MARCUSEVANGELIE : NEGENDE HOOFDSTUK , MC 9 -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -
- Mc 9,2-10 -- Mc 9,30-37 -- Mc 9,38-43.45.47-48 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik Q - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik V - Marcus taalgebruik W - Marcus taalgebruik X - Marcus taalgebruik Y - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

Overzicht van het Marcusevangelie :   Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16
Tekstuitleg per pericope - Mc 9,1 - Mc 9,2-10 - Mc 9,11-13 - Mc 9,14-29 - Mc 9,30-32 - Mc 9,33-37 - Mc 9,38-41 - Mc 9,42 - Mc 9,43-48 - Mc 9,49-50
Tekstuitleg vers per vers - Mc 9,1 - Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 - Mc 9,11 - Mc 9,12 - Mc 9,13 - Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 - Mc 9,30 - Mc 9,31 - Mc 9,32 - Mc 9,33 - Mc 9,34 - Mc 9,35 - Mc 9,36 - Mc 9,37 - Mc 9,38 - Mc 9,39 - Mc 9,40 - Mc 9,41 - Mc 9,42 - Mc 9,43 - Mc 9,44 - Mc 9,45 - Mc 9,46 - Mc 9,47 - Mc 9,48 - Mc 9,49 - Mc 9,50 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie

8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   (2) liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- ean (indien) , zie Mc 9,49 .
- horos (berg. 6X bij Marcus)
- metamorfoomai (omvormen) . In 4 verzen in de bijbel; in (1) Mt 17,2 . (2) Mc 9,2 . (3) . (4)
- paralambanô (naast zich nemen, vergezellen) . Bij Marcus, zie Mc 9,2 : Mc 9,2-10 - .
- thambeomai (verbaasd, ontsteld zijn, met ontzetting geslagen zijn), zie Mc 9,15
Bibliografie - Mc 9,2-13 -
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Mc 9,2-10 : 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht , bijbelTaalgebruiken - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het zesde hoofdstuk van het Marcusevangelie :
167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 -
168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -
169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 -
170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -
171. Tweede lijdensvoorspelling : Mc 9,30-32 - Mt 17,22-23 - Lc 9,43b-45 -
173. De grootste in het Rijk Gods : Mc 9,33-37 - Mt 18,1-5 - Lc 9,46-48 -
174. Het gebruiken van Jezus'naam : Mc 9,38-41 - Lc 9,49-50 -
175. Ergernis : Mc 9,42 - Mt 18,6-7 - Lc 17,1-3a -
176. Ergernis (2) :Mc 9,43-48 - Mt 18,8-9 - Mt 5,29-30 -
177. Gelijkenis van het zout : Mc 9,49-50 - Mt 5,13 - Lc 14,34-35 -

167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 - Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -

Mc 9,1 - Mc 9,1 : 167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mt 16,28 - Lc 9,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:1 kai elegen autois amèn legô umin oti eisin tines ôde tôn estèkotôn oitines ou mè geusôntai thanatou eôs an idôsin tèn basileian tou theou elèluthuian en dunamei   et dicebat illis amen dico vobis quia sunt quidam de hic stantibus qui non gustabunt mortem donec videant regnum Dei veniens in virtute      [1] Ook zei Hij hun: ‘Ik verzeker u, er zijn er hier die de dood niet zullen proeven voordat ze hebben gezien dat Gods koninkrijk met kracht gekomen is.’  [1] Verder zei hij ook nog: ‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.’  1 ¶ Ook heeft hij tot hen gezegd: voorwaar, ik zeg u dat er sommigen zijn van wie hier staan die de dood niet zullen proeven voordat zij het koningschap van God hebben zien komen in kracht!   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,1 .

Mc 9,1.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,1.2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .
Mc (31) . Mc 9 (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,31 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 9 (11) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,11 . (4) Mc 9,13 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,24 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 9,26 . (9) Mc 9,31 . (10) Mc 9,35 . (11) Mc 9,41 .

Mc 9,1.3. pers. voornaamw. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (117) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,19 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 9,31 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 9,36 .

Mc 9,1.1. - 3. kai elegen autois (en hij zei hen) . Mc (14) : (1) Mc 2,27 . (2) Mc 3,23 .  (3) Mc 4,2 . (4) Mc 4,11 . (5) Mc 4,21 . (6) Mc 4,24 . (7) Mc 6,4 . (8) Mc 6,10 . (9) Mc 7,9 . (10) Mc 7,14 . (11) Mc 8,21 . (12) Mc 9,1 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 11,17 .  

Mc 9,1.4. amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in het N.T. : amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in Mc : amèn (amen, ja, voorwaar) .
Mc (13) : (1) Mc 3,28 . (2) Mc 8,12 . (3) Mc 9,1 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 10,15 . (6) Mc 10,29 . (7) Mc 11,23 . (8) Mc 12,43 . (9) Mc 13,30 . (10) Mc 14,9 . (11) Mc 14,18 . (12) Mc 14,25 . (13) Mc 14,30 .

Mc 9,1.5. act. ind. praes. 1ste pers. enk. legô (ik zeg) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (19) . Mc

Mc 9,1.6. pers. voornaamw. 2de pers. dat. mann. mv. humin (aan jullie) van het pers. voornaamw. humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (34) . Mc

Mc 9,1.4. - 6. amèn legô humin (voorwaar ik zeg jullie) . Mc (13) : (1) Mc 3,28 . (2) Mc 8,12 . (3) Mc 9,1 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 10,15 . (6) Mc 10,29 . (7) Mc 11,23 . (8) Mc 12,43 . (9) Mc 13,30 . (10) Mc 14,9 . (11) Mc 14,18 . (12) Mc 14,25 . (13) Mc 14,30 .

Mc 9,1.7. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 9 (9) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,11 . (3) Mc 9,13 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,26 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 9,38 . (9) Mc 9,41 .

Mc 9,1.4. - 7. amèn legô humin hoti (voorwaar ik zeg jullie) . Mc (8) : (1) Mc 3,28 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 9,41 . (4) Mc 11,23 . (5) Mc 12,43 . (6) Mc 13,30 . (7) Mc 14,18 . (8) Mc 14,25 .

Mc 9,1.14. ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) .
Mc 9 (11) : ou (niet) in Mc 9 (5) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,3 . (3) Mc 9,6 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 9,48 . ouk (niet) in Mc 9 (6) : (1) Mc 9,18 . (2) Mc 9,28 . (3) Mc 9,30 . (4) Mc 9,37 . (5) Mc 9,38 . (6) Mc 9,40 .

Mc 9,1.19. an . Taalgebruik in het N.T. : an . Taalgebruik in Mc : an . Mc (18) . Mc 9 (4) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,37 . (3) Mc 9,41 . (4) Mc 9,42 .

22. acc. vr. enk. basileian (koninkrijk) van het zelfst. naamw. basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in het N.T. : basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) .
Mc (9) : (1) Mc 4,30 .  2 : (2) Mc 9,1 . (3) Mc 9,47 . (4) Mc 10,15 . (5) Mc 10,23 . (6) Mc 10,24 . (7) Mc 10,25 . (8) Mc 13,8 . (9) Mc 15,43 .

23. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 9 (7) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,9 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,17 . (5) Mc 9,24 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,47 .

Mc 9,1.26. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 9 (9) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,29 . (3) Mc 9,33 . (4) Mc 9,34 . (5) Mc 9,36 . (6) Mc 9,37 . (7) Mc 9,38 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,50 .

Mc 14,62 Mc 8,38 Mc 9,1 Mc 13,26
kai (en) hotan (wanneer) heôs an (totdat) kai tote (en dan)
opsesthe (gij zult zien)   idôsin (zij zullen zien) opsontai (zullen zij zien)
ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)   tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)
ek deksiôn (rechts)      
kathèmenon (zittend)      
dunameôs (van de kracht)      
kai (en)      
erchomenon (komende) elthèi (hij komt)  elèluthuian  (gekomen zijnde)  erchomenon (komende)
  en tèi doksèi tou patros autou (in de heerlijkheid van zijn vader) en dunamei (in kracht) en nefelais meta dunameôs pollès kai doksès (op de wolken met grote kracht en heerlijkheid)
meta tôn nefelôn tou ouranou (op de wolken van de hemel) meta tôn aggelôn tôn hagiôn (met zijn heilige engelen)      
 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) - Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -   166. Wat baat het een mens de hele wereld te winnen : Mc 8,36-38 // Mt 16,26-27 // Lc 9,25-26 - Mc 8,36-38 - Mt 16,26-27 - Lc 9,25-26 -  167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 // Mt 16,28 // Lc 9,27 - Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 -  305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 // Mt 24,29-31 // Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -

168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -

- COUNE, M., Transfiguratie, in: Heiliging, jg.38 (1988), nr.2, p.1-40
- DREWERMANN, E., Beelden van verlossing. Toelichtingen op het evangelie van Marcus, 's-Gravenhage, Meinema, 199± (2), p.113-126
- GERITS, H., Op een berg, in: Bijbel en bezinning, jg.3 (1984), nr.1, p.109-112
- LAMBRECHT, J., Het Christusbeeld van Marcus, in: VBS-Informatie, jg.´ (1973), nr.2, p.18-32 . Verwijzing: Lambrecht Jan .
- MAES, L., Denken in de geest van Jezus (Een opdracht voor de catechese), in: Catechetische Informatie, jg.1¹ (1990), nr.1, p.12-19
- ROSSEL, W., Een gelaat als de zon, in: IDEM, Gij zijt mij te sterk. Gelovig leven in het licht van de bijbel, Antwerpen-Amsterdam, Patmos, 1978, p.110-124
- SMIT, J., Bevrijding in zwart‑wit (Marcus 9,2‑32), in: Schrift, jg. (1975), nr.37, p.14‑20
- SMIT, J., 12. Verlichting - Marcus 9,2-10, in: IDEM, Jezus, hoek­ steen of struikelblok? Wat zijn verhaal ons te zeggen heeft, Hilversum, Gooé en Sticht, 1978, p.61-63
- STANDAERT, B., De wolk der heerlijkheid binnenste buiten (Mc. 9,2-8), in: Jota, jg.± (1989), nr.1, p.39-49
- STANDAERT, B., Leven van Jezus, in: Heiliging, jg.3¹ (1989), nr.3, p.47-54
- VAN AMERSFOORT, S.M., Bergen verzetten. De verheerlijking van Jezus op de berg, Hilversum, Gooé ¦ Sticht, 1985
- VAN SEGBROECK, F., Luistert naar Hem, in: Ons geestelijk leven, jg.4¹ (1972), nr.1, p.13-23

Liturgische lezing 6 augustus : 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer : Mc 9,2-10 . Taalgebruik : Mc 9,2-10 .
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: "Rabbi, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia." Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: "Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem." Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.

  1. Jezus 2. de kleren van Jezus 3. Elia en Mozes 4. Petrus + medeleerlingen 5. de wolk en de stem 6. de leerlingen 7. Jezus 8. de leerlingen
  Mc 9,2 Mc 9,3 Mc 9,4  Mc 9,5 - Mc 9,6 Mc 9,7 Mc 9,8 Mc 9,9 Mc 9,10
  begin kai (en); 2X kai tussen zinsdelen; 2X kai :nevenschikkende zinnen begin kai begin kai en 1X kai nevenschikkende zinnen begin kai en kai tussen 2 nevenschikkende zinnen; 2X kai tussen zinsdelen 2X begin kai begin kai begin kai begin kai
   2X tegenwoordige tijd; 1X verleden tijd (aorist)  1X verleden tijd (aorist) + tegen-woordig deelwoord 1X tegenwoordige tijd 1X infintief praesens 2X verleden tijd (aorist) (1X met tegenwoordig deelwoord)  2X tegenwoordige tijd. 1X verleden deelwoord (aorist) 1X toekomende tijd. 1X verleden tijd (plusquam perfectum) 1X verleden tijd (aorist) 1X verleden tijd (imperfectum) 2X verleden tijd (aorist) 1X tegenwoordig deelwoord 1X verleden deelwoord (aorist) 1X verleden tijd (aorist) 4X verleden tijd (aorist) 1X tegenwoordig deelwoord 1X verleden tijd (aorist) 1X tegenwoordige tijd. 1X tegenwoordig deelwoord. 1X verleden tijd infinitief (aorist)
woorden 27 16 11 25        
lettergrepen   57 36 22 48        

Het gebruik van kai (en) en de (echter) - kai -
In deze tekst wordt geen enkele maal de (echter) gebruikt. Nochtans was er 7X verandering van personage. In 7 van de 7 gevallen wordt aan het begin van de zin kai (en) gebruikt. Ook bij het begin van de pericope wordt kai (en) gebruikt. De versindeler heeft de pericope in 9 verzen verdeeld; 8 ervan beginnen met kai (en), één met gar (want). Verder wordt kai (en) in Mt 9,2 tweemaal gebruikt om nevenschikkende zinnen met elkaar te verbinden, in Mt 9,4 eenmaal, in Mt 9,5 eenmaal en in Mt 9,7 eenmaal . Totaal: 13. Dat zou ook het aantal nevenschikkende zinnen van de pericope moeten zijn. Verder wordt kai (en) 4X gebruikt tussen zinsdelen. Totaal gebruik : 17X .

Mc 9,2 - Mc 9,2 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 9:2 kai meta hèmeras hex paralambanei o Ièsous ton Petron kai ton Iakôbon kai ton Iôannèn kai anaferei autous eis oros hupsèlon kat idian monous kai metemorfôthè emprosthen autôn 2 et vestimenta eius facta sunt splendentia candida nimis velut nix qualia fullo super terram non potest candida facere  En na zes dagenb nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes mee en bracht hen omhoog op een hoge berg in afzondering alleen.   In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd:   [2] Zes dagen later nam Jezus Petrus*, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg* op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante,  [2] Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, 2 Zes dagen hierna neemt Jezus Petrus, Jakobus en Johannes bij zich en voert hen omhoog, een steil bergland in waar ze op zichzelf en alleen zijn. Dan verandert hij voor hun aanschijn van gedaante,   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,2 . Het vers Mc 9,2 telt 28 (2² X 7) woorden en 140 (2² X 5 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 9,2 is 14863 (89 X 167) .

Mc 9,2.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (555 / 678) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,2.2. meta (met , na) . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr. avec (< apud hoc : met dat) .
- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Mc (34) . Mc 9 (2) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,31 .  

Mc 9,2.3. gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras (dagen) van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Taalgebruik in Mc : hèmera (dag) . Mc (11) : (1) Mc 1,13 . (2) Mc 5,5 . (3) Mc 6,21 . (4) Mc 8,31 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,31 .  (7) Mc 10,34 .  (8) Mc 13,20 . (9) Mc 13,32 .  (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,25 .  Een vorm van hèmera (dag) in Mc in 20 verzen : (1) Mc 1,9 . (2) Mc 1,13 . (3) Mc 2,1 . (4) Mc 2,20 . (5) Mc 4,27 . (6) Mc 4,35 . (7) Mc 5,5 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 8,1 . (10) Mc 8,2 . (11) Mc 8,31 . (12) Mc 9,2 . (13) Mc 9,31 .  (14) Mc 10,34 .  (15) Mc 13,2 . (16) Mc 13,17 . (17) Mc 13,19 . (18) Mc 13,20 . (19) Mc 13,24 . (20) Mc 13,32 .  (21) Mc 14,1 . (22) Mc 14,12 . (23) Mc 14,25 .  (24) Mc 14,49 . (25) Mc 14,58 . (26) Mc 15,29 .

4.

2. - 4. De verheerlijking Jezus (Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36) heeft plaats op de berg . Dat gebeurde ook bij Mozes (Ex 24,16) . Toen Mozes de berg opging , was de berg gedurende zes dagen in een wolk gehuld . De zevende dag (de sabbat) ging Mozes de wolk binnen . Bij de christenen was niet de zevende , maar de achtste dag de belangrijkste dag . Marcus schrijft : kai meta hèmeras heks (na zes dagen) , Matteüs schrijft ongeveer hetzelfde : kai meth'hèmeras heks (na zes dagen) . En Lucas schrijft hôsei èmerai oktô : na deze woorden ongeveer acht dagen (later) .
- sjesjèth jâmîm (gedurende zes dagen) . Tenach (14) . Pentateuch (12) . Joz (2) . In de Pentateuch (12) : Ex (9) . Lv (1) . Dt (2) .
- bajjôm hasjëbhî`î (op de zevende dag) . Tenach (25) . Pentateuch (17) . Gn (1) . Ex (4) . Lv (8) . Nu (4) .

Mc 9,2.5. act. ind. praes. 3de pers. enk. paralambanei (hij neemt naast zich) van het werkw. paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in het N.T. : paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in Mc : paralambanô (overnemen) . Lat. accipere ( ad- capere = aan-nemen , aanvaarden ) . Fr. accepter , reçevoir .
Mc (3) : (1) Mc 5,40 . (2) Mc 9,2 . (3) Mc 14,33 . Een vorm van paralambanô (overnemen) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 4,36 . (2) Mc 5,40 . (3) Mc 7,4 . (4) Mc 9,2 . (5) Mc 10,32 . (6) Mc 14,33 .
Op een bijna identieke manier beschrijft Marcus het begin van het gebeuren in Getsemane of de hof van Olijven . Op deze wijze worden de taferelen van de verheerlijking en van de doodstrijd in de hof van Olijven naast elkaar geplaatst .

Mc 9,2.6. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

8. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,2.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,2.12. acc. mann. enk. iakôbon (Jakobus) van het zelfst. naamw. iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in het N.T. : iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in Mc : iakôbos (Jakobus) . Mc (6) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 3,18 . (4) Mc 5,37 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 14,33 . 15 X in Mc . Er zijn twee Jakobussen :
- Jakobus , zoon van Zebedeüs .
- Jakobus , zoon van Alfeüs .

Mc 9,2.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

11. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

14. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,2.15. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) van de eigennaam Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Mc (5) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 5,37 . (4) Mc 9,2 . (5) Mc 14,33 .

Mc 9,2.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 5,40

Mc 9,2

Mc 14,33

Ex 24,15

  Kai (en) kai (en)  
  meta (na) hèmeras (dagen) hex (zes)   Ex 24,15b. wajëkhas hè`anan ´èth hâhâr - Ex 24,16 b : wajëkhassehû hè`anan sjesèt jämîm - kai ekalupsen auto hè nefelè hex hèmeras (en de wolk bedekte hem - de berg - gedurende zes dagen)
paralambanei (neemt naast zich) paralambanei (neemt naast zich) ho Ièsous (Jezus) paralambanei (neemt naast zich) ho Ièsous (Jezus)  
ton patera tou paidiou kai tèn mètera kai tous met'autous (de vader van het kind en de moeder en zij die met hem zijn)   ho Ièsous (Jezus)  
cfr Mc 5,37 : kai ouk afèken... sunakolouthèsai ei mè en hij liet niet toe ... hem te vergezellen tenzij ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) Iôannèn (Johannes) ton adelfon Iakôbou (de broer van Jakobus) ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) Iôannèn (Johannes) ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) ton Iôannèn (Johannes) met'autou (met zich)   
  kai (en) anaferei (voert hij naar omhoog) autous (hen) autous (hen) eis (naar) horos (berg) hupsèlon (een hoge) kat'idian (onder elkaar) monous (alleen)   Ex 24,15 a wajja`al Mosjèh ´èl-hâhâr - anebè (ging op - beklom) Môusès kai Ièsous (Mozes en Jozua) (Ex 24,18 : wajja`al ´èl-hâhâr - kai anebè - eis to horos : en hij klom op de berg)
144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 -  168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -  329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - Het verbond : Ex 24,1-18

Mc 9,2.18. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (40) . Mc (4) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,14 . (3) Mc 9,16 . (4) Mc 9,33 .

Mc 9,2.19. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 9 (11) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 9,22 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,28 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,33 . (8) Mc 9,42 . (9) Mc 9,43 . (10) Mc 9,45 . (11) Mc 9,47 .

Mc 9,2.20. horos (berg). Taalgebruik : horos (berg) , zie Mt 4,8 en Mc 9,2 . In zes verzen bij Marcus : (1) Mc 3,13 . (2) Mc 6,46 . (3) Mc 9,2 . (4) Mc 11,2 . (5) Mc 13,3 . (6) Mc 14,26 .

Mc 9,2.22. kat' : afkorting van kata . kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (11) . Mc 9 (2) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,28 .

Mc 9,2.23. acc. vr. enk. idian (eigen) van het bijvoegl. naamw. idios (eigen) . Taalgebruik in het N.T. : idios (eigen) . Taalgebruik in Mc : idios (eigen) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 9,2.22. - 23. kat'idian (?? oikian) : bij zijn eigen - bij zijn huis = thuis .
In zeven verzen bij Mc : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

De verheerlijking heeft plaats op de berg . Dat gebeurde ook bij Mozes (Ex 24,16) . Toen Mozes de berg opging , was de berg gedurende zes dagen in een wolk gehuld . De zevende dag (de sabbat) ging Mozes de wolk binnen . Bij de christenen was niet de zevende , maar de achtste dag de belangrijkste dag. Marcus schrijft : kai meta hèmeras heks (na zes dagen) .

Bij de opwekking van het dochtertje van Jaïrus zijn de drie leerlingen uitverkoren om het gebeuren mee te maken.

horos (berg) Taalgebruik : horos (berg), zie Mt 4,8 en Mc 9,2. In 6 verzen bij Marcus : (1) Mc 3,13 . (2) Mc 6,46 . (3) Mc 9,2 . (4) Mc 11,1 . (5) Mc 13,3 . (6) Mc 14,26 . De berg is de plaats van gebed. Het is de plaats waar Jezus zijn leerlingen roept, het is ook de plaats van waaruit Jezus zijn leerlingen zendt.

1. 2. 3. 4. 5. 6.  
Mc 3,13 Mc 6,46

Mc 9,2

Mc 11,1 Mc 13,3 Mc 14,26 Ex 24,15 , Ex 24,18
kai (en)   kai (en) kai hote (en toen) kai (en) kai hupnèsantes (en lof gezongen)   
anabainei (hij gaat op - beklimt) apèlthen (ging hij weg) anaferei (voert hij naar omhoog) autous (hen) eggizousin (zij naderen - naderbij komen)... kathèmenou autou (terwijl hij neezat) exèlthon (gingen zij naar buiten) Ex 24,15a wajja`al Mosjèh èl-hahar - anebè (ging op - beklom) Môusès kai Ièsous (Mozes en Jozua) (Ex 24,18 : wajja`al èl-hahar kai anebè - eis to horos : en hij klom op de berg)
eis (naar) to horos (de berg) eis (naar) to oros (de berg) eis (naar) oros (berg) hupsèlon (een hoge) ... pros to horos tôn elaiôn (de Olijfberg) eis to horos tôn elaiôn (bij de Olijfberg) eis to horos tôn elaiôn (naar de Olijfberg) eis (naar) oros (berg)
   47. ... kai autos monos epi tès gès (en hijzelf alleen op het land) kat'idian (onder elkaar) kat'idian (onder elkaar) monous (alleen)        
97. Roeping van de Twaalf : Mc 3,13-19 - Lc 6,12-16 - 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -
 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -  279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 -  299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  328. Voorspelling van de ontrouw van de leer-lingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -   Ex 24,1-18 : het verbond - Ex 24,1-18 -

Een berg wordt beklommen, maar ook afgedaald

Mc 9,2.23. idian . In negenentwintig verzen in de bijbel . In vijf verzen in het O.T. . In vierentwintig verzen in het N.T. . Mt (8) . Mc (7) . Lc (2) . Joh (1) . Hnd (1) . Brieven (5) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud van het bijvoeglijk naamwoord idios (eigen) . Taalgebruik : idios (eigen) , zie Mc 4,34 .

Mc 9,2.22. - 23. kat'idian (?? oikian) : bij zijn eigen - bij zijn huis = thuis . In achttien verzen in het N.T. . Mt (6) . Mc (7) . Lc (2) . Hnd (1) . Brieven (2) . In zeven verzen bij Mc : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 9,2.25. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,3 - Mc 9,3 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai ta imatia autou egeneto stilbonta leuka lian oia gnafeuV epi thV ghV ou dunatai outws leukanai  3 et apparuit illis Helias cum Mose et erant loquentes cum Iesu    zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan. [3] en zijn kleren werden schitterend wit, zoals geen bleker op aarde ze maken kan.  [3] zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen.   3 en zijn klederen worden een en al glans, héél wit, zo wit als geen voller op aarde kan maken.   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,3 .

Mc 9,3.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,3.4. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 9 (9) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,27 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,3.12. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (5) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,20 . (4) Mc 9,27 . (5) Mc 9,30 .

Mc 9,3.14. ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) .
Mc 9 (11) : ou (niet) in Mc 9 (5) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,3 . (3) Mc 9,6 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 9,48 . ouk (niet) in Mc 9 (6) : (1) Mc 9,18 . (2) Mc 9,28 . (3) Mc 9,30 . (4) Mc 9,37 . (5) Mc 9,38 . (6) Mc 9,40 .

Mc 9,3.15. ind. praes. 3de pers. enk. dunatai (hij kan) van het (hulp-) werkw.dunamai (kunnen) . Taalgebruik in het N.T. : dunamai (kunnen) . Taalgebruik in Mc : dunamai (kunnen) . Mc (11) : (1) Mc 2,7 .  (2) Mc 3,23 . (3) Mc 3,24 . (4) Mc 3,26 . (5) Mc 3,27 .  (6) Mc 7,15 . (7) Mc 7,18 .  (8) Mc 9,3 . (9) Mc 9,29 .  (10) Mc 10,26 .  (11) Mc 15,31 .

Mc 9,3.16. houtôs (zo, op deze wijze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Taalgebruik in Mc : houtos (zo) .
Mc (10) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 2,8 . (3) Mc 2,12 .  (4) Mc 4,26 .  (5) Mc 7,18 .  (6) Mc 9,3 .  (7) Mc 10,43 .  (8) Mc 13,29 .  (9) Mc 14,59 .  (10) Mc 14,59 .

168.2. de gedaanteverandering : Mc 9,2-3 // Mt 17,2 // Lc 9,29

De gedaanteverandering van Jezus laat een hemelse figuur zien, zoals Da 10,5-7.

Mc 9,2 - Mc 9,3

Mt 17,2 - Mt 17,3   Mt 28,3  Da 10,6  Lc 9,29 Ex 24,17         
kai (en)  kai (en)                 
metemorfôthè (hij werd van gedaante veranderd)  metemorfôthè (hij werd van gedaante veranderd)      to eidos tou prosoopou autou heteron (het aanschijn van zijn aangezicht werd anders   to de eidos tijs doksijs kuriou hoosei (de gestalte echter van de heerlijkheid van de heer als...°        
emprosthen (voor)  emprosthen (voor)                 
autôn ( hen)  autôn ( hen)                 
  kai (en)  ijn de (was echter)  kai (en)            
  elampsen (straalde)                
  to (het)  hij (de) to (het)             
  prosôpou (aangezicht)  eideia (verschijning)  prosoopou (aangezicht)             
  autou (van hem)  autou (van hem)  autou (van hem)             
  hôs (zoals)  hoos (zoals)  hoosei (zoals)             
  ho hèlios (de zon)    astrapij (de bliksem) horasis astrapijs (het zicht van een ster)             
kai (en) kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)          
ta (de)  ta (de)  to (het) kai hoi brachiones autou kai hoi podes (B-versie: kai ta skelij) (en zijn armen en benen) ho (de)           
himatia (kleren)  himatia (kleren)    enduma (kleed)   himatismos (kleding)           
autou (van hem)  utou (van hem)   autou (van hem)   autou (van hem)           
egeneto (was)  egeneto (was)                 
stilbonta leuka (schitterend wit) lian (zeer) leuka ( wit) leikon (wit)   hoosei chalkos eksastraptoon (als schitterend koper); b-versie : hoos horasis chalhou stilbontos (als het zicht van schitterend koper) leukon eksastraptoon (schittrend wit)           
hoia gnafeus epi tès gès ou dunatai houtôs leukanai (dergelijke kan een volder op aarde niet zo wit maken)                  
  hôs (als) hoos (als)               
  to fôs (het licht)  chioon (sneeuw)               
168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36  168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36   351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis (het lege graf): Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 //  Lc 23,56-24,12   168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36      Ex 24,1-18 : het verbond        

metamorfoomai (omvormen). Dit werkwoord komt in 4 verzen in de bijbel voor.
- Metemorfôthè (hij werd omgevormd). Passief aorist 3de persoon enkelvoud. In Mt 17,2 en in Mc 9,2 .
anaferô : naar boven voeren; anaferei (hij brengt naar boven) komt slechts 2X in de bijbel voor nl. Mc 9,2 - Mc 9,2-10 - en Mt 17,1 - Mt 17,1-9 - .

astrapij : bliksem, glans
eideia = idea : gestalte, vorm; eidos : gestalte, uiterlijk
stilboo : glanzen, schitteren, blinken
gnafeus : volder, wolkammer
eksastraptoo : uitstralen; zie Da 10,6 : hoosei chalkos eksastraptoon (als schitterend koper)

Mc 9,4 - Mc 9,4 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai wfqh autoiV hliaV sun mwusei kai hsan sullalounteV tw ihsou  4 et respondens Petrus ait Iesu rabbi bonum est hic nos esse et faciamus tria tabernacula tibi unum et Mosi unum et Heliae unum    Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus.   [4] Elia verscheen hun samen met Mozes, in gesprek met Jezus.  [4] Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus.   4 En aan hen laat Elia zich zien, samen met Mozes, en die gaan met Jezus in gesprek.    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,4 .

Mc 9,4.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,4.3. pers. voornaamw. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (117) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,19 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 9,31 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 9,36 .

Mc 9,4.4. nom. mann. enk. èlias van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (5) : (1) Mc 6,15 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,13 . (5) Mc 15,36 .  

Mc 9,4.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,4.8. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 . Omschrijvende structuur : èsan ... + deelwoord . Mc (7) : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 2,18 .  (3) Mc 9,4 . (4) Mc 10,32 . (5) Mc 14,4 . (6) Mc 14,40 . (7) Mc 15,40 . In Mc 9,4 : èsan sullalountes (zij waren samensprekende) .

Mc 9,4.8. - 9. kai èsan (en zij waren) . Mc (3) . In 2 / 7 van de omschrijv. structuur : (1) Mc 2,18 . (2) Mc 9,4 + Mc 6,44 .

Mc 9,4.9. act. part. praes. nom. mann. mv. sullalountes (samensprekende) van het werkw. sunlaleô (samenspreken) . Taalgebruik in het N.T. : sunlaleô (samenspreken) . Taalgebruik in Mc : sunlaleô (samenspreken) .
Mc (1) : Mc 9,4. . De enigste vorm van sunlaleô (samenspreken) in Mc . In de omschrijving : èsan sullalountes (zij waren samensprekende) .

Mc 9,4.10. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (68) . Mc (7) : (1) Mc 9,4 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,37 . (6) Mc 9,38 . (7) Mc 9,39 .

168.3. de verschijning (visioen van het latijnse videre : zien)

bijbencitaat Lc 1,11 Mc 9,4 // Mt 17,3 // Lc 9,30 Mc 16,5 // Lc 24,4 Mt 17,3 // Mc 9,4 // Lc 9,30 Lc 9,30 // Mc 9,4 // Mt 17,3 Lc 9,32  Lc 24,4 // Mc 16,5 Lc 2,9 Da 10,7  Da 12,5
voegwoord   kai (en)   kai (en) kai (en)    kai (en) kai (en)   kai (en)
visueel element (werkwoord - partikel ) ôfthè de (verscheen echter) ôfthè (verscheen - werd gezien) eidon (zij zagen) idou (zie) ôfthè (verscheen) idou (zie) eidan tijn doksan autou (zagen zij zijn heerlijkheid)  idou (zie)     eidon egô Danièl tèn horasin tèn megalèn tautèn (zag ik Daniël dit grote visioen) eidon egô Danièl kai idou (zag ik Daniël en zie
meewerkend voorwerp (datief) autôi (aan hem) autois (hen)   autois (hen)            
soms onderwerp soms lijdend voorwerp aggelos kuriou (een engel van de Heer) èlias (Elia) sun Môusei (met Mozes)   Môusijs kai èlias (Mozes en Elia) andres duo (twee mannen) ... hoitines èsan Môusijs kai èlias (die waren Mozes en Elia)  kai tous duo andras (en de twee mannen) andres duo (twee mannen)  aggelos kuriou (een engel van de Heer)   duo heteroi (twee anderen)
    kai (en)                
    èsan sullalountes (waren samenpratende   sullalountes (samen sprekende) sunelaloun (spraken samen)  tous sunestôtas (die samen stonden) epestèsan (stonden bij)  epestè (stond)    
    tôi Ièsou (met Jezus)   met'autou (met hem) autôi (met hem)  autôi (met hem) autais (hen)  autois (bij hen)    
  2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis (het lege graf): Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 //  Lc 23,56-24,12 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36  168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis (het lege graf): Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 //  Lc 23,56-24,12 6. Geboorte van Jezus : Lc 2,1-20  Da 10,1-21 : Wees niet bang, Daniël Da 12,5-13 : het wondre einde

 

Mc 9,5 - Mc 9,5 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai apokritheis ho petros legei tô ièsou rabbi kalon estin hmaV wde einai kai poihswmen treiV skhnas soi mian kai mwusei mian kai hlia mian 5 non enim sciebat quid diceret erant enim timore exterriti    Petrus nam het woord en zei tot Jezus: "Rabbi, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia." [5] Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Rabbi*, het is maar goed dat wij hier zijn; laten wij drie hutten* maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.’  [5] Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.’   5 Ten antwoord zegt Petrus tot Jezus: rabbi, hoe goed is ‘t ons om hier te zijn!, laten wij drie tenten maken: een voor u, een voor Mozes en een voor Elia!   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,5 .

Mc 9,5.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,5.2. part. aor. nom. mann. enk. apokritheis (geantwoord) van het werkw. apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai (antwoorden) .
Mc (14) : (1) Mc 3,33 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 9,5 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 10,3 . (7) Mc 10,24 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,14 . (10) Mc 11,22 . (11) Mc 12,35 . (12) Mc 14,48 . (13) Mc 15,2 . (14) Mc 15,12 .

Mc 9,5.3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

Mc 9,5.5. actief indicatief praesens derde persoon enkelvoud legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 9 (3) : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,35 .

Mc 9,5.6. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc (7) : (1) Mc 9,4 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,37 . (6) Mc 9,38 . (7) Mc 9,39 . .

Mc 9,5.5. - 6. legei tô(i) (hij zegt aan de) . Mc (7) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,10 . (3) Mc 3,3 . (4) Mc 3,5 . (5) Mc 5,36 . (6) Mc 9,5 . (7) Mc 14,37 .

Mc 9,5.9. nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl. naamw. kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het N.T. : kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos (goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc 7,27 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,42 . (4) Mc 9,43 . (5) Mc 9,45 . (6) Mc 9,47 . (7) Mc 9,50 .  (8) Mc 14,6 . (9) Mc 14,21.  

Mc 9,5.10. act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (69) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,21. (5) Mc 9,39 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,42 . (8) Mc 9,43 . (9) Mc 9,45 . (10) Mc 9,47 .

Mc 9,5.13. act. inf. praes. einai (zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (7) : (1) Mc 8,27 . (2) Mc 8,29 .  (3) Mc 9,5 . (4) Mc 9,35 .  (5) Mc 10,44 .   (6) Mc 12,18 .   (7) Mc 14,64 .  

Mc 9,5.14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,5.15. act. ind. fut. 1ste pers. mv. poièsamen (wij zullen doen) van het werkw. poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het N.T. : poieô (doen, maken) . Taalgebruik in Mc : poieô (doen, maken) .
Lc (1) : Mc 9,5 . Een vorm van poieô (doen, maken) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,39 .

Mc 9,5.16. treis (drie) . telwoord . Taalgebruik in het N.T. : telwoorden . Taalgebruik in Mc : telwoorden .
Mc (5) : (1) Mc 8,2 . (2) Mc 8,31 . (3) Mc 9,5 . (4) Mc 9,31 . (5) Mc 10,34 .

Mc 9,5.20. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,5.23. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,5.24. dat.mann. enk. èlia(i) van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (1) Mc 9,5 .

Mc 9,6 - Mc 9,6 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
ou gar hdei ti apokriqh ekfoboi gar egenonto  6 et facta est nubes obumbrans eos et venit vox de nube dicens hic est Filius meus carissimus audite illum    Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft.  [6] Want hij wist niet wat hij moest zeggen; zo vol ontzag* waren ze.   [6] Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, want ze waren door schrik overweldigd.  6 Want hij heeft niet geweten wat te antwoorden,– want ze raken buiten zichzelf van vreze.   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,6 .

1. ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) .
Mc 9 (11) : ou (niet) in Mc 9 (5) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,3 . (3) Mc 9,6 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 9,48 . ouk (niet) in Mc 9 (6) : (1) Mc 9,18 . (2) Mc 9,28 . (3) Mc 9,30 . (4) Mc 9,37 . (5) Mc 9,38 . (6) Mc 9,40 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 9 (7) : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,31 . (3) Mc 9,34 . (4) Mc 9,39 . (5) Mc 9,40 . (6) Mc 9,41 . (7) Mc 9,49 .

 Mc 9,6  Lc 9,33  Mc 14,40              
ou (niet)   mij (niet) kai ouk (en niet)              
 gar (immers)                  
ijidei (wist hij)  eidoos  (wetende) ijideisan (wisten zij)              
ti (wat)  ho (wat) ti (wat)               
apokrithiji (hij antwoordde)  legei (hij zegt)  apokrithoosin (zij antwooordden)              
    autooi (hem)               
                   
                   
                   

Lucas (Lc 9,33) redigeert de onafhankelijke zin van Mc 9,6 tot een afhankelijke participiumzin bij ho Petros (Petrus). Het vragend voonaamwoord ti (Mc 9,6) redigeert Lucas tot een betrekkelijk voornaamwoord ho (wat) (Lc 9,33). Lucas vervangt het werkwoord apokrinomai (antwoorden) door het werkwoord legoo (zeggen); immers, in het voorgaande werd er geen vraag gesteld.

168. reactie van vrees op de verschijning

Mt 9,6 Mc 16,5  Da. 10,9 Mt 17,6 Da 10,10 Mt 28,17 Mt 28,18 Lc 24,5 
kai (en)     kai (en) kai idou (en zie) kai (en) kai (en)  
akousantes (horende)   kai ouk ijkousa tijn foonijn lalias autou (en ik hoorde niet de klank van zijn spreken) prosijlthen (kwam dichterbij) cheira prosijgage moi (een hand kwam naar mij toe) idontes auton (hem gezien hebbende) proselthoon (naderbij gekomen zijnde  
hoi mathijtai (de leerlingen)     ho Iijsous (Jezus     ho Iijsous (Jezus)  
      kai hapsamenos autoon eipen (en aangeraakt hebbende hen zei hij)     elalijsen (zei hij)...  
epesan (vielen)   egoo ijmijn peptookoos (ik was gevallen) egerthijte (sta op) kai ijgeire me (en hij deed mij opstaan) prosekunijsan (knielden zij)    
epi prosoopon autoon (op hun aangezicht)   epi prosoopon mou (op mijn aangezicht)          
    epi tijs gijs (op de aarde)          
kai (en)     kai (en)   oi de (zij echter)    
efobijthijsan (zij werden bevreesd)     mij fobeisthe (en vreest niet   edistasan (zij twijfelden)    
sfodra (zeer)              
 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis (het lege graf): Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 //  Lc 23,56-24,12   Da 10,1-21 : Wees niet bang, Daniël  168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36   Da 10,1-21 : Wees niet bang, Daniël  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis (het lege graf): Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 //  Lc 23,56-24,12  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis (het lege graf): Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 //  Lc 23,56-24,12  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis (het lege graf): Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 //  Lc 23,56-24,12

distazoo : twijfelen, onzeker zijn

ekthambeomai (ontsteld zijn).
- Exethambèthèsan (zij waren ontsteld) . Passief aorist 3de persoon meervoud. Slechts in Mc 9,15 en Mc 16,5 .

Mc 1,44 // Mt 8,4 // Lc 5,14 Mt 8,4 // Mc 1,44 // Lc 5,14 Lc 5,14 // Mc 1,44 // Lc 5,14 Mc 3,12 // Mt 12,16 Mt 12,16 // Mc 3,12 Mc5,43 Lc 8,56 Mc 7,36 Mc 8,30
Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20 // Lc 9,18-21
Mt 16,20
Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20 // Lc 9,18-21
Lc 9,21
Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20 // Lc 9,18-21
Mc 9,9
Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36
Mc 9,9
Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36
Mc 9,9
Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36
kai (en) kai (en) kai (en) kai (en) kai (en) kai (en) ho de (hij echter) kai (en) kai (en) tote (toen) ho de (hij echter)  
    autos (hij zelf) polla (veel - met nadruk)                
legei (hij zei) legei (hij zei) parijggeilen (hij droeg op) epetima (hij berispte) epetimijsen (hij berispte) diesteilato (hij gebood) parijggeilen (hij droeg op) diesteilato (hij gebood) epetimijsen (hij berispte) epetimijsen (hij berispte) epitimijsas autois (berispende hen) parijggeilen (hij droeg op) diesteilato (hij gebood)
autooi (hem) autooi (hem) autooi (hem) autois (hen) autois (hen) autois (hen) autois (hen) autois (hen) autois (hen) tois mathijtais  (de leerlingen)   autois (hen)
          polla (veel - met nadruk)            
  ho Iijsous (Jezus)                    
      hina (opdat) hina (opdat) hina (opdat)   hina (opdat) hina (opdat) hina (opdat)   hina (opdat)
hora (zie - zorg ervoor) hora (zie - zorg ervoor)                    
          mijdeis (niemand)            
mijdeni (aan niemand) mijdeni (aan niemand) mijdeni (aan niemand)       mijdeni (aan niemand) mijdeni (aan niemand) mijdeni (aan niemand) mijdeni (aan niemand) mijdeni (aan niemand) mijdeni (aan niemand)
mijden (iets)     mij auton faneron (hem niet kenbaar mij faneron auton (hem niet kenbaar)             ha eidon wat zij gezien hebben)
eipijis (zou zeggen) eipijis (zou zeggen) eipein (te zeggen) poiijsoosin (zouden maken) poiijsoosin (zouden maken) gnoi (zou weten) eipein (te zeggen) legoosin (zouden zeggen) legoosin (zouden zeggen) eipoosin (zouden zeggen) legein (te zeggen) diijgijsontai (zouden verhalen)
          touto (dit) to gegonos (het gebeurde)   peri autou (over hem) hoti autos estin ho christos (dat hij zelf de christus is) touto (dit)  
Mc 1,40-45 // Mt 8,2-4 // Lc 5,12-16 Mc 1,40-45 // Mt 8,2-4 // Lc 5,12-16 Mc 1,40-45 // Mt 8,2-4 // Lc 5,12-16 Mc 3,7-12 // Mt 12,15-21 // (Lc 6,17-19) Mc 3,7-12 // Mt 12,15-21 // (Lc 6,17-19) volkstoeloop en genezingen Mc 5,21-43 // (Mt 9,18-26) // Lc 8,40-56 : volkstoeloop en genezingen Mc 5,21-43 // (Mt 9,18-26) // Lc 8,40-56 Mc 7,31-37 // Mt 15,29-31 Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20 // Lc 9,18-21 Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20 // Lc 9,18-21 Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20 // Lc 9,18-21 Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36

+ hora :imperatief van horaoo = zien; zie
diastelloo: opdragen, bevelen (in het woord apostel vinden we apo en stelloo : weg-zenden )
diijgeomai : uiteenzetten, vertellen
paraggelloo : opdragen (opdracht), bevelen

Mc 9,7 - Mc 9,7 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai egeneto nefelè episkiazousa autois kai egeneto fônè ek tès nefelès outos estin o uios mou o agapètos akouete autou  7 et statim circumspicientes neminem amplius viderunt nisi Iesum tantum secum  En er kwam een wolk die hen overschaduwde, en er kwam een stem uit de wolk : "Deze is mijn geliefde zoon." Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: "Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem."  [7] Er kwam een wolk die hen overdekte, en er klonk een stem uit de wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’   [7] Toen viel de schaduw van een wolk over hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem!’  7 En het geschiedt dat een wolk hen overschaduwt, en er geschiedt een stem uit de wolk: hij is mijn beminde zoon, hoort naar hem!    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,7 . Het vers Mc 9,7 telt 21 (3 X 7) woorden en 103 letters . De getalwaarde van Mc 9,7 is 12103 (7 X 7 X 13 X 19) .

Mc 9,7.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (555 / 666) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,7.2. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mc (17) . Mc 9 (3) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,26 .

Mc 9,7.3. nom. vr. enk. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in Mc : nefelè (nevel, wolk) . Mc (1) : Mc 9,7 . In Mc 9 nog gen. vr. enk. nefelès : Mc 9,7 . Een vorm van nefelè (nevel, wolk) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 9,7 . (2) Mc 13,26 . (3) Mc 14,62 .

Mc 9,7.5. voornaamw. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,19 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 9,31 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 9,36 .

Mc 9,7.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,7.7. ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mc 9 (3) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,26 .

Mc 9,7.8. fônè (stem, roep) . Taalgebruik in het N.T. : fônè (stem, roep) . Taalgebruik in Mc : fônè (stem, roep) . Hebr. p´ (mond) . Verwant met Gr. fô-nè (Lat vo-x = stem , vo-care = roepen) , fè-mi = spreken . Lat for - fari . Verwant met de indogerm. stam bha . Cfr. tele-foon .
Ook verwantschap tussen Hebr. pânîm (aangezicht) en fainô = schijnen . Lat. facies . E. face . Ned. aangezicht , aanschijn .
- zelfstandig naamwoord vrouwelijk nominatief of datief enkelvoud fônè of fônèi = stem, roep . Mc (6) : (1) Mc 1,3 (nom.) . (2) Mc 1,11 (nom.) . (3) Mc 1,26 (dat.) . (4) Mc 5,7 (dat.) . (5) Mc 9,7 (nom.) . (6) Mc 15,34 (dat.) .

Mc 9,7.6. - 9. kai egeneto fônè ek (en er kwam een stem uit) . Mc (2) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 9,7 . Initiatieverhaal en transfiguratieverhaal vertonen veel gelijkenissen .

10. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (5) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,20 . (4) Mc 9,27 . (5) Mc 9,30 .

Mc 9,7.11. gen. vr. enk. nefelès (nevel, wolk) van het zelfst. naamw. nefelè . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in Mc : nefelè (nevel, wolk) . Mc (1) : Mc 9,7 . In Mc 9 nog nom. vr. enk. nefelè : Mc 9,7 .

Mc 9,7.12. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .
In het intiatieverhaal is de stem gericht naar Jezus zelf (Mc 1,11) : su ei = jij bent . In het transfiguratieverhaal is de stem gericht op toehoorders , vandaar : houtos estin = deze is . Er zit dus evolutie in het Mcverhaal . Het belijdenisverhaal van de centurio sluit aan op het transfiguratieverhaal : houtos ho anthrôpos ... èn = deze mens was . In Mc 15,39 valt op de aanwezigheid van ho anthrôpos = deze mens en de verleden tijd van het werkw. nl. èn = hij was .

13. act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (69) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,21. (5) Mc 9,39 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,42 . (8) Mc 9,43 . (9) Mc 9,45 . (10) Mc 9,47 .  

14. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

15. nom. mann. enk. huios van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het N.T. : huios (zoon) . Taalgebruik in Mc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Mc (19) . Mc 9 : (1) Mc 9,7 . (2) Mc 9,9 ** . (3) Mc 9,31 ** . (** een vorm van ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) .

Mc 9,7.14. - 16. ho huios mou (mijn zoon) . Mc (2) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 9,7 .

17. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

20. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 9 (9) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,27 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,8 - Mc 9,8 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai exapina periblepsamenoi ouketi oudena eidon alla ton ihsoun monon meq eautwn  8 et descendentibus illis de monte praecepit illis ne cui quae vidissent narrarent nisi cum Filius hominis a mortuis resurrexerit    Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus.  [8] Toen ze rondkeken, zagen ze ineens niemand meer, alleen Jezus was bij hen.  [8] Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond.  8 Maar als zij om zich heen kijken zien zij ineens niemand meer dan alleen Jezus bij hen.   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,8 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

3. part. aor. nom. mann. mv. periblepsamenoi  (rondgekeken) van het werkw. periblepô (rondkijken) . Taalgebruik in het N.T. : periblepô (rondkijken) . Taalgebruik in Mc : periblepô (rondkijken) .
Mc (1) : Mc 9,8 . . Een vorm van periblepô (rondkijken) in 6 verzen in Mc : (1) Mc 3,5 . (2) Mc 3,34 . (3) Mc 5,32 . (4) Mc 9,8 .  (5) Mc 10,23 . (6) Mc 11,11 .

8. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,9 - Mc 9,9 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai katabainontwn autwn ek tou orouV diesteilato autois hina mèdeni ha eidon diègèsôntai ei mh otan o uioV tou anqrwpou ek nekrwn anasth  9 et verbum continuerunt apud se conquirentes quid esset cum a mortuis resurrexerit    Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.   [9] Terwijl ze van de berg afdaalden, bezwoer Hij hun niemand* te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.  [9] Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.   9 Terwijl zij uit het bergland afdalen gebiedt hij hun om aan niemand te vertellen wat zij hebben gezien, ‘behalve wanneer de mensenzoon uit de doden zal opstaan’.   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,9 . Dit vers Mc 9,9 telt 23 woorden , 49 (7 X 7) lettergrepen en 113 letters . De getalwaarde van Mc 9,9 is 13738 (2 X 6869) .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 9 .
Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

3. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

5. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 9 (7) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,9 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,17 . (5) Mc 9,24 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,47 .

7. mediaal aor. 3de pers. enk. diesteilato (hij beval) van het werkwoord diastellomai (bevelen) . Taalgebruik in het N.T. : diastellomai (bevelen) . Taalgebruik in Mc : diastellomai (bevelen) . diastellô (uiteenhalen, uiteen-stellen, uiteen-zetten, scheiden, bepalen) .
Mc (3)  : (1) Mc 5,43 . (2) Mc 7,36 . (3) Mc 9,9 . Het is de 3de en laatste maal dat de aor. van diastellomai (bevelen) wordt gebruikt en de 5de en laatste maal een vorm van dat werkwoord . mediaal imperf. 3de pers. enk diestelleto (hij beval) : (1) Mc 7,36 . (2) Mc 8,15 .

8. pers. voornaamw. dat. mann. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 9 (10) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,19 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 9,31 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 9,36 . Het spreekverbod betreft de leerlingen Petrtus, Jakobus en Johannes , die het gebeuren op de berg hebben meegemaakt .

9. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voorzetsel van doel .
Mc (59) . Mc 9 (5) : (1) Mc 9,9 . (2) Mc 9,12 . (3) Mc 9,18 . (4) Mc 9,22 . (5) Mc 9,30 .

1. 7. - 9. kai (...) diesteilato autois hina (en hij beval hen opdat) . Mc (3)  : (1) Mc 5,43 . (2) Mc 7,36 . (3) Mc 9,9 . Het betreft telkens een spreekverbod .

10. onbepaald voornaamw. mèdeni (aan niemand) van het onbepaald voornaamw. mèdeis (niemand) . Taalgebruik in N.T. : mèdeis (niemand) . Taalgebruik in Mc : mèdeis (niemand) . mè-d-eis : niet één , niet iemand .
Mc (4) : (1) Mc 1,44 . (2) Mc 7,36 . (3) Mc 8,30 . (4) Mc 9,9 .

9. - 10. hina mèdeni (opdat aan niemand) . Mc (3) : (1) Mc 7,36 . (2) Mc 8,30 . (3) Mc 9,9 . Dus niet : Mc 1,44 .

7. - 13.
- Mc 1,44 : kai legei autô(i) hora mèdeni mèden eipè(i)s (en hij zegt hem , zie , dat gij aan niemand niets zegt) . Zwijggebod na de negezing van de lamme op een eenzame plaats .
- Mc 7,36 : kai diesteilato autois hina mèdeni legôsin (en hij beval hen dat zij aan niemand zouden zeggen) . Het zwijggegbod na de genezing van een doofstomme .
- Mc 8,30 : kai epetimèsen autois hina mèdeni legôsin (en hij droeg hen op dat zij aan niemand zouden zeggen) . Het zwijggebod na de genezing van een blinde .
- Mc 9,9 : diesteilato autois hina mèdeni ha eidon diègèsôntai (en hij beval hen dat zij aan niemand zouden verhalen wat zij hadden gezien) . Het zwijggebod na de verheerlijking op de berg .
STAP VOOR STAP !

14. act. ind. pr. 2de pers. enk. van het werkw. eimi (zijn) (A) en ei (indien, of) : voegwoord van voorwaarde (B) . Taalgebruik in het N.T. : ei . Taalgebruik in Mc : ei . Mc (42) . Mc 9 (6) : (1) Mc 9,9 . (2) Mc 9,22 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,29 . (5) Mc 9,35 . (6) Mc 9,42 .  

17. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

18. nom. mann. enk. huios van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het N.T. : huios (zoon) . Taalgebruik in Mc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Mc (19) . Mc 9 : (1) Mc 9,7 . (2) Mc 9,9 ** . (3) Mc 9,31 ** . (** een vorm van ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) .

19. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 9 (7) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,9 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,17 . (5) Mc 9,24 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,47 .

20. gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (15) : (1) Mc 2,10 ** . (2) Mc 2,28 **.   (3) Mc 5,8 .   (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,20 .  (6) Mc 8,31** .  (7) Mc 8,38 ** . (8) Mc 9,9 ** . (9) Mc 9,12 **. (10) Mc 9,31 ** .  (11) Mc 10,33 ** . (12) Mc 10,45 ** .   (13) Mc 13,26 **.  (14) Mc 14,21 **. (15) Mc 14,41 **.

Mc 9,10 - Mc 9,10 -- Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,2 - Mc 9,3 - Mc 9,4 - Mc 9,5 - Mc 9,6 - Mc 9,7 - Mc 9,8 - Mc 9,9 - Mc 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 2de (tweede) zondag in de veertigdagentijd B + gedaanteverandering van de Heer Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai ton logon ekratèsan pros eautous suzhtountes ti estin to ek nekrwn anastènai  10 et interrogabant eum dicentes quid ergo dicunt Pharisaei et scribae quia Heliam oporteat venire primum     Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.   [10] Dit woord grepen ze aan om onder elkaar te bespreken waarop dat ‘uit de doden opstaan’ sloeg.   [10] Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.   10 Dat woord houden zij bij zich en zoeken er samen naar wat het is, dat ‘uit de doden opstaan’.    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,10 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

2. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

9. act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (69) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,21. (5) Mc 9,39 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,42 . (8) Mc 9,43 . (9) Mc 9,45 . (10) Mc 9,47 .  

10. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (9) : (1) Mc 9,10 . (2) Mc 9,20 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,29 . (6) Mc 9,32 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 9,48 . (9) Mc 9,50 .

13. act. inf. aor. anastènai (opstaan) van het werkw. anistèmi (opstaan) . Taalgebruik in het N.T. : anistèmi (opstaan) . Taalgebruik in Mc : anistèmi (opstaan) .
Mc (2) : (1) Mc 8,31 .  (2) Mc 9,10 .

169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 - Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 -- Mc 9,11 - Mc 9,12 - Mc 9,13 -

Mc 9,11 Mc 9,12 Mc 9,13 Mt 17,10 Mt 17,11 Mt 17,12        
kai (en) ho de (hij echter) alla (maar)              
epijrootoon (zij vroegen) efij (zei) legoo (ik zeg)              
auton (hem) autois (hen) humin (u)              
                   
legontes (zeggende)                  
hoti (dat)                  
legousin (zeggen)                  
hoi grammateis (de schriftgeleerden)                  
hoti (dat)   hoti (dat)              

Ijlian (Elia)

Hijlias (Elia)

Ijlian (Elia)

             
  men (echter) kai (al, reeds)              
dei (moet)                  
elthein (komen) elthoon (gekomen zijnde) elijluthen (is gekomen)              
prooton (eerst)  prooton (eerst)                
)  apokathistanei panta (herstelt alles)                
 169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 // Mt 17,10-13  169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 // Mt 17,10-13  169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 // Mt 17,10-13              

 

Mc 9,11 - Mc 9,11 : 169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 - Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 -- Mc 9,11 - Mc 9,12 - Mc 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai epèrôtôn auton legontes, Hoti legousin hoi grammateis hoti Hèlian dei elthein prôton; et interrogabant eum dicentes quid ergo dicunt Pharisaei et scribae quia Heliam oporteat venire primum En ze ondervroegen hem, zeggend: "Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?"  Aan Jezus stelden zij de vraag: "Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat eerst Elias moet komen?   En zij stelden Hem de vraag: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?’   Ze vroegen hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?’   Ze stellen hem de vraag en zeggen: de schriftgeleerden zeggen toch dat eerst Elia moet komen?    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,11 .

2. epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) . Taalgebruik : epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) , zie Mc 7,17 . Het werkwoord eperôtaô (epi - erôtaô) : 'op'-vragen, 'onder'-vragen (inter-roger : ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Actief indicatief imperfectum derde persoon meervoud . In dertien verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . Mc (6) . Lc (4) . In zes verzen bij Mc : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 9,11 . (3) Mc 9,28 . (4) Mc 10,2 . (5) Mc 10,10 . (6) Mc 12,18 . De leerlingen vroegen : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 9,11 . (3) Mc 9,28 . (4) Mc 10,10 . De Farizeeën : (1) Mc 10,2 . De Sadduceeën : (1) Mc 12,18 .

leerlingen van Jezus de Farizeeën en de schriftgeleerden 1. de leerlingen van Jezus 2. drie leerlingen van Jezus 3. de leerlingen van Jezus de Farizeeën 4. de leerlingen van Jezus Sadduceeën
Mc 4,10 Mc 7,5 Mc 7,17 Mc 9,11 Mc 9,28 Mc 10,2 Mc 10,10 Mc 12,18
Kai hote (en toen) kai (en) Kai (en) hote (toen) (En nadat) kai (en) Kai (en) kai (en) Kai (en) kai (en)
egeneto (hij was)   eisèlthen (hij binnenging) (hij was gegaan)   eiselthontos autou (na de thuiskomst van Jezus) proselthontes Farisaioi (de Farizeeën naderbijgekomen)   erchontai Saddukaioi pros auton (en Sadduceeën kwamen naderbij hem)...
kata monas (alleen)   eis oikon (naar - in huis) apo tou ochlou (weg van de menigte) (vragen van de 3 leerlingen, bij het afdalen van de berg van de verheerlijking) eis oikian (naar huis)   eis tèn oikian (thuis) palin (opnieuw)  
        hoi mathètai autou (zijn leerlingen) kat'idian (onder elkaar - afgezonderd)   hoi mathètai (de leerlingen)  
èrôtôn (vroegen) eperôtôsin (en zij ondervragen epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) peri toutou (hierover) epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) kai (en) epèrôtôn (zij 'onder'vroegen)
auton (hem) auton (hem) auton (hem)  auton (hem)  auton (hem)  auton (hem)  auton (hem)  auton (hem) 
hoi peri auton sun tois dôdeka (die rond hem met de twaalf) hoi Farisaioi kai hoi grammateis "zij" = de Farizeeën en de schriftgeleerden hoi mathètai autou ( zijn leerlingen) legontes (zeggende)        
tas parabolas (de parabels)   tèn parabolèn (de parabel)          
127. Waarom Jezus in gelijkenissen spreekt : Mc 4,10-12 - Mt 13,10-15 - Lc 8,9-10 154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 - 169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 -
 170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a - 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 - 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis : Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38

5. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 9 (9) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,11 . (3) Mc 9,13 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,26 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 9,38 . (9) Mc 9,41 .

7. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (4) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,28 . (3) Mc 9,32 . (4) Mc 9,34 .

8. nom. + voc. + acc. mann. mv. grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw. grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in het N.T. : grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in Mc : grammateus (schriftgeleerde) .
Mc (11) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 2,16 . (3) Mc 3,22 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 9,11 . (6) Mc 9,14 . (7) Mc 11,18 . (8) Mc 11,27 . (9) Mc 12,35 . (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,53 .

10. acc. mann. enk. èlian van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (3) : (1) Mc 8,28 . (2) Mc 9,11 .  (3) Mc 15,35 .

 

Mc 9,12 - Mc 9,12 : 169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 - Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 -- Mc 9,11 - Mc 9,12 - Mc 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:12 o de efè autois èlias men elthôn prôton apokathistanei panta kai pôs gegraptai epi ton Uion tou Anthrôpou ina polla pathèi kai exoudenèthèi .  11 qui respondens ait illis Helias cum venerit primo restituet omnia et quomodo scriptum est in Filium hominis ut multa patiatur et contemnatur      [12] Hij zei hun: ‘Elia komt eerst en herstelt alles. Maar hoe kan over de Mensenzoon geschreven staan dat Hij veel lijden moet en miskend moet worden?   [12] Hij antwoordde: ‘Elia komt inderdaad eerst en herstelt alles, maar over de Mensenzoon staat toch geschreven dat hij veel moet lijden en met verachting behandeld zal worden?  12 Maar hij brengt uit: ja, Elia komt eerst om alles weer op te richten,– en hoe staat geschreven over de mensenzoon?– dat hij veel moet lijden en als niets geacht zal worden!–    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,12 .

1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 9 (10) : (1) Mc 9,12 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,23 . (5) Mc 9,25 . (6) Mc 9,27 . (7) Mc 9,32 . (8) Mc 9,34 . (9) Mc 9,39 . (10) Mc 9,50 .

4. pers. voornaamw. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (117) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,19 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 9,31 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 9,36 .

1. - 4. ho de ... eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (5) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 7,6 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 10,3 . (5) Mc 14,20 . Sommige lezingen : efè in plaats van eipen (hij zei) .

5. nom. mann. enk. èlias van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (5) : (1) Mc 6,15 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,13 . (5) Mc 15,36 .  

12. pôs (hoe) . Taalgebruik in het N.T. : pôs (hoe) . Taalgebruik in Mc : pôs (hoe) . Vragend of onbepaald voornaamw. van wijze .
Mc (14) . Mc 9 (1) : Mc 9,12 .

15. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

17. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 9 (7) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,9 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,17 . (5) Mc 9,24 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,47 .

18. gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (15) : (1) Mc 2,10 ** . (2) Mc 2,28 **.   (3) Mc 5,8 .   (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,20 .  (6) Mc 8,31** .  (7) Mc 8,38 ** . (8) Mc 9,9 ** . (9) Mc 9,12 **. (10) Mc 9,31 ** .  (11) Mc 10,33 ** . (12) Mc 10,45 ** .   (13) Mc 13,26 **.  (14) Mc 14,21 **. (15) Mc 14,41 **.

19. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . Mc (5) : (1) Mc 9,9 . (2) Mc 9,12 . (3) Mc 9,18 . (4) Mc 9,22 . (5) Mc 9,30 .

Mc 9,13 - Mc 9,13 : 169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 - Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 -- Mc 9,11 - Mc 9,12 - Mc 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:13 alla legô umin oti kai èlias elèluthen kai epoièsan autôi osa èthelon kathôs gegraptai ep auton   12 sed dico vobis quia et Helias venit et fecerunt illi quaecumque voluerunt sicut scriptum est de eo      [13] Ik zeg jullie: niet alleen is Elia* al gekomen, ze hebben bovendien met hem gedaan wat ze wilden, zoals over hem geschreven staat.’  [13] Ik zeg jullie: Elia is al gekomen, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden, zoals over hem geschreven staat.’
 
13 Maar ik zeg u dat én Elia is gekomen én ze met hem hebben gedaan al wat ze wilden, zoals over hem geschreven staat!    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,13 .

4. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 9 (9) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,11 . (3) Mc 9,13 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,26 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 9,38 . (9) Mc 9,41 .

6. nom. mann. enk. èlias van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (5) : (1) Mc 6,15 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,13 . (5) Mc 15,36 .

16. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .  

170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -

Mc 9,14 - Mc 9,14 -170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:14 kai elthontes pros tous mathètas eidon ochlon polun peri autous kai grammateis suzètountas pros autous 13 et veniens ad discipulos suos vidit turbam magnam circa eos et scribas conquirentes cum illis     [14] Toen ze bij de leerlingen kwamen, zagen ze veel mensen om hen heen, onder wie schriftgeleerden, die met hen discussieerden. [14] Toen ze terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiëren waren. 14 ¶ Als zij bij de leerlingen aankomen zien ze een grote schare om hen heen en schriftgeleerden met hen in een twistgesprek. 1   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,14 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

4. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (6) : (1) Mc 9,14 . (2) Mc 9,18 . (3) Mc 9,26 . (4) Mc 9,31 . (5) Mc 9,35 . (6) Mc 9,45 .

5. acc. mann. mv. mathètas (leerlingen) . van het zelfst. naamw. mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (7) : (1) Mc 6,45 .   (2) Mc 8,1 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 8,33 . (5) Mc 9,14 . (6) Mc 9,31 .   (7) Mc 12,43 .

10. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (40) . Mc (4) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,14 . (3) Mc 9,16 . (4) Mc 9,33 .

11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

12. nom. + voc. + acc. mann. mv. grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw. grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in het N.T. : grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in Mc : grammateus (schriftgeleerde) . Mc (11) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 2,16 . (3) Mc 3,22 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 9,11 . (6) Mc 9,14 . (7) Mc 11,18 . (8) Mc 11,27 . (9) Mc 12,35 . (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,53 .

Mc 9,15 - Mc 9,15 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai euthus pas ho ochlos idontes auton exethambèthèsan kai prostrechontes èspazonto auton et confestim omnis populus videns eum stupefactus est et adcurrentes salutabant eum En terstond toen de hele volksmenigte hem zag, waren ze ontsteld en ze liepen (op hem) toe (en) groetten hem.   Zodra al die mensen Hem opmerkten, waren ze verrast en liepen Hem tegemoet om Hem te begroeten.   Meteen toen al die menMc 9,15en Hem zagen, raakten ze uit hun doen, vlogen op Hem af en begroetten Hem.   De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen, en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten.   En heel de schare, als ze hem zien hollen ze verrast naar hem toe; zo hebben ze hem begroet.  

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,15 . Het vers Mc 9,15 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 67 letters. De getalwaarde van Mc 9,15 is 8321 (53 X 157) .

Mc 9,15.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,15.3. nom. mann. enk. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Mc (5) . In vier verzen wordt het als bijvoeglijk naamwoord bij ho ochlos (de menigte) gebruikt : nl. (1) Mc 2,13 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 11,18 . Eénmaal wordt het zelfstandig gebruikt nl. Mc 9,49 .

Mc 9,15.4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

Mc 9,15.5. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk . Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 12,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .

Mc 9,15.3. - 5. pas ho ochlos (de hele menigte) . Mc (4) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 11,18 . In (1) Mc 2,13 en (2) Mc 4,1 stroomt de menigte samen en onderricht Jezus het volk . In Mc 9,15 is de menigte met verbazing geslagen bij het zien van Jezus .

Mc 9,15.7. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

8. thambeomai (verbijsterd, ontsteld zijn, met ontzetting geslagen worden) . Taalgebruik : thambeomai (verbaasd, ontsteld zijn, met ontzetting geslagen zijn) , zie Mc 9,15 . (1) Mc 1,27 (ethambèthèsan (zij waren verbaasd) . (2) Mc 9,15 (exethambèthèsan (zij waren met ontzetting geslagen) . (3) Mc 10,24 (ethambounto (zij waren verbaasd)) . (4) Mc 10,32 (ethambounto (zij waren verbaasd) . (5) Mc 14,33 (ekthambeisthai (met ontzetting geslagen zijn) . (6) Mc 16,5 (exethambèthèsan (zij waren met ontzetting geslagen) . (7) Mc 16,6 (Ekthambeisthe (wees met ontzetting geslagen) . Dit werkwoord en vormen ervan komen blijkbaar enkel in het Marcusevangelie voor. Met ont- probeer ik het Griekse voorzetsel ek- weer te geven: ont-steld, ont-zetting. Het is een reactie op wat mensen meemaken. Men is uit zijn lood geslagen.
- exethambèthèsan (zij waren met ontzetting geslagen) . Passief aorist derde persoon meervoud . Het komt in twee verzen in de bijbel voor : Mc 9,15 en Mc 16,5 .
--- ekthambeisthai (met ontzetting geslagen zijn) . Passief infinitief praesens. Slechts in Mc 14,33 .
--- Ekthambeisthe (wees met ontzetting geslagen) . Imperatief praesens tweede persoon meervoud . Slechts in Mc 16,6 .
--- ethambèthèsan (zij waren verbaasd) . Passief aorist derde persoon meervoud . In de bijbel komt het slechts in Mc 1,27 .
--- ethambounto (zij waren verbaasd) . Passief imperfectum derde persoon meervoud. In de bijbel slechts in Mc 10,24 en Mc 10,32 .
- thambos : verstomming, verbazing, ontzetting, vrees ( Lc 4,36) . In zes verzen in de bijbel . In vier verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. .

Mc 9,15.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,15.10. act. part. praes. nom. mann. mv. postrechontes (rennende naar) van het werkw. prostrechô (snellopen naar, hollen naar) . Taalgebruik in het N.T. : prostrechô (snellopen naar, hollen naar) . Taalgebruik in Mc : prostrechô (snellopen naar, hollen naar) . L. adcurrere . F. accourir . N. koersen , rennen . E. to run .
Mc (1) : Mc 9,15 . Nog een vorm in Mc : prosdramôn (gerend naar) in Mc 10,17 . Na de terugkeer van Jezus van de berg van de verheerlijking loopt een menigte naar Jezus (Mc 9,15) . In Mc 10,17 rent iemand naar Jezus .

Mc 9,15.11. ind. imperf. 3de pers. mv. èspazonto (zij begroetten) van het werkw. aspazomai (verwelkomen, begroeten) . Taalgebruik in het N.T. : aspazomai (verwelkomen, begroeten) . Taalgebruik in Mc : aspazomai (verwelkomen, begroeten) .
Mc (1) Mc 9,15 . Een vorm van aspazomai (verwelkomen, begroeten) in Mc in 2 verzen : (1) Mc 9,15 . (1) Mc 15,18 .

Mc 9,15.12. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

Mc 9,16 - Mc 9,16 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:16 kai epèrôtèsen autous ti suzèteite pros autous   15 et interrogavit eos quid inter vos conquiritis      [16] Hij vroeg hun: ‘Wat discussieert u toch met hen?’  . [16] Hij vroeg hun: ‘Waarover zijn jullie met hen aan het discussiëren?’   16 En hij stelt hen de vraag: waarover zijt ge met hen in twistgesprek?   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,16 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

3. pers. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (40) . Mc (4) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,14 . (3) Mc 9,16 . (4) Mc 9,33 .

6. - 7. pros autous (naar hen) . Mc (5) : (1) Mc 6,48 . (2) Mc 6,51 . (3) Mc 9,16 . (4) Mc 12,4 . (5) Mc 12,12 .

Mc 9,17 - Mc 9,17 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:17 kai apekrithè autôi eis ek tou ochlou Didaskale ènegka ton uion mou pros se echonta pneuma alalon  16 et respondens unus de turba dixit magister adtuli filium meum ad te habentem spiritum mutum      [17] Iemand uit de menigte gaf Hem ten antwoord: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U meegenomen, omdat hij in de greep is van een stomme geest.   [17] Iemand uit de menigte antwoordde: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar u gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten;  17 Eén uit de schare antwoordt hem: leermeester, ik bracht mijn zoon naar u toe die een geest heeft die maakt dat hij niet praat;    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,17 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

2. ind. aor. 3de pers. enk. apekrithè (hij antwoordde) van het werkw. apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai (antwoorden) .
Mc (7) : (1) Mc 7,28 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 12,28 . (4) Mc 12,29 . (5) Mc 12,34 . (6) Mc 15,5 . (7) Mc 15,9 . Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Mc in 30 verzen .

Mc 9,17.4. onbepaald voornaamw. nom. mann. enk. heis (een) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Onbepoaald voornaamwoord .
Mc 9 (11) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 9,22 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,28 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,33 . (8) Mc 9,42 . (9) Mc 9,43 . (10) Mc 9,45 . (11) Mc 9,47 .

Mc 9,17.6. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 9 (7) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,9 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,17 . (5) Mc 9,24 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,47 .

Mc 9,17.7. gen. mann. enk. ochlou  (menigte) van het zelfst. naamw. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) .
Mc (5) : (1) Mc 7,17 . (2) Mc 7,33 .  (3) Mc 8,1 . (4) Mc 9,17 .  (5) Mc 10,46 .

Mc 9,17.8. voc. mann. enk. didaskale (leermeester) van het zelfst. naamw. didaskalos (leraar , leermeester) . Taalgebruik in het N.T. : didaskalos (leraar , leermeester) . Taalgebruik in Mc : didaskalos (leraar , leermeester) .
Mc (10) : (1) Mc 4,38 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 9,38 . (4) Mc 10,17 . (5) Mc 10,20 . (6) Mc 10,35 . (7) Mc 12,14 . (8) Mc 12,19 . (9) Mc 12,32 . (10) Mc 13,1 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,17.14. pers. voornaamw. acc. enk. se (jou) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (4) : (1) Mc 9,17 . (2) Mc 9,43 . (3) Mc 9,45 . (4) Mc 9,47 .

Mc 9,17.16. nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 .

Mc 9,18 - Mc 9,18 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:18 kai opou ean auton katalabèi rèssei auton kai afrizei kai trizei tous odontas kai xèrainetai kai eipa tois mathètais sou ina auto ekbalôsin kai ouk ischusan  17 qui ubicumque eum adprehenderit adlidit eum et spumat et stridet dentibus et arescit et dixi discipulis tuis ut eicerent illum et non potuerunt         [18] Wanneer hij hem aangrijpt, knijpt hij hem de keel dicht, en dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met de tanden en wordt hij helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen hem uit te drijven, maar ze waren er niet toe in staat.’  [18] steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.’   18 wanneer die hem aangrijpt, waar dan ook, verscheurt hij hem, en híj schuimbekt en knarst met zijn tanden en verstijft; ik zei tot uw leerlingen dat ze hem moesten uitwerpen, en ze konden het niet!    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,18 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

3. ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean (indien) . Taalgebruik in Mc : ean (indien) .
Mc (32) . Mc 9 (5) : (1) Mc 9,18 . (2) Mc 9,43 . (3) Mc 9,45 . (4) Mc 9,47 . (5) Mc 9,50 .

4. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

7. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

12. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (6) : (1) Mc 9,14 . (2) Mc 9,18 . (3) Mc 9,26 . (4) Mc 9,31 . (5) Mc 9,35 . (6) Mc 9,45 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

20. pers. voornaamw. 2de pers. gen. enk. sou (van jou) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (27) . Mc 9 (5) : (1) Mc 9,18 . (2) Mc 9,38 . (3) Mc 9,43 . (4) Mc 9,45 . (5) Mc 9,47 .

21. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . Mc (5) : (1) Mc 9,9 . (2) Mc 9,12 . (3) Mc 9,18 . (4) Mc 9,22 . (5) Mc 9,30 .

24. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

25. ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) .
Mc 9 (11) : ou (niet) in Mc 9 (5) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,3 . (3) Mc 9,6 . (4) Mc 9,41 . (5) Mc 9,48 . ouk (niet) in Mc 9 (6) : (1) Mc 9,18 . (2) Mc 9,28 . (3) Mc 9,30 . (4) Mc 9,37 . (5) Mc 9,38 . (6) Mc 9,40 .

Mc 9,19 - Mc 9,19 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:19 o de apokritheis autois legei ô genea apistos eôs pote pros umas esomai eôs pote anexomai umôn ferete auton pros me  18 qui respondens eis dicit o generatio incredula quamdiu apud vos ero quamdiu vos patiar adferte illum ad me      [19] Hij antwoordde hun: ‘Ongelovig slag mensen! Hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’  [19] Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’  19 Ten antwoord zegt hij tot hen: o geslacht zonder geloof, tot wanneer moet ik bij u zijn, tot wanneer moet ik u verdragen?– brengt hem bij mij!   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,19 .

1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 9 (10) : (1) Mc 9,12 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,23 . (5) Mc 9,25 . (6) Mc 9,27 . (7) Mc 9,32 . (8) Mc 9,34 . (9) Mc 9,39 . (10) Mc 9,50 .

4. pers. voornaamw. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (117) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,19 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 9,31 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 9,36 .

5. actief indicatief praesens derde persoon enkelvoud legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 9 (3) : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,35 .

10. pote (wanneer, soms)  . Taalgebruik in het N.T. : pote (wanneer, soms) . Taalgebruik in Mc : pote (wanneer, soms) .
Mc (99 + 3 = 102) .In vier verzen bij Marcus : (1) Mc 9,19 . (2) Mc 13,4 . (3) Mc 13,33 . (4) Mc 13,35 .
- Mc 9,19 .
- Mc 13,4 : eipon hèmin pote tauta estai (zeg ons wanneer dat zal zijn) .
- Mc 13,33 : ouk oidate gar pote ho kairos estin (want je weet niet wanneer het moment is) .
- Mc 13,35 : ouk oidate gar pote ho kurios tès oikias erchetai (want je weet niet wanneer de heer van het huis komt) .

12. persoonl. voornaamw. acc. mv. humas (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Brieven : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) . (2) Mc 1,17 .(3) Mc 6,11 . (4) Mc 9,19 . (5) Mc 9,41 . (6): Mc 11,29 . (7) Mc 13,5 . (8) Mc 13,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,36 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,49 . (13) Mc 16,7 .

15. pote (wanneer, soms)  . Taalgebruik in het N.T. : pote (wanneer, soms) . Taalgebruik in Mc : pote (wanneer, soms) .
Mc (99 + 3 = 102) .In vier verzen bij Marcus : (1) Mc 9,19 . (2) Mc 13,4 . (3) Mc 13,33 . (4) Mc 13,35 .
- Mc 9,19 .
- Mc 13,4 : eipon hèmin pote tauta estai (zeg ons wanneer dat zal zijn) .
- Mc 13,33 : ouk oidate gar pote ho kairos estin (want je weet niet wanneer het moment is) .
- Mc 13,35 : ouk oidate gar pote ho kurios tès oikias erchetai (want je weet niet wanneer de heer van het huis komt) .

19. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

Mc 9,20 - Mc 9,20 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:20 kai ènegkan auton pros auton kai idôn auton to pneuma euthus sunesparaxen auton kai pesôn epi tès gès ekulieto afrizôn  19 et adtulerunt eum et cum vidisset illum statim spiritus conturbavit eum et elisus in terram volutabatur spumans      20] En ze brachten hem naar Hem toe. Zodra de geest Hem zag, liet hij hem stuiptrekken. Hij viel op de grond en rolde heen en weer met het schuim op zijn mond.  [20] Ze brachten de jongen bij hem. Toen de geest hem zag, deed hij de jongen meteen stuiptrekken, en met het schuim op de lippen viel hij op de grond en rolde heen en weer.  20 Zij brengen hem bij hem. Meteen als de geest hem ziet laat hij hem stuiptrekken; hij valt ter aarde en rolt schuimbekkend heen en weer.   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,20 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,20.3. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

Mc 9,20.4. - 5. pros auton (naar hem, bij hem) . Naar Jezus . Mc (14) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 1,45 . (4) Mc 2,3 . (5) Mc 2,13 . (6) Mc 3,8 . (7) Mc 3,13 . (8) Mc 3,31 . (9) Mc 4,1 . (10) Mc 7,1 . (11) Mc 9,20 . (12) Mc 10,1 . (13) Mc 12,13 . (14) Mc 12,18 .

Mc 9,20.5. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,20.7. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .

Mc 9,20.8. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

Mc 9,20.9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (9) : (1) Mc 9,10 . (2) Mc 9,20 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,29 . (6) Mc 9,32 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 9,48 . (9) Mc 9,50 .

Mc 9,20.10. nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 .

Mc 9,20.13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,20.17. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (5) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,20 . (4) Mc 9,27 . (5) Mc 9,30 .

Mc 9,21 - Mc 9,21 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:21 kai epèrôtèsen ton Patera autou posos chronos estin ôs touto gegonen autôi o de eipen ek paidiothen  20 et interrogavit patrem eius quantum temporis est ex quo hoc ei accidit at ille ait ab infantia      [21] Jezus vroeg zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij dat al?’ Hij zei: ‘Van kindsbeen af.   [21] Jezus vroeg aan zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij hier al last van?’ Hij antwoordde: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd,  21 Hij vraagt aan zijn vader: hoe lange tijd is het al dat hij dit gekregen heeft? En hij zegt: van kind af!,   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,21 .

Mc 9,21.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) .Mc 9 (5) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,8 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,12 . (5) Mc 9,17 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,37 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,21.4. acc. mann. enk. patera (vader) van het zelfst. naamw. patèr (vader) . Taalgebruik in het N.T. : patèr (vader) . Taalgebruik in Mc : patèr (vader) .
Mc (8) . (1) Mc 1,20 . (2) Mc 5,40 . (3) Mc 7,10. (4) Mc 9,21 .  (5) Mc 10,7 . (6) Mc 10,19 . (7) Mc 10,29 . (8) Mc 15,21 . Een vorm van patèr (enk. , vader) in Mc in 17 verzen .

Mc 9,21.5. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 9 (9) : (1) Mc 9,3 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,27 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 9,41 . (9) Mc 9,42 .

Mc 9,21.8. act. ind. praes. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (69) . Mc 9 (10) : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,21. (5) Mc 9,39 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,42 . (8) Mc 9,43 . (9) Mc 9,45 . (10) Mc 9,47 .  

Mc 9,21.13. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

Mc 9,21.14. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 9 (10) : (1) Mc 9,12 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,23 . (5) Mc 9,25 . (6) Mc 9,27 . (7) Mc 9,32 . (8) Mc 9,34 . (9) Mc 9,39 . (10) Mc 9,50 .

Mc 9,21.15. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (56) . Mc 9 (5) : (1) Mc 9,21 . (2) Mc 9,23 . (3) Mc 9,29 . (4) Mc 9,36 . (5) Mc 9,39 .

Mc 9,22 - Mc 9,22 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:22 kai pollakis kai eis pur auton ebalen kai eis udata ina apolesèi auton all ei ti dunèi boèthèson èmin splagchnistheis ef èmas  21 et frequenter eum et in ignem et in aquas misit ut eum perderet sed si quid potes adiuva nos misertus nostri      [22] Hij heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid om hem te doden. Maar als U enigszins kunt, wees met ons begaan, kom ons te hulp.’  [22] en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’  22 en dikwijls ook heeft hij hem in het vuur geworpen en dan weer in het water om hem om te brengen; maar als u íets kunt, help ons dan, wees over ons bewogen!    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,22 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

3. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,22.4. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 9 (11) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 9,22 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,28 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,33 . (8) Mc 9,42 . (9) Mc 9,43 . (10) Mc 9,45 . (11) Mc 9,47 .

Mc 9,22.6. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 9 . Van de 50 verzen niet in 10 verzen : (1) Mc 9,6 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,24 . (5) Mc 9,34 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,41 . (8) Mc 9,44 . (9) Mc 9,46 . (10) Mc 9,49 .

Mc 9,22.10. nom. + acc. onz. mv. hudata (wateren) van het zelfst. naamw. hudôr (water) . Taalgebruik in het N.T. : hudôr (water) . Taalgebruik in Mc : hudôr (water) . Hebr. majim (wateren) . Lat. : aqua . Fr. : eau . Mc (1) : Mc 9,22 .

Mc 9,22.11. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . Mc (5) : (1) Mc 9,9 . (2) Mc 9,12 . (3) Mc 9,18 . (4) Mc 9,22 . (5) Mc 9,30 .

Mc 9,22.13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 9 (16) : (1) Mc 9,11 . (2) Mc 9,13 . (3) Mc 9,15 . (4) Mc 9,18 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,22 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 9,27 . (10) Mc 9,29 . (11) Mc 9,31 . (12) Mc 9,32 . (13) Mc 9,38 . (14) Mc 9,39 . (15) Mc 9,45 . (16) Mc 9,47 .

Mc 9,22.15. act. ind. pr. 2de pers. enk. van het werkw. eimi (zijn) (A) en ei (indien, of) : voegwoord van voorwaarde (B) . Taalgebruik in het N.T. : ei . Taalgebruik in Mc : ei . Mc (42) . Mc 9 (6) : (1) Mc 9,9 . (2) Mc 9,22 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,29 . (5) Mc 9,35 . (6) Mc 9,42 .  

19. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (9) : (1) Mc 1,24 . (2) Mc 9,22 . (3) Mc 9,38 . (4) Mc 10,35 . (5) Mc 10,37 . (6) Mc 12,19 . (7) Mc 13,4 . (8) Mc 14,15 . (9) Mc 16,3 .

Mc 9,23 - Mc 9,23 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:23 o de Ièsous eipen autôi to ei dunèi panta dunata tôi pisteuonti .   22 Iesus autem ait illi si potes credere omnia possibilia credenti       [23] Jezus zei tegen hem: ‘Of Ik dat zou kunnen? Alles kan voor wie vertrouwen heeft.’   [23] Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’  23 Maar Jezus zegt: over dat ‘als u kunt’, – alles kan voor wie gelooft!    

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,23 .

1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 9 (10) : (1) Mc 9,12 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,23 . (5) Mc 9,25 . (6) Mc 9,27 . (7) Mc 9,32 . (8) Mc 9,34 . (9) Mc 9,39 . (10) Mc 9,50 .

4. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (56) . Mc 9 (5) : (1) Mc 9,21 . (2) Mc 9,23 . (3) Mc 9,29 . (4) Mc 9,36 . (5) Mc 9,39 .

1. - 5. ho de Ièsous eipen autô(i) (Jezus echter zei hem) . Mc (2) : (1) Mc 9,23 . (2) Mc 10,18 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 9 (9) : (1) Mc 9,10 . (2) Mc 9,20 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,29 . (6) Mc 9,32 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 9,48 . (9) Mc 9,50 .

7. act. ind. pr. 2de pers. enk. van het werkw. eimi (zijn) (A) en ei (indien, of) : voegwoord van voorwaarde (B) . Taalgebruik in het N.T. : ei . Taalgebruik in Mc : ei . Mc (42) . Mc 9 (6) : (1) Mc 9,9 . (2) Mc 9,22 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,29 . (5) Mc 9,35 . (6) Mc 9,42 .  

11. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc (7) : (1) Mc 9,4 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,23 . (4) Mc 9,25 . (5) Mc 9,37 . (6) Mc 9,38 . (7) Mc 9,39 .

Mc 9,24 - Mc 9,24 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:24 euthus kraxas o patèr tou paidiou elegen pisteuô boèthei mou tèi apistiai . 23 et continuo exclamans pater pueri cum lacrimis aiebat credo adiuva incredulitatem meam     [24] Meteen riep de vader van de jongen uit: ‘Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp.’ [24] Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ 24 Meteen heeft de vader van het jongetje met een schreeuw gezegd: ik gelóóf!– help mij in mijn ongeloof!  

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,24 .

Mc 9,24.2. act. part. aor. nom. mann. enk. kraxas van het werkw. krazô (schreeuwen, roepen)  . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen . Mc (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,26 . (4) Mc 15,39 .

Mc 9,24.3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 9 (18) : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,7 . (4) Mc 9,9 . (5) Mc 9,12 . (6) Mc 9,15 . (7) Mc 9,19 . (8) Mc 9,21 . (9) Mc 9,23 . (10) Mc 9,24 . (11) Mc 9,25 . (12) Mc 9,27 . (13) Mc 9,31 . (14) Mc 9,38 . (15) Mc 9,39 . (16) Mc 9,45 . (17) Mc 9,47 . (18) Mc 9,48 .

Mc 9,24.5. bep. lidw. nom. gen. enk. tou (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
(116) . Mc 9 (7) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,9 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,17 . (5) Mc 9,24 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,47 .

Mc 9,24.6. gen. onz. enk. paidiou (kind) van het zelfst. naamw. paidion (kind) . Taalgebruik in het N.T. : paidion (kind) . Taalgebruik in Mc : paidion (kind) . Mc (3) : (1) Mc 5,40 .  (2) Mc 5,41 . (3) Mc 9,24 .

Mc 9,24.7. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .
Mc (31) . Mc 9 (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,31 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 9 (11) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,11 . (4) Mc 9,13 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 9,24 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 9,26 . (9) Mc 9,31 . (10) Mc 9,35 . (11) Mc 9,41 .

Mc 9,24.11. bep. lidw. dat. vr. enk. tè(i) (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (55) . Mc 9 (3) : (1) Mc 9,24 . (2) Mc 9,33 . (3) Mc 9,34 .

Mc 9,25 - Mc 9,25 --170. Genezing van een bezeten kind : - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 9 -- Mc 9,14 - Mc 9,15 - Mc 9,16 - Mc 9,17 - Mc 9,18 - Mc 9,19 - Mc 9,20 - Mc 9,21 - Mc 9,22 - Mc 9,23 - Mc 9,24 - Mc 9,25 - Mc 9,26 - Mc 9,27 - Mc 9,28 - Mc 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
idôn de ho Ièsous hoti episuntrechei ochlos, epetimèsen tôi pneumati tôi akathartôi legôn autôi et cum videret Iesus concurrentem turbam comminatus est spiritui inmundo dicens illi surde et mute spiritus ego tibi praecipio exi ab eo et amplius ne introeas in eum Toen Jezus echter zag dat een volksmenigte te hoop liep, berispte hij de onreine geest, hem zeggend: "Spraakloze en stomme geest, ik gebied je, ga uit hem weg en ga niet meer in hem!"  Toen Jezus zag dat de mensen te hoop liepen, gebood hij op strenge toon aan de onreine geest: Stomme en dove geest, Ik gelast je, ga uit hem weg en kom nooit meer in hem terug.   Toen Jezus zag dat de menigte toestroomde, bestrafte hij de onreine geest met de woorden: ‘Stomme en dove geest, Ik beveel je, ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug.’  Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde, sprak hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: ‘Geest die doof en stom maakt, ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’  Maar Jezus ziet dat er al een schare te hoop loopt en bestraft de onreine geest door tot hem te zeggen: jij geest van niet–kunnen–praten en doofheid, ík beveel jóu: ga uit hem weg en kom niet meer bij hem binnen!   

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mc 9,25 .

Mc 9,25.1. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .

Mc 9,25.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 9 (10) : (1) Mc 9,12 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,21 . (4) Mc 9,23 . (5) Mc 9,25 . (6) Mc 9,27 . (7) Mc 9,32 . (8) Mc 9,34 . (9) Mc 9,39 . (10) Mc 9,50 .

Mc 9,25.5. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc :