MARCUSEVANGELIE , ZEVENDE HOOFDSTUK , MC 7 -
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Mc (Marcus)
-- Mc 7
-
- Mc
7,1-8.14-15.21-23 - Mc
7,31-37
- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -
- Marcus
: overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus
taalgebruik A - Marcus
taalgebruik B - Marcus
taalgebruik C - Marcus
taalgebruik D - Marcus
taalgebruik E - Marcus
taalgebruik F - Marcus
taalgebruik G - Marcus
taalgebruik H - Marcus
taalgebruik I - Marcus
taalgebruik K - Marcus
taalgebruik L - Marcus
taalgebruik M - Marcus
taalgebruik N - Marcus
taalgebruik O - Marcus
taalgebruik P - Marcus
taalgebruik R - Marcus
taalgebruik S - Marcus
taalgebruik T - Marcus
taalgebruik Z -
- Mc
: commentaar .
Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
Overzicht van het Marcusevangelie : Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16
Tekstuitleg per pericope - Mc
7,1-13 - Mc
7,14-23 - Mc
7,24-30 - Mc
7,31-37
Tekstuitleg vers per vers - Mc
7,1 - Mc
7,2 - Mc
7,3 - Mc
7,4 - Mc
7,5 - Mc
7,6 - Mc
7,7 - Mc
7,8 - Mc
7,9 - Mc
7,10 - Mc
7,11 - Mc
7,12 - Mc
7,13 - Mc
7,14 - Mc
7,15 - Mc
7,16 - Mc
7,17 - Mc
7,18 - Mc
7,19 - Mc
7,20 - Mc
7,21 - Mc
7,22 - Mc
7,23 - Mc
7,24 - Mc
7,25 - Mc
7,26 - Mc
7,27 - Mc
7,28 - Mc
7,29 - Mc
7,30 - Mc
7,31 - Mc
7,32 - Mc
7,33 - Mc
7,34 - Mc
7,35 - Mc
7,36 - Mc
7,37 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | Luther-Bibel 1984 | bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem (2) | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het zevende hoofdstuk van het Marcusevangelie
:
154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc
7,1-13 - Mt
15,1-9 -
155. Rein en onrein : Mc
7,14-23 - Mt
15,10-20 -
156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw : Mc
7,24-30 - Mt
15,21-28 -
157. Genezing van een doofstomme : Mc
7,31-37 - Mt
15,29-31 -
| Mc 1 | Mc 2 | Mc 3 | Mc 4 | Mc 5 | Mc 6 | Mc 7 | Mc 8 | Mc 9 | Mc 10 | Mc 11 | Mc 12 | Mc 13 | Mc 14 | Mc 15 | Mc 16 | |
Evangelielezing van de 22ste
(tweeëntwintigste) zondag door het b-jaar : Mc
7,1-8.14-15.21-23 (Mc
7,1-8.14-15.21-23) :
Eens kwamen de Farizeeën en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem bij Jezus
tezamen, en ze zagen dat sommigen van zijn leerlingen met onreine, dat wil zeggen,
ongewassen handen aten. De Farizeeën immers en al de Joden eten niet zonder
eerst de vingertoppen gewassen te hebben, daar ze vasthouden aan de overlevering
van de voorvaderen; komen ze van de markt, dan eten ze niet voordat zij zich
gereinigd hebben; zo zijn er nog vele dingen waaraan ze bij overlevering vasthouden:
het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk. Daarom stelden de Farizeeën
en de schriftgeleerden Hem de vraag: "Waarom gedragen uw leerlingen zich
niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar eten zij met onreine handen?"
Hij antwoordde hun: "Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd!
Zo staat er geschreven: Dit volk eert Mij met de lippen maar hun hart is ver
van Mij. Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren. Gij laat
het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen!"
Daarop riep Hij het volk weer bij zich en sprak tot hen: "Luistert allen
naar Mij en wilt verstaan: niets kan de mens bezoedelen wat van buiten af in
hem komt. Maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. Want uit het binnenste,
uit het hart van de mensen komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk,
hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots,
lichtzinnigheid. Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bezoedelen
de mens."
154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 -
De discussie vertrekt vanuit een concreet gedrag : het eten met ongewassen
handen . Daartegenover staat dat de Farizeeën en alle Judeeërs eten
met gewassen handen . Dan breidt Marcus dit punt van wassen nog verder uit .
Zij wassen ook het voedsel dat zij van de markt halen . En tenslotte wassen
ze alle bekers , kannen , schotels (of m.a.w. alles waaruit ze eten of drinken)
.
vers 2. ... esthiousin (eten zij)
vers 3 : ean mè... ouk esthiousin (indien zij niet ... eten zijn niet)
vers 4 : kai ... ean mè... ouk esthiousin (en indien zij niet ... eten
zijn niet)
de discussie tussen enerzijds de overlevering van mensen en anderzijds het gebod van God
| Mc 7,2 | Mc 7,3 | Mc 7,5a | Mc 7,5b | Mc 7,8 | Mc 7,9 | Mc 7,13 |
| alla (maar) | afentes (losgelaten hebbende) | etheteite (gij schuift terzijde) | akurountes (ongeldig makend) | |||
| tijn entolijn tou theou (het gebod van God) | tijn entolijn tou theou (het gebod van God) | ton logon tou theou (het woord van God) | ||||
| dia ti (waarom) | ina (opdat) | |||||
| verondersteld : tines toon mathijtoon autou (sommige van zijn leerlingen) | hoi gar Farisaioi kai pantes hoi Ioudaioi (want de Farizeeën en alle Judeeërs) | |||||
| koinois chersin (met onreine handen) tout'estin aniptois (dit is met ongewassen handen) | ean mij pugmiji nipsoontai tas cheiras (indien zij niet met een handvol de handen niet zouden wassen) | koinois chersin (met onreine handen) | ||||
| esthiousin (eten zij) | ouk esthiousin (eten zij niet) | esthiousin (eten zij) | ||||
| tous artous (de broden) | ton arton (het brood) | |||||
| kratountes (onderhoudend) | ou peripatousin (wandelen zij niet rond - gedragen zij zich niet) | krateite (houdt gij vast) | ||||
| hoi mathijtai sou (uw leerlingen) | ||||||
| tijn paradosin toon presbuteroon (de overlevering van de priesters) | kata tijn paradosin toon presbuteroon (volgens de overlevering van de priesters) | tijn paradoosin toon anthroopoon (aan de overlevering van mensen) | tijn paradosin humoon (uw overlevering) | tiji paradosei humoon(door uw overlevering) | ||
| tijrijsijte (zoudt bewaren) | iji paredookate (waardoor gij hebt overgeleverd) |
Jezus haalt een argument uit de profeten (Jesaja) en de wet (Mozes) om de Farizeeën en de schriftgeleerden erop te wijzen dat ze de eigen traditie stellen boven het gebod / woord van God .
| Mc 7 | |||
| 6a. ho de (hij echter) | 9. kai (en) | 10. | 11. |
| eipen (zei) | elegen (hij zei) | ||
| autois (hen) | autois (hen) | ||
| 6b. kaloos (goed) | kaloos (goed) | ||
| eprofijteusen (heeft geprofeteerd) | atheteite (schuift gij terzijde) | ||
| IJsaias (Jesaja) ... | ... | Moousijs gar (want Mozes) | humeis de (gij echter) |
| eipen (zei) | legete (zegt) | ||
| hoos (zoals) | |||
| gegraptai (er geschreven staat) |
| Mc 7,1 - Mc 7,1 - 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 1 En tot Hem vergaderden de Farizeën, en sommigen der Schriftgeleerden,
die van Jeruzalem gekomen waren;
King James Bible . [1] Then came together unto him the Pharisees, and certain
of the scribes, which came from Jerusalem.
Luther-Bibel . 1 Und es versammelten sich bei ihm die Pharisäer und einige von
den Schriftgelehrten, die aus Jerusalem gekommen waren.
Tekstuitleg van Mc
7,1 . Dit vers Mc
7,1 telt 13 woorden , 31 lettergrepen en 76 (2 X 2 X 19) letters . De getalwaarde
van Mc
7,1 is 9050 (2 X 5 X 5 X 181) De Farizeeën en sommige schriftgeleerden
die uit Jeruzalem komen , verzamelen zich rond Jezus . Het hoofdwerkwoord staat
in de tegenwoordige tijd . Het werkwoord sunagô : verzamelen , bijeenkomen
, staat in de mediale vorm : zij verzamelen zich . Het woord synagoge is afgeleid
van het werkwoord sunagô .
Vanaf Mc
3,6 (waarin de Farizeeën en de Herodianen besloten om Jezus om te brengen)
loopt de komst van Farizeeën en schriftgeleerden steeds uit op een confrontatie
met Jezus en loopt Jezus gevaar te worden gevat en omgebracht . Na dit twistgesprek
(Mc 7,1-13
- Mc
7,14-23) gaat Jezus naar het landsdeel van Tyrus en Sidon (helemaal in het
Noorden) .
De zinsconstructie van Mc 7,1 komt opmerkelijk overeen met Mc 6,30 , waarin de leerlingen terugkeren van hun zending . Aan deze terugkeer gaat het verhaal van de onthoofding van Johannes de Doper door koning Herodes vooraf (Mc 6,17-29) . Er wordt verondersteld dat de leerlingen van Jezus over dit gebeuren hebben verteld want in Mc 6,32 gaat Jezus naar een eenzame plaats in quarantaine (kat'idian : afzonderlijk) .
Mc 7,1.1.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,1.2. mediaal ind. praesens 3de pers. mv. sunagontai (zij verzamelen zich) . Taalgebruik in het N.T. : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in Mc : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Mc (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 7,1 . Een vorm van sunagô (verzamelen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 2,2 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,30 . (5) Mc 7,1 . Telkens wordt er rond Jezus verzameld .
Mc 7,1.3.
pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros
(naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros
(naar, bij) .
Mc (62) . Mc 7 (2) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,25 .
Mc 7,1.2.
- 3. sunagontai (zij verzamelen zich) pros (bij) . Mc (2) : (1) Mc
6,30 . (2) Mc
7,1 . STAP VOOR STAP !
- Mc 6,30
: Kai sunagontai hoi apostoloi pros ton Ièsoun = en de apostelen verzamelen
zich bij Jezus .
- Mc 7,1
: Kai sunagontai pros auton hoi Farisaioi kai ... = en de Farizeeën
... verzamelen zich bij hem .
Wellicht is de terugkomst van de apostelen naar Jezus in Mc
6,30 wellicht bepaald door het nieuws dat Johannes werd onthoofd . De leerlingen
hebben Jezus wellicht ingelicht en probeert Jezus zich in veiligheid te brengen
(Mc 6,32) . In Mc
7,1 ontstaat een discussie tussen Farizeeën en schriftgeleerden enerzijds
en Jezus anderzijds over de traditie van de ouderen en het gebod van God . Deze
discussie moet zo bedreigend zijn overgekomen dat Jezus besluit naar het gebied
van Tyrus te gaan . Het zijn dus twee situaties waarin Jezus overgaat naar een
weggaan om veiligheid te zoeken .
Mc 7,1.4.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,12 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,26 . (8) Mc
7,32 . (9) Mc
7,33 .
Mc 7,1.3. - 4. pros auton (naar hem, bij hem) . Mc (15) . Naar Jezus . Mc (14)) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 1,45 . (4) Mc 2,3 . (5) Mc 2,13 . (6) Mc 3,8 . (7) Mc 3,13 . (8) Mc 3,31 . (9) Mc 4,1 . (10) Mc 7,1 . (11) Mc 9,20 . (12) Mc 10,1 . (13) Mc 12,13 . (14) Mc 12,18 .
