- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het twintigste hoofdstuk van het Matteüsevangelie
:
272. Gelijkenis van de arbeiders in de wingaard : Mt
20,1-16
273. Derde lijdensvoorspelling : Mc
10,32-34 - Mt
20,17-19 - Lc
18,31-34 -
274. Jezus en de zonen van Zebedeüs : Mc
10,35-40 - Mt
20,20-23 -
275. Heersen is dienen : Mc
10,41-45 - Mt
20,24-28 - Lc
22,24-27 -
276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc
10,46-52 - Mt
20,29-34 - Lc
18,35-43 -
Welke plaats nemen de leden van een gemeenschap in? In kloosters werd de plaats
bepaald door de datum van intrede. Wie eerst binnentrad, staat vooraan, wie
laatst binnentrad, staat achteraan. In de vroege christelijke gemeenschap werden
mensen op een verschillend tijdstip lid van de gemeenschap. Daarenboven volgden
generaties elkaar op. Bepaalde de datum van toetreden de waarde en de verdienste
van de persoon in de gemeenschap? Was er een rangorde van "eerbiedwaardigheid"?
De evangelist wijst die ongelijkheid binnen de gemeenschap af. Je waarde en
verdienste wordt niet bepaald door je lange staat van dienst, maar door het
toebehoren tot de gemeenschap; of je nu lang of kort lid van de gemeenschap
bent, dat doet er niet toe. Het doet er niet toe of je nu jong of oud bent.
Ieders inbreng in de gemeenschap is waardevol. Je gaat niet vergelijken wiens
inbreng groter of kleiner is. Je gaat geen rangorde opstellen en zo de leden
van de gemeenschap rangschikken. Als je dan toch een rangorde wilt gebruiken,
dan is ze van deze aard: de eersten zullen de laatsten zijn, en de laatsten
de eersten.
Vele Vlaamse parochiegemeenschappen vergrijzen. We verwoorden het zo om aan
te geven dat langzamerhand een groot het percentage leden grijze haren heeft.
Er wordt luidop gesproken over het naderende einde van de gemeenschap alsof
de ruimte tussen oud en jong niet meer te overbruggen valt. Er worden reeds
maatregelen getroffen die een vroegtijdige dood van de gemeenschap inzetten;
er wordt soms euthanasie op de gemeenschap gepleegd. In een christelijke gemeenschap
is de aansluiting van jongeren tot de gemeenschap nooit onoverbrugbaar; al komen
ze op het elfde (het laatste uur); hun grote waarde bestaat erin dat zij met
de andere leden de gemeenschap opbouwen.
In Hasselt is een christelijke gemeenschap van de Verenigde Protestantse Kerken
in België. Sinds 10 jaar oefent deze gemeente een grote aantrekkingskracht
uit op vluchtelingen, asielzoekers, mensen zonder papieren. Ze zijn voluit lid
van de gemeenschap. Ze zitten in de kerkraad, helpen mee in de kinderdienst
enz. Allen bouwen de gemeente uit.
Mogen we met plezier werken in de wijngaard en moge de Heer van de wijngaard
ons uitbetalen met de gaven van de geest.
| Mt 20,1 - Mt 20,1 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] For the kingdom of heaven is like unto a man that is
an householder, which went out early in the morning to hire labourers into his
vineyard.
Luther-Bibel . 1 Denn das Himmelreich gleicht einem Hausherrn, der früh am Morgen
ausging, um Arbeiter für seinen Weinberg einzustellen.
Tekstuitleg van Mt 20,1 .
1. homoia (vergelijkbaar) . Verwijzing : homoioô (vergelijken met, gelijken op) , zie Mt 13,24 . Bijvoeglijk naamwoord nominatief vrouwelijk enkelvoud., nominatief en accusatief onzijdig meervoud . In vierendertig verzen in de bijbel . In achttien verzen in het O.T. . In zestien verzen in het N.T. . Mt (8) . Lc (3) . Gal (1) . Opb (4) . Bij Matteüs in acht verzen : (1) Mt 11,26 : Tini de homoiôsô tèn genean tautèn ; (Waarmee echter zal ik dit geslacht vergelijken?) Homoia estin... het is vergelijkbaar met ... . (2) Mt 13,31 . (3) Mt 13,33 . (4) Mt 13,44 . (5) Mt 13,45 . (6) Mt 13,47 . (7) Mt 20,1 . (8) Mt 22,39 deutera de homoia autèi (het tweede is vergelijkbaar met dit) . In zes genoemde plaatsen is hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) onderwerp .
| hômoiôthè . 1. | homoia . 2. | homoia . 3. | hômoiôthè . 2. | hômoiôthè . 3. | homoia . 4. | homoia . 5. | homoia . 6. | homoia . 7. | |
| Mt 13,24 | Mt 13,31 | Mt 13,33 | Mt 21,33 | Mt 18,23 | Mt 22,2 | Mt 13,44 | Mt 13,45 | Mt 13,47 | Mt 20,1 |
| Allèn parabolèn (Een andere parabel) | Allèn parabolèn (Een andere parabel) | Allèn parabolèn (Een andere parabel) | Allèn parabolèn (Naar een andere parabel) | dia touto (daarom) | palin (opnieuw) | palin (opnieuw) | |||
| parethèken (voegde hij toe) autois (hen) legôn (zeggend) | parethèken (voegde hij toe) autois (hen) legôn (zeggend) | elalèsen (sprak hij) autois (hen) | akousate (luistert) | ||||||
| hômoiôthè (werd vergeleken) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia estin (vergelijkbaar is) | hômoiôthè (werd vergeleken) | hômoiôthè (werd vergeleken) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia gar estin (want vergelijkbaar is) | |
| hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | |
| anthrôpôi speiranti (met een zaaier) | kokkôi sinapeôs (mostaardzaadje) | zumèi (zuurdesem) | anthrôpos èn oikodespotès (er was een huisheer) | anthrôpôi basilei (met een koning) | thèsaurôi (met een schat) kekrummenôi en tôi agrôi (verborgen in de akker) | anthrôpôi emporôi (met een handelaar) | sagènèi (met een net) | anthrôpôi oikodespotèi (met een huisheer) | |
| hon labôn qnthrôpos espeiren en tôi agrôi autou (dat een man genomen, op zijn akker zaaide) | hèn labousa gunè enekrupsen (dat een vrouw genomen, verborg) | hostis efeutusen (die plantte) | hos èthelèsen (die wilde) | hon heurôn anthrôpos ekrupsen (dat een man gevonden, verborg) | hostis exèlthen (die uitging) | ||||
| 133. Gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe : Mt 13,24-30 | 134. Gelijkenis van het mosterdzaad : Mc 4,30-32 - Mt 13,31-32 - Lc 13,18-19 | 135. Gelijkenis van het zuurdeeg : Lc 13,20-21 - Mt 13,33 | 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 | 182. Gelijkenis van de onbarmhartige dienaar : Mt 18,23-35 | 290. Gelijkenis van het koninklijke bruilofts-maal : Mt 22,1-14 - Lc 14,15-24 | 138. Gelijkenis van de schat en de parel : Mt 13,44-46 | 138. Gelijkenis van de schat en de parel : Mt 13,44-46 | 139. Gelijkenis van het visnet : Mt 13,47-50 | 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard : Mt 20,1-16 |
- homoia estin (vergelijkbaar is) hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) cfr homoioô (vergelijken met, gelijken op) zie Mt 13,24 .
We staan voor een gelijkenis. Het is reeds voor de 7de maal (en laatste) maal dat homoia (vergelijkbaar) door Matteüs wordt gebruikt. Het werkwoord staat in de tegenwooridge tijd. Het onderwerp is in 6 van de 7 gevallen hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen), zie Mt 3,2 . .
| Mt 20,2 - Mt 20,2 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And when he had agreed with the labourers for a penny
a day, he sent them into his vineyard.
Luther-Bibel . 2 Und als er mit den Arbeitern einig wurde über einen Silbergroschen
als Tagelohn, sandte er sie in seinen Weinberg.
Tekstuitleg van Mt 20,2 .
| Mt 20,3 - Mt 20,3 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And he went out about the third hour, and saw others
standing idle in the marketplace,
Luther-Bibel . 3 Und er ging aus um die dritte Stunde und sah andere müßig auf
dem Markt stehen
Tekstuitleg van Mt 20,3 .
| Mt 20,4 - Mt 20,4 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] And said unto them; Go ye also into the vineyard, and
whatsoever is right I will give you. And they went their way.
Luther-Bibel . 4 und sprach zu ihnen: Geht ihr auch hin in den Weinberg; ich
will euch geben, was recht ist.
Tekstuitleg van Mt 20,4 .
| Mt 20,5 - Mt 20,5 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] Again he went out about the sixth and ninth hour, and
did likewise.
Luther-Bibel . 5 Und sie gingen hin. Abermals ging er aus um die sechste und
um die neunte Stunde und tat dasselbe.
Tekstuitleg van Mt 20,5 .
| Mt 20,6 - Mt 20,6 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And about the eleventh hour he went out, and found others
standing idle, and saith unto them, Why stand ye here all the day idle?
Luther-Bibel . 6 Um die elfte Stunde aber ging er aus und fand andere und sprach
zu ihnen: Was steht ihr den ganzen Tag müßig da?
Tekstuitleg van Mt 20,6 .
| Mt 20,7 - Mt 20,7 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] They say unto him, Because no man hath hired us. He
saith unto them, Go ye also into the vineyard; and whatsoever is right, that
shall ye receive.
Luther-Bibel . 7 Sie sprachen zu ihm: Es hat uns niemand eingestellt. Er sprach
zu ihnen: Geht ihr auch hin in den Weinberg.
Tekstuitleg van Mt 20,7 .
1. act. ind. pr. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) van het werkw.
Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mt : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mt (23) . Mt 20 (3) : (1) Mt
20,7 . (2) Mt
20,22 . (3) Mt
20,33 . Act. ind. praes. in 144 verzen in Mt .
2. dat. mann. enk. autô(i) van het pers. voornaamw. 3de pers. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mt. : voornaamwoord autos . Mt (159) . Mt 20 (7) : Mt 20 (7) : (1) Mt 20,7 . (2) Mt 20,20 . (3) Mt 20,21 . (4) Mt 20,22 . (5) Mt 20,29 . (6) Mt 20,33 . (7) Mt 20,34 .
| Mt 20,8 - Mt 20,8 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] So when even was come, the lord of the vineyard saith
unto his steward, Call the labourers, and give them their hire, beginning from
the last unto the first.
Luther-Bibel . 8 Als es nun Abend wurde, sprach der Herr des Weinbergs zu seinem
Verwalter: Ruf die Arbeiter und gib ihnen den Lohn und fang an bei den letzten
bis zu den ersten.
Tekstuitleg van Mt 20,8 .
21. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo
(af , van-weg) . Taalgebruik in Mt : apo
(af , van-weg) . Voorzetsel .
Mt (82) . Mt 20 (2) : (1) Mt
20,8 . (2) Mt
20,29 .
| archomai (beginnen, aanvangen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | Lc | Hnd |
| ind. aor. 3de p. enk. èrxato | 76 | 35 | 41 | 7 | 18 | 11 | 1 | 4 | (1) Lc 4,21 . (2) Lc 7,15 . (3) Lc 7,24 . (4) Lc 7,38 . (5) Lc 9,12 . (6) Lc 11,29 . (7) Lc 12,1 . (8) Lc 14,30 . (9) Lc 15,14 . (10) Lc 19,45 . (11) Lc 20,9 | (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 18,26 . (3) (3) Hnd 24,2 . (4) Hnd 27,35 . | ||
| ind. aor. 3de p. mv. èrxanto | 37 | 18 | 19 | 2 | 8 | 8 | 1 | 8 : (1) Lc 5,21 . (2) Lc 7,49 . (3) Lc 11,53 . (4) Lc 14,18 . (5) Lc 15,24 . (6) Lc 19,37 . (7) Lc 22,23 . (8) Lc 23,2 . | 1 : Hnd 2,4 | |||
| inf. aor. arxasthai | 5 | 3 | 2 | 1 | 1 | (1) Hnd 11,15 . | ||||||
| part. aor. nom. m. + vr. enk. arxamenos | 11 | 3 | 8 | 2 | 2 | 4 | (1) Lc 23,5 . (2) Lc 24,27 . | (1) Hnd 1,22 . (2) Hnd 8,35 . (3) Hnd 10,37 . (4) Hnd 11,4 . | ||||
| part. aor. nom. m. + vr. mv. arxamenoi | 2 | 2 | 1 | 1 | (1) Lc 24,47 | |||||||
| Totaal (bij benadering) | 131 | 59 | 72 | 11 | 26 | 22 | 2 | 10 | 1 |
20. arxamenos (begonnen) . Verwijzing : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Aorist participium nominatief mannelijk enkelvoud van het werkwoord archomai (beginnen, heersen) .
| archomai (beginnen, aanvangen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk |
| ind. aor. 3de p. enk. èrxato | 76 | 35 | 41 | 7 | 18 | 11 | 1 | 4 | ||
| ind. aor. 3de p. mv. èrxanto | 37 | 18 | 19 | 2 | 8 | 8 | 1 | |||
| inf. aor. arxasthai | 5 | 3 | 2 | 1 | 1 | |||||
| part. aor. nom. m. + vr. enk. arxamenos | 11 | 3 | 8 | 2 | 2 | 4 | ||||
| part. aor. nom. m. + vr. mv. arxamenoi | 2 | 2 | 1 | 1 | ||||||
| Totaal (bij benadering) | 131 | 59 | 72 | 11 | 26 | 22 | 2 | 10 | 1 |
| Mt 20,9 - Mt 20,9 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] And when they came that were hired about the eleventh
hour, they received every man a penny.
Luther-Bibel . 9 Da kamen, die um die elfte Stunde eingestellt waren, und jeder
empfing seinen Silbergroschen.
Tekstuitleg van Mt 20,9 .
| Mt 20,10 - Mt 20,10 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] But when the first came, they supposed that they should
have received more; and they likewise received every man a penny.
Luther-Bibel . 10 Als aber die Ersten kamen, meinten sie, sie würden mehr empfangen;
und auch sie empfingen ein jeder seinen Silbergroschen.
Tekstuitleg van Mt 20,10 .
- elthontes (gekomen) zie - elthôn (gegaan, gekomen). In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt 8,14 .
| Mt 20,11 - Mt 20,11 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] And when they had received it, they murmured against
the goodman of the house,
Luther-Bibel . 11 Und als sie den empfingen, murrten sie gegen den Hausherrn
Tekstuitleg van Mt 20,11 .
| Mt 20,12 - Mt 20,12 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] Saying, These last have wrought but one hour, and thou
hast made them equal unto us, which have borne the burden and heat of the day.
Luther-Bibel . 12 und sprachen: Diese Letzten haben nur eine Stunde gearbeitet,
doch du hast sie uns gleichgestellt, die wir des Tages Last und Hitze getragen
haben.
Tekstuitleg van Mt 20,12 .
| Mt 20,13 - Mt 20,13 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . But he answered one of them, and said, Friend, I do thee
no wrong: didst not thou agree with me for a penny?
Luther-Bibel . 13 Er antwortete aber und sagte zu einem von ihnen: Mein Freund,
ich tu dir nicht Unrecht. Bist du nicht mit mir einig geworden über einen Silbergroschen?
Tekstuitleg van Mt 20,13 . Dit vers Mt 20,13 telt 14 (2 X 7) woorden en 68 (2 X 2 X 17) letters . De getalwaarde van Mt 20,13 is 8558 (2 X 11 X 389) .
5. persoonlijk voornaamwoord 3de pers. mv. autôn (van hen) . Taalgebruik in N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mt : persoonlijk voornaamwoord . Mt (93) . Mt 20 (4) : (1) Mt 20,13 . (2) Mt 20,25 . (3) Mt 20,29 . (4) Mt 20,34 .
| Mt 20,14 - Mt 20,14 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] Take that thine is, and go thy way: I will give unto
this last, even as unto thee.
Luther-Bibel . 14 Nimm, was dein ist, und geh! Ich will aber diesem Letzten
dasselbe geben wie dir.
Tekstuitleg van Mt 20,14 .
| Mt 20,15 - Mt 20,15 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] Is it not lawful for me to do what I will with mine
own? Is thine eye evil, because I am good?
Luther-Bibel . 15 Oder habe ich nicht Macht zu tun, was ich will, mit dem, was
mein ist? Siehst du scheel drein, weil ich so gütig bin?
Tekstuitleg van Mt 20,15 .
| Mt 20,16 - Mt 20,16 : 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard - Mt 20,1-16 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 20 -- Mt 20,1 - Mt 20,2 - Mt 20,3 - Mt 20,4 - Mt 20,5 - Mt 20,6 - Mt 20,7 - Mt 20,8 - Mt 20,9 - Mt 20,10 - Mt 20,11 - Mt 20,12 - Mt 20,13 - Mt 20,14 - Mt 20,15 - Mt 20,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] So the last shall be first, and the first last: for
many be called, but few chosen.
Luther-Bibel . 16 So werden die Letzten die Ersten und die Ersten die Letzten
sein. Die dritte Ankündigung von Jesu Leiden und Auferstehung
Tekstuitleg van Mt 20,16 .
273. Derde lijdensvoorspelling : Mt 20,17-19 - Mc 10,32-34 - Mt 20,17-19 - Lc 18,31-34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,17 - Mt 20,18 - Mt 20,19 -
| Mt 20,17 - Mt 20,17 : 273. Derde lijdensvoorspelling - Mc 10,32-34 - Mt 20,17-19 - Lc 18,31-34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,17 - Mt 20,18 - Mt 20,19 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] And Jesus going up to Jerusalem took the twelve disciples
apart in the way, and said unto them,
Luther-Bibel . 17 Und Jesus zog hinauf nach Jerusalem und nahm die zwölf Jünger
beiseite und sprach zu ihnen auf dem Wege:
Tekstuitleg van Mt 20,17 .
- Hierosoluma (Jeruzalem). In 10 verzen bij Matteüs, zie Mt 2,1 .
| Mt 20,18 - Mt 20,18 : 273. Derde lijdensvoorspelling - Mc 10,32-34 - Mt 20,17-19 - Lc 18,31-34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,17 - Mt 20,18 - Mt 20,19 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] Behold, we go up to Jerusalem; and the Son of man shall
be betrayed unto the chief priests and unto the scribes, and they shall condemn
him to death,
Luther-Bibel . 18 Siehe, wir ziehen hinauf nach Jerusalem, und der Menschensohn
wird den Hohenpriestern und Schriftgelehrten überantwortet werden; und sie werden
ihn zum Tode verurteilen
Tekstuitleg van Mt 20,18 .
- Hierosoluma (Jeruzalem). In 10 verzen bij Matteüs, zie Mt 2,1 .
10. paradothèsetai (hij zal overgeleverd worden) . Verwijzing : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . In de drie parallelteksten van de derde lijdensaankondiging : (1) Mt 20,18 . (2) Mc 10,33 . (3) Lc 18,32 .
| paradidômi (overleveren) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| pass. ind. fut. 3de pers. enk. paradothèsetai | 11 | 8 | 3 | 1 | 1 | 1 | 3 | 3 |
| Mt 20,19 - Mt 20,19 : 273. Derde lijdensvoorspelling - Mc 10,32-34 - Mt 20,17-19 - Lc 18,31-34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,17 - Mt 20,18 - Mt 20,19 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And shall deliver him to the Gentiles to mock, and
to scourge, and to crucify him: and the third day he shall rise again.
Luther-Bibel . 19 und werden ihn den Heiden überantworten, damit sie ihn verspotten
und geißeln und kreuzigen; und am dritten Tage wird er auferstehen. Vom Herrschen
und vom Dienen (»Die Söhne des Zebedäus«)
Tekstuitleg van Mt 20,19 .
274. Jezus en de zonen van Zebedeüs : Mt 20,20-23 - Mc 10,35-40 - Mt 20,20-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,20 - Mt 20,21 - Mt 20,22 - Mt 20,23 -
| Mt 20,20 - Mt 20,20 : 274. Jezus en de zonen van Zebedeüs - Mc 10,35-40 - Mt 20,20-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,20 - Mt 20,21 - Mt 20,22 - Mt 20,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] Then came to him the mother of Zebedee's children with
her sons, worshipping him, and desiring a certain thing of him.
Luther-Bibel . 20 Da trat zu ihm die Mutter der Söhne des Zebedäus mit ihren
Söhnen, fiel vor ihm nieder und wollte ihn um etwas bitten.
Tekstuitleg van Mt 20,20 .
3. dat. mann. enk. autô(i) van het pers. voornaamw. 3de pers. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mt. : voornaamwoord autos . Mt (159) . Mt 20 (7) : Mt 20 (7) : (1) Mt 20,7 . (2) Mt 20,20 . (3) Mt 20,21 . (4) Mt 20,22 . (5) Mt 20,29 . (6) Mt 20,33 . (7) Mt 20,34 .
| Mt 20,21 - Mt 20,21 : 274. Jezus en de zonen van Zebedeüs - Mc 10,35-40 - Mt 20,20-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,20 - Mt 20,21 - Mt 20,22 - Mt 20,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And he said unto her, What wilt thou? She saith unto
him, Grant that these my two sons may sit, the one on thy right hand, and the
other on the left, in thy kingdom.
Luther-Bibel . 21 Und er sprach zu ihr: Was willst du? Sie sprach zu ihm: Lass
diese meine beiden Söhne sitzen in deinem Reich, einen zu deiner Rechten und
den andern zu deiner Linken.
Tekstuitleg van Mt 20,21 .
8. dat. mann. enk. autô(i) van het pers. voornaamw. 3de pers. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mt. : voornaamwoord autos . Mt (159) . Mt 20 (7) : Mt 20 (7) : (1) Mt 20,7 . (2) Mt 20,20 . (3) Mt 20,21 . (4) Mt 20,22 . (5) Mt 20,29 . (6) Mt 20,33 . (7) Mt 20,34 .
| Mt 20,22 - Mt 20,22 : 274. Jezus en de zonen van Zebedeüs - Mc 10,35-40 - Mt 20,20-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,20 - Mt 20,21 - Mt 20,22 - Mt 20,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] But Jesus answered and said, Ye know not what ye ask.
Are ye able to drink of the cup that I shall drink of, and to be baptized with
the baptism that I am baptized with? They say unto him, We are able.
Luther-Bibel . 22 Aber Jesus antwortete und sprach: Ihr wisst nicht, was ihr
bittet. Könnt ihr den Kelch trinken, den ich trinken werde? Sie antworteten
ihm: Ja, das können wir.
Tekstuitleg van Mt 20,22 .
18. act. ind. pr. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) van het werkw.
Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mt : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mt (23) . Mt 20 (3) : (1) Mt
20,7 . (2) Mt
20,22 . (3) Mt
20,33 . Act. ind. praes. in 144 verzen in Mt .
19. dat. mann. enk. autô(i) van het pers. voornaamw. 3de pers. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mt. : voornaamwoord autos . Mt (159) . Mt 20 (7) : Mt 20 (7) : (1) Mt 20,7 . (2) Mt 20,20 . (3) Mt 20,21 . (4) Mt 20,22 . (5) Mt 20,29 . (6) Mt 20,33 . (7) Mt 20,34 .
| Mt 20,23 - Mt 20,23 : 274. Jezus en de zonen van Zebedeüs - Mc 10,35-40 - Mt 20,20-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,20 - Mt 20,21 - Mt 20,22 - Mt 20,23 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And he saith unto them, Ye shall drink indeed of my
cup, and be baptized with the baptism that I am baptized with: but to sit on
my right hand, and on my left, is not mine to give, but it shall be given to
them for whom it is prepared of my Father.
Luther-Bibel . 23 Er sprach zu ihnen: Meinen Kelch werdet ihr zwar trinken,
aber das Sitzen zu meiner Rechten und Linken zu geben steht mir nicht zu. Das
wird denen zuteil, für die es bestimmt ist von meinem Vater.
Tekstuitleg van Mt 20,23 .
275. Heersen is dienen : Mt 20,24-28 - Mc 10,41-45 - Mt 20,24-28 - Lc 22,24-27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,24 - Mt 20,25 - Mt 20,26 - Mt 20,27 - Mt 20,28 -
| Mt 20,24 - Mt 20,24 : 275. Heersen is dienen - Mc 10,41-45 - Mt 20,24-28 - Lc 22,24-27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,24 - Mt 20,25 - Mt 20,26 - Mt 20,27 - Mt 20,28 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] And when the ten heard it, they were moved with indignation
against the two brethren.
Luther-Bibel . 24 Als das die Zehn hörten, wurden sie unwillig über die zwei
Brüder.
Tekstuitleg van Mt 20,24 .
| Mt 20,25 - Mt 20,25 : 275. Heersen is dienen - Mc 10,41-45 - Mt 20,24-28 - Lc 22,24-27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,24 - Mt 20,25 - Mt 20,26 - Mt 20,27 - Mt 20,28 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] But Jesus called them unto him, and said, Ye know that
the princes of the Gentiles exercise dominion over them, and they that are great
exercise authority upon them.
Luther-Bibel . 25 Aber Jesus rief sie zu sich und sprach: Ihr wisst, dass die
Herrscher ihre Völker niederhalten und die Mächtigen ihnen Gewalt antun.
Tekstuitleg van Mt 20,25 .
14. persoonlijk voornaamwoord 3de pers. mv. autôn (van hen) . Taalgebruik in N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mt : persoonlijk voornaamwoord . Mt (93) . Mt 20 (4) : (1) Mt 20,13 . (2) Mt 20,25 . (3) Mt 20,29 . (4) Mt 20,34 .
19. persoonlijk voornaamwoord 3de pers. mv. autôn (van hen) . Taalgebruik in N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mt : persoonlijk voornaamwoord . Mt (93) . Mt 20 (4) : (1) Mt 20,13 . (2) Mt 20,25 . (3) Mt 20,29 . (4) Mt 20,34 .
| Mt 20,26 - Mt 20,26 : 275. Heersen is dienen - Mc 10,41-45 - Mt 20,24-28 - Lc 22,24-27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,24 - Mt 20,25 - Mt 20,26 - Mt 20,27 - Mt 20,28 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] But it shall not be so among you: but whosoever will
be great among you, let him be your minister;
Luther-Bibel . 26 So soll es nicht sein unter euch; sondern wer unter euch groß
sein will, der sei euer Diener;
Tekstuitleg van Mt 20,26 .
| Mt 20,27 - Mt 20,27 : 275. Heersen is dienen - Mc 10,41-45 - Mt 20,24-28 - Lc 22,24-27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,24 - Mt 20,25 - Mt 20,26 - Mt 20,27 - Mt 20,28 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] And whosoever will be chief among you, let him be your
servant:
Luther-Bibel . 27 und wer unter euch der Erste sein will, der sei euer Knecht,
Tekstuitleg van Mt 20,27 .
| Mt 20,28 - Mt 20,28 : 275. Heersen is dienen - Mc 10,41-45 - Mt 20,24-28 - Lc 22,24-27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,24 - Mt 20,25 - Mt 20,26 - Mt 20,27 - Mt 20,28 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] Even as the Son of man came not to be ministered unto,
but to minister, and to give his life a ransom for many.
Luther-Bibel . 28 so wie der Menschensohn nicht gekommen ist, dass er sich dienen
lasse, sondern dass er diene und gebe sein Leben zu einer Erlösung für viele.
Tekstuitleg van Mt 20,28 .
| hôsper (zoals) | hôsper (zoals) bij begin van het vers | beeld | 2de woord gar (want) | houtôs (zo) | estai (zal zijn) | i.v.m. de mensenzoon | |
| 1. | Mt 12,40 . | X | Jona | X | X | X | X |
| 2. | Mt 13,40 . | X | verzamelen van het onkruid | X | X | bij de voltooiïng van de wereld | |
| 3. | Mt 20,28 . | X + Mensenzoon | |||||
| 4. | Mt 24,27 . | X | ster | X | X | X | de komst van de mensenzoon |
| 5. | Mt 24,37 . | X | Noach | X | X | X | de komst van de mensenzoon |
| 6. | Mt 25,14 | X | X |
1. hôsper (zoals) .
| hôsper (zoals) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| 243 | 207 | 36 | 10 | 2 | 2 | 3 | 18 | 1 | 12 | 14 |
| hôsper (zoals) | Mt | Mc | Lc | syn. | ev. |
| in de syn. | 10 : (1) Mt 6,2 . (2) Mt 6,7 . (3) Mt 12,40 . (4) Mt 13,40 . (5) Mt 18,17 . (6) Mt 20,28 . (7) Mt 24,27 , (8) Mt 24,37 . (9) Mt 25,14 . (10) Mt 25,32 . | 2 : (1) Lc 17,24 . (2) Lc 18,11 . | 12 : (1) Mt 12,40 // Lc 11,40 . (2) Mt 20,28 // Mc 10,45 // Lc 22,27 . (3) Mt 24,27 // Lc 17,24 . (4) Mt 24,37 // Lc 17,26 . (5) Mt 25,14 // Lc 19,12 . | 14 |
Bij Matteüs : (1) Mt
6,2 . (2) Mt
6,7 . (5) Mt
18,17 . (6) Mt
20,28 (zoals de mensenzoon) . (9) Mt
25,14 . (10) Mt
25,32 (zoals een herder) .
Hôsper (zoals) ... houtôs (zo) : (3) Mt
12,40 . (4) Mt
13,40 .(7) Mt
24,27 . (8) Mt
24,37 . Er wordt een vergelijking gemaakt tussen een bijbelse situatie (Jona
: Mt
12,40 , Noach : Mt
24,37) of een natuurgegeven (tarwe en onkruid : Mt
13,40 , de zonnestraling : Mt
24,27 ) en een aspect van de mensenzoon . Na houtôs (zo) staat de
indicatief futurum estai (zal zijn) gevolgd door het onderwerp .
Tien gelijkenissen ! Wellicht niet toevallig in Mt .
276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mt 20,29-34 - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,29 - Mt 20,30 - Mt 20,31 - Mt 20,32 - Mt 20,33 - Mt 20,34 -
| Mt 20,29 - Mt 20,29 : 276. Genezing van de blinde Bartimeüs - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,29 - Mt 20,30 - Mt 20,31 - Mt 20,32 - Mt 20,33 - Mt 20,34 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] And as they departed from Jericho, a great multitude
followed him.
Luther-Bibel . 29 Und als sie von Jericho fortgingen, folgte ihm eine große
Menge.
Tekstuitleg van Mt 20,29 .
2. part. praes. nom. mv. ekporeuomenôn (terwijl zij zich op weg begeven naar buiten) van het werkw. ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in het N;T. : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . Taalgebruik in Mt : ekporeuomai (zich op weg begeven uit) . + por-euomai . p of ph = f -> v + r . Zelfstandig naamwoord poros : weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats . Lat. por-tus : haven . Mnd. voort , ofries forda , oeng. ford . Het woord behoort tot de groep van varen . Mt (1) : Mt 20,29 .
3. persoonlijk voornaamwoord 3de pers. mv. autôn (van hen) . Taalgebruik in N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mt : persoonlijk voornaamwoord . Mt (93) . Mt 20 (4) : (1) Mt 20,13 . (2) Mt 20,25 . (3) Mt 20,29 . (4) Mt 20,34 .
4. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo
(af , van-weg) . Taalgebruik in Mt : apo
(af , van-weg) . Voorzetsel .
Mt (82) . Mt 20 (2) : (1) Mt
20,8 . (2) Mt
20,29 .
5. Ierichô (Jericho) . Taalgebruik in het N.T. : Ierichô (Jericho) . Taalgebruik in Mt : Ierichô (Jericho) . Mt (1) Mt 20,29 . apo Ierichô (van Jericho) in Mt : (1) Mt 20,29 .
7. dat. mann. enk. autô(i) van het pers. voornaamw. 3de pers. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mt. : voornaamwoord autos . Mt (159) . Mt 20 (7) : Mt 20 (7) : (1) Mt 20,7 . (2) Mt 20,20 . (3) Mt 20,21 . (4) Mt 20,22 . (5) Mt 20,29 . (6) Mt 20,33 . (7) Mt 20,34 .
| Mt 20,30 - Mt 20,30 : 276. Genezing van de blinde Bartimeüs - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,29 - Mt 20,30 - Mt 20,31 - Mt 20,32 - Mt 20,33 - Mt 20,34 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [30] And, behold, two blind men sitting by the way side,
when they heard that Jesus passed by, cried out, saying, Have mercy on us, O
Lord, thou Son of David.
Luther-Bibel . 30 Und siehe, zwei Blinde saßen am Wege; und als sie hörten,
dass Jesus vorüberging, schrien sie: Ach Herr, du Sohn Davids, erbarme dich
unser!
Tekstuitleg van Mt 20,30 .
| Mt 20,31 - Mt 20,31 : 276. Genezing van de blinde Bartimeüs - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,29 - Mt 20,30 - Mt 20,31 - Mt 20,32 - Mt 20,33 - Mt 20,34 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [31] And the multitude rebuked them, because they should
hold their peace: but they cried the more, saying, Have mercy on us, O Lord,
thou Son of David.
Luther-Bibel . 31 Aber das Volk fuhr sie an, dass sie schweigen sollten. Doch
sie schrien noch viel mehr: Ach Herr, du Sohn Davids, erbarme dich unser!
Tekstuitleg van Mt 20,31 .
| Mt 20,32 - Mt 20,32 : 276. Genezing van de blinde Bartimeüs - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,29 - Mt 20,30 - Mt 20,31 - Mt 20,32 - Mt 20,33 - Mt 20,34 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [32] And Jesus stood still, and called them, and said, What
will ye that I shall do unto you?
Luther-Bibel . 32 Jesus aber blieb stehen, rief sie und sprach: Was wollt ihr,
dass ich für euch tun soll?
Tekstuitleg van Mt 20,32 .
| Mt 20,33 - Mt 20,33 : 276. Genezing van de blinde Bartimeüs - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,29 - Mt 20,30 - Mt 20,31 - Mt 20,32 - Mt 20,33 - Mt 20,34 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [33] They say unto him, Lord, that our eyes may be opened.
Luther-Bibel . 33 Sie sprachen zu ihm: Herr, dass unsere Augen aufgetan werden.
Tekstuitleg van Mt 20,33 .
1. act. ind. pr. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) van het werkw.
Taalgebruik in N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mt : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les ,
Fr. leçon .
Mt (23) . Mt 20 (3) : (1) Mt
20,7 . (2) Mt
20,22 . (3) Mt
20,33 . Act. ind. praes. in 144 verzen in Mt .
2. dat. mann. enk. autô(i) van het pers. voornaamw. 3de pers. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mt. : voornaamwoord autos . Mt (159) . Mt 20 (7) : Mt 20 (7) : (1) Mt 20,7 . (2) Mt 20,20 . (3) Mt 20,21 . (4) Mt 20,22 . (5) Mt 20,29 . (6) Mt 20,33 . (7) Mt 20,34 .
1. - 2. legousin autô(i) (zij zeggen hem) . Mt (14 / 23) : (1) Mt 9,28 . (2) Mt 13,51 . (3) Mt 14,17 . (4) Mt 15,12 . (5) Mt 15,33 . (6) Mt 19,7 . (7) Mt 19,10 . (8) Mt 20,7 . (9) Mt 20,22 . (10) Mt 20,33 . (11) Mt 21,41 . (12) Mt 22,21 . (13) Mt 22,42 . (14) Mt 27,22 .
| Mt 20,34 - Mt 20,34 : 276. Genezing van de blinde Bartimeüs - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 20 -- Mt 20,29 - Mt 20,30 - Mt 20,31 - Mt 20,32 - Mt 20,33 - Mt 20,34 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [34] So Jesus had compassion on them, and touched their
eyes: and immediately their eyes received sight, and they followed him.
Luther-Bibel . 34 Und es jammerte Jesus und er berührte ihre Augen; und sogleich
wurden sie wieder sehend, und sie folgten ihm nach.
Tekstuitleg van Mt 20,34 .
8. persoonlijk voornaamwoord 3de pers. mv. autôn (van hen) . Taalgebruik in N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mt : persoonlijk voornaamwoord . Mt (93) . Mt 20 (4) : (1) Mt 20,13 . (2) Mt 20,25 . (3) Mt 20,29 . (4) Mt 20,34 .
14. dat. mann. enk. autô(i) van het pers. voornaamw. 3de pers. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mt. : voornaamwoord autos . Mt (159) . Mt 20 (7) : Mt 20 (7) : (1) Mt 20,7 . (2) Mt 20,20 . (3) Mt 20,21 . (4) Mt 20,22 . (5) Mt 20,29 . (6) Mt 20,33 . (7) Mt 20,34 .
1 simile est enim regnum caelorum homini patri familias qui exiit primo mane conducere operarios in vineam suam 2 conventione autem facta cum operariis ex denario diurno misit eos in vineam suam 3 et egressus circa horam tertiam vidit alios stantes in foro otiosos 4 et illis dixit ite et vos in vineam et quod iustum fuerit dabo vobis 5 illi autem abierunt iterum autem exiit circa sextam et nonam horam et fecit similiter 6 circa undecimam vero exiit et invenit alios stantes et dicit illis quid hic statis tota die otiosi 7 dicunt ei quia nemo nos conduxit dicit illis ite et vos in vineam 8 cum sero autem factum esset dicit dominus vineae procuratori suo voca operarios et redde illis mercedem incipiens a novissimis usque ad primos 9 cum venissent ergo qui circa undecimam horam venerant acceperunt singulos denarios 10 venientes autem et primi arbitrati sunt quod plus essent accepturi acceperunt autem et ipsi singulos denarios 11 et accipientes murmurabant adversus patrem familias 12 dicentes hii novissimi una hora fecerunt et pares illos nobis fecisti qui portavimus pondus diei et aestus 13 at ille respondens uni eorum dixit amice non facio tibi iniuriam nonne ex denario convenisti mecum 14 tolle quod tuum est et vade volo autem et huic novissimo dare sicut et tibi 15 aut non licet mihi quod volo facere an oculus tuus nequam est quia ego bonus sum 16 sic erunt novissimi primi et primi novissimi multi sunt enim vocati pauci autem electi 17 et ascendens Iesus Hierosolymam adsumpsit duodecim discipulos secreto et ait illis 18 ecce ascendimus Hierosolymam et Filius hominis tradetur principibus sacerdotum et scribis et condemnabunt eum morte 19 et tradent eum gentibus ad deludendum et flagellandum et crucifigendum et tertia die resurget 20 tunc accessit ad eum mater filiorum Zebedaei cum filiis suis adorans et petens aliquid ab eo 21 qui dixit ei quid vis ait illi dic ut sedeant hii duo filii mei unus ad dexteram tuam et unus ad sinistram in regno tuo 22 respondens autem Iesus dixit nescitis quid petatis potestis bibere calicem quem ego bibiturus sum dicunt ei possumus 23 ait illis calicem quidem meum bibetis sedere autem ad dexteram meam et sinistram non est meum dare vobis sed quibus paratum est a Patre meo 24 et audientes decem indignati sunt de duobus fratribus 25 Iesus autem vocavit eos ad se et ait scitis quia principes gentium dominantur eorum et qui maiores sunt potestatem exercent in eos 26 non ita erit inter vos sed quicumque voluerit inter vos maior fieri sit vester minister 27 et qui voluerit inter vos primus esse erit vester servus 28 sicut Filius hominis non venit ministrari sed ministrare et dare animam suam redemptionem pro multis 29 et egredientibus eis ab Hiericho secuta est eum turba multa 30 et ecce duo caeci sedentes secus viam audierunt quia Iesus transiret et clamaverunt dicentes Domine miserere nostri Fili David 31 turba autem increpabat eos ut tacerent at illi magis clamabant dicentes Domine miserere nostri Fili David 32 et stetit Iesus et vocavit eos et ait quid vultis ut faciam vobis 33 dicunt illi Domine ut aperiantur oculi nostri 34 misertus autem eorum Iesus tetigit oculos eorum et confestim viderunt et secuti sunt eum