MATTEÜSEVANGELIE : EERSTE HOOFDSTUK , MT 1 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -
- Mt 1,1-17 - Mt 1,18-25 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van het Matteüsevangelie : Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28
Bijbeluitleg per pericope - Mt 1,1-17 - Mt 1,18-25
Bijbeluitleg vers per vers - Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 - Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -

- Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) .
- Griekse tekst : http://www.greekbible.com/index.php . Griekse tekst .
- Aramees - Peshitta NT : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Aramees - Peshitta .
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_PUZ.HTM . Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/luka/24.html . Statenvertaling .
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=66825,66877 . Willibrordvertaling .
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=66825,66877 . De Nieuwe Vertaling .
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php . De Naardense bijbel .
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Bible de Jérusalem .
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=4609530 . King James Bible .
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibelstelle/Lukas%2024/bibel/text/lesen/ch/899d58043b75483a5525c5c4b3d191f4/ . Luther Bibel .
- Arabisch :http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Arabisch .


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
ark-boeken http://www.postorderboekhandel.nl/ http://www.bijbel10daagse.nl/ http://www.olivetree.nl/ bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- apo (van, vanaf) , zie Mt 1,17 .
- Christou (Christus. 5X bij Matteüs)
- de (echter) , zie Mt 1,2 .
- en (in) , zie Mt 1,22 .
- gar (want) , zie Mt 1,20 .
- genesis (wording, ontstaan bij Matteüs)
- hupo (door. bij Matteüs 27X . hup' : 4X.)
- idou (zie) , zie Mt 1,20 .
- Ièsous (Jezus), zie Mt 1,1 .
- kai (en) , zie Mt 1,2 .
- oun (derhalve, bijgevolg) , zie Mt 1,17 .
- sou (van u. bij Matteüs 71 X)
- tauta (die 'dingen'), zie Mt 1,20.
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het eerste hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
9. Stamboom van Jezus : Mt 1,1-17
10. Geboorte van Jezus : Mt 1,18-25

9. Stamboom van Jezus : Mt 1,1-17 - Mt 1,1-17 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -

Mt 1,1 - Mt 1,1 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1biblos geneseôs ièsou christou uiou dauid uiou abraam.   1 liber generationis Iesu Christi filii David filii Abraham  Boek van de geboorte van Jezus Christus , zoon van David , zoon van Abraham .  1 Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.  1] Afstamming * van Jezus Christus*, zoon van David, zoon van Abraham. 1] Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.  1 ¶ Boek van de genesis,– geboorte, van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.   1. Livre de la genèse de Jésus Christ, fils de David, fils d'Abraham :  

King James Bible : The book of the generation of Jesus Christ, the son of David, the son of Abraham.
Luther-Bibel (1984) . Dies ist das Buch von der Geschichte Jesu Christi, des Sohnes Davids, des Sohnes Abrahams.

Tekstuitleg van Mt 1,1 . Dit vers Mt 1,1 telt 8 (2 X 2 X 2) woorden en 45 (3 X 3 X 5) letters . De getalwaarde van Mt 1,1 isn5876 (2 X 2 X 13 X 113) .

1. biblos (boek) . Het eerste woord van het evangelie begint met een b , de tweede letter van het alfabet . De a , de eerste letter , symboliseert de schepper ; de b de schepping .

1. 2. biblos geneseôs . Verwijzing : thôlëdoth (ontstaansgeschiedenissen) , zie Gn 2,4 . In drie verzen in de bijbel : (1) Gn 2,4 : hautè hè biblos geneseos (dit is het boek van het ontstaan - van hemel en aarde) . (2) Deze vertaling is wellicht ingegeven door de vertaling van Gn 5,1 : zèh sephèr thôlëdoth (dit is het boek van ontstaansgeschiedenissen) . In Gn 2,4 gaat het om het ontstaan van hemel en aarde , in Gn 5,1 om de ontstaansgeschiedenis van Adam (MT : ´âdâm) , van de mensen (LXX : anthrôpôn) , van de mensheid (vrije vertaling naar LXX) . (3) In Mt 1,1 vinden we de ontstaansgeschiedenis van Jezus Christus (biblos geneseôs Ièsou Christou) . Hiermee begint het Matteüsevangelie .

2. geneseôs (éénmaal : Mt 1,1) , genitief van genesis (éénmaal : Mt 1,18 . wording, ontstaan, geslachtslijst) . Verwijzing : thôlëdoth (ontstaansgeschiedenissen) , zie Gn 2,4 . Verwijzing : genesis , zie Mt 1,1 .
- egennèsen (hij verwekte) . Actief aorist derde persoon enkelvoud van gennaô : verwekken.. In 136 verzen in de bijbel . In vijftien verzen bij Matteüs in Mt 1,2-17.
- egennèthè (hij werd geboren) . In elf verzen in de bijbel . In twee verzen in Mt : (1) Mt 1,16 en Mt 26,24 . De ene tekst heeft de maken met het begin van Jezus'leven , de andere over zijn einde : de mensenzoon gaat wel heen zoals over hem geschreven staat ; wee echter de mens via wie de mensenzoon wordt overgelverd . Het ware beter geweest ware hij niet geboren geworden .
- gennèthen (wat geworden, ontstaan is) . passief participium genitief onzijdig enkelvoud . Slechts in één vers in de bijbel : Mt 1,20 .
- gennèthentos : losse genitief , passief participium genitief mannelijk enkelvoud : toen Jezus Christus was geboren... Slechts in één vers in de bijbel : Mt 2,1 ..

3.

4. Christos (Christus) , zie Mt 1,1 . Nominatief enkelvoud . In 118 verzen in de bijbel . Met lidwoord (+) of zonder lidwoord (-) . In acht verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,16 (-) . (2) Mt 2,4 (+) . (3) Mt 16,16 (+) . (4) Mt 16,20 (+) . (5) Mt 23,10 (+) . (6) Mt 24,5 (+) . (7) Mt 24,23 (+) . (8) Mt 27,63 (+) .
- Christou . Genitief enkelvoud . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,1 (-) . (2) Mt 1,17 (+) . (3) Mt 1,18 (+) . (4) Mt 11,2 (+) . (5) Mt 22,42 (+) .

Mt 1,2 - Mt 1,2 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2abraam egennèsen ton isaak, isaak de egennèsen ton iakôb, iakôb de egennèsen ton ioudan kai tous adelfous autou,   2 Abraham genuit Isaac Isaac autem genuit Iacob Iacob autem genuit Iudam et fratres eius  Abraham verwekte Isaäk , Isaäk nu verwekte Jakob , Jakob nu verwekte Juda en zijn broers ,  
2 Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;  
[2] Abraham was de vader van Isaak, Isaak van Jakob, Jakob van Juda en zijn broers.  
[2] Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers, 
2 Abraham laat Isaak geboren worden, Isaak laat Jakob geboren worden, en Jakob laat Juda en zijn broeders geboren worden.   2. Abraham engendra Isaac, Isaac engendra Jacob, Jacob engendra Juda et ses frères,  

King James Bible . [2] Abraham begat Isaac; and Isaac begat Jacob; and Jacob begat Judas and his brethren;
Luther-Bibel . 2 Abraham zeugte Isaak. Isaak zeugte Jakob. Jakob zeugte Juda und seine Brüder.

Tekstuitleg van Mt 1,2 .

6. de (echter) . de (echter) . Verwijzing : de (echter) , zie Mt 1,2 . Partikel als tweede woord in de zin . Lichte tegenstelling . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In 6210 verzen in de bijbel . In 3754 verzen in het O.T. . In 2456 verzen in het N..T. . Mt (421) . Mc (149) . Lc (478) . Joh (203) . Hnd (490) . Brieven (708) . Apk (7) . In 421 verzen bij Mt . Mt 1 (21) . Mt 2 (11) . In zes verzen in Mt 2,1-12 : (1) Mt 2,1 . (2) Mt 2,3 . (3) Mt 2,5 . (4) Mt 2,8 . (5) Mt 2,9 . (6) Mt 2,10 . In vijf verzen in Mt 2,13-23 : (1) Mt 2,13 . (2) Mt 2,14 . (3) Mt 2,19 . (4) Mt 2,21 . (5) Mt 2,22 . In veertien verzen in Mt 16 : (1) Mt 16,2 . (2) Mt 16,3 . (3) Mt 16,6 . (4) Mt 16,7 . (5) Mt 16,8 . (6) Mt 16,11 . (7) Mt 16,13 . (8) Mt 16,14 . (9) Mt 16,15 . (10) Mt 16,16 . (11) Mt 16,17 . (12) Mt 16,18 . (13) Mt 16,23 . (14) Mt 16,26 .
- ho de (hij echter) . Verwijzing : de (echter) , zie Mt 1,2 . In 353 verzen in het N.T. .

kai (en) .

kai (en) als voegwoord tussen nevenschikkende zinnen met hetzelfde onderwerp : - Mt 17,1-9 - : 5X .
kai (en) als voegwoord tussen nevenschikkende zinnen met verandering van personage : - Mt 17,1-9 - : 6X
kai (en) als voegwoord bij het begin van een pericope : Mt 17,1 - Mt 17,1-9 - .
kai (en) als voegwoord tussen zinsdelen : - Mt 17,1-9 - 7X.
 

 

Mt 1,3 - Mt 1,3 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3ioudas de egennèsen ton fares kai ton zara ek tès thamar, fares de egennèsen ton esrôm, esrôm de egennèsen ton aram,   3 Iudas autem genuit Phares et Zara de Thamar Phares autem genuit Esrom Esrom autem genuit Aram   Juda nu verwekte Peres , en Zerach uit Tamar , Peres nu verwekte Chesron , Chesron nu verwekte Aram .  3 En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;  [3] Juda was de vader van Peres en Zerach en Tamar was hun moeder*. Peres was de vader van Chesron, Chesron van Aram,  [3] Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,  3 Juda laat Perets en Zerach geboren worden, uit Tamar; Perets laat Chetsron geboren worden, en Chetsron laat Aram geboren worden;   3. Juda engendra Pharès et Zara, de Thamar, Pharès engendra Esrom, Esrom engendra Aram,  

King James Bible . [3] And Judas begat Phares and Zara of Thamar; and Phares begat Esrom; and Esrom begat Aram;
Luther-Bibel . 3 Juda zeugte Perez und Serach mit der Tamar. Perez zeugte Hezron. Hezron zeugte Ram.

Tekstuitleg van Mt 1,3 .

Mt 1,4 - Mt 1,4 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4aram de egennèsen ton aminadab, aminadab de egennèsen ton naassôn, naassôn de egennèsen ton salmôn,   4 Aram autem genuit Aminadab Aminadab autem genuit Naasson Naasson autem genuit Salmon   Aram nu verwekte Amminadab , Amminadab nu verwekte Nachson , Nachson nu verwekte Salmon ,  4 En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon;  [4] Aram van Amminadab, Amminadab van Nachson, Nachson van Salmon.   [4] Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,   4 Aram laat Aminadav geboren worden, Aminadav laat Nachsjon geboren worden, en Nachsjon laat Salmon geboren worden;  4. Aram engendra Aminadab, Aminadab engendra Naasson, Naasson engendra Salmon, 

King James Bible . [4] And Aram begat Aminadab; and Aminadab begat Naasson; and Naasson begat Salmon;
Luther-Bibel . 4 Ram zeugte Amminadab. Amminadab zeugte Nachschon. Nachschon zeugte Salmon.

Tekstuitleg van Mt 1,4 .

Mt 1,5 - Mt 1,5 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5salmôn de egennèsen ton boes ek tès rachab, boes de egennèsen ton iôbèd ek tès routh, iôbèd de egennèsen ton iessai, 5 Salmon autem genuit Booz de Rachab Booz autem genuit Obed ex Ruth Obed autem genuit Iesse Iesse autem genuit David regem Salmon nu verwekte Boaz uit Rac hab , Boaz nu verwekte Obed uit Ruth , Obed nu verwekte Isaï ,   5 En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai;   [5] Salmon was de vader van Boaz en Rachab was zijn moeder. Boaz was de vader van Obed en Ruth was zijn moeder. Obed was de vader van Isaï,   [5] Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï,   5 Salmon laat Boaz geboren worden, uit Rachab; Boaz laat uit Ruth Obed geboren worden;  5. Salmon engendra Booz, de Rahab, Booz engendra Jobed, de Ruth, Jobed engendra Jessé, 

King James Bible . [5] And Salmon begat Booz of Rachab; and Booz begat Obed of Ruth; and Obed begat Jesse;
Luther-Bibel . 5 Salmon zeugte Boas mit der Rahab. Boas zeugte Obed mit der Rut. Obed zeugte Isai.

Tekstuitleg van Mt 1,5 .

Mt 1,6 - Mt 1,6 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6iessai de egennèsen ton dauid ton basilea. dauid de egennèsen ton solomôna ek tès tou ouriou,   6 David autem rex genuit Salomonem ex ea quae fuit Uriae   Isaï nu verwekte David de koning . David nu verwekte Salomo uit die van Uria ,   6 En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;  [6] Isaï van koning David. David was de vader van Salomo en de vrouw van Uria was zijn moeder.   [6] Isaï verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,  6 Obed laat Jesse geboren worden, en Jesse laat David geboren worden, de koning.  6. Jessé engendra le roi David. David engendra Salomon, de la femme d'Urie, 

King James Bible . [6] And Jesse begat David the king; and David the king begat Solomon of her that had been the wife of Urias;
Luther-Bibel . 6 Isai zeugte den König David. David zeugte Salomo mit der Frau des Uria.

Tekstuitleg van Mt 1,6 .

Mt 1,7 - Mt 1,7 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7solomôn de egennèsen ton roboam, roboam de egennèsen ton abia, abia de egennèsen ton asaf,   7 Salomon autem genuit Roboam Roboam autem genuit Abiam Abia autem genuit Asa  Salomo nu verwekte Rechabeam , Rechabeam nu verwekte Abia , Abia nu verwekte Asaf ,  7 En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa; [7] Salomo was de vader van Rechabeam, Rechabeam van Abia, Abia van Asaf,  
[7] Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asaf, 
7 David laat Salomo geboren worden, uit de vrouw van Oeria; Salomo laat Rechabeam geboren worden, Rechabeam laat Avia geboren worden, en Avia laat Asaf geboren worden;  7. Salomon engendra Roboam, Roboam engendra Abia, Abia engendra Asa, 

King James Bible . [7] And Solomon begat Roboam; and Roboam begat Abia; and Abia begat Asa;
Luther-Bibel . 7 Salomo zeugte Rehabeam. Rehabeam zeugte Abija. Abija zeugte Asa.

Tekstuitleg van Mt 1,7 .

Mt 1,8 - Mt 1,8 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8asaf de egennèsen ton iôsafat, iôsafat de egennèsen ton iôram, iôram de egennèsen ton ozian, 8 Asa autem genuit Iosaphat Iosaphat autem genuit Ioram Ioram autem genuit Oziam  Asaf nu verwekte JOsafat , Josafat nu verwekte Joram , Joram nu verwekte  Uzzia , 8 En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias; [[8] Asaf van Josafat, Josafat van Joram, Joram van Uzzia,   [8] Asaf verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,   8 Asaf laat Josafat geboren worden, Josafat laat Joram geboren worden, en Joram laat Oezia geboren worden;  8. Asa engendra Josaphat, Josaphat engendra Joram, Joram engendra Ozias,  

King James Bible . [8] And Asa begat Josaphat; and Josaphat begat Joram; and Joram begat Ozias;
Luther-Bibel . 8 Asa zeugte Joschafat. Joschafat zeugte Joram. Joram zeugte Usija.

Tekstuitleg van Mt 1,8 .

Mt 1,9 - Mt 1,9 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9ozias de egennèsen ton iôatham, iôatham de egennèsen ton achaz, achaz de egennèsen ton ezekian, 9 Ozias autem genuit Ioatham Ioatham autem genuit Achaz Achaz autem genuit Ezechiam   Uzzia nu verwekte Jotam , Jotam nu verwekte Achaz , Achaz nu verwekte Hizkia .  9 En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;  [9] Uzzia van Jotam, Jotam van Achaz, Achaz van Hizkia, [9] Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,   9 Oezia laat Jotam geboren worden, Jotam laat Achaz geboren worden, en Achaz laat Hizkia geboren worden;   9. Ozias engendra Joatham, Joatham engendra Achaz, Achaz engendra Ézéchias,  

King James Bible . [9] And Ozias begat Joatham; and Joatham begat Achaz; and Achaz begat Ezekias;
Luther-Bibel . 9 Usija zeugte Jotam. Jotam zeugte Ahas. Ahas zeugte Hiskia.

Tekstuitleg van Mt 1,9 .

Mt 1,10 - Mt 1,10 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10ezekias de egennèsen ton manassè, manassès de egennèsen ton amôs, amôs de egennèsen ton iôsian,   10 Ezechias autem genuit Manassen Manasses autem genuit Amon Amon autem genuit Iosiam  Hizkia nu verwekte Manasse , Manasse nu verwekte Amos , Amos nu verwekte Josia ,  10 En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias; [10] Hizkia van Manasse, Manasse van Amos, Amos van Josia.   [10] Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amos, Amos verwekte Josia, 10 Hizkia laat Manasse geboren worden, Manasse laat Amoos geboren worden, en Amoos laat Josjia geboren worden;   10. Ézéchias engendra Manassé, Manassé engendra Amon, Amon engendra Josias,  

King James Bible . [10] And Ezekias begat Manasses; and Manasses begat Amon; and Amon begat Josias;
Luther-Bibel . 10 Hiskia zeugte Manasse. Manasse zeugte Amon. Amon zeugte Josia.

Tekstuitleg van Mt 1,10 .

Mt 1,11 - Mt 1,11 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11iôsias de egennèsen ton iechonian kai tous adelfous autou epi tès metoikesias babulônos.   11 Iosias autem genuit Iechoniam et fratres eius in transmigratione Babylonis   Josia nu verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de wegvoering naar Babylon . 11 En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering. [11] Josia was de vader van Jechonja en zijn broers, ten tijde van de ballingschap* in Babylon.  [11] Josia verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de Babylonische ballingschap.  11 Josjia laat Jechonja en diens broers geboren worden bij de wegvoering naar Babel.   11. Josias engendra Jéchonias et ses frères ; ce fut alors la déportation à Babylone.  

King James Bible . [11] And Josias begat Jechonias and his brethren, about the time they were carried away to Babylon:
Luther-Bibel . 11 Josia zeugte Jojachin und seine Brüder um die Zeit der babylonischen Gefangenschaft.

Tekstuitleg van Mt 1,11 .

Mt 1,12 - Mt 1,12 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12meta de tèn metoikesian babulônos iechonias egennèsen ton salathièl, salathièl de egennèsen ton zorobabel,   12 et post transmigrationem Babylonis Iechonias genuit Salathihel Salathihel autem genuit Zorobabel  Na de wegvoering nu naar Babylon verwekte Jechonja Sealtiël , Sealtiël nu verwekte Zerubbabel ,   12 En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiël, en Salathiël gewon Zorobabel;   [12] Na de ballingschap in Babylon: Jechonja was de vader van Sealtiël, Sealtiël van Zerubbabel,  
[12] Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël, Sealtiël verwekte Zerubbabel,  
12 Na de wegvoering naar Babel laat Jechonja Sjealtiël geboren worden, en Sjealtiël laat Zorobavel geboren worden;   12. Après la déportation à Babylone, Jéchonias engendra Salathiel, Salathiel engendra Zorobabel.  

King James Bible . [12] And after they were brought to Babylon, Jechonias begat Salathiel; and Salathiel begat Zorobabel;
Luther-Bibel . 12 Nach der babylonischen Gefangenschaft zeugte Jojachin Schealtiël. Schealtiël zeugte Serubbabel.

Tekstuitleg van Mt 1,12 .

Mt 1,13 - Mt 1,13 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13zorobabel de egennèsen ton abioud, abioud de egennèsen ton eliakim, eliakim de egennèsen ton azôr, 13 Zorobabel autem genuit Abiud Abiud autem genuit Eliachim Eliachim autem genuit Azor   Zerubbabel nu verwekte Abiud , Abiud nu verwekte Eljakim , Eljakim nu verwekte Azor .   13 En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor; [13] Zerubbabel van Abiud, Abiud van Eljakim, Eljakim van Azor,  [13] Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,  13 Zorobavel laat Avihoed geboren worden, Avihoed laat Eljakiem geboren worden, en Eljakiem laat Azor geboren worden;  13. Zorobabel engendra Abioud, Abioud engendra Éliakim, Éliakim engendra Azor,  

King James Bible . [13] And Zorobabel begat Abiud; and Abiud begat Eliakim; and Eliakim begat Azor;
Luther-Bibel . 13 Serubbabel zeugte Abihud. Abihud zeugte Eljakim. Eljakim zeugte Asor.

Tekstuitleg van Mt 1,13 .

Mt 1,14 - Mt 1,14 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14azôr de egennèsen ton sadôk, sadôk de egennèsen ton achim, achim de egennèsen ton elioud,  14 Azor autem genuit Saddoc Saddoc autem genuit Achim Achim autem genuit Eliud   Azor nu verwekte Sadok , Sadok nu verwekte Achim , Achim nu verwekte  Eliud , 14 En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Elihud; [14] Azor van Sadok, Sadok van Achim, Achim van Eliud, [14] Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,  14 Azor laat Sadok geboren worden, Sadok laat Achiem geboren worden en Achiem laat Elioed geboren worden;   14. Azor engendra Sadok, Sadok engendra Akhim, Akhim engendra Élioud, 

King James Bible . [14] And Azor begat Sadoc; and Sadoc begat Achim; and Achim begat Eliud;
Luther-Bibel . 14 Asor zeugte Zadok. Zadok zeugte Achim. Achim zeugte Eliud.

Tekstuitleg van Mt 1,14 .

Mt 1,15 - Mt 1,15 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15elioud de egennèsen ton eleazar, eleazar de egennèsen ton matthan, matthan de egennèsen ton iakôb, 15 Eliud autem genuit Eleazar Eleazar autem genuit Matthan Matthan autem genuit Iacob  Eliud nu verwekte Eleazar , Eleazar nu verwekte Mattan , Mattan nu verwekte Jakob ,  15 En Elihud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob; [15] Eliud van Eleazar, Eleazar van Mattan, Mattan van Jakob.  [15] Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,   15 Elioed laat Elazar geboren worden, Elazar laat Matan geboren worden en Matan laat Jakob geboren worden;   15. Élioud engendra Éléazar, Éléazar engendra Matthan, Matthan engendra Jacob,  

King James Bible . [15] And Eliud begat Eleazar; and Eleazar begat Matthan; and Matthan begat Jacob;
Luther-Bibel . 15 Eliud zeugte Eleasar. Eleasar zeugte Mattan. Mattan zeugte Jakob.

Tekstuitleg van Mt 1,15 .

Mt 1,16 - Mt 1,16 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16iakôb de egennèsen ton iôsèf ton andra marias, ex ès egennèthè ièsous o legomenos christos.   16 Iacob autem genuit Ioseph virum Mariae de qua natus est Iesus qui vocatur Christus   Jakob nu verwekte Jozef de man van Maria , uit wie Jezus verwekt werd die Christus genoemd wordt .   16 En Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit welke geboren is JEZUS, gezegd Christus.  [16] Jakob was de vader van Jozef, de man van Maria; uit haar is Jezus geboren, die Messias* genoemd wordt.  [16] Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.  16 Jakob laat Jozef geboren worden, de man van Maria, uit wie Jezus wordt geboren die Christus wordt genoemd.   16. Jacob engendra Joseph, l'époux de Marie, de laquelle naquit Jésus, que l'on appelle Christ.  

King James Bible .And Jacob begat Joseph the husband of Mary, of whom was born Jesus, who is called Christ.
Luther-Bibel (1984) . Jakob zeugte mJosef, den Mann der Maria, von der geboren ist Jesus, der da heißt Christus.

Tekstuitleg van Mt 1,16 . Dit vers Mt 1,16 telt 15 (3 X 5) woorden en 72 (2 X 2 X 2 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Mt 1,16 is 7356 (2 X 2 X 3 X 613) .

3. egennèthè (hij werd geboren) . Verwijzing : genesis , zie Mt 1,1 . In elf verzen in de bijbel . In twee verzen in Mt : (1) Mt 1,16 en Mt 26,24 . De ene tekst heeft de maken met het begin van Jezus'leven , de andere over zijn einde : de mensenzoon gaat wel heen zoals over hem geschreven staat ; wee echter de mens via wie de mensenzoon wordt overgelverd . Het ware beter geweest ware hij niet geboren geworden .

12. Ièsous (Jezus) . Verwijzing : Ièsous (Jezus), zie Mt 1,1 . In 455 verzen in het N.T. . In 110 verzen bij Matteüs . In één vers in Mt 1 : Mt 1,16 (-) .

15. Christos (Christus) , zie Mt 1,1 . Nominatief enkelvoud . In 118 verzen in de bijbel . Met lidwoord (+) of zonder lidw<oord (-) . In acht verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,16 (-) . (2) Mt 2,4 (+) .

Mt 1,17 - Mt 1,17 : 9. Stamboom van Jezus - Mt 1,1-17 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 1 -- taalgebruik -- Mt 1,18-25 -- Mt 1,1 - Mt 1,2 - Mt 1,3 - Mt 1,4 - Mt 1,5 - Mt 1,6 - Mt 1,7 - Mt 1,8 - Mt 1,9 - Mt 1,10 - Mt 1,11 - Mt 1,12 - Mt 1,13 - Mt 1,14 - Mt 1,15 - Mt 1,16 - Mt 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17pasai oun ai geneai apo abraam eôs dauid geneai dekatessares, kai apo dauid eôs tès metoikesias babulônos geneai dekatessares, kai apo tès metoikesias babulônos eôs tou christou geneai dekatessares.   17 omnes ergo generationes ab Abraham usque ad David generationes quattuordecim et a David usque ad transmigrationem Babylonis generationes quattuordecim et a transmigratione Babylonis usque ad Christum generationes quattuordecim Alle geslachten dus (samengenomen) van Abraham tot David veertien geslachten , en van David tot de wegvoering naar babylon veertien geslachten , en van de wegvoering naar babylon tot de Christus veertien geslachten . 17 Al de geslachten dan, van Abraham tot David, zijn veertien geslachten; en van David tot de Babylonische overvoering, zijn veertien geslachten; en van de Babylonische overvoering tot Christus, zijn veertien geslachten. 
[17] In totaal zijn er dus van Abraham tot David veertien generaties, van David tot de ballingschap in Babylon veertien generaties, en van de ballingschap in Babylon tot de Messias veertien generaties. 

[17] Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties. 
17 Alle geboorten dus van Abraham tot David zijn veertien geboorten, van David tot aan de wegvoering naar Babylon zijn het veertien geboorten, en van de wegvoering naar Babylon tot aan de Christus zijn het veertien geboorten.  17. Le total des générations est donc : d'Abraham à David, quatorze générations ; de la déportation de Babylone au Christ, quatorze générations. 

King James Bible : So all the generations from Abraham to David are fourteen generations; and from David until the carrying away into Babylon are fourteen generations; and from the carrying away into Babylon unto Christ are fourteen generations.

Tekstuitleg van Mt 1,17 . Dit vers Mt 1,17 telt 29 woorden en 166 (2 X 83) letters . De getalwaarde van Mt 1,17 is 16257 (3 X 5419) . Dit vers geeft het overzicht van de 3 X 14 geslachten , verdeeld over drie periodes : (1) Abraham - David . (2) David - Babylonische ballingschap . (3) Babylonische ballingschap - Christus .

2. oun (derhalve, bijgevolg) . Verwijzing : oun (derhalve, bijgevolg) , zie Mt 1,17 . oun (derhalve, bijgevolg) . In 198 verzen in het O.T. . In 490 verzen in het N.T. . In zesenvijftig verzen bij Matteüs . In zes verzen bij Marcus . In drieëndertig verzen bij Lucas . In 194 verzen bij Johannes .

5. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mt : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mt (82) . Mt 1 (3) : (1) Mt 1,17 . (2) Mt 1,21 . (3) Mt 1,24 .

12. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mt : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mt (82) . Mt 1 (3) : (1) Mt 1,17 . (2) Mt 1,21 . (3) Mt 1,24 .

21. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mt : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mt (82) . Mt 1 (3) : (1) Mt 1,17 . (2) Mt 1,21 . (3) Mt 1,24 .

27. Christou . Verwijzing : Christos (Christus) , zie Mt 1,1 . Genitief enkelvoud . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,1 (-) . (2) Mt 1,17 (+) . (3) Mt 1,18 (+) . (4) Mt 11,2 (+) . (5) Mt 22,42 (+) .

10. Geboorte van Jezus : Mt 1,18-25 - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -- Mt (Matteüs) -

 10. Geboorte van Jezus : Mt 1,18-25 - 1. Maria is zwanger 2. Jozef 3. engel 4. inleidingsformule en schriftuurtekst 5. Jozef. uitvoering van de opdracht
  Mt 1,18 Mt 1,19 Mt 1,20 - Mt 1,21 Mt 1,22 - Mt 1,23 Mt 1,24 - Mt 1,25
tweede woord van het vers de (echter) wijst op verandering van personage en situatie de (echter) wijst op verandering van personage de (echter) wijst op verandering van personage de (echter) de (echter) wijst op verandering van personage

realiteit verantwoording schriftuurtekst
Mt 1,18 Mt 1,20 Mt 1,23
    idou hè parthenos (zie de maagd)
en gastri (in de schoot) to gar en autèi (want wat in haar) en gastri (in de schoot)
echousa (hebbende) gennèthen (tot leven gewekt) hexei
ek pneumatos hagiou (uit heilige geest) ek pneumatos estin hagiou (is uit heilige geest)  
10. Geboorte van Jezus : Mt 1,18-25    

De zwangerschap van Maria is voor Jozef een reden om van haar te scheiden . De engel vraagt het tegendeel nl. Maria als vrouw te nemen . De reden hiervoor is dat Maria niet heeft gehandeld tegen Gods wil , integendeel . Als rechtvaardige kan , mag en moet hij Maria als vrouw aannemen . Want het is volgens Gods wil dat Maria zwanger werd . Wat in haar tot leven is gekomen , is uit heilige geest .

Mt 1,18 - Mt 1,18 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -- Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18tou de ièsou christou è genesis outôs èn. mnèsteutheisès tès mètros autou marias tô iôsèf, prin è sunelthein autous eurethè en gastri echousa ek pneumatos agiou.  18 Christi autem generatio sic erat cum esset desponsata mater eius Maria Ioseph antequam convenirent inventa est in utero habens de Spiritu Sancto  De geboorte van Jezus Christus was zo . Nadat zijn moeder Maria uitgehuwelijkt was aan Jozef , werd ze , voor zij samengekomen waren , zwanger bevonden van de heilige Geest .   18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest.  [18] De herkomst van Jezus Christus was deze. Zijn moeder Maria was verloofd* met Jozef, en voordat ze bij elkaar gingen wonen, bleek zij zwanger te zijn van de heilige Geest.   [18] De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest.   18 ¶ Van Jezus Christus is de genesis,– geboorte, zó geweest: als Maria, zijn moeder, is uitgehuwelijkt aan Jozef, blijkt zij voordat zij samenkomen zwanger te zijn uit de heilige Geest.   18. Or telle fut la genèse de Jésus Christ. Marie, sa mère, était fiancée à Joseph : or, avant qu'ils eussent mené vie commune, elle se trouva enceinte par le fait de l'Esprit Saint. 

King James Bible . Now the birth of Jesus Christ was on this wise: When as his mother Mary was espoused to Joseph, before they came together, she was found with child of the Holy Ghost .
Luther-Bibel (1984) . Die Geburt Jesu Christi geschah aber so: Als Maria, seine Mutter, dem Josef vertraut war, fand es sich, ehe er sie heimholte, daß sie schwanger war avon dem heiligen Geist.

Tekstuitleg van Mt 1,18 . Dit vers Mt 1,18 telt 27 (3 X 3 X 3) woorden en 133 (11 X 13) letters. De getalwaarde van Mt 1,18 is 18930 (2 X 3 X 5 X 631) .

1. - 3. tou de Ièsou (van Jezus echter) . In drie verzen in het N.T. , en wel bij Mt (Matteüs) : (1) Mt 1,18 . (2) Mt 2,1 . (3) Mt 26,6 .

1. - 2. tou de . In acht verzen in het N.T. : (1) Mt 1,18 . (2) Mt 2,1 . (3) Mt 26,6 . (4) Hnd 4,32 . (5) Hnd 10,19 . (6) Hnd 19,30 . (7) Hnd 25,21 . (8) Gal 3,23 . Telkens bij het begin van een vers . In zes gevallen wordt tou de gevolgd door een persoonsnaam ( niet in (4) Hnd 4,32 en (8) Gal 3,23 ) .

1. tou . Verwijzing : lidwoord , zie Mt 28,18 . Bepaald lidwoord . Genitief mannelijk en onzijdig enkelvoud . In 8480 verzen in de bijbel . In 234 verzen bij Mt (Matteüs) . In vijf verzen in Mt 1 : (1) Mt 1,6 : tou Ouriou (van Uria) . (2) Mt 1,17 : heôs tou Christou (tot Christus) . (3) Mt 1,18 : tou de Ièsou (van Jezus echter) . (4) Mt 1,22 : dia tou profoutou (via de profeet) . (5) Mt 1,24 : apo tou hupnou (uit de droom) .

2. de (echter) . Partikel als tweede woord in de zin . Lichte tegenstelling . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In 2456 verzen in het N..T. . In 421 verzen bij Mt . In eenentwintig verzen in Mt 1 . Mt 1,1-17 : vijftienmaal . Mt 1,18-25 : zesmaal .

3. Ièsou . Verwijzing : Ièsous (Jezus) , zie Mt 1,1 . Genitief of datief enkelvoud . In vijfentwintig verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,1 (-) . (2) Mt 1,18 (+) . (3) Mt 2,1 (+) .

4. Christou . Verwijzing : Christos (Christus) , zie Mt 1,1 . Genitief enkelvoud . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,1 (-) . (2) Mt 1,17 (+) . (3) Mt 1,18 (+) . (4) Mt 11,2 (+) . (5) Mt 22,42 (+) .

Mt 1,19 - Mt 1,19 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -- Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19iôsèf de o anèr autès, dikaios ôn kai mè thelôn autèn deigmatisai, eboulèthè lathra apolusai autèn. 19 Ioseph autem vir eius cum esset iustus et nollet eam traducere voluit occulte dimittere eam   19 Jozef nu haar man, daar hij rechtvaardig was en haar niet aan de kaak wou stellen, wou haar heimelijk wegzenden.   19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten. [19] Jozef, haar man, was een rechtvaardige. Omdat hij haar niet in opspraak wilde brengen, kwam hij op de gedachte om in stilte van haar te scheiden.  [19] Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten.   19 Maar omdat Jozef, haar man, een rechtvaardige is en haar niet te schande wil zetten, beraamt hij het plan zich in het verborgene van haar los te maken.  19. Joseph, son mari, qui était un homme juste et ne voulait pas la dénoncer publiquement, résolut de la répudier sans bruit.  

King James Bible . [19] Then Joseph her husband, being a just man, and not willing to make her a publick example, was minded to put her away privily.
Luther-Bibel . 19 Josef aber, ihr Mann, war fromm und wollte sie nicht in Schande bringen, gedachte aber, sie heimlich zu verlassen.

Tekstuitleg van Mt 1,19 .

Mt 1,20 - Mt 1,20 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -- Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
idou aggelos kuriou  20tauta de autou enthumèthentos idou aggelos kuriou kat onar efanè autô legôn, iôsèf uios dauid, mè fobèthès paralabein marian tèn gunaika sou, to gar en autè gennèthen ek pneumatos estin agiou: 20 haec autem eo cogitante ecce angelus Domini in somnis apparuit ei dicens Ioseph fili David noli timere accipere Mariam coniugem tuam quod enim in ea natum est de Spiritu Sancto est  20 Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, er verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die zei: “Jozef, zoon van David, vrees niet Maria je vrouw bij je te nemen; immers wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest.   20 En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest;  [20] Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom* een engel van de Heer, die zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang uw vrouw Maria bij u te nemen, want wat bij haar tot leven is gewekt, is van de heilige Geest. [20] Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.  20 Maar terwijl hij dat in de zin heeft, zie, een aankondig–engel van de Heer verschijnt hem in een droom en zegt: zoon van David, Jozef, vrees niet om Maria, je vrouw, bij je te nemen, want wat in haar geboren is, is uit de heilige Geest;  20. Alors qu'il avait formé ce dessein, voici que l'Ange du Seigneur lui apparut en songe et lui dit : « Joseph, fils de David, ne crains pas de prendre chez toi Marie, ta femme : car ce qui a été engendré en elle vient de l'Esprit Saint ;

King James Bible . [20] But while he thought on these things, behold, the angel of the Lord appeared unto him in a dream, saying, Joseph, thou son of David, fear not to take unto thee Mary thy wife: for that which is conceived in her is of the Holy Ghost.
Luther-Bibel . 20 Als er das noch bedachte, siehe, da erschien ihm der Engel des Herrn im Traum und sprach: Josef, du Sohn Davids, fürchte dich nicht, Maria, deine Frau, zu dir zu nehmen; denn was sie empfangen hat, das ist von dem Heiligen Geist.

Tekstuitleg van Mt 1,20 .

1. tauta (die 'dingen') . Verwijzing : tauta (die 'dingen') , zie Mt 1,20 . tauta (die 'dingen') is een aanwijzend voornaamwoord , onzijdig meervoud . Het wijst naar wat voorafging of wat zal komen . Bij Matteüs komt het veelvuldig voor in combinatie met panta (alles) . In 815 verzen in de bijbel . In 587 verzen in het O.T. . In 228 verzen in het N.T. . Mt (22) . Mc (14) . Lc (46) . Joh (58) . Hnd (28) . In tweeëntwintig verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,20 . (2) Mt 4,9 : Tauta soi panta dôsô (Dat voor jou alles geef ik) . Tauta panta of panta tauta (dat alles of al dat) in elf verzen bij Matteüs . (3) Mt 6,32 (panta gar tauta = want al dat) . (4) Mt 6,33 (tauta panta = dat alles) . (5) Mt 9,18 . (6) Mt 10,2 . (7) Mt 11,25 . (8) Mt 13,34 (tauta panta = dat alles) . (9) Mt 13,51 (tauta panta elalèsen ho Ièsous = Dat alles sprak Jezus) . (10) Mt 13,56 (sunèkate tauta panta = begreep je dat alles) . (11) Mt 15,20 . (12) Mt 19,20 (panta tauta = al dat) . (13) Mt 21,23 . (14) Mt 21,24 . (15) Mt 21,27 . (16) Mt 23,23 . (17) Mt 23,36 (tauta panta = dat alles) . (18) Mt 24,2 (tauta panta = dat alles) . (19) Mt 24,3 . (20) Mt 24,8 (panta de tauta = al dat echter) . (21) Mt 24,33 (panta tauta = al dat) . (22) Mt 24,34 (panta tauta = al dat) . In achtentwintig verzen in Hnd : (1) Hnd 1,9 (kai tauta eipôn = en dit gezegd) . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 7,1 . (4) Hnd 7,7 : meta tauta (daarna) . (5) Hnd 7,50 . (6) Hnd 7,54 . (7) Hnd 10,44 . (8) Hnd 7,54 : akouontes de tauta = dat echter horende . (9) Hnd 11,18 : akousantes de tauta (dat echter gehoord) . (10) Hnd 12,17 .
meta (+ x +) tauta (letterlijk : na dat ; daarna : eerst aanwijzend voornaamwoord daar < dat en dan het 'voor'zetsel) . Verwijzing : tauta (die 'dingen') , zie Mt 1,20 . In dertig verzen in het N.T. . Mc (1) . Lc (5) . Joh (8) . Hnd (4) . ... Opb (9) . In acht verzen bij Joh , zie Joh 1,43 . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 7,7 . (2) Hnd 13,20 . (3) Hnd 15,16 . (4) Hnd 18,1 .
- houtos (deze) . Hebreeuws hû´ . In 531 verzen in de bijbel . In 345 verzen in het O.T. . In 186 verzen in het N.T. . Het komt in achtenveertig verzen bij Johannes voor .
- hautè komt in zevenentwintig verzen voor . Nominatief of datief enkelvoud (autèi) . (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) (12) (13) (14) (15) (16) (17) (18) (19) (20) (21) (22) (23) (24) (25) (26) (27) (28) (29) (30) (31) (32) (33) (34) (35) (36) (37) (38) (39) (40) (41) (42) (43) (44) (45) (46) (47) (48)
--- touto (dit) . Aanwijzend voornaamwoord onzijdig enkelvoud . In 1103 verzen in de bijbel . In 798 verzen in het O.T. . In 305 verzen in het N.T. . In vijftig verzen bij Johannes .
--- touto de (dit echter) . In vijfendertig verzen in het N.T. . Vijftienmaal nominatief onderwerp , twintigmaal accusatief lijdend voorwerp .

1. - 2. ταυτα δε = tauta de (die dingen echter) . NT (10) . Mt (1) : Mt 1,20 . Lc (2) : (1) Lc 9,34 . (2) Lc 24,36 . Joh (5) : (1) Joh 7,9 . (2) Joh 12,16 . (3) Joh 16,4 . (4) Joh 18,22 . (5) Joh 20,31 . Hnd (1) : Hnd 26,24 . 1 Kor (2) : (1) 1 Kor 4,6 . (2) 1 Kor 10,6 . Gal (1) : Gal 5,17 .

5. idou (zie) . Verwijzing : idou (zie) , zie Mt 1,20 . Verwijzing : hinneh (zie) , zie Gn 29,2 . Het komt in de bijbel in 1229 verzen voor en is dikwijls de vertaling van het Hebreeuwse hen of hinneh (zie) . In het O.T. in 1037 verzen . In het N.T. in 192 verzen . Mt in negenenvijftig verzen . Mc in zeven verzen . Lc in vijfenvijftig verzen . Joh in vier verzen . In negenenvijftig verzen bij Matteüs . Kai (en) : + of - . In zevenentwintig verzen in Mt . In zesentwintig verzen in Lc . Niet in Mc en Joh . In acht verzen in Hnd :
In twee verzen in Mt 1 : (1) Mt 1,20 (-) idou aggelos kuriou (zie een engel van de Heer) . (2) Mt 1,23 (-) idou hè parthenos (zie de maagd) .
In vier verzen in Mt 2 : (1) Mt 2,1 (-) idou magoi (zie magiërs) . (2) Mt 2,9 (+) idou ho astèr (en zie de ster) . (3) Mt 2,13 zoals Mt 1,20 (-) idou aggelos kuriou (zie een engel van de Heer) . (4 ) Mt 2,19 zoals Mt 1,20 (-) idou aggelos kuriou (zie een engel van de Heer) .
In twee verzen in Mt 3 : (1) Mt 3,16 (+) idou + werkwoord (en zie) . (2) Mt 3,17 (+) kai idou fônè ek tôn ouranôn (en zie een stem uit de hemelen) .
In één vers in Mt 4 : (1) Mt 4,11 (+) idou aggeloi (en zie engelen) .  
In één vers in Mt 7 : (1) Mt 7,4 (+) idou ho dokos (zie de balk) .
(11) Mt 8,2 (+) idou lepros ... (en zie een melaatse)
- Mt 9,20 (+) idou gunè (een vrouw) - . Mt 15,22 (+) idou gunè (een vrouw) - Mt 17,3 (+) + werkwoord - Mt 17,1-9 - Mt 17,5 (-) idou nefelè (zie een wolk) - Mt 17,1-9 - . Mt 17,5b (+) kai idou fônè ek tès nefelès (en zie een stem uit de wolk) - Mt 17,1-9 - .
In vijf verzen in Mt 28 : (1) Mt 28,2 (+) idou seismos... megas (en zie een grote beving) . (2) Mt 28,7 (+) idou + werkwoord (en zie) . (3) Mt 28,9 (+) idou Ièsous (en zie Jezus) . (4) Mt 28,11 (-) idou tines tès koustôdias (sommigen van de wacht) . (5) Mt 28,20 (+) idou egô (en zie ik) .
Idou (zie) komt in 7 verzen in Marcus voor. Geen enkele maal gaat het nevenschikkend voegwoord kai (en) eraan vooraf. In 2 gevallen is het onderwerp aangegeven door het vervoegd werkwoord. In 3 gevallen staat het onderwerp vóór het vervoegd werkwoord, in 2 gevallen erna.

6. 7. aggelos kuriou (de engel van de Heer) . Verwijzing : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,20 (losse genitief + idou + ) . (2) Mt 1,24 (uitvoering van wat in Mt 1,20 werd opgedragen) . (3) Mt 2,13 (losse genitief + idou + ) . (4) Mt 2,19 (losse genitief + idou + ) . (5) Mt 28,2 : aggelos gar kuriou (want een engel van de Heer) . In drie verzen gaat een losse genitief , gevolgd door idou (zie) vooraf .

24.  gar (want) . Verwijzing : gar (want) , zie Mt 1,20 . Het duidt de reden aan . In 2289 verzen in de bijbel . In 36 verzen in Bar . In 123 verzen bij Matteüs . (1) Mt 1,20. (2) Mt 1,21. (3) Mt 2,2. (4) Mt 2,5. (5) Mt 2,6. (6) Mt 2,13. (7) Mt 2,20. (8) Mt 3,2. (9) Mt 3,3. (10) Mt 3,9. (11) Mt 3,15. (12) Mt 4,6. (13) Mt 4,10. (14) Mt 4,17. (15) Mt 4,18.

27. gennèthen (wat geworden, ontstaan is) van gennaô : verwekken . Verwijzing : genesis , zie Mt 1,1 . Passief participium genitief onzijdig enkelvoud . Slechts in één vers in de bijbel : Mt 1,20 .

Mt 1,21 - Mt 1,21 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21texetai de uion kai kaleseis to onoma autou ièsoun, autos gar sôsei ton laon autou apo tôn amartiôn autôn.   21 pariet autem filium et vocabis nomen eius Iesum ipse enim salvum faciet populum suum a peccatis eorum   Ze zal een zoon baren en je zult zijn naam Jezus noemen; hij zal immers zijn volk redden van hun zonden.”  
21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. 
[21] Ze zal een zoon krijgen en u moet Hem de naam Jezus geven, want Hij is degene die zijn volk zal redden uit hun zonden.’  [21] Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ 21 zij zal een zoon baren en jij zult als zijn naam uitroepen: Jezus!– de Heer redt; want hij zal zijn gemeente redden van hun zonden!  21. elle enfantera un fils, et tu l'appelleras du nom de Jésus : car c'est lui qui sauvera son peuple de ses péchés. » 

King James Bible . [21] And she shall bring forth a son, and thou shalt call his name JESUS: for he shall save his people from their sins.
Luther-Bibel . 21 Und sie wird einen Sohn gebären, dem sollst du den Namen Jesus geben, denn er wird sein Volk retten von ihren Sünden.

Tekstuitleg van Mt 1,21 .

9. Ièsoun . Verwijzing : Ièsous (Jezus), zie Mt 1,1 . Accusatief enkelvoud . In vijftien verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,21 (-) . (2) Mt 1,25 (-) .

Mt 1,21.10. - 11. αυτος γαρ = autos gar (want hij) . NT (10) : (1) Mt 1,21 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 12,36 . (4) Joh 2,25 . (5) Joh 4,44 . (6) Joh 6,6 . (7) Joh 16,27 . (8) 2 Kor 11,14 . (9) Ef 2,14 . (10) Heb 13,5 .

12. act. ind. fut. 3de pers. enk. σωσει = sôsei (hij zal redden) van het werkw. sῳζω = sôzô (redden) . Taalgebruik in het NT : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) . NT (6) : (1) Mt 1,21 . (2) Mc 8,35 // Lc 9,24 . (3) Mc 8,35 // Lc 9,24 . (4) 2 Tim 4,18 . (5) Jak 5,14 . (6) Jak 5,20 . Een vorm van σῳζω = sôzô (redden, verlossen) in de LXX (363) , in het NT (106) , in Mt (14) : (1) Mt 1,21 . (2) Mt 8,25 . (3) Mt 9,21 . (4) Mt 9,22 . (5) Mt 10,22 . (6) Mt 14,30 . (7) Mt 16,25 . (8) Mt 18,11 . (9) Mt 19,25 . (10) Mt 24,13 . (11) Mt 24,22 . (12) Mt 27,40 . (13) Mt 27,42 . (14) Mt 27,49 .
- Hebreeuws . act. hifil imperfect. 3de pers. enk. יוֹשִׁיעַ = jôsjî`a (hij zal redden) van het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Bijbel (6) : (1) Js 45,20 . (2) Sef 3,17 . Ps (4) : (1) Ps 34,19 . (2) Ps 69,36 . (3) Ps 72,4 . (4) Ps 72,13 . Behalve in Js 45,20 vertaalt de LXX in de 5 andere verzen de Hebreeuwse werkwoordvorm door σωσει = sôsei (hij zal redden) .
-- וְיֹשִׁעֵנוּ = wëjosji`enû (en dat hij ons zal redden) < prefix verbindingswoord wë + act. hifil jussief 3de pers. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mv. . Zie het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Tenakh (2) : (1) 1 S 4,3 . (2) 1 S 7,8 . LXX : και σωσει ἠμας = kai sôsei hèmas (en hij zal ons redden) .

  sôzô (redden)  actief bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
4 ind . fut. 3de pers. enk. sôsei  31  25       

- L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . N. heiland . D. Heiland . Arabisch : najada (redden, helpen) . Taalgebruik in de Koran : najada (redden, helpen) .

Mt 1,21.12. - 13. σωσει τον = sôsei ton (hij zal redden de/het) . NT (2) : (1) Mt 1,21 . (2) Jak 5,15 .

Mt 1,21.14. acc. mann. enk. λαον = laon (volk) van het zelfst. naamw. λαος = laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Taalgebruik in de LXX : laos (volk) . Mt (2) : (1) Mt 1,21 . (2) Mt 2,6 . Een vorm van λαος = laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) .

  laos (volk)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  acc. mann. enk. laon  525  482  43    12    16  11  14  14  10 

Mt 1,21.13. - 15. τον λαον αυτου = ton laon autou (zijn volk) . NT 5) : (1) Mt 1,21 . (2) Lc 7,16 . (3) Rom 11,1 . (4) Rom 11,2 . (5) Heb 10,30 .

Mt 1,21.16. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mt : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mt (82) . Mt 1 (3) : (1) Mt 1,17 . (2) Mt 1,21 . (3) Mt 1,24 .

Mt 1,21.18. gen. vr. mv. ἁμαρτιων = hamartiôn (van zonden) van het zelfstandig naamwoord ἁμαρτια = hamartia (zonde) . Bijbel (85) . OT (53) . NT (32) : (1) Mt 1,21 . (2) Mt 26,28 . (3) Mc 1,4 . (4) Lc 1,77 . (5) Lc 3,3 . (6) Lc 24,47 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 5,31 . (9) Hnd 10,43 . (10) Hnd 13,38 . (11) Hnd 26,18 . Andere boeken NT (21) . Een vorm van ἁμαρτια = hamartia (zonde) in de LXX (545) , in het NT (173) .

hamartia (zonde)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen mv. hamartiôn 85 53 32 2 : (1) Mt 1,21 . (2) Mt 26,28 . 1 : Mc 1,4 . 3 : (1) Lc 1,77 . (2) Lc 3,3 . (3) Lc 24,47 .   5 : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 13,38 . (5) Hnd 26,18 . 20 1    

Mt 1,21.17. - 18. των ἁμαρτιων = tôn hamartiôn (van de zonden) . NT (12) : (1) Mt 1,21 . (2) Rom 7,5 . (3) 1 Kor 15,3 . (4) Gal 1,4 . (5) Kol 1,14 . (6) Kol 2,11 . (7) Heb 1,3 . (8) Heb 8,12 . (9) Heb 10,17 . (10) 1 Joh 2,2 . (11) 1 Joh 4,10 . (12) Apk 1,5 .

Mt 1,21.16. - 18. απο των ἁμαρτιων = apo tôn hamartiôn (van de zonden) . NT (2) : (1) Mt 1,21 . (2) Apk 1,5 .

Mt 1,21.17. - 19. των ἁμαρτιων αυτων = tôn hamartiôn (van hun zonden) . NT (3) : (1) Mt 1,21 . (2) Heb 8,12 . (3) Heb 10,17 .
- των ἁμαρτιων ἡμων = tôn hamartiôn hèmôn (van onze zonden) . NT (6) : (1) 1 Kor 15,3 . (2) Gal 1,4 . (3) Heb 1,3 . (4) 1 Joh 2,2 . (5) 1 Joh 4,10 . (6) Apk 1,5 .

Mt 1,22 - Mt 1,22 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -- Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22touto de olon gegonen ina plèrôthè to rèthen upo kuriou dia tou profètou legontos,   22 hoc autem totum factum est ut adimpleretur id quod dictum est a Domino per prophetam dicentem  22 Dit alles is gebeurd opdat vervuld wordt wat door de Heer gezegd is door de profeet, die zegt:  22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen van den Heere gesproken is, door den profeet, zeggende:  [22] Dit alles is gebeurd opdat vervuld* zou worden wat door de Heer bij monde van de profeet gezegd is:   [22] Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd:   22 Heel dit is geschied opdat vervuld zal worden wat vanwege de Heer is gezegd door de profeet die zegt:   22. Or tout ceci advint pour que s'accomplît cet oracle prophétique du Seigneur : 

King James Bible . [22] Now all this was done, that it might be fulfilled which was spoken of the Lord by the prophet, saying,
Luther-Bibel . 22 Das ist aber alles geschehen, damit erfüllt würde, was der Herr durch den Propheten gesagt hat, der da spricht (Jesaja 7,14):

Tekstuitleg van Mt 1,22 .

1. nom. en acc. onz. enk. τουτο = touto (dit) van het aanwijz. voornaamw. οὑτος = houtos (deze) . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Mt 1 (1) : Mt 1,22 .
- Lat. hic - haec - hoc . Fr. ceci . Ned. deze , dat / dit . D. der - die - das . E. this - that .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk. touto  1103  898  305  31  15  37  50 29            

1. - 2. τουτο δε = touto de (dit echter) . NT (35) . Mt (4) : (1) Mt 1,22 . (2) Mt 17,21 . (3) Mt 21,4 . (4) Mt 26,56 .

1. - 4. τουτο δε ὁλον γεγονεν = touto de holon gegeonen (dit geheel echter gebeurde) . NT (3) : (1) Mt 1,22 . (2) Mt 21,4 . (3) Mt 26,56 .

inleidingsformule op het citaat (Zitationsformel)

We merken dat de inleidingsformules op een bijbelcitaat zeer sterk op elkaar gelijken.
De inleidingsformule bij Mt 2,17 (Mt 2,16-18: de kindermoord te Betlehem door Herodes) en Mt 27,9 (Mt 27,3-10: het einde van Judas) identiek is. Op de inleidingsformule volgt het bijbelcitaat (Mt 2,18; Mt 27,10). Hiermee eindigt in beide gevallen de pericope. Het begin van beide pericopen lijken ook sterk op elkaar:
Mt 2,17: Tote Hijroodijs idoon hoti = toen Herodes ziende dat ...
Mt 27,3: Tote idoon Ioudas... hoti = toen ziende Judas... dat...
Dan volgt het gebeuren. In het eerste geval de kindermoord, in het andere geval de dood van Judas.

Matteüs legt vaak de nadruk op de vervulling van de schriften/ de Wet/ de profeten. Het Oude Testament wordt dan gezien als een voorspelling die in het Nieuwe Testament in vervulling gaat. Natuurlijk is het niet zo moeilijk om achteraf, na alles wat met Jezus is gebeurd, in het Oude Testament teksten te vinden die aansluiten bij het gebeuren van Jezus en in de lijn van de interpretatie liggen.

hupo + genitief (door) komt bij Matteüs 27X voor. hup' : 4X. Door dit voorzetsel + genitief wordt het subject van het passief werkwoord ingeleid.

 (1) Mt 1,22 (2)Mt 2,15 : to rèthen hupo kuriou (wat werd gezegd oor de Heer) - Mt 1,18-25 - Mt 2,13-23 - (3) Mt 2,16 : enepaichthè hpo tôn magôn (hij werd om de tuin geleid door de magiërs) - Mt 2,13-23 - (4) Mt 3,14 : hupo sou bapthisthènai (door jou gedoopt te worden) - Mt 3,13-17 - (5) Mt 4,1: anèchthè hupo tou pneumatos (hij werd omhooggedreven door de geest) - Mt 4,1-11 - (6) Mt 4,1: peirathènai hup tou diabolou (om beproefd te worden door de duivel) - Mt 4,1-11 - (7) Mt 5,13: katapateisthai hupo tôn anthrôpôn (om neergetrapt te worden door de mensen) - Mt 5,13 - (9)
   
 hupo + accuséatief: onder  (8) titheasin auton hupo ton modion (zij zetten hem onder de korenmaat

sou (u) komt bij Matteüs 71 X voor.

- en (in) .

Mt 1,23 - Mt 1,23 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23idou è parthenos en gastri exei kai texetai uion, kai kalesousin to onoma autou emmanouèl, o estin methermèneuomenon meth èmôn o theos.  23 ecce virgo in utero habebit et pariet filium et vocabunt nomen eius Emmanuhel quod est interpretatum Nobiscum Deus  23 Zie de maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en ze zullen zijn naam Emmanuël noemen , Dat is vertaald: God met ons .   23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.  [23] Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren,
en ze zullen Hem de naam Immanuël geven,
wat betekent: God met ons.
[23] ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’.   23 zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en als zijn naam zullen ze uitroepen ‘Immanoeël’; vertaald is dat: met ons is God!  23. Voici que la vierge concevra et enfantera un fils, et on l'appellera du nom d'Emmanuel, ce qui se traduit : « Dieu avec nous ». 

King James Bible . [23] Behold, a virgin shall be with child, and shall bring forth a son, and they shall call his name Emmanuel, which being interpreted is, God with us.
Luther-Bibel . 23 »Siehe, eine Jungfrau wird schwanger sein und einen Sohn gebären, und sie werden ihm den Namen Immanuel geben«, das heißt übersetzt: Gott mit uns.

Tekstuitleg van Mt 1,23 .

Het kan verwondering wekken dat Theos (God) als onderwerp slechts 6X in het Matteüsevangelie voorkomt. De genitief Theou (van God) komt 28X voor.

Mt 1,24 - Mt 1,24 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -- Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24egertheis de o iôsèf apo tou upnou epoièsen ôs prosetaxen autô o aggelos kuriou kai parelaben tèn gunaika autou:  24 exsurgens autem Ioseph a somno fecit sicut praecepit ei angelus Domini et accepit coniugem suam  24 Toen Jozef uit de slaap was opgestaan, deed hij zoals de engel van de Heer hem verordend had en nam zijn vrouw bij zich.  24 Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen; 
[24] Toen Jozef uit zijn slaap wakker werd, deed hij zoals de engel van de Heer hem had opgedragen. Hij nam zijn vrouw bij zich,  
[24] Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw,  24 Jozef, ontwaakt uit de slaap, doet zoals de aankondig–engel van de Heer hem heeft opgedragen en neemt zijn vrouw bij zich;  24. Une fois réveillé, Joseph fit comme l'Ange du Seigneur lui avait prescrit : il prit chez lui sa femme ;  

King James Bible . [24] Then Joseph being raised from sleep did as the angel of the Lord had bidden him, and took unto him his wife:
Luther-Bibel . 24 Als nun Josef vom Schlaf erwachte, tat er, wie ihm der Engel des Herrn befohlen hatte, und nahm seine Frau zu sich.

Tekstuitleg van Mt 1,24 .

5. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mt : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mt (82) . Mt 1 (3) : (1) Mt 1,17 . (2) Mt 1,21 . (3) Mt 1,24 .

12. 13. aggelos kuriou (de engel van de Heer) . Verwijzing : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,20 (losse genitief + idou + ) . (2) Mt 1,24 (uitvoering van wat in Mt 1,20 werd opgedragen) . (3) Mt 2,13 (losse genitief + idou + ) . (4) Mt 2,19 (losse genitief + idou + ) . (5) Mt 28,2 : aggelos gar kuriou (want een engel van de Heer) . In drie verzen gaat een losse genitief , gevolgd door idou (zie) vooraf .

Mt 1,25 - Mt 1,25 : 10. Geboorte van Jezus - Mt 1,18-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mt 1,18 - Mt 1,19 - Mt 1,20 - Mt 1,21 - Mt 1,22 - Mt 1,23 - Mt 1,24 - Mt 1,25 -- Mt 1 -- Mt 1,1-17 -- Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai ouk eginôsken autèn eôs ou eteken uion: kai ekalesen to onoma autou ièsoun. 25 et non cognoscebat eam donec peperit filium suum primogenitum et vocavit nomen eius Iesum   25 En hij bekende haar niet totdat ze +een zoon+ gebaard had; en hij noemde zijn naam Jezus.   25 En bekende haar niet, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en heette Zijn naam JEZUS.  [25] en hij had geen gemeenschap met haar voordat zij een zoon baarde. Hij gaf Hem de naam Jezus.  [25] maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus.  25 Hij heeft haar niet bekend totdat zij een zoon baart; en hij roept als zijn naam uit: Jezus!   25. et il ne la connut pas jusqu'au jour où elle enfanta un fils, et il l'appela du nom de Jésus.  

King James Bible . [25] And knew her not till she had brought forth her firstborn son: and he called his name JESUS.
Luther-Bibel . 25 Und er berührte sie nicht, bis sie einen Sohn gebar; und er gab ihm den Namen Jesus.

Tekstuitleg van Mt 1,25 .

14. Ièsoun . Verwijzing : Ièsous (Jezus), zie Mt 1,1 . Accusatief enkelvoud . In vijftien verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,21 (-) . (2) Mt 1,25 (-) .


- Hebreeuwse tekst OF modern Hebreeuws NT

ספר תולדת ישוע המשיח בן דוד בן אברהם׃ .1 אברהם הוליד את יצחק ויצחק הוליד את יעקב ויעקב הוליד את יהודה ואת אחיו׃ .2 ויהודה הוליד את פרץ ואת זרח מתמר ופרץ הוליד את חצרון וחצרון הוליד את רם׃ .3 ורם הוליד את עמינדב ועמינדב הוליד את נחשון ונחשון הוליד את שלמון׃ .4 ושלמון הוליד את בעז מרחב ובעז הוליד את עובד מרות ועובד הוליד את ישי׃ .5 וישי הוליד את דוד המלך ודוד המלך הוליד את שלמה מאשת אוריה׃ .6 ושלמה הוליד את רחבעם ורחבעם הוליד את אביה ואביה הוליד את אסא׃ .7 ואסא הוליד את יהושפט ויהושפט הוליד את יורם ויורם הוליד את עזיהו׃ .8 ועזיהו הוליד את יותם ויותם הוליד את אחז ואחז הוליד את יחזקיהו׃ .9 ויחזקיהו הוליד את מנשה ומנשה הוליד את אמון ואמון הוליד את יאשיהו׃ .10 ויאשיהו הוליד את יכניהו ואת אחיו לעת גלות בבל׃ .11 ואחרי גלותם בבלה הוליד יכניה את שאלתיאל ושאלתיאל הוליד את זרבבל׃ .12 וזרבבל הוליד את אביהוד ואביהוד הוליד את אליקים ואליקים הוליד את עזור׃ .13 ועזור הוליד את צדוק וצדוק הוליד את יכין ויכין הוליד את אליהוד׃ .14 ואליהוד הוליד את אלעזר ואלעזר הוליד את מתן ומתן הוליד את יעקב׃ .15 ויעקב הוליד את יוסף בעל מרים אשר ממנה נולד ישוע הנקרא משיח׃ .16 והנה כל הדרות מן אברהם עד דוד ארבעה עשר דרות ומן דוד עד גלות בבל ארבעה עשר דרות ומעת גלות בבל עד המשיח ארבעה עשר דרות׃ .17 והלדת ישוע המשיח כה היתה מרים אמו ארשה ליוסף ובטרם יבא אליה נמצאת הרה לרוח הקדש׃ .18 ויוסף בעלה היה איש צדיק ולא אבה לתתה לבוז ויאמר בלבו לשלחה בסתר׃ .19 הוא חשב כזאת והנה מלאך יהוה נראה אליו בחלום ויאמר יוסף בן דוד אל תירא מכנוס אליך את מרים אשתך כי אשר הרה בה מרוח הקדש הוא׃ .20 והיא ילדת בן וקראת את שמו ישוע כי הוא יושיע את עמו מעונותיהם׃ .21 ותהי כל זאת למלאת את אשר דבר יהוה ביד הנביא לאמר׃ .22 הנה העלמה הרה וילדת בן וקראו שמו עמנואל אשר פרושו האל עמנו׃ .23 וייקץ יוסף משנתו ויעש כאשר צוהו מלאך יהוה ויקח אליו את אשתו׃ .24 ולא ידעה עד כי ילדה בן את בכורה ויקרא את שמו ישוע׃ .25


- Griekse tekst

1. βιβλος γενεσεως ιησου χριστου υιου δαυιδ υιου αβρααμ 2. αβρααμ εγεννησεν τον ισαακ ισαακ δε εγεννησεν τον ιακωβ ιακωβ δε εγεννησεν τον ιουδαν και τους αδελφους αυτου 3. ιουδας δε εγεννησεν τον φαρες και τον ζαρα εκ της θαμαρ φαρες δε εγεννησεν τον εσρωμ εσρωμ δε εγεννησεν τον αραμ 4. αραμ δε εγεννησεν τον αμιναδαβ αμιναδαβ δε εγεννησεν τον ναασσων ναασσων δε εγεννησεν τον σαλμων 5. σαλμων δε εγεννησεν τον βοες εκ της ραχαβ βοες δε εγεννησεν τον ιωβηδ εκ της ρουθ ιωβηδ δε εγεννησεν τον ιεσσαι 6. ιεσσαι δε εγεννησεν τον δαυιδ τον βασιλεα δαυιδ δε εγεννησεν τον σολομωνα εκ της του ουριου 7. σολομων δε εγεννησεν τον ροβοαμ ροβοαμ δε εγεννησεν τον αβια αβια δε εγεννησεν τον ασαφ 8. ασαφ δε εγεννησεν τον ιωσαφατ ιωσαφατ δε εγεννησεν τον ιωραμ ιωραμ δε εγεννησεν τον οζιαν 9. οζιας δε εγεννησεν τον ιωαθαμ ιωαθαμ δε εγεννησεν τον {VAR1: αχας αχας } {VAR2: αχαζ αχαζ } δε εγεννησεν τον εζεκιαν 10. εζεκιας δε εγεννησεν τον μανασση μανασσης δε εγεννησεν τον αμως αμως δε εγεννησεν τον ιωσιαν 11. ιωσιας δε εγεννησεν τον ιεχονιαν και τους αδελφους αυτου επι της μετοικεσιας βαβυλωνος 12. μετα δε την μετοικεσιαν βαβυλωνος ιεχονιας εγεννησεν τον σαλαθιηλ σαλαθιηλ δε εγεννησεν τον ζοροβαβελ 13. ζοροβαβελ δε εγεννησεν τον αβιουδ αβιουδ δε εγεννησεν τον ελιακιμ ελιακιμ δε εγεννησεν τον αζωρ 14. αζωρ δε εγεννησεν τον σαδωκ σαδωκ δε εγεννησεν τον αχιμ αχιμ δε εγεννησεν τον ελιουδ 15. ελιουδ δε εγεννησεν τον ελεαζαρ ελεαζαρ δε εγεννησεν τον ματθαν ματθαν δε εγεννησεν τον ιακωβ 16. ιακωβ δε εγεννησεν τον ιωσηφ τον ανδρα μαριας εξ ης εγεννηθη ιησους ο λεγομενος χριστος 17. πασαι ουν αι γενεαι απο αβρααμ εως δαυιδ γενεαι δεκατεσσαρες και απο δαυιδ εως της μετοικεσιας βαβυλωνος γενεαι δεκατεσσαρες και απο της μετοικεσιας βαβυλωνος εως του χριστου γενεαι δεκατεσσαρες 18. του δε {VAR1: [ιησου] } {VAR2: ιησου } χριστου η γενεσις ουτως ην μνηστευθεισης της μητρος αυτου μαριας τω ιωσηφ πριν η συνελθειν αυτους ευρεθη εν γαστρι εχουσα εκ πνευματος αγιου 19. ιωσηφ δε ο ανηρ αυτης δικαιος ων και μη θελων αυτην δειγματισαι εβουληθη λαθρα απολυσαι αυτην 20. ταυτα δε αυτου ενθυμηθεντος ιδου αγγελος κυριου κατ οναρ εφανη αυτω λεγων ιωσηφ υιος δαυιδ μη φοβηθης παραλαβειν μαριαν την γυναικα σου το γαρ εν αυτη γεννηθεν εκ πνευματος εστιν αγιου 21. τεξεται δε υιον και καλεσεις το ονομα αυτου ιησουν αυτος γαρ σωσει τον λαον αυτου απο των αμαρτιων αυτων 22. τουτο δε ολον γεγονεν ινα πληρωθη το ρηθεν υπο κυριου δια του προφητου λεγοντος 23. ιδου η παρθενος εν γαστρι εξει και τεξεται υιον και καλεσουσιν το ονομα αυτου εμμανουηλ ο εστιν μεθερμηνευομενον μεθ ημων ο θεος 24. εγερθεις δε {VAR1: [ο] } {VAR2: ο } ιωσηφ απο του υπνου εποιησεν ως προσεταξεν αυτω ο αγγελος κυριου και παρελαβεν την γυναικα αυτου 25. και ουκ εγινωσκεν αυτην εως {VAR1: [ου] } {VAR2: ου } ετεκεν υιον και εκαλεσεν το ονομα αυτου ιησουν

1biblos geneseôs ièsou christou uiou dauid uiou abraam. 2abraam egennèsen ton isaak, isaak de egennèsen ton iakôb, iakôb de egennèsen ton ioudan kai tous adelfous autou, 3ioudas de egennèsen ton fares kai ton zara ek tès thamar, fares de egennèsen ton esrôm, esrôm de egennèsen ton aram, 4aram de egennèsen ton aminadab, aminadab de egennèsen ton naassôn, naassôn de egennèsen ton salmôn, 5salmôn de egennèsen ton boes ek tès rachab, boes de egennèsen ton iôbèd ek tès routh, iôbèd de egennèsen ton iessai, 6iessai de egennèsen ton dauid ton basilea. dauid de egennèsen ton solomôna ek tès tou ouriou, 7solomôn de egennèsen ton roboam, roboam de egennèsen ton abia, abia de egennèsen ton asaf, 8asaf de egennèsen ton iôsafat, iôsafat de egennèsen ton iôram, iôram de egennèsen ton ozian, 9ozias de egennèsen ton iôatham, iôatham de egennèsen ton achaz, achaz de egennèsen ton ezekian, 10ezekias de egennèsen ton manassè, manassès de egennèsen ton amôs, amôs de egennèsen ton iôsian, 11iôsias de egennèsen ton iechonian kai tous adelfous autou epi tès metoikesias babulônos. 12meta de tèn metoikesian babulônos iechonias egennèsen ton salathièl, salathièl de egennèsen ton zorobabel, 13zorobabel de egennèsen ton abioud, abioud de egennèsen ton eliakim, eliakim de egennèsen ton azôr, 14azôr de egennèsen ton sadôk, sadôk de egennèsen ton achim, achim de egennèsen ton elioud, 15elioud de egennèsen ton eleazar, eleazar de egennèsen ton matthan, matthan de egennèsen ton iakôb, 16iakôb de egennèsen ton iôsèf ton andra marias, ex ès egennèthè ièsous o legomenos christos. 17pasai oun ai geneai apo abraam eôs dauid geneai dekatessares, kai apo dauid eôs tès metoikesias babulônos geneai dekatessares, kai apo tès metoikesias babulônos eôs tou christou geneai dekatessares. 18tou de ièsou christou è genesis outôs èn. mnèsteutheisès tès mètros autou marias tô iôsèf, prin è sunelthein autous eurethè en gastri echousa ek pneumatos agiou. 19iôsèf de o anèr autès, dikaios ôn kai mè thelôn autèn deigmatisai, eboulèthè lathra apolusai autèn. 20tauta de autou enthumèthentos idou aggelos kuriou kat onar efanè autô legôn, iôsèf uios dauid, mè fobèthès paralabein marian tèn gunaika sou, to gar en autè gennèthen ek pneumatos estin agiou: 21texetai de uion kai kaleseis to onoma autou ièsoun, autos gar sôsei ton laon autou apo tôn amartiôn autôn. 22touto de olon gegonen ina plèrôthè to rèthen upo kuriou dia tou profètou legontos, 23idou è parthenos en gastri exei kai texetai uion, kai kalesousin to onoma autou emmanouèl, o estin methermèneuomenon meth èmôn o theos. 24egertheis de o iôsèf apo tou upnou epoièsen ôs prosetaxen autô o aggelos kuriou kai parelaben tèn gunaika autou: 25kai ouk eginôsken autèn eôs ou eteken uion: kai ekalesen to onoma autou ièsoun.


- Aramees - Peshitta

ܟܬܒܐ ܕܝܠܝܕܘܬܗ ܕܝܫܘܥ ܡܫܝܚܐ ܒܪܗ ܕܕܘܝܕ ܒܪܗ ܕܐܒܪܗܡ ܀ .1 ܐܒܪܗܡ ܐܘܠܕ ܠܐܝܤܚܩ ܐܝܤܚܩ ܐܘܠܕ ܠܝܥܩܘܒ ܝܥܩܘܒ ܐܘܠܕ ܠܝܗܘܕܐ ܘܠܐܚܘܗܝ ܀ .2 ܝܗܘܕܐ ܐܘܠܕ ܠܦܪܨ ܘܠܙܪܚ ܡܢ ܬܡܪ ܦܪܨ ܐܘܠܕ ܠܚܨܪܘܢ ܚܨܪܘܢ ܐܘܠܕ ܠܐܪܡ ܀ .3 ܐܪܡ ܐܘܠܕ ܠܥܡܝܢܕܒ ܥܡܝܢܕܒ ܐܘܠܕ ܠܢܚܫܘܢ ܢܚܫܘܢ ܐܘܠܕ ܠܤܠܡܘܢ ܀ .4 ܤܠܡܘܢ ܐܘܠܕ ܠܒܥܙ ܡܢ ܪܚܒ ܒܥܙ ܐܘܠܕ ܠܥܘܒܝܕ ܡܢ ܪܥܘܬ ܥܘܒܝܕ ܐܘܠܕ ܠܐܝܫܝ ܀ .5 ܐܝܫܝ ܐܘܠܕ ܠܕܘܝܕ ܡܠܟܐ ܕܘܝܕ ܐܘܠܕ ܠܫܠܝܡܘܢ ܡܢ ܐܢܬܬܗ ܕܐܘܪܝܐ ܀ .6 ܫܠܝܡܘܢ ܐܘܠܕ ܠܪܚܒܥܡ ܪܚܒܥܡ ܐܘܠܕ ܠܐܒܝܐ ܐܒܝܐ ܐܘܠܕ ܠܐܤܐ ܀ .7 ܐܤܐ ܐܘܠܕ ܠܝܗܘܫܦܛ ܝܗܘܫܦܛ ܐܘܠܕ ܠܝܘܪܡ ܝܘܪܡ ܐܘܠܕ ܠܥܘܙܝܐ ܀ .8 ܥܘܙܝܐ ܐܘܠܕ ܠܝܘܬܡ ܝܘܬܡ ܐܘܠܕ ܠܐܚܙ ܐܚܙ ܐܘܠܕ ܠܚܙܩܝܐ ܀ .9 ܚܙܩܝܐ ܐܘܠܕ ܠܡܢܫܐ ܡܢܫܐ ܐܘܠܕ ܠܐܡܘܢ ܐܡܘܢ ܐܘܠܕ ܠܝܘܫܝܐ ܀ .10 ܝܘܫܝܐ ܐܘܠܕ ܠܝܘܟܢܝܐ ܘܠܐܚܘܗܝ ܒܓܠܘܬܐ ܕܒܒܠ ܀ .11 ܡܢ ܒܬܪ ܓܠܘܬܐ ܕܝܢ ܕܒܒܠ ܝܘܟܢܝܐ ܐܘܠܕ ܠܫܠܬܐܝܠ ܫܠܬܐܝܠ ܐܘܠܕ ܠܙܘܪܒܒܠ ܀ .12 ܙܘܪܒܒܠ ܐܘܠܕ ܠܐܒܝܘܕ ܐܒܝܘܕ ܐܘܠܕ ܠܐܠܝܩܝܡ ܐܠܝܩܝܡ ܐܘܠܕ ܠܥܙܘܪ ܀ .13 ܥܙܘܪ ܐܘܠܕ ܠܙܕܘܩ ܙܕܘܩ ܐܘܠܕ ܠܐܟܝܢ ܐܟܝܢ ܐܘܠܕ ܠܐܠܝܘܕ ܀ .14 ܐܠܝܘܕ ܐܘܠܕ ܠܐܠܝܥܙܪ ܐܠܝܥܙܪ ܐܘܠܕ ܠܡܬܢ ܡܬܢ ܐܘܠܕ ܠܝܥܩܘܒ ܀ .15 ܝܥܩܘܒ ܐܘܠܕ ܠܝܘܤܦ ܓܒܪܗ ܕܡܪܝܡ ܕܡܢܗ ܐܬܝܠܕ ܝܫܘܥ ܕܡܬܩܪܐ ܡܫܝܚܐ ܀ .16 ܟܠܗܝܢ ܗܟܝܠ ܫܪܒܬܐ ܡܢ ܐܒܪܗܡ ܥܕܡܐ ܠܕܘܝܕ ܫܪܒܬܐ ܐܪܒܥܤܪܐ ܘܡܢ ܕܘܝܕ ܥܕܡܐ ܠܓܠܘܬܐ ܕܒܒܠ ܫܪܒܬܐ ܐܪܒܥܤܪܐ ܘܡܢ ܓܠܘܬܐ ܕܒܒܠ ܥܕܡܐ ܠܡܫܝܚܐ ܫܪܒܬܐ ܐܪܒܥܤܪܐ ܀ .17 ܝܠܕܗ ܕܝܢ ܕܝܫܘܥ ܡܫܝܚܐ ܗܟܢܐ ܗܘܐ ܟܕ ܡܟܝܪܐ ܗܘܬ ܡܪܝܡ ܐܡܗ ܠܝܘܤܦ ܥܕܠܐ ܢܫܬܘܬܦܘܢ ܐܫܬܟܚܬ ܒܛܢܐ ܡܢ ܪܘܚܐ ܕܩܘܕܫܐ ܀ .18 ܝܘܤܦ ܕܝܢ ܒܥܠܗ ܟܐܢܐ ܗܘܐ ܘܠܐ ܨܒܐ ܕܢܦܪܤܝܗ ܘܐܬܪܥܝ ܗܘܐ ܕܡܛܫܝܐܝܬ ܢܫܪܝܗ ܀ .19 ܟܕ ܗܠܝܢ ܕܝܢ ܐܬܪܥܝ ܐܬܚܙܝ ܠܗ ܡܠܐܟܐ ܕܡܪܝܐ ܒܚܠܡܐ ܘܐܡܪ ܠܗ ܝܘܤܦ ܒܪܗ ܕܕܘܝܕ ܠܐ ܬܕܚܠ ܠܡܤܒ ܠܡܪܝܡ ܐܢܬܬܟ ܗܘ ܓܝܪ ܕܐܬܝܠܕ ܒܗ ܡܢ ܪܘܚܐ ܗܘ ܕܩܘܕܫܐ ܀ .20 ܬܐܠܕ ܕܝܢ ܒܪܐ ܘܬܩܪܐ ܫܡܗ ܝܫܘܥ ܗܘ ܓܝܪ ܢܚܝܘܗܝ ܠܥܡܗ ܡܢ ܚܛܗܝܗܘܢ ܀ .21 ܗܕܐ ܕܝܢ ܟܠܗ ܕܗܘܬ ܕܢܬܡܠܐ ܡܕܡ ܕܐܬܐܡܪ ܡܢ ܡܪܝܐ ܒܝܕ ܢܒܝܐ ܀ .22 ܕܗܐ ܒܬܘܠܬܐ ܬܒܛܢ ܘܬܐܠܕ ܒܪܐ ܘܢܩܪܘܢ ܫܡܗ ܥܡܢܘܐܝܠ ܕܡܬܬܪܓܡ ܥܡܢ ܐܠܗܢ ܀ .23 ܟܕ ܩܡ ܕܝܢ ܝܘܤܦ ܡܢ ܫܢܬܗ ܥܒܕ ܐܝܟܢܐ ܕܦܩܕ ܠܗ ܡܠܐܟܗ ܕܡܪܝܐ ܘܕܒܪܗ ܠܐܢܬܬܗ ܀ .24 ܘܠܐ ܚܟܡܗ ܥܕܡܐ ܕܝܠܕܬܗ ܠܒܪܗ ܒܘܟܪܐ ܘܩܪܬ ܫܡܗ ܝܫܘܥ ܀ .25


- Vulgata


- Statenvertaling


- Willibrordvertaling


- De Nieuwe Bijbelvertaling


- De Naardense bijbel


- Bible de Jérusalem


- King James Bible


- Luther Bibel


- Arabisch


- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar


ספר תולדת ישוע המשיח בן דוד בן אברהם׃ .1 אברהם הוליד את יצחק ויצחק הוליד את יעקב ויעקב הוליד את יהודה ואת אחיו׃ .2 ויהודה הוליד את פרץ ואת זרח מתמר ופרץ הוליד את חצרון וחצרון הוליד את רם׃ .3 ורם הוליד את עמינדב ועמינדב הוליד את נחשון ונחשון הוליד את שלמון׃ .4 ושלמון הוליד את בעז מרחב ובעז הוליד את עובד מרות ועובד הוליד את ישי׃ .5 וישי הוליד את דוד המלך ודוד המלך הוליד את שלמה מאשת אוריה׃ .6 ושלמה הוליד את רחבעם ורחבעם הוליד את אביה ואביה הוליד את אסא׃ .7 ואסא הוליד את יהושפט ויהושפט הוליד את יורם ויורם הוליד את עזיהו׃ .8 ועזיהו הוליד את יותם ויותם הוליד את אחז ואחז הוליד את יחזקיהו׃ .9 ויחזקיהו הוליד את מנשה ומנשה הוליד את אמון ואמון הוליד את יאשיהו׃ .10 ויאשיהו הוליד את יכניהו ואת אחיו לעת גלות בבל׃ .11 ואחרי גלותם בבלה הוליד יכניה את שאלתיאל ושאלתיאל הוליד את זרבבל׃ .12 וזרבבל הוליד את אביהוד ואביהוד הוליד את אליקים ואליקים הוליד את עזור׃ .13 ועזור הוליד את צדוק וצדוק הוליד את יכין ויכין הוליד את אליהוד׃ .14 ואליהוד הוליד את אלעזר ואלעזר הוליד את מתן ומתן הוליד את יעקב׃ .15 ויעקב הוליד את יוסף בעל מרים אשר ממנה נולד ישוע הנקרא משיח׃ .16 והנה כל הדרות מן אברהם עד דוד ארבעה עשר דרות ומן דוד עד גלות בבל ארבעה עשר דרות ומעת גלות בבל עד המשיח ארבעה עשר דרות׃ .17 והלדת ישוע המשיח כה היתה מרים אמו ארשה ליוסף ובטרם יבא אליה נמצאת הרה לרוח הקדש׃ .18 ויוסף בעלה היה איש צדיק ולא אבה לתתה לבוז ויאמר בלבו לשלחה בסתר׃ .19 הוא חשב כזאת והנה מלאך יהוה נראה אליו בחלום ויאמר יוסף בן דוד אל תירא מכנוס אליך את מרים אשתך כי אשר הרה בה מרוח הקדש הוא׃ .20 והיא ילדת בן וקראת את שמו ישוע כי הוא יושיע את עמו מעונותיהם׃ .21 ותהי כל זאת למלאת את אשר דבר יהוה ביד הנביא לאמר׃ .22 הנה העלמה הרה וילדת בן וקראו שמו עמנואל אשר פרושו האל עמנו׃ .23 וייקץ יוסף משנתו ויעש כאשר צוהו מלאך יהוה ויקח אליו את אשתו׃ .24 ולא ידעה עד כי ילדה בן את בכורה ויקרא את שמו ישוע׃ .25


1biblos geneseôs ièsou christou uiou dauid uiou abraam. 2abraam egennèsen ton isaak, isaak de egennèsen ton iakôb, iakôb de egennèsen ton ioudan kai tous adelfous autou, 3ioudas de egennèsen ton fares kai ton zara ek tès thamar, fares de egennèsen ton esrôm, esrôm de egennèsen ton aram, 4aram de egennèsen ton aminadab, aminadab de egennèsen ton naassôn, naassôn de egennèsen ton salmôn, 5salmôn de egennèsen ton boes ek tès rachab, boes de egennèsen ton iôbèd ek tès routh, iôbèd de egennèsen ton iessai, 6iessai de egennèsen ton dauid ton basilea. dauid de egennèsen ton solomôna ek tès tou ouriou, 7solomôn de egennèsen ton roboam, roboam de egennèsen ton abia, abia de egennèsen ton asaf, 8asaf de egennèsen ton iôsafat, iôsafat de egennèsen ton iôram, iôram de egennèsen ton ozian, 9ozias de egennèsen ton iôatham, iôatham de egennèsen ton achaz, achaz de egennèsen ton ezekian, 10ezekias de egennèsen ton manassè, manassès de egennèsen ton amôs, amôs de egennèsen ton iôsian, 11iôsias de egennèsen ton iechonian kai tous adelfous autou epi tès metoikesias babulônos. 12meta de tèn metoikesian babulônos iechonias egennèsen ton salathièl, salathièl de egennèsen ton zorobabel, 13zorobabel de egennèsen ton abioud, abioud de egennèsen ton eliakim, eliakim de egennèsen ton azôr, 14azôr de egennèsen ton sadôk, sadôk de egennèsen ton achim, achim de egennèsen ton elioud, 15elioud de egennèsen ton eleazar, eleazar de egennèsen ton matthan, matthan de egennèsen ton iakôb, 16iakôb de egennèsen ton iôsèf ton andra marias, ex ès egennèthè ièsous o legomenos christos. 17pasai oun ai geneai apo abraam eôs dauid geneai dekatessares, kai apo dauid eôs tès metoikesias babulônos geneai dekatessares, kai apo tès metoikesias babulônos eôs tou christou geneai dekatessares. 18tou de ièsou christou è genesis outôs èn. mnèsteutheisès tès mètros autou marias tô iôsèf, prin è sunelthein autous eurethè en gastri echousa ek pneumatos agiou. 19iôsèf de o anèr autès, dikaios ôn kai mè thelôn autèn deigmatisai, eboulèthè lathra apolusai autèn. 20tauta de autou enthumèthentos idou aggelos kuriou kat onar efanè autô legôn, iôsèf uios dauid, mè fobèthès paralabein marian tèn gunaika sou, to gar en autè gennèthen ek pneumatos estin agiou: 21texetai de uion kai kaleseis to onoma autou ièsoun, autos gar sôsei ton laon autou apo tôn amartiôn autôn. 22touto de olon gegonen ina plèrôthè to rèthen upo kuriou dia tou profètou legontos, 23idou è parthenos en gastri exei kai texetai uion, kai kalesousin to onoma autou emmanouèl, o estin methermèneuomenon meth èmôn o theos. 24egertheis de o iôsèf apo tou upnou epoièsen ôs prosetaxen autô o aggelos kuriou kai parelaben tèn gunaika autou: 25kai ouk eginôsken autèn eôs ou eteken uion: kai ekalesen to onoma autou ièsoun.


1 liber generationis Iesu Christi filii David filii Abraham 2 Abraham genuit Isaac Isaac autem genuit Iacob Iacob autem genuit Iudam et fratres eius 3 Iudas autem genuit Phares et Zara de Thamar Phares autem genuit Esrom Esrom autem genuit Aram 4 Aram autem genuit Aminadab Aminadab autem genuit Naasson Naasson autem genuit Salmon 5 Salmon autem genuit Booz de Rachab Booz autem genuit Obed ex Ruth Obed autem genuit Iesse Iesse autem genuit David regem 6 David autem rex genuit Salomonem ex ea quae fuit Uriae 7 Salomon autem genuit Roboam Roboam autem genuit Abiam Abia autem genuit Asa 8 Asa autem genuit Iosaphat Iosaphat autem genuit Ioram Ioram autem genuit Oziam 9 Ozias autem genuit Ioatham Ioatham autem genuit Achaz Achaz autem genuit Ezechiam 10 Ezechias autem genuit Manassen Manasses autem genuit Amon Amon autem genuit Iosiam 11 Iosias autem genuit Iechoniam et fratres eius in transmigratione Babylonis 12 et post transmigrationem Babylonis Iechonias genuit Salathihel Salathihel autem genuit Zorobabel 13 Zorobabel autem genuit Abiud Abiud autem genuit Eliachim Eliachim autem genuit Azor 14 Azor autem genuit Saddoc Saddoc autem genuit Achim Achim autem genuit Eliud 15 Eliud autem genuit Eleazar Eleazar autem genuit Matthan Matthan autem genuit Iacob 16 Iacob autem genuit Ioseph virum Mariae de qua natus est Iesus qui vocatur Christus 17 omnes ergo generationes ab Abraham usque ad David generationes quattuordecim et a David usque ad transmigrationem Babylonis generationes quattuordecim et a transmigratione Babylonis usque ad Christum generationes quattuordecim 18 Christi autem generatio sic erat cum esset desponsata mater eius Maria Ioseph antequam convenirent inventa est in utero habens de Spiritu Sancto 19 Ioseph autem vir eius cum esset iustus et nollet eam traducere voluit occulte dimittere eam 20 haec autem eo cogitante ecce angelus Domini in somnis apparuit ei dicens Ioseph fili David noli timere accipere Mariam coniugem tuam quod enim in ea natum est de Spiritu Sancto est 21 pariet autem filium et vocabis nomen eius Iesum ipse enim salvum faciet populum suum a peccatis eorum 22 hoc autem totum factum est ut adimpleretur id quod dictum est a Domino per prophetam dicentem 23 ecce virgo in utero habebit et pariet filium et vocabunt nomen eius Emmanuhel quod est interpretatum Nobiscum Deus 24 exsurgens autem Ioseph a somno fecit sicut praecepit ei angelus Domini et accepit coniugem suam 25 et non cognoscebat eam donec peperit filium suum primogenitum et vocavit nomen eius Iesum