- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
Overzicht van het Matteüsevangelie : Mt
: overzicht , Mt
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Mt
: commentaar ,
Overzicht van het N.T. : NT
: overzicht , NT
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y
- Z - ,
NT : commentaar
,
Hoofdstukken van het Matteüsevangelie : Mt
1 , Mt 2
, Mt 3 ,
Mt 4 , Mt
5 , Mt 6
, Mt 7 ,
Mt 8 , Mt
9 , Mt 10
, Mt 11
, Mt 12
, Mt 13
, Mt 14
, Mt 15
, Mt 16
, Mt 17
, Mt 18
, Mt 19
, Mt 20
, Mt 21
, Mt 22
, Mt 23
, Mt 24
, Mt 25
, Mt 26
, Mt 27
, Mt 28
.
Bijbeluitleg per pericope - Mt
7,1-5 - Mt
7,6 - Mt
7,7-11 - Mt
7,12 - Mt
7,13-14 - Mt
7,15-20 - Mt
7,21-23 - Mt
7,24-27 - Mt
7,28-29
Tekstuitleg vers per vers - Mt
7,1 - Mt
7,2 - Mt
7,3 - Mt
7,4 - Mt
7,5 - Mt
7,6 - Mt
7,7 - Mt
7,8 - Mt
7,9 - Mt
7,10 - Mt
7,11 - Mt
7,12 - Mt
7,13 - Mt
7,14 - Mt
7,15 - Mt
7,16 - Mt
7,17 - Mt
7,18 - Mt
7,19 - Mt
7,20 - Mt
7,21 - Mt
7,22 - Mt
7,23 - Mt
7,24 - Mt
7,25 - Mt
7,26 - Mt
7,27 - Mt
7,28 - Mt
7,29 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Woordenschat
- kurie
(heer) , zie Mt
7,21 .
- logos
(woord) , zie Mt
7,24 .
- teleô
(beëindigen) , zie Mt
7,28 .
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik
- bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven
Overzicht van de bijbelboeken
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus)
, Lv (Leviticus)
, Nu (Numeri)
, Dt (Deuteronomium)
, Joz (Jozua)
, Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het derde hoofdstuk van het Matteüsevangelie
:
46. Oordelen : Mt
7,1-5 - Lc
6,37-38 - Lc
6,41-42
47. Geen parels voor de zwijnen : Mt
7,6
48. Gebedsverhoring : Mt
7,7-11 - Lc
11,9-13
49. Gulden regel : Mt
7,12 - Lc
6,27-36
50. De twee wegen : Mt
7,13-14 - Lc
13,22-29
51. Pseudoprofeten : Mt
7,15-20 - Lc
6,43-45
52. Heer-Heer zeggen : Mt
7,21-23
53. Het huis op de rots of op het zand : Mt
7,24-27 - Lc
6,47-49
54. Slot van de bergrede : Mc
1,22 - Mt
7,28-29 - Lc
4,32
46. Oordelen : Mt 7,1-5 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 -
| Mt 7,1 - Mt 7,1 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] Judge not, that ye be not judged.
Luther-Bibel . 1 Richtet nicht, damit ihr nicht gerichtet werdet.
Tekstuitleg van Mt 7,1 .
| Mt 7,2 - Mt 7,2 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] For with what judgment ye judge, ye shall be judged:
and with what measure ye mete, it shall be measured to you again.
Luther-Bibel . 2 Denn nach welchem Recht ihr richtet, werdet ihr gerichtet werden;
und mit welchem Maß ihr messt, wird euch zugemessen werden.
Tekstuitleg van Mt 7,2 .
| Mt 7,3 - Mt 7,3 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And why beholdest thou the mote that is in thy brother's
eye, but considerest not the beam that is in thine own eye?
Luther-Bibel . 3 Was siehst du aber den Splitter in deines Bruders Auge und
nimmst nicht wahr den Balken in deinem Auge?
Tekstuitleg van Mt 7,3 .
| Mt 7,4 - Mt 7,4 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] Or how wilt thou say to thy brother, Let me pull out
the mote out of thine eye; and, behold, a beam is in thine own eye?
Luther-Bibel . 4 Oder wie kannst du sagen zu deinem Bruder: Halt, ich will dir
den Splitter aus deinem Auge ziehen?, und siehe, ein Balken ist in deinem Auge.
Tekstuitleg van Mt 7,4 .
| Mt 7,5 - Mt 7,5 : 46. Oordelen : bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,1-5 -- Lc 6,37-38 - Lc 6,41-42 -- Mt 7,1 - Mt 7,2 - Mt 7,3 - Mt 7,4 - Mt 7,5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] Thou hypocrite, first cast out the beam out of thine
own eye; and then shalt thou see clearly to cast out the mote out of thy brother's
eye.
Luther-Bibel . 5 Du Heuchler, zieh zuerst den Balken aus deinem Auge; danach
sieh zu, wie du den Splitter aus deines Bruders Auge ziehst.
Tekstuitleg van Mt 7,5 .
47. Geen parels voor de zwijnen : Mt 7,6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -
| Mt 7,6 - Mt 7,6 : 47. Geen parels voor de zwijnen - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] Give not that which is holy unto the dogs, neither cast
ye your pearls before swine, lest they trample them under their feet, and turn
again and rend you.
Luther-Bibel . 6 Ihr sollt das Heilige nicht den Hunden geben und eure Perlen
sollt ihr nicht vor die Säue werfen, damit die sie nicht zertreten mit
ihren Füßen und sich umwenden und euch zerreißen.
Tekstuitleg van Mt 7,6 .
48. Gebedsverhoring : Mt 7,7-11 - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 -
| 1ste onderdeel | 2de onderdeel | 3de onderdeel | 4de onderdeel | 5de onderdeel | 6de onderdeel | 7de onderdeel | 8ste onderdeel | 9de onderdeel | 10de onderdeel |
| Mt 7,7a - Mt 7,7-11 - | Mt 7,7b | Mt 7,7c | Mt 7,8a | Mt 7,8b | Mt 7,8c | Mt 7,9 | Mt 7,10 | Mt 7,11a | Mt 7,11b |
| kai | kai (en) | è tís estin ex humôn anthrôpos (of welke mens van jullie) | ei oun humeis ponèroi ontes (indien derhalve jullie slecht zijnde) | posôi mallon ho patèr humôn ho en tois ouranois (hoeveel te meer) jullie vader die in de hemelen) | |||||
| aiteite (vraag) | zèteite (zoekt) | krouete (klopt) | pas gar ho aitôn (elke vragende immers) | ho zètôn (de zoekende) | tôi krouonti (een de kloppende) | hon aitèsei ho huios autou arton (wiens zoon brood zal vragen) | è kai ichthun aitèsei (of ook een vis zal vragen) | ||
| kai (en) | kai (en) | kai (en) | |||||||
| dothèsetai (het zal gegeven worden) | heurèsete (je zult vinden) | anoigèsetai (er zal geopend worden) | lambanei (neemt) | heuriskei (vindt) | anoigèsetai (er zal geopend worden) | mè lithon epidôsei (zal toch geen steen geven) | mè osfin epidôsei (zal toch geen slang geven) | oidate domata agatha didonai (weet goede gaven te geven) | dôsei agatha (zal geven goede dingen) |
| humin (aan jullie) | humin (voor jullie) | autôi (aan hem) | autôi (aan hem) | tois teknois humôn (aan julle kinderen) | tois aitousin auton (die hem vragen) | ||||
| 48. Gebedsverhoring : Mt 7,7-11 // (Lc 11,9-13) - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 - |
Mt 7,7-11 bestaat uit 10 onderdelen. De eerste zes onderdelen vormen een geheel
en de vier volgende (vader-zoonrelatie) eveneens. Gar (immers) in Mt 7,8 en
oun (derhalve) in Mt 7,11 wijzen telkens op de samenhang met het voorgaande
: Mt 7,8 met Mt 7,7 en Mt 7,11 met Mt 7,8-9. Daarenboven vormen Mt 7,7a en Mt
7,11b een inclusio.
Mt 7,7 bestaat uit 6 nevenschikkende zinnen, onderverdeeld in drie groepen van
telkens twee zinnen Mt 7,7a1 , Mt 7,7a2, Mt 7,7b1, Mt 7,7b2, Mt 7,7c1, Mt 7,7c2.
| Mt 5,44-48 - Mt 5,43-48 - | Mt 6,25-33 | Mt 7,1-5 | Mt 7,7-11 - Mt 7,7-11 - | Mt 10,28-31 | Lc 6,43-45 | |
| algemeen | Mt 5,44b.45a | Mt 6,25a | Mt 7,1 | Mt 7,7 | Mt 10,28 | Lc 6,43 |
| verdere argumentatie (gar: immers; hoti : omdat) | hoti... (omdat) Mt 5,45b | Mt 7,2 | Mt 7,8 | Lc 6,44a | ||
| retorische vragen / nieuwe voorbeelden) | Mt 5,46-47 | Mt 6,25b-30 | Mt 7,3-4 | Mt 7,9-10 | Mt 10,29-30 | Lc 6,44b |
| eindargument (oun : derhalve, dus) | Mt 5,48 | Mt 6,31-33 | Mt 7,5 | Mt 7,11 | Mt 10,31 | Lc 6,45 |
| Mt 7,7 - Mt 7,7 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] Ask, and it shall be given you; seek, and ye shall find;
knock, and it shall be opened unto you:
Luther-Bibel . 7 Bittet, so wird euch gegeben; suchet, so werdet ihr finden;
klopfet an, so wird euch aufgetan.
Tekstuitleg van Mt 7,7 .
| Mt 7,8 - Mt 7,8 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] For every one that asketh receiveth; and he that seeketh
findeth; and to him that knocketh it shall be opened.
Luther-Bibel . 8 Denn wer da bittet, der empfängt; und wer da sucht, der
findet; und wer da anklopft, dem wird aufgetan.
Tekstuitleg van Mt 7,8 .
| Mt 7,9 - Mt 7,9 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] Or what man is there of you, whom if his son ask bread,
will he give him a stone?
Luther-Bibel . 9 Wer ist unter euch Menschen, der seinem Sohn, wenn er ihn bittet
um Brot, einen Stein biete?
Tekstuitleg van Mt 7,9 .
| Mt 7,10 - Mt 7,10 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] Or if he ask a fish, will he give him a serpent?
Luther-Bibel . 10 Oder, wenn er ihn bittet um einen Fisch, eine Schlange biete?
Tekstuitleg van Mt 7,10 .
| Mt 7,11 - Mt 7,11 : 48. Gebedsverhoring - Mt 7,7-11 - Lc 11,9-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,7 - Mt 7,8 - Mt 7,9 - Mt 7,10 - Mt 7,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] If ye then, being evil, know how to give good gifts
unto your children, how much more shall your Father which is in heaven give
good things to them that ask him?
Luther-Bibel . 11 Wenn nun ihr, die ihr doch böse seid, dennoch euren Kindern
gute Gaben geben könnt, wie viel mehr wird euer Vater im Himmel Gutes geben
denen, die ihn bitten!
Tekstuitleg van Mt 7,11 .
49. Gulden regel : Mt 7,12 - Mt 7,12 - Lc 6,27-36 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,12 -
| Mt 7,12 - Mt 7,12 : 49. Gulden regel - Mt 7,12 - Lc 6,27-36 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] Therefore all things whatsoever ye would that men should
do to you, do ye even so to them: for this is the law and the prophets.
Luther-Bibel . 12 Alles nun, was ihr wollt, dass euch die Leute tun sollen,
das tut ihnen auch! Das ist das Gesetz und die Propheten.
Tekstuitleg van Mt 7,12 .
50. De twee wegen : Mt 7,13-14 - Mt 7,13-14 - Lc 13,22-29 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,13 - Mt 7,14 -De epiloog van de bergrede bestaat uit 4 pericopen - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 - .
| Mt 7,13 - Mt 7,13 : 50. De twee wegen - Mt 7,13-14 - Lc 13,22-29 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,13 - Mt 7,14 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] Enter ye in at the strait gate: for wide is the gate,
and broad is the way, that leadeth to destruction, and many there be which go
in thereat:
Luther-Bibel . 13 Geht hinein durch die enge Pforte. Denn die Pforte ist weit
und der Weg ist breit, der zur Verdammnis führt, und viele sind's, die
auf ihm hineingehen.
Tekstuitleg van Mt 7,13 .
| Mt 7,14 - Mt 7,14 : 50. De twee wegen - Mt 7,13-14 - Lc 13,22-29 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,13 - Mt 7,14 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] Because strait is the gate, and narrow is the way,
which leadeth unto life, and few there be that find it.
Luther-Bibel . 14 Wie eng ist die Pforte und wie schmal der Weg, der zum Leben
führt, und wenige sind's, die ihn finden!
Tekstuitleg van Mt 7,14 .
51. Pseudoprofeten : Mt 7,15-20 - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 -De epiloog van de bergrede bestaat uit 4 pericopen - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 - .
| Mt 7,15 - Mt 7,15 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] Beware of false prophets, which come to you in sheep's
clothing, but inwardly they are ravening wolves.
Luther-Bibel . 15 Seht euch vor vor den falschen Propheten, die in Schafskleidern
zu euch kommen, inwendig aber sind sie reißende Wölfe.
Tekstuitleg van Mt 7,15 .
| Mt 7,16 - Mt 7,16 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] Ye shall know them by their fruits. Do men gather grapes
of thorns, or figs of thistles?
Luther-Bibel . 16 An ihren Früchten sollt ihr sie erkennen. Kann man denn
Trauben lesen von den Dornen oder Feigen von den Disteln?
Tekstuitleg van Mt 7,16 .
| Mt 7,17 - Mt 7,17 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] Even so every good tree bringeth forth good fruit;
but a corrupt tree bringeth forth evil fruit.
Luther-Bibel . 17 So bringt jeder gute Baum gute Früchte; aber ein fauler
Baum bringt schlechte Früchte.
Tekstuitleg van Mt 7,17 .
3. - 4. dendron agathon (een goede boom) . In twee verzen in het N.T. : (1) Mt 7,17 . (2) Mt 7,18 .
| Mt 7,18 - Mt 7,18 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] A good tree cannot bring forth evil fruit, neither
can a corrupt tree bring forth good fruit.
Luther-Bibel . 18 Ein guter Baum kann nicht schlechte Früchte bringen und
ein fauler Baum kann nicht gute Früchte bringen.
Tekstuitleg van Mt 7,18 .
| Mt 7,19 - Mt 7,19 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] Every tree that bringeth not forth good fruit is hewn
down, and cast into the fire.
Luther-Bibel . 19 Jeder Baum, der nicht gute Früchte bringt, wird abgehauen
und ins Feuer geworfen.
Tekstuitleg van Mt 7,19 .
| Mt 7,20 - Mt 7,20 : 51. Pseudoprofeten - Mt 7,15-20 - Lc 6,43-45 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,15 - Mt 7,16 - Mt 7,17 - Mt 7,18 - Mt 7,19 - Mt 7,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] Wherefore by their fruits ye shall know them.
Luther-Bibel . 20 Darum: an ihren Früchten sollt ihr sie erkennen.
Tekstuitleg van Mt 7,20 .
Evangelie van de 9de
(negende) zondag door het a-jaar : Mt 7,21-27 . Verwijzing
: Mt
7,21-27
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Niet ieder die tot Mij zegt:
Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil
doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot Mij zeggen:
Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw
Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik
hun onomwonden verklaren: Nooit heb ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid
doet! Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken
met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer,
de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis,
maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots. Maar ieder die
deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt kan men vergelijken met
een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. De regen viel neer, de bergstromen
kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig
verwoest werd."
De Matteaanse gemeenschap worstelt met verschillende problemen. Van buitenaf wordt ze bedreigd door vervolgingen. Leden van de gemeenschap kunnen door eigen huisgenoten of bekenden overgeleverd worden. Binnenin zijn verschillende strekkingen over het al dan niet toebehoren tot de gemeenschap. Is het vereist alle joodse wetten te onderhouden? Wat denken over leraren die wat soepeler met de toepassing van de joodse wetten omspringen? Wat met degenen die afhankelijk zijn van de verschillende onderrichtingen en geen kant uit weten (de minsten)? Wat met degenen die vooral de wederkomst van Jezus verwachten en geen oog meer hebben met de dagdagelijkse realiteit?
De epiloog (tegendeel van de pro-loog) bevat 4 pericopen - Mt
7,13-14 - Mt
7,15-20 - Mt
7,21-23 - Mt
7,24-27 . Met Mt
7,21-23 zijn we aan de derde perikope van de epiloog gekomen. We naderen
het einde van de bergrede (Mt 5-7). Deze en volgende pericope - Mt
7,24-27 - grijpen vooruit op de laatste gelijkenis - Mt
25,31-46 - van de eschatologische rede (Mt 24-25). Mt 7,21a en Mt 7,22a
zijn als 't ware elkaars spiegelbeeld. Erousin (zij zullen zeggen)
komt in deze vorm (indicatief futurum) slechts in 1 vers ( Mt
7,22 ) bij Matteüs voor. Het enkelvoud erei (hij zal zeggen)
komt in 4 verzen bij Matteüs voor; in drie verzen bij de pericope over
het laatste oordeel nl. Mt
25,34 , Mt
25,40 en Mt
25,41 - Mt
25,31-46 - . Daar schetst Matteüs een scène waarin een koning
het oordeel velt over goeden en slechten.
We zijn wat gewoon geraakt aan de teksten. Wat Jezus in Mt
7,21-23 zegt, is straffe taal. Wie niet handelt naar mijn woorden, zal het
koninkrijk van God niet binnengaan. Hij blijkt de sleutel te bezitten om al
dan niet iemand toe te laten. Het verhaal over het laatste oordeel schetst het
beeld van een rechter over goeden en slechten. God de Vader heeft blijkbaar
zijn macht overgedragen aan Jezus, zijn zoon. Die heeft alle macht ontvangen.
In het Oude Testament wordt aan de messias allerlei macht toegekend. Men had
het dan vooral over iemand met macht op aarde. Christenen droegen al die toespelingen
over de messias over aan Jezus die gestorven is. Hem werd allerlei macht toegeschreven
in de hemel. Maar over de hemel weten we weinig of niets. Op aarde zijn onze
uitspraken tijdelijk en voorlopig; we worden voortdurend gecorrigeerd, stellen
onze kennis bij. Wat we zeggen over de hemel, over Jezus in de hemel, lijkt
eeuwig en tijdloos. Nooit worden we ertoe aangezet om onze beweringen bij te
stellen. We moeten ons de vraag stellen: welke geldigheidswaarde heeft onze
toekenning van de eigenschappen van de messias aan een gestorven Jezus.
| Mt 7,21 | Mt 7,22 | Mt 7,24a | Mt 7,24b | Mt 7,26a | Mt 7,26b | Mt 25,34 | Mt 25,40 | Mt 25,41 | Mt 25,40 . Mt 25,45 | |||
| ou pas (niet al) | all' (maar) | kai (en) | tote (dan) | kai (en) | tote (dan) | |||||||
| apokritheis (geantwoord) | ||||||||||||
| polloi (velen) | pas oun (derhalve al) | kai pas (en al) | ho basileus (de koning) | |||||||||
| ho legôn (wie zegt) | ho poiôn (wie doet) | erousin (zullen zeggen) | hostis akouei mou tous logous toutous (wie luistert mijn deze woorden van mij) | poiei autous (ernaar handelt) | ho akouôn mou tous logous toutous (wie naar deze woorden van mij luistert) | kai mè poiôn autous (en niet ernaar handelt) | erei (zal hij zeggen) | erei (zal hij zeggen) | erei (zal hij zeggen) | ef'hoson (Mt 25,40 : ouk) epoièsate (in de mate wat jullie (niet) doen ) | (Mt 25,45 : oude) emoi empoièsate (niet) (deden jullie aan mij) | |
| ho basileus (de koning) | ||||||||||||
| moi (tot mij) | moi (tot mij) | tois ek dexiôn autou (aan hen aan zijn rechterzijde) | autois (aan hen) | kai tois ex euônumôn (ook aan hen aan zijn linkerzijde) | heni toutôn tôn elachistôn (aan één van deze minsten) | |||||||
| 52. Heer-Heer zeggen : Mt 7,21-23 - | 52. Heer-Heer zeggen : Mt 7,21-23 - | 53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 - | 53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 - | 53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 - | 53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 - | 315. Slot van de eschatologische rede (Mt) : Het laatste oordeel : - Mt 25,31-46 - | 315. Slot van de eschatologische rede (Mt) : Het laatste oordeel : - Mt 25,31-46 - | 315. Slot van de eschatologische rede (Mt) : Het laatste oordeel : - Mt 25,31-46 - |
| Mt 7,21 - Mt 7,21 : 52. Heer-Heer zeggen - Mt 7,21-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] Not every one that saith unto me, Lord, Lord, shall
enter into the kingdom of heaven; but he that doeth the will of my Father which
is in heaven.
Luther-Bibel . 21 Es werden nicht alle, die zu mir sagen: Herr, Herr!, in das
Himmelreich kommen, sondern die den Willen tun meines Vaters im Himmel.
Liturgische lezing : Mt
7,21-27 : 9de
(negende) zondag door het a-jaar . "Niet ieder die tot Mij zegt: Heer,
Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet
van mijn Vader die in de hemel is.
Tekstuitleg van Mt 7,21 .
- pas (elk, ieder) bij Matteüs, zie Mt 5,22 : Mt 5,21-22 - legôn (zeggend) zie legei (hij zegt). In 54 verzen bij Matteüs, zie bij Mt 4,6 : Mt 4,1-11 - kurie (heer) . In 31 verzen bij Matteüs, zie Mt 7,21 : Mt 7,21-23 - eiseleusetai (hij zal binnengaan) zie eiserchomai (binnengaan) bij Matteüs, zie Mt 4,4 : Mt 4,1-11 - thelèma (wil). In 6 verzen bij Matteüs, zie Mt 6,10 : Mt 6,7-13 -
In de bergrede gebruikt Matteüs 7X pas (al, ieder) als onderwerp. Dit wordt gevolgd door een participiumzin of door een betrekkelijke zin. We moeten wijzen op het parallellisme tussen Mt 7,21a en Mt 7,21b : (1) ou pas (niet al ) - polloi (velen) . (2) ho legôn (wie zegt) - erousin (zij zullen zeggen) (3) moi (tot mij) in beide gevallen . (4) kurie, kurie (Heer, Heer) in beide gevallen.
kurie (Heer) In 31 verzen bij Matteüs,
zie Mt 7,21 : Mt
7,21-23 -
(1) Mt 7,21 : ou pas ho legôn moi kurie, kurie (niet al wie tot mij zegt:
Heer, Heer)
| Mt 7,22 - Mt 7,22 : 52. Heer-Heer zeggen - Mt 7,21-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] Many will say to me in that day, Lord, Lord, have we
not prophesied in thy name? and in thy name have cast out devils? and in thy
name done many wonderful works?
Luther-Bibel . 22 Es werden viele zu mir sagen an jenem Tage: Herr, Herr, haben
wir nicht in deinem Namen geweissagt? Haben wir nicht in deinem Namen böse
Geister ausgetrieben? Haben wir nicht in deinem Namen viele Wunder getan?
Liturgische lezing : Mt
7,21-27 : 9de
(negende) zondag door het a-jaar . Velen zullen op die dag tot Mij zeggen:
Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw
Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik
hun onomwonden verklaren:
Tekstuitleg van Mt 7,22 .
- erousin (zij zullen zeggen) zie legei
(hij zegt). In 54 verzen bij Matteüs, zie bij Mt 4,6 : Mt
4,1-11
- en ekeinèi tèi hèmerai (op die dag)
zie hèmera
(dag) bij Matteüs, zie Mt 3,1 : Mt
3,1-6 -
| Mt 7,23 - Mt 7,23 : 52. Heer-Heer zeggen - Mt 7,21-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,21 - Mt 7,22 - Mt 7,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And then will I profess unto them, I never knew you:
depart from me, ye that work iniquity.
Luther-Bibel . 23 Dann werde ich ihnen bekennen: Ich habe euch noch nie gekannt;
weicht von mir, ihr Übeltäter!
Liturgische lezing : Mt
7,21-27 : 9de
(negende) zondag door het a-jaar . Nooit heb ik u gekend; gaat weg van Mij,
gij die ongerechtigheid doet!
Tekstuitleg van Mt 7,23 .
53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 -De epiloog van de bergrede bestaat uit 4 pericopen - Mt 7,13-14 - Mt 7,15-20 - Mt 7,21-23 - Mt 7,24-27 - .
overzicht van de pericope
| Mt 7,24a | Mt 7,24b | Mt 7,26a | Mt 7,26b | Mt 7,25 | Mt 7,27 | |
| kai (en) | kai katebè hè brochè (en de regen viel neer) | kai katebè hè brochè (en de regen viel neer) | ||||
| pas oun (derhalve al) | kai pas (en al) | kai èlthon hoi potamoi (en de stromen kwamen) | kai èlthon hoi potamoi (en de stromen kwamen) | |||
| hostis akouei mou tous logous toutous (wie luistert naar mijn deze woorden) | poiei autous (ernaar handelt) | ho akouôn mou tous logous toutous (wie naar mijn deze woorden luistert) | kai mè poiôn autous (en niet ernaar handelt) | kai epneusan hoi anemoi (en de winden waaiden) | kai epneusan hoi anemoi (en de winden waaiden) | |
| homoiothèsetai (zal vergeleken worden) | homoiothèsetai (zal vergeleken worden) | kai prosepesan tèi oikiai ekeinèi (en zij beukten tegen dat huis) | kai prosekopsan tèi oikiai ekeinèi (en zij beukten tegen dat huis) | |||
| andri fronimôi (met een wijs man) | andri môrôi (met een dwaas man) | kai ouk epesen (en het stortte niet in) | kai epesen (en het stortte in) | |||
| hostis ôikodomèsen autou tèn oikian (die zijn huis bouwde) | hostis ôikodomèsen autou tèn oikian (die zijn huis bouwde) | tethemeliôto gar (het was immers gegrondvest) | kai èn hè ptôsis autès megalè (en zijn ineenstorting was groot) | |||
| epi tèn petran (op de rots) | epi tèn hammon (op het zand) | epi tèn petran (op de rots) |
We komen bij het einde van de bergrede. Matteüs maakt graag gebruik van vergelijkingen om de situatie van de toehoorders te schetsen. Want wat doet iemand met het woord dat hij hoort. De toehoorder wordt vergeleken met een man die een huis bouwt (Mt 7,24-27 - Mt 7,24-27 - ) of met het gezaaide graan (Mt 13,18-23 - Mt 13,18-23 - ). In de vergelijking wordt met beelden geschetst wat er met het woord van de luisteraar kan gebeuren.
| Mt 7,24 - Mt 7,24 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] Therefore whosoever heareth these sayings of mine,
and doeth them, I will liken him unto a wise man, which built his house upon
a rock:
Luther-Bibel . 24 Darum, wer diese meine Rede hört und tut sie, der gleicht
einem klugen Mann, der sein Haus auf Fels baute.
Liturgische lezing : Mt
7,21-27 : 9de
(negende) zondag door het a-jaar . Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort
en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis
op rotsgrond bouwde.
Tekstuitleg van Mt 7,24 .
1. pas (elk, ieder) , zie Mt 5,22 .4. akouei (hij luistert naar, hij hoort) . Verwijzing : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Actief praesens derde persoon enkelvoud .
7.
logos (woord) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 .
- logous (woorden) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . Accusatief mannelijk meervoud . In zes verzen bij Matteüs .
- tous logous toutous (deze woorden) komt voor bij het beëindigen van een
rede nl . de bergrede (Mt
7,28) , de kerkrede (Mt
19,1) en de eschatologische rede (Mt
26,1) . Aan tous logous toutous (deze woorden) wordt hier in Mt
7,24 en Mt
7,26 voorafgegaan door mou (van mij) : al wie naar deze woorden van mij
luistert .
Om een rede te beëindigen heeft Matteüs zich geïnspireerd op
het einde van de Pentateuch nl. Dt 31,1 en Dt 32,45 zie Mt
7,28-29 . De woorden van Jezus worden in het verlengde van Mozes geplaatst,
maar zijn meer dan een herhaling ervan. In de bergrede wordt in 14 verzen legô
humin (ik zeg jullie) gebruikt. Jezus vertelt iets nieuws. Iedere godsdienst
beroept zich op een stichter. Hij wordt gezien als een leermeester die gevolgd
moet worden. Vaak zijn de volgelingen dan onvolmaakte copieën of doordrukken.
De evolutie van het leven, het tijdelijke van een stichter, van een profeet
wordt vaak over het hoofd gezien. Dat maakt wellicht het verschil uit tussen
Jezus en de farizeeën. De farizeeën pluizen uit wat nog kan in het
verlengde van Mozes. Jezus brengt nieuwe dingen. Volgens de farizeeën ging
Jezus te ver.
Het probleem waarvoor Jezus stond , stelt zich ook nu . De katholieke kerk houdt
wellicht te sterk aan één visie , waardoor oecumene moeilijk is
. Daarenboven houdt ze zich aan een visie die op een bepaald moment een bepaalde
richting is uitgegaan . Er is nood aan nieuwe visies ; het Nieuw Testament moet
opnieuw bekeken worden om na te gaan wat weggeselecteerd werd of ondergesneeuwd
is .
Bij de nadagen van paus Johannes-Paulus II wordt het wierookvat gebruikt en
wordt de zaligverklaring ingezet . Paus Johannes-Paulus II moet in de eerste
plaats gezien worden als primus inter pares (eerste onder gelijken - bisschop
onder de bisschoppen) . Negatief aan zijn pontificaat is dat hij verschillende
malen het gesprek heeft doen stopzetten , sommige theologen het zwijgen heeft
opgelegd en sommige bisschoppen onder druk heeft gezet . Binnenkerkelijk heeft
hij zich niet altijd als bisschop onder zijn gelijken gedragen . Dat neemt niet
weg dat zijn grote verdienste ligt in zijn onnoembare bijdrage aan de val van
het IJzeren Gordijn en het communisme . Het evangelie van Mt 7,24-27 als slot
van de bergrede nodigt uit tot een kritische kijk op wat rondom ons gebeurt
. We hoeven niet mee te gaan in het fan- en kijkcijfergedrag rondom de gestorven
paus .
Een inspirerend denker, een profeet, zoals Jezus, brengt nieuwe gedachten en ideeën, nieuwe inzichten. Hij wil mensen aan het denken zetten en hen helpen hun eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Hij is er in de eerste plaats niet op uit om volgelingen te werven. Volgelingen worden belangrijk wanneer je structuur en organisatie krijgt, met een leider, afspraken, leer. De sterke taal : wie niet naar mijn woorden luistert, zal het koninkrijk der hemelen niet binnengaan , kan wellicht aan de eerste christelijke gemeenschap worden toegeschreven. Het inspirerende denken stolt, wordt vastgelegd; de leiding verwacht dat de leden zich eraan houden. Het is toch verrassend hoe telkens weer in de geschiedenis mensen het gestolde doorbreken en hoe volgelingen het nieuwe en inspirerende opnieuw laten stollen. De mens is blijkbaar bang om zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen; hij voelt blijkbaar meer zekerheid als hij kan terugvallen op iemand anders, die voor hem de waarheid is. De mens is blijkbaar bang voor zijn eigen beperkte, relatieve waarheid.
Ook vandaag stelt zich de vraag : wie is een leerling van Jezus of wie behoort
tot de kerk? Behoort hij die niet regelmatig naar de kerk gaat, tot de kerk?
Wie niet alles wat de kerk (en het vaticaan) voorhoudt, gelooft en beleeft,
behoort hij niet tot de kerk? Sommigen maken over het toebehoren tot de kerk
geen probleem, anderen wel.
- logos (woord) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . Zelfstandig naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud . In 296 verzen
in de bijbel . In vijfenzestig verzen in het N.T. . In negen verzen in Hnd :
(1) Hnd
6,5 . (2) Hnd
6,7 . (3) Hnd
11,22 . (4) Hnd
12,24 . (5) Hnd
13,15 . (6) Hnd
13,26 . (7) Hnd
13,49 . (8) Hnd
17,13 . (9) Hnd
19,20 .
-- ho logos . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud ho (de) en zelfstandig
naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud logos (woord) . In tweeënzestig
verzen in het N.T. . In acht van de negen verzen van hierboven ; niet in Hnd
13,15 .
-- ho logos tou theou (het woord van God) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . In twaalf verzen in het N.T. : Lc (1) . Joh (1) . In drie verzen
in Hnd : (3) Hnd
6,7 . (4) Hnd
12,24 . (5) Hnd
17,13 . Andere boeken van het N.T. (7) .
--- logon (woord) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon
. Accusatief mannelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord logos (woord)
. In 347 verzen in de bijbel . In 127 verzen in het N.T. . Mt (17) . Mc (18)
. Lc (10) . Joh (14) . Hnd (31) :
(1) Hnd
1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd
4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord
hoorden) .
(4) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd
6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd
8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(9) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(10) Hnd
10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd
10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd
13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord
van God) .
(15) Hnd
13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd
13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(18) Hnd
13,48
: edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd
15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren
het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd
15,35
: euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer)
.
(22) Hnd
15,36
: katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van
de Heer) .
(23) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
(25) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd
18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God)
.
(27) Hnd
18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd
19,10
: akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd
19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd
19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd
20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton wanneer de boodschap bedoeld
is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd
18,14 . (2) Hnd
19,38) . (3) Hnd
19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in
absolute zin) : (1) Hnd
4,4 . (2) Hnd
8,4 . (3) Hnd
10,36 . (4) Hnd
10,44 . (5) Hnd
11,19 . (6) Hnd
14,25 . (7) Hnd
16,6 . (8) Hnd
17,11 . (9) Hnd
20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou
(het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd
2,41 . (2) Hnd
4,29 . ton logon met de nadere bepaling tou euaggeliou (van de goede boodschap)
: Hnd 15,7
.
Een vorm van logos (woord) komt in absolute zin voor . In vijf verzen in Matteüs
: in Mt
13,20 . Mt
13,22 . Mt
13,23 : houtos estin ho ton logon akouôn (hij is degene die naar het
woord luistert) . In acht verzen bij Marcus . In drie verzen bij Lucas . Het
is hét Woord. Het staat voor het evangelie. Het is een term van de primitieve
kerk . Dit gebruik in de evangelies komt enkel voor in de uitleg van de parabel
van de zaaier .
-- ton logon tou theou (het woord van God) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . In eenentwintig verzen in het N.T. . Mc (1) . Lc (3) . Hnd (9) .
Brieven (4) . Opb (4) . In negen verzen in Hnd : (5) Hnd
4,31 . (6) Hnd
6,2 . (8) Hnd
8,14 . (12) Hnd
11,1 . (14) Hnd
13,5 . (15) Hnd
13,7 . (16) Hnd
13,44 . (17) Hnd
13,46 . (26) Hnd
18,11 . Vier verzen komen voor in de eerste zendingsreis van Paulus en Barnabas
.
-- ton logon tou kuriou (het woord van de Heer) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . In het N.T. enkel in Hnd : (1) Hnd
8,25 . (2) Hnd
13,48 . (3) Hnd
15,35 . (4) Hnd
15,36 . (5) Hnd
16,32 . (6) Hnd
19,10 .
| Mt 7,25 - Mt 7,25 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] And the rain descended, and the floods came, and the
winds blew, and beat upon that house; and it fell not: for it was founded upon
a rock.
Luther-Bibel . 25 Als nun ein Platzregen fiel und die Wasser kamen und die Winde
wehten und stießen an das Haus, fiel es doch nicht ein; denn es war auf
Fels gegründet.
Liturgische lezing : Mt
7,21-27 : 9de
(negende) zondag door het a-jaar . De regen viel neer, de bergstromen kwamen
omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet
in, want het stond gegrondvest op de rots.
Tekstuitleg van Mt 7,25 .
| Mt 7,26 - Mt 7,26 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] And every one that heareth these sayings of mine, and
doeth them not, shall be likened unto a foolish man, which built his house upon
the sand:
Luther-Bibel . 26 Und wer diese meine Rede hört und tut sie nicht, der
gleicht einem törichten Mann, der sein Haus auf Sand baute.
Liturgische lezing : Mt
7,21-27 : 9de
(negende) zondag door het a-jaar . Maar ieder die deze woorden van Mij hoort,
doch er niet naar handelt kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde
op het zand.
Tekstuitleg van Mt 7,26 .
- kai
(en) Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie
Mt 1,2
.
- pas
(elk, ieder) bij Matteüs, zie Mt
5,22
- akouôn (horend, luisterend naar) zie akousas
(gehoord). In 9 verzen bij Matteüs, zie Mt
4,12
| 1. bergrede | 3. rede van parabels | 4. kerkrede | 5. het laatste oordeel | |
| Mt 7,24 | Mt 7,26 | Mt 13,52 | Mt 18,23 | Mt 25,31-46 |
| pas oun hostis akouei mou tous logous toutous kai poiei autous (al wie derhalve deze woorden van mij hoort en ze doet) | kai pas ho akouôn mou tous logous toutous kai mè poiôn autous (en al wie deze woorden van mij hoort en ze niet doet) | dia touto pas grammateus (daarom iedere schriftgeleerde) | dia touto (daarom) | |
| homoiôthèsetai (zal vergeleken worden met) | homoiôthèsetai (zal vergeleken worden met) | homoios estin (is vergelijkbaar met) | hômoiôthè hè basilaiea tôn ouranôn (werd het koninkrijk van de hemelen vergeleken met) | |
| andri fronimôi (met een wijs man) | andri môrôi (met een dwaas man) | anthrôpoi oikodespotèi (met een huisheer) | anthrôpôi basilei (met een koning) | |
| 53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 | 53. Het huis op de rots of op het zand : Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 | 140. Besluit van de gelijkenisrede : Mt 13,51-52 |
| Mt 7,27 - Mt 7,27 : 53. Het huis op de rots of op het zand - Mt 7,24-27 - Lc 6,47-49 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,24 - Mt 7,25 - Mt 7,26 - Mt 7,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] And the rain descended, and the floods came, and the
winds blew, and beat upon that house; and it fell: and great was the fall of
it.
Luther-Bibel . 27 Als nun ein Platzregen fiel und die Wasser kamen und die Winde
wehten und stießen an das Haus, da fiel es ein und sein Fall war groß.
Liturgische lezing : Mt
7,21-27 : 9de
(negende) zondag door het a-jaar . De regen viel neer, de bergstromen kwamen
omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest
werd."
Tekstuitleg van Mt 7,27 .
54. Slot van de bergrede : Mt 7,28-29 - Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,28 - Mt 7,29 -
| Mt 7,28 - Mt 7,28 : 54. Slot van de bergrede - Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,28 - Mt 7,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] And it came to pass, when Jesus had ended these sayings,
the people were astonished at his doctrine:
Luther-Bibel . 28 Und es begab sich, als Jesus diese Rede vollendet hatte, dass
sich das Volk entsetzte über seine Lehre;
Tekstuitleg van Mt 7,28 .
- kai (en) Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie Mt 1,2 -Matteüs beëindigt een rede telkens zeer stilistisch. De gelijkenis
met het einde van het boek Deuteronomium en de laatste woorden van Mozes in
Dt 31,1
en Dt 32,45
vallen hierbij sterk op. In deze samenhang krijgt ook het getal 5 van het aantal
redes een bijzondere betekenis. Het is hetzelfde aantal als het aantal boeken
van de Thora.
etelesen (hij beëindigde) . Indicatief
aorist 3de persoon enkelvoud van het werkwoord teleô
(beëindigen). Slechts in 5 verzen in de bijbel nl. in 5 verzen
bij Matteüs en wel telkens bij het beëindigen van een rede. sunetelesen
(hij voleindigde) . In 42 verzen in de bijbel, enkel in het O.T. Zie
website http://www.speedbibledictionary.com/kjvstrongs/CONGRK493.htm
. wajechal (en hij beëindigde) komt in 14 verzen in de bijbel voor. Het
is het imperfectum van het werkwoord kalah (zie kol : alles) beëindigen,
ver-vol-ledig-en . Meestal wordt wajechal (en hij beëindigde) vertaald
door kai sunetelesen (en hij beëindigde) maar ook door kai katepausen (en
hij hield op, pauzeerde). Katepausen (hij hield op, pauzeerde) komt in 39 verzen
in de bijbel voor, waarvan in 3 verzen in Heb.
epitassôn (opdragende) (Gn
49,33 ) en diatassôn (bevelende) (Mt
11,1 ) zijn hapax legomena. Zie verder bij Mt
11,1 .
| 1. bergrede : Mt 5-7 | 2. zendingsrede : Mt 10 | 3. parabelrede : Mt 13 | 4. kerkrede : Mt 18 | 5. eschatologische rede :Mt 25 | |
| bijbelplaats | Mt 7,28 | Mt 11,1 | Mt 13,53 | Mt 19,1 | Mt 26,1 |
| nevenschikkend voegwoord kai (en) | Kai (en) | Kai (en) | Kai (en) | Kai (en) | Kai (en) |
| werkwoordsvorm egeneto (het gebeurde) | egeneto (het gebeurde) | egeneto (het gebeurde) | egeneto (het gebeurde) | egeneto (het gebeurde) | egeneto (het gebeurde) |
| voegwoord van tijd hote n(toen) | hote (toen) | hote (toen) | hote (toen) | hote (toen) | hote (toen) |
| werkwoordvorm etelesen (beëindigde) | etelesen (beëindigde) | etelesen (beëindigde) | etelesen (beëindigde) | etelesen (beëindigde) | etelesen (beëindigde) |
| onderwerp ho Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) |
| lijdend voorwerp | tous logous toutous (deze woorden) | diatassôn tois dôdeka mathètais autou (bevelende aan zijn twaalf leerlingen) | tas parabolas tautas (deze parabels) | tous logous toutous (deze woorden) | pantas tous logous toutous (al deze woorden) |
| 54. Slot van de bergrede : Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 - | 86. Slot van de rede : Mt 11,1 - | 145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - | 264. Van Galilea naar Judea : Mc 10,1 - Mt 19,1-2 - | 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - |
| Dt 31,1 | Dt 31,1 LXX | Dt 32,45 | Dt 32,45 LXX | Gn 49,33 | Gn 49,33 LXX |
| wajjelèkh (en hij ging) | kai sunetelesen (en voleindigde) | wajëkhal (en hij voleindigde) | kai sunetelesen (en voleindigde) | wajechal (en hij voleindigde) | kai katepausen (en hij hield op) |
| Mosjèh (Mozes) | Môusès (Mozes) | Mosjèh (Mozes) | Môusès (Mozes) | Ja`aqov (Jakob) | Iakôb (Jakob) |
| wajëdabber (en hij zei) | lalôn (zeggende) | lëdabber (met zeggen) | lalôn (zeggende) | lezawwoth (met bevelen) | epitassôn (opdragende) |
| 'èth haddëbhârîm hâ'ellèh (deze woorden) | pantas tous logous toutous (al deze woorden) | 'èth kâl haddëbhärîm hâ'ellèh (al deze woorden) | èth bânâjw (zijn zonen) | tois huios autou (aan zijn zonen) | |
| Aanstelling van Jozua : Dt 31 | Het lied van Mozes : Dt 32,45 | De begrafenis van Jakob : Gn 49,29-33 |
egeneto (het gebeurde) komt in 13 verzen bij Matteüs voor. In 5 verzen is het om telkens een rede af te sluiten.
hoi ochloi (de menigten) . Het meervoud duidt een veelheid aan. Dit wordt nog sterker beklemtoond in Mt 4,25 waar vele menigten (ochloi polloi) Jezus volgden. Het is de derde maal dat de menigten ter sprake komen.
ekplèssomai (buiten zichzelf zijn) : exeplèssonto (zij waren buiten zichzelf). In deze vorm komt het in 9 verzen in de bijbel voor; in 3 verzen bij Matteüs, in 4 bij Marcus en in 2 bij Lucas. In Mt 7,28 geeft het een reactie van de menigten weer op de leer van Jezus
| Mc 1,22 - | Mt 7,28 . Mt 7,29 | Mc 6,2 | |
| kai (en) | kai (en) | kai polloi akouontes (en velen horend) | |
| exeplèsonto (zij waren buiten zichzelf) | exeplèsonto (zij waren buiten zichzelf) | exeplèsonto (zij waren buiten zichzelf) | |
| hoi ochloi (de menigten) | |||
| epi tèi didachè autou (over zijn leer) | epi tèi didachè autou (over zijn leer) | ||
| èn gar didaskôn autous (hij was lerende hen)) | èn gar didaskôn autous (hij was lerende hen)) | ||
| hôs exousian echôn (als gezag hebbende) | hôs exousian echôn (als gezag hebbende) | ||
| kai ouch hôs hoi grammateis (en niet zoals de schriftgeleerden) | kai ouch hôs hoi grammateisautôn (en niet zoals hun schriftgeleerden) | ||
| 54. Slot van de bergrede : Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 - | 54. Slot van de bergrede : Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 - |
| Mt 7,29 - Mt 7,29 : 54. Slot van de bergrede - Mc 1,22 - Mt 7,28-29 - Lc 4,32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 7 -- Mt 7,28 - Mt 7,29 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] For he taught them as one having authority, and not
as the scribes.
Luther-Bibel . 29 denn er lehrte sie mit Vollmacht und nicht wie ihre Schriftgelehrten.
Tekstuitleg van Mt 7,29 .