NEDERLANDS : ETYMOLOGIE

- https://onzetaal.nl/ .
- http://www.projectx2002.org/nederlands/fonetiek_en_fonologie_oef.htm .
- http://vincentderooij.socsci.uva.nl/atw/week1.html .

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

- http://www.omniglot.com/writing/egyptian.htm#origins .

A

- -a : ba , ga , la , ma , na , pa , ra , sla , va ,
- -aad : daad , laad , naad , raad , zaad .
- -aak : haak , kaak , laak , maak , raak , taak , vaak , waak , zaak .
- -aal : baal , daal , faal , kaal , maal , paal , sjaal , taal , vaal , Waal , zaal .
- -aam : alaam , faam , naam , raam ,
- -aan : baan , banaan , dekaan , gaan , graan , haan , laan , maan , vandaan ,
- -aap : kaap , paap , raap ,
- -aar : baar , gaar , haar , jaar , maar , naar , paar , raar , vaar , waar .
- --- Als suffix : ler-aar < stam leer - aar . Zie WdH , Morfologisch 170-173 .
- -aars : kaars , laars , paars , vaars .
- acht : dacht , jacht , klacht , kracht , lacht , macht , nacht , pacht , pracht , slacht , vacht , wacht , zacht .
- -ar : bar , dar , kar , nar , spar ,

-

- Ned. : aarde . D. : Erde . E. : earth . Arabisch : أَرْض = ´arD (aarde) . Aramees : אֲרְעַ = ´ärë`a (aarde) . Hebreeuws : אֶרֶץ = ´èrèts (land, aarde) . Syrisch : ´ar`o (aarde) .
- Fr. : terre . Italiaans : terra . Lat. : terra < ter-sa , zie tergere (tergo of tergeo) ; torrere (torreo, torrui, tostum) : drogen , dor) . Spaans : tierra . De aarde (t') wordt voorgesteld door aan beide kanten afgeronde rechthoek met drie punten eronder als zaden die in de aarde kunnen ontkiemen . Tegenover terra (aarde) staat mare : zee .
-- Grieks : γη = gè (aarde, land) -> gaia - geo-logie . Geb . In de Egyptische mythologie is Geb de god van de aarde , zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Geb_(mythologie) . Hij wordt voorgesteld door een gans .

- Ned.: ach-t-er . Arabisch : âkhar . Hebr. :´-ch-r . (1) voorzetsel אֶחָר = ´èchär (na, achter) stat. constr. אַחַר = ´achar . (2) אַחֵר = ´acher (a-n-der, andere) . D.: hinter .
-- E.: an-other < elk ander , other .
- Lat.: post .

- Ned.: adelaar (edele aar) . D.: Adler .
- Lat.: aquila . E. : eagle . Fr. : aigle .

- adem - asem (Waarschoots: ausme) . Gr.: οσμη / οδμη = osmè / odmè (reuk) ; zie wkw. οζω = ozô (ruiken) . Lat. : odor, odoris . Fr. : odeur .

- Ned.: ageren < Lat.: agere , egi , actum (handelen) . Gr.: αγω = agô (voeren, leiden, drijven) .

- Ned.: Amon :

- Ned.: Atoem : https://nl.wikipedia.org/wiki/Atoem .

B

- Ned.: bak-k-en

- banen, gaan . Grieks : βαινω = bainô (banen, gaan, zich in beweging zetten) . Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) .

- Ned.: beest . E.: beast . Fr.: bête .

- beet-je . D. : Bit . E.: bit . Fr.: bit . Stam : b - t .

- Ned.: berg .
-- Lat.: mons , montis . Fr.: mont .
-- Hiëroglyfen : dw . Uitgebeeld door twee hoogtes waartussen een dal is .

- Ned.: bijten , beet , gebeten . bete .

- blad (van een boom) . Stam : b/f -l . D.: Blatt . G.: φυλλον = fullon (blad) . βλαστος (kiem, spruit, stengel) . Wkw. βλαστ-αν-ω = blastanô (kiemen, ontspruiten) . Lat.: folium (blad) ; flos, floris (bloem) .

- Ned.: blind . D.: blind . E.: blind .
- Lat.: caecus . Fr.: aveugle (ab oculis : zonder ogen)
- Gr.: tuflos .
- Hebr. : `iwwer .

- Ned.: bot . Fr.: bouton .

- Ned.: boter . Lat.: butyrum . D.: Butter . E.: butter . Fr.: beurre .

- bouw (gebouw) . D.: Bau . E.: building . Hiëroglyfen : pr (uitspraak: per) . Hebreeuws : בנה (bânâh : bouwen) . בת (beth : bouw, huis) . Stam : b/p .
- bouwen . D.: bauen . E.: build .

- Ned.: breken , brak , gebroken . Lat.: fra-n-gere (nasalisatie) , fregi , fractum . Ned. zn : breuk . Fr.: briser (breken, ver-brijz-elen) .
- Hebr.: sjâbhar . sj (mischien van sjeni : twee) br : in twee breken . br in Hebr. en in Ned. , Lat. b/f- r . Arabisch : thabara .
- Gr.: klaô .

D. : Bruder . E. : brother . Fr. : frère . Lat.: frater (fra-ter , pa-ter , ma-ter ; broe-der , va-der, moe-der , zus-ter) . Stam : b/f - r .
Grieks : αδελφος = adelfos (broer) .
Hebreeuws : אָח = ´âch (broer) . Arabisch : أخ = ´ach (broer) .


C

- cirkel . Fr.: cercle . E. circle . Fr. : Lat.: circulus , verkleinwoord van circus . Gr.: κιρκος = kirkos (kring, renbaan) .
- cyclus . D.: Zyclus . E. : cycle . Fr.: cycle . Gr.: κυκλος = kuklos : wiel , kring , cirkel , ring , (ronde) schijf .
- kring . Middelned.: crinc , cring . D.: Kreis .
- singel . Lat.: cingulum (gordel) .
- Stam : c/k/s - r of k/g .


D

- Ned. : dag . D. : Tag . E. : day . F. : jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. : dies . Latijn : dies (dag) . diurnus (dagelijks) . Hiëroglyfen : tá (aarde , land , bodem) ; dit benadert de klank dag ; het wordt verbeeld door een langs beide kanten afgeronde rechthoek met drie punten (bedoeld als zaden) eronder . http://farao.egypte-alles-over.nl/Egyptische_boeken.html#BoekderDag . Noet is de godin van de nacht , Geb de god van de dag , de aarde .
-- Arabisch : يَوم = jaum (dag) . Hebreeuws : יוֹם = jôm (dag) .

- Ned.: deel . D.: Teil .
-- Fr.: part . E.: part . Lat.: pars , partis .

- distributie < Fr.: distribution < Lat.: acc. enk. distributionem van het Lat.: distributio : verdeling , uitdeling , indeling . E.: distibution .

- doden . D.: töten . Fr.: tuer .
- E.: kill .

- Website : http://de-bruyn.it/english/0611_met.shtml .
- dood . D.: Tod . E.: death / dead .
- Lat.: mors , mortis . Fr.: mort . Ned.: moord . D. : Mord . E .: murder . Gr.: μορτος = mortos . Arabisch : lidw + zn : الموت = almawt (de dood) . Hebreeuws : מוות = mèwèth . Stam : m - t(h) . Hiëroglyfen : moet of mut : https://nl.wikipedia.org/wiki/Moet_(godin) - http://suijs.org/web%20egypte/e-3-goden-mut.htm .
- Gr.: θανατος = thanatos .

 

- Ned. : duisternis . Arabisch : ظلام = DHalâm (duisternis) . Taalgebruik in de Qoran : DHalâm (duisternis) . D. : Finsternis . E. : darkness . Fr. : ténèbres . Grieks : σκοτος = skotos (duisternis) . Taalgebruik in het NT : skotos (duisternis) . Hebreeuws : חֹשֶׁך = chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenakh : chosjèkh (duisternis) . Lat. : tenebra.

E

- e- : eb , eg , el , en , er .
- -e : de , ge , me , te , we , ze .
- -ee : fee , mee , pee , ree , vee , wee , zee .
- -eed : deed , kleed , leed , meed , smeed , wreed .
- -eef : beef , geef , keef , leef , neef , teef , weef , zeef .
- -eer : beer , heer , keer , leer , meer , neer , peer , veer , weer , zeer .
- -eet : beet , heet , kreet , meet , speet , vreet , weet , zweet .

- Ned.: egel . D.: Igel .

- Ned.: ei . D.: Ei . E.: egg . Fr. : oeuf . Lat.: ovum .

- enthouiasme . Gr.: ενθουσιασμος = enthousiasmos : geestvervoering , goddelijke inspiratie < εν = en (in) + θεος = theos (god) , Lat.: deus .
- Gr.: ενθουσιαζω = '(door een god) bezeten zijn of buiten zichzelf zijn .
- Gr.: εξουσια < εξ = ex (uit) + ουσια = ousia (het zijnde) is een zelfst. naamw. vr. enk. , afkomstig van het wkw. ειμι = eimi (zijn, bestaan) : het zijnde uit ; macht , mogelijkheid , kracht .

- Ned.: eten . D.: essen . E.: eat . Gr.: εσθιω /εσθω / εδω = esthiô / esthô / edô (eten) .
- Lat.: mandere , mandeo , mandi , mansum . Fr.: manger .

F

- Ned.: funerarium . Ontleend aan Frans funéraire ‘betreffende een begrafenis’ [1565; Rey], zelf ontleend aan Laatlatijn funerarius, een afleiding van klassiek Latijn fūnus (genitief fūneris) ‘sterfgeval, begrafenis, lijkstoet’.

G

- Ned.: gaan . D.: gehen . E.: go .

- Ned.: gans . D.: Gans . E.: Goose . Gr.: χην = chèn . Lat.: anser . Hebr.: אוז = ´ooz .

- Geb . In de Egyptische mythologie is hij de god van de aarde , zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Geb_(mythologie) . Hij wordt voorgesteld door een gans .

- Ned.: geven .
-- Gr.: δι-δω-μι = di-dô-mi . Lat.: donare . Fr.: donner . Hiëroglyfen : di (piramide met een piramide erin : verdubbeling van de d / delta ?) .

- Ned. : goed . Arabisch : طَيَّبٌ = thajjab (goed) . Taalgebruik in de Qoran : thajjab (goed) . Aramees : טַב = tabh (goed) . Hebreeuws : טוֹב = tôbh (goed) . Stam : t-b .
- Ned. : goed . D. : gut . E. : good . Gr. : αγαθος = agathos (voorvoegsel a - gath -os) . Stam : g - d/t/th .
- Lat. : bijvoegl. naamw. : bonus / bijw. : bene . Fr. : bijvoegl. naamw. : bon / bijw. : bien .

- Ned.: goud . E.: gold .

- Physiologus . 19. περι γυπος : over de gier . Stam : γ/κ .
- γυψ
-- γυ-νη
-- υψ-  
- In feite gaat het om de "beval-steen". Deze steen heeft het kenmerk dat er zich iets anders in bevindt; wanneer je ermee klopt, geeft hij een geluid. Zoals een noot heeft hij een kern en een omhulsel. Of een vrouw die in haar buik een vrucht draagt.
- εγ-κυος / εγ-κυμων : (iets) in de holte ; zwanger , drachtig < εν κυω / κυεω : een holte of bolrond maken en daarin iets omvatten, bevatten .
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Vale_gier : "de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. "
- De Egyptische godin werd wordt verbeeld met de gier: zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Nechbet . Nechbet is de godin van Opper-Egypte. In het Hebreuws betekent nègèbh : het Zuiden, dor land . In Nechbet zittten de letters ch/g en b/p -> gp: gier .



H

- Ned. : hand . D. : Hand . E. : hand . Oudengels : hentan (trachten te pakken) . Oudnoors : henda (grijpen) .
- Arabisch : يد = jad (hand) . Hebreeuws : יָד = jâd (hand) .
- Fr. : main . Lat. : manus .
- Grieks : χειρ = cheir (hand) . cfr chirurgie, chiropraxie . Hand betekent dus 'grijper' (stam : g/ch- r) . In het hiëroglyfisch geeft de hand (vingers = doigts < Lat.: digitus) de letter d weer ; de onderarm met twee vingers (grijpertjes) de letter ajin (`) . Uit het Hebreeuws : jatten (stelen) . Portal (2008, 63) . Horappollon 119 .

- hart . D.: Herz . E.: heart . Gr.: καρδια = kardia . Lat.: cor, cor-d-is . Fr.: coeur . Stam : c/h - r - d/t/z .
-- Hebr.: לב (lebh) . Zie Ned.: leven , loven, lief-de . Stam: l - b/v/f . Hiëroglyfen : ib .

- Ned. : hebben . D. : haben . E. : have . Fr. : avoir . Lat. : habere . Stam : h-b/v .
- Grieks : εχω = echô (hebben, bezitten) . Stam s-ch .

- heet . D.: heiss . E.: hot . Hebr.: חמ = châm , wkw. châmam .
- Lat.: chal-i-dus . Fr.: chaud .

- h-e-n , h-aa-n , h-oe-n(der) . Stam : h-n .
-- kip ; Fr.: coq (haan) ; klanknabootsend : kuklekuuk ; stam : c/k - q/k .

- hol-te . εγ-κυος / εγ-κυμων : (iets) in de holte ; zwanger , drachtig < εν κυω / κυεω : een holte of bolrond maken en daarin iets omvatten, bevatten .

- Ned. : hoofd < Lat. : caput , capitis . D. : Koph . E. : head . chapt-er : hoofd-ing , hoofdstuk . Zie Fr. : chef (degene die aan het hoofd staat) . Stam : h/k/c - f/p/ph - d/t .
- Fr. : tête < Lat. : testa (vr. enk. van testus, a, um < tegere : dekken ; t/g , g/k) . Is tête = gedekt ? Het hoofd dat b/gedekt is ?
- Gr. : καρα = kara (hoofd) . Proto-Indo-Europees : krh-(e)s-n- ('hoofd') . Zie Ned. : her-senen , k/h . Sanskriet : sirsn-as .
- Arabisch : رئيس (rajîsj) . Hebreeuws : רֹאשׁ = ro´sj (hoofd, top, begin) . Taalgebruik in Tenakh : ro´sj (hoofd, top, begin) .
- Fr. : bout (uit-einde, uiterst punt , top (metathesis: b-t/ t-p) . Lat. : pungere , pupugi , punctum . In het Hiërglyfisch stelt een hoofd in profiel de ideogram voor met de klankwaarde pt ; b/p .

- Ned. : huis : indogermaanse basis met de betekenis van "bedekken" (dak , Lat.: tectum = bedekt < tegere : dekken, bedekken) . Hiervan zijn ook afgeleid Latijn cus-tos (bewaker) , Grieks κευθω = keuthô (bedekken, verbergen) , E. to hide (verbergen) . D. : Hause . E. : house . Fr. : maison < mansio (verblijf) -> manere (blijven, verblijven) . Grieks : οικος = oikos (woning) . Taalgebruik in het NT : oikos (huis) . Hebreeuws : בַּיִּת = bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Lat. : domus (domi-nus : het huis betreffende , heer) . In het hieroglyfisch geeft een soort huis met binnentuin de klankwaarde pr weer . Bibliografie : De Martelaere Patricia , Thuis . Een plaats om beu te worden , in : Verrassingen . Essays , Amsterdam , Meulenhoff , 1997 , p. 7-21 .




I


J


K

- Ned.: kalf . D.: Kalb . E.: calb .

- kauwen - kiew . Hebr.: אָכַל = ´âkhal (eten) .

- kern . Gr.: καριον : noot, walnoot ; kern of pit van steenvruchten; stam : k-r . καριον : noot, walnoot ; kern of pit van steenvruchten; stam : k-r .

- kiem . D.: Keim . Griekse wortel γεν = gen . Stam : k/g - m/n . Ned.: ont-kiemen . D.: keimen .
- Gr.: βλαστος = blastos . Gr. wkw. met affix : βλαστ-αν-ω = ont-kiem-en . Ned.: bolster ? (de grondbetekenis is 'zwellen') .
--- Ned.: blad . Gr.: φυλλον = fullon . Lat.: folium . Fr.: feuille . D.: Blatt .
--- Ned.: bloem . D.: Blume . E.: flower . Lat.: flos , floris . Fr.: fleur .

- Ned.: kla-gen . Lat.: cla-mare (roepen) . zn : cla-mor . Indo-Europese stam : kel . Gr.: kaleô . (Zie Mesotten Bart, Reliqua, Halewyn, 2012 , blz 334-335) .
- Gr.: kra-zô (krassen , krijsen , roepen) . W -> S : kra-sis (gekras , gekrijs) . Fr.: crier . zn : le cri . Ned. : kreet .
- Gr.: kraugè (geschreeuw) . A + S -> W : kraug-adzô . zie Ned.: kla-g-en .
- Hebr.: tsâ `aq . Lees Gr. van rechts naar links (kradzô -> dz - r -k) , alzo : Hebr.: tsade // Gr.: dzèta ; Hebr.: ajin // Gr.: rho ; Hebr.: qoph // Gr.: k . Opmerkelijk : ajin // rho .

- Ned.: klein . D.: klein .
- Fr.: petit . Volkslatijn : pittittus . Hebr.: פת = path (stuke , bete) < פתת = pâthath (in stukken verdelen) .

-

- Ned.: kneden . D.: kneten . E.: knead .

- Ned. : knie . Gr. : γονυ = gonu (knie) ; gen. γυνατος = gunatos . Taalgebruik in het NT : gonu (knie) . Lat. : genu . k/g . D. : Knie . E. : knee . Fr. : genou .
- Arabisch : ركبة (rakba) . Hebreeuws : בֶרֶךְ= bèrèkh) . In het Arabisch staat de b achteraan , in het Hebreeuws vooraan .

- Ned.: koek / cake . D.: Kuchen . E.: cake .

- Ned.: kolom . E.: column . Fr.: colonne . Lat.: columna . Stam : k/c - l - m/n .
- Gr.: στηλη = stèlè (stijl) .

- Ned.: kroon . Lat.: corona .


L

- l-n : laan , leen , loon , leun ,
- laan (weg) . Wellicht verwant met het Griekse ελαυνω = elaunô (voortdrijven van mens en dier) . De laan zou dan de weg zijn waarlangs het vee wordt gedreven . D. : Allee . E. : avenue . Fr. : la rue .

- lachen - lach . D.: lachen . E.: laugh .
- ridere, rideo , risi , risum . Fr.: rire .

- Ned.: leeuw . Arabisch: لبؤة (labiwah). D. : Löwe . E.: lion . Fr.: lion . Gr.: λεων , λεοντος . Lat.: leo , leonis . Hebr. : לביא (lâbhi´) .
-- Middelnederlands: leu, leeu, leeuwe (Van Dale Lexicografie, 1989, blz. 439).
-- De Griekse uitgang -ôn lijkt op een actief tegenwoordig deelwoord; verbuiging: -ôn , -ontos. Maar er zijn ook zelfstandige naamwoorden met die vorm (Fleury, 1947, nr 146 a). De stam is leont. De eind t valt weg (Van De Vorst, 1969, nr 18C1) en in de vorming van de nominatief enkelvoud heeft een verlenging plaats, vandaar ô i.p.v. o. De genitief enkelvoud wordt gevormd door de stam leont- met de uitgang -os; bijgevolg: leontos. De zelfstandige naamwoorden, die eindigen op -ôn kunnen een collectief aanduiden.
-- In het Latijn valt de naale slot-n in de nominatief enkelvoud weg; vandaar: leo ; genitief enkelvoud: leo-n-is. (Raeymaekers, 1947, nr 36b).
-- In het Oudfrans komt nog leon voor. Verandering van e in i onder invloed van? Ligt de ei en de i dicht bij elkaar bij het maken van de overgang van de e naar de o?
-- Hebreeuws: lâbhî´ . Verwijzing naar het Ugaritisch : lbu , het Akkadisch: labbu, labbatu. Leeuwin : לְבִיאָה (lëhhî´âh). Zelfstandig naamwoord met drie medeklinkers, waarbij één ooprspronkelijke lange klinker in de tweede lettergreep: qatîlvorm (Lettinga 24e4).Arabisch: لبؤة (labiwah).
-- Als het Indo-Europese woord een leenwoord uit het Semitisch is , is dan de w in het Duits en het Nederlands afkomstig van het Semitische b(h) of v/w?
-- In het Hiëroglyfenschrift bestaat de letter l niet. Als die letter dan toch moet gebruikt worden, gebruikt men het beeld van een leeuw. De liggende leeuw geeft het ideogram, determinatief en de klankwaarde rw. Veronderstel dat r en l (liquida) hier uitwisselbaar zijn, dan hebben we rw of lw (leeuw).

- Ned. : leren . D. : lernen . E. : learn .
-- Hebr.: לָמַד = lâmad . Stam : l - m - d .

- Ned.: lopen .

- loven . D.: Lob . Lat.: lau-dare . Fr.: louer . Stam : l - b/v/u (in tweeklank) .
-- Hebr.: לב (lebh) . Zie Ned.: leven , loven, lief-de . Stam: l - b/v/f . Hiëroglyfen : ib . Moeilijkheid van de l in het hiëroglyfenschrift .


M : Hiëroglyfen : http://www.aegyptisch.de/glyphomat.pl . http://hieroglyphes.pagesperso-orange.fr/ . http://www.perkemet.be/viewtopic.php?f=18&t=3057&sid=0de6e73181b32c43021ebdfacefc7ff9 . In sectie G en H van Gardiners sign-list ontdekken we ongeveer 65 volledige en onvolledige afbeeldingen van vogels. Volgens het Egyptisch canon staan die afbeeldingen altijd in profiel. Eén uitzondering valt wel op, de uil (volgens Newberry gaat het om de schuuruil (kerkuil) of Tyto Alba). Dit hiëroglief staat voor de medeklinker m en is mogelijk afgeleid van zijn naam: (i) m (w) of 'iemand die kreunt of klaagt’.
Er zijn wereldwijd 16 soorten uilen gekend, waarvan één soort voorkomt in Egypte.
De kop van het dier kan zo’n 270 graden draaien zonder ogenschijnlijk invloed te hebben op de rest van het lichaam. Deze vogels observeren nauwgezet de omgeving en hebben een uiterst scherp gehoor. Het dier was zeker niet mensenschuw. Je vond ze in Egyptische tempels samen met een overvloed aan prooien zoals ratten, muizen, mussen en tortelduiven. Opmerkelijk is dat het de enige vogel is die als hiëroglief afgebeeld wordt zonder achterst pootklauw.
(gedeeltelijk uit Between Heaven and Earth - Birds in Ancient Egypt Rozenn Bailleul -Lesuer)

- Ned.: majesteit . D.: Majestät . E.: majesty . Fr.: majesté . Hiëroglyfen : chèm . Het wordt voorgesteld door een vollersknots . Geheugensteuntje met een metathesis : m-ch .

- malen , maalde , gemaald . meel . maalderij . molen . Gr.: μυλος (molen, molensteen) .

- markt - mercator - mercurius

- Ned. : meer . magis (meer) ; bijwoord , comparatief . maxime (mak-sime; meest) : bijwoord , superlatief . magnus (groot) . g/k. Oudengels : ma . Grieks : μεγας = megas (groot) . E.: major (uitspraak : meedzë) . Hiëroglyfen : n_tr (netjer) : god , goddelijk , uitgebeeld met een vlaggestok met vlag .
-- Ned. : magis-ter : letterlijk meer-dere , meestal vertaald door mees-ter . Oudengels : ma . Engels : mas-ter . Ned. : mees-ter . Grieks : μεγας = megas (groot) . Hiëroglyfisch : nb (weergegeven door een schaal) .

- Ned.: melk . D.: Milch . E.: milk .
- Lat.: lac - lactis . Fr.: lait .

- mens < man-s ? . Hebreeuws : יש (isj : man) ; vr. ישה (isjâh : man-n-in , vrouw) . Hiëroglyfen : s ; weergegeven door een sluitstuk ; vr. s.t (t geeft de vrouwelijke vorm weer) .

- Ned. : meten - maat -
- Ned.: afmeten - afgemeten - afmeting .

- Ned.: moe-der (va-der , broe-der) . D.: Mu-tter (Va-ter , Brü-der) . E.: mo-ther (fa-ther , bro-ther) . Fr.: mè-re (pè-re , frè-re) . Lat.: ma-ter (pa-ter , fra-ter) . Gr.: μη-τηρ = mè-tèr (πα τηρ = pa-tèr) . Hiëroglyfen : ´at .

-- uit-mond-en .

.

- Fr. : mot < Lat.: muttum < muttire : de klank mu voortbrengen , fluisteren , grommelen . Hiëroglyfen : md , mv. (met w) : mdw = medou (les mots = woorden) .


N

- naam . Wkw. noemen . Gr. : ονομα = onoma . Lat.: nomen . D. : Name . Fr. : nom . E. : name . Stam: n-m . Hiëroglyfen : rn . De mond verbeeldt de r . Zie het Griekse ρη-μα : woord ; ρεω = reô (vloeien) . We zeggen : vloeiend een taal spreken .
-- Arabisch : اسم = ism (naam) . Hebr. שֵׁם = sjem (naam) .

- Ned. : nacht . D. : Nacht . E. : night . Fr. : nuit . Gr. : νυξ , νυκτος = nux (nacht) . Lat. : nox , noctis . Het Griekse nuks < ne ok(w)t . Got. : nahts . Sanskr. : nak . Oudeng. : neaht , niht . (u - o - i - a) . Het hiëroglyfisch nwt (Noet) is de hemelgodin , de moeder van de zonnegod Re , die zij dagelijks ter wereld brengt . Website : https://nl.wikipedia.org/wiki/Noet . Het woord Noet wordt verbeeld door een kruik (nw) (water-kruik op het hoofd) en een brood (t) : water en brood . In de afbeelding heeft zij het levensteken `ankh in haar hand . Uit de hemel valt regen , die het graan doet schieten , koren opbrengt en als brood tot voedsel dient .
-- Hebr.: לָיְלָה = lajëlâh (nacht) .

O

- -ocht : bocht , kocht, mocht , pocht , tocht , vocht , zocht .

 

- -ond : blond , bond , grond , mond , pond , rond , vond , wond , zond
- -ont : kont , lont ,

- Ned.: offer < ob-fer : op-voer-ing (f/b/p - f/v - r) .

oog                      
N.: o o g                
D.: A u g e              
G.:   o f (p)   th a l m o s  
L.:   o c u     l   u s  
E.:   e y e              
Heb.:   a j in              
Fr.:   o   oei     l        
                       

- Osiris , Griekse vorm van het Hiëroglyfisch ws ir -> osir-is (de uitgang is kan de uitspraak van het Griekse -ès zijn; ws=os : ze zou erop kunnen wijzen dat de w zowel de oe- als de o-klank kan weergeven .) . Het Latijnse os, ossis , onz. mv. ossa : beenderen , gebeente . Osiris is de god van de onderwereld . Zou hij kunnen betekenen : hij die de beenderen (van de gestorvenen ; ossa) ziet (ir: oog) . Osiris is de zoon van Noet (de godin van de hemel) en Geb (de god van de aarde) . Noet en Geb waren zus en broer .
Osiris wordt gezien als de god van de wederopstanding en vruchtbaarheid (overgang van de seizoenen : winter - lente ; de penis in erectie) . Zie ook pilaar en de djed van Osiris .
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Osiris_(mythologie) .
- https://www.google.be/search?q=osiris&biw=1600&bih=660&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&sqi=2&ved=0ahUKEwia9YbswMTSAhUCMBoKHQBLANgQsAQILQ&dpr=1 .



P

- p-t : peet , pet , peut , piet , pit , poet , poot , pot , put
11452

- Ned.: pilaar . D.: Pfeiler . E. : pillar . Fr. pilier .
- djed pillar van Osiris : https://www.google.be/search?q=pillar+djed+osiris&biw=1600&bih=660&tbm=isch&imgil=oTmTnpAIbHbP2M%253A%253B8kEWbAY5YICDlM%253Bhttp%25253A%25252F%25252Fwww.pyramidofman.com%25252Fdjed%25252F&source=iu&pf=m&fir=oTmTnpAIbHbP2M%253A%252C8kEWbAY5YICDlM%252C_&usg=__12Fxv_h0qV0wgl0pUr3Z7mFGip8%3D&ved=0ahUKEwjMgriCvcTSAhWKVhoKHVvDD4MQyjcIOA&ei=krK-WMzxJoqtaduGv5gI#imgrc=oTmTnpAIbHbP2M: .
- dj : fonetisch weergegeven door het beeld van een slang . Is het een klanknabootsend woord , nl. de sisklank van een slang ? In het Ned. spreken we van slang (wellicht van slingeren) : het geeft de activiteit van de slang weer als 'kruip'dier . De letter dj wordt afgebeeld door een opgerichte slang . Een slang ondergaat een metamorfose door haar jaarlijkse vervelling , maar ze kan zich langs de grond slingeren maar zich ook oprichten . Geeft de djed pilaar de opgerichte dj weer als beeld van Osiris die god van de onderwereld is , maar ook herrijst en tot leven komt ?

- plooi
-- L.: explicare : ont-plooi-en , ont-vouw-en , uit-leggen .



Q

- q-n-? . Hebr.: קָנַה = qânah (verwerven, bezitten, kopen).
-- Grieks : ktaomai . zn : ktè-ma : bezit . In Rost (1836) wordt verwezen naar de grondvorm kenô : een ledige ruimte maken of veroorzaken . kteinô (doden, vermoorden). kenos : ledig , ijdel , nietig .

R

- r : behoort tot de "liquidae" letters : http://www.vanoostendorp.nl/fonologie/tongval/t16.html .

- Ned.: vnnl. rap ‘snel’ [1599; Kil.].
Wrsch. een afleiding van de wortel van → rapen, zie aldaar voor de vormen met de betekenis ‘(zich) haasten’.
Mnd. rap ‘dartel, vlug’ (waaraan ontleend nzw. rapp ‘vlug’)

- Ned.: regel (in de betekenis van meetlat) . D. : Regel . E. : rule . Fr.: règle . Lat.: regula .
- Arabisch : رجل  (râjul) . Aramees : רִגְלָא of רַגְלָא (rigëlâ' of ragëlâ') . Hebreeuws : רֶגֶל = règèl (voet, voetstap) . Het Latijnse regula betekent : lat , liniaal , maatstaf , richtsnoer , regel . Een lengtemaat was b.v. zoveel voet . Zie website : https://nl.wikipedia.org/wiki/Voet_(lengtemaat) . Stam : r - g- l .

- Ned.: rennen . Gr.: ρεω = reô (vloeien, stromen) . Hebr.: רזצ = rwts of rûts .
- Lat.: currere (curro) . Fr.: courir . Ned. dialect : crossen .
- Ned.: renner . D.: Rennfahrer . E.: ra-cer .
- Ned.: koereur /coureur . Fr.:
- Ned.: koers . D.: Kurs . E.: course . Fr.: cours . Lat.: cursus .

- Ned.: room . Gr.: κρεμα = krema . D.: Creme . E.: cream . Fr.: crème . Arabisch : كريم = karim .

S

- salto -> Lat.: wkw. salire , salio , salui , saltum (zie http://www.koxkollum.nl/cursus/cursuslatstamtijdenlijst.htm) ; saltum : gesprongen , saltus : een sprong . salum : deinig , schommeling . Fr.: sal-u-er . Ned.: salueren (met de hand heen en weer zwaaien als groet) . Frequentatief : saltare : dansen . Gr.: σαλ-ε-υ-ω = sal-euô : heen en weer schudden , heftig bewegen , op en neer deinen . σαλος = salos : onrustige , heftige deining , storm . (Griekse stamtijden : http://home.kpn.nl/herakleitos/Grieks/CSE/CEVO%20stamtijden.pdf ) .

- Ned.: samen . Gr.: συν = sun . Lat.: com/con .

- Ned. : schouder . W. : schâ-re .

- Ned.: slang .
- Lat.: serpens , -ntis . Fr.: le serpent .

- sluiten - slot - sleutel . Hebr.: pâtach : openen . miph(ë)theach (middel om te openen) : sleutel . In het Hebreeuws wordt verondersteld dat iets gesloten is en dient een "sleutel" om te openen .
- Gr.: κλη(i)ω of κλειω . Lat.: claudere , clausi , clausum . Gr.: κλειθρον = kleithron (slot, grendel) . claustrum , Fr.: clôture , Ned.: claustrum of slot , ook klooster . Lat.: clavis (sleutel) . Fr.: clé .
- J. De Vries (Etymologisch woordenboek , Het Spectrum , 1966) maakt een onderscheid tussen kentum- (centum = kentum : honderd) en satemtalen (centum wordt satem) . Zou het kunnen dat sluiten afkomstig is van het Latijnse claudere (c/k tegenover s) ?
- Stam : c /k/s - l - d /t . Ook n (Grieks) tegenover m (Latijn) .

- snellen - snel -

- Ned.: stad . D.: Stadt .
- E. : city . Lat.: civitas .
- Arabisch : مدينة = medina .
- Gr.: polis .
- Fr.: ville .
- Hiëroglief : niwt : http://www.gardenvisit.com/blog/niwt-symbol-ancient-egyptian-city-determinative-hieroglyph/ . https://en.wikipedia.org/wiki/Townsite-city-region_(hieroglyph) . http://www.shabtis.com/Amen-niwt-nakht.html . https://books.google.be/books?id=1Jead15xcBQC&pg=PA189&lpg=PA189&dq=niwt&source=bl&ots=YztyETyGxS&sig=XmAw359QrIAl14CUQQDnVt_cB-U&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiN-4T0psDSAhXIyRoKHWkmBWE4FBDoAQguMAM#v=onepage&q=niwt&f=false .

- Ned. : steunen (uit : stewnen?) . Waarschoots : steun .

- Ned.: st-ra-len . Lat. : radiare : stralen . radians (de stralende) : de zon . Waarschoots : strauwn . Hiëroglyfen : ra : weergegeven door een mond (r) en een onderarm met hand en vingers (ajin ; Gr. : χειρ = cheir : hand ; grijpen) en het determinatief : een cirkel met een punt erin (de zon) . Zie : https://nl.wikipedia.org/wiki/Ra_(god) . In het Hebreeuws is zien: râ'âh . Zon en zien kunnen dus verband met elkaar hebben . Gr.: λαμπω = lampô .
- Ned.: straal . Oude verwante talen wijzen naar pijl . D.: Strahl . Lat.: radius .

T

- Ned. : raken , aanraken , tikken , aantikken -> toets ? . E. : touch . Fr. toucher < volkslat. toccare < Lat. : ta-n-g-ere (tetigi , tactum) . It. : toccare . Sp. : tocar . Raken = treffen . "Noli me tangere" (wil me niet aanraken, wil me niet vasthouden, klamp je niet vast) : Joh 20,13 . Ned. : tang : gereedschap om iets te grijpen , vast te houden . Ned. : tank : een reservoir om vloeistoffen vast te houden .
In het NT komen 2 soorten aanrakingen voor : de ene in de betekenis van : voor zichzelf vasthouden , vastklampen , iemand niet loslaten ; de tweede in de betekenis van : de bevrijdende kracht van de ander erkennen (bloedvloeiende vrouw in Mc 5,25-34) . De 2 betekenissen komen voor in Ps-Mt. XIII,4 : Salome wil een bewijs van wat Zelomi zegt over de maagdelijkheid van Maria ; ze gelooft niet . In Ps-Mt XIII,5 gelooft Zelomi de jongeling dat zij door het kind kan genezen worden . Zij raakt de rand (zie Mt 9,20 en Lc 8,44) van de doeken aan en wordt genezen . Zelfs textueel wordt naar het verhaal van de ongelovige Thomas verwezen (Joh 20, 25 : nisi … non credam : tenzij … zal ik niet geloven) . In Ps-Mt XIII,3 gelooft Zelomi onmiddellijk en roept uit : Heer , grote Heer (Zoals Thomas uitroept : mijn Heer en mijn God) .
De 2 vroedvrouwen zijn nodig om de maagdelijkheid van Maria te bewijzen . Twee : omdat een bewijs slechts geldig is bij twee getuigen .
De naam Salome komt voor in Mc 16,1 . Zij zal getuige zijn van het lege graf en van het getuigenis van de jongeling over de verrijzenis van Jezus . Zo omspant Salome het hele leven van Jezus : geboren uit de maagd Maria … de derde dag verrezen uit de doden .  

-- Gr. ἁπτω = haptô (hechten, vastgrijpen, aanraken) . Bayens (1963 , nr.96 nota en 1 : "De praesensstam wordt dikwijls versterkt met τ = t." Ned. : = hap-pen ? (bijten) . Een hap is een beet .

- -ter . Lat.: pa-ter (va-der) , ma-ter (moe-der) , fra-ter (broe-der) ->

- tocht < tijgen (trekken, beginnen) . Lat. : dicere (zeggen) . Gr. : deiknumi (tonen) .

- Trouw kan een werkwoordvorm en een zelfstandig naamwoord zijn . De werkwoordvorm is actief imperatief 2de persoon enkelvoud van het werkwoord trouwen . Het zelfstandig naamwoord is afgeleid van het werkwoord . Bij dergelijke woorden die éénlettergrepig zijn krijgt het zelfstandig naamwoord het bepaald lidwoord de .
Het werkwoord trouwen kan een prefix krijgen : be-trouwen , ver-trouwen . Hieruit is dan het zelfstandig naamwoord ontstaan : het be-trouwen , het ver-trouwen .

- twee . Arabisch : اِثنَان = ´ithnân (twee) . D. : zwei . E. : two . Fr. : deux . Grieks : δυο = duo (twee) . Hebreeuws : שְׂנַיִם = sjënajim (twee) . Lat. : duo . (d - t - z/ts ; u -w) . Er zijn slechts twee geslachten : mannelijk en vrouwelijk . Er kunnen dus slechts jongens en meisjes geboren worden . In het gezin zijn er dus ouders , broers en zussen . Hiëroglyfen : sn(w) : twee . sn : broer . snt : zus(ter) (t geeft de vrouwelijke vorm aan) .

U

- -uit : buit , duit , fluit , guit , kluit , luit , ruit , snuit .
--- Als prefix : uit- .



V

- Ned. : va-der . Arabisch : اَب = ´ab (vader) . Taalgebruik in de Qoran : ´ab (vader) . D. : Va-ter . E. : fa-ther . Fr. : pè-re . Grieks : πατηρ = pa-tèr (va-der) . Taalgebruik in het NT : patèr (vader) . Hebreeuws : אַב = ´abh (vader) . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Lat. : pa-ter . (Labialen : stemloos : p ; stemloos aangeblazen : ph = f ; stemhebbend : b ; stemhebbend aangeblazen : bh = v) .

- van . D.: von . E.: of . Hiëroglyfen : n ; na een zelfst. nw. mann. mv. n(w) ; na een vr. zelfst. nw. enk. en mv. : n(t) . nw - van : metathesis ? Stam : v/f/w , n . nw wordt voorgesteld door een vat ; bier van het vat . Een vloeistof heeft een vat nodig om het te kunnen bevatