MARCUSEVANGELIE DERTIENDE HOOFDSTUK - MC 13 -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -

Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Overzicht van het Marcusevangelie :   Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16
Tekstuitleg per pericope - Mc 13,1-4 - Mc 13,5-8 - Mc 13,9-13 - Mc 13,14-20 - Mc 13,21-23 - Mc 13,24-27 - Mc 13,28-29 - Mc 13,30-32 - Mc 13,33-37
Bijbeluitleg vers per vers - Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 - Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 - Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 - Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 - Mc 13,28 - Mc 13,29 - Mc 13,30 - Mc 13,31 - Mc 13,32 - Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het dertiende hoofdstuk van het Marcusevangelie :
299 Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -
300 Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -
301 Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -
302 De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -
303 Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -
305 De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -
306 Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -
307 De tijd van het einde : Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 -
308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer :Mc 13,33-37 -

99 Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 -

Mc 13,1 Mc 13,3
kai (en) kai (en)
ekporeuomenou (zich op weg begevende weg) kathèmenou (gezeten)
autou (hij) autou (hij)
  eis to oros tôn elaiôn (op de berg van de Olijven)
ek tou hierou (uit de tempel) katenanti tou hierou (tegenover de tempel)
299 Inleiding tot de eschatologische rede: Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  

 

Mc 13,1 - Mc 13,1 : 299 Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:1 kai ekporeuomenou autou ek tou hierou legei autôi eis tôn mathètôn autou didaskale ide potapoi lithoi kai potapai oikodomai   1 et cum egrederetur de templo ait illi unus ex discipulis suis magister aspice quales lapides et quales structurae    1 Toen Jesus de tempel vcrliet, zei een van zijn leerlingen tot Hem: Meester, kijk eens, wat een stenen en wat een gebouwen!  [1] Toen Hij wegging uit de tempel, zei een van zijn leerlingen tegen Hem: ‘Meester, kijk toch eens wat een stenen en wat een gebouwen’ [1] Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’  1 ¶ Als hij uit het heiligdom vertrekt zegt één van zijn leerlingen tot hem: leermeester, zie toch wat een steenblokken en wat een gebouwen!    

King James Bible [1] And as he went out of the temple, one of his disciples saith unto him, Master, see what manner of stones and what buildings are here!
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,1

Mc 13,1.1. Καὶ (= kai: en; nv vw. Duits: und. Eng: and. Fr: et. Lat: et. Hebr: wë. Arab: wa). Taalgebruik: kai (en) in NT. Taalgebruik in Mc: kai (en).
Mc (555). Mc 13. Van de 37 verzen niet in 11 verzen: (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,1.2. ἐκπορευομένου (= ekporeuomenou: zich op weg begevende naar buiten; wkw med part praes gen mann enk van het wkw εκπορευομαι = ekporeuomai: zich op weg begeven uit. por-euomai p of ph = f -> v + r; poros: weg door een water heen, wad, voorde, veer, doorwaadbare plaats. Lat.: por-tus: haven. Mnd: voort, ofries: ford , oeng: ford. Het woord behoort tot de groep van varen.) Taalgebruik in het NT: ekporeuomai (zich op weg begeven uit). Taalgebruik in Mc: ekporeuomai (zich op weg begeven uit).
Mc (3): (1) Mc 10,17. (2) Mc 10,46. (3) Mc 13,1. Een vorm van εκπορευομαι = ekporeuomai: zich op weg begeven uit, in Mc in 11 verzen. Een vorm van εκπορευομαι = ekporeuomai: zich op weg begeven uit, vergezeld van εκ = ek (4) : (1) Mc 7,15 (2) Mc 7,20 (3) Mc 7,21 (4) Mc 13,1 , van εξω = exô (1) : Mc 11,19 , van θεν = -then (2) : (1) Mc 6,11 (2) Mc 7,21

Mc 13,1.3. αὐτοῦ (= autou: van hem of van het; pers vnw 3de pers gen mann of onz enk van het pers vnw 3de pers enk: αυτος - αυτη - αυτο: autos - autè - auto: hij - zij - het). Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos. Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos.
Mc (143). Mc 13 (6) (1) Mc 13,1. (2) Mc 13,3. (3) Mc 13,15. (4) Mc 13,16. (5) Mc 13,27. (6) Mc 13,34. In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief: (1) Mc 13,1. (2) Mc 13,3. In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord.

Mc 13,12 - 3 ἐκπορευομένου αὐτοῦ = ekporeuomenou autou: terwijl hij (Jezus) zich naar buiten op weg begeeft. Losse genitief in Mc (3): (1) Mc 10,17. (2) Mc 10,46 (3) Mc 13,1. In Mc 10,17 vertrekt Jezus uit een huis in de streek van Juda, in Mc 10,46 uit de stad Jericho en in Mc 13,1. uit de tempel van Jeruzalem.

Mc 13,14 ek - ex (uit) Taalgebruik in het NT : ek (uit) Taalgebruik in Mc : ek (uit) Ned uit D aus E out Fr de
Mc (38 + 20 = 58) ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,15 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,27 (tempel - huis - hemel - 4 windstreken)

Mc 13,15 bep lidw gen mann + onz enk tou (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (116) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26

Mc 13,16 gen onz enk hierou (heiligdom, tempel) Taalgebruik in het NT : hieron (heiligdom, tempel) Taalgebruik in Mc : hieron (heiligdom, tempel) Mc (9) Mc 11 (5) Mc 12 (1) Mc 13 (2) Mc 14 (1) Een vorm van hieron is steeds voorafgegaan door een voorzetsel (9 / 9)
1 dia tou hierou (door de tempel) Mc (1) : Mc 11,16
2 eis to hieron (naar de tempel) Mc (2) : (1) Mc 11,11 (2) Mc 11,15
3 ek tou hierou (uit de tempel) Mc (1) : Mc 13,1
4 en tô(i) hierô(i) (in de tempel) Mc (4) : (1) Mc 11,15 (2) Mc 11,27 (3) Mc 12,35 (4) Mc 14,49
5 katenanti tou hierou (tegenover de tempel) Mc (1) : Mc 13,3
Een vorm van hieron (tempel) in Mc 11 (5) : (1) eis to hieron (naar de tempel) : Mc 11,11 (2) eis to hieron (naar de tempel) : Mc 11,15 (3) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc 11,15 (4) dia tou hierou (door de tempel) : Mc 11,16 (5) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc 11,27

7. λέγει (= λέγει: hij zegt; wkw act ind praes 3de pers enk van het wkw λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep; Ned: lezen / lec-tuur; les. Fr: leçon). Taalgebruik in NT : legô (zeggen). Taalgebruik in Mc: legô (zeggen).
Mc (62). Mc 13 (1): Mc 13,1. Een vorm van legô (zeggen) in Mc 13 in 5 verzen, van eipon (ik zeg) in 3 verzen.

8 pers voornaamw dat mann enk autô(i) (hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (109) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,2 In beide verzen bij een vorm van het werkw legô (zeggen)

Mc 13,17 - 8 legei autô(i) (hij / zij zei hem) Mc (12) : (1) Mc 1,41 (2) Mc 1,44 (3) Mc 2,14 (4) Mc 5,19 (5) Mc 7,28 (6) Mc 7,34 (7) Mc 8,29 (8) Mc 10,51 (9) Mc 11,21 (10) Mc 13,1 (11) Mc 14,30 (12) Mc 14,61

Mc 13,19 onbepaald voornaamw heis (iemand) OF eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

10 bep lidw gen m + vr + onz mv tôn (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (90) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,27

9 - 10 heis (tou / tôn) = iemand (van)
- Mc 5,22 : heis tôn archisunagôgôn (iemand van de synagogeoversten)
- heis tôn profètôn (iemand van de profeten) (2) : (1) Mc 6,15 (2) Mc 8,28
- Mc 9,17 : heis ek tou ochlou (iemand uit het volk)

11 gen mann mv mathètôn (leerlingen) Zelfstandig naamwoord mathètès (leerling) Taalgebruik in het NT : mathètès (leerling) Mc (8) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) (2) Mc 7,2 (3) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) (4) Mc 10,46 (5) Mc 11,1 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) (6) Mc 13,1 (heis tôn mathètôn autou = één van zijn leerlingen) (7) Mc 14,13 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) (8) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen)

14. ιδε (= ide: zie; wkw act imperat aor 2de pers enk; zie het wkw ειδεν = eiden: hij zag; stam: ιδ = id). Taalgebruik in het NT: eiden (hij zag).

Mc 13,1.17 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

- poreuomai = zich op weg begeven (bij Marcus), zie Mc 10,1 Ekporeuomenou autou (bij het naar buiten treden van Jezus) Participium praesens genitief enkelvoud, losse genitief : (1) Mc 10,17 (2) Mc 10,46 (3) Mc 13,1 Het vormt een link met Mc 11,27 : kai erchontai palin eis Hierosoluma kai en tôi hierôi peripatountos autou (en zij gaan opnieuw naar Jeruzalem En tijdens het rondwandelen van Jezus in de tempel)

Mc 13,2 - Mc 13,2 : 299 Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:2 kai o ièsous eipen autô blepeis tautas tas megalas oikodomas ou mè afethè ôde lithos epi lithon os ou mè kataluthè  2 et respondens Iesus ait illi vides has omnes magnas aedificationes non relinquetur lapis super lapidem qui non destruatur    2 Maar Hij zei: Ziet ge die grote gebouwen? Geen steen zal op de andere gelaten worden, alles zal worden verwoest  [2] Jezus zei hem: ‘Zie je die grote gebouwen? Er zal hier geen steen op de andere blijven: alles wordt neergehaald’  [2] Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken’  2 En Jezus zegt tot hem: je kijkt op tegen deze grote gebouwen? er zal geen steen op een steen gelaten worden die niet zal worden weggesloopt!   

King James Bible [2] And Jesus answering said unto him, Seest thou these great buildings? there shall not be left one stone upon another, that shall not be thrown down
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,2

1 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

2 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

3 nom mann enk Ièsous (Jezus) Taalgebruik in NT : Ièsous (Jezus) Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5

1 - 3 kai ho ièsous (en Jezus) Vooraan de zin Mc (4) : (1) Mc 3,7 (2) Mc 11,33 (3) Mc 12,34 (4) Mc 13,2

4. εἶπεν (= eipen: hij zei; wkw act ind aor 3de pers enk van het wkw λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep; Ned: lezen / lec-tuur; les. Fr: leçon). Taalgebruik in het NT: legô (zeggen). Taalgebruik in de LXX: legô (zeggen). Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610), in het NT (1318); van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608); in het NT (925).

legô (zeggen) . V.T.   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  56  11  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 

1. - 5. και ὁ ιησους ειπεν αυτῳ = kai ho ièsous eipen autô(i): en Jezus zei hem. NT (2 of 3): (1) Mc 10,52 (variante lezing). (2) Mc 13,2. (3) Lc 18,42.
- ὁ δε ιησους ειπεν αυτῳ = ho de ièsous eipen autô(i): Jezus echter zei hem. NT (7) : (1) Mt 8,22. (2) Mt 22,37. (3) Mt 26,50. (4) Mc 9,23. (5) Mc 10,1 . (6) Mc 10,52. (7) Lc 22,48.
- ὁ ιησους ειπεν αυτῳ = ho ièsous eipen autô(i): en Jezus zei hem. NT (2): (1) Mt 16,17. (2) Lc 18,22.
In totaal: 11 of 12.

6. βλέπεις (= blepeis: jij ziet; wkw act ind praes 2de pers enk van het wkw βλεπω = blepô: kijken, zien). Taalgebruik in het NT : blepô (kijken, zien). Taalgebruik in de LXX : blepô (kijken, zien). Taalgebruik in Mc: blepô (kijken, zien). Een vorm van βλεπω = blepô (kijken, zien) in de LXX (133), in het NT (132), Mt (20), Mc (14), Lc (15), Joh (17). Hnd (14).

  blepô (kijken, zien) Mc Mc 4 Mc 5 Mc 8 Mc 12 Mc 13 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
  act. ind. pr. 2de p. enk. blepeis    (1) Mc 5,31 .   (2) Mc 8,23 .   (3) Mc 12,14 .   (4) Mc 13,2 .   14  10     

11 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

12 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

13. ἀφεθῇ (= afethè: hij zou laten; wkw pass conjunct aor 3de pers enk van het wkw αφιημι = af -hièmi: in beweging zetten, zenden, af-laten, ver-laten. laten, afièmi < apo-ièmi < ap-hièmi, zie Baeyens 15,1 blz 8).

16 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8

19 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

21. καταλυθῇ.(= kataluthè: hij zou vernietigd worden); wkw pass conjunct aor 3de pers enk van het wkw καταλυω = kataluô: ontbinden, vernietigen)

Mc 13,3 - Mc 13,3 : 299 Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:3 kai kathèmenou autou eis to oros tôn elaiôn katenanti tou ierou epèrôta auton kat idian petros kai iakôbos kai iôannès kai andreas   3 et cum sederet in montem Olivarum contra templum interrogabant eum separatim Petrus et Iacobus et Iohannes et Andreas    3 En nadat Hij Zich had neergezet op de Olijfberg tegenover de tempel, stelden Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas, terwiji er verder niemand bij was, Hem de vraag:  [3] Toen Hij op de Olijfberg tegenover de tempel zat, en ze met Jakobus, Johannes en Andreas onder elkaar waren, vroeg Petrus* Hem:  
[3] Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag:  
3 Toen hij zat op de helling van de Olijfberg, tegenover het heiligdom, heeft, nu zij op zichzelf waren, Petrus met Jakobus, Johannes en Andreas hem de vraag gesteld:    

King James Bible [3] And as he sat upon the mount of Olives over against the temple, Peter and James and John and Andrew asked him privately,
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,3

Mc 13,3.1 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,3.2. καθημένου (= kathèmenou: zittende); wkw med part praes gen mann enk van het wkw καθημαι = kathèmai: zich zetten, gaan zitten, zitten). Taalgebruik in het NT : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) Taalgebruik in Mc : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) Mc (1) Mc 13,3

3 pers voornaamw gen mann enk autou (van hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (143) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,16 (5) Mc 13,27 (6) Mc 13,34 In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord

Mc 13,3.4 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

Mc 13,3.5 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

7 bep lidw gen m + vr + onz mv tôn (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (90) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,27

10 bep lidw gen mann + onz enk tou (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (116) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26

Mc 13,3.11 gen onz enk hierou (heiligdom, tempel) Taalgebruik in het NT : hieron (heiligdom, tempel) Taalgebruik in Mc : hieron (heiligdom, tempel) Een vorm van hieron is steeds voorafgegaan door een voorzetsel
1 dia tou hierou (door de tempel) Mc (1) : Mc 11,16
2 eis to hieron (naar de tempel) Mc (2) : (1) Mc 11,11 (2) Mc 11,15
3 ek tou hierou (uit de tempel) Mc (1) : Mc 13,1
4 en tô(i) hierô(i) (in de tempel) Mc (4) : (1) Mc 11,15 (2) Mc 11,27 (3) Mc 12,35 (4) Mc 14,49
5 katenanti tou hierou (tegenover de tempel) Mc (1) : Mc 13,3
Een vorm van hieron (tempel) in Mc 11 (5) : (1) eis to hieron (naar de tempel) : Mc 11,11 (2) eis to hieron (naar de tempel) : Mc 11,15 (3) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc 11,15 (4) dia tou hierou (door de tempel) : Mc 11,16 (5) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc 11,27

Mc 13,3.12 επηρωτα (= epèrôta: hij ondervroeg; wkw act ind imperf 3de pers enk van het wkw επερωταω = eperôtaô: 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen. Fr.: inter-roger). Taalgebruik in het NT : eperotaô (epi - erôtaô) Taalgebruik in Mc : eperotaô (epi - erôtaô)
Mc (9): (1) Mc 5,9  (2) Mc 8,23 (3) Mc 8,27 (4) Mc 8,29   (5) Mc 9,33 (6) Mc 10,17   (7) Mc 13,3 (8) Mc 14,61 (9) Mc 15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25)

Mc 13,3.14 kat' : afkorting van kata kata (tegen, volgens) Taalgebruik in het NT : kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens)
Mc (11) Mc 13 (1) : Mc 13,3

Mc 13,3.15 acc vr enk idian (eigen) van het bijvoegl naamw idios (eigen) Taalgebruik in het NT : idios (eigen) Taalgebruik in Mc : idios (eigen)
Mc (7) : (1) Mc 4,34 (2) Mc 6,31 (3) Mc 6,32 (4) Mc 7,33 (5) Mc 9,2 (6) Mc 9,28 (7) Mc 13,3

Mc 13,3.14 - 15 kat'idian (?? oikian) : bij zijn eigen - bij zijn huis = thuis
In zeven verzen bij Mc : (1) Mc 4,34 (2) Mc 6,31 (3) Mc 6,32 (4) Mc 7,33 (5) Mc 9,2 (6) Mc 9,28 (7) Mc 13,3

Mc 13,3.17 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,3.18 nom mann enk iakôbos (Jakobus) Taalgebruik in het NT : iakôbos (Jakobus) Taalgebruik in Mc : iakôbos (Jakobus)
Mc (2) : (1) Mc 10,35 (2) Mc 13,3

Mc 13,3.19 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,3.20 nom mann enk Iôannès (Johannes) Taalgebruik in het NT : Iôannès (Johannes) Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) Hebr jôchanan Ned Johan D Johannes Fr Jean E John
Mc (3) : (1) Mc 9,38 (2) Mc 10,35 (3) Mc 13,3

Mc 13,3.21 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,3.22 nom mann enk andreas (Andreas) Taalgebruik in het NT : andreas (Andreas) Taalgebruik in Mc : andreas (Andreas)
Mc (1) : Mc 13,3 Een vorm van andreas (Andreas) in 4 verzen in Mc In het kwartet van Mc 13,3 komt hij op de 4de plaats Zo komt hij ook op de vierde plaats in het verhaal van de roeping van de twaalf (Mc 3,18) Dit is telkens het geval wanneer zijn broer Simon de naam Petrus draagt Hij heeft dus zijn plaats moeten afstaan aan Jakobus en Johannes
In Mc 1,16 en Mc 1,29 wordt hij op de tweede plaats na zijn broer Simon vermeld

Mc 13,4 - Mc 13,4 : 299 Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:4 eipon èmin pote tauta estai kai ti to sèmeion otan mellè tauta sunteleisthai panta   4 dic nobis quando ista fient et quod signum erit quando haec omnia incipient consummari    4 Zeg ons, wanneer dat zal gebeuren en wat zal het teken zijn, dat dit alles gaat voltrokken worden?   [4] ‘Zeg ons wanneer* dat zal gebeuren, en wat het teken is dat dat alles in vervulling gaat’    [4] ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?’  4 zeg ons, wanneer zal dat zijn, en wat is het teken wanneer dat alles zich gaat voltrekken?    

King James Bible [4] Tell us, when shall these things be? and what shall be the sign when all these things shall be fulfilled?
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,4

1. Εἰπὸν (= eipon: zeg; wkw act imperat aor 2de pers enk van het wkw λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep; Ned: lezen / lec-tuur; les. Fr: leçon)

2 pers voornaamw dat mv hèmin (ons) van het pers voornaamw hèmeis Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (9) : (1) Mc 1,24 (2) Mc 9,22 (3) Mc 9,38 (4) Mc 10,35 (5) Mc 10,37 (6) Mc 12,19 (7) Mc 13,4 (8) Mc 14,15 (9) Mc 16,3

3 pote (wanneer, soms)  Taalgebruik in het NT : pote (wanneer, soms) Taalgebruik in Mc : pote (wanneer, soms)
Mc (99 + 3 = 102) In vier verzen bij Marcus : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35
- Mc 9,19
- Mc 13,4 : eipon hèmin pote tauta estai (zeg ons wanneer dat zal zijn)
- Mc 13,33 : ouk oidate gar pote ho kairos estin (want je weet niet wanneer het moment is)
- Mc 13,35 : ouk oidate gar pote ho kurios tès oikias erchetai (want je weet niet wanneer de heer van het huis komt)

5 nom + acc onz mv tauta (die dingen) van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze)
Mc (14) : (1) Mc 2,8 (2) Mc 6,2 (3) Mc 7,23 (4) Mc 8,7 (5) Mc 10,20 (6) Mc 11,28 (7) Mc 11,29 (8) Mc 11,33 (9) Mc 13,4 (10) Mc 13,8 (11) Mc 13,29 (12) Mc 13,30 (13) Mc 16,12 (14) Mc 16,17

8 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

pote (wanneer ?) Vragend voegwoord van tijd In 4 verzen bij Marcus, zie Mc 1,32 Zie verder : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35

10 hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) Taalgebruik in het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) Taalgebruik in Mc : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra)
Mc (21) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,11 (3) Mc 4,15 (4) Mc 4,16 (5) Mc 4,29 (6) Mc 4,31 (7) Mc 4,32 (8) Mc 8,38 (9) Mc 9,9 (10) Mc 11,19 (11) Mc 11,25 (12) Mc 12,23 (13) Mc 12,25 (14) Mc 13,4 (15) Mc 13,7 (16) Mc 13,11 (17) Mc 13,14 (18) Mc 13,28 (19) Mc 13,29 (20) Mc 14,7 (21) Mc 14,25

11. μέλλῃ (= mellè: het staat op het punt; wkw act conjunct praes 3de pers enk van het wkw μελλω = mellô: op het punt zijn te, van plan zijn te)

13. συντελεῖσθαι (= sunteleisthai: om te vervullen; wkw pass inf praes van het wkw συντελεω = sunteleô: voltooien)

14 acc m enk , nom m + onz mv panta (alle) van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk , al) Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder
Mc (21) : (1) Mc 3,28 (2) Mc 4,11 (3) Mc 4,34  (4) Mc 5,26 (5) Mc 6,30 (6) Mc 7,19 (7) Mc 7,23 (8) Mc 7,37 (9) Mc 9,12 (10) Mc 9,23 (11) Mc 10,20 (12) Mc 10,27 (13) Mc 10,29 (14) Mc 11,11 (15) Mc 11,24 (16) Mc 12,44 (17) Mc 13,4 (18) Mc 13,10 (19) Mc 13,23 (20) Mc 13,30 (21) Mc 14,36  Mc 13 (4) (1) Mc 13,4 (2) Mc 13,10 (3) Mc 13,23 (4) Mc 13,30 Een vorm van pas (ieder, elk , al) in Mc in 66 verzen

300 Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 -

Met Mc 13,5a begint een lange rede die de eschatologische rede (rede over de eschata: de laatste dingen) wordt genoemd. Deze rede omhelst Mc 13,5b-37. Het is de laatste rede vooraleer de verhalen over paasmaal, lijden, dood en verrijzenis van Jezus aanvangen (Mc 14-16). Hier eindigt in feite het evangelie. In Mc 1,15 - bij het begin van het Marcusevangelie - zegt Jezus: De gunstige tijd is vervuld. Nabij is het koninkrijk van God. In Mc 13,33 eindigt Marcus zijn eschatologische rede met de woorden: Je weet niet wanneer de gunstige tijd is. Je weet niet wanneer de huisheer komt. Er rest slechts: waken, uitzien, verwachten.

Mc 13,5 - Mc 13,5 : 300 Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:5 Ho de Ièsous èrxato legein autois blepete mè tis humas planèsè 5 et respondens Iesus coepit dicere illis videte ne quis vos seducat          5 ¶ Maar Jezus vangt aan met tot hen te zeggen: kijkt uit dat niemand u tot dwaling brengt!   

