MARCUSEVANGELIE : TAALGEBRUIK -
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Mc (Marcus)
-
- Marcus
: overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus
taalgebruik A - Marcus
taalgebruik B - Marcus
taalgebruik C - Marcus
taalgebruik D - Marcus
taalgebruik E - Marcus
taalgebruik F - Marcus
taalgebruik G - Marcus
taalgebruik H - Marcus
taalgebruik I - Marcus
taalgebruik J - Marcus
taalgebruik K - Marcus
taalgebruik L - Marcus
taalgebruik M - Marcus
taalgebruik N - Marcus
taalgebruik O - Marcus
taalgebruik P - Marcus
taalgebruik Q - Marcus
taalgebruik R - Marcus
taalgebruik S - Marcus
taalgebruik T - Marcus
taalgebruik U - Marcus
taalgebruik V - Marcus
taalgebruik W - Marcus
taalgebruik X - Marcus
taalgebruik Y - Marcus
taalgebruik Z -
- Mc
: commentaar .
Overzicht van het Marcusevangelie - Mc 1 - Mc 2 - Mc 3 - Mc 4 - Mc 5 - Mc 6 - Mc 7 - Mc 8 - Mc 9 - Mc 10 - Mc 11 - Mc 12 - Mc 13 - Mc 14 - Mc 15 - Mc 16 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Overzicht van de
bijbelboeken
- bijbeloverzicht
, taalgebruik
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Oude Testament
, Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT : overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
- OT : Gn
(Genesis ) , Ex
(Exodus) , Lv
(Leviticus) , Nu
(Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
| N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| boeknr. | 27 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 - 65 | 66 | ||
| hoofdst. | 260 | 28 | 16 | 24 | 21 | 28 | 121 | 22 | 68 | 89 |
| verzen | 7957 | 1071 | 678 | 1151 | 879 | 1007 | 2767 | 404 | 2900 | 3779 |
| 8,52 % | 34,77 % |
| Mc 1 | Mc 2 | Mc 3 | Mc 4 | Mc 5 | Mc 6 | Mc 7 | Mc 8 | Mc 9 | Mc 10 | Mc 11 | Mc 12 | Mc 13 | Mc 14 | Mc 15 | Mc 16 | |
| verzen (578) | 45 | 28 | 35 | 41 | 43 | 56 | 37 | 38 | 50 | 52 | 33 | 44 | 37 | 72 | 47 | 20 |
Mc 1,14.1.
- 3. meta de to . Mc (1) Mc
1,14 . meta to . Mc (2) : (1) Mc
14,28 . (2) Mc
16,19 . Vermits Mc 16,9-20 als een latere toevoeging wordt beschouwd , resten
nog Mc
1,14 en Mc
14,28 . Ze zijn aan elkaar gelinkt .
- Mc 1,14
: meta de to paradothènai ton Iôannèn = na echter het overgeleverd
zijn van Johannes .
- Mc 14,28
: meta to egerthènai me = na het opgewekt zijn van mij .
De overlevering gebeurde in het verleden , de opwekking moet nog in de toekomst
plaatsvinden . Toch staat in beide verzen een pass. inf. aor. . Deze twee verzen
omvatten het hele openbaar leven van Jezus .
| Mc 1,21 | Kai (en) | eisporeuontai (zij begeven zich op weg) | eis (naar) | Kafarnaoum (Kafarnaüm) | kai... (en) | eiselthôn (binnengegaan) | eis (naar) | tèn sunagôgèn (de synagoge) |
| Mc 11,15 | Kai (en) | erchontai (zij gaan) | eis (naar) | Hierosoluma (Jeruzalem) | Kai (en) | eiselthôn (binnengegaan) | eis (naar) | to hieron (de tempel) |
Tussen Mc 1,21 en Mc 11,15 bestaat een opmerkelijke overeenkomst . In beide gevallen wordt het gaan naar de stad vermeld en vervolgens het binnengaan in het plaatselijk heiligdom ; respectievelijk Kafarnaüm en Jeruzalem , synagoge en tempel . De eerste hoofdzin van Mc 1,21 bestaat uit 4 woorden en 11 (1 + 5 + 1 + 4) lettergrepen . De eerste hoofdzin van Mc 11,15 bestaat eveneens uit 4 woorden en 11 (1 + 3 + 1 + 6) lettergrepen .
Mc 1,21.2.
In Mc 11,1
zouden we erchontai (zij gaan) in plaats van het voor Mc hapaxvorm eggizousin
(zij naderen) verwachten . Dat is niet het geval . Zoals dat ook niet het geval
was in Mc
1,21 , waar we eisporeuontai (zij begeven zich op weg naar) lezen :
- Mc 1,21
: kai eisporeuontai eis Kafarnanaoum = en zij begeven zich op weg naar Kafarnaüm
.
- Mc 11,1
: kai hote eggizousin eis Hierosoluma = en dan naderen zij tot Jeruzalem .
Mc 1,21.3.
- 4. eis Kafarnaoum (naar Kafarnaüm) . Mc (3) : (1) Mc
1,21 . (2) Mc
2,1 . (3) Mc
9,33 . In Mc
2,1 verwijst palin eis Kafarnaoum (opnieuw naar Kafarnaüm) naar Mc
1,21 . Kafarnaoum (Kafarnaüm) komt in Mc slechts in verbinding met
het voorzetsel eis (naar) voor . Het staat telkens aan het begin van een nieuwe
pericope . Aan het voorzetsel eis (naar) gaat een werkwoord van beweging vooraf
, in twee verzen een werkwoord met het voorvoegsel eis (naar) . De zinnen beginnen
telkens met het verbindend voegwoord kai (en) .
In Mc
1,21 begint het optreden van Jezus in Galilea , in Mc
9,33 wordt de periode van Galilea afgesloten . Mc 9,33-50 is de laatste
pericope . In Mc 10,1 vertrekt Jezus en gaat naar het gebied van Judea .
- Mc 1,21
. Kai eisporeuontai eis Kafarnaoum (en zij begeven zich op weg naar Kafarnaüm)
. (vier woorden en elf lettergrepen) .
- Mc 2,1
. Kai eiselthôn palin eis Kafarnaoum (en binnengegaan opnieuw in Kafarnaüm)
. (vijf woorden en elf lettergrepen) .
- Mc 9,33
. Kai èlthon eis Kafarnaoum (en zij gingen naar Kafarnaüm) . (vier
woorden en acht lettergrepen) .
.Mc 1,21.10-12.
een vorm van eiserchomai (ingaan in) + eis tèn sunagôgèn
(naar de synagoge) . Mc (2) : (1) Mc
1,21 . (2) Mc
3,1 .
- Mc 1,21
: kai ... eiselthôn eis tèn sunagôgèn (en ... binnengegaan
in de synagoge) .
- Mc 3,1
: kai eisèlthen palin eis tèn sunagôgèn (en hij ging
binnen opnieuw in de synagoge) .
- Mc
1,45.26. ind. imperf. 3de pers. mv. èrchonto (zij gingen) van het
werkw. erchomai (gaan) . Deze vorm komt in Mc slechts hier in Mc
1,45 voor . DE ind. imperef. 3de pers. enk. komt in Mc slechts in Mc
2,13 voor . Vergelijk :
- Mc 1,45
: kai èrchonto pros auton pantothen (en zij gingen naar hem van overal)
.
- Mc 2,13
: kai pas ho ochlos èrcheto pros auton (en heel het volk ging naar hem)
.
Mc 2,1.5.
De eerste stad waar Jezus tijdens zijn openbaar leven verblijft , is Kafarnaüm
. De laatste stad is Jeruzalem . Bij een tweede vermelding van de beide steden
wordt een werkw. van eiserchomai (binnengaan) gebruikt :
- Mc 2,1
: kai eiselthôn palin eis Kafarnaoum = en binnengegaan opnieuw in Kafarnaüm
.
- Mc 11,11
: kai eisèlthen eis Hierosoluma = en hij ging binnen in Jeruzalem .
Mc 2,1.4.
- 5. eis Kafarnaoum (naar Kafarnaüm) . Mc (3) : (1) Mc
1,21 . (2) Mc
2,1 . (3) Mc
9,33 . Kafarnaoum (Kafarnaüm) komt in Mc slechts in verbinding met
het voorzetsel eis (naar) voor . Het staat telkens aan het begin van een nieuwe
pericope . Aan het voorzetsel eis (naar) gaat een werkwoord van beweging vooraf
, in twee verzen een werkwoord met het voorvoegsel eis (naar) . De zinnen beginnen
telkens met het verbindend voegwoord kai (en) .
In Mc
1,21 begint het optreden van Jezus in Galilea , in Mc
9,33 wordt de periode van Galilea afgesloten . Mc 9,33-50 is de laatste
pericope . In Mc 10,1 vertrekt Jezus en gaat naar het gebied van Judea .
- Mc 1,21
. Kai eisporeuontai eis Kafarnaoum (en zij begeven zich op weg naar Kafarnaüm)
.
- Mc 2,1
. Kai eiselthôn palin eis Kafarnaoum (en binnengegaan opnieuw in Kafarnaüm)
. In Mc
2,1 verwijst palin eis Kafarnaoum (opnieuw naar Kafarnaüm) naar Mc
1,21 .
- Mc 9,33
. Kai èlthon eis Kafarnaoum (en zij gingen naar Kafarnaüm) . Hier
wordt de periode van Galilea afgesloten . Mc 9,33-50 is de laatste pericope
. In Mc 10,1 vertrekt Jezus en gaat naar het gebied van Judea .
- Mc 2,13.2. ind. aor. 3de pers. enk. exèlthen (hij ging naar buiten) . Bij het begin van Mc 2,1 staat kai eiselthôn palin eis kafarnaoum (en binnengaande opnieuw in Kafarnaüm) , bij het begin van Mc 2,13 : kai exèlthen (en hij ging naar buiten) , en wel langs het meer . Jezus ging dus uit Kafarnaüm . Mc 1,16-20 / 21-28 en Mc 2,1-12 / Mc 2,13-14 vormen een A B - B' A' structuur .
- Mc 2,13.3. palin (opnieuw) para tèn thalassan (langs het meer) . Taalgebruik in N.T. : palin (opnieuw) . Taalgebruik in Mc : palin (opnieuw) . Fr. de nouveau . E. again . Ned. opnieuw . De verwijzing zit in het woord of de uitdrukking die onmiddellijk volgt . Hier verwijst het naar para tèn thalassan (langs de zee) van Mc 1,16 . In Mc 2,13-14 wordt de roeping van Levi verteld zoals in Mc 1,16-20 de roeping van Petrus en Andreas , Jakobus en Johannes wordt verhaald . Er is vooruitgang in het soort mensen dat geroepen wordt . In Mc 2,14 wordt een tollenaar geroepen , iemand die tol heeft van de joden voor de Romeinen .
- Mc
2,13.3. - 5. para tèn thalassan (langs de zee / meer) . Mc (4) :
(1) Mc
1,16 . (2) Mc
2,13 . (3) Mc
4,1 . (4) Mc
5,21 . (1) Mc
1,16 en (2) Mc
2,13 staan in het teken van de roeping van leerlingen . (3) Mc
4,1 en (4) Mc
5,21 leiden de woord- en daadactiviteit van Jezus in .
(1) Mc
1,16 : Kai paragôn para tèn thalassan tès Galilaias
(en langsvoerend langs het meer van Galilea) . Deze zin staat bij het begin
van de pericope
(2) Mc
2,13 : Kai exèlthen palin para tèn thalassan (en hij ging
buiten opnieuw langs de zee) . Deze zin staat bij het begin van de pericope
.
(3) Mc 4,1
: Kai palin èrxato didaskein para tèn thalassan (en opnieuw begon
hij te leraren langs het meer) . Deze zin staat bij het begin van de pericope
.
(4) Mc
5,21 : kai èn para tèn thalassan (en hij was langs de zee)
. De zin staat bij het begin van de pericope .
Mc 3,1.4.
- 6. eis tèn sunagôgèn (naar de synagoge) . Mc (2) : (1)
Mc 1,21
. (2) Mc
3,1 .
- Mc 1,21
: kai ... eiselthôn eis tèn sunagôgèn (en ... binnengegaan
in de synagoge) .
- Mc 3,1
: kai eisèlthen palin eis tèn sunagôgèn (en hij ging
binnen opnieuw in de synagoge) .
- Mc 3,6.
9. acc. onz. enk. sumboulion (raadsbesluit) . Taalgebruik in N.T. : sumboulion
(raadsbesluit) . Taalgebruik in Mc. : sumboulion
(raadsbesluit) . Mc (2) : (1) Mc
3,6 . (2) Mc
15,1 . Vergelijk beide :
- (1) Mc
3,6 : hoi farisaioi euthus meta tôn èrôdianôn sumboulion
edidoun (de Farizeeën onmiddellijk met de Herodianen gaven het raadsbesluit)
.
- (2) Mc
15,1 : sumboulion poièsantes hoi archiereis ... (de hogepriesters
samen met de oudsten en de schriftgeleerden en het hele sanhedrin het raadsbesluit
genomen) .
De Farizeeën en de Herodianen lijken vergaderd te hebben en besloten te
hebben om een raadsbesluit te geven / voor te stellen . De hogepriesters ...
en het hele sanhedrin , bij wie de macht ligt , nemen het besluit (dat de Farizeeën
en de Herodianen hadden voorgesteld) .
- Mc 3,6.15.
conjunctief aor. 3de pers. mv. apolesôsin (zij zouden doden) . Taalgebruik
in N.T. : apollumi
( ten gronde richten , doden , verliezen ) . Taalgebruik in Mc : apollumi
(ten gronde richten , doden , verliezen) . < ap- + ollumi < ol-numi
. Hebr. ´âbhad . Lat. perdere . Fr. perdre . Lat. perditio . Fr.
perdition . Ned. verderf , verdoemenis . Mc (2) :
(1) Mc 3,6
: hopôs auton apolelôsin (opdat zij hem zouden doden) .
(4) Mc
11,18 : pôs auton apolelôsin ( hoe zij hem zouden doden) .
| Mc 3,6 | kai exelthontes hoi Farizaioi euthus meta tôn Hèrôidianôn sumboulion edidoun kat'autou (En buitengegaan de Farizeeën onmiddelijk met de Herodianen een besluit gaven tegen hem, hoe ze hem zouden doden) | hopôs auton apolesôsin (hoe ze hem zouden doden) (= Mt 12,14) |
| Mc 11,18 | kai èkousan oi archiereis kai oi grammateis , (en hoorden de hogepriesters en de schriftgeleerden) | kai ezètoun pôs auton apolesôsin en zij zochten hoe ze hem zouden doden) |
154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 .
Mc 7,1.2.
- 3. sunagontai (zij verzamelen zich) pros (bij) . Mc (2) : (1) Mc
6,30 . (2) Mc
7,1 . STAP VOOR STAP !
- Mc 6,30
: Kai sunagontai hoi apostoloi pros ton Ièsoun = en de apostelen verzamelen
zich bij Jezus .
- Mc 7,1
: Kai sunagontai pros auton hoi Farisaioi kai ... = en de Farizeeën
... verzamelen zich bij hem .
Wellicht is de terugkomst van de apostelen naar Jezus in Mc
6,30 wellicht bepaald door het nieuws dat Johannes werd onthoofd . De leerlingen
hebben Jezus wellicht ingelicht en probeert Jezus zich in veiligheid te brengen
(Mc 6,32) . In Mc
7,1 ontstaat een discussie tussen Farizeeën en schriftgeleerden enerzijds
en Jezus anderzijds over de traditie van de ouderen en het gebod van God . Deze
discussie moet zo bedreigend zijn overgekomen dat Jezus besluit naar het gebied
van Tyrus te gaan . Het zijn dus twee situaties waarin Jezus overgaat naar een
weggaan om veiligheid te zoeken .
Er zijn opmerkelijke linken tussen (4) Mc
7,24 en (5) Mc
10,1 :
- (4) Mc
7,24 : Ekeithen de anastas apèlthen eis ta horia Turou (vandaar echter
opgestaan ging hij weg naar de bergen van Tyrus) .
- (5) Mc
10,1 : kai ekeithen anastas erchetai eis ta horia tès Ioudaias (en
vandaar opgestaan gaat hij naar de bergen van Judea) .
De bergen van Tyrus liggen helemaal in het noorden , de bergen van Judea liggen
in het zuiden . Tussen beide hoort dan Mc
9,30 : kakeithen exelthontes pareporeuonto dia tès Galilaias (en vadaar
uitgegaan begaf hij zich zijdelijns door Galilea) .
Mc 14,28.2.
- 3. meta de to . Mc (1) Mc
1,14 . meta to . Mc (2) : (1) Mc
14,28 . (2) Mc
16,19 . Vermits Mc 16,9-20 als een latere toevoeging wordt beschouwd , resten
nog Mc
1,14 en Mc
14,28 . Ze zijn aan elkaar gelinkt .
- Mc 1,14
: meta de to paradothènai ton Iôannèn = na echter het overgeleverd
zijn van Johannes .
- Mc 14,28
: meta to egerthènai me = na het opgewekt zijn van mij .
De overlevering gebeurde in het verleden , de opwekking moet nog in de toekomst
plaatsvinden . Toch staat in beide verzen een pass. inf. aor. . Deze twee verzen
omvatten het hele openbaar leven van Jezus .
Mc 14,53.2. act. ind. aor. 3de pers. mv. apègagon van het werkw. apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in het N.T. : apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in Mc : apagô (wegleiden, afvoeren) . Mc (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 15,16 . Na zijn arrestatie in de hof van Getsemane wordt Jezus weggeleid naar de hogepriester (Mc 14,53) . Na de vrijlating van Barnabas wordt Jezus weggeleid om gekruisigd te worden . De soldaten leiden Jezus weg en beginnen met de uitvoering van de straf (Mc 15,16) . Tussen beide wegleidingen ligt het gebeuren vanaf zijn arrestatie tot zijn veroordeling .
Mc 15,16.4. act. ind. aor. 3de pers. mv. apègagon van het werkw. apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in het N.T. : apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in Mc : apagô (wegleiden, afvoeren) . Mc (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 15,16 . Na zijn arrestatie in de hof van Getsemane wordt Jezus weggeleid naar de hogepriester (Mc 14,53) . Na de vrijlating van Barnabas wordt Jezus weggeleid om gekruisigd te worden . De soldaten leiden Jezus weg en beginnen met de uitvoering van de straf (Mc 15,16) . Tussen beide wegleidingen ligt het gebeuren vanaf zijn arrestatie tot zijn veroordeling .
- inleidingen op een citaat :
- Mc 12,1
: kai èrxato autois en parabolais lalein (en hij begon hen in parabels te spreken)
. Mc 4,33
: kai toiautais parabolais pollais elalei autois (en met vele dergelijke parabels
sprak hij hen) .
- Mc 1 () :
- Mc 2 () :
- Mc 3 () :
- Mc 4 () :
- Mc 5 () :
- Mc 6 () :
- Mc 7 () :
- Mc 8 () :
- Mc 9 () :
- Mc 10 () :
- Mc 11 () :
- Mc 12 () :
- Mc 13 () :
- Mc 14 () :
- Mc 15 () :
- Mc 16 () :