MARCUSEVANGELIE , VEERTIENDE HOOFDSTUK, MC 14 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 14 -
- Mc 14,1-2 - Mc 14,3-9 - Mc 14,10-11 - Mc 14,12-16 - Mc 14,17-21 - Mc 14,22-25 - Mc 14,26-31 - Mc 14,32-42 - Mc 14,43-52 - Mc 14,53-54 - Mc 14,55-64 - Mc 14,65 - Mc 14,66-72 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik Q - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik Z .
- Mc : commentaar .

Overzicht van het Marcusevangelie :   Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
                                 

Bijbeluitleg per pericope - Mc 14,1-2 - Mc 14,3-9 - Mc 14,10-11 - Mc 14,12-16 - Mc 14,17-21 - Mc 14,22-25 - Mc 14,26-31 - Mc 14,32-42 - Mc 14,43-52 - Mc 14,53-54 - Mc 14,55-64 - Mc 14,65 - Mc 14,66-72 -
Bijbeluitleg vers per vers - Mc 14,1 - Mc 14,2 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - Mc 14,10 - Mc 14,11 - Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 - Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - Mc 14,53 - Mc 14,54 - Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - Mc 14,65 - Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -


http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Luther-Bibel 1984 Cahier biblique King James Bible : (1) -  
bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie

8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   (2) liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- patassô (slaan) , zie Mc 14,27 .
- sunedrion (sanhedrin) , zie Mc 14,55 .
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik


Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , Taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

- OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het veertiende hoofdstuk van het Marcusevangelie :
317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 .
318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 .
319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 .
320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 .
321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 .
322. Instelling van de eucharistie : Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 .
328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 .
329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 .
330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 .
331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 .
332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 .
333. Bespotting van Jezus : Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 .
334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 .

317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 -

Mc 14,1 - Mc 14,1 : 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:1 èn de to pascha kai ta azuma meta duo èmeras kai ezètoun oi archiereis kai oi grammateis pôs auton en dolô kratèsantes apokteinôsin 1 erat autem pascha et azyma post biduum et quaerebant summi sacerdotes et scribae quomodo eum dolo tenerent et occiderent    1 En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.   [1] Twee dagen later zou het Pasen* zijn, het feest van de ongedesemde broden. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten een gelegenheid om Hem met een list in handen te krijgen en ter dood te brengen.  [1] De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden.  1 ¶ Het zou over twee dagen Pasen en ‘Ongegiste Broden’ zijn; de overpriesters en de schriftgeleerden zochten ernaar hoe ze hem met een list zouden kunnen overmeesteren en doden;  1. La Pâque et les Azymes allaient avoir lieu dans deux jours, et les grands prêtres et les scribes cherchaient comment arrêter Jésus par ruse pour le tuer.  

King James Bible . [1] After two days was the feast of the passover, and of unleavened bread: and the chief priests and the scribes sought how they might take him by craft, and put him to death.
Luther-Bibel . 1 Es waren noch zwei Tage bis zum Passafest und den Tagen der Ungesäuerten Brote. Und die Hohenpriester und Schriftgelehrten suchten, wie sie ihn mit List ergreifen und töten könnten.

Tekstuitleg van Mc 14,1 . Dit vers Mc 14,1 telt 23 woorden en 108 (2 X 2 X 3 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 14,1 is 11718 (2 X 3 X 3 X 3 X 7 X 31) .

Mc 14,1.1. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (38) . Mc 14 (3) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,54 . (3) Mc 14,59 .

Mc 14,1.2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,1.3. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,1.4. zn nom + acc onz enk. πασχα = pascha (pascha, Pasen) . Taalgebruik in het NT: pascha (pascha). Taalgebruik in de LXX: pascha (pascha). Taalgebruik in Mc: pascha (pascha). Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1. (2) Mc 14,12. (3) Mc 14,12. (4) Mc 14,14. (5) Mc 14,16. Joh (9): (1) Joh 2,13. (2) Joh 2,23. (3) Joh 6,4. (4) Joh 11,55. (5) Joh 12,1. (6) Joh 13,1. (7) Joh 18,28. (8) Joh 18,39. (9) Joh 19,14.

pascha (pascha)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  55  28  27    15  24   

Mc 14,1.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (2) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,27 .

Mc 14,1.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

12. act. ind. imperf. 3de pers. mv. ezètoun (zij zochten) van het werkw. zèteô (zoeken) . Taalgebruik in het NT : zèteô (zoeken) . Taalgebruik in Mc : zèteô (zoeken) . Hebr. bâqasj . Ned. zoeken . Lat. quaerere . Fr. chercher (ch / q - r) . E. search . D. suchen . D. zoeken . Mc (4) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 12,12 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,55 . In 4 verzen in Mc in de imperfectumvorm . In een reeks van vier . De imperfectumvorm om de duur van het zoeken uit te drukken . Telkens zijn hogepriesters erbij betrokken om Jezus te zoeken met het oog om hem te doden .
- Mc 11,18 : kai èkousan  hoi archiereis kai hoi grammateis kai ezètoun (en de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden en zij zochten) pôs auton  apolesôsin  (hoe ze hem zouden uitschakelen) .
- Mc 12,12  : kai ezètoun (en zij zochten) auton  kratèsai  (om hem te bemachtigen) .
- Mc 14,1 : kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis (en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten) pôs auton en dolôi kratèsantes apokteinôsin (hoe ze hem door een list te bemachtigen hem zouden doden) .
- Mc 14,55 : oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian (maar de hogepriesters en het hele sanhedrin zochten tegen Jezus een getuigenis) eis to thanatôsai auton (om hem te doden) .

Mc 14,1.13. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

Mc 14,1.14. nom. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het NT : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) .
Mc (11) . (1) Mc 11,18 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,53 . (6) Mc 14,55 . (7) Mc 15,1 . (8) Mc 15,3 . (9) Mc 15,10 . (10) Mc 15,11 . (11) Mc 15,31 .

Mc 14,1.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,1.16. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

Mc 14,1.17. nom. + voc. + acc. mann. mv. grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw. grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in het NT : grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in Mc : grammateus (schriftgeleerde) .
Mc (11) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 2,16 . (3) Mc 3,22 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 9,11 . (6) Mc 9,14 . (7) Mc 11,18 . (8) Mc 11,27 . (9) Mc 12,35 . (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,53 . Nom. (10) . Acc. (1) : Mc 9,14 .

Mc 14,1.13. - 17. hoi archiereis kai hoi grammateis (de hogepriesters en de schriftgeleerden) . Mc (2) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 14,1 .
+ hoi presbuteroi (of andere volgorde , waarbij hoi archiereis = de hogepriesters als eerste staan) .
- Mc 11,18 : kai ezètoun pôs auton apolesôsin (en zij zochten hoe ze hem zouden opruimen) .
- Mc 14,1 : kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis pôs auton en dolô(i) kratèsantes (en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten hoe ze hem - met een list overmeesterd - zouden doden) .

18. pôs (hoe) . Taalgebruik in het NT : pôs (hoe) . Taalgebruik in Mc : pôs (hoe) . Vragend of onbepaald voornaamw. van wijze .
Mc 14 (2) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . Een vorm van zèteô (zoeken) gevolgd door pôs (hoe) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 14,1 . (3) Mc 14,11 .

19. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

20. en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc 14 (7) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,2 . (3) Mc 14,3 . (4) Mc 14,6 . (5) Mc 14,25 . (6) Mc 14,49 . (7) Mc 14,66 .

22. act. part. aor. mann. mv. κρατησαντες = kratèsantes (overmachtigd, vastgenomen) van het werkw. κρατεω = krateô (vastnemen, bemachtigen) . Taalgebruik in het NT : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Taalgebruik in de LXX : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Bijbel (3) : (1) Mt 22,6 . (2) Mt 26,57 . (3) Mc 14,1 .

Mc 14,2 - Mc 14,2 : 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:2 elegon gar mè en tè eortè mèpote estai thorubos tou laou  2 dicebant enim non in die festo ne forte tumultus fieret populi    2 Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.  [2] Want ze zeiden: ‘Niet op het feest, er moet geen opschudding onder het volk ontstaan.’  [2] Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand.  2 want, zeiden ze: niet tijdens het feest, dan mag er in geen geval een volksoproer zijn!   2. Car ils se disaient : « Pas en pleine fête, de peur qu'il n'y ait du tumulte parmi le peuple. » 

King James Bible . [2] But they said, Not on the feast day, lest there be an uproar of the people.
Luther-Bibel . 2 Denn sie sprachen: Ja nicht bei dem Fest, damit es nicht einen Aufruhr im Volk gebe.

Tekstuitleg van Mc 14,2 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -

Mc 14,3 - Mc 14,3 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:3 kai ontos autou en bèthania en tè oikia simônos tou leprou katakeimenou autou èlthen gunè echousa alabastron murou nardou pistikès polutelous suntripsasa tèn alabastron katecheen autou tès kefalès  3 et cum esset Bethaniae in domo Simonis leprosi et recumberet venit mulier habens alabastrum unguenti nardi spicati pretiosi et fracto alabastro effudit super caput eius    3 En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.  
[3] Toen Hij in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, en daar aanlag, kwam een vrouw met een albasten flesje echte, kostbare nardusbalsem*. Ze brak het flesje en goot het leeg over zijn hoofd. 

[3] Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over zijn hoofd.  
3 Hij is intussen in Betanië, in het huis van Simon de Melaatse; terwijl hij aanligt komt er een vrouw aan met een albasten kruik vol kostbare echte nardusmirre; ze breekt de kruik en giet het uit over zijn hoofd.  3. Comme il se trouvait à Béthanie, chez Simon le lépreux, alors qu'il était à table, une femme vint, avec un flacon d'albâtre contenant un nard pur, de grand prix. Brisant le flacon, elle le lui versa sur la tête. 

King James Bible . [3] And being in Bethany in the house of Simon the leper, as he sat at meat, there came a woman having an alabaster box of ointment of spikenard very precious; and she brake the box, and poured it on his head.
Luther-Bibel . 3 Und als er in Betanien war im Hause Simons des Aussätzigen und saß zu Tisch, da kam eine Frau, die hatte ein Glas mit unverfälschtem und kostbarem Nardenöl, und sie zerbrach das Glas und goss es auf sein Haupt.

Tekstuitleg van Mc 14,3 .

Mc 14,3.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,3.3. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (143) . Mc 14 (15) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,21 . (5) Mc 14,23 . (6) Mc 14,32 . (7) Mc 14,33 . (8) Mc 14,35 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,56 . (12) Mc 14,57 . (13) Mc 14,58 . (14) Mc 14,63 . (15) Mc 14,65 .

Mc 14,3.5. bèthania (Betanië) . Taalgebruik in het NT : bèthania (Bethanië) . Taalgebruik in Mc : bèthania (Bethanië) . Plaatsnaam . De getalwaarde van het woord Bèthania (Betanië) = 2 + 8 + 9 + 1 + 50 + 10 + 1 = 81 . Een vorm van Betanië (4) .
- apo bèthanias (van Betanië) . Mc (1) : Mc 11,12 .
- eis bèthanian (naar Bethanië) . Mc (2) : (1) Mc 11,1 . (2) Mc 11,11 .
- en bèthania(i) (in Betanië) . Mc (1) : Mc 14,3 .

Mc 14,3.12. part. praes. gen. mann. enk. κατακειμενου = katakeimenou (terwijl hij neerligt) van het werkw. κατακειμαι = katakeimai (neerliggen) . Taalgebruik in het NT : katakeimai (neerliggen) . Taalgebruik in de LXX : katakeimai (neerliggen) .Taalgebruik in Mc : katakeimai (neerliggen) . Bijbel (2) : (1) Mc 2,15 . (2) Hnd 28,8 , Een vorm van κατακειμαι = katakeimai (neerliggen) in de LXX (4) , in het NT (12) , in Mc (4) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 2,4 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 14,3 .

  katakeimai (neerliggen)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 14 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
ind. imperf. 3de pers enk. katekeito    2 : (1) Mc 1,30 .   (2) Mc 2,4 .     6   2 :          
part. praes. gen. mann. enk. katakeimenou      (1) Mc 14,3 .                    
inf. praes. katakeisthai    (1) Mc 2,15 .                    
  Totaal  4            

Mc 14,3.13. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (143) . Mc 14 (15) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,21 . (5) Mc 14,23 . (6) Mc 14,32 . (7) Mc 14,33 . (8) Mc 14,35 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,56 . (12) Mc 14,57 . (13) Mc 14,58 . (14) Mc 14,63 . (15) Mc 14,65 .

Mc 14,3.15. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het NT : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (7) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 7,25 . (4) Mc 7,26 . (5) Mc 12,22 . (6) Mc 12,23 .  (7) Mc 14,3 .

Mc 14,3.6. - 13.
- Mc 2,15 : κατακεισθαι αυτον εν τῃ οικιᾳ αυτου = katakeisthai auton en tè(i) oikia(i) autou (dat hij 'aan'ligt in diens huis) .
- Mc 14,3 : εν τῃ οικιᾳ σιμωνος του λεπρου κατακειμενου αυτου = en tè(i) oikia(i) simônos tou leprou katakeimenou autou (terwijl hij aanligt in het huis van Simon de melaatse) .
STAP VOOR STAP !
In Mc 2,15 ligt Jezus aan in het huis van een tollenaar , in Mc 14,3 in het huis van Simon de melaatse .

27. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

Mc 14,4 - Mc 14,4 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:4 èsan de tines aganaktountes pros eautous eis ti è apôleia autè tou murou gegonen  4 erant autem quidam indigne ferentes intra semet ipsos et dicentes ut quid perditio ista unguenti facta est     4 En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?   [4] Sommigen zeiden verontwaardigd tegen elkaar: ‘Waar was de verspilling van die balsem nu goed voor? [4] Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor?  4 Maar er zijn er een paar die verontwaardigd tot elkaar zeggen: waarvoor is deze verkwisting van mirre geschied?–  4. Or il y en eut qui s'indignèrent entre eux : « A quoi bon ce gaspillage de parfum ?  

King James Bible . [4] And there were some that had indignation within themselves, and said, Why was this waste of the ointment made?
Luther-Bibel . 4 Da wurden einige unwillig und sprachen untereinander: Was soll diese Vergeudung des Salböls?

Tekstuitleg van Mc 14,4 . Het vers Mc 14,4 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 78 (2 X 39) letters . De getalwaarde van Mc 14,4 is 8889 (3 X 2963) .

Mc 14,4.1. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 . Omschrijvende structuur : èsan ... + deelwoord . Mc (7) : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 2,18 .  (3) Mc 9,4 . (4) Mc 10,32 . (5) Mc 14,4 . (6) Mc 14,40 . (7) Mc 15,40 .

Mc 14,4.2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149) . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,4.1. - 2. hèsan de (zij waren echter) . Mc (5) . In 4 / 7 van de omschrijv. structuur : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 14,4 . (4) Mc 15,40 + Mc 8,9 .

Mc 14,4.5. pros (naar, bij) . Taalgebruik in NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .

Mc 14,5 - Mc 14,5 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:5 èdunato gar touto to muron prathènai epanô dènariôn triakosiôn kai dothènai tois ptôchois kai enebrimônto autè 5 poterat enim unguentum istud veniri plus quam trecentis denariis et dari pauperibus et fremebant in eam    5 Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.  [5] Want die had voor meer dan driehonderd denariën verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ Ze voeren tegen haar uit.  [5] Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit.  5 want deze mirre had voor meer dan driehonderd dinars verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden! Zulke verwijten hebben ze haar gemaakt.  5. Ce parfum pouvait être vendu plus de trois cents deniers et donné aux pauvres. » Et ils la rudoyaient.  

King James Bible . [5] For it might have been sold for more than three hundred pence, and have been given to the poor. And they murmured against her.
Luther-Bibel . 5 Man hätte dieses Öl für mehr als dreihundert Silbergroschen verkaufen können und das Geld den Armen geben. Und sie fuhren sie an.

Tekstuitleg van Mc 14,5 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

4. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

13. dat. man. en onz. mv. ptôchois (armen) van het bijvoegl. naamw. ptôchos (arme) . Taalgebruik in het NT : ptôchos (arme) . Taalgebruik in Mc : ptôchos (arme) . Mc (2) : (1) Mc 10,21 . (2) Mc 14,5 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,6 - Mc 14,6 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:6 o de ièsous eipen afete autèn ti autè kopous parechete kalon ergon èrgasato en emoi  6 Iesus autem dixit sinite eam quid illi molesti estis bonum opus operata est in me    6 Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.  [6] Maar Jezus zei: ‘Laat haar. Wat maken jullie het haar toch lastig? Ze heeft een goed werk gedaan aan Mij.  [6] Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan.  6 Maar Jezus zegt: láát haar!– waarom bezorgen jullie haar moeilijkheden?– zij heeft een goed werk aan mij gedaan;  6. Mais Jésus dit : « Laissez-la ; pourquoi la tracassez-vous ? C'est une bonne œuvre qu'elle a accomplie sur moi. 

King James Bible . [6] And Jesus said, Let her alone; why trouble ye her? she hath wrought a good work on me.
Luther-Bibel . 6 Jesus aber sprach: Lasst sie in Frieden! Was betrübt ihr sie? Sie hat ein gutes Werk an mir getan.

Tekstuitleg van Mc 14,6 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

3. nom. mann. enk. Ièsous . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) .

6. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (14) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 4,30 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,26 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 8,35 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,11 . (9) Mc 10,15 . (10) Mc 11,2 . (11) Mc 11,13 . (12) Mc 12,21 . (13) Mc 12,23 . (14) Mc 14,6 .

11. nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl. naamw. kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het NT : kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos (goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc 7,27 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,42 . (4) Mc 9,43 . (5) Mc 9,45 . (6) Mc 9,47 . (7) Mc 9,50 .  (8) Mc 14,6 . (9) Mc 14,21.  

Mc 14,7 - Mc 14,7 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:7 pantote gar tous ptôchous echete meth eautôn kai otan thelète dunasthe autois | [pantote] | | eu poièsai eme de ou pantote echete  7 semper enim pauperes habetis vobiscum et cum volueritis potestis illis benefacere me autem non semper habetis    7 Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.   [7] Want de armen heb je altijd bij je, en zo vaak je wilt kun je hun goed doen, maar Mij heb je niet altijd bij je.  [7] Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn.  7 want de armen hebt ge altijd bij u, en wanneer ge maar wilt kunt ge goed aan hen doen, maar mij hebt ge niet altijd!–  7. Les pauvres, en effet, vous les aurez toujours avec vous et, quand vous le voudrez, vous pourrez leur faire du bien, mais moi, vous ne m'aurez pas toujours.  

King James Bible . [7] For ye have the poor with you always, and whensoever ye will ye may do them good: but me ye have not always.
Luther-Bibel . 7 Denn ihr habt allezeit Arme bei euch, und wenn ihr wollt, könnt ihr ihnen Gutes tun; mich aber habt ihr nicht allezeit.

Tekstuitleg van Mc 14,7 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

16. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,8 - Mc 14,8 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:8 o eschen epoièsen proelaben murisai to sôma mou eis ton entafiasmon  8 quod habuit haec fecit praevenit unguere corpus meum in sepulturam    8 Zij heeft gedaan, hetgeen zij konde; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis  [8] Ze heeft gedaan wat zij kon. Bij voorbaat heeft ze mijn lichaam gezalfd met het oog op mijn begrafenis.  [8] Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis.  8 wat ze te bieden had heeft ze gedaan; zij heeft bij voorbaat mijn lichaam met mirre gezalfd voor de begrafenis;  8. Elle a fait ce qui était en son pouvoir : d'avance elle a parfumé mon corps pour l'ensevelissement 

King James Bible . [8] She hath done what she could: she is come aforehand to anoint my body to the burying.
Luther-Bibel . 8 Sie hat getan, was sie konnte; sie hat meinen Leib im Voraus gesalbt für mein Begräbnis.

Tekstuitleg van Mc 14,8 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,9 - Mc 14,9 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:9 amèn de legô umin opou ean kèruchthè to euaggelion eis olon ton kosmon kai o epoièsen autè lalèthèsetai eis mnèmosunon autès 9 amen dico vobis ubicumque praedicatum fuerit evangelium istud in universum mundum et quod fecit haec narrabitur in memoriam eius  zal er gesproken worden, tot haar gedachtenis.”  . 9 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.   [9] Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld de goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’  [9] Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’  9 voorwaar, ik zeg u, overal waar het evangelie zal worden gepredikt, in heel de wereld, zal ook van wat zij heeft gedaan worden gesproken tot gedachtenis aan haar!   . 9. En vérité, je vous le dis, partout où sera proclamé l'Évangile, au monde entier, on redira aussi, à sa mémoire, ce qu'elle vient de faire. » 

King James Bible . [9] Verily I say unto you, Wheresoever this gospel shall be preached throughout the whole world, this also that she hath done shall be spoken of for a memorial of her.
Luther-Bibel . 9 Wahrlich, ich sage euch: Wo das Evangelium gepredigt wird in aller Welt, da wird man auch das sagen zu ihrem Gedächtnis, was sie jetzt getan hat.

Tekstuitleg van Mc 14,9 . Het vers Mc 14,9 telt 21 (3 X 7) woorden en 104 (2 X 2 X 2 X 13) letters . Het getalwaarde van Mc 14,9 is 10597 (priemgetal) .

1. amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in het NT : amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in Mc : amèn (amen, ja, voorwaar) . Het maakt deel uit van de formule amèn... legô humin (voorwaar ik zeg jullie) .
Mc (13) (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) .

Mc 14,9.2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
In Mc 14,6-9 reageert Jezus opvallend positief tegen de negatieve reactie van de leerlingen .

1. - 4. amèn (de) legô humin (voorwaar - echter - ik zeg jullie) . Mc (13) (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) .

Mc 14,9.8. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

9. accusatief onzijdig enkelvoud euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in het NT : euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in Mc : euaggelion (evangelie) . eu-aggelion = goede boodschap . Lat. evangelium . Fr. évangile . D. Evangelium . E. gospel .
Mc (4) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 13,10 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 16,15 .

Mc 14,9.8. - 9. to euaggelion (het evangelie) . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in Mc (8) ; gen. (3) , dat. (1) , acc. (4) . Elke vorm wordt voorafgegaan door het bepaald lidwood : gen. (tou) , dat. tô(i) , acc. to .

11. kosmos (wereld) . Taalgebruik in het NT : kosmos (wereld) . Taalgebruik in Mc : kosmos (wereld) .
Mc (3) : (1) Mc 8,36 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 16,15 .

12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

21. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .

319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 -

Mc 14,10 - Mc 14,10 : 319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai Ioudas Iskariôth ho heis tôn dôdeka apèlthen pros tous archiereis hina auton paradoi autois   10 et Iudas Scariotis unus de duodecim abiit ad summos sacerdotes ut proderet eum illis    10 En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren. 
[10] Judas Iskariot, een van de twaalf, ging naar de hogepriesters om Hem over te leveren. 

[10] Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. 
10 Dan gaat Judas Isjkariot, die ene van de twaalf, weg naar de overpriesters om hem aan hen over te leveren.  10. Judas Iscariote, l'un des Douze, s'en alla auprès des grands prêtres pour le leur livrer.

King James Bible . [10] And Judas Iscariot, one of the twelve, went unto the chief priests, to betray him unto them.
Luther-Bibel . 10 Und Judas Iskariot, einer von den Zwölfen, ging hin zu den Hohenpriestern, dass er ihn an sie verriete.

Tekstuitleg van Mc 14,10 . Mc 14,10 // Mt 26,14

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

9. pros (naar, bij) . Taalgebruik in NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .

8. apèlthen (hij ging weg) zie : erchontai (zij gaan) in 12 verzen bij Marcus, zie Mc 11,1 : Mc 11,1-10 . Indicatief aorist 3de persoon enkelvoud van het werkwoord ap-erchomai (weg-gaan). Bij Marcus wordt het in 9 verzen gebruikt. Het weg-gaan houdt vaak een keuze in. Het weg-gaan van Mc 14,10 is een gaan, maar is tegelijkertijd een afstand nemen van, het verlaten van Jezus en de twaalf. In Mc 3,13-19 wordt verhaald over de roeping van de twaalf. Judas hoort bij de twaalf. In Mc 14,10 verbreekt Judas zijn toebehoren tot de twaalf. Judas gaat naar de hogepriesters; hij is een overloper en zoekt een gelegenheid om Jezus aan de hogepriesters over te leveren. Judas ruilt het leerling-zijn voor spion; hij verzamelt de nodige informatie om Jezus over te leveren. Of is het toch iets complexer?
Het breekpunt bij Judas lijkt de zalving van Jezus te Betanië - Mc 14,3-9 - te zijn. Voor 300 denariën is daar verspild. Heeft Jezus zich overgegeven aan personencultus, aan rijkdom terwijl er zoveel armen zijn. Voor Judas is het nu genoeg geweest. De maat is vol. Hij neemt het initiatief om Jezus zijn leiderschap af te nemen; hij ruimt hem uit de weg. Voor dertig zilverlingen gaat Judas Jezus overleveren.
Of gaat het om een liefdesaffaire? Kan Judas het niet verdragen dat een vrouw zoveel liefde aan Jezus betuigt? Kan hij het ook niet verdragen dat Jezus haar laat begaan?
Het gebeuren - de zalving van Betanië - lijkt wel de aanleiding waardoor het drama wordt ingezet. Bij Johannes de Doper is het Herodias die uit is op de overlevering - Mc 1,14-15 - en de dood van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - . In beide gevallen speelt een vrouw een beslissende rol.
Of lopen de visies van Jezus en van Judas uiteen? Is Judas ervan overtuigd dat de slag om Jerruzalem weldra zal plaats vinden, dat er wapens nodig zijn, dat list en omkoperij een belangrijke rol zullen spelen. Is Judas zo corrupt geworden dat hij voor het geld, voor dertig zilverlingen Jezus in handen wil spelen. Is de opgegeven reden - verspilling en geld voor de armen - geen verbloeming van andere redenen? Heeft Judas de hogepriesters willen omkopen voor een gewapende opstand en is hij er door de hogepriesters ingeluisd. Had Judas de hogepriesters en het sanhedrin willen betrekken bij een opstand? Wat was de bedoeling van de nachtelijke ontmoeting in de hof van Olijven? Waarom was het sanhedrin bijeen? Dat heb je toch niet zomaar bijeen. En de Romeinen zouden toch argwaan gehad hebben bij zoveel joodse beweging. Was er een feest die nacht? Pesach? Herdenking van de uittocht uit Egypte?

Er was al eerder spanning geweest tussen Petrus en Jezus over de te volgen weg. Jezus is van plan om naar Jeruzalem te gaan om er als martelaar te sterven - Mc 8,31-32 - . Dat wijst Petrus resoluut af - Mc 8,32-33 - . Jezus moet hem tot de orde roepen en duidelijk maken dat hij de lijn uitzet, de weg bepaalt, de leiding heeft.
Er was al eerder naijver van leerlingen geweest tegenover Jezus waarom zij bepaalde demonen niet konden uitdrijven - Mc 9,14-29 - . Er was ook naijver onder elkaar om de voornaamste plaats - Mc 10,35-40 - . Bij het verhaal van de zalving komt de verdeeldheid tussen sommige leerlingen en Jezus in het openbaar. Jezus verdedigt de vrouw en praat het gebeuren goed, maar zo heeft Judas het niet begrepen.
Wellicht wekt het weggaan van Judas geen argwaan bij de andere medeleerlingen. Waarschijnlijk gaat hij meer dan eens erop uit om armen te bezoeken en geldelijk te ondersteunen. Jezus heeft het wel door, maar brengt het niet in de openbaarheid. Of gaat Judas iets anders doen dan armen helpen? Bereidt hij de opstand voor?

In Mc 14 is vaak sprake van paradidômi (overleveren). Dit is de eerste maal in dit hoofdstuk. Wat reeds lang woekerde, krijgt nu concrete vorm : Judas Iskarit, één van de twaalf, één uit Jezus'intieme kring gaat naar de hogepriesters om hem over te leveren. De geestelijke overheid zocht al langer een gelegenheid om Jezus te grijpen, te veroordelen en te executeren. Ook de wereldlijke overheid was gevaarlijk omwille van haar onbetrouwbaarheid.

11. acc. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het NT : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (11) . (1) Mc 11,18 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,53 . (6) Mc 14,55 . (7) Mc 15,1 . (8) Mc 15,3 . (9) Mc 15,10 . (10) Mc 15,11 . (11) Mc 15,31 .

13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

14. paradoi (hij zou overleveren) zie : paradidômi (overleveren) bij Marcus, zie Mc 1,14 .

Mc 14,11 - Mc 14,11 : 319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:11 oi de akousantes echarèsan kai epèggeilanto autô argurion dounai kai ezètei pôs auton eukairôs paradoi 11 qui audientes gavisi sunt et promiserunt ei pecuniam se daturos et quaerebat quomodo illum oportune traderet   II Zij nu, toen ze dit hoorden, verheugden zich en beloofden hem geld te geven.En hij zocht hoe hij hem op het goede ogenblik zou overleveren. 11 En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.  [11] Toen ze dat hoorden, waren ze daarmee ingenomen en ze beloofden hem geld te geven. Hij zocht naar een goede gelegenheid om Hem over te leveren.  [11] Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren.  11 Als ze zijn aanbod horen zijn ze verheugd en kondigen aan dat ze hem daarvoor zilvergeld zullen geven; en hij is ernaar gaan zoeken hoe hij hem op het goede moment kon overleveren.  11. A cette nouvelle ils se réjouirent et ils promirent de lui donner de l'argent. Et il cherchait une occasion favorable pour le livrer.

King James Bible . [11] And when they heard it, they were glad, and promised to give him money. And he sought how he might conveniently betray him.
Luther-Bibel . 11 Als die das hörten, wurden sie froh und versprachen, ihm Geld zu geben. Und er suchte, wie er ihn bei guter Gelegenheit verraten könnte.

Tekstuitleg van Mc 14,11 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

3. act. part. aor. nom. mv. akousantes  van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (7) : (1) Mc 3,21 . (2) Mc 4,18 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 10,41 . (5) Mc 14,11 . (6) Mc 15,35 . (7) Mc 16,11 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -

Mc 14,12 - Mc 14,12 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:12 kai tè prôtè èmera tôn azumôn ote to pascha ethuon legousin autô oi mathètai autou pou theleis apelthontes etoimasômen ina fagès to pascha   12 et primo die azymorum quando pascha immolabant dicunt ei discipuli quo vis eamus et paremus tibi ut manduces pascha   En op de eerste dag van de ongedesemde broden, toen men het pascha slachtte,  12 En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?  [12] Op de eerste dag* van het feest van de ongedesemde broden, wanneer men het paaslam slachtte, zeiden zijn leerlingen tegen Hem: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen gaan treffen voor het paasmaal?’  [12] Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood, wanneer het pesachlam wordt geslacht, zeiden zijn leerlingen tegen hem: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen gaan treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’  12 ¶ Op de eerste dag van de Ongegiste Broden, wanneer ze het paaslam hebben geslacht, zeggen zijn leerlingen tot hem: waar wilt u dat we heengaan en alles gereedmaken dat u er het paasmaal kunt eten?   12. Le premier jour des Azymes, où l'on immolait la Pâque, ses disciples lui disent : « Où veux-tu que nous allions faire les préparatifs pour que tu manges la Pâque ? » 

King James Bible . [12] And the first day of unleavened bread, when they killed the passover, his disciples said unto him, Where wilt thou that we go and prepare that thou mayest eat the passover?
Luther-Bibel . 12 Und am ersten Tage der Ungesäuerten Brote, als man das Passalamm opferte, sprachen seine Jünger zu ihm: Wo willst du, dass wir hingehen und das Passalamm bereiten, damit du es essen kannst?

Tekstuitleg van Mc 14,12 .

Mc 14,12.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,12.4. nom. + dat. vr. enk. ἡμερα / ἡμερᾳ = hèmera(i) (dag) . Zie : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in Mc : hèmera (dag) . Mc (3) : (1) Mc 2,20 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 14,12 .

  hèmera (dag)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. en dat. vr. enk. hèmera(i)  854  750  104  13  27 17  12  28  43  60    
  totaal 2508  2029  479  43  26  82  31  93  183  21  151  182     

  hèmera (dag)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 13 Mc 14 Mc 15
1 nom. en dat. vr. enk. hèmera(i)    (1) Mc 2,20 .   (2) Mc 4,35 .               (3) Mc 14,12 .    
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  11  (1) Mc 1,13 .       (2) Mc 5,5 .   (3) Mc 6,21 .   (4) Mc 8,31 .   (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,31 .   (7) Mc 10,34 .   (8) Mc 13,20 . (9) Mc 13,32 .   (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,25 .    
3 acc. vr. enk. hèmeran                        
4 gen. vr. mv. hèmerôn    (1) Mc 2,1                 (2) Mc 14,58 .  
5 dat. vr. mv. hèmerais   (1) Mc 1,9 .           (2) Mc 8,1     (3) Mc 13,17 . (4) Mc 13,24 .    
  totaal 23 

- Ned. : dag . Arabisch : يَوم = jaum (dag) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) . D. : Tag . E. : day . F. : jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Hebreeuws : יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Latijn : dies (dag) . diurnus (dagelijks) .

Mc 14,12.5. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,12.7. hote (toen) . Taalgebruik in het NT : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 .   (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .

Mc 14,12.8. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,12.9. zn nom + acc onz enk. πασχα = pascha (pascha, Pasen) . Taalgebruik in het NT: pascha (pascha). Taalgebruik in de LXX: pascha (pascha). Taalgebruik in Mc: pascha (pascha). Mt (4). Mc (4). Lc (7). Joh (9). Hnd (1). Brieven (2). Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1. (2) Mc 14,12. (3) Mc 14,12. (4) Mc 14,14. (5) Mc 14,16. Joh (9): (1) Joh 2,13. (2) Joh 2,23. (3) Joh 6,4. (4) Joh 11,55. (5) Joh 12,1. (6) Joh 13,1. (7) Joh 18,28. (8) Joh 18,39. (9) Joh 19,14. Hnd (1): Hnd 12,4.

pascha (pascha)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  55  28  27    15  24   

23. zn nom + acc onz enk. πασχα = pascha (pascha, Pasen) . Taalgebruik in het NT: pascha (pascha). Taalgebruik in de LXX: pascha (pascha). Taalgebruik in Mc: pascha (pascha). Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1. (2) Mc 14,12. (3) Mc 14,12. (4) Mc 14,14. (5) Mc 14,16. Joh (9): (1) Joh 2,13. (2) Joh 2,23. (3) Joh 6,4. (4) Joh 11,55. (5) Joh 12,1. (6) Joh 13,1. (7) Joh 18,28. (8) Joh 18,39. (9) Joh 19,14.

pascha (pascha)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  55  28  27    15  24   

Mc 14,13 - Mc 14,13 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:13 kai apostellei duo tôn mathètôn autou kai legei autois upagete eis tèn polin kai apantèsei umin anthrôpos keramion udatos bastazôn akolouthèsate autô   13 et mittit duos ex discipulis suis et dicit eis ite in civitatem et occurret vobis homo laguenam aquae baiulans sequimini eum    13 En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;  [13] Daarop stuurde Hij twee* van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: ‘Ga naar de stad. Daar zal jullie iemand tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem,  [13] Hij stuurde twee van zijn leerlingen op pad en zei tegen hen: ‘Ga naar de stad. Daar zal een man die een kruik water draagt jullie tegemoet komen; volg hem,  13 Dan zendt hij twee van zijn leerlingen uit en zegt tot hen: gaat de stad in, en daar zal jullie een mens tegemoet lopen die een kruik water torst; volgt hem,  13. Il envoie alors deux de ses disciples, en leur disant : « Allez à la ville ; vous rencontrerez un homme portant une cruche d'eau. Suivez-le,  

King James Bible . [13] And he sendeth forth two of his disciples, and saith unto them, Go ye into the city, and there shall meet you a man bearing a pitcher of water: follow him.
Luther-Bibel . 13 Und er sandte zwei seiner Jünger und sprach zu ihnen: Geht hin in die Stadt, und es wird euch ein Mensch begegnen, der trägt einen Krug mit Wasser; folgt ihm

Tekstuitleg van Mc 14,13 .

Mc 14,13.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

4. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

2. - 6. apostellei duo tôn mathètôn autou (hij zendt twee van zijn leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 11,1 . (2) Mc 14,13 .

Mc 14,13.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,13.8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

10. act. imperat.  praes. 2de pers. mv. hupagete (ga weg, vertrek) van het werkw. hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in het NT : hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in Mc : hupagô (onder iets brengen, weggaan) .
Mc (4 : vierkant ABCD) : (1) Mc 6,38 (A) . (2) Mc 11,2 (B) . (3) Mc 14,13 (C) . (4) Mc 16,7 (D) . In 3 verzen is het een woord van Jezus : (1) Mc 6,38 . (2) Mc 11,2 . (3) Mc 14,13 .
- hupagete (ga) gevolgd door een imperatief 2de pers. mv. . (1) Mc 6,38 : hupagete idete (ga , zie = ga zien) . (2) Mc 16,7 : hupagete eipate (ga, zeg = ga zeggen) . Zijde A-D van het vierkant ABCD .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 . Zijde BC van het vierkant ABCD .

7. - 13. kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 .

Mc 14,13.14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,13.17. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het NT : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .

Mc 14,13.19. gen. onz. enk. hudatos (water) van het zelfst. naamw. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Taalgebruik in Mc : hudôr (water) . Hebr. majim (wateren) . Lat. : aqua . Fr. : eau .
Mc (3) : (1) Mc 1,10 .  (2) Mc 9,41 .  (3) Mc 14,13 .  

Duality

- apostellei duo tôn mathètôn autou (hij zendt twee van zijn leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 11,1 . (2) Mc 14,13 .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 .


Mc 14,14 - Mc 14,14 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:14 kai opou ean eiselthè eipate tô oikodespotè oti o didaskalos legei pou estin to kataluma mou opou to pascha meta tôn mathètôn mou fagô  14 et quocumque introierit dicite domino domus quia magister dicit ubi est refectio mea ubi pascha cum discipulis meis manducem     14 En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?  [14] en zeg waar hij binnengaat tegen de heer des huizes: “De meester laat vragen: Waar is de kamer waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? ”  [14] en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De Meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’”   14 en waar hij naar binnen gaat, zegt daar tot de heer des huizes: ‘de leermeester zegt: waar is die kamer voor mij waar ik met mijn leerlingen het paasmaal kan eten?’–   14. et là où il entrera, dites au propriétaire : «Le Maître te fait dire : Où est ma salle, où je pourrai manger la Pâque avec mes disciples ?» 

King James Bible . [14] And wheresoever he shall go in, say ye to the goodman of the house, The Master saith, Where is the guestchamber, where I shall eat the passover with my disciples?
Luther-Bibel . 14 und wo er hineingeht, da sprecht zu dem Hausherrn: Der Meister lässt dir sagen: Wo ist der Raum, in dem ich das Passalamm essen kann mit meinen Jüngern?

Tekstuitleg van Mc 14,14 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

8. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

11. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

14. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

19. pascha (pascha) . Taalgebruik in het NT : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) . Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .

20. meta (na , met) . Taalgebruik in het NT : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im . Lat. cum . Ned. met . Fr. avec (met) ; après (na , < ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen , ) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,17 . (4) Mc 14,28 . (5) Mc 14,43 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,54. (8) Mc 14,62 . (9) Mc 14,67 . (10) Mc 14,70 .

21. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

22. gen.mann. mv. mathètôn (met zijn leerlingen) . Zelfstandig naamwoord mathètès (leerling) . Taalgebruik in het NT : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Mc (8) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 7,2 . (3) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (4) Mc 10,46 . (5) Mc 11,1 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (6) Mc 13,1 (heis tôn mathètôn autou = één van zijn leerlingen) . (7) Mc 14,13 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (8) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .

20. - 22. meta tôn mathètôn (met de leerlingen) . Mc (3) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (3) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .

Mc 14,15 - Mc 14,15 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:15 kai autos umin deixei anagaion mega estrômenon etoimon kai ekei etoimasate èmin 15 et ipse vobis demonstrabit cenaculum grande stratum et illic parate nobis    15 En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.  [15] Hij zal jullie een ruime bovenzaal wijzen, die ingericht is en op orde gebracht. Maak het daar voor ons klaar.’  [15] Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’   15 dan zal hij u een grote bovenzaal tonen, ingericht en gereed; maakt het dáár voor ons gereed!    15. Et il vous montrera, à l'étage, une grande pièce garnie de coussins, toute prête ; faites-y pour nous les préparatifs. »  

King James Bible . [15] And he will shew you a large upper room furnished and prepared: there make ready for us.
Luther-Bibel . 15 Und er wird euch einen großen Saal zeigen, der mit Polstern versehen und vorbereitet ist; dort richtet für uns zu.

Tekstuitleg van Mc 14,15 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

3. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (9) : (1) Mc 1,24 . (2) Mc 9,22 . (3) Mc 9,38 . (4) Mc 10,35 . (5) Mc 10,37 . (6) Mc 12,19 . (7) Mc 13,4 . (8) Mc 14,15 . (9) Mc 16,3 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het NT : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

Mc 14,16 - Mc 14,16 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 14:16 kai exèlthon oi mathètai kai èlthon eis tèn polin kai euron kathôs eipen autois kai ètoimasan to pascha 16 et abierunt discipuli eius et venerunt in civitatem et invenerunt sicut dixerat illis et praeparaverunt pascha    16 En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha. 17 En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.   [16] De leerlingen gingen weg en kwamen in de stad. Ze troffen het aan zoals Hij hun gezegd had, en ze maakten het paasmaal klaar.  [16] De leerlingen vertrokken naar de stad, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.  16 De leerlingen trekken er op uit, komen de stad binnen, vinden alles zoals hij hun heeft gezegd en maken het paasmaal gereed.  16. Les disciples partirent et vinrent à la ville, et ils trouvèrent comme il leur avait dit, et ils préparèrent la Pâque.

King James Bible . [16] And his disciples went forth, and came into the city, and found as he had said unto them: and they made ready the passover.
Luther-Bibel . 16 Und die Jünger gingen hin und kamen in die Stadt und fanden's, wie er ihnen gesagt hatte, und bereiteten das Passalamm.

Tekstuitleg van Mc 14,16 .

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et

Mc 14,16.6. med. ind. 2de aor. 3de pers. mv. ηλθον = èlthon (zij gingen) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . ηλθον = èlthon (ik kwam of zij kwamen) : Mt (8) : (1) Mt 5,17a en Mt 5,17b . (2) Mt 7,25 . (3) Mt 7,27 . (4) Mt 9,13 . (5) Mt 10,34a en Mt 10,34b . (6) Mt 10,35 . (7) Mt 14,34 . (8) Mt 21,1 . Mc (9) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 6,53 . (4) Mc 9,33 . (5) Mc 14,16 . ('6') Mc 2,17 ; ('7') Mc 3,8 . ('8') Mc 5,14 . ('9') Mc 6,29 . Lc (11) : (1) Lc 1,59 . (2) Lc 2,44 . (3) Lc 3,12 . (4) Lc 4,42 . (5) Lc 5,7 . (6) Lc 6,18 . (7) Lc 8,35 . (8) Lc 12,49 . (9) Lc 23,33 . (10) Lc 24,1 . (11) Lc 24,23 . In 1 vers staat de 1ste persoon (Mc 2,17) , in de andere verzen staat de 3de persoon meervoud . In Mc 4,35 staat de cohortativus in de aoristvorm en in de 1ste pers. mv. . Dit zou de aorist en de 3de pers. mv. in Mc 5,1 kunnen verklaren . Een vorm van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) in de LXX (1054) , in het NT (631) , in Mt (111) , Mc (86) , Lc (100) , Joh (156) Samen in de ev. (453) . Rest NT (178) .
- med. ind. 2de aor. 3de pers. mv. ηλθον = èlthon (zij kwamen) van het ww. ερχομαι = erchomai (komen, gaan) . We zouden ειρξονται verwachten . Deze vorm zou dan erg sterk gelijken op ηρξονται = èrksontai (zij begonnen) van het ww. αρχομαι = archomai (beginnen, heersen) gelijken en bijgevolg verwarring scheppen .

erchomai (gaan, komen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. aor. 1ste p. enk. + 3de p. mv. èlthon 197 136 61 8 9 11 17 11 4 28 45 

- Hebreeuws . prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבֹאוּ= wajjâbo´û (en zij gingen) OF prefix verbindingswoord wë + act. hifil imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבִאוּ = wajjâbhi´û (en zij lieten komen, zij brachten) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (195) . Pentateuch (47) . Eerdere Profeten (99) Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (33) . Een vorm van בָּא = bâ´ (gaan, komen) in Tenakh (2552)

Mc 14,16.5. - 6. και ηλθον = kai èlthon (en zij gingen) . LXX (82) . NT (12) : (1) Mt 7,25 . (2) Mt 7,27 . (3) Mt 21,1 . (4) Mc 5,1 . (5) Mc 14,16 . (6) Lc 2,16 . (7) Lc 4,42 . (8) Lc 5,7 . (9) Lc 8,35 . (10) Joh 3,26 . (11) Joh 6,24 . (12) Joh 12,9 .
- Tweevoud in Mc : και ηλθον = kai èlthon (en zij gingen) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 . In Mc 5,1 kwamen Jezus en zijn leerlingen , in Mc 14,16 zijn het enkel de leerlingen (om het avondmaal voor te bereiden) .

Mc 14,16.7. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Ned. : naar . D. : nach . E. : for . Fr. : vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Grieks : εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Hebreeuws : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) . Lat. : in / ad .

Mc 14,16.6. - 7. ηλθον εις = èlthon eis (zij gingen naar) . LXX (38) . NT (17) : (1) Mt 14,34 . (2) Mt 21,1 . (3) Mc 1,29 . (4) Mc 5,1 . (5) Mc 14,16 . (6) Joh 4,45 . (7) Joh 6,24 . (8) Joh 12,27 . (9) Hnd 13,13 . (10) Hnd 13,51 . (11) Hnd 14,24 . (12) Hnd 15,30 . (13) Hnd 17,1 . (14) Hnd 21,8 . (15) Hnd 22,11 . (16) 2 Kor 1,23 . (17) Gal 1,23 .
- Mc (5) . In 5 verzen gaan Jezus en zijn leerlingen naar een bepaalde plaats : ηλθον = èlthon (zij gingen) + εις = eis (naar : voorzetsel van plaats) + plaatsbepaling : (1) Mc 1,29 (naar het huis van Simon) . (2) Mc 5,1 (naar de overzijde van het meer) . (3) Mc 6,53 (naar Genesaret) . (4) Mc 9,33 (naar Kafarnaüm) . (5) Mc 14,16 (naar de stad) .

Mc 14,16.5. - 7. και ηλθον εις = kai èlthon eis (en zij gingen naar) . LXX (32) . NT (4) . Mt (1) : Mt 21,1 . Mc (2) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 . Joh (1) : Joh 6,24 . In Mc 14,16 gaan de leerlingen van Jezus naar de stad om het paasmaal te bereiden . Pesach is overgang , doortocht .
- και ερχεται εις = kai erchetai eis (en hij gaat naar, en hij komt naar) . LXX (5) . NT (2) : (1) Mc 5,38 (variante ερχονται = erchontai : zij gaan; dochter van Jaïrus) . (2) Mc 8,22 (variante ερχονται =ερχονται = erchontai = zij gaan; Betsaïda) .
- και ερχονται εις = kai erchontai eis (en zij gaan naar) . LXX (2) : (1) 2 S 2,29 . (2) 1 K 11,18 . NT (4) : (1) Mc 3,20 (een huis) . (2) Mc 10,46 (Jericho) . (3) Mc 11,15 (Jeruzalem) . (4) Mc 14,32 (streek van Getsemani) .

Mc 14,16.10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et

Mc 14,16.15. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et

Mc 14,16.17. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. το = to (het) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 108  12  12  22  5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . Arabisch : bepaald lidw. اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Mc 14,16.18. zn nom + acc onz enk. πασχα = pascha (pascha, Pasen) . Taalgebruik in het NT: pascha (pascha). Taalgebruik in de LXX: pascha (pascha). Taalgebruik in Mc: pascha (pascha). Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1. (2) Mc 14,12. (3) Mc 14,12. (4) Mc 14,14. (5) Mc 14,16. Joh (9): (1) Joh 2,13. (2) Joh 2,23. (3) Joh 6,4. (4) Joh 11,55. (5) Joh 12,1. (6) Joh 13,1. (7) Joh 18,28. (8) Joh 18,39. (9) Joh 19,14.

pascha (pascha)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  55  28  27    15  24   

- Mc 14,1 - Mc 14,2 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - Mc 14,10 - Mc 14,11 - Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 - Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - Mc 14,53 - Mc 14,54 - Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - Mc 14,65 - Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -



321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -

Mc 14,17 - Mc 14,17 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  14:17 kai opsias genomenès erchetai meta tôn dôdeka 17 vespere autem facto venit cum duodecim  En toen het avond was , kwam hij er met de twaalf   17 En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.  [17] Toen de avond gevallen was, kwam Hij met de twaalf.   [17] Toen de avond was gevallen, kwam hij met de twaalf.  17 Als het later op de dag wordt komt hij er met de twaalf.  17. Le soir venu, il arrive avec les Douze.

King James Bible . And in the evening he cometh with the twelve.
Luther-Bibel . 17 Und am Abend kam er mit den Zwölfen.

Tekstuitleg van Mc 14,17 . Dit vers Mc 14,17 telt 7 woorden en 37 letters . De getalwaarde van Mc 14,17 is 4794 (2 X 3 X 17 X 47) .

Mc 14,17. 1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  kai (en)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666)     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115)     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,17.2. gen. vr. enk. οψιας = opsias ('s avonds) van het zelfst. naamw. οψια = opsia (avond) . Taalgebruik in het NT : opsia (avond) . Taalgebruik in de LXX : opsia (avond) . Taalgebruik in Mc : opsia (avond) . Bijbel = NT (14) . Mt (7) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 16,2 . (5) Mt 20,8 . (6) Mt 26,20 . (7) Mt 27,57 . Mc (6) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 15,42 . Joh (1) : Joh 20,19 . Synoptici : 1) Mt 8,16 // Mc 1,32 . (2) Mt 14,23 // Mc 6,47 . (3) Mt 26,20 // Mc 14,17 . (4) Mt 27,57 // Mc 15,42 .

opsia (avond)   bijbel OT NT Mt Mc Joh syn.  ev. 
nom. + dat. mann. enk. opsia(i) (avond)  1 : Jdt 13,1     1 : Joh 6,16 .  
gen. mann. enk. opsias ('s avonds)  14    14  7 : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 16,2 . (5) Mt 20,8 . (6) Mt 26,20 . (7) Mt 27,57 . 6 : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 15,42 . 1 : Joh 20,19 . 13 : (1) Mt 8,16 // Mc 1,32 . (2) Mt 14,23 // Mc 6,47 . (3) Mt 26,20 // Mc 14,17 . (4) Mt 27,57 // Mc 15,42   14 
acc. mann. enk. opsian              
totaal 16  15  13  15 
opsias... genomenès       7   5 :  (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 15,42 . Niet in (4) Mc 11,11 .      

- Hebreeuws . עֶרֶב = `èrèbh (avond) . Taalgebruik in Tenakh : `èrèbh (avond) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2² X 17) . Structuur : 7 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (48) . Pentateuch (20) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (18) . Gn (10) : (1) Gn 1,5 . (2) Gn 1,8 . (3) Gn 1,13 . (4) Gn 1,19 . (5) Gn 1,23 . (6) Gn 1,31 . (7) Gn 8,11 . (8) Gn 24,11 . (9) Gn 24,63 . (10) Gn 44,32 .
- Ned. : avond . Arabisch : مَسَاء = masâ´ (avond) . Taalgebruik in de Qoran : masâ´ (avond) . D. : Abend . E. evening . Fr. : soir . Gr. : οψια = opsia (avond) . Taalgebruik in het NT : opsia (avond) . Hebr. : עֶרֶב = `èrèbh (avond) . Taalgebruik in Tenakh : `èrèbh (avond . Lat. ad vesperas .
Bij de joden begint de nieuwe dag met het vallen van de avond , na zonsondergang . De eerste zonsondergang heeft plaats na de sabbat , bij het begin van de eerste dag . De laatste zonsondergang heeft plaats op het einde van de zesde dag . De avond van Mc 14,17 is misschien het einde van de vijfde dag of het begin van de zesde dag .

Mc 14,17.1. - 2. οψιας δε = opsias de ('s avonds echter) . Bijbel = NT (7) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 20,8 . (5) Mt 26,20 . (6) Mt 27,57 . (7) Mc 1,32 . Parallelteksten : Mc 1,32 .// Mt 8,16 .
- και οψιας = kai opsias (en 's avonds) . Bijbel = NT : (1) Mc 6,47 . (2) Mc 14,17 . Parallelteksten : Mc 6,47 // Mt 14,23 . Mc 14,17 // Mt 26,20 .
- Hebr. : וָעֶרֶב = wâ`èrèbh (en de avond) . Tenakh (1) : Ps 65,9 .

Mc 14,17.3. part. aor. gen. vr. enk. γενομενης = genomenès (geworden) van het werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in de LXX : ginomai (worden) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mt (9) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 13,21 . (3) Mt 14,15 . (4) Mt 14,23 . (5) Mt 16,2 . (6) Mt 20,8 . (7) Mt 27,1 . (8) Mt 26,20 . (9) Mt 27,57 . Mc (9) . (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,17 . (3) Mc 4,35 . (4) Mc 6,21 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 14,17 . (8) Mc 15,33 . (9) Mc 15,42 . Lc (2) : (1) Lc 4,42 . (2) Lc 6,48 . Joh (1) : Joh 21,4 . Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) .

  ginomai (worden, gebeuren)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.   ev. 
  part. aor. gen. vr. enk. genomenès  41  33  11    20  21 

- Hebreeuws . prefix verbindingswoord wa + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְהִי = wajëhî (en hij/het was) van het werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) . De getalwaarde van וַיְהי = wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van אֵל = ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . In de LXX wordt het Hebreeuwse werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) vaak vertaald door het Griekse werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) .

Mc 14,17.1. - 3. οψιας γενομενης = opsias genomenès (nadat het avond was geworden) . NT (12) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 16,2 . (5) Mt 20,8 . (6) Mt 26,20 . (7) Mt 27,57 . (8) Mc 1,32 . (9) Mc 4,35 . (10) Mc 6,47 . (11) Mc 14,17 . (12) Mc 15,42 .
- οψιας δε γενομενης = opsias de genomenès (nadat het echter avond was geworden) . NT (7) : (1) Mt 8,16 . (2) Mt 14,15 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 20,8 . (5) Mt 26,20 . (6) Mt 27,57 . (7) Mc 1,32 .
- και οψιας γενομενης = kai opsias genomenès (en nadat het avond was geworden) . NT (2) : (1) Mc 6,47 . (2) Mc 14,17 .
-
- και ... οψιας γενομενης = kai ... opsias genomenès (en ... nadat het avond was geworden) . NT (2) : (1) Mc 4,35 . (2) Mc 15,42 .
- Hebr. : וַיְהִי עֶרֶב = wajëhî `èrèbh (en het werd avond) . Tenakh (6) : (1) Gn 1,5 . (2) Gn 1,8 . (3) Gn 1,13 . (4) Gn 1,19 . (5) Gn 1,23 . (6) Gn 1,31

6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,18 - Mc 14,18 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
amèn legô humin hoti heis ex humôn paradôsei me 14:18 kai anakeimenôn autôn kai esthiontôn o ièsous eipen amèn legô umin oti eis ex umôn paradôsei me o esthiôn met emou   18 et discumbentibus eis et manducantibus ait Iesus amen dico vobis quia unus ex vobis me tradet qui manducat mecum    18 En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.  [18] Toen ze aan tafel waren gegaan, zei Jezus onder het eten: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie, die nu met Mij eet, zal Mij overleveren.’  [18] Terwijl ze aanlagen voor de maaltijd, zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie, die met mij eet, zal mij uitleveren.’  18 En als zij aanliggen en eten zegt Jezus: voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat één van u mij zal overleveren, ‘die met mij eet’!  voorwaar ik zeg je dat één uit jullie mij zal overleveren)18. Et tandis qu'ils étaient à table et qu'ils mangeaient, Jésus dit : « En vérité, je vous le dis, l'un de vous me livrera, un qui mange avec moi. »

King James Bible . [18] And as they sat and did eat, Jesus said, Verily I say unto you, One of you which eateth with me shall betray me.
Luther-Bibel . 18 Und als sie bei Tisch waren und aßen, sprach Jesus: Wahrlich, ich sage euch: Einer unter euch, der mit mir isst, wird mich verraten.

Tekstuitleg van Mc 14,18 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,18.2. part. praes. gen. mv. ανακειμενων = anakeimenôn (aanliggende) van het werkw. ανακειμαι = anakeimai (aanliggen) . Taalgebruik in het NT : anakeimai (aanliggen) . Taalgebruik in de LXX : anakeimai (aanliggen) . Bijbel (4) : (1) Mt 22,10 . (2) Mc 14,18 . (3) Joh 12,2 . (4) Joh 13,28 . Een vorm van ανακειμαι = anakeimai (aanliggen) in de LXX (2) , in het NT (14) , in Mc (3) .

4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

7. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

12. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

Mc 14,19 - Mc 14,19 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:19 èrxanto lupeisthai kai legein autô eis kata eis mèti egô   19 at illi coeperunt contristari et dicere ei singillatim numquid ego    19 En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na den ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?  [19] Zij werden bedroefd en de een na de ander zei tegen Hem: ‘Ik toch niet?’  [19] Ze werden bedroefd en vroegen een voor een aan hem: ‘Ik ben het toch niet?’  19 Zij beginnen bedroefd te worden en tot hem te zeggen, de een na de ander: ík toch niet?   19. Ils devinrent tout tristes et se mirent à lui dire l'un après l'autre : « Serait-ce moi ? » 

King James Bible . [19] And they began to be sorrowful, and to say unto him one by one, Is it I? and another said, Is it I?
Luther-Bibel . 19 Und sie wurden traurig und fragten ihn, einer nach dem andern: Bin ich's?

Tekstuitleg van Mc 14,19 .

3. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

7. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het NT : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

Mc 14,20 - Mc 14,20 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:20 o de eipen autois eis tôn dôdeka o embaptomenos met emou eis to | [en] | | trublion   20 qui ait illis unus ex duodecim qui intinguit mecum in catino    20 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in den schotel indoopt.  [20] Maar Hij zei hun: ‘Een van de twaalf, die met Mij zijn hand in de schaal doopt.   [20] Maar hij zei tegen hen: ‘Het is een van jullie twaalf, die met mij uit dezelfde kom eet.  20 Maar hij zegt tot hen: één van de twaalf, dus een die met mij in de schaal indoopt!–  20. Il leur dit : « C'est l'un des Douze, qui plonge avec moi la main dans le même plat.

King James Bible . [20] And he answered and said unto them, It is one of the twelve, that dippeth with me in the dish.
Luther-Bibel . 20 Er aber sprach zu ihnen: Einer von den Zwölfen, der mit mir seinen Bissen in die Schüssel taucht.

Tekstuitleg van Mc 14,20 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

1. - 4. ho de ... eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (5) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 7,6 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 10,3 . (5) Mc 14,20 .

6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

13. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,21 - Mc 14,21 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:21 oti o men uios tou anthrôpou upagei kathôs gegraptai peri autou ouai de tô anthrôpô ekeinô di ou o uios tou anthrôpou paradidotai kalon autô ei ouk egennèthè o anthrôpos ekeinos  21 et Filius quidem hominis vadit sicut scriptum est de eo vae autem homini illi per quem Filius hominis traditur bonum ei si non esset natus homo ille    21 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.  [21] De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens, door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter voor die mens zijn, als hij niet geboren was.’   [21] Want de Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’  21 omdat de mensenzoon wel heengaat zoals over hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de mensenzoon wordt uitgeleverd!– het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was, die mens!   ouai (wee) de (anderzijds) tôi anthrôpôi ekeinôi (die mens) di'hou (door wie) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) paradidotai (wordt overgeleverd)  

King James Bible . [21] The Son of man indeed goeth, as it is written of him: but woe to that man by whom the Son of man is betrayed! good were it for that man if he had never been born.
Luther-Bibel . 21 Der Menschensohn geht zwar hin, wie von ihm geschrieben steht; weh aber dem Menschen, durch den der Menschensohn verraten wird! Es wäre für diesen Menschen besser, wenn er nie geboren wäre.

Tekstuitleg van Mc 14,21 .

Mc 14,21 A. hoti (want) ho men (enerzijds) huios tou anthrôpou (de mensenzoon) hupagei (gaat heen) kathôs (zoals) gegraptai (geschreven staat) peri autou (over hem)
B. ouai (wee) de (anderzijds) tôi anthrôpôi ekeinôi (die mens) di'hou (door wie) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) paradidotai (wordt overgeleverd)
C. (het zou) kalon (beter) (zijn) autôi (voor hem) ei (als) ouk (hij niet) egennèthè (geboren was) ho anthrôpos ekeinos (die mens).

Er zijn drie zinnen. De eerste zin handelt over de mensenzoon, de derde zin over de overleveraar en de tweede zin combineert de twee : de mensenzoon (de overgeleverde) en de overleveraar. De twee eerste zinnen (A en B) worden met elkaar verbonden door de voegwoorden men (enerzijds) de (anderzijds). De twee laatste zinnen (B en C) vatten aan met een tegenstelling : ouai (wee) en kalon (het ware beter geweest). Iedere zin is onderverdeeld in een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De eerste zin telt : 6 + 4 woorden, 11 + 9 lettergrepen; de tweede zin : 5 + 7 woorden, 10 + 14 lettergrepen; de derde zin : 2 + 6 woorden, 4 + 13 lettergrepen. In totaal : 10 + 12 + 8 = 30 woorden , 20 + 24 + 17 = 61 lettergrepen. De hoofdzinnen van de tweede en de derde zin zijn gelijkaardig opgebouwd. Aan de uitersten van het geheel staat enerzijds (A) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) en anderzijds (C) ho anthrôpos ekeinos (die mens) of de overgeleverde en de overleveraar. Ze functioneren als onderwerp van de hoofdzin (A) en de bijzin (C). Ho huios tou antrôpou (de mensenzoon) bevat 4 woorden en 7 lettergrepen, het woord ho anthrôpos ekeinos (die mens) 4 woorden en 7 lettergrepen, samen 7 woorden en 14 lettergrepen. De twee woorden Ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) en ho anthroopos ekeinos (die mens) komen in de tweede zin voor (B) maar dan in omgekeerde volgorde en wel zo dat ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) in de ondergeschikte zin staat en ho anthrôpos ekeinos (die mens) in de hoofdzin. In A en C is het precies omgekeerd : ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) staat in de hoofdzin en ho anthrôpos ekeinos (die mens) in de bijzin. Zo is er een chiastische structuur tussen de hoofdzin van de eerste zin (A) en de ondergeschikte zin van de tweede zin (B). Zo is dat ook het geval met de tweede en de derde zin.
In de eerste zin is er sprake van "weggaan" dat wijst op Jezus'dood. In de laatste zin is er sprake van geboren worden : de mensenzoon gaat weg... ware niet geboren die mens. De relatie tussen de twee wordt gegeven door het woord paradidotai (wordt overgeleverd). Ofschoon de eerste zin wordt geformuleerd als een noodzaak (kathôs gegraptai : zoals geschreven staat), de derde zin drukt een wens in de irreële wijze uit.
Er is een spanning bij wat gebeurt. Het moet ergens een goddelijke bedoeling hebben. Dit sluit echter de menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid niet uit.

1. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

13. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

15. dat. mann. enk. anthrôpô(i) (aan de mens) van het zelfstandig naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het NT : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (3) : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 3,5 . (3) Mc 14,21 . Een vorm van anthrôpos (mens) in 53 verzen .

23. pass. ind. praes. 3de pers. enk. paradidotai (hij wordt overgeleverd) van het werkw. paradidômi (overleveren)  . Taalgebruik in het NT : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . Mc (3) : (1) Mc 9,31 .  (2) Mc 14,21 . (3) Mc 14,41 .  

24. nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl. naamw. kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het NT : kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos (goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc 7,27 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,42 . (4) Mc 9,43 . (5) Mc 9,45 . (6) Mc 9,47 . (7) Mc 9,50 .  (8) Mc 14,6 . (9) Mc 14,21.  

30. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het NT : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .

322. Instelling van de eucharistie : Mc 14,22-25 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -

Mc 14,22 - Mc 14,22 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Staten-vertaling Willibrord-vertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:22 kai esthiontôn autôn labôn arton eulogèsas eklasen kai edôken autois kai eipen labete touto estin to sôma mou  22 et manducantibus illis accepit Iesus panem et benedicens fregit et dedit eis et ait sumite hoc est corpus meum    22 En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.   [22] Tijdens de maaltijd nam Hij een brood*, sprak de zegenbede uit, brak het brood, gaf het hun en zei: ‘Neem het, dit is mijn lichaam.’  [22] Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’  22 Terwijl zij eten neemt hij een brood, spreekt de zegenbede, breekt het, geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam!  22. Et tandis qu'ils mangeaient, il prit du pain, le bénit, le rompit et le leur donna en disant : « Prenez, ceci est mon corps. » 

King James Bible . [22] And as they did eat, Jesus took bread, and blessed, and brake it, and gave to them, and said, Take, eat: this is my body.
Luther-Bibel . 22 Und als sie aßen, nahm Jesus das Brot, dankte und brach's und gab's ihnen und sprach: Nehmet; das ist mein Leib.

Tekstuitleg van Mc 14,22 // Mt 26,26 // Lc 22,19 . In dit vers van Mc staan 7 vervoegde werkwoorden . In sommige uitgaven staan er 8 vervoegde werkwoorden (+ ) .
- Mc 14:22 kai esthiontôn autôn labôn arton eulogèsas eklasen kai edôken autois kai eipen labete touto estin to sôma mou
- Mt 26:26 esthiontôn de autôn labôn o ièsous arton kai eulogèsas eklasen kai dous tois mathètais eipen labete fagete touto estin to sôma mou
- Lc 22:19 kai labôn arton eucharistèsas eklasen kai edôken autois legôn touto estin to sôma mou | [[to | to | uper umôn didomenon touto poieite eis tèn emèn

Misschien was het Laatste Avondmaal een gewone maaltijd zoals altijd. Noch Jezus noch de leerlingen wisten dat het hun laatste maaltijd samen zou zijn. Achteraf komen indrukken en beelden van die laatste naar boven. Na de dood van Jezus is er heel wat gezocht naar betekenis. Zo kregen we dan een geconstrueerd verhaal.

Mc 14,22.1. και = kai (nevensch voegw : en) . D.: und . E. : and . Fr.: et . Lat.: et . Hebr. : וְ = wë (en) Arabisch: اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 . Wellicht komt deze kai voort uit de Hebreeuwse waw van de imperfectum consecutivum וַיּאֹכְלוּ = wajjo´khëlû (en zij aten) < wa consecutivum + act. ind. imperf. 3de pers. mann. mv. . Mc 6,42 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

Mc 14,22.2. εσθιοντων = esthiontôn (terwijl zij eten) van het werkw. εσθιω = esthiô (eten) . Taalgebruik in de Bijbel : esthiô (eten) . Gr. εσθιω = esthiô , fut. εδομαι = edomai , aor. εφαγον = efagon , perf. εδηδως = edèdôs , EΝ het werkw. φαγω = fagô (eten) . Bijbel (6) : (1) Job 1,18 . (2) Da 1,15 . (3) Mt 26,21 . (4) Mt 26,26 . (5) Mc 14,18 . (6) Mc . Een vorm van esθιω = esthiô in de LXX (686) , in het NT (65) , in Mt (11) , in Mc (11) , in Lc (12) . Een vorm van φαγω = fagô in de LXX (zie εσθιω = esthiô) , in het NT (94) , in Mt (13) , in Mc (17) , in Lc (21) , in Joh (15) .
- Ned.: eten . D.: essen . E.: eat . .
- Lat.: mandere , mandeo , mandi , mansum . Fr.: manger .

Mc 14,22.1. - 2.
- και εσθιοντων = kai esthiontôn (en terwijl zij eten) : Bijbel = NT (2) : (1) Mc 14,22 . (2) Mt 26,21 .
- εσθιοντων δε = esthiontôn (terwijl zij eten) : Mt 26,26 .

Mc 14,22.3. pers. voornaamw. gen. mv. αυτων = autôn van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (37) .

  autoi (mv.) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
6. gen. mv.autôn  3701  3203  498  93  37  94  31  87  91  65  224  255 
  totaal  7770  6306  1464  250  196  285  155  269  200  109  731  886 

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
6 gen. mv.autôn  37      3701  3203  498  93  37  94  31  87  91  65  224  255 

Mc 14,22.2 - 3. εσθιοντων αυτων = esthiontôn autôn (terwijl zij eten) : Bijbel = NT (2) : (1) Mc 14,22 . (2) Mt 26,21 .
- και εσθιοντων αυτων = kai esthiontôn autôn (en terwijl zij eten) : Bijbel = NT (2) : (1) Mc 14,22 . (2) Mt 26,21 .
- εσθιοντων δε αυτων = esthiontôn autôn (terwijl zij eten) : Mt 26,26 .

Mc 14,22.4. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . getalswaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19 . (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) . Een vorm van לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) in Tenakh (965) .
- Grieks . act. part. aor. nom. mann. enk. λαβων = labôn van het werkw. λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . LXX (46) . NT (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) : Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 . Mt (11) : (1) Mt 13,31 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 17,27 . (4) Mt 25,16 . (5) Mt 25,18 . (6) Mt 25,20 . (7) Mt 26,26 . (8) Mt 26,27 . (9) Mt 27,24 . (10) Mt 27,48 . (11) Mt 27,59 . Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,22 . (5) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 13,19 . (4) Lc 20,29 . (5) Lc 22,19 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,43 . Joh (4) : (1) Joh 3,33 . (2) Joh 13,4 . (3) Joh 13,30 . (4) Joh 18,3 . Bijbel (86) . Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258) , in de LXX (1335) .
- λαβων δε = labôn de (genomen hebbende echter) . LXX (6) : (1) Gn 31,45 . (2) Gn 48,13 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) 2 Mak 4,25 . (6) Job 42,17 . NT (1) : Lc 9,16 .
- και λαβων = kai labôn (en genomen hebbende) . LXX (15) . NT (15) . Synoptici : Mt (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 .(3) Mt 26,27 . (4) Mt 27,48 . (5) Mt 27,59 . Mc (4) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 22,19 . (2) Lc 24,43 . Joh (1) : Joh 13,4 .
- Ned. : nemen . Arabisch : أخذ = akhadha . Zie : http://www.arabischlexicon.com/157-akhadha-nemen-157115821584.html . D. : nehmen . E. : take . Fr. : prendre . Grieks : λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . Hebreeuws : לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Lat. : accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) .

Mc 14,22.5. acc. mann. enk. αρτον = arton van het zelfst. naamw. αρτος = artos (brood) . Taalgebruik in het NT : artos (brood) . Taalgebruik in de Septuaginta : artos (brood) . Bijbel (133) . LXX (96) . NT (37) . Mt (5) : (1) Mt 6,11 . (2) Mt 7,9 . (3) Mt 15,2 . (4) Mt 15,26 . (5) Mt 26,26 . Mc (6) : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 7,5 . (4) Mc 7,27 . (5) Mc 8,14 . (6) Mc 14,22 . Lc (7) : (1) Lc 7,33 . (2) Lc 9,3 . (3) Lc 11,3 . (4) Lc 14,1 . (5) Lc 14,15 . (6) Lc 22,19 . (7) Lc 24,30 . Een vorm van αρτος = artos (brood) in het NT (97) , in de LXX (307) . In de LXX kan αρτος = artos de vertaling van 5 verschillende Hebreeuwse woorden van Tenakh zijn .

artos (brood) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
acc. mann. enk. arton 133 96 37 5 6 7 8 4 7   18 26
Totaal 414 307 97 21 21 15 24 5 11   57 81

- Hebreeuws . לֶחֶמ = lèchèm (brood) . qatl-vorm (לַחמ) ; de 2de medeklinker , een gutturaal , ח = chet heeft normalerwijze een patach ַ (Joüon 88Cc) . Het is moeilijk om zeggen waarom de 2 woorden לֶחֶמ = lèchèm (brood) en רֶחֶמ = rèchèm (schoot, moederschoot) een segol ֶ hebben (Joüon 96Ai) . Taalgebruik in Tenakh : lèchèm (brood) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , chet = 8 , mem = 13 of 40 . Totaal : 33 (3 X 11) of 78 ( 2 X 39 OF 6 X 13) . Structuur : 3 - 8 - 4 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (227) . Pentateuch (51) . Eerdere Profeten (81) . Latere Profeten (21) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (69) . In Tenakh komt een vorm van לֶחֶמ = lèchèm in 277 verzen voor .
- Ned. : brood . Arabisch : خُبز = chubz (brood) . Taalgebruik in de Qoran : chubz (brood) . In het Arabisch heeft lachm een andere betekenis . Zie لَحْم = lachm (vlees) . Taalgebruik in de Qoran : lachm (vlees) . Aramees : לַחְמָא = lachëmâ´(brood) ; לְחֵים = lëche(j)m ; לְחֵם = lëchem . D. : Brot . E. : bread . Fr. pain . Grieks : αρτος = artos (brood) . Taalgebruik in het NT : artos (brood) . Hebreeuws : לֶחֶמ = lèchèm (brood) . Taalgebruik in Tenakh : lèchèm (brood) . Lat. : panis

- τον αρτον = ton arton (het brood) . NT (16) : Mt (5) : (1) Mt 6,11 . (2) Mt 15,26 . (3) Mt 26,26 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 7,27 . (5) Mc 8,14 . (6) Lc 11,3 . (4) Lc 14,1 . (7) Lc 24,30 . (8) Joh 6,23 . (9) Joh 6,32 (2X) . (10) Joh 6,34 . (11) Joh 6,58 . (12) Joh 13,18 . (13) Joh 21,13 . (14) 1 Kor 10,16 . (15) 1 Kor 11,26 . (16) 1 Kor 11,27 .

Mc 14,22.4. - 5. - λαβων (τον) αρτον = labôn (ton) arton (- het - brood genomen) . Lc (2) : (1) Lc 22,19 . (2) Lc 24,30 (met lidwoord) . Hnd (1) Hnd 27,35 .
- λαβων ὁ ιησους τον αρτον = labôn ho Ièsous ton arton (Jezus het brood genomen) : Mt 26,26 .
- λαβων αρτον = labôn arton (brood genomen) : Mc 14,22 .
- De kribbe is een voederbak (Lc 2,7) . De kribbe verwijst naar het graf als gedenkteken (Lc 23,53) . Maar in dat gedenktekengraf is Jezus niet ; "Hij is niet hier" (Lc 24,6) . De leerlingen van Emmaüs herkenden hem bij het breken van het brood (Lc 24,30) . Dat brengt ons bij het verhaal van het laatste avondmaal (Lc 22,19) , waar Jezus het brood breekt . De voederbak waarin Jezus ligt verwijst naar het brood dat hij breekt . Hij is brood , voedsel en herkenbaar in het breken van het brood . Zo is de kribbe meer dan alleen maar een toevallige plaats waarin Jezus werd gelegd .

Mc 14,22.6. wkw act part aor nom mann enk ευλογησας = eulogèsas (gezegend hebbende) van het wkw ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in het NT : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Mc : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . OT (8) . NT (5) : (1) Mt 26,26 . (2) Mc 8,7 . (3) Mc 14,22 . (4) Ef 1,3 . (5) Heb 7,1 . eulogeô = Lat. benedicere (benedijen) . Fr. bénir . Ned.: zegenen < signare (tekenen) , het signum (teken) van het kruis slaan . D.: segnen . E.: to bless .
- בָרַך = bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Getalswaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , kaf = 11 of 20 . Totaal : 33 (3 X 11) of 222 (6 X 37 OF 2 X 111) . Structuur : 2 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 .
- Een vorm van ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,7 . (3) Mc 11,9 . (4) Mc 11,10 . (5) Mc 14,22 . In Mc : 4 vormen van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in 5 verzen in 4 hoofdstukken . In de verhalen van de broodvermenigvuldigingen , van de intocht van Jezus in Jeruzalem en van het laatste Avondmaal .
- Een vorm van ευλογεω = eulogeô in de LXX (516) , in het NT (42) , Mt (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 21,9 . (3) Mt 23,39 . (4) Mt 25,34 . (5) Mt 26,26 , Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,7 . (3) Mc 11,9 . (4) Mc 11,10 . (5) Mc 14,22 . Lc (13) : (1) Lc 1,28 . (2) Lc 1,42 . (3) Lc 1,64 . (4) Lc 2,28 . (5) Lc 2,34 . (6) Lc 6,28 . (7) Lc 9,16 . (8) Lc 13,35 . (9) Lc 19,38 . (10) Lc 24,30 . (11) Lc 24,50 . (12) Lc 24,51 . (13) Lc 24,53 .

Mc 14,22.7. act. ind. aor. 3de pers. enk. εκλασεν = eklasen (hij brak) van het werkw. κλαω = klaô (breken) . Taalgebruik in het NT : klaô (breken) . Bijbel (6) : (1) Mt 15,36 . (2) Mt 26,26 . (3) Mc 8,6 . (4) Mc 14,22 . (5) Lc 22,19 . (6) 1 Kor 11,24 . Een vorm van κλαω = klaô in de LXX (3) , in het NT (14) .
- - Ned.: breken , brak , gebroken . Lat.: fra-n-gere (nasalisatie) , fregi , fractum . Ned. zn : breuk . Fr.: briser (breken, ver-brijz-elen) .
- Hebr.: sjâbhar . sj (mischien van sjeni : twee) br : in twee breken . br in Hebr. en in Ned. , Lat. b/f- r . Arabisch : thabara .

Mc 14,22.8. και = kai (nevensch voegw : en) . D.: und . E. : and . Fr.: et . Lat.: et . Hebr. : וְ = wë (en) Arabisch: اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

9. wkw act. ind. aor. 3de pers. enk. εδωκεν = edôken (hij gaf) van het werkw. διδωμι = didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Bijbel (462) . OT (399) . NT (63) . Mc (7) :

Mc 14,22.7. - 9. εκλασεν και εδωκεν = eklasen kai edôken (brak hij en gaf hij) . NT (3) : (1) Mt 15,36 . (2) Mc 14,22 . (3) Lc 22,19 .

Mc 14,22.11. και = kai (nevensch voegw : en) . D.: und . E. : and . Fr.: et . Lat.: et . Hebr. : וְ = wë (en) Arabisch: اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de). Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

12. Mc 14,24.2. וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) ..

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 12  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 4  

- Lettinga 12, 2012, 53c2 : Het werkw. begint met een aleph . Het is een gutturaal , maar de zwakste van de gutturalen . Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf. . Dit is het geval voor ons werkw. . In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph . De aleph quiesceert : ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b) . In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o : jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c) . De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b) . In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a : jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012 , 15g) . In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è , vandaar wajjo´mèr . (Zie ook Jouön , 73) .
- Grieks : wkw act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . λεγω = legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . IEen vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

  eipen bijbel OT LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
    3024  2426  2275 + 151 684 985 234 63 309 378 149 15 98 44 598  118  56  223  114  75  397  511 

- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Lat. : dicere . Fr. : dire . Italiaans : dire . Spaans : decir .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aan .

Mc 14,22.14.nom. en acc. onz. enk. τουτο = touto (dit) van het aanwijz. voornaamw. οὑτος = houtos (deze) . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Mc (15) : (1) Mc 1,27 . (2) Mc 1,38 . (3) Mc 5,32 . (4) Mc 5,43 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 11,3 . (9) Mc 11,24 . (10) Mc 12,24 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,5 . (13) Mc 14,22 . (14) Mc 14,24 . (15) Mc 14,36 .
- Ned. : deze , dat / dit . D. : der - die - das . E. : this - that . Fr. : ceci . Lat. : hic - haec - hoc .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk. touto  1103  898  305  31  15  37  50 29            
  Totaal   4411 1388 147 78 230 237 268            

Mc 14,22.16. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,22.17. nom. + acc. onz. enk. σωμα = sôma (lichaam) . Taalgebruik in het NT : sôma (lichaam) . Taalgebruik in de Septuaginta : sôma (lichaam) . Taalgebruik in Lc : sôma (lichaam) . Taalgebruik in Hnd : sôma (lichaam) . Bijbel (118) . OT (55) . NT (63) . Lc (10) : (1) Lc 11,34 . (2) Lc 11,36 . (3) Lc 12,4 . (4) Lc 12,23 . (5) Lc 17,37 . (6) Lc 22,19 . (7) Lc 23,52 . (8) Lc 23,55 . (9) Lc 24,3 . (10) Lc 24,23 . Een vorm van σωμα = sôma (lichaam) in de LXX (136) , in het NT (142) , in Lc (11) : (1) Lc 11,34 . (2) Lc 11,36 . (3) Lc 12,4 . (4) Lc 12,22 . (5) Lc 12,23 . (6) Lc 17,37 . (7) Lc 22,19 . (8) Lc 23,52 . (9) Lc 23,55 . (10) Lc 24,3 . (11) Lc 24,23 . In Lc : 3 vormen in 6 hoofdstukken en 11 verzen . In Lc : 3 vormen in 6 / 24 hoofdstukken en 11 verzen . In Hnd : 1 vorm in 1 vers in 1 / 28 hoofdstukken .
- Hebr. bâshâr (vlees, lichaam) . Taalgebruik in Tenach : bâshâr (vlees, lichaam) . Lat. corpus . Fr. corps . N. lichaam . D. Leib . E. body .

Mc 14,22.14 - 18. touto estin to sôma mou (dit is mijn lichaam) . NT (3) :

Mc 14,23 - Mc 14,23 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:23 kai labôn potèrion eucharistèsas edôken autois kai epion ex autou pantes  23 et accepto calice gratias agens dedit eis et biberunt ex illo omnes    23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. [23] Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die beker; ze dronken er allen uit.  [23] En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit.  23 Dan neemt hij een drinkbeker, spreekt het dankgebed uit en geeft hem aan hen, en zij drinken er allen uit.  23. Puis, prenant une coupe, il rendit grâces et la leur donna, et ils en burent tous.  

King James Bible . [23] And he took the cup, and when he had given thanks, he gave it to them: and they all drank of it.
Luther-Bibel . 23 Und er nahm den Kelch, dankte und gab ihnen den; und sie tranken alle daraus.

Tekstuitleg van Mc 14,23 // Mt 26,27 // Lc 22,20 . Bij de verbondssluiting in Ex 24,8 worden eerst de handelingen vermeld en dan de woorden . Dat is evenzo het geval in Mc . Wellicht is de zin van het ritueel van het bloed het eerst geformuleerd , overeenkomstig Ex 24,8 .
- De eerste christenen zochten naar de zin van Jezus'lijden en dood. Ze interpreteerden ze als een offer. Maar misschien gaat het om veel meer. Bij de verbondssluiting van God met Mozes ging het om het volk van God. Het hernemen van de terminologie zou erop kunnen wijzen dat het gaat om een nieuw verbond en om een nieuw volk van God. Dan zou het kunnen gaan om het zoeken van een eigen identiteit van de christenen tegenover de Joden. De verbondssluiting van God met Mozes moest natuurlijk onderdoen voor dat van Jezus. In het ene werden dieren geofferd, in het laatste een mens. Zo wordt ook de weg geopend dat het Oude Verbond zijn vervulling krijgt in het Nieuwe Verbond. Misschien heeft Jezus zijn sterven nooit gezien als een offer. Dat kunnen wel de eerste martelaren hebben gedaan: hun lichaam werd gebroken, hun bloed werd vergoten. Ze deelden het leven van Jezus in wel en wee, ook in lijden en dood.
- Het is zo verwarrend dat christenen bij de communie "het lichaam van Christus" zouden eten en "zijn bloed" zouden drinken. Hoe is men toch tot zulke formuleringen kunnen komen. In de katholieke kerk zijn het de heiligste formuleringen die een priester uitspreekt en waardoor brood en wijn van gedaante veranderen in lichaam en bloed van Christus. Het mag dan nog theologische en symbolische taal zijn, het heeft dan toch iets weg van geestelijk kannibalisme.
- Dit alles kan overschaduwen waarom het bij Jezus ging: niemand uitsluiten, opnemen in de gemeenschap, solidair zijn met elkaar: het brood breken met elkaar en de beker delen.

Mc 14,23.1. και = kai (nevensch voegw : en) . D.: und . E. : and . Fr.: et . Lat.: et . Hebr. : וְ = wë (en) Arabisch: اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,23.2. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam): wkw prefix nevensch vw waw + act qal imperf 3de pers mann enk van het wkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). Getalswaarde: lamed = 12 of 30, qoph = 19 of 100, chet = 8; totaal: 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23). Structuur : 3 - 1 - 8. De som van de elementen is telkens 3. Tenakh (199). Pentateuch (86) Eerdere Profeten (80). Latere Profeten (17). 12 Kleine Profeten (1). Geschriften (15). Ex (15): (1) Ex 2,1. (2) Ex 4,20. (3) Ex 6,20. (4) Ex 6,23. (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7. (7) Ex 18,2. (8) Ex 18,12. (9) Ex 24,6. (10) Ex 24,7. (11) Ex 24,8. (12) Ex 32,4. (13) Ex 32,20. (14) Ex 34,4. (15) Ex 40,20. Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam). Een vorm van לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) in Tenakh (965).
- Grieks. λαβων = labôn: wkw act part aor nom mann enk van het wkw λαμβανω = lambanô (nemen).. Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . LXX (46) . NT (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) : Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 . Mt (11) : (1) Mt 13,31 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 17,27 . (4) Mt 25,16 . (5) Mt 25,18 . (6) Mt 25,20 . (7) Mt 26,26 . (8) Mt 26,27 . (9) Mt 27,24 . (10) Mt 27,48 . (11) Mt 27,59 . Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,22 . (5) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 13,19 . (4) Lc 20,29 . (5) Lc 22,19 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,43 . Joh (4) : (1) Joh 3,33 . (2) Joh 13,4 . (3) Joh 13,30 . (4) Joh 18,3 . Bijbel (86) . Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258) , in de LXX (1335) .
- λαβων δε = labôn de (genomen hebbende echter) . LXX (6) : (1) Gn 31,45 . (2) Gn 48,13 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) 2 Mak 4,25 . (6) Job 42,17 . NT (1) : Lc 9,16 .
- και λαβων = kai labôn (en genomen hebbende) . LXX (15) . NT (15) . Synoptici : Mt (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 .(3) Mt 26,27 . (4) Mt 27,48 . (5) Mt 27,59 . Mc (4) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 22,19 . (2) Lc 24,43 . Joh (1) : Joh 13,4 .
- Ned. : nemen . Arabisch : أخذ = akhadha . Zie : http://www.arabischlexicon.com/157-akhadha-nemen-157115821584.html . D. : nehmen . E. : take . Fr. : prendre . Grieks : λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . Hebreeuws : לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Lat. : accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) .

Mc 14,23.3. ποτηριον = potèrion (beker) . Taalgebruik in het NT : potèrion (beker) . Taalgebruik in de LXX : potèrion (beker) . OT (20) : (1) Gn 40,11 . (2) Gn 40,13 . (3) Gn 40,21 . (4) Js 51,17 . (5) Js 51,22 . (6) Jr 16,7 . (7) Jr 25,15 . (8) Jr 25,17 . (9) Jr 25,28 . (10) Jr 49,12 . (11) Jr 51,7 . (12) Ez 23,31 . (13) Ez 23,32 . (14) Ez 23,33 . (15) Hab 2,16 . (16) Ps 23,5 . (17) Ps 75,9 . (18) Ps 116,13 . (19) Kl 2,13 . (20) Kl 4,21 . NT (21) . Ev. (14) . Mt (5) : (1) Mt 10,32 . (2) Mt 20,22 . (3) Mt 20,23 . (4) Mt 26,27 . (5) Mt 26,39 . Mc (5) : (1) Mc 9,41 . (2) Mc 10,38 . (3) Mc 10,39 . (4) Mc 14,23 . (5) Mc 14,36 . Lc (3) : (1) Lc 22,17 . (2) Lc 22,20 . (3) Lc 22,42 . Joh (1) : Joh 18,11 . 1 Kor (5) : (1) 1 Kor 10,16 . (2) 1 Kor 10,21 . (3) 1 Kor 11,25 . (4) Kor 11,26 . (5) 1 Kor 11,27 . Apk (2) : (1) Apk 16,19 . (2) Apk 17,4 . Een vorm van ποτηριον = potèrion in het OT (33) , in het NT (31) . In de LXX kan ποτηριον = potèrion de vertaling van 3 Hebreeuwse woorden zijn .

  potèrion (beker)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  potèrion 41  20  21    13  14     
  Totaal 64 33 31 7 6 5 1   8 4 18 19    

- Hebr. כּוֹס = kôs (beker) . Taalgebruik in Tenakh : kôs (beker) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , waw = 6 , samekh = 15 of 60 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 86 (2 X 43) . Structuur : 2 - 6 - 6 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (15) : (1) Gn 40,11 . (2) Gn 40,13 . (3) 1 K 7,26 . (4) Js 51,17 . (5) Js 51,22 . (6) Jr 16,7 . (7) Jr 25,15 . (8) Jr 51,7 . (9) Ez 23,32 . (10) Ez 23,33 . (11) Hab 2,16 . (12) Ps 75,9 . (13) Ps 116,13 . (14) Kl 4,21 . (15) 2 Kr 4,5 . Een vorm van כּוֹס = kôs (beker) in Tenakh (26) .
- Ned. : beker . Arabisch : كوب = kub . D. : Kelck . E. : cup . Fr. : coup . Grieks : ποτηριον = potèrion (beker) . Hebreeuws : כּוֹס = kôs (beker) . Taalgebruik in Tenakh : kôs (beker) . Taalgebruik in het NT : potèrion (beker) . Lat. : calix .

Mc 14,23.1. - 3. וַיּקַּח מֹשֶׁה אֶת הַדָּם = wajjiqqach mosjèh ´èth haddâm (en Mozes nam het bloed) . Tenakh (2) : (1) Ex 24,8 . (2) Lv 8,15 .
- In het NT lezen we 2X : και λαβων το ποτηριον = kai labôn to potèrion (en genomen de beker) : (1) Mt 26,27 . (2) Mc 14,23 . In het NT is er sprake dat Jezus de beker nam .
- λαβων δε μωυσης το αἱμα = labôn de moüsès to haima (Mozes echter het bloed genomen hebbende) . Bijbel (1) : Ex 24,8 .
- λαβων το αἱμα = labôn to haima (het bloed genomen hebbende) . Bijbel (2) . LXX (1) : Ex 29,16 . NT (1) : Heb 9,19 .

Mc 14,23.7. και = kai (nevensch voegw : en) . D.: und . E. : and . Fr.: et . Lat.: et . Hebr. : וְ = wë (en) Arabisch: اَل = ´al (de) . Taalgebruik in de Qoran : ´al (de). Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

11. nom. mann. mv. παντες = pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. mann. mv. pantes 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

  pas (al) Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
10 nom. mann. mv. pantes 15 2 : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 1,37 .       (1) Mc 5,20 .   2 : (1) Mc 6,42 . (2) Mc 6,50 . 2  : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,14 .       (1) Mc 12,44 .     7 : (1) Mc 14,23 . (2) Mc 14,27 . (3) Mc 14,29 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,50 . (6) Mc 14,53 . (7) Mc 14,64 .  

- Hebr. kol . kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) .


Mc 14,24 - Mc 14,24 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:24 kai eipen autois touto estin to aima mou tès diathèkès to ekchunnomenon uper pollôn  24 et ait illis hic est sanguis meus novi testamenti qui pro multis effunditur     24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.   [24] En Hij zei hun: ‘Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten.   [24] Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt.  24 Hij zegt tot hen: dit is mijn bloed van het verbond,– dat voor velen wordt vergoten;  24. Et il leur dit : « Ceci est mon sang, le sang de l'alliance, qui va être répandu pour une multitude.  

King James Bible . [24] And he said unto them, This is my blood of the new testament, which is shed for many.
Luther-Bibel . 24 Und er sprach zu ihnen: Das ist mein Blut des Bundes, das für viele vergossen wird.

Tekstuitleg van Mc 14,24 .

- Het bloed van het verbond dat vergoten wordt roept duidelijk de tekst op van het ritueel dat Mozes voltrok (Ex 24,6.8) . Het is een interpretatie van de kruisdood van Jezus . Die interpretatie kwam achteraf , na de dood van Jezus . De leerlingen vroegen zich af waarom Jezus de kruisdood was gestorven . Door de lezing van de Oudtestamentische teksten interpreteerden ze zijn dood als een offer aan God , waarmee het verbond gesloten werd . Zo dit correct is , kan Jezus moeilijk die woorden hebben gezegd . En zo zou het verhaal van het Laatste Avondmaal een interpretatieverhaal van de leerlingen zijn geweest , waarmee ze de betekenis van de handelingen van de laatste maaltijd met Jezus hebben aangegeven.
- In Ex 24 werd het bloed in twee schalen opgevangen . Het bloed van de ene schaal werd over het altaar uitgegoten (Ex 24,6) . Het bloed van de andere schaal werd over het volk gesprenkeld (Ex 24,8) .

Mc 14,24.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,24.2. וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Gn 1-11 (49) . Gn 12 (4) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 12,11 . (4) Gn 12,18 . In Gn 12,1 is het de 50ste keer . De stam `-m-r in Tenakh (5422) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 12  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 4  

- Lettinga 12, 2012, 53c2 : Het werkw. begint met een aleph . Het is een gutturaal , maar de zwakste van de gutturalen . Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf. . Dit is het geval voor ons werkw. . In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph . De aleph quiesceert : ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b) . In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o : jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c) . De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b) . In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a : jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012 , 15g) . In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è , vandaar wajjo´mèr . (Zie ook Jouön , 73) .
- Grieks : wkw act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . λεγω = legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . IEen vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

  eipen bijbel OT LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Gn 12 Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
    3024  2426  2275 + 151 684 985 234 63 309 378 4 149 15 98 44 598  118  56  223  114  75  397  511 

- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Lat. : dicere . Fr. : dire . Italiaans : dire . Spaans : decir .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aa

Mc 14,24.3. dat. mann. en onz. mv. αυτοις = autois van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (117) .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
7 dat. mann. en onz. mv.autois  117  10  13 10  12  13  1722  1180  542  101  117  89  97  75  47  16  307  404 

Mc 14,24.1. - 3. και λεγει αυτοις = kai legei autois (en hij zegt hen) . LXX (3) : (1) Ex 20,20 . (2) Ex 32,2 . (3) Ex 32,27 . NT (31) . Slechts in de evangelies . Mt (9) . Mc (14) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 3,4 . (3) Mc 4,13 . (4) Mc 4,35 . (5) Mc 6,50 .  (6) Mc 7,18 . (7) Mc 9,35 .  (8) Mc 10,11 . (9) Mc 11,2 . (10) Mc 12,16 . (11) Mc 14,13 . (12) Mc 14,27 . (13) Mc 14,34 . (14) Mc 14,41 . Lc (1) : Lc 24,36 . Joh (7) .
- και ελεγεν αυτοις = kai elegen autois (en hij zei hen) . NT (13) . Mc (12) : (1) Mc 2,27 . (2) Mc 4,2 . (3) Mc 4,9 . (4) Mc 4,11 . (5) Mc 4,21 . (6) Mc 4,24 . (7) Mc 6,10 . (8) Mc 7,9 . (9) Mc 8,21 . (10) Mc 9,1 . (11) Mc 9,31. (12) Mc 12,38 . Lc (1) : Lc 6,5 .
- ελαλει αυτοις = elalei autois (en hij sprak tot hen) . LXX (1) : Jdt 14,8 . NT (6) : (1) Mt 13,34 . (2) Mc 2,2 . (3) Mc 4,33 . (4) Mc 4,34 . (5) Lc 9,11 . (6) Joh 10,6 .
- και ειπεν προς αυτους = kai eipen pros autous (en hij zei tot hen) . NT (= Lc) (8) : (1) Lc 2,49 . (2) Lc 3,14 . (3) Lc 4,23 . (4) Lc 8,22 . (5) Lc 9,3 . (6) Lc 11,5 . (7) Lc 19,13 . (8) Lc 22,15 .
- ειπεν δε προς αυτους = eipen de pros autous (hij zei echter tot hen) . NT (6) : (1) Lc 9,13 . (2) Lc 12,15 . (3) Lc 15,3 . (4) Lc 20,41 . (5) Lc 24,17 . (6) Hnd 1,7 .
- και ειπεν αυτοις = kai eipen autois (en hij zei hen) . NT (30) . Slechts in de evangelies . Mt (3) : (1) Mt 8,32 . (2) Mt 9,15 . (3) Mt 20,17 . Mc (8) : (1) Mc 1,17 . (2) Mc 2,19 . (3) Mc 4,40 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 9,29 . (6) Mc 10,14 . (7) Mc 14,24 . (8) Mc 16,15 . Lc (9) : (1) Lc 2,10 . (2) Lc 9,48 . (3) Lc 13,22 . (4) Lc 16,15 . (5) Lc 22,35 . (6) Lc 22,46 . (7) Lc 24,19 . (8) Lc 24,38 . (9) Lc 24,46 . Joh (10) .
- ειπεν δε αυτοις = eipen de autois (hij zei echter aan hen) . NT (7) : (1) Lc 8,25 . (2) Lc 9,20 . (3) Lc 10,18 . (4) Lc 11,2 . (5) Lc 22,67 . (6) Lc 24,44 . (7) Joh 6,35 .
- וַיּאֹמֶר לָהֶם = wajjo´mèr lâhèm (en hij zei hen) .

4. nom. en acc. onz. enk. τουτο = touto (dit) van het aanwijz. voornaamw. οὑτος = houtos (deze) . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Mc (15) : (1) Mc 1,27 . (2) Mc 1,38 . (3) Mc 5,32 . (4) Mc 5,43 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 9,21 . (7) Mc 9,29 . (8) Mc 11,3 . (9) Mc 11,24 . (10) Mc 12,24 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,5 . (13) Mc 14,22 . (14) Mc 14,24 . (15) Mc 14,36 .
- Ned. : deze , dat / dit . D. : der - die - das . E. : this - that . Fr. : ceci . Lat. : hic - haec - hoc .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk. touto  1103  898  305  31  15  37  50 29            

5. act. ind. praes. 3de pers. enk. εστιν = estin van het werkw. ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) , in Mc (192) .

eimi (zijn) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
estin  69  (1) : (4) : (1) Mc 2,1 . (2) Mc 2,9 . (3) Mc 2,19 . (4) Mc 2,28 (4) : (3) : (2) : (6) : 6 : (1) Mc 7,2 . (2) Mc 7,4 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,27 . (6) Mc 7,34 .   (0) (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 9,10 . (4) Mc 9,21. (5) Mc 9,39 . (6) Mc 9,40 . (7) Mc 9,42 . (8) Mc 9,43 . (9) Mc 9,45 . (10) Mc 9,47 .   (7) (1) Mc 10,14 . (2) Mc 10,24 . (3) Mc 10,25 . (4) Mc 10,29 . (5) Mc 10,40 . (6) Mc 10,43 . (7) Mc 10,47 .   (0) (11) : (3) : (7) : (4) : (1) : 2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25         

- werkw. Ned. : zijn . Arabisch : كانَ = kâna (zijn) . Taalgebruik in de Qoran : kâna (zijn) . D. : sein . E. : to be . E. : to be . Grieks : ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Hebreeuws : הָיָה = hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. : esse .

Mc 14,24.6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,24.7. הַדָּם = haddâm (het bloed) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (58) . Ex (10) : (1) Ex 7,21 . (2) Ex 12,7 . (3) Ex 12,13 . (4) Ex 12,22 . (5) Ex 12,23 . (6) Ex 24,6 . (7) Ex 24,8 . (8) Ex 29,12 . (9) Ex 29,20 . (10) Ex 29,21 .
- דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . dm : Tenakh (70) . Ex (4) : (1) Ex 7,19 . (2) Ex 23,18 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 34,25 .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk.  αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Mt (5) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,35 . (3) Mt 26,28 . (4) Mt 27,4 . (5) Mt 27,25 . Mc (1) : Mc 14,24 . Lc (2) : (1) Lc 11,50 . (2) Lc 13,1 . Joh (5) : (1) Joh 6,53 . (2) Joh 6,54 . (3) Joh 6,55 . (4) Joh 6,56 . (5) Joh 19,34 . Hnd (6) : (1) Hnd 2,19 . (2) Hnd 2,20 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 18,6 . (5) Hnd 21,25 . (6) Hnd 22,20 . Een vorm van  αἱμα = haima (bloed) in de LXX (401) , in het NT (97) , in Mt (10) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,30 . (3) Mt 23,35 . (4) Mt 26,28 . (5) Mt 27,4 . (6) Mt 27,6 . (7) Mt 27,8 . (8) Mt 27,24 . (9) Mt 27,25 . (10) Mt 27,49 , in Mc (3) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,29 . (3) Mc 14,24 . in Lc (7) : (1) Lc 8,43 . (2) Lc 8,44 . (3) Lc 11,50 . (4) Lc 11,51 . (5) Lc 13,1 . (6) Lc 22,20 . (7) Lc 22,44 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  haima 225  183  42  12  11  13  10 

- Ned. : bloed . Arabisch : دَم = dam (bloed) . Taalgebruik in de Qoran : dam (bloed) . D. : Blut . E. : blood . Fr. : sang . Gr. : αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Hebreeuws : דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Lat. : sanguis

Mc 14,24.6. - 8. to haima mou (mijn bloed) . NT (3) : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 14,24 . (3) Joh 6,55 .

Mc 14,24.9. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

Mc 14,24.10. gen. vr. enk. diathèkès van het zelfst. naamw. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . Taalgebruik in de LXX : diathèkè (verbond) . Taalgebruik in Lc. : diathèkè (verbond) . Hebr. bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenach : bërîth (verbond) . Lat. testamentum . E. testament . Ned. testament, verbond . D. Bund . Fr. alliance . Bijbel (128) . OT (103) . NT (15) : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 14,24 . (3) Lc 1,72 . (4) Hnd 3,25 . (5) 2 Kor 3,6 . (6) 2 Kor 3,14 . (7) Heb 7,22 . (8) Heb 8,6 . (9) Heb 9,4 . (10) Heb 9,15 . (11) Heb 9,20 . (12) Heb 10,29 . (13) Heb 12,24 . (14) Heb 13,20 . (15) Apk 11,19 . Een vorm van diathèkè (verbond) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,72 . (2) Lc 22,20 . In Hnd : 2 vormen van diathèkè (verbond) in 2 verzen in 2 hoofdstukken : (1) Hnd 3,25 . (2) Hnd 7,8 . Een vorm van diathèkè (verbond) in het NT (33) , in de LXX (358) .

Mc 14,24.12. pass. part. praes. nom. + acc. onz. enk. εκχυννομενον = ekchunnomenon (uitgegoten, vergoten) van het werkw. εκχεω = ekchunnô (gieten, vergieten) . Taalgebruik in de Bijbel : ekchunnô (gieten, vergieten) . Een vorm van in de LXX (0) , in het NT (11) . NT (4) : (1) Mt 23,35 . (2) Mt 26,28 . (3) Mc 14,24 . (4) Lc 22,20 .

Mc 14,24.14. gen. mv. pollôn (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het NT : polus (veel) . Taalgebruik in Mc : polus (veel) .
Mc (3) : (1) Mc 5,26 . (2) Mc 10,45 . (3) Mc 14,24 . Een vorm van polus (veel) in Mc (49) , in Mc 14 (2) : (1) Mc 14,24 . (2) Mc 14,56 .


Mc 14,25 - Mc 14,25 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:25 amèn legô umin oti ouketi ou mè piô* ek tou genèmatos tès ampelou eôs tès èmeras ekeinès otan auto pinô kainon en tè basileia tou theou 25 amen dico vobis quod iam non bibam de genimine vitis usque in diem illum cum illud bibam novum in regno Dei     25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.  [25] Ik verzeker jullie, Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot de dag waarop Ik de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van God.’   [25] Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’  25 voorwaar, ik zeg u dat ik niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot aan díe dag, wanneer ik hem nieuw zal drinken in het koninkrijk van God!   25. En vérité, je vous le dis, je ne boirai plus du produit de la vigne jusqu'au jour où je boirai le vin nouveau dans le Royaume de Dieu. » 

King James Bible . [25] Verily I say unto you, I will drink no more of the fruit of the vine, until that day that I drink it new in the kingdom of God.
Luther-Bibel . 25 Wahrlich, ich sage euch, dass ich nicht mehr trinken werde vom Gewächs des Weinstocks bis an den Tag, an dem ich aufs Neue davon trinke im Reich Gottes.

Tekstuitleg van Mc 14,25 .

4. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

12. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

15. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

24. nom. + dat enk. basileia(i) (koninkrijk) . Taalgebruik in het NT : basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) . Mc (7) : (1) Mc 1,15 (nom.) . (2) Mc 3,24 (nom.) . (3) Mc 4,26 (nom.) . (4) Mc 10,14 (nom.) . (5) Mc 11,10 (nom.) . (6) Mc 13,8 (nom.) . (7) Mc 14,25 (dat.) .



328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -

1. Jezus en de leerlingen 2. Jezus 3. Petrus 4. Jezus 5. Petrus 6. andere leerlingen
Mc 14,26 Mc 14,27 Mc 14,29 Mc 14,30 Mc 14,31 Mc 14,31
  kai (en) ho de Petros (Petrus echter) kai (en) ho de (hij echter) hôsautôs de (op gelijke wijze echter)
  legei ('Jezus' zegt) efè (zei) legei ('Jezus' zegt) ekperissôs elalei (affirmeerde nog uitvoeriger) kai pantes elegon (zeiden ook de anderen)
  autois (aan hen) autôi (aan hem) autôi (aan hem)    
  ho Ièsous (Jezus)   ho Ièsous (Jezus)    
  hoti (dat) ei (indien) amèn legô soi hoti (voorwaar ik zeg je dat) ean (indien)...  
  pantes (jullie allen) kai pantes (zelfs allen) su (jij)...    
  skandalisthèesthe (zullen geschandaliseerd worden) skandalisthèsontai (geschandaliseerd zullen zijn) tris me aparnèsèi (zal je me driemaal verloochenen) ou mè se aparnèsomai (ik zal je niet verloochenen)  
     all'ouk egô (maar ik niet)      

 

Mc 14,26 - Mc 14,26 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:26 kai umnèsantes exèlthon eis to oros tôn elaiôn 26 et hymno dicto exierunt in montem Olivarum    26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg. [26] Na het zingen van de psalmen* gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg. 
[26] Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg. 
26 Zij zingen de lofpsalmen en gaan de stad uit naar de Olijfberg.   26. Après le chant des psaumes, ils partirent pour le mont des Oliviers.  

King James Bible . [26] And when they had sung an hymn, they went out into the mount of Olives.
Luther-Bibel . 26 Und als sie den Lobgesang gesungen hatten, gingen sie hinaus an den Ölberg.

Tekstuitleg van Mc 14,26 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. humnèsantes (lofgeprezen) . In 2 verzen in de bijbel : Mc 14,26 // Mt 26,30 . Gr. humneô : in hymne bezingen , roemen , huldigen . Gr. humnos = Ned . hymne . Er staat een meervoud . We veronderstellen dat het Jezus en zijn leerlingen zijn . Wellicht verlaten Jezus en zijn leerlingen met een heel verschillende gemoedsgesteldheid de plaats van het laatste avondmaal . De leerlingen zijn in een euforische stemming . Ze hebben feest gevierd , wijn gedronken , liederen gezongen . Ze zijn nog niet uitgepraat over de fijne avond en praten nog na . Jezus echter is zich bewust van wat hem gaat overkomen . Hij voelt zijn uitlevering aankomen .

3. exèlthon (zij gingen naar buiten) . Indicatief aorist 3de persoon meervoud van exerchomai (naar buiten gaan) . In deze vorm komt het 5X voor bij Marcus . Slechts 1X is Jezus en zijn leerlingen onderwerp . We vertalen het werkwoord met : naar buiten gaan , erop uit trekken . Met dit werkwoord hebben de woorden "uitgaans-leven , uitgaanswereld" te maken .
In Mc 14,12-17 stellen de leerlingen de vraag waar Jezus de paasmaaltijd willen gebruiken . Jezus geeft hen een aantal richtlijnen , die zij uitvoeren . Het verhaal sluit af in Mc 14,17 met de vermelding dat Jezus met zijn twaalf gaat . De uitvoering van de opdracht begint met kai exèlthon hoi mathètai (en de leerlingen gingen erop uit) Mc 14,16 . Mc 14,18-25 wordt omsloten door Mc 14,16-17 en Mc 14,26 . In die omsluiting komt telkens het werkwoord exèlthon (zij gingen erop uit) voor .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

7. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,27 - Mc 14,27 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:27 kai legei autois o ièsous oti pantes skandalisthèsesthe oti gegraptai pataxô ton poimena kai ta probata diaskorpisthèsontai 27 et ait eis Iesus omnes scandalizabimini in nocte ista quia scriptum est percutiam pastorem et dispergentur oves   En Jezus zei hun : "Allen zullen jullie geërgerd worden , want er staat geschreven : Ik zal de herder slaan en de schapen zullen uiteengestrooid worden .   27 En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geërgerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.  [27] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen zullen verstrooid worden. [28] Maar na mijn   [27] Jezus zei tegen hen: ‘Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen zullen uiteengedreven worden.”  27 Dan zegt Jezus tot hen: ge zult allen ten val gebracht worden, want er staat geschreven: zal ik de herder slaan, dan zullen ook de schapen worden verstrooid!–  27. Et Jésus leur dit : « Tous vous allez succomber, car il est écrit : Je frapperai le pasteur et les brebis seront dispersées. 

King James Bible . And Jesus saith unto them, All ye shall be offended because of me this night: for it is written, I will smite the shepherd, and the sheep shall be scattered.
Luther-Bibel . 27 Und Jesus sprach zu ihnen: Ihr werdet alle Ärgernis nehmen; denn es steht geschrieben (Sacharja 13,7): »Ich werde den Hirten schlagen, und die Schafe werden sich zerstreuen.«

Tekstuitleg van Mc 14,27 . Dit vers Mc 14,27 telt 23 woorden en 125 (5 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 14,27 is 11258 (2 X 13 X 433) . 17 woorden .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

5. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

1. - 5. kai legei autois o ièsous (En Jezus zegt hen) . Mc (1) : Mc 14,27 .

6. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

7. nom. mann. mv. παντες = pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. mann. mv. pantes 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

  pas (al) Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
10 nom. mann. mv. pantes 15 2 : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 1,37 .       (1) Mc 5,20 .   2 : (1) Mc 6,42 . (2) Mc 6,50 . 2  : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,14 .       (1) Mc 12,44 .     7 : (1) Mc 14,23 . (2) Mc 14,27 . (3) Mc 14,29 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,50 . (6) Mc 14,53 . (7) Mc 14,64 .  

- Hebr. kol . kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) .

11. pataxô (ik zal slaan) . Taalgebruik : patassô (slaan) , zie Mc 14,27 . Indicatief futurum eerste persoon enkelvoud van het werkwoord patassô (slaan) . In éénentwintig verzen in de bijbel . In negentien verzen in het O.T. . In twee verzen in het NT :
- patassô (slaan) .

12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

15. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,27 .

Mc 14,28 - Mc 14,28 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:28 alla meta to egerthènai me proaxô umas eis tèn galilaian   28 sed posteaquam resurrexero praecedam vos in Galilaeam     28 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.   opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’  [28] Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’   28 echter, nadat ik ben opgewekt zal ik u voorgaan naar Galilea!  28. Mais après ma résurrection, je vous précéderai en Galilée. »  

King James Bible . [28] But after that I am risen, I will go before you into Galilee.
Luther-Bibel . 28 Wenn ich aber auferstanden bin, will ich vor euch hingehen nach Galiläa.

Tekstuitleg van Mc 14,28 . Het vers Mc 14,28 telt 10 (2 X 5) woorden , 21 (3 X 7) lettergrepen en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Mc 14,28 is 3475 (5 X 5 X 139) . Het vers bestaat uit een hoofdzin , waarbij een infinitiefzin ingeleid door het voorzetsel meta (na) .

Mc 14,28.1. αλλα = alla , afkorting αλλ' = all' (maar) . Taalgebruik in het NT : alla (maar) . Taalgebruik in de LXX : alla (maar) . Taalgebruik in Mc : alla (maar) . Mc (30) . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,28 . (2) Mc 14,36 .

alla (maar)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.   ev.  
alla 30  2 644  230  414  32  30  19  56  22  248  81  137 
all'  18          449  238  211  12  18  16  49  103  46  95 
Totaal  48  1093  468  625  44  48  35  105  30  251  12  127  232 

Mc 14,28.2. μετα = meta (met , na) . Afkorting : μετ' = met' OF μεθ' = meth' . Taalgebruik in het NT : meta (na , met) . Taalgebruik in de LXX : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,1 (meta + acc. : na) . (2) Mc 14,14 (meta + gen. : met) . (3) Mc 14,17 (meta + gen. : met) . (4) Mc 14,28 (meta + acc. : na) . (5) Mc 14,43 (meta + gen. : met) . (6) Mc 14,48 (meta + gen. : met) . (7) Mc 14,54 (meta + gen. : met) . (8) Mc 14,62 (meta + gen. : met) . (9) Mc 14,67 (meta + gen. : met) . (10) Mc 14,70 (meta + acc. : na) .

  meta (na, met)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
1 meta  34  4   10  2   1443  1159  284  42  34  37  24  48  77  22  113  137 
2 met'  16             737 611 126 18 16 21 23 14 10 24 55 78
3 meth' 3             1 1       1     217 174 43 10 3 4 8 1 16 1 17 25
  totaal  53 4 15  2398 1953 454 70 53 62 55 63 103 44 185 240

  meta (na, met)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
1 meta  34  4 : (1) Mc 1,13 . (2) Mc 1,14 . (3) Mc 1,20 . (4) Mc 1,29 . 1 : Mc 2,16 . 2 : (1) Mc 3,6 . (2) Mc 3,7 1 : Mc 4,16 .     1 : Mc 6,25 . 3 : (1) Mc 8,10 . (2) Mc 8,31 . (3) Mc 8,38 .   2 : (1) Mc 9,2 . (2) Mc 9,31 .   2 : (1) Mc 10,30 . (2) Mc 10,34 .   1 : Mc 11,11 . 2 : (1) Mc 13,24 . (2) Mc 13,26 .   10 : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,17 . (4) Mc 14,28 . (5) Mc 14,43 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,54. (8) Mc 14,62 . (9) Mc 14,67 . (10) Mc 14,70 .   3 : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,7 . (3) Mc 15,31 .   2 : (1) Mc 16,12 . (2) Mc 16,19 .  
2 met'  16 1 : Mc 1,36 . 2 : (1) Mc 2,19 . (2) Mc 2,25 .   2 : (1) Mc 3,5 . . (2) Mc 3,14 . .   1 : Mc 4,36 . 4 : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,24 . (3) Mc 5,37 . (4) Mc 5,40 1 : Mc 6,50 .           4 : (1) Mc 14,18 . (2) Mc 14,20 . (3) Mc 14,33 . (4) Mc 14,43   1 : Mc 6,50 .
3 meth' 3             1 : Mc 8,14 1 : Mc 9,8 .         1 : Mc 14,7 .    
  totaal  53 4 15 

-- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr. avec (< apud hoc : met dat) .
-- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .

Mc 14,28.1. - 2. αλλα μετα = alla meta (maar na) . NT (1) : Mc 14,28 .

Mc 14,28.3. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. το = to (het) van het bepaald lidw. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 108  12  12  22  5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .

Mc 14,28.2. - 3. μετα δε το = meta de to . NT (5) : (1) Mt 26,32 . (2) Mc 1,14 . (3) Hnd 15,13 . (4) Hnd 20,1 . (5) Heb 9,3 .
- μετα το = meta to . NT (13) : (1) Mc 14,28 . (2) Mc 16,19 . (3) Lc 12,5 . (4) Lc 22,20 . (5) Joh 13,27 . (6) Hnd 1,3 . (7) Hnd 7,4 . (8) Hnd 10,37 . (9) Hnd 10,41 . (10) Hnd 12,4 . (11) Hnd 19,21 . (12) 1 Kor 11,25 . (13) Heb 10,26 .
- και μετα το = kai meta to (en na) . NT (1) : Joh 13,27 .

Mc (2) : (1) Mc 14,28 . (2) Mc 16,19 . Vermits Mc 16,9-20 als een latere toevoeging wordt beschouwd , resten nog Mc 1,14 en Mc 14,28 . Ze zijn aan elkaar gelinkt . STAP VOOR STAP !
- Mc 1,14 : μετα δε το παραδοθηναι τον ιωαννην = meta de to paradothènai ton Iôannèn (na echter het overgeleverd zijn van Johannes) .
- Mc 14,28 : αλλα μετα το εγερθηναι με = meta to egerthènai me (na het opgewekt zijn van mij) .
De overlevering gebeurde in het verleden , de opwekking moet nog in de toekomst plaatsvinden . Toch staat in beide verzen een pass. inf. aor. . Deze twee verzen omvatten het hele openbaar leven van Jezus .

Mc 14,28.4. passief infinitief aorist εγερθηναι = egerthènai (opgewekt zijn) van het werkw. εγειρω = egeirô (opwekken) . Taalgebruik in het NT : egeirô (wekken) . Taalgebruik in de LXX : egeirô (wekken) . Bijbel (1) : Mc 4,38 . Een vorm van εγειρω = egeirô (opwekken) in de LXX (57) , in het NT (143) , in Mc (19) .

  egeirô (wekken) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
ind. pr. 3de p. mv. egeirousin       (1) Mc 4,38                
imp. 2de p. enk. egeire 5   (1) Mc 2,9 . (2) Mc 2,11 .   (3) Mc 3,3 .     (4) Mc 5,41 .       (5) Mc 10,49        
ind imp. 3de p. enk. ègeiren (1) Mc 1,31 .             (2) Mc 9,27 .            
pas. ind. pr. 3de p. mv. egeirontai 1                 (1) Mc 12,26 .        
pas. imper. praes. 2de pers. mv. egeiresthe                       (1) Mc 14,42 .    
pas. conj. praes. 3de pers. enk. egeirètai        (1) Mc 4,27 .                  
pas. fut. 3de p. enk. egerthèsetai                     (1) Mc 13,8 .      
pas. fut. 3de p. mv.  egerthèsontai                   (1) Mc 13,22 .      
pas. ind. aor. 3de p. enk. ègerthè   (1) Mc 2,12 .         (2) Mc 6,16 .             (3) Mc 16,6 .  
10 

pas. inf. aor. egerthènai 

                    (1) Mc 14,28 .  
11 pas. perf. 3de pers. enk. egègertai            (1) Mc 6,14 .              
12  pas. part. perf. acc. mann. enk. egègermenon                         (1) Mc 16,14 .  
  Totaal  19 
  egeirô (opwekken) Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16

- Wellicht wekken uit de slaap , op-wekken . Ned. wekken vlg. Lat. vegere : flink , levendig zijn , opgewekt zijn . Lat. resurgere . Surgere (surrexi , surrectum) = oprijzen , opstaan , rechtop staan . sur < super = op, boven + regere (rexi , rectum) : richten (rechtop), leiden , sturen . -> op-richten = rechtop staan -> resurgere = opnieuw op-richten , terug rechtop staan . Ned. rekken (Lat. reg- ) , uitstrekken . Rectus = recht . Fr. résurrection .
Fr. ressusciter cfr. Lat. suscitare . super : op , boven + citare (citus : vlug , snel) : in beweging brengen . Aldus : terug in beweging brengen , heropleven .
Fr. réveiller : wekken , ont-waken < re + vigilare (vig- wak- , wek-) waken .

Mc 14,28.5. pers. voornaamw. 1ste pers. acc. enk. με = me (mij) van het persoonl. voornaamw. . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord .Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (27) . Mc 14 (8) : (1) Mc 14,18 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 14,30 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,42 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,49 . (8) Mc 14,72 .

  pers. vnw. 1ste pers. enk.   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
acc. enk. me  (27) 1 : Mc 1,40 .       1 : Mc 5,7 . 2 : (1) Mc 6,22 . (2) Mc 6,23 . 2 : (1) Mc 7,6 . (2) Mc 7,7 . 3 : (1) Mc 8,27 . (2) Mc 8,29 . (3) Mc 8,38 . 3 : (1) Mc 9,19 . (2) Mc 9,37 . (3) Mc 9,39 . 5 : (1) Mc 10,14 . (2) Mc 10,18 . (3) Mc 10,36 . (4) Mc 10,47 . (5) Mc 10,48 .   1 : Mc 12,15 .   8 : (1) Mc 14,18 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 14,30 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,42 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,49 . (8) Mc 14,72 . 1  : Mc 12,34 .   1568  1305  263  30  27  40 87 34   2        

Mc 14,28.6. act. ind. fut. 1ste pers. enk. προαξω = proaksô (ik zal voorgaan) van het werkw. προαγω = proagô (voorgaan) . Taalgebruik in het NT : proagô (voorleiden, voorgaan) . Taalgebruik in de LXX : proagô (voorleiden, voorgaan) . Taalgebruik in Mc. : proagô (voorleiden, voorgaan) . Bijbel (2) : (1) Mt 26,32 . (2) Mc 14,28 . Een vorm van προαγω = proagô (voorgaan) in de LXX (13) , in het NT (20) .

  proagô (voorgaan)  Mc Mc 6 Mc 10 Mc 11 Mc 14 Mc 16 bijbel NT Mt Mc Lc Br. syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. praes. 3de pers. enk. proagei          (1) Mc 16,7        
act. ind. fut. 1ste pers. enk. proaksô        (1) Mc 14,28.            
act.part. praes. nom. mann. enk. proagôn   (1) Mc 10,32 .              
act. part. praes. nom. mann. + vr. mv. proagontes      (1) Mc 11,9 .            
act. inf. praes. proagein  (1) Mc 6,45 .                   
  totaal 11  11  10  10   

In het vers Mc 14,28 doet Jezus een voorzegging , in Mc 16,7 wordt die voorzegging gerealiseerd . STAP VOOR STAP !

Mc 14,28.7. persoonl. voornaamw. acc. mann. mv. υμας = humas (jullie, u) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) . (2) Mc 1,17 .(3) Mc 6,11 . (4) Mc 9,19 . (5) Mc 9,41 . (6): Mc 11,29 . (7) Mc 13,5 . (8) Mc 13,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,36 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,49 . (13) Mc 16,7 .

  pers. vnw. 2de p. mv.  Mc Mc 1 Mc 6 Mc 9 Mc 11 Mc 13 Mc 14 Mc 16 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
4 acc. mv. humas  13 (1) Mc 1,8 (2X) . (2) Mc 1,17 . (3) Mc 6,11 .   2  : (1) Mc 9,19 . (2) Mc 9,41 . 1 : Mc 11,29 .   4 : (1) Mc 13,5 . (2) Mc 13,9 . (3) Mc 13,11 . (4) Mc 13,36 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,49 . (13) Mc 16,7 . 846 456 390 31 13 35 30 26 253 2 79  109 
  totaal 69               4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

Mc 14,28.8. εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . εις = eis (naar) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Mc 14 (20) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,13 . (6) Mc 14,16 . (7) Mc 14,18 . (8) Mc 14,19 . (9) Mc 14,20 . (10) Mc 14,26 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,32 . (13) Mc 14,38 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,43 . (16) Mc 14,47 . (17) Mc 14,54 . (18) Mc 14,55 . (19) Mc 14,60 . (20) Mc 14,68 .

eis (naar)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b.  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
  6930  5336  1594  215  151  210  181  260  504  73  576  757  427  77  13 5 6 8 11 14 9 10 11 13 8 7 8 20 3 5

- Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . D. nach . E. for .

Mc 14,28.9. bep. lidw. acc. vr. enk. την = tèn (de) van het bepaald lidw. vr. enk. ἡ = hè . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in de LXX : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,13 . (3) Mc 14,16 . (4) Mc 14,28 . (5) Mc 14,47 . (6) Mc 14,52 . (7) Mc 14,54 .

  lidw. enk. Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  OT NT Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
9. acc. vr. enk. tèn 109  12 4 5 9 9 11 10 4 5 11 5 6 3 7 6 2 6161  4889  1272  180  109  149  121  198  404  111  438  559 
  Totaal   940  67  45  41  64  70  71  62  36  66  71  40  59  53  106  61  28  54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

- Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .

Mc 14,28.10. acc. vr. enk. γαλιλαιαν = Galilaian (Galilea) . γαλιλαια = galilaia (Galilea) . Taalgebruik in het NT : Galilaia (Galilea) . Taalgebruik in de LXX : Galilaia (Galilea) . Taalgebruik in Mc : Galilaia (Galilea) .

  Galilaia (Galilea)  Mc Mc 1 Mc 3 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd syn.  ev. 
1 nom. + dat. vr. enk. Galilaia(i)               1 : Mc 15,41   20  13   
2 gen. vr. enk. Galilaias , telkens met het bep. lidw. tès (1) Mc 1,9 . (2) Mc 1,16 .  (3) Mc 1,28 . (4) Mc 3,7 .   (5) Mc 6,21 .   (6) Mc 7,31 (7) Mc 9,30       40  36  10  25  33 
3 acc. vr. enk. Galilaian   (1) Mc 1,14 . (2) Mc 1,39 .           (3) Mc 14,28 .     (4) Mc 16,7 . 25  8 17    11  17 
  totaal  12  85  25  60  16  12  13  16  41  57 
  apo tès Galilaias (vanaf Galilea)  1 : (1) Mc 3,7 . En : Mc 1,9 . (1) Mc 3,7 .             10       
  dia tès galilaias (door Galilea)         1 : Mc 9,30 .                          
  eis tèn Galilaian (naar Galilea)   (1) Mc 1,14 . En : Mc 1,28 . En :  Mc 1,39 .     En : Mc 7,31 .     (2) Mc 14,28   (3) Mc 16,7 . 16       
  en tè(i) Galilaia(i) (in Galilea) 1             1 : Mc 15,41   16  10  1      
      Mc 1,16 .                                    

- Hebr. gälal (rollen, wentelen) .
Een vorm van Galilea komt in Mc in 12 verzen voor . In 11 ervan in combinatie met een voorzetsel , niet in Mc 6,21 (de eersten van Galilea) .

Mc 14,28.8. - 10. εις την γαλιλαιαν = eis tèn galilaian (naar Galilea) . NT (16) . Mc (3) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 16,7 en 1X in de uitdrukking : εις την ὁλην την γαλιλαιαν = eis tèn holèn tèn Galilaian (naar heel Galilea) (Mc 1,39) . Verder : (1) Mc 1,28 (εις ὁλην την περιχωρον της γαλιλαιας = eis holèn tèn perichôron tès galilaias = naar de hele omgeving van Galilea) . (2) Mc 7,31 (εις την θαλασσαν της γαλιλαιας = eis tèn thalassan tès Galilaias = naar het meer van Galilea) .

.Mc 1,14 en Mc 1,39 zijn aan elkaar gelinkt . STAP VOOR STAP : Mc 1,14 -> Mc 14,28 -> Mc 16,7 .
- Mc 1,14 : ηλθεν ὁ ιησους εις την γαλιλαιαν = èlthen ho Ièsous eis tèn galilaian (ging Jezus naar Galilea) .
- Mc 1,39 : και ηλθεν ... εις την ὁλην την γαλιλαιαν = kai èlthen eis tèn holèn tèn Galilaian (en hij ging naar heel Galilea) .

- Mc 14,28 : προαξω υμας εις την γαλιλαιαν = proaksô humas eis tèn galilaian (ik zal jullie voorgaan naar Galilea) .
- Mc 16,7 : προαγει υμας εις την γαλιλαιαν = proagei humas eis tèn galilaian (hij zal jullie voorgaan naar Galilea) .

(1) Mc 1,14 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 16,7 omsluiten het Mcevangelie (het gaan en het voorgaan naar Galilea) . Jezus ging naar Galilea . In feite ging Jezus terug naar Galilea , want in Mc 1,9 is er de eerste keer sprake over Jezus die van Nazaret in Galilea naar Judea ging . Hoelang Jezus in Judea is gebleven , weten we niet . Wel kennen we de aanleiding waarom Jezus naar Galilea ging , namelijk de uitlevering van Johannes (de Doper) . Uit het vervolg van het evangelie weten we dat de gevangenneming het signaal was om uit te wijken - voor dreigend gevaar . Wellicht moeten we dit voortdurend voor ogen houden wanneer Jezus van de ene naar de andere plaats ging : het gevaar dreigde . Mc 3,7 gebruikt het woord uitwijken wegens gevaar (Grieks : αναχωρεω = anachôreô) , terwijl het bij Matteüs met deze betekenis veelvuldig voorkomt .
In Mc 14,28 kondigt Jezus bij zijn afscheid aan dat hij na zijn opwekking zijn leerlingen zal voorgaan naar Galilea . Jezus haalt hierbij een schrifttekst aan : 'Ik zal de herder slaan en de schapen zullen verstrooid' . De aansporing om naar Galilea te gaan in Mc 16,7 houdt in dat hij er de verstrooide leerlingen zal verzamelen . Dat heeft Jezus wellicht ook gedaan wanneer hij na de gevangenneming van Johannes naar Galilea ging . Het is opvallend dat Jezus naar Galilea ging en leerlingen riep .


Mc 14,29 - Mc 14,29 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:29 o de petros efè autô ei kai pantes skandalisthèsontai all ouk egô 29 Petrus autem ait ei et si omnes scandalizati fuerint sed non ego   29 En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geërgerd wierden, zo zal ik toch niet geërgerd worden.   [29] Maar Petrus zei tegen Hem: ‘Ook al komen ze allemaal ten val, ik zeker niet.’  [29] Petrus zei tegen hem: ‘Misschien zal iedereen ten val komen, maar ik niet!’  29 Maar Petrus verzekert hem: al zullen ook allen ten val gebracht worden, ík echt niet!  29. Pierre lui dit : « Même si tous succombent, du moins pas moi ! » 

King James Bible . [29] But Peter said unto him, Although all shall be offended, yet will not I.
Luther-Bibel . 29 Petrus aber sagte zu ihm: Und wenn sie alle Ärgernis nehmen, so doch ich nicht!

Tekstuitleg van Mc 14,29 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

8. nom. mann. mv. παντες = pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. mann. mv. pantes 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

  pas (al) Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
10 nom. mann. mv. pantes 15 2 : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 1,37 .       (1) Mc 5,20 .   2 : (1) Mc 6,42 . (2) Mc 6,50 . 2  : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,14 .       (1) Mc 12,44 .     7 : (1) Mc 14,23 . (2) Mc 14,27 . (3) Mc 14,29 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,50 . (6) Mc 14,53 . (7) Mc 14,64 .  

- Hebr. kol . kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) .

Mc 14,30 - Mc 14,30 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:30 kai legei autô o ièsous amèn legô soi oti su sèmeron tautè tè nukti prin è dis alektora fônèsai* tris me aparnèsè 30 et ait illi Iesus amen dico tibi quia tu hodie in nocte hac priusquam bis gallus vocem dederit ter me es negaturus      30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.   [30] Jezus zei tegen hem: ‘Ik verzeker je: vandaag, in deze nacht, nog voordat de haan twee keer kraait, zul jij Me drie keer verloochenen.’   [30] Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: juist jij zult me vannacht, nog voor de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen.’  30 Dan zegt Jezus tot hem: voorwaar, ik zeg je dat jíj heden, in deze nacht, voordat de haan twee keer kraait, mij drie keer zult verloochenen!  30. Jésus lui dit : « En vérité, je te le dis : toi, aujourd'hui, cette nuit même, avant que le coq chante deux fois, tu m'auras renié trois fois. »  

King James Bible . [30] And Jesus saith unto him, Verily I say unto thee, That this day, even in this night, before the cock crow twice, thou shalt deny me thrice.
Luther-Bibel . 30 Und Jesus sprach zu ihm: Wahrlich, ich sage dir: Heute, in dieser Nacht, ehe der Hahn zweimal kräht, wirst du mich dreimal verleugnen.

Tekstuitleg van Mc 14,30 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

2. - 3. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .

1. - 3. kai legei autô(i) (en hij zegt hem) . Mc (7) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,28 . (5) Mc 7,34 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,61 . In 5 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,34 . (5) Mc 14,30 . In 2 verzen is iemand anders dan Jezus onderwerp : (1) Mc 7,28 (de Syrofenicische) . (2) Mc 14,61 (de hogepriester) .

5. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

9. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

10. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

Mc 14,31 - Mc 14,31 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:31 o de ekperissôs elalei ean deè me sunapothanein soi ou mè se aparnèsomai ôsautôs | [de] | de | kai pantes elegon 31 at ille amplius loquebatur et si oportuerit me simul conmori tibi non te negabo similiter autem et omnes dicebant     31 Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! En insgelijks zeiden zij ook allen.  [31] Maar hij verklaarde met nog meer nadruk: ‘Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ Dat zeiden ze allemaal.  [31] Maar Petrus hield met grote stelligheid vol: ‘Al zou ik met u moeten sterven, ik zal u nooit verloochenen.’ Alle anderen zeiden iets dergelijks.  31 Maar nadrukkelijk heeft hij uitgesproken: al moet ik tegelijk met u sterven, ik zal u nooit verloochenen! Evenzo hebben ook allen gezegd.  31. Mais lui reprenait de plus belle : « Dussé-je mourir avec toi, non, je ne te renierai pas. » Et tous disaient de même.  

King James Bible . [31] But he spake the more vehemently, If I should die with thee, I will not deny thee in any wise. Likewise also said they all.
Luther-Bibel . 31 Er aber redete noch weiter: Auch wenn ich mit dir sterben müsste, werde ich dich nicht verleugnen! Das Gleiche sagten sie alle.

Tekstuitleg van Mc 14,31 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

17. nom. mann. mv. παντες = pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. mann. mv. pantes 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

  pas (al) Mc  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 16
10 nom. mann. mv. pantes 15 2 : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 1,37 .       (1) Mc 5,20 .   2 : (1) Mc 6,42 . (2) Mc 6,50 . 2  : (1) Mc 7,3 . (2) Mc 7,14 .       (1) Mc 12,44 .     7 : (1) Mc 14,23 . (2) Mc 14,27 . (3) Mc 14,29 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,50 . (6) Mc 14,53 . (7) Mc 14,64 .  

- Hebr. kol . kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) .

329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -

De perikope bestaat uit 11 verzen. In deze perikope komt 20X het nevenschikkend voegwoord kai (en) voor. 2X verbindt kai (en) zinsdelen (Mc 14,33 : lijdend voorwerp); in de andere gevallen leidt kai (en) een nevenschikkende zin in. Dat is 18X het geval. Van de 11 verzen beginnen 9 verzen met kai (en). We staan dus duidelijk voor een kai-(en)tekst.

Mc 14,32 - Mc 14,32 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:32 kai erchontai eis chôrion ou to onoma gethsèmani kai legei tois mathètais autou kathisate ôde eôs proseuxômai   32 et veniunt in praedium cui nomen Gethsemani et ait discipulis suis sedete hic donec orem     32 En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.   [32] Ze kwamen bij een plek die Getsemane* heet, en Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik ga bidden.’  [32] Ze kwamen bij een olijfgaard die Getsemane heette, en hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Blijven jullie hier zitten, terwijl ik ga bidden.’   32 ¶ Ze komen bij een landgoed met de naam Getsemanee, en hij zegt tot zijn leerlingen: blijft hier zitten totdat ik heb gebeden!  32. Ils parviennent à un domaine du nom de Gethsémani, et il dit à ses disciples : « Restez ici tandis que je prierai. »  

King James Bible . [32] And they came to a place which was named Gethsemane: and he saith to his disciples, Sit ye here, while I shall pray.
Luther-Bibel . 32 Und sie kamen zu einem Garten mit Namen Gethsemane. Und er sprach zu seinen Jüngern: Setzt euch hierher, bis ich gebetet habe.

Tekstuitleg van Mc 14,32 . Het vers Mc 14,32 telt 17 woorden en 88 (2³ X 11) letters . De getalwaarde van Mc 14,32 is 10937 (priemgetal) .

  Mc 14,32                
  14:32 kai erchontai eis chôrion ou to onoma gethsèmani kai legei tois mathètais autou kathisate ôde eôs proseuxômai                

Mc 14,32.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,32.2. ind. praes. 3de pers. mv. ερχονται = erchontai (zij gaan) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Bijbel (65) . OT (47) . NT (18) . Mt (2) : (1) Mt 7,15 . (2) Mt 25,11 . Mc (12) : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,35 . (5) Mc 5,38 . (6) Mc 8,22 . (7) Mc 10,46 . (8) Mc 11,15 . (9) Mc 11,27 . (10) Mc 12,18 . (11) Mc 14,32 . (12) Mc 16,2 . Lc (1) Lc 23,29 . Joh (1) : Joh 3,26 . Br. (2) : (1) 1 Kor 15,35 . (2) Heb 8,8 .
- In 4 gevallen van Mc gaan mensen naar Jezus toe : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 12,18 .

erchomai (gaan, komen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. 3de p. mv. erchontai 65 47 18  12      15  16 
ind. pr. 3de p. enk. erchetai 130 42 88 13 16 11 37 1 7 40  77 

- ind. praes. 3de pers. enk. ερχεται = erchetai (hij gaat) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 3,20 . (4) Mc 3,31 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 4,21 . (7) Mc 5,22 . (8) Mc 6,1 . (9) Mc 6,48 . (10) Mc 10,1 . (11) Mc 13,35 . (12) Mc 14,17 . (13) Mc 14,37 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,66 . (16 ) Mc 15,36 . Een vorm van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) in de LXX (1054) , in het NT (631) , Mt (111) , Mc (86) , Lc (100) , Joh (156) , Hnd (54) , in Mc 1 (8) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,9 . (3) Mc 1,14 . (4) Mc 1,24 . (5) Mc 1,29 . (6) Mc 1,39 . (7) Mc 1,40 . (8) Mc 1,45 .
In Mc 1,40 komt een zieke naar Jezus . In Mc 5,22 gaat een synagoge-overste om genezing vragen voor zijn dienaar .

erchomai (gaan, komen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. 3de p. enk. erchetai 130 42 88 13 16 11 37 1 7 40  77 

- Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) .
- Ned. : gaan . D. : gehen . E. : go . Grieks : ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Lat. : ire . vadere (Fr. je vais , il va) . ambulare (Fr. nous allons , vous allez) .

Mc 14,32.1. - 2. και ερχεται = kai erchetai (en hij gaat, en hij komt) . LXX (10) : (1) 1 S 10,10 . (2) 1 S 10,13 . (3) 1 S 19,22 . (4) 1 S 20,1 . (5) 1 S 20,24 . (6) 1 S 21,2 . (7) 1 S 22,1 . (8) 1 K 11,43 . (9) 1 K 19,3 . (10) 1 K 21,43 . NT (11) . Mt (2) : (1) Mt 8,9 . (2) Mt 26,40 . Mc (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 . Lc (2) : (1) Lc 7,8 . (2) Lc 14,27 . Joh (2) : (1) Joh 11,29 . (2) Joh 20,2 . In Mc bij het begin van het vers (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 . In het midden van de zin : Mc 6,1 .
- και ερχονται = kai erchontai (en zij gaan) . LXX (7) : (1) 1 S 7,1 . (2) 1 S 11,4 . (3) 1 S 19,16 . (4) 1 S 26,1 . (5) 1 S 31,7 . (6) 1 K 13,11 . NT (9) = Mc (9) : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 3,20 / Mc 3,19 (variante ερχονται = erchontai = zij gaan) . (4) Mc 5,15 . (5) Mc 5,38 . (6) Mc 8,22 . (7) Mc 10,46 . (8) Mc 11,15 . (8) Mc 11,27 . (9) Mc 12,18 . (10) Mc 14,32 .
- Hebreeuws : prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיָּבּוֹא = wajjâbô´ (en hij ging) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (21) : (1) 1 S 4,13 . (2) 1 K 3,15 . (3) 1 K 7,14 . (4) 1 K 13,11 . (5) 1 K 22,15 . (6) 1 K 22,30 . (7) 1 K 22,37 . (8) 2 K 9,30 . (9) Js 38,1 . (10) Ez 14,1 . (11) Ez 23,44 . (12) Ez 36,20 . (13) Ez 40,6 . (14) Hos 6,3 . (15) Ps 24,7 . (16) Job 1,6 . (17) Job 2,1 . (18) Est 4,2 . (19) Est 4,9 . (20) Est 5,10 . (21) Est 6,6 .
- וַּיָּבִא = wajjâbe´ (en hij ging) < prefix voegwoord consec. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (289) .
- Hebreeuws : prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבֹאוּ = wajjâbo´û (en zij gingen) OF prefix verbindingswoord wë + act. hifil imperf. 3de pers. mann. mv. וַיָּבִאוּ = wajjâbhi´û (en zij lieten komen, zij brachten) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (195) . Pentateuch (47) . Eerdere Profeten (99) Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (33) .

 

indicatief tegenwoordige tijd 3de persoon meervoud erchontai (zij gaan) van het werkwoord erchomai (gaan, komen) . In 12 verzen bij Marcus, zie Mc 11,1 . In 6 verzen : Jezus en zijn leerlingen + voorzetsel eis (naar) + plaatsbepaling : (1) Mc 5,38 (2) Mc 8,22 (3) Mc 10,46 (4) Mc 11,15 (5) Mc 11,27 (6) Mc 14,32 . Zie eveneens Mc 1,21 .

4. chôrion (gebied, plek) , zie Mc 14,32 . In 6 verzen in de bijbel; in 1 vers in het O.T., in 5 verzen in het NT In 1 vers bij Matteüs, in 1 vers bij Marcus en in 4 verzen in Hand.

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

7. onoma (naam). In 676 verzen in de bijbel; in 578 verzen in het O.T., in 98 verzen in het NT

Mc 14,32.9. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,32.10. act. ind. praes. 3de pers. enk. λεγει = legei (hij zegt) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

  legô : act. ind. praes. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 act. ind. pr. 3de pers. enk.  legei 62  12  1027  702  325  54  62  14  112  11  46  26  130  242 

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
3 3 : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 1,41 . (3) Mc 1,44 .   6 : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,8 . (3) Mc 2,10 . (4) Mc 2,14 . (5) Mc 2,17 . (6) Mc 2,25 .   5 : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 3,4 . (3) Mc 3,5 . (4) Mc 3,33 . (5) Mc 3,34 .   2 : (1) Mc 4,13 . (2) Mc 4,35 6 : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .   3 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,38 . (3) Mc 6,50 .   3 : (1) Mc 7,18 . (2) Mc 7,28 . (3) Mc 7,34 .   5 : (1) Mc 8,1 . (2) Mc 8,12 . (3) Mc 8,17 . (4) Mc 8,29 . (5) Mc 8,33 .   3 : (1) Mc 9,5 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 9,35 .   5 : (1) Mc 10,11 . (2) Mc 10,23 . (3) Mc 10,24 . (4) Mc 10,27 . (5) Mc 10,42 4 : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 11,21 . (3) Mc 11,22 . (4) Mc 11,33 .   2 : (1) Mc 12,16 . (2) Mc 12,37 1 : Mc 13,1 .   12 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 . 1 : Mc 15,2 . 1 : Mc 16,6 .  

- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Lat. : dicere . Fr. : dire . Italiaans : dire . Spaans : decir .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aan .

Mc 14,32.9. - 10. και λεγει = kai legei (en hij zegt) . OT (11) . NT (37) . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,14 . (3) Mc 3,3 . (4) Mc 4,13 . (5) Mc 6,50 .  (6) Mc 7,18 . (7) Mc 9,35 .  (8) Mc 10,11 . (9) Mc 11,2 . (10) Mc 12,16 . (11) Mc 14,13 .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Gn 1-11 (49) . Gn 12 (4) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 12,11 . (4) Gn 12,18 . In Gn 12,1 is het de 50ste keer . De stam `-m-r in Tenakh (5422) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 12  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 4  

- Lettinga 12, 2012, 53c2 : Het werkw. begint met een aleph . Het is een gutturaal , maar de zwakste van de gutturalen . Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf. . Dit is het geval voor ons werkw. . In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph . De aleph quiesceert : ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b) . In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o : jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c) . De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b) . In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a : jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012 , 15g) . In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è , vandaar wajjo´mèr . (Zie ook Jouön , 73) .

14. act. imperat. aor. 2de pers. mv. καθισατε = kathisate (zit neer) van het werkw. καθιζω = kathizô (zitten) . Taalgebruik in het NT : kathizô (zitten) . Taalgebruik in de LXX : kathizô (zitten) . Taalgebruik in Mc : kathizô (zitten) . Bijbel (12) : (1) Gn 22,5 . (2) 2 S 10,5 . (3) 1 K 21,9 . (4) 2 K 25,24 . (5) Jr 13,18 . (6) Job 6,29 . (7) Rt 4,2 . (8) 1 Kr 19,5 . (9) Bar 2,21 . (10) Mt 26,36 . (11) Mc 14,32 . (12) Lc 24,49 . Een vorm van καθιζω = kathizô in de LXX (255) , in het NT (45) .

  kathizô (zitten)    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. imperat. aor. 2de pers. mv. kathisate     12             

- Hebreeuws .

14. - 16. Mc 14,32 : καθισατε ὡδε ἑως = kathisate hôde heôs (zit neer hier totdat) . In 2 K 7,3 komt de Griekse constructie ὡδε ἑως = hôde heôs (hier totdat) met een vorm van het werkw. καθιζω = kathizô (zitten) . "Waarom zouden wij zittende zijn hier totdat wij sterven?"
- Gn 22,5 . MT = sjëbhû lâkhèm poh ... `ad koh (zit bij elkaar hier ... tot daar) . LXX : καθισατε αυτου ... ἑως ὡδε (zit hier ... tot daar) .
- Mt 26,36 : καθισατε αυτου ἑως oὗ (zit hier totdat) .
- Matteüs sluit het sterkst aan bij de LXX , Mc bij de MT .

Mc 14,33 - Mc 14,33 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:33 kai paralambanei ton Petron kai ton Iakôbon kai ton |Iôannèn met'autou kai èrxato ekthambeisthai kai adèmonein  33 et adsumit Petrum et Iacobum et Iohannem secum et coepit pavere et taedere    33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;   [33] En Hij nam Petrus*, Jakobus en Johannes met zich mee en begon angstig en onrustig te worden,   [33] Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden  33 Hij neemt Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee,– en begint verbaasd en angstig te worden;  33. Puis il prend avec lui Pierre, Jacques et Jean, et il commença à ressentir effroi et angoisse.  

King James Bible . [33] And he taketh with him Peter and James and John, and began to be sore amazed, and to be very heavy;
Luther-Bibel . 33 Und er nahm mit sich Petrus und Jakobus und Johannes und fing an zu zittern und zu zagen

Tekstuitleg van Mc 14,33 .

Mc 14,33.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.2. act. ind. praes. 3de pers. enk. paralambanei (hij neemt naast zich) van het werkw. paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in het NT : paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in Mc : paralambanô (overnemen) . Lat. accipere ( ad- capere = aan-nemen , aanvaarden ) . Fr. accepter , reçevoir .
Mc (3) : (1) Mc 5,40 . (2) Mc 9,2 . (3) Mc 14,33 .

Mc 14,33.3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,33.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.6. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,33.7. acc. mann. enk. iakôbon (Jakobus) van het zelfst. naamw. iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in het NT : iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in Mc : iakôbos (Jakobus) . Mc (6) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 3,18 . (4) Mc 5,37 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 14,33 . 15 X in Mc . Er zijn twee Jakobussen :
- Jakobus , zoon van Zebedeüs .
- Jakobus , zoon van Alfeüs .

Mc 14,33.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,33.10. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) van de eigennaam Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het NT : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Mc (5) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 5,37 . (4) Mc 9,2 . (5) Mc 14,33 .

Mc 14,33.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,34 - Mc 14,34 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:34 kai legei autois perilupos estin hè psuchè mou eôs thanatou meinate ôde kai grègoreite   34 et ait illis tristis est anima mea usque ad mortem sustinete hic et vigilate    34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.   [34] en zei tegen hen: ‘Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker.’   [34] en zei tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier waken.’  34 hij zegt tot hen: mijn ziel is diepbedroefd, ten dode toe; blijft hier en blijft wakker!  34. Et il leur dit : « Mon âme est triste à en mourir ; demeurez ici et veillez. »  

King James Bible . [34] And saith unto them, My soul is exceeding sorrowful unto death: tarry ye here, and watch.
Luther-Bibel . 34 und sprach zu ihnen: Meine Seele ist betrübt bis an den Tod; bleibt hier und wachet!

Tekstuitleg van Mc 14,34 .

Mc 14,34.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,34.2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

Mc 14,34.10. gen. mann. enk.  thanatou (van de dood) van het zelfst. naamw. thanatos (dood) . Taalgebruik in het NT : thanatos (dood) . Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) . Mc (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 14,34 . (3) Mc 14,64 . Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 10,33 . (4) Mc 13,12 . (5) Mc 14,34 . (6) Mc 14,64 .

Mc 14,34.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,34.14. act. imp. 2de p. mv. grègoreite (waakt) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het NT : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (4) : (1) Mc 13,35 . (2) Mc 13,37 . (3) Mc 14,34 . (4) Mc 14,38 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .

Als Jezus van plan was om een machtsgreep te doen , dan moet hij dat toch met zijn leerlingen besproken hebben . Ze moeten toch met elkaar overlegd hebben wanneer en hoe het zou gebeuren . Ze moeten dan toch op het sein van Jezus gewacht hebben om de aanval uit te voeren of om een aanval af te slaan . Ze moeten toch geweten hebben dat ze tijdens die nacht de bevrijding uit Egypte hadden gevierd .

Mc 14,35 - Mc 14,35 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:35 kai proelthôn mikron epipten epi tès gès kai prosèucheto ina ei dunaton estin parelthè ap autou è ôra 35 et cum processisset paululum procidit super terram et orabat ut si fieri posset transiret ab eo hora     35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.   [35] Hij ging een eindje verder en wierp zich op de grond. Hij bad dat dit uur, als het mogelijk was, aan Hem voorbij zou gaan.  [35] Hij liep nog een stukje verder, liet zich toen op de grond vallen en bad dat dit uur zo mogelijk aan hem voorbij mocht gaan.   35 Een klein stukje verdergegaan is hij ter aarde gevallen en heeft gebeden dat, als het mogelijk was, die ure aan hem voorbij mocht gaan,   35. Étant allé un peu plus loin, il tombait à terre, et il priait pour que, s'il était possible, cette heure passât loin de lui.  

King James Bible . [35] And he went forward a little, and fell on the ground, and prayed that, if it were possible, the hour might pass from him.
Luther-Bibel . 35 Und er ging ein wenig weiter, warf sich auf die Erde und betete, dass, wenn es möglich wäre, die Stunde an ihm vorüberginge,

Tekstuitleg van Mc 14,35 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

18. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het NT : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .

Mc 14,36 - Mc 14,36 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:36 kai elegen abba o patèr panta dunata soi parenegke to potèrion touto ap emou all ou ti egô thelô alla ti su   36 et dixit Abba Pater omnia possibilia tibi sunt transfer calicem hunc a me sed non quod ego volo sed quod tu     36 En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.   [36] ‘Abba, Vader,’ bad Hij, ‘U kunt alles. Neem deze beker van Mij weg. Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt.’  [36] Hij zei: ‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg. Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.’  36 en hij heeft gezegd: Abba, Vader, alles is mogelijk voor u; draag deze drinkbeker van mij weg!– maar niet wat ík wil maar wat gíj!   36. Et il disait : « Abba Père ! tout t'est possible : éloigne de moi cette coupe ; pourtant, pas ce que je veux, mais ce que tu veux ! »  

King James Bible . [36] And he said, Abba, Father, all things are possible unto thee; take away this cup from me: nevertheless not what I will, but what thou wilt.
Luther-Bibel . 36 und sprach: Abba, mein Vater, alles ist dir möglich; nimm diesen Kelch von mir; doch nicht, was ich will, sondern was du willst!

Tekstuitleg van Mc 14,36 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

11. nom. + acc. onz. enk. potèrion (beker) . Taalgebruik in het NT : potèrion (beker) . Taalgebruik in Mc : potèrion (beker) .
(1) Mc 9,41 . (2) Mc 10,38 . (3) Mc 10,39 . (4) Mc 14,23 . (5) Mc 14,36 .

22. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

Mc 14,37 - Mc 14,37 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:37 kai erchetai kai euriskei autous katheudontas kai legei tô petrô simôn katheudeis ouk ischusas mian ôran grègorèsai  37 et venit et invenit eos dormientes et ait Petro Simon dormis non potuisti una hora vigilare    37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?   [37] Hij ging terug en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je? Kon je niet één uur wakker blijven?   [37] Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je? Kon je niet één uur waken?  37 Hij komt en vindt hen slapend, en hij zegt tot Petrus: Simon, je slaapt!– ben je niet sterk genoeg om één uur wakker te blijven?– waakt, en bidt  37. Il vient et les trouve en train de dormir ; et il dit à Pierre : « Simon, tu dors ? Tu n'as pas eu la force de veiller une heure ?  

King James Bible . [37] And he cometh, and findeth them sleeping, and saith unto Peter, Simon, sleepest thou? couldest not thou watch one hour?
Luther-Bibel . 37 Und er kam und fand sie schlafend und sprach zu Petrus: Simon, schläfst du? Vermochtest du nicht, "eine" Stunde zu wachen?

Tekstuitleg van Mc 14,37 .

  Mc 14,37      
  14:37 kai erchetai kai euriskei autous katheudontas kai legei tô petrô simôn katheudeis ouk ischusas mian ôran grègorèsai      

Mc 14,37.1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,37.2. ind. praes. 3de pers. enk. ερχεται = erchetai (hij gaat) van het werkw. ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in de LXX : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 3,20 . (4) Mc 3,31 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 4,21 . (7) Mc 5,22 . (8) Mc 6,1 . (9) Mc 6,48 . (10) Mc 10,1 . (11) Mc 13,35 . (12) Mc 14,17 . (13) Mc 14,37 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,66 . (16 ) Mc 15,36 . Een vorm van ερχομαι = erchomai (gaan, komen) in de LXX (1054) , in het NT (631) , Mt (111) , Mc (86) , Lc (100) , Joh (156) , Hnd (54) , in Mc 1 (8) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,9 . (3) Mc 1,14 . (4) Mc 1,24 . (5) Mc 1,29 . (6) Mc 1,39 . (7) Mc 1,40 . (8) Mc 1,45 .
In Mc 1,40 komt een zieke naar Jezus . In Mc 5,22 gaat een synagoge-overste om genezing vragen voor zijn dienaar .

erchomai (gaan, komen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. 3de p. enk. erchetai 130 42 88 13 16 11 37 1 7 40  77 

- Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) .
Ned. : gaan . D. : gehen . E. : go . Grieks : ερχομαι = erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het NT : erchomai (gaan, komen) . Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Lat. : ire . vadere (Fr. je vais , il va) . ambulare (Fr. nous allons , vous allez) .

Mc 14,37.1. - 2. και ερχεται = kai erchetai (en hij gaat, en hij komt) . NT (11) . Mt (2) : (1) Mt 8,9 . (2) Mt 26,40 . Mc (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 . Lc (2) : (1) Lc 7,8 . (2) Lc 14,27 . Joh (2) : (1) Joh 11,29 . (2) Joh 20,2 .
- Hebreeuws : prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיָּבּוֹא = wajjâbô´ (en hij ging) van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Tenakh (21) : (1) 1 S 4,13 . (2) 1 K 3,15 . (3) 1 K 7,14 . (4) 1 K 13,11 . (5) 1 K 22,15 . (6) 1 K 22,30 . (7) 1 K 22,37 . (8) 2 K 9,30 . (9) Js 38,1 . (10) Ez 14,1 . (11) Ez 23,44 . (12) Ez 36,20 . (13) Ez 40,6 . (14) Hos 6,3 . (15) Ps 24,7 . (16) Job 1,6 . (17) Job 2,1 . (18) Est 4,2 . (19) Est 4,9 . (20) Est 5,10 . (21) Est 6,6 .

Mc 14,37.3. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,37.1. - 3. και ερχεται και = kai erchetai kai (en hij gaat en , en hij komt en ) . Bijbel = NT (3) : (1) Mt 8,9 . (2) Mc 14,37 . (3) Lc 7,8 .

6. act. part. praes. acc. mann. mv. καθευδοντας = katheudontas (slapend) van het werkw. καθευδω = katheudô (slapen) . Taalgebruik in het NT : katheudô (slapen) . Taalgebruik in de LXX : katheudô (slapen) . Taalgebruik in Mc : katheudô . Bijbel (6) : (1) Tob 8,13 . (2) Mt 26,40 . (3) Mt 26,43 . (4) Mc 13,36 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,40 . Een vorm van καθευδω = katheudô (slapen) in de LXX (38) , in het NT (22) , in Mc (8) .

Mc 14,37.7. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

kai (en)   Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen (678) (666) 678 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20  / 8
kai = en (555) (547) 555  40  26  32  33  37  52  26  36  40  37  29  33  26  60  33  15 / 7
verschil (123) (115) 123 5 2 3 8 6 4 11 2 10 15 4 11 11 12 14 5 / 1

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Mc 14,37.8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 14 in 30 verzen , van eipon (ik zei) in 12 verzen .

Mc 14,37.8. - 9. legei tô(i) (hij zegt aan de) . Mc (7) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,10 . (3) Mc 3,3 . (4) Mc 3,5 . (5) Mc 5,36 . (6) Mc 9,5 . (7) Mc 14,37 .

Mc 14,37.7. - 9. kai legei tô(i) (en hij zegt aan de) . Mc (2) : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 14,37 .

Mc 14,37.17. act. inf. aor. grègorèsai (te waken) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het NT : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (1) : Mc 14,37 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .

Mc 14,38 - Mc 14,38 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:38 grègoreite kai proseuchesthe ina mè elthète eis peirasmon to men pneuma prothumon è de sarx asthenès   38 vigilate et orate ut non intretis in temptationem spiritus quidem promptus caro vero infirma    38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.   [38] Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.’  [38] Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’  38 dat ge niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak!  38. Veillez et priez pour ne pas entrer en tentation : l'esprit est ardent, mais la chair est faible. » 

King James Bible . [38] Watch ye and pray, lest ye enter into temptation. The spirit truly is ready, but the flesh is weak.
Luther-Bibel . 38 Wachet und betet, dass ihr nicht in Versuchung fallt! Der Geist ist willig; aber das Fleisch ist schwach.

Tekstuitleg van Mc 14,38 . Waarin kan de beproeving anders bestaan dan in het terugkomen op het genomen besluit .

1. act. imp. 2de p. mv. grègoreite (waakt) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het NT : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (4) : (1) Mc 13,35 . (2) Mc 13,37 . (3) Mc 14,34 . (4) Mc 14,38 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .

2. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

11. nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 .

14. de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,39 - Mc 14,39 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:39 kai palin apelthôn prosèuxato | [ton auton logon eipôn] | ton auton logon eipôn |  et iterum abiens oravit eundem sermonem dicens    39 En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.   [39] Hij ging weer bidden met dezelfde woorden.  [39] Weer ging hij weg om te bidden, met dezelfde woorden als daarvoor.  39 Hij gaat weer weg en bidt; hij zegt in dezelfde bewoordingen.   39. Puis il s'en alla de nouveau et pria, en disant les mêmes paroles.  

King James Bible . [39] And again he went away, and prayed, and spake the same