King James Bible [5] And Jesus answering them began to say, Take heed lest any man deceive you:
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,5 Variabele lezing Het tweede gedeelte van Mc 13,5 leidt de eschatologische rede in. Het bestaat uit een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De ondergeschikte zin is een aansporende doelzin: opdat niet. Dit inleidend vers kunnen we vergelijken met vers 21. Ook daar is er een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De hoofdzin echter staat achteraan, de ondergeschikte zin vooraan. De hoofdzin: Mc 13,5: blepete (kijk uit) , Mc 13,21: mè pisteuete (gelooft het niet). De ondergeschikte zin: Mc 13,5 : mè tis humas planèsèi (opdat niet iemand jullie misleide), Mc 13,21: kai hote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand jullie dan zou zeggen)
Wat de vertalingen betreft De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB)

Mc 13,5.1 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

Mc 13,5.2 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,5.3 nom mann enk Ièsous (Jezus) Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus)
Mc (57) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc in 81 verzen Slechts in 2 verzen in Mc 13

Mc 13,5.1 - 3 ho de ièsous (Jezus echter) Mc 13 (1 / 2) : Mc 13,5

Mc 13,5.4 ἤρξατο (= èrksato: hij begon; wkw med ind aor 3de pers enk van het wkw αρχομαι = archomai: beginnen). Taalgebruik in het NT : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) Taalgebruik in Mc : archomai (beginnen, aanvangen, heersen)
Mc (18) : (1) Mc 1,45 (2) Mc 4,1 (3) Mc 5,20 (4) Mc 6,2 (5) Mc 6,7 (6) Mc 6,34 (7) Mc 8,31 (8) Mc 8,32 (9) Mc 10,28 (10) Mc 10,32 (11) Mc 10,47 (12) Mc 11,15 (13) Mc 12,1 (14) Mc 13,5 (15) Mc 14,33 (16) Mc 14,69 (17) Mc 14,71 18) Mc 15,8

Mc 13,5.5 λέγειν (= legein: te zeggen; wkw act inf praes van het wkw λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep). Taalgebruik in NT: legô (zeggen). Taalgebruik in Mc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Mc (8) : (1) Mc 9,26  (2) Mc 10,28 (3) Mc 10,32 (4) Mc 10,47 (5) Mc 13,5  (6) Mc 14,19 (7) Mc 14,65 (8) Mc 14,69 Een vorm van legô (zeggen) in Mc in 5 verzen , van eipon (ik zei) in 3 verzen Mc 13,5b-37 vormt een lange rede. In de rede komt een vorm van legô (zeggen) in Mc in 3 verzen , van eipon (ik zei) in 1 vers Een vorm van archomai (beginnen) in Mc in 27 verzen.

Mc 13,5.4 - 5 èrxato legein (hij begon te zeggen) Mc (5) : (1) Mc 10,28 (2) Mc 10,32 (3) Mc 10,47 (4) Mc 13,5 (5) Mc 14,69

Mc 13,57 βλεπετε (= blepete: jullie kijken, kijkt; wkw act ind praes + imperat praes 2de pers mv van het werkw βλεπω = blepô: kijken, zien) Taalgebruik in het NT : blepô (kijken, zien) Taalgebruik in de LXX: blepô (kijken, zien). Taalgebruik in Mc: blepô (kijken, zien). Mc (8): (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33. Een vorm van βλεπω = blepô (kijken, zien) in de LXX (133), in het NT (132), Mt (20), Mc (14), Lc (15), Joh (17), Hnd (14). De 1ste imperartief in de rede Mc 13,5b-37. De herhaling van de imperatief βλεπετε = blepete (kijkt uit) structureert de rede: Mc 13,5b-8. Mc 13,9-13. Mc 13,21-23. Mc 13,33-37.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af. Het thema van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a). De plaats van dit βλεπετε = blepete (kijkt uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie. Het schema van het einde (eerst vervolging enz en dan verheerlijking) kan ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen: lijden, dood, verrijzenis.

Mc 13,5.8 μη ( = mè: niet; partikel van ontkenning). Taalgebruik in het NT: mè (niet). Taalgebruik in Mc: mè (niet).
Mc (67) Mc 13 (14): (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36.

Mc 13,59 onbepaald woornaamw tis (iemand) Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis
Mc (24) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,21

Mc 13,510 persoonl voornaamw acc mv humas (jullie) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) (2) Mc 1,17 (3) Mc 6,11 (4) Mc 9,19 (5) Mc 9,41 (6): Mc 11,29 (7) Mc 13,5 (8) Mc 13,9 (9) Mc 13,11 (10) Mc 13,36 (11) Mc 14,28 (12) Mc 14,49 (13) Mc 16,7 

Mc 13,5,11 πλανήσῃ (= planèsè: hij zou in de war raken / misleiden; wkw act conjunct aor 3de pers enk van het wkw πλαναω = planaô: dwalen, in de war raken), Taalgebruik in het NT : planaô (dwalen, in de war raken), Taalgebruik in Mc: planaô (dwalen, in de war raken),
Mc (1) Mc 13,5, Een vorm van planaô (dwalen, in de war raken) in Mc in 4 verzen : (1) Mc 12,24 (2) Mc 12,27 (3) Mc 13,5 (4) Mc 13,6,

De komst van Jezus wekt hoge verwachtingen, Het moment is er, Het koninkrijk van God komt, Wanneer Jezus optrekt naar Jeruzalem, nemen de verwachtingen nog toe, Want daar zal het gebeuren, Daar zal Gods koninkrijk gevestigd worden, In voorgaande pericopen staken de tegenstanders hun verbale tegenstand, Het is de stilte voor de storm, De tegenstanders zullen tot geweld overgaan, De spanning stijgt, De leerlingen vragen wanneer het dan wel allemaal gaat gebeuren en welk teken dat gebeuren zal inzetten, De verwachtingen zullen niet ingelost worden, Jezus wordt gevangen genomen, gekruisigd, Zijn leerlingen zijn overtuigd dat Jezus verder leeft bij God, dat Hij verrezen is, Zij geloven dat Jezus weldra zal terugkomen en het koninkrijk van God zal vestigen, Maar het blijft maar uit. 'Je weet niet wanneer het koninkrijk van God komt" zegt Marcus op het einde van zijn eschatologische rede,

Mc 13,6 - Mc 13,6 : 300 Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:6 polloi eleusontai epi tô onomati mou legontes oti egô eimi kai pollous planèsousin   6 multi enim venient in nomine meo dic entes quia ego sum et multos seducent          6 velen zullen komen onder mijn naam en zeggen ‘ik ben het!; en velen tot dwaling brengen;   

King James Bible [6] For many shall come in my name, saying, I am Christ; and shall deceive many
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,6 Variabele lezing Mc 13,6 handelt over de misleiders en sluit dus aan op Mc 13,5 Het vers bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen Bij de eerste hoofdzin staat een deelwoord (legontes : zeggende) bij het onderwerp (polloi : velen) en dat deelwoord heeft nog een voorwerpszin (hoti egô eimi : dat ik het ben) Het tweevoudig gebruik van het woordje polloi (velen) valt op : velen zullen misleiden en velen zullen misleid worden Wat de misleiders zeggen wordt in Mc 13,21 gezegd : ide hôde ho christos , ide ekei (zie daar de christus , zie hier) Mc 13,22 bestaat uit 2 nevengeschikte zinnen De tweede nevenschikkende zin bevat een infinitiefzin van doel en op zijn beurt een voorwaardelijke zin Mc 13,22 handelt over het optreden van de misleiders De misleiding zal erin bestaan dat sommigen zich zullen voordoen als de wedergekomen christus door zich op mij te beroepen , oa door de woorden ik ben het OF ik ben de christus

Mc 13,61 nom mann mv polloi (velen) van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT : polus (veel) Taalgebruik in Mc : polus (veel)
Mc (12) : (1) Mc 2,2 (2) Mc 2,15 (3) Mc 5,9 (4) Mc 6,2 (5) Mc 6,31 (6) Mc 6,33  (7) Mc 10,31 (8) Mc 10,48  (9) Mc 11,8  (10) Mc 12,41  (11) Mc 13,6 (12) Mc 14,56

Mc 13,6. 2 ἐλεύσονται (= eleusontai: zij zullen komen; wkw med ind fut 3de pers mv van het wkw ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen; 2 wkw met verschillende stammen: ερχ = erch en ελ = el: Baeyens 102,136, zie Fr.: al-ler; om de aor van het wkw αρχομαι = archomai: beginnen en ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen, van elkaar te onderscheiden). Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) Taalgebruik in Mc : erchomai (gaan, komen)
Mc (2) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,6 De 1ste futurumvorm van 27 in de rede Mc 13,5b-37 Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Mc 13 in 4 verzen

Mc 13,63 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8

Mc 13,64 bep lidw dat mann enk tô(i) (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (68) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,34

Mc 13,65 dat onz enk onomati van het zelfst naamw onoma (naam) Taalgebruik in het NT : onoma (naam) Taalgebruik in Mc : onoma (naam) Stam : N M Fr nom Ned naam Eng name
Mc (8) : (1) Mc 5,22  (2) Mc 9,37 (3) Mc 9,38 (4) Mc 9,39 (5) Mc 9,41 (6) Mc 11,9  (7) Mc 13,6  (8) Mc 16,17  

Mc 13,66 gen enk mou (van mij) van het persoonl voornaamw egô (ik) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (34) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,13 (3) Mc 13,31

Mc 13,63 - 6 epi tô(i) onomati mou (op mijn naam) Mc (3) : (1) Mc 9,37 (2) Mc 9,39 (3) Mc 13,6

Mc 13,6.7 λέγοντες (= legontes: zeggende; wkw act part praes nom mann mv van het wkw λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep). Taalgebruik in NT : legô (zeggen) Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Mc (15) : (1) Mc 3,11 (2) Mc 5,12 (3) Mc 5,35 (4) Mc 6,2 (5) Mc 7,37 (6) Mc 8,28 (7) Mc 9,11 (8) (1) Mc 10,26 (9) Mc 10,35 (10) Mc 10,49 (11) Mc 11,31 (12) Mc 12,18 (13) Mc 13,6 (14) Mc 14,57 (15) Mc 15,29 Een vorm van legô (zeggen) in Mc 13 in 5 verzen , van eipon (ik zei) in 3 verzen Mc 13,5b-37 vormt een lange rede In de rede komt een vorm van legô (zeggen) in Mc 13 in 3 verzen , van eipon (ik zei) in 1 vers

Mc 13,68 hoti (dat, omdat) Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat)
Mc (92) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,28 (3) Mc 13,29 (4) Mc 13,30

Mc 13,67 - 8 legontes hoti (zeggend) (4 / 18) : (1) Mc 5,35 (2) Mc 9,11 (3) Mc 13,6 (4) Mc 14,58

Mc 13,69 persoonl voornaamw 1ste pers enk egô (ik) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Brieven : persoonlijk voornaamwoord Lat ego Ned : ik Fr je Hebr ´ânî (653) en ´ânokhî (276) , samen (929)
Mc (14) : (1) Mc 1,8 (2) Mc 6,16 (3) Mc 6,50 (4) Mc 9,25 (5) Mc 10,38 (6) Mc 10,39 (7) Mc 11,33 (8) Mc 12,26 (9) Mc 13,6 (10) Mc 14,19 (11) Mc 14,29 (12) Mc 14,36 (13) Mc 14,58 (14) Mc 14,62

Mc 13,6.10 ειμι (= eimi: ik ben; wkw act ind praes 1ste pers enk van het wkw ειμι = eimi: zijn; stam: es-, zie Lat.: esse). Taalgebruik in het NT: eimi (zijn). Taalgebruik in Mc: eimi (zijn). Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Mc (4): (1) Mc 1,7 (2) Mc 6,50 (3) Mc 13,6 (4) Mc 14,62

Mc 13,69 - 10 egô eimi (ik ben) Mc (3) : (1) Mc 6,50 (2) Mc 13,6 (3) Mc 14,62

Mc 13,611 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,612 acc mann mv pollous (velen) van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT : polus (veel) Taalgebruik in Mc : polus (veel)
Mc (6) : (1) Mc 1,34 (2) Mc 3,10 (3) Mc 6,13 (4) Mc 9,26 (5) Mc 12,5 (6) Mc 13,6

Mc 13,613 πλανήσουσιν (= planèsousin: zij zullen misleiden; wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw πλαναω = planaô: dwalen, in de war raken). Taalgebruik in het NT : planaô (dwalen, in de war raken) Taalgebruik in Mc : planaô (dwalen, in de war raken)
Mc (1) : Mc 13,6 Een vorm van planaô (dwalen, in de war raken) in Mc in 4 verzen: (1) Mc 12,24 (2) Mc 12,27 (3) Mc 13,5 (4) Mc 13,6. De tweede nevenschikkende zin van Mc 13,5 sluit aan bij de tweede nevenschikkende zin van Mc 13,6.

Mc 13,7 - Mc 13,7 : 300 Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:7 otan de akousète polemous kai akoas polemôn mè throeisthe dei genesthai all oupô to telos   7 cum audieritis autem bella et opiniones bellorum ne timueritis oportet enim fieri sed nondum finis          7 maar wanneer ge zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, schrikt dan niet; ‘het móet geschieden;, maar dat is het einde nog niet;   

King James Bible [7] And when ye shall hear of wars and rumours of wars, be ye not troubled: for such things must needs be; but the end shall not be yet
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,7

Mc 13,71 ὁταν (= hotan: telkens wanneer, wanneer, zodra; voegw van tijd en mogelijkheid). Taalgebruik in het NT: hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra). Taalgebruik in de LXX: hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) Mc (21) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,11 (3) Mc 4,15 (4) Mc 4,16 (5) Mc 4,29 (6) Mc 4,31 (7) Mc 4,32 (8) Mc 8,38 (9) Mc 9,9 (10) Mc 11,19 (11) Mc 11,25 (12) Mc 12,23 (13) Mc 12,25 (14) Mc 13,4 (15) Mc 13,7 (16) Mc 13,11 (17) Mc 13,14 (18) Mc 13,28 (19) Mc 13,29 (20) Mc 14,7 (21) Mc 14,25 Synoptici : Mc 13 (5) Lc 21 (5) : (1) Mc 13,4 // Lc 21,7 (2) Mc 13,7 :// Lc 21,9 (3) Mt 24,15 // Mc 13,14 // Lc 21,20 (4) Mt 24,32 // Mc 13,28 // Lc 21,30 (5) Mt 24,33 // Mc 13,29 // Lc 21,31

hotan  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br Apk syn  ev 
  298  179  119  19  21  27  16  25  67  83 

Mc 13,72 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,71 - 2 ὁταν δε = hotan de (telkens wanneer echter, wanneer echter, zodra echter) NT (23) : (1) Mt 6,16 (2) Mt 10,19 (3) Mt 10,23 (4) Mt 12,43 (5) Mt 13,32 (6) Mt 25,31 (7) Mc 4,29 (8) Mc 13,7 :// Lc 21,9 (9) Mc 13,11 (10) Mc 13,14 // Lc 21,20 (11) Lc 12,11 (12) Mc 13,7 :// Lc 21,9 (13) Mc 13,14 // Lc 21,20 (14) Joh 15,26 (15) Joh 16,13 (16) Joh 16,21 (17) Joh 21,18 (18) 1 Kor 13,10 (19) 1 Kor 15,27 (20) 1 Kor 15,28 (21) 1 Kor 15,54 (22) 1 Kor 16,3 (23) Heb 1,6
- και ὁταν = kai hotan (en telkens wanneer, en wanneer, en zodra) NT (16) : (1) Mt 6,5 (2) Mt 23,15 (3) Mc 4,15 (4) Mc 4,32 (5) Mc 11,25 (6) Mc 14,7 (7) Lc 5,35 (8) Lc 6,22 (9) Lc 12,55 (10) Joh 2,10 (11) Joh 10,4 (12) Kol 4,16 (13) Apk 4,9 (14) Apk 11,7 (15) Apk 17,10 (16) Apk 20,7

Mc 13,71 - 4 ὁταν δε ακουσητε πολεμους = hotan de akousète polemous (zodra echter jullie over oorlogen horen) NT (2) : Mc 13,7 :// Lc 21,9
- ὁταν δε ιδητε = hotan de idète (zodra echter jullie zien) NT (2) : Mc 13,14 // Lc 21,20

Mc 13,7.3 ἀκούσητε (= akousète: jullie zouden horen; wkw act conjunct aor 2de pers mv van het wkw ακουω = akouô: horen, luisteren). Taalgebruik in het NT : akouô (horen) Taalgebruik in Mc : akouô (horen). Mc (1) : Mc 13,7 Een vorm van akouô (horen) in Mc in 41 verzen.
Ned: horen. Horen en oor zijn verwant met elkaar oor < Lat aus , auris , zie Gr ους = ous / ως= ôs , ωτις = ôtis. Lat : auscultare (het oor lenen aan, toehoren, aanhoren) -> écouter. Arabisch : سَمِعَ = sami`a (luisteren, horen). Taalgebruik in de Qoran : sami`a (luisteren, horen). D: hören. E: to hear. Fr: écouter. Grieks: ακουω = akouô (horen). Taalgebruik in het NT: akouô. (horen) Hebreeuws : שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren). Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren).

Mc 13,7.4 acc mann mv polemous (oorlogen) van het zelfst naamw polemos (oorlog) Taalgebruik in het NT : polemos (oorlog) Taalgebruik in Mc : polemos (oorlog) Mc (1) : Mc 13,7 Twee vormen in één vers in Mc

Mc 13,7.5 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,7.6 acc vr mv akoas (geruchten) van het zelfst naamw akoè (gerucht, gehoor) Taalgebruik in het NT : akoè (gerucht, gehoor) Taalgebruik in Mc : akoè (gerucht, gehoor) Mc (1) : Mc 13,7 Een vorm van akoè (gerucht, gehoor) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 1,28 (2) Mc 7,35 (3) Mc 13,7

Mc 13,7.7 gen mann mv polemôn van het zelfst naamw polemos (oorlog) Taalgebruik in het NT : polemos (oorlog) Taalgebruik in Mc : polemos (oorlog)
Mc (1) : Mc 13,7 Twee vormen in één vers in Mc

Mc 13,7.8 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

9. θροεῖσθε (= throeisthe: schrikt); wkw pass imperat 2de pers mv van het wkw = throeô: laten kinken, schreeuwen, roepen; pass schrikken)

10. δεῖ (= dei: het moet); wkw act ind praes 3de pers enk van het wkw δεω = deô: moeten)

Mc 13,7.11 γενέσθαι (= genesthai: te worden, te gebeuren; wkw med/pass inf aor van het wkw γινομαι = ginomai: gebeuren, worden; stam gen), Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) Mc (3) : (1) Mc 1,17 (2) Mc 10,43 (3) Mc 13,7 Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen

Mc 13,7.12 alla , afkorting all' (maar) Taalgebruik in het NT : alla (maar) Taalgebruik in Mc : alla (maar)
Mc (30 + 18 = 48) Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc 13,7 (all') (2) Mc 13,11 (all') (3) Mc 13,11 (alla) (4) Mc 13,20 (alla) (5) Mc 13,24 (alla)

Mc 13,7.14 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

Mc 13,8 - Mc 13,8 : 300 Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:8 egerthèsetai gar ethnos ep ethnos kai basileia epi basileian esontai seismoi kata topous esontai limoi archè ôdinôn tauta  8 exsurget autem gens super gentem et regnum super regnum et erunt terraemotus per loca et fames initium dolorum haec          8 want ‘volk zal ontwaken tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk;; er zullen op sommige plaatsen aardbevingen zijn, er zullen hongersnoden zijn; het begin van de weeën is dat;   

King James Bible [8] For nation shall rise against nation, and kingdom against kingdom: and there shall be earthquakes in divers places, and there shall be famines and troubles: these are the beginnings of sorrows
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,8

Mc 13,81 εγερθησονται (= egerthèsontai:: zij zullen opgewekt worden; wkw pass ind fut 3de pers mv van het wkw εγειρω = egeirô: opwekken) Taalgebruik in het NT : egeirô (wekken) Taalgebruik in de LXX : egeirô (wekken) Bijbel (5) : (1) Js 26,19 (2) Mt 24,11 (3) Mt 24,24 // Mc 13,22 (4) Mc 13,22 // Mt 24,24 (5) 1 Kor 15,52 Een vorm van εγειρω = egeirô (opwekken) in de LXX (57) , in het NT (143) , in Mc (19)
- ἐγερθήσεται (= egerthèsetai:: hij zal opgewekt worden; wkw pass ind fut 3de pers enk van het wkw εγειρω = egeirô: opwekken). Taalgebruik in het NT : egeirô (wekken) Taalgebruik in de LXX : egeirô (wekken) Bijbel (8) : (1) Da 11,25 (2) Mt 12,42 (3) Mt 17,23 (4) Mt 20,19 (5) Mt 24,7 // Mc 13,8 // Lc 21,10 (6) Mc 13,8 // Mt 24,7 // Lc 21,10 (7) Lc 11,31 (8) Lc 21,10 // Mc 13,8 // Mt 24,7
- pass ind fut 3de pers mv επεγερθησονται = epegerthèsontai (zij zullen opgewekt worden) Bijbel (2) : (1) Js 19,2 (2) Mi 5,4 In de LXX van Js 19,2 lezen we : en Egyptenaren zullen 'opgewekr' worden tegen Egyptenaren en een mens zal zijn broeder bevechten en een mens zijn naaste , een stad tegen een stad en een wet tegen een wet. In de MT : Egyptenaren tegen Egyptenaren, stad tegen stad , koninkrijk tegen koninkrijk. In de LXX van 2 Kr 15,6 lezen we : en een volk zal oorlog voeren tegen een volk en een stad tegen een stad Gemeenschappelijk in de 2 teksten zijn het werkwoord en stad tegen stad

  egeirô (wekken) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
ind pr 3de p mv egeirousin       (1) Mc 4,38                
imp 2de p enk egeire 5   (1) Mc 2,9 (2) Mc 2,11   (3) Mc 3,3     (4) Mc 5,41       (5) Mc 10,49          
ind imp 3de p enk ègeiren (1) Mc 1,31             (2) Mc 9,27            
pas ind pr 3de p mv egeirontai 1                 (1) Mc 12,26        
pas imper praes 2de pers mv egeiresthe                       (1) Mc 14,42    
pas conj praes 3de pers enk egeirètai        (1) Mc 4,27                  
pas fut 3de p enk egerthèsetai                     (1) Mc 13,8      
pas fut 3de p mv  egerthèsontai                   (1) Mc 13,22      
pas ind aor 3de p enk ègerthè   (1) Mc 2,12         (2) Mc 6,16             (3) Mc 16,6  
10 

pas inf aor egerthènai 

                    (1) Mc 14,28   
11 pas perf 3de pers enk egègertai            (1) Mc 6,14              
12  pas part perf acc mann enk egègermenon                         (1) Mc 16,14  
  Totaal  19 
  egeirô (opwekken) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16

- Wellicht wekken uit de slaap , op-wekken Ned wekken vlg Lat vegere : flink , levendig zijn , opgewekt zijn Lat resurgere Surgere (surrexi , surrectum) = oprijzen , opstaan , rechtop staan sur < super = op, boven + regere (rexi , rectum) : richten (rechtop), leiden , sturen -> op-richten = rechtop staan -> resurgere = opnieuw op-richten , terug rechtop staan Ned rekken (Lat reg- ) , uitstrekken Rectus = recht Fr résurrection
Fr ressusciter cfr Lat suscitare super : op , boven + citare (citus : vlug , snel) : in beweging brengen Aldus : terug in beweging brengen , heropleven
Fr réveiller : wekken , ont-waken < re + vigilare (vig- wak- , wek-) waken

2 gar (want) Taalgebruik in het NT : gar (want) Taalgebruik in Mc : gar (want) Redengevend voegwoord Hebr kî Lat enim Fr car Ned : want
Mc (63) In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc 13,8 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,22 (5) Mc 13,33 (6) Mc 13,35

Mc 13,81 - 2 εγερθησεται γαρ = egerthèsetai gar (hij zal immers opgewekt worden) NT (2) : (1) Mt 24,7 // Mc 13,8 (2) Mc 13,8 // Mt 24,7

4 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8

6 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

7 nom + dat enk basileia(i) (koninkrijk) Taalgebruik in het NT : basileia (koninkrijk) Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) Mc (7) : (1) Mc 1,15 (nom) (2) Mc 3,24 (nom) (3) Mc 4,26 (nom) (4) Mc 10,14 (nom) (5) Mc 11,10 (nom) (6) Mc 13,8 (nom) (7) Mc 14,25 (dat)

8 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8

9 acc vr enk basileian (koninkrijk) van het zelfst naamw basileia (koninkrijk) Taalgebruik in het NT : basileia (koninkrijk) Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk)
Mc (9) : (1) Mc 4,30  2 : (2) Mc 9,1 (3) Mc 9,47 (4) Mc 10,15 (5) Mc 10,23 (6) Mc 10,24 (7) Mc 10,25 (8) Mc 13,8 (9) Mc 15,43

10 act ind fut 3de pers mv esontai (er zullen zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Mc (5) : (1) Mc 10,8 (2) Mc 10,31 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25  

12 kata (tegen, volgens) Taalgebruik in het NT : kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens)
Mc (9) : (1) Mc 4,10 (2) Mc 5,13 (3) Mc 6,40 (4) Mc 7,5 (5) Mc 11,25 (6) Mc 13,8 (7) Mc 14,19 (8) Mc 14,55 (9) Mc 15,6

14 ἔσονται (= esontai: zij/er zullen zijn; wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw ειμι: zijn; stam: es-; zie Ned.: is). Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Mc (5) : (1) Mc 10,8 (2) Mc 10,31 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25

16 zelfst naamw nom vr enk archè (begin) Taalgebruik in het NT : archè (begin, heerschappij) Taalgebruik in Mc : archè (begin, heerschappij) Mc (2) : (1) Mc 1,1 (2) Mc 13,8

18 nom + acc onz mv tauta (die dingen) van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze)
Mc (14) : (1) Mc 2,8 (2) Mc 6,2 (3) Mc 7,23 (4) Mc 8,7 (5) Mc 10,20 (6) Mc 11,28 (7) Mc 11,29 (8) Mc 11,33 (9) Mc 13,4 (10) Mc 13,8 (11) Mc 13,29 (12) Mc 13,30 (13) Mc 16,12 (14) Mc 16,17

301 Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 -- Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 -

Mc 13,9 - Mc 13,9 : 301 Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:9 blepete de umeis eautous paradôsousin umas eis sunedria kai eis sunagôgas darèsesthe kai epi ègemonôn kai basileôn stathèsesthe eneken emou eis marturion autois   9 videte autem vosmet ipsos tradent enim vos conciliis et in synagogis vapulabitis et ante praesides et reges stabitis propter me in testimonium illis          9 maar gij, kijkt uit voor uzelf; ze zullen u overleveren aan sanhedrins en synagogen; ge zult worden mishandeld en voor stadhouders en koningen worden opgesteld vanwege mij, tot een getuigenis voor hen;    

King James Bible [9] But take heed to yourselves: for they shall deliver you up to councils; and in the synagogues ye shall be beaten: and ye shall be brought before rulers and kings for my sake, for a testimony against them
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,9 Wat de vertalingen betreft De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB)

Mc 13,9.1 βλεπετε (= blepete: jullie kijken, kijkt; wkw act ind praes + imperat praes 2de pers mv van het werkw βλεπω = blepô: kijken, zien) Taalgebruik in het NT : blepô (kijken, zien) Taalgebruik in de LXX: blepô (kijken, zien). Taalgebruik in Mc: blepô (kijken, zien). Mc (8): (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33. Een vorm van βλεπω = blepô (kijken, zien) in de LXX (133), in het NT (132), Mt (20), Mc (14), Lc (15), Joh (17), Hnd (14). De 1ste imperartief in de rede Mc 13,5b-37. De herhaling van de imperatief βλεπετε = blepete (kijkt uit) structureert de rede: Mc 13,5b-8. Mc 13,9-13. Mc 13,21-23. Mc 13,33-37.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af. Het thema van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a). De plaats van dit βλεπετε = blepete (kijkt uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie. Het schema van het einde (eerst vervolging enz en dan verheerlijking) kan ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen: lijden, dood, verrijzenis.

Mc 13,92 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,93 pers nom mann mv 2de pers humeis (jullie) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (10) : (1) Mc 6,31 (2) Mc 6,37 (3) Mc 7,11 (4) Mc 7,18 (5) Mc 8,29 (6) Mc 11,17 (7) Mc 13,9 (8) Mc 13,11 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,29

Mc 13,9.5 παραδώσουσιν (= paradôsousin: zij zullen overleveren; act ind fut 3de pers mv van het wkw παραδιδωμι = paradidômi: overleveren)   Taalgebruik in het NT : paradidômi (overleveren) Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren)
Mc (2) : (1) Mc 10,33 (2) Mc 13,9. Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen In Mc 13 (3) : (1) Mc 13,9 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,12

Mc 13,9.6 persoonl voornaamw acc mv humas (jullie) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) (2) Mc 1,17 (3) Mc 6,11 (4) Mc 9,19 (5) Mc 9,41 (6): Mc 11,29 (7) Mc 13,5 (8) Mc 13,9 (9) Mc 13,11 (10) Mc 13,36 (11) Mc 14,28 (12) Mc 14,49 (13) Mc 16,7 

Mc 13,97 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

Mc 13,99 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,910 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

12. δαρήσεσθε (= darèsesthe: jullie zullen mishandeld worden; wkw pass ind fut 2de pers mv van het wkw derô: villen, mishandelen)

Mc 13,9. 13 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

14 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8

18. σταθήσεσθε (= stathèsesthe:: jullie zullen gesteld worden / terechtstaan); wkw pass ind fut 2de pers mv van het wkw ἱστημι = histèmi: doen staan, staan)

Mc 13,10 - Mc 13,10 : 301 Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:10 kai eis panta ta ethnè prôton dei kèruchthènai to euaggelion  10 et in omnes gentes primum oportet praedicari evangelium           10 en aan al de volkeren moet eerst de vreugdeboodschap worden gepredikt;   

King James Bible [10] And the gospel must first be published among all nations
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,10

1 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

2 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

3 acc m enk , nom m + onz mv panta (alle) van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk , al) Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder
Mc (21) : (1) Mc 3,28 (2) Mc 4,11 (3) Mc 4,34  (4) Mc 5,26 (5) Mc 6,30 (6) Mc 7,19 (7) Mc 7,23 (8) Mc 7,37 (9) Mc 9,12 (10) Mc 9,23 (11) Mc 10,20 (12) Mc 10,27 (13) Mc 10,29 (14) Mc 11,11 (15) Mc 11,24 (16) Mc 12,44 (17) Mc 13,4 (18) Mc 13,10 (19) Mc 13,23 (20) Mc 13,30 (21) Mc 14,36  Mc 13 (4) (1) Mc 13,4 (2) Mc 13,10 (3) Mc 13,23 (4) Mc 13,30 Een vorm van pas (ieder, elk , al) in Mc in 66 verzen

7, δεῖ (= dei: het moet); wkw act ind praes 3de pers enk van het wkw δεω = deô: moeten)

8. κηρυχθηναι = kèruchthènai: verkondigd te worden;  wkw pass inf aor van het wkw. κηρυσσω = kèrussô: verkondigen)

9 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

10 accusatief onzijdig enkelvoud euaggelion (evangelie) Taalgebruik in het NT : euaggelion (evangelie) Taalgebruik in Mc : euaggelion (evangelie) eu-aggelion = goede boodschap Lat evangelium Fr évangile D Evangelium E gospel De acc onz enk euaggelion (evangelie) is telkens lijdend voorwerp van een vorm van het werkw kèrussô (verkondigen)
Mc (4) : (1) Mc 1,14 (2) Mc 13,10 (3) Mc 14,9 (4) Mc 16,15

9 - 10 to euaggelion (het evangelie) Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in Mc (8) ; gen (3) , dat (1) , acc (4) Elke vorm wordt voorafgegaan door het bepaald lidwood : gen (tou) , dat tô(i) , acc to

Mc 13,11 - Mc 13,11 : 301 Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:11 kai otan agôsin umas paradidontes mè promerimnate ti lalèsète all o ean dothè umin en ekeinè tè ôra touto laleite ou gar este umeis oi lalountes alla to pneuma to agion  11 et cum duxerint vos tradentes nolite praecogitare quid loquamini sed quod datum vobis fuerit in illa hora id loquimini non enim estis vos loquentes sed Spiritus Sanctus          11 en wanneer ze u wegvoeren en u overleveren, weest niet bezorgd wat ge zult uitspreken, nee, wat u in dat uur zal worden gegeven, spreekt dat uit; want niet gij zijt het die spreekt maar de heilige Geest;   

King James Bible [11] But when they shall lead you, and deliver you up, take no thought beforehand what ye shall speak, neither do ye premeditate: but whatsoever shall be given you in that hour, that speak ye: for it is not ye that speak, but the Holy Ghost
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,11

Mc 13,111 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,112 hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) Taalgebruik in het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) Taalgebruik in Mc : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra)
Mc (21) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,11 (3) Mc 4,15 (4) Mc 4,16 (5) Mc 4,29 (6) Mc 4,31 (7) Mc 4,32 (8) Mc 8,38 (9) Mc 9,9 (10) Mc 11,19 (11) Mc 11,25 (12) Mc 12,23 (13) Mc 12,25 (14) Mc 13,4 (15) Mc 13,7 (16) Mc 13,11 (17) Mc 13,14 (18) Mc 13,28 (19) Mc 13,29 (20) Mc 14,7 (21) Mc 14,25

3. ἄγωσιν (= agôsin: zij zouden brengen; wkw act conjunct 3de pers mv van het wkw αγω = agô: leiden, voeren)

Mc 13,114 persoonl voornaamw acc mv humas (jullie) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) (2) Mc 1,17 (3) Mc 6,11 (4) Mc 9,19 (5) Mc 9,41 (6): Mc 11,29 (7) Mc 13,5 (8) Mc 13,9 (9) Mc 13,11 (10) Mc 13,36 (11) Mc 14,28 (12) Mc 14,49 (13) Mc 16,7 

Mc 13,11.5 παραδιδόντες (= paradidontes: de overleveraars; wkw act part praes nom mann mv van het wkw παραδιδωμι = paradidômi: overleveren)   Taalgebruik in het NT : paradidômi (overleveren) Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren)
Mc (1) : Mc 13,11 Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen In Mc 13 (3) : (1) Mc 13,9 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,12

Mc 13,1116 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

7. προμεριμνᾶτε (= promerimnate: maakt je van tevoren zorgen; wkw act imperat praes 2de pers mv van het wkw προμεριμναω = promerimnaô: zich van tevoren zorgen maken)

9. λαλήσητε (= lalèsète: jullie zouden zeggen; wkw act conjunct aor 2de pers mv van het wkw λαλεω = laleô: lallen, spreken, praten)

Mc 13,11.10 alla , afkorting all' (maar) Taalgebruik in het NT : alla (maar) Taalgebruik in Mc : alla (maar)
Mc (30 + 18 = 48) Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc 13,7 (all') (2) Mc 13,11 (all') (3) Mc 13,11 (alla) (4) Mc 13,20 (alla) (5) Mc 13,24 (alla)

Mc 13,11.11 betrekk voornaamw ho (wat) OF bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

13. δοθῇ (= dothè: hij zou geven; wkw pass conjunct aor 3de pers enk van het wkw διδωμι = didômi: geven. Lat: dare / donare - donum: geven - gave, gift. Fr: donner - don: geven - gave)

Mc 13,1115 en (in) Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in Mc : en (in) Hebr bë Fr en Ned in Fr dans
Mc (119) Mc 13 (7) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26 (7) Mc 13,32

Mc 13,1118 nom + dat vr enk hôra(i) (uur) van het zelfst naamw hôra (uur) Taalgebruik in het NT : hôra (uur) Taalgebruik in Mc : hôra (uur)
Mc (6) : (1) Mc 6,35 (2) Mc 13,11 (3) Mc 14,35 (4) Mc 14,41 (5) Mc 15,25 (6) Mc 15,34
gen vr enk hôras Mc (4) : (1) Mc 6,35 (2) Mc 11,11 (3) Mc 13,32 (4) Mc 15,33

20 λαλεῖτε (= laleite: spreekt; wkw act imperat praes 2de pers mv van het wkw λαλεω = laleô: lallen, spreken, praten)

Mc 13,1121 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

Mc 13,1122 gar (want) Taalgebruik in het NT : gar (want) Taalgebruik in Mc : gar (want) Redengevend voegwoord Hebr kî Lat enim Fr car Ned : want
Mc (63) In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc 13,8 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,22 (5) Mc 13,33 (6) Mc 13,35

23. εστε (= este: jullie zijn; wkw act ind praes 2de pers mv van het wkw ειμι =  eimi: zijn; stam es- , zie Lat: esse)

Mc 13,1125 bep lidw nom mann mv hoi (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (101) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,31 (5) Mc 13,32

26. λαλοῦντες (= lalountes: de sprekenden; wkw act part praes nom mann mv van het wkw λαλεω = laleô: lallen, spreken, praten)

Mc 13,1127 alla , afkorting all' (maar) Taalgebruik in het NT : alla (maar) Taalgebruik in Mc : alla (maar)
Mc (30 + 18 = 48) Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc 13,7 (all') (2) Mc 13,11 (all') (3) Mc 13,11 (alla) (4) Mc 13,20 (alla) (5) Mc 13,24 (alla)

Mc 13,1128 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

Mc 13,1129 nom+ acc onz enk pneuma (geest) Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) Lat spiritus Fr esprit Ned geest
Mc (12) : (1) Mc 1,10 (2) Mc 1,12 (3) Mc 1,26 (4) Mc 3,29 (5) Mc 3,30 (6) Mc 5,8 (7) Mc 7,25 (8) Mc 9,17 (9) Mc 9,20 (10) Mc 9,25 (11) Mc 13,11 (12) Mc 14,38

Mc 13,12 - Mc 13,12 : 301 Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:12 kai paradôsei adelfos adelfon eis thanaton kai patèr teknon kai epanastèsontai tekna epi goneis kai thanatôsousin autous  12 tradet autem frater fratrem in mortem et pater filium et consurgent filii in parentes et morte adficient eos          12 een broeder zal een broeder ter dood overleveren en een vader een kind, en ‘kinderen zullen opstaan tegen ouders; en hen ter dood brengen;   

King James Bible [12] Now the brother shall betray the brother to death, and the father the son; and children shall rise up against their parents, and shall cause them to be put to death
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,12 Het vers Mc 13,12 telt 17 woorden en 101 letters De getalwaarde van Mc 13,12 is 10000 (2 X 2 X 2 X 2 X 5 X 5 X 5 X 5)

Mc 13,12.1 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,12.2 παραδώσει (= paradôsei: hij zal overleveren; act ind fut 3de pers enk van het wkw παραδιδωμι = paradidômi: overleveren). Taalgebruik in het NT : paradidômi (overleveren) Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren)
Mc (1) : Mc 13,12 Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen In Mc 13 (3) : (1) Mc 13,9 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,12

Mc 13,123 nom mann enk adelfos (broer) Taalgebruik in het NT : adelfos (broer) Taalgebruik in Mc : adelfos (broer) Hebr ´âch L frater Fr frère Ned broer E brother D Bruder
Mc (4) : (1) Mc 3,35 (2) Mc 6,3 (3) Mc 12,19 (4) Mc 13,12 Een vorm van adelfos (broer) in Mc in 18 verzen

Mc 13,124 acc mann enk adelfon (broer) van het zelfst naamw adelfos (broer) Taalgebruik in het NT : adelfos (broer) Taalgebruik in Mc : adelfos (broer) Hebr ´âch L frater Fr frère Ned broer E brother D Bruder
Mc (5) : (1) Mc 1,16 (2) Mc 1,19 (3) Mc 3,17 (4) Mc 5,37 (5) Mc 13,12 Een vorm van adelfos (broer) in Mc in 18 verzen

Mc 13,125 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc (151) Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

Mc 13,126 acc  mann enk thanaton van het zelfst naamw thanatos (dood) Taalgebruik in het NT : thanatos (dood) Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) Mc (1) : Mc 13,12 Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 (2) Mc 9,1 (3) Mc 10,33 (4) Mc 13,12 (5) Mc 14,34 (6) Mc 14,64

- Mc 13,12a : paradôsei eis thanaton (hij zal overleveren ter dood)

Mc 13,127 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,1210 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

11. ἐπαναστήσονται (= epanastèsontai: zij zullen opstaan tegen; wkw med ind fut 3de pers mv van het wkw επανιστημι = epanistèmi: weer oprichten; med: opstaan, opstaan tegen)

Mc 13,12,15 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

13 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8

16. θανατώσουσιν (= thanatôsousin: zij zullen gedood worden; wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw θανατοω = thanatoô: doden)

Mc 13,13 - Mc 13,13 : 301 Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:13 kai esesthe misoumenoi upo pantôn dia to onoma mou o de upomeinas eis telos outos sôthèsetai  13 et eritis odio omnibus propter nomen meum qui autem sustinuerit in finem hic salvus erit          13 ge zult gehaat zijn door allen, vanwege mijn naam; maar wie volhardt ten einde toe, die zal worden gered;   

King James Bible [13] And ye shall be hated of all men for my name's sake: but he that shall endure unto the end, the same shall be saved
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,13

1 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

2. ἔσεσθε (= esesthe: jullie zullen zijn; wkw act ind fut 2de pers mv van het wkw ειμι: zijn; stam: es-; zie Ned.: is)

3. μισούμενοι (= misoumenoi: wordende gehaat; wkw pass part praes nom mann mv van het wkw μισεω = miseô: haten)

8 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

10 gen enk mou (van mij) van het persoonl voornaamw egô (ik) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (34) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,13 (3) Mc 13,31

11 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

12 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

13. ὑπομείνας (= hupomeinas: ondergaan; wkw act part aor nom mann enk van het wkw ὑπομενω = hupomenô: achterblijven, afwachten, geduldig doorstaan, ondergaan)

14 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

16 nom mann enk houtos Taalgebruik : houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze)
Mc (12) : (1) Mc 2,7 (2) Mc 3,35 (3) Mc 4,41 (4) Mc 6,3 (5) Mc 6,16 (6) Mc 7,6 (7) Mc 9,7 (8) Mc 12,7 (9) Mc 12,10 (10) Mc 13,13 (11) Mc 14,69 (12) Mc 15,39

17. σωθήσεται (= sôthèsetai: hij zal gered worden; wkw pass ind fut 3de pers enk van het wkw σῳζω = sôzô: redden, verlossen)


302 De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 -- Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -

Mc 13,14 - Mc 13,14 : 302 De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:14 otan de idète to bdelugma tès erèmôseôs estèkota opou ou dei o anaginôskôn noeitô tote oi en tè ioudaia feugetôsan eis ta orè  14 cum autem videritis abominationem desolationis stantem ubi non debet qui legit intellegat tunc qui in Iudaea sunt fugiant in montes         14 ¶ wanneer ge ‘de gruwel der verwoesting; ziet staan waar het niet moet wie voorleest lette er op laten dan die in Judea vluchten naar de bergen,    

King James Bible [14] But when ye shall see the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet, standing where it ought not, (let him that readeth understand,) then let them that be in Judaea flee to the mountains:
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,14 Het vers Mc 13,14 telt 29 woorden en 129 (3 X 43) letters De getalwaarde van Mc 13,14 is 18267 (3 X 6089)

Mc 13,141 hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) Taalgebruik in het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) Taalgebruik in Mc : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) Mc (21) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,11 (3) Mc 4,15 (4) Mc 4,16 (5) Mc 4,29 (6) Mc 4,31 (7) Mc 4,32 (8) Mc 8,38 (9) Mc 9,9 (10) Mc 11,19 (11) Mc 11,25 (12) Mc 12,23 (13) Mc 12,25 (14) Mc 13,4 (15) Mc 13,7 (16) Mc 13,11 (17) Mc 13,14 (18) Mc 13,28 (19) Mc 13,29 (20) Mc 14,7 (21) Mc 14,25

Mc 13,142 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

3. ἴδητε (= idète: jullie zouden zien; wkw act conjunct aor 2de pers mv; zie het wkw ειδεν = eiden: hij zag; bij het wkw ὁραω = horaô: zien ; stam aor id; zie Baeyens nr.136; in ὁραω = horaô zit 'ra'. Egyptische god van de zon is Ra. In het Hebreeuws is zien: râ'âh)

Mc 13,14.4 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

8. ἑστηκότα (= hestèkota: staande; wkw act part perf acc onz enk van het wkw ἱστημι = histèmi: doen staan, staan)

Mc 13,1410 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

11. δει (= dei: het moet); wkw act ind praes 3de pers enk van het wkw δεω = deô: moeten)

Mc 13,1412 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

13. ἀναγινώσκων (= anagignôskôn: lezende, lezer; wkw act part praes nom mùann enk van het wkw ἀναγινώσκω = anagignôskô: lezen)

14. νοείτω (= noeitô: dat hij wete; wkw act imperat 3de pers enk van het wkw νοεω = noeô: weten)

Mc 13,1415 tote (dan) (< to - de : dat echter ; dan , daarop) Taalgebruik in het NT : tote (dan) Taalgebruik in Mc : tote (dan)
Mc (6) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,27 (3) Mc 13,14 (4) Mc 13,21 (5) Mc 13,26 (6) Mc 13,27

Mc 13,1416 bep lidw nom mann mv hoi (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (101) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,31 (5) Mc 13,32

Mc 13,1417 en (in) Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in Mc : en (in) Hebr bë Fr en Ned in Fr dans
Mc (119) Mc 13 (7) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26 (7) Mc 13,32

20. φευγέτωσαν (= feugetôsan: dat zij vluchten; wkw act imperat praes 3de pers mv van het wkw φευγω = feugô. vluchten)

Mc 13,1421 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

Mc 13,15 - Mc 13,15 : 302 De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:15 o | | [de] | epi tou dômatos mè katabatô mède eiselthatô | ti arai | arai ti | ek tès oikias autou 15 et qui super tectum ne descendat in domum nec introeat ut tollat quid de domo sua          15 laat wie op het dak is niet afdalen en niet binnengaan om iets weg te halen uit zijn huis,   

King James Bible [15] And let him that is on the housetop not go down into the house, neither enter therein, to take any thing out of his house:
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,15

Mc 13,15.1 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

Mc 13,15.2 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,15.3 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8

Mc 13,15.4 bep lidw gen mann + onz enk tou (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (116) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26

Mc 13,15.6 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

7. καταβάτω (= katabatô: dat hij afdale); wkw act imperat aor 3de pers enk van het wkw καταβαινω = katabainô: (naar beneden dalen , afdalen)

9. εἰσελθάτω (= eiselthatô: dat hij binnenga; wkw act imperat aor 3de pers enk van het wkw εισερχομαι = eiserchomai: gaan naar, binnengaan < voorvoegsel εισ = naar + wkw ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen; 2 wkw met verschillende stammen: ερχ = erch en ελ = el: Baeyens 102,136, zie Fr.: al-ler; om de aor van het wkw αρχομαι = archomai: beginnen en ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen, van elkaar te onderscheiden. Ned.: weg. wkw be-wegen - bewoog - bewogen. D.: Weg. E.: way. Gr. ερχομαι = erchomai: be-weg-en, op weg gaan; de beginklinker kan wijzen op de halfklinker/-medeklinker w/u, r tussen haakjes plaatsen; zo bekomen we w-ch/g: weg)

10. ἆραι (= airai: te nemen; wkw act inf aor van het wkw αιρω = airô: nemen)

Mc 13,1512 ek - ex (uit) Taalgebruik in het NT : ek (uit) Taalgebruik in Mc : ek (uit) Ned uit D aus E out Fr de
Mc (38 + 20 = 58) ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,15 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,27 (tempel - huis - hemel - 4 windstreken)

Mc 13,1515 pers voornaamw gen mann enk autou (van hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (143) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,16 (5) Mc 13,27 (6) Mc 13,34 In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord

Mc 13,16 - Mc 13,16 : 302 De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:16 kai o eis ton agron mè epistreyatô eis ta opisô arai to imation autou   16 et qui in agro erit non revertatur retro tollere vestimentum suum           16 en laat wie op het veld is niet omkeren naar achter zich om zijn kleed op te halen;    

King James Bible [16] And let him that is in the field not turn back again for to take up his garment
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,16

Mc 13,162 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

Mc 13,163 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

Mc 13,164 bep lidw acc mann enk ton (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (124) Mc 13 (2) :  (1) Mc 13,16 (2) Mc 13,26

Mc 13,166 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

7. ἐπιστρεψάτω (= epistrepsatô: dat hij terugkere; wkw act imperat aor 3de pers enk van het wkw επιστρεφω = epistrefô: naar iets toekeren)

Mc 13,168 eis (naar) Taalgebruik in het NT : eis (naar) Taalgebruik in Mc : eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Mc 13 (8) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16

Mc 13,16.10 opisô (achter)  Taalgebruik in het NT : opisô (achter) Taalgebruik in Mc : opisô (achter) Voorzetsel Lat post (uit primere , prestum ?) Fr après (ad prestum) Hebr ´acher (101) en ´achärej (294) Ned achter
In zes verzen in Mc : (1) Mc 1,7 (2) Mc 1,17 (3) Mc 1,20 (4) Mc 8,33 (5) Mc 8,34 (6) Mc 13,16

11. ἆραι (= airai: te nemen; wkw act inf aor van het wkw αιρω = airô: nemen)

Mc 13,1612 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

Mc 13,1614 pers voornaamw gen mann enk autou (van hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (143) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,16 (5) Mc 13,27 (6) Mc 13,34 In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord

Mc 13,17 - Mc 13,17 : 302 De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:17 ouai de tais en gastri echousais kai tais thèlazousais en ekeinais tais èmerais  17 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis diebus          17 wee haar die in die dagen een kind in de schoot hebben en die zogen;   

King James Bible [17] But woe to them that are with child, and to them that give suck in those days!
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,17

Mc 13,172 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

6. ἐχούσαις (= echousais: aan de hebbende; wkw act part praes dat vr mv van het wkw εχω = echô: hebben, bezitten)

9. θηλαζούσαις (= thèlazousais: wkw act part praes dat vr mv van het wkw θηλαζω = zogen, een kind voeden)

Mc 13,1710 en (in) Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in Mc : en (in) Hebr bë Fr en Ned in Fr dans
Mc (119) Mc 13 (7) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26 (7) Mc 13,32

Mc 13,1711 aanwijz voornaamw dat vr mv ekeinais (die) van het aanwijz voornaamw ekeinos (die) Taalgebruik in het NT : ekeinos (die) Taalgebruik in Mc : ekeinos (die)
Mc (4) : (1) Mc 1,9 (kai egeneto ) (2) Mc 8,1 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24

Mc 13,1712 bep lidw dat vr mv tais (de van het bep lidw ho , hè , to (de / het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (10) : (1) Mc 1,9 (2) Mc 2,6 (3) Mc 2,8 (4) Mc 6,56 (5) Mc 8,1 (6) Mc 12,38 (7) Mc 12,39 (8) Mc 13,17 (9) Mc 13,24 (10) Mc 16,18

Mc 13,1710 dat vr enk hèmerais (dagen) van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) Taalgebruik in Mc : hèmera (dag)
(1) Mc 1,9 (kai egeneto ) (2) Mc 8,1 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) en trisin hèmerais (in drie dagen) Een vorm van hèmera (dag) in Mc in 23 verzen

Mc 13,177 - 10 en ekeinais tais hèmerais (in díe dagen) Bij Marcus staat telkens en ekeinais tais hèmerais : (1) Mc 1,9 (kai egeneto ) (2) Mc 8,1 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24

Mc 13,18 - Mc 13,18 : 302 De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:18 proseuchesthe de ina mè genètai cheimônos  17 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis diebus 18 orate vero ut hieme non fiant           18 bidt dat het niet ‘s winters geschiedt;    

King James Bible [18] And pray ye that your flight be not in the winter
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,18

1. προσεύχεσθε (= proseuchesthe: bidt; wkw med / pass imperat praes 2de pers mv van het wkw προσεύχομαι: bidden)

Mc 13,182 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,183 hina (opdat) Taalgebruik in het NT : hina (opdat) Taalgebruik in Mc : hina (opdat)
Mc (59) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,18 (2) Mc 13,34

Mc 13,184 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

Mc 13,185 γένηται (= genètai: het zou gebeuren); act conjunct aor 3de pers enk van het wkw γινομαι = ginomai: worden, gebeuren). Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) Mc (5) : (1) Mc 9,50 (2) Mc 13,18 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,28 (5) Mc 13,30 Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen

Mc 13,19 - Mc 13,19 : 302 De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:19 esontai gar ai èmerai ekeinai thliyis oia ou gegonen toiautè ap archès ktiseôs èn ektisen o theos eôs tou nun kai ou mè genètai  19 erunt enim dies illi tribulationes tales quales non fuerunt ab initio creaturae quam condidit Deus usque nunc neque fient           19 want die dagen zullen zijn ‘een verdrukking zoals er niet geschied is vanaf het begin der schepping; die God geschapen heeft tot nu toe en niet meer geschieden zal;   

King James Bible [19] For in those days shall be affliction, such as was not from the beginning of the creation which God created unto this time, neither shall be
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,19

Mc 13,191 ἔσονται (= esontai: zij/er zullen zijn; wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw ειμι: zijn; stam: es-; zie Ned.: is). Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Mc (5) : (1) Mc 10,8 (2) Mc 10,31 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25

Mc 13,192 gar (want) Taalgebruik in het NT : gar (want) Taalgebruik in Mc : gar (want) Redengevend voegwoord Hebr kî Lat enim Fr car Ned : want
Mc (63) In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc 13,8 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,22 (5) Mc 13,33 (6) Mc 13,35

Mc 13,198 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

9. γέγονεν (= gegonen: het gebeurde; wkw med / pass ind perf 3de pers enk van het wkw γινομαι = ginomai: gebeuren, worden; stam gen)

Mc 13,1912 gen vr enk archès (begin) van het zelfst naamw archè (begin, heerschappij) Taalgebruik in het NT : archè (begin, heerschappij) Taalgebruik in Mc : archè (begin, heerschappij)
Mc (2) : (1) Mc 10,6 (2) Mc 13,19

Mc 13,1913 gen vr enk ktiseôs  (schepping) van het zelfst naamw ktisis (schepping) Taalgebruik in het NT : ktisis (schepping) Taalgebruik in Mc : ktisis (schepping) Mc (2) : (1) Mc 10,6  (2) Mc 13,19 

Mc 13,1911 - 13 vanaf het begin van de schepping :
- Mc 10,6 : apo de archès ktiseôs (vanaf echter het begin van de schepping)
- Mc 13,19 : ap'archès ktiseôs (vanaf het begin van de schepping)

15. εκτισεν (= ektisen: hij schiep; wkw act ind aor 3de pers enk van het wkw κτιζω = ktizô: funderen, grondleggen, opbouwen, scheppen, wonen)

Mc 13,1916 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

Mc 13,1919 bep lidw gen mann + onz enk tou (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (116) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26

Mc 13,1922 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

Mc 13,1923 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

Mc 13,1924 conj aor 3de pers enk genètai (zou worden, gebeuren) van het werkw ginomai (worden) Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) Mc (5) : (1) Mc 9,50 (2) Mc 13,18 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,28 (5) Mc 13,30 Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen

Mc 13,20 - Mc 13,20 : 302 De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:20 kai ei mè ekolobôsen kurios tas èmeras ouk an esôthè pasa sarx alla dia tous eklektous ous exelexato ekolobôsen tas èmeras 20 et nisi breviasset Dominus dies non fuisset salva omnis caro sed propter electos quos elegit breviavit dies          20 en als de Heer die dagen niet verkortte, zou niemand van alle vlees worden gered; maar ter wille van de uitverkorenen die hij heeft uitverkoren heeft hij de dagen verkort;   

King James Bible [20] And except that the Lord had shortened those days, no flesh should be saved: but for the elect's sake, whom he hath chosen, he hath shortened the days
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,20

1 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

3 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

4. ἐκολόβωσεν (= ekolobôsen: hij verkorrte; wkw act ind aor 3de pers enk van het wkw κολοβοω = verkorten)

7 gen vr enk + acc vr mv hèmeras van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) Taalgebruik in Mc : hèmera (dag)
Mc (11) : (1) Mc 1,13 (2) Mc 5,5 (3) Mc 6,21 (4) Mc 8,31 (5) Mc 9,2 (6) Mc 9,31 (7) Mc 10,34 (8) Mc 13,20 (9) Mc 13,32 (10) Mc 14,1 (11) Mc 14,25

8 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

10. ἐσώθη (= esôthè: hij werd gered; wkw pass ind aor 3de pers enk van het wkw σῳζω = sôzô: redden, verlossen)

13 alla , afkorting all' (maar) Taalgebruik in het NT : alla (maar) Taalgebruik in Mc : alla (maar)
Mc (30 + 18 = 48) Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc 13,7 (all') (2) Mc 13,11 (all') (3) Mc 13,11 (alla) (4) Mc 13,20 (alla) (5) Mc 13,24 (alla)

18. ἐξελέξατο (= ekseleksato: hij verkoos uit; wkw med ind aor 3de pers enk van het wkw εκλεγω = eklegô: uit-lezen, uitverkiezen)

19. ἐκολόβωσεν (= ekolobôsen: hij verkorrte; wkw act ind aor 3de pers enk van het wkw κολοβοω = verkorten)

23 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36


303 Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 -- Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 -

We hebben reeds een aantal overeenkomsten aangeduid tussen Mc 13,5-6 en Mc 13,21-23. Zie : 300 Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 - We merken evenwel dat Mc 13,21-23 met een inclusio en een centraal vers is opgebouwd

Mc 13,21a Mc 13,23b   Mc 13,21b Mc 13,23a
kai tot ean (en dan iemand)        
tis (iemand)        
  proeirèka (ik heb vooraf gezegd)      
humin (jullie) humin (tot u)      
eipèi (zegge)     mè pisteuete (geloof het niet) humeis de blepete (jullie echter, kijkt uit!)
ide hôde ho christos, ide ekei (zie daar de christus, zie hier) panta (alles)      
303 Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -        

 

Mc 13,21 - Mc 13,21 : 303 Pseudochristussen en pseudoprofeten - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:21 kai tote ean tis umin eipè ide ôde o christos ide ekei mè pisteuete  21 et tunc si quis vobis dixerit ecce hic est Christus ecce illic ne credideritis           21 en als dán iemand tot u zegt: zie, hier is de Christus, zie daar!, gelooft het niet;   

King James Bible [21] And then if any man shall say to you, Lo, here is Christ; or, lo, he is there; believe him not:
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,21 Het vers Mc 13,21 telt 15 (3 X 5) woorden en 58 (2 X 29) letters De getalwaarde van Mc 13,21 is 6816 (2³ X 2² X 3 X 71) Het tweede gedeelte van Mc 13,5 leidt de eschatologische rede in Het bestaat uit een hoofdzin en een ondergeschikte zin De ondergeschikte zin is een aansporende doelzin : opdat niet Dit inleidend vers kunnen we vergelijken met vers 21 Ook daar is er een hoofdzin en een ondergeschikte zin De hoofdzin echter staat achteraan , de ondergeschikte zin vooraan De hoofdzin : Mc 13,5 : blepete (kijk uit) , Mc 13,21 : mè pisteuete (gelooft het niet) De ondergeschikte zin : Mc 13,5 : mè tis humas planèsèi (opdat niet iemand jullie misleide) , Mc 13,21 : kai hote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand jullie dan zou zeggen)

Mc 13,21.1 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,21.2 tote (dan) (< to - de : dat echter ; dan , daarop) Taalgebruik in het NT : tote (dan) Taalgebruik in Mc : tote (dan)
Mc (6) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,27 (3) Mc 13,14 (4) Mc 13,21 (5) Mc 13,26 (6) Mc 13,27

Mc 13,21.1 - 2 kai tote (en dan) Mc (5) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,27 (3) Mc 13,21 (4) Mc 13,26 (5) Mc 13,27 Niet in Mc 13,14

6. εἴπῃ (= eipè: hij zou zeggen; wkw act conjunct aor 3de pers enk bij het wkw λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep; Ned: lezen / lec-tuur; les. Fr: leçon)

8. ιδε (= ide: zie; wkw act imperat aor 2de pers enk; zie het wkw ειδεν = eiden: hij zag; stam: ιδ = id)

Mc 13,219 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

11. ιδε (= ide: zie; wkw act imperat aor 2de pers enk; zie het wkw ειδεν = eiden: hij zag; stam: ιδ = id)

Mc 13,2112 ekei (daar, hier) Taalgebruik in het NT : ekei (daar) Taalgebruik in Mc : ekei (daar) Ned hier Fr ici Mc (11) : (1) Mc 1,38 (2) Mc 2,6 (3) Mc 3,1 (4) Mc 5,11 (5) Mc 6,5 (6) Mc 6,10 (7) Mc 6,33 (8) Mc 11,5 (9) Mc 13,21 (10) Mc 14,15 (11) Mc 16,7

14. πιστευετε (= pisteuete: jullie geloven / gelooft); wkw act ind praes 2de pers mv + act imperat praes 2de pers mv van het wkw πιστευω = pisteuô: geloven, vertrouwen).

Mc 13,22 - Mc 13,22 : 303 Pseudochristussen en pseudoprofeten - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:22 egerthèsontai gar yeudochristoi kai yeudoprofètai kai dôsousin sèmeia kai terata pros to apoplanan ei dunaton tous eklektous   22 exsurgent enim pseudochristi et pseudoprophetae et dabunt signa et portenta ad seducendos si potest fieri etiam electos           22 er zullen namaakchristussen en namaakprofeten ontwaken, en zij zullen tekenen en wonderen doen, om, als dat mogelijk is, de uitverkorenen tot dwaling te brengen;   

King James Bible [22] For false Christs and false prophets shall rise, and shall shew signs and wonders, to seduce, if it were possible, even the elect
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,22

1 εγερθησονται (= egerthèsontai:: zij zullen opgewekt worden; wkw pass ind fut 3de pers mv van het wkw εγειρω = egeirô: opwekken) Taalgebruik in het NT : egeirô (wekken) Taalgebruik in de LXX : egeirô (wekken) Bijbel (5) : (1) Js 26,19 (2) Mt 24,11 (3) Mt 24,24 // Mc 13,22 (4) Mc 13,22 // Mt 24,24 (5) 1 Kor 15,52 Een vorm van εγειρω = egeirô (opwekken) in de LXX (57) , in het NT (143) , in Mc (19)
- pass ind fut 3de pers enk εγερθησεται = egerthèsetai (hij zal opgewekt worden) van het werkw εγειρω = egeirô (opwekken) Taalgebruik in het NT : egeirô (wekken) Taalgebruik in de LXX : egeirô (wekken) Bijbel (8) : (1) Da 11,25 (2) Mt 12,42 (3) Mt 17,23 (4) Mt 20,19 (5) Mt 24,7 // Mc 13,8 // Lc 21,10 (6) Mc 13,8 // Mt 24,7 // Lc 21,10 (7) Lc 11,31 (8) Lc 21,10 // Mc 13,8 // Mt 24,7
- pass ind fut 3de pers mv επεγερθησονται = epegerthèsontai (zij zullen opgewekt worden) Bijbel (2) : (1) Js 19,2 (2) Mi 5,4

  egeirô (wekken) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
ind pr 3de p mv egeirousin       (1) Mc 4,38                
imp 2de p enk egeire 5   (1) Mc 2,9 (2) Mc 2,11   (3) Mc 3,3     (4) Mc 5,41       (5) Mc 10,49          
ind imp 3de p enk ègeiren (1) Mc 1,31             (2) Mc 9,27            
pas ind pr 3de p mv egeirontai 1                 (1) Mc 12,26        
pas imper praes 2de pers mv egeiresthe                       (1) Mc 14,42    
pas conj praes 3de pers enk egeirètai        (1) Mc 4,27                  
pas fut 3de p enk egerthèsetai                     (1) Mc 13,8      
pas fut 3de p mv  egerthèsontai                   (1) Mc 13,22      
pas ind aor 3de p enk ègerthè   (1) Mc 2,12         (2) Mc 6,16             (3) Mc 16,6  
10 

pas inf aor egerthènai 

                    (1) Mc 14,28   
11 pas perf 3de pers enk egègertai            (1) Mc 6,14              
12  pas part perf acc mann enk egègermenon                         (1) Mc 16,14  
  Totaal  19 
  egeirô (opwekken) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16

- Wellicht wekken uit de slaap , op-wekken Ned wekken vlg Lat vegere : flink , levendig zijn , opgewekt zijn Lat resurgere Surgere (surrexi , surrectum) = oprijzen , opstaan , rechtop staan sur < super = op, boven + regere (rexi , rectum) : richten (rechtop), leiden , sturen -> op-richten = rechtop staan -> resurgere = opnieuw op-richten , terug rechtop staan Ned rekken (Lat reg- ) , uitstrekken Rectus = recht Fr résurrection
Fr ressusciter cfr Lat suscitare super : op , boven + citare (citus : vlug , snel) : in beweging brengen Aldus : terug in beweging brengen , heropleven
Fr réveiller : wekken , ont-waken < re + vigilare (vig- wak- , wek-) waken

2 gar (want) Taalgebruik in het NT : gar (want) Taalgebruik in Mc : gar (want) Redengevend voegwoord Hebr kî Lat enim Fr car Ned : want
Mc (63) In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc 13,8 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,22 (5) Mc 13,33 (6) Mc 13,35

4 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

6 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

7. δώσουσιν (= dôsouisin: zij zullen geven); wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw διδωμι = didômi: geven. Lat: dare / donare - donum: geven - gave, gift. Fr: donner - don: geven - gave)

9 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

12 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

13. ἀποπλανᾶν (= apoplanan: af te dwalen; wkw act inf praes van het wkw ἀποπλαναω = apoplanaô: afdwalen)

Mc 13,23 - Mc 13,23 : 303 Pseudochristussen en pseudoprofeten - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:23 humeis de blepete proeirèka humin panta            23 gij, kijkt uit, ik heb u alles voorzegd!   

King James Bible [23] But take ye heed: behold, I have foretold you all things
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,23 Variabele lezing

1

2 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

3 βλεπετε (= blepete: jullie kijken, kijkt; wkw act ind praes + imperat praes 2de pers mv van het werkw βλεπω = blepô: kijken, zien) Taalgebruik in het NT : blepô (kijken, zien) Taalgebruik in de LXX: blepô (kijken, zien). Taalgebruik in Mc: blepô (kijken, zien). Mc (8): (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33. Een vorm van βλεπω = blepô (kijken, zien) in de LXX (133), in het NT (132), Mt (20), Mc (14), Lc (15), Joh (17), Hnd (14). De 1ste imperartief in de rede Mc 13,5b-37. De herhaling van de imperatief βλεπετε = blepete (kijkt uit) structureert de rede: Mc 13,5b-8. Mc 13,9-13. Mc 13,21-23. Mc 13,33-37.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af. Het thema van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a). De plaats van dit βλεπετε = blepete (kijkt uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie. Het schema van het einde (eerst vervolging enz en dan verheerlijking) kan ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen: lijden, dood, verrijzenis.

Wat de vertalingen betreft De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB)

4. προείρηκα (= proeirèka: ik heb voorzegd; wkw act ind perf 1ste pers enk van het wkw προ-λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep; Ned: lezen / lec-tuur; les. Fr: leçon)

6 acc m enk , nom m + onz mv panta (alle) van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk , al) Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder
Mc (21) : (1) Mc 3,28 (2) Mc 4,11 (3) Mc 4,34  (4) Mc 5,26 (5) Mc 6,30 (6) Mc 7,19 (7) Mc 7,23 (8) Mc 7,37 (9) Mc 9,12 (10) Mc 9,23 (11) Mc 10,20 (12) Mc 10,27 (13) Mc 10,29 (14) Mc 11,11 (15) Mc 11,24 (16) Mc 12,44 (17) Mc 13,4 (18) Mc 13,10 (19) Mc 13,23 (20) Mc 13,30 (21) Mc 14,36  Mc 13 (4) (1) Mc 13,4 (2) Mc 13,10 (3) Mc 13,23 (4) Mc 13,30 Een vorm van pas (ieder, elk , al) in Mc in 66 verzen


305 De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 -

In een kader hebben we de opbouw van deze kleine pericope , onderdeel van de eschatologische rede van Marcus , geplaatst We komen tot de opmerkelijke vaststelling dat deze pericope uit 70 woorden en 144 lettergrepen bestaat De 70 doet denken aan de 70 weken van het boek Daniël en 144 aan de 144000 getekenden in het boek Openbaring
De structuur van de pericope wordt aangeduid door tijdsaanduidingen in het begin van een zin : verzen 24-25 : alla in ekeinais tais hèmerais meta tèn thipsin ekeinèn (maar in die dagen na die verdrukking) ; vers 26 : kai tote : en dan ; vers 27 : kai tote en dan De pericope bestaat uit 7 nevenschikkende zinnen , waarvan de eerste met alla (maar) en de andere zes met kai (en) beginnen 7X staat het werkwoord in de toekomstige tijd De woordvolgorde in de zin is meestal : onderwerp , vervoegd werkwoord , lijdend voorwerp
In deze pericope komt hemel 3X voor : vers 25a : ek tou ouranou piptontes (uit de hemel vallend) ; vers 25b : hai dunameis hai en tois ouranois (de krachten die in de hemelen zijn) ; vers 27 : heôs akrou ouranou (tot het uiteinde van de hemel) Daarenboven vinden we in vers 26 : en nefelais (op de wolken) Het getal vier speelt een belangrijke rol in deze pericope : in verzen 24-25 is er sprake van vier hemellichamen ; in vers 27 is er sprake van de vier windstreken Verzen 24-25 tellen 36 (4 x 9) woorden en 72 (4 x 2 x 9) lettergrepen Het totaal bestaat uit 144 (4 x 4 x 9) lettergrepen
Met v24 begint een nieuwe pericope Verzen 24-25 bestaan uit vier nevengeschikte zinnen, met elkaar verbonden door het nevenschikkende woord kai (en) Opmerkelijk is wel dat deze verzen 24-25 uit 36 woorden en 72 lettergrepen bestaat De inleiding bestaat uit 9 woorden en de eerste zin bestaat verder uit 3 woorden ; samen 12 woorden (3 X 4) De andere drie zinnen bestaan telkens uit 8 woorden (2 X 4 ) Aan de komst van de Mensenzoon gaat een kosmische revolutie vooraf De hemellichamen worden in volgorde van belangrijkheid voor de mens gegeven : zon , maan , sterren , hemelkrachten De zon wordt verduisterd (tegenstelling : licht - duisternis) De maan geeft geen licht (tegenstelling licht - duisternis) De sterren vallen van de hemel (tegenstelling : vaste plaats aan de hemel - vallen) De hemelkrachten worden geschud (tegenstelling : vast patroon - uit hun vast ritme raken) De eerste twee zinnen hebben gemeen dat zon en maan geen licht meer geven ; de derde en de vierde zin bevatten de tegenstelling : ek tou ouranou (uit de hemel) en en tois ouranois (in de hemelen) De eindkank van het eerste en het vierde werkwoord is ongeveer hetzelfde -thèsetai en -thèsontai Om dan reeds van een chiasme te spreken lijkt me wat ver gezocht

De komst van de mensenzoon gebeurt vanuit de hemel De komst gaat vergezeld van een hemels gezelschap : de engelen Zij moeten iedereen verzamelen : van boven tot beneden , van oost tot west Sommige exegeten verbinden doksè (heerlijkheid) met de eerste twee hemellichamen , de dunamis (kracht) met de twee laatste hemellichamen (sterren en hemelkrachten)

aanduiding bijbelvers Mc 13,24 a Mc 13,24 b Mc 13,25 a Mc 13,25 b   Mc 13,27 a Mc 13,27 b
nevenschikkend voegwoord alla (maar) kai (en) kai (en) kai (en)   kai (en) kai (en)
tijdsaanduiding en ekeinais tais hèmerais (in die dagen) meta tèn thipsin ekeinèn (na die verschrikking)         tote (dan)  
onderwerp ho hèlios (de zon) hè selènè (de maan) hoi asteres (de sterren) hai dunameis (de krachten) hai en tois ouranois (die in de hemelen)      
vervoegd werkwoord skotisthèsetai (zal verduisterd worden) ou dôsei (zal niet geven) to feggos autès (haar licht) esontai (zullen zijn) ek tou ouranou piptontes (uit de hemel vallende) saleuthèsontai (zullen geschud worden) (cfr hierboven en tois ouranois : in de hemelen)   apostelei (zal hij zenden) tous aggelous (de engelen) episunaksei (hij zal verzamelen) tous eklektous - autou - ( - zijn - uitverkorenen)
aantal woorden 12 8 8 8 Totaal verzen 24-25 : 36   5 14 Totaal vers 27: 19 (20)
aantal lettergrepen 27 13 16 16 Totaal verzen 24-25 : 72   11 29 Totaal vers 27 : 40 (42)
thema zon maan sterren hemellichamen     op aarde
305 De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28              

 

Mc 13,24 - Mc 13,24 : 305 De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:24 alla en ekeinais tais èmerais meta tèn thliyin ekeinèn o èlios skotisthèsetai kai è selènè ou dôsei to feggos autès   23 vos ergo videte ecce praedixi vobis omnia 24 sed in illis diebus post tribulationem illam sol contenebrabitur et luna non dabit splendorem suum          24 ¶ maar in die dagen zal na die verdrukking ‘de zon worden verduisterd en de maan haar schijnsel niet geven;,   

King James Bible [24] But in those days, after that tribulation, the sun shall be darkened, and the moon shall not give her light,
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,24 Het vers Mc 13,24 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 93 (3 X 31) letters De getalwaarde van Mc 13,24 telt 8563 Mc 13,24 en Mc 13,25 vormen een geheel Na alla (maar) om de tegenstelling tegen voorgaande aan te duiden volgen twee tijdsaanduidingen van telkens 4 woorden Daarop volgen vier nevenschikkende zinnen die de kosmische veranderingen weergeven : de zon (3 woorden) , de maan (8 woorden) , de sterren (8 woorden) en de hemelkrachten (8 woorden) Deze zinnen worden met elkaar verbonden door het nevenschikkend voegwoord kai (en) Het eerste en laatste werkw is een passief indicatief toekomende tijd 3de pers met assonantie : s - kotis - thèsatai (hij zal verduisterd worden) en s - aleu - thèsontai (zij zullen heen en weer geschud worden) Deze twee werkw tellen telkens 5 lettergrepen De vier zinnen zijn mooi parallel opgebouwd : eventueel het verbindingswoord kai (en) , het onderwerp , het werkw , eventueel een lijdend voorwerp Aantal woorden : 1 - 4 - 4 - 3 (OF 12 = 3 X 4) - 8 - 8 - 8 (OF : 3 X 8 = 24) = 12 + 24 = 36

Mc 13,241 alla , afkorting all' (maar) Taalgebruik in het NT : alla (maar) Taalgebruik in Mc : alla (maar)
Mc (30 + 18 = 48) Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc 13,7 (all') (2) Mc 13,11 (all') (3) Mc 13,11 (alla) (4) Mc 13,20 (alla) (5) Mc 13,24 (alla) alla (maar) vormt een tegenstelling met het voorgaande

Mc 13,242 en (in) Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in Mc : en (in) Hebr bë Fr en Ned in Fr dans
Mc (119) Mc 13 (7) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26 (7) Mc 13,32

Mc 13,243 aanwijz voornaamw dat vr mv ekeinais (die) van het aanwijz voornaamw ekeinos (die) Taalgebruik in het NT : ekeinos (die) Taalgebruik in Mc : ekeinos (die)
Mc (4) : (1) Mc 1,9 (kai egeneto ) (2) Mc 8,1 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 Een vorm van ekeinos (die) in Mc in 22 verzen

Mc 13,244 bep lidw dat vr mv tais (de) van het bep lidw ho , hè , to (de / het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (10) : (1) Mc 1,9 (2) Mc 2,6 (3) Mc 2,8 (4) Mc 6,56 (5) Mc 8,1 (6) Mc 12,38 (7) Mc 12,39 (8) Mc 13,17 (9) Mc 13,24 (10) Mc 16,18

Mc 13,245 dat vr enk hèmerais (dagen) van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) Taalgebruik in Mc : hèmera (dag)
(1) Mc 1,9 (kai egeneto ) (2) Mc 8,1 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 15,29 : en trisin hèmerais (in drie dagen) Een vorm van hèmera (dag) in Mc in 23 verzen

Mc 13,242 - 5 en ekeinais tais hèmerais (in díe dagen) Bij Marcus staat telkens en ekeinais tais hèmerais : (1) Mc 1,9 (kai egeneto ) (2) Mc 8,1 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24

Mc 13,246 meta (met , na) Afkorting : met' Taalgebruik in het NT : meta (na , met) Taalgebruik in Mc : meta (na , met) Voorzetsel Hebr `im
-- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec (< apud hoc : met dat)
-- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) E after
Mc (34 + 16 = 50) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,26

Mc 13,247 bep lidw acc vr enk tèn (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (109) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,28 (3) Mc 13,34

Mc 13,248 acc vr enk thlipsin van het zelfst naamw thlipsis (verdrukking)  Taalgebruik in het NT : thlipsis (verdrukking) Taalgebruik in Mc : thlipsis (verdrukking) Mc (1) : Mc 13,24 Een vorm van thlipsis (verdrukking) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 4,17 (2) Mc 13,19 (3) Mc 13,24

Mc 13,249 aanwijz voornaamw acc vr enk ekeinèn (die) van het aanwijz voornaamw ekeinos (die) Taalgebruik in het NT : ekeinos (die) Taalgebruik in Mc : ekeinos (die)
Mc (2) : (1) Mc 6,55 (2) Mc 13,24 Een vorm van ekeinos (die) in Mc in 22 verzen

Mc 13,2410 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

Mc 13,2411 nom mann enk hèlios (zon) Taalgebruik in het NT : hèlios (zon) Taalgebruik in Lc : hèlios (zon)
Mc (3) : (1) Mc 1,32 (2) Mc 4,6 (3) Mc 13,24 Een vorm van hèlios (zon) in Mc in 4 verzen : (1) Mc 1,32 (2) Mc 4,6 (3) Mc 13,24 (4) Mc 16,2
(1) Mc 1,32 : hote edusen ho hèlios (toen de zon was ondergegaan) Na zonsondergang na de eerste sabbatdag van Jezus'optreden
(2) Mc 4,6 : kai hote aneteilen ho hèlios : en toen de zon was opgegaan = na zonsopgang Deze zin komt voor in de parabel van de zaaier
(3) Mc 13,24 : ho hèlios skotisthèsetai (de zon zal verduisterd worden)
(4) Mc 16,2 : anateilantos tou hèliou (nadat de zon was opgegaan)

Mc 13,2412 σκοτισθήσεται (= skotisthèsetai: hij zal verduisterd worden; wkw pass ind fut 3de pers enk van het wkw σκοτιζω = skotizô: verduisteren) Taalgebruik in het NT : skotizô (verduisteren) Taalgebruik in Mc : skotizô (verduisteren) Mc (1) Mc 13,24 Dit is de enigste vorm van skotizô (verduisteren) in Mc

Mc 13,2413 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,2414 bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

Mc 13,2415 nom vr enk selènè (maan) Taalgebruik in het NT : selènè (maan) Taalgebruik in Lc : selènè (maan)
Mc (1) : Mc 13,24 Dit is de enigste vorm van selènè (maan) in Mc

Mc 13,2416 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

Mc 13,2417 δώσει (= dôsei (hij / zij zal geven; wkw act ind fut 3de pers enk van het wkw διδωμι = didômi: geven. Lat: dare / donare - donum: geven - gave, gift. Fr: donner - don: geven - gave). Taalgebruik in het NT : didômi (geven) Taalgebruik in Mc : didômi (geven) Hebr nâthan (tha) Lat dare / donare - donum : geven - gave , gift Fr donner - don : geven - gave
Mc (2) : (1) Mc 12,9 (2) Mc 13,24 Een vorm van didômi (geven) in Mc in 35 verzen

Mc 13,2418 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

Mc 13,2419 nom onz enk feggos (lichtglans) Taalgebruik in het NT : feggos (lichtglans) Taalgebruik in Mc : feggos (lichtglans)
Mc (1) : Mc 13,24 Dit is de enigste vorm van feggos (lichtglans) in Mc

Mc 13,2420 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos Mc (14) : (1) Mc 1,30 (2) Mc 5,26 (3) Mc 5,29 (4) Mc 6,24 (5) Mc 6,28 (6) Mc 7,25 (7) Mc 7,26 (8) Mc 7,30 (9) Mc 10,12 (10) Mc 12,44 (11) Mc 13,24 (12) Mc 13,28 (13) Mc 14,9 (14) Mc 16,11

Mc 13,25 - Mc 13,25 : 305 De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:25 kai oi asteres esontai ek tou ouranou piptontes kai ai dunameis ai en tois ouranois saleuthèsontai 25 et erunt stellae caeli decidentes et virtutes quae sunt in caelis movebuntur           25 en ‘de sterren zullen uit de hemel vallen, en de machten in de hemelen zullen wankelen;,   

King James Bible [25] And the stars of heaven shall fall, and the powers that are in heaven shall be shaken
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,25 Variabele lezing

Mc 13,251 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,252 bep lidw nom mann mv hoi (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (101) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,31 (5) Mc 13,32

Mc 13,253 nom vr mv asteres (sterren) van het zelfst naamw astèr (ster) Taalgebruik in het NT : astèr (ster) Taalgebruik in Mc : astèr (ster) L stella F etoile N ster E star Mc (1) : Mc 13,25 Dit is de enigste vorm van astèr (ster) in Mc

Mc 13,254 ἔσονται (= esontai: zij/er zullen zijn; wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw ειμι: zijn; stam: es-; zie Ned.: is). Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Mc (5) : (1) Mc 10,8 (2) Mc 10,31 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25

Mc 13,255 ek - ex (uit) Taalgebruik in het NT : ek (uit) Taalgebruik in Mc : ek (uit) Ned uit D aus E out Fr de
Mc (38 + 20 = 58) ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,15 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,27 (tempel - huis - hemel - 4 windstreken)

Mc 13,256 bep lidw gen mann + onz enk tou (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (116) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26

Mc 13,257 gen mann enk ouranou (van de hemel) van het zelfst naamw ouranos (hemel) Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) Mc (7) : (1) Mc 4,32 (2) Mc 8,11 (3) Mc 11,30 (4) Mc 11,31 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,27 (7) Mc 14,62 Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen Een vorm van ouranos (hemel) in Mc 13 (4) : (1) Mc 13,25 (2) Mc 13,27 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32

Mc 13,258 πίπτοντες (= piptontes: vallende; wkw act part praes nom mann mv van het wkw πιπτω = piptô: vallen). Taalgebruik in het NT : piptô (vallen) Taalgebruik in Mc : piptô (vallen) Hebr nâphal = vallen , Eng to fall Gr piptô Lat cadere Fr tomber
Mc (1) : Mc 13,25 Een vorm van piptô (vallen) in Mc in 8 verzen

Mc 13,259 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,2513 en (in) Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in Mc : en (in) Hebr bë Fr en Ned in Fr dans
Mc (119) Mc 13 (7) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26 (7) Mc 13,32

Mc 13,2514 bep lidw dat mann + onz mv tois Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (47) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,25 (2) Mc 13,34

Mc 13,2515 dat mann mv ουρανοις = ouranois van het zelfst naamw ouranos (hemel) Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) Mc (3) : (1) Mc 11,25 (2) Mc 12,25 (3) Mc 13,25 Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen Een vorm van ouranos (hemel) in Mc 13 (4) : (1) Mc 13,25 (2) Mc 13,27 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32

Mc 13,2513 - 15 εν τοις ουρανοις = en tois ouranois (in de hemelen) Mc (3) : (1) Mc 11,25 (2) Mc 12,25 (3) Mc 13,25 Lc (3) : (1) Lc 10,20  (2) Lc 12,33 (3) Lc 18,22

Mc 13,2516 σαλευθήσονται (= saleuthèsontai: zij zullen heen en weer geschud worden; wkw pass ind aor 3de pers mv van het wkw σαλευω = saleuô: heen en weer bewegen, schudden). Taalgebruik in het NT : saleuô (heen en weer bewegen, schudden) Taalgebruik in Mc : saleuô (heen en weer bewegen, schudden)
Mc (1) : Mc 13,25 Dit is de enigste vorm van saleuô (heen en weer bewegen, schudden) in Mc Zie verder bij de inleiding op Mc 13,24

Mc 13,26 - Mc 13,26 : 305 De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:26 kai tote oyontai ton uion tou anthrôpou erchomenon en nefelais meta dunameôs pollès kai doxès  26 et tunc videbunt Filium hominis venientem in nubibus cum virtute multa et gloria           26 en dan zullen ze zien ‘de mensenzoon, komend in wolken; met grote macht en heerlijkheid;    

King James Bible [26] And then shall they see the Son of man coming in the clouds with great power and glory

Tekstuitleg van Mc 13,26 Het vers Mc 13,26 telt 15 (3 X 5) woorden en 77 (2 X 5 X 7) letters De getalwaarde van Mc 13,26 is 9620 (2 X 2 X 5 X 13 X 37)

Mc 13,261 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,262 tote (dan) (< to - de : dat echter ; dan , daarop) Taalgebruik in het NT : tote (dan) Taalgebruik in Mc : tote (dan)
Mc (6) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,27 (3) Mc 13,14 (4) Mc 13,21 (5) Mc 13,26 (6) Mc 13,27

Mc 13,261 - 2 kai tote (en dan) Mc (5) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,27 (3) Mc 13,21 (4) Mc 13,26 (5) Mc 13,27 Niet in Mc 13,14

Mc 13,263 ὄψονται (= opsontai: zij zullen zien; wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw ὁραω = horaô: (zien). Taalgebruik in het NT : horaô (zien) Taalgebruik in Mc : horaô (zien) Taalgebruik in Lc : horaô (zien) Mc (1) Mc 13,26 Een vorm van horaô (zien) in Mc in 7 verzen : (1) Mc 1,44 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,24 (4) Mc 9,4 (5) Mc 13,26 (6) Mc 14,62 (7) Mc 16,7 De mensenzoon zien komen in Mc (2) :
- Mc 13,26 : opsontai ton huion tou anthrôpou erchomenon (zij zullen de mensenzoon zien komende)
- Mc 14,62 : opsesthe ton huion tou anthrôpou erchomenon (jullie zullen de mensenzoon zien komende)

Mc 13,264 bep lidw acc mann enk ton (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (124) Mc 13 (2) :  (1) Mc 13,16 (2) Mc 13,26

Mc 13,265 acc mann enk huion (zoon) van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in het NT : huios (zoon) Taalgebruik in Mc : huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils
Mc (6) : (1) Mc 8,31  (2) Mc 9,12 (3) Mc 9,17  (4) Mc 12,6 (5) Mc 13,26 (6) Mc 14,62 Een vorm van huios (zoon) in Mc in 33 verzen

Mc 13,266 bep lidw gen mann + onz enk tou (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (116) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,19 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26

Mc 13,267 gen mann enk anthrôpou (mens) van het zelfst naamw anthrôpos (mens) Taalgebruik in het NT : anthrôpos (mens) Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens)
Mc (16) : (1) Mc 2,10 (2) Mc 2,28    (3) Mc 5,8   (4) Mc 7,15 (5) Mc 7,20  (6) Mc 8,31  (7) Mc 8,38 (8) Mc 9,9 (9) Mc 9,12 (10) Mc 9,31  (11) Mc 10,33 (12) Mc 10,45    (13) Mc 13,26  (14) Mc 14,21 (15) Mc 14,41 (16) Mc 14,62 Een vorm van anthrôpos (mens) in Mc in 53 verzen

Mc 13,265 - 7 Een vorm van huios tou anthrôpou (mensenzoon) in 13 (14X) verzen : (1) Mc 2,10 (2) Mc 2,28  (3) Mc 8,31  (4) Mc 8,38 (5) Mc 9,9 (6) Mc 9,12 (7) Mc 9,31  (8) Mc 10,33 (9) Mc 10,45    (10) Mc 13,26  (11) Mc 14,21 (2X) (12) Mc 14,41 (13) Mc 14,62

Mc 13,26.8 ἐρχόμενον (= erchomenon: komende; wkw part praes acc mann enk van het wkw ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen; 2 wkw met verschillende stammen: ερχ = erch en ελ = el: Baeyens 102,136, zie Fr.: al-ler; om de aor van het wkw αρχομαι = archomai: beginnen en ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen, van elkaar te onderscheiden). Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) Taalgebruik in Mc : erchomai (gaan, komen)
Mc (3) : (1) Mc 13,26 (2) Mc 14,62 (3) Mc 15,21 Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Mc in 82 verzen
Het komen van de mensenzoon komt in Mc in 3 verzen voor : (1) Mc 8,38 (2) Mc 13,26 (3) Mc 14,62
De mensenzoon zien komen in Mc (2) :
- Mc 13,26 : opsontai ton huion tou anthrôpou erchomenon (zij zullen de mensenzoon zien komende)
- Mc 14,62 : opsesthe ton huion tou anthrôpou erchomenon (jullie zullen de mensenzoon zien komende)

Mc 13,269 en (in) Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in Mc : en (in) Hebr bë Fr en Ned in Fr dans
Mc (119) Mc 13 (7) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26 (7) Mc 13,32

Mc 13,2610 dat vr mv nefelais (wolken) van het zelfst naamw nefelè (nevel, wolk) Taalgebruik in het NT : nefelè (nevel, wolk) Taalgebruik in Mc : nefelè (nevel, wolk) Mc (1) : Mc 13,26 Een vorm van nefelè (nevel, wolk) in Mc in 4 verzen : (1) Mc 9,7 (2) Mc 9,7 (3) Mc 13,26 (4) Mc 14,62 De komst van de mensenzoon is omgeven door wolken in Mc in 2 verzen :
- Mc 13,26 erchomenon en nefelais (komende met wolken)
- Mc 14,62 : erchomenon meta tôn nefelôn tou ouranou (komende met de wolken van de hemel)

Mc 13,2611 meta (met , na) Afkorting : met' Taalgebruik in het NT : meta (na , met) Taalgebruik in Mc : meta (na , met) Voorzetsel Hebr `im
-- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec (< apud hoc : met dat)
-- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) E after
Mc (34 + 16 = 50) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,26

Mc 13,2612 gen vr enk dunameôs (van de kracht) van het zelfst naamw dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in het NT : dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in Mc : dunamis (macht, kracht) Mc (2) : (1) Mc 13,26 (2) Mc 14,62 Een vorm van dunamis (macht, kracht) (enk) in Mc in 7 verzen : (1) Mc 5,30 (2) Mc 6,5 (3) Mc 9,1 (4) Mc 9,39 (5) Mc 12,24 (6) Mc 13,26 (7) Mc 14,62 Er is een overeenkomst tussen Mc 9,1 en Mc 13,26 :
- Mc 9,1 : heôs an idôsin tèn basileian tou theou elèluthuian en dunamei (totdat zij zouden zien het koninkrijk van God , gekomen in kracht)
- Mc 13,26 : opsontai ton huion tou anthrôpou erchomenon meta dunameôs pollès (zij zullen de mensenzoon zien komende met vele kracht)

Mc 13,2613 gen vrouw enk pollès (veel) van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT : polus (veel) Taalgebruik in Mc : polus (veel)
Mc (2) : (1) Mc 6,35 (2) Mc 13,26

Mc 13,2614 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,2615 gen vr enk doxès van het zelfst naamw doxa (heerlijkheid) Taalgebruik in het NT : doxa (heerlijkheid) Taalgebruik in Mc : doxa (heerlijkheid) Mc (1) : (1) Mc 13,26 Een vorm van doxa (heerlijkheid) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 8,38 (2) Mc 10,37 (3) Mc 13,26

Mc 13,268 - 9 15 het komen van de mensenzoon in heerlijkheid :
- Mc 8,38 : hotan elthè(i) en tè(i) doxè(i) tou patros autou (wanneer hij komt in de heerlijkheid van zijn vader)
- Mc 13,26 : erchomenon en doxè(i) (komende in heerlijkheid)

Mc 13,27 - Mc 13,27 : 305 De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:27 kai tote apostelei tous aggelous kai episunaxei tous eklektous [autou] ek tôn tessarôn anemôn ap akrou gès eôs akrou ouranou  27 et tunc mittet angelos suos et congregabit electos suos a quattuor ventis a summo terrae usque ad summum caeli          27 en dán zal hij de engelen uitzenden en zijn uitverkorenen ‘samenbrengen uit de vier windstreken, vanaf de rand van de aarde tot aan de rand van de hemel;;   

King James Bible [27] And then shall he send his angels, and shall gather together his elect from the four winds, from the uttermost part of the earth to the uttermost part of heaven
Luther-Bibel

Tekstuitleg van Mc 13,27 Het vers Mc 13,27 telt 21 (3 X 7) woorden en 108 (2² X 3³) letters De getalwaarde van Mc 13,27 is 15650,(2 X 5² X 313) Marcus gebruikt de profetie van Jesaja tegen Babel (Js 13,10)

Mc 13,271 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,272 hote (dan) (< to - de : dat echter ; dan , daarop) Taalgebruik in het NT : tote (dan) Taalgebruik in Mc : tote (dan)
Mc (6) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,27 (3) Mc 13,14 (4) Mc 13,21 (5) Mc 13,26 (6) Mc 13,27

Mc 13,271 - 2 kai tote (en dan) Mc (5 / 6) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,27 (3) Mc 13,21 (4) Mc 13,26 (5) Mc 13,27 Niet in (3) Mc 13,14

3. ἀποστελεῖ (= apostelei: hij zal zenden; wkw act ind fut 3de pers enk van het wkw αποστελλω = apostellô (af-sturen, af-zenden, zenden)

5 acc mann mv aggelous van het zelfst naamw aggelos (engel, boodschapper) Taalgebruik in het NT : aggelos (engel) Taalgebruik in Mc : aggelos (engel) Stam : n - g - l L angelus Fr ange N engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden Hebr malë´akh
Mc (1) Mc 13,27 Een vorm van aggelos (engel, boodschapper) in Mc (6) : (1) Mc 1,2 (2) Mc 1,13 (3) Mc 8,38 (4) Mc 12,25  (5) Mc 13,27  (6) Mc 13,32

Mc 13,276 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

7. ἐπισυνάξει (= episunaksei: hij zal verzamelen; wkw act ind fut 3de pers enk van het wkw επισυναγω = episunagô: bijeendrijven, verzamelen)

Mc 13,2710 pers voornaamw gen mann enk autou (van hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (143) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,16 (5) Mc 13,27 (6) Mc 13,34 In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord

Mc 13,2711 ek - ex (uit) Taalgebruik in het NT : ek (uit) Taalgebruik in Mc : ek (uit) Ned uit D aus E out Fr de
Mc (38 + 20 = 58) ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,15 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,27 (tempel - huis - hemel - 4 windstreken)

Mc 13,2712 bep lidw gen m + vr + onz mv tôn (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (90) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,27

20 gen mann enk ouranou (van de hemel) van het zelfst naamw ouranos (hemel) Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) Mc (7) : (1) Mc 4,32 (2) Mc 8,11 (3) Mc 11,30 (4) Mc 11,31 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,27 (7) Mc 14,62 Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen Een vorm van ouranos (hemel) in Mc 13 (4) : (1) Mc 13,25 (2) Mc 13,27 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32

Bij de vraag van de hogepriester of hij de messias, de zoon van de Gezegende is, antwoordde Jezus positief en haalde dan het citaat van Daniël over de komst van de mensenzoon aan. Hiermee duidt Jezus aan dat zijn veroordeling tot de dood geen nederlaag zal zijn, maar een overwinning, geen uit de wegruiming, maar een definitieve komst. In apocalyptische taal neemt men de beelden niet letterlijk, waarom zouden we het hier doen? Ook hier is einde en begin aan elkaar gekoppeld.

Mc 14,62 Mc 8,38 Mc 9,1 Mc 13,26
kai (en) hotan (wanneer) heôs an (totdat) kai tote (en dan)
opsesthe (gij zult zien)   idôsin (zij zullen zien) opsontai (zullen zij zien)
ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)   tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)
ek deksiôn (rechts) kathèmenon (zittend) dunameôs (van de kracht)      
kai (en) erchomenon (komende) elthèi (hij komt)  elèluthuian  (gekomen zijnde) erchomenon (komende)
  en tèi doksèi tou patros autou (in de heerlijkheid van zijn vader) en dunamei (in kracht) en nefelais meta dunameôs pollès kai doksès (op de wolken met grote kracht en heerlijkheid)
meta tôn nefelôn tou ouranou (op de wolken van de hemel) meta tôn aggelôn tôn hagiôn (met zijn heilige engelen)      
 332 Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -   166 Wat baat het een mens de hele wereld te winnen : Mc 8,36-38 - Mt 16,26-27 - Lc 9,25-26 -  167 Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 -  305 De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -

306 Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29 - Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,28 - Mc 13,29 -

Mc 13,28b    Mc 13, 29b
hotan (wanneer)  kai (en)  hotan (wanneer)
èdè (reeds)    idète (gij ziet)
 ho klados autès (zijn twijg)  ekfuèi (uitlopen)  
hapalos (zacht)     
genètai (wordt)  ta fulla (de bladeren) tauta ginomena (dit gebeuren) 
 ginôskete (weet)    ginôskete (weet)
hoti (dat)    hoti (dat) 
 eggus (nabij)   eggus (nabij)
 to theros (de zomer)    
 estin (is)   estin (is het)
     epi thurais (bij de deur)

 

Mc 13,28 - Mc 13,28 : 306 Gelijkenis van de vijgeboom - Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,28 - Mc 13,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:28 apo de tès sukès mathete tèn parabolèn otan èdè o klados autès apalos genètai kai ekfuè ta fulla ginôskete oti eggus to theros estin  28 a ficu autem discite parabolam cum iam ramus eius tener fuerit et nata fuerint folia cognoscitis quia in proximo sit aestas   Leer nu van de vijgeboom deze gelijkenis : wanneer zijn tak al week wordt en de blaren laat ontspruiten , weet je dat de zomer nabij is ;   28 En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is  [28] Leer van het beeld van de vijgenboom: als zijn twijgen zacht worden en zijn bladeren zich ontvouwen, dan weten jullie dat de zomer in aantocht is    [28] Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is   28 ¶ leert dan van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer haar hout al weer zacht wordt en haar bladeren uitschieten, herkent ge daaraan dat de zomer dichtbij is;  28 « Du figuier apprenez cette parabole Dès que sa ramure devient flexible et que ses feuilles poussent, vous comprenez que l'été est proche 

King James Bible Now learn a parable of the fig tree; When her branch is yet tender, and putteth forth leaves, ye know that summer is near:
Luther-Bibel 28 An dem Feigenbaum aber lernt ein Gleichnis: Wenn jetzt seine Zweige saftig werden und Blätter treiben, so wisst ihr, dass der Sommer nahe ist

Tekstuitleg van Mc 13,28 Dit vers Mc 13,28 telt 24 (2 X 2 X 2 X 3) woorden en 108 (2 X 2 X 3 X 3) letters De getalwaarde van Mc 13,28 is 10999 (17 X 647)
- Mc 13,28 : parabel van de vijgeboom : hotan ginôskete hoti eggus estin (wanneer weten jullie dat nabij is)
- Mc 13,29 : de realiteit : hotan ginôskete hoti eggus estin (wanneer weten jullie dat nabij is )

Mc 13,282 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,284 gen vr enk sukès (van de vijgeboom) van het zelfst naamw sukè (vijgeboom) Taalgebruik in het NT : sukè (vijgeboom) Taalgebruik in Mc : sukè (vijgeboom) Mc (1) : Mc 13,28 Een vorm van sukè (vijgeboom) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 11,13 (sukèn) (2) Mc 11,13 (sukôn) (3) Mc 11,20 (4) Mc 11,21 (5) Mc 13,28

5. μάθετε (= mathete: leert); wkw act imperat aor 2de pers mv van het wkw μα-ν-θ-αν-ω = ma-n-th-an-ô: leren ; Hebr.: lâ-m-ad. Stam : (l)-m-th/d.)

6 bep lidw acc vr enk tèn (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (109) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,28 (3) Mc 13,34

Mc 13,287 acc vr enk parabolèn (parabel) van het zelfst naamw parabolè (parabel, gelijkenis) Taalgebruik in het NT : parabolè (parabel, gelijkenis) Taalgebruik in Mc : parabolè (parabel, gelijkenis) Paraballô : naast elkaar werpen , vergelijken
Mc (4) : (1) Mc 4,13 (2) Mc 7,17 (3) Mc 12,12 (4) Mc 13,28 Een vorm van parabolè (parabel) in 13 verzen in Mc

8 hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) Taalgebruik in

het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) Taalgebruik in Mc : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra)
Mc (21) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,11 (3) Mc 4,15 (4) Mc 4,16 (5) Mc 4,29 (6) Mc 4,31 (7) Mc 4,32 (8) Mc 8,38 (9) Mc 9,9 (10) Mc 11,19 (11) Mc 11,25 (12) Mc 12,23 (13) Mc 12,25 (14) Mc 13,4 (15) Mc 13,7 (16) Mc 13,11 (17) Mc 13,14 (18) Mc 13,28 (19) Mc 13,29 (20) Mc 14,7 (21) Mc 14,25

Mc 13,289 èdè (reeds)  Taalgebruik in het NT : èdè (reeds) Taalgebruik in Mc : èdè (reeds)
Mc (7) : (1) Mc 4,37 (2) Mc 6,35 (3) Mc 8,2 (4) Mc 11,11 (5) Mc 13,28 (6) Mc 15,42 (7) Mc 15,44

Mc 13,2810 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

12 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos Mc (14) : (1) Mc 1,30 (2) Mc 5,26 (3) Mc 5,29 (4) Mc 6,24 (5) Mc 6,28 (6) Mc 7,25 (7) Mc 7,26 (8) Mc 7,30 (9) Mc 10,12 (10) Mc 12,44 (11) Mc 13,24 (12) Mc 13,28 (13) Mc 14,9 (14) Mc 16,11

Mc 13,284 γένηται (= genètai: het zou gebeuren); act conjunct aor 3de pers enk van het wkw γινομαι = ginomai: worden, gebeuren). Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) Mc (5) : (1) Mc 9,50 (2) Mc 13,18 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,28 (5) Mc 13,30 Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen

15 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

16. ἐκφύῃ (= ekfuè: hij zou voortbrengen; wkw act conjunct praes 3de pers enk van het wkw εκφυω = ekfuô: verwekken, voortbrengen)

19 γινώσκετε (= ginôskete: weet; wkw act imperat praes 2de pers mv van het wkw γιγνωσκω = gignôskô: weten; gi-gnô-sk-ô; stam gn-, Ned.: kn).   Taalgebruik in het NT : ginôskô (kennen, weten) Taalgebruik in Mc : ginôskô (kennen, weten)
Mc (2) : (1) Mc 13,28 (2) Mc 13,29 Een vorm van ginôskô (kennen, weten) in Mc in 13 verzen

Mc 13,2820 hoti (dat, omdat) Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat)
Mc (92) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,28 (3) Mc 13,29 (4) Mc 13,30

Mc 13,2822 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

24. ἔστιν (= estin: hij/zij/het is; wkw act ind praes 3de pers enk van het wkw ειμι =  eimi: zijn; stam es- , zie Lat.: esse).

Mc 13,29 - Mc 13,29 : 306 Gelijkenis van de vijgeboom - Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,28 - Mc 13,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:29 outôs kai umeis otan idète tauta ginomena ginôskete oti eggus estin epi thurais  29 sic et vos cum videritis haec fieri scitote quod in proximo sit in ostiis      [29] Zo moeten jullie ook weten: wanneer je deze dingen ziet gebeuren, dan staat het vlak voor de deur   [29] Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is  29 zo ook gíj; wanneer ge ziet dat dit alles geschiedt, herkent dan daaraan dat het nabij is en voor de deuren staat;  29 Ainsi vous, lorsque vous verrez cela arriver, comprenez qu'Il est proche, aux portes 

King James Bible [29] So ye in like manner, when ye shall see these things come to pass, know that it is nigh, even at the doors
Luther-Bibel 29 Ebenso auch: wenn ihr seht, dass dies geschieht, so wisst, dass er nahe vor der Tür ist

Tekstuitleg van Mc 13,29 Het vers Mc 13,29 telt 13 woorden en 65 (5 X 13) letters De getalwaarde van Mc 13,29 is 7999 (19 X 421)

Mc 13,291 houtôs (zo, op deze wijze) Taalgebruik in het NT : houtos (zo) Taalgebruik in Mc : houtos (zo)
Mc (10) : (1) Mc 2,7 (2) Mc 2,8 (3) Mc 2,12  (4) Mc 4,26  (5) Mc 7,18  (6) Mc 9,3  (7) Mc 10,43  (8) Mc 13,29  (9) Mc 14,59  (10) Mc 15,39

Mc 13,292 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,293 persoonl voornaamw nom mann mv 2de pers humeis (jullie) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (10) : (1) Mc 6,31 (2) Mc 6,37 (3) Mc 7,11 (4) Mc 7,18 (5) Mc 8,29 (6) Mc 11,17 (7) Mc 13,9 (8) Mc 13,11 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,29

Mc 13,291 - 3 houtôs kai humeis (zo ook jullie) Mc (2) : (1) Mc 7,18 (2) Mc 13,29

Mc 13,294 hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) Taalgebruik in het NT : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) Taalgebruik in Mc : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra)
Mc (21) : (1) Mc 2,20 (2) Mc 3,11 (3) Mc 4,15 (4) Mc 4,16 (5) Mc 4,29 (6) Mc 4,31 (7) Mc 4,32 (8) Mc 8,38 (9) Mc 9,9 (10) Mc 11,19 (11) Mc 11,25 (12) Mc 12,23 (13) Mc 12,25 (14) Mc 13,4 (15) Mc 13,7 (16) Mc 13,11 (17) Mc 13,14 (18) Mc 13,28 (19) Mc 13,29 (20) Mc 14,7 (21) Mc 14,25

5. ἴδητε (= idète: jullie zouden zien; wkw act conjunct aor 2de pers mv; zie het wkw ειδεν = eiden: hij zag; bij het wkw ὁραω = horaô: zien ; stam aor id; zie Baeyens nr.136; in ὁραω = horaô zit 'ra'. Egyptische god van de zon is Ra. In het Hebreeuws is zien: râ'âh)

Mc 13,296 nom + acc onz mv tauta (die dingen) van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze)
Mc (14) : (1) Mc 2,8 (2) Mc 6,2 (3) Mc 7,23 (4) Mc 8,7 (5) Mc 10,20 (6) Mc 11,28 (7) Mc 11,29 (8) Mc 11,33 (9) Mc 13,4 (10) Mc 13,8 (11) Mc 13,29 (12) Mc 13,30 (13) Mc 16,12 (14) Mc 16,17

7. γινόμενα (= ginomena: het gebeurende; wkw part praes acc onz mv van het wkw γινομαι = ginomai: gebeuren, worden; stam gen)

Mc 13,298 γινώσκετε (= ginôskete: weet; wkw act imperat praes 2de pers mv van het wkw γιγνωσκω = gignôskô: weten; gi-gnô-sk-ô; stam gn-, Ned.: kn). Taalgebruik in het NT : ginôskô (kennen, weten) Taalgebruik in Mc : ginôskô (kennen, weten)
Mc (2) : (1) Mc 13,28 (2) Mc 13,29 Een vorm van ginôskô (kennen, weten) in Mc in 13 verzen

Mc 13,299 hoti (dat, omdat) Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat)
Mc (92) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,28 (3) Mc 13,29 (4) Mc 13,30

11. ἐστίν (= estin: hij/zij/het is; wkw act ind praes 3de pers enk van het wkw ειμι =  eimi: zijn; stam es- , zie Lat.: esse).

12 epi , ep' , ef' (op) Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) Ned op
Mc (51 + 14 + 6 = 71) Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,6 (3) Mc 13,8 (4) Mc 13,9 (5) Mc 13,12 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,29 ep' (1) Mc 13,8


307 De tijd van het einde : Mc 13,30-32 -- Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,30 - Mc 13,31 - Mc 13,32 -
Mc 13,30 - Mc 13,30 : 307 De tijd van het einde - Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,30 - Mc 13,31 - Mc 13,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:30 amèn legô umin oti ou mè parelthè è genea autè mechris ou tauta panta genètai  30 amen dico vobis quoniam non transiet generatio haec donec omnia ista fiant      [30] Ik verzeker jullie, deze generatie gaat niet voorbij voordat dit allemaal gebeurd is   [30] Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren   30 voorwaar, ik zeg u dat dit geslacht niet voorbij zal gaan voordat dit alles is geschied;   30 En vérité je vous le dis, cette génération ne passera pas que tout cela ne soit arrivé  

King James Bible [30] Verily I say unto you, that this generation shall not pass, till all these things be done
Luther-Bibel 30 Wahrlich, ich sage euch: Dieses Geschlecht wird nicht vergehen, bis dies alles geschieht

Tekstuitleg van Mc 13,30

2. λέγω (= λέγô: ik zeg; wkw act ind praes 1ste pers enk van het wkw λεγω = legô: zeggen; voor de vervoeging worden twee wkw met hun verschillende stammen gebruikt: leg, Feg, Fer bij het wkw λεγω = legô: zeggen; Baeyens nr 136 blz 102; l-eg - Ned. z-eg , - aor επ = ep)

4 hoti (dat, omdat) Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat)
Mc (92) Mc 13 (4) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,28 (3) Mc 13,29 (4) Mc 13,30

5 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

6 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

7. παρέλθῃ (= parelthè: het zou voorbijgaan; wkw act conjunct aor 3de pers enk van het wkw παρερχομαι = parerchomai: langskomen, voorbijgaan)

8 partikel van vergelijking è OF bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

13 nom + acc onz mv tauta (die dingen) van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze) Taalgebruik : houtos (deze)
Mc (14) : (1) Mc 2,8 (2) Mc 6,2 (3) Mc 7,23 (4) Mc 8,7 (5) Mc 10,20 (6) Mc 11,28 (7) Mc 11,29 (8) Mc 11,33 (9) Mc 13,4 (10) Mc 13,8 (11) Mc 13,29 (12) Mc 13,30 (13) Mc 16,12 (14) Mc 16,17

14 acc m enk , nom m + onz mv panta (alle) van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk , al) Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder
Mc (21) : (1) Mc 3,28 (2) Mc 4,11 (3) Mc 4,34  (4) Mc 5,26 (5) Mc 6,30 (6) Mc 7,19 (7) Mc 7,23 (8) Mc 7,37 (9) Mc 9,12 (10) Mc 9,23 (11) Mc 10,20 (12) Mc 10,27 (13) Mc 10,29 (14) Mc 11,11 (15) Mc 11,24 (16) Mc 12,44 (17) Mc 13,4 (18) Mc 13,10 (19) Mc 13,23 (20) Mc 13,30 (21) Mc 14,36  Mc 13 (4) (1) Mc 13,4 (2) Mc 13,10 (3) Mc 13,23 (4) Mc 13,30 Een vorm van pas (ieder, elk , al) in Mc in 66 verzen

15 γένηται (= genètai: het zou gebeuren); act conjunct aor 3de pers enk van het wkw γινομαι = ginomai: worden, gebeuren). Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) Mc (5) : (1) Mc 9,50 (2) Mc 13,18 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,28 (5) Mc 13,30 Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen

Mc 13,31 - Mc 13,31 : 307 De tijd van het einde - Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,30 - Mc 13,31 - Mc 13,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:31 o ouranos kai è gè pareleusontai oi de logoi mou ou | | mè | pareleusontai   31 caelum et terra transibunt verba autem mea non transibunt      [31] Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan  [31] Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen   31 de hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan!   31 Le ciel et la terre passeront, mais mes paroles ne passeront point  

King James Bible Luther-Bibel [31] Heaven and earth shall pass away: but my words shall not pass away
Luther-Bibel 31 Himmel und Erde werden vergehen; meine Worte aber werden nicht vergehen

Tekstuitleg van Mc 13,31 Twee nevenschikkende zinnen , parallel opgebouwd , met de gemeenschapp werkwvorm pareleusontai (zij zullen langskomen, voorbijgaan)

Mc 13,311 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

Mc 13,312 nom mann enk ouranos (hemel) Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) Mc (1) : Mc 13,31

Mc 13,313 kai (en) Taalgebruik : kai (en) in NT Taalgebruik in Mc : kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr : waw (verbindingshaak) L : et Fr : et N : en E : and D und
Mc (555) Mc 13 Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,18 (5) Mc 13,23 (6) Mc 13,30 (7) Mc 13,32 (8) Mc 13,33 (9) Mc 13,35 (10) Mc 13,36 (11) Mc 13,37

Mc 13,314 bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

Mc 13,315 nom vr enk gè (aarde, land) Taalgebruik in het NT : gè (aarde) Taalgebruik in Mc : gè (aarde)
Mc (2) : (1) Mc 4,28 (2) Mc 13,31 Een vorm van gè (aarde, land) in Mc in 18 verzen

Mc 13,316 παρελεύσονται (= pareleusontai: zij zullen langskomen, voorbijgaan; wkw act ind fut 3de pers mv van het wkw παρερχομαι = parerchomai: langskomen, voorbijgaan). Taalgebruik in het NT : parerchomai (langskomen, voorbijgaan) Taalgebruik in Mc : parerchomai (langskomen, voorbijgaan) Mc (1) : Mc 13,31 (2X) Een vorm van parerchomai (langskomen, voorbijgaan) in Mc in 4 verzen : (1) (2) (3) (4)

Mc 13,317 bep lidw nom mann mv hoi (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (101) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,31 (5) Mc 13,32

8 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,319 nom mann mv logoi (woorden) van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT : logos (woord) Taalgebruik in Mc : logos (woord) logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Mc (1) : Mc 13,31 Een vorm van logos (woord) in Mc in 24 verzen

10 gen enk mou (van mij) van het persoonl voornaamw egô (ik) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (34) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,13 (3) Mc 13,31

Mc 13,3111 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

Mc 13,3112 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

Mc 13,3113 ind fut 3de pers mv pareleusontai (zij zullen langskomen, voorbijgaan) van het werkw parerchomai (langskomen, voorbijgaan) Taalgebruik in het NT : parerchomai (langskomen, voorbijgaan) Taalgebruik in Mc : parerchomai (langskomen, voorbijgaan) Mc (1) : Mc 13,31 (2X)

Mc 13,32 - Mc 13,32 : 307 De tijd van het einde - Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,30 - Mc 13,31 - Mc 13,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:32 peri de tès èmeras ekeinès è tès ôras oudeis oiden oude oi aggeloi en ouranô oude o uios ei mè o patèr  32 de die autem illo vel hora nemo scit neque angeli in caelo neque Filius nisi Pater     
[32] Maar wanneer die dag of dat uur aanbreekt, weet niemand, de engelen in de hemel niet, de Zoon niet, maar alleen de Vader  
[32] Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader  32 maar over die dag en dat uur weet niemand iets, ook de engelen in de hemel niet en ook de Zoon niet, alleen de Vader;  32 « Quant à la date de ce jour, ou à l'heure, personne ne les connaît, ni les anges dans le ciel, ni le Fils, personne que le Père  

King James Bible [32] But of that day and that hour knoweth no man, no, not the angels which are in heaven, neither the Son, but the Father
Luther-Bibel 32 Von dem Tage aber und der Stunde weiß niemand, auch die Engel im Himmel nicht, auch der Sohn nicht, sondern allein der Vater

Tekstuitleg van Mc 13,32

1 peri (over, rondom, omwille van) Taalgebruik in het NT : peri (over, rondom, omwille van) Taalgebruik in Mc : peri (over, rondom, omwille van) Fr pour , N voor Voorzetsel Mc (22) Mc 13 (1) : Mc 13,32

Mc 13,322 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

Mc 13,324 gen vr enk + acc vr mv hèmeras van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) Taalgebruik in Mc : hèmera (dag)
Mc (11) : (1) Mc 1,13 (2) Mc 5,5 (3) Mc 6,21 (4) Mc 8,31 (5) Mc 9,2 (6) Mc 9,31 (7) Mc 10,34 (8) Mc 13,20 (9) Mc 13,32 (10) Mc 14,1 (11) Mc 14,25

Mc 13,326 partikel van vergelijking è OF bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

Mc 13,328 gen vr enk hôras (uur) van het zelfst naamw hôra (uur) Taalgebruik in het NT : hôra (uur) Taalgebruik in Mc : hôra (uur)
Mc (4) : (1) Mc 6,35 (2) Mc 11,11 (3) Mc 13,32 (4) Mc 15,33  
nom + dat vr enk hôra(i) Mc (6) : (1) Mc 6,35 (2) Mc 13,11 (3) Mc 14,35 (4) Mc 14,41 (5) Mc 15,25 (6) Mc 15,34

10. οἴδεν (= oiden: hij weet; wkw act ind aor 3de pers enk; zie het wkw οιδα = oida: ik weet)

Mc 13,3212 bep lidw nom mann mv hoi (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (101) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,25 (4) Mc 13,31 (5) Mc 13,32

13 nom mann mv aggeloi van het zelfst naamw aggelos (engel, boodschapper) Taalgebruik in het NT : aggelos (engel) Taalgebruik in Mc : aggelos (engel) Stam : n - g - l L angelus Fr ange N engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden Hebr malë´akh
Mc (3) : (1) Mc 1,13 (2) Mc 12,25  (3) Mc 13,32 Een vorm van aggelos (engel, boodschapper) in Mc (6) : (1) Mc 1,2 (2) Mc 1,13 (3) Mc 8,38 (4) Mc 12,25  (5) Mc 13,27  (6) Mc 13,32

Mc 13,3214 en (in) Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in Mc : en (in) Hebr bë Fr en Ned in Fr dans
Mc (119) Mc 13 (7) : (1) Mc 13,11 (2) Mc 13,14 (3) Mc 13,17 (4) Mc 13,24 (5) Mc 13,25 (6) Mc 13,26 (7) Mc 13,32

15 dat mann enk ouranô(i) (hemel) van het zelfst naamw ouranos (hemel) Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) Mc (2) : (1) Mc 10,21 (2) Mc 13,32 Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen

14 - 15 en ouranô(i) (in een / de hemel) : Mc (2) : (1) Mc 10,21 (2) Mc 13,32 Het is opvallend dat in deze twee verzen geen bepaald lidwoord staat

Mc 13,3220 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

Mc 13,3221 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37 -

Evangelie op de 1ste (eerste) zondag van de advent B : Mc 13,33-37

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Weest op uw hoede, weest waakzaam; want gij weet niet wanneer het ogenblik daar is Het is er mee als met een man die in het buitenland vertoeft Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen, aan ieder zijn taak aangewezen en de deurwaarder bevolen waakzaam te zijn Weest dus waakzaam, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt, 's avonds laat of midden in de nacht, bij het hanegekraai of 's morgens vroeg Als hij onverwachts komt laat hij u dan niet slapend vinden En wat Ik tot u zeg zeg Ik tot allen: weest waakzaam!"

Mc 13,33-37 sluit de eschatologische rede (Mc 13,5-37) af Mc 13,33-37 haakt in op de vraag bij het begin van de rede : “Zeg ons : wanneer zal dat zijn en welke aanwijzingen zijn er wanneer dat alles zich zal voltrekken ” Het antwoord van Jezus is eenvoudig : jullie weten niet wanneer hét moment er is of wanneer de huisheer komt Waken is het enige wat je te doen staat De vergelijking met de huisheer die van huis wegging , maakt het duidelijk Waken bestaat in het doen van wat de heer heeft opgedragen Het is de heer verwachten
In Mc 13,24-27 wordt in apocalyptische termen de wederkomst van de mensenzoon beschreven : Hij zal komen op de wolken van de hemel , met grote kracht en heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden
De beschrijving van deze wederkomst schetst Christus als de overwinnaar Vandaar worden oorlogen en allerlei rampen gezien als teken dat de komst nabij is , want Christus zal als overwinnaar uit de strijd te voorschijn treden
Mc 13,33-37 sluit als ‘t ware het evangelie af Na Mc 13 volgt het verhaal van het lijden en de opstanding (Mc 14-16) Toen Jezus zijn optreden in Galilea begon , zei Hij : “Hét moment is er en het koninkrijk Gods is nabij” (Mc 1,15) Wat zijn wederkomst betreft , zegt Hij: “Hét moment ken je niet”

2 Oriëntering

Wederkomst
Tijdens het leven van Jezus hadden zijn leerlingen verwacht dat Jezus Gods koninkrijk zou stichten en machthebbers zou overwinnen De kruisdood van Jezus maakte een abrupt einde aan hun dromen Ze werden ervan doordrongen dat Gods koninkrijk niet van deze aarde is en dat Jezus in Gods heerlijkheid werd opgenomen en zit aan Gods rechterhand Ze verwachtten hem elk ogenblik Sommige christenen kwamen ertoe om passief zijn komst af te wachten Maar de wederkomst bleef maar uit Op de vraag wanneer de Heer zou komen , bleef men het antwoord schuldig : we weten het niet
In de loop der geschiedenis hebben sommigen het tijdstip van Jezus’wederkomst voorspeld Telkens bleek het een vergissing Ook hebben sommigen zich als de teruggekomen Christus voorgesteld; ze zijn evenwel gestorven zonder een hemels koninkrijk achter te laten Sommigen stellen dat Hij reeds gekomen is, in het verborgene, en dat de eindtijd bezig is

Waakzaamheid
Het uitzien naar de wederkomst van Christus en de bekommernis om in het dagelijks onderhoud te voorzien moesten met elkaar worden verzoend De evangelisten Marcus, Matteüs en Lucas brengen dat op hun eigen wijze in beeld
Marcus brengt de gelijkenis met een huisheer die op reis is De huisgenoten kregen elk hun werk Bij hun werk houden ze de terugkomst van hun heer voor ogen
Matteüs bundelt in Mt 25 een aantal gelijkenissen De laatste gelijkenis vertelt het verhaal van het laatste oordeel Daarin zegt de Koning : “Ik verzeker jullie , alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan , heb je voor Mij gedaan” (Mt 25,40)
Lucas vertelt in het geboorteverhaal van Jezus dat herders tijdens de nacht in het open veld waakten over hun kudde In de uitoefening van hun beroep stonden ze tevens open voor het hemels licht en de hemelse boodschap

De eerste christenen leefden in benarde tijden
Vergelijk met de benarde tijden in het leven van vluchtelingen : herkenbaarheid voor hen , zulke situaties Het gevaar voor eigen leven hebben sommige vluchtelingen ook meegemaakt En dan zijn ze hier , maar toch blijven ze vaak nog heel lang leven in onzekerheid Beeld je de angst in van uitgeprocedeerde vluchtelingen om opgepakt te worden

Elk ogenblik konden ze door een huisgenoot of bekende overgeleverd worden aan geestelijke en wereldlijke overheid en ter dood veroordeeld worden Zo’n situatie had Jezus ook meegemaakt Hij had in de hof van Olijven tot God gebeden (Mc 15,32-42) en hij had aan Petrus , Jakobus en Johannes gevraagd om te waken en te bidden Zij echter beseften de ernst van de situatie niet Ze waren te moe en sliepen Nu beseffen de eerste christenen dat ze de weg van Jezus in lijden en dood zullen gaan Waken en bidden zijn noodzakelijk om aan de verleiding te weerstaan om Jezus te verzaken Waken en bidden opent de ogen voor wat kan komen Niet in glans en heerlijkheid , maar in het gelaat van de minsten , in lijden en dood komt hun Heer hen tegemoet

Waken betekent actief blijven Actief de komst van de Messias verwachten Dat betekent ook : positief blijven denken , hoop blijven houden , blijven doen wat Hij van ons zou verwachten

In Mc 13,4 stellen de vier leerlingen aan Jezus : zeg ons wanneer dat zal zijn en wanneer dat alles zal voltooid zijn In Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 antwoordt Jezus : jullie weten niet wanneer hét moment er is (Mc 13,33) ; jullie weten niet wanneer de huisheer komt (Mc 13,35) Tussen nu en de komst van de heer is de tijd van waakzaamheid Deze bestaat niet in een louter afwachten Ze houdt openheid en ontvankelijkheid in Ze is gericht op het ontvangen van de heer , op wat zal komen

Mc 13,33 : aansporing en reden
Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 : gelijkenis
Mc 13,37 : aansporing

a Mc 13,33a blepete agrupneite a' Mc 13,35a grègoreite oun
b Mc 13,33b ou oidate gar b Mc 13,35b ouk oidate gar
a' Mc 13,34 hina grègorè(i) a Mc 13,36b -Mc 13,37 mè katheudontas - grègoreite

Mc 13,33 - Mc 13,33 : 308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer - Mc 13,33-37 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 1ste (eerste) zondag van de advent B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:33 blepete agrupneite ouk oidate gar pote o kairos estin   33 videte vigilate et orate nescitis enim quando tempus sit   Zie toe! Wees waakzaam! Jullie weten immers niet wanneer de tijd er is 33 Jezus zei tot zijn leerlingen: "Weest op uw hoede, weest waakzaam; want gij weet niet wanneer het ogenblik daar is  [33] Kijk uit, wees waakzaam Want je weet niet wanneer het moment daar is 
[33] Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen 
33 kijkt goed, vecht tegen de slaap, want ge weet niet wanneer de tijd daar is!  33 « Soyez sur vos gardes, veillez, car vous ne savez pas quand ce sera le moment 

King James Bible [33] Take ye heed, watch and pray: for ye know not when the time is
Luther-Bibel 33 Seht euch vor, wachet! Denn ihr wisst nicht, wann die Zeit da ist

Tekstuitleg van Mc 13,33 Variabele lezing We komen bij het laatste deel van de apocalyptische rede Zoals bij het begin van de rede , zo luidt ook bij het begin van het derde deel de waarschuwing blepete (kijk uit) Het is een rede waarin de toekomst wordt bekeken Er speelt zich één en ander onder hun ogen af Maar opgelet ! Laat je niet om de tuin leiden Mensen zullen in de war komen Sommigen zullen zich voordoen alsof ik teruggekomen ben Zij zullen vertellen over ten oorlog trekken en over de overwinning Zij zullen je voorhouden mee ten strijde te trekken Velen zullen erin trappen Of sommigen zullen vertellen over oorlogen en daarin het teken zien dat het einde in aantocht is Want de Heer zal komen om de vijand te verslaan en de overwinning te behalen Dat is niet het einde Dat alles moet gebeuren Want het ene volk zal tegen het andere opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere Er zullen aardbevingen zijn en hongersnood Dat is nog maar het begin van de ellende
Wat de vertalingen betreft De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven , in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB)

Mc 13,33.1 βλεπετε (= blepete: jullie kijken, kijkt; wkw act ind praes + imperat praes 2de pers mv van het werkw βλεπω = blepô: kijken, zien) Taalgebruik in het NT : blepô (kijken, zien) Taalgebruik in de LXX: blepô (kijken, zien). Taalgebruik in Mc: blepô (kijken, zien). Mc (8): (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33. Een vorm van βλεπω = blepô (kijken, zien) in de LXX (133), in het NT (132), Mt (20), Mc (14), Lc (15), Joh (17), Hnd (14). De 1ste imperartief in de rede Mc 13,5b-37. De herhaling van de imperatief βλεπετε = blepete (kijkt uit) structureert de rede: Mc 13,5b-8. Mc 13,9-13. Mc 13,21-23. Mc 13,33-37.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af. Het thema van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a). De plaats van dit βλεπετε = blepete (kijkt uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie.
- βλεπετε = blepete (kijkt uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie. Het schema van het einde (eerst vervolging enz en dan verheerlijking) kan ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen: lijden, dood, verrijzenis.

Mc 13,332 ἀγρυπνεῖτε (= agrupneite: waakt; wkw act imperat praes 2de pers mv van het wkw ἀγρυπνεω = agrupneô: slaaploos of wakker zijn, waken), Taalgebruik in het NT : agrupneô (slaaploos of wakker zijn, waken) Taalgebruik in Mc : agrupneô (slaaploos of wakker zijn, waken)
In Ezr 8,29 is het de vertaling van sjiqdu (sjâqad) Mc (1) Mc 13,33 De enigste vorm in Mc

Mc 13,333 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

Mc 13,334 οιδατε (= oidate: jullie weten; wkw act ind 2de pers mv; zie het wkw οιδα = oida: ik weet), Taalgebruik in het NT : oida (ik weet) Taalgebruik in Mc : oida (ik weet)
In vijf verzen in Mc : (1) Mc 4,13 (2) Mc 10,38 (3) Mc 10,42 (4) Mc 13,33 (5) Mc 13,35 ouk oidate : In vier verzen in Mc ; niet in (3) Mc 10,42 Een vorm van oida (ik weet) in Mc in 23 verzen

Mc 13,335 gar (want) Taalgebruik in het NT : gar (want) Taalgebruik in Mc : gar (want) Redengevend voegwoord Hebr kî Lat enim Fr car Ned : want
Mc (63) In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc 13,8 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,22 (5) Mc 13,33 (6) Mc 13,35

Mc 13,336 pote (wanneer, soms)  Taalgebruik in het NT : pote (wanneer, soms) Taalgebruik in Mc : pote (wanneer, soms)
Mc (99 + 3 = 102) In vier verzen bij Marcus : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35 In Mc 13,4 wordt de vraag gesteld In Mc 13,33 en Mc 13,35 volgt een tweevoudig antwoord
- Mc 9,19
- Mc 13,4 : eipon hèmin pote tauta estai (zeg ons wanneer dat zal zijn)
- Mc 13,33 : ouk oidate gar pote ho kairos estin (want je weet niet wanneer het moment is)
- Mc 13,35 : ouk oidate gar pote ho kurios tès oikias erchetai (want je weet niet wanneer de heer van het huis komt)

Mc 13,337 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

Mc 13,338

kairos (gunstig moment) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br Apk syn  ev  P A b
nom mann enk kairos  66  50  16    4 1
totaal 455  371  84  10  13  3 28  30  34 4

- kairos (hét moment) bij Marcus, zie Mc 1,15 : Mc 1,14-15 -

grègoreite (waakt) Imperatief praesens In deze vorm komt het in 10 verzen in de bijbel voor, slechts in het NT In 4 verzen bij Matteüs, in 4 verzen bij Marcus In twee verzen in Mc 13,33-37 en in twee verzen in Mc 14,32-42 In Mc 13,37 wordt het hele hoofdstuk hiermee afgesloten

Mc 1,15   Mc 13,33 Mc 13,35
kai legôn hoti (en zeggende dat) kai (en) ouk oidate gar +pote (je weet immers niet wanneer) ouk oidate gar pote (je weet immers nie wanneert)
peplèrôtai (tot vervulling is gekomen) èggiken (nabij is)    
ho kairos (het gepaste moment - de gunstige tijd) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) ho kairos (de gunstige tijd) ho kurios tès oikias (de heer van het huis - de huisheer)
    estin (er is) erchetai (komt)
 21 Begin van Jezus'optreden in Galilea : Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 - Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 -    308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -  

 

Mc 13,34 - Mc 13,34 : 308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer - Mc 13,33-37 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 1ste (eerste) zondag van de advent B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:34 ôs anthrôpos apodèmos afeis tèn oikian autou kai dous tois doulois autou tèn exousian ekastô to ergon autou kai tô thurôrô eneteilato ina grègorè  34 sicut homo qui peregre profectus reliquit domum suam et dedit servis suis potestatem cuiusque operis et ianitori praecipiat ut vigilet  34 Het is zoals een mens (doie) op reis (ging) die zijn huis verliet en aan zijn dienaren de macht gaf, aan elk zijn werk, en aan de deurwachter beval hij dat hij zou waken  34 Het is ermee als met een man die in het buitenland vertoeft Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen, aan ieder zijn taak aangewezen en de deurwachter bevolen waakzaam te zijn   34] Het is als met iemand die naar het buitenland is, zijn huis heeft achtergelaten en het beheer heeft overgedragen aan zijn knechten, ieder zijn eigen taak, en aan de poortwachter heeft opgedragen om waakzaam te zijn  [34] Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden  34 het is als met een mens die op reis gaat: hij laat zijn huis achter, geeft zijn dienaren de volmacht, aan ieder zijn werk en de deurwachter gebiedt hij om wakker te zijn;  34 Il en sera comme d'un homme parti en voyage : il a quitté sa maison, donné pouvoir à ses serviteurs, à chacun sa tâche, et au portier il a recommandé de veiller

King James Bible [34] For the Son of man is as a man taking a far journey, who left his house, and gave authority to his servants, and to every man his work, and commanded the porter to watch
Luther-Bibel 34 Wie bei einem Menschen, der über Land zog und verließ sein Haus und gab seinen Knechten Vollmacht, einem jeden seine Arbeit, und gebot dem Türhüter, er solle wachen:

Tekstuitleg van Mc 13,34

1 hôs (zoals) Taalgebruik in het NT : hôs (zoals) Taalgebruik in Mc : hôs (zoals)
Mc (21) : (1) Mc 1,10 (2) Mc 1,22 (3) Mc 4,26 (4) Mc 4,27 (5) Mc 4,31 (6) Mc 4,36 (7) Mc 5,13 (8) Mc 6,15 (9) Mc 6,34 (10) Mc 7,6 (11) Mc 8,9 (12) Mc 8,24 (13) Mc 9,21 (14) Mc 10,1 (15) Mc 10,15 (16) Mc 12,25 (17) Mc 12,31 (18) Mc 12,33 (19) Mc 13,34 (20) Mc 14,48 (21) Mc 14,72

Mc 13,342 nom mann enk anthrôpos (mens) Taalgebruik in het NT : anthrôpos (mens) Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens)
Mc (14) : (1) Mc 1,23 (2) Mc 2,27 (3) Mc 3,1 (4) Mc 4,26 (5) Mc 5,2 (6) Mc 7,11 (7) Mc 8,37 (8) Mc 10,7 (9) Mc 10,9 (10) Mc 12,1 (11) Mc 13,34 (12) Mc 14,13 (13) Mc 14,21 (14) Mc 15,39

4, ἀφεὶς (= afeis: aflatende, achterlatende; wkw act part aor nom mann enk van het wkw αφιημι = af -hièmi: in beweging zetten, zenden, af-laten, ver-laten. afièmi < apo-ièmi < ap-hièmi, zie Baeyens 15,1 blz 8)

5 bep lidw acc vr enk tèn (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (109) Mc 13 (3) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,28 (3) Mc 13,34

Mc 13,347 pers voornaamw gen mann enk autou (van hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (143) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,16 (5) Mc 13,27 (6) Mc 13,34 In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord

9. δοὺς (= dous: gevende; wkw act part aor nom mann enk van het wkw διδωμι = didômi: geven. Lat: dare / donare - donum: geven - gave, gift. Fr: donner - don: geven - gave)

Mc 13,3412 pers voornaamw gen mann enk autou (van hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (143) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,16 (5) Mc 13,27 (6) Mc 13,34 In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord

Mc 13,3414 acc vr enk exousian (macht, gezag) Taalgebruik in het NT : exousia (gezag, macht) Taalgebruik in Mc : exousia (gezag, macht)
Mc (7) : (1) Mc 1,22 (2) Mc 1,27 (3) Mc 2,10 (4) Mc 3,15 (5) Mc 6,7 (6) Mc 11,28 (7) Mc 12,34

Mc 13,3416 bep lidw nom + acc onz enk to (het) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (12) : (1) Mc 13,3 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,10 (5) Mc 13,11 (6) Mc 13,13 (7) Mc 13,14 (8) Mc 13,16 (9) Mc 13,22 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,34

Mc 13,3418 pers voornaamw gen mann enk autou (van hem) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos Taalgebruik in Mc : voornaamwoord autos
Mc (143) Mc 13 (6) : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 (3) Mc 13,15 (4) Mc 13,16 (5) Mc 13,27 (6) Mc 13,34 In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc 13,1 (2) Mc 13,3 In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord

Mc 13,3420 bep lidw dat mann enk tô(i) (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc 13 (2) : (1) Mc 13,6 (2) Mc 13,34

Mc 13,3422 ἐνετείλατο (= eneteilato: hij beval; wkw med ind aor 3de pers enk van het wkw εντελλω = entellô: bevelen, opdragen, vragen). Taalgebruik in het NT : entellô (bevelen, opdragen, vragen) Taalgebruik in Mc : entellô (bevelen, opdragen, vragen)
Mc (2) : (1) Mc 10,3 (2) Mc 13,34

23 hina (opdat) Taalgebruik in het NT : hina (opdat) Taalgebruik in Mc : hina (opdat)
Mc (59) Mc 13 (2) : (1) Mc 13,18 (2) Mc 13,34

Mc 13,3424 γρηγορῇ (= grègorèi; hij zou waken; wkw act conjunct praes 3de pers enk van het wkw γρηγορεω = grègoreô: waken). Taalgebruik in het NT : grègoreô (waken) Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) Mc (1) : Mc 13,34 Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 (2) Mc 13,35 (3) Mc 13,37 (4) Mc 14,34 (5) Mc 14,37 (6) Mc 14,38

Mc 13,35 - Mc 13,35 : 308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer - Mc 13,33-37 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 1ste (eerste) zondag van de advent B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:35 grègoreite oun ouk oidate gar pote o kurios tès oikias erchetai è opse è mesonuktion è alektorofônias è prôi 35 vigilate ergo nescitis enim quando dominus domus veniat sero an media nocte an galli cantu an mane  35 Waak dus, jullie weten immers niet wanneer de heer des huizes komt, of (‘s avonds) laat of te middernacht of bij het hanegekraai of (‘s morgens) vroeg,  35 Weest dus waakzaam, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt, 's avonds laat of midden in de nacht, bij het hanegekraai of 's morgens vroeg  [35] Wees dus waakzaam, want je weet niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds laat* of midden in de nacht of bij het kraaien van de haan of bij het eerste ochtendlicht,  [35] Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg  35 blijft dan wakker, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt, laat, middernacht, bij het hanengekraai of in de morgen,  35 Veillez donc, car vous ne savez pas quand le maître de la maison va venir, le soir, à minuit, au chant du coq ou le matin,  

King James Bible [35] Watch ye therefore: for ye know not when the master of the house cometh, at even, or at midnight, or at the cockcrowing, or in the morning:
Luther-Bible 35 so wacht nun; denn ihr wisst nicht, wann der Herr des Hauses kommt, ob am Abend oder zu Mitternacht oder um den Hahnenschrei oder am Morgen,

Tekstuitleg van Mc 13,35

Mc 13,351 γρηγορεῖτε (= grègoreite: waakt; wkw act imperat 2de pers mv van het wkw γρηγορεω = grègoreô: waken). Taalgebruik in het NT : grègoreô (waken) Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) Mc (4) : (1) Mc 13,35 (2) Mc 13,37 (3) Mc 14,34 (4) Mc 14,38 Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 (2) Mc 13,35 (3) Mc 13,37 (4) Mc 14,34 (5) Mc 14,37 (6) Mc 14,38

Mc 13,352 oun (dus, bijgevolg) Taalgebruik in het NT : oun (dus, bijgevolg) Taalgebruik in Mc : oun (dus, bijgevolg)
In zes verzen in Mc : (1) Mc 10,9 (2) Mc 11,31 (3) Mc 12,9 (4) Mc 13,35 (5) Mc 15,12 (6) Mc 16,19

Mc 13,353 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) Mc (42 + 66 + 6 = 114) Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) (1) Mc 13,2 (ou) (2) Mc 13,11 (ou) (3) Mc 13,14 (ou) (4) Mc 13,19 (ou) (5) Mc 13,20 (ouk) (6) Mc 13,24 (ou) (7) Mc 13,30 (ou) (8) Mc 13,31 (ou) (9) Mc 13,33 (ouk) (10) Mc 13,35 (ouk)

Mc 13,35.4 οἴδατε (= oidate: jullie weten; wkw act ind 2de pers mv; zie het wkw οιδα = oida: ik weet). Taalgebruik in het NT : oida (ik weet) Taalgebruik in Mc : oida (ik weet)
In vijf verzen in Mc : (1) Mc 4,13 (2) Mc 10,38 (3) Mc 10,42 (4) Mc 13,33 (5) Mc 13,35 ouk oidate : In vier verzen in Mc ; niet in (3) Mc 10,42 Een vorm van oida (ik weet) in Mc in 23 verzen

Mc 13,355 gar (want) Taalgebruik in het NT : gar (want) Taalgebruik in Mc : gar (want) Redengevend voegwoord Hebr kî Lat enim Fr car Ned : want
Mc (63) In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc 13,8 (2) Mc 13,11 (3) Mc 13,19 (4) Mc 13,22 (5) Mc 13,33 (6) Mc 13,35

Mc 13,356 pote (wanneer, soms)  Taalgebruik in het NT : pote (wanneer, soms) Taalgebruik in Mc : pote (wanneer, soms)
Mc (99 + 3 = 102) In vier verzen bij Marcus : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35
- Mc 9,19
- Mc 13,4 : eipon hèmin pote tauta estai (zeg ons wanneer dat zal zijn)
- Mc 13,33 : ouk oidate gar pote ho kairos estin (want je weet niet wanneer het moment is)
- Mc 13,35 : ouk oidate gar pote ho kurios tès oikias erchetai (want je weet niet wanneer de heer van het huis komt)

Mc 13,357 bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

11. ερχεται (= erchetai: hij gaat; wkw act ind praes 3de pers enk van het wkw ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen; 2 wkw met verschillende stammen: ερχ = erch en ελ = el: Baeyens 102,136, zie Fr.: al-ler; om de aor van het wkw αρχομαι = archomai: beginnen en ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen, van elkaar te onderscheiden).

Mc 13,3512 partikel van vergelijking è OF bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

Mc 13,3513 opse (laat) Taalgebruik in het NT : opse (laat) Taalgebruik in Mc : opse (laat) Avond D Abend E evening Lat ad vesperas Gr hespera Lat serus (serenade) Fr soir
Mc (2) : (1) Mc 11,19 (2) Mc 13,35

Mc 13,3514 partikel van vergelijking è OF bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

Mc 13,3516 partikel van vergelijking è OF bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

Mc 13,3518 partikel van vergelijking è OF bep lidw nom vr enk hè (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (76) Mc 13 (5) : (1) Mc 13,24 (2) Mc 13,30 (3) Mc 13,31 (4) Mc 13,32 (5) Mc 13,35

Mc 13,36 - Mc 13,36 : 308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer - Mc 13,33-37 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 1ste (eerste) zondag van de advent B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:36 mè elthôn exaifnès eurè umas katheudontas  36 ne cum venerit repente inveniat vos dormientes  36 opdat hij, als hij plotseling komt, jullie met slapend vindt  36 Als hij onverwachts komt, laat hij u dan niet slapend vinden  [36] zodat hij niet onverwacht komt en jullie in slaap vindt   [36] Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt  36 opdat hij, als hij plotseling komt, u niet slapende zal vinden;   36 de peur que, venant à l'improviste, il ne vous trouve endormis  

King James Bible [36] Lest coming suddenly he find you sleeping
Luther-Bibel 36 damit er euch nicht schlafend finde, wenn er plötzlich kommt

Tekstuitleg van Mc 13,36

1 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT : mè (niet) Taalgebruik in Mc : mè (niet)
Mc (67) Mc 13 (14) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,7 (4) Mc 13,11 (5) Mc 13,15 (6) Mc 13,16 (7) Mc 13,18 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,20 (10) Mc 13,21 (11) Mc 13,30 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,36

2. ελθων (= elthôn: gekomen; wkw act part aor nom mann enk van het wkw ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen; 2 wkw met verschillende stammen: ερχ = erch en ελ = el: Baeyens 102,136, zie Fr.: al-ler; om de aor van het wkw αρχομαι = archomai: beginnen en ἐρχόμαι = erchomai: gaan, komen, van elkaar te onderscheiden).

4. εὕρῃ (= heurè: hij zou vinden); wkw act conjunct aor 3de pers enk van het wkw εὑρισκω = heuriskô: vinden)

5 persoonl voornaamw acc mv humas (jullie) Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord
Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) (2) Mc 1,17 (3) Mc 6,11 (4) Mc 9,19 (5) Mc 9,41 (6): Mc 11,29 (7) Mc 13,5 (8) Mc 13,9 (9) Mc 13,11 (10) Mc 13,36 (11) Mc 14,28 (12) Mc 14,49 (13) Mc 16,7 

6 .καθευδοντας (= katheudontas: slapend; wkw act part praes acc mann mv van het wkw καθευδω = katheudô: slapen)

Mc 13,37 - Mc 13,37 : 308 Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer - Mc 13,33-37 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 1ste (eerste) zondag van de advent B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13:37 o de umin legô pasin legô grègoreite   37 quod autem vobis dico omnibus dico vigilate   37 Wat ik Jullie echter zeg, zeg ik aan allen Waak   37 En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: weest waakzaam!"   [37] Wat Ik jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees waakzaam’  [37] Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen iedereen: wees waakzaam!’  37 en wat ik tot u zeg, zeg ik tot allen: blijft wakker!   37 Et ce que je vous dis à vous, je le dis à tous : veillez ! »  

King James Bible [37] And what I say unto you I say unto all, Watch
Luther-Bibel 37 Was ich aber euch sage, das sage ich allen: Wachet!

Tekstuitleg van Mc 13,37.

1 betrekk voornaamw nom + acc onz enk ho (wat) OF bep lidw nom mann enk ho (de) Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord Gr to , tè N : de E : the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Mc (219) Mc 13 (16) : (1) Mc 13,2 (2) Mc 13,5 (3) Mc 13,11 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,16 (8) Mc 13,19 (9) Mc 13,21 (10) Mc 13,24 (11) Mc 13,28 (12) Mc 13,31 (13) Mc 13,32 (14) Mc 13,33 (15) Mc 13,35 (16) Mc 13,37

2 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT : de (echter) Taalgebruik in Mc : de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (149 + 2 = 151) Mc 13 (13) : (1) Mc 13,5 (2) Mc 13,7 (3) Mc 13,9 (4) Mc 13,13 (5) Mc 13,14 (6) Mc 13,15 (7) Mc 13,17 (8) Mc 13,18 (9) Mc 13,23 (10) Mc 13,28 (11) Mc 13,31 (12) Mc 13,32 (13) Mc 13,37

7 act imp 2de p mv grègoreite (waakt) van het werkw grègoreô (waken) Taalgebruik in het NT : grègoreô (waken) Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) Mc (4) : (1) Mc 13,35 (2) Mc 13,37 (3) Mc 14,34 (4) Mc 14,38 Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 (2) Mc 13,35 (3) Mc 13,37 (4) Mc 14,34 (5) Mc 14,37 (6) Mc 14,38 In twee verzen in Mc 13,33-37 en in twee verzen in Mc 14,32-42 In Mc 13,37 wordt het hele hoofdstuk hiermee afgesloten


Bible de Jérusalem

1 Comme il s'en allait hors du Temple, un de ses disciples lui dit : « Maître, regarde, quelles pierres ! quelles constructions ! » 2 Et Jésus lui dit : « Tu vois ces grandes constructions ? Il n'en restera pas pierre sur pierre qui ne soit jetée bas » 3 Et comme il était assis sur le mont des Oliviers en face du Temple, Pierre, Jacques, Jean et André l'interrogeaient en particulier : 4 « Dis-nous quand cela aura lieu et quel sera le signe que tout cela va finir » 5 Alors Jésus se mit à leur dire : « Prenez garde qu'on ne vous abuse 6 Il en viendra beaucoup sous mon nom, qui diront : «C'est moi», et ils abuseront bien des gens 7 Lorsque vous entendrez parler de guerres et de rumeurs de guerres, ne vous alarmez pas : il faut que cela arrive, mais ce ne sera pas encore la fin 8 On se dressera, en effet, nation contre nation et royaume contre royaume Il y aura par endroits des tremblements de terre, il y aura des famines Ce sera le commencement des douleurs de l'enfantement 9 « Soyez sur vos gardes On vous livrera aux sanhédrins, vous serez battus de verges dans les synagogues et vous comparaîtrez devant des gouverneurs et des rois, à cause de moi, pour rendre témoignage en face d'eux 10 Il faut d'abord que l'Évangile soit proclamé à toutes les nations 11 « Et quand on vous emmènera pour vous livrer, ne vous préoccupez pas de ce que vous direz, mais dites ce qui vous sera donné sur le moment : car ce n'est pas vous qui parlerez, mais l'Esprit Saint 12 Le frère livrera son frère à la mort, et le père son enfant ; les enfants se dresseront contre leurs parents et les feront mourir 13 Et vous serez haïs de tous à cause de mon nom, mais celui qui aura tenu bon jusqu'au bout, celui-là sera sauvé 14 « Lorsque vous verrez l'abomination de la désolation installée là où elle ne doit pas être que le lecteur comprenne ! , alors que ceux qui seront en Judée s'enfuient dans les montagnes, 15 que celui qui sera sur la terrasse ne descende pas pour rentrer dans sa maison et prendre ses affaires ; 16 et que celui qui sera aux champs ne retourne pas en arrière pour prendre son manteau ! 17 Malheur à celles qui seront enceintes et à celles qui allaiteront en ces jours-là ! 18 Priez pour que cela ne tombe pas en hiver 19 Car en ces jours-là il y aura une tribulation telle qu'il n'y en a pas eu de pareille depuis le commencement de la création qu'a créée Dieu jusqu'à ce jour, et qu'il n'y en aura jamais plus 20 Et si le Seigneur n'avait abrégé ces jours, nul n'aurait eu la vie sauve ; mais à cause des élus qu'il a choisis, il a abrégé ces jours 21 Alors si quelqu'un vous dit : «Voici : le Christ est ici ! », »Voici : il est là ! », n'en croyez rien 22 Il surgira, en effet, des faux Christs et des faux prophètes qui opéreront des signes et des prodiges pour abuser, s'il était possible, les élus 23 Pour vous, soyez en garde : je vous ai prévenus de tout 24 Mais en ces jours-là, après cette tribulation, le soleil s'obscurcira, la lune ne donnera plus sa lumière, 25 les étoiles se mettront à tomber du ciel et les puissances qui sont dans les cieux seront ébranlées 26 Et alors on verra le Fils de l'homme venant dans des nuées avec grande puissance et gloire 27 Et alors il enverra les anges pour rassembler ses élus, des quatre vents, de l'extrémité de la terre à l'extrémité du ciel 28 « Du figuier apprenez cette parabole Dès que sa ramure devient flexible et que ses feuilles poussent, vous comprenez que l'été est proche 29 Ainsi vous, lorsque vous verrez cela arriver, comprenez qu'Il est proche, aux portes 30 En vérité je vous le dis, cette génération ne passera pas que tout cela ne soit arrivé 31 Le ciel et la terre passeront, mais mes paroles ne passeront point 32 « Quant à la date de ce jour, ou à l'heure, personne ne les connaît, ni les anges dans le ciel, ni le Fils, personne que le Père 33 « Soyez sur vos gardes, veillez, car vous ne savez pas quand ce sera le moment 34 Il en sera comme d'un homme parti en voyage : il a quitté sa maison, donné pouvoir à ses serviteurs, à chacun sa tâche, et au portier il a recommandé de veiller 35 Veillez donc, car vous ne savez pas quand le maître de la maison va venir, le soir, à minuit, au chant du coq ou le matin, 36 de peur que, venant à l'improviste, il ne vous trouve endormis 37 Et ce que je vous dis à vous, je le dis à tous : veillez ! »


King James Bible

[1] And as he went out of the temple, one of his disciples saith unto him, Master, see what manner of stones and what buildings are here! [2] And Jesus answering said unto him, Seest thou these great buildings? there shall not be left one stone upon another, that shall not be thrown down [3] And as he sat upon the mount of Olives over against the temple, Peter and James and John and Andrew asked him privately, [4] Tell us, when shall these things be? and what shall be the sign when all these things shall be fulfilled? [5] And Jesus answering them began to say, Take heed lest any man deceive you: [6] For many shall come in my name, saying, I am Christ; and shall deceive many [7] And when ye shall hear of wars and rumours of wars, be ye not troubled: for such things must needs be; but the end shall not be yet [8] For nation shall rise against nation, and kingdom against kingdom: and there shall be earthquakes in divers places, and there shall be famines and troubles: these are the beginnings of sorrows [9] But take heed to yourselves: for they shall deliver you up to councils; and in the synagogues ye shall be beaten: and ye shall be brought before rulers and kings for my sake, for a testimony against them [10] And the gospel must first be published among all nations [11] But when they shall lead you, and deliver you up, take no thought beforehand what ye shall speak, neither do ye premeditate: but whatsoever shall be given you in that hour, that speak ye: for it is not ye that speak, but the Holy Ghost [12] Now the brother shall betray the brother to death, and the father the son; and children shall rise up against their parents, and shall cause them to be put to death [13] And ye shall be hated of all men for my name's sake: but he that shall endure unto the end, the same shall be saved [14] But when ye shall see the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet, standing where it ought not, (let him that readeth understand,) then let them that be in Judaea flee to the mountains: [15] And let him that is on the housetop not go down into the house, neither enter therein, to take any thing out of his house: [16] And let him that is in the field not turn back again for to take up his garment [17] But woe to them that are with child, and to them that give suck in those days! [18] And pray ye that your flight be not in the winter [19] For in those days shall be affliction, such as was not from the beginning of the creation which God created unto this time, neither shall be [20] And except that the Lord had shortened those days, no flesh should be saved: but for the elect's sake, whom he hath chosen, he hath shortened the days [21] And then if any man shall say to you, Lo, here is Christ; or, lo, he is there; believe him not: [22] For false Christs and false prophets shall rise, and shall shew signs and wonders, to seduce, if it were possible, even the elect [23] But take ye heed: behold, I have foretold you all things [24] But in those days, after that tribulation, the sun shall be darkened, and the moon shall not give her light, [25] And the stars of heaven shall fall, and the powers that are in heaven shall be shaken [26] And then shall they see the Son of man coming in the clouds with great power and glory [27] And then shall he send his angels, and shall gather together his elect from the four winds, from the uttermost part of the earth to the uttermost part of heaven [28] Now learn a parable of the fig tree; When her branch is yet tender, and putteth forth leaves, ye know that summer is near: [29] So ye in like manner, when ye shall see these things come to pass, know that it is nigh, even at the doors [30] Verily I say unto you, that this generation shall not pass, till all these things be done [31] Heaven and earth shall pass away: but my words shall not pass away [32] But of that day and that hour knoweth no man, no, not the angels which are in heaven, neither the Son, but the Father [33] Take ye heed, watch and pray: for ye know not when the time is [34] For the Son of man is as a man taking a far journey, who left his house, and gave authority to his servants, and to every man his work, and commanded the porter to watch [35] Watch ye therefore: for ye know not when the master of the house cometh, at even, or at midnight, or at the cockcrowing, or in the morning: [36] Lest coming suddenly he find you sleeping [37] And what I say unto you I say unto all, Watch


Luther-Bibel

Das Ende des Tempels
1 Und als er aus dem Tempel ging, sprach zu ihm einer seiner Jünger: Meister, siehe, was für Steine und was für Bauten! 2 Und Jesus sprach zu ihm: Siehst du diese großen Bauten? Nicht ein Stein wird auf dem andern bleiben, der nicht zerbrochen werde

Der Anfang der Wehen
3 Und als er auf dem Ölberg saß gegenüber dem Tempel, fragten ihn Petrus und Jakobus und Johannes und Andreas, als sie allein waren: 4 Sage uns, wann wird das geschehen? Und was wird das Zeichen sein, wenn das alles vollendet werden soll? 5 Jesus fing an und sagte zu ihnen: Seht zu, dass euch nicht jemand verführe! 6 Es werden viele kommen unter meinem Namen und sagen: Ich bin's, und werden viele verführen 7 Wenn ihr aber hören werdet von Kriegen und Kriegsgeschrei, so fürchtet euch nicht Es muss so geschehen Aber das Ende ist noch nicht da 8 Denn es wird sich ein Volk gegen das andere erheben und ein Königreich gegen das andere Es werden Erdbeben geschehen hier und dort, es werden Hungersnöte sein Das ist der Anfang der Wehen 9 Ihr aber seht euch vor! Denn sie werden euch den Gerichten überantworten, und in den Synagogen werdet ihr gegeißelt werden, und vor Statthalter und Könige werdet ihr geführt werden um meinetwillen, ihnen zum Zeugnis 10 Und das Evangelium muss zuvor gepredigt werden unter allen Völkern 11 Und wenn sie euch hinführen und überantworten werden, so sorgt euch nicht vorher, was ihr reden sollt; sondern was euch in jener Stunde gegeben wird, das redet Denn ihr seid's nicht, die da reden, sondern der Heilige Geist 12 Und es wird ein Bruder den andern dem Tod preisgeben und der Vater den Sohn, und die Kinder werden sich empören gegen die Eltern und werden sie töten helfen 13 Und ihr werdet gehasst sein von jedermann um meines Namens willen Wer aber beharrt bis an das Ende, der wird selig

Die große Bedrängnis
14 Wenn ihr aber sehen werdet das Gräuelbild der Verwüstung stehen, wo es nicht soll - wer es liest, der merke auf! -, alsdann, wer in Judäa ist, der fliehe auf die Berge 15 Wer auf dem Dach ist, der steige nicht hinunter und gehe nicht hinein, etwas aus seinem Hause zu holen 16 Und wer auf dem Feld ist, der wende sich nicht um, seinen Mantel zu holen 17 Weh aber den Schwangeren und den Stillenden zu jener Zeit! 18 Bittet aber, dass es nicht im Winter geschehe 19 Denn in diesen Tagen wird eine solche Bedrängnis sein, wie sie nie gewesen ist bis jetzt vom Anfang der Schöpfung, die Gott geschaffen hat, und auch nicht wieder werden wird 20 Und wenn der Herr diese Tage nicht verkürzt hätte, würde kein Mensch selig; aber um der Auserwählten willen, die er auserwählt hat, hat er diese Tage verkürzt 21 Wenn dann jemand zu euch sagen wird: Siehe, hier ist der Christus; siehe, da ist er!, so glaubt es nicht 22 Denn es werden sich erheben falsche Christusse und falsche Propheten, die Zeichen und Wunder tun, sodass sie die Auserwählten verführen würden, wenn es möglich wäre 23 Ihr aber seht euch vor! Ich habe euch alles zuvor gesagt!

Das Kommen des Menschensohns
24 Aber zu jener Zeit, nach dieser Bedrängnis, wird die Sonne sich verfinstern und der Mond seinen Schein verlieren, 25 und die Sterne werden vom Himmel fallen, und die Kräfte der Himmel werden ins Wanken kommen 26 Und dann werden sie sehen den Menschensohn kommen in den Wolken mit großer Kraft und Herrlichkeit 27 Und dann wird er die Engel senden und wird seine Auserwählten versammeln von den vier Winden, vom Ende der Erde bis zum Ende des Himmels

Mahnung zur Wachsamkeit
28 An dem Feigenbaum aber lernt ein Gleichnis: Wenn jetzt seine Zweige saftig werden und Blätter treiben, so wisst ihr, dass der Sommer nahe ist 29 Ebenso auch: wenn ihr seht, dass dies geschieht, so wisst, dass er nahe vor der Tür ist 30 Wahrlich, ich sage euch: Dieses Geschlecht wird nicht vergehen, bis dies alles geschieht 31 Himmel und Erde werden vergehen; meine Worte aber werden nicht vergehen 32 Von dem Tage aber und der Stunde weiß niemand, auch die Engel im Himmel nicht, auch der Sohn nicht, sondern allein der Vater 33 Seht euch vor, wachet! Denn ihr wisst nicht, wann die Zeit da ist 34 Wie bei einem Menschen, der über Land zog und verließ sein Haus und gab seinen Knechten Vollmacht, einem jeden seine Arbeit, und gebot dem Türhüter, er solle wachen: 35 so wacht nun; denn ihr wisst nicht, wann der Herr des Hauses kommt, ob am Abend oder zu Mitternacht oder um den Hahnenschrei oder am Morgen, 36 damit er euch nicht schlafend finde, wenn er plötzlich kommt 37 Was ich aber euch sage, das sage ich allen: Wachet!


Jezus zei :

Ik weet het niet
Jullie vragen
over het wat en hoe en wanneer
van het einde van de wereld
en van de wederkomst van de mensenzoon
kan ik slechts zo beantwoorden :
ik weet het niet
Jullie willen van mij weten
wat God alleen weet
Ik weet het dus niet
Wat rest mij dan te zeggen ?
Slechts dit :
behoud de spanning
tussen het hier en het hierna ,
tussen het nu en het eeuwige
Wat je nu kunt doen :
aan deze wereld werken ,
dat in dag uit
totdat de dag komt
dat het hier overgaat in het hierna
en het nu in het eeuwige


WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) Meer info : Arseen De Kesel Email: arseendekesel@telenetbe
websitenaam : http://wwwinterlevensbeschouwelijkbe/indexhtm BIJ DE HAND
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
OF (met aanvullingen) : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z

HOOFDTHEMA'S : Levensbeschouwingen : bahá'í , boeddhisme , christendom -BIJBELGROEP(EN) - metamorfoses - RASJIKRING - BIJBELS LEERHUIS, hindoeïsme , islam , jodendom , sikhisme , Voor U gelezen , vrijzinnigheid
- bijbel , bijbelgroepen , bijbel en koran , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , koran , liturgie : ABC-jaar Proto-evangelie van Jakobus Te Elfder Ure (TEU)
- Maatschappij : allochtonen , armoede , vluchtelingen en asielzoekers ,
- Spiritualiteit :   bezinningsteksten , bijbelwoord voor iedere dag , spiritualiteit ,
- Talen : Arabisch , Aramees , bijbelverwijzingen , Duits , Frans , Grieks , Hebreeuws , Latijn , Nederlands ,
- Andere : getallen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen


- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi)
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 3 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps)
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
- Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
1 Hebreeuwse bijbel   2 Targumim 3 LXX (1) , LXX (2) , Griekse tekst NT   4 Vulgata   
5 Statenvertaling   6 Willibrordvertaling   7 Nieuwe Vertaling   8 http://naardensebijbelnl/zoekphp
9 Bible de Jérusalem 10 King James Bible  - King James Bible 11 Luther-Bibel   12 liturgische lezing   13 Arabisch : http://wjsnhomexs4allnl/arabhtm