MATTEÜSEVANGELIE : TAALGEBRUIK
- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
Overzicht van het Matteüsevangelie : Mt
: overzicht , Mt
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Mt
: commentaar ,
Overzicht van het N.T. : NT
: overzicht , NT
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y
- Z - ,
NT : commentaar
,
Hoofdstukken van het Matteüsevangelie : Mt
1 , Mt 2
, Mt 3 ,
Mt 4 , Mt
5 , Mt 6
, Mt 7 ,
Mt 8 , Mt
9 , Mt 10
, Mt 11
, Mt 12
, Mt 13
, Mt 14
, Mt 15
, Mt 16
, Mt 17
, Mt 18
, Mt 19
, Mt 20
, Mt 21
, Mt 22
, Mt 23
, Mt 24
, Mt 25
, Mt 26
, Mt 27
, Mt 28
.
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
- bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven
Overzicht van de bijbelboeken
: OT : Gn
(Genesis ) , Ex
(Exodus) , Lv
(Leviticus) , Nu
(Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
WOORDGEBRUIK
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z -
| Mt 1 | Mt 2 | Mt 3 | Mt 4 | Mt 5 | Mt 6 | Mt 7 | Mt 8 | Mt 9 | Mt 10 | Mt 11 | Mt 12 | Mt 13 | Mt 14 | Mt 15 | Mt 16 | Mt 17 | Mt 18 | Mt 19 | Mt 20 | Mt 21 | Mt 22 | Mt 23 | Mt 24 | Mt 25 | Mt 26 | Mt 27 | Mt 28 | |||
| 5 | ||||||||||||||||||||||||||||||
| 10 | ||||||||||||||||||||||||||||||
-
- eiden (hij zag) . Verwijzing : idôn
(gezien) , zie Mt
2,16 . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In tweeënveertig verzen
in het N.T. . In tien verzen bij Matteüs : (1) Mt
3,16 . (2) Mt
4,16 . (3) Mt
4,18 . (4) Mt
4,21 . (5) Mt
8,14 . (6) Mt
9,9 . (7) Mt
14,14 . (8) Mt
20,3 . (9) Mt
22,11 . (10) Mt
26,71 . In zes van de tien verzen is Jezus onderwerp . In vijf verzen bij
Marcus : (1) Mc
1,10 . (2) Mc
1,16 . (3) Mc
1,19 . (4) Mc
2,14 . (5) Mc
6,34
- idôn (gezien) . Verwijzing : idôn
(gezien) , zie Mt
2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106
verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen
in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt
2,16 . (2) Mt
3,7 . (3) Mt
5,1 . (4) Mt
8,18 . (5) Mt
9,2 . (6) Mt
9,4 . (7) Mt
9,22 . (8) Mt
9,23 . (9) Mt
9,36 . (10) Mt
21,19 . (11) Mt
27,3 . (12) Mt
27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin
. Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt
2,16 : Herodes . (2) Mt
27,3 : Judas . (3) Mt
27,24 : Pilatus .
| Mt 2,16 : Herodes | Mt 27,3 : Judas | Mt 27,24 : Pilatus |
| Tote (toen) | Tote (toen) | |
| Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) | idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) | idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus) |
| hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) | hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) | hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)... |
brengt de dertig zilverstukken terug |
laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk | |
| èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) | athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed) | |
| Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) | humeis opsesthe ( u ziet maar) | |
| 12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - | 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - | 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 - |
Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .
| Mt 5,1 | idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) |
| Mt 8,18 | idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte) |
| Mt 9,23 | kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte) |
| Mt 9,36 | idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben) |
- idontes (gezien) . Verwijzing : idontes
(gezien) , zie Mt
2,16 . In drieënzestig verzen in de bijbel . In tweeëntwintig
verzen in het O.T. . In eenenveertig verzen in het N.T. . Mt (14) . Mc (5) .
Lc (9) . Joh (4) . Hnd (5) . Brieven (4) . In veertien verzen bij Matteüs
: (1) Mt
2,10 . (2) Mt
8,34 . (3) Mt
9,8 . (4) Mt
9,11 . (5) Mt
12,2 . (6) Mt
14,26 . (7) Mt
18,31 . (8) Mt
21,15 . (9) Mt
21,20 . (10) Mt
21,32 . (11) Mt
21,38 . (12) Mt
26,8 . (13) Mt
27,54 . (14) Mt
28,17
- kai idontes (en gezien) . Verwijzing : idontes
(gezien) , zie Mt
2,16 . In negen verzen in het N.T. : Mt (4) . Mc (1) .Lc (6) . Hnd (1) .
In vier verzen bij Mt : (2) Mt
8,34 . (4) Mt
9,11 . (9) Mt
21,20 . (14) Mt
28,17 .
- eis (naar) . eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mt : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
| Mt | Mt 2 | Mt 3 | Mt 4 | Mt 5 | Mt 6 | Mt 7 | Mt 8 | Mt 9 | Mt 10 | Mt 11 | Mt 12 | Mt 13 | Mt 14 | Mt 15 | Mt 16 | Mt 17 | Mt 18 | Mt 19 | Mt 20 | Mt 21 | Mt 22 | Mt 23 | Mt 24 | Mt 25 | Mt 26 | Mt 27 | Mt 28 |
| 215 | 10 | 3 | 7 |
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mt : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mt (215) . Mt 2 (10) : (1) Mt 2,1 . (2) Mt 2,8 . (3) Mt 2,11 . (4) Mt 2,12 . (5) Mt 2,13 . (6) Mt 2,14. (7) Mt 2,20 . (8) Mt 2,21 . (9) Mt 2,22 . (10) Mt 2,23 . Mt 3 (3) : (1) Mt 3,10 . (2) Mt 3,11 . (3) Mt 3,12 . Mt 4 (7) : (1) Mt 4,1 . (2) Mt 4,5 . (3) Mt 4,8 . (4) Mt 4,12 . (5) Mt 4,13 . (6) Mt 4,18 . (7) Mt 4,24.
- ekeithen (vandaar) . Verwijzing : ekeithen
(vanhier, vandaar) , zie Mt
4,21 en Mc
10,1 . In 157 verzen in de bijbel . In 130 verzen in het O.T. . In zevenentwintig
verzen in het N.T. : Mt (12) . Mc (5) . Lc (3) . Joh (2) . Hnd (4) en in Apk
22,2 . Het is meestal de vertaling van het Hebreeuwse misjsjâm (uit :
min en sjam) . Misjsjâm (vanaf daar) komt in 103 verzen in Tenach voor
.
In twaalf verzen gebruikt Matteüs ekeithen (vandaar) : (1) Mt
4,21 . (2) Mt
5,26 . (3) Mt
9,9 . (4) Mt
9,27 . (5) Mt
11,1 . (6) Mt
12,9 . (7) Mt
12,15 . (8) Mt
13,53 . (9) Mt
14,13 . (10) Mt
15,21 . (11) Mt
15,29 . (12) Mt
19,15 . In acht gevallen is er een participiumzin . Ofwel het participium
ofwel het hoofdwerkwoord is een werkwoord van beweging . In twee verzen volgt
ekeithen (vandaar) op het hoofdwerkwoord anechôrèsen (hij week
uit) : Mt
12,15 en Mt
14,13 . In deze beide gevallen wordt het hoofdwerkwoord voorafgegaan door
een participiumzin met een werkwoord zonder beweging . In de zes andere participiumzinnen
staat een werkwoord van beweging . Daarbij staat de bepaling van plaats ekeithen
(vandaar) . In vijf verzen volgt ekeithen (vandaar) op het participium . In
Mt 15,29
staat het onderwerp ho Ièsous (Jezus) tussen het participium en ekeithen
(vandaar). Opmerkelijk is ook dat in deze zes participiumzinnen de zin begint
met het nevenschikkend voegwoord kai (en) .
| 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. |
| Mt 4,21 | Mt 5,26 | Mt 9,9 | Mt 9,27 | Mt 11,1 | Mt 12,9 |
| Kai (en) | Kai (en) | Kai (en) | Kai (en) | ||
| probas (vooruitgebaand) | paragôn (langsvoerend) ho Ièsous (Jezus) | paragonti (langsvoerend) | metabas (overgegaan) | ||
| ekeithen (vandaar) | ekeithen (vandaar) | ekeithen (vandaar) tôi Ièsôu (Jezus) | ekeithen (vandaar) | ||
| eiden (zag hij) | ou mè exelthèis (jullie zullen niet uitgaan) | eiden (zag hij) | èlthen (kwam hij) | ||
| ekeithen (vandaar) | |||||
| 23. Roeping van de eerste leerlingen : Mc 1,16-20 - Mt 4,18-22 | 31. Verzoening en gerecht : Mt 5,25-26 - Lc 12,57-59 | 68. Roeping van Levi / Matteüs : Mc 2,13-14 - Mt 9,9 - Lc 5,27-28 | 72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31 | 75. Keuze van de twaalf en volmachtsoverdracht : Mt 10,1-4 | 95. Genezing van een verdorde hand op sabbat : Mc 3,1-6 - Lc 6,6-11 - Lc 14,1-6 - Mt 12,9-14 |
| 7. | 8. | 9. | 10. | 11. | 12. |
| Mt 12,15 | Mt 13,53 | Mt 14,13 | Mt 15,21 | Mt 15,29 | Mt 19,15 |
| Ho de Ièsous (Jezus echter) | Akousas de ho Ièsous (Gehoord echter Jezus) | Kai (en) | Kai (en) | ||
| gnous (geweten) | exelthôn (naar buiten gegaan) | metabas (overgegaan) ho Ièsous (Jezus) | |||
| ekeithen (vandaar) ho Ièsous (Jezus) | ekeithen (vandaar) | ||||
| anechôrèsen (week uit) | anechôrèsen (week uit) | anechôrèsen (week uit) | èlthen (kwam hij) | eporeuthè (begaf hij zich op weg) | |
| ekeithen (vandaar) | ekeithen (vandaar) | ekeithen (vanaf hier) | |||
| 96. Volkstoeloop en genezingen : Mc 3,7-12 - Mt 12,15-21 - Lc 6,17-20a | 145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 | 150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 // Mt 14,13-14 // Lc 9,10-11 - Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 | 156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw : Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 | 157. Genezing van een doofstomme : Mc 7,31-37 - Mt 15,29-31 | 267. Jezus ontvangt de kinderen : Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 |
- ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in het N;T. : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in Mt : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . + por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het woord behoort tot de groep van varen .
| ekporeuomai (zich op weg begeven uit) | Mt | Mt 3 | Mt 4 | Mt 15 | Mt 20 | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Apk | syn. | ev. | |
| 1 | part. praes. dat. mann. + onz. enk. ekporeuomenô(i) | 1 | Mt 4,4 | 4 | 3 | 1 | 1 | 1 | 1 | ||||||
| 2 | part. praes. nom. + acc. onz. enk. ekporeuomenon | 1 | Mt 15,11 | 12 | 9 | 3 | 1 | 1 | 1 | 2 | 2 | ||||
| 3 | part. praes. nom. + acc. onz. mv. ekporeuomena | 1 | Mt 15,18 | 7 | 5 | 2 | 1 | 1 | 2 | 2 | |||||
| 4 | part. praes. nom. mv. ekporeuomenôn | 1 | Mt 20,29 | 10 | 9 | 1 | 1 | 1 | 1 | ||||||
| 5 | ind. imperf. 3de pers. enk. exeporeueto | 1 | Mt 3,5 | 21 | 18 | 3 | 1 | 1 | 1 | 3 | 3 | ||||
| totaal | 5 | 1 | 1 | 2 | 1 | 54 | 44 | 10 | 5 | 3 | 1 | 1 | 9 | 9 |
- elthôn kwam knielen). Verwijzing : èlthon
(ik ben of zij zijn gegaan / gekomen) , zie Mt
8,14 . In 14 verzen bij Matteüs : (1) Mt
2,8 . (2) Mt
2,9 . (3) Mt
2,23 . (4) Mt
4,13 . (5) Mt
5,24 . (6) Mt
8,7 . (7) Mt
8,14 . (8) Mt
9,18 . (9) Mt
9,23 . (10) Mt
13,54 . (11) Mt
16,13 . (12) Mt
24,46 . (13) Mt
25,27 . (14) Mt
26,43 .
- elthontes (gekomen) . Verwijzing : elthontes
(gegaan, gekomen) , zie Mt
8,14 . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord
erchomai (gaan, komen) . Het komt in zesendertig verzen in de bijbel voor .
In vijftien verzen in het O.T. . In eenentwintig verzen in het N.T. : Mt (12)
. Mc (3) . Lc (0) . Joh (2) . Hnd (4) en in 2 Cor 11,9 . Bij Matteüs :
(1) Mt
2,11 . (2) Mt
9,10 . (3) Mt
14,12 . (4) Mt
16,5 . (5) Mt
18,31 . (6) Mt
20,9 . (7) Mt
20,10 . (8) Mt
27,33 . (9) Mt
27,64 . (10) Mt
28,11 . (11) Mt
28,13 . In zeven gevallen komt elthontes in Matteüs-eigen teksten voor
. Er resten nog vier verzen. Mt
9,10 is identiek met Mc behalve dat Mt elthontes meer heeft . In Mc vinden
we een variante lezing van de tekst in Mt
14,12 . In Mt
16,5 vinden we een participiumzin , die we niet bij Mc en Lc vinden . De
participiumzin in Mt
27,33 staat aan het begin van de pericope . In Mc en Lc vinden we varianten
van de tekst . In acht gevallen begint de participiumzin met het nevenschikkend
voegwoord kai (en) ; in één geval met idou (zie) . Na het participium
kan eventueel het onderwerp volgen . Maar daarop volgt dan het hoofdwerkwoord
. In vier gevallen volgt op het participium (en eventueel het onderwerp) een
bepaling van plaats , ingeleid door het voorzetsel eis (naar) .
We hebben hier dus te maken met een eigen taalgebruik van Matteüs, althans
in vergelijking met Marcus en Lucas .
| 1. elthontes . Tollenaars en zondaars | 3. elthontes | 5. elthontes | 6. elthontes | 7. elthontes | 9. elthontes | 10. elthontes | 11. elthontes |
| Mt 9,10 | Mt 14,12 | Mt 18,31 | Mt 20,9 | Mt 20,10 | Mt 27,64 | Mt 28,11 | Mt 28,13 |
| kai idou (+ onderwerp) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | kai (en) | mèpote (opdat niet) : voegwoord | idou (zie) + onderwerp | onderwerp (hoi mathètai autou = zijn leerlingen) + tijdsbepaling |
| elthontes (gekomen) | elthontes | elthontes | elthontes (en gekomen) + onderwerp | elthontes (en gekomen) + onderwerp | elthontes hoi mathètai autou (opdat zijn leerlingen hem niet zouden komen) | elthontes (gekomen) eis tèn polin (naar de stad) | elthontes |
| sunekeinto (lagen zij aan) (kwamen zij aanliggen) | apèggeilan (kwamen zij melden) | diesafèsan (kwamen zij vertellen) | + werkwoord | + werkwoord (van mening) | klepsôsin (stelen) | apèggeilan (zijn naar de stad komen melden) | eklepsan (zij kwamen stelen) |
| 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 - | Jezus wandelt op het meer - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 - | 182. Gelijkenis van de onbarmhartige dienaar : Mt 18,23-35 - | 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wingaard : Mt 20,1-16 - | 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wingaard : Mt 20,1-16 - | 350. Wacht bij het graf : Mt 27,62-66 - | 352. Het omkopen van de wacht : Mt 28,11-15 - | 352. Het omkopen van de wacht : Mt 28,11-15 - |
- erèmos (woestijn, eenzame plaats) . erèmos (woestijn, eenzame plaats) . Taalgebruik in het N.T. : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in Mt. : erèmos (woestijn) . Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth (chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn) (39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten) . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten .
| erèmos (woestijn) | Mt | Mt 3 | Mt 4 | Mt 11 | Mt 14 | Mt 23 | Mt 24 | |
| 1 | nom. enk. erèmos | 2 | (1) Mt 14,15 . | (2) Mt 23,38 . | ||||
| 3 | dat. enk. erèmô(i) | 3 | (1) Mt 3,1 . (2) Mt 3,3 . | (3) Mt 24,26 . | ||||
| 4 | acc. vr. enk. erèmon | 3 | (1) Mt 4,1 . | (2) Mt 11,7 . | (3) Mt 14,13 . | |||
| totaal | 8 | 2 | 1 | 1 | 2 | 1 | 1 |
Een vorm van erèmos (woestijn, eenzame plaats) in Mt in 8 verzen : (1) Mt 3,1 . (2) Mt 3,3 . (3) Mt 4,1 . (4) Mt 11,7 . (5) Mt 14,13 . (6) Mt 14,15 . (7) Mt 23,38 . (8) Mt 24,26 .
- ethnos (volk) .
| ethnos (volk) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc |
Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| nom. + acc. enk. ethnos | 128 | 113 | 15 | 1 : Mt 24,7 . | 1 | 3 | 3 | 4 | 1 | 2 | |
| gen. enk. ethnous | 45 | 38 | 7 | 2 | 3 | 2 | |||||
| dat. enk. ethnei | 49 | 43 | 6 | 1 : Mt 21,43 . | 4 | 1 | |||||
| acc. enk. | |||||||||||
| nom. + acc mv. ethnè | 339 | 289 | 50 | 4 : (1) Mt 6,32 . (2) Mt 12,21 . (3) Mt 25,32 . (4) Mt 28,19 . | 1 | 3 | 8 | 15 | 2 | ||
| gen. mv. ethnôn | 255 | 213 | 42 | 4 : (1) Mt 4,15 . (2) Mt 10,5 . (3) Mt 20,25 . (4) Mt 24,9 . | 1 | 3 | 11 | 17 | 6 | ||
| dat. mv. ethnesin | 173 | 141 | 32 | 4 : (1) Mt 10,18 . (2) Mt 12,18 . (3) Mt 20,19 . (4) Mt 24,14 . | 2 | 1 | 8 | 15 | 2 | ||
| acc. mv. | |||||||||||
| Totaal | 14 |
| Een vorm van ethnos (volk) | (1) Mt 4,15 (gen. mv) . (2) Mt 6,32 (nom. mv.) . (3) Mt 10,5 (gen. mv.) . (4) Mt 10,18 (dat. mv.) . (5) Mt 12,18 (dat. mv.) . (6) Mt 12,21 (nom. mv.) . (7) Mt 20,19 (dat. mv.) . (8) Mt 20,25 (gen. mv) . (9) Mt 21,43 . (10) Mt 24,7 (nom. enk.) . (11) Mt 24,9 (gen. mv) . (12) Mt 24,14 (dat. mv.) . (13) Mt 25,32 (nom. mv.) . (14) Mt 28,19 (nom. mv.) . |
- to euaggelion tès basileias (het evangelie van het koninkrijk) . In drie verzen in het N.T. : (1) Mt 4,23 . (2) Mt 9,35 . (3) Mt 24,14 . In (1) Mt 4,23 . (2) Mt 9,35 gaat het participium praesens nominatief mannelijk enkelvoud vooraf kèrussôn (verkondigend) . In Mt 24,14 gaat vooreerst het aanwijzend voornaamwoord touto (dit) en vervolgens de werkwoordvorm kèruchthèsetai (en dit evangelie van het koninkrijk zal verkondigd worden) . In de drie verzen gaat een werkwoordvorm van kèrussô (verkondigen) vooraf . Verwijzing : hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) , zie Mt 3,2 .
- exèlthen (hij ging uit) . Verwijzing : èlthon (ik ben of zij zijn gegaan / gekomen) , zie Mt 8,14 . In 289 verzen in de bijbel . In 222 verzen in het O.T. . In zevenenzestig verzen in het N.T. . In acht verzen bij Matteüs : (1) Mt 8,34 . (2) Mt 9,26 . (3) Mt 13,3 . (4) Mt 17,18 . (5) Mt 20,1 . (6) Mt 21,17 .