MATTEÜSEVANGELIE : EENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK , MT 21 -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 --

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht : Mt (Matteüs) : overzicht , Mt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Mt : commentaar ,

NT (NT overzicht) : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

- Mt 21 - TAALGEBRUIK - COMMENTAAR -
-  Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28 .
Tekstuitleg per pericope - Mt 21,1-9 - Mt 21,10-11 - Mt 21,12-13 - Mt 21,14-17 - Mt 21,18-19 - Mt 21,20-22 - Mt 21,23-27 - Mt 21,28-32 - Mt 21,33-46
Tekstuitleg vers per vers - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 - Mt 21,10 - Mt 21,11 - Mt 21,12 - Mt 21,13 - Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 - Mt 21,18 - Mt 21,19 - Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 - Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- basileus (koning)
- eggizô (naderen)
- eggus (dichtbij) bij Matteüs
- hote (toen) bij Matteüs
- houtôs (zo, op deze wijze) , zie Mt 21,6 .
- tassö (bevelen, opdragen) -
- ka'äsjèr (zoals) , zie Mt 21,6 .
- katha (zoals) , zie Mt 21,6 .
Bibliografie
- Ogawa, Akira , Paraboles De L'Israël Véritable ? Reconsidération Critique De Mt. XXI 28 - XXII 14 , Novum Testamentum, Volume 21, Number 2, 1979 , pp. 121-149(29) .
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Mt 21,28-32 : 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , Nieuwe Testament , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het eenentwintigste hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 -
281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc 11,11 - Mt 21,10-11 -
282. Vervloeking van de vijgeboom : Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19 -
283. Tempelreiniging : Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 -
284. Jezus in de tempel. Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -
286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof : Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -
287. Vraag naar Jezus'macht : Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -
288. Gelijkenis van de twee zonen : Mt 21,28-32
289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -

279. Intocht in Jeruzalem : Mt 21,1-9 - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 -- Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen

We bouwen muren, zetten hekkens, richten schutskringen in, stellen een cordon sanitaire in, pantseren ons in, delen mensen in hokjes in, steken ze in een keuirslijf, begraven ze levend en rollen zware stenen voor hen, wikkelen hen in, betoneren en bunkeren. We beveiligen ons en stellen paal en perk aan de ander. Jezus zegt: breek die muren af, ruim de hekkens op, leg je pantser af, schep ruimte, rol de stenen weg van wie je levend begraaft, roep hen tot leven, ont-wikkel hen, laat hen leven.

Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing (KBS 1961) Willibrordvertaling (1995) Nieuwe BijbelVertaling (2004) Eigen vertaling (Arseen De Kesel)
 En toen ze Jeruzalem naderden en in Betfage kwamen bij de berg van de Olijven, toen zond Jezus twee leerlingen. 1 Toen Jezus en zijn leerlingen Jeruzalem naderden en de Olijfberg bestegen in de richting van Betfage, zond Jezus twee van hen vooruit met de opdracht: [1] Ze naderden Jeruzalem en kwamen in Betfage op de Olijfberg. Daar stuurde Jezus twee* leerlingen eropuit [1] Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit.  En toen zij naderden bij Jeruzalem en zij kwamen bij Betfage bij de Olijvenberg, toen zond Jezus twee leerlingen.
 hun zeggend: Ga naar het dorp dat tegenover jullie ligt, en aanstonds zul je een gebonden ezelin vinden en een veulen bij haar. Maak ze los en leid ze tot mij. 2 "Gaat naar het dorp, daar vóór u en het eerste dat ge zult vinden is een vastgebonden ezelin met een veulen. Maakt die los en brengt ze bij mij. [2] met de opdracht: ‘Ga naar het dorp daar vlak voor je. Jullie zullen er meteen een ezelin vinden, die vastgebonden staat en een veulen bij zich heeft. Maak ze los en breng ze bij Me. [2] Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me.  Hij zei : 'Ga naar het dorp hiertegenover. Direct zul je vinden een gebonden ezelin en een veulen bij haar. Maak ze los en breng ze naar mij.
 En als iemand je iets zegt, zul je zeggen dat de Heer ze nodig heeft; terstond echter zal hij ze hierheen zenden. 3 En als iemand u een aanmerking maakt, zegt dan: De Heer heeft ze nodig, maar zal ze spoedig terugsturen." [3] En als iemand jullie iets zegt, zeg dan: “De Heer heeft ze nodig. Maar Hij stuurt ze meteen terug.” ’ [3] En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’  Als iemand je iets zegt, zul je zeggen dat de Heer haar nodig heeft; direct zal hij ze hierheen sturen.
 Dit nu is gebeurd opdat vervuld wordt wat gezegd is door de profeet, zeggend: 4 Dit gebeurde, opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet: [4] Dit is gebeurd opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeet gezegd is: [4] Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet:  Dit is gebeurd opdat zou vervuld worden wat werd gezegd door de profeet. Hij zei : Zeg aan de dochter van Sion. Zie, je koning komt tot je, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.
 Zeg aan de dochter van Sion, zie je koning komt tot je, zachtmoedig en rijdend op een ezelin , het jong van een lastdier. 5 "Zeg aan de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier." [5] Zeg tegen de dochter Sion: zie, uw koning komt naar u toe, zachtmoedig en zittend op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier. [5] ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’  Hij zei : Zeg aan de dochter van Sion. Zie, je koning komt tot je, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.
 De leerlingen nu gingen en deden zoals Jezus hun opgedragen had. 6 De leerlingen begaven zich op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. [6] De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had. [6] De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen.  De leerlingen gingen en deden zoals Jezus met hen bepaalde.
 (en) ze leidden de ezelin en het veulen en ze legden de mantels erop en hij ging er bovenop zitten. 7 Zij brachten de ezelin met haar veulen, legden er hun mantels overheen en Hij ging erop zitten. [7] Ze brachten de ezelin en het veulen, legden er kleren overheen, en Hij ging erop zitten. [7] Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen.  ze brachten de ezelin en het veulen. Ze legden hun mantels op hen. Hij ging bovenop hen zitten.
 De zeer grote volksmenigte nu spreidde hun mantels uit op de weg, anderen nog sloegen takken af van de bomen en spreidden die uit op de weg.  8 Zeer velen uit het volk spreidden hun mantels uit op de weg, terwijl anderen de weg bedekten met twijgen die zij van de bomen hadden gesneden.   [8] Zeer veel mensen spreidden hun kleren uit op de weg, anderen sneden takken van de bomen en legden die op de weg. [8] Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg.  De zeer grote volksmenigte spreidde hun kleren op de weg; anderen klopten takken van de bomen en spreidden ze op de weg.
 De volksmenigten nu die hem voorgingen en die hem volgden schreeuwden, zeggend: Hosanne, de zoon van David; gezegend de komende in de naam des Heren. Hosanna in den hoge!  9 De mensen die Hem omstuwden, jubelden: "Hosanna, Zoon van David, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in den hoge!"   [9] Zowel de menigte die voor Hem uit ging als die welke Hem volgde, schreeuwde: Hosanna*, de Zoon van David.
Gezegend is Hij die komt* in de naam van de Heer.
Hosanna, in de hoogste hemel.
[9] De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’  Volksmenigten gingen hem voor en volgden hem. Ze schreeuwden: Hosanna aan de zoon van David. Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in den hoge!
 En terwijl hij binnenging in Jeruzalem was de hele stad in opschudding, zeggend : "Wie is deze?" 10 Toen Hij Jeruzalem binnentrok, raakte de hele stad in beroering en men vroeg: "Wie is dat?" [10] Toen Hij Jeruzalem binnengetrokken was, kwam de hele stad in beweging en ze vroegen: ‘Wie is dat?’ [10] Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten.  Jezus ging Jeruzalem binnen. De hele stad werd beroerd. De mensen zeiden: "Wie is hij?"
 De volksmenigten nu zeiden : "Deze is de profeet Jezus, uit Nazaret van Galilea." 11 Het volk antwoordde: "Dit is de profeet Jezus uit Nazaret in Galilea." [11] De mensen zeiden: ‘Dat is de profeet*, Jezus van Nazaret in Galilea.’ [11] Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’  De volksmenigten zeiden : Hij is Jezus, de profeet uit Nazaret van Galilea.

Websites : http://maranathalife.com/teach-ot/jesus-p.htm .

Jezus nadert Jeruzalem. De spanning stijgt ten top. Nadat Petrus Jezus de messias, de christus, heeft genoemd, beslist Jezus niet verder meer te wijken, maar de weg naar Jeruzalem te gaan. Jezus weet wat ervan zal komen : lijden en de dood. Hij weet echter dat dat niet het einde is. Hij gelooft in het leven na de dood. Hij zal verder leven. Jezus wil dat zijn blijde inkomst in Jeruzalem wordt voorbereid. Hij beslist ook hoe hij Jeruzalem zal binnenkomen. Hij is een vorst van de vrede, geen koning met legers en geweld. Hij gaat zitten op een ezel en doet zo zijn blijde intrede.
Dit steekt schril af tegen de situatie waarop Matteüs schrijft. Dan is de tempel verwoest en ligt Jeruzalem vol puin van verwoeste huizen. Dat roept het beeld op van oorlog en geweld en vernieling dat zich hier heeft afgespeeld.

279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 // Mt 21,1-9 // Lc 19,29-40 - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - 1.opdracht van Jezus aan de leerlingen 2. schriftvervulling 3. uitvoering door de leerlingen 4. Jezus 5. de grootste menigte (handelingen) 6. de menigten (woorden)
  Mt 21,1-3 Mt 21,4-5 Mt 21,6-7a Mt 21,7b Mt 21,8 Mt 21,9
  kai (en) bij het begin van de pericope de (echter) de (echter) kai (en) de (echter) de (echter)

Personages van het verhaal : Jezus, de leerlingen, de schrift, het handelend publiek, het begeleidend publiek. De pericope begint met het voegwoord kai (en). Bij verandering van personage wordt het partikel de (echter) gebruikt, behalve in Mt 21,7b waarin Jezus hoofdpersonage is. De gebruikte werkwoordtijd is meestal de aorist.

Mt 21,1 - Mt 21,1 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 -- Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai hote èggisan eis Hierosoluma  kai èlthon eis Bèthfagè eis to horos tôn elaiôn tote Ièsous apesteilen duo mathètas 1 et cum adpropinquassent Hierosolymis et venissent Bethfage ad montem Oliveti tunc Iesus misit duos discipulos   En toen ze Jeruzalem naderden en in Betfage kwamen bij de berg van de Olijven, toen zond Jezus twee leerlingen.  1 En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan den Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen:   [1] Ze naderden Jeruzalem en kwamen in Betfage op de Olijfberg. Daar stuurde Jezus twee* leerlingen eropuit  [1] Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit.  1 ¶ Als ze Jeruzalem naderen  en aankomen bij Betfage op de Olijfberg, dán zendt Jezus twee leerlingen uit,  1. Quand ils approchèrent de Jérusalem et arrivèrent en vue de Bethphagé, au mont des Oliviers, alors Jésus envoya deux disciples 

King James Bible . [1] And when they drew nigh unto Jerusalem, and were come to Bethphage, unto the mount of Olives, then sent Jesus two disciples,
Luther-Bibel . 1 Als sie nun in die Nähe von Jerusalem kamen, nach Betfage an den Ölberg, sandte Jesus zwei Jünger voraus

Tekstuitleg van Mt 21,1 .

- kai (en) Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie Mt 1,2 -
- hote (toen) , zie Mt 21,1 . Voegwoord van tijd. In 12 verzen bij Matteüs : (1) Mt 7,28 . (2) Mt 9,25 . (3) Mt 11,1 . (4) Mt 12,3 . (5) Mt 13,26 . (6) Mt 13,48 . (7) Mt 13,53 . (8) Mt 19,1 . (9) Mt 21,1 . (10) Mt 21,34 . (11) Mt 26,1 . (12) Mt 27,31 . -

- èggisan (zij naderden) zie eggus (nader) . Bij Matteüs
- Hierosoluma (Jeruzalem). In 10 verzen bij Matteüs, zie Mt 2,1 .
- èlthon (zij gingen) zie elthôn (gegaan) 14X bij Matteüs) - horos (berg) 8X bij Matteûs -

De zin bestaat uit een tijdszin, ingeleid door hote (toen, wanneer) en bestaande uit twee nevenschikkende zinnen, en de hoofdzin, ingeleid door tote (dan, daarop) vergezeld van een participiumzin die een citaat inluidt.
- kai (en). Nevenschikkend voegwoord. In 705 verzen bij Matteüs, zie Mt 1,2 . Bij het begin van de pericope. Het is wel verwonderlijk omdat Matteüs bij verandering van personage meestal het partikel de (echter) gebruikt behalve in Mt 21,7b met Jezus als onderwerp. Kai (en) gebruikt Matteüs in deze pericope 13X, de (echter) 6X (zie ook de (echter). Partikel. In 421 verzen bij Matteüs, zie bij Mt 1,2 .
- hote (toen) voegwoord van tijd om een tijdszin in te leiden. Het komt in 220 verzen in de bijbel voor; in 118 verzen in het O.T., in 102 verzen in het N.T. - hote (toen) , zie Mt 21,1 . Voegwoord van tijd. In 12 verzen bij Matteüs : (1) Mt 7,28 . (2) Mt 9,25 . (3) Mt 11,1 . (4) Mt 12,3 . (5) Mt 13,26 . (6) Mt 13,48 . (7) Mt 13,53 . (8) Mt 19,1 . (9) Mt 21,1 . (10) Mt 21,34 . (11) Mt 26,1 . (12) Mt 27,31 . hote (toen)... tote (dan, komt bij Matteüs slechts 2X voor: in Mt 21,1 en Mt 13,26 (Toen het gewas opschoot en vrucht zette, dan kwam ook het onkruid te voorschijn).

3. eggizô (naderen) . Verwijzing : eggizô (naderen) , zie Mt 21,1 .
--- eggizein . Infinitief praesens . In zes verzen in de bijbel . In vier verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. : (1) Lc 18,35 : egeneto de en tôi eggizein auton eis Ierichô (terwijl hij echter Jericho naderde) . (2) Hnd 9,3 : egeneto eggizein auton tèi Damaskôi (het gebeurde dat hij Damaskus naderde) .
--- èggisan (zij naderden) indicatief aorist 3e persoon meervoud van het werkwoord eggizô : naderen. In deze vorm komt het in 18 verzen in de bijbel voor; in 16 verzen in het O.T. en in 2 verzen in het N.T. ; in Mt 21,1 en Lc 24,28 .
--- èggisen (hij naderde). In de 3de persoon enkelvoud komt het in 31 verzen in de bijbel voor; in 24 verzen in het O.T. en in 7 verzen in het N.T ; bij Matteüs slechts in Mt 21,34 .
--- Eggus (nader, dichtbij) In 74 verzen in de bijbel; in 44 verzen in het O.T., in 30 verzen in het N.T. 3X in Matteüs : Mt 24,32 - Mt 21,28-32 - . Mt 24,33 - Mt 21,33-46 - en Mt 26,18 (opdracht om een plaats te zoeken voor het bereiden van het paasmaal) - Mt 26,17-19
---. èggiken (het is nabij) komt bij Matteüs 5X voor : Mt 3,2 Mt 3,1-6 -. Mt 4,17 - Mt 4,12-17 -. Mt 10,7 - Mt 10,5-16 -. Mt 26,45 - Mt 26,36-46 - en Mt 26,46 - Mt 26,36-46 -. Door het gebruik van het woordje 'naderbij' komt het drama dichterbij. Het uur van de waarheid is geslagen.
- Hierosoluma (Jeruzalem) - Hierosoluma (Jeruzalem), zie Mt 21,1 . In 9 verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,1 . (2) Mt 2,3 . (3) Mt 3,5 . (4) Mt 5,35 . (5) Mt 16,21 . (6) Mt 20,17 . (7) Mt 20,18 . (8) Mt 21,1 . (9) Mt 21,10 . - Reeds vanaf de eerste lijdensaankondiging Mt 16,21 - Mt 16,21 - weten we wat er in Jeruzalem staat te gebeuren. In Mt 21,10 na de intrede in Jeruzalem gaat Jezus de stad binnen. De hele stad rilt. Het drama komt dichterbij, zeer dichtbij. Verraad, overlevering, omkoping, schijngerecht, terdood veroordeling, terechtstelling. Hoop wordt in gruizelementen geslagen. Verbijstering.

7.
- èlthon (zij kwamen) - - èlthon (ik ben of zij zijn gegaan / gekomen) , zie Mt 8,14 . In 8 verzen bij Matteüs : (1) Mt 5,17a en Mt 5,17b . (2) Mt 7,25 . (3) Mt 7,27 . (4) Mt 9,13 . (5) Mt 10,34a en Mt 10,34b . (6) Mt 10,35 . (7) Mt 14,34 . (8) Mt 21,1 . Jezus en zijn leerlingen : (7) Mt 14,34 . (8) Mt 21,1 . Jezus als 1ste persoon enkelvoud: Jezus en zijn leerlingen : (1) Mt 5,17a en Mt 5,17b . (4) Mt 9,13 . (5) Mt 10,34a en Mt 10,34b . (6) Mt 10,35 . - Dilwijls wordt een vorm van erchomai (gaan) gevolgd door het vervoegd hoofdwerkwoord en wordt het geheel vertaald door : komen... Hier wordt het gebruikt met een plaatsaanduiding. Matteüs gebruikt in de tijdszin twee nevengeschikte zinnen. Het naderen wordt hierdoor nog versterkt. Je ziet als 't ware Jezus en zijn leerlingen naderen. Wat gaat er gebeuren? Een beleg om Jeruzalem? Een gewapende strijd? Wat?
- to horos tôn Helaiôn (de Olijvenberg) (zie ook horos (berg), Mt 4,8 . In 8 verzen bij Matteûs : (1) Mt 4,7 . (2) Mt 5,1 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 15,29 . (5) Mt 17,1 - Mt 17,2 . (6) Mt 21,1 . (7) Mt 26,30 . (8) Mt 28,16 .) komt bij Matteüs in 3 verzen voor : (1) Mt 21,1 . (2) Mt 24,2 . (begin van de apocalyptische rede) . (3) Mt 26,30 (na het paasmaal) . De Olijvenberg is de plaats van waaruit Jeruzalem goed kan gezien worden. Het is de plaats van de apocalyptische rede, de onheilspellende rede over het einde van de stad en de tempel. Het is ook de plaats waarnaar Jezus zich terugtrekt na het laatste avondmaal en waar hij door Judas aan de oudsten en priesters van Jeruzalem zal worden overgeleverd. De berg in het algemeen is de plaats van de test, van de verheerlijking, van de innerlijke strijd. Deze berg - de Olijvenberg - houdt tal van betekenissen in. Het is een gevoelsgeladen plaats.
Zie ook Zach 14,4 : Dan zal Hij zijn voeten op de Olijfberg zetten, die tegenover Jeruzalem ligt.

èggisan (zij naderden) èggisen (hij naderde)  eggus (naderbij) èggiken (het is naderbijgekomen)    
Mt 21,1 Mt 21,34 Mt 26,18 Mt 3,2 . Mt 4,17 . Mt 10,7 Mt 26,45 Mt 26,46
kai hote èggisan eis Hierosoluma (en toen zij Jeruzalem naderden) hote de èggisen ho kairos tôn karpôn (toen echter de oogststijd naderde) ho kairos mou eggus estin (en mijn moment is nabij) èggiken hè basileia tôn ouranôn (genaderd is het koninkrijk der hemelen) idou èggiken hè hôra (zie genaderd is het uur) idou èggiken ho paradidous me (zie genaderd is hij die me overlevert)
tote Ièsous apesteilen duo mathètas (dan zond Jezus twee leerlingen) apesteilen tous doulous autou (zond hij zijn dienaars)        
281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc 11,11 - Mt 21,1-11 - 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - 320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -   - Mt 3,1-6 - Mt 4,12-17 - Mt 10,5-16 - 329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - 329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 -

De omgeving geeft aan Jezus inspiratie om twee leerlingen een opdracht te geven. Jezus is het onderwerp. De participiumzin staat bij het onderwerp Jezus. Zoals Matteüs bijna altijd doet, leidt hij het citaat in door een vorm van het werkwoord legô (zeggen) - legei (hij zegt. 54X bij Matteüs) -.

tote . Verwijzing : tote (dan, daarop) , zie Mt 2,7 . In negenentachtig verzen bij Matteüs . In één vers in Mt 21 : Mt 21,1 . Er is verandering van personage .

15. 16. tote (ho) Ièsous (daarop Jezus) . In vier verzen in het N.T. en wel bij Mt : (1) Mt 4,1 . (2) Mt 16,24 . (3) Mt 21,1 . (4) Mt 23,1 . In drie verzen staat het aan het begin van een vers , van een pericope , behalve in Mt 21,1 .

Een gelijkaardig opgebouwd verhaal als dit is het verhaal over het voorbereiden van het paasmaal Mt 26,17-20.

Mt 21,2 - Mt 21,2 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:2 legôn autois poreuesthe eis tèn kômèn tèn katenanti humôn kai eutheôs eurèsete onon dedemenèn kai pôlon met autès lusantes agagete moi   2 dicens eis ite in castellum quod contra vos est et statim invenietis asinam alligatam et pullum cum ea solvite et adducite mihi    2 Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij.   [2] met de opdracht: ‘Ga naar het dorp daar vlak voor je. Jullie zullen er meteen een ezelin vinden, die vastgebonden staat en een veulen bij zich heeft. Maak ze los en breng ze bij Me. [2] Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me.   2 zeggend tot hen: gaan jullie vooruit naar het dorp daar tegenover je, en meteen zul je vinden een vastgebonden ezelin met bij haar een veulen; maak ze los en breng ze naar mij;  2. en leur disant : « Rendez-vous au village qui est en face de vous ; et aussitôt vous trouverez, à l'attache, une ânesse avec son ânon près d'elle ; détachez-la et amenez-les-moi.  

King James Bible . [2] Saying unto them, Go into the village over against you, and straightway ye shall find an ass tied, and a colt with her: loose them, and bring them unto me.
Luther-Bibel . 2 und sprach zu ihnen: Geht hin in das Dorf, das vor euch liegt, und gleich werdet ihr eine Eselin angebunden finden und ein Füllen bei ihr; bindet sie los und führt sie zu mir!

Tekstanalyse van Mt 21,2

3. poreuesthe (begeef je op weg) .

heurèsete (jullie zullen vinden) komt in 16 verzen in de bijbel voor. In 6 verzen in het O.T. en in 10 verzen in het N.T. In 3 verzen bij Matteüs : Mt 7,7 , Mt 21,2 en Mt 11,29 : neem je juk op je en leer van mij dat ik zachtmoedig en nederig van hart ben en je zult rust vinden voor je zielen.

Mt 21,3 - Mt 21,3 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:3 kai ean tis humin eipèi ti ereite hoti ho kurios autôn chreian echei euthus de apostelei autous    3 et si quis vobis aliquid dixerit dicite quia Dominus his opus habet et confestim dimittet eos     3 En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.  [3] En als iemand jullie iets zegt, zeg dan: “De Heer heeft ze nodig. Maar Hij stuurt ze meteen terug.” ’ [3] En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’  3 en als iemand jullie zegt: waarom dat?!, zullen jullie zeggen: de heer heeft ze nodig!, en hij zal ze meteen meezenden!  3. Et si quelqu'un vous dit quelque chose, vous direz : «Le Seigneur en a besoin, mais aussitôt il les renverra». » 

King James Bible . [3] And if any man say ought unto you, ye shall say, The Lord hath need of them; and straightway he will send them.
Luther-Bibel . 3 Und wenn euch jemand etwas sagen wird, so sprecht: Der Herr bedarf ihrer. Sogleich wird er sie euch überlassen.

Tekstuitleg van Mt 21,3 .

Mt 21,4 - Mt 21,4 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:4 touto de gegonen ina plèrôthè to rèthen dia tou profètou legontos   4 hoc autem factum est ut impleretur quod dictum est per prophetam dicentem     4 Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende:   [4] Dit is gebeurd opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeet gezegd is: [4] Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet:   4 Dit is geschied opdat zou worden vervuld wat is gesproken door de profeet, waar hij zegt:  4. Ceci advint pour que s'accomplît l'oracle du prophète : 

King James Bible . [4] All this was done, that it might be fulfilled which was spoken by the prophet, saying,
Luther-Bibel . 4 Das geschah aber, damit erfüllt würde, was gesagt ist durch den Propheten, der da spricht (Sacharja 9,9):

Tekstuitleg van Mt 21,4 .

Koning van de joden komt bij Matteüs in 4 verzen voor. De termen worden gebruikt bij gelegenheid van zijn geboorte en zijn sterven: Betlehem en Jeruzalem, de twee Davidsteden. (1) In Jeruzalem komen de magiërs uit het oosten met de vraag aan koning Herodes waar de pas geboren koning van de joden is (Mt 2,2). Bij de ondervraging van Jezus stelt Pilatus hem de vraag of hij de koning van de joden is: Mt 27,11 . (3) De Romeinse soldaten spotten met Jezus als koning van de joden (Mt 27,29). (4) Aan het kruis wordt het opschrift gehangen : Dit is de koning van de joden (Mt 27,37).
- basileus (koning). - basileus (koning), zie Mt 21,4 . In 12 verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,2 (Jezus, koning van de joden) . (2) Mt 2,3 (koning Herodes) . (3) Mt 14,9 (koning - Herodes -) . (4) Mt 21,5 (citaat: zie jouw koning komt) . (5) Mt 22,7 (parabel) . (6) Mt 22,11 (parabel) . (7) Mt 22,13 (parabel) . (8) Mt 25,34 (parabel) . (9) Mt 25,40 (parabel) . (10) Mt 27,11 (koning van de joden) . (11) Mt 27,37 (koning van de joden) . (12) Mt 27,42 (koning van Israël) .
Jezus was een jood en bracht zijn leven door in Galilea, een diaspora voor de joden.
Koningschap heeft te maken met wereldlijke macht. In Israël was oorspronkelijk de wereldlijke en de geestelijke macht van elkaar gescheiden.
Wat de wereldlijke macht in Israël betreft. Gezag en macht kan toegekend worden op basis van charisma (en keuze) of via familiale overdracht (dynastie). Saul en David werden gekozen op basis van charisma. Salomo volgde het spoor van de familiale overdracht. Na Salomo in 930 voor Christus splitste het rijk in een Noordrijk die een koning koos op basis van charisma, koning Jerobeam, en het Zuidrijk voor een familiale overdracht koning Rechabeam. Met de val van Samaria in 722 gingen de twee rijken geheel uiteen. Er ontstond een heimwee naar de tijd van David, die de twaalf stammen tot één rijk had verenigd. Dit heimwee werd gekoppeld aan de tradtie van het zuiden om het gezag en de macht via de familie over te dragen. Daarom was de afstamming zo belangrijk.
Wat de geestelijke macht betreft. Deze behoorde aan de stam van Levi. Ze werd dus familiaal overgedragen.
Even uitweiden. In de katholieke kerk werd de overdracht van het geestelijk gezag en de geestelijke macht via familiale overdracht voorkomen door het instellen van het celibaat. Zelfs een keuze op basis van charisma is ingeperkt door de opvatting dat iemand rechtstreeks door God geroepen wordt en dat de geestelijke overheid slechts een roeping kan onderkennen.

Mt 21,5 - Mt 21,5 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:5 eipate tè thugatri siôn idou o basileus sou erchetai soi praus kai epibebèkôs epi onon kai epi pôlon uion upozugiou 5 dicite filiae Sion ecce rex tuus venit tibi mansuetus et sedens super asinam et pullum filium subiugalis    5 Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.  [5] Zeg tegen de dochter Sion: zie, uw koning komt naar u toe, zachtmoedig en zittend op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier.   [5] ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’  5 zegt tot de dochter van Sion: zie je koning komt tot je,– zachtaardig,– geklommen op een ezelin, op een veulen, het jong van een lastdier.  5. Dites à la fille de Sion : Voici que ton Roi vient à toi ; modeste, il monte une ânesse, et un ânon, petit d'une bête de somme. 

King James Bible . [5] Tell ye the daughter of Sion, Behold, thy King cometh unto thee, meek, and sitting upon an ass, and a colt the foal of an ass.
Luther-Bibel . 5 »Sagt der Tochter Zion: Siehe, dein König kommt zu dir sanftmütig und reitet auf einem Esel und auf einem Füllen, dem Jungen eines Lasttiers.«

Tekstuitleg van Mt 21,5 .

Mt 21,6 - Mt 21,6 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
poreuthentes de hoi mathètai kai poièsantes kathôs sunetaxen autois ho Ièsous   6 euntes autem discipuli fecerunt sicut praecepit illis Iesus    6 En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had,  [6] De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had.   [6] De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen.  6 De leerlingen gaan vooruit en doen zoals Jezus heeft opgedragen:  6. Les disciples allèrent donc et, faisant comme leur avait ordonné Jésus,  

King James Bible . [6] And the disciples went, and did as Jesus commanded them,
Luther-Bibel . 6 Die Jünger gingen hin und taten, wie ihnen Jesus befohlen hatte,

Tekstuitleg van Mt 21,6 .

7. kathôs (zoals) . Verwijzing : kathôs (zoals), zie Mc 1,2 .

 1. kathôs  2. kathôs  3. kathôs  4. katha  5. hôs  6. hôs  8. ho  7. hôs  hou
Mt 21,6 Mt 26,24 Mt 28,6 Mt 27,10 Mt 26,19 Mt 1,24   Mt 8,4   Mt 28,15   Mt 28,16
kai poièsantes (en gedaan)       kai epoièsan hoi mathètai (en de leerlingen deden) epoièsen (hij deed)   epoièsan (zij deden)  
kathôs sunetaxen autois ho Ièsous (zoals Jezus hen opdroeg) kathôs gegraptai (zoals geschreven is) kathôs eipen (zoals hij zei) katha sunetaxen moi kurios (zoals de heer mij opdroeg) hôs sunetaxen autois ho Ièsous (zoals Jezus hen opdroeg) hôs prosetaxen autôi ho aggelos kuriou (zoals de engel van de Heer hem voorschreef) ho prosetaxen Môusès (die Mozes voorschreef) hôs edidachthèsan (zoals zij werden geleerd) hou etaxato autois ho Ièsous (welke Jezus hen beval)
281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc 11,11 - Mt 21,1-11 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 10. Geboorte van Jezus : Mt 1,18-25 - 56. Genezing van een melaatse : Mc 1,40-45 - Mt 8,1-4 - Lc 5,12-16 - 352. Het omkopen van de wacht :Mt 28,11-15 353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 -

- katha (zoals). Verwijzing : katha (zoals), zie Mt 21,6 . Het komt in de LXX in 107 verzen voor, slechts in 1 vers in het N.T. nl. Mt 27,10 .
- ka'äsjèr (zoals) . Verwijzing : ka'äsjèr (zoals) , zie Mt 21,6 . Het komt in 488 verzen in de bijbel voor . ka'äsjèr bestaat uit het voorzetsel kaph en het betrekkelijk voornaamwoord asjèr (die) : zo wat ; de LXX kan dan kata ha vertaald hebben, wat samengetrokken werd tot katha . Daarenboven bootst de eerste lettergreep van het Grieks de klank van het Hebreeuwse ka'äsjèr na . In 40 verzen in Gn . In 45 verzen in Ex . In 26 verzen in Lv . In 37 verzen in Nu . In 54 verzen in Dt .
--- kathaper komt in 83 verzen in de bijbel voor; in 68 verzen in het O.T., in 15 verzen in het N.T. Niet in de evangelies en Hnd.
--- kathôs: kathôs (zoals), zie Mc 1,2 .
- houtôs (zo, op deze wijze) . Verwijzing : houtôs (zo, op deze wijze) , zie Mt 21,6 . In 907 verzen in de bijbel . In 708 verzen in het O.T. . In 199 verzen in het N.T. . In tweeëndertig verzen bij Matteüs , in tien verzen bij Marcus , in eenentwintig verzen bij Lucas , in veertien verzen bij Johannes . In zesentwintig verzen in Handelingen : (1) Hnd 1,11 . (2) Hnd 3,18 . (3) Hnd 7,1 . (4) Hnd 7,6 . (5) Hnd 7,8 . (6) Hnd 8,32 . (7) Hnd 12,8 . (8) Hnd 12,15 . (9) Hnd 13,8 . (10) Hnd 13,34 . (11) Hnd 13,47 . (12) Hnd 14,1 . (13) Hnd 17,11 . (14) Hnd 17,33 . (15) Hnd 19,20 . (16) Hnd 20,11 . (17) Hnd 20,13 . (18) Hnd 20,35 . (19) Hnd 21,11 . (20) Hnd 22,24 . (21) Hnd 24,9 . (22) Hnd 24,14 . (23) Hnd 27,17 . (24) Hnd 27,25 . (25) Hnd 27,44 . (26) Hnd 28,14 .
(1) Mt 1,18
(2) Mt 2,5 zie gegraptai (er werd geschreven). In 9 verzen bij Matteüs, zie Mt 2,5 - gevolgd door het redengevend voegwoord gar (want)
(3) Mt 3,15 gevolgd door het redengevend voegwoord gar (want) (4) Mt 5,12 gevolgd door het redengevend voegwoord gar (want) (5) Mt 5,16 begin van Mt 5,16 . Hiermee wordt het beeld van het licht afgesloten. (6) Mt 5,19 (7) Mt 6,9 (8) Mt 6,30 (9) Mt 7,12 gevolgd door kai humeis (ook jullie) (10) Mt 7,17 (11) Mt 9,33 (12) Mt 12,40 ; hôsper gar ... houtôs : want zoals... zo (13) (19) Mt 18,35 gevolgd door kai (ook...) Mt 20,16 bij het slot van een parabel - Mt 23,28 - gevolgd door kai humeis (ook jullie) . Mt 24,27 ; hôsper gar ... houtôs : want zoals... zo Mt 24,33 gevolgd door kai humeis (ook jullie) Mt 24,37 hôsper gar ... houtôs : want zoals... zo Mt 24,39 Mt 24,46 Mt 26,40 Mt 26,54

8. sunetaxen (hij beval, hij kwam overeen) . Actief aorist derde persoon enkelvoud van het werkwoord suntassô .
-- tassô (bevelen, opdragen) . Verwijzing : tassö (bevelen, opdragen) , zie Mt 21,6 . Vertaling van het Hebreeuwse werkwoord tsawâh . Vormen van tassô bij Matteüs: (1) Mt 1,24 (prosetaxen = hij schreef voor) . (2) Mt 8,4 (prosetaxen = hij schreef voor) . (3) Mt 21,6 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (4) Mt 26,19 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (5) Mt 27,10 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (6) Mt 28,16 (etaxato = hij bepaalde).
--- etaxato (hij beval). In 4 verzen in de bijbel. In 3 verzen in het O.T. : (1) Ex 8,8 : hôs etaxato Pharaô (zoals de Farao het beval) . (2) In 1 vers in het N.T. : Mt 28,16 .
-- anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) . anatassô diègèsin : een verhaal opbouwen , omstandig vertellen . Lc 1,1 : anataxasthai : passief infinitief aorist . Hapax . zij namen ter hand dat een verhaal zou opgebouwd worden .
-- prostassô (bepalen, voorschrijven).
--- prosetaxen (hij schreef voor, hij bepaalde). In 31 verzen in de bijbel . In 26 verzen in het O.T. : Dt 27,1 is wel bijzonder omdat er zoveel overeenkomsten zijn met , in 5 verzen in het N.T.: (1) Mt 1,24 . (2) Mt 8,4
- sunetaxen (hij beval, hij kwam overeen) . Actief aorist derde persoon enkelvoud . suntassô (bepalen, bevelen, opdragen, overeenkomen) . Het komt in tweeënnegentig verzen in de bijbel voor (vertaling van het Hebreeuwse dzawah) ; in negenentachtig verzen in het O.T. . In één vers in Gn : Gn 26,11 . In vierendertig verzen in Exodus : (1) ... Ex 34,4 . In tien verzen in Lv . In zesentwintig verzen in Nu . In twee verzen in Dt . In zes verzen in Joz . Verder in het O.T. : Bar 5,7 . In drie verzen in het N.T. : (1) Mt 21,6 . (2) Mt 26,19 . (3) Mt 27,10 .
--- diatassôn (opdragend). Mt 11,1

Mt 21,7 - Mt 21,7 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:7 ègagon tèn onon kai ton pôlon kai epethèkan ep autôn ta imatia kai epekathisen epanô autôn   7 et adduxerunt asinam et pullum et inposuerunt super eis vestimenta sua et eum desuper sedere fecerunt     7 Brachten de ezelin en het veulen, en leiden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop.  [7] Ze brachten de ezelin en het veulen, legden er kleren overheen, en Hij ging erop zitten.  [7] Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen.   7 ze brengen de ezelin en het veulen mee en leggen hun mantels over hen heen, en hij gaat daar bovenop zitten.  7. ils amenèrent l'ânesse et l'ânon. Puis ils disposèrent sur eux leurs manteaux et Jésus s'assit dessus. 

King James Bible . [7] And brought the ass, and the colt, and put on them their clothes, and they set him thereon.
Luther-Bibel . 7 und brachten die Eselin und das Füllen und legten ihre Kleider darauf und er setzte sich darauf.

Tekstuitleg van Mt 21,7 .

7. ègagon (zij leidden) . Verwijzing : agô (leiden) , zie Lc 23,1 . Actief aorist derde persoon meervoud van het werkwoord agô (leiden , voeren) . In negenendertig verzen in de bijbel . In zesentwintig verzen in het O.T. . In dertien verzen in het N.T. : (1) Mt 21,7 . (2) Lc 4,29 . (3) Lc 4,40 . (4) Lc 19,35 . (5) Lc 22,54 : ègagon eis tèn oikian tou archiereôs = naar het huis van de hogepriester . (6) Lc 23,1 : ègagon auton epi ton Pilaton = zij leidden hem tot bij Pilatus . (7) Joh 18,13 : ègagon pros Annan = zij leidden (hem) naar Annas . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd 6,12 : kai ègagon eis to sunedrion = en zij leidden (hem) naar het sanhedrin . (2) Hnd 17,15 . (3) Hnd 17,19 . (4) Hnd 18,12 : kai ègagon auton epi to bèma = en zij leidden hem tot de rechterstoel . (5) Hnd 20,12 . (6) Hnd 23,31 . Vaak in de betekenis van : iemand voor het gerecht brengen , voorleiden .

Mt 21,8 - Mt 21,8 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:8 o de pleistos ochlos estrôsan eautôn ta imatia en tè odô alloi de ekopton kladous apo tôn dendrôn kai estrônnuon en tè odô  8 plurima autem turba straverunt vestimenta sua in via alii autem caedebant ramos de arboribus et sternebant in via    8 En de meeste schare spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen takken van de bomen, en spreidden ze op den weg.  [8] Zeer veel mensen spreidden hun kleren uit op de weg, anderen sneden takken van de bomen en legden die op de weg.   [8] Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg.   8 De velen van de schare spreiden hun mantels uit op de weg; anderen slaan takken van de bomen en spreiden die uit over de weg.  8. Alors les gens, en très nombreuse foule, étendirent leurs manteaux sur le chemin ; d'autres coupaient des branches aux arbres et en jonchaient le chemin. 

King James Bible . [8] And a very great multitude spread their garments in the way; others cut down branches from the trees, and strawed them in the way.
Luther-Bibel . 8 Aber eine sehr große Menge breitete ihre Kleider auf den Weg; andere hieben Zweige von den Bäumen und streuten sie auf den Weg.

Tekstuitleg van Mt 21,8 .

Mt 21,9 - Mt 21,9 : 279. Intocht in Jeruzalem - Mc 11,1-10 - Mt 21,1-9 - Lc 19,29-40 - - Mt 21,1 - Mt 21,2 - Mt 21,3 - Mt 21,4 - Mt 21,5 - Mt 21,6 - Mt 21,7 - Mt 21,8 - Mt 21,9 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:9 oi de ochloi oi proagontes auton kai oi akolouthountes ekrazon legontes ôsanna tô uiô dauid eulogèmenos o erchomenos en onomati kuriou ôsanna en tois uyistois 9 turbae autem quae praecedebant et quae sequebantur clamabant dicentes osanna Filio David benedictus qui venturus est in nomine Domini osanna in altissimis    9 En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!  [9] Zowel de menigte die voor Hem uit ging als die welke Hem volgde, schreeuwde: Hosanna*, de Zoon van David. Gezegend is Hij die komt* in de naam van de Heer. Hosanna, in de hoogste hemel.   [9] De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’   9 De scharen die hem voortleiden en die hem volgen hebben het uitgeschreeuwd en gezegd: hosanna voor de zoon van David!– gezegend hij die komt in de naam des Heren!– hosanna in den hoge!  9. Les foules qui marchaient devant lui et celles qui suivaient criaient : « Hosanna au fils de David ! Béni soit celui qui vient au nom du Seigneur ! Hosanna au plus haut des cieux ! »  

King James Bible . [9] And the multitudes that went before, and that followed, cried, saying, Hosanna to the Son of David: Blessed is he that cometh in the name of the Lord; Hosanna in the highest.
Luther-Bibel . 9 Die Menge aber, die ihm voranging und nachfolgte, schrie: Hosianna dem Sohn Davids! Gelobt sei, der da kommt in dem Namen des Herrn! Hosianna in der Höhe!

Tekstuitleg van Mt 21,9 .

- ochloi (menigten 14X bij Matteüs) ochlos (menigte) 6X bij Matteüs

ekrazon (zij schreeuwden) komt in deze vorm bij Matteüs in Mt 21,9 - Mt 21,1-11 - en Mt 27,23 - Mt 27,15-23 - voor. Dat is wel opmerkelijk.

281. Jezus gaat Jeruzalem binnen : Mt 21,10-11 -- Mc 11,11 - Mt 21,10-11 -- - Mt 21,10 - Mt 21,11 - Mt 21 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -

Mt 21,10 - Mt 21,10 : 281. Jezus gaat Jeruzalem binnen - Mc 11,11 - Mt 21,10-11 -- - Mt 21,10 - Mt 21,11 - Mt 21 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:10 kai eiselthontos autou eis ierosoluma eseisthè pasa è polis legousa tis estin outos    10 et cum intrasset Hierosolymam commota est universa civitas dicens quis est hic    10 En als Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze?   [10] Toen Hij Jeruzalem binnengetrokken was, kwam de hele stad in beweging en ze vroegen: ‘Wie is dat?’   [10] Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten.  10 Als hij Jeruzalem binnenkomt bééft heel de stad, zeggend: wie is dat?   10. Quand il entra dans Jérusalem, toute la ville fut agitée. » Qui est-ce ? » disait-on,  

King James Bible . [10] And when he was come into Jerusalem, all the city was moved, saying, Who is this?
Luther-Bibel . 10 Und als er in Jerusalem einzog, erregte sich die ganze Stadt und fragte: Wer ist der?

Tekstuitleg van Mt 21,10 .

Mt 21,11 - Mt 21,11 : 281. Jezus gaat Jeruzalem binnen - Mc 11,11 - Mt 21,10-11 -- - Mt 21,10 - Mt 21,11 - Mt 21 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:11 oi de ochloi elegon outos estin o profètès ièsous o apo nazareth tès galilaias   11 populi autem dicebant hic est Iesus propheta a Nazareth Galilaeae     11 En de scharen zeiden: Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea.   [11] De mensen zeiden: ‘Dat is de profeet*, Jezus van Nazaret in Galilea.’  [11] Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’   11 Maar de scharen hebben gezegd: dit is de profeet Jezus,– van Nazaret, in Galilea!  11. et les foules disaient : « C'est le prophète Jésus, de Nazareth en Galilée. »  

King James Bible . [11] And the multitude said, This is Jesus the prophet of Nazareth of Galilee.
Luther-Bibel . 11 Die Menge aber sprach: Das ist Jesus, der Prophet aus Nazareth in Galiläa.

Tekstuitleg van Mt 21,11 .

Mt 21,11 verwijst zonder twijfel naar Mt 13,57 : ouk estin profètès atimos ei mè en tèi patridi en tèi oikiai autou (een profeet is niet zonder eer tenzij in zijn vaderstad en zijn eigen huis.

283. Tempelreiniging : Mt 21,12-13 - Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 -- Mt 21,12 - Mt 21,13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -

Mt 21,12 - Mt 21,12 : 283. Tempelreiniging - Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 -- Mt 21,12 - Mt 21,13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:12 kai eisèlthen ièsous eis to ieron kai exebalen pantas tous pôlountas kai agorazontas en tô ierô kai tas trapezas tôn kollubistôn katestreyen kai tas kathedras tôn pôlountôn tas peristeras   12 et intravit Iesus in templum Dei et eiciebat omnes vendentes et ementes in templo et mensas nummulariorum et cathedras vendentium columbas evertit     12 En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten.   [12] Jezus ging de tempel binnen, joeg alle mensen weg die daar kochten en verkochten, en gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers om.  [12] Jezus ging de tempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver   12 ¶ Jezus komt in het heiligdom binnen en drijft uit allen die in het heiligdom kopen en verkopen, de tafels van de geldwisselaars keert hij om, zo ook de stoelen van wie duiven te koop hebben,   12. Puis Jésus entra dans le Temple et chassa tous les vendeurs et acheteurs qui s'y trouvaient : il culbuta les tables des changeurs, ainsi que les sièges des marchands de colombes.  

King James Bible . [12] And Jesus went into the temple of God, and cast out all them that sold and bought in the temple, and overthrew the tables of the moneychangers, and the seats of them that sold doves,
Luther-Bibel . 12 Und Jesus ging in den Tempel hinein und trieb heraus alle Verkäufer und Käufer im Tempel und stieß die Tische der Geldwechsler um und die Stände der Taubenhändler

Tekstuitleg van Mt 21,12 .

11. act. part. praes. acc. mann. mv. pôlountas  (verkopenden, verkopers) van het werkw. pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Bijbel (5) : (1) Mt 21,12 . (2) Mt 25,9 . (3) Mc 11,15 . (4) Lc 19,45 . (5) Joh 2,14 . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Mt (5) : (1) Mt 10,29 . (2) Mt 13,44 . (3) Mt 19,21 . (4) Mt 21,12 (2X) . (5) Mt 25,9 . Een synoniem is pipraskô (verkopen) . Taalgebruik in de Bijbel : pipraskô (verkopen) .

Mt 21,13 - Mt 21,13 : 283. Tempelreiniging - Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46 -- Mt 21,12 - Mt 21,13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:13 kai legei autois gegraptai o oikos mou oikos proseuchès klèthèsetai umeis de auton poieite spèlaion lèstôn 13 et dicit eis scriptum est domus mea domus orationis vocabitur vos autem fecistis eam speluncam latronum     13 En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.  [13] Hij zei hun: ‘Er staat geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed heten, maar u maakt er een rovershol van.’   [13] en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie maken er een rovershol van!’   13 en hij zegt tot hen: er staat geschreven ‘mijn huis zal een huis van aanbidding heten’, maar jullie maken het tot een ‘hol van rovers’!  13. Et il leur dit : « Il est écrit : Ma maison sera appelée une maison de prière. Mais vous, vous en faites un repaire de brigands ! »  

King James Bible . [13] And said unto them, It is written, My house shall be called the house of prayer; but ye have made it a den of thieves.
Luther-Bibel . 13 und sprach zu ihnen: Es steht geschrieben (Jesaja 56,7): »Mein Haus soll ein Bethaus heißen«; ihr aber macht eine Räuberhöhle daraus.

Tekstuitleg van Mt 21,13 .

284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mt 21,14-17 - Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -

Mt 21,14 - Mt 21,14 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:14 kai prosèlthon autô tufloi kai chôloi en tô ierô kai etherapeusen autous  14 et accesserunt ad eum caeci et claudi in templo et sanavit eos     14 En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve.   [14] In de tempel kwamen blinden en kreupelen bij Hem, en Hij genas ze.   [14] Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar hem toe, en hij genas hen.  14 Dan komen in het heiligdom blinden en lammen bij hem, en hen heelt hij.  14. Il y eut aussi des aveugles et des boiteux qui s'approchèrent de lui dans le Temple, et il les guérit. 

King James Bible . [14] And the blind and the lame came to him in the temple; and he healed them.
Luther-Bibel . 14 Und es gingen zu ihm Blinde und Lahme im Tempel und er heilte sie.

Tekstuitleg van Mt 21,14 .

Mt 21,15 - Mt 21,15 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:15 idontes de oi archiereis kai oi grammateis ta thaumasia a epoièsen kai tous paidas tous krazontas en tô ierô kai legontas ôsanna tô uiô dauid èganaktèsan 15 videntes autem principes sacerdotum et scribae mirabilia quae fecit et pueros clamantes in templo et dicentes osanna Filio David indignati sunt     15 Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk;  [15] Maar toen de hogepriesters en schriftgeleerden de opzienbarende dingen zagen die Hij deed, en de kinderen die in de tempel stonden te roepen: ‘Hosanna, de Zoon van David,’ wonden zij zich op   [15] De hogepriesters en de schriftgeleerden zagen welke wonderen hij verrichtte en hoorden de kinderen in de tempel ‘Hosanna voor de Zoon van David!’ roepen, en ze waren hoogst verontwaardigd.   15 Als de overpriesters en de schriftgeleerden zien de wonderbare dingen, die hij doet en dat de jongens in het heiligdom uitschreeuwen en zeggen ‘hosanna voor de zoon van David!’, winden ze zich op  15. Voyant les prodiges qu'il venait d'accomplir et ces enfants qui criaient dans le Temple : « Hosanna au fils de David ! », les grands prêtres et les scribes furent indignés  

King James Bible . [15] And when the chief priests and scribes saw the wonderful things that he did, and the children crying in the temple, and saying, Hosanna to the Son of David; they were sore displeased,
Luther-Bibel . 15 Als aber die Hohenpriester und Schriftgelehrten die Wunder sahen, die er tat, und die Kinder, die im Tempel schrien: Hosianna dem Sohn Davids!, entrüsteten sie sich

Tekstuitleg van Mt 21,15 .

