MARCUSEVANGELIE : TAALGEBRUIK K -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik Q - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik V - Marcus taalgebruik W - Marcus taalgebruik X - Marcus taalgebruik Y - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

Overzicht van het Marcusevangelie - Mc 1 - Mc 2 - Mc 3 - Mc 4 - Mc 5 - Mc 6 - Mc 7 - Mc 8 - Mc 9 - Mc 10 - Mc 11 - Mc 12 - Mc 13 - Mc 14 - Mc 15 - Mc 16 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -ps - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , bijbelTaalgebruiken - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

-
OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


    Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
                                 
                                   
                                   
                                   
                                   
                                 
                                   
                                   
                                   
                                   
11                                   
                                   

  N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
boeknr.  27 40 41 42 43 44 45 - 65 66    
hoofdst.  260 28 16 24 21 28 121 22 68  89 
verzen  7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
      8,52 %       34,77 %       

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  

MC : 678 verzen . Zonder Mc 16,9-20 : 666 .

K

- kafarnaoum (Kafarnaüm) . kafarnaoum (Kafarnaüm)  . Taalgebruik in N.T. : kafarnaoum (Kafarnaüm) . Taalgebruik in Mc : kafarnaoum (Kafarnaüm) . Khofèr ( losgeld , verzoengeld ) komt in de Hebreeuwse bijbel in veertien verzen voor . Mc (3) : (1) Mc 1,21 . (2) Mc 2,1 . (3) Mc 9,33 . In Mc 2,1 verwijst palin eis Kafarnaoum (opnieuw naar Kafarnaüm) naar eis Kafarnaoum ( naar Kafarnaüm ) van Mc 1,21 .
- eis Kafarnaoum (naar Kafarnaüm) . Mc (3) : (1) Mc 1,21 . (2) Mc 2,1 . (3) Mc 9,33 . Kafarnaoum (Kafarnaüm) komt in Mc slechts in verbinding met het voorzetsel eis (naar) voor . Het staat telkens aan het begin van een nieuwe pericope . Aan het voorzetsel eis (naar) gaat een werkwoord van beweging vooraf , in twee verzen een werkwoord met het voorvoegsel eis (naar) . De zinnen beginnen telkens met het verbindend voegwoord kai (en) .
In Mc 1,21 begint het optreden van Jezus in Galilea , in Mc 9,33 wordt de periode van Galilea afgesloten . Mc 9,33-50 is de laatste pericope . In Mc 10,1 vertrekt Jezus en gaat naar het gebied van Judea .

- Mc 1,21 . Kai eisporeuontai eis Kafarnaoum (en zij begeven zich op weg naar Kafarnaüm) .
- Mc 2,1 . Kai eiselthôn palin eis Kafarnaoum (en binnengegaan opnieuw in Kafarnaüm) .
- Mc 9,33 . Kai èlthon eis Kafarnaoum (en zij gingen naar Kafarnaüm) .

- kai (en) . kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .

kai (en)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

Met Mc 16,9-20 . 678 = 2 X 3 X 113 (30ste priemgetal) . 555 = 5 X 111 (de getalwaarde van de Hebr. letter aleph . Verschil : 123 of bc , alepk , beth , ghimel . 123 = 2 X 2 X 31 .
Zonder Mc 16,9-20 . 678 - 12 = 666 (2 X 3 X 111) . 555 - 8 = 547 (101ste priemgetal) . Verschil : 115 = 5 X 23 .

- kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
- Mc 1 . Van de 45 verzen in Mc 1 niet in 5 verzen : (1) Mc 1,1 . (2) Mc 1,2 . (3) Mc 1,3 . (4) Mc 1,8 . (5) Mc 1,14 .
- Mc 2 . Van de 28 verzen in Mc 2 niet in 2 verzen : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 2,10 .
- Mc 3 . Van de 35 verzen in Mc 3 niet in 3 verzen : (1) Mc 3,10 . (2) Mc 3,29 . (3) Mc 3,30 .
- Mc 4 . Van de eenenveertig verzen in Mc 4 niet in acht verzen : (1) Mc 4,3 . (2) Mc 4,14 . (3) Mc 4,22 . (4) Mc 4,23 . (5) Mc 4,28 . (6) Mc 4,29 . (7) Mc 4,31 . (8) Mc 4,34 .
- Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .
- Mc 6 . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .
- Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc 7,6 . (2) Mc 7,7 . (3) Mc 7,8 . (4) Mc 7,11 . (5) Mc 7,12 . (6) Mc 7,15 . (7) Mc 7,16 . (8) Mc 7,20 . (9) Mc 7,21 . (10) Mc 7,22 . (11) Mc 7,25 .
 - Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc 8,19 . (2) Mc 8,37 .
 - Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .
 - Mc 10 . Van de 52 verzen niet in 15 verzen : (1) Mc 10,3 . (2) Mc 10,5 . (3) Mc 10,9 . (4) Mc 10,15 . (5) Mc 10,18 . (6) Mc 10,20 . (7) Mc 10,22 . (8) Mc 10,24 . (9) Mc 10,25 . (10) Mc 10,27 . (11) Mc 10,36 . (12) Mc 10,38 . (13) Mc 10,40 . (14) Mc 10,43 . (15) Mc 10,50 .
 - Mc 11 . Van 33 verzen niet in 4 verzen :  (1) Mc 11,10 . (2) Mc 11,26 . (3) Mc 11,30 . (4) Mc 11,32 .
 - Mc 12 . Van de 44 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 12,6 . (2) Mc 12,10 . (3) Mc 12,15 . (4) Mc 12,23 . (5) Mc 12,24 . (6) Mc 12,25 . (7) Mc 12,27 . (8) Mc 12,29 . (9) Mc 12,31 . (10) Mc 12,36 . (11) Mc 12,44 .
 - Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 . (2) Mc 13,14 . (3) Mc 13,15 . (4) Mc 13,18 . (5) Mc 13,23 . (6) Mc 13,30 . (7) Mc 13,32 . (8) Mc 13,33 . (9) Mc 13,35 . (10) Mc 13,36 . (11) Mc 13,37 .
 - Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .
 - Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .
 - Mc 16 . Van de 20 verzen in Mc 16 niet in 5 verzen : (1) Mc 16,6. (2) Mc 16,9. (3) Mc 16,12 . (4) Mc 16,13 . (5) Mc 16,17 .

- kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in het N.T. : kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in Mc : kairos (gunstig moment) .

  kairos (gunstig moment) Mc Mc 1 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P. A. b.
1 nom. mann. enk. kairos  (1) Mc 1,15   (2) Mc 11,13   (3) Mc 13,33 66  50  16    4 1
3 dat. mann. enk. kairôi    (1) Mc 10,30 .     (2) Mc 12,2 .     197  173  24    10    13  13  8 2
  totaal           455  371  84  10  13  3 28  30  34 4

: (1) Mc 1,15 . (2) Mc 11,13 . (3) Mc 13,33 .

1. kairos   2. kairos 3. kairos         2. kairôi      
Mc 1,15   Mc 11,13  Mc 13,33 Mc 14,42 Mc 13,28 Mc 13,29 Mc 11,1   Mc 12,2      
hoti (omdat) kai (en)     idou ho paradous me (zie wie mij overleverde)  ginôskete hoti (je weet dat) ginôskete hoti (je weet dat) kai hote (en toen) kai apesteilen... (en hij zond)      
peplèrôtai (is vervuld èggiken (nabij is)   ouk oidate gar (want je weet niet) èggiken ( is nabij)   eggus to theros estin (nabij is de oogst)   eggus estin epi thurais (het nabij is, bij de deur) eggizousin eis Hierosoluma (zij Jeruzalem naderen)  tôi kairôi (op het juiste moment)      
ho kairos (de gunstige tijd) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)  ho gar kairos ouk èn sukôn (want het was niet de geschikte tijd voor de vijgen) pote ho kairos estin  (wanneer het het moment is)                
21. Begin van Jezus'optreden in Galilea : Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15    282. Vervloeking van de vijgeboom : Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19  308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer :Mc 13,33-37          289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19       

- kaisareia (Cesarea) . kaisareia (Caesarea) . Taalgebruik in het N.T. : kaisareia (Caesarea) . Taalgebruik in Mc : kaisareia (Caesarea) . '"Keizersstad" . Naam van een aantal steden die naar de Kaisar / Caesar genoemd zijn . In twee verzen in de bijbel (Mt en Mc) is Caesarea van Filippus bedoeld .
Na de dood van Herodes de Grote (4 v.Chr.) werd Filippus tetrarch over het gebied waar Panias lag. Hij stichtte bij de bron een stad die hij Caesarea noemde, als eerbetoon aan keizer Augustus (2 v.Chr.). Om het te onderscheiden van de vele andere plaatsen met de naam Caesarea stond de stad in de oudheid bekend onder de naam Caesarea Filippi. Filippus maakte Caesarea Filippi de hoofdstad van zijn rijk. Filippus bouwde de stad op het plateau dat iets hoger gelegen was dan de bron. Bij opgravingen is onder meer de hoofdstraat teruggevonden. Ook is een aquaduct aangetroffen, dat de hoger gelegen delen van de stad van water voorzag. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Panias) . Panias of Panion was in de oudheid de naam van een van de bronnen van de Jordaan en van de nabijgelegen stad. De stad werd in de eerste eeuw Caesarea Filippi genoemd. Tegenwoordig heten zowel de bron als de nabijgelegen plaats Banias (ook wel gespeld als Banyas). Beiden bevinden zich aan de voet van de Hermonberg op de Golanhoogten .

  kaisareia (Cesarea)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat. vr. enk. kaisareia(i)                        
gen. vr. enk. kaisareias     1 : Mc 8,27 .            
acc. vr. enk. kaisareian   10    10          10             
  Totaal   17    17      14         

- kaleô (roepen) . kaleô (roepen) . Taalgebruik in het N.T. : kaleô (roepen) . Taalgebruik in Mc : kaleô (roepen) .

  kaleô (roepen) Mc Mc 1 Mc 3 Mc 11 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Hnd Br. syn. ev. P. A. b.
1 ind. part. nom. m. + vr. mv. kalountes  1   (1) Mc 3,31 .     1   1   1       1    
2 act. ind aor. 3de p. enk. ekalesen 1 (1) Mc 1,20 .       204 195 9 3 1 1   4 5  
3 ind. inf. aor. kalesai  1   (1) Mc 2,17 .     20 16 4 2 1 1     4    
  Totaal         301  267  34  12  10  25  25 
4 fut. 3de pers. enk. klèthèsetai  1     (1) Mc 11,17 .   32 22 10 3 1 4   2 8 8 2  
  Totaal                        

- kalos (goed, mooi, schoon) . kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het N.T. : kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos (goed, mooi, schoon) .

  kalos (goed) Mc  Mc 4 Mc 7 Mc 9 Mc 14 bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Br. syn. ev. P. A. b.
1 nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon 9   (1) Mc 7,27 .   (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,42 . (4) Mc 9,43 . (5) Mc 9,45 . (6) Mc 9,47 . (7) Mc 9,50 .   (8) Mc 14,6 . (9) Mc 14,21.   125 75 50 13 9 5 1 22 27 28 20 2
2 acc. vr. enk. kalèn 2 : (1) Mc 4,8 . (2) Mc 4,20       19  11     
  Totaal   11  144  83  61  15  11  29  31  32  26 

- kalôs (goed) . Bijwoord . Taalgebruik in het N.T. : kalôs (goed) . Taalgebruik in Mc : kalôs (goed) .

kalôs (goed)   Mc 7 Mc 12 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  (1) Mc 7,6 . (2) Mc 7,9 .  (3) Mc 7,37 . (4) Mc 12,28 .  (5) Mc 12,32 . (6) Mc 16,18 .   65  29  36  18    12  16  13 

(1) Mc 7,6 . (2) Mc 7,9 . (3) Mc 7,37 . (4) Mc 12,28 . (5) Mc 12,32 . (6) Mc 16,18 .

- karpos (vrucht) . karpos (vrucht) . Taalgebruik in het N.T. : karpos (vrucht) . Taalgebruik in Mc : karpos (vrucht) .

  karpos (vrucht) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
1 nom. enk. karpos 1                                 27 19 8 1 1 1 1   4      
4 acc. enk. karpon 3                                 88 54 34 6 3 6 7   11 1    
6 gen. mv. karpôn 1                                 22 16 6 3 1       2      
  Totaal   5                                 182 121 61 16 5 11 8 1 18    

 

- kata (tegen, volgens) . kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .

  kata Mc Mc 1 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 11 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
kata     (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 .   (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 .   (5) Mc 11,25 .   (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 (9) Mc 15,6 .   1541  1247  294  17  28  55  172  54  59     
kat  11  (1) Mc 1,27 .   (2) Mc 3,6 .   (3) Mc 4,34 .     (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,32 .   (6) Mc 7,33 (7) Mc 9,2 . (8) Mc 9,28 .     (9) Mc 13,3 .   (10) Mc 14,56 . (11) Mc 14,57 .     316  231  85  14  11  14  37    31  34  33 
kath              (1) Mc 9,40 .       (1) Mc 14,49 .     176  116  60  16  27  14  16     
  totaal 22  2033  1594  439  34  22  43  10  85  236  99  109     

1. kata (tegen, volgens) . Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .
2. kat' : afkorting van kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (11) . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,32 . (7) Mc 9,2 . (8) Mc 9,28 . (9) Mc 13,3 .
- kat'idian (bij zijn eigen , afzonderlijk) . Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

- katabainô (neerdalen, afdalen) . katabainô (neerdalen, afdalen) . Taalgebruik in het N.T. : katabainô (neerdalen, afdalen) . Taalgebruik in Mc : katabainô (neerdalen, afdalen) .

- katakeimai (neerliggen) . Taalgebruik in het N.T. : katakeimai (neerliggen) . Taalgebruik in Mc : katakeimai (neerliggen) .

  katakeimai (neerliggen)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 14 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
ind. imperf. 3de pers enk. katekeito    2 : (1) Mc 1,30 .   (2) Mc 2,4 .     6   2 :          
part. praes. gen. mann. enk. katakeimenou      (1) Mc 14,3 .                    
inf. praes. katakeisthai    (1) Mc 2,15 .                    
  Totaal  4            

Mc (4) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 2,4 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 14,3 .

- Mc 2,15 : katakeisthai auton en tè(i) oikia(i) autou (dat hij 'aan'ligt in diens huis) .
- Mc 14,3 : en tè(i) oikia(i) simônos tou leprou katakeimenou autou (terwijl hij aanligt in het huis van Simon de melaatse).
STAP VOOR STAP !
In Mc 2,15 ligt Jezus aan in het huis van een tollenaar , in Mc 14,3 in het huis van Simon de melaatse .

- katapetasma (voorhangsel) . Taalgebruik in het N.T. : katapetasma (voorhangsel) . Taalgebruik in Mc : katapetasma (voorhangsel) .

- katharizô (schoon maken, reinigen) . katharizô (schoon maken, reinigen) . Taalgebruik in het N.T. : katharizô (schoon maken, reinigen) .

    Mc Mc 1 Mc 7 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc syn.  ev. 
act. inf. aor. katharisai   (1) Mc 1,40 .     15  12  3  
act. part. praes. nom. mann. enk. katharizôn     (1) Mc 7,19 .    
pass. ind. aor. 3de pers. enk. ekatharisthè   1   (1) Mc 1,42 .    
pass. imperat. aor. 2de pers. enk.  katharisthèti (1) Mc 1,41 .    
  Totaal   28  17  11  11  11 

 

    bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. katapetasma 17  13  1 : Mc 15,38 .        
  totaal 41  35         

- katègoreô (beschuldigen) .

           
Mc 3,2 Mc 3,6 Mc 12,12 - Mc 12,13 Mc 15,1 Mc 15,3 Mc 15,4
kai ekselthontes (naar buiten gegaan)  kai afentes auton apèlthon (en hem achtergelaten gingen weg) kai euthus (en terstond) prôi ('s morgens)    
  hoi Farisaioi euthus meta tôn Hèrôdianôn (de Farizeeën terstond met de Herodianen)   kai apostellousin pros auton tinas tôn Farisaiôn kai tôn Hèrodianôn (en zij zenden naar hem sommige Farizeeën en Herodianen) sumboulion hetoimasantes (een besluit genomen)    
paretèroun auton... (zij hielden hem in het oog) sumboulion edidoun (namen het besluit) kat'autou (tegen hem)   hoi archiereis meta tôn presbuterôn kai grammateôn kai holon to sunedrion (de hogepriesters samen met de priesters en schriftgeleerden en heel het sanhedrin)    
hina (opdat) hopôs (opdat)   hina (opdat)      
  auton (hem)  auton (hem)       
katègorèsôsin autou (zij hem zouden beschuldigen) apolesôsin  (zij zouden ombrengen) agreusôsin logôi (zij met het woord zouden vangen)     kai katègoroun autou hoi archiereis polla (en de hogepriesters beschuldigden hem van vele dingen) ide posa sou katègorousin (zie van zovele dingen beschuldigen zij u)
 95. Genezing van een verdorde hand op sabbat : Mc 3,1-6 - Lc 6,6-11 - Lc 14,1-6 - Mt 12,9-14 -   95. Genezing van een verdorde hand op sabbat : Mc 3,1-6 - Lc 6,6-11 - Lc 14,1-6 - Mt 12,9-14 -  290. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 - 336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 -
 338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -
  338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -

- katenanti (tegenover) . katenanti (tegenover) . Taalgebruik in het N.T. : katenanti (tegenover) . Taalgebruik in Mc : katenanti (tegenover) . N. tegeover . D. gegenüber . E. against . Lat. contra . Fr. face à .

  katenanti  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
    82  74  3 : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 12,41 . (3) Mc 13,3 .        

- kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . Taalgebruik in het N.T. : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . Taalgebruik in Mc : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) .

participium praesens accusatief mannelijk enkelvoud kathèmenon (gezeten) van het werkwoord kathèmai (zich zetten, zitten) . Mc (4) : : (1) Mc 2,14 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 14,62 . (4) Mc 16,5 .
In één vers bij Matteüs : Mt 9,9 . In drie verzen bij Lucas : (1) Lc 5,27 . (2) Lc 8,35 . (3) Lc 22,56 . In twee verzen in Openbaring.

  kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten)  Mc Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 ind. imperfect. 3de pers. enk. ekathèto     (1) Mc 3,32 .       (2) Mc 10,46 .           43  32  11      10     
2 part. pr. acc. mann. enk. kathèmenon  (1) Mc 2,14 .       (2) Mc 5,15 .       (3) Mc 14,62 . (4) Mc 16,5 .     17  10           
3 part. praes. gen. mann. enk. kathèmenou               (1) Mc 13,3 .       16             
4

part. praes. nom. mann. mv. kathèmenoi  

(1) Mc 2,6 .                   20  13         
5 part. praes. acc. mann. mv. kathèmenous     (1) Mc 3,34 .                 14           
6 imperat. praes. 2de pers. enk. kathou             (1) Mc 12,36 .         18  12     
7 inf. praes. kathèsthai       (1) Mc 4,1 .                            
  totaal 11  131  80  51  12  11  12  32  34 

- kathizô (zitten) . kathizô (zitten) . Taalgebruik in het N.T. : kathizô (zitten) . Taalgebruik in Mc : kathizô (zitten) .

    kathizô (zitten)  Mc Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 14 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. ekathisen      (1) Mc 11,2 . (2) Mc 11,7 .       (3) Mc 16,19 .   82  69  13       
  act. part. aor. nom. mann. enk. kathisas   2 (1) Mc 9,35     (2) Mc 12,41     14  11    2    
  act. imperat. aor. 2de pers. enk. kathou        (1) Mc 12,36 .       18  12     
  act. imperat. aor. 2de pers. mv. kathisate           (1) Mc 14,32 .     12             
  act. conj. aor. 1ste pers. mv. kathisômen   1     (1) Mc 10,37 .             1                
  act. inf. aor. kathisai     (1) Mc 10,40 .           16  10       
    totaal 145  105 40  20  23 

Een vorm van kathizô (zitten) in 9 verzen in Mc :  (1) Mc 9,35 . (2) Mc 10,37 . (3) Mc 10,40 .  (4) Mc 11,2 . (5) Mc 11,7 .   (6) Mc 12,36 . (7) Mc 12,41 . (8) Mc 14,32 . (9) Mc 16,19 .  

- kathôs (zoals) . kathôs (zoals) . Taalgebruik in het N.T. : kathôs (zoals) . Taalgebruik in Mc : kathôs (zoals) .

kathôs (zoals)

Mc Mc 1 Mc 4 Mc 9 Mc 11 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn. ev.
  8 (1) Mc 1,2 .   (2) Mc 4,33 (3) Mc 9,13 .   (4) Mc 11,6 .   (5) Mc 14,16 . (6) Mc 14,21 .   (7) Mc 15,8 .   (8) Mc 16,7 .   405 326 179 3 8 17 31 11 109 28  59 

Mc (8) : (1) Mc 1,2 (gegraptai) . (2) Mc 4,33 . (3) Mc 9,13 (gegraptai) . (4) Mc 11,6 (eipen) . (5) Mc 14,16 (eipen) . (6) Mc 14,21 (gegraptai) . (7) Mc 15,8 . (8) Mc 16,7 (eipen) .

In drie verzen wordt kathôs (zoals) gevolgd door gegraptai (er werd geschreven) , in drie verzen door eipen (hij zei) . Het voegwoord kathôs (zoals) leidt een ondergeschikte zin in die volgt op een hoofdzin . Is dat ook zo in Mc 1,2 . Zo ja , dan begint Marcus aldus : begin van de goede boodschap van Jezus Christus zoals ... . Het begin verwijst dan naar de schepping .

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Mc 1,2 Mc 4,33 Mc 9,13 Mc 11,6 Mc 14,16 Mc 14,21 Mc 15,8 Mc 16,7
archè euaggeliou Ièsou Christou (begin van de goede boodschap van Jezus Christus) elalei autois ton logon (hij zei aan hen het woord) kai epoièsan autôi hosa èthelon (en zij deden hem zoals zij wilden) hoi de eipan autois (zij echter zeiden hen) kai èlthon eis tèn polin kai heuron (en zij gingen naar de stad en zij vonden) ho huios tou anthrôpou hupagei (de mensenzoon gaat weg kai anabas ho ochlos èrxato aiteisthai (en de menigte opgeklommen begon te vragen) ekei auton opsesthe (daar zult gij hem zien)
kathôs (zoals) kathôs (zoals) kathôs (zoals) kathôs (zoals) kathôs (zoals) kathôs (zoals) kathôs (zoals) kathôs (zoals)
gegraptai (geschreven is) en (in) tôi (de) Ièsaiai (Jesaja) tôi (de) profètèi (profeet)  èdunanto akouein (zij niet in staat waren te horen) gegraptai (geschreven is) eipen (zei) ho Ièsous (Jezus) eipen ( hij zei) gegraptai (geschreven is) epoiei (hij deed) eipen (hij zei)
    ep'auton (over hem)   autois (aan hen) peri autou (over hem) autois (aan hen) humin (aan jullie)
13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 - 136. Jezus spreekt in gelijkenissen : Mc 4,33-34 - Mt 13,34-35 - 169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 - 279. Intocht in Jeruzalem :Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - 320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 - 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 - 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -

- kenturiôn (centurio, honderdman) . In het N.T. slechts in Mc . Mc (3) : (1) Mc 15,39 : nom. mann. enk. kenturiôn . (2) Mc 15,44 : acc. mann. enk. kenturiôna . (3) Mc 15,45 : gen. mann. enk. kenturiônos .

- kèrussô (verkondigen) . kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het N.T. : kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in Mc : kèrussô (verkondigen) .

  kèrussô (verkondigen) Mc Mc 1 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Hnd Br. syn. ev.
1 ind. part. pr.  nom. m. + vr. enk. kèrussôn 3 (1)               13   13 3 3 4 2 1 10 10
2 inf. pr. kèrussein 3 (1)   (2) (3)           6   6 2 3 1     6 6
3 ind. imperf. 3de p. enk. ekèrussen 1 (1)                 1    
4 ind. imp. 3de p. mv. ekèrusson 1         (1)         1   1   1       1 1
5 ind. aor. 3de p. mv. ekèruxan  2       (1)       (2) 4 2 2   2       2 2
6 imperat. aor. 2de p. mv. kèruxate 1               (1) 8 6 2 1 1       2 2
7 act. conj. aor. 1ste pers. enk. 1 (1)                 1   1   1       1 1
8 inf. pass. aor. kèruchthènai            (1)              
9 pass. conj. aor. 3de pers. enk. kèruchthè 1             (1)     2   2 1 1       2 2
  Totaal 14 41 9 32 7 14 6 4 1 27 27

  kèrussô (verkondigen) Mc Mc 1 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 13 Mc 14 Mc 16
1 ind. part. pr.  nom. m. + vr. enk. kèrussôn 3 (1) Mc 1,4 . (2) Mc 1,14 . (3) Mc 1,39              
2 inf. pr. kèrussein 3 (1) Mc 1,45 .   (2) Mc 3,14 . (3) Mc 5,20          
3 ind. imperf. 3de p. enk. ekèrussen 1 (1) Mc 1,7 .                
4 ind. imp. 3de p. mv. ekèrusson 1         (1) Mc 7,36 .        
5 ind. aor. 3de p. mv. ekèruxan  2       (1) Mc 6,12       (2) Mc 16,20 .
6 imperat. aor. 2de p. mv. kèruxate 1               (1) Mc 16,15 .
7 act. conj. aor. 1ste pers. enk. 1 (1) Mc 1,38 .                
8 inf. pass. aor. kèruchthènai            (1) Mc 13,10 .    
9 pass. conj. aor. 3de pers. enk. kèruchthè 1             (1) Mc 14,9 .  
  Totaal 14
  kèrussô (verkondigen) Mc Mc 1 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 13 Mc 14 Mc 16

In Mc 1,4 trad Johannes de doper verkondigend op . In Mc 1,14 ging Jezus naar Galilea verkondigend . STAP VOOR STAP !
- Mc 1,14 : èlthen ho Ièsous eis tèn galilaian kèrussôn (ging Jezus naar Galilea verkondigend) .
- Mc 1,39 : kai èlthen kèrussôn ... eis holèn tèn Galilaian (en hij ging verkondigend ... naar heel Galilea) .
STAP VOOR STAP !
De acc. onz. enk. euaggelion (evangelie) is telkens lijdend voorwerp van een vorm van het werkw. kèrussô (verkondigen) . Mc (4) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 13,10 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 16,15 .
In Mc 1,45 gaat het om een getuigenis van een genezen jood . Eenzelfde gebruik vinden we in Mc 5,20 , maar daar gaat het dan om een genezen niet-jood . Zo krijgen we twee getuigen : een jood en een heiden ; ze getuigen over hun genezing door Jezus . STAP VOOR STAP .
Mc 3,14 behoort tot het roepingsverhaal (Mc 3,13-19) . In dit verhaal worden de taken van de geroepenen voorzegd . In het zendingsverhaal (Mc 6,7-13) voeren de leerlingen uit wat hen is opgedragen : ekèruxan (Mc 6,12 : zij verkondigden) . STAP VOOR STAP !

- kôfos (doof) . kôfos (doof) . Taalgebruik in het N.T. : kôfos (doof) . Taalgebruik in Mc : kôfos (doof) .

  kôfos (doof)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. onz. + acc. mann. + onz. enk.   2 : (1) Mc 7,32 . (2) Mc 9,25 .            
acc. mann. mv. kôfous     1 : Mc 7,37 .              
  totaal 26  12  14          14  14     

- kômè (dorp) . kômè (dorp) . Taalgebruik in het N.T. : kômè (dorp) . Taalgebruik in Mc : kômè (dorp) .

  kômè (dorp) .   Mc Mc 6 Mc 8 Mc 11 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
gen. vr. enk. kômès     (1) Mc 8,23 .                
acc. vr. enk. kômèn     (1) Mc 8,26 .   (2)  Mc 11,2 . 15  13        12  13     
acc. vr. mv. kômas   (1) Mc 6,6 . (2) Mc 6,36 . (3) Mc 6,56 .   (4) Mc 8,27 .     27  17  10               
  totaal 86  59  27  12        14  17     

- kosmos (wereld) . kosmos (wereld) . Taalgebruik in het N.T. : kosmos (wereld) . Taalgebruik in Mc : kosmos (wereld) .

  kosmos (wereld)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
acc. mann. enk. kosmon   61  21  40  3 : (1) Mc 8,36 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 16,15 . 19  15    24 
  totaal 225  59  166  64  83  15  79     

- krabatton (bed, draagbaar) . krabatton (bed, draagbaar) . Taalgebruik in het N.T. : krabatton (bed, draagbaar) . Taalgebruik in Mc : krabatton (bed, draagbaar) . Lat. grabattum . Fr. grabat . Ned. draagbaar , berrie < beran , baren : dragen , voortbrengen ; cfr. Gr. ferô (voeren) . In het Hebr. omgezet : qarëfîtâ´ .
Mc (4) : (1) Mc 2,4 . (2) Mc 2,9 . (3) Mc 2,11 . (4) Mc 2,12 .

krabatton (bed)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. krabatton       4 : (1) Mc 2,4 . (2) Mc 2,9 . (3) Mc 2,11 . (4) Mc 2,12 .            
gen. onz. enk. krabattou                       
dat. onz. mv. krabattois 1   1   1 : Mc 6,55 .           1 1    
totaal 10    10             

- krazô (schreeuwen, roepen) . krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen .

  krazô (schreeuwen, roepen)   Mc Mc 3 Mc 5 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 15 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Hnd Apk syn.  ev. 
act. ind. imperf. 3de pers. enk. ekrazen         (1) Mc 10,48 .          
act. ind. imperf. 3de pers. mv. ekrazon   (1) Mc 3,11 .         (2) Mc 11,9 .      
act. part. praes. nom. mann. enk. krazôn     (1) Mc 5,5 .                
act. inf. praes. krazein         (1) Mc 10,47 .              
act. ind. aor. 3de pers. mv. ekraxan             (1) Mc 15,13 . (2) Mc 15,14 .         6  
act. part. aor. nom. mann. enk. kraxas    (1) Mc 5,7 . (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,26 .        (4) Mc 15,39 .          
  totaal 11  32  28  11  20  20 

Een vorm van krazô (schreeuwen, roepen) in Mc in 11 verzen : (1) Mc 3,11 . (2) Mc 5,5 . (3) Mc 5,7 . (4) Mc 9,24. (5) Mc 9,26 . (6) Mc 10,47 . (7) Mc 10,48 . (8) Mc 11,9 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,39 .

- krateô (vastnemen, bemachtigen) + genitief . Taalgebruik in het N.T. : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Taalgebruik in Mc : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Hebr. châzaq (sterk, vast zijn , overweldigen vasthouden) . Gr. krateô -> kratos (kracht , sterkte , macht) . Lat. tenere (houden , vasthouden) . Fr. arrêter (arresteren) < ad - re- stare : bij - blijven , bij - terug - staan .

  krateô (bemachtigen) Mc Mc 1 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 12 Mc 14 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Hnd Br. Apk syn. ev.
1 ind. pr. 3de p. mv. kratousin 1               (1) Mc 14,51 .   1   1   1         1
2 ind. pr. + imp. 2de p. mv. krateite 1         (1) : Mc 7,8 .         2   2   1     1   1
3 ind. part. nom. m. + vr. mv. kratountes  1         (1) : Mc 7,3       5 4 1   1         1
4 inf. pr. kratein 1         (1) : Mc 7,4       2 1 1   1         1
5 ind aor. 3de p. enk. ekratèsen 1       (1) Mc 6,17 .           35 32 3 1 1       1 2
6 ind. aor. 3de p. mv. ekratèsan  2           (1) Mc 9,10 .     (2) Mc 14,46 . 12 8 4 2 2         4 . 4
7 ind. aor. 2de p. mv. ekratèsate 1               (1) Mc 14,49 .   2   2 1 1         2
8 ind. inf. aor. kratèsai  2   (1) Mc 3,21         (2) Mc 12,12 .     6 2 4 1 2     1   3
  imperat aor. 2de pers. enk. kratèsate 1               (1) Mc 14,44 . 3   3 1 1       1 2 2
9 part. pr. nom. man. enk. kratèsas 3 (1) Mc 1,31 .     (2) Mc 5,41 .       (3) Mc 9,27 .       7 1 6 2 3 1 .       6
  act. part. aor. nom. mann. mv. kratèsantes 1               (1) Mc 14,1 . 3   3 2 1         3 3
  Totaal   15 97 61 36 11 15 2 1 4 3 28  28

 

Mc 1,31 Mc 5,41 Mc 9,27
    ho de Ièsous (Jezus echter)  
ègeiren (hij wekte op) autèn (haar)    
kratèsas tès cheiros (de hand vastgenomen) kratèsas tès cheiros tou paidiou (de hand van het kind vastgenomen) kratèsas tès cheiros autou (zijn hand vastgenomen)
    ègeiren (hij wekte op) auton (hem) kai anestè (en hij stond op)
58. Genezing van Petrus'schoonmoeder : Mc 1,29-31 - Mt 8,14-15 - Lc 4,38-39  144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56  170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a 

- xèrainô (verschrompelen, dor worden) . xèrainô (verschrompelen, dor worden) . Taalgebruik in het N.T. : xèrainô (verschrompelen, dor worden) . Taalgebruik in Mc : xèrainô (verschrompelen, dor worden) .

  xèrainô (verschrompelen, dor worden)  Mc Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 9 Mc 11 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Br. Apk syn.  ev.  A. b. 
pass. ind. praes. 3de pers. enk. xèrainetai        (1) Mc 9,18 .                
pass. ind. aor. 3de pers. enk. exèranthè    (1) Mc 4,6 .   (2) Mc 5,29 .       26  16  10 
pass. ind. perfect. 3de pers. enk. exèrantai          (1) Mc 11,21 .                
pass. part. perf. acc. vr. enk. exèrammenèn (1) Mc 3,1 .         (2) Mc 11,20 .                
  Totaal   1 32  18  14  10  11 

- xèros (droog, dor) . xèros (droog, dor) . Taalgebruik in het N.T. : xèros (droog, dor) . Taalgebruik in Mc : xèros (droog, dor) .

  xèros  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
acc. vr. enk xèran   14  10  1 : Mc 3,3 .            

- ktisis (schepping) . ktisis (schepping) . Taalgebruik in het N.T. : ktisis (schepping) . Taalgebruik in Mc : ktisis (schepping) .

    Mc Mc 10 Mc 13 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
gen. vr. enk. ktiseôs   (1) Mc 10,6 .   (2) Mc 13,19 .            
dat. vr. enk. ktisei       (1) Mc 16,15 .           1
  totaal 16  12         

- kuklô(i) (rondom) . kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in het N.T. : kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in Mc : kuklô(i) (rondom) .

kuklô(i)  Mc Mc 3 Mc 6 bijbel O.T. N.T. Mc Lc Br. Apk syn.  ev.  P. 
  (1) Mc 3,34 .   (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,36 .   224  216 

kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in het N.T. : kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in Mc : kuklô(i) (rondom) .
Mc (3) : (1) Mc 3,34 . (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,36 .

- kullos (gebrekkig, mank) . kullos (gebrekkig, mank) . Taalgebruik in het N.T. : kullos (gebrekkig, mank) . Taalgebruik in Mc : kullos (gebrekkig, mank) .

kullos (gebrekkig, mank)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kulon   1 : Mc 9,43 .              

- kurios (heer) . kurios (heer) . Taalgebruik in het N.T. : kurios (heer) . Taalgebruik in Mc : kurios (heer) . Taalgebruik in Lc : kurios (heer) .

  kurios (heer)  enk. bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn..  ev. Paul. Ap. br.  
1 nom. enk. kurios  3311 3139 172 20 9 30 6 22 75 10 59 65 65  10 
2 voc. enk. kurie 676 561 115 31 1 26 33 15 3 6 58 91  
3 gen. enk. kuriou  2301 2070 231 15 4 26 6 44 133 3 45 51 107  26 
4 dat. enk. kuriô(i) 793 698 95 3 1 7   11 72 1 11 11 71 
5 acc. enk. kurion 673 605 68 6 2 10 6 12 32   18 24 27 
  totaal 7754 7073 681 75 17 99 51 104 315 20 191 242 273  42 

  kurios (heer)  enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 5 Mc 7 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 16
1 nom. enk. kurios  9   (1) Mc 2,28 . (2) Mc 5,19   (3) Mc 11,3 (4) Mc 12,9 . (5) Mc 12,29 . (6) Mc 12,36 . (7) Mc 13,20 . (8) Mc 13,35 . (9) Mc 16,19 .  
2 voc. enk. kurie 1       (1) Mc 7,28 .        
3 gen. enk. kuriou  4 (1) Mc 1,3 .       (2) Mc 11,9 . (3) Mc 12,11 .     (4) Mc 16,20 .  
4 dat. enk. kuriô(i) 1           (1) Mc 12,36 .      
5 acc. enk. kurion 2           (1) Mc 12,30 . (2) Mc 12,37 .      
  totaal 17

1. Mc (9) : (1) Mc 2,28 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 11,3 . (4) Mc 12,9 . (5) Mc 12,29 . (6) Mc 12,36 . (7) Mc 13,20 . (8) Mc 13,35 . (9) Mc 16,19 .