MATTEÜSEVANGELIE : ZEVENDE HOOFDSTUK , MT 7 -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -
-
Mt 7,1-5 -- Mt 7,21-27 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Matteüsevangelie : Mt : overzicht , Mt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Mt : commentaar ,
Overzicht van het N.T.
: NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
Hoofdstukken van het Matteüsevangelie : Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28 .
Bijbeluitleg per pericope - Mt 7,1-5 - Mt 7,6 - Mt 7,7-11 - Mt 7,12 - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 - Mt 7,28-29
Tekstuitleg vers per vers - Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 - Mt 7,6 - Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 - Mt 7,12 - Mt 7,13 - Mt 7,14 - Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 - Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 - Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 - Mt 7,28 - Mt 7,29 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/              
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- kurie (heer) , zie Mt 7,21 .
- logos (woord) , zie Mt 7,24 .
- teleô (beëindigen) , zie Mt 7,28 .
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik

- bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

Overzicht van de bijbelboeken
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het derde hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
46. Oordelen : Mt 7,1-5 - Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42
47. Geen parels voor de zwijnen : Mt 7,6
48. Gebedsverhoring : Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13
49. Gulden regel : Mt 7,12 - Lc 6,27-36
50. De twee wegen : Mt 7,13-14 - Lc 13,22-29
51. Pseudoprofeten : Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45
52. Heer-Heer zeggen : Mt 7,21-23
53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49
54. Slot van de bergrede : Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32

46. Oordelen : Mt 7,1-5 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 -

Mt 7,1 - Mt 7,1 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:1 mè krinete ina mè krithète  1 nolite iudicare ut non iudicemini  1. Oordeel niet , opdat jullie niet geoordeeld worden ;   1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.  [1] Werp je niet op als rechter, opdat je niet onder het oordeel valt.   [1] Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.   1 ¶ Zoekt geen oordeel bij de réchter  opdat je niet veroordeeld wórdt;  1. « Ne jugez pas, afin de n'être pas jugés ; 

King James Bible . [1] Judge not, that ye be not judged.
Luther-Bibel . 1 Richtet nicht, damit ihr nicht gerichtet werdet.

Tekstuitleg van Mt 7,1 .

Mt 7,2 - Mt 7,2 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:2 en ˘ gar krimati krinete krithèsesthe kai en ˘ metr˘ metreite metrèthèsetai umin  2 in quo enim iudicio iudicaveritis iudicabimini et in qua mensura mensi fueritis metietur vobis   met het oordeel immers waarmee je oordeelt zul je geoordeeld worden .  en met de maat waarmee je meet zal voor juilie gemeten worden . 2 Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.  [2] Want onder het oordeel dat jullie vellen, zul je vallen, en met de maat waarmee jullie meten, zul je gemeten worden.   [2] Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.   2 want met het oordeel waarmee gij oordeelt zult ge geoordeeld wórden, en met de maat waarmee gij meet zal u de maat genomen worden;  2. car, du jugement dont vous jugez on vous jugera, et de la mesure dont vous mesurez on mesurera pour vous.  

King James Bible . [2] For with what judgment ye judge, ye shall be judged: and with what measure ye mete, it shall be measured to you again.
Luther-Bibel . 2 Denn nach welchem Recht ihr richtet, werdet ihr gerichtet werden; und mit welchem Maß ihr messt, wird euch zugemessen werden.

Tekstuitleg van Mt 7,2 .

Mt 7,3 - Mt 7,3 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:3 ti de blepeis to karfos to en t˘ ofthalm˘ tou adelfou sou tèn de en t˘ s˘ ofthalm˘ dokon ou katanoeis  3 quid autem vides festucam in oculo fratris tui et trabem in oculo tuo non vides  3 Wat kijk je echter naar de splinter in het oog van je broeder, maar op de balk in jouw oog let je niet? 3 En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?  [3] Wat kijk je naar de splinter in het oog van een ander, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?   [3] Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?   3 maar wat kijk je naar de splinter in het oog van je broeder, en de balk in je eigen oog valt je niet op?  3. Qu'as-tu à regarder la paille qui est dans l'œil de ton frère ? Et la poutre qui est dans ton œil à toi, tu ne la remarques pas ! 

King James Bible . [3] And why beholdest thou the mote that is in thy brother's eye, but considerest not the beam that is in thine own eye?
Luther-Bibel . 3 Was siehst du aber den Splitter in deines Bruders Auge und nimmst nicht wahr den Balken in deinem Auge?

Tekstuitleg van Mt 7,3 .

Mt 7,4 - Mt 7,4 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:4 è p˘s ereis t˘ adelf˘ sou afes ekbal˘ to karfos ek tou ofthalmou sou kai idou è dokos en t˘ ofthalm˘ sou  4 aut quomodo dicis fratri tuo sine eiciam festucam de oculo tuo et ecce trabis est in oculo tuo   4 Of hoe zul je aan je broeder zeggen: Sta toe dat ik de splinter uit je oog uithaal, en zie, de balk is in jouw oog? 4 Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog?   [4] Of hoe kun je tegen een ander zeggen: Laat me de splinter uit je oog halen, en kijk, de balk zit in je eigen oog?  [4] Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,” zolang je nog een balk in je eigen oog hebt?  4 of hoe zul je tot je broeder zeggen: sta toe dat ik die splinter uit je oog uitwerp!, en zie daar de balk in jouw oog?   4. Ou bien comment vas-tu dire à ton frère : «Laisse-moi ôter la paille de ton œil», et voilà que la poutre est dans ton œil !  

King James Bible . [4] Or how wilt thou say to thy brother, Let me pull out the mote out of thine eye; and, behold, a beam is in thine own eye?
Luther-Bibel . 4 Oder wie kannst du sagen zu deinem Bruder: Halt, ich will dir den Splitter aus deinem Auge ziehen?, und siehe, ein Balken ist in deinem Auge.

Tekstuitleg van Mt 7,4 .

Mt 7,5 - Mt 7,5 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:5 upokrita ekbale pr˘ton ek tou ofthalmou sou tèn dokon kai tote diablepseis ekbalein to karfos ek tou ofthalmou tou adelfou sou 5 hypocrita eice primum trabem de oculo tuo et tunc videbis eicere festucam de oculo fratris tui  5 Huichelaar, haal eerst de balk uit jouw oog, en dan zul je scherp kunnen kijken om de splinter uit te halen uit het oog van je broeder. 5 Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.  [5] Schijnheilige, haal eerst de balk uit je eigen oog, en pas dan zie je scherp genoeg om de splinter uit het oog van de ander te halen.  [5] Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.   5 Schijnheilige, werp eerst uit je eigen oog die balk uit, en dán kun je beter kijken om de splinter uit te werpen uit het oog van je broeder!  5. Hypocrite, ôte d'abord la poutre de ton œil, et alors tu verras clair pour ôter la paille de l'œil de ton frère. 

King James Bible . [5] Thou hypocrite, first cast out the beam out of thine own eye; and then shalt thou see clearly to cast out the mote out of thy brother's eye.
Luther-Bibel . 5 Du Heuchler, zieh zuerst den Balken aus deinem Auge; danach sieh zu, wie du den Splitter aus deines Bruders Auge ziehst.

Tekstuitleg van Mt 7,5 .

47. Geen parels voor de zwijnen : Mt 7,6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -

Mt 7,6 - Mt 7,6 : 47. Geen parels voor de zwijnen - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:6 mè d˘te to agion tois kusin mède balète tous margaritas um˘n emprosthen t˘n choir˘n mèpote katapatèsousin autous en tois posin aut˘n kai strafentes rèx˘sin umas  6 nolite dare sanctum canibus neque mittatis margaritas vestras ante porcos ne forte conculcent eas pedibus suis et conversi disrumpant vos  6 Geef het heilige niet aan de honden en werp je parels niet voor de zwijnen, opdat ze die niet met hun poten vertrappen en zich omkeren en je verscheuren.  6 Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.  [6] Geef het heilige niet aan de honden, en gooi jullie parels niet voor de varkens, opdat zij die niet met hun poten vertrappen, zich tegen je keren en je verscheuren.   [6] Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.   6 Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw parelen niet voor de zwijnen, opdat ze die niet met hun poten vertrappen, zich omkeren en u verscheuren.  6. « Ne donnez pas aux chiens ce qui est sacré, ne jetez pas vos perles devant les porcs, de crainte qu'ils ne les piétinent, puis se retournent contre vous pour vous déchirer. 

King James Bible . [6] Give not that which is holy unto the dogs, neither cast ye your pearls before swine, lest they trample them under their feet, and turn again and rend you.
Luther-Bibel . 6 Ihr sollt das Heilige nicht den Hunden geben und eure Perlen sollt ihr nicht vor die Säue werfen, damit die sie nicht zertreten mit ihren Füßen und sich umwenden und euch zerreißen.

Tekstuitleg van Mt 7,6 .

48. Gebedsverhoring : Mt 7,7-11 - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 -

1ste onderdeel 2de onderdeel 3de onderdeel 4de onderdeel 5de onderdeel 6de onderdeel 7de onderdeel 8ste onderdeel 9de onderdeel 10de onderdeel
Mt 7,7a - Mt 7,7-11 - Mt 7,7b Mt 7,7c Mt 7,8a Mt 7,8b Mt 7,8c Mt 7,9 Mt 7,10   Mt 7,11a  Mt 7,11b
        kai kai (en) è tís estin ex humôn anthrôpos (of welke mens van jullie)    ei oun humeis ponèroi ontes (indien derhalve jullie slecht zijnde)   posôi mallon ho patèr humôn ho en tois ouranois (hoeveel te meer) jullie vader die in de hemelen)
aiteite (vraag) zèteite (zoekt) krouete (klopt) pas gar ho aitôn (elke vragende immers) ho zètôn (de zoekende) tôi krouonti (een de kloppende) hon aitèsei ho huios autou arton (wiens zoon brood zal vragen)   è kai ichthun  aitèsei (of ook een vis zal vragen)    
kai (en) kai (en) kai (en)              
dothèsetai (het zal gegeven worden) heurèsete (je zult vinden) anoigèsetai (er zal geopend worden) lambanei (neemt) heuriskei (vindt) anoigèsetai (er zal geopend worden) mè lithon epidôsei  (zal toch geen steen geven)  mè osfin epidôsei (zal toch geen slang geven) oidate domata agatha  didonai (weet goede gaven te geven) dôsei agatha  (zal geven goede dingen)
humin (aan jullie)   humin (voor jullie)        autôi (aan hem) autôi (aan hem)  tois teknois humôn (aan julle kinderen)  tois aitousin auton (die hem vragen)
48. Gebedsverhoring : Mt 7,7-11 // (Lc 11,9-13)  - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -                  

Mt 7,7-11 bestaat uit 10 onderdelen. De eerste zes onderdelen vormen een geheel en de vier volgende (vader-zoonrelatie) eveneens. Gar (immers) in Mt 7,8 en oun (derhalve) in Mt 7,11 wijzen telkens op de samenhang met het voorgaande : Mt 7,8 met Mt 7,7 en Mt 7,11 met Mt 7,8-9. Daarenboven vormen Mt 7,7a en Mt 7,11b een inclusio.
Mt 7,7 bestaat uit 6 nevenschikkende zinnen, onderverdeeld in drie groepen van telkens twee zinnen Mt 7,7a1 , Mt 7,7a2, Mt 7,7b1, Mt 7,7b2, Mt 7,7c1, Mt 7,7c2.

  Mt 5,44-48 Mt 6,25-33 Mt 7,1-5 Mt 7,7-11 Mt 10,28-31 Lc 6,43-45
algemeen Mt 5,44b.45a Mt 6,25a Mt 7,1 Mt 7,7 Mt 10,28 Lc 6,43
verdere argumentatie (gar: immers; hoti : omdat) hoti... (omdat) Mt 5,45b   Mt 7,2 Mt 7,8   Lc 6,44a
retorische vragen / nieuwe voorbeelden) Mt 5,46-47 Mt 6,25b-30 Mt 7,3-4 Mt 7,9-10 Mt 10,29-30 Lc 6,44b
eindargument (oun : derhalve, dus) Mt 5,48 Mt 6,31-33 Mt 7,5 Mt 7,11 Mt 10,31 Lc 6,45
             

 

Mt 7,7 - Mt 7,7 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:7 aiteite kai dothèsetai umin zèteite kai eurèsete krouete kai anoigèsetai umin   7 petite et dabitur vobis quaerite et invenietis pulsate et aperietur vobis  7 Vraag en jullie zal gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en jullie zal geopend worden .    7 Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.  [7] Vraag, en jullie zal gegeven worden. Zoek, en je zult vinden. Klop, en er zal voor je worden opengedaan.   [7] Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.  7 ¶ Vraagt en er zal aan u gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal voor u worden opengedaan;  7. « Demandez et l'on vous donnera ; cherchez et vous trouverez ; frappez et l'on vous ouvrira. 

King James Bible . [7] Ask, and it shall be given you; seek, and ye shall find; knock, and it shall be opened unto you:
Luther-Bibel . 7 Bittet, so wird euch gegeben; suchet, so werdet ihr finden; klopfet an, so wird euch aufgetan.

Tekstuitleg van Mt 7,7 .

Mt 7,8 - Mt 7,8 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:8 pas gar o ait˘n lambanei kai o zèt˘n euriskei kai t˘ krouonti anoigèsetai   8 omnis enim qui petit accipit et qui quaerit invenit et pulsanti aperietur  8 Ieder immers die vraagt krijgt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zai geopend worden. 8 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.  [8] Want ieder die vraagt, krijgt, en wie zoekt, vindt, en voor wie klopt, zal worden opengedaan.  [8] Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.   8 want al wie vraagt mag aannemen en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan;  8. Car quiconque demande reçoit ; qui cherche trouve ; et à qui frappe on ouvrira.  

King James Bible . [8] For every one that asketh receiveth; and he that seeketh findeth; and to him that knocketh it shall be opened.
Luther-Bibel . 8 Denn wer da bittet, der empfängt; und wer da sucht, der findet; und wer da anklopft, dem wird aufgetan.

Tekstuitleg van Mt 7,8 .

Mt 7,9 - Mt 7,9 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:9 è tis | | estin | ex um˘n anthr˘pos on aitèsei o uios autou arton mè lithon epid˘sei aut˘  9 aut quis est ex vobis homo quem si petierit filius suus panem numquid lapidem porriget ei   9 Of welke mens is er onder jullie die , als zijn zoon hem brood vraagt , hem een steen zal toereiken ? 9 Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven?   [9] Of is er soms iemand onder jullie die zijn zoon een steen geeft als hij om brood vraagt?  [9] Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven?  9 of is iemand van u zo’n mens?– zijn zoon zal hem een brood vragen en dan geeft hij hem toch geen steen?   9. Quel est d'entre vous l'homme auquel son fils demandera du pain, et qui lui remettra une pierre ?  

King James Bible . [9] Or what man is there of you, whom if his son ask bread, will he give him a stone?
Luther-Bibel . 9 Wer ist unter euch Menschen, der seinem Sohn, wenn er ihn bittet um Brot, einen Stein biete?

Tekstuitleg van Mt 7,9 .

Mt 7,10 - Mt 7,10 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:10 è kai ichthun aitèsei mè ofin epid˘sei aut˘   10 aut si piscem petet numquid serpentem porriget ei  10 Of ook als hij vis vraagt, hem een slang zal toereiken? 10 En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?   [10] Of een slang als hij om vis vraagt?   [10] Of een slang, als het om een vis vraagt?  10 of hij zal ook om een vis vragen en dan geeft hij hem toch geen adder?  10. ou encore, s'il lui demande un poisson, lui remettra-t-il un serpent ?  

King James Bible . [10] Or if he ask a fish, will he give him a serpent?
Luther-Bibel . 10 Oder, wenn er ihn bittet um einen Fisch, eine Schlange biete?

Tekstuitleg van Mt 7,10 .

Mt 7,11 - Mt 7,11 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:11 ei oun umeis ponèroi ontes oidate domata agatha didonai tois teknois um˘n pos˘ mallon o patèr um˘n o en tois ouranois d˘sei agatha tois aitousin auton   11 si ergo vos cum sitis mali nostis bona dare filiis vestris quanto magis Pater vester qui in caelis est dabit bona petentibus se   11 Als jullie dus, boos als je bent, goede gaven weten te geven   aan je kinderen, hoeveel te meer zal je Vader in de hemelen goede dingen geven aan wie hem erom vragen. 11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!   [11] Als jullie dan, slecht als je bent, goede gaven weten te geven aan je kinderen, hoeveel te meer dan zal jullie Vader in de hemel het goede geven aan wie het Hem vragen.   [11] Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen.   11 als dan gij, hoe boosaardig ge ook zijt, goede gaven weet te geven aan úw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader die in de hemelen is goede dingen geven aan wie hem daarom vragen!  11. Si donc vous, qui êtes mauvais, vous savez donner de bonnes choses à vos enfants, combien plus votre Père qui est dans les cieux en donnera-t-il de bonnes à ceux qui l'en prient ! 

King James Bible . [11] If ye then, being evil, know how to give good gifts unto your children, how much more shall your Father which is in heaven give good things to them that ask him?
Luther-Bibel . 11 Wenn nun ihr, die ihr doch böse seid, dennoch euren Kindern gute Gaben geben könnt, wie viel mehr wird euer Vater im Himmel Gutes geben denen, die ihn bitten!

Tekstuitleg van Mt 7,11 .

49. Gulden regel : Mt 7,12 - Mt 7,12 - Lc 6,27-36 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,12 -

Mt 7,12 - Mt 7,12 : 49. Gulden regel - Mt 7,12 - Lc 6,27-36 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:12 panta oun osa ean thelète ina poi˘sin umin oi anthr˘poi out˘s kai umeis poieite autois outos gar estin o nomos kai oi profètai   12 omnia ergo quaecumque vultis ut faciant vobis homines et vos facite eis haec est enim lex et prophetae   12 AlIes dus wat juIlie willen dat de mensen je doen doe ook jullie hun zo : dit is immers de Wet en de Profeten .  12 Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.   [12] Welnu, behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Want dat is de Wet en de Profeten.  [12] Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.  12 ¶ Dus alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet ook gij zo voor hen; want dat is de Wet en de profeten!  12. « Ainsi, tout ce que vous voulez que les hommes fassent pour vous, faites-le vous mêmes pour eux : voilà la Loi et les Prophètes. 

King James Bible . [12] Therefore all things whatsoever ye would that men should do to you, do ye even so to them: for this is the law and the prophets.
Luther-Bibel . 12 Alles nun, was ihr wollt, dass euch die Leute tun sollen, das tut ihnen auch! Das ist das Gesetz und die Propheten.

Tekstuitleg van Mt 7,12 .

50. De twee wegen : Mt 7,13-14 - Mt 7,13-14 - Lc 13,22-29 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,13 - Mt 7,14 -

De epiloog van de bergrede bestaat uit 4 pericopen - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 - .

Mt 7,13 - Mt 7,13 : 50. De twee wegen - Mt 7,13-14 - Lc 13,22-29 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,13 - Mt 7,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
 7:13 eiselthate dia tès stenès pulès oti plateia | | è pulè | kai euruch˘ros è odos è apagousa eis tèn ap˘leian kai polloi eisin oi eiserchomenoi di autès  13 intrate per angustam portam quia lata porta et spatiosa via quae ducit ad perditionem et multi sunt qui intrant per eam   13 Ga binnen door de enge poort; want wijd +is de poort en breed+ de weg die heenleidt naar het verderf, en velen zijn er die daarlangs binnengaan.  13 Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;   [13] Ga binnen door de nauwe poort. Want wijd is de poort en breed is de weg die naar de ondergang leidt; er zijn vele mensen die daarlangs gaan.   [13] Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang.   13 Komt binnen door de enge poort: want wijd is de poort en breed de weg die wegleidt naar de ondergang, en velen zijn het die daarlangs binnenkomen;  13. « Entrez par la porte étroite. Large, en effet, et spacieux est le chemin qui mène à la perdition, et il en est beaucoup qui s'y engagent ;  

King James Bible . [13] Enter ye in at the strait gate: for wide is the gate, and broad is the way, that leadeth to destruction, and many there be which go in thereat:
Luther-Bibel . 13 Geht hinein durch die enge Pforte. Denn die Pforte ist weit und der Weg ist breit, der zur Verdammnis führt, und viele sind's, die auf ihm hineingehen.

Tekstuitleg van Mt 7,13 .

Mt 7,14 - Mt 7,14 : 50. De twee wegen - Mt 7,13-14 - Lc 13,22-29 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,13 - Mt 7,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:14 | oti | ti | stenè è pulè kai tethlimmenè è odos è apagousa eis tèn z˘èn kai oligoi eisin oi euriskontes autèn   14 quam angusta porta et arta via quae ducit ad vitam et pauci sunt qui inveniunt eam  14 Hoe eng +is de poort en smal+ de weg die heenleidt naar het leven en weinigen zijn er die hem vinden  14 Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.   [14] Hoe nauw is de poort en hoe smal de weg die naar het leven leidt; er zijn maar weinig mensen die hem vinden.  [14] Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.   14 want eng is de poort en versmald de weg die leidt naar het leven, en weinigen zijn het die haar vinden.   14. mais étroite est la porte et resserré le chemin qui mène à la Vie, et il en est peu qui le trouvent.  

King James Bible . [14] Because strait is the gate, and narrow is the way, which leadeth unto life, and few there be that find it.
Luther-Bibel . 14 Wie eng ist die Pforte und wie schmal der Weg, der zum Leben führt, und wenige sind's, die ihn finden!

Tekstuitleg van Mt 7,14 .

51. Pseudoprofeten : Mt 7,15-20 - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -

De epiloog van de bergrede bestaat uit 4 pericopen - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 - .

Mt 7,15 - Mt 7,15 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:15 prosechete apo t˘n pseudoprofèt˘n oitines erchontai pros umas en endumasin probat˘n es˘then de eisin lukoi arpages 15 adtendite a falsis prophetis qui veniunt ad vos in vestimentis ovium intrinsecus autem sunt lupi rapaces   .15 Wees op jullie hoede voor de pseudoprofeten, die tot je komen in schaapskleding, van binnen eehter zijn ze roofzieke wolven.  15 Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.  [15] Pas op voor de valse profeten, die naar jullie toe komen in schaapskleren, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn.   [15] Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn.   15 ¶ Hoedt u voor de valse profeten die tot u komen in schaapskleren, maar van binnen grijpgrage wolven zijn;   15. « Méfiez-vous des faux prophètes, qui viennent à vous déguisés en brebis, mais au-dedans sont des loups rapaces.  

King James Bible . [15] Beware of false prophets, which come to you in sheep's clothing, but inwardly they are ravening wolves.
Luther-Bibel . 15 Seht euch vor vor den falschen Propheten, die in Schafskleidern zu euch kommen, inwendig aber sind sie reißende Wölfe.

Tekstuitleg van Mt 7,15 .

Mt 7,16 - Mt 7,16 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:16 apo t˘n karp˘n aut˘n epign˘sesthe autous mèti sullegousin apo akanth˘n stafulas è apo tribol˘n suka  16 a fructibus eorum cognoscetis eos numquid colligunt de spinis uvas aut de tribulis ficus   16 Aan hun vruchten zul je ze herkennen. Pluk je wel van doornstruiken druiven of van distels vijgen?      16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?  [16] Aan hun vruchten zul je ze kennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken en geen vijgen van distels?  [16] Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels?  16 aan hun vruchten zult ge hen kennen; ze lezen toch geen druiven van doornen of vijgen van distels?  16. C'est à leurs fruits que vous les reconnaîtrez. Cueille-t-on des raisins sur des épines ? ou des figues sur des chardons ?  

King James Bible . [16] Ye shall know them by their fruits. Do men gather grapes of thorns, or figs of thistles?
Luther-Bibel . 16 An ihren Früchten sollt ihr sie erkennen. Kann man denn Trauben lesen von den Dornen oder Feigen von den Disteln?

Tekstuitleg van Mt 7,16 .

Mt 7,17 - Mt 7,17 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:17 out˘s pan dendron agathon karpous kalous poiei to de sapron dendron karpous ponèrous poiei   17 sic omnis arbor bona fructus bonos facit mala autem arbor fructus malos facit  17 Zo hrenge iedere goede boom goede vruchten voort, de zieke boom echter brengt slechte vruchten voort.   17 Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.  [17] Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de zieke boom brengt slechte vruchten voort.   [17] Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten.   17 zó brengt iedere goede boom fraaie vruchten voort, maar de zieke boom brengt boze vruchten voort;  17. Ainsi tout arbre bon produit de bons fruits, tandis que l'arbre gâté produit de mauvais fruits.  

King James Bible . [17] Even so every good tree bringeth forth good fruit; but a corrupt tree bringeth forth evil fruit.
Luther-Bibel . 17 So bringt jeder gute Baum gute Früchte; aber ein fauler Baum bringt schlechte Früchte.

Tekstuitleg van Mt 7,17 .

3. - 4. dendron agathon (een goede boom) . In twee verzen in het N.T. : (1) Mt 7,17 . (2) Mt 7,18 .

Mt 7,18 - Mt 7,18 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:18 ou dunatai dendron agathon karpous ponèrous | enegkein | poiein | oude dendron sapron karpous kalous poiein  18 non potest arbor bona fructus malos facere neque arbor mala fructus bonos facere   18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen noch een zieke boom goede vruchten voortbrengen.   18 Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.   [18] Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een zieke boom geen goede.   [18] Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan.   18 het is niet mogelijk dat een goede boom boze vruchten draagt, en dat een zieke boom fraaie vruchten draagt;  18. Un bon arbre ne peut porter de mauvais fruits, ni un arbre gâté porter de bons fruits. 

King James Bible . [18] A good tree cannot bring forth evil fruit, neither can a corrupt tree bring forth good fruit.
Luther-Bibel . 18 Ein guter Baum kann nicht schlechte Früchte bringen und ein fauler Baum kann nicht gute Früchte bringen.

Tekstuitleg van Mt 7,18 .

Mt 7,19 - Mt 7,19 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:19 pan dendron mè poioun karpon kalon ekkoptetai kai eis pur balletai   19 omnis arbor quae non facit fructum bonum exciditur et in ignem mittitur  19 Iedcre boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehakt en in het vuur geworpen.   19 Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.  [19] Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid.  [19] Elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.   19 elke boom die geen fraaie vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen;  19. Tout arbre qui ne donne pas un bon fruit, on le coupe et on le jette au feu. 

King James Bible . [19] Every tree that bringeth not forth good fruit is hewn down, and cast into the fire.
Luther-Bibel . 19 Jeder Baum, der nicht gute Früchte bringt, wird abgehauen und ins Feuer geworfen.

Tekstuitleg van Mt 7,19 .

Mt 7,20 - Mt 7,20 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:20 ara ge apo t˘n karp˘n aut˘n epign˘sesthe autous 20 igitur ex fructibus eorum cognoscetis eos  20 Derhalve zul je ze aan hun vruchten herkennen.  20 Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.   [20] Aan hun vruchten zul je ze dus kennen.  [20] Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten herkennen.   20 dus: aan hun vruchten zult ge hen kennen!  20. Ainsi donc, c'est à leurs fruits que vous les reconnaîtrez.  

King James Bible . [20] Wherefore by their fruits ye shall know them.
Luther-Bibel . 20 Darum: an ihren Früchten sollt ihr sie erkennen.

Tekstuitleg van Mt 7,20 .

Evangelie van de 9de (negende) zondag door het a-jaar : Mt 7,21-27 . Verwijzing : Mt 7,21-27
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet! Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots. Maar ieder die deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd."

52. Heer-Heer zeggen : Mt 7,21-23 - Mt 7,21-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 -

De Matteaanse gemeenschap worstelt met verschillende problemen. Van buitenaf wordt ze bedreigd door vervolgingen. Leden van de gemeenschap kunnen door eigen huisgenoten of bekenden overgeleverd worden. Binnenin zijn verschillende strekkingen over het al dan niet toebehoren tot de gemeenschap. Is het vereist alle joodse wetten te onderhouden? Wat denken over leraren die wat soepeler met de toepassing van de joodse wetten omspringen? Wat met degenen die afhankelijk zijn van de verschillende onderrichtingen en geen kant uit weten (de minsten)? Wat met degenen die vooral de wederkomst van Jezus verwachten en geen oog meer hebben met de dagdagelijkse realiteit?

De epiloog (tegendeel van de pro-loog) bevat 4 pericopen - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 . Met Mt 7,21-23 zijn we aan de derde perikope van de epiloog gekomen. We naderen het einde van de bergrede (Mt 5-7). Deze en volgende pericope - Mt 7,24-27 - grijpen vooruit op de laatste gelijkenis - Mt 25,31-46 - van de eschatologische rede (Mt 24-25). Mt 7,21a en Mt 7,22a zijn als 't ware elkaars spiegelbeeld. Erousin (zij zullen zeggen) komt in deze vorm (indicatief futurum) slechts in 1 vers ( Mt 7,22 ) bij Matteüs voor. Het enkelvoud erei (hij zal zeggen) komt in 4 verzen bij Matteüs voor; in drie verzen bij de pericope over het laatste oordeel nl. Mt 25,34 , Mt 25,40 en Mt 25,41 - Mt 25,31-46 - . Daar schetst Matteüs een scène waarin een koning het oordeel velt over goeden en slechten.
We zijn wat gewoon geraakt aan de teksten. Wat Jezus in Mt 7,21-23 zegt, is straffe taal. Wie niet handelt naar mijn woorden, zal het koninkrijk van God niet binnengaan. Hij blijkt de sleutel te bezitten om al dan niet iemand toe te laten. Het verhaal over het laatste oordeel schetst het beeld van een rechter over goeden en slechten. God de Vader heeft blijkbaar zijn macht overgedragen aan Jezus, zijn zoon. Die heeft alle macht ontvangen. In het Oude Testament wordt aan de messias allerlei macht toegekend. Men had het dan vooral over iemand met macht op aarde. Christenen droegen al die toespelingen over de messias over aan Jezus die gestorven is. Hem werd allerlei macht toegeschreven in de hemel. Maar over de hemel weten we weinig of niets. Op aarde zijn onze uitspraken tijdelijk en voorlopig; we worden voortdurend gecorrigeerd, stellen onze kennis bij. Wat we zeggen over de hemel, over Jezus in de hemel, lijkt eeuwig en tijdloos. Nooit worden we ertoe aangezet om onze beweringen bij te stellen. We moeten ons de vraag stellen: welke geldigheidswaarde heeft onze toekenning van de eigenschappen van de messias aan een gestorven Jezus.

Mt 7,21   Mt 7,22  Mt 7,24 Mt 7,24b Mt 7,26 Mt 7,26b    Mt 25,34 Mt 25,40 Mt 25,41 Mt 25,40 . Mt 25,45  
 ou pas (niet al)  all' (maar)     kai (en)        tote (dan) kai (en)  tote (dan)    
                  apokritheis (geantwoord)      
     polloi (velen)  pas oun (derhalve al)   kai pas (en al)       ho basileus (de koning)      
ho legôn (wie zegt)  ho poiôn (wie doet)  erousin (zullen zeggen)  hostis akouei mou tous logous toutous (wie luistert mijn deze woorden van mij) poiei autous (ernaar handelt) ho akouôn mou tous logous toutous (wie naar deze woorden van mij luistert) kai mè poiôn autous (en niet ernaar handelt)    erei (zal hij zeggen) erei (zal hij zeggen)  erei (zal hij zeggen)  ef'hoson (Mt 25,40 : ouk) epoièsate (in de mate wat jullie (niet) doen ) (Mt 25,45 : oude)  emoi empoièsate (niet) (deden jullie aan mij)
                ho basileus (de koning)        
moi (tot mij)    moi (tot mij)           tois ek dexiôn autou (aan hen aan zijn rechterzijde)  autois (aan hen) kai tois ex euônumôn (ook aan hen aan zijn linkerzijde)  heni toutôn tôn elachistôn (aan één van deze minsten)  
52. Heer-Heer zeggen : Mt 7,21-23 -   52. Heer-Heer zeggen : Mt 7,21-23 - 53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -  53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -  53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -  53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -    315. Slot van de eschatologische rede (Mt) : Het laatste oordeel : - Mt 25,31-46 - 315. Slot van de eschatologische rede (Mt) : Het laatste oordeel : - Mt 25,31-46 - 315. Slot van de eschatologische rede (Mt) : Het laatste oordeel : - Mt 25,31-46 -    

 

Mt 7,21 - Mt 7,21 : 52. Heer-Heer zeggen - Mt 7,21-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
ou pas ho legôn moi kurie, kurie eiseleusetai eis tèn basileian tôn ouranôn  all'ho poiôn to thelèma tou patros mou tou en tois ouranois  21 non omnis qui dicit mihi Domine Domine intrabit in regnum caelorum sed qui facit voluntatem Patris mei qui in caelis est ipse intrabit in regnum caelorum   21 Niet ieder die mij zegt : Heer, Heer, zal binnengaan in het Rijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader in de hemelen.  21 Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.  [21] Niet ieder die Heer! Heer! tegen Mij zegt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar alleen hij die de wil doet van mijn Vader in de hemel.  [21] Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.   21 ¶ Niet ieder die tot mij zegt ‘heer en meester’ zal binnenkomen in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader die in de hemelen is!  21. « Ce n'est pas en me disant : «Seigneur, Seigneur», qu'on entrera dans le Royaume des Cieux, mais c'est en faisant la volonté de mon Père qui est dans les cieux.  

King James Bible . [21] Not every one that saith unto me, Lord, Lord, shall enter into the kingdom of heaven; but he that doeth the will of my Father which is in heaven.
Luther-Bibel . 21 Es werden nicht alle, die zu mir sagen: Herr, Herr!, in das Himmelreich kommen, sondern die den Willen tun meines Vaters im Himmel.
Liturgische lezing : Mt 7,21-27 : 9de (negende) zondag door het a-jaar . "Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.

Tekstuitleg van Mt 7,21 .

- pas (elk, ieder) bij Matteüs, zie Mt 5,22 : Mt 5,21-22 - legôn (zeggend) zie legei (hij zegt). In 54 verzen bij Matteüs, zie bij Mt 4,6 : Mt 4,1-11 - kurie (heer) . In 31 verzen bij Matteüs, zie Mt 7,21 : Mt 7,21-23 - eiseleusetai (hij zal binnengaan) zie eiserchomai (binnengaan) bij Matteüs, zie Mt 4,4 : Mt 4,1-11 - thelèma (wil). In 6 verzen bij Matteüs, zie Mt 6,10 : Mt 6,7-13 -

In de bergrede gebruikt Matteüs 7X pas (al, ieder) als onderwerp. Dit wordt gevolgd door een participiumzin of door een betrekkelijke zin. We moeten wijzen op het parallellisme tussen Mt 7,21a en Mt 7,21b : (1) ou pas (niet al ) - polloi (velen) . (2) ho legôn (wie zegt) - erousin (zij zullen zeggen) (3) moi (tot mij) in beide gevallen . (4) kurie, kurie (Heer, Heer) in beide gevallen.

kurie (Heer) In 31 verzen bij Matteüs, zie Mt 7,21 : Mt 7,21-23 -
(1) Mt 7,21 : ou pas ho legôn moi kurie, kurie (niet al wie tot mij zegt: Heer, Heer)

Mt 7,22 - Mt 7,22 : 52. Heer-Heer zeggen - Mt 7,21-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:22 polloi erousin moi en ekeinè tè èmera kurie kurie ou t˘ s˘ onomati eprofèteusamen kai t˘ s˘ onomati daimonia exebalomen kai t˘ s˘ onomati dunameis pollas epoièsamen  22 multi dicent mihi in illa die Domine Domine nonne in nomine tuo prophetavimus et in tuo nomine daemonia eiecimus et in tuo nomine virtutes multas fecimus  22 Velen zullen mij op die dag zeggen: Heer, Heer, hebben we niet in uw naam geprofeteerd (Jr 27,15; 14,14), in uw naam demonen uitgeworpen, en in uw naam veel machtsdaden gedaan?  22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?   [22] Velen zullen Mij op die dag zeggen: “Heer! Heer! Hebben we niet in uw naam geprofeteerd, hebben we niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben we niet in uw naam veel machtige daden gedaan?”   [22] Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”   22 velen zullen te dien dage tot mij zeggen: heer en meester, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, in uw naam demonen uitgeworpen, en in uw naam vele daden van kracht gedaan?  22. Beaucoup me diront en ce jour-là : «Seigneur, Seigneur, n'est-ce pas en ton nom que nous avons prophétisé ? en ton nom que nous avons chassé les démons ? en ton nom que nous avons fait bien des miracles ?» 

King James Bible . [22] Many will say to me in that day, Lord, Lord, have we not prophesied in thy name? and in thy name have cast out devils? and in thy name done many wonderful works?
Luther-Bibel . 22 Es werden viele zu mir sagen an jenem Tage: Herr, Herr, haben wir nicht in deinem Namen geweissagt? Haben wir nicht in deinem Namen böse Geister ausgetrieben? Haben wir nicht in deinem Namen viele Wunder getan?
Liturgische lezing : Mt 7,21-27 : 9de (negende) zondag door het a-jaar . Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren:

Tekstuitleg van Mt 7,22 .

- erousin (zij zullen zeggen) zie legei (hij zegt). In 54 verzen bij Matteüs, zie bij Mt 4,6 : Mt 4,1-11
- en ekeinèi tèi hèmerai (op die dag) zie hèmera (dag) bij Matteüs, zie Mt 3,1 : Mt 3,1-6 -

Mt 7,23 - Mt 7,23 : 52. Heer-Heer zeggen - Mt 7,21-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:23 kai tote omologès˘ autois oti oudepote egn˘n umas apoch˘reite ap emou oi ergazomenoi tèn anomian   23 et tunc confitebor illis quia numquam novi vos discedite a me qui operamini iniquitatem   23 Maar dan zal ik hun openlijk verklaren: nooit heb ik u gekend; verwijder u van mij, die wetteloosbeid bedrijft .   23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!  [23] Maar dan zal Ik hun openlijk zeggen: “Nooit heb Ik u gekend. Verdwijn uit mijn ogen, overtreders van Gods wet!”   [23] En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”   23 en dan zal ik openlijk tot hen zeggen: ik heb u nog nooit gekend, ‘wijkt van mij, bewerkers der wetteloosheid’!  23. Alors je leur dirai en face : «Jamais je ne vous ai connus ; écartez-vous de moi, vous qui commettez l'iniquité. »  

King James Bible . [23] And then will I profess unto them, I never knew you: depart from me, ye that work iniquity.
Luther-Bibel . 23 Dann werde ich ihnen bekennen: Ich habe euch noch nie gekannt; weicht von mir, ihr Übeltäter!
Liturgische lezing : Mt 7,21-27 : 9de (negende) zondag door het a-jaar . Nooit heb ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet!

Tekstuitleg van Mt 7,23 .

53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 -

De epiloog van de bergrede bestaat uit 4 pericopen - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 - .

overzicht van de pericope

Mt 7,24a  Mt 7,24b Mt 7,26a  Mt 7,26b   Mt 7,25 Mt 7,27
  kai (en)       kai katebè hè brochè (en de regen viel neer) kai katebè hè brochè (en de regen viel neer)
 pas oun (derhalve al)   kai pas (en al)     kai èlthon hoi potamoi (en de stromen kwamen) kai èlthon hoi potamoi (en de stromen kwamen)
 hostis akouei mou tous logous toutous (wie luistert naar mijn deze woorden) poiei autous (ernaar handelt) ho akouôn mou tous logous toutous (wie naar mijn deze woorden luistert) kai mè poiôn autous (en niet ernaar handelt)   kai epneusan hoi anemoi (en de winden waaiden) kai epneusan hoi anemoi (en de winden waaiden)
   homoiothèsetai (zal vergeleken worden)     homoiothèsetai (zal vergeleken worden)   kai prosepesan tèi oikiai ekeinèi (en zij beukten tegen dat huis)   kai prosekopsan tèi oikiai ekeinèi (en zij beukten tegen dat huis) 
  andri fronimôi (met een wijs man)     andri môrôi (met een dwaas man)    kai ouk epesen (en het stortte niet in)   kai epesen (en het stortte in)
  hostis ôikodomèsen autou tèn oikian (die zijn huis bouwde)   hostis ôikodomèsen autou tèn oikian (die zijn huis bouwde)   tethemeliôto gar (het was immers gegrondvest) kai èn hè ptôsis autès megalè (en zijn ineenstorting was groot)
  epi tèn petran (op de rots)   epi tèn hammon (op het zand)   epi tèn petran (op de rots)  

We komen bij het einde van de bergrede. Matteüs maakt graag gebruik van vergelijkingen om de situatie van de toehoorders te schetsen. Want wat doet iemand met het woord dat hij hoort. De toehoorder wordt vergeleken met een man die een huis bouwt (Mt 7,24-27 - Mt 7,24-27 - ) of met het gezaaide graan (Mt 13,18-23 - Mt 13,18-23 - ). In de vergelijking wordt met beelden geschetst wat er met het woord van de luisteraar kan gebeuren.

Mt 7,24 - Mt 7,24 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:24 pas oun ostis akouei mou tous logous | [toutous] | toutous | kai poiei autous omoi˘thèsetai andri fronim˘ ostis ˘kodomèsen autou tèn oikian epi tèn petran 24 omnis ergo qui audit verba mea haec et facit ea adsimilabitur viro sapienti qui aedificavit domum suam supra petram  24 leder dus die die woorden van mij hoort en ze doet, zal vergeleken worden met een verstandig man die zijn huis gebouwd had op de rots.   24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;  [24] Ieder die Mij hoort en doet* wat Ik zeg, zal het vergaan als een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots.  [24] Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots.  24 Ieder dus die deze woorden van mij hoort en ze doet, zal gelijken op een bezonnen man, die zijn huis bouwt op de rots:  24. « Ainsi, quiconque écoute ces pare-les que je viens de dire et les met en pratique, peut se comparer à un homme avisé qui a bâti sa maison sur le roc.  

King James Bible . [24] Therefore whosoever heareth these sayings of mine, and doeth them, I will liken him unto a wise man, which built his house upon a rock:
Luther-Bibel . 24 Darum, wer diese meine Rede hört und tut sie, der gleicht einem klugen Mann, der sein Haus auf Fels baute.
Liturgische lezing : Mt 7,21-27 : 9de (negende) zondag door het a-jaar . Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde.

Tekstuitleg van Mt 7,24 .

1. pas (elk, ieder) , zie Mt 5,22 .

4. akouei (hij luistert naar, hij hoort) . Verwijzing : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Actief praesens derde persoon enkelvoud .

7.

 

logos (woord) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 .
- logous (woorden) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . Accusatief mannelijk meervoud . In zes verzen bij Matteüs .
- tous logous toutous (deze woorden) komt voor bij het beëindigen van een rede nl . de bergrede (Mt 7,28) , de kerkrede (Mt 19,1) en de eschatologische rede (Mt 26,1) . Aan tous logous toutous (deze woorden) wordt hier in Mt 7,24 en Mt 7,26 voorafgegaan door mou (van mij) : al wie naar deze woorden van mij luistert .
Om een rede te beëindigen heeft Matteüs zich geïnspireerd op het einde van de Pentateuch nl. Dt 31,1 en Dt 32,45 zie Mt 7,28-29 . De woorden van Jezus worden in het verlengde van Mozes geplaatst, maar zijn meer dan een herhaling ervan. In de bergrede wordt in 14 verzen legô humin (ik zeg jullie) gebruikt. Jezus vertelt iets nieuws. Iedere godsdienst beroept zich op een stichter. Hij wordt gezien als een leermeester die gevolgd moet worden. Vaak zijn de volgelingen dan onvolmaakte copieën of doordrukken. De evolutie van het leven, het tijdelijke van een stichter, van een profeet wordt vaak over het hoofd gezien. Dat maakt wellicht het verschil uit tussen Jezus en de farizeeën. De farizeeën pluizen uit wat nog kan in het verlengde van Mozes. Jezus brengt nieuwe dingen. Volgens de farizeeën ging Jezus te ver.
Het probleem waarvoor Jezus stond , stelt zich ook nu . De katholieke kerk houdt wellicht te sterk aan één visie , waardoor oecumene moeilijk is . Daarenboven houdt ze zich aan een visie die op een bepaald moment een bepaalde richting is uitgegaan . Er is nood aan nieuwe visies ; het Nieuw Testament moet opnieuw bekeken worden om na te gaan wat weggeselecteerd werd of ondergesneeuwd is .
Bij de nadagen van paus Johannes-Paulus II wordt het wierookvat gebruikt en wordt de zaligverklaring ingezet . Paus Johannes-Paulus II moet in de eerste plaats gezien worden als primus inter pares (eerste onder gelijken - bisschop onder de bisschoppen) . Negatief aan zijn pontificaat is dat hij verschillende malen het gesprek heeft doen stopzetten , sommige theologen het zwijgen heeft opgelegd en sommige bisschoppen onder druk heeft gezet . Binnenkerkelijk heeft hij zich niet altijd als bisschop onder zijn gelijken gedragen . Dat neemt niet weg dat zijn grote verdienste ligt in zijn onnoembare bijdrage aan de val van het IJzeren Gordijn en het communisme . Het evangelie van Mt 7,24-27 als slot van de bergrede nodigt uit tot een kritische kijk op wat rondom ons gebeurt . We hoeven niet mee te gaan in het fan- en kijkcijfergedrag rondom de gestorven paus .

Een inspirerend denker, een profeet, zoals Jezus, brengt nieuwe gedachten en ideeën, nieuwe inzichten. Hij wil mensen aan het denken zetten en hen helpen hun eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Hij is er in de eerste plaats niet op uit om volgelingen te werven. Volgelingen worden belangrijk wanneer je structuur en organisatie krijgt, met een leider, afspraken, leer. De sterke taal : wie niet naar mijn woorden luistert, zal het koninkrijk der hemelen niet binnengaan , kan wellicht aan de eerste christelijke gemeenschap worden toegeschreven. Het inspirerende denken stolt, wordt vastgelegd; de leiding verwacht dat de leden zich eraan houden. Het is toch verrassend hoe telkens weer in de geschiedenis mensen het gestolde doorbreken en hoe volgelingen het nieuwe en inspirerende opnieuw laten stollen. De mens is blijkbaar bang om zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen; hij voelt blijkbaar meer zekerheid als hij kan terugvallen op iemand anders, die voor hem de waarheid is. De mens is blijkbaar bang voor zijn eigen beperkte, relatieve waarheid.

Ook vandaag stelt zich de vraag : wie is een leerling van Jezus of wie behoort tot de kerk? Behoort hij die niet regelmatig naar de kerk gaat, tot de kerk? Wie niet alles wat de kerk (en het vaticaan) voorhoudt, gelooft en beleeft, behoort hij niet tot de kerk? Sommigen maken over het toebehoren tot de kerk geen probleem, anderen wel.
- logos (woord) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . Zelfstandig naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud . In 296 verzen in de bijbel . In vijfenzestig verzen in het N.T. . In negen verzen in Hnd : (1) Hnd 6,5 . (2) Hnd 6,7 . (3) Hnd 11,22 . (4) Hnd 12,24 . (5) Hnd 13,15 . (6) Hnd 13,26 . (7) Hnd 13,49 . (8) Hnd 17,13 . (9) Hnd 19,20 .
-- ho logos . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud ho (de) en zelfstandig naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud logos (woord) . In tweeënzestig verzen in het N.T. . In acht van de negen verzen van hierboven ; niet in Hnd 13,15 .
-- ho logos tou theou (het woord van God) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . In twaalf verzen in het N.T. : Lc (1) . Joh (1) . In drie verzen in Hnd : (3) Hnd 6,7 . (4) Hnd 12,24 . (5) Hnd 17,13 . Andere boeken van het N.T. (7) .
--- logon (woord) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Accusatief mannelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord logos (woord) . In 347 verzen in de bijbel . In 127 verzen in het N.T. . Mt (17) . Mc (18) . Lc (10) . Joh (14) . Hnd (31) :
(1) Hnd 1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd 2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd 4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord hoorden) .
(4) Hnd 4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd 4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd 6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd 8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd 8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van God heeft ontvangen) .
(9) Hnd 8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de Heer) .
(10) Hnd 10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd 10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd 11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd 11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd 13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord van God) .
(15) Hnd 13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd 13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd 13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden het woord van God) .
(18) Hnd 13,48 : edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd 14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd 15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd 15,35 : euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer) .
(22) Hnd 15,36 : katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van de Heer) .
(23) Hnd 16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd 16,32 : kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord van de Heer) .
(25) Hnd 17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd 18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God) .
(27) Hnd 18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd 19,10 : akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd 19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd 19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd 20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton wanneer de boodschap bedoeld is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd 18,14 . (2) Hnd 19,38) . (3) Hnd 19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in absolute zin) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 8,4 . (3) Hnd 10,36 . (4) Hnd 10,44 . (5) Hnd 11,19 . (6) Hnd 14,25 . (7) Hnd 16,6 . (8) Hnd 17,11 . (9) Hnd 20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou (het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 4,29 . ton logon met de nadere bepaling tou euaggeliou (van de goede boodschap) : Hnd 15,7 .
Een vorm van logos (woord) komt in absolute zin voor . In vijf verzen in Matteüs : in Mt 13,20 . Mt 13,22 . Mt 13,23 : houtos estin ho ton logon akouôn (hij is degene die naar het woord luistert) . In acht verzen bij Marcus . In drie verzen bij Lucas . Het is hét Woord. Het staat voor het evangelie. Het is een term van de primitieve kerk . Dit gebruik in de evangelies komt enkel voor in de uitleg van de parabel van de zaaier .
-- ton logon tou theou (het woord van God) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . In eenentwintig verzen in het N.T. . Mc (1) . Lc (3) . Hnd (9) . Brieven (4) . Opb (4) . In negen verzen in Hnd : (5) Hnd 4,31 . (6) Hnd 6,2 . (8) Hnd 8,14 . (12) Hnd 11,1 . (14) Hnd 13,5 . (15) Hnd 13,7 . (16) Hnd 13,44 . (17) Hnd 13,46 . (26) Hnd 18,11 . Vier verzen komen voor in de eerste zendingsreis van Paulus en Barnabas .
-- ton logon tou kuriou (het woord van de Heer) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . In het N.T. enkel in Hnd : (1) Hnd 8,25 . (2) Hnd 13,48 . (3) Hnd 15,35 . (4) Hnd 15,36 . (5) Hnd 16,32 . (6) Hnd 19,10 .

Mt 7,25 - Mt 7,25 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:25 kai katebè è brochè kai èlthon oi potamoi kai epneusan oi anemoi kai prosepesan tè oikia ekeinè kai ouk epesen tethemeli˘to gar epi tèn petran 25 et descendit pluvia et venerunt flumina et flaverunt venti et inruerunt in domum illam et non cecidit fundata enim erat super petram   25 En de stortregen daalde neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en vielen neer op dat huis, maar het viel niet in: het was immers gefundeerd op de rots.  25 En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.  [25] De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de wind stak op en ze stortten zich op dat huis, en het stortte niet in, want het was op de rots gegrondvest.   [25] Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots.   25 de regen daalt neer, de rivieren komen, de winden waaien en vallen op dat huis aan, maar het valt niet: het is immers gegrondvest op de rots;   25. La pluie est tombée, les torrents sont venus, les vents ont soufflé et se sont déchaînés contre cette maison, et elle n'a pas croulé : c'est qu'elle avait été fondée sur le roc.  

King James Bible . [25] And the rain descended, and the floods came, and the winds blew, and beat upon that house; and it fell not: for it was founded upon a rock.
Luther-Bibel . 25 Als nun ein Platzregen fiel und die Wasser kamen und die Winde wehten und stießen an das Haus, fiel es doch nicht ein; denn es war auf Fels gegründet.
Liturgische lezing : Mt 7,21-27 : 9de (negende) zondag door het a-jaar . De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.

Tekstuitleg van Mt 7,25 .

Mt 7,26 - Mt 7,26 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:26 kai pas o akou˘n mou tous logous toutous kai mè poi˘n autous omoi˘thèsetai andri m˘r˘ ostis ˘kodomèsen autou tèn oikian epi tèn ammon   26 et omnis qui audit verba mea haec et non facit ea similis erit viro stulto qui aedificavit domum suam supra harenam  26 En ieder die die woorden van mij hoort, en ze niet doet, zai vergeleken worden met een dwaas man die zijn huis gebouwd had op het zand.   26 En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft;  [26] Ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal het vergaan als een domme man die zijn huis bouwde op zand.   [26] En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand.  26 en ieder die deze woorden van mij hoort en ze niet doet zal gelijken op een dwaas man, die zijn huis bouwt op zand:   26. Et quiconque entend ces paroles que je viens de dire et ne les met pas en pratique, peut se comparer à un homme insensé qui a bâti sa maison sur le sable.  

King James Bible . [26] And every one that heareth these sayings of mine, and doeth them not, shall be likened unto a foolish man, which built his house upon the sand:
Luther-Bibel . 26 Und wer diese meine Rede hört und tut sie nicht, der gleicht einem törichten Mann, der sein Haus auf Sand baute.
Liturgische lezing : Mt 7,21-27 : 9de (negende) zondag door het a-jaar . Maar ieder die deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand.

Tekstuitleg van Mt 7,26 .

- kai (en) Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie Mt 1,2 .
- pas (elk, ieder) bij Matteüs, zie Mt 5,22
- akouôn (horend, luisterend naar) zie akousas (gehoord). In 9 verzen bij Matteüs, zie Mt 4,12

1. bergrede   3. rede van parabels 4. kerkrede 5. het laatste oordeel
Mt 7,24 Mt 7,26 Mt 13,52 Mt 18,23 Mt 25,31-46
pas oun hostis akouei mou tous logous toutous kai poiei autous (al wie derhalve deze woorden van mij hoort en ze doet) kai pas ho akouôn mou tous logous toutous kai mè poiôn autous (en al wie deze woorden van mij hoort en ze niet doet) dia touto pas grammateus (daarom iedere schriftgeleerde) dia touto (daarom)  
homoiôthèsetai (zal vergeleken worden met) homoiôthèsetai (zal vergeleken worden met) homoios estin (is vergelijkbaar met) hômoiôthè hè basilaiea tôn ouranôn (werd het koninkrijk van de hemelen vergeleken met)  
andri fronimôi (met een wijs man) andri môrôi (met een dwaas man) anthrôpoi oikodespotèi (met een huisheer) anthrôpôi basilei (met een koning)  
53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49   53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49  140. Besluit van de gelijkenisrede : Mt 13,51-52      

 

Mt 7,27 - Mt 7,27 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:27 kai katebè è brochè kai èlthon oi potamoi kai epneusan oi anemoi kai prosekopsan tè oikia ekeinè kai epesen kai èn è pt˘sis autès megalè  27 et descendit pluvia et venerunt flumina et flaverunt venti et inruerunt in domum illam et cecidit et fuit ruina eius magna   27 En de stortregen daalde neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en beukten tegen dat huis, en het vie! in, en zijn val was groot.  27 En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.  [27] De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de wind stak op en ze sloegen tegen dat huis, en het stortte in: het werd één grote ruïne.’  [27] Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’  27 de regen daalt neer, de rivieren komen, de winden waaien en vallen op dat huis aan, en het valt,– het wordt een grote bouwval!  27. La pluie est tombée, les torrents sont venus, les vents ont soufflé et se sont rués sur cette maison, et elle s'est écroulée. Et grande a été sa ruine ! »  

King James Bible . [27] And the rain descended, and the floods came, and the winds blew, and beat upon that house; and it fell: and great was the fall of it.
Luther-Bibel . 27 Als nun ein Platzregen fiel und die Wasser kamen und die Winde wehten und stießen an das Haus, da fiel es ein und sein Fall war groß.
Liturgische lezing : Mt 7,21-27 : 9de (negende) zondag door het a-jaar . De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd."

Tekstuitleg van Mt 7,27 .

54. Slot van de bergrede : Mt 7,28-29 - Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,28 - Mt 7,29 -

Mt 7,28 - Mt 7,28 : 54. Slot van de bergrede - Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,28 - Mt 7,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:28 kai egeneto ote etelesen o ièsous tous logous toutous exeplèssonto oi ochloi epi tè didachè autou   28 et factum est cum consummasset Iesus verba haec admirabantur turbae super doctrinam eius  28 En het gebeurde, toeri hij deze woorden beëindigd had, dat de volksmenigten verbouwereerd waren van zijn leer;  28 En het is geschied, als Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer;  [28] Toen Jezus deze woorden beëindigd* had, was de menigte geestdriftig over zijn onderricht.  [28] Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht,   28 En het geschiedt wanneer Jezus met deze woorden voleindigt, dat de scharen versteld staan over zijn onderricht.  28. Et il advint, quand Jésus eut achevé ces discours, que les foules étaient frappées de son enseignement : 

King James Bible . [28] And it came to pass, when Jesus had ended these sayings, the people were astonished at his doctrine:
Luther-Bibel . 28 Und es begab sich, als Jesus diese Rede vollendet hatte, dass sich das Volk entsetzte über seine Lehre;

Tekstuitleg van Mt 7,28 .

- kai (en) Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie Mt 1,2 -
- etelesen (en hij beëindigde) zie teleô (beëindigen), zie Mt 7,28 -

Matteüs beëindigt een rede telkens zeer stilistisch. De gelijkenis met het einde van het boek Deuteronomium en de laatste woorden van Mozes in Dt 31,1 en Dt 32,45 vallen hierbij sterk op. In deze samenhang krijgt ook het getal 5 van het aantal redes een bijzondere betekenis. Het is hetzelfde aantal als het aantal boeken van de Thora.
etelesen (hij beëindigde) . Indicatief aorist 3de persoon enkelvoud van het werkwoord teleô (beëindigen). Slechts in 5 verzen in de bijbel nl. in 5 verzen bij Matteüs en wel telkens bij het beëindigen van een rede. sunetelesen (hij voleindigde) . In 42 verzen in de bijbel, enkel in het O.T. Zie website http://www.speedbibledictionary.com/kjvstrongs/CONGRK493.htm . wajechal (en hij beëindigde) komt in 14 verzen in de bijbel voor. Het is het imperfectum van het werkwoord kalah (zie kol : alles) beëindigen, ver-vol-ledig-en . Meestal wordt wajechal (en hij beëindigde) vertaald door kai sunetelesen (en hij beëindigde) maar ook door kai katepausen (en hij hield op, pauzeerde). Katepausen (hij hield op, pauzeerde) komt in 39 verzen in de bijbel voor, waarvan in 3 verzen in Heb.
epitassôn (opdragende) (Gn 49,33 ) en diatassôn (bevelende) (Mt 11,1 ) zijn hapax legomena. Zie verder bij Mt 11,1 .

  1. bergrede : Mt 5-7 2. zendingsrede : Mt 10 3.  parabelrede : Mt 13 4. kerkrede : Mt 18 5. eschatologische rede :Mt 25
bijbelplaats Mt 7,28 Mt 11,1 Mt 13,53 Mt 19,1 Mt 26,1
nevenschikkend voegwoord kai (en) Kai (en) Kai (en)  Kai (en) Kai (en) Kai (en)
werkwoordsvorm egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde)
voegwoord van tijd hote n(toen) hote (toen) hote (toen) hote (toen) hote (toen) hote (toen)
werkwoordvorm etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde)
onderwerp ho Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus)
lijdend voorwerp tous logous toutous (deze woorden) diatassôn tois dôdeka mathètais autou (bevelende aan zijn twaalf leerlingen)  tas parabolas tautas (deze parabels) tous logous toutous (deze woorden) pantas tous logous toutous (al deze woorden)
  54. Slot van de bergrede : Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -  86. Slot van de rede : Mt 11,1 - 145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 -  264. Van Galilea naar Judea : Mc 10,1 - Mt 19,1-2 - 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 -

Dt 31,1 Dt 31,1 LXX Dt 32,45 Dt 32,45 LXX Gn 49,33 Gn 49,33 LXX
wajjelèkh (en hij ging) kai sunetelesen (en voleindigde) wajëkhal (en hij voleindigde) kai sunetelesen (en voleindigde)  wajechal (en hij voleindigde)  kai katepausen (en hij hield op)
Mosjèh (Mozes) Môusès (Mozes) Mosjèh (Mozes) Môusès (Mozes)  Ja`aqov (Jakob)  Iakôb (Jakob)
wajëdabber (en hij zei) lalôn (zeggende) lëdabber (met zeggen) lalôn (zeggende)  lezawwoth (met bevelen)  epitassôn (opdragende)
'èth haddëbhârîm hâ'ellèh (deze woorden) pantas tous logous toutous (al deze woorden) 'èth kâl haddëbhärîm hâ'ellèh (al deze woorden)    èth bânâjw (zijn zonen)  tois huios autou (aan zijn zonen)
Aanstelling van Jozua : Dt 31    Het lied van Mozes : Dt 32,45    De begrafenis van Jakob : Gn 49,29-33  

egeneto (het gebeurde) komt in 13 verzen bij Matteüs voor. In 5 verzen is het om telkens een rede af te sluiten.

hoi ochloi (de menigten) . Het meervoud duidt een veelheid aan. Dit wordt nog sterker beklemtoond in Mt 4,25 waar vele menigten (ochloi polloi) Jezus volgden. Het is de derde maal dat de menigten ter sprake komen.

ekplèssomai (buiten zichzelf zijn) : exeplèssonto (zij waren buiten zichzelf). In deze vorm komt het in 9 verzen in de bijbel voor; in 3 verzen bij Matteüs, in 4 bij Marcus en in 2 bij Lucas. In Mt 7,28 geeft het een reactie van de menigten weer op de leer van Jezus

Mc 1,22 -  Mt 7,28 . Mt 7,29  Mc 6,2  
kai (en) kai (en)  kai polloi akouontes (en velen horend)  
exeplèsonto (zij waren buiten zichzelf) exeplèsonto (zij waren buiten zichzelf)  exeplèsonto (zij waren buiten zichzelf)  
  hoi  ochloi (de menigten)    
epi tèi didachè autou (over zijn leer) epi tèi didachè autou (over zijn leer)    
èn gar didaskôn autous (hij was lerende hen)) èn gar didaskôn autous (hij was lerende hen))    
hôs exousian echôn (als gezag hebbende) hôs exousian echôn (als gezag hebbende)    
 kai ouch hôs hoi grammateis (en niet zoals de schriftgeleerden)  kai ouch hôs hoi grammateisautôn (en niet zoals hun schriftgeleerden)    
       
 54. Slot van de bergrede : Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -  54. Slot van de bergrede : Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -    

 

Mt 7,29 - Mt 7,29 : 54. Slot van de bergrede - Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,28 - Mt 7,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7:29 èn gar didask˘n autous ˘s exousian ech˘n kai ouch ˘s oi grammateis aut˘n   29 erat enim docens eos sicut potestatem habens non sicut scribae eorum et Pharisaei   29 hij leerde hen immers als iemand die macht heeft  en niet als hun schriftgeleerden . 29 Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.  [29] Want Hij onderrichtte hen als iemand met gezag en niet zoals hun schriftgeleerden*.   [29] want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.   29 (7:28) Want hij onderricht hen met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.   29. car il les enseignait en homme qui a autorité, et non pas comme leurs scribes. 

King James Bible . [29] For he taught them as one having authority, and not as the scribes.
Luther-Bibel . 29 denn er lehrte sie mit Vollmacht und nicht wie ihre Schriftgelehrten.

Tekstuitleg van Mt 7,29 .

Mt 7,29.1. act. ind. imperf. 3de pers. enk. ην = èn (hij / zij was) van het werkw. ειμι = eimi (zijn) OF betrekkelijk voornaamw. acc. vr. enk. ἡν (die) van het betrekk. voornaamw. ὁς (die) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de LXX : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Mc 1 : (1) Mc 1,6 . (2) Mc 1,13 . (3) Mc 1,22 . (4) Mc 1,23 . (5) Mc 1,33 . (6) Mc 1,45 . Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) , in Mc (192) .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn  OF betrekkelijk voornaamw. acc. vr. enk. ἡν 1506  1120  386  24  38  79  92  63  71  19  141  233     

- Hebreeuws . act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. הָיָה = hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (332) . Pentateuch (52) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (87) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (67) .
- werkw. Ned. : zijn . Arabisch : كانَ = kâna (zijn) . Taalgebruik in de Qoran : kâna (zijn) . D. : sein . E. : to be . E. : to be . Grieks : ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Hebreeuws : הָיָה = hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. : esse .

Mt 7,29.2. γαρ = gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in de LXX : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Mc (63) . Mc 1 (3) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 1,22 . (3) Mc 1,38 .

gar (want)   Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  
  3 1 3 2 3 8 4 4 7 4 3 5 6 6 2 63  2289  1299  990  123  63  92  61  73  563  15  278  339 

Mt 7,29.1. - 2. ην γαρ = èn gar (want hij / zij was) . LXX (16) . NT (17) . Mc (5) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 5,42 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 10,22 . (5) Mc 16,4 .

Mt 7,29.3. act. part. praes. nom. mann. enk. διδασκων = didaskôn (onderrichtend) van het werkw. διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) . Taalgebruik in de NT : didaskô (leren) . Taalgebruik in de LXX : didaskô (leren) . Bijbel (32) . OT (9) . NT (23) . Mt (4) : (1) Mt 4,23 . (2) Mt 7,29 . (3) Mt 9,35 . (4) Mt 26,55 . Mc (4) : (1) Mc 1,22 .  (2) Mc 6,6 . (3) Mc 12,35 . (4) Mc 14,49 . Lc (7) : (1) Lc 4,31 . (2) Lc 5,17 . (3) Lc 13,10 . (4) Lc 13,22 . (5) Lc 19,47 . (6) Lc 21,37 . (7) Lc 23,5 . Joh (3) : (1) Joh 6,59 . (2) Joh 7,28 . (3) Joh 8,20 . Hnd (3) : (1) Hnd 18,11 . (2) Hnd 21,28 . (3) Hnd 28,31 . Br. (2) : (1) Rom 2,21 . (2) Rom 12,7 . Parallellen : (1) Mc 1,21 - Mc 1,22 // Lc 4,31 . (2) Lc 5,17 , zie : Mc 1,21 - Mc 1,22 // Lc 4,31 . (3) (Mc 6,6) // Lc 13,22 . Een vorm van διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) in de LXX (107) , in het NT (95) , in Lc (15) : (1) Lc 4,15 . (2) Lc 4,31 . (3) Lc 5,3 . (4) Lc 5,17 . (5) Lc 6,6 . (6) Lc 11,1 . (7) Lc 12,12 . (8) Lc 13,10 . (9) Lc 13,22 . (10) Lc 13,26 . (11) Lc 19,47 . (12) Lc 20,1 . (13) Lc 20,21 . (14) Lc 21,37 . (15) Lc 23,5 .

didaskô (leren, onderrichten) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
act. part. praes. nom. m. enk.didaskôn 32 9 23 4 4 7 3 3 2   15  18 

- Auto-didact : iemand die door zelfstudie kennis (lering) heeft verworven . Didactiek : leer van het onderrichten . Lat. docere (doctor) . Cfr docent , documentatie .

Mt 7,29.4. acc. mann. mv. αυτους = autous (hen) van het pers. voornaamw. αυτος = autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (40) . Mc 1 (3) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 . (3) Mc 1,22 .

  autoi  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
8 acc. mann. mv. autous  40      1991  1652  339  46  40  83  18  95  32  25  169  187 

Mt 7,29.5. ὡς = hôs (zoals, zodra) . Taalgebruik in het NT : hôs (zoals) . Taalgebruik in de LXX : hôs (zoals) . Mc 1 (2) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,22 .

(hôs (zoals)  Mc Mc 1 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  21  1956  1514  442  33  21  49  30  62  189  58  103  133 

- Hebreeuws . כַאֲשֻׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) .
- In het Latijn komt sicut (zoals) in Matteüs voor als vertaling van ωσπερ = hôsper (zoals) , maar eveneens van ς = hôs (Mt : 33) ; sicut in Mt (48) , in Mt 6 (7) : (1) Mt 6,2 . (2) Mt 6,5 . (3) Mt 6,7 . (4) Mt 6,10 . (5) Mt 6,12 . (6) Mt 6,16 . (7) Mt 6,29 .
- Ned. : zoals . Arabisch : كَما = kamâ (zoals) . Taalgebruik in de Qoran : kamâ (zoals) . D. : wie . E. : as . Fr. : selon . Gr. καθως = kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs (zoals) . Hebreeuws : כַאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die). Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) .

Mt 7,29.6. acc. vr. enk. εξουσιαν = exousian (macht, gezag) van het zelfst. naamw. εξουσια = exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in het NT : exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in de LXX : exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in Mc : exousia (gezag, macht) . Da (9) : (1) Da 3,30 . (2) Da 4,15 . (3) Da 4,29 . (4) Da 5,4 . (5) Da 5,16 . (6) Da 5,29 . (7) Da 6,4 . (8) Da 7,26 . (9) Da 7,27 . 1 Mak (6) : (1) 1 Mak 1,13 . (2) 1 Mak 10,6 . (3) 1 Mak 10,8 . (4) 1 Mak 10,32 . (5) 1 Mak 10,35 . (6) 1 Mak 11,58 . 2 Mak (3) . Sir (5) . Mt (6) : (1) Mt 7,29 . (2) Mt 8,9 . (3) Mt 9,6 . (4) Mt 9,8 . (5) Mt 10,1 . (6) Mt 21,23 . Mc (7) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 1,27 . (3) Mc 2,10 . (4) Mc 3,15 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 11,28 . (7) Mc 12,34 . Lc (8) : Lc (8) : (1) Lc 4,6 . (2) Lc 5,24 . (3) Lc 7,8 . (4) Lc 9,1 . (5) Lc 10,19 . (6) Lc 12,5 . (7) Lc 19,17 . (8) Lc 20,2 . Een vorm van in de LXX (79) , in het NT (102) . Een vorm van εξουσια = exousia (gezag, macht) kan de vertaling van 8 Hebreeuwse woorden zijn . In de LXX komt vooral een vorm van εξουσια = exousia (gezag, macht) voor in Da en vervolgens in de 2 boeken Mak . In het NT vallen op : de Br. van Paulus , Apk en Lc .

  exousia (gezag, macht)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat vr. enk. exousia(i)   39  10  29    13  13 
acc. vr. enk. exousian   82  29  53  11  12  21  27  11   
  totaal 145  46  99  10  10  16  30  20  36  42  29   

Mt 7,29.7. part. praes. nom. mann. enk. εχων = echôn (hebbende) van het werkw. εχω = echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het NT . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in de LXX . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in Lc . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in Mc . Mc (3) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 3,1 . (3) Mc 10,22 . Lc (12) : (1) Lc 3,11 . (2) Lc 4,33 . (3) Lc 7,2 . (4) Lc 7,8 . (5) Lc 8,8 . (6) Lc 8,27 . (7) Lc 14,35 . (8) Lc 15,4 . (9) Lc 17,7 . (10) Lc 19,17 . (11) Lc 20,28 . (12) Lc 22,36 . Een vorm van εχω = echô (hebben, bezitten) in de LXX (497) , in het NT (705) , in Mc (69) , in Lc (77) , in Hnd (44) .

echô (hebben, bezitten)  Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
 part. pr. nom. mann. enk. echôn (1) Mc 1,22 .     (2) Mc 3,1 .               (3) Mc 10,22 .               114  32  82  10  12  18  32  25  30  15 

- Ned. : hebben . D. : haben . E. : have . Fr. : avoir . Grieks : εχω = echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het NT . Lat. : habere .

Mt 7,29.6. - 7. εχειν εξουσιαν = echein exousian (om macht te hebben) . Bijbel (1) : Mc 3,15 .
- εξουσιαν εχειν = exousian echein (om macht te hebben) . Bijbel (2) : (1) Da 4,17 . (2) 1 Kor 11,10 .
- εχων εξουσιαν = echôn exousian (macht hebbende) . Bijbel (2) : (1) Da 6,4 . (2) Apk 14,18 .
- εξουσιαν εχων = exousian echôn (macht, gezag hebbende) . Bijbel = NT (4) : (1) Mt 7,29 . (2) Mt 8,9 . (3) Mc 1,22 . (4) Lc 19,17 . 7

Mt 7,29.9. ου - ουκ - ουχ = ou - ouk - ouch (niet) OF betrekk. voornaamw. gen. mann. en onz. enk (οὑ = hou) . Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in de LXX : ou - ouk - ouch (niet) . Mc 1 (4) : ου = ou (niet of van wie) in Mc 1 (1) : Mc 1,7 . ουκ = ouk (niet) in Mc 1 (2) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,34 . ουχ = ouch (niet) in Mc 1 (1) : Mc 1,22 .
- ου = ou voor een medeklinker , ουκ = ouk voor een klinker en ουχ = ouch voor een klinker met aanblazing .

ou (niet)  bijbel Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ou   3068    2321  747  97  42  84  113  68  313  30  223  336 
ouk  3499  2752  747  93  66  92  137  56  274  29  251  388 
ouch  452                      351  101  20  49  20  40 
Totaal  7019 4 7 5 10 3 8 7 7 11 6 5 9 10 15 4 3 5424 1595 197 114 183 270 132 636 63 494 764

- Hebreeuws . לֹא = lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) . De getalwaarde van לֹא = lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Structuur : 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 .
- Ned. : niet . D. : nicht . E. : not . Fr. : ne... pas . Grieks : ου - ουκ - ουχ = ou - ouk - ouch (niet) . Taalgebruik in het NT : ou - ouk - ouch (niet) . Hebreeuws . לֹא = lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Latijn : non .

Mt 7,29.8. - 9. και ουχ = kai ouch (en niet) . LXX (126) . NT (16) . Mc (2) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 14,55 .

Mt 7,29.10. ὡς = hôs (zoals, zodra) . Taalgebruik in het NT : hôs (zoals) . Taalgebruik in de LXX : hôs (zoals) . Mc 1 (2) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,22 .

(hôs (zoals)  Mc Mc 1 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 12 Mc 13 Mc 14 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  21  1956  1514  442  33  21  49  30  62  189  58  103  133 

- Hebreeuws . כַאֲשֻׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) .
- In het Latijn komt sicut (zoals) in Matteüs voor als vertaling van ωσπερ = hôsper (zoals) , maar eveneens van ς = hôs (Mt : 33) ; sicut in Mt (48) , in Mt 6 (7) : (1) Mt 6,2 . (2) Mt 6,5 . (3) Mt 6,7 . (4) Mt 6,10 . (5) Mt 6,12 . (6) Mt 6,16 . (7) Mt 6,29 .
- Ned. : zoals . Arabisch : كَما = kamâ (zoals) . Taalgebruik in de Qoran : kamâ (zoals) . D. : wie . E. : as . Fr. : selon . Gr. καθως = kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs (zoals) . Hebreeuws : כַאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die). Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) .

Mt 7,29.9. - 10. ουχ ὡς = ouch hôs (niet zoals) . LXX (26) . NT (9) . Mc (1) : Mc 1,22 .

Mt 7,29.8. - 10. και ουχ ὡς = kai ouch hôs (en niet zoals) . LXX (6) . NT (3) : (1) Mt 7,29 . (2) Mc 1,22 . (3) Rom 5,16 .

Mt 7,29.11. bepaald lidw. nom. mann. mv. οἱ = hoi . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Mc 1 (4) : (1) Mc 1,5 . (2) Mc 1,13 . (3) Mc 1,22 . (4) Mc 1,36 .

  lidw. mv. Mc Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16 bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi 101 4 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
  Totaal   389  21  25  26  22  22  33  30  29  16  28  18  27  23  36  24  23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

Mt 7,29.12. nom. mann. mv. γραμματεις = grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw. γραμματευς = grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in het NT : grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in de LXX : grammateus (schriftgeleerde) . Mt (14) : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 7,29 . (3) Mt 15,1 . (4) Mt 17,10 . (5) Mt 21,15 . (6) Mt 23,2 . (7) Mt 23,13 . (8) Mt 23,15 . (9) Mt 23,23 . (10) Mt 23,25 . (11) Mt 23,27 . (12) Mt 23,29 . (13) Mt 23,34 . (14) Mt 26,57 . Mc (11) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 2,16 . (3) Mc 3,22 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 9,11 . (6) Mc 9,14 . (7) Mc 11,18 . (8) Mc 11,27 . (9) Mc 12,35 . (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,53 . Lc (11) : (1) Lc 5,21 * . (2) Lc 5,30 * . (3) Lc 6,7 * . (4) Lc 11,53 * . (5) Lc 15,2 * . (6) Lc 19,47 . (7) Lc 20,1 . (8) Lc 20,19 . (9) Lc 22,2 . (10) Lc 22,66 . (11) Lc 23,10 .

nom. + voc. + acc. mv. grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw.

nom. + voc. + acc. mv. grammateis 14 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 7,29 . (3) Mt 15,1 . (4) Mt 17,10 . (5) Mt 21,15 . (6) Mt 23,2 . (7) Mt 23,13 . (8) Mt 23,15 . (9) Mt 23,23 . (10) Mt 23,25 . (11) Mt 23,27 . (12) Mt 23,29 . (13) Mt 23,34 . (14) Mt 26,57 .

Een vorm van grammateus (schriftgeleerde) .  (1) Mt 2,4 (acc. mv) . (2) Mt 5,20 (gen. mv.) . (3) Mt 7,29 (nom. mv.) . (4) Mt 8,19 (nom. enk.) . (5) Mt 9,3 (gen. mv.) . (6) Mt 12,38 (gen. mv.) . (7) Mt 13,52 (nom. enk.) . (8) Mt 15,1 (nom. mv.) . (9) Mt 16,21 (gen. mv.) . (10) Mt 17,10 (nom. mv.) . (11) Mt 20,18 (dat. mv.) . (12) Mt 21,15 (nom. mv.) . (13) Mt 23,2 (nom. mv.) . (14) Mt 23,13 (voc. mv.) . (15) Mt 23,15 (voc. mv.) . (16) Mt 23,23 (voc. mv.) . (17) Mt 23,25 (voc. mv.) . (18) Mt 23,27 (voc. mv.) . (19) Mt 23,29 (voc. mv.) . (20) Mt 23,34 (acc. mv.) . (21) Mt 26,57 (nom. mv.) . (22) Mt 27,41 (nom. mv.) .