2. 3. 4.
Mt 21,15 Mt 21,23 Mt 21,45
     Kai (en)
 idontes de (gezien echter)  prosèlthon autôi didaskonti (kwamen naderbij hem terwijl hij onderwees)  akousantes (gehoord)
hoi archiereis (de hogepriesters)  hoi archiereis (de hogepriesters)  hoi archiereis (de hogepriesters) 
 kai hoi grammateis (en de schriftgeleerden)  kai hoi presbuteroi tou laou (en de oudsten van het volk) kai hoi Farisaioi (en de Farizeeën) 
283. Tempelreiniging : Mc 11,15-17 - Mt 21,12-13 - Lc 19,45-46  287. Vraag naar Jezus'macht : Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 - 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19

In Mt 21 zijn de archiereis (hogepriesters) uitdrukkelijk aanwezig . Nu eens met de schriftgeleerden , dan met de ouderen van het volk , dan met de Farizeeën .

4. archiereis (hogepriesters) . De eerste in de rij van priesters .

archiereus (hogepriester) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. archiereus 37 9 28 3 3   4 9 9    
gen. enk. archiereôs 29 13 16 3 4 3 4 1 1    
dat. enk. archierei 10 7 3       2 1      
acc. enk. archierea 16 7 9 1 1   1 1 5    
nom. + acc. mv. archiereis 50   50 12 11 10 9 6 2    
gen. mv. archiereôn 10   10 3 2 1 1 3      
dat. mv. archiereusin 6   6 3 1 1   1      
Totaal   158  36  122  25  22  15  21  22  17     

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord archiereus (hogepriester) in 122 verzen voor . Bij Matteüs is dat in vijfentwintig verzen of 20,49 % .

archiereus (hogepriester) Mt 
nom. enk. archiereus 3 : (1) Mt 26,62 . (2) Mt 26,63 . (3) Mt 26,65 .
gen. enk. archiereôs 3 : (1) Mt 26,3 . (2) Mt 26,51 . (3) Mt 26,58 .
dat. enk. archierei  
acc. enk. archierea 1 : Mt 26,57 .
nom. + acc. mv. archiereis 12 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 21,15 . (3) Mt 21,23 . (4) Mt 21,45 . (5) Mt 26,3 (// Mc 14,1 // Lc 22,2) . (6) Mt 26,14 . (7) Mt 26,59 . (8) Mt 27,1 . (9) Mt 27,6 . (10) Mt 27,20 . (11) Mt 27,41 . (12) Mt 27,62 .
gen. mv. archiereôn 3 : (1) Mt 16,21 . (2) Mt 26,47 . (3) Mt 27,12 .
dat. mv. archiereusin 3 : (1) Mt 20,18 . (2) Mt 27,3 . (3) Mt 28,11 .
Totaal   25 

vorm van archiereus (hogepriester)  25 : (1) Mt 2,4 (acc. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . (25) Mt 28,11 (dat. mv.) .  

De hogepriesters komen voor het eerst ter sprake in de 'kindsheids'verhalen van Mt (Mt 2,4) . Na de belijdenis van Petrus spreekt Jezus zijn eerste lijdensvoorspelling uit (Mt 16,21) , in Mt 20,18 zijn derde lijdensvoorspelling . In Mt 21 komt Jezus in Jeruzalem . Hogepriesters , schriftgeleerden ,Farizeeën en ouderen behoren tot zijn toehoorders in de tempel . Het komt weldra tot een confrontatie . Vanaf Mt 26,1 begint het lijdensverhaal .

7. grammateis (schriftgeleerden) . Nominatief mannelijk meervoud .

grammateus (schriftgeleerde) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. + voc. enk. grammateus 29 24 5 2 1     1 1    
gen. enk. grammateôs 11 11                  
dat. enk. grammatei 5 5                  
acc. enk. grammatea 9 9                  
nom. + voc. + acc. mv. grammateis 61 22 39 14 11 11 1 2      
gen. mv. grammateôn 20 3 17 5 8 3   1      
dat. mv. grammateusin 5 3 2 1 1            
Totaal   140 77 63 22 21 14 1 3 1    

grammateus (schriftgeleerde) Mt   
nom. + voc. enk. grammateus 2 : (1) Mt 8,19 . (2) Mt 13,52 .  
nom. + voc. + acc. mv. grammateis 14 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 7,29 . (3) Mt 15,1 . (4) Mt 17,10 . (5) Mt 21,15 . (6) Mt 23,2 . (7) Mt 23,13 . (8) Mt 23,15 . (9) Mt 23,23 . (10) Mt 23,25 . (11) Mt 23,27 . (12) Mt 23,29 . (13) Mt 23,34 . (14) Mt 26,57 .  
gen. mv. grammateôn 5 : (1) Mt 5,20 . (2) Mt 9,3 . (3) Mt 12,38 . (4) Mt 16,21 . (5) Mt 27,41 .  
dat. mv. grammateusin 1 : Mt 20,18 .  
Totaal   22  

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord grammateus (schriftgeleerde) in drieënzestig verzen voor . Bij Matteüs is dat in tweeëntwintig verzen of 34,92 % . Voor bijna 2/3 is het een nom. of acc. mv.

Een vorm van grammateus (schriftgeleerde) .  (1) Mt 2,4 (acc. mv) . (2) Mt 5,20 (gen. mv.) . (3) Mt 7,29 (nom. mv.) . (4) Mt 8,19 (nom. enk.) . (5) Mt 9,3 (gen. mv.) . (6) Mt 12,38 (gen. mv.) . (7) Mt 13,52 (nom. enk.) . (8) Mt 15,1 (nom. mv.) . (9) Mt 16,21 (gen. mv.) . (10) Mt 17,10 (nom. mv.) . (11) Mt 20,18 (dat. mv.) . (12) Mt 21,15 (nom. mv.) . (13) Mt 23,2 (nom. mv.) . (14) Mt 23,13 (voc. mv.) . (15) Mt 23,15 (voc. mv.) . (16) Mt 23,23 (voc. mv.) . (17) Mt 23,25 (voc. mv.) . (18) Mt 23,27 (voc. mv.) . (19) Mt 23,29 (voc. mv.) . (20) Mt 23,34 (acc. mv.) . (21) Mt 26,57 (nom. mv.) . (22) Mt 27,41 (nom. mv.) .  

De schriftgeleerden zijn erbij wanneer Jezus voor het eerst in de tempel in Jeruzalem optreedt (Mt 21,15) . Tegen hen spreekt Jezus weeklachten uit (Mt 23) . Ze zijn erbij wanneer het sanhedrin samenkomt om een oordeel over Jezus te vellen en staan onder het kruis Jezus te bespotten .

3. - 7. de hogepriesters en de schriftgeleerden

Een vorm van   Mt 2 Mt 16 Mt 20 Mt 21 Mt 26 Mt 27
archiereus (hogepriester)  (1) Mt 2,4 (acc. mv.)  (2) Mt 16,21 (gen. mv.) .  (3) Mt 20,18 (dat. mv.) .  (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) .  (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) .  (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) .  

farisaios (Farizeeër) : nom. + gen. mv. 

  (12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) .     (17) Mt 21,45 (nom.) .    (28) Mt 27,62 (nom.) . 
grammateus (schriftgeleerde) .   (1) Mt 2,4 (acc. mv) .  (9) Mt 16,21 (gen. mv.) .   (11) Mt 20,18 (dat. mv.) .   (12) Mt 21,15 (nom. mv.) .  (21) Mt 26,57 (nom. mv.) .  (22) Mt 27,41 (nom. mv.) . 
presbuteros (oudere)     (2) Mt 16,21 (gen. mv.) .    (3) Mt 21,23 (nom. mv.) .  (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) .    (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . 
hogepriesters en schriftgeleerden (1) Mt 2,4 (acc. mv) . (1) Mt 16,21 (gen. mv.) . (1) Mt 20,18 (dat. mv.) .   (1) Mt 21,15 (nom. mv.) .  (1) Mt 26,57 (nom. mv.) . (1) Mt 27,41 (nom. mv.) . 

In zes van de vijfentwintig verzen komen de hogepriesters en de schriftgeleerden samen voor . In zes van de tweeëntwintig verzen komen de schriftgeleerden en de hogepriesters samen voor .

Mt 21,16 - Mt 21,16 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:16 kai eipan autô akoueis ti outoi legousin o de ièsous legei autois nai oudepote anegnôte oti ek stomatos nèpiôn kai thèlazontôn katèrtisô ainon   16 et dixerunt ei audis quid isti dicant Iesus autem dicit eis utique numquam legistis quia ex ore infantium et lactantium perfecisti laudem    16 En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit den mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?   [16] en vroegen: ‘Hoort U wat zij daar zeggen?’ Jezus zei: ‘Ja. Maar hebt u nooit gelezen: Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U zich een lofzang bereid?’   [16] Ze gingen hem vragen: ‘Hoort u wat ze zeggen?’ En Jezus antwoordde hun: ‘Jazeker! Hebt u dan nooit gelezen: “Door de mond van kinderen en zuigelingen hebt u zich een loflied laten zingen”?’  16 en zeggen ze tot hem: hoort u wat zij hier zeggen?! Maar Jezus zegt tot hen: jazeker!– hebt ge nooit gelezen ‘uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt gij u een lofzang bereid’?  16. et ils lui dirent : « Tu entends ce qu'ils disent, ceux-là ? » - « Parfaitement, leur dit Jésus ; n'avez-vous jamais lu ce texte : De la bouche des tout-petits et des nourrissons, tu t'es ménagé une louange ? »  

King James Bible . [16] And said unto him, Hearest thou what these say? And Jesus saith unto them, Yea; have ye never read, Out of the mouth of babes and sucklings thou hast perfected praise?
Luther-Bibel . 16 und sprachen zu ihm: Hörst du auch, was diese sagen? Jesus antwortete ihnen: Ja! Habt ihr nie gelesen (Psalm 8,3): »Aus dem Munde der Unmündigen und Säuglinge hast du dir Lob bereitet«?

Tekstuitleg van Mt 21,16 .

Mt 21,17 - Mt 21,17 : 284. Jezus in de tempel . Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 - Mt 21,14-17 - Lc 19,47-48 -- Mt 21,14 - Mt 21,15 - Mt 21,16 - Mt 21,17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:17 kai katalipôn autous exèlthen exô tès poleôs eis bèthanian kai èulisthè ekei 17 et relictis illis abiit foras extra civitatem in Bethaniam ibique mansit     17 En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanië, en overnachtte aldaar.   [17] Hij liet hen staan, ging de stad uit naar Betanië, en overnachtte daar.   [17] Zo liet hij hen staan, en hij ging de stad uit, naar Betanië, waar hij de nacht doorbracht.  17 Zo laat hij hen achter en gaat weg, de stad uit naar Betanië; daar overnacht hij.   17. Et les laissant, il sortit de la ville pour aller à Béthanie, où il passa la nuit. 

King James Bible . [17] And he left them, and went out of the city into Bethany; and he lodged there.
Luther-Bibel . 17 Und er ließ sie stehen und ging zur Stadt hinaus nach Betanien und blieb dort über Nacht.

Tekstuitleg van Mt 21,17 .

282. Vervloeking van de vijgeboom : Mt 21,18-19 - Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19 -- - Mt 21,18 - Mt 21,19 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -

Mt 21,18 - Mt 21,18 : 282. Vervloeking van de vijgeboom - Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19 -- - Mt 21,18 - Mt 21,19 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:18 prôi de | epanagagôn | epanagôn | eis tèn polin epeinasen   18 mane autem revertens in civitatem esuriit     18 En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem.   [18] ’s Morgens vroeg, toen Hij weer naar de stad ging, kreeg Hij honger.   [18] Toen hij vroeg in de morgen naar de stad terugkeerde, kreeg hij honger.   18 ¶ Als hij bij het licht worden opgaat naar de stad, is hij hongerig;  18. Comme il rentrait en ville de bon matin, il eut faim.  

King James Bible . [18] Now in the morning as he returned into the city, he hungered.
Luther-Bibel . 18 Als er aber am Morgen wieder in die Stadt ging, hungerte ihn.

Tekstuitleg van Mt 21,18 .

Mt 21,19 - Mt 21,19 : 282. Vervloeking van de vijgeboom - Mc 11,12-14 - Mt 21,18-19 -- - Mt 21,18 - Mt 21,19 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:19 kai idôn sukèn mian epi tès odou èlthen ep autèn kai ouden euren en autè ei mè fulla monon kai legei autè ou mèketi ek sou karpos genètai eis ton aiôna kai exèranthè parachrèma è sukè   19 et videns fici arborem unam secus viam venit ad eam et nihil invenit in ea nisi folia tantum et ait illi numquam ex te fructus nascatur in sempiternum et arefacta est continuo ficulnea     19 En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.   [19] Hij zag één enkele vijgenboom langs de weg staan en ging erheen, en Hij vond er niets dan blad aan. Hij zei tegen die boom: ‘Laat er nooit meer* vrucht uit jou voortkomen!’ De vijgenboom verdorde onmiddellijk.  [19] Langs de weg zag hij een vijgenboom staan. Hij liep ernaartoe, maar er zaten alleen maar bladeren aan. Daarop zei hij tegen de boom: ‘Nooit ofte nimmer zul je meer vrucht dragen!’ Ogenblikkelijk verdorde de vijgenboom.   19 hij ziet één enkele vijgenboom vlak langs de weg, maar als hij op haar afkomt vindt hij aan haar niets dan alleen bladeren en hij zegt tot haar: kome uit jou geen vrucht meer voort tot in eeuwigheid! En op slag verdort de vijgenboom.  19. Voyant un figuier près du chemin, il s'en approcha, mais n'y trouva rien que des feuilles. Il lui dit alors : « Jamais plus tu ne porteras de fruit ! » Et à l'instant même le figuier devint sec. 

King James Bible . [19] And when he saw a fig tree in the way, he came to it, and found nothing thereon, but leaves only, and said unto it, Let no fruit grow on thee henceforward for ever. And presently the fig tree withered away.
Luther-Bibel . 19 Und er sah einen Feigenbaum an dem Wege, ging hin und fand nichts daran als Blätter und sprach zu ihm: Nun wachse auf dir niemals mehr Frucht! Und der Feigenbaum verdorrte sogleich.

Tekstuitleg van Mt 21,19 .

2. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn (gezien) , zie Mt 2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106 verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,16 . (2) Mt 3,7 . (3) Mt 5,1 . (4) Mt 8,18 . (5) Mt 9,2 . (6) Mt 9,4 . (7) Mt 9,22 . (8) Mt 9,23 . (9) Mt 9,36 . (10) Mt 21,19 . (11) Mt 27,3 . (12) Mt 27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt 2,16 : Herodes . (2) Mt 27,3 : Judas . (3) Mt 27,24 : Pilatus .

Mt 2,16 : Herodes Mt 27,3 : Judas Mt 27,24 : Pilatus
Tote (toen) Tote (toen)  
Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas die hem overlevert) idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus)
hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn (dat hij misleid werd door de magiërs) hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)...
 

brengt de dertig zilverstukken terug

laat een kom water brengen en wast zijn handen in het bijzijn van het volk
  èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd. Ik leverde onschuldig bloed uit) athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig ben ik aan dit bloed)
  Mt 27,4 : su opsèi (u ziet maar) humeis opsesthe ( u ziet maar)
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 - 337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 - 342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -

Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen , waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp . In Mt 5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt 9,36 .

Mt 5,1 idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten)
Mt 8,18 idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte)
Mt 9,23 kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers en de menigte)
Mt 9,36 idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)

286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof : Mt 21,20-22 - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -

Mt 21,20 - Mt 21,20 : 286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:20 kai idontes oi mathètai ethaumasan legontes pôs parachrèma exèranthè è sukè   20 et videntes discipuli mirati sunt dicentes quomodo continuo aruit     20 En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?  [20] Toen de leerlingen dat zagen, vroegen ze verwonderd: ‘Hoe kan die vijgenboom onmiddellijk verdorren?’   [20] Toen de leerlingen dat zagen, vroegen ze verbaasd: ‘Hoe kan het dat die vijgenboom zo plotseling verdorde?’   20 Als de leerlingen dat zien zeggen ze verwonderd: hoe kan die vijgenboom op slag verdorren?   20. A cette vue, les disciples dirent tout étonnés : « Comment, en un instant, le figuier est-il devenu sec ? »  

King James Bible . [20] And when the disciples saw it, they marvelled, saying, How soon is the fig tree withered away!
Luther-Bibel . 20 Und als das die Jünger sahen, verwunderten sie sich und fragten: Wie ist der Feigenbaum so rasch verdorrt?

Tekstuitleg van Mt 21,20 .

Mt 21,21 - Mt 21,21 : 286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:21 apokritheis de o ièsous eipen autois amèn legô umin ean echète pistin kai mè diakrithète ou monon to tès sukès poièsete alla kan tô orei toutô eipète arthèti kai blèthèti eis tèn thalassan genèsetai   21 respondens autem Iesus ait eis amen dico vobis si habueritis fidem et non haesitaveritis non solum de ficulnea facietis sed et si monti huic dixeritis tolle et iacta te in mare fiet     21 Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom is geschied; maar indien gij ook tot dezen berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden.  [21] Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik verzeker jullie, als je maar vertrouwen hebt en niet twijfelt, zul je niet alleen kunnen doen wat met de vijgenboom is gebeurd; maar ook als jullie tot deze berg hier zeggen: “Verhef je en stort je in zee”, zal het gebeuren.  [21] Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker jullie: als jullie geloven zonder te twijfelen, zul je niet alleen teweeg kunnen brengen wat er gebeurde met de vijgenboom, maar zul je zelfs tegen die berg kunnen zeggen: “Kom van je plaats en stort je in zee,” en het zal gebeuren.  21 Ten antwoord zegt Jezus tot hen: zeker is het, zeg ik u: als ge vertrouwen hebt en niet aarzelt zult ge niet alleen dat met de vijgenboom doen, maar zelfs als ge tot deze berg zult zeggen ‘verhef je en werp jezelf in de zee’ zal het geschieden;  21. Jésus leur répondit : « En vérité je vous le dis, si vous avez une foi qui n'hésite point, non seulement vous ferez ce que je viens de faire au figuier, mais même si vous dites à cette montagne : «Soulève-toi et jette-toi dans la mer», cela se fera. 

King James Bible . [21] Jesus answered and said unto them, Verily I say unto you, If ye have faith, and doubt not, ye shall not only do this which is done to the fig tree, but also if ye shall say unto this mountain, Be thou removed, and be thou cast into the sea; it shall be done.
Luther-Bibel . 21 Jesus aber antwortete und sprach zu ihnen: Wahrlich, ich sage euch: Wenn ihr Glauben habt und nicht zweifelt, so werdet ihr nicht allein Taten wie die mit dem Feigenbaum tun, sondern, wenn ihr zu diesem Berge sagt: Heb dich und wirf dich ins Meer!, so wird's geschehen.

Tekstuitleg van Mt 21,21 .

Mt 21,22 - Mt 21,22 : 286. De verdorde vijgeboom en de kracht van het geloof - Mc 11,20-25 - Mt 21,20-22 -- Mt 21,20 - Mt 21,21 - Mt 21,22 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:22 kai panta osa an aitèsète en tè proseuchè pisteuontes lèmyesthe  22 et omnia quaecumque petieritis in oratione credentes accipietis    22 En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.  [22] Alles wat jullie in vol vertrouwen biddend vragen, zullen jullie ontvangen.’  [22] Alles waarom jullie in je gebeden vragen zullen jullie krijgen, als je maar gelooft.’  22 al wat ge in geloof in uw gebed vraagt, zult ge verkrijgen!  22. Et tout ce que vous demanderez dans une prière pleine de foi, vous l'obtiendrez. »  

King James Bible . [22] And all things, whatsoever ye shall ask in prayer, believing, ye shall receive.
Luther-Bibel . 22 Und alles, was ihr bittet im Gebet, wenn ihr glaubt, so werdet ihr's empfangen.

Tekstuitleg van Mt 21,22 .

287. Vraag naar Jezus'macht : Mt 21,23-27 - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -

Mt 21,23 - Mt 21,23 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:23 kai elthontos autou eis to ieron prosèlthon autô didaskonti oi archiereis kai oi presbuteroi tou laou legontes en poia exousia tauta poieis kai tis soi edôken tèn exousian tautèn   23 et cum venisset in templum accesserunt ad eum docentem principes sacerdotum et seniores populi dicentes in qua potestate haec facis et quis tibi dedit hanc potestatem    23 En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?   [23] Hij ging de tempel binnen en tijdens zijn onderricht kwamen de hogepriesters en oudsten van het volk naar Hem toe en zeiden: ‘Met welke bevoegdheid doet U dit? En wie heeft U die bevoegdheid gegeven?’   [23] Toen hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar hem toe. Ze vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?’   23 ¶ Hij komt aan in het heiligdom; tot hem komen, als hij onderricht geeft, de overpriesters en de oudsten van de gemeenschap, en zij zeggen: met welk gezag doet ge dit alles en wie heeft u dat gezag gegeven?  23. Il était entré dans le Temple et il enseignait, quand les grands prêtres et les anciens du peuple s'approchèrent et lui dirent : « Par quelle autorité fais-tu cela ? Et qui t'a donné cette autorité ? »  

King James Bible . [23] And when he was come into the temple, the chief priests and the elders of the people came unto him as he was teaching, and said, By what authority doest thou these things? and who gave thee this authority?
Luther-Bibel . 23 Und als er in den Tempel kam und lehrte, traten die Hohenpriester und die Ältesten des Volkes zu ihm und fragten: Aus welcher Vollmacht tust du das und wer hat dir diese Vollmacht gegeben?

Tekstuitleg van Mt 21,23 .

11. archiereis (hogepriesters) .

archiereus (hogepriester) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. archiereus 37 9 28 3 3   4 9 9    
gen. enk. archiereôs 29 13 16 3 4 3 4 1 1    
dat. enk. archierei 10 7 3       2 1      
acc. enk. archierea 16 7 9 1 1   1 1 5    
nom. + acc. mv. archiereis 50   50 12 11 10 9 6 2    
gen. mv. archiereôn 10   10 3 2 1 1 3      
dat. mv. archiereusin 6   6 3 1 1   1      
Totaal   158  36  122  25  22  15  21  22  17     

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord archiereus (hogepriester) in 122 verzen voor . Bij Matteüs is dat in vijfentwintig verzen of 20,49 % .

archiereus (hogepriester) Mt 
nom. enk. archiereus 3 : (1) Mt 26,62 . (2) Mt 26,63 . (3) Mt 26,65 .
gen. enk. archiereôs 3 : (1) Mt 26,3 . (2) Mt 26,51 . (3) Mt 26,58 .
dat. enk. archierei  
acc. enk. archierea 1 : Mt 26,57 .
nom. + acc. mv. archiereis 12 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 21,15 . (3) Mt 21,23 . (4) Mt 21,45 . (5) Mt 26,3 (// Mc 14,1 // Lc 22,2) . (6) Mt 26,14 . (7) Mt 26,59 . (8) Mt 27,1 . (9) Mt 27,6 . (10) Mt 27,20 . (11) Mt 27,41 . (12) Mt 27,62 .
gen. mv. archiereôn 3 : (1) Mt 16,21 . (2) Mt 26,47 . (3) Mt 27,12 .
dat. mv. archiereusin 3 : (1) Mt 20,18 . (2) Mt 27,3 . (3) Mt 28,11 .
Totaal   25 

vorm van archiereus (hogepriester)  25 : (1) Mt 2,4 (acc. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . (25) Mt 28,11 (dat. mv.) .  

De hogepriesters komen voor het eerst ter sprake in de 'kindsheids'verhalen van Mt (Mt 2,4) . Na de belijdenis van Petrus spreekt Jezus zijn eerste lijdensvoorspelling uit (Mt 16,21) , in Mt 20,18 zijn derde lijdensvoorspelling . In Mt 21 komt Jezus in Jeruzalem . Hogepriesters , Farizeeën en ouderen behoren tot zijn toehoorders in de tempel . Het komt weldra tot een confrontatie . Vanaf Mt 26,1 begint het lijdensverhaal .

14. presbuteroi (ouderen) .

presbuteros (oudste) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. presbuteros 16  13             
gen. enk. presbuterou 10               
dat. enk. presbuterô(i)              
acc. enk. presbuteron                  
nom. mv. presbuteroi 67  46  21       
gen. mv. presbuterôn 61  39  22     
dat. mv. presbuterois 20  15         
acc. mv. presbuterous 49  37  12         
Totaal   230  165  65  12  18  10  12   

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord presbuteros (oudere) in vijfenzestig verzen voor . Bij Matteüs is dat in twaalf verzen of 18,46 % . Bij Matteüs komt presbuteros (oudere) slechts in het meervoud voor , hoofdzakelijk de nom. (5) en gen. mv. (6) .

presbuteros (oudere) Mt 
nom. mv. presbuteroi 5 : (1) Mt 21,23 . (2) Mt 26,3 . (3) Mt 26,57 . (4) Mt 27,1 . (5) Mt 27,20 .
gen. mv. presbuterôn 6 : (1) Mt 15,2 . (2) Mt 16,21 . (3) Mt 26,47 . (4) Mt 27,12 . (5) Mt 27,41 . (6) Mt 28,12 .
dat. mv. presbuterois 1 : Mt 27,3 .
Totaal   12 

Een vorm van presbuteros (oudere) 12 : (1) Mt 15,2 (gen. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 21,23 (nom. mv.) . (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) . (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . (12) Mt 28,12 (gen. mv.) .

Buiten de lijdens- (Mt 26-27) en verrijzenisverhalen (Mt 28) komt presbuteros (oudere) slechts in drie van de twaalf verzen voor . In Mt 15,2 gaat het om de traditie van de ouderen om met gewassen handen te eten . In Mt 16,21 kondigt Jezus voor de eerste maal zijn lijden in Jeruzalem aan . In Mt 21,23 zijn de ouderen bij de hogepriesters aanwezig om aan Jezus in de tempel de vraag te stellen bij welke volmacht hij handelt .

10. - 14. οἱ αρχιερεις και οἱ πρεσβυτεροι = hoi archiereis kai hoi presbuteroi (de hogepriesters en de oudsten) . NT (7) : (1) Mt 21,23 . (2) Mt 26,59 . (3) Mt 27,1 . (4) Mt 27,20 . (5) Mc 14,53 . (6) Hnd 4,23 . (7) Hnd 25,15 .

In elf van de vijfentwintig verzen komen de hogepriesters en de ouderen (van het volk) samen voor . In elf van de twaalf verzen komen de ouderen samen met de hogepriesters voor . In Mt 15,2 wordt naar de traditie van de ouderen verwezen . Ze zijn er niet aanwezig . We kunnen besluiten dat in Mt de ouderen steeds met de hogepriesters voorkomen , in vijf hoofdstukken van Mt .

een vorm van  Mt 16 Mt 21 Mt 26 Mt 27 Mt 28  
archiereus (hogepriester) (2) Mt 16,21 (gen. mv.) .  (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) .  (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) .  (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) .   (25) Mt 28,11 (dat. mv.) .     
farisaios (Farizeeër) : nom. + gen. mv.  (12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) .   (17) Mt 21,45 (nom.) .    (28) Mt 27,62 (nom.) .     
grammateus (schriftgeleerde) .   (9) Mt 16,21 (gen. mv.) .   (12) Mt 21,15 (nom. mv.) .  (21) Mt 26,57 (nom. mv.) .  (22) Mt 27,41 (nom. mv.) .     
presbuteros (oudere)   (2) Mt 16,21 (gen. mv.) .  (3) Mt 21,23 (nom. mv.) .  (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) .    (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) .  (12) Mt 28,12 (gen. mv.) .   
hogepriesters en ouderen 1 : Mt 16,21 (gen. mv.) .  1 : Mt 21,23 (nom. mv.) .  3 : (1) Mt 26,3 (nom. mv.) . (2) Mt 26,47 (gen. mv.) . (3) Mt 26,57 5 : (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) .  1 : Mt 28,11 -   Mt 28,12 11 

 

Mt 21,24 - Mt 21,24 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:24 apokritheis | [de] | de | o ièsous eipen autois erôtèsô umas kagô logon ena on ean eipète moi kagô umin erô en poia exousia tauta poiô  24 respondens Iesus dixit illis interrogabo vos et ego unum sermonem quem si dixeritis mihi et ego vobis dicam in qua potestate haec facio     24 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe.   [24] Jezus gaf hun als antwoord: ‘Ik zal u ook één vraag stellen, en als u daarop antwoordt, zal Ik u ook zeggen met welke bevoegdheid Ik dit doe.   [24] Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik zal u ook een vraag stellen, en als u mij daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.  24 Maar ten antwoord zegt Jezus tot hen: ik zal u ook één woord vragen, en als ge me dat zegt zal ik u ook zeggen met welk gezag ik dat alles doe:  24. Jésus leur répondit : « De mon côté, je vais vous poser une question, une seule ; si vous m'y répondez, moi aussi je vous dirai par quelle autorité je fais cela. 

King James Bible . [24] And Jesus answered and said unto them, I also will ask you one thing, which if ye tell me, I in like wise will tell you by what authority I do these things.
Luther-Bibel . 24 Jesus aber antwortete und sprach zu ihnen: Ich will euch auch eine Sache fragen; wenn ihr mir die sagt, will ich euch auch sagen, aus welcher Vollmacht ich das tue.

Tekstuitleg van Mt 21,24 .

Mt 21,25 - Mt 21,25 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:25 to baptisma to iôannou pothen èn ex ouranou è ex anthrôpôn oi de dielogizonto en eautois legontes ean eipômen ex ouranou erei èmin dia ti oun ouk episteusate autô 25 baptismum Iohannis unde erat e caelo an ex hominibus at illi cogitabant inter se dicentes si dixerimus e caelo dicet nobis quare ergo non credidistis illi    25 De doop van Johannes, van waar was die, uit den hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indien wij zeggen: Uit den hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?   [25] Waar kwam de doop van Johannes vandaan? Van de hemel of van de mensen?’ Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we antwoorden: “Van de hemel”, dan zal Hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan geen geloof geschonken?”   [25] In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel,” dan zal hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?”   25 de doop van Johannes,– wáár is die vandaan!– uit de hemel of uit de mensen? Zij hebben met elkaar moeten overleggen, zeggend: als we zeggen ‘uit de hemel’ zal hij ons zeggen ‘waarom hebt ge hem dan niet geloofd?’  25. Le baptême de Jean, d'où était-il ? Du Ciel ou des hommes ? » Mais ils se faisaient en eux-mêmes ce raisonnement : « Si nous disons : «Du Ciel», il nous dira : «Pourquoi donc n'avez-vous pas cru en lui ?» 

King James Bible . [25] The baptism of John, whence was it? from heaven, or of men? And they reasoned with themselves, saying, If we shall say, From heaven; he will say unto us, Why did ye not then believe him?
Luther-Bibel . 25 Woher war die Taufe des Johannes? War sie vom Himmel oder von den Menschen? Da bedachten sie's bei sich selbst und sprachen: Sagen wir, sie war vom Himmel, so wird er zu uns sagen: Warum habt ihr ihm dann nicht geglaubt?

Tekstuitleg van Mt 21,25 .

Mt 21,26 - Mt 21,26 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:26 ean de eipômen ex anthrôpôn foboumetha ton ochlon pantes gar ôs profètèn echousin ton iôannèn   26 si autem dixerimus ex hominibus timemus turbam omnes enim habent Iohannem sicut prophetam     26 En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet.  [26] Maar als we zeggen: “Van de mensen”, dan hebben we de menigte te vrezen, want allemaal houden ze Johannes voor een profeet.’   [26] Maar als we zeggen: “Van mensen,” dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.’ 26 en als we zeggen ‘uit de mensen’ dan moeten we de schare vrezen, want allen houden ze Johannes voor een profeet! 26. Et si nous disons : «Des hommes», nous avons à craindre la foule, car tous tiennent Jean pour un prophète. »  

King James Bible . [26] But if we shall say, Of men; we fear the people; for all hold John as a prophet.
Luther-Bibel . 26 Sagen wir aber, sie war von Menschen, so müssen wir uns vor dem Volk fürchten, denn sie halten alle Johannes für einen Propheten.

Tekstuitleg van Mt 21,26 .

Mt 21,27 - Mt 21,27 : 287. Vraag naar Jezus'macht - Mc 11,27-33 - Mt 21,23-27 - Lc 20,1-8 -- Mt 21,23 - Mt 21,24 - Mt 21,25 - Mt 21,26 - Mt 21,27 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai apokrithentes tôi Ièsou eipan, Ouk oudamen. efè autois kai autos Oude egô legô humin en poiai exousiai tauta poiô et respondentes Iesu dixerunt nescimus ait illis et ipse nec ego dico vobis in qua potestate haec facio  En ze antwoordden Jezus (en) zeiden: "We weten het niet!" Ook hij verklaarde hun: "Ik zeg u evenmin door welke macht ik deze dingen doe". 27 En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe. Ze gaven Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Toen zei Hij tegen hen: ‘Dan zeg Ik u ook niet met welke bevoegdheid Ik dit doe.  Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe. Hun antwoord is dat ze tot Jezus zeggen: we weten het niet! Dan verklaart hij hun: evenmin zeg ik aan u met welk gezag ik dit alles doe!  27. Et ils firent à Jésus cette réponse : « Nous ne savons pas. » De son côté il répliqua : « Moi non plus, je ne vous dis pas par quelle autorité je fais cela. »  

King James Bible . [27] And they answered Jesus, and said, We cannot tell. And he said unto them, Neither tell I you by what authority I do these things.
Luther-Bibel . 27 Und sie antworteten Jesus und sprachen: Wir wissen's nicht. Da sprach er zu ihnen: So sage ich euch auch nicht, aus welcher Vollmacht ich das tue.

