MARCUSEVANGELIE : TAALGEBRUIK S -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik Q - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik V - Marcus taalgebruik W - Marcus taalgebruik X - Marcus taalgebruik Y - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

Overzicht van het Marcusevangelie - Mc 1 - Mc 2 - Mc 3 - Mc 4 - Mc 5 - Mc 6 - Mc 7 - Mc 8 - Mc 9 - Mc 10 - Mc 11 - Mc 12 - Mc 13 - Mc 14 - Mc 15 - Mc 16 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -ps - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , bijbelTaalgebruiken - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

-
OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


    Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
                                 
                                   
                                   
                                   
                                   
                                 
                                   
                                   
                                   
                                   
11                                   
                                   

  N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
boeknr.  27 40 41 42 43 44 45 - 65 66    
hoofdst.  260 28 16 24 21 28 121 22 68  89 
verzen  7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
      8,52 %       34,77 %       

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (578) 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  

S

- sabbatou (sabbat) . Taalgebruik in het N.T. : sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in Mc : sabbaton (sabbat) .

  sabbaton (sabbat)  Mc bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. + acc. onz. enk. sabbaton  1 : Mc 2,27 . 27  14  13         
2 gen. onz.  enk. sabbatou 4 : (1) Mc 2,28 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 16,1 . (4) Mc 16,9 . 26  13  13    10  11   
5 gen. onz. mv. sabbatôn  1 : Mc 16,2 . 44  34  10     
6 dat. onz. mv. sabbasin  5 : (1) Mc 1,21 . (2) Mc 2,23 . (3) Mc 2,24 . (4) Mc 3,2 . (5) Mc 3,4 . 14  13          13  13     
  totaal 11  174  109  65  10  11  20  12  10    41  53   

2. gen. onz. enk. sabbatou (sabbat) . Mc (4) : (1) Mc 2,28 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 16,1 . (4) Mc 16,9 .
Een vorm van sabbaton in 3 verzen in Mc 16 : (1) Mc 16,1 . (2) Mc 16,2 . (3) Mc 16,9 .

Datief meervoud . In vijf verzen in Mc . In de vijf verzen gaat telkens het bepaald lidwoord datief onzijdig meervoud vooraf en in vier van de vijf verzen gaat daaraan geen voorzetsel van tijd (en = in, op) vooraf , behalve in Mc 2,23 .
In elf verzen komt in Mc een vorm van sabbaton (sabbat) voor . In negen verzen gaat een bepaald lidwoord aan een vorm van sabbaton (sabbat) vooraf ; niet in Mc 6,2 . en Mc 16,9 . In tien verzen gaat hieraan (lidwoord + zelfstandig naarwoord) geen voorzetsel van tijd (en = in, op) vooraf , behalve in Mc 2,23 .

In Mc 6,2 vinden we de losse genitief genomeou sabbatou (toen het sabbat was geworden = op sabbat) . Zo komt het begin van Mc 6,2 sterk overeen met het begin van Mc 16,1 . De combinatie van genomenou en sabbatou komt in de bijbel enkel hier voor .

Mc 1,21 Mc 6,2 Mc 16,1 Mc 16,2
      kai lian prôi (en zeer vroeg)
tois sabbasin (op sabbatdagen) kai genomenou sabbatou (en toen het sabbat was geworden) kai diagenomenou tou sabbatou (en toen de sabbat was voorbijgegaan) en tèi miai tôn sabbatôn (op de eerste van de weken)
      anateilantos tou hèliou (na zonsopgang)
24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 .   145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 

Marcus presenteert het optreden van Jezus in Kafarnaüm en in Nazaret in een parallelverhaal . Het meer van Galilea en de stad Kafarnaüm aan de oever gaf Jezus en zijn leerlingen een groter veiligheidsgevoel dan b.v. Nazaret , omdat zij bij gevaar de zee konden oversteken . Uit het gebeuren in Nazaret (Mc 6,1-6a) blijkt dat er gevaar was . Na de dood van Jezus zullen de leerlingen terug naar Galilea gaan .

- saleuô (heen en weer bewegen, schudden) . saleuô (heen en weer bewegen, schudden) . Taalgebruik in het N.T. : saleuô (heen en weer bewegen, schudden) . Taalgebruik in Mc : saleuô (heen en weer bewegen, schudden) . Taalgebruik in Lc : saleuô (heen en weer bewegen, schudden) .

  saleuô  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1  pass. ind. aor. 3de pers. mv. saleuthèsontai   1 : Mc 13,25 .            

 

- satanas (satan) . satanas (satan) . Taalgebruik in het N.T. : satanas (satan) . Taalgebruik in Mc : satanas (satan) .

satanas (saten) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev.
nom. mann. enk. satanas 17   17 1 3 : (1) Mc 3,23 . (2) Mc 3,26 . (3) Mc 4,15 . 4 1 1 3 4 8 9
voc. + gen. + dat. mann. enk. 15   15 2 2 : (1) Mc 1,13 . (2) Mc 8,33 .     1 6 4 4 4
acc. mann. enk. satanan 5 1 4 1 1 : Mc 3,23 . 1     1   3 3
Totaal   37 1 36 4 6 5 1 2 10 8 15 16

- schizô (scheuren) . Taalgebruik in het N.T. : schizô (scheuren) . Taalgebruik in Mc : schizô (scheuren) .

  schizô (scheuren)   Mc 1 Mc 15 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
pass. part. praes. acc. mann. mv. schizomenous  (1) Mc 1,10 .                      
pass. ind. aor. 3de pers. enk. eschisthè    (1) Mc 15,38 .   2        
  Totaal             

- selènè (maan) . selènè (maan) . Taalgebruik in het N.T. : selènè (maan) . Taalgebruik in Lc : selènè (maan) .

  selènè  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat. vr. enk. selènè(i)   31  25         

- Simôn (Simon)  . Simôn (Simon) . Taalgebruik in het N.T. : Simôn (Simon) . Taalgebruik in Mc : Simôn (Simon) . 1. Simon = Petrus . 2. Simon , de Kananeeër of Simon , de zeloot : Mc 3,18 . 3. Simon , de melaatse : Mc 14,3 .  4. Simon van Cyrene : Mc 15,21

  Simôn (Simon)   Mc Mc 1 Mc 3 Mc 6 Mc 14 Mc 15 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd syn.  ev. 
1 nom. mann. enk. Simôn  (1) Mc 1,36 .       (2) Mc 14,37 .      74  39  35  16  13  29 
2 gen. mann. enk. Simônos  (1) Mc 1,16 . (2) Mc 1,29 . (3) Mc 1,30 .     (4) Mc 6,3 .   (5) Mc 14,3 .     27  12  15  13 
3 dat. mann. enk. Simôni    1 : Mc 3,16 .         21  14   
4 acc. mann. enk. Simôna  (1) Mc 1,16 .   (2) Mc 3,18     (3) Mc 15,21 .    26  10  16  10  13 
  totaal 11 (6 - 1 - 1 - 1)  148  75  73  11  15  25  13  35  60 

Een vorm van Simôn 'Simon) in Mc 1 (5) : (1) Mc 1,16 (acc. Simôna) . (2) Mc 1,16 (gen. Simônos) . (3) Mc 1,29 (gen. Simônos) . (4) Mc 1,30 (gen. Simônos) . (5) Mc 1,36 (nom. Simon) .

Simôn (Simon)   syn.  Mt Mc Lc syn. 
nom. + voc. mann. enk. Simôn  13  6 : (1) Mt 10,2 . (2) Mt 10,4 . (3) Mt 13,55 . (4) Mt 16,16 . (5) Mt 16,17 . (6) Mt 17,25 . 2 : (1) Mc 1,36 . (2) Mc 14,37 .   5 : (1) Lc 5,5 . (2) Lc 5,8 . (3) Lc 7,40 . (4) Lc 7,43 . (5) Lc 22,31 . 3 : (1) Mt 10,2 // Mc 3,16 // Lc 6,14 . (2) Mt 10,4 // Mc 3,18 // Lc 6,15 . (3) Mt 13,55 // Mc 6,3 .
gen. mann. enk. Simônos  1 : Mt 26,6 . 5 : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 1,29 . (3) Mc 1,30 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 14,3 2 : (1) Lc 4,38 . (2) Lc 5,3 .   3 : (1) Mc 1,29 // Lc 4,38 . (2) Mt 26,6 // Mc 14,3 . (3) Mc 1,30 // Lc 4,38 .
dat. mann. enk. Simôni    1 : Mc 3,16 .   3 : (1) Lc 5,10 . (2) Lc 7,44 . (3) Lc 24,34 .    
acc. mann. enk. Simôna  10  2 : (1) Mt 4,18 . (2) Mt 27,32 .   3 : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 3,18 . (3) Mc 15,21 .   5 : (1) Lc 5,4 . (2) Lc 5,10 . (3) Lc 6,14 . (4) Lc 6,15 . (5) Lc 23,26 2 : (1) Mt 4,18 // Mc 1,16 . (2) Mt 27,32 // Mc 15,21 // Lc 23,26
totaal 35  9 (6 - 1 - 1 - 1) 11 (8 - 1 - 1 - 1) 15 (12 - 1 - 1 - 1) 8 (19)

- siôpaô (zwijgen) . siôpaô (zwijgen) . Taalgebruik in het N.T. : siôpaô (zwijgen) . Taalgebruik in Mc : siôpaô (zwijgen) .

  siôpaô (zwijgen)   Mc 3 Mc 4 Mc 9 Mc 10 Mc 14 bijbel O.T. N.T. Mt Mc syn.  ev. 
act. ind. imperf. 3de pers. enk. esiôpa           (1) Mc 14,61 .     1 : Mc 14,61 .  
act. ind. imperf. 3de pers. mv. esiôpôn   (1) Mc 3,4 .   (2) Mc 9,34 .            2 : (1) Mc 3,4 . (2) Mc 9,34 .  
act. imperat. praes. 2de pers. enk. siôpa     (1) Mc 4,39 .           1 : Mc 4,39 .
act. conj. aor. 3de pers. enk. siôpèsè(i)         (1) Mc 10,48 .         1 : Mc 10,48 .
  Totaal 

Een vorm van siôpaô (zwijgen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 3,4 . (2) Mc 4,39 . (3) Mc 9,34 . (4) Mc 10,48 . (5) Mc 14,61 .

- skandalizô (ten val brengen) . skandalizô (ten val brengen) , doen struikelen , aanstoot geven , ergeren . Taalgebruik in het N.T. : skandalizô (ten val brengen) . Taalgebruik in Mc : skandalizô (ten val brengen) .

Mc 14,6
  skandalizô (ten val brengen)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc syn.  ev. 
act. conj. praes. 3de pers. enk. skandalizè(i)                   3 : (1) Mc 9,43 . (2) Mc 9,45 . (3) Mc 9,47 .                      
act. conj. aor. 3de pers. enk. skandalisè(i)                                    
pass. ind. praes. 3de pers. mv. skandalizontai                                        
pass. ind. imperf. 3de pers.  mv. eskandalizonto                                    
pass. ind. fut. 3de pers. mv. skandalisthèsontai                                    
pass. ind. fut. 2de pers. mv. skandalisthèsesthe                                      
  totaal                                                  

- skotizô (verduisteren) . skotizô (verduisteren) . Taalgebruik in het N.T. : skotizô (verduisteren) . Taalgebruik in Mc : skotizô (verduisteren) .

  skotizô  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
pass. ind. fut. 3de pers. enk. skotisthèsetai                

- sôzô (redden) . sôzô (redden) . Taalgebruik in het N.T. : sôzô (redden) . Taalgebruik in Mc : sôzô (redden) . Hebr. jâsj`â (redden) .

  sôzô (redden)  actief Mc Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 10 Mc 15 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Br. syn.  ev.  P.  A. b. 
3 ind. imperf. 3de p. mv. esôzonto      (1) Mc 6,56                    
4 act. ind . fut. 3de p. enk. sôsei        (1) Mc 8,35     31  25   
7 ind. aor. 3de p. enk. esôsen             (1) Mc 15,31 . 32  28     
9 imperat. aor. 3de p. enk. sôson           (1) Mc 15,30 38  31       
10 act. inf. aor. sôsai  (1) Mc 3,4     (2) Mc 8,35   (3) Mc 15,31 . 39  26  13   
11 act. ind. perf. 3de p. enk. sesôken   (1) Mc 5,34     (2) Mc 10,52            
  Totaal   197  151  46  11  16  28  30  10 

  sôzô (redden)  passief Mc Mc 5 Mc 10 Mc 13 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn.  ev.  P. 
2 ind . fut. 3de p. enk. sôthèsetai 2     (1) Mc 13,13 .   (2) Mc 16,16 .   30 17 13 2 2 1 2 1 5 5 7 5
3 ind. fut. 1ste p. enk. sôthèsomai 1 (1) Mc 5,28 .         9 7 2 1 1         2 2  
4 ind. aor. 3de p. enk. esôthè  1     (1) Mc 13,20 .     9 5 4 2 1 1       4 4  
5 inf. aor. sôthènai  1   (1) Mc 10,26 .       18 8 10 1 1 1   5 2 3 3 2
6 pass. conjunct. aor. 3de pers. enk. sôthè(i) 1 (1) Mc 5,23 .         7 4 3   1   1   1 1 2 1
  Totaal   6 81 48 33 6 6 3 3 6 9 15 17 8

Inleiding op de 'genezings'formule hè pistis sou sesôken se = je geloof heeft je gered - je geloof is je redding) .

(1) Mt 9,22 (// Mc 5,34 // Lc 8,48) . (2) Mc 5,34 (// Mt 9,22 // Lc 8,48) . (3) Mc 10,52 (// Lc 18,42) . (4) Lc 7,50 . (5) Lc 8,48 (Mc 5,34 // Mt 9,2) . (6) Lc 17,19 . (7) Lc 18,42 (// Mc 10,52) .
ho de Ièsous (Jezus echter) ... ho de (hij echter) kai ho Ièsous (en Jezus)   ho de (hij echter)   kai ho Ièsous (en Jezus)
eipen (zei) eipen (zei) haar eipen (zei) eipen de (hij echter zei) eipen (zei) haar kai eipen (en hij zei) eipen (zei)
  autèi autôi (hem) pros tèn gunaika (tot de vrouw) autèi autôi (hem) autôi (hem)
  thugater (dochter)     thugater (dochter)    
    hupage (ga) ... ... poreuou eis eirènèn (begeef je op weg in vrede) ... poreuou eis eirènèn (begeef je op weg in vrede) anastas poreuou (opgestaan begeef je op weg) anablèpson (kijk op)
71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56   71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56    276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43   115. De boetvaardige zondares : Lc 7,36-50 - Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56    253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19  276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 

- sesôken (hij heeft gered / verlost) . In zeven verzen in de bijbel, enkel in het N.T. : (1) Mt 9,22 (// Mc 5,34 // Lc 8,48) . (2) Mc 5,34 (// Mt 9,2 // Lc 8,48) . (3) Mc 10,52 (// Lc 18,42) . (4) Lc 7,50 . (5) Lc 8,48 (Mc 5,34 // Mt 9,2) . (6) Lc 17,19 . (7) Lc 18,42 (// Mc 10,52) . In deze zeven verzen komt de uitdrukking hè pistis sou sesôken se = je geloof heeft je gered - je geloof is je redding) . Vijf woorden . Acht lettergrepen . Vier lettergrepen beginnen met s- . Het gaat om drie wonderverhalen en een verhaal van zondenvergeving van een vrouw die haar zonden berouwt . Bij de wonderverhaal gaat het om de genezing van een bloedvloeiende vrouw , van een blinde man en van een melaatse man . De 'genezings'formule is dus gericht tot twee vrouwen en twee mannen .

- splagchnizomai (zich ontfermen, medelijden hebben) . splagchnizomai (zich ontfermen, medelijden hebben) . Taalgebruik in het N.T. : splagchnizomai (zich ontfermen, medelijden hebben) . Taalgebruik in Mc : splagchnizomai (zich ontfermen, medelijden hebben) .

  splagchnizomai  Mc Mc 1 Mc 6 Mc 8 Mc 9 bijbel N.T. Mt Mc Lc syn.  ev. 
ind. praes. 1ste pers. enk. splagchnizomai       (1) Mc 8,2 .      
ind. aor. 3de pers. enk. esplagchnisthè     (1) Mc 6,34 .      
ind. aor. nom. mann. enk. splagchnistheis   (1) Mc 1,41 .       (2) Mc 9,22 .    
  Totaal           12  12  12  12 

- stauros (kruis) . stauros (kruis) . Taalgebruik in het N.T. : stauros (kruis) . Taalgebruik in Mc : stauros (kruis) .

  stauros (kruis)  Mc Mc 8 Mc 15 bijbel N.T. Mt Mc Lc Joh Br. syn.  ev.  P. 
2 gen. mann. enk. staurou     (1) Mc 15,30 . (2) Mc 15,32 .   13  13 
4 acc. mann. enk. stauron  (1) Mc 8,34 .   (2) Mc 15,21 .   10  10 
  totaal 28  28  11  13  17  11 

- stenazô (zuchten) . Taalgebruik in het N.T. : stenazô (zuchten) . Taalgebruik in Mc : stenazô (zuchten) .

  stenazô (zuchten)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. estenaxen     1 :              

- stolè (kleed) . stolè (kleed) . Taalgebruik in het N.T. : stolè (kleed) . Taalgebruik in Mc : stolè (kleed) .

  stolè (kleed)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
3 acc. vr. enk. stolèn   40  38    1 : Mc 16,5 .            
5 dat. vr. mv. stolais    1 : Mc 12,38 .            
  totaal 87  78                 

- stugnazô (treurig, somber zijn) . stugnazô (treurig, somber zijn) . Taalgebruik in het N.T. : stugnazô (treurig, somber zijn) . Taalgebruik in Mc : stugnazô (treurig, somber zijn) .

  stugnazô  bijbel Mc syn.  ev. 
act. part. aor. nom. mann. enk. stugnasas  1 : Mc 10,22 .

- sukè (vijgeboom) . sukè (vijgeboom) . Taalgebruik in het N.T. : sukè (vijgeboom) . Taalgebruik in Mc : sukè (vijgeboom) .

  sukè   Mc Mc 11 Mc 13 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Br. Apk syn.  ev.  A. b. 
nom. vr. enk. sukè + dat. vr. enk. sukè(i) 1 (1) Mc 11,21 .     13  1  
gen. vr. enk. sukès     (1) Mc 13,28 .          
acc. vr. enk. sukèn   (1) Mc 11,13 . (2) Mc 11,20 .          
5 gen. vr. mv. sukôn   (1) Mc 11,13              
  Totaal                       

Mc (5) : (1) Mc 11,13 (sukèn) . (2) Mc 11,13 (sukôn) . (3) Mc 11,20 . (4) Mc 11,21 . (5) Mc 13,28 .

- sumboulion (raadsbesluit) . Taalgebruik in het N.T. : sumboulion (raadsbesluit) . Taalgebruik in Mc. : sumboulion (raadsbesluit) .

  sumboulion (raadsbesluit)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
                   

- sun (met) . sun (met) . Taalgebruik in het N.T. : sun (met) . Taalgebruik in Mc : sun (met) .

sun (met)  Mc Mc 2 Mc 4 Mc 8 Mc 9 Mc 15 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  (1) Mc 2,26 .   (2) Mc 4,10 .   (3) Mc 8,34 .   (4) Mc 9,4 .   (5) Mc 15,27 . (6) Mc 15,32 298  174  124  23  49  39    33  36     

Mc (6) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 4,10 . (3) Mc 8,34 . (4) Mc 9,4 . (5) Mc 15,27 . (6) Mc 15,32 .

- sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in het N.T. : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in Mc : sunagô (samendrijven, verzamelen) .

  sunagô (verzamelen)   Mc 2 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
pr. 3de pers. enk. sunagetai    (1) Mc 4,1 .                        
pr. 3de pers. mv. sunagontai        (1) Mc 6,30 (2) Mc 7,1 .     2              
med. aor. 3de pers. enk. sunèchthè      (1) Mc 5,21 .       12    1        
med. aor. 3de pers. mv.  sunèchtèsan (1) Mc 2,2 .           57  48  5 1            
  totaal 106  85  21      14  15     

Een vorm van sunagô (verzamelen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 2,2 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,30 . (5) Mc 7,1 .
Een vorm van sunagô (verzamelen) in Mc in 5 verzen :
(1) Mc 2,2 (med. ind. aor. 3de pers. mv. sunèchthèsan = zij verzamelden zich) .
(2) Mc 4,1 (med. ind. praes. 3de pers. enk. sunagetai = 'het volk' verzamelt zich) .
(3) Mc 5,21 (mediaal. aor. 3de pers. enk. mv.  sunèchthè = het verzamelde zich) .
(4) Mc 6,30 (med. ind. praes. 3de pers. mv. sunagontai = zij verzamelen zich) .
(5) Mc 7,1 (med. ind. praes. 3de pers. mv. sunagontai = zij verzamelen zich) .
Telkens wordt er rond Jezus verzameld .
Een vorm van sunagô (verzamelen) + pros (bij) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 6,30 . (3) Mc 7,1 .

Mc 2,2 Mc 4,1 Mc 5,21
kai (en) kai (en)  
sunèchthèsan (lieten zich samendrijven) sunagetai (en 'stroomt' bijeen) sunèchthè (dreef zich samen)
polloi (velen)   ochlos polus (een grote menigte)
  pros auton (naar hem) ep'auton (tegen hem)
  ochlos pleistos (een zeer grote menigte)  
67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 125. Inleiding tot de gelijkenisrede : Mc 4,1-2 - Mt 13,1-3a - Lc 8,4 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56

De zinsconstructie van Mc 7,1 komt opmerkelijk overeen met Mc 6,30 , waarin de leerlingen terugkeren van hun zending . Aan deze terugkeer gaat het verhaal van de onthoofding van Johannes de Doper door koning Herodes vooraf (Mc 6,17-29) . Er wordt verondersteld dat de leerlingen van Jezus over dit gebeuren vertellen want in Mc 6,32 gaat Jezus naar een eenzame plaats in quarantaine (kat'idian : afzonderlijk) om zich zo in veiligheid te brengen .

Mc 6,30a Mc 7,1a
Kai (en)  Kai (en)
sunagontai (verzamelen zich)  sunagontai (verzamelen zich) 
hoi apostoloi  (de apostelen)  
pros ton Ièsoun (bij Jezus)  pros auton (bij hem)
  hoi Farizaioi kai tines tôn grammateôn elthontes apo Hierosolumôn (Farizeeën en sommige schriftgeleerden, die van Jeruzalem waren gekomen...) 
150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11  154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 

Mc 5,21.12.. STAP VOOR STAP !
- Mc 5,21 : sunèchthè ochlos polus = verzamelde zich een grote menigte .
- Mc 4,1 : kai sunagetai pros auton ochlos pleistos = en een zeer grote menigte verzamelde zich bij hem .
In Mc 4,1 verzamelde zich een zeer grote menigte bij Jezus langs de rechteroever van het meer van Galilea . In Mc 5,21 verzamelde zich een grote menigte (opnieuw) aan de rechteroever van het meer nadat Jezus (en zijn leerlingen) was teruggekomen van een oversteken naar de andere oever .

Mc 7,1.2. - 3. sunagontai (zij verzamelen zich) pros (bij) . Mc (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 7,1 . STAP VOOR STAP !
- Mc 6,30 : Kai sunagontai hoi apostoloi pros ton Ièsoun = en de apostelen verzamelen zich bij Jezus .
- Mc 7,1 : Kai sunagontai pros auton hoi Farisaioi kai ... = en de Farizeeën ... verzamelen zich bij hem .
Wellicht is de terugkomst van de apostelen naar Jezus in Mc 6,30 wellicht bepaald door het nieuws dat Johannes werd onthoofd . De leerlingen hebben Jezus wellicht ingelicht en probeert Jezus zich in veiligheid te brengen (Mc 6,32) . In Mc 7,1 ontstaat een discussie tussen Farizeeën en schriftgeleerden enerzijds en Jezus anderzijds over de traditie van de ouderen en het gebod van God . Deze discussie moet zo bedreigend zijn overgekomen dat Jezus besluit naar het gebied van Tyrus te gaan . Het zijn dus twee situaties waarin Jezus overgaat naar een weggaan om veiligheid te zoeken .

- sunagôgè (synagoge) . sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in het N.T. : sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in Mc : sunagôgè (synagoge) .

  sunagôgè (synagoge)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 6 Mc 12 Mc 13 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  A. b. 
1 nom. + dat. vr. enk. sunagôgè(i)   (1) Mc 1,23 .       (2) Mc 6,2     102  88  14     
2 gen. vr. enk. sunagôgès   Mc 1,29 .             64  58         
3 acc. vr. enk. sunagôgèn   (1) Mc 1,21 .     (2) Mc 3,1 .         62  50  12     
4 dat. vr. mv. sunagôgais  1         Mc 12,39 .     17  15        11   
5 acc. vr. mv.  sunagôgas 2 (1) Mc 1,39         (2) Mc 13,9 .   14           
  totaal             261  205  56  15  19  32   

Een vorm van sunagôgè (synagoge) in 8 verzen in Mc : (1) Mc 1,21 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 1,29 . (4) Mc 1,39 . (5) Mc 3,1 . (6) Mc 6,2 . (7) Mc 12,39 . (8) Mc 13,9 . Slechts in 1 vers wordt een vorm van sunagôgè (synagoge) niet voorafgegaan van een lidwoord : Mc 13,9 . In de andere 7 verzen is er dus sprake van de synagoge(n) . Het zelfst. naamw. sunagôgè (synagoge) wordt in Mc steeds bij een voorzetsel gebruikt (naar, in, uit) .

- eis tèn sunagôgèn (naar de synagoge) . Mc (2 / 8) : (1) Mc 1,21 . (2) Mc 3,1 .
- eis (tas) sunagôgas (naar de synagogen) . Mc (2 / 8) : (1) Mc 1,39 . (2) Mc 13,9 .
- ek tès sunagôgès (uit de synagoge) . Mc (1 / 8) : Mc 1,29 .
- en tè(i) sunagôgè(i) (in de synagoge) . Mc (2 / 8) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 6,2 .
- en tais sunagôgais (in de synagogen) . Mc (1 / 8) : Mc 12,39 .

- sunlaleô (samenspreken) . sunlaleô (samenspreken) . Taalgebruik in het N.T. : sunlaleô (samenspreken) . Taalgebruik in Mc : sunlaleô (samenspreken) .

  sunlaleô  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. part. praes. nom. mann. mv. sullalountes     1 : Mc 9,4 .