- Marcus
: overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus
taalgebruik A - Marcus
taalgebruik B - Marcus
taalgebruik C - Marcus
taalgebruik D - Marcus
taalgebruik E - Marcus
taalgebruik F - Marcus
taalgebruik G - Marcus
taalgebruik H - Marcus
taalgebruik I - Marcus
taalgebruik J - Marcus
taalgebruik K - Marcus
taalgebruik L - Marcus
taalgebruik M - Marcus
taalgebruik N - Marcus
taalgebruik O - Marcus
taalgebruik P - Marcus
taalgebruik R - Marcus
taalgebruik S - Marcus
taalgebruik T - Marcus
taalgebruik U - Marcus
taalgebruik Z -
- Mc
: commentaar .
- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.onlinebible.org/html/dut/bible-info/De-Nieuwe-Bijbelvertaling.html | op zoek naar God |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
| 1. aantal woorden | 2. aantal letters | 3. aantal lettergrepen | 4. getalwaarde | 5. kai (en) | 6. de (echter) | 7. nevenschikkende hoofdzinnen | 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) | 9. participiumzinnen |
| Mc 5,1 | Mc 5,2 | Mc 5,3 | Mc 5,4 | Mc 5,5 | Mc 5,6 | Mc 5,7 | Mc 5,8 | Mc 5,9 | Mc 5,10 | Mc 5,11 | Mc 5,12 | Mc 5,13 | Mc 5,14 | Mc 5,15 | Mc 5,16 | Mc 5,17 | Mc 5,18 | Mc 5,19 | Mc 5,20 | totaal | |
| 1 | |||||||||||||||||||||
| 2 | |||||||||||||||||||||
| 3 | |||||||||||||||||||||
| 4 | |||||||||||||||||||||
| 5 | 1 | 1 | 1 | 4 | 4 | 2 | 2 | 2 | 1 | 1 | 4 | 4 | 4 | 2 | 1 | 1 | 3 | 3 | 41 | ||
| 6 | 1 | 1 | |||||||||||||||||||
| 7 | 1 | 1 | 1 | 1 | 2 | 3 | 2 | 4 | 1 | 1 | 2 | 3 | 3 | 4 | 1 | 1 | 1 | 4 | 3 | 39 | |
| 8 | 1 | 3 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 2 | 1 | 14 | |||||||||
| 9 | 1 | 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 9 |
- 16 / 20 zinnen beginnen met kai (en) . Slechts in twee zinnen komt geen enkele maal het woordje kai (en) voor .
Uit het vraaggesprek tussen een gelovige van de 21ste eeuw en de evangelist Marcus .
Is het Rijk Gods , waarover de parabels spreken , slechts voor de joden bestemd , of misschien ook voor de heidenen , ik bedoel de niet-joden ?
Marcus . Ik heb je vroeger reeds verteld dat Petrus de persoon is in wie de
joden-christenen en de heiden-christenen zich verenigd weten in een gemeenschappelijk
geloof dat Petrus belijdt . Het is een hele stap geweest om de weg naar de heidenen
in te slaan . Dat vertelt ons het verhaal van de stormstilling (Mc
4,35-41) . In dat verhaal varen de leerlingen naar de overkant van het meer
van Galilea , naar het gebied van de heidenen . Zoals de profeet Jona vluchtten
zij weg , maar in hun vlucht worden ze door een storm overrompeld . Zoals God
bij Jona was , zo is ook Jezus bij zijn leerlingen . De boodschap aan de Ninivieten
is door God bedoeld ; de boodschap aan de heidenen is door God gewild . Wees
dus gerust .
Op heidens gebied wordt Jezus geconfronteerd met een onreine geest (Mc
5,1-20) . Bij zijn eerste optreden in de synagoge van Kafarnaüm was
Jezus eveneens geconfronteerd met een onreine geest (Mc
1,23-28) . In beide gevallen drijft Jezus de onreine geest uit . In plaats
van een ‘bezeten’ mens krijgen we een vrij mens.
Op het einde van het eerste hoofdstuk , van de succes-story van Jezus , getuigde
de genezen melaatse over Jezus (Mc
1,45) . Op het einde van dit verhaal , getuigt de genezene over Jezus (Mc
5,20) . Zo krijgen we twee getuigenissen : dat van een jood en dat van een
heiden .
| Mc 5,1 - Mc 5,1 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] And they came over unto the other side of the sea, into
the country of the Gadarenes.
Luther-Bibel . 1 Und sie kamen ans andre Ufer des Sees in die Gegend der Gerasener.
Tekstuitleg van Mc 5,1 . Het vers Mc 5,1 telt 12 (3 X 4) woorden en 52 (2 X 2 X 13) letters . De getalwaarde van Mc 5,1 is 6467 (29 X 223) .
Mc 5,1.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . Mc 5 . D. und .
Van de 43 verzen in Mc 5 niet
in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 . Dit verbindingswoord kai (en) staat aan het begin van de pericope
. Het legt een link met de vorige pericope . Dit wordt versterkt door de verbanden
tussen Mc
4,35 (dielthômen eis to peran = laten we doorgaan naar de overzijde)
en Mc 5,1
(kai èlthon eis to peran = en zij gingen naar de overzijde) . Er is ook
een link tussen Mc
5,1 en Mc
5,21 ( kai diaperasantos tou Ièsou = en nadat Jezus was doorgestoken)
(palin eis to peran = opnieuw naar de overzijde) .
Mc 5,1.2.
ind. aor. 3de p. mv. èlthon (zij gingen) . Taalgebruik in het N.T. :
erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) . èlthon (ik kwam of zij kwamen) :
Mc (9) : (1) Mc
1,29 . (2) Mc
5,1 . (3) Mc
6,53 . (4) Mc
9,33 . (5) Mc
14,16 . ('6') Mc
2,17 ; ('7') Mc
3,8 . ('8') Mc
5,14 . ('9') Mc
6,29 . In 1 vers staat de 1ste persoon (Mc
2,17) , in de andere verzen staat de 3de persoon meervoud . In Mc
4,35 staat de cohortativus in de aoristvorm en in de 1ste pers. mv. . Dit
zou de aorist en de 3de pers. mv. in Mc
5,1 kunnen verklaren .
Mc 5,1.1. - 2. kai èlthon (en zij gingen) . N.T. . (Mc (2) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 .
Mc 5,1.3.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc
(151) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,1 (2X) . (2) Mc
5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc
5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc
5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc
5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc
5,19 (naar uw huis) . (7) Mc
5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc
5,22 (heis = één) . (9) Mc
5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc
5,34 . (11) Mc
5,38 (zij gaan naar het huis...) .
Mc 5,1.1. - 3. kai èlthon eis (en zij gingen naar) . N.T. (4) . Mt (1) . Mc (2) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 .
Mc 5,1.2.
- 3. èlthon eis (zij gingen naar) . N.T. (19) . Mc (5) . In 5 verzen
gaan Jezus en zijn leerlingen naar een bepaalde plaats : èlthon (zij
gingen) + eis (naar : voorzetsel van plaats) + plaatsbepaling : (1) Mc
1,29 (naar het huis van Simon) . (2) Mc
5,1 (naar de overzijde van het meer) . (3) Mc
6,53 (naar Genesaret) . (4) Mc
9,33 (naar Kafarnaüm) . (5) Mc
14,16 (naar de stad) .
In Mc 5,2
stapt Jezus uit de boot . Zijn de leerlingen in hun boten gebleven ? In Mc
5,21 is Jezus weer in de boot en steekt over .
Mc 5,1.4.
bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
Mc 5,1.5.
peran (overzijde, overkant) . Taalgebruik in het N.T. : peran
(overzijde, overkant) . Taalgebruik in Mc. : peran
(overzijde, overkant) .
Mc (7) : (1) Mc
3,8 . (2) Mc
4,35 . (3) Mc
5,1 . (4) Mc
5,21 . (5) Mc
6,45 . (6) Mc
8,13 . (7) Mc
10,1 .
De overzijde kan zijn : (1) de overzijde van de Jordaan : (1) Mc
3,8 . (2) Mc
10,1 .
(2) de overzijde van het meer van Galilea : (1) Mc
4,35 . (2) Mc
5,1 . (3) Mc
5,21 . (4) Mc
6,45 . (5) Mc
8,13 .
In Mc
4,35 zijn Jezus en zijn leerlingen aan de westelijke over van het meer van
Galilea , in Mc
5,1 aan de westelijke oever en in Mc
5,21 opnieuw aan de westelijke oever .
Mc 5,1.1.
- 5.
- Mc 4,35
: dielthômen eis to peran (laten we doorgaan naar de overzijde) .
- Mc 5,1
: kai èlthon eis to peran tès thalassès eis tèn
chôran tôn gerasènôn ( en zij gingen naar de overzijde
van het meer naar de streek van de Gerasenen) .
- Mc 5,21
: kai diaperasantos tou ièsou en tô(i) ploiô(i) palin eis
to peran (en nadat Jezus in (met) de boot opnieuw naar de overzijde was doorgestoken)
.
Mc 5,1.3. - 5. In vijf verzen eis to peran (naar de overzijde) . Bedoeld is hiermee de overzijde van het meer van Galilea : (1) Mc 4,35 : de overzijde van het meer (omgeving Kafarnaüm) : naar de zuidoostzijde . (2) Mc 5,1 : zuidoostzijde nl. het land van de Gerasenen . (3) Mc 5,21 : terug. (4) Mc 6,45 : naar Betsaïda (5) Mc 8,13 .
Mc 5,1.6.
bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (5) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,10 . (3) Mc
5,29 . (4) Mc
5,34 . (5) Mc
5,41 .
Mc 5,1.7.
gen. vr. enk. thalassès (van de zee / meer) van het zelfstandig naamwoord
thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in het N.T. : thalassa
(zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa
(zee) .
Mc (4) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
6,47 . (3) Mc
6,48 . (4) Mc
6,49 .
Het is de enige maal dat èlthon (zij gingen) gelinkt wordt aan eis to
peran tès thalassès (naar de overkant van het meer) . Jezus en
zijn leerlingen gaan naar het heidens gedeelte van het meer .
Er is enige overeenkomst tussen
- Mc 5,1
: Kai èlthon eis to peran tès thalassès (en zij gingen
naar de overkant van de zee)
en Mc 7,31
: èlthen dia Sidônos eis tèn thalassan tès Galilaias (ging Hij via Sidon naar
het meer van Galilea) .
Mc 5,1.5.
- 7. peran tès thalassès (overzijde van de zee / meer of over
de zee / meer) . Mc (1) Mc
5,1 .
- eis to peran tès thalassès (naar de overzijde van het meer)
komt in het N.T. slechts in Mc
5,1 voor .
Mc 5,1.8.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc
5,1 (2X) . (2) Mc
5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc
5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc
5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc
5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc
5,19 (naar uw huis) . (7) Mc
5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc
5,22 (heis = één) . (9) Mc
5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc
5,34 . (11) Mc
5,38 (zij gaan naar het huis...) .
Mc 5,1.9.
bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. :
the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord
il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,13 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,30 . (7) Mc
5,32 . (8) Mc
5,33 . (9) Mc
5,40 .
Mc 5,1.11.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord .
Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,2 . (3) Mc
5,16 . (4) Mc
5,17 . (5) Mc
5,22 . (6) Mc
5,28 . (7) Mc
5,30 .
| Mc 5,2 - Mc 5,2 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And when he was come out of the ship, immediately there
met him out of the tombs a man with an unclean spirit,
Luther-Bibel . 2 Und als er aus dem Boot trat, lief ihm alsbald von den Gräbern
her ein Mensch entgegen mit einem unreinen Geist,
Tekstuitleg van Mc 5,2 . Dit vers Mc 5,2 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 88 (2 X 2 X 2 X 11) letters . De getalwaarde van Mc 5,2 is 12839 (37 X 347) .
Mc 5,2.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik : kai
(en) in Mc . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) .
L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,2.2.
part. aor. gen. mann. enk. exelthontos van het werkw. exerchomai
(uitgaan) . Taalgebruik in het N.T. : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Zie ook Taalgebruik in Mc : eiserchomai
(binnengaan) .
Mc (1) : Mc
5,2 .
Mc 5,2.3.
voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,22 . (5) Mc
5,24 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,28 . (8) Mc
5,30 . (9) Mc
5,31 . (10) Mc
5,35 . (11) Mc
5,37 . (12) Mc
5,40 .
Mc 5,2.2. - 3. exelthontos autou (nadat hij was uitgegaan) . Mc (1) : Mc 5,2 .
Mc 5,2.4.
ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 5 (2) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,8 . ex (uit) : Mc
5,30 .
Mc 5,2.5.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,29 . (8) Mc
5,35 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 .
Mc 5,2.6.
gen. onz. enk. ploiou (boot) van het zelfst. naamw. ploion (boot) . Taalgebruik
in het N.T. : ploion
(boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion
(boot) . Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met
eis = naar (6 / 7) , ek = uit (2 / 2) , en = in (6 / 6) .
Mc (2) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
6,54 . Telkens : ek tou ploiou (uit de boot) .
Een vorm van ploion (boot) in Mc 5 (3) : (1) eis to ploion (in de boot) : Mc
5,18 . (2) ek tou ploiou (uit de boot) : Mc
5,2 . (3) en tô(i) ploiô(i) (in de boot) : Mc
5,21 .
Mc 5,2.4. - 6. ek tou ploiou (uit de boot) . Mc (2) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 6,54 .
Mc 5,2.1.
- 6. Vergelijk :
- Mc 5,2
: kai exelthontos autou ek tou ploiou (en nadat hij uit de boot was uitgegaan)
.
- Mc 5,18
: kai embainontos autou eis to ploion (en terwijl hij in de boot inklom) .
- Mc 5,21
: Kai diaperasantos tou Ièsou en tôi ploiôi (en nadat Jezus
in de boot overstak) .
Mc 5,2.1.
- 7. STAP VOOR STAP !
- Mc 5,2
: kai exelthontos autou ek tou ploiou euthus (en nadat hij uit de boot was uitgegaan
, dadelijk) .
- Mc 6,54
: kai exelthontôn autôn ek tou ploiou euthus (en nadat zij uit de boot waren
uitgegaan , dadelijk) .
In Mc 5,2
stapt Jezus uit aan de oostelijke oever van het meer van Galilea . Alleen ?
In Mc
6,54 stappen Jezus en de leerlingen uit bij Gennesaret , de westelijke oever
van het meer .
Mc 5,2.11.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord .
Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,2 . (3) Mc
5,16 . (4) Mc
5,17 . (5) Mc
5,22 . (6) Mc
5,28 . (7) Mc
5,30 .
Mc 5,2.13.
nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (14) : (1) Mc
1,23 . (2) Mc
2,27 . (3) Mc
3,1 . (4) Mc
4,26 . (5) Mc
5,2 . (6) Mc
7,11 . (7) Mc
8,37 . (8) Mc
10,7 . (9) Mc
10,9 . (10) Mc
12,1 . (11) Mc
13,34 . (12) Mc
14,13 . (13) Mc
14,21 . (14) Mc
15,39 .
Mc 5,2.14.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
Mc 5,2.16.
dat. mann. enk. akatharô(i) : (met een) onzuivere (geest) . a- katharos
: on-zuiver . Taalgebruik in het N.T. : akatharos
(onzuiver) . Taalgebruik in Mc : akatharos
(onzuiver) .
Mc (3) : : (1) Mc
1,23 . (2) Mc
5,2 . (3) Mc
9,25 .
In het N.T. komt een vorm van akatharos (onzuiver) het meest bij Mc voor . Bij
Mc is het telkens verbonden met 'onzuivere geest' . In het Nederlands gaat het
bijvoeglijk naamwoord vooraf aan het zelfstandig naamwoord , in het Grieks bij
Mc in deze verzen volgt het bijvoeglijk naamwoord akatharos (onzuiver) het zelfstandig
naamwoord pneuma (geest) . (1) Mc
1,23 (dat onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi
= een mens met een onzuivere geest) . (2) Mc
1,26 (nom. onz. enk. akatharton in : to pneuma to akatharthon = de onzuivere
geest) . (3) Mc
1,27 (dat. onz. mv. akathartois in : tois pneumasin tois akathartois = aan
de onzuivere geesten) .
Mc 5,2.17.
dat. onz. enk. pneumati van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik
in het N.T. : pneuma
(geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (7) : (1) Mc
1,8 . (2) Mc
1,23 . (3) Mc
2,8 . (4) Mc
5,2 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
9,25 . (7) Mc
12,36 .
| Mc 5,3 - Mc 5,3 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] Who had his dwelling among the tombs; and no man could
bind him, no, not with chains:
Luther-Bibel . 3 der hatte seine Wohnung in den Grabhöhlen. Und niemand konnte
ihn mehr binden, auch nicht mit Ketten;
Tekstuitleg van Mc 5,3 .
2. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. :
the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord
il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,13 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,30 . (7) Mc
5,32 . (8) Mc
5,33 . (9) Mc
5,40 .
4. act. ind. imperf. 3de pers. eichen van het werkw. echô (hebben,
bezitten) . Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in het N.T. . Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in Mc . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir .
Mc (6) : (1) Mc
4,5 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
12,6 . (5) Mc
12,44 . (6) Mc
16,8 .
8. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6
verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
5. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
14. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
| Mc 5,4 - Mc 5,4 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] Because that he had been often bound with fetters and
chains, and the chains had been plucked asunder by him, and the fetters broken
in pieces: neither could any man tame him.
Luther-Bibel . 4 denn er war oft mit Fesseln und Ketten gebunden gewesen und
hatte die Ketten zerrissen und die Fesseln zerrieben; und niemand konnte ihn
bändigen.
Tekstuitleg van Mc 5,4 .
2. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
6. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .. : en . E. : and . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen
: (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
12. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,22 . (5) Mc
5,24 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,28 . (8) Mc
5,30 . (9) Mc
5,31 . (10) Mc
5,35 . (11) Mc
5,37 . (12) Mc
5,40 .
15. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
19. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
22. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
| Mc 5,5 - Mc 5,5 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And always, night and day, he was in the mountains,
and in the tombs, crying, and cutting himself with stones.
Luther-Bibel . 5 Und er war allezeit, Tag und Nacht, in den Grabhöhlen und auf
den Bergen, schrie und schlug sich mit Steinen.
Tekstuitleg van Mc 5,5 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
7. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
11. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
14. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi
(zijn) . Taalgebruik : eimi
(zijn) . Taalgebruik : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc
5,5 . (2) Mc
5,11 . (3) Mc
5,21 . (4) Mc
5,40 . (5) Mc
5,42 .
15. act. part. praes. nom. mann. enk. krazôn van het werkw. krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen . Mc (1) : Mc 5,5 .
16. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
| Mc 5,6 - Mc 5,6 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] But when he saw Jesus afar off, he ran and worshipped
him,
Luther-Bibel . 6 Als er aber Jesus sah von ferne, lief er hinzu und fiel vor
ihm nieder
Tekstuitleg van Mc 5,6 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .
3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,19 . (5) Mc
5,31 . (6) Mc
5,35 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,37 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 .
4. acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous
(Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous
(Jezus) . Mc (11) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,15 . (3) Mc
6,30 . (4) Mc
9,8 . (5) Mc
10,50 . (6) Mc
11,7 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,60 . (9) Mc
15,1 . (10) Mc
15,15 . (11) Mc
16,6 .
Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc
5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc
5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc
5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc
5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc
5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc
5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc
5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc
5,36 (nom. Ièsous) .
5. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo
(af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo
(af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 5 (5) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,17 . (3) Mc
5,29 . (4) Mc
5,34 . (5) Mc
5,35 .
8. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
| Mc 5,7 - Mc 5,7 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] And cried with a loud voice, and said, What have I to
do with thee, Jesus, thou Son of the most high God? I adjure thee by God, that
thou torment me not.
Luther-Bibel . 7 und schrie laut: Was willst du von mir, Jesus, du Sohn Gottes,
des Allerhöchsten? Ich beschwöre dich bei Gott: Quäle mich nicht!
Tekstuitleg van Mc 5,7 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. act. part. aor. nom. mann. enk. kraxas van het werkw. krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen . Mc (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,26 . (4) Mc 15,39 .
3. dat. vr. enk. fônè (stem, roep) . Taalgebruik in het N.T. :
fônè
(stem, roep) . Taalgebruik in Mc : fônè
(stem, roep) . Hebr. p´ (mond) . Verwant met Gr. fô-nè
(Lat vo-x = stem , vo-care = roepen) , fè-mi = spreken . Lat for - fari
. Verwant met de indogerm. stam bha . Cfr. tele-foon .
Ook verwantschap tussen Hebr. pânîm (aangezicht) en fainô
= schijnen . Lat. facies . E. face . Ned. aangezicht , aanschijn .
- zelfstandig naamwoord vrouwelijk nominatief of datief enkelvoud fônè
of fônèi = stem , roep . Mc (6) : (1) Mc
1,3 (nom.) . (2) Mc
1,11 (nom.) . (3) Mc
1,26 (dat.) . (4) Mc
5,7 (dat.) . (5) Mc
9,7 (nom.) . (6) Mc
15,34 (dat.) .
4. nom. + dat. vr. enk. megalè(i) (groot) van het bijvoegl. naamwoord megas (groot) . Taalgebruik in het N.T. : megas (groot) . Taalgebruik in Mc : megas (groot) . Mc (7) : (1) Mc 1,26 (dat.) . (2) Mc 4,37 (nom.) . (3) Mc 4,39 (nom.) . (4) Mc 5,7 (dat.) . (5) Mc 5,11 (nom.) . (6) Mc 5,42 (dat.) . (7) Mc 15,34 (dat.) .
3. - 4. fônè(i) megalè(i) (met luide stem) . Mc (3) : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 15,34 .
5. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc
5,7 . (2) Mc
5,9 . (3) Mc
5,19 . (4) Mc
5,36 . (5) Mc
5,39 . (6) Mc
5,41 .
8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .
9. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .
10. voc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .
11. voc. mann. enk. huie (zoon) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het N.T. : huios (zoon) . Taalgebruik in Mc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils . Mc (3) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 10,47 . (3) Mc 10,48 .
12. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. :
bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc
5 (11) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,29 . (8) Mc
5,35 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 .
18. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,19 . (5) Mc
5,31 . (6) Mc
5,35 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,37 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 .
| Mc 5,8 - Mc 5,8 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] For he said unto him, Come out of the man, thou unclean
spirit.
Luther-Bibel . 8 Denn er hatte zu ihm gesagt: Fahre aus, du unreiner Geist,
von dem Menschen!
Tekstuitleg van Mc 5,8 .
5. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
6. nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma
(geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc
1,10 . (2) Mc
1,12 . (3) Mc
1,26 . (4) Mc
3,29 . (5) Mc
3,30 . (6) Mc
5,8 . (7) Mc
7,25 . (8) Mc
9,17 . (9) Mc
9,20 . (10) Mc
9,25 . (11) Mc
13,11 . (12) Mc
14,38 .
7. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
9. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 5 (2) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,8 . ex (uit) : Mc
5,30 .
10. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. :
bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,29 . (8) Mc
5,35 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 .
11. gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (15) : (1) Mc
2,10 ** . (2) Mc
2,28 **. (3) Mc
5,8 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
8,31** . (7) Mc
8,38 ** . (8) Mc
9,9 ** . (9) Mc
9,12 **. (10) Mc
9,31 ** . (11) Mc
10,33 ** . (12) Mc
10,45 ** . (13) Mc
13,26 **. (14) Mc
14,21 **. (15) Mc
14,41 **.
| Mc 5,9 - Mc 5,9 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] And he asked him, What is thy name? And he answered,
saying, My name is Legion: for we are many.
Luther-Bibel . 9 Und er fragte ihn: Wie heißt du? Und er sprach: Legion heiße
ich; denn wir sind viele.
Tekstuitleg van Mc 5,9 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van
het werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger
: ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
9,33 . (6) Mc
10,17 . (7) Mc
13,3 . (8) Mc
14,61 . (9) Mc
15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .
3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
2. - 3. epèrôta auton (hij vroeg hem uit) . Mc (4) : (3) Mc 5,9 (de man met een onreine geest aan Jezus) . (2) Mc 8,23 (Jezus aan de blinde) . (3) Mc 10,17 (de rijke jongeling aan Jezus) . (8) Mc 14,61 (de hogepriester aan Jezus) .
6. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .
8. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc
5,7 . (2) Mc
5,9 . (3) Mc
5,19 . (4) Mc
5,36 . (5) Mc
5,39 . (6) Mc
5,41 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
13. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 5 (5) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
5,23 . (3) Mc
5,28 . (4) Mc
5,29 . (5) Mc
5,35 .
| Mc 5,10 - Mc 5,10 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] And he besought him much that he would not send them
away out of the country.
Luther-Bibel . 10 Und er bat Jesus sehr, dass er sie nicht aus der Gegend vertreibe.
Tekstuitleg van Mc 5,10 .
Mc 5,10.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,10.2.
act. ind. imperf. . 3de p. enk. parekalei (hij drong aan) van het werkw. parakaleô
(bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen
: Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het
N.T. : parakaleô
- ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô
- ad-vocare (bij-roepen) .
Mc (2) : (1) Mc
5,10 . (2) Mc
5,18 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen, aandringen) in Mc
(9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld . In Mc
5,12 vraagt de onreine geest om hem niet buiten de streek te sturen . En
Jezus staat het toe . In Mc
5,18 vraagt de genezene om mee te gaan , maar Jezus staat het hem niet toe
, maar stuurt hem terug naar het dorp .
Mc 5,10.3.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
Mc 5,10.4.
nom. + acc. onz. mv. polla (veel) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik
in het N.T. : polus
(veel) . Taalgebruik in Mc : polus
(veel) .
Mc (21) : (1) Mc
1,34 . (2) Mc
1,45 . (3) Mc
3,12 . (4) Mc
4,2 . (5) Mc
5,10 . (6) Mc
5,23 . (7) Mc
5,26 . (8) Mc
5,38 . (9) Mc
5,43 . (10) Mc
6,13 . (11) Mc
6,20 . (12) Mc
6,23 . (13) Mc
6,34 . (14) Mc
7,4 . (15) Mc
7,13 . (16) Mc
8,31 . (17) Mc
9,12 . (18) Mc
9,26 . (19) Mc
10,22 . (20) Mc
12,41 . (21) Mc
15,3 .
Mc 5,10.5.
hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc
5,10 . (2) Mc
5,12 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,23 . (5) Mc
5,43 .
Mc 5,10.1.
- 5. herhaaldelijk verzoek
- Mc 5,10
: kai parekalei auton polla hina (en hij drong herhaaldelijk bij hem aan opdat)
.
- Mc 5,23
: kai parakalei auton polla ... hina (en hij roept hem herhaaldelijk ter hulp
opdat) .
7. voornaamw. nom. + acc. onz. mv. auta (het, die) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (5) : (1) Mc
5,10 . (2) Mc
8,7 . (3) Mc
10,14 . (4) Mc
10,16 . (5) Mc
15,24 .
Mc 5,10.10.
bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (5) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,10 . (3) Mc
5,29 . (4) Mc
5,34 . (5) Mc
5,41 .
| Mc 5,11 - Mc 5,11 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] Now there was there nigh unto the mountains a great
herd of swine feeding.
Luther-Bibel . 11 Es war aber dort an den Bergen eine große Herde Säue auf der
Weide.
Tekstuitleg van Mc 5,11 . Het vers Mc 5,11 telt 10 (2 X 5) woorden en 43 letters . De getalwaarde van Mc 5,11 is 3265 (5 X 653) .
1. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi
(zijn) . Taalgebruik : eimi
(zijn) . Taalgebruik : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc
5,5 . (2) Mc
5,11 . (3) Mc
5,21 . (4) Mc
5,40 . (5) Mc
5,42 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 5 (5) : (1) Mc
5,11 . (2) Mc
5,33 . (3) Mc
5,34 . (4) Mc
5,36 . (5) Mc
5,40 .
3. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .
4. voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (4) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,22 .
5. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .
1. - 6. STAP VOOR STAP !
- Mc 1,23
: kai euthus èn en tè(i) sunagôgè(i) (er onmiddellijk
was er in de synagoge) .
- Mc 3,1
: kai èn ekei (en er was daar) .
Zie ook : Mc
1,13 : kai èn en tè(i) erèmô(i) (en hij was in
de woestijn) .
en : Mc
5,11 : èn de ekei pros tô(i) horei (er was echter bij de berg)
.
| Mc 5,12 - Mc 5,12 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And all the devils besought him, saying, Send us into
the swine, that we may enter into them.
Luther-Bibel . 12 Und die unreinen Geister baten ihn und sprachen: Lass uns
in die Säue fahren!
Tekstuitleg van Mc 5,12 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. act. ind. aor. 3de p. mv. parekalesan van het werkw. parakaleô (bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Mc (1) : Mc 5,12 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .
3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
1. - 4. een vorm van parakaleô , gevolgd door een vorm van legô
(zeggen) + hoti (dat) + directe rede .
- Mc 1,40
: parakalôn auton (hem ter hulp roepend) ... kai legôn autô(i)
(en hem zeggend dat) + directe rede ..
- Mc 5,12
: kai parekalesan auton legontes (en zij drongen bij hem erop aan zeggende)
+ directe rede .
- Mc 5,23
: kai parakalei auton (en hij roept hem ter hulp) ... legôn hoti (zeggende
dat) + directe rede .
In Mc
1,40 en Mc
5,23 gaat het om een verzoek aan Jezus om genezing . In Mc
5,12 gaat het om een verzoek van de onzuivere geest legioen om in de varkens
te mogen gaan .
7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .
10. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc
5,10 . (2) Mc
5,12 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,23 . (5) Mc
5,43 .
11. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .
| Mc 5,13 - Mc 5,13 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] And forthwith Jesus gave them leave. And the unclean
spirits went out, and entered into the swine: and the herd ran violently down
a steep place into the sea, (they were about two thousand;) and were choked
in the sea.
Luther-Bibel . 13 Und er erlaubte es ihnen. Da fuhren die unreinen Geister aus
und fuhren in die Säue, und die Herde stürmte den Abhang hinunter in den See,
etwa zweitausend, und sie ersoffen im See.
Tekstuitleg van Mc 5,13 .
Mc 5,13.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,13.2.
act. ind. aor. 3de pers. enk. epetrepsen (hij stond toe) van het werkw. epitrepô
(overlaten, toevertrouwen) . Taalgebruik in het N.T. : epitrepô
(overlaten, toevertrouwen)
. Taalgebruik in Mc : epitrepô
(overlaten, toevertrouwen) .
Mc (2) : (1) Mc
5,13 . (2) Mc
10,4 .
Mc 5,13.4.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,13.11. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .
Mc 5,13.14.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
16. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc
5,13 . (2) Mc
5,18 . (3) Mc
5,29 . (4) Mc
5,33 . (5) Mc
5,34 . (6) Mc
5,35 .
Mc 5,13.18.
kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata
(tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata
(tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc
4,10 . (2) Mc
5,13 . (3) Mc
6,40 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
11,25 . (6) Mc
13,8 . (7) Mc
14,19 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
15,6 .
Mc 5,13.19.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,29 . (8) Mc
5,35 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 .
Mc 5,13.21.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc
5,1 (2X) . (2) Mc
5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc
5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc
5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc
5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc
5,19 (naar uw huis) . (7) Mc
5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc
5,22 (heis = één) . (9) Mc
5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc
5,34 . (11) Mc
5,38 (zij gaan naar het huis...) .
Mc 5,13.22.
bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. :
the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord
il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,13 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,30 . (7) Mc
5,32 . (8) Mc
5,33 . (9) Mc
5,40 .
23. acc. vr. enk. thalassan van het zelfst. naamw. thalassa (zee, meer) . Taalgebruik
in het N.T. : thalassa
(zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa
(zee) .
Mc (9) (1) Mc
1,16 . (2) Mc
2,13 . (3) Mc
3,7 . (4) Mc
4,1 . (5) Mc
5,13 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
9,42 . (9) Mc
11,23 . In Mc 1 zijn er twee vormen van thalassa : (1) Mc
1,16 (dat. thalassh(i) . (2) Mc
1,16 (acc. thalassan) .
22. - 23. tèn thalassan (de zee) . Accusatief vr. enk bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord . Mc (9 / 9) .
21. - 23. eis tèn thalassan (naar de zee / het meer) . Mc (3) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 9,42 . (3) Mc 11,23 .
Mc 5,13.26.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,13.28.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
Mc 5,13.29. tè(i) . Taalgebruik : bepaald lidwoord . Datief vrouwelijk enkelvoud .
Mc 5,13.30. thalassè(i) (zee, meer) . Taalgebruik in het N.T. : thalassa (zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa (zee) . Datief vrouwelijk enkelvoud . Mc (4) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 4,2 . (3) Mc 4,39 . (4) Mc 5,13 . Parallel : Mt 8,26 // Mc 4,39 .
Mc 5,13.29. - 30. tè(i) thalassè(i) (de zee, het meer) . Datief vr. enk. In 11 ( / 13) verzen in het N.T. : Mt (2) . Mc (4) . Lc (1) . Br. (1) . Apk (3) . Niet Hnd en Br (-1)
Mc 5,13.28. - 30. en tè(i) thalassè(i) (in de zee, in het meer) . In negen verzen in het N.T. : (1) Mt 8,24 . (2) Mc 1,16 . (3) Mc 4,2 . (4) Mc 5,13 . (5) Lc 17,6 . (6) 1 Kor 10,2 . (7) Apk 8,9 . (8) Apk 16,3 . (9) Apk 18,19 . In 3 ( / 4) in Mc ; niet in Mc 4,39 .
| Mc 5,14 - Mc 5,14 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And they that fed the swine fled, and told it in the
city, and in the country. And they went out to see what it was that was done.
Luther-Bibel . 14 Und die Sauhirten flohen und verkündeten das in der Stadt
und auf dem Lande. Und die Leute gingen hinaus, um zu sehen, was geschehen war,
Tekstuitleg van Mc 5,14 . Het vers Mc 5,14 telt 22 (2 X 11) woorden en 100 (2 X 2 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 5,14 is 9387 (3 X 3 X 7 X 149) .
Mc 5,14.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,14.6.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
8. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. :
the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord
il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,13 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,30 . (7) Mc
5,32 . (8) Mc
5,33 . (9) Mc
5,40 .
Mc 5,14.15.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
17. inf. aor. idein (zien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden
(hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden
(hij zag) . L. videre . Fr. voir .
Mc (2) : (1) Mc
5,14 . (2) Mc
5,32 .
20. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
| Mc 5,15 - Mc 5,15 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
Bible de Jérusalem . 15. Ils arrivent auprès de Jésus
et ils voient le démoniaque assis, vêtu et dans son bon sens, lui
qui avait eu la Légion, et ils furent pris de peur.
King James Bible . And they come to Jesus, and see him that was possessed with
the devil, and had the legion, sitting, and clothed, and in his right mind:
and they were afraid.
Luther-Bibel . 15 und kamen zu Jesus und sahen den Besessenen, wie er dasaß,
bekleidet und vernünftig, den, der die Legion unreiner Geister gehabt hatte;
und sie fürchteten sich.
Tekstuitleg van Mc 5,15 . Dit vers Mc 5,15 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 123 letters . De getalwaarde van Mc 5,15 is 12751 (41 X 311) .
Mc 5,15.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und.
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet
in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,15.2.
Ind. pr. 3de pers. mv. erchontai (zij gaan) van het werkw. erchomai (gaan, komen)
. Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) .
Mc (12) : (1) Mc
2,3 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,35 . (5) Mc
5,38 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
10,46 . (8) Mc
11,15 . (9) Mc
11,27 . (10) Mc
12,18 . (11) Mc
14,32 . (12) Mc
16,2 .
In 4 gevallen gaan mensen naar Jezus toe : (1) Mc
2,3 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
12,18 .
Er is een opmerkelijke overeenkomst tussen Mc
5,15 en Mc
16,2 . In Mc 5 is het duivellegioen uitgedreven en heeft het zich in het
meer gestort . Het is verslagen . Wat rest er nog ? In Mc 16 werd Jezus gedood
. Wat rest nog van hem ? In Mc 5 gaan de mensen , die van dit gebeuren gehoord
hebben , naar Jezus . In Mc 16 gaan de vrouwen na de sabbat na de begrafenis
van Jezus naar het graf .
- Mc 5,15
: erchontai pros ton Ièsoun (zij gaan naar Jezus) .
- Mc 16,2
: erchontai epi to mnèmeion (zij gaan op het graf) .
Mc 5,15.3.
voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros
(naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros
(naar, bij) .
Mc (4) : (1) Mc
5,11 . (2) Mc
5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc
5,19 . (4) Mc
5,22 .
Mc 5,15.2. - 3. erchontai pros (zij gaan naar) . Mc (3) : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 11,27 .
Mc 5,15.4.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,19 . (5) Mc
5,31 . (6) Mc
5,35 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,37 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 .
Mc 5,15.5.
acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous
(Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous
(Jezus) .
Mc (11) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,15 . (3) Mc
6,30 . (4) Mc
9,8 . (5) Mc
10,50 . (6) Mc
11,7 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,60 . (9) Mc
15,1 . (10) Mc
15,15 . (11) Mc
16,6 .
Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc
5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc
5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc
5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc
5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc
5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc
5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc
5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc
5,36 (nom. Ièsous) .
Mc 5,15.3. - 5. pros ton Ièsoun (naar Jezus) . Mc (5) : (1) Mc 5,15 . (2) Mc 6,30 . (3) Mc 10,50 . (4) Mc 11,7 . (5) Mc 11,27 .
Mc 5,15.2. - 5. erchontai pros ton Ièsoun (zij gaan naar Jezus) . Slechts in Mc 5,15 in het N.T. .
Mc 5,15.6.
kai (en) .Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,15.7. theôrousin (zij zien). Actief indicatief praesens 3de persoon meervoud, zie theôreô (zien, kijken), zie Mc 16,4 . In 2 verzen bij Marcus: (1) Mc 5,15 . (2) Mc 16,4 . Tussen Mc 5,15-20 en Mc 16,1-8 zijn er heel wat overeenkomsten. Na erchontai (zij gaan) in Mc 16,2 is theôrousin (zij zien) in Mc 16,4 het 2de hoofdwerkwoord in de tegenwoordige tijd. In Mc 5,15 volgen erchontai (zij gaan) en theôrousin (zij zien) elkaar op in 2 nevenschikkende zinnen.
Mc 5,15.8.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,19 . (5) Mc
5,31 . (6) Mc
5,35 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,37 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 .
Mc 5,15.10. kathèmenon (gezeten) . Taalgebruik : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) , zie Mt 28,2 en Mc 16,5 . Participium praesens accusatief mannelijk enkelvoud van het werkwoord kathèmai (zich zetten, zitten) . In zeventien verzen in de bijbel . In zeven verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . In vier verzen bij Marcus : (1) Mc 2,14 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 14,62 . (4) Mc 16,5 .
Mc 5,15.11. himatismenon (gekleed) komt slechts in 2 verzen in de bijbel voor ; in Mc 5,15 en in de paralleltekst Lc 9,35 .
| Mc 5,15 | Mc 16,1-8 |
| kai erchontai pros... (en zij gaan naar...) | Mc 16,2 : erchontai epi (en zij gaan op... |
| kai theôrousin (en zij zien) | Mc 16,4 : theorousin (zij zien)... |
| ton daimonizomenon (de bezetene) | Mc 16,5 : eidon neaniskon (zij zagen) een jongeling |
| kathèmenon (gezeten) | kathèmenon en tois dexiois (gezeten aan de rechterkant) |
| imatismenon (gekleed) ... | peribeblèmenos stolèn leukèn (een wit gewaad om zich heen geslagen) |
| kai efobèthèsan (en zij werden bevreesd) | kai exethambèthèsan (en zij |
| 143. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mt 8,28-34 - Mc 5,1-20 - | 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 |
Mc 5,15.12.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,15.16.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,19 . (5) Mc
5,31 . (6) Mc
5,35 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,37 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 .
Mc 5,15.18.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,15.19.
ind. aor. 3de pers. mv. efobèthèsan (zij vreesden) van het werkw.
fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in het N.T.
: fobeomai
(vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in Mc : fobeomai
(vrezen, door fobieën bevangen worden) .
Mc (3) : (1) Mc
4,41 . (2) Mc
5,15 . (3) Mc
12,12 . Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
in Mc in 12 verzen : (1) Mc
4,41 . (2) Mc
5,15 . (3) Mc
5,33 . (4) Mc
5,36 . (5) Mc
6,20 . (6) Mc
6,50 . (7) Mc
9,32 . (8) Mc
10,32 . (9) Mc
11,18 . (10) Mc
11,32 . (11) Mc
12,12 . (12) Mc
16,8 .
| Mc 5,16 - Mc 5,16 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And they that saw it told them how it befell to him
that was possessed with the devil, and also concerning the swine.
Luther-Bibel . 16 Und die es gesehen hatten, erzählten ihnen, was mit dem Besessenen
geschehen war und das von den Säuen.
Tekstuitleg van Mc 5,16 .
Mc 5,16.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,16.6.
pôs (hoe) . Taalgebruik in het N.T. : pôs
(hoe) . Taalgebruik in Mc : pôs
(hoe) . Vragend of onbepaald voornaamw. van wijze .
Mc (14) . Mc 5 (1) : Mc
5,16 .
Mc 5,16.8.
bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E.
: the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord
il-lum , il-lam) .
Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc
5,11 . (2) Mc
5,16 . (3) Mc
5,21 . (4) Mc
5,27 . (5) Mc
5,29 . (6) Mc
5,30 . (7) Mc
5,36 .
Mc 5,16.10.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
11. peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : peri
(over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Mc : peri
(over, rondom, omwille van) . Fr.
pour , N. voor . Voorzetsel .
Mc (22) . Mc 5 (2) : (1) Mc
5,16 . (2) Mc
5,27 .
12. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord
. Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,2 . (3) Mc
5,16 . (4) Mc
5,17 . (5) Mc
5,22 . (6) Mc
5,28 . (7) Mc
5,30 .
| Mc 5,17 - Mc 5,17 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] And they began to pray him to depart out of their coasts.
Luther-Bibel . 17 Und sie fingen an und baten Jesus, aus ihrem Gebiet fortzugehen.
Tekstuitleg van Mc 5,17 . Het vers Mc 5,17 telt 9 (3 X 3) woorden en 49 (7 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 5,17 is 5811 (3 X 13 X 149) .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. ind. aor. 3de pers. mv. èrxanto (zij begonnen) van het werkw. archomai
(beginnen) . Taalgebruik in het N.T. : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) .
Mc (8) : (1) Mc
2,23 . (2) Mc
5,17 . (3) Mc
6,55 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
10,41 . (6) Mc
14,19 . (7) Mc
14,65 . (8) Mc
15,18 .
3. inf. pr. parakalein . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Mc (1) : Mc 5,17 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .
4. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
5. inf. aor. apêlthein van het werkw. aperchomai (af-gaan, weg-gaan)
. Taalgebruik in het N.T. : aperchomai
(weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai
(weggaan) .
Mc (2) : (1) Mc
5,17 . (2) Mc
9,43 .
6. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo
(af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo
(af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 5 (5) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,17 . (3) Mc
5,29 . (4) Mc
5,34 . (5) Mc
5,35 .
7. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord
. Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,2 . (3) Mc
5,16 . (4) Mc
5,17 . (5) Mc
5,22 . (6) Mc
5,28 . (7) Mc
5,30 .
8. gen. onz. mv. horiôn van het zelfst. naamw. horion (gebied) . Taalgebruik
in het N.T. : horion
(gebied) . Taalgebruik in Mc : horion
(gebied) .
Mc (2) : (1) Mc
5,17 . (2) Mc
7,31 .
9. voornaamw. gen. mv. autôn van het voornaamw. autos . Taalgebruik in
het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (37) . Mc 5 (1) : Mc
5,17 .
4. - 9.
- Mc 5,17
: apelthein apo tôn horiôn autôn = wegaan van hun gebied .
Een vorm van het werkw. ap-erchomai (weggaan) + voorzetsel apo (van) .
- Mc 7,31
: exelthôn ek tôn horiôn Turou = weggegaan uit het gebied
van Tyrus . Een vorm van het werkw. ex-erchomai (uitgaan) + voorzetsel ek (uit)
.
| Mc 5,18 - Mc 5,18 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And when he was come into the ship, he that had been
possessed with the devil prayed him that he might be with him.
Luther-Bibel . 18 Und als er in das Boot trat, bat ihn der Besessene, dass er
bei ihm bleiben dürfe.
Tekstuitleg van Mc 5,18 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. actief part. praes. gen. mann. enk. embainontos (terwijl hij instapt) van het werkwoord embainô (inklimmen) . Taalgebruik in het N.T. : embainô (inklimmen) . Taalgebruik in Mc : embainô (inklimmen) .
3. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,22 . (5) Mc
5,24 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,28 . (8) Mc
5,30 . (9) Mc
5,31 . (10) Mc
5,35 . (11) Mc
5,37 . (12) Mc
5,40 .
5. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
4. - 6. eis to ploion (in de boot) : (1) Mc 4,37 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) Mc 6,51 . (5) Mc 8,10 . In vier verzen in combinatie met een vorm van embainô (inklimmen) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) (5) Mc 8,10 . In Mc 6,51 in combinatie met een vorm van anabainô (omhoogklimmen) .
7. act. ind. imp. 3de p. enk. parekalei van het werkw. parakaleô (bijroepen,
ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen : Latijn :
exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô
- ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô
- ad-vocare (bij-roepen) .
Mc (2) : (1) Mc
5,10 . (2) Mc
5,18 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen, aandringen) in Mc
(9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .
In Mc
5,12 vraagt de onreine geest om hem niet buiten de streek te sturen . En
Jezus staat het toe . In Mc
5,18 vraagt de genezene om mee te gaan , maar Jezus staat het hem niet toe
, maar stuurt hem terug naar het dorp .
8. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
9. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc
5,18 . (2) Mc
5,19 . (3) Mc
5,20 . (4) Mc
5,30 . (5) Mc
5,33 . (6) Mc
5,34 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,41 .
11. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc
5,10 . (2) Mc
5,12 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,23 . (5) Mc
5,43 .
14. è(i) . bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord
. Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc
5,13 . (2) Mc
5,18 . (3) Mc
5,29 . (4) Mc
5,33 . (5) Mc
5,34 . (6) Mc
5,35 .
| Mc 5,19 - Mc 5,19 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] Howbeit Jesus suffered him not, but saith unto him,
Go home to thy friends, and tell them how great things the Lord hath done for
thee, and hath had compassion on thee.
Luther-Bibel . 19 Aber er ließ es ihm nicht zu, sondern sprach zu ihm: Geh hin
in dein Haus zu den Deinen und verkünde ihnen, welch große Wohltat dir der Herr
getan und wie er sich deiner erbarmt hat.
Tekstuitleg van Mc 5,19 . Het vers Mc 5,19 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 118 (2 X 59) letters . De getalwaarde van Mc 5,19 is 12318 (2 X 3 X 2053)
Mc 5,19.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,19.4.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
Mc 5,19.6.
act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen)
. Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc
5,7 . (2) Mc
5,9 . (3) Mc
5,19 . (4) Mc
5,36 . (5) Mc
5,39 . (6) Mc
5,41 .
Mc 5,19.6. - 7. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .
10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,19 . (5) Mc
5,31 . (6) Mc
5,35 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,37 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 .
Mc 5,19.13. voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (4) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,22 .
Mc 5,19.16.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,19.20.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc
5,18 . (2) Mc
5,19 . (3) Mc
5,20 . (4) Mc
5,30 . (5) Mc
5,33 . (6) Mc
5,34 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,41 .
Mc 5,19.22. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .
Mc 5,19.24.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Duality
- Mc 2,11
: hupage eis ton oikon sou = ga naar huis (genezing van een lamme) .
- Mc 5,19
: hupage eis ton oikon sou = ga naar huis (genezing van een bezetene) .
- Mc
5,19 : kai apaggeilon autois hosa o kurios soi pepoièken = en verkondig
hun hoeveel de Heer voor jou heeft gedaan .
- Mc 5,20
: kai èrxato kèrussein ... hosa epoièsen autôi ho ièsous = en hij begon te verkondigen
hoeveel Jezus voor hem deed .
| Mc 5,20 - Mc 5,20 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] And he departed, and began to publish in Decapolis
how great things Jesus had done for him: and all men did marvel.
Luther-Bibel . 20 Und er ging hin und fing an, in den Zehn Städten auszurufen,
welch große Wohltat ihm Jesus getan hatte; und jedermann verwunderte sich.
Tekstuitleg van Mc 5,20 . Het vers Mc 5,20 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalwaarde van Mc 5,20 is 6743 (11 X 613) .
In Mc
5,20 wordt de reactie van de genezene gegeven en de houding van hen die
zijn getuigenis horen .
Op het einde van het eerste hoofdstuk , van de succes-story van Jezus , getuigde
de genezen melaatse over Jezus (Mc
1,45) . Op het einde van dit verhaal , getuigt de genezene over Jezus (Mc
5,20) . Zo krijgen we twee getuigenissen : dat van een jood en dat van een
heiden .
- Mc
5,19 : kai apaggeilon autois osa o kurios soi pepoièken = en verkondig hun
hoeveel de Heer voor jou heeft gedaan .
- Mc 5,20
: kai èrxato kèrussein ... hosa epoièsen autôi ho ièsous = en hij begon te verkondigen
hoeveel Jezus voor hem deed .
De bijzin van Mc
5,19 en Mc
5,20 vertoont een omarmingsstructuur ; Mc
5,19 : lijdend voorwerp , onderwerp , meewerkend voorwerp , werkwoord .
Mc 5,20
: lijdend voorwerp , werkwoord , meewerkend voorwerp , onderwerp . Het meewerkend
voorwerp is in beide verzen een voornaamwoord . Dat staat het dichtst bij het
werkwoord ; ervoor of erna al naargelang de structuur van de zin .
Mc 5,20.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. Indicatief praesens 3de persoon enkelvoud erchetai (hij gaat, hij komt)
van het werkwoord erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T.
: erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) .
Mc (16) : (1) Mc
1,7 . (2) Mc
1,40 . (3) Mc
3,20 . (4) Mc
3,31 . (5) Mc
4,15 . (6) Mc
4,21 . (7) Mc
5,22 . (8) Mc
6,1 . (9) Mc
6,48 . (10) Mc
10,1 . (11) Mc
13,35 . (12) Mc
14,17 . (13) Mc
14,37 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,66 . (16 ) Mc
15,36 .
In Mc
1,40 komt een zieke naar Jezus . In Mc
5,22 gaat een synagoge-overste om genezing vragen voor zijn dienaar .
1. - 2. kai erchetai (en hij gaat, en hij komt) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . N.T. : N.T. (13) . Mt (2) . Mc (6) . Lc (2) . Joh (3) . Bij het begin van het vers (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 .
3. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
6. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
- èrxato (hij begon) , zie Mc 1,45 : Bij Marcus: (1) Mc 1,45 (kèrussein = verkondigen) . (2) Mc 4,1 (didaskein = leraren) . (3) Mc 5,20 (kèrussein = verkondigen) . (4) Mc 6,2 (didaskein = leraren) . (5) Mc 6,7 (apostellein = zenden) . (6) Mc 6,34 (didaskein = leraren) . (7) Mc 8,31 (didaskein = leraren) . (8) Mc 8,32 (epitiman = opripsen) . (9) Mc 10,28 (legein = zeggen) . (10) Mc 10,32 (legein = zeggen) . (11) Mc 10,47 (legein = zeggen) . (12) Mc 11,15 (ekballein = buitenwerpen) . (13) Mc 12,1 (lalein = praten) . (14) Mc 13,5 (legein = zeggen) . (15) Mc 14,33 (ekthambeisthai = huiveren) . (16) Mc 14,69 (legein = zeggen) . (17) Mc 14,71 (anathematizein = zweren) . (18) Mc 15,8 (aiteisthai = vragen, eisen) .
12. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc
5,18 . (2) Mc
5,19 . (3) Mc
5,20 . (4) Mc
5,30 . (5) Mc
5,33 . (6) Mc
5,34 . (7) Mc
5,36 . (8) Mc
5,41 .
13. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .
14. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Het is de 3de maal dat Marcus èrxato (hij begon) gebruikt en het is de 2de maal dat hij èrxato kèrussein (hij begon te getuigen) gebruikt. Ook deze tweede maal is een genezene die begint te getuigen. In Mc 1,45 begon een genezene te getuigen in een stad in het gebied van Galilea. De getuige moet zich laten zien aan de priesters. Het is dus een joodse gelovige. In Mc 5,20 getuigt een genezene uit het heidens gebied Dekapolis. èrxato kèrussein (hij begon te getuigen) komt slechts in deze twee teksten voor. Samen geven ze een totaliteit weer : joden en heidenen.
71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mt 9,18-26 - Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
| 1. aantal woorden | 2. aantal letters | 3. aantal lettergrepen | 4. getalwaarde | 5. kai (en) | 6. de (echter) | 7. nevenschikkende hoofdzinnen | 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) | 9. participiumzinnen |
| Mc 5,21 | Mc 5,22 | Mc 5,23 | Mc 5,24 | Mc 5,35 | Mc 5,36 | Mc 5,37 | Mc 5,38 | Mc 5,39 | Mc 5,40 | Mc 5,41 | Mc 5,42 | Mc 5,43 | totaal | |
| 1 | ||||||||||||||
| 2 | ||||||||||||||
| 3 | ||||||||||||||
| 4 | ||||||||||||||
| 5 | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 | 4 | 2 | 4 | 1 | 3 | 2 | 28 | ||
| 6 | 1 | 1 | 1 | |||||||||||
| 7 | 2 | 2 | 2 | 3 | 4 | 3 | 1 | 2 | 5 | 2 | 4 | 4 | 2 | 36 |
| 8 | 2 | 1 | 2 | 3 | ||||||||||
| 9 | 1 | 1 | 2 | 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 2 | 1 | 13 |
- 11 / 13 zinnen beginnen met kai (en) .
| 1. aantal woorden | 2. aantal letters | 3. aantal lettergrepen | 4. getalwaarde | 5. kai (en) | 6. de (echter) | 7. nevenschikkende hoofdzinnen | 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) | 9. participiumzinnen |
| Mc 5,25 | Mc 5,26 | Mc 5,27 | Mc 5,28 | Mc 5,29 | Mc 5,30 | Mc 5,31 | Mc 5,32 | Mc 5,33 | Mc 5,34 | |
| 1 | ||||||||||
| 2 | ||||||||||
| 3 | ||||||||||
| 4 | ||||||||||
| 5 | ||||||||||
| 6 | ||||||||||
| 7 | ||||||||||
| 8 | ||||||||||
| 9 |
| 1. de vrouw | 2. de bloedvloeiïng | 3. Jezus | 4. de leerlingen | 5. Jezus | 6. de vrouw | 7. Jezus |
| Mc 5,25-28 | Mc 5,29 | Mc 5,30 | Mc 5,31 | Mc 5,32 | Mc 5,33 | Mc 5,34 |
| kai gunè (en een vrouw) | kai euthus exèranthè hè pègè tou haimatos autès (en onmiddellijk werd haar bloedvloeiïng uitgedroogd) | kai euthus ho Ièsous epignous (en onmiddellijk wist Jezus...) | kai elegon hoi mathètai autou (en zijn leerlingen zeiden) | kai perieblepeto (en hij keek rond) | hè de gunè (de vrouw echter) | ho de eipen autèi (hij echter zei haar) |
Mc 5,25-26 : 7X een participium nominatief vrouwelijk enkelvoud; 1. -ousa 2. -ousa 3.-sasa 4. -eisa 5. ousa 6. -sasa 7. ousa. Begin kai (en) en erop 3X kai (en).
| Mc 5,21 - Mc 5,21 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And when Jesus was passed over again by ship unto the
other side, much people gathered unto him: and he was nigh unto the sea.
Luther-Bibel . 21 Und als Jesus wieder herübergefahren war im Boot, versammelte
sich eine große Menge bei ihm, und er war am See.
Tekstuitleg van Mc 5,21 . Dit vers Mc 5,21 telt 21 (3 X 7) woorden en 94 (2 X 47) letters . De getalwaarde van Mc 5,21 is 10720 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 5 X 67) .
- Mc
4,35 : dielthômen eis to peran (laten we doorgaan naar de overzijde)
. UITNODIGING . Naar de oostkant van het meer .
- Mc 5,1
: kai èlthon eis to peran tès thalassès eis tèn
chôran tôn gerasènôn ( en zij gingen naar de overzijde
van het meer naar de streek van de Gerasenen) . UITVOERING .
- Mc 5,21
: kai diaperasantos tou ièsou en tô(i) ploiô(i) palin eis
to peran (en nadat Jezus in (met) de boot opnieuw naar de overzijde was doorgestoken)
. Terug naar de westkant van het meer .
Mc 5,21.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,21.2. act. part. aor. gen. mann. enk. diaperasantos van het werkw. diaperaô (oversteken, doortrekken) . Taalgebruik in het N.T. : diaperaô (oversteken, doortrekken) . Taalgebruik in Mc : diaperaô (oversteken, doortrekken) . Mc (1) : Mc 5,21 . Nog één andere vorm in Mc : act. part. aor. nom. mann. mv. diaperasantes (overgestoken) : Mc 6,53 .
Mc 5,21.3.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,29 . (8) Mc
5,35 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 .
Mc 5,21.4. gen. mann. enk. Ièsou (Jezus) van de eigennaam . Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Hebr. Jëhôsju`a (JHWH redt) . Mc (6) : (1) Mc 1,1 (gen.) . (2) Mc 5,21 (gen.) . (3) Mc 5,27 (gen.) . (4) Mc 14,55 (gen.) . (5) Mc 14,67 (gen.) . (6) Mc 15,43 (gen.) .
Mc 5,21.2. - 4. diaperasantos tou Ièsou (nadat Jezus was overgestoken - naar de overzijde) . Losse genitief . Enkel in dit vers Mc 5,21 in Mc staat Jezus in een losse genitief.
Mc 5,21.5.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
Mc 5,21.6. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .
7. dat. onz. enk. ploiô(i) van het zelfst. naamw. ploion (boot) . Taalgebruik
in het N.T. : ploion
(boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion
(boot) . N. vloot . L. navis . N. boot . E. ship . D. Boot .
Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met eis = naar (6
/ 7) , ek = uit (2 / 2) , en = in (6 / 6) . De verhalen rond de boot kunnen
we in drie groepen indelen .
- De eerste groep situeert zich rond de roeping van de eerste leerlingen (Mc
1,19-20) : (2) : (1) Mc
1,19 . (2) Mc
1,20 .
- de tweede groep rond Mc 4,1-5,21 met het verhaal van de stormstilling (Mc
4,35-41) : (6 , 7X) : (1) Mc
4,1 (eis ploion = in een boot) . (2) Mc
4,36 (en tô(i) ploiô(i) (in de boot) + (alla ploia = de andere
boten) . (3) Mc
4,37 (eis to ploion (tegen de boot) . (4) Mc
5,2 (ek tou ploiou = uit de boot) . (5) Mc
5,18 (eis to ploion = in de boot) . (6) Mc
5,21 (en tô(i) ploiô(i) = in de boot) .
Bij Mc in de 6 verzen : (1) Mc
1,19 . (2) Mc
1,20 . (3) Mc
4,36 . (4) Mc
5,21 . (5) Mc
6,32 . (6) Mc
8,14 .
5. - 7. en tô(i) ploiô(i) (in de boot) . Bij Mc in de 6 verzen : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 . (3) Mc 4,36 . (4) Mc 5,21 . (5) Mc 6,32 . (6) Mc 8,14 .
8. palin (opnieuw) . Taalgebruik in het N.T. : palin
(opnieuw) . Taalgebruik in Mc : palin
(opnieuw) . Fr. de nouveau . E. again . Ned. opnieuw .
Mc (26) . Mc 5 (1) : Mc
5,21 . In Mc
5,21 wordt het voor de 6de maal gebruikt . Mc
5,21 staat bij de uitdrukking eis to peran (naar de overzijde) . Terug naar
de westkant van het meer .
10. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
Mc 5,21.9. - 11. eis to peran (naar de overzijde) . Mc (5) . (1) Mc 4,35 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 8,13 .
Mc 5,21.12. mediaal. aor. 3de pers. enk. mv. sunèchtè (het verzamelde zich) van het werkw. sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in het N.T. : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in Mc : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Deze vorm in Mc slechts in Mc 5,21 . Een vorm van sunagô (verzamelen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 2,2 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,30 . (5) Mc 7,1 . Telkens wordt er rond Jezus verzameld .
Mc 5,21.13.
zelfst. naamw. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. :
ochlos
(menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos
(menigte) . Met één uitzondering (Mc
10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk .
Mc (13) : (1) Mc
2,13 . (2) Mc
3,20 . (3) Mc
3,32 . (4) Mc
4,1 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,24a - Mc
5,24b . (7) Mc
9,15 . (8) Mc
9,25 . (9) Mc
11,18 . (10) Mc
12,37 . (11) Mc
12,41 . (12) Mc
12,43 . (13) Mc
15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .
Mc 5,21.16.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
Mc 5,21.12..
STAP VOOR STAP !
- Mc 5,21
: sunèchthè ochlos polus = verzamelde zich een grote menigte .
- Mc 4,1
: kai sunagetai pros auton ochlos pleistos = en een zeer grote menigte verzamelde
zich bij hem .
In Mc 4,1
verzamelde zich een zeer grote menigte bij Jezus langs de rechteroever van het
meer van Galilea . In Mc
5,21 verzamelde zich een grote menigte (opnieuw) aan de rechteroever van
het meer nadat Jezus (en zijn leerlingen) was teruggekomen van een oversteken
naar de andere oever .
Mc 5,21.4. gen. mann. enk. Ièsou (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .
Mc 5,21.17.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,21.18.
act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn)
. Taalgebruik : eimi
(zijn) . Taalgebruik : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc
5,5 . (2) Mc
5,11 . (3) Mc
5,21 . (4) Mc
5,40 . (5) Mc
5,42 .
Mc 5,21.19.
para (langs) . Taalgebruik in het N.T. : para
(langs) . Taalgebruik in Mc : para
(langs) .
Mc (11) . para in Mc 5 (1) : Mc
5,21 . par' in Mc 5 (1) : Mc
5,26 .
Mc (11) . (1) Mc
1,16 . (2) Mc
2,13 . (3) Mc
4,1 . (4) Mc
4,4 . (5) Mc
4,15 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
10,27 . (8) Mc
10,46 . (9) Mc
12,2 . (10) Mc
12,11 . (11) Mc
14,43 .
- para + gen. (vanwege) : (1) Mc
10,27 . (2) Mc
12,2 . (3) Mc
12,11 . (4 Mc
14,43 .
- para + acc. + plaatsbepaling (3X tèn hodon = langs de weg : (1) Mc
4,4 . (2) Mc
4,15 . (3) Mc
10,46 . 4X tèn thalassan = langs het meer : (1) Mc
1,16 . (2)
Mc 2,13 . (3) Mc
4,1 . (4) Mc
5,21 .
-- 2X bij een roepingsverhaal : (1) Mc
1,16 . (2)
Mc 2,13 .
-- 2X bij woord en daad van Jezus : (1) Mc
4,1 . (2) Mc
5,21 . Beide verzen spelen zich af op de westelijke oever van het meer .
Tussen beide ligt de oversteek naar de overzijde en terug . para (langs) .
Mc 5,21.20.
bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. :
the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord
il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,13 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,30 . (7) Mc
5,32 . (8) Mc
5,33 . (9) Mc
5,40 .
Mc 5,21.21.
acc. vr. enk. thalassan van het zelfst. naamw. thalassa (zee, meer) . Taalgebruik
in het N.T. : thalassa
(zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa
(zee) .
Mc (9) (1) Mc
1,16 . (2) Mc
2,13 . (3) Mc
3,7 . (4) Mc
4,1 . (5) Mc
5,13 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
9,42 . (9) Mc
11,23 .
Mc 5,21.20. - 21. tèn thalassan (de zee) . Accusatief vr. enk bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord . Mc (9 / 9) .
- palin
(opnieuw) . In 26 verzen bij Marcus, zie Mc
2,1 . Het is de 6de maal dat palin (opnieuw) door Marcus gebruikt wordt.
- eis to peran (naar de overzijde) Mc
5,21 , verwijst naar eis to peran (naar de overkant) van Mc
4,35 . Mc 4,35 - Mc
4,35-41 . De Taalgebruik wordt aangegeven door palin, zie
- Linken tussen ochlos (menigte)(Mc
5,21), oikos (huis) (Mc
5,38) en ekeithen (vanaf hier) (Mc
6,1). Zie ook linken tussen het volk (ochlos) (Mc
7,14), huis (oikos) (Mc
7,17) en vanaf hier (ekeithen) (Mc
7,24). Zie ook linken tussen menigte (ochlos Mc
9,25) , huis (oikon Mc
9,28) en vanaf hier (kakeithen
Mc 9,30) .
| Mc 5,22 - Mc 5,22 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] And, behold, there cometh one of the rulers of the
synagogue, Jairus by name; and when he saw him, he fell at his feet,
Luther-Bibel . 22 Da kam einer von den Vorstehern der Synagoge, mit Namen Jaïrus.
Und als er Jesus sah, fiel er ihm zu Füßen
Tekstuitleg van Mc 5,22 .
Mc 5,22.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
Mc 5,22.2.
indicatief praes. 3de persoon enkelvoud erchetai (hij gaat, hij komt) van het
werkwoord erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc
1,7 . (2) Mc
1,40 . (3) Mc
3,20 . (4) Mc
3,31 . (5) Mc
4,15 . (6) Mc
4,21 . (7) Mc
5,22 . (8) Mc
6,1 . (9) Mc
6,48 . (10) Mc
10,1 . (11) Mc
13,35 . (12) Mc
14,17 . (13) Mc
14,37 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,66 . (16 ) Mc
15,36 .
In Mc
1,40 komt een zieke naar Jezus . In Mc
5,22 gaat een synagoge-overste om genezing vragen voor zijn dienaar .
Mc 5,22.4.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord .
Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,2 . (3) Mc
5,16 . (4) Mc
5,17 . (5) Mc
5,22 . (6) Mc
5,28 . (7) Mc
5,30 .
Mc 5,22.8.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
9. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .
8. - 9. kai idôn (en gezien) . Mc (5 / 12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,22 . (3) Mc 8,33 . (4) Mc 9,20 . (5) Mc 11,13 .
Mc 5,22.10.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
Mc 5,22.12. voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (4) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,22 .
Mc 5,22.15.
voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,22 . (5) Mc
5,24 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,28 . (8) Mc
5,30 . (9) Mc
5,31 . (10) Mc
5,35 . (11) Mc
5,37 . (12) Mc
5,40 .
| Mc 5,23 - Mc 5,23 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And besought him greatly, saying, My little daughter
lieth at the point of death: I pray thee, come and lay thy hands on her, that
she may be healed; and she shall live.
Luther-Bibel . 23 und bat ihn sehr und sprach: Meine Tochter liegt in den letzten
Zügen; komm doch und lege deine Hände auf sie, damit sie gesund werde und lebe.
Tekstuitleg van Mc 5,23 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. act. ind. pr. 3de p. enk. parakalei van het werkw. parakaleô (bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen, aandringen) . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Mc (1) : Mc 5,23 .
3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
6. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 5 (5) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
5,23 . (3) Mc
5,28 . (4) Mc
5,29 . (5) Mc
5,35 .
1. - 6. een vorm van parakaleô , gevolgd door een vorm van legô
(zeggen) + hoti (dat) + directe rede .
- Mc 1,40
: parakalôn auton (hem ter hulp roepend) ... kai legôn autô(i)
(en hem zeggend dat) + directe rede ..
- Mc 5,12
: kai parekalesan auton legontes (en zij drongen bij hem erop aan zeggende)
+ directe rede .
- Mc 5,23
: kai parakalei auton (en hij roept hem ter hulp) ... legôn hoti (zeggende
dat) + directe rede .
In Mc
1,40 en Mc
5,23 gaat het om een verzoek aan Jezus om genezing . In Mc
5,12 gaat het om een verzoek van de onzuivere geest legioen om in de varkens
te mogen gaan .
7. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
12. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc
5,10 . (2) Mc
5,12 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,23 . (5) Mc
5,43 .
1. - 4. 12. herhaaldelijk verzoek
- Mc 5,10
: kai parekalei auton polla hina (en hij drong herhaaldelijk bij hem aan opdat)
.
- Mc 5,23
: kai parakalei auton polla ... hina (en hij roept hem herhaaldelijk ter hulp
opdat) .
14. act. conj. aor. 2de pers. enk. epithè(i)s (jij zou opleggen) van het werkw. epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in het N.T. : epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in Mc : epitithèmi (opleggen) . Mc (1) : Mc 5,43 .
16. acc.vr. mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand)
. Taalgebruik in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,23 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
8,23 . (5) Mc
8,25 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,16 . (9) Mc
14,41 . (10) Mc
14,46 . (11) Mc
16,18 .
12. - 17. het verzoek om de han(en) op te leggen
- Mc 5,23
: hina elthôn epithè(i)s tas cheiras autè(i) (opdat jij
gekomen de handen haar zou opleggen) . Het verzoek van de overste van de synagoge
wordt in de directe rede gesteld . Hieraan gaat vooraf : kai parakalei auton
(en hij roept hem ter hulp) . Het hoofdwerkw. staat in de tegenw. tijd .
- Mc 7,32
: kai parakalousin auton hina epithè(i) autô(i) tèn cheira
(en zij roepen hem ter hulp opdat hij hem de hand zou opleggen) .
In Mc zijn het de 2 verzen waarin een conjunct. wordt gebruikt .
| Mc 5,24 - Mc 5,24 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] And Jesus went with him; and much people followed him,
and thronged him.
Luther-Bibel . 24 Und er ging hin mit ihm. Und es folgte ihm eine große Menge
und sie umdrängten ihn.
Tekstuitleg van Mc 5,24 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
4. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,18 . (4) Mc
5,22 . (5) Mc
5,24 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,28 . (8) Mc
5,30 . (9) Mc
5,31 . (10) Mc
5,35 . (11) Mc
5,37 . (12) Mc
5,40 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
8. zelfst. naamw. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk . Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 12,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
12. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,3 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
5,10 . (5) Mc
5,12 . (6) Mc
5,17 . (7) Mc
5,18 . (8) Mc
5,19 . (9) Mc
5,21 . (10) Mc
5,22 . (11) Mc
5,23 . (12) Mc
5,24 .
| Mc 5,25 - Mc 5,25 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] And a certain woman, which had an issue of blood twelve
years,
Luther-Bibel . 25 Und da war eine Frau, die hatte den Blutfluss seit zwölf Jahren
Tekstuitleg van Mc 5,25 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
2. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè
(vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè
(vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat.
femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (7) : (1) Mc
5,25 . (2) Mc
5,33 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
12,22 . (6) Mc
12,23 . (7) Mc
14,3 .
4. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
5,5 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,20 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,25 . (8) Mc
5,27 . (9) Mc
5,30 .
| Mc 5,26 - Mc 5,26 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] And had suffered many things of many physicians, and
had spent all that she had, and was nothing bettered, but rather grew worse,
Luther-Bibel . 26 und hatte viel erlitten von vielen Ärzten und all ihr Gut
dafür aufgewandt; und es hatte ihr nichts geholfen, sondern es war noch schlimmer
mit ihr geworden.
Tekstuitleg van Mc 5,26 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
5. gen. mv. pollôn (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel)
. Taalgebruik in het N.T. : polus
(veel) . Taalgebruik in Mc : polus
(veel) .
Mc (3) : (1) Mc
5,26 . (2) Mc
10,45 . (3) Mc
14,24 . Een vorm van polus (veel) in Mc (49) , in Mc 5 (8) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
5,10 . (3) Mc
5,21 . (4) Mc
5,23 . (5) Mc
5,24 . (6) Mc
5,26 (2 vormen) . (7) Mc
5,38 . (8) Mc
5,43 .
7. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
11. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .
13. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt
5,8 . (2) Mt
5,11 . (3) Mt
5,27 . (4) Mt
5,28 . (5) Mt
5,35 . (6) Mt
5,36 .
17. mallon (meer) . Taalgebruik in het N.T. : mallon
(meer) . Taalgebruik in Mc : mallon
(meer) .
Mc (5) : (1) Mc
5,26 . (2) Mc
7,36 . (3) Mc
9,42 . (4) Mc
10,48 . (5) Mc
15,11 .
19. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc
5,1 . (2) Mc
5,4 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,14 . (5) Mc
5,18 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
5,23 . (8) Mc
5,26 . (9) Mc
5,39 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 . (12) Mc
5,42 .
| Mc 5,27 - Mc 5,27 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] When she had heard of Jesus, came in the press behind,
and touched his garment.
Luther-Bibel . 27 Als die von Jesus hörte, kam sie in der Menge von hinten heran
und berührte sein Gewand.
Tekstuitleg van Mc 5,27 .
1. act. part. aor. nom. vr. enk. akousasa van het werkw. akouô (horen)
. Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Taalgebruik in Mc : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor <
Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor
lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (2) : (1) Mc
5,27 . (2) Mc
7,25 .
Het gaat over twee vrouwen die over Jezus hoorden ; de ene lijdt aan bloedvloeiïng
, de andere , wiens dochter bezeten is door een onzuivere geest .
2. peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : peri
(over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Mc : peri
(over, rondom, omwille van) . Fr.
pour , N. voor . Voorzetsel .
Mc (22) . Mc 5 (2) : (1) Mc
5,16 . (2) Mc
5,27 .
3. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,2 . (2) Mc
5,7 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
5,13 . (5) Mc
5,21 . (6) Mc
5,27 . (7) Mc
5,29 . (8) Mc
5,35 . (9) Mc
5,38 . (10) Mc
5,40 . (11) Mc
5,41 .
6. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr