150. Mc 6,30-34 - Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -

Evangelie op de 16de (zestiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,30-34 .
Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde omkomen en verloren lopen – godsspraak van de Heer –. Daarom zegt de Heer, Israëls God, tot de herders die mijn volk weiden: door uw schuld zijn mijn schapen verloren gelopen en uiteen gedreven; ge hebt er niet op gelet. Maar ik let wel op u om al uw misdaden – godsspraak van de Heer –. Zelf breng ik de overgebleven schapen bijeen uit alle landen waarheen ik ze heb verdreven. Ik breng ze terug naar hun weiden, ze worden weer vruchtbaar en talrijk. Dan stel ik herders over hen aan, die hen werkelijk weiden. Ze hoeven niet meer bang of angstig te zijn, geen van hen wordt nog vermist – godsspraak van de Heer –. Geloof mij, de tijd komt – godsspraak van de Heer – dat ik een wettige afstammeling van David doe opstaan; hij zal hen met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen. In zijn tijd wordt Juda bevrijd, leeft Israël veilig. En dit is de naam die men hem geeft: de Heer, onze gerechtigheid.

Mc 6,30 - Mc 6,30 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai sunagontai hoi apostoloi pros ton Ièsoun kai apèggeilan autôi panta hosa epoièsan kai hosa edidaxan et convenientes apostoli ad Iesum renuntiaverunt illi omnia quae egerant et docuerant   En de apostelen vergaderden bij Jezus en boodschapten hem alles wat ze gedaan hadden en al wat ze geleerd hadden.   30 En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden. De apostelen kwamen terug bij Jezus, en ze vertelden Hem alles wat ze hadden gedaan en hoe ze onderricht gegeven hadden.  De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.  De uitgezondenen verzamelen zich bij Jezus en verkondigen aan hem wat zij allemaal hebben gedaan en wat zij aan onderricht gegeven hebben.  30. Les apôtres se réunissent auprès de Jésus, et ils lui rapportèrent tout ce qu'ils avaient fait et tout ce qu'ils avaient enseigné.

Statenvertaling . Toen de apostelen zich weer bij Jezus voegden brachten zij Hem verslag uit over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden.  
King James Bible . [30] And the apostles gathered themselves together unto Jesus, and told him all things, both what they had done, and what they had taught.
Luther-Bibel . 30 Und die Apostel kamen bei Jesus zusammen und verkündeten ihm alles, was sie getan und gelehrt hatten.

Tekstuitleg van Mc 6,30 . Dit vers Mc 6,30 telt 17 woorden , 35 (5 X 7) lettergrepen en 88 2 X 2 X 22) letters . De getalswaarde van Mc 6,30 is 6963 (3 X 11 X 211) . Het vers bestaat uit twee nevenbschikkende hoofdzinnen . De tweede hoofdzin heeft twee nevenschikkende betrekkelijke zinnen .

De teruggekeerde leerlingen worden in Mc 6,30 hoi apostoloi (de apostelen = de gezondenen) genoemd . Het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd . Het werkwoord sunagô : verzamelen , bijeenkomen , staat in de mediale vorm : zij verzamelen zich . Het woord synagoge is afgeleid van het werkwoord συναγω = sunagô . De zinsconstructie van Mc 7,1 komt opmerkelijk overeen met Mc 6,30 , waarin de leerlingen terugkeren van hun zending . Aan deze terugkeer gaat het verhaal van de onthoofding van Johannes de Doper door koning Herodes vooraf (Mc 6,17-29) . Er wordt verondersteld dat de leerlingen van Jezus over dit gebeuren vertellen want in Mc 6,32 gaat Jezus naar een eenzame plaats in quarantaine (kat'idian : afzonderlijk) . In Mc 7,1 komen Farizeeën en schriftgeleerden bij Jezus om te redetwisten over reinheidsgebruiken . In Mc 7,24 gaat Jezus weg naar het gebied van Tyrus .

Mc 6,30.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,30.2. med. ind. praes. 3de pers. mv. συναγονται = sunagontai (zij verzamelen zich) van het werkw. συναγω = sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in NT : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in de LXX : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Bijbel (5) : (1) 1 S 13,5 . (2) 1 S 17,1 . (3) 1 S 17,2 . (4) Mc 6,30 . (5) Mc 7,1 . Een vorm van συναγω = sunagô (samendrijven, verzamelen) in de LXX (377) , in het NT (59) ,

  sunagô (verzamelen)   Mc 2 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
pr. 3de pers. enk. sunagetai    (1) Mc 4,1 .                        
pr. 3de pers. mv. sunagontai        (1) Mc 6,30 (2) Mc 7,1 .     2              
med. aor. 3de pers. enk. sunèchthè      (1) Mc 5,21 .       12    1        
med. aor. 3de pers. mv.  sunèchtèsan (1) Mc 2,2 .           57  48  5 1            
  totaal 106  85  21      14  15     

Een vorm van συναγω = sunagô (verzamelen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 2,2 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,30 . (5) Mc 7,1 .
(1) Mc 2,2 (med. ind. aor. 3de pers. mv. συνηχθησαν = sunèchthèsan = zij verzamelden zich) .
(2) Mc 4,1 (med. ind. praes. 3de pers. enk. συναγεται = sunagetai = 'het volk' verzamelt zich) .
(3) Mc 5,21 (mediaal. aor. 3de pers. enk. mv.  συνηχθη = sunèchthè = het verzamelde zich) .
(4) Mc 6,30 (med. ind. praes. 3de pers. mv. συναγονται = sunagontai = zij verzamelen zich) .
(5) Mc 7,1 (med. ind. praes. 3de pers. mv. συναγονται = sunagontai = zij verzamelen zich) .
Telkens wordt er rond Jezus verzameld .

Mc 6,30.1. - 2. και συναγονται = kai sunagontai (en zij verzamelen zich) . LXX (1) : 1 S 17,1 . NT (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 7,1 .

Mc 6,30.3. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi 101 4 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,30.4. nom. mann. mv. αποστολοι = apostoloi (apostelen) van het zelfstandig naamw. αποστολος = apostolos (apostel, gezondene) . Taalgebruik in het NT : apostolos (apostel) . Taalgebruik in de LXX : apostolos (apostel) . Taalgebruik in Mc : apostolos (apostel) . Mc (1) : Mc 6,30 . Dit is bij de terugkeer van de leerlingen na de zending door Jezus (Mc 6,7-13) . Acc. mann. mv. apostolous in Mc 3,14 bij de roeping van de leerlingen (Mc 3,13-19) . Slechts deze twee vormen in Mc . ROEPING EN ZENDING ! Bijbel = NT (16) : (1) Mc 6,30 . (2) Lc 9,10 . (3) Lc 17,5 . (4) Lc 22,14 . Hnd (7) .

  apostolos (apostel)   bijbel NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Heb 1 Pe 2 Pe Jud  syn.  ev.  P..  A. b.. 
5 nom. mann. mv.. apostoloi   16  16        2 : (1) 1 Kor 9,5 . (2) 1 Kor 12,29 .   (1) 2 Kor 8,23 .           (1) 1 Tes 2,7 .                  
  totaal 8 80  28  39  10  35 

Mc 6,30.3. - 4. οἱ αποστολοι = hoi apostoloi (de apostelen) . Bijbel = NT (9) : (1) Mc 6,30 . (2) Lc 9,10 . (3) Lc 17,5 . Hnd (6) .

Mc 6,30.5. προς = pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in de LXX : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (62) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

pros (bij)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  62  3919  3272  647  41  62  158  91  122  166  261  352 

- Hebreeuws . ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . OF ontkenning עַל = ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) .
- Arabisch . إلي = ´ilâ (naar) . Taalgebruik in de Qoran : ´ilâ (naar) .

Mc 6,30.6. bep. lidw. acc. mann. enk. τον = ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (124) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
8. acc. m. + onz. enk. ton 124  8 9 5 11 10 7 13 6 9 5 4 7 2 12 11 5 6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,30.7. acc. mann. enk. ιησουν = Ièsoun (Jezus) . ιησους = ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 . Een vorm van ιησους = Ièsous (Jezus) in Mc 6 (2) : (1) Mc 6,4 (nom. Ièsous) . (2) Mc 6,30 (acc. Ièsoun) .

  Ièsous (Jezus)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
3 acc. mann. enk. Ièsoun 11         2 1     1 1 1     2 2 1 163  39  124  15 11 14 26 27 31 0 40 66
  totaal 81 6 5 1   8 2   1 8 18 6 5 2 11 6 2 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 12 318 556

Mc 6,30.6. - 7. τον ιησουν = ton ièsoun (Jezus) . NT (66) . Mc (10/11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 .

Mc 6,30.5. - 7. προς τον ιησουν = pros ton Ièsoun (naar Jezus) . NT (15) . Mt (1) : Mt 14,29 . Mc (5) : (1) Mc 5,15 . (2) Mc 6,30 . (3) Mc 10,50 . (4) Mc 11,7 . (5) Mc 11,27 . Lc (6) . Joh (4) .

Mc 6,30.1. - 7. Vergelijk :
- Mc 6,30 : και συναγονται οἱ αποστολοι προς τον ιησουν = Kai sunagontai hoi apostoloi pros ton Ièsoun (en de apostelen verzamelen zich bij Jezus) .
- Mc 7,1 : και συναγονται = Kai sunagontai pros auton hoi Farizaioi kai ... = en de Farizeeën ... verzamelen zich bij hem .

Mc 6,30.8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,30.9. act. ind. aor. 3de pers. mv. απηγγειλαν = apèggeilan (zij kondigden af, zij deelden mee) van het werkw. απαγγελλω = apaggellô (af-kondigen) . Taalgebruik in het NT : apaggellô (af-kondigen) . Taalgebruik in de LXX : apaggellô (af-kondigen) . Taalgebruik in Mc : apaggellô (af-kondigen) . LXX (15) . Pentateuch (2) : (1) Gn 26,32 . (2) Gn 42,29 . Mc (3) : (1) Mc 5,14 . (2) Mc 6,30 .  (3) Mc 16,13 . Een vorm van απαγγελλω = apaggellô (af-kondigen) in Mc in 5 verzen .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. apèggeilen   66  56  10             
  act. ind. aor. 3de pers. mv. apèggeilan   30  15  15        12  12     

- Hebreeuws : וַיַּגִּידוּ = wajjaggîdû (en zij vertelden) < waw consecutivum + act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. נָגַד = nâgad (vertellen, verkondigen, bekend maken) . Taalgebruik in Tenakh : nâgad (vertellen, verkondigen, bekend maken) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , ghimel = 3 , daleth = 4 ; totaal : 21 (3 X 7) OF 57 (3 X 19) . Structuur : 5 - 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (23) . Pentateuch (2) : (1) Gn 42,29 . (2) Ex 16,22 .
- וַיַּגִדוּ = wajjaggidû (en zij vertelden) < waw consecutivum + act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. נָגַד = nâgad (vertellen, verkondigen, bekend maken) . Taalgebruik in Tenakh : nâgad (vertellen, verkondigen, bekend maken) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , ghimel = 3 , daleth = 4 ; totaal : 21 (3 X 7) OF 57 (3 X 19) . Structuur : 5 - 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (21) : (1) Gn 26,32 . (2) Gn 45,26 . (3) Re 4,12 . (4) Re 9,7 . (5) Re 9,42 . (6) 1 S 17,31 . (7) 1 S 18,20 . (8) 1 S 18,24 . (9) 1 S 18,26 . (10) 1 S 19,21 . (11) 1 S 23,1 . (12) 1 S 23,25 . (13) 1 S 24,2 . (14) 1 S 25,12 . (15) 2 S 2,4 . (16) 2 S 3,23 . (17) 2 S 10,5 . (18) 2 S 11,10 . (19) 2 S 17,21 . (20) 2 K 7,15 . (21) 2 K 18,37 .

Mc 6,30.8. - 9. και απηγγειλαν = kai apèggeilan (en zij kondigden af, en zij deelden mee) . LXX (10) : (1) Gn 42,29 . (2) 1 S 18,24 . (3) 1 S 23,25 . (4) 2 S 2,4 . NT (4) : (1) Mc 6,30 . (2) Lc 7,18 . (3) Joh 4,51 . (4) Hnd 4,23 .

Mc 6,30.10. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,30.8. - 10. και απηγγειλαν αυτῳ = kai apèggeilan autô(i) (en zij kondigden af hem , en zij deelden hem mee) . LXX (7) : (1) Gn 42,29 . NT (1) Mc 6,30 .
- וַיַּגִּידוּ לוֹ = wajjaggîdû lô (en zij vertelden hem) . LXX (4) : (1) Gn 42,29 . (2) 1 K 20,17 . (3) 2 K 9,36 . (4) Js 36,22 .

Mc 6,30.11. acc. mann. enk. + nom. en acc. onz. mv. παντα = panta (ieder, alles) van het bijvoegl. naamw. πας = pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Mc (21) : (1) Mc 3,28 . (2) Mc 4,11 . (3) Mc 4,34 .  (4) Mc 5,26 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 7,19 . (7) Mc 7,23 . (8) Mc 7,37 . (9) Mc 9,12 . (10) Mc 9,23 . (11) Mc 10,20 . (12) Mc 10,27 . (13) Mc 10,29 . (14) Mc 11,11 . (15) Mc 11,24 . (16) Mc 12,44 . (17) Mc 13,4 . (18) Mc 13,10 . (19) Mc 13,23 . (20) Mc 13,30 . (21) Mc 14,36 .   Een vorm van πας = pas (ieder, elk, alles) in de LXX (6833) , in het NT (1226) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
8 acc. m. enk. , nom. m. + onz. mv. panta 1358 1119 239 32  21 34  20  19  103 10  87  107 
  Totaal 6697  5530  1167 122  66  157  62  167  540  53  345  407 

  pas (al) Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
8 acc. m. enk. , nom. m. + onz. mv. panta 21     (1) Mc 3,28 . 2 : (1) Mc 4,11 . (2) Mc 4,34 .   (1) Mc 5,26 . (1) Mc 6,30 .   3 : (1) Mc 7,19 . (2) Mc 7,23 . (3) Mc 7,37 . 2 : (1) Mc 9,12 . (2) Mc 9,23 . 3 : (1) Mc 10,20 . (2) Mc 10,27 . (3) Mc 10,29 . 2 : (1) Mc 11,11 . (2) Mc 11,24 . 1 : Mc 12,44 . 4 : (1) Mc 13,4 . (2) Mc 13,10 . (3) Mc 13,23 . (4) Mc 13,30 . 1 : Mc 14,36 .    

- Hebreeuws : כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) .

Mc 6,30.8. - 11. και απηγγειλαν αυτῳ παντα = kai apèggeilan autô(i) panta (en zij kondigden af hem alles, en zij deelden hem alles mee) . LXX (1) : (1) Gn 42,29 . NT (1) Mc 6,30 .
- וַיַּגִּידוּ לוֹ אֶת כל = wajjaggîdû lô ´th kol (en zij vertelden hem alles) . LXX (4) : (1) Gn 42,29 .

Mc 6,30.12. nom. +  acc. onz. mv. ὁσα = hosa van het bijvoegl. naamw. ὁσος = hosos (zo groot als) . Taalgebruik in het ΝΤ : hosos (zo groot als) . Taalgebruik in de LXX : hosos (zo groot als) . Taalgebruik in Mc : hosos (zo groot als) . Mc (9) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 3,28 .  (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,20 . (5) Mc 6,30 .   (6) Mc 9,13 .  (7) Mc 10,21 .  (8) Mc 11,24 .  (9) Mc 12,44 . Een vorm van ὁσος = hosos (zo groot als) in Mc in 13 verzen : (1) Mc 2,19 . (2) Mc 3,8 . (3) Mc 3,10 . (4) Mc 3,28 . (5) Mc 5,19 . (6) Mc 5,20 . (7) Mc 6,30 . (8) Mc 6,56 . (9) Mc 7,36 . (10) Mc 9,13 .  (11) Mc 10,21 .  (12) Mc 11,24 .  (13) Mc 12,44 .

  hosos Mc Mc 2 Mc 3 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 bijbel ΟΤ ΝΤ Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. onz. + acc. mann. en onz. enk. hoson   (1) Mc 2,19 .         (2) Mc 7,36 .           30  14  16     
nom. mann. mv. hosoi    (1) Mc 3,10 .     (2) Mc 6,56 .             77  49  28  11  11   
nom. +  acc. onz. mv. hosa   (1) Mc 3,8 . (2) Mc 3,28 .   (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,20 . (5) Mc 6,30 .     (6) Mc 9,13 .   (7) Mc 10,21 .   (8) Mc 11,24 .   (9) Mc 12,44 .   471  424  47  24  31 
    13  578  487  91  13  13  10  16  25  34  44  23 

Mc 6,30.11. - 12. παντα ὁσα = panta hosa (al wat) . LXX (248) . NT (14) . Mc (3) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 11,24 . (3) Mc 12,44 .

Mc 6,30.13. act. ind. imp. 3de p. mv. εποιησαν = epoièsan (zij deden) van het werkw. van het werkw. ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Taalgebruik in de LXX : poieô (doen, maken) .Mc (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 9,13 . Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) .

poieô (doen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
act. ind. imp. 3de p. mv. epoièsan 264  249  15  2 : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 9,13 .        

Mc 6,30.12. - 13. אֲשֶׁר הוּא עֹשֶׂה = ´äsjèr hû´ `oshèh (wat hij doende is , wat hij doet) . Tenakh (5) : (1) Gn 39,3 . (2) Ex 18,14 . (3) Dt 20,20 . (4) Dt 31,21 . (5) Jr 18,4 .
- ὁσα εποιει = hosa epoiei (hoevele dingen hij deed) . LXX (1) : Ex 18,14 . NT (2) : (1) Mc 3,8 . (2) Hnd 9,39 .
- ὁσα αν ποιῃ = hosa an poiè(i) (zovele dingen die zou doen) . LXX (2) : (1) Gn 39,3 . (2) Ps 1,3 .
- ὁσα ποιουσιν = hosa poiousin (zovele dingen zij doen) . LXX (2) : (1) Gn 39,22 . (2) Dt 31,21 .
- אֲשֶׁר עָשׂוּ = äsjèr `âshû (wat zij deden) . Tenakh (45) .
- ὁσα εποιησαν = hosa epoièsan (zovele dingen zij deden) . LXX (8) : (1) Dt 20,18 . (2) 2 K 19,11 . (3) 2 K 21,15 . (4) 2 K 23,32 . (5) 2 K 23,37 . (6) 2 Kr 36,5 . (7) Est 9,29 . (8) 1 Mak 8,3 . NT (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Lc 9,10 .

Mc 6,30.11. - 13. παντα ὁσα εποιησαν = panta hosa epoièsan (alles wat zij deden) . LXX (8) : (1) 2 K 19,11 . (2) 2 K 23,32 . (3) 2 K 23,37 . (4) 2 Kr 36,5 . (7) Est 9,29 . (8) 1 Mak 8,3 . NT (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Lc 9,10 .
- παντα ὁσα εποιησεν = panta hosa epoièsen (alles wat hij deed) . LXX (44) . Pentateuch () : (1) Gn 1,31 . (2) Ex 18,1 . (3) Ex 18,8 . (4) Nu 22,2 .

Mc 6,30.14. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,30.15. nom. +  acc. onz. mv. hosa van het bijvoegl. naamw. hosos (zo groot als) . Taalgebruik in het N.T. : hosos (zo groot als) . Taalgebruik in Mc : hosos (zo groot als) . Mc (9) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 3,28 .  (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,20 . (5) Mc 6,30 .   (6) Mc 9,13 .  (7) Mc 10,21 .  (8) Mc 11,24 .  (9) Mc 12,44 . Een vorm van hosos (zo groot als) in Mc in 13 verzen .

Mc 6,30.16. act. ind. aor. 3de p. mv. edidaxan (zij leerden) van het werkw. didaskô (leren, onderrichten) . Taalgebruik in N.T. : didaskô (leren) . Taalgebruik in Mc : didaskô (leren) . Auto-didact : iemand die door zelfstudie kennis (lering) heeft verworven . Didactiek : leer van het onderrichten . Lat. docere (doctor) . Cfr docent , documentatie . Mc (1) : Mc 6,30 .


Mc 6,31 - Mc 6,31 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:31 kai legei autois deute umeis autoi kat idian eis erèmon topon kai anapausasthe oligon èsan gar oi erchomenoi kai oi upagontes polloi kai oude fagein eukairoun   31 et ait illis venite seorsum in desertum locum et requiescite pusillum erant enim qui veniebant et rediebant multi et nec manducandi spatium habebant     31 Daarop sprak Hij tot hen: "Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit." Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten.  [31] Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten.’ Want er kwamen en gingen zoveel mensen, dat ze niet eens de gelegenheid hadden om te eten.   [31] Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.  31 Hij zegt tot hen: kom mee, jullie zelf alleen, naar een plek in de woestijn, en rúst wat! Want het was een komen en gaan van velen, en ze hadden niet eens tijd om te eten.   31. Et il leur dit : « Venez vous-mêmes à l'écart, dans un lieu désert, et reposez-vous un peu. » De fait, les arrivants et les partants étaient si nombreux que les apôtres n'avaient pas même le temps de manger.  

Statenvertaling .31 En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
King James Bible . [31] And he said unto them, Come ye yourselves apart into a desert place, and rest a while: for there were many coming and going, and they had no leisure so much as to eat.
Luther-Bibel . 31 Und er sprach zu ihnen: Geht ihr allein an eine einsame Stätte und ruht ein wenig. Denn es waren viele, die kamen und gingen, und sie hatten nicht Zeit genug zum Essen.

Tekstuitleg van Mc 6,31 . Het vers Mc 6,31 telt 26 (2 X 13) woorden en 130 (2 X 5 X 13) letters . De getalswaarde van Mc 6,31 is 10823 (79 X 137) .

Mc 6,31.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,31.2. act. ind. pr. 3de pers. enk. legei (hij zegt) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,38 . (3) Mc 6,50 .  
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,31.3. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

- Hebreeuws : לָהֶם = lâhèm (aan hen) < prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Zie : Taalgebruik in Tenakh : prefix voorzetsel לְ = lë + suffix persoonl. voornaamw. . Tenakh (580) . Pentateuch (151) . Eerdere Profeten (133) . Latere Profeten (126) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (141) .

-------------------------------

Mc 6,31.4. deute (welaan) . Taalgebruik in het N.T. : deute (welaan) . Taalgebruik in Mc :: deute (welaan) . Een soort imperatief 2de pers. mv. .
Mc (3) : (1) Mc 1,17 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 12,7 .

Mc 6,31.5. persoonl. voornaamw. nom. mann. mv. 2de pers. humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord . Mc (10) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,18 . (5) Mc 8,29 . (6) Mc 11,17 . (7) Mc 13,9 . (8) Mc 13,11 . (9) Mc 13,23 . (10) Mc 13,29 .

Mc 6,31.7. kat' : afkorting van kata . kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (11) . Mc 6 (2) : (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,32 .

Mc 6,31.8. acc. vr. enk. idian (eigen) van het bijvoegl. naamw. idios (eigen) . Taalgebruik in het N.T. : idios (eigen) . Taalgebruik in Mc : idios (eigen) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,31.7. 8. kat'idian (bij zijn eigen , afzonderlijk) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,31.9. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

Mc 6,31.10. acc. vr. enk. ερημον = erèmon (woestijn) van het zelfst. naamw. ερημος = erèmos (woestijn, eenzame plaats) . Taalgebruik in het NT : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in de LXX : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in Mc. : erèmos (woestijn) . Een vorm van ερημος = erèmos (woestijn) in Mc 6 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,32 . (3) Mc 6,35 .

  erèmos (woestijn)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
4 acc. enk. erèmon  107  94  13  3 : (1) Mt 4,1 . (2) Mt 11,7 . (3) Mt 14,13 . 4 : (1) Mc 1,12 . (2) Mc 1,35 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 6,32 . 2 : (1) Lc 4,42 . (2) Lc 7,24 .   1 : Hnd 21,38 .   3 : (1) Apk 12,6 . (2) Apk 12,14 . (3) Apk 17,3 . 9 : (1) Mt 4,1 // Mc 1,12 // Lc 4,1 . (2) Mt 11,7 // Lc 7,24 . (3) Mt 14,13 // Mc 6,32 .    
  totaal 387  340  47  10  27  32   

1. 2. 3. 4. 1. 1. 2. 3.
Mc 1,12 Mc 1,35 Mc 6,31 Mc 6,32 Mc 6,35 Mc 1,3 Mc 1,4 Mc 1,13
kai euthus (en onmiddellijk kai (en) deute (welaan) kai (en)     egeneto (trad op) kai (en)
to pneuma (de geest)   humeis autoi (jullie zelf)     fônè boôntos (een stem van een roepende) Iôannès ho baptizôn (Johannes de Doper)  
auton ekballei (werpt hem uit) apèlthen (hij ging weg) kat'idian (bij jezelf) apèlthen (hij ging weg) en tôi ploiôi (in de boot - per boot)       èn ( hij was)
eis tèn erèmon (naar de woestijn) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) erèmos estin ho topos (eenzaam is de plaats) en tèi erèmôi (in de woestijn) en tèi erèmôi (in de woestijn) en tèi erèmôi (in de woestijn)
20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 . 60. Jezus vertrekt uit Kafarnaüm : Mc 1,35-38 - Lc 4,42-43 .

150 Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 .

150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 . 151. Eerste broodvermenigvuldiging : Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a . 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 . 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 . 20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 .

Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth (chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn) (39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten) . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten . صَحْراء  

9. - 10. εις ερημον = eis erèmon (naar een eenzame plaats) . LXX (11) . NT (6) : (1) Mt 14,13 . (2) Mc 1,35 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 6,32 . (5) Lc 4,42 . (6) Apk 17,3 .

Mc 6,31.11. acc. mann. enk. τοπον = topon (plaats) van het zelfst. naamw. τοπος = topos (plaats) . Taalgebruik in het NT : topos (plaats) . Taalgebruik in de LXX : topos (plaats) . Mc (4) : (1) Mc 1,35 .  (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 .  (4) Mc 15,22 . Een vorm van τοπος = topos in de LXX (613) , in het NT (95) .
- Ned. : plaats . D. : Stätte . E. : place . Fr. : place . Grieks : τοπος = topos (plaats) . Taalgebruik in het NT : topos (plaats) . Hebreeuws : מַקוֹם = maqôm (plaats, verblijfplaats) . Taalgebruik in Tenakh : maqôm (plaats, verblijfplaats) . Lat. : locus .
- מַקוֹם = maqôm (plaats, verblijfplaats) . Taalgebruik in Tenakh : maqôm (plaats, verblijfplaats) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , qoph = 19 of 100 , waw = 6 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (2 X 3 X 31) . Structuur : 4 - 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 6 .

9. - 11. εις ερημον τοπον = eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) . Bijbel = NT (5) : (1) Mt 14,13 . (2) Mc 1,35 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 6,32 . (5) Lc 4,42 .

Mc 6,31. 7. - 11. Voorstel en uitvoering .
- voorstel : Mc 6,31 : kat'idian eis erèmon topon (op hun eigen naar een eenzame plaats) .
- uitvoering : Mc 6,32 : eis erèmon topon kat'idian (naar een eenzame plaats op hun eigen) .
STAP VOOR STAP !

Mc 6,31.12. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,31.14. oligon (een weinig) . Taalgebruik in het N.T. : oligon (een weinig) . Taalgebruik in Mc : oligon (een weinig) . Het is meestal de vertaling van het Hebreuwse më`at (56) .
In twee verzen in Mc : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 6,31 .

Mc 6,31.15. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 .

Mc 6,31.16. γαρ = gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in de LXX : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Mc (63) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

gar (want)   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  
  3 1 3 2 3 8 4 4 7 4 3 5 6 6 2 63  2289  1299  990  123  63  92  61  73  563  15  278  339 

- Hebreeuws : כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat ) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) .
- Ned. : want . D. : denn . Fr. : car . Hebreeuws : כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Lat. enim .

Mc 6,31.15. - 16. èsan gar (want zij waren) . Mc (4 / 16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,15 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 14,40 .

Mc 6,31.17. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi 101 4 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,31.19. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,31.20. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi 101 4 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,31.22. nom. mann. mv. πολλοι = polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in de LXX : polus (veel) . Bijbel (163) . OT (86) . NT (77) . Mc (12) (1) Mc 2,2 . (2) Mc 2,15 .  (3) Mc 5,9 .  (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,33 .  (7) Mc 10,31 . (8) Mc 10,48 .  (9) Mc 11,8 .  (10) Mc 12,41 .  (11) Mc 13,6 .  (12) Mc 14,56 .  Een vorm van πολυς = polus in de LXX (822) , in het NT (353) .

  polus (veel)   Mc Mc 2 Mc 5 Mc 6 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14   polus (veel)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. mann. mv. polloi  12  (1) Mc 2,2 . (2) Mc 2,15 .   (3) Mc 5,9 .   (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,33 .   (7) Mc 10,31 . (8) Mc 10,48 .   (9) Mc 11,8 .   (10) Mc 12,41 .   (11) Mc 13,6 .   (12) Mc 14,56 .   nom. mann. mv. polloi  163  86  77  16  12  15  18  36  51     

- N. : veel < Grieks : polus ; p -> v . Arabisch : كثير = kathir (veel) . D. : viel . E. many . Fr. : nombreux (tal-rijk) . Gr. : πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Hebr. : רַב + Aramees = rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) . Lat. : multus .

Mc 6,31.23. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


Mc 6,32 - Mc 6,32 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:32 kai apèlthon en tôi ploiôi eis erèmon topon kat idian  32 et ascendentes in navi abierunt in desertum locum seorsum   32 Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn.   [32] Ze gingen in de boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn..  [32] Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. 32 Dan varen ze met de boot weg naar een plek in de woestijn om alleen te zijn.   32. Ils partirent donc dans la barque vers un lieu désert, à l'écart.

Statenvertaling . 32 En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.
King James Bible . [32] And they departed into a desert place by ship privately.
Luther-Bibel . 32 Und sie fuhren in einem Boot an eine einsame Stätte für sich allein.

Tekstuitleg van Mc 6,32 . Dit vers Mc 6,32 telt 9 (3 X 3) woorden en 41 letters . De getalswaarde Mc 6,32 is 3843 (3 X 3 X 7 X 61) .

Mc 6,32.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,32.2. ind. aor. 3de pers. mv. apèlthon (zij gingen weg) van het werkw. aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai (weggaan) .
Mc (5) : (1) Mc 1,20 . (2) Mc 3,13 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 11,4 . (5) Mc 12,12 .
ind. aor. 3de pers. enk. apèlthen (hij ging weg) van het werkw. aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai (weggaan) .
Mc (9) : (1) Mc 1,35 . (2) Mc 1,42 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,24 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 7,24 . (7) Mc 8,13 . (8) Mc 10,22 . (9) Mc 14,10 .
De apostelen verzamelen zich bij Jezus nadat Johannes de Doper door Herodes werd onthoofd (Mc 6,32) . Marcus vermeldt niet dat de apostelen hiervan melding maakten aan Jezus . Wel stelt Jezus voor dat zij naar een eenzame plaats zouden gaan om wat uit te rusten . Hij gaat echter mee . Maar zij kunnen zelfs niet meer op een eenzame plaats komen omdat de menigte er toestroomt en zelfs voor hen er is .
Het weggaan heeft te maken met de dreiging van Herodes . Jezus zoekt veiligheid op . Dat is het meer , de boot , een eenzame plaats . Maar dat alles biedt geen veiligheid meer want de menigten zien hen varen en zien waarheen zij gaan en zijn hen zelfs voor . Daaruit blijkt dat hun veiligheid niet gegarandeerd is .
Bij de tweede keer dwingt Jezus zijn apostelen om per boot weg te gaan . Hij zelf gaat weg naar het gebergte om te bidden . Hij gaat slechts omtrent de vierde nachtwake naar hen toe .
Na de discussie met de Farizeeën en de schriftgeleerden gaat Jezus weg naar het gebied van Tyrus en wil hij in een huis anoniem verblijven . Maar dat lukt niet , want een vrouw komt naar hem om hem te vragen haar dochtertje te genezen .
Jezus kan nergens meer komen zonder dat mensen het weten .
Tussen Mc 6,32 (apèlthon = zij gingen weg ; apèlthen = hij ging weg : Mc 6,46) en Mc 7,24 is er een verband van weggaan om zich in veiligheid te brengen .
- Mc 6,32 (apèlthon en tô(i) ploiô(i) eis erèmon topon kat'idian = zij gingen weg per boot naar een eenzame plaats op zich ; apèlthen eis to oros = hij ging weg naar het gebergte : Mc 6,46) .
- Mc 7,24 : apèlthen eis ta horia Turou = hij ging weg naar het gebied van Tyrus .

Het weggaan gebeurt in de boot (Mc 6,32) of naar een huis (Mc 7,24) . Marcus gebruikt voor het uitstappen uit de boot (Mc 6,34) of het huis uitgaan (Mc 7,31) het part. aor. exelthôn (uitgegaan) . In Mc 7,31 wordt dat nog versterkt door palin (opnieuw) .
Zo ontdekken we een relatie tussen :
- Mc 6,32 : apèlthon = zij gingen weg ; apèlthen = hij ging weg : Mc 6,46) / exelthôn (uitgegaan) : het uitstappen uit de boot (Mc 6,34) .
- Mc 7,24 : apèlthen = hij ging weg / exelthôn (uitgegaan) : het huis uitgaan (Mc 7,31) .
STAP VOOR STAP !

Mc 6,32.3. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

en (in) .   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
119 13  13  12    10  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Mc 6,32.4. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

Mc 6,32.5. dat. onz. enk. ploiô(i) (in de boot) . Taalgebruik in N.T. : ploion (boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion (boot) . N. vloot . L. navis . N. boot . E. ship . D. Boot .
Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met eis = naar (6 / 7) , ek = uit (2 / 2) , en = in (6 / 6) . De verhalen rond de boot kunnen we in drie groepen indelen .
- De eerste groep situeert zich rond de roeping van de eerste leerlingen (Mc 1,19-20) .
- de tweede groep rond Mc 4,1-5,21 met het verhaal van de stormstilling (Mc 4,35-41) .
- de derde groep rond Mc 6,32-8,22 met het verhaal van het wandelen op het meer (Mc 6,45-52) . (7) : (1) Mc 6,32 (en tô(i) ploiô(i) = in de boot) . (2) Mc 6,45 (eis to ploion = in de boot) . (3) Mc 6,47 (to ploion en mesô(i) tès thalassès = de boot in het midden van het meer) . (4) Mc 6,51 (eis to ploion = in de boot) . (5) Mc 6,54 (ek tou ploiou = uit de boot). (6) Mc 8,10 (eis to ploion = in de boot) . (7)  Mc 8,14 (en tô(i) ploiô(i) = in de boot) .
Een vorm van ploion (boot) in 5 verzen van Mc 6 : (1) Mc 6,32 (dat. en tô(i) ploiô(i) = in de boot).   (2) Mc 6,45 (acc. eis to ploion = in de boot) . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 6,51 (acc. eis to ploion = in de boot). (5) Mc 6,54 (gen. ek tou ploiou = uit de boot) .

Mc 6,32.3. - 5. en tô(i) ploiô(i) (in de boot) . Bij Mc in de 6 verzen : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 . (3)  Mc 4,36 . (4) Mc 5,21 . (5) Mc 6,32 . (6)  Mc 8,14 .
In Mc 6,32 gaan Jezus en zijn leerlingen weg per boot om zich in veiligheid te brengen na de onthoofding van Johannes de Doper door Herodes . Na een nieuwe discussie met de Farizeeën in Mc 8,11 gaat Jezus weg naar de overkant . Ze hebben niet eens de tijd gekregen om brood mee te nemen (Mc 8,14) . In beide teksten gaat het om zich in veiligheid te brengen en weg per boot . In Mc 6,32 gebeurt dat voor de eerste maal , in Mc 8,14 voor de tweede en laatste maal .
- Mc 6,32 : apèlthon en tô(i) ploiô(i) = zij gingen weg per boot .
- Mc 8,13 : embas apèlthen = ingestapt ging hij weg ; Mc 8,14 : en tô(i) ploiô(i) = in de boot .
STAP VOOR STAP !

Mc 6,32.6. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

Mc 6,32.7. acc. vr. enk. ερημον = erèmon (woestijn) van het zelfst. naamw. ερημος = erèmos (woestijn, eenzame plaats) . Taalgebruik in het NT : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in de LXX : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in Mc. : erèmos (woestijn) . Een vorm van ερημος = erèmos (woestijn) in Mc 6 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,32 . (3) Mc 6,35 .

  erèmos (woestijn)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
4 acc. enk. erèmon  107  94  13  3 : (1) Mt 4,1 . (2) Mt 11,7 . (3) Mt 14,13 . 4 : (1) Mc 1,12 . (2) Mc 1,35 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 6,32 . 2 : (1) Lc 4,42 . (2) Lc 7,24 .   1 : Hnd 21,38 .   3 : (1) Apk 12,6 . (2) Apk 12,14 . (3) Apk 17,3 . 9 : (1) Mt 4,1 // Mc 1,12 // Lc 4,1 . (2) Mt 11,7 // Lc 7,24 . (3) Mt 14,13 // Mc 6,32 .    
  totaal 387  340  47  10  27  32   

1. 2. 3. 4. 1. 1. 2. 3.
Mc 1,12 Mc 1,35 Mc 6,31 Mc 6,32 Mc 6,35 Mc 1,3 Mc 1,4 Mc 1,13
kai euthus (en onmiddellijk kai (en) deute (welaan) kai (en)     egeneto (trad op) kai (en)
to pneuma (de geest)   humeis autoi (jullie zelf)     fônè boôntos (een stem van een roepende) Iôannès ho baptizôn (Johannes de Doper)  
auton ekballei (werpt hem uit) apèlthen (hij ging weg) kat'idian (bij jezelf) apèlthen (hij ging weg) en tôi ploiôi (in de boot - per boot)       èn ( hij was)
eis tèn erèmon (naar de woestijn) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) erèmos estin ho topos (eenzaam is de plaats) en tèi erèmôi (in de woestijn) en tèi erèmôi (in de woestijn) en tèi erèmôi (in de woestijn)
20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 . 60. Jezus vertrekt uit Kafarnaüm : Mc 1,35-38 - Lc 4,42-43 .

150 Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 .

150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 . 151. Eerste broodvermenigvuldiging : Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a . 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 . 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 . 20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 .

Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth (chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn) (39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten) . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten . صَحْراء  

Mc 6,32.8. acc. mann. enk. topon (plaats) van het zelfst. naamw. topos (plaats) . Taalgebruik in het N.T. : topos (plaats) . Taalgebruik in Mc : topos (plaats) . L. locus . F. place . N. plaats . E. place . D. Stätte .
Mc (4) : (1) Mc 1,35 .  (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 .  (4) Mc 15,22 .

Mc 6,32.6. - 8. eis èrèmon topon (naar een eenzame plaats) . Mc (3) : (1) Mc 1,35 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . In Mc 6,31 doet Jezus het voorstel , in Mc 6,32 volgt de uitvoering .

Mc 6,32.9. kat' : afkorting van kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (11) . Mc 6 (2) : (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,32 .

Mc 6,32.10. acc. vr. enk. idian (eigen) van het bijvoegl. naamw. idios (eigen) . Taalgebruik in het N.T. : idios (eigen) . Taalgebruik in Mc : idios (eigen) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,32.9. - 10. kat'idian (bij zijn eigen , afzonderlijk) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,32.6. - 10. Voorstel en uitvoering .
- voorstel : Mc 6,31 : kat'idian eis erèmon topon (op hun eigen naar een eenzame plaats) .
- uitvoering : Mc 6,32 : eis erèmon topon kat'idian (naar een eenzame plaats op hun eigen) .
STAP VOOR STAP !


Mc 6,33 - Mc 6,33 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:33 kai eidon autous upagontas kai | egnôsan | epegnôsan | polloi kai pezè apo pasôn tôn poleôn sunedramon ekei kai proèlthon autous  33 et viderunt eos abeuntes et cognoverunt multi et pedestre et de omnibus civitatibus concurrerunt illuc et praevenerunt eos     33 Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging; uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen en ze waren er nog eerder dan zij.  [33] Men zag hen weggaan en velen herkenden hen. Uit alle steden haastten ze zich te voet daarheen en kwamen er eerder aan dan zij.   [33] Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.  33 Maar velen zien hen wegvaren en herkennen hen, en te voet snellen ze vanuit al die steden daarheen samen en komen eerder aan dan zij.  33. Les voyant s'éloigner, beaucoup comprirent, et de toutes les villes on accourut là-bas, à pied, et on les devança.  

Statenvertaling . 33 En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.
King James Bible . [33] And the people saw them departing, and many knew him, and ran afoot thither out of all cities, and outwent them, and came together unto him.
Luther-Bibel . 33 Und man sah sie wegfahren, und viele merkten es und liefen aus allen Städten zu Fuß dorthin zusammen und kamen ihnen zuvor.

Tekstuitleg van Mc 6,33 .

Mc 6,33.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,33.3. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,33.5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,33.7. nom. mann. mv. πολλοι = polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in de LXX : polus (veel) . Bijbel (163) . OT (86) . NT (77) . Mc (12) (1) Mc 2,2 . (2) Mc 2,15 .  (3) Mc 5,9 .  (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,33 .  (7) Mc 10,31 . (8) Mc 10,48 .  (9) Mc 11,8 .  (10) Mc 12,41 .  (11) Mc 13,6 .  (12) Mc 14,56 .  Een vorm van πολυς = polus in de LXX (822) , in het NT (353) .

  polus (veel)   Mc Mc 2 Mc 5 Mc 6 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14   polus (veel)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. mann. mv. polloi  12  (1) Mc 2,2 . (2) Mc 2,15 .   (3) Mc 5,9 .   (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,33 .   (7) Mc 10,31 . (8) Mc 10,48 .   (9) Mc 11,8 .   (10) Mc 12,41 .   (11) Mc 13,6 .   (12) Mc 14,56 .   nom. mann. mv. polloi  163  86  77  16  12  15  18  36  51     

- N. : veel < Grieks : polus ; p -> v . Arabisch : كثير = kathir (veel) . D. : viel . E. many . Fr. : nombreux (tal-rijk) . Gr. : πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Hebr. : רַב + Aramees = rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) . Lat. : multus .

Mc 6,33.8. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,33.15. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

Mc 6,33.16. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


Mc 6,34 - Mc 6,34 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:34 kai exelthôn eiden polun ochlon kai esplagchnisthè ep autous oti èsan ôs probata mè echonta poimena kai èrxato didaskein autous polla   33 et viderunt eos abeuntes et cognoverunt multi et pedestre et de omnibus civitatibus concurrerunt illuc et praevenerunt eos   34 Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.   [34] Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte, en Hij had zeer met hen te doen, omdat ze als schapen zonder herder waren, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.  [34] Toen hij uit de boot stapte, zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en hij onderwees hen langdurig.  34 Als hij de boot uitkomt ziet hij een grote schare; hij raakt diep bewogen over hen, omdat zij zijn ‘als schapen die geen herder hebben’, en hij vangt aan hen te onderrichten, uitvoerig.   34. En débarquant, il vit une foule nombreuse et il en eut pitié, parce qu'ils étaient comme des brebis qui n'ont pas de berger, et il se mit à les enseigner longuement.

Statenvertaling . 34 En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
King James Bible . [34] And Jesus, when he came out, saw much people, and was moved with compassion toward them, because they were as sheep not having a shepherd: and he began to teach them many things.
Luther-Bibel . 34 Und Jesus stieg aus und sah die große Menge; und sie jammerten ihn, denn sie waren wie Schafe, die keinen Hirten haben. Und er fing eine lange Predigt an.

- Mc 6,34 : kai exelthôn eiden polun ochlon kai esplagchnisthè ep autous oti èsan ôs probata mè echonta poimena (en uit'gestapt' zag hij een grote menigte en hij had medelijden over hen omdat zij waren als schapen niet hebbende een herder) .
- Mc 8,1 : en ekeinais tais hèmerais palin pollou ochlou ontos kai mè echontôn ti fagôsin (in die dagen terwijl opnieuw een grote menigte was en niet hebbende dat zij iets zouden eten) .

Tekstuitleg van Mc 6,34 . Het vers Mc 6,34 telt 23 woorden en 115 (5 X 23) letters . De getalswaarde van Mc 6,34 is 11744 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 367) .

Mc 6,34.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,34.2. actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud exelthôn (uitgegaan) van het werkwoord exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Uit-gaan kan betekenen : van een eerder besloten ruimte zoals een huis, een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .
Bij Marcus (3) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 6,34 . (3) Mc 7,31 .
In Mc 1,45 is het de genezen melaatse, in de andere twee verzen is het Jezus . In Mc 6,34 stapt Jezus uit de boot , in Mc 7,31 verlaat Jezus het huis en het gebied van Tyrus . Vaak gaat aan een vorm van exerchomai (uitgaan) een vorm van eiserchomai (ingaan) vooraf . In Mc 7,24 gaat Jezus een huis binnen (eiselthôn eis oikian) .
exelthôn (uitgegaan) . Dit sluit aan bij Mc 6,32 : apèlthon en tôi ploiôi (en zij gingen weg in de boot) . exelthôn van Mc 6,34 betekent : uitge'stapt' uit de boot .
Een vorm van exerchomai (uitgaan) in Mc (38) , Mc 6 (6) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,12 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,34 . (6) Mc 6,54 .

Mc 6,34.1. - 2. (ho) de exelthôn (hij echter uitgegaan) . Slechts in Mc 1,45 in het N.T. .
kai exelthôn (en uitgegaan) . In één vers bij Mc : (1) Mc 6,34 . In Mc 7,31 : kai palin exelthôn (en opnieuw uitgegaan) . palin van Mc 7,31 (Mc 7,31-37) verwijst naar exelthôn (uitgegaan) van Mc 6,34 (Mc 6,30-34) .

Mc 6,34.3. act. ind. aor. 3de pers. enk. eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir .
Mc (5) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,16 . (3) Mc 1,19 . (4) Mc 2,14 . (5) Mc 6,34 . Telkens is Jezus onderwerp . De werkwoordvorm eiden (hij zag) wordt in 4 verzen gebruikt bij het roepingsthema . Een 5de maal komt het voor in Mc 6,34 (hij ziet de menigte zonder herder) .

Mc 6,34.2. - 3. verbindingswoord kai (en) + part. nom. mann. enk. + werkwoordvorm eiden (hij zag) (5 / 5) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,16 . (3) Mc 1,19 . (4) Mc 2,14 . (5) Mc 6,34 .

Mc 6,34.6. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,34.8. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Mc (51 + 14 + 6 = 71) , : επι = epi in Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 en επ' = ep' in Mc 6,34 .

epi (op, bij)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 51  1   4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 14  1             1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef                          430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   71  10  6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

- Ned. : op , naar, bij . D. : bei . E. : at . Fr. : à . Lat. : ad .

Mc 6,34.9. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,34.11. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 .

Mc 6,34.10. - 11. hoti èsan (want zij waren) . Mc (1 / 16) : (1) Mc 6,34 .

Mc 6,34.17. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,34.18. ind. aor. 3de pers. enk. ηρξατο = èrxato (hij begon) van het werkw. αρχομαι = archomai (beginnen) . Taalgebruik in het NT : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in de LXX : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Mc (18) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . 18) Mc 15,8 .

archomai (beginnen, aanvangen) Mt Mc  Lc syn. Mc Mc 1

Mc 2

Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br.
ind. aor. 3de p. enk. èrxato 7 : (1) Mt 4,17 . (2) Mt 11,7 . (3) Mt 11,20 . (4) Mt 16,21 . (5) Mt 16,22 . (6) Mt 26,37 . (7) Mt 26,74 . 18 : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 . (1) Lc 4,21 .  (2) Lc 7,15 . (3) Lc 7,24 . (4) Lc 7,38 . (5) Lc 9,12 . (6) Lc 11,29 . (7) Lc 12,1 . (8) Lc 14,30 . (9) Lc 15,14 . (10) Lc 19,45 . (11) Lc 20,9 . (1) Mt 11,7 // Lc 7,24 . (2) Mt 16,21 // Mc 8,31 . (3) Mt 16,22 // Mc 8,32 . (4) Mt 26,37 // Mc 14,33 . (5) Mt 26,74 // Mc 14,71 . (6) Mc 11,15 // Lc 19,45 . (7) Mc 12,1 // Lc 20,9 . 18 1 : (1) Mc 1,45 .   1 : Mc 4,1 . 1 : (3) Mc 5,20 . 3 : (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . 2 : (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . 3 : (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . 1 : (12) Mc 11,15 . 1 : (13) Mc 12,1 . 1 : (14) Mc 13,5 . 3 : (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 . 1 : (18) Mc 15,8 . 76 35 41 7 18 11 1 4  

Mc 1,14 (Jezus ging naar Galilea) Mc 3,7 (Jezus week uit nadat de Farizeeën en Herodianen een besluit namen Jezus te doden) Mc 6,32 // Mt 14,13 // Lc 9,10b-17 Mc 7,24
Kai (en) Kai ho Ièsous...  (En Jezus...)
Kai (en) Ekeithen de anastas (Vandaar echter opgestaan zijnde)
meta to paradothènai ton Iôannèn (nadat Johannes werd overgeleverd)      
èlthen (ging hij) anechôrèsen (week uit) apèlthon (zij gingen weg) en tôi ploiôi (in de boot) apèlthen (ging hij weg)
eis tèn Galilaian (naar Galilea) pros tèn thalassan (bij het meer) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) eis ta horia Turou (naar de bergen van Tyrus)


kat'idian (op henzelf)
 
Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,1-13 : begin van Jezus' optreden in Galilea - Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 -
Mc 3,7-12 //Mt 12,15-21 // Lc 6,17-19: volkstoeloop en genezingen - Mc 3,7-12 - Mt 12,15-21 - Lc 6,17-20a -
150. Mc 6,30-34 // Mt 14,13-14 // Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 -
156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw : Mc 7,24-30 // Mt 15,21-28 - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 -