MARCUSEVANGELIE DERTIENDE HOOFDSTUK - MC 13 -
- bijbeloverzicht
-- Taalgebruik --
Mc (Marcus)
-- Mc 13
-
- Mc : overzicht , Mc : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Mc : commentaar
Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | Luther-Bibel 1984 |
| bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem (2) | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het dertiende hoofdstuk van het Marcusevangelie
:
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc
13,1-4 - Mt
24,1-3 - Lc
21,5-7 -
300. Het begin van het einde : Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 -
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc
13,9-13 - Mt
24,9-14 - Lc
21,12-19 -
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc
13,14-20 - Mt
24,15-22 - Lc
21,20-24 -
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 -
305. De komst van de Mensenzoon : Mc
13,24-27 - Mt
24,29-31 - Lc
21,25-28 -
306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc
13,28-29 - Mt
24,32-33 - Lc
21,29-31 -
307. De tijd van het einde : Mc
13,30-32 - Mt
24,34-36 - Lc
21,32-33 -
308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van
de Heer :Mc
13,33-37 -
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 -
| Mc 13,1 | Mc 13,3 |
| kai (en) | kai (en) |
| ekporeuomenou (zich op weg begevende weg) | kathèmenou (gezeten) |
| autou (hij) | autou (hij) |
| eis to oros tôn elaiôn (op de berg van de Olijven) | |
| ek tou hierou (uit de tempel) | katenanti tou hierou (tegenover de tempel) |
| 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 - |
| Mc 13,1 - Mc 13,1 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] And as he went out of the temple, one of his disciples
saith unto him, Master, see what manner of stones and what buildings are here!
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,1 .
Mc 13,1.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,1.2.
part. praes. gen. mann. enk. ekporeuomenou van het werkw. ekporeuomai (zich
op weg begeven uit) . Taalgebruik in het N;T. : ekporeuomai
(zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in Mc : ekporeuomai
(zich op weg begeven uit) . + por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig
naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare
plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het
woord behoort tot de groep van varen .
Mc (3) : (1) Mc
10,17 . (2) Mc
10,46 . (3) Mc
13,1 . Een vorm van ekporeuomai (zich op weg begeven uit) in Mc in 11 verzen
. Een vorm van ekporeuomai (zich op weg begeven uit) vergezeld van ek (4) :
(1) Mc
7,15 . (2) Mc
7,20 . (3) Mc
7,21 . (4) Mc
13,1 , van exô (1) : Mc
11,19 , van -then (2) : (1) Mc
6,11 . (2) Mc
7,21 .
Mc 13,1.3.
pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,16 . (5) Mc
13,27 . (6) Mc
13,34 . In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord
.
Mc 13,1.2. - 3. ekporeuomenou autou = terwijl hij (Jezus) zich naar buiten op weg begeeft . Losse genitief in Mc (3) : (1) Mc 10,17 . (2) Mc 10,46 . (3) Mc 13,1 . In Mc 10,17 vertrekt Jezus uit een huis in de streek van Juda , in Mc 10,46 uit de stad Jericho en in Mc 13,1 uit de tempel van Jeruzalem .
Mc 13,1.4.
ek - ex (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc (38 + 20 = 58) . ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,15 . (3) Mc
13,25 . (4) Mc
13,27 . (tempel - huis - hemel - 4 windstreken) .
Mc 13,1.5.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 .
Mc 13,1.6.
gen. onz. enk. hierou (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in het N.T. : hieron
(heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Mc : hieron
(heiligdom, tempel) . Mc (9) . Mc 11 (5) . Mc 12 (1) . Mc 13 (2) . Mc 14
(1) . Een vorm van hieron is steeds voorafgegaan door een voorzetsel (9 / 9)
.
1. dia tou hierou (door de tempel) . Mc (1) : Mc
11,16 .
2. eis to hieron (naar de tempel) . Mc (2) : (1) Mc
11,11 . (2) Mc
11,15 .
3. ek tou hierou (uit de tempel) . Mc (1) : Mc
13,1 .
4. en tô(i) hierô(i) (in de tempel) . Mc (4) : (1) Mc
11,15 . (2) Mc
11,27 . (3) Mc
12,35 . (4) Mc
14,49 .
5. katenanti tou hierou (tegenover de tempel) . Mc (1) : Mc
13,3 .
Een vorm van hieron (tempel) in Mc 11 (5) : (1) eis to hieron (naar de tempel)
: Mc 11,11
. (2) eis to hieron (naar de tempel) : Mc
11,15 . (3) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc
11,15 . (4) dia tou hierou (door de tempel) : Mc
11,16 . (5) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc
11,27 .
7. act. ind. pr. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw.
legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mc (62) . Mc 13 (1) : Mc
13,1 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 13 in 5 verzen , van eipon
(ik zeg) in 3 verzen .
8. pers. voornaamw. dat. mann. enk. autô(i) (hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (109) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,2 . In beide verzen bij een vorm van het werkw. legô (zeggen) .
Mc 13,1.7. - 8. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .
Mc 13,1.9.
onbepaald voornaamw. heis (iemand) OF eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. :
eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
10. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 13 (3) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,27 .
9. - 10. heis (tou / tôn) = iemand (van) .
- Mc 5,22
: heis tôn archisunagôgôn (iemand van de synagogeoversten)
.
- heis tôn profètôn (iemand van de profeten) (2) : (1) Mc
6,15 . (2) Mc
8,28 .
- Mc 9,17
: heis ek tou ochlou (iemand uit het volk) .
11. gen. mann. mv. mathètôn (leerlingen) . Zelfstandig naamwoord mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Mc (8) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 7,2 . (3) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (4) Mc 10,46 . (5) Mc 11,1 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (6) Mc 13,1 (heis tôn mathètôn autou = één van zijn leerlingen) . (7) Mc 14,13 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (8) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .
Mc 13,1.17.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
- poreuomai = zich op weg begeven (bij Marcus), zie Mc 10,1 . Ekporeuomenou autou (bij het naar buiten treden van Jezus). Participium praesens genitief enkelvoud, losse genitief : (1) Mc 10,17 (2) Mc 10,46 (3) Mc 13,1 . Het vormt een link met Mc 11,27 : kai erchontai palin eis Hierosoluma kai en tôi hierôi peripatountos autou (en zij gaan opnieuw naar Jeruzalem. En tijdens het rondwandelen van Jezus in de tempel).
| Mc 13,2 - Mc 13,2 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And Jesus answering said unto him, Seest thou these
great buildings? there shall not be left one stone upon another, that shall
not be thrown down.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,2 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
2. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
3. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc 13 (2) : (1) Mc 13,2 . (2) Mc 13,5 .
1. - 3. kai ho ièsous (en Jezus) . Vooraan de zin . Mc (4) : (1) Mc 3,7 . (2) Mc 11,33 . (3) Mc 12,34 . (4) Mc 13,2 .
11. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
12. mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
16. epi , ep' , ef' (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc (51 + 14 + 6 = 71) . Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,6 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,9 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,29 . ep' (1) Mc
13,8 .
19. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
| Mc 13,3 - Mc 13,3 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And as he sat upon the mount of Olives over against
the temple, Peter and James and John and Andrew asked him privately,
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,3 .
Mc 13,3.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,3.2. part. praes. gen. mann. enk. kathèmenou (zittend) van het werkw. kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . Taalgebruik in het N.T. : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . Taalgebruik in Mc : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . Mc (1) Mc 13,3 .
3. pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw.
autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,16 . (5) Mc
13,27 . (6) Mc
13,34 . In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord
.
Mc 13,3.4.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
Mc 13,3.5.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
7. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 13 (3) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,27 .
10. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. :
bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 .
Mc 13,3.11.
gen. onz. enk. hierou (heiligdom, tempel) Taalgebruik in het N.T. : hieron
(heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Mc : hieron
(heiligdom, tempel) . Een vorm van hieron is steeds voorafgegaan door een
voorzetsel .
1. dia tou hierou (door de tempel) . Mc (1) : Mc
11,16 .
2. eis to hieron (naar de tempel) . Mc (2) : (1) Mc
11,11 . (2) Mc
11,15 .
3. ek tou hierou (uit de tempel) . Mc (1) : Mc
13,1 .
4. en tô(i) hierô(i) (in de tempel) . Mc (4) : (1) Mc
11,15 . (2) Mc
11,27 . (3) Mc
12,35 . (4) Mc
14,49 .
5. katenanti tou hierou (tegenover de tempel) . Mc (1) : Mc
13,3 .
Een vorm van hieron (tempel) in Mc 11 (5) : (1) eis to hieron (naar de tempel)
: Mc 11,11
. (2) eis to hieron (naar de tempel) : Mc
11,15 . (3) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc
11,15 . (4) dia tou hierou (door de tempel) : Mc
11,16 . (5) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc
11,27 .
Mc 13,3.12.
act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van het
werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger
: ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
9,33 . (6) Mc
10,17. (7) Mc
13,3 . (8) Mc
14,61 . (9) Mc
15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .
Mc 13,3.14.
kat' : afkorting van kata . kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T.
: kata
(tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata
(tegen, volgens) .
Mc (11) . Mc 13 (1) :
Mc 13,3 .
Mc 13,3.15.
acc. vr. enk. idian (eigen) van het bijvoegl. naamw. idios (eigen) . Taalgebruik
in het N.T. : idios
(eigen) . Taalgebruik in Mc : idios
(eigen) .
Mc (7) : (1) Mc
4,34 . (2) Mc
6,31 . (3) Mc
6,32 . (4) Mc
7,33 . (5) Mc
9,2 . (6) Mc
9,28 . (7) Mc
13,3 .
Mc 13,3.14.
- 15. kat'idian (?? oikian) : bij zijn eigen - bij zijn huis = thuis .
In zeven verzen bij Mc : (1) Mc
4,34 . (2) Mc
6,31 . (3) Mc
6,32 . (4) Mc
7,33 . (5) Mc
9,2 . (6) Mc
9,28 . (7) Mc
13,3 .
Mc 13,3.17.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,3.18.
nom. mann. enk. iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in het N.T. : iakôbos
(Jakobus) . Taalgebruik in Mc : iakôbos
(Jakobus) .
Mc (2) : (1) Mc
10,35 . (2) Mc
13,3 .
Mc 13,3.19.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,3.20.
nom. mann. enk. Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. :
Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Mc (3) : (1) Mc
9,38 . (2) Mc
10,35 . (3) Mc
13,3 .
Mc 13,3.21.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,3.22.
nom. mann. enk. andreas (Andreas) . Taalgebruik in het N.T. : andreas
(Andreas) . Taalgebruik in Mc : andreas
(Andreas) .
Mc (1) : Mc
13,3 . Een vorm van andreas (Andreas) in 4 verzen in Mc . In het kwartet
van Mc
13,3 komt hij op de 4de plaats . Zo komt hij ook op de vierde plaats in
het verhaal van de roeping van de twaalf (Mc
3,18) . Dit is telkens het geval wanneer zijn broer Simon de naam Petrus
draagt . Hij heeft dus zijn plaats moeten afstaan aan Jakobus en Johannes .
In Mc
1,16 en Mc
1,29 wordt hij op de tweede plaats na zijn broer Simon vermeld.
| Mc 13,4 - Mc 13,4 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] Tell us, when shall these things be? and what shall
be the sign when all these things shall be fulfilled?
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,4 .
2. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis
. Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (9) : (1) Mc
1,24 . (2) Mc
9,22 . (3) Mc
9,38 . (4) Mc
10,35 . (5) Mc
10,37 . (6) Mc
12,19 . (7) Mc
13,4 . (8) Mc
14,15 . (9) Mc
16,3 .
3. pote (wanneer, soms) . Taalgebruik in het N.T. : pote
(wanneer, soms) . Taalgebruik in Mc : pote
(wanneer, soms) .
Mc (99 + 3 = 102) .In vier verzen bij Marcus : (1) Mc
9,19 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,33 . (4) Mc
13,35 .
- Mc 9,19
.
- Mc 13,4
: eipon hèmin pote tauta estai (zeg ons wanneer dat zal zijn) .
- Mc
13,33 : ouk oidate gar pote ho kairos estin (want je weet niet wanneer het
moment is) .
- Mc
13,35 : ouk oidate gar pote ho kurios tès oikias erchetai (want je
weet niet wanneer de heer van het huis komt) .
5. nom. + acc. onz. mv. tauta (die dingen) van het aanwijz. voornaamw. houtos
(deze) . Taalgebruik : houtos
(deze) . Taalgebruik : houtos
(deze) .
Mc (14) : (1) Mc
2,8 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
8,7 . (5) Mc
10,20 . (6) Mc
11,28 . (7) Mc
11,29 . (8) Mc
11,33 . (9) Mc
13,4 . (10) Mc
13,8 . (11) Mc
13,29 . (12) Mc
13,30 . (13) Mc
16,12 . (14) Mc
16,17 .
8. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
pote (wanneer ?). Vragend voegwoord van tijd. In 4 verzen bij Marcus, zie Mc 1,32 . Zie verder : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35
10. hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) . Taalgebruik in het N.T. : hotan
(telkens wanneer , wanneer, zodra) . Taalgebruik in Mc : hotan
(telkens wanneer , wanneer, zodra) .
Mc (21) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,11 . (3) Mc
4,15 . (4) Mc
4,16 . (5) Mc
4,29 . (6) Mc
4,31 . (7) Mc
4,32 . (8) Mc
8,38 . (9) Mc
9,9 . (10) Mc
11,19 . . (11) Mc
11,25 . . (12) Mc
12,23 . (13) Mc
12,25 . (14) Mc
13,4 . (15) Mc
13,7 . (16) Mc
13,11 . (17) Mc
13,14 . (18) Mc
13,28 . (19) Mc
13,29 . (20) Mc
14,7 . (21) Mc
14,25 .
14. acc. m. enk. , nom. m. + onz. mv. panta (alle) van het bijvoegl. naamw.
pas (ieder, elk , al) . Taalgebruik in het N.T. : pas
(ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder
.
Mc (21) : (1) Mc
3,28 . (2) Mc
4,11 . (3) Mc
4,34 . (4) Mc
5,26 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
7,19 . (7) Mc
7,23 . (8) Mc
7,37 . (9) Mc
9,12 . (10) Mc
9,23 . (11) Mc
10,20 . (12) Mc
10,27 . (13) Mc
10,29 . (14) Mc
11,11 . (15) Mc
11,24 . (16) Mc
12,44 . (17) Mc
13,4 . (18) Mc
13,10 . (19) Mc
13,23 . (20) Mc
13,30 . (21) Mc
14,36 . Mc 13 (4) . (1) Mc
13,4 . (2) Mc
13,10 . (3) Mc
13,23 . (4) Mc
13,30 . Een vorm van pas (ieder, elk , al) in Mc in 66 verzen .
Met Mc 13,5a begint een lange rede die de eschatologische rede (rede over de eschata : de laatste dingen) wordt genoemd . Deze rede omhelst Mc 13,5b-37 . Het is de laatste rede vooraleer de verhalen over paasmaal , lijden , dood en verrijzenis van Jezus aanvangen (Mc 14-16) . Hier eindigt in feite het evangelie . In Mc 1,15 - bij het begin van het Marcusevangelie - zegt Jezus : De gunstige tijd is vervuld . Nabij is het koninkrijk van God . In Mc 13,33 eindigt Marcus zijn eschatologische rede met de woorden : Je weet niet wanneer de gunstige tijd is . Je weet niet wanneer de huisheer komt . Er rest slechts : waken , uitzien, verwachten .
| Mc 13,5 - Mc 13,5 : 300. Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And Jesus answering them began to say, Take heed lest
any man deceive you:
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc
13,5 . Variabele lezing . Het tweede gedeelte van Mc
13,5 leidt de eschatologische rede in . Het bestaat uit een hoofdzin en
een ondergeschikte zin . De ondergeschikte zin is een aansporende doelzin :
opdat niet... Dit inleidend vers kunnen we vergelijken met vers 21 . Ook daar
is er een hoofdzin en een ondergeschikte zin . De hoofdzin echter staat achteraan
, de ondergeschikte zin vooraan . De hoofdzin : Mc
13,5 : blepete (kijk uit) , Mc
13,21 : mè pisteuete (gelooft het niet) . De ondergeschikte zin :
Mc 13,5
: mè tis humas planèsèi (opdat niet iemand jullie misleide)
, Mc 13,21
: kai hote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand jullie dan zou zeggen)
.
Wat de vertalingen betreft. De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks
- in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV)
. Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV)
. Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord
nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord
of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB) .
Mc 13,5.1.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,5.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
Mc 13,5.3.
nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous
(Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous
(Jezus) .
Mc (57) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc in 81 verzen . Slechts in
2 verzen in Mc 13 .
Mc 13,5.1. - 3. ho de ièsous (Jezus echter) . Mc 13 (1 / 2) : Mc 13,5 .
Mc 13,5.4.
ind. aor. 3de pers. enk. èrxato (hij begon) van het werkw. archomai (beginnen)
. Taalgebruik in het N.T. : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai
(beginnen, aanvangen, heersen) .
Mc (18) : (1) Mc
1,45 . (2) Mc
4,1 . (3) Mc
5,20 . (4) Mc
6,2 . (5) Mc
6,7 . (6) Mc
6,34 . (7) Mc
8,31 . (8) Mc
8,32 . (9) Mc
10,28 . (10) Mc
10,32 . (11) Mc
10,47 . (12) Mc
11,15 . (13) Mc
12,1 . (14) Mc
13,5 . (15) Mc
14,33 . (16) Mc
14,69 . (17) Mc
14,71 . 18) Mc
15,8 .
Mc 13,5.5. act. inf. praes. legein (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Mc (8) : (1) Mc 9,26 . (2) Mc 10,28 . (3) Mc 10,32 . (4) Mc 10,47 . (5) Mc 13,5 . (6) Mc 14,19 . (7) Mc 14,65 . (8) Mc 14,69 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc in 5 verzen , van eipon (ik zei) in 3 verzen . Mc 13,5b-37 vormt een lange rede . In de rede komt een vorm van legô (zeggen) in Mc in 3 verzen , van eipon (ik zei) in 1 vers . Een vorm van archomai (beginnen) in Mc in 27 verzen .
Mc 13,5.4. - 5. èrxato legein (hij begon te zeggen) . Mc (5) : (1) Mc 10,28 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 10,47 . (4) Mc 13,5 . (5) Mc 14,69 .
Mc 13,5.7.
act. ind. pr. + imperat. pr. 2de pers. mv. blepete (jullie kijken, kijkt)
. van het werkw. blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in het N.T. : blepô
(kijken, zien) . Taalgebruik in Mc : blepô
(kijken, zien) .
Mc (8) : (1) Mc
4,24 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,18 . (4) Mc
12,38 . (5) Mc
13,5 . (6) Mc
13,9 . (7) Mc
13,23 . (8) Mc
13,33 . Een vorm van blepô (kijken, zien) in Mc in 14 verzen . De
1ste imperartief van de 21 in de rede Mc 13,5b-37 . De herhaling van de imperatief
blepete (kijkt uit) structureert de rede : Mc 13,5b-8 . Mc 13,9-13 . Mc 13,21-23
. Mc 13,33-37 .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers
. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6 .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af . Het thema
van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a) . De plaats van dit
blepete (kijkt uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie
. Het schema van het einde (eerst vervolging enz... en dan verheerlijking) kan
ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen : lijden , dood , verrijzenis .
Mc 13,5.8.
mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
Mc 13,5.9.
onbepaald woornaamw. tis (iemand) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
tis .
Mc (24) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,21 .
Mc 13,5.10.
persoonl. voornaamw. acc. mv. humas (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (13) : (1) Mc
1,8 (2X) . (2) Mc
1,17 .(3) Mc
6,11 . (4) Mc
9,19 . (5) Mc
9,41 . (6): Mc
11,29 . (7) Mc
13,5 . (8) Mc
13,9 . (9) Mc
13,11 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
14,28 . (12) Mc
14,49 . (13) Mc
16,7 .
Mc 13,5.11.
act. conj. aor. 3de pers. enk. planèsè(i) (hij zou in de war raken
/ misleiden) van het werkw. planaô (dwalen, in de war raken) . Taalgebruik
in het N.T. : planaô
(dwalen, in de war raken) . Taalgebruik in Mc : planaô
(dwalen, in de war raken) .
Mc (1) Mc
13,5 . Een vorm van planaô (dwalen, in de war raken) in Mc in 4 verzen
: (1) Mc
12,24 . (2) Mc
12,27 . (3) Mc
13,5 . (4) Mc
13,6 .
De komst van Jezus wekt hoge verwachtingen . Het moment is er . Het koninkrijk van God komt . Wanneer Jezus optrekt naar Jeruzalem , nemen de verwachtingen nog toe . Want daar zal het gebeuren . Daar zal Gods koninkrijk gevestigd worden . In voorgaande pericopen staken de tegenstanders hun verbale tegenstand . Het is de stilte voor de storm . De tegenstanders zullen tot geweld overgaan . De spanning stijgt . De leerlingen vragen wanneer het dan wel allemaal gaat gebeuren en welk teken dat gebeuren zal inzetten . De verwachtingen zullen niet ingelost worden . Jezus wordt gevangen genomen , gekruisigd . Zijn leerlingen zijn overtuigd dat Jezus verder leeft bij God , dat Hij verrezen is . Zij geloven dat Jezus weldra zal terugkomen en het koninkrijk van God zal vestigen . Maar het blijft maar uit. 'Je weet niet wanneer het koninkrijk van God komt" zegt Marcus op het einde van zijn eschatologische rede .
| Mc 13,6 - Mc 13,6 : 300. Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] For many shall come in my name, saying, I am Christ;
and shall deceive many.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,6 . Variabele lezing . Mc 13,6 handelt over de misleiders en sluit dus aan op Mc 13,5 . Het vers bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen . Bij de eerste hoofdzin staat een deelwoord (legontes : zeggende) bij het onderwerp (polloi : velen) en dat deelwoord heeft nog een voorwerpszin (hoti egô eimi : dat ik het ben) . Het tweevoudig gebruik van het woordje polloi (velen) valt op : velen zullen misleiden en velen zullen misleid worden . Wat de misleiders zeggen wordt in Mc 13,21 gezegd : ide hôde ho christos , ide ekei (zie daar de christus , zie hier) . Mc 13,22 bestaat uit 2 nevengeschikte zinnen . De tweede nevenschikkende zin bevat een infinitiefzin van doel en op zijn beurt een voorwaardelijke zin . Mc 13,22 handelt over het optreden van de misleiders . De misleiding zal erin bestaan dat sommigen zich zullen voordoen als de wedergekomen christus door zich op mij te beroepen , o.a. door de woorden ik ben het OF ik ben de christus .
Mc 13,6.1.
nom. mann. mv. polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik
in het N.T. : polus
(veel) . Taalgebruik in Mc : polus
(veel) .
Mc (12) : (1) Mc
2,2 . (2) Mc
2,15 . (3) Mc
5,9 . (4) Mc
6,2 . (5) Mc
6,31 . (6) Mc
6,33 . (7) Mc
10,31 . (8) Mc
10,48 . (9) Mc
11,8 . (10) Mc
12,41 . (11) Mc
13,6 . (12) Mc
14,56 .
Mc 13,6.2.
ind. fut. 3de pers. mv. eleusontai (zij zullen komen) van het werkw. erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) .
Mc (2) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,6 . De 1ste futurumvorm van 27 in de rede Mc 13,5b-37. Een vorm van erchomai
(gaan, komen) in Mc 13 in 4 verzen .
Mc 13,6.3.
epi , ep' , ef' (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc (51 + 14 + 6 = 71) . Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,6 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,9 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,29 . ep' (1) Mc
13,8 .
Mc 13,6.4.
bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (68) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,6 . (2) Mc
13,34 .
Mc 13,6.5.
dat. onz. enk. onomati van het zelfst. naamw. onoma (naam) . Taalgebruik
in het N.T. : onoma
(naam) . Taalgebruik in Mc : onoma
(naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name .
Mc (8) : (1) Mc
5,22 . (2) Mc
9,37 . (3) Mc
9,38 . (4) Mc
9,39 . (5) Mc
9,41 . (6) Mc
11,9 . (7) Mc
13,6 . (8) Mc
16,17 .
Mc 13,6.6.
gen. enk. mou (van mij) van het persoonl. voornaamw.
egô (ik) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (34) . Mc 13 (3) : (1) Mc
13,6 . (2) Mc
13,13 . (3) Mc
13,31 .
Mc 13,6.3. - 6. epi tô(i) onomati mou (op mijn naam) . Mc (3) : (1) Mc 9,37 . (2) Mc 9,39 . (3) Mc 13,6 .
Mc 13,6.7.
act. part. praes. nom. mann. mv. legontes (zeggend) van het werkw. legein (zeggen)
. Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mc (15) : (1) Mc
3,11 . (2) Mc
5,12 . (3) Mc
5,35 . (4) Mc
6,2 . (5) Mc
7,37 . (6) Mc
8,28 . (7) Mc
9,11 . (8) (1) Mc
10,26 . (9) Mc
10,35 . (10) Mc
10,49 . (11) Mc
11,31 . (12) Mc
12,18 . (13) Mc
13,6 . (14) Mc
14,57 . (15) Mc
15,29 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 13 in 5 verzen , van eipon
(ik zei) in 3 verzen . Mc 13,5b-37 vormt een lange rede . In de rede komt een
vorm van legô (zeggen) in Mc 13 in 3 verzen , van eipon (ik zei) in 1
vers .
Mc 13,6.8.
hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 13 (4) : (1) Mc
13,6 . (2) Mc
13,28 . (3) Mc
13,29 . (4) Mc
13,30 .
Mc 13,6.7. - 8. legontes hoti (zeggend) (4 / 18) : (1) Mc 5,35 . (2) Mc 9,11 . (3) Mc 13,6 . (4) Mc 14,58 .
Mc 13,6.9.
persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. egô (ik) . Taalgebruik in het N.T.
: persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Brieven : persoonlijk
voornaamwoord . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . Hebr. ´ânî
(653) en ´ânokhî (276) , samen (929) .
Mc (14) : (1) Mc
1,8 . (2) Mc
6,16 . (3) Mc
6,50 . (4) Mc
9,25 . (5) Mc
10,38 . (6) Mc
10,39 . (7) Mc
11,33 . (8) Mc
12,26 . (9) Mc
13,6 . (10) Mc
14,19 . (11) Mc
14,29 . (12) Mc
14,36 . (13) Mc
14,58 . (14) Mc
14,62 .
Mc 13,6.10. act. ind. praes. 1ste pers. enk. eimi (ik ben) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Mc (4) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 6,50 . (3) Mc 13,6 . (4) Mc 14,62 .
Mc 13,6.9. - 10. egô eimi (ik ben) . Mc (3) : (1) Mc 6,50 . (2) Mc 13,6 . (3) Mc 14,62 .
Mc 13,6.11.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,6.12.
acc. mann. mv. pollous (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik
in het N.T. : polus
(veel) . Taalgebruik in Mc : polus
(veel) .
Mc (6) : (1) Mc
1,34 . (2) Mc
3,10 . (3) Mc
6,13 . (4) Mc
9,26 . (5) Mc
12,5 . (6) Mc
13,6 .
Mc 13,6.13.
act. ind. fut. 3de pers. mv. planèsousin (zij zullen misleiden) van het
werkw. planaô (dwalen, in de war raken) . Taalgebruik in het N.T. : planaô
(dwalen, in de war raken) . Taalgebruik in Mc : planaô
(dwalen, in de war raken) .
Mc (1) : Mc
13,6 . Een vorm van planaô (dwalen, in de war raken) in Mc in 4 verzen
: (1) Mc
12,24 . (2) Mc
12,27 . (3) Mc
13,5 . (4) Mc
13,6 . De tweede nevenschikkende zin van Mc
13,5 sluit aan bij de tweede nevenschikkende zin van Mc
13,6 .
| Mc 13,7 - Mc 13,7 : 300. Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] And when ye shall hear of wars and rumours of wars,
be ye not troubled: for such things must needs be; but the end shall not be
yet.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,7 .
Mc 13,7.1.
hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) . Taalgebruik in het N.T. : hotan
(telkens wanneer , wanneer, zodra) . Taalgebruik in Mc : hotan
(telkens wanneer , wanneer, zodra) .
Mc (21) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,11 . (3) Mc
4,15 . (4) Mc
4,16 . (5) Mc
4,29 . (6) Mc
4,31 . (7) Mc
4,32 . (8) Mc
8,38 . (9) Mc
9,9 . (10) Mc
11,19 . . (11) Mc
11,25 . . (12) Mc
12,23 . (13) Mc
12,25 . (14) Mc
13,4 . (15) Mc
13,7 . (16) Mc
13,11 . (17) Mc
13,14 . (18) Mc
13,28 . (19) Mc
13,29 . (20) Mc
14,7 . (21) Mc
14,25 .
Mc 13,7.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
Mc 13,7.1. - 2. hotan de (wanneer echter) . Mc (3) : (1) Mc 4,29 . (2) Mc 13,7 . (3) Mc 13,14 .
Mc 13,7.3. act. conj. aor. 2de pers. mv. akousète (jullie zouden horen) van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Mc (1) : Mc 13,7 . Een vorm van akouô (horen) in Mc in 41 verzen .
Mc 13,7.4. acc. mann. mv. polemous (oorlogen) van het zelfst. naamw. polemos (oorlog) . Taalgebruik in het N.T. : polemos (oorlog) . Taalgebruik in Mc : polemos (oorlog) . Mc (1) : Mc 13,7 . Twee vormen in één vers in Mc .
Mc 13,7.5.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,7.6. acc. vr. mv. akoas (geruchten) van het zelfst. naamw. akoè (gerucht, gehoor) . Taalgebruik in het N.T. : akoè (gerucht, gehoor) . Taalgebruik in Mc : akoè (gerucht, gehoor) . Mc (1) : Mc 13,7 . Een vorm van akoè (gerucht, gehoor) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 1,28 . (2) Mc 7,35 . (3) Mc 13,7 .
Mc 13,7.7.
gen. mann. mv. polemôn van het zelfst. naamw. polemos (oorlog) . Taalgebruik
in het N.T. : polemos
(oorlog) . Taalgebruik in Mc : polemos
(oorlog) .
Mc (1) : Mc
13,7 . Twee vormen in één vers in Mc .
Mc 13,7.8.
mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
Mc 13,7.11. inf. aor. genesthai (worden, gebeuren) van het werkw. ginomai (worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mc (3) : (1) Mc 1,17 . (2) Mc 10,43 . (3) Mc 13,7 . Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen .
Mc 13,7.12.
alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (30 + 18 = 48) . Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc
13,7 (all') . (2) Mc
13,11 (all') . (3) Mc
13,11 (alla) . (4) Mc
13,20 (alla) . (5) Mc
13,24 (alla) .
Mc 13,7.14.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
| Mc 13,8 - Mc 13,8 : 300. Het begin van het einde - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] For nation shall rise against nation, and kingdom against
kingdom: and there shall be earthquakes in divers places, and there shall be
famines and troubles: these are the beginnings of sorrows.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,8 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc
13,8 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
13,19 . (4) Mc
13,22 . (5) Mc
13,33 . (6) Mc
13,35 .
4. epi , ep' , ef' (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc (51 + 14 + 6 = 71) . Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,6 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,9 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,29 . ep' (1) Mc
13,8 .
6. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
7. nom. + dat enk. basileia(i) (koninkrijk) . Taalgebruik in het N.T. : basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) . Mc (7) : (1) Mc 1,15 (nom.) . (2) Mc 3,24 (nom.) . (3) Mc 4,26 (nom.) . (4) Mc 10,14 (nom.) . (5) Mc 11,10 (nom.) . (6) Mc 13,8 (nom.) . (7) Mc 14,25 (dat.) .
8. epi , ep' , ef' (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc (51 + 14 + 6 = 71) . Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,6 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,9 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,29 . ep' (1) Mc
13,8 .
9. acc. vr. enk. basileian (koninkrijk) van het zelfst. naamw. basileia
(koninkrijk) . Taalgebruik in het N.T. : basileia
(koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia
(koninkrijk) .
Mc (9) : (1) Mc
4,30 . 2 : (2) Mc
9,1 . (3) Mc
9,47 . (4) Mc
10,15 . (5) Mc
10,23 . (6) Mc
10,24 . (7) Mc
10,25 . (8) Mc
13,8 . (9) Mc
15,43 .
10. act. ind. fut. 3de pers. mv. esontai (er zullen zijn) van het werkw. eimi
(zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (5) : (1) Mc
10,8 . (2) Mc
10,31 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 .
12. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata
(tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata
(tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc
4,10 . (2) Mc
5,13 . (3) Mc
6,40 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
11,25 . (6) Mc
13,8 . (7) Mc
14,19 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
15,6 .
14. act. ind. fut. 3de pers. mv. esontai (er zullen zijn) van het werkw. eimi
(zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (5) : (1) Mc
10,8 . (2) Mc
10,31 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 .
16. zelfst. naamw. nom. vr. enk. archè (begin) . Taalgebruik in het N.T. : archè (begin, heerschappij) . Taalgebruik in Mc : archè (begin, heerschappij) . Mc (2) : (1) Mc 1,1 . (2) Mc 13,8 .
18. nom. + acc. onz. mv. tauta (die dingen) van het aanwijz. voornaamw. houtos
(deze) . Taalgebruik : houtos
(deze) . Taalgebruik : houtos
(deze) .
Mc (14) : (1) Mc
2,8 . (2) Mc
6,2 . (3) Mc
7,23 . (4) Mc
8,7 . (5) Mc
10,20 . (6) Mc
11,28 . (7) Mc
11,29 . (8) Mc
11,33 . (9) Mc
13,4 . (10) Mc
13,8 . (11) Mc
13,29 . (12) Mc
13,30 . (13) Mc
16,12 . (14) Mc
16,17 .
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 -- Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 -
| Mc 13,9 - Mc 13,9 : 301. Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] But take heed to yourselves: for they shall deliver
you up to councils; and in the synagogues ye shall be beaten: and ye shall be
brought before rulers and kings for my sake, for a testimony against them.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,9 . Wat de vertalingen betreft. De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) . Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) . Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB) .
Mc 13,9.1.
act. ind. pr. + imperat. pr. 2de pers. mv. blepete (jullie kijken, kijkt)
. van het werkw. blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in het N.T. : blepô
(kijken, zien) . Taalgebruik in Mc : blepô
(kijken, zien) .
Mc (8) : (1) Mc
4,24 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,18 . (4) Mc
12,38 . (5) Mc
13,5 . (6) Mc
13,9 . (7) Mc
13,23 . (8) Mc
13,33 . Een vorm van blepô (kijken, zien) in Mc in 14 verzen . De
herhaling van de imperatief blepete (kijkt uit) structureert de rede : Mc 13,5b-8
. Mc 13,9-13 . Mc 13,21-23 . Mc 13,33-37 .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers
. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6 .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af . Het thema
van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a) . De plaats van dit
blepete (kijkt uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie
. Het schema van het einde (eerst vervolging enz... en dan verheerlijking) kan
ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen : lijden , dood , verrijzenis .
Mc 13,9.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
Mc 13,9.3.
pers. nom. mann. mv. 2de pers. humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (10) : (1) Mc
6,31 . (2) Mc
6,37 . (3) Mc
7,11 . (4) Mc
7,18 . (5) Mc
8,29 . (6) Mc
11,17 . (7) Mc
13,9 . (8) Mc
13,11 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,29
Mc 13,9.5.
act. ind. fut. 3de pers. mv. paradôsousin (zij zullen overleveren) van
het werkw. paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in het N.T. :
paradidômi
(overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi
(overleveren) .
Mc (2) : (1) Mc
10,33 . (2) Mc
13,9 . Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen .
In Mc 13 (3) : (1) Mc
13,9 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
13,12
Mc 13,9.6.
persoonl. voornaamw. acc. mv. humas (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (13) : (1) Mc
1,8 (2X) . (2) Mc
1,17 .(3) Mc
6,11 . (4) Mc
9,19 . (5) Mc
9,41 . (6): Mc
11,29 . (7) Mc
13,5 . (8) Mc
13,9 . (9) Mc
13,11 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
14,28 . (12) Mc
14,49 . (13) Mc
16,7 .
Mc 13,9.7.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
Mc 13,9.9.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,9.10.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
Mc 13,9.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
14. epi , ep' , ef' (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc (51 + 14 + 6 = 71) . Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,6 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,9 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,29 . ep' (1) Mc
13,8 .
| Mc 13,10 - Mc 13,10 : 301. Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] And the gospel must first be published among all nations.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,10 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
2. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
3. acc. m. enk. , nom. m. + onz. mv. panta (alle) van het bijvoegl. naamw.
pas (ieder, elk , al) . Taalgebruik in het N.T. : pas
(ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder
.
Mc (21) : (1) Mc
3,28 . (2) Mc
4,11 . (3) Mc
4,34 . (4) Mc
5,26 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
7,19 . (7) Mc
7,23 . (8) Mc
7,37 . (9) Mc
9,12 . (10) Mc
9,23 . (11) Mc
10,20 . (12) Mc
10,27 . (13) Mc
10,29 . (14) Mc
11,11 . (15) Mc
11,24 . (16) Mc
12,44 . (17) Mc
13,4 . (18) Mc
13,10 . (19) Mc
13,23 . (20) Mc
13,30 . (21) Mc
14,36 . Mc 13 (4) . (1) Mc
13,4 . (2) Mc
13,10 . (3) Mc
13,23 . (4) Mc
13,30 . Een vorm van pas (ieder, elk , al) in Mc in 66 verzen .
9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
10. accusatief onzijdig enkelvoud euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in het
N.T. : euaggelion
(evangelie) . Taalgebruik in Mc : euaggelion
(evangelie) . eu-aggelion = goede boodschap . Lat. evangelium . Fr. évangile
. D. Evangelium . E. gospel . De acc. onz. enk. euaggelion (evangelie) is telkens
lijdend voorwerp van een vorm van het werkw. kèrussô (verkondigen)
.
Mc (4) : (1) Mc
1,14 . (2) Mc
13,10 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
16,15 .
9. - 10. to euaggelion (het evangelie) . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in Mc (8) ; gen. (3) , dat. (1) , acc. (4) . Elke vorm wordt voorafgegaan door het bepaald lidwood : gen. (tou) , dat. tô(i) , acc. to .
| Mc 13,11 - Mc 13,11 : 301. Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] But when they shall lead you, and deliver you up, take
no thought beforehand what ye shall speak, neither do ye premeditate: but whatsoever
shall be given you in that hour, that speak ye: for it is not ye that speak,
but the Holy Ghost.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,11 .
Mc 13,11.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,11.2.
hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) . Taalgebruik in het N.T. : hotan
(telkens wanneer , wanneer, zodra) . Taalgebruik in Mc : hotan
(telkens wanneer , wanneer, zodra) .
Mc (21) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,11 . (3) Mc
4,15 . (4) Mc
4,16 . (5) Mc
4,29 . (6) Mc
4,31 . (7) Mc
4,32 . (8) Mc
8,38 . (9) Mc
9,9 . (10) Mc
11,19 . . (11) Mc
11,25 . . (12) Mc
12,23 . (13) Mc
12,25 . (14) Mc
13,4 . (15) Mc
13,7 . (16) Mc
13,11 . (17) Mc
13,14 . (18) Mc
13,28 . (19) Mc
13,29 . (20) Mc
14,7 . (21) Mc
14,25 .
Mc 13,11.4.
persoonl. voornaamw. acc. mv. humas (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (13) : (1) Mc
1,8 (2X) . (2) Mc
1,17 .(3) Mc
6,11 . (4) Mc
9,19 . (5) Mc
9,41 . (6): Mc
11,29 . (7) Mc
13,5 . (8) Mc
13,9 . (9) Mc
13,11 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
14,28 . (12) Mc
14,49 . (13) Mc
16,7 .
Mc 13,11.5.
act. part. praes. nom. mann. mv. paradidontes (de overleveraars) van het werkw.
paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi
(overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi
(overleveren) .
Mc (1) : Mc
13,11 . Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen .
In Mc 13 (3) : (1) Mc
13,9 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
13,12 .
Mc 13,11.16.
mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
Mc 13,11.10.
alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (30 + 18 = 48) . Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc
13,7 (all') . (2) Mc
13,11 (all') . (3) Mc
13,11 (alla) . (4) Mc
13,20 (alla) . (5) Mc
13,24 (alla) .
Mc 13,11.11.
betrekk. voornaamw. ho (wat) OF bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik
in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,11.15.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc (119) . Mc 13 (7) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 . (7) Mc
13,32 .
Mc 13,11.18.
nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur)
. Taalgebruik in het N.T. : hôra
(uur) . Taalgebruik in Mc : hôra
(uur) .
Mc (6) : (1) Mc
6,35 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
14,35 . (4) Mc
14,41 . (5) Mc
15,25 . (6) Mc
15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc
6,35 . (2) Mc
11,11 . (3) Mc
13,32 . (4) Mc
15,33 .
Mc 13,11.21. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
Mc 13,11.22.
gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc
13,8 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
13,19 . (4) Mc
13,22 . (5) Mc
13,33 . (6) Mc
13,35 .
Mc 13,11.25.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 13 (5) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,25 . (4) Mc
13,31 . (5) Mc
13,32 .
Mc 13,11.27.
alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (30 + 18 = 48) . Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc
13,7 (all') . (2) Mc
13,11 (all') . (3) Mc
13,11 (alla) . (4) Mc
13,20 (alla) . (5) Mc
13,24 (alla) .
Mc 13,11.28.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
Mc 13,11.29.
nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma
(geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc
1,10 . (2) Mc
1,12 . (3) Mc
1,26 . (4) Mc
3,29 . (5) Mc
3,30 . (6) Mc
5,8 . (7) Mc
7,25 . (8) Mc
9,17 . (9) Mc
9,20 . (10) Mc
9,25 . (11) Mc
13,11 . (12) Mc
14,38 .
| Mc 13,12 - Mc 13,12 : 301. Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] Now the brother shall betray the brother to death,
and the father the son; and children shall rise up against their parents, and
shall cause them to be put to death.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,12 . Het vers Mc 13,12 telt 17 woorden en 101 letters . De getalwaarde van Mc 13,12 is 10000 (2 X 2 X 2 X 2 X 5 X 5 X 5 X 5) .
Mc 13,12.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,12.2.
act. ind. fut. 3de pers. enk. paradôsei (hij zal overleveren) van het
werkw. paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi
(overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi
(overleveren) .
Mc (1) : Mc
13,12 . Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen .
In Mc 13 (3) : (1) Mc
13,9 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
13,12 .
Mc 13,12.3.
nom. mann. enk. adelfos (broer) . Taalgebruik in het N.T. : adelfos
(broer) . Taalgebruik in Mc : adelfos
(broer) . Hebr. ´âch . L. frater . Fr. frère . Ned. broer
. E. brother . D. Bruder .
Mc (4) : (1) Mc
3,35 . (2) Mc
6,3 . (3) Mc
12,19 . (4) Mc
13,12 . Een vorm van adelfos (broer) in Mc in 18 verzen .
Mc 13,12.4.
acc. mann. enk. adelfon (broer) van het zelfst. naamw. adelfos (broer) . Taalgebruik
in het N.T. : adelfos
(broer) . Taalgebruik in Mc : adelfos
(broer) . Hebr. ´âch . L. frater . Fr. frère . Ned. broer
. E. brother . D. Bruder .
Mc (5) : (1) Mc
1,16 . (2) Mc
1,19 . (3) Mc
3,17 . (4) Mc
5,37 . (5) Mc
13,12 . Een vorm van adelfos (broer) in Mc in 18 verzen .
Mc 13,12.5.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
Mc 13,12.6. acc. mann. enk. thanaton van het zelfst. naamw. thanatos (dood) . Taalgebruik in het N.T. : thanatos (dood) . Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) . Mc (1) : Mc 13,12 . Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 10,33 . (4) Mc 13,12 . (5) Mc 14,34 . (6) Mc 14,64 .
- Mc
13,12a : paradôsei ... eis thanaton (hij zal overleveren ter dood)
.
Mc 13,12.7.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,12.10.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,12.15.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
13. epi , ep' , ef' (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc (51 + 14 + 6 = 71) . Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,6 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,9 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,29 . ep' (1) Mc
13,8 .
| Mc 13,13 - Mc 13,13 : 301. Gedrag bij vervolgingen - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] And ye shall be hated of all men for my name's sake:
but he that shall endure unto the end, the same shall be saved.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,13 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
8. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
10. gen. enk. mou (van mij) van het persoonl. voornaamw.
egô (ik) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (34) . Mc 13 (3) : (1) Mc
13,6 . (2) Mc
13,13 . (3) Mc
13,31 .
11. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
12. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
14. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
16. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos
(deze) . Taalgebruik : houtos
(deze) .
Mc (12) : (1) Mc
2,7 . (2) Mc
3,35 . (3) Mc
4,41 . (4) Mc
6,3 . (5) Mc
6,16 . (6) Mc
7,6 . (7) Mc
9,7 . (8) Mc
12,7 . (9) Mc
12,10 . (10) Mc
13,13 . (11) Mc
14,69 . (12) Mc
15,39 .
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 -- Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 -
| Mc 13,14 - Mc 13,14 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] But when ye shall see the abomination of desolation,
spoken of by Daniel the prophet, standing where it ought not, (let him that
readeth understand,) then let them that be in Judaea flee to the mountains:
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,14 . Het vers Mc 13,14 telt 29 woorden en 129 (3 X 43) letters . De getalwaarde van Mc 13,14 is 18267 (3 X 6089) .
Mc 13,14.1. hotan (telkens wanneer, wanneer, zodra) . Taalgebruik in het N.T. : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Taalgebruik in Mc : hotan (telkens wanneer , wanneer, zodra) . Mc (21) : (1) Mc 2,20 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 4,15 . (4) Mc 4,16 . (5) Mc 4,29 . (6) Mc 4,31 . (7) Mc 4,32 . (8) Mc 8,38 . (9) Mc 9,9 . (10) Mc 11,19 . . (11) Mc 11,25 . . (12) Mc 12,23 . (13) Mc 12,25 . (14) Mc 13,4 . (15) Mc 13,7 . (16) Mc 13,11 . (17) Mc 13,14 . (18) Mc 13,28 . (19) Mc 13,29 . (20) Mc 14,7 . (21) Mc 14,25 .
Mc 13,14.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
Mc 13,14.4.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
Mc 13,14.10. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
Mc 13,14.12.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,14.15.
tote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het
N.T. : tote
(dan) . Taalgebruik in Mc : tote
(dan) .
Mc (6) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,27 . (3) Mc
13,14 . (4) Mc
13,21 . (5) Mc
13,26 . (6) Mc
13,27 .
Mc 13,14.16.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 13 (5) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,25 . (4) Mc
13,31 . (5) Mc
13,32 .
Mc 13,14.17.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc (119) . Mc 13 (7) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 . (7) Mc
13,32 .
Mc 13,14.21.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
| Mc 13,15 - Mc 13,15 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] And let him that is on the housetop not go down into
the house, neither enter therein, to take any thing out of his house:
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,15 .
Mc 13,15.1.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,15.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
Mc 13,15.3.
epi , ep' , ef' (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi
(op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi
(op, bij) . Ned. op .
Mc (51 + 14 + 6 = 71) . Mc 13 (7 + 1 = 8) : epi (op) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,6 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,9 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,29 . ep' (1) Mc
13,8 .
Mc 13,15.4.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 .
Mc 13,15.6.
mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
Mc 13,15.12.
ek - ex (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc (38 + 20 = 58) . ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,15 . (3) Mc
13,25 . (4) Mc
13,27 . (tempel - huis - hemel - 4 windstreken) .
Mc 13,15.15.
pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,16 . (5) Mc
13,27 . (6) Mc
13,34 . In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord
.
| Mc 13,16 - Mc 13,16 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And let him that is in the field not turn back again
for to take up his garment.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,16 .
Mc 13,16.2.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,16.3.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
Mc 13,16.4.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,16 . (2) Mc
13,26 .
Mc 13,16.6.
mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
Mc 13,16.8.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 13 (8) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,12 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 .
Mc 13,16.10.
opisô (achter) . Taalgebruik in het N.T. : opisô
(achter) . Taalgebruik in Mc : opisô
(achter) . Voorzetsel . Lat. post (uit primere , prestum ?) Fr. après
(ad prestum) . Hebr. ´acher (101) en ´achärej (294) . Ned.
achter .
In zes verzen in Mc : (1) Mc
1,7 . (2) Mc
1,17 . (3) Mc
1,20 . (4) Mc
8,33 . (5) Mc
8,34 . (6) Mc
13,16 .
Mc 13,16.12.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
Mc 13,16.14.
pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,16 . (5) Mc
13,27 . (6) Mc
13,34 . In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord
.
| Mc 13,17 - Mc 13,17 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] But woe to them that are with child, and to them that
give suck in those days!
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,17 .
Mc 13,17.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
Mc 13,17.10.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc (119) . Mc 13 (7) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 . (7) Mc
13,32 .
Mc 13,17.11.
aanwijz. voornaamw. dat. vr. mv. ekeinais (die) van het aanwijz. voornaamw.
ekeinos (die) . Taalgebruik in het N.T. : ekeinos
(die) . Taalgebruik in Mc : ekeinos
(die) .
Mc (4) : (1) Mc
1,9 (kai egeneto ...) . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 .
Mc 13,17.12.
bep. lidw. dat. vr. mv. tais (de van het bep. lidw. ho , hè , to (de
/ het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (10) : (1) Mc
1,9 . (2) Mc
2,6 . (3) Mc
2,8 . (4) Mc
6,56 . (5) Mc
8,1 . (6) Mc
12,38 . (7) Mc
12,39 . (8) Mc
13,17 . (9) Mc
13,24 . (10) Mc
16,18 .
Mc 13,17.10.
dat vr. enk. hèmerais (dagen) van het zelfst. naamw. hèmera (dag)
. Taalgebruik in het N.T. : hèmera
(dag) . Taalgebruik in Mc : hèmera
(dag) .
(1) Mc 1,9
(kai egeneto ...) . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) en trisin hèmerais (in drie dagen) . Een vorm van hèmera
(dag) in Mc in 23 verzen
Mc 13,17.7. - 10. en ekeinais tais hèmerais (in díe dagen) . Bij Marcus staat telkens en ekeinais tais hèmerais : (1) Mc 1,9 (kai egeneto ...) . (2) Mc 8,1 . (3) Mc 13,17 . (4) Mc 13,24 .
| Mc 13,18 - Mc 13,18 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And pray ye that your flight be not in the winter.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,18 .
Mc 13,18.2.
de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
Mc 13,18.3.
hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina
(opdat) . Taalgebruik in Mc : hina
(opdat) .
Mc (59) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,18 . (2) Mc
13,34 .
Mc 13,18.4.
mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
Mc 13,18.5. conj. aor. 3de pers. enk. genètai (zou worden, gebeuren) van het werkw. ginomai (worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mc (5) : (1) Mc 9,50 . (2) Mc 13,18 . (3) Mc 13,19 . (4) Mc 13,28 . (5) Mc 13,30 . Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen .
| Mc 13,19 - Mc 13,19 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] For in those days shall be affliction, such as was
not from the beginning of the creation which God created unto this time, neither
shall be.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,19 .
Mc 13,19.1.
act. ind. fut. 3de pers. mv. esontai (er zullen zijn) van het werkw. eimi (zijn)
. Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (5) : (1) Mc
10,8 . (2) Mc
10,31 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 .
Mc 13,19.2.
gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc
13,8 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
13,19 . (4) Mc
13,22 . (5) Mc
13,33 . (6) Mc
13,35 .
Mc 13,19.8. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
Mc 13,19.12.
gen. vr. enk. archès (begin) van het zelfst. naamw. archè
(begin, heerschappij) . Taalgebruik in het N.T. : archè
(begin, heerschappij) . Taalgebruik in Mc : archè
(begin, heerschappij) .
Mc (2) : (1) Mc
10,6 . (2) Mc
13,19 .
Mc 13,19.13. gen. vr. enk. ktiseôs (schepping) van het zelfst. naamw. ktisis (schepping) . Taalgebruik in het N.T. : ktisis (schepping) . Taalgebruik in Mc : ktisis (schepping) . Mc (2) : (1) Mc 10,6 . (2) Mc 13,19 .
Mc 13,19.11.
- 13. vanaf het begin van de schepping :
- Mc 10,6
: apo de archès ktiseôs (vanaf echter het begin van de schepping)
.
- Mc 13,19
: ap'archès ktiseôs (vanaf het begin van de schepping) .
Mc 13,19.16.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,19.19.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 .
Mc 13,19.22. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
Mc 13,19.23.
mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
Mc 13,19.24. conj. aor. 3de pers. enk. genètai (zou worden, gebeuren) van het werkw. ginomai (worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mc (5) : (1) Mc 9,50 . (2) Mc 13,18 . (3) Mc 13,19 . (4) Mc 13,28 . (5) Mc 13,30 . Een vorm van ginomai (worden) in Mc in 52 verzen .
| Mc 13,20 - Mc 13,20 : 302. De gruwel van de verwoesting van Judea - Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] And except that the Lord had shortened those days,
no flesh should be saved: but for the elect's sake, whom he hath chosen, he
hath shortened the days.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,20 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
3. mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
7. gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras van het zelfst. naamw. hèmera
(dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera
(dag) . Taalgebruik in Mc : hèmera
(dag) .
Mc (11) : (1) Mc
1,13 . (2) Mc
5,5 . (3) Mc
6,21 . (4) Mc
8,31 . (5) Mc
9,2 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
10,34 . (8) Mc
13,20 . (9) Mc
13,32 . (10) Mc
14,1 . (11) Mc
14,25 .
8. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
13. alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (30 + 18 = 48) . Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc
13,7 (all') . (2) Mc
13,11 (all') . (3) Mc
13,11 (alla) . (4) Mc
13,20 (alla) . (5) Mc
13,24 (alla) .
23. mè (niet) . Ontkenning . Taalgebruik in het N.T. : mè
(niet) . Taalgebruik in Mc : mè
(niet) .
Mc (67) . Mc 13 (14) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,11 . (5) Mc
13,15 . (6) Mc
13,16 . (7) Mc
13,18 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,20 . (10) Mc
13,21 . (11) Mc
13,30 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,36 .
We hebben reeds een aantal gelijkenissen aangeduid tussen Mc 13,5-6 en Mc 13,21-23 Zie : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -. We merken evenwel dat Mc 13,21-23 met een inclusio en een centraal vers is opgebouwd.
| Mc 13,21a | Mc 13,23b | Mc 13,21b | Mc 13,23a | |
| . kai tot ean (en dan iemand) | ||||
| tis (iemand) | ||||
| proeirèka (ik heb vooraf gezegd) | ||||
| humin (jullie) | humin (tot u) | |||
| eipèi (zegge) | mè pisteuete (geloof het niet) | humeis de blepete (jullie echter, kijkt uit!) | ||
| ide hôde ho christos, ide ekei (zie daar de christus, zie hier) | panta (alles) | |||
| 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - |
| Mc 13,21 - Mc 13,21 : 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And then if any man shall say to you, Lo, here is Christ;
or, lo, he is there; believe him not:
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,21 . Het vers Mc 13,21 telt 15 (3 X 5) woorden en 58 (2 X 29) letters . De getalwaarde van Mc 13,21 is 6816 (2³ X 2² X 3 X 71) . Het tweede gedeelte van Mc 13,5 leidt de eschatologische rede in . Het bestaat uit een hoofdzin en een ondergeschikte zin . De ondergeschikte zin is een aansporende doelzin : opdat niet... Dit inleidend vers kunnen we vergelijken met vers 21 . Ook daar is er een hoofdzin en een ondergeschikte zin . De hoofdzin echter staat achteraan , de ondergeschikte zin vooraan . De hoofdzin : Mc 13,5 : blepete (kijk uit) , Mc 13,21 : mè pisteuete (gelooft het niet) . De ondergeschikte zin : Mc 13,5 : mè tis humas planèsèi (opdat niet iemand jullie misleide) , Mc 13,21 : kai hote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand jullie dan zou zeggen) .
Mc 13,21.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,21.2.
tote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het
N.T. : tote
(dan) . Taalgebruik in Mc : tote
(dan) .
Mc (6) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,27 . (3) Mc
13,14 . (4) Mc
13,21 . (5) Mc
13,26 . (6) Mc
13,27 .
Mc 13,21.1. - 2. kai tote (en dan) . Mc (5) : (1) Mc 2,20 . (2) Mc 3,27 . (3) Mc 13,21 . (4) Mc 13,26 . (5) Mc 13,27 . Niet in Mc 13,14 .
Mc 13,21.9.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,21.12. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .
| Mc 13,22 - Mc 13,22 : 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] For false Christs and false prophets shall rise, and
shall shew signs and wonders, to seduce, if it were possible, even the elect.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,22 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . In zes verzen in Mc 13 : (1) Mc
13,8 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
13,19 . (4) Mc
13,22 . (5) Mc
13,33 . (6) Mc
13,35 .
4. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
6. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
12. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
| Mc 13,23 - Mc 13,23 : 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] But take ye heed: behold, I have foretold you all things.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,23 . Variabele lezing .
1
2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 13 (13) : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,7 . (3) Mc
13,9 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,17 . (8) Mc
13,18 . (9) Mc
13,23 . (10) Mc
13,28 . (11) Mc
13,31 . (12) Mc
13,32 . (13) Mc
13,37 .
3. act. ind. pr. + imperat. pr. 2de pers. mv. blepete (jullie kijken,
kijkt) . van het werkw. blepô (kijken, zien) . Taalgebruik in het N.T.
: blepô
(kijken, zien) . Taalgebruik in Mc : blepô
(kijken, zien) .
Mc (8) : (1) Mc
4,24 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,18 . (4) Mc
12,38 . (5) Mc
13,5 . (6) Mc
13,9 . (7) Mc
13,23 . (8) Mc
13,33 . Een vorm van blepô (kijken, zien) in Mc in 14 verzen . De
herhaling van de imperatief blepete (kijkt uit) structureert de rede : Mc 13,5b-8
. Mc 13,9-13 . Mc 13,21-23 . Mc 13,33-37 .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers
. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6 .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af . Het thema
van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a) . De plaats van dit
blepete (kijkt uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie .
Blepete (kijkt uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie
. Het schema van het einde (eerst vervolging enz... en dan verheerlijking) kan
ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen : lijden , dood , verrijzenis .
Wat de vertalingen betreft. De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) . Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) . Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB) .
6. acc. m. enk. , nom. m. + onz. mv. panta (alle) van het bijvoegl. naamw.
pas (ieder, elk , al) . Taalgebruik in het N.T. : pas
(ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder
.
Mc (21) : (1) Mc
3,28 . (2) Mc
4,11 . (3) Mc
4,34 . (4) Mc
5,26 . (5) Mc
6,30 . (6) Mc
7,19 . (7) Mc
7,23 . (8) Mc
7,37 . (9) Mc
9,12 . (10) Mc
9,23 . (11) Mc
10,20 . (12) Mc
10,27 . (13) Mc
10,29 . (14) Mc
11,11 . (15) Mc
11,24 . (16) Mc
12,44 . (17) Mc
13,4 . (18) Mc
13,10 . (19) Mc
13,23 . (20) Mc
13,30 . (21) Mc
14,36 . Mc 13 (4) . (1) Mc
13,4 . (2) Mc
13,10 . (3) Mc
13,23 . (4) Mc
13,30 . Een vorm van pas (ieder, elk , al) in Mc in 66 verzen .
305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 -
In een kader hebben we de opbouw van deze kleine pericope , onderdeel van de
eschatologische rede van Marcus , geplaatst . We komen tot de opmerkelijke vaststelling
dat deze pericope uit 70 woorden en 144 lettergrepen bestaat . De 70 doet denken
aan de 70 weken van het boek Daniël en 144 aan de 144.000 getekenden in
het boek Openbaring .
De structuur van de pericope wordt aangeduid door tijdsaanduidingen in het begin
van een zin : verzen 24-25 : alla in ekeinais tais hèmerais meta tèn
thipsin ekeinèn (maar in die dagen na die verdrukking) ; vers 26 : kai
tote : en dan ... ; vers 27 : kai tote ... en dan . De pericope bestaat uit
7 nevenschikkende zinnen , waarvan de eerste met alla (maar) en de andere zes
met kai (en) beginnen . 7X staat het werkwoord in de toekomstige tijd . De woordvolgorde
in de zin is meestal : onderwerp , vervoegd werkwoord , lijdend voorwerp .
In deze pericope komt hemel 3X voor : vers 25a : ek tou ouranou piptontes (uit
de hemel vallend) ; vers 25b : hai dunameis hai en tois ouranois (de krachten
die in de hemelen zijn) ; vers 27 : heôs akrou ouranou (tot het uiteinde
van de hemel) . Daarenboven vinden we in vers 26 : en nefelais (op de wolken)
. Het getal vier speelt een belangrijke rol in deze pericope : in verzen 24-25
is er sprake van vier hemellichamen ; in vers 27 is er sprake van de vier windstreken
. Verzen 24-25 tellen 36 (4 x 9) woorden en 72 (4 x 2 x 9) lettergrepen . Het
totaal bestaat uit 144 (4 x 4 x 9) lettergrepen .
Met v.24 begint een nieuwe pericope. Verzen 24-25 bestaan uit vier nevengeschikte
zinnen, met elkaar verbonden door het nevenschikkende woord kai (en). Opmerkelijk
is wel dat deze verzen 24-25 uit 36 woorden en 72 lettergrepen bestaat . De
inleiding bestaat uit 9 woorden en de eerste zin bestaat verder uit 3 woorden
; samen 12 woorden (3 X 4) . De andere drie zinnen bestaan telkens uit 8 woorden
(2 X 4 ). Aan de komst van de Mensenzoon gaat een kosmische revolutie vooraf
. De hemellichamen worden in volgorde van belangrijkheid voor de mens gegeven
: zon , maan , sterren , hemelkrachten . De zon wordt verduisterd (tegenstelling
: licht - duisternis) . De maan geeft geen licht (tegenstelling licht - duisternis)
. De sterren vallen van de hemel (tegenstelling : vaste plaats aan de hemel
- vallen) . De hemelkrachten worden geschud (tegenstelling : vast patroon -
uit hun vast ritme raken) . De eerste twee zinnen hebben gemeen dat zon en maan
geen licht meer geven ; de derde en de vierde zin bevatten de tegenstelling
: ek tou ouranou (uit de hemel) en en tois ouranois (in de hemelen) . De eindkank
van het eerste en het vierde werkwoord is ongeveer hetzelfde -thèsetai
en -thèsontai . Om dan reeds van een chiasme te spreken lijkt me wat
ver gezocht.
De komst van de mensenzoon gebeurt vanuit de hemel . De komst gaat vergezeld van een hemels gezelschap : de engelen . Zij moeten iedereen verzamelen : van boven tot beneden , van oost tot west . Sommige exegeten verbinden doksè (heerlijkheid) met de eerste twee hemellichamen , de dunamis (kracht) met de twee laatste hemellichamen (sterren en hemelkrachten) .
| aanduiding bijbelvers | Mc 13,24 a | Mc 13,24 b | Mc 13,25 a | Mc 13,25 b | Mc 13,27 a | Mc 13,27 b | |
| nevenschikkend voegwoord | alla (maar) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | |
| tijdsaanduiding | en ekeinais tais hèmerais (in die dagen) meta tèn thipsin ekeinèn (na die verschrikking) | tote (dan) | |||||
| onderwerp | ho hèlios (de zon) | hè selènè (de maan) | hoi asteres (de sterren) | hai dunameis (de krachten) hai en tois ouranois (die in de hemelen) | |||
| vervoegd werkwoord | skotisthèsetai (zal verduisterd worden) | ou dôsei (zal niet geven) to feggos autès (haar licht) | esontai (zullen zijn) ek tou ouranou piptontes (uit de hemel vallende) | saleuthèsontai (zullen geschud worden) (cfr hierboven en tois ouranois : in de hemelen) | apostelei (zal hij zenden) tous aggelous (de engelen) | episunaksei (hij zal verzamelen) tous eklektous - autou - ( - zijn - uitverkorenen) | |
| aantal woorden | 12 | 8 | 8 | 8 Totaal verzen 24-25 : 36 | 5 | 14 Totaal vers 27: 19 (20) | |
| aantal lettergrepen | 27 | 13 | 16 | 16 Totaal verzen 24-25 : 72 | 11 | 29 Totaal vers 27 : 40 (42) | |
| thema | zon | maan | sterren | hemellichamen | op aarde | ||
| 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 |
| Mc 13,24 - Mc 13,24 : 305. De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] But in those days, after that tribulation, the sun
shall be darkened, and the moon shall not give her light,
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,24 . Het vers Mc 13,24 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 93 (3 X 31) letters . De getalwaarde van Mc 13,24 telt 8563 . Mc 13,24 en Mc 13,25 vormen een geheel . Na alla (maar) om de tegenstelling tegen voorgaande aan te duiden volgen twee tijdsaanduidingen van telkens 4 woorden . Daarop volgen vier nevenschikkende zinnen die de kosmische veranderingen weergeven : de zon (3 woorden) , de maan (8 woorden) , de sterren (8 woorden) en de hemelkrachten (8 woorden) . Deze zinnen worden met elkaar verbonden door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . Het eerste en laatste werkw. is een passief indicatief toekomende tijd 3de pers. met assonantie : s - kotis - thèsatai (hij zal verduisterd worden) en s - aleu - thèsontai (zij zullen heen en weer geschud worden) . Deze twee werkw. tellen telkens 5 lettergrepen . De vier zinnen zijn mooi parallel opgebouwd : eventueel het verbindingswoord kai (en) , het onderwerp , het werkw. , eventueel een lijdend voorwerp . Aantal woorden : 1 - 4 - 4 - 3 (OF 12 = 3 X 4) - 8 - 8 - 8 (OF : 3 X 8 = 24) = 12 + 24 = 36 .
Mc 13,24.1.
alla , afkorting all' (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (30 + 18 = 48) . Mc 13 (3 + 2 = 5) : (1) Mc
13,7 (all') . (2) Mc
13,11 (all') . (3) Mc
13,11 (alla) . (4) Mc
13,20 (alla) . (5) Mc
13,24 (alla) . alla (maar) vormt een tegenstelling met het voorgaande .
Mc 13,24.2.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc (119) . Mc 13 (7) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 . (7) Mc
13,32 .
Mc 13,24.3.
aanwijz. voornaamw. dat. vr. mv. ekeinais (die) van het aanwijz. voornaamw.
ekeinos (die) . Taalgebruik in het N.T. : ekeinos
(die) . Taalgebruik in Mc : ekeinos
(die) .
Mc (4) : (1) Mc
1,9 (kai egeneto ...) . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . Een vorm van ekeinos (die) in Mc in 22 verzen .
Mc 13,24.4.
bep. lidw. dat. vr. mv. tais (de) van het bep. lidw. ho , hè , to (de
/ het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (10) : (1) Mc
1,9 . (2) Mc
2,6 . (3) Mc
2,8 . (4) Mc
6,56 . (5) Mc
8,1 . (6) Mc
12,38 . (7) Mc
12,39 . (8) Mc
13,17 . (9) Mc
13,24 . (10) Mc
16,18 .
Mc 13,24.5.
dat vr. enk. hèmerais (dagen) van het zelfst. naamw. hèmera (dag)
. Taalgebruik in het N.T. : hèmera
(dag) . Taalgebruik in Mc : hèmera
(dag) .
(1) Mc 1,9
(kai egeneto ...) . (2) Mc
8,1 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) Mc
15,29 : en trisin hèmerais (in drie dagen) . Een vorm van hèmera
(dag) in Mc in 23 verzen
Mc 13,24.2. - 5. en ekeinais tais hèmerais (in díe dagen) . Bij Marcus staat telkens en ekeinais tais hèmerais : (1) Mc 1,9 (kai egeneto ...) . (2) Mc 8,1 . (3) Mc 13,17 . (4) Mc 13,24 .
Mc 13,24.6.
meta (met , na) . Afkorting : met' . Taalgebruik in het N.T. : meta
(na , met) . Taalgebruik in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
-- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr.
avec (< apud hoc : met dat) .
-- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum
= tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Mc (34 + 16 = 50) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,24 . (2) Mc
13,26 .
Mc 13,24.7.
bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 13 (3) : (1) Mc
13,24 . (2) Mc
13,28 . (3) Mc
13,34 .
Mc 13,24.8. acc. vr. enk. thlipsin van het zelfst. naamw. thlipsis (verdrukking) . Taalgebruik in het N.T. : thlipsis (verdrukking) . Taalgebruik in Mc : thlipsis (verdrukking) . Mc (1) : Mc 13,24 . Een vorm van thlipsis (verdrukking) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 13,19 . (3) Mc 13,24 .
Mc 13,24.9.
aanwijz. voornaamw. acc. vr. enk. ekeinèn (die) van het aanwijz. voornaamw.
ekeinos (die) . Taalgebruik in het N.T. : ekeinos
(die) . Taalgebruik in Mc : ekeinos
(die) .
Mc (2) : (1) Mc
6,55 . (2) Mc
13,24 . Een vorm van ekeinos (die) in Mc in 22 verzen .
Mc 13,24.10.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 13 (16) : (1) Mc
13,2 . (2) Mc
13,5 . (3) Mc
13,11 . (4) Mc
13,13 . (5) Mc
13,14 . (6) Mc
13,15 . (7) Mc
13,16 . (8) Mc
13,19 . (9) Mc
13,21 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,31 . (13) Mc
13,32 . (14) Mc
13,33 . (15) Mc
13,35 . (16) Mc
13,37 .
Mc 13,24.11.
nom. mann. enk. hèlios (zon) . Taalgebruik in het N.T. : hèlios
(zon) . Taalgebruik in Lc : hèlios
(zon) .
Mc (3) : (1) Mc
1,32 . (2) Mc
4,6 . (3) Mc
13,24 . Een vorm van hèlios (zon) in Mc in 4 verzen : (1) Mc
1,32 . (2) Mc
4,6 . (3) Mc
13,24 . (4) Mc
16,2 .
(1) Mc
1,32 : hote edusen ho hèlios (toen de zon was ondergegaan) . Na zonsondergang
na de eerste sabbatdag van Jezus'optreden .
(2) Mc 4,6
: kai hote aneteilen ho hèlios : en toen de zon was opgegaan = na zonsopgang
. Deze zin komt voor in de parabel van de zaaier .
(3) Mc
13,24 : ho hèlios skotisthèsetai (de zon zal verduisterd worden)
.
(4) Mc
16,2 : anateilantos tou hèliou (nadat de zon was opgegaan) .
Mc 13,24.12. pass. ind. fut. 3de pers. enk. skotisthèsetai (hij zal verduisterd worden) van het werkw. skotizô (verduisteren) . Taalgebruik in het N.T. : skotizô (verduisteren) . Taalgebruik in Mc : skotizô (verduisteren) . Mc (1) Mc 13,24 . Dit is de enigste vorm van skotizô (verduisteren) in Mc .
Mc 13,24.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,24.14.
bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 13 (5) : (1) Mc
13,24 . (2) Mc
13,30 . (3) Mc
13,31 . (4) Mc
13,32 . (5) Mc
13,35 .
Mc 13,24.15.
nom. vr. enk. selènè (maan) . Taalgebruik in het N.T. : selènè
(maan) . Taalgebruik in Lc : selènè
(maan) .
Mc (1) : Mc
13,24 . Dit is de enigste vorm van selènè (maan) in Mc .
Mc 13,24.16. ou - ouk - ouch (niet) of betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (hou) . Taalgebruik in het N.T. : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in Mc : ou - ouk - ouch (niet) . Mc (42 + 66 + 6 = 114) . Mc 13 (7 + 3 + 0 = 10) . (1) Mc 13,2 (ou) . (2) Mc 13,11 (ou) . (3) Mc 13,14 (ou) . (4) Mc 13,19 (ou) . (5) Mc 13,20 (ouk) . (6) Mc 13,24 (ou) . (7) Mc 13,30 (ou) . (8) Mc 13,31 (ou) . (9) Mc 13,33 (ouk) . (10) Mc 13,35 (ouk) .
Mc 13,24.17.
act. ind. fut. 3de pers. enk. dôsei (hij / zij zal geven) van het werkw.
didômi (geven) . Taalgebruik in het N.T. : didômi
(geven) . Taalgebruik in Mc : didômi
(geven) . Hebr.
nâthan (tha) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr.
donner - don : geven - gave .
Mc (2) : (1) Mc
12,9 . (2) Mc
13,24 . Een vorm van didômi (geven) in Mc in 35 verzen .
Mc 13,24.18.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 13 (12) : (1) Mc
13,3 . (2) Mc
13,4 . (3) Mc
13,7 . (4) Mc
13,10 . (5) Mc
13,11 . (6) Mc
13,13 . (7) Mc
13,14 . (8) Mc
13,16 . (9) Mc
13,22 . (10) Mc
13,24 . (11) Mc
13,28 . (12) Mc
13,34 .
Mc 13,24.19.
nom. onz. enk. feggos (lichtglans) . Taalgebruik in het N.T. : feggos
(lichtglans) . Taalgebruik in Mc : feggos
(lichtglans) .
Mc (1) : Mc
13,24 . Dit is de enigste vorm van feggos (lichtglans) in Mc .
Mc 13,24.20. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .
| Mc 13,25 - Mc 13,25 : 305. De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] And the stars of heaven shall fall, and the powers
that are in heaven shall be shaken.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,25 . Variabele lezing .
Mc 13,25.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,25.2.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 13 (5) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,25 . (4) Mc
13,31 . (5) Mc
13,32 .
Mc 13,25.3. nom. vr. mv. asteres (sterren) van het zelfst. naamw. astèr (ster) . Taalgebruik in het N.T. : astèr (ster) . Taalgebruik in Mc : astèr (ster) . L. stella . F. etoile . N. ster . E. star . Mc (1) : Mc 13,25 . Dit is de enigste vorm van astèr (ster) in Mc .
Mc 13,25.4.
act. ind. fut. 3de pers. mv. esontai (er zullen zijn) van het werkw. eimi (zijn)
. Taalgebruik in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (5) : (1) Mc
10,8 . (2) Mc
10,31 . (3) Mc
13,8 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 .
Mc 13,25.5.
ek - ex (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc (38 + 20 = 58) . ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,15 . (3) Mc
13,25 . (4) Mc
13,27 . (tempel - huis - hemel - 4 windstreken) .
Mc 13,25.6.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 .
Mc 13,25.7. gen. mann. enk. ouranou (van de hemel) van het zelfst. naamw. ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) . Mc (7) : (1) Mc 4,32 . (2) Mc 8,11 . (3) Mc 11,30 . (4) Mc 11,31 . (5) Mc 13,25 . (6) Mc 13,27 . (7) Mc 14,62 . Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen . Een vorm van ouranos (hemel) in Mc 13 (4) : (1) Mc 13,25 . (2) Mc 13,27 . (3) Mc 13,31 . (4) Mc 13,32 .
Mc 13,25.8.
act. part. praes. nom. mann. mv. piptontes (vallende) van het werkw. piptô
(vallen) . Taalgebruik in het N.T. : piptô
(vallen) . Taalgebruik in Mc : piptô
(vallen) . Hebr. nâphal = vallen , Eng. to fall . Gr. piptô
. Lat. cadere . Fr. tomber .
Mc (1) : Mc
13,25 . Een vorm van piptô (vallen) in Mc in 8 verzen .
Mc 13,25.9.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,25.13.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc (119) . Mc 13 (7) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 . (7) Mc
13,32 .
Mc 13,25.14.
bep. lidw. dat. mann. + onz. mv. tois . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (47) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,25 . (2) Mc
13,34 .
Mc 13,25.15. dat. mann. mv. ouranois van het zelfst. naamw. ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) . Mc (3) : (1) Mc 11,25 . (2) Mc 12,25 . (3) Mc 13,25 . Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen . Een vorm van ouranos (hemel) in Mc 13 (4) : (1) Mc 13,25 . (2) Mc 13,27 . (3) Mc 13,31 . (4) Mc 13,32 .
Mc 13,25.13. - 15. en tois ouranois (in de hemelen) . Mc (3) : (1) Mc 11,25 . (2) Mc 12,25 . (3) Mc 13,25 .
Mc 13,25.16.
pass. ind. aor. 3de pers. mv. saleuthèsontai (zij zullen heen en weer
geschud worden) van het werkw. saleuô (heen en weer bewegen, schudden)
. Taalgebruik in het N.T. : saleuô
(heen en weer bewegen, schudden) . Taalgebruik in Mc : saleuô
(heen en weer bewegen, schudden) .
Mc (1) : Mc
13,25 . Dit is de enigste vorm van saleuô (heen en weer bewegen, schudden)
in Mc . Zie verder bij de inleiding op Mc
13,24 .
| Mc 13,26 - Mc 13,26 : 305. De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .[26] And then shall they see the Son of man coming in the clouds with great power and glory.
Tekstuitleg van Mc 13,26 . Het vers Mc 13,26 telt 15 (3 X 5) woorden en 77 (2 X 5 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 13,26 is 9620 (2 X 2 X 5 X 13 X 37) .
Mc 13,26.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,26.2.
tote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het
N.T. : tote
(dan) . Taalgebruik in Mc : tote
(dan) .
Mc (6) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,27 . (3) Mc
13,14 . (4) Mc
13,21 . (5) Mc
13,26 . (6) Mc
13,27 .
Mc 13,26.1. - 2. kai tote (en dan) . Mc (5) : (1) Mc 2,20 . (2) Mc 3,27 . (3) Mc 13,21 . (4) Mc 13,26 . (5) Mc 13,27 . Niet in Mc 13,14 .
Mc 13,26.3.
act. ind. fut. 3de pers. mv. opsontai (zij zullen zien) van het werkw. horaô
(zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô
(zien) . Taalgebruik in Mc : horaô
(zien) . Taalgebruik in Lc : horaô
(zien) . Mc (1) Mc
13,26 . Een vorm van horaô (zien) in Mc in 7 verzen : (1) Mc
1,44 . (2) Mc
8,15 . (3) Mc
8,24 . (4) Mc
9,4 . (5) Mc
13,26 . (6) Mc
14,62 . (7) Mc
16,7 . De mensenzoon zien komen in Mc (2) :
- Mc 13,26
: opsontai ton huion tou anthrôpou erchomenon (zij zullen de mensenzoon
zien komende) .
- Mc 14,62
: opsesthe ton huion tou anthrôpou ... erchomenon (jullie zullen de mensenzoon
zien ... komende) .
Mc 13,26.4.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,16 . (2) Mc
13,26 .
Mc 13,26.5.
acc. mann. enk. huion (zoon) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik
in het N.T. : huios
(zoon) . Taalgebruik in Mc : huios
(zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Mc (6) : (1) Mc
8,31 . (2) Mc
9,12 . (3) Mc
9,17 . (4) Mc
12,6 . (5) Mc
13,26 . (6) Mc
14,62 . Een vorm van huios (zoon) in Mc in 33 verzen .
Mc 13,26.6.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,19 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 .
Mc 13,26.7.
gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (16) : (1) Mc
2,10 . (2) Mc
2,28 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
8,31 . (7) Mc
8,38 . (8) Mc
9,9 . (9) Mc
9,12 . (10) Mc
9,31 . (11) Mc
10,33 . (12) Mc
10,45 . (13) Mc
13,26 . (14) Mc
14,21 . (15) Mc
14,41 . (16) Mc
14,62 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Mc in 53 verzen .
Mc 13,26.5. - 7. Een vorm van huios tou anthrôpou (mensenzoon) in 13 (14X) verzen : (1) Mc 2,10 . (2) Mc 2,28 . (3) Mc 8,31 . (4) Mc 8,38 . (5) Mc 9,9 . (6) Mc 9,12 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 10,33 . (9) Mc 10,45 . (10) Mc 13,26 . (11) Mc 14,21 (2X) . (12) Mc 14,41 . (13) Mc 14,62 .
Mc 13,26.8.
part. pr. acc. mann. enk. erchomenon (komende) van het werkw. erchomai (gaan,
komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) .
Mc (3) : (1) Mc
13,26 . (2) Mc
14,62 . (3) Mc
15,21 . Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Mc in 82 verzen .
Het komen van de mensenzoon komt in Mc in 3 verzen voor : (1) Mc
8,38 . (2) Mc
13,26 . (3) Mc
14,62 .
De mensenzoon zien komen in Mc (2) :
- Mc 13,26
: opsontai ton huion tou anthrôpou erchomenon (zij zullen de mensenzoon
zien komende) .
- Mc 14,62
: opsesthe ton huion tou anthrôpou ... erchomenon (jullie zullen de mensenzoon
zien ... komende) .
Mc 13,26.9.
en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc (119) . Mc 13 (7) : (1) Mc
13,11 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,17 . (4) Mc
13,24 . (5) Mc
13,25 . (6) Mc
13,26 . (7) Mc
13,32 .
Mc 13,26.10.
dat. vr. mv. nefelais (wolken) van het zelfst. naamw. nefelè (nevel,
wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè
(nevel, wolk) . Taalgebruik in Mc : nefelè
(nevel, wolk) . Mc (1) : Mc
13,26 . Een vorm van nefelè (nevel, wolk) in Mc in 4 verzen : (1)
Mc 9,7
. (2) Mc
9,7 . (3) Mc
13,26 . (4) Mc
14,62 . De komst van de mensenzoon is omgeven door wolken in Mc in 2 verzen
:
- Mc 13,26
erchomenon en nefelais (komende met wolken) .
- Mc 14,62
: erchomenon meta tôn nefelôn tou ouranou (komende met de wolken
van de hemel) .
Mc 13,26.11.
meta (met , na) . Afkorting : met' . Taalgebruik in het N.T. : meta
(na , met) . Taalgebruik in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
-- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr.
avec (< apud hoc : met dat) .
-- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum
= tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Mc (34 + 16 = 50) . Mc 13 (2) : (1) Mc
13,24 . (2) Mc
13,26 .
Mc 13,26.12.
gen. vr. enk. dunameôs (van de kracht) van het zelfst. naamw. dunamis
(macht, kracht) . Taalgebruik in het N.T. : dunamis
(macht, kracht) . Taalgebruik in Mc : dunamis
(macht, kracht) . Mc (2) : (1) Mc
13,26 . (2) Mc
14,62 . Een vorm van dunamis (macht, kracht) (enk.) in Mc in 7 verzen :
(1) Mc
5,30 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
9,1 . (4) Mc
9,39 . (5) Mc
12,24 . (6) Mc
13,26 . (7) Mc
14,62 . Er is een overeenkomst tussen Mc
9,1 en Mc
13,26 :
- Mc 9,1
: heôs an idôsin tèn basileian tou theou elèluthuian
en dunamei (totdat zij zouden zien het koninkrijk van God , gekomen in kracht)
.
- Mc 13,26
: opsontai ton huion tou anthrôpou erchomenon ... meta dunameôs
pollès (zij zullen de mensenzoon zien komende ... met vele kracht) .
Mc 13,26.13.
gen. vrouw. enk. pollès (veel) van het bijvoegl. naamw. polus (veel)
. Taalgebruik in het N.T. : polus
(veel) . Taalgebruik in Mc : polus
(veel) .
Mc (2) : (1) Mc
6,35 . (2) Mc
13,26 .
Mc 13,26.14.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,26.15. gen. vr. enk. doxès van het zelfst. naamw. doxa (heerlijkheid) . Taalgebruik in het N.T. : doxa (heerlijkheid) . Taalgebruik in Mc : doxa (heerlijkheid) . Mc (1) : (1) Mc 13,26 . Een vorm van doxa (heerlijkheid) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 8,38 . (2) Mc 10,37 . (3) Mc 13,26 .
Mc 13,26.8.
- 9. 15. het komen van de mensenzoon in heerlijkheid :
- Mc 8,38
: hotan elthè(i) en tè(i) doxè(i) tou patros autou (wanneer
hij komt in de heerlijkheid van zijn vader) .
- Mc 13,26
: erchomenon en ... doxè(i) (komende in ... heerlijkheid) .
| Mc 13,27 - Mc 13,27 : 305. De komst van de Mensenzoon - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] And then shall he send his angels, and shall gather
together his elect from the four winds, from the uttermost part of the earth
to the uttermost part of heaven.
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Mc 13,27 . Het vers Mc 13,27 telt 21 (3 X 7) woorden en 108 (2² X 3³) letters . De getalwaarde van Mc 13,27 is 15650,(2 X 5² X 313) . Marcus gebruikt de profetie van Jesaja tegen Babel (Js 13,10) .
Mc 13,27.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,27.2.
hote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het
N.T. : tote
(dan) . Taalgebruik in Mc : tote
(dan) .
Mc (6) : (1) Mc
2,20 . (2) Mc
3,27 . (3) Mc
13,14 . (4) Mc
13,21 . (5) Mc
13,26 . (6) Mc
13,27 .
Mc 13,27.1. - 2. kai tote (en dan) . Mc (5 / 6) : (1) Mc 2,20 . (2) Mc 3,27 . (3) Mc 13,21 . (4) Mc 13,26 . (5) Mc 13,27 . Niet in (3) Mc 13,14 .
5. acc. mann. mv. aggelous van het zelfst. naamw. aggelos (engel, boodschapper)
. Taalgebruik in het N.T. : aggelos
(engel) . Taalgebruik in Mc : aggelos
(engel) . Stam : n - g - l . L. angelus . Fr. ange . N. engel . Fr. un messager
uit L. mittere (zenden) , missus = gezonden . Hebr. malë´akh .
Mc (1) Mc
13,27 . Een vorm van aggelos (engel, boodschapper) in Mc (6) : (1) Mc
1,2 . (2) Mc
1,13 . (3) Mc
8,38 . (4) Mc
12,25 . (5) Mc
13,27 . (6) Mc
13,32 .
Mc 13,27.6.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 13 . Van de 37 verzen niet in 11 verzen : (1) Mc
13,5 . (2) Mc
13,14 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,18 . (5) Mc
13,23 . (6) Mc
13,30 . (7) Mc
13,32 . (8) Mc
13,33 . (9) Mc
13,35 . (10) Mc
13,36 . (11) Mc
13,37 .
Mc 13,27.10.
pers. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos
. Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 13 (6) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,15 . (4) Mc
13,16 . (5) Mc
13,27 . (6) Mc
13,34 . In 2 verzen als onderdeel van een losse genitief : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . In de 4 andere verzen als genitief bij een zelfstandig naamwoord
.
Mc 13,27.11.
ek - ex (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc (38 + 20 = 58) . ek (uit) Mc 13 (4) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,15 . (3) Mc
13,25 . (4) Mc
13,27 . (tempel - huis - hemel - 4 windstreken) .
Mc 13,27.12.
bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 13 (3) : (1) Mc
13,1 . (2) Mc
13,3 . (3) Mc
13,27 .
20. gen. mann. enk. ouranou (van de hemel) van het zelfst. naamw. ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Taalgebruik in Mc : ouranos (hemel) . Mc (7) : (1) Mc 4,32 . (2) Mc 8,11 . (3) Mc 11,30 . (4) Mc 11,31 . (5) Mc 13,25 . (6) Mc 13,27 . (7) Mc 14,62 . Een vorm van ouranos (hemel) in Mc in 18 verzen . Een vorm van ouranos (hemel) in Mc 13 (4) : (1) Mc 13,25 . (2) Mc 13,27 . (3) Mc 13,31 . (4) Mc 13,32 .
Bij de vraag van de hogepriester of hij de messias, de zoon van de Gezegende is, antwoordde Jezus positief en haalde dan het citaat van Daniël over de komst van de mensenzoon aan. Hiermee duidt Jezus aan dat zijn veroordeling tot de dood geen nederlaag zal zijn, maar een overwinning, geen uit de wegruiming, maar een definitieve komst. In apocalyptische taal neemt men de beelden niet letterlijk, waarom zouden we het hier doen? Ook hier is einde en begin aan elkaar gekoppeld.
| Mc 14,62 | Mc 8,38 | Mc 9,1 | Mc 13,26 |
| kai (en) | hotan (wanneer) | heôs an (totdat) | kai tote (en dan) |
| opsesthe (gij zult zien) | idôsin (zij zullen zien) | opsontai (zullen zij zien) | |
| ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon) | tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) | ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon) | |
| ek deksiôn (rechts) kathèmenon (zittend) dunameôs (van de kracht) | |||
| kai (en) erchomenon (komende) | elthèi (hij komt) | elèluthuian (gekomen zijnde) | erchomenon (komende) |
| en tèi doksèi tou patros autou (in de heerlijkheid van zijn vader) | en dunamei (in kracht) | en nefelais meta dunameôs pollès kai doksès (op de wolken met grote kracht en heerlijkheid) | |
| meta tôn nefelôn tou ouranou (op de wolken van de hemel) | meta tôn aggelôn tôn hagiôn (met zijn heilige engelen) | ||
| 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 - | 166. Wat baat het een mens de hele wereld te winnen : Mc 8,36-38 - Mt 16,26-27 - Lc 9,25-26 - | 167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 - | 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - |
306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29 - Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,28 - Mc 13,29 -
| Mc 13,28b | Mc 13, 29b | |
| hotan (wanneer) | kai (en) | hotan (wanneer) |
| èdè (reeds) | idète (gij ziet) | |
| ho klados autès (zijn twijg) | ekfuèi (uitlopen) | |
| hapalos (zacht) | ||
| genètai (wordt) | ta fulla (de bladeren) | tauta ginomena (dit gebeuren) |
| ginôskete (weet) | ginôskete (weet) | |
| hoti (dat) | hoti (dat) | |
| eggus (nabij) | eggus (nabij) | |
| to theros (de zomer) | ||
| estin (is) | estin (is het) | |
| epi thurais (bij de deur) |
| Mc 13,28 - Mc 13,28 : 306. Gelijkenis van de vijgeboom - Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Mc (Marcus) -- Mc 13 -- Mc 13,28 - Mc 13,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . Now learn a parable of the fig tree; When her branch is
yet tender, and putteth forth leaves, ye know that summer is near:
Luther-Bibel . 28 An dem Feigenbaum aber lernt ein Gleichnis: Wenn jetzt seine
Zweige saftig werden und Blätter treiben, so wisst ihr, dass der Sommer
nahe ist.
Tekstuitleg van Mc
13,28 . Dit vers Mc
13,28 telt 24 (2 X 2 X 2 X 3) woorden en 108 (2 X 2 X 3 X 3) letters . De
getalwaarde van Mc
13,28 is 10999 (17 X 647) .
- Mc 13,28
: parabel van de vijgeboom : hotan ... ginôskete hoti eggus ... estin
(wanneer ... weten jullie dat ... nabij is) .
- Mc 13,29
: de realiteit : hotan ... ginôskete hoti eggus estin ... (wanneer ...
weten jullie dat nabij is ...)
Mc 13,28.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord