Mc 1,14 (Jezus ging naar Galilea) Mc 3,7 (Jezus week uit nadat de Farizeeën en Herodianen een besluit namen Jezus te doden) Mc 6,32 // Mt 14,13 // Lc 9,10b-17 Mc 7,24
Kai (en) Kai ho Ièsous...  (En Jezus...)
Kai (en) Ekeithen de anastas (Vandaar echter opgestaan zijnde)
meta to paradothènai ton Iôannèn (nadat Johannes werd overgeleverd)      
èlthen (ging hij) anechôrèsen (week uit) apèlthon (zij gingen weg) en tôi ploiôi (in de boot) apèlthen (ging hij weg)
eis tèn Galilaian (naar Galilea) pros tèn thalassan (bij het meer) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) eis ta horia Turou (naar de bergen van Tyrus)


kat'idian (op henzelf)
 
Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,1-13 : begin van Jezus' optreden in Galilea - Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 -
Mc 3,7-12 //Mt 12,15-21 // Lc 6,17-19: volkstoeloop en genezingen - Mc 3,7-12 - Mt 12,15-21 - Lc 6,17-20a -
150. Mc 6,30-34 // Mt 14,13-14 // Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 -
156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw : Mc 7,24-30 // Mt 15,21-28 - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 -

- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -

151. Mc 6,35-44a : Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -

Volgens Standaert behoort dit verhaal tot de eerste sectie ((Mc 6,30-8,21) van het tweede deel (Mc 6,14-10,52) .

Mc 6,35  Mc 6,47  Mc 6,48b
kai èdè hôras pollès genomenès (en toen het reeds laat was geworden)  kai opsias genomenès (en toen het avond was geworden)  peri tetartèn fulakèn tès nuktons (rond de vierde nachtwake)
     

 

Mc 6,36 // Mt 14,15b // Lc 9,12b Mc 6,45b // Mt 14,22b Mc 8,3 // Mc 8,9 //
   heoos (terwijl)    
   autos (hij zelf)    
apoluson (ontbind - wegzend) apoluei (ontbindt - wegzendt)    
autous (hen) ton ochlon (de menigte)    
hina (opdat)      
apelthontes (weggegaan zijnde)      
eis... (naar)      

Mc 6,35 - Mc 6,35 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem  
6:35 kai èdè ôras pollès genomenès proselthontes autô oi mathètai autou elegon oti erèmos estin o topos kai èdè ôra pollè 35 et cum iam hora multa fieret accesserunt discipuli eius dicentes desertus est locus hic et iam hora praeterivit  En toen het al een laat uur geworden was , naderden zijn leerlingen hem (en) zeiden : "De plaats is woesten het is al een laat uur .   35 En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;  [35] Het was al laat geworden toen zijn leerlingen Hem kwamen zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats, en het is al laat.  [35] Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat.  35 Maar als de tijd vordert, komen zijn leerlingen tot hem en zeggen: deze plek is een en al woestijn, en de tijd is al gevorderd!–   35. L'heure étant déjà très avancée, ses disciples s'approchèrent et lui dirent : « L'endroit est désert et l'heure est déjà très avancée ; 

King James Bible . And when the day was now far spent, his disciples came unto him, and said, This is a desert place, and now the time is far passed:
Luther-Bibel . 35 Als nun der Tag fast vorüber war, traten seine Jünger zu ihm und sprachen: Es ist öde hier und der Tag ist fast vorüber;

  Mc 6,35   Lc 9,12  
  35Καὶ ἤδη ὥρας πολλῆς γενομένης προσελθόντες αὐτῷ οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ ἔλεγον ὅτι Ἔρημός ἐστιν ὁ τόπος, καὶ ἤδη ὥρα πολλή: 15ὀψίας δὲ γενομένης προσῆλθον αὐτῷ οἱ μαθηταὶ λέγοντες, Ἔρημός ἐστιν ὁ τόπος καὶ ἡ ὥρα ἤδη παρῆλθεν 12Ἡ δὲ ἡμέρα ἤρξατο κλίνειν: προσελθόντες δὲ οἱ δώδεκα εἶπαν αὐτῷ,  

Tekstuitleg van Mc 6,35 . Dit vers Mc 6,35 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 98 (2 X 7 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 6,35 is 10347 (3 X 3449) .

Mc 6,35.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,35.2. ηδη = èdè (reeds) . Taalgebruik in het NT : èdè (reeds) . Mc (7) : (1) Mc 4,37 . (2) Mc 6,35 . (3) Mc 8,2 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 13,28 . (6) Mc 15,42 . (7) Mc 15,44 .

èdè (reeds)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  92  36  56  16  15    23  39  12 

Mc 6,35.1. - 2. - και ηδη = kai èdè (en reeds) . LXX (2) . NT (2) : (1) Mc 6,35 (2X) . (2) Mc 15,42 .
- ηδη δε = èdè de (reeds echter) . NT (5) : (1) Mt 3,10 . (2) Lc 3,9 . (3) Lc 7,6 . (4) Joh 4,51 . (5) Joh 7,14 .

Mc 6,35.3. gen. vr. enk. hôras (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .  
nom. + dat. vr. enk. hôra(i) . Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .

nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het NT : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .

Mc 6,35.4. gen. vrouw. enk. pollès (veel) van het πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in de LXX : polus (veel) . Taalgebruik in Mc : polus (veel) . Mc (2) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,26 .  

  polus (veel)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + voc. + acc. onz. + voc. mann. enk.  polu 90 69 21 0 3 5 0 5 7 1 8 8 5 2

- N. : veel . D. : viel . E. many . Fr. : nombreux (tal-rijk) . Lat. : multus . Gr. : πολυς = polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Hebr. : רַב = rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) .

  polus (veel)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
gen. vr. enk. pollès   35  22  13       

Mc 6,35.5. part. aor. gen. vr. enk. γενομενης = genomenès (geworden) van het werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in de LXX : ginomai (worden) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mt (9) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 13,21 . (3) Mt 14,15 . (4) Mt 14,23 . (5) Mt 16,2 . (6) Mt 20,8 . (7) Mt 27,1 . (8) Mt 26,20 . (9) Mt 27,57 . Mc (9) . (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,17 . (3) Mc 4,35 . (4) Mc 6,21 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 14,17 . (8) Mc 15,33 . (9) Mc 15,42 . Lc (2) : (1) Lc 4,42 . (2) Lc 6,48 . Joh (1) : Joh 21,4 . Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) .

  ginomai (worden, gebeuren)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.   ev. 
  part. aor. gen. vr. enk. genomenès  41  33  11    20  21 

ginomai   Mt Mc Lc syn.  
part. aor. gen. vr. enk. genomenès  9 : 7 opsias... genomenès : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 16,2 . (5) Mt 20,8 . (6) Mt 26,20 . (7) Mt 27,57 . + 2 : (1) Mt 13,21 . (2) Mt 27,1 . 9 : 5 : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 15,42 . + 4 : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 6,21 . (3) Mc 6,35 . (4) Mc 15,33 . 2 : (1) Lc 4,42 . (2) Lc 6,48 . 20 : (1) Mt 13,21 // Mc 4,17 . (2) Mt 14,15 // Mc 6,35 .

 - Hebreeuws . prefix verbindingswoord wa + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְהִי = wajëhî (en hij/het was) van het werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) . De getalwaarde van וַיְהי = wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van אֵל = ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . In de LXX wordt het Hebreeuwse werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) vaak vertaald door het Griekse werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) .

Mc 6,35.1. - 5. STAP VOOR STAP !
- Mc 6,35 : kai èdè ôras pollès genomenès (en nadat het reeds een laat uur was geworden) .
- Mc 15,42 : kai èdè opsias genomenès (en nadat het reeds avond was geworden) .

οψιας (...) γενομενης = opsias (...) genomenès (nadat het avond was geworden) . Bijbel = NT (12) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 16,2 . (5) Mt 20,8 . (6) Mt 26,20 . (7) Mt 27,57 . (8) Mc 1,32 . (9) Mc 4,35 . (10) Mc 6,47 . (11) Mc 14,17 . (12) Mc 15,42 + 4 : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 6,21 . (3) Mc 6,35 . (4) Mc 15,33 .
- οψιας δε γενομενης = opsias de genomenès (nadat het echter avond was geworden) . Bijbel = NT (7) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 20,8 . (5) Mt 26,20 . (6) Mt 27,57 . (7) Mc 1,32 .
- και οψιας γενομενης = kai opsias genomenès (en nadat het avond was geworden) . Bijbel = NT (2) : (1) Mc 6,47 . (2) Mc 14,17 .
- και ... οψιας γενομενης = kai ... opsias genomenès (en ... nadat het avond was geworden) . Bijbel = NT (2) : (1) Mc 4,35 . (2) Mc 15,42 .
- Zonder και = kai (en) en δε = de (echter) ; οψιας (...) γενομενης = opsias genomenès (nadat het avond was geworden) . Bijbel = NT (1) : Mt 16,2 .
- Hebr. : וַיְהִי עֶרֶב = wajëhî `èrèbh (en het werd avond) . Tenakh (6) : (1) Gn 1,5 . (2) Gn 1,8 . (3) Gn 1,13 . (4) Gn 1,19 . (5) Gn 1,23 . (6) Gn 1,31 .

Mc 6,35.6. part. aor. nom. mann. en vr. mv. προσελθοντες = proselthontes (gekomen bij) van het werkw. προσερχομαι = proserchomai (naderbijkomen) . Taalgebruik in het NT : proserchomai (naderbijkomen) . Taalgebruik in de LXX : proserchomai (naderbijkomen) . Bijbel (23) . OT (6) : (1) Gn 43,19 . (2) Nu 32,2 . (3) Joz 10,24 . (4) Da 3,8 . (5) Jdt 7,8 . (6) 2 Mak 2,6 . NT (17) : (1) Mt 8,25 . (2) Mt 13,10 . (3) Mt 13,27 . (4) Mt 14,12 . (5) Mt 15,12 . (6) Mt 15,23 . (7) Mt 16,1 . (8) Mt 17,19 . (9) Mt 26,50 . (10) Mt 26,60 . (11) Mt 26,73 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 10,2 . (14) Lc 8,24 . (15) Lc 9,12 . (16) Lc 20,27 . (17) Hnd 23,14 . Een vorm van προσερχομαι = proserchomai in de LXX (113) , in het NT (87) , Een vorm van het werkw. προσερχομαι = proserchomai kan in de LXX de vertaling van 12 verschillende Hebreeuwse werkw. zijn .
- In de Bijbel wordt het deelwoord προσελθοντες = proselthontes (naderbijgekomen) vaak gebruikt om iets te zeggen , te vragen , enz...
- med. ind. aor. 1ste pers. enk. of 3de pers. mv. = prosèlthon (ik kwam naderbij / zij kwamen naderbij) . Bijbel (28) . LXX (11) . NT (15) . Mt (14) Joh (1) .

  proserchomai (naderbijgaan) Mc Mc 1 Mc 6 Mc 10 Mc 12 Mc 14 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn. ev.
1 part. aor. nom. mann. enk. proselthôn (1) Mc 1,31 .       (2) Mc 12,28 .   (3) Mc 14,45 .   28  23  14      20  20 
2 part. aor. nom. m. + vr. mv. proselthontes   (1) Mc 6,35 .   (2) Mc 10,2 .       23  6 17  11      16  16 
    111  40  71  49  62   63

 - Hebreeuws : act. qal piel perf. 3de pers. mv. נִגְּשׁוּ = niggësjû (zij traden naderbij) van het werkw. נָגַשׁ = nâgasj (naderen, nader treden) . Taalgebruik in Tenakh : nâgasj (naderen, nader treden) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , gimel = 3 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 353 (spiegelgetal) . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (3) : (1) Ex 34,32 . (2) 1 S 7,10 . (3) Ezr 9,1 .
- וַיִּגְּשׁוּ = wajjiggasjû (en zij naderden) < wa-consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. נָגַשׁ = nâgasj (naderen, nader treden) . Taalgebruik in Tenakh : nâgasj (naderen, nader treden) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , gimel = 3 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 353 (spiegelgetal) . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (13) : (1) Gn 19,9 . (2) Gn 43,19 . (3) Gn 45,4 . (4) Ex 32,6 . (5) Nu 32,16 . (6) Joz 8,11 . (7) Joz 14,6 . (8) Joz 21,1 . (9) 1 K 18,20 . (10) 2 K 2,5 . (11) 2 K 5,13 . (12) Jr 42,1 . (13) Ezr 4,2 . Een vorm van נגשׁ (n-g-sj) in Tenakh (111) .

Mc 6,35.7. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,35.6. - 7. προσελθοντες αυτῳ = proselthontes autô(i) (gekomen bij) . Bijbel (2) : (1) Jdt 7,8 . (2) Mc 6,35 .

Mc 6,35.8. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi 101 4 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,35.7. - 8. αυτῳ οἱ = autô(i) hoi (aan hem de) . LXX (30) . NT (32) .

Mc 6,35.9. nom. mann. mv. μαθηται = mathètai (leerlingen) van het zelfst. naamw. μαθητης = mathètès (leerling) . Taalgebruik in het NT : mathètès (leerling) . Taalgebruik in de LXX : mathètès (leerling) . Bijbel = NT (106) . Mc (17) . (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,23 . (3) Mc 5,31 . (4) Mc 6,1 . (5) Mc 6,29 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 7,5 . (8) Mc 7,17 . (9) Mc 8,4 . (10) Mc 8,27 . (11) Mc 9,28 . . (12) Mc 10,10 . (13) Mc 10,13 . (14) Mc 10,24 . (15) Mc 11,14 . (16) Mc 14,12 . (17) Mc 14,16 . Een vorm van μαθητης = mathètès (leerling) in de LXX (-) , in het NT (262) .

  mathètès (leerling) Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel  NT  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  syn. ev.
5 nom. mv. mathètai 2 : (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,23 .     1 : Mc 5,31 3 : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,35 . 2 : (1) Mc 7,5 . (2) Mc 7,17 . 2 : (1) Mc 8,4 . (2) Mc 8,27 . 1 : Mc 9,28 . 3 : (1) Mc 10,10 . (2) Mc 10,13 . (3) Mc 10,24 . 1 : Mc 11,14 .     2 : (1) Mc 14,12 . (2) Mc 14,16 .   105 105 38 17 10 36 4 65 101

Mc 6,35.8. - 9. οἱ μαθηται = hoi mathètai (de leerlingen) . Bijbel = NT (91) .

Mc 6,35.7. - 9. αυτῳ οἱ μαθηται = autô(i) hoi mathètai (aan hem de leerlingen) . NT (17) : (1) Mt 5,1 . (2) Mt 8,23 . (3) Mt 9,14 . (4) Mt 13,36 . (5) Mt 14,15 . (6) Mt 15,33 . (7) Mt 19,10 . (8) Mt 24,3 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 6,1 . (11) Mc 6,35 . (12) Mc 8,4 . (13) Mc 14,12 . (14) Lc 7,11 . (15) Lc 9,18 . (16) Joh 11,8 . (17) Joh 16,29 .

Mc 6,35.10. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,35.9. - 10. μαθηται αυτου = mathètai autou (zijn leerlingen) . NT (58) . Mt (19) . Mc (13) . Lc (7) . Joh (19) .

Mc 6,35.8. - 10. οἱ μαθηται αυτου = oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .

Mc 6,35.11. act. ind. imperf. 3de pers. mv. ελεγον = elegon (zij zeiden) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Mc (18) : (1) Mc 2,16 . (2) Mc 2,24 . (3) Mc 3,21 . (4) Mc 3,22 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 4,41 (pros allèlous = tot elkaar) . (7) Mc 5,31 . (8) Mc 6,14 . (9) Mc 6,15 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 11,5 . (12) Mc 11,28 . (13) Mc 14,2 . (14) Mc 14,31 . (15) Mc 14,70 . (16) Mc 15,31 . (17) Mc 15,35 (pros heautas = tot zichzelf) . (18) Mc 16,3 . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) , in Mc 3 (12) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .
- Hebreeuws : וַיּאֹמְרוּ = wajjô´mërû (en zij zeiden) < prefix waw consecutivum + act. ind. imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. אמר = ´-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (304) .
- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . D. : sprechen (spreken) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere .

legô (zeggen) . V.T.   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel ΟΤ ΝΤ Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
act. ind. imperf. 3de pers. mv. elegon  18                1 95  21  74  18  31           

- Hierna worden de sprekers geciteerd .

Mc 6,35.12. ὁτι = hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het ΝΤ : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in de LXX : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) . Mc 6 (9) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,14 . (3) Mc 6,15 . (4) Mc 6,17 . (5) Mc 6,18 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 6,35 . (8) Mc 6,49 . (9) Mc 6,55 .

hoti ( dat , omdat )   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel ΟΤ ΝΤ Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  92  12  10  4396  3213  1183  137  92  160  237  114  389  54  389  626 

Mc 6,35.13. מִדְבָּר = midëbâr (woestijn, woestenij) . Taalgebruik in Tenakh : midëbâr (woestijn, woestenij) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 246 (2 X 3 X 41) . Structuur : 4 - 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (83) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (20) . Js (9) : (1) Js 16,8 . (2) Js 21,1 . (3) Js 32,15 . (4) Js 35,1 . (5) Js 41,18 . (6) Js 42,11 . (7) Js 50,2 . (8) Js 63,1 . (9) Js 64,9 . NT (4) : (1) Mt 14,15 // Mc 6,35 . (2) Mt 23,38 . (3) Mc 6,35 // Mt 14,15 . (4) Hnd 8,26 .
- ερημος = erèmos (woestijn, eenzame plaats) . Taalgebruik in het NT : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in de LXX : erèmos (woestijn) . Een vorm van ερημος = erèmos (woestijn, eenzame plaats) in de LXX (386) , in het NT (47) . In 3 van de 9 verzen komt een vorm van ερημος = erèmos (eenzaam) voor in Mc 6 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,32 . (3) Mc 6,35 .
- Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten .
- heremiet < herèmitos : kluizenaar . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Fr. désert .

  erèmos (woestijn)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. enk. erèmos   32  28  2     1        
  totaal 387  340  47  10  27  32   

  erèmos (woestijn)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. enk. erèmos   32  28  2 : (1) Mt 14,15 . (2) Mt 23,38 . 1 : Mc 6,35 .     1 : Hnd 8,26 .     3 : (1) Mt 14,15 // Mc 6,35 .    

Mc 6,35.15. bepaald lidwoord nom. mann. enk. ὁ = ho . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 219 12  13  12  17  18  28  11  16  16  27  21  8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- bepaald lidw. de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,35.16. nom. mann. enk. topos (plaats) . Taalgebruik in het NT : topos (plaats) . Taalgebruik in de LXX : topos (plaats) . Taalgebruik in Mc : topos (plaats) . Een vorm van in de LXX (613) , in het NT (95) , in Mc (10) . L. locus . F. place . N. plaats . E. place . D. Stätte . Bijbel (76) . OT (60) . NT (16) . Mc (4) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,35 . (3) Mc 15,22 . (4) Mc 16,6 . Vertaling van het Hebreeuws hammâqôm (de plaats) < bepaald lidw. ha + maqôm (plaats, verblijfplaats) . Taalgebruik in Tenakh : maqôm (plaats, verblijfplaats) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , qoph = 19 of 100 , waw = 6 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (2 X 3 X 31) . Structuur : 4 - 1 - 6 - 4 . Tenakh (114) . Pentateuch (51) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (21) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (14) . In Tenakh kan hammâqôm (de plaats) verwijzen naar de tempelberg Sion , de woonplaats van JHWH .

Mc 6,35.17. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,35.19. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,36 - Mc 6,36 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:36 apoluson autous ina apelthontes eis tous kuklô agrous kai kômas agorasôsin eautois ti fagôsin  36 dimitte illos ut euntes in proximas villas et vicos emant sibi cibos quos manducent     36 Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.   [36] Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf op de hoeven en in de dorpen in de omgeving iets te eten gaan kopen.’  [36] Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten te kopen.’   36 laat hen los, dan kunnen ze weggaan naar de boerderijen en de dorpen in de buurt en zich iets te eten kopen!   36. renvoie-les afin qu'ils aillent dans les fermes et les villages d'alentour s'acheter de quoi manger. » 

King James Bible . [36] Send them away, that they may go into the country round about, and into the villages, and buy themselves bread: for they have nothing to eat.
Luther-Bibel . 36 lass sie gehen, damit sie in die Höfe und Dörfer ringsum gehen und sich Brot kaufen.

         
  36ἀπόλυσον αὐτούς, ἵνα ἀπελθόντες εἰς τοὺς κύκλῳ ἀγροὺς καὶ κώμας ἀγοράσωσιν ἑαυτοῖς τί φάγωσιν. : ἀπόλυσον τοὺς ὄχλους, ἵνα ἀπελθόντες εἰς τὰς κώμας ἀγοράσωσιν ἑαυτοῖς βρώματα. Ἀπόλυσον τὸν ὄχλον, ἵνα πορευθέντες εἰς τὰς κύκλῳ κώμας καὶ ἀγροὺς καταλύσωσιν καὶ εὕρωσιν ἐπισιτισμόν, ὅτι ὧδε ἐν ἐρήμῳ τόπῳ ἐσμέν.  

Tekstuitleg van Mc 6,36 .

2. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

5. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

6. bep. lidw. acc. mann. mv. τους = tous (de) . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous 52       2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

7. kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in het N.T. : kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in Mc : kuklô(i) (rondom) .
Mc (3) : (1) Mc 3,34 . (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,36 .

9. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -

Mc 6,37 - Mc 6,37 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:37 o de apokritheis eipen autois dote autois umeis fagein kai legousin autô apelthontes agorasômen dènariôn diakosiôn artous kai dôsomen autois fagein  37 et respondens ait illis date illis manducare et dixerunt ei euntes emamus denariis ducentis panes et dabimus eis manducare    37 Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?  [37] Hij antwoordde hun: ‘Jullie moeten hun te eten geven.’ Ze zeiden tegen Hem: ‘Moeten we voor tweehonderd denariën* brood gaan kopen en hun te eten geven?’   [37] Maar hij zei: ‘Geven jullie hun maar te eten!’ Ze vroegen hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?’   37 Maar ten antwoord zegt Jezus tot hen: geeft gíj hun te eten! Zij zeggen tot hem: moeten wij weggaan, voor tweehonderd dinar broden kopen en aan hen te eten geven?   37. Il leur répondit : « Donnez-leur vous-mêmes à manger. » Ils lui disent : « Faudra-t-il que nous allions acheter des pains pour deux cents deniers, afin de leur donner à manger ? » 

King James Bible . [37] He answered and said unto them, Give ye them to eat. And they say unto him, Shall we go and buy two hundred pennyworth of bread, and give them to eat?
Luther-Bibel . 37 Er aber antwortete und sprach zu ihnen: Gebt ihr ihnen zu essen! Und sie sprachen zu ihm: Sollen wir denn hingehen und für zweihundert Silbergroschen Brot kaufen und ihnen zu essen geben?

Tekstuitleg van Mc 6,37 . Het vers Mc 6,37 telt 21 (3 X 7) woorden en 124 (2² X 31) letters . De getalswaarde van Mc 6,37 is 14368 (2² X 2³ X 449) .

  Mc 6,37 Mt 14,16    
  37 ὁ δὲ ἀποκριθεὶς εἶπεν αὐτοῖς, Δότε αὐτοῖς ὑμεῖς φαγεῖν. καὶ λέγουσιν αὐτῷ, Ἀπελθόντες ἀγοράσωμεν δηναρίων διακοσίων ἄρτους καὶ δώσομεν αὐτοῖς φαγεῖν; 16 ὁ δὲ [Ἰησοῦς] εἶπεν αὐτοῖς, Οὐ χρείαν ἔχουσιν ἀπελθεῖν: δότε αὐτοῖς ὑμεῖς φαγεῖν. 13εἶπεν δὲ πρὸς αὐτούς, Δότε αὐτοῖς ὑμεῖς φαγεῖν.  

Mc 6,37.1. bepaald lidwoord nom. mann. enk. ὁ = ho . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 219 12  13  12  17  18  28  11  16  16  27  21  8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- bepaald lidw. de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,37.1. - 2. δε ὁ = de ho (echter de) . Mc (8) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 6,16 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 10,14 . (6) Mc 14,44 . (7) Mc 15,7 . (8) Mc 15,39 . δε = de (echter) + een vorm van het bep. lidw. . NT (584) .
- ὁ δε = ho de (hij echter) . Mc () : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,45 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,36 . (6) Mc 5,40 . (7) Mc 6,27 . (8) Mc 6,37 . (9) Mc 6,38 . (10) Mc 7,6 . (11) Mc 7,27 . (12) Mc 8,33 . (13) Mc 9,12 . (14) Mc 9,19 . (15) Mc 9,21 . (16) Mc 9,23 . (17) Mc 9,27 . (18) Mc 9,39 . (19) Mc 10,3 . (20) Mc 10,18 . (21) Mc 10,20 . (22) Mc 10,21 . (23) Mc 10,22 . (24) Mc 10,24 . (25) Mc 10,36 . (26) Mc 10,38 . (27) Mc 10,42 . (28) Mc 10,48 . (29) Mc 10,50 . (30) Mc 10,51 . (31) Mc 10,52 . enz. Een vorm van het lidw. + δε = de (echter) . NT (698) .
- και ὁ = kai ho (en de) . Mc 10 (17) : (1) Mc 2,22 . (2) Mc 4,25 . (3) Mc 4,27 . (4) Mc 4,41 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 10,33 . (7) Mc 11,33 . (8) Mc 12,20 . (9) Mc 12,21 . (10) Mc 12,26 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 12,37 . (13) Mc 13,2 . (14) Mc 13,16 . (15) Mc 14,9 . (16) Mc 14,10 . (17) Mc 14,54 . και = kai + een vorm van het bep. lidw. . NT (1489) .
- ὁ δε = ho de (hij echter) in Mc 6 (3) : (1) Mc 6,27 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 6,38 .

Mc 6,37.3. part. aor. nom. mann. enk. αποκριθεις = apokritheis (geantwoord) van het werkw. αποκρινομαι = apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in het NT : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in de LXX : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai (antwoorden) . Mc (14) : (1) Mc 3,33 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 9,5 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 10,3 . (7) Mc 10,24 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,14 . (10) Mc 11,22 . (11) Mc 12,35 . (12) Mc 14,48 . (13) Mc 15,2 . (14) Mc 15,12 . Een vorm van αποκρινομαι = apokrinomai (antwoorden) in de LXX (277) , in het NT (231) , in Mt (55) , in Mc (30) , in Lc (46) , in Joh (78) .

  apokrinomai (antwoorden)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Apk syn.  ev. 
part. aor. nom. mann. enk. apokritheis   14      (1) Mc 3,33 .       (2) Mc 6,37 .     (3) Mc 8,29 .   (4) Mc 9,5 . (5) Mc 9,19 .   (6) Mc 10,3 . (7) Mc 10,24 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,14 . (10) Mc 11,22 .   (11) Mc 12,35 .     (12) Mc 14,48 .   (13) Mc 15,2 . (14) Mc 15,12 .     124  30  94  43  14  33      90  90 

Mc 6,37.1. - 3. και αποκριθεις = kai apokritheis (en beantwoord) of ὁ δε () αποκριθεις = ho de (...) apokritheis (hij echter beantwoord . Mc (13 / 14) . Niet in Mc 8,29 .
- και αποκριθεις = kai apokritheis (en beantwoord) . Mc 7 / 14 : (1) Mc 3,33 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 10,51 . (4) Mc 11,14 . (5) Mc 11,22 . (6) Mc 12,35 . (7) Mc 14,48 .
- ὁ δε () αποκριθεις = ho de (...) apokritheis (hij echter beantwoord . (Mc 6 / 14) . (1) Mc 6,37 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 10,3 . (4) Mc 10,24 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,12 .

Mc 6,37.4. act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Mc (56) . Mc 10 (11) : (1) Mc 10,3 . (2) Mc 10,5 . (3) Mc 10,14 . (4) Mc 10,18 . (5) Mc 10,21 . (6) Mc 10,36 . (7) Mc 10,38 . (8) Mc 10,39 . (9) Mc 10,49 . (10) Mc 10,51 . (11) Mc 10,52 . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

legô (zeggen) . V.T.   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  56  11  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 

- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. -m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) .
- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aan .

1. - 4. ὁ δε () αποκριθεις ειπεν = ho de (...) apokritheis eipen (hij echter beantwoord zei. . LXX (1) : Gn 18,9 . NT (26) . Mc (6) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 7,6 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 10,3 . (5) Mc 10,20 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 15,2 .

Mc 6,37.5. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

- Hebreeuws : לָהֶם = lâhèm (aan hen) < prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Zie : Taalgebruik in Tenakh : prefix voorzetsel לְ = lë + suffix persoonl. voornaamw. . Tenakh (580) . Pentateuch (151) . Eerdere Profeten (133) . Latere Profeten (126) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (141) .

4. - 5. ειπεν αυτοις = eipen autois (hij zei hen) . LXX (101) . NT (113) . Mc 6 (2) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,37 .

Mc 6,37.1. - 2. 4. - 5. ὁ δε ... ειπεν αυτοις == ho de ... eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (4) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 7,6 . (3) Mc 10,3 . (4) Mc 14,20 .
- ὁ δε ειπεν αυτοις = ho de eipen autois (hij echter zei hen) . NT (15) : (1) Mt 12,3 . (2) Mt 12,11 . (3) Mt 13,52 . (4) Mt 19,11 . (5) Mc 10,36 . (6) Lc 17,37 . (7) Lc 18,29 . (8) Lc 20,25 . (9) Lc 22,10 . (10) Lc 22,25 . (11) Lc 22,38 . (12) Joh 4,32 . (13) Joh 9,15 . (14) Joh 20,25 . (15) Joh 21,6 .
- ὁ δε () αποκριθεις ειπεν αυτοις = ho de apokritheis eipen autois (hij echter geantwoord zei hen) . NT (11) : (1) Mt 12,39 . (2) Mt 13,11 . (3) Mt 13,37 . (4) Mt 15,3 . (5) Mt 16,2 . (6) Mt 19,4 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 7,6 . (9) Mc 9,12 . (10) Mc 10,3 . (11) Mc 14,20 .
- = ho de efè autois (hij echter zei hen) . Mc (1) : Mc 9,12 .

------------------------------

Mc 6,37.6. act. imperat. 2de pers. mann. enk. תֵן / תֶן = then / thèn van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (12) : (1) Gn 14,21 . (2) 2 K 4,42 . (3) 2 K 4,43 . (4) Jr 18,21 . (5) Hos 9,14 . (6) Ps 28,4 . (7) Ps 72,1 . (8) Ps 115,1 . (9) Spr 9,9 . (10) Pr 11,2 . (11) 1 Kr 29,19 . (12) 2 Kr 1,10 .
- act. imperat. perf. 2de pers. mann. mv. תְנוּ = thënû (geeft) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (23) : (1) Gn 23,4 . (2) Gn 34,8 . (3) Ex 7,9 . (4) Ex 17,2 . (5) Joz 20,2 . (6) Re 8,5 . (7) Re 20,13 . (8) 1 S 11,12 . (9) 1 S 17,10 . (10) 2 S 20,21 . (11) 1 K 3,26 . (12) 1 K 3,27 . (13) Jr 13,16 . (14) Jr 22,3 . (15) Jr 29,6 . (16) Jr 48,9 . (17) Ps 68,35 . (18) Spr 31,6 . (19) Spr 31,31 . (20) Ezr 10,11 . (21) 2 Kr 22,19 . (22) 2 Kr 30,8 . (23) 2 Kr 35,3 .
- Grieks . act. imperat. aor. 2de pers. mv. δοτε = dote (geeft) van het werkw. διδωμι = didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . NT (14) : (1) Mt 10,8 . (2) Mt 14,16 . (3) Mt 25,8 . (4) Mt 25,28 . (5) Mc 6,37 . (6) Lc 9,13 . (7) Lc 11,41 . (8) Lc 12,33 . (9) Lc 15,22 . (10) Lc 19,24 . (11) Hnd 8,19 . (12) Rom 12,19 . (13) Apk 14,7 . (14) Apk 18,7 .
- act. imperat. aor. 2de pers. enk. δος = dos (geef) van het werkw. διδωμι = didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Bijbel (89) . OT (73) . NT (16) . (1) Mt 5,42 . (2) Mt 6,11 . (3) Mt 14,8 . (4) Mt 17,27 . (5) Mt 19,21 . (6) Mc 10,21 . (7) Mc 10,37 . (8) Lc 12,58 . (9) Lc 14,9 . (10) Lc 15,12 . (11) Joh 4,7 . (12) Joh 4,10 . (13) Joh 4,15 . (14) Joh 6,34 . (15) Joh 9,24 . (16) Hnd 4,29 .

  didômi (geven)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. imperat. aor. 2de pers. enk. dos   89  73  16  2     10  15     
  act. imperat. aor. 2de pers. mv. dote  50  36  14    10  10   
  Totaal   2131 416 56 39  60 76 35 72 + 4 58 155 231 76 16

- Ned. : geven . D. : geben . E. : to give . Fr. : donner - don : geven - gave . Grieks : διδωμι = didômi (geven) . Hebreeuws : נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Lat. dare / donare - donum .
- Een profeet wil attent maken waarop het aankomt , op de goddelijke grondwet , op de thorah waarin de woorden van God neergeschreven staan . Eén wet ervan is de hongerigen spijzen .

Mc 6,37.7. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

- Hebreeuws : לָהֶם = lâhèm (aan hen) < prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Zie : Taalgebruik in Tenakh : prefix voorzetsel לְ = lë + suffix persoonl. voornaamw. . Tenakh (580) . Pentateuch (151) . Eerdere Profeten (133) . Latere Profeten (126) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (141) .

Mc 6,37.6. - 7. δοτε αυτοις = dote autois (geeft aan hen) . Bijbel = NT (3) : (1) Mt 14,16 . (2) Mc 6,37 . (3) Lc 9,13 .

Mc 6,37.8. persoonl. voornaamw. 2de pers. nom. mann. mv. ὑμεις = humeis (jullie) . Zie Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc (10) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,18 . (5) Mc 8,29 . (6) Mc 11,17 . (7) Mc 13,9 . (8) Mc 13,11 . (9) Mc 13,23 . (10) Mc 13,29 . Lc (20) : (1) Lc 9,13 . (2) Lc 9,20 . (3) Lc 9,44 . (4) Lc 10,24 . (5) Lc 11,13 . (6) Lc 11,39 . (7) Lc 11,48 . (8) Lc 12,24 . (9) Lc 12,29 . (10) Lc 12,36 . (11) Lc 12,40 . (12) Lc 16,15 . (13) Lc 17,10 . (14) Lc 19,46 . (15) Lc 21,31 . (16) Lc 22,26 . (17) Lc 22,28 . (18) Lc 22,70 . (19) Lc 24,48 . (20) Lc 24,49 . Het is ook een vocatief zijn .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. mv. humeis  506 284 222 29 10 20 62 24 77   59  121 
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

Mc 6,37.9. act. infinitief aor (2de) φαγειν = fagein (te eten) van het werkw. εσθιω = esthiô (eten) . Taalgebruik in het NT : esthiô (eten) . Gr. εσθιω = esthiô , fut. εδομαι = edomai , aor. εφαγον = efagon , perf. εδηδως = edèdôs , EΝ het werkw. φαγω = fagô (eten) . Mt (6) : (1) Mt 12,4 . (2) Mt 14,16 . (3) Mt 15,20 . (4) Mt 25,25 . (5) Mt 25,42 . (6) Mt 26,17 . Mc (5) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 5,43 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,37 . Lc (5) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 8,55 . (3) Lc 9,13 . (4) Lc 14,1 . (5) Lc 22,15 .

  esthiô (eten)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. infinitief aor (2de) fagein 97 64 33 6 5 5 4 2 8 3 16 20 8  
  totaal fagô     94 13 17 21 15 6 16 6 51 66 15 1

- act. qal inf. absol. אָכוֹל = ´âkhôl (om te eten) van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De getalswaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (9) : (1) Gn 31,15 . (2) Lv 10,18 . (3) 2 K 19,29 . (4) Js 21,5 . (5) Js 22,13 . (6) Js 37,30 . (7) Jl 2,26 . (8) Hag 1,6 . (9) 2 Kr 31,10 .
- act. qal inf. absol. אָכֹל = ´âkhol (om te eten) van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De getalswaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (5) : (1) Gn 2,16 . (2) 1 S 14,30 . (3) 2 K 4,43 . (4) Js 22,13 . (5) Spr 25,27 . Een vorm van אָכַל = ´âkhal (eten) in Tenakh (683) . In de LXX zijn vele (werk)woorden de vertaling van אָכַל = ´âkhal (eten) .

Mc 6,37.6. - 9. δοτε αυτοις ὑμεις φαγειν = dote autois humeis fagein (geeft jullie aan hen te eten) . Of jullie moeten hen geven te eten . Bijbel = NT (3) : (1) Mt 14,16 . (2) Mc 6,37 . (3) Lc 9,13 .

Mc 6,37. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,37.11. act. ind. pr. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (16) . Mc 6 (2) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 6,38 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

12. dat. mann. en onz. enk. αυτῳ = autô(i) van het persoonl. voornaamw. 3de pers. enk. nom. mann. enk. αυτος = autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  109  10  14  16    2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

Mc 6,37.18. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,37.20. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -

Mc 6,38 - Mc 6,38 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:38 o de legei autois posous artous echete upagete idete kai gnontes legousin pente kai duo ichthuas  38 et dicit eis quot panes habetis ite et videte et cum cognovissent dicunt quinque et duos pisces et praecepit illis ut accumbere facerent omnes secundum contubernia super viride faenum    38 En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.   [38] Maar Hij zei hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie? Ga eens kijken.’ En toen ze het waren nagegaan, zeiden ze: ‘Vijf, en nog twee vissen.’  [38] Toen zei hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.’ En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: ‘Vijf, en twee vissen.’   38 Maar hij zegt tot hen: hoeveel broden hebt ge?– gaat eens zien! Als ze er kennis van genomen hebben zeggen ze: vijf!, en twee vissen!   38. Il leur dit : « Combien de pains avez-vous ? Allez voir. » S'en étant informés, ils disent : « Cinq, et deux poissons. »  

King James Bible . [38] He saith unto them, How many loaves have ye? go and see. And when they knew, they say, Five, and two fishes.
Luther-Bibel . 38 Er aber sprach zu ihnen: Wie viel Brote habt ihr? Geht hin und seht! Und als sie es erkundet hatten, sprachen sie: Fünf und zwei Fische.

Tekstuitleg van Mc 6,38 .

         
  38ὁ δὲ λέγει αὐτοῖς, Πόσους ἄρτους ἔχετε; ὑπάγετε ἴδετε. καὶ γνόντες λέγουσιν, Πέντε, καὶ δύο ἰχθύας. 17οἱ δὲ λέγουσιν αὐτῷ, Οὐκ ἔχομεν ὧδε εἰ μὴ πέντε ἄρτους καὶ δύο ἰχθύας. 18ὁ δὲ εἶπεν, Φέρετέ μοι ὧδε αὐτούς. οἱ δὲ εἶπαν, Οὐκ εἰσὶν ἡμῖν πλεῖον ἢ ἄρτοι πέντε καὶ ἰχθύες δύο, εἰ μήτι πορευθέντες ἡμεῖς ἀγοράσωμεν εἰς πάντα τὸν λαὸν τοῦτον βρώματα. 14ἦσαν γὰρ ὡσεὶ ἄνδρες πεντακισχίλιοι. εἶπεν δὲ πρὸς τοὺς μαθητὰς αὐτοῦ,  

Mc 6,38.1. bepaald lidwoord nom. mann. enk. ὁ = ho . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 219 12  13  12  17  18  28  11  16  16  27  21  8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- bepaald lidw. de . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Grieks : ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,38.3. act. ind. pr. 3de pers. enk. legei (hij zegt) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (62) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,38 . (3) Mc 6,50 .  Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,38.4. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

- Hebreeuws : לָהֶם = lâhèm (aan hen) < prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Zie : Taalgebruik in Tenakh : prefix voorzetsel לְ = lë + suffix persoonl. voornaamw. . Tenakh (580) . Pentateuch (151) . Eerdere Profeten (133) . Latere Profeten (126) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (141) .

Mc 6,38.8. act. imperat.  praes. 2de pers. mv. hupagete (ga weg, vertrek) van het werkw. hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in Mc : hupagô (onder iets brengen, weggaan) .
Mc (4 : vierkant ABCD) : (1) Mc 6,38 (A) . (2) Mc 11,2 (B) . (3) Mc 14,13 (C) . (4) Mc 16,7 (D) . In 3 verzen is het een woord van Jezus : (1) Mc 6,38 . (2) Mc 11,2 . (3) Mc 14,13 .
- hupagete (ga) gevolgd door een imperatief 2de pers. mv. . (1) Mc 6,38 : hupagete idete (ga , zie = ga zien) . (2) Mc 16,7 : hupagete eipate (ga, zeg = ga zeggen) . Zijde A-D van het vierkant ABCD .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 . Zijde BC van het vierkant ABCD .

Mc 6,38.10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,38.12. act. ind. pr. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (16) . Mc 6 (2) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 6,38 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,38.14. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Duality

- hupagete (ga) gevolgd door een imperatief 2de pers. mv. . (1) Mc 6,38 : hupagete idete (ga , zie = ga zien) . (2) Mc 16,7 : hupagete eipate (ga, zeg = ga zeggen) .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -

Mc 6,39 - Mc 6,39 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:39 kai epetaxen autois | anaklithènai | anaklinai | pantas sumposia sumposia epi tô chlôrô chortô  38 et dicit eis quot panes habetis ite et videte et cum cognovissent dicunt quinque et duos pisces et praecepit illis ut accumbere facerent omnes secundum contubernia super viride faenum    39 En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.   [39] Hij* zei dat ze allemaal in groepen in het groene gras moesten gaan zitten. [39] Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten.   39 Dan draagt hij hun op om allen aan te liggen, groep bij groep op het groene gras.   39. Alors il leur ordonna de les faire tous s'étendre par groupes de convives sur l'herbe verte.  

King James Bible . [39] And he commanded them to make all sit down by companies upon the green grass.
Luther-Bibel . 39 Und er gebot ihnen, dass sie sich alle lagerten, tischweise, auf das grüne Gras.

         
  39καὶ ἐπέταξεν αὐτοῖς ἀνακλῖναι πάντας συμπόσια συμπόσια ἐπὶ τῷ χλωρῷ χόρτῳ.   Κατακλίνατε αὐτοὺς κλισίας [ὡσεὶ] ἀνὰ πεντήκοντα.  

Tekstuitleg van Mc 6,39 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

3. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

- Hebreeuws : לָהֶם = lâhèm (aan hen) < prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Zie : Taalgebruik in Tenakh : prefix voorzetsel לְ = lë + suffix persoonl. voornaamw. . Tenakh (580) . Pentateuch (151) . Eerdere Profeten (133) . Latere Profeten (126) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (141) .

8. επι = epi (op, bij) . Afkortingen : επ' = ep' en εφ' = ef' . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Mc (51 + 14 + 6 = 71) , : επι = epi in Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 en επ' = ep' in Mc 6,34 .

epi (op, bij)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 51  1   4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 14  1             1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef                          430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   71  10  6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

- Ned. : op , naar, bij . D. : bei . E. : at . Fr. : à . Lat. : ad .

9. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -

Mc 6,40 - Mc 6,40 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:40 kai anepesan prasiai prasiai kata ekaton kai kata pentèkonta  40 et discubuerunt in partes per centenos et per quinquagenos     40 En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.   [40] Ze gingen zitten in groepjes van honderd en van vijftig.  [40] Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig.   40 En zij vallen neer, perk bij perk, per honderd en per vijftig!   40. Et ils s'allongèrent à terre par carrés de cent et de cinquante.  

King James Bible . [40] And they sat down in ranks, by hundreds, and by fifties.
Luther-Bibel . 40 Und sie setzten sich, in Gruppen zu hundert und zu fünfzig.

         
  40καὶ ἀνέπεσαν πρασιαὶ πρασιαὶ κατὰ ἑκατὸν καὶ κατὰ πεντήκοντα. 19καὶ κελεύσας τοὺς ὄχλους ἀνακλιθῆναι ἐπὶ τοῦ χόρτου, 15καὶ ἐποίησαν οὕτως καὶ κατέκλιναν ἅπαντας.  

Tekstuitleg van Mc 6,40 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

5. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

7. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

8. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -

Mc 6,41 - Mc 6,41 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:41 kai labôn tous pente artous kai tous duo ichthuas anablepsas eis ton ouranon eulogèsen kai kateklasen tous artous kai edidou tois mathètais autou ina paratithôsin autois kai tous duo ichthuas emerisen pasin  41 et acceptis quinque panibus et duobus piscibus intuens in caelum benedixit et fregit panes et dedit discipulis suis ut ponerent ante eos et duos pisces divisit omnibus    41 En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.   [41] Hij nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze onder hen uit te delen; ook de twee vissen verdeelde Hij onder allen.  [41] Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren.   41 Hij neemt de vijf broden en twee vissen aan, kijkt op naar de hemel en zegent God; dan breekt hij de broden en geeft ze aan de leerlingen, opdat die ze hun voorzetten; ook de twee vissen deelt hij uit aan allen.  41. Prenant alors les cinq pains et les deux poissons, il leva les yeux au ciel, il bénit et rompit les pains, et il les donnait à ses disciples pour les leur servir. Il partagea aussi les deux poissons entre tous. 

King James Bible . [41] And when he had taken the five loaves and the two fishes, he looked up to heaven, and blessed, and brake the loaves, and gave them to his disciples to set before them; and the two fishes divided he among them all.
Luther-Bibel . 41 Und er nahm die fünf Brote und zwei Fische und sah auf zum Himmel, dankte und brach die Brote und gab sie den Jüngern, damit sie unter ihnen austeilten, und die zwei Fische teilte er unter sie alle.

  Mc 6,41   Lc 9,16  
  41καὶ λαβὼν τοὺς πέντε ἄρτους καὶ τοὺς δύο ἰχθύας ἀναβλέψας εἰς τὸν οὐρανὸν εὐλόγησεν καὶ κατέκλασεν τοὺς ἄρτους καὶ ἐδίδου τοῖς μαθηταῖς [αὐτοῦ] ἵνα παρατιθῶσιν αὐτοῖς, καὶ τοὺς δύο ἰχθύας ἐμέρισεν πᾶσιν. λαβὼν τοὺς πέντε ἄρτους καὶ τοὺς δύο ἰχθύας, ἀναβλέψας εἰς τὸν οὐρανὸν εὐλόγησεν καὶ κλάσας ἔδωκεν τοῖς μαθηταῖς τοὺς ἄρτους οἱ δὲ μαθηταὶ τοῖς ὄχλοις. 16λαβὼν δὲ τοὺς πέντε ἄρτους καὶ τοὺς δύο ἰχθύας ἀναβλέψας εἰς τὸν οὐρανὸν εὐλόγησεν αὐτοὺς καὶ κατέκλασεν καὶ ἐδίδου τοῖς μαθηταῖς παραθεῖναι τῷ ὄχλῳ.  

Tekstuitleg van Mc 6,41 . Het vers Mc 6,41 telt 32 (2 X 2 X 2 X 2 X 2) woorden en 162 (2 X 3 X 3 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 6,41 is 20319 (3 X 13 X 521) .

Mc 6,41.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,41.2. act. part. aor. nom. mann. enk. λαβων = labôn (genomen hebbende) van het werkw. λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . Bijbel (86) . LXX (46) . NT (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) : Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 . Mt (11) : (1) Mt 13,31 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 17,27 . (4) Mt 25,16 . (5) Mt 25,18 . (6) Mt 25,20 . (7) Mt 26,26 . (8) Mt 26,27 . (9) Mt 27,24 . (10) Mt 27,48 . (11) Mt 27,59 . Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,22 . (5) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 13,19 . (4) Lc 20,29 . (5) Lc 22,19 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,43 . Joh (4) : (1) Joh 3,33 . (2) Joh 13,4 . (3) Joh 13,30 . (4) Joh 18,3 . Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258) , in de LXX (1335) . In Lc : X vormen van lambanô (nemen) in 23 verzen in 11 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van lambanô (nemen) in 29 verzen in 18 / 28 hoofdstukken . In de LXX kan λαμβανω = lambanô de vertaling van 39 Hebreeuwse werkw. zijn .

lambanô (nemen)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 

Totaal

1593 1335 258 53 20 22 46 29 34+16 23 95 141 50 15

- Hebreeuws . וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Gn (46) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) . Een vorm van לָקַח = lâqach in Tenakh (90) .
- Ned. : nemen . D. : nehmen . E. : take . Fr. : prendre . Grieks : λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) .Hebreeuws : לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Lat. : accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) .

Mc 6,41.3. bep. lidw. acc. mann. mv. τους = tous (de) . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous 52       2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,41.2. - 3. λαβων τους = labôn tous (genomen hebbende de) . Bijbel = NT (4) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 (variante lezing) . (3) Mc 6,41 . (4) Mc 8,6 .

Mc 6,41.4. πεντε = pente (vijf, 5) . Taalgebruik in het NT : pente (vijf, 5) . Taalgebruik in de LXX : pente (vijf, 5) . Bijbel (231) . OT (198) . Gn (20) : zie hieronder , niet in : (1) Gn 5,32 . (2) Gn 11,11 . (3) Gn 43,34 . Verder wel nog in : (1) Gn 14,9 . (2) Gn 18,28 . (3) Gn 25,7 . (4) Gn 45,22 . (5) Gn 46,27 . (6) Gn 47,2 . NT (33) . Lc (9) : (1) Lc 1,24 . (2) Lc 9,13 . (3) Lc 9,16 . (4) Lc 12,6 . (5) Lc 12,52 . (6) Lc 14,19 . (7) Lc 16,28 . (8) Lc 19,18 . (9) Lc 19,19 .
- Hebreeuws . חֲמֵשׁ / חָמֵשׁ = châmesj / chämesj (vijf) . Taalgebruik in Tenakh : châmesj (vijf) . Getalwaarde : chet = 8 , mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 348 (2² X 3 X 29 OF 12 X 29) . Structuur : 8 - 4 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (88) . De getalwaarde 348 is het spiegelbeeld van de structuur van het woord . Pentateuch (34) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (26) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (15) . Gn (17) : (1) Gn 5,6 . (2) Gn 5,10 . (3) Gn 5,11 . (4) Gn 5,15 . (5) Gn 5,17 . (6) Gn 5,21 . (7) Gn 5,23 . (8) Gn 5,30 . (9) Gn 5,32 . (10) Gn 7,20 . (11) Gn 11,11 . (12) Gn 11,12 . (13) Gn 11,32 . (14) Gn 12,4 . (15) Gn 43,34 . (16) Gn 45,6 . (17) Gn 45,11 .
- de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet is de letter he , symbool van de adem , wind , geest . De Thorah bestaat uit 5 boeken , vandaar penta-teuch . Ned. : vijf . Arabisch : ذَمس = chams (vijf) . Taalgebruik in de Qoran : chams (vijf) . D. : fünf . E. : five . Fr. : cinq . Grieks : πεντε = pente (vijf, 5) . Taalgebruik in het NT : pente (vijf, 5) . Hebreeuws : חֲמֵשׁ / חָמֵשׁ = châmesj / chämesj (vijf) . Taalgebruik in Tenakh : châmesj (vijf) . Lat. : quinque .
- 5 broden , gaan zitten in groepen van 50 , in totaal 5000 mannen . nathan (geven) : getalswaarde 50 of 500 .

- πεντηκοστα = pentèkosta (vijftig) . Zie telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Bijbel (146) . OT (139) . NT (7) : (1) Mc 6,40 . (2) Lc 7,41 . (3) Lc 9,14 . (4) Lc 16,6 . (5) Joh 8,57 . (6) Joh 21,11 . (7) Hnd 13,20 .
- Hebreeuws . חֲמִשִׁים = chämisjsjîm (vijftig) . Zie het telwoord חֲמֵשׁ / חָמֵשׁ = châmesj / chämesj (vijf) . Taalgebruik in Tenakh : châmesj (vijf) . Getalwaarde : chet = 8 , mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 348 (2² X 3 X 29 OF 12 X 29) . Structuur : 8 - 4 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (92) . Pentateuch (37) . Eerdere Profeten (20) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (23) .
- Latijn : quinquaginta . Fr. cinquante .
- Er waren ongeveer 5000 man . In groepen van 50 verdeeld , maakt dat de massa in 100 groepen is verdeeld . De 100 groepen volgens het verhaal van Lucas komt overeen met de 100 man in het verhaal van Elisa . 100 ligt in het verlengde van 1 en wijst op éénheid . Bij Jezus waren de 12 . Het getal 100 is niet zomaar deelbaar door 12 . Het is dus niet zo dat elk van de 12 verantwoordelijk is voor een precies aantal groepen .
- In het verhaal van Elisa waren er 20 broden voor 100 man ; dit maakt 1 brood voor 5 man . In het verhaal van Lucas zijn er 5 broden voor 100 groepen ; dit maakt 1 brood voor 20 groepen . In beide verhalen komen de getallen 1 - 5 - 20 - 100 voor .
- In het verhaal van Lucas komt het getal 5 veelvuldig voor : 5 , 50 , 5000 .
- Het getal 50 doet denken aan de 50ste dag na Pasen , nl. Pinksteren en aan het 50ste jaar , het jubeljaar . 50 duidt een volheid aan : (7 X 7) + 1 . In het 50ste jaar keert iedere stamgenoot naar zijn stam terug en in dat jaar worden de schulden kwijtgescholden . Dan wordt de oorspronkelijke situatie hersteld en heeft ieder voldoende .

-

Mc 6,41.3. - 4. τους πεντε = tous pente (de vijf, 5) . LXX (6) . NT (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 . (3) Mc 6,41 . (4) Mc 8,6 . (5) Lc 9,16 .

Mc 6,41.5. acc. mann. mv. αρτους = artous (broden) van het zelfst. naamw. αρτος = artos (brood) . Taalgebruik in het NT : artos (brood) . Taalgebruik in de Septuaginta : artos (brood) . Taalgebruik in Lc : artos (brood) . Taalgebruik in Hnd : artos (brood) . Lc (3) : (1) Lc 6,4 .  (2) Lc 9,16 . (3) Lc 11,5 . Een vorm van αρτος = artos (brood) in de LXX (307) , in het NT (97) ,in Lc (16) : (1) Lc 4,3 . (2) Lc 4,4 . (3) Lc 6,4 . (4) Lc 7,33 . (5) Lc 9,3 . (6) Lc 9,13 . (7) Lc 9,16 . (8) Lc 11,3 . (9) Lc 11,5 . (10) Lc 11,11 . (11) Lc 14,1 . (12) Lc 14,15 . (13) Lc 15,17 . (14) Lc 22,19 . (15) Lc 24,30 . (16) Lc 24,35 . In Lc : 7 vormen van αρτος = artos (brood) in 16 verzen in 9 / 24 hoofdstukken . 10 X een vorm in het enk. , 5X een vorm in het mv. In Hnd : 2 vormen van αρτος = artos (brood) in 5 verzen in 3 / 28 hoofdstukken . In de LXX kan αρτος = artos de vertaling van 5 verschillende Hebreeuwse woorden van Tenakh zijn .

artos (brood) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
acc. mann. mv. artous 93 65 28 10 12 3 3          
Totaal 414 307 97 21 21 15 24 5 11   57 81

- Hebreeuws . לֶחֶמ = lèchèm (brood) . qatl-vorm (לַחמ) ; de 2de medeklinker , een gutturaal , ח = chet heeft normalerwijze een patach ַ (Joüon 88Cc) . Het is moeilijk om zeggen waarom de 2 woorden לֶחֶמ = lèchèm (brood) en רֶחֶמ = rèchèm (schoot, moederschoot) een segol ֶ hebben (Joüon 96Ai) . Taalgebruik in Tenakh : lèchèm (brood) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , chet = 8 , mem = 13 of 40 . Totaal : 33 (3 X 11) of 78 ( 2 X 39 OF 6 X 13) . Structuur : 3 - 8 - 4 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (227) . Pentateuch (51) . Eerdere Profeten (81) . Latere Profeten (21) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (69) . In Tenakh komt een vorm van לֶחֶמ = lèchèm in 277 verzen voor .
- Ned. : brood . Arabisch : خُبز = chubz (brood) . Taalgebruik in de Qoran : chubz (brood) . In het Arabisch heeft lachm een andere betekenis . Zie لَحْم = lachm (vlees) . Taalgebruik in de Qoran : lachm (vlees) . Aramees : לַחְמָא = lachëmâ´(brood) ; לְחֵים = lëche(j)m ; לְחֵם = lëchem . D. : Brot . E. : bread . Fr. pain . Grieks : αρτος = artos (brood) . Taalgebruik in het NT : artos (brood) . Hebreeuws : לֶחֶמ = lèchèm (brood) . Taalgebruik in Tenakh : lèchèm (brood) . Lat. : panis .

Mc 6,41.3. - 5. τους πεντε αρτους = tous pente artous (de vijf broden , de 5 broden) . LXX = NT (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 . (3) Mc 6,41 . (4) Mc 8,6 . (5) Lc 9,16 .

Mc 6,41.6. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,41.7. bep. lidw. acc. mann. mv. τους = tous (de) . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous 52       2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,41.8. δυο = duo (twee) . Telwoord . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Taalgebruik in Lc : telwoorden . Lc (25) : (1) Lc 2,24 . (2) Lc 3,11 . (3) Lc 5,2 . (4) Lc 7,18 . (5) Lc 7,41 . (6) Lc 9,3 . (7) Lc 9,13 . (8) Lc 9,16 . (9) Lc 9,30 . (10) Lc 9,32 . (11) Lc 10,1 . (12) Lc 10,17 . (13) Lc 10,35 . (14) Lc 12,6 . (15) Lc 12,52 . (16) Lc 15,11 . (17) Lc 17,34 . (18) Lc 17,35 . (19) Lc 18,10 . (20) Lc 19,29 . (21) Lc 21,2 . (22) Lc 22,38 . (23) Lc 23,32 . (24) Lc 24,4 . (25) Lc 24,13 . Een vorm van δυο = duo in de LXX (694) , in het NT (136) , in Lc (28) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  duo  624  509  115  33  14  25  13              

- Hebreeuws . שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 400 (2² X 2² X 5²) . De som van de elementen is telkens 4 (2²) . Tenakh (76) . Stat. constr. mann. mv. שְׂנֵי = sjëne(j) (twee) . Tenakh (155) .
- Ned. : twee . Arabisch : اِثنَان = ´ithnân (twee) . Taalgebruik in de Qoran : ´ithnân (twee) . D. : zwei . E. : two . Fr. : deux . Grieks : δυο = duo (twee) . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Hebreeuws : שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Taalgebruik in Tenakh : sjënajim (twee) . Lat. : duo .

Mc 6,41.9. acc. vr. mv. ιχθυας = ichthuas (vissen) van het zelfst. naamw. ιχθυς = ichthus (vis) . Taalgebruik in het NT : ichthus (vis) . Taalgebruik in de LXX : ichthus (vis) . Bijbel (13) . LXX (7) . NT (6) .
- דָג / דָגָה = dâg / dâgâh (vis) . Taalgebruik in Tenakh : dâg / dâgâh (vis) . Getalwaarde : daleth = 4 , gimel = 3 . Totaal : 7 . Structuur : 4 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 .
- Lat. piscis . Fr. poison . Ned. vis . E. fish . Gr. ichthus .

Mc 6,41.3. - 9. 5 broden en 2 vissen vormen samen 7 stuks .
- Hebreeuws : שֶׁבַע / שֵׁבַע = sjèbha` / sjëbha` (zeven) (zie 7) . Taalgebruik in Tenakh : sjèbha` / sjëbha` (zeven) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 (3 X 13 = (26 + 13) OF 372 (2 X 3 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 12 -> 3 . 39 (zie 39) is de getalswaarde van ´èchad JHWH = één is JHWH . 13 en 31 zijn spiegelgetallen , zie 13 EN 31 . Het getal 13 is de getalswaarde van ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) en 31 is de getalswaarde van de korte godsnaam El . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . sj-bh-` . Tenakh (175 OF 7 X 25) . Pentateuch (70 OF 7 X 10) . Eerdere Profeten (61) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Alle prof. boeken (70 OF 7 X 10) . Geschriften (35 OF 7 X 5) . Gn (44) .
- Grieks : ἑπτα = hepta . Bijbel (334) . OT (272) . NT (62) . Een vorm van ἑπτα = hepta (zeven) in de LXX (377) , in het NT (87) .
- Lat. : septem . Bijbel (325) . OT (264) . NT (61) .

Mc 6,41.10. act. ind. aor. 3de pers. enk. αναβλεψας = anablepsas (omhooggeblikt) van het werkw. αναβλεπω = anablepô (naar boven / omhoog blikken , opkijken) . Taalgebruik in het NT : anablepô (naar boven blikken) . Taalgebruik in de LXX : anablepô (naar boven blikken) . Taalgebruik in Mc : anablepô (naar boven blikken) . Bijbel (22) : (1) Gn 13,14 . (2) Gn 18,2 . (3) Gn 22,4 . (4) Gn 22,13 . (5) Gn 24,63 . (6) Gn 32,2 . (7) Gn 33,1 . (8) Gn 33,5 . (9) Gn 43,29 . (10) Dt 3,27 . (11) Dt 4,19 . (12) Joz 5,13 . (13) Re 19,17 . (14) Job 22,26 . (15) Da 8,3 . (16) Mt 14,19 . (17) Mc 6,41 . (18) Mc 7,34 . (19) Mc 8,24 . (20) Lc 9,16 . (21) Lc 19,5 . (22) Lc 21,1 . Een vorm van αναβλεπω = anablepô (naar boven / omhoog blikken, opkijken) in de LXX (35) , in het NT (25) , in Mt (3) : (1) Mt 11,5 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 20,34 ; in Mc (6) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 7,34 . (3) Mc 8,24 . (4) Mc 10,52 . (5) Mc 10,51 . (6) Mc 16,4 ; in Lc (7) : (1) Lc 7,22 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 18,41 . (4) Lc 18,42 . (5) Lc 18,43 . (6) Lc 19,5 . (7) Lc 21,1 .

  anablepô (naar boven blikken)   Mc Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 10 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd syn.  ev. 
act. ind. aor. 3de pers. enk. aneblepsen         (1) Mc 10,52 .      
act. part. aor. nom. mann. enk. anablepsas  (1) Mc 6,41 .   (2) Mc 7,34 .   (3) Mc 8,24 .       22  15      7  
act.  part. aor. nom. vr. mv. anablepsasai         (1) Mc 16,4 .            
act. conjunct. aor. 1ste pers. enk. anablepsô        (1) Mc 10,51 .            
  totaal 31  16  15  12  14 

Mc 6,41.11. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Lat. : in / ad .

12. bep. lidw. acc. mann. enk. τον = ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc (124) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
8. acc. m. + onz. enk. ton 124  8 9 5 11 10 7 13 6 9 5 4 7 2 12 11 5 6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

10. - 13. STAP VOOR STAP !
- Mc 6,41 : anablepsas eis ton ouranon (omhooggeblikt naar de hemel) .
- Mc 7,34 : anablepsas eis ton ouranon (omhooggeblikt naar de hemel) .

14. act. ind. aor. 3de pers. enk. eulogèsen (hij zegende) van het werkw. eulogeô (goed spreken, loven, prijzen, zegenen) . Taalgebruik in het N.T. : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Mc : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Hebr. bârakh . Taalgebruik in Tenach : bârakh (zegenen, loven, prijzen) . eulogeô = Lat. benedicere (benedijen) . Fr. bénir . Ned. zegenen < signare (tekenen) , het signum (teken) van het kruis slaan . E. to bless . Mc (1) Mc 6,41 . Hebr. waw consec. + piel imperf. 3de pers. mann. enk. wajëbhârèkh (en hij zegende) . Tenach (33) . Een vorm van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,7 . (3) Mc 11,9 . (4) Mc 11,10 . (5) Mc 14,22 . In Mc : 4 vormen van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in 5 verzen in 4 hoofdstukken . In de verhalen van de broodvermenigvuldigingen , van de intocht van Jezus in Jeruzalem en van het laatste Avondmaal .

15. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

17. bep. lidw. acc. mann. mv. τους = tous (de) . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous 52       2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

19. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

22. dat. man. mv. mathètais (leerlingen) van het zelfst. naamw. mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (11) . (1) Mc 2,15 . (2) Mc 2,16 . (3) Mc 3,9 . (4) Mc 4,34 . (5) Mc 6,41 .  (6) Mc 8,6 . (7) Mc 8,34 . (8) Mc 9,18 . (9) Mc 10,23 .  (10) Mc 14,32 . (11) Mc 16,7 .

23. pers. voornaamw. 3de pers. gen. mann. enk. αυτου = autou van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

  autos enk. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
2 gen. mann. enk. autou  143  13  10  12  16  17  15  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 
  totaal 413  35  17  27  14  34  34  18  33  32  30  18  25  47  34  12884  9893  2991  510  413  593  475  350  504  146  1670  2145 

26. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

- Hebreeuws : לָהֶם = lâhèm (aan hen) < prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Zie : Taalgebruik in Tenakh : prefix voorzetsel לְ = lë + suffix persoonl. voornaamw. . Tenakh (580) . Pentateuch (151) . Eerdere Profeten (133) . Latere Profeten (126) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (141) .

19. - 26 : kai edidou tois mathètais autou ina paratithôsin ( niet in Mc 8,6 autois) = en hij gaf aan zijn leerlingen opdat zij hen zouden voorzetten . Mc (2) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 .

27. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

28. bep. lidw. acc. mann. mv. τους = tous (de) . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous 52       2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,42 - Mc 6,42 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:42 kai efagon pantes kai echortasthèsan  42 et manducaverunt omnes et saturati sunt    42 En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.   [42] Allemaal hadden ze volop te eten.  [42] Iedereen at en werd verzadigd.   42 Allen eten ze en worden ze verzadigd,   42. Tous mangèrent et furent rassasiés ;  

King James Bible . [42] And they did all eat, and were filled.
Luther-Bibel . 42 Und sie aßen alle und wurden satt.

  Mc 6,42 Mt 14,20 Lc 9,17  
  42 καὶ ἔφαγον πάντες καὶ ἐχορτάσθησαν: 20 καὶ ἔφαγον πάντες καὶ ἐχορτάσθησαν, 17 καὶ ἔφαγον καὶ ἐχορτάσθησαν πάντες,  

Tekstuitleg van Mc 6,42 . Het vers Mc 6,42 bestaat uit 5 woorden en 30 (5 X 6) letters . De getalswaarde van Mc 6,42 is 2871 (3² X 11 X 29) .

Mc 6,42.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,42.2. act. ind. aor. 1ste pers. enk. en 3de pers. mv. εφαγον = efagon (zij aten) . Zie het werkw. εσθιω = esthiô (eten) . Taalgebruik in het NT : esthiô (eten) . Taalgebruik in de LXX : esthiô (eten) . Gr. εσθιω = esthiô , fut. εδομαι = edomai , aor. εφαγον = efagon , perf. εδηδως = edèdôs , EΝ het werkw. φαγω = fagô (eten) . Bijbel (57) . Pentateuch (15) . NT (13) : (1) Mt 12,4 . (2) Mt 14,20 . (3) Mt 15,37 . (4) Mc 6,42 . (5) Mc 8,8 . (6) Lc 9,17 . (7) Joh 6,23 . (8) Joh 6,31 . (9) Joh 6,49 . (10) Joh 6,58 . (11) Hnd 10,14 . (12) 1 Kor 10,3 . (13) Apk 10,10 . Een vorm van esθιω = esthiô in de LXX (686) , in het NT (65) , in Mt (11) , in Mc (11) , in Lc (12) . Een vorm van φαγω = fagô in de LXX (zie εσθιω = esthiô) , in het NT (94) , in Mt (13) , in Mc (17) , in Lc (21) , in Joh (15) .
- Hebreeuws : וַיּאֹכְלוּ = wajjo´khëlû (en zij aten) < wa consecutivum + act. ind. imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De getalwaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (25) . Pentateuch (5) : (1) Gn 24,54 . (2) Gn 26,30 . (3) Gn 31,46 . (4) Gn 31,54 . (5) Ex 24,11 . Vroege Profeten (10) : (1) Joz 5,11 . (2) Joz 5,12 . (3) Re 9,27 . (4) Re 19,4 . (5) Re 19,6 . (6) Re 19,8 . (7) Re 19,21 . (8) 2 K 4,44 . (9) 2 K 6,23 . (10) 2 K 7,8 . Ps (2) : (1) Ps 78,29 . (2) Ps 106,28 . Een vorm van אָכַל = ´âkhal (eten) in Tenakh (683) . In de LXX zijn vele (werk)woorden de vertaling van אָכַל = ´âkhal (eten) .
- Ned. : eten (vgl Gr. e -s-th-) . Arabisch : أَكَلَ = ´akala (eten) . Taalgebruik in de Qoran : ´akala (eten) . Fr. : manger . E. : to eat . D. : essen . Grieks : εσθιω = esthiô (eten) . Taalgebruik in het NT : esthiô (eten) . Hebreeuws : אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . Lat. : manducare (zie manger) ; comedere (eten, verteren, meeëten) .

- ind. fut. 3de pers. mv. φαγονται = fagontai (zij zullen eten) . Zie het werkw. εσθιω = esthiô (eten) . Taalgebruik in het NT : esthiô (eten) . Taalgebruik in de LXX : esthiô (eten) . Gr. εσθιω = esthiô , fut. εδομαι = edomai , aor. εφαγον = efagon , perf. εδηδως = edèdôs EΝ het werkw. φαγω = fagô (eten) . Bijbel (45) . OT (44) . NT (1) . Pentateuch () : (1) Gn 43,16 . (2) Ex 12,8 . (3) Lv 8,31 . (4) Lv 22,11 . (5) Lv 24,9 . (6) Nu 9,11 . (7) Nu 11,21 . (8) Dt 14,29 . (9) Dt 18,1 . (10) Dt 26,12 . (11) Dt 31,20 . Vroege Profeten (2) : (1) 1 K 21,24 . (2) 2 K 4,43 .
- act. ind. perf. 3de pers. mv. אָכְלוּ = ´âkhëlû (zij zullen eten) van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De getalwaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (12) : (1) Gn 14,24 . (2) Ex 16,35 . (3) 2 K 23,9 . (4) Jr 10,25 . (5) Jr 31,29 . (6) Ez 22,9 . (7) Hos 7,9 . (8) Mi 3,3 . (9) Ps 14,4 . (10) Ps 22,30 . (11) Ps 53,5 . (12) 2 Kr 30,18 .
- וְאָכְלוּ = wë´âkhëlû (en zij zullen eten) < verbindingswoord wë + act. ind. perf. 3de pers. mv. van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De getalwaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (15) : (1) Gn 47,22 . (2) Ex 12,8 . (3) Ex 23,11 . (4) Ex 29,33 . (5) Nu 11,21 . (6) Dt 14,29 . (7) Dt 26,12 . (8) Js 65,21 . (9) Jr 7,21 . (10) Ez 4,16 . (11) Hos 4,10 . (12) Hos 7,7 . (13) Am 9,14 . (14) Zach 9,15 . (15) Zach 12,6 . Een vorm van אָכַל = ´âkhal (eten) in Tenakh (683) . In de LXX zijn vele (werk)woorden de vertaling van אָכַל = ´âkhal (eten) .

Mc 6,42.1. - 2. και εφαγον = kai efagon (en zij aten) . LXX (26) . NT (4) : (1) Mt 14,20 . (2) Mt 15,37 . (3) Mc 6,42 . (4) Lc 9,17 .

Mc 6,42.3. nom. mann. + vr. mv. παντες = pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. πας = pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Een vorm van πας = pas (ieder, elk, alles) in de LXX (6833) , in het NT (1226) . In Lc : X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 149 verzen , in Lc 15 (4) : (1) Lc 15,1 . (2) Lc 15,13 . (3) Lc 15,14 . (4) Lc 15,31 .

  pas (al) Mc  Mc 1 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 12 Mc 14 bijbel  OT  NT  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. m. mv. pantes 15 2 : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 1,37 . (1) Mc 5,20 .   2 : (1) Mc 6,42 . (2) Mc 6,50 . 2  : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,14 . (1) Mc 12,44 .   7 : (1) Mc 14,23 . (2) Mc 14,27 . (3) Mc 14,29 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,50 . (6) Mc 14,53 . (7) Mc 14,64 . 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

- Hebreeuws . כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) .
- Lat. omnis . Ned. al . E. all . D. allerlei . Arabisch : كُلّ = kull (al) . Taalgebruik in de Qoran : kull (al) .

Mc 6,42.2. - 3. εφαγον παντες = efagon pantes (allen aten) . NT (3) : (1) Mt 14,20 . (2) Mt 15,37 . (3) Mc 6,42 .

Mc 6,42.4. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,42.5. pass. ind. aor. 3de pers. mv. εχορασθησαν = echorasthèsan (zij werden verzadigd) van het werkw. χορταζω = chortazô (vet mesten, voeden, verzadigen) . Taalgebruik in het NT : chortazô (vet mesten, voeden, verzadigen) . Taalgebruik in de LXX : chortazô (vet mesten, voeden, verzadigen) . Bijbel (7) : (1) Ps 17,14 . (2) Mt 14,20 . (3) Mt 15,37 . (4) Mc 6,42 . (5) Mc 8,8 . (6) Lc 9,17 . (7) Apk 19,21 . Zie website http://lexicon.katabiblon.com/index.php?lemma=%CF%87%CE%BF%CF%81%CF%84%E1%BD%B1%CE%B6%CF%89 . Een vorm van χορταζω = chortazô in de LXX (13) : (1) Jr 5,7 . (2) Kl 3,15 . (3) Kl 3,30 . (4) Ps 17,14 . (5) Ps 17,15 . (6) Ps 37,19 . (7) Ps 59,16 . (8) Ps 81,17 . (9) Ps 104,13 . (10) Ps 104,16 . (11) Ps 107,9 . (12) Ps 132,15 . (13) Job 38,27 . In het NT (15) : (1) Mt 5,6 . (2) Mt 14,20 . (3) Mt 15,33 . (4) Mt 15,37 . (5) Mc 6,42 . (6) Mc 7,27 . (7) Mc 8,4 . (8) Mc 8,8 . (9) Lc 6,21 . (10) Lc 9,17 . (11) Lc 15,16 . (12) Lc 16,21 . (13) Joh 6,26 . (14) Fil 4,12 . (15) Jak 2,16 . (16) Apk 19,21 . In de LXX is het de vertaling van het Hebreeuwse werkwoord שָׂבַע = shâbha` . In de LXX wordt שָׂבַע = shâbha` zelf door 7 verschillende Griekse (werk)woorden vertaald . Het is de vertaling van het Hebreeuwse werkwoord שָׂבַע = shâbha` .
- pass. ind. fut. 3de pers. mv. χορτασθησονται = chortasthèsontai (zij zullen verzadigd worden) van het werkw. χορταζω = chortazô (vet mesten, voeden, verzadigen) . Taalgebruik in het NT : chortazô (vet mesten, voeden, verzadigen) . Taalgebruik in de LXX : chortazô (vet mesten, voeden, verzadigen) . Bijbel (2) : (1) Ps 37,19 . Alfabetpsalm , letter jod . (2) Mt 5,6 . Een vorm van χορταζω = chortazô in de LXX (14) , in het NT (15) . In de LXX is het de vertaling van het Hebreeuwse werkwoord שָׂבַע = shâbha` . In de LXX wordt שָׂבַע = shâbha` zelf door 7 verschillende Griekse (werk)woorden vertaald .
- Hebreeuws : שָׁבָע = sjâbhâ` (zweren, vervolledigen / vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Taalgebruik in Dt : sjâbhâ`(zweren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 3 .
- pass. fut. 3de pers. mv. saturabuntur (zij zullen verzadigd worden) van het werkw. saturare . Bijbel (8) : (1) Dt 14,29 . (2) Hos 4,10 . (3) Ps 22,27 . (4) Ps 37,19 . (5) Ps 104,16 . (6) Spr 1,31 . (7) Job 27,14 . (8) Mt 5,6 .

Een synoniem van χορταζω = chortazô (vet mesten, voeden, verzadigen) is het werkw. εμπιμπλημι = empimplèmi (vervullen) . Het is vaak de vertaling van het Hebreeuwse שָׂבַע = shâbha` (verzadigd worden, genoeg hebben van) .

- pass. ind. fut. 3de pers. mv. εμπλησθησονται = emplèsthèsontai (zij zullen zich vullen) van het werkw. εμπιμπλημι = empimplèmi (vervullen) . Zie het werkw. πιμπλημι = pimplèmi (vullen) . Taalgebruik in het NT : pimplèmi (vullen) . Taalgebruik in de LXX : pimplèmi (vullen) . Bijbel (8) : (1) Dt 14,29 . (2) Dt 26,12 . (3) Js 13,21 . (4) Js 29,19 . (5) Jr 50,10 . (6) Ps 22,27 . (7) Sir 2,16 . (8) Sir 4,12 . Een vorm van εμπιμπλημι = empimplèmiin de LXX (142) , in het NT (5) : (1) Lc 1,53 . (2) Lc 6,25 . (3) Joh 6,12 . (4) Hnd 14,17 . (5) Rom 15,24 . In de LXX is εμπιμπλημι = empimplèmi de vertaling van 9 Hebreeuwse (werk)woorden .
- pass. ind. aor. 3de pers. mv. ενεπλησθησαν = eneplèsthèsan (zij werden vervuld) van het werkw. εμπιμπλημι = empimplèmi (vervullen) . Zie het werkw. πιμπλημι = pimplèmi (vullen) . Taalgebruik in het NT : pimplèmi (vullen) . Taalgebruik in de LXX : pimplèmi (vullen) . Bijbel (5) : (1) Hos 13,6 . (2) Ps 22,27 . (3) Ps 78,29 . (4) Neh 9,25 .
- Hebreeuws . וְשָׂבֵעוּ = wësâbhe`û (en zij zullen verzadigd worden) < prefix verbindingswoord wë + act. qal perf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. שָׂבַע = shâbha` (verzadigd worden, genoeg hebben van) . Taalgebruik in Tenakh : shâbha` (verzadigd worden, genoeg hebben van) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (2) : (1) Dt 14,29 . (2) Dt 26,12 . Een vorm van שָׂבַע = shâbha` in Tenakh (93) .
- In deze 2 verzen lezen we וְאָכְלוּ וְשָׂבֵעוּ = wë´âkhëlû wësâbhe`û (en zij zullen eten en zij zullen verzadigd worden) ; in het Grieks telkens : φαγονται = fagontai (zij zullen eten) και = kai (en) εμπλησθησονται = emplèsthèsontai (zij zullen zich vullen) . In beide teksten gaat het om de tienden die om de 3 jaar aan de Levieten , vreemdelingen , weduwen en wezen moeten afgestaan worden .
- Latijn . pass. fut. 3de pers. mv. saturabuntur (zij zullen verzadigd worden) van het werkw. saturare . Bijbel (8) : (1) Dt 14,29 . (2) Hos 4,10 . (3) Ps 22,27 . (4) Ps 37,19 . (5) Ps 104,16 . (6) Spr 1,31 . (7) Job 27,14 . (8) Mt 5,6 .

Verwant met het werkw. שָׂבַע = shâbha` (verzadigd worden, genoeg hebben van) is het telwoord . Tussen beide bestaat slechts dit verschil : een punt op de s , al dan niet links of rechts . 7 is een symbool van volheid . Er zijn 5 broden en 2 vissen ; in aantal 7 .

Mc 6,42.4. - 5. και εχορασθησαν = kai echorasthèsan (en zij werden verzadigd) . Bijbel = NT (5) : (1) Mt 14,20 . (2) Mt 15,37 . (3) Mc 6,42 . (4) Mc 8,8 . (5) Lc 9,17 .

Mc 6,42.1. - 5. και εφαγον παντες και εχορασθησαν = kai efagon pantes kai echorasthèsan (en allen aten en zij werden verzadigd) . NT (3) : (1) Mt 14,20 . (2) Mt 15,37 . (3) Mc 6,42 .
- και εφαγον και εχορασθησαν παντες = kai efagon kai echorasthèsan pantes (en zij aten en allen werden verzadigd) . NT (1) : Lc 9,17 .
- Hebreeuws : Bijbel (2) : (1) Ps 78,29 . (2) Neh 9,25 .



- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,43 - Mc 6,43 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:43 kai èran klasmata dôdeka kofinôn plèrômata kai apo tôn ichthuôn  43 et sustulerunt reliquias fragmentorum duodecim cofinos plenos et de piscibus     43 En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.  [43] Ze haalden twaalf korven vol brokken op, en ook wat van de vis over was.   [43] Ze haalden de overgebleven stukken brood op, waar wel twaalf manden mee konden worden gevuld, en ook wat er over was van de vissen.   43 en aan brokken rapen ze op: twaalf korven vol, ook van de vissen.   43. et l'on emporta les morceaux, plein douze couffins avec les restes des poissons.  

King James Bible . [43] And they took up twelve baskets full of the fragments, and of the fishes.
Luther-Bibel . 43 Und sie sammelten die Brocken auf, zwölf Körbe voll, und von den Fischen.

  Mc 6,43      
  43καὶ ἦραν κλάσματα δώδεκα κοφίνων πληρώματα καὶ ἀπὸ τῶν ἰχθύων. καὶ ἦραν τὸ περισσεῦον τῶν κλασμάτων δώδεκα κοφίνους πλήρεις. 9:17 kai efagon kai echortasthèsan pantes kai èrthè to perisseusan autois klasmatôn kofinoi dôdeka   

Tekstuitleg van Mc 6,43 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

7. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -


Mc 6,44 - Mc 6,44 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:44 kai èsan oi fagontes | tous artous | [tous artous*] | pentakischilioi andres   44 erant autem qui manducaverunt quinque milia virorum   44 En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen. [44] Het waren vijfduizend man die van het brood gegeten hadden.  [44] Vijfduizend mensen hadden van de broden gegeten. 44 Die van de broden hebben gegeten, dat zijn vijfduizend man. 44. Et ceux qui avaient mangé les pains étaient cinq mille hommes.  

King James Bible . [44] And they that did eat of the loaves were about five thousand men.
Luther-Bibel . 44 Und die die Brote gegessen hatten, waren fünftausend Mann.

  Mc 6,44      
  44καὶ ἦσαν οἱ φαγόντες [τοὺς ἄρτους] πεντακισχίλιοι ἄνδρες. 21οἱ δὲ ἐσθίοντες ἦσαν ἄνδρες ὡσεὶ πεντακισχίλιοι χωρὶς γυναικῶν καὶ παιδίων. καὶ ἤρθη τὸ περισσεῦσαν αὐτοῖς κλασμάτων κόφινοι δώδεκα.  

Tekstuitleg van Mc 6,44 . Het vers Mc 6,44 telt 9 (3²) woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalswaarde van Mc 6,44 is 6311 (priemgetal) .

Mc 6,44.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 6,44.2. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 .

Mc 6,44.1. - 2. kai èsan (en zij waren) . Mc (3) . In 2 / 7 van de omschrijv. structuur : (1) Mc 2,18 . (2) Mc 9,4 + Mc 6,44 .

Mc 6,44.3. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi 101 4 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 6,44.5. bep. lidw. acc. mann. mv. τους = tous (de) . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous 52       2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. . : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

7. πεντακισχίλιοι = pentakischilioi (vijfduizend, 5000) . Bij Jezus zijn er 5 broden ter beschikking ; dat is een handvol . Later zal blijken dat er 5000 man gegeten heeft . Er is dus 1 brood voor 1000 man . Er zijn ook 2 vissen ter beschikking ; twee mannen als zodanig . 5 en 2 is 7 , een getal van volheid ; denk aan een week . Op een creatieve wijze worden de getallen 5 en 2 geïnterpreteerd . In het manna-verhaal wordt verteld dat men de eerste vijf dagen van de week 1 portie manna mocht rapen , de zesde dag moest men 2 porties rapen : één portie voor de zesde dag en één portie voor de zevende dag , de sjabbat . Bij Elisa zijn er 20 broden voor 100 man ; dat maakt 1 brood voor 5 man . De getallen 20 en 100 kunnen in 2 elementen gedeeld worden : 20 = 2² X 5 ; 100 = 2² X 5² .
- In beide verhalen ligt de klemtoon op geven , hoe weinig het ook is . Blijkbaar gaat er van dat geven een kracht uit waardoor allen eten en nog overhouden .

Mc 6,44.8. nom. mann. enk. andres (mannen) van het zelfst. naamw. anèr (man) . Taalgebruik in het N.T. : anèr (man) . Taalgebruik in Mc : anèr (man) .
Mc (1) : Mc 6,44 . Een vorm van anèr (man) in 4 verzen in Mc : (1) Mc 6,20 . (2) Mc 6,44 . (3) Mc 10,2 . (4) Mc 10,12 .


- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -