MARCUSEVANGELIE , VIJFTIENDE HOOFDSTUK ( MC 15 ) -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -
- Mc 15,1 - Mc 15,2-5 - Mc 15,6-14 - Mc 15,15 - Mc 15,16-20 - Mc 15,21 - Mc 15,22-26 - Mc 15,27-32 - Mc 15,33-39 - Mc 15,40-41 - Mc 15,42-47 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Marcusevangelie :   Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16
Tekstuitleg per pericope - Mc 15,1 - Mc 15,2-5 - Mc 15,6-14 - Mc 15,15 - Mc 15,16-20 - Mc 15,21 - Mc 15,22-26 - Mc 15,27-32 - Mc 15,33-39 - Mc 15,40-41 - Mc 15,42-47 -
Tekstuitleg vers per vers - Mc 15,0 - Mc 15,1 - Mc 15,2 - Mc 15,3 - Mc 15,4 - Mc 15,5 - Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 - Mc 15,15 - Mc 15,16 - Mc 15,17 - Mc 15,18 - Mc 15,19 - Mc 15,20 - Mc 15,21 - Mc 15,22 - Mc 15,23 - Mc 15,24 - Mc 15,25 - Mc 15,26 - Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 - Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 - Mc 15,40 - Mc 15,41 - Mc 15,42 - Mc 15,43 - Mc 15,44 - Mc 15,45 - Mc 15,46 - Mc 15,47 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- agorazô (kopen) , zie Mc 15,46 .
- boaô (luid roepen, schreeuwen) , zie Mc 15,34 .
- èdè (reeds) , zie Mc 15,42 .
- eneileô (inwikkelen) , Mc 15,46 .
- entulissô (inwikkelen) , Mc 15,46 .
- kathaireô (afnemen, naar beneden nemen) , zie Mc 15,46 .
- latomeô (uit steen houwen) , zie Mc 15,46 .
- mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) , zie Mc 15,46 .
- petra (rots) , zie Mc 15,46 .
- proskuliô (ernaartoerollen) , zie Mc 15,46 .
- sindôn (linnen doek) , zie Mc 15,46 .

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het zesde hoofdstuk van het Marcusevangelie :
336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 .
338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 .
341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 .
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 .
343. Soldaten bespotten Jezus :Mc 15,16-20 - Mt 27,27-31 .
344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 .
345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 .
346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 .
347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 .
348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc 15,40-41 - Mt 27,55-56 - Lc 23,49 .
349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a .

336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -

Mc 15,1 - Mc 15,1 : 336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 15:1 kai euthus prôi sumboulion poièsantes oi archiereis meta tôn presbuterôn kai grammateôn kai olon to sunedrion dèsantes ton ièsoun apènegkan kai paredôkan pilatô   1 et confestim mane consilium facientes summi sacerdotes cum senioribus et scribis et universo concilio vincientes Iesum duxerunt et tradiderunt Pilato  En terstond, vroeg (in de morgen), nadat de hogepriesters een besluit genomen hadden met de oudsten en de schriftgeleerden en het hele Sanhedrin, bonden ze Jezus (en) brachten hem weg en leverden hem over aan Pilatus. 1 En terstond, des morgens vroeg, hielden de overpriesters te zamen raad, met de ouderlingen en Schriftgeleerden, en den gehelen raad, en Jezus gebonden hebbende, brachten zij Hem heen, en gaven Hem aan Pilatus over.   [1] Toen de hogepriesters met de oudsten, de schriftgeleerden en heel het Sanhedrin meteen ’s morgens vroeg een besluit genomen hadden, boeiden ze Jezus, voerden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus.  [1] ’s Ochtends in alle vroegte kwamen de hogepriesters, de oudsten en de schriftgeleerden en het hele Sanhedrin in vergadering bijeen. Na Jezus geboeid te hebben, brachten ze hem weg en leverden hem over aan Pilatus.  1 ¶ Meteen ‘s morgens vroeg hebben de overpriesters met de oudsten, de schriftgeleerden en heel het sanhedrin een beraad gereed; ze binden Jezus, brengen hem weg en leveren hem uit aan Pilatus.  1. Et aussitôt, le matin, les grands prêtres préparèrent un conseil avec les anciens, les scribes, et tout le Sanhédrin ; puis, après avoir ligoté Jésus, ils l'emmenèrent et le livrèrent à Pilate. 

King James Bible . [1] And straightway in the morning the chief priests held a consultation with the elders and scribes and the whole council, and bound Jesus, and carried him away, and delivered him to Pilate.
Luther-Bibel . 1 Und alsbald am Morgen hielten die Hohenpriester Rat mit den Ältesten und Schriftgelehrten und dem ganzen Hohen Rat, und sie banden Jesus, führten ihn ab und überantworteten ihn Pilatus.

Tekstuitleg van Mc 15,1 .

Mt 27,2 kai dèsantes auton apègagon kai paredôkan pilatô tô ègemoni    
Mc 15,1 dèsantes ton ièsoun   apènegkan kai paredôkan pilatô    
Lc 23,1 kai anastan apan to plèthos autôn ègagon auton epi ton pilaton     
           

6. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

15. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (5) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,15 . (3) Mc 15,38 . (4) Mc 15,43 . (5) Mc 15,45 .

18. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 15 (11) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,9 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,15 . (7) Mc 15,21 . (8) Mc 15,22 . (9) Mc 15,29 . (10) Mc 15,43 . (11) Mc 15,44 .

De leerlingen stellen vragen aan Jezus (als verduidelijking van wat Jezus in het openbaar heeft gezegd)

- Zie commentaar op website http://www.site-berea.com/B/rwp/n02c15.html .
- euthus From: "Temporal Deixis of the Greek Verb in the Gospel of Mark with Reference to Verbal Aspect" Th.D. diss., Central Baptist Seminary, Minneapolis, 1998 . Rodney J. Decker , website : http://faculty.bbc.edu/rdecker/euthus.htm .
Het moet nog wel verder gecontroleerd worden , maar dit zijn enkele intuïties : kai euthus (en terstond) komt bij het begin van een zin voor , dikwijls bij het begin van een pericope en legt een verband met het voorgaande . Vaak maakt kai euthus deel uit van een deelwoordzin.

Mc 14,27 Mc 14,30 Mc 10,29   Mc 14,31 Mc 14,31        
Kai (en) Kai (en) ho de Petros (Petrus echter)   ho de (Peterus echter) hoosautoos de kai pantes (op gelijke wijze ook allen)        
legei (zegt) legei (zegt) efij (zei)   ekperissoos elalei (zei uitdrukkelijker) elegon (zeiden)        
autois (hen) autooi (hem) autooi (hem)              
ho Iijsous (Jezus) ho Iijsous (Jezus)                
  amijn legoo soi (voorwaar ik zeg je)                
hoti (dat) hoti (dat)                
pantes (allen) su (gij)... ei kai pantes (ook als allen) all' ouk egoo (maar ik niet) ean deiji me sunapothanein soi,          
skandalisesthe (geshandalizeerd zukt zijn) me aparnijsiji (zult mij verloochenen) skandalisthijsontai (zullen geschandalizeerd zijn)   ou mij aparnijsomai (ik zal je niet verloochenen)          
Mc 14,26-31 // Mt 26,30-35 // Lc 22,31-34                  

 

Mc 15,46 // Mt 27,60 // Lc 23,53  Mt 27,60 // Mc 15,46 // Lc 23,53  Lc 23,53 //  Mt 27,60 // Mc 15,46 Lc 2,7  Lc 2,12  Lc 2,16 Lc 24,3  Lc 24,5
kai (en) kai (en)  kai (en) kai (en)   heurijsete brefos (gij zult vinden een kind)  kai aneuran... to brefos (en zij vonden... en het kind)  ouch heuron to sooma tou kuriou Iijsou (zij vonden niet het lichaam van de heer Jezus) ti zijteite ton zoonta meta toon nekroon (wat zoekt gij de levende bij de doden) 
agorasas (gekocht hebbende)              
sindona              
katheloon (afgenomen hebbende) laboon (genomen hebbende)   katheloon (afgenomen hebbende)          
auton (hem)  to sooma (het lichaam)             
  ho Ioosijf            
eneilijsen (wikkelde)  enetuliksen (wikkelde in) auto (het) enetuliksen (wikkelde in) auto (het) esparganoosen (wikkelde in doeken)  auton (hem)  esparganoomenon (in doeken gewikkeld)      
tiji sindoni (in het linnen) (en) sindoni katharai (in) (zuiver linnen)  sindoni (in linnen)          
kai (en) kai (en)  kai (en) kai (en)   kai (en)      
katethijken (legde neer) ethijken (legde) ethijken (legde) aneklinen (legde neer)  keimenon (liggend)  keimenon (liggend)    
auton (hem)  auto (het) auton (hem) auton (hem)         
en (in)  en tooi kainooi autou (in zijn nieuw) en (in) en (in)  en (in)  en (in)     
mnijmati (het graf) mnijmeiooi (graf)   mnijmati (het graf) fatniji (een kribbe)  fatniji (een kribbe)  tiji fatniji (de kribbe)     
ho ijn lelatomijmenon ek petras (dat in de rots was uitgehouwen) ho elatijsen en tiji petrai (dat hij uitgehouwen had in de rots)  lakseutooi, hou ouk ijn oudeis oupoo keimenos (uitgehouwen, waar niemand nog nooit had gelegen) dioti ouk iujn autois topos en tooi katalumati (omdat er  niet was voor hen een plaats in de herberg)        ouk estin hoode (hij is niet hier)
 349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 // Mt 27,57-61 // Lc 23,50-56a  349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 // Mt 27,57-61 // Lc 23,50-56a  349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 // Mt 27,57-61 // Lc 23,50-56a  
6. Geboorte van Jezus : Lc 2,1-20
 
6. Geboorte van Jezus : Lc 2,1-20
 
6. Geboorte van Jezus : Lc 2,1-20
 
6. Geboorte van Jezus : Lc 2,1-20
 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 // Lc 23,56b-24,12

eneileô : inwikkelen
latromeô : in steen houwen
spargaô : in windsels leggen

4.

22. act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan (zij leverden over) van het werkw. paradidômi (overleveren)  . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen
Mc (1) : Mc 15,2 . Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen . Judas leverde Jezus over aan de hogepriesters , enz. zij leverden hem over aan Pilatus en hij leverde Jezus over om gekruisigd te worden . De overlevering aan Pilatus in Mc 15,2 werd voorzegd in Mc 10,33 .

- paredôkan (zij leverden over) . Taalgebruik : paradidômi (overleveren) . Actief ind. aor. 3de pers. mv. van het werkw. paradidômi . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . I.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : In 5 van de 6 verzen : (1) Mt 27,2 // Mc 15,1 . (2) Mt 27,18 // Mc 15,10 (paradedôkeisan = zij hem hadden overgeleverd) . (3) Mc 15,1 // Mt 27,2 . (4) Lc 24,20 . (5) Joh 18,35 .

- paredôken (hij leverde over) . Actief ind. aor. 3de pers. enk. . In 4 verzen in de syn. i.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : (1) Mt 27,26 // Mc 15,15 // Lc 23,25 . (2) Mc 3,19 // Mt 10,4 (paradous = 'die overleverde') // Lc 6,16 (prodotès = overleveraar) . (3) Mc 15,15 // Lc 23,25 // Mt 27,26 . (4) Lc 23,25 // Mt 27,26 // Mc 15,15 .

paradidômi (overleveren)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken  82  65  17   
act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan        

sanhedrin sanhedrin sanhedrin  Judas Pilatus Pilatus Pilatus
Mc 15,1 Mt 27,2 Mt 27,18   Mc 3,19 Mc 15,15  Mt 27,26 Lc 23,25  
kai (en) kai (en) hoti (dat) kai Ioudan Iskariôth (Judas Iskariot) kai (en)  ton de Ièsoun Jezus echter)  
paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) tôi hègemoni (de procureur) dia fthonon paredôkan auton (zij hem omwille van nijd overleverden ) hos kai paredôken auton (die hem ook overleverde) paredôken (leverde hij over) ton Ièsoun (Jezus)  paredôken (leverde hij over) ton de Ièsoun (Jezus) paredôken (leverde hij over)
    hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden.   hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. tôi thelèmati autôn (aan hun wil)
336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 - 336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1-  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 97. Roeping van de Twaalf : Mc 3,13-19 - Lc 6,12-16 -  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25

338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 - Mc 15,2 - Mc 15,3 - Mc 15,4 - Mc 15,5 -

Mc 15,2 - Mc 15,2 : 338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 - Mc 15,2 - Mc 15,3 - Mc 15,4 - Mc 15,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:2 kai epèrôtèsen auton o pilatos su ei o basileus tôn ioudaiôn o de apokritheis autô legei su legeis   2 et interrogavit eum Pilatus tu es rex Iudaeorum at ille respondens ait illi tu dicis    2 En Pilatus vraagde Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordende, zeide tot hem: Gij zegt het.   [2] Pilatus stelde Hem de vraag: ‘Bent U de koning* van de Joden?’ Hij gaf hem ten antwoord: ‘U zegt het zelf.’ 
[2] Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Hij antwoordde: ‘U zegt het.’ 
2 Pilatus ondervraagt hem: u, bent u de koning der Joden? Maar hij zegt tot hem ten antwoord: dat zegt ú!  2. Pilate l'interrogea : « Tu es le roi des Juifs ? » Jésus lui répond : « Tu le dis. »  

King James Bible . [2] And Pilate asked him, Art thou the King of the Jews? And he answering said unto him, Thou sayest it.
Luther-Bibel . 2 Und Pilatus fragte ihn: Bist du der König der Juden? Er aber antwortete und sprach zu ihm: Du sagst es.

Tekstuitleg van Mc 15,2 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

2. actief indicatief aorist derde persoon enkelvoud epèrôtèsen (hij ondervroeg) van het werkw. eperôtaô (< epi - erotaô) . : 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger : ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô (epi - erôtaô) . Mc (6) : (1) Mc 9,16 . (2) Mc 9,21 .  (3) Mc 12,28 .  (4) Mc 14,60 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,44 .  

4. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

6. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

6. - 7. su ei (jij bent, gij zijt) . Mc (5 / 9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,61 . (5) Mc 15,2 .
Merk volgende gelijkenissen op :
- Mc 1,11 : su ei ho uios mou = jij bent mijn zoon .
- Mc 3,11 : su ei ho uios tou theou = jij bent de zoon van God .
- Mc 8,29 = Mc 14,61 : su ei ho christos = jij bent de messias
- Mc 15,2 : su ei ho basileus tôn ioudaiôn = jij bent de koning van de joden .

8. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

9. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) . Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .

8. - 11. hè basileia tôn ioudaiôn (de koning van de joden) . Mc (2) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,26 .

12. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

13. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

12. - 13. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

Mc 15,3 - Mc 15,3 : 338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 - Mc 15,2 - Mc 15,3 - Mc 15,4 - Mc 15,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:3 kai katègoroun autou oi archiereis polla 3 et accusabant eum summi sacerdotes in multis    3 En de overpriesters beschuldigden Hem van vele zaken; maar Hij antwoordde niets.  [3] De hogepriesters brachten vele beschuldigingen tegen Hem in.  [3] De hogepriesters brachten allerlei beschuldigingen tegen hem in.  3 De overpriesters hebben hem toen van vele dingen beschuldigd.  3. Et les grands prêtres multipliaient contre lui les accusations.

King James Bible . [3] And the chief priests accused him of many things: but he answered nothing.
Luther-Bibel . 3 Und die Hohenpriester beschuldigten ihn hart.

Tekstuitleg van Mc 15,3 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

4. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

- kai (en). Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus, zie Mc 1,4
- katègoreô (iemand van iets beschuldigen). Bij Marcus, zie Mc 7,1 . Indicatief praesens 3de persoon meervoud (zij beschuldigen) in Mc 15,4 . Indicatief imperfectum 3de persoon meervoud katègoroun (zij klagen aan) slechts in Mc 15,3. Conjunctief aorist katègorèsôsin (zij zouden aanklagen) 3de persoon meervoud : Mc 3,2 en Mt 12,10

- katègoreô (aanklagen, beschuldigen) kata - agora : tegen-pleiten, tegen-spreken.
--- In Mc 15,4 staat indicatief praesens 3de persoon meervoud katègorousin (zij beschuldigen). Deze vorm staat ook in Hnd 24,13 en Hnd 25,11. In Mc 15,4 verwoordt Pilatus (ide posa sou katègorousin - zie van hoevele dingen klagen ze u aan) wat de hogepriesters in Mc 15,3 doen. De formulering in Mc 15,3 vertoont overeenkomsten met Mc 3,2 (de Farizeeën schaduwen Jezus opdat zij hem zouden aanklagen).

Mc 15,4 - Mc 15,4 : 338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 - Mc 15,2 - Mc 15,3 - Mc 15,4 - Mc 15,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:4 o de pilatos palin epèrôta auton | [legôn] | legôn | ouk apokrinè ouden ide posa sou katègorousin   4 Pilatus autem rursum interrogavit eum dicens non respondes quicquam vide in quantis te accusant    4 En Pilatus vraagde Hem wederom, zeggende: Antwoordt Gij niet? Zie, hoe vele zaken zij tegen U getuigen!  [4] Pilatus stelde Hem nogmaals een vraag: ‘Antwoordt U niets? Kijk waar ze U allemaal van beschuldigen.’  [4] Pilatus vroeg hem toen: ‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch waar ze u allemaal van beschuldigen?’  4 Maar Pilatus ondervraagt hem weer en zegt: u antwoordt niets?– zie eens van hoeveel ze u beschuldigen!  4. Et Pilate de l'interroger à nouveau : « Tu ne réponds rien ? Vois tout ce dont ils t'accusent ! » 

King James Bible . [4] And Pilate asked him again, saying, Answerest thou nothing? behold how many things they witness against thee.
Luther-Bibel . 4 Pilatus aber fragte ihn abermals: Antwortest du nichts? Siehe, wie hart sie dich verklagen!

Tekstuitleg van Mc 15,4 .

1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

1. - 2. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

5. act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van het werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger : ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô (epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc 5,9 .  (2) Mc 8,23 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 8,29 .   (5) Mc 9,33 . (6) Mc 10,17.   (7) Mc 13,3 . (8) Mc 14,61 . (9) Mc 15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .

Mc 15,4 :
- katègoreô (iemand van iets beschuldigen) 3X bij Marcus -

Het is de enigste maal in de evangelies dat katègoreô (iemand van iets beschuldigen; iets tegen iemand inbrengen) in de indicatief praesens wordt gebruikt.

Mc 15,5 - Mc 15,5 : 338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 - Mc 15,2 - Mc 15,3 - Mc 15,4 - Mc 15,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:5 o de ièsous ouketi ouden apekrithè ôste thaumazein ton pilaton 5 Iesus autem amplius nihil respondit ita ut miraretur Pilatus    5 En Jezus heeft niet meer geantwoord, zodat Pilatus zich verwonderde.  [5] Jezus antwoordde niets meer, tot verbazing van Pilatus.  [5] Maar Jezus zei helemaal niets meer, tot verwondering van Pilatus.   5 Maar Jezus heeft hem niets meer geantwoord, tot verwondering van Pilatus.  5. Mais Jésus ne répondit plus rien, si bien que Pilate était étonné. 

King James Bible . [5] But Jesus yet answered nothing; so that Pilate marvelled.
Luther-Bibel . 5 Jesus aber antwortete nichts mehr, sodass sich Pilatus verwunderte.

Tekstuitleg van Mc 15,5 . Het vers Mc 15,5 telt 10 (2 X 5) woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Mc 15,5 is 5323 .

Mc 15,5.1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,5.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

Mc 15,5.1. - 2. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

Mc 15,5.3. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (57) . Mc 15 (3) : (1) Mc 15,5 . (2) Mc 15,34 . (3) Mc 15,37 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc in 81 verzen , in Mc 15 (6) : (1) Mc 15,1 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 15,5 (nom. Ièsous) . (3) Mc 15,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 15,34 (nom. Ièsous) . (5) Mc 15,37 (nom. Ièsous) . (6) Mc 15,43 (gen. Ièsou) .

Mc 15,5.1. - 3. ho de Ièsous . Mc (21 / 37) . Mc 15 (2 / 3) : (1) Mc 15,5 . (2) Mc 15,37 . Niet : (1) Mc 15,34 .

Mc 15,5.4. ouketi (niet nog, niet meer) . Taalgebruik in het N.T. : ouketi (niet nog, niet meer) . Taalgebruik in Mc : ouketi (niet nog, niet meer) .
Mc (7) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 7,12 . (3) Mc 9,8 . (4) Mc 10,8 . (5) Mc 12,34 . (6) Mc 14,25 . (7) Mc 15,5 .

Mc 15,5.6. ind. aor. 3de pers. enk. apekrithè (hij antwoordde) van het werkw. apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai (antwoorden) .
Mc (7) : (1) Mc 7,28 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 12,28 . (4) Mc 12,29 . (5) Mc 12,34 . (6) Mc 15,5 . (7) Mc 15,9 . Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Mc in 30 verzen .

9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 15 (11) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,9 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,15 . (7) Mc 15,21 . (8) Mc 15,22 . (9) Mc 15,29 . (10) Mc 15,43 . (11) Mc 15,44 .

341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -

  1. Pilatus 2. Barabbas 3. het volk 4. Pilatus verantwoording 5. de hogepriesters 6. Pilatus 7. de hogepriesters  8. Pilatus 9. de hogepriesters   10. Pilatus
  Mc 15,6 Mc 15,7 Mc 15,8 Mc 15,9 Mc 15,10 Mc 15,11 Mc 15,12 Mc 15,13  Mc 15,14a  Mc 15,14b Mc 15,15
  de (echter) de (echter) kai (en) ho de Pilatos (Pilatus echter)   hoi de archiereis (de hogepriesters echter) ho de Pilatos (Pilatus echter) hoi de (zij echter)  ho de Pilatos (Pilatus echter)  hoi de (zij echter)  
        apekrithè autois (antwoordde aan hen)     palin apokritheis (opnieuw beantwoord)        
        legôn (zeggende)     elegen autois (zei aan hen)    elegen autois (zei aan hen)    

Zie ook :  149. Mc 6,17-29 // Mt 14,3-12 : onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -

Mc 15,6 - Mc 15,6 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:6 kata de eortèn apeluen autois ena desmion on parètounto  6 per diem autem festum dimittere solebat illis unum ex vinctis quemcumque petissent    6 En op het feest liet hij hun een gevangene los, wien zij ook begeerden.  [6] Bij een feest liet hij gewoonlijk één gevangene vrij, degene om wie ze vroegen.  [6] Pilatus had de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten op verzoek van het volk.  6 Bij een feest heeft die hun altijd één gevangene vrijgelaten, en wel wie zij vroegen.  6. A chaque Fête, il leur relâchait un prisonnier, celui qu'ils demandaient. 

King James Bible . [6] Now at that feast he released unto them one prisoner, whomsoever they desired.
Luther-Bibel . 6 Er pflegte ihnen aber zum Fest einen Gefangenen loszugeben, welchen sie erbaten.

Tekstuitleg van Mc 15,6 .

1. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

Mc 15,7 - Mc 15,7 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:7 èn de o legomenos barabbas meta tôn stasiastôn dedemenos oitines en tè stasei fonon pepoièkeisan  7 erat autem qui dicebatur Barabbas qui cum seditiosis erat vinctus qui in seditione fecerant homicidium    7 En er was een, genaamd Bar-abbas, gevangen met andere medeoproermakers, die in het oproer een doodslag gedaan had.  [7] Een zekere Barabbas zat toen gevangen, samen met de oproerlingen die bij het oproer een moord hadden gepleegd.  [7] Op dat moment zat er een zekere Barabbas gevangen, samen met de andere opstandelingen die tijdens het oproer hadden gemoord.  7 En er zat de zo geheten Barabbas vast, samen met de opstandelingen die tijdens de opstand een moord hadden begaan.   7. Or, il y avait en prison le nommé Barabbas, arrêté avec les émeutiers qui avaient commis un meurtre dans la sédition. 

King James Bible . [7] And there was one named Barabbas, which lay bound with them that had made insurrection with him, who had committed murder in the insurrection.
Luther-Bibel . 7 Es war aber einer, genannt Barabbas, gefangen mit den Aufrührern, die beim Aufruhr einen Mord begangen hatten.

Tekstuitleg van Mc 15,7 .

1. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. èn (hij was) van het werkwoord eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .Mc 15 (8) : (1) Mc 15,7 . (2) Mc 15,25 . (3) Mc 15,26 . (4) Mc 15,39 . (5) Mc 15,41 . (6) Mc 15,42 . (7) Mc 15,43 . (8) Mc 15,46 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

3. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,8 - Mc 15,8 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:8 kai anabas o ochlos èrxato aiteisthai kathôs epoiei autois  8 et cum ascendisset turba coepit rogare sicut semper faciebat illis    8 En de schare riep uit, en begon te begeren, dat hij deed, gelijk hij hun altijd gedaan had.  [8] De menigte kwam de trappen op en begon te vragen dat hij voor hen zou doen wat hij altijd deed.  [8] Een grote groep mensen trok naar Pilatus en begon hem te vragen om ook nu te doen wat zijn gewoonte was.   8 De schare komt opzetten en begint van hem te vragen wat hij altijd voor hen heeft gedaan.   8. La foule étant montée se mit à demander la grâce accoutumée. 

King James Bible . [8] And the multitude crying aloud began to desire him to do as he had ever done unto them.
Luther-Bibel . 8 Und das Volk ging hinauf und bat, dass er tue, wie er zu tun pflegte.

Tekstuitleg van Mc 15,8 .

Mc 15,8.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

Mc 15,8.2. act. part. aor. nom. mann. enk. anabas (beklommen) van het werkw. anabainô (beklimmen) . Taalgebruik in het N.T. : anabainô (beklimmen) . Taalgebruik in Mc : anabainô (beklimmen) .
Mc (1) : Mc 15,8 . Verschillende vormen van anabainô (beklimmen) in 9 verzen in Mc .

Mc 15,8.3. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,8.4. zelfst. naamw. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk .
Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 14,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .

6. med. inf. praes. aiteisthai (voor zich te vragen) van het werkw. van het werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô (vragen, bedelen) .
Mc (1) : Mc 15,8 . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc 6,22 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 6,24 .  (4) Mc 6,25 . (5) Mc 10,35 . (6) Mc 10,38 . (7) Mc 11,24 . (8) Mc 15,8 . (9) Mc 15,43 .

8. act. ind. imperf. 3de pers. enk. epoiei (hij deed) van het werkw. poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het N.T. : poieô (doen, maken) . Taalgebruik in Mc : poieô (doen, maken) . Mc (2) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 15,8 . In Mc 3,8 is Jezus onderwerp , in Mc 15,8 Pilatus . In dezelfde contekst vinden we poièsè(i)s hèmin (jij voor ons zoudt doen) in Mc 10,35 en poièsô humin (ik zal voor jullie doen) in Mc 10,36 .

Mc 15,9 - Mc 15,9 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:9 o de pilatos apekrithè autois legôn thelete apolusô umin ton basilea tôn ioudaiôn  9 Pilatus autem respondit eis et dixit vultis dimittam vobis regem Iudaeorum    9 En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate?  [9] Pilatus antwoordde hun: ‘Wilt u dat ik u de koning van de Joden vrijlaat?’   [9] Pilatus vroeg hun: ‘Wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’  8 De schare komt opzetten en begint van hem te vragen wat hij altijd voor hen heeft gedaan. 9 Maar Pilatus antwoordt hun en zegt: wilt ge dan dat ik u de koning der Joden loslaat?  9. Pilate leur répondit : « Voulez-vous que je vous relâche le roi des Juifs ? »  

King James Bible . [9] But Pilate answered them, saying, Will ye that I release unto you the King of the Jews?
Luther-Bibel . 9 Pilatus aber antwortete ihnen: Wollt ihr, dass ich euch den König der Juden losgebe?

Tekstuitleg van Mc 15,9 .

1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

1. - 2. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

4. ind. aor. 3de pers. enk. apekrithè (hij antwoordde) van het werkw. apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai (antwoorden) .
Mc (7) : (1) Mc 7,28 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 12,28 . (4) Mc 12,29 . (5) Mc 12,34 . (6) Mc 15,5 . (7) Mc 15,9 . Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Mc in 30 verzen .

7. act. ind. + imperat. praes. 2de pers. mv. thelete (jullie willen) van het werkw. Taalgebruik in het N.T. : thelô (willen) . Taalgebruik in Mc : thelô (willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (3) : (1) Mc 10,36 . (2) Mc 15,9 . (3) Mc 15,12  . Een vorm van thelô (willen) in 23 verzen in Mc .

Mc 15,10 - Mc 15,10 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:10 eginôsken gar oti dia fthonon paradedôkeisan auton | [oi archiereis] | oi archiereis |  10 sciebat enim quod per invidiam tradidissent eum summi sacerdotes    10 (Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.)   [10] Want hij merkte dat de hogepriesters Hem uit afgunst overgeleverd hadden. [10] Want hij begreep wel dat de hogepriesters hem uit afgunst hadden uitgeleverd.  10 Want het is hem niet ontgaan dat de overpriesters hem uit afgunst hebben overgeleverd.  10. Il se rendait bien compte que c'était par jalousie que les grands prêtres l'avaient livré. 

King James Bible . [10] For he knew that the chief priests had delivered him for envy.
Luther-Bibel . 10 Denn er erkannte, dass ihn die Hohenpriester aus Neid überantwortet hatten.

Tekstuitleg van Mc 15,10 .

3. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 15 (2) : (1) Mc 15,10 . (2) Mc 15,39 .

6. De overlevering van Jezus door Judas aan de hogepriesters en de schriftgeleerden werd aangekondigd in de derde lijdensvoorspelling : Mt 20,18 // Mc 10,33 (en de mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en de schriftgeleerden) . Bij Lucas ontbreekt dit stukje van de derde lijdensaankondiging . Lucas is voorzichtig om het woord paradidômi (overleveren) te gebruiken , zowel bij Judas , als bij de hogepriesters en de schriftgeleerden . Het zou de indruk kunnen geven dat zij macht over Jezus zouden bezitten .

8. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

- paredôkan (zij leverden over) . Taalgebruik : paradidômi (overleveren) . Actief ind. aor. 3de pers. mv. van het werkw. paradidômi . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . I.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : In 5 van de 6 verzen : (1) Mt 27,2 // Mc 15,1 . (2) Mt 27,18 // Mc 15,10 (paradedôkeisan = zij hem hadden overgeleverd) . (3) Mc 15,1 // Mt 27,2 . (4) Lc 24,20 . (5) Joh 18,35 .

- paredôken (hij leverde over) . Actief ind. aor. 3de pers. enk. . In 4 verzen in de syn. i.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus : (1) Mt 27,26 // Mc 15,15 // Lc 23,25 . (2) Mc 3,19 // Mt 10,4 (paradous = 'die overleverde') // Lc 6,16 (prodotès = overleveraar) . (3) Mc 15,15 // Lc 23,25 // Mt 27,26 . (4) Lc 23,25 // Mt 27,26 // Mc 15,15 .

paradidômi (overleveren)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken  82  65  17   
act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan        

sanhedrin sanhedrin sanhedrin  Judas Pilatus Pilatus Pilatus
Mc 15,1 Mt 27,2 Mt 27,18   Mc 3,19 Mc 15,15  Mt 27,26 Lc 23,25  
kai (en) kai (en) hoti (dat) kai Ioudan Iskariôth (Judas Iskariot) kai (en)  ton de Ièsoun Jezus echter)  
paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit aan Pilatus) tôi hègemoni (de procureur) dia fthonon paredôkan auton (zij hem omwille van nijd overleverden ) hos kai paredôken auton (die hem ook overleverde) paredôken (leverde hij over) ton Ièsoun (Jezus)  paredôken (leverde hij over) ton de Ièsoun (Jezus) paredôken (leverde hij over)
    hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden.   hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd worden. tôi thelèmati autôn (aan hun wil)
336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 - 336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1-  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 97. Roeping van de Twaalf : Mc 3,13-19 - Lc 6,12-16 -  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25  342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25

 

Mc 15,11 - Mc 15,11 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:11 oi de archiereis aneseisan ton ochlon ina mallon ton barabban apolusè autois   11 pontifices autem concitaverunt turbam ut magis Barabban dimitteret eis    11 Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten.   [11] Maar de hogepriesters hitsten de menigte op, dat hij liever Barabbas moest vrijlaten.  [11] Maar de hogepriesters hitsten de menigte op om te zeggen dat hij Barabbas moest vrijlaten.  11 Maar de overpriesters stoken de schare op dat hij hun liever Barabbas moet loslaten.  11. Cependant, les grands prêtres excitèrent la foule à demander qu'il leur relâchât plutôt Barabbas.  

King James Bible . [11] But the chief priests moved the people, that he should rather release Barabbas unto them.
Luther-Bibel . 11 Aber die Hohenpriester reizten das Volk auf, dass er ihnen viel lieber den Barabbas losgebe.

Tekstuitleg van Mc 15,11 .

1. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

5. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 15 (11) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,9 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,15 . (7) Mc 15,21 . (8) Mc 15,22 . (9) Mc 15,29 . (10) Mc 15,43 . (11) Mc 15,44 .

8. mallon (meer) . Taalgebruik in het N.T. : mallon (meer) . Taalgebruik in Mc : mallon (meer) .
Mc (5) : (1) Mc 5,26 .   (2) Mc 7,36 .  (3) Mc 9,42 .  (4) Mc 10,48 .  (5) Mc 15,11 .  

9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 15 (11) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,9 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,15 . (7) Mc 15,21 . (8) Mc 15,22 . (9) Mc 15,29 . (10) Mc 15,43 . (11) Mc 15,44 .

11. act. conj. aor. 3de pers. enk. apolusè(i)  van het werkw. apoluô (losmaken) . Taalgebruik in het N.T. : apoluô (losmaken) . Taalgebruik in Mc : apoluô (losmaken) .
Mc (2) : (1) Mc 10,11 . (2) Mc 15,11 .

Mc 15,12 - Mc 15,12 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:12 o de pilatos palin apokritheis elegen autois ti oun | poièsô [on] legete | [thelete] poièsô [on legete*] | ton basilea tôn ioudaiôn  12 Pilatus autem iterum respondens ait illis quid ergo vultis faciam regi Iudaeorum     12 En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik met Hem doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt?  [12] Waarop Pilatus hun weer zei: ‘Wat wilt u dan dat ik doe met Hem die u de koning van de Joden noemt?’  [12] Toen zei Pilatus tegen hen: ‘Wat wilt u dan dat ik doe met die man die u de koning van de Joden noemt?’  12 Maar weer antwoordt Pilatus en heeft hij tot hen gezegd: wat moet ik dan doen met hem die gij de koning der Joden noemt?  12. Pilate, prenant de nouveau la parole, leur disait : « Que ferais-je donc de celui que vous appelez le roi des Juifs ? »  

King James Bible . [12] And Pilate answered and said again unto them, What will ye then that I shall do unto him whom ye call the King of the Jews?
Luther-Bibel . 12 Pilatus aber fing wiederum an und sprach zu ihnen: Was wollt ihr denn, dass ich tue mit dem, den ihr den König der Juden nennt?

Tekstuitleg van Mc 15,12 .

1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

1. - 2. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

10. act. ind. + imperat. praes. 2de pers. mv. thelete (jullie willen) van het werkw. Taalgebruik in het N.T. : thelô (willen) . Taalgebruik in Mc : thelô (willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (3) : (1) Mc 10,36 . (2) Mc 15,9 . (3) Mc 15,12  . Een vorm van thelô (willen) in 23 verzen in Mc .

Mc 15,13 - Mc 15,13 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:13 oi de palin ekraxan staurôson auton  13 at illi iterum clamaverunt crucifige eum    13 En zij riepen wederom: Kruis Hem.   [13] Zij schreeuwden terug: ‘Kruisig Hem!’ [13] En ze begonnen weer te schreeuwen. ‘Kruisig hem!’ riepen ze.  13 Zij schreeuwen terug: kruisig hem!   13. Mais eux crièrent de nouveau : « Crucifie-le ! »  

King James Bible . [13] And they cried out again, Crucify him.
Luther-Bibel . 13 Sie schrien abermals: Kreuzige ihn!

Tekstuitleg van Mc 15,13 .

1. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

4. act. ind. aor. 3de pers. mv. ekraxan  van het werkw. krazô (schreeuwen, roepen)  . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen . Mc (2) : (1) Mc 15,13 . (2) Mc 15,14 .

Mc 15,14 - Mc 15,14 : 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,6 - Mc 15,7 - Mc 15,8 - Mc 15,9 - Mc 15,10 - Mc 15,11 - Mc 15,12 - Mc 15,13 - Mc 15,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:14 o de pilatos elegen autois ti gar epoièsen kakon oi de perissôs ekraxan staurôson auton  14 Pilatus vero dicebat eis quid enim mali fecit at illi magis clamabant crucifige eum     14 Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!   [14] Pilatus zei tegen hen: ‘Wat voor kwaad heeft Hij dan eigenlijk gedaan?’ Maar zij schreeuwden nog harder: ‘Kruisig Hem!’   [14] Pilatus vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden nog harder: ‘Kruisig hem!’  14 Maar Pilatus heeft tot hen gezegd: maar wat voor kwaad heeft hij gedaan? Zij schreeuwen des te heftiger: kruisig hem!   14. Et Pilate de leur dire : « Qu'a-t-il donc fait de mal ? » Mais ils n'en crièrent que plus fort : « Crucifie-le ! » 

King James Bible . [14] Then Pilate said unto them, Why, what evil hath he done? And they cried out the more exceedingly, Crucify him.
Luther-Bibel . 14 Pilatus aber sprach zu ihnen: Was hat er denn Böses getan? Aber sie schrien noch viel mehr: Kreuzige ihn!

Tekstuitleg van Mc 15,14 .

Mc 15,14.1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,14.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

Mc 15,14.1. - 2. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

Mc 15,14.10. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

Mc 15,14.13. act. ind. aor. 3de pers. mv. ekraxan  van het werkw. krazô (schreeuwen, roepen)  . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen . Mc (2) : (1) Mc 15,13 . (2) Mc 15,14 .

342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 - Mc 15,15 -

Mc 15,15 - Mc 15,15 : 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 - Mc 15,15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:15 o de pilatos boulomenos tô ochlô to ikanon poièsai apelusen autois ton barabban kai paredôken ton ièsoun fragellôsas ina staurôthè 15 Pilatus autem volens populo satisfacere dimisit illis Barabban et tradidit Iesum flagellis caesum ut crucifigeretur     15 Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij Hem gegeseld had, om gekruist te worden.  [15] Omdat Pilatus het volk tevreden wilde stellen, liet hij Barabbas vrij, en Jezus liet hij geselen en leverde hij over om gekruisigd te worden.  [15] Omdat Pilatus de menigte tevreden wilde stellen, liet hij Barabbas vrij. Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen.  15 ¶ Pilatus wil voor de schare wel iets geschikts doen en laat aan hen Barabbas los; Jezus laat hij geselen en levert hij over om gekruisigd te worden.  15. Pilate alors, voulant contenter la foule, leur relâcha Barabbas et, après avoir fait flageller Jésus, il le livra pour être crucifié.

King James Bible . [15] And so Pilate, willing to content the people, released Barabbas unto them, and delivered Jesus, when he had scourged him, to be crucified.
Luther-Bibel . 15 Pilatus aber wollte dem Volk zu Willen sein und gab ihnen Barabbas los und ließ Jesus geißeln und überantwortete ihn, dass er gekreuzigt werde.

Tekstuitleg van Mc 15,15 .

De overlevering van Jezus door Judas aan de hogepriesters en de schriftgeleerden werd aangekondigd in de derde lijdensvoorspelling : Mc 10,33 (en de mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en de schriftgeleerden) . Bij Lucas ontbreekt dit stukje van de derde lijdensaankondiging . Lucas is voorzichtig om het woord paradidômi (overleveren) te gebruiken , zowel bij Judas , als bij de hogepriesters en de schriftgeleerden . Het zou de indruk kunnen wekken dat zij macht over Jezus zouden bezitten .

Mc 15,15.1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,15.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

Mc 15,15.1. - 2. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

Mc 15,15.7. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (5) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,15 . (3) Mc 15,38 . (4) Mc 15,43 . (5) Mc 15,45 .

Mc 15,15.15. act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken (hij leverde over) van het werkw. paradidômi (overleveren)  . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen
Mc (2) : (1) Mc 3,19 . (2) Mc 15,15 .   Een vorm van paradidômi (overleveren) in Mc in 23 verzen .

343. Soldaten bespotten Jezus : Mc 15,16-20 - Mc 15,16-20 - Mt 27,27-31 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,16 - Mc 15,17 - Mc 15,18 - Mc 15,19 - Mc 15,20 -

Mc 15,16 - Mc 15,16 : 343. Soldaten bespotten Jezus : Mc 15,16-20 - Mt 27,27-31 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,16 - Mc 15,17 - Mc 15,18 - Mc 15,19 - Mc 15,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:16 oi de stratiôtai apègagon auton esô tès aulès o estin praitôrion kai sugkalousin olèn tèn speiran  16 milites autem duxerunt eum intro in atrium praetorii et convocant totam cohortem     16 En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen;  [16] De soldaten namen Hem mee in het paleis, dat wil zeggen: het pretorium, en ze riepen heel de cohort bij elkaar.   [16] De soldaten leidden hem weg, het paleis (dat wil zeggen het pretorium) in, en riepen de hele cohort bijeen.  16 Maar de soldaten voeren hem af naar binnen de voorhof, dat is het ‘pretorium’, – en roepen de hele afdeling samen.  16. Les soldats l'emmenèrent à l'intérieur du palais, qui est le Prétoire, et ils convoquent toute la cohorte. 

King James Bible . [16] And the soldiers led him away into the hall, called Praetorium; and they call together the whole band.
Luther-Bibel . 16 Die Soldaten aber führten ihn hinein in den Palast, das ist ins Prätorium, und riefen die ganze Abteilung zusammen

Tekstuitleg van Mc 15,16 .

1. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

3. - 4. hoi de (zij echter) . Mc (28) . Mc 15 (4) : (1) Mc 15,11 . (2) Mc 15,13 . (3) Mc 15,15 . (4) Mc 15,16 .

Mc 15,16.4. act. ind. aor. 3de pers. mv. apègagon van het werkw. apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in het N.T. : apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in Mc : apagô (wegleiden, afvoeren) . Mc (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 15,16 . Na zijn arrestatie in de hof van Getsemane wordt Jezus weggeleid naar de hogepriester (Mc 14,53) . Na de vrijlating van Barnabas wordt Jezus weggeleid om gekruisigd te worden . De soldaten leiden Jezus weg en beginnen met de uitvoering van de straf (Mc 15,16) . Tussen beide wegleidingen ligt het gebeuren vanaf zijn arrestatie tot zijn veroordeling .

9. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

10. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,17 - Mc 15,17 : 343. Soldaten bespotten Jezus : Mc 15,16-20 - Mt 27,27-31 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,16 - Mc 15,17 - Mc 15,18 - Mc 15,19 - Mc 15,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:17 kai endiduskousin auton porfuran kai perititheasin autô plexantes akanthinon stefanon  17 et induunt eum purpuram et inponunt ei plectentes spineam coronam    17 En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem die op;  [17] Ze deden Hem een purperen mantel om, vlochten een krans van doorns en zetten Hem die op.   [17] Ze trokken hem een purperen gewaad aan, vlochten een kroon van doorntakken en zetten hem die op.  17 Ze hullen hem in purper, vlechten een doornenkroon en zetten hem die op.   17. Ils le revêtent de pourpre, puis, ayant tressé une couronne d'épines, ils la lui mettent. 

King James Bible . [17] And they clothed him with purple, and platted a crown of thorns, and put it about his head,
Luther-Bibel . 17 und zogen ihm einen Purpurmantel an und flochten eine Dornenkrone und setzten sie ihm auf

Tekstuitleg van Mc 15,17 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

Mc 15,18 - Mc 15,18 : 343. Soldaten bespotten Jezus : Mc 15,16-20 - Mt 27,27-31 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,16 - Mc 15,17 - Mc 15,18 - Mc 15,19 - Mc 15,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:18 kai èrxanto aspazesthai auton chaire basileu tôn ioudaiôn  18 et coeperunt salutare eum have rex Iudaeorum    18 En begonnen Hem te groeten, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!   [18] Ze begonnen Hem de groet te brengen: ‘Gegroet, koning van de Joden!’  [18] Daarna brachten ze hem hulde met de woorden: ‘Gegroet, koning van de Joden!’   18 Dan beginnen ze hem hulde te brengen: wees gegroet, koning der Joden!  18. Et ils se mirent à le saluer : « Salut, roi des Juifs ! »  

King James Bible . [18] And began to salute him, Hail, King of the Jews!
Luther-Bibel . 18 und fingen an, ihn zu grüßen: Gegrüßet seist du, der Juden König!

Tekstuitleg van Mc 15,18 . Het vers Mc 15,18 telt 8 (2 X 2 X 2) woorden en 48 (2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 15,18 is 5814 (2 X 3 X 3 X 17 X 19) .

Mc 15,18.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (555) . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

Mc 15,18.3. inf. praes. aspazesthai ind. van het werkw. aspazomai (verwelkomen, begroeten) . Taalgebruik in het N.T. : aspazomai (verwelkomen, begroeten) . Taalgebruik in Mc : aspazomai (verwelkomen, begroeten) .
Mc (1) Mc 15,18 . Een vorm van aspazomai (verwelkomen, begroeten) in Mc in 2 verzen : (1) Mc 9,15 . (1) Mc 15,18 .

Mc 15,19 - Mc 15,19 : 343. Soldaten bespotten Jezus : Mc 15,16-20 - Mt 27,27-31 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,16 - Mc 15,17 - Mc 15,18 - Mc 15,19 - Mc 15,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:19 kai etupton autou tèn kefalèn kalamô kai eneptuon autô kai tithentes ta gonata prosekunoun autô  19 et percutiebant caput eius harundine et conspuebant eum et ponentes genua adorabant eum     19 En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieën, aanbaden Hem.  [19] Ze sloegen Hem met een rietstok op het hoofd, spuwden Hem in het gezicht, en knielden voor Hem neer om Hem te huldigen.  [19] Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem.  19 Ze hebben hem met een riet op het hoofd geslagen en hebben hem bespuwd; op de knieën vallend hebben ze plechtig voor hem gebogen.   19. Et ils lui frappaient la tête avec un roseau et ils lui crachaient dessus, et ils ployaient le genou devant lui pour lui rendre hommage. 

King James Bible . [19] And they smote him on the head with a reed, and did spit upon him, and bowing their knees worshipped him.
Luther-Bibel . 19 Und sie schlugen ihn mit einem Rohr auf das Haupt und spien ihn an und fielen auf die Knie und huldigten ihm.

Tekstuitleg van Mc 15,19 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

Mc 15,20 - Mc 15,20 : 343. Soldaten bespotten Jezus : Mc 15,16-20 - Mt 27,27-31 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,16 - Mc 15,17 - Mc 15,18 - Mc 15,19 - Mc 15,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:20 kai ote enepaixan autô exedusan auton tèn porfuran kai enedusan auton ta imatia autou kai exagousin auton ina staurôsôsin auton   20 et postquam inluserunt ei exuerunt illum purpuram et induerunt eum vestimentis suis et educunt illum ut crucifigerent eum     20 En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.  [20] Toen ze zo de spot met Hem gedreven hadden, namen ze Hem de purperen mantel af en deden Hem zijn eigen kleren weer aan. Toen brachten ze Hem naar buiten om Hem te kruisigen.  [20] Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem het purperen gewaad uit en deden hem zijn kleren weer aan. Toen brachten ze hem naar buiten om hem te kruisigen.  20 Als ze hem genoeg hebben bespot trekken ze hem het purper uit en trekken ze hem zijn eigen kleren aan. Ze voeren hem de stad uit om hem te kruisigen.  20. Puis, quand ils se furent moqués de lui, ils lui ôtèrent la pourpre et lui remirent ses vêtements. Ils le mènent dehors afin de le crucifier.  

King James Bible . [20] And when they had mocked him, they took off the purple from him, and put his own clothes on him, and led him out to crucify him.
Luther-Bibel . 20 Und als sie ihn verspottet hatten, zogen sie ihm den Purpurmantel aus und zogen ihm seine Kleider an. Und sie führten ihn hinaus, dass sie ihn kreuzigten.

Tekstuitleg van Mc 15,20 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

2. hote (toen) . Taalgebruik in N.T. : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 .   (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .

1. - 2. kai hote (en toen) . Mc (6) : (1) Mc 4,6 . (2) Mc 4,10 . (3) Mc 7,17 . (4) Mc 11,1 . (5) Mc 15,20 . (6) Mc 15,41 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

18. acc. mann. enk. stauron (kruis) van het zelfstand. naamw. stauros (kruis) . Taalgebruik in het N.T. : stauros (kruis) . Taalgebruik in Mc : stauros (kruis) .
Mc (2) : (1) Mc 8,34 . (2) Mc 15,21 .

17. - 19. ton stauron autou (zijn kruis) . Mc (2) : (1) Mc 8,34 . (2) Mc 15,21 .

344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -

Mc 15,21 - Mc 15,21 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:21 kai aggareuousin paragonta tina simôna kurènaion erchomenon ap agrou ton patera alexandrou kai roufou ina arè ton stauron autou   21 et angariaverunt praetereuntem quempiam Simonem Cyreneum venientem de villa patrem Alexandri et Rufi ut tolleret crucem eius    21 En zij dwongen een Simon van Cyrene, die daar voorbijging, komende van den akker, den vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg.  [21] Ze dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene, die van zijn akker kwam, de vader van Alexander en Rufus*, om zijn kruis te dragen.  
[21] Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen. 
21 Een voorbijganger, een zekere Simon van Cyrene, die net van een akker komt, de vader van Alexander en Rufus, dwingen ze om zijn kruis te dragen.   21. Et ils requièrent, pour porter sa croix, Simon de Cyrène, le père d'Alexandre et de Rufus, qui passait par là, revenant des champs.  

King James Bible . [21] And they compel one Simon a Cyrenian, who passed by, coming out of the country, the father of Alexander and Rufus, to bear his cross.
Luther-Bibel . 21 Und zwangen einen, der vorüberging, mit Namen Simon von Kyrene, der vom Feld kam, den Vater des Alexander und des Rufus, dass er ihm das Kreuz trage.

Tekstuitleg van Mc 15,21 . Het vers Mc 15,21 telt 19 woorden en 108 (2² X 3³) letters . De getalwaarde van Mc 15,21 is 11737 (11² X 97) .

Mc 15,21.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (555) . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

Mc 15,21.3. act. part. praes. acc. mann. enk. paragonta van het werkw. paragô (langsdrijven, langsgaan) . Taalgebruik in het N.T. : paragô (langsdrijven, langsgaan) . Taalgebruik in Mc : paragô (langsdrijven, langsgaan) . In het Nederlands kennen we het werkwoord ageren , ac-tie voeren , handelen .
Mc (1) Mc 15,21 . Een vorm van paragô (langsdrijven, langsgaan) in Mc in 3 verzen : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,14 . (3) Mc 15,21 .

Mc 15,21.10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 15 (11) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,9 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,15 . (7) Mc 15,21 . (8) Mc 15,22 . (9) Mc 15,29 . (10) Mc 15,43 . (11) Mc 15,44 .

Mc 15,21.11. acc. mann. enk. patera (vader) van het zelfst. naamw. patèr (vader) . Taalgebruik in het N.T. : patèr (vader) . Taalgebruik in Mc : patèr (vader) .
Mc (8) . (1) Mc 1,20 . (2) Mc 5,40 . (3) Mc 7,10. (4) Mc 9,21 .  (5) Mc 10,7 . (6) Mc 10,19 . (7) Mc 10,29 . (8) Mc 15,21 . Een vorm van patèr (enk. , vader) in Mc in 17 verzen .

Mc 15,21.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,22 - Mc 15,23 - Mc 15,24 - Mc 15,25 - Mc 15,26 -

Mc 15,22 - Mc 15,22 : 345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,22 - Mc 15,23 - Mc 15,24 - Mc 15,25 - Mc 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:22 kai ferousin auton epi ton golgothan topon o estin methermèneuomenon kraniou topos   22 et perducunt illum in Golgotha locum quod est interpretatum Calvariae locus   22 En zij brachten Hem tot de plaats Golgotha, hetwelk is, overgezet zijnde, Hoofdschedelplaats.  [22] Ze brachten Hem naar de plaats Golgota, wat vertaald wordt met Schedelveld*.   [22] Ze brachten hem naar Golgota, wat in onze taal ‘schedelplaats’ betekent.  22 ¶ Ze brengen hem op de plek die Golgota heet; vertaald is dat ‘schedelplaats’.  22. Et ils amènent Jésus au lieu dit Golgotha, ce qui se traduit lieu du Crâne. 

King James Bible . [22] And they bring him unto the place Golgotha, which is, being interpreted, The place of a skull.
Luther-Bibel . 22 Und sie brachten ihn zu der Stätte Golgatha, das heißt übersetzt: Schädelstätte.

Tekstuitleg van Mc 15,22 .

2. act. indic. praes. 3de pers. mv. ferousin (zij voeren) van het werkw. ferô (voeren, dragen) . Taalgebruik in het N.T. : ferô (voeren, dragen) . Taalgebruik in Mc : ferô (voeren, dragen) .
Mc (4) : (1) Mc 7,32 . (2) Mc 8,22 . (3) Mc 11,7 . (4) Mc 15,22 .

8. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,23 - Mc 15,23 : 345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,22 - Mc 15,23 - Mc 15,24 - Mc 15,25 - Mc 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:23 kai edidoun autô esmurnismenon oinon os de ouk elaben   23 et dabant ei bibere murratum vinum et non accepit     23 En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam dien niet.  [23] Ze gaven Hem wijn met mirre, maar Hij nam die niet aan.   [23] Ze wilden hem met mirre vermengde wijn geven, maar hij nam die niet aan.  23 Ze geven hem wijn met mirre, maar hij neemt daar niet van.   23. Et ils lui donnaient du vin parfumé de myrrhe, mais il n'en prit pas.  

King James Bible . [23] And they gave him to drink wine mingled with myrrh: but he received it not.
Luther-Bibel . 23 Und sie gaben ihm Myrrhe in Wein zu trinken; aber er nahm's nicht.

Tekstuitleg van Mc 15,23 .

7. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

Mc 15,24 - Mc 15,24 : 345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,22 - Mc 15,23 - Mc 15,24 - Mc 15,25 - Mc 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:24 kai staurousin auton kai diamerizontai ta imatia autou ballontes klèron ep auta tis ti arè   24 et crucifigentes eum diviserunt vestimenta eius mittentes sortem super eis quis quid tolleret    24 En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, werpende het lot over dezelve, wat een iegelijk wegnemen zou.   [24] Ze kruisigden Hem en ze dobbelden om zijn kleren om te zien wie wat zou krijgen  [24] Ze kruisigden hem en verdeelden zijn kleren onder elkaar; ze dobbelden erom wie wat zou krijgen.  24 Dan kruisigen ze hem, en ‘verdelen zijn kleren, werpen daarover het lot’, wie wát mag wegdragen.   24. Puis ils le crucifient et se partagent ses vêtements en tirant au sort ce qui reviendrait à chacun. 

King James Bible . [24] And when they had crucified him, they parted his garments, casting lots upon them, what every man should take.
Luther-Bibel . 24 Und sie kreuzigten ihn. Und sie teilten seine Kleider und warfen das Los, wer was bekommen solle.

Tekstuitleg van Mc 15,24 .

Mt 27,35   staurôsantes de auton diemerisanto ta imatia autou ballontes klèron    
Mc 15,24   kai staurousin auton   kai diamerizontai ta imatia autou ballontes klèron ep auta tis ti arè ballontes klèron ep auta tis ti arè  
Lc 23,33 - Lc 23,34      Lc 23,34 : diamerizomenoi de ta imatia autou   ebalon | klèron | klèrous |      
Joh 19,24   eipan oun pros allèlous mè schisômen auton alla lachômen peri autou tinos estai ina è grafè plèrôthè | | [è legousa*] |   diemerisanto ta imatia mou eautois kai epi ton imatismon mou ebalon klèron      
Ps 22,19      diemerisanto ta imatia mou eautois kai epi ton imatismon mou ebalon klèron   kai epi ton imatismon mou ebalon klèron     
             

12. voornaamw. nom. + acc. onz. mv. auta (het, die) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (5) : (1) Mc 5,10 . (2) Mc 8,7 . (3) Mc 10,14 . (4) Mc 10,16 . (5) Mc 15,24 .

Mc 15,25 - Mc 15,25 : 345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,22 - Mc 15,23 - Mc 15,24 - Mc 15,25 - Mc 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:25 èn de ôra tritè kai estaurôsan auton 25 erat autem hora tertia et crucifixerunt eum     25 En het was de derde ure, en zij kruisigden Hem.   . [25] Het was het derde uur*, toen ze Hem kruisigden.   [25] Het was in het derde uur na zonsopgang toen ze hem kruisigden.  25 Het is het derde uur van de dag als ze hem kruisigen.  25. C'était la troisième heure quand ils le crucifièrent. 

King James Bible . [25] And it was the third hour, and they crucified him.
Luther-Bibel . 25 Und es war die dritte Stunde, als sie ihn kreuzigten.

Tekstuitleg van Mc 15,25 .

1. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. èn (hij was) van het werkwoord eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .Mc 15 (8) : (1) Mc 15,7 . (2) Mc 15,25 . (3) Mc 15,26 . (4) Mc 15,39 . (5) Mc 15,41 . (6) Mc 15,42 . (7) Mc 15,43 . (8) Mc 15,46 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

3. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .

Mc 15,26 - Mc 15,26 : 345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,22 - Mc 15,23 - Mc 15,24 - Mc 15,25 - Mc 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:26 kai èn è epigrafè tès aitias autou epigegrammenè o basileus tôn ioudaiôn  26 et erat titulus causae eius inscriptus rex Iudaeorum    26 En het opschrift Zijner beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING DER JODEN. schilderij van Derick Baegert: Calvarieberg   [26] Het opschrift met de reden van zijn veroordeling luidde: De koning van de Joden.  [26] Het opschrift met de aanklacht tegen hem luidde: ‘De koning van de Joden’.  26 In het opschrift met zijn strafgrond staat boven hem geschreven: ‘de koning der Joden’.  26. L'inscription qui indiquait le motif de sa condamnation était libellée : « Le roi des Juifs. » 

King James Bible . [26] And the superscription of his accusation was written over, THE KING OF THE JEWS.
Luther-Bibel . 26 Und es stand über ihm geschrieben, welche Schuld man ihm gab, nämlich: Der König der Juden.

Tekstuitleg van Mc 15,26 . Het vers Mc 15,26 telt 12 (3 X 4) woorden , 27 (3 X 3 X 3) lettergrepen en 61 letters . De getalwaarde van Mc 15,26 is 6768 (2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 47) .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

2. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. èn (hij was) van het werkwoord eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . D. sein . E. to be .Mc 15 (8) : (1) Mc 15,7 . (2) Mc 15,25 . (3) Mc 15,26 . (4) Mc 15,39 . (5) Mc 15,41 . (6) Mc 15,42 . (7) Mc 15,43 . (8) Mc 15,46 .

3. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (3) : (1) Mc 15,26 . (2) Mc 15,40 . (3) Mc 15,47 .

9. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

10. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) . Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .

9. - 12. ho basileus tôn ioudaiôn (de koning van de joden) . Mc (2) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,26 .

346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 -

Mc 15,27 - Mc 15,27 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:27 kai sun autô staurousin duo lèstas ena ek dexiôn kai ena ex euônumôn autou  27 et cum eo crucifigunt duos latrones unum a dextris et alium a sinistris eius   27 En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan Zijn rechter-, en een aan Zijn linker zijde.   [27] Samen met Hem kruisigden ze twee bandieten, één rechts en één links van Hem.*   [27] Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links.*   2 27 Samen met hem kruisigen ze twee rovers, één rechts en één links van hem.  27. Et avec lui ils crucifient deux brigands, l'un à sa droite, l'autre à sa gauche  

King James Bible . [27] And with him they crucify two thieves; the one on his right hand, and the other on his left.
Luther-Bibel . 27 Und sie kreuzigten mit ihm zwei Räuber, einen zu seiner Rechten und einen zu seiner Linken.

Tekstuitleg van Mc 15,27 .

9. gen. mv. dexiôn (rechts) van het bijvoegl. naamw. dexios (rechts) . Taalgebruik in het N.T. : dexios (rechts) . Taalgebruik in Mc : dexios (rechts) .
Mc (6) : (1) Mc 10,37 . (2) Mc 10,40 . (3) Mc 12,36 . (4) Mc 14,62 . (5) Mc 15,27 . (6) Mc 16,19 .

13. gen. mann. mv. euônumôn (links) van het bijvoegl. naamw. euônumos (met goede naam, bekend, links) . Taalgebruik in het N.T. : euônumos (met goede naam, bekend, links) . Taalgebruik in Mc : euônumos (met goede naam, bekend, links) .
Mc (2) : (1) Mc 10,40 . (2) Mc 15,27 . De enigste vorm in Mc .

Mc 15,28 - Mc 15,28 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28 et adimpleta est scriptura quae dicit et cum iniquis reputatus est    28 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.  28 Zo wordt het schriftwoord vervuld dat zegt: hij wordt bij de wettelozen gerekend. 

King James Bible . [28] And the scripture was fulfilled, which saith, And he was numbered with the transgressors.
Luther-Bibel . -

Tekstuitleg van Mc 15,28 .

Mc 15,29 - Mc 15,29 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:29 kai oi paraporeuomenoi eblasfèmoun auton kinountes tas kefalas autôn kai legontes oua o kataluôn ton naon kai oikodomôn | [en] | en | trisin èmerais   29 et praetereuntes blasphemabant eum moventes capita sua et dicentes va qui destruit templum et in tribus diebus aedificat     29 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt,   [29] De voorbijgangers lasterden Hem en zeiden hoofdschuddend: ‘Ha, jij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,  [29] De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt,   29 Die aan hem voorbijtrekken hebben hem gehoond; ‘ze schudden hun hoofden’ en zeggen: ach toch, jij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,   29. Les passants l'injuriaient en hochant la tête et disant : « Hé ! toi qui détruis le Sanctuaire et le rebâtis en trois jours,  

King James Bible . [29] And they that passed by railed on him, wagging their heads, and saying, Ah, thou that destroyest the temple, and buildest it in three days,
Luther-Bibel . 29 Und die vorübergingen, lästerten ihn und schüttelten ihre Köpfe und sprachen: Ha, der du den Tempel abbrichst und baust ihn auf in drei Tagen,

Tekstuitleg van Mc 15,29 .

2. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

3. part. praes. nom. mann. mv. paraporeuomenoi (zich op weg begeven langs) van het werkw. paraporeuomai (zich op weg begeven langs) . Taalgebruik in het N.T. : paraporeuomai (zich begeven langs) . Taalgebruik in Mc : paraporeuomai (zich begeven langs) .
Mc (2) : (1) Mc 11,20 . (2) Mc 15,29 . Een vorm van paraporeuomai (zich op weg begeven langs) in 4 verzen in Mc : (1) Mc 2,23 . (2) Mc 9,30 . (3) Mc 11,20 . (4) Mc 15,29 .

13. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mt 27,39 oi de paraporeuomenoi eblasfèmoun auton kinountes tas kefalas autôn       
Mc 15,29 kai oi paraporeuomenoi eblasfèmoun auton kinountes tas kefalas autôn kai legontes oua o kataluôn ton naon kai oikodomôn | [en] | en | trisin èmerais kai legontes oua o kataluôn ton naon kai oikodomôn | [en] | en | trisin èmerais    
           
           
Ps 22,8 pantes oi theôrountes me exemuktèrisan me elalèsan en cheilesin ekinèsan kefalèn  me exemuktèrisan me elalèsan en cheilesin ekinèsan kefalèn       
           

 

Mc 15,30 - Mc 15,30 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:30 sôson seauton katabas apo tou staurou  30 salvum fac temet ipsum descendens de cruce     30 Behoud Uzelven, en kom af van het kruis.   [30] red jezelf en kom van het kruis af.’  [30] red jezelf toch door van het kruis af te komen.’  30 red jezelf en daal af van dat kruis!  30. sauve-toi toi-même en descendant de la croix ! »  

King James Bible .[30] Save thyself, and come down from the cross.
Luther-Bibel . 30 hilf dir nun selber und steig herab vom Kreuz!

Tekstuitleg van Mc 15,30 .

Mc 15,31 - Mc 15,31 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:31 omoiôs kai oi archiereis empaizontes pros allèlous meta tôn grammateôn elegon allous esôsen eauton ou dunatai sôsai  31 similiter et summi sacerdotes ludentes ad alterutrum cum scribis dicebant alios salvos fecit se ipsum non potest salvum facere    31 En insgelijks ook de overpriesters, met de Schriftgeleerden, zeiden tot elkander, al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen.  [31] In dezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden onder elkaar de spot met Hem: ‘Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden.   [31] Ook de hogepriesters en de schriftgeleerden maakten onder elkaar zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet;  31 Net zo ook de overpriesters; zij spotten tegen elkaar en met de schriftgeleerden, en hebben gezegd: anderen heeft hij gered, zichzelf redden kan hij niet!–   31. Pareillement les grands prêtres se gaussaient entre eux avec les scribes et disaient : « Il en a sauvé d'autres et il ne peut se sauver lui-même !  

King James Bible . [31] Likewise also the chief priests mocking said among themselves with the scribes, He saved others; himself he cannot save.
Luther-Bibel . 31 Desgleichen verspotteten ihn auch die Hohenpriester untereinander samt den Schriftgelehrten und sprachen: Er hat andern geholfen und kann sich selber nicht helfen.

Tekstuitleg van Mc 15,31 .

3. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

16. act. inf. aor. sôsai (redden) van het werkw. sôzô (redden) . Taalgebruik in het N.T. : sôzô (redden) . Taalgebruik in Mc : sôzô (redden) . Hebr. jâsj`â (redden) . Mc (3) : (1) Mc 3,4 . (2) Mc 8,35 . (3) Mc 15,31 .

Mc 15,32 - Mc 15,32 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,27 - Mc 15,28 - Mc 15,29 - Mc 15,30 - Mc 15,31 - Mc 15,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:32 o christos o basileus israèl katabatô nun apo tou staurou ina idômen kai pisteusômen kai oi sunestaurômenoi sun autô ôneidizon auton   32 Christus rex Israhel descendat nunc de cruce ut videamus et credamus et qui cum eo crucifixi erant conviciabantur ei     32 De Christus, de Koning Israëls, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.  [32] De Messias, de koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven.’ Ook degenen die samen met Hem gekruisigd waren, maakten beledigende opmerkingen tegen Hem.  [32] laat die messias, die koning van Israël, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven!’ Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem.  32 hé, Gezalfde, koning van Israël, daal nu af van het kruis, dan kunnen wij zien en geloven! Ook die samen met hem gekruisigd werden hebben hem beschimpt.   32. Que le Christ, le Roi d'Israël, descende maintenant de la croix, pour que nous voyions et que nous croyions ! » Même ceux qui étaient crucifiés avec lui l'outrageaient. 

King James Bible . [32] Let Christ the King of Israel descend now from the cross, that we may see and believe. And they that were crucified with him reviled him.
Luther-Bibel . 32 Ist er der Christus, der König von Israel, so steige er nun vom Kreuz, damit wir sehen und glauben. Und die mit ihm gekreuzigt waren, schmähten ihn auch.

Tekstuitleg van Mc 15,32 .

1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

3. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

4. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) . Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .

16. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .Mc 15 (10) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,3 . (3) Mc 15,10 . (4) Mc 15,11 . (5) Mc 15,13 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,16 . (8) Mc 15,29 . (9) Mc 15,31 . (10) Mc 15,32 .

347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 -

Mc 15,33 - Mc 15,33 : 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:33 kai genomenès ôras ektès skotos egeneto ef olèn tèn gèn eôs ôras enatès  33 et facta hora sexta tenebrae factae sunt per totam terram usque in horam nonam  En toen het zesde uur gekomen was, ontstond er duisternis over het hele land tot het negende uur.  33 En als de zesde ure gekomen was, werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.   [33] Toen het zesde uur* aangebroken was, viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur.  
[33] Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield.  
33 ¶ Als het zesde uur van de dag komt, komt er duisternis over heel het land tot aan het negende uur van de dag.  33. Quand il fut la sixième heure, l'obscurité se fit sur la terre entière jusqu'à la neuvième heure.  

King James Bible . [33] And when the sixth hour was come, there was darkness over the whole land until the ninth hour.
Luther-Bibel . 33 Und zur sechsten Stunde kam eine Finsternis über das ganze Land bis zur neunten Stunde.

Tekstuitleg van Mc 15,33 .

2. participium aorist gen. vr. enk. genomenès (geworden) van het werkw. ginomai (gebeuren, worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Losse genitief . participium aorist gen. vr. enk.
Mc (9) : 5 : opsias... genomenès (nadat het avond was geworden) (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 14,17 . (5) Mc 15,42 . + 4 : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 6,21 . (3) Mc 6,35 . (4) Mc 15,33 .

3. gen. vr. enk. hôras (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .  
nom. + dat. vr. enk. hôra(i) . Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .

Mc 15,34 - Mc 15,34 : 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:34 kai tè enatè hôra eboèsen o Ièsous fônèi megalèi elôi elôi lama sabachthani ho estin methermèneuomenon ho theos mou eis ti egkatelipes me  34 et hora nona exclamavit Iesus voce magna dicens Heloi Heloi lama sabacthani quod est interpretatum Deus meus Deus meus ut quid dereliquisti me  En op het negende uur riep Jezus met luide stem: “Eloi, Eloi, lema sabachtani ?“, dat is vertaald: “Mijn God, mijn God, waartoe hebt u mij verlaten ?”  34 En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?  [34] Op het negende uur riep Jezus met luide stem: ‘Eloi, Eloi, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?  [34] Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem: ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani?’, wat in onze taal betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’  34 In het negende uur van de dag schreeuwt Jezus met grote stem: Eloï, Eloï, lama sabachthani? Vertaald is dat: mijn God, mijn God, waartoe hebt ge mij verlaten?  34. Et à la neuvième heure Jésus clama en un grand cri : « Élôï, Élôï, lema sabachthani », ce qui se traduit : « Mon Dieu, mon Dieu, pourquoi m'as-tu abandonné ? »

King James Bible . [34] And at the ninth hour Jesus cried with a loud voice, saying, Eloi, Eloi, lama sabachthani? which is, being interpreted, My God, my God, why hast thou forsaken me?
Luther-Bibel . 34 Und zu der neunten Stunde rief Jesus laut: Eli, Eli, lama asabtani? Das heißt übersetzt: Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?

Tekstuitleg van Mc 15,34 . Het vers Mc 15,34 telt 28 (2 X 2 X 7) woorden en 128 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2) letters . De getalwaarde van Mc 15,34 is 12818 (2 X 13 X 17 X 29) . Het gebed van Jezus op het kruis .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc 15 . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .

4. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .  

5. eboèsen (hij schreeuwde luid) . Actief aorist derde persoon mannelijk enkelvoud . In tweeënveertig verzen in de bijbel . In achtendertig verzen in het O.T. . In drie verzen in het N.T. : (1) Mc 15,34 . (2) Lc 9,38 . (3) Lc 18,38 .
- boaô (luid roepen, schreeuwen) . Taalgebruik : boaô (luid roepen, schreeuwen) , zie Mc 15,34 . fôneô (roepen, schreeuwen) , zie Mc 1,26 . anakrazô (uitschreeuwen) , zie Mc 1,23 .
- eboèsa (ik riep luid) . In vijf verzen in de bijbel : (1) Gn 39,14 . (2) Gn 39,15 . (3) Gn 39,18 . (4) Re 12,2 . (5) Jon 2,3 .
--- aneboèsen . In veertien verzen in de bijbel . In dertien verzen in het O.T. . In één vers in het N.T. : Mt 27,46 .

6. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

7. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (57) . Mc 15 (3) : (1) Mc 15,5 . (2) Mc 15,34 . (3) Mc 15,37 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc in 81 verzen , in Mc 15 (6) : (1) Mc 15,1 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 15,5 (nom. Ièsous) . (3) Mc 15,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 15,34 (nom. Ièsous) . (5) Mc 15,37 (nom. Ièsous) . (6) Mc 15,43 (gen. Ièsou) .

8. fônè (stem, roep) . Taalgebruik in het N.T. : fônè (stem, roep) . Taalgebruik in Mc : fônè (stem, roep) . Hebr. p´ (mond) . Verwant met Gr. fô-nè (Lat vo-x = stem , vo-care = roepen) , fè-mi = spreken . Lat for - fari . Verwant met de indogerm. stam bha . Cfr. tele-foon .
Ook verwantschap tussen Hebr. pânîm (aangezicht) en fainô = schijnen . Lat. facies . E. face . Ned. aangezicht , aanschijn .
- zelfstandig naamwoord vrouwelijk nominatief of datief enkelvoud fônè of fônèi = stem, roep . Mc (6) : (1) Mc 1,3 (nom.) . (2) Mc 1,11 (nom.) . (3) Mc 1,26 (dat.) . (4) Mc 5,7 (dat.) . (5) Mc 9,7 (nom.) . (6) Mc 15,34 (dat.) .

14. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

17. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

20. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,35 - Mc 15,35 : 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:35 kai tines tôn parestèkotôn akousantes elegon ide èlian fônei 35 et quidam de circumstantibus audientes dicebant ecce Heliam vocat   35 En enkelen van die erbij stonden hoorden het (en) zeiden: “Zie, hij roept Elia ”  35 En sommigen van die daarbij stonden, dit horende, zeiden: Ziet, Hij roept Elias.   [35] Sommige omstanders die het gehoord hadden, zeiden: ‘Hoor, Hij roept Elia!’   [35] Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hoor, hij roept Elia!’   35 Sommigen van wie daar stonden hebben, toen ze dat hoorden, gezegd: zie, hij roept Elia!   35. Certains des assistants disaient en l'entendant : « Voilà qu'il appelle Élie ! »  

King James Bible . [35] And some of them that stood by, when they heard it, said, Behold, he calleth Elias.
Luther-Bibel . 35 Und einige, die dabeistanden, als sie das hörten, sprachen sie: Siehe, er ruft den Elia.

Tekstuitleg van Mc 15,35 .

5. act. part. aor. nom. mv. akousantes  van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (7) : (1) Mc 3,21 . (2) Mc 4,18 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 10,41 . (5) Mc 14,11 . (6) Mc 15,35 . (7) Mc 16,11 .

8. acc. mann. enk. èlian van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (3) : (1) Mc 8,28 . (2) Mc 9,11 .  (3) Mc 15,35 .

Mc 15,36 - Mc 15,36 : 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:36 dramôn de tis | | [kai] | gemisas spoggon oxous peritheis kalamô epotizen auton legôn afete idômen ei erchetai èlias kathelein auton   36 currens autem unus et implens spongiam aceto circumponensque calamo potum dabat ei dicens sinite videamus si veniat Helias ad deponendum eum  36 Iemand liep nu en vulde een spons met azijn, deed ze om een rietstengel (en) gaf hem te drinken zeggend: “Laten we zien of Elia komt om hem af te nemen!”   36 En er liep een, en vulde een spons met edik, en stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken, zeggende: Houdt stil, laat ons zien, of Elias komt, om Hem af te nemen.   [36] Een van hen rende weg, doopte een spons in wijn, stak die op een rietstok en wilde Hem te drinken geven. ‘Laten we eens kijken of Elia Hem eraf komt halen’, zei hij.  [36] Iemand ging snel een spons halen, doordrenkte die met zure wijn, stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken, terwijl hij zei: ‘Laten we eens kijken of Elia komt om hem eraf te halen.’  36 Maar zomaar iemand die daar liep vulde een spons met azijn, stak die op een riet en heeft hem te drinken gegeven, zeggend: laat hem met rust, we zien wel of Elia komt om hem er vanaf te halen!  36. Quelqu'un courut tremper une éponge dans du vinaigre et, l'ayant mise au bout d'un roseau, il lui donnait à boire en disant : « Laissez ! que nous voyions si Élie va venir le descendre ! » 

King James Bible . [36] And one ran and filled a spunge full of vinegar, and put it on a reed, and gave him to drink, saying, Let alone; let us see whether Elias will come to take him down.
Luther-Bibel . 36 Da lief einer und füllte einen Schwamm mit Essig, steckte ihn auf ein Rohr, gab ihm zu trinken und sprach: Halt, lasst sehen, ob Elia komme und ihn herabnehme!

Tekstuitleg van Mc 15,36 . Taalgebruik naar : Ps 69,22 : kai eis tèn dipsan epotisan me oxos (en voor mijn dorst gaven ze me azijn te drinken) .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

10. act. ind. imperf. 3de pers. enk. epotizen  van het werkw. potizô (drenken, laten drinken) . Taalgebruik in het N.T. : potizô (drenken, laten drinken) . Taalgebruik in Mc : potizô (drenken, laten drinken) . Mc (1) : Mc 15,36 . Een andere vorm van potizô (drenken, laten drinken) in Mc : Mc 9,41 .

17. nom. mann. enk. èlias van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (5) : (1) Mc 6,15 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,13 . (5) Mc 15,36 .  

Mc 15,37 - Mc 15,37 : 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:37 o de ièsous afeis fônèn megalèn exepneusen   37 Iesus autem emissa voce magna exspiravit  37 Jezus echter gaf een luide kreet (en) blies de laatste adem uit.   37 En Jezus, een grote stem van Zich gegeven hebbende, gaf den geest.   [37] Maar Jezus had, na het slaken van een luide kreet, de geest gegeven.  [37] Maar Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit.  37 Maar dan laat Jezus een groot stemgeluid horen en blaast de adem uit.   37. Or Jésus, jetant un grand cri, expira.  

King James Bible . [37] And Jesus cried with a loud voice, and gave up the ghost.
Luther-Bibel . 37 Aber Jesus schrie laut und verschied.

Tekstuitleg van Mc 15,37 .

Mc 15,34 kai tèi enatèi hôrai eboèsen ho Ièsous fônèi megalèi      
Mc 15,37   ho de Ièsous afeis fônèn megalèn     exepneusen

Mc 15,37.1. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,37.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

1. - 2. ho de (hij echter) in Mc 15 (9 / 21 en 9 / 20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,9 . (5) Mc 15,12 . (6) Mc 15,14 . (7) Mc 15,15 . (8) Mc 15,37 . (9) Mc 15,44 .

Mc 15,37.3. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (57) . Mc 15 (3) : (1) Mc 15,5 . (2) Mc 15,34 . (3) Mc 15,37 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc in 81 verzen , in Mc 15 (6) : (1) Mc 15,1 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 15,5 (nom. Ièsous) . (3) Mc 15,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 15,34 (nom. Ièsous) . (5) Mc 15,37 (nom. Ièsous) . (6) Mc 15,43 (gen. Ièsou) .

Mc 15,37.1. - 3. ho de Ièsous . Mc (21 / 37) . Mc 15 (2 / 3) : (1) Mc 15,5 . (2) Mc 15,37 . Niet : (1) Mc 15,34 .

7. act. ind. aor. 3de pers. enk. exepneusen (hij ademde uit, hij stierf) van het werkw. ekpneô (uitademen, sterven) . Taalgebruik in het N.T. : ekpleô (uitademen, sterven) . Taalgebruik in Mc : ekpleô (uitademen, sterven) . Mc (2) : (1) Mc 15,37 . (2) Mc 15,39 . (3) Lc 23,46 .
In deze aor.vorm is pneuma (geest) te horen . Het herinnert aan de nederdaling van de geest over Jezus in Mc 1,10 . In Mc 1,10 ontvangt Jezus de geest , in Mc 15,37 blaast hij de geest uit .
In Mc 1,10 scheuren eerst de hemelen open en daalt dan de geest over Jezus neer . In Mc 15,37 - Mc 15,38 blaast Jezus eerst de geest uit en scheurt dan het voorhangsel van de tempel . In Mc 1,10 ziet Jezus beide elementen . In Mc 15,39 bevat het zien van de centurio wellicht de beide elementen .

Mc 15,38 - Mc 15,38 : 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:38 kai to katapetasma tou naou eschisthè eis duo ap anôthen eôs katô   38 et velum templi scissum est in duo a sursum usque deorsum En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot beneden.   38 En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën, van boven tot beneden.  [38] Het voorhangsel in de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën  [38] En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën.  38 Het voorhangsel van de tempel scheurt in tweeën, van boven tot beneden.  38. Et le voile du Sanctuaire se déchira en deux, du haut en bas.  

King James Bible . [38] And the veil of the temple was rent in twain from the top to the bottom.
Luther-Bibel . 38 Und der Vorhang im Tempel zerriss in zwei Stücke von oben an bis unten aus.

Tekstuitleg van Mc 15,38 . Het vers Mc 15,38 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden , 52 (2 X 2 X 13) letters . De getalwaarde van Mc 15,38 is 7554 (2 X 3 X 1259) . Het scheuren van het voorhangsel van de tempel .

Mc 15,38.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Van de 47 verzen niet in 14 verzen : (1) Mc 15,4 . (2) Mc 15,5 . (3) Mc 15,6 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,9 . (6) Mc 15,10 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,28 . (12) Mc 15,30 . (13) Mc 15,37 . (14) Mc 15,39 .
Het vorige vers Mc 15,37 wordt met dit vers Mc 15,38 verbonden met het voegwoord kai (en) . Na het sterven van Jezus volgt het scheuren van het voorhangsel . Het lijkt op wat we ons voorstellen : na het sterven komen we aan de hemelpoort . Zo zouden we kunnen zeggen dat Jezus bij het voorhangsel kwam , dat zich dan openscheurde zodat Jezus kon binnengaan .
Hier wordt niet het partikel de (echter) gebruikt om een lichte tegenstelling aan te duiden .
Evenals in Mc 15,37 staat in Mc 15,38 het onderwerp vooraan de zin .

Mc 15,38.2. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr

. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (5) : (1) Mc 15,1 . (2) Mc 15,15 . (3) Mc 15,38 . (4) Mc 15,43 . (5) Mc 15,45 .

Mc 15,38.3. nom. onz. enk. katapetasma (voorhangsel) . Letterlijk : neerhangsel . Taalgebruik in het N.T. : katapetasma (voorhangsel) . Taalgebruik in Mc : katapetasma (voorhangsel) . Mc (1) : Mc 15,38 .

Mc 15,38.4. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (7) : (1) Mc 15,30 . (2) Mc 15,32 . (3) Mc 15,38 . (4) Mc 15,40 . (5) Mc 15,43 . (6) Mc 15,45 . (7) Mc 15,46 .

Mc 15,38.5. gen. mann. enk. naou (van de tempel) van het zelfst. naamw. naos (tempel) . Taalgebruik in het N.T. : naos (tempel) . Taalgebruik in Mc : naos (tempel) . Mc (1) : Mc 15,38 . Acc. ank. in 2 verzen in Mc : (1) Mc 14,58 .  (2) Mc 15,29 .  

Mc 15,38.6. pass. ind. aor. 3de pers. enk. eschisthè (het werd gescheurd) van het werkw. schizô (scheuren) . Taalgebruik in het N.T. : schizô (scheuren) . Taalgebruik in Mc : schizô (scheuren) . Mc (1) : Mc 15,38 . Een vorm van het werkw. schizô (scheuren) in Mc slechts in 2 verzen : (1) Mc 1,10 (schizomenous = scheurende) . Het begin van het openbaar leven van Jezus begon met het zien van het openscheuren van de hemelen (Mc 1,10) , het leven van Jezus eindigt met het scheuren van het voorhangsel van de tempel .
Het initiatieverhaal van Jezus (Mc 1,9-11) bevat de elementen : opstijgen uit het water , het openscheuren van de hemelen , het neerdalen van de geest als een duif , een stem uit de de hemelen met de woorden : jij bent mijn zoon de beminde , in wie ik welbehagen heb . Het openscheuren van de hemelen betekent het opengaan van de hemel naar de aarde .
Achter het voorhangsel was het heilige der heiligen . Daarin mocht de hogepriester slechts eenmaal per jaar gaan . Het heilige der heiligen was dus afgesloten . Het openscheuren betekende dus een openen , toegang krijgen tot . Bij zijn dood mocht Jezus binnengaan bij God , gesymboliseerd door het heilige der heilgen . Deze idee wordt versterkt door wat we lezen bij het eerste optreden van Jezus in de synagoge van Kafarnaüm : de heilige van de God (itel van de hogepriester)

Mc 15,38.7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc 15 (3) : (1) Mc 15,34 . (2) Mc 15,38 . (3) Mc 15,41 .

Mc 15,38.9. ap' (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) . Voorzetsel . Mc 15 (2) : (1) Mc 15,21 . (2) Mc 15,38 .

Mc 15,38.10. anôthen (van boven) . Taalgebruik in het N.T. : anôthen (van boven) . Taalgebruik in Mc : anôthen (van boven) . Mc (1) : Mc 15,38 .

Mc 15,38.11. heôs (tot, totdat) . Taalgebruik in het N.T. : heôs (tot , totdat) . Taalgebruik in Mc : heôs (tot , totdat) . Mc (14) . Mc 15 (2) : (1) Mc 15,33 . (2) Mc 15,38

Mc 15,38.12. katô (naar beneden) .

Mc 15,39 - Mc 15,39 : 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,33 - Mc 15,34 - Mc 15,35 - Mc 15,36 - Mc 15,37 - Mc 15,38 - Mc 15,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:39 idôn de o kenturiôn o parestèkôs ex enantias autou oti outôs exepneusen* eipen alèthôs outos o anthrôpos uios theou èn     39 Toen nu de honderdman*, die tegenover hem erbij stond,  zag dat hij zo dc laatste adem uitgeblazen had, zei hij: “Waarlijk, deze mens was zoon van God!” 39 En de hoofdman over honderd, die daarbij tegenover Hem stond, ziende, dat Hij alzo roepende den geest gegeven had, zeide: Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!  [39] Toen de centurio* die tegenover Hem stond, zag dat Hij op deze manier de geest gaf, zei hij: ‘Inderdaad, die man was de Zoon* van God.’  [39] Toen de centurio, die recht tegenover hem stond, hem zo zijn laatste adem zag uitblazen, zei hij: ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.’  39 En als de honderdman die tegenover hem bij hem staat ziet dat hij zó de adem uitblaast, zegt hij: waarlijk, deze mens is een godenzoon geweest!   39. Voyant qu'il avait ainsi expiré, le centurion, qui se tenait en face de lui, s'écria : « Vraiment cet homme était fils de Dieu ! »  

King James Bible . [39] And when the centurion, which stood over against him, saw that he so cried out, and gave up the ghost, he said, Truly this man was the Son of God.
Luther-Bibel . 39 Der Hauptmann aber, der dabeistand, ihm gegenüber, und sah, dass er so verschied, sprach: Wahrlich, dieser Mensch ist Gottes Sohn gewesen!

Tekstuitleg van Mc 15,39 . Dit vers Mc 15,39 telt 21 (3 X 7) woorden , 44 (2 X 2 X 11) lettergrepen en 100 (2 X 2 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 15,39 is 14347 (priemgetal) . De geloofsbelijdenis van de centurio .

Mc 15,39.1. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .
Op het deelwoord volgt nog een objectzin : dat hij zo de geest uitblies . Dit zou de indruk kunnen geven dat het scheuren van het voorhangsel van de tempel van Mc 15,38 er niet bijhoort . Nochtans volgt idôn onmiddellijk op dit vers . Bij het zien hoort het uitblazen van de geest en het scheuren van het voorhangsel van de tempel . De centurio heeft een visioen dat gelijkt op dat van Jezus in Mc 1,9-11 . De centurio heeft een 'geloofsvisioen' .

Mc 15,39.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

Mc 15,39.3. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,39.4. nom. mann. enk. kenturiôn (centurio, honderdman) . In het N.T. slechts in Mc . Mc (3) : (1) Mc 15,39 : nom. mann. enk. kenturiôn . (2) Mc 15,44 : acc. mann. enk. kenturiôna . (3) Mc 15,45 : gen. mann. enk. kenturiônos .

Mc 15,39.5. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,39.10. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 15 (2) : (1) Mc 15,10 . (2) Mc 15,39 .

11. houtôs (zo, op deze wijze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Taalgebruik in Mc : houtos (zo) .
Mc (10) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 2,8 . (3) Mc 2,12 .  (4) Mc 4,26 .  (5) Mc 7,18 .  (6) Mc 9,3 .  (7) Mc 10,43 .  (8) Mc 13,29 .  (9) Mc 14,59 .  (10) Mc 15,39 .

Mc 15,39.12. act. ind. aor. 3de pers. enk. exepneusen (hij ademde uit, hij stierf) van het werkw. ekpneô (uitademen, sterven) . Taalgebruik in het N.T. : ekpleô (uitademen, sterven) . Taalgebruik in Mc : ekpleô (uitademen, sterven) . Mc (2) : (1) Mc 15,37 . (2) Mc 15,39 .

Mc 15,39.13. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (56) . Mc 15 (1) : Mc 15,39 .

Mc 15,39.14. alèthôs (waarlijk) . Taalgebruik in het N.T. : alèthôs (waarlijk) . Taalgebruik in Mc : alèthôs (waarlijk) . Mc (2) : (1) Mc 14,70 . (2) Mc 15,39 . We zeggen : 't echt waar . Kort uitgedrukt : terecht . Het wijst op een bevestiging . De bevestiging gebeurt op basis van wat gezien wordt : de wijze waarop Jezus stierf .

Mc 15,39.15. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .

Mc 15,39.16. bepaald lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 15 (21) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,7 . (5) Mc 15,8 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,12 . (8) Mc 15,14 . (9) Mc 15,15 . (10) Mc 15,16 . (11) Mc 15,22 . (12) Mc 15,26 . (13) Mc 15,29 . (14) Mc 15,32 . (15) Mc 15,34 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,42. (19) Mc 15,43 . (20) Mc 15,44 . (21) Mc 15,46 .

Mc 15,39.17. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .

Mc 15,39.15. - 17. ho anthrôpos houtos of ho anthrôpos houtos (deze mens) : in Mc slechts in Mc 15,39 . In Mc 14,71 staan de woorden van Petrus : ton anthrôpon touton (ik ken die mens niet) . De twee zinssneden staan in schril contrast met elkaar . Petrus ontkent die mens te kennen en de Romeinse centurio belijdt : Waarlijk was deze mens een zoon van God .
In het intiatieverhaal is de stem gericht naar Jezus zelf (Mc 1,11) : su ei = jij bent . In het transfiguratieverhaal is de stem gericht op toehoorders , vandaar : houtos estin = deze is . Er zit dus evolutie in het Mcverhaal . Het belijdenisverhaal van de centurio sluit aan op het transfiguratieverhaal : houtos ho anthrôpos ... èn = deze mens was . In Mc 15,39 valt op de aanwezigheid van ho anthrôpos = deze mens en de verleden tijd van het werkw. nl. èn = hij was .
Het huios theou (een zoon van een god) sluit aan op het transfiguratieverhaal ho huios mou = mijn zoon , dat gericht is op toehoorders . Om te belijden dat Jezus een zoon van een god is , moet hij dus geluisterd hebben . Naast gezien heeft hij dus ook gehoord . Hij bevestigt wat in Mc 9,7 werd gezegd . deze is mijn zoon de beminde , luistert naar hem .

Mc 15,39.20. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. èn (hij was) van het werkwoord eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .Mc 15 (8) : (1) Mc 15,7 . (2) Mc 15,25 . (3) Mc 15,26 . (4) Mc 15,39 . (5) Mc 15,41 . (6) Mc 15,42 . (7) Mc 15,43 . (8) Mc 15,46 .

348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc 15,40-41 - Mc 15,40-41 - Mt 27,55-56 - Lc 23,49 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,40 - Mc 15,41 -

Mc 15,40 - Mc 15,40 : 348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc 15,40-41 - Mc 15,40-41 - Mt 27,55-56 - Lc 23,49 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,40 - Mc 15,41 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:40 èsan de kai gunaikes apo makrothen theôrousai en ais kai | mariam | maria | è magdalènè kai maria è iakôbou tou mikrou kai iôsètos mètèr kai salômè   40 erant autem et mulieres de longe aspicientes inter quas et Maria Magdalene et Maria Iacobi minoris et Ioseph mater et Salome  Er waren nu ook onder hen (was) en Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus de Kleine en van Joses en Salome,  40 En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome;  [40] Op een afstand stonden er ook vrouwen toe te kijken, onder wie Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus de jongere en Joses, en Salome,  [40] Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salome.  40 Maar er zijn ook vrouwen, die van verre toeschouwen, onder wie ook Maria Magdalena en Maria van Jakobus de jongere, en moeder van Joses, en Salome,–  40. Il y avait aussi des femmes qui regardaient à distance, entre autres Marie de Magdala, Marie mère de Jacques le petit et de Joset, et Salomé,  

King James Bible . [40] There were also women looking on afar off: among whom was Mary Magdalene, and Mary the mother of James the less and of Joses, and Salome;
Luther-Bibel . 40 Und es waren auch Frauen da, die von ferne zuschauten, unter ihnen Maria von Magdala und Maria, die Mutter Jakobus' des Kleinen und des Joses, und Salome,

Tekstuitleg van Mc 15,40 .

Mc 15,40.1. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 . Omschrijvende structuur : èsan ... + deelwoord . Mc (7) : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 2,18 .  (3) Mc 9,4 . (4) Mc 10,32 . (5) Mc 14,4 . (6) Mc 14,40 . (7) Mc 15,40 . In Mc 15,40 : èsan ... theôrousai (zij waren ... kijkende)

Mc 15,40.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc (20) : (1) Mc 15,2 . (2) Mc 15,4 . (3) Mc 15,5 . (4) Mc 15,6 . (5) Mc 15,7 . (6) Mc 15,9 . (7) Mc 15,11 . (8) Mc 15,12 . (9) Mc 15,13 . (10) Mc 15,14 . (11) Mc 15,15 . (12) Mc 15,16 . (13) Mc 15,23 . (14) Mc 15,25 . (15) Mc 15,36 . (16) Mc 15,37 . (17) Mc 15,39 . (18) Mc 15,40 . (19) Mc 15,44 . (20) Mc 15,47 .

1. - 2. hèsan de (zij waren echter) . Mc (5) . In 4 / 7 van de omschrijv. structuur : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 14,4 . (4) Mc 15,40 + Mc 8,9

Mc 15,40.4. acc. vr. enk. gunaika (vrouw) van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 10,2 . (4) Mc 10,7 . (5) Mc 10,11 . (6) Mc 12,19 . (7) Mc 12,20 . (8) Mc 12,23 .

Mc 15,40.12. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (3) : (1) Mc 15,26 . (2) Mc 15,40 . (3) Mc 15,47 .

Mc 15,40.16. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc 15 (3) : (1) Mc 15,26 . (2) Mc 15,40 . (3) Mc 15,47 . De bijstelling bij Maria (Maria) wordt omsloten door het bepaald lidwoord hè (de) in het begin en het zelfstandig naamwoord mètèr (moeder) op het einde .

Mc 15,40.21. Iôsètos (van Joses) . Taalgebruik : iôsès (Joses) . Gen. mann. enk. van Iôsès (Joses) . Eigennaam . Deze naam komt slechts driemaal in de bijbel voor : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 15,40 . (3) Mc 15,47 . Zijn moeder is Maria . Zijn broers zijn Jezus , Jakobus , Judas en Simon .
- Jakobus en Joses worden samen vermeld in (1) Mc 6,3 . (2) Mc 15,40 .
- In de scènes van de kruisiging , de graflegging en het lege graf komen telkens twee vrouwen voor : Maria Magdalena en Maria , de moeder van ... In de scène van de graflegging worden Jakobus en Joses samen vernoemd , in de scène van de graflegging alleen Joses en in de scène van het lege graf alleen Jakobus .

22. nom. vr. enk. mètèr (moeder) . Taalgebruik in het N.T. : mètèr (moeder) . Taalgebruik in Mc : mètèr (moeder) .
Mc (6) : (1) Mc 3,31 . (2) Mc 3,32 . (3) Mc 3,33 . (4) Mc 3,34 . (5) Mc 3,35 . (6) Mc 15,40 .

Mc 15,41 - Mc 15,41 : 348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc 15,40-41 - Mc 15,40-41 - Mt 27,55-56 - Lc 23,49 - bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 15 -- Mc 15,40 - Mc 15,41 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15:41 ai ote èn en tè galilaia èkolouthoun autô kai dièkonoun autô kai allai pollai ai sunanabasai autô eis ierosoluma   41 et cum esset in Galilaea sequebantur eum et ministrabant ei et aliae multae quae simul cum eo ascenderant Hierosolyma  41 die toen hij in Galilea was hem volgden en hem bedienden; en veel andere (vrouwen) die mee opgegaan waren met hem naar Jeruzalem.  41 Welke ook, toen Hij in Galilea was, Hem waren gevolgd, en Hem gediend hadden; en vele andere vrouwen, die met Hem naar Jeruzalem opgekomen waren.   [41] die Hem waren gevolgd toen Hij in Galilea was en Hem onderhouden hadden, en nog veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem waren opgetrokken. [41] Toen hij in Galilea verbleef, waren deze vrouwen hem gevolgd en hadden ze voor hem gezorgd, net als vele andere vrouwen die met hem waren meegereisd naar Jeruzalem.  41 die, toen hij in Galilea was, hem zijn gevolgd en hem hebben bediend, net als vele anderen die met hem mee zijn opgetrokken naar Jeruzalem.   41. qui le suivaient et le servaient lorsqu'il était en Galilée ; beaucoup d'autres encore qui étaient montées avec lui à Jérusalem.  

King James Bible . [41] (Who also, when he was in Galilee, followed him, and ministered unto him;) and many other women which came up with him unto Jerusalem.
Luther-Bibel . 41 die ihm nachgefolgt waren, als er in Galiläa war, und ihm gedient hatten, und viele andere Frauen, die mit ihm hinauf nach Jerusalem gegangen waren.

Tekstuitleg van Mc 15,41 .

Mc 15,41.2. hote (toen) . Taalgebruik in N.T. : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 .   (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .

Mc 15,41.1. - 2. kai hote (en toen) . Mc (6) : (1) Mc 4,6 . (2) Mc 4,10 . (3) Mc 7,17 . (4) Mc 11,1 . (5) Mc 15,20 . (6) Mc 15,41 .

Mc 15,41.3. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. èn (hij was) van het werkwoord eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .Mc 15 (8) : (1) Mc 15,7 . (2) Mc 15,25 . (3) Mc 15,26 . (4) Mc 15,39 . (5) Mc 15,41 . (6) Mc 15,42 . (7) Mc 15,43 . (8) Mc 15,46 .

Mc 15,41.19. Hierosuluma (Jeruzalem) wordt in de tien verzen in Mc voorafgegaan door een voorzetsel ; in 3 verzen door het voorzetsel apo (van-weg) + gen. (Hierosolumôn) , in 7 door eis (naar) + acc. (Hierosoluma) . Taalgebruik in het N.T. : Hierosoluma (Jeruzalem)  . Taalgebruik in Mc : Hierosoluma (Jeruzalem) .
- apo Hierosolumôn (van Jeruzalem) . Mc (3) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 3,22 . (3) Mc 7,1 .
- eis Hierosoluma (naar Jeruzalem) . Mc (7) : (1) Mc 10,32 . (2) Mc 10,33 . (3) Mc 11,1 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 11,15 . (6) Mc 11,27 . (7) Mc 15,41 .

1. Vrouwen zijn getuigen ( marcusevangelie)

Mc 15,40 Mc 15,47 Mc 16,4
  ... de (echter) kai (en)
èsan de...