MARCUSEVANGELIE , ACHTSTE HOOFDSTUK - MC 8 -
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Mc (Marcus)
-- Mc 8
-
- Mc
8,27-35
- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -
- Marcus
: overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus
taalgebruik A - Marcus
taalgebruik B - Marcus
taalgebruik C - Marcus
taalgebruik D - Marcus
taalgebruik E - Marcus
taalgebruik F - Marcus
taalgebruik G - Marcus
taalgebruik H - Marcus
taalgebruik I - Marcus
taalgebruik J - Marcus
taalgebruik K - Marcus
taalgebruik L - Marcus
taalgebruik M - Marcus
taalgebruik N - Marcus
taalgebruik O - Marcus
taalgebruik P - Marcus
taalgebruik Q - Marcus
taalgebruik R - Marcus
taalgebruik S - Marcus
taalgebruik T - Marcus
taalgebruik U - Marcus
taalgebruik Z -
- Mc
: commentaar .
Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
Overzicht van het Marcusevangelie : Mc
1 , Mc 2
, Mc 3 ,
Mc 4 , Mc
5 , Mc 6
, Mc 7 ,
Mc 8 , Mc
9 , Mc 10
, Mc 11 ,
Mc 12 , Mc
13 , Mc 14
, Mc 15 ,
Mc 16
Tekstuitleg per pericope - Mc
8,1-10 - Mc
8,11-13 - Mc
8,14-21 - Mc
8,22-26 - Mc
8,27-30 - Mc
8,31-32 - Mc
8,32-33 - Mc
8,34-35 - Mc
8,36-38
Tekstuitleg vers per vers - Mc
8,1 - Mc
8,2 - Mc
8,3 - Mc
8,4 - Mc
8,5 - Mc
8,6 - Mc
8,7 - Mc
8,8 - Mc
8,9 - Mc
8,10 - Mc
8,11 - Mc
8,12 - Mc
8,13 - Mc
8,14 - Mc
8,15 - Mc
8,16 - Mc
8,17 - Mc
8,18 - Mc
8,19 - Mc
8,20 - Mc
8,21 - Mc
8,22 - Mc
8,23 - Mc
8,24 - Mc
8,25 - Mc
8,26 - Mc
8,27 - Mc
8,28 - Mc
8,29 - Mc
8,30 - Mc
8,31 - Mc
8,32 - Mc
8,33 - Mc
8,34 - Mc
8,35 - Mc
8,36 - Mc
8,37 - Mc
8,38 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel |
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het achtste hoofdstuk van het Marcusevangelie
:
158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc
8,1-10 - Mt
15,32-39 -
159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc
8,11-13 - Mt
16,1-4 - Mt
12,38-42 -
160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc
8,14-21 - Mt
16,5-12 -
161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc
8,22-26 -
162. Belijdenis van Petrus : Mc
8,27-30 - Mt
16,13-20 - Lc
9,18-21 -
163. Eerste lijdensvoorspelling : Mc
8,31-32 - Mt
16,21 - Lc
9,22 -
164. Berisping van Petrus : Mc
8,32-33 - Mt
16,22-23 -
165. Zijn kruis opnemen. Zijn leven verliezen om het te winnen : Mc
8,34-35 - Mt
16,24-25 - Lc
9,23-24 -
166. Wat baat het een mens de hele wereld te winnen : Mc
8,36-38 - Mt
16,26-27 - Lc
9,25-26 -
158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 -
| Mc 8,1 - Mc 8,1 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 1 In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was,
en zij niet hadden, wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich,
en zeide tot hen:
King James Bible . [1] In those days the multitude being very great, and having
nothing to eat, Jesus called his disciples unto him, and saith unto them,
Luther-Bibel . 1 Zu der Zeit, als wieder eine große Menge da war und sie nichts
zu essen hatten, rief Jesus die Jünger zu sich und sprach zu ihnen:
Tekstuitleg van Mc 8,1 . Het vers Mc 8,1 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 109 letters . De getalwaarde van Mc 8,1 is 13434 (2 X 3 X 2239) .
Mc 8,1.1.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 8 (5) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,3 . (3) Mc
8,14 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,38 .
Mc 8,1.2.
aanwijz. voornaamw. dat. vr. mv. ekeinais (die) van het aanwijz. voornaamw.
ekeinos (die) . Taalgebruik in het N.T. : ekeinos
(die) . Taalgebruik in Mc : ekeinos
(die) .
Mc (4) : (1) Mc
1,9 (kai egeneto ...) . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 .
Mc 8,1.3.
bep. lidw. dat. vr. mv. tais (de van het bep. lidw. ho , hè , to (de
/ het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (10) : (1) Mc
1,9 . (2) Mc
2,6 . (3) Mc
2,8 . (4) Mc
6,56 . (5) Mc
8,1 . (6) Mc
12,38 . (7) Mc
12,39 . (8) Mc
13,17 . (9) Mc
13,24 . (10) Mc
16,18 .
Mc 8,1.4.
dat vr. enk. hèmerais (dagen) van het zelfst. naamw. hèmera (dag)
. Taalgebruik in het N.T. : hèmera
(dag) . Taalgebruik in Mc : hèmera
(dag) .
(1) Mc 1,9
(kai egeneto ...) . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) en trisin hèmerais (in drie dagen) .
Mc 8,1.1. - 4. en ekeinais tais hèmerais (in díe dagen) . Bij Marcus staat telkens en ekeinais tais hèmerais : (1) Mc 1,9 (kai egeneto ...) . (2) Mc 8,1 . (3) Mc 13,17 . (4) Mc 13,24 .
Mc 8,1.6.
gen. mann. enk. pollou (veel) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik
in het N.T. : polus
(veel) . Taalgebruik in Mc : polus
(veel) .
Mc (1) : Mc
8,1 .
Mc 8,1.7.
gen. mann. enk. ochlou (menigte) van het zelfst. naamw. ochlos (menigte)
. Taalgebruik in het N.T. : ochlos
(menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos
(menigte) .
Mc (5) : (1) Mc
7,17 . (2) Mc
7,33 . (3) Mc
8,1 . (4) Mc
9,17 . (5) Mc
10,46 .
Mc 8,1.6.
- 7. een combinatie van polus (veel , talrijk) en ochlos (menigte) in Mc (6)
:
- polus ochlos of ochlos polus (talrijke menigte) . Mc (3) (1) Mc
5,21 . (2) Mc
5,24 . (3) Mc
12,37 .
- pollou ochlou (talrijke menigte) . Mc (1) : Mc
8,1 .
- polun ochlon of ochlon polun (talrijke menigte) . Mc (2) : (1) Mc
6,34 . (2) Mc
9,14 .
Mc 8,1.9.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,1.14.
participium aorist nom. mann. enk. proskalesamenos van het werkw. proskaleomai
(bij zich roepen) . Taalgebruik in het N.T. : proskaleomai
(bij zich roepen) . Taalgebruik in Mc : proskaleomai
(bij zich roepen) .
Mc (7) : (1) Mc
3,23 . (2) Mc
7,14 . (3) Mc
8,1 . (4) Mc
8,34 . (5) Mc
10,42 . (6) Mc
12,43 . (7) Mc
15,44 . In 6 / 7 is Jezuis onderwerp . In 1 / 7 is het Pilatus (Mc
15,44) . In 7 / 7 volgt op het part. proskalesamenos (bij zich geroepen)
een lijdend voorwerp .
Een vorm van proskaleomai (bij zich roepen) in Mc in 9 verzen .
Mc 8,1.15.
bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
Mc 8,1.16.
acc. mann. mv. mathètas (leerlingen) . van het zelfst. naamw. mathètès
(leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (7) : (1) Mc
6,45 . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
9,14 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
12,43 . Een vorm van mathètès (leerling) in Mc in 43 verzen
.
Mc 8,1.14. - 16. proskalesamenos tous mathètas (samengeroepen de leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 8,1 . (2) Mc 12,43 .
17. actief indicatief praesens derde persoon enkelvoud legei (hij zegt) van
het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mc (62) . Mc 8 (5) . (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . Een vorm van legô (zeggen in Mc in 15 verzen , van eipon
(ik zei) in 5 verzen .
Mc 8,1.18.
voornaamwoord dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 8 (7) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,21 . (5) Mc
8,27 . (6) Mc
8,30 . (7) Mc
8,34 .
Duality
- proskalesamenos tous mathètas (samengeroepen de leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 8,1 . (2) Mc 12,43 .
| Mc 8,2 - Mc 8,2 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 2 Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare;
want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden.
King James Bible . I have compassion on the multitude, because they have now
been with me three days, and have nothing to eat:
Luther-Bibel . 2 Mich jammert das Volk, denn sie haben nun drei Tage bei mir
ausgeharrt und haben nichts zu essen.
Tekstuitleg van Mc 8,2 . Dit vers Mc 8,2 telt 15 (3 X 5) woorden en 75 (3 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 8,2 is 8781 (3 X 2927) .
Mc 8,2.3.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 8 (6) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,28 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
8,32 . (5) Mc
8,34 . (6) Mc
8,36 .
Mc 8,2.5.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
Mc 8,2.6.
èdè (reeds) Taalgebruik in het N.T. : èdè
(reeds) . Taalgebruik in Mc : èdè
(reeds) .
Mc (7) : (1) Mc
4,37 . (2) Mc
6,35 . (3) Mc
8,2 . (4) Mc
11,11 . (5) Mc
13,28 . (6) Mc
15,42 . (7) Mc
15,44 .
Mc 8,2.8.
treis (drie) . telwoord . Taalgebruik in het N.T. : telwoorden
. Taalgebruik in Mc : telwoorden
.
Mc (5) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,31 . (3) Mc
9,5 . (4) Mc
9,31 . (5) Mc
10,34 .
Mc 8,2.11.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
| Mc 8,3 - Mc 8,3 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 3 En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo
zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre.
King James Bible . [3] And if I send them away fasting to their own houses,
they will faint by the way: for divers of them came from far.
Luther-Bibel . 3 Und wenn ich sie hungrig heimgehen ließe, würden sie auf dem
Wege verschmachten; denn einige sind von ferne gekommen.
Tekstuitleg van Mc 8,3 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
2. ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean
(indien) . Taalgebruik in Mc : ean
(indien) .
Mc (32) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,35 . (3) Mc
8,38 .
4. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (40) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,9 . (4) Mc
8,13 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
8,31 .
6. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
10. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 8 (5) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,3 . (3) Mc
8,14 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,38 .
11. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 8 (4) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,38 .
12. dat. vr. enk. hodô(i) van het zelfst. naamw. hodos (weg) .
Taalgebruik in het N.T. : hodos
(weg) . Taalgebruik in Mc : hodos
(weg) .
Mc (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,27 . (3) Mc
9,33 . (4) Mc
9,34 . (5) Mc
10,32 . (6) Mc
10,52 .
13. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
| Mc 8,4 - Mc 8,4 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 4 En Zijn discipelen antwoordden Hem: Van waar zal iemand
dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen?
King James Bible . [4] And his disciples answered him, From whence can a man
satisfy these men with bread here in the wilderness?
Luther-Bibel . 4 Seine Jünger antworteten ihm: Wie kann sie jemand hier in der
Wüste mit Brot sättigen?
Tekstuitleg van Mc 8,4 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
3. pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
4. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,11 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,28 .
5. nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) . Taalgebruik in het N.T. :
mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (17) . (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,23 . (3) Mc
5,31 . (4) Mc
6,1 . (5) Mc
6,29 . (6) Mc
6,35 . (7) Mc
7,5 . (8) Mc
7,17 . (9) Mc
8,4 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
9,28 . . (12) Mc
10,10 . (13) Mc
10,13 . (14) Mc
10,24 . (15) Mc
11,14 . (16) Mc
14,12 . (17) Mc
14,16 .
6. vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
7. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
11. nom. mann. enk. tis (wie) van het vrag. , betrekk. of onbep. voornaamw.
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Ned. wie , wat ? een .
Mc (24) . Mc 8 (2) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,34 .
| Mc 8,5 - Mc 8,5 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 5 En Hij vraagde hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden:
Zeven.
King James Bible . [5] And he asked them, How many loaves have ye? And they
said, Seven.
Luther-Bibel . 5 Und er fragte sie: Wie viel Brote habt ihr? Sie sprachen: Sieben.
Tekstuitleg van Mc 8,5 . Het vers Mc 8,5 telt 10 (2 X 5) woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Mc 8,5 is 6392 ( 2 X 2 X 2 X 17 X 47) .
Mc 8,5.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,5.2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èrôta (zij vroeg) van het werkw. erôtaô (vragen) . Taalgebruik in het N.T. : erôtaô (vragen) . Taalgebruik in Mc : erôtaô (vragen) . Mc (2) : (1) Mc 7,26 . (2) Mc 8,5 .
Mc 8,5.3.
pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (40) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,9 . (4) Mc
8,13 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
8,31 .
Mc 8,5.7.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,11 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,28 .
Mc 8,5.8.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 8 Mc 8 (5 + 1) : (1) Mc
8,5 . (2) Mc
8,9 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,35 (d') .
Mc 8,5.7. - 8. hoi de (zij echter) . Mc () . Mc 8 (2) : (3) Mc 8,5 . (4) Mc 8,28 .
Mc 8,5.9.
act. ind. aor. 3de p. mv. eipan (zij zeiden) van het werkw. legô (zeggen)
. Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (9) : (1) Mc
8,5 . (2) Mc
8,28 . (3) Mc
10,4 . (4) Mc
10,37 . (5) Mc
10,39 . (6) Mc
11,6 . (7) Mc
12,7 . (8) Mc
12,16 . (9) Mc
16,8 . De leerlingen antwoorden op een vraag van Jezus . In de inleiding
op de vraag staat èrôta (hij vroeg) .
Mc 8,5.7. - 9. hoi de eipan (zij echter zeiden) . Mc (7) : (1) Mc 8,5 . (2) Mc 8,28 . (3) Mc 10,4 . (4) Mc 10,37 . (5) Mc 10,39 . (6) Mc 11,6 . (7) Mc 12,16 .
Duality
- act. ind. imperf. 3de pers. enk. èrôta (zij vroeg) van het werkw.
erôtaô (vragen) . Mc (2) : (1) Mc
7,26 . (2) Mc
8,5 .
- kai èrôta (en hij / zij vroeg) : (1) Mc
7,26 . (2) Mc
8,5 .
| Mc 8,6 - Mc 8,6 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 6 En Hij gebood de schare neder te zitten op de aarde, en
Hij nam de zeven broden, en gedankt hebbende, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen,
opdat zij ze zouden voorleggen; en zij leiden ze der schare voor.
King James Bible . [6] And he commanded the people to sit down on the ground:
and he took the seven loaves, and gave thanks, and brake, and gave to his disciples
to set before them; and they did set them before the people.
Luther-Bibel . 6 Und er gebot dem Volk, sich auf die Erde zu lagern. Und er
nahm die sieben Brote, dankte und brach sie und gab sie seinen Jüngern, damit
sie sie austeilten, und sie teilten sie unter das Volk aus.
Tekstuitleg van Mc 8,6 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
8. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,37 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
11. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
16. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
18. bep. lidw. dat. mann. + onz. mv. tois . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 8 (2) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,34 .
19. dat. man. mv. mathètais (leerlingen) van het zelfst. naamw. mathètès
(leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (11) . (1) Mc
2,15 . (2) Mc
2,16 . (3) Mc
3,9 . (4) Mc
4,34 . (5) Mc
6,41 . (6) Mc
8,6 . (7) Mc
8,34 . (8) Mc
9,18 . (9) Mc
10,23 . (10) Mc
14,32 . (11) Mc
16,7 .
20. vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
18. - 20. tois mathètais autou (aan zijn leerlingen) . Mc (9 / 11) . Niet in (1) Mc 4,34 . (2) Mc 9,18 .
21. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voorzetsel van doel .
Mc 8 (3) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
8,30 .
| Mc 8,7 - Mc 8,7 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 7 En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had,
zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen.
King James Bible . [7] And they had a few small fishes: and he blessed, and
commanded to set them also before them.
Luther-Bibel . 7 Und sie hatten auch einige Fische, und er dankte und ließ auch
diese austeilen.
Tekstuitleg van Mc 8,7 .
Mc 8,7.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,7.5.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,7.7.
voornaamw. nom. + acc. onz. mv. auta (het, die) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (5) : (1) Mc
5,10 . (2) Mc
8,7 . (3) Mc
10,14 . (4) Mc
10,16 . (5) Mc
15,24 .
Mc 8,7.8.
act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen)
. Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (56) . Mc 8 (2) : (1) Mc
8,7 . (2) Mc
8,34 .
Mc 8,7.9.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
| Mc 8,8 - Mc 8,8 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 8 En zij hebben gegeten, en zijn verzadigd geworden, en zij
namen het overschot der brokken op, zeven manden.
King James Bible . [8] So they did eat, and were filled: and they took up of
the broken meat that was left seven baskets.
Luther-Bibel . 8 Sie aßen aber und wurden satt und sammelten die übrigen Brocken
auf, sieben Körbe voll.
Tekstuitleg van Mc 8,8 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
3. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
| Mc 8,9 - Mc 8,9 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 9 Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij
liet hen gaan.
King James Bible . [9] And they that had eaten were about four thousand: and
he sent them away.
Luther-Bibel . 9 Und es waren etwa viertausend; und er ließ sie gehen.
Tekstuitleg van Mc 8,9 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 8 Mc 8 (5 + 1) : (1) Mc
8,5 . (2) Mc
8,9 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,35 (d') .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
7. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (40) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,9 . (4) Mc
8,13 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
8,31 .
| Mc 8,10 - Mc 8,10 : 158. Tweede broodvermenigvuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,1 - Mc 8,2 - Mc 8,3 - Mc 8,4 - Mc 8,5 - Mc 8,6 - Mc 8,7 - Mc 8,8 - Mc 8,9 - Mc 8,10 | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 10 En terstond in het schip gegaan zijnde met Zijn discipelen,
is Hij gekomen in de delen van Dalmanutha.
King James Bible . [10] And straightway he entered into a ship with his disciples,
and came into the parts of Dalmanutha.
Luther-Bibel . 10 Und alsbald stieg er in das Boot mit seinen Jüngern und kam
in die Gegend von Dalmanuta.
Tekstuitleg van Mc 8,10 . Het vers Mc 8,10 telt 15 (3 X 5) woorden en 68 (2 X 2 X 17) letters . De getalwaarde van Mc 8,10 is 7845 (3 X 5 X 523) .
Mc 8,10.1. kai (en) . (en) . Verwijzing : kai (en) in N.T. . Verwijzing in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (555) . Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc 8,19 . (2) Mc 8,37 .
Mc 8,10.2.
euthus (tijd : onmiddellijk , dadelijk , terstond ; plaats : rechtstreeks ,
direct , zonder omwegen) . Verwijzing in N.T. : euthus
(onmiddellijk , rechtstreeks) . Verwijzing in Mc : euthus
(onmiddellijk , rechtstreeks) . euthunô (recht houden , recht maken)
.
Mc (40) . Mc 8 (1) : (30) Mc
8,10 .
Mc 8,10.3.
act. part. aor. nom. mann. enk. embas van het werkw. embainô (inklimmen)
. Taalgebruik in het N.T. : embainô
(inklimmen) . Taalgebruik in Mc : embainô
(inklimmen) .
Mc (2) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,13 .
Mc 8,10.4.
eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc (151) . Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
Mc 8,10.5.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 8 (2) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,13 .
Mc 8,10.6.
acc. onz. enk. ploion (boot) . Taalgebruik in het N.T. : ploion
(boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion
(boot) . N. vloot . L. navis . N. boot . E. ship . D. Boot .
Mc (7) . In de formule eis to ploion (in de boot) in Mc (5) : (1) Mc
4,37 . (2) Mc
5,18 . (3) Mc
6,45 . (4) Mc
6,51 . (5) Mc
8,10 .
Mc 8,10.4. - 6. eis to ploion (in de boot) (5 / 5) : (1) Mc 4,37 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) Mc 6,51 . (5) Mc 8,10 .
Mc 8,10.3.
- 6. embas eis to ploion (ingestapt in de boot) . Mc (1) : Mc
8,10 .
ploion (boot) in vier verzen in combinatie met een vorm van embainô
(inklimmen) : (1) Mc
4,1 . (2) Mc
5,18 . (3) Mc
6,45 . (4) (5) Mc
8,10 . In Mc
6,51 in combinatie met een vorm van anabainô (omhoogklimmen) .
Mc 8,10.7.
meta (na , met) . Verwijzing in N.T. : meta
(na , met) . Verwijzing in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im . Lat. cum . Ned. met . Fr. avec (met)
; après (na , < ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere
, pressum : persen , ) .
Mc (34 + 16) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,31 . (3) Mc
8,38 .
Mc 8,10.8.
bep. lidw. gen. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,31 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,10.9.
gen.mann. mv. mathètôn (met zijn leerlingen) . Zelfstandig naamwoord
mathètès (leerling) . Verwijzing in het N.T. : mathètès
(leerling) . Verwijzing in Mc : mathètès
(leerling) .
Mc (8) : (1) Mc
3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) .
(2) Mc
7,2 . (3) Mc
8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen)
. (4) Mc
10,46 . (5) Mc
11,1 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen)
. (6) Mc
13,1 (heis tôn mathètôn autou = één van
zijn leerlingen) . (7) Mc
14,13 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen)
. (8) Mc
14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .
Mc 8,10.7. - 9. meta tôn mathètôn (met de leerlingen) . Mc (3) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (3) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .
Mc 8,10.10.
vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
Mc 8,10.7. - 10. meta tôn mathètôn autou (met zijn leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) .
Eénmaligheid
- embas eis to ploion (ingestapt in de boot) . Mc (1) : Mc 8,10 .
Duality
- act. part. aor. nom. mann. enk. embas van het werkw. embainô (inklimmen)
. Mc (2) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,13 .
- meta tôn mathètôn autou (met zijn leerlingen) . Mc (2)
: (1) Mc
3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) .
(2) Mc
8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen)
.
Na de tweede broodvermenigvuldiging volgt een twistgesprek met de Farizeeën.
| Mc 8,11 - Mc 8,11 : 159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc 8,11-13 - Mt 16,1-4 - Mt 12,38-42 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,11 - Mc 8,12 - Mc 8,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 11 En de Farizeën gingen uit, en begonnen met Hem te twisten,
begerende van Hem een teken van den hemel, Hem verzoekende.
King James Bible . [11] And the Pharisees came forth, and began to question
with him, seeking of him a sign from heaven, tempting him.
Luther-Bibel . 11 Und die Pharisäer kamen heraus und fingen an, mit ihm zu streiten,
versuchten ihn und forderten von ihm ein Zeichen vom Himmel.
Tekstuitleg van Mc 8,11 . Het vers Mc 8,11 telt 17 woorden en 97 letters . De getalwaarde van Mc 8,11 is 11092 (2X 2 X 47 X 59) .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
2. ind. aor. 1ste pers. enk. + 3de pers. mv. exèlthon (ik ging uit of
zij gingen uit) exerchomai (uitgaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in het
N.T. : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Zie ook Taalgebruik in Mc : eiserchomai
(binnengaan) .
3. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,11 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,28 .
4. nom. mann. mv. farisaioi (Farizeeën) . Taalgebruik in het N.T. : Pharisaioi
(Farizeeën) . Taalgebruik in Mc : Pharisaioi
(Farizeeën) .
Mc (8) : (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,24 . (3) Mc
3,6 . (4) Mc
7,1 . (5) Mc
7,3 . (6) Mc
7,5 . (7) Mc
8,11 . (8) Mc
10,2 .
gen. mann. mv. farisaiôn (van de Farizeeën) . Mc (4) : (1) Mc
2,16 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
8,15 . (4) Mc
12,13 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
8. pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
11. vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
14. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
8,35 . (6) Mc
8,38 .
16. act. part. praes. nom. m. + vr. mv. peirazontes (beproevende) van het werkw.
peirazô (beproeven, op de proef stellen) . Taalgebruik in het N.T. : peirazô
(beproeven, op de proef stellen) . Taalgebruik in Mc : peirazô
(beproeven, op de proef stellen) . peira : proef , poging . Lat. probare
(proberen , be-proeven) . ex-periment (uit-probering , ervaring) . Hebr. nâsâh
.
Mc (2) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
10,2 . Een vorm van peirazô (beproeven) in 4 verzen in Mc : (1) Mc
1,13 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
10,2 . (4) Mc
12,15 .
17. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,26 . (5) Mc
8,32 . (6) Mc
8,38 .
| Mc 8,12 - Mc 8,12 : 159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc 8,11-13 - Mt 16,1-4 - Mt 12,38-42 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,11 - Mc 8,12 - Mc 8,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 12 En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijn geest, zeide: Wat
begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: Zo aan dit geslacht een
teken gegeven zal worden!
King James Bible . [12] And he sighed deeply in his spirit, and saith, Why doth
this generation seek after a sign? verily I say unto you, There shall no sign
be given unto this generation.
Luther-Bibel . 12 Und er seufzte in seinem Geist und sprach: Was fordert doch
dieses Geschlecht ein Zeichen? Wahrlich, ich sage euch: Es wird diesem Geschlecht
kein Zeichen gegeben werden!
Tekstuitleg van Mc 8,12 .
Mc 8,12.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,12.4.
dat. onz. enk. pneumati van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik
in het N.T. : pneuma
(geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (7) : (1) Mc
1,8 . (2) Mc
1,23 . (3) Mc
2,8 . (4) Mc
5,2 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
9,25 . (7) Mc
12,36 .
Mc 8,12.5.
vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
6. actief indicatief praesens derde persoon enkelvoud legei (hij zegt) van
het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mc (62) . Mc 8 (5) . (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . Een vorm van legô (zeggen in Mc in 15 verzen , van eipon
(ik zei) in 5 verzen .
Mc 8,12.13.
amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in het N.T. : amèn
(amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in Mc : amèn
(amen, ja, voorwaar) .
Mc (13) : (1) Mc
3,28 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
9,1 . (4) Mc
9,41 . (5) Mc
10,15 . (6) Mc
10,29 . (7) Mc
11,23 . (8) Mc
12,43 . (9) Mc
13,30 . (10) Mc
14,9 . (11) Mc
14,18 . (12) Mc
14,25 . (13) Mc
14,30 .
Mc 8,12.14. act. ind. praes. 1ste pers. enk. legô (ik zeg) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (19) . Mc
Mc 8,12.15.
pers. voornaamw. 2de pers. dat. mann. mv. humin (aan jullie) van het pers. voornaamw.
humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (34) . Mc
Mc 8,12.13. - 15. amèn legô humin (voorwaar ik zeg jullie) . Mc (13) : (1) Mc 3,28 . (2) Mc 8,12 . (3) Mc 9,1 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 10,15 . (6) Mc 10,29 . (7) Mc 11,23 . (8) Mc 12,43 . (9) Mc 13,30 . (10) Mc 14,9 . (11) Mc 14,18 . (12) Mc 14,25 . (13) Mc 14,30 .
Mc 8,12.16. act. ind. pr. 2de pers. enk. van het werkw. eimi (zijn) (A) en ei (indien, of) : voegwoord van voorwaarde (B) . Taalgebruik in het N.T. : ei . Taalgebruik in Mc : ei . Mc (42) . Mc 8 (5) : (1) Mc 8,12 (B) . (2) Mc 8,14 (B) . (3) Mc 8,23 (B) . (4) Mc 8,29 (A) . (5) Mc 8,34 (B) .
Mc 8,12.18.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 8 (4) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,38 .
| Mc 8,13 - Mc 8,13 : 159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc 8,11-13 - Mt 16,1-4 - Mt 12,38-42 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,11 - Mc 8,12 - Mc 8,13 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 13 En Hij verliet hen, en wederom in het schip gegaan zijnde,
voer Hij weg naar de andere zijde.
King James Bible . [13] And he left them, and entering into the ship again departed
to the other side.
Luther-Bibel . 13 Und er verließ sie und stieg wieder in das Boot und fuhr hinüber.
Tekstuitleg van Mc 8,13 .
Mc 8,13.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,13.3.
pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (40) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,9 . (4) Mc
8,13 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
8,31 .
Mc 8,13.5.
act. part. aor. nom. mann. enk. embas van het werkw. embainô (inklimmen)
. Taalgebruik in het N.T. : embainô
(inklimmen) . Taalgebruik in Mc : embainô
(inklimmen) .
Mc (2) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,13 .
Mc 8,13.7.
eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
Mc 8,13.8.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 8 (2) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,13 .
Duality
- act. part. aor. nom. mann. enk. embas van het werkw. embainô (inklimmen) . Mc (2) : (1) Mc 8,10 . (2) Mc 8,13 .
160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 -
| Mc 8,14 - Mc 8,14 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 14 En Zijn discipelen hadden vergeten brood mede te nemen,
en hadden niet dan een brood met zich in het schip.
King James Bible . [14] Now the disciples had forgotten to take bread, neither
had they in the ship with them more than one loaf.
Luther-Bibel . 14 Und sie hatten vergessen, Brot mitzunehmen, und hatten nicht
mehr mit sich im Boot als ein Brot.
Tekstuitleg van Mc 8,14 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
6. act. ind. pr. 2de pers. enk. van het werkw. eimi (zijn) (A) en ei (indien, of) : voegwoord van voorwaarde (B) . Taalgebruik in het N.T. : ei . Taalgebruik in Mc : ei . Mc (42) . Mc 8 (5) : (1) Mc 8,12 (B) . (2) Mc 8,14 (B) . (3) Mc 8,23 (B) . (4) Mc 8,29 (A) . (5) Mc 8,34 (B) .
14. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 8 (5) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,3 . (3) Mc
8,14 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,38 .
16. acc. onz. enk. ploion (boot) . Taalgebruik in het N.T. : ploion
(boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion
(boot) . N. vloot . L. navis . N. boot . E. ship . D. Boot .
Mc (6) . In de formule en tô(i) ploiô(i) (in de boot) in Mc (6)
: (1) Mc
1,19 . (2) Mc
1,20 . (3) Mc
4,36 . (4) Mc
5,21 . (5) Mc
6,32 . (6) Mc
8,14 .
| Mc 8,15 - Mc 8,15 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 15 En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van den
zuurdesem der Farizeën, en van den zuurdesem van Herodes.
King James Bible . [15] And he charged them, saying, Take heed, beware of the
leaven of the Pharisees, and of the leaven of Herod.
Luther-Bibel . 15 Und er gebot ihnen und sprach: Schaut zu und seht euch vor
vor dem Sauerteig der Pharisäer und vor dem Sauerteig des Herodes.
Tekstuitleg van Mc 8,15 .
Mc 8,15.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,15.2.
mediaal ind. imperf. 3de pers. enk diestelleto (hij beval) van het werkwoord
diastellomai (bevelen) . Taalgebruik in het N.T. : diastellomai
(bevelen) . Taalgebruik in Mc : diastellomai
(bevelen) . diastellô (uiteenhalen, uiteen-stellen, uiteen-zetten,
scheiden, bepalen) .
Mc (2) : (1) Mc
7,36 . (2) Mc
8,15 .
mediaal ind. aor. 3de pers. enk. diesteilato (hij beval) : Mc (3) : (1)
Mc 5,43
. (2) Mc
7,36 . (3) Mc
9,9 .
Mc 8,15.3.
voornaamwoord dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 8 (7) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,21 . (5) Mc
8,27 . (6) Mc
8,30 . (7) Mc
8,34 .
Mc 8,15.4.
act. ind. praes. nom. mann. enk. legôn (zeggende) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (18) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,15 . (2) Mc
8,26 . (3) Mc
8,27 .
6. act. ind. pr. + imperat. pr. 2de pers. mv. blepete (jullie kijken,
kijkt) . van het werkw. blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in het N.T.
: blepô
(kijken, zien) . Taalgebruik in Mc : blepô
(kijken, zien) .
Mc (8) : (1) Mc
4,24 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,18 . (4) Mc
12,38 . (5) Mc
13,5 . (6) Mc
13,9 . (7) Mc
13,23 . (8) Mc
13,33 . Een vorm van blepô (kijken, zien) in Mc in 14 verzen .
Mc 8,15.8.
bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,37 .
Mc 8,15.10.
bep. lidw. gen. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,31 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,15.11.
gen. mann. mv. farisaiôn (van de Farizeeën) . Taalgebruik in het
N.T. : Pharisaioi
(Farizeeën) . Taalgebruik in Mc : Pharisaioi
(Farizeeën) .
Mc (4) : (1) Mc
2,16 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
8,15 . (4) Mc
12,13 .
nom. mann. mv. farisaioi (Farizeeën) . Mc (8) : (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,24 . (3) Mc
3,6 . (4) Mc
7,1 . (5) Mc
7,3 . (6) Mc
7,5 . (7) Mc
8,11 . (8) Mc
10,2 .
Mc 8,15.12.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,15.13.
bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,37 .
| Mc 8,16 - Mc 8,16 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 16 En zij overleiden onder elkander, zeggende: Het is, omdat
wij geen broden hebben.
King James Bible . [16] And they reasoned among themselves, saying, It is because
we have no bread.
Luther-Bibel . 16 Und sie bedachten hin und her, dass sie kein Brot hätten.
Tekstuitleg van Mc 8,16 .
Mc 8,16.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,16.5.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
| Mc 8,17 - Mc 8,17 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 17 En Jezus, dat bekennende, zeide tot hen: Wat overlegt
gij, dat gij geen broden hebt? Bemerkt gij nog niet, en verstaat gij niet, hebt
gij nog uw verharde hart?
King James Bible . [17] And when Jesus knew it, he saith unto them, Why reason
ye, because ye have no bread? perceive ye not yet, neither understand? have
ye your heart yet hardened?
Luther-Bibel . 17 Und er merkte das und sprach zu ihnen: Was bekümmert ihr euch
doch, dass ihr kein Brot habt? Versteht ihr noch nicht, und begreift ihr noch
nicht? Habt ihr noch ein verhärtetes Herz in euch?
Tekstuitleg van Mc 8,17 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
3. actief indicatief praesens derde persoon enkelvoud legei (hij zegt) van
het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mc (62) . Mc 8 (5) . (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . Een vorm van legô (zeggen in Mc in 15 verzen , van eipon
(ik zei) in 5 verzen .
4. voornaamwoord dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) van het voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 8 (7) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,21 . (5) Mc
8,27 . (6) Mc
8,30 . (7) Mc
8,34 .
1. - 6.
- Mc 2,17
: kai akousas ho ièsous legei autois (en gehoord zegt Jezus hen) .
- Mc 8,17
: kai gnous ho ièsous legei autois (en geweten zegt Jezus hen) . Sommige
tekstlezingen zonder ho ièsous (Jezus) .
7. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
17. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc (4) : (1) Mc
8,17 . (2) Mc
8,26 . (3) Mc
8,35 . (4) Mc
8,36 .
| Mc 8,18 - Mc 8,18 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 18 Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort
gij niet?
King James Bible . [18] Having eyes, see ye not? and having ears, hear ye not?
and do ye not remember?
Luther-Bibel . 18 Habt Augen und seht nicht, und habt Ohren und hört nicht,
und denkt nicht daran:
Tekstuitleg van Mc 8,18 .
2. act. part. praes. nom. mann. + vr. mv. echontes (hebbende) echô
(hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in het N.T. . Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in Mc . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir .
Mc (3) : (1) Mc
2,17 . (2) Mc
8,18 . (3) Mc
10,23 .
4. act. ind. pr. + imperat. pr. 2de pers. mv. blepete (jullie kijken,
kijkt) . van het werkw. blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in het N.T.
: blepô
(kijken, zien) . Taalgebruik in Mc : blepô
(kijken, zien) .
Mc (8) : (1) Mc
4,24 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,18 . (4) Mc
12,38 . (5) Mc
13,5 . (6) Mc
13,9 . (7) Mc
13,23 . (8) Mc
13,33 . Een vorm van blepô (kijken, zien) in Mc in 14 verzen .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
7. act. part. praes. nom. mann. + vr. mv. echontes (hebbende) echô
(hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in het N.T. . Taalgebruik : echô
(hebben, bezitten) in Mc . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir .
Mc (3) : (1) Mc
2,17 . (2) Mc
8,18 . (3) Mc
10,23 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
| Mc 8,19 - Mc 8,19 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 19 En gedenkt gij niet, toen Ik de vijf broden brak onder
de vijf duizend mannen, hoeveel volle korven met brokken gij opnaamt? Zij zeggen
Hem: Twaalf.
King James Bible . [19] When I brake the five loaves among five thousand, how
many baskets full of fragments took ye up? They say unto him, Twelve.
Luther-Bibel . 19 Als ich die fünf Brote brach für die fünftausend, wie viel
Körbe voll Brocken habt ihr da aufgesammelt? Sie sagten: Zwölf.
Tekstuitleg van Mc 8,19 .
1. hote (toen) . Taalgebruik in N.T. : hote
(toen) . Taalgebruik in Mc : hote
(toen) . Voegwoord van tijd .
Mc (12) : (1) Mc
1,32 . (2) Mc
2,25 . (3) Mc
4,6 . (4) Mc
4,10 . (5) Mc
6,21 . (6) Mc
7,17 . (7) Mc
8,19 . (8) Mc
8,20 . (9) Mc
11,1 . (10) Mc
14,12 . (11) Mc
15,20 . (12) Mc
15,41 .
2. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
6. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
7. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
12. plèreis (vol) . Verwijzing : pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 . Nominatief meervoud . In vijfentwintig verzen in de bijbel . In twintig verzen in het O.T. . In vijf verzen in het N.T. : (1) Mt 14,20 . (2) Mt 15,37 . (3) Mc 8,19 . (4) Hnd 6,3 (zeven getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en wijsheid) . (5) Hnd 19,28 .
15. pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
| Mc 8,20 - Mc 8,20 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 20 En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen,
hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven.
King James Bible . [20] And when the seven among four thousand, how many baskets
full of fragments took ye up? And they said, Seven.
Luther-Bibel . 20 Und als ich die sieben brach für die viertausend, wie viel
Körbe voll Brocken habt ihr da aufgesammelt? Sie sagten: Sieben.
Tekstuitleg van Mc 8,20 .
1. hote (toen) . Taalgebruik in N.T. : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .
2. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
4. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
5. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
12. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
14. pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
| Mc 8,21 - Mc 8,21 : 160. Het zuurdeeg van de Farizeeën : Mc 8,14-21 - Mt 16,5-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,14 - Mc 8,15 - Mc 8,16 - Mc 8,17 - Mc 8,18 - Mc 8,19 - Mc 8,20 - Mc 8,21 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 21 En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?
King James Bible . [21] And he said unto them, How is it that ye do not understand?
Luther-Bibel . 21 Und er sprach zu ihnen: Begreift ihr denn noch nicht?
Tekstuitleg van Mc 8,21 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
2. actief indicatief imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw.
legô (zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . Mc (31) . Mc 8 (2) : (1) Mc
8,21 . (2) Mc
8,24 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 8 (14) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,15 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,19 . (6) Mc
8,20 . (7) Mc
8,21 . (8) Mc
8,24 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,28 . (12) Mc
8,29 . (13) Mc
8,30 . (14) Mc
8,33 .
3. voornaamwoord dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) van het voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 8 (7) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,21 . (5) Mc
8,27 . (6) Mc
8,30 . (7) Mc
8,34 .
161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc 8,22-26 - Mc 8,22-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,22 - Mc 8,23 - Mc 8,24 - Mc 8,25 - Mc 8,26 -
STAP-VERHAAL VOOR STAP-VERHAAL : Mc 8,22-26 en Mc 10,46-52 : telkens de genezing van een blinde .
| 161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc 8,22-26 - Mc 8,22-26 - | 1. Jezus en de leerlingen | 2. de begeleiders van de blinde | 3. Jezus | 4. de blinde | 5. Jezus | 6. de blinde | 7. Jezus |
| Mc 8,22a | Mc 8,22b | Mc 8,23 | Mc 8,24 | Mc 8,25a | Mc 8,25b | Mc 8,26 | |
| kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | ||
| T.T. | T.T. | aorist en imperfectum | aorist en imperfectum | aorist | aorist en imperfectum | aorist |
Personages van het verhaal zijn Jezus (en zijn leerlingen) , de begeleiders van de blinde en de blinde zelf . Er vinden 7 scènes plaats . De pericope begint met kai (en) en in 5 van de 6 veranderingen van personage begint de zin met een kai (en) . Het is overduidelijk een kai (en)teks t. Kai (en) komt in Mc 8,22-26 10X voor .
| Mc 8,22 - Mc 8,22 : 161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc 8,22-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,22 - Mc 8,23 - Mc 8,24 - Mc 8,25 - Mc 8,26 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 22 En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een
blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte.
King James Bible . [22] And he cometh to Bethsaida; and they bring a blind man
unto him, and besought him to touch him.
Luther-Bibel . 22 Und sie kamen nach Betsaida. Und sie brachten zu ihm einen
Blinden und baten ihn, dass er ihn anrühre.
Tekstuitleg van Mc 8,22 . Het vers Mc 8,22 telt 14 (2 X 7) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Mc 8,22 is 9796 (2 X 2 X 31 X 79) . Mc 8,22 .telt drie nevenschikkende hoofdzinnen . De laatste nevenschikkende zin heeft een bijzin van doel .
Mc 8,22.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,22.2.
indicatief tegenwoordige tijd derde persoon meervoud erchontai (zij gaan) van
het werkwoord erchomai ( gaan , komen ) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) .
Mc (12) : (1) Mc
2,3 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
5,15 . (4) Mc
5,35 . (5) Mc
5,38 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
10,46 . (8) Mc
11,15 . (9) Mc
11,27 . (10) Mc
12,18 . (11) Mc
14,32 . (12) . Mc
16,2 .
De 3de pers. mv. verwijst naar Jezus en zijn leerlingen . In Mc 7 - 8 wordt
een vorm van ièsous (Jezus) enkel in Mc
8,27 vermeld .
Mc 8,22.3.
eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
Mc 8,22.2.
- 3. erchontai + eis (naar) + plaatsbepaling (6 / 12) :
(1) Mc
5,38 (erchontai eis ton oikon...= zij gaan naar het huis van de overste
van de synagoge) .
(2) Mc
8,22 (erchontai eis tèn Betsaïdan = zij gaan naar Betsaïda)
.
(3) Mc
10,46 (erchontai eis Ierichô = zij gaan naar Jericho) .
(4) Mc
11,15 (erchontai eis Hierosoluma = zij gaan naar Jeruzalem) .
(5) Mc
11,27 (erchontai palin eis Hierosoluma = zij gaan opnieuw naar Jeruzalem)
.
(6) Mc
14,32 (erchontai eis chôrion hou to onoma Gethsèmani = zij
gaan naar de plaats waarvan de naam Getsemani) .
In Mc
8,22 en Mc
10,46 staat de zin aan het begin van de pericope . Hierop volgt telkens
een verhaal van de genezing van een blinde . Na de pericope Mc
8,22-26 volgt de pericope van de belijdenis van Petrus . In de pericope
Mc 10,46-52
staat we voor de poorten van Jeruzalem . Op deze pericope volgt de intrede van
Jezus in Jeruzalem .
Mc 8,22.4.
acc. vr. enk. bèthsaïdan (Betsaïda) . Mc (2) : (1) Mc
6,45 . (2) Mc
8,22 . Taalgebruik in het N.T. : Bètsaïda
(Betsaïda) . Taalgebruik in Mc : Bètsaïda
(Betsaïda) .
(1) Mc
6,45 . kai proagein eis to peran pros Bèthsaidan (en vooruit te varen
naar de overkant bij Betsaïda) . Het staat bij het begin van de pericope
.
(2) Mc
8,22 . Kai erchontai eis Bèthsaïdan (en zij gaan naar Betsaïda)
. Het staat aan het begin van de pericope .
STAP VOOR STAP !
Mc 8,22.5.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,22.6.
act. indic. praes. 3de pers. mv. ferousin (zij voeren) van het werkw. ferô
(voeren, dragen) . Taalgebruik in het N.T. : ferô
(voeren, dragen) . Taalgebruik in Mc : ferô
(voeren, dragen) .
Mc (4) : (1) Mc
7,32 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
11,7 . (4) Mc
15,22 .
Mc 8,22.7.
pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
Mc 8,22.6. - 7. ferousin autô(i) = zij voeren naar hem . In Mc (2) : (1) Mc 7,32 . (2) Mc 8,22 .
Mc 8,22.8.
acc. mann. enk. tuflon (blinde) van het bijvoegl. naamw. tuflos (blind) . Taalgebruik
in het N.T. : tuflos
(blind) . Taalgebruik in Mc : tuflos
(blind) . In Mc een vorm van tuflos in 4 verzen . Steeds zelfstandig gebruikt
.
- nom. mann. enk. tuflos : (1) Mc
10,46 . (2) Mc
10,51 .
- acc. mann. enk. tuflon : (1) Mc
8,22 . (2) Mc
10,49 .
In Mc
8,22-26 wordt de blinde bij Jezus gebracht en wordt hij door Jezus genezen
zonder enige inbreng van de blinde zelf . In Mc
10,46-52 komt de blinde na herhaaldelijk aandringen bij Jezus en spreekt
de blinde zijn verlangen uit om te zien .
Mc 8,22.9.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,22.10.
act. ind. pr. 3de p. mv. parakalousin (zij roepen ter hulp) van het werkw. parakaleô
(bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen
: Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het
N.T. : parakaleô
- ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô
- ad-vocare (bij-roepen) .
Mc (2) : (1) Mc
7,32 . (2) Mc
8,22 .
Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd
door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .
Mc 8,22.11.
pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,26 . (5) Mc
8,32 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,22.12.
hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voorzetsel van doel .
Mc (3) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
8,30 .
Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd
door hina (opdat) (5 / 9) : (1) Mc
5,10 . (2) Mc
5,18 . (3) Mc
6,56 . (4) Mc
7,32 . (5) Mc
8,22 .
Mc 8,22.13.
vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
Mc 8,22.14. conj. aor. 3de pers. enk. hapsètai (hij zou aanraken) van het werkw. haptomai (vastgrijpen, aanraken) . Taalgebruik in het N.T. : haptomai (vastgrijpen, aanraken) . Taalgebruik in Mc : haptomai (vastgrijpen, aanraken) . Lat. tangere , tango , tetigi , tactum : aanraken , belasten , grenzen aan . Gn 20,4 : Hebr. qârab . qërâbh (oorlog, strijd, zie Ps 144,1) . s' avancer < ab ante : vooruit komen , naderen . -> carabine : karabijn ; cabarinière : gendarme , soldaat . Fr. approcher > ad prope : benaderen . Mc (2) : (1) Mc 8,22 . (2) Mc 10,13 .
STAP VOOR STAP ELEMENTEN (Mc
8,22):
1. erchontai (zij gaan) + hapax : eis bèthsaïdan = naar Betsaïda
(Mc 8,22)
EN hapax : eis ièricho = naar Jericho (Mc
10,46) . Hierop volgt telkens een verhaal over de genezing van een blinde
. Na de pericope Mc
8,22-26 volgt de pericope van de belijdenis van Petrus . In de pericope
Mc 10,46-52
staat we voor de poorten van Jeruzalem . Op deze pericope volgt de intrede van
Jezus in Jeruzalem .
1. Betsaïda : Mc (2) : (1) Mc
6,45 . (2) Mc
8,22 .
2. ferousin autô(i) = zij voeren naar hem . In Mc (2) : (1) Mc
7,32 (een dove en slecht sprekende) . (2) Mc
8,22 (een blinde) .
3. In Mc
8,22-26 wordt de blinde bij Jezus gebracht en wordt hij door Jezus genezen
zonder enige inbreng van de blinde zelf . In Mc
10,46-52 komt de blinde na herhaaldelijk aandringen bij Jezus en spreekt
de blinde zijn verlangen uit om te zien . Slechts in deze twee verhalen komt
een vorm van tuflos (blind) voor .
3. parakalousin (zij roepen ter hulp) . Mc (2) : (1) Mc
7,32 . (2) Mc
8,22 . In beide verzen : parakalousin auton hina (zij roepen ter hulp opdat)
.
4. hapsètai (hij zou aanraken) . In Mc (2) : (1) Mc
8,22 (een blinde) . (2) Mc
10,13 (kinderen) .
- (1) Mc
8,22 (een blinde) : hina autou hapsètai (opdat hij hem zou aanraken)
.
- (2) Mc
10,13 (kinderen) : hina autôn hapsètai (opdat hij hen zou aanraken)
.
| Mc 8,23 - Mc 8,23 : 161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc 8,22-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,22 - Mc 8,23 - Mc 8,24 - Mc 8,25 - Mc 8,26 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 23 En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem
uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en leide de handen op hem, en vraagde
hem, of hij iets zag.
King James Bible . [23] And he took the blind man by the hand, and led him out
of the town; and when he had spit on his eyes, and put his hands upon him, he
asked him if he saw ought.
Luther-Bibel . 23 Und er nahm den Blinden bei der Hand und führte ihn hinaus
vor das Dorf, tat Speichel auf seine Augen, legte seine Hände auf ihn und fragte
ihn: Siehst du etwas?
Tekstuitleg van Mc 8,23 .
Mc 8,23 : kai (en) epilabomenos tès cheiros tou tuflou eksènegken (en genomen hebbende bij de hand van de blinde voerde hij) auton (hem) eksô tès kômès (buiten het dorp) kai ptusas eis ta ommara autou (gespuwd op zijn ogen) epitheis tas cheiras autôi (opgelegd de handen op hem) ...
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
3. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,37 .
4. gen. vr. enk. cheiros van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik
in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc (4) : (1) Mc
1,31 . (2) Mc
5,41 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
9,27 .
5. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
8,35 . (6) Mc
8,38 .
10. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,37 .
12. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
14. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
17. vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
19. bep. lidw. acc. vr. mv. tas (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (27) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,23 . (2) Mc
8,25 . (3) Mc
8,27 .
20. acc.vr. mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand)
. Taalgebruik in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,23 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
8,23 . (5) Mc
8,25 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,16 . (9) Mc
14,41 . (10) Mc
14,46 . (11) Mc
16,18 .
21. pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
22. act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg)
van het werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen
. (inter-roger : ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het
N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
9,33 . (6) Mc
10,17. (7) Mc
13,3 . (8) Mc
14,61 . (9) Mc
15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .
23. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,26 . (5) Mc
8,32 . (6) Mc
8,38 .
22. - 23. epèrôta auton (hij vroeg hem uit) . Mc (4) : (3) Mc 5,9 (de man met een onreine geest aan Jezus) . (2) Mc 8,23 (Jezus aan de blinde) . (3) Mc 10,17 (de rijke jongeling aan Jezus) . (8) Mc 14,61 (de hogepriester aan Jezus) .
24. act. ind. pr. 2de pers. enk. van het werkw. eimi (zijn) (A) en ei (indien, of) : voegwoord van voorwaarde (B) . Taalgebruik in het N.T. : ei . Taalgebruik in Mc : ei . Mc (42) . Mc 8 (5) : (1) Mc 8,12 (B) . (2) Mc 8,14 (B) . (3) Mc 8,23 (B) . (4) Mc 8,29 (A) . (5) Mc 8,34 (B) .
| Mc 8,24 - Mc 8,24 : 161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc 8,22-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,22 - Mc 8,23 - Mc 8,24 - Mc 8,25 - Mc 8,26 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 24 En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie
hen, als bomen, wandelen.
King James Bible . [24] And he looked up, and said, I see men as trees, walking.
Luther-Bibel . 24 Und er sah auf und sprach: Ich sehe die Menschen, als sähe
ich Bäume umhergehen.
Tekstuitleg van Mc 8,24 . Dit vers Mc 8,24 telt 9 (3 X 3) woorden en 56 (2 X 2 X 2 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 8,24 is 7427 (7 X 1061) .
Mc 8,24.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,24.2.
act. ind. aor. 3de pers. enk. anablepsas van het werkw. anablepô
(naar boven / omhoog blikken, opkijken) . Taalgebruik in het N.T. : anablepô
(naar boven blikken) . Taalgebruik in Mc : anablepô
(naar boven blikken) . Ned. naar boven / omhoog blikken , opkijken .
Mc (3) : (1) Mc
6,41 . (2) Mc
7,34 . (3) Mc
8,24 .
In Mc
6,41 en Mc
7,34 hoort de handeling (opkijken) tot het wonderritueel van Jezus . In
Mc 8,24
kijkt de blinde omhoog , maar hij ziet de mensen als bomen , onduidelijk . In
Mc 10,51
drukt de blinde de wens uit dat hij zou zien (hina anablepsô) . Jezus
geneest de blinde waarop hij ziet (Mc
10,52 : aneblepsen = hij zag) .
Mc 8,24.3.
actief indicatief imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . Mc (31) . Mc 8 (2) : (1) Mc
8,21 . (2) Mc
8,24 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 8 (14) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,15 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,19 . (6) Mc
8,20 . (7) Mc
8,21 . (8) Mc
8,24 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,28 . (12) Mc
8,29 . (13) Mc
8,30 . (14) Mc
8,33 .
Mc 8,24.4. act. ind. praes. 1ste pers. enk. blepô van het werkw. blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in het N.T. : blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in Mc : blepô (kijken, zien) . Mc (1) : Mc 8,24 . Een vorm van blepô (zien) in Mc (14) .
Mc 8,24.5.
bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
Mc 8,24.6. acc. mann. mv. anthrôpous van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Mc (1) : Mc 8,24 .
Mc 8,24.7.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
| Mc 8,25 - Mc 8,25 : 161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc 8,22-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,22 - Mc 8,23 - Mc 8,24 - Mc 8,25 - Mc 8,26 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 25 Daarna leide Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed
hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.
King James Bible . [25] After that he put his hands again upon his eyes, and
made him look up: and he was restored, and saw every man clearly.
Luther-Bibel . 25 Danach legte er abermals die Hände auf seine Augen. Da sah
er deutlich und wurde wieder zurechtgebracht, sodass er alles scharf sehen konnte.
Tekstuitleg van Mc 8,25 .
4. bep. lidw. acc. vr. mv. tas (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (27) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,23 . (2) Mc
8,25 . (3) Mc
8,27 .
5. acc.vr. mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) .
Taalgebruik in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,23 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
8,23 . (5) Mc
8,25 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,16 . (9) Mc
14,41 . (10) Mc
14,46 . (11) Mc
16,18 .
7. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
9. vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
11. act. ind. aor. 3de pers. enk. dieblepsen van het werkw. diablepô (door-blikken, door-zien) . Taalgebruik in het N.T. : diablepô (doorzien, doorblikken) . Taalgebruik in Mc. : diablepô (doorzien, doorblikken) . Deze vorm komt in het N.T. slechts in Mc 8,25 .
12. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
14. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
| Mc 8,26 - Mc 8,26 : 161. Genezing van een blinde te Betsaïda : Mc 8,22-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,22 - Mc 8,23 - Mc 8,24 - Mc 8,25 - Mc 8,26 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 26 En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het
vlek, en zeg het niemand in het vlek.
King James Bible . [26] And he sent him away to his house, saying, Neither go
into the town, nor tell it to any in the town.
Luther-Bibel . 26 Und er schickte ihn heim und sprach: Geh nicht hinein in das
Dorf!
Tekstuitleg van Mc 8,26 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
3. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,26 . (5) Mc
8,32 . (6) Mc
8,38 .
4. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
6. vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
7. act. ind. praes. nom. mann. enk. legôn (zeggende) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (18) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,15 . (2) Mc
8,26 . (3) Mc
8,27 .
10. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc (4) : (1) Mc
8,17 . (2) Mc
8,26 . (3) Mc
8,35 . (4) Mc
8,36 .
Evangelielezing van de 24ste
(vierentwintigste) zondag door het b-jaar : Mc 8,27-35
(Mc
8,27-35) :
In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen naar de dorpen rond Caesarea van
Filippus. Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag: "Wie zeggen
de mensen dat Ik ben?" Zij antwoordden Hem: "Johannes de Doper; anderen
zeggen Elia en weer anderen zeggen dat Gij een van de profeten zijt." Daarop
stelde Hij hun de vraag: "Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?" Petrus
antwoordde: "Gij zijt Christus." Maar Hij verbood hun nadrukkelijk
iemand hierover te spreken. Daarop begon Hij hun te leren dat de Mensenzoon
veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden
verworpen moest worden, maar dat Hij, na ter dood te zijn gebracht drie dagen
later zou verrijzen. Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid. Toen nam
Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden. Maar zich
omkerend keek Hij naar zijn leerlingen en voegde Petrus op strenge toon toe:
"Ga weg, satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen
en niet door wat God wil." Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk
bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: "Wie mijn volgeling wil zijn
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want
wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille
van Mij en het Evangelie zal het redden."
analyse van de pericope . In deze pericope zijn er heel wat gelijkenissen in op de inleidingen op de vragen en de antwoorden , de vragen , de antwoorden .
| 2b. | 3. | 4a. | 5a | 2c | 4b. | 5b | |||||
| Mc 8, inleiding | de vraag | antwoord | |||||||||
| 29b. humeis de (gij echter) | kai alloi (en anderen) | alloi de hoti (anderen nog dat - gij zijt) | |||||||||
| 27. Kai (en) | 28. hoi de (zij echter) | 29. kai autos (en hijzelf) | 29c | 27b. tina (wie) | tina (wie) | ||||||
| en tèi hodôi (onderweg) | me (ik) | me (ik) | su (gij) | ||||||||
| epèrôta (vroeg hij) | eipan (zeiden) | epèrôta (vroeg) | apokritheis ho Petros (geantwoord Petrus) | legousin (zeggen) | legete (zeg je) | ||||||
| tous mathètas autou (zijn leerlingen) | autous (hen) | hoi anthrôpoi (de mensen) | 28b. hoti (dat - je bent) | ||||||||
| legôn (zeggende) | legei(zegt hij) | einai (te zijn) | einai (te zijn) | ei (zijt) | |||||||
| autois (hen) | autôi (hem) | autôi (hem) | Iôannèn ton baptistèn (Johannes de Doper) | èlian (Elia) | heis tôn profètôn (één van de profeten) | ho christos (de christus) | |||||
| legontes (zeggende) | |||||||||||
| 10 woorden | 5 | 4 | 5 | 6 | 6 | 13 | 4 | ||||
| 19 lettergrepen | 9 | 9 | 11 | 12 | 11 | 25 | 5 |
De pericope bestaat uit 4 verzen en 75 woorden . 5X wordt het verbindingswoordje kai (en) en 3X het partikel de (echter) gebruikt . Bij het begin van de verzen staat 3X kai (en) en 1X de (echter) ; er is telkens verandering van personage . Jezus spreekt 2 X 6 woorden (= 12) , Petrus 4 woorden en de leerlingen 13 woorden (citaat) . Verloop van de pericope : Jezus + leerlingen - Jezus - leerlingen - Jezus - Petrus - Jezus .
| Mc 8,27 - Mc 8,27 : 162. Belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 - Mt 16,13-20 - Lc 9,18-21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,27 - Mc 8,28 - Mc 8,29 - Mc 8,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 27 En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van
Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen:
Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?
King James Bible . [27] And Jesus went out, and his disciples, into the towns
of Caesarea Philippi: and by the way he asked his disciples, saying unto them,
Whom do men say that I am?
Luther-Bibel . 27 Und Jesus ging fort mit seinen Jüngern in die Dörfer bei Cäsarea
Philippi. Und auf dem Wege fragte er seine Jünger und sprach zu ihnen: Wer,
sagen die Leute, dass ich sei?
Tekstuitleg van Mc 8,27 . Het vers Mc 8,27 telt 30 (2 X 3 X 5) woorden en 141 (3 X 47) letters . De getalwaarde van Mc 8,27 is 16421 . We komen aan het centrale gedeelte van het marcusevangelie. Bij het begin van het evangelie (Mc 1,1) als hier (Mc 8,27) wordt Jezus de Christus genoemd en op het einde van het evangelie (Mc 15,39) wordt hij de zoon van God genoemd . Er grijpt echter een merkwaardige verandering plaats vanaf dit gebeuren in Mc 8,27-30 . Tot nu toe week Jezus telkens uit voor het gevaar van de wereldlijke macht en van de hogepriesters , Farizeeën en schriftgeleerden . Vanaf nu wijkt Jezus niet meer , maar neemt hij het initiatief om naar Jeruzalem te gaan . Vandaar het belang van deze plaatsaanduidingen . Het blijft voor mij een raadsel waarom Jezus het hol van de leeuw kiest . Had hij zijn terechtstelling niet kunnen voorkomen door niet naar Jeruzalem te gaan ? Zijn keuze voor Jeruzalem was toch niet noodzakelijk ? Wellicht kreeg het messiasschap als lijdende dienaar zijn inhoud vanuit de toenmalige concrete situatie . Welk beeld van de messias zou ontstaan zijn indien hij in andere omstandigheden en situaties had geleefd ? Is het beeld van de messias als lijdende dienaar niet tijdsgebonden ?
Mc 8,27.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,27.2.
ind. aor. 3de pers. enk. exèlthen (hij ging uit) van het werkw. exerchomai
(uitgaan) . Taalgebruik in het N.T. : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Zie ook Taalgebruik in Mc : eiserchomai
(binnengaan) . Uit-gaan kan betekenen : van een eerder besloten ruimte zoals
een huis , een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt
om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .
Mc ( 11) : (1) Mc
1,26 . (2) Mc
1,28 . (3) Mc
1,35 . (4) Mc
2,12 . (5) Mc
2,13 . (6) Mc
4,3 . (7) Mc
6,1 . (8) Mc
8,27 . (9) Mc
9,26 . (10) Mc
11,11 . (11) Mc
14,68 . In deze vorm wordt het voor de 8ste maal gebruikt . Verwijst het
naar Betsaïda waaruit Jezus gaat ?
Mc 8,27.3.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
8,32 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
8,38 .
Mc 8,27.4. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Hebr. Jëhôsju`a (JHWH redt) . Mc 8 (1) : Mc 8,27 . Het is de enigste vorm van ièsous in Mc 7 - 8.
Mc 8,27.5.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,27.6.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,11 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,28 .
Mc 8,27.7.
nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (17) . (1) Mc
2,18 . (2) Mc
2,23 . (3) Mc
5,31 . (4) Mc
6,1 . (5) Mc
6,29 . (6) Mc
6,35 . (7) Mc
7,5 . (8) Mc
7,17 . (9) Mc
8,4 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
9,28 . . (12) Mc
10,10 . (13) Mc
10,13 . (14) Mc
10,24 . (15) Mc
11,14 . (16) Mc
14,12 . (17) Mc
14,16 .
Mc 8,27.8.
vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
Mc 8,27.6. - 8. oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .
Mc 8,27.9.
eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
Mc 8,27.10.
bep. lidw. acc. vr. mv. tas (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (27) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,23 . (2) Mc
8,25 . (3) Mc
8,27 .
Mc 8,27.11.
acc. vr. mv. kômas van het zelfst. naamw. kômè (dorp) . Taalgebruik
in het N.T. : kômè
(dorp) . Taalgebruik in Mc : kômè
(dorp) .
Mc (4) : (1) Mc
6,6 . (2) Mc
6,36 . (3) Mc
6,56 . (4) Mc
8,27 .
Mc 8,27.12.
gen. vr. enk. kaisareias van de eigennaam kaisareia (Caesarea) . Taalgebruik
in het N.T. : kaisareia
(Cesarea) . Taalgebruik in Mc : kaisareia
(Cesarea) . Mc (1) Mc
8,27 . '"Keizersstad" . Naam van een aantal steden die naar de
Kaisar / Caesar genoemd zijn . In twee verzen in de bijbel (Mt en Mc) is Caesarea
van Filippus bedoeld .
Na de dood van Herodes de Grote (4 v.Chr.) werd Filippus tetrarch over het gebied
waar Panias lag. Hij stichtte bij de bron een stad die hij Caesarea noemde,
als eerbetoon aan keizer Augustus (2 v.Chr.). Om het te onderscheiden van de
vele andere plaatsen met de naam Caesarea stond de stad in de oudheid bekend
onder de naam Caesarea Filippi. Filippus maakte Caesarea Filippi de hoofdstad
van zijn rijk. Filippus bouwde de stad op het plateau dat iets hoger gelegen
was dan de bron. Bij opgravingen is onder meer de hoofdstraat teruggevonden.
Ook is een aquaduct aangetroffen, dat de hoger gelegen delen van de stad van
water voorzag. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Panias)
. Panias of Panion was in de oudheid de naam van een van de bronnen van de Jordaan
en van de nabijgelegen stad. De stad werd in de eerste eeuw Caesarea Filippi
genoemd. Tegenwoordig heten zowel de bron als de nabijgelegen plaats Banias
(ook wel gespeld als Banyas). Beiden bevinden zich aan de voet van de Hermonberg
op de Golanhoogten.
Mc 8,27.13.
bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,23 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,37 .
Mc 8,27.14.
gen. mann. enk. filippou (Filippus) van de eigennaam filippos (Filippos) . Taalgebruik
in het N.T. : filippos
(Filippus) . Taalgebruik in Mc : filippos
(Filippus) . Mc (2) : (1) Mc
6,17 . (2) Mc
8,27 .
Herodes Filippus was getrouwd met Herodias, een kleindochter van Herodes de
Grote en Mariamne I. Bij haar kreeg hij een dochter, Salomé. Enige jaren
later scheidde Herodias echter van Herodes Filippus om te kunnen trouwen met
zijn halfbroer Herodes Antipas. Salomé nam zij mee naar Antipas' hof.
Na Herodes' dood in 4 v.Chr. werd Filippus benoemd tot tetrarch over Batanea,
Trachonitis, Auranitis, Gaulanitis en Iturea, dat wil zeggen de gebieden van
Herodes' rijk ten noordoosten van het Meer van Galilea.[4] Naar het voorbeeld
van zijn vader initieerde hij veel grote bouwactiviteiten. Hij stichtte bijvoorbeeld
de stad Caesarea Filippi. Ook herstichtte hij de plaats Betsaïda en noemde
deze Julias (naar Julia de dochter van keizer Augustus). (Website : http://nl.wikipedia.org/wiki/Filippus_(tetrarch)
.
Herodes Antipas 4 vC - 39 n C . Viervorst over Galiléa en Peréa
1. Beval de onthoofding van Johannes de Doper .
Mc 8,27.15.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,27.16.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 8 (5) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,3 . (3) Mc
8,14 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,38 .
Mc 8,27.17.
bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 8 (4) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,38 .
Mc 8,27.18.
dat. vr. enk. hodô(i) van het zelfst. naamw. hodos (weg) . Taalgebruik
in het N.T. : hodos
(weg) . Taalgebruik in Mc : hodos
(weg) .
Mc (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,27 . (3) Mc
9,33 . (4) Mc
9,34 . (5) Mc
10,32 . (6) Mc
10,52 .
Mc 8,27.16.
- 18. Telkens bij het gebruik van de datief , in de formule en tè(i)
hodô(i) = onderweg .
Mc (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,27 . (3) Mc
9,33 . (4) Mc
9,34 . (5) Mc
10,32 . (6) Mc
10,52 .
Mc 8,27.19.
act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van het
werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger
: ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
9,33 . (6) Mc
10,17. (7) Mc
13,3 . (8) Mc
14,61 . (9) Mc
15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .
Mc 8,27.20.
bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,25 . (7) Mc
8,27 . (8) Mc
8,33 . (9) Mc
8,38 .
Mc 8,27.21.
acc. mann. mv. mathètas (leerlingen) . van het zelfst. naamw. mathètès
(leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès
(leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès
(leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (7) : (1) Mc
6,45 . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
9,14 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
12,43 .
Mc 8,27.22.
vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
Mc 8,27.23.
act. ind. praes. nom. mann. enk. legôn (zeggende) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (18) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,15 . (2) Mc
8,26 . (3) Mc
8,27 .
Mc 8,27.24.
voornaamwoord dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 8 (7) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,21 . (5) Mc
8,27 . (6) Mc
8,30 . (7) Mc
8,34 .
Mc 8,27.25.
acc. mann. enk. tina (wie) van het vrag. , betrekk. of onbep. voornaamw.
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Ned. wie , wat ? een .
Mc (4) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
9,38 . (4) Mc
15,21 .
Mc 8,27.26.
pers. voornaamw. acc. mann. enk. me (mij) van het pers. voornaamw. egô
(ik) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (27) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
8,38 .
Mc 8,27.27.
act. ind. praes. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (16) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,20 . (3) Mc
8,27 .
Mc 8,27.28.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,11 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,28 .
Mc 8,27.29. nom. mann. mv. anthrôpoi (mensen) van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Mc (1) : Mc 8,27 .
Mc 8,27.30.
act. inf. praes. einai (zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het
N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (7) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
9,5 . (4) Mc
9,35 . (5) Mc
10,44 . (6) Mc
12,18 . (7) Mc
14,64 .
Mc 8,27
kai (en)eksèlthen (hij ging uit)ho Ièsous kai hoi mathètai
autou (Jezus en zijn leerlingen) eis tas kômas tès Kaisareias
Philippou (naar de dorpen van Caesarea Filippi)30. kai (en)epetimèsen
autois (gebood hen)hina (opdat)mèdeni legôsin peri autou (zij aan
niemand zouden zeggen over hem)162. Belijdenis van Petrus : Mc
8,27-30 - Mt
16,13-20 - Lc
9,18-21 -
Mc 9,30
kakeithen (en vandaar)ekselthontes (uit de dorpen gegaan) pareporeuonto
(gingen zij)dia tès Galilaias (langs Galilea)kai (en) ouk èthelen
(hij wilde niet) hina (opdat) tis gnoi (het iemand zou weten) 171.
Tweede lijdensvoorspelling : Mc
9,30-32 - Mt
17,22-23 - Lc
9,43b-45
Mc 10,1
Kai ekeithen de anastas (en vandaar opgestaan) erchetai (gaat hij)eis
ta horia tès Ioudaias kai peran tou Iordanou (naar de bergen van Judea
en de overzijde van de Jordaan) 264. Van Galilea naar
Judea : Mc
10,1 - Mt
19,1-2
In Mc
8,27 staat het werkwoord eksèlthen (en hij ging uit) in het enkelvoud
, terwijl het onderwerp ho Ièsous kai hoi mathètai autou (Jezus
en zijn leerlingen) meervoud is . In Mc
8,28a zouden we verwachten dat oi de (zij echter) op de leerlingen van Mc
8,27 betrekking heeft . Maar hoi de (sommigen echter) staat parallel met
kai alloi (en anderen)... alloi de ( - nog - anderen echter) . Hoi de (zij echter)
sluit aan bij het onmiddellijk voorafgaande hoi anthrôpoi (de mensen).
| Mc 8,28 - Mc 8,28 : 162. Belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 - Mt 16,13-20 - Lc 9,18-21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,27 - Mc 8,28 - Mc 8,29 - Mc 8,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 28 En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias;
en anderen: Een van de profeten.
King James Bible . [28] And they answered, John the Baptist: but some say, Elias;
and others, One of the prophets.
Luther-Bibel . 28 Sie antworteten ihm: Einige sagen, du seist Johannes der Täufer;
einige sagen, du seist Elia; andere, du seist einer der Propheten.
Tekstuitleg van Mc 8,28 . Het vers Mc 8,28 telt 14 (2 X 7) woorden en 68 (2 X 2 X 17) letters . De getalwaarde van Mc 8,28 is 6448 (2 X 2 X 2 X 2 X 13 X 31) .
Mc 8,28.1.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,11 . (4) Mc
8,27 . (5) Mc
8,28 .
Mc 8,28.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 8 (5 + 1) : (1) Mc
8,5 . (2) Mc
8,9 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,35 (d') .
1. - 2. hoi de (zij echter) . Mc () . Mc 8 (2) : (3) Mc 8,5 . (4) Mc 8,28 .
Mc 8,28.3.
act. ind. aor. 3de p. mv. eipan (zij zeiden) van het werkw. legô (zeggen)
. Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (9) : (1) Mc
8,5 . (2) Mc
8,28 . (3) Mc
10,4 . (4) Mc
10,37 . (5) Mc
10,39 . (6) Mc
11,6 . (7) Mc
12,7 . (8) Mc
12,16 . (9) Mc
16,8 . De leerlingen van Jezus antwoorden op een vraag van hem . De vraag
luidt : wie ben ik , zeggen de mensen (tina...) .
Mc 8,28.1. - 3. hoi de eipan (zij echter zeiden) . Mc (7 / 9) : (1) Mc 8,5 . (2) Mc 8,28 . (3) Mc 10,4 . (4) Mc 10,37 . (5) Mc 10,39 . (6) Mc 11,6 . (7) Mc 12,16
Mc 8,28.4.
pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
1. - 4. hoi de eipan (zij echter zeiden) + autô(i) (hem) . Mc (4 / 7) : (1) Mc 8,5 . (2) Mc 8,28 . (3) Mc 10,4 . (4) Mc 10,37 . (5) Mc 10,39 . (6) Mc 11,6 . (7) Mc 12,16 .
Mc 8,28.5. act. part. pr. nom. mann. en vr. mv. legontes van het werkw. werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (15) . Mc 8 (1) : Mc 8,28 . Het is eigenaardig dat bij het hoofdwerkwoord legô (zeggen) nog een participium legontes (zeggende) wordt gebruikt .
Mc 8,28.6.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
Mc 8,28.7.
acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. :
Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Johannes de Doper : Mc (6) : (1) Mc
1,14 . (2) Mc
6,16 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,20 . (5) Mc
8,28 . (6) Mc
11,32 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc
1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès)
. (3) Mc
1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc
1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc
2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc
6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc
6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc
6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc
6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc
6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc
6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc
6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc
8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc
11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc
11,32 (acc. Iôannèn) .
Mc 8,28.8.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 8 (6) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,28 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
8,32 . (5) Mc
8,34 . (6) Mc
8,36 .
Mc 8,28.9.
acc. mann. enk. baptistèn (doper) van het zelfst. naamwoord baptistès
(doper) . Taalgebruik in het N.T. : baptistès
(doper) . Taalgebruik in Mc : baptistès
(doper) . Stam Hebr. tâbhal : t - b - . Ned. : do- p-en , doop-s-el
, do-m-pe-l- en . Gr. baptizô , baptis-ma . Fr. bapt- ê - me .
Mc (1) : Mc
8,28 . Nog een andere vorm in Mc : gen. mann. enk. baptistou (doper) in
Mc 6,25
.
Mc 8,28.7. - 9. iôannèn ton baptistèn (Johannes de Doper) in Mc 8,28 . iôannou tou baptistou (van Johannes de Doper) in Mc 6,25 .
Mc 8,28.10.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,28.11.
nom. mann. mv. alloi (anderen) van het bijvoegl. naamwoord allos (ander)
. Taalgebruik in het N.T. : allos
(ander) . Taalgebruik in Mc : allos
(ander) . Lat. alter , -tera , -terum (de andere van twee) . Fr. autre .
Ned. a-n-d-er . Eng. other .
Mc (4) : (1) Mc
4,18 . (2) Mc
6,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
11,8 .
1. - 2. kai alloi (en anderen) . Mc (2) : (1) Mc 4,18 . (2) Mc 8,28 . alloi de (anderen echter) . Mc (2) : (1) Mc 6,15 (2X) . (2) Mc 11,8 .
Mc 8,28.12.
acc. mann. enk. èlian van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik
in het N.T. : èlias
(Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias
(Elia) .
Mc (3) : (1) Mc
8,28 . (2) Mc
9,11 . (3) Mc
15,35 .
Mc 8,28.13.
nom. mann. mv. alloi (anderen) van het bijvoegl. naamwoord allos (ander)
. Taalgebruik in het N.T. : allos
(ander) . Taalgebruik in Mc : allos
(ander) . Lat. alter , -tera , -terum (de andere van twee) . Fr. autre .
Ned. a-n-d-er . Eng. other .
Mc (4) : (1) Mc
4,18 . (2) Mc
6,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
11,8 .
Mc 8,28.14.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 8 Mc 8 (5 + 1) : (1) Mc
8,5 . (2) Mc
8,9 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,35 (d') .
Mc 8,28.15.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
Mc 8,28.16.
Niet het voorzetsel eis (naar) maar het onbepaald voornaamwoord heis (één
, iemand) . eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 8 (10) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,10 . (3) Mc
8,13 . (4) Mc
8,19 . (5) Mc
8,20 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,26 . (9) Mc
8,27 . (10) Mc
8,28 .
Mc 8,28.17.
bep. lidw. gen. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,31 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,28.18.
gen. mann. mv. profètôn (profeten) van het zelfst. naamw. profètès
(profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès
(profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès
(profeet) .
Mc (2) : (1) Mc
6,15 . (2) Mc
8,28 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen :
(1) Mc
1,2 . (2) Mc
6,4 . (3) Mc
6,15 (2 vormen) . (4) Mc
8,28 . (5) Mc
11,32 .
STAP-VERHAAL VOOR STAP-VERHAAL : Mc 6,14-16 en Mc 8,27b-28 .
| Mc 8,29 - Mc 8,29 : 162. Belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 - Mt 16,13-20 - Lc 9,18-21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,27 - Mc 8,28 - Mc 8,29 - Mc 8,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 29 En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat
Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus.
King James Bible . [29] And he saith unto them, But whom say ye that I am? And
Peter answereth and saith unto him, Thou art the Christ.
Luther-Bibel . 29 Und er fragte sie: Ihr aber, wer, sagt ihr, dass ich sei?
Da antwortete Petrus und sprach zu ihm: Du bist der Christus!
Tekstuitleg van Mc 8,29 . Jezus stelt een vraag, Petrus antwoordt. De vraag en het antwoord worden telkens ingeleid . In de inleiding op de vraag van Jezus (Mc8,29a) wordt het werkwoord eperôtaô (vragen, opvragen) gebruikt . Onmiddellijk na de vraag staat apokritheis (beantwoord) , zonder kai (en) of de (echter) . De inleidingszin met het werkwoord legei (hij zegt) op het antwoord , is een zelfstandige zin .
Mc 8,29.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (555 / 678) . Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc 8,19 . (2) Mc 8,37 .
Mc 8,29.2.
pers. voornaamw. nom. mann. enk. autos (hij zelf) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (15) . Mc 8 (1) : Mc
8,29 .
Mc 8,29.3.
act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van het
werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger
: ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
9,33 . (6) Mc
10,17. (7) Mc
13,3 . (8) Mc
14,61 . (9) Mc
15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .
Mc 8,29.4.
pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (40) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,9 . (4) Mc
8,13 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
8,31 .
Mc 8,29.5. pers. nom. mann. mv. 2de pers. humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord . Mc (10) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,18 . (5) Mc 8,29 . (6) Mc 11,17 . (7) Mc 13,9 . (8) Mc 13,11 . (9) Mc 13,23 . (10) Mc 13,29
Mc 8,29.6.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 8 Mc 8 (5 + 1) : (1) Mc
8,5 . (2) Mc
8,9 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,35 (d') .
Mc 8,29.7.
acc. mann. enk. tina (wie) van het vrage. betrekk. of onbep. voornaamw.
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Ned. wie , wat ? een .
Mc (4) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
9,38 . (4) Mc
15,21 .
Mc 8,29.8.
pers. voornaamw. acc. mann. enk. me (mij) van het pers. voornaamw. egô
(ik) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (27) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
8,38 .
Mc 8,29.9.
act. ind. praes. 2de pers. mv. legete (jullie zeggen) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (4) :
Mc 8,29.10.
act. inf. praes. einai (zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het
N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (7) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
9,5 . (4) Mc
9,35 . (5) Mc
10,44 . (6) Mc
12,18 . (7) Mc
14,64 .
Mc 8,29.11.
part. aor. nom. mann. enk. apokritheis (geantwoord) van het werkw. apokrinomai
(antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai
(antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai
(antwoorden) .
Mc (14) : (1) Mc
3,33 . (2) Mc
6,37 . (3) Mc
8,29 . (4) Mc
9,5 . (5) Mc
9,19 . (6) Mc
10,3 . (7) Mc
10,24 . (8) Mc
10,51 . (9) Mc
11,14 . (10) Mc
11,22 . (11) Mc
12,35 . (12) Mc
14,48 . (13) Mc
15,2 . (14) Mc
15,12 .
Mc 8,29.12.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
8,32 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
8,38 .
Mc 8,29.13. nom. mann. enk. petros (Petrus) van de eigennaam petros (Petrus) . Taalgebruik in het N.T. : petros (Petrus) . Taalgebruik in Mc : petros (Petrus) . Mc (9) : (1) Mc 8,29 . (2) Mc 8,32 . (3) Mc 9,5 . (4) Mc 10,28 . (5) Mc 11,21 . (6) Mc 13,3 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,54 . (9) Mc 14,72 .
Mc 8,29.14.
actief indicatief praesens derde persoon enkelvoud legei (hij zegt) van het
werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mc (62) . Mc 8 (5) . (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,12 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
8,33 . Een vorm van legô (zeggen in Mc in 15 verzen , van eipon
(ik zei) in 5 verzen .
Mc 8,29.15.
pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 8 (9) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,11 . (3) Mc
8,19 . (4) Mc
8,20 . (5) Mc
8,22 . (6) Mc
8,23 . (7) Mc
8,28 . (8) Mc
8,29 . (9) Mc
8,32 .
Mc 8,29.14. - 15. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .
Mc 8,29.16. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .
Mc 8,29.17. act. ind. pr. 2de pers. enk. van het werkw. eimi (zijn) (A) en ei (indien, of) : voegwoord van voorwaarde (B) . Taalgebruik in het N.T. : ei . Taalgebruik in Mc : ei . Mc (42) . Mc 8 (5) : (1) Mc 8,12 (B) . (2) Mc 8,14 (B) . (3) Mc 8,23 (B) . (4) Mc 8,29 (A) . (5) Mc 8,34 (B) .
Mc 8,29.16.
- 17. su ei (jij bent, gij zijt) . Mc (5 / 9) : (1) Mc
1,11 . (2) Mc
3,11 . (3) Mc
8,29 . (4) Mc
14,61 . (5) Mc
15,2 .
Merk volgende gelijkenissen op :
- Mc 1,11
: su ei ho uios mou = jij bent mijn zoon .
- Mc 3,11
: su ei ho uios tou theou = jij bent de zoon van God .
- Mc 8,29
= Mc 14,61
: su ei ho christos = jij bent de messias .
- Mc 15,2
: su ei ho basileus tôn ioudaiôn = jij bent de koning van de joden
.
Mc 8,29.18.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 8 (5) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
8,32 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
8,38 .
| Mc 8,30 - Mc 8,30 : 162. Belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 - Mt 16,13-20 - Lc 9,18-21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,27 - Mc 8,28 - Mc 8,29 - Mc 8,30 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 30 En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden
zeggen van Hem.
King James Bible . [30] And he charged them that they should tell no man of
him.
Luther-Bibel . 30 Und er gebot ihnen, dass sie niemandem von ihm sagen sollten.
Tekstuitleg van Mc 8,30 . Het vers Mc 8,30 telt 8 (2 X 2 X 2) woorden en 43 letters . De getalwaarde van Mc 8,30 is 4307 (59 X 73) .
Mc 8,30.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,30.2.
act. ind. aor. 3de pers. enk. epetimèsen (hij droeg op, hij beval) van
het werkw. epitimaô (nadrukkelijk vermanen , 'opdragen' , bevelen , berispen)
. Taalgebruik in het N.T. : epitimaô
(opleggen, opdragen) . Taalgebruik in Mc. : epitimaô
(opleggen, opdragen) . Het werkwoord heeft een voorvoegsel epi (aan , bij,
op) wat het werkwoord versterkt . Wellicht omwille van het voorvoegsel volgt
op het werkwoord steeds een datief .
Mc (5) : (1) Mc
1,25 . (2) Mc
4,39 . (3) Mc
8,30 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
9,25 .
Mc 8,30.3.
pers. voornaamwoord dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) van het voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 8 (7) : (1) Mc
8,1 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,17 . (4) Mc
8,21 . (5) Mc
8,27 . (6) Mc
8,30 . (7) Mc
8,34 .
Mc 8,30.4.
hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) . Voorzetsel van doel .
Mc (59) . Mc 8 (3) : (1) Mc
8,6 . (2) Mc
8,22 . (3) Mc
8,30 .
Mc 8,30.5.
onbepaald voornaamw. mèdeni (aan niemand) van het onbepaald voornaamw.
mèdeis (niemand) . Taalgebruik in N.T. : mèdeis
(niemand) . Taalgebruik in Mc : mèdeis
(niemand) . mè-d-eis : niet één , niet iemand .
Mc (4) : (1) Mc
1,44 . (2) Mc
7,36 . (3) Mc
8,30 . (4) Mc
9,9 .
4. - 5. hina mèdeni (opdat aan niemand) . Mc (3) : (1) Mc 7,36 . (2) Mc 8,30 . (3) Mc 9,9 .
Mc 8,30.6.
conjunct. praes. 3de pers. mv. legôsin (zij zouden zeggen) van het werkw.
legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (2) : (1) Mc
7,36 . (2) Mc
8,30 .
1. 3. - 6. Vergelijk : STAP VOOR STAPVERHAAL
- Mc 7,36
: kai ... autois hina mèdeni legôsin (en hij ... hen dat zij aan niemand zouden
zeggen) . Het zwijggegbod na de genezing van een doofstomme .
- Mc 8,30
: kai ... autois hina mèdeni legôsin (en hij ... hen op dat zij aan niemand
zouden zeggen) .
Mc 8,30.1.
- 6. Vergelijk :
- Mc 1,44
: kai legei autô(i) hora mèdeni mèden eipè(i)s (en
hij zegt hem , zie , dat gij aan niemand niets zegt) . Zwijggebod na de genezing
van de lamme op een eenzame plaats .
- Mc 7,36
: kai diesteilato autois hina mèdeni legôsin (en hij beval hen dat zij aan niemand
zouden zeggen) . Het zwijggegbod na de genezing van een doofstomme .
- Mc 8,30
: kai epetimèsen autois hina mèdeni legôsin (en hij droeg hen op dat zij aan
niemand zouden zeggen) .
- Mc 9,9
: diesteilato autois hina mèdeni ha eidon diègèsôntai
(en hij beval hen dat zij aan niemand zouden verhalen wat zij hadden gezien)
. Het zwijggebod na de verheerlijking op de berg .
STAP VOOR STAP !
8. vnw. gen. mann. enk. autou (bij hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 8 (17) : (1) Mc
8,4 . (2) Mc
8,6 . (3) Mc
8,10 . (4) Mc
8,11 . (5) Mc
8,12 . (6) Mc
8,22 . (7) Mc
8,23 . (8) Mc
8,25 . (9) Mc
8,26 . (10) Mc
8,27 . (11) Mc
8,30 . (12) Mc
8,33 . (13) Mc
8,34 . (14) Mc
8,35 . (15) Mc
8,36 . (16) Mc
8,37. (17) Mc
8,38 .
63. Eerste lijdensvoorspelling : Mc 8,31-32 - Mc 8,31-32 - Mt 16,21 - Lc 9,22 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,31 - Mc 8,32 -
| Mc 8,31 - Mc 8,31 - 163. Eerste lijdensvoorspelling . - Mc 8,31-32 - Mt 16,21 - Lc 9,22 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 8 -- Mc 8,31 - Mc 8,32 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 31 En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel
moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden,
en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.
King James Bible . [31] And he began to teach them, that the Son of man must
suffer many things, and be rejected of the elders, and of the chief priests,
and scribes, and be killed, and after three days rise again.
Luther-Bibel . 31 Und er fing an, sie zu lehren: Der Menschensohn muss viel
leiden und verworfen werden von den Ältesten und Hohenpriestern und Schriftgelehrten
und getötet werden und nach drei Tagen auferstehen.
Tekstuitleg van Mc 8,31 . Dit vers Mc 8,31 telt 28 (2 X 2 X 7) woorden en 161 (7 X 23) letters . De getalwaarde van Mc 8,31 is 15859 (priemgetal) . In Mc 8,31 kondigt Jezus voor de eerste maal zijn lijden aan . De Marcustekst zegt : hij begon hen te onderrichten dat ... . Blijkbaar moeten de leerlingen onderricht worden in de invulling van Jezus als messias . Hij zal veel lijden , verstoten worden maar na drie dagen opstaan .
Mc 8,31
(eerste lijdensvoorspelling) hoti (dat) dei (het is nodig - het moet)ton huion
tou anthrôpou (de mensenzoon) polla pathein (veel lijden) kai
apodokimasthènai hupo tôn presbuterôn kai tôn archiereôn
kai tôn grammateôn (en verworpen worden door de priesters en de
hogepriesters en de schriftgeleerden) kai meta treis hèmeras
anastènai (en na drie dagen opstaan)
Mc 9,31
(tweede lijdensvoorspelling) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon)paradidotai
(wordt overgeleverd) eis cheiras anthrôpôn (in handen van de mensen) kai
apoktenousin auton (en zij zullen hem doden) kai apokantheis meta treis
hèmeras anastèsetai (en gestorven - na drie dagen zal hij opstaan)
Mc 10,33
(derde lijdensvoorspelling) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon)paradothèsetai
(zal overgeleverd worden)tois archiereusin kai tois grammateusin (aan de hogepriesters
en de schriftgeleerden)kai katakrinousin auton thanatôi (en zij zullen
hem tot de dood veroordelen)kai paradôsousin auton tois ethnesin (en zij
zullen hem overleveren aan de heidenen) kai empaiksousin autôi (en
zij zullen hem bespotten) kai emptusousin autôi (en zij zullen hem bespuwen)
kai mastigôsousin auton (en zij zullen hem geselen)kai apoktenousin (en
zij zullen - hem - doden)kai meta treis hèmeras anastèsetai (en
na drie dagen zal hij opstaan)
Mc 8,31.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,31.2.
aorist 3de pers. enk. èrxato van het werkw. archomai (beginnen, aanvangen)
. Taalgebruik in het N.T. : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) .
Mc (18) . Mc (18) : (1) Mc
1,45 . (2) Mc
4,1 . (3) Mc
5,20 . (4) Mc
6,2 . (5) Mc
6,7 . (6) Mc
6,34 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,32 . (9) Mc
10,28 . (10) Mc
10,32 . (11) Mc
10,47 . (12) Mc
11,15 . (13) Mc
12,1 . (14) Mc
13,5 . (15) Mc
14,33 . (16) Mc
14,69 . (17) Mc
14,71 . 18) Mc
15,8 .
Mc 8,31.3.
actief infinitief praesens didaskein (onderrichten) van het werkw. didaskô
(leren, onderrichten) . Taalgebruik in N.T. : didaskô
(leren) . Taalgebruik in Mc : didaskô
(leren) . Auto-didact : iemand die door zelfstudie kennis (lering) heeft
verworven . Didactiek : leer van het onderrichten . Lat. docere (doctor) . Cfr
docent , documentatie .
In Marcus in vier verzen telkens voorafgegaan door het werkwoord èrxato
(hij begon) : (1) Mc
4,1 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
6,34 . (4) Mc
8,31 .
Mc 8,31.4.
pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (40) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,3 . (2) Mc
8,5 . (3) Mc
8,9 . (4) Mc
8,13 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
8,31 .
Mc 8,31.1. - 4. kai èrxato didaskein autous (en hij begon hen te onderrichten) in Mc (2) : (1) Mc 6,34 . (2) Mc 8,31 . In Mc 6,34 wordt de zin vervolgd met het voorwerp polla (vele dingen) , in Mc 8,31 met een uitgebreide voorwerpszin .
Mc 8,31.5.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 8 (8) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,4 . (3) Mc
8,16 . (4) Mc
8,17 . (5) Mc
8,24 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,33 .
Mc 8,31.6.
act. ind. praes. 3de pers. enk. dei (moet) . Taalgebruik in het N.T. : dei
(moet) . Taalgebruik in Mc : dei
(moet) .
In vijf verzen bij Marcus : (1) Mc
8,31 (eerste lijdensvoorspelling) . (2) Mc
9,11 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,14 .
Mc 8,31.7.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 8 (6) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,28 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
8,32 . (5) Mc
8,34 . (6) Mc
8,36 .
Mc 8,31.8.
acc. mann. enk. huion (zoon) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik
in het N.T. : huios
(zoon) . Taalgebruik in Mc : huios
(zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Mc (6) : (1) Mc
8,31** . (2) Mc
9,12 **. (3) Mc
9,17 ***. (4) Mc
12,6 ***. (5) Mc
13,26 **. (6) Mc
14,62 **.
Mc 8,31.9.
bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,11 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
8,35 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,31.10.
gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (15) : (1) Mc
2,10 ** . (2) Mc
2,28 **. (3) Mc
5,8 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
8,31** . (7) Mc
8,38 ** . (8) Mc
9,9 ** . (9) Mc
9,12 **. (10) Mc
9,31 ** . (11) Mc
10,33 ** . (12) Mc
10,45 ** . (13) Mc
13,26 **. (14) Mc
14,21 **. (15) Mc
14,41 **.
Mc 8,31.7. - 10. ton huion tou anthrôpou (de menszoon) in Mc (12 / 15) .
Mc 8,31.12. act. inf. aor. pathein van het werkw. Taalgebruik in het N.T. : paschô (lijden) . Taalgebruik in Mc : paschô (lijden) . Gr. pathos . Lat. pati - passio . Ned. pathos - passie . Zie http://www.xs4all.nl/~adcs/woordenweb/p/pathos.htm . Mc (1) : Mc 8,31 .
Mc 8,31.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,31.14. pass. inf. aor. apodokimasthènai van het werkw. apodokimazô (afkeuren, verwerpen) . Taalgebruik in het N.T. : apodokimazô (afkeuren, verwerpen) . Taalgebruik in Mc : apodokimazô (afkeuren, verwerpen) . Mc (1) : Mc 8,31 . Een andere vorm in Mc : act. ind. aor. 3de pers. mv. apedokimasan = zij verwierpen (Mc 12,10) .
Mc 8,31.16.
bep. lidw. gen. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,31 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,31.17.
gen. mann. mv. presbuterôn van het zelfst. naamw. presbuteros (oudere)
. Taalgebruik in het N.T. : presbuteros
(oudere) . Taalgebruik in Mc : presbuteros
(oudere) .
Mc (5) : (1) Mc
7,3 . (2) Mc
7,5 . (3) Mc
8,31 . (4) Mc
14,43 . (5) Mc
15,1 .
Mc 8,31.18.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,31.19.
bep. lidw. gen. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,31 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,31.21.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,31.22.
bep. lidw. gen. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 8 (6) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,28 . (4) Mc
8,31 . (5) Mc
8,33 . (6) Mc
8,38 .
Mc 8,31.24.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,31.26.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 8 . Van de 38 verzen in Mc 8 niet in 2 verzen : (1) Mc
8,19 . (2) Mc
8,37 .
Mc 8,31.27.
meta (na , met) . Verwijzing in N.T. : meta
(na , met) . Verwijzing in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im . Lat. cum . Ned. met . Fr. avec (met)
; après (na , < ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere
, pressum : persen , ) .
Mc 8 (3) : (1) Mc
8,10 . (2) Mc
8,31 . (3) Mc
8,38 .
Mc 8,31.28.
treis (drie) . telwoord . Taalgebruik in het N.T. : telwoorden
. Taalgebruik in Mc : telwoorden
.
Mc (5) : (1) Mc
8,2 . (2) Mc
8,31 . (3) Mc
9,5 . (4) Mc
9,31 . (5) Mc
10,34 .
29. gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras (dagen) van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Taalgebruik in Mc :