Tekstuitleg van Mt 21,27 .

apokrithentes (beantwoord) : zie Mt 21,27 . Verder Mt 26,66 .

288. Gelijkenis van de twee zonen : Mt 21,28-32 - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 -

Lezing op de 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar : Mt 21,28-32 .

In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: "Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard. Goed vader, antwoordde deze, maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: Neen, ik wil niet; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?" Ze zeiden: "de laatste." Toen zei Jezus hun: "Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Maar zelfs, nadat ge dit hadt gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken."

Via een parabel vraagt Jezus de mening van de hogepriesters en de oudsten van het volk . Hij vraagt wie van de twee zonen de wil van de vader doet..

Mt 21,28 Mt 21,29 Mt 21,30 Mt 21,31  
kai proselthôn (en naderbijgekomen) ho de apokritheis (hij echter geantwoord) proselthôn de (naderbijgekomen echter)    
tôi prôtôi (tot de eerste)   tôi heterôi (tot de andere)    
eipen (zei hij) eipen (zei) eipen (zei hij) legousin (ze zeggen) legei (hij zegt)
        autois (aan hen)
        ho Ièsous (Jezus)
288. Gelijkenis van de twee zonen : Mt 21,28-32        

Mt 21,28 - Mt 21,28 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Tí de humin dokei; Anthrôpos eichen tekna duo. Kai proselthôn tôi prôtôi eipen. Teknon hupage sèmeron ergazou en tôi ampelôni quid autem vobis videtur homo habebat duos filios et accedens ad primum dixit fili vade hodie operare in vinea mea Wat nu dunkt u? Een mens had twee kinderen. En hij naderde de eerste (en) zei:  "Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard. Maar wat denkt u hiervan? Iemand had twee zonen. En hij ging naar de eerste en zei: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard werken.” Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” Wat denkt u ervan: een mens had twee kinderen; hij komt naar de eerste toe en zegt: kind, ga heen, werk heden in de wijngaard! 28. « Mais dites-moi votre avis. Un homme avait deux enfants. S'adressant au premier, il dit : «Mon enfant, va-t'en aujourd'hui travailler à la vigne. » -

Statenvertaling . 28 Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.
King James Bible . [28] But what think ye? A certain man had two sons; and he came to the first, and said, Son, go work to day in my vineyard.
Luther-Bibel . 28 Was meint ihr aber? Es hatte ein Mann zwei Söhne und ging zu dem ersten und sprach: Mein Sohn, geh hin und arbeite heute im Weinberg.

Tekstuitleg van Mt 21,28 .

- Tí... dokei (Wat ben je / zijn jullie van mening?) zie Mt 17,25 . Zie verder : Mt 18,12 . Mt 21,28 . Mt 22,17 . Mt 22,42 . Mt 26,66 .
- de (echter). Partikel. In 421 verzen bij Matteüs. zie bij Mt 1,2 -
- proselthôn (naderbijgekomen) . In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt 4,3 . Zie verder : Mt 8,2 . Mt 8,19 . Mt 18,21 . Mt 19,16 . Mt 21,28 . Mt 21,30 .

de (echter) . Jezus is nog steeds aan het woord, maar hij verandert van onderwerp. Daarom wellicht gebruikt Matteüs het partikel de (echter). We stellen ook vast dat hier een nieuw vers begint. De Vulgaat vertaalt het met autem. In de synopsis wordt het vaak door nu (zonder een betekenis van tijd) vertaald en staat het ook dikwijls op de tweede plaats in de zin. De liturgische lezing en de Nieuwe Bijbelvertaling laten het gewoon weg. In de Willibrordvertaling krijgt het wat meer beklemtoning door het te vertalen door "maar".

De datief ampelôni (in mijn wijngaard) komt bij Matteüs slechts in Mt 21,28 . Deze vorm komt in 7 verzen in de bijbel voor; in 5 verzen in het O.T. en in 2 verzen in het N.T.; in Mt 21,28 en Lc 13,6. De vorm ampelôn komt in 10 verzen voor; het kan de genitief meervoud van het zelfstandig naamwoord ampelos (wijnstok) zijn en de nominatief enkelvoud van ampelôn (wijngaard). Het komt slechts in het O.T. voor. De genitief enkelvoud ampelônos (van de wijngaard) komt in 16 verzen in de bijbel voor; in 7 verzen in het O.T. en in 9 verzen in het N.T. Bij Matteüs komt het in 3 verzen voor, telkens in het kader van een parabel; in 2 verzen en bij Marcus en bij Lucas in 3 verzen van de parabel van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 . De accusatief enkelvoud ampelôna komt in 34 verzen in de bijbel voor; in 11 verzen in het O.T. en in 23 verzen in het N.T. In 6 verzen bij Matteüs, in 2 verzen bij Marcus, in 2 verzen bij Lucas enz. Ampelos (wijnstok) komt in 23 verzen in de bijbel voor; in 20 verzen in het O.T., in 3 verzen in het N.T.

Het rangtelwoord bijvoeglijk naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud prôtos (eerste) komt in 57 verzen in de bijbel voor; in 27 verzen in het O.T., in 30 verzen in het N.T. In 4 verzen bij Matteüs, in 3 verzen bij Marcus, in 3 verzen bij Lucas, in 5 verzen bij Johannes enz. De datief enkelvoud prôtôi (aan de eerste) komt in 30 verzen in de bijbel voor; in 26 verzen in het O.T., in 4 verzen in het N.T.

Mt 21,29 - Mt 21,29 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem 
ho de apokritheis eipen, Ou thelô, husteron de metemelètheis apèlthen ille autem respondens ait nolo postea autem paenitentia motus abiit  Die echter antwoordde (en) zei: Ik wil niet. Daarna echter berouwde het hem (en) hij ging heen. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: Neen, ik wil niet; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Hij antwoordde: “Nee, ik wil niet.” Later bedacht hij zich en ging toch. De zoon antwoordde: “Ik wil niet,” maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Ten antwoord zegt hij: hier ben ik heer!– en hij gaat nie  29. «Je ne veux pas», répondit-il ; ensuite pris de remords, il y alla.

Statenvertaling . 29 Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen.
King James Bible . He answered and said, I will not: but afterward he repented, and went.
Luther-Bibel . 29 Er antwortete aber und sprach: Nein, ich will nicht. Danach reute es ihn und er ging hin.

Tekstuitleg van Mt 21,29 . Dit vers Mt 21,29 telt 10 (2 X 5) woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Mt 21,29 is 3968 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 31) .

Mt 21,30 - Mt 21,30 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem  
proselthôn de tôi heterôi eipen hosautôs. ho de apokritheis eipen, Egô kurie, kai ouk apèlthen accedens autem ad alterum dixit similiter at ille respondens ait eo domine et non ivit  Hij naderde nu de andere (en) zei evenzo. Die echter antwoordde (en) zei: Ik ga, heer, maar hij ging niet heen.   Goed vader - antwoordde deze - maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Die antwoordde: “Goed, heer.” Maar hij ging niet Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader,” maar ging niet. Hij komt tot de tweede en zegt hem hetzelfde; zijn antwoord is dat hij zegt: dat wil ik niet!– maar even later komt hij tot inkeer en gaat wél.  30. S'adressant au second, il dit la même chose ; l'autre répondit : «Entendu, Seigneur», et il n'y alla point.

Statenvertaling . 30 En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet.
King James Bible . And he came to the second, and said likewise. And he answered and said, I go, sir: and went not.
Luther-Bibel . 30 Und der Vater ging zum zweiten Sohn und sagte dasselbe. Der aber antwortete und sprach: Ja, Herr!, und ging nicht hin.

Tekstuitleg van Mt 21,30 . Dit vers Mt 21,30 telt 15 (3 X 5) woorden en 73 letters . De getalwaarde van Mt 21,30 is 9691 (11 X 881) .

- proselthôn (naderbijgekomen) . In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt 4,3

Mt 21,31 - Mt 21,31 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
tís ek tôn duo epoièsen to thelèma tou patros; legousin, Ho prôtos. legei autois ho Ièsous, Amèn legô humin hoti hoi telônai kai hai pornai proagousin humas eis tèn basileian tou theou quis ex duobus fecit voluntatem patris dicunt novissimus dicit illis Iesus amen dico vobis quia publicani et meretrices praecedunt vos in regno Dei  Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan? Ze zeiden: "De eerste". Jezus zei hun: "Voorwaar ik zeg u: de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Rijk Gods. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?" Zij antwoordden: de laatste. Toen zei Jezus hun: Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen.  Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Jezus zei hun: ‘Ik verzeker u, tollenaars en hoeren gaan u voor naar het koninkrijk van God.  Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God. Wie van de twee doet de wil van de Vader? Ze zeggen: de laatste.. Jezus zegt tot hen: zeker is het, zeg ik u, dat de tollenaars en de hoeren u zullen voorgaan naar het koninkrijk van God!  31. Lequel des deux a fait la volonté du père ? » - « Le premier », disent-ils. Jésus leur dit : « En vérité je vous le dis, les publicains et les prostituées arrivent avant vous au Royaume de Dieu.

Statenvertaling . 31 Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.
King James Bible . [31] Whether of them twain did the will of his father? They say unto him, The first. Jesus saith unto them, Verily I say unto you, That the publicans and the harlots go into the kingdom of God before you.
Luther-Bibel . 31 Wer von den beiden hat des Vaters Willen getan? Sie antworteten: Der erste. Jesus sprach zu ihnen: Wahrlich, ich sage euch: Die Zöllner und Huren kommen eher ins Reich Gottes als ihr.

Tekstuitleg van Mt 21,31 .

Mt 21,32 - Mt 21,32 : 288. Gelijkenis van de twee zonen - Mt 21,28-32 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,28 - Mt 21,29 - Mt 21,30 - Mt 21,31 - Mt 21,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne 26ste (zesentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
èlthen gar Iôannès pros humas en hodôi dikaiosunès kai ouk epissteusate autôi, hoi de telônai kai hai pornai episteusan autôi humeis de idontes oude metemelèthète husteron tou piesteusai autôi venit enim ad vos Iohannes in via iustitiae et non credidistis ei publicani autem et meretrices crediderunt ei vos autem videntes nec paenitentiam habuistis postea ut crederetis ei  Johannes immmers kwam tot u met een weg van gerechtigheid, en u hebt hem neit geloofd, de tollenaars echter en de hoeren geloofden hem; Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Maar zelfs, nadat ge dit had gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken.  Toen Johannes naar u toe kwam op de weg van de gerechtigheid*, hebt u hem geen geloof geschonken. De tollenaars en de hoeren hebben hem wel geloof geschonken. Maar u hebt zich ook later, toen u dat zag, niet bedacht en hem geen geloof  Want Johannes koos de weg van de gerechtigheid toen hij naar u toe kwam. U geloofde hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zag u dat, u hebt u niet willen bedenken en hem alsnog willen geloven. Want Johannes kwam tot u op de weg der gerechtigheid en u schonk hem geen geloof; de tollenaars en de hoeren, die schonken hem geloof! Ú hebt dat gezien en bent toch later niet tot inkeer gekomen om alsnog in hem te geloven!  32. En effet, Jean est venu à vous dans la voie de la justice, et vous n'avez pas cru en lui ; les publicains, eux, et les prostituées ont cru en lui ; et vous, devant cet exemple, vous n'avez même pas eu un remords tardif qui vous fit croire en lui. »

Statenvertaling . 32 Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.
King James Bible . [32] For John came unto you in the way of righteousness, and ye believed him not: but the publicans and the harlots believed him: and ye, when ye had seen it, repented not afterward, that ye might believe him.
Luther-Bibel . 32 Denn Johannes kam zu euch und lehrte euch den rechten Weg, und ihr glaubtet ihm nicht; aber die Zöllner und Huren glaubten ihm. Und obwohl ihr's saht, tatet ihr dennoch nicht Buße, sodass ihr ihm dann auch geglaubt hättet.

Tekstuitleg van Mt 21,32 .

289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mt 21,33-46 - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -

Wie kinderen en jongeren mag opvoeden , weet dat opvoeding bestaat in de interactie tussen wie opgevoed wordt en wie opvoedt . Opvoeden moet leiden tot volwassenheid . Opvoeden bestaat in het langzaam uit handen geven om tenslotte overbodig te zijn .
Arbeider in de wijngaard zijn betekent de zorg van de wijnstokken en de ranken op zich te nemen opdat de wijnstok rijke vruchten draagt . Zijn vreugde moet bestaan in zijn zorgzaamheid . Eenmaal dat de vruchten rijp zijn , dient hij slechts de druiventrossen te plukken en aan zijn eigenaar te bezorgen . Hij kan zich de vruchten als zijn eigendom niet toeëigenen .
Hogepriesters en farizeeën mogen onder Gods volk werken , herder van de kudde zijn . Ze zijn echter geen eigenaar van de kudde ; ze kunnen zich de kudde niet toeëigenen ; God is de eigenaar . Hogepriesters en farizeeën staan in dienst van God . Zij behoren te luisteren wanneer God hen profeten en de messias stuurt .

Mt 21,33 - Mt 21,33 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:33 allèn parabolèn akousate anthrôpos èn oikodespotès ostis efuteusen ampelôna kai fragmon autô periethèken kai ôruxen en autô lènon kai ôkodomèsen purgon kai exedeto auton geôrgois kai apedèmèsen    33 aliam parabolam audite homo erat pater familias qui plantavit vineam et sepem circumdedit ei et fodit in ea torcular et aedificavit turrem et locavit eam agricolis et peregre profectus est  33 Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands.  [33] Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde. Hij zette hem met een omheining af, groef er een perskuil* in en bouwde er een wachttoren. Hij verpachtte* hem aan wijnbouwers en vertrok naar het buitenland.   33 ¶ Hoort een andere gelijkenis! Een mens, bezitter van huis–en–goed, ‘plant een wijngaard aan, zet een omheining eromheen, graaft erin een perskuil uit en bouwt een toren erbij’. Hij geeft hem uit aan landarbeiders en gaat op reis.   33. « Écoutez une autre parabole. Un homme était propriétaire, et il planta une vigne ; il l'entoura d'une clôture, y creusa un pressoir et y bâtit une tour ; puis il la loua à des vignerons et partit en voyage. 

King James Bible . [33] Hear another parable: There was a certain householder, which planted a vineyard, and hedged it round about, and digged a winepress in it, and built a tower, and let it out to husbandmen, and went into a far country:
Luther-Bibel . 33 Hört ein anderes Gleichnis: Es war ein Hausherr, der pflanzte einen Weinberg und zog einen Zaun darum und grub eine Kelter darin und baute einen Turm und verpachtete ihn an Weingärtner und ging außer Landes.

Tekstuitleg van Mt 21,33 .

5. homoia (vergelijkbaar) . Verwijzing : homoioô (vergelijken met, gelijken op) , zie Mt 13,24 . Bijvoeglijk naamwoord nominatief vrouwelijk enkelvoud., nominatief en accusatief onzijdig meervoud . In vierendertig verzen in de bijbel . In achttien verzen in het O.T. . In zestien verzen in het N.T. . Mt (8) . Lc (3) . Gal (1) . Opb (4) . Bij Matteüs in acht verzen : (1) Mt 11,26 : Tini de homoiôsô tèn genean tautèn ; (Waarmee echter zal ik dit geslacht vergelijken?) Homoia estin... het is vergelijkbaar met ... . (2)  Mt 13,31 . (3) Mt 13,33 . (4) Mt 13,44 . (5) Mt 13,45 . (6) Mt 13,47 . (7) Mt 20,1 . (8) Mt 22,39 deutera de homoia autèi (het tweede is vergelijkbaar met dit) . In zes genoemde plaatsen is hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) onderwerp .

hômoiôthè . 1. homoia . 2. homoia . 3.   hômoiôthè . 2. hômoiôthè . 3. homoia . 4. homoia . 5. homoia . 6. homoia . 7.
Mt 13,24 Mt 13,31 Mt 13,33  Mt 21,33 Mt 18,23    Mt 22,2 Mt 13,44 Mt 13,45   Mt 13,47   Mt 20,1
Allèn parabolèn (Een andere parabel) Allèn parabolèn (Een andere parabel) Allèn parabolèn (Een andere parabel)  Allèn parabolèn (Naar een andere parabel)  dia touto (daarom)      palin (opnieuw)  palin (opnieuw)  
parethèken (voegde hij toe) autois (hen) legôn (zeggend) parethèken (voegde hij toe) autois (hen) legôn (zeggend)  elalèsen (sprak hij) autois (hen)  akousate (luistert)            
hômoiôthè (werd vergeleken) homoia estin (vergelijkbaar is) homoia estin (vergelijkbaar is)   hômoiôthè (werd vergeleken) hômoiôthè (werd vergeleken) homoia estin (vergelijkbaar is) homoia estin (vergelijkbaar is) homoia estin (vergelijkbaar is) homoia gar estin (want vergelijkbaar is)
hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)  hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)  hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)   hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen) hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)  hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)  hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)  hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)  hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen)
anthrôpôi speiranti (met een zaaier) kokkôi sinapeôs (mostaardzaadje) zumèi (zuurdesem)  anthrôpos èn oikodespotès (er was een huisheer)  anthrôpôi basilei (met een koning)   thèsaurôi (met een schat) kekrummenôi en tôi agrôi (verborgen in de akker) anthrôpôi emporôi (met een handelaar) sagènèi (met een net)  anthrôpôi oikodespotèi (met een huisheer)
  hon labôn qnthrôpos espeiren en tôi agrôi autou (dat een man genomen, op zijn akker zaaide) hèn labousa gunè enekrupsen (dat een vrouw genomen, verborg) hostis efeutusen (die plantte) hos èthelèsen (die wilde)   hon heurôn anthrôpos ekrupsen (dat een man gevonden, verborg)     hostis exèlthen (die uitging)
133. Gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe : Mt 13,24-30  134. Gelijkenis van het mosterdzaad : Mc 4,30-32 - Mt 13,31-32 - Lc 13,18-19  135. Gelijkenis van het zuurdeeg : Lc 13,20-21 - Mt 13,33  289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19  182. Gelijkenis van de onbarmhartige dienaar : Mt 18,23-35  290. Gelijkenis van het koninklijke bruilofts-maal : Mt 22,1-14 - Lc 14,15-24  138. Gelijkenis van de schat en de parel : Mt 13,44-46  138. Gelijkenis van de schat en de parel : Mt 13,44-46 139. Gelijkenis van het visnet : Mt 13,47-50  272. Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard : Mt 20,1-16

 

Mt 21,34 - Mt 21,34 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:34 ote de èggisen o kairos tôn karpôn apesteilen tous doulous autou pros tous geôrgous labein tous karpous autou 34 cum autem tempus fructuum adpropinquasset misit servos suos ad agricolas ut acciperent fructus eius   34 Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen.   [34] Maar toen de tijd van de vruchten gekomen was, stuurde hij zijn slaven naar de wijnbouwers om de vruchten in ontvangst te nemen.    34 Wanneer de tijd van de vruchtenpluk nadert, zendt hij zijn dienaren uit naar de landarbeiders om de vruchten in ontvangst te nemen. 34. Quand approcha le moment des fruits, il envoya ses serviteurs aux vignerons pour en recevoir les fruits.  

King James Bible . [34] And when the time of the fruit drew near, he sent his servants to the husbandmen, that they might receive the fruits of it.
Luther-Bibel . 34 Als nun die Zeit der Früchte herbeikam, sandte er seine Knechte zu den Weingärtnern, damit sie seine Früchte holten.

Tekstuitleg van Mt 21,34 .

Mt 21,35 - Mt 21,35 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai labontes hoi geôrgoi tous doulous autou hon men edeiran, hon de apekteinan, hon de elithobolèsan t agricolae adprehensis servis eius alium ceciderunt alium occiderunt alium vero lapidaverunt   35 En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd.   [35] De wijnbouwers grepen zijn slaven vast; de een gaven ze een pak slaag, een ander doodden ze, een derde stenigden ze.   [35] Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde.   Maar de landarbeiders nemen zijn dienaars vast en geven de ene slaag, slaan de andere dood en gooien een derde dood met stenen!  35. Mais les vignerons se saisirent de ses serviteurs, battirent l'un, tuèrent l'autre, en lapidèrent un troisième.  

King James Bible . [35] And the husbandmen took his servants, and beat one, and killed another, and stoned another.
Luther-Bibel . 35 Da nahmen die Weingärtner seine Knechte: den einen schlugen sie, den zweiten töteten sie, den dritten steinigten sie.

Tekstuitleg van Mt 21,35 .

2. labontes (genomen, gegrepen) . Participium aorist nominatief meervoud . In 34 verzen in de bijbel; in 19 verzen in het O.T., in 15 verzen in het N.T.
apokteinô (doden). apekteinan (zij doodden). Indicatief aorist 3de persoon meervoud. In 39 verzen in de bijbel; in 29 verzen in het O.T., in 10 verzen in het N.T.

Mt 21,36 - Mt 21,36 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:36 palin apesteilen allous doulous pleionas tôn prôtôn kai epoièsan autois ôsautôs   36 iterum misit alios servos plures prioribus et fecerunt illis similiter    36 Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks.  [36] Hij stuurde toen andere slaven, meer dan de eerste keer, en ze deden met hen hetzelfde.  [36] Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde.   36 Weer zendt hij dienaars uit, andere, een groter aantal dan eerst,– en met hen doen ze evenzo.   36. De nouveau il envoya d'autres serviteurs, plus nombreux que les premiers, et ils les traitèrent de même.  

King James Bible . [36] Again, he sent other servants more than the first: and they did unto them likewise.
Luther-Bibel . 36 Abermals sandte er andere Knechte, mehr als das erste Mal; und sie taten mit ihnen dasselbe.

Tekstuitleg van Mt 21,36 .

Mt 21,37 - Mt 21,37 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:37 usteron de apesteilen pros autous ton uion autou legôn entrapèsontai ton uion mou   37 novissime autem misit ad eos filium suum dicens verebuntur filium meum     37 En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.   [37] Later stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: mijn zoon zullen ze ontzien. [37] Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben.   37 Als laatste zendt hij tot hen zijn zoon, zeggend: mijn zóón zullen ze ontzien!   37. Finalement il leur envoya son fils, en se disant : «Ils respecteront mon fils. »  

King James Bible . [37] But last of all he sent unto them his son, saying, They will reverence my son.
Luther-Bibel . 37 Zuletzt aber sandte er seinen Sohn zu ihnen und sagte sich: Sie werden sich vor meinem Sohn scheuen.

Tekstuitleg van Mt 21,37 .

Mt 21,38 - Mt 21,38 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:38 oi de geôrgoi idontes ton uion eipon en eautois outos estin o klèronomos deute apokteinômen auton kai schômen tèn klèronomian autou 38 agricolae autem videntes filium dixerunt intra se hic est heres venite occidamus eum et habebimus hereditatem eius     38 Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden.  [38] Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfdeel in bezit nemen.”  [38] Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken,”  38 Maar als de landarbeiders de zoon zien zeggen ze onder elkaar: dit is de erfgenaam!– kom op, laten we hem doden, dan hebben wij zijn erfgoed!   38. Mais les vignerons, en voyant le fils, se dirent par-devers eux : «Celui-ci est l'héritier : venez ! tuons-le, que nous ayons son héritage. »  

King James Bible . [38] But when the husbandmen saw the son, they said among themselves, This is the heir; come, let us kill him, and let us seize on his inheritance.
Luther-Bibel . 38 Als aber die Weingärtner den Sohn sahen, sprachen sie zueinander: Das ist der Erbe; kommt, lasst uns ihn töten und sein Erbgut an uns bringen!

Tekstuitleg van Mt 21,38 .

Mt 21,39 - Mt 21,39 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:39 kai labontes auton exebalon exô tou ampelônos kai apekteinan  39 et adprehensum eum eiecerunt extra vineam et occiderunt     39 En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten den wijngaard, en doodden hem.  [39] Ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem.  [39] en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem.  39 Ze nemen hem vast, werpen hem de wijngaard uit en brengen hem ter dood.   39. Et, le saisissant, ils le jetèrent hors de la vigne et le tuèrent. 

King James Bible . [39] And they caught him, and cast him out of the vineyard, and slew him.
Luther-Bibel . 39 Und sie nahmen ihn und stießen ihn zum Weinberg hinaus und töteten ihn.

Tekstuitleg van Mt 21,39 .

Mt 21,40 - Mt 21,40 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:40 otan oun elthè o kurios tou ampelônos ti poièsei tois geôrgois ekeinois   40 cum ergo venerit dominus vineae quid faciet agricolis illis     40 Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen?   [40] Welnu, wanneer de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan met die wijnbouwers doen?’   [40] Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’  40 Wanneer dan de heer van de wijngaard komt, wát zal hij met zulke landarbeiders doen?   40. Lors donc que viendra le maître de la vigne, que fera-t-il à ces vignerons-là ? » 

King James Bible . [40] When the lord therefore of the vineyard cometh, what will he do unto those husbandmen?
Luther-Bibel . 40 Wenn nun der Herr des Weinbergs kommen wird, was wird er mit diesen Weingärtnern tun?

Tekstuitleg van Mt 21,40 .

Mt 21,41 - Mt 21,41 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:41 legousin autô kakous kakôs apolesei autous kai ton ampelôna ekdôsetai allois geôrgois oitines apodôsousin autô tous karpous en tois kairois autôn   41 aiunt illi malos male perdet et vineam locabit aliis agricolis qui reddant ei fructum temporibus suis    41 Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.   [41] Ze gaven Hem ten antwoord: ‘Hij zal die ellendelingen een ellendige dood bezorgen, en de wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers geven, die vruchten aan hem afdragen wanneer het er de tijd voor is.’  [41] Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’   41 Ze zeggen tot hem: deze kwaadstichters zal hij een kwaad einde bezorgen, en de wijngaard zal hij uitgeven aan ándere landarbeiders die hem vruchten zullen afgeven telkens als het er de tijd voor is!   41. Ils lui disent : « Il fera misérablement périr ces misérables, et il louera la vigne à d'autres vignerons, qui lui en livreront les fruits en leur temps. » 

King James Bible . [41] They say unto him, He will miserably destroy those wicked men, and will let out his vineyard unto other husbandmen, which shall render him the fruits in their seasons.
Luther-Bibel . 41 Sie antworteten ihm: Er wird den Bösen ein böses Ende bereiten und seinen Weinberg andern Weingärtnern verpachten, die ihm die Früchte zur rechten Zeit geben.

Tekstuitleg van Mt 21,41 .

Mt 21,42 - Mt 21,42 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:42 legei autois o ièsous oudepote anegnôte en tais grafais lithon on apedokimasan oi oikodomountes outos egenèthè eis kefalèn gônias para kuriou egeneto autè kai estin thaumastè en ofthalmois èmôn  42 dicit illis Iesus numquam legistis in scripturis lapidem quem reprobaverunt aedificantes hic factus est in caput anguli a Domino factum est istud et est mirabile in oculis nostris     42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?   [42] Jezus zei tegen hen: ‘Hebt u nooit in de Schriften gelezen: De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is de hoeksteen geworden. De Heer heeft dit gedaan; het is een wonder in onze ogen?  [42] Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.”  42 Jezus zegt tot hen: hebt ge nooit gelezen in de Schriften ‘de steen die de bouwvakkers afkeurden, die is geworden tot de hoeksteen, het hóófd; van de Heer uit is dit geschied, voor onze ogen!– wonderbaar is het!’?   42. Jésus leur dit : « N'avez-vous jamais lu dans les Écritures : La pierre qu'avaient rejetée les bâtisseurs c'est elle qui est devenue pierre de faîte ; c'est là l'œuvre du Seigneur et elle est admirable à nos yeux ? 

King James Bible . [42] Jesus saith unto them, Did ye never read in the scriptures, The stone which the builders rejected, the same is become the head of the corner: this is the Lord's doing, and it is marvellous in our eyes?
Luther-Bibel . 42 Jesus sprach zu ihnen: Habt ihr nie gelesen in der Schrift (Psalm 118,22-23): »Der Stein, den die Bauleute verworfen haben, der ist zum Eckstein geworden. Vom Herrn ist das geschehen und ist ein Wunder vor unsern Augen«?

Tekstuitleg van Mt 21,42 .

Mt 21,43 - Mt 21,43 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:43 dia touto legô umin oti arthèsetai af umôn è basileia tou theou kai dothèsetai ethnei poiounti tous karpous autès  43 ideo dico vobis quia auferetur a vobis regnum Dei et dabitur genti facienti fructus eius     43 Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.  [43] Daarom zeg Ik u: Het koninkrijk van God zal u ontnomen worden en gegeven worden aan een volk dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt.   [43] Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.   43 Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal van u worden weggehaald en worden gegeven aan een volk dat de vruchten daarvan opbrengt.  43. « Aussi, je vous le dis : le Royaume de Dieu vous sera retiré pour être confié à un peuple qui lui fera produire ses fruits » 

King James Bible . [43] Therefore say I unto you, The kingdom of God shall be taken from you, and given to a nation bringing forth the fruits thereof.
Luther-Bibel . 43 Darum sage ich euch: Das Reich Gottes wird von euch genommen und einem Volk gegeben werden, das seine Früchte bringt.

Tekstuitleg van Mt 21,43 .

Mt 21,44 - Mt 21,44 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:44 [kai o pesôn epi ton lithon touton sunthlasthèsetai ef on d an pesè likmèsei auton* 44 et qui ceciderit super lapidem istum confringetur super quem vero ceciderit conteret eum   44 En wie op dezen steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.   [44] Wie over deze steen valt, valt te pletter, en als hij op je valt, word je vermorzeld.’  [44] Wie over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.’* 44 En wie over die steen valt zal verpletterd zijn, en op wie hij valt, hem zal hij vermorzelen! [ 44. ]. 

King James Bible . [44] And whosoever shall fall on this stone shall be broken: but on whomsoever it shall fall, it will grind him to powder.
Luther-Bibel . 44 Und wer auf diesen Stein fällt, der wird zerschellen; auf wen aber er fällt, den wird er zermalmen.

Tekstuitleg van Mt 21,44 .

Mt 21,45 - Mt 21,45 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai akousantes hoi archiereis kai hoi Farisaioi tas parabolas autou egnôsan hoti peri autôn legei et cum audissent principes sacerdotum et Pharisaei parabolas eius cognoverunt quod de ipsis diceret

En toen de hogepriesters en de Farizeeën zijn gelijkenissen hoorden, wisten ze dat hij iets over hen zei;

45 En als de overpriesters en Farizeën deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak.   Toen de hogepriesters en de farizeeën zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat Hij over hen sprak.  Toen de hogepriesters en de Farizeeën zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak.  Als de overpriesters en de farizeeërs zijn gelijkeniswoorden horen herkennen ze dat hij die over hen zegt;  45. Les grands prêtres et les Pharisiens, en entendant ses paraboles, comprirent bien qu'il les visait. 

Statenvertaling .
King James Bible . [45] And when the chief priests and Pharisees had heard his parables, they perceived that he spake of them.
Luther-Bibel . 45 Und als die Hohenpriester und Pharisäer seine Gleichnisse hörten, erkannten sie, dass er von ihnen redete.

Tekstuitleg van Mt 21,45 .

2. akousantes (gehoord) . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud .

akouô (horen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk    
part. aor. nom. mv. akousantes   67  15  52  13  16       

part. aor. nom. mv. akousantes  bij Mt 13 :  (1) Mt 2,9 . (2) Mt 12,24 . (3) Mt 14,13 . (4) Mt 15,12 . (5) Mt 17,6 . (6) Mt 19,25 . (7) Mt 20,24 . (8) Mt 20,30 . (9) Mt 21,45 . (10) Mt 22,22 . (11) Mt 22,33 . (12) Mt 22,34 . (13) Mt 27,47 .

Er zijn vier teksten waarbij de Farizeeën onderwerp zijn Mt 12,24 , Mt 15,12 , Mt 21,45 , Mt 22,34 . In drie teksten staat het onderwerp voor het particpium , in één tekst erna .

2. 4. 9. 12.
Mt 12,24 Mt 15,12 Mt 21,45 Mt 22,34
hoi de Farisaioi (de Farizeeën echter) hoti hoi Farisaioi (dat de Farizeeën) kai (en) hoi de Farisaioi (de Fariuzeeën echter)
akousantes (gehoord) akousantes (gehoord) akousantes (gehoord) akousantes (gehoord)
   

hoi archiereis kai hoi Farisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën)

 

4. archiereis (hogepriesters) . Nominatief meervoud .

archiereus (hogepriester) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. archiereus 37 9 28 3 3   4 9 9    
gen. enk. archiereôs 29 13 16 3 4 3 4 1 1    
dat. enk. archierei 10 7 3       2 1      
acc. enk. archierea 16 7 9 1 1   1 1 5    
nom. + acc. mv. archiereis 50   50 12 11 10 9 6 2    
gen. mv. archiereôn 10   10 3 2 1 1 3      
dat. mv. archiereusin 6   6 3 1 1   1      
Totaal   158  36  122  25  22  15  21  22  17     

archiereus (hogepriester) Mt 
nom. enk. archiereus 3 : (1) Mt 26,62 . (2) Mt 26,63 . (3) Mt 26,65 .
gen. enk. archiereôs 3 : (1) Mt 26,3 . (2) Mt 26,51 . (3) Mt 26,58 .
dat. enk. archierei  
acc. enk. archierea 1 : Mt 26,57 .
nom. + acc. mv. archiereis 12 : (1) Mt 2,4 . (2) Mt 21,15 . (3) Mt 21,23 . (4) Mt 21,45 . (5) Mt 26,3 (// Mc 14,1 // Lc 22,2) . (6) Mt 26,14 . (7) Mt 26,59 . (8) Mt 27,1 . (9) Mt 27,6 . (10) Mt 27,20 . (11) Mt 27,41 . (12) Mt 27,62 .
gen. mv. archiereôn 3 : (1) Mt 16,21 . (2) Mt 26,47 . (3) Mt 27,12 .
dat. mv. archiereusin 3 : (1) Mt 20,18 . (2) Mt 27,3 . (3) Mt 28,11 .
Totaal   25 

vorm van archiereus (hogepriester)  25 : (1) Mt 2,4 (acc. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . (18) Mt 27,1 (nom. enk.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . (25) Mt 28,11 (dat. mv.) .  

De hogepriesters komen voor het eerst ter sprake in de 'kindsheids'verhalen van Mt (Mt 2,4) . Na de verheerlijking op de berg spreekt Jezus zijn eerste lijdensvoorspelling uit (Mt 16,21) , in Mt 20,18 zijn derde lijdensvoorspelling . In Mt 21 komt Jezus in Jeruzalem . Hogepriesters , Farizeeën en oudsten behoren tot zijn toehoorders in de tempel . Het komt weldra tot een confrontatie . Vanaf Mt 26,1 begint het lijdensverhaal .

7. farisaioi (Farizeeën) .

farisaios Farizeeër) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. farizaios            
gen. enk. farisaiou                
nom. + voc. mv. farizaioi 49   49 21 8 10 9 1      
gen. mv. farisaiôn 28    28       
dat. mv. farisaiois                
acc. mv. farisaious              
Totaal   95    95  28  12  27  19     

farisaios (Farizeeër) Mt , zie Mt 9,11
nom. + voc. mv. farisaioi 21 : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (7) Mt 15,1 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (10) Mt 19,3 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (15) Mt 23,13 . (16) Mt 23,15 . (17) Mt 23,23 . (18) Mt 23,25 . (19) Mt 23,27 . (20) Mt 23,29 . (21) Mt 27,62 .
gen. mv. farisaiôn 7 : (1) Mt 3,7 . (2) Mt 5,20 . (3) Mt 12,38 . (4) Mt 16,6 . (5) Mt 16,11 . (6) Mt 16,12 . (7) Mt 22,41 .

Een vorm van farisaios (Farizeeër) : nom. + gen. mv. (1) Mt 3,7 (gen.) . (2) Mt 5,20 (gen.) . (3) Mt 9,11 (nom.) . (4) Mt 9,14 (nom.) . (5) Mt 9,34 (nom.) . (6) Mt 12,2 (nom.) . (7) Mt 12,14 (nom.) . (8) Mt 12,24 (nom.) . (9) Mt 12,38 (gen.) . (10) Mt 15,1 (nom.) . (11) Mt 15,12 (nom.) . (12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) .  (16) Mt 19,3 (nom.) . (17) Mt 21,45 (nom.) . (18) Mt 22,15 (nom.) . (19) Mt 22,34 (nom.) . (20) Mt 22,41 (gen.) . (21) Mt 23,2 (nom.) . (22) Mt 23,13 (voc.) . (23) Mt 23,15 (voc.) . (24) Mt 23,23 (voc.) . (25) Mt 23,25 (voc.) . (26) Mt 23,27 (voc.) . (27) Mt 23,29 (voc.) . (28) Mt 27,62 (nom.) .

hoi (...) farisaioi 13 : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (21) Mt 27,62 .

kai + deelw. + (...) hoi farisaioi 3 : (1) Mt 9,11 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (tote i.p.v. kai : (12) Mt 22,15 .

1. 9. 11. 12.
Mt 9,11 Mt 16,1 Mt 21,45 Mt 22,15
kai (en) kai (en) kai (en) Tote (daarop)
idontes (gezien) hoi Pharisaioi (de Farizeeën) proselthontes (naderbijgekomen) hoi Pharisaioi kai Saddukaioi (de Farizeeën en Sadduceeën) peirazontes (op de proef stellend) akouontes (gehoord) hoi archiereis kai hoi Pharisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën) .. poreuthentes (zich op weg begeven) hoi Pharisaioi (de Farizeeën)
elegon (zeiden) epèrôtèsan auton (vroegen hem) egnôsan (wisten) sumboulion elabon (namen het besluit)
 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 - 159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc 8,11-13 - Mt 16,1-4 - Mt 12,38-42  289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26

Zelfs naar taalgebruik verwijzen Mt 21,45 en Mt 22,15 naar elkaar . Via een gelijkenis maakt Jezus duidelijk welk lot de leiders van het volk te wachten staat . De hogepriesters en de Farizeeën hebben het door en zoeken hem uit de weg te ruimen . Na de gelijkenis van het bruiloftsfeest vertrekken de Farizeeën .

3. - 7. Slechts in twee teksten (Mt 21,45 en Mt 27,62) worden de hogepriesters en de Farizeeën samen vermeld . Mt 21,45 volgt op de parabel van de boosaardige wijnbouwers . Mt 27,62 maakt deel uit van het verhaal waarin hogepriesters en Farizeeën Pilatus om een wacht vragen om het graf te bewaken .

Mt 21,46 - Mt 21,46 : 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers - Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 -- bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- Mt 21 -- bijbelverwijzingen - Mt 21,33 - Mt 21,34 - Mt 21,35 - Mt 21,36 - Mt 21,37 - Mt 21,38 - Mt 21,39 - Mt 21,40 - Mt 21,41 - Mt 21,42 - Mt 21,43 - Mt 21,44 - Mt 21,45 - Mt 21,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Statenvertaling  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai zètountes auton kratèsai efobèthèsan tous ochlous epei eis profètèn auton eichon   et quaerentes eum tenere timuerunt turbas quoniam sicut prophetam eum habebant en al zochten ze hem te grijpen, ze vreesden toch de volksmenigten, daar ze hem voor een profeet hielden. 46 En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet. Ze zochten naar een gelegenheid om Hem te grijpen, maar waren bang voor de mensen, omdat die Hem voor een profeet hielden.  Ze wilden hem graag gevangennemen, maar ze waren bang voor de reactie van de volksmassa, daar men hem voor een profeet hield.  ze zoeken ernaar hem te vangen maar zijn bevreesd voor de scharen,– daar die hem voor een profeet hebben gehouden.  46. Mais, tout en cherchant à l'arrêter, ils eurent peur des foules, car elles le tenaient pour un prophète. 

Statenvertaling .
King James Bible . [46] But when they sought to lay hands on him, they feared the multitude, because they took him for a prophet.
Luther-Bibel . 46 Und sie trachteten danach, ihn zu ergreifen; aber sie fürchteten sich vor dem Volk, denn es hielt ihn für einen Propheten.

Tekstuitleg van Mt 21,46 .

2. zètountes (zoekende) . Particpium praesens nominatief mannelijk enkelvoud van het werkwoord zèteô (zoeken) bij Matteüs , zie Z .

zèteô (zoeken) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
ind. pr. 3de p. enk. zètei 33 23 10 1 1 2 4   2    
ind. pr. 1ste p. enk. zètô  17  13             
ind. pr. 2de p. enk. zèteis  11               
ind. pr. 3de p. mv. zètousin 12 4 8   2   1   5    
ind p. + imp. 2de p. mv.zèteite 27 5 22 3 1 4 10 1 3    
inf. pr. zètein 13 11 2 1       1      
part. pr. nom. m. enk. zètôn  20 11 9 1   3 2 1 2    
part. pr. nom + acc. onz. enk. zètoun 4 2 2 1   1          
part. pr. dat. enk. zètounti  2 1 1 1              
part. pr. nom. mv. zètountes  33  23  10       
part. pr. g. mv. zètountôn  11               
ind imp. 3de p. enk. ezètèi 22 15 7 1 1 3 1 1      
ind. imp. 3de p. mv. ezètoun 27 8 18 1 4 5 7 1      
ind. aor. 3de p. enk. ezètèsen  19  18               
ind. aor. 3de p. mv. ezètèsan   18  17               
impera. aor. 2de p. mv. zètèsete  6 2 4       4        
  275  172  103  14  10  19 34  18     

zèteô (zoeken) Mt  
ind. pr. 3de p. enk. zètei 1 : Mt 18,12 .  
ind p. + imp. 2de p. mv.zèteite 3 : (1) Mt 6,33 . (2) Mt 7,7 . (3) Mt 28,5 .  
inf. pr. zètein 1 : Mt 2,13 .  
part. pr. nom. m. enk. zètôn  1 : Mt 7,8 .  
part. pr. nom + acc. onz. enk. zètoun 1 : Mt 12,43 .  
part. pr. dat. enk. zètounti  1 : Mt 13,45 .  
part. pr. nom. mv. zètountes  4 : (1) Mt 2,20 . (2) Mt 12,46 . (3) Mt 12,47 . (4) Mt 21,46 .  
ind imp. 3de p. enk. ezètèi 1 : Mt 26,16 .  
ind. imp. 3de p. mv. ezètoun 1 : Mt 26,59 .  
  14    

vorm van zèteô (zoeken)   (1) Mt 2,13 (zètein) . (2) Mt 2,20 (zètountes = zoekende) . (3) Mt 6,33 (zèteite = zoekt) . (4) Mt 7,7 (zèteite = zoekt) . (5) Mt 7,8 (zètôn = zoekende) . (6) Mt 12,43 (zètoun = zoekend) . (7) Mt 12,46 (zètountes = zoekende) . (8) Mt 12,47 (zètountes = zoekende) . (9) Mt 13,45 (zètounti = aan de zoekende) . (10) Mt 18,12 (hij zoekt) . (11) Mt 21,46 (zètountes = zoekende) . (12) Mt 26,16 (ezètei = hij zocht) . (13) Mt 26,59 (ezètoun = zij zochten) . (14) Mt 28,5 (zèteite = jullie zoeken) .    

EERSTE POGING    
Mc 11,18 kai èkousan  hoi archiereis kai hoi grammateis kai ezètoun pôs auton  apolesôsin  
Mt   -
Lc 19,47 

hoi de archiereis kai hoi grammateis ezètoun

auton apolesai 
TWEEDE POGING    
Mc 12,12  kai   ezètoun      auton  kratèsai  
Mt 21,46 kai zètountes    auton kratèsai  
Lc 20,19 kai ezètousan hoi grammateis kai hoi archiereis   epiballein ep'auton tas cheiras en tèi autèi  tèi hôrai 
DERDE POGING      
Mc 14,1 kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis pôs auton apokteinôsin 
Mt 26,3   Mt 26,3 hina ton Ièsoun dolôi kratèsôsin kai apokteinôsin
Lc 22,2    kai ezètoun oi archiereis kai oi grammateis to pôs anelôsin auton  
VIERDE POGING      
Mc 14,55 oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian eis to thanatôsai auton
Mt 26,59 oi de archiereis kai to sunedrion olon ezètoun pseudomarturian kata tou ièsou opôs auton thanatôsôsin
Lc - -

 

 


1 et cum adpropinquassent Hierosolymis et venissent Bethfage ad montem Oliveti tunc Iesus misit duos discipulos 2 dicens eis ite in castellum quod contra vos est et statim invenietis asinam alligatam et pullum cum ea solvite et adducite mihi 3 et si quis vobis aliquid dixerit dicite quia Dominus his opus habet et confestim dimittet eos 4 hoc autem factum est ut impleretur quod dictum est per prophetam dicentem 5 dicite filiae Sion ecce rex tuus venit tibi mansuetus et sedens super asinam et pullum filium subiugalis 6 euntes autem discipuli fecerunt sicut praecepit illis Iesus 7 et adduxerunt asinam et pullum et inposuerunt super eis vestimenta sua et eum desuper sedere fecerunt 8 plurima autem turba straverunt vestimenta sua in via alii autem caedebant ramos de arboribus et sternebant in via 9 turbae autem quae praecedebant et quae sequebantur clamabant dicentes osanna Filio David benedictus qui venturus est in nomine Domini osanna in altissimis 10 et cum intrasset Hierosolymam commota est universa civitas dicens quis est hic 11 populi autem dicebant hic est Iesus propheta a Nazareth Galilaeae 12 et intravit Iesus in templum Dei et eiciebat omnes vendentes et ementes in templo et mensas nummulariorum et cathedras vendentium columbas evertit 13 et dicit eis scriptum est domus mea domus orationis vocabitur vos autem fecistis eam speluncam latronum 14 et accesserunt ad eum caeci et claudi in templo et sanavit eos 15 videntes autem principes sacerdotum et scribae mirabilia quae fecit et pueros clamantes in templo et dicentes osanna Filio David indignati sunt 16 et dixerunt ei audis quid isti dicant Iesus autem dicit eis utique numquam legistis quia ex ore infantium et lactantium perfecisti laudem 17 et relictis illis abiit foras extra civitatem in Bethaniam ibique mansit 18 mane autem revertens in civitatem esuriit 19 et videns fici arborem unam secus viam venit ad eam et nihil invenit in ea nisi folia tantum et ait illi numquam ex te fructus nascatur in sempiternum et arefacta est continuo ficulnea 20 et videntes discipuli mirati sunt dicentes quomodo continuo aruit 21 respondens autem Iesus ait eis amen dico vobis si habueritis fidem et non haesitaveritis non solum de ficulnea facietis sed et si monti huic dixeritis tolle et iacta te in mare fiet 22 et omnia quaecumque petieritis in oratione credentes accipietis 23 et cum venisset in templum accesserunt ad eum docentem principes sacerdotum et seniores populi dicentes in qua potestate haec facis et quis tibi dedit hanc potestatem 24 respondens Iesus dixit illis interrogabo vos et ego unum sermonem quem si dixeritis mihi et ego vobis dicam in qua potestate haec facio 25 baptismum Iohannis unde erat e caelo an ex hominibus at illi cogitabant inter se dicentes si dixerimus e caelo dicet nobis quare ergo non credidistis illi 26 si autem dixerimus ex hominibus timemus turbam omnes enim habent Iohannem sicut prophetam 27 et respondentes Iesu dixerunt nescimus ait illis et ipse nec ego dico vobis in qua potestate haec facio 28 quid autem vobis videtur homo habebat duos filios et accedens ad primum dixit fili vade hodie operare in vinea mea 29 ille autem respondens ait nolo postea autem paenitentia motus abiit 30 accedens autem ad alterum dixit similiter at ille respondens ait eo domine et non ivit 31 quis ex duobus fecit voluntatem patris dicunt novissimus dicit illis Iesus amen dico vobis quia publicani et meretrices praecedunt vos in regno Dei 32 venit enim ad vos Iohannes in via iustitiae et non credidistis ei publicani autem et meretrices crediderunt ei vos autem videntes nec paenitentiam habuistis postea ut crederetis ei 33 aliam parabolam audite homo erat pater familias qui plantavit vineam et sepem circumdedit ei et fodit in ea torcular et aedificavit turrem et locavit eam agricolis et peregre profectus est 34 cum autem tempus fructuum adpropinquasset misit servos suos ad agricolas ut acciperent fructus eius 35 et agricolae adprehensis servis eius alium ceciderunt alium occiderunt alium vero lapidaverunt 36 iterum misit alios servos plures prioribus et fecerunt illis similiter 37 novissime autem misit ad eos filium suum dicens verebuntur filium meum 38 agricolae autem videntes filium dixerunt intra se hic est heres venite occidamus eum et habebimus hereditatem eius 39 et adprehensum eum eiecerunt extra vineam et occiderunt 40 cum ergo venerit dominus vineae quid faciet agricolis illis 41 aiunt illi malos male perdet et vineam locabit aliis agricolis qui reddant ei fructum temporibus suis 42 dicit illis Iesus numquam legistis in scripturis lapidem quem reprobaverunt aedificantes hic factus est in caput anguli a Domino factum est istud et est mirabile in oculis nostris 43 ideo dico vobis quia auferetur a vobis regnum Dei et dabitur genti facienti fructus eius 44 et qui ceciderit super lapidem istum confringetur super quem vero ceciderit conteret eum 45 et cum audissent principes sacerdotum et Pharisaei parabolas eius cognoverunt quod de ipsis diceret 46 et quaerentes eum tenere timuerunt turbas quoniam sicut prophetam eum habebant


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR