MARCUSEVANGELIE : TAALGEBRUIK -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik Q - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik V - Marcus taalgebruik W - Marcus taalgebruik X - Marcus taalgebruik Y - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

Overzicht van het Marcusevangelie - Mc 1 - Mc 2 - Mc 3 - Mc 4 - Mc 5 - Mc 6 - Mc 7 - Mc 8 - Mc 9 - Mc 10 - Mc 11 - Mc 12 - Mc 13 - Mc 14 - Mc 15 - Mc 16 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -ps - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , bijbelTaalgebruiken - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

-
OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


    Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
                                 
                                   
                                   
                                   
                                   
                                 
                                   
                                   
                                   
                                   
11                                   
                                   

  N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
boeknr.  27 40 41 42 43 44 45 - 65 66    
hoofdst.  260 28 16 24 21 28 121 22 68  89 
verzen  7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
      8,52 %       34,77 %       

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (578) 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  

 

O

- ochlos (menigte) . ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Lc : ochlos (menigte) .

  ochlos (menigte)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Apk syn.  ev. 
1 nom. mann. enk. ochlos  49  45  13  12  28  40 
2 gen. mann. enk. ochlou  31  25  15  19 
3 dat. mann. enk. ochlô(i)  21  10  11    10 
4 acc. mann. enk. ochlon  41  35  10  13    27  29 
  enk. 142 26 116 19 35 25 19 15 3 79 98
                         
5 nom. mann. mv. ochloi   28    28  14  10      25  25 
6 gen. mann. mv. ochlôn            
7 dat. mann. mv. ochlois  16  11      10 
8 acc. mann. mv. ochlous  22  17  10        13  13 
  mv.  70 13  29  17  16    48  49 
                         
  totaal enk. en mv. 212 39  173  50  36  41  20  23  127  147 

Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk.

  ochlos (menigte)   Mc Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 15 syn. 
1 nom. mann. enk. ochlos  13  (1) Mc 2,13 .   2 : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 3,32 .   (1) Mc 4,1 .   2 : (1) Mc 5,21 . (2) Mc 5,24a - Mc 5,24b .         2 : (1) Mc 9,15 . (2) Mc 9,25 .     (1) Mc 11,18 3 : (1) Mc 12,37 . (2) Mc 12,41 . (3) Mc 12,43 .   (1) Mc 15,8 .     28 
2 gen. mann. enk. ochlou            2 : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 7,33 .   1: Mc 8,1 1: Mc 9,17 .   1 : Mc 10,46 .           15 
3 dat. mann. enk. ochlô(i)        2 : (1) : Mc 5,27 . (2) Mc 5,30 .     (1) Mc 8,6 .             Mc 15,15 
4 acc. mann. enk. ochlon  13  1 : Mc 2,4 .   1Mc 3,9 . 1 : Mc 4,36 .   1 : Mc 5,31 2 :  (1) Mc 6,34 . (2) Mc 6,45 . 1 : Mc 7,14 2 : (1) Mc 8,2 . (2) Mc 8,34 .   1 : Mc 9,14 .     1 : Mc 11,32 .   1 : Mc 12,12 .     1 : Mc 15,11 27 
5 nom. mann. mv. ochloi                   1 : Mc 10,1 .           25 
  totaal 36   

1. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 12,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp . Er is hier (Mc 2,13) voor het eerst sprake van ochlos (menigte) . Zoals vaak volgt op een verhaal met het volk een verhaal in een huis . Hier is het het geval in Mc 2,15 .
2. gen. mann. enk. ochlou  (menigte) van het zelfst. naamw. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) .
Mc (5) : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 7,33 .  (3) Mc 8,1 . (4) Mc 9,17 .  (5) Mc 10,46 .

4. acc. mann. enk. ochlon (menigte) . Mc (13) : (1) Mc 2,4 . (2) Mc 3,9 . (3) Mc 4,36 . (4) Mc 5,31 . (5) Mc 6,34 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 7,14 . (8) Mc 8,2 . (9) Mc 8,34 . (10) Mc 9,14 . (11) Mc 11,32 . (12) Mc 12,12 . (13) Mc 15,11 . polun ochlon (een grote menigte) . In twee verzen : (1) Mt 14,14 . (2) Mc 6,34 . In Mc 9,14 lezen we ochlon polun (een grote menigte) . Het bepaald lidwoord wordt bij het zelfstandig naamwoord accusatief enkelvoud ochlon (menigte) gebruikt , tenzij een bijvoeglijk naamwoord het zelfstandig naamwoord nader bepaald . Uitzonderingen hierop zijn : (1) Mt 8,18 . (2) Hnd 21,27 .
5. nom. mann. mv. In Mc slechts in één bijbelvers nl. in Mc 10,1 . Het is ook de enigste vorm in het mv. bij Mc .

 1.  2.  3.    4.  5. 6.     7.
Mc 2,13 Mc 3,20 Mc 3,32 Mc 2,2 Mc 4,1 a Mc 5,21 Mc 5,24a Mc 5,24b Mc 9,15
kai (en) kai (en) kai (en) kai (en) kai (en)   kai (en) kai (en)  kai euthus (en onmiddellijk)
  sunerchetai (komt samen) ekathèto (zat) sunèchthèsan (lieten zich samendrijven) sunagetai (en 'stroomt' bijeen) sunèchthè (dreef zich samen) èkolouthei autôi (volgde hem) sunethlibon (en persten samen)  
pas ho ochlos (de hele menigte) èrcheto (kwam) palin ho ochlos (opnieuw de menigte)   polloi (velen)   ochlos polus (een grote menigte) ochlos polus (een grote menigte)    pas ho ochlos (de hele menigte) idontes (gezien)
pros auton (naar hem)   peri auton (rond hem)   pros auton (naar hem) ep'auton (tegen hem)   auton (hem) auton (hem)
    ochlos (een menigte)   ochlos pleistos (een zeer grote menigte)        
68. Roeping van Levi / Matteüs : Mc 2,13-14 - Mt 9,9 - Lc 5,27-28 - 116. Onbegrip van Jezus'verwanten : Mc 3,20-21 - 123. Jezus'ware verwanten : Mc 3,31-35 - Mt 12,46-50 - Lc 8,19-21 - 67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 - 125. Inleiding tot de gelijkenisrede : Mc 4,1-2 - Mt 13,1-3a - Lc 8,4 - 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - 170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -

8. 9. 10. 11. 12.  13.  
Mc 9,25 Mc 11,18 Mc 12,37 Mc 12,41 Mc 12,43 Mc 15,8 Mc 10,1
idôn de ho Ièsous hoti (toen echter Jezus zag dat) episuntrechei (te hoop samenstroomt)     pôs (hoe) kai met'autou (en met hem) kai anabas (en opgeklommen) kai (en) sumporeuontai (samen op weg begeven)
ochlos (een menigte) pas gar ho ochlos want de hele menigte) kai polus ho ochlos ho ochlos (de menigte)  ochlos (een menigte) ho ochlos (het volk) palin ochloi (opnieuw menigten) 
  exeplèsseto (was buiten zichzelf) èkouen autou hèdeôs (luisterde naar hem met plezier) ballei chalkon (een geldstuk werpt)     pros auton (naar hem)  
  epi tèi didachèi autou (over zijn onderricht)          
170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a - 284. Jezus in de tempel. Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 - 295. Aanklacht tegen schriftgeleerden en Farizeeën : - Mc 12,37b-40 - Mt 23,1-12 - Lc 20,45-47 - 298. De penningen van de weduwe : - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 - 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 - 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 - 264. Van Galilea naar Judea : Mc 10,1 - Mt 19,1-2 -

- oikia (huis) . oikia (huis) . Taalgebruik in het N.T. : oikia (huis) . Taalgebruik in Mc : oikia (huis) . Hebr. bêth . Lat. domus . Fr. la maison ( mansus - manere : blijven , verblijven ) . Ned. huis. E. house . D. Haus .

oida bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. 2de p. mv. oidate 73 14 59 7 5 2 10 3 32   14 24
ouk oidate     29    14    15 
Totaal  412  170  242  20  16  16  57  12  109  12  52 109 

In vijf verzen in Mc : (1) Mc 4,13 . (2) Mc 10,38 . (3) Mc 10,42 . (4) Mc 13,33 . (5) Mc 13,35 . ouk oidate : In vier verzen in Mc ; niet in (3) Mc 10,42 .

  oikia (huis)  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. + dat. vr. enk. oikia(i)    1 : Mc 2,15 .   1 : Mc 3,25 .   1 : Mc 6,4 .     1 : Mc 9,33 .         1 : Mc 14,3 .   73  39  34    21  26     
2 gen. vr. enk. en acc. vr. mv. oikias              1 : Mc 10,30 .   1 : Mc 12,40 .   2 : (1) Mc 13,15 . (2) Mc 13,35 .     85  68  17        13  13   
3 acc. vr. enk. oikian   1 : Mc 1,29 .     1 : Mc 3,27 .   1 : Mc 6,10 .   1 : Mc 7,24 .     2 : (1) Mc 10,10 . (2) Mc 10,29   1 : Mc 13,34 .     119  81  38  11  12      30  30 
  totaal 318  228  90  24  16  24  12    64  69     

1. In 4 / 5 : en tè(i) oikia(i) = in het huis : (1) Mc 2,15 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 9,33 . (4) Mc 14,3 .
3. acc. vr. enk. oikian (huis) . Bij Marcus : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 3,27 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 7,24 . (5) Mc 10,10 . (6) Mc 10,29 . (7) Mc 13,34 .  Parallellen : (1) Mt 7,24 // Lc 6,48 . (2) Mt 7,26 // Lc 6,49 . (3) Mt 8,14 // Mc 1,29 // Lc 4,38 . (4) Mt 12,29 // Mc 3,27 . (5) Mc 6,10 // Lc 9,4 . (6) Mc 10,29 // Lc 18,29 // Mt 19,29 .

STAP VOOR STAP !
- Mc 2,1 : hoti en oikô(i) estin (dat hij in huis is) .
- Mc 9,33 : en tè(i) oikia(i) genomenos (nadat hij in het huis was) .

- Mc 2,11 : hupage eis ton oikon sou = ga naar huis (genezing van een lamme) .
- Mc 5,19 : hupage eis ton oikon sou = ga naar huis (genezing van een bezetene) .

- eis tèn oikian (naar het huis) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 3,27 . (3) Mc 10,10 . / eis oikian (naar huis) : (4) Mc 6,10 . (5) Mc 7,24 .
-- (1) Mc 1,29 . Het is het eerste verhaal waarin Jezus in een huis optreedt . Hij geneest de schoonmoeder van Petrus .
-- (2) Mc 3,27 . Het is het verhaal van de dief die het huis leegrooft . Het maakt deel uit van het verhaal dat de ene duivel de andere uitdrijft .
-- (3) Mc 10,10 . Op weg naar huis ondervragen de leerlingen Jezus over al dan niet scheiden .
- eis oikian (naar huis) :
-- (4) Mc 6,10 . Een richtlijn in de zendingsrede.
-- (5) Mc 7,24 .

  oikos (huis)   Mc Mc 2 Mc 3 Mc 5 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 11 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. mann. enk. oikos              1 : Mc 11,17 (2X) .   222  207  15   
3 dat. mann. enk. oikô(i)  1 : Mc 2,1 .               358  338  20     
4 acc. mann. enk. oikon   10  2 : (1) Mc 2,11 . (2) Mc 2,26 .   1 : Mc 3,20 .   2 : (1) Mc 5,19 . (2) Mc 5,38 .   2 : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 7,30 .   2 : (1) Mc 8,3 . (2) Mc 8,26 .   1 : Mc 9,28 .     592  536  56  10  19  11  10  33  35  10   
  totaal 12  1818  1708  110  12  32  25  28         

- eis ton oikon (naar het huis) in Mc (5 / 10) : (1) Mc 2,11 . (2) Mc 2,26 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,38 . (5) Mc 7,30 .
- eis oikon (naar huis) in Mc (5 / 10) : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 8,3 . (4) Mc 8,26 . (5) Mc 9,28 .
- en oikôi (in huis) . Bij Marcus slechts in Mc 2,1 . Het is een tweede verhaal dat zich 'in een huis' afspeelt ; er gebeurt een genezing (Mc 2,1-12) . Na het bezoek aan de synagoge ging Jezus en zijn leerlingen naar het huis van de schoonmoeder van Simon . We bevinden ons dus in Kafarnaüm . Evenals in Mc 1,29 is Jezus in Kafarnaüm en in een huis .

  oikos (huis)   Mc Mc 3 Mc 5 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 11   oikia (huis)  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14
1 nom. mann. enk. oikos            1 : Mc 11,17 (2X) .   1 nom. + dat. vr. enk. oikia(i)    1 : Mc 2,15 .   1 : Mc 3,25 .   1 : Mc 6,4 .     1 : Mc 9,33 .         1 : Mc 14,3 .  
                2 gen. vr. enk. en acc. vr. mv. oikias              1 : Mc 10,30 .   1 : Mc 12,40 .   2 : (1) Mc 13,15 . (2) Mc 13,35 .    
3 dat. mann. enk. oikô(i)  10                                     
4 acc. mann. enk. oikon   12  1 : Mc 3,20 .   2 : (1) Mc 5,19 . (2) Mc 5,38 .   2 : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 7,30 .   2 : (1) Mc 8,3 . (2) Mc 8,26 .   1 : Mc 9,28 .     3 acc. vr. enk. oikian   1 : Mc 1,29 .     1 : Mc 3,27 .   1 : Mc 6,10 .   1 : Mc 7,24 .     2 : (1) Mc 10,10 . (2) Mc 10,29   1 : Mc 13,34 .    
  totaal : 12   totaal : 16

Bij Mc komt in 28 verzen een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) voor . In 15 verzen met het voorzetsel eis (naar) .

 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 1 (1) : Mc 1,29 (acc. eis tèn oikian = in het huis) .
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 2 (4) : (1) Mc 2,1 (dat. en oikô(i) = in huis) . (2) Mc 2,11 (acc. eis ton oikon = naar het huis) . (3) Mc 2,15 (en tè(i) oikia(i) = in het huis) . (2) Mc 2,26 (acc. eis ton oikon = naar het huis) .
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 3 (3) : (1) Mc 3,20 (eis oikon = naar huis) . (2) Mc 3,25 (nom. oikia = een huis) . (3) Mc 3,27 (acc. eis tèn oikian = in het huis) .
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 5 (2) : (1) Mc 5,19 (acc. eis ton oikon = naar het huis) . (2) Mc 5,38 (acc. eis ton oikon = naar het huis) .
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 6 (2) : (1) Mc 6,4 (en tè(i) oikia(i) = in het huis) . (2) Mc 6,10 (acc. eis oikian = naar huis) .
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 7 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 8 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 9 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 10 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 11 () :  
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 12 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 13 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 14 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 15 () :
 - Een vorm van oikia (huis) en oikos (huis) in Mc 16 () :

oikian (huis) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In 119 verzen in de bijbel . In éénentachtig verzen in het O.T. . In achtendertig verzen in het N.T. . In 11 verzen bij Matteüs, in 7 verzen bij Marcus, in 12 verzen bij Lucas, niet bij Johannes. Bij Marcus : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 3,27 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 7,24 .
- eis tèn oikian (naar het huis) komt achttienmaal voor in het N.T. . Achtmaal bij Matteüs . Viermaal bij Marcus . Vijfmaal bij Lucas . Eénmaal in Hnd . Bij Matteüs : vijfmaal in combinatie met een werkwoordvorm van erchomai (gaan) , driemaal in combinatie met een werkwoordvorm van eiserchomai (binnengaan) .
--- eis tèn oikian :
--- (1) Mc 1,29 . Het is het eerste verhaal waarin Jezus in een huis optreedt. Hij geneest de schoonmoeder van Petrus.
--- (2) Mc 3,27 . Het is het verhaal van de dief die het huis leegrooft. Het maakt deel uit van het verhaal dat de ene duivel de andere uitdrijft.
--- (3) Mc 10,10 . Op weg naar huis ondervragen de leerlingen Jezus over al dan niet scheiden.
--- eis oikian (naar huis) :
--- (4) Mc 6,10 . Een richtlijn in de zendingsrede.
--- (5) Mc 7,24 .
In 11 verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,11 zie elthontes (gegaan, gekomen) in Mt 2,11 . (2) Mt 7,24 (huis op de rots) . (3) Mt 7,26 (huis op zand) . (4) Mt 8,14 zie elthôn (gegaan, gekomen) . (5) Mt 9,18 zie elthôn (gegaan, gekomen) . (6) Mt 9,28 (elthonti de eis tèn oikian - zij kwamen dichterbij hem die echter naar huis kwam) . (7) Mt 10,12 (eiserchomenoi de eis tèn oikian - terwijl jullie echter in het huis binnengaan) . (8) Mt 12,29 (eiselthein eis oikian tou ischurou - in het huis van de sterke binnengaan) . (9) Mt 13,36 (èlthen eis tèn oikian - ging hij naar het huis) . (10) Mt 17,25 (elthonta eis tèn oikian - gekomen in het huis) (11) Mt 24,43 (zijn huis verwoesten) .
- oikia(i) (huis) . In drieënzeventig verzen in de bijbel . O.T. (39) . N.T. (34) . Mt (9) . Mc (5) Lc (7) . Joh (5) . Hnd (6) . Brieven (2) . Apk (0) . voor; in 39 verzen in het O.T., in 34 verzen in het N.T. In 9 verzen bij Matteüs, in 5 verzen bij Marcus, in 7 verzen bij Lucas, in 5 verzen bij Johannes. datief 5X bij Marcus; 4X en tèi oikiai (in het huis) : Mc 2,15. Mc 6,4. Mc 9,33. Mc 14,3.
oikos (huis) 2X in Mc 11,17. oikon (huis) accusatief 10X bij Marcus.
--- eis ton oikon (naar het huis) : Mc 2,11. Mc 2,26. Mc 5,19. Mc 5,38. Mc 7,30.
--- eis oikon (naar huis) : Mc 3,20. Mc 7,17. Mc 8,3. Mc 8,26. Mc 9,28.
- en oikôi (in huis). Bij Marcus slechts in Mc 2,1 . Het is een tweede verhaal dat zich 'thuis' afspeelt; er gebeurt telkens een wonderverhaal (Mc 1,29-31 en Mc 2,1-12).

- oligon (een weinig) . oligon (een weinig) . Taalgebruik in het N.T. : oligon (een weinig) . Taalgebruik in Mc : oligon (een weinig) . Het is meestal de vertaling van het Hebreuwse më`at (56) .

oligon (een weinig)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  38  26  12    2 : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 6,31 .  

 

- onoma (naam) . onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in Mc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name .

  onoma (naam)  Mc Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 11 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
1 nom. + acc. onz. enk. onoma 6 (1) Mc 3,16 . (2) Mc 3,17 .   (3) Mc 5,9 .   (4) Mc 6,14 .       (5) Mc 13,13 .   (6) Mc 14,32 .     676 578 98 10 6 15 11 15 17 24 31 42
3 dat. onz. enk. onomati 8   (1) Mc 5,22 .     (2) Mc 9,37 . (3) Mc 9,38 . (4) Mc 9,39 . (5) Mc 9,41 .   (6) Mc 11,9 .   (7) Mc 13,6 .     (8) Mc 16,17 .   260 168 92 7 8 16 13 35 13   31 44
  Totaal   14  1079  862 217  19  14  33  24  60  35  32  66  90 

3. dat. onz. enk. onomati Mc (8) : (1) Mc 5,22 .  (2) Mc 9,37 . (3) Mc 9,38 . (4) Mc 9,39 . (5) Mc 9,41 . (6) Mc 11,9 .  (7) Mc 13,6 . (8) Mc 16,17 .  

- opisô (achter) . opisô (achter)  . Taalgebruik in het N.T. : opisô (achter) . Taalgebruik in Mc : opisô (achter) . Voorzetsel . Lat. post (uit primere , prestum ?) Fr. après (ad prestum) . Hebr. ´acher (101) en ´achärej (294) . Ned. achter .
In zes verzen in Mc : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,17 . (3) Mc 1,20 . (4) Mc 8,33 . (5) Mc 8,34 . (6) Mc 13,16 .

opisô (achter)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  353  318  35  19  26 

- opse (laat) . opse (laat) . Taalgebruik in het N.T. : opse (laat) . Taalgebruik in Mc : opse (laat) . Avond . D. Abend . E. evening . Lat. ad vesperas . Gr. hespera . Lat. serus (serenade) . Fr. soir .
Mc (2) : (1) Mc 11,19 . (2) Mc 13,35 .

opse (laat)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  2 : (1) Mc 11,19 . (2) Mc 13,35 .              

 

- opsia (avond) . opsia (avond) . Taalgebruik in het N.T. : opsia (avond) . Taalgebruik in Mc : opsia (avond) . D. Abend . E. evening . Lat. ad vesperas . Gr. hespera . Lat. serus (serenade) . Fr. soir . Bij de joden begint de nieuwe dag met het vallen van de avond , na zonsondergang .
-  gen. mann. enk. opsias ('s avonds) . Mc (6) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 15,42 . De eerste zonsondergang heeft plaats na de sabbat , bij het begin van de eerste dag . De laatste zonsondergang heeft plaats op het einde van de zesde dag . De avond van Mc 14,17 is misschien het einde van de vijfde dag of het begin van de zesde dag .

  opsia (avond)   Mc Mc 1 Mc 4 Mc 6 Mc 11 Mc 14 Mc 15 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Joh syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. opsias ('s avonds)  6 (1) Mc 1,32 .   (2) Mc 4,35 (3) Mc 6,47 .   (4) Mc 11,11 .   (5) Mc 14,17 .   (6) Mc 15,42 14    14  7 6 13 14 
  totaal 16  15  13  15 
  opsias... genomenès 5 (1) Mc 1,32 .   (2) Mc 4,35 (3) Mc 6,47 .     (4) Mc 14,17 .   (5) Mc 15,42       7   5      

- orgè (toorn) . orgè (toorn) . Taalgebruik in het N.T. : orgè (toorn) . Taalgebruik in Mc : orgè (toorn) .

  orgè (toorn)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk

syn.  

ev. 
2 gen. vr. enk. orgès  79  65  14  1 : Mc 3,5 .    
  Totaal  303  267  36    25 

- ou - ouk - ouch (niet) . ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) .

ou (niet)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ou   42    3068  2321  747  97  42  84  113  68  313  30  223  336 
ouk  66  3499  2752  747  93  66  92  137  56  274  29  251  388 
ouch                      452  351  101  20  49  20  40 
Totaal  114 4 7 5 10 3 8 7 7 11 6 5 9 10 15 4 3 7019 5424 1595 197 114 183 270 132 636 63 494 764

 

ou (niet)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
ou   42   
ouk  66 
ouch                     
Totaal  114 4 7 5 10 3 8 7 7 11 6 5 9 10 15 4 3

 

Mc (114 - 42 - 66 - 6) .  
- Mc 1 (4) : ou (niet of van wie) in Mc 1 (1) : Mc 1,7 . ouk (niet) in Mc 1 (2) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,34 . ouch (niet) in Mc 1 (1) : Mc 1,22 .
 - Mc 2 (7) : ou (niet) in Mc 2 (3) : (1) Mc 2,17 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 2,19 . ouk (niet) in Mc 2 (3) : (1) Mc 2,17 . (2) Mc 2,24 . (3) Mc 2,26 . ouch (niet) in Mc 2 (1) Mc 2,27 .
 - Mc 3 () :
 - Mc 4 (10) : ou (niet) in Mc 4 (2) : (1) Mc 4,22 . (2) Mc 4,38 . ouk (niet) in Mc 4 (7) : (1) Mc 4,5 . (2) Mc 4,7 . (3) Mc 4,13 . (4) Mc 4,17 . (5) Mc 4,25 . (6) Mc 4,27 . (7) Mc 4,34 . ouch (niet) in Mc 4 (1) : Mc 4,21 .
 - Mc 5 () :
 - Mc 6 () :
 - Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc 7,5 . (2) Mc 7,18 . (3) Mc 7,27 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,4 . (3) Mc 7,19 . (4) Mc 7,24 .
 - Mc 8 () :
 - Mc 9 (11) : ou (niet) in Mc 9 (5) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,3 . (3) Mc 9,6 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 9,48 . ouk (niet) in Mc 9 (6) : (1) Mc 9,18 . (2) Mc 9,28 . (3) Mc 9,30 . (4) Mc 9,37 . (5) Mc 9,38 . (6) Mc 9,40 .
 - Mc 10 (6) . ou (2) : (1) Mc 10,15 . (2) Mc 10,27 . ouk (3) : (1) Mc 10,38 . (2) Mc 10,40 . (3) Mc 10,45 . ouch (1) : Mc 10,43 .
 - Mc 11 () :  
 - Mc 12 () :
 - Mc 13 (10) : (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
 - Mc 14 () :
 - Mc 15 () :
 - Mc 16 () :

- oudeis (niemand) . oudeis (niemand) . Taalgebruik in het N.T. : oudeis (niemand) . Taalgebruik in Mc : oudeis (niemand) .

    Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom.                                                                
                                                                 
                                                                 
                                                                 
  acc. mann. enk. oudena          (1) Mc 5,37 .     (2) Mc 7,24 .     (3) Mc 9,8 .                 29  15  14     
                                                                 
                                                                 
                                                                 
  totaal                                                              

- ouketi (niet nog, niet meer) . ouketi (niet nog, niet meer) . Taalgebruik in het N.T. : ouketi (niet nog, niet meer) . Taalgebruik in Mc : ouketi (niet nog, niet meer) .

  ouketi  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  142  97  45  7 : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 7,12 . (3) Mc 9,8 . (4) Mc 10,8 . (5) Mc 12,34 . (6) Mc 14,25 . (7) Mc 15,5 . 12  15  12  24  15   

- oun (dus, bijgevolg) . oun (dus, bijgevolg) . Taalgebruik in het N.T. : oun (dus, bijgevolg) . Taalgebruik in Mc : oun (dus, bijgevolg) .

oun (dus)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  688  198  490  56  33  194  60  196  95  289 

In zes verzen in Mc : (1) Mc 10,9 . (2) Mc 11,31 . (3) Mc 12,9 . (4) Mc 13,35 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 16,19 .

- ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) .

  ouranos (hemel)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. ouranos  48  36  12  1 : Mc 13,31 .    
voc. mann. enk. ourane                     
gen. mann. enk. ouranou  360  270  90  12  7 : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . 16  14  10  22  35  49     
dat. mann. enk. ouranô(i)  76  42  34  2 : (1) Mc 10,21 . (2) Mc 13,32 .   18  13  13   
acc. mann. mv. ouranon  182  142  40  11  13  16 
nom. mann. mv. ouranoi                             
gen. mann. mv. ouranôn  53  12  41  35        37  37 
dat. mann. mv. ouranois  40  34  16  3 : (1) Mc 11,25 . (2) Mc 12,25 . (3) Mc 13,25 .     12    22  22  11 
acc. mann. mv. ouranous  18  13         
  totaal                            

Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,11 . (3) Mc 4,32 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 7,34 . (6) Mc 8,11 . (7) Mc 10,21 . (8) Mc 11,25 . (9) Mc 11,26 . (10) Mc 11,30 . (11) Mc 11,31 . (12) Mc 12,25 . (13) Mc 13,25 . (14) Mc 13,27 . (15) Mc 13,31 . (16) Mc 13,32 . (17) Mc 14,62 . (18) Mc 16,19 .