MARCUSEVANGELIE , ZESDE HOOFDSTUK - MC 6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -
- http://www.interlevensbeschouwelijk.be/marcusc063034.html (terugkeer van de leerlingen) -- http://www.interlevensbeschouwelijk.be/marcusc063544.html (broodverhaal) --

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

Overzicht : Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16 ,
Tekstuitleg per pericope - Mc 6,1-6a - Mc 6,6b - Mc 6,7-13 - Mc 6,14-16 - Mc 6,17-29 - Mc 6,30-34 - Mc 6,30a - Mc 6,35-44a - Mc 6,45-52 - Mc 6,53-56
Tekstuitleg vers per vers : - Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -
http://www.bible-history.com/isbe/ bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik
- Mc 6,1-6a : 14de (veertiende) zondag door het b-jaar .
- Mc 6,7-13 : 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar .
- Mc 6,30-34 : 16de (zestiende) zondag door het b-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het zesde hoofdstuk van het Marcusevangelie :
145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 .
146. Jezus als leraar : Mc 6,6b -
147. Zending van de twaalf : Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 .
148. Herodes'mening over Jezus : Mc 6,14-16 - Mt 14,1-2 - Lc 9,7-9 .
149. Onthoofding van Johannes de Doper : Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 .
150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 .
151. Eerste broodvermenigvuldiging : Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a .
152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 .
153. Genezingen te Gennesaret : Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36 .



 



145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -

Lezing op de 14de (veertiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,1-6a .

In die tijd ging Jezus vandaar weg om zich naar zijn vaderstad te begeven en zijn leerlingen gingen met Hem mee. Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge. De talrijke toehoorders vroegen verbaasd: "Waar heeft Hij dat vandaan? En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is? En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten? Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?" En zij namen er aanstoot aan. Maar Jezus sprak tot hen: "Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring." Hij kon geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een klein aantal zieken genas die Hij de handen oplegde. Hij stond verwonderd over hun ongeloof. Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf.

Hoe verhoudt Nazaret zich tot Jezus. Jezus is afkomstig uit Nazaret . Volgens Marcus gaat Jezus van Nazaret naar Judea om zich door Johannes te laten dopen. Bij zijn terugkeer naar Galilea gaat hij niet naar Nazaret maar naar Kafarnaüm. Er is een sterke gelijkenis tussen het optreden van Jezus in Kafarnaüm (Mc 1,21 - Mc 1,22 - Mc 1,23-28 ) en Nazaret (Mc 6,1-6a) althans wat het begin van het optreden in Nazaret betreft. In Nazaret vindt hij aanhangers maar ook tegenstanders.

Volgens Mc 1,9 ging Jezus van Nazaret van Galilea naar Johannes de Doper om zich door hem te laten dopen. Volgens Mc 1,14 ging Jezus naar Galilea (terug). Maar hij ging niet naar Nazaret. Volgens Mc 6,1-6a had Jezus er mee- en tegenstanders.Dat past nog niet bij het begin van het Marcusevangelie. Jezus ging naar Galilea terug niet om zijn vroegere plaats herin te nemen en zijn vroegere taak terug op te nemen. Hij ging naar Galilea om in de lijn van Johannes de Doper leraar te zijn. Dat was duidelijk in Mc 1,14-28 maar het wordt nog eens duidelijk gemaakt in Mc 6,1-6a.

De familie van Jezus is niet zo opgezet met het optreden van Jezus (Mc 3,20). Maar wat is zo opmerkelijk? Na een reeks twistgesprekken (Mc 2,1-3,6) beslissen Farizeeërs en Herodianen om Jezus om te brengen. Na een samenvatting (Mc 3,7-12) volgt de roeping van de leerlingen, die eindigt met de vermelding van Judas, die Jezus overleverde (Mc 3,19). In Mc 3,20 vermeldt Marcus dat de familie van Jezus uittrok om hem vast te grijpen omdat hij waanzinnig (buiten zichzelf) was. We mogen niet vergeten dat de overlevering van Jezus aan de joodse en Romeinse overheden slechts mogelijk was door het verraad van een meest nabije, uit de eigen kring. De vrees dat het de familie van Jezus zou zijn komt hier om de hoek kijken. Het maande Jezus tot voorzichtigheid aan. Het is niet voor niets dat Jezus hierna predikte in parabels.

Mc 6,1 - Mc 6,1 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai exèlthen ekeithen kai erchetai eis tèn patrida autou, kai akolouthousin autôi hoi mathètai autou et egressus inde abiit in patriam suam et sequebantur illum discipuli sui En hij ging daarvandaan weg en hij kwam in zijn vaderstad en zijn leerlingen volgden hem.   Hij ging vandaar weg om Zich naar zijn vaderstad te begeven en zijn leerlingen gingen met Hem mee.   Hij ging daar weg en kwam in zijn vaderstad, en zijn leerlingen volgden Hem.   Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen.  Hij gaat weg daarvandaan en komt in zijn vaderstad aan; zijn leerlingen volgen hem.  1. Étant sorti de là, il se rend dans sa patrie, et ses disciples le suivent.  

Statenvertaling . 1 En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.
King James Bible . [1] And he went out from thence, and came into his own country; and his disciples follow him.
Luther-Bibel . 1 Und er ging von dort weg und kam in seine Vaterstadt, und seine Jünger folgten ihm nach.

Tekstuitleg van Mc 6,1 . Dit vers Mc 6,1 telt 15 (3 X 5) woorden , 32 (2 X 2 X 2 X 2 X 2) lettergrepen en 77 (7 X 11) letters . Mc 6,1 bestaat uit 3 nevenschikkende zinnen . De eerste nevenschikkende zin geeft aan vanwaar Jezus komt , de tweede waarnaar Jezus gaat .

  Mc 6,1 Mt 13,53 Lc 4,16
  1Καὶ ἐξῆλθεν ἐκεῖθεν, καὶ ἔρχεται εἰς τὴν πατρίδα αὐτοῦ, καὶ ἀκολουθοῦσιν αὐτῷ οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ. 53Καὶ ἐγένετο ὅτε ἐτέλεσεν Ἰησοῦς τὰς παραβολὰς ταύτας, μετῆρεν ἐκεῖθεν. 54καὶ ἐλθὼν εἰς τὴν πατρίδα αὐτοῦ 16Καὶ ἦλθεν εἰς Ναζαρά, οὗ ἦν τεθραμμένος,

Mc 6,1.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,1.2. ind. aor. 3de pers. enk. εξηλθεν = exèlthen (ging uit) van het werkw. εξερχομαι = exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het NT : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in de LXX : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Bijbel (289) . OT (222) . NT (67) . Mt (6) . (1) Mt 8,34 . (2) Mt 9,26 . (3) Mt 13,3 . (4) Mt 17,18 . (5) Mt 20,1 . (6) Mt 21,17 . Mc ( 11)  : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 1,28 . (3) Mc 1,35 . (4) Mc 2,12 . (5) Mc 2,13 .  (6) Mc 4,3 .  (7) Mc 6,1 .  (8) Mc 8,27 . (9) Mc 9,26 . (10) Mc 11,11 . (11) Mc 14,68 . Lc (8) : (1) Lc 2,1 . (2) Lc 4,14 . (3) Lc 4,35 . (4) Lc 5,27 . (5) Lc 7,17 . (6) Lc 8,5 . (7) Lc 8,35 . (8) Lc 17,29 . Joh (19) . Het is de 7de maal dat deze vorm εξηλθεν = exèlthen in Mc gebruikt wordt . Het huis , waarnaar verwezen wordt , is een besloten ruimte . Men kan er buitengaan . Een vorm van εξερχομαι = exerchomai in de LXX (216) , in het NT (742) , in Mc (38) .
- act. part. aor. nom. mann. enk. εξελθων = exelthôn (uitgegaan) van het werkw. εξερχομαι = exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het NT : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in de LXX : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Bijbel (38) . LXX (17) . NT (21 : Een vorm van εξερχομαι = exerchomai in de LXX (216) , in het NT (742) , in Mc (38) .
- Link met εισελθων = eiselthôn (binnengegaan) (Mc 5,39) . εις τον οικον = eis ton oikon (Mc 5,38) wordt verondersteld . Mc 5,39-43 speelt zich binnenkamers af . Jezus ging uit het huis van het dochtertje van Jaïrus dat hij uit de doden opwekte .
- Uit-gaan kan betekenen : van een besloten ruimte zoals een huis, een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .

  exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan)  Mc 1 Mc 2 Mc 4 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 11 Mc 14 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  ind. aor. 3de pers. enk. exèlthen   3 : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 1,28 . (3) Mc 1,35 . 2 : (1) Mc 2,12 . (2) Mc 2,13 1 : Mc 4,3 . 1 : Mc 6,1 . 1 : Mc 8,27 . 1 : Mc 9,26 . 1 : Mc 11,11 . 1 : Mc 14,68 . 289  222 67  11  19  11  25  44     

Mc 6,1.1. - 2. και εξηλθεν = kai exèlthen (en hij ging uit) . NT (18) : (1) Mt 9,26 . (2) Mt 17,18 . (3) Mc 2,13 .  (4) Mc 6,1 .  (5) Mc 8,27 . (6) Mc 14,68 . (7) Lc 7,17 . enz. Maar vaak gaat een participiumzin of een bepaling aan het vervoegd werkw. εξηλθεν = exèlthen vooraf .
- εξηλθεν δε = exèlthen de (hij echter ging uit) . Bijbel = NT (1) : Lc 8,35 .
- ὁ δε εξελθων = (ho) de exelthôn (hij echter uitgegaan) . Slechts in Mc 1,45 in het NT .
- και εξελθων = kai exelthôn (en uitgegaan) . LXX (8) . NT (8) : (1) Mt 14,14 . (2) Mt 15,21 . (3) Mt 20,3 . (4) Mt 24,1 . (5) Mt 26,75 . (6) Mc 6,34 . (7) Lc 22,39 . (8) Hnd 12,9 .
- Hebreeuws : וַיֵּצֵא = wajjetse´ (en hij ging uit) < waw consec. en qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. יָצָא = jâtsa´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalswaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 29 (priemgetal) OF 101 priemgetal . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (191) . Pentateuch (55) . Eerdere Profeten (76) . Latere Profeten (21) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (33) .
- Latijn : act. part. aor. nom. mann. enk. egressus (uitgeschreden) van het werkw. egredi (uitschrijden) . Bijbel (181) . Mc (6) .

Mc 6,1.3. εκειθεν = ekeithen . Taalgebruik in het NT : vanhier, vandaar . Taalgebruik in de LXX : vanhier, vandaar . Taalgebruik in Mc : vanhier, vandaar . Mc (5) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,11 . (4) Mc 7,24 . (5) Mc 10,1 .
- Mc 6,10 en Mc 6,11 behoren tot de zendingsrede . εκειθεν = ekeithen (vandaar) in de andere drie verzen maken telkens deel uit van de linken tussen οχλος = ochlos (menigte) , οικος = oikos of οικια = oikia (huis) en εκειθεν = ekeithen (vandaar) .
- και εκειθεν = kai ekeithen (en vandaar) . LXX (9) : (1) Gn 11,9 . (2) Nu 21,13 . (3) Nu 21,16 . (4) Dt 30,4 . (5) Joz 19,13 . (6) 2 K 2,25 . (7) 2 K 7,2 . (8) 2 K 7,19 . (9) Mi 4,10 . NT (2) : (1) Mc 7,24 . (2) Lc 9,4 .
- εκειθεν δε = de ekeithen (echter vandaar) . LXX (5) : NT (0) .

  ekeithen (vandaar)  Mc Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ekeithen  (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,11 (4) Mc 7,24 .   (5) Mc 10,1 157  130  27  12    20  22 
kakeithen      (1) Mc 9,30 .   10    10             
  totaal  167  130  37  12  12    20  22 

- Hebreeuws : מִשָּׁם = misjsjâm (vandaar) < prefix voorzetsel min + bijwoord van sj-m . שָׁם = sjâm (daar) OF שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (103) . Pentateuch (37) .
- וּמִשָּׁם = ûmisjsjam (en vandaar) < prefix voegwoord wë + prefix voorzetsel min + bijwoord sj-m . Tenakh (8) .
- Hebreeuws : שָׁם = sjâm (daar) . Zie het werkw. שָׂם = shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalswaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . s-m : Tenakh (1424) .
- Ned. : daar (aanwijz. bijw. van plaats; da.. r) <-> hier (aanwijz. bijw. van plaats : hi...r; zie persoonl. voornaamw. hij) . D. : da <-> hier . E. : the-re <-> he-re . Grieks : εκει (hier; Fr. : ici; k - c -h) . Arabisch : هناك = hunak (daar; h... in Ned. : hij) <-> هنا = huna (hier) . Hebreeuws : שָׁם = sjâm (daar) . Zie het werkw. שָׂם = shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Lat. : ibi (daar) <-> hic (hier) .

Linken tussen ochlos (menigte) (Mc 5,21) , oikos (huis) (Mc 5,38) en kai exèlthen ekeithen (vanaf hier) (Mc 6,1) . Dochtertje van Jaïrus + bloedbloeiende vrouw , in het huis van Jaïrus , Nazaret .
- Mc 5,21 : sunèchthè ochlos polus ep'auton (verzamelde zich een grote menigte bij hem) .
- Mc 5,37 : kai ouk afèken oudena ... ei mè (en hij liet niet toe ... tenzij) . Mc 5,38 : kai erchontai eis ton oikon tou ... (en zij gaan naar het huis van...) .
- Mc 6,1 : και εξηλθεν = kai exèlthen ekeithen (en hij ging vandaar naar buiten) .

Mc 6,1.2. - 3. εξηλθεν εκειθεν = exèlthen ekeithen (hij ging vandaar uit) . LXX (2) : (1) Gn 10,14 . (2) 1 K 12,25 . NT (2) : (1) Mc 6,1 . (2) Joh 4,43 .

Mc 6,1.1. - 3. και εξηλθεν εκειθεν = kai exèlthen ekeithen (en hij ging vandaar uit) . Bijbel (2) : (1) 1 K 12,25 . (2) Mc 6,1 .
- Een vorm van εξερχομαι = exerchomai (uitgaan, naar buiten gaan) EN εκειθεν = ekeithen (vanaf hier) in : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 ; EN κακειθεν = kakeithen (en vanaf hier) εξελθοντες = exelthontes (uitgegaan) : Mc 9,30 .
- וַיֵּצֵא מִשָּׁם = wajjetse´ misjsjâm (en vandaar ging hij uit) . Tenakh (3) : (1) Joz 19,34 . (2) 1 K 12,25 . (3) Jr 43, 2 .

Mc 6,1.1. - 3. Er zijn nogal grote gelijkenissen tussen Mc 6,1 , Mc 7,24 , Mc 9,30 en Mc 10,1 . εκειθεν = ekeithen verwijst naar een vorige plaats die verlaten wordt . Hierop volgt dat er naar een andere plaats wordt gegaan . Vanwaar... naar waar .

Mc 6,1.4. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 . Begin van de tweede nevenschikkende hoofdzin in Mc 6,1 . Tweede nevenschikkende zin .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,1.2. - 4. εξηλθεν εκειθεν και = exèlthen ekeithen kai (hij ging vandaar uit en) . LXX (1) : (1) 1 S 12,25 . NT (2) : (1) Mc 6,1 . (2) Joh 4,43 .

Mc 6,1.5. ind. praes. 3de pers. enk. ερχεται = erchetai (hij gaat) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 3,20 . (4) Mc 3,31 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 4,21 . (7) Mc 5,22 . (8) Mc 6,1 . (9) Mc 6,48 . (10) Mc 10,1 . (11) Mc 13,35 . (12) Mc 14,17 . (13) Mc 14,37 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,66 . (16 ) Mc 15,36 . Een vorm van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) in de LXX (1054) , in het NT (631) , Mt (111) , Mc (86) , Lc (100) , Joh (156) , Hnd (54) , in Mc 6 (5) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 6,48 .  (5) Mc 6,53 .
In Mc 1,40 komt een zieke naar Jezus . In Mc 5,22 gaat een synagoge-overste om genezing vragen voor zijn dienaar . In Mc 6,1 gaat Jezus naar zijn vaderstad . In 7 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 6,1 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 10,1 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,37 . (7) Mc 14,41 .

erchomai (gaan, komen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. 3de p. enk. erchetai 130 42 88 13 16 11 37 1 7 40  77 

- Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) .
- Ned. : gaan . D. : gehen . E. : go . Grieks : ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Lat. : ire . vadere (Fr. je vais , il va) . ambulare (Fr. nous allons , vous allez) .

Mc 6,1.4. - 5. και ερχεται = kai erchetai (en hij gaat, en hij komt) . LXX (10) : (1) 1 S 10,10 . (2) 1 S 10,13 . (3) 1 S 19,22 . (4) 1 S 20,1 . (5) 1 S 20,24 . (6) 1 S 21,2 . (7) 1 S 22,1 . (8) 1 K 11,43 . (9) 1 K 19,3 . (10) 1 K 21,43 . NT (11) . Mt (2) : (1) Mt 8,9 . (2) Mt 26,40 . Mc (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 . Lc (2) : (1) Lc 7,8 . (2) Lc 14,27 . Joh (2) : (1) Joh 11,29 . (2) Joh 20,2 . In Mc bij het begin van het vers (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 . In het midden van de zin : Mc 6,1 .
- και ερχονται = kai erchontai (en zij gaan) . LXX (7) : (1) 1 S 7,1 . (2) 1 S 11,4 . (3) 1 S 19,16 . (4) 1 S 26,1 . (5) 1 S 31,7 . (6) 1 K 13,11 . NT (9) = Mc (9) : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 3,20 / Mc 3,19 (variante ερχονται = erchontai = zij gaan) . (4) Mc 5,15 . (5) Mc 5,38 . (6) Mc 8,22 . (7) Mc 10,46 . (8) Mc 11,15 . (8) Mc 11,27 . (9) Mc 12,18 . (10) Mc 14,32 .
- Hebreeuws : prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיָּבּוֹא = wajjâbô´ (en hij ging) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (21) : (1) 1 S 4,13 . (2) 1 K 3,15 . (3) 1 K 7,14 . (4) 1 K 13,11 . (5) 1 K 22,15 . (6) 1 K 22,30 . (7) 1 K 22,37 . (8) 2 K 9,30 . (9) Js 38,1 . (10) Ez 14,1 . (11) Ez 23,44 . (12) Ez 36,20 . (13) Ez 40,6 . (14) Hos 6,3 . (15) Ps 24,7 . (16) Job 1,6 . (17) Job 2,1 . (18) Est 4,2 . (19) Est 4,9 . (20) Est 5,10 . (21) Est 6,6 .
- וַּיָּבִא = wajjâbe´ (en hij ging) < prefix voegwoord consec. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (289) .
- Hebreeuws : prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבֹאוּ = wajjâbo´û (en zij gingen) OF prefix verbindingswoord wë + act. hifil imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבִאוּ = wajjâbhi´û (en zij lieten komen, zij brachten) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (195) . Pentateuch (47) . Eerdere Profeten (99) Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (33) .

Mc 6,1.6. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

Mc 6,1.5. - 6. ερχεται εις = erchetai eis (hij gaat naar) . LXX (9) : (1) Gn 32,7 . (2) 1 S 10,13 . (3) 1 S 22,1 . (4) 1 K 11,43 . (5) 1 K 19,3 . (6) 1 K 21,43 . (7) Spr 14,12 . (8) Spr 14,15 . (9) Jr 31,21 . NT (5) . Mc (5) : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 5,38 (variante erchontai : zij gaan) . (3) Mc 6,1 . (4) Mc 8,22 (variante erchontai = zij gaan) . (5) Mc 10,1 . Joh ( 1) Joh 11,3 . Jezus is telkens onderwerp .
- ερχονται εις = erchontai eis (zij gaan naar) . LXX (2) : (1) 2 S 2,29 . (2) 1 K 11,18 . NT (4) : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 10,46 . (3) Mc 11,15 . (4) Mc 14,32 .

Mc 6,1.4. - 6. και ερχεται εις = kai erchetai eis (en hij gaat naar, en hij komt naar) . LXX (5) : (1) 1 S 10,13 . (2) 1 S 22,1 . (3) 1 K 11,43 . (4) 1 K 19,3 . (5) 1 K 21,43 . NT (2) : (1) Mc 5,38 (variante ερχονται = erchontai : zij gaan; dochter van Jaïrus) . (2) Mc 8,22 (variante ερχονται = erchontai = zij gaan; Betsaïda) .
- και ερχονται εις = kai erchontai eis (en zij gaan naar) . LXX (2) : (1) 2 S 2,29 . (2) 1 K 11,18 . NT (4) : (1) Mc 3,20 (een huis) . (2) Mc 10,46 (Jericho) . (3) Mc 11,15 (Jeruzalem) . (4) Mc 14,32 (streek van Getsemani) .

kai erchetai eis (en hij gaat naar) + plaatsbepaling . Onderwerp is Jezus .
(1) Mc 3,20 (erchetai eis oikon = hij gaat naar huis) .
(2) Mc 6,1 (erchetai eis tèn patrida autou = hij gaat naar zijn vaderstad) .
(3) Mc 10,1 (erchetai eis ta horia tès Ioudaias = hij gaat naar het gebied van Judea) .

Mc 6,1.7. bep. lidw. acc. vr. enk. την = tèn (de) van het bepaald lidw. vr. enk. ἡ = hè . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 6 (11) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,17 . (5) Mc 6,18 . (6) Mc 6,24 . (7) Mc 6,25 . (8) Mc 6,27 . (9) Mc 6,28 . (10) Mc 6,53 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
9. acc. vr. enk. tèn 109  12 4 5 9 9 11 10 4 5 11 5 6 3 7 6 2 6161  4889  1272  180  109  149  121  198  404  111  438  559 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,1.5. - 7. - ερχεται εις την = erchetai eis tèn (hij ging naar de) . Bijbel (2) : (1) 1 K 11,43 . (2) Mc 6,1 .
- ερχεται εις τον = erchetai eis ton (hij gaat naar de) . LXX (1) : 1 S 10,13 . NT (1) : Mc 5,38 .
- ερχεται εις το = erchetai eis to (hij gaat naar het) . LXX (1) : 1 S 22,1 . NT (1) : Joh 11,38 .
- ερχεται εις τα = erchetai eis ta (hij gaat naar de) . Bijbel (1) : Mc 10,1 .

Mc 6,1.8. acc. vr. enk. πατριδα = patrida (vaderstad) van het zelfst. naamw. πατρις , -δος = patris (vaderstad) . Taalgebruik in het NT : patris (vaderstad) . Taalgebruik in de LXX : patris (vaderstad) . Bijbel (7) . LXX (4) : (1) Lv 25,10 . (2) Jr 46,16 . (3) Est 2,10 . (4) Est 2,20 . NT (3) : (1) Mt 13,54 . (2) Mc 6,1 . (3) Heb 11,14 . Een vorm van πατρις , -δος = patris (vaderstad) in de LXX (23) , in het NT (8) . Nazaret , een dorp van weinige betekenis ten tijde van Jezus , lag ongeveer 4,5 km ten zuiden van de koninklijke hoofdplaats Sepphoris op de zuidgrens van Galilea . De plaats waar Jezus zijn kinder- en jeugdjaren heeft doorgebracht . Hier wordt de houding geschetst hoe de geboorteplaats , de bloedverwanten en de huisgenoten tegenover een profeet staan , in concreto tegenover Jezus .
- Hebreeuws : מִשְׁפַּחְתּוֹ = misjëpachëthô (zijn stam) : zelfst. naamw. stat. constr. vr. enk. + suffix bezitt. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Zie het zelfst. naamw. מִשְׁפַּחְָה = misjëpâchâh (geslacht, stam) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , chet = 8 , he = 5 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 433 (priemgetal) . Strructuur : 4 - 3 -8 - 8 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (4) : (1) Lv 25,10 . (2) Lv 25,41 . (3) Nu 27,4 . (4) Re 1,25 .
- Van Cangh (2005) , p.172 vertaalt met = môladëthô (zijn verwantschap) < zelfst. naamw. stat. constr. vr. enk. + suffix bezittel voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (2) : (1) Gn 11,28 . (2) Jr 22,10 .
- שְׁפַּחְתְּנוּ = môladëthenû (onze verwantschap) < zelfst. naamw. stat. constr. vr. enk. + suffix bezittel voornaamw. 1ste pers. mv. . Tenakh (1) : Jr 46,16 .

Mc 6,1.9. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,1.6. - 8. εις την πατριδα = eis tèn patrida (naar zijn vaderland / -stad) . Bijbel (3) : (1) Lv 25,10 . (2) Jr 46,16 . (3) Mt 13,54 . (4) Mc 6,1 .

Mc 6,1.6. - 9. εις την πατριδα αυτου = eis tèn patrida autou (naar zijn vaderstad) . Bijbel (3) : (1) Lv 25,10 . (2) Mt 13,54 . (3) Mc 6,1 .
- אֶל מִשְׁפַּחְתּוֹ = `el misjëpachëthô (naar zijn stam) . Tenakh (1) : Lv 25,10 .
- Bij de studie van Mc 6,1 botste ik op de uitdrukking ‘naar zijn vader(-land, -stad)’. Deze uitdrukking komt 1X voor in de LXX , de Griekse vertaling van de Hebreeuwse bijbel , nl. in Lv 25,10 (Leviticus 25,10). We lezen: “Héiligen zult ge het jaar van de vijftig jaar, en vrijlating uitroepen in het land voor al zijn bewoners: een joveel zal het voor u wezen,- terugkeren zult ge ieder naar zijn stek,- ieder naar zijn familie keert ge terug!” (Naardense vertaling).  De uitdrukking staat in de context van het 50ste jaar, het jobel/jubeljaar.  Het is het jaar van vergeving en herstel.  Op de 10de dag van de maand tisjri is het jom kippoer (grote verzoendag). In het 50ste jaar, op jom kippoerdag, wordt het jobeljaar uitgeroepen. Die dag is een sjabbatdag.
Zou Marcus Jezus bij gelegenheid van het jobeljaar naar zijn vader(-stad/-land) laten terugkeren en zou hij Jezus op jom kippoerdag, die een sjabbatdag is, hebben laten optreden? Zou niet alleen Jezus, maar ook de messiaanse christenen naar hun vader(-land, -stad) zijn teruggekeerd en op jom kippoer, een sjabbatdag, zijn opgetreden in de synagoge? Het doel van de 50ste jaar is vergeving, herstel, verzoening. Het kan bijna niet anders dat dit het thema van de synagogedienst moet geweest zijn.

Mc 6,1.10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,1.11. act. ind. praes. 3de pers. mv.  ακολουθουσιν = akolouthousin (zij volgen) . ακολουθεω = akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in het NT : akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in de LXX : akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in Mc : akoloutheô (volgen) . Bijbel (3) : (1) Mt 8,10 . (2) Mc 6,1 . (3) Joh 10,27 . Een vorm van ακολουθεω = akoloutheô (volgen) in de LXX (13) , in het NT (90) , in Mc (17) , in Lc (17) . In de LXX kan ακολουθεω = akoloutheô de vertaling van 4 Hebreeuwse werkwoorden zijn .

Mc 6,1.12. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,1.11. - 12. Een vorm van akoloutheô + aanwijz. vnw. dat. mann. enk. autô(i) : hem volgen . In de betekenis van Jezus volgen : Mc (6) : (1) Mc 2,14 . (2) Mc 5,24 . (3) Mc 6,1 . (4) Mc 10,52 . (5) Mc 14,54 . (6) Mc 15,41 .  Iemand anders dan Jezus : (1) Mc 14,13 .

Mc 6,1.13. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi 101 4 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,1.14. nom. mann. mv. μαθηται = mathètai (leerlingen) van het zelfst. naamw. μαθητης = mathètès (leerling) . Taalgebruik in het NT : mathètès (leerling) . Taalgebruik in de LXX : mathètès (leerling) . Mc (17) . (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,23 . (3) Mc 5,31 . (4) Mc 6,1 . (5) Mc 6,29 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 7,5 . (8) Mc 7,17 . (9) Mc 8,4 . (10) Mc 8,27 . (11) Mc 9,28 . . (12) Mc 10,10 . (13) Mc 10,13 . (14) Mc 10,24 . (15) Mc 11,14 . (16) Mc 14,12 . (17) Mc 14,16 . Een vorm van μαθητης = mathètès (leerling) in de LXX (-) , in het NT (262) . 4de X nom. , 9de X een vorm van mathètès (leerling) .

  mathètès (leerling) Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  syn. ev.
5 nom. mv. mathètai 2 : (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,23 .     1 : Mc 5,31 3 : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,35 . 2 : (1) Mc 7,5 . (2) Mc 7,17 . 2 : (1) Mc 8,4 . (2) Mc 8,27 . 1 : Mc 9,28 . 3 : (1) Mc 10,10 . (2) Mc 10,13 . (3) Mc 10,24 . 1 : Mc 11,14 .     2 : (1) Mc 14,12 . (2) Mc 14,16 .   105 105 38 17 10 36 4 65 101

Mc 6,1.15. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,1.13. - 15. οἱ μαθηται αυτου = oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .


- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,2 - Mc 6,2 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai genomenou sabbatou èrxato didaskein en tèi sunagôgèi kai polloi akouontes exeplèssonto legontes audientes admirabantur in doctrina eius dicentes unde huic haec omnia et quae est sapientia quae data est illi et virtutes tales quae per manus eius efficiuntur  En toen het sabbat was, gebon hij te leren in de synagoge, en velen die hem hoorden waren verbouwereerd, zeggend: Waarvandaan (komen) bij deze (man) deze dingen, en wat is de wijsheid die aan deze gegeven is, en dergelijke machtsdaden die door zijn handen gebeuren?  Toen de sabbat kwam begon Hij te onderrichten in de synagoge. De talrijke toehoorders vroegen verbaasd : Waar heeft Hij dat vandaan? En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is? En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten?   [2] Toen het sabbat was, begon Hij in de synagoge onderricht te geven. Veel toehoorders waren verbaasd en zeiden: ‘Waar heeft Hij dat vandaan, wat voor wijsheid is Hem gegeven, en dan die machtige daden die door zijn handen totstandkomen?  [2] Toen de sabbat was aangebroken, gaf hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen!  2 Het wordt sabbat en hij vangt aan onderricht te geven in de synagoge; en de velen die hem bezig horen zijn uit het veld geslagen en zeggen: vanwaar heeft hij deze dingen en wat voor wijsheid is hem gegeven?– en dan zulke krachten, dat die door zijn handen geschieden?–   2. Le sabbat venu, il se mit à enseigner dans la synagogue, et le grand nombre en l'entendant étaient frappés et disaient : « D'où cela lui vient-il ? Et qu'est-ce que cette sagesse qui lui a été donnée et ces grands miracles qui se font par ses mains ?

Statenvertaling . 2 En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
King James Bible . [2] And when the sabbath day was come, he began to teach in the synagogue: and many hearing him were astonished, saying, From whence hath this man these things? and what wisdom is this which is given unto him, that even such mighty works are wrought by his hands?
Luther-Bibel . 2 Und als der Sabbat kam, fing er an zu lehren in der Synagoge. Und viele, die zuhörten, verwunderten sich und sprachen: Woher hat er das? Und was ist das für eine Weisheit, die ihm gegeben ist? Und solche mächtigen Taten, die durch seine Hände geschehen?

Tekstuitleg van Mc 6,2 .

  Mc 6,2    
  2καὶ γενομένου σαββάτου ἤρξατο διδάσκειν ἐν τῇ συναγωγῇ: καὶ πολλοὶ ἀκούοντες ἐξεπλήσσοντο λέγοντες, Πόθεν τούτῳ ταῦτα, καὶ τίς σοφία δοθεῖσα τούτῳ καὶ αἱ δυνάμεις τοιαῦται διὰ τῶν χειρῶν αὐτοῦ γινόμεναι; ἐδίδασκεν αὐτοὺς ἐν τῇ συναγωγῇ αὐτῶν, ὥστε ἐκπλήσσεσθαι αὐτοὺς καὶ λέγειν, Πόθεν τούτῳ σοφία αὕτη καὶ αἱ δυνάμεις; καὶ εἰσῆλθεν κατὰ τὸ εἰωθὸς αὐτῷ ἐν τῇ ἡμέρᾳ τῶν σαββάτων εἰς τὴν συναγωγήν, 22Καὶ πάντες ἐμαρτύρουν αὐτῷ καὶ ἐθαύμαζον ἐπὶ τοῖς λόγοις τῆς χάριτος τοῖς ἐκπορευομένοις ἐκ τοῦ στόματος αὐτοῦ,

Mc 6,2.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,2.2. part. aor. gen. onz. enk. γενομενου = genomenou (geworden) van het werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in de LXX : ginomai (worden) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Bijbel (13) : (1) Gn 21,3 . (2) Job 31,25 . (3) 2 Mak 02,22 . (4) 2 Mak 08,24 . (5) 2 Mak 12,22 . (6) 2 Mak 14,44 . (7) Mt 26,6 . (8) Mc 6,2 . (9) Hnd 1,16 . (10) Hnd 25,15 . (11) Hnd 28,9 . (12) Rom 1,3 . (13) Heb 9,15 . Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) .
- part. aor. gen. mann. en onz. enk. διαγενομενου = diagenomenou (doorgekomen) van het werkw. διαγινομαι = diaginomai (doorkomen, doorbrengen, vergaan, vervliegen) . Taalgebruik in de Bijbel : diaginomai (doorkomen, doorbrengen) . Bijbel : (1) Mc 16,1 (2) Hnd 27,9 . Een vorm van διαγινομαι = diaginomai in de LXX (1) : 2 Mak 11,26 , in het NT (3) : (1) Mc 16,1 (2) Hnd 25,13 . (3) Hnd 27,9 . Telkens is het in een losse genitiefconstructie , die een tijdsbepaling aanduidt .

1. - 2. και γενομενου = kai genomenou (en geworden) . LXX (1) : 2 Mak 12,22 . NT (1) : Mc 6,2 .
- και διαγενομενου = kai diagenomenou (en doorgekomen) . Bijbel (1) : Mc 16,1 .

Mc 6,2.3. gen. onz. enk. σαββατου = sabbatou (sabbat) van het zelfst. naamw. σαββατον = sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in het NT : sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in de LXX : sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in Mc : sabbaton (sabbat) . Mc (4) : (1) Mc 2,28 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 16,1 . (4) Mc 16,9 . Een vorm van σαββατον = sabbaton (sabbat) in de LXX (130) , in het NT (68) .

  sabbaton (sabbat)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. onz.  enk. sabbatou 26  13  13    10  11   
  totaal 181 116 65  10  11  20  12  10    41  53   

    Mt Mc Lc Joh syn.  ev. 
2 gen. onz.  enk. sabbatou 1 : Mt 12,8 . 4 : (1) Mc 2,28 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 16,1 . (4) Mc 16,9 . 5 : (1) Lc 6,5 . (2) Lc 13,14 . (3) Lc 13,16 . (4) Lc 14,5 . (5) Lc 18,12 1 : Joh 19,31 . 10 : (1) Mt 12,8 // Mc 2,28 // Lc 6,5 . (2) Mc 6,2 // Lc 4,16 . 11 

Mc 6,2.2. - 3. In Mc 6,2 vinden we de losse genitief γενομενου σαββατου = genomenou sabbatou (toen het sabbat was geworden = op sabbat) . Zo komt het begin van Mc 6,2 sterk overeen met het begin van Mc 16,1 . De combinatie van γενομενου = genomenou en sσαββατου = abbatou komt in de bijbel enkel hier voor .

Mc 1,21 Mc 6,2 Mc 16,1 Mc 16,2
      kai lian prôi (en zeer vroeg)
tois sabbasin (op sabbatdagen) kai genomenou sabbatou (en toen het sabbat was geworden) kai diagenomenou tou sabbatou (en toen de sabbat was voorbijgegaan) en tèi miai tôn sabbatôn (op de eerste van de weken)
      anateilantos tou hèliou (bij zonsopgang)
24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 .   145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 

- Hebreeuws : הַשַּׁבָּת = sjâbbath (sabbat) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 .Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (39) . Pentateuch (15) : (1) Ex 16,29 . (2) Ex 20,8 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 31,14 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,16 . (7) Ex 35,3 . (8) Lv 23,11 . (9) Lv 23,15 . (10) Lv 23,16 . (11) Lv 24,8 . (12) Nu 15,32 . (13) Nu 28,9 . (14) Dt 5,12 . (15) Dt 5,15 .
- zelfst. naamw. שַׁבָּת = sjâbbath (sabbat) . Zie : sj-b-th . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Stat. constructus . Tenakh (11) : (1) Ex 16,23 . (2) Ex 31,15 . (3) Ex 35,2 . (4) Lv 16,31 . (5) Lv 23,3 . (6) Lv 23,32 . (7) Lv 25,4 . (8) Lv 25,6 . (9) Nu 28,10 . (10) Neh 9,14 . (11) 1 Kr 9,32 .

Marcus presenteert het optreden van Jezus in Kafarnaüm en in Nazaret in een parallelverhaal . Het meer van Galilea en de stad Kafarnaüm aan de oever gaf Jezus en zijn leerlingen een groter veiligheidsgevoel dan b.v. Nazaret , omdat zij bij gevaar de zee konden oversteken . Na de dood van Jezus zullen de leerlingen terug naar Galilea gaan .

Mc 6,2.4. ind. aor. 3de pers. enk. ηρξατο = èrxato (hij begon) van het werkw. αρχομαι = archomai (beginnen) . Taalgebruik in het NT : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in de LXX : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Mc (18) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 .

archomai (beginnen, aanvangen) Mt Mc  Lc syn. Mc Mc 1

Mc 2

Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br.
ind. aor. 3de p. enk. èrxato 7 : (1) Mt 4,17 . (2) Mt 11,7 . (3) Mt 11,20 . (4) Mt 16,21 . (5) Mt 16,22 . (6) Mt 26,37 . (7) Mt 26,74 . 18 : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 . (1) Lc 4,21 .  (2) Lc 7,15 . (3) Lc 7,24 . (4) Lc 7,38 . (5) Lc 9,12 . (6) Lc 11,29 . (7) Lc 12,1 . (8) Lc 14,30 . (9) Lc 15,14 . (10) Lc 19,45 . (11) Lc 20,9 . (1) Mt 11,7 // Lc 7,24 . (2) Mt 16,21 // Mc 8,31 . (3) Mt 16,22 // Mc 8,32 . (4) Mt 26,37 // Mc 14,33 . (5) Mt 26,74 // Mc 14,71 . (6) Mc 11,15 // Lc 19,45 . (7) Mc 12,1 // Lc 20,9 . 18 1 : (1) Mc 1,45 .   1 : Mc 4,1 . 1 : (3) Mc 5,20 . 3 : (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . 2 : (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . 3 : (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . 1 : (12) Mc 11,15 . 1 : (13) Mc 12,1 . 1 : (14) Mc 13,5 . 3 : (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 . 1 : (18) Mc 15,8 . 76 35 41 7 18 11 1 4  

- Hebreeuws : וַיָּחֶל = wajjâchèl (en hij begon) < prefiw voegwoord w consecutivum + act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. חָלַל = châlal (beginnen) . Taalgebruik in Tenakh : châlal (beginnen) . Getalswaarde : chet = 8 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 68 (2² X 17) . Structuur : 8 - 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh () : (1) Gn 8,10 . (2) Gn 9,20 . (3) Nu 25,1 . (4) Re 16,22 . (5) 1 S 31,3 . (6) Jon 3,4 . (7) 1 Kr 10,3 . (8) 2 Kr 3,1 . (9) 2 Kr 3,2 .

Mc 6,2.5. actief inf. praes. διδασκειν = didaskein (onderrichten) van het werkw. διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) . Taalgebruik in de NT : didaskô (leren) . Taalgebruik in de LXX : didaskô (leren) . Bijbel (15) . OT (2) . Ezr (1) : Ezr 7,10 . 2 Kr (1) : 2 Kr 17,7 . NT (13) . Mt (1) : Mt 11,1 . Mc (4) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 8,31 . Lc (1) : Lc 6,6 . Joh (1) : Joh 7,35 . Hnd (4) : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 4,2 .(3) Hnd 4,18 . (4) Hnd 5,28 . Br. : (1) 1 Tim 2,12 . (2) Heb 5,12 . Een vorm van διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) in de LXX (107) , in het NT (95) , in Mt (14) , in Mc (17) , in Lc (17), in Joh (6) . In Marcus in vier verzen telkens voorafgegaan door het werkwoord ηρξατο = èrxato (hij begon) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 8,31 .
- Hebreeuws : לְלַמֵּד = lëlammed (om te onderrichten) < prefix voorzetsel lë + piël infin. absol. van het werkw. לָמַד = lâmad (leren, onderrichten) . Taalgebruik in Tenakh : lâmad (leren, onderrichten) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 ; mem = 13 of 40 , daleth = 4 ; totaal : 29 of 74 (2 X 37) . Structuur : 3 - 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (5) : (1) Dt 4,14 . (2) Dt 6,1 . (3) 2 S 1,18 . (4) Ps 60,1 . (5) 2 Kr 17,7 .
- וּלְלַמֵּד = ûlëlammed (en om te onderrichten) < prefix voegwoord wë -> û + prefix voorzetsel lë + piël infin. absol. .

Mc 6,2.4. - 5. ηρξατο διδασκειν = èrxato didaskein (hij begon te onderrichten) . Bijbel = NT (4) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 8,31 .
- ηρξατο κηρυσσειν = èrxato kèrussein (hij begon te verkondigen) . Bijbel = Mc (2) : (1) Mc 1,45 . (3) Mc 5,20 .

Mc 6,2.6. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Mc 6,2.7. bep. lidw. dat. vr. enk. τῃ = tè(i) (de) van het bepaald lidw. ἡ = hè . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 6 (5) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,28 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 
  Totaal   54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Ned. : de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,2.8. dat. vr. enk. συναγωγῃ = sunagôgè(i) (in de synagoge) van het zelfst. naamw. συναγωγη = sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in het NT : sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in de LXX : sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in Mc : sunagôgè (synagoge) . NT (14) : Mt 13,54 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 6,2 . (4) Lc 4,20 . (5) Lc 4,28 . (6) Lc 4,33 . (7) Joh 6,59 . (8) Joh 18,20 . (9) Hnd 17,1 . (10) Hnd 17,17 . (11) Hnd 18,4 . (12) Hnd 18,7 . (13) Hnd 18,26 . (14) Apk 2,9 .
Een vorm van συναγωγη = sunagôgè (synagoge) in Mc 1 (4) : (1) Mc 1,21 (acc. συναγωγην = sunagôgèn) . (2) (1) Mc 1,23 (dat. συναγωγῃ = sunagôgè(i) . (3) Mc 1,29 (gen. συναγωγης = sunagôgès) . (1) Mc 1,39 (acc. συναγωγας = sunagôgas) .

sunagôgè (synagoge)    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat. vr. enk. sunagôgè(i)     102  88  14       
totaal   261  205  56  15  19  32  34     

In de LXX is συναγωγη = sunagôgè voor het merendeel de vertaling van `edâh (132X /+200), in mindere mate van qâhal (35X) , en in drie verzen van ´âsaph : (1) Ex 23,16 (bë´âsëpëkhâ (in jouw samenkomst) = εν τῃ συναγωγῃ = en tè sunagôgèi) . (2) Ex 34,22 (wechag hâ´âsîph en het feest van de samenkomst = ἑορτην συναγωγης = heortèn sunagôgès) .

sunagôgè (synagoge)  NT Mt Mc Lc Joh syn.  ev.  Hnd Br. Apk
nom. + dat. vr. enk. sunagôgè(i) 14  1 : Mt 13,54 . 2 : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 6,2 . 3 : (1) Lc 4,20 . (2) Lc 4,28 . (3) Lc 4,33 . 2 : (1) Joh 6,59 . (2) Joh 18,20 . 6 : (1) Mt 13,54 // Mc 6,2 // Lc 4,16 . (2) Mc 1,23 // Lc 4,33 . 5 : (1) Hnd 17,1 . (2) Hnd 17,17 . (3) Hnd 18,4 . (4) Hnd 18,7 . (5) Hnd 18,26 .   1 : Apk 2,9 .

Mc 6,2.6. - 8. εν τῃ συναγωγῃ = en tè(i) sunagôgè(i) (in de synagoge) . OT (6) : (1) Ex 23,16 . (2) Nu 26,9 . (3) Nu 27,3 . (4) Nu 31,16 . (5) Joz 22,17 . (6) Ps 105,18 . NT (11) : (1) Mt 13,54 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 6,2 . (4) Lc 4,20 . (5) Lc 4,28 . (6) Lc 4,33 . (7) Joh 18,20 . (8) Hnd 17,17 . (9) Hnd 18,4 . (10) Hnd 18,7 . (11) Hnd 18,26

Mc 6,2.9. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,2.10. nom. mann. mv. πολλοι = polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in de LXX : polus (veel) . Bijbel (163) . OT (86) . NT (77) . Mc (12) (1) Mc 2,2 . (2) Mc 2,15 .  (3) Mc 5,9 .  (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,33 .  (7) Mc 10,31 . (8) Mc 10,48 .  (9) Mc 11,8 .  (10) Mc 12,41 .  (11) Mc 13,6 .  (12) Mc 14,56 .  Een vorm van πολυς = polus in de LXX (822) , in het NT (353) .

  polus (veel)   Mc Mc 2 Mc 5 Mc 6 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14   polus (veel)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. mann. mv. polloi  12  (1) Mc 2,2 . (2) Mc 2,15 .   (3) Mc 5,9 .   (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,33 .   (7) Mc 10,31 . (8) Mc 10,48 .   (9) Mc 11,8 .   (10) Mc 12,41 .   (11) Mc 13,6 .   (12) Mc 14,56 .   nom. mann. mv. polloi  163  86  77  16  12  15  18  36  51     

- N. : veel < Grieks : polus ; p -> v . Arabisch : كثير = kathir (veel) . D. : viel . E. many . Fr. : nombreux (tal-rijk) . Gr. : πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Hebr. : רַב + Aramees = rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) . Lat. : multus .

Mc 6,2.11. act. part. praes. nom. mann. mv. ακουοντες = akouontes (horende) van het werkw. ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Mc (3) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 4,12 . (3) Mc 6,2 .

akouô (horen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
act. part. praes. nom. mann. mv. akouontes  20  15   

- Ned. : horen . Horen en oor zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ους = ous / ως= ôs , ωτις = ôtis . Lat. : auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Arabisch : سَمِعَ = sami`a (luisteren, horen) . Taalgebruik in de Qoran : sami`a (luisteren, horen) . D. hören . E. : to hear . Fr. : écouter . Grieks : ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Hebreeuws : שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) .

Mc 6,2.12. pass. imperf. 3de pers. mv. εξεπλησσοντο = exeplèssonto (zij waren buiten zichzelf) van het werkw. εκπλησσομαι = ekplèssomai (buiten zichzelf raken van angst , verbazing , vreugde , bewondering) . Overlopen van . Taalgebruik in het NT : ekplèssomai (buiten zichzelf raken, ontzet zijn) . Taalgebruik in de LXX : ekplèssomai (buiten zichzelf raken, ontzet zijn) . Bijbel = NT (9) . Mt (3) : (1) Mt 7,28 . (2) Mt 19,25 . (3) Mt 22,33 . Mc (4) :  (1) Mc 1,22 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 7,37 . (4) Mc 10,26 . Lc (2) : (1) Lc 4,32 . (2) Lc 9,43 . Een vorm van εκπλησσομαι = ekplèssomai (buiten zichzelf raken van angst , verbazing , vreugde , bewondering) in de LXX (5) . NT (13) . Mt (4) : (1) Mt 7,28 . (2) Mt 13,54 . (3) Mt 19,25 . (4) Mt 22,33 . Mc (5) :  (1) Mc 1,22 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 7,37 . (4) Mc 10,26 . (5) Mc 11,18 . Lc (3) : (1) Lc 2,48 . (2) Lc 4,32 . (3) Lc 9,43 . Hnd (1) : Hnd 13,12 . Parallellen ; (1) Mc 1,22 // (Mt 7,28) // Lc 4,32 . (2) Mc 6,2 // Mt 13,54 . (3) Mc 10,26 // Mt 19,25 .
- imperf. 3de pers. enk. εξεπλησσeτο = exeplèsseto . Bijbel = Mc (1) : Mc 11,18 .

  ekplèssomai (buiten zichzelf raken, ontzet zijn)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  pass. imperf. 3de pers. mv. exeplèssonto                

De toehoorders in de synagoge van Kafarnaüm waren buiten zichzelf van verbazing over de leer van Jezus . Omdat hij leerde op (eigen) gezag en niet zoals de schriftgeleerden (op gezag van de schrift) . In Mc 11,18 wordt deze verbazing een reden voor de hogepriesters en de schriftgeleerden om het volk te vrezen .
In Mc 6,2 treedt Jezus op in de synagoge zoals dat ook het geval was in Mc 1,22 . In Mc 1,22 wordt het gezag van de leer van Jezus volmondig erkend . In Mc 6,2 zijn velen verwonderd , maar zij stellen zich toch vragen . Vanwaar komt hem dat toe ? In Mc 10,26 lopen de leerlingen over van ongeloof : en wie kan er gered worden ? Na de tempelreiniging nemen in Mc 11,18 de hogepriesters en de schriftgeleerden het besluit om Jezus uit de weg te ruimen van de Farizeeën en de Herodianen die dat advies uitbrachten na het conflict tijdens het synagogebezoek (Mc 3,6) .

Mc 6,2.13. act. part. praes. nom. mann. mv. λεγοντες = legontes (zeggend) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Mc (15) : (1) Mc 3,11 .  (2) Mc 5,12 . (3) Mc 5,35 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 7,37 . ( 6) Mc 8,28 . (7) Mc 9,11 . (8) Mc 10,26 . (9) Mc 10,35 . (10) Mc 10,49 . (11) Mc 11,31 . (12) Mc 12,18 . (13) Mc 13,6 . (14) Mc 14,57 . (15) Mc 15,29 . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

legô (zeggen) tegenwoordige tijd bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
part. pr. nom. mann. en vr. mv. legontes  384  232  152  47  15  37  10  23  16  99  109 

Mc 6,2.12. - 13. εξεπλησσοντο λεγοντες = exeplèssonto legontes (zij waren buiten zichzelf zeggende) . Bijbel = Mc (3) :  (1) Mc 6,2 . (2) Mc 7,37 . (3) Mc 10,26 .

Mc 6,2.14. ποθεν = pothen (vanwaar) . Taalgebruik in het NT : pothen (vanwaar) . Taalgebruik in de LXX : pothen (vanwaar) . Mc (3) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 8,4 . (3) Mc 12,37 .

  pothen  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
    63  37  26  11    12  23   

Mc 6,2.13. - 14. λεγοντες ποθεν = legontes pothen (zeggend vanwaar) . Bijbel (2) : (1) Jr 43,17 . (2) Mc 6,2 .

Mc 6,2.15. aanwijz. voornaamw. dat. mann. en onz. enk. τουτῳ = toutô(i) van het aanwijz. voornaamw. οὑτος = houtos (deze) . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Mc (3) :

Mc 6,2.14. - 15. ποθεν τουτῳ = pothen toutô(i) (vanwaar aan deze) . Bijbel (2) : (1) Mt 13,54 . (2) Mc 6,2 . In Mc 3,20 trokken de luisteraars van bij hem thuis erop uit om hem te grijpen , want zij waren van mening dat hij buiten zichzelf was . In Mc 3,22 zeggen de schriftgeleerden uit Jeruzalem dat Jezus in het bezit van Beëlzebul is en dat hij door de vorst van de demonen de demonen uitwerpt . In Mc 6,2 stellen toehoorders de vraag : vanwaar die wijsheid ie hem gegeven is en die krachtdaden . Het heeft het niet vanuit zijn familie . De kring met kritiek op Jezus verbreedt .

Mc 6,2.16. nom. en acc. onz. mv. ταυτα = tauta (deze dingen) .

Mc 6,2.15. -16. τουτῳ ταυτα = toutô(i) tauta (aan deze deze dingen) . Bijbel (3) : (1) Mt 13,54 . (2) Mc 6,2 . (3) Joh 20,30 .

Mc 6,2.17. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,2.18.

Mc 6,2.19. bep. lidw. nom. vr. enk. ἡ = hè

Mc 6,2.20. bep. lidw. nom. vr. enk. ἡ = hè

Mc 6,2.19. - 21. ἡ σοφια ἡ = hè sofia hè (de wijsheid de) . Bijbel (2) : (1) W 9,9 . (2) Mc 6,2 .

Mc 6,2,22. pass. part. aor. nom. vr. enk. δοθεισα = dotheisa (gegeven werd) . Bijbel (3) : (1) Jr 39,28 . (2) Da 8,13 . (3) Mc 6,2 .

Mc 6,2,23. dat. mann. + onz. enk. αυτῳ = autô(i) .

Mc 6,2,22. - 23. δοθεισα αυτῳ = dotheisa autô(i) (gegeven werd aan hem) . Bijbel (1) : Mc 6,2 .

Mc 6,2.24. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

25. bepaald lidw. nom. vr. mv. αἱ = hai (de) .

28. - 30.

Mc 6,2.31. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,3 - Mc 6,3 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:3 ouch outos estin o tektôn o uios tès marias kai adelfos iakôbou kai iôsètos kai iouda kai simônos kai ouk eisin ai adelfai autou ôde pros èmas kai eskandalizonto en autô 3 nonne iste est faber filius Mariae frater Iacobi et Ioseph et Iudae et Simonis nonne et sorores eius hic nobiscum sunt et scandalizabantur in illo  3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria en broer van Jakobus en fases en Judas en Simon? En zijn zijn zusters niet hier hij ons?” En ze ergerden zich aan hem.  3 Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?" En zij namen er aanstoot aan. [3] Dat is toch de timmerman, de zoon van Maria en de broer* van Jakobus en Joses en Juda en Simon? Zijn zusters wonen toch hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem. [3] Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem. 3 is hij dan niet de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus, Joses, Juda en Simon?– en hebben we zijn zussen niet hier bij ons? Ze hebben allen aanstoot aan hem genomen. 3. Celui-là n'est-il pas le charpentier, le fils de Marie, le frère de Jacques, de Joset, de Jude et de Simon ? Et ses sœurs ne sont-elles pas ici chez nous ? » Et ils étaient choqués à son sujet. 

Statenvertaling . 3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geërgerd.
King James Bible . [3] Is not this the carpenter, the son of Mary, the brother of James, and Joses, and of Juda, and Simon? and are not his sisters here with us? And they were offended at him.
Luther-Bibel . 3 Ist er nicht der Zimmermann, Marias Sohn, und der Bruder des Jakobus und Joses und Judas und Simon? Sind nicht auch seine Schwestern hier bei uns? Und sie ärgerten sich an ihm.

Tekstuitleg van Mc 6,3 .

  Mc 6,3    
  3οὐχ οὗτός ἐστιν τέκτων, υἱὸς τῆς Μαρίας καὶ ἀδελφὸς Ἰακώβου καὶ Ἰωσῆτος καὶ Ἰούδα καὶ Σίμωνος; καὶ οὐκ εἰσὶν αἱ ἀδελφαὶ αὐτοῦ ὧδε πρὸς ἡμᾶς; καὶ ἐσκανδαλίζοντο ἐν αὐτῷ. 55οὐχ οὗτός ἐστιν τοῦ τέκτονος υἱός; οὐχ μήτηρ αὐτοῦ λέγεται Μαριὰμ καὶ οἱ ἀδελφοὶ αὐτοῦ Ἰάκωβος καὶ Ἰωσὴφ καὶ Σίμων καὶ Ἰούδας; 56καὶ αἱ ἀδελφαὶ αὐτοῦ οὐχὶ πᾶσαι πρὸς ἡμᾶς εἰσιν; πόθεν οὖν τούτῳ ταῦτα πάντα; 57καὶ ἐσκανδαλίζοντο ἐν αὐτῷ. καὶ ἔλεγον, Οὐχὶ υἱός ἐστιν Ἰωσὴφ οὗτος;

Mc 6,3.1. ου - ουκ - ουχ = ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) .

Mc 6,3.2. aanwijz. voornaamw. nom. mann. enk. οὑτος = houtos (deze) . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .

Mc 6,3.1. - 2. ουχ οὑτος = ouch houtos (niet deze) . LXX (5) . NT (7) .

Mc 6,3.4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,3.6. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,3.10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Mc 6,3.13. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Mc 6,3.14. Iôsètos (van Joses) . Taalgebruik : iôsès (Joses) . Gen. mann. enk. van Iôsès (Joses) . Eigennaam . Deze naam komt slechts driemaal in de bijbel : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 15,40 . (3) Mc 15,47 . Zijn moeder is Maria . Zijn broers zijn Jezus , Jakobus, Judas en Simon .
- Jakobus en Joses worden samen vermeld in (1) Mc 6,3 . (2) Mc 15,40 .
- In de scènes van de kruisiging , de graflegging en het lege graf komen telkens twee vrouwen voor : Maria Magdalena en Maria , de moeder van ... In de scène van de dood van Jezus worden de moeders van Jakobus en Joses samen vernoemd (Mc 15,40) , in de scène van de graflegging alleen de moeder van Joses en in de scène van het lege graf alleen de moeder van Jakobus .

15. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

17. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

19. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

24. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

26. προς = pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in de LXX : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (62) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

pros (bij)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  62  3919  3272  647  41  62  158  91  122  166  261  352 

- Hebreeuws . ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . OF ontkenning עַל = ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) .
- Arabisch . إلي = ´ilâ (naar) . Taalgebruik in de Qoran : ´ilâ (naar) .

28. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

24. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

30. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

31. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,4 - Mc 6,4 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:4 kai elegen autois o ièsous oti ouk estin profètès atimos ei mè en tè patridi autou kai en tois suggeneusin autou kai en tè oikia autou 4 et dicebat eis Iesus quia non est propheta sine honore nisi in patria sua et in cognatione sua et in domo sua  4 En Jezus zei hun: “Een project is niet miskend behalve in zijn vaderstad en bij zijn verwanten en in zijn huis”.  4 Maar Jezus sprak tot hen: "Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring." [4] Jezus zei hun: ‘Een profeet wordt overal geëerd, behalve in zijn vaderstad, bij zijn familie en in zijn eigen huis.’ [4] Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’ 4 En Jezus heeft tot hen gezegd: een profeet blijft nooit ongeacht, behalve in zijn vaderstad, onder zijn verwanten en in eigen huis! 4. Et Jésus leur disait : « Un prophète n'est méprisé que dans sa patrie, dans sa parenté et dans sa maison. » 

Statenvertaling . 4 En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeëerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.
King James Bible . [4] But Jesus said unto them, A prophet is not without honour, but in his own country, and among his own kin, and in his own house.
Luther-Bibel . 4 Jesus aber sprach zu ihnen: Ein Prophet gilt nirgends weniger als in seinem Vaterland und bei seinen Verwandten und in seinem Hause.

Tekstuitleg van Mc 6,4 .

  Mc 6,4    
  4καὶ ἔλεγεν αὐτοῖς Ἰησοῦς ὅτι Οὐκ ἔστιν προφήτης ἄτιμος εἰ μὴ ἐν τῇ πατρίδι αὐτοῦ καὶ ἐν τοῖς συγγενεῦσιν αὐτοῦ καὶ ἐν τῇ οἰκίᾳ αὐτοῦ. δὲ Ἰησοῦς εἶπεν αὐτοῖς, Οὐκ ἔστιν προφήτης ἄτιμος εἰ μὴ ἐν τῇ πατρίδι καὶ ἐν τῇ οἰκίᾳ αὐτοῦ. 23καὶ εἶπεν πρὸς αὐτούς, Πάντως ἐρεῖτέ μοι τὴν παραβολὴν ταύτην: Ἰατρέ, θεράπευσον σεαυτόν: ὅσα ἠκούσαμεν γενόμενα εἰς τὴν Καφαρναοὺμ ποίησον καὶ ὧδε ἐν τῇ πατρίδι σου. 24εἶπεν δέ, Ἀμὴν λέγω ὑμῖν ὅτι οὐδεὶς προφήτης δεκτός ἐστιν ἐν τῇ πατρίδι αὐτοῦ. 25ἐπ' ἀληθείας δὲ λέγω ὑμῖν, πολλαὶ χῆραι ἦσαν ἐν ταῖς ἡμέραις Ἠλίου ἐν τῷ Ἰσραήλ, ὅτε ἐκλείσθη οὐρανὸς ἐπὶ ἔτη τρία καὶ μῆνας ἕξ, ὡς ἐγένετο λιμὸς μέγας ἐπὶ πᾶσαν τὴν γῆν, 26καὶ πρὸς οὐδεμίαν αὐτῶν ἐπέμφθη Ἠλίας εἰ μὴ εἰς Σάρεπτα τῆς Σιδωνίας πρὸς γυναῖκα χήραν. 27καὶ πολλοὶ λεπροὶ ἦσαν ἐν τῷ Ἰσραὴλ ἐπὶ Ἐλισαίου τοῦ προφήτου, καὶ οὐδεὶς αὐτῶν ἐκαθαρίσθη εἰ μὴ Ναιμὰν Σύρος.

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

1. - 3. elegen de autois (hij zei hen) . Slechts in dit vers Mc 6,4 in het N.T. .

4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

5. acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 6 (2) : (1) Mc 6,4 (nom. Ièsous) . (2) Mc 6,30 (acc. Ièsoun) .

1. - 5. kai elegen autois ho Ièsous (en Jezus zei hen) of elegen de autois ho Ièsous (Jezus echter zei hen) . Slechts in dit vers Mc 6,4 in het N.T. . Het vervoegd werkwoord staat vooraan en het onderwerp ho Ièsous (Jezus) achteraan . We zouden elegen (hij zei) onmiddellijk vóór het citaat verwachten .

9. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès (profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès (profeet) .
Mc (3) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,15 . (3) Mc 11,32 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 1,2  . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,15 (2 vormen) . (4) Mc 8,28 . (5) Mc 11,32 .

13. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

14. bep. lidw. dat. vr. enk. τῃ = tè(i) (de) van het bepaald lidw. ἡ = hè . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 6 (5) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,28 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 
  Totaal   54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Ned. : de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

16. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

18. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

21. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

22. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

23. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

26. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,5 - Mc 6,5 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:5 kai ouk edunato ekei poièsai oudemian dunamin ei mè oligois arrôstois epitheis tas cheiras etherapeusen 5 et non poterat ibi virtutem ullam facere nisi paucos infirmos inpositis manibus curavit  5. En hij kon daar geen enkele machtsdaad doen, behalve dat hij enkele zieken de handen oplegde (en) genas.  5 Hij kon geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een klein aantal zieken genas die Hij de handen oplegde. [5] Hij kon daar helemaal geen machtige daden* verrichten, behalve dat Hij enkele zieken de handen oplegde en hen genas. [5] Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. 5 En hij heeft daar geen enkele daad van kracht kunnen doen, behalve aan enkele zieken,– die hij door handoplegging geneest. 5. Et il ne pouvait faire là aucun miracle, si ce n'est qu'il guérit quelques infirmes en leur imposant les mains.  

Statenvertaling . 5 En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.
King James Bible . [5] And he could there do no mighty work, save that he laid his hands upon a few sick folk, and healed them.
Luther-Bibel . 5 Und er konnte dort nicht eine einzige Tat tun, außer dass er wenigen Kranken die Hände auflegte und sie heilte.

Tekstuitleg van Mc 6,5 .

  Mc 6,5    
  5καὶ οὐκ ἐδύνατο ἐκεῖ ποιῆσαι οὐδεμίαν δύναμιν, εἰ μὴ ὀλίγοις ἀρρώστοις ἐπιθεὶς τὰς χεῖρας ἐθεράπευσεν:    

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

4. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

14. acc.vr.  mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik in het N.T. : cheir (hand) . Taalgebruik in Mc : cheir (hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,23 . (2) Mc 6,5 . (3) Mc 7,3 . (4) Mc 8,23 . (5) Mc 8,25 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,16 . (9) Mc 14,41 . (10) Mc 14,46 .  (11) Mc 16,18


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -
Mc 6,6 - Mc 6,6 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:6 kai | ethaumasen | ethaumazen | dia tèn apistian autôn kai periègen tas kômas kuklô didaskôn 6 et mirabatur propter incredulitatem eorum  6 En hij was verwonderd wegens hun ongeloof   6 Hij stond verwonderd over hun ongeloof. Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf. [6] En Hij was verbaasd over hun gebrek aan vertrouwen. Hij trok door de dorpen in de omgeving om onderricht te geven. 6] Hij stond verbaasd over hun ongeloof. Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. 6 Hij verwondert zich over hun ongeloof, en is de dorpen in het rond langsgetrokken en heeft daar onderricht gegeven. 6. Et il s'étonna de leur manque de foi. Il parcourait les villages à la ronde en enseignant.  

Statenvertaling . 6 En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
King James Bible . [6] And he marvelled because of their unbelief. And he went round about the villages, teaching.
Luther-Bibel . 6 Und er wunderte sich über ihren Unglauben. Und er ging rings umher in die Dörfer und lehrte.

Tekstuitleg van Mc 6,6 .

  Mc 6,6    
  6καὶ ἐθαύμαζεν διὰ τὴν ἀπιστίαν αὐτῶν. Καὶ περιῆγεν τὰς κώμας κύκλῳ διδάσκων. 58καὶ οὐκ ἐποίησεν ἐκεῖ δυνάμεις πολλὰς διὰ τὴν ἀπιστίαν αὐτῶν.  

Mc 6,6.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Mc 6,6.7. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Mc 6,6.11. kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in het N.T. : kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in Mc : kuklô(i) (rondom) .
Mc (3) : (1) Mc 3,34 . (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,36 .

Mc 6,6.12. act. part. praes. nom. mann. enk. διδασκων = didaskôn (onderrichtend) van het werkw. διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) . Taalgebruik in de NT : didaskô (leren) . Taalgebruik in de LXX : didaskô (leren) . Bijbel (32) . OT (9) . NT (23) . Mt (4) : (1) Mt 4,23 . (2) Mt 7,29 . (3) Mt 9,35 . (4) Mt 26,55 . Mc (4) : (1) Mc 1,22 .  (2) Mc 6,6 . (3) Mc 12,35 . (4) Mc 14,49 . Lc (7) : (1) Lc 4,31 . (2) Lc 5,17 . (3) Lc 13,10 . (4) Lc 13,22 . (5) Lc 19,47 . (6) Lc 21,37 . (7) Lc 23,5 . Joh (3) : (1) Joh 6,59 . (2) Joh 7,28 . (3) Joh 8,20 . Hnd (3) : (1) Hnd 18,11 . (2) Hnd 21,28 . (3) Hnd 28,31 . Br. (2) : (1) Rom 2,21 . (2) Rom 12,7 . Parallellen : (1) Mc 1,21 - Mc 1,22 // Lc 4,31 . (2) Lc 5,17 , zie : Mc 1,21 - Mc 1,22 // Lc 4,31 . (3) (Mc 6,6) // Lc 13,22 . Een vorm van διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) in de LXX (107) , in het NT (95) , in Mt (14) , in Mc (17) , in Lc (15) : : (1) Lc 4,15 . (2) Lc 4,31 . (3) Lc 5,3 . (4) Lc 5,17 . (5) Lc 6,6 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 12,12 . (8) Lc 13,10 . (9) Lc 13,22 . (10) Lc 13,26 . (11) Lc 19,47 . (12) Lc 20,1 . (13) Lc 20,21 . (14) Lc 21,37 . (15) Lc 23,5 . In Joh (6) .

  didaskô (leren, onderrichten) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 4 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 14 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
1 act. ind. pr. 2de p.enk. didaskeis 1                   (1) Mc 12,14 .   6   6 1 1 1 1 1 1  
2 ind. imperf. 3de pers. enk. edidasken 6 (1) Mc 1,21 . (2) Mc 2,13   .(3) Mc 4,2       (4) Mc 9,31 . (5) Mc 10,1 . (6) Mc 11,17     15 1 14 2 6 2 2 1   1 10 12
3 act. inf. pr. didaskein 4     (1) Mc 4,1 .   (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,34 .     (4) Mc 8,31           15 2 13 1 4 1 1 4 2  
4 part. pr. nom. m. enk.didaskôn 4 (1) Mc 1,22     (1) Mc 6,6 .             (1) Mc 12,35 (1) Mc 14,49 32 9 23 4 4 7 3 3 2   15  18 
5 part. pr. nom mv. didaskontes 1         Mc 7,7              9 1 8 1 1     3 3  
6 ind. aor. 3de p. mv. edidaxan 1       (1) Mc 6,30 .                 3 2 1   1          
  totaal  17  109  29  80  12  17  12  14  15  4 49 

- Auto-didact : iemand die door zelfstudie kennis (lering) heeft verworven . Didactiek : leer van het onderrichten . Lat. docere (doctor) . Cfr docent , documentatie .


Enkele bemerkingen

1. Het evangelie is geen biografie . Het is een verhaal en volgens een verhaal opgebouwd . Het voert de spanning op en leidt uiteindelijk tot een ontknoping .

2. Is Mc geschreven om een oplossing te zoeken voor de spanningen binnen het jodendom ?

3. Personages staan vaak voor groepen .

4. sjabbat - wekelijks - om de 7 jaar - om de 50 jaar .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -



146. Mc 6,6b : Jezus als leraar - Mc 6,6b - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -

zie hierboven .

- kai (en). Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus, zie Mc 1,4 -

kai (en) leidt een nevenschikkende zin in in een reeks van nevenschikkende zinnen waarbij Jezus telkens het onderwerp is.
periègen (hij trok rond) indicatief imperfectum 3de persoon enkelvoud van het werkwoord periagô : rondvoeren, rondtrekken. In deze vorm komt het slechts in 3 verzen voor in de bijbel en wel in Mc 6,6b, Mt 4,23 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - en Mt 9,35 - Mt 9,35-38 - . Marcus gebruikt vaak een woord met de stam ag- (leiden, voeren) erin en roept vaak het zelfstandig naamwoord sunagôgè : synagoge, plaats van samenkomst, op.

Mc 1,4 Mc 1,14  Mc 1,21  Mc 1,39  Mc 6,6b  Mt 4,23  Mt 9,35   Mt 4,23b + Mt 9,35b Mc 3,13  Mc 6,12   
  kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)       kai (en)  
egeneto ("trad op") ijlthen (kwam)  eiselthoon (binnenkomende)  ijlthen (kwam)  periègen hij (trok rond)  periègen (hij trok rond)  periègen (hij trok rond)       ekselthontes (uittrekkende)  
Iooannijs ho baptidzoon (Johannes de dopende) ... ho Iijsous (Jezus)          ho Iijsous (Jezus)         
en tiji erijmooi (in de woestijn) eis tijn Galilaian (naar Galilea)  eis tijn sunagoogijn (naar de synagoge)    tas koomas kuklooi door de omliggende dorpen  en holiji tiji Galilaiai (in geheel Galilea)  ... tas koomas (door de dorpen)         
kijrussoon (verkondigende kijrussoon (verkondigende)   edidasken (onderwees hij)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)   kijrussoon (verkondigende)  kijrussein (te verkondigen)  ekijruksan (verkondigden zij)  
      eis tas sunagoogas autoon (in hun synagogen)    en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)   en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)         
      eis holijn tijn Galilaian (in geheel Galilea)               
baptisma metanoias eis afesin hamartioon (het doopsel van bekering tot vergeving van zonden)  to euaggelion tou theou (de blijde boodschap van God)             to euaggelion tijs basileias (de blijde boodschap van het koninkrijk)   hina metanooosin (dat zij zich zouden bekren)   
    na deze inleiding volgt de genezing van de bezetenen (Mc 1,23-28) kai (en)   kai (en) kai (en)   kei echein eksousian (en de macht te hebben)  kai (en)  kai (en ...)
      ta daimonia (de duivels)   therapeuoon (genezende) therapeuoon (genezende)   ekballein (buiten te werpen)  daimonia polla (vele duivels)  etherapeuon (genazen zij)
      ekballoon (uitwerpende)   pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid)   ta daimonia (de duivels) ekseballon (wierpen zij buiten)   
                     


 



147. Mc 6,7-13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -

Evangelie op de 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,7-13 .

Het optreden van Jezus in de synagoge in Nazaret toont grote gelijkenis met dat in de synagoge van Kafarnaüm (Mc 1,21-28 : Mc 1,21 - Mc 1,22 - Mc 1,23-28 -).
Na de gevangenneming van Johannes de Doper gaat Jezus naar Galilea (Mc 1,14-15), waar hij eerst (wellicht) de leerlingen van Johannes de Doper hergroepeert en hen rond zijn persoon verzamelt (Mc 1,16-20). Het eerste optreden van Jezus verloopt succesvol (Mc 1,21-45). Maar de tegenstand blijft niet uit. Groeiende meningsverschillen met de Farizeeën lopen uit op een beslissing van hen om Jezus te doden (2,1-3,6). Na een samenvatting (Mc 3,7-12) volgt de roeping van de leerlingen (Mc 3,13-19). Zoals Johannes de Doper werd overgeleverd, zo kan dat ook wel eens met Jezus gebeuren, en zoals hij (Jezus) het werk van Johannes de Doper verder zet, zo zullen zijn leerlingen (de leerlingen van Jezus) zijn werk na zijn overlevering verder zetten.
Het optreden van Jezus in Nazaret loopt bijna uit op een aanslag op Jezus. Na dat optreden volgt een korte samenvatting (Mc 6,6b). Hierna volgt het verhaal van de zending van de twaalf. Blijkbaar houdt Jezus er rekening mee dat een aanslag ieder ogenblik kan plaats hebben en dat hij de toekomst moet voorbereiden. De zending van de leerlingen ligt in de lijn van Jezus'optreden. Men zou het een soort stage kunnen noemen, maar het is meer. Het brengt voorlopig in beeld, wat ieder ogenblijk bittere werkelijkheid zou kunnen zijn nl. dat de leerlingen er alleen voor staan en moeten instaan voor de voortzetting van de verkondiging van het Rijk Gods.

De versindeler heeft de perikope in zeven verzen verdeeld. Zes verzen beginnen met het nevenschikkend voegwoord kai (en). Elfmaal komt het voegwoord kai (en) in de perikope voor. We staan dus voor een 'verhalende' tekst; en... en... en... is een kenmerk van mondeling vertellen .

Mc 1,4 // Mt 3,1 Mt 3,1 // Mc 1,4 Mc 1,14 // Mt 4,17 Mt4,17 // Mc 1,14 Mc 3,13  Mc 6,12  Mt 10,7 Mc 1,39  Mc 6,6b  Mt 4,23  Mt 9,35   Mt 4,23b + Mt 9,35b  
    kai (en) ... apo tote (van toen af)    kai (en)   kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)     
                         
egeneto ("trad op") paraginetai (trad op) ijlthen (kwam)  ijrksato (begon hij)    ekselthontes (uittrekkende) poreuomenoi de (op weg gaande echter) ijlthen (kwam)  periijgen (trok rond)  periijgen (trok rond)  periijgen (trok rond)     
Iooannijs ho baptidzoon (Johannes de dopende) ... Iooannijs ho baptistijs (Johannes de Doper) ho Iijsous (Jezus)                ho Iijsous (Jezus)     
en tiji erijmooi (in de woestijn) kijrussoon en tiji erijmooi tijs Ioudaias (verkondigende in de woestijn van Juda) eis tijn Galilaian (naar Galilea)            tas koomas kuklooi door de omliggende dorpen  en holiji tiji Galilaiai (in geheel Galilea)  ... tas koomas (door de dorpen)     
kijrussoon (verkondigende   kijrussoon (verkondigende)   kijrussein (te verkodnigen)  kijrussein (te verkondigen)  ekijruksan (verkondigden zij) kijrussete (verkondigt) didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)   kijrussoon (verkondigende)  
  legoon (zeggende)   kai legein (en te zeggen)     legontes (zeggende) eis tas sunagoogas autoon (in hun synagogen)    en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)   en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)     
              eis holijn tijn Galilaian (in geheel Galilea)           
baptisma metanoias eis afesin hamartioon (het doopsel van bekering tot vergeving van zonden) metanoeite (bekeer je)  to euaggelion tou theou (de blijde boodschap van God) ... metanoeite (bekeer je   hina metanooosin (dat zij zich zouden bekren)              to euaggelion tijs basileias (de blijde boodschap van het koninkrijk)  
  ijggiken gar hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen)  kai legoon... ijggiken hij basileia tou theou. metanoeite (en zeggende... nabij is het koninkrijk van God. Bekeer je... ) ijggiken gar hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen) kei echein eksousian (en de macht te hebben)  kai (en) hoti ijggiken hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen) kai (en)   kai (en) kai (en)    kai (en ...)
        ekballein (buiten te werpen)  daimonia polla (vele duivels)   ta daimonia (de duivels)   therapeuoon (genezende) therapeuoon (genezende)    etherapeuon (genazen zij)
        ta daimonia (de duivels) ekseballon (wierpen zij buiten)    ekballoon (uitwerpende)   pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid)    
 Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper  Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 : vegin van Jezus' optreden in Galilea   Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 : vegin van Jezus' optreden in Galilea  Mc 3,13-19 : roeping van de Twaalf Mc 6,7-13 : zending van de twaalf  Mt 10,1-4: keuze van de twaalf...  Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen  Mc 6,6b : Jezus als leraar   Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen   Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen   Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen  

 

Mc 6,7 - Mc 6,7 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai proskaleitai tous dôdeka kai èrxato autous apostellein duo duo, kai edidou autois exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn 7 et convocavit duodecim et coepit eos mittere binos et dabat illis potestatem spirituum inmundorum     7 Jezus riep de twaalf bij zich en begon hen twee aan twee uit te zenden. Hij gaf hen macht over de onreine geesten  [7] Hij riep de twaalf bij zich, en begon hen twee aan twee uit te zenden, en Hij gaf hun macht over de onreine geesten. [7] Hij riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. 7 ¶ Hij roept de twaalf tot zich en begint ze uit te zenden, twee aan twee, nadat hij hun gezag heeft gegeven over de onreine geesten. 7. Il appelle à lui les Douze et il se mit à les envoyer en mission deux à deux, en leur donnant pouvoir sur les esprits impurs.  

Statenvertaling . 7 En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
King James Bible . [7] And he called unto him the twelve, and began to send them forth by two and two; and gave them power over unclean spirits;
Luther-Bibel . 7 Und er rief die Zwölf zu sich und fing an, sie auszusenden je zwei und zwei, und gab ihnen Macht über die unreinen Geister

Tekstuitleg van Mc 6,7 . Het vers Mc 6,7 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 104 (2 X 2 X 2 X 13) letters . De getalwaarde van Mc 6,7 is 13941 (3 X 3 X 1549) .

  Mc 6,7 Mt 10,1 Lc 9,1  
  kai proskaleitai tous dôdeka kai èrxato autous apostellein duo duo, kai edidou autois exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn Kai proskalesamenos tous dôdeka mathètas autou edôken autois exousian pneumatôn akathartôn hôste ekballein auta kai therapeuein pasan noson kai pasan malakian 9:1 sugkalesamenos de tous dôdeka edôken autois dunamin kai exousian epi panta ta daimonia kai nosous therapeuein  

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et ..

2. indicat. praes. 3de pers. enk. προσκαλειται = proskaleitai (hij roept tot zich) van het werkw. προσκαλεομαι = proskaleomai (bij zich roepen) . Taalgebruik in het NT : proskaleomai (bij zich roepen)  . Taalgebruik in de LXX : proskaleomai (bij zich roepen)  . Taalgebruik in Mc : proskaleomai (bij zich roepen) . Het komt in de bijbel slechts in 2 verzen voor nl. Mc 3,13 bij de roeping van de twaalf en Mc 6,7 bij de zending van de twaalf . Een vorm van προσκαλεομαι = proskaleomai (bij zich roepen) in de LXX (24) , in het NT (29) . hn

  proskaleomai (bij zich roepen)   Mc  Mc 3 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 10 Mc 12 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Hnd syn.  ev. 
ind. pr. 3de pers. ernk. proskaleitai  1 : Mc 3,13 .   1 : Mc 6,7 .                        
part. aor. nom. mann. enk. proskalesamenos  (1) Mc 3,23 .     (2) Mc 7,14 (3) Mc 8,1 . (4) Mc 8,34 .   (5) Mc 10,42 (6) Mc 12,43 (7) Mc 15,44 23  20  16  16 
  totaal                  

- partic. aor. nom. mann. enk. προσκαλεσαμενος = proskalesamenos (bij zich geroepen) van het werkw. προσκαλεομαι = proskaleomai (bij zich roepen) . Taalgebruik in het NT : proskaleomai (bij zich roepen)  . Taalgebruik in de LXX : proskaleomai (bij zich roepen)  . Taalgebruik in Mc : proskaleomai (bij zich roepen) . LXX (3) : (1) Gn 28,1 . (2) 2 Mak 7,25 . (3) W 18,8 . Mt (6) : (1) Mt 10,1 . (2) Mt 15,10 .(3) Mt 15,32 . (4) Mt 18,2 . (5) Mt 18,32 . (6) Mt 20,25 . Mc (7) : (1) Mc 3,23 . (2) Mc 7,14 . (3) Mc 8,1 . (4) Mc 8,34 . (5) Mc 10,42 . (6) Mc 12,43 . (7) Mc 15,44 . In 6 / 7 is Jezus onderwerp . In 1 / 7 is het Pilatus (Mc 15,44) . In 7 / 7 volgt op het part. proskalesamenos (bij zich geroepen) een lijdend voorwerp . Lc (4) : (1) Lc 7,19 . (2) Lc 15,26 . (3) Lc 16,5 . (4) Lc 18,16 . Hnd (3) : (1) Hnd 13,7 . (2) Hnd 20,1 . (3) Hnd 23,17 . Een vorm van προσκαλεομαι = proskaleomai (bij zich roepen) in de LXX (24) , in het NT (29) .

  proskaleomai (bij zich roepen)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  ind. pr. 3de pers. ernk. proskaleitai                   
  part. aor. nom. mann. enk. proskalesamenos  23  20        16  16     
  totaal 25  22        18  18     

- Hebreeuws : וַיִּקְרָא = wajjiqërâ´ (en hij riep, hij heet, hij noemde) < prefix waw consecutivum + werkwoordvorm act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud van het werkwoord קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (209) . Pentateuch (90) . Eerdere Profeten (81) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (25) . Gn (55) .
- Ned. : roepen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא =qërâ´ (roepen) . D. : rufen . E. : to call . Fr. : appeler (Lat. . appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Grieks : καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . κηρυσσω = kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het NT : kèrussô (verkondigen) . Hebreeuws : קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Lat. : vocare (vox = stem) . l (qâla) en r (qâra) liggen dicht bij elkaar ; het zijn lingualen . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws : קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .

3. bep. lidw. acc. mann. mv. τους = tous (de) . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous 52       2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

4. δωδεκα = dôdeka (twaalf) . Taalgebruik in het NT : dôdeka (twaalf) . Taalgebruik in de LXX : dôdeka (twaalf) . Mt (12) : (1) Mt 9,20 . (2) Mt 10,1 . (3) Mt 10,2 . (4) Mt 10,5 . (5) Mt 11,1 . (6) Mt 14,20 . (7) Mt 19,28 . (8) Mt 20,17 . (9) Mt 26,14 . (10) Mt 26,20 . (11) Mt 26,47 . (12) Mt 26,53 . Mc (15) : (1) Mc 3,14 . (2) Mc 3,16 . (3) Mc 4,10 . (4) Mc 5,25 . (5) Mc 5,42 . (6) Mc 6,7 . (7) Mc 6,43 . (8) Mc 8,19 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 11,11 . (12) Mc 14,10 . (13) Mc 14,17 . (14) Mc 14,20 . (15) Mc 14,43 . Lc (12) : (1) Lc 2,42 . (2) Lc 6,13 . (3) Lc 8,1 . (4) Lc 8,42 . (5) Lc 8,43 . (6) Lc 9,1 . (7) Lc 9,12 . (8) Lc 9,17 . (9) Lc 18,31 . (10) Lc 22,3 . (11) Lc 22,30 . (12) Lc 22,47 .

    bijbel LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  dôdeka (twaalf) 138 (2³ X 17) 69 + 6 24 27 5 1 12 8 3 1 11 1 61 12 15 12 6 4 2 10 39 45 1 1

- Ned. : twaalf . D. : zwölf . E. twelve . F. : douze . Grieks : δωδεκα = dôdeka (twaalf) . Taalgebruik in het NT : dôdeka (twaalf) . Taalgebruik in de LXX : dôdeka (twaalf) . Lat. : duodecim .
- De lange geschiedenis van Israël is er één van broederliefde en broederstrijd . Denken we aan Esau en Jakob . Een emotioneel moment van beiden is hun ontmoeting aan de Jabbokrivier (Ex 32,2-33,17) . Jakob ontvangt de naam Israël (Gn 32,29) . Zijn 12 zonen zullen uitgroeien tot 12 stammen . Mozes bevrijdt het volk uit Egypte en geeft het zijn grondwet . Jozua neemt bezit van het land Kanaän . Aan iedere stam wordt een gebied aangewezen , behalve aan de stam Levi , die voor de eredienst moet zorgen . Met David groeit het 12-stammengebied  tot een koninkrijk met Jeruzalem als hoofdstad (1000-970 v. Chr.) . Na Salomo (+ 930 v. Chr.) wordt het koninkrijk gesplitst in een Noord- en een Zuidrijk . In het Noordrijk wordt Samaria de hoofdstad . In het Zuidrijk blijft Jeruzalem de hoofdstad . Het Noordrijk omvat 10 stammen , het Zuidrijk 2 stammen (Juda en Benjamin) . Vaak zullen deze beide koninkrijkjes tegen elkaar ten oorlog trekken . In 722 v. Chr. veroveren de Assyriërs het Noordrijk en de  hoofdstad Samaria . Een gedeelte van de bevolking van het Noordrijk wordt weggevoerd en vreemde volkeren worden aangevoerd . Uit de vermenging van de autochtone bevolking en de geïmporteerden  ontstaan de Samaritanen . Voor altijd blijft het Noorden onder vreemde overheersing . Het Zuidrijk zal nu eens autonoom zijn , dan weer onder vreemde heerschappij  leven . In 586 v. Chr. valt Jeruzalem in handen van de Babyloniërs ; stad en tempel worden verwoest en een groot deel van de bevolking van Jeruzalem en Juda wordt weggevoerd naar Babylonië . In 538 v. Chr. mogen de bannelingen terugkomen . In de 2de eeuw komt het Zuidrijk onder het gezag van de Seleuciden , dat gevestigd is in Syrië . In 165 v. Chr. winnen de Makkabeeën de strijd en kunnen opnieuw onafhankelijk worden tot 67 v. Chr. wanneer een troonpretendent de hulp van de Romeinen inroept . Om het gevaar van verdwijning tegen te gaan plooit de kleine stam Juda op zichzelf terug en hoopt door het onderhouden van de geboden het tij van overheersing door de Romeinen te keren . Niet alleen worden de Samaritanen van het Noordrijk gehaat, maar ook zondaars , tollenaars , zieken worden uit het maatschappelijk leven van het kleine koninkrijk Juda geweerd . Van de vroegere droom van Israël om een gemeenschap van broers op te bouwen , schiet nog weinig over . Jezus vindt dat het welletjes is geweest en dat er eens komaf moet worden gemaakt met uitsluitingen van allerlei aard . De roeping van de twaalf is een heropnemen van de droom van Israël . Niet de afzonderlijke namen zijn belangrijk , maar het geheel , de twaalf . De namen van de twaalf zijn personificaties van de 12 stammen van Israël . Het gaat niet om 12 mannen met uitsluiting van vrouwen . Het gaat om het hele volk : mannen , vrouwen , kinderen . Zo wil Jezus komaf maken met een geschiedenis van meer dan 10 eeuwen broederstrijd . Uitsluiting moet worden geweerd , vergeving en barmhartigheid beoefend .  Jezus stelt zich niet tot doel het koninkrijk van David te herstellen , maar wel om het verbinden van de 12 stammen met elkaar . Niet het grondgebied is belangrijk , maar de onderlinge band . Dat moeten de 12 onder elkaar leren . Dat zal ook hun zending inhouden en van die boodschap zullen zij getuigen .

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

6. ind. aor. 3de pers. enk. ηρξατο = èrxato (hij begon) van het werkw. αρχομαι = archomai (beginnen) . Taalgebruik in het NT : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in de LXX : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Mc (18) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . 18) Mc 15,8 .

archomai (beginnen, aanvangen) Mt Mc  Lc syn. Mc Mc 1

Mc 2

Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br.
ind. aor. 3de p. enk. èrxato 7 : (1) Mt 4,17 . (2) Mt 11,7 . (3) Mt 11,20 . (4) Mt 16,21 . (5) Mt 16,22 . (6) Mt 26,37 . (7) Mt 26,74 . 18 : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 . (1) Lc 4,21 .  (2) Lc 7,15 . (3) Lc 7,24 . (4) Lc 7,38 . (5) Lc 9,12 . (6) Lc 11,29 . (7) Lc 12,1 . (8) Lc 14,30 . (9) Lc 15,14 . (10) Lc 19,45 . (11) Lc 20,9 . (1) Mt 11,7 // Lc 7,24 . (2) Mt 16,21 // Mc 8,31 . (3) Mt 16,22 // Mc 8,32 . (4) Mt 26,37 // Mc 14,33 . (5) Mt 26,74 // Mc 14,71 . (6) Mc 11,15 // Lc 19,45 . (7) Mc 12,1 // Lc 20,9 . 18 1 : (1) Mc 1,45 .   1 : Mc 4,1 . 1 : (3) Mc 5,20 . 3 : (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . 2 : (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . 3 : (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . 1 : (12) Mc 11,15 . 1 : (13) Mc 12,1 . 1 : (14) Mc 13,5 . 3 : (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 . 1 : (18) Mc 15,8 . 76 35 41 7 18 11 1 4  

7. acc. mann. mv. αυτους = autous (hen) van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc (40) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
8 acc. mann. mv. autous  40      1991  1652  339  46  40  83  18  95  32  25  169  187 

8. αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in het NT : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in de LXX : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in Mc : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in Lc : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . απο-στελλω = apo-stellô : af- / weg- sturen , wegzenden , afzenden (afgezant) , zenden . Een vorm van αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) , in de LXX (691) (Lust J. ... Greek-English Lexicon of the Septuagint , Stuttgart , 2003) , in het NT (131) (Morgenthaler Robert , Statistik...) . Volgens diezelfde auteurs komt een vorm van apostolos in de Septuaginta niet voor , in het NT (79) . In de evangelies komt apostolos (apostel) slechts 9X voor , 1X in Mt , Mc , Joh en 6X in Lc .
Bij Jean-Marie Van Cangh ... (L' évangile de Marc . Un original hébreu ?) lezen we op blz. 111 met betrekking tot 'hous kai apostolous ônomasen = die hij ook apostelen noemde' : "Les mots hous ... ônomasen peuvent être considérés comme une interpolation à partir de Lc 6,13" (Metzger , 1994, p.69) . Nous ne les traduisons pas , car le sens de texte subordonne hina ôsin à epoièsen , pas à ônomasen . hoi apostoloi van Mc 6,30 wordt er (op p.191) door het Hebr. hasjsjëlîchîm (de gezondenen , van het werkw. sjâlach : zenden) vertaald .
De evangelisten gebruiken uiterst karig een vorm van het woord apostolos . De evangelies werden geschreven tussen 71 (Marcus) - 80 - 85 (Lucas - Matteüs) - 95 n. chr. (Johannes) . Hoe is het veelvuldig gebruik in de brieven van Paulus te verklaren ? Welke brieven ? De authentieke ? Later onder de naam van Paulus geschreven brieven ?
Volgens Muraoka T. , A Greek - Hebrew / Aramaic two-way Index to the Septuagint (Leuven , Peeters , 2010 , blz. 16) is een vorm van het werkw. apostellô in de LXX een vertaling van een 15-tal Hebreeuwse werkw. werkw. . Hierbij zijn de Aramese werkw. nëchat , sjëlach , tûb en tërad .

9. δυο = duo (twee) . Telwoord . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Taalgebruik in Lc : telwoorden . Lc (25) : (1) Lc 2,24 . (2) Lc 3,11 . (3) Lc 5,2 . (4) Lc 7,18 . (5) Lc 7,41 . (6) Lc 9,3 . (7) Lc 9,13 . (8) Lc 9,16 . (9) Lc 9,30 . (10) Lc 9,32 . (11) Lc 10,1 . (12) Lc 10,17 . (13) Lc 10,35 . (14) Lc 12,6 . (15) Lc 12,52 . (16) Lc 15,11 . (17) Lc 17,34 . (18) Lc 17,35 . (19) Lc 18,10 . (20) Lc 19,29 . (21) Lc 21,2 . (22) Lc 22,38 . (23) Lc 23,32 . (24) Lc 24,4 . (25) Lc 24,13 . Een vorm van δυο = duo in de LXX (694) , in het NT (136) , in Lc (28) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  duo  624  509  115  33  14  25  13              

- Hebreeuws . שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 400 (2² X 2² X 5²) . De som van de elementen is telkens 4 (2²) . Tenakh (76) . Stat. constr. mann. mv. שְׂנֵי = sjëne(j) (twee) . Tenakh (155) .
- Ned. : twee . Arabisch : اِثنَان = ´ithnân (twee) . Taalgebruik in de Qoran : ´ithnân (twee) . D. : zwei . E. : two . Fr. : deux . Grieks : δυο = duo (twee) . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Hebreeuws : שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Lat. : duo .

10. δυο = duo (twee) . Telwoord . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Taalgebruik in Lc : telwoorden . Lc (25) : (1) Lc 2,24 . (2) Lc 3,11 . (3) Lc 5,2 . (4) Lc 7,18 . (5) Lc 7,41 . (6) Lc 9,3 . (7) Lc 9,13 . (8) Lc 9,16 . (9) Lc 9,30 . (10) Lc 9,32 . (11) Lc 10,1 . (12) Lc 10,17 . (13) Lc 10,35 . (14) Lc 12,6 . (15) Lc 12,52 . (16) Lc 15,11 . (17) Lc 17,34 . (18) Lc 17,35 . (19) Lc 18,10 . (20) Lc 19,29 . (21) Lc 21,2 . (22) Lc 22,38 . (23) Lc 23,32 . (24) Lc 24,4 . (25) Lc 24,13 . Een vorm van δυο = duo in de LXX (694) , in het NT (136) , in Lc (28) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  duo  624  509  115  33  14  25  13              

- Hebreeuws . שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 400 (2² X 2² X 5²) . De som van de elementen is telkens 4 (2²) . Tenakh (76) . Stat. constr. mann. mv. שְׂנֵי = sjëne(j) (twee) . Tenakh (155) .
- Ned. : twee . Arabisch : اِثنَان = ´ithnân (twee) . Taalgebruik in de Qoran : ´ithnân (twee) . D. : zwei . E. : two . Fr. : deux . Grieks : δυο = duo (twee) . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Hebreeuws : שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Lat. : duo .

11. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

12.

13. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

14. acc. vr. enk. εξουσιαν = exousian (macht, gezag) van het zelfst. naamw. εξουσια = exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in het NT : exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in de LXX : exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in Mc : exousia (gezag, macht) . Da (9) : (1) Da 3,30 . (2) Da 4,15 . (3) Da 4,29 . (4) Da 5,4 . (5) Da 5,16 . (6) Da 5,29 . (7) Da 6,4 . (8) Da 7,26 . (9) Da 7,27 . 1 Mak (6) : (1) 1 Mak 1,13 . (2) 1 Mak 10,6 . (3) 1 Mak 10,8 . (4) 1 Mak 10,32 . (5) 1 Mak 10,35 . (6) 1 Mak 11,58 . 2 Mak (3) . Sir (5) . Mt (6) : (1) Mt 7,29 . (2) Mt 8,9 . (3) Mt 9,6 . (4) Mt 9,8 . (5) Mt 10,1 . (6) Mt 21,23 . Mc (7) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 1,27 . (3) Mc 2,10 . (4) Mc 3,15 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 11,28 . (7) Mc 12,34 . Lc (8) : Lc (8) : (1) Lc 4,6 . (2) Lc 5,24 . (3) Lc 7,8 . (4) Lc 9,1 . (5) Lc 10,19 . (6) Lc 12,5 . (7) Lc 19,17 . (8) Lc 20,2 . Een vorm van in de LXX (79) , in het NT (102) . Een vorm van εξουσια = exousia (gezag, macht) kan de vertaling van 8 Hebreeuwse woorden zijn . In de LXX komt vooral een vorm van εξουσια = exousia (gezag, macht) voor in Da en vervolgens in de 2 boeken Mak . In het NT vallen op : de Br. van Paulus , Apk en Lc .
- exousia < ex - ousia (part. praes. nom. vr. enk. of onz. mv.) : uit zich zijnde ; wat je hebt uit jezelf (al dan niet) : gezag .

  exousia (gezag, macht)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 6 Mc 11 Mc 12 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat vr. enk. exousia(i)           3 : (1) Mc 11,27 . (2) Mc 11,29 . (3) Mc 11,33 .     39  10  29    13  13 
acc. vr. enk. exousian   (1) Mc 1,22 . (2) Mc 1,27 .   (3) Mc 2,10 . (4) Mc 3,15 .   (5) Mc 6,7 .   (6) Mc 11,28 .   (7) Mc 12,34 . 82  29  53  11  12  21  27  11   
  totaal 10  145  46  99  10  10  16  30  20  36  42  29   

- Hebreeuws : שָׁלְסָן = sjâlëtân/ sjoltan (heerschappij) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlëtân (heerschappij) . Tenakh (3) : (1) Da 4,31 . (2) Da 6,27 . (3) Da 7,14 .


- proskaleitai (hij roept). Taalgebruik : proskaleô (bij zich roepen) , zie Mc 3,23 en Mc 3,13 . Het komt in de bijbel slechts in 2 verzen voor nl. Mc 3,13 bij de roeping van de twaalf en Mc 6,7 bij de zending van de twaalf.
- Twaalf komt bij Marcus in vijftien verzen voor. Hier is het de zesde maal. Het is de vierde maal dat het over de twaalf (leerlingen) van Jezus gaat. Het is de tweede maal dat het over "de twaalf" handelt. Taalgebruik : dôdeka (twaalf), zie Mt 28,16 .
- èrxato (hij begon) , zie Mc 1,45 : Bij Marcus: (1) Mc 1,45 (kèrussein = verkondigen) . (2) Mc 4,1 (didaskein = leraren) . (3) Mc 5,20 (kèrussein = verkondigen) . (4) Mc 6,2 (didaskein = leraren) . (5) Mc 6,7 (apostellein = zenden) . (6) Mc 6,34 (didaskein = leraren) . (7) Mc 8,31 (didaskein = leraren) . (8) Mc 8,32 (epitiman = opripsen) . (9) Mc 10,28 (legein = zeggen) . (10) Mc 10,32 (legein = zeggen) . (11) Mc 10,47 (legein = zeggen) . (12) Mc 11,15 (ekballein = buitenwerpen) . (13) Mc 12,1 (lalein = praten) . (14) Mc 13,5 (legein = zeggen) . (15) Mc 14,33 (ekthambeisthai = huiveren) . (16) Mc 14,69 (legein = zeggen) . (17) Mc 14,71 (anathematizein = zweren) . (18) Mc 15,8 (aiteisthai = vragen, eisen) .

Marcus duidt hier een begin aan. Het is het begin van de "zendingsrede". Bij Matteüs is het de tweede rede. Ieder van de 5 redes eindigt Matteüs met de woorden: "Toen hij geëindigd had... "

Mc 6,8 - Mc 6,8 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:8 kai parèggeilen autois ina mèden airôsin eis odon ei mè rabdon monon mè arton mè pèran mè eis tèn zônèn chalkon   8 et praecepit eis ne quid tollerent in via nisi virgam tantum non peram non panem neque in zona aes    8 en verbood hun iets anders mee te nemen voor onderweg dan alleen een stok: geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel.  [8] Hij gebood hun om niets* mee te nemen voor onderweg dan een stok – geen brood, geen reistas, geen geld in de beurs – [8] Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok 8 Hij kondigt voor hen af dat ze niets mogen meenemen op weg dan alleen een stok,– geen brood, geen ransel, geen kopergeld in de gordel, 8. Et il leur prescrivit de ne rien prendre pour la route qu'un bâton seulement, ni pain, ni besace, ni menue monnaie pour la ceinture, 

Statenvertaling . 8 En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
King James Bible . [8] And commanded them that they should take nothing for their journey, save a staff only; no scrip, no bread, no money in their purse:
Luther-Bibel . 8 und gebot ihnen, nichts mitzunehmen auf den Weg als allein einen Stab, kein Brot, keine Tasche, kein Geld im Gürtel,

Tekstuitleg van Mc 6,8 .

  Mc 6,8 Mt 10,9 Lc 9,3  
  6:8 kai parèggeilen autois ina mèden airôsin eis odon ei mè rabdon monon mè arton mè pèran mè eis tèn zônèn chalkon mè pèran eis odon mède duo citônas mède upodèmata mède rabdon axios gar o ergatès tès trofès autou  9:3 kai eipen pros autous mèden airete eis tèn odon mète rabdon mète pèran mète arton mète argurion mète | | [ana*] | duo chitônas echein   

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

7. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

8. acc. vr. enk. hodon (weg) van het zelfst. naamw. hodos (weg) . Taalgebruik in het N.T. : hodos (weg) . Taalgebruik in Mc : hodos (weg) .
Mc (10) : (1) Mc 1,2 . (2) Mc 1,3 .  (3) Mc 2,23 .  (4) Mc 4,4 . (5) Mc 4,15 .  (6) Mc 6,8 .    (7) Mc 10,17 . (8) Mc 10,46 .  (9) Mc 11,8 .  (10) Mc 12,14 .

17. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

18. bep. lidw. acc. vr. enk. την = tèn (de) van het bepaald lidw. vr. enk. ἡ = hè . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 6 (11) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,17 . (5) Mc 6,18 . (6) Mc 6,24 . (7) Mc 6,25 . (8) Mc 6,27 . (9) Mc 6,28 . (10) Mc 6,53 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
9. acc. vr. enk. tèn 109  12 4 5 9 9 11 10 4 5 11 5 6 3 7 6 2 6161  4889  1272  180  109  149  121  198  404  111  438  559 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .


Mc 6,9 - Mc 6,9 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:9 alla upodedemenous sandalia kai mè | endusasthai | endusèsthe | duo chitônas 9 sed calciatos sandaliis et ne induerentur duabus tunicis     9 "Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan."  [9] wel sandalen aan te doen, maar geen twee stel kleren aan te trekken. [9] Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei hij, ‘trek geen extra kleren aan.’ 9 maar wel sandalen ondergebonden; ‘en trekt geen twéé onderhemden aan!’ 9. mais : « Allez chaussés de sandales et ne mettez pas deux tuniques. »  

Statenvertaling . 9 Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
King James Bible . [9] But be shod with sandals; and not put on two coats.
Luther-Bibel . 9 wohl aber Schuhe, und nicht zwei Hemden anzuziehen.

Tekstuitleg van Mc 6,9 .

  Mc 6,9      
  alla upodedemenous sandalia kai mè | endusasthai | endusèsthe | duo chitônas 9:3b mète | | [ana*] | duo chitônas echein     

4. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

Mc 6,10 - Mc 6,10 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai elegen autois, Hopou ean eiselthète eis oikian, ekei menete heôs an exelthète ekeithen 10 et dicebat eis quocumque introieritis in domum illic manete donec exeatis inde    10Hij zei verder: "Als ge ergens een huis binnengaat, blijft daar tot ge weer afreist.  [10] Hij zei tegen hen: ‘Als je bij iemand onderdak krijgt, blijf daar dan tot je weer verder reist. [10] En ook zei hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je verder reist.  10 Ook heeft hij tot hen gezegd: overal waar ge een huis binnen moogt komen, blijft daar totdat ge daar weggaat;  10. Et il leur disait : « Où que vous entriez dans une maison, demeurez-y jusqu'à ce que vous partiez de là.  

Statenvertaling . 10 En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
King James Bible . [10] And he said unto them, In what place soever ye enter into an house, there abide till ye depart from that place.
Luther-Bibel . 10 Und er sprach zu ihnen: Wo ihr in ein Haus gehen werdet, da bleibt, bis ihr von dort weiterzieht.

Tekstuitleg van Mc 6,10 .

  Mc 6,10 Mt 10,11 Lc 9,4  
  kai elegen autois, Hopou ean eiselthète eis oikian, ekei menete heôs an exelthète ekeithen eis èn d an polin è kômèn eiselqète exetasate tis en autè axios estin kakei meinate eôs an exelqète  kai eis èn an oikian eiselthète ekei menete kai ekeithen exerchesthe  

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

5. ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean (indien) . Taalgebruik in Mc : ean (indien) .
Mc (32) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,10 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,23 .  

7. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

9. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

11. heôs (tot, totdat) . Taalgebruik in het N.T. : heôs (tot , totdat) . Taalgebruik in Mc : heôs (tot , totdat) .
Mc (14) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,10 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 6,45 .  

14. εκειθεν = ekeithen . Taalgebruik in het NT : vanhier, vandaar . Taalgebruik in de LXX : vanhier, vandaar . Taalgebruik in Mc : vanhier, vandaar . Mc (5) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,11 . (4) Mc 7,24 . (5) Mc 10,1 .
- Mc 6,10 en Mc 6,11 behoren tot de zendingsrede . εκειθεν = ekeithen (vandaar) in de andere drie verzen maken telkens deel uit van de linken tussen οχλος = ochlos (menigte) , οικος = oikos of οικια = oikia (huis) en εκειθεν = ekeithen (vandaar) .
- και εκειθεν = kai ekeithen (en vandaar) . LXX (9) . NT (2) : (1) Mc 7,24 . (2) Lc 9,4 .
- εκειθεν δε = de ekeithen (echter vandaar) . LXX (5) . NT (0) .

  ekeithen (vandaar)  Mc Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ekeithen  (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,11 (4) Mc 7,24 .   (5) Mc 10,1 157  130  27  12    20  22 
kakeithen      (1) Mc 9,30 .   10    10             
  totaal  167  130  37  12  12    20  22 

- Hebreeuws : מִשָּׁם = misjsjâm (vandaar) < prefix voorzetsel min + bijwoord van sj-m . שָׁם = sjâm (daar) OF שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (103) . Pentateuch (37) .
- וּמִשָּׁם = ûmisjsjam (en vandaar) < prefix voegwoord wë + prefix voorzetsel min + bijwoord sj-m . Tenakh (8) .


- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,11 - Mc 6,11 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:11 kai os an topos mè dexètai umas mède akousôsin umôn ekporeuomenoi ekeithen ektinaxate ton choun ton upokatô tôn podôn umôn eis marturion autois  11 et quicumque non receperint vos nec audierint vos exeuntes inde excutite pulverem de pedibus vestris in testimonium illis    11 En is er een plaats waar men u niet ontvangt en niet naar u luistert, gaat daar dan weg en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen."  [11] En als je ergens niet ontvangen wordt, en ze luisteren niet naar jullie, ga daar dan weg, en stamp het zand van je voeten: een getuigenis tegen hen!’ [11] Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’ 11 en als een plek u niet ontvangt en ze niet naar u horen, trekt daarvandaan weg en schudt het stof van uw voeten; het zal tegen hen getuigen! 11. Et si un endroit ne vous accueille pas et qu'on ne vous écoute pas, sortez de là et secouez la poussière qui est sous vos pieds, en témoignage contre eux. »  

Statenvertaling . 11 En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
King James Bible . [11] And whosoever shall not receive you, nor hear you, when ye depart thence, shake off the dust under your feet for a testimony against them. Verily I say unto you, It shall be more tolerable for Sodom and Gomorrha in the day of judgment, than for that city.
Luther-Bibel . 11 Und wo man euch nicht aufnimmt und nicht hört, da geht hinaus und schüttelt den Staub von euren Füßen zum Zeugnis gegen sie.

Tekstuitleg van Mc 6,11 . De getalswaarde van Mc 6,11 is 16580 (2² X 5 X 829) .

  Mc 6,11 Mt 10,14 Lc 9,5  
  kai os an topos mè dexètai umas mède akousôsin umôn ekporeuomenoi ekeithen ektinaxate ton choun ton upokatô tôn podôn umôn eis marturion autois 

 

kai (en) hos an (wie) mè dechètai humas mè akousèi tous logous humôn 10:14 kai os an mè dexètai umas mède akousè tous logous umôn exercomenoi exô tès oikias è tès poleôs ekeinès ektinaxate ton koniorton tôn podôn umôn  

kai osoi an mè dechôntai umas exerchomenoi apo tès poleôs ekeinès ton koniorton apo tôn podôn umôn apotinassete eis marturion ep autous  

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

2. betrekk. voornaamw. nom. mann. enk. ὁς = hos (die) . Zie het betrekk. voornaamw. ὁς , ἡ , ὁ = hos , hè , ho (die/dat) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : betrekkelijk voornaamwoord . Mc (25) : (1) Mc 1,2 .   (2) Mc 3,19 . (3) Mc 3,29 . (4) Mc 3,35 .  (5) Mc 4,9 . (6) Mc 4,25 . (7) Mc 4,31 .  (8) Mc 5,3 .  (9) Mc 6,11 .   (10) Mc 8,35 . (11) Mc 8,38 .  (12) Mc 9,37 . (13) Mc 9,39 . (14) Mc 9,40 . (15) Mc 9,41 . (16) Mc 9,42 .  (17) Mc 10,11 . (18) Mc 10,15 . (19) Mc 10,29 . (20) Mc 10,43 . (21) Mc 10,44 .  (22) Mc 11,23 .   (23) Mc 13,2 .   (24) Mc 15,23 . (25) Mc 15,43 .

  Mc 1 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. mann. enk. hos   (1) Mc 1,2 .   (2) Mc 3,19 . (3) Mc 3,29 . (4) Mc 3,35 .   (5) Mc 4,9 . (6) Mc 4,25 . (7) Mc 4,31 .   (8) Mc 5,3 .   (9) Mc 6,11 .   (10) Mc 8,35 . (11) Mc 8,38 .   (12) Mc 9,37 . (13) Mc 9,39 . (14) Mc 9,40 . (15) Mc 9,41 . (16) Mc 9,42 .   (17) Mc 10,11 . (18) Mc 10,15 . (19) Mc 10,29 . (20) Mc 10,43 . (21) Mc 10,44 .   (22) Mc 11,23 .   (23) Mc 13,2 .     (24) Mc 15,23 . (25) Mc 15,43 .   652  454  198  27  25  28  10  31  129  80  90 

3. αν = an . Taalgebruik in het NT : an . Taalgebruik in de LXX : an . Taalgebruik in Mc : an . Mc (18) : (1) Mc 3,29 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,56 .  (6) Mc 8,35 .  (7) Mc 9,1 . (8) Mc 9,37 . (9) Mc 9,41 . (10) Mc 9,42 . (11) Mc 10,11 . (12) Mc 10,15 . (13) Mc 10,43 . (14) Mc 10,44 .  (15) Mc 11,23 .  (16) Mc 12,36 .  (17) Mc 13,20 .  (18) Mc 14,44 .

an  Mc Mc 3 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  18  (1) Mc 3,29 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,56 .   (6) Mc 8,35 .  (7) Mc 9,1 . (8) Mc 9,37 . (9) Mc 9,41 . (10) Mc 9,42 . (11) Mc 10,11 . (12) Mc 10,15 . (13) Mc 10,43 . (14) Mc 10,44 .   (15) Mc 11,23 .   (16) Mc 12,36 .   (17) Mc 13,20 .   (18) Mc 14,44 .   679  528  151  36  18  29  23  15  28  83  106 

1. - 3. ὁς γαρ αν = hos gar an (want wie zou) . LXX (2) : (1) Gn 21,6 . (2) Js 13,15 . NT (9) . Mt (1) : Mt 16,25 . Mc (5) : (1) Mc 3,35 . (2) Mc 4,25 . (3) Mc 8,35 . (4) Mc 8,38 .  (5) Mc 9,41 . Lc (3) : (1) Lc 8,18 . (2) Lc 9,24 . (3) Lc 9,26 .
- ὁς δ' αν = hos d' an (wie echter zou) . Bijbel . Slechts in het NT (14) : (1) Mt 5,19 . (2) Mt 5,21 . (3) Mt 5,22 2X) . (4) Mt 12,32 . (5) Mt 16,25 . (6) Mt 18,6 . (7) Mt 23,16 . (8) Mt 23,18 . (9) Mc 3,29 . (10) Mc 8,35 . (11) Lc 9,24 . (12) Joh 4,14 . (13) 1 Joh 2,5 . (14) 1 Joh 3,17.
- ὁστις γαρ αν = hostis an (want wie zou) . Bijbel (1) : Mt 12,50 .

4. τοπος = topos (plaats) . Taalgebruik in het NT : topos (plaats) . Taalgebruik in de LXX : topos (plaats) . Een vorm van τοπος = topos in de LXX (613) , in het NT (95) .
- Hebreeuws : מַקוֹם = maqôm (plaats, verblijfplaats) . Taalgebruik in Tenakh : maqôm (plaats, verblijfplaats) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , qoph = 19 of 100 , waw = 6 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (2 X 3 X 31) . Structuur : 4 - 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 6 .
- Ned. : plaats . D. : Stätte . E. : place . Fr. : place . Grieks : τοπος = topos (plaats) . Taalgebruik in het NT : topos (plaats) . Hebreeuws : מַקוֹם = maqôm (plaats, verblijfplaats) . Taalgebruik in Tenakh : maqôm (plaats, verblijfplaats) . Lat. : locus .

5. μη = mè (niet) . Taalgebruik in het NT : mè (niet) . Taalgebruik in de LXX : mè (niet) . Taalgebruik in Mc : mè (niet) .

mè (niet)  Mc Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  67  14  3266  2344  922  117  67  123  110  61  403  41  307  417 

6. conj. aor. 3de pers. enk. dexètai  (hij zou ontvangen) van het werkw. Mc (3) : (1) Mc 6,11 .  (2) Mc 9,37 . (3) Mc 10,15 .

1. - 6.

Mc 9,37 Mt 18,5 Lc 9,48   Mc 9,37 Mt 10,40 Mt 10,40 Lc 9,48   Mc 6,11 Mt 10,14 Mc 10,15  Lc 18,17
  kai (en) kai (en)   kai (en)   kai (en) kai (en)   kai (en) kai (en) kai (en)  
hos an (wie) hos ean (wie) hos ean (wie)   hos an (wie)     hos an (wie)   hos an topos (welke plaats) hos an (wie) hos an (wie) hos an (wie)
hen tôn toioutôn paidiôn dexètai (één van dergelijke kinderen ontvangt) dexètai hen paidion toiouto (één dergelijk kind ontvange) dexètai hen touto to paidiono (dit kind ontvange)   eme dechètai (mij ontvangt) ho dechomenos humas (de ontvangende u) ho eme dechomenos (de ontvangende mij) eme dechètai (mij ontvangt)   mè dexètai humas (u niet zou ontvangen) mè dechètai humas (je niet zou ontvangen) mè dechètai tèn basileian tou theou hôs paidion ( niet zou ontvangen het koninkrijk van God als een kind mè dechètai tèn basileian tou theou hôs paidionhumas ( niet zou ontvangen het koninkrijk van God als een kind
173. De grootste in het Rijk Gods : - Mc 9,33-37 - Mt 18,1-5 - Lc 9,46-48
 173. De grootste in het Rijk Gods : - Mc 9,33-37 - Mt 18,1-5 - Lc 9,46-48 -  173. De grootste in het Rijk Gods : - Mc 9,33-37 - Mt 18,1-5 - Lc 9,46-48 -   173. De grootste in het Rijk Gods : - Mc 9,33-37 - Mt 18,1-5 - Lc 9,46-48 -
Ontvangst en loon : - Mt 10,40-42 - Mc 9,38-41 - Lc 10,16 - Ontvangst en loon : - Mt 10,40-42 - Mc 9,38-41 - Lc 10,16 -  173. De grootste in het Rijk Gods : - Mc 9,33-37 - Mt 18,1-5 - Lc 9,46-48 -   147. zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -  76. Zendingsrede: Mt 10,5-16 - Lc 9,1-6 - Mc 6,7-13 - 267. Jezus ontvangt de kinderen : - Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 - 267. Jezus ontvangt de kinderen : - Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 -

1. - 6.
- Mc 6,11 : kai hos an topos mè dexètai (en welke plaats - jullie - niet zou ontvangen) .
- Mc 9,37 : hos an ... dexètai (wie - één van dergelijke kinderen - zou ontvangen) kai hos an eme dechètai ( en wie mij zou ontvangen) .
- Mc 10,15 : kai hos an mè dexètai tèn basileian tou theou hôs paidion (en wie het koninkrijk van God niet zou ontvangen als een kind) .

8. mède (noch) . Taalgebruik in het NT : mède (noch) . Taalgebruik in Mc : mède (noch) .

  mède  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
    153  105  48  25    19  21  21 

9.

10. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mv. ὑμων = humôn (van jullie) . Zie persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mv. humôn  1573 1084 489 61 12 60 43 34 275 4    
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

11. ind. imperf. 3de pers. enk. εξεπορευετο = exeporeueto (hij begaf zich op weg naar buiten) van het werkw. εκπορευομαι = ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in het NT : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in de LXX : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in Mc : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Een vorm van εκπορευομαι = ekporeuomai (zich op weg begeven uit) in de LXX (172) , in het NT (33) , in Mt (5) , in Mc (11) , in Lc (3) , in Joh (2) , in Hnd (3) . In Mc (11) : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 6,11  . (3) Mc 7,15  . (4) Mc 7,19 . (5) Mc 7,20 . (6) Mc 7,21 . (7) Mc 7,23  . (8) Mc 10,17 . (9) Mc 10,46 . (10) Mc 11,19 . (11) Mc 13,1   . Een vorm van εκπορευομαι = ekporeuomai (zich op weg begeven uit) vergezeld van εκ = ek (4) : (1) Mc 7,15 . (2) Mc 7,20 . (3) Mc 7,21 . (4) Mc 13,1 , van εξω = exô (1) : Mc 11,19 , van -θεν = -then (2) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 7,21 .
- Ned. : p of ph = f -> v + r . Het woord behoort tot de groep van varen . Mnd. . voort . Ofries : forda . Oeng. : ford . D. : fahren . Grieks : πορος = poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. : por-tus : haven .
- Zie verder :
-- Taalgebruik in Mc : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) .
-- Taalgebruik in Mc : eisporeuomai (zich op weg begeven) .

  ekporeuomai (zich op weg begeven uit)   Mc Mc 1 Mc 6 Mc 7 Mc 10 Mc 11 Mc 13 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Apk syn.  ev. 
ind. praes. 3de pers. enk. ekporeuetai     (1) Mc 7,19 . (2) Mc 7,23         24  17     
ind. praes. 3de pers. mv. ekporeuontai       (1) Mc 7,21       12  10       
part. praes. gen. mann. enk. ekporeuomenou         (1) Mc 10,17 . (2) Mc 10,46   (3) Mc 13,1        
part. praes. nom. + acc. onz. enk. ekporeuomenon       (1) Mc 7,20       12     
part. praes. nom. mann. mv. poreuomenoi     (1) Mc 6,11           12  11         
part. praes. nom. + acc. onz. mv. ekporeuomena       (1) Mc 7,15              
ind. imperf. 3de pers. enk. exeporeueto  (1) Mc 1,5           21  18     
ind. imperf. 3de pers. mv. exeporeuonto          (1) Mc 11,19          
  totaal 11  102  79  23  11  15  16 

Mc 6,11. εκειθεν = ekeithen . Taalgebruik in het NT : vanhier, vandaar . Taalgebruik in de LXX : vanhier, vandaar . Taalgebruik in Mc : vanhier, vandaar . Mc (5) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,11 . (4) Mc 7,24 . (5) Mc 10,1 .
- Mc 6,10 en Mc 6,11 behoren tot de zendingsrede . εκειθεν = ekeithen (vandaar) in de andere drie verzen maken telkens deel uit van de linken tussen οχλος = ochlos (menigte) , οικος = oikos of οικια = oikia (huis) en εκειθεν = ekeithen (vandaar) .
- και εκειθεν = kai ekeithen (en vandaar) . LXX (9) . NT (2) : (1) Mc 7,24 . (2) Lc 9,4 .
- εκειθεν δε = de ekeithen (echter vandaar) . LXX (5) . NT (0) .

  ekeithen (vandaar)  Mc Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ekeithen  (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,11 (4) Mc 7,24 .   (5) Mc 10,1 157  130  27  12    20  22 
kakeithen      (1) Mc 9,30 .   10    10             
  totaal  167  130  37  12  12    20  22 

- Hebreeuws : מִשָּׁם = misjsjâm (vandaar) < prefix voorzetsel min + bijwoord van sj-m . שָׁם = sjâm (daar) OF שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (103) . Pentateuch (37) .
- וּמִשָּׁם = ûmisjsjam (en vandaar) < prefix voegwoord wë + prefix voorzetsel min + bijwoord sj-m . Tenakh (8) .

14. bep. lidw. acc. mann. enk. τον = ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
8. acc. m. + onz. enk. ton 124  8 9 5 11 10 7 13 6 9 5 4 7 2 12 11 5 6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

16. bep. lidw. acc. mann. enk. τον = ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
8. acc. m. + onz. enk. ton 124  8 9 5 11 10 7 13 6 9 5 4 7 2 12 11 5 6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

18. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. των = tôn (van de) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
13. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn 90  4 10  13  5178  4144  1034  178  90  119  98  166  267  116     

- bepaald lidw. Ned. : de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

19. πους = pous , ποδος = podos (voet) . Taalgebruik in het NT : pous , podos (voet) . Taalgebruik in de LXX : pous , podos (voet) . Een vorm van pous , podos (voet) in de LXX (301) , in het NT (93) , in de Hnd (19) .

20. persoonl. voornaamw. 2de pers. gen. mv. ὑμων = humôn (van jullie) . Zie persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mv. humôn  1573 1084 489 61 12 60 43 34 275 4    
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

21. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

22. marturion (getuigenis). In 44 verzen in de bijbel; in 27 verzen in het O.T., in 17 verzen in het N.T. In 3 verzen bij Matteüs, in 3 verzen bij Marcus, in 3 verzen bij Lucas, niet bij Johannes,

23. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

Mc 6,12 - Mc 6,12 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:12 kai exelthontes ekèruxan ina metanoôsin   12 et exeuntes praedicabant ut paenitentiam agerent      12 Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.   [12] Ze gingen op weg en riepen op tot bekering. [12] Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, 12 Zij gaan eropuit en prediken dat ze moeten omkeren. 12. Étant partis, ils prêchèrent qu'on se repentît ; 

Statenvertaling . 12 En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
King James Bible . [12] And they went out, and preached that men should repent.
Luther-Bibel . 12 Und sie zogen aus und predigten, man solle Buße tun,

Tekstuitleg van Mc 6,12 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

2. part. aor. nom. mann. mv. exelthontes (uitgegaan) van het werkw. exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) .
Mc (5) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 3,6 . (3) Mc 6,12 . (4) Mc 9,30 . (5) Mc 16,20 . De leerlingen gaan op zending .

3. act. ind. aor. 3de p. mv. ekèruxan (zij verkondigden) van het werkw. kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het N.T. : kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in Mc : kèrussô (verkondigen) .
Mc (2) : (1) Mc 6,12 . (2) Mc 16,20 .
Mc 3,14 behoort tot het roepingsverhaal (Mc 3,13-19) . In dit verhaal worden de taken van de geroepenen voorzegd . In het zendingsverhaal (Mc 6,7-13) voeren de leerlingen uit wat hen is opgedragen : ekèruxan (Mc 6,12 : zij verkondigden) . STAP VOOR STAP !
Na de hemelvaart gingen de leerlingen verkondigen . Zowel in Mc 6,12 als in Mc 16,20 : exelthontes ekèruxan (zij uitgetrokken verkondigden) .
De verkondigingstaak van de leerlingen sluit aan bij de verkondigingstaak van Jezus : Mc 1,38 : hina kai ekei kèruxô , eis touto gar exèlthon (opdat ik ook daar zou verkondigen ; want daartoe ben ik uitgegaan) .

Mc 6,13 - Mc 6,13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:13 kai daimonia polla exeballon kai èleifon elaiô pollous arrôstous kai etherapeuon  13 et daemonia multa eiciebant et unguebant oleo multos aegrotos et sanabant     13 Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.   [13] Ze dreven veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen. [13] en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. 13 Vele demonen hebben ze uitgedreven en vele zieken gezalfd met olijfolie en genezen. 13. et ils chassaient beaucoup de démons et faisaient des onctions d'huile à de nombreux infirmes et les guérissaient.  

Statenvertaling . 13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
King James Bible . [13] And they cast out many devils, and anointed with oil many that were sick, and healed them.
Luther-Bibel . 13 und trieben viele böse Geister aus und salbten viele Kranke mit Öl und machten sie gesund.

Tekstuitleg van Mc 6,13 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .



Mc 6,12 - Mc 6,12 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:12 kai exelthontes ekèruxan ina metanoôsin   12 et exeuntes praedicabant ut paenitentiam agerent      12 Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.   [12] Ze gingen op weg en riepen op tot bekering. [12] Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, 12 Zij gaan eropuit en prediken dat ze moeten omkeren. 12. Étant partis, ils prêchèrent qu'on se repentît ; 

Statenvertaling . 12 En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
King James Bible . [12] And they went out, and preached that men should repent.
Luther-Bibel . 12 Und sie zogen aus und predigten, man solle Buße tun,

Tekstuitleg van Mc 6,12 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

2. part. aor. nom. mann. mv. exelthontes (uitgegaan) van het werkw. exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) .
Mc (5) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 3,6 . (3) Mc 6,12 . (4) Mc 9,30 . (5) Mc 16,20 . De leerlingen gaan op zending .

3. act. ind. aor. 3de p. mv. ekèruxan (zij verkondigden) van het werkw. kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het N.T. : kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in Mc : kèrussô (verkondigen) .
Mc (2) : (1) Mc 6,12 . (2) Mc 16,20 .
Mc 3,14 behoort tot het roepingsverhaal (Mc 3,13-19) . In dit verhaal worden de taken van de geroepenen voorzegd . In het zendingsverhaal (Mc 6,7-13) voeren de leerlingen uit wat hen is opgedragen : ekèruxan (Mc 6,12 : zij verkondigden) . STAP VOOR STAP !
Na de hemelvaart gingen de leerlingen verkondigen . Zowel in Mc 6,12 als in Mc 16,20 : exelthontes ekèruxan (zij uitgetrokken verkondigden) .
De verkondigingstaak van de leerlingen sluit aan bij de verkondigingstaak van Jezus : Mc 1,38 : hina kai ekei kèruxô , eis touto gar exèlthon (opdat ik ook daar zou verkondigen ; want daartoe ben ik uitgegaan) .

Mc 6,13 - Mc 6,13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:13 kai daimonia polla exeballon kai èleifon elaiô pollous arrôstous kai etherapeuon  13 et daemonia multa eiciebant et unguebant oleo multos aegrotos et sanabant     13 Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.   [13] Ze dreven veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen. [13] en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. 13 Vele demonen hebben ze uitgedreven en vele zieken gezalfd met olijfolie en genezen. 13. et ils chassaient beaucoup de démons et faisaient des onctions d'huile à de nombreux infirmes et les guérissaient.  

Statenvertaling . 13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
King James Bible . [13] And they cast out many devils, and anointed with oil many that were sick, and healed them.
Luther-Bibel . 13 und trieben viele böse Geister aus und salbten viele Kranke mit Öl und machten sie gesund.

Tekstuitleg van Mc 6,13 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .


 


Mc 6,12 - Mc 6,12 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:12 kai exelthontes ekèruxan ina metanoôsin   12 et exeuntes praedicabant ut paenitentiam agerent      12 Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.   [12] Ze gingen op weg en riepen op tot bekering. [12] Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, 12 Zij gaan eropuit en prediken dat ze moeten omkeren. 12. Étant partis, ils prêchèrent qu'on se repentît ; 

Statenvertaling . 12 En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
King James Bible . [12] And they went out, and preached that men should repent.
Luther-Bibel . 12 Und sie zogen aus und predigten, man solle Buße tun,

Tekstuitleg van Mc 6,12 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

2. part. aor. nom. mann. mv. exelthontes (uitgegaan) van het werkw. exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) .
Mc (5) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 3,6 . (3) Mc 6,12 . (4) Mc 9,30 . (5) Mc 16,20 . De leerlingen gaan op zending .

3. act. ind. aor. 3de p. mv. ekèruxan (zij verkondigden) van het werkw. kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het N.T. : kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in Mc : kèrussô (verkondigen) .
Mc (2) : (1) Mc 6,12 . (2) Mc 16,20 .
Mc 3,14 behoort tot het roepingsverhaal (Mc 3,13-19) . In dit verhaal worden de taken van de geroepenen voorzegd . In het zendingsverhaal (Mc 6,7-13) voeren de leerlingen uit wat hen is opgedragen : ekèruxan (Mc 6,12 : zij verkondigden) . STAP VOOR STAP !
Na de hemelvaart gingen de leerlingen verkondigen . Zowel in Mc 6,12 als in Mc 16,20 : exelthontes ekèruxan (zij uitgetrokken verkondigden) .
De verkondigingstaak van de leerlingen sluit aan bij de verkondigingstaak van Jezus : Mc 1,38 : hina kai ekei kèruxô , eis touto gar exèlthon (opdat ik ook daar zou verkondigen ; want daartoe ben ik uitgegaan) .

Mc 6,13 - Mc 6,13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:13 kai daimonia polla exeballon kai èleifon elaiô pollous arrôstous kai etherapeuon  13 et daemonia multa eiciebant et unguebant oleo multos aegrotos et sanabant     13 Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.   [13] Ze dreven veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen. [13] en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. 13 Vele demonen hebben ze uitgedreven en vele zieken gezalfd met olijfolie en genezen. 13. et ils chassaient beaucoup de démons et faisaient des onctions d'huile à de nombreux infirmes et les guérissaient.  

Statenvertaling . 13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
King James Bible . [13] And they cast out many devils, and anointed with oil many that were sick, and healed them.
Luther-Bibel . 13 und trieben viele böse Geister aus und salbten viele Kranke mit Öl und machten sie gesund.

Tekstuitleg van Mc 6,13 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . D. : und . E. : and . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat.: et .

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc