MATTEÜSEVANGELIE : ZEVENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK , MT 27
-- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-
- Mt
27,1-2 - Mt
27,3-10 - Mt
27,11-14 - Mt
27,15-23 - Mt
27,24-26 - Mt
27,27-31 - Mt
27,32 - Mt
27,33-37 - Mt
27,38-44 - Mt
27,45-54 - Mt
27,55-56 - Mt
27,57-61 - Mt
27,62-66 -
- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website
Bijbeluitleg Mt
1 , Mt 2
, Mt 3 ,
Mt 4 , Mt
5 , Mt 6
, Mt 7 ,
Mt 8 , Mt
9 , Mt 10
, Mt 11 ,
Mt 12 , Mt
13 , Mt 14
, Mt 15 ,
Mt 16 , Mt
17 , Mt 18
, Mt 19 ,
Mt 20 , Mt
21 , Mt 22
, Mt 23 ,
Mt 24 , Mt
25 , Mt 26
, Mt 27 ,
Mt 28 .
- Mt
27,1-2 - Mt
27,3-10 - Mt
27,11-14 - Mt
27,15-23 - Mt
27,24-26 - Mt
27,27-31 - Mt
27,32 - Mt
27,33-37 - Mt 27,38-44 - Mt
27,45-54 - Mt
27,55-56 - Mt
27,57-61 - Mt
27,62-66 -
- Mt 27,1
- Mt 27,2
- Mt 27,3
- Mt 27,4
- Mt
27,5
- Mt 27,6
- Mt 27,7
- Mt 27,8
- Mt 27,9
- Mt 27,10
- Mt 27,11
- Mt 27,12
- Mt 27,13
- Mt 27,14
- Mt 27,15
- Mt 27,16
- Mt 27,17
- Mt 27,18
- Mt 27,19
- Mt 27,20
- Mt 27,21
- Mt 27,22
- Mt 27,23
- Mt 27,24
- Mt 27,25
- Mt 27,26
- Mt 27,27
- Mt 27,28
- Mt 27,29
- Mt 27,30
- Mt 27,31
- Mt 27,32
- Mt 27,33
- Mt 27,34
- Mt 27,35
- Mt 27,36
- Mt 27,37
- Mt 27,38
- Mt 27,39
- Mt 27,40
- Mt 27,41
- Mt 27,42
- Mt 27,43
- Mt 27,44
- Mt 27,45
- Mt 27,46
- Mt 27,47
- Mt 27,48
- Mt 27,49
- Mt
27,50
- Mt
27,51
- Mt
27,52
- Mt
27,53
- Mt
27,54
- Mt 27,55
- Mt
27,56
- Mt 27,57
- Mt 27,58
- Mt 27,59
- Mt
27,60 - Mt
27,61 - Mt
27,62 - Mt
27,63 - Mt
27,64 - Mt
27,65 - Mt
27,66 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email:
arseen.de.kesel@pandora.be
.
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , racisme , samenleving ,
sikhisme , spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen
|
Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
-- bijbel -
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus) ,
Lv (Leviticus) ,
Nu (Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) , 1
S (1 Samuël) , 2
S (2 Samuël) , 1
K (1 Koningen) , 2
K (2 Koningen) , 1
Kr ( 1 Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia) ,
Jdt (Judith) ,
Est (Esther) ,
1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja) ,
Jr (Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea) ,
Jl (Joël) ,
Am (Amos) , Ob
(Obadja) , Jon
(Jona) , Mi (Micha)
, Nah (Nahum) ,
Hab (Habakuk) ,
Sef (Sefanja) ,
Hag (Haggai) ,
Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt (Matteüs)
- Mc (Marcus)
- Lc (Lucas) -
Joh (Johannes)
- Hnd (Handelingen)
, Rom (Rome) ,
1 Kor (Korinte)
, 2 Kor (Korinte)
, Gal (Galatië)
, Ef (Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk (Apokalyps)
.
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het zevenentwintigste hoofdstuk van het
Matteüsevangelie :
336. Naar Pilatus : Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1 -
337. Einde van Judas : Mt
27,3-10
338. Jezus vóór Pilatus : Mc
15,2-5 - Mt
27,11-14 - Lc
23,2-5 -
341. Jezus of Barabbas : Mc
15,6-14 - Mt
27,15-23 - Lc
23, (17) 18-23
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 -
343. Soldaten bespotten Jezus : Mc
15,16-20 - Mt
27,27-31 -
344. Naar Golgota : Mc
15,21 - Mt
27,32 - Lc
23,26-32 -
345. Kruisiging : Mc
15,22-26 - Mt
27,33-37 - Lc
23,33-34 -
346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -
347. Kruisdood van Jezus : Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -
348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc
15,40-41 - Mt
27,55-56 - Lc
23,49 -
349. Begrafenis van Jezus : Mc
15,42-47 - Mt
27,57-61 - Lc
23,50-56a -
350. Wacht bij het graf : Mt
27,62-66 -
336. Naar Pilatus : Mt 27,1-2 - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-Mc 15,1
- Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1 -- Mt
27,1 - Mt
27,2 -
| Mt 27,1 - Mt
27,1 : 336. Naar Pilatus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1 -- Mt
27,1 - Mt
27,2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:1 prôias de genomenès sumboulion
elabon pantes oi archiereis kai oi presbuteroi tou laou kata tou ièsou
ôste thanatôsai auton |
1 mane autem facto consilium inierunt omnes principes
sacerdotum et seniores populi adversus Iesum ut eum morti traderent
|
1 Toen het nu vroege morgen geworden was, namen
alle hogepriesters en de oudsten van het volk een besluit tegen Jezus
om hem ter dood te brengen. |
1 Als het nu morgenstond geworden was, hebben al
de overpriesters en de ouderlingen des volks te zamen raad genomen
tegen Jezus, dat zij Hem doden zouden. |
[1] ’s Morgens vroeg namen alle hogepriesters en
oudsten van het volk het besluit om Jezus te doden. |
[1] De volgende ochtend vroeg namen alle hogepriesters
met de oudsten van het volk het besluit Jezus ter dood te brengen.
|
1 ¶ Als het licht wordt nemen alle overpriesters
en de oudsten van de gemeenschap het raadsbesluit over Jezus om hem
ter dood te brengen. |
1. Le matin étant arrivé, tous les grands prêtres
et les anciens du peuple tinrent un conseil contre Jésus, en sorte
de le faire mourir. |
|
King James Bible . [1] When the morning was come, all the chief priests and
elders of the people took counsel against Jesus to put him to death:
Luther-Bibel . 1 Am Morgen aber fassten alle Hohenpriester und die Ältesten
des Volkes den Beschluss über Jesus, ihn zu töten,
Tekstuitleg van Mt
27,1 .
| Mt 27,2 : 336. Naar Pilatus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1 -- Mt
27,1 - Mt
27,2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:2 kai dèsantes auton apègagon kai
paredôkan pilatô tô ègemoni |
2 et vinctum adduxerunt eum et tradiderunt Pontio
Pilato praesidi |
En ze bonden hem (en) leidden hem weg en leverden
hem over aan Pilatus, de landvoogd. |
2 En Hem gebonden hebbende, leidden zij Hem weg,
en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, den stadhouder. |
[2] Ze boeiden Hem, voerden Hem weg en leverden
Hem over aan Pilatus, de gouverneur. |
[2] Nadat ze hem geboeid hadden, leidden ze hem
weg en leverden hem over aan Pilatus, de prefect. |
2 Ze voeren hem gebonden weg en geven hem over
aan Pilatus, de landvoogd. |
2. Et, après l'avoir ligoté, ils l'emmenèrent et
le livrèrent à Pilate le gouverneur. |
|
King James Bible . [2] And when they had bound him, they led him away, and
delivered him to Pontius Pilate the governor.
Luther-Bibel . 2 und sie banden ihn, führten ihn ab und überantworteten ihn
dem Statthalter Pilatus.
Tekstuitleg van Mt
27,2 .
De overlevering van Jezus door Judas aan de hogepriesters en de schriftgeleerden
werd aangekondigd in de derde lijdensvoorspelling : Mt
20,18 // Mc
10,33 (en de mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en
de schriftgeleerden) . Bij Lucas ontbreekt dit stukje van de derde lijdensaankondiging
. Lucas is voorzichtig om het woord paradidômi (overleveren) te gebruiken
, zowel bij Judas , als bij de hogepriesters en de schriftgeleerden . Het zou
de indruk kunnen geven dat zij macht over Jezus zouden bezitten .
- paredôkan (zij leverden over)
. Verwijzing : paradidômi
(overleveren) . Actief ind. aor. 3de pers. mv. van het werkw. paradidômi
. Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven .
Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er
nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook
spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen
: geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve
zin kan het over-leveren betekenen . I.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus
: In 5 van de 6 verzen : (1) Mt
27,2 // Mc
15,1 . (2) Mt
27,18 // Mc
15,10 (paradedôkeisan = zij hem hadden overgeleverd) . (3) Mc
15,1 // Mt
27,2 . (4) Lc
24,20 . (5) Joh
18,35 .
- paredôken (hij leverde over) . Actief ind. aor.
3de pers. enk. . In 4 verzen in de syn. i.v.m. de overlevering van Jezus aan
Pilatus : (1) Mt
27,26 // Mc
15,15 // Lc
23,25 . (2) Mc
3,19 // Mt
10,4 (paradous = 'die overleverde') // Lc
6,16 (prodotès = overleveraar) . (3) Mc
15,15 // Lc
23,25 // Mt
27,26 . (4) Lc
23,25 // Mt
27,26 // Mc
15,15 .
| paradidômi (overleveren) |
bijbel |
O.T. |
N.T. |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br. |
Apk |
syn. |
ev. |
P. |
A. b. |
| act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken |
82 |
65 |
17 |
3 |
2 |
1 |
2 |
2 |
7 |
|
6 |
8 |
6 |
1 |
| act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan |
8 |
2 |
6 |
2 |
1 |
1 |
1 |
|
1 |
|
4 |
5 |
1 |
|
| sanhedrin |
sanhedrin |
sanhedrin |
Judas |
Pilatus |
Pilatus |
Pilatus |
| Mc
15,1 |
Mt
27,2 |
Mt
27,18 |
Mc
3,19 |
Mc
15,15 |
Mt
27,26 |
Lc
23,25 |
| kai (en) |
kai (en) |
hoti (dat) |
kai Ioudan Iskariôth (Judas Iskariot) |
kai (en) |
ton de Ièsoun Jezus echter) |
|
| paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit
aan Pilatus) |
paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit
aan Pilatus) tôi hègemoni (de procureur) |
dia fthonon paredôkan auton (zij hem omwille van
nijd overleverden ) |
hos kai paredôken auton (die hem ook overleverde) |
paredôken (leverde hij over) ton Ièsoun (Jezus)
|
paredôken (leverde hij over) |
ton de Ièsoun (Jezus) paredôken (leverde
hij over) |
| |
|
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
|
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
tôi thelèmati autôn (aan hun wil) |
| 336. Naar Pilatus : Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1 - |
336. Naar Pilatus : Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1- |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
97. Roeping van de Twaalf : Mc
3,13-19 - Lc
6,12-16 - |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 --
bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
- Mt 27,3
- Mt 27,4
- Mt 27,5
- Mt 27,6
- Mt 27,7
- Mt 27,8
- Mt 27,9
- Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 -
| Mt 27,3 - Mt
27,3 : 337. Einde van Judas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:3 tote idôn ioudas o | paradous | paradidous
| auton oti katekrithè metamelètheis estreyen ta triakonta
arguria tois archiereusin kai presbuterois |
3 tunc videns Iudas qui eum tradidit quod damnatus
esset paenitentia ductus rettulit triginta argenteos principibus sacerdotum
et senioribus |
3 Toen Judas, die hem overgeleverd had, zag dat
hij veroordeeld werd, berouwde hij zich (en) bracht de dertig zilverstukken
terug aan de hogepriesters en de oudsten, |
3 Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende,
dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilveren
penningen den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht, |
[3] Toen Judas, die Hem overleverde, zag dat Hij
veroordeeld was, kreeg hij spijt en bracht hij de dertig zilverstukken
terug naar de hogepriesters en oudsten, |
[3] Toen Judas, die hem had uitgeleverd, zag dat
Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig
zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug |
3 Dan, als Judas die hem heeft prijsgegeven ziet
dat hij veroordeeld is, krijgt hij berouw en brengt hij de dertig
zilverlingen terug naar de overpriesters en oudsten; |
3. Alors Judas, qui l'avait livré, voyant qu'il
avait été condamné, fut pris de remords et rapporta les trente pièces
d'argent aux grands prêtres et aux anciens : |
|
King James Bible . [3] Then Judas, which had betrayed him, when he saw that
he was condemned, repented himself, and brought again the thirty pieces of silver
to the chief priests and elders,
Luther-Bibel . 3 Als Judas, der ihn verraten hatte, sah, dass er zum Tode verurteilt
war, reute es ihn, und er brachte die dreißig Silberlinge den Hohenpriestern
und Ältesten zurück
Tekstuitleg van Mt
27,3 . Dit vers Mt
27,3 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 114 (2 X 3 X 19) letters . De getalwaarde
van Mt
27,3 is 12749 (11 X 19 X 61) .
2. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn
(gezien) , zie Mt
2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106
verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen
in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt
2,16 . (2) Mt
3,7 . (3) Mt
5,1 . (4) Mt
8,18 . (5) Mt
9,2 . (6) Mt
9,4 . (7) Mt
9,22 . (8) Mt
9,23 . (9) Mt
9,36 . (10) Mt
21,19 . (11) Mt
27,3 . (12) Mt
27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin
. Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt
2,16 : Herodes . (2) Mt
27,3 : Judas . (3) Mt
27,24 : Pilatus .
| Mt
2,16 : Herodes |
Mt
27,3 : Judas |
Mt
27,24 : Pilatus |
| Tote (toen) |
Tote (toen) |
|
| Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) |
idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas
die hem overlevert) |
idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus) |
| hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn
(dat hij misleid werd door de magiërs) |
hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) |
hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)... |
| |
brengt de dertig zilverstukken terug |
laat een kom water brengen en wast zijn handen in het
bijzijn van het volk |
| |
èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd.
Ik leverde onschuldig bloed uit) |
athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig
ben ik aan dit bloed) |
| |
Mt
27,4 : su opsèi (u ziet maar) |
humeis opsesthe ( u ziet maar) |
| 12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt
2,13-23 - |
337. Einde van Judas : Mt
27,3-10 - |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 - |
Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het
Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen
, waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp
. In Mt
5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke
deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt
9,36 .
| Mt
5,1 |
idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) |
| Mt
8,18 |
idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte) |
| Mt
9,23 |
kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers
en de menigte) |
| Mt
9,36 |
idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti
èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta
poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over
hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)
|
| Mt 27,4 - Mt
27,4 : 337. Einde van Judas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:4 legôn èmarton paradous aima |
dikaion | athôon | oi de eipan ti pros èmas su oyè |
4 dicens peccavi tradens sanguinem iustum at illi
dixerunt quid ad nos tu videris |
|
4 Zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldig
bloed! Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Gij moogt toezien. |
[4] met de woorden: ‘Ik heb een misdaad begaan door
onschuldig bloed over te leveren.’ Maar ze zeiden: ‘Wat gaat ons dat
aan? Dat moet u zelf maar zien.’ |
[4] en zei: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige
uit te leveren.’ Maar zij zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf
maar op te lossen!’ |
4 hij zegt: ik heb gezondigd, ik heb onschuldig
bloed prijsgegeven! Maar zij zeggen. wat gaat ons dat aan?– zie zelf
maar! |
4. « J'ai péché, dit-il, en livrant un sang innocent.
» Mais ils dirent : « Que nous importe ? A toi de voir. » |
|
King James Bible . [4] Saying, I have sinned in that I have betrayed the innocent
blood. And they said, What is that to us? see thou to that.
Luther-Bibel . 4 und sprach: Ich habe Unrecht getan, dass ich unschuldiges Blut
verraten habe. Sie aber sprachen: Was geht uns das an? Da sieh du zu!
Tekstuitleg van Mt
27,4 .
| Mt 27,5 - Mt
27,5 : 337. Einde van Judas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:5 kai riyas ta arguria eis ton naon anechôrèsen
kai apelthôn apègxato |
5 et proiectis argenteis in templo recessit et abiens
laqueo se suspendit |
5 En hij gooide de zilverstukken in de tempel (en)
trok zich terug; en hij ging heen (en) hing zich op. |
5 En als hij de zilveren penningen in den tempel
geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven. |
[5] En hij gooide de zilverstukken in de tempel
en ging zich ophangen. |
[5] Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in,
vluchtte weg en verhing zich. |
5 Hij gooit de zilverstukken de tempel in en neemt
de wijk. Hij gaat weg en verhangt zich. |
5. Jetant alors les pièces dans le sanctuaire,
il se retira et s'en alla se pendre. |
|
King James Bible . [5] And he cast down the pieces of silver in the temple,
and departed, and went and hanged himself.
Luther-Bibel . 5 Und er warf die Silberlinge in den Tempel, ging fort und erhängte
sich.
Tekstuitleg van Mt
27,5 .
- anachôreô
(uitwijken) In 9 verzen bij Matteüs, zie Mt 2,12 : Mt
2,1-12 -
Judas week uit. Het is een ander soort uitwijken dan het uitwijken van Jezus.
Judas treedt terug nadat hij de leiding had genomen. Hij is de leiding kwijt.
Alles glipt uit zijn vingers weg.
| Mt 27,6 - Mt
27,6 : 337 - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:6 oi de archiereis labontes ta arguria eipan
ouk exestin balein auta eis ton korbanan epei timè aimatos
estin |
6 principes autem sacerdotum acceptis argenteis
dixerunt non licet mittere eos in corbanan quia pretium sanguinis
est |
6 De hogepriesters nu namen de zilverscukken (en)
zeiden: “Het is niet toegestaan die in de tempelschat te werpen,
doordat het de bloedprjs is”. |
6 En de overpriesters, de zilveren penningen nemende,
zeiden: Het is niet geoorloofd, dezelve in de offerkist te leggen,
dewijl het een prijs des bloeds is. |
[6] De hogepriesters namen de zilverstukken en
zeiden: ‘We mogen ze niet bij de offergave doen, omdat het bloedgeld
is.’ |
[6] De hogepriesters verzamelden de zilverstukken
en zeiden tegen elkaar: ‘We mogen ze niet bij de tempelschat voegen,
aangezien het bloedgeld is.’ |
6 De overpriesters nemen de zilverstukken op en
zeggen: die mogen we niet in de offerkist werpen, want het is bloedgeld! |
6. Ayant ramassé l'argent, les grands prêtres dirent
: « Il n'est pas permis de le verser au trésor, puisque c'est le prix
du sang. » |
|
King James Bible . [6] And the chief priests took the silver pieces, and said,
It is not lawful for to put them into the treasury, because it is the price
of blood.
Luther-Bibel . 6 Aber die Hohenpriester nahmen die Silberlinge und sprachen:
Es ist nicht recht, dass wir sie in den Gotteskasten legen; denn es ist Blutgeld.
Tekstuitleg van Mt
27,6 .
| Mt 27,7 - Mt
27,7 : 37. Einde van Judas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- (Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:7 sumboulion de labontes ègorasan ex autôn
ton agron tou kerameôs eis tafèn tois xenois |
7 consilio autem inito emerunt ex illis agrum figuli
in sepulturam peregrinorum |
Ze namen nu een besluit (en) kochtcn daarmee de
akker van de pottenbakker als begraafplaats voor de vreemden. |
7 En te zamen raad gehouden hebbende, kochten zij
daarmede den akker des pottenbakkers, tot een begrafenis voor de vreemdelingen. |
[7] Ze besloten er het land van de pottenbakker
van te kopen, om er de vreemdelingen te begraven. |
[7] Na ampel beraad kochten ze er de akker van de
pottenbakker mee, die dan als begraafplaats voor vreemdelingen kon
dienen. |
7 Ze nemen een raadsbesluit en kopen daarvoor de
akker van de pottenbakker, als begraafplaats voor de vreemdelingen. |
7. Après délibération, ils achetèrent avec cet
argent le » champ du potier » comme lieu de sépulture pour les étrangers. |
|
King James Bible . [7] And they took counsel, and bought with them the potter's
field, to bury strangers in.
Luther-Bibel . 7 Sie beschlossen aber, den Töpferacker davon zu kaufen zum Begräbnis
für Fremde.
Tekstuitleg van Mt
27,7 .
| Mt 27,8 - Mt
27,8 : 337. Einde van Judas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- (Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:8 dio eklèthè o agros ekeinos agros
aimatos eôs tès sèmeron |
8 propter hoc vocatus est ager ille Acheldemach
ager sanguinis usque in hodiernum diem |
8 Daarom werd die akker ‘Bloedakker’
genoemd, tot op vandaag. |
8 Daarom is die akker genaamd de akker des bloeds,
tot op den huidigen dag. |
[8] Daarom wordt dat land Bloedakker genoemd, tot
op de dag van vandaag. |
[8] Daarom heet die akker tot op de dag van vandaag
de Bloedakker. |
8 Daarom wordt die akker ‘Bloedakker’ genoemd,
tot op vandaag. |
8. Voilà pourquoi ce champ-là s'est appelé jusqu'à
ce jour le » Champ du Sang » |
|
King James Bible . [8] Wherefore that field was called, The field of blood,
unto this day.
Luther-Bibel . 8 Daher heißt dieser Acker Blutacker bis auf den heutigen Tag.
Tekstuitleg van Mt
27,8 .
| Mt 27,9 - Mt
27,9 : 337. Einde van Judas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- (Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:9 tote eplèrôthè to rèthen
dia ieremiou tou profètou legontos kai elabon ta triakonta
arguria tèn timèn tou tetimèmenou on etimèsanto
apo uiôn israèl |
9 tunc impletum est quod dictum est per Hieremiam
prophetam dicentem et acceperunt triginta argenteos pretium adpretiati
quem adpretiaverunt a filiis Israhel |
9 Toen werd vervuld wat gezegd is door Jeremia
dc profeet, zeggend: En ze namen de dertig zilverstukken, de prijs
van de geschatte die ze geschat hadden van de zonen van Israël; |
9 Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is
door den profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren
penningen genomen, de waarde des Gewaardeerden van de kinderen Israëls,
Denwelken zij gewaardeerd hebben; |
[9] Toen werd het woord vervuld dat bij monde van
de profeet Jeremia gesproken is: En ze namen de dertig zilverstukken,
de fraaie prijs waarop de zonen van Israël Hem geschat hadden, |
[9] Zo ging in vervulling wat gezegd is door de
profeet Jeremia: ‘En ze verzamelden de dertig zilverstukken, het bedrag
waarop hij geschat was en dat ze hadden bepaald met de zonen van Israël,
|
9 Dan gaat in vervulling wat is gesproken door
de profeet Jeremia als hij zegt ‘zij nemen de dertig zilverstukken,
–de waarde van de Gewaardeerde, wat ze die bij de zonen Israëls waarderen |
. 9. Alors s'accomplit l'oracle de Jérémie le prophète
: Et ils prirent les trente pièces d'argent, le prix du Précieux qu'ont
apprécié des fils d'Israël, |
|
King James Bible . [9] Then was fulfilled that which was spoken by Jeremy the
prophet, saying, And they took the thirty pieces of silver, the price of him
that was valued, whom they of the children of Israel did value;
Luther-Bibel . 9 Da wurde erfüllt, was gesagt ist durch den Propheten Jeremia,
der da spricht: »Sie haben die dreißig Silberlinge genommen, den Preis für den
Verkauften, der geschätzt wurde bei den Israeliten,
Tekstuitleg van Mt
27,9 .
| Mt 27,10 - Mt
27,10 : 337. Einde van Judas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- (Matteüs) -- Mt
27 - Mt
27,3 - Mt
27,4 - Mt
27,5 - Mt
27,6 - Mt
27,7 - Mt
27,8 - Mt
27,9 - Mt
27,10 -- Mt
27,3-10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:10 kai edôkan auta eis ton agron tou kerameôs
katha sunetaxen moi kurios |
10 et dederunt eos in agrum figuli sicut constituit
mihi Dominus |
10 en ze gaven die voor de akker van de pottenbakker,
zoals de Heer mij opgedragen had |
10 En hebben dezelve gegeven voor den akker des
pottenbakkers; volgens hetgeen mij de Heere bevolen heeft. schilderij
van Duccio di Buoninsegna: Christus voor Pilatus |
[10] en ze gaven die voor het land van de pottenbakker,
zoals de Heer mij had opgedragen. |
[10] en ze betaalden er de akker van de pottenbakker
mee, zoals de Heer mij had opgedragen.’ |
10 en geven die uit voor de akker van de pottenbakker,
naar al wat de Heer mij heeft opgedragen’. |
10. et ils les donnèrent pour le champ du potier,
ainsi que me l'a ordonné le Seigneur. |
|
King James Bible . [10] And gave them for the potter's field, as the Lord appointed
me.
Luther-Bibel . 10 und sie haben das Geld für den Töpferacker gegeben, wie mir
der Herr befohlen hat« (Jeremia 32,9; Sacharja 11,12-13).
Tekstuitleg van Mt
27,10 .
338. Jezus vóór Pilatus : Mt
27,11-14 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,2-5 -- Lc
23,2-5 -- Mt
27,11-14 -- Mt
27,11 - Mt
27,12 - Mt
27,13 - Mt
27,14 -
| |
1. Pilatus |
2. Jezus |
3. Pilatus |
4. Jezus |
| |
Mt 27,11b |
Mt 27,11c-12 |
Mt 27,13 |
Mt 27,14 |
| |
kai (en) |
ho de Ièsous (Jezus echter) |
tote |
kai |
| Mt 27,11 - Mt
27,11 : 338. Jezus vóór Pilatus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,2-5 -- Lc
23,2-5 -- Mt
27,11-14 -- Mt
27,11 - Mt
27,12 - Mt
27,13 - Mt
27,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:11 o de ièsous estathè emprosthen
tou ègemonos kai epèrôtèsen auton o ègemôn
legôn su ei o basileus tôn ioudaiôn o de ièsous
efè su legeis |
11 Iesus autem stetit ante praesidem et interrogavit
eum praeses dicens tu es rex Iudaeorum dicit ei Iesus tu dicis |
|
11 En Jezus stond voor den stadhouder; en de stadhouder
vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Jezus zeide
tot hem: Gij zegt het. |
[11] Jezus werd voor de gouverneur geleid. De gouverneur
stelde Hem de vraag: ‘Bent U de koning van de Joden*?’ Jezus zei:
‘U zegt het zelf.’ |
[11] Toen Jezus voor de prefect stond, stelde deze
hem de vraag: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus zei: ‘U zegt
het.’ |
11 ¶ Jezus wordt opgesteld voor de landvoogd. De
landvoogd ondervraagt hem en zegt: bent u de koning van de Joden?
Maar Jezus verklaart: dat zegt ú! |
11. Jésus fut amené en présence du gouverneur et
le gouverneur l'interrogea en disant : « Tu es le Roi des Juifs ?
» Jésus répliqua : « Tu le dis. » |
|
King James Bible . [11] And Jesus stood before the governor: and the governor
asked him, saying, Art thou the King of the Jews? And Jesus said unto him, Thou
sayest.
Luther-Bibel . 11 Jesus aber stand vor dem Statthalter; und der Statthalter
fragte ihn und sprach: Bist du der König der Juden? Jesus aber sprach: Du sagst
es.
Tekstuitleg van Mt
27,11 .
| Mt 27,12 - Mt
27,12 : 338. Jezus vóór Pilatus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,2-5 -- Lc
23,2-5 -- Mt
27,11-14 -- Mt
27,11 - Mt
27,12 - Mt
27,13 - Mt
27,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:12 kai en tô katègoreisthai auton
upo tôn archiereôn kai presbuterôn ouden apekrinato
|
12 et cum accusaretur a principibus sacerdotum et
senioribus nihil respondit |
|
12 En als Hij van de overpriesters en de ouderlingen
beschuldigd werd, antwoordde Hij niets. |
[12] Op de beschuldigingen die door de hogepriesters
en oudsten tegen Hem ingebracht werden, antwoordde Hij niets. |
[12] Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters
en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer. |
12 En als hij wordt aangeklaagd door de overpriesters
en schriftgeleerden antwoordt hij niets. |
12. Puis, tandis qu'il était accusé par les grands
prêtres et les anciens, il ne répondit rien. |
|
King James Bible . [12] And when he was accused of the chief priests and elders,
he answered nothing.
Luther-Bibel . 12 Und als er von den Hohenpriestern und Ältesten verklagt wurde,
antwortete er nichts.
Tekstuitleg van Mt
27,12 .
| Mt 27,13 - Mt
27,13 : 338. Jezus vóór Pilatus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,2-5 -- Lc
23,2-5 -- Mt
27,11-14 -- Mt
27,11 - Mt
27,12 - Mt
27,13 - Mt
27,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:13 tote legei autô o pilatos ouk akoueis
posa sou katamarturousin |
13 tunc dicit illi Pilatus non audis quanta adversum
te dicant testimonia |
|
13 Toen zeide Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet,
hoevele zaken zij tegen U getuigen? |
[13] Toen zei Pilatus tegen Hem: ‘Hoort U niet waar
ze U allemaal van beschuldigen?’ |
[13] Daarop zei Pilatus tegen hem: ‘Hoort u niet
wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ |
13 Dan zegt Pilatus tot hem: hoort u niet wat ze
allemaal tegen u getuigen? |
13. Alors Pilate lui dit : « N'entends-tu pas tout
ce qu'ils attestent contre toi ? » |
|
King James Bible . [13] Then said Pilate unto him, Hearest thou not how many
things they witness against thee?
Luther-Bibel . 13 Da sprach Pilatus zu ihm: Hörst du nicht, wie hart sie dich
verklagen?
Tekstuitleg van Mt
27,13 .
| Mt 27,14 - Mt
27,14 : 338. Jezus vóór Pilatus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 - Mc
15,2-5 -- Lc
23,2-5 --- Mt
27,11-14 -- Mt
27,11 - Mt
27,12 - Mt
27,13 - Mt
27,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:14 kai ouk apekrithè autô pros oude
en rèma ôste thaumazein ton ègemona lian |
14 et non respondit ei ad ullum verbum ita ut miraretur
praeses vehementer |
|
14 Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord,
alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde. |
[14] Hij gaf hem nergens antwoord op, zodat de gouverneur
zeer verbaasd stond. |
[14] Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord,
wat de prefect zeer verwonderde. |
14 En hij antwoordt hem niet, op niet één uitspraak,
zodat de landvoogd zich zeer verwondert. |
14. Et il ne lui répondit sur aucun point, si bien
que le gouverneur était fort étonné. |
|
King James Bible . [14] And he answered him to never a word; insomuch that
the governor marvelled greatly.
Luther-Bibel . 14 Und er antwortete ihm nicht auf ein einziges Wort, sodass
sich der Statthalter sehr verwunderte.
Tekstuitleg van Mt
27,14 .
341. Jezus of Barabbas : Mt
27,15-23 - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 -
| |
1. Pilatus |
2. de vrouw van Pilatus |
3. de hogepriesters en de oudsten |
4. Pilatus |
5. de hogepriesters en de oudsten |
6. Pilatus |
7. de hogepriesters en de oudsten |
8. Pilatus |
9. |
| |
Mt 27,15-18 |
Mt 27,19 |
Mt 27,20 |
Mt 27,21a |
Mt 27,21b |
Mt 27,22a |
Mt 27,22b |
Mt 27,23a |
Mt 27,23b |
| |
de (echter) |
de (echter) |
de (echter) |
de (echter) |
hoi de (zij echter) |
|
|
de (echter) |
hoi de (zij echter) |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 27,15 - Mt
27,15 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:15 kata de eortèn eiôthei o ègemôn
apoluein ena tô ochlô desmion on èthelon |
15 per diem autem sollemnem consueverat praeses
dimittere populo unum vinctum quem voluissent |
|
15 En op het feest was de stadhouder gewoon den
volke een gevangene los te laten, welken zij wilden. |
[15] Het was de gewoonte van de gouverneur om bij
een feest één gevangene vrij te laten, en wel degene die het volk
wilde. |
[15] Nu had de prefect de gewoonte om op elk pesachfeest
één gevangene vrij te laten, en die door het volk te laten kiezen.
|
15 Bij elk feest is de landvoogd gewoon geweest
één gevangene los te laten, en wel die zij wilden. |
15. A chaque Fête, le gouverneur avait coutume de
relâcher à la foule un prisonnier, celui qu'elle voulait. |
|
King James Bible . [15] Now at that feast the governor was wont to release
unto the people a prisoner, whom they would.
Luther-Bibel . 15 Zum Fest aber hatte der Statthalter die Gewohnheit, dem Volk
einen Gefangenen loszugeben, welchen sie wollten.
Tekstuitleg van Mt
27,15 .
| Mt 27,16 - Mt
27,16 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:16 eichon de tote desmion episèmon legomenon
| | [ièsoun*] | barabban |
16 habebat autem tunc vinctum insignem qui dicebatur
Barabbas |
|
16 En zij hadden toen een welbekenden gevangene,
genaamd Bar-abbas. |
[16] Ze hadden toen een beruchte gevangene, die
Jezus Barabbas heette. |
[16] Er zat toen een beruchte gevangene vast, die
Jezus Barabbas genoemd werd. |
16 Ze hebben toen een opvallende gevangene gehad
die Barabbas heette. |
16. On avait alors un prisonnier fameux, nommé Barabbas. |
|
King James Bible . [16] And they had then a notable prisoner, called Barabbas.
Luther-Bibel . 16 Sie hatten aber zu der Zeit einen berüchtigten Gefangenen,
der hieß Jesus Barabbas.
Tekstuitleg van Mt
27,16 .
| Mt 27,17 - Mt
27,17 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:17 sunègmenôn oun autôn eipen
autois o pilatos tina thelete apolusô umin | [ton] | [ièsoun
ton*] | barabban è ièsoun ton legomenon christon |
17 congregatis ergo illis dixit Pilatus quem vultis
dimittam vobis Barabban an Iesum qui dicitur Christus |
|
17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot
hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus,
Die genaamd wordt Christus? |
[17] Omdat ze nu toch bij elkaar waren, zei Pilatus
hun: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die Messias
genoemd wordt?’ |
[17] En dus vroeg Pilatus hun, toen ze daar waren
samengestroomd: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus
die de messias wordt genoemd?’ |
17 Dus nu zij verzameld zijn zegt Pilatus tot hen:
wie wilt ge dat ik u loslaat, Barabbas of Jezus die ‘Christus’ heet?
|
17. Pilate dit donc aux gens qui se trouvaient
rassemblés : « Lequel voulez-vous que je vous relâche, Barabbas, ou
Jésus que l'on appelle Christ ? » |
|
King James Bible . [17] Therefore when they were gathered together, Pilate
said unto them, Whom will ye that I release unto you? Barabbas, or Jesus which
is called Christ?
Luther-Bibel . 17 Und als sie versammelt waren, sprach Pilatus zu ihnen: Welchen
wollt ihr? Wen soll ich euch losgeben, Jesus Barabbas oder Jesus, von dem gesagt
wird, er sei der Christus?
Tekstuitleg van Mt
27,17 .
| Mt 27,18 - Mt
27,18 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:18 èdei gar oti dia fthonon paredôkan
auton |
18 sciebat enim quod per invidiam tradidissent eum |
|
18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd
hadden. |
[18] Want hij wist dat ze Hem uit afgunst overgeleverd
hadden. |
[18] Hij wist namelijk dat ze hem uit afgunst hadden
uitgeleverd. |
18 Want hij wist al dat zij hem uit afgunst hebben
overgegeven. |
18. Il savait bien que c'était par jalousie qu'on
l'avait livré. |
|
King James Bible . [18] For he knew that for envy they had delivered him.
Luther-Bibel . 18 Denn er wusste, dass sie ihn aus Neid überantwortet hatten.
Tekstuitleg van Mt
27,18 .
6. De overlevering van Jezus door Judas aan de hogepriesters en de schriftgeleerden
werd aangekondigd in de derde lijdensvoorspelling : Mt
20,18 // Mc
10,33 (en de mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en
de schriftgeleerden) . Bij Lucas ontbreekt dit stukje van de derde lijdensaankondiging
. Lucas is voorzichtig om het woord paradidômi (overleveren) te gebruiken
, zowel bij Judas , als bij de hogepriesters en de schriftgeleerden . Het zou
de indruk kunnen geven dat zij macht over Jezus zouden bezitten .
- paredôkan (zij leverden over)
. Verwijzing : paradidômi
(overleveren) . Actief ind. aor. 3de pers. mv. van het werkw. paradidômi
. Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven .
Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er
nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook
spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen
: geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve
zin kan het over-leveren betekenen . I.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus
: In 5 van de 6 verzen : (1) Mt
27,2 // Mc
15,1 . (2) Mt
27,18 // Mc
15,10 (paradedôkeisan = zij hem hadden overgeleverd) . (3) Mc
15,1 // Mt
27,2 . (4) Lc
24,20 . (5) Joh
18,35 .
- paredôken (hij leverde over) . Actief ind. aor.
3de pers. enk. . In 4 verzen in de syn. i.v.m. de overlevering van Jezus aan
Pilatus : (1) Mt
27,26 // Mc
15,15 // Lc
23,25 . (2) Mc
3,19 // Mt
10,4 (paradous = 'die overleverde') // Lc
6,16 (prodotès = overleveraar) . (3) Mc
15,15 // Lc
23,25 // Mt
27,26 . (4) Lc
23,25 // Mt
27,26 // Mc
15,15 .
| paradidômi (overleveren) |
bijbel |
O.T. |
N.T. |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br. |
Apk |
syn. |
ev. |
P. |
A. b. |
| act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken |
82 |
65 |
17 |
3 |
2 |
1 |
2 |
2 |
7 |
|
6 |
8 |
6 |
1 |
| act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan |
8 |
2 |
6 |
2 |
1 |
1 |
1 |
|
1 |
|
4 |
5 |
1 |
|
| sanhedrin |
sanhedrin |
sanhedrin |
Judas |
Pilatus |
Pilatus |
Pilatus |
| Mc
15,1 |
Mt
27,2 |
Mt
27,18 |
Mc
3,19 |
Mc
15,15 |
Mt
27,26 |
Lc
23,25 |
| kai (en) |
kai (en) |
hoti (dat) |
kai Ioudan Iskariôth (Judas Iskariot) |
kai (en) |
ton de Ièsoun Jezus echter) |
|
| paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit
aan Pilatus) |
paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit
aan Pilatus) tôi hègemoni (de procureur) |
dia fthonon paredôkan auton (zij hem omwille van
nijd overleverden ) |
hos kai paredôken auton (die hem ook overleverde) |
paredôken (leverde hij over) ton Ièsoun (Jezus)
|
paredôken (leverde hij over) |
ton de Ièsoun (Jezus) paredôken (leverde
hij over) |
| |
|
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
|
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
tôi thelèmati autôn (aan hun wil) |
| 336. Naar Pilatus : Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1 - |
336. Naar Pilatus : Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1- |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
97. Roeping van de Twaalf : Mc
3,13-19 - Lc
6,12-16 - |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
| Mt 27,19 - Mt
27,19 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:19 kathèmenou de autou epi tou bèmatos
apesteilen pros auton è gunè autou legousa mèden
soi kai tô dikaiô ekeinô polla gar epathon sèmeron
kat onar di auton |
19 sedente autem illo pro tribunali misit ad illum
uxor eius dicens nihil tibi et iusto illi multa enim passa sum hodie
per visum propter eum |
|
19 En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft
zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb toch niet te doen met
dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om
Zijnentwil. |
[19] Terwijl hij rechtszitting hield, stuurde zijn
vrouw hem het bericht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige man,
want ik heb vandaag in een droom veel om Hem moeten verduren.’ |
[19] Terwijl hij op de rechterstoel zat, werd hem
een boodschap van zijn vrouw gebracht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige!
Om hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.’
|
19 Terwijl hij op de verhoging zit, zendt zijn vrouw
tot hem een bericht waarin zij zegt: laat er niets zijn tussen jou
en die rechtvaardige; want in een droom heb ik vandaag veel om hem
geleden! |
19. Or, tandis qu'il siégeait au tribunal, sa femme
lui fit dire : « Ne te mêle point de l'affaire de ce juste ; car aujourd'hui
j'ai été très affectée dans un songe à cause de lui. » |
|
King James Bible . [19] When he was set down on the judgment seat, his wife
sent unto him, saying, Have thou nothing to do with that just man: for I have
suffered many things this day in a dream because of him.
Luther-Bibel . 19 Und als er auf dem Richterstuhl saß, schickte seine Frau zu
ihm und ließ ihm sagen: Habe du nichts zu schaffen mit diesem Gerechten; denn
ich habe heute viel erlitten im Traum um seinetwillen.
Tekstuitleg van Mt
27,19 .
| Mt 27,20 - Mt
27,20 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:20 oi de archiereis kai oi presbuteroi epeisan
tous ochlous ina aitèsôntai ton barabban ton de ièsoun
apolesôsin |
20 princeps autem sacerdotum et seniores persuaserunt
populis ut peterent Barabban Iesum vero perderent |
|
20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben
den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus
doden. |
[20] De hogepriesters en oudsten haalden de menigte
over om Barabbas te vragen en Jezus te laten doden. |
[20] Ondertussen haalden de hogepriesters en de
oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en Jezus laten
doden. |
20 Maar de overpriesters en de oudsten halen de
scharen over om Barabbas te vragen en Jezus om te brengen. |
20. Cependant, les grands prêtres et les anciens
persuadèrent aux foules de réclamer Barabbas et de perdre Jésus. |
|
King James Bible . [20] But the chief priests and elders persuaded the multitude
that they should ask Barabbas, and destroy Jesus.
Luther-Bibel . 20 Aber die Hohenpriester und Ältesten überredeten das Volk,
dass sie um Barabbas bitten, Jesus aber umbringen sollten.
Tekstuitleg van Mt
27,20 .
| Mt 27,21 - Mt
27,21 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:21 apokritheis de o ègemôn eipen
autois tina thelete apo tôn duo apolusô umin oi de eipan
ton barabban |
21 respondens autem praeses ait illis quem vultis
vobis de duobus dimitti at illi dixerunt Barabban |
|
21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen:
Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden:
Bar-abbas. |
[21] De gouverneur vroeg hun opnieuw: ‘Wie van de
twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas’, zeiden ze. |
[21] Weer nam de prefect het woord en hij vroeg
opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen
ze. |
21 In zijn antwoord zegt de landvoogd tot hen: wie
wilt ge dat ik van de twee aan u loslaat? En zij zeggen: Barabbas!
|
21. Prenant la parole, le gouverneur leur dit :
« Lequel des deux voulez-vous que je vous relâche ? » Ils dirent :
« Barabbas. » |
|
King James Bible . [21] The governor answered and said unto them, Whether of
the twain will ye that I release unto you? They said, Barabbas.
Luther-Bibel . 21 Da fing der Statthalter an und sprach zu ihnen: Welchen wollt
ihr? Wen von den beiden soll ich euch losgeben? Sie sprachen: Barabbas!
Tekstuitleg van Mt
27,21 .
| Mt 27,22 - Mt
27,22 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:22 legei autois o pilatos ti oun poièsô
ièsoun ton legomenon christon legousin pantes staurôthètô
|
22 dicit illis Pilatus quid igitur faciam de Iesu
qui dicitur Christus |
|
22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met
Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat
Hem gekruisigd worden. |
[22] Pilatus zei tegen hen: ‘Wat moet ik dan met
Jezus doen, die Messias genoemd wordt?’ Ze riepen allemaal: ‘Kruisig
Hem.’ |
[22] Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met
Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis
met hem!’ |
22 Pilatus zegt tot hen: wat moet ik dan met Jezus
doen die ‘Christus’ heet? Allen zeggen ze: die moet gekruisigd worden!
|
22. Pilate leur dit : « Que ferai-je donc de Jésus
que l'on appelle Christ ? » Ils disent tous : « Qu'il soit crucifié
! » |
|
King James Bible . [22] Pilate saith unto them, What shall I do then with Jesus
which is called Christ? They all say unto him, Let him be crucified.
Luther-Bibel . 22 Pilatus sprach zu ihnen: Was soll ich denn machen mit Jesus,
von dem gesagt wird, er sei der Christus? Sie sprachen alle: Lass ihn kreuzigen!
Tekstuitleg van Mt
27,22 .
| Mt 27,23 - Mt
27,23 : 341. Jezus of Barabbas - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,6-14 - Lc
23, (17) 18-23 -- Mt
27,15-23 -- Mt
27,15 - Mt
27,16 - Mt
27,17 - Mt
27,18 - Mt
27,19 - Mt
27,20 - Mt
27,21 - Mt
27,22 - Mt
27,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:23 o de efè ti gar kakon epoièsen
oi de perissôs ekrazon legontes staurôthètô
|
23 dicunt omnes crucifigatur ait illis praeses quid
enim mali fecit at illi magis clamabant dicentes crucifigatur |
|
23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan
kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd
worden! |
[23] Maar hij zei: ‘Wat voor kwaad heeft Hij dan
eigenlijk gedaan?’ Ze schreeuwden nog harder: ‘Kruisig Hem.’ |
[23] Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar
ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met hem!’ |
23 Hij brengt uit: maar wat voor kwaad heeft hij
gedaan? Maar zij hebben des te harder geschreeuwd en gezegd: hij moet
gekruisigd worden! |
23. Il reprit : « Quel mal a-t-il donc fait ? »
Mais ils criaient plus fort : « Qu'il soit crucifié ! » |
|
King James Bible . [23] And the governor said, Why, what evil hath he done?
But they cried out the more, saying, Let him be crucified.
Luther-Bibel . 23 Er aber sagte: Was hat er denn Böses getan? Sie schrien aber
noch mehr: Lass ihn kreuzigen!
Tekstuitleg van Mt
27,23 .
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mt
27,24-26 - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 -- Mt
27,24 - Mt
27,25 - Mt
27,26 -
| Mt 27,24 - Mt
27,24 : 342. Jezus ter dood veroordeeld - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 -- Mt
27,24 - Mt
27,25 - Mt
27,26 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:24 idôn de ho pilatos oti ouden ôfelei
alla mallon thorubos ginetai labôn hudôr apenipsato tas
cheiras | katenanti | apenanti | tou ochlou legôn athôos
eimi apo tou haimatos toutou umeis opsesthe |
24 videns autem Pilatus quia nihil proficeret sed
magis tumultus fieret accepta aqua lavit manus coram populo dicens
innocens ego sum a sanguine iusti huius vos videritis |
|
24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar
veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor
de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen;
gijlieden moogt toezien. |
[24] Toen Pilatus zag dat het niets hielp, maar
dat de onrust steeds groter werd, nam hij water en waste zijn handen
voor de ogen van het volk. Hij zei: ‘Ik ben onschuldig aan dit bloed.
U moet zelf maar zien.’ |
[24] Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens
toe leidde, dat het er integendeel naar uitzag dat men in opstand
zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte
zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie
het zelf maar op te lossen.’ |
24 Als Pilatus inziet dat niets helpt maar dat er
eerder opschudding ontstaat, neemt hij water, wast zich tegenover
de schare de handen, en zegt: ik ben onschuldig aan dit bloed; ge
moet zelf maar zien! |
24. Voyant alors qu'il n'aboutissait à rien, mais
qu'il s'ensuivait plutôt du tumulte, Pilate prit de l'eau et se lava
les mains en présence de la foule, en disant : « Je ne suis pas responsable
de ce sang ; à vous de voir ! » |
|
King James Bible . [24] When Pilate saw that he could prevail nothing, but
that rather a tumult was made, he took water, and washed his hands before the
multitude, saying, I am innocent of the blood of this just person: see ye to
it.
Luther-Bibel . 24 Als aber Pilatus sah, dass er nichts ausrichtete, sondern
das Getümmel immer größer wurde, nahm er Wasser und wusch sich die Hände vor
dem Volk und sprach: Ich bin unschuldig an seinem Blut; seht ihr zu!
Tekstuitleg van Mt
27,24 .
2. idôn (gezien) . Verwijzing : idôn
(gezien) , zie Mt
2,16 . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In 106
verzen in de bijbel . In vijfenveertig verzen in het O.T. . In eenenzestig verzen
in het N.T. . In twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt
2,16 . (2) Mt
3,7 . (3) Mt
5,1 . (4) Mt
8,18 . (5) Mt
9,2 . (6) Mt
9,4 . (7) Mt
9,22 . (8) Mt
9,23 . (9) Mt
9,36 . (10) Mt
21,19 . (11) Mt
27,3 . (12) Mt
27,24 . Idôn (gezien) veronderstelt altijd een voorwerp of voorwerpszin
. Bij Matteüs komt het in drie verzen voor met een objectzin : (1) Mt
2,16 : Herodes . (2) Mt
27,3 : Judas . (3) Mt
27,24 : Pilatus .
| Mt
2,16 : Herodes |
Mt
27,3 : Judas |
Mt
27,24 : Pilatus |
| Tote (toen) |
Tote (toen) |
|
| Hèrôdès(Herodes) idôn (gezien) |
idôn (gezien) Ioudas ho paradidous auton (Judas
die hem overlevert) |
idôn de ho Pilatos (Gezien echter Pilatus) |
| hoti (dat) enepaichthè hupo tôn magôn
(dat hij misleid werd door de magiërs) |
hoti (dat) katekrithè (dat hij werd veroordeeld) |
hoti ouden ôfelei (dat niets hielp)... |
| |
brengt de dertig zilverstukken terug |
laat een kom water brengen en wast zijn handen in het
bijzijn van het volk |
| |
èmarton paradous haima athôion ( ik heb gezondigd.
Ik leverde onschuldig bloed uit) |
athôios eimi apo tou haimatos toutou ( onschuldig
ben ik aan dit bloed) |
| |
Mt
27,4 : su opsèi (u ziet maar) |
humeis opsesthe ( u ziet maar) |
| 12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt
2,13-23 - |
337. Einde van Judas : Mt
27,3-10 - |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 - |
Jezus is in acht verzen het onderwerp , in de andere vier gevallen is het
Herodes , Johannes de Doper , Judas en Pilatus . In vier van de acht verzen
, waarin Jezus onderwerp is , is een vorm van ochlos (menigte) het lijdend voorwerp
. In Mt
5,1 wordt het eerst met betrekking tot Jezus gebruikt en we zien een identieke
deelwoordzin : idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) met Mt
9,36 .
| Mt
5,1 |
idôn de tous ochlous (gezien echter de menigten) |
| Mt
8,18 |
idôn de ho Ièsous ochlon (gezien echter Jezus een menigte) |
| Mt
9,23 |
kai idôn tous aulètas kai ton ochlon (en gezien de fluitspelers
en de menigte) |
| Mt
9,36 |
idôn de tous ochlous esplagchnisthè peri autôn oti
èsan eskulmenoi kai errimmenoi ôsei probata mè echonta
poimena (gezien echter de menigten werd hij door medelijden bewogen over
hen omdat zij waren vermoeid en afgetobd als schapen die geen herder hebben)
|
| Mt 27,25 - Mt
27,25 : 342. Jezus ter dood veroordeeld - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 -- Mt
27,24 - Mt
27,25 - Mt
27,26 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:25 kai apokritheis pas o laos eipen to aima
autou ef èmas kai epi ta tekna èmôn |
25 et respondens universus populus dixit sanguis
eius super nos et super filios nostros |
|
25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed
kome over ons, en over onze kinderen. |
[25] Heel het volk riep als antwoord: ‘Zijn bloed*
op ons en onze kinderen!’ |
[25] En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed
óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ |
25 Ten antwoord zegt heel de gemeenschap: zijn
bloed over ons en over onze kinderen! |
25. Et tout le peuple répondit : « Que son sang
soit sur nous et sur nos enfants ! » |
|
King James Bible . [25] Then answered all the people, and said, His blood be
on us, and on our children.
Luther-Bibel . 25 Da antwortete das ganze Volk und sprach: Sein Blut komme über
uns und unsere Kinder!
Tekstuitleg van Mt
27,25 .
| Mt 27,26 - Mt
27,26 : 342. Jezus ter dood veroordeeld - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 -- Mt
27,24 - Mt
27,25 - Mt
27,26 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:26 tote apelusen autois ton barabban ton de ièsoun
fragellôsas paredôken ina staurôthè |
26 tunc dimisit illis Barabban Iesum autem flagellatum
tradidit eis ut crucifigeretur |
|
26 Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus
gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden. |
[26] Toen liet hij Barabbas vrij, maar Jezus liet
hij geselen en leverde hij over om gekruisigd te worden. |
[26] Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus
leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had
laten geselen. |
26 ¶ Dan laat hij Barabbas los maar Jezus geselt
hij en geeft hij over om gekruisigd te worden. |
26. Alors il leur relâcha Barabbas ; quant à Jésus,
après l'avoir fait flageller, il le livra pour être crucifié. |
|
King James Bible . [26] Then released he Barabbas unto them: and when he had
scourged Jesus, he delivered him to be crucified.
Luther-Bibel . 26 Da gab er ihnen Barabbas los, aber Jesus ließ er geißeln und
überantwortete ihn, dass er gekreuzigt werde.
Tekstuitleg van Mt
27,26 .
| Mt 1,22 |
Mt 2,15 |
Mt 2,17 |
Mt 2,23 |
Mt 4,14 |
Mt 8,17 |
Mt 12,17 |
Mt 13,35 |
Mt 21,4 |
Mt 26,56 // Mc 14,49 |
Mc 14,49 // Mt 26,56 |
Mt 27,9 |
| touto (dit) |
|
|
|
|
|
|
|
touto (dit) |
touto (dit) |
|
|
| de (echter) |
|
|
|
|
|
|
|
de (echter) |
de (echter) |
|
|
| holon (alles) |
|
|
|
|
|
|
|
|
holon (alles) |
|
|
| gegonen (is gebeurd) |
|
|
|
|
|
|
|
gegonen (is gebeurd) |
gegonen (is gebeurd) |
|
|
| hina (opdat) |
hina (opdat) |
|
|
hina (opdat) |
|
hina (opdat) |
hina (opdat) |
hina (opdat) |
hina (opdat) |
hina (opdat) |
|
| |
|
tote (toen) |
hopoos (opdat) |
|
hopoos (opdat) |
|
hopoos (opdat) |
|
|
|
tote (toen) |
| plijroothiji (vervuld zou worden) |
plijroothiji (vervuld zou worden) |
eplijroothij (werd vervuld) |
plijroothiji (vervuld zou worden) |
plijroothiji (vervuld zou worden |
plijroothiji |
plijroothiji |
plijroothiji |
plijroothiji (vervuld zou worden |
plijroothoosin |
plijroothoosin |
eplijroothij (werd vervuld) |
| to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
to rijthen (het gezegde) |
| hupo (door) |
hupo (door) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| kuriou (de Heer) |
kuriou (de Heer) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| dia door - via) |
dia door - via) |
dia (door - via) |
dia (door - via) |
dia (door - via) |
dia |
dia |
dia |
dia (door - via) |
|
|
dia (door - via) |
| |
|
Heremia (Jeremia) |
|
Ijsaiou Jesaja) |
Ijsaiou |
Ijsaiou |
|
|
|
|
Heremia (Jeremia) |
| tou profijtou (de profeet) |
tou profijtou (de profeet) |
tou profijtou (de profeet) |
toon profijtoon (de profeten) |
tou profijtou (de profeet) |
tou profijtou |
tou profijtou |
tou profijtou |
tou profijtou (de profeet) |
|
|
tou profijtou (de profeet) |
| legontos (zeggende) |
legontos (zeggende) |
legontos (zeggende) |
|
legontos (zeggende) |
legontos |
legontos |
legontos |
legontos (zeggende) |
|
|
legontos (zeggende) |
| 10. Geboorte van Jezus : Mt 1,18-25 |
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 |
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 |
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 |
21. Begin van Jezus'optreden in Galilea : Mc 1,14-15
// Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 |
59. Genezingen en exorcismen : Mc 1,32-34 // Mt 8,16-17
// Lc 4,40-41 |
96. Volkstoeloop en genezingen : Mc 3,7-12 // Mt 12,15-21
// (Lc 6,17-19) |
136. Jezus spreekt in gelijkenissen : Mc 4,33-34 //
Mt 13,34-35 |
279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 // Mt 21,1-9
// Lc 19,29-40 |
330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 // Mt 26,47-56
// Lc 22,47-53
|
330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 // Mt 26,47-56
// Lc 22,47-53 |
337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 |
| Js 7,14 |
Hos 11,1 |
+ Jr 31,15 |
- |
+ Js 8,23-9,1 |
+ Js 53,4 |
+ Js 42,1-4 |
+ Ps 78,2 |
+ Zach 9,9 |
- |
- |
Zach 11,12-13 |
We merken dat de inleidingsformules op een bijbelcitaat zeer sterk op elkaar
gelijken.
| Mt 2,17 |
Mt 27,9 |
|
Mt 2,16 |
Mt 27,3 |
|
| tote (toen) |
tote (toen) |
|
Tote (toen) |
Tote (toen) |
|
eplijroothij
(werd vervuld) |
eplijroothij
(werd vervuld) |
|
Hijroodijs(Herodes) |
|
|
| to rijthen (het gezegde)
|
to rijthen (het gezegde)
|
|
idoon (gezien hebbende) |
idoon (gezien hebbende) |
|
| |
|
|
hoti (dat) |
hoti (dat) |
|
| |
|
|
|
|
|
| dia (door - via) |
dia (door - via) |
|
|
|
|
| Heremia (Jeremia) |
Heremia (Jeremia) |
|
|
|
|
| tou profijtou (de profeet) |
tou profijtou (de profeet) |
|
|
|
|
| legontos (zeggende) |
legontos (zeggende) |
|
|
|
|
| 12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 |
337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 |
|
12. Vlucht naar Egypte en terugkeer : Mt 2,13-23 |
337. Einde van Judas : Mt 27,3-10 |
|
De inleidingsformule bij Mt 2,17 (Mt 2,16-18: de kindermoord te Betlehem door
Herodes) en Mt 27,9 (Mt 27,3-10: het einde van Judas) identiek is. Op de inleidingsformule
volgt het bijbelcitaat (Mt 2,18; Mt 27,10). Hiermee eindigt in beide gevallen
de pericope. Het begin van beide pericopen lijken ook sterk op elkaar:
Mt 2,17: Tote Hijroodijs idoon hoti = toen Herodes ziende dat ...
Mt 27,3: Tote idoon Ioudas... hoti = toen ziende Judas... dat...
Dan volgt het gebeuren. In het eerste geval de kindermoord, in het andere geval
de dood van Judas.
De overlevering van Jezus door Judas aan de hogepriesters en de schriftgeleerden
werd aangekondigd in de derde lijdensvoorspelling : Mt
20,18 // Mc
10,33 (en de mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en
de schriftgeleerden) . Bij Lucas ontbreekt dit stukje van de derde lijdensaankondiging
. Lucas is voorzichtig om het woord paradidômi (overleveren) te gebruiken
, zowel bij Judas , als bij de hogepriesters en de schriftgeleerden . Het zou
de indruk kunnen geven dat zij macht over Jezus zouden bezitten .
- paredôkan (zij leverden over)
. Verwijzing : paradidômi
(overleveren) . Actief ind. aor. 3de pers. mv. van het werkw. paradidômi
. Lat. tradere (trans - dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven .
Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er
nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook
spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen
: geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve
zin kan het over-leveren betekenen . I.v.m. de overlevering van Jezus aan Pilatus
: In 5 van de 6 verzen : (1) Mt
27,2 // Mc
15,1 . (2) Mt
27,18 // Mc
15,10 (paradedôkeisan = zij hem hadden overgeleverd) . (3) Mc
15,1 // Mt
27,2 . (4) Lc
24,20 . (5) Joh
18,35 .
- paredôken (hij leverde over) . Actief ind. aor.
3de pers. enk. . In 4 verzen in de syn. i.v.m. de overlevering van Jezus aan
Pilatus : (1) Mt
27,26 // Mc
15,15 // Lc
23,25 . (2) Mc
3,19 // Mt
10,4 (paradous = 'die overleverde') // Lc
6,16 (prodotès = overleveraar) . (3) Mc
15,15 // Lc
23,25 // Mt
27,26 . (4) Lc
23,25 // Mt
27,26 // Mc
15,15 .
| paradidômi (overleveren) |
bijbel |
O.T. |
N.T. |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br. |
Apk |
syn. |
ev. |
P. |
A. b. |
| act. ind. aor. 3de pers. enk. paredôken |
82 |
65 |
17 |
3 |
2 |
1 |
2 |
2 |
7 |
|
6 |
8 |
6 |
1 |
| act. ind. aor. 3de pers. mv. paredôkan |
8 |
2 |
6 |
2 |
1 |
1 |
1 |
|
1 |
|
4 |
5 |
1 |
|
| sanhedrin |
sanhedrin |
sanhedrin |
Judas |
Pilatus |
Pilatus |
Pilatus |
| Mc
15,1 |
Mt
27,2 |
Mt
27,18 |
Mc
3,19 |
Mc
15,15 |
Mt
27,26 |
Lc
23,25 |
| kai (en) |
kai (en) |
hoti (dat) |
kai Ioudan Iskariôth (Judas Iskariot) |
kai (en) |
ton de Ièsoun Jezus echter) |
|
| paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit
aan Pilatus) |
paredôkan Pilatôi (zij leverden - hem - uit
aan Pilatus) tôi hègemoni (de procureur) |
dia fthonon paredôkan auton (zij hem omwille van
nijd overleverden ) |
hos kai paredôken auton (die hem ook overleverde) |
paredôken (leverde hij over) ton Ièsoun (Jezus)
|
paredôken (leverde hij over) |
ton de Ièsoun (Jezus) paredôken (leverde
hij over) |
| |
|
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
|
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
hina staurôthè (opdat hij zou gekruisigd
worden. |
tôi thelèmati autôn (aan hun wil) |
| 336. Naar Pilatus : Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1 - |
336. Naar Pilatus : Mc
15,1 - Mt
27,1-2 - Lc
22,66-71 - Lc
23,1- |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
97. Roeping van de Twaalf : Mc
3,13-19 - Lc
6,12-16 - |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc
15,15 - Mt
27,24-26 - Lc
23,24-25 |
343. Soldaten bespotten Jezus : Mt 27,27-31
- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,16-20 - Mt
27,27-31 -
| Mt 27,27 - Mt
27,27 : 343. Soldaten bespotten Jezus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,16-20 - Mt
27,27-31 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:27 tote oi stratiôtai tou ègemonos
paralabontes ton ièsoun eis to praitôrion sunègagon
ep auton olèn tèn speiran |
27 tunc milites praesidis suscipientes Iesum in
praetorio congregaverunt ad eum universam cohortem |
|
27 Toen namen de krijgsknechten des stadhouders
Jezus met zich in het rechthuis, en vergaderden over Hem de ganse
bende. |
[27] Toen namen de soldaten van de gouverneur Jezus
mee naar het pretorium en haalden er heel de cohort bij. |
[27] De soldaten van de prefect namen Jezus mee
naar het pretorium en verzamelden de hele cohort om hem heen. |
27 Dan nemen de soldaten van de landvoogd Jezus
mee naar het pretorium en verzamelen tegen hem de hele afdeling. |
27. Alors les soldats du gouverneur prirent avec
eux Jésus dans le Prétoire et ameutèrent sur lui toute la cohorte.
|
|
King James Bible . [27] Then the soldiers of the governor took Jesus into the
common hall, and gathered unto him the whole band of soldiers.
Luther-Bibel . 27 Da nahmen die Soldaten des Statthalters Jesus mit sich in
das Prätorium und sammelten die ganze Abteilung um ihn.
Tekstuitleg van Mt
27,27 .
| Mt 27,28 - Mt
27,28 : 343. Soldaten bespotten Jezus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,16-20 - Mt
27,27-31 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:28 kai ekdusantes auton chlamuda kokkinèn
periethèkan autô |
28 et exuentes eum clamydem coccineam circumdederunt
ei |
|
28 En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem
een purperen mantel om; |
[28] Ze trokken Hem zijn kleren uit en hingen Hem
een rode mantel om; |
[28] Ze kleedden hem uit en deden hem een scharlakenrode
mantel om, |
28 Ze kleden hem uit en leggen hem een scharlaken
mantel om; |
28. L'ayant dévêtu, ils lui mirent une chlamyde
écarlate, |
|
King James Bible . [28] And they stripped him, and put on him a scarlet robe.
Luther-Bibel . 28 Und zogen ihn aus und legten ihm einen Purpurmantel an
Tekstuitleg van Mt
27,28 .
| Mt 27,29 - Mt
27,29 : 343. Soldaten bespotten Jezus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,16-20 - Mt
27,27-31 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:29 kai plexantes stefanon ex akanthôn epethèkan
epi tès kefalès autou kai kalamon en tè dexia
autou kai gonupetèsantes emprosthen autou enepaixan autô
legontes chaire basileu tôn ioudaiôn |
29 et plectentes coronam de spinis posuerunt super
caput eius et harundinem in dextera eius et genu flexo ante eum inludebant
dicentes have rex Iudaeorum |
|
29 En een kroon van doornen gevlochten hebbende,
zetten die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter hand; en
vallende op hun knieën voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees
gegroet, Gij Koning der Joden! |
[29] ze vlochten een krans van doorns, zetten die
op zijn hoofd, gaven Hem een rietstok in de rechterhand, vielen voor
Hem op de knieën en dreven de spot met Hem door te zeggen: ‘Gegroet,
koning van de Joden!’ |
[29] ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten
die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en
vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning
van de Joden,’ |
29 ze vlechten een kroon van doorntakken en zetten
die op zijn hoofd, met een rietstaf in zijn rechterhand; ze vallen
voor hem op de knieën en bespotten hem, zeggend: gegroet, koning der
Joden! |
29. puis, ayant tressé une couronne avec des épines,
ils la placèrent sur sa tête, avec un roseau dans sa main droite.
Et, s'agenouillant devant lui, ils se moquèrent de lui en disant :
« Salut, roi des Juifs ! » |
|
King James Bible . [29] And when they had platted a crown of thorns, they put
it upon his head, and a reed in his right hand: and they bowed the knee before
him, and mocked him, saying, Hail, King of the Jews!
Luther-Bibel . 29 und flochten eine Dornenkrone und setzten sie ihm aufs Haupt
und gaben ihm ein Rohr in seine rechte Hand und beugten die Knie vor ihm und
verspotteten ihn und sprachen: Gegrüßet seist du, der Juden König!,
Tekstuitleg van Mt
27,29 .
| Mt 27,30 - Mt
27,30 : 343. Soldaten bespotten Jezus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,16-20 - Mt
27,27-31 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:30 kai emptusantes eis auton elabon ton kalamon
kai etupton eis tèn kefalèn autou |
30 et expuentes in eum acceperunt harundinem et
percutiebant caput eius |
|
30 En op Hem gespogen hebbende, namen zij den rietstok
en sloegen op Zijn hoofd. |
[30] En ze spuwden Hem in het gezicht, pakten de
rietstok en sloegen Hem op zijn hoofd. |
[30] en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok
weer af en sloegen hem tegen het hoofd. |
30 Ze spuwen naar hem, nemen de rietstaf en hebben
hem op zijn hoofd geslagen. |
30. et, crachant sur lui, ils prenaient le roseau
et en frappaient sa tête. |
|
King James Bible . [30] And they spit upon him, and took the reed, and smote
him on the head.
Luther-Bibel . 30 und spien ihn an und nahmen das Rohr und schlugen damit sein
Haupt.
Tekstuitleg van Mt
27,30 .
| Mt 27,31 - Mt
27,31 : 343. Soldaten bespotten Jezus - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,16-20 - Mt
27,27-31 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:31 kai ote enepaixan autô exedusan auton
tèn chlamuda kai enedusan auton ta imatia autou kai apègagon
auton eis to staurôsai |
31 et postquam inluserunt ei exuerunt eum clamydem
et induerunt eum vestimentis eius et duxerunt eum ut crucifigerent
|
|
31 En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem
den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan, en leidden Hem heen
om te kruisigen. |
[31] Toen ze zo de spot met Hem gedreven hadden,
namen ze Hem de mantel af en deden Hem zijn eigen kleren weer aan.
Ze leidden Hem weg om Hem te kruisigen. |
[31] Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem
de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om
hem te kruisigen. |
31 Wanneer ze hem bespot hebben, trekken ze hem
de mantel uit, trekken hem zijn eigen kleren aan en voeren hem weg
om hem te kruisigen. |
31. Puis, quand ils se furent moqués de lui, ils
lui ôtèrent la chlamyde, lui remirent ses vêtements et l'emmenèrent
pour le crucifier. |
|
King James Bible . [31] And after that they had mocked him, they took the robe
off from him, and put his own raiment on him, and led him away to crucify him.
Luther-Bibel . 31 Und als sie ihn verspottet hatten, zogen sie ihm den Mantel
aus und zogen ihm seine Kleider an und führten ihn ab, um ihn zu kreuzigen.
Tekstuitleg van Mt
27,31 .
344. Naar Golgota : Mt 27,32 - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,21 - Mt
27,32 - Lc
23,26-32 -
| Mt 27,32 - Mt
27,32 : 344. Naar Golgota - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,21 - Mt
27,32 - Lc
23,26-32 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:32 exerchomenoi de euron anthrôpon kurènaion
onomati simôna touton èggareusan ina arè ton stauron
autou |
32 exeuntes autem invenerunt hominem cyreneum nomine
Simonem hunc angariaverunt ut tolleret crucem eius |
|
32 En uitgaande, vonden zij een man van Cyrene,
met name Simon; dezen dwongen zij, dat hij Zijn kruis droeg. |
[32] Toen ze de stad uitgingen, kwamen ze een man
uit Cyrene tegen die Simon heette. Hem dwongen ze zijn kruis te dragen.
|
[32] Bij het verlaten van het pretorium troffen
ze een man uit Cyrene die Simon heette, en hem dwongen ze het kruis
te dragen. |
32 Als ze de poort uitkomen vinden ze een man van
Cyrene met de naam Simon. Hem pressen zij om zijn kruis te dragen. |
32. En sortant, ils trouvèrent un homme de Cyrène,
nommé Simon, et le requirent pour porter sa croix. |
|
King James Bible . [32] And as they came out, they found a man of Cyrene, Simon
by name: him they compelled to bear his cross.
Luther-Bibel . 32 Und als sie hinausgingen, fanden sie einen Menschen aus Kyrene
mit Namen Simon; den zwangen sie, dass er ihm sein Kreuz trug.
Tekstuitleg van Mt
27,32 .
345. Kruisiging : Mt 27,33-37 - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,22-26 - Mt
27,33-37 - Lc
23,33-34 -- Mt
27,33 - Mt
27,34 - Mt
27,35 - Mt
27,36 - Mt
27,37 -
| Mt 27,33 - Mt
27,33 : 345. Kruisiging - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,22-26 - Mt
27,33-37 - Lc
23,33-34 -- Mt
27,33 - Mt
27,34 - Mt
27,35 - Mt
27,36 - Mt
27,37 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:33 kai elthontes eis topon legomenon golgotha
o estin kraniou topos legomenos |
33 et venerunt in locum qui dicitur Golgotha quod
est Calvariae locus |
|
33 En gekomen zijnde tot de plaats, genaamd Golgotha,
welke is gezegd Hoofdschedelplaats, |
[33] Ze kwamen bij een plaats die Golgota heet,
wat Schedelveld* betekent, |
[33] Zo kwamen ze bij de plek die Golgota genoemd
wordt, wat ‘schedelplaats’ betekent. |
33 ¶ Gekomen bij een plaats die Golgota heet, die
de zogeheten Schedelplaats is, |
33. Arrivés à un lieu dit Golgotha, c'est-à-dire
lieu dit du Crâne, |
|
b
King James Bible . [33] And when they were come unto a place called Golgotha,
that is to say, a place of a skull,
Luther-Bibel . 33 Und als sie an die Stätte kamen mit Namen Golgatha, das heißt:
Schädelstätte,
Tekstuitleg van Mt
27,33 .
Kai elthontes eis topon legomenon Golgotha, ho estin Kraniou topos legomenos
(En gegaan naar de plaats Golgotha, die Calvarie wordt genoemd) - elthontes
(gekomen) zie - elthôn
(gegaan, gekomen). In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt
8,14 .
| Mt 27,34 - Mt
27,34 : 345. Kruisiging - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,22-26 - Mt
27,33-37 - Lc
23,33-34 -- Mt
27,33 - Mt
27,34 - Mt
27,35 - Mt
27,36 - Mt
27,37 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:34 edôkan autô piein oinon meta
cholès memigmenon kai geusamenos ouk èthelèsen
piein |
34 et dederunt ei vinum bibere cum felle mixtum
et cum gustasset noluit bibere |
|
34 Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd;
en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken. |
[34] en daar gaven ze Hem een mengsel te drinken
van wijn en gal. Toen Hij geproefd had, wilde Hij niet drinken. |
[34] Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar
toen hij die geproefd had, weigerde hij ervan te drinken. |
34 geven ze hem wijn te drinken vermengd met gal.
Als hij het proeft wil hij niet drinken. |
34. ils lui donnèrent à boire du vin mêlé de fiel
; il en goûta et n'en voulut point boire. |
|
b
King James Bible . [34] They gave him vinegar to drink mingled with gall: and
when he had tasted thereof, he would not drink.
Luther-Bibel . 34 gaben sie ihm Wein zu trinken mit Galle vermischt; und als
er's schmeckte, wollte er nicht trinken.
Tekstuitleg van Mt
27,34 .
| Mt 27,35 - Mt
27,35 : 345. Kruisiging - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,22-26 - Mt
27,33-37 - Lc
23,33-34 -- Mt
27,33 - Mt
27,34 - Mt
27,35 - Mt
27,36 - Mt
27,37 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:35 staurôsantes de auton diemerisanto
ta imatia autou ballontes klèron |
35 postquam autem crucifixerunt eum diviserunt
vestimenta eius sortem mittentes |
|
35 Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden
zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen
gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld,
en hebben het lot over Mijn kleding geworpen. |
[35] Ze kruisigden Hem en verdobbelden zijn kleren.
|
[35] Nadat ze hem gekruisigd hadden, verdeelden
ze zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen, |
35 Als ze hem gekruisigd hebben ‘verdelen ze zijn
kleren, werpen daarover een lot’. |
35. Quand ils l'eurent crucifié, ils se partagèrent
ses vêtements en tirant au sort. |
|
King James Bible . [35] And they crucified him, and parted his garments, casting
lots: that it might be fulfilled which was spoken by the prophet, They parted
my garments among them, and upon my vesture did they cast lots.
Luther-Bibel . 35 Als sie ihn aber gekreuzigt hatten, verteilten sie seine Kleider
und warfen das Los darum.
Tekstuitleg van Mt
27,35 .
| Mt 27,36 - Mt
27,36 : 345. Kruisiging - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,22-26 - Mt
27,33-37 - Lc
23,33-34 -- Mt
27,33 - Mt
27,34 - Mt
27,35 - Mt
27,36 - Mt
27,37 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:36 kai kathèmenoi etèroun auton
ekei |
36 et sedentes servabant eum |
|
36 En zij, nederzittende, bewaarden Hem aldaar.
|
[36] Daar hielden ze zittend de wacht bij Hem. |
[36] en ze bleven daar zitten om hem te bewaken.
|
36 Zittend hebben ze hem daar bewaakt. |
36. Puis, s'étant assis, ils restaient là à le garder.
|
|
King James Bible . [36] And sitting down they watched him there;
Luther-Bibel . 36 Und sie saßen da und bewachten ihn.
Tekstuitleg van Mt
27,36 .
| Mt 27,37 - Mt
27,37 : 345. Kruisiging - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mc
15,22-26 - Mt
27,33-37 - Lc
23,33-34 -- Mt
27,33 - Mt
27,34 - Mt
27,35 - Mt
27,36 - Mt
27,37 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:37 kai epethèkan epanô tès
kefalès autou tèn aitian autou gegrammenèn outos
estin ièsous o basileus tôn ioudaiôn |
37 et inposuerunt super caput eius causam ipsius
scriptam hic est Iesus rex Iudaeorum |
|
37 En zij stelden boven Zijn hoofd Zijn beschuldiging
geschreven: DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN. |
[37] Boven zijn hoofd hadden ze geschreven waaraan
Hij schuldig bevonden was: ‘Dit is de koning van de Joden.’ |
[37] Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht,
die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’. |
37 Boven zijn hoofd brengen ze op schrift zijn strafgrond
aan: dit is Jezus, de koning der Joden! |
37. Ils placèrent aussi au-dessus de sa tête le
motif de sa condamnation ainsi libellé : « Celui-ci est Jésus, le
roi des Juifs. » |
|
King James Bible . [37] And set up over his head his accusation written, THIS
IS JESUS THE KING OF THE JEWS.
Luther-Bibel . 37 Und oben über sein Haupt setzten sie eine Aufschrift mit der
Ursache seines Todes: Dies ist Jesus, der Juden König.
Tekstuitleg van Mt
27,37 .
346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mt
27,38-44 - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 -
| Mt 27,38 - Mt
27,38 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:38 tote staurountai sun autô duo lèstai
eis ek dexiôn kai eis ex euônumôn |
38 tunc crucifixi sunt cum eo duo latrones unus
a dextris et unus a sinistris |
|
38 Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd,
een ter rechter-, en een ter linker zijde. |
[38] Tegelijk met Hem werden er twee bandieten gekruisigd,
een rechts en een links van Hem. |
[38] Daarna werden er naast hem twee misdadigers
gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links. |
38 Dan kruisigen ze met hem twee rovers, één ter
rechterzij en één ter linker. |
38. Alors sont crucifiés avec lui deux brigands,
l'un à droite et l'autre à gauche. |
|
King James Bible . [38] Then were there two thieves crucified with him, one
on the right hand, and another on the left.
Luther-Bibel . 38 Und da wurden zwei Räuber mit ihm gekreuzigt, einer zur Rechten
und einer zur Linken.
Tekstuitleg van Mt
27,38 .
| Mt 27,39 - Mt
27,39 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:39 oi de paraporeuomenoi eblasfèmoun auton
kinountes tas kefalas autôn |
39 praetereuntes autem blasphemabant eum moventes
capita sua |
|
39 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende
hun hoofden. |
[39] De voorbijgangers lasterden Hem en zeiden hoofdschuddend:
|
[39] De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe
en dreven de spot met hem: |
39 Maar de voorbijgangers hebben hem gelasterd
door hun hoofden te schudden |
39. Les passants l'injuriaient en hochant la tête
|
|
King James Bible . [39] And they that passed by reviled him, wagging their
heads,
Luther-Bibel . 39 Die aber vorübergingen, lästerten ihn und schüttelten ihre
Köpfe
Tekstuitleg van Mt
27,39 .
3. part. praes. nom. mann. mv. paraporeuomenoi (zich op weg begeven langs)
van het werkw. paraporeuomai (zich op weg begeven langs) . Taalgebruik in het
N.T. : paraporeuomai
(zich begeven langs) . Taalgebruik in Mt : paraporeuomai
(zich begeven langs) . Mt (1) : Mt
27,39 .
| Mt 27,40 - Mt
27,40 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:40 kai legontes o kataluôn ton naon kai
en trisin èmerais oikodomôn sôson seauton ei uios
ei tou theou | | [kai*] | katabèthi apo tou staurou |
40 et dicentes qui destruit templum et in triduo
illud reaedificat salva temet ipsum si Filius Dei es descende de cruce
|
|
40 En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en
in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt,
zo kom af van het kruis. |
[40] ‘Jij, die de tempel afbreekt en in drie dagen
opbouwt, red jezelf als je de Zoon van God bent, en kom van het kruis
af.’ |
[40] ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken
en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf
dan maar en kom van dat kruis af!’ |
40 en te zeggen: die de tempel afbreekt en in drie
dagen opbouwt, red jezelf als je een zoon van God bent, en daal af
van het kruis! |
40. et disant : « Toi qui détruis le Sanctuaire
et en trois jours le rebâtis, sauve-toi toi-même, si tu es fils de
Dieu, et descends de la croix. » |
|
King James Bible . [40] And saying, Thou that destroyest the temple, and buildest
it in three days, save thyself. If thou be the Son of God, come down from the
cross.
Luther-Bibel . 40 und sprachen: Der du den Tempel abbrichst und baust ihn auf
in drei Tagen, hilf dir selber, wenn du Gottes Sohn bist, und steig herab vom
Kreuz!
Tekstuitleg van Mt
27,40 .
| Mt 27,41 - Mt
27,41 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:41 omoiôs | [kai] | kai | oi archiereis
empaizontes meta tôn grammateôn kai presbuterôn
elegon |
41 similiter et principes sacerdotum inludentes
cum scribis et senioribus dicentes |
|
41 En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden,
en ouderlingen, en Farizeën, Hem bespottende, zeiden: |
[41] In diezelfde trant dreven ook de hogepriesters
samen met de schriftgeleerden en oudsten de spot met Hem: |
[41] Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en
de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: |
41 Evenzo hebben ook de overpriesters met de schriftgeleerden
en oudsten spottend gezegd: |
41. Pareillement les grands prêtres se gaussaient
et disaient avec les scribes et les anciens : |
|
King James Bible . [41] Likewise also the chief priests mocking him, with the
scribes and elders, said,
Luther-Bibel . 41 Desgleichen spotteten auch die Hohenpriester mit den Schriftgelehrten
und Ältesten und sprachen:
Tekstuitleg van Mt
27,41 .
| Mt 27,42 - Mt
27,42 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:42 allous esôsen eauton ou dunatai sôsai
basileus israèl estin katabatô nun apo tou staurou kai
pisteusomen ep auton |
42 alios salvos fecit se ipsum non potest salvum
facere si rex Israhel est descendat nunc de cruce et credemus ei |
|
42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven
niet verlossen. Indien Hij de Koning Israëls is, dat Hij nu afkome
van het kruis, en wij zullen Hem geloven. |
[42] ‘Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij
niet redden. Hij is koning van Israël, laat Hij dan nu van het kruis
afkomen en wij zullen in Hem geloven. |
[42] ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden
kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het
kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. |
42 anderen heeft hij gered, zichzelf kan hij niet
redden!– hij is de koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis
afdalen en wij zullen in hem geloven! |
42. « Il en a sauvé d'autres et il ne peut se sauver
lui-même ! Il est roi d'Israël : qu'il descende maintenant de la croix
et nous croirons en lui ! |
|
King James Bible . [42] He saved others; himself he cannot save. If he be the
King of Israel, let him now come down from the cross, and we will believe him.
Luther-Bibel . 42 Andern hat er geholfen und kann sich selber nicht helfen.
Ist er der König von Israel, so steige er nun vom Kreuz herab. Dann wollen wir
an ihn glauben.
Tekstuitleg van Mt
27,42 .
| Mt 27,43 - Mt
27,43 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:43 pepoithen epi ton theon rusasthô nun
ei thelei auton eipen gar oti theou eimi uios |
43 confidet in Deo liberet nunc eum si vult dixit
enim quia Dei Filius sum |
|
43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse,
indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. |
[43] Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld, laat
die Hem redden, als Hij Hem mag. Hij heeft toch gezegd: Ik ben de
Zoon van God.’ |
[43] Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat
die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft
immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.”’ |
43 ‘hij heeft vertrouwd op God, laat die hem nu
ontrukken als hij hem wil’, want hij heeft gezegd: ik ben een zoon
van God! |
43. Il a compté sur Dieu ; que Dieu le délivre
maintenant, s'il s'intéresse à lui ! Il a bien dit : Je suis fils
de Dieu ! » |
|
King James Bible . [43] He trusted in God; let him deliver him now, if he will
have him: for he said, I am the Son of God.
Luther-Bibel . 43 Er hat Gott vertraut; der erlöse ihn nun, wenn er Gefallen
an ihm hat; denn er hat gesagt: Ich bin Gottes Sohn.
Tekstuitleg van Mt
27,43 .
| Mt 27,44 - Mt
27,44 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus - Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,38 - Mt
27,39 - Mt
27,40 - Mt
27,41 - Mt
27,42 - Mt
27,43 - Mt
27,44 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:44 to d auto kai oi lèstai oi sustaurôthentes
sun autô ôneidizon auton |
44 id ipsum autem et latrones qui fixi erant cum
eo inproperabant ei |
|
44 En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars,
die met Hem gekruisigd waren. |
[44] Op dezelfde manier maakten ook de bandieten
die samen met Hem gekruisigd waren beledigende opmerkingen tegen Hem.
|
[44] Precies zo beschimpten hem de misdadigers
die samen met hem gekruisigd waren. |
44 Net zo hebben ook de rovers die met hem meegekruisigd
zijn hem beschimpt. |
44. Même les brigands crucifiés avec lui l'outrageaient
de la sorte. |
|
King James Bible . [44] The thieves also, which were crucified with him, cast
the same in his teeth.
Luther-Bibel . 44 Desgleichen schmähten ihn auch die Räuber, die mit ihm gekreuzigt
waren.
Tekstuitleg van Mt
27,44 .
347. Kruisdood van Jezus : Mt 27,45-54
- Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 -
| Mt 27,45 - Mt
27,45 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:45 apo de ektès ôras skotos egeneto
epi pasan tèn gèn eôs ôras enatès
|
45 a sexta autem hora tenebrae factae sunt super
universam terram usque ad horam nonam |
45 Vanaf het zesde uur nu ontstond er duisternis
over het gehele land tot het negende uur . |
45 En van de zesde ure aan werd er duisternis over
de gehele aarde, tot de negende ure toe. |
[45] Vanaf het zesde uur* viel er duisternis over
het hele land, tot aan het negende uur. |
[45] Rond het middaguur viel er duisternis over
het hele land, die drie uur aanhield. |
45 Maar vanaf het zesde uur is duisternis gevallen
over heel het land, tot aan het negende uur. |
45. A partir de la sixième heure, l'obscurité se
fit sur toute la terre, jusqu'à la neuvième heure. |
|
King James Bible . [45] Now from the sixth hour there was darkness over all
the land unto the ninth hour.
Luther-Bibel . 45 Und von der sechsten Stunde an kam eine Finsternis über das
ganze Land bis zur neunten Stunde.
Tekstuitleg van Mt
27,45 .
| Mt 27,46 - Mt
27,46 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:46 peri de tèn enatèn ôran
| eboèsen | aneboèsen | o ièsous fônè
megalè legôn | elôi elôi | èli èli
| lema sabachthani tout estin thee mou thee mou ina ti me egkatelipes
|
46 et circa horam nonam clamavit Iesus voce magna
dicens Heli Heli lema sabacthani hoc est Deus meus Deus meus ut quid
dereliquisti me |
46 Omtrent het negende uur echter riep Jezus uit
met luide stem, zeggend: “Eli, Eli, lema sabachtani ?”,
dat is: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten ?”
|
46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een
grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God!
Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! |
[46] Rond het negende uur riep Jezus met luide stem
uit: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God,
waarom hebt U Mij in de steek gelaten? |
[46] Aan het einde daarvan, in het negende uur,
gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’
Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ |
46 Omstreeks het negende uur roept Jezus uit met
grote stem en zegt hij: Eli, Eli, lema sabachtani?– dat is: mijn God,
mijn God, waarom heb je mij verlaten? |
46. Et vers la neuvième heure Jésus clama en un
grand cri : « Éli, Éli, lema sabachtani ? », c'est-à-dire : « Mon
Dieu, mon Dieu, pourquoi m'as-tu abandonné ? » |
|
King James Bible . [46] And about the ninth hour Jesus cried with a loud voice,
saying, Eli, Eli, lama sabachthani? that is to say, My God, my God, why hast
thou forsaken me?
Luther-Bibel . 46 Und um die neunte Stunde schrie Jesus laut: Eli, Eli, lama
asabtani? Das heißt: Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?
Tekstuitleg van Mt
27,46 .
| Mt 27,47 - Mt
27,47 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:47 tines de tôn ekei estèkotôn
akousantes elegon oti èlian fônei outos |
47 quidam autem illic stantes et audientes dicebant
Heliam vocat iste |
47 Enkelen nu van hen die daar stonden hoorden het
(en) zeiden: “Deze roept Elia!” |
47 En sommigen van die daar stonden, zulks horende,
zeiden: Deze roept Elias. |
[47] Sommigen die daar stonden, hoorden dat en
zeiden: ‘Hij roept Elia.’ |
[47] Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen
van hen: ‘Hij roept om Elia!’ |
47 Sommigen van wie daar stonden en dat hoorden
hebben gezegd: hij roept om Elia! |
47. Certains de ceux qui se tenaient là disaient
en l'entendant : « Il appelle Élie, celui-ci ! » |
|
King James Bible . [47] Some of them that stood there, when they heard that,
said, This man calleth for Elias.
Luther-Bibel . 47 Einige aber, die da standen, als sie das hörten, sprachen
sie: Der ruft nach Elia.
Tekstuitleg van Mt
27,47 .
| Mt 27,48 - Mt
27,48 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:48 kai eutheôs dramôn eis ex autôn
kai labôn spoggon plèsas te oxous kai peritheis kalamô
epotizen auton |
48 et continuo currens unus ex eis acceptam spongiam
implevit aceto et inposuit harundini et dabat ei bibere |
48 En aanstonds liep één onder hen
en nam een spons, vulde ze met azijn eni deed ze om een rietstengel
(en) gaf hem te drinken. |
48 En terstond een van hen toe lopende, nam een
spons, en die met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en
gaf Hem te drinken. |
[48] Meteen rende een van hen weg om een spons te
halen, doopte die in wijn, stak hem op een rietstok en wilde Hem te
drinken geven. |
[48] Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld
die een spons pakte en in zure wijn doopte. Hij stak de spons op een
stok en probeerde hem te laten drinken. |
48 Meteen is een van hen toegesneld, heeft een
spons genomen, gevuld met edik, die op een rietstaf gezet en hem te
drinken gegeven. |
48. Et aussitôt l'un d'eux courut prendre une éponge
qu'il imbiba de vinaigre et, l'ayant mise au bout d'un roseau, il
lui donnait à boire. |
|
King James Bible . [48] And straightway one of them ran, and took a spunge,
and filled it with vinegar, and put it on a reed, and gave him to drink.
Luther-Bibel . 48 Und sogleich lief einer von ihnen, nahm einen Schwamm und
füllte ihn mit Essig und steckte ihn auf ein Rohr und gab ihm zu trinken.
Tekstuitleg van Mt
27,48 .
| Mt 27,49 - Mt
27,49 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:49 oi de loipoi | eipan | elegon | afes idômen
ei erchetai èlias sôsôn auton | [[allos de labôn
logchèn enuxen autou tèn pleuran kai exèlthen
udôr kai aima |
49 ceteri vero dicebant sine videamus an veniat
Helias liberans eum |
49 De overigen echter zeiden: “Laten we zien’
of Elia komt om hem te redden!” |
49 Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons zien,
of Elias komt, om Hem te verlossen. |
[49] Maar de anderen zeiden: ‘Niet doen! Laten we
eens kijken of Elia Hem komt redden.’ |
[49] De anderen zeiden: ‘Niet doen, laten we eens
kijken of Elia hem komt redden.’ |
49 Maar de overigen zeggen: laat maar, we zullen
wel zien of Elia hem komt redden! |
49. Mais les autres lui dirent : « Laisse ! que
nous voyions si Élie va venir le sauver ! » |
|
King James Bible . [49] The rest said, Let be, let us see whether Elias will
come to save him.
Luther-Bibel . 49 Die andern aber sprachen: Halt, lass sehen, ob Elia komme
und ihm helfe!
Tekstuitleg van Mt
27,49 .
| Mt 27,50 - Mt
27,50 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| ho de Ièsous palin kraksas fônèi
megalèi afèken to pneuma |
50 Iesus autem iterum clamans voce magna emisit
spiritum |
50 Jezus echter schreeuwde nogmaals met luide stem
(en) gaf de geest. |
50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende,
gaf den geest. |
[50] Maar Jezus schreeuwde opnieuw luidkeels en
gaf de geest. |
[50] Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf
hij de geest. |
50 ¶ Maar Jezus schreeuwt wederom, met grote stem,
en laat de geest los. |
50. Or Jésus, poussant de nouveau un grand cri,
rendit l'esprit. |
|
King James Bible . [50] Jesus, when he had cried again with a loud voice, yielded
up the ghost.
Luther-Bibel . 50 Aber Jesus schrie abermals laut und verschied.
Tekstuitleg van Mt
27,50 .
In Gn 35,18
liet rachel de geest . Verwijzing : jâtsâ´
(uitgaan, uittrekken) , zie Gn
15,7 . Zowel in Gn
35,18 als in Mt
27,50 wordt het Griekse werkwoord afièmi (af-laten) gebruikt . Gn
35,18 : egeneto en tôi afienai autèn tèn psuchèn
(het gebeurde echter terwijl zij haar geest liet) . Mt
27,50 : afèken to pneuma (hij liet de geest) .
| Mt 27,51 - Mt
27,50 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:51 kai idou to katapetasma tou naou eschisthè
ap anôthen eôs katô eis duo kai è gè
eseisthè kai ai petrai eschisthèsan |
51 et ecce velum templi scissum est in duas partes
a summo usque deorsum et terra mota est et petrae scissae sunt |
51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde
van boven tot beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen
scheurden, |
51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde
in tweeën, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen
scheurden. |
[51] Op dat ogenblik scheurde het voorhangsel in
de tempel van boven tot beneden in tweeën. De aarde beefde, de rotsen
spleten uit elkaar, |
[51] Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel
van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. |
51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurt
van boven tot beneden in tweeën, de aarde beeft, de rotsen scheuren,
|
51. Et voilà que le voile du Sanctuaire se déchira
en deux, du haut en bas ; la terre trembla, les rochers se fendirent, |
|
King James Bible . [51] And, behold, the veil of the temple was rent in twain
from the top to the bottom; and the earth did quake, and the rocks rent;
Luther-Bibel . 51 Und siehe, der Vorhang im Tempel zerriss in zwei Stücke von
oben an bis unten aus.
Tekstuitleg van Mt
27,51 .
| Mt 27,52 - Mt
27,52 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:52 kai ta mnèmeia aneôchthèsan
kai polla sômata tôn kekoimèmenôn agiôn
ègerthèsan |
52 et monumenta aperta sunt et multa corpora sanctorum
qui dormierant surrexerunt |
52 en de grafkamers werden geopend en veel lichamen
van ontslapen heiligen werden opgewekt; |
52 En de graven werden geopend, en vele lichamen
der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt; |
[52] de graven gingen open en de lichamen van veel
heiligen die ontslapen waren, werden tot leven gewekt. |
[52] De graven werden geopend en de lichamen van
veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; |
52 de graven gaan open en vele lichamen van de ontslapen
heiligen ontwaken. |
52. les tombeaux s'ouvrirent et de nombreux corps
de saints trépassés ressuscitèrent : |
|
King James Bible . [52] And the graves were opened; and many bodies of the
saints which slept arose,
Luther-Bibel . 52 Und die Erde erbebte und die Felsen zerrissen, und die Gräber
taten sich auf und viele Leiber der entschlafenen Heiligen standen auf
Tekstuitleg van Mt
27,52 .
| Mt 27,53 - Mt
27,53 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:53 kai exelthontes ek tôn mnèmeiôn
meta tèn egersin autou eisèlthon eis tèn agian
polin kai enefanisthèsan pollois |
53 et exeuntes de monumentis post resurrectionem
eius venerunt in sanctam civitatem et apparuerunt multis |
53. en na zijn opwekking gingen ze uit de grafkamers
(en) gingen binnen in de heilige stad, en verschenen (er) aan velen. |
53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding,
kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen. |
[53] Toen Jezus zelf tot leven was gewekt, kwamen
ze uit de graven en gingen ze naar de heilige stad, waar ze aan velen
verschenen. |
[53] na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven,
gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot
aantal mensen. |
53 Na zijn ontwaken komen zij uit de graven, komen
de heilige stad binnen en verschijnen aan velen. |
53. ils sortirent des tombeaux après sa résurrection,
entrèrent dans la Ville sainte et se firent voir à bien des gens. |
|
King James Bible . [53] And came out of the graves after his resurrection,
and went into the holy city, and appeared unto many.
Luther-Bibel . 53 und gingen aus den Gräbern nach seiner Auferstehung und kamen
in die heilige Stadt und erschienen vielen.
Tekstuitleg van Mt
27,53 .
| Mt 27,54 - Mt
27,54 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,45 - Mt
27,46 - Mt
27,47 - Mt
27,48 - Mt
27,49 - Mt
27,50 - Mt
27,51 - Mt
27,52 - Mt
27,53 - Mt
27,54 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:54 o de ekatontarchos kai oi met autou tèrountes
ton ièsoun idontes ton seismon kai ta | ginomena | genomena
| efobèthèsan sfodra legontes alèthôs theou
uios èn outos |
54 centurio autem et qui cum eo erant custodientes
Iesum viso terraemotu et his quae fiebant timuerunt valde dicentes
vere Dei Filius erat iste |
54 Toen nu de honderdman en die met hem Jezus bewaakten
de aardbeving zagen en de dingen die gebeurd waren, vreesden ze geweldig,
zeggend: “Waarlijk, deze was zoon van God!”
|
54 En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus
bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren,
werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon! |
[54] Toen de centurio en zijn mannen, die bij Jezus
de wacht hielden, de aardbeving zagen en wat er allemaal gebeurde,
werden ze vreselijk bang. Ze zeiden: ‘Werkelijk, Hij was de Zoon van
God.’ |
[54] Toen de centurio en degenen die met hem Jezus
bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden
ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk
Gods Zoon.’ |
54 Als de overste over honderd en die met hem Jezus
bewaken, de beving zien en wat er geschiedt, worden ze zeer bevreesd,
en zeggen: hij was werkelijk een zoon van God! |
54. Quant au centurion et aux hommes qui avec lui
gardaient Jésus, à la vue du séisme et de ce qui se passait, ils furent
saisis d'une grande frayeur et dirent : « Vraiment celui-ci était
fils de Dieu ! » |
|
King James Bible . [54] Now when the centurion, and they that were with him,
watching Jesus, saw the earthquake, and those things that were done, they feared
greatly, saying, Truly this was the Son of God.
Luther-Bibel . 54 Als aber der Hauptmann und die mit ihm Jesus bewachten das
Erdbeben sahen und was da geschah, erschraken sie sehr und sprachen: Wahrlich,
dieser ist Gottes Sohn gewesen!
Tekstuitleg van Mt
27,54 .
348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mt
27,55-56 - Mc
15,40-41 - Mt
27,55-56 - Lc
23,49 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,40-41 - Mt
27,55-56 - Lc
23,49 -- Mt 27,55 - Mt
27,56 -
| Mt 27,55 - Mt
27,56 : 348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc
15,40-41 - Mt
27,55-56 - Lc
23,49 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,40-41 - Mt
27,55-56 - Lc
23,49 -- Mt 27,55 - Mt
27,56 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:55 èsan de ekei gunaikes pollai apo makrothen
theôrousai aitines èkolouthèsan tô ièsou
apo tès galilaias diakonousai autô |
55 erant autem ibi mulieres multae a longe quae
secutae erant Iesum a Galilaea ministrantes ei |
55. Er waren daar nu veel vrouwen die van verre
toezagen. Zij waren Jezus gevolgd vanaf Galilca om hem te bedienen;
|
55 En aldaar waren vele vrouwen, van verre aanschouwende,
die Jezus gevolgd waren van Galilea, om Hem te dienen. |
[55] Op een afstand stonden daar ook veel vrouwen
te kijken. Ze waren Jezus gevolgd uit Galilea en hadden Hem onderhouden.
|
[55] Vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd
waren om voor hem te zorgen, stonden van een afstand toe te kijken. |
55 Er zijn daar vele vrouwen die van verre toeschouwen;
zij zijn Jezus vanaf Galilea gevolgd en hebben hem bediend. |
55. Il y avait là de nombreuses femmes qui regardaient
à distance, celles-là même qui avaient suivi Jésus depuis la Galilée
et le servaient, |
|
King James Bible . [55] And many women were there beholding afar off, which
followed Jesus from Galilee, ministering unto him:
Luther-Bibel . 55 Und es waren viele Frauen da, die von ferne zusahen; die waren
Jesus aus Galiläa nachgefolgt und hatten ihm gedient;
Tekstuitleg van Mt
27,55 .
| Mt 27,56 - Mt
27,55 : 348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc
15,40-41 - Mt
27,55-56 - Lc
23,49 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mc
15,40-41 - Mt
27,55-56 - Lc
23,49 -- Mt 27,55 - Mt
27,56 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:56 en ais èn maria è magdalènè
kai maria è tou iakôbou kai iôsèf mètèr
kai è mètèr tôn uiôn zebedaiou |
56 inter quas erat Maria Magdalene et Maria Iacobi
et Ioseph mater et mater filiorum Zebedaei |
56 onder hen was Maria Magdalena en Maria, en de
moeder van Jakobus en van Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs. |
56 Onder dewelke was Maria Magdalena, en Maria,
de moeder van Jakobus en Joses, en de moeder der zonen van Zebedeüs. |
[56] Daar waren ook Maria van Magdala bij, Maria
de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
|
[56] Onder hen bevonden zich Maria uit Magdala,
Maria de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van
Zebedeüs. |
56 Onder hen is Maria Magdalena, en ook Maria de
moeder van Jakobus en van Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs. |
56. entre autres Marie de Magdala, Marie, mère de
Jacques et de Joseph, et la mère des fils de Zébédée. |
|
King James Bible . [56] Among which was Mary Magdalene, and Mary the mother
of James and Joses, and the mother of Zebedee's children.
Luther-Bibel . 56 unter ihnen war Maria von Magdala und Maria, die Mutter des
Jakobus und Josef, und die Mutter der Söhne des Zebedäus.
Tekstuitleg van Mt
27,56 .
349. Begrafenis van Jezus : Mt 27,57-61
-- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,57 - Mt
27,58 - Mt
27,59 - Mt
27,60 - Mt
27,61 - Mc
15,42-47 - Mt
27,57-61 - Lc
23,50-56a -
| Mt 27,57 - Mt
27,57 : 349. Begrafenis van Jezus : - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,57 - Mt
27,58 - Mt
27,59 - Mt
27,60 - Mt
27,61 -- Mc
15,42-47 - Mt
27,57-61 - Lc
23,50-56a -- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,1-2 - Mt
27,3-10 - Mt
27,11-14 - Mt
27,15-23 - Mt
27,24-26 - Mt
27,27-31 - Mt
27,32 - Mt
27,33-37 - Mt
27,38-44 - Mt
27,45-54 - Mt
27,55-56 -- Mt
27,62-66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:57 oyias de genomenès èlthen anthrôpos
plousios apo arimathaias tounoma iôsèf os kai autos emathèteuthè
tô ièsou |
57 cum sero autem factum esset venit quidam homo
dives ab Arimathia nomine Ioseph qui et ipse discipulus erat Iesu
|
57 Toen het nu avond werd, kwam een rijk mens van
Arimatea, zijn naam was Jozef, die ook zelf een leerling van Jezus
geworden was. |
57 En als het avond geworden was, kwam een rijk
man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus
was. |
[57] Toen het avond geworden was, kwam een rijk
man uit Arimatea, die Jozef heette; ook hij was leerling van Jezus
geworden. |
[57] Toen de avond gevallen was, arriveerde er een
rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was
ook een leerling van Jezus geworden. |
57 ¶ Als het donker wordt komt een rijk mens uit
Arimatea aan, wiens naam Jozef is, die ook zelf leerling van Jezus
is geworden; |
57. Le soir venu, il vint un homme riche d'Arimathie,
du nom de Joseph, qui s'était fait, lui aussi, disciple de Jésus.
|
|
King James Bible . [57] When the even was come, there came a rich man of Arimathaea,
named Joseph, who also himself was Jesus' disciple:
Luther-Bibel . 57 Am Abend aber kam ein reicher Mann aus Arimathäa, der hieß
Josef und war auch ein Jünger Jesu.
Tekstuitleg van Mt
27,57 .
| Mt 27,58 - Mt
27,58 : 349. Begrafenis van Jezus : - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,57 - Mt
27,58 - Mt
27,59 - Mt
27,60 - Mt
27,61 -- Mc
15,42-47 - Mt
27,57-61 - Lc
23,50-56a -- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,1-2 - Mt
27,3-10 - Mt
27,11-14 - Mt
27,15-23 - Mt
27,24-26 - Mt
27,27-31 - Mt
27,32 - Mt
27,33-37 - Mt
27,38-44 - Mt
27,45-54 - Mt
27,55-56 -- Mt
27,62-66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:58 outos proselthôn tô pilatô
ètèsato to sôma tou ièsou tote o pilatos
ekeleusen apodothènai |
58 hic accessit ad Pilatum et petiit corpus Iesu
tunc Pilatus iussit reddi corpus |
Deze naderde tot Pilatus (en) vroeg het lichaam
van Jezus. Toen beval Pilatus (het hein) te geven. |
58 Deze kwam tot Pilatus, en begeerde het lichaam
van Jezus. Toen beval Pilatus, dat hem het lichaam gegeven zou worden. |
[58] Hij vervoegde zich bij Pilatus om het lichaam
van Jezus te vragen. Pilatus gaf toen het bevel om het aan hem af
te staan. |
[58] Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om
het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te
staan. |
58 hij komt bij Pilatus en vraagt om het lichaam
van Jezus. Dan beveelt Pilatus dat het zal worden vrijgegeven. |
58. Il alla trouver Pilate et réclama le corps de
Jésus. Alors Pilate ordonna qu'on le lui remît. |
|
King James Bible . [58] He went to Pilate, and begged the body of Jesus. Then
Pilate commanded the body to be delivered.
Luther-Bibel . 58 Der ging zu Pilatus und bat um den Leib Jesu. Da befahl Pilatus,
man sollte ihm ihn geben.
Tekstuitleg van Mt
27,58 .
| Mt 27,59 - Mt
27,59 : 349. Begrafenis van Jezus : - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,57 - Mt
27,58 - Mt
27,59 - Mt
27,60 - Mt
27,61 -- Mc
15,42-47 - Mt
27,57-61 - Lc
23,50-56a -- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,1-2 - Mt
27,3-10 - Mt
27,11-14 - Mt
27,15-23 - Mt
27,24-26 - Mt
27,27-31 - Mt
27,32 - Mt
27,33-37 - Mt
27,38-44 - Mt
27,45-54 - Mt
27,55-56 -- Mt
27,62-66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:59 kai labôn to sôma o iôsèf
enetulixen auto [en] sindoni kathara |
59 et accepto corpore Ioseph involvit illud sindone
munda |
59 En Jozef nam het lichaam (en) wikkelde het in
rein linnen |
59 En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve
in een zuiver fijn lijnwaad. |
[59] Jozef nam het lichaam, wikkelde het in zuiver
linnen, |
[59] Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in
zuiver linnen |
59 Jozef neemt het lichaam, wikkelt het in zuiver
linnen |
59. Joseph prit donc le corps, le roula dans un
linceul propre |
|
King James Bible . [59] And when Joseph had taken the body, he wrapped it in
a clean linen cloth,
Luther-Bibel . 59 Und Josef nahm den Leib und wickelte ihn in ein reines Leinentuch
Tekstuitleg van Mt
27,59 .
| Mt 27,60 - Mt
27,60 : 349. Begrafenis van Jezus : - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,57 - Mt
27,58 - Mt
27,59 - Mt
27,60 - Mt
27,61 -- Mc
15,42-47 - Mt
27,57-61 - Lc
23,50-56a -- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,1-2 - Mt
27,3-10 - Mt
27,11-14 - Mt
27,15-23 - Mt
27,24-26 - Mt
27,27-31 - Mt
27,32 - Mt
27,33-37 - Mt
27,38-44 - Mt
27,45-54 - Mt
27,55-56 -- Mt
27,62-66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:60 kai ethèken auto en tô kainô
autou mnèmeiô o elatomèsen en tè petra
kai proskulisas lithon megan tè thura tou mnèmeiou apèlthen
|
60 et posuit illud in monumento suo novo quod exciderat
in petra et advolvit saxum magnum ad ostium monumenti et abiit |
60 en legde het in zijn nieuwe grafkamer, die hij gehouwen had in
de rots; en hij wentelde een grote steen voor de deuropening van de
grafkamer (en) ging heen. |
60 En leide dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij
in een steenrots uitgehouwen had; en een groten steen tegen de deur
des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg. |
[60] en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in
de rots had laten uithouwen. Hij rolde een grote steen voor de ingang
van het graf en ging weg. |
[60] en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij
voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen
voor de ingang van het graf en vertrok. |
60 en legt het in zijn nieuwe graf dat hij heeft
uitgehakt in de rots. Hij wentelt een grote steen voor de poort van
het graf en gaat weg. |
60. et le mit dans le tombeau neuf qu'il s'était
fait tailler dans le roc ; puis il roula une grande pierre à l'entrée
du tombeau et s'en alla. |
|
King James Bible . [60] And laid it in his own new tomb, which he had hewn
out in the rock: and he rolled a great stone to the door of the sepulchre, and
departed.
Luther-Bibel . 60 und legte ihn in sein eigenes neues Grab, das er in einen
Felsen hatte hauen lassen, und wälzte einen großen Stein vor die Tür des Grabes
und ging davon.
Tekstuitleg van Mt
27,60 .
| Mt 27,61 - Mt
27,61 : 349. Begrafenis van Jezus : - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,57 - Mt
27,58 - Mt
27,59 - Mt
27,60 - Mt
27,61 -- Mc
15,42-47 - Mt
27,57-61 - Lc
23,50-56a -- Mt
(Matteüs) -- Mt
27 -- Mt
27,1-2 - Mt
27,3-10 - Mt
27,11-14 - Mt
27,15-23 - Mt
27,24-26 - Mt
27,27-31 - Mt
27,32 - Mt
27,33-37 - Mt
27,38-44 - Mt
27,45-54 - Mt
27,55-56 -- Mt
27,62-66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:61 èn de ekei mariam è magdalènè
kai è allè maria kathèmenai apenanti tou tafou
|
61 erat autem ibi Maria Magdalene et altera Maria
sedentes contra sepulchrum |
Nu was daar Maria Magdalena, en de andere Maria,
tegenover het graf gezeten. |
61 En aldaar was Maria Magdalena, en de andere
Maria, zittende tegenover het graf. |
[61] Maria van Magdala en de andere Maria waren
daar tegenover het graf gaan zitten. |
[61] Maria uit Magdala en de andere Maria bleven
achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. |
61 Dan is daar nog Maria Magdalena en de andere
Maria; zij zitten neer tegenover de begraafplaats. |
61. Or il y avait là Marie de Magdala et l'autre
Marie, assises en face du sépulcre. |
|
King James Bible . [61] And there was Mary Magdalene, and the other Mary, sitting
over against the sepulchre.
Luther-Bibel . 61 Es waren aber dort Maria von Magdala und die andere Maria;
die saßen dem Grab gegenüber.
Tekstuitleg van Mt
27,61 .
350. Wacht bij het graf : Mt
27,62-66 - Mt
27,62-66 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,62 - Mt
27,63 - Mt
27,64 - Mt
27,65 - Mt
27,66 -
| Mt 27,62 - Mt
27,62 : 350. Wacht bij het graf : Mt
27,62-66 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,62 - Mt
27,63 - Mt
27,64 - Mt
27,65 - Mt
27,66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:62 tè de epaurion ètis estin meta
tèn paraskeuèn sunèchthèsan oi archiereis
kai oi farisaioi pros pilaton |
62 altera autem die quae est post parasceven convenerunt
principes sacerdotum et Pharisaei ad Pilatum |
|
62 Des anderen daags nu, welke is na de voorbereiding,
vergaderden de overpriesters en de Farizeën tot Pilatus, |
[62] De volgende dag, dat wil zeggen na de voorbereidingsdag,
gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus |
[62] De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag,
gingen de hogepriesters en de Farizeeën samen naar Pilatus. |
62 Maar de volgende dag, dat is die na de voorbereiding,
verzamelen zich de overpriesters en de farizeeërs bij Pilatus, |
62. Le lendemain, c'est-à-dire après la Préparation,
les grands prêtres et les Pharisiens se rendirent en corps chez Pilate |
|
King James Bible . [62] Now the next day, that followed the day of the preparation,
the chief priests and Pharisees came together unto Pilate,
Luther-Bibel . 62 Am nächsten Tag, der auf den Rüsttag folgt, kamen die Hohenpriester
mit den Pharisäern zu Pilatus
Tekstuitleg van Mt
27,62 .
| Mt 27,63 - Mt
27,63
: 350. Wacht bij het graf : Mt
27,62-66 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,62 - Mt
27,63 - Mt
27,64 - Mt
27,65 - Mt
27,66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:63 legontes kurie emnèsthèmen oti
ekeinos o planos eipen eti zôn meta treis èmeras egeiromai
|
63 dicentes domine recordati sumus quia seductor
ille dixit adhuc vivens post tres dies resurgam |
|
63 Zeggende: Heer, wij zijn indachtig, dat deze
verleider, nog levende, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik opstaan. |
[63] en zeiden: ‘Heer, wij moesten eraan
denken dat die misleider tijdens zijn leven gezegd heeft: “Na
drie dagen zal Ik tot leven gewekt worden.” |
[63] Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot
ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft:
“Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” |
63 en zeggen: heer, wij hebben ons herinnerd dat
die dwaalgeest toen hij nog leefde gezegd heeft: na drie dagen word
ik opgewekt! |
63. et lui dirent : « Seigneur, nous nous sommes
souvenus que cet imposteur a dit, de son vivant : «Après trois jours
je ressusciterai ! » |
|
King James Bible . [63] Saying, Sir, we remember that that deceiver said, while
he was yet alive, After three days I will rise again.
Luther-Bibel . 63 und sprachen: Herr, wir haben daran gedacht, dass dieser Verführer
sprach, als er noch lebte: Ich will nach drei Tagen auferstehen.
Tekstuitleg van Mt
27,63 .
| Mt 27,64 - Mt
27,64
: 350. Wacht bij het graf : Mt
27,62-66 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,62 - Mt
27,63 - Mt
27,64 - Mt
27,65 - Mt
27,66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:64 keleuson oun asfalisthènai ton tafon
eôs tès tritès èmeras mèpote elthontes
oi mathètai | | autou | kleyôsin auton kai eipôsin
tô laô ègerthè apo tôn nekrôn
kai estai è eschatè planè cheirôn tès
prôtès |
64 iube ergo custodiri sepulchrum usque in diem
tertium ne forte veniant discipuli eius et furentur eum et dicant
plebi surrexit a mortuis et erit novissimus error peior priore |
|
64 Beveel dan, dat het graf verzekerd worde tot
den derden dag toe, opdat Zijn discipelen misschien niet komen bij
nacht, en stelen Hem, en zeggen tot het volk: Hij is opgestaan van
de doden; en zo zal de laatste dwaling erger zijn, dan de eerste. |
[64] Geef dus het bevel om het graf te beveiligen
tot de derde dag. Want anders komen zijn leerlingen Hem stelen en
zeggen ze tegen het volk: “Hij is opgewekt uit de doden.”
Die laatste misleiding zou erger zijn dan de eerste.’ |
[64] Geeft u alstublieft bevel om het graf tot
de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk
weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan
uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de
eerste.’ |
64 beveel dan dat de begraafplaats tot op de derde
dag beveiligd wordt, anders komen die leerlingen, stelen hem en zeggen
tot de gemeenschap ‘hij is opgewekt uit de doden’, en dan is de laatste
dwaling erger dan de eerste! |
64. Commande donc que le sépulcre soit tenu en
sûreté jusqu'au troisième jour, pour éviter que ses disciples ne viennent
le dérober et ne disent au peuple : «Il est ressuscité des morts !
» Cette dernière imposture serait pire que la première. » |
|
King James Bible . [64] Command therefore that the sepulchre be made sure until
the third day, lest his disciples come by night, and steal him away, and say
unto the people, He is risen from the dead: so the last error shall be worse
than the first.
Luther-Bibel . 64 Darum befiehl, dass man das Grab bewache bis zum dritten Tag,
damit nicht seine Jünger kommen und ihn stehlen und zum Volk sagen: Er ist auferstanden
von den Toten, und der letzte Betrug ärger wird als der erste.
Tekstuitleg van Mt
27,64
- elthontes (gekomen) zie - elthôn
(gegaan, gekomen). In 14 verzen bij Matteüs, zie Mt
8,14 .
| Mt 27,65 - Mt
27,65
: 350. Wacht bij het graf : Mt
27,62-66 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,62 - Mt
27,63 - Mt
27,64 - Mt
27,65 - Mt
27,66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:65 efè autois o pilatos echete koustôdian
upagete asfalisasthe ôs oidate |
65 ait illis Pilatus habetis custodiam ite custodite
sicut scitis |
|
65 En Pilatus zeide tot henlieden: Gij hebt een
wacht; gaat heen, verzekert het, gelijk gij het verstaat. |
[65] Pilatus zei tegen hen: ‘U krijgt een
wacht. Ga veiligheidsmaatregelen treffen zoals u nodig acht.’ |
[65] Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking
krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ |
65 Pilatus verklaart aan hen: hier hebt ge een
wacht; gaat heen en beveiligt alles naar beste weten! |
65. Pilate leur répondit : « Vous avez une garde
; allez et prenez vos sûretés comme vous l'entendez. » |
|
King James Bible . [65] Pilate said unto them, Ye have a watch: go your way,
make it as sure as ye can.
Luther-Bibel . 65 Pilatus sprach zu ihnen: Da habt ihr die Wache; geht hin und
bewacht es, so gut ihr könnt.
Tekstuitleg van Mt
27,65 .
| Mt 27,66 - Mt
27,66
: 350. Wacht bij het graf : Mt
27,62-66 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Mt (Matteüs)
-- Mt 27
-- Mt
27,62 - Mt
27,63 - Mt
27,64 - Mt
27,65 - Mt
27,66 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27:66 oi de poreuthentes èsfalisanto ton
tafon sfragisantes ton lithon meta tès koustôdias
|
66 illi autem abeuntes munierunt sepulchrum signantes
lapidem cum custodibus |
|
66 En zij heengaande, verzekerden het graf met
de wacht, den steen verzegeld hebbende. |
[66] Ze gingen weg en na de steen verzegeld te
hebben, beveiligden ze het graf met de wacht. |
[66] Ze gingen erheen en beveiligden het graf
door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten. |
66 Zij maken voort, verzegelen de steen en beveiligen
de begraafplaats met de wacht. |
66. Ils allèrent donc et s'assurèrent du sépulcre,
en scellant la pierre et en postant une garde. |
|
King James Bible . [66] So they went, and made the sepulchre sure, sealing
the stone, and setting a watch.
Luther-Bibel . 66 Sie gingen hin und sicherten das Grab mit der Wache und versiegelten
den Stein.
Tekstuitleg van Mt
27,66 .
TAALGEBRUIK
COMMENTAAR