MATTEÜSEVANGELIE : TWEEËNTWINTIGSTE HOOFDSTUK , MT 22 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1-14 - Mt 22,15-22 - Mt 22,23-33 - Mt 22,34-40 - Mt 22,41-46 -- Mt 22,15-21 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Matteüsevangelie :
- Mt (Matteüs) : overzicht , Mt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Mt : commentaar ,

- NT (NT overzicht) : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

- Mt 22 - TAALGEBRUIK - COMMENTAAR -

Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28
Bijbeluitleg per pericope - Mt 22,1-14 - Mt 22,15-22 - Mt 22,23-33 - Mt 22,34-40 - Mt 22,41-46 -
Bijbeluitleg vers per vers - Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 - Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 - Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 - Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 - Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/              
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat

Bibliografie :
- Ogawa, Akira , Paraboles De L'Israël Véritable ? Reconsidération Critique De Mt. XXI 28 - XXII 14 , Novum Testamentum, Volume 21, Number 2, 1979 , pp. 121-149(29) .
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Mt 22,1-14 : 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar .
- Mt 22,15-21 : 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het tweeëntwintigste hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal : Mt 22,1-14 - Lc 14,15-24
291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26
292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis : Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38
293. Vraag naar het eerste gebod : Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40
294. Zoon en Heer van David : Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44

290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal : Mt 22,1-14 -- Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -

- Ogawa, Akira , Paraboles De L'Israël Véritable ? Reconsidération Critique De Mt. XXI 28 - XXII 14 , Novum Testamentum, Volume 21, Number 2, 1979 , pp. 121-149(29) .

Evangelie op de 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar : Mt 22,1-14 .

In die tijd nam Jezus het woord en sprak opnieuw in gelijkenissen tot de hogepriesters en de oudsten van het volk. Hij zei: "Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft. Maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft. Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten. Toen nu de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op die niet voor de bruiloft gekleed was. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt ge hier binnengekomen zonder bruiloftskleed? Maar de man bleef het antwoord schuldig. Toen sprak de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren."

De parabel is gericht tot de hogepriesters en de Farizeeën .
De Matteaanse gemeenschap worstelt met ernstige problemen . In welk licht moet de verwoesting van Jeruzalem , van de tempel , van het einde van het priesterschap in de tempel en de uitdrijving van de joden uit Jeruzalem gezien worden ? Er wordt een relatie gelegd tussen bovengenoemde feiten en de kruisdood van Jezus . Het ene (de tempelverwoesting) is het gevolg van het andere (de kruisdood van Jezus) . Hoe kan God zijn uitverkoren volk zo iets aandoen (einde van de tempel) . In de ogen van de christenen hangen de twee feiten samen met de houding van de hogepriesters .
De aantrekking tot de christelijke gemeenschappen is groot bij de heidenen , in vele gevallen Romeinen die om een of andere reden in Palestina zijn , en bij degenen die met hen samenwerken / of diensten verlenen : tollenaaars en hoeren .
Met zijn evangelie wil Matteüs aangeven dat de boodschap van Jezus ook voor joden bestemd is .
Dit alles veroorzaakt geweldige spanningen in de joodse gemeenschappen en gezinnen .
In de joodse gemeenschappen is er ook geen eensgezindheid over wat geleerd moet worden ; er zijn leraren met verschillende opvattingen . Ook is er discussie over wat gedaan moet worden (geen iota...) . Matteüs beklemtoont steeds opnieuw dat op het horen het doen , handelen moet volgen . Sommigen kijken uit naar de wederkomst en zijn geneigd de klemtoon op het bidden te leggen en het handelen als overbodig te beschouwen .
Matteüs gebruikt een parabel om een concrete situatie te schetsen . Matteüs gebruikt beelden . Het beeld is dat het toetreden tot de Matteaanse gemeente gelijkt op het deelnemen aan een bruiloftsfeest : kunnen eten en drinken zonder zorgen , zich om niets hoeven te bekommeren , in beste stemming met elkaar omgaan waarbij problemen , wrijvingen enz... in het niets verdwijnen , dankzij God als 't ware kunnen leven als God in Frankrijk .
Ondanks vervolgingen , aanslagen , haat van buitenuit , conflicten , botsingen in de gezinnen , stelt Matteüs toch zijn gemeenschap voor als een feestelijk milieu.

Mt 22,1 - Mt 22,1 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai apokritheis ho Ièsous palin eipen en parabolais autois legôn et respondens Iesus dixit iterum in parabolis eis dicens En Jezus antwoordde (en) weer zei hij in gelijkenissen, hun zeggend:  In die tijd nam Jezus het woord en sprak opnieuw in gelijkenissen tot de hogepriesters en de oudsten van het volk. Hij zei:  Opnieuw sprak Jezus tot hen in gelijkenissen: Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis:  Ten antwoord zegt Jezus het hun  weer in gelijkenissen, hij zegt:   1. Et Jésus se remit à leur parler en paraboles : 

Statenvertaling . 1 En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende:
King James Bible . [1] And Jesus answered and spake unto them again by parables, and said,
Luther-Bibel . 1 Und Jesus fing an und redete abermals in Gleichnissen zu ihnen und sprach:

Tekstuitleg van Mt 22,1 .

Mt 22,2 - Mt 22,2 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Hômoiôthè hè basileia tôn ouranôn anthrôpôi basilei, hostis epoièsen gamous tôi huiôi autou simile factum est regnum caelorum homini regi qui fecit nuptias filio suo Het Rijk der hemelen kan vergeleken met een mens, een koning, die een bruiloft aanrichtte voor zijn zoon.  "Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.   ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.  ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. te vergelijken is het koninkrijk der hemelen met een mens, een koning, die de bruiloftsdagen aanricht voor zijn zoon; 2. « Il en va du Royaume des Cieux comme d'un roi qui fit un festin de noces pour son fils.

Statenvertaling . 2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had;
King James Bible . [2] The kingdom of heaven is like unto a certain king, which made a marriage for his son,
Luther-Bibel . 2 Das Himmelreich gleicht einem König, der seinem Sohn die Hochzeit ausrichtete.

Tekstuitleg van Mt 22,2 .

- Hômoiôthè hè basileia tôn ouranôn (het koninkrijk van de hemelen werd vergeleken) , zie Mt 13,24 en Mt 18,23

Mt 22,3 - Mt 22,3 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -

Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai apesteilen tous doulous autou kalesai tous keklèmenous eis tous gamous, kai ouk èthelon elthein et misit servos suos vocare invitatos ad nuptias et nolebant venire En hij zond zijn dienaren om de genodigden uit te nodigen voor de bruiloft maar ze wilden niet komen.   Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen.  Hij stuurde zijn slaven om de gasten te roepen die voor de bruiloft genodigd waren, maar ze wilden niet komen.  Hij stuurde zijn dienaren erop uit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. hij zendt zijn dienaars uit om de genodigden uit te nodigen voor de bruiloft,– en ze hebben niet willen komen!  3. Il envoya ses serviteurs convier les invités aux noces, mais eux ne voulaient pas venir.  

Statenvertaling . 3 En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen.
King James Bible . [3] And sent forth his servants to call them that were bidden to the wedding: and they would not come.
Luther-Bibel . 3 Und er sandte seine Knechte aus, die Gäste zur Hochzeit zu laden; doch sie wollten nicht kommen.

Tekstuitleg van Mt 22,3 .

Mt 22,4 - Mt 22,4 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
palin apesteilen allous doulous legôn Eipate tous keklèmenous, Idou to ariston mou hètoimaka , hoi taurou mou kai ta sista tethumena kai panta hetoima deute eis tous gamous iterum misit alios servos dicens dicite invitatis ecce prandium meum paravi tauri mei et altilia occisa et omnia parata venite ad nuptias Nogmaals zond hij andere dienaren, zeggend: Zeg aan de genodigden: zie, mijn middagmaal heb ik bereid, mijn stieren en mestvee zijn geslacht en alles is bereid. Komaan, naar de bruiloft! Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft.  Hij stuurde weer andere slaven met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: Kijk, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en het mestvee zijn geslacht, en alles staat gereed. Kom naar de bruiloft.”  Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’”  Weer zendt hij de dienaars uit, andere, zeggend: zegt tot de genodigden: zie, mijn middagmaal heb ik bereid, mijn stieren en het mestvee zijn geslacht,– alles is gereed!– komt tot de bruiloft!  4. De nouveau il envoya d'autres serviteurs avec ces mots : « Dites aux invités : «Voici, j'ai apprêté mon banquet, mes taureaux et mes bêtes grasses ont été égorgés, tout est prêt, venez aux noces. »  

Statenvertaling . 4 Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft.
King James Bible . [4] Again, he sent forth other servants, saying, Tell them which are bidden, Behold, I have prepared my dinner: my oxen and my fatlings are killed, and all things are ready: come unto the marriage.
Luther-Bibel . 4 Abermals sandte er andere Knechte aus und sprach: Sagt den Gästen: Siehe, meine Mahlzeit habe ich bereitet, meine Ochsen und mein Mastvieh ist geschlachtet und alles ist bereit; kommt zur Hochzeit!

Tekstuitleg van Mt 22,4 .

Mt 22,5 - Mt 22,5 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
hoi de amelèsantes apèlthon, hos men eis tot idion agron, hos de epi tèn emporian autou illi autem neglexerunt et abierunt alius in villam suam alius vero ad negotiationem suam Zij echter bekommerden er zich niet over (en) gingen heen, de een naar zijn eigen akkers, de ander naar zijn zaak.  Maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker de ander naar zijn zaken.  Maar ze trokken zich er niets van aan en gingen hun eigen weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel.  Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel.  Maar zij vinden het niet belangrijk en gaan weg, de een naar de eigen akker de ander naar zijn handel;  5. Mais eux, n'en ayant cure, s'en allèrent, qui à son champ, qui à son commerce ;  

Statenvertaling . 5 Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap.
King James Bible . [5] But they made light of it, and went their ways, one to his farm, another to his merchandise:
Luther-Bibel . 5 Aber sie verachteten das und gingen weg, einer auf seinen Acker, der andere an sein Geschäft.

Tekstuitleg van Mt 22,5 .

Mt 22,6 - Mt 22,6 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
hoi de loipoi kratèsantes tous doulous autou hubrisan kai apekteinan reliqui vero tenuerunt servos eius et contumelia adfectos occiderunt De overigen nu grepen zijn dienaren (en) mishandelden en doodden hen.  De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen.  De overigen grepen zijn slaven vast, mishandelden en vermoordden hen.  De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen.  de overigen grijpen zijn dienaars, mishandelen hen en doden hen.  6. et les autres, s'emparant des serviteurs, les maltraitèrent et les tuèrent. 

Statenvertaling . 6 En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan, en doodden hen.
King James Bible . [6] And the remnant took his servants, and entreated them spitefully, and slew them.
Luther-Bibel . 6 Einige aber ergriffen seine Knechte, verhöhnten und töteten sie.

Tekstuitleg van Mt 22,6 .

4. act. part. aor. mann. mv. κρατησαντες = kratèsantes (overmachtigd, vastgenomen) van het werkw. κρατεω = krateô (vastnemen, bemachtigen) . Taalgebruik in het NT : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Taalgebruik in de LXX : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Bijbel (3) : (1) Mt 22,6 . (2) Mt 26,57 . (3) Mc 14,1 .

krateô (kracht hebben, be'kracht'igen, vastgrijpen, overmeesteren)

hubrizan (zij mishandelden). Indicatief aorist 3de persoon meervoud van het werkwoord hubrizô (hooghartig behandelen, mishandelen).

Mt 22,7 - Mt 22,7 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Ho de basileus ôrgisthè kai pempsas ta strateumata autou apôlesen tous fonous ekeinous kai tèn polin eneprèsen rex autem cum audisset iratus est et missis exercitibus suis perdidit homicidas illos et civitatem illorum succendit De koning echter werd toornig, en stuurde zijn leger (en) bracht die moordenaars om en hun stad stak hij in brand. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.  De koning werd woedend. Hij stuurde zijn soldaten, liet die moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.  De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen erop af, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.  De koning ontsteekt in toorn; hij stuurt zijn troepen, laat die moordenaars ombrengen en hun stad steekt hij in brand.  7. Le roi fut pris de colère et envoya ses troupes qui firent périr ces meurtriers et incendièrent leur ville. 

Statenvertaling . 7 Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken
King James Bible . [7] But when the king heard thereof, he was wroth: and he sent forth his armies, and destroyed those murderers, and burned up their city.
Luther-Bibel . 7 Da wurde der König zornig und schickte seine Heere aus und brachte diese Mörder um und zündete ihre Stadt an.

Tekstuitleg van Mt 22,7 .

Mt 22,8 - Mt 22,8 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
tote legei tois doulois autou Ho men gamos hetoimosestin, hoi de keklèmenoi ouk èsan axioi tunc ait servis suis nuptiae quidem paratae sunt sed qui invitati erant non fuerunt digni Dan zei hij aan zijn dienaren: Mijn huwelijksmaal is wel bereid, de genodigden echter waren het niet waardig.   Toen sprak hij tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard.  Toen zei hij tegen zijn slaven: “Het bruiloftsmaal is klaar, maar de genodigden waren het niet waard.  Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden.  Dan zegt hij tot zijn dienaars:
het bruiloftsmaal is gereed
maar de genodigden zijn het niet waard; 
8. Alors il dit à ses serviteurs : «La noce est prête, mais les invités n'en étaient pas dignes. 

Statenvertaling . 8 Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig.
King James Bible . [8] Then saith he to his servants, The wedding is ready, but they which were bidden were not worthy.
Luther-Bibel . 8 Dann sprach er zu seinen Knechten: Die Hochzeit ist zwar bereit, aber die Gäste waren's nicht wert.

Tekstuitleg van Mt 22,8 .

Mt 22,9 - Mt 22,9 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
poreuesthe oun epi tas diexodous tôn hodôn kai hosous ean heurète kalesate eis tous gamous ite ergo ad exitus viarum et quoscumque inveneritis vocate ad nuptias Ga dus op de uitwegen van de wegen en hoeveel je er ook vindt, nodig ze uit naar de bruiloft.   Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt, tot de bruiloft.  Ga nu dus naar de kruispunten van de wegen, en nodig iedereen die je maar tegenkomt uit voor de bruiloft.”  Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.”   trekt dan uit over de kruispunten van de wegen, en zovelen ge maar vindt: nodigt ze voor de bruiloft!  9. Allez donc aux départs des chemins, et conviez aux noces tous ceux que vous pourrez trouver. » 

Statenvertaling . 9 Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.
King James Bible . [9] Go ye therefore into the highways, and as many as ye shall find, bid to the marriage.
Luther-Bibel . 9 Darum geht hinaus auf die Straßen und ladet zur Hochzeit ein, wen ihr findet.

Tekstuitleg van Mt 22,9 .

Mt 22,10 - Mt 22,10 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai exelthontes hoi douloi ekeinoi eis tas hodous sunègagon pantas hous heuron, ponèrous te kai agathous kai eplèsthè ho gamos anakeimenôn eius in vias congregaverunt omnes quos invenerunt malos et bonos et impletae sunt nuptiae discumbentium En die dienaren gingen uit naar de wegen (en) ze verzamelden allen die ze vonden, slechten zowel als goeden; en het huwelijksmaal werd gevuld met aanliggenden.   Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten.  Die slaven gingen naar de wegen en brachten iedereen mee die ze tegenkwamen, slechten en goeden; en de bruiloftszaal liep vol met gasten. De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. Als die dienaars de stad uitkomen, de wegen op, brengen ze bijeen állen die ze vinden, bozen zowel als goeden; zo wordt de trouwzaal vol met aanliggers!  10. Ces serviteurs s'en allèrent par les chemins, ramassèrent tous ceux qu'ils trouvèrent, les mauvais comme les bons, et la salle de noces fut remplie de convives.  

Statenvertaling . 10 En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.
King James Bible . [10] So those servants went out into the highways, and gathered together all as many as they found, both bad and good: and the wedding was furnished with guests.
Luther-Bibel . 10 Und die Knechte gingen auf die Straßen hinaus und brachten zusammen, wen sie fanden, Böse und Gute; und die Tische wurden alle voll.

Tekstuitleg van Mt 22,10 .

Mt 22,11 - Mt 22,11 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
eiselthon de ho basileus theasasthai tous anakeimenous eiden ekei anthrôpon ouk endedumenon enduma gamou intravit autem rex ut videret discumbentes et vidit ibi hominem non vestitum veste nuptiali Toen de koning nu binnenging om de aanliggenden te bezien, zag hij daar een mens die niet gekleed was in de kleding voor een huwelijksmaal.   Toen nu de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op die niet voor de bruiloft gekleed was.  Maar toen de koning binnenkwam en de gasten zag, merkte hij iemand op die geen bruiloftskleding aan had. Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had,  Als de koning binnenkomt om wie aanliggen te aanschouwen, ziet hij daar een mens die niet gekleed is in een bruiloftskleed,  11. « Le roi entra alors pour examiner les convives, et il aperçut là un homme qui ne portait pas la tenue de noces. 

Statenvertaling . 11 En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed;
King James Bible . [11] And when the king came in to see the guests, he saw there a man which had not on a wedding garment:
Luther-Bibel . 11 Da ging der König hinein, sich die Gäste anzusehen, und sah da einen Menschen, der hatte kein hochzeitliches Gewand an,

Tekstuitleg van Mt 22,11 .

Mt 22,12 - Mt 22,12 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai legei autôi, Hetaire, pôs eisèlthes hôde mè echôn enduma gamou; ho de efimôthè et ait illi amice quomodo huc intrasti non habens vestem nuptialem at ille obmutuit En hij zei hem: Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je geen kleding had voor een huwelijksmaal? Hij echter hield zich stil.   En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed? Maar de man bleef het antwoord schuldig.  Hij zei tegen hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen zonder bruiloftskleding?” Hij wist niets te zeggen.  en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen.  en hij zegt tot hem: makker, hoe kom je zó binnen,– zónder bruiloftskleed? Hij moet er het zwijgen toe doen.  12. «Mon ami, lui dit-il, comment es-tu entré ici sans avoir une tenue de noces ?» L'autre resta muet.  

Statenvertaling . 12 En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde.
King James Bible . [12] And he saith unto him, Friend, how camest thou in hither not having a wedding garment? And he was speechless.
Luther-Bibel . 12 und sprach zu ihm: Freund, wie bist du hier hereingekommen und hast doch kein hochzeitliches Gewand an? Er aber verstummte.

Tekstuitleg van Mt 22,12 .

Mt 22,13 - Mt 22,13 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
tote ho basileus eipen tois diakonois, Dèsantes autou podas kai cheiras ebbalete eis to skotos to exôteron ekei estai klauthmos kai ho brugmos tôn odontôn tunc dixit rex ministris ligatis pedibus eius et manibus mittite eum in tenebras exteriores ibi erit fletus et stridor dentium Toen zei de koning aan de bedienden: Bind hem aan voeten en handen (en) gooi hem eruit, in het buitenste duister; daar zal geween zijn en tandengeknars.  Toen sprak de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars.  Toen zei de koning tegen de dienaren: “Bind hem aan handen en voeten en werp hem in de uiterste duisternis.” Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.   Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.  Dan zegt de koning tot de bedienden: bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit, de buitenste duisternis in!– daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden!  13. Alors le roi dit aux valets : «Jetez-le, pieds et poings liés, dehors, dans les ténèbres : là seront les pleurs et les grincements de dents. »  

Statenvertaling . 13 Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
King James Bible . [13] Then said the king to the servants, Bind him hand and foot, and take him away, and cast him into outer darkness; there shall be weeping and gnashing of teeth.
Luther-Bibel . 13 Da sprach der König zu seinen Dienern: Bindet ihm die Hände und Füße und werft ihn in die Finsternis hinaus! Da wird Heulen und Zähneklappern sein.

Tekstuitleg van Mt 22,13 .

Mt 22,14 - Mt 22,14 : 290. Gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal - Mt 22,1-14 // Lc 14,15-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,1 - Mt 22,2 - Mt 22,3 - Mt 22,4 - Mt 22,5 - Mt 22,6 - Mt 22,7 - Mt 22,8 - Mt 22,9 - Mt 22,10 - Mt 22,11 - Mt 22,12 - Mt 22,13 - Mt 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 28ste (achtentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
polloi gar eisin klètoi, oligoi de eklektoi multi autem sunt vocati pauci vero electi Velen immers zijn geropen, weinigen echter uitverkoren."  Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren."  Immers, velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitgekozen.’  Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”’  Want met velen zijn de genodigden,
met weinigen de uitgelezenen! 
14. Car beaucoup sont appelés, mais peu sont élus. »  

Statenvertaling . 14 Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
King James Bible . [14] For many are called, but few are chosen.
Luther-Bibel . 14 Denn viele sind berufen, aber wenige sind auserwählt.

Tekstuitleg van Mt 22,14 .

291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mt 22,15-22 - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -

  Mt 22,15  Mt 22,16  Mt 22,17  Mt 22,18  Mt 22,19  Mt 22,20  Mt 22,21  Mt 22,22   
  11  35  12  12  11  10  15  113 
inleid. Far.  11  Mt 22,16a : 10      Mt 22,19b :  5   Mt 22,21a : 1  27 ( + 7) = 34  
woorden Far.    Mt 22,16b : 25  12        Mt 22,21b : 1  38   
inleid. Jezus        Mt 22,18a : 8    Mt 22,20a : 3  Mt 22,21c : 2  13   
woorden Jezus        Mt 22,18b : 4  Mt 22,19 : 6   Mt 22,20b : 7  Mt 22,21d : 11  28   
uitgeleide Far.                  

De pericope bestaat uit 7 scènes : (1) de Farizeeën : Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 . (2) Jezus : Mt 22,18 - Mt 22,19a . (3) De Farizeeën : Mt 22,19b . (4) Jezus : Mt 22,20 . (5) de Farizeeën : Mt 22,21ab . (6) Jezus : Mt 22,21cd . (7) de Farizeeën : Mt 22,22 .

De inleidingen van Farizeeën en Jezus tellen (27 + 13) 40 woorden . De woorden van de Farizeeën en van Jezus (38 + 28) 66 woorden . De uitgeleide van de Farizeeën telt 7 woorden . In totaal 113 woorden .
In de tekst wordt tweemaal tote (dan, daarop) aangewend . De eerste maal is het bij het begin van de pericope om de nieuwe pericope te laten aansluiten bij de voorgaande . Een tweede maal is het bij het besluit van Jezus dat aansluit bij het verwoorden van de beeltenis op het muntstuk . In de pericope wordt nog tweemaal de (echter) gebruikt : (1) Mt 22,18 . (2) Mt 22,19 . De eerste maal in Mt 22,14 komt Jezus in beeld , de tweede maal de Farizeeën die een denarie aan Jezus laten zien . De verdere dialoog wordt telkens kort ingeleid .

Evangelie op de 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar : Mt 22,15-21 . Verwijzing : Mt 22,15-21 .

In die tijd gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Jezus in zijn eigen woorden konden vangen. Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: "Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; en Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zeg ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?" Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei: "Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars? Laat Mij de belastingmunt eens zien." Zij hielden Hem een geldstuk voor. Hij vroeg hun: "Van wie is deze beeldenaar en het opschrift?" Zij antwoordden: "Van de keizer." Daarop sprak Hij tot hen: "Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt."

In Mt 12,14 besloten de Farizeeën om Jezus om te brengen . Tot dat besluit kwamen ze nadat ze Jezus op een sabbat in de synagoge in het oog hielden en ze moesten toezien dat hij een zieke genas . Dat besluit om Jezus om te brengen is het uitgangspunt van Mt 22,15-22 . Om hun plan te kunnen uitvoeren nemen ze het initiatief om hun leerlingen naar Jezus te sturen met een strikvraag . Het antwoord op die strikvraag moet hen in staat stellen om hem te kunnen aanklagen en ter dood te laten veroordelen .

Mt 22,15 - Mt 22,15 - // Mc 12,13 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem

Tote poreuthentes hoi Pharisaioi sumboulion elabon hopôs auton pagideusôsin en logôi 

tunc abeuntes Pharisaei consilium inierunt ut caperent eum in sermone   Toen vertrokken de Farizeeën (en) ze namen een besluit hoe ze hem in een woord zouden verstrikken.   In die tijd gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Jezus in zijn eigen woorden konden vangen.  Toen gingen de farizeeën weg en maakten plannen om Hem in zijn redenering te verstrikken.   Nu trokken de Farizeeën zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken.   Dan gaan de farizeeërs verder en houden beraad hoe zij hem in een woord kunnen verstrikken.  15. Alors les Pharisiens allèrent se concerter en vue de le surprendre en parole ;

Statenvertaling . 15 Toen gingen de Farizeën heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in Zijn rede.
King James Bible . [15] Then went the Pharisees, and took counsel how they might entangle him in his talk.
Luther-Bibel . 15 Da gingen die Pharisäer hin und hielten Rat, wie sie ihn in seinen Worten fangen könnten;

Tekstuitleg van Mt 22,15 .

1. tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Verwijzing : tote (dan, daarop) , zie Mt 2,7 . Bijwoord van tijd .

tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  353 195 158 89 6 15 10 21 17   110  120 

tote (dan)  Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28    
89          13     

In vier verzen in Mt 24 : (1) Mt 22,8 . (2) Mt 22,13 . (3) Mt 22,15,. (4) Mt 22,21 .

3. hoi (de) . Bepaald lidwoord nominatief mannelijk meervoud .

lidw. mv. bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. m. mv. hoi 4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 

lidw. mv. Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28    
nom. m. mv. hoi   11  13  13  10  10  13  10  14  15  196   

In tien verzen in Mt 22 : (1) Mt 22,4 . (2) Mt 22,5 . (3) Mt 22,6 . (4) Mt 22,8 . (5) Mt 22,10 . (6) Mt 22,15 . (7) Mt 22,19 . (8) Mt 22,33 . (9) Mt 22,34 . (10) Mt 22,40 .

4. farisaios (Farizeeër) .

farisaios Farizeeër) bijbel  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. syn. ev.
nom. enk. farizaios      
gen. enk. farisaiou          
nom. + voc. mv. farizaioi 49 49 21 8 10 9 1   39  48 
gen. mv. farisaiôn 28  28    18  24 
dat. mv. farisaiois          
acc. mv. farisaious        
Totaal   95  95  28  12  27  19  67  86 

farisaios (Farizeeër) Mt , zie Mt 9,11 Mc , zie Mc 2,18
nom. + voc. mv. farisaioi 21 : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (7) Mt 15,1 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (10) Mt 19,3 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (15) Mt 23,13 . (16) Mt 23,15 . (17) Mt 23,23 . (18) Mt 23,25 . (19) Mt 23,27 . (20) Mt 23,29 . (21) Mt 27,62 .  
gen. mv. farisaiôn 7 : (1) Mt 3,7 . (2) Mt 5,20 . (3) Mt 12,38 . (4) Mt 16,6 . (5) Mt 16,11 . (6) Mt 16,12 . (7) Mt 22,41 . (4) Mc 12,13 .

kai + deelw. + hoi farisaioi 3 : (1) Mt 9,11 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (tote i.p.v. kai : (12) Mt 22,15 .

1. 9. 11. 12.
Mt 9,11 Mt 16,1 Mt 21,45 Mt 22,15
kai (en) kai (en) kai (en) Tote (daarop)
idontes (gezien) hoi Pharisaioi (de Farizeeën) proselthontes (naderbijgekomen) hoi Pharisaioi kai Saddukaioi (de Farizeeën en Sadduceeën) peirazontes (op de proef stellend) akouontes (gehoord) hoi archiereis kai hoi Pharisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën) .. poreuthentes (zich op weg begeven) hoi Pharisaioi (de Farizeeën)
elegon (zeiden) epèrôtèsan auton (vroegen hem) egnôsan (wisten) sumboulion elabon (namen het besluit)
 69. Jezus eet met tollenaars en zondaars : Mc 2,15-17 - Mt 9,10-13 - Lc 5,29-32 - 159. Vraag om een teken uit de hemel : Mc 8,11-13 - Mt 16,1-4 - Mt 12,38-42  289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26

Zelfs naar taalgebruik verwijzen Mt 21,45 en Mt 22,15 naar elkaar . Via een gelijkenis maakt Jezus duidelijk welk lot de leiders van het volk te wachten staat . De hogepriesters en de Farizeeën hebben het door en zoeken hem uit de weg te ruimen . Na de gelijkenis van het bruiloftsfeest vertrekken de Farizeeën .

- poreuthentes (zich op weg begeven) . - poreuomai (zich op weg begeven). Bij Matteüs, zie Mt 2,9 .
- Pharisaioi (Farizeeën) zie Mt 9,11 .
- sumboulion (besluit). In 5 verzen bij Matteüs, zie Mt 12,14 .

De participiumzin en de hoofdzin van Mt 22,15 heeft geen parallel in de parallelle teksten van Mc 12,13-17 -- Lc 20,20-26 .
Mt 22,15 bestaat uit een participiumzin, de hoofdzin en een bijzin van doel. Mt 22,15 lijkt een duplicaat van Mt 12,14 . Beide verzen bevatten 11 woorden; Mt 22,15 heeft 30 lettergrepen en Mt 12,14 heeft 29 lettergrepen. Het verschil zit hem in tote (daarop) in Mt 22,15 . In elk van de zinnen ontbreken telkens 2 woorden van telkens 3 lettergrepen; in Mt 22,15 staat en logôi (met een uitspraak), in Mt 12,14 staat kat'autou (tegen hem); deze verschillen kunnen verklaard worden vanuit de parallelteksten Mc 12,13 en Mc 3,6. In de twee zinnen Mt 22,15 en Mt 12,14 zijn 6 woorden dezelfde en zijn 3 woorden varianten : (1) Mt 22,15 : tote (daarop), op de eerste plaats in de zin - Mt 12,14 : de (echter), steeds op de tweede plaats in de zin. (2) Mt 22,15 : poreuthentes (zich op weg begeven); Mt 12,14 : exelthontes (naar buiten gegaan) , zoals het parallelvers Mc 3,6 . (3) Mt 22,15 : pagideusôsin (zij zouden vangen) zoals de paralleltekst Mc 12,13 ; Mt 12,14 : apolesôsin (zij zouden ombrengen) zoals de paralleltekst Mc 3,6 .

Mt 22,15 : Tote poreuthentes hoi Pharisaioi sumboulion elabon hopôs auton pagideusôsin en logôi 
Mt 12,14 : exelthontes de hoi Farisaioi sumboulion elabon kat'autou hopôs auton apolesôsin 

 

Mt 22,16 - Mt 22,16 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai apostellousin autôi tous mathètas autôn meta tôn Hèrôdianôn legontes, Didaskale, oidamen hoti alèthès ei kai tèn hodon tou Theou en alètheiai didaskeis, kai ou melei soi peri oudenos ou gar blepeis eis prosôpon anthrôpôn   et mittunt ei discipulos suos< cum Herodianis dicentesmagister scimus quia verax es et viam Dei in veritate doces et non est tibi cura de aliquo non enim respicis personam hominum   En ze zonden hem hun leerlingen met de Herodianen, zeggend: "Meester, we weten dat u waarachtig bent en de weg van God in waarheid leert, en u zich aan niemand stoort; u kijkt immers niet naar het aanzien van de mensen.   Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: "Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen.  Ze stuurden hun leerlingen op Hem af, samen met de herodianen*. Die zeiden: ‘Meester, we weten dat U een waarheidslievend man bent en naar waarheid onderricht geeft over de weg van God, en U door niemand laat beïnvloeden, want U ziet geen mens naar de ogen.  Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen.   Ze zenden tot hem hun leerlingen, samen met de herodianen, om te zeggen: leermeester, we weten dat u waarheidlievend bent en de weg Gods in waarachtigheid leert: u bekommert u om niemand, nee, u kijkt niet naar het aanschijn van de mensen;  16. et il lui envoient leurs disciples, accompagnés des Hérodiens, pour lui dire : « Maître, nous savons que tu es véridique et que tu enseignes la voie de Dieu en vérité sans te préoccuper de qui que ce soit, car tu ne regardes pas au rang des personnes.  

Statenvertaling . 16 En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en den weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan;
King James Bible . [16] And they sent out unto him their disciples with the Herodians, saying, Master, we know that thou art true, and teachest the way of God in truth, neither carest thou for any man: for thou regardest not the person of men.
Luther-Bibel . 16 und sandten zu ihm ihre Jünger samt den Anhängern des Herodes. Die sprachen: Meister, wir wissen, dass du wahrhaftig bist und lehrst den Weg Gottes recht und fragst nach niemand; denn du achtest nicht das Ansehen der Menschen.

Tekstuitleg van Mt 22,16 .

Mt 22,17 - Mt 22,17 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
eipe oun hèmin tí soi dokei exestin dounai kènson Kaisari è ou;   dic ergo nobis quid tibi videatur licet censum dare Caesari an non    Zeg ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?"  Zeg ons dan wat U hiervan vindt: mag men belasting betalen* aan de keizer* of niet?’  Zeg ons daarom wat u vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ [  zeg ons dan wat u ervan denkt: mogen wij Caesar cijnsgeld geven of niet?  17. Dis-nous donc ton avis : Est-il permis ou non de payer l'impôt à César ? »  

Statenvertaling . 17 Zeg ons dan: wat dunkt U? Is het geoorloofd, den keizer schatting te geven of niet?
King James Bible .[17] Tell us therefore, What thinkest thou? Is it lawful to give tribute unto Caesar, or not?
Luther-Bibel . 17 Darum sage uns, was meinst du: Ist's recht, dass man dem Kaiser Steuern zahlt, oder nicht?

Tekstuitleg van Mt 22,17 .

- Tí... dokei (Wat ben je / zijn jullie van mening?) zie Mt 17,25 . Zie verder : Mt 18,12 . Mt 21,28 . Mt 22,17 . Mt 22,42 . Mt 26,66 .
Mt 22,18 - Mt 22,18 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
gnous de ho Ièsous tèn ponèrian autôn eipen, Tí me peirazete, hupokritai;   cognita autem Iesus nequitia eorum ait quid me temptatis hypocritae   Jezus echter kende hun boosheid (en) zei: "Wat stelt u mij op de proef, huichelaars?  Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei: "Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars?  Maar Jezus, die hun kwalijke opzet doorzag, zei: Waarom stelt u Me op de proef, huichelaars?  Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: Waarom stelt u me op de proef, huichelaars?   Maar Jezus herkent hun boze opzet en zegt: waarom stelt ge mij op de proef, schijnheiligen?  18. Mais Jésus, connaissant leur perversité, riposta : « Hypocrites ! pourquoi me tendez-vous un piège ? 

Statenvertaling . 18 Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide:
King James Bible . [18] But Jesus perceived their wickedness, and said, Why tempt ye me, ye hypocrites?
Luther-Bibel . 18 Als nun Jesus ihre Bosheit merkte, sprach er: Ihr Heuchler, was versucht ihr mich?

Tekstuitleg van Mt 22,18 .

- gnous (gekend) participium aorist van het werkwoord gignôskô (kennen) bij Matteüs, zie Mt 12,15 .

Mt 22,19 - Mt 22,19 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
epideixate moi ta vomisma tou kèsnou. hoi de prosènegkan autôi dènarion. ostendite mihi nomisma census at illi obtulerunt ei denarium   Toon mij de belastingsmunt. Ze brachten hem een denarie aan.   Laat Mij de belastingmunt eens zien." Zij hielden Hem een geldstuk voor.  Laat Mij eens een belastingmunt zien.’ Ze gaven Hem een denarie.  Laat me de belastingmunt zien.’ Ze reikten hem een denarie aan.  toont mij de munt van de accijns! Ze brengen hem een dinar.  19. Faites-moi voir l'argent de l'impôt. » Ils lui présentèrent un denier 

Statenvertaling . 19 Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning.
King James Bible . [19] Shew me the tribute money. And they brought unto him a penny.
Luther-Bibel . 19 Zeigt mir die Steuermünze! Und sie reichten ihm einen Silbergroschen.

Tekstuitleg van Mt 22,19 .

- prosferô (brengen of dragen bij) bij Matteüs, zie Mt 9,2 .

Mt 22,20 - Mt 22,20 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai legei autois, Tínos hè eikôn hautè kai hè epigrafè;   et ait illis Iesus cuius est imago haec et suprascriptio  En hij zei hun : "Van wie is deze afbeelding en het opschrift?"  Hij vroeg hun: "Van wie is deze beeldenaar en het opschrift? Hij zei hun: Van wie is die afbeelding en het opschrift?  Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’   Hij zegt tot hen: wiens beeld en opschrift is dat?  20. et il leur dit : « De qui est l'effigie que voici ? et l'inscription ? » Ils disent :  

Statenvertaling . 20 En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en het opschrift?
King James Bible . [20] And he saith unto them, Whose is this image and superscription?
Luther-Bibel . 20 Und er sprach zu ihnen: Wessen Bild und Aufschrift ist das?

Tekstuitleg van Mt 22,20 .

Mt 22,21 - Mt 22,21 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 29ste (negenentwintigste) zondag door het a-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
legousin autôi, Kaisaros. Legei autois, Apodote oun ta Kaisaros Kaisari kai ta tou Theou tôi Theôi dicunt ei Caesaris tunc ait illis reddite ergo quae sunt Caesaris Caesari et quae sunt Dei Deo  Ze zeiden hem : "Van de keizer". Toen zei hij hun : "Geef dus de dingen van de keizer aan de keizer terug , en de dingen van God aan God". Zij antwoordden: "Van de keizer." Daarop sprak Hij tot hen: "Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt."  Ze zeiden hem: ‘Van de keizer.’ Daarop zei Hij tegen hen: ‘Geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.’  Ze antwoordden: ‘Van de keizer.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’  Ze zeggen: van Caesar… Daarop zegt hij tot hen: geeft dan wat van Ceasar is aan Ceasar en wat van God is aan God!  21. « De César. » Alors il leur dit : « Rendez donc à César ce qui est à César, et à Dieu ce qui est Dieu. »  

Statenvertaling . 21 Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
King James Bible . [21] They say unto him, Caesar's. Then saith he unto them, Render therefore unto Caesar the things which are Caesar's; and unto God the things that are God's.
Luther-Bibel . 21 Sie sprachen zu ihm: Des Kaisers. Da sprach er zu ihnen: So gebt dem Kaiser, was des Kaisers ist, und Gott, was Gottes ist!

Tekstuitleg van Mt 22,21 .

Mt 22,22 - Mt 22,22 : 291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,15 - Mt 22,16 - Mt 22,17 - Mt 22,18 - Mt 22,19 - Mt 22,20 - Mt 22,21 - Mt 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai akousantes ethaumason kai afentes auton apèlthan   et audientes mirati sunt et relicto eo abierunt  Toen ze dit hoorden, waren ze verwonderd, en ze lieten hem (en) gingen heen.   22 En zij, dit horende, verwonderden zich, en Hem verlatende, zijn zij weggegaan.  Toen ze dat hoorden, stonden ze verbaasd; ze lieten Hem met rust en gingen weg.  Ze waren zeer verbaasd toen ze dit hoorden. Ze lieten hem staan en gingen weg.  Als ze dat horen zijn ze vol verwondering; ze laten hem met rust en gaan weg.  22. A ces mots ils furent tout surpris et, le laissant, ils s'en allèrent. 

King James Bible . [22] When they had heard these words, they marvelled, and left him, and went their way.
Luther-Bibel . 22 Als sie das hörten, wunderten sie sich, ließen von ihm ab und gingen davon.

Tekstuitleg van Mt 22,22 .

5. act. part. aor. nom. mann. mv. αφεντες = afentes (achtergelaten) van het werkw. αφιημι = afièmi (aflaten, achterlaten) . Taalgebruik in het NT : afièmi (aflaten, achterlaten) . Taalgebruik in de LXX : afièmi (aflaten, achterlaten) . Taalgebruik in Mc : afièmi (aflaten, achterlaten) . par-donner (pardon) : ver-geven . s'excuser (ex -causa) = buiten de zaak , zich ver-ont-schuld-igen . kwijt-schelden (ont-schulden) . Slechts in het NT (15) . Mt (4) : (1) Mt 4,20 . (2) Mt 4,22 . (3) Mt 22,22 . (4) Mt 26,56 . Mc (6) : (1) Mc 1,18 . (2) Mc 1,20 . (3) Mc 4,36 . (4) Mc 7,8 . (5) Mc 12,12 . (6) Mc 14,50 . Lc (3) : (1) Lc 5,11 . (2) Lc 10,30 . (3) Lc 18,28 . Verder : (1) Rom 1,27 . (2) Heb 6,1 . Een vorm van αφιημι = afièmi (aflaten, achterlaten) in de LXX (138) , in het NT (142) , Mt (47) , Mc (34) , Lc (31) .

5. - 6. αφεντες αυτον = afentes auton (hem achtergelaten) . NT (4) : (1) Mt 22,22 // Mc 12,12 . (2) Mt 26,56 // Mc 14,50 . (3) Mc 12,12 // Mt 22,22 . (4) Mc 14,50 // Mt 26,56 . In het eerste geval laten tegenstanders Jezus achter , in het tweede geval zijn het alle leerlingen . In tegenstelling tot : (1) Mt 4,20 // Mc 1,18 . (2) Mt 4,22 // Mc 1,20 . (3) Mc 1,18 // Mt 4,20 . (4) Mc 1,20 // Mt 4,22 lieten de leerlingen van alles achter om Jezus te volgen .

- akousantes (gehoord) participium aorist van het werkwoord akouô (luisteren, horen). Bij Matteüs, zie Mt 4,12 .
- afièmi : weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten, zie Mt 6,14 .

292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis : Mt 22,23-33 - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -

Mt 22,23 - Mt 22,23 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
En ekeinèi tèi hèmerai prosèlthon autôi Saddoukaioi, legontes mè einai anastasin, kai epèrôtèsan auton   in illo die accesserunt ad eum Sadducaei qui dicunt non esse resurrectionem et interrogaverunt eum   Op die dag naderden hem Sadduceeën, die zeggen dat er geen opstanding is; en ze ondervroegen hem, zeggend:   Die dag kwamen er Sadduceeën bij Hem; deze houden dat er geen verrijzenis bestaat. Ze legden Hem daarom de volgende kwestie voor:   Op die dag kwamen er sadduceeën* naar Hem toe, die ontkennen dat er een opstanding is. Ze legden Hem de volgende vraag voor:  Diezelfde dag kwamen er Sadduceeën, die beweren dat er geen opstanding uit de dood is, naar hem toe. Ze stelden hem deze vraag:  Op diezelfde dag komen er sadduceeërs tot hem die zeggen dat er geen opstanding is en zij stellen hem een vraag  23. Ce jour-là, des Sadducéens, gens qui disent qu'il n'y a pas de résurrection, s'approchèrent de lui et l'interrogèrent en disant : 

Statenvertaling . 23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceën, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.
King James Bible . [23] The same day came to him the Sadducees, which say that there is no resurrection, and asked him,
Luther-Bibel . 23 An demselben Tage traten die Sadduzäer zu ihm, die lehren, es gebe keine Auferstehung, und fragten ihn

Tekstuitleg van Mt 22,23 .

Mt 22,24 - Mt 22,24 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:24 legontes didaskale môusès eipen ean tis apothanè mè echôn tekna epigambreusei o adelfos autou tèn gunaika autou kai anastèsei sperma tô adelfô autou   24 dicentes magister Moses dixit si quis mortuus fuerit non habens filium ut ducat frater eius uxorem illius et suscitet semen fratri suo     24 Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken.   [24] ‘Meester, Mozes heeft gezegd: Als iemand sterft zonder kinderen, zal zijn broer zijn vrouw trouwen en voor zijn broer nakomelingen verwekken.   [24] ‘Meester, Mozes heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.”   24 en zeggen: leermeester, Mozes zegt ‘als iemand sterft zonder kinderen te hebben, zal zijn broer zijn vrouw erbij huwen en zo zaad doen opstaan voor zijn broer’;  24. « Maître, Moïse a dit : Si quelqu'un meurt sans avoir d'enfants, son frère épousera la femme, sa belle-sœur, et suscitera une postérité à son frère. 

Statenvertaling .
King James Bible . [24] Saying, Master, Moses said, If a man die, having no children, his brother shall marry his wife, and raise up seed unto his brother.
Luther-Bibel . 24 und sprachen: Meister, Mose hat gesagt (5.Mose 25,5-6): »Wenn einer stirbt und hat keine Kinder, so soll sein Bruder die Frau heiraten und seinem Bruder Nachkommen erwecken.«

Tekstuitleg van Mt 22,24 .

Mt 22,25 - Mt 22,25 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:25 èsan de par èmin epta adelfoi kai o prôtos gèmas eteleutèsen kai mè echôn sperma afèken tèn gunaika autou tô adelfô autou 25 erant autem apud nos septem fratres et primus uxore ducta defunctus est et non habens semen reliquit uxorem suam fratri suo    25 Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder.  [25] Nu waren er bij ons zeven broers. De eerste trouwde en stierf, en omdat hij geen nakomelingen had, liet hij zijn vrouw na aan zijn broer.  [25] Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer.  25 nu waren er bij ons zeven broers; de eerste trouwde en kwam om, en omdat hij geen nazaat had liet hij zijn vrouw na aan zijn broer;  25. Or il y avait chez nous sept frères. Le premier se maria, puis mourut sans postérité, laissant sa femme à son frère. 

Statenvertaling .
King James Bible . [25] Now there were with us seven brethren: and the first, when he had married a wife, deceased, and, having no issue, left his wife unto his brother:
Luther-Bibel . 25 Nun waren bei uns sieben Brüder. Der erste heiratete und starb; und weil er keine Nachkommen hatte, hinterließ er seine Frau seinem Bruder;

Tekstuitleg van Mt 22,25 .

Mt 22,26 - Mt 22,26 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:26 omoiôs kai o deuteros kai o tritos eôs tôn epta  26 similiter secundus et tertius usque ad septimum    26 Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot den zevende toe.   [26] Zo ging het ook met de tweede, en met de derde, tot de zevende toe.   [26] Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe.  26 maar evenzo ging het met de tweede en de derde, tot alle zeven toe;  26. Pareillement le deuxième, puis le troisième, jusqu'au septième.  

Statenvertaling .
King James Bible . [26] Likewise the second also, and the third, unto the seventh.
Luther-Bibel . 26 desgleichen der zweite und der dritte bis zum siebenten.

Tekstuitleg van Mt 22,26 .

Mt 22,27 - Mt 22,27 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:27 usteron de pantôn apethanen è gunè   27 novissime autem omnium et mulier defuncta est     27 Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven.   [27] Het laatst van allen stierf de vrouw.   [27] Het laatst van allen stierf de vrouw.   27 het laatst van allen sterft de vrouw;  27. Finalement, après eux tous, la femme mourut. 

Statenvertaling .
King James Bible . [27] And last of all the woman died also.
Luther-Bibel . 27 Zuletzt nach allen starb die Frau.

Tekstuitleg van Mt 22,27 .

Mt 22,28 - Mt 22,28 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:28 en tè anastasei oun tinos tôn epta estai gunè pantes gar eschon autèn  28 in resurrectione ergo cuius erit de septem uxor omnes enim habuerunt eam     28 In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?  [28] Van wie van de zeven zal ze bij de opstanding de vrouw zijn? Want allemaal hebben ze haar als vrouw gehad.’   [28] Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’  28 van wie van de zeven nu zal zij in de opstanding de vrouw zijn?– want allen hebben zij haar gehad!   28. A la résurrection, duquel des sept sera-t-elle donc la femme ? Car tous l'auront eue. » 

Statenvertaling .
King James Bible . [28] Therefore in the resurrection whose wife shall she be of the seven? for they all had her.
Luther-Bibel . 28 Nun in der Auferstehung: wessen Frau wird sie sein von diesen sieben? Sie haben sie ja alle gehabt.

Tekstuitleg van Mt 22,28 .

Mt 22,29 - Mt 22,29 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:29 apokritheis de o ièsous eipen autois planasthe mè eidotes tas grafas mède tèn dunamin tou theou   29 respondens autem Iesus ait illis erratis nescientes scripturas neque virtutem Dei   29 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.  [29] Jezus gaf hun ten antwoord: ‘U zit op een dwaalspoor, omdat u de Schriften niet kent en evenmin de macht van God.  [29] Jezus gaf hun ten antwoord: ‘U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin!   29 Het antwoord van Jezus is dat hij tot hen zegt: ge zijt verdwaald!– ge hebt geen besef van de Schriften en ook niet van de kracht van God;   29. Jésus leur répondit : « Vous êtes dans l'erreur, en ne connaissant ni les Écritures ni la puissance de Dieu.  

Statenvertaling .
King James Bible . [29] Jesus answered and said unto them, Ye do err, not knowing the scriptures, nor the power of God.
Luther-Bibel . 29 Jesus aber antwortete und sprach zu ihnen: Ihr irrt, weil ihr weder die Schrift kennt noch die Kraft Gottes.

Tekstuitleg van Mt 22,29 .

Mt 22,30 - Mt 22,30 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:30 en gar tè anastasei oute gamousin oute gamizontai all ôs aggeloi en tô ouranô eisin   30 in resurrectione enim neque nubent neque nubentur sed sunt sicut angeli Dei in caelo     30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.   [30] Want bij de opstanding huwt men niet en wordt men niet uitgehuwelijkt, maar is men als engelen in de hemel.   [30] Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel.   30 want in de opstanding huwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, nee, als engelen in de hemel zijn ze!  30. A la résurrection, en effet, on ne prend ni femme ni mari, mais on est comme des anges dans le ciel.  

Statenvertaling .
King James Bible . [30] For in the resurrection they neither marry, nor are given in marriage, but are as the angels of God in heaven.
Luther-Bibel . 30 Denn in der Auferstehung werden sie weder heiraten noch sich heiraten lassen, sondern sie sind wie Engel im Himmel.

Tekstuitleg van Mt 22,30 .

Mt 22,31 - Mt 22,31 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:31 peri de tès anastaseôs tôn nekrôn ouk anegnôte to rèthen umin upo tou theou legontos  31 de resurrectione autem mortuorum non legistis quod dictum est a Deo dicente vobis     31 En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:  [31] En wat de opstanding van de doden betreft, hebt u niet het woord gelezen dat door God tot u gesproken is:   [31] Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat hij zei:   31 En herkent ge over de opstanding der doden niet wat u gezegd is door God waar hij zegt  31. Quant à ce qui est de la résurrection des morts, n'avez-vous pas lu l'oracle dans lequel Dieu vous dit : 

Statenvertaling .
King James Bible . [31] But as touching the resurrection of the dead, have ye not read that which was spoken unto you by God, saying,
Luther-Bibel . 31 Habt ihr denn nicht gelesen von der Auferstehung der Toten, was euch gesagt ist von Gott, der da spricht (2.Mose 3,6):

Tekstuitleg van Mt 22,31 .

Mt 22,32 - Mt 22,32 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:32 egô eimi o theos abraam kai o theos isaak kai o theos iakôb ouk estin [o*] theos nekrôn alla zôntôn  32 ego sum Deus Abraham et Deus Isaac et Deus Iacob non est Deus mortuorum sed viventium    32 Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.  [32] Ik ben de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob? Hij is geen God van doden, maar van levenden.’   [32] “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden.’   32 ‘ik ben–en–blijf de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob’?– hij is niet een God van de doden maar van de levenden!   32. Je suis le Dieu d'Abraham, le Dieu d'Isaac et le Dieu de Jacob ? Ce n'est pas de morts mais de vivants qu'il est le Dieu ! » 

Statenvertaling .
King James Bible . [32] I am the God of Abraham, and the God of Isaac, and the God of Jacob? God is not the God of the dead, but of the living.
Luther-Bibel . 32 »Ich bin der Gott Abrahams und der Gott Isaaks und der Gott Jakobs«? Gott ist nicht ein Gott der Toten, sondern der Lebenden.

Tekstuitleg van Mt 22,32 .

Mt 22,33 - Mt 22,33 : 292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,23 - Mt 22,24 - Mt 22,25 - Mt 22,26 - Mt 22,27 - Mt 22,28 - Mt 22,29 - Mt 22,30 - Mt 22,31 - Mt 22,32 - Mt 22,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:33 kai akousantes oi ochloi exeplèssonto epi tè didachè autou 33 et audientes turbae mirabantur in doctrina eius   33 En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.   [33] Toen de menigte dat hoorde, waren ze geestdriftig over zijn onderricht. [33] Toen de talrijke omstanders dit hoorden, stonden ze versteld over zijn onderricht. 33 De scharen die dat horen zijn buiten zichzelf over zijn onderricht. 33. Et les foules, qui avaient entendu, étaient frappées de son enseignement. 

Statenvertaling .
King James Bible . [33] And when the multitude heard this, they were astonished at his doctrine.
Luther-Bibel . 33 Und als das Volk das hörte, entsetzten sie sich über seine Lehre.

Tekstuitleg van Mt 22,33 .

293. Vraag naar het eerste gebod : Mt 22,34-40 - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -

  Mt 22,34  Mt 22,35  Mt 22,36  Mt 22,37  Mt 22,38  Mt 22,39  Mt 22,40     
inleiding van Far.  12            20   
woorden van de Far.               
inleid. van Jezus        Mt 22,37a : 4         
woorden van Jezus        Mt 22,37b : 21  10  12  50   
                Totaal : 81 . Far. : 27 . Jezus : 54 . Inleid. : 11 . Gecit. woorden : 70  

De inleiding van de Farizeeën telt 20 woorden , de vraag telt 7 woorden , de inleiding op het antwoord telt 4 woorden en het antwoord zelf telt 50 woorden . Of anders uitgedrukt : het Farizeeëngedeelte telt 27 woorden , het Jezusgedeelte 54 woorden (samen 81 woorden) of 1/3 en 2/3 . De gesproken woorden van de Farizeeën en van Jezus maken een totaal van 70 . Zowel het Farizeeëngedeelte als het Jezusgedeelte wordt ingeleid door het partikel de (echter) . In de vertalingen verdwijnt dit partikel .

Mt 22,34 - Mt 22,34 : 293. Vraag naar het eerste gebod - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Hoi de Pharisaioi akousantes hoti efimôsen tous Saddoukaious sunèchthèsan epi to auto. Pharisaei autem audientes quod silentium inposuisset Sadducaeis convenerunt in unum   Toen de Farizeeën hoorden dat hij de Sadduceeën tot zwijgen gebracht had, vergaderden ze op dezelfde plaats ;   In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had.  Toen de farizeeën hoorden dat Hij de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar  Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat hij de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar.  Als de farizeeërs horen dat hij de sadduceeërs tot zwijgen heeft gebracht stromen ze bij hem samen;  34. Apprenant qu'il avait fermé la bouche aux Sadducéens, les Pharisiens se réunirent en groupe,  

Statenvertaling . 34 En den Farizeën, gehoord hebbende, dat Hij den Sadduceën den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd.
King James Bible . [34] But when the Pharisees had heard that he had put the Sadducees to silence, they were gathered together.
Luther-Bibel . Mt 22,34 .34 Als aber die Pharisäer hörten, dass er den Sadduzäern das Maul gestopft hatte, versammelten sie sich. n

Tekstuitleg van Mt 22,34 .

1. Bepaald lidwoord mannelijk meervoud hoi (de) .

lidw. mv. bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. m. mv. hoi 4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 

lidw. mv. Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28    
nom. m. mv. hoi   11  13  13  10  10  13  10  14  15  196   

In tien verzen in Mt 22 : (1) Mt 22,4 . (2) Mt 22,5 . (3) Mt 22,6 . (4) Mt 22,8 . (5) Mt 22,10 . (6) Mt 22,15 . (7) Mt 22,19 . (8) Mt 22,33 . (9) Mt 22,34 . (10) Mt 22,40 .

2. Partikel van lichte tegenstelling : de (echter) . Steeds als tweede woord in de zin . Verwant met to - de : dan , daarop .

de (echter)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk syn.  ev. 
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 

parikel de (echter) Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28    
  21 11 9 5 12 13 3 16 16 13 5 17 25 19 19 14 11 9 15 13 22 17 13 15 21 31 27 9 421   

In zeventien verzen in Mt 22 : (1) Mt 22,5 . (2) Mt 22,6 . (3) Mt 22,7 . (4) Mt 22,8 . (5) Mt 22,11 . (6) Mt 22,12 . (7) Mt 22,14 . (8) Mt 22,18 . (9) Mt 22,19 . (10) Mt 22,25 . (11) Mt 22,27 . (12) Mt 22,29 . (13) Mt 22,31 . (14) Mt 22,34 . (15) Mt 22,37 . (16) Mt 22,39 . (17) Mt 22,41 .
In Mt 22,34 is er verandering van vragenstellers . Na de vraag van de Sadduceeën komt de vraag van de Farizeeën . Mt 22,34 - Mt 22,35 vormt de inleiding . In Mt 22,36 wordt de vraag gesteld . In Mt 22,37a wordt het antwoord van Jezus ingeleid . In Mt 22,37 b - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 geeft Jezus het antwoord . De inleiding van de Farizeeën telt 20 woorden , de vraag telt 7 woorden , de inleiding op het antwoord telt 4 woorden en het antwoord zelf telt 50 woorden . Of anders uitgedrukt : het Farizeeëngedeelte telt 27 woorden , het Jezusgedeelte 54 woorden (samen 81 woorden) of 1/3 en 2/3 . Zowel het Farizeeëngedeelte als het Jezusgedeelte wordt ingeleid door het partikel de (echter) . In de vertalingen verdwijnt dit partikel .

3. Het is de laatste keer dat de Farizeeën tijdens het leven van Jezus bij hem komen . Hun samenkomst was een complot om hem uit de weg te ruimen ; dat besluit stond reeds vroeger vast , maar nu zoeken zij naar een gelegenheid om hem te kunnen beschuldigen . Ze komen met een vraag naar Jezus die de kern van hun godsdienst moet weergeven . Jezus antwoordt : God en je naaste beminnen . De Farizeeën schieten schromelijk tekort in het beminnen van hun naaste ; integendeel, ze staan Jezus naar het leven . Uit hun houding blijkt hoe 'schijn-heilig' ze zijn . Daartegen zal Jezus tegen hen uitvaren in Mt 23 .

farisaios Farizeeër) bijbel  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. syn. ev.
nom. enk. farizaios      
gen. enk. farisaiou          
nom. + voc. mv. farizaioi 49 49 21 8 10 9 1   39  48 
gen. mv. farisaiôn 28  28    18  24 
dat. mv. farisaiois          
acc. mv. farisaious        
Totaal   95  95  28  12  27  19  67  86 

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord farisaios (Farizeeër) in vijfennegentig verzen voor . Bij Mt komt het in achtentwintig verzen voor of 29,47 % . Het is wel opvallend dat het bij Mt slechts in de nom. + voc. mv. (21) en gen. mv. (7) voorkomt .

Een vorm van farisaios (Farizeeër) : nom. , voc. + gen. mv. 28 : (1) Mt 3,7 (gen.) . (2) Mt 5,20 (gen.) . (3) Mt 9,11 (nom.) . (4) Mt 9,14 (nom.) . (5) Mt 9,34 (nom.) . (6) Mt 12,2 (nom.) . (7) Mt 12,14 (nom.) . (8) Mt 12,24 (nom.) . (9) Mt 12,38 (gen.) . (10) Mt 15,1 (nom.) . (11) Mt 15,12 (nom.) . (12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) .  (16) Mt 19,3 (nom.) . (17) Mt 21,45 (nom.) . (18) Mt 22,15 (nom.) . (19) Mt 22,34 (nom.) . (20) Mt 22,41 (gen.) . (21) Mt 23,2 (nom.) . (22) Mt 23,13 (voc.) . (23) Mt 23,15 (voc.) . (24) Mt 23,23 (voc.) . (25) Mt 23,25 (voc.) . (26) Mt 23,27 (voc.) . (27) Mt 23,29 (voc.) . (28) Mt 27,62 (nom.) .

1. - 3. hoi de farisaioi (de Farizeeën echter) .

hoi de farisaioi 4 : (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (6) Mt 12,24 . (13) Mt 22,34 .

4. akousantes (gehoord) : participium aorist nominatief mannelijk meervoud . Met de Farizeeën als onderwerp : Mt 12,24 , Mt 15,12 , Mt 21,45 , Mt 22,34 .

6. 8. 11. 13.
Mt 12,24 Mt 15,12 Mt 21,45 Mt 22,34
       
hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) akouontes (gehoord)  hoi Pharisaioi (de Farizeeën) akousantes (gehoord) ton logon (het woord)  akouontes (gehoord) hoi archiereis kai hoi Pharisaioi (de hogepriesters en de Farizeeën) ... hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) akousantes (gehoord) ... 
eipon (zeiden) eskandalisthèsan (werden geschandaliseerd) egnôsan (wisten) sunèchthèsan epi to auto (verzamelden bij elkaar)
118. De Beëlzebubcontroverse : Mc 3,22-27 - Mt 12,24-30 - Lc 11,15-23 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 - Mt 15,10-20 289. Gelijkenis van de boze wijnbouwers : Mc 12,1-12 - Mt 21,33-46 - Lc 20,9-19 - 293. Vraag naar het eerste gebod : Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40

Misschien zit er wel een zekere gradatie in wat de Farizeeën hoorden .

1. - 4. hoi de farisaioi (de Farizeeën echter) + deelwoord . Niet in Mt 9,34 .

3. 4. 6. 13.
Mt 9,34 Mt 12,2 Mt 12,24 Mt 22,34
hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter)  hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) idontes (gezien)  hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) akouontes (horende)  hoi de Pharisaioi (De Farizeeën echter) akousantes (gehoord) ... 
elegon (zeiden) eipan autôi (zeiden hem) eipon (zeiden) sunèchthèsan epi to auto (verzamelden bij elkaar)
73. Genezing van een stomme bezetene : Mt 9,32-34 - Mt 12,22-23 - Mc 3,22-27 - Lc 11,14 94. Aren uittrekken op sabbat : Mc 2,23-28 - Mt 12,1-8 - Lc 6,1-5 118. De Beëlzebubcontroverse : Mc 3,22-27 - Mt 12,24-30 - Lc 11,15-23 293. Vraag naar het eerste gebod : Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40

In negen verzen gaat een participiumzin met de Farizeeën als onderwerp aan het hoofdwerkwoord vooraf .

deelw. + de + hoi farisaioi 1 : (5) Mt 12,14 .
hoi de farisaioi + deelw. 3 : (4) Mt 12,2 . (6) Mt 12,24 . (13) Mt 22,34 .
hoi farisaioi + deelw. 1 : (8) Mt 15,12 .
kai + deelw. + hoi farisaioi 3 : (1) Mt 9,11 . (9) Mt 16,1 . (11) Mt 21,45 . (tote i.p.v. kai : (12) Mt 22,15 .

9. sunèchthèsan (zij lieten zich samendrijven , zij verzamelden zich) . Passief aorist derde persoon meervoud . In zevenenvijftig verzen in de bijbel . In achtenveertig verzen in het O.T. : Ps 2,2 . In negen verzen in het N.T. . (1) Mt 13,2 . (2) Mt 22,34 . (3) Mt 26,3 . (4) Mt 26,57 . (5) Mt 27,62 . (6) Mc 2,2 . (7) Hnd 4,26 . (8) Hnd 4,27 . (9) Hnd 15,6 .

In Hnd 4,26 wordt Ps 2,2 geciteerd . In Hnd 4,27 wordt deze Psalm toegepast op Jezus . De formulering laat er geen twijfel over bestaan dat de samenkomst van de Farizeeën tegen Jezus gericht is . De formulering verwijst duidelijk naar Ps 2 : sunèchthèsan epi to auto (zij verzamelden zich op dezelfde plaats) .

10. - 12. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . NT (10) : (1) Mt 22,34 . (2) Lc 17,35 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 . (8) 1 Kor 7,5 . (9) 1 Kor 11,20 . (10) 1 Kor 14,23 . Bijeenkomen op dezelfde plaats kan een positieve of een negatieve betekenis hebben . Men kan bijeenkomen om de eenheid uit te drukken . Die kan zich echter richten tegen iemand .

Mt 22,35 : : 293. Vraag naar het eerste gebod - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai epèrôtèsen heis ex autôn nomikos peirazôn auton  et interrogavit eum unus ex eis legis doctor temptans eum  en één van hen (een wetgeleerde) ondervroeg (hem) om hem op de proef te stellen :   En een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen:  en een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem op de proef te stellen:  Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde:  één uit hen, een wetgeleerde, stelt een vraag om hem op de proef te stellen:  35. et l'un d'eux lui demanda pour l'embarrasser : 

Statenvertaling . 35 En een uit hen, zijnde een wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende:
King James Bible . [35] Then one of them, which was a lawyer, asked him a question, tempting him, and saying,
Luther-Bibel . 35 Und einer von ihnen, ein Schriftgelehrter, versuchte ihn und fragte:

Tekstuitleg van Mt 22,35 . De samenkomst van de Farizeeën is bedoeld om een strategie uit te werken hoe ze Jezus in zijn woorden kunnen strikken . Ze zijn van mening dat ze Jezus kunnen vangen in verband met de hiërarchie in de Torah . Ze sturen een deskundige op Jezus af . Ze zijn ervan overtuigd dat Jezus het onderspit zal delven en dat zijn woord zijn doodsvonnis kan betekenen .

2. epèrôtèsen (hij vroeg op , hij 'onder'vroeg) . Verwijzing : epèrôtèsan (zij vroegen) , zie Mt 12,10 . Indicatief aorist derde persoon enkelvoud . In tweeëndertig verzen in de bijbel . In zestien verzen in het O.T. . In zestien verzen in het N.T. . Mt (3) . Mc (6) . Lc (5) . Joh (1) . Hnd (1) . In drie verzen bij Mt : Mt 22,35 , Mt 22,41 en Mt 27,11 .

6. nomikos (wetgeleerde) . Bij Mt is het de enigste keer dat de term nomikos (wetgeleerde) wordt gebruikt . Een vorm van nomikos komt 6X voor in Lc en 1X in Tit .

7. peirazôn (beproefende) . Het tegenwoordig deelwoord nominatief enkelvoud van peirazô (beproeven) komt bij Mt slechts in twee verzen voor : (1) Mt 4,3 . (2) Mt 22,35 . In Mt 4,3 stelt de beproevende de vraag : 'Indien gij de zoon van God zijt... ' . De beproevende wil Jezus afbrengen van zijn dienst aan God . In beide gevallen stelt Jezus God voorop . In Mt 4,4 antwoordt Jezus : 'De mens leeft niet van brood alleen maar van elk woord dat komt uit de mond van God.' In Mt 22,36 antwoordt Jezus : 'U zult de Heer uw God liefhebben... ' Jezus kiest voor God en verduidelijkt zijn relatie tot God als een veelgeliefde zoon (Mt 3,17 : het doopsel van Jezus) . Jezus citeert Dt 6,5 , het sjema Israël : 'Hoor Israël ... U zult de heer uw God liefhebben* met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten .' Dit vers telt 10 woorden alsof de 10 geboden in dit vers vervat zijn . Maar er is meer . Jezus is geen wetgeleerde die theoretisch weet wat het voornaamste gebod is , hij weet dat vanuit zijn beleving . Dat maakt de grote tegenstelling met de wetgeleerde uit . Hij weet wel en handelt niet ernaar . Hij brengt de ander in bekoring . Vanuit zijn contact en medeleven met medemensen weet Jezus maar al te goed hoe belangrijk de liefde tot de medemens is . Hij citeert Lev 19,18 . Hij koppelt beide geboden aan elkaar . Deze koppeling komt vanuit zijn beleving .

Mt 22,36 : 293. Vraag naar het eerste gebod - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Didaskale, poia entolè megalè en tôi nomôi;   magister quod est mandatum magnum in lege  "Meester, welk gebod is het grootste in de Wet?" "Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?"  ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?  ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’   leermeester, wat is in de Wet het grote gebod?  36. « Maître, quel est le plus grand commandement de la Loi ? »  

Statenvertaling . 36 Meester! welk is het grote gebod in de wet?
King James Bible . [36] Master, which is the great commandment in the law?
Luther-Bibel . 36 Meister, welches ist das höchste Gebot im Gesetz?

Tekstuitleg van Mt 22,36 .

3.

entolè (opdracht) bijbel  O.T.  N.T.  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. + dat. enk. entolè(i) 24 10 14 2 : (1) Mt 22,36 . (2) Mt 22,38 . 2   2   8  
gen. enk. entolès 16 7 9           9      
acc. enk. entolèn 42 24 18 1 : Mt 15,3 . 3 2 3 1 8  
nom. + acc mv. entolai 11 10 1           1      
gen. mv. entolôn 27 24 3 1 : Mt 5,19 .         2  
dat. mv. entolais 20 17 3 1 : Mt 22,40 .   1     1  
acc. mv. entolas 145 128 17 1 : Mt 19,17 . 1 1 4   8 2
Totaal   285  220  65  6 37  16  25 

Een vorm van entolè (opdracht) bij Mt   (1) Mt 5,19 . (2) Mt 15,3 . (3) Mt 19,17 . (4) Mt 22,36 . (5) Mt 22,38 . (6) Mt 22,40.    

Een vorm van entolè (opdracht , gebod) komt in het N.T. in 65 verzen voor ; bij de synoptici in 16 verzen , bij Matteüs in 6 verzen . In drie verzen van onze pericope komt een vorm ervan voor . De wetgeleerde vraagt het grootste gebod . Jezus geeft het grootste gebod , maar noemt dat gebod ook het eerste . Het tweede gebod is eraan gelijk . Deze twee geboden omvatten de wet en de profeten . In plaats van opdracht , gebod zouden we eerder spreken van opgave .
Jezus wordt aangesproken als leraar (didaskale) . De Farizeeën vragen hem naar de voornaamste opdracht (opgave) . De combinatie van 'leren' en 'opdragen' vinden we in het laatste vers van Mt : Mt 28,20 'Leer hen te bewaren alles wat ik u heb opgedragen' .

Mt 22,37 : 293. Vraag naar het eerste gebod - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
ho de efè autôi, Agapèseis kurion ton theon sou en holèi tèi kardiai sou kai en holèi tèi psèchèi sou kai en holèi tèi dianoiai sou   ait illi Iesus diliges Dominum Deum tuum ex toto corde tuo et in tota anima tua et in tota mente tua  Hij nu verklaarde hem : "Je zult de Heer je God liefhebben, met je hele hart en met je hele ziel en met je hele verstand ;   Hij antwoordde hem: "Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand.  Jezus zei hem: ‘U zult* de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.   Hij verklaart hem: liefhebben zul je de Heer, je God met heel je hart en heel je ziel en heel je verstand;  37. Jésus lui dit : « Tu aimeras le Seigneur ton Dieu de tout ton cœur, de toute ton âme et de tout ton esprit : 

Statenvertaling . 37 En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.
King James Bible . [37] Jesus said unto him, Thou shalt love the Lord thy God with all thy heart, and with all thy soul, and with all thy mind.
Luther-Bibel . 37 Jesus aber antwortete ihm: »Du sollst den Herrn, deinen Gott, lieben von ganzem Herzen, von ganzer Seele und von ganzem Gemüt « (5.Mose 6,5).

Tekstuitleg van Mt 22,37 .

8. Een vorm van het woord God wordt in Mt weinig gebruikt . Van de 44 verzen zijn er 28 verzen waarin de genitief wordt gebruikt : zoon van God , koninkrijk van God enz. De accusatief , het lijdend voorwerp , komt in zes verzen voor , in het zevende vers is het een accusatief na het voorzetsel epi (op) . Behalve de zinnen ' zij verheerlijkten God ' zijn de andere zinnen citaten uit het O.T. . Ze geven de fundamentele gerichtheid van Jezus weer .

theos (God)  bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn.. ev. Paul. Ap. br.
nom. enk. theos ( God) 1686  1311  287  15  17  58  163  20  29 46 143 20
gen. enk.  theou (van God) 1517  770  641  28  31  70 43  56  360   53  129 172 293 67
dat.  enk. theô(i) (aan God) 433  249  154  13  110  13  14 18 97  13 
acc.  enk. theon (God) 496  300  142  23  12  30  62  33 45 43 19
Totaal   4132  2630  1224  44  44  117  76  157  695 91  205 281 576  119 

theos (God)  Mt 4 Mt 5 Mt 9 Mt 15 Mt 22 Mt 27  
acc.  enk. theon 2 : (1) Mt 4,7 . (2) Mt 4,10 . 1 : Mt 5,8 . 1 : Mt 9,8 . 1 : Mt 15,31 . 1 : Mt 22,37 . 1 : Mt 27,43 .

Mt 4,7 : ' U zult de Heer uw God niet op de proef stellen ' .
Mt 4,10 : ' U zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen ' .
Mt 5,8 : ' Want zij zullen God zien ' .
Mt 9,8 : ' Zij verheerlijkten God ' .
Mt 15,31 : ' En zij verheerlijkten de God van Israël ' .
Mt 22,37 : ' U zult de Heer uw God beminnen ... ' .
Mt 27,43 : ' Hij heeft zijn vertrouwen gesteld op God ' .

Mt 22,38 : 293. Vraag naar het eerste gebod - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
hautè estin hè megalè kai prôtè entolè   hoc est maximum et primum mandatum   dat is het grootste en eerste gebod.  Dit is het voornaamste en eerste gebod.  Dat is het grootste en eerste gebod.  Dat is het grootste en eerste gebod.  dat is het grote en eerste gebod;  38. voilà le plus grand et le premier commandement. 

Statenvertaling . 38 Dit is het eerste en het grote gebod.
King James Bible . [38] This is the first and great commandment.
Luther-Bibel . 38 Dies ist das höchste und größte Gebot.

Tekstuitleg van Mt 22,38 .

Mt 22,39 - Mt 22,39 : 293. Vraag naar het eerste gebod - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
deutera de homoia autèi, Agapèseis ton plèsion sou hôs seauton   secundum autem simile est huic diliges proximum tuum sicut te ipsum   Het tweede echter is daaraan gelijk : Je zult je naaste liefhebben als jezelf.   Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.  Het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.  Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.  het tweede, daaraan gelijk: ‘liefhebben zul je je naaste als jezelf;  39. Le second lui est semblable : Tu aimeras ton prochain comme toi-même.  

Statenvertaling . 39 En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
King James Bible . [39] And the second is like unto it, Thou shalt love thy neighbour as thyself.
Luther-Bibel . 39 Das andere aber ist dem gleich: »Du sollst deinen Nächsten lieben wie dich selbst« (3.Mose 19,18).

Tekstuitleg van Mt 22,39 .

Op de berg ontving Mozes twee stenen tafels . De eerste tafel bevat de geboden tot God , de tweede de geboden jegens de medemens .

Mt 22,40 : 293. Vraag naar het eerste gebod - Mc 12,28-34 - Mt 22,34-40 - Lc 20,39-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,34 - Mt 22,35 - Mt 22,36 - Mt 22,37 - Mt 22,38 - Mt 22,39 - Mt 22,40 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
en tautais tais dusin entolais holos ho nomos krematai kai hoi profètai   in his duobus mandatis universa lex pendet et prophetae   Aan deze twee geboden hangt de hele Wet en de Profeten.  Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten."  Aan deze twee geboden hangen heel de Wet en de Profeten.’  Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’  aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de profeten!  40. A ces deux commandements se rattache toute la Loi, ainsi que les Prophètes. »  

Statenvertaling . 40 Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
King James Bible . [40] On these two commandments hang all the law and the prophets.
Luther-Bibel . 40 In diesen beiden Geboten hängt das ganze Gesetz und die Propheten.

Tekstuitleg van Mt 22,40 .

294. Zoon en Heer van David : Mt 22,41-46 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -- Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44

Mt 22,41 - Mt 22,41 : 294. Zoon en Heer van David -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -- Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:41 sunègmenôn de tôn farisaiôn epèrôtèsen autous o ièsous 41 congregatis autem Pharisaeis interrogavit eos Iesus     41 Als nu de Farizeën samenvergaderd waren, vraagde hun Jezus,   [41] Terwijl de farizeeën bij elkaar waren, vroeg Jezus hun:   [41] Nu de Farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag:   41 ¶ Nu de farizeeërs samengestroomd zijn stelt Jezus een vraag aan hén  41. Comme les Pharisiens se trouvaient réunis, Jésus leur posa cette question : 

Statenvertaling .
King James Bible . [41] While the Pharisees were gathered together, Jesus asked them,
Luther-Bibel . 41 Als nun die Pharisäer beieinander waren, fragte sie Jesus:

Tekstuitleg van Mt 22,41 .

Mt 22,42 - Mt 22,42 : 294. Zoon en Heer van David -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -- Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:42 legôn ti umin dokei peri tou christou tinos uios estin legousin autô tou dauid   42 dicens quid vobis videtur de Christo cuius filius est dicunt ei David     42 En zeide: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon.  [42] ‘Wat denkt u van de Messias*? Van wie is Hij de zoon?’ Ze zeiden Hem: ‘Van David*.’   [42] ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze.   42 en zegt: wat denkt ú over de Christus?– wiens zoon is hij? Ze zeggen tot hem: van David!  42. « Quelle est votre opinion au sujet du Christ ? De qui est-il fils ? » Ils lui disent : « De David. » - 

Statenvertaling .
King James Bible . [42] Saying, What think ye of Christ? whose son is he? They say unto him, The Son of David.
Luther-Bibel . 42 Was denkt ihr von dem Christus? Wessen Sohn ist er? Sie antworteten: Davids.

Tekstuitleg van Mt 22,42 .

Christou . Verwijzing : Christos (Christus) , zie Mt 1,1 . Genitief enkelvoud . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,1 (-) . (2) Mt 1,17 (+) . (3) Mt 1,18 (+) . (4) Mt 11,2 (+) . (5) Mt 22,42 (+) .

Mt 22,43 - Mt 22,43 : 294. Zoon en Heer van David -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -- Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:43 legei autois pôs oun dauid en pneumati kalei auton kurion legôn   43 ait illis quomodo ergo David in spiritu vocat eum Dominum dicens     43 Hij zeide tot hen: Hoe noemt Hem dan David, in den Geest, zijn Heere? zeggende:   [43] Hij zei: ‘Hoe kan David, geïnspireerd door de Geest, Hem dan Heer noemen, als hij zegt:   [43] Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt:   43 Hij zegt tot hen: hoe kan het dan dat David door de Geest gedreven hem ‘heer’ noemt, als hij zegt   43. « Comment donc, dit-il, David parlant sous l'inspiration l'appelle-t-il Seigneur quand il dit :  

Statenvertaling .
King James Bible . [43] He saith unto them, How then doth David in spirit call him Lord, saying,
Luther-Bibel . 43 Da fragte er sie: Wie kann ihn dann David durch den Geist Herr nennen, wenn er sagt (Psalm 110,1):

Tekstuitleg van Mt 22,43 .

Mt 22,44 - Mt 22,44 : 294. Zoon en Heer van David -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -- Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:44 eipen kurios tô kuriô mou kathou ek dexiôn mou eôs an thô tous echthrous sou upokatô tôn podôn sou   44 dixit Dominus Domino meo sede a dextris meis donec ponam inimicos tuos scabillum pedum tuorum    44 De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.   [44] De Heer heeft gezegd tot mijn Heer: Ga zitten aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden aan uw voeten heb gelegd?   [44] “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’”   44 ‘de Heer zegt tot mijn heer: zetel aan mijn rechterhand, totdat ik je vijanden heb gelegd onder je voeten’?   44. Le Seigneur a dit à mon Seigneur : Siège à ma droite, jusqu'à ce que j'aie mis tes ennemis dessous tes pieds ?  

Statenvertaling .
King James Bible . [44] The LORD said unto my Lord, Sit thou on my right hand, till I make thine enemies thy footstool?
Luther-Bibel . 44 »Der Herr sprach zu meinem Herrn: Setze dich zu meiner Rechten, bis ich deine Feinde unter deine Füße lege«?

Tekstuitleg van Mt 22,44 .

Mt 22,45 - Mt 22,45 : 294. Zoon en Heer van David -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -- Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:45 ei oun dauid kalei auton kurion pôs uios autou estin 45 si ergo David vocat eum Dominum quomodo filius eius est    45 Indien Hem dan David noemt zijn Heere, hoe is Hij zijn Zoon?  [45] Als David Hem Heer noemt, hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?’  [45] Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’   45 Als David hem dus ‘heer’ noemt, hóe is hij dan zijn zoon?   45. « Si donc David l'appelle Seigneur, comment est-il son fils ? » 

Statenvertaling .
King James Bible . [45] If David then call him Lord, how is he his son?
Luther-Bibel . 45 Wenn nun David ihn Herr nennt, wie ist er dann sein Sohn?

Tekstuitleg van Mt 22,45 .

Mt 22,46 - Mt 22,46 : 294. Zoon en Heer van David -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 22 -- Mt 22,41 - Mt 22,42 - Mt 22,43 - Mt 22,44 - Mt 22,45 - Mt 22,46 -- Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22:46 kai oudeis edunato apokrithènai autô logon oude etolmèsen tis ap ekeinès tès èmeras eperôtèsai auton ouketi   46 et nemo poterat respondere ei verbum neque ausus fuit quisquam ex illa die eum amplius interrogare     46 En niemand kon Hem een woord antwoorden; noch iemand durfde Hem van dien dag aan iets meer vragen.   [46] Niemand kon Hem daarop een antwoord geven, en niemand durfde Hem van die dag af nog iets te vragen.  [46] En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen.  46 Niemand is bij machte geweest hem een woord te antwoorden, en men durfde vanaf die dag hem niet meer zo’n vraag te stellen.   46. Nul ne fut capable de lui répondre un mot. Et à partir de ce jour personne n'osa plus l'interroger. 

Statenvertaling .
King James Bible . [46] And no man was able to answer him a word, neither durst any man from that day forth ask him any more questions.
Luther-Bibel . 46 Und niemand konnte ihm ein Wort antworten, auch wagte niemand von dem Tage an, ihn hinfort zu fragen.

Tekstuitleg van Mt 22,46 .


1 et respondens Iesus dixit iterum in parabolis eis dicens 2 simile factum est regnum caelorum homini regi qui fecit nuptias filio suo 3 et misit servos suos vocare invitatos ad nuptias et nolebant venire 4 iterum misit alios servos dicens dicite invitatis ecce prandium meum paravi tauri mei et altilia occisa et omnia parata venite ad nuptias 5 illi autem neglexerunt et abierunt alius in villam suam alius vero ad negotiationem suam 6 reliqui vero tenuerunt servos eius et contumelia adfectos occiderunt 7 rex autem cum audisset iratus est et missis exercitibus suis perdidit homicidas illos et civitatem illorum succendit 8 tunc ait servis suis nuptiae quidem paratae sunt sed qui invitati erant non fuerunt digni 9 ite ergo ad exitus viarum et quoscumque inveneritis vocate ad nuptias 10 et egressi servi eius in vias congregaverunt omnes quos invenerunt malos et bonos et impletae sunt nuptiae discumbentium 11 intravit autem rex ut videret discumbentes et vidit ibi hominem non vestitum veste nuptiali 12 et ait illi amice quomodo huc intrasti non habens vestem nuptialem at ille obmutuit 13 tunc dixit rex ministris ligatis pedibus eius et manibus mittite eum in tenebras exteriores ibi erit fletus et stridor dentium 14 multi autem sunt vocati pauci vero electi 15 tunc abeuntes Pharisaei consilium inierunt ut caperent eum in sermone 16 et mittunt ei discipulos suos cum Herodianis dicentes magister scimus quia verax es et viam Dei in veritate doces et non est tibi cura de aliquo non enim respicis personam hominum 17 dic ergo nobis quid tibi videatur licet censum dare Caesari an non 18 cognita autem Iesus nequitia eorum ait quid me temptatis hypocritae 19 ostendite mihi nomisma census at illi obtulerunt ei denarium 20 et ait illis Iesus cuius est imago haec et suprascriptio 21 dicunt ei Caesaris tunc ait illis reddite ergo quae sunt Caesaris Caesari et quae sunt Dei Deo 22 et audientes mirati sunt et relicto eo abierunt 23 in illo die accesserunt ad eum Sadducaei qui dicunt non esse resurrectionem et interrogaverunt eum 24 dicentes magister Moses dixit si quis mortuus fuerit non habens filium ut ducat frater eius uxorem illius et suscitet semen fratri suo 25 erant autem apud nos septem fratres et primus uxore ducta defunctus est et non habens semen reliquit uxorem suam fratri suo 26 similiter secundus et tertius usque ad septimum 27 novissime autem omnium et mulier defuncta est 28 in resurrectione ergo cuius erit de septem uxor omnes enim habuerunt eam 29 respondens autem Iesus ait illis erratis nescientes scripturas neque virtutem Dei 30 in resurrectione enim neque nubent neque nubentur sed sunt sicut angeli Dei in caelo 31 de resurrectione autem mortuorum non legistis quod dictum est a Deo dicente vobis 32 ego sum Deus Abraham et Deus Isaac et Deus Iacob non est Deus mortuorum sed viventium 33 et audientes turbae mirabantur in doctrina eius 34 Pharisaei autem audientes quod silentium inposuisset Sadducaeis convenerunt in unum 35 et interrogavit eum unus ex eis legis doctor temptans eum 36 magister quod est mandatum magnum in lege 37 ait illi Iesus diliges Dominum Deum tuum ex toto corde tuo et in tota anima tua et in tota mente tua 38 hoc est maximum et primum mandatum 39 secundum autem simile est huic diliges proximum tuum sicut te ipsum 40 in his duobus mandatis universa lex pendet et prophetae 41 congregatis autem Pharisaeis interrogavit eos Iesus 42 dicens quid vobis videtur de Christo cuius filius est dicunt ei David 43 ait illis quomodo ergo David in spiritu vocat eum Dominum dicens 44 dixit Dominus Domino meo sede a dextris meis donec ponam inimicos tuos scabillum pedum tuorum 45 si ergo David vocat eum Dominum quomodo filius eius est 46 et nemo poterat respondere ei verbum neque ausus fuit quisquam ex illa die eum amplius interrogare


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR Mt 21 - Mt 22

In Mt 21 komt Jezus in Jeruzalem en ontmoet er de hogepriesters en schriftgeleerden (Mt 21,15) , de hogepriesters en de oudsten (Mt 21,23) , de hogepriesters en de Farizeeën (Mt 21,45) , leerlingen van de Farizeeën en de Herodianen (Mt 22,16) , de Sadduceeën (Mt 22,23) en de Farizeeën (Mt 22,34 en Mt 22,41) .

hogepriesters - Farizeeën - schriftgeleerden - ouderen

  archiereus (hogepriester) (25) farisaios (Farizeeër) (28) grammateus (schriftgeleerde) (22) presbuteros (oudere) (12)  
archiereus (hogepriester)   2 6 11  
farisaios (Farizeeër) 2   10    
grammateus (schriftgeleerde) 6 10   4  
presbuteros (oudere) 11   4    
afzonderlijk 16   

  archiereus (hogepriester) (25) farisaios (Farizeeër) (28) grammateus (schriftgeleerde) (22) presbuteros (oudere) (12)  
archiereus (hogepriester)   2 : 2 : (1) Mt 21,45 (nom.) . (2) Mt 27,62 (nom.) . 6 : (1) Mt 2,4 (acc. mv) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 26,57 (nom. mv.) . (6) Mt 27,41 (nom. mv.) .  11 : (1) Mt 16,21 (gen. mv.) . (2) Mt 21,23 (nom. mv.) . (3) Mt 26,3 (nom. mv.) . (4) Mt 26,47 (gen. mv.) . (5) Mt 26,57 . (6) Mt 27,1 (nom. mv.) . (7) Mt 27,3 (dat. mv.) . (8) Mt 27,12 (gen. mv.) . (9) Mt 27,20 (nom. mv.) . (10) Mt 27,41 (gen. mv.) . (11) Mt 28,11 -   Mt 28,12 .  
farisaios (Farizeeër) 2 : 2 : (1) Mt 21,45 (nom.) . (2) Mt 27,62 (nom.) .   10 : (1) Mt 5,20 (gen. mv.) .  (2) Mt 12,38 (gen. mv.) . (3) Mt 15,1 (nom. mv.) . (4) Mt 23,2 (nom. mv.) . (5) Mt 23,13 (voc. mv.) . (6) Mt 23,15 (voc. mv.) . (7) Mt 23,23 (voc. mv.) . (8) Mt 23,25 (voc. mv.) . (9) Mt 23,27 (voc. mv.) . (107) Mt 23,29 (voc. mv.) .   
grammateus (schriftgel. 6 : (1) Mt 2,4 (acc. mv) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 26,57 (nom. mv.) . (6) Mt 27,41 (nom. mv.) .  10 : (1) Mt 5,20 (gen. mv.) .  (2) Mt 12,38 (gen. mv.) . (3) Mt 15,1 (nom. mv.) . (4) Mt 23,2 (nom. mv.) . (5) Mt 23,13 (voc. mv.) . (6) Mt 23,15 (voc. mv.) . (7) Mt 23,23 (voc. mv.) . (8) Mt 23,25 (voc. mv.) . (9) Mt 23,27 (voc. mv.) . (107) Mt 23,29 (voc. mv.) .    4 : (1) Mt 15,1 + Mt 15,2 (gen. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) (6) Mt 26,57 (nom. mv.) .    (4) Mt 27,41 (gen. mv.) .   
presbuteros (oudere) 11 : (1) Mt 16,21 (gen. mv.) . (2) Mt 21,23 (nom. mv.) . (3) Mt 26,3 (nom. mv.) . (4) Mt 26,47 (gen. mv.) . (5) Mt 26,57 . (6) Mt 27,1 (nom. mv.) . (7) Mt 27,3 (dat. mv.) . (8) Mt 27,12 (gen. mv.) . (9) Mt 27,20 (nom. mv.) . (10) Mt 27,41 (gen. mv.) . (11) Mt 28,11 -   Mt 28,12 . -   4 : (1) Mt 15,1 + Mt 15,2 (gen. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) (6) Mt 26,57 (nom. mv.) .    (4) Mt 27,41 (gen. mv.) .     
afzonderlijk  7 : (1) Mt 26,3 (gen. enk.) . (2) Mt 26,51 (gen. enk.) . (3) Mt 26,57 (acc. enk.) . (4) Mt 26,58 (gen. enk.) . (5) Mt 26,62 (nom. enk.) . (6) Mt 26,63 (nom. enk.) . (7) Mt 26,65 (nom. enk.) . 16 : (1) Mt 3,7 (gen.) . (2) Mt 9,11 (nom.) . (3) Mt 9,14 (nom.) . (4) Mt 9,34 (nom.) . (5) Mt 12,2 (nom.) . (6) Mt 12,14 (nom.) . (7) Mt 12,24 (nom.) . (8) Mt 15,12 (nom.) . (9) Mt 16,1 (nom.) . (10) Mt 16,6 (gen.) . (11) Mt 16,11 (gen.) . (12) Mt 16,12 (gen.) .  (13) Mt 19,3 (nom.) . (14) Mt 22,15 (nom.) . (15) Mt 22,34 (nom.) . (16) Mt 22,41 (gen.) .   5 : (1) Mt 8,19 (nom. enk.) . (2) Mt 9,3 (gen. mv.) . (3) Mt 13,52 (nom. enk.) . (4) Mt 17,10 (nom. mv.) . (5) Mt 23,34 (acc. mv.) . (1) Mt 15,2 (gen. mv.) .    

Bij dit overzicht wordt aangeduid wanneer een groep afzonderlijk of met anderen wordt vermeld of optreedt . De hogepriesters , de schriftgeleerden en de ouderen komen samen voor in Mt 16,21 (eerste lijdensvoorspelling) en in Mt 27,41 (bespotting van Jezus aan het kruis) . De Farizeeën treden verder op met de Herodianen in Mt 22,16 en met de Sadduceeën in ((1) Mt 3,7 . (2) Mt 16,1 . (3) Mt 16,6 . (4) Mt 16,11 . (5) Mt 16,12) .

Hogepriesters

vorm van archiereus (hogepriester)  25 : (1) Mt 2,4 (acc. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 20,18 (dat. mv.) . (4) Mt 21,15 (nom. mv.) . (5) Mt 21,23 (nom. mv.) . (6) Mt 21,45 (nom. mv.) . (7) Mt 26,3 (nom. mv.) . (8) Mt 26,3 (gen. enk.) . (9) Mt 26,14 (acc. mv.) . (10) Mt 26,47 (gen. mv.) . (11) Mt 26,51 (gen. enk.) . (12) Mt 26,57 (acc. enk.) . (13) Mt 26,58 (gen. enk.) . (14) Mt 26,59 (gen. mv.) . (15) Mt 26,62 (nom. enk.) . (16) Mt 26,63 (nom. enk.) . (17) Mt 26,65 (nom. enk.) . (18) Mt 27,1 (nom. mv.) . (19) Mt 27,3 (dat. mv.) . (20) Mt 27,6 (nom. mv.) . (21) Mt 27,12 (gen. mv.) . (22) Mt 27,20 (nom. mv.) . (23) Mt 27,41 (nom. mv.) . (24) Mt 27,62 (nom. mv.) . (25) Mt 28,11 (dat. mv.) .  

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord archiereus (hogepriester) in 122 verzen voor . Bij Matteüs is dat in vijfentwintig verzen of 20,49 % . In zeven verzen staat het enkelvoud . In twaalf verzen staat de nom. of acc. mv.

De hogepriesters treden op in Jeruzalem . Ze komen steeds voor met andere groepen ; het vaakst met de ouderen (11) , met de schriftgeleerden (6) en met de farizeeën (2) . In twee verzen komen ze voor samen met de ouderen en de schriftgeleerden . Van de 25 verzen is er achtmaal sprake van de hogepriester (in het enkelvoud) . Hij speelt een beslissende rol bij de veroordeling van Jezus . Hierna wordt hij niet meer vermeld . In Mt 16,21 worden ze door Jezus vermeld bij zijn eerste lijdensvoorspelling , in Mt 20,18 bij zijn derde lijdensvoorspelling . In Mt 21,1 komt Jezus Jeruzalem binnen . Hij wordt door het volk en door de kinderen verwelkomd met een Hossana , de zoon van David . De hogepriesters en de schriftgeleerden zijn in de tempel aanwezig en vragen om een reactie bij wat de kinderen roepen (Mt 21,16) . Bij een volgend optreden vragen de hogepriesters en de ouderen naar zijn bevoegdheid (Mt 21,24) . Ze voelen zich bedreigd ; hij komt op hun terrein . Na de parabel van een vader met twee zonen en de parabel van de boosaardige wijngaardarbeiders besluiten de hogepriesters en de Farizeeën om beslag op Jezus te leggen . Maar ze wachten omdat het niet de goede gelegenheid is omwille van het volk . Hier zien we voor de eerste maal de hogepriesters en de Farizeeën samen . De Farizeeën waren reeds lang van plan om Jezus uit de weg te ruimen . We zien de hogepriesters en de Farizeeën een tweede maal samen bij het sturen van afgevaardigden naar Pilatus om een wacht bij Jezus'graf uit te zetten . Je kon toch nooit weten dat Hij verrees . Tot het begin van het lijdensverhaal (Mt 26,3) horen we niets meer over hen .

Farizeeën

Een vorm van farisaios (Farizeeër) : nom. + gen. mv. 28 : (1) Mt 3,7 (gen.) . (2) Mt 5,20 (gen.) . (3) Mt 9,11 (nom.) . (4) Mt 9,14 (nom.) . (5) Mt 9,34 (nom.) . (6) Mt 12,2 (nom.) . (7) Mt 12,14 (nom.) . (8) Mt 12,24 (nom.) . (9) Mt 12,38 (gen.) . (10) Mt 15,1 (nom.) . (11) Mt 15,12 (nom.) . (12) Mt 16,1 (nom.) . (13) Mt 16,6 (gen.) . (14) Mt 16,11 (gen.) . (15) Mt 16,12 (gen.) .  (16) Mt 19,3 (nom.) . (17) Mt 21,45 (nom.) . (18) Mt 22,15 (nom.) . (19) Mt 22,34 (nom.) . (20) Mt 22,41 (gen.) . (21) Mt 23,2 (nom.) . (22) Mt 23,13 (nom.) . (23) Mt 23,15 (nom.) . (24) Mt 23,23 (nom.) . (25) Mt 23,25 (nom.) . (26) Mt 23,27 (nom.) . (27) Mt 23,29 (nom.) . (28) Mt 27,62 (nom.) .

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord farisaios (Farizeeër) in vijfennegentig verzen voor . Bij Mt komt het in achtentwintig verzen voor of 29,47 % . Het is wel opvallend dat het bij Mt slechts in de nom. mv. (21) en gen. mv. (7) voorkomt .

Zij zijn het die vanaf Galilea Jezus in het oog houden en tamelijk vlug beslissen dat hij uit de weg moet worden geruimd . Ze treden samen met de Herodianen Jezus tegemoet om hem te strikken met iets wat de keizer en koning Herodes gevoelig ligt : belasting betalen (Mt 22,17) . Door een verkeerd woord tot Herodes werd Johannes de Doper gevangen gezet en gedood . De Farizeeën namen de Herodianen onder de arm om hun plan te laten slagen : de dood van Jezus . De Herodianen laten het voor wat het was (Mt 22,22) . De Farizeeën zullen het nog niet opgeven . Na de sisser van de Sadduceeën over de opstanding van de doden pogen de Farizeeën het nog eens met de kernvraag : wat is het voornaamste gebod . Het is hun laatste vraag . Daarna zal Jezus hen nog een vraag stellen die verwijst naar zijn heerschap na zijn dood (Mt 22,45) . Voortaan zullen de Farizeeën zwijgen . Over hen horen we niets meer tot de begrafenis van Jezus .

Schriftgeleerden

Een vorm van grammateus (schriftgeleerde) .  (1) Mt 2,4 (acc. mv) . (2) Mt 5,20 (gen. mv.) . (3) Mt 7,29 (nom. mv.) . (4) Mt 8,19 (nom. enk.) . (5) Mt 9,3 (gen. mv.) . (6) Mt 12,38 (gen. mv.) . (7) Mt 13,52 (nom. enk.) . (8) Mt 15,1 (nom. mv.) . (9) Mt 16,21 (gen. mv.) . (10) Mt 17,10 (nom. mv.) . (11) Mt 20,18 (dat. mv.) . (12) Mt 21,15 (nom. mv.) . (13) Mt 23,2 (nom. mv.) . (14) Mt 23,13 (voc. mv.) . (15) Mt 23,15 (voc. mv.) . (16) Mt 23,23 (voc. mv.) . (17) Mt 23,25 (voc. mv.) . (18) Mt 23,27 (voc. mv.) . (19) Mt 23,29 (voc. mv.) . (20) Mt 23,34 (acc. mv.) . (21) Mt 26,57 (nom. mv.) . (22) Mt 27,41 (nom. mv.) .  

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord grammateus (schriftgeleerde) in drieënzestig verzen voor . Bij Matteüs is dat in tweeëntwintig verzen of 34,92 % . Voor bijna 2/3 is het een nom. of acc. mv.

De schriftgeleerden zijn erbij wanneer Jezus voor het eerst in de tempel in Jeruzalem optreedt (Mt 21,15) . Tegen hen spreekt Jezus weeklachten uit (Mt 23) . Ze zijn erbij wanneer het sanhedrin samenkomt om een oordeel over Jezus te vellen en staan onder het kruis om Jezus te bespotten . De schriftgeleerden worden voor de helft van de verzen vermeld vanaf Mt 21 .
De schriftgeleerden treden slechts éénmaal samen met de Farizeeën op nl. in Mt 15,1 .

Ouderen (prebuteros - pr - b - t - r -> priester) .

Een vorm van presbuteros (oudere) 12 : (1) Mt 15,2 (gen. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 21,23 (nom. mv.) . (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) . (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . (12) Mt 28,12 (gen. mv.) .

In het N.T. komt een vorm van het zelfstandig naamwoord presbuteros (oudere) in vijfenzestig verzen voor . Bij Matteüs is dat in twaalf verzen of 18,46 % . Bij Matteüs komt presbuteros (oudere) slechts in het meervoud voor , hoofdzakelijk de nom. (5) en gen. mv. (6) .

Buiten de lijdens- (Mt 26-27) en verrijzenisverhalen (Mt 28) komt presbuteros (oudere) slechts in drie van de twaalf verzen voor . In Mt 15,2 gaat het om de traditie van de ouderen om met gewassen handen te eten . In Mt 16,21 kondigt Jezus voor de eerste maal zijn lijden in Jeruzalem aan . In Mt 21,23 zijn de ouderen bij de hogepriesters aanwezig om aan Jezus in de tempel de vraag te stellen bij welke volmacht hij handelt .

Sadduceeërs

saddoukaios (Sadduceeër)   14 : (1) Mt 3,7 (gen. mv.) . (2) Mt 16,1 (nom. mv.) . (3) Mt 16,6 (gen. mv.) . (4) Mt 16,11 (gen. mv.) . (5) Mt 16,12 (gen. mv.) . (6) Mt 22,23 . (7) Mt 22,34 (dat. mv.) . (8) Mc 12,18 (nom. mv.) . (9) Lc 20,27 (gen. mv.) . (10) Hnd 4,1 (nom. mv.) . (11) Hnd 5,17 (gen. mv.) . (12) Hnd 23,6 (gen. mv.) . (13) Hnd 23,7 (gen. mv.) . (14) Hnd 23,8 (nom. mv.) . (Mt 22,23 // Mc 12,18 // Lc 20,27) . 14 7 1 1 5  

In Mt treden de Farizeeën en de Sadduceeën samen op , vooreerst bij Johannes de Doper : Mt 3,7 , vervolgens bij Jezus : Mt 16,1 . Jezus waarschuwt zijn leerlingen voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën ((1) Mt 16,6 . (2) Mt 16,11 . (3) Mt 16,12) . In Mt 22 zijn Farizeeën en Sadducxeeën wisselend bij Jezus aanwezig (Mt 22,16 : leerlingen van Jezus ; Mt 22,23 : Sadduceeën ; Mt 22,34 en Mt 22,41 : Farizeeën) .

Herodianen

In drie teksten in de bijbel . Gen. mv. hèrodianôn (van / met de Herodianen) : (1) Mt 22,16 . (2) Mc 3,6 . (3) Mc 13,13 . (Mt 22,16 // (2) Mc 3,6) .

In de meeste teksten worden de verschillende groepen getypeerd in het perspectief van het lijden , de dood en de verrijzenis van Jezus .

- theos (God) .

theos (God)  bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn.. ev. Paul. Ap. br.
nom. enk. theos ( God) 1686  1311  287  15  17  58  163  20  29 46 143 20
gen. enk.  theou (van God) 1517  770  641  28  31  70 43  56  360   53  129 172 293 67
dat.  enk. theô(i) (aan God) 433  249  154  13  110  13  14 18 97  13 
acc.  enk. theon (God) 496  300  142  23  12  30  62  33 45 43 19
Totaal   4132  2630  1224  44  44  117  76  157  695 91  205 281 576  119 

 

In het N.T. komt een vorm van het woord God in 1225 verzen voor . In Mt slechts in 45 verzen (3,67 %) . Van de achtentwintig hoofdstukken komt een vorm van het woord God in 17 hoofdstukken voor , in elf evenwel niet . Meest opvallend is Mt 28 waarin een vorm van het woord God niet voorkomt . In Mt 22 komt een vorm van het woord God zevenmaal voor in zes verzen : (1) Mt 22,16 . (2) Mt 22,21 . (3) Mt 22,21 . (4) Mt 22,29 . (5) Mt 22,31 . (6) Mt 22,32 . (7) Mt 22,37 .
Heel dikwijls komt God voor in de uitdrukking 'zoon van God' , in 'koninkrijk van God' , in de tegenstelling satan - God , mens - God , keizer - God . De naam God komt ook vaak voor bij het citeren van de schriften .

theos (God)  Mt 1 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 8 Mt 9 Mt 12 Mt 14 Mt 15  
nom. enk. theos 1 : Mt 1,23 . 1 : Mt 3,9 .     1 : Mt 6,30         1 : Mt 15,4 .
voc. enk. thee                     1
gen. enk.  theou   1 : Mt 3,16 . 3 : (1) Mt 4,3 . (2) Mt 4,4 . (3) Mt 4,6. 2 : (1) Mt 5,9 . (2) Mt 5,34 . 1 : Mt 6,33 . 1 : Mt 8,29 .   2 : (1) Mt 12,4 . (2) Mt 12,28 . 1 : Mt 14,33 . 2 : (1) Mt 15,3 . (2) Mt 15,6 . 28 
dat.  enk. theô(i)         1 : Mt 6,24 .          
acc.  enk. theon     2 : (1) Mt 4,7 . (2) Mt 4,10 . 1 : Mt 5,8 .     1 : Mt 9,8 .     1 : Mt 15,31 .
Totaal   45 

theos (God)  Mt 16 Mt 19 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 26 Mt 27  
nom. enk. theos   1 : Mt 19,6   1 : Mt 22,32      
voc. enk. thee             1 : Mt 27,46 . 1
gen. enk.  theou 2 : (1) Mt 15,16 . (2) Mt 16,23 . 1 : Mt 19,24 . 2 : (1) Mt 21,31 . (2) Mt 21,43 . 4 : (1) Mt 22,16 . (2) Mt 22,21 . (3) Mt 22,29 . (4) Mt 22,31 . 1 : Mt 23,22 . 2 : (1) Mt 26,61 . (2) Mt 26,63 . 3 : (1) Mt 27,40 . (2) Mt 27,43 . (3) Mt 27,54 . 28 
dat.  enk. theô(i)   1 : Mt 19,26 .   1 : Mt 22,21 .        
acc.  enk. theon       1 : Mt 22,37 .     1 : Mt 27,43 .
Totaal   45 

- Ièsous (Jezus) .

Ièsous  Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28  
Ièsous        10    12  110 
Ièsou                                    25 
Ièsoun                                              15 
totaal      12  11  10    23  15  150 

In het N.T. komt een vorm van de naam Jezus in 892 verzen voor . Bij Mt is dat in 150 verzen (16,81 %) . In Mt 26 - Mt 28 (lijdens- en verrijzenisverhalen) komt een vorm van de naam Jezus in drieënveertig verzen (28,66 %) voor .

David

dauid (David)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  957 903 54 15 7 12 1 10 6 3  

dauid (David) in Mt : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,6 . (3) Mt 1,17 . (4) Mt 1,20 . (5) Mt 9,27 . (6) Mt 12,3 . (7) Mt 12,23 . (8) Mt 15,22 . (9) Mt 20,30 . (10) Mt 20,31 . (11) Mt 21,9 . (12) Mt 21,15 . (13) Mt 22,42 . (14) Mt 22,43 . (15) Mt 22,45 .
In Mt komt David voor in verband met de genealogie en de afkomst van Jezus (Mt 1) en in verband met Jeruzalem (Mt 20 - Mt 22) . Er resten dan nog vier verzen .