- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
Overzicht : Mt (Matteüs) : overzicht , Mt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Mt : commentaar ,
NT (NT overzicht) : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
- Mt
21 - TAALGEBRUIK
- COMMENTAAR
-
- Mt
1 , Mt 2
, Mt 3 ,
Mt 4 , Mt
5 , Mt 6
, Mt 7 ,
Mt 8 , Mt
9 , Mt 10
, Mt 11
, Mt 12
, Mt 13
, Mt 14
, Mt 15
, Mt 16
, Mt 17
, Mt 18
, Mt 19
, Mt 20
, Mt 21
, Mt 22
, Mt 23
, Mt 24
, Mt 25
, Mt 26
, Mt 27
, Mt 28
.
Tekstuitleg per pericope - Mt
21,1-9 - Mt
21,10-11 - Mt
21,12-13 - Mt
21,14-17 - Mt
21,18-19 - Mt
21,20-22 - Mt
21,23-27 - Mt
21,28-32 - Mt
21,33-46
Tekstuitleg vers per vers - Mt
21,1 - Mt
21,2 - Mt
21,3 - Mt
21,4 - Mt
21,5 - Mt
21,6 - Mt
21,7 - Mt
21,8 - Mt
21,9 - Mt
21,10 - Mt
21,11 - Mt
21,12 - Mt
21,13 - Mt
21,14 - Mt
21,15 - Mt
21,16 - Mt
21,17 - Mt
21,18 - Mt
21,19 - Mt
21,20 - Mt
21,21 - Mt
21,22 - Mt
21,23 - Mt
21,24 - Mt
21,25 - Mt
21,26 - Mt
21,27 - Mt
21,28 - Mt
21,29 - Mt
21,30 - Mt
21,31 - Mt
21,32 - Mt
21,33 - Mt
21,34 - Mt
21,35 - Mt
21,36 - Mt
21,37 - Mt
21,38 - Mt
21,39 - Mt
21,40 - Mt
21,41 - Mt
21,42 - Mt
21,43 - Mt
21,44 - Mt
21,45 - Mt
21,46 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het eenentwintigste hoofdstuk van het Matteüsevangelie
:
279. Intocht in Jeruzalem : Mc
11,1-10 - Mt
21,1-9 - Lc
19,29-40 -
281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc
11,11 - Mt
21,10-11 -
282. Vervloeking van de vijgeboom : Mc
11,12-14 - Mt
21,18-19 -
283. Tempelreiniging : Mc
11,15-17 - Mt
21,12-13 - Lc
19,45-46 -
284. Jezus in de tempel. Terugkeer naar Betanië : Mc
11,18-19 - Mt
21,14-17 - Lc
19,47-48 -
286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof : Mc
11,20-25 - Mt
21,20-22 -
287. Vraag naar Jezus'macht : Mc
11,27-33 - Mt
21,23-27 - Lc
20,1-8 -
288. Gelijkenis van de twee zonen : Mt
21,28-32
289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc
12,1-12 - Mt
21,33-46 - Lc
20,9-19 -
We bouwen muren, zetten hekkens, richten schutskringen in, stellen een cordon sanitaire in, pantseren ons in, delen mensen in hokjes in, steken ze in een keuirslijf, begraven ze levend en rollen zware stenen voor hen, wikkelen hen in, betoneren en bunkeren. We beveiligen ons en stellen paal en perk aan de ander. Jezus zegt: breek die muren af, ruim de hekkens op, leg je pantser af, schep ruimte, rol de stenen weg van wie je levend begraaft, roep hen tot leven, ont-wikkel hen, laat hen leven.
| Synopsis Denaux-Vervenne | Liturgische lezing (KBS 1961) | Willibrordvertaling (1995) | Nieuwe BijbelVertaling (2004) | Eigen vertaling (Arseen De Kesel) |
| En toen ze Jeruzalem naderden en in Betfage kwamen bij de berg van de Olijven, toen zond Jezus twee leerlingen. | 1 Toen Jezus en zijn leerlingen Jeruzalem naderden en de Olijfberg bestegen in de richting van Betfage, zond Jezus twee van hen vooruit met de opdracht: | [1] Ze naderden Jeruzalem en kwamen in Betfage op de Olijfberg. Daar stuurde Jezus twee* leerlingen eropuit | [1] Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. | En toen zij naderden bij Jeruzalem en zij kwamen bij Betfage bij de Olijvenberg, toen zond Jezus twee leerlingen. |
| hun zeggend: Ga naar het dorp dat tegenover jullie ligt, en aanstonds zul je een gebonden ezelin vinden en een veulen bij haar. Maak ze los en leid ze tot mij. | 2 "Gaat naar het dorp, daar vóór u en het eerste dat ge zult vinden is een vastgebonden ezelin met een veulen. Maakt die los en brengt ze bij mij. | [2] met de opdracht: ‘Ga naar het dorp daar vlak voor je. Jullie zullen er meteen een ezelin vinden, die vastgebonden staat en een veulen bij zich heeft. Maak ze los en breng ze bij Me. | [2] Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. | Hij zei : 'Ga naar het dorp hiertegenover. Direct zul je vinden een gebonden ezelin en een veulen bij haar. Maak ze los en breng ze naar mij. |
| En als iemand je iets zegt, zul je zeggen dat de Heer ze nodig heeft; terstond echter zal hij ze hierheen zenden. | 3 En als iemand u een aanmerking maakt, zegt dan: De Heer heeft ze nodig, maar zal ze spoedig terugsturen." | [3] En als iemand jullie iets zegt, zeg dan: “De Heer heeft ze nodig. Maar Hij stuurt ze meteen terug.” ’ | [3] En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ | Als iemand je iets zegt, zul je zeggen dat de Heer haar nodig heeft; direct zal hij ze hierheen sturen. |
| Dit nu is gebeurd opdat vervuld wordt wat gezegd is door de profeet, zeggend: | 4 Dit gebeurde, opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet: | [4] Dit is gebeurd opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeet gezegd is: | [4] Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: | Dit is gebeurd opdat zou vervuld worden wat werd gezegd door de profeet. Hij zei : Zeg aan de dochter van Sion. Zie, je koning komt tot je, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier. |
| Zeg aan de dochter van Sion, zie je koning komt tot je, zachtmoedig en rijdend op een ezelin , het jong van een lastdier. | 5 "Zeg aan de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier." | [5] Zeg tegen de dochter Sion: zie, uw koning komt naar u toe, zachtmoedig en zittend op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier. | [5] ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’ | Hij zei : Zeg aan de dochter van Sion. Zie, je koning komt tot je, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier. |
| De leerlingen nu gingen en deden zoals Jezus hun opgedragen had. | 6 De leerlingen begaven zich op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. | [6] De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had. | [6] De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. | De leerlingen gingen en deden zoals Jezus met hen bepaalde. |
| (en) ze leidden de ezelin en het veulen en ze legden de mantels erop en hij ging er bovenop zitten. | 7 Zij brachten de ezelin met haar veulen, legden er hun mantels overheen en Hij ging erop zitten. | [7] Ze brachten de ezelin en het veulen, legden er kleren overheen, en Hij ging erop zitten. | [7] Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. | ze brachten de ezelin en het veulen. Ze legden hun mantels op hen. Hij ging bovenop hen zitten. |
| De zeer grote volksmenigte nu spreidde hun mantels uit op de weg, anderen nog sloegen takken af van de bomen en spreidden die uit op de weg. | 8 Zeer velen uit het volk spreidden hun mantels uit op de weg, terwijl anderen de weg bedekten met twijgen die zij van de bomen hadden gesneden. | [8] Zeer veel mensen spreidden hun kleren uit op de weg, anderen sneden takken van de bomen en legden die op de weg. | [8] Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. | De zeer grote volksmenigte spreidde hun kleren op de weg; anderen klopten takken van de bomen en spreidden ze op de weg. |
| De volksmenigten nu die hem voorgingen en die hem volgden schreeuwden, zeggend: Hosanne, de zoon van David; gezegend de komende in de naam des Heren. Hosanna in den hoge! | 9 De mensen die Hem omstuwden, jubelden: "Hosanna, Zoon van David, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in den hoge!" | [9] Zowel de menigte die voor Hem uit ging als
die welke Hem volgde, schreeuwde: Hosanna*, de Zoon van David. Gezegend is Hij die komt* in de naam van de Heer. Hosanna, in de hoogste hemel. |
[9] De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’ | Volksmenigten gingen hem voor en volgden hem. Ze schreeuwden: Hosanna aan de zoon van David. Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in den hoge! |
| En terwijl hij binnenging in Jeruzalem was de hele stad in opschudding, zeggend : "Wie is deze?" | 10 Toen Hij Jeruzalem binnentrok, raakte de hele stad in beroering en men vroeg: "Wie is dat?" | [10] Toen Hij Jeruzalem binnengetrokken was, kwam de hele stad in beweging en ze vroegen: ‘Wie is dat?’ | [10] Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. | Jezus ging Jeruzalem binnen. De hele stad werd beroerd. De mensen zeiden: "Wie is hij?" |
| De volksmenigten nu zeiden : "Deze is de profeet Jezus, uit Nazaret van Galilea." | 11 Het volk antwoordde: "Dit is de profeet Jezus uit Nazaret in Galilea." | [11] De mensen zeiden: ‘Dat is de profeet*, Jezus van Nazaret in Galilea.’ | [11] Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’ | De volksmenigten zeiden : Hij is Jezus, de profeet uit Nazaret van Galilea. |
Websites : http://maranathalife.com/teach-ot/jesus-p.htm .
Jezus nadert Jeruzalem. De spanning stijgt ten top. Nadat Petrus Jezus de messias,
de christus, heeft genoemd, beslist Jezus niet verder meer te wijken, maar de
weg naar Jeruzalem te gaan. Jezus weet wat ervan zal komen : lijden en de dood.
Hij weet echter dat dat niet het einde is. Hij gelooft in het leven na de dood.
Hij zal verder leven. Jezus wil dat zijn blijde inkomst in Jeruzalem wordt voorbereid.
Hij beslist ook hoe hij Jeruzalem zal binnenkomen. Hij is een vorst van de vrede,
geen koning met legers en geweld. Hij gaat zitten op een ezel en doet zo zijn
blijde intrede.
Dit steekt schril af tegen de situatie waarop Matteüs schrijft. Dan is
de tempel verwoest en ligt Jeruzalem vol puin van verwoeste huizen. Dat roept
het beeld op van oorlog en geweld en vernieling dat zich hier heeft afgespeeld.
| 279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 // Mt 21,1-9 // Lc 19,29-40 - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - | 1.opdracht van Jezus aan de leerlingen | 2. schriftvervulling | 3. uitvoering door de leerlingen | 4. Jezus | 5. de grootste menigte (handelingen) | 6. de menigten (woorden) |
| Mt 21,1-3 | Mt 21,4-5 | Mt 21,6-7a | Mt 21,7b | Mt 21,8 | Mt 21,9 | |
| kai (en) bij het begin van de pericope | de (echter) | de (echter) | kai (en) | de (echter) | de (echter) |
Personages van het verhaal : Jezus, de leerlingen, de schrift, het handelend publiek, het begeleidend publiek. De pericope begint met het voegwoord kai (en). Bij verandering van personage wordt het partikel de (echter) gebruikt, behalve in Mt 21,7b waarin Jezus hoofdpersonage is. De gebruikte werkwoordtijd is meestal de aorist.
| Mt 21,1 - Mt 21,1 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 -- Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] And when they drew nigh unto Jerusalem, and were come
to Bethphage, unto the mount of Olives, then sent Jesus two disciples,
Luther-Bibel . 1 Als sie nun in die Nähe von Jerusalem kamen, nach Betfage an
den Ölberg, sandte Jesus zwei Jünger voraus
Tekstuitleg van Mt 21,1 .
- kai
(en) Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie Mt
1,2 -
- hote
(toen)
, zie Mt
21,1 . Voegwoord van tijd. In 12 verzen bij Matteüs : (1) Mt
7,28 . (2) Mt
9,25 . (3) Mt
11,1 . (4) Mt
12,3 . (5) Mt
13,26 . (6) Mt
13,48 . (7) Mt
13,53 . (8) Mt
19,1 . (9) Mt
21,1 . (10) Mt
21,34 . (11) Mt
26,1 . (12) Mt
27,31 . -
- èggisan (zij naderden) zie eggus
(nader) . Bij Matteüs
- Hierosoluma
(Jeruzalem). In 10 verzen bij Matteüs, zie Mt
2,1 .
- èlthon (zij gingen) zie elthôn
(gegaan) 14X bij Matteüs) - horos
(berg) 8X bij Matteûs -
De zin bestaat uit een tijdszin, ingeleid door hote (toen, wanneer) en bestaande
uit twee nevenschikkende zinnen, en de hoofdzin, ingeleid door tote (dan, daarop)
vergezeld van een participiumzin die een citaat inluidt.
- kai
(en). Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie
Mt 1,2
. Bij het begin van de pericope. Het is wel verwonderlijk omdat Matteüs
bij verandering van personage meestal het partikel de (echter) gebruikt behalve
in Mt
21,7b met Jezus als onderwerp. Kai (en) gebruikt Matteüs in deze pericope
13X, de (echter) 6X (zie ook de
(echter). Partikel. In 421 verzen bij Matteüs, zie bij Mt
1,2 .
- hote (toen) voegwoord van tijd om
een tijdszin in te leiden. Het komt in 220 verzen in de bijbel voor; in 118
verzen in het O.T., in 102 verzen in het N.T. - hote
(toen) , zie Mt
21,1 . Voegwoord van tijd. In 12 verzen bij Matteüs : (1) Mt
7,28 . (2) Mt
9,25 . (3) Mt
11,1 . (4) Mt
12,3 . (5) Mt
13,26 . (6) Mt
13,48 . (7) Mt
13,53 . (8) Mt
19,1 . (9) Mt
21,1 . (10) Mt
21,34 . (11) Mt
26,1 . (12) Mt
27,31 . hote (toen)... tote (dan, komt bij Matteüs slechts 2X voor:
in Mt
21,1 en Mt
13,26 (Toen het gewas opschoot en vrucht zette, dan kwam ook het onkruid
te voorschijn).
3. eggizô (naderen) . Verwijzing : eggizô
(naderen) , zie Mt
21,1 .
--- eggizein . Infinitief praesens . In zes verzen in de bijbel . In vier verzen
in het O.T. . In twee verzen in het N.T. : (1) Lc
18,35 : egeneto de en tôi eggizein auton eis Ierichô (terwijl
hij echter Jericho naderde) . (2) Hnd
9,3 : egeneto eggizein auton tèi Damaskôi (het gebeurde dat
hij Damaskus naderde) .
--- èggisan (zij naderden)
indicatief aorist 3e persoon meervoud van het werkwoord eggizô : naderen.
In deze vorm komt het in 18 verzen in de bijbel voor; in 16 verzen in het O.T.
en in 2 verzen in het N.T. ; in Mt
21,1 en Lc 24,28 .
--- èggisen (hij naderde). In de 3de persoon enkelvoud
komt het in 31 verzen in de bijbel voor; in 24 verzen in het O.T. en in 7 verzen
in het N.T ; bij Matteüs slechts in Mt
21,34 .
--- Eggus (nader, dichtbij) In
74 verzen in de bijbel; in 44 verzen in het O.T., in 30 verzen in het N.T. 3X
in Matteüs : Mt 24,32 - Mt
21,28-32 - . Mt 24,33 - Mt
21,33-46 - en Mt 26,18 (opdracht om een plaats te zoeken voor het bereiden
van het paasmaal) - Mt
26,17-19
---. èggiken (het is nabij) komt bij Matteüs 5X
voor : Mt 3,2 Mt
3,1-6 -. Mt 4,17 - Mt
4,12-17 -. Mt 10,7 - Mt
10,5-16 -. Mt 26,45 - Mt
26,36-46 - en Mt 26,46 - Mt
26,36-46 -. Door het gebruik van het woordje 'naderbij' komt het drama dichterbij.
Het uur van de waarheid is geslagen.
- Hierosoluma (Jeruzalem) - Hierosoluma
(Jeruzalem), zie Mt
21,1 . In 9 verzen bij Matteüs : (1) Mt
2,1 . (2) Mt
2,3 . (3) Mt
3,5 . (4) Mt
5,35 . (5) Mt
16,21 . (6) Mt
20,17 . (7) Mt
20,18 . (8) Mt
21,1 . (9) Mt
21,10 . - Reeds vanaf de eerste lijdensaankondiging Mt 16,21 - Mt
16,21 - weten we wat er in Jeruzalem staat te gebeuren. In Mt 21,10 na de
intrede in Jeruzalem gaat Jezus de stad binnen. De hele stad rilt. Het drama
komt dichterbij, zeer dichtbij. Verraad, overlevering, omkoping, schijngerecht,
terdood veroordeling, terechtstelling. Hoop wordt in gruizelementen geslagen.
Verbijstering.
- èlthon (zij kwamen) - - èlthon
(ik ben of zij zijn gegaan / gekomen) , zie Mt
8,14 . In 8 verzen bij Matteüs : (1) Mt
5,17a en Mt
5,17b . (2) Mt
7,25 . (3) Mt
7,27 . (4) Mt
9,13 . (5) Mt
10,34a en Mt
10,34b . (6) Mt
10,35 . (7) Mt
14,34 . (8) Mt
21,1 . Jezus en zijn leerlingen : (7) Mt
14,34 . (8) Mt
21,1 . Jezus als 1ste persoon enkelvoud: Jezus en zijn leerlingen : (1)
Mt 5,17a
en Mt
5,17b . (4) Mt
9,13 . (5) Mt
10,34a en Mt
10,34b . (6) Mt
10,35 . - Dilwijls wordt een vorm van erchomai (gaan) gevolgd door het vervoegd
hoofdwerkwoord en wordt het geheel vertaald door : komen... Hier wordt het gebruikt
met een plaatsaanduiding. Matteüs gebruikt in de tijdszin twee nevengeschikte
zinnen. Het naderen wordt hierdoor nog versterkt. Je ziet als 't ware Jezus
en zijn leerlingen naderen. Wat gaat er gebeuren? Een beleg om Jeruzalem? Een
gewapende strijd? Wat?
- to horos tôn Helaiôn (de Olijvenberg) (zie ook
horos
(berg), Mt
4,8 . In 8 verzen bij Matteûs : (1) Mt
4,7 . (2) Mt
5,1 . (3) Mt
14,23 . (4) Mt
15,29 . (5) Mt
17,1 - Mt
17,2 . (6) Mt
21,1 . (7) Mt
26,30 . (8) Mt
28,16 .) komt bij Matteüs in 3 verzen voor : (1) Mt
21,1 . (2) Mt
24,2 . (begin van de apocalyptische rede) . (3) Mt
26,30 (na het paasmaal) . De Olijvenberg is de plaats van waaruit Jeruzalem
goed kan gezien worden. Het is de plaats van de apocalyptische rede, de onheilspellende
rede over het einde van de stad en de tempel. Het is ook de plaats waarnaar
Jezus zich terugtrekt na het laatste avondmaal en waar hij door Judas aan de
oudsten en priesters van Jeruzalem zal worden overgeleverd. De berg in het algemeen
is de plaats van de test, van de verheerlijking, van de innerlijke strijd. Deze
berg - de Olijvenberg - houdt tal van betekenissen in. Het is een gevoelsgeladen
plaats.
Zie ook Zach 14,4 : Dan zal Hij zijn voeten op de Olijfberg zetten, die tegenover
Jeruzalem ligt.
| èggisan (zij naderden) | èggisen (hij naderde) | eggus (naderbij) | èggiken (het is naderbijgekomen) | ||
| Mt 21,1 | Mt 21,34 | Mt 26,18 | Mt 3,2 . Mt 4,17 . Mt 10,7 | Mt 26,45 | Mt 26,46 |
| kai hote èggisan eis Hierosoluma (en toen zij Jeruzalem naderden) | hote de èggisen ho kairos tôn karpôn (toen echter de oogststijd naderde) | ho kairos mou eggus estin (en mijn moment is nabij) | èggiken hè basileia tôn ouranôn (genaderd is het koninkrijk der hemelen) | idou èggiken hè hôra (zie genaderd is het uur) | idou èggiken ho paradidous me (zie genaderd is hij die me overlevert) |
| tote Ièsous apesteilen duo mathètas (dan zond Jezus twee leerlingen) | apesteilen tous doulous autou (zond hij zijn dienaars) | ||||
| 281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc 11,11 - Mt 21,1-11 - | 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - | 320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 - | - Mt 3,1-6 - Mt 4,12-17 - Mt 10,5-16 - | 329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - | 329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - |
De omgeving geeft aan Jezus inspiratie om twee leerlingen een opdracht te geven. Jezus is het onderwerp. De participiumzin staat bij het onderwerp Jezus. Zoals Matteüs bijna altijd doet, leidt hij het citaat in door een vorm van het werkwoord legô (zeggen) - legei (hij zegt. 54X bij Matteüs) -.
tote . Verwijzing : tote (dan, daarop) , zie Mt 2,7 . In negenentachtig verzen bij Matteüs . In één vers in Mt 21 : Mt 21,1 . Er is verandering van personage .
15. 16. tote (ho) Ièsous (daarop Jezus) . In vier verzen in het N.T. en wel bij Mt : (1) Mt 4,1 . (2) Mt 16,24 . (3) Mt 21,1 . (4) Mt 23,1 . In drie verzen staat het aan het begin van een vers , van een pericope , behalve in Mt 21,1 .
Een gelijkaardig opgebouwd verhaal als dit is het verhaal over het voorbereiden van het paasmaal Mt 26,17-20.
| Mt 21,2 - Mt 21,2 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] Saying unto them, Go into the village over against you,
and straightway ye shall find an ass tied, and a colt with her: loose them,
and bring them unto me.
Luther-Bibel . 2 und sprach zu ihnen: Geht hin in das Dorf, das vor euch liegt,
und gleich werdet ihr eine Eselin angebunden finden und ein Füllen bei ihr;
bindet sie los und führt sie zu mir!
Tekstanalyse van Mt 21,2
3. poreuesthe (begeef je op weg) .
heurèsete (jullie zullen vinden) komt in 16 verzen in de bijbel voor. In 6 verzen in het O.T. en in 10 verzen in het N.T. In 3 verzen bij Matteüs : Mt 7,7 , Mt 21,2 en Mt 11,29 : neem je juk op je en leer van mij dat ik zachtmoedig en nederig van hart ben en je zult rust vinden voor je zielen.
| Mt 21,3 - Mt 21,3 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And if any man say ought unto you, ye shall say, The
Lord hath need of them; and straightway he will send them.
Luther-Bibel . 3 Und wenn euch jemand etwas sagen wird, so sprecht: Der Herr
bedarf ihrer. Sogleich wird er sie euch überlassen.
Tekstuitleg van Mt 21,3 .
| Mt 21,4 - Mt 21,4 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] All this was done, that it might be fulfilled which
was spoken by the prophet, saying,
Luther-Bibel . 4 Das geschah aber, damit erfüllt würde, was gesagt ist durch
den Propheten, der da spricht (Sacharja 9,9):
Tekstuitleg van Mt 21,4 .
Koning van de joden komt bij Matteüs in 4 verzen voor.
De termen worden gebruikt bij gelegenheid van zijn geboorte en zijn sterven:
Betlehem en Jeruzalem, de twee Davidsteden. (1) In Jeruzalem komen de magiërs
uit het oosten met de vraag aan koning Herodes waar de pas geboren koning van
de joden is (Mt
2,2). Bij de ondervraging van Jezus stelt Pilatus hem de vraag of hij de
koning van de joden is: Mt
27,11 . (3) De Romeinse soldaten spotten met Jezus als koning van de joden
(Mt
27,29). (4) Aan het kruis wordt het opschrift gehangen : Dit is de koning
van de joden (Mt
27,37).
- basileus (koning). - basileus
(koning), zie Mt
21,4 . In 12 verzen bij Matteüs : (1) Mt
2,2 (Jezus, koning van de joden) . (2) Mt
2,3 (koning Herodes) . (3) Mt
14,9 (koning - Herodes -) . (4) Mt
21,5 (citaat: zie jouw koning komt) . (5) Mt
22,7 (parabel) . (6) Mt
22,11 (parabel) . (7) Mt
22,13 (parabel) . (8) Mt
25,34 (parabel) . (9) Mt
25,40 (parabel) . (10) Mt
27,11 (koning van de joden) . (11) Mt
27,37 (koning van de joden) . (12) Mt
27,42 (koning van Israël) .
Jezus was een jood en bracht zijn leven door in Galilea, een diaspora voor de
joden.
Koningschap heeft te maken met wereldlijke macht. In Israël was oorspronkelijk
de wereldlijke en de geestelijke macht van elkaar gescheiden.
Wat de wereldlijke macht in Israël betreft. Gezag en macht kan toegekend
worden op basis van charisma (en keuze) of via familiale overdracht (dynastie).
Saul en David werden gekozen op basis van charisma. Salomo volgde het spoor
van de familiale overdracht. Na Salomo in 930 voor Christus splitste het rijk
in een Noordrijk die een koning koos op basis van charisma, koning Jerobeam,
en het Zuidrijk voor een familiale overdracht koning Rechabeam. Met de val van
Samaria in 722 gingen de twee rijken geheel uiteen. Er ontstond een heimwee
naar de tijd van David, die de twaalf stammen tot één rijk had
verenigd. Dit heimwee werd gekoppeld aan de tradtie van het zuiden om het gezag
en de macht via de familie over te dragen. Daarom was de afstamming zo belangrijk.
Wat de geestelijke macht betreft. Deze behoorde aan de stam van Levi. Ze werd
dus familiaal overgedragen.
Even uitweiden. In de katholieke kerk werd de overdracht van het geestelijk
gezag en de geestelijke macht via familiale overdracht voorkomen door het instellen
van het celibaat. Zelfs een keuze op basis van charisma is ingeperkt door de
opvatting dat iemand rechtstreeks door God geroepen wordt en dat de geestelijke
overheid slechts een roeping kan onderkennen.
| Mt 21,5 - Mt 21,5 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] Tell ye the daughter of Sion, Behold, thy King cometh
unto thee, meek, and sitting upon an ass, and a colt the foal of an ass.
Luther-Bibel . 5 »Sagt der Tochter Zion: Siehe, dein König kommt zu dir sanftmütig
und reitet auf einem Esel und auf einem Füllen, dem Jungen eines Lasttiers.«
Tekstuitleg van Mt 21,5 .
| Mt 21,6 - Mt 21,6 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And the disciples went, and did as Jesus commanded them,
Luther-Bibel . 6 Die Jünger gingen hin und taten, wie ihnen Jesus befohlen hatte,
Tekstuitleg van Mt 21,6 .
7. kathôs (zoals) . Verwijzing : kathôs (zoals), zie Mc 1,2 .
| 1. kathôs | 2. kathôs | 3. kathôs | 4. katha | 5. hôs | 6. hôs | 8. ho | 7. hôs | hou |
| Mt 21,6 | Mt 26,24 | Mt 28,6 | Mt 27,10 | Mt 26,19 | Mt 1,24 | Mt 8,4 | Mt 28,15 | Mt 28,16 |
| kai poièsantes (en gedaan) | kai epoièsan hoi mathètai (en de leerlingen deden) | epoièsen (hij deed) | epoièsan (zij deden) | |||||
| kathôs sunetaxen autois ho Ièsous (zoals Jezus hen opdroeg) | kathôs gegraptai (zoals geschreven is) | kathôs eipen (zoals hij zei) | katha sunetaxen moi kurios (zoals de heer mij opdroeg) | hôs sunetaxen autois ho Ièsous (zoals Jezus hen opdroeg) | hôs prosetaxen autôi ho aggelos kuriou (zoals de engel van de Heer hem voorschreef) | ho prosetaxen Môusès (die Mozes voorschreef) | hôs edidachthèsan (zoals zij werden geleerd) | hou etaxato autois ho Ièsous (welke Jezus hen beval) |
| 281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc 11,11 - Mt 21,1-11 | 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 | 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 | 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 | 320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 | 10. Geboorte van Jezus : Mt 1,18-25 - | 56. Genezing van een melaatse : Mc 1,40-45 - Mt 8,1-4 - Lc 5,12-16 - | 352. Het omkopen van de wacht :Mt 28,11-15 | 353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - |
8. sunetaxen (hij beval, hij kwam overeen) . Actief aorist derde persoon enkelvoud
van het werkwoord suntassô .
-- tassô (bevelen, opdragen)
. Verwijzing : tassö
(bevelen, opdragen) , zie Mt
21,6 . Vertaling van het Hebreeuwse werkwoord tsawâh . Vormen van
tassô bij Matteüs: (1) Mt
1,24 (prosetaxen = hij schreef voor) . (2) Mt
8,4 (prosetaxen = hij schreef voor) . (3) Mt
21,6 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (4) Mt
26,19 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (5) Mt
27,10 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (6) Mt
28,16 (etaxato = hij bepaalde).
--- etaxato (hij beval). In 4 verzen in de bijbel. In 3 verzen
in het O.T. : (1) Ex
8,8 : hôs etaxato Pharaô (zoals de Farao het beval) . (2) In
1 vers in het N.T. : Mt
28,16 .
-- anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken)
. anatassô diègèsin : een verhaal opbouwen , omstandig vertellen
. Lc 1,1
: anataxasthai : passief infinitief aorist . Hapax . zij namen ter hand dat
een verhaal zou opgebouwd worden .
-- prostassô (bepalen, voorschrijven).
--- prosetaxen (hij schreef voor, hij bepaalde). In 31 verzen
in de bijbel . In 26 verzen in het O.T. : Dt
27,1 is wel bijzonder omdat er zoveel overeenkomsten zijn met , in 5 verzen
in het N.T.: (1) Mt
1,24 . (2) Mt
8,4
- sunetaxen (hij beval, hij kwam overeen) . Actief aorist derde
persoon enkelvoud . suntassô (bepalen, bevelen, opdragen, overeenkomen)
. Het komt in tweeënnegentig verzen in de bijbel voor (vertaling van het
Hebreeuwse dzawah) ; in negenentachtig verzen in het O.T. . In één
vers in Gn : Gn 26,11 . In vierendertig verzen in Exodus : (1) ... Ex
34,4 . In tien verzen in Lv . In zesentwintig verzen in Nu . In twee verzen
in Dt . In zes verzen in Joz . Verder in het O.T. : Bar
5,7 . In drie verzen in het N.T. : (1) Mt
21,6 . (2) Mt
26,19 . (3) Mt
27,10 .
--- diatassôn (opdragend). Mt
11,1
| Mt 21,7 - Mt 21,7 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] And brought the ass, and the colt, and put on them their
clothes, and they set him thereon.
Luther-Bibel . 7 und brachten die Eselin und das Füllen und legten ihre Kleider
darauf und er setzte sich darauf.
Tekstuitleg van Mt 21,7 .
7. ègagon (zij leidden) . Verwijzing : agô (leiden) , zie Lc 23,1 . Actief aorist derde persoon meervoud van het werkwoord agô (leiden , voeren) . In negenendertig verzen in de bijbel . In zesentwintig verzen in het O.T. . In dertien verzen in het N.T. : (1) Mt 21,7 . (2) Lc 4,29 . (3) Lc 4,40 . (4) Lc 19,35 . (5) Lc 22,54 : ègagon eis tèn oikian tou archiereôs = naar het huis van de hogepriester . (6) Lc 23,1 : ègagon auton epi ton Pilaton = zij leidden hem tot bij Pilatus . (7) Joh 18,13 : ègagon pros Annan = zij leidden (hem) naar Annas . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd 6,12 : kai ègagon eis to sunedrion = en zij leidden (hem) naar het sanhedrin . (2) Hnd 17,15 . (3) Hnd 17,19 . (4) Hnd 18,12 : kai ègagon auton epi to bèma = en zij leidden hem tot de rechterstoel . (5) Hnd 20,12 . (6) Hnd 23,31 . Vaak in de betekenis van : iemand voor het gerecht brengen , voorleiden .
| Mt 21,8 - Mt 21,8 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] And a very great multitude spread their garments in
the way; others cut down branches from the trees, and strawed them in the way.
Luther-Bibel . 8 Aber eine sehr große Menge breitete ihre Kleider auf den Weg;
andere hieben Zweige von den Bäumen und streuten sie auf den Weg.
Tekstuitleg van Mt 21,8 .
| Mt 21,9 - Mt 21,9 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] And the multitudes that went before, and that followed,
cried, saying, Hosanna to the Son of David: Blessed is he that cometh in the
name of the Lord; Hosanna in the highest.
Luther-Bibel . 9 Die Menge aber, die ihm voranging und nachfolgte, schrie: Hosianna
dem Sohn Davids! Gelobt sei, der da kommt in dem Namen des Herrn! Hosianna in
der Höhe!
Tekstuitleg van Mt 21,9 .
- ochloi (menigten 14X bij Matteüs) ochlos (menigte) 6X bij Matteüs
ekrazon (zij schreeuwden) komt in deze vorm bij Matteüs in Mt 21,9 - Mt 21,1-11 - en Mt 27,23 - Mt 27,15-23 - voor. Dat is wel opmerkelijk.
281. Jezus gaat Jeruzalem binnen : Mt 21,10-11 -- Mc 11,11 - Mt 21,10-11 -- - Mt 21,10 - Mt 21,11 - Mt 21 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -
| Mt 21,10 - Mt 21,10 : 281. Jezus gaat Jeruzalem binnen - Mc 11,11 - Mt 21,10-11 -- - Mt 21,10 - Mt 21,11 - Mt 21 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] And when he was come into Jerusalem, all the city was
moved, saying, Who is this?
Luther-Bibel . 10 Und als er in Jerusalem einzog, erregte sich die ganze Stadt
und fragte: Wer ist der?
Tekstuitleg van Mt 21,10 .
| Mt 21,11 - Mt 21,11 : 281. Jezus gaat Jeruzalem binnen - Mc 11,11 - Mt 21,10-11 -- - Mt 21,10 - Mt 21,11 - Mt 21 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] And the multitude said, This is Jesus the prophet of
Nazareth of Galilee.
Luther-Bibel . 11 Die Menge aber sprach: Das ist Jesus, der Prophet aus Nazareth
in Galiläa.
Tekstuitleg van Mt 21,11 .
Mt 21,11 verwijst zonder twijfel naar Mt 13,57 : ouk estin profètès atimos ei mè en tèi patridi en tèi oikiai autou (een profeet is niet zonder eer tenzij in zijn vaderstad en zijn eigen huis.
283. Tempelreiniging : Mt 21,12-13 - Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 -- Mt 21,12 - Mt 21,13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
| Mt 21,12 - Mt 21,12 : 283. Tempelreiniging - Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 -- Mt 21,12 - Mt 21,13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And Jesus went into the temple of God, and cast out
all them that sold and bought in the temple, and overthrew the tables of the
moneychangers, and the seats of them that sold doves,
Luther-Bibel . 12 Und Jesus ging in den Tempel hinein und trieb heraus alle
Verkäufer und Käufer im Tempel und stieß die Tische der Geldwechsler um und
die Stände der Taubenhändler
Tekstuitleg van Mt 21,12 .
| Mt 21,13 - Mt 21,13 : 283. Tempelreiniging - Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 -- Mt 21,12 - Mt 21,13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] And said unto them, It is written, My house shall be
called the house of prayer; but ye have made it a den of thieves.
Luther-Bibel . 13 und sprach zu ihnen: Es steht geschrieben (Jesaja 56,7): »Mein
Haus soll ein Bethaus heißen«; ihr aber macht eine Räuberhöhle daraus.
Tekstuitleg van Mt 21,13 .
284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mt 21,14-17 - Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
| Mt 21,14 - Mt 21,14 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And the blind and the lame came to him in the temple;
and he healed them.
Luther-Bibel . 14 Und es gingen zu ihm Blinde und Lahme im Tempel und er heilte
sie.
Tekstuitleg van Mt 21,14 .
| Mt 21,15 - Mt 21,15 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] And when the chief priests and scribes saw the wonderful
things that he did, and the children crying in the temple, and saying, Hosanna
to the Son of David; they were sore displeased,
Luther-Bibel . 15 Als aber die Hohenpriester und Schriftgelehrten die Wunder
sahen, die er tat, und die Kinder, die im Tempel schrien: Hosianna dem Sohn
Davids!, entrüsteten sie sich
Tekstuitleg van Mt 21,15 .
| 2. | 3. | 4. |
| Mt 21,15 | Mt 21,23 | Mt 21,45 |
| Kai (en) | ||
| idontes de (gezien echter) | prosèlthon autôi didaskonti (kwamen naderbij hem terwijl hij onderwees) | akousantes (gehoord) |
| hoi archiereis (de hogepriesters) | hoi archiereis (de hogepriesters) | hoi archiereis (de hogepriesters) |
| kai hoi grammateis (en de schriftgeleerden) | kai hoi presbuteroi tou laou (en de oudsten van het volk) | kai hoi Farisaioi (en de Farizeeën) |
| 283. Tempelreiniging : Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 - | 287. Vraag naar Jezus'macht : Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 - | 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - |
In Mt 21 zijn de archiereis (hogepriesters) uitdrukkelijk aanwezig . Nu eens met de schriftgeleerden , dan met de ouderen van het volk , dan met de Farizeeën .
4. archiereis (hogepriesters) . De eerste in de rij van priesters .
| archiereus (hogepriester) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| nom. enk. archiereus | 37 | 9 | 28 | 3 | 3 | 4 | 9 | 9 | |||
| gen. enk. archiereôs | 29 | 13 | 16 | 3 | 4 | 3 | 4 | 1 | 1 | ||
| dat. enk. archierei | 10 | 7 | 3 | 2 | 1 | ||||||
| acc. enk. archierea | 16 | 7 | 9 | 1 | 1 | 1 | 1 | 5 | |||
| nom. + acc. mv. archiereis | 50 | 50 | 12 | 11 | 10 | 9 | 6 | 2 | |||
| gen. mv. archiereôn | 10 | 10 | 3 | 2 | 1 | 1 | 3 | ||||
| dat. mv. archiereusin | 6 | 6 | 3 | 1 | 1 | 1 | |||||
| Totaal | 158 | 36 | 122 | 25 | 22 | 15 | 21 | 22 | 17 |
In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord archiereus (hogepriester) in 122 verzen voor . Bij Matteüs is dat in vijfentwintig verzen of 20,49 % .
| archiereus (hogepriester) | Mt |
| nom. enk. archiereus | 3 : (1) Mt 26,62 . (2) Mt 26,63 . (3) Mt 26,65 . |
| gen. enk. archiereôs | 3 : (1) Mt 26,3 . (2) Mt 26,51 . (3) Mt 26,58 . |
| dat. enk. archierei | |
| acc. enk. archierea | 1 : Mt 26,57 . |
| nom. + acc. mv. archiereis | 12 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 21,15 . (3) Mt 21,23 . (4) Mt 21,45 . (5) Mt 26,3 (// Mc 14,1 // Lc 22,2) . (6) Mt 26,14 . (7) Mt 26,59 . (8) Mt 27,1 . (9) Mt 27,6 . (10) Mt 27,20 . (11) Mt 27,41 . (12) Mt 27,62 . |
| gen. mv. archiereôn | 3 : (1) Mt 16,21 . (2) Mt 26,47 . (3) Mt 27,12 . |
| dat. mv. archiereusin | 3 : (1) Mt 20,18 . (2) Mt 27,3 . (3) Mt 28,11 . |
| Totaal | 25 |
| vorm van archiereus (hogepriester) | 25 : (1) Mt 2,4 (acc. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . (25) Mt 28,11 (dat. mv.) . |
De hogepriesters komen voor het eerst ter sprake in de 'kindsheids'verhalen van Mt (Mt 2,4) . Na de belijdenis van Petrus spreekt Jezus zijn eerste lijdensvoorspelling uit (Mt 16,21) , in Mt 20,18 zijn derde lijdensvoorspelling . In Mt 21 komt Jezus in Jeruzalem . Hogepriesters , schriftgeleerden ,Farizeeën en ouderen behoren tot zijn toehoorders in de tempel . Het komt weldra tot een confrontatie . Vanaf Mt 26,1 begint het lijdensverhaal .
7. grammateis (schriftgeleerden) . Nominatief mannelijk meervoud .
| grammateus (schriftgeleerde) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| nom. + voc. enk. grammateus | 29 | 24 | 5 | 2 | 1 | 1 | 1 | ||||
| gen. enk. grammateôs | 11 | 11 | |||||||||
| dat. enk. grammatei | 5 | 5 | |||||||||
| acc. enk. grammatea | 9 | 9 | |||||||||
| nom. + voc. + acc. mv. grammateis | 61 | 22 | 39 | 14 | 11 | 11 | 1 | 2 | |||
| gen. mv. grammateôn | 20 | 3 | 17 | 5 | 8 | 3 | 1 | ||||
| dat. mv. grammateusin | 5 | 3 | 2 | 1 | 1 | ||||||
| Totaal | 140 | 77 | 63 | 22 | 21 | 14 | 1 | 3 | 1 |
| grammateus (schriftgeleerde) | Mt | |
| nom. + voc. enk. grammateus | 2 : (1) Mt 8,19 . (2) Mt 13,52 . | |
| nom. + voc. + acc. mv. grammateis | 14 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 7,29 . (3) Mt 15,1 . (4) Mt 17,10 . (5) Mt 21,15 . (6) Mt 23,2 . (7) Mt 23,13 . (8) Mt 23,15 . (9) Mt 23,23 . (10) Mt 23,25 . (11) Mt 23,27 . (12) Mt 23,29 . (13) Mt 23,34 . (14) Mt 26,57 . | |
| gen. mv. grammateôn | 5 : (1) Mt 5,20 . (2) Mt 9,3 . (3) Mt 12,38 . (4) Mt 16,21 . (5) Mt 27,41 . | |
| dat. mv. grammateusin | 1 : Mt 20,18 . | |
| Totaal | 22 |
In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord grammateus (schriftgeleerde) in drieënzestig verzen voor . Bij Matteüs is dat in tweeëntwintig verzen of 34,92 % . Voor bijna 2/3 is het een nom. of acc. mv.
| Een vorm van grammateus (schriftgeleerde) . | (1) Mt 2,4 (acc. mv) . (2) Mt 5,20 (gen. mv.) . (3) Mt 7,29 (nom. mv.) . (4) Mt 8,19 (nom. enk.) . (5) Mt 9,3 (gen. mv.) . (6) Mt 12,38 (gen. mv.) . (7) Mt 13,52 (nom. enk.) . (8) Mt 15,1 (nom. mv.) . (9) Mt 16,21 (gen. mv.) . (10) Mt 17,10 (nom. mv.) . (11) Mt 20,18 (dat. mv.) . (12) Mt 21,15 (nom. mv.) . (13) Mt 23,2 (nom. mv.) . (14) Mt 23,13 (voc. mv.) . (15) Mt 23,15 (voc. mv.) . (16) Mt 23,23 (voc. mv.) . (17) Mt 23,25 (voc. mv.) . (18) Mt 23,27 (voc. mv.) . (19) Mt 23,29 (voc. mv.) . (20) Mt 23,34 (acc. mv.) . (21) Mt 26,57 (nom. mv.) . (22) Mt 27,41 (nom. mv.) . |
De schriftgeleerden zijn erbij wanneer Jezus voor het eerst in de tempel in Jeruzalem optreedt (Mt 21,15) . Tegen hen spreekt Jezus weeklachten uit (Mt 23) . Ze zijn erbij wanneer het sanhedrin samenkomt om een oordeel over Jezus te vellen en staan onder het kruis Jezus te bespotten .
3. - 7. de hogepriesters en de schriftgeleerden
| Een vorm van | Mt 2 | Mt 16 | Mt 20 | Mt 21 | Mt 26 | Mt 27 |
| archiereus (hogepriester) | (1) Mt 2,4 (acc. mv.) | (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . | (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . | (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . | (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . | (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . |
farisaios (Farizeeër) : nom. + gen. mv. |
(12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) . | (17) Mt 21,45 (nom.) . | (28) Mt 27,62 (nom.) . | |||
| grammateus (schriftgeleerde) . | (1) Mt 2,4 (acc. mv) . | (9) Mt 16,21 (gen. mv.) . | (11) Mt 20,18 (dat. mv.) . | (12) Mt 21,15 (nom. mv.) . | (21) Mt 26,57 (nom. mv.) . | (22) Mt 27,41 (nom. mv.) . |
| presbuteros (oudere) | (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . | (3) Mt 21,23 (nom. mv.) . | (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) . | (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . | ||
| hogepriesters en schriftgeleerden | (1) Mt 2,4 (acc. mv) . | (1) Mt 16,21 (gen. mv.) . | (1) Mt 20,18 (dat. mv.) . | (1) Mt 21,15 (nom. mv.) . | (1) Mt 26,57 (nom. mv.) . | (1) Mt 27,41 (nom. mv.) . |
In zes van de vijfentwintig verzen komen de hogepriesters en de schriftgeleerden samen voor . In zes van de tweeëntwintig verzen komen de schriftgeleerden en de hogepriesters samen voor .
| Mt 21,16 - Mt 21,16 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And said unto him, Hearest thou what these say? And
Jesus saith unto them, Yea; have ye never read, Out of the mouth of babes and
sucklings thou hast perfected praise?
Luther-Bibel . 16 und sprachen zu ihm: Hörst du auch, was diese sagen? Jesus
antwortete ihnen: Ja! Habt ihr nie gelesen (Psalm 8,3): »Aus dem Munde der Unmündigen
und Säuglinge hast du dir Lob bereitet«?
Tekstuitleg van Mt 21,16 .
| Mt 21,17 - Mt 21,17 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] And he left them, and went out of the city into Bethany;
and he lodged there.
Luther-Bibel . 17 Und er ließ sie stehen und ging zur Stadt hinaus nach Betanien
und blieb dort über Nacht.
Tekstuitleg van Mt 21,17 .
282. Vervloeking van de vijgeboom : Mt 21,18-19 - Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19 -- - Mt 21,18 - Mt 21,19 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
| Mt 21,18 - Mt 21,18 : 282. Vervloeking van de vijgeboom - Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19 -- - Mt 21,18 - Mt 21,19 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] Now in the morning as he returned into the city, he
hungered.
Luther-Bibel . 18 Als er aber am Morgen wieder in die Stadt ging, hungerte ihn.
Tekstuitleg van Mt 21,18 .
| Mt 21,19 - Mt 21,19 : 282. Vervloeking van de vijgeboom - Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19 -- - Mt 21,18 - Mt 21,19 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And when he saw a fig tree in the way, he came to it,
and found nothing thereon, but leaves only, and said unto it, Let no fruit grow
on thee henceforward for ever. And presently the fig tree withered away.
Luther-Bibel . 19 Und er sah einen Feigenbaum an dem Wege, ging hin und fand
nichts daran als Blätter und sprach zu ihm: Nun wachse auf dir niemals mehr
Frucht! Und der Feigenbaum verdorrte sogleich.
Tekstuitleg van Mt 21,19 .
2. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .
| Mt 2,16 : Herodes | Mt 27,3 : Judas | Mt 27,24 : Pilatus |
| Tote (toen) | Tote (toen) | |
| Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) | idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) | idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus) |
| hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) | hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) | hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)... |
brengt de dertig zilverstukken terug |
laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk | |
| èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) | athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed) | |
| Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) | humeis opsesthe ( u ziet maar) | |
| 12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - | 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - | 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 - |
Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .
| Mt 5,1 | idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) |
| Mt 8,18 | idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte) |
| Mt 9,23 | kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte) |
| Mt 9,36 | idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben) |
286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof : Mt 21,20-22 - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
| Mt 21,20 - Mt 21,20 : 286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] And when the disciples saw it, they marvelled, saying,
How soon is the fig tree withered away!
Luther-Bibel . 20 Und als das die Jünger sahen, verwunderten sie sich und fragten:
Wie ist der Feigenbaum so rasch verdorrt?
Tekstuitleg van Mt 21,20 .
| Mt 21,21 - Mt 21,21 : 286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] Jesus answered and said unto them, Verily I say unto
you, If ye have faith, and doubt not, ye shall not only do this which is done
to the fig tree, but also if ye shall say unto this mountain, Be thou removed,
and be thou cast into the sea; it shall be done.
Luther-Bibel . 21 Jesus aber antwortete und sprach zu ihnen: Wahrlich, ich sage
euch: Wenn ihr Glauben habt und nicht zweifelt, so werdet ihr nicht allein Taten
wie die mit dem Feigenbaum tun, sondern, wenn ihr zu diesem Berge sagt: Heb
dich und wirf dich ins Meer!, so wird's geschehen.
Tekstuitleg van Mt 21,21 .
| Mt 21,22 - Mt 21,22 : 286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] And all things, whatsoever ye shall ask in prayer,
believing, ye shall receive.
Luther-Bibel . 22 Und alles, was ihr bittet im Gebet, wenn ihr glaubt, so werdet
ihr's empfangen.
Tekstuitleg van Mt 21,22 .
287. Vraag naar Jezus'macht : Mt 21,23-27 - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
| Mt 21,23 - Mt 21,23 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And when he was come into the temple, the chief priests
and the elders of the people came unto him as he was teaching, and said, By
what authority doest thou these things? and who gave thee this authority?
Luther-Bibel . 23 Und als er in den Tempel kam und lehrte, traten die Hohenpriester
und die Ältesten des Volkes zu ihm und fragten: Aus welcher Vollmacht tust du
das und wer hat dir diese Vollmacht gegeben?
Tekstuitleg van Mt 21,23 .
11. archiereis (hogepriesters) .
| archiereus (hogepriester) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| nom. enk. archiereus | 37 | 9 | 28 | 3 | 3 | 4 | 9 | 9 | |||
| gen. enk. archiereôs | 29 | 13 | 16 | 3 | 4 | 3 | 4 | 1 | 1 | ||
| dat. enk. archierei | 10 | 7 | 3 | 2 | 1 | ||||||
| acc. enk. archierea | 16 | 7 | 9 | 1 | 1 | 1 | 1 | 5 | |||
| nom. + acc. mv. archiereis | 50 | 50 | 12 | 11 | 10 | 9 | 6 | 2 | |||
| gen. mv. archiereôn | 10 | 10 | 3 | 2 | 1 | 1 | 3 | ||||
| dat. mv. archiereusin | 6 | 6 | 3 | 1 | 1 | 1 | |||||
| Totaal | 158 | 36 | 122 | 25 | 22 | 15 | 21 | 22 | 17 |
In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord archiereus (hogepriester) in 122 verzen voor . Bij Matteüs is dat in vijfentwintig verzen of 20,49 % .
| archiereus (hogepriester) | Mt |
| nom. enk. archiereus | 3 : (1) Mt 26,62 . (2) Mt 26,63 . (3) Mt 26,65 . |
| gen. enk. archiereôs | 3 : (1) Mt 26,3 . (2) Mt 26,51 . (3) Mt 26,58 . |
| dat. enk. archierei | |
| acc. enk. archierea | 1 : Mt 26,57 . |
| nom. + acc. mv. archiereis | 12 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 21,15 . (3) Mt 21,23 . (4) Mt 21,45 . (5) Mt 26,3 (// Mc 14,1 // Lc 22,2) . (6) Mt 26,14 . (7) Mt 26,59 . (8) Mt 27,1 . (9) Mt 27,6 . (10) Mt 27,20 . (11) Mt 27,41 . (12) Mt 27,62 . |
| gen. mv. archiereôn | 3 : (1) Mt 16,21 . (2) Mt 26,47 . (3) Mt 27,12 . |
| dat. mv. archiereusin | 3 : (1) Mt 20,18 . (2) Mt 27,3 . (3) Mt 28,11 . |
| Totaal | 25 |
| vorm van archiereus (hogepriester) | 25 : (1) Mt 2,4 (acc. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . (25) Mt 28,11 (dat. mv.) . |
De hogepriesters komen voor het eerst ter sprake in de 'kindsheids'verhalen van Mt (Mt 2,4) . Na de belijdenis van Petrus spreekt Jezus zijn eerste lijdensvoorspelling uit (Mt 16,21) , in Mt 20,18 zijn derde lijdensvoorspelling . In Mt 21 komt Jezus in Jeruzalem . Hogepriesters , Farizeeën en ouderen behoren tot zijn toehoorders in de tempel . Het komt weldra tot een confrontatie . Vanaf Mt 26,1 begint het lijdensverhaal .
14. presbuteroi (ouderen) .
| presbuteros (oudste) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| nom. enk. presbuteros | 16 | 13 | 3 | 1 | 2 | ||||||
| gen. enk. presbuterou | 10 | 9 | 1 | 1 | |||||||
| dat. enk. presbuterô(i) | 3 | 2 | 1 | 1 | |||||||
| acc. enk. presbuteron | 4 | 4 | |||||||||
| nom. mv. presbuteroi | 67 | 46 | 21 | 5 | 2 | 7 | 2 | 5 | |||
| gen. mv. presbuterôn | 61 | 39 | 22 | 6 | 5 | 1 | 1 | 3 | 6 | ||
| dat. mv. presbuterois | 20 | 15 | 5 | 1 | 1 | 2 | 1 | ||||
| acc. mv. presbuterous | 49 | 37 | 12 | 2 | 6 | 3 | 1 | ||||
| Totaal | 230 | 165 | 65 | 12 | 7 | 5 | 1 | 18 | 10 | 12 |
In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord presbuteros (oudere) in vijfenzestig verzen voor . Bij Matteüs is dat in twaalf verzen of 18,46 % . Bij Matteüs komt presbuteros (oudere) slechts in het meervoud voor , hoofdzakelijk de nom. (5) en gen. mv. (6) .
| presbuteros (oudere) | Mt |
| nom. mv. presbuteroi | 5 : (1) Mt 21,23 . (2) Mt 26,3 . (3) Mt 26,57 . (4) Mt 27,1 . (5) Mt 27,20 . |
| gen. mv. presbuterôn | 6 : (1) Mt 15,2 . (2) Mt 16,21 . (3) Mt 26,47 . (4) Mt 27,12 . (5) Mt 27,41 . (6) Mt 28,12 . |
| dat. mv. presbuterois | 1 : Mt 27,3 . |
| Totaal | 12 |
| Een vorm van presbuteros (oudere) | 12 : (1) Mt 15,2 (gen. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 21,23 (nom. mv.) . (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) . (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . (12) Mt 28,12 (gen. mv.) . |
Buiten de lijdens- (Mt 26-27) en verrijzenisverhalen (Mt 28) komt presbuteros (oudere) slechts in drie van de twaalf verzen voor . In Mt 15,2 gaat het om de traditie van de ouderen om met gewassen handen te eten . In Mt 16,21 kondigt Jezus voor de eerste maal zijn lijden in Jeruzalem aan . In Mt 21,23 zijn de ouderen bij de hogepriesters aanwezig om aan Jezus in de tempel de vraag te stellen bij welke volmacht hij handelt .
10. - 14. hogepriesters en ouderen .
In elf van de vijfentwintig verzen komen de hogepriesters en de ouderen (van het volk) samen voor . In elf van de twaalf verzen komen de ouderen samen met de hogepriesters voor . In Mt 15,2 wordt naar de traditie van de ouderen verwezen . Ze zijn er niet aanwezig . We kunnen besluiten dat in Mt de ouderen steeds met de hogepriesters voorkomen , in vijf hoofdstukken van Mt .
| een vorm van | Mt 16 | Mt 21 | Mt 26 | Mt 27 | Mt 28 | |
| archiereus (hogepriester) | (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . | (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . | (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . | (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . | (25) Mt 28,11 (dat. mv.) . | |
| farisaios (Farizeeër) : nom. + gen. mv. | (12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) . | (17) Mt 21,45 (nom.) . | (28) Mt 27,62 (nom.) . | |||
| grammateus (schriftgeleerde) . | (9) Mt 16,21 (gen. mv.) . | (12) Mt 21,15 (nom. mv.) . | (21) Mt 26,57 (nom. mv.) . | (22) Mt 27,41 (nom. mv.) . | ||
| presbuteros (oudere) | (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . | (3) Mt 21,23 (nom. mv.) . | (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) . | (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . | (12) Mt 28,12 (gen. mv.) . | |
| hogepriesters en ouderen | 1 : Mt 16,21 (gen. mv.) . | 1 : Mt 21,23 (nom. mv.) . | 3 : (1) Mt 26,3 (nom. mv.) . (2) Mt 26,47 (gen. mv.) . (3) Mt 26,57 | 5 : (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . | 1 : Mt 28,11 - Mt 28,12 | 11 |
| Mt 21,24 - Mt 21,24 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] And Jesus answered and said unto them, I also will
ask you one thing, which if ye tell me, I in like wise will tell you by what
authority I do these things.
Luther-Bibel . 24 Jesus aber antwortete und sprach zu ihnen: Ich will euch auch
eine Sache fragen; wenn ihr mir die sagt, will ich euch auch sagen, aus welcher
Vollmacht ich das tue.
Tekstuitleg van Mt 21,24 .
| Mt 21,25 - Mt 21,25 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] The baptism of John, whence was it? from heaven, or
of men? And they reasoned with themselves, saying, If we shall say, From heaven;
he will say unto us, Why did ye not then believe him?
Luther-Bibel . 25 Woher war die Taufe des Johannes? War sie vom Himmel oder
von den Menschen? Da bedachten sie's bei sich selbst und sprachen: Sagen wir,
sie war vom Himmel, so wird er zu uns sagen: Warum habt ihr ihm dann nicht geglaubt?
Tekstuitleg van Mt 21,25 .
| Mt 21,26 - Mt 21,26 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] But if we shall say, Of men; we fear the people; for
all hold John as a prophet.
Luther-Bibel . 26 Sagen wir aber, sie war von Menschen, so müssen wir uns vor
dem Volk fürchten, denn sie halten alle Johannes für einen Propheten.
Tekstuitleg van Mt 21,26 .
| Mt 21,27 - Mt 21,27 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] And they answered Jesus, and said, We cannot tell.
And he said unto them, Neither tell I you by what authority I do these things.
Luther-Bibel . 27 Und sie antworteten Jesus und sprachen: Wir wissen's nicht.
Da sprach er zu ihnen: So sage ich euch auch nicht, aus welcher Vollmacht ich
das tue.
Tekstuitleg van Mt 21,27 .
apokrithentes (beantwoord) : zie Mt 21,27 . Verder Mt 26,66 .
288. Gelijkenis van de twee zonen : Mt 21,28-32 - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 -
Lezing op de 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar : Mt 21,28-32 .
In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: "Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard. Goed vader, antwoordde deze, maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: Neen, ik wil niet; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?" Ze zeiden: "de laatste." Toen zei Jezus hun: "Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Maar zelfs, nadat ge dit hadt gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken."
Via een parabel vraagt Jezus de mening van de hogepriesters en de oudsten van het volk . Hij vraagt wie van de twee zonen de wil van de vader doet..
| Mt 21,28 | Mt 21,29 | Mt 21,30 | Mt 21,31 | |
| kai proselthôn (en naderbijgekomen) | ho de apokritheis (hij echter geantwoord) | proselthôn de (naderbijgekomen echter) | ||
| tôi prôtôi (tot de eerste) | tôi heterôi (tot de andere) | |||
| eipen (zei hij) | eipen (zei) | eipen (zei hij) | legousin (ze zeggen) | legei (hij zegt) |
| autois (aan hen) | ||||
| ho Ièsous (Jezus) | ||||
| 288. Gelijkenis van de twee zonen : Mt 21,28-32 |
| Mt 21,28 - Mt 21,28 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 28 Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot
den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.
King James Bible . [28] But what think ye? A certain man had two sons; and he
came to the first, and said, Son, go work to day in my vineyard.
Luther-Bibel . 28 Was meint ihr aber? Es hatte ein Mann zwei Söhne und ging
zu dem ersten und sprach: Mein Sohn, geh hin und arbeite heute im Weinberg.
Tekstuitleg van Mt 21,28 .
- Tí... dokei (Wat ben je / zijn jullie van mening?) zie Mt
17,25 . Zie verder : Mt
18,12 . Mt
21,28 . Mt
22,17 . Mt
22,42 . Mt
26,66 .
- de
(echter). Partikel. In 421 verzen bij Matteüs. zie bij Mt
1,2 -
- proselthôn
(naderbijgekomen) . In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt
4,3 . Zie verder : Mt
8,2 . Mt
8,19 . Mt
18,21 . Mt
19,16 . Mt
21,28 . Mt
21,30 .
de (echter) . Jezus is nog steeds aan het woord, maar hij verandert van onderwerp. Daarom wellicht gebruikt Matteüs het partikel de (echter). We stellen ook vast dat hier een nieuw vers begint. De Vulgaat vertaalt het met autem. In de synopsis wordt het vaak door nu (zonder een betekenis van tijd) vertaald en staat het ook dikwijls op de tweede plaats in de zin. De liturgische lezing en de Nieuwe Bijbelvertaling laten het gewoon weg. In de Willibrordvertaling krijgt het wat meer beklemtoning door het te vertalen door "maar".
De datief ampelôni (in mijn wijngaard) komt bij Matteüs slechts in Mt 21,28 . Deze vorm komt in 7 verzen in de bijbel voor; in 5 verzen in het O.T. en in 2 verzen in het N.T.; in Mt 21,28 en Lc 13,6. De vorm ampelôn komt in 10 verzen voor; het kan de genitief meervoud van het zelfstandig naamwoord ampelos (wijnstok) zijn en de nominatief enkelvoud van ampelôn (wijngaard). Het komt slechts in het O.T. voor. De genitief enkelvoud ampelônos (van de wijngaard) komt in 16 verzen in de bijbel voor; in 7 verzen in het O.T. en in 9 verzen in het N.T. Bij Matteüs komt het in 3 verzen voor, telkens in het kader van een parabel; in 2 verzen en bij Marcus en bij Lucas in 3 verzen van de parabel van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 . De accusatief enkelvoud ampelôna komt in 34 verzen in de bijbel voor; in 11 verzen in het O.T. en in 23 verzen in het N.T. In 6 verzen bij Matteüs, in 2 verzen bij Marcus, in 2 verzen bij Lucas enz. Ampelos (wijnstok) komt in 23 verzen in de bijbel voor; in 20 verzen in het O.T., in 3 verzen in het N.T.
Het rangtelwoord bijvoeglijk naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud prôtos (eerste) komt in 57 verzen in de bijbel voor; in 27 verzen in het O.T., in 30 verzen in het N.T. In 4 verzen bij Matteüs, in 3 verzen bij Marcus, in 3 verzen bij Lucas, in 5 verzen bij Johannes enz. De datief enkelvoud prôtôi (aan de eerste) komt in 30 verzen in de bijbel voor; in 26 verzen in het O.T., in 4 verzen in het N.T.
| Mt 21,29 - Mt 21,29 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 29 Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw
hebbende, ging hij heen.
King James Bible . He answered and said, I will not: but afterward he repented,
and went.
Luther-Bibel . 29 Er antwortete aber und sprach: Nein, ich will nicht. Danach
reute es ihn und er ging hin.
Tekstuitleg van Mt 21,29 . Dit vers Mt 21,29 telt 10 (2 X 5) woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Mt 21,29 is 3968 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 31) .
| Mt 21,30 - Mt 21,30 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 30 En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde
en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet.
King James Bible . And he came to the second, and said likewise. And he answered
and said, I go, sir: and went not.
Luther-Bibel . 30 Und der Vater ging zum zweiten Sohn und sagte dasselbe. Der
aber antwortete und sprach: Ja, Herr!, und ging nicht hin.
Tekstuitleg van Mt 21,30 . Dit vers Mt 21,30 telt 15 (3 X 5) woorden en 73 letters . De getalwaarde van Mt 21,30 is 9691 (11 X 881) .
- proselthôn (naderbijgekomen) . In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt 4,3
| Mt 21,31 - Mt 21,31 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 31 Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij
zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars
en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.
King James Bible . [31] Whether of them twain did the will of his father? They
say unto him, The first. Jesus saith unto them, Verily I say unto you, That
the publicans and the harlots go into the kingdom of God before you.
Luther-Bibel . 31 Wer von den beiden hat des Vaters Willen getan? Sie antworteten:
Der erste. Jesus sprach zu ihnen: Wahrlich, ich sage euch: Die Zöllner und Huren
kommen eher ins Reich Gottes als ihr.
Tekstuitleg van Mt 21,31 .
| Mt 21,32 - Mt 21,32 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling . 32 Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid,
en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd;
doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.
King James Bible . [32] For John came unto you in the way of righteousness,
and ye believed him not: but the publicans and the harlots believed him: and
ye, when ye had seen it, repented not afterward, that ye might believe him.
Luther-Bibel . 32 Denn Johannes kam zu euch und lehrte euch den rechten Weg,
und ihr glaubtet ihm nicht; aber die Zöllner und Huren glaubten ihm. Und obwohl
ihr's saht, tatet ihr dennoch nicht Buße, sodass ihr ihm dann auch geglaubt
hättet.
Tekstuitleg van Mt 21,32 .
289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mt 21,33-46 - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -Wie kinderen en jongeren mag opvoeden , weet dat opvoeding bestaat in de interactie
tussen wie opgevoed wordt en wie opvoedt . Opvoeden moet leiden tot volwassenheid
. Opvoeden bestaat in het langzaam uit handen geven om tenslotte overbodig te
zijn .
Arbeider in de wijngaard zijn betekent de zorg van de wijnstokken en de ranken
op zich te nemen opdat de wijnstok rijke vruchten draagt . Zijn vreugde moet
bestaan in zijn zorgzaamheid . Eenmaal dat de vruchten rijp zijn , dient hij
slechts de druiventrossen te plukken en aan zijn eigenaar te bezorgen . Hij
kan zich de vruchten als zijn eigendom niet toeëigenen .
Hogepriesters en farizeeën mogen onder Gods volk werken , herder van de
kudde zijn . Ze zijn echter geen eigenaar van de kudde ; ze kunnen zich de kudde
niet toeëigenen ; God is de eigenaar . Hogepriesters en farizeeën
staan in dienst van God . Zij behoren te luisteren wanneer God hen profeten
en de messias stuurt .
| Mt 21,33 - Mt 21,33 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [33] Hear another parable: There was a certain householder,
which planted a vineyard, and hedged it round about, and digged a winepress
in it, and built a tower, and let it out to husbandmen, and went into a far
country:
Luther-Bibel . 33 Hört ein anderes Gleichnis: Es war ein Hausherr, der pflanzte
einen Weinberg und zog einen Zaun darum und grub eine Kelter darin und baute
einen Turm und verpachtete ihn an Weingärtner und ging außer Landes.
Tekstuitleg van Mt 21,33 .
5. homoia (vergelijkbaar) . Verwijzing : homoioô (vergelijken met, gelijken op) , zie Mt 13,24 . Bijvoeglijk naamwoord nominatief vrouwelijk enkelvoud., nominatief en accusatief onzijdig meervoud . In vierendertig verzen in de bijbel . In achttien verzen in het O.T. . In zestien verzen in het N.T. . Mt (8) . Lc (3) . Gal (1) . Opb (4) . Bij Matteüs in acht verzen : (1) Mt 11,26 : Tini de homoiôsô tèn genean tautèn ; (Waarmee echter zal ik dit geslacht vergelijken?) Homoia estin... het is vergelijkbaar met ... . (2) Mt 13,31 . (3) Mt 13,33 . (4) Mt 13,44 . (5) Mt 13,45 . (6) Mt 13,47 . (7) Mt 20,1 . (8) Mt 22,39 deutera de homoia autèi (het tweede is vergelijkbaar met dit) . In zes genoemde plaatsen is hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) onderwerp .
| hômoiôthè . 1. | homoia . 2. | homoia . 3. | hômoiôthè . 2. | hômoiôthè . 3. | homoia . 4. | homoia . 5. | homoia . 6. | homoia . 7. | |
| Mt 13,24 | Mt 13,31 | Mt 13,33 | Mt 21,33 | Mt 18,23 | Mt 22,2 | Mt 13,44 | Mt 13,45 | Mt 13,47 | Mt 20,1 |
| Allèn parabolèn (Een andere parabel) | Allèn parabolèn (Een andere parabel) | Allèn parabolèn (Een andere parabel) | Allèn parabolèn (Naar een andere parabel) | dia touto (daarom) | palin (opnieuw) | palin (opnieuw) | |||
| parethèken (voegde hij toe) autois (hen) legôn (zeggend) | parethèken (voegde hij toe) autois (hen) legôn (zeggend) | elalèsen (sprak hij) autois (hen) | akousate (luistert) | ||||||
| hômoiôthè (werd vergeleken) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia estin (vergelijkbaar is) | hômoiôthè (werd vergeleken) | hômoiôthè (werd vergeleken) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia estin (vergelijkbaar is) | homoia gar estin (want vergelijkbaar is) | |
| hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) | |
| anthrôpôi speiranti (met een zaaier) | kokkôi sinapeôs (mostaardzaadje) | zumèi (zuurdesem) | anthrôpos èn oikodespotès (er was een huisheer) | anthrôpôi basilei (met een koning) | thèsaurôi (met een schat) kekrummenôi en tôi agrôi (verborgen in de akker) | anthrôpôi emporôi (met een handelaar) | sagènèi (met een net) | anthrôpôi oikodespotèi (met een huisheer) | |
| hon labôn qnthrôpos espeiren en tôi agrôi autou (dat een man genomen, op zijn akker zaaide) | hèn labousa gunè enekrupsen (dat een vrouw genomen, verborg) | hostis efeutusen (die plantte) | hos èthelèsen (die wilde) | hon heurôn anthrôpos ekrupsen (dat een man gevonden, verborg) | hostis exèlthen (die uitging) | ||||
| 133. Gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe : Mt 13,24-30 | 134. Gelijkenis van het mosterdzaad : Mc 4,30-32 - Mt 13,31-32 - Lc 13,18-19 | 135. Gelijkenis van het zuurdeeg : Lc 13,20-21 - Mt 13,33 | 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 | 182. Gelijkenis van de onbarmhartige dienaar : Mt 18,23-35 | 290. Gelijkenis van het koninklijke bruilofts-maal : Mt 22,1-14 - Lc 14,15-24 | 138. Gelijkenis van de schat en de parel : Mt 13,44-46 | 138. Gelijkenis van de schat en de parel : Mt 13,44-46 | 139. Gelijkenis van het visnet : Mt 13,47-50 | 272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard : Mt 20,1-16 |
| Mt 21,34 - Mt 21,34 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [34] And when the time of the fruit drew near, he sent his
servants to the husbandmen, that they might receive the fruits of it.
Luther-Bibel . 34 Als nun die Zeit der Früchte herbeikam, sandte er seine Knechte
zu den Weingärtnern, damit sie seine Früchte holten.
Tekstuitleg van Mt 21,34 .
| Mt 21,35 - Mt 21,35 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [35] And the husbandmen took his servants, and beat one,
and killed another, and stoned another.
Luther-Bibel . 35 Da nahmen die Weingärtner seine Knechte: den einen schlugen
sie, den zweiten töteten sie, den dritten steinigten sie.
Tekstuitleg van Mt 21,35 .
2. labontes (genomen, gegrepen) . Participium aorist nominatief meervoud .
In 34 verzen in de bijbel; in 19 verzen in het O.T., in 15 verzen in het N.T.
apokteinô (doden). apekteinan (zij doodden). Indicatief aorist 3de persoon
meervoud. In 39 verzen in de bijbel; in 29 verzen in het O.T., in 10 verzen
in het N.T.
| Mt 21,36 - Mt 21,36 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [36] Again, he sent other servants more than the first:
and they did unto them likewise.
Luther-Bibel . 36 Abermals sandte er andere Knechte, mehr als das erste Mal;
und sie taten mit ihnen dasselbe.
Tekstuitleg van Mt 21,36 .
| Mt 21,37 - Mt 21,37 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [37] But last of all he sent unto them his son, saying,
They will reverence my son.
Luther-Bibel . 37 Zuletzt aber sandte er seinen Sohn zu ihnen und sagte sich:
Sie werden sich vor meinem Sohn scheuen.
Tekstuitleg van Mt 21,37 .
| Mt 21,38 - Mt 21,38 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [38] But when the husbandmen saw the son, they said among
themselves, This is the heir; come, let us kill him, and let us seize on his
inheritance.
Luther-Bibel . 38 Als aber die Weingärtner den Sohn sahen, sprachen sie zueinander:
Das ist der Erbe; kommt, lasst uns ihn töten und sein Erbgut an uns bringen!
Tekstuitleg van Mt 21,38 .
| Mt 21,39 - Mt 21,39 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [39] And they caught him, and cast him out of the vineyard,
and slew him.
Luther-Bibel . 39 Und sie nahmen ihn und stießen ihn zum Weinberg hinaus und
töteten ihn.
Tekstuitleg van Mt 21,39 .
| Mt 21,40 - Mt 21,40 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [40] When the lord therefore of the vineyard cometh, what
will he do unto those husbandmen?
Luther-Bibel . 40 Wenn nun der Herr des Weinbergs kommen wird, was wird er mit
diesen Weingärtnern tun?
Tekstuitleg van Mt 21,40 .
| Mt 21,41 - Mt 21,41 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [41] They say unto him, He will miserably destroy those
wicked men, and will let out his vineyard unto other husbandmen, which shall
render him the fruits in their seasons.
Luther-Bibel . 41 Sie antworteten ihm: Er wird den Bösen ein böses Ende bereiten
und seinen Weinberg andern Weingärtnern verpachten, die ihm die Früchte zur
rechten Zeit geben.
Tekstuitleg van Mt 21,41 .
| Mt 21,42 - Mt 21,42 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [42] Jesus saith unto them, Did ye never read in the scriptures,
The stone which the builders rejected, the same is become the head of the corner:
this is the Lord's doing, and it is marvellous in our eyes?
Luther-Bibel . 42 Jesus sprach zu ihnen: Habt ihr nie gelesen in der Schrift
(Psalm 118,22-23): »Der Stein, den die Bauleute verworfen haben, der ist zum
Eckstein geworden. Vom Herrn ist das geschehen und ist ein Wunder vor unsern
Augen«?
Tekstuitleg van Mt 21,42 .
| Mt 21,43 - Mt 21,43 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [43] Therefore say I unto you, The kingdom of God shall
be taken from you, and given to a nation bringing forth the fruits thereof.
Luther-Bibel . 43 Darum sage ich euch: Das Reich Gottes wird von euch genommen
und einem Volk gegeben werden, das seine Früchte bringt.
Tekstuitleg van Mt 21,43 .
| Mt 21,44 - Mt 21,44 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [44] And whosoever shall fall on this stone shall be broken:
but on whomsoever it shall fall, it will grind him to powder.
Luther-Bibel . 44 Und wer auf diesen Stein fällt, der wird zerschellen; auf
wen aber er fällt, den wird er zermalmen.
Tekstuitleg van Mt 21,44 .
| Mt 21,45 - Mt 21,45 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling .
King James Bible . [45] And when the chief priests and Pharisees had heard his
parables, they perceived that he spake of them.
Luther-Bibel . 45 Und als die Hohenpriester und Pharisäer seine Gleichnisse
hörten, erkannten sie, dass er von ihnen redete.
Tekstuitleg van Mt 21,45 .
2. akousantes (gehoord) . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud .
| akouô (horen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | ||
| part. aor. nom. mv. akousantes | 67 | 15 | 52 | 13 | 7 | 7 | 5 | 16 | 4 |
| part. aor. nom. mv. akousantes bij Mt | 13 : (1) Mt 2,9 . (2) Mt 12,24 . (3) Mt 14,13 . (4) Mt 15,12 . (5) Mt 17,6 . (6) Mt 19,25 . (7) Mt 20,24 . (8) Mt 20,30 . (9) Mt 21,45 . (10) Mt 22,22 . (11) Mt 22,33 . (12) Mt 22,34 . (13) Mt 27,47 . |
Er zijn vier teksten waarbij de Farizeeën onderwerp zijn Mt 12,24 , Mt 15,12 , Mt 21,45 , Mt 22,34 . In drie teksten staat het onderwerp voor het particpium , in één tekst erna .
| 2. | 4. | 9. | 12. |
| Mt 12,24 | Mt 15,12 | Mt 21,45 | Mt 22,34 |
| hoi de Farisaioi (de Farizeeën echter) | hoti hoi Farisaioi (dat de Farizeeën) | kai (en) | hoi de Farisaioi (de Fariuzeeën echter) |
| akousantes (gehoord) | akousantes (gehoord) | akousantes (gehoord) | akousantes (gehoord) |
hoi archiereis kai hoi Farisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën) |
4. archiereis (hogepriesters) . Nominatief meervoud .
| archiereus (hogepriester) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| nom. enk. archiereus | 37 | 9 | 28 | 3 | 3 | 4 | 9 | 9 | |||
| gen. enk. archiereôs | 29 | 13 | 16 | 3 | 4 | 3 | 4 | 1 | 1 | ||
| dat. enk. archierei | 10 | 7 | 3 | 2 | 1 | ||||||
| acc. enk. archierea | 16 | 7 | 9 | 1 | 1 | 1 | 1 | 5 | |||
| nom. + acc. mv. archiereis | 50 | 50 | 12 | 11 | 10 | 9 | 6 | 2 | |||
| gen. mv. archiereôn | 10 | 10 | 3 | 2 | 1 | 1 | 3 | ||||
| dat. mv. archiereusin | 6 | 6 | 3 | 1 | 1 | 1 | |||||
| Totaal | 158 | 36 | 122 | 25 | 22 | 15 | 21 | 22 | 17 |
| archiereus (hogepriester) | Mt |
| nom. enk. archiereus | 3 : (1) Mt 26,62 . (2) Mt 26,63 . (3) Mt 26,65 . |
| gen. enk. archiereôs | 3 : (1) Mt 26,3 . (2) Mt 26,51 . (3) Mt 26,58 . |
| dat. enk. archierei | |
| acc. enk. archierea | 1 : Mt 26,57 . |
| nom. + acc. mv. archiereis | 12 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 21,15 . (3) Mt 21,23 . (4) Mt 21,45 . (5) Mt 26,3 (// Mc 14,1 // Lc 22,2) . (6) Mt 26,14 . (7) Mt 26,59 . (8) Mt 27,1 . (9) Mt 27,6 . (10) Mt 27,20 . (11) Mt 27,41 . (12) Mt 27,62 . |
| gen. mv. archiereôn | 3 : (1) Mt 16,21 . (2) Mt 26,47 . (3) Mt 27,12 . |
| dat. mv. archiereusin | 3 : (1) Mt 20,18 . (2) Mt 27,3 . (3) Mt 28,11 . |
| Totaal | 25 |
| vorm van archiereus (hogepriester) | 25 : (1) Mt 2,4 (acc. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . (25) Mt 28,11 (dat. mv.) . |
De hogepriesters komen voor het eerst ter sprake in de 'kindsheids'verhalen van Mt (Mt 2,4) . Na de verheerlijking op de berg spreekt Jezus zijn eerste lijdensvoorspelling uit (Mt 16,21) , in Mt 20,18 zijn derde lijdensvoorspelling . In Mt 21 komt Jezus in Jeruzalem . Hogepriesters , Farizeeën en oudsten behoren tot zijn toehoorders in de tempel . Het komt weldra tot een confrontatie . Vanaf Mt 26,1 begint het lijdensverhaal .
7. farisaioi (Farizeeën) .
| farisaios Farizeeër) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| nom. enk. farizaios | 9 | 9 | 5 | 3 | 1 | ||||||
| gen. enk. farisaiou | 2 | 2 | 2 | ||||||||
| nom. + voc. mv. farizaioi | 49 | 49 | 21 | 8 | 10 | 9 | 1 | ||||
| gen. mv. farisaiôn | 28 | 28 | 7 | 4 | 7 | 6 | 4 | ||||
| dat. mv. farisaiois | 2 | 2 | 2 | ||||||||
| acc. mv. farisaious | 5 | 5 | 1 | 4 | |||||||
| Totaal | 95 | 95 | 28 | 12 | 27 | 19 | 8 | 1 |
| farisaios (Farizeeër) | Mt , zie Mt 9,11 |
| nom. + voc. mv. farisaioi | 21 : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (7) Mt 15,1 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (10) Mt 19,3 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (15) Mt 23,13 . (16) Mt 23,15 . (17) Mt 23,23 . (18) Mt 23,25 . (19) Mt 23,27 . (20) Mt 23,29 . (21) Mt 27,62 . |
| gen. mv. farisaiôn | 7 : (1) Mt 3,7 . (2) Mt 5,20 . (3) Mt 12,38 . (4) Mt 16,6 . (5) Mt 16,11 . (6) Mt 16,12 . (7) Mt 22,41 . |
| Een vorm van farisaios (Farizeeër) : nom. + gen. mv. | (1) Mt 3,7 (gen.) . (2) Mt 5,20 (gen.) . (3) Mt 9,11 (nom.) . (4) Mt 9,14 (nom.) . (5) Mt 9,34 (nom.) . (6) Mt 12,2 (nom.) . (7) Mt 12,14 (nom.) . (8) Mt 12,24 (nom.) . (9) Mt 12,38 (gen.) . (10) Mt 15,1 (nom.) . (11) Mt 15,12 (nom.) . (12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) . (16) Mt 19,3 (nom.) . (17) Mt 21,45 (nom.) . (18) Mt 22,15 (nom.) . (19) Mt 22,34 (nom.) . (20) Mt 22,41 (gen.) . (21) Mt 23,2 (nom.) . (22) Mt 23,13 (voc.) . (23) Mt 23,15 (voc.) . (24) Mt 23,23 (voc.) . (25) Mt 23,25 (voc.) . (26) Mt 23,27 (voc.) . (27) Mt 23,29 (voc.) . (28) Mt 27,62 (nom.) . |
| hoi (...) farisaioi | 13 : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (21) Mt 27,62 . |
| kai + deelw. + (...) hoi farisaioi | 3 : (1) Mt 9,11 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (tote i.p.v. kai : (12) Mt 22,15 . |
| 1. | 9. | 11. | 12. |
| Mt 9,11 | Mt 16,1 | Mt 21,45 | Mt 22,15 |
| kai (en) | kai (en) | kai (en) | Tote (daarop) |
| idontes (gezien) hoi Pharisaioi (de Farizeeën) | proselthontes (naderbijgekomen) hoi Pharisaioi kai Saddukaioi (de Farizeeën en Sadduceeën) peirazontes (op de proef stellend) | akouontes (gehoord) hoi archiereis kai hoi Pharisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën) .. | poreuthentes (zich op weg begeven) hoi Pharisaioi (de Farizeeën) |
| elegon (zeiden) | epèrôtèsan auton (vroegen hem) | egnôsan (wisten) | sumboulion elabon (namen het besluit) |
| 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 - | 159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc 8,11-13 - Mt 16,1-4 - Mt 12,38-42 - | 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - | 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 - |
3. - 7. Slechts in twee teksten (Mt 21,45 en Mt 27,62) worden de hogepriesters en de Farizeeën samen vermeld . Mt 21,45 volgt op de parabel van de boosaardige wijnbouwers . Mt 27,62 maakt deel uit van het verhaal waarin hogepriesters en Farizeeën Pilatus om een wacht vragen om het graf te bewaken .
| Mt 21,46 - Mt 21,46 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 - | ||||||||||||||||
|
Statenvertaling .
King James Bible . [46] But when they sought to lay hands on him, they feared
the multitude, because they took him for a prophet.
Luther-Bibel . 46 Und sie trachteten danach, ihn zu ergreifen; aber sie fürchteten
sich vor dem Volk, denn es hielt ihn für einen Propheten.
Tekstuitleg van Mt 21,46 .
2. zètountes (zoekende) . Particpium praesens nominatief mannelijk enkelvoud van het werkwoord zèteô (zoeken) bij Matteüs , zie Z .
| zèteô (zoeken) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | |
| ind. pr. 3de p. enk. zètei | 33 | 23 | 10 | 1 | 1 | 2 | 4 | 2 | |||
| ind. pr. 1ste p. enk. zètô | 17 | 13 | 4 | 2 | 2 | ||||||
| ind. pr. 2de p. enk. zèteis | 11 | 9 | 2 | 2 | |||||||
| ind. pr. 3de p. mv. zètousin | 12 | 4 | 8 | 2 | 1 | 5 | |||||
| ind p. + imp. 2de p. mv.zèteite | 27 | 5 | 22 | 3 | 1 | 4 | 10 | 1 | 3 | ||
| inf. pr. zètein | 13 | 11 | 2 | 1 | 1 | ||||||
| part. pr. nom. m. enk. zètôn | 20 | 11 | 9 | 1 | 3 | 2 | 1 | 2 | |||
| part. pr. nom + acc. onz. enk. zètoun | 4 | 2 | 2 | 1 | 1 | ||||||
| part. pr. dat. enk. zètounti | 2 | 1 | 1 | 1 | |||||||
| part. pr. nom. mv. zètountes | 33 | 23 | 10 | 4 | 1 | 1 | 1 | 3 | |||
| part. pr. g. mv. zètountôn | 11 | 9 | 2 | 2 | |||||||
| ind imp. 3de p. enk. ezètèi | 22 | 15 | 7 | 1 | 1 | 3 | 1 | 1 | |||
| ind. imp. 3de p. mv. ezètoun | 27 | 8 | 18 | 1 | 4 | 5 | 7 | 1 | |||
| ind. aor. 3de p. enk. ezètèsen | 19 | 18 | 1 | 1 | |||||||
| ind. aor. 3de p. mv. ezètèsan | 18 | 17 | 1 | 1 | |||||||
| impera. aor. 2de p. mv. zètèsete | 6 | 2 | 4 | 4 | |||||||
| 275 | 172 | 103 | 14 | 10 | 19 | 34 | 8 | 18 |
| zèteô (zoeken) | Mt | |
| ind. pr. 3de p. enk. zètei | 1 : Mt 18,12 . | |
| ind p. + imp. 2de p. mv.zèteite | 3 : (1) Mt 6,33 . (2) Mt 7,7 . (3) Mt 28,5 . | |
| inf. pr. zètein | 1 : Mt 2,13 . | |
| part. pr. nom. m. enk. zètôn | 1 : Mt 7,8 . | |
| part. pr. nom + acc. onz. enk. zètoun | 1 : Mt 12,43 . | |
| part. pr. dat. enk. zètounti | 1 : Mt 13,45 . | |
| part. pr. nom. mv. zètountes | 4 : (1) Mt 2,20 . (2) Mt 12,46 . (3) Mt 12,47 . (4) Mt 21,46 . | |
| ind imp. 3de p. enk. ezètèi | 1 : Mt 26,16 . | |
| ind. imp. 3de p. mv. ezètoun | 1 : Mt 26,59 . | |
| 14 |
| vorm van zèteô (zoeken) | (1) Mt 2,13 (zètein) . (2) Mt 2,20 (zètountes = zoekende) . (3) Mt 6,33 (zèteite = zoekt) . (4) Mt 7,7 (zèteite = zoekt) . (5) Mt 7,8 (zètôn = zoekende) . (6) Mt 12,43 (zètoun = zoekend) . (7) Mt 12,46 (zètountes = zoekende) . (8) Mt 12,47 (zètountes = zoekende) . (9) Mt 13,45 (zètounti = aan de zoekende) . (10) Mt 18,12 (hij zoekt) . (11) Mt 21,46 (zètountes = zoekende) . (12) Mt 26,16 (ezètei = hij zocht) . (13) Mt 26,59 (ezètoun = zij zochten) . (14) Mt 28,5 (zèteite = jullie zoeken) . |
| EERSTE POGING | ||
| Mc 11,18 | kai èkousan hoi archiereis kai hoi grammateis kai ezètoun | pôs auton apolesôsin |
| Mt | - | - |
| Lc 19,47 | hoi de archiereis kai hoi grammateis ezètoun |
auton apolesai |
| TWEEDE POGING | ||
| Mc 12,12 | kai ezètoun | auton kratèsai |
| Mt 21,46 | kai zètountes | auton kratèsai |
| Lc 20,19 | kai ezètousan hoi grammateis kai hoi archiereis | epiballein ep'auton tas cheiras en tèi autèi tèi hôrai |
| DERDE POGING | ||
| Mc 14,1 | kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis | pôs auton apokteinôsin |
| Mt 26,3 | Mt 26,3 hina ton Ièsoun dolôi kratèsôsin kai apokteinôsin | |
| Lc 22,2 | kai ezètoun oi archiereis kai oi grammateis | to pôs anelôsin auton |
| VIERDE POGING | ||
| Mc 14,55 | oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian | eis to thanatôsai auton |
| Mt 26,59 | oi de archiereis kai to sunedrion olon ezètoun pseudomarturian kata tou ièsou | opôs auton thanatôsôsin |
| Lc | - | - |
1 et cum adpropinquassent Hierosolymis et venissent Bethfage ad montem Oliveti tunc Iesus misit duos discipulos 2 dicens eis ite in castellum quod contra vos est et statim invenietis asinam alligatam et pullum cum ea solvite et adducite mihi 3 et si quis vobis aliquid dixerit dicite quia Dominus his opus habet et confestim dimittet eos 4 hoc autem factum est ut impleretur quod dictum est per prophetam dicentem 5 dicite filiae Sion ecce rex tuus venit tibi mansuetus et sedens super asinam et pullum filium subiugalis 6 euntes autem discipuli fecerunt sicut praecepit illis Iesus 7 et adduxerunt asinam et pullum et inposuerunt super eis vestimenta sua et eum desuper sedere fecerunt 8 plurima autem turba straverunt vestimenta sua in via alii autem caedebant ramos de arboribus et sternebant in via 9 turbae autem quae praecedebant et quae sequebantur clamabant dicentes osanna Filio David benedictus qui venturus est in nomine Domini osanna in altissimis 10 et cum intrasset Hierosolymam commota est universa civitas dicens quis est hic 11 populi autem dicebant hic est Iesus propheta a Nazareth Galilaeae 12 et intravit Iesus in templum Dei et eiciebat omnes vendentes et ementes in templo et mensas nummulariorum et cathedras vendentium columbas evertit 13 et dicit eis scriptum est domus mea domus orationis vocabitur vos autem fecistis eam speluncam latronum 14 et accesserunt ad eum caeci et claudi in templo et sanavit eos 15 videntes autem principes sacerdotum et scribae mirabilia quae fecit et pueros clamantes in templo et dicentes osanna Filio David indignati sunt 16 et dixerunt ei audis quid isti dicant Iesus autem dicit eis utique numquam legistis quia ex ore infantium et lactantium perfecisti laudem 17 et relictis illis abiit foras extra civitatem in Bethaniam ibique mansit 18 mane autem revertens in civitatem esuriit 19 et videns fici arborem unam secus viam venit ad eam et nihil invenit in ea nisi folia tantum et ait illi numquam ex te fructus nascatur in sempiternum et arefacta est continuo ficulnea 20 et videntes discipuli mirati sunt dicentes quomodo continuo aruit 21 respondens autem Iesus ait eis amen dico vobis si habueritis fidem et non haesitaveritis non solum de ficulnea facietis sed et si monti huic dixeritis tolle et iacta te in mare fiet 22 et omnia quaecumque petieritis in oratione credentes accipietis 23 et cum venisset in templum accesserunt ad eum docentem principes sacerdotum et seniores populi dicentes in qua potestate haec facis et quis tibi dedit hanc potestatem 24 respondens Iesus dixit illis interrogabo vos et ego unum sermonem quem si dixeritis mihi et ego vobis dicam in qua potestate haec facio 25 baptismum Iohannis unde erat e caelo an ex hominibus at illi cogitabant inter se dicentes si dixerimus e caelo dicet nobis quare ergo non credidistis illi 26 si autem dixerimus ex hominibus timemus turbam omnes enim habent Iohannem sicut prophetam 27 et respondentes Iesu dixerunt nescimus ait illis et ipse nec ego dico vobis in qua potestate haec facio 28 quid autem vobis videtur homo habebat duos filios et accedens ad primum dixit fili vade hodie operare in vinea mea 29 ille autem respondens ait nolo postea autem paenitentia motus abiit 30 accedens autem ad alterum dixit similiter at ille respondens ait eo domine et non ivit 31 quis ex duobus fecit voluntatem patris dicunt novissimus dicit illis Iesus amen dico vobis quia publicani et meretrices praecedunt vos in regno Dei 32 venit enim ad vos Iohannes in via iustitiae et non credidistis ei publicani autem et meretrices crediderunt ei vos autem videntes nec paenitentiam habuistis postea ut crederetis ei 33 aliam parabolam audite homo erat pater familias qui plantavit vineam et sepem circumdedit ei et fodit in ea torcular et aedificavit turrem et locavit eam agricolis et peregre profectus est 34 cum autem tempus fructuum adpropinquasset misit servos suos ad agricolas ut acciperent fructus eius 35 et agricolae adprehensis servis eius alium ceciderunt alium occiderunt alium vero lapidaverunt 36 iterum misit alios servos plures prioribus et fecerunt illis similiter 37 novissime autem misit ad eos filium suum dicens verebuntur filium meum 38 agricolae autem videntes filium dixerunt intra se hic est heres venite occidamus eum et habebimus hereditatem eius 39 et adprehensum eum eiecerunt extra vineam et occiderunt 40 cum ergo venerit dominus vineae quid faciet agricolis illis 41 aiunt illi malos male perdet et vineam locabit aliis agricolis qui reddant ei fructum temporibus suis 42 dicit illis Iesus numquam legistis in scripturis lapidem quem reprobaverunt aedificantes hic factus est in caput anguli a Domino factum est istud et est mirabile in oculis nostris 43 ideo dico vobis quia auferetur a vobis regnum Dei et dabitur genti facienti fructus eius 44 et qui ceciderit super lapidem istum confringetur super quem vero ceciderit conteret eum 45 et cum audissent principes sacerdotum et Pharisaei parabolas eius cognoverunt quod de ipsis diceret 46 et quaerentes eum tenere timuerunt turbas quoniam sicut prophetam eum habebant