . (2) Lc
24,17 . (3) Lc
24,18 . (4) Lc
24,19 . (5) Lc
24,21 . (6) Lc
24,24 . (7) Lc
24,31 . (8) Lc
24,36 . (9) Lc
24,37 . (10) Lc
24,41 . (11) Lc
24,42 . (12) Lc
24,44 . (13) Lc
24,49 . (14) Lc
24,50 .
| Lc 24,25 - Lc 24,25 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart,
om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
King James Bible . [25] Then he said unto them, O fools, and slow of heart to
believe all that the prophets have spoken:
Luther-Bibel . 25 Und er sprach zu ihnen: O ihr Toren, zu trägen Herzens,
all dem zu glauben, was die Propheten geredet haben!
Tekstuitleg van Lc 24,25 . Het vers Lc 24,25 telt 19 woorden en 91 (7 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 24,25 is 9069 (3 X 3023) .
5. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (83) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,15 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,25 . (4) Lc 24,44 . (5) Lc 24,50 . (6) Lc 24,51 .
Lc 24,25.10.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,13 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,32 . (7) Lc
24,33 . (8) Lc
24,35 . (9) Lc
24,38 . (10) Lc
24,46 . (11) Lc
24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling
.
Lc 24,25.14.
epi (op, bij) . Afkortingen : ep' en ef' . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Lc (104 + 25 + 20 = 149) . Lc 24 (6) . epi (6) : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,12 . (3) Lc
24,22 . (4) Lc
24,24 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,47 .
Lc 24,25.17. act. ind. aor. 3de pers. mv. elalèsan (zij spraken) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het N.T. : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Lc (1) Lc 24,25 . Deze vorm slechts hier in Lc 24,25 in het N.T. . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen . In 5 verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,6 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,32 . (4) Lc 24,36 . (5) Lc 24,44 .
| Lc 24,26 - Lc 24,26 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in
Zijn heerlijkheid ingaan?
King James Bible . [26] Ought not Christ to have suffered these things, and
to enter into his glory?
Luther-Bibel . 26 Musste nicht Christus dies erleiden und in seine Herrlichkeit
eingehen?
Tekstuitleg van Lc 24,26 .
2. nom. + acc. onz. mv. tauta van het aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Lc (46) . Lc 24 (6) : (1) Lc 24,9 . (2) Lc 24,10 . (3) Lc 24,11 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,26 . (6) Lc 24,36 .
4. pathein (lijden). Infinitief aorist . Verwijzing : paschô
(lijden) , zie Mt
16,21 . Infinitief aorist . In dertien verzen in de bijbel . In één
vers in het O.T. . In twaalf verzen in het N.T. . In negen verzen bij Lucas
en in Hnd : (4) Lc
9,22 ( // Mc
8,31 // Mt
16,21) (eerste lijdensvoorspelling) . (5) Lc
17,25 . (6) Lc
22,15 (het laatste avondmaal) . (7) Lc
24,26 (verschijning van Jezus aan de Emmaüsgangers) . (8) Lc
24,46 (verschijning van Jezus aan de elf en hun metgezellen) . In vier verzen
in Handelingen : (9) Hnd
1,3 (inleiding van Handelingen) . (10) Hnd
3,18 (toespraak van Petrus) . (11) Hnd
9,16 (Saulus in Damascus) . (12) Hnd
17,3 (Paulus in Tessalonica) .
De teksten van Lc
22,15 (het laatste avondmaal) : pro tou me pathein (voor mijn lijden) en
van Hnd
1,3 (inleiding van Handelingen) : meta to pathein auton (na zijn lijden)
omsluiten het lijden . Het lijden omvat de doorgang door de dood ; het is de
overgang : leven - dood - leven . In Lc
22,15 wordt de relatie gelegd tussen paschô (pasen) en pathein (lijden)
. Pasen of Pesach is de viering van de uittocht uit Egypte , de doortocht door
de Rietzee en het komen in de woestijn . De overgang heeft drie elementen die
over drie dagen worden gespreid .
5. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to
(de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc
24,2 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,21 . (5) Lc
24,26 . (6) Lc
24,30 . (7) Lc
24,45 . (8) Lc
24,46 . (9) Lc
24,51 . (10) Lc
24,53 .
3. - 6. edei pathein (hij moest lijden) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . In drie verzen in het N.T. : (1) Lc 24,26 : edei pathein ton Christon = dat Christus moest lijden . {(2) Lc 24,46 : ' edei ' pathein ton Christon = dat Christus moest lijden.} (3) Hnd 17,3 (hoti ton Christon. edei pathein = dat Christus moest lijden) .
4. - 6. pathein ton Christon (dat Christus - moest - lijden) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . In vier verzen in het N.T. : (1) Lc 24,26 : edei pathein ton Christon = dat Christus moest lijden . {(2) Lc 24,46 : ' edei ' pathein ton Christon = dat Christus moest lijden.} (3) Hnd 3,18 : pathein ton Christon = dat Christus (moest) lijden .(4) Hnd 17,3 (hoti ton Christon. edei pathein = dat Christus moest lijden) .
9. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
| Lc 24,27 - Lc 24,27 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten,
legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.
King James Bible . [27] And beginning at Moses and all the prophets, he expounded
unto them in all the scriptures the things concerning himself.
Luther-Bibel . 27 Und er fing an bei Mose und allen Propheten und legte ihnen
aus, was in der ganzen Schrift von ihm gesagt war.
Tekstuitleg van Lc 24,27 . Het vers Lc 24,27 telt 21 (3 X 7) woorden en 92 (2² X 23) letters . De getalwaarde van Lc 24,27 is 12481 (7 X 1783) .
Lc 24,27.8.
bepaald lidw. gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn van het bepaald lidwoord
ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In zes verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,8 . (4) Lc
24,14 . (5) Lc
24,24 . (6) Lc
24,27 .
12. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
17. peri (omwille van, over) . Taalgebruik in N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Lc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Lc (43) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,14 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,27 . (5) Lc 24,44 .
| Lc 24,28 - Lc 24,28 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen;
en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.
King James Bible . [28] And they drew nigh unto the village, whither they went:
and he made as though he would have gone further.
Luther-Bibel . 28 Und sie kamen nahe an das Dorf, wo sie hingingen. Und er stellte
sich, als wollte er weitergehen.
Tekstuitleg van Lc 24,28 .
3. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
7. ind. imp. 3de p. mv. eporeuonto (zij begaven zich op weg) van het werkw.
poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) . Taalgebruik in het N.T. : poreuomai
(zich op weg begeven, op weg gaan) . Taalgebruik in Lc : poreuomai
(zich op weg begeven, op weg gaan) . por-euomai . p of ph = f -> v + r .
Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer
, doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng.
ford . Het woord behoort tot de groep van varen .
Lc (3) : (1) Lc
2,3 . (2) Lc
2,41 . (3) Lc
24,28 . Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in Lc
(48) , in Lc 24 (2) : (1) Lc
24,13 . (2) Lc
24,28 .
| Lc 24,29 - Lc 24,29 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het
is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
King James Bible . [29] But they constrained him, saying, Abide with us: for
it is toward evening, and the day is far spent. And he went in to tarry with
them.
Luther-Bibel . 29 Und sie nötigten ihn und sprachen: Bleibe bei uns; denn
es will Abend werden und der Tag hat sich geneigt. Und er ging hinein, bei ihnen
zu bleiben.
Tekstuitleg van Lc 24,29 .
3. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
6. meta (met , na) . Afkorting : met' of meth' . Taalgebruik in het N.T. :
meta
(na , met) . Taalgebruik in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr.
avec (< apud hoc : met dat) .
- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum
= tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Lc (37 + 21 + 4 = 62) . Lc 24 (2 + 1 + 1 = 4) . meta (2) : (1) Lc
24,5 . (2) Lc
24,52 . met' (1) Lc
24,30 . meth' (1) Lc
24,29 .
18. ind. aor. 3de pers. enk. eisèlthen (hij ging binnen) van het werkw. eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het N.T. : eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in Lc : eiserchomai (binnengaan) . Lc (12) : In twaalf verzen bij Lc : (1) Lc 1,40 . (2) Lc 4,16 . (3) Lc 4,38 . (4) Lc 6,4 . (5) Lc 7,1 . (6) Lc 8,30 . (7) Lc 9,46 . (8) Lc 10,38 . (9) Lc 17,27 . (10) Lc 19,7 . (11) Lc 22,3 . (12) Lc 24,29 . Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45 verzen , in Lc 24 in 3 verzen : (1) Lc 24,3 . (2) Lc 24,26 . (3) Lc 24,29 .
parabiazomai (dwingen, dringen) .
- parebiasanto .Aorist derde persoon meervoud . In één vers in
het O.T. . In één vers in het N.T. nl. Lc
24,29 .
- parebiasato .Aorist derde persoon enkelvoud . In één vers in
het O.T. . In één vers in het N.T. nl. Hnd
16,15 .
Er zijn enkele overeenkomsten tussen het Emmaüsverhaal en het verhaal over
Lydia :
- Lc 24,29
: kai parebiasanto auton legontes meinon meth èmôn ... kai eisèlthen tou meinai
sun autois = en zij drongen bij hem aan zeggende : blijf bij ons ... en
hij ging binnen om met hen te blijven .
- Hnd 16,15
: eiselthontes eis ton oikon mou menete: kai parebiasato èmas = binnengegaan
in het huis blijf bij mij en zij drong bij ons aan .
De zin beantwoordt aan een aanbeveling van Jezus tijdens de zendingsrede . Lc
9,4 : kai eis hèn an oikian eiselthète , ekei menete = en
in het huis waarin je binnengaat , blijf daar .
| Lc 24,30 - Lc 24,30 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 30 En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het
brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.
King James Bible . [30] And it came to pass, as he sat at meat with them, he
took bread, and blessed it, and brake, and gave to them.
Luther-Bibel . 30 Und es geschah, als er mit ihnen zu Tisch saß, nahm
er das Brot, dankte, brach's und gab's ihnen.
Tekstuitleg van Lc 24,30 . Het vers Lc 24,30 telt 16 (2² X 2²) woorden en 84 (2² X 3 X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,30 is 9398 (2 X 37 X 127) .
Lc 24,30.2. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... ) zoals vele verhalen bij ons beginnen . Lc (69) .In zeven verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,15 . (3) Lc 24,19 . (4) Lc 24,21 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,51 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 24 in 12 verzen : (1) Lc 24,4 . (2) Lc 24,5 . (3) Lc 24,12 . (4) Lc 24,15 . (5) Lc 24,18 . (6) Lc 24,19 . (7) Lc 24,21 . (8) Lc 24,22 . (9) Lc 24,30 . (10) Lc 24,31 . (11) Lc 24,37 . (12) Lc 24,51 .
3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
4. bep. lidw. dat. mann. + onz. enk. tô(i) van het bepaald lidwoord ho
, hè , to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (154) . Lc 24 (7) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,15 . (3) Lc
24,30 . (4) Lc
24,44 . (5) Lc
24,47 . (6) Lc
24,51 . (7) Lc
24,53 .
1. - 4. egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het ... Lc (9) : (1) Lc 1,8 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 5,1 . (5) Lc 8,40 . (6) Lc 9,51 . (7) Lc 10,38 . (8) Lc 11,27 . (9) Lc 18,35 . kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het ... Lc (14) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 8,1 . (3) Lc 9,18 . (4) Lc 9,29 . (5) Lc 9,33 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 14,1 . (8) Lc 17,11 . (9) Lc 17,14 . (10) Lc 19,15 . (11) Lc 24,4 . (12) Lc 24,15 . (13) Lc 24,30 . (14) Lc 24,51 .
6. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
7. meta (met , na) . Afkorting : met' of meth' . Taalgebruik in het N.T. :
meta
(na , met) . Taalgebruik in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr.
avec (< apud hoc : met dat) .
- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum
= tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Lc (37 + 21 + 4 = 62) . Lc (2 + 1 + 1 = 4) . meta (2) : (1) Lc
24,5 . (2) Lc
24,52 . met' (1) Lc
24,30 . meth' (1) Lc
24,29 .
8. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .
10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton van het bepaald lidw. ho - hè - to
(de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (191) . Lc 24 (10) : (1) Lc
24,2 . (2) Lc
24,5 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,21 . (5) Lc
24,26 . (6) Lc
24,30 . (7) Lc
24,45 . (8) Lc
24,46 . (9) Lc
24,51 . (10) Lc
24,53 .
| Lc 24,31 - Lc 24,31 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 31 En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij
kwam weg uit hun gezicht.
King James Bible . [31] And their eyes were opened, and they knew him; and he
vanished out of their sight.
Luther-Bibel . 31 Da wurden ihre Augen geöffnet und sie erkannten ihn.
Und er verschwand vor ihnen.
Tekstuitleg van Lc 24,31 .
1. gen. mv.autôn van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (94) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,11 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,16 . (5) Lc 24,30 . (6) Lc 24,31 . (7) Lc 24,36 . (8) Lc 24,41 . (9) Lc 24,43 . (10) Lc 24,45 . (11) Lc 24,51 .
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Lc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
In twintig verzen in Lc
24 . In zes verzen in Lc
23,56b-24,12 . Lc 24,13-53 (14) : (1) Lc
24,16 . (2) Lc
24,17 . (3) Lc
24,18 . (4) Lc
24,19 . (5) Lc
24,21 . (6) Lc
24,24 . (7) Lc
24,31 . (8) Lc
24,36 . (9) Lc
24,37 . (10) Lc
24,41 . (11) Lc
24,42 . (12) Lc
24,44 . (13) Lc
24,49 . (14) Lc
24,50 .
8. pers. voornaamw. 3de pers. enk. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (184) . Lc 24 (10) : (1) Lc 24,16 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,20 . (4) Lc 24,23 . (5) Lc 24,24 . (6) Lc 24,29 . (7) Lc 24,30 . (8) Lc 24,31 . (9) Lc 24,51 . (10) Lc 24,52 .
| Lc 24,32 - Lc 24,32 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende
in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
King James Bible . [32] And they said one to another, Did not our heart burn
within us, while he talked with us by the way, and while he opened to us the
scriptures?
Luther-Bibel . 32 Und sie sprachen untereinander: Brannte nicht unser Herz in
uns, als er mit uns redete auf dem Wege und uns die Schrift öffnete?
Tekstuitleg van Lc 24,32 . Het vers Lc 24,32 telt 24 (2³ X 3) woorden en 99 (3² X 11) letters . De getalwaarde van Lc 24,32 is 9113 (13 X 701) .
11. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
Lc 24,32.14. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elalei (hij sprak) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het N.T. : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Lc (4) : (1) Lc 1,64 . (2) Lc 2,38 . (3) Lc 9,11 . (4) Lc 24,32 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen . In 5 verzen in Lc 24 : (1) Lc 24,6 . (2) Lc 24,25 . (3) Lc 24,32 . (4) Lc 24,36 . (5) Lc 24,44 .
16. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Lc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 24 (16) : (1) Lc
24,4 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,13 . (4) Lc
24,15 . (5) Lc
24,18 . (6) Lc
24,19 . (7) Lc
24,27 . (8) Lc
24,30 . (9) Lc
24,32 . (10) Lc
24,35 . (11) Lc
24,36 . (12) Lc
24,38 . (13) Lc
24,44 . (14) Lc
24,49 . (15) Lc
24,51 . (16) Lc
24,53 .
Lc 24,32.17.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,13 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,32 . (7) Lc
24,33 . (8) Lc
24,35 . (9) Lc
24,38 . (10) Lc
24,46 . (11) Lc
24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling
.
| Lc 24,33 - Lc 24,33 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 33 En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar
Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;
King James Bible . [33] And they rose up the same hour, and returned to Jerusalem,
and found the eleven gathered together, and them that were with them,
Luther-Bibel . 33 Und sie standen auf zu derselben Stunde, kehrten zurück
nach Jerusalem und fanden die Elf versammelt und die bei ihnen waren;
Tekstuitleg van Lc 24,33 . Het vers Lc 24,33 telt 17 woorden en 97 letters . De getalwaarde van Lc 24,33 is 12162 (2 X 3 X 2027) .
Lc 24,33.2. part. aor. nom. mann. mv. anastantes (opgestaan) van het werkw. anistèmi (opstaan) . Taalgebruik in het N.T. : anistèmi (opstaan) . Taalgebruik in Lc : anistèmi (opstaan) . Lc (3) : (1) Lc 4,29 . (2) Lc 22,46 . (3) Lc 24,33 . Een vorm van anistèmi (opstaan) in Lc in 29 verzen , in Lc
Lc 24,33.4.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè
, to (de - het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (119) . In elf verzen in Lc
24 : (1) Lc
24,1 . (2) Lc
24,6 . (3) Lc
24,7 . (4) Lc
24,13 . (5) Lc
24,25 . (6) Lc
24,32 . (7) Lc
24,33 . (8) Lc
24,35 . (9) Lc
24,38 . (10) Lc
24,46 . (11) Lc
24,49 . In zes verzen bij een tijdsbepaling , in vier verzen bij een plaatsbepaling
.
Lc 24,33.6.
act. ind. aor. 3de pers. mv. hupestrepsan (zij keerden terug) van het werkw.
hupostrefô (omkeren, terugkeren) . Taalgebruik in het N.T. : hupostrefô
(omkeren, terugkeren) . Taalgebruik in Lc : hupostrefô
(omkeren, terugkeren) . In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc
2,20 (de herders) . (2) Lc
2,45 (de ouders - eis Hierousalèm) . (3) Lc
10,17 (de tweeënzeventig) . (4) Lc
24,33 (de Emmaüsgangers - eis Hierousalèm) . (5) Lc
24,52 (de leerlingen - eis Hierousalèm) .
Een vorm van hupostrefô (omkeren, terugkeren) in Lc in 21 verzen : (1)
Lc 1,56
. (2) Lc
2,20 . (3) Lc
2,43 . (4) Lc
2,45 . (5) Lc
4,1 . (6) Lc
4,14 . (7) Lc
7,10 . (8) Lc
8,37 . (9) Lc
8,39 . (10) Lc
8,40 . (11) Lc
9,10 . (12) Lc
10,17 . (13) Lc
11,24 . (14) Lc
17,15 . (15) Lc
17,18 . (16) Lc
19,12 . (17) Lc
23,48 . (18) Lc
23,56 . (19) Lc
24,9 . (20) Lc
24,33 . (21) Lc
24,52 .
7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Lc (210) . Lc 24 (11) : (1) Lc 24,5 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,13 . (4) Lc 24,18 . (5) Lc 24,20 . (6) Lc 24,26 . (7) Lc 24,28 . (8) Lc 24,33 . (9) Lc 24,47 . (10) Lc 24,51 . (11) Lc 24,52 .
8. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Lc : hierousalèm (Jeruzalem) . Lc (26) . Lc 24 (5) : (1) Lc 24,13 . (2) Lc 24,18 . (3) Lc 24,33 . (4) Lc 24,47 . (5) Lc 24,52 .
Lc 24,33.10. actief ind. aorist eerste persoon enkelvoud of derde persoon meervoud euron (ik vond of zij vonden) van het werkw. heuriskô (vinden) . Taalgebruik in het N.T. : heuriskô (vinden) . Taalgebruik in Lc : heuriskô (vinden) . In veertien verzen bij Lc : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 7,9 . (3) Lc 7,10 . (4) Lc 8,35 . (5) Lc 15,6 . (6) Lc 15,9 . (7) Lc 19,32 . (8) Lc 22,13 . (9) Lc 23,13 . (10) Lc 23,22 . (11) Lc 24,2 . (12) Lc 24,3 . (13) Lc 24,24 . (14) Lc 24,33 . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 45 verzen . Een vorm van heuriskô (vinden) in Lc in 5 verzen : 4 + Lc 24,23 .
| Lc 24,34 - Lc 24,34 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van
Simon gezien.
King James Bible . [34] Saying, The Lord is risen indeed, and hath appeared
to Simon.
Luther-Bibel . 34 die sprachen: Der Herr ist wahrhaftig auferstanden und Simon
erschienen.
Tekstuitleg van Lc 24,34 . Het vers Lc 24,34 telt 9 (3²) woorden en 42 (2 X 3 X 7) letters . De getalwaarde van Lc 24,34 is 5920 (2² X 2³ X 5 X 37) .
Lc 24,34.8. ind. aor. 3de pers. enk. ôfthè (hij liet zich zien , hij verscheen) van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô (zien) . Taalgebruik in Mc : horaô (zien) . Taalgebruik in Lc : horaô (zien) . Lc (3) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 22,43 . (3) Lc 24,34 . Een vorm van horaô (zien) in Lc in 14 verzen : .
Lc 24,34.9. dat. mann. enk. simôni van de eigennaam Simôn (Simon) . Taalgebruik in het N.T. : Simôn (Simon) . Taalgebruik in Mc : Simôn (Simon) . 1. Simon = Petrus . 2. Simon , de Kananeeër of Simon , de zeloot : Mt 10,4 // Mc 3,18 // Lc 6,15 . 3. Simon , de melaatse : Mt 26,6 // Mc 14,3 . 4. Simon van Cyrene : Mt 27,32 // Mc 15,21 // Lc 23,26 . Lc (3) : (1) Lc 5,10 . (2) Lc 7,44 . (3) Lc 24,34 . Een vorm van Simon (Petrus) in 9 verzen in Lc : (1) Lc 4,38 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,4 . (4) Lc 5,5 . (5) Lc 5,8 . (6) Lc 5,10 . (7) Lc 6,14 . (8) Lc 22,31 (2X) . (9) Lc 24,34 . In Lc 4,38 (2X) staat simônos (van Simon) de eerste maal zonder lidwoord - hij wordt voor het eerst vermeld) - en de tweede maal met lidwoord . In Lc 5,3 wordt hij zonder lidwoord vermeld - het is de eerste maal in deze pericope - . In Lc 5,4 en Lc 5,10 sprak Jezus tot Simon ; hier wordt telkens het bepaald lidw. gebruikt bij simôna (tot Simon) . In Lc 22,31 wordt 2X de vocatief gebruikt (2 / 11) . In de andere gevallen geen bepaald lidw. (6 / 11) : (1) Lc 4,38 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,5 . (4) Lc 5,8 . (5) Lc 6,14 . (6) Lc 24,34 . Simon Petrus wordt vermeld bij de genezing van zijn schoonmoeder (Lc 4,38-39) , zijn roeping bij de wonderbare visvangst (Lc 5,1-11) , de aanstelling van de twaalf (Lc 6,14) , de aankondiging van de verloochening (Lc 22,31-34) , en de terugkomst van de twee leerlingen van Emmaüs bij de gemeenschap in Jeruzalem (Lc 24,34) .
Evangelie op de 3de (derde) paaszondag B : Lc 24,35-48 . Verwijzing : Lc 24,35-48 .
In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus door hen herkend werd aan het breken van het brood. Terwijl ze daarover spraken stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: "Vrede zij u." In hun verbijstering en schrik meenden ze een geest te zien. Maar Hij sprak tot hen: "Waarom zijt ge ontsteld en waarom komt er twijfel op in uw hart? Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen zoals ge ziet dat Ik heb." En na zo gesproken te hebben toonde Hij hun zijn handen en voeten. Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden geloven zei Hij tot hen: "Hebt ge hier iets te eten?" Zij reikten Hem een stuk geroosterde vis aan; Hij nam het en at het voor hun ogen op. Hij sprak tot hen: "Dit zijn mijn woorden, die Ik sprak toen Ik nog bij u was: Alles moet vervuld worden wat over Mij staat in de Wet van Mozes, in de profeten en in de psalmen." Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei hun: "Zo spreken de Schriften over het lijden en sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, over de verkondiging onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen."
| Lc 24,35 - Lc 24,35 : 354. Verschijning aan twee leerlingen op weg naar Emmaüs : Lc 24,13-35 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 24,13 - Lc 24,14 - Lc 24,15 - Lc 24,16 - Lc 24,17 - Lc 24,18 - Lc 24,19 - Lc 24,20 - Lc 24,21 - Lc 24,22 - Lc 24,23 - Lc 24,24 - Lc 24,25 - Lc 24,26 - Lc 24,27 - Lc 24,28 - Lc 24,29 - Lc 24,30 - Lc 24,31 - Lc 24,32 - Lc 24,33 - Lc 24,34 - Lc 24,35 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en
hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
King James Bible . [35] And they told what things were done in the way, and
how he was known of them in breaking of bread.
Luther-Bibel . 35 Und sie erzählten ihnen, was auf dem Wege geschehen war
und wie er von ihnen erkannt wurde, als er das Brot brach.
- 3de
(derde) paaszondag B . In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg
gebeurd was en hoe Jezus door hen herkend werd aan het breken van het brood.
Tekstuitleg van Lc 24,35 . Het vers Lc 24,35 telt 16 (2² X 2²) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van Lc 24,35 is 6703 (3² X 967) .
Lc 24,35.2. nom. mann. mv. autoi (zij) van het pers. voornaamw. autos (hij - hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc. : voornaamwoord autos . Lc (19) : (1) Lc 2,50 . (2) Lc 6,11 . (3) Lc 9,36 . (4) Lc 11,4 . (5) Lc 11,19 . (6) Lc 11,46 . (7) Lc 11,48 . (8) Lc 11,52 . (9) Lc 13,4 . (10) Lc 14,1 . (11) Lc 14,12 . (12) Lc 16,28 . (13) Lc 17,13 . (14) Lc 18,34 . (15) Lc 22,23 . (16) Lc 22,71 . (17) Lc 24,14 . (18) Lc 24,35 . (19) Lc 24,52 .
Lc 24,35.5. en (in, met) . Taalgebruik in het