MATTEÜSEVANGELIE : NEGENDE HOOFDSTUK , MT 9 -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -
- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 - Mt 9,9-13 -- Mt 9,36 - 10,8 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Matteüsevangelie : Mt (Matteüs) : overzicht , Mt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Mt : commentaar ,

Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28
Tekstuitleg per pericope - Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Tekstuitleg vers per vers - Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 - Mt 9,9 - Mt 9,10 - Mt 9,11 - Mt 9,12 - Mt 9,13 - Mt 9,14 - Mt 9,15 - Mt 9,16 - Mt 9,17 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 - Mt 9,27 - Mt 9,28 - Mt 9,29 - Mt 9,30 - Mt 9,31 - Mt 9,32 - Mt 9,33 - Mt 9,34 - Mt 9,35 - Mt 9,36 - Mt 9,37 - Mt 9,38 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- Pharisaioi (Farizeeën) .
- prosferô (brengen of dragen bij) , zie Mt 9,2 .
Bibliografie
Literatuur
Bibliografie

Liturgisch gebruik

- Mt 9,9-13 : 10de (tiende) zondag door het a-jaar .
- Mt 9,36 - 10,8 : 11de (elfde) zondag door het a-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , Nieuwe Testament , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het negende hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8
68. Roeping van Levi / Matteüs : Mc 2,13-14 - Mt 9,9 - Lc 5,27-28
69. Jezus eet met tollenaars en zondaars :- Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32
70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe : Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39
71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56
72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31
73. Genezing van een stomme bezetene : Mt 9,32-34 - Mt 12,22-23 - Mc 3,22-27 - Lc 11,14
74. Arbeiders voor de oogst : Mt 9,35-38 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mc 6,6b - Mc 6,30-34 -Lc 8,1-3 - Lc 10,1-12
Mt 9,1 Mt 9,9 Mt 9,18 Mt 9,27 Mt 9,32
1 Kai (en) 9 Kai (en) 18 Tauta (terwijl hij dit) 27 Kai (en)  
embas eis ploion... (ingestapt in een boot) paragôn ho Ièsous ekeithen (Jezus vandaar langskomende) autou lalountos autois (hen aan het zeggen is) paragonti ekeithen tôi Ièsou (Jezus die vandaar langskomt) 32 Autôn de ekserchomenôn (terwijl zij echter aan het weggaan zijn)
         
2. Kai idou (en zie) eiden (zag hij) idou (zie)   idou (zie)
    archôn heis (één archont)    
proseferon (zij droegen naar )   proselthôn prosekunei (kwam naar hem toe en knielde bij) èkolouthèsan duo tufloi (volgden twee blinden) prosènegkan (zij brachten)
autôi (hem)   autôoi (hem)   autôi (hem)
paralutikon (een lamme) anthrôpon (een mens)     kôfon daimonidzomenos (een stomme, door de duivel bezeten)
         

67. Genezing van de lamme : Mt 9,1-8 - Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38

Mt 9,1 - Mt 9,1 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:1 kai embas eis ploion dieperasen kai èlthen eis tèn idian polin  1 et ascendens in naviculam transfretavit et venit in civitatem suam  En toen hij na enige dagen weer binnenkwam in Kafarnaüm hoorden ze dat hij thuis was .   1 En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad. En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende.   [1] Hij stak per boot over en kwam in zijn stad.  [1] Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad.  1 ¶ Hij stapt het schip in, steekt over  en komt aan in de eigen stad.  1. S'étant embarqué, il traversa et vint dans sa ville.

King James Bible . And again he entered into Capernaum after some days; and it was noised that he was in the house.
Luther-Bibel . 1 Und nach einigen Tagen ging er wieder nach Kapernaum; und es wurde bekannt, dass er im Hause war.

Tekstuitleg van Mt 9,1 .

Mt 9,1.5. act. ind. aor. 3de pers. enk. διεπερασεν = dieperasen (hij stak over) van het werkw. διαπεραω = diaperaô (doortrekken, oversteken) . Taalgebruik in het NT : diaperaô (doortrekken, oversteken) . Taalgebruik in de LXX : diaperaô (doortrekken, oversteken) . In dit werkw. zit het zelfst. naamw. περαν (overzijde) . Bijbel (5) : (1) 1 Mak 3,37 . (2) 1 Mak 5,6 . (3) 1 Mak 5,43 . (4) 1 Mak 16,6 . (5) Mt 9,1 . Een vorm van διαπεραω = diaperaô (doortrekken, oversteken) in de LXX (9) : (1) Dt 30,13 . (2) Js 23,2 . (3) 1 Mak 3,37 . (4) 1 Mak 5,6 . (5) 1 Mak 5,43 . (6) 1 Mak 16,6 . In het NT (6) : (1) Mt 9,1 . (2) Mt 14,34 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,53 . (5) Lc 16,26 . (6) Hnd 21,2 .

Mt 9,2 - Mt 9,2 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:2 kai idou proseferon autô paralutikon epi klinès beblèmenon kai idôn o ièsous tèn pistin autôn eipen tô paralutikô tharsei teknon afientai sou ai amartiai 2 et ecce offerebant ei paralyticum iacentem in lecto et videns Iesus fidem illorum dixit paralytico confide fili remittuntur tibi peccata tua  En zie, ze brachten een lamme aan , die aan zijn bed gekluisterd lag . En toen Jezus hun geloof zag, zei hij aan de lamme : "Heb moed , kind , je zonden worden vergeven ."   2 En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven. [2] Daar brachten ze een verlamde bij Hem, die op een bed lag. Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees maar gerust, vriend, uw zonden worden u vergeven.’  [2] Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’  1 ¶ Hij stapt het schip in, steekt over  en komt aan in de eigen stad. 2 En zie, ze hebben tot hem een verlamde gebracht, neergeworpen op een draagbed. Bij het zien van hun vertrouwen zegt Jezus tot de verlamde: vat moed, kind, jóuw zonden worden vergeven!   2. Et voici qu'on lui apportait un paralytique étendu sur un lit. Jésus, voyant leur foi, dit au paralytique : « Aie confiance, mon enfant, tes péchés sont remis.

King James Bible : And, behold, they brought to him a man sick of the palsy, lying on a bed: and Jesus seeing their faith said unto the sick of the palsy; Son, be of good cheer; thy sins be forgiven thee.
Luther-Bibel (1984) : Und siehe, da brachten sie zu ihm einen Gelähmten, der lag auf einem Bett. Als nun Jesus ihren Glauben sah, sprach er zu dem Gelähmten: Sei getrost, mein Sohn, bdeine Sünden sind dir vergeben.

Tekstuitleg van Mt 9,2 . Dit vers Mt 9,2 telt 25 (5 X 5) woorden en 134 (2 X 67) letters . De getalwaarde van Mt 9,2 is 16228 (2 X 2 X 4057) .

3. prosferô (brengen of dragen bij) . Verwijzing : prosferô (brengen of dragen bij) , zie Mt 9,2 . prosferô (dragen naar of brengen bij) .
- proseferon (en zij droegen naar) . Indicatief imperfectum derde persoon meervoud van het werkwoord prosferô (dragen naar) . In vier verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In drie verzen in het N.T. : (1) Mt 9,2 . (2) Mc 10,13 . (3) Lc 18,15 .
- prosènegka (hij bracht naar) . Indicatief aorist derde persoon . In één vers in de bijbel : Mt 17,16 .
- prosènegkan (zij droegen naar) . Indicatief aorist derde persoon meervoud . In vierentwintig verzen in de bijbel . In zeven verzen in het N.T. . In zes verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,11 . (2) Mt 4,24 . (3) Mt 8,16 . (4) Mt 9,32 . (5) Mt 14,35 . (6) Mt 22,19 . Telkens is de woordvolgorde : werkwoord + autôi (bij hem) + accusatief van het lijdend voorwerp .
- prosènechthè (hij werd gebracht) . Passief aorist derde persoon enkelvoud . In drie verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. : (1) Mt 12,22 . (2) Mt 18,24 . (3) Hnd 21,26 .

1. de Wijzen 2. wie voor de zieken zorgt 3. wie voor de zieken zorgt 4. wie voor de zieken zorgt 5. wie voor de zieken zorgt 6. Farizeeën en Herodianen      
Mt 2,11 Mt 4,24 Mt 8,16 Mt 9,32 Mt 14,35 Mt 22,19 Mt 9,2 Mt 12,22 Mt 18,24
prosènegkan (zij droegen bij) prosènegkan (zij droegen bij) prosènegkan (zij droegen bij) prosènegkan (zij droegen bij) prosènegkan (zij droegen bij) prosènegkan (zij droegen bij) proseferon (droegen zij naar) prosènechthè (werd 'bij 'hem' gebracht) prosènechthè (werd 'bij 'hem' gebracht)
autôi (hem) autôi (hem) autôi (hem) autôi (hem) autôi (hem) autôi (hem) autôi (hem) autôi (hem) autôi (hem)
geschenken vele zieken vele duivelbezetenen een doof en duivelbezeten mens allen die er slecht aan toe waren een denarie een lamme een blinde en dove duivelbezetene een schuldige
11. Huldiging van de magiërs : Mt 2,1-12  24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31  59. Genezingen en exorcismen : Mc 1,32-34 - Mt 8,16-17 - Lc 4,40-41  73. Genezing van een stomme bezetene : Mt 9,32-34 - Mt 12,22-23 - Mc 3,22-27 - Lc 11,14  genezingen te Gennesaret - Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36  291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26  67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 - 117. Genezing van een blinde en een stomme bezetene : Mt 12,22-23 - Mt 9,32-34 - Lc 11,14  182. Gelijkenis van de onbarmhartige dienaar : Mt 18,23-35  

5. paralutikon . Accusatief mannelijk enkelvoud , van het zelfstandig naamwoord paralutikos (lamme) . Verwijzing : paralutikos (lam, lamme) , zie Mc 2,3 . paraluô : ter zijde losmaken , verlammen .

paralutikos (lamme) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk 
nom. enk. : paralutikos 2   2 (1) Mt 8,6 . (1) Mc 2,4 . Lc 5,18 : paralelumenos (verlamde)   Hnd 9,33 : paralelumenos (verlamde)    
gen. enk. : paralutikou                    
dat. enk. : paralutikôi 5   5 2 : (1) Mt 9,2 . (2) Mt 9,6 3 : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,9 . (3) Mc 2,10 . Lc 5,24 : paralelumenôi (aan de verlamde)        
acc. enk. : paralutikon 2   2 (1) Mt 9,2 . (1) Mc 2,3          
nom. mv. : paralutikoi               Hnd 8,7 : paralelumenoi (verlamden)    
gen. mv. : paralutikôn                    
dat. mv. : paralutikois                    
acc. mv. : paralutikous 1 Dt 32,36 : paralelumenous (verlamden) 1 1            
Totaal   10   10 5 5          

- datief mannelijk enkelvoud paralutikôi . In vijf verzen in de bijbel : (1) Mt 9,2 // Mc 2,5 . (2) Mt 9,6 // Mc 2,10 . (3) Mc 2,5 // Mt 9,2 . (4) Mc 2,9 . (5) Mc 2,10 // Mt 9,6 .
- accusatief mannelijk enkelvoud paralutikon . In twee verzen in de bijbel : (1) Mt 9,2 // Mc 2,3 . (2) Mc 2,3 // Mt 9,2 .
- In Mc 2,1-12 komt een vorm van paralutikos vijfmaal voor , in Mt 9,1-8 viermaal .

10. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .

Mt 2,16 : Herodes Mt 27,3 : Judas Mt 27,24 : Pilatus
Tote (toen) Tote (toen)  
Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus)
hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)...
 

brengt de dertig zilverstukken terug

laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk
  èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed)
  Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) humeis opsesthe ( u ziet maar)
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -

Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .

Mt 5,1 idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten)
Mt 8,18 idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte)
Mt 9,23 kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte)
Mt 9,36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)

18. paralutikôi (aan de lamme) . Datief mannelijk enkelvoud . Zie hierboven 5.

Mt 9,3 - Mt 9,3 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:3 kai idou tines tôn grammateôn eipan en eautois outos blasfèmei  3 et ecce quidam de scribis dixerunt intra se hic blasphemat  . 3 En zie, enkelen van de schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Deze lastert God. 3 En ziet, sommigen der Schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Deze lastert God.   [3] Nu zeiden een paar schriftgeleerden onder elkaar: ‘Die man lastert God.’  [3] Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal!  3 En zie, enkelen van de schriftgeleerden zeggen bij zichzelf: hij lastert!  » 3. Et voici que quelques scribes se dirent par-devers eux : « Celui-là blasphème. »

King James Bible . And, behold, certain of the scribes said within themselves, This man blasphemeth.
Luther-Bibel . 3 Und siehe, einige unter den Schriftgelehrten sprachen bei sich selbst: Dieser lästert Gott.

Tekstuitleg van Mt 9,3 . Dit vers Mt 9,3 telt 10 (2 X 5) woorden en 53 letters . De getalwaarde van Mt 9,3 is 6662 (2 X 3331) .

10. blasfèmei (hij lastert God) . Indicatief praesens derde persoon enkelvoud van het werkwoord blasfèmeô (godslasterlijke taal spreken , God lasteren) . Verwijzing : blasfèmeô (godslasterlijke taal spreken , God lasteren) , zie Mc 2,7 . In twee verzen in de bijbel : (1) Mc 2,7 . (2) Mt 9,3 . Parallelteksten .

Mt 9,4 - Mt 9,4 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:4 kai idôn o ièsous tas enthumèseis autôn eipen ina ti enthumeisthe ponèra en tais kardiais umôn   4 et cum vidisset Iesus cogitationes eorum dixit ut quid cogitatis mala in cordibus vestris   En Jezus - zag - hun overwegingen in (en) zei : "Waarom overweegt u slechte dingen in uw harten?"   4 En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?  [4] Jezus wist wat voor gedachten ze koesterden. Hij zei: ‘Waarom koestert u die boze gedachten?  [4] Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten?  4 Jezus weet wel van hun gedachten en zegt: waarom zulke boze gedachten in uw harten?  4. Et Jésus, connaissant leurs sentiments, dit : « Pourquoi ces mauvais sentiments dans vos cœurs ? 

King James Bible . And Jesus knowing their thoughts said, Wherefore think ye evil in your hearts?
Luther-Bibel (1984) . Als aber Jesus dihre Gedanken sah, sprach er: Warum denkt ihr so Böses in euren Herzen?

Tekstuitleg van Mt 9,4 . Dit vers Mt 9,4 telt 17 woorden en 83 letters . De getalwaarde van Mt 9,4 is 9562 (2 X 7 X 683) .

2. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .

Mt 2,16 : Herodes Mt 27,3 : Judas Mt 27,24 : Pilatus
Tote (toen) Tote (toen)  
Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus)
hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)...
 

brengt de dertig zilverstukken terug

laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk
  èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed)
  Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) humeis opsesthe ( u ziet maar)
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -

Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .

Mt 5,1 idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten)
Mt 8,18 idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte)
Mt 9,23 kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte)
Mt 9,36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)

Mt 9,5 - Mt 9,5 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:5 ti gar estin eukopôteron eipein afientai sou ai amartiai è eipein egeire kai peripatei  5 quid est facilius dicere dimittuntur tibi peccata aut dicere surge et ambula 5 Wat immers is gemakkelijker, te zeggen: je zonden zijn vergeven, of te zeggen: sta op en wandel?  5 Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?  [5] Want wat is eenvoudiger? Zeggen: uw zonden worden vergeven, of zeggen: sta op en loop?  [5] Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”?  5 want wat is eenvoudiger: te zeggen ‘je zonden worden vergeven’ of te zeggen ‘ontwaak en wandel’?   5. Quel est donc le plus facile, de dire : Tes péchés sont remis, ou de dire : Lève-toi et marche ? 

King James Bible . [5] For whether is easier, to say, Thy sins be forgiven thee; or to say, Arise, and walk?
Luther-Bibel . 5 Was ist denn leichter, zu sagen: Dir sind deine Sünden vergeben, oder zu sagen: Steh auf und geh umher?

Tekstuitleg van Mt 9,5 .
Mt 9,6 - Mt 9,6 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:6 ina de eidète oti exousian echei o uios tou anthrôpou epi tès gès afienai amartias tote legei tô paralutikô egertheis aron sou tèn klinèn kai upage eis ton oikon sou  6 ut sciatis autem quoniam Filius hominis habet potestatem in terra dimittendi peccata tunc ait paralytico surge tolle lectum tuum et vade in domum tuam  6 Opdat u nu weet dat de Mensenzoon macht heeft op aarde orn zonden te vergeven —toen zei hij aan de lamme: Sta op (en) neem je bed op en ga heen naar je huis.  6 Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis. [6] Maar opdat u weet dat de Mensenzoon* bevoegd is om op aarde zonden te vergeven’ – toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed op en ga naar huis.’  [6] Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’  6 maar opdat ge zult weten dat de mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven… dán zegt hij tot de verlamde: ontwaak, neem je bed op en ga heen naar je huis!  6. Eh bien ! pour que vous sachiez que le Fils de l'homme a le pouvoir sur la terre de remettre les péchés, lève-toi, dit-il alors au paralytique, prends ton lit et va-t-en chez toi. » 

King James Bible . [6] But that ye may know that the Son of man hath power on earth to forgive sins, (then saith he to the sick of the palsy,) Arise, take up thy bed, and go unto thine house.
Luther-Bibel . 6 Damit ihr aber wisst, dass der Menschensohn Vollmacht hat, auf Erden die Sünden zu vergeben - sprach er zu dem Gelähmten: Steh auf, hebe dein Bett auf und geh heim!

Tekstuitleg van Mt 9,6 .

19. paralutikôi (aan de lamme) . Datief mannelijk enkelvoud , van het zelfstandig naamwoord paralutikos (lamme) . Verwijzing : paralutikos (lam, lamme) , zie Mc 2,3 . paraluô : ter zijde losmaken , verlammen .
paralutikos (lamme) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk 
nom. enk. : paralutikos 2   2 (1) Mt 8,6 . (1) Mc 2,4 . Lc 5,18 : paralelumenos (verlamde)   Hnd 9,33 : paralelumenos (verlamde)    
gen. enk. : paralutikou                    
dat. enk. : paralutikôi 5   5 2 : (1) Mt 9,2 . (2) Mt 9,6 3 : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,9 . (3) Mc 2,10 . Lc 5,24 : paralelumenôi (aan de verlamde)        
acc. enk. : paralutikon 2   2 (1) Mt 9,2 . (1) Mc 2,3          
nom. mv. : paralutikoi               Hnd 8,7 : paralelumenoi (verlamden)    
gen. mv. : paralutikôn                    
dat. mv. : paralutikois                    
acc. mv. : paralutikous 1 Dt 32,36 : paralelumenous (verlamden) 1 1            
Totaal   10   10 5 5          

- datief mannelijk enkelvoud paralutikôi . In vijf verzen in de bijbel : (1) Mt 9,2 // Mc 2,5 . (2) Mt 9,6 // Mc 2,10 . (3) Mc 2,5 // Mt 9,2 . (4) Mc 2,9 . (5) Mc 2,10 // Mt 9,6 .
- accusatief mannelijk enkelvoud paralutikon . In twee verzen in de bijbel : (1) Mt 9,2 // Mc 2,3 . (2) Mc 2,3 // Mt 9,2 .
- In Mc 2,1-12 komt een vorm van paralutikos vijfmaal voor , in Mt 9,1-8 viermaal .

Mt 9,7 - Mt 9,7 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:7 kai egertheis apèlthen eis ton oikon autou  7 et surrexit et abiit in domum suam 7 En hij stond op (en) ging heen* naar zijn huis.  7 En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.  [7] En hij stond op en ging naar huis.  [7] En hij stond op en ging naar huis.  7 En hij ontwaakt en gaat weg naar zijn huis  7. Et se levant, il s'en alla chez lui. 

King James Bible . [7] And he arose, and departed to his house.
Luther-Bibel . 7 Und er stand auf und ging heim.

Tekstuitleg van Mt 9,7 .
Mt 9,8 - Mt 9,8 : 67. Genezing van de lamme -- Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,1 - Mt 9,2 - Mt 9,3 - Mt 9,4 - Mt 9,5 - Mt 9,6 - Mt 9,7 - Mt 9,8 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:8 idontes de oi ochloi efobèthèsan kai edoxasan ton theon ton donta exousian toiautèn tois anthrôpois   8 videntes autem turbae timuerunt et glorificaverunt Deum qui dedit potestatem talem hominibus  8 Toen ze dit nu zagen, vreesden de volksmenigten en verheerlijkten God die een dergelijke macht aan mensen gegeven had .   8 De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.
schilderij van Caravaggio: Jezus neemt de tollenaar als leerling  
[8] Toen de menigte dit zag, kregen ze ontzag, en ze verheerlijkten God, die deze bevoegdheid aan mensen geeft.   [8] Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.  . 8 De scharen die dat zien worden bevangen door ontzag en verheerlijken God, dat hij zo´n volmacht aan de mensen heeft gegeven.   8. A cette vue, les foules furent saisies de crainte et glorifièrent Dieu d'avoir donné un tel pouvoir aux hommes. 

King James Bible . [8] But when the multitudes saw it, they marvelled, and glorified God, which had given such power unto men.
Luther-Bibel . 8 Als das Volk das sah, fürchtete es sich und pries Gott, der solche Macht den Menschen gegeben hat.

Tekstuitleg van Mt 9,8 .

1. act. part. aor. nom. mann. mv. ιδοντες = idontes (gezien) . Zie : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Mt (14) : (1) Mt 2,10 . (2) Mt 8,34 . (3) Mt 9,8 . (4) Mt 9,11 . (5) Mt 12,2 . (6) Mt 14,26 . (7) Mt 18,31 . (8) Mt 21,15 . (9) Mt 21,20 . (10) Mt 21,32 . (11) Mt 21,38 . (12) Mt 26,8 . (13) Mt 27,54 . (14) Mt 28,17 . Een vorm van ειδον / ειδεν = eidon / eiden in het NT (336) .
  zien  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  part. aor. nom. mann. mv. idontes   63  22  41  14    28  32     

- Hebreeuws . וַיִּרְאוּ = wajjirë`û (en zij zagen) < prefix nevenschikkend voegw. wë en werkw.vorm act. ind. imperf. (jiqtol) 3de pers. mann. mv. van het werkw. רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (47) . Een vorm van רָאָה = râ´âh in Tenakh (1188) .
- Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) .

1. - 2. και ιδοντες = kai idontes (en gezien) . NT (10) : (1) Mt 8,34 . (2) Mt 9,11 . (3) Mt 14,26 . (4) Mt 21,20 . (5) Mt 28,17 . (6) Mc 7,2 . (7) Lc 2,48 . (8) Lc 8,36 . (9) Lc 19,7 . (10) Hnd 16,40 .
- ιδοντες δε = idontes de (gezien echter) . NT (13) : (1) Mt 2,10 . (2) Mt 9,8 . (3) Mt 18,31 . (4) Mt 21,15 . (5) Mt 26,8 . (6) Lc 2,17 . (7) Lc 8,34 . (8) Lc 9,54 . (9) Lc 18,15 . (10) Lc 20,14 . (11) Lc 22,49 . (12) Hnd 13,45 . (13) Hnd 16,19 .

5. ind. aor. 3de pers. mv. εφοβηθησαν = efobèthèsan (zij vreesden) van het werkw. φοβεομαι = fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in het NT : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in de LXX : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in Lc : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Bijbel (49) . OT (35) . NT (14) : Mt (4) : (1) Mt 9,8 . (2) Mt 17,6 . (3) Mt 21,46 . (4) Mt 27,54 . Mc (3) : (1) Mc 4,41 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 12,12 . Lc (4) : (1) Lc 2,9 . (2) Lc 8,35 . (3) Lc 9,34 . (4) Lc 20,19 . Joh (1) : Joh 6,19 . Hnd (1) : Hnd 16,38 . Hebr. (1) : Heb 11,23 . Een vorm van εφοβηθησαν = fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in de LXX (460) , in het NT (95) , in Mc (12) : (1) Mc 4,41 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 5,33 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 6,20 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 9,32 . (8) Mc 10,32 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 11,32 . (11) Mc 12,12 . (12) Mc 16,8 , in Lc (21) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,30 . (3) Lc 1,50 . (4) Lc 2,9 . (5) Lc 2,10 . (6) Lc 5,10 . (7) Lc 8,25 . (8) Lc 8,35 . (9) Lc 8,50 . (10) Lc 9,34 . (11) Lc 9,45 . (12) Lc 12,4 . (13) Lc 12,5 . (14) Lc 12,7 . (15) Lc 12,32 . (16) Lc 18,2 . (17) Lc 18,4 . (18) Lc 19,21 . (19) Lc 20,19 . (20) Lc 22,2 . (21) Lc 23,40 .
    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  ind. aor. 3de pers. mv. efobèthèsan   49  35  14    11  12   

- Hebreeuws . וַיִּירְאוּ = wajjîr´û (en zij vreesden) < prefix verbindingswoord wa + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. יָרָא = jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Taalgebruik in Tenakh : jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 31 OF 211 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (14) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 43,18 . (3) Ex 14,10 . (4) Ex 14,31 . (5) Ex 34,30 . (6) Joz 10,2 . (7) 1 S 17,24 . (8) 2 K 17,7 . (9) Jon 1,5 . (10) Jon 1,10 . (11) Jon 1,16 . (12) Hag 1,12 . (13) Ps 64,10 . (14) Ps 65,9 .
- Lat. timere . Ned. vrezen . E. to be afraid . D. fürchten . Fr. prendre peur .

7. act. ind. imperf. 3de pers. mv. εδοξαζον = edoxazon (zij verheerlijkten) van het werkw. (verheerlijken, loven) . Taalgebruik in het NT : doxazô (verheerlijken) . Taalgebruik in de LXX : doxazô (verheerlijken) . Taalgebruik in Lc : doxazô (verheerlijken) . Bijbel = NT (6) : (1) Lc 5,26 . (2) Lc 7,16 . (3) Hnd 4,21 . (4) Hnd 13,48 . (5) Hnd 21,20 . (6) Gal 1,24 . Een vorm van δοξαζω = doxazô in de LXX (143) , in het NT (61) , in Mt (4) , in Lc (1) , in Lc (zie hieronder) , in Joh (23) , in Hnd (5) . In de LXX kan δοξαζω = doxazô de vertaling van 19 verschillende Hebreeuwse (werk)woorden zijn .
- act. ind. aor. 3de pers. mv. εδοξασαν = edoxasan (zij verheerlijkten) van het werkw. δοξαζω = doxazô (verheerlijken, loven) . Taalgebruik in het NT : doxazô (verheerlijken) . Taalgebruik in de LXX : doxazô (verheerlijken) . Taalgebruik in Lc : doxazô (verheerlijken) . Bijbel (7) : (1) Ezr 8,36 . (2) 1 Mak 14,29 . (3) Sir 47,6 -. (4) Mt 9,8 . (5) Mt 15,31 . (6) Hnd 11,18 . (7) Rom 1,21 .



Evangelie van de 10de (tiende) zondag door het a-jaar : Mt 9,9-13 . Verwijzing : Mt 9,9-13 .

In die tijd trok Jezus verder. Hij zag iemand aan het tolhuis zitten die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: 'Volg Mij'. De man stond op en volgde Hem. Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen. Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: "Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?" Jezus hoorde dit en zei: "Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars."

68. Roeping van Levi / Matteüs : Mt 9,9 - Mc 2,13-14 - Mt 9,9 - Lc 5,27-28 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -
Mt 9,9 - Mt 9,9 -- Mc 2,13-14 - Lc 5,27-28 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 Καὶ παράγων Ἰησοῦς ἐκεῖθεν εἶδεν ἄνθρωπον καθήμενον ἐπὶ τὸ τελώνιον, Μαθθαῖον λεγόμενον, καὶ λέγει αὐτῷ, Ἀκολούθει μοι. καὶ ἀναστὰς ἠκολούθησεν αὐτῷ. 9 et cum transiret inde Iesus vidit hominem sedentem in teloneo Mattheum nomine et ait illi sequere me et surgens secutus est eum   En toen Jezus daarvandaan (komend) langsging , zag hij een mens , zittend bij het tolhuis , Matteüs genoemd , en hij zei hem : "Volg mij" . En hij stond op (en) volgde hem .   9 En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheüs; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. [9] Toen Jezus vandaar verder ging, zag Hij iemand bij het tolkantoor zitten, die Matteüs* heette, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ Hij stond op en volgde Hem. [9] Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem. 9 ¶ Als Jezus daarvandaan verdergaat, ziet hij een mens bij het tolhuis zitten, Matteüs geheten, en hij zegt tot hem: volg mij! Hij staat op en volgt hem.   9. Étant sorti, Jésus vit, en passant, un homme assis au bureau de la douane, appelé Matthieu, et il lui dit : « Suis-moi ! » Et, se levant, il le suivit.

King James Bible . [9] And as Jesus passed forth from thence, he saw a man, named Matthew, sitting at the receipt of custom: and he saith unto him, Follow me. And he arose, and followed him.
Luther-Bibel . 9 Und als Jesus von dort wegging, sah er einen Menschen am Zoll sitzen, der hieß Matthäus; und er sprach zu ihm: Folge mir! Und er stand auf und folgte ihm.
Evangelie van de 10de (tiende) zondag door het a-jaar : In die tijd trok Jezus verder. Hij zag iemand aan het tolhuis zitten die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: 'Volg Mij'. De man stond op en volgde Hem.

Tekstuitleg van Mt 9,9 .

1. kai (en) . Verwijzing : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Bij verandering van personage gebruikt Matteüs vaak het partikel de (echter, nu) dat op de tweede plaats in de zin staat . Het is opmerkelijk dat in Mt 9,9 het nevenschikkend voegwoord kai (en) staat ofschoon er verandering van personage is .
kai (en)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

2. paragôn (langsdrijvend, langsvoerend) . Participium praesens nominatief mannelijk enkelvoud . In het Nederlands kennen we het werkwoord ageren , ac-tie voeren , handelen . In vier verzen in de bijbel , enkel in het N.T. : (1) Mt 9,9 (roeping van Matteüs) . (2) Mc 1,16 (roeping van Petrus en Andreas) . (3) Mc 2,14 (roeping van Levi) . (4) Joh 9,1 (Jezus voert langs een blinde) . Parallelteksten : (1) Mt 9,9 // Mc 2,14 .

3. ho . Verwijzing : bepaald lidwoord .

lidw. enk. bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 

4. Ièsous (Jezus) , zie Mt 1,1 . In 604 verzen in de bijbel . In 151 verzen in het O.T. . In 455 verzen in het N.T. . In 110 verzen bij Matteüs . In tien verzen in Mt 9 , telkens voorafgegaan door het bepaald lidwoord ho : nominatief mannelijk eenkelvoud .

5. ekeithen (vandaar) . Verwijzing : ekeithen (vanhier, vandaar) , zie Mt 4,21 en Mc 10,1 . In 157 verzen in de bijbel . In 130 verzen in het O.T. . In zevenentwintig verzen in het N.T. : Mt (12) . Mc (5) . Lc (3) . Joh (2) . Hnd (4) en in Apk 22,2 . Het is meestal de vertaling van het Hebreeuwse misjsjâm (uit : min en sjam) . Misjsjâm (vanaf daar) komt in 103 verzen in Tenach voor .
In twaalf verzen gebruikt Matteüs ekeithen (vandaar) : (1) Mt 4,21 . (2) Mt 5,26 . (3) Mt 9,9 . (4) Mt 9,27 . (5) Mt 11,1 . (6) Mt 12,9 . (7) Mt 12,15 . (8) Mt 13,53 . (9) Mt 14,13 . (10) Mt 15,21 . (11) Mt 15,29 . (12) Mt 19,15 . In acht gevallen is er een participiumzin . Ofwel het participium ofwel het hoofdwerkwoord is een werkwoord van beweging . In twee verzen volgt ekeithen (vandaar) op het hoofdwerkwoord anechôrèsen (hij week uit) : Mt 12,15 en Mt 14,13 . In deze beide gevallen wordt het hoofdwerkwoord voorafgegaan door een participiumzin met een werkwoord zonder beweging . In de zes andere participiumzinnen staat een werkwoord van beweging . Daarbij staat de bepaling van plaats ekeithen (vandaar) . In vijf verzen volgt ekeithen (vandaar) op het participium . In Mt 15,29 staat het onderwerp ho Ièsous (Jezus) tussen het participium en ekeithen (vandaar). Opmerkelijk is ook dat in deze zes participiumzinnen de zin begint met het nevenschikkend voegwoord kai (en) .

1. 2. 3. 4.  5. 6.
Mt 4,21 Mt 5,26 Mt 9,9 Mt 9,27 Mt 11,1 Mt 12,9
Kai (en)   Kai (en) Kai (en)   Kai (en)
probas (vooruitgebaand)   paragôn (langsvoerend) ho Ièsous (Jezus) paragonti (langsvoerend)   metabas (overgegaan)
ekeithen (vandaar)   ekeithen (vandaar) ekeithen (vandaar) tôi Ièsôu (Jezus)   ekeithen (vandaar)
eiden (zag hij) ou mè exelthèis (jullie zullen niet uitgaan)  eiden (zag hij)     èlthen (kwam hij)
  ekeithen (vandaar)          
23. Roeping van de eerste leerlingen : Mc 1,16-20 - Mt 4,18-22  31. Verzoening en gerecht : Mt 5,25-26 - Lc 12,57-59  68. Roeping van Levi / Matteüs : Mc 2,13-14 - Mt 9,9 - Lc 5,27-28  72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31  75. Keuze van de twaalf en volmachtsoverdracht : Mt 10,1-4  95. Genezing van een verdorde hand op sabbat : Mc 3,1-6 - Lc 6,6-11 - Lc 14,1-6 - Mt 12,9-14 

 7. 8. 9.  10.  11.  12.  
Mt 12,15 Mt 13,53 Mt 14,13 Mt 15,21 Mt 15,29 Mt 19,15
Ho de Ièsous (Jezus echter)   Akousas de ho Ièsous (Gehoord echter Jezus) Kai (en) Kai (en)  
gnous (geweten)     exelthôn (naar buiten gegaan) metabas (overgegaan)  ho Ièsous (Jezus)  
      ekeithen (vandaar) ho Ièsous (Jezus) ekeithen (vandaar)  
anechôrèsen (week uit)   anechôrèsen (week uit) anechôrèsen (week uit) èlthen (kwam hij) eporeuthè (begaf hij zich op weg) 
ekeithen (vandaar)   ekeithen (vandaar)     ekeithen (vanaf hier)  
96. Volkstoeloop en genezingen : Mc 3,7-12 - Mt 12,15-21 - Lc 6,17-20a  145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30  150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 // Mt 14,13-14 // Lc 9,10-11 - Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11  156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw : Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28  157. Genezing van een doofstomme : Mc 7,31-37 - Mt 15,29-31  267. Jezus ontvangt de kinderen : Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17   

21. èkolouthèsen (hij volgde) . Verwijzing : akoloutheô (volgen) , zie Mt 4,20 . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In negen verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In acht verzen in het N.T. . In drie verzen bij Matteüs : (1)  Mt 9,9 . (2) Mt 9,19 . (3) Mt 20,29 .

12. een leerling 13. Jezus 14. een grote menigte
Mt 9,9 Mt 9,19 Mt 20,29
kai (en) kai (en) kai (en)
anastas (opgestaan) egertheis ho Ièsous (Jezus opgestaan)  
èkolouthèsen (volgde)  èkolouthèsen (volgde)  èkolouthèsen (volgde) 
autôi (hem)  autôi (hem)  autôi (hem) 
    ochlus polus (een grote menigte)
68. Roeping van Levi / Matteüs : Mc 2,13-14 - Mt 9,9 - Lc 5,27-28 - Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - 276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -

Het meervoud èkolouthèsan (zij volgden) komt in elf verzen bij Matteüs voor : (1) Mt 4,20 . (2) Mt 4,22 . (3) Mt 4,25 . (4) Mt 8,1 . (5) Mt 8,25 . (6) Mt 9,27 . (7) Mt 12,15 . (8) Mt 14,13 . (9) Mt 19,2 . (10) Mt 20,34 . (11) Mt 27,55 .
Het enkelvoud èkolouthèsen (hij volgde) en het meervoud èkolouthèsan (zij volgden) komt samen in veertien verzen bij Matteüs voor . In dertien van de veertien gevallen volgt een persoonlijk voornaamwoord als nadere bepaling op de werkwoordsvorm van akoloutheô (volgen) . In dertien van de veertien gevallen wordt Jezus gevolgd , in Mt 9,19 volgt Jezus iemand .

21. - 22. èkolouthèsen autôi (hij volgde hem) . Verwijzing : akoloutheô (volgen) , zie Mt 4,20 . In zes verzen in het N.T. . In drie verzen bij Matteüs : (1)  Mt 9,9 . (2) Mt 9,19 . (3) Mt 20,29 . In twee verzen bij Marcus : (1) Mc 2,14 (// Mt 9,9 ) . Mc 14,54 . In één vers bioj Lucas : Lc 5,28 .
- èkolouthèsen autôi (hij volgde hem) behoort tot de buitenkring van het verhaal . Hieraan beantwoordt een begin : kai paragôn ho Ièsous (en Jezus voorbijvoerend) .

69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mt 9,10-13 - Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,10 - Mt 9,11 - Mt 9,12 - Mt 9,13 -

Mt 9,10 - Mt 9,10 : 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars - Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,10 - Mt 9,11 - Mt 9,12 - Mt 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai egeneto autou anakeimenou en tèi oikiai, kai idou polloi telônai kai hamartôloi elthontes sunanekeinto tôi Ièsou kai tois mathètais autou et factum est discumbente eo in domo ecce multi publicani et peccatores venientes discumbebant cum Iesu et discipulis eius   En het gebeurde toen hij aanlag in het huis, en zie, talrijke tollenaars en zondaars waren gekomen (en) lagen mee aan met Jezus en zijn leerlingen.   Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen.   Nu kwamen er bij een maaltijd in zijn huis vele tollenaars en zondaars aan tafel, samen met Jezus en zijn leerlingen.  Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen.   En het geschiedt wanneer hij aanligt in zijn huis, zie, vele tollenaars en zondaars komen en liggen aan samen met Jezus en zijn leerlingen.  10. Comme il était à table dans la maison, voici que beaucoup de publicains et de pécheurs vinrent se mettre à table avec Jésus et ses disciples.

King James Bible . [10] And it came to pass, as Jesus sat at meat in the house, behold, many publicans and sinners came and sat down with him and his disciples.
Luther-Bibel . 10 Und es begab sich, als er zu Tisch saß im Hause, siehe, da kamen viele Zöllner und Sünder und saßen zu Tisch mit Jesus und seinen Jüngern.
Evangelie van de 10de (tiende) zondag door het a-jaar : Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen.

Tekstuitleg van Mt 9,10 .

14. elthontes (gekomen) . Verwijzing : elthontes (gegaan, gekomen) , zie Mt 8,14 . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord erchomai (gaan, komen) . Het komt in zesendertig verzen in de bijbel voor . In vijftien verzen in het O.T. . In eenentwintig verzen in het N.T. : Mt (12) . Mc (3) . Lc (0) . Joh (2) . Hnd (4) en in 2 Cor 11,9 . Bij Matteüs : (1) Mt 2,11 . (2) Mt 9,10 . (3) Mt 14,12 . (4) Mt 16,5 . (5) Mt 18,31 . (6) Mt 20,9 . (7) Mt 20,10 . (8) Mt 27,33 . (9) Mt 27,64 . (10) Mt 28,11 . (11) Mt 28,13 . In zeven gevallen komt elthontes in Matteüs-eigen teksten voor . Er resten nog vier verzen. Mt 9,10 is identiek met Mc behalve dat Mt elthontes meer heeft . In Mc vinden we een variante lezing van de tekst in Mt 14,12 . In Mt 16,5 vinden we een participiumzin , die we niet bij Mc en Lc vinden . De participiumzin in Mt 27,33 staat aan het begin van de pericope . In Mc en Lc vinden we varianten van de tekst . In acht gevallen begint de participiumzin met het nevenschikkend voegwoord kai (en) ; in één geval met idou (zie) . Na het participium kan eventueel het onderwerp volgen . Maar daarop volgt dan het hoofdwerkwoord . In vier gevallen volgt op het participium (en eventueel het onderwerp) een bepaling van plaats , ingeleid door het voorzetsel eis (naar) .
We hebben hier dus te maken met een eigen taalgebruik van Matteüs, althans in vergelijking met Marcus en Lucas .
1. elthontes . Tollenaars en zondaars 3. elthontes 5. elthontes 6. elthontes 7. elthontes 9. elthontes 10. elthontes 11. elthontes
Mt 9,10 Mt 14,12 Mt 18,31 Mt 20,9 Mt 20,10 Mt 27,64 Mt 28,11 Mt 28,13
kai idou (+ onderwerp) kai (en) kai (en)  kai (en)  kai (en) mèpote (opdat niet) : voegwoord idou (zie) + onderwerp onderwerp (hoi mathètai autou = zijn leerlingen) + tijdsbepaling
elthontes (gekomen) elthontes elthontes elthontes (en gekomen) + onderwerp elthontes (en gekomen) + onderwerp elthontes hoi mathètai autou (opdat zijn leerlingen hem niet zouden komen) elthontes (gekomen) eis tèn polin (naar de stad) elthontes
sunekeinto (lagen zij aan) (kwamen zij aanliggen) apèggeilan (kwamen zij melden) diesafèsan (kwamen zij vertellen)  + werkwoord  + werkwoord (van mening) klepsôsin (stelen) apèggeilan (zijn naar de stad komen melden) eklepsan (zij kwamen stelen)
69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 - Jezus wandelt op het meer - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 - 182. Gelijkenis van de onbarmhartige dienaar : Mt 18,23-35 -  272. Gelijkenis van de arbeiders in de wingaard : Mt 20,1-16 -  272. Gelijkenis van de arbeiders in de wingaard : Mt 20,1-16 - 350. Wacht bij het graf : Mt 27,62-66  352. Het omkopen van de wacht : Mt 28,11-15 -  352. Het omkopen van de wacht : Mt 28,11-15 -

Jezus heeft vele malen aan tafel aangelegen . anakeimenou (aanliggend) participium praesens genitief enkelvoud, vinden we in de bijbel slechts in 2 verzen, en wel bij Matteüs. In Mt 9,10-13 maken de Farizeeën opmerkingen aan de leerlingen van Jezus over het feit dat hun meester eet met zondaars en tollenaars. In Mt 26,7 - Mt 26,6-13 - giet een vrouw kostbare olie over Jezus'hoofd. De leerlingen van Jezus zijn geërgerd over die verspilling. Voor Judas is de maat vol; hij besluit Jezus aan de hogepriesters uit te leveren .
Mt 9,11 - Mt 9,11 : 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars - Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,10 - Mt 9,11 - Mt 9,12 - Mt 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai idontes hoi Pharisaioi elegon tois mathètais autou, Dia tí tôn telônôn kai hamartôlôn esthiei ho didaskalos humôn; Pharisaei dicebant discipulis eius quare cum publicanis et peccatoribus manducat magister vester  En toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze aan zijn leerlingen: "Waarom eet jullie meester met tollenaars en zondaars?"   Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?  Toen de farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’  De Farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’   De farizeeërs zien dat,– en hebben tot zijn leerlingen gezegd: waarom eet uw leermeester met die tollenaars en zondaars?  11. Ce qu'ayant vu, les Pharisiens disaient à ses disciples : « Pourquoi votre maître mange-t-il avec les publicains et les pécheurs ? »  

King James Bible . [11] And when the Pharisees saw it, they said unto his disciples, Why eateth your Master with publicans and sinners?
Luther-Bibel . 11 Als das die Pharisäer sahen, sprachen sie zu seinen Jüngern: Warum isst euer Meister mit den Zöllnern und Sündern?
Evangelie van de 10de (tiende) zondag door het a-jaar : Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: "Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?"

Tekstuitleg van Mt 9,11 . De Farizeeën zien een bepaald gedrag van Jezus . Zij stellen aan zijn leerlingen de vraag waarom hij dat doet .
Mt 9,11 kai (en) idontes (gezien) hoi Pharisaioi (de Farizeeën) elegon (zeiden)
Mt 12,2 hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) idontes (gezien)  eipan autôi (zeiden hem)

1. kai (en) . Verwijzing : kai (en) , zie Mt 1,2 . Nevenschikkend voegwoord . In 26980 verzen in de bijbel . In 5113 verzen in het N.T. . Mt (705) . Mc (555) . Lc (822) . Joh (530) . Meestal wordt het gebruikt als voegwoord tussen twee nevenschikkende zinnen of tussen twee zinsdelen . Maar het komt ook voor bij het begin van een pericope of bij het begin van een zin ondanks de verandering van personage . In dertig verzen in Mt 9 . Niet in volgende acht verzen : (1) Mt 9,12 . (2) Mt 9,21 . (3) Mt 9,29 . (4) Mt 9,31 . (5) Mt 9,32 . (6) Mt 9,34 . (7) Mt 9,37 . (8) Mt 9,38 .

Mt 9,11.2. act. part. aor. nom. mann. mv. ιδοντες = idontes (gezien) . Zie : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Mt (14) : (1) Mt 2,10 . (2) Mt 8,34 . (3) Mt 9,8 . (4) Mt 9,11 . (5) Mt 12,2 . (6) Mt 14,26 . (7) Mt 18,31 . (8) Mt 21,15 . (9) Mt 21,20 . (10) Mt 21,32 . (11) Mt 21,38 . (12) Mt 26,8 . (13) Mt 27,54 . (14) Mt 28,17 . Een vorm van ειδον / ειδεν = eidon / eiden in het NT (336) .
  zien  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  part. aor. nom. mann. mv. idontes   63  22  41  14    28  32     

- Hebreeuws . וַיִּרְאוּ = wajjirë`û (en zij zagen) < prefix nevenschikkend voegw. wë en werkw.vorm act. ind. imperf. (jiqtol) 3de pers. mann. mv. van het werkw. רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (47) . Een vorm van רָאָה = râ´âh in Tenakh (1188) .
- Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) .

Mt 9,11.1. - 2. και ιδοντες = kai idontes (en gezien) . NT (10) : (1) Mt 8,34 . (2) Mt 9,11 . (3) Mt 14,26 . (4) Mt 21,20 . (5) Mt 28,17 . (6) Mc 7,2 . (7) Lc 2,48 . (8) Lc 8,36 . (9) Lc 19,7 . (10) Hnd 16,40 .
- ιδοντες δε = idontes de (gezien echter) . NT (13) : (1) Mt 2,10 . (2) Mt 9,8 . (3) Mt 18,31 . (4) Mt 21,15 . (5) Mt 26,8 . (6) Lc 2,17 . (7) Lc 8,34 . (8) Lc 9,54 . (9) Lc 18,15 . (10) Lc 20,14 . (11) Lc 22,49 . (12) Hnd 13,45 . (13) Hnd 16,19 .

3. hoi (de) . Verwijzing : lidwoord , zie Mt 28,18 . Bepaald lidwoord nominatief mannelijk meervoud . Bijbel (4230) . O.T. (3257) . N.T. (973) . Mt (196) . Mc (101) . Lc (165) . Joh (125) . Brieven (316) . Apk (70) . In 196 verzen bij Mt , zie Mt 2,5 . Mt 1 (0) . Mt 2 (3) . Mt 3 (1) . Mt 4 (3) . Mt 5 (11) . Mt 6 (4) . Mt 7 (8) . Mt 8 (6) . Mt 9 (13) . Mt 10 (3) . Mt 11 (3) . Mt 12 (13) . Mt 13 (10) . Mt 14 (9) . Mt 15 (7) . Mt 16 (5) . Mt 17 (7) . Mt 18 (3) . Mt 19 (5) . Mt 20 (10) . Mt 21 (13) . Mt 22 (10) . Mt 23 (3) . Mt 24 (7) . Mt 25 (5) . Mt 26 (14). Mt 27 (15) . Mt 28 (5) . In dertien verzen in Mt 9 : (1) Mt 9,8 . (2) Mt 9,11 . (3) Mt 9,12 . (4) Mt 9,14 . (5) Mt 9,15 . (6) Mt 9,17 . (7) Mt 9,19 . (8) Mt 9,28 . (9) Mt 9,30 . (10) Mt 9,31 . (11) Mt 9,33 . (12) Mt 9,34 . (13) Mt 9,37 .

4. Pharisaioi (Farizeeën) . Verwijzing : Farisaioi (Farizeeën) , zie Mt 9,11 .

farisaios Farizeeër) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  Lc Hnd
nom. enk. farizaios              
gen. enk. farisaiou                  
nom. mv. farizaioi 49   49 21 8 10 9 1        
gen. mv. farisaiôn 28    28         
dat. mv. farisaiois                  
acc. mv. farisaious                
Totaal   95    95  28  12  27  19       

In negenenveertig verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. . Mt (21) . Mc (8) . Lc (10) . Joh (9) . Hnd (1) . In eenentwintig verzen bij Matteüs : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (7) Mt 15,1 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (10) Mt 19,3 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (15) Mt 23,13 . (16) Mt 23,15 . (17) Mt 23,23 . (18) Mt 23,25 . (19) Mt 23,27 . (20) Mt 23,29 . (21) Mt 27,62 . Zesmaal in : wee u schriftgeleerden en Farizeeën in Mt 23 : (15) Mt 23,13 . (16) Mt 23,15 . (17) Mt 23,23 . (18) Mt 23,25 . (19) Mt 23,27 . (20) Mt 23,29 .

1. 2. 3. 4. 5. 6.
Mt 9,11 Mt 9,14 Mt 9,34 Mt 12,2 Mt 12,14 Mt 12,24
kai (en) dia tí (waarom)        
idontes (gezien) hoi Pharisaioi (de Farizeeën) hèmeis kai hoi Pharisaioi (wij en de Farizeeën)  hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter)  hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) idontes (gezien)  exelthontes de (naar buiten gegaan echter) hoi Pharisaioi (de Farizeeën) hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) akouontes (gehoord) 
elegon (zeiden) nèsteuomen (vasten) elegon (zeiden) eipan autôi (zeiden hem) sumboulion elabon (namen het besluit) eipon (zeiden)
 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 - 70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe : Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39 73. Genezing van een stomme bezetene : Mt 9,32-34 - Mt 12,22-23 - Mc 3,22-27 - Lc 11,14 94. Aren uittrekken op sabbat : Mc 2,23-28 - Mt 12,1-8 - Lc 6,1-5 95. Genezing van een verdorde hand op sabbat : Mc 3,1-6 - Lc 6,6-11 - Lc 14,1-6 - Mt 12,9-14 118. De Beëlzebubcontroverse : Mc 3,22-27 - Mt 12,24-30 - Lc 11,15-23

7. 8. 9. 10.
Mt 15,1 Mt 15,12 Mt 16,1 Mt 19,3
Tote (Daarop)   kai (en) kai (en)
  hoi Pharisaioi (de Farizeeën) akouontes (gehoord) ton logon (het woord)  proselthontes (naderbijgekomen) hoi Pharisaioi kai Saddukaioi (de Farizeeën en Sadduceeën) peirazontes (op de proef stellend) prosèlthon autôi (naderden hem) Pharisaioi (Farizeeën) peirazontes auton (hem op de proef stellend)
proserchontai tôi Ièsou (komen naderbij Jezus) apo Hierosolumôn Farisaioi kai grammateis (vanuit Jeruzalem) (Fazrizeeën en schriftgeleerden) legontes (zeggende) eskandalisthèsan (werden geschandaliseerd) epèrôtèsan auton (vroegen hem) kai legontes (en zeggende)
154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc 8,11-13 - Mt 16,1-4 - Mt 12,38-42 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9

11. 12. 13. 14. 21.  
Mt 21,45 Mt 22,15 Mt 22,34 Mt 23,2 Mt 27,62 Mt 12,38
kai (en) Tote (daarop)       Tote (Daarop)
akouontes (gehoord) poreuthentes (zich op weg begeven)       apekrithèsan autôi (antwoordden hem)
hoi archiereis kai hoi Pharisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën) ... hoi Pharisaioi (de Farizeeën) hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) akouontes (gehoord) ...     tines tôn grammateôn kai Pharisaiôn (sommige schriftgeleerden en Farizeeën)
egnôsan (wisten) sumboulion elabon (namen het besluit) sunèchthèsan epi to auto (verzamelden bij elkaar) ekathisan (zijn gezeten) hoi grammateis kai hoi Pharisaioi (de schriftgeleerden en de Farizeeën) sunèchthèsan (verzamelden) hoi archiereis kai hoi Pharisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën) ... legontes (zeggende)
 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 293. Vraag naar het eerste gebod : Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 295. Aanklacht tegen schriftgeleerden en Farizeeën : Mc 12,37b-40 - Mt 23,1-12 - Lc 20,45-47 350. Wacht bij het graf : Mt 27,62-66 121. Het teken van Jona : Mt 12,38-42 - Lc 11,29-32 -

3. - 4. hoi (...) Pharisaioi (de Farizeeën) . In negenendertig verzen in het N.T. . Mt (13) . Mc (8) . Lc (8) . Joh (9) . In elf verzen bij Mt : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (21) Mt 27,62 .
- hoi Pharisaioi (de Farizeeën) . In drieëndertig verzen in het N.T. . Mt (9) . Mc (8) . Lc (7) . Joh (9) . In acht verzen (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (5) Mt 12,14 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (14) Mt 23,2 . (21) Mt 27,62 .
- kai hoi Pharisaioi (en de Farizeeën) . In vijftien verzen in het N.T. . Mt (4) . Mc (2) . Lc (5) . Joh (4) . In vier verzen bij Mt : (2) Mt 9,14 . (11) Mt 21,45 . (14) Mt 23,2 . (21) Mt 27,62 .
- hoi de Pharisaioi (de Farizeeën echter) . In vijf verzen in het N.T. . Mt (4) . Lc (1) . In vier verzen bij Matteüs . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (6) Mt 12,24 . (13) Mt 22,34 .

Mt 9,12 - Mt 9,12 : 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars - Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,10 - Mt 9,11 - Mt 9,12 - Mt 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:12 o de akousas eipen ou chreian echousin oi ischuontes iatrou all oi kakôs echontes 12 at Iesus audiens ait non est opus valentibus medico sed male habentibus  Hij echter hoorde dat (en) zei : "Niet de sterken hebben een dokter nodig, maar wel degenen die er slecht aan toe zijn .   12 Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.   [12] Hij hoorde dat en zei: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.  [12] Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.  12 Maar hij hoort dat en zegt: wie gezond zijn hebben geen dokter nodig, maar wel wie er slecht aan toe zijn;   12. Mais lui, qui avait entendu, dit : « Ce ne sont pas les gens bien portants qui ont besoin de médecin, mais les malades.  

King James Bible . [12] But when Jesus heard that, he said unto them, They that be whole need not a physician, but they that are sick.
Luther-Bibel . 12 Als das Jesus hörte, sprach er: Die Starken bedürfen des Arztes nicht, sondern die Kranken.
Evangelie van de 10de (tiende) zondag door het a-jaar : Jezus hoorde dit en zei: "Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.

Tekstuitleg van Mt 9,12 . De vraagzin van het vorige vers eindigt met het onderwerp ho didaskalos humôn (jullie leermeester) . De vraag was echter aan de leerlingen gericht . Maar Jezus geeft antwoord op de gestelde vraag . Vandaar begint de zin met ho de (hij echter) . Matteüs begint niet de zin met kai... (en). In acht verzen gebruikt Matteüs het participium akousas (gehoord) . Telkens wordt het partikel de (echter, nu) gebruikt . Het geeft verandering van personage aan. We krijgen een bepaald parallellisme met vorig vers :

Mt 9,11 Mt 9,12
kai idontes hoi Farizaioi (en de Farizeeën gezien) ho de akousas (hij echter gehoord)
elegon (zeiden) eipen (zei)
tois mathètais autou (aan zijn leerlingen)  

 

Mt 9,13 - Mt 9,13 : 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars - Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,10 - Mt 9,11 - Mt 9,12 - Mt 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:13 poreuthentes de mathete ti estin eleos thelô kai ou thusian ou gar èlthon kalesai dikaious alla amartôlous 13 euntes autem discite quid est misericordiam volo et non sacrificium non enim veni vocare iustos sed peccatores Ga (en) leer wat het is : Barmhartigheid wil ik en geen offer ; ik ben immers niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars . "  13 Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. [13] Ga heen, u moet maar eens leren wat dit zeggen wil: Barmhartigheid wil Ik en geen offer. Want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’  [13] Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’  13 trekt verder en leert wat het is: ‘ontferming wil ik en geen offer’ want ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars!   13. Allez donc apprendre ce que signifie : C'est la miséricorde que je veux, et non le sacrifice. En effet, je ne suis pas venu appeler les justes, mais les pécheurs. »

King James Bible . [13] But go ye and learn what that meaneth, I will have mercy, and not sacrifice: for I am not come to call the righteous, but sinners to repentance.
Luther-Bibel . 13 Geht aber hin und lernt, was das heißt (Hosea 6,6): »Ich habe Wohlgefallen an Barmherzigkeit und nicht am Opfer.« Ich bin gekommen, die Sünder zu rufen und nicht die Gerechten.
Evangelie van de 10de (tiende) zondag door het a-jaar : Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars."

Tekstuitleg van Mt 9,13 .

1. poreuthentes (zich op weg begeven) . Verwijzing : poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) , zie Mt 2,9 . Participium aorist nominatief mannelijk of vrouwelijk meervoud. In zesentwintig verzen in de bijbel. In elf verzen in het O.T. . In vijftien verzen in het N.T. : Mt (7) . Mc (1) . Lc (7) . Bij Matteüs : (1) Mt 2,8 . (2) Mt 9,13 . (3) Mt 11,4 . (4) Mt 21,6 . (5) Mt 22,15 . (6) Mt 27,66 . (7) Mt 28,19 .
1. opdracht van Herodes aan de magiërs. 2. opdracht van Jezus aan de Farizeeën 3. opdracht van Jezus aan de leerlingen van Johannes de Doper 4. uitvoering van een opdracht van Jezus aan zijn leerlingen 5. het besluit van de Farizeeën 6. uitvoering van de opdracht van Pilatus opdracht van de engel aan de vrouwen  7. opdracht van Jezus aan zijn leerlingen
Mt 2,8 Mt 9,13 Mt 11,4 Mt 21,6 Mt 22,15 Mt 27,66 Mt 28,7 Mt 28,19
kai pempsas autous eis Bètleem eipen (en hen gezonden naar Betlehem zei hij) Mt 9,12 : ho de akousas eipen (Hij - Jezus - echter gehoord zei) kai apokritheis ho Ièsous eipen autois (en Jezus geantwoord zei hen) Mt 21,1 : tote Ièsous apesteilen duo mathètas legôn autois (daarop zond Jezus twee leerlingen zeggende hen)   Mt 27,65 : efè autois ho Pilatos (Pilatus zei hen) Mt 28,5 : apokritheis de ho aggelos eipen tais gunaiksin (Geantwoord echter de engel zei aan de vrouwen) Mt 28,18 : Kai proselthôn ho Ièsous elalèsen autois legôn (En naderbijgekomen sprak Jezus tot hen zeggend)
poreuthentes (zich op weg begeven) poreuthentes (zich op weg begeven) poreuthentes (zich op weg begeven) poreuthentes (gegaan) Tote poreuthentes (Dan gegaan) hoi de poreuthentes (zij echter gegaan) kai tachu poreutheisai (en zich snel op weg begeven) poreuthentes (zich op weg begeven)
   de (echter)    de (echter)        
      hoi mathètai (de leerlingen) hoi Farisaioi (de Farizeeën)      
imperatief 2de persoon meervoud imperatief 2de persoon meervoud imperatief 2de persoon meervoud apaggeilate (meldt)       imperatief 2de persoon meervoud : eipate (zeggen) imperatief 2de persoon meervoud
               
uitvoering: Mt 2,9 eporeuthèsan (zij begaven zich op weg)    Na Mt 11,2-6 : Mt 11,7 : toutôn de poreuomenôn (nadat zij echter zich op weg begaven) opdracht : Mt 21,2 poreuesthe : begeef je op weg   opdracht: Mt 27,65 : hupagete : ga Mt 28,7 : hupagete (ga) Mt 28,11 (na Mt 28,9-10) : poreuomenôn de autôn (nadat zij echter zich op weg begaven)  
 11. Huldiging van de magiërs : Mt 2,1-12  69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32   111. Vraag van Johannes de Doper : Lc 7,18-23 - Mt 11,2-6  279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40  291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26  350. Wacht bij het graf : Mt 27,62-66 352. Het omkopen van de wacht :Mt 28,11-15 -  353. Verschijning aan de elf in Galilea :Mt 28,16-20 -

2. de (echter) . Verwijzing : de (echter) , zie Mt 1,2 . de (echter) . Partikel als tweede woord in de zin . Lichte tegenstelling . Om verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In 6210 verzen in de bijbel . In 3754 verzen in het O.T. . In 2456 verzen in het N..T. . In 421 verzen bij Mt .

Matteüs die aan het tolhuis zit , wordt door Jezus geroepen . Daarop geeft Matteüs een feestmaal waarop tollenaars en zondaars mee aanliggen . Matteüs behoort tot beide groepen : tot de tollenaars en tot de leerlingen . De Farizeeën maken opmerkingen aan de leerlingen van Jezus dat Jezus aanligt met tollenaars en zondaars . Jezus geeft de Farizeeën een opdracht , zending : "zich op weg begeven , leert wat het is : ik wil barmhartigheid en geen offer" . manthanô (leren, onderricht ontvangen) wordt gebruikt in Mt 9,13. Jezus maakt hen duidelijk hoe ze leerling kunnen worden. De naam Maththaios (Matteüs) en de imperatief mathete (leert) klinken zeer gelijkend . In de naam Matteüs zou dan de betekenis zitten van iemand die geleerd heeft , leerling geworden dank zij de barmhartigheid en de vergeving .

70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe : Mt 9,14-17 - Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,14 - Mt 9,15 - Mt 9,16 - Mt 9,17 -

Mt 9,14 - Mt 9,14 : 70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe - Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,14 - Mt 9,15 - Mt 9,16 - Mt 9,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel  
Tote proserchontai autôi hoi mathètai Iôannou legontes, dia tí hèmeis kai hoi Pharisaioi nèsteuomen polla, hoi de mathètai sou ou nèsteuousin;  tunc accesserunt ad eum discipuli Iohannis dicentes quare nos et Pharisaei ieiunamus frequenter discipuli autem tui non ieiunant   Toen naderden de leerlingen van Johannes tot hem, zeggend: "Waarom vasten wij en de Farizeeën (veel), uw leerlingen echter vasten niet."  Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes tot Hem met de vraag: Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?   Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe met de vraag: ‘Waarom vasten* wij en de farizeeën zo vaak, maar doen uw leerlingen dat niet?’  Daarop kwamen de leerlingen van Johannes bij hem en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’  Dan komen de leerlingen van Johannes tot hem en zeggen: waarom vasten wij en de farizeeërs wél,  maar vasten úw leerlingen niet?  14. Alors les disciples de Jean s'approchent de lui en disant : « Pourquoi nous et les Pharisiens jeûnons-nous, et tes disciples ne jeûnent-ils pas ? »  

King James Bible . [14] Then came to him the disciples of John, saying, Why do we and the Pharisees fast oft, but thy disciples fast not?
Luther-Bibel . 14 Da kamen die Jünger des Johannes zu ihm und sprachen: Warum fasten wir und die Pharisäer so viel und deine Jünger fasten nicht?

Tekstuitleg van Mt 9,14 .

- een zeer parallelle zin : Mt 15,1 - Mt 15,2 .
- proserchomai (naderbijkomen) zie Mt 4,3 .

Twee soorten groepen benaderen Jezus met een vraag over het gedrag van de leerlingen. De leerlingen van Jezus onderscheiden zich van anderen omdat ze niet vasten en omdat ze de tradities van de priesters niet respecteren.

proserchontai komt slechts deze 2X bij Matteüs voor.      
  Mt 9,14   - Mt 15,1 - Mt 15,2 -
 tijdsaanduiding Tote (dan, daarop)   1. Tote (dan, daarop)
 werkwoord proserchontai (gaan naderbij)   proserchontai (gaan naderbij)
bepaling  autôi (hem)   tôi Ièsou (Jezus)
onderwerp  hoi mathètai Iôannou (de leerlingen van Johannes)   apo Hierosolumôn Farisaioi kai grammateis (vanuit Jeruzalem Farizeeërs en schriftgeleerden)
citaat inleidend  legontes (zeggende)   legontes (zeggende)
vraag   dia tí (waarom)   2. dia tí (waarom)
  hèmeis kai hoi Farizaioi (wij en de Farizeeërs) oi de mathètai sou (uw leerlingen echter) oi mathètai sou (uw leerlingen)
  nèsteuomen polla (vasten veel)  ou nèsteuousin (vasten niet)  parabainousin tèn paradosin tôn presbuterôn (overtreden de overlevering van de priesters)
   70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe : Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39 -    154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 // Mt 15,1-9 - Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 -

 

Mt 9,15 - Mt 9,15 : 70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe - Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,14 - Mt 9,15 - Mt 9,16 - Mt 9,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:15 kai eipen autois o ièsous mè dunantai oi uioi tou numfônos penthein ef oson met autôn estin o numfios eleusontai de èmerai otan aparthè ap autôn o numfios kai tote nèsteusousin   15 et ait illis Iesus numquid possunt filii sponsi lugere quamdiu cum illis est sponsus venient autem dies cum auferetur ab eis sponsus et tunc ieiunabunt   15 En Jezus zei hun: Kunnen de bruiloftsgasten treuren zolang de bruidegom rnet hen is ? Er zullen echter dagen komen, wanneer de bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan zullen ze vasten.  15 En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.   [15] Jezus zei hun: ‘Kunnen bruiloftsgasten soms rouwen zolang de bruidegom bij hen is? Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen, en dan zullen ze vasten.   [15] Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten.   15 En Jezus zegt tot hen: kunnen de ‘zonen van de bruiloftszaal’ rouwen zo lang de bruidegom bij hen is?– maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggehaald en dán zullen zij vasten;   15. Et Jésus leur dit : « Les compagnons de l'époux peuvent-ils mener le deuil tant que l'époux est avec eux ? Mais viendront des jours où l'époux leur sera enlevé ; et alors ils jeûneront. 

King James Bible . [15] And Jesus said unto them, Can the children of the bridechamber mourn, as long as the bridegroom is with them? but the days will come, when the bridegroom shall be taken from them, and then shall they fast.
Luther-Bibel . 15 Jesus antwortete ihnen: Wie können die Hochzeitsgäste Leid tragen, solange der Bräutigam bei ihnen ist? Es wird aber die Zeit kommen, dass der Bräutigam von ihnen genommen wird; dann werden sie fasten.

Tekstuitleg van Mt 9,15 .
Mt 9,16 - Mt 9,16 : 70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe - Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,14 - Mt 9,15 - Mt 9,16 - Mt 9,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:16 oudeis de epiballei epiblèma rakous agnafou epi imatiô palaiô airei gar to plèrôma autou apo tou imatiou kai ceiron scisma ginetai  16 nemo autem inmittit commissuram panni rudis in vestimentum vetus tollit enim plenitudinem eius a vestimento et peior scissura fit   16 Niemand nu zet een lap van ongevolde stof op een oude mantel; zijn verstelling immers trekt aan de mantel en de scheur wordt erger.   16 Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur.   [16] Niemand zet een lap van ongekrompen stof op een oude jas. Want het opgezette stuk trekt aan de jas, en de scheur wordt nog erger. [16] Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter.   16 niemand zet een opzetstuk van ongekrompen laken op een oud kleed; want dat haalt zijn vulstuk los van het kleed, en een ergere scheur ontstaat;   16. Personne ne rajoute une pièce de drap non foulé à un vieux vêtement ; car le morceau rapporté tire sur le vêtement et la déchirure s'aggrave.  

King James Bible . [16] No man putteth a piece of new cloth unto an old garment, for that which is put in to fill it up taketh from the garment, and the rent is made worse.
Luther-Bibel . 16 Niemand flickt ein altes Kleid mit einem Lappen von neuem Tuch; denn der Lappen reißt doch wieder vom Kleid ab und der Riss wird ärger.

Tekstuitleg van Mt 9,16 .
Mt 9,17 - Mt 9,17 : 70. Vraag over het vasten. Het oude en het nieuwe - Mc 2,18-22 - Mt 9,14-17 - Lc 5,33-39 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,14 - Mt 9,15 - Mt 9,16 - Mt 9,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:17 oude ballousin oinon neon eis askous palaious ei de mè ge règnuntai oi askoi kai o oinos ekceitai kai oi askoi apolluntai alla ballousin oinon neon eis askous kainous kai amfoteroi suntèrountai   17 neque mittunt vinum novum in utres veteres alioquin rumpuntur utres et vinum effunditur et utres pereunt sed vinum novum in utres novos mittunt et ambo conservantur 17 Evenmin giet men nieuwe wijn in oude zakken; zoniet toch, barsten de zakken en de wijn stroomt uit en de zakken gaan verloren; maar je giet nieuwe wijn in nieuwe zakken, en beide worden bewaard.  17 Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.   [17] Ook doe je geen jonge wijn in oude zakken. Anders barsten de zakken; de wijn loopt weg en de zakken gaan verloren. Nee, jonge wijn doe je in nieuwe zakken, en dan blijven beide bewaard.’  [17] Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’  17 ze gooien ook geen nieuwe wijn in oude zakken anders scheuren de zakken, wordt de wijn vergoten en gaan de zakken verloren; nee, ze gooien nieuwe wijn in nieuwe zakken, en beiden blijven bewaard! 17. On ne met pas non plus du vin nouveau dans des outres vieilles ; autrement, les outres éclatent, le vin se répand et les outres sont perdues. Mais on met du vin nouveau dans des outres neuves, et l'un et l'autre se conservent. »  

King James Bible . [17] Neither do men put new wine into old bottles: else the bottles break, and the wine runneth out, and the bottles perish: but they put new wine into new bottles, and both are preserved.
Luther-Bibel . 17 Man füllt auch nicht neuen Wein in alte Schläuche; sonst zerreißen die Schläuche und der Wein wird verschüttet und die Schläuche verderben. Sondern man füllt neuen Wein in neue Schläuche, so bleiben beide miteinander erhalten.

Tekstuitleg van Mt 9,17 .


71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mt 9,18-26 - Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Mt 9,18 - Mt 9,18 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:18 tauta autou lalountos autois idou archôn heis proselthôn prosekunei autôi legôn hoti hè thugatèr mou arti eteleutèsen alla elthôn epithes tèn cheira sou ep autèn kai zèsetai  18 haec illo loquente ad eos ecce princeps unus accessit et adorabat eum dicens filia mea modo defuncta est sed veni inpone manum super eam et vivet   18 Als Hij deze dingen tot hen sprak, ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand op haar, en zij zal leven.  [18] Terwijl Hij dat tegen hen zei, kwam er een aanzienlijk man die voor Hem neerknielde en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom haar toch de hand opleggen, dan zal ze leven.’   [18] Hij was nog niet uitgesproken of er kwam een leider van de synagoge naar hen toe die voor Jezus neerviel en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven.’  18 ¶ Terwijl hij dat tot hen uitspreekt zie, een overste, één, komt nabij, betuigt hem hulde en zegt: mijn dochter is daarnet gestorven!– maar kom, leg uw hand op haar en zij zal leven!   18. Tandis qu'il leur parlait, voici qu'un chef s'approche, et il se prosternait devant lui en disant : « Ma fille est morte à l'instant ; mais viens lui imposer ta main et elle vivra. »  

King James Bible . [18] While he spake these things unto them, behold, there came a certain ruler, and worshipped him, saying, My daughter is even now dead: but come and lay thy hand upon her, and she shall live.
Luther-Bibel . 18 Als er dies mit ihnen redete, siehe, da kam einer von den Vorstehern der Gemeinde, fiel vor ihm nieder und sprach: Meine Tochter ist eben gestorben, aber komm und lege deine Hand auf sie, so wird sie lebendig.

Tekstuitleg van Mt 9,18 .

19. part. aor. nom. mann. enk. ελθων = elthôn (gekomen) . Mt (14) : (1) Mt 2,8 . (2) Mt 2,9 . (3) Mt 2,23 . (4) Mt 4,13 . (5) Mt 5,24 . (6) Mt 8,7 . (7) Mt 8,14 . (8) Mt 9,18 . (9) Mt 9,23 . (10) Mt 13,54 . (11) Mt 16,13 . (12) Mt 24,46 . (13) Mt 25,27 . (14) Mt 26,43 .
Mt 9,19 - Mt 9,19 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:19 kai egertheis o ièsous | èkolouthei | èkolouthèsen | autô kai oi mathètai autou  19 et surgens Iesus sequebatur eum et discipuli eius     19 En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen. [19] Jezus stond op en volgde hem, samen met zijn leerlingen.  [19] Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen.  19 Klaarwakker volgt Jezus hem, met zijn leerlingen.   19. Et, se levant, Jésus le suivait ainsi que ses disciples.  

King James Bible . [19] And Jesus arose, and followed him, and so did his disciples.
Luther-Bibel . 19 Und Jesus stand auf und folgte ihm mit seinen Jüngern.

Tekstuitleg van Mt 9,19 .
Mt 9,20 - Mt 9,20 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 9:20 kai idou gunè aimorroousa dôdeka etè proselqousa opisqen èyato tou kraspedou tou imatiou autou  20 et ecce mulier quae sanguinis fluxum patiebatur duodecim annis accessit retro et tetigit fimbriam vestimenti eius    20 (En ziet, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom Zijns kleeds aan;   [20] Toen kwam er een vrouw naar Hem toe die al twaalf jaar aan vloeiingen* leed. Ze raakte van achteren de zoom van zijn kleed aan.   [20] Plotseling naderde hen van achteren een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze raakte de zoom van zijn bovenkleed aan,   20 En zie, een vrouw die al twaalf jaren aan bloedvloeiingen lijdt, komt van achteren tot hem en pakt de zoom van zijn kleed vast.  20. Or voici qu'une femme, hémorroïsse depuis douze années, s'approcha par derrière et toucha la frange de son manteau. 

King James Bible . [20] And, behold, a woman, which was diseased with an issue of blood twelve years, came behind him, and touched the hem of his garment:
Luther-Bibel . 20 Und siehe, eine Frau, die seit zwölf Jahren den Blutfluss hatte, trat von hinten an ihn heran und berührte den Saum seines Gewandes.

Tekstuitleg van Mt 9,20 .

- idou (zie). Cfr Mt 1,20 .
Mt 9,21 - Mt 9,21 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:21 elegen gar en eautè ean monon ayômai tou imatiou autou sôqèsomai  21 dicebat enim intra se si tetigero tantum vestimentum eius salva ero    21 Want zij zeide in zichzelven: Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.   [21] Want ze zei bij zichzelf: ‘Al zou ik zijn kleed maar aanraken, dan ben ik gered.’  [21] want ze dacht: Als ik alleen zijn bovenkleed maar kan aanraken, zal ik al genezen worden.  21 Want, zegt ze bij zichzelf, als ik alleen maar zijn kleed vastpak, zal ik worden gered!   21. Car elle se disait en elle-même : « Si seulement je touche son manteau, je serai sauvée. » 

King James Bible . [21] For she said within herself, If I may but touch his garment, I shall be whole.
Luther-Bibel . 21 Denn sie sprach bei sich selbst: Könnte ich nur sein Gewand berühren, so würde ich gesund.

Tekstuitleg van Mt 9,21 .
Mt 9,22 - Mt 9,22 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:22 o de ièsous strafeis kai idôn autèn eipen qarsei qugater è pistis sou sesôken se kai esôqè è gunè apo tès ôras ekeinès 22 at Iesus conversus et videns eam dixit confide filia fides tua te salvam fecit et salva facta est mulier ex illa hora    22 En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)   [22] Jezus draaide zich om, en toen Hij haar zag, zei Hij: ‘Wees maar gerust, mijn dochter. Uw vertrouwen* is uw redding.’ Van die tijd af was de vrouw gered.  [22] Jezus draaide zich om, en bij het zien van de vrouw zei hij: ‘Wees gerust, uw geloof heeft u gered.’ En vanaf dat moment was de vrouw genezen.  22 Maar Jezus draait zich om, ziet haar en zegt: vat moed, dochter!– je vertrouwen heeft je gered! En vanaf dat uur is de vrouw gered.  22. Jésus se retournant la vit et lui dit : « Aie confiance, ma fille, ta foi t'a sauvée. » Et de ce moment la femme fut sauvée.

King James Bible . [22] But Jesus turned him about, and when he saw her, he said, Daughter, be of good comfort; thy faith hath made thee whole. And the woman was made whole from that hour.
Luther-Bibel . 22 Da wandte sich Jesus um und sah sie und sprach: Sei getrost, meine Tochter, dein Glaube hat dir geholfen. Und die Frau wurde gesund zu derselben Stunde.

Tekstuitleg van Mt 9,22

6. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .

Mt 2,16 : Herodes Mt 27,3 : Judas Mt 27,24 : Pilatus
Tote (toen) Tote (toen)  
Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus)
hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)...
 

brengt de dertig zilverstukken terug

laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk
  èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed)
  Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) humeis opsesthe ( u ziet maar)
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -

Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .

Mt 5,1 idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten)
Mt 8,18 idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte)
Mt 9,23 kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte)
Mt 9,36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)

Inleiding op de 'genezings'formule hè pistis sou sesôken se = je geloof heeft je gered - je geloof is je redding) .

(1) Mt 9,22 (// Mc 5,34 // Lc 8,48) . (2) Mc 5,34 (// Mt 9,22 // Lc 8,48) . (3) Mc 10,52 (// Lc 18,42) . (4) Lc 7,50 . (5) Lc 8,48 (Mc 5,34 // Mt 9,2) . (6) Lc 17,19 . (7) Lc 18,42 (// Mc 10,52) .
ho de Ièsous (Jezus echter) ... ho de (hij echter) kai ho Ièsous (en Jezus)   ho de (hij echter)   kai ho Ièsous (en Jezus)
eipen (zei) eipen (zei) haar eipen (zei) eipen de (hij echter zei) eipen (zei) haar kai eipen (en hij zei) eipen (zei)
  autèi autôi (hem) pros tèn gunaika (tot de vrouw) autèi autôi (hem) autôi (hem)
  thugater (dochter)     thugater (dochter)    
    hupage (ga) ... ... poreuou eis eirènèn (begeef je op weg in vrede) ... poreuou eis eirènèn (begeef je op weg in vrede) anastas poreuou (opgestaan begeef je op weg) anablèpson (kijk op)
71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56   71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56    276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43   115. De boetvaardige zondares : Lc 7,36-50 - Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56    253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19  276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 

- sesôken (hij heeft gered / verlost) . In zeven verzen in de bijbel, enkel in het N.T. : (1) Mt 9,22 (// Mc 5,34 // Lc 8,48) . (2) Mc 5,34 (// Mt 9,2 // Lc 8,48) . (3) Mc 10,52 (// Lc 18,42) . (4) Lc 7,50 . (5) Lc 8,48 (Mc 5,34 // Mt 9,2) . (6) Lc 17,19 . (7) Lc 18,42 (// Mc 10,52) . In deze zeven verzen komt de uitdrukking hè pistis sou sesôken se = je geloof heeft je gered - je geloof is je redding) . Vier lettergrepen beginnen met s- . Vijf woorden . Acht lettergrepen . Het gaat om drie wonderverhalen en een verhaal van zondenvergeving van een vrouw die haar zonden berouwt . Bij de wonderverhaal gaat het om de genezing van een bloedvloeiende vrouw , van een blinde man en van een melaatse man . De 'genezings'formule is dus gericht tot twee vrouwen en twee mannen .

Mt 9,23 - Mt 9,23 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:23 kai elthôn ho Ièsous eis tèn oikian tou archontos kai idôn tous aulètas kai ton ochlon thoruboumenon 23 et cum venisset Iesus in domum principis et vidisset tibicines et turbam tumultuantem     23 En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,  
[23] Jezus kwam bij het huis van de aanzienlijke man, en toen Hij de fluitspelers en de drukte van de mensen zag, 
[23] Toen Jezus bij het huis van de leider van de synagoge aankwam en er de fluitspelers en de luid weeklagende menigte zag,   23 Jezus komt het huis van de overste binnen, en ziet de fluitspelers en de onrustige schare;   23. Arrivé à la maison du chef et voyant les joueurs de flûte et la foule en tumulte, Jésus dit : 

King James Bible . [23] And when Jesus came into the ruler's house, and saw the minstrels and the people making a noise,
Luther-Bibel . 23 Und als er in das Haus des Vorstehers kam und sah die Flötenspieler und das Getümmel des Volkes,

Tekstuitleg van Mt 9,23 .

2. elthôn (gegaan, gekomen). In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt 8,14 . De zinsconstructie van Mt 8,14 vertoont grote gelijkenis met Mt 9,23 , Mt 13,54 en Mt 16,13 (nevenschikkend voegwoord, participium elthôn, eventueel ho Ièsous, eis + plaatsbepaling, eventueel hoofdwerkwoord) . In twee gevallen gaat Jezus naar een huis, in twee andere gevallen naar een stad. Het ene huis is dat van Petrus, het andere van de overste van de synagoge.

7. oikian (huis). Verwijzing: oikia (huis), zie Mc 1,29 .

11. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .

Mt 2,16 : Herodes Mt 27,3 : Judas Mt 27,24 : Pilatus
Tote (toen) Tote (toen)  
Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus)
hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)...
 

brengt de dertig zilverstukken terug

laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk
  èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed)
  Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) humeis opsesthe ( u ziet maar)
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -

Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .

Mt 5,1 idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten)
Mt 8,18 idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte)
Mt 9,23 kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte)
Mt 9,36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)

 

Mt 9,24 - Mt 9,24 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:24 elegen anacôreite ou gar apeqanen to korasion alla kaqeudei kai kategelôn autou  24 dicebat recedite non est enim mortua puella sed dormit et deridebant eum    24 Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.  [24] zei Hij: ‘Eruit jullie, want het meisje is niet gestorven, maar slaapt.’ Ze lachten Hem uit.   [24] zei hij: ‘Ga naar huis, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’ Men lachte smalend.  24 hij heeft gezegd: maakt ruimte,– want het meisje is niet gestorven maar slaapt! Zij hebben hem uitgelachen.  24. « Retirez-vous ; car elle n'est pas morte, la fillette, mais elle dort. » Et ils se moquaient de lui. 

King James Bible . [24] He said unto them, Give place: for the maid is not dead, but sleepeth. And they laughed him to scorn.
Luther-Bibel . 24 sprach er: Geht hinaus! Denn das Mädchen ist nicht tot, sondern es schläft. Und sie verlachten ihn.

Tekstuitleg van Mt 9,24 .
Mt 9,25 - Mt 9,25 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:25 ote de exeblèthè o ochlos eiselthôn ekratèsen tès cheiros autès kai ègerthè to korasion  25 et cum eiecta esset turba intravit et tenuit manum eius et surrexit puella     25 Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op. [25] Toen Hij de mensen naar buiten had gestuurd, ging Hij naar binnen, pakte het meisje bij de hand, en ze stond op.  [25] Nadat iedereen was weggestuurd, ging hij naar binnen. Hij pakte het meisje bij de hand, en ze stond op.  25 Maar wanneer deze schare is uitgedreven komt hij binnen, grijpt haar hand en het meisje wordt wakker.  25. Mais, quand on eut mis la foule dehors, il entra, prit la main de la fillette et celle-ci se dressa.  

King James Bible . [25] But when the people were put forth, he went in, and took her by the hand, and the maid arose.
Luther-Bibel . 25 Als aber das Volk hinausgetrieben war, ging er hinein und ergriff sie bei der Hand. Da stand das Mädchen auf.

Tekstuitleg van Mt 9,25 .
Mt 9,26 - Mt 9,26 : 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 - Mt 9,18 - Mt 9,19 - Mt 9,20 - Mt 9,21 - Mt 9,22 - Mt 9,23 - Mt 9,24 - Mt 9,25 - Mt 9,26 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:26 kai exèlthen hè fèmè autè eis holèn tèn gèn ekeinèn   26 et exiit fama haec in universam terram illam    26 En dit gerucht ging uit door dat gehele land.  [26] De faam hiervan verspreidde zich in heel die streek.   [26] Het verhaal hierover verspreidde zich in de hele omgeving. 26 De faam hiervan gaat uit naar heel die windstreek.   26. Le bruit s'en répandit dans toute cette contrée.  

King James Bible . [26] And the fame hereof went abroad into all that land.
Luther-Bibel . 26 Und diese Kunde erscholl durch dieses ganze Land.

Tekstuitleg van Mt 9,26 .
Mc 1,28 kai exèlthen hè akoè autou euthus pantachou eis holèn tèn perichôron tès Galilaias  (en 'nieuws' over hem ging terstond overal uit naar de omstreek van Galilea) .
Mt 4,24 kai apèlthen hè akoè autou eis olèn tèn surian (en het 'nieuws' over hem ging weg naar heel Syrië) .
Mt 9,26 kai exèlthen hè fèmè autè eis holèn tèn gèn ekeinèn  (en deze faam ging uit naar heel dat land) .
Lc 4,14 kai fèmè exèlthen kath olès tès perichôrou peri autou  (en faam ging uit over heel de omstreek / om-geving rond hem) .
Lc 4,37 kai exeporeueto èchos peri autou eis panta topon tès perichôrou (en weerklank over hem trok uit naar elke plaats van de omstreek / om-geving) .

2. exèlthen (hij ging uit) . Verwijzing : èlthon (ik ben of zij zijn gegaan / gekomen) , zie Mt 8,14 . In 289 verzen in de bijbel . In 222 verzen in het O.T. . In zevenenzestig verzen in het N.T. . In acht verzen bij Matteüs : (1) Mt 8,34 . (2) Mt 9,26 . (3) Mt 13,3 . (4) Mt 17,18 . (5) Mt 20,1 . (6) Mt 21,17 .



72. Genezing van twee blinden : Mt 9,27-31 - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,27 - Mt 9,28 - Mt 9,29 - Mt 9,30 - Mt 9,31 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 -- Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Mt 9,27 - Mt 9,27 : 72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,27 - Mt 9,28 - Mt 9,29 - Mt 9,30 - Mt 9,31 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 -- Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:27 kai paragonti ekeithen tô ièsou èkolouthèsan | | [autô] | duo tufloi krazontes kai legontes eleèson èmas | uie | uios | dauid  27 et transeunte inde Iesu secuti sunt eum duo caeci clamantes et dicentes miserere nostri Fili David   27 En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: Gij Zone Davids, ontferm U onzer!   [27] Toen Jezus vandaar verderging, volgden Hem twee blinden, die schreeuwden: ‘Zoon van David*, heb medelijden met ons.’  [27] Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’   27 ¶ Als Jezus daarvandaan verdergaat volgen hem twee schreeuwende blinden die zeggen: ontferm je over ons, zoon van David!  27. Comme Jésus s'en allait de là, deux aveugles le suivirent, qui criaient et disaient : « Aie pitié de nous, Fils de David ! » 

King James Bible . [27] And when Jesus departed thence, two blind men followed him, crying, and saying, Thou Son of David, have mercy on us.
Luther-Bibel . 27 Und als Jesus von dort weiterging, folgten ihm zwei Blinde, die schrien: Ach, du Sohn Davids, erbarme dich unser!

Tekstuitleg van Mt 9,27 .

Mt 9,27.2. act. part. praes. dat. mann. enk. παραγοντι = paragonti (langsgaande) van het werkw.παραγω = paragô (langsdrijven, langsgaan) . Taalgebruik in het NT : paragô (langsdrijven, langsgaan) . Taalgebruik in de LXX : paragô (langsdrijven, langsgaan) . Taalgebruik in Mc : paragô (langsdrijven, langsgaan) . In het Nederlands kennen we het werkwoord ageren , ac-tie voeren , handelen . Bijbel (1) : Mt 9,27 . Een vorm van παραγω = paragô (langsdrijven, langsgaan) in de LXX (14) , in het NT (10) , in Mc (3) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,14 . (3) Mc 15,21 .

Mt 9,27.6. ind. aor. 3de pers. mv. ηκολουθησαν = èkolouthèsan (zij volgden) van het werkw. ακολουθεω = akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in het NT : akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in de LXX : akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in Lc : akoloutheô (volgen) . Ned. acoliet . Bijbel (19) : Jdt 2,3 . Mt (11) : (1) Mt 4,20 . (2) Mt 4,22 . (3) Mt 4,25 . (4) Mt 8,1 . (5) Mt 8,23 . (6) Mt 9,27 . (7) Mt 12,15 . (8) Mt 14,13 . (9) Mt 19,2 . (10) Mt 20,34 . (11) Mt 27,55 . Mc (1) : Mc 1,18 . Lc (3) : (1) Lc 5,11 . (2) Lc 9,11 . (3) Lc 22,39 . Joh (2) : (1) Joh 1,37 . (2) Joh 11,31 . Hnd (1) : Hnd 13,43 . Variante lezing in : (1) Mc 2,15 . (2) Mc 3,7 . Een vorm van ακολουθεω = akoloutheô (volgen) in de LXX (13) , in het NT (90) , in Lc (17) : (1) Lc 5,11 . (2) Lc 5,27 . (3) Lc 5,28 . (4) Lc 7,9 . (5) Lc 9,11 . (6) Lc 9,23 . (7) Lc 9,49 . (8) Lc 9,57 . (9) Lc 9,59 . (10) Lc 9,61 . (11) Lc 18,22 . (12) Lc 18,28 . (13) Lc 18,43 . (14) Lc 22,10 . (15) Lc 22,39 . (16) Lc 22,54 . (17) Lc 23,27 . In de LXX kan ακολουθεω = akoloutheô de vertaling van 4 Hebreeuwse werkwoorden zijn .
  akoloutheô (volgen)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. mv. èkolouthèsan  19  18  11      15  17     
  Totaal   13 90 25 18 17 19 4 1 6 60 79 1  

- Hebr. gaan achter ; הָלַך אַחֲרָיו = hâlakh ´achärâ(j)w (gaan achter = volgen) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) en Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) .
- Ned . : volgen . Arabisch : تَبِعَ = tabi`a (volgen) . Taalgebruik in de Qoran : tabi`a (volgen) . D. : folgen . E. : to follow . Fr. suivre . Grieks : ακολουθεω = akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in het NT : akoloutheô (volgen) . Hebr. : הָלַך אַחֲרָיו = hâlakh ´achärâ(j)w (gaan achter = volgen) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) en Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Lat. : sequi - secutus .

Door iemand te volgen kan je je gedrag in woord en daad verantwoorden op basis van degene die je volgt . Iemand volgen kan ook de behoefte uitdrukken om van iemand te leren om een persoonlijk gedrag te ontwikkelen . In het eerste geval is er sprake van imitatie (navolging) , in het tweede geval van zelfwording . In de zelfwording is men zelf verantwoordelijk voor zijn gedrag . Wat beoogde Jezus : de navolging van Jezus of het zelfstandig worden .

Mt 9,27.5.

Ièsous  Mt 1 Mt 2 Mt 8 Mt 9 Mt 14 Mt 15 Mt 17 Mt 18 Mt 21 Mt 26 Mt 27  
voc. gen. dat. Ièsou  2 : (1) Mt 1,1 (gen.) . (2) Mt 1,18 (gen.) . 1 : Mt 2,1 (gen.) . 1 : Mt 8,34 (dat.) . 2 : (1) Mt 9,10 (dat.) . (2) Mt 9,27 (dat.) 2 : (1) Mt 14,1 (gen.) . (2) Mt 14,12 (dat.) . 1 : Mt 15,1 (dat.) . 2 : (1) Mt 17,4 (dat.) . (2) Mt 17,19 (dat.) . 1 : Mt 18,1 (dat.) . 1 : Mt 21,27 (dat.) . 25 

In het NT komt een vorm van de naam Jezus in 892 verzen voor . Bij Mt is dat in 150 verzen (16,81 %) . In Mt 26 - Mt 28 (lijdens- en verrijzenisverhalen) komt een vorm van de naam Jezus in drieënveertig verzen (28,66 %) voor . - (tou) ... Ièsou . Taalgebruik : Ièsous (Jezus), zie Mt 1,1 . Genitief of datief mannelijk enkelvoud . In vijfentwintig verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,1 (-) . (2) Mt 1,18 (+) . (3) Mt 2,1 (+) .

Mt 9,27.6. - 7. ηκολουθησαν αυτῳ = èkolouthèsan autô(i) (zij volgden hem) . NT (16/21) . Niet in : (1) Jdt 2,3 . (11) Mt 27,55 . Joh en Hnd .

Mt 9,27.9. nom. mann. mv. τυφλοι = tufloi (blinden) van het bijvoegl. naamw. τυφλος = tuflos (blind) . Taalgebruik in het NT : tuflos (blind) . Taalgebruik in de LXX : tuflos (blind) . Bijbel (20) : (1) 2 S 5,6 . (2) 2 S 5,8 . (3) Js 42,18 . (4) Js 43,8 . (5) Js 59,10 . (6) Sef 1,17 . (7) Mt 9,27 . (8) Mt 9,28 . (9) Mt 11,5 . (10) Mt 15,14 . (11) Mt 20,30 . (12) Mt 21,14 . (13) Mt 23,16 . (14) Mt 23,17 . (15) Mt 23,19 . (16) Mt 23,24 . (17) Lc 7,22 . (18) Joh 9,39 . (19) Joh 9,40 . (20) Joh 9,41 . Een vorm van τυφλος = tuflos in Lc (8) : (1) Lc 4,18 . (2) Lc 6,39 . (3) Lc 7,21 . (4) Lc 7,22 . (5) Lc 14,13 . (6) Lc 14,21 . (7) Lc 18,35 .

  tuflos (blind)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + voc. mann. mv. tufloi  20  14  10          11  14     
  totaal 75  25  50  18  16  30  46 

- Hebreeuws . mann. mv. עִוְרִים = iwërîm (blinden) van het zelfst. naamw. עִוֵּר = `iwwer (blind) . Taalgebruik in Tenakh : `iwwer (blind) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 276 (2² X 3 X 23) . Structuur : 7 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (6) : (1) Js 29,18 . (2) Js 35,5 . (3) Js 42,16 . (4) Js 56,10 . (5) Ps 146,8 . (6) Kl 4,14 . Een vorm van עִוֵּר = `iwwer in 24 verzen , in Js (9) : (1) Js 29,18 . (2) Js 35,5 . (3) Js 42,7 . (4) Js 42,16 . (5) Js 42,18 . (6) Js 42,19 (2 vormen) . (7) Js 43,8 . (8) Js 56,10 . (9) Js 59,10 .
- Lat. caecus . Fr. aveugle < ab oculis = beroofd van ogen . D. blind . E. blind .

Mt 9,27.16. dauid (David) in Mt : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,6 . (3) Mt 1,17 . (4) Mt 1,20 . (5) Mt 9,27 . (6) Mt 12,3 . (7) Mt 12,23 . (8) Mt 15,22 . (9) Mt 20,30 . (10) Mt 20,31 . (11) Mt 21,9 . (12) Mt 21,15 . (13) Mt 22,42 . (14) Mt 22,43 . (15) Mt 22,45 .

Mt 9,27.15. - 16. zoon van David in Mt (10) : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,20 (Jozef , zoon van David) . (3) Mt 9,27 . (4) Mt 12,23 . (5) Mt 15,22 . (6) Mt 20,30 . (7) Mt 20,31 . (8) Mt 21,9 . (9) Mt 21,15 . (10) Mt 22,42 .


Mt 9,28 - Mt 9,28 : 72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,27 - Mt 9,28 - Mt 9,29 - Mt 9,30 - Mt 9,31 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 -- Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:28 elthonti de eis tèn oikian prosèlthon autô oi tufloi kai legei autois o ièsous pisteuete oti dunamai touto poièsai legousin autô nai kurie  28 cum autem venisset domum accesserunt ad eum caeci et dicit eis Iesus creditis quia possum hoc facere vobis dicunt ei utique Domine    28 En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!   [28] Toen Hij thuisgekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus zei tegen hen: ‘Hebt u er vertrouwen in dat Ik dit kan doen?’ Ze zeiden: ‘Ja, Heer.’   [28] En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’   28 Als hij het huis binnenkomt komen de blinden naar hem toe; Jezus zegt tot hen: gelooft ge dat ik bij machte ben dat te doen? zij zeggen tot hem: ja, heer! 28. Étant arrivé à la maison, les aveugles s'approchèrent de lui et Jésus leur dit : « Croyez-vous que je puis faire cela ? » - « Oui, Seigneur », lui disent-ils.  

King James Bible . [28] And when he was come into the house, the blind men came to him: and Jesus saith unto them, Believe ye that I am able to do this? They said unto him, Yea, Lord.
Luther-Bibel . 28 Und als er heimkam, traten die Blinden zu ihm. Und Jesus sprach zu ihnen: Glaubt ihr, dass ich das tun kann? Da sprachen sie zu ihm: Ja, Herr.

Tekstuitleg van Mt 9,28 .

20. act. ind. pr. 3de pers. mv.  legousin (zij zeggen) van het werkw. Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mt : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .
Mt (23) . Mt (1) : Mt 9,28 . Act. ind. praes. in 144 verzen in Mt .
Mt 9,29 - Mt 9,29 : 72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,27 - Mt 9,28 - Mt 9,29 - Mt 9,30 - Mt 9,31 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 -- Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:29 tote èpsato tôn ofthalmôn autôn legôn kata tèn pistin umôn genèthètô umin  29 tunc tetigit oculos eorum dicens secundum fidem vestram fiat vobis     29 Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.  [29] Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’  [29] Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’  29 Dan pakt hij hun ogen vast en zegt: aan u moet geschieden naar uw geloof!   29. Alors il leur toucha les yeux en disant : « Qu'il vous advienne selon votre foi. »  

King James Bible . [29] Then touched he their eyes, saying, According to your faith be it unto you.
Luther-Bibel . 29 Da berührte er ihre Augen und sprach: Euch geschehe nach eurem Glauben!

Tekstuitleg van Mt 9,29 .
Mt 9,30 - Mt 9,30 : 72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,27 - Mt 9,28 - Mt 9,29 - Mt 9,30 - Mt 9,31 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 -- Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38  
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:30 kai èneôchthèsan autôn oi ofthalmoi kai enebrimèthè autois o ièsous legôn orate mèdeis ginôsketô  30 et aperti sunt oculi illorum et comminatus est illis Iesus dicens videte ne quis sciat     30 En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete.   [30] En hun ogen gingen open. En bars zei Jezus tegen hen: ‘Zorg dat niemand het te weten komt.’  [30] En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ 30 En hun ogen worden geopend! En ook snauwt Jezus hun toe en zegt: ziet toe dat niemand er kennis van krijgt!  30. Et leurs yeux s'ouvrirent. Jésus alors les rudoya : « Prenez garde ! dit-il. Que personne ne le sache ! » 

King James Bible . [30] And their eyes were opened; and Jesus straitly charged them, saying, See that no man know it.
Luther-Bibel . 30 Und ihre Augen wurden geöffnet. Und Jesus drohte ihnen und sprach: Seht zu, dass es niemand erfahre!

Tekstuitleg van Mt 9,30 .
Mt 9,31 - Mt 9,31 : 72. Genezing van twee blinden : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 - Mt 9,27-31 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,27 - Mt 9,28 - Mt 9,29 - Mt 9,30 - Mt 9,31 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 -- Mt 9,32-34 - Mt 9,35-38
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:31 oi de exelthontes diefèmisan auton en olè tè gè ekeinè   31 illi autem exeuntes diffamaverunt eum in tota terra illa     31 Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land. [31] Maar eenmaal buiten, maakten ze zijn faam bekend in heel die streek.  [31] Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving.  31 Maar ze komen nog niet buiten of ze maken zijn faam al bekend in heel die landstreek. 31. Mais eux, étant sortis, répandirent sa renommée dans toute cette contrée.  

King James Bible . [31] But they, when they were departed, spread abroad his fame in all that country.
Luther-Bibel . 31 Aber sie gingen hinaus und verbreiteten die Kunde von ihm in diesem ganzen Lande.

Tekstuitleg van Mt 9,31 .

73. Genezing van een stomme bezetene : Mt 9,32-34 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,32 - Mt 9,33 - Mt 9,34 -
Mt 9,32 - Mt 9,32 : 73. Genezing van een stomme bezetene - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,32 - Mt 9,33 - Mt 9,34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:32 autôn de exerchomenôn idou prosènegkan autô | | anthrôpon | kôfon daimonizomenon     32 egressis autem illis ecce obtulerunt ei hominem mutum daemonium habentem  32 Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was.   [32] Terwijl zij weggingen, kijk, daar bracht men iemand bij Hem die niet kon spreken, omdat hij in de macht van een demon was.   [32] Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij hem die bezeten was en niet kon spreken.   32 Als zij naar buiten komen, zie, daar brengen ze tot hem een dove, door een demon bezeten.   32. Comme ils sortaient, voilà qu'on lui présenta un démoniaque muet.  

King James Bible . [32] As they went out, behold, they brought to him a dumb man possessed with a devil.
Luther-Bibel . 32 Als diese nun hinausgegangen waren, siehe, da brachten sie zu ihm einen Menschen, der war stumm und besessen.

Tekstuitleg van Mt 9,32 .

Mt 9,32.9. acc. mann. enk. δαιμονιζομενον = daimonizomenon (een demon wordende) van het werkw. δαιμονιζομαι = daimonizomai (bezeten zijn) . Taalgebruik in het NT : daimonizomai (bezeten zijn) . Taalgebruik in de LXX : daimonizomai (bezeten zijn) . Bijbel (2) : (1) Mt 9,32 . (2) Mc 5,15 . Een vorm van het werkw. δαιμονιζομαι = daimonizomai (bezeten zijn) in de LXX (0) , in het NT (13) .
daimonizomenos (een demon wordende) bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev.
nom. + acc. enk.daimonizomenos 1   1 1 : Mt 12,22 .             1 1
gen. enk. daimonizomenou 1   1       1 : Joh 10,21 .         1
dat. enk. daimonizomenôi      1 : Mc 5,16 .            
acc. enk. daimonizomenon 3   2 2 : (1) Mt 9,32 . (2) Mt 12,22 . 1 : Mc 5,15 .           2 2
nom. + acc. mv. daimonizomenoi 1   1 1 : Mc 8,28 .             1 1
gen. mv. daimonizomenôn 1   1 1 : Mc 8,33 .             1 1
acc.  mv. daimonizomenous 3   3 2 : (1) Mt 4,24 . (2) Mt 8,16 . 1 : Mc 1,32 .           3 3
pass. part. aor. nom. mann. enk. daimonistheis 2       1 : Mc 5,18 . 1 : Lc 8,36 .            
Totaal   13   13 7 4 1 1       9 10


Mt 9,33 - Mt 9,33 : 73. Genezing van een stomme bezetene - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,32 - Mt 9,33 - Mt 9,34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:33 kai ekblèthentos tou daimoniou elalèsen o kôfos kai ethaumasan oi ochloi legontes oudepote efanè outôs en tô israèl   33 et eiecto daemone locutus est mutus et miratae sunt turbae dicentes numquam paruit sic in Israhel    33 En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israël gezien! [33] Toen de demon uitgedreven was, begon de stomme te praten. De menigte zei vol verbazing: ‘Zoiets is in Israël nog nooit vertoond.’ [33] Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld, men zei: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’

33 Als hij de demon heeft uitgeworpen práát de dove. De scharen zijn verwonderd en zeggen: nog nooit is zoiets in Israël vertoond!

 

33. Le démon fut expulsé et le muet parla. Les foules émerveillées disaient : « Jamais pareille chose n'a paru en Israël ! »  

King James Bible . [33] And when the devil was cast out, the dumb spake: and the multitudes marvelled, saying, It was never so seen in Israel.
Luther-Bibel . 33 Als aber der böse Geist ausgetrieben war, redete der Stumme. Und das Volk verwunderte sich und sprach: So etwas ist noch nie in Israel gesehen worden.

Tekstuitleg van Mt 9,33 .
Mt 9,34 - Mt 9,34 : 73. Genezing van een stomme bezetene - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,32 - Mt 9,33 - Mt 9,34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel  

hoi de Pharisaioi elegon, En tôi archonti tôn daimoniôn ekballei ta daimonia 

Pharisaei autem dicebant in principe daemoniorum eicit daemones   De Farizeeën echter zeiden: "Door de overste van de demonen werpt hij de demonen uit."  Maar de Farizeeën zeiden: De vorst des duivels stelt Hem in staat de duivels uit te drijven.   Maar de farizeeën zeiden: ‘Het is de opperdemon waardoor Hij de demonen uitdrijft.’  Maar de Farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat hij demonen kan uitdrijven.’  Maar de farizeeërs hebben gezegd: door de overste van de demonen werpt hij de demonen uit!  34. Mais les Pharisiens disaient : « C'est par le Prince des démons qu'il expulse les démons. »  

King James Bible . [34] But the Pharisees said, He casteth out devils through the prince of the devils.
Luther-Bibel . 34 Aber die Pharisäer sprachen: Er treibt die bösen Geister aus durch ihren Obersten.

Tekstuitleg van Mt 9,34 .

74. Arbeiders voor de oogst : Mt 9,35-38 - Mt 9,35-38 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mc 6,6b - Mc 6,30-34 -Lc 8,1-3 - Lc 10,1-12 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,35 - Mt 9,36 - Mt 9,37 - Mt 9,38 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 -
Mt 9,35 - Mt 9,35 : 74. Arbeiders voor de oogst : Mt 9,35-38 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mc 6,6b - Mc 6,30-34 -Lc 8,1-3 - Lc 10,1-12 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,35 - Mt 9,36 - Mt 9,37 - Mt 9,38 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:35 kai periègen o ièsous tas poleis pasas kai tas kômas didaskôn en tais sunagôgais autôn kai kèrussôn to euaggelion tès basileias kai therapeuôn pasan noson kai pasan malakian  35 et circumibat Iesus civitates omnes et castella docens in synagogis eorum et praedicans evangelium regni et curans omnem languorem et omnem infirmitatem     35 En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk.  [35] Jezus trok alle steden en dorpen rond, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap van het koninkrijk verkondigde, en elke ziekte en elke kwaal genas.  [35] Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.   35 ¶ Jezus trekt alle steden en dorpen rond; hij geeft onderricht in hun synagogen, predikt het evangelie van het koninkrijk en geneest elke ziekte en elke kwaal.   35. Jésus parcourait toutes les villes et les villages, enseignant dans leurs synagogues, proclamant la Bonne Nouvelle du Royaume et guérissant toute maladie et toute langueur.  

King James Bible . [35] And Jesus went about all the cities and villages, teaching in their synagogues, and preaching the gospel of the kingdom, and healing every sickness and every disease among the people.
Luther-Bibel . 35 Und Jesus ging ringsum in alle Städte und Dörfer, lehrte in ihren Synagogen und predigte das Evangelium von dem Reich und heilte alle Krankheiten und alle Gebrechen.

Tekstuitleg van Mt 9,35

Na de roeping van de leerlingen (Mc 1,16-20 - Mt 4,18-22) brengt de evangelist Matteüs een samenvatting van het optreden van Jezus (Mt 4,23-25 ; 5,1-2) dat Mt 5-9 anticipeert . In Mt 5-7 brengt Matteüs de bergrede . In Mt 8-9 brengt hij een reeks wonderverhalen . Hierna volgt Mt 9,35-38 dat enerzijds Mt 4,23 herneemt (en betrekking heeft op de voorgaande hoofdstukken Mt 5-9) en anderzijds de zendingsrede van Mt 10 voorbereidt .
Gelijkaardige summaria vinden we in het evangelie van Marcus . Allereerst is er het summarium in Mc 1,39 dat volgt op de eerste dag van Jezus'optreden in Kafarnaüm . Vervolgens is er het summarium in Mc 6,6 na het optreden van Jezus in Nazaret .
Na het hoofdwerkwoord en de plaatsbepaling beschrijft Matteüs de activiteit van Jezus in woord en daad . Hij doet het met drie nevenschikkende zinnen waarvan het werkwoord telkens vooraan de zin in het tegenwoordig deelwoord in de nominatief staat (als bijstelling bij het onderwerp van de hoofdzin) : didaskôn (onderwijzend) - kèrussôn (verkondigend) - therapeuôn (genezend) . Het woord neemt in het optreden van Jezus een belangrijke plaats in . Hier geeft Matteûs twee aspecten van de woordactiviteit van Jezus : onderwijzend en verkondigend .

18. - 21. to euaggelion tès basileias (het evangelie van het koninkrijk) . In drie verzen in het N.T. : (1) Mt 4,23 . (2) Mt 9,35 . (3) Mt 24,14 . In (1) Mt 4,23 . (2) Mt 9,35 gaat het participium praesens nominatief mannelijk enkelvoud vooraf kèrussôn (verkondigend) . In Mt 24,14 gaat vooreerst het aanwijzend voornaamwoord touto (dit) en vervolgens de werkwoordvorm kèruchthèsetai (en dit evangelie van het koninkrijk zal verkondigd worden) . In de drie verzen gaat een werkwoordvorm van kèrussô (verkondigen) vooraf . Verwijzing : hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) , zie Mt 3,2 .

Evangelie van de 11de (elfde) zondag door het a-jaar : Mt 9,36 – 10,8 . Verwijzing : Mt 9,36 - 10,8 .

In die tijd werd Jezus bij het zien van de menigte door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: "De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten." Hij riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste, Simon die Petrus wordt genoemd, met zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes; Filippus en Bartolomeüs, Tomas en Matteüs de tollenaar, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, Simon de IJveraar en Judas Iskariot, die Hem verraden heeft. Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: "Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven."

Mt 9,36 - Mt 9,36 : 74. Arbeiders voor de oogst : Mt 9,35-38 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mc 6,6b - Mc 6,30-34 -Lc 8,1-3 - Lc 10,1-12 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,35 - Mt 9,36 - Mt 9,37 - Mt 9,38 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena 36 videns autem turbas misertus est eis quia erant vexati et iacentes sicut oves non habentes pastorem   Toen hij nu de volksmenigten zag , kreeg hij medelijden met hen , want ze waren afgemat en verstrooid , als schapen die geen herder hebben .   36 En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben. [36] Bij het zien van de mensenmenigte werd Hij diep bewogen door hen, omdat ze geplaagd en gebroken waren als schapen zonder herder.   [36] Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.  36 Bij het zien van de scharen is alles in hem bewogen over hen, omdat zij afgemat en opgejaagd zijn ‘als schapen die geen herder hebben’.   36. A la vue des foules il en eut pitié, car ces gens étaient las et prostrés comme des brebis qui n'ont pas de berger.  

King James Bible . But when he saw the multitudes, he was moved with compassion on them, because they fainted and were scattered abroad, as sheep having no shepherd.
Luther-Bibel (1984) . Und als er das Volk sah, jammerte es ihn; denn sie waren verschmachtet und azerstreut wie die Schafe, die keinen Hirten haben
- 11de (elfde) zondag door het a-jaar . In die tijd werd Jezus bij het zien van de menigte door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.

Tekstuitleg van Mt 9,36 . Dit vers Mt 9,36 telt 17 woorden en 94 (2 X 47) letters . De getalwaarde van Mt 9,36 is 19819 (31 X 349) .

Mc 6,34 // Mt 14,14 kai exelthôn eiden polun ochlon kai esplagchnisthè ep autous oti èsan ôs probata mè echonta poimena kai èrxato didaskein autous polla ([34] Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte, en Hij had zeer met hen te doen, omdat ze als schapen zonder herder waren, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.)
Mt 9,36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)
Mt 14,14 kai exelthôn eiden polun ochlon kai esplagchnisthè ep autois kai etherapeusen tous arrôstous autôn

1. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelv oud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .

Mt 2,16 : Herodes Mt 27,3 : Judas Mt 27,24 : Pilatus
Tote (toen) Tote (toen)  
Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus)
hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)...
 

brengt de dertig zilverstukken terug

laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk
  èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed)
  Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) humeis opsesthe ( u ziet maar)
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -

Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .

Mt 5,1 idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten)
Mt 8,18 idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte)
Mt 9,23 kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte)
Mt 9,36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)

Hier wordt idôn (gezien) de negende maal gebruikt en voor de zevende keer met Jezus als onderwerp .
- eiden (hij zag) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In tweeënveertig verzen in het N.T. . In tien verzen bij Matteüs : (1) Mt 3,16 . (2) Mt 4,16 . (3) Mt 4,18 . (4) Mt 4,21 . (5) Mt 8,14 . (6) Mt 9,9 . (7) Mt 14,14 . (8) Mt 20,3 . (9) Mt 22,11 . (10) Mt 26,71 . In zes van de tien verzen is Jezus onderwerp . In vijf verzen bij Marcus : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,16 . (3) Mc 1,19 . (4) Mc 2,14 . (5) Mc 6,34

2. de (echter) . Verwijzing : de (echter) , zie Mt 1,2 . In zestien verzen in Mt 9 . Er heeft echter geen verandering van personage plaats .

3. tous (de) . Bepaald lidwoord accusatief mannelijk meervoud . In het N.T. staat bij de accusatief meervoud ochlous (menigten) steeds het bepaald lidwoord ; bijgevolg : de menigten .

4. De accusatief mannelijk meervoud ochlous (menigten) komt in tweeëntwintig verzen in de bijbel voor . In vijf verzen in het O.T. . In zeventien verzen in het N.T. . Verwijzing : ochloi (menigten) . zie Mt 4,20 en Mc 2,13 . In tien verzen bij Matteüs : (1) Mt 5,1 . (2) Mt 9,36 . (3) Mt 13,36 . (4) Mt 14,15 . (5) Mt 14,19 . (6) Mt 14,22 . (7) Mt 14,23 . (8) Mt 15,39 . (9) Mt 21,46 . (10) Mt 27,20 . In acht verzen is Jezus het onderwerp . In zes gevallen bij Matteüs komt ochlous (menigten) voor als lijdend voorwerp van een particpium(zin) . De accusatief tous ochlous (de menigten) volgt steeds op de werkwoordvorm . In vijf verzen gaat het om het ontbinden van de menigten . Vóór Mt 9,36 werd reeds in vijf verzen ochloi (menigten) als onderwerp gebruikt en het is de tweede maal dat de accusatief meervoud ochlous (menigten) wordt gebruikt . Het is dus de zevende maal dat ochloi of ochlous wordt aangewend .Met de deelwoordzin idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) leidt Matteüs de bergrede in . Op een identieke wijze leidt Matteüs in Mt 9,36 de zendingsrede in . Mt 5-7 bracht de bergrede ; Mt 8-9 bracht een geheel van wonderdaden . Mt 5-9 omvat de totale activiteit van Jezus : woord en daad . De menigten hebben nood aan zalvende woorden , aan genezende daden . Het zet Jezus ertoe aan om een twaalftal te vormen en te zenden (Mt 10) .

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
Mt 5,1 Mt 9,36 Mt 13,36 Mt 14,15 Mt 14,19 Mt 14,22 Mt 14,23 Mt 15,39 Mt 21,46 Mt 27,20
idôn de (gezien echter) idôn de (gezien echter) Tote afeis (dan achtergelaten) apoluson (ontbind) kai keleusas (en bevolen) eôs ou apolusè (totdat hij zou ontbinden) kai apolusas (en ontbonden) kai apolusas (en ontbonden) efobèthèsan (zij vreesden) epeisan
tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten) tous ochlous (de menigten)
24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 74. Arbeiders voor de oogst : Mt 9,35-38 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mc 6,6b - Mc 6,30-34 -Lc 8,1-3 - Lc 10,1-12 137. Uitleg van de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe : Mt 13,36-43 151. Eerste broodvermenig-vuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a 151. Eerste broodvermenig-vuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a 152. Jezus wandelt op het meer - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 152. Jezus wandelt op het meer - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 158. Tweede broodvermenig- vuldiging : Mc 8,1-10 - Mt 15,32-39 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23

- ochlon (menigte) . Accusatief enkelvoud. In eenenveertig verzen in de bijbel . In zes verzen in het O.T. . In vijfendertig verzen in het N.T. . In tien verzen bij Matteüs : (1) Mt 8,18 . (2) Mt 9,23 . (3) Mt 14,5 . (4) Mt 14,14 . (5) Mt 15,10 . (6) Mt 15,31 . (7) Mt 15,32 . (8) Mt 15,33 . (9) Mt 17,14 . (10) Mt 21,26 . In dertien verzen bij Marcus : (1) Mc 2,4 . (2) Mc 3,9 . (3) Mc 4,36 . (4) Mc 5,31 . (5) Mc 6,34 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 7,14 . (8) Mc 8,2 . (9) Mc 8,34 . (10) Mc 9,14 . (11) Mc 11,32 . (12) Mc 12,12 . (13) Mc 15,11 . polun ochlon (een grote menigte) . In twee verzen : (1) Mt 14,14 . (2) Mc 6,34 . In Mc 9,14 lezen we ochlon polun (een grote menigte) . Het bepaald lidwoord wordt bij het zelfstandig naamwoord accusatief enkelvoud ochlon (menigte) gebruikt , tenzij een bijvoeglijk naamwoord het zelfstandig naamwoord nader bepaald . Uitzonderingen hierop zijn : (1) Mt 8,18 . (2) Hnd 21,27 . Het bepaald lidwoord wordt in zesentwintig van de vijfendertig verzen gebruikt .

Mt 9,37 - Mt 9,37 : 74. Arbeiders voor de oogst : Mt 9,35-38 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mc 6,6b - Mc 6,30-34 -Lc 8,1-3 - Lc 10,1-12 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,35 - Mt 9,36 - Mt 9,37 - Mt 9,38 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:37 tote legei tois mathètais autou o men therismos polus oi de ergatai oligoi 37 tunc dicit discipulis suis messis quidem multa operarii autem pauci    37 Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige;  [37] Toen zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.   [37] Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders.  37 Dan zegt hij tot zijn leerlingen: de oogst is overvloedig, maar werklui zijn er weinig;   37. Alors il dit à ses disciples : « La moisson est abondante, mais les ouvriers peu nombreux ;

King James Bible . [37] Then saith he unto his disciples, The harvest truly is plenteous, but the labourers are few;
Luther-Bibel . 37 Da sprach er zu seinen Jüngern: Die Ernte ist groß, aber wenige sind der Arbeiter.
- 11de (elfde) zondag door het a-jaar . Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: "De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.

Tekstuitleg van Mt 9,37 .

Het is niet belangrijk om welke oogst het gaat: fruit-, groenten-, graan-, wijnoogst enz. De oogst is ongeveer op hetzelfde moment rijp, oogstbaar. Op dat moment zijn er vele werkers nodig, zo niet verrot of verdroogt hij op het veld en gaat hij verloren. De eigenaar of diens gevolmahtigde zal arbeiders inhuren. Voor hun werk zal hij hen belonen. Er wordt tussen de eigenaar en de werkers mondeling of schriftelijk een loon bepaald. In de zendingsrede is er slechts terloops sprake van loon. Op het einde ervan veel uitdrukkelijker. Al naargelang de categorie van aangeworven werkers (profeet, rechtvaardige) wordt het loon bepaald. In de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard is er uitvoeriger sprake over werken en loon ontvangen ( Mt 20,1-16 ) .
Ergatai (werkers) komt slechts in 1 vers bij Matteüs voor nl. Mt 9,37. De accusatief meervoud komt in 3 verzen bij Matteüs voor; Mt 9,38. Mt 20,1 en Mt 20,8.

Mt 9,38 - Mt 9,38 : 74. Arbeiders voor de oogst : Mt 9,35-38 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Mc 6,6b - Mc 6,30-34 -Lc 8,1-3 - Lc 10,1-12 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 9 -- Mt 9,35 - Mt 9,36 - Mt 9,37 - Mt 9,38 -- Mt 9 -- Mt 9,1-8 - Mt 9,9 - Mt 9,10-13 - Mt 9,14-17 - Mt 9,18-26 - Mt 9,27-31 - Mt 9,32-34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9:38 deèthète oun tou kuriou tou therismou opôs ekbalè ergatas eis ton therismon autou   38 rogate ergo dominum messis ut eiciat operarios in messem suam     38 Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.  [38] Vraag dus de eigenaar van de oogst om arbeiders in te zetten voor zijn oogst.’  [38] Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’ 38 bidt dan de Heer van de oogst dat hij werklui uitdrijft zijn oogst in!   38. priez donc le Maître de la moisson d'envoyer des ouvriers à sa moisson. » 

King James Bible . [38] Pray ye therefore the Lord of the harvest, that he will send forth labourers into his harvest.
Luther-Bibel . 38 Darum bittet den Herrn der Ernte, dass er Arbeiter in seine Ernte sende.
- 11de (elfde) zondag door het a-jaar . Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten."

Tekstuitleg van Mt 9,38 .


1 et ascendens in naviculam transfretavit et venit in civitatem suam 2 et ecce offerebant ei paralyticum iacentem in lecto et videns Iesus fidem illorum dixit paralytico confide fili remittuntur tibi peccata tua 3 et ecce quidam de scribis dixerunt intra se hic blasphemat 4 et cum vidisset Iesus cogitationes eorum dixit ut quid cogitatis mala in cordibus vestris 5 quid est facilius dicere dimittuntur tibi peccata aut dicere surge et ambula 6 ut sciatis autem quoniam Filius hominis habet potestatem in terra dimittendi peccata tunc ait paralytico surge tolle lectum tuum et vade in domum tuam 7 et surrexit et abiit in domum suam 8 videntes autem turbae timuerunt et glorificaverunt Deum qui dedit potestatem talem hominibus 9 et cum transiret inde Iesus vidit hominem sedentem in teloneo Mattheum nomine et ait illi sequere me et surgens secutus est eum 10 et factum est discumbente eo in domo ecce multi publicani et peccatores venientes discumbebant cum Iesu et discipulis eius 11 et videntes Pharisaei dicebant discipulis eius quare cum publicanis et peccatoribus manducat magister vester 12 at Iesus audiens ait non est opus valentibus medico sed male habentibus 13 euntes autem discite quid est misericordiam volo et non sacrificium non enim veni vocare iustos sed peccatores 14 tunc accesserunt ad eum discipuli Iohannis dicentes quare nos et Pharisaei ieiunamus frequenter discipuli autem tui non ieiunant 15 et ait illis Iesus numquid possunt filii sponsi lugere quamdiu cum illis est sponsus venient autem dies cum auferetur ab eis sponsus et tunc ieiunabunt 16 nemo autem inmittit commissuram panni rudis in vestimentum vetus tollit enim plenitudinem eius a vestimento et peior scissura fit 17 neque mittunt vinum novum in utres veteres alioquin rumpuntur utres et vinum effunditur et utres pereunt sed vinum novum in utres novos mittunt et ambo conservantur 18 haec illo loquente ad eos ecce princeps unus accessit et adorabat eum dicens filia mea modo defuncta est sed veni inpone manum super eam et vivet 19 et surgens Iesus sequebatur eum et discipuli eius 20 et ecce mulier quae sanguinis fluxum patiebatur duodecim annis accessit retro et tetigit fimbriam vestimenti eius 21 dicebat enim intra se si tetigero tantum vestimentum eius salva ero 22 at Iesus conversus et videns eam dixit confide filia fides tua te salvam fecit et salva facta est mulier ex illa hora 23 et cum venisset Iesus in domum principis et vidisset tibicines et turbam tumultuantem 24 dicebat recedite non est enim mortua puella sed dormit et deridebant eum 25 et cum eiecta esset turba intravit et tenuit manum eius et surrexit puella 26 et exiit fama haec in universam terram illam 27 et transeunte inde Iesu secuti sunt eum duo caeci clamantes et dicentes miserere nostri Fili David 28 cum autem venisset domum accesserunt ad eum caeci et dicit eis Iesus creditis quia possum hoc facere vobis dicunt ei utique Domine 29 tunc tetigit oculos eorum dicens secundum fidem vestram fiat vobis 30 et aperti sunt oculi illorum et comminatus est illis Iesus dicens videte ne quis sciat 31 illi autem exeuntes diffamaverunt eum in tota terra illa 32 egressis autem illis ecce obtulerunt ei hominem mutum daemonium habentem 33 et eiecto daemone locutus est mutus et miratae sunt turbae dicentes numquam paruit sic in Israhel 34 Pharisaei autem dicebant in principe daemoniorum eicit daemones 35 et circumibat Iesus civitates omnes et castella docens in synagogis eorum et praedicans evangelium regni et curans omnem languorem et omnem infirmitatem 36 videns autem turbas misertus est eis quia erant vexati et iacentes sicut oves non habentes pastorem 37 tunc dicit discipulis suis messis quidem multa operarii autem pauci 38 rogate ergo dominum messis ut eiciat operarios in messem suam