Mc 7,1.5.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
Mc 7,1.6.
nom. mann. mv. farisaioi (Farizeeën) . Taalgebruik in het N.T. : Pharisaioi
(Farizeeën) . Taalgebruik in Mc : Pharisaioi
(Farizeeën) .
Mc (8) : (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,24 . (3) Mc
3,6 . (4) Mc
7,1 . (5) Mc
7,3 . (6) Mc
7,5 . (7) Mc
8,11 . (8) Mc
10,2 .
gen. mann. mv. farisaiôn (van de Farizeeën) . Mc (4) : (1) Mc
2,16 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
8,15 . (4) Mc
12,13 .
Mc 7,1.7.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,1.8.
onbepaald voornaamw. nom. mann. mv. tines (enkele, sommige) van het onbepaald
voornaamw. tis (een bepaalde) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Ned. wie , wat ? een .
Mc (9) . Mc 7 (1) : Mc
7,1 .
Mc 7,1.9.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
Mc 7,1.10.
gen. mann. mv. grammateôn (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw. grammateus
(schriftgeleerde) . Taalgebruik in het N.T. : grammateus
(schriftgeleerde) . Taalgebruik in Mc : grammateus
(schriftgeleerde) .
Mc (8) : (1) Mc
2,6 . (2) Mc
7,1 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
12,28 . (5) Mc
12,38 . (6) Mc
14,43 . (7) Mc
15,1 . (8) Mc
15,31 .
Mc 7,1.8. - 10. tines tôn grammateôn (enkele schriftgeleerden) . Mc (2) : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 7,1 .
12. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo
(af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo
(af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,28 . (4) Mc
7,33 .
Mc 7,1.13.
Hierosuluma (Jeruzalem) wordt in de tien verzen in Mc voorafgegaan door een
voorzetsel ; in 3 verzen door het voorzetsel apo (van-weg) + gen. (Hierosolumôn)
, in 7 door eis (naar) + acc. (Hierosoluma) . Taalgebruik in het N.T. : Hierosoluma
(Jeruzalem) . Taalgebruik in Mc :
Hierosoluma (Jeruzalem) .
- apo Hierosolumôn (van Jeruzalem) . Mc (3) : (1) Mc
3,8 . (2) Mc
3,22 . (3) Mc
7,1 .
- eis Hierosoluma (naar Jeruzalem) . Mc (7) : (1) Mc
10,32 . (2) Mc
10,33 . (3) Mc
11,1 . (4) Mc
11,11 . (5) Mc
11,15 . (6) Mc
11,27 . (7) Mc
15,41 .
Mc 7,1.8.
- 13 . Vergelijk :
- Mc 7,1
: kai tines tôn grammateôn elthontes apo Hierosolumôn (en
enkele schriftgeleerden , gekomen van Jeruzalem) .
- Mc 3,22
: kai oi grammateis oi apo hierosolumôn katabantes (en de schriftgeleerden ,
afgedaald van Jeruzalem) .
agreuoo : jagen, vangen
to meros : deel, gebied
koinos : onrein, profaan, onheilig
aniptos : ongewassen ; niptoo : zich wassen
pugmij : vuist, handvol
krateoo / kratos : kracht, sterkte ; krateoo : onderhouden, vasthouden, grijpen
rantizoo : besprenkelen, reinigen; mediaal : zich reinigen, besprenkelen
ksestijs : (drink)kan
chalkion : koperen schotel
ep-erootaoo : vragen; ind. pres. 3e pers. mv.
fentes : van afiijmi : loslaten, prijsgeven
atheteoo : ongeldig of nietig maken, terzijde schuiven
akurooo : ongeldig maken, afschaffen
| Mc 7,2 - Mc 7,2 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 2 En ziende, dat sommigen van Zijn discipelen met onreine,
dat is, met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen.
King James Bible . [2] And when they saw some of his disciples eat bread with
defiled, that is to say, with unwashen, hands, they found fault.
Luther-Bibel . 2 Und sie sahen einige seiner Jünger mit unreinen, das heißt:
ungewaschenen Händen das Brot essen.
Tekstuitleg van Mc 7,2 . Het vers Mc 7,2 telt 14 (2 X 7) woorden en 83 letters . De getalwaarde van Mc 7,2 is 11519 .
Mc 7,2.1.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
2. act. part. aor. nom. mann. mv. idontes (gezien) . Taalgebruik in het N.T.
: eiden
(hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden
(hij zag) .
Mc (5) : (1) Mc
2,16 . (2) Mc
5,16 . (3) Mc
6,49 . (4) Mc
7,2 . (5) Mc
9,15 .
3. acc. mann. + vr. mv. tinas van het onbepaald voornaamw. tis (een, enkele)
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Ned. wie , wat ? een .
Mc (2) : (1) Mc
7,2 (enkele leerlingen) . (2) Mc
12,13 (enkele Farizeeën en Herodianen) .
Mc 7,2.4.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
5. gen. mann. mv. mathètôn (leerlingen) van het zelfstandig naamwoord
mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (8) : (1) Mc
3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) .
(2) Mc
7,2 . (3) Mc
8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen)
. (4) Mc
10,46 . (5) Mc
11,1 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen)
. (6) Mc
13,1 (heis tôn mathètôn autou = één van
zijn leerlingen) . (7) Mc
14,13 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen)
. (8) Mc
14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .
Mc 7,2.6.
aanwijz. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,25 . (5) Mc
7,33 . (6) Mc
7,35 .
Mc 7,2.7.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,6 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,20 .
11. act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij / het is) van het werkw. eimi
(zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,34 .
Mc 7,2.13.
act. ind praes. 3de pers. mv. esthiousin van het werkw. esthiô (eten)
. Taalgebruik in het N.T. : esthiô
(eten) . Taalgebruik in Mc : esthiô
(eten) . Lat. manducare . F. manger . Ned. eten . E. to eat . D. essen .
Mc (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,4 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,28 .
| Mc 7,3 - Mc 7,3 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 3 Want de Farizeën en al de Joden eten niet, tenzij dat zij
eerst de handen dikmaals wassen, houdende de inzettingen der ouden.
King James Bible . [3] For the Pharisees, and all the Jews, except they wash
their hands oft, eat not, holding the tradition of the elders.
Luther-Bibel . 3 Denn die Pharisäer und alle Juden essen nicht, wenn sie nicht
die Hände mit einer Hand voll Wasser gewaschen haben, und halten so die Satzungen
der Ältesten ;
Tekstuitleg van Mc 7,3 .
Mc 7,3.1.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,27 .
Mc 7,3.3.
nom. mann. mv. farisaioi (Farizeeën) . Taalgebruik in het N.T. : Pharisaioi
(Farizeeën) . Taalgebruik in Mc : Pharisaioi
(Farizeeën) .
Mc (8) : (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,24 . (3) Mc
3,6 . (4) Mc
7,1 . (5) Mc
7,3 . (6) Mc
7,5 . (7) Mc
8,11 . (8) Mc
10,2 .
gen. mann. mv. farisaiôn (van de Farizeeën) . Mc (4) : (1) Mc
2,16 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
8,15 . (4) Mc
12,13 .
Mc 7,3.4.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,3.6.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
13. acc.vr. mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand)
. Taalgebruik in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,23 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
8,23 . (5) Mc
8,25 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,16 . (9) Mc
14,41 . (10) Mc
14,46 . (11) Mc
16,18 .
Mc 7,3.14.
ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou
- ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou
- ouk - ouch (niet) .
Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,18 . (3) Mc
7,27 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,24 .
Mc 7,3.15.
act. ind praes. 3de pers. mv. esthiousin van het werkw. esthiô (eten)
. Taalgebruik in het N.T. : esthiô
(eten) . Taalgebruik in Mc : esthiô
(eten) . Lat. manducare . F. manger . Ned. eten . E. to eat . D. essen .
Mc (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,4 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,28 .
Mc 7,3.17. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 7 (10) : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,8 . (4) Mc 7,9 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 7,19 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 7,31 . (10) Mc 7,32 .
Mc 7,3.19.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
| Mc 7,4 - Mc 7,4 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 4 En van de markt komende, eten zij niet, tenzij dat zij
eerst gewassen zijn. En vele andere dingen zijn er, die zij aangenomen hebben
te houden, als namelijk de wassingen der drinkbekers, en kannen, en koperen
vaten, en bedden.
King James Bible . [4] And when they come from the market, except they wash,
they eat not. And many other things there be, which they have received to hold,
as the washing of cups, and pots, brasen vessels, and of tables.
Luther-Bibel . 4 und wenn sie vom Markt kommen, essen sie nicht, wenn sie sich
nicht gewaschen haben. Und es gibt viele andre Dinge, die sie zu halten angenommen
haben, wie: Trinkgefäße und Krüge und Kessel und Bänke zu waschen.
Tekstuitleg van Mc 7,4 .
Mc 7,4.1.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,4.7.
ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou
- ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou
- ouk - ouch (niet) .
Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,18 . (3) Mc
7,27 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,24 .
Mc 7,4.8.
act. ind praes. 3de pers. mv. esthiousin van het werkw. esthiô (eten)
. Taalgebruik in het N.T. : esthiô
(eten) . Taalgebruik in Mc : esthiô
(eten) . Lat. manducare . F. manger . Ned. eten . E. to eat . D. essen .
Mc (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,4 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,28 .
Mc 7,4.9.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,4.10.
alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (48) . Mc 7 (5) . alla (maar) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,4 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,15 . all' (afkorting van alla) in Mc 7 (2) : (1) Mc
7,19 . (2) Mc
7,25 .
Mc 7,4.12.
act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij / het is) van het werkw. eimi (zijn)
. Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,34 .
Mc 7,4.14.
act. ind. aor. 3de pers. mv. parelabon van het werkw. paralambanô (overnemen)
. Taalgebruik in het N.T. : paralambanô
(overnemen) . Taalgebruik in Mc : paralambanô
(overnemen) . Lat. accipere ( ad- capere = aan-nemen , aanvaarden ) . Fr.
accepter , reçevoir .
Mc (1) : Mc
7,4 .
Mc 7,4.17. gen. onz. mv. potèriôn (bekers) van het zelfst. naamw. potèrion (beker) . Taalgebruik in het N.T. : potèrion (beker) . Taalgebruik in Mc : potèrion (beker) . Mc (1) : Mc 7,4 .
Mc 7,4.18.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,4.20.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
| Mc 7,5 - Mc 7,5 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 5 Daarna vraagden Hem de Farizeën en de Schriftgeleerden:
Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de inzetting der ouden, maar eten het
brood met ongewassen handen?
King James Bible . [5] Then the Pharisees and scribes asked him, Why walk not
thy disciples according to the tradition of the elders, but eat bread with unwashen
hands?
Luther-Bibel . 5 Da fragten ihn die Pharisäer und Schriftgelehrten: Warum leben
deine Jünger nicht nach den Satzungen der Ältesten, sondern essen das Brot mit
unreinen Händen?
Tekstuitleg van Mc 7,5 . Het vers Mc 7,5 telt 25 (5 X 5) woorden en 142 (2 X 71) letters . De getalwaarde van Mc 7,5 is 16566 (2 X 3 X 11 X 251) .
Mc 7,5.1.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,5.2.
act. ind. praes. 3de pers. mv. eperôtôsin (zij ondervragen) van
het werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger
: ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (1) : Mc
7,5 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .
Mc 7,5.3.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,12 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,26 . (8) Mc
7,32 . (9) Mc
7,33 .
Mc 7,5.4.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
Mc 7,5.5.
nom. mann. mv. farisaioi (Farizeeën) . Taalgebruik in het N.T. : Pharisaioi
(Farizeeën) . Taalgebruik in Mc : Pharisaioi
(Farizeeën) .
Mc (8) : (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,24 . (3) Mc
3,6 . (4) Mc
7,1 . (5) Mc
7,3 . (6) Mc
7,5 . (7) Mc
8,11 . (8) Mc
10,2 .
gen. mann. mv. farisaiôn (van de Farizeeën) . Mc (4) : (1) Mc
2,16 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
8,15 . (4) Mc
12,13 .
Mc 7,5.6.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,5.7.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
Mc 7,5.8.
nom. + voc. + acc. mann. mv. grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw.
grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in het N.T. : grammateus
(schriftgeleerde) . Taalgebruik in Mc : grammateus
(schriftgeleerde) .
Mc (11) : (1) Mc
1,22 . (2) Mc
2,16 . (3) Mc
3,22 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
9,11 . (6) Mc
9,14 . (7) Mc
11,18 . (8) Mc
11,27 . (9) Mc
12,35 . (10) Mc
14,1 . (11) Mc
14,53 .
Mc 7,5.4. - 8. In Mc 7,1 lezen we : hoi farisaioi kai tines tôn grammateôn (de Farizeeën en enkele schriftgeleerden) . In Mc 7,5 lezen we hoi farisaioi kai hoi grammateis (de Farizeeën en de schriftgeleerden) . Het gaat om een gedragsregel : het eten met ongewassen handen . Dat is een aspect dat de Farizeeën betreft . Op deze wijze eten druist in tegen de traditie van de ouderen . Dat is een aspect voor de schriftgeleerden om de traditie aan te duiden .
Mc 7,5.9.
dia (door, na) . Taalgebruik in N.T. : dia
(door) . Taalgebruik in Mc : dia
(door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na .
Mc (29) . Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,29 . (3) Mc
7,31 .
Mc 7,5.10.
vragend voornaamw. onz. enk. ti (wat?) van het vragend voornaamwoorrd tis (wie
- wat?) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Ned. wie , wat ? een .
Mc 7 (1) : Mc
7,5 .
Mc 7,5.9.
- 10. dia ti (omwille van wat ? omwille van dat of waarom ? daarom) . Mc (3)
: (1) Mc
2,18 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
11,31 .
In Mc
2,18 vragen de leerlingen van Johannes de Doper en de Farizeeën waarom
zijn leerlingen niet vasten terwijl zij wel vasten . In Mc
7,5 vragen de Farizeeën en de schriftgeleerden waarom zijn leerlingen
met ongewassen handen eten tegen de traditie van de ouderen in .
1. - 15. De Farizeeën en de schriftgeleerden vraagen aan Jezus waarom
zijn leerlingen met ongewassen handen eten (Mc
7,5) . In Mc
2,18 vragen (zeggen) de leerlingen van Johannes en de Farizeeën waarom
de enen vasten en zijn leerlingen niet . Bij het vasten gaat het om een gedrag
bij bepaalde groepen , bij het eten met gewassen handen gaat het om een overlevering
van de ouderen . Gradatie dus .
- Mc 2,18
: ... hoi farisaioi ... legousin autô(i) dia ti ... hoi ... soi mathètai
ou ... (... de Farizeeën zeggen hem : "waarom 'jouw' leerlingen niet
...)
- Mc 7,5
: kai eperôtôsin auton hoi farisaioi ... dia ti ou ... hoi mathètai
sou ... (en de Farizeeën ... vragen hem 'uit' : waarom jouw leerlingen
niet ...)
Mc 7,5.11.
ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou
- ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou
- ouk - ouch (niet) .
Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,18 . (3) Mc
7,27 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,24 .
Mc 7,5.14.
nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) van het zelfst. naamw. mathètès
(leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk. Mc (17) . (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,23 . (3) Mc
5,31 . (4) Mc
6,1 . (5) Mc
6,29 . (6) Mc
6,35 . (7) Mc
7,5 . (8) Mc
7,17 . (9) Mc
8,4 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
9,28 . . (12) Mc
10,10 . (13) Mc
10,13 . (14) Mc
10,24 . (15) Mc
11,14 . (16) Mc
14,12 . (17) Mc
14,16 .
Een vorm van mathètès (leerling) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,2 (gen.) . (2) Mc
7,5 (nom.) . (3) Mc
7,17 (nom.) .
1. - 15. De Farizeeën en de schriftgeleerden vragen aan Jezus waarom zijn
leerlingen met ongewassen handen eten (Mc
7,5) . In Mc
2,18 vragen (zeggen) de leerlingen van Johannes en de Farizeeën waarom
de enen vasten en zijn leerlingen niet . Bij het vasten gaat het om een gedrag
bij bepaalde groepen , bij het eten met gewassen handen gaat het om een overlevering
van de ouderen . Gradatie dus .
- Mc 2,18
: ... hoi farisaioi ... legousin autô(i) dia ti ... hoi ... soi mathètai
ou ... (... de Farizeeën zeggen hem : "waarom 'jouw' leerlingen niet
...)
- Mc 7,5
: kai eperôtôsin auton hoi farisaioi ... dia ti ou ... hoi mathètai
sou ... (en de Farizeeën ... vragen hem 'uit' : waarom jouw leerlingen
niet ...)
16. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata
(tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata
(tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc
4,10 . (2) Mc
5,13 . (3) Mc
6,40 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
11,25 . (6) Mc
13,8 . (7) Mc
14,19 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
15,6 .
Mc 7,5.17.
bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. und .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,9 . (5) Mc
7,10 . (6) Mc
7,17 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,30 . (9) Mc
7,31 . (10) Mc
7,32 .
Mc 7,5.19.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
21. alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (48) . Mc 7 (5) . alla (maar) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,4 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,15 . all' (afkorting van alla) in Mc 7 (2) : (1) Mc
7,19 . (2) Mc
7,25 .
Mc 7,5.24.
act. ind praes. 3de pers. mv. esthiousin van het werkw. esthiô (eten)
. Taalgebruik in het N.T. : esthiô
(eten) . Taalgebruik in Mc : esthiô
(eten) . Lat. manducare . F. manger . Ned. eten . E. to eat . D. essen .
Mc (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,4 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,28 .
25. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
| Mc 7,6 - Mc 7,6 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 6 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Wel heeft Jesaja,
van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met
de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij.
King James Bible .[6] He answered and said unto them, Well hath Esaias prophesied
of you hypocrites, as it is written, This people honoureth me with their lips,
but their heart is far from me.
Luther-Bibel . 6 Er aber sprach zu ihnen: Wie fein hat von euch Heuchlern Jesaja
geweissagt, wie geschrieben steht (Jesaja 29,13): »Dies Volk ehrt mich mit den
Lippen; aber ihr Herz ist fern von mir.
Tekstuitleg van Mc 7,6 . Het vers Mc 7,6 telt 30 (2 X 3 X 5) woorden en 140 (2 X 2 X 5 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 7,6 is 18665 (5 X 3733) .
1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (4) Mc
7,15 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (5) Mc
7,34 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (6) Mc
7,35 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte
tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin
aan te duiden .
Mc 7 (8) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,20 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,36 .
3. act. ind. aor. 3de p. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (56) . Mc 7 (3) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,29 .
4. pers. voornaamw. dat. mann. mv. autois (aan hen) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,36 .
1. - 4. ho de eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (5) : (1) Mc
6,37 . (2) Mc
7,6 . (3) Mc
9,12 . (4) Mc
10,3 . (5) Mc
14,20 .
Na de vraag van de Farizeeën aan Jezus over het gedrag van zijn leerlingen
, geeft Jezus antwoord . De inleiding op dat antwoord wordt op een gelijkaardige
wijze gegeven :
- Mc 2,19
: kai eipen autois ho ièsous (en Jezus zei hen) .
- Mc 7,6
: ho de eipen autois (hij echter zei hen) .
5. kalôs (goed) . Bijwoord . Taalgebruik in het N.T. : kalôs
(goed) . Taalgebruik in Mc : kalôs
(goed) .
Mc (6) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,37 . (4) Mc
12,28 . (5) Mc
12,32 . (6) Mc
16,18 .
8. peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : peri
(over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Mc : peri
(over, rondom, omwille van) . Fr.
pour , N. voor . Voorzetsel .
Mc (22) . Mc 7 (2) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,25 .
10. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
14. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,6 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,20 .
15. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .
22. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,12 . (5) Mc
7,13 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 .
| Mc 7,7 - Mc 7,7 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 7 Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden
zijn der mensen;
King James Bible . [7] Howbeit in vain do they worship me, teaching for doctines
the commandments of men.
Luther-Bibel . 7 Vergeblich dienen sie mir, weil sie lehren solche Lehren, die
nichts sind als Menschengebote.«
Tekstuitleg van Mc 7,7 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 7 (8) : (1) Mc 7,6 . (2) Mc 7,7 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,20 . (5) Mc 7,24 . (6) Mc 7,26 . (7) Mc 7,28 . (8) Mc 7,36 .
| Mc 7,8 - Mc 7,8 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 8 Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen
der mensen, als namelijk wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke
dingen doet gij vele.
King James Bible . [8] For laying aside the commandment of God, ye hold the
tradition of men, as the washing of pots and cups: and many other such like
things ye do.
Luther-Bibel . 8 Ihr verlasst Gottes Gebot und haltet der Menschen Satzungen.
Tekstuitleg van Mc 7,8 . Het vers Mc 7,8 telt 21 (3 X 7) woorden en 119 letters . De getalwaarde van Mc 7,8 is 14350 (2 X 5 X 5 X 7 X 41) .
2. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. und . Mc 7 (10) : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,8 . (4) Mc 7,9 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 7,19 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 7,31 . (10) Mc 7,32 .
3. acc. vr. enk. entolèn (opdracht, gebod) van het zelfst. naamw. entolè
(opdracht, gebod) . Taalgebruik in het N.T. : entolè
(opdracht) . Taalgebruik in Mc. : entolè
(opdracht) .
Mc (3) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
10,5 .
4. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,20 . (7) Mc
7,33 .
9. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
| Mc 7,9 - Mc 7,9 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 9 En Hij zeide tot hen: Gij doet zeker Gods gebod wel te
niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden.
King James Bible . [9] And he said unto them, Full well ye reject the commandment
of God, that ye may keep your own tradition.
Luther-Bibel . 9 Und er sprach zu ihnen: Wie fein hebt ihr Gottes Gebot auf,
damit ihr eure Satzungen aufrichtet!
Tekstuitleg van Mc 7,9 . Het vers Mc 7,9 telt 14 (2 X 7) woorden en 72 (2 X 2 X 2 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 7,9 is 8075 (5 X 5 X 17 X 19)
1. kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
2. actief indicatief imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw.
legô (zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . Mc (31) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,14 . (3) Mc
7,20 . (4) Mc
7,27 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 7 (10) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,11 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
7,27 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,34 . (9) Mc
7,36 . (10) Mc
7,37 .
3. voornaamw. dat. mann. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik
in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,36 .
1. - 3. kai elegen autois (en hij zei hen) . Mc (14) : (1) Mc 2,27 . (2) Mc 3,23 . (3) Mc 4,2 . (4) Mc 4,11 . (5) Mc 4,21 . (6) Mc 4,24 . (7) Mc 6,4 . (8) Mc 6,10 . (9) Mc 7,9 . (10) Mc 7,14 . (11) Mc 8,21 . (12) Mc 9,1 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 11,17 .
4. kalôs (goed) . Bijwoord . Taalgebruik in het N.T. : kalôs
(goed) . Taalgebruik in Mc : kalôs
(goed) .
Mc (6) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,37 . (4) Mc
12,28 . (5) Mc
12,32 . (6) Mc
16,18 .
1. - 3. kai elegen autois (en hij zei hen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
N.T. (12) . Mc (11) . Mc 7 (2) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,14 .
6. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. und . Mc 7 (10) : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,8 . (4) Mc 7,9 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 7,19 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 7,31 . (10) Mc 7,32 .
7. acc. vr. enk. entolèn (opdracht, gebod) van het zelfst. naamw. entolè
(opdracht, gebod) . Taalgebruik in het N.T. : entolè
(opdracht) . Taalgebruik in Mc. : entolè
(opdracht) .
Mc (3) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
10,5 .
8. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,20 . (7) Mc
7,33 .
10. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,26 . (3) Mc
7,32 . (4) Mc
7,36 .
| Mc 7,10 - Mc 7,10 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 10 Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en:
wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.
King James Bible . [10] For Moses said, Honour thy father and thy mother; and,
Whoso curseth father or mother, let him die the death:
Luther-Bibel . 10 Denn Mose hat gesagt (2.Mose 20,12; 21,17): »Du sollst deinen
Vater und deine Mutter ehren«, und: »Wer Vater oder Mutter flucht, der soll
des Todes sterben.«
Tekstuitleg van Mc 7,10 . Het vers Mc 7,10 telt 19 woorden en 85 (5 X 17) letters . De getalwaarde van Mc 7,10 is 10319 (17 X 607) .
Mc 7,10.1.
nom. mann. enk. môusès (Mozes) . Taalgebruik in het N.T. : môusès
(Mozes) . Taalgebruik in Mc : môusès
(Mozes) .
Mc (5) : (1) Mc
1,44 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
10,3 . (4) Mc
10,4 . (5) Mc
12,19 . Een vorm van môusès (Mozes) in Mc in 6 verzen ; de
5 voorgaande + Mc
12,26 .
Mc 7,10.2.
gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,27 .
Mc 7,10.3.
act. ind. aor. 3de p. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen)
. Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (56) . Mc 7 (3) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,29 .
Mc 7,10.5.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
Mc 7,10.6.
acc. mann. enk. patera (vader) van het zelfst. naamw. patèr (vader) .
Taalgebruik in het N.T. : patèr
(vader) . Taalgebruik in Mc : patèr
(vader) .
Mc (8) . (1) Mc
1,20 . (2) Mc
5,40 . (3) Mc
7,10. (4) Mc
9,21 . (5) Mc
10,7 . (6) Mc
10,19 . (7) Mc
10,29 . (8) Mc
15,21 . Een vorm van patèr (enk. , vader) in Mc in 17 verzen .
Mc 7,10.8.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,10.9. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 7 (10) : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,8 . (4) Mc 7,9 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 7,19 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 7,31 . (10) Mc 7,32 .
Mc 7,10.12.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,10.13.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (4) Mc
7,15 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (5) Mc
7,34 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (6) Mc
7,35 .
Mc 7,10.16.
è (of) . Partikel van vergelijking . OF : bep. lidw. nom. vr. enk. hè
(de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,12 . (5) Mc
7,13 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 .
Mc 7,10.18. gen. mann. enk. thanatou (van de dood) van het zelfst. naamw. thanatos (dood) . Taalgebruik in het N.T. : thanatos (dood) . Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) . Mc (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 14,34 . (3) Mc 14,64 . Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 10,33 . (4) Mc 13,12 . (5) Mc 14,34 . (6) Mc 14,64 .
| Mc 7,11 - Mc 7,11 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 11 Maar gijlieden zegt: Zo een mens tot vader of moeder zegt:
Het is korban (dat is te zeggen, een gave), zo wat u van mij zou kunnen ten
nutte komen, die voldoet.
King James Bible . [11] But ye say, If a man shall say to his father or mother,
It is Corban, that is to say, a gift, by whatsoever thou mightest be profited
by me; he shall be free.
Luther-Bibel . 11 Ihr aber lehrt: Wenn einer zu Vater oder Mutter sagt: Korban
- das heißt: Opfergabe soll sein, was dir von mir zusteht -,
Tekstuitleg van Mc 7,11 .
Mc 7,11.1. persoonl. voornaamw. nom. mann. mv. 2de pers. humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord . Mc (10) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,18 . (5) Mc 8,29 . (6) Mc 11,17 . (7) Mc 13,9 . (8) Mc 13,11 . (9) Mc 13,23 . (10) Mc 13,29 .
Mc 7,11.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 7 (8) : (1) Mc 7,6 . (2) Mc 7,7 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,20 . (5) Mc 7,24 . (6) Mc 7,26 . (7) Mc 7,28 . (8) Mc 7,36 .
Mc 7,11.6. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .
Mc 7,11.9.
è (of) . Partikel van vergelijking . OF : bep. lidw. nom. vr. enk. hè
(de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,12 . (5) Mc
7,13 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 .
Mc 7,11.13.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (4) Mc
7,15 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (5) Mc
7,34 (betrekk. voornaamw. nom. onzijd. enk.) . (6) Mc
7,35 .
Mc 7,11.14.
act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij / het is) van het werkw. eimi (zijn)
. Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,34 .
Mc 7,11.13. - 14. ho estin
Mc 7,11.18.
ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,31 . ex (uit) : Mc
7,11 .
| Mc 7,12 - Mc 7,12 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 12 En gij laat hem niet meer toe, iets aan zijn vader of
zijn moeder te doen;
King James Bible . [12] And ye suffer him no more to do ought for his father
or his mother;
Luther-Bibel . 12 so lasst ihr ihn nichts mehr tun für seinen Vater oder seine
Mutter
Tekstuitleg van Mc 7,12 .
8. è (of) . Partikel van vergelijking . OF : bep. lidw. nom. vr. enk.
hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,12 . (5) Mc
7,13 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 .
- afiete (je laat toe) zie afièmi (weg-laten, af-laten) Mt 6,14 . Zie ook Mt 23,13 .
afiete (je laat toe). Indicatief praesens 2de persoon meervoud. In deze betekenis wordt een infinitiefzin verwacht.
Mc 7,12.3.
aanwijz. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,12 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,26 . (8) Mc
7,32 . (9) Mc
7,33 .
| Mc 7,13 - Mc 7,13 -- 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,1 - Mc 7,2 - Mc 7,3 - Mc 7,4 - Mc 7,5 - Mc 7,6 - Mc 7,7 - Mc 7,8 - Mc 7,9 - Mc 7,10 - Mc 7,11 - Mc 7,12 - Mc 7,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 13 Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting,
die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.
King James Bible . [13] Making the word of God of none effect through your tradition,
which ye have delivered: and many such like things do ye.
Luther-Bibel . 13 und hebt so Gottes Wort auf durch eure Satzungen, die ihr
überliefert habt; und dergleichen tut ihr viel.
Tekstuitleg van Mc 7,13 .
2. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
4. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,20 . (7) Mc
7,33 .
9 hè(i) . Btrekkelijk voornaamw. dat. vr. enk. OF : è (of) .
Partikel van vergelijking . OF : bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,12 . (5) Mc
7,13 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 .
11. kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 -
| Mc 7,14 - Mc 7,14 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 14 En tot Zich de ganse schare geroepen hebbende, zeide Hij
tot hen: Hoort Mij allen en verstaat.
King James Bible . [14] And when he had called all the people unto him, he said
unto them, Hearken unto me every one of you, and understand:
Luther-Bibel . 14 Und er rief das Volk wieder zu sich und sprach zu ihnen: Hört
mir alle zu und begreift's!
Tekstuitleg van Mc
7,14 . Het
vers Mc
7,14 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden , 28 (2 X 2 X 7) lettergrepen en 69 (3
X 23) letters . De getalwaarde van Mc
7,14 is (2 X 19 X 179) . Dit vers Mc
7,14 telt evenveel woorden als Mc
3,23 . Schriftgeleerden uit Jeruzalem verklaren dat Jezus bezeten is door
de duivel (Mc
3,22) . In Mc
3,23 vlg. roept Jezus hen bij zich en vertelt hij hen een parabel . In Mc
7,1-13 ontstaat een twistgesprek tussen de farizeeën en enkele schriftgeleerden
uit Jeruzalem enerzijds en Jezus anderzijds over reinheid bij het eten . In
Mc 7,14
roept Jezus het volk bij zich en vertelt hij het een parabel . Tussen Mc
3,23 en Mc
7,14 zijn de overeenkomsten : kai proskalesamenos (en samengeroepen bij
zich) ... elegen autois (zei hij hen) .
Marcus linkt de menigte (Mc
7,14) met het huis (Mc
7,17) en vanaf hier (Mc
7,24) :
Mc 7,14.1.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,14.2.
part. aor. nom. mann. enk. proskalesamenos (bij zich geroepen) . Taalgebruik
in het N.T. : proskaleomai
(bij zich roepen) . Taalgebruik in Mc : proskaleomai
(bij zich roepen) .
Mc (7) : (1) Mc
3,23 . (2) Mc
7,14 . (3) Mc
8,1 . (4) Mc
8,34 . (5) Mc
10,42 . (6) Mc
12,43 . (7) Mc
15,44 . In 6 / 7 is Jezuis onderwerp . In 1 / 7 is het Pilatus (Mc
15,44) . In 7 / 7 volgt op het part. proskalesamenos (bij zich geroepen)
een lijdend voorwerp . Het is de 2de maal dat de vorm proskalesamenos (bij zich
geroepen) gebruikt wordt . Jezus roept de menigte tot zich . .
In Mc 6,45
ontbindt Jezus de menigte . Het beantwoordt aan het voorstel van de leerlingen
om de menigte te ontbinden (Mc
6,36) . In Mc
7,14 is er weer sprake van de menigte . Zij wordt door Jezus bij zich geroepen
(proskalesamenos palin ton ochlon = samengeroepen bij zoch opnieuw het volk)
.
Mc 7,14.1. - 2. kai proskalesamenos (en bij zich geroepen) . Mc (6 / 7) . Niet in Mc 8,1 .
Mc 7,14.3.
palin (opnieuw) . Taalgebruik in het N.T. : palin
(opnieuw) . Taalgebruik in Mc : palin
(opnieuw) . Fr. de nouveau . E. again . Ned. opnieuw .
Mc (26) . Het is de 7de maal dat het woordje palin wordt gebruikt .
Mc 7,14.4.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
Mc 7,14.5.
acc. mann. enk. ochlon (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos
(menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos
(menigte) .
Mc (13) : (1) Mc
2,4 . (2) Mc
3,9 . (3) Mc
4,36 . (4) Mc
5,31 . (5) Mc
6,34 . (6) Mc
6,45 . (7) Mc
7,14 . (8) Mc
8,2 . (9) Mc
8,34 . (10) Mc
9,14 . (11) Mc
11,32 . (12) Mc
12,12 . (13) Mc
15,11 . In Mc
7,14 is het de 7de maal dat de acc. enk. wordt gebruikt en een vorm van
ochlos op de 15de plaats .
Mc 7,14.2.4.
- 5. proskalesamenos (samengeroepen bij zich) . Mc (6 / 7) : (1) Mc
3,23 (A) . (2) Mc
7,14 (B) . (3) Mc
8,1 (C) . (4) Mc
8,34 (D) . (5) Mc
10,42 (E) . (6) Mc
12,43 (F) . zeshoek
- proskalesamenos (...) ton ochlon (samengeroepen het volk) in Mc (2) : (1)
Mc 7,14
. (2) Mc
8,34 . (diagonaal B - D) .
- proskalesamenos tous mathètas (samengeroepen de leerlingen) in Mc (2)
: (1) Mc
8,1 . (2) Mc
12,43 . (diagonaal C - F) .
- proskalesamenos ton ochlos sun tois mathètais autou (samengeroepen
het volk met zijn leerlingen) in Mc (1) : Mc
8,34 .
- proskalesamenos autous (samengeroepen hen) in Mc (2) : (1) Mc
3,23 . (2) Mc
10,42 . (diagonaal A - E) .
Mc 7,14.3.
- 5. palin ton ochlon (opnieuw het volk) verwijzend naar ton ochlon (de menigte)
van Mc
6,45 (ontbinding van het volk, op het einde van het broodverhaal) .
Relatie tussen Mc
6,45 (ontbinding van het volk door Jezus) en Mc
7,14 (samenroepen van het volk door Jezus) . Tussen Mc
6,45 en Mc
7,14 liggen een 3-tal verhalen . Linken tussen het volk (ochlos) (Mc
7,14) , huis (oikos) (Mc
7,17) en vanaf hier (ekeithen) (Mc
7,24) . Er is ook een sterke gelijkenis tussen Mc 4,20 en Mc 7,14-23.
Mc 7,14.6.
actief indicatief imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . Mc (31) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,14 . (3) Mc
7,20 . (4) Mc
7,27 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 7 (10) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,11 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
7,27 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,34 . (9) Mc
7,36 . (10) Mc
7,37 .
Mc 7,14.7.
voornaamw. dat. mann. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik
in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (117) . Mc 7 (5) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,36 .
Mc 7,14.1.
6. - 7. kai elegen autois (en hij zei hen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
N.T. (12) . Mc (11) . Mc 7 (2) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,14 .
1. - 2. 6. - 7.
- Mc
3,23 : kai proskalesamenos (A) ... elegen autois = en samengeroepen... zei
hij hen .
- Mc 7,14
: kai proskalesamenos (B) ... elegen autois = en samengeroepen... zei hij hen
.
Zijde A - B van de zeshoek .
Mc 7,14.8.
act. imperat. aor. 2de p. mv. akousate (luistert) van het werkw. akouô
(horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Taalgebruik in Mc : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor <
Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor
lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (1) : Mc
7,14 .
Mc 7,14.9.
pers. voornaamw. 1ste pers. gen. mann. enk. mou (van mij) . Taalgebruik in het
N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (34) . Mc 7 (1) Mc
7,14 .
Mc 7,14.10.
nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles)
. Taalgebruik in het N.T. : pas
(ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder
.
Mc (15) . Mc 7 (2) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,14 .
Mc 7,14.11.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,14.12. act. imperat. aor. 2de pers. mv. sunete (vat, begrijpt) van het werkw. sunièmi (samenvatten, begrijpen, verstaan) . Taalgebruik in het N.T. : sunièmi (samenvatten, begrijpen, verstaan) . Taalgebruik in Mc : sunièmi (samenvatten, begrijpen, verstaan) . Mc (1) : Mc 7,14 .
Eenmaligheid
- act. imperat. aor. 2de p. mv. akousate (luistert) van het werkw. akouô
(horen) . Mc (1) : Mc
7,14 .
- act. imperat. aor. 2de pers. mv. sunete (vat, begrijpt) van het werkw.
sunièmi (samenvatten, begrijpen, verstaan) . Taalgebruik in het N.T.
: sunièmi
(samenvatten, begrijpen, verstaan) . Taalgebruik in Mc : sunièmi
(samenvatten, begrijpen, verstaan) . Mc (1) : Mc
7,14 .
Duality
- proskalesamenos (...) ton ochlon (samengeroepen het volk) in Mc (2) : (1)
Mc 7,14
. (2) Mc
8,34 .
- palin ton ochlon (opnieuw het volk) verwijzend naar ton ochlon (de menigte)
van Mc
6,45 (ontbinding van het volk, op het einde van het broodverhaal) .
Zijde A - B van de zeshoek .
- Mc
3,23 : kai proskalesamenos (A) ... elegen autois = en samengeroepen... zei
hij hen .
- Mc 7,14
: kai proskalesamenos (B) ... elegen autois = en samengeroepen... zei hij hen
.
| Mc 7,15 - Mc 7,15 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||
|
Statenvertaling . 15 Er is niets van buiten den mens in hem ingaande, hetwelk
hem kan ontreinigen; maar de dingen, die van hem uitgaan, die zijn het, welke
den mens ontreinigen.
King James Bible . [15] There is nothing from without a man, that entering into
him can defile him: but the things which come out of him, those are they that
defile the man.
Luther-Bibel . 15 Es gibt nichts, was von außen in den Menschen hineingeht,
das ihn unrein machen könnte; sondern was aus dem Menschen herauskommt, das
ist's, was den Menschen unrein macht.
Bible de Jérusalem . 15. Il n'est rien d'extérieur à l'homme qui, pénétrant
en lui, puisse le souiller, mais ce qui sort de l'homme, voilà ce qui souille
l'homme.
Tekstuitleg van Mc 7,15 .
| Mc 7,15a | ouden (niets) | estin (is) | eksoothen (van buitenuit) | tou anthroopou (de mens) | eisporeuomenon eis auton ho dunatai (inkomende in hem dat kan) | koinoosai (verontreigen) | auton (hem) | |
| Mc 7,15b | alla ta (maar de dingen) | ek (uit) | tou anthroopou (de mens) | ekporeuomena (uitkomende) | estin (zijn) | ta koinounta (de dingen die verontreingen) | ton anthroopon (de mens) |
4. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,20 . (7) Mc
7,33 .
5. gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (15) : (1) Mc
2,10 ** . (2) Mc
2,28 **. (3) Mc
5,8 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
8,31** . (7) Mc
8,38 ** . (8) Mc
9,9 ** . (9) Mc
9,12 **. (10) Mc
9,31 ** . (11) Mc
10,33 ** . (12) Mc
10,45 ** . (13) Mc
13,26 **. (14) Mc
14,21 **. (15) Mc
14,41 **.
7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc
7 (9) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,30 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
7,33 . (9) Mc
7,34 .
Mc 7,15.8.
voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,12 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,26 . (8) Mc
7,32 . (9) Mc
7,33 .
13. alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (48) . Mc 7 (5) . alla (maar) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,4 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,15 . all' (afkorting van alla) in Mc 7 (2) : (1) Mc
7,19 . (2) Mc
7,25 .
14. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,19 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,28 . (7) Mc
7,33 .
15. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,31 . ex (uit) : Mc
7,11 .
19. act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij / het is) van het werkw. eimi
(zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,34 .
20. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,19 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,28 . (7) Mc
7,33 .
28. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
| Mc 7,16 - Mc 7,16 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 16 Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.
King James Bible . [16] If any man have ears to hear, let him hear.
Luther-Bibel . -
Tekstuitleg van Mc 7,16 .
1. - 2. ei tis (indien (wanneer) iemand) . Mc (4) : (1) Mc 4,23 . (2) Mc 7,16 . (3) Mc 8,34 . (4) Mc 9,35 .
| Mc 7,17 - Mc 7,17 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||
|
Statenvertaling . 17 En toen Hij van de schare in huis gekomen was, vraagden
Hem Zijn discipelen van de gelijkenis.
King James Bible . [17] And when he was entered into the house from the people,
his disciples asked him concerning the parable.
Luther-Bibel . 17 Und als er von dem Volk ins Haus kam, fragten ihn seine Jünger
nach diesem Gleichnis.
Bible de Jérusalem . 17. Quand il fut entré dans la maison, à l'écart
de la foule, ses disciples l'interrogeaient sur la parabole.
Tekstuitleg van Mc 7,17 . Dit vers Mc 7,17 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden , lettergrepen en 76 (2 X 2 X 19) letters . De getalwaarde van Mc 7,17 is 9028 (2 X 2 X 37 X 61) . Mc 7,17 bestaat uit een bijzin van tijd en een hoofdzin . De zin begint met kai (en) . Het onderwerp van de bijzin is hetzelfde als de voorgaande zin , wat het gebruik van het nevenschikkend kai (en) kan verklaren .
Mc 7,17.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet
in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,17.2.
hote (toen) . Taalgebruik in het N.T. : hote
(toen) . Taalgebruik in Mc : hote
(toen) . Voegwoord van tijd . Lat. quando . Fr. quand . Ned. wanneer . E.
when . D. wenn .
Mc (12) : (1) Mc
1,32 . (2) Mc
2,25 . (3) Mc
4,6 . (4) Mc
4,10 . (5) Mc
6,21 . (6) Mc
7,17 . (7) Mc
8,19 . (8) Mc
8,20 . (9) Mc
11,1 . (10) Mc
14,12 . (11) Mc
15,20 . (12) Mc
15,41 .
Mc 7,17.1. - 2. kai hote (en toen) . Mc (6 / 12) : (1) Mc 4,6 . (2) Mc 4,10 . (3) Mc 7,17 . (4) Mc 11,1 . (5) Mc 15,20 . (6) Mc 15,41 .
Mc 7,17.3.
ind. aor. 3de pers. enk. eisèlthen (hij ging - naar - binnen) . Taalgebruik
in het N.T. : eiserchomai
(binnengaan) . Taalgebruik in Mc : eiserchomai
(binnengaan) . Lat. into-ire (binnen-gaan) . F. entrer . E. to enter . Ned.
binnengaan . D. eingehen .
Mc (5) : (1) Mc
2,26 . (2) Mc
3,1 . (3) Mc
7,17 . (4) Mc
11,11 . (5) Mc
15,43 .
Mc 7,17.2. - 3. hote eisèlthen (toen hij binnenging) . Mc (1) : Mc 7,17 .
Mc 7,17.1. 3. kai ... eisèlthen (en ... hij ging binnen) . Mc (3) : (1) Mc 3,1 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 11,11 .
Mc 7,17.4.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc
7 (9) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,30 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
7,33 . (9) Mc
7,34 .
Mc 7,17.3.
- 4. eisèlthen eis (hij ging naar binnen in) . Mc (4 / 5) (1) Mc
2,26 . (2) Mc
3,1 . (3) Mc
7,17 . (4) Mc
11,11 . Niet in Mc
15,43
(1) Mc
2,26 : eisèlthen eis ton oikon tou theou (hij ging naar binnen in
het huis van God) .
(2) Mc 3,1
: kai eisèlthen palin eis tèn sunagôgèn (en hij ging
binnen opnieuw in de synagoge) .
(3) Mc
7,17 : kai hote eisèlthen eis oikon (en toen hij binnenging in huis)
.
(4) Mc
11,11 : kai eisèlthen eis Hierosoluma eis to hieron (en hij ging
binnen in Jeruzalem in de tempel) .
(5) Mc
15,43 : eisèlthen pros ton Pilaton (hij ging binnen bij Pilatus)
.
Het betreft een binnengaan in het heiligdom van Jeruzalem , de tempel (Mc
2,26 en Mc
11,11) , in de plaatselijke synagoge (Mc
3,1) , in een huis (Mc
7,17) .
Mc 7,17.1.3. - 4. kai... eisèlthen eis (en hij ging naar binnen in) . Mc (3 / 5) : (1) Mc 3,1 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 11,11 .
Mc 7,17.5.
acc. mann. enk. oikon (huis) van het zelfst. naamw. oikos (huis) . Taalgebruik
in het N.T. : oikia
(huis) . Taalgebruik in Mc : oikia
(huis) . Hebr. bêth . Lat. domus . Fr. la maison ( mansus - manere
: blijven , verblijven ) . Ned. huis. E. house . D. Haus .
Mc (10) : (1) Mc
2,11 . (2) Mc
3,20 . (3) Mc
2,26 . (4) Mc
5,19 . (5) Mc
5,38 . (6) Mc
7,17 . (7) Mc
7,30 . (8) Mc
8,3 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
9,28 .
Steeds in combinatie met het voorzetsel eis (naar) .
- voorzetsel eis (naar) + bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) + acc. mann. enk.
zelfst. naamw. oikon (huis) :
eis ton oikon (naar het huis) in Mc (5 / 10) : (1) Mc
2,11 . (2) Mc
2,26 . (3) Mc
5,19 . (4) Mc
5,38 . (5) Mc
7,30 .
- voorzetsel eis (naar) + acc. mann. enk. zelfst. naamw. oikon (huis) zonder
het bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) .
eis oikon (naar huis) in Mc (5 / 10) : (1) Mc
3,20 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
8,3 . (4) Mc
8,26 . (5) Mc
9,28 .
Mc 7,17.4.
- 5. eis oikon (naar huis) in Mc (5) : (1) Mc
3,20 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
8,3 . (4) Mc
8,26 . (5) Mc
9,28 . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) .
Linken tussen de menigte (ochlos) (Mc
7,14) : kai proskalesamenos palin ton ochlon (en opnieuw de menigte bij
zich geroepen) ,
huis (oikos) (Mc
7,17) : kai eisèlthen eis oikon (en toen hij in huis was binnengegaan)
en vanaf hier (ekeithen) (Mc
7,24) : ekeithen de anastas apèlthen (vandaar echter opgestaan ,
ging hij weg) .
Mc 7,17.1.
- 5. STAP VOOR STAP !
Mc 7,17
: kai hote eisèlthen eis oikon (en toen hij in huis binnenging) .
Mc 7,24
: kai eiselthôn eis oikian (en binnengegaan in een huis) .
Mc 9,28
: kai eiselthontos autou eis oikon (en nadat hij in huis was binnengegaan) .
Mc 7,17.6.
apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo
(af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo
(af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,28 . (4) Mc
7,33 .
Mc 7,17.7.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,20 . (7) Mc
7,33 .
Mc 7,17.8.
gen. mann. enk. ochlou (menigte) van het zelfst. naamw. ochlos (menigte)
. Taalgebruik in het N.T. : ochlos
(menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos
(menigte) .
Mc (5) : (1) Mc
7,17 . (2) Mc
7,33 . (3) Mc
8,1 . (4) Mc
9,17 . (5) Mc
10,46 .
Mc 7,17.6. - 8. apo tou ochlou (weg van de menigte) . Mc (2) : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 7,33 .
Mc 7,17.9.
actief indicatief imperfectum derde persoon meervoud epèrôtôn
(zij 'onder'vroegen, zij vroegen op) . van het werkw. ep-erotaô (inter-roger
: ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (6) : (1) Mc
7,17 . (2) Mc
9,11 . (3) Mc
9,28 . (4) Mc
10,2 . (5) Mc
10,10 . (6) Mc
12,18 .
De leerlingen vroegen : (1) Mc
7,17 . (2) Mc
9,11 . (3) Mc
9,28 . (4) Mc
10,10 . De Farizeeën : (1) Mc
10,2 . De Sadduceeën : (1) Mc
12,18 .
Mc 7,17.10. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (146) . Mc 7 (9) : (1) Mc 7,1 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,12 . (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,17 . (6) Mc 7,18 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,32 . (9) Mc 7,33 .
Mc 7,17.11.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
Mc 7,17.12.
nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) van het zelfst. naamw. mathètès
(leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk. Mc (17) . (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,23 . (3) Mc
5,31 . (4) Mc
6,1 . (5) Mc
6,29 . (6) Mc
6,35 . (7) Mc
7,5 . (8) Mc
7,17 . (9) Mc
8,4 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
9,28 . . (12) Mc
10,10 . (13) Mc
10,13 . (14) Mc
10,24 . (15) Mc
11,14 . (16) Mc
14,12 . (17) Mc
14,16 .
Een vorm van mathètès (leerling) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,2 (gen.) . (2) Mc
7,5 (nom.) . (3) Mc
7,17 (nom.) .
De leerlingen stellen vragen aan Jezus (als verduidelijking van wat Jezus in
het openbaar heeft gezegd) . Viermaal ondervroegen de leerlingen Jezus : (1)
Mc 7,17
. (2) Mc
9,11 . (3) Mc
9,28 . (4) Mc
10,10 . Eénmaal is er een vraag van de Farizeeën : (1) Mc
10,2 . Eénmaal is er een vraag van de Sadduceeën : (1) Mc
12,18 .
Mc 7,17.13.
pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,25 . (5) Mc
7,33 . (6) Mc
7,35 .
Mc 7,17.11. - 13. oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .
Mc 7,17.14. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 7 (10) : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,8 . (4) Mc 7,9 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 7,19 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 7,31 . (10) Mc 7,32 .
Mc 7,17.15.
acc. vr. enk. parabolèn (parabel) van het zelfst. naamw. parabolè
(parabel, gelijkenis) . Taalgebruik in het N.T. : parabolè
(parabel, gelijkenis) . Taalgebruik in Mc : parabolè
(parabel, gelijkenis) . Paraballô : naast elkaar werpen , vergelijken
.
Mc (4) : (1) Mc
4,13 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
12,12 . (4) Mc
13,28 . Een vorm van parabolè (parabel) in 13 verzen in Mc .
Mc 7,17.1.
- 13. STAP VOOR STAP !
- Mc 7,17
: Kai hote eisèlthen eis oikon apo tou ochlou epèrôtôn
auton hoi mathètai autou (en toen hij naar huis binnenging weg van de
menigte , ondervroegen zijn leerlingen hem) .
- Mc 9,28
: kai eiselthontos autou eis oikon hoi mathètai autou kat'idian epèrôtôn
auton (en nadat hij naar huis binnenging , ondervroegen zijn leerlingen in afzondering
hem) .
In twee verzen is er sprake van het binnengaan in een huis en het uitvragen van Jezus door de leerlingen . In Mc 7,17 vragen de leerlingen van Jezus hem uit over de parabel over wat een mens bezoedelt . Daar worden allerlei 'zonden' opgesomd , die de liefde tot de naaste schaden (Mc 7,21 - Mc 7,22) . In Mc 9,28 vragen de leerlingen van Jezus hem, waarom zij de onreine geest niet hebben kunnen buitenwerpen . In Mc 10,10 stellen de leerlingen in 'het' huis Jezus de vraag over de onschendbaarheid van het huwelijk .
| Mc 7,18 - Mc 7,18 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 18 En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij alzo onwetende? Verstaat
gij niet, dat al wat van buiten in den mens ingaat, hem niet kan ontreinigen?
King James Bible . [18] And he saith unto them, Are ye so without understanding
also? Do ye not perceive, that whatsoever thing from without entereth into the
man, it cannot defile him;
Luther-Bibel . 18 Und er sprach zu ihnen: Seid ihr denn auch so unverständig?
Merkt ihr nicht, dass alles, was von außen in den Menschen hineingeht, ihn nicht
unrein machen kann?
Tekstuitleg van Mc 7,18 . Het vers Mc 7,18 telt 22 (2 X 11) woorden en 110 (2 X 5 X 11) letters . De getalwaarde van Mc 7,18 is 13755 (3 X 5 X 7 X 131)
Mc 7,18.1.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,18.2.
act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen)
. Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (62) . Mc 7 (3) : (1) Mc
7,18 . (2) Mc
7,28 . (3) Mc
7,34 . legei autois (hij zegt hen) in Mc 7 in Mc
7,18 . kai legei autois (en hij zegt hen) in Mc 7 (2) : (1) Mc
7,28 . (2 ) Mc
7,34 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 7 in 10 verzen en van eipon
(ik zei) in Mc 7 in 4 verzen .
Mc 7,18.3.
voornaamw. dat. mann. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik
in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (117) . Mc 7 (5) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,36 .
Mc 7,18.4.
houtôs (zo, op deze wijze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos
(zo) . Taalgebruik in Mc : houtos
(zo) .
Mc (10) : (1) Mc
2,7 . (2) Mc
2,8 . (3) Mc
2,12 . (4) Mc
4,26 . (5) Mc
7,18 . (6) Mc
9,3 . (7) Mc
10,43 . (8) Mc
13,29 . (9) Mc
14,59 . (10) Mc
14,59 .
Mc 7,18.5.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,18.6.
persoonl. voornaamw. nom. mann. mv. 2de pers. humeis (jullie) . Taalgebruik
in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (10) : (1) Mc
6,31 . (2) Mc
6,37 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
11,17 . (7) Mc
13,9 . (8) Mc
13,11 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,29
Mc 7,18.11.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,6 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,20 .
12.
Mc 7,18.13.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,18 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,30 .
Mc 7,18.16. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc 7 (9) : (1) Mc 7,15 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 7,18 . (4) Mc 7,19 . (5) Mc 7,24 . (6) Mc 7,30 . (7) Mc 7,31 . (8) Mc 7,33 . (9) Mc 7,34 .
Mc 7,18.17.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
Mc 7,18.19.
ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou
- ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou
- ouk - ouch (niet) .
Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,18 . (3) Mc
7,27 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,24 .
Mc 7,18.21. aanwijz. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 7 (9) : (1) Mc 7,1 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,12 . (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,17 . (6) Mc 7,18 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,32 . (9) Mc 7,33 .
| Mc 7,19 - Mc 7,19 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 19 Want het gaat niet in zijn hart, maar in den buik, en
gaat in de heimelijkheid uit, reinigende al de spijzen.
King James Bible . [19] Because it entereth not into his heart, but into the
belly, and goeth out into the draught, purging all meats?
Luther-Bibel . 19 Denn es geht nicht in sein Herz, sondern in den Bauch und
kommt heraus in die Grube. Damit erklärte er alle Speisen für rein.
Tekstuitleg van Mc 7,19 .
Mc 7,19.1.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,6 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,20 .
Mc 7,19.2.
ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou
- ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou
- ouk - ouch (niet) .
Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,18 . (3) Mc
7,27 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,24 .
Mc 7,19.4.
pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,25 . (5) Mc
7,33 . (6) Mc
7,35 .
Mc 7,19.5.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,30 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
7,33 . (9) Mc
7,34 .
Mc 7,19.6.
bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,9 . (5) Mc
7,10 . (6) Mc
7,17 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,30 . (9) Mc
7,31 . (10) Mc
7,32 .
Mc 7,19.8.
alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (48) . Mc 7 (5) . alla (maar) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,4 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,15 . all' (afkorting van alla) in Mc 7 (2) : (1) Mc
7,19 . (2) Mc
7,25 .
Mc 7,19.9.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,30 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
7,33 . (9) Mc
7,34 .
Mc 7,19.10. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 7 (10) : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,8 . (4) Mc 7,9 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 7,19 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 7,31 . (10) Mc 7,32 .
Mc 7,19.12.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,19.13. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc 7 (9) : (1) Mc 7,15 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 7,18 . (4) Mc 7,19 . (5) Mc 7,24 . (6) Mc 7,30 . (7) Mc 7,31 . (8) Mc 7,33 . (9) Mc 7,34 .
Mc 7,19.14.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
Mc 7,19.18.
acc. onz. mv. panta van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk) . Taalgebruik
in het N.T. : pas
(ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder
.
Mc 7 (3) : (1) Mc
7,19 . (2) Mc
7,23 . (3) Mc
7,37 .
Mc 7,19.19.
bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,19 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,28 . (7) Mc
7,33 .
| Mc 7,20 - Mc 7,20 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 20 En Hij zeide: Hetgeen uitgaat uit den mens, dat ontreinigt
den mens.
King James Bible . [20] And he said, That which cometh out of the man, that
defileth the man.
Luther-Bibel . 20 Und er sprach: Was aus dem Menschen herauskommt, das macht
den Menschen unrein;
Tekstuitleg van Mc 7,20 .
Mc 7,20.1.
actief indicatief imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . Mc (31) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,14 . (3) Mc
7,20 . (4) Mc
7,27 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 7 (10) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,11 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
7,27 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,34 . (9) Mc
7,36 . (10) Mc
7,37 .
Mc 7,20.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte
tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin
aan te duiden .
Mc 7 (8) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,20 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,36 .
Mc 7,20.3.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,6 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,20 .
Mc 7,20.4.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,18 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,30 .
Mc 7,20.6.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,8 . (2) Mc
7,9 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,17 . (6) Mc
7,20 . (7) Mc
7,33 .
Mc 7,20.7.
gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (15) : (1) Mc
2,10 ** . (2) Mc
2,28 **. (3) Mc
5,8 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
8,31** . (7) Mc
8,38 ** . (8) Mc
9,9 ** . (9) Mc
9,12 **. (10) Mc
9,31 ** . (11) Mc
10,33 ** . (12) Mc
10,45 ** . (13) Mc
13,26 **. (14) Mc
14,21 **. (15) Mc
14,41 **.
Mc 7,20.8.
ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,31 . ex (uit) : Mc
7,11 .
Mc 7,20.11.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
| Mc 7,21 - Mc 7,21 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 21 Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade
gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen,
King James Bible . [21] For from within, out of the heart of men, proceed evil
thoughts, adulteries, fornications, murders,
Luther-Bibel . 21 denn von innen, aus dem Herzen der Menschen, kommen heraus
böse Gedanken, Unzucht, Diebstahl, Mord,
Tekstuitleg van Mc 7,21 .
Mc 7,21.2.
gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,27 .
Mc 7,21.3.
ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,31 . ex (uit) : Mc
7,11 .
Mc 7,21.6.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
Mc 7,21.8.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
Mc 7,21.10.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (5) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,3 . (3) Mc
7,5 . (4) Mc
7,17 . (5) Mc
7,21 .
| Mc 7,22 - Mc 7,22 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 22 Dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid,
een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand.
King James Bible . [22] Thefts, covetousness, wickedness, deceit, lasciviousness,
an evil eye, blasphemy, pride, foolishness:
Luther-Bibel . 22 Ehebruch, Habgier, Bosheit, Arglist, Ausschweifung, Missgunst,
Lästerung, Hochmut, Unvernunft.
Tekstuitleg van Mc 7,22 .
| Mc 7,23 - Mc 7,23 -- 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 -- Mc 7,14 - Mc 7,15 - Mc 7,16 - Mc 7,17 - Mc 7,18 - Mc 7,19 - Mc 7,20 - Mc 7,21 - Mc 7,22 - Mc 7,23 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 23 Al deze boze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen
den mens.
King James Bible . [23] All these evil things come from within, and defile the
man.
Luther-Bibel . 23 Alle diese bösen Dinge kommen von innen heraus und machen
den Menschen unrein.
Tekstuitleg van Mc 7,23 .
1. acc. onz. mv. panta van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk) . Taalgebruik
in het N.T. : pas
(ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder
.
Mc 7 (3) : (1) Mc
7,19 . (2) Mc
7,23 . (3) Mc
7,37 .
3. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,19 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,28 . (7) Mc
7,33 .
7. kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw : Mc 7,24-30 - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 - Mc 7,24 - Mc 7,25 - Mc 7,26 - Mc 7,27 - Mc 7,28 - Mc 7,29 - Mc 7,30 -
Bibliografie : Mc 7,24-30 -
De pericope telt 7 verzen . Drie verzen beginnen met kai (en) , drie verzen hebben de (echter) als tweede woord .
| Mc 7,24 - Mc 7,24 : 156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 - Mc 7,24 - Mc 7,25 - Mc 7,26 - Mc 7,27 - Mc 7,28 - Mc 7,29 - Mc 7,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 24 En van daar opstaande, ging Hij weg naar de landpalen
van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand
wist, en Hij kon nochtans niet verborgen zijn.
King James Bible . [24] And from thence he arose, and went into the borders
of Tyre and Sidon, and entered into an house, and would have no man know it:
but he could not be hid.
Luther-Bibel . 24 Und er stand auf und ging von dort in das Gebiet von Tyrus.
Und er ging in ein Haus und wollte es niemanden wissen lassen und konnte doch
nicht verborgen bleiben,
Tekstuitleg van Mc
7,24 . Het vers Mc
7,24 telt 22 (2 X 11) woorden en 110 (2 X 5 X 11) letters . De getalwaarde
van Mc
7,24 is 8945 (5 X 1789) .
Er zijn verschillende tekstlezingen (o.a. kai
eiselthôn ... turou kai sidônos) . Het vers bestaat uit drie nevenschikkende
hoofdzinnen en twee participiazinnen bij de eerste twee hoofdzinnen .
Mc 7,24.1.
ekeithen (vanaf hier, vandaar) . Taalgebruik in het N.T. : vanhier,
vandaar . Taalgebruik in Mc : vanhier,
vandaar . Het is meestal de vertaling van het Hebreeuwse misjsjâm
(uit : min en sjam) . Misjsjâm (vanaf daar) komt in 103 verzen in Tenach
voor .
Mc (5) : (1) Mc
6,1 . (2) Mc
6,10 . (3) Mc
6,11 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
10,1 . Voor de vierde maal (op vijf) wordt ekeithen (vanaf hier) gebruikt
. Linken tussen het volk (ochlos) (Mc
7,14), huis (oikos) (Mc
7,17) en vanaf hier (ekeithen) (Mc
7,24) . Er zijn opmerkelijke linken tussen (4) Mc
7,24 en (5) Mc
10,1 :
- (4) Mc
7,24 : Ekeithen de anastas apèlthen eis ta horia Turou (vandaar echter
opgestaan ging hij weg naar het gebied van Tyrus) .
- (5) Mc
10,1 : kai ekeithen anastas erchetai eis ta horia tès Ioudaias (en
vandaar opgestaan gaat hij naar het gebied van Judea) .
Het gebied van Tyrus ligt helemaal in het noorden , het gebied van Judea ligt
in het zuiden . Tussen beide hoort dan Mc
9,30 : kakeithen exelthontes pareporeuonto dia tès Galilaias (en vandaar
uitgegaan begaf hij zich zijdelijns door Galilea) .
Er zijn echter belangrijke linken te bespeuren . We merken dat Marcus het woordje
"daarvandaan" (Grieks : ekeithen) driemaal vooraan de zin plaatst
: in Mc
7,24 helemaal vooraan de zin , gevolgd door het partikel "echter"
(Grieks : de) , in Mc
9,30 en Mc
10,1 na het nevenschikkend voegwoord "en" (Grieks : kai) .
"Daarvandaan" verwijst telkens naar het huis waarin Jezus onderricht
gaf aan zijn leerlingen.na een optreden van Jezus in het openbaar : een discussie
met de Farizeeën en schriftgeleerden (Mc 7,1-23) , na een duiveluitdrijving
(Mc 9,14-29)
of na een discussie van de leerlingen onderweg (Mc 9,33-50) . In het volgende
kader geven we de tekst "thuis" en "daarvandaan".
Mc 7,24.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte
tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin
aan te duiden .
Mc 7 (8) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,20 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,36 .
Mc 7,24.3.
act. part. aor. nom. mann. enk. anastas (opgestaan) van het werkw. anistèmi
(opstaan) . Taalgebruik in het N.T. : anistèmi
(opstaan) . Taalgebruik in Mc : anistèmi
(opstaan) .
Mc (6) : (1) Mc
1,35 . (2) Mc
2,14 . (3) Mc
7,24 . (4) Mc
10,1 . (5) Mc
14,60 . (6) Mc
16,9 .
Mc 7,24.1.
- 3.
- Mc 7,24
: Ekeithen de anastas (Vanaf hier echter opgestaan)
- Mc 10,1
: Kai ekeithen anastas (En vanaf hier opgestaan)
Mc 7,24.4.
ind. aor. 3de pers. enk. apèlthen (hij ging weg) van het werkw. aperchomai
(weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : aperchomai
(weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai
(weggaan) .
Mc (9) : (1) Mc
1,35 . (2) Mc
1,42 . (3) Mc
5,20 . (4) Mc
5,24 . (5) Mc
6,46 . (6) Mc
7,24 . (7) Mc
8,13 . (8) Mc
10,22 . (9) Mc
14,10 .
Na de onthoofding van Johannes de Doper kwamen de leerlingen van Jezus van hun
zending terug . In Mc
6,32 gingen Jezus en zijn leerlingen weg (apèlthon) in de boot naar
een eenzame plaats in afzondering . Dat lijkt op een uitwijken wegens gevaar
. In Mc
7,24 ging Jezus weg - wijkt uit - naar het gebied van Tyrus . Dat gebeurde
na het grondig meningsverschil tussen Jezus enerzijds en de Farizeeën en
schriftgeleerden anderzijds . Zo hoort Mc
7,24 thuis in een reeks van 'uit-wijk-ingen' : Mc
3,6 , Mc
6,32 , Mc
7,24 .
Mc 7,24.5.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,30 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
7,33 . (9) Mc
7,34 .
Mc 7,24.6.
bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,19 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,28 . (7) Mc
7,33 .
Mc 7,24.7.
nom. + acc. onz. mv. horia van het zelfst. naamw. horion (gebied) . Taalgebruik
in het N.T. : horion
(gebied) . Taalgebruik in Mc : horion
(gebied) .
Mc (2) : (1) Mc
7,24 . (2) Mc
10,1 .
Mc 7,24.8.
eigennaam gen. mann. enk. turou (Tyrus) . Verwijzing in N.T. : turos
(Tyrus) . Verwijzing in Mc : turos
(Tyrus) .
Mc (2) : (1) Mc
7,24 . (2) Mc
7,31 .
Mc 7,24.5.
- 8.
- eis ta horia turou (naar het gebied van Tyrus) . Mc (1) : Mc
7,24 .
- ek tôn horiôn turou (uit het gebied van Tyrus) : Mc (1) : Mc
7,31 .
Mc 7,24.9.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,24.10.
actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud eiselthôn (binnengegaan)
van het werkwoord eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het N.T. : eiserchomai
(binnengaan) . Taalgebruik in Mc : eiserchomai
(binnengaan) .
Mc (6) : (1) Mc
1,21 . (2) Mc
2,1 . (3) Mc
3,27 . (4) Mc
5,39 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
11,15 .
Mc 7,24.11.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 7 (9) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,18 . (4) Mc
7,19 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,30 . (7) Mc
7,31 . (8) Mc
7,33 . (9) Mc
7,34 .
Mc 7,24.10.
- 11. Een vorm van eiserchomai (binnengaan) + eis (in) in Mc : 22 / 30 .
- eiselthôn eis (binnengegaan in) . Mc (5 / 6) : (1) Mc
1,21 . (2) Mc
2,1 . (3) Mc
3,27 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
11,15 .
(1) Mc
1,21 : kai ... eiselthôn eis tèn sunagôgèn (en
... binnengegaan in de synagoge) .
(2) Mc
2,1 : eiselthôn palin eis Kafarnaoum (binnengegaan opnieuw in Kafarnaüm)
.
(3) Mc
3,27 : eis tèn oikian tou ischurou eiselthôn (in het huis van
de sterke binnengegaan) .
() Mc 5,39
: eiselthôn (binnengegaan) . NIET .
(4) Mc
7,24 : eiselthôn eis oikian (in huis binnengegaan) .
(5) Mc
11,15 : eiselthôn eis to hieron (binnengegaan in de tempel) .
Mc 7,24.13.
acc. mann. enk. oudena van het onbepaald voornaamw. oudeis (niemand) .
Taalgebruik in het N.T. : oudeis
(niemand) . Taalgebruik in Mc : oudeis
(niemand) .
Mc (3) : (1) Mc
5,37 . (2) Mc
7,24 . (3) Mc
9,8
Mc 7,24.14.
act. ind. imperf. 3de pers. enk. èthelen van het werkw. thelô
(willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô
(willen) . Taalgebruik in Mc : thelô
(willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (5) : (1) Mc
3,13 . (2) Mc
6,19 . (3) Mc
6,48 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
9,30 .
Mc 7,24.15. act. inf. aor. gnônai van het werkw. gignôskô (kennen, weten) . Taalgebruik in het N.T. : gignôskô (kennen, weten) . Taalgebruik in Mc : gignôskô (kennen, weten) . Mc (1) : Mc 7,24 .
Mc 7,24.13.
- 15.
- Mc 7,24
: oudena èthelen gnônai (hij wilde niemand kennen) .
- Mc 9,30
: kai ouk èthelen hina tis gnoi (en hij wilde niet dat iemand het zou weten)
. Na de uitdrijving van een onreine geest uit een jongen , gaat Jezus weg uit
de streek en trekt door Galilea , maar hij wil niet dat iemand het weet .
Mc 7,24.16.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,24.17.
ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou
- ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou
- ouk - ouch (niet) .
Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,18 . (3) Mc
7,2 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,24 .
Mc 7,24.18. ind. aor. 3de pers. enk. èdunèthè van het werkw. dunamai (kunnen) . Taalgebruik in het N.T. : dunamai (kunnen) . Taalgebruik in Mc : dunamai (kunnen) . Mc (1) : Mc 7,24 .
Mc 7,24.19. act. inf. aor. lathein van het werkw. lanthanô (verborgen zijn) . Taalgebruik in het N.T. : lanthanô (verborgen zijn) . Taalgebruik in Mc : lanthanô (verborgen zijn) . Mc (1) : Mc 7,24 .
| Mc 7,25 - Mc 7,25 : 156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 - Mc 7,24 - Mc 7,25 - Mc 7,26 - Mc 7,27 - Mc 7,28 - Mc 7,29 - Mc 7,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 25 Want een vrouw, welker dochtertje een onreinen geest had,
van Hem gehoord hebbende, kwam en viel neder aan Zijn voeten.
King James Bible . [25] For a certain woman, whose young daughter had an unclean
spirit, heard of him, and came and fell at his feet:
Luther-Bibel . 25 sondern alsbald hörte eine Frau von ihm, deren Töchterlein
einen unreinen Geist hatte. Und sie kam und fiel nieder zu seinen Füßen
Tekstuitleg van Mc 7,25 . Het vers Mc 7,25 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 95 (5 X 19) letters . De getalwaarde van Mc 7,25 is 11408 (2 X 2 X 2 X 2 X 23 X 31) .
Mc 7,25.1.
alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (48) . Mc 7 (5) . alla (maar) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,4 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
7,15 . all' (afkorting van alla) in Mc 7 (2) : (1) Mc
7,19 . (2) Mc
7,25 .
Mc 7,25.3.
act. part. aor. nom. vr. enk. akousasa van het werkw. akouô (horen) .
Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Taalgebruik in Mc : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor <
Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor
lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (2) : (1) Mc
5,27 . (2) Mc
7,25 .
Het gaat over twee vrouwen die over Jezus hoorden ; de ene lijdt aan bloedvloeiïng
, de andere , wiens dochter bezeten is door een onzuivere geest .
Mc 7,25.4.
nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè
(vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè
(vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat.
femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (7) : (1) Mc
5,25 . (2) Mc
5,33 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
12,22 . (6) Mc
12,23 . (7) Mc
14,3 .
Mc 7,25.5.
peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : peri
(over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Mc : peri
(over, rondom, omwille van) . Fr.
pour , N. voor . Voorzetsel .
Mc (22) . Mc 7 (2) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,25 .
Mc 7,25.6.
pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,17 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,25 . (5) Mc
7,33 . (6) Mc
7,35 .
Mc 7,25.7.
act. ind. imperf. 3de pers. eichen van het werkw. echô (hebben, bezitten)
. Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in het N.T. . Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in Mc . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir .
Mc (6) : (1) Mc
4,5 . (2) Mc
5,3 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
12,6 . (5) Mc
12,44 . (6) Mc
16,8 .
Mc 7,25.9.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,18 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,30 .
11. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .
Mc 7,25.12.
nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma
(geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc
1,10 . (2) Mc
1,12 . (3) Mc
1,26 . (4) Mc
3,29 . (5) Mc
3,30 . (6) Mc
5,8 . (7) Mc
7,25 . (8) Mc
9,17 . (9) Mc
9,20 . (10) Mc
9,25 . (11) Mc
13,11 . (12) Mc
14,38 .
Mc 7,25.16. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (62) . Mc 7 (2) : (1) Mc 7,1 . (2) Mc 7,25 .
| Mc 7,26 - Mc 7,26 : 156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 - Mc 7,24 - Mc 7,25 - Mc 7,26 - Mc 7,27 - Mc 7,28 - Mc 7,29 - Mc 7,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 26 Deze nu was een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro-fenicië;
en zij bad Hem, dat Hij den duivel uitwierp uit haar dochter.
King James Bible . [26] The woman was a Greek, a Syrophenician by nation; and
she besought him that he would cast forth the devil out of her daughter.
Luther-Bibel . 26 - die Frau war aber eine Griechin aus Syrophönizien - und
bat ihn, dass er den bösen Geist von ihrer Tochter austreibe.
Tekstuitleg van Mc 7,26 . Het vers Mc 7,26 telt 19 woorden en 89 letters . De getalwaarde van Mc 7,26 is 9201 (3 X 19 X 163) .
Mc 7,26.1.
bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,12 . (5) Mc
7,13 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 .
Mc 7,26.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte
tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin
aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 7 (8) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,20 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,36 .
Mc 7,26.9.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,26.10. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èrôta (zij vroeg) van het werkw. erôtaô (vragen) . Taalgebruik in het N.T. : erôtaô (vragen) . Taalgebruik in Mc : erôtaô (vragen) . Mc (2) : (1) Mc 7,26 . (2) Mc 8,5 .
Mc 7,26.9. - 10. kai èrôta (en hij / zij vroeg) : (1) Mc 7,26 . (2) Mc 8,5 .
Mc 7,26.11. aanwijz. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 7 (9) : (1) Mc 7,1 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 7,12 . (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,17 . (6) Mc 7,18 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,32 . (9) Mc 7,33 .
Mc 7,26.12.
hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,26 . (3) Mc
7,32 . (4) Mc
7,36 .
Mc 7,26.13.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,18 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,30 .
Mc 7,26.16.
ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
7,29 . (6) Mc
7,31 . ex (uit) : Mc
7,11 .
19. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .
Duality
- act. ind. imperf. 3de pers. enk. èrôta (zij vroeg) van het werkw.
erôtaô (vragen) . Mc (2) : (1) Mc
7,26 . (2) Mc
8,5 .
- kai èrôta (en hij / zij vroeg) : (1) Mc
7,26 . (2) Mc
8,5 .
| Mc 7,27 - Mc 7,27 : 156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 - Mc 7,24 - Mc 7,25 - Mc 7,26 - Mc 7,27 - Mc 7,28 - Mc 7,29 - Mc 7,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 27 Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd
worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en
den hondekens voor werpe.
King James Bible . [27] But Jesus said unto her, Let the children first be filled:
for it is not meet to take the children's bread, and to cast it unto the dogs.
Luther-Bibel . 27 Jesus aber sprach zu ihr: Lass zuvor die Kinder satt werden;
es ist nicht recht, dass man den Kindern das Brot wegnehme und werfe es vor
die Hunde.
Tekstuitleg van Mc 7,27 .
Mc 7,27.1.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,27.2.
actief indicatief imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . Mc (31) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,14 . (3) Mc
7,20 . (4) Mc
7,27 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 7 (10) : (1) Mc
7,9 . (2) Mc
7,11 . (3) Mc
7,14 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
7,27 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,34 . (9) Mc
7,36 . (10) Mc
7,37 .
Mc 7,27.7.
bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,19 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
7,24 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,28 . (7) Mc
7,33 .
Mc 7,27.9.
ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou
- ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou
- ouk - ouch (niet) .
Mc 7 (7) : ou (niet) in Mc 7 (3) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,18 . (3) Mc
7,27 . ouk (niet) in Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,19 . (4) Mc
7,24 .
10. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 7 (4) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
7,27 .
11. act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij / het is) van het werkw. eimi
(zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc 7 (6) : (1) Mc
7,2 . (2) Mc
7,4 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,27 . (6) Mc
7,34 .
Mc 7,27.12.
nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl. naamw.
kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het N.T. : kalos
(goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos
(goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc
7,27 . (2) Mc
9,5 . (3) Mc
9,42 . (4) Mc
9,43 . (5) Mc
9,45 . (6) Mc
9,47 . (7) Mc
9,50 . (8) Mc
14,6 . (9) Mc
14,21 .
Mc 7,27.14.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 7 (13) : (1) Mc
7,5 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,13 . (4) Mc
7,14 . (5) Mc
7,15 . (6) Mc
7,18 . (7) Mc
7,19 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,23 . (10) Mc
7,27 . (11) Mc
7,29 . (12) Mc
7,30 . (13) Mc
7,34 .
Mc 7,27.16.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 7 (10) : (1) Mc
7,1 . (2) Mc
7,2 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
7,6 . (6) Mc
7,8 . (7) Mc
7,21 . (8) Mc
7,27 . (9) Mc
7,28 . (10) Mc
7,31 .
Mc 7,27.18.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
| Mc 7,28 - Mc 7,28 : 156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 7 - Mc 7,24 - Mc 7,25 - Mc 7,26 - Mc 7,27 - Mc 7,28 - Mc 7,29 - Mc 7,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 28 Maar zij antwoordde en zeide tot Hem: Ja, Heere, doch
ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen.
King James Bible . [28] And she answered and said unto him, Yes, Lord: yet the
dogs under the table eat of the children's crumbs.
Luther-Bibel . 28 Sie antwortete aber und sprach zu ihm: Ja, Herr; aber doch
fressen die Hunde unter dem Tisch von den Brosamen der Kinder.
Tekstuitleg van Mc 7,28 . Variabele lezingen .
Mc 7,28.1.
bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 7 (7) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,10 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,12 . (5) Mc
7,13 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 .
Mc 7,28.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte
tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin
aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 7 (8) : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,20 . (5) Mc
7,24 . (6) Mc
7,26 . (7) Mc
7,28 . (8) Mc
7,36 .
Mc 7,28.3.
ind. aor. 3de pers. enk. apekrithè (hij antwoordde) van het werkw. apokrinomai
(antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai
(antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai
(antwoorden) .
Mc (7) : (1) Mc
7,28 . (2) Mc
9,17 . (3) Mc
12,28 . (4) Mc
12,29 . (5) Mc
12,34 . (6) Mc
15,5 . (7) Mc
15,9 . Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Mc in 30 verzen .
Mc 7,28.4.
kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai
(en) . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 7 . Van de 37 verzen in Mc 7 niet in 11 verzen : (1) Mc
7,6 . (2) Mc
7,7 . (3) Mc
7,8 . (4) Mc
7,11 . (5) Mc
7,12 . (6) Mc
7,15 . (7) Mc
7,16 . (8) Mc
7,20 . (9) Mc
7,21 . (10) Mc
7,22 . (11) Mc
7,25 .
Mc 7,28.5. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô