- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website
- Marcus
: overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus
taalgebruik A - Marcus
taalgebruik B - Marcus
taalgebruik C - Marcus
taalgebruik D - Marcus
taalgebruik E - Marcus
taalgebruik F - Marcus
taalgebruik G - Marcus
taalgebruik H - Marcus
taalgebruik I - Marcus
taalgebruik J - Marcus
taalgebruik K - Marcus
taalgebruik L - Marcus
taalgebruik M - Marcus
taalgebruik N - Marcus
taalgebruik O - Marcus
taalgebruik P - Marcus
taalgebruik R - Marcus
taalgebruik S - Marcus
taalgebruik T - Marcus
taalgebruik U - Marcus
taalgebruik Z -
- Mc
: commentaar .
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het zesde hoofdstuk van het Marcusevangelie
:
145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc
6,1-6a - Mt
13,53-58 - Lc
4,16-30 .
146. Jezus als leraar : Mc
6,6b -
147. Zending van de twaalf : Mc
6,7-13 - Lc
9,1-6 .
148. Herodes'mening over Jezus : Mc
6,14-16 - Mt
14,1-2 - Lc
9,7-9 .
149. Onthoofding van Johannes de Doper : Mc
6,17-29 - Mt
14,3-12 .
150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc
6,30-34 - Mt
14,13-14 -Lc
9,10-11 .
151. Eerste broodvermenigvuldiging : Mc
6,35-44a - Mt
14,15-21a - Lc
9,12-17a .
152. Jezus wandelt op het meer : Mc
6,45-52 - Mt
14,22-33 .
153. Genezingen te Gennesaret : Mc
6,53-56 - Mt
14,34-36 .
145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Lezing op de 14de (veertiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,1-6a .
In die tijd ging Jezus vandaar weg om zich naar zijn vaderstad te begeven en zijn leerlingen gingen met Hem mee. Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge. De talrijke toehoorders vroegen verbaasd: "Waar heeft Hij dat vandaan? En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is? En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten? Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?" En zij namen er aanstoot aan. Maar Jezus sprak tot hen: "Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring." Hij kon geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een klein aantal zieken genas die Hij de handen oplegde. Hij stond verwonderd over hun ongeloof. Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf.
Hoe verhoudt Nazaret zich tot Jezus. Jezus is afkomstig uit Nazaret . Volgens Marcus gaat Jezus van Nazaret naar Judea om zich door Johannes te laten dopen. Bij zijn terugkeer naar Galilea gaat hij niet naar Nazaret maar naar Kafarnaüm. Er is een sterke gelijkenis tussen het optreden van Jezus in Kafarnaüm (Mc 1,21 - Mc 1,22 - Mc 1,23-28 ) en Nazaret (Mc 6,1-6a) althans wat het begin van het optreden in Nazaret betreft. In Nazaret vindt hij aanhangers maar ook tegenstanders.
Volgens Mc 1,9 ging Jezus van Nazaret van Galilea naar Johannes de Doper om zich door hem te laten dopen. Volgens Mc 1,14 ging Jezus naar Galilea (terug). Maar hij ging niet naar Nazaret. Volgens Mc 6,1-6a had Jezus er mee- en tegenstanders.Dat past nog niet bij het begin van het Marcusevangelie. Jezus ging naar Galilea terug niet om zijn vroegere plaats herin te nemen en zijn vroegere taak terug op te nemen. Hij ging naar Galilea om in de lijn van Johannes de Doper leraar te zijn. Dat was duidelijk in Mc 1,14-28 maar het wordt nog eens duidelijk gemaakt in Mc 6,1-6a.
De familie van Jezus is niet zo opgezet met het optreden van Jezus (Mc 3,20). Maar wat is zo opmerkelijk? Na een reeks twistgesprekken (Mc 2,1-3,6) beslissen Farizeeërs en Herodianen om Jezus om te brengen. Na een samenvatting (Mc 3,7-12) volgt de roeping van de leerlingen, die eindigt met de vermelding van Judas, die Jezus overleverde (Mc 3,19). In Mc 3,20 vermeldt Marcus dat de familie van Jezus uittrok om hem vast te grijpen omdat hij waanzinnig (buiten zichzelf) was. We mogen niet vergeten dat de overlevering van Jezus aan de joodse en Romeinse overheden slechts mogelijk was door het verraad van een meest nabije, uit de eigen kring. De vrees dat het de familie van Jezus zou zijn komt hier om de hoek kijken. Het maande Jezus tot voorzichtigheid aan. Het is niet voor niets dat Jezus hierna predikte in parabels.
| Mc 6,1 - Mc 6,1 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 1 En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en
Zijn discipelen volgden Hem.
King James Bible . [1] And he went out from thence, and came into his own country;
and his disciples follow him.
Luther-Bibel . 1 Und er ging von dort weg und kam in seine Vaterstadt, und seine
Jünger folgten ihm nach.
Tekstuitleg van Mc 6,1 . Dit vers Mc 6,1 telt 15 (3 X 5) woorden , 32 (2 X 2 X 2 X 2 X 2) lettergrepen en 77 (7 X 11) letters . Mc 6,1 bestaat uit 3 nevenschikkende zinnen . De eerste nevenschikkende zin geeft aan vanwaar Jezus komt , de tweede waarnaar Jezus gaat .
Mc 6,1.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,1.2.
act. ind. aor. 3de pers. enk. exèlthen (hij ging naar buiten) . Taalgebruik
in N.T. : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) .
Mc (11) . (1) Mc
1,26 . (2) Mc
1,28 . (3) Mc
1,35 . (4) Mc
2,12 . (5) Mc
2,13 . (6) Mc
4,3 . (7) Mc
6,1 . (8) Mc
8,27 . (9) Mc
9,26 . (10) Mc
11,11 . (11) Mc
14,68 . Het is de 7de maal dat deze vorm exèlthen in Mc gebruikt
wordt . Het huis , waarnaar verwezen wordt , is een besloten ruimte . Men kan
er buitengaan . Zie ook taalgebruik in Mc : eiserchomai
(binnengaan) .
Een vorm van exerchomai (uitgaan) in Mc 6 (6) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,10 . (3) Mc
6,12 . (4) Mc
6,24 . (5) Mc
6,34 . (6) Mc
6,54 . Concreter : (1) uitgaan uit een huis . (2) uitgaan uit een huis .
(3) In Mc
6,7 krijgen de twaalf een zending . Ze trekken erop uit (weg van de beslotenheid
van de kring ?) . Toch blijft de vraag : uit wat gaan zij uit ? (4) de dochter
van Herodes gaat de feestzaal uit . (5) Jezus stapt uit de boot . (6) Jezus
en de leerlingen stappen uit de boot .
Link met eiselthôn (binnengegaan) (Mc
5,39) . Eis ton oikon (Mc
5,38) wordt verondersteld . Mc 5,39-43 speelt zich binnenkamers af .
Jezus ging uit het huis van het dochtertje van Jaïrus dat hij uit de doden
opwekte .
Mc 6,1.1. - 2. kai exèlthen (en hij ging uit) . Mc (4 / 11) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 6,1 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 14,68 . Maar vaak gaat een participiumzin of een bepaling aan het vervoegd werkw. exèlthen vooraf .
Mc 6,1.3.
ekeithen (vanhier) . Taalgebruik in het N.T. : vanhier,
vandaar . Taalgebruik in Mc : vanhier,
vandaar . Het is meestal de vertaling van het Hebreeuwse misjsjâm
(uit : min en sjam) . Misjsjâm (vanaf daar) komt in 103 verzen in Tenach
voor .
Mc (5) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,10 . (3) Mc
6,11 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
10,1 . Hier is het de eerste maal bij Marcus . Mc
6,10 en Mc
6,11 behoren tot de zendingsrede . ekeithen (vandaar) in de andere drie
verzen maken telkens deel uit van de linken tussen ochlos (menigte) , oikos
of oikia (huis) en ekeithen (vandaar) .
Linken tussen ochlos (menigte) (Mc
5,21) , oikos (huis) (Mc
5,38) en kai exèlthen ekeithen (vanaf hier) (Mc
6,1) . Dochtertje van Jaïrus + bloedbloeiende vrouw , in het huis van
Jaïrus , Nazaret .
- Mc 5,21
: sunèchthè ochlos polus ep'auton (verzamelde zich een grote menigte
bij hem) .
- Mc 5,37
: kai ouk afèken oudena ... ei mè (en hij liet niet toe ... tenzij)
. Mc 5,38
: kai erchontai eis ton oikon tou ... (en zij gaan naar het huis van...) .
- Mc 6,1
: kai exèlthen ekeithen (en hij ging vandaar naar buiten) .
Tweede groep linken :
Mc 6,1.2. - 3. Een vorm van exerchomai (uitgaan, naar buiten gaan) en ekeithen (vanaf hier) in : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 .+ kakeithen (en vanaf hier) exelthontes (uitgegaan) : Mc 9,30 .
Mc 6,1.1. - 3. Er zijn nogal grote gelijkenissen tussen Mc 6,1 , Mc 7,24 , Mc 9,30 en Mc 10,1 . ekeithen verwijst naar een vorige plaats die verlaten wordt . Hierop volgt dat er naar een andere plaats wordt gegaan . Vanwaar... naar waar .
Mc 6,1.4.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 . Begin van de tweede neveneschikkende hoofdzin in Mc
6,1 . Tweede nevenschikkende zin .
Mc 6,1.5.
Indicatief praesens 3de persoon enkelvoud erchetai (hij gaat, hij komt) van
het werkwoord erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in N.T. : erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc
1,7 . (2) Mc
1,40 . (3) Mc
3,20 . (4) Mc
3,31 . (5) Mc
4,15 . (6) Mc
4,21 . (7) Mc
5,22 . (8) Mc
6,1 . (9) Mc
6,48 . (10) Mc
10,1 . (11) Mc
13,35 . (12) Mc
14,17 . (13) Mc
14,37 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,66 . (16 ) Mc
15,36 .
In 7 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc
3,20 . (2) Mc
6,1 . (3) Mc
6,48 . (4) Mc
10,1 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,37 . (7) Mc
14,41 .
Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Mc 6 (5) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,29 . (3) Mc
6,31 . (4) Mc
6,48 . (5) Mc
6,53 .
Mc 6,1.4. - 5. kai erchetai (en hij gaat, en hij komt) . Taalgebruik in N.T. : erchomai (gaan, komen) . Bij het begin van het vers (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 . In het midden van de zin : Mc 6,1 .
Mc 6,1.6.
eis (naar) . Taalgebruik in N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,8 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,11 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,32 . (8) Mc
6,36 . (9) Mc
6,41 . (10) Mc
6,45 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,51 . (13) Mc
6,53 . (14) Mc
6,56 .
Mc 6,1.4.
- 6. kai erchetai eis (en hij gaat naar) + plaatsbepaling . Onderwerp is Jezus
.
(1) Mc
3,20 (erchetai eis oikon = hij gaat naar huis) .
(2) Mc
6,1 (erchetai eis tèn patrida autou = hij gaat naar zijn vaderstad)
.
(3) Mc
10,1 (erchetai eis ta horia tès Ioudaias = hij gaat naar het gebied
van Judea) .
Mc 6,1.7. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 6 (11) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,17 . (5) Mc 6,18 . (6) Mc 6,24 . (7) Mc 6,25 . (8) Mc 6,27 . (9) Mc 6,28 . (10) Mc 6,53 .
Mc 6,1.8. acc. vr. enk. patrida (vaderstad) van patris -idos (vaderstad) . Nazaret , een dorp van weinige betekenis ten tijde van Jezus , lag ongeveer 4,5 km ten zuiden van de koninklijke hoofdplaats Sepphoris op de zuidgrens van Galilea . De plaats waar Jezus zijn kinder- en jeugdjaren heeft doorgebracht . Hier wordt de houding geschetst hoe de geboorteplaats , de bloedverwanten en de huisgenoten tegenover een profeet staan , in concreto tegenover Jezus .
Mc 6,1.9.
pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
Mc 6,1.10.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,1.11. act. ind. pr. 3de p. mv. akolouthousin (zij volgen) . Taalgebruik in N.T. : akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in Mc : akoloutheô (volgen) . Ned. acoliet . Mc : slechts in Mc 6,1 . Een vorm van akoloutheô (volgen) in 17 verzen .
Mc 6,1.12. pers. voornaamw. vnw. dat. mann. enk. autô(i) (aan hem) . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .
Mc 6,1.11. - 12. Een vorm van akoloutheô + aanwijz. vnw. dat. mann. enk. autô(i) : hem volgen . In de betekenis van Jezus volgen : Mc (6) : (1) Mc 2,14 . (2) Mc 5,24 . (3) Mc 6,1 . (4) Mc 10,52 . (5) Mc 14,54 . (6) Mc 15,41 . Iemand anders dan Jezus : (1) Mc 14,13 .
Mc 6,1.13.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc
6 (7) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,29 . (3) Mc
6,30 . (4) Mc
6,31 . (5) Mc
6,35 . (6) Mc
6,44 . (7) Mc
6,49 .
Mc 6,1.14.
nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk. Mc (17) . (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,23 . (3) Mc
5,31 . (4) Mc
6,1 . (5) Mc
6,29 . (6) Mc
6,35 . (7) Mc
7,5 . (8) Mc
7,17 . (9) Mc
8,4 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
9,28 . . (12) Mc
10,10 . (13) Mc
10,13 . (14) Mc
10,24 . (15) Mc
11,14 . (16) Mc
14,12 . (17) Mc
14,16 .
4de X nom. , 9de X een vorm van mathètès (leerling) .
Mc 6,1.15. aanwijz. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .
Mc 6,1.13. - 15. oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .
| Mc 6,2 - Mc 6,2 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 2 En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge
te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen
Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke
krachten door Zijn handen geschieden?
King James Bible . [2] And when the sabbath day was come, he began to teach
in the synagogue: and many hearing him were astonished, saying, From whence
hath this man these things? and what wisdom is this which is given unto him,
that even such mighty works are wrought by his hands?
Luther-Bibel . 2 Und als der Sabbat kam, fing er an zu lehren in der Synagoge.
Und viele, die zuhörten, verwunderten sich und sprachen: Woher hat er das? Und
was ist das für eine Weisheit, die ihm gegeben ist? Und solche mächtigen Taten,
die durch seine Hände geschehen?
Tekstuitleg van Mc 6,2 .
Mc 6,2.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,2.2. part. aor. gen. onz. enk. genomenou (geworden) van ginomai (worden) . Taalgebruik in N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in N.T. : ginomai (worden) . Mc (1) : Mc 6,2 .
Mc 6,2.3.
gen. onz. enk. sabbatou (sabbat) . Taalgebruik in N.T. : sabbaton
(sabbat) . Taalgebruik in Mc : sabbaton
(sabbat) .
Mc (4) : (1) Mc
2,28 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
16,1 . (4) Mc
16,9 .
Mc 6,2.2. - 3. In Mc 6,2 vinden we de losse genitief genomenou sabbatou (toen het sabbat was geworden = op sabbat) . Zo komt het begin van Mc 6,2 sterk overeen met het begin van Mc 16,1 . De combinatie van genomenou en sabbatou komt in de bijbel enkel hier voor .
| Mc 1,21 | Mc 6,2 | Mc 16,1 | Mc 16,2 |
| kai lian prôi (en zeer vroeg) | |||
| tois sabbasin (op sabbatdagen) | kai genomenou sabbatou (en toen het sabbat was geworden) | kai diagenomenou tou sabbatou (en toen de sabbat was voorbijgegaan) | en tèi miai tôn sabbatôn (op de eerste van de weken) |
| anateilantos tou hèliou (na zonsopgang) | |||
| 24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 . | 145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 | 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 | 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 |
Marcus presenteert het optreden van Jezus in Kafarnaüm en in Nazaret in een parallelverhaal . Het meer van Galilea en de stad Kafarnaüm aan de oever gaf Jezus en zijn leerlingen een groter veiligheidsgevoel dan b.v. Nazaret , omdat zij bij gevaar de zee konden oversteken . Na de dood van Jezus zullen de leerlingen terug naar Galilea gaan .
4. aorist 3de pers. enk. èrxato van het werkw. archomai (beginnen, aanvangen)
. Taalgebruik in het N.T. : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) .
Mc (18) . Mc (18) : (1) Mc
1,45 . (2) Mc
4,1 . (3) Mc
5,20 . (4) Mc
6,2 . (5) Mc
6,7 . (6) Mc
6,34 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,32 . (9) Mc
10,28 . (10) Mc
10,32 . (11) Mc
10,47 . (12) Mc
11,15 . (13) Mc
12,1 . (14) Mc
13,5 . (15) Mc
14,33 . (16) Mc
14,69 . (17) Mc
14,71 . 18) Mc
15,8 .
5.
6. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
6,4 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,27 . (7) Mc
6,29 . (8) Mc
6,32 . (9) Mc
6,47 . (10) Mc
6,48 . (11) Mc
6,51 . (12) Mc
6,56 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,2.12.
pass. imperf. 3de pers. mv. exeplèssonto van het werkw. ekplèssomai
(buiten zichzelf raken van angst , verbazing , vreugde , bewondering) . Overlopen
van . Taalgebruik in N.T. : ekplèssomai
(buiten zichzelf raken, ontzet zijn) . Taalgebruik in Mc : ekplèssomai
(buiten zichzelf raken, ontzet zijn) .
Mc (4) : (1) Mc
1,22 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
7,37 . (4) Mc
10,26 .
In Mc 6,2
treedt Jezus op in de synagoge zoals dat ook het geval was in Mc
1,22 . In Mc
1,22 wordt het gezag van de leer van Jezus volmondig erkend . In Mc
6,2 zijn velen verwonderd , maar zij stellen zich toch vragen . Vanwaar
komt hem dat toe ?
Mc 6,2.13.
act. part. pr. nom. mann. mv. legontes (zeggend) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (16) . Mc 6 (1) : Mc
6,2 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,16 . (7) Mc
6,18 . (8) Mc
6,25 . (9) Mc
6,31 . (10) Mc
6,35 . (11) Mc
6,37 . (12) Mc
6,38 . (13) Mc
6,38 . (14) Mc
6,50 .
17. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
24. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
31. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
| Mc 6,3 - Mc 6,3 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder
van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier
bij ons? En zij werden aan Hem geërgerd.
King James Bible . [3] Is not this the carpenter, the son of Mary, the brother
of James, and Joses, and of Juda, and Simon? and are not his sisters here with
us? And they were offended at him.
Luther-Bibel . 3 Ist er nicht der Zimmermann, Marias Sohn, und der Bruder des
Jakobus und Joses und Judas und Simon? Sind nicht auch seine Schwestern hier
bei uns? Und sie ärgerten sich an ihm.
Tekstuitleg van Mc 6,3 .
2. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .
4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
6. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
13. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
14. Iôsètos (van Joses) . Taalgebruik : iôsès
(Joses) . Gen. mann. enk. van Iôsès (Joses) . Eigennaam . Deze
naam komt slechts driemaal in de bijbel : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
15,40 . (3) Mc
15,47 . Zijn moeder is Maria . Zijn broers zijn Jezus , Jakobus, Judas en
Simon .
- Jakobus en Joses worden samen vermeld in (1) Mc
6,3 . (2) Mc
15,40 .
- In de scènes van de kruisiging , de graflegging en het lege graf komen
telkens twee vrouwen voor : Maria Magdalena en Maria , de moeder van ... In
de scène van de graflegging worden Jakobus en Joses samen vernoemd ,
in de scène van de graflegging alleen Joses en in de scène van
het lege graf alleen Jakobus .
15. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
17. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
19. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
26. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .
28. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
24. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
30. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
6,4 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,27 . (7) Mc
6,29 . (8) Mc
6,32 . (9) Mc
6,47 . (10) Mc
6,48 . (11) Mc
6,51 . (12) Mc
6,56 .
| Mc 6,4 - Mc 6,4 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 4 En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeëerd dan
in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.
King James Bible . [4] But Jesus said unto them, A prophet is not without honour,
but in his own country, and among his own kin, and in his own house.
Luther-Bibel . 4 Jesus aber sprach zu ihnen: Ein Prophet gilt nirgends weniger
als in seinem Vaterland und bei seinen Verwandten und in seinem Hause.
Tekstuitleg van Mc 6,4 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in
4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .
3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .
1. - 3. elegen de autois (hij zei hen) . Slechts in dit vers Mc 6,4 in het N.T. .
4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
5. acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 6 (2) : (1) Mc 6,4 (nom. Ièsous) . (2) Mc 6,30 (acc. Ièsoun) .
1. - 5. kai elegen autois ho Ièsous (en Jezus zei hen) of elegen de autois ho Ièsous (Jezus echter zei hen) . Slechts in dit vers Mc 6,4 in het N.T. . Het vervoegd werkwoord staat vooraan en het onderwerp ho Ièsous (Jezus) achteraan . We zouden elegen (hij zei) onmiddellijk vóór het citaat verwachten .
9. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T.
: profètès
(profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès
(profeet) .
Mc (3) : (1) Mc
6,4 . (2) Mc
6,15 . (3) Mc
11,32 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen
: (1) Mc
1,2 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,15 (2 vormen) . (4) Mc
8,28 . (5) Mc
11,32 .
13. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
6,4 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,27 . (7) Mc
6,29 . (8) Mc
6,32 . (9) Mc
6,47 . (10) Mc
6,48 . (11) Mc
6,51 . (12) Mc
6,56 .
16. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
17. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
22. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
23. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
6,4 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,27 . (7) Mc
6,29 . (8) Mc
6,32 . (9) Mc
6,47 . (10) Mc
6,48 . (11) Mc
6,51 . (12) Mc
6,56 .
26. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
| Mc 6,5 - Mc 6,5 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 5 En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen
zieken de handen op, en genas hen.
King James Bible . [5] And he could there do no mighty work, save that he laid
his hands upon a few sick folk, and healed them.
Luther-Bibel . 5 Und er konnte dort nicht eine einzige Tat tun, außer dass er
wenigen Kranken die Hände auflegte und sie heilte.
Tekstuitleg van Mc 6,5 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
4. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .
14. acc.vr. mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand)
. Taalgebruik in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,23 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
8,23 . (5) Mc
8,25 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,16 . (9) Mc
14,41 . (10) Mc
14,46 . (11) Mc
16,18 .
| Mc 6,6 - Mc 6,6 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 6 En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de
vlekken daar rondom, lerende.
King James Bible . [6] And he marvelled because of their unbelief. And he went
round about the villages, teaching.
Luther-Bibel . 6 Und er wunderte sich über ihren Unglauben. Und er ging rings
umher in die Dörfer und lehrte.
Tekstuitleg van Mc 6,6 .
Mc 6,6.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,6.7.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,6.11.
kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in het N.T. : kuklô(i)
(rondom) . Taalgebruik in Mc : kuklô(i)
(rondom) .
Mc (3) : (1) Mc
3,34 . (2) Mc
6,6 . (3) Mc
6,36 .
Mc 6,6.12.
act. part. praes. nom. mann. enk. didaskôn (lerend) van het werkw. didaskô
(leren, onderrichten) . Taalgebruik in N.T. : didaskô
(leren) . Taalgebruik in Mc : didaskô
(leren) . Auto-didact : iemand die door zelfstudie kennis (lering) heeft
verworven . Didactiek : leer van het onderrichten . Lat. docere (doctor) . Cfr
docent , documentatie .
Mc (4) : (1) Mc
1,22 . (2) Mc
6,6 . (3) Mc
12,35 . (4) Mc
14,49 . Een vorm van didaskô (leren) in Mc (17) .
146. Mc 6,6b : Jezus als leraar - Mc 6,6b - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -
zie hierboven .
- kai (en). Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus, zie Mc 1,4 -
kai (en) leidt een nevenschikkende zin in in een reeks van
nevenschikkende zinnen waarbij Jezus telkens het onderwerp is.
periègen (hij trok rond) indicatief imperfectum 3de
persoon enkelvoud van het werkwoord periagô : rondvoeren, rondtrekken.
In deze vorm komt het slechts in 3 verzen voor in de bijbel en wel in Mc 6,6b,
Mt 4,23 - Mt
4,23-25 ; 5,1-2 - en Mt 9,35 - Mt
9,35-38 - . Marcus gebruikt vaak een woord met de stam ag- (leiden, voeren)
erin en roept vaak het zelfstandig naamwoord sunagôgè : synagoge,
plaats van samenkomst, op.
| Mc 1,4 | Mc 1,14 | Mc 1,21 | Mc 1,39 | Mc 6,6b | Mt 4,23 | Mt 9,35 | Mt 4,23b + Mt 9,35b | Mc 3,13 | Mc 6,12 | |
| kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | ||||
| egeneto ("trad op") | ijlthen (kwam) | eiselthoon (binnenkomende) | ijlthen (kwam) | periègen hij (trok rond) | periègen (hij trok rond) | periègen (hij trok rond) | ekselthontes (uittrekkende) | |||
| Iooannijs ho baptidzoon (Johannes de dopende) ... | ho Iijsous (Jezus) | ho Iijsous (Jezus) | ||||||||
| en tiji erijmooi (in de woestijn) | eis tijn Galilaian (naar Galilea) | eis tijn sunagoogijn (naar de synagoge) | tas koomas kuklooi door de omliggende dorpen | en holiji tiji Galilaiai (in geheel Galilea) | ... tas koomas (door de dorpen) | |||||
| kijrussoon (verkondigende | kijrussoon (verkondigende) | edidasken (onderwees hij) | didaskoon (onderwijzende) | didaskoon (onderwijzende) | didaskoon (onderwijzende) | didaskoon (onderwijzende) | kijrussoon (verkondigende) | kijrussein (te verkondigen) | ekijruksan (verkondigden zij) | |
| eis tas sunagoogas autoon (in hun synagogen) | en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen) | en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen) | ||||||||
| eis holijn tijn Galilaian (in geheel Galilea) | ||||||||||
| baptisma metanoias eis afesin hamartioon (het doopsel van bekering tot vergeving van zonden) | to euaggelion tou theou (de blijde boodschap van God) | to euaggelion tijs basileias (de blijde boodschap van het koninkrijk) | hina metanooosin (dat zij zich zouden bekren) | |||||||
| na deze inleiding volgt de genezing van de bezetenen (Mc 1,23-28) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kei echein eksousian (en de macht te hebben) | kai (en) | kai (en ...) | ||||
| ta daimonia (de duivels) | therapeuoon (genezende) | therapeuoon (genezende) | ekballein (buiten te werpen) | daimonia polla (vele duivels) | etherapeuon (genazen zij) | |||||
| ekballoon (uitwerpende) | pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) | pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) | ta daimonia (de duivels) | ekseballon (wierpen zij buiten) | ||||||
147. Mc 6,7-13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Evangelie op de 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,7-13 .
Het optreden van Jezus in de synagoge in Nazaret toont grote gelijkenis met
dat in de synagoge van Kafarnaüm (Mc 1,21-28 : Mc
1,21 - Mc
1,22 - Mc
1,23-28 -).
Na de gevangenneming van Johannes de Doper gaat Jezus naar Galilea (Mc
1,14-15), waar hij eerst (wellicht) de leerlingen van Johannes de Doper
hergroepeert en hen rond zijn persoon verzamelt (Mc
1,16-20). Het eerste optreden van Jezus verloopt succesvol (Mc 1,21-45).
Maar de tegenstand blijft niet uit. Groeiende meningsverschillen met de Farizeeën
lopen uit op een beslissing van hen om Jezus te doden (2,1-3,6). Na een samenvatting
(Mc 3,7-12)
volgt de roeping van de leerlingen (Mc
3,13-19). Zoals Johannes de Doper werd overgeleverd, zo kan dat ook wel
eens met Jezus gebeuren, en zoals hij (Jezus) het werk van Johannes de Doper
verder zet, zo zullen zijn leerlingen (de leerlingen van Jezus) zijn werk na
zijn overlevering verder zetten.
Het optreden van Jezus in Nazaret loopt bijna uit op een aanslag op Jezus. Na
dat optreden volgt een korte samenvatting (Mc
6,6b). Hierna volgt het verhaal van de zending van de twaalf. Blijkbaar
houdt Jezus er rekening mee dat een aanslag ieder ogenblik kan plaats hebben
en dat hij de toekomst moet voorbereiden. De zending van de leerlingen ligt
in de lijn van Jezus'optreden. Men zou het een soort stage kunnen noemen, maar
het is meer. Het brengt voorlopig in beeld, wat ieder ogenblijk bittere werkelijkheid
zou kunnen zijn nl. dat de leerlingen er alleen voor staan en moeten instaan
voor de voortzetting van de verkondiging van het Rijk Gods.
De versindeler heeft de perikope in zeven verzen verdeeld. Zes verzen beginnen met het nevenschikkend voegwoord kai (en). Elfmaal komt het voegwoord kai (en) in de perikope voor. We staan dus voor een 'verhalende' tekst; en... en... en... is een kenmerk van mondeling vertellen .
| Mc 1,4 // Mt 3,1 | Mt 3,1 // Mc 1,4 | Mc 1,14 // Mt 4,17 | Mt4,17 // Mc 1,14 | Mc 3,13 | Mc 6,12 | Mt 10,7 | Mc 1,39 | Mc 6,6b | Mt 4,23 | Mt 9,35 | Mt 4,23b + Mt 9,35b | |
| kai (en) ... | apo tote (van toen af) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | ||||||
| egeneto ("trad op") | paraginetai (trad op) | ijlthen (kwam) | ijrksato (begon hij) | ekselthontes (uittrekkende) | poreuomenoi de (op weg gaande echter) | ijlthen (kwam) | periijgen (trok rond) | periijgen (trok rond) | periijgen (trok rond) | |||
| Iooannijs ho baptidzoon (Johannes de dopende) ... | Iooannijs ho baptistijs (Johannes de Doper) | ho Iijsous (Jezus) | ho Iijsous (Jezus) | |||||||||
| en tiji erijmooi (in de woestijn) | kijrussoon en tiji erijmooi tijs Ioudaias (verkondigende in de woestijn van Juda) | eis tijn Galilaian (naar Galilea) | tas koomas kuklooi door de omliggende dorpen | en holiji tiji Galilaiai (in geheel Galilea) | ... tas koomas (door de dorpen) | |||||||
| kijrussoon (verkondigende | kijrussoon (verkondigende) | kijrussein (te verkodnigen) | kijrussein (te verkondigen) | ekijruksan (verkondigden zij) | kijrussete (verkondigt) | didaskoon (onderwijzende) | didaskoon (onderwijzende) | didaskoon (onderwijzende) | didaskoon (onderwijzende) | kijrussoon (verkondigende) | ||
| legoon (zeggende) | kai legein (en te zeggen) | legontes (zeggende) | eis tas sunagoogas autoon (in hun synagogen) | en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen) | en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen) | |||||||
| eis holijn tijn Galilaian (in geheel Galilea) | ||||||||||||
| baptisma metanoias eis afesin hamartioon (het doopsel van bekering tot vergeving van zonden) | metanoeite (bekeer je) | to euaggelion tou theou (de blijde boodschap van God) ... | metanoeite (bekeer je | hina metanooosin (dat zij zich zouden bekren) | to euaggelion tijs basileias (de blijde boodschap van het koninkrijk) | |||||||
| ijggiken gar hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen) | kai legoon... ijggiken hij basileia tou theou. metanoeite (en zeggende... nabij is het koninkrijk van God. Bekeer je... ) | ijggiken gar hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen) | kei echein eksousian (en de macht te hebben) | kai (en) | hoti ijggiken hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en ...) | |||
| ekballein (buiten te werpen) | daimonia polla (vele duivels) | ta daimonia (de duivels) | therapeuoon (genezende) | therapeuoon (genezende) | etherapeuon (genazen zij) | |||||||
| ta daimonia (de duivels) | ekseballon (wierpen zij buiten) | ekballoon (uitwerpende) | pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) | pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) | ||||||||
| Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper | Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper | Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 : vegin van Jezus' optreden in Galilea | Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 : vegin van Jezus' optreden in Galilea | Mc 3,13-19 : roeping van de Twaalf | Mc 6,7-13 : zending van de twaalf | Mt 10,1-4: keuze van de twaalf... | Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen | Mc 6,6b : Jezus als leraar | Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen | Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen | Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen |
| Mc 6,7 - Mc 6,7 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 7 En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden
twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
King James Bible . [7] And he called unto him the twelve, and began to send
them forth by two and two; and gave them power over unclean spirits;
Luther-Bibel . 7 Und er rief die Zwölf zu sich und fing an, sie auszusenden
je zwei und zwei, und gab ihnen Macht über die unreinen Geister
Tekstuitleg van Mc 6,7 . Het vers Mc 6,7 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 104 (2 X 2 X 2 X 13) letters . De getalwaarde van Mc 6,7 is 13941 (3 X 3 X 1549) .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
2. indicatief praesens 3de persoon enkelvoud proskaleitai (hij roept tot zich)
van het werkw. proskaleomai (bij zich roepen) . Taalgebruik in N.T. : proskaleomai
(bij zich roepen) . Taalgebruik in Mc : proskaleomai
(bij zich roepen) .
Het komt in de bijbel slechts in 2 verzen voor nl. Mc
3,13 bij de roeping van de twaalf en Mc
6,7 bij de zending van de twaalf .
3. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc
6,7 . (2) Mc
6,26 . (3) Mc
6,36 . (4) Mc
6,41 . (5) Mc
6,44 . (6) Mc
6,45 . (7) Mc
6,55 . (8) Mc
6,56 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
7. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik
in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,7 . (2) Mc
6,33 . (3) Mc
6,34 . (4) Mc
6,36 . (5) Mc
6,48 . (6) Mc
6,51 .
11. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
13. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .
14. acc. vr. enk. exousian (macht, gezag) . Taalgebruik in het N.T. : exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in Mc : exousia (gezag, macht) . Mc (7) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 1,27 . (3) Mc 2,10 . (4) Mc 3,15 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 11,28 . (7) Mc 12,34 .
- kai
(en), zie Mc
1,4. Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus.
- proskaleitai (hij roept). Taalgebruik : proskaleô
(bij zich roepen) , zie Mc
3,23 en Mc
3,13 . Het komt in de bijbel slechts in 2 verzen voor nl. Mc
3,13 bij de roeping van de twaalf en Mc
6,7 bij de zending van de twaalf.
- Twaalf komt bij Marcus in vijftien verzen voor. Hier is het de zesde maal.
Het is de vierde maal dat het over de twaalf (leerlingen) van Jezus gaat. Het
is de tweede maal dat het over "de twaalf" handelt. Taalgebruik : dôdeka
(twaalf), zie Mt
28,16 .
- èrxato
(hij begon) , zie Mc
1,45 : Bij Marcus: (1) Mc
1,45 (kèrussein = verkondigen) . (2) Mc
4,1 (didaskein = leraren) . (3) Mc
5,20 (kèrussein = verkondigen) . (4) Mc
6,2 (didaskein = leraren) . (5) Mc
6,7 (apostellein = zenden) . (6) Mc
6,34 (didaskein = leraren) . (7) Mc
8,31 (didaskein = leraren) . (8) Mc
8,32 (epitiman = opripsen) . (9) Mc
10,28 (legein = zeggen) . (10) Mc
10,32 (legein = zeggen) . (11) Mc
10,47 (legein = zeggen) . (12) Mc
11,15 (ekballein = buitenwerpen) . (13) Mc
12,1 (lalein = praten) . (14) Mc
13,5 (legein = zeggen) . (15) Mc
14,33 (ekthambeisthai = huiveren) . (16) Mc
14,69 (legein = zeggen) . (17) Mc
14,71 (anathematizein = zweren) . (18) Mc
15,8 (aiteisthai = vragen, eisen) .
Marcus duidt hier een begin aan. Het is het begin van de "zendingsrede". Bij Matteüs is het de tweede rede. Ieder van de 5 redes eindigt Matteüs met de woorden: "Toen hij geëindigd had... "
| Mc 6,8 - Mc 6,8 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 8 En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den
weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
King James Bible . [8] And commanded them that they should take nothing for
their journey, save a staff only; no scrip, no bread, no money in their purse:
Luther-Bibel . 8 und gebot ihnen, nichts mitzunehmen auf den Weg als allein
einen Stab, kein Brot, keine Tasche, kein Geld im Gürtel,
Tekstuitleg van Mc 6,8 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (13) :(1) Mc
6,4 . (2) Mc
6,7 . (3) Mc
6,8 . (4) Mc
6,10 . (5) Mc
6,11 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,37 . (8) Mc
6,38 . (9) Mc
6,39 . (10) Mc
6,41 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,48 . (13) Mc
6,50 .
7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,8 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,11 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,32 . (8) Mc
6,36 . (9) Mc
6,41 . (10) Mc
6,45 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,51 . (13) Mc
6,53 . (14) Mc
6,56 .
8. acc. vr. enk. hodon (weg) van het zelfst. naamw. hodos (weg) . Taalgebruik
in het N.T. : hodos
(weg) . Taalgebruik in Mc : hodos
(weg) .
Mc (10) : (1) Mc
1,2 . (2) Mc
1,3 . (3) Mc
2,23 . (4) Mc
4,4 . (5) Mc
4,15 . (6) Mc
6,8 . (7) Mc
10,17 . (8) Mc
10,46 . (9) Mc
11,8 . (10) Mc
12,14 .
17. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,8 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,11 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,32 . (8) Mc
6,36 . (9) Mc
6,41 . (10) Mc
6,45 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,51 . (13) Mc
6,53 . (14) Mc
6,56 .
| Mc 6,9 - Mc 6,9 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 9 Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen
twee rokken gekleed zijn.
King James Bible . [9] But be shod with sandals; and not put on two coats.
Luther-Bibel . 9 wohl aber Schuhe, und nicht zwei Hemden anzuziehen.
Tekstuitleg van Mc 6,9 .
4. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
| Mc 6,10 - Mc 6,10 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 10 En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan,
blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
King James Bible . [10] And he said unto them, In what place soever ye enter
into an house, there abide till ye depart from that place.
Luther-Bibel . 10 Und er sprach zu ihnen: Wo ihr in ein Haus gehen werdet, da
bleibt, bis ihr von dort weiterzieht.
Tekstuitleg van Mc 6,10 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T.
: legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc
6,4 . (2) Mc
6,10 . (3) Mc
6,16 . (4) Mc
6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1)
Mc 6,2
. (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,16 . (7) Mc
6,18 . (8) Mc
6,25 . (9) Mc
6,31 . (10) Mc
6,35 . (11) Mc
6,37 . (12) Mc
6,38 . (13) Mc
6,38 . (14) Mc
6,50 .
3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (13) :(1) Mc
6,4 . (2) Mc
6,7 . (3) Mc
6,8 . (4) Mc
6,10 . (5) Mc
6,11 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,37 . (8) Mc
6,38 . (9) Mc
6,39 . (10) Mc
6,41 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,48 . (13) Mc
6,50 .
5. ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean
(indien) . Taalgebruik in Mc : ean
(indien) .
Mc (32) . Mc 6 (3) : (1) Mc
6,10 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,23 .
7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,8 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,11 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,32 . (8) Mc
6,36 . (9) Mc
6,41 . (10) Mc
6,45 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,51 . (13) Mc
6,53 . (14) Mc
6,56 .
9. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .
11. heôs (tot, totdat) . Taalgebruik in het N.T. : heôs
(tot , totdat) . Taalgebruik in Mc : heôs
(tot , totdat) .
Mc (14) . Mc 6 (3) : (1) Mc
6,10 . (2) Mc
6,23 . (3) Mc
6,45 .
| Mc 6,11 - Mc 6,11 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 11 En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende
van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis.
Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des
oordeels dan dezelve stad.
King James Bible . [11] And whosoever shall not receive you, nor hear you, when
ye depart thence, shake off the dust under your feet for a testimony against
them. Verily I say unto you, It shall be more tolerable for Sodom and Gomorrha
in the day of judgment, than for that city.
Luther-Bibel . 11 Und wo man euch nicht aufnimmt und nicht hört, da geht hinaus
und schüttelt den Staub von euren Füßen zum Zeugnis gegen sie.
Tekstuitleg van Mc 6,11 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
6. conj. aor. 3de pers. enk. dexètai (hij zou ontvangen) van het werkw. dechomai (ontvangen) ; Taalgebruik in het N.T. : dechomai (ontvangen) . Taalgebruik in Mc : dechomai (ontvangen) . Mc (3) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 9,37 . (3) Mc 10,15 .
1. - 6.
- Mc 6,11
: kai hos an topos mè dexètai (en welke plaats - jullie - niet
zou ontvangen) .
- Mc 9,37
: hos an ... dexètai (wie - één van dergelijke kinderen
- zou ontvangen) kai hos an eme dechètai ( en wie mij zou ontvangen)
.
- Mc 10,15
: kai hos an mè dexètai tèn basileian tou theou hôs
paidion (en wie het koninkrijk van God niet zou ontvangen als een kind) .
14. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,11 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
6,41 . (7) Mc
6,45 .
16. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,11 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
6,41 . (7) Mc
6,45 .
21. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,8 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,11 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,32 . (8) Mc
6,36 . (9) Mc
6,41 . (10) Mc
6,45 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,51 . (13) Mc
6,53 . (14) Mc
6,56 .
23. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .
| Mc 6,12 - Mc 6,12 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 12 En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden
bekeren.
King James Bible . [12] And they went out, and preached that men should repent.
Luther-Bibel . 12 Und sie zogen aus und predigten, man solle Buße tun,
Tekstuitleg van Mc 6,12 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
2. part. aor. nom. mann. mv. exelthontes (uitgegaan) van het werkw. exerchomai
(uitgaan) . Taalgebruik in N.T. : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) .
Mc (5) : (1) Mc
1,29 . (2) Mc
3,6 . (3) Mc
6,12 . (4) Mc
9,30 . (5) Mc
16,20 . De leerlingen gaan op zending .
3. act. ind. aor. 3de p. mv. ekèruxan (zij verkondigden) van het
werkw. kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het N.T. : kèrussô
(verkondigen) . Taalgebruik in Mc : kèrussô
(verkondigen) .
Mc (2) : (1) Mc
6,12 . (2) Mc
16,20 .
Mc 3,14
behoort tot het roepingsverhaal (Mc
3,13-19) . In dit verhaal worden de taken van de geroepenen voorzegd . In
het zendingsverhaal (Mc
6,7-13) voeren de leerlingen uit wat hen is opgedragen : ekèruxan
(Mc 6,12
: zij verkondigden) . STAP VOOR STAP !
Na de hemelvaart gingen de leerlingen verkondigen . Zowel in Mc
6,12 als in Mc
16,20 : exelthontes ekèruxan (zij uitgetrokken verkondigden) .
De verkondigingstaak van de leerlingen sluit aan bij de verkondigingstaak van
Jezus : Mc
1,38 : hina kai ekei kèruxô , eis touto gar exèlthon
(opdat ik ook daar zou verkondigen ; want daartoe ben ik uitgegaan) .
| Mc 6,13 - Mc 6,13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken
met olie, en maakten hen gezond.
King James Bible . [13] And they cast out many devils, and anointed with oil
many that were sick, and healed them.
Luther-Bibel . 13 und trieben viele böse Geister aus und salbten viele Kranke
mit Öl und machten sie gesund.
Tekstuitleg van Mc 6,13 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
148. Mc 6,14-16 : Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 -
| Mc 6,14 - Mc 6,14 : 148. Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And king Herod heard of him; (for his name was spread
abroad:) and he said, That John the Baptist was risen from the dead, and therefore
mighty works do shew forth themselves in him.
Luther-Bibel . 14 Und es kam dem König Herodes zu Ohren; denn der Name Jesu
war nun bekannt. Und die Leute sprachen: Johannes der Täufer ist von den Toten
auferstanden; darum tut er solche Taten.
Tekstuitleg van Mc 6,14 .
Mc 6,14.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,14.2.
act. ind. aor. 3de pers. enk. van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik
in het N.T. : akouô
(horen) . Taalgebruik in Mc : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor <
Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor
lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (1) : Mc
6,14 .
Mc 6,14.3.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
Mc 6,14.4.
nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus
(koning) . Taalgebruik in Mc : basileus
(koning) .
Mc (7) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,26 . (4) Mc
6,27 . (5) Mc
15,2 . (6) Mc
15,26 . (7) Mc
15,32 .
7. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
6,31 . (6) Mc
6,48 . (7) Mc
6,50 . (8) Mc
6,52 .
Mc 6,14.9.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,28 . (3) Mc
6,29 . (4) Mc
6,45 . (5) Mc
6,46 . (6) Mc
6,47 . (7) Mc
6,51 .
Mc 6,14.11.
pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
Mc 6,14.12.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,14.13.
act. ind. imperf. 3de pers. mv. elegon (zij zeiden) . Taalgebruik in N.T. :
legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (18) . Mc 6 (3) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,15 . (3) Mc
6,35 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,16 . (7) Mc
6,18 . (8) Mc
6,25 . (9) Mc
6,31 . (10) Mc
6,35 . (11) Mc
6,37 . (12) Mc
6,38 . (13) Mc
6,38 . (14) Mc
6,50 .
Mc 6,14.15.
nom. mann. enk. Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. :
Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (4) : (1) Mc
1,4 . (2) Mc 1,6 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,18 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
Mc 6,14.16.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
Mc 6,14.17. actief participium nominatief mannelijk enkelvoud baptizôn (dopende of doper) van het werkw. baptizô (dopen) . Taalgebruik in het N.T. : baptizô (dopen) . Taalgebruik in Mc : baptizô (dopen) . Stam Hebr. tâbhal : t - b - . Ned. : do- p-en , doop-s-el , do-m-pe-l- en . Gr. baptizô , baptis-ma . Fr. bapt- ê - me . Gebruikt als bijstelling (voorafgegaan door het bepaald lidwoord ho : de dopende = de doper) in (1) Mc 1,4 . (2) Mc 6,14 .
Mc 6,14.15. - 17. Iôannès ho baptizôn (Johannes de dopende of Johannes de doper) . Mc (2) (1) Mc 1,4 . (2) Mc 6,14 . In zeven verzen in Mc wordt Johannes in verband met de doop gebracht . In zeven verzen wordt de relatie gelegd tussen Johannes en dopen : (1) Mc 1,4 . (3) Mc 1,9 . (6) Mc 6,14 . (11) Mc 6,24 . (12) Mc 6,25 . (13) Mc 8,28 . (14) Mc 11,30 . (15) Mc 11,32 . In Mc 6,24 en Mc 6,25 staat de genitiefvorm baptizontos van baptizôn .
Mc 6,14.19.
ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
ek (uit) Mc 6 (3) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,51 . (3) Mc
6,54 .
Mc 6,14.21.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,14.27.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
6,4 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,27 . (7) Mc
6,29 . (8) Mc
6,32 . (9) Mc
6,47 . (10) Mc
6,48 . (11) Mc
6,51 . (12) Mc
6,56 .
| Mc 6,15 - Mc 6,15 : 148. Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] Others said, That it is Elias. And others said, That
it is a prophet, or as one of the prophets.
Luther-Bibel . 15 Einige aber sprachen: Er ist Elia; andere aber: Er ist ein
Prophet wie einer der Propheten.
Tekstuitleg van Mc 6,15 . Het vers Mc 6,15 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden , 30 (2 X 3 X 5) lettergrepen en 70 (2 X 5 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 6,15 is 8303 (19 X 19 X 23) . Andere lezing .
Mc 6,15.1.
nom. mann. mv. alloi (anderen) van het bijvoegl. naamwoord allos (ander)
. Taalgebruik in het N.T. : allos
(ander) . Taalgebruik in Mc : allos
(ander) . Lat. alter , -tera , -terum (de andere van twee) . Fr. autre .
Ned. a-n-d-er . Eng. other .
Mc (4) : (1) Mc
4,18 . (2) Mc
6,15 (2X) . (3) Mc
8,28 (2X) . (4) Mc
11,8 .
Mc 6,15.3.
act. ind. imperf. 3de pers. mv. elegon (zij zeiden) . Taalgebruik in N.T. :
legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (18) . Mc 6 (3) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,15 . (3) Mc
6,35 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1)
Mc 6,2
. (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,16 . (7) Mc
6,18 . (8) Mc
6,25 . (9) Mc
6,31 . (10) Mc
6,35 . (11) Mc
6,37 . (12) Mc
6,38 . (13) Mc
6,38 . (14) Mc
6,50 .
Mc 6,15.5.
nom. mann. enk. èlias van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik
in het N.T. : èlias
(Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias
(Elia) .
Mc (5) : (1) Mc
6,15 . (2) Mc
9,4 . (3) Mc
9,12 . (4) Mc
9,13 . (5) Mc
15,36 .
Mc 6,15.7.
nom. mann. mv. alloi (anderen) van het bijvoegl. naamwoord allos (ander)
. Taalgebruik in het N.T. : allos
(ander) . Taalgebruik in Mc : allos
(ander) . Lat. alter , -tera , -terum (de andere van twee) . Fr. autre .
Ned. a-n-d-er . Eng. other .
Mc (4) : (1) Mc
4,18 . (2) Mc
6,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
11,8 .
11. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T.
: profètès
(profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès
(profeet) .
Mc (3) : (1) Mc
6,4 . (2) Mc
6,15 . (3) Mc
11,32 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen
: (1) Mc
1,2 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,15 (2 vormen) . (4) Mc
8,28 . (5) Mc
11,32 .
15. gen. mann. mv. profètôn (profeten) van het zelfst. naamw.
profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès
(profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès
(profeet) .
Mc (2) : (1) Mc
6,15 . (2) Mc
8,28 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen :
(1) Mc
1,2 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,15 (2 vormen) . (4) Mc
8,28 . (5) Mc
11,32 .
| Mc 6,16 - Mc 6,16 : 148. Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] But when Herod heard thereof, he said, It is John,
whom I beheaded: he is risen from the dead.
Luther-Bibel . 16 Als es aber Herodes hörte, sprach er: Es ist Johannes, den
ich enthauptet habe, der ist auferstanden.
Tekstuitleg van Mc 6,16 .
3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
5. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .
9. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) . Taalgebruik in het N.T.
: Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (6) : (1) Mc
1,14 . (2) Mc
6,16 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
8,28 . (6) Mc
11,32 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
10. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .
13. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,8 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,11 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,32 . (8) Mc
6,36 . (9) Mc
6,41 . (10) Mc
6,45 . (11) Mc
6,46 . (12) Mc
6,51 . (13) Mc
6,53 . (14) Mc
6,56 .
149. Mc 6,17-29 : onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
| Mc 6,22b | Mc 6,23 | Mc 6,24 | Mc 6,25 | Mc 15,6 | Mc 15,9 | Mc 15,11 | |
| aitèson me (vraag me) | hoti (dat) | èitusato legousa (vroeg zij en zei) | kai anabas ho ochlos èrxato aiteisthai kathôs epoiei autois (en de menigte klom op en begon te vragen zoals hij voor hen deed) | ||||
| ho ean thelèis (wat je maar wil) | ho ean aitèsèis (wat je ook vraagt) | tí aitèsômai (wat zal ik vragen?) | thelô (ik wil) | thelete (wil je) | hoi de archiereis anepeisan ton ochlon (de hogepriesters echter drongen bij de menigte aan) | ||
| kai dôsô soi (ik geef het jou) | dôsô soi (ik geef het jou) | hina exautès dôis moi (dat je me terstond zoudt geven) | apolusô humin ton basilea tôn Ioudaiôn (dat ik de koning van de joden vrijlaat) | hina mallon ton Barabban apolusèi autois (dat hij eerder Barabbas voor hen zou vrijlaten) | |||
| 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 - | 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 |
Beide verhalen (de dood van Johannes de Doper - Mc
6,17-29 - en Jezus vóór Pilatus - Mc
15,6-14 -) vertonen heel wat gelijkenissen . De wereldlijke overheid (Herodes,
Pilatus) staat oog in oog met een onschuldige (Johannes de doper, Jezus) die
geboeid is . Er is een patstelling tussen de wereldlijke overheid en de aanklagers
(Herodias, de hogepreisters en de oudsten) : Herodes tegenover Heriodias , Pilatus
tegenover de hogepriesters en de oudsten . De aanklagers willen de dood van
de onschuldige , de wereldlijke overheid stemt er niet in toe . Een gelegenheid
doet de situatie kantelen ten voordele van de aanklagers . De dans van de dochter
van Herodias is aanleiding waardoor Herodes overmoedige eden zweert . Het paasfeest
is een gelegenheid waarop Pilatus een gevangene vrijlaat waarom het volk vraagt
. De aanklagers weten de tussenpersoon (de dochter van Herodias, het volk) te
bewerken . De dochter van Herodias vraagt aan haar moeder wat zij aan Herodes
zou vragen ; deze vraagt het hoofd van Johannes . Het volk staat voor de keuze
om een gevangene te kiezen , die Pilatus voor hen zal vrijlaten . De hogepriesters
en de oudsten porren het volk aan om Barabbas te kiezen voor de vrijlating en
te eisen dat Jezus wordt gekruisigd . De wereldlijke machthebbers staan machteloos
; ze zijn het slachtoffer van eigen grilligheid of van toegeeflijkheid . De
aanklagers bereiken via een tussenpersoon datgene wat ze willen bereiken : de
dood van de onschuldige .
Johannes de doper gaat Jezus niet alleen vooraf in de verkondiging van de boodschap
, maar tevens in de dood . De dood van Johannes overschaduwt het leven van Jezus
en wordt duidelijker bij zijn veroordeling bij Pilatus .
| Mc 6,17 - Mc 6,17 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] For Herod himself had sent forth and laid hold upon
John, and bound him in prison for Herodias' sake, his brother Philip's wife:
for he had married her.
Luther-Bibel . 17 Denn er, Herodes, hatte ausgesandt und Johannes ergriffen
und ins Gefängnis geworfen um der Herodias willen, der Frau seines Bruders Philippus;
denn er hatte sie geheiratet.
Tekstuitleg van Mc 6,17 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
6,31 . (6) Mc
6,48 . (7) Mc
6,50 . (8) Mc
6,52 .
Mc 6,17.3.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
Mc 6,17.7.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,11 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
6,41 . (7) Mc
6,45 .
Mc 6,17.8.
acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. :
Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (6) : (1) Mc
1,14 . (2) Mc
6,16 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
8,28 . (6) Mc
11,32 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
Mc 6,17.9.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,17.11.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,19 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,27 . (5) Mc
6,49 . (6) Mc
6,50 . (7) Mc
6,54 . (8) Mc
6,56 .
Mc 6,17.12.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
6,4 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,27 . (7) Mc
6,29 . (8) Mc
6,32 . (9) Mc
6,47 . (10) Mc
6,48 . (11) Mc
6,51 . (12) Mc
6,56 .
Mc 6,17.13.
acc. vr. enk. gunaika (vrouw) van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik
in het N.T. : gunè
(vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè
(vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat.
femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (8) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,18 . (3) Mc
10,2 . (4) Mc
10,7 . (5) Mc
10,11 . (6) Mc
12,19 . (7) Mc
12,20 . (8) Mc
12,23 .
Mc 6,17.15.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,18 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,54 . (6) Mc
6,56 .
Mc 6,17.17.
acc. vr. enk. gunaika (vrouw) van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik
in het N.T. : gunè
(vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè
(vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat.
femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (8) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,18 . (3) Mc
10,2 . (4) Mc
10,7 . (5) Mc
10,11 . (6) Mc
12,19 . (7) Mc
12,20 . (8) Mc
12,23 .
Mc 6,17.21.
pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
Mc 6,17.23.
pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (14) : (1) Mc
1,31 . (2) Mc
4,30 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,26 . (5) Mc
6,28 . (6) Mc
8,35 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,11 . (9) Mc
10,15 . (10) Mc
11,2 . (11) Mc
11,13 . (12) Mc
12,21 . (13) Mc
12,23 . (14) Mc
14,6 .
Mc 6,17.24.
act. ind. aor. 3de pers. enk. egamèsen (hij huwde) van het werkw.
gameô (huwen) . Taalgebruik in het N.T. : gameô
(huwen) . Taalgebruik in Mc : gameô
(huwen) .
Mc (1) Mc
6,17 .
| Mc 6,18 - Mc 6,18 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] For John had said unto Herod, It is not lawful for
thee to have thy brother's wife.
Luther-Bibel . 18 Johannes hatte nämlich zu Herodes gesagt: Es ist nicht recht,
dass du die Frau deines Bruders hast.
Tekstuitleg van Mc 6,18 .
Mc 6,18.1. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
6,31 . (6) Mc
6,48 . (7) Mc
6,50 . (8) Mc
6,52 .
Mc 6,18.3.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
Mc 6,18.4.
nom. mann. enk. Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. :
Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (4) : (1) Mc
1,4 . (2) Mc 1,6 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,18 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
Mc 6,18.5.
bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,18 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,28 . (4) Mc
6,32 . (5) Mc
6,39 . (6) Mc
6,48 .
Mc 6,18.9.
exestin (het is toegelaten) . Taalgebruik in het N.T. : exestin
(het is toegelaten) . Taalgebruik in Mc : exestin
(het is toegelaten) .
Mc (6) : (1) Mc
2,24 . (2) Mc
2,26 . (3) Mc
3,4 . (4) Mc
6,18 . (5) Mc
10,2 . (6) Mc
12,14 .
In twee soorten zinnen . 1. In een ontkennende zin nl. ouk exestin = het is
niet toegelaten . Mc (3) : (1) Mc
2,24 . (2) Mc
2,26 . (3) Mc
6,18 .
2. In een vraagzin nl. exestin = is het toegelaten ? Mc (3) : (1) Mc
3,4 . (2) Mc
10,2 . (3) Mc
12,14 .
Mc 6,18.13.
acc. vr. enk. gunaika (vrouw) van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik
in het N.T. : gunè
(vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè
(vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat.
femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (8) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,18 . (3) Mc
10,2 . (4) Mc
10,7 . (5) Mc
10,11 . (6) Mc
12,19 . (7) Mc
12,20 . (8) Mc
12,23 .
Mc 6,18.14.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,18 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,54 . (6) Mc
6,56 .
| Mc 6,19 - Mc 6,19 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] Therefore Herodias had a quarrel against him, and
would have killed him; but she could not:
Luther-Bibel . 19 Herodias aber stellte ihm nach und wollte ihn töten und konnte
es nicht.
Tekstuitleg van Mc 6,19 .
Mc 6,19.6.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,19.7.
act. ind. imperf. 3de pers. enk. èthelen (hij wilde) van het werkw.
thelô (willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô
(willen) . Taalgebruik in Mc : thelô
(willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (5) : (1) Mc
3,13 . (2) Mc
6,19 . (3) Mc
6,48 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
9,30 .
Mc 6,19.8.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,19 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,27 . (5) Mc
6,49 . (6) Mc
6,50 . (7) Mc
6,54 . (8) Mc
6,56 .
Mc 6,19.10.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
| Mc 6,20 - Mc 6,20 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] For Herod feared John, knowing that he was a just
man and an holy, and observed him; and when he heard him, he did many things,
and heard him gladly.
Luther-Bibel . 20 Denn Herodes fürchtete Johannes, weil er wusste, dass er ein
frommer und heiliger Mann war, und hielt ihn in Gewahrsam; und wenn er ihn hörte,
wurde er sehr unruhig; doch hörte er ihn gern.
Tekstuitleg van Mc 6,20 .
Mc 6,20.1.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
6,31 . (6) Mc
6,48 . (7) Mc
6,50 . (8) Mc
6,52 .
Mc 6,20.5.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,11 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
6,41 . (7) Mc
6,45 .
Mc 6,20.6.
acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. :
Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (6) : (1) Mc
1,14 . (2) Mc
6,16 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
8,28 . (6) Mc
11,32 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
Mc 6,20.8.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,19 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,27 . (5) Mc
6,49 . (6) Mc
6,50 . (7) Mc
6,54 . (8) Mc
6,56 .
Mc 6,20.9.
acc. mann. enk. andra (man) van het zelfst. naamw. anèr (man) . Taalgebruik
in het N.T. : anèr
(man) . Taalgebruik in Mc : anèr
(man) .
Mc (2) : (1) Mc
6,20 . (2) Mc
10,12 . Een vorm van anèr (man) in 4 verzen in Mc : (1) Mc
6,20 . (2) Mc
6,44 . (3) Mc
10,2 . (4) Mc
10,12 .
Mc 6,20.11.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,20.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,20.16.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,20.18.
pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
| Mc 6,21 - Mc 6,21 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And when a convenient day was come, that Herod on
his birthday made a supper to his lords, high captains, and chief estates of
Galilee;
Luther-Bibel . 21 Und es kam ein gelegener Tag, als Herodes an seinem Geburtstag
ein Festmahl gab für seine Großen und die Obersten und die Vornehmsten von Galiläa.
Tekstuitleg van Mc 6,21 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
2. participium aorist gen. vr. enk. genomenès (geworden) van het werkw.
ginomai (gebeuren, worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai
(worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai
(worden) . Losse genitief . participium aorist gen. vr. enk.
Mc (9) : 5 : opsias... genomenès (nadat het avond was geworden) (1) Mc
1,32 . (2) Mc
4,35 . (3) Mc
6,47 . (4) Mc
14,17 . (5) Mc
15,42 . + 4 : (1) Mc
4,17 . (2) Mc
6,21 . (3) Mc
6,35 . (4) Mc
15,33 .
5. hote (toen) . Taalgebruik in N.T. : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .
9. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
14. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
15. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
18. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
| Mc 6,22 - Mc 6,22 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] And when the daughter of the said Herodias came in,
and danced, and pleased Herod and them that sat with him, the king said unto
the damsel, Ask of me whatsoever thou wilt, and I will give it thee.
Luther-Bibel . 22 Da trat herein die Tochter der Herodias und tanzte und gefiel
Herodes und denen, die mit am Tisch saßen. Da sprach der König zu dem Mädchen:
Bitte von mir, was du willst, ich will dir's geben.
Tekstuitleg van Mc 6,22 .
Mc 6,22.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,22.5.
pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
Mc 6,22.7.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,22.10.
bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,18 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,28 . (4) Mc
6,32 . (5) Mc
6,39 . (6) Mc
6,48 .
Mc 6,22.16.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
Mc 6,22.17.
nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus
(koning) . Taalgebruik in Mc : basileus
(koning) .
Mc (7) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,26 . (4) Mc
6,27 . (5) Mc
15,2 . (6) Mc
15,26 . (7) Mc
15,32 .
Mc 6,22.18.
bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,18 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,28 . (4) Mc
6,32 . (5) Mc
6,39 . (6) Mc
6,48 .
Mc 6,22.20.
act. imperat. aor. 2de pers. enk. aitèson (vraag) van het werkw. aiteô
(vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô
(vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô
(vragen, bedelen) .
Mc (1) : Mc
6,22 . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc
6,22 . (2) Mc
6,23 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
10,35 . (6) Mc
10,38 . (7) Mc
11,24 . (8) Mc
15,8 . (9) Mc
15,43 .
Mc 6,22.22.
nom. en acc. onz. enk. voornaamw. ho van het voornaamw. hos ... of bep. lidw.
nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
Mc 6,22.23.
ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean
(indien) . Taalgebruik in Mc : ean
(indien) .
Mc (32) . Mc 6 (3) : (1) Mc
6,10 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,23 .
Mc 6,22.24.
act. conj. praes. 2de pers. enk. thelè(i)s (jij wil) van het werkw.
thelô (willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô
(willen) . Taalgebruik in Mc : thelô
(willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (2) : (1) Mc
1,40 . (2) Mc
6,22 . Een vorm van thelô (willen) in Mc in 23 verzen .
Mc 6,22.23. - 24. ean thelè(i)s (indien je wil) . Mc (2) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 6,22 .
Mc 6,22.25.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
20. - 27. wat je zou ... vragen , willen , doen , geven .
- Mc 6,22
: aitèson me ho ean thelè(i)s (vraag mij wat je zou willen) kai
dôsô soi (en ik zal het je geven) . De vraag van Herodes aan de
dochter van Herodias .
- Mc 6,23
: ho ti ean me aitè(i)sès dôsô soi (wat je me zoudt
vragen , ik zal het jou geven) .
- Mc 10,35
: thelomen hina ho ean aitèsômen se poièsè(i)s hèmin
(wij willen opdat je zoudt willen doen wat wij je zouden vragen) . De vraag
van Jakobus en Johannes aan Jezus . In Mc
10,37 staat de vraag met iets geven te maken : dos hèmin (geef ons)
.
Duplicity
- act. conj. praes. 2de pers. enk. thelè(i)s (jij wil) van het
werkw. thelô (willen) . Mc (2) : (1) Mc
1,40 . (2) Mc
6,22 .
- ean thelè(i)s (indien je wil) . Mc (2) : (1) Mc
1,40 . (2) Mc
6,22 .
| Mc 6,23 - Mc 6,23 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And he sware unto her, Whatsoever thou shalt ask of
me, I will give it thee, unto the half of my kingdom.
Luther-Bibel . 23 Und er schwor ihr einen Eid: Was du von mir bittest, will
ich dir geben, bis zur Hälfte meines Königreichs.
Tekstuitleg van Mc 6,23 .
Mc 6,23.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,23.5.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
Mc 6,23.7.
ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean
(indien) . Taalgebruik in Mc : ean
(indien) .
Mc (32) . Mc 6 (3) : (1) Mc
6,10 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,23 .
9. act. conj. aor. 2de pers. enk. aitèsè(i)s (jij zoudt vragen)
van het werkw. van het werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in
het N.T. : aiteô
(vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô
(vragen, bedelen) .
Mc (1) : Mc
6,23 . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc
6,22 . (2) Mc
6,23 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
10,35 . (6) Mc
10,38 . (7) Mc
11,24 . (8) Mc
15,8 . (9) Mc
15,43 .
5. - 11. wat je zou ... vragen , willen , doen , geven .
- Mc 6,22
: aitèson me ho ean thelè(i)s (vraag mij wat je zou willen) kai
dôsô soi (en ik zal het je geven) . De vraag van Herodes aan de
dochter van Herodias .
- Mc 6,23
: ho ti ean me aitè(i)sès dôsô soi (wat je me zoudt
vragen , ik zal het jou geven) .
- Mc 10,35
: thelomen hina ho ean aitèsômen se poièsè(i)s hèmin
(wij willen opdat je zoudt willen doen wat wij je zouden vragen) . De vraag
van Jakobus en Johannes aan Jezus . In Mc
10,37 staat de vraag met iets geven te maken : dos hèmin (geef ons)
.
Mc 6,23.14. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc
Mc 6,23.15. gen. vr. enk. basileias (van het koninkrijk) van het zelfstandig naamw. basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in het N.T. : basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) . Mc (3) : (1) Mc 4,11 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 12,34 . Een vorm van basileia (koninkrijk) in Mc in 19 verzen : (1) Mc 1,15 . (2) Mc 3,24 . (3) Mc 4,11 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 4,30 . (6) Mc 6,23 . (7) Mc 9,1 . (8) Mc 9,47 . (9) Mc 10,14 . (10) Mc 10,15 . (11) Mc 10,23 . (12) Mc 10,24 . (13) Mc 10,25 . (14) Mc 11,10 . (15) Mc 12,34 . (16) Mc 13,8 (2 vormen) . (17) Mc 14,25 . (18) Mc 15,43 .
| Mc 6,24 - Mc 6,24 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] And she went forth, and said unto her mother, What
shall I ask? And she said, The head of John the Baptist.
Luther-Bibel . 24 Und sie ging hinaus und fragte ihre Mutter: Was soll ich bitten?
Die sprach: Das Haupt Johannes des Täufers.
Tekstuitleg van Mc 6,24 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
6. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .
8. med. conj. aor. 1ste pers. enk. aitèsomai (ik zou vragen) van het
werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô
(vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô
(vragen, bedelen) .
Mc (1) : Mc
6,24 . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc
6,22 . (2) Mc
6,23 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
10,35 . (6) Mc
10,38 . (7) Mc
11,24 . (8) Mc
15,8 . (9) Mc
15,43 .
14. gen. mann. enk. Iôannou (van Johannes) . Taalgebruik in het N.T.
: Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (5) : (1) Mc
1,9 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
11,30 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
15. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. :
bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,18 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,54 . (6) Mc
6,56 .
| Mc 6,25 - Mc 6,25 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] And she came in straightway with haste unto the king,
and asked, saying, I will that thou give me by and by in a charger the head
of John the Baptist.
