MATTEÜSEVANGELIE : NEGENTIENDE HOOFDSTUK , MT 19 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,1-2 - Mt 19,3-9 - Mt 19,10-12 - Mt 19,13-15 - Mt 19,16-22 - Mt 19,23-26 - Mt 19,27-29 - Mt 19,30 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht : Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28
Tekstuileg per pericope - Mt 19,1-2 - Mt 19,3-9 - Mt 19,10-12 - Mt 19,13-15 - Mt 19,16-22 - Mt 19,23-26 - Mt 19,27-29 - Mt 19,30 -
Tekstuitleg vers per vers - Mt 19,1 - Mt 19,2 - Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 - Mt 19,10 - Mt 19,11 - Mt 19,12 - Mt 19,13 - Mt 19,14 - Mt 19,15 - Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 - Mt 19,23 - Mt 19,24 - Mt 19,25 - Mt 19,26 - Mt 19,27 - Mt 19,28 - Mt 19,29 - Mt 19,30 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
    bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het negentiende hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
264. Van Galilea naar Judea : Mc 10,1 - Mt 19,1-2 -
265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -
266. Ongehuwd zijn : Mt 19,10-12 -
267. Jezus ontvangt de kinderen : Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 -
268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -
269. Het is moeilijk voor de rijken om het Rijk Gods binnen te gaan :Mc 10,23-27 - Mt 19,23-26 - Lc 18,24-27 -
270. Loon voor wie alles verlaten om Jezus te volgen : Mc 10,28-30 - Mt 19,27-29 - Lc 18,28-30 -
271. De eschatologische ommekeer : Mc 10,31 - Mt 19,30 - Mt 20,16 - Lc 13,30 -

264. Van Galilea naar Judea : Mt 19,1-2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,1 - Mt 19,1-2 -- Mt 19,1 - Mt 19,2 -

Mt 19,1 - Mt 19,1 : 264. Van Galilea naar Judea -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,1 - Mt 19,1-2 -- Mt 19,1 - Mt 19,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:1 kai egeneto ote etelesen o ièsous tous logous toutous metèren apo tès galilaias kai èlthen eis ta oria tès ioudaias peran tou iordanou   1 et factum est cum consummasset Iesus sermones istos migravit a Galilaea et venit in fines Iudaeae trans Iordanen     1 En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat Hij vertrok van Galilea, en kwam over de Jordaan, in de landpalen van Judea.  [1] Toen Jezus deze woorden beëindigd* had, vertrok Hij uit Galilea* en ging Hij naar het gebied van Judea, aan de overkant van de Jordaan.   [1] Nadat Jezus deze rede had uitgesproken, verliet hij Galilea en ging hij langs de overkant van de Jordaan naar Judea.   1 ¶ Het geschiedt:  wanneer Jezus deze toespraken voleindigd heeft, breekt hij op uit Galilea; hij komt aan bij het gebied van Judea, aan de overzij van de Jordaan.  1. Et il advint, quand Jésus eut achevé ces discours, qu'il quitta la Galilée et vint dans le territoire de la Judée au-delà du Jourdain. 

King James Bible . [1] And it came to pass, that when Jesus had finished these sayings, he departed from Galilee, and came into the coasts of Judaea beyond Jordan;
Luther-Bibel . 1 Und es begab sich, als Jesus diese Reden vollendet hatte, dass er sich aufmachte aus Galiläa und kam in das Gebiet von Judäa jenseits des Jordans;

Tekstuitleg van Mt 19,1 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

6. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mt : Ièsous (Jezus) .
Mt 19 (7) Mt 19,1 : (1) Mt 19,1 . (2) Mt 19,14 . (3) Mt 19,18 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 19,23 . (6) Mt 19,26 . (7) Mt 19,28 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

- Mt 19,1 - zie Mt 7,28

Matteüs beëindigt zijn vierde rede nl. de kerkelijke rede.

Mt 11,1 bestaat vooreerst uit een geijkte formulering om een rede af te sluiten. In Mt 11,1 volgt dan een participiumzin bij het onderwerp ho Ièsous (Jezus). diatassô : bevelen, opdragen. We treffen enige gelijkenis met het begin van de zendingsrede (Mt 10,1) :

  begin van de zendingsrede afsluiting van de zendingsrede
bijbelplaats Mt 10,1 Mt 11,1
participium aorist / onderwerp Jezus) Kai (en) proskalesamenos (bij zich roepende) diatassôn (opdragende)
de twaalf leerlingen tous dôdeka mathètas autou (zijn twaalf leerlingen) tois dôdeka mathètais autou (aan zijn twaalf leerlingen)
  edôken autois exousian (gaf hij hen de macht)  
   75. Keuze van de twaalf en volmachtsoverdracht : Mt 10,1-4 - Mt 10,1-4 -  86. Slot van de rede : Mt 11,1 - Mt 11,1 -

De volgende nevenschikkende zin wordt niet door het nevenschikkend voegwoord kai (en) ingeleid. De zin vertoont grote gelijkenis met het afsluiten van de parabelrede en de overgang naar de eropvolgende pericope (Mt 13,53-58 // Mc 6,1-6a) en met het afsluiten van de parabelrede en de overgang naar de eropvolgende pericope. Mt 13,53-54 is een bewerking van Mc 6,1-2. Mt 11,1 zou op Mt 13,53-54 kunnen geïnspireerd zijn.

  na de zendingsrede en de afsluitingsformule na de parabelrede en de afsluitingsformule na de kerkrede en de afsluiti,gsformule
  Mt 11,1 Mt 13,53-54 Mt 19,1
werkwoord met meta (aan de andere kant) metebè (stak over) metèren (metairô) (ging hij verder) metèren (metairô) (ging hij verder)
ekeithen (vanhier) ekeithen (vanhier) ekeithen (vandaar) apo tès Galilaias (van Galilea)
    54. kai elthôn eis tèn patrida autou (en komende in zijn vaderstad)  
het werkwoord onderrichten tou disdaskein kai kèrussein (om te onderrichten en te verkondigen edidasken autous (hij onderrichtte hen)  
de plaats van onderricht en tais polesin autôn (in hun steden) en tèi sunagôgèi autôn (in hun synagogen)  
   86. Slot van de rede : Mt 11,1 - Mt 11,1 -  145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a // Mt 13,53-58 ( // Lc 4,16-30) - Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - 264. Van Galilea naar Judea : Mc 10,1 // Mt 19,1-2 - Mc 10,1 - Mt 19,1-2 -

 

Mt 8,1 Mt 11,1 Mt 12,15 // (Mc 3,7 // Lc 6,17)  Mt 13,5"b-54 Mt 14,13-14            
Katabantos (nadat hij afgedaald was) de autou apo tou oros (echter hij van de berg) diatassoon tous doodeka mathijtas autou (aanwijzingen gevende zijn twaalf leerlingen) Ho de Iijsous gnous ( Jezus echter wetende)    akousas de ho Iijsous (jezus echter dit gehoord hebbende)            
   metebij ekeithen (ging hij vandaaruit naar elders) anechoorijsen ekeithen (week vandaar uit)  metijren ekeithen (brak hij vandaaruit op)  anechoorijsen ekeithen (week vandaar uit) en ploiooi eis erijmon topon kat'idian (per boot naar een eenzame plaats in quarantaine)            
    kai (en)  kai elthoon eis tijn patrida autou (en gegaan zijnde naar zijn vaderstad)  kai (en)            
ijkolouthijsan (volgden)   ijkolouthijsan (volgden)   akousantes hoi ochloi ijkolouthijsan (en de menigeten vernomen hebbendevolgden)             
autooi (hem)   autooi (hem)   autooi peziji apo toon poleoon (te voet vanuit de steden)              
ochloi polloi (vele menigten)   polloi (velen)                
   tou disdaskein kai kijrussein (om te onderrichten en te verkondigen) etherapeusen (hij genas)  edidasken (onderrichtte hij)              
    autous pantas (hen allen) autous (hen)              
  en tais polesin  autoon (in hun steden)   en tiji sunagoogiji autoon (in hun synagoge)               
                     

metabainoo : naar elders -, naar de overzijde gaan
diatassoo : aanwijzen, bevelen,
metairoo : opnemen en verplaatsen, opbreken,

Mt 19,2 - Mt 19,2 : 264. Van Galilea naar Judea -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,1 - Mt 19,1-2 -- Mt 19,1 - Mt 19,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:2 kai èkolouthèsan autô ochloi polloi kai etherapeusen autous ekei 2 et secutae sunt eum turbae multae et curavit eos ibi   2 En vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze aldaar.  [2] Veel mensen volgden Hem, en Hij genas hen. [2] Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen ter plekke. 2 Talrijke scharen volgen hem; en hij geneest hen daar. 2. Des foules nombreuses le suivirent, et là il les guérit. 

King James Bible . [2] And great multitudes followed him; and he healed them there.
Luther-Bibel . 2 und eine große Menge folgte ihm nach und er heilte sie dort.

Tekstuitleg van Mt 19,2 .

265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -

Mt 19,3 - Mt 19,3 : 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai prosèlthon autôi Pfarisaioi peizazontes auton kai legontes   et accesserunt ad eum Pharisaei temptantes eum et dicentes si licet homini dimittere uxorem suam quacumque ex causa   3 En de Farizeën kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten, om allerlei oorzaak? Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’  Toen kwamen er Farizeeën op hem af om hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’  Er komen farizeeërs bij hem die hem op de proef stellen en zeggen: mag het, dat men zich losmaakt van z'n vrouw, om allerlei redenen?  3. Des Pharisiens s'approchèrent de lui et lui dirent, pour le mettre à l'épreuve : « Est-il permis de répudier sa femme pour n'importe quel motif ? »  

King James Bible . [3] The Pharisees also came unto him, tempting him, and saying unto him, Is it lawful for a man to put away his wife for every cause?
Luther-Bibel . 3 Da traten Pharisäer zu ihm und versuchten ihn und sprachen: Ist's erlaubt, dass sich ein Mann aus irgendeinem Grund von seiner Frau scheidet?

Tekstuitleg van Mt 19,3 .

Mt 19,4 - Mt 19,4 : 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:4 o de apokritheis eipen ouk anegnôte oti o ktisas ap archès arsen kai thèlu epoièsen autous   4 qui respondens ait eis non legistis quia qui fecit ab initio masculum et feminam fecit eos   Hij echter antwoordde (en) zei : "Hebt u niet gelezen dat de Schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft ?" .   4 Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?  [4] Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?  [4] Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’   4 Maar hij zegt hen ten antwoord: hebt ge nooit gelezen dat de schepper aan het begin ‘hen mannelijk en vrouwelijk maakte’   4. Il répondit : « N'avez-vous pas lu que le Créateur, dès l'origine, les fit homme et femme,  

King James Bible . And he answered and said unto them, Have ye not read, that he which made them at the beginning made them male and female,
Luther-Bibel . 4 Er aber antwortete und sprach: Habt ihr nicht gelesen: Der im Anfang den Menschen geschaffen hat, schuf sie als Mann und Frau

Tekstuitleg van Mt 19,4 . Dit vers Mt 19,4 telt 17 woorden en 79 letters . De getalwaarde van Mt 19,4 is 8061 (3 X 2687) .

Mt 19,5 - Mt 19,5 : 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:5 kai eipen eneka toutou kataleiyei anthrôpos ton patera kai tèn mètera kai kollèthèsetai tè gunaiki autou kai esontai oi duo eis sarka mian 5 et dixit propter hoc dimittet homo patrem et matrem et adherebit suae et erunt duo in carne una    5 En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn;  [5] En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn?   [5] En hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden;  5 en gezegd heeft ‘daarom zal een mens vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen tot één vlees zijn’,  5. et qu'il a dit : Ainsi donc l'homme quittera son père et sa mère pour s'attacher à sa femme, et les deux ne feront qu'une seule chair ? 

King James Bible . [5] And said, For this cause shall a man leave father and mother, and shall cleave to his wife: and they twain shall be one flesh?
Luther-Bibel . 5 und sprach (1.Mose 2,24): »Darum wird ein Mann Vater und Mutter verlassen und an seiner Frau hängen, und die zwei werden "ein" Fleisch sein«?

Tekstuitleg van Mt 19,5 .

Mt 19,6 - Mt 19,6 : 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:6 ôste ouketi eisin duo alla sarx mia o oun o theos sunezeuxen anthrôpos mè chôrizetô   6 itaque iam non sunt duo sed una caro quod ergo Deus coniunxit homo non separet     6 Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.  [6] Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’  [6] ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’   6 zodat zij niet meer twéé zijn maar één vlees; wat God dan heeft verbonden mag een mens niet scheiden!  6. Ainsi ils ne sont plus deux, mais une seule chair. Eh bien ! ce que Dieu a uni, l'homme ne doit point le séparer. » - 

King James Bible . [6] Wherefore they are no more twain, but one flesh. What therefore God hath joined together, let not man put asunder.
Luther-Bibel . 6 So sind sie nun nicht mehr zwei, sondern "ein" Fleisch . Was nun Gott zusammengefügt hat, das soll der Mensch nicht scheiden!

Tekstuitleg van Mt 19,6 .

Mt 19,7 - Mt 19,7 : 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:7 legousin autô ti oun môusès eneteilato dounai biblion apostasiou kai apolusai | | [autèn*] |   7 dicunt illi quid ergo Moses mandavit dari libellum repudii et dimittere    7 Zij zeiden tot hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten?  [7] Ze zeiden Hem: ‘Waarom heeft Mozes dan bevolen haar te verstoten door haar een scheidingsakte te geven?’ [7] Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’   7 Ze zeggen tot hem: waarom heeft Mozes dan geboden ‘een akte van afstand mee te geven en zich los te maken’?   7. « Pourquoi donc, lui disent-ils, Moïse a-t-il prescrit de donner un acte de divorce quand on répudie ? » - 

King James Bible . [7] They say unto him, Why did Moses then command to give a writing of divorcement, and to put her away?
Luther-Bibel . 7 Da fragten sie: Warum hat dann Mose geboten, ihr einen Scheidebrief zu geben und sich von ihr zu scheiden?

Tekstuitleg van Mt 19,7 .

Mt 19,8 - Mt 19,8 : 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:8 legei autois oti môusès pros tèn sklèrokardian umôn epetreyen umin apolusai tas gunaikas umôn ap archès de ou gegonen outôs  8 ait illis quoniam Moses ad duritiam cordis vestri permisit vobis dimittere uxores vestras ab initio autem non sic fuit     8 Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest.  [8] Hij zei hun: ‘Omdat u verstokt van hart bent, heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten, maar dat was niet zo vanaf het begin.   [8] Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest.  8 Hij zegt tot hen: omdat Mozes om uw verharde hart u heeft toegestaan u van uw vrouwen los te maken;   8. « C'est, leur dit-il, en raison de votre dureté de cœur que Moïse vous a permis de répudier vos femmes ; mais dès l'origine il n'en fut pas ainsi. 

King James Bible . [8] He saith unto them, Moses because of the hardness of your hearts suffered you to put away your wives: but from the beginning it was not so.
Luther-Bibel . 8 Er sprach zu ihnen: Mose hat euch erlaubt, euch zu scheiden von euren Frauen, eures Herzens Härte wegen; von Anfang an aber ist's nicht so gewesen.

Tekstuitleg van Mt 19,8 .

1. act. ind. pr. 3de pers. enk.  legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mt : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .
Mt (54) . Mt 19 (3) : (1) Mt 19,8 . (2) Mt 19,18 . (3) Mt 19,20 .

Mt 19,9 - Mt 19,9 : 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 - Mt 19,3-9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,3 - Mt 19,4 - Mt 19,5 - Mt 19,6 - Mt 19,7 - Mt 19,8 - Mt 19,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:9 legô de umin oti os an apolusè tèn gunaika autou mè epi porneia kai gamèsè allèn moichatai   9 dico autem vobis quia quicumque dimiserit uxorem suam nisi ob fornicationem et aliam duxerit moechatur et qui dimissam duxerit moechatur    9 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.   [9] Maar Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot, behalve in het geval van ontucht, en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk.’ [9] Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’*  9 maar ik zeg u: wie zijn vrouw loslaat en een ander trouwt, is een trouwbreker! 9. Or je vous le dis : quiconque répudie sa femme - pas pour » prostitution » - et en épouse une autre, commet un adultère. »  

King James Bible . [9] And I say unto you, Whosoever shall put away his wife, except it be for fornication, and shall marry another, committeth adultery: and whoso marrieth her which is put away doth commit adultery.
Luther-Bibel . 9 Ich aber sage euch: Wer sich von seiner Frau scheidet, es sei denn wegen Ehebruchs, und heiratet eine andere, der bricht die Ehe.

Tekstuitleg van Mt 19,9 .

266. Ongehuwd zijn : Mt 19,10-12 -- Mt 19,10-12 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,10 - Mt 19,11 - Mt 19,12 -

Mt 19,10 - Mt 19,10 : 266. Ongehuwd zijn - Mt 19,10-12 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,10 - Mt 19,11 - Mt 19,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:10 legousin autô oi mathètai | | [autou*] | ei outôs estin è aitia tou anthrôpou meta tès gunaikos ou sumferei gamèsai  10 dicunt ei discipuli eius si ita est causa homini cum uxore non expedit nubere    10 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Indien de zaak des mensen met de vrouw alzo staat, zo is het niet oorbaar te trouwen.  [10] Zijn leerlingen zeiden Hem: ‘Als het zo is tussen man en vrouw, is het beter om niet te trouwen.’ [10] Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ 10 De leerlingen zeggen tot hem: als het zó staat  met de zaak van de mens met de vrouw, heeft het geen zin om te trouwen!   10. Les disciples lui disent : « Si telle est la condition de l'homme envers la femme, il n'est pas expédient de se marier. »  

King James Bible .[10] His disciples say unto him, If the case of the man be so with his wife, it is not good to marry.
Luther-Bibel . 10 Da sprachen seine Jünger zu ihm: Steht die Sache eines Mannes mit seiner Frau so, dann ist's nicht gut zu heiraten.

Tekstuitleg van Mt 19,10 .

Mt 19,11 - Mt 19,11 : 266. Ongehuwd zijn - Mt 19,10-12 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,10 - Mt 19,11 - Mt 19,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:11 o de eipen autois ou pantes chôrousin ton logon | | [touton*] | all ois dedotai  11 qui dixit non omnes capiunt verbum istud sed quibus datum est     11 Doch Hij zeide tot hen: Allen vatten dit woord niet, maar dien het gegeven is.   [11] Maar Hij zei: ‘Niet allen begrijpen dat woord, alleen zij aan wie het gegeven is.   [11] Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is:   11 Maar hij zegt tot hen: niet állen kunnen dit woord bevatten,– alleen zij aan wie het gegeven is;  11. Il leur dit : « Tous ne comprennent pas ce langage, mais ceux-là à qui c'est donné. 

King James Bible . [11] But he said unto them, All men cannot receive this saying, save they to whom it is given.
Luther-Bibel . 11 Er sprach aber zu ihnen: Dies Wort fassen nicht alle, sondern nur die, denen es gegeben ist.

Tekstuitleg van Mt 19,11 .

Mt 19,12 - Mt 19,12 : 266. Ongehuwd zijn - Mt 19,10-12 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,10 - Mt 19,11 - Mt 19,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:12 eisin gar eunouchoi oitines ek koilias mètros egennèthèsan outôs kai eisin eunouchoi oitines eunouchisthèsan upo tôn anthrôpôn kai eisin eunouchoi oitines eunouchisan eautous dia tèn basileian tôn ouranôn o dunamenos chôrein chôreitô   12 sunt enim eunuchi qui de matris utero sic nati sunt et sunt eunuchi qui facti sunt ab hominibus et sunt eunuchi qui se ipsos castraverunt propter regnum caelorum qui potest capere capiat    12 Want er zijn gesnedenen, die uit moeders lijf alzo geboren zijn; en er zijn gesnedenen, die van de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen. Die dit vatten kan, vatte het.   [12] Want er zijn eunuchen* die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn eunuchen die door de mensen zo gemaakt zijn, en er zijn eunuchen die zichzelf zo gemaakt hebben omwille van het koninkrijk der hemelen. Wie dat kan, moet het begrijpen.’  [12] er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’  12 want er zijn ontmanden die zó uit de moederschoot zijn voortgebracht en er zijn ontmanden die ontmand zijn door de mensen, en er zijn ontmanden die zichzelf ontmand hebben vanwege het koninkrijk der hemelen: wie bij machte is het te vatten, die vatte het!   12. Il y a, en effet, des eunuques qui sont nés ainsi du sein de leur mère, il y a des eunuques qui le sont devenus par l'action des hommes, et il y a des eunuques qui se sont eux-mêmes rendus tels à cause du Royaume des Cieux. Qui peut comprendre, qu'il comprenne ! »  

King James Bible . [12] For there are some eunuchs, which were so born from their mother's womb: and there are some eunuchs, which were made eunuchs of men: and there be eunuchs, which have made themselves eunuchs for the kingdom of heaven's sake. He that is able to receive it, let him receive it.
Luther-Bibel . 12 Denn einige sind von Geburt an zur Ehe unfähig; andere sind von Menschen zur Ehe unfähig gemacht; und wieder andere haben sich selbst zur Ehe unfähig gemacht um des Himmelreichs willen. Wer es fassen kann, der fasse es!

Tekstuitleg van Mt 19,12 .

267. Jezus ontvangt de kinderen : Mt 19,13-15 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 -- Mt 19,13 - Mt 19,14 - Mt 19,15 -

Mt 19,13 - Mt 19,13 : 267. Jezus ontvangt de kinderen : Mt 19,13-15 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 -- Mt 19,13 - Mt 19,14 - Mt 19,15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:13 tote prosènechthèsan autô paidia ina tas cheiras epithè autois kai proseuxètai oi de mathètai epetimèsan autois   13 tunc oblati sunt ei parvuli ut manus eis inponeret et oraret discipuli autem increpabant eis     13 Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve.   [13] Toen bracht men kinderen bij Hem, met de bedoeling dat Hij hun de handen zou opleggen en voor hen zou bidden. Maar de leerlingen wezen hen terecht. 
[13] Daarop brachten de mensen kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen berispten,  
13 ¶ Dan brengen ze kinderen bij hem opdat hij hun de handen op zal leggen en voor hen zal bidden, maar de leerlingen wijzen hen bars af.   13. Alors des petits enfants lui furent présentés, pour qu'il leur imposât les mains en priant ; mais les disciples les rabrouèrent. 

King James Bible . [13] Then were there brought unto him little children, that he should put his hands on them, and pray: and the disciples rebuked them.
Luther-Bibel . 13 Da wurden Kinder zu ihm gebracht, damit er die Hände auf sie legte und betete. Die Jünger aber fuhren sie an.

Tekstuitleg van Mt 19,13 .

Mt 19,14 - Mt 19,14 : 267. Jezus ontvangt de kinderen : Mt 19,13-15 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 -- Mt 19,13 - Mt 19,14 - Mt 19,15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:14 o de ièsous eipen afete ta paidia kai mè kôluete auta elthein pros me tôn gar toioutôn estin è basileia tôn ouranôn   14 Iesus vero ait eis sinite parvulos et nolite eos prohibere ad me venire talium est enim regnum caelorum    14 Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.   [14] Jezus zei: ‘Laat die kinderen en verhinder niet dat ze bij Me komen, want van zulke kinderen is het koninkrijk der hemelen.’   [14] zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’  14 Maar Jezus zegt: laat die kinderen toch, en verhindert ze niet om tot mij te komen, want voor zulke mensen is het koninkrijk der hemelen!  14. Jésus dit alors : « Laissez les petits enfants et ne les empêchez pas de venir à moi ; car c'est à leurs pareils qu'appartient le Royaume des Cieux. » 

King James Bible . [14] But Jesus said, Suffer little children, and forbid them not, to come unto me: for of such is the kingdom of heaven.
Luther-Bibel . 14 Aber Jesus sprach: Lasset die Kinder und wehret ihnen nicht, zu mir zu kommen; denn solchen gehört das Himmelreich.

Tekstuitleg van Mt 19,14 .

3. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mt : Ièsous (Jezus) .
Mt 19 (7) Mt 19,1 : (1) Mt 19,1 . (2) Mt 19,14 . (3) Mt 19,18 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 19,23 . (6) Mt 19,26 . (7) Mt 19,28 .

Mt 19,15 - Mt 19,15 : 267. Jezus ontvangt de kinderen : Mt 19,13-15 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,13-16 - Mt 19,13-15 - Lc 18,15-17 -- Mt 19,13 - Mt 19,14 - Mt 19,15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:15 kai epitheis tas cheiras autois eporeuthè ekeithen 15 et cum inposuisset eis manus abiit inde     15 En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.  [15] Hij legde hun de handen op; daarna vertrok Hij.  [15] En nadat hij hun de handen had opgelegd, trok hij weer verder.  15 Hij legt hun de handen op en trekt verder, daarvandaan.  15. Puis il leur imposa les mains et poursuivit sa route.  

King James Bible . [15] And he laid his hands on them, and departed thence. [
Luther-Bibel . 15 Und er legte die Hände auf sie und zog von dort weiter.

Tekstuitleg van Mt 19,15 .

 Mc 9,34 // Mt 18,1 // Lc 9,46  Mt 18,1 // Mc 9,34 // Lc 9,46 Lc 9,46 // Mc 9,34 // Mt 18,1  Mt 23,11 Mc 9,35 Mc 10,43 // Mt 20,26 // Lc 22,26 Mc 10,44 // Mt 20,26 // Mc 10,43 // Lc 22,26
        ei (indien) all' (maar) kai (en) kai (en)
 tis (wie)  tis (wie)  tis (wie)   tis (iemand) hos an (wie) hos an (wie) hos an (wie)
    an eiij (zou zijn)    thelei (wil) theliji (zou willen) theliji (zou willen) theliji (zou willen)
meizoon (groter - de grootste)  ara meizoon (derhalve de grootste)   meizoon (de grootste) ho de meizoon (de meerdere) prootos (eerste) megas (groot) en humin (onder jullie) en humin (onder jullie)
  estin (is)      einai (zijn), genesthai (worden) einai (zijn)  
  en tiji basileiai toon ouranoon (in het koninkrijk van de hemelen)   autoon (van hen) humoon (van jullie)   en humin (onder jullie) prootos (eerste)  
      estai (hij zal zijn) estai (hij zal zijn) estai (hij zal zijn) estai (hij zal zijn)  
        pantoon ( van allen)      
        eschatos (de laatste)      
        kzi (en)      
       humoon (van jullie) pantoon (van allen)  humoon (van jullie)  pantoon (van allen)  
       diakonos (dienaar) diakonos (dienaar)  diakonos (dienaar)

 doulos (slaaf)

 
               

268. De rijke (jonge) man : Mt 19,16-22 - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Mt 19,16 - Mt 19,16 : 268. De rijke (jonge) man - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:16 kai idou eis proselthôn autô eipen didaskale ti agathon poièsô ina schô zôèn aiônion   16 et ecce unus accedens ait illi magister bone quid boni faciam ut habeam vitam aeternam     16 En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?  
[16] Toen kwam er iemand naar Hem toe die zei: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?’  
[16] Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’   16 ¶ Ziedaar, er komt er één op hem af die zegt: leermeester, wát is het goede dat ik moet doen om eeuwig leven te hebben?  16. Et voici qu'un homme s'approcha et lui dit : « Maître, que dois-je faire de bon pour obtenir la vie éternelle ? » 

King James Bible . 16] And, behold, one came and said unto him, Good Master, what good thing shall I do, that I may have eternal life?
Luther-Bibel . 16 Und siehe, einer trat zu ihm und fragte: Meister, was soll ich Gutes tun, damit ich das ewige Leben habe?

Tekstuitleg van Mt 19,16 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

Mt 19,17 - Mt 19,17 : 268. De rijke (jonge) man - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:17 o de eipen autô ti me erôtas peri tou agathou eis estin o agathos ei de theleis eis tèn zôèn eiselthein | tèrei | tèrèson | tas entolas   17 qui dixit ei quid me interrogas de bono unus est bonus Deus si autem vis ad vitam ingredi serva mandata    17 En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.  [17] Maar Hij zei: ‘Waarom stelt u Mij die vraag over het goede? Eén is er goed. Als u het leven wilt binnengaan, houd u dan aan de geboden.’ [17] Hij antwoordde: ‘Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’   17 Maar hij zegt tot hem: waarom vraag je mij naar wat goed is?– één is er die goed is!– maar als je het wilt, binnenkomen in dat leven,– houd de geboden!   17. Il lui dit : « Qu'as-tu à m'interroger sur ce qui est bon ? Un seul est le Bon. Que si tu veux entrer dans la vie, observe les commandements. » -  

King James Bible . [17] And he said unto him, Why callest thou me good? there is none good but one, that is, God: but if thou wilt enter into life, keep the commandments.
Luther-Bibel . 17 Er aber sprach zu ihm: Was fragst du mich nach dem, was gut ist? Gut ist nur Einer. Willst du aber zum Leben eingehen, so halte die Gebote.

Tekstuitleg van Mt 19,17 .

Mt 19,18 - Mt 19,18 : 268. De rijke (jonge) man - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:18 legei autô poias o de ièsous | efè | eipen | to ou foneuseis ou moicheuseis ou kleyeis ou yeudomarturèseis   18 dicit illi quae Iesus autem dixit non homicidium facies non adulterabis non facies furtum non falsum testimonium dices     18 Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;   [18] ‘Welke?’, vroeg hij. Jezus zei daarop: ‘Niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen, niet vals getuigen,  [18] ‘Welke?’ vroeg hij. ‘Deze,’ antwoordde Jezus, ‘pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af,   18 Hij zegt tot hem: welke? Jezus verklaart: dit, ‘je zult niet moorden, geen trouw breken, niet stelen, geen vals getuigenis geven,   18. « Lesquels ? » lui dit-il. Jésus reprit : « Tu ne tueras pas, tu ne commettras pas d'adultère, tu ne voleras pas, tu ne porteras pas de faux témoignage, 

King James Bible . [18] He saith unto him, Which? Jesus said, Thou shalt do no murder, Thou shalt not commit adultery, Thou shalt not steal, Thou shalt not bear false witness,
Luther-Bibel . 18 Da fragte er ihn: Welche? Jesus aber sprach: »Du sollst nicht töten; du sollst nicht ehebrechen; du sollst nicht stehlen; du sollst nicht falsch Zeugnis geben;

Tekstuitleg van Mt 19,18 .

1. act. ind. pr. 3de pers. enk.  legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mt : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .
Mt (54) . Mt 19 (3) : (1) Mt 19,8 . (2) Mt 19,18 . (3) Mt 19,20 .

6. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mt : Ièsous (Jezus) .
Mt 19 (7) Mt 19,1 : (1) Mt 19,1 . (2) Mt 19,14 . (3) Mt 19,18 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 19,23 . (6) Mt 19,26 . (7) Mt 19,28 .

Mt 19,19 - Mt 19,19 : 268. De rijke (jonge) man - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:19 tima ton patera kai tèn mètera kai agapèseis ton plèsion sou ôs seauton   19 honora patrem et matrem et diliges proximum tuum sicut te ipsum    19 Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.  [19] uw vader en uw moeder eren, en uw naaste beminnen als uzelf.’ [19] toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’   19 eer je vader en je moeder’ en ‘je zult je naaste liefhebben zoals jezelf’!  19. honore ton père et ta mère, et tu aimeras ton prochain comme toi-même. » 

King James Bible . [19] Honour thy father and thy mother: and, Thou shalt love thy neighbour as thyself.
Luther-Bibel . 19 ehre Vater und Mutter« (2.Mose 20,12-16); und: »Du sollst deinen Nächsten lieben wie dich selbst« (3.Mose 19,18).

Tekstuitleg van Mt 19,19 .

Mt 19,20 - Mt 19,20 : 268. De rijke (jonge) man - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:20 legei autô o neaniskos | tauta panta | panta tauta | efulaxa ti eti usterô   20 dicit illi adulescens omnia haec custodivi quid adhuc mihi deest    20 De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?  [20] De jongeman antwoordde Hem: ‘Aan dat alles heb ik mij gehouden. Wat ontbreekt mij nog?’ [20] De jongeman zei: ‘Daar houd ik me aan. Wat kan ik nog meer doen?’  20 De jongeling zegt tot hem: over dat alles heb ik gewaakt van jongs af, waarin schiet ik nog tekort?  20. « Tout cela, lui dit le jeune homme, je l'ai observé ; que me manque-t-il encore ? » - 

King James Bible . [20] The young man saith unto him, All these things have I kept from my youth up: what lack I yet?
Luther-Bibel . 20 Da sprach der Jüngling zu ihm: Das habe ich alles gehalten; was fehlt mir noch?

Tekstuitleg van Mt 19,20 .

1. act. ind. pr. 3de pers. enk.  legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mt : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .
Mt (54) . Mt 19 (3) : (1) Mt 19,8 . (2) Mt 19,18 . (3) Mt 19,20 .

4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

Mt 19,21 - Mt 19,21 : 268. De rijke (jonge) man - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:21 efè autô o ièsous ei theleis teleios einai upage pôlèson sou ta uparchonta kai dos [tois] ptôchois kai exeis thèsauron en ouranois kai deuro akolouthei moi   21 ait illi Iesus si vis perfectus esse vade vende quae habes et da pauperibus et habebis thesaurum in caelo et veni sequere me     21 Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.  [21] Jezus zei: ‘Als u onverdeeld goed wilt zijn, ga dan uw bezit verkopen en geef het aan de armen, en u zult een schat hebben in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’   [21] Jezus antwoordde hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.’   21 Jezus verklaart hem: als je dat wilt: volmaakt zijn,– ga heen, verkoop al je eigendom en geef het aan de armen, en je zult een schat in de hemelen hebben; kom dan hierheen en volg mij!   21. Jésus lui déclara : « Si tu veux être parfait, va, vends ce que tu possèdes et donne-le aux pauvres, et tu auras un trésor dans les cieux ; puis viens, suis-moi. »  

King James Bible . [21] Jesus said unto him, If thou wilt be perfect, go and sell that thou hast, and give to the poor, and thou shalt have treasure in heaven: and come and follow me.
Luther-Bibel . 21 Jesus antwortete ihm: Willst du vollkommen sein, so geh hin, verkaufe, was du hast, und gib's den Armen, so wirst du einen Schatz im Himmel haben; und komm und folge mir nach!

Tekstuitleg van Mt 19,21 .

4. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mt : Ièsous (Jezus) .
Mt 19 (7) Mt 19,1 : (1) Mt 19,1 . (2) Mt 19,14 . (3) Mt 19,18 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 19,23 . (6) Mt 19,26 . (7) Mt 19,28 .

10. act. imperat. aor. 2de pers. enk.  pôlèson van het werkw. pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Bijbel (3) : (1) Mt 19,21 . (2) Mc 10,21 . (3) Lc 18,22 . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Mt (5) : (1) Mt 10,29 . (2) Mt 13,44 . (3) Mt 19,21 . (4) Mt 21,12 (2X) . (5) Mt 25,9 .

  pôleô (verkopen) in Mt bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 act. ind. praes. 3de pers. enk. pôlei 1   1 1 : Mt 13,44                    
2 act. part. praes. gen. mv.  pôlountôn   1 : Mt 21,12 1 : Mc 11,15              
3 act. part. praes. acc. mann. mv. pôlountas     2 : (1) Mt 21,12 . (2) Mt 25,9 1 : Mc 11,15 1 : Lc 19,45 1 : Joh 2,14          
4 act. imperat. aor. 2de pers. enk.  pôlèson   1 : Mt 19,21 1 : Mc 10,21 1 : Lc 18,22            
5 pass. ind. aor. 3de pers. enk. pôleitai 1   1 1 : Mt 10,29                    
  Totaal     17 5 verzen (6X) 3 6 2 3 1 1     1  
  Totalen       5 verzen , 6X                    

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

18. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

20. acc. mann. enk. thèsauron van het zelfst. naamw. thèsauros (schat) . Taalgebruik in het NT : thèsauros (schat) . Bijbel (16) . OT (11) . Pentateuch (1) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (7) . NT (5) : (1) Mt 19,21 . (2) Mc 10,21 . (3) Lc 12,33 . (4) Lc 18,22 . (5) 2 Kor 4,7 . Een vorm van thèsauros (schat) in de LXX (93) , in het NT (17) , in Mt (9) : (1) Mt 2,11 . (2) Mt 6,19 . (3) Mt 6,20 . (4) Mt 6,21 . (5) Mt 12,35 (2X) . (6) Mt 13,44 . (7) Mt 13,52 . (8) Mt 19,21 . Het Griekse thèsauros in de LXX is de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse woorden .
- ´ôtsâr (voorraad, schat, schatkamer, arsenaal) . Zie het werkw. ´âtsar (verzamelen, ophopen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âtsar (verzamelen, ophopen) . Getalwaarde : aleph = 1 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 291 (3 X 97) . Tenakh (5) : (1) Joz 6,19 . (2) Joz 6,24 . (3) Hos 13,15 . (4) Spr 21,20 . (5) Da 1,2 .

  thèsauros in Mt bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. mann. enk. thèsauros 6 4 2 1 : Mt 6,21 .   1 : Lc 12,34 .                
3 gen. mann. enk. thèsaurou 4 1 3 2 : (1) Mt 12,35 (2X) . (2) Mt 13,52 .   1 : Lc 6,45 .                
4 dat. mann. enk. thèsaurô(i) 1   1 1 : Mt 13,44 .                    
5 acc. mann. enk. thèsauron   16  11  1 : Mt 19,21 . 1 : Mc 10,21 . 2 : (1) Lc 12,33 . (2) Lc 18,22 .     1 : 2 Kor 4,7 .    
10 acc. mann. mv. thèsaurous 30 27 3 3 : (1) Mt 2,11 . (2) Mt 6,19 . (3) Mt 6,20 .                    
          8 verzen (9X)                    

20. - 22. thèsauron en ouranô(i) (een schat in hemel) . (1) Mt 19,21 . (2) Mc 10,21 . (3) Lc 18,22 .

23. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mt : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mt (705) . Mt 19 (18 / 30) .

Mt 19,22 - Mt 19,22 : 268. De rijke (jonge) man - Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,16 - Mt 19,17 - Mt 19,18 - Mt 19,19 - Mt 19,20 - Mt 19,21 - Mt 19,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:22 akousas de o neaniskos ton logon | [touton] | | apèlthen lupoumenos èn gar echôn ktèmata polla  22 cum audisset autem adulescens verbum abiit tristis erat enim habens multas possessiones    22 Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.   [22] Toen de jongeman dat woord hoorde, ging hij verdrietig weg, want hij had veel bezittingen.   [22] Na dit antwoord ging de jongeman terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.  22 Maar als de jongeman dit woord hoort gaat hij bedroefd weg; want hij is iemand met véél bezit.   22. Entendant cette parole, le jeune homme s'en alla contristé, car il avait de grands biens. 

King James Bible . [22] But when the young man heard that saying, he went away sorrowful: for he had great possessions.
Luther-Bibel . 22 Als der Jüngling das Wort hörte, ging er betrübt davon; denn er hatte viele Güter.

Tekstuitleg van Mt 19,22 .

269. Het is moeilijk voor de rijken om het Rijk Gods binnen te gaan : Mt 19,23-26 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,23 - Mt 19,24 - Mt 19,25 - Mt 19,26 - Mt 19,27 -

Mt 19,23 - Mt 19,23 : 269. Het is moeilijk voor de rijken om het Rijk Gods binnen te gaan - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,23 - Mt 19,24 - Mt 19,25 - Mt 19,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:23 o de ièsous eipen tois mathètais autou amèn legô umin oti plousios duskolôs eiseleusetai eis tèn basileian tôn ouranôn   23 Iesus autem dixit discipulis suis amen dico vobis quia dives difficile intrabit in regnum caelorum     23 En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.  [23] Tegen zijn leerlingen zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie, voor een rijke is het moeilijk het koninkrijk der hemelen binnen te gaan.  [23] Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan.   23 ¶ Jezus zegt tot zijn leerlingen: zeker is het, zeg ik u: een rijke zal moeilijk het koninkrijk der hemelen binnenkomen;  23. Jésus dit alors à ses disciples : « En vérité, je vous le dis, il sera difficile à un riche d'entrer dans le Royaume des Cieux.  

King James Bible . [23] Then said Jesus unto his disciples, Verily I say unto you, That a rich man shall hardly enter into the kingdom of heaven.
Luther-Bibel . 23 Jesus aber sprach zu seinen Jüngern: Wahrlich, ich sage euch: Ein Reicher wird schwer ins Himmelreich kommen.

Tekstuitleg van Mt 19,23 .

3. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mt : Ièsous (Jezus) .
Mt 19 (7) Mt 19,1 : (1) Mt 19,1 . (2) Mt 19,14 . (3) Mt 19,18 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 19,23 . (6) Mt 19,26 . (7) Mt 19,28 .

Mt 19,24 - Mt 19,24 : 269. Het is moeilijk voor de rijken om het Rijk Gods binnen te gaan - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,23 - Mt 19,24 - Mt 19,25 - Mt 19,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 19:24 palin de legô umin eukopôteron estin kamèlon dia | trèmatos rafidos eiselthein è plousion | trupèmatos rafidos dielthein è plousion eiselthein | eis tèn basileian tou theou 24 et iterum dico vobis facilius est camelum per foramen acus transire quam divitem intrare in regnum caelorum   24 En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.  [24] Nog eens zeg Ik jullie: Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’   [24] Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’  24 wéér zeg ik u: makkelijker komt een kameel binnen door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God! 24. Oui, je vous le répète, il est plus facile à un chameau de passer par un trou d'aiguille qu'à un riche d'entrer dans le Royaume des Cieux. »  

King James Bible . [24] And again I say unto you, It is easier for a camel to go through the eye of a needle, than for a rich man to enter into the kingdom of God.
Luther-Bibel . 24 Und weiter sage ich euch: Es ist leichter, dass ein Kamel durch ein Nadelöhr gehe, als dass ein Reicher ins Reich Gottes komme.

Tekstuitleg van Mt 19,24 .

Mt 19,25 - Mt 19,25 : 269. Het is moeilijk voor de rijken om het Rijk Gods binnen te gaan - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,23 - Mt 19,24 - Mt 19,25 - Mt 19,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:25 akousantes de oi mathètai exeplèssonto sfodra legontes tis ara dunatai sôthènai 25 auditis autem his discipuli mirabantur valde dicentes quis ergo poterit salvus esse     25 Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden?   [25] Toen de leerlingen dat hoorden, schrokken ze vreselijk en zeiden: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’   [25] Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’   25 Als de leerlingen dat horen zijn ze zeer verslagen; ze zeggen wie kan dan nog worden gered?! 25. Entendant cela, les disciples restèrent tout interdits : « Qui donc peut être sauvé ? » disaient-ils.  

King James Bible . [25] When his disciples heard it, they were exceedingly amazed, saying, Who then can be saved?
Luther-Bibel . 25 Als das seine Jünger hörten, entsetzten sie sich sehr und sprachen: Ja, wer kann dann selig werden?

Tekstuitleg van Mt 19,25 .

Mt 19,26 - Mt 19,26 : 269. Het is moeilijk voor de rijken om het Rijk Gods binnen te gaan - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,23 - Mt 19,24 - Mt 19,25 - Mt 19,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:26 embleyas de o ièsous eipen autois para anthrôpois touto adunaton estin para de theô panta dunata  26 aspiciens autem Iesus dixit illis apud homines hoc inpossibile est apud Deum autem omnia possibilia sunt   26 En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.   [26] Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij de mensen kan dat niet, maar bij God kan alles.’   [26] Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’   26 Jezus kijkt hen aan en zegt tot hen: bij mensen is dat onmogelijk, maar ‘bij God is alles mogelijk’!  26. Fixant son regard, Jésus leur dit : « Pour les hommes c'est impossible, mais pour Dieu tout est possible. »  

King James Bible . [26] But Jesus beheld them, and said unto them, With men this is impossible; but with God all things are possible.
Luther-Bibel . 26 Jesus aber sah sie an und sprach zu ihnen: Bei den Menschen ist's unmöglich; aber bei Gott sind alle Dinge möglich.

Tekstuitleg van Mt 19,26 .

4. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mt : Ièsous (Jezus) .
Mt 19 (7) Mt 19,1 : (1) Mt 19,1 . (2) Mt 19,14 . (3) Mt 19,18 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 19,23 . (6) Mt 19,26 . (7) Mt 19,28 .

270. Loon voor wie alles verlaten om Jezus te volgen : Mt 19,27-29 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,27 -- Mt 19,28 - Mt 19,29 -- Mc 10,28-30 - Mt 19,27-29 - Lc 18,28-30 -

Mt 19,27 - Mt 19,27 : 270. Loon voor wie alles verlaten om Jezus te volgen - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,27 -- Mt 19,28 - Mt 19,29 -- Mc 10,28-30 - Mt 19,27-29 - Lc 18,28-30 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:27 tote apokritheis o petros eipen autô idou èmeis afèkamen panta kai èkolouthèsamen soi ti ara estai èmin   27 tunc respondens Petrus dixit ei ecce nos reliquimus omnia et secuti sumus te quid ergo erit nobis     27 Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?  [27] Daarop zei Petrus: ‘Kijk, wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Wat zullen wij dan krijgen?’  [27] Daarop vroeg Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’   27 Dan antwoordt Petrus; hij zegt tot hem: zie, wij hebben alles verlaten en zijn u gevolgd: wat zal dan óns deel zijn?   27. Alors, prenant la parole, Pierre lui dit : « Voici que nous, nous avons tout laissé et nous t'avons suivi, quelle sera donc notre part ? » 

King James Bible . [27] Then answered Peter and said unto him, Behold, we have forsaken all, and followed thee; what shall we have therefore?
Luther-Bibel . 27 Da fing Petrus an und sprach zu ihm: Siehe, wir haben alles verlassen und sind dir nachgefolgt; was wird uns dafür gegeben?

Tekstuitleg van Mt 19,27 .

Mt 19,27 : Mc 10,28 // Mt 19,27 // Lc 18,24 : idou hèmeis (zie wij) Mc 10,28 // Mt 19,27 : afèkamen panta (verlieten alles) variante Lc 18,24 afentes ta idia (achtergelaten het eigene) Mc 10,28 // Mt 19,27 : kai (en) Mc 10,28 : èkolouthèkamen (wij hebben gevolgd) variante Mt 19,27 // Lc 18,24 : èkolouthèsamen (wij volgden) Mc 10,28 // Mt 19,27 // Lc 18,24 : soi (jou).

- Mt 19,27 - zie Mc 10,28 .

Mt 19,28 - Mt 19,28 : 270. Loon voor wie alles verlaten om Jezus te volgen - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,27 -- Mt 19,28 - Mt 19,29 -- Mc 10,28-30 - Mt 19,27-29 - Lc 18,28-30 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:28 o de ièsous eipen autois amèn legô umin oti umeis oi akolouthèsantes moi en tè paliggenesia otan kathisè o uios tou anthrôpou epi thronou doxès autou kathèsesthe kai umeis epi dôdeka thronous krinontes tas dôdeka fulas tou israèl   28 Iesus autem dixit illis amen dico vobis quod vos qui secuti estis me in regeneratione cum sederit Filius hominis in sede maiestatis suae sedebitis et vos super sedes duodecim iudicantes duodecim tribus Israhel    28 En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls.  [28] Jezus zei hun: ‘Ik verzeker jullie, bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon* op de troon van zijn heerlijkheid zetelt, zullen ook jullie die Mij gevolgd zijn op twaalf tronen zetelen, om te oordelen over de twaalf stammen van Israël.   [28] Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël.   28 Jezus zegt tot hen: zeker is het, zeg ik u, dat u die mij volgt, in de wedergeboorte –wanneer de mensenzoon zal zetelen op de troon van zijn glorie– ook zelf gezeten zult zijn op twaalf tronen,– om te oordelen over de twaalf stammen van Israël;  28. Jésus leur dit : « En vérité je vous le dis, à vous qui m'avez suivi : dans la régénération, quand le Fils de l'homme siégera sur son trône de gloire, vous siégerez vous aussi sur douze trônes, pour juger les douze tribus d'Israël. 

King James Bible . [28] And Jesus said unto them, Verily I say unto you, That ye which have followed me, in the regeneration when the Son of man shall sit in the throne of his glory, ye also shall sit upon twelve thrones, judging the twelve tribes of Israel.
Luther-Bibel . 28 Jesus aber sprach zu ihnen: Wahrlich, ich sage euch: Ihr, die ihr mir nachgefolgt seid, werdet bei der Wiedergeburt, wenn der Menschensohn sitzen wird auf dem Thron seiner Herrlichkeit, auch sitzen auf zwölf Thronen und richten die zwölf Stämme Israels.

Tekstuitleg van Mt 19,28 .

3. eigennaam nom. mann. enk. ièsous (Jezus) . Taalgebruik in N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mt : Ièsous (Jezus) .
Mt 19 (7) Mt 19,1 : (1) Mt 19,1 . (2) Mt 19,14 . (3) Mt 19,18 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 19,23 . (6) Mt 19,26 . (7) Mt 19,28 .

1. - 5. ho de ièsous eipen autois (Jezus echter zei hen) . Mt (6) : (1) Mt 13,57 . (2) Mt 14,16 . (3) Mt 16,6 . (5) Mt 19,28 .

Mt 19,29 - Mt 19,29 : 270. Loon voor wie alles verlaten om Jezus te volgen - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mt 19,27 -- Mt 19,28 - Mt 19,29 -- Mc 10,28-30 - Mt 19,27-29 - Lc 18,28-30 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:29 kai pas ostis afèken oikias è adelfous è adelfas è patera è mètera* è tekna è agrous eneken tou | emou onomatos pollaplasiona | onomatos mou ekatontaplasiona | lèmyetai kai zôèn aiônion klèronomèsei   29 et omnis qui reliquit domum vel fratres aut sorores aut patrem aut matrem aut uxorem aut filios aut agros propter nomen meum centuplum accipiet et vitam aeternam possidebit     29 En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beërven.  [29] Ieder die zijn huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of landerijen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoud daarvan krijgen en deel hebben aan het eeuwig leven.   [29] En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven.  29 en ieder die achtergelaten heeft: huizen of broers of zussen, vader of moeder en kinderen of akkers omwille van mijn naam, zal het veelvoud ervan mogen aannemen en eeuwig leven beërven;  29. Et quiconque aura laissé maisons, frères, sœurs, père, mère, enfants ou champs, à cause de mon nom, recevra bien davantage et aura en héritage la vie éternelle. 

King James Bible . [29] And every one that hath forsaken houses, or brethren, or sisters, or father, or mother, or wife, or children, or lands, for my name's sake, shall receive an hundredfold, and shall inherit everlasting life.
Luther-Bibel . 29 Und wer Häuser oder Brüder oder Schwestern oder Vater oder Mutter oder Kinder oder Äcker verlässt um meines Namens willen, der wird's hundertfach empfangen und das ewige Leben ererben.

Tekstuitleg van Mt 19,29 .

271. De eschatologische ommekeer : Mt 19,30 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,31 - Mt 19,30 - Mt 20,16 - Lc 13,30 -

Mt 19,30 - Mt 19,30 : 271. De eschatologische ommekeer : Mt 19,30 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) - Mt 19 -- Mc 10,31 - Mt 19,30 - Mt 20,16 - Lc 13,30 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19:30 polloi de esontai prôtoi eschatoi kai eschatoi prôtoi   30 multi autem erunt primi novissimi et novissimi primi     30 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.  [30] Vaak zullen de eersten de laatsten zijn en de laatsten de eersten.  [30] Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.  30 maar vele eersten zullen laatsten zijn en laatsten eersten.   30. « Beaucoup de premiers seront derniers, et de derniers  

King James Bible . [30] But many that are first shall be last; and the last shall be first.
Luther-Bibel . 30 Aber viele, die die Ersten sind, werden die Letzten und die Letzten werden die Ersten sein.

Tekstuitleg van Mt 19,30 .


1 et factum est cum consummasset Iesus sermones istos migravit a Galilaea et venit in fines Iudaeae trans Iordanen 2 et secutae sunt eum turbae multae et curavit eos ibi 3 et accesserunt ad eum Pharisaei temptantes eum et dicentes si licet homini dimittere uxorem suam quacumque ex causa 4 qui respondens ait eis non legistis quia qui fecit ab initio masculum et feminam fecit eos 5 et dixit propter hoc dimittet homo patrem et matrem et adherebit suae et erunt duo in carne una 6 itaque iam non sunt duo sed una caro quod ergo Deus coniunxit homo non separet 7 dicunt illi quid ergo Moses mandavit dari libellum repudii et dimittere 8 ait illis quoniam Moses ad duritiam cordis vestri permisit vobis dimittere uxores vestras ab initio autem non sic fuit 9 dico autem vobis quia quicumque dimiserit uxorem suam nisi ob fornicationem et aliam duxerit moechatur et qui dimissam duxerit moechatur 10 dicunt ei discipuli eius si ita est causa homini cum uxore non expedit nubere 11 qui dixit non omnes capiunt verbum istud sed quibus datum est 12 sunt enim eunuchi qui de matris utero sic nati sunt et sunt eunuchi qui facti sunt ab hominibus et sunt eunuchi qui se ipsos castraverunt propter regnum caelorum qui potest capere capiat 13 tunc oblati sunt ei parvuli ut manus eis inponeret et oraret discipuli autem increpabant eis 14 Iesus vero ait eis sinite parvulos et nolite eos prohibere ad me venire talium est enim regnum caelorum 15 et cum inposuisset eis manus abiit inde 16 et ecce unus accedens ait illi magister bone quid boni faciam ut habeam vitam aeternam 17 qui dixit ei quid me interrogas de bono unus est bonus Deus si autem vis ad vitam ingredi serva mandata 18 dicit illi quae Iesus autem dixit non homicidium facies non adulterabis non facies furtum non falsum testimonium dices 19 honora patrem et matrem et diliges proximum tuum sicut te ipsum 20 dicit illi adulescens omnia haec custodivi quid adhuc mihi deest 21 ait illi Iesus si vis perfectus esse vade vende quae habes et da pauperibus et habebis thesaurum in caelo et veni sequere me 22 cum audisset autem adulescens verbum abiit tristis erat enim habens multas possessiones 23 Iesus autem dixit discipulis suis amen dico vobis quia dives difficile intrabit in regnum caelorum 24 et iterum dico vobis facilius est camelum per foramen acus transire quam divitem intrare in regnum caelorum 25 auditis autem his discipuli mirabantur valde dicentes quis ergo poterit salvus esse 26 aspiciens autem Iesus dixit illis apud homines hoc inpossibile est apud Deum autem omnia possibilia sunt 27 tunc respondens Petrus dixit ei ecce nos reliquimus omnia et secuti sumus te quid ergo erit nobis 28 Iesus autem dixit illis amen dico vobis quod vos qui secuti estis me in regeneratione cum sederit Filius hominis in sede maiestatis suae sedebitis et vos super sedes duodecim iudicantes duodecim tribus Israhel 29 et omnis qui reliquit domum vel fratres aut sorores aut patrem aut matrem aut uxorem aut filios aut agros propter nomen meum centuplum accipiet et vitam aeternam possidebit 30 multi autem erunt primi novissimi et novissimi primi