- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel |
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het derde hoofdstuk van het Matteüsevangelie
:
13. Optreden van Johannes de Doper : Mc
1,1-6 - Mt
3,1-6 - Lc
3,1-6 -
14. Eschatologische prediking van Johannes de Doper : Mt
3,7-10 - Lc
3,7-9 -
16. Johannes de Doper kondigt de Messias aan : Mc
1,7-8 - Mt
3,11-12 - Lc
3,15-17 -
18. Doop van Jezus : Mc
1,9-11 - Mt
3,13-17 - Lc
3,21-22 -
13. Optreden van Johannes de Doper : Mt 3,1-6 - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1 - Mt 3,2 - Mt 3,3 - Mt 3,4 - Mt 3,5 - Mt 3,6 -
De pericope binnen een grotere structuur
| Structuur eerste gedeelte : Mt 3,1-11,24 van het eerste deel (Mt 3,1-16,20) . Tweede gedeelte is Mt 11,25-16,20. | ||||
| Johannes en Jezus - Jezus en Johannes | A | Mt 3,1-4,17 | Mt 11,1-24 | A' |
| de leerlingen | B | Mt 4,18-22 | Mt 10,1-42 | B' |
| de menigten | C | Mt 4,23-25 | Mt 9,35-38 | C' |
| woord + daad | D | Mt 5,1-7,29 | Mt 8,1-9,34 | D' |
| Mt 3,1 - Mt 3,1 : 13. Optreden van Johannes de Doper - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1 - Mt 3,2 - Mt 3,3 - Mt 3,4 - Mt 3,5 - Mt 3,6 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] In those days came John the Baptist, preaching in the
wilderness of Judaea,
Luther-Bibel . 1 Zu der Zeit kam Johannes der Täufer und predigte in der
Wüste von Judäa
Tekstuitleg van Mt 3,1 .
Mt 3,1 telt vijftien woorden en 33 lettergrepen. Van de 15 woorden zijn er 7 met 1 lettergreep, 7 met 3 lettergrepen en 1 met 5 lettergrepen. 7 woorden eindigen op s.
en (in) - en
(in. 247X bij Matteüs) - voorzetsel.
- tais (aan de). Lidwoord, datief vrouwelijk meervoud)
komt bij Matteüs 21 X voor.
- hèmerais (dagen). Datief meervoud van het zelfstandig
naamwoord hèmera (dag)
(verwijzing : hèmera
(dag) , zie Mt
3,1) . Het komt in 228 verzen in de bijbel voor . Het komt bij Matteüs
zesmaal voor. In vijf verzen bij Mc . In achttien verzen bij Lc .
ekeinais (die. aanwijzend voornaamwoord, datief vrouwelijk
meervoud) In constructie en tais hèmerais ekeinais (in
die dagen komt het slechts in Mt 3,1 en Mt 24,38 voor; in de constructie en
ekeinais tais hèmerais komt het slechts in Mt 24,19 voor.
en ekeinèi tèi hèmerai (op die dag) komt
slechts 2X voor : Mt 7,22 en Mt 22,23. En tèi hèmerai ekeinèi
(op die dag) slechts 1X nl. Mt 13,1. Ekeinèi (op die) . Datief vrouwelijk
enkelvoud. Het komt in 11 verzen bij Matteüs voor; in 8 ervan voorafgegaan
door het voorzetsel en (in, op + plaats- pf tijdsaanduiding). Hèmerai
(dag) komt bij Matteüs in 13 verzen voor.
de (echter) - de (echter. 421X bij Matteüs) - Het staat steeds op de tweede plaats in de zin. Het duidt meestal op een verandering van personage. Hier staat het bij het begin van een pericope. In de pericope Mt 3,1-12 wordt de (echter) 6X gebruikt. In Matteüs wordt hier voor het eerst iets over Johannes de Doper verteld.
ginomai : gebeuren. paraginomai : naast/ erbij gebeuren , te voorschijn komen, voor het voetlicht treden, optreden. paraginetai komt bij Matteüs 2X voor nl. in Mt 3,1 en Mt 3,13. De structuur van het begin van de zinnen Mt 3,1 en Mt 3,13 komt met elkaar overeen : tijdsbepaling, werkwoord, onderwerp. Er wordt dus een parallel (para- ginetai) getrokken tussen Johannes de Doper en Jezus. Op het optreden van Johannes reageert het volk. Zo ook Jezus. Er is evenwel dit verschil. In Mt 3,5 wordt het imperfectum van exporeuomai (uittrekken) gebruikt. In Mt 3,13 komt dezelfde vorm van hetzelfde werkwoord als in Mt 3,1 voor. Het volk trekt erop uit naar Johannes en laat zich dopen om zich voor te bereiden op de komst van de messias. Als messias hoeft Jezus dat niet te doen. Hij trekt er dus niet op uit naar Johannes om zich door Johannes te laten dopen als teken van voorbereiding op de messias. Hij trekt erop uit omdat de voorbereider zijn werk doet en heeft gedaan. Hij gaat naar Johannes om zijn komst aan te kondigen. Het voorbereidingswerk van Johannes is voor Jezus het sein om voor de dag te treden.Daarom gebruikt Matteüs in Mt 3,13 de werkwoordsvorm paraginetai (hij treedt op).
| tijdsbepaling | vervoegd werkwoord (tegenwoordige tijd) | onderwerp | inhoud | ||
| Mt 3,1 | En de tais hèmerais ekainais (In die dagen echter - Op een dag) | paraginetai (verschijnt) | Iôannès hp baptistès (Johannes de Doper) | kèrussôn en tèi erèmôi tès Ioudaias kai legôn Metanoeite èggiken gar hè basileia tôn ouranôn (verkondigend in de woestijn van Judea) en zeggend: bekeer je, want het koninkrijk van dse hemelen is nabij | |
| Mt 3,13 | Tote (Dan) | paraginetai (verschijnt) | ho Ièsous (Jezus) | 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | |
| Mt 4,1 | Apo tot (vanaf dan) | èrxato (begon) | ho Ièsous (Jezus) | kèrussein kai legein Metanoeite èggiken gar hè basileia tôn ouranôn (te verkondigen en te zaeggen: bekeer je, want het koninkrijk van de hemelen is nabij). |
In Mt 3,13-17 gaat Jezus naar Johannes. Dat roept vragen op. In Mt 11,2-6 gaan leerlingen van Johannes naar Jezus. Het gaat telkens om de komst van de messias. - pros (naar, bij. 41X bij Matteüs) -
| Mt 3,1 | Mt 3,5 | Mt 3,13 | Mt 3,14 | Mt 3,14 | Mt 11,3 |
| En de tais hèmerais ekeinais (In die dagen echter - Op een dag ) | Tote (dan) | Tote (dan) | |||
| paraginetai (treedt op) | exeporeueto (trok uit) | paraginetai (treedt te voorschijn) | kai su erchèi (en u komt) | su ei ho erchomenos (gij zijt de komende) | |
| Iôannès ho baptistès (Johannes de Doper) | ho Ièsous (Jezus) | ||||
| pros auton (bij hem) | ... pros ton Iôannèn (bij Johannes) | pros me (naar mij) | |||
| onderwerp | |||||
| tou baptisthènai hup'autou (om gedoopt te worden door hem) | hupo sou baptisthènai (door u gedoopt te worden) | ||||
| 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 - | 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 - | 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | 87. Vraag van Johannes de Doper : Mt 11,2-6 // ( Lc 7,18-23) - Mt 11,2-6 - Lc 7,18-23 - |
| Mt 3,2 - Mt 3,2 : 13. Optreden van Johannes de Doper - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1 - Mt 3,2 - Mt 3,3 - Mt 3,4 - Mt 3,5 - Mt 3,6 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And saying, Repent ye: for the kingdom of heaven is
at hand.
Luther-Bibel . 2 und sprach: Tut Buße, denn das Himmelreich ist nahe herbeigekommen!
Tekstuitleg van Mt 3,2 .
9. ouranôn (van de hemel) .
6. - 8. hè basileia
tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)
. Verwijzing : hè
basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)
, zie Mt
3,2 .
- ouranôn (van de hemelen) komt bij Matteüs in vijfendertig verzen
voor , basileia (koninkrijk) komt in drieëndertig verzen voor . Vaak komen
deze woorden gecombineerd voor . In de katholieke theologie wordt het koninkrijk
van de hemelen vaak begrepen als de voorstelling van het hiernamaals , als de
hemel waartoe Petrus met zijn sleutels toegang verschaft . Dat koninkrijk hadden
de leerlingen van Johannes en van Jezus eerst en vooral op deze aarde verwacht
. Toen Johannes en vervolgens Jezus werden gedood , groeide de verwachting dat
Jezus weldra zou terugkomen en het koninkrijk op aarde zou brengen . Toen dat
verder uitbleef kreeg de tweedeling tussen het hier en nu enerzijds en het later
en hierna anderzijds meer nadruk . Wellicht was de boodschap van Jezus in de
eerste plaats op het hier en nu gericht . Het koninkrijk van God wordt verkondigd
, het is nabij ; het wordt vergeleken met ; in het koninkrijk is de grootste
hij die enz... Wellicht heeft het koninkrijk van de hemelen met de concrete
Matteaanse gemeenschappen in Galilea te maken . Het is wellicht niet iets bovenaards
, hiernamalig , hemels . Het zegt wellicht veel over het ontstaan en de groei
van christengemeenschappen .
- hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)
waarbij basileia (koninkrijk) nominatief enkelvoud is . In twintig verzen bij
Matteüs : (1) Mt
3,2 . (2) Mt
4,17 . (3) Mt
5,3 . (4) Mt
5,10 . (5) Mt
5,19 . (7) Mt
8,11 . (8) Mt
10,7 . (9) Mt
11,11 . (10) Mt
11,12 . (14) Mt
13,24 . (15) Mt
13,31 . (18) Mt
13,44 . (19) Mt
13,45 . (20) Mt
13,47 . (21) Mt
13,52 . (25) Mt
18,23 . (26) Mt
19,14
. (27) Mt
20,1 . (30) Mt
22,2 . (32) Mt
25,1 . In tien verzen is het koninkrijk van de hemelen thema van vergelijking
, zie Mt
13,24 .
- tèn basileian tou theou (het koninkrijk van de hemelen) . In zeven
verzen in het N.T. , enkel bij Mt : (1) Mt
5,20 . (2) Mt
7,21 . (3) Mt
13,52 . (4) Mt
18,3 . (5) Mt
19,12 . (6) Mt
19,23 . (7) Mt
23,14 .
- tès basileias tôn ouranôn (van het koninkrijk van de hemelen)
. In twee verzen in het N.T. , bij Mt : (1) Mt
13,11 . (2) Mt
16,19 .
- tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) . In dertig verzen
in de bijbel . In drie verzen bij Matteüs . In acht verzen bij Marcus .
In twaalf verzen bij Lucas . (12) Lc
4,43 . (13) Lc
8,1 .(14) Lc
9,2 . (15) Lc
9,27 . (16) Lc
9,60 . (17) Lc
9,62 . (18) Lc
12,31 . (19) Lc
13,20 . (20) Lc
18,17 . (21) Lc
18,24 . (22) Lc
18,25 . (23) Lc
23,51 . In drie verzen in Hnd : (26) Hnd
14,22 . (27) Hnd
20,25 .(28) Hnd
28,23 .
Bij Marcus komt basileia (koninkrijk) in 7 verzen voor; in vier ervan staat
basileia tou theou (het koninkrijk van God).
- to euaggelion tès basileias (het evangelie van het koninkrijk) . In
drie verzen in het N.T. : (1) Mt
4,23 . (2) Mt
9,35 . (3) Mt
24,14 . In (1) Mt
4,23 . (2) Mt
9,35 gaat het participium praesens nominatief mannelijk enkelvoud vooraf
kèrussôn (verkondigend) . In Mt
24,14 gaat vooreerst het aanwijzend voornaamwoord touto (dit) en vervolgens
de werkwoordvorm kèruchthèsetai (en dit evangelie van het koninkrijk
zal verkondigd worden) . In de drie verzen gaat een werkwoordvorm van kèrussô
(verkondigen) vooraf .
| Mt 3,3 - Mt 3,3 : 13. Optreden van Johannes de Doper - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1 - Mt 3,2 - Mt 3,3 - Mt 3,4 - Mt 3,5 - Mt 3,6 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] For this is he that was spoken of by the prophet Esaias,
saying, The voice of one crying in the wilderness, Prepare ye the way of the
Lord, make his paths straight.
Luther-Bibel . 3 Denn dieser ist's, von dem der Prophet Jesaja gesprochen und
gesagt hat (Jesaja 40,3): »Es ist eine Stimme eines Predigers in der Wüste:
Bereitet dem Herrn den Weg und macht eben seine Steige!«
Tekstuitleg van Mt 3,3 .
| Mt 3,4 - Mt 3,4 : 13. Optreden van Johannes de Doper - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1 - Mt 3,2 - Mt 3,3 - Mt 3,4 - Mt 3,5 - Mt 3,6 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] And the same John had his raiment of camel's hair, and
a leathern girdle about his loins; and his meat was locusts and wild honey.
Luther-Bibel . 4 Er aber, Johannes, hatte ein Gewand aus Kamelhaaren an und
einen ledernen Gürtel um seine Lenden; seine Speise aber waren Heuschrecken
und wilder Honig.
Tekstuitleg van Mt 3,4 .
| Mt 3,5 - Mt 3,5 : 13. Optreden van Johannes de Doper - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1 - Mt 3,2 - Mt 3,3 - Mt 3,4 - Mt 3,5 - Mt 3,6 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] Then went out to him Jerusalem, and all Judaea, and
all the region round about Jordan,
Luther-Bibel . 5 Da ging zu ihm hinaus die Stadt Jerusalem und ganz Judäa
und alle Länder am Jordan
Tekstuitleg van Mt 3,5 .
2. mediaal imperfectum derde persoon enkelvoud exeporeueto (en hij begaf zich op weg naar buiten) van het werkw. ekporeuomai (zich op weg begeven naar buiten) . Taalgebruik in het N;T. : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in Mt : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . + por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het woord behoort tot de groep van varen . Mt (1) Mt 3,5 .
| auton (hem) | auton na voorzetsel met accusatief | onderwerp in een infinitiefzin | lijdend voorwerp bij een vervoegd werkwoord | ||||||
| Mt 3,5. Mt 3,15. | Mt3,14. | ||||||||
Inleidingsformule op een citaat
Bij Matteüs treffen we in de inleidingsformule op het citaat een mooi parallellisme
aan tussen enerzijds de tekst over Johannes (volgens de schrift; Mt 3,3) en
anderzijds het getuigenis van Jezus over Johannes (Mt 11,10). Het citaat uit
Jesaja, dat we in Mc 1,3 vinden, gebruikt Matteüs pas in Mt 11,10. Vandaar
is de inleidingsformule bij Matteüs in Mt 3,3 veranderd, vermits Matteüs
de tekst uit Jesaja niet in Mt 3,3 citeert.
Het citaat bij Matteüs komt uit Ex 23,20. Het gaat om een bode die Mozes voorgaat op zijn weg naar het beloofde land. Het impliceert dat Jezus gezien wordt als de nieuwe Mozes. En dat gebeurt bij Matteüs wel vaker. In Maleachi krijgt de bode die gestuurd wordt een concrete invulling nl. de profeet Elia. Deze profeet moest eerst terugkomen vooraleer de Messias zou komen. Johannes de Doper wordt gezien als de teruggekeerde Elia. En het impliceert weer dat Jezus de Messias is. In één adem hebben we Mozes en Elia. Het zijn de twee figuren die we zien verschijnen bij de transfiguratie van Jezus (Mc 9,2-10 // Mt 17, 1-9 // Lc 9,28-36 ) en het zijn wellicht ook de twee mannen die in Lc 24,1-12 bij het graf aan de vrouwen verschijnen. Mozes personifieert de Wet, Elia de profeten. Jezus wordt gezien als de vervulling van de Wet en de profeten. Johannes de Doper wordt dus volledig getypeerd in het licht van Jezus en het citaat zegt misschien meer over Jezus dan over Johannes.
Inleidingsformule op een citaat : Mc 1,2a
Het is een bepaalde inleidingsformule op een citaat. Het gaat om wat in de wet of de profeten geschreven staat.
| Mc 1,2 | Mt 3,3 | Mt 2,8 | Mt 11,10 | Lc 7,27 | Lc 2,23 | Lc 3,4 | Lc 10,26 | normale formule bij Matteüs |
| Kathoos (zoals) | houtoos (zo) | Kathoos (zoals) | hoos (zo) | hopoos (opdat) | ||||
| houtos (deze) | houtos (deze) | houtos (deze) | ||||||
| gar (immers) | gar (immers) | |||||||
| estin (is) | estin (is) | estin (is) | plijroothij (vervuld zou worden) | |||||
| gegraptai (geschreven is) | ho rijtheis (de sprekende) |
gegraptai (geschreven is) | gegraptai (geschreven is) | gegraptai (geschreven is) | gegraptai (geschreven is) | en tooi nomooi tí gegraptai (in de wet wat staat er geschreven) | to rijthen (het gezegde) geschreven) | |
| en (in) | dia (langs - via) | dia (langs - via) | en (in) | en (in) | dia (langs -via) | |||
| tooi (de) | ||||||||
| Iijsaiai (Jesaja) | Iijsaiou (Jesaja) | nomoi (wet) | bibliooi logoon Iijsiaou (boek van woorden van Jesaja) | |||||
| peri (over) | peri | |||||||
| hou (wie) | hou | |||||||
| tooi (de) | tou (de) | tou (de) | tou (de) | tou (de) | ||||
| profijtiji (profeet) | profijtou (profeet) | profijtou (profeet) | kuriou (van heer) | profijtou (profeet) | profijtou (profeet) | |||
| legontos (zeggende) | gegraptai (geschreven is) | gegraptai (geschreven is) | legontos | |||||
| + rechtstreekse rede + citaat Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper | + rechtstreekse rede + citaat Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper | Hulde van de magiërs Mt 2,1-12 | Jezus'getuigenis over Johannes de Doper Mt 11,7-13 // Lc 7,24-28 | Jezus'getuigenis over Johannes de Doper Mt 11,7-13 // Lc 7,24-28 | Jezus'besnijdenis en opdracht in de tempel Lc 2,21-40 | + rechtstreekse rede + citaat Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper | Lc 10,25-28 : vraag naar het grootste gebod |
| Mc 1,5a | Mt 3,5 | Mc 1,5b | Mt 3,6 | Mc 1,9a | Mt 3,13 |
Mc 1,9b | Mt 3,13b | |||||
| nevenschikkend voegwoord kai (en) | kai (en) | Tote (dan) | kai (en) | kai (en) | kai (en) ... | Tote (dan) | kai (en) | |||||
| werkwoord | exeporeueto (ging uit) | exeporeueto (ging uit) | ebaptizonto (zij werden gedoopt) | ebaptizonto (zij werden gedoopt) | èlthen (ging) | paraginetai | ebaptisthè (hij werd gedoopt) ... | tou baptisthènai (om gedoopt te worden) | ||||
| pros (naar) | pros (naar) | hup' (door) | ... hup' (door) | hupo (door) | pros (naar) | hup'autou (door hem) | ||||||
| bepaling m.b.t. Johannes | auton (hem) | auton (hem) | autou (hem) .... | autou (hem) | Iôannou (Johannes) | ton Iôannèn (Johannes) | ||||||
| kai (en) | kai (en) | kai (en) | eksomologoumenoi tas hamartias autôn (belijdende hun zonden) | eksomologoumenoi tas hamartias autôn (belijdende hun zonden) | ||||||||
| onderwerp | pasa (geheel) | pasa (geheel) | pasa (geheel) | |||||||||
| hè (de) | hoi (de) | hè (de) | hè (de) | |||||||||
| Ioudaia chôra (Judese streek) | Hierosolumitai (Jeruzalemmers) | Hierosoluma (Jeruzalem) | Ioudaia (Judese 'streek') | perichôros tou Iordanou (de streek rond de Jordaan) | Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ||||||
| pantes (alle) | ||||||||||||
| woorden | 12 | 15 | 12 totaal Mc 1,5 : 24 | 12 totaal : 27 | 12 | 7 totaal : 19 | 13 | 4 totaal : 17 | ||||
| lettergrepen | 28 | 35 | 31 totaal Mc 1,5 : 59 | 31 totaal : 66 | 27 | 15 totaal : 42 | 28 | 8 totaal : 36 | ||||
| 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 |
| Mt 3,6 - Mt 3,6 : 13. Optreden van Johannes de Doper - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1 - Mt 3,2 - Mt 3,3 - Mt 3,4 - Mt 3,5 - Mt 3,6 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And were baptized of him in Jordan, confessing their
sins.
Luther-Bibel . 6 und ließen sich taufen von ihm im Jordan und bekannten
ihre Sünden.
Tekstuitleg van Mt 3,6 .
2. ebaptizonto . Passief aorist 3de pers. mv.
| baptizô (dopen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | syn. | ev. |
| ind. pr. 3de p. enk. baptizei | 3 | 1 | 2 | 2 : (1) Joh 3,26 . (2) Joh 4,1 . | 2 | ||||||
| ind. pr. 2de p. enk. baptizeis | 1 | 1 | 1 : Joh 1,25 . | 1 | |||||||
| ind. pr. 1ste p. enk. baptizô | 3 | 3 | 1 : Mt 3,11 . | 1 : Lc 3,16 . | 1 : Joh 1,26 . | 2 | 3 | ||||
| ind imp. 3de p. enk. ebaptizen | 2 | 2 | 2 : (1) Joh 3,22 . (2) Joh 4,2 . | 2 | |||||||
| ind. fut. 3de p. enk. baptisei | 3 | 3 | 1 : Mt 3,11 . | 1 : Mc 1,8 . | 1 : Lc 3,16 . | 3 | 3 | ||||
| part. pr. nom. mann. enk. baptizôn | 7 | 7 | 2 : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 6,14 . | 5 : (1) Joh 1,28 . (2) Joh 1,31 . (3) Joh 1,33 (Jezus) . (4) Joh 3,23 . (5) Joh 10,40 . | 2 | 7 | |||||
| part. pr. nom. mann. mv. baptizontes | 1 | 1 | 1 : Mt 28,19 . | 1 | 1 | ||||||
| ind. aor. 3de p. enk. ebaptisen | 4 | 4 | 4 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 8,38 . (3) Hnd 11,16 . (4) Hnd 19,4 . | ||||||||
| ind. aor. 1ste p. enk. ebaptisa | 3 | 3 | 1 : (1) Mc 1,8 . | 2 : (1) 1 Kor 1,14 . (2) 1 Kor 1,16 . | 1 | 1 | |||||
| pass. imperf. 3de pers. mv. ebaptizonto | 5 | 5 | 1 : Mt 3,6 . | 1 : Mc 1,5 . | 1 : Joh 3,23 . | 2 : (1) Hnd 8,12 . (2) Hnd 18,8 . | 2 | 3 | |||
| inf. pr. baptizein | 2 | 2 | 1 : Joh 1,33 . | 1 : 1 Kor 1,17 . | 1 | ||||||
| pass. aor. 3de p. enk. ebaptisthè | 5 | 5 | 1 : Mc 1,9 . | 1 : Lc 11,38 . | 3 : (1) Hnd 9,18 . (2) Hnd 16,15 . (3) Hnd 16,33 . | 2 | 2 | ||||
| pass. aor. 3de p. mv. ebaptisthèsan | 3 | 3 | 2 : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 19,5 . | 1 : 1 Kor 10,2 . | |||||||
| pass. fut. 2de p. mv. baptisthèsesthe | 3 | 3 | 1 : Mc 10,39 . | 2 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 11,16 . | 1 | 1 | |||||
| pass. part. aor. nom. mann. enk. baptistheis | 3 | 3 | 1 : Mt 3,16 . | 1 : Mc 16,16 . | 1 : Hnd 8,13 . | 2 | 2 | ||||
| pass. inf. aor. baptisthènai | 10 | 10 | 2 : (1) Mt 3,13 . (2) Mt 3,14 . | 1 : Mc 10,38 . | 4 : (1) Lc 3,7 . (2) Lc 3,12 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 12,50 . | 3 : (1) Hnd 8,36 . (2) Hnd 10,47 . (3) Hnd 10,48 . | 7 | 7 | |||
| Andere vormen | |||||||||||
| Totaal | 58 | 1 | 57 | 8 | 8 | 7 | 13 | 20 | 4 | 23 | 36 |
14. Eschatologische prediking van Johannes de Doper : Mt 3,7-10 - Mt 3,7-10 - Lc 3,7-9 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3 - Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 -- Mt 3,7 - Mt 3,8 - Mt 3,9 - Mt 3,10 -
| Mt 3,7 - Mt 3,7 : 14. Eschatologische prediking van Johannes de Doper - Mt 3,7-10 - Lc 3,7-9 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3 - Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 -- Mt 3,7 - Mt 3,8 - Mt 3,9 - Mt 3,10 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] But when he saw many of the Pharisees and Sadducees
come to his baptism, he said unto them, O generation of vipers, who hath warned
you to flee from the wrath to come?
Luther-Bibel . 7 Als er nun viele Pharisäer und Sadduzäer sah zu seiner
Taufe kommen, sprach er zu ihnen: Ihr Schlangenbrut, wer hat denn euch gewiss
gemacht, dass ihr dem künftigen Zorn entrinnen werdet?
Tekstuitleg van Mt 3,7 .
1. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .
| Mt 2,16 : Herodes | Mt 27,3 : Judas | Mt 27,24 : Pilatus |
| Tote (toen) | Tote (toen) | |
| Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) | idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) | idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus) |
| hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) | hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) | hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)... |
brengt de dertig zilverstukken terug |
laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk | |
| èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) | athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed) | |
| Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) | humeis opsesthe ( u ziet maar) | |
| 12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - | 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - | 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 - |
Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .
| Mt 5,1 | idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) |
| Mt 8,18 | idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte) |
| Mt 9,23 | kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte) |
| Mt 9,36 | idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben) |
poiei (hij / zij / het doet, handelt, brengt voort) indicatief praesens 3de persoon enkelvoud . In 7 vrezen bij Matteüs. poièsate (doet, handelt, brengt voort) komt in 3 verzen bij Matteüs voor : (1) Mt 3,8 . (2) Mt 12,33 . (3) Mt 23,3 . poiousin (zij doen, handelen) . In 6 vrezen bij Matteüs. Het geeft de indruk van een tegenstelling tussen zij (eerder negatief) en wij: (1) Mt 5,46 . (2) Mt 5,47 . (3) Mt 6,2 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 23,3 . (6) Mt 23,5 . poiôn (doend, handelend). In 2 verzen bij Matteüs : Mt 7,21 en Mt 7,26. poioun (voortbrengend) : Mt 3,10 en Mt 7,19.
(1) Mt 3,8 . (2) Mt 3,10 . (3) Mt 7,19 . (4) Mt 12,33 . (5) Mt 13,8 . (6) Mt 13,26 .
| Mt 3,10 | Mt 3,8 | Mt 7,19 | Mt 12,33 | Mt 13,8 | Mt 13,26 | |||
| pan oun dendron (elke boom derhalve) | pan dendron (elke boom derhalve) | kai (en) | ||||||
| mè poiôn (niet voortbrengend) | poièsate oun (brengt derhalve voort) | mè poiôn (niet voortbrengend) | è poièsate (of maken jullie) | è poièsate (of maken jullie) | edidou (het geeft) | |||
| karpon kalon (goede vrucht) | karpon axion tès metanoias (vrucht, waardig aan bekering) | karpon kalon (goede vrucht) | ton dendron kalon (de boom goed) | kai ton karpon autou kalon (ook zijn vrucht goed) | ton dendron sapron (de boomziek) | kai ton karpon autou sapron (ook zijn vrucht ziek) | karpon (vrucht) | kai karpon epoièsen (en hij brengt vrucht voort) |
| ekkoptetai (wordt uitgekapt) | ekkoptetai (wordt uitgekapt) | |||||||
| kai eis pur balletai (en in het vuur geworpen) | kai eis pur balletai (en in het vuur geworpen) | |||||||
| Mt 3,8 - Mt 3,8 : 14. Eschatologische prediking van Johannes de Doper : Mt 3,7-10 - Mt 3,7-10 - Lc 3,7-9 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3 - Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 -- Mt 3,7 - Mt 3,8 - Mt 3,9 - Mt 3,10 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] Bring forth therefore fruits meet for repentance:
Luther-Bibel . 8 Seht zu, bringt rechtschaffene Frucht der Buße!
Tekstuitleg van Mt 3,8 .
| Mt 3,9 - Mt 3,9 : 14. Eschatologische prediking van Johannes de Doper : Mt 3,7-10 - Mt 3,7-10 - Lc 3,7-9 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3 - Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 -- Mt 3,7 - Mt 3,8 - Mt 3,9 - Mt 3,10 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] And think not to say within yourselves, We have Abraham
to our father: for I say unto you, that God is able of these stones to raise
up children unto Abraham.
Luther-Bibel . 9 Denkt nur nicht, dass ihr bei euch sagen könntet: Wir
haben Abraham zum Vater. Denn ich sage euch: Gott vermag dem Abraham aus diesen
Steinen Kinder zu erwecken.
Tekstuitleg van Mt 3,9 .
| Mt 3,10 - Mt 3,10 : 14. Eschatologische prediking van Johannes de Doper : Mt 3,7-10 - Mt 3,7-10 - Lc 3,7-9 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3 - Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 -- Mt 3,7 - Mt 3,8 - Mt 3,9 - Mt 3,10 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] And now also the axe is laid unto the root of the trees:
therefore every tree which bringeth not forth good fruit is hewn down, and cast
into the fire.
Luther-Bibel . 10 Es ist schon die Axt den Bäumen an die Wurzel gelegt.
Darum: jeder Baum, der nicht gute Frucht bringt, wird abgehauen und ins Feuer
geworfen.
Tekstuitleg van Mt 3,10 .
16. Johannes de Doper kondigt de Messias aan : Mt 3,11-12 - Mc 1,7-8 - Mt 3,11-12 - Lc 3,15-17 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 -
| egô (ik) 28X bij Matteüs | |||
| Mt 3,11 | egô (ik = Johannes de Doper) <-> autos (hij = Jezus) | ||
| Mt 3,14 | egô (ik = Johannes de Doper) <-> su (jij = Jezus) | ||
| Mt 3,11 - Mt 3,11 : 16. Johannes de Doper kondigt de Messias aan - Mc 1,7-8 - Mt 3,11-12 - Lc 3,15-17 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] I indeed baptize you with water unto repentance: but
he that cometh after me is mightier than I, whose shoes I am not worthy to bear:
he shall baptize you with the Holy Ghost, and with fire:
Luther-Bibel . 11 Ich taufe euch mit Wasser zur Buße; der aber nach mir
kommt, ist stärker als ich, und ich bin nicht wert, ihm die Schuhe zu tragen;
der wird euch mit dem Heiligen Geist und mit Feuer taufen.
Tekstuitleg van Mt 3,11 . De twee delen van Mc 1,8 omsluiten een versdeel waarin de houding van Johannes naar de komende wordt uitgedrukt . In de twee versdelen over het dopen wordt het lijdend voorwerp , het persoonlijk voornaamwoord 2de pers. mv. voor het vervoegd werkwoord geplaatst , waardoor en hudati (in water) en en pneumati... (in geest ...) nauwer aansluiten bij de werkwoordvorm van dopen . Het voorzetsel en (vertaling van het Hebreeuwse bë) kan met of in betekenen . Bij Mt is het dopen , onderdompelen in water , in geest .
In volgende tabel worden acht teksten bij elkaar geplaatst : (1) Mc 1,8 . (2) Mt 3,11. (3) Lc 3,16 . (4) Joh 1,26 .(5) Hnd 1,5 . (6) Hnd 8,38 . (7) Hnd 11,16 . (8) Hnd 19,4 .
| 1. | Mc 1,8 | egô (ik) | ebaptisa (doopte) | humas (jullie) | hudati (met water) | ||||
| autos (hij) | de (echter) | baptisei (zal dopen) | humas (jullie) | pneumati hagiôi (met heilige geest) | |||||
| 2. | Mt 3,11 | egô (ik) | men (enerzijds) | humas (jullie) | baptizô (doop) | en hudati (met water) | eis metanoian (tot bekering) | ||
| autos (hij) | humas (jullie) | baptisei (zal dopen) | en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur) | ||||||
| 3. | Lc 3,16 | egô (ik) | men (enerzijds) | hudati (met water) | baptizô (doop) | humas (jullie) | |||
| autos (hij) | humas (jullie) | baptisei (zal dopen) | en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur) | ||||||
| 4. | Joh 1,26 | egô (ik) | baptizô (doop) | en hudati (met water) | |||||
| 5. | Hnd 1,5 | (hoti) Iôannès (want) (Johannes) | men (enerzijds) | ebaptisen (doopte) | hudati (met water) | ||||
| humeis (jullie) | de (echter) | en pneumati (met geest) | baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden) | hagiôi (heilige) | |||||
| 6. | Hnd 8,38 | (kai) (en) | ebaptisen (doopte) | auton (hem) | |||||
| 7. | Hnd 11,16 | Iôannès (Johannes) | men (enerzijds) | ebaptisen(doopte) | hudati (met water) | ||||
| humeis (jullie) | de (echter) | baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden) | en pneumati hagiôi (met heilige geest) | ||||||
| 8. | Hnd 19,4 | Iôannès (Johannes) | ebaptisen baptisma (doopte een doopsel) | metanoias (van bekering) |
1. egô (ik) . Verwijzing : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . Hebr. ´ânî (653) en ´ânokhî (276) , samen (929) . In twee verzen in Mt 3 : (1) Mt 3,11 . (2) Mt 3,14 .
| egô (ik) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| 1553 | 1234 | 319 | 28 | 14 | 21 | 123 | 42 | 80 | 11 | 63 | 186 |
2. men (enerzijds) . Verwijzing : men (enerzijds) . Slechts in één vers in Mt 3 .
3. humas (jullie, u) . Verwijzing : persoonlijk voornaamwoord 1ste pers. mv. . Persoonlijk voornaamwoord 2de persoon accusatief mannelijk meervoud . Hebr. èthëkhèm (jullie) . Slechts éénmaal in Mt 3 .
| men (enerzijds) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| 331 | 152 | 179 | 20 | 6 | 10 | 8 | 48 | 87 | 36 | 44 |
4. baptizô (ik doop) . Verwijzing : baptisma (doopsel) . Ind. praes. 1ste pers. enk. . Hebr. matëbîl (hifil part. nom. mann. enk.) van de Hebr. stam tâbhal : t - b - l . Ned. : do- p-en , doop-s-el , do-m-pe-l- en . Gr. baptizô , baptis-ma . Fr. bapt- ê - me .
| baptizô (dopen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | syn. | ev. |
| ind. pr. 3de p. enk. baptizei | 3 | 1 | 2 | 2 : (1) Joh 3,26 . (2) Joh 4,1 . | 2 | ||||||
| ind. pr. 2de p. enk. baptizeis | 1 | 1 | 1 : Joh 1,25 . | 1 | |||||||
| ind. pr. 1ste p. enk. baptizô | 3 | 3 | 1 : Mt 3,11 . | 1 : Lc 3,16 . | 1 : Joh 1,26 . | 2 | 3 | ||||
| ind imp. 3de p. enk. ebaptizen | 2 | 2 | 2 : (1) Joh 3,22 . (2) Joh 4,2 . | 2 | |||||||
| ind. fut. 3de p. enk. baptisei | 3 | 3 | 1 : Mt 3,11 . | 1 : Mc 1,8 . | 1 : Lc 3,16 . | 3 | 3 | ||||
| part. pr. nom. mann. enk. baptizôn | 7 | 7 | 2 : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 6,14 . | 5 : (1) Joh 1,28 . (2) Joh 1,31 . (3) Joh 1,33 . (4) Joh 3,23 . (5) Joh 10,40 . | 2 | 7 | |||||
| part. pr. nom. mann. mv. baptizontes | 1 | 1 | 1 : Mt 28,19 . | 1 | 1 | ||||||
| ind. aor. 3de p. enk. ebaptisen | 4 | 4 | 4 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 8,38 . (3) Hnd 11,16 . (4) Hnd 19,4 . | ||||||||
| ind. aor. 1ste p. enk. ebaptisa | 3 | 3 | 1 : (1) Mc 1,8 . | 2 : (1) 1 Kor 1,14 . (2) 1 Kor 1,16 . | 1 | 1 | |||||
| pass. imperf. 3de pers. mv. ebaptizonto | 5 | 5 | 1 : Mt 3,6 . | 1 : Mc 1,5 . | 1 : Joh 3,23 . | 2 : (1) Hnd 8,12 . (2) Hnd 18,8 . | 2 | 3 | |||
| inf. pr. baptizein | 2 | 2 | 1 : Joh 1,33 . | 1 : 1 Kor 1,17 . | 1 | ||||||
| pass. aor. 3de p. mv. ebaptisthèsan | 3 | 3 | 2 : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 19,5 . | 1 : 1 Kor 10,2 . | |||||||
| pass. fut. 2de p. mv. baptisthèsesthe | 3 | 3 | 1 : Mc 10,39 . | 2 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 11,16 . | 1 | 1 | |||||
| pass. part. aor. nom. mann. enk. baptistheis | 3 | 3 | 1 : Mt 3,16 . | 1 : Mc 16,16 . | 1 : Hnd 8,13 . | 2 | 2 | ||||
| pass. inf. aor. baptisthènai | 10 | 10 | 2 : (1) Mt 3,13 . (2) Mt 3,14 . | 1 : Mc 10,38 . | 4 : (1) Lc 3,7 . (2) Lc 3,12 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 12,50 . | 3 : (1) Hnd 8,36 . (2) Hnd 10,47 . (3) Hnd 10,48 . | 7 | 7 | |||
| Andere vormen | |||||||||||
| Totaal | 53 | 1 | 52 | 7 | 8 | 6 | 13 | 14 | 4 | 21 | 34 |
| Mt 3,12 - Mt 3,12 : 16. Johannes de Doper kondigt de Messias aan - Mc 1,7-8 - Mt 3,11-12 - Lc 3,15-17 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,1-6 - Mt 3,11-12 - Mt 3,13-17 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] Whose fan is in his hand, and he will throughly purge
his floor, and gather his wheat into the garner; but he will burn up the chaff
with unquenchable fire.
Luther-Bibel . 12 Er hat seine Worfschaufel in der Hand; er wird seine Tenne
fegen und seinen Weizen in die Scheune sammeln; aber die Spreu wird er verbrennen
mit unauslöschlichem Feuer.
Tekstuitleg van Mt 3,12 .
18. Doop van Jezus : Mt 3,13-17 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,13 - Mt 3,14 - Mt 3,15 - Mt 3,16 - Mt 3,17 -
| 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | ||||
| Synopsis Denaux-Vervenne | Liturgische lezing (KBS 1961) | Willibrordvertaling (1995) | Nieuwe BijbelVertaling (2004) | Eigen vertaling (Arseen De Kesel) |
| 13. Toen kwam Jezus op uit Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om door hem gedoopt te worden. | 13. In die tijd kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen. | [13] Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen. | [13] Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. | 13. Dan begint Jezus zijn optreden. Hij gaat van Galilea naar de Jordaan bij Johannes om door hem gedoopt te worden. |
| 14. Johannes nu probeerde hem tegen te houden, zeggend: "Ik heb het nodig door u gedoopt te worden, en u komt tot mij?" | 14 Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: "Ik heb úw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?" | [14] Johannes probeerde Hem tegen te houden. Hij zei: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en U komt naar mij?’ | [14] Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’ | 14. Johannes verzette zich ertegen. Hij zei : Ik behoef door u gedoopt te worden en u komt tot mij? |
| 15. Jezus antwoordde (en) zei tegen hem: "Laat me thans toe. Zo immers is het passend voor ons alle gerechtigheid te vervullend." Dan liet hij hem toe. | 15 Jezus antwoordde: "Laat het nu zijn; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen." | 15] Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid* volledig te vervullen.’ Toen liet hij Hem begaan. | [15] Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in. | 15. Jezus antwoordde : Laat maar. Want zo past het ons om alle rechtvaardigheid te vervullen. Dan laat hij hem begaan. |
| 16. Nadat Jezus nu gedoopt was, steeg hij terstond op uit het water. En zie, de hemelen werden geopend (voor hem) en hij zag de Geest van God afdalen als een duif en op hem komen. | 16 Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over Zich komen. | [16] Toen Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen uit het water*. En zie, daar opende zich de hemel voor Hem en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Hem neerkomen. | [16] Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. | 16. Jezus werd gedoopt. Hij steeg onmiddellijk uit het water op. De hemel opende zich aan hem. Hij zag de geest van God neerstrijken als een duif en op hem neerkomen. |
| 17. En zie, een stem (kwam) uit de hemelen, zeggend: "Deze is mijn geliefde zoon, in wie ik m'n welbehagen gesteld heb." | 17 En een stem uit de hemel sprak: "Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde,> in wie Ik welbehagen heb." | [17] Er kwam een stem uit de hemel, die zei: ‘Dit is mijn geliefde* Zoon, in wie Ik vreugde vind.’ | [17] En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’ | 17. Een stem uit de hemel zei : deze is mijn welbeminde zoon, in wie Ik welbehagen heb. |
Nova et Vetera Texte und Kommentare zu Themen christlicher Spiritualität Herausgegeben von Prof. Dr. Johannes Stöhr . Nr. 3 . DIE TAUFE . 1Bamberg 1988 (mit Aktualisierungen) . Als Manuskript veröffentlicht : http://teol.de/Taufe.pdf .
Mt 3,13-17 kan in drie delen ingedeeld worden. 1. Jezus gaat naar Johannes (Mt 3,13) 2. De dialoog tussen Johannes en Jezus (Mt 3,14-15) 3. Het doopsel van Jezus (Mt 3,16-17). We kunnen Mt 3,13-17 ook in zeven verdelen. 1. Jezus gaat naar Johannes (Mt 3,13). 2. De inleiding op de woorden van Johannes (Mt 3,14a). 3. De woorden van Johannes (Mt 3,14b). 4. De inleiding op de woorden van Jezus (Mt 3,15a). 5. De woorden van Jezus (Mt 3,15b). 6. Het doopselgebeuren (Mt 3,16-17a). 7. De woorden bij het doopselgebeuren (Mt 3,17b).
| 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | 1. Jezus | 2. Johannes | 3. woorden van Johannes | 4. Jezus | 5. woorden van Jezus | 6. Jezus | 7. woorden uit de hemel |
| Mt 3,13 | Mt 3,14a | Mt 3,14b | Mt 3,15a | Mt 3,15b | Mt 3,16a-17a |
Mt 3,17b | |
| 3X de (echter): verandering van personage. 4X kai (en): nevenschikkende zinnen. | de (echter) | kai (en) tussen 2 nevenschikkende zinnen | de (echter) | de (echter) 2X kai (en) nevenschikkende zinnen | 1X kai : 1 nevenschikkende zin | ||
| 17 | 5 | 6 | 5 | 13 | 31 | 10 totaal 77 | |
| 36 | 11 | 14 | 12 | 31 | 67 | 19 totaal : 190 |
Een vorm van het werkwoord legô (zeggen) wordt gebruikt om aan te duiden dat woorden worden geciteerd.
Het verhaal van het doopsel van Jezus tracht wellicht een antwoorden te geven op vele vragen. Welke is de verhouding tussen Johannes de Doper en Jezus? Waarom liet Jezus zich dopen?
Johannes de Doper trad op in de woestijn, doopte, riep op tot bekering en kondigde de nabijheid van het Rijk Gods aan. Na hem kwam Jezus. Beiden hadden leerlingen. Sommige leerlingen van Johannes de Doper hebben zich wellicht gevoegd bij Jezus. Zo ontstonden er gemeenschappen rond Johannes de Doper en rond Jezus. Wellicht hebben christelijke gemeenschappen die van Johannes de Doper proberen op te nemen en te integreren en hebben ze het doopsel van Johannes als voorbereiding op het doopsel met de geest overgenomen. Na de dood van Jezus ontstaat een situatie die gelijkaardig is aan die van Johannes de Doper: zich voorbereiden op de (weder)komst van de Messias. Dat zien we ook in het evangelie. De oproep van Johannes de Doper lijkt sterk op de eschatologische rede van Jezus (Mt 25-26). De komst van het Rijk Gods als een rijk van liefde en rechtvaardigheid is niet louter iets dat door de komst van een Messias verwezenlijkt kan worden. Het kan niet zomaar autoritair opgelegd worden. Het vraagt een levenshouding. Daarom de oproep tot bekering en tot vruchten, die een bekering waardig zijn.
Het evangelie van Matteüs is een zeer joods evangelie. Matteüs wil evenwel duidelijk maken dat de schrift van het jodendom uitzicht geeft op het heidendom en dat alle volkeren een plaats kunnen krijgen in de joodse godsdienst. Het is dus een universele godsdienst.
| Mt 3,13 - Mt 3,13 : 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,13 - Mt 3,14 - Mt 3,15 - Mt 3,16 - Mt 3,17 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] Then cometh Jesus from Galilee to Jordan unto John,
to be baptized of him.
Luther-Bibel . 13 Zu der Zeit kam Jesus aus Galiläa an den Jordan zu Johannes,
dass er sich von ihm taufen ließe.
Tekstuitleg van Mt 3,13 .
Tote (dan) is een tijdsaanduiding - tote (dan. 89X bij Matteüs) -. Matteüs gebruikt het 89 X. Hier staat het aan het begin van de zin. Er is verandering van personage. In de pericope Mt 3,13-17 is Jezus het hoofdpersonage. Er is een link met voorgaande pericope.
| tijdsbepaling tote (dan) | hoofdwerkwoord | nadere bepaling | onderwerp | volgende zin | handelende persoon hupo + genitief | ||
| Mt 3,5-6 | Tote (dan) | exeporeueto (trok uit) | pros auton (naar hem) | Hierosoluma ... (Jeruzalem...) | nevenschikkend : Mt 3,6 : kai ebaptizonto (en zij werden gedoopt) | ... hup'autou (door hem) | 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 - Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6 - |
| Mt 3,13 | Tote | paraginetai (treedt op - gaat) | ... pros ton Iôannèn (naar Johannes) | ho Ièsous (Jezus) | tou baptisthènai (om gedoopt te worden) | hup'autou (door hem) | 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - |
Het is wel opvallend dat Mt 3,5 en Mt 3,13 evenveel lettergrepen tellen nl. 36. Toeval? De structuur is er een van algemeen (Jeruzalem...) naar heel bijzonder (Jezus).
ginomai : gebeuren. paraginomai : naast/ erbij gebeuren , te voorschijn komen, voor het voetlicht treden, optreden. paraginetai komt bij Matteüs 2X voor nl. in Mt 3,1 en Mt 3,13. ginomai : gebeuren. paraginomai : naast/ erbij gebeuren , te voorschijn komen, voor het voetlicht treden, optreden. paraginetai komt bij Matteüs 2X voor nl. in Mt 3,1 en Mt 3,13. De structuur van het begin van de zinnen Mt 3,1 en Mt 3,13 komt met elkaar overeen : tijdsbepaling, werkwoord, onderwerp. Er wordt dus een parallel (para- ginetai) getrokken tussen Johannes de Doper en Jezus. Op het optreden van Johannes reageert het volk. Zo ook Jezus. Er is evenwel dit verschil. In Mt 3,5 wordt het imperfectum van exporeuomai (uittrekken) gebruikt. In Mt 3,13 komt dezelfde vorm van hetzelfde werkwoord als in Mt 3,1 voor. Het volk trekt erop uit naar Johannes en laat zich dopen om zich voor te bereiden op de komst van de messias. Als messias hoeft Jezus dat niet te doen. Hij trekt er dus niet op uit naar Johannes om zich door Johannes te laten dopen als teken van voorbereiding op de messias. Hij trekt erop uit omdat de voorbereider zijn werk doet en heeft gedaan. Hij gaat naar Johannes om zijn komst aan te kondigen. Het voorbereidingswerk van Johannes is voor Jezus het sein om voor de dag te treden.Daarom gebruikt Matteüs in Mt 3,13 de werkwoordsvorm paraginetai (hij treedt op).
Ièsous (Jezus. 110X bij Matteüs) - Ièsous (Jezus. 110X bij Matteüs) -
apo (voorzetsel met genitief : uit, van) - apo (van, vanaf. 82X bij Matteüs) - Galilea is de plaats waarnaar Jozef en Maria uitweken nadat Jozef gehoord had dat Archelaös koning van Judea was. Jezus is dus in Galilea opgegroeid. Jezus gaat naar Judea en uit wat verder volgt, zal blijken dat het nog steeds een levensbedreigende plaats is, want Johannes de Doper zal er worden uitgeleverd aan koning Herodes en later onthoofd. Dat zal ook voor Jezus de reden zijn om uit te wijken.Ook in Galilea zal Jezus enkele maken uitwijken totdat hij in Mt 19,1 besluit om naar Jeruzalem te gaan. Galilea is de noordelijke provincie.
| Galilaia (Galilea) : 16X bij Matteüs | nominatief (1X) | genitief (2X) | na voorzetsel + genitief (4X) | de zee van Galilea (2X) | na voorzetsel + datief (2X) | na voorzetsel + accusatief - Galilaian (tèn : met lidwoord +) (zonder lidwoord -) 5X bij Matteüs |
| Galilaia (Galilea): 3X bij Matteüs | Mt 4,15 (-) - Mt 4,12-17 - | en + datief : Mt 4,23 (+). - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mt 17,22 (+) - Mt 17,22-23 -. | ||||
| Galilaias (tès : met lidwoord +) (zonder lidwoord -) 8X bij Matteüs | Mt 2,22 (+). - Mt 2,13-23 - Mt 21,11 - Mt 21,1-11 - . | apo + genitief : Mt 3,13 (+) - Mt 3,13-17 - . Mt 4,25 (+). - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mt 19,1 (+) - Mt 19,1-2 - . Mt 27,55 (+) - Mt 27,55-56 - . | Mt 4,18. - Mt 4,18-22 - Mt 15,29 - Mt 15,29-31 - . | eis + accusatief : Mt 4,12 (+) - Mt 4,12-17 - . Mt 26,32 (+) - Mt 26,30-35 - . Mt 28,7 (+) - Mt 28,1-10 - . Mt 28,10 (+) - Mt 28,1-10 - . Mt 28,16 (+) - Mt 28,16-20 - . |
| (1) Mt 2,22 (+) - Mt 2,13-23 - (2) Mt 3,13 (+) - Mt 3,13-17 - . (3) Mt 4,12 (+) - Mt 4,12-17 - . (4) Mt 4,15 (-) - Mt 4,12-17 - (5) Mt 4,18. - Mt 4,18-22 - (6) Mt 4,23 (+). - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - (7) .Mt 4,25 (+). - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - (8) Mt 15,29 - Mt 15,29-31 - (9) Mt 17,22 (+) - Mt 17,22-23 -. (10) Mt 19,1 (+) - Mt 19,1-2 - . (11) Mt 21,11 - Mt 21,1-11 - . (12) Mt 26,32 (+) - Mt 26,30-35 - (13) Mt 27,55 (+) - Mt 27,55-56 - . (14) Mt 28,7 (+) - Mt 28,1-10 - . (15) Mt 28,10 (+) - Mt 28,1-10 - . (16) Mt 28,16 (+) - Mt 28,16-20 - . |
Er is echter nog meer. 2X neemt Jezus de beslissing om Galilea te verlaten en om naar Judea, de omgeving van de Jordaan te gaan. De eerste maal is dat om zich te laten dopen (Mt 3,13). De tweede maal is het om naar Jeruzalem te trekken, er te sterven en te verrijzen, wat door de doop gesymboliseerd wordt. Het zijn twee zeer bewuste keuzes van Jezus. Jezus gaat ook slechts 2X naar Galilea. De eerste maal is het om als leraar op te treden, de tweede maal als verrezene (waar hij zijn leerlingen verzamelt).
| werkwoord | vanwaar | waarnaar | |||||
| Mt 3,13 | Tote (dan) | paraginetai (verschijnt) | ho Ièsous (Jezus) | apo tès Galilaias (van Galilea) | epi ton Iordanèn (naar de Jordaan) | 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | |
| Mt 19,1b | metèren (begaf hij zich) | apo tès Galilaias (van Galilea) | kai èlthen (en kwam) | eis ta horia tès Ioudaias peran tou Iordanou (naar de bergen van Judea aan de overkant van de Jordaan) | 264. Van Galilea naar Judea : Mc 10,1 // Mt 19,1-2 - Mc 10,1 - Mt 19,1-2 - |
epi (naar, tot, tot bij)
| epi (op, bij) komt 91X voor bij Matteüs | 1. epi + genitief | 2. epi + datief | 3. epi + accusatief |
| Mt 1,11. | Mt 3,7. Mt 3,13. |
Iordanèn (Jordaan) genitief enkelvoud van Iordanès (Jordaan) komt slechts 1X bij Matteüs voor nl. Mt 3,13 (samen met epi + accusatief : tot bij de Jordaan). Iordanèi (in de Jordaan) datief enkelvoud, in de plaatsbepaling en tôi Iordanèi potamôi (in de Jordaanstroom), slechts 1X bij Matteüs Mt 3,4). Iordanou (van de Jordaan): genitief enkelvoud : 4X bij Matteüs. Mt 3,5 : hè perichôros tou Iordanou : de omgeving / de streek om de Jordaan. Mt 4,15 en Mt 4,25 en Mt 19,1 : peran (aan de overkant van) tou Iordanou (van de Jordaan). In totaal 6X bij Matteüs. De Jordaan komt niet al te vaak voor in Matteüs(6X). 3X met betrekking tot het doopsel van Johannes de Doper.
pros (naar) - pros (naar, bij. 41X bij Matteüs) -
Johannes de Doper - Johannes de evangelist. Iôannès (Johannes), zie Mt 3,13. In 58 verzen in de bijbel; in 4 verzen in het O.T., in 54 verzen in het N.T. In 26 verzen bij Matteüs) 23X Johannes de Doper. 3X Johannes, apostel. In 12 verzen bij Johannes; in 10 verzen Johannes de Doper. Hebreeuws iw-chânan = Iô . chânan (JWHW ontfermde zich, JWHW was barmhartig).
| Johannes de Doper | Johannes, zijn broer (nl. Van Jakobus) | |
| Iôannès (Johannes) nominatief - onderwerp 10X bij Matteüs | Mt 3,1 + Mt 14,2: Iôannès ho baptistès (Johannes de Doper). Mt 3,4 (+). Mt 3,14 (+). Mt 4,12 (-). Mt 11,2 (+). Mt 11,18 (-). Mt 14,4 (+). Mt 21,32 (-). | Mt 10,2 (-). |
| Iôannou (van Johannes) genitief . 8X bij Matteüs) | Mt 9,18 (-). peri + genitief : Mt 11,7 (-). Mt 11,11 + Mt 11,12 + Mt 14,8 + Mt 17,13 : Iôannou tou baptistou (Johannes de Doper). Mt 11,13 (-). Mt 21,25 (-). | |
| Iôannèn (Johannes) accusatief. 7X bij Matteüs | Mt 3,13 (+). Mt 14,3 (+). Mt 14,10 (+). Mt 16,14 : Iôannèn ton baptistèn (Johannes de Doper). Mt 21,26 (+). | Mt 4,21 (-). Mt 17,1 (-). |
| Iôannèi (aan Johannes) datief. 1X bij Matteüs |
15. baptisthènai (om gedoopt te worden) . Verwijzing : baptizô (dopen) , zie Mt 3,13 . Zie ook : baptizô (dopen) , zie Mc 1,8 . Passief infinitief aorist . In tien verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. : (1) Mt 3,13 . (2) Mt 3,14 . (3) Mc 10,38 . (4) Lc 3,7 . (5) Lc 3,12 . (6) Lc 3,21 . (7) Lc 12,50 . (8) Hnd 8,36 . (9) Hnd 10,47 . (10) Hnd 10,48 .
| baptizô (dopen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| ind. pr. 3de p. enk. baptizei | 3 | 1 | 2 | 2 | 2 | |||||||
| ind. pr. 2de p. enk. baptizeis | 1 | 1 | 1 | 1 | ||||||||
| ind. pr. 1ste p. enk. baptizô | 3 | 3 | 1 : Mt 3,11 . | 1 : Lc 3,16 . | 1 : Joh 1,26 . | 2 | 3 | |||||
| ind imp. 3de p. enk. ebaptizen | 2 | 2 | 2 | 2 | ||||||||
| ind. fut. 3de p. enk. baptisei | 3 | 3 | 1 : Mt 3,11 . | 1 : Mc 1,8 | 1 : Lc 3,16 . | 3 | 3 | |||||
| part. pr. nom. mann. enk. baptizôn | 7 | 7 | 2 | 5 | 2 | 7 | ||||||
| part. pr. nom. mann. mv. baptizontes | 1 | 1 | 1 : Mt 28,19 . | 1 | 1 | |||||||
| ind. aor. 3de p. enk. ebaptisen | 4 | 4 | 4 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 8,38 . (3) Hnd 11,16 . (4) Hnd 19,4 . | |||||||||
| ind. aor. 1se p. enk. ebaptisa | 3 | 3 | 1 : (1) Mc 1,8 . | 2 : (1) 1 Cor 1,14 . (2) 1 Cor 1,16 . | 1 | 1 | ||||||
| pass. imperf. 3de pers. mv. ebaptizonto | 5 | 5 | 1 : Mt 3,6 . | 1 : Mc 1,5 . | 1 : Joh 3,23 . | 2 : (1) Hnd 8,12 . (2) Hnd 18,8 . | 2 | 3 | ||||
| inf. pr. baptizein | 2 | 2 | 1 | 1 | 1 | |||||||
| pass. aor. 3de p. mv. ebaptisthèsan | 3 | 3 | 2 : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 19,5 . | 1 : 1 Kor 10,2 . | ||||||||
| pass. fut. 2de p. mv. baptisthèsesthe | 3 | 3 | 1 : Mc 10,39 . | 2 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 11,16 . | 1 | 1 | ||||||
| pass. part. aor. nom. mann. enk. baptistheis | 3 | 3 | 1 : Mt 3,16 . | 1 : Mc 16,16 . | 1 : Hnd 8,13 . | 2 | 2 | |||||
| pass. inf. aor. baptisthènai | 10 | 10 | 2 : (1) Mt 3,13 . (2) Mt 3,14 . | 1 : Mc 10,38 . | 4 : (1) Lc 3,7 . (2) Lc 3,12 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 12,50 . | 3 : (1) Hnd 8,36 . (2) Hnd 10,47 . (3) Hnd 10,48 . | 7 | 7 | ||||
| Andere vormen | ||||||||||||
| Totaal | 53 | 1 | 52 | 7 | 8 | 6 | 13 | 14 | 4 | 21 | 34 |
- ebaptisen (hij doopte) . In vier verzen in de bijbel . Slechts in het N.T.
: (1) Hnd
1,5 . (2) Hnd
8,38 . (3) Hnd
11,16 . (4) Hnd
19,4 . In twee verzen wordt het gevolgd door hudati (met water) : (1) Hnd
1,5 . (2) Hnd
11,16 .
- to baptisma (het doopsel) komt in Mt 3,7 en Mt 21,25 voor.
--- baptisthètô (dat hij worde gedoopt) . Passief imperatief derde
persoon mannelijk enkelvoud . In één vers in de bijbel : Hnd
2,38 .
- baptisma (doopsel) . Verwijzing : baptizô
(dopen) , zie Mt
3,13 . In zeventien verzen in het N.T. : (1) Mt
3,7 . (2) Mt
21,25 . (3) Mc
1,4 . (4) Mc
10,38 . (5) Mc
10,39 . (6) Mc
11,30 . (7) Lc
3,3 . (8) Lc
7,29 . (9) Lc
12,50 . (10) Lc
20,4 . (11) Hnd
10,37 . (12) Hnd
13,24 . (13) Hnd
18,25 . (14) Hnd
19,3 . (15) Hnd
19,4 . (16) Ef 4,5 . (17) 1 Pe 3,21 .
--- baptisma metanoias (een doopsel van bekering) . In vier verzen in het N.T.
: (3) Mc
1,4 . (7) Lc
3,3 . (12) Hnd
13,24 . (15) Hnd
19,4 .
| Mt 3,14 - Mt 3,14 - : 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,13 - Mt 3,14 - Mt 3,15 - Mt 3,16 - Mt 3,17 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] But John forbad him, saying, I have need to be baptized
of thee, and comest thou to me?
Luther-Bibel . 14 Aber Johannes wehrte ihm und sprach: Ich bedarf dessen, dass
ich von dir getauft werde, und du kommst zu mir?
Tekstuitleg van Mt 3,14 . Mt 3,14 bestaat uit twee delen : het tweede deel citeert de woorden van Johannes (de Doper) en het eerste deel leidt daarop in .
De structuur van de inleidende zin is eenvoudig : onderwerp - partikel de (echter) - hoofdwerkwoord - het deelwoord (legôn = zeggende) . Het deelwoord geeft aan dat het citaat gaat beginnen . De inleidende zin bestaat uit vijf woorden en lettergrepen lettergrepen . Indien Johannes (zoals sommige edities geven) mee in de tekst wordt opgenomen , bestaat hij uit zes woorden en veertien lettergrepen . De drie laatste woorden eindigen op -n. Vertaling : Johannes probeerde zich ertegen te verzetten . Hij zei .ho zelfstandig gebruikt. Onmiddellijk ervoor staat het aanwijzend
voornaamwoord autou met het voorzetsel hupo (door hem = Johannes de Doper).
Het zelfstandig gebruikt lidwoord, gevolgd door het partikel de (echter) komt
vaak voor. In Mt 3,13 is Jezus het personage van de zin, in Mt 3,14 is Johannes
de Doper hoofdpersonage van de zin. Dat verklaart het partikel de (echter).
Het komt 421X voor bij Matteüs. Dikwijls wijst het op verandering van personage
en is dus een verkeersbord in de tekst, dat ons erop attent maakt dat we met
een nieuw personage te maken hebben. Het is dus een leesteken. In Mt 3,13-17
komt het 3X voor, in de verzen Mt 3,14, Mt 4,15 en Mt 3,16, telkens om de verandering
van een personage aan te duiden. Het staat steeds op de tweede plaats
diekôluen : imperfectum (onvoltooid tegenwoordige tijd)
van poging. diakôluô : proberen verhinderen, met geweld trachten
tegenhouden, zich verzetten tegen, opwerpen op het voorgaande. In deze vorm
komt het slechts hier voor. dia- over en weer, tegenover. kôluô
: hinderen, verhinderen. Zie ook dia-bolos : een tegen-werper, van diaballô:
tegenwerpen. Het roept dan het verhaal op van de beproevingen : Mt 4,1-11.
auton (hem = Jezus) : aanwijzend voornaamwoord mannelijk enkelvoud.
Het kan functioneren als lijdend voorwerp bij een vervoegd werkwoord, als onderwerp
of lijdend voorwerp bij een infinitiefzin of na een voorzetsel met accusatief.
Hier is auton (hem) lijdend voorwerp bij diekôluen (probeerde te verhinderen).
Voorstel van vertaling. Johannes wierp tegen hem op.
Om de woorden van iemand te citeren gebruikt Matteüs een vorm van het werkwoord
legô (zeggen). We zouden het als een leesteken kunnen
beschouwen. Het neemt de plaats in van onze aanhalingstekens.
| legôn (zeggende) komt bij Matteüs 49X voor. | Mt 1,20. Mt 2,13. Mt 2,20. Mt 3,2. Mt 3,14. Mt 5,2. Mt 8,2. Mt 8,3. Mt 8,6. Mt 9,30. Mt 10,5. Mt 13,3. Mt 13,24. Mt 13,31. Mt 14,27. Mt 14,30. Mt 15,7. Mt 16,13. Mt 16,22. Mt 17,9. Mt 17,15. Mt 17,25. Mt 18,26. Mt 18,28. Mt 18,29. Mt 21,37. Mt 22,1. Mt 22,4. Mt 22,42. Mt 22,43. Mt 23,2. Mt 25,20. Mt 24,45. Mt 26,27. Mt 26,39. Mt 26,42. Mt 26,48. Mt 26,65. Mt 26,70. Mt 27,4. Mt 27,11. Mt 27,46. Mt 28,9. Mt 28,18. | Mt 7,21. | Mt 21,2 |
| legôn (zeggende) | legôn (zeggende) | ||
| autois (aan hen) | |||
| + directe rede |
| legei (hij zegt) 54X bij Matteüs. legousin (zij zeggen) 23X bij Matteüs. legontes (zeggende) 47X bij Matteüs . legôn (zeggende) komt bij Matteüs 49X voor. legô (ik zeg) : 61 X . legein (zeggen : 6X. legontos (zeggende) : 11 X. legonti (zeggende) : 1X . eipen (hij zei) : 118 X . eipan (zij zeiden) : 16X . eipon (zij zeiden) : 7X . eipein (zeggen) : 1 X . |
In het tweede deel van Mt 3,14 worden de woorden van Johannes geciteerd. Het citaat bestaat uit twee nevenschikkende zinnen in de tegenwoordige tijd. In beide zinnen komt de tegenstelling tussen ik (Johannes) en u (Jezus) tot uiting, maar ook in de eerste en de tweede zin door de persoonlijke voornaamwoorden aan het begin van iedere zin : egô (ik) ... su (u). De tweede zin is een vraagzin. De eerste zin bevat 6 woorden, de tweede 5 woorden, in totaal 11 woorden.De eerste zin heeft 13 lettergrepen, de tweede 6 lettergrepen, samen 19 lettergrepen. Ik hoef door u gedoopt te worden en u komt tot mij.
egô (ik) komt bij Matteüs 28X voor, meestal als
persoonlijk voornaamwoord van een zin.
chreian echô (ik behoef) . Verwijzing
: chreian
echô ( ik behoef) , zie Mt
3,14 . chreian echô komt bij Matteüs 6X voor. Johannes doopt
met water. Degene die na hem komt, zal dopen met geest en vuur. Johannes staat
hier oog in oog met degene die na hem komt. Johannes'vraag aan Jezus is een
andere dan de vraag van Jezus aan Johannes. De doop van de ene sluit de doop
van de andere niet uit. Eerst komt evenwel de doop van Johannes en daarna die
van Jezus.
hupo met genitief (door) kan de handelende persoon bij een
passief werkwoord aanduiden. hupo komt bij Matteüs 23X voor. hup' komt
4X voor.
sou (u) kan persoonlijk voornaamwoord 2de persoon enkelvoud
genitief of een bezittelijk voornaamwoord zijn. Hier is het als persoonlijk
voornaamwoord gebruikt in de genitief na het voorzetsel hupo (door u).
erchomai (gaan, komen) . Verwijzing : erchomai (gaan, komen) , zie Mt 3,14 .
| erchèi (u komt) indicatief actief presens 2de persoon enkelvoud 1X bij Matteüs | Mt 3,14 | |||
| erchetai (hij komt) : actief indicatief presens 3de persoon enkelvoud 13X bij Matteüs | Mt 21,5. Mt 24,42. Mt 24,44. Mt 25,19. Mt 26,36. Mt 26,40. Mt 26,45. | Mt 8,9. | Mt 13,19. Mt 18,7. Mt 24,43. | Elia . Mt 17,11. Mt 27,49. |
| erchontai (zij komen) : 2X bij Matteüs | Mt 7,15. | |||
| erchomenos (komende) participium nominatief 4X bij Matteüs | (1) Mt 3,11 (+) - Mt 3,11-12 - (2) Mt 11,3 (+) - Mt 11,2-6 - . (3) Mt 21,9 (+) - Mt 21,1-11 - . (4) Mt 23,39 (+) - Mt 23,37-39 - . | |||
| erchomenon (komende) participium accusatief 4X bij Matteüs | Mt 3,16 (de geest). De mensenzoon : Mt 16,28 en Mt 24,30 en Mt 26,64. |
elthôn (gekomen) . Participium aorist 3de persoon enkelvoud. Het komt in 66 verzen in de bijbel voor; in 17 verzen in het O.T., in 49 verzen in het N.T. In 14 verzen bij Matteüs:
| Mt 3,15 - Mt 3,15 : 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,13 - Mt 3,14 - Mt 3,15 - Mt 3,16 - Mt 3,17 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Jesus answering said unto him, Suffer it to be so now:
for thus it becometh us to fulfil all righteousness. Then he suffered him.
Luther-Bibel . 15 Jesus aber antwortete und sprach zu ihm: Lass es jetzt geschehen!
Denn so gebührt es uns, alle Gerechtigkeit zu erfüllen. Da ließ
er's geschehen.
Tekstuitleg van Mt 3,15 . Dit vers Mt 3,15 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 102 (2 X 51) letters . De getalwaarde van Mt 3,15 is 11351 (priemgetal) . In Mt 3,15 geeft Jezus het antwoord op Johannes' tegenwerping en vraag . Dit antwoord wordt voorafgegaan door een inleiding .
1. apokrinomai (antwoorden) . Verwijzing
: apokrinomai
(antwoorden) , zie Mt
3,15 en apokrinomai
(antwoorden) , zie Mt
11,4 .
--- apekrithè (hij antwoordde) komt in de bijbel in 176 verzen voor .
in 94 verzen in het O.T., in 78 verzen in het N.T. In 2 verzen bij Matteüs,
in 7 verzen bij Marcus, in 4 verzen bij Lucas, in 57 verzen bij Johannes. Bij
Johannes : (1) Joh
1,21 zie erôtaô
(vragen) bij Joh
1,21 . (2) Joh
1,25 zie erôtaô
(vragen) bij Joh
1,21 . (3) Joh
1,48 . (4) Joh
1,49 . (5) Joh
1,50 . (6) Joh
2,19 . (7) Joh
3,3 . (8) Joh
3,5 . (9) Joh
3,9 . (10) Joh
3,10 . (11) Joh
3,27 . (12)
- apokritheis (beantwoord), participium aorist nominatief mann.
+ vr. enkelvoud . In 124 verzen in de bijbel; in 30 verzen in het O.T., in 94
verzen in het N.T. In 43 verzen bij Matteüs, in 14 verzen bij Marcus,
in 33 verzen bij Lucas, niet bij Johannes .
- kai apokritheis (en geantwoord) .
- apokritheis (geantwoord) . Deelwoord aorist nominatief enkelvoud van het werkwoord apokrinomai (antwoorden) . Verwijzing : apokrinomai (antwoorden) , zie Mt 3,15 . In 124 verzen in de bijbel . In dertig verzen in het O.T. . In vierennegentig verzen in het N.T. . Het komt bij Matteüs in drieënveertig verzen voor . Bij Marcus in veertien verzen . In Lucas in drieëndertig verzen . Bij Johannes in geen enkel vers . In vier verzen in Hnd . Bij Matteüs : Het staat meestal in het begin van de zin . Het hoofdwerkwoord is meestal de verleden tijd (aorist) eipen (hij zei) . Aan apokritheis (beantwoord) gaat dikwijls een vraag , een wilsuitdrukking , een imperatief vooraf , maar het kan ook gewoon een citaat zijn . Onderzocht moet worden waarom de ene keer dit deelwoord wordt gebruikt , en een andere keer niet . Meestal wordt het partikel de (echter) gebruikt wat wijst op verandering van personage . Het meewerkend voorwerp komt meestal na eipen (hij zei) .
| bijbelplaats | (1) Mt 3,15 (na een vraag) . Mt 16,17 Mt 16,17. Mt 17,17. Mt 20,22. Mt 21,21. Mt 21,24. Mt 22,29. Mt 26,33. (8) Mt 28,5 | Mt 4,4 na imperatief - Mt 4,1-11 - . Mt 13,37 na imperatief - Mt 13,36-43 - . Mt 15,13 na vraag - Mt 15,10-20 - . Mt 15,15 na vraag - Mt 15,10-20 - . Mt 15,24 na imperatief ; Mt 15,26 na imperatief - Mt 15,21-28 -- Mt 15,21-28 - . Mt 17,11 na vraag - Mt 17,10-13 - . Mt 19,4 na vraag - Mt 19,3-9 - . Mt 21,29. Mt 21,30. Mt 25,12. Mt 26,23. (11) | Mt 12,39 na wilsuitdrukking - Mt 12,38-42 - . Mt 13,11 na vraag - Mt 13,10-15 -. Mt 15,3 . Mt 16,2. Mt 24,2. (5) | Mt 12,48 (1) | Mt 11,4 (na een vraag). Mt 15,28 (2) Mt 19,27 (2) Mt 22,1 (1). Mt 24,4.(1) (4X ) | Mt 11,25 (1) | ||
| ho de (hij echter) | ho de (hij echter) | ho de (hij echter) | Mt 11,4 : kai (en); tote / | |||||
| apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | ||
| de (echter) | ||||||||
| onderwerp - nominatief | ho Ièsous (Jezus) / ho Petros Petrus) Mt 28,5 : ho aggelos | Mt 11,4 : ho Ièsous (Jezus) / mt 19,27 : ho Petros (Petrus) | ho Ièsous (Jezus) | |||||
| hoofdwerkwoord eipen (hij zei) aorist | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | ||
| bepaling bij eipen (hij zei) meestal datief | Mt 3,15 : pros auton (tot hem) / Mt 16,17 : autöi (aan hem/ autois (aan hen) Mt 28,5 : tais gunaixin (aan de vrouwen) | autois (aan hen) | tôi legonti autôi (aan hem die aan hem zei) | Mt 11,4 : autois (aan hen) / autêi / autôi |
--- apokrithentes (beantwoord) is participium aorist nominatief
meervoud . Het komt in elf verzen in de bijbel voor . In vier verzen in het
O.T. . In Mt
21,27 en Mt 26,66; Mc 11,33 ; Lc 9,19 ; Lc 17,37 ; Lc 20,39 ; Hnd 4,19.
--- apekrithèsan (zij antwoordden) . In zevenenveertig
verzen in de bijbel . In achtentwintig verzen in het O.T. . In negentien verzen
in het N.T. . In vijftien verzen bij Johannes .
| 1. | kai = en (1) ; tote - dan (2) | uitzonderingen | ||||||
| bijbelplaats | Mt 3,15 na een vraag - Mt 3,13-17 -. Mt 16,17 . Mt 17,4 reactie op verschijning - Mt 17,1-9 - Mt 17,17. Mt 20,22. Mt 21,21. Mt 21,24. Mt 22,29. Mt 26,33. (8) | Mt 4,4 na imperatief - Mt 4,1-11 - . Mt 13,37 na imperatief - Mt 13,36-43 - . Mt 15,13 na vraag - Mt 15,10-20 - . Mt 15,15 na vraag - Mt 15,10-20 - . Mt 15,24 na imperatief ; Mt 15,26 na imperatief - Mt 15,21-28 -- Mt 15,21-28 - . Mt 17,11 na vraag - Mt 17,10-13 - . Mt 19,4 na vraag - Mt 19,3-9 - . Mt 21,29. Mt 21,30. Mt 25,12. Mt 26,23. (11) | Mt 12,39 na wilsuitdrukking - Mt 12,38-42 - . Mt 13,11 na vraag - Mt 13,10-15 -. Mt 15,3 . Mt 16,2. Mt 24,2. (5) | Mt 12,48 (1) na een opmerking - Mt 12,46-50 - | Mt 11,4 na een vraag - Mt 11,2-6 - (1) . Mt 15,28 na een opmerking - Mt 15,21-28 - (2) Mt 19,27 (2) . Mt 24,4.na een vraag - Mt 24,4-8 - (1) (4X ) | Mt 11,25 (1) - Mt 11,25-27 - | Mt 8,8. Mt 14,28 na een imperatief - Mt 14,22-33 - | |
| ho de (hij echter) | ho de (hij echter) | ho de (hij echter) | kai (en) / tote / | en ekeinôi tôi kairôi (op dat moment) | ||||
| apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | apokritheis (beantwoord) | ||
| de (echter) | ||||||||
| onderwerp - nominatief | ho Ièsous (Jezus) /Mt 17,4 ho Petros (Petrus) | ho Ièsous (Jezus) / Mt 19,27 : ho Petros (Petrus) | ho Ièsous (Jezus) | |||||
| hoofdwerkwoord eipen (hij zei) aorist | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | eipen (zei) | ||
| bepaling bij eipen (hij zei) meestal datief | Mt 3,15: pros auton (tot hem) / autöi (aan hem/ autois (aan hen) Mt 17,4 : tôi Ièsou (aan Jezus) | autois (aan hen) | Mt 12,48) tôi legonti autôi (aan hem die aan hem zei) | autois (aan hen) / autêi / autôi |
| Mt 21,27 | Mc 11,33 // Mt 21,27 | |
| kai (en) | kai (en) | |
| apokrithentes (beantwoord) | apokrithentes (beantwoord) | |
| tôi Ièsou (aan Jezus) | tôi Ièsou (aan Jezus) | |
| eipan (zeiden zij) | legousin (zeggen zij) | |
Onmiddellijk na de vraag van Mt 3,14 staat het woord apokritheis (beantwoord), participium aorist (verleden deelwoord) mannelijk enkelvoud. Deze inleidende zin komt bij Matteüs in 8 verzen voor. apokritheis (beantwoord) komt bij Matteüs in 43 verzen voor. Het kan een antwoord zijn op een vraag, op een bemerking enz. er gaan altijd woorden van iemand eraan vooraf.
2. Het partikel de (echter) staat steeds op de tweede plaats in de zin . Het duidt meestal een verandering van personage aan. In Mt 3,14 was Johannes (de Doper) onderwerp van de zin, in Mt 3,15 is dat Jezus. Het komt 421X voor bij Matteüs.
17. dikaios (rechtvaardig) . Verwijzing : dikaios
(rechtvaardig) , Mt
3,15 . In 120 verzen in de bijbel . In negentien verzen in het N.T. : (1)
In Mt
1,19 (Iôsèf de ho anèr autès, dikaios ôn
= Jozef echter haar man, rechtvaardig zijnde) . (2) Lc
2,25 (Simeon) . (3) Lc
23,47 (de honderdman over Jezus) . (4) Lc
23,50 (Jozef die het lcihaam van Jezus aan Pilatus vraagt) . (5) Hnd
10,22 (Cornelius) . (6) Rom 1,17 .
- tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . In tweeëndertig verzen
in de bijbel .
--- tsèdèq (rechtvaardig) komt in vierenzestig verzen in de bijbel
voor .
| dikaios (rechtvaardig) bij Matteüs | |
| dikaiosunè (rechtvaardigheid) | Mt 5,2. |
| dikaiosunès (rechtvaardigheid) genitief | Mt 5,10. Mt 21,32 (i.v.m. Johannes de Doper) |
| dikaiosunèn (rechtvaardigheid) accusatief | Mt 3,15. Mt 5,6. Mt 6,1. Mt 6,33. |
| dikaios (rechtvaardig) | Mt 1,19. |
| dikaiou (rechtvaardige) genitief | Mt 10,41 (2X). Mt 23,35 |
| dikaion (rechtvaardige) accusatief | Mt 10,41. Mt 20,4. Mt 23,35. |
| Mt 3,16 - Mt 3,16 : 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,13 - Mt 3,14 - Mt 3,15 - Mt 3,16 - Mt 3,17 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And Jesus, when he was baptized, went up straightway
out of the water: and, lo, the heavens were opened unto him, and he saw the
Spirit of God descending like a dove, and lighting upon him:
Luther-Bibel . 16 Und als Jesus getauft war, stieg er alsbald herauf aus dem
Wasser. Und siehe, da tat sich ihm der Himmel auf, und er sah den Geist Gottes
wie eine Taube herabfahren und über sich kommen.
Tekstanalyse van Mt 3,16
De theofanie bestaat uit vijf zinnen . De eerste vier zinnen zijn nevenschikkend en geven een beschrijving van de theofanie . De vijfde zin citeert de woorden van de stem (het is een visioen en een roeping) .
| Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | ||||
| Mt 3,16a | participiumzin | werkwoord | (Jezus is onderwerp) | |
| Mt 3,16b | kai idou (en zie) | werkwoord | onderwerp (de hemel) | |
| Mt 3,16c | kai (en) | werkwoord | (Jezus is onderwerp) | lijdend voorwerp + twee participiumzinnen |
| Mt 3,17a | kai idou (en zie) | onderwerp (de stem) | ||
| Mt 3,17b : citaat |
Het opstijgen uit het water (Mt 3,16) en het opgaan op de berg roepen reminiscenties op aan Mozes, die door de Jordaan trekt en die de berg van God opgaat om de twee stenen tafels met de Wet te ontvangen. De doortocht door de Jordaan en het doopsel doen ook denken aan de dood en de verrijzenis van Jezus. Het is een afdalen (dat reeds in Galilea begon) en een opstijgen (dat ook in Galilea zal gebeuren na zijn verrijzenis).
Na de doop stijgt Jezus onmiddellijk uit het water op. De parallel in Mt 3,5
leert ons dat de dopelingen hun zonden beleden bij het doopsel. Dat doet Jezus
dus niet. Hij wordt beschouwd als zonder zonde.
- anebè (hij steeg op, hij klom op, hij klom
omhoog ). Verwijzing : anabainô
(opklimmen) , zie Mt
3,16 . Het komt in 187 verzen in de bijbel voor . In het O.T. is het meestal
de vertaling van het hebreeuwse wajja`al (`lh) . Verwijzing : `âlah
(opgaan, opklimmen) , zie Ps
68,19 . In 165 verzen in het O.T.. In tien verzen in Gn . In tien verzen
in Ex. : (1) Ex
2,23 . (2) Ex
16,13 . (3) Ex
19,3 . (4) . In tweeëntwintig verzen in het N.T. . Bij Matteüs
komt het in drie verzen voor : bij het doopsel (Mt
3,16) , bij de bergrede (Mt
5,1) en bij het wandelen over het water (Mt
14,23) . In Mc 6,15 , in 3 verzen bij Lucas, in 5 verzen bij Johannes, in
6 verzen in Hnd.
--- `âlah (gaan, klimmen) . In 158 verzen in de bijbel . Zie ook Verwijzing
: järad
(afdalen, afstijgen, vallen) , zie Nu
11,9 .
--- enebè (hij stapte in - de boot -). In 3 verzen in de bijbel: (1)
Jon 1,3 (enebè eis autou = hij stapte erin) . (2) Mt
15,39 (enebè eis to ploion = hij stapte in de boot) . (3) Lc
8,22 (enebè eis ploion = hij stapte in een boot).
--- anabainei (hij beklimt). In 11 verzen in de bijbel. In 7 verzen in het O.T.
In 4 verzen in het N.T. : (1) Mc
3,13 .
| 1. | 2. | 3. |
| Mt 3,16 | Mt 5,1 | Mt 14,23 |
| baptistheis de ho Ièsous (gedoopt echter Jezus) | idôn de tous ochlous (de menigten echter gezien) | kai apolusas tous ochlous (en ontbonden de menigten) |
| euthus anebè (steeg onmiddellijk op) | anebè (ging hij op) | anebè (ging hij op) |
| apo tou hudatos (uit het water) | eis to oros (naar de berg) | eis to oros (naar de berg) |
| kat'idian (afzonderlijk) | ||
| 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | 24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 - | Jezus wandelt op het meer - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 - |
Het doopsel met de geest
| Ez 1,1 MT | Ez 1,1 LXX | Mt 3,16 | Js 63,19b MT | Js 63,19b LXX | Js 63,19b Vulgata | |
| niphthehu (werden geopend) | kai ènoichthèsan (en werden geopend) | kai idou èneôchthèsan (en zie werden geopend) | lu' qaara`tha (indien u openscheurt) | ean anoixèis (indien u opent) | utinam disrumperes (wanneer u openscheurt) | |
| hasjsjamaajim (de hemlen) | hoi ouranoi (de hemelen) | hoi ouranoi (de hemelen) | sjaamajim (de hemelen) | ton ouranon (de hemel) | caelos (de hemelen) | |
| ve'èrèh (en ik zag) | hai eidon (en ik zag) | kei eiden (en ik zag) | ||||
| mar'ooth èlohim (visioenen van God) | horaseis theou (visioenen van God) | pneuma theou (de geest van God) | ||||
| jaaradthaa ( daalt u af) | et descenderes (en u daalt af) | |||||
| Ez 1,1-28 : het roepingsvisioen van Ezechiël - Ez 1,1-28 - | 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - | Js 63,7-64,11 : een smeekpsalm - Js 63,7-64,11 - |
| pneuma (geest) 18X bij Matteüs | ||||
| pneuma (geest) : nominatief en accusatief. 6X bij Matteüs | Mt 3,16 : to pneuma tou theou (de geest van God) . Mt 10, 20 : to pneuma tou patros humôn : de geest van onze Vader. Mt 12,18 : to pneuma mou (mijn geest). | Mt 12,43 : to akatharton pneuma (de onreine geest). | Mt 26,41 : pneuma (geest) tegenover sarx (lichaam). Mt 27,50 : Jezus gaf de geest. | |
| pneumatos (geest) genitief. 6X bij Matteüs | ek + genitief. Mt 1,18 + Mt 1,20 : ek pneumatos hagiou (uit heilige geest). | hupo + genitief. Mt 4,1 : - Mt 4,1-11 - hupo tou pneumatos : door de geest. | genitief. Mt 12,31. Mt 28,19 : tou hagiou pneumatos (van de heilige geest) | Mt 12,32 : kata tou pneumatos tou hagiou (tegen de heilige geest). |
| pneumati (geest) datief. 4X bij Matteüs | Mt 3,11 : en pnaumati hegiôi (met heilige geest) Mt 12,28 : en pneumati theou (door de geest van God) . | Mt 5,3 : hoi ptôchoi tôi pneumati (de armen van geest) | Mt 22,43 : en pneumati (in de geest) | |
| pneumata (geesten) meervoud nominatief en accusatief 2X bij Matteüs | Mt 8,16 en Mt 12,45 (bedoeld zijn boze geesten). |
| Mt 3,17 - Mt 3,17 : 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 -- Mt 3,13 - Mt 3,14 - Mt 3,15 - Mt 3,16 - Mt 3,17 -- Mt (Matteüs) -- Mt 3 - - Mt 3,1-6 - Mt 3,7-10 - Mt 3,11-12 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And lo a voice from heaven, saying, This is my beloved Son,
in whom I am well pleased.
Luther-Bibel (1984) . 17 Und siehe, eine Stimme vom Himmel herab sprach: Dies
ist mein lieber Sohn, dan dem ich Wohlgefallen habe.
Tekstuitleg van Mt 3,17 . Dit vers Mt 3,17 telt 17 woorden en 69 (3 X 23) letters . De getalwaarde van Mt 3,17 is 10399 (priem) .
11. huios (zoon) . Verwijzing : huios (zoon) , zie Mt 3,17 . Eveneens : huios (zoon) , zie Mc 1,11 . Het komt in 885 verzen in de bijbel voor . In 732 verzen in het O.T. . In 153 verzen in het N.T. . In 126 verzen in de evangelies . In 42 verzen bij Matteüs, in 19 verzen bij Marcus. In 39 verzen bij Lucas : Lc 15,13 . Lc 15,19 . Lc 15,21 . Lc 15,24 . Lc 15,25 . Lc 15,30 . , in 26 verzen bij Johannes.
- Het kan verwondering wekken dat Theos (God) als onderwerp
slechts in 6 verzen in het Matteüsevangelie voorkomt.
--- De genitief Theou (van God) komt 28X voor.
--- huious (zonen) . Accusatief mannelijk meervoud . In 361 verzen in de bijbel
. In vier verzen bij Lc : (1) Lc
5,10 (zonen van Zebedeüs) . (2) Lc
5,34 (zonen van de bruidegom) . (3) Lc
15,11 (een bepaalde mens had twee zonen) . (4) Lc
16,8 (zonen van het licht) .
| 1. 7. | 2. 3. | 4. | 5. | 6. | 8. | 9. | 10. | 11. |
| Mt 3,17 = Mt 17,5 | Mt 4,3 . Mt 4,6 | Mt 8,29 | Mt 14,33 | Mt 16,16 | Mt 26,63 | Mt 27,40 | Mt 27,43 | Mt 27,54 |
| ei (indien gij) | Tí hèmin kai soi, wat is er tussen ons en u | alèthôs (waarlijk) | ei (indien) | ei (indien gij) | eipen gar hoti (want hij zei) | alèthôs (waarlijk) | ||
| houtos (deze) | huios (zoon) | huie (zzon) | su (gij) | su (gij) | huios (zoon) | |||
| estin (is) | ei (zijt) | ei (zijt) | ei (zijt) | ei (zijt) | ||||
| ho huios mou (mijn zoon) ho agapètos (de beminde) | tou theou (van God) | tou theou (van God) | theou huios ei (u bent zoon van God) | ho christos, ho huios tou theou tou zôntos (de Christus, de zoon van de levende God) | ho christos ho huios tou theou: de Christus, de zoon van God | tou theou (van God) | theou eimi huios (ik ben zoon van God) | theou huios èn houtos (zoon van God was deze) |
| 18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 | 20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc
1,12-13 - Mt
4,1-11 - Lc
4,1-13 |
66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mt 8,28-34 - Mc 5,1-20 - Lc 8,26-39 | Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 | 162. belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 - Mt 16,13-20 - Lc 9,18-21 | 332. Jezus voor het Sandredin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 | 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 - | 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 - | 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 - |
| huios (zoon. 42X bij Matteüs) | |
| huios theou (zoon van God. 8X bij Matteüs) | |
| huios David (zoon van David. 8X bij Matteüs) David komt 15X voor. | Mt 1,1 : huiou David (van de zoon van David) - Mt 1,1-17 - Mt 1,20 - Mt 1,18-25 - . Mt 9,27 - Mt 9,27-31 - . Mt 12,23 - Mt 12,22-23 - . Mt 15,22 - Mt 15,21-28 - .Mt 20,30 - Mt 20,29-34 - . Mt 20,31 - Mt 20,29-34 - . Mt 21,9 : tôi huiôi David (aan de zoon van David) - Mt 21,1-11 - Mt 21,15 : tôi huiôi David (aan de zoon van David) - Mt 21,14-17 - Mt 22,42 - Mt 22,41-46 - . Mt 22,45 - Mt 22,41-46 - . |
| huios tou anthrôpou (mensenzoon. 19X bij Matteüs) | Mt 9,6. Mt 10,23. Mt 11,19. Mt 12,8. Mt 12,40. Mt 13,37. Mt 13,41. Mt 16,27. Mt 17,9. Mt 17,12. Mt 17,22. Mt 19,28. Mt 20,18. Mt 20,28. Mt 24,44. Mt 25,31. Mt 26,2. Mt 26,24. Mt 26,45. |
1 in diebus autem illis venit Iohannes Baptista praedicans in deserto Iudaeae 2 et dicens paenitentiam agite adpropinquavit enim regnum caelorum 3 hic est enim qui dictus est per Esaiam prophetam dicentem vox clamantis in deserto parate viam Domini rectas facite semitas eius 4 ipse autem Iohannes habebat vestimentum de pilis camelorum et zonam pelliciam circa lumbos suos esca autem eius erat lucustae et mel silvestre 5 tunc exiebat ad eum Hierosolyma et omnis Iudaea et omnis regio circa Iordanen 6 et baptizabantur in Iordane ab eo confitentes peccata sua 7 videns autem multos Pharisaeorum et Sadducaeorum venientes ad baptismum suum dixit eis progenies viperarum quis demonstravit vobis fugere a futura ira 8 facite ergo fructum dignum paenitentiae 9 et ne velitis dicere intra vos patrem habemus Abraham dico enim vobis quoniam potest Deus de lapidibus istis suscitare filios Abrahae 10 iam enim securis ad radicem arborum posita est omnis ergo arbor quae non facit fructum bonum exciditur et in ignem mittitur 11 ego quidem vos baptizo in aqua in paenitentiam qui autem post me venturus est fortior me est cuius non sum dignus calciamenta portare ipse vos baptizabit in Spiritu Sancto et igni 12 cuius ventilabrum in manu sua et permundabit aream suam et congregabit triticum suum in horreum paleas autem conburet igni inextinguibili 13 tunc venit Iesus a Galilaea in Iordanen ad Iohannem ut baptizaretur ab eo 14 Iohannes autem prohibebat eum dicens ego a te debeo baptizari et tu venis ad me 15 respondens autem Iesus dixit ei sine modo sic enim decet nos implere omnem iustitiam tunc dimisit eum 16 baptizatus autem confestim ascendit de aqua et ecce aperti sunt ei caeli et vidit Spiritum Dei descendentem sicut columbam venientem super se 17 et ecce vox de caelis dicens hic est Filius meus dilectus in quo mihi conplacui