Luther-Bibel . 25 Da ging sie sogleich eilig hinein zum König, bat ihn und sprach:
Ich will, dass du mir gibst, jetzt gleich auf einer Schale, das Haupt Johannes
des Täufers.
Tekstuitleg van Mc 6,25 .
Mc 6,25.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
Mc 6,25.6.
pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros
(naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros
(naar, bij) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,25 . (3) Mc
6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc
6,45 . (5) Mc
6,48 . (6) Mc
6,51 .
Mc 6,25.7.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,11 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
6,41 . (7) Mc
6,45 .
9. act. ind. aor. 3de pers. enk. è(i)tèsato (zij vroeg) van het
werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô
(vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô
(vragen, bedelen) .
Mc (2) . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc
6,22 . (2) Mc
6,23 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
10,35 . (6) Mc
10,38 . (7) Mc
11,24 . (8) Mc
15,8 . (9) Mc
15,43 .
Mc 6,25.10.
act. part. nom. vr. enk. legousa (zeggend) . act. ind. imperf. 3de pers. mv.
elegon (zij zeiden) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (1) . Mc 6 (1) : Mc
6,25 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1)
Mc 6,2
. (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,10 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,15 . (6) Mc
6,16 . (7) Mc
6,18 . (8) Mc
6,25 . (9) Mc
6,31 . (10) Mc
6,35 . (11) Mc
6,37 . (12) Mc
6,38 . (13) Mc
6,38 . (14) Mc
6,50 .
Mc 6,25.11.
act. ind. praes. 1ste pers. enk. thelô (ik wil) van het werkw. thelô
(willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô
(willen) . Taalgebruik in Mc : thelô
(willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (2) : (1) Mc
1,41 . (2) Mc
6,25 . Een vorm van thelô (willen) in 23 verzen in Mc . Tegenover
de genezende wil van Jezus (Mc
1,41) staat de doodswil van de dochter van Herodias die het hoofd van Johannes
de Doper vraagt .
11. - 12. Mc 6,25 : thelô (ik wil) hina (opdat) ... dô(i)s moi (aan mij zou geven) . Mc 10,35 : thelomen (wij willen) hina (opdat) ... poièsè(i)s hèmin (jij doet voor ons) . In Mc 6,25 stelt de dochter van Herodias de vraag naar het hoofd van Johannes de Doper . In Mc 10,35 stellen Jacobus en Johannes een vraag aan Jezus . In beide teksten is een werkwoordvorm act. ind.praes. 1ste pers. gevolgd door hina (opdat) .
Mc 6,25.16.
epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc
6,25 . (2) Mc
6,28 . (3) Mc
6,39 . (4) Mc
6,47 . (5) Mc
6,48 . (6) Mc
6,49 . (7) Mc
6,52 . (8) Mc
6,53 . (9) Mc
6,55 . en ep' in Mc
6,34
Mc 6,25.20.
gen. mann. enk. Iôannou (van Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (5) : (1) Mc
1,9 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
11,30 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
Mc 6,25.21.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 6 (6) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,18 . (3) Mc
6,24 . (4) Mc
6,25 . (5) Mc
6,54 . (6) Mc
6,56 .
Mc 6,25.22.
gan. mann. enk. baptistou (doper) van het zelfst. naamwoord baptistès
(doper) . Taalgebruik in het N.T. : baptistès
(doper) . Taalgebruik in Mc : baptistès
(doper) . Stam Hebr. tâbhal : t - b - . Ned. : do- p-en , doop-s-el
, do-m-pe-l- en . Gr. baptizô , baptis-ma . Fr. bapt- ê - me .
Mc (1) :Mc
6,25 . Nog een andere vorm in Mc : acc. mann. enk. baptistèn (doper)
in Mc
6,25 .
Mc 6,25.20. - 22. iôannou tou baptistou (van Johannes de Doper) in Mc 6,25 . iôannèn ton baptistèn (Johannes de Doper) in Mc 8,28 .
Duality
- act. ind. praes. 1ste pers. enk. thelô (ik wil) van het werkw. thelô (willen) . Mc (2) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 6,25 .
| Mc 6,26 - Mc 6,26 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] And the king was exceeding sorry; yet for his oath's
sake, and for their sakes which sat with him, he would not reject her.
Luther-Bibel . 26 Und der König wurde sehr betrübt. Doch wegen des Eides und
derer, die mit am Tisch saßen, wollte er sie keine Fehlbitte tun lassen.
Tekstuitleg van Mc 6,26 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
3. part. aor. nom. mann. enk. genomenos (geworden) van het werkw. ginomai (worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mc (2) : (1) Mc 6,26 . (2) Mc 9,33 .
4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
5. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) . Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .
7. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc
6,7 . (2) Mc
6,26 . (3) Mc
6,36 . (4) Mc
6,41 . (5) Mc
6,44 . (6) Mc
6,45 . (7) Mc
6,55 . (8) Mc
6,56 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
10. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc
6,7 . (2) Mc
6,26 . (3) Mc
6,36 . (4) Mc
6,41 . (5) Mc
6,44 . (6) Mc
6,45 . (7) Mc
6,55 . (8) Mc
6,56 .
15. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het
N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (14) : (1) Mc
1,31 . (2) Mc
4,30 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,26 . (5) Mc
6,28 . (6) Mc
8,35 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,11 . (9) Mc
10,15 . (10) Mc
11,2 . (11) Mc
11,13 . (12) Mc
12,21 . (13) Mc
12,23 . (14) Mc
14,6 .
| Mc 6,27 - Mc 6,27 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] And immediately the king sent an executioner, and commanded
his head to be brought: and he went and beheaded him in the prison,
Luther-Bibel . 27 Und sogleich schickte der König den Henker hin und befahl,
das Haupt des Johannes herzubringen. Der ging hin und enthauptete ihn im Gefängnis
Tekstuitleg van Mc 6,27 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc
6,3 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,14 . (4) Mc
6,16 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,18 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,22 . (9) Mc
6,23 . (10) Mc
6,26 . (11) Mc
6,27 . (12) Mc
6,35 . (13) Mc
6,37 . (14) Mc
6,38 . (15) Mc
6,48 . (16) Mc
6,50 . (17) Mc
6,51 .
5. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) . Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .
11. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
15. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
6,19 . (3) Mc
6,20 . (4) Mc
6,27 . (5) Mc
6,49 . (6) Mc
6,50 . (7) Mc
6,54 . (8) Mc
6,56 .
16. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc
6,2 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
6,4 . (4) Mc
6,14 . (5) Mc
6,17 . (6) Mc
6,27 . (7) Mc
6,29 . (8) Mc
6,32 . (9) Mc
6,47 . (10) Mc
6,48 . (11) Mc
6,51 . (12) Mc
6,56 .
| Mc 6,28 - Mc 6,28 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] And brought his head in a charger, and gave it to the
damsel: and the damsel gave it to her mother.
Luther-Bibel . 28 und trug sein Haupt herbei auf einer Schale und gab's dem
Mädchen und das Mädchen gab's seiner Mutter.
Tekstuitleg van Mc 6,28 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
5. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,3 . (4) Mc
6,4 . (5) Mc
6,14 . (6) Mc
6,17 . (7) Mc
6,20 . (8) Mc
6,21 . (9) Mc
6,22 . (10) Mc
6,27 . (11) Mc
6,28 . (12) Mc
6,29 . (13) Mc
6,35 . (14) Mc
6,41 . (15) Mc
6,45 . (16) Mc
6,56 .
6. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc
6,25 . (2) Mc
6,28 . (3) Mc
6,39 . (4) Mc
6,47 . (5) Mc
6,48 . (6) Mc
6,49 . (7) Mc
6,52 . (8) Mc
6,53 . (9) Mc
6,55 . en ep' in Mc
6,34
8. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
10. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het
N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (14) : (1) Mc
1,31 . (2) Mc
4,30 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,26 . (5) Mc
6,28 . (6) Mc
8,35 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,11 . (9) Mc
10,15 . (10) Mc
11,2 . (11) Mc
11,13 . (12) Mc
12,21 . (13) Mc
12,23 . (14) Mc
14,6 .
11. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. :
bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc
6,18 . (2) Mc
6,22 . (3) Mc
6,28 . (4) Mc
6,32 . (5) Mc
6,39 . (6) Mc
6,48 .
13. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
14. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,14 . (2) Mc
6,28 . (3) Mc
6,29 . (4) Mc
6,45 . (5) Mc
6,46 . (6) Mc
6,47 . (7) Mc
6,51 .
20. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .
| Mc 6,29 - Mc 6,29 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] And when his disciples heard of it, they came and
took up his corpse, and laid it in a tomb.
Luther-Bibel . 29 Und als das seine Jünger hörten, kamen sie und nahmen seinen
Leichnam und legten ihn in ein Grab.
Tekstuitleg van Mc 6,29 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc
6,16 . (2) Mc
6,17 . (3) Mc
6,18 . (4) Mc
6,52 .
2. act. part. aor. nom. mv. akousantes van het werkw. akouô (horen)
. Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie
Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren ,
aanhoren) -> écouter .
Mc (7) : (1) Mc
3,21 . (2) Mc
4,18 . (3) Mc
6,29 . (4) Mc
10,41 . (5) Mc
14,11 . (6) Mc
15,35 . (7) Mc
16,11 .
3. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,29 . (3) Mc
6,30 . (4) Mc
6,31 . (5) Mc
6,35 . (6) Mc
6,44 . (7) Mc
6,49 .
4. nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) . Taalgebruik in het N.T. :
mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (17) . (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,23 . (3) Mc
5,31 . (4) Mc
6,1 . (5) Mc
6,29 . (6) Mc
6,35 . (7) Mc
7,5 . (8) Mc
7,17 . (9) Mc
8,4 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
9,28 . . (12) Mc
10,10 . (13) Mc
10,13 . (14) Mc
10,24 . (15) Mc
11,14 . (16) Mc
14,12 . (17) Mc
14,16 .
5. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,2 . (3)