MARCUSEVANGELIE , VIJFDE HOOFDSTUK , MC 5 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Marcusevangelie : Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16 ,
Bijbeluitleg per pericope - Mc 5,1-20 - Mc 5,21-43 -
Bijbeluitleg vers per vers - Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
http://www.onlinebible.org/html/dut/bible-info/De-Nieuwe-Bijbelvertaling.html op zoek naar God          
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie : Mc 5,1-20b - Mc 5,21-43
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken: - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het vijfde hoofdstuk van het Marcusevangelie :
143. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mt 8,28-34 - Mc 5,1-20 - Lc 8,26-39 -
144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 -

66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -

Marcus woordgebruik : A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

1. aantal woorden 2. aantal letters 3. aantal lettergrepen 4. getalwaarde 5. kai (en) 6. de (echter) 7. nevenschikkende hoofdzinnen 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) 9. participiumzinnen

  Mc 5,1 Mc 5,2 Mc 5,3 Mc 5,4 Mc 5,5 Mc 5,6 Mc 5,7 Mc 5,8 Mc 5,9 Mc 5,10 Mc 5,11 Mc 5,12 Mc 5,13 Mc 5,14 Mc 5,15 Mc 5,16 Mc 5,17 Mc 5,18 Mc 5,19 Mc 5,20 totaal
                                         
                                         
                                         
                                         
    41 
                                     
   4 39 
            1       14 
                       

- 16 / 20 zinnen beginnen met και = kai (en) . Slechts in twee zinnen komt geen enkele maal het woordje και = kai (en) voor .

Uit het vraaggesprek tussen een gelovige van de 21ste eeuw en de evangelist Marcus .

Is het Rijk Gods , waarover de parabels spreken , slechts voor de joden bestemd , of misschien ook voor de heidenen , ik bedoel de niet-joden ?

Marcus . Ik heb je vroeger reeds verteld dat Petrus de persoon is in wie de joden-christenen en de heiden-christenen zich verenigd weten in een gemeenschappelijk geloof dat Petrus belijdt . Het is een hele stap geweest om de weg naar de heidenen in te slaan . Dat vertelt ons het verhaal van de stormstilling (Mc 4,35-41) . In dat verhaal varen de leerlingen naar de overkant van het meer van Galilea , naar het gebied van de heidenen . Zoals de profeet Jona vluchtten zij weg , maar in hun vlucht worden ze door een storm overrompeld . Zoals God bij Jona was , zo is ook Jezus bij zijn leerlingen . De boodschap aan de Ninivieten is door God bedoeld ; de boodschap aan de heidenen is door God gewild . Wees dus gerust .
Op heidens gebied wordt Jezus geconfronteerd met een onreine geest (Mc 5,1-20) . Bij zijn eerste optreden in de synagoge van Kafarnaüm was Jezus eveneens geconfronteerd met een onreine geest (Mc 1,23-28) . In beide gevallen drijft Jezus de onreine geest uit . In plaats van een ‘bezeten’ mens krijgen we een vrij mens.
Op het einde van het eerste hoofdstuk , van de succes-story van Jezus , getuigde de genezen melaatse over Jezus (Mc 1,45) . Op het einde van dit verhaal , getuigt de genezene over Jezus (Mc 5,20) . Zo krijgen we twee getuigenissen : dat van een jood en dat van een heiden .


Mc 5,1 - Mc 5,1 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai èlthon eis to peran tès thalassès eis tèn chôran tôn Gerasènôn et venerunt trans fretum maris in regionem Gerasenorum En ze kwamen aan de overkant van het meer in de landstreek van de Gerasenen.   Zij kwamen nu aan de overkant van het meer in het land van de Gerasenen.   Ze kwamen aan de overkant van het meer in het land van de Gerasenen*  Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen.*  Ze komen aan op de overkant van de zee, in de streek van de Gerasenen. Mc 5:1- Ils arrivèrent sur l'autre rive de la mer, au pays des Géraséniens.

King James Bible . [1] And they came over unto the other side of the sea, into the country of the Gadarenes.
Luther-Bibel . 1 Und sie kamen ans andre Ufer des Sees in die Gegend der Gerasener.

  Mc 5,1 Mt 8,28 Lc 8,26
  1Καὶ ἦλθον εἰς τὸ πέραν τῆς θαλάσσης εἰς τὴν χώραν τῶν Γερασηνῶν. 28a Καὶ ἐλθόντος αὐτοῦ εἰς τὸ πέραν εἰς τὴν χώραν τῶν Γαδαρηνῶν 6. Καὶ κατέπλευσαν εἰς τὴν χώραν τῶν Γερασηνῶν, ἥτις ἐστὶν ἀντιπέρα τῆς Γαλιλαίας.

Tekstuitleg van Mc 5,1 . Het vers Mc 5,1 telt 12 (3 X 4) woorden en 52 (2 X 2 X 13 OF 2 X 26) letters . De getalswaarde van Mc 5,1 is 6467 (29 X 223) .

Mc 5,1.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Dit verbindingswoord και = kai (en) staat aan het begin van de pericope . Het legt een link met de vorige pericope . Dit wordt versterkt door de verbanden tussen Mc 4,35 (διελθωμεν εις το περαν = dielthômen eis to peran (laten we doorgaan naar de overzijde) en Mc 5,1 (Καὶ ἦλθον εἰς τὸ πέραν = kai èlthon eis to peran (en zij gingen naar de overzijde) . In Mc 4,35 gebruikt Marcus een samengesteld werkwoord van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Er is ook een link tussen Mc 5,1 en Mc 5,21 ( και διαπερασαντες του ιησου = kai diaperasantos tou Ièsou (en nadat Jezus was doorgestoken) (παλιν εις το περαν = palin eis to peran (opnieuw naar de overzijde) .

Mc 5,1.2. med. ind. 2de aor. 3de pers. mv. ηλθον = èlthon (zij gingen) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . ηλθον = èlthon (ik kwam of zij kwamen) : Mt (8) : (1) Mt 5,17a en Mt 5,17b . (2) Mt 7,25 . (3) Mt 7,27 . (4) Mt 9,13 . (5) Mt 10,34a en Mt 10,34b . (6) Mt 10,35 . (7) Mt 14,34 . (8) Mt 21,1 . Mc (9) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 6,53 . (4) Mc 9,33 . (5) Mc 14,16 . ('6') Mc 2,17 ; ('7') Mc 3,8 . ('8') Mc 5,14 . ('9') Mc 6,29 . Lc (11) : (1) Lc 1,59 . (2) Lc 2,44 . (3) Lc 3,12 . (4) Lc 4,42 . (5) Lc 5,7 . (6) Lc 6,18 . (7) Lc 8,35 . (8) Lc 12,49 . (9) Lc 23,33 . (10) Lc 24,1 . (11) Lc 24,23 . In 1 vers staat de 1ste persoon (Mc 2,17) , in de andere verzen staat de 3de persoon meervoud . In Mc 4,35 staat de cohortativus in de aoristvorm en in de 1ste pers. mv. . Dit zou de aorist en de 3de pers. mv. in Mc 5,1 kunnen verklaren . Een vorm van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) in de LXX (1054) , in het NT (631) , in Mt (111) , Mc (86) , Lc (100) , Joh (156) Samen in de ev. (453) . Rest NT (178) .
- med. ind. 2de aor. 3de pers. mv. ηλθον = èlthon (zij kwamen) van het ww. ερχομαι = erchomai (komen, gaan) . We zouden ειρξονται verwachten . Deze vorm zou dan erg sterk gelijken op ηρξονται = èrksontai (zij begonnen) van het ww. αρχομαι = archomai (beginnen, heersen) gelijken en bijgevolg verwarring scheppen .

erchomai (gaan, komen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. aor. 1ste p. enk. + 3de p. mv. èlthon 197 136 61 8 9 11 17 11 4 28 45 

- Hebreeuws . prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבֹאוּ= wajjâbo´û (en zij gingen) OF prefix verbindingswoord wë + act. hifil imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבִאוּ = wajjâbhi´û (en zij lieten komen, zij brachten) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (195) . Pentateuch (47) . Eerdere Profeten (99) Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (33) . Een vorm van בָּא = bâ´ (gaan, komen) in Tenakh (2552) .
- Jezus en zijn leerlingen kwamen niet te voet over het meer maar met de boot . Vanaf de horizon vaarden zij naar beneden , naar het land . Zo gebruikt Lucas het werkwoord καταπλεω = katapleô (naar beneden varen , tegengesteld aan op-varen) . Maar zij kwamen voordien in een storm terecht , die zij overleefden , heelhuids er van afkwamen , erdoor kwamen .

Mc 5,1.1. - 2. και ηλθον = kai èlthon (en zij gingen) . LXX (82) . NT (12) : (1) Mt 7,25 . (2) Mt 7,27 . (3) Mt 21,1 . (4) Mc 5,1 . (5) Mc 14,16 . (6) Lc 2,16 . (7) Lc 4,42 . (8) Lc 5,7 . (9) Lc 8,35 . (10) Joh 3,26 . (11) Joh 6,24 . (12) Joh 12,9 .
- Tweevoud in Mc : και ηλθον = kai èlthon (en zij gingen) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 . In Mc 5,1 kwamen Jezus en zijn leerlingen , in Mc 14,16 zijn het enkel de leerlingen (om het avondmaal voor te bereiden) .

Mc 5,1.3. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Hebreeuws : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) . Lat. : in / ad .

Mc 5,1.2. - 3. ηλθον εις = èlthon eis (zij gingen naar) . LXX (38) . NT (17) : (1) Mt 14,34 . (2) Mt 21,1 . (3) Mc 1,29 . (4) Mc 5,1 . (5) Mc 14,16 . (6) Joh 4,45 . (7) Joh 6,24 . (8) Joh 12,27 . (9) Hnd 13,13 . (10) Hnd 13,51 . (11) Hnd 14,24 . (12) Hnd 15,30 . (13) Hnd 17,1 . (14) Hnd 21,8 . (15) Hnd 22,11 . (16) 2 Kor 1,23 . (17) Gal 1,23 .
- Mc (5) . In 5 verzen gaan Jezus en zijn leerlingen naar een bepaalde plaats : ηλθον = èlthon (zij gingen) + εις = eis (naar : voorzetsel van plaats) + plaatsbepaling : (1) Mc 1,29 (naar het huis van Simon) . (2) Mc 5,1 (naar de overzijde van het meer) . (3) Mc 6,53 (naar Genesaret) . (4) Mc 9,33 (naar Kafarnaüm) . (5) Mc 14,16 (naar de stad) .
In Mc 5,2 stapt Jezus uit de boot . Zijn de leerlingen in hun boten gebleven ? In Mc 5,21 is Jezus weer in de boot en steekt over .

Mc 5,1.1. - 3. και ηλθον εις = kai èlthon eis (en zij gingen naar) . LXX (32) . NT (4) . Mt (1) : Mt 21,1 . Mc (2) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 . Joh (1) : Joh 6,24 . In Mc 14,16 gaan de leerlingen van Jezus naar de stad om het paasmaal te bereiden . Pesach is overgang , doortocht .
- και ερχεται εις = kai erchetai eis (en hij gaat naar, en hij komt naar) . LXX (5) . NT (2) : (1) Mc 5,38 (variante ερχονται = erchontai : zij gaan; dochter van Jaïrus) . (2) Mc 8,22 (variante ερχονται =ερχονται = erchontai = zij gaan; Betsaïda) .
- και ερχονται εις = kai erchontai eis (en zij gaan naar) . LXX (2) : (1) 2 S 2,29 . (2) 1 K 11,18 . NT (4) : (1) Mc 3,20 (een huis) . (2) Mc 10,46 (Jericho) . (3) Mc 11,15 (Jeruzalem) . (4) Mc 14,32 (streek van Getsemani) .

Mc 5,1.4. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. το = to (het) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 108  12  12  22  5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,1.5. περαν = peran (oever, overzijde, overkant) . Taalgebruik in het NT : peran (overzijde, overkant) . Taalgebruik in de LXX : peran (overzijde, overkant) . Taalgebruik in Mc. : peran (overzijde, overkant) . Bijbel (115) . OT (92) . NT (23) . Mt (7) : (1) Mt 4,15 . (2) Mt 4,25 . (3) Mt 8,18 . (4) Mt 8,28 . (5) Mt 14,22 . (6) Mt 16,5 . (7) Mt 19,1 . Mc (7) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 5,1 . (4) Mc 5,21 . (5) Mc 6,45 . (6) Mc 8,13 . (7) Mc 10,1 . Lc (1) : Lc 8,22 . Joh (8) : (1) Joh 1,28 . (2) Joh 3,26 . (3) Joh 6,1 . (4) Joh 6,17 . (5) Joh 6,22 . (6) Joh 6,25 . (7) Joh 10,40 . (8) Joh 18,1 .

peran (overzijde  bijbel LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  115  92 22 38 7 0 16 2     8 12 23        15  23     

- De overzijde kan zijn : (1) de overzijde van de Jordaan : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 10,1 .
(2) de overzijde van het meer van Galilea : (1) Mc 4,35 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 8,13 .
In Mc 4,35 zijn Jezus en zijn leerlingen aan de noord-westelijke oever van het meer van Galilea , in Mc 5,1 aan de zuid-oostelijke oever en in Mc 5,21 opnieuw aan de noord-westelijke oever .
- הָעֵבֶר = hâ`ebhèr (de overzijde, de overkant) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. עֵבֶר `ebhèr (overzijde, overkant) . Zie het werkw. עָבַר = `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2² X 17) . Structuur : 7 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (1) : 1 S 25,13 .
- Het zelfst. naamw. עֵבֶר = `ebhèr (overzijde, overkant) is afgeleid van het werkw. עָבַר = `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Het zelfst. naamw. עֶרֶב = `èrèbh (avond) heeft dezelfde letters als עָבַר = `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) maar de 2 laatste letters staan in een andere volgorde . De avond bevat de idee van overgang tussen de dag en de nacht .
- Ned. : oever . D. : Üfer . Hebr. : עֵבֶר = `ebhèr (oever, overzijde, overkant) . Zie het werkw. עָבַר = `âbhar ('oeveren', overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Grieks : περαν = peran (oever, overzijde, overkant) . Taalgebruik in het NT : peran (overzijde, overkant) . (b/p/v , is de glottisslag aan het begin van het Griekse woord weggevallen ?) . Lat. : ripa (metathesis = omwisseling van de medeklinkers van het Griuekse περαν = peran (overzijde, overkant ?) Frans : rive . Een stroom , rivier , meer , zee enz. hebben 2 oevers : de ene oever aan de ene zijde en de andere oever aan de andere zijde .

Mc 5,1.3. - 5. εις το περαν = eis to peran (naar de overzijde) . LXX (8) : (1) Nu 21,13 . (2) Dt 30,13 . (3) Joz 1,15 . (4) Re 11,29 . (5) 1 S 26,13 . (6) 1 Mak 9,48 . (7) Jr 22,20 . (8) Jr 48,10 . NT (10) . Mt (4) : (1) Mt 8,18 . (2) Mt 8,28 . (3) Mt 14,22 . (4) Mt 16,5 . Mc (5) . (1) Mc 4,35 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 8,13 . Mc : 5 / 7 , niet in (1) Mc 3,8 . (2) Mc 10,1 . In deze twee verzen (Mc 3,8 en Mc 10,1) : περαν του ιορδανου = peran tou Iordanou (de overzijde van de Jordaan) . Bedoeld is hiermee de overzijde van het meer van Galilea : (1) Mc 4,35 : de overzijde van het meer (omgeving Kafarnaüm) : naar de zuidoostzijde . (2) Mc 5,1 : zuidoostzijde nl. het land van de Gerasenen . (3) Mc 5,21 : terug. (4) Mc 6,45 : naar Betsaïda (5) Mc 8,13 . Lc (1) : Lc 8,22 .
- אֶל אֵבֶר = ´l `ebhèr (naar de overzijde, overkant) . Tenakh (7) : (1) Ex 28,26 . (2) Ex 39,19 . (3) Dt 30,13 . (4) Joz 22,11 . (5) Js 10,28 . (6) Ez 1,9 . (7) Ez 10,22 .

Mc 5,1.1. - 5.
- (1) Mc 4,35 . (2) Lc 8,22 : : διελθωμεν εις το περαν = dielthômen eis to peran (laten we doorgaan naar de overzijde) .
- Mc 5,1 : καὶ ἦλθον εἰς τὸ πέραν εις την χωραν των γερασηνων = kai èlthon eis to peran tès thalassès eis tèn chôran tôn gerasènôn ( en zij gingen naar de overzijde van het meer naar de streek van de Gerasenen) .
- Mc 5,21 : και διαπερασαντες του ιησου εν τῳ πλοιῳ παλιν εις το περαν = kai diaperasantos tou ièsou en tô(i) ploiô(i) palin eis to peran (en nadat Jezus in (met) de boot opnieuw naar de overzijde was doorgestoken) .
- In Mc 4,35 en Mc 5,1 wordt een nogal omslachtige omschrijving gebruikt voor wat eenvoudig met het werkw. διαπεραω = diaperaô (doortrekken, oversteken) kon gezegd worden .
- Hebreeuws : נַעְבְּרָה נָּא אֶל אֵבֶר = na`ëbërah-nâ´ ´l `ebhèr (dat wij mogen doortrekken naar de overzijde) .

Mc 5,1.6. gen. vr. enk. της = tès (de) van het bepaald lidw. vr. enk. ἡ = hè . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (5) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,10 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,41 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
5. gen. vr. enk. tès 65  5271  4202  1069  107  65  109  72  164  430  122  281  353 

- bepaald lidw. Ned. : de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,1.7. gen. vr. enk.θαλασσης = thalassès (van de zee / meer) van het zelfstandig naamwoord θαλασσα = thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in het NT : thalassa (zee meer) . Taalgebruik in de LXX : thalassa (zee meer) . Mc (4) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 6,47 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 6,49 .

  thalassa (zee)   bijbel OT Pentateuch Vroege prof. 12 kl. prof. Grote prof. Hagiografen dt. -can. NT Mt Mc Mt Mc Lc Joh  // Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. vr. enk. thalassès  176  148  33  24  13  36  24  18  28  3 : (1) Mt 4,15 . (2) Mt 14,26 . (3) Mt 18,6 . 4 : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 6,47 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 6,49 . 1 : Lc 21,25 . 6  : (1) Joh 6,1 . (2) Joh 6,17 . (3) Joh 6,19 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 6,25 . (6) Joh 21,1 . 2 : (1)  Mt 14,26 // Mc 6,49 . (2) Mt 18,6 // Mc 9,42 // Lc 17,2 . 14 
  totaal 446  359  70  69  34  91  67  28  87  15  18  15  18    10  24  36  45 

- Hebreeuws : יָם = jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (81) .
- הַּיָּם = hajjâm (de zee) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. יָם = jam . Tenakh (127) . Pentateuch (28) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (36) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (25) .
- Ned. : zee . Arabisch : بحر = bahr (zee) . Taalgebruik in de Qoran : bahr (zee) . D. : See . E. : sea . Fr. : mer . Gr. : θαλασσα = thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in het NT : thalassa (zee meer) . Hebr. : יָם = jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Lat. : mare .

Het is de enige maal dat ηλθον = èlthon (zij gingen) gelinkt wordt aan εις το περαν = eis to peran tès thalassès (naar de overkant van het meer) . Jezus en zijn leerlingen gaan naar het 'heidens' gedeelte van het meer .
Er is enige overeenkomst tussen
- Mc 5,1 : και ηλθον εις εις το περαν της θαλασσης = Kai èlthon eis to peran tès thalassès (en zij gingen naar de overkant van de zee)
en Mc 7,31 : ηλθεν δια σιδωνος εις την θαλασσαν της γαλιλαιας = èlthen dia Sidônos eis tèn thalassan tès Galilaias (ging Hij via Sidon naar het meer van Galilea) .

Mc 5,1.5. - 7. περαν της θαλασσης = peran tès thalassès (overzijde van de zee / meer of over de zee / meer) . LXX (6) : (1) Dt 30,13 (2X) . (2) 2 Kr 20,2 . (3) Jr 22,20 . (4) Jr 32,22 . (5) Bar 3,30 . NT (5) : (1) Mc 5,1 . (2) Joh 6,1 . (3) Joh 6,17 . (4) Joh 6,22 . (5) Joh 6,25 .

Mc 5,1.3. - 7. εις το περαν της θαλασσης = eis to peran tès thalassès (naar de overzijde van het meer) . LXX (2) : (1) Dt 30,13 . (2) Jr 22,20 . NT (1) : Mc 5,1 .
- Hebreeuws : אֶל אֵבֶר הַּיָּם= ´l `ebhèr hajjâm (naar de overzijde van de zee, overkant) . Tenakh (1) : Dt 30,13 .

Mc 5,1.8. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Hebreeuws : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) . Lat. : in / ad .

Mc 5,1.9. bep. lidw. acc. vr. enk. την = tèn (de) van het bepaald lidw. vr. enk. ἡ = hè . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
9. acc. vr. enk. tèn 109  12 4 5 9 9 11 10 4 5 11 5 6 3 7 6 2 6161  4889  1272  180  109  149  121  198  404  111  438  559 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,1.10. acc. vr. enk. χωραν = chôran (streek, plaats) van het zelfst. naamw. χωρα = chôra (streek, land) . Taalgebruik in het NT : chôra (streek, land) . Taalgebruik in de LXX : chôra (streek, land) . Bijbel (66) . NT (14) : (1) Mt 2,12 . (2) Mt 8,28 . (3) Mc 5,1 . (4) Mc 6,55 . (5) Lc 8,26 . (6) Lc 15,13 . (7) Lc 15,14 . (8) Lc 19,12 . (9) Joh 11,54 . (10) Hnd 12,20 . (11) Hnd 16,6 . (12) Hnd 18,23 . (13) Hnd 26,20 . (14) Hnd 27,27 .

Mc 5,1.8. - 10. εις την χωραν = eis tèn chôran (naar de streek, plaats) . LXX (13) . NT (5) : (1) Mt 2,12 . (2) Mt 8,28 . (3) Mc 5,1 . (4) Lc 8,26 . (5) Joh 11,54 .

Mc 5,1.11. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. των = tôn (van de) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
13. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn 90  4 10  13  5178  4144  1034  178  90  119  98  166  267  116     

- bepaald lidw. Ned. : de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,1.12. gen. mann. mv. γηρασηνων = gerasènôn (Gerasenen) . Bijbel (3) : (1) Mc 5,1 . (2) Lc 8,26 . (3) Lc 8,37 .


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -


Mc 5,2 - Mc 5,2 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:2 kai exelthontos autou ek tou ploiou euthus upèntèsen autô ek tôn mnèmeiôn anthrôpos en pneumati akathartô   2 et exeunti ei de navi statim occurrit ei de monumentis homo in spiritu inmundo    2 En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest;  [2] Zodra Hij van boord was gegaan, kwam vanuit de rotsgraven meteen iemand Hem tegemoet die in de greep was van een onreine geest.   [2] Toen hij uit de boot gestapt was, kwam hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was   2 En als hij uit de boot komt, loopt meteen vanuit de graven een mens hem tegemoet met een onreine geest,  Mc 5:2- Et aussitôt que Jésus eut débarqué, vint à sa rencontre, des tombeaux, un homme possédé d'un esprit impur :  

King James Bible . [2] And when he was come out of the ship, immediately there met him out of the tombs a man with an unclean spirit,
Luther-Bibel . 2 Und als er aus dem Boot trat, lief ihm alsbald von den Gräbern her ein Mensch entgegen mit einem unreinen Geist,

  Mc 5,2 Mt 8,28 Lc 8,27
  2καὶ ἐξελθόντος αὐτοῦ ἐκ τοῦ πλοίου εὐθὺς ὑπήντησεν αὐτῷ ἐκ τῶν μνημείων ἄνθρωπος ἐν πνεύματι ἀκαθάρτῳ, 28b ὑπήντησαν αὐτῷ δύο δαιμονιζόμενοι 27 ἐξελθόντι δὲ αὐτῷ ἐπὶ τὴν γῆν ὑπήντησεν ἀνήρ τις ἐκ τῆς πόλεως ἔχων δαιμόνια:

Tekstuitleg van Mc 5,2 . Dit vers Mc 5,2 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 88 (2 X 2 X 2 X 11) letters . De getalwaarde van Mc 5,2 is 12839 (37 X 347) .

Mc 5,2.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,2.2. part. aor. gen. mann. enk.  εξελθοντος = exelthontos van het werkw. εξερχομαι = exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het NT : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in de LXX : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Bijbel (4) : (1) Jr 29,2 . (2) Mc 5,2 . (3) Lc 11,14 . (4) Lc 11,53 . Een vorm van εξερχομαι = exerchomai in de LXX (216) , in het NT (742) . Uit-gaan kan betekenen : van een eerder besloten ruimte zoals een huis, een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .
- part. aor. gen. mann. mv.  εξελθοντων = exelthontôn  van het werkw. εξερχομαι = exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het NT : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in de LXX : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Bijbel (11) : (1) Gn 9,10 . (2) Gn 44,4 . (3) Nu 1,1 . (4) Nu 9,1 . (5) Dt 4,45 . (6) Dt 4,46 . (7) Dt 6,4 . (8) 2 Kr 20,10 . (9) 2 Kr 32,21 . (10) Mc 6,54 . (11) Mc 11,12 .

Mc 5,2.3. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,2.2. - 3. εξελθοντος αυτου = exelthontos autou (nadat hij was uitgegaan) . Mc (1) : Mc 5,2 .
- εξελθοντων αυτων = exelthontôn autôn (toen zij uitgegaan waren) . LXX (6) : (1) Nu 1,1 . (2) Nu 9,1 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . (5) Dt 6,4 . (6) 2 Kr 20,10 . NT = Mc (2) : (1) Mc 6,54 . (2) Mc 11,12 .

Mc 5,2.4. εκ = ek of εξ = ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Mc 5 (2 + 1) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,8 . εξ = ex (uit) : Mc 5,30 .

ek (uit)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ek  38         2814 2239 575 46 38 46 112 58 175 100 130  242 
ex  20              1168 941  227  28  20  37  28  24  84  85  113 
Totaal   58          3982  3180  802  74  58  83  140  82  259  106  215   355

- Ned. : uit . D. : aus . E. : out . Fr. : de . Grieks : εκ = ek of εξ = ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Latijn : ex .

Mc 5,2.5. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. του = tou (de) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
4. gen. m. + onz. enk. tou 116  8 6 6 5 11 6 7 6 7 9 3 10 6 13 7 6 8480  6542  1938  234  116  272  196  269  673  178  622  818 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,2.6. gen. onz. enk. πλοιου = ploiou (boot) van het zelfst. naamw. πλοιον = ploion (boot) . Taalgebruik in het NT : ploion (boot) . Taalgebruik in de LXX : ploion (boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion (boot) . Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met εις = eis = naar (6 / 7) , εκ = ek = uit (2 / 2) , εν = en = in (6 / 6) .
Mc (2) : (1) Mc 5,2 .  (2) Mc 6,54 . Telkens : εκ του πλοιου = ek tou ploiou (uit de boot) .

  ploion (boot)  Mc Mc 1 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. ploion     2 : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 4,37 .   1 : Mc 5,18 .   3 : (1) Mc 6,45 . (2) Mc 6,47 . (3) Mc 6,51 .   1 : Mc 8,10 .   37  31      18  22     
gen. onz. enk. ploiou       1 : Mc 5,2 .   1 : Mc 6,54 .     14  12         
dat. onz. enk. ploiô(i)   2 : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 .   1 : Mc 4,36 .   1 : Mc 5,21 .   1 : Mc 6,32 .   1 : Mc 8,14 .   15  14        10  10     
nom. + acc. onz. mv. ploia     1 : Mc 4,36 .         23  18           
  totaal 16  102  38  64  13  16  19  37  43     

Een vorm van πλοιον = ploion (boot) in de LXX (42) , in het NT (66) , in Mc (16) , in Mc 5 (3) : (1) εις το πλοιον = eis to ploion (in de boot) : Mc 5,18 . (2) εκ του πλοιου = ek tou ploiou (uit de boot) : Mc 5,2 . (3) εν τῳ πλοιῳ = en tô(i) ploiô(i) (in de boot) : Mc 5,21 .
- Hebreeuws . vr. enk. אֳנִי = 'änî (schip, vloot) . Taalgebruik in Tenakh : 'änî (schip, vloot) . Getalwaarde : aleph = 1 ; nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . De som van de elementen is telkens 7 .
- N. vloot (pl- -> vl-) . Gr. ναυς , gen. νεως = naus (schip) . L. navis (= schip ; navicula = boot) . Fr. navire , bateau (oud-eng. bat + suffix -eau) . N. boot . E. boat , ship . D. Boot . In het Arabisch lijkt de letter b op een bootje met een punt eronder ; de letter t op een bootje met 2 punten erboven en th op een bootje met 3 punten erboven .

Mc 5,2.4. - 6. εκ του πλοιου = ek tou ploiou (uit de boot) . Bijbel (4) : (1) Mc 5,2 .  (2) Mc 6,54 . (3) Lc 5,3 . (4) Hnd 27,30 .
- Het tegenovergestelde : εν τῳ πλοιῳ = en tô(i) ploiô(i) (in de boot) . Bijbel () . LXX (1) : Jon 1,5 . NT (9) : (1) Mt 4,21 . (2) Mt 14,33 . (3) Mc 1,19 . (4) Mc 1,20 . (5)  Mc 4,36 . (6) Mc 5,21 . (7)  Mc 8,14 . (8) Hnd 27,31 . (9) Hnd 27,37 .
- Hebreeuws : בַסְּפִינָה = bassëphînâh (in het schip) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. סְפִטנָה = sëphînâh (schip) . Taalgebruik in Tenakh : sëphînâh (schip) . Zie Mc 4,36 .
- בַאֳנִיָּה = bâânijjâh (in de boot) < prefix voorzetsel bë + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. אֳנִיָּה ´ânijjah (boot) . Zie : אֳנִי = 'änî (schip, vloot) . Taalgebruik in Tenakh : 'änî (schip, vloot) . Getalwaarde : aleph = 1 ; nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1) : Jon 1,4 .

Mc 5,2.1. - 6. Vergelijk : losse genitief en een bepaling met de boot . Een samengesteld werkw. met voorzetsel dat in de plaatsbepaling wordt herhaald (niet in Mc 5,21) . Aanduiding van een inclusio (Mc 5,1-20) . Het zou op redactiewerk kunnen wijzen .
- Mc 5,2 : και εξελθοντος αυτου εκ του πλοιου = kai exelthontos autou ek tou ploiou (en nadat hij uit de boot was uitgegaan) .
- Mc 5,18 : και εμβαινοντοs αυτου εις το πλοιον = kai embainontos autou eis to ploion (en terwijl hij in de boot inklom) .
- Mc 5,21 : και διαπερασαντος του ιησου εν τῳ πλοιῳ = Kai diaperasantos tou Ièsou en tôi ploiôi (en nadat Jezus in de boot overstak) .

Mc 5,2.7. ευθυς = euthus (tijd : onmiddellijk , dadelijk , terstond ; plaats : rechtstreeks , direct , zonder omwegen) . Taalgebruik in het NT : euthus (onmiddellijk , rechtstreeks) . Taalgebruik in de LXX : euthus (onmiddellijk , rechtstreeks) .

euthus / eutheôs   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
euthus  40  11          55  50  40        47  50 
eutheôs                                     47 11 36 13 1 6 3 9 3 1 20 23
totaal                                       102 16 86 18 41 8 6 9 3 1 67 73

- Van Cangh (2005, p. 68) : "Les témoins A C D W Θ 0135 f13 latt sy omettent ευθυς = euthus .
- ευθυς = euthus . Mc (40) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,18 . (4) Mc 1,20 . (5) Mc 1,21 . (6) Mc 1,23 . (7) Mc 1,28 . (8) Mc 1,29 . (9) Mc 1,30 . (10) Mc 1,42 . (11) Mc 1,43 . (12) Mc 2,8 . (13) Mc 2,12 . (14) Mc 3,6 . (15) Mc 4,5 . (16) Mc 4,15 . (17) Mc 4,16 . (18) Mc 4,17 . (19) Mc 4,29 . (20) Mc 5,2 . (21) Mc 5,29 . (22) Mc 5,30 . (23) Mc 5,42 . (24) Mc 6,25 . (25) Mc 6,27 . (26) Mc 6,45 . (27) Mc 6,50 . (28) Mc 6,54 . (29) Mc 7,25 . (30) Mc 8,10 . (31) Mc 9,15 . (32) Mc 9,20 . (33) Mc 9,24 . (34) Mc 10,52 . (35) Mc 11,2 . (36) Mc 11,3 . (37) Mc 14,43 . (38) Mc 14,45 . (39) Mc 14,72 . (40) Mc 15,1 .
- ευθεως = eutheôs . Mc (1) : Mc 7,35 .
- Hebreeuws Van Cangh (2005, p.86) . הֵן / הֶנֵּה = hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Eerdere Profeten (153) . Latere Profeten (140) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (77) .

Mc 5,2.1. - 7. STAP VOOR STAP !
- Mc 5,2 : και εξελθοντος αυτου εκ του πλοιου ευθυς = kai exelthontos autou ek tou ploiou euthus (en nadat hij uit de boot was uitgegaan , dadelijk) .
- Mc 6,54 : και εξελθοντων αυτων εκ του πλοιου ευθυς = kai exelthontôn autôn ek tou ploiou euthus (en nadat zij uit de boot waren uitgegaan , dadelijk) .
- In Mc 5,2 stapt Jezus uit aan de oostelijke oever van het meer van Galilea . Alleen ? In Mc 6,54 stappen Jezus en de leerlingen uit bij Gennesaret , de westelijke oever van het meer .

Mc 5,2.8. act. ind. aor. 3de pers. enk. ὑπηντησεν = hupèntèsen (hij ontmoette) van het werkw. ὑπανταω = hupantaô (tegemoet komen, ontmoeten) . Taalgebruik in het NT : hupantaô (tegemoet komen, ontmoeten) . Taalgebruik in de LXX : hupantaô (tegemoet komen, ontmoeten) . Bijbel (7) : (1) Tob 7,1 . (2) Mt 28,9 . (3) Mc 5,2 . (4) Lc 8,37 . (5) Joh 11,20 . (6) Joh 11,30 . (7) Joh 12,18 .

Mc 5,2.9. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,9 . (5) Mc 5,19 . (6) Mc 5,20 . (7) Mc 5,24 . (8) Mc 5,31 . (9) Mc 5,33 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,2.10. εκ = ek of εξ = ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Mc 5 (2 + 1) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,8 . εξ = ex (uit) : Mc 5,30 .

ek (uit)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ek  38         2814 2239 575 46 38 46 112 58 175 100 130  242 
ex  20              1168 941  227  28  20  37  28  24  84  85  113 
Totaal   58          3982  3180  802  74  58  83  140  82  259  106  215   355

- Ned. : uit . D. : aus . E. : out . Fr. : de . Grieks : εκ = ek of εξ = ex (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Latijn : ex .

Mc 5,2.11. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. των = tôn (van de) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
13. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn 90  4 10  13  5178  4144  1034  178  90  119  98  166  267  116     

. (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

- bepaald lidw. Ned. : de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) .

Mc 5,2.12. gen. onz. mv. μνημειων = mnèmeiôn (van de grafgedenktekens) van het zelfst. naamw. μνημειον = mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Taalgebruik in het NT : mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Taalgebruik in de LXX : mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Bijbel (5) : (1) Neh 2,3 . (2) Neh 2,5 . (3) Mt 8,28 . (4) Mt 27,53 . (5) Mc 5,2 . Een vorm van μνημειον = mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) in de LXX (16) , in het NT (37) .

Mc 5,2.10. - 12. εκ των μνημειων = ek tôn mnèmeiôn (uit de grafgedenktekens) . Bijbel (3) : (1) Mt 8,28 . (2) Mt 27,53 . (3) Mc 5,2 .

Mc 5,2.13. nom. mann. enk. ανθρωπος = anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het NT : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in de LXX : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Bijbel (512) . OT (394) . NT (118) . Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .

  anthrôpos (mens) bijbel  OT NT  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. anthrôpos 512 394 118 21 14 24 21  10  27  59  80 
  Totaal   1760 1233 527 108 53 94 57  45  145  25  255  312

  anthrôpos (mens) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15
1 nom. enk. anthrôpos 14 (1) Mc 1,23 .   (2) Mc 2,27 .   (3) Mc 3,1 .   (4) Mc 4,26 .   (5) Mc 5,2 .   (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37   (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 .     (10) Mc 12,1 .   (11) Mc 13,34 .   (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 .   (14) Mc 15,39 .  
  Totaal   53 10 

- Hebreeuws . אִישׁ = ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) . Getalwaarde : aleph = 1, jod = 10, sjin = 21 of 300 ; totaal : 32 (2² X 2³) of 311 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (1023) .

Mc 5,2.14. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Hebr. בְּ = bë . Fr. en . Ned. in . E. in . D. in . Fr. dans . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi .

Mc 5,2.13. - 14. ανθρωπος εν = anthrôpos en (een mens in / een mens met) . NT (7) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 . (3) Lc 2,25 . (4) Joh 7,23 . (5) Hnd 19,16 . (6) Gal 6,1 . (7) 1 Pe 3,4 .

Mc 5,2.15. dat. onz. enk. πνευματι = pneumati van het zelfst. naamw. πνευμα = pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Mc (7) : (1) Mc 1,8 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 2,8 . (4) Mc 5,2 . (5) Mc 8,12 . (6) Mc 9,25 . (7) Mc 12,36 .

  pneuma bijbel  OT  NT  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
3 dat. enk. pneumati 124 37 87 4 7 : 8 5 10 49 4 19 24
  Totaal   671  308  363 19 23 36 23 68 170 24 78 101

pneuma Mt 

Mc 

Lc  syn. ev. 
dat. enk. pneumati 4 : (1) Mt 3,11. (2) Mt 5,3 . (3) Mt 12,28 . (4) Mt 22,43 . 7 : (1) Mc 1,8 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 2,8 . (4) Mc 5,2 . (5) Mc 8,12 . (6) Mc 9,25 . (7) Mc 12,36 . 8 : (1) Lc 1,17 . (2) Lc 1,80 . (3) Lc 2,27 . (4) Lc 3,16 . (5) Lc 4,1 . (6) Lc 8,29 . (7) Lc 9,42 . (8) Lc 10,21 . 19 : (1) Mt 3,11 // Mc 1,8 // Lc 3,16 . (2) Mc 9,25 // Lc 9,42 . 24
Totaal   19 23 36 78 101

- Hebreeuws . רוַח = rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Taalgebruik in Rechters : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (33) . Latere Profeten (65) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (68) . Pentateuch (19) .
- Ned. : geest . Arabisch : روح = rûH (geest) . Taalgebruik in de Qoran : rûH (geest) . D. : Geist . E. : spirit . Fr. : esprit . Grieks : πνευμα = pneuma (geest) : Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Hebreeuws . רוַח = rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Lat. : spiritus .

Mc 5,2.14. - 15. εν πνευάτι = en pneumati (met een geest) . NT (35) . Mc (3) : (1) Mc 1,8 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 5,2 .
- Hebreeuws : בָרוּחַ / בְרוּחַ= bërûach / bârûach (in een geest van / in de geest van) < prefix voorzetsel bë + eventeel het bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. רוַח = rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (33) . Latere Profeten (65) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (68) . Tenakh (10) : (1) Ex 14,21 . (2) 1 K 19,11 . (3) Js 4,4 . (4) Ez 11,24 . (5) Ez 37,1 . (6) Ps 48,8 . (7) Spr 15,4 . (8) Job 15,30 . (9) Pr 8,8 . (10) 1 Kr 28,12 .

Mc 5,2.16. dat. mann. + onz. enk. ακαθαρῳ = akatharô(i) : (met een) onzuivere (geest) van het bijvoegl. naamw. ακαθαρος = akatharos (onzuiver) . Taalgebruik in het NT : akatharos (onzuiver) . Taalgebruik in de LXX : akatharos (onzuiver) . Taalgebruik in Mc : akatharos (onzuiver) . Mc (3) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 9,25 .

  akatharos (onzuiver) Mc Mc 1 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 bijbel  OT  NT Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
5 dat. m. + onz. enk. akatharô(i) 3 (1) Mc 1,23 .     (2) Mc 5,2 .       (3) Mc 9,25 .   11 6 5   3 2        
  Totaal   11 169 139 30 2 11 6   5 3 3 19  19 

  akatharos (onzuiver) NT  Mt  Mc   Lc  syn. ev.
5 dat. m. + onz. enk. akatharô(i) 5   3 : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 9,25 . 2: (1) Lc 8,29 . (2) Lc 9,42 . 5 : Mc 9,25 // Lc 9,42 .
  Totaal   30 2 11 6 19  19 

- Hebreeuws . bijvoegl. naamw. vr. enk. טְמֵאָה = tëme´âh (onrein, onzuiver) . Zie het werkw. טָמֵא = tâma´ (onrein zijn) . Taalgebruik in Tenakh : tâma´ (onrein zijn) . Getalwaarde : tet = 9 , mem = 13 of 40 , aleph = 1 ; totaal : 23 OF 50 ( 2 X 5²) . Structuur : 9 - 4 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (8) : (1) Lv 5,2 . (2) Lv 7,21 . (3) Lv 11,6 . (4) Lv 15,25 . (5) Lv 15,33 . (6) Lv 27,11 . (7) Joz 22,19 . (8) Am 7,17 .
In het NT komt een vorm van ακαθαρος = akatharos (onzuiver) het meest bij Mc voor . Bij Mc is het telkens verbonden met 'onzuivere geest' . In het Nederlands gaat het bijvoeglijk naamwoord vooraf aan het zelfstandig naamwoord , in het Grieks bij Mc in deze verzen volgt het bijvoeglijk naamwoord ακαθαρος = akatharos (onzuiver) het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) . (1) Mc 1,23 (dat onz. enk. = akathartôi in : = anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (2) Mc 1,26 (nom. onz. enk. = akatharton in : = to pneuma to akatharthon = de onzuivere geest) . (3) Mc 1,27 (dat. onz. mv. = akathartois in : = tois pneumasin tois akathartois = aan de onzuivere geesten) .
- Van Cangh (2005, p.68) : "A l'adjectif, l'hébreu préfère le génitif de qualité . Voir par exemple Zach 13,2" . טֻּמְאָה = hattumë´âh (onreinheid, verontreiniging) . Zie het werkw. טָמֵא = tâma´ (onrein zijn) . Taalgebruik in Tenakh : tâma´ (onrein zijn) . Getalwaarde : tet = 9 , mem = 13 of 40 , aleph = 1 ; totaal : 23 OF 50 ( 2 X 5²) . Structuur : 9 - 4 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (3) : (1) Nu 5,19 . (2) Re 13,7 . (3) Re 13,14 . הַטֻּמְאָה = hattumë´âh (onreinheid, verontreiniging) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naam. . Zie het werkw. טָמֵא = tâma´ (onrein zijn) . Taalgebruik in Tenakh : tâma´ (onrein zijn) . Getalwaarde : tet = 9 , mem = 13 of 40 , aleph = 1 ; totaal : 23 OF 50 ( 2 X 5²) . Structuur : 9 - 4 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (2) : (1) Zach 13,2 . (2) 2 Kr 29,16 .

Mc 5,2.15. - 16. πνευματι ακαθαρῳ = pneumati akatharthô(i) (met een onzuivere geest) , steeds in de formulering van : εν πνευματι ακαθαρῳ = en pneumati akatharthô(i) (met een onzuivere geest) . Mc (2) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 .
- Hebreeuws , zie Zach 13,2 : רוּח הַטֻּמְאָה = rûach hattumë´âh (geest van de onreinheid = de onreine geest) .

Mc 5,2.14. - 16. εν πνευματι ακαθαρῳ = en pneumati akatharthô(i) (met een onzuivere geest) . Mc (2) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 .

STAP VOOR STAP :
Mc 5,2.13. - 16. ανθρωπος εν πνευματι ακαθαρῳ = anthrôpos en pneumati akatharthô(i) ( een mens met een onzuivere geest) . Mc (2) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 .


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -


Mc 5,3 - Mc 5,3 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:3 os tèn katoikèsin eichen en tois mnèmasin kai oude alusei ouketi oudeis edunato auton dèsai  3 qui domicilium habebat in monumentis et neque catenis iam quisquam eum poterat ligare    3 Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.   [3] Hij had zijn verblijf in die graven. Zelfs met een ketting kon niemand hem meer vastbinden.   [3] en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden.   3 die zijn behuizing heeft gehad in de grafkamers; zelfs met een ketting kon niemand hem meer binden,   Mc 5:3- il avait sa demeure dans les tombes et personne ne pouvait plus le lier, même avec une chaîne,  

King James Bible . [3] Who had his dwelling among the tombs; and no man could bind him, no, not with chains:
Luther-Bibel . 3 der hatte seine Wohnung in den Grabhöhlen. Und niemand konnte ihn mehr binden, auch nicht mit Ketten;

  Mc 5,3 -   Lc 8,28
  3ὃς τὴν κατοίκησιν εἶχεν ἐν τοῖς μνήμασιν: καὶ οὐδὲ ἁλύσει οὐκέτι οὐδεὶς ἐδύνατο αὐτὸν δῆσαι, ἐκ τῶν μνημείων ἐξερχόμενοι, χαλεποὶ λίαν, ὥστε μὴ ἰσχύειν τινὰ παρελθεῖν διὰ τῆς ὁδοῦ ἐκείνης. καὶ χρόνῳ ἱκανῷ οὐκ ἐνεδύσατο ἱμάτιον, καὶ ἐν οἰκίᾳ οὐκ ἔμενεν ἀλλ' ἐν τοῖς μνήμασιν.

Tekstuitleg van Mc 5,3 .

Mc 5,3.1. betrekk. voornaamw. nom. mann. enk. ὁς = hos (die) . Zie het betrekk. voornaamw. ὁς , ἡ , ὁ = hos , hè , ho (die/dat) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : betrekkelijk voornaamwoord . Mc (25) : (1) Mc 1,2 .   (2) Mc 3,19 . (3) Mc 3,29 . (4) Mc 3,35 .  (5) Mc 4,9 . (6) Mc 4,25 . (7) Mc 4,31 .  (8) Mc 5,3 .  (9) Mc 6,11 .   (10) Mc 8,35 . (11) Mc 8,38 .  (12) Mc 9,37 . (13) Mc 9,39 . (14) Mc 9,40 . (15) Mc 9,41 . (16) Mc 9,42 .  (17) Mc 10,11 . (18) Mc 10,15 . (19) Mc 10,29 . (20) Mc 10,43 . (21) Mc 10,44 .  (22) Mc 11,23 .   (23) Mc 13,2 .   (24) Mc 15,23 . (25) Mc 15,43 .

  Mc 1 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. mann. enk. hos   (1) Mc 1,2 .   (2) Mc 3,19 . (3) Mc 3,29 . (4) Mc 3,35 .   (5) Mc 4,9 . (6) Mc 4,25 . (7) Mc 4,31 .   (8) Mc 5,3 .   (9) Mc 6,11 .   (10) Mc 8,35 . (11) Mc 8,38 .   (12) Mc 9,37 . (13) Mc 9,39 . (14) Mc 9,40 . (15) Mc 9,41 . (16) Mc 9,42 .   (17) Mc 10,11 . (18) Mc 10,15 . (19) Mc 10,29 . (20) Mc 10,43 . (21) Mc 10,44 .   (22) Mc 11,23 .   (23) Mc 13,2 .     (24) Mc 15,23 . (25) Mc 15,43 .   652  454  198  27  25  28  10  31  129  80  90 

Mc 5,3.2. bep. lidw. acc. vr. enk. την = tèn (de) van het bepaald lidw. vr. enk. ἡ = hè . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
9. acc. vr. enk. tèn 109  12 4 5 9 9 11 10 4 5 11 5 6 3 7 6 2 6161  4889  1272  180  109  149  121  198  404  111  438  559 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,3.1. - 2. ὁς την = hos tèn (die de) . Bijbel (3) : (1) Jr 17,5 . (2) Mc 5,3 . (3) Joh 8,40 .

Mc 5,3.3. acc. vr. enk. κατοικησιν = katoikèsin van het zelfst. naamw. κατοικησις = katoikèsis (woning) . Taalgebruik in het NT : katoikèsis (woning) . Taalgebruik in de LXX : : katoikèsis (woning) . Bijbel (1) : Mc 5,3 . Een vorm van κατοικησις = katoikèsis (woning) in de LXX (8) , in het NT (1) .

Mc 5,3.4. act. ind. imperf. 3de pers. enk. ειχεν = eichen (hij had) van het werkw. εχω = echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het NT . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in de LXX . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in Mc (6) : (1) Mc 4,5 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 7,25 . (4) Mc 12,6 . (5) Mc 12,44 . (6) Mc 16,8 . Een vorm van εχω = echô (hebben, bezitten) in de LXX (497) , in het NT (705) , in Lc (77) , in Hnd (44) .

echô (hebben, bezitten)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind.imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had)   46  23  23  14  16   

- Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir . D. haben . E. have .

Mc 5,3.5. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Mc 5,3.6. dat. mann. en onz. mv. τοις = tois . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 5 (2) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,5 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
14. dat. m. + onz. mv. tois 47  2 5 3 2 6 2 2 1 4 3 2 2 3   6 2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17  208  244 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,3.7. dat. onz. mv. μνημασιν = mnèmasin (in de gedenktekens) van het zelfst. naamw. μνημα = mnèma (aandenken, gedenkteken) . Taalgebruik in het NT : mnèma (aandenken, gedenkteken) . Taalgebruik in de LXX : mnèma (aandenken, gedenkteken) . Bijbel (6) : (1) Nu 33,16 . (2) Dt 9,22 . (3) Js 65,4 . (4) Mc 5,3 . (5) Mc 5,5 . (6) Lc 8,28 . Een vorm van μνημα = mnèma in de LXX (20) , in het NT (10) .

Variante lezing : dat. onz. mv. μνημειοις = mnèmeiois (in de grafgedenktekens) van het zelfst. naamw. μνημειον = mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Taalgebruik in het NT : mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Taalgebruik in de LXX : mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Bijbel (3) : (1) Gn 23,6 . (2) Js 26,19 . (3) Joh 5,28 . Variante lezing : Mc 5,3 . Telkens in de uitdrukking : εν τοις μνημειοις = en tois mnèmeiois (in de grafgedenktekens)

Mc 5,3.5. - 7. εν (τοις) μνημασιν = en (tois) mnèmasin (in (de) gedenktekens) . Bijbel (6) : (1) Nu 33,16 . (2) Dt 9,22 . (3) Js 65,4 . (4) Mc 5,3 . (5) Mc 5,5 . (6) Lc 8,28 .
- εν τοις μνημειοις = en tois mnèmeiois (in de grafgedenktekens) . Bijbel (3) : (1) Gn 23,6 . (2) Js 26,19 . (3) Joh 5,28 . Variante lezing : Mc 5,3 .

Mc 5,3.8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,3.9. ουδε = oude (noch) . Zie : ου - ουκ - ουχ = ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (9) : (1) Mc 4,22 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 8,17 . (5) Mc 11,33 . (6) Mc 12,10 . (7) Mc 13,32 . (8) Mc 14,59 . (9) Mc 16,13 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
oude   505  386  119  23  18  14  11  37  50  64 

Mc 5,3.10. dat. vr. enk. ἁλυσει = halusei van het zelfst. naamw. ἁλυσις = halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Taalgebruik in het NT : halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Taalgebruik in de LXX : halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Bijbel (3) : (1) W 17,16 . (2) Mc 5,3 . (3) Ef 6,20 .

Mc 5,3.11. ουκετι = ouketi (niet nog, niet meer) . Taalgebruik in het NT : ouketi (niet nog, niet meer) . Taalgebruik in de LXX : ouketi (niet nog, niet meer) . Taalgebruik in Mc : ouketi (niet nog, niet meer) .

  ouketi  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  142  97  45  7 : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 7,12 . (3) Mc 9,8 . (4) Mc 10,8 . (5) Mc 12,34 . (6) Mc 14,25 . (7) Mc 15,5 . 12  15  12  24  15   

Mc 5,3.12. nom. mann. enk. ουδεις = oudeis (niemand) . Taalgebruik in het NT : oudeis (niemand) . Taalgebruik in de LXX : oudeis (niemand) . Bijbel (136) . OT (41) . NT (95) . Mc (11) : (1) Mc 2,21 . (2) Mc 2,22 . (3) Mc 3,27 . (4) Mc 5,3 . (5) Mc 5,4 . (6) Mc 9,39 . (7) Mc 10,18 . (8) Mc 10,29 . (9) Mc 11,2 . (10) Mc 12,34 . (11) Mc 13,32 . Een vorm van ουδεις = oudeis (niemand) in het OT (270) , in het NT (226) .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. mann. enk. oudeis   136 41 95   11 18                 

Mc 5,3.13. ind. imperf. 3de pers. enk. εδυνατο = edunato (hij kon) van het (hulp-) werkw. δυναμαι = dunamai (kunnen) . Taalgebruik in het NT : dunamai (kunnen) . Taalgebruik in de LXX : dunamai (kunnen) . Taalgebruik in Mc : dunamai (kunnen) . Bijbel (16) . OT (5) . NT (11) : (1) Mt 22,46 . (2) Mt 26,9 . (3) Mc 5,3 . (4) Mc 6,5 . (5) Lc 1,22 . (6) Joh 11,37 . (7) Hnd 26,32 . (8) Apk 5,3 . (9) Apk 7,9 . (10) Apk 14,3 . (11) Apk 15,8 . Een vorm van δυναμαι = dunamai (kunnen) in de LXX (332) , in het NT (209) .

Mc 5,3.12. - 13. ουδεις εδυνατο = oudeis edunato (niemand kon) . Bijbel = NT (5) : (1) Mc 5,3 . (2) Apk 5,3 . (3) Apk 7,9 . (4) Apk 14,3 . (5) Apk 15,8 .

Mc 5,3.14. acc. mann. enk. αυτον = auton (hem) van het persoonl. voornaamw. αυτος = autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
4 acc. mann. enk. auton   146  11  12  12  16  12  14  17  2872  2032  840  114  146  184  154  136  85  21  598  752 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,3.15. act. inf. aor. δησαι = dèsai (om te binden) van het werkw. δεω = deô (binden, boeien, ketenen) . Taalgebruik in het NT : deô (binden, boeien, ketenen) . Taalgebruik in de LXX : deô (binden, boeien, ketenen) . Bijbel (7) : (1) Re 15,10 . (2) Re 15,12 . (3) Ez 37,17 . (4) Ps 149,8 . (5) Tob 3,17 . (6) Mc 5,3 . (7) Hnd 9,14 . Een vorm van δεω = deô in de LXX (69) , in het NT (41) , in Mc (8) .

In Mc 1,23 bevindt zich in de synagoge een man met een onreine geest . Deze voelt zich bedreigd door Jezus . Hij vreest dat Jezus komt om hem te verdelgen . Jezus en de ùan met de onreine geest staan tegenover elkaar . Wanneer Jezus in Mc 5,2 komt , wordt hij geconfronteerd eveneens met een man met een onreine geest . In beide teksten gaat het om Isrëlitische mannen . Hij woont tussen de graven . Wellicht woont hij tussen zijn wapenbroeders die in de strijd zijn gevallen en gestorven . Hij kan de gewapende strijd niet loslaten . Hij blijft vasthouden aan de strijd van zijn wapenbroeders .


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -


Mc 5,4 - Mc 5,4 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:4 dia to auton pollakis pedais kai alusesin dedesthai kai diespasthai up autou tas aluseis kai tas pedas suntetrifthai kai oudeis ischuen auton damasai   4 quoniam saepe conpedibus et catenis vinctus disrupisset catenas et conpedes comminuisset et nemo poterat eum domare     4 Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.  [4] Want hij was al vaak met voetboeien en kettingen vastgebonden, maar de kettingen had hij uit elkaar getrokken en de boeien had hij vernield; niemand kon hem bedwingen.   [4] Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen.   4 want hij was al vaak genoeg met voetboeien en kettingen vastgebonden, en dan werden de kettingen door hem kapotgetrokken en de voetboeien vertrapt, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen.   Mc 5:4- car souvent on l'avait lié avec des entraves et avec des chaînes, mais il avait rompu les chaînes et brisé les entraves, et personne ne parvenait à le dompter.  

King James Bible . [4] Because that he had been often bound with fetters and chains, and the chains had been plucked asunder by him, and the fetters broken in pieces: neither could any man tame him.
Luther-Bibel . 4 denn er war oft mit Fesseln und Ketten gebunden gewesen und hatte die Ketten zerrissen und die Fesseln zerrieben; und niemand konnte ihn bändigen.

  Mc 5,4 -    
  4διὰ τὸ αὐτὸν πολλάκις πέδαις καὶ ἁλύσεσιν δεδέσθαι καὶ διεσπάσθαι ὑπ' αὐτοῦ τὰς ἁλύσεις καὶ τὰς πέδας συντετρῖφθαι, καὶ οὐδεὶς ἴσχυεν αὐτὸν δαμάσαι:   πολλοῖς γὰρ χρόνοις συνηρπάκει αὐτόν, καὶ ἐδεσμεύετο ἁλύσεσιν καὶ πέδαις φυλασσόμενος, καὶ διαρρήσσων τὰ δεσμὰ ἠλαύνετο ὑπὸ τοῦ δαιμονίου εἰς τὰς ἐρήμους.

Tekstuitleg van Mc 5,4 .

Mc 5,4.1. δια = dia (door, omwille van, na) . Taalgebruik in NT : dia (door) . Taalgebruik in de LXX : dia (door) . Taalgebruik in Mc : dia (door) .

dia (door)  Mc Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  29  (1) Mc 2,4 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 2,23 . (4) Mc 2,27 . (1) Mc 3,9 3 : (1) Mc 4,5 . (2) Mc 4,6 . (3) Mc 4,17 . 2  : (1) Mc 5,4 . (2) Mc 5,5 . 5 : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,17 . (5) Mc 6,26 . 3 : (1) Mc 7,5 . (2) Mc 7,29 . (3) Mc 7,31 . 1 : Mc 9,30 . 1 : Mc 10,25 . 3 : (1) Mc 11,16 . (2) Mc 11,24 . (3) Mc 11,31 . 1 : Mc 12,24 . 2  : (1) Mc 13,13 . (2) Mc 13,20 . 1 : Mc 14,58 .   1 : Mc 15,10 . 1 : Mc 16,20 . 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  2 (1) : Mc 2,1 .                       1 : Mc 14,21 .     310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  31 2 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

Mc 5,4.2. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. το = to (het) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 108  12  12  22  5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,4.3. acc. mann. enk. αυτον = auton (hem) van het persoonl. voornaamw. αυτος = autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 . -

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
4 acc. mann. enk. auton   146  11  12  12  16  12  14  17  2872  2032  840  114  146  184  154  136  85  21  598  752 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,4.4. πολλακις = pollakis (vele malen, dikwijls) . Taalgebruik : pollakis (vele malen, dikwijls) . Bijbel (22) . OT (16) . NT (6) . Mc (2) : (1) Mc 5,4 . (2) Mc 9,22 .

Mc 5,4.5. dat. vr. mv. πεδαις = pedais (met voetboeien) van het zelfst. naamw. πεδη = pedè (voetboei, kluister) . Taalgebruik in het NT : pedè (voetboei, kluister) . Taalgebruik in de LXX : pedè (voetboei, kluister) . Bijbel (10) : (1) Re 16,21 . (2) 2 S 3,34 . (3) 2 K 25,7 . (4) Jr 52,11 . (5) Ps 105,18 . (6) Ps 149,8 . (7) 2 Kr 33,11. (8) 2 Kr 36,6 . (9) Mc 5,4 . (10) Lc 8,29 .

Mc 5,4.6. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,4.7. dat. vr. mv. ἁλυσεσιν = halusesin (met halskettingen) van het zelfst. naamw. ἁλυσις = halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Taalgebruik in het NT : halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Taalgebruik in de LXX : halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Bijbel (3) : (1) Mc 5,4 . (2) Lc 8,29 . (3) Hnd 12,6 .

Mc 5,4.8. passief inf. perf. δεδεσθαι = dedesthai (om gebonden te worden) van het werkw. δεω = deô (binden, boeien, ketenen) . Taalgebruik in het NT : deô (binden, boeien, ketenen) . Taalgebruik in de LXX : deô (binden, boeien, ketenen) . Bijbel (1) : Mc 5,4 .

Mc 5,4.9. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,4.10. passief inf. perf. διεσπασθαι = diespasthai (om los te rukken) van het werkw. διασπαω = diaspaô (uiteentrekken, verstrooien, verscheuren, losrukken) . Taalgebruik in het NT : diaspaô (uiteentrekken, verstrooien, verscheuren, losrukken) . Taalgebruik in de LXX : diaspaô (uiteentrekken, verstrooien, verscheuren, losrukken) . Bijbel (1) : Mc 5,4 .

Mc 5,4.11. ὑπο = hupo (door) . Afkorting : ὑπ' = hup' of ὑφ' = huf' . Taalgebruik in het NT : hupo (door) . Taalgebruik in de LXX : hupo (door) . Mc (8 + 3 = 11) . ὑπο = hupo in Mc (8) : (1) Mc 1,9 . (2) Mc 1,13 . (3) Mc 2,3 . (4) Mc 4,21 . (5) Mc 4,32 . (6) Mc 5,26 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 13,13 . ὑπ' = hup' in Mc (3) : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 16,11 .

  hupo (door)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
hupo  485  312  173  23  23  36  69  54  56     
hup  84  59  25      15  15     
huf                     
  totaal 578  371  207  27  11  31  40  94  69  71     

Mc 5,4.12. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,4.11. - 12. ὑπ' αυτου = hup' autou (door hem) . LXX (138) . NT (16) . Mc (2) : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 5,4 .

Mc 5,4.13. bep. lidw. acc. vr. mv. τας = tas (de) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 5 (2) : (1) Mc 1,39 . (2) Mc 5,4 (2X) .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
17. acc. vr. enk. tas 27        1987  1674  313  36  27  42  19  57  96  36     
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,4.14. acc. vr. mv. ἁλυσεις = haluseis (boeien) van het zelfst. naamw. ἁλυσις = halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Taalgebruik in het NT : halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Taalgebruik in de LXX : halusis (metalen ketting, boei, halsketen) . Bijbel (2) : (1) Mc 5,4 . (2) Hnd 12,7 .

Mc 5,4.15. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,4.16. bep. lidw. acc. vr. mv. τας = tas (de) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 5 (2) : (1) Mc 1,39 . (2) Mc 5,4 (2X) .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
17. acc. vr. enk. tas 27        1987  1674  313  36  27  42  19  57  96  36     
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Τaalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,4.17. acc. vr. mv. πεδας = pedas (voetboeien) van het zelfst. naamw. πεδη = pedè (voetboei, kluister) . Taalgebruik in het NT : pedè (voetboei, kluister) . Taalgebruik in de LXX : pedè (voetboei, kluister) . Bijbel (4) : (1) 1 Mak 3,41 . (2) Sir 6,24 . (3) Sir 33,29 . (4) Mc 5,4 .

Mc 5,4.18, passief inf. perf. συντετριφθαι = suntetrifthai (om stuk te slaan) van het werkw. συντριβω = suntribô (stuk slaan, tegen elkaar wrijven) . Taalgebruik in het NT : suntribô (stuk slaan, tegen elkaar wrijven) . Bijbel (1) : Mc 5,4 en vorm van συντριβω = suntribô in het OT (236) , in het NT (7) .

Mc 5,4.19. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,4.20. nom. mann. enk. ουδεις = oudeis (niemand) . Taalgebruik in het NT : oudeis (niemand) . Taalgebruik in de LXX : oudeis (niemand) . Bijbel (136) . OT (41) . NT (95) . Mc (11) : (1) Mc 2,21 . (2) Mc 2,22 . (3) Mc 3,27 . (4) Mc 5,3 . (5) Mc 5,4 . (6) Mc 9,39 . (7) Mc 10,18 . (8) Mc 10,29 . (9) Mc 11,2 . (10) Mc 12,34 . (11) Mc 13,32 . Een vorm van ουδεις = oudeis (niemand) in het OT (270) , in het NT (226) .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. mann. enk. oudeis   136 41 95   11 18                 

Mc 5,4.21. act. ind. imperf. 3de pers. enk. ισχυεν = ischuen (hij was bij machte) van het werkw. ισχυω = ischuô (sterk zijn, gezond zijn, machtig zijn , kunnen) . Taalgebruik in het NT : ischuô (sterk zijn, gezond zijn, machtig zijn , kunnen) . Taalgebruik in de LXX : ischuô (sterk zijn, gezond zijn, machtig zijn , kunnen) . Bijbel (4) : (1) Ex 1,20 . (2) W 19,20 . (3) Mc 5,4 . (4) Hnd 19,20 .

Mc 5,4.22. acc. mann. enk. αυτον = auton (hem) van het persoonl. voornaamw. αυτος = autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
4 acc. mann. enk. auton   146  11  12  12  16  12  14  17  2872  2032  840  114  146  184  154  136  85  21  598  752 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,4.23. act. inf. aor. δαμασαι = damasai (om te bedwingen) van het werkw. δαμαζω = damazô (temmen, bedwingen, overweldigen) . Taalgebruik in het NT : damazô (temmen, bedwingen, overweldigen) . Taalgebruik in de LXX : damazô (temmen, bedwingen, overweldigen) . Bijbel (2) : (1) Mc 5,4 . (2) Jak 3,8 .

Uit Mc 5,4 blijkt duidelijki dat het over een geweldenaar gaat die niet te bedwingen is . Het wonen in de graven en het geweld staan met elkaar in verband . Het gaat om een Israëliet die in zijn 'verzet' niet te stoppen is . Jezus wordt geconfronteerd met de graven . In Mc 1 vlg gaan de vrouwen naar het grafgedenkteken van Jezus , gedenkteken van het geweld dat op Jezus gepleegd werd . Maar in het graf zal de jongeling zeggen : hij is niet hier . Rond de dood in het graf moet geen verzet georganiseerd worden . De gedachtenis zal plaats hebben bij het breken van het brood en het delen van de beker . De solidariteit is het antwoord .


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -


Mc 5,5 - Mc 5,5 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:5 kai dia pantos nuktos kai èmeras en tois mnèmasin kai en tois oresin èn krazôn kai katakoptôn eauton lithois 5 et semper nocte ac die in monumentis et in montibus erat clamans et concidens se lapidibus    5 En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.  [5] Dag en nacht liep hij tussen de graven en op de bergen te brullen en zichzelf met stenen te beuken.   [5] En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen.   5 En alle nacht en dag door was hij in de graven en in de bergen aan het krijsen en zichzelf met stenen aan het slaan.  Mc 5:5- Et sans cesse, nuit et jour, il était dans les tombes et dans les montagnes, poussant des cris et se tailladant avec des pierres.  

King James Bible . [5] And always, night and day, he was in the mountains, and in the tombs, crying, and cutting himself with stones.
Luther-Bibel . 5 Und er war allezeit, Tag und Nacht, in den Grabhöhlen und auf den Bergen, schrie und schlug sich mit Steinen.

  Mc 5,5 -    
  5 καὶ διὰ παντὸς νυκτὸς καὶ ἡμέρας ἐν τοῖς μνήμασιν καὶ ἐν τοῖς ὄρεσιν ἦν κράζων καὶ κατακόπτων ἑαυτὸν λίθοις.    

Tekstuitleg van Mc 5,5 .

Mc 5,5.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,5.2. δια = dia (door, omwille van, na) . Taalgebruik in NT : dia (door) . Taalgebruik in de LXX : dia (door) . Taalgebruik in Mc : dia (door) .

dia (door)  Mc Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  29  (1) Mc 2,4 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 2,23 . (4) Mc 2,27 . (1) Mc 3,9 3 : (1) Mc 4,5 . (2) Mc 4,6 . (3) Mc 4,17 . 2  : (1) Mc 5,4 . (2) Mc 5,5 . 5 : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,17 . (5) Mc 6,26 . 3 : (1) Mc 7,5 . (2) Mc 7,29 . (3) Mc 7,31 . 1 : Mc 9,30 . 1 : Mc 10,25 . 3 : (1) Mc 11,16 . (2) Mc 11,24 . (3) Mc 11,31 . 1 : Mc 12,24 . 2  : (1) Mc 13,13 . (2) Mc 13,20 . 1 : Mc 14,58 .   1 : Mc 15,10 . 1 : Mc 16,20 . 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  2 (1) : Mc 2,1 .                       1 : Mc 14,21 .     310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  31 2 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

Mc 5,5.3. gen. mann. en onz. enk. παντος = pantos van het bijvoegl. naamw. πας = pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) .

  pas (al) Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel  O.T.  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
4 gen. + onz. m. enk. pantos          (1) Mc 5,5 .                     337  305  32 7 14 
  Totaal 66  6697  5530  1167 122  66  157  62  167  540  53  345  407 

Mc 5,5.4. gen. vr. enk. νυκτος = nuktos van het zelfst. naamw. νυξ = nux (nacht) . Taalgebruik in het NT : nux (nacht) . Taalgebruik in de LXX : nux (nacht) . Bijbel (119) . OT (87) . NT (32) . Mc (2) : (1) Mc 5,5 . (2) Mc 6,48 . Een vorm van νυξ = nux (nacht) in de LXX (294) , in het NT (61) .
- Ned. : nacht . Arabisch : ليلة = nacht (laila) . Taalgebruik in de Qoran : nacht (laila) . D. : Nacht . E. : night . Fr. : nuit . Gr. : νυξ = nux (nacht) . Taalgebruik in het NT : nux (nacht) . לָיְלָה = lajëlâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajëlâh (nacht) . Lat. : nox .

Mc 5,5.5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,5.6. gen. vr. enk. + acc. vr. mv ἡμερας = hèmeras (dagen) van het zelfst. naamw. ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in Mc : hèmera (dag) . Mc (11) : (1) Mc 1,13 . (2) Mc 5,5 . (3) Mc 6,21 . (4) Mc 8,31 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,31 .  (7) Mc 10,34 .  (8) Mc 13,20 . (9) Mc 13,32 .  (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,25 .  Een vorm van ἡμερα = hèmera (dag) in Mc in 20 verzen : (1) Mc 1,9 . (2) Mc 1,13 . (3) Mc 2,1 . (4) Mc 2,20 . (5) Mc 4,27 . (6) Mc 4,35 . (7) Mc 5,5 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 8,1 . (10) Mc 8,2 . (11) Mc 8,31 . (12) Mc 9,2 . (13) Mc 9,31 .  (14) Mc 10,34 .  (15) Mc 13,2 . (16) Mc 13,17 . (17) Mc 13,19 . (18) Mc 13,20 . (19) Mc 13,24 . (20) Mc 13,32 .  (21) Mc 14,1 . (22) Mc 14,12 . (23) Mc 14,25 .  (24) Mc 14,49 . (25) Mc 14,58 . (26) Mc 15,29 .

  hèmera (dag)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  799  575  224  13  11  14  40  126  12  38  46     
  totaal 2508  2029  479  43  26  82  31  93  183  21  151  182     

  hèmera (dag)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 13 Mc 14 Mc 15
1 nom. en dat. vr. enk. hèmera(i)    (1) Mc 2,20 .   (2) Mc 4,35 .               (3) Mc 14,12 .    
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  11  (1) Mc 1,13 .       (2) Mc 5,5 .   (3) Mc 6,21 .   (4) Mc 8,31 .   (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,31 .   (7) Mc 10,34 .   (8) Mc 13,20 . (9) Mc 13,32 .   (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,25 .    
3 acc. vr. enk. hèmeran                        
4 gen. vr. mv. hèmerôn    (1) Mc 2,1                 (2) Mc 14,58 .  
5 dat. vr. mv. hèmerais   (1) Mc 1,9 .           (2) Mc 8,1     (3) Mc 13,17 . (4) Mc 13,24 .    
  totaal 23 

Mc 5,5.4. - 6. νυκτος και ἡμερας = nuktos kai hèmeras (nacht en dag) . LXX (2) : (1) Jdt 11,17 . (2) Js 34,10 . NT (4) : (1) Mc 5,5 . (2) 1 Tes 3,10 . (3) 1 Tim 5,5 . (4) 2 Tim 1,3 .

Mc 5,5.7. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Mc 5,5.8. dat. mann. en onz. mv. τοις = tois . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 5 (2) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,5 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
14. dat. m. + onz. mv. tois 47  2 5 3 2 6 2 2 1 4 3 2 2 3   6 2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17  208  244 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,5.9. dat. onz. mv. μνημασιν = mnèmasin (in de gedenktekens) van het zelfst. naamw. μνημα = mnèma (aandenken, gedenkteken) . Taalgebruik in het NT : mnèma (aandenken, gedenkteken) . Taalgebruik in de LXX : mnèma (aandenken, gedenkteken) . Bijbel (6) : (1) Nu 33,16 . (2) Dt 9,22 . (3) Js 65,4 . (4) Mc 5,3 . (5) Mc 5,5 . (6) Lc 8,28 . Een vorm van μνημα = mnèma in de LXX (20) , in het NT (10) .

Mc 5,5.7. - 9. εν (τοις) μνημασιν = en (tois) mnèmasin (in (de) gedenktekens) . Bijbel (6) : (1) Nu 33,16 . (2) Dt 9,22 . (3) Js 65,4 . (4) Mc 5,3 . (5) Mc 5,5 . (6) Lc 8,28 .
- εν τοις μνημειοις = en tois mnèmeiois (in de grafgedenktekens) . Bijbel (3) : (1) Gn 23,6 . (2) Js 26,19 . (3) Joh 5,28 . Variante lezing : Mc 5,3 .

Mc 5,5.10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,5.11. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Mc 5,5.12. dat. mann. en onz. mv. τοις = tois . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 5 (2) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,5 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
14. dat. m. + onz. mv. tois 47  2 5 3 2 6 2 2 1 4 3 2 2 3   6 2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17  208  244 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,5.13. dat. onz. mv. ορεσιν = oresin (in de bergen) van het zelfst. naamw. ορος = oros (berg) . Taalgebruik in het NT : oros (berg) . Taalgebruik in de LXX : oros (berg) . Taalgebruik in Mc : oros (berg) . Mc (1) : Mc 5,5 . Een vorm van ορος = oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) , in Mc (11) .

  horos (berg) Mc Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 11 Mc 13 Mc 14 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.  ev.
1 nom. + acc. enk. horos 6 (1) Mc 3,13 .   (2) Mc 6,46 (3) Mc 9,2 (4) Mc 11,1 (5) Mc 13,3 (6) Mc 14,26 196 168 28 8 6 6 3   1

20 

23
2 gen. enk. horous 1       1 : Mc 9,9       127 115 12 4 1 3   2 2  
3 dat. enk. horei 2   (1) Mc 5,11     (2) Mc 11,23     116 105 11 2 2 1 2 1 3  
4 nom. + acc. mv. horè 1           1 : Mc 13,14   108 101 7 2 1 1     1 4
6 dat. mv. horesin 1   1 : Mc 5,5 .           29 25 4   1 1     1
  Totaal   11 642 579 63 16 11 12 5 3 8 8 39  44 

Mc 5,5.11. - 13. εν τοις ορεσιν = en tois oresin (in de bergen) . LXX (16) . NT (1) : Mc 5,5 .

Mc 5,5.14. act. ind. imperf. 3de pers. enk. ην = èn (hij / zij was) van het werkw. ειμι = eimi (zijn) OF betrekkelijk voornaamw. acc. vr. enk. ἡν (die) van het betrekk. voornaamw. ὁς (die) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de LXX : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,5 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,40 . (5) Mc 5,42 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn  OF betrekkelijk voornaamw. acc. vr. enk. ἡν 1506  1120  386  24  38  79  92  63  71  19  141  233     

- Hebreeuws . act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. הָיָה = hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (332) . Pentateuch (52) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (87) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (67) .
- werkw. Ned. : zijn . Arabisch : كانَ = kâna (zijn) . Taalgebruik in de Qoran : kâna (zijn) . D. : sein . E. : to be . E. : to be . Grieks : ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Hebreeuws : הָיָה = hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. : esse .

Mc 5,5.15. act. part. praes. nom. mann. enk. κραζων = krazôn  (krijsend) van het werkw. κραζω = krazô (kruisen, schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in het NT : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in de LXX : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Bijbel (3) : (1) Ps 69,4 . (2) Mc 5,5 . (3) Apk 14,15 . Een vorm van κραζω = krazô (kruisen , schreeuwen, roepen) in de LXX (111) , in het NT (55) , in Mt (12) , in Mc (11) : (1) Mc 3,11 . (2) Mc 5,5 . (3) Mc 5,7 . (4) Mc 9,24. (5) Mc 9,26 . (6) Mc 10,47 . (7) Mc 10,48 . (8) Mc 11,9 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc . In Lc (3) .

Mc 5,5.16. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,5.17. act. part. praes. nom. mann. enk. κατακοπτων = katakoptôn (neerslaand, dodend) van het werkw. κατακοπτω = katakoptô (neerslaan, doden) . Taalgebruik in het NT : katakoptô (neerslaan, doden) . Taalgebruik in de LXX : katakoptô (neerslaan, doden) . Bijbel (1) : Mc 5,5 . Een vorm van κατακοπτω = katakoptô (neerslaan, doden) in de LXX (22) , in het NT (1) .

Mc 5,5.18. acc. mann. enk. ἑαυτον = heauton (zichzelf) van het wederkerig voornaamw. ἑαυτος = heautos (zichzelf) . Taalgebruik in het NT : heautos (zichzelf) . Taalgebruik in de LXX : heautos (zichzelf) . Bijbel (117) . OT (52) . NT (65) . Mc (5) : (1) Mc 3,26 . (2) Mc 5,5 . (3) Mc 8,34 . (4) Mc 12,33 . (5) Mc 15,31 .

Mc 5,5.19. dat. mann. mv. λιθοις = lithois (stenen) van het zelfst. naamw. λιθος = lithos (steen) . Taalgebruik in het NT : lithos (steen) . Taalgebruik in de LXX : lithos (steen) . Bijbel (47) . OT (44) . NT (3) . Mc (1) : Mc 5,5 .


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -


Mc 5,6 - Mc 5,6 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:6 kai idôn ton ièsoun apo makrothen edramen kai prosekunèsen | auton | autô |  6 videns autem Iesum a longe cucurrit et adoravit eum    6 Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.  [6] Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op Hem af, viel voor Hem op zijn knieën,   [6] Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer,  6 Als hij Jezus ziet, van verre al, komt hij aangerend en werpt zich voor hem neer;   Mc 5:6- Voyant Jésus de loin, il accourut, se prosterna devant lui  

King James Bible . [6] But when he saw Jesus afar off, he ran and worshipped him,
Luther-Bibel . 6 Als er aber Jesus sah von ferne, lief er hinzu und fiel vor ihm nieder

  Mc 5,6   Lc 8,28
  6καὶ ἰδὼν τὸν Ἰησοῦν ἀπὸ μακρόθεν ἔδραμεν καὶ προσεκύνησεν αὐτῷ,   28ἰδὼν δὲ τὸν Ἰησοῦν ἀνακράξας προσέπεσεν αὐτῷ

Tekstuitleg van Mc 5,6 .

Mc 5,6.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,6.2. act. part. aor. nom. mann. enk. ιδων = idôn (gezien) van het werkw. ειδεν = eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . Mt (12) : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 . Met Jezus als onderwerp . Mc (7 / 12 . expliciet : 4 / 12 , impliciet : 3 / 12) . Expliciet (4 / 12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 9,25 . (3) Mc 10,14 . (4) Mc 12,34 . Impliciet (3 / 12) : (1) Mc 6,48 . (2) Mc 8,33 . (3) Mc 11,13 . Andere (5 / 12) : (1) Mc 5,6 (bezetene) . (2) Mc 5,22 (Jaïrus) . (3) Mc 9,20 (onreine geest) . (4) Mc 12,28 (een schriftgeleerde) . (5) Mc 15,39 (centurio) . Lc (20) : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 5,8 . (3) Lc 5,12 . (4) Lc 5,20 . (5) Lc 7,13 . (6) Lc 7,39 . (7) Lc 8,28 . (8) Lc 10,31 . (9) Lc 10,32 . (10) Lc 10,33 . (11) Lc 11,38 . (12) Lc 13,12 . (13) Lc 17,14 . (14) Lc 17,15 . (15) Lc 18,24 . (16) Lc 18,43 . (17) Lc 19,41 . (18) Lc 22,58 . (19) Lc 23,8 . (20) Lc 23,47 . ειδον / ειδεν = eidon / eiden in het NT (336) .
- Ned. : zien . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) . D. : sehen , schauen . E. : to see . Fr. : voir . Gr. : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Hebreeuws : רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Lat. : videre .

  zien  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  part. aor. nom. mann. enk. idôn  12    (1) Mc 2,5     (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 .     (5) Mc 8,33 .   (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 .   (8) Mc 10,14 .   (9) Mc 11,13 .   (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 .       (12) Mc 15,39   106  45  61  12  12  20  12  44  47   

Mc 5,6.1. - 2. και ιδων = kai idôn (en ziende) . NT (8 / 12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 11,13 . (8) Mc 12,34 . kai ... idôn (en ... gezien) . Mc (1 / 8) : Mc 12,34 . idôn de (gezien echter) in Mc (3 / 12) : (1) Mc 9,25 . (2) Mc 10,14 . (3) Mc 15,39 .
- ιδων δε = idôn de (gezien echter) . LXX (14) . NT (17) . Mc (5) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 9,25 . (4) Mc 10,14 . (5) Mc 15,39 .

Mc 5,6.3. bep. lidw. acc. mann. enk. τον = ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
8. acc. m. + onz. enk. ton 124  8 9 5 11 10 7 13 6 9 5 4 7 2 12 11 5 6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,6.4. acc. mann. enk. ιησουν = Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 .
Een vorm van ιησους = Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. ιησουν = Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. ιησου = Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. ιησουν = Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. ιησους = Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. ιησου = Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. ιησου = Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. ιησους = Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. ιησους = Ièsous) .

  Ièsous (Jezus)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
3 acc. mann. enk. Ièsoun 11         2 1     1 1 1     2 2 1 163  39  124  15 11 14 26 27 31 0 40 66
  totaal 81 6 5 1   8 2   1 8 18 6 5 2 11 6 2 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 12 318 556
 
  Ièsous  Mc Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16  
3 Ièsoun  11 1 : Mc 9,8 . 1 : Mc 10,50 . 1 : Mc 11,7 .     2 : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 14,60 . 2 : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,15 . 1: Mc 16,6 . 11
  totaal  81 8 18 6 5 2 11 6 2 81

Mc 5,6.3. - 4. τον ιησουν = ton ièsoun (Jezus) . NT (66) . Mc (10/11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 .

Mc 5,6.1. - 4. και ιδων τον ιησουν = kai idôn ton ièsoun (en gezien Jezus) . NT (1) : Mc 5,6 (variante lezing) .
- και ιδων ὁ ιησους = kai idôn ho ièsous (en Jezus (gezien) . NT (1) : Mc 2,5 (variante lezing) .
- ιδων δε ὁ ιησους = idôn de ho ièsous (gezien echter Jezus) . NT (4) : (1) Mt 8,18 . (2) Mc 2,5 . (3) Mc 9,25 . (4) Mc 10,14 .
- και ὁ ιησους ιδων = kai ho ièsous idôn (en Jezus gezien) . NT (1) : Mc 12,34 .

In Mc wordt ιδων = idôn (gezien) gevolgd in 11 / 12 door een lijdend voorwerp . Dit is een bepaling (8 / 12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 11,13 . (8) Mc 12,28 of een voorwerpszin , ingeleid door = hoti (dat) (3 / 12) : (1) Mc 9,25 . (2) Mc 12,34 . (3) Mc 15,39 . Niet in Mc 10,14 . idôn auton (hem gezien) in Mc (3) : (3) Mc 5,22 : idôn (Jaïrus) auton (Jezus) . (6) Mc 9,20 : idôn (de onreine geest) auton (Jezus) . (2) Mc 12,34 : idôn (Jezus) auton (een schriftgeleerde) . Maar er is nog meer op te merken :
- Mc 5,6 : kai idôn (bezetene) ton ièsoun apo makrothen (en gezien Jezus van verre) . Mc 11,13 : kai idôn sukèn apo makrothen (en gezien (Jezus) een vijgeboom van verre) .
- Mc 9,25 : idôn de ho ièsous hoti (Jezus echter gezien dat) . Mc 15,39 : idôn de ho kenturiôn ... hoti (gezien echter de centurio ... dat) .
- Mc 12,28 : idôn hoti kalôs apekrithè autois = gezien (een schriftgeleerde) dat hij (Jezus) hen goed antwoordde . Mc 12,34 : kai ho ièsous idôn auton hoti nounechôs apekrithè (en Jezus hem gezien dat hij wijs antwoordde) .

Mc 5,6.5. απο = apo (af, van-weg) ; afkorτing απ' = ap' en αφ' = af' . Taalgebruik in het NT : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in de LXX : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) .Mc 5 (5) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,17 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,35 .

  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
apo 33 1 :  Mc 1,9 .   3  (1) Mc 3,7 . (2) Mc 3,9 . (3) Mc 3,22 .   5 : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,17 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,35 . 2 :   (1) Mc 6,33 . (2) Mc 6,43 4  : (1) Mc 7,1 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 7,28 . (4) Mc 7,33 . 3 : (1) Mc 8,3 . (2) Mc 8,11 . (3) Mc 8,15   2 :   (1) Mc 10,6 . (2) Mc 10,46 . 2   (1) Mc 11,12 . (2) Mc 11,13 . 3 : (1) Mc 12,2 . (2) Mc 12,34 . (3) Mc 12,38 . 1 : Mc 13,28 . 1 : Mc 14,54 . 5  : (1) Mc 15,30 . (2) Mc 15,32 . (3) Mc 15,40 . (4) Mc 15,43 . (5) Mc 15,45 . 1 : Mc 16,8 . 2984 2544 440 82 33 73 19 93 115 25 188  207 
ap'  12  1 : Mc 1,42 . 2   (1) Mc 2,20 . (2) Mc 2,21 .   1 : Mc 4,25 .     2   (1) Mc 7,4 . (2) Mc 7,6 .           2   (1) Mc 13,19 . (2) Mc 13,27 . 2   (1) Mc 14,35. (2) Mc 14,36. 2   (1) Mc 15,21 . (2) Mc 15,38 .   567  445  122  22  12  32  15  12  26  66  81 
af'                                    183  141  42    19  10  16 
totaal   45    3734 3130  604  105  45  114  40  111 160  29   264 304 

Mc 5,6.6. μακροθεν = makrothen (van verre, in de verte) . Taalgebruik in het NT : makrothen (van verre, in de verte) . Taalgebruik in de LXX : makrothen (van verre, in de verte) . Bijbel (49) . OT (35) . NT (14) : (1) Mt 26,58 . (2) Mt 27,55 . (3) Mc 5,6 . (4) Mc 8,3 . (5) Mc 11,13 . (6) Mc 14,54 . (7) Mc 15,40 . (8) Lc 16,23 . (9) Lc 18,13 . (10) Lc 22,54 . (11) Lc 23,49 . (12) Apk 18,10 . (13) Apk 18,15 . (14) Apk 18,17 .

Mc 5,6.5. - 6. απο μακροθεν = apo makrothen (van verre, in de verte) . LXX (5) . NT (9) : (1) Mt 26,58 . (2) Mt 27,55 . (3) Mc 5,6 . (4) Mc 14,54 . (5) Mc 15,40 . (6) Lc 16,23 . (7) Apk 18,10 . (8) Apk 18,15 . (9) Apk 18,17 .

Mc 5,6.6. act. ind. aor. 3de pers. enk. εδραμεν = edramen (hij liep snel) . Zie het werkw. τρεχω = trechô (snellopen, hollen) . Taalgebruik in het NT : trechô (snellopen, hollen) . Taalgebruik in de LXX : trechô (snellopen, hollen) . Taalgebruik in Mc : trechô . LXX (11) . NT (2) : (1) Mc 5,4 . (2) Lc 24,12 .

Mc 5,6.7. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,6.8. act. ind. aor. 3de pers. εnk. προσεκυνησεν = prosekunèsen (hij knielde) van het werkw. προσκυνεω = proskuneô (op de knieën vallen bij , aanbidden) . Taalgebruik in het NT : proskuneô (op de knieën vallen bij , aanbidden) . Bijbel (55) . LXX (51) . NT (4) : (1) Mc 5,6 . (2) Joh 9,38 . (3) Hnd 10,25 . (4) Heb 11,21 .

Mc 5,6.9. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,9 . (5) Mc 5,19 . (6) Mc 5,20 . (7) Mc 5,24 . (8) Mc 5,31 . (9) Mc 5,33 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

8. - 9. προσεκυνησεν αυτῳ = prosekunèsen autô(i) (hij knielde voor hem) . LXX (13) . NT (2) : (1) Mc 5,6 . (2) Joh 9,38 .


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -


Mc 5,7 - Mc 5,7 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:7 kai kraxas fônè megalè legei ti emoi kai soi ièsou uie tou theou tou upsistou orkizô se ton theon mè me basanisès  7 et clamans voce magna dicit quid mihi et tibi Iesu Fili Dei summi adiuro te per Deum ne me torqueas  zoon van de Allerhoogste God? Ik bezweer u bij God, kwel mij niet.  7 En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!  [7] en brulde met luide stem: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U bij God: doe mij geen pijn.’  [7] en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!’   7 dan krijst hij weer, met grote stem, en zegt: ‘wat is er tussen mij en jou’, {#1Kon 17:18} Jezus, zoon van God de Allerhoogste?– ik bezweer je bij God, kwel mij niet!   Mc 5:7- et cria d'une voix forte : " Que me veux-tu, Jésus, fils du Dieu Très Haut ? Je t'adjure par Dieu, ne me tourmente pas ! " 

King James Bible . [7] And cried with a loud voice, and said, What have I to do with thee, Jesus, thou Son of the most high God? I adjure thee by God, that thou torment me not.
Luther-Bibel . 7 und schrie laut: Was willst du von mir, Jesus, du Sohn Gottes, des Allerhöchsten? Ich beschwöre dich bei Gott: Quäle mich nicht!

  Mc 5,7 - Mt 8,29 Lc 8,28
  7καὶ κράξας φωνῇ μεγάλῃ λέγει, Τί ἐμοὶ καὶ σοί, Ἰησοῦ υἱὲ τοῦ θεοῦ τοῦ ὑψίστου; ὁρκίζω σε τὸν θεόν, μή με βασανίσῃς. 29 καὶ ἰδοὺ ἔκραξαν λέγοντες, Τί ἡμῖν καὶ σοί, υἱὲ τοῦ θεοῦ; ἦλθες ὧδε πρὸ καιροῦ βασανίσαι ἡμᾶς; καὶ φωνῇ μεγάλῃ εἶπεν, Τί ἐμοὶ καὶ σοί, Ἰησοῦ υἱὲ τοῦ θεοῦ τοῦ ὑψίστου; δέομαί σου, μή με βασανίσῃς.

Tekstuitleg van Mc 5,7 .

Mc 5,7.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,7.2. act. part. aor. nom. mann. enk. κραξας = kraksas (schreeuwende) van het werkw. κραζω = krazô (kruisen, schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in het NT : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in de LXX : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Bijbel (4 OF 5) : (1) Mt 27,50 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 9,24 . (4) Mc 9,26 . Een vorm van κραζω = krazô (kruisen , schreeuwen, roepen) in de LXX (111) , in het NT (55) , in Mt (12) , in Mc (11) : (1) Mc 3,11 . (2) Mc 5,5 . (3) Mc 5,7 . (4) Mc 9,24. (5) Mc 9,26 . (6) Mc 10,47 . (7) Mc 10,48 . (8) Mc 11,9 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,39 . In Lc (3) .

  krazô (schreeuwen, roepen)   Mc Mc 3 Mc 5 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Hnd Apk syn.  ev. 
act. part. aor. nom. mann. enk. kraxas    (1) Mc 5,7 . (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,26 .        (4) Mc 15,39 .          
  totaal 11  32  28  11  20  20 

Mc 5,7.3. nom. + dat. vr. enk. φωνη / φωνῃ = fônè(i) (stem, roep)  . Taalgebruik in het NT : fônè (stem, roep) . Taalgebruik in de LXX : fônè (stem, roep) . Taalgebruik in Mc : fônè (stem, roep) . Mc (6) : (1) Mc 1,3 (nom.) . (2) Mc 1,11 (nom.) . (3) Mc 1,26 (dat.) . (4) Mc 5,7 (dat.) . (5) Mc 9,7 (nom.) . (6) Mc 15,34 (dat.) . Een vorm van φωνη = fônè (stem, roep)  in de LXX (633) , in het NT (137) , in Mt (7) , in Mc (7) , in Lc (14) .

fônè (stem, roep)  Mt Mc Lc syn.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat. vr. enk. fônè   6 : (1) Mt 2,18 . (2) Mt 3,3 . (3) Mt 3,17 . (4) Mt 17,5 . (5) Mt 27,46 . (6) Mt 27,50 . 6 : (1) Mc 1,3 . (2) Mc 1,11 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 5,7 . (5) Mc 9,7 . (6) Mc 15,34 . 7 : (1) Lc 1,44 . (2) Lc 3,4 . (3) Lc 4,33 . (4) Lc 8,28 . (5) Lc 9,35 . (6) Lc 19,37 . (7) Lc 23,46 . 19 : (1) Mt 3,3 // Mc 1,3 // Lc 3,4 . (2) Mt 3,17 // Mc 1,11 // Lc 3,22 . (3) Mt 17,5 // Mc 9,7 // Lc 9,35 . (4) Mt 27,46 // Mc 15,34 . (5) Mt 27,50 // Mc 15,37 // Lc 23,46 . (6) Mc 5,7 // Lc 8,28 . 242  180  62  12  23  19  23     
totaal 12  26  634  513  121  12  15  26  13  41  26  41     

Hebr. p´ (mond) . Verwant met Gr. fô-nè (Lat vo-x = stem , vo-care = roepen) , fè-mi = spreken . Lat for - fari . Verwant met de indogerm. stam bha cfr. tele-foon .
Ook verwantschap tussen Hebr. pânîm (aangezicht) en fainô = schijnen . Lat. facies . E. face . Ned. aangezicht , aanschijn .

Mc 5,7.4. nom. + dat. vr. enk. μεγαλη / μεγαλῃ = megalè(i) (groot) van het bijvoegl. naamwoord μεγας = megas (groot) . Taalgebruik in het NT : megas (groot) . Taalgebruik in de LXX : megas (groot) . Taalgebruik in Mc : megas (groot) . Mc (7) : (1) Mc 1,26 (dat.) . (2) Mc 4,37 (nom.) . (3) Mc 4,39 (nom.) . (4) Mc 5,7 (dat.) . (5) Mc 5,11 (nom.) . (6) Mc 5,42 (dat.) . (7) Mc 15,34 (dat.) .

  megas (groot) enk.   Mc Mc 1 Mc 4 Mc 5 Mc 10 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat. vr. enk. megalè(i)   (1) Mc 1,26 (2) Mc 4,37 . (3) Mc 4,39 .   (4) Mc 5,7 . (5) Mc 5,11 . (6) Mc 5,42 .       (7) Mc 15,34 .     237  171  66  12  27  21  24   
  totaal 11          11                   

Mc 5,7.3. - 4. φωνῃ μεγαλῃ = fônè(i) megalè(i) (met luide stem) . LXX (47) . NT (26) . Mt (2) : (5) Mt 27,46 . (6) Mt 27,50 . Mc (3) : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 15,34 . Lc (4) : (1) Lc 4,33 . (2) Lc 8,28 . (3) Lc 19,17 . (4) Lc 23,45 . Joh (1) : Joh 11,43 . Hnd (3) : (1) Hnd 7,57 . (2) Hnd 7,60 . (3) Hnd 16,28 .

Mc 5,7.2. - 3. κραξας φωνῃ μεγαλῃ = kraksas fônè(i) megalè(i) (schreeuwende met luide stem) . Bijbel (2) : (1) Mt 27,50 . (2) Mc 5,7 .
- κραξαν φωνῃ μεγαλῃ = kraksan fônè(i) megalè(i) (schreeuwende met luide stem) . Bijbel (1) : Mc 1,26 (variante lezing) .
- Een werkwoordvorm van φωνεω = fôneô (roepen) + φωνῃ μεγαλῃ = fônèi megalèi (met luide stem) : (1) Mc 1,26 . (2) Lc 23,46 . (3) Hnd 16,28 . (4) Apk 14,18 .
- Een werkwoordvorm van (ανα)κραζω = (ana)krazô (kruisen) + φωνῃ μεγαλῃ = fônèi megalèi (met luide stem) : (1) 1 S 4,5 . (2) 1 Mak 2,27 . (3) Mt 27,50 . (4) Mc 5,7 . (5) Lc 4,33 . (6) Lc 8,28 . (7) Hnd 7,60 .

Mc 5,7.5. act. ind. praes. 3de pers. enk. λεγει = legei (hij zegt) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

  legô : act. ind. praes. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 act. ind. pr. 3de pers. enk.  legei 62  12  1027  702  325  54  62  14  112  11  46  26  130  242 

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
3 3 : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 1,41 . (3) Mc 1,44 .   6 : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,8 . (3) Mc 2,10 . (4) Mc 2,14 . (5) Mc 2,17 . (6) Mc 2,25 .   5 : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 3,4 . (3) Mc 3,5 . (4) Mc 3,33 . (5) Mc 3,34 .   2 : (1) Mc 4,13 . (2) Mc 4,35 6 : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .   3 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,38 . (3) Mc 6,50 .   3 : (1) Mc 7,18 . (2) Mc 7,28 . (3) Mc 7,34 .   5 : (1) Mc 8,1 . (2) Mc 8,12 . (3) Mc 8,17 . (4) Mc 8,29 . (5) Mc 8,33 .   3 : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,35 .   5 : (1) Mc 10,11 . (2) Mc 10,23 . (3) Mc 10,24 . (4) Mc 10,27 . (5) Mc 10,42 4 : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 11,21 . (3) Mc 11,22 . (4) Mc 11,33 .   2 : (1) Mc 12,16 . (2) Mc 12,37 1 : Mc 13,1 .   12 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 . 1 : Mc 15,2 . 1 : Mc 16,6 .  

Mc 5,7.6. vragend of onbepaald voornaamw. nom. + acc. onz. enk.τι = ti (wat) van het voornaamwoord τις = tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Mc : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Ned. wie , wat ? een , iets . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,14 . (4) Mc 5,35 . (5) Mc 5,39 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. ti  1132  617  415  62  60  66  57  60  102  188  245     

- Hebreeuws . מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) . Taalgebruik in Tenakh : mah / mâh (wat?) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (424) . Pentateuch (74) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (59) . 12 Kleine Profeten (39) . Geschriften (141) .

Mc 5,7.7. persoonl. voornaamw. 1ste pers. dat. enk. εμοι = emoi van het persoonl. voornaamw. εγω = egô (ik - mij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Bijbel (308) . LXX (221) . NT (87) . Mc (2) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 14,6 .

Mc 5,7.8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,7.9. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. σοι = soi (aan u) . Zie συ = su (jij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .

  pers. vnw. 2de pers. enk.   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dat. enk.  soi 21  2 : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 1,24 . 2 : (1) Mc 2,11 . (2) Mc 2,18 .   1 : Mc 4,38 .   4 : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 . 3 : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,23 .     2 : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,25 . 2 : (1) Mc 10,28 . (2) Mc 10,51 . 1 : Mc 11,28 . 1 : Mc 12,14 .   3 : (1) Mc 14,30 . (2) Mc 14,31 . (3) Mc 14,36 .   1310  1112  198  44  21  44  27  20  31  11  109  136 

- Hebreeuws . l-kh ( לָךְ = lâkh of לְךָ = lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. לֵךְ = lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) .

Mc 5,7.10. voc. mann. enk. ιησου = Ièsou (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Een vorm van ιησους = Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. ιησουν = Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. ιησου = Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. ιησουν = Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. ιησους = Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. ιησου = Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. ιησου = Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. ιησους = Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. ιησους = Ièsous) .

  Ièsous (Jezus)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
2 voc. + gen. + dat. mann. enk. Ièsou 13 2 : (1) Mc 1,1 (gen.) (2) Mc 1,24 (voc.) 1 : Mc 2,15 (dat.)   3 : (1) Mc 5,7 (voc.) . (2) Mc 5,21 (gen.) . (3) Mc 5,27 (gen.)     2 : (1) Mc 9,4 (dat.) . (2) Mc 9,5 (dat.) . 1 : Mc 10,47 (voc.) . 1 : Mc 11,33 (dat.) .     2 : (1) Mc 14,55 (gen.) . (2) Mc 14,67 (gen.) . 1 : Mc 15,43 (gen.) .   13 348  35  313  25 13 18 18 32 196 11 56 74
  totaal 81 6 5 1 8 2 1 8 18 6 5 2 11 6 2 81 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 12 318 556

Mc 5,7.11. voc. mann. enk. υἰε = huie (zoon) van het zelfst. naamw. υἰος = huios (zoon) . Taalgebruik in het NT : huios (zoon) . Taalgebruik in de LXX : huios (zoon) . Taalgebruik in Mc : huios (zoon) . Mc (3) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 10,47 . (3) Mc 10,48 .

  huios (zoon)  enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 voc. enk. huie 3       1 : Mc 5,7 * .       2 : (1) Mc 10,47 *** . (2) Mc 10,48 *** .         149 140 9 1 3 3   1 1   7 7
  totaal 29 2  1851 1560 291 69 29 62 51 10 65 5 160 211

- * een vorm van huios tou theou (zoon van God) . ** een vorm van ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) . *** : een vorm van huios + andere .
- Ned. : zoon . Arabisch : اِبن = ´ibn (zoon) . Taalgebruik in de Qoran : ´ibn (zoon) . D. : Sohn . E. : son . Fr. : fils . Gr. : υἰος = huios (zoon) . Taalgebruik in het NT : huios (zoon) . Hebreeuws : בֵּן/ בִּן / בֶּן= ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Lat. : filius .

Mc 5,7.12. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. του = tou (de) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
4. gen. m. + onz. enk. tou 116  8 6 6 5 11 6 7 6 7 9 3 10 6 13 7 6 8480  6542  1938  234  116  272  196  269  673  178  622  818 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,7.13. gen. mann. enk. θεου = theou (van God) van het zelfst. naamw. θεος = theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Taalgebruik in Mc : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .

  theos (God)  Mc   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.. ev. Paul. Ap. br.
2 gen. enk.  theou (van God) 31  4 : (1) Mc 1,1 . (2) Mc 1,14 . (3) Mc 1,15 . (4) Mc 1,24 . 1 : Mc 2,26 . (2) : (1) Mc 3,11 . (2) Mc 3,35 .   3 : (1) Mc 4,11 . (2) Mc 4,26 . (3) Mc 4,30 . 1 : Mc 5,7 .   3 : (1) Mc 7,8 . (2) Mc 7,9 . (3) Mc 7,13 .   1 : Mc 8,33 . 2 : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,47 . 5 : (1) Mc 10,14 . (2) Mc 10,15 . (3) Mc 10,23 . (4) Mc 10,24 . (5) Mc 10,25 . 1 : Mc 11,22 . 4 : (1) Mc 12,14 . (2) Mc 12,17 . (3) Mc 12,24 . (4) Mc 12,34 .   1 : Mc 14,25 . 2 : (1) Mc 15,39 . (2) Mc 15,43 . 1 : Mc 16,19 . 1517  876 641  28  31  70 43  56  360   53  129 172 293 67
  Totaal   44    1 4132  2908  1224  44  44  117  76  157  695 91  205 281 576  119 

- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .

Mc 5,7.11. - 13. υἰε του θεου = huie tou theou (zoon van God) . Bijbel (3) : (1) Mt 8,29 . (2) Mc 5,7 . (3) Lc 8,28 .

Mc 5,7.14. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. του = tou (de) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
4. gen. m. + onz. enk. tou 116  8 6 6 5 11 6 7 6 7 9 3 10 6 13 7 6 8480  6542  1938  234  116  272  196  269  673  178  622  818 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,7.15. gen. mann. enk. ὑψιστου = hupsistou (van de allerhoogste) van het bijvoegl. naamw. ὑψιστος = hupsistos (allerhoogste) . Taalgebruik in het NT : hupsistos (allerhoogste) . Taalgebruik in de LXX : hupsistos (allerhoogste) . Mc (1) Mc 5,7 .

hupsistos (allerhoogste)  enk. bijbel OT NT Mc Lc Hnd Br. Apk syn.   ev. 
gen. mann. enk. hupsistou 62 54 8 1 5 1 1   6 6
totaal 110 101 9 1 5 1 1   6 6

Mc 5,7.12. - 15. του θεου του ὑψιστου = tou theou tou hupsistou (van de allerhoogste God ) . Bijbel (6) . LXX (2) : (1) Gn 14,18 . (2) Ezr 8,10 . NT (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Lc 8,28 . (3) Hnd 16,17 . (4) Heb 7,1 .

Mc 5,7.11. - 15. υἰε του θεου του ὑψιστου = huie tou theou tou hupsistou (zoon van de allerhoogste God ) . Bijbel (2) : (1) Mc 5,7 . (2) Lc 8,28 .

Mc 5,7.16. act. ind. praes. 1ste pers. enk. ὁρκιζω = horkizô (ik zweer) . Taalgebruik in het NT : horkizô (laten zweren, beëdigen) . Taalgebruik in de LXX : horkizô (laten zweren, beëdigen) . Bijbel (4) : (1) 1 K 22,16 . (2) 2 Kr 18,15 . (3) Mc 5,7 . (4) Hnd 19,13 .

Mc 5,7.17. pers. voornaamw. 2de pers. acc. enk. σε = se (u) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Bijbel (1310) . LXX (1112) . NT (198) . Mc (16) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,31 . (4) Mc 5,34 .

16. - 17. ὁρκιζω σε = horkizô se (ik zweer je) . Bijbel (3) : (1) 1 K 22,16 . (2) 2 Kr 18,15 . (3) Mc 5,7 .

Mc 5,7.18. bep. lidw. acc. mann. enk. τον = ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
8. acc. m. + onz. enk. ton 124  8 9 5 11 10 7 13 6 9 5 4 7 2 12 11 5 6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,7.18. acc.  mann. enk. θεοn = theon (God) van het zelfst. naamw. θεος = theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .

theos Mc   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.. ev. P. Ap.
acc.  mann. enk. theon   1 : Mc 2,12 .     1 : Mc 5,7 .             1 : Mc 12,30 .         496  354  142  23  12  30  62  33 45 43 19
Totaal   44    1 4132  2908  1224  44  44  117  76  157  695 91  205 281 576  119 

Mc 5,7.19. μη = mè (niet) . Taalgebruik in het NT : mè (niet) . Taalgebruik in de LXX : mè (niet) . Taalgebruik in Mc : mè (niet) .

mè (niet)  Mc Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  67  14  3266  2344  922  117  67  123  110  61  403  41  307  417 

Mc 5,7.20. pers. voornaamw. 1ste pers. acc. enk. με = me (mij) van het persoonl. voornaamw. . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord .Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord

  pers. vnw. 1ste pers. enk.   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
acc. enk. me  (27) 1 : Mc 1,40 .       1 : Mc 5,7 . 2 : (1) Mc 6,22 . (2) Mc 6,23 . 2 : (1) Mc 7,6 . (2) Mc 7,7 . 3 : (1) Mc 8,27 . (2) Mc 8,29 . (3) Mc 8,38 . 3 : (1) Mc 9,19 . (2) Mc 9,37 . (3) Mc 9,39 . 5 : (1) Mc 10,14 . (2) Mc 10,18 . (3) Mc 10,36 . (4) Mc 10,47 . (5) Mc 10,48 .   1 : Mc 12,15 .   8 : (1) Mc 14,18 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 14,30 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,42 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,49 . (8) Mc 14,72 . 1  : Mc 12,34 .   1568  1305  263  30  27  40 87 34   2        

Mc 5,7.21. act. subjonctief aor. 2de pers. enk. βασανισῃς = basanisè(i)s (jij zoudt folteren) van het werkw. βασανιζω = basanizô (kwellen, folteren, in het nauw brengen) . Taalgebruik in het NT : basanizô (kwellen, folteren, in het nauw brengen) . Taalgebruik in de LXX : basanizô (kwellen, folteren, in het nauw brengen) . Bijbel (2) : (1) Mc 5,7 . (2) Lc 8,28 .

Mc 5,7.19. - 21. μη με βασανισῃς = mè me basanisè(i)s (dat jij mij niet zoudt folteren) . Bijbel (2) : (1) Mc 5,7 . (2) Lc 8,28 .


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -


Mc 5,8 - Mc 5,8 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:8 elegen gar autô exelthe to pneuma to akatharton ek tou anthrôpou  8 dicebat enim illi exi spiritus inmunde ab homine  8 Hij zei hem immers: Ga uit, onreine geest, uit die mens !   8 (Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)  [8] Want Hij had hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’   [8] Want hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’   8 Want Jezus hééft al gezegd: kom eruit, onreine geest, uit die mens!  Mc 5:8- Il lui disait en effet : " Sors de cet homme, esprit impur ! "   

King James Bible . [8] For he said unto him, Come out of the man, thou unclean spirit.
Luther-Bibel . 8 Denn er hatte zu ihm gesagt: Fahre aus, du unreiner Geist, von dem Menschen!

  Mc 5,8 -    
  8ἔλεγεν γὰρ αὐτῷ, Ἔξελθε τὸ πνεῦμα τὸ ἀκάθαρτον ἐκ τοῦ ἀνθρώπου.   29παρήγγειλεν γὰρ τῷ πνεύματι τῷ ἀκαθάρτῳ ἐξελθεῖν ἀπὸ τοῦ ἀνθρώπου.

Tekstuitleg van Mc 5,8 .

Mc 5,8.1. act. ind. imperf. 3de pers. enk. ελεγεν = elegen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 4 (7) : (1) Mc 4,2 . (2) Mc 4,9 . (3) Mc 4,11 . (4) Mc 4,21 . (4) Mc 4,24 . (6) Mc 4,26 . (7) Mc 4,30 . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in Mc 4 (11) : (1) Mc 4,2 . (2) Mc 4,9 . (3) Mc 4,11 . (4) Mc 4,13 . (5) Mc 4,21 . (6) Mc 4,24 . (7) Mc 4,26 . (8) Mc 4,30 . (9) Mc 4,35 . (10) Mc 4,38 . (11) Mc 4,41 . in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) , in Mc 4 (2) : (1) Mc 4,39 . (2) Mc 4,40 .

  elegen (hij zei)  bijbel ΟΤ ΝΤ Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn.  ev.  Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 11 Mc 12 Mc 14 Mc 15
1 elegen (hij zei)   81  10  71  31  19  13  53  66  1 : Mc 2,27 1: Mc 3,23 . 7 : (1) Mc 4,2 . (2) Mc 4,9 . (3) Mc 4,11 . (4) Mc 4,21 . (5) Mc 4,24 . (6) Mc 4,26 . (7) Mc 4,30 3 : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,28 . (3) Mc 5,30 .   4 : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . 4 : (1) Mc 7,9. (2) Mc 7,14 . (3) Mc 7,20 . (4) Mc 7,27 . 2 : (1) Mc 8,21 . (2) Mc 8,24 . .  3 : (1) Mc 9,1. (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,31.   1 : Mc 11,17 . 2 : (1) Mc 12,35 . (2) Mc 12,38 1 : Mc 14,36 . 2 : (1) Mc 15,12 . (2) Mc 15,14

- Hebreeuws : וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. -m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 4  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 7  

- Lettinga 12, 2012, 53c2 : Het werkw. begint met een aleph . Het is een gutturaal , maar de zwakste van de gutturalen . Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf. . Dit is het geval voor ons werkw. . In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph . De aleph quiesceert : ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b) . In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o : jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c) . De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b) . In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a : jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012 , 15g) . In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è , vandaar wajjo´mèr . (Zie ook Jouön , 73) .
- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aan .

Mc 5,8.2. γαρ = gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in de LXX : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Mc (63) . Mc 5 (3) : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,28 . (3) Mc 5,42 .

gar (want)   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  
  3 1 3 2 3 8 4 4 7 4 3 5 6 6 2 63  2289  1299  990  123  63  92  61  73  563  15  278  339 

- Hebreeuws : כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat ) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) .
- Ned. : want . D. : denn . Fr. : car . Hebreeuws : כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Lat. enim .

Mc 5,8.3. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,9 . (5) Mc 5,19 . (6) Mc 5,20 . (7) Mc 5,24 . (8) Mc 5,31 . (9) Mc 5,33 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,8.4. imperat. 2de aor. 2de pers enk. εξελθε = exelthe (ga uit) van het werkw. εξερχομαι = exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het NT : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in de LXX : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Mc (3) : (1) Mc 1,25 . (2) Mc 5,8 . (3) Mc 9,25 . Een vorm van εξερχομαι = exerchomai in de LXX (216) , in het NT (742) , in Mc (38) . Uit-gaan kan betekenen : van een eerder besloten ruimte zoals een huis, een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .

    Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 11 Mc 14 Mc 16 syn. 
imperat. aor. 2de pers enk. exelthe  1 : Mc 1,25 .       1 : Mc 5,8 .       1 : Mc 9,25 .      

Mc 5,8.5. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. το = to (het) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 108  12  12  22  5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,8.6. nom.+ acc. onz. enk. πνευμα = pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Mc (12) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 .

  pneuma bijbel  OT  NT  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
1 nom.+ acc. onz. enk. pneuma 366 220 146 6 12 16 14 31 55 12 34 48
  Totaal   671  308  363 19 23 36 23 68 170 24 78 101

pneuma Mt 

Mc 

Lc  syn. ev. 
nom.+ acc. enk. pneuma 6 : (1) Mt 3,16 . (2) Mt 10,20. (3) Mt 12,18 . (4) Mt 12,43 . (5) Mt 26,41 . (6) Mt 27,50 . 12 : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 . 16 : (1) Lc 1,35 . (2) Lc 1,47 . (3) Lc 2,25 . (4) Lc 3,22 . (5) Lc 4,18 . (6) Lc 4,33 . (7) Lc 8,55 . (8) Lc 9,39 . (9) Lc 11,13 . (10) Lc 11,24 . (11) Lc 12,10 . (12) Lc 12,12 . (13) Lc 13,11 . (14) Lc 23,46 . (15) Lc 24,37 . (16) Lc 24,39 . 34 : (1) Mt 3,16 // Mc 1,10 // Lc 3,22 . (2) Mc 1,26 //Lc 4,33 . (3) / Mc 3,29 // Lc 12,10 . (4) Mc 5,8 // Lc 8,29 . (5) Mt 10,20. // Lc 12,12 . (6) Mt 12,43 // Lc 11,24 . (7) Mt 26,41 // Mc 14,38 . 48
Totaal   19 23 36 78 101

- Hebreeuws . רוַח = rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Taalgebruik in Rechters : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (33) . Latere Profeten (65) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (68) . Pentateuch (19) .
- Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Arabisch : روح = rûH (geest) . Taalgebruik in de Qoran : rûH (geest) .

Mc 5,8.5. - 6. το πνευμα = to pneuma (de geest) . NT (93) . Mc (9/12) . Niet in : (1) Mc 3,30 . (2) Mc 7,25 . (3) Mc 9,17 .
- Hebreeuws . הָרוּחַ = hârûach (de wind, de geest) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. רוַח = rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (14) : (1) Nu 11,17 . (2) Nu 11,25 . (3) Nu 11,26 . (4) 1 K 19,11 . (5) 1 K 22,21 . (6) Ez 1,12 . (7) Ez 1,20 . (8) Ez 37,9 . (9) Ez 37,10 . (10) Hos 9,7 . (11) Pr 1,6 . (12) Pr 8,8 . (13) Pr 11,5 . (14) 2 Kr 18,20 .

Mc 5,8.7. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

Mc 5,8.8. nom. en acc. onz. enk. ακαθαρτον = akatharton (onzuiver) van het bijvoegl. naamw. ακαθαρος = akatharos (onzuiver) . Taalgebruik in het NT : akatharos (onzuiver) . Taalgebruik in de LXX : akatharos (onzuiver) . Taalgebruik in Mc : akatharos (onzuiver) . Zie hieronder . Verder : (1) Hnd 10,14 . (2) Hnd 10,28 . (3) Hnd 11,8 .

  akatharos (onzuiver) Mc Mc 1 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 bijbel  OT  NT Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
3 nom. + acc. onz. enk. akatharton 4 (1) Mc 1,26 .   (2) Mc 3,30 .   (3) Mc 5,8 .     (4) Mc 7,25 .     37 28 9 1 4 1   3    
  Totaal   11 169 139 30 2 11 6   5 3 3 19  19 

  akatharos (onzuiver) NT  Mt  Mc   Lc  syn. ev.
3 nom. + acc. onz. enk. akatharton 9 1: Mt 12,43 . 4 : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 3,30 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 7,25 . 1 : Lc 11,24 . 6 : (1) Mt 12,43 // Lc 11,24 . (2) Mc 1,26 //Lc 4,33 . (3) Mc 5,8 // Lc 8,29 .
  Totaal   30 2 11 6 19  19 

- Hebreeuws . bijvoegl. naamw. vr. enk. טְמֵאָה = tëme´âh (onrein, onzuiver) . Zie het werkw. טָמֵא = tâma´ (onrein zijn) . Taalgebruik in Tenakh : tâma´ (onrein zijn) . Getalwaarde : tet = 9 , mem = 13 of 40 , aleph = 1 ; totaal : 23 OF 50 ( 2 X 5²) . Structuur : 9 - 4 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (8) : (1) Lv 5,2 . (2) Lv 7,21 . (3) Lv 11,6 . (4) Lv 15,25 . (5) Lv 15,33 . (6) Lv 27,11 . (7) Joz 22,19 . (8) Am 7,17 .

Mc 5,8.7. - 8. το ακαθαρτον = to akatharton (de onzuivere) . NT (4) : (1) Mt 12,43 . (2) Mc 1,26 . (3) Mc 5,8 . (4) Lc 11,24 .
- Hebreeuws . הַטְּמֵאָה = hattëme´âh (de onreine) < prefix bepaald lidw. ha + vr. enk. טְמֵאָה = tëme´âh (onrein, onzuiver) van het bijvoegl. naamw. mann. enk. טָמֵא = tâme´ (onrein, bevlekt) . Zie het werkw. טָמֵא = tâma´ (onrein zijn) . Taalgebruik in Tenakh : tâma´ (onrein zijn) . Getalwaarde : tet = 9 , mem = 13 of 40 , aleph = 1 ; totaal : 23 OF 50 ( 2 X 5²) . Structuur : 9 - 4 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (2) : (1) Lv 27,27 . (2) Nu 18,15 .

Mc 5,8.5. - 8. το πνευμα το ακαθαρτον = to pneuma to akatharton (de onzuivere geest) . NT (2) : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 5,8 .
- το ακαθαρτον πνευμα = to akatharton pneuma (de onzuivere geest) . NT (2) : (1) Mt 12,43 // Lc 11,24 . (2) Lc 11,24 // Mt 12,43 .

Mc 5,8.9. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 5 (2) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,8 . ex (uit) : Mc 5,30 .

Mc 5,8.10. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. του = tou (de) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
4. gen. m. + onz. enk. tou 116  8 6 6 5 11 6 7 6 7 9 3 10 6 13 7 6 8480  6542  1938  234  116  272  196  269  673  178  622  818 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 5,8.11. gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (15) : (1) Mc 2,10 ** . (2) Mc 2,28 **.   (3) Mc 5,8 .   (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,20 .  (6) Mc 8,31** .  (7) Mc 8,38 ** . (8) Mc 9,9 ** . (9) Mc 9,12 **. (10) Mc 9,31 ** .  (11) Mc 10,33 ** . (12) Mc 10,45 ** .   (13) Mc 13,26 **.  (14) Mc 14,21 **. (15) Mc 14,41 **.


- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -


Mc 5,9 - Mc 5,9 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:9 kai epèrôta auton ti onoma soi kai legei autô legiôn onoma moi oti polloi esmen   9 et interrogabat eum quod tibi nomen est et dicit ei Legio nomen mihi est quia multi sumus  9 En hij ondervroeg hem: Wat (is) je naam ? En hij zei hem: Legioen (is) mijn naam, want we zijn met velen .  9 En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.   [9] Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ En hij antwoordde: ‘Mijn naam is Legio, want we zijn met velen.’  [9] Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’  9 Als hij hem gevraagd heeft ‘wat is je naam?’, zegt hij tot hem: ‘legioen’ is mijn naam, omdat wij met velen zijn!   Mc 5:9- Et il l'interrogeait : " Quel est ton nom ? " Il dit : " Légion est mon nom, car nous sommes beaucoup. "  

King James Bible . [9] And he asked him, What is thy name? And he answered, saying, My name is Legion: for we are many.
Luther-Bibel . 9 Und er fragte ihn: Wie heißt du? Und er sprach: Legion heiße ich; denn wir sind viele.

  Mc 5,9 -   Lc 8,30
  9καὶ ἐπηρώτα αὐτόν, Τί ὄνομά σοι; καὶ λέγει αὐτῷ, Λεγιὼν ὄνομά μοι, ὅτι πολλοί ἐσμεν.   30ἐπηρώτησεν δὲ αὐτὸν ὁ Ἰησοῦς, Τί σοι ὄνομά ἐστιν; ὁ δὲ εἶπεν, Λεγιών, ὅτι εἰσῆλθεν δαιμόνια πολλὰ εἰς αὐτόν.

Tekstuitleg van Mc 5,9 . Het vers Mc 5,9 telt 15 (3 X 5) woorden en 69 (3 X 23) letters . De getalswaarde van Mc 5,9 is 6333 (3 X 2111) .

Mc 5,9.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 5,9.2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. επηρωτα = epèrôta (hij ondervroeg) van het werkw. επερωταω = eperôtaô ( 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen) . Taalgebruik in het NT : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in de LXX : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô (epi - erôtaô) . Mc (9) : (1) Mc 5,9 .  (2) Mc 8,23 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 8,29 .   (5) Mc 9,33 . (6) Mc 10,17 .   (7) Mc 13,3 . (8) Mc 14,61 . (9) Mc 15,4 . Een vorm van επερωταω = eperôtaô in de LXX (75) , in het NT (56) , in Mc (25) .

  eperôtaô (opvragen)   Mc Mc 5 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn.  ev.  P. 
act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta  (1) Mc 5,9 .   (2) Mc 8,23 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 8,29 .    (5) Mc 9,33 . (6) Mc 10,17.     (7) Mc 13,3 . (8) Mc 14,61 . (9) Mc 15,4 .       10    10          10  10   
  totaal 25  70  28  42  25  10  39  40 

Mc 5,9.1. - 2. και επηρωτα = kai epèrôta (en hij ondervroeg) . Bijbel (2) : (1) Mc 5,9 .  (2) Mc 8,5 (variante lezing) .

Mc 5,9.3. acc. mann. enk. αυτον = auton (hem) van het persoonl. voornaamw. αυτος = autos (hij - hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
4 acc. mann. enk. auton   146  11  12  12  16  12  14  17  2872  2032  840  114  146  184  154  136  85  21  598  752 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 5,9.2. - 3. επηρωτα αυτον = epèrôta auton (hij vroeg hem uit) . Bijbel = Mc (4) : (3) Mc 5,9 (de man met een onreine geest aan Jezus) . (2) Mc 8,23 (Jezus aan de blinde) . (3) Mc 10,17 (de rijke jongeling aan Jezus) . (8) Mc 14,61 (de hogepriester aan Jezus) .

Mc 5,9.4. vragend of onbepaald voornaamw. nom. + acc. onz. enk. τι = ti (wat) van het voornaamwoord τις = tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Mc : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Ned. wie , wat ? een , iets . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,14 . (4) Mc 5,35 . (5) Mc 5,39 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. ti  1132  617  415  62  60  66  57  60  102  188  245     

- Hebreeuws . מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) . Taalgebruik in Tenakh : mah / mâh (wat?) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (424) . Pentateuch (74) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (59) . 12 Kleine Profeten (39) . Geschriften (141) .

Mc 5,9.5. nom. + acc. onz. enk. ονομα = onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Taalgebruik in Mc : onoma (naam) . Mc (5) : (1) Mc 3,16 . (2) Mc 5,9 (2X) . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 13,13 . (5) Mc 14,32 .
- Ned. : naam (zie het Griekse onoma zonder de begin o) . . stam : N ... M . Arabisch : اسم = ism (naam) . Taalgebruik in de Qoran : ism (naam) . D. : Name . Eng. : name . Fr. : nom . Grieks : ονομα = onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Hebr. שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Lat. nomen .

  onoma (naam)  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.   Apk  syn. ev.
1 nom. + acc. onz. enk. onoma 676 578 98 10 6 15 11 15 17 24 31 42
  Totaal   1079  862 217  19  14  33  24  60  35  32  66  90 

Mc 5,9.6. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. σοι = soi (aan u) . Zie συ = su (jij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .

  pers. vnw. 2de pers. enk.   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dat. enk.  soi 21  2 : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 1,24 . 2 : (1) Mc 2,11 . (2) Mc 2,18 .   1 : Mc 4,38 .   4 : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 . 3 : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,23 .     2 : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,25 . 2 : (1) Mc 10,28 . (2) Mc 10,51 . 1 : Mc 11,28 . 1 : Mc 12,14 .   3 : (1) Mc 14,30 . (2) Mc 14,31 . (3) Mc 14,36 .   1310  1112  198  44  21  44  27  20  31  11  109  136 

- Hebreeuws . l-kh ( לָךְ = lâkh of לְךָ = lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. לֵךְ = lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) .

Mc 5,9.5. - 6. σοι ονομα = soi onoma (aan jou de naam) . Bijbel (2) : (1) 1 Kr 17,8 . (2) Mc 5,9 .

Mc 5,9.4. 6. τι σοι = ti soi (wat aan u) . LXX (18) . NT (6) : (1) Mt 17,25 . (2) Mt 22,17 . (3) Mc 5,9 . (4) Lc 8,30 . (5) Lc 18,41 . (6) Joh 5,14 .

Mc 5,9.7. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mc 5,8 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,27 . (4) Mc 5,28 . (5) Mc 5,35 . (6) Mc 5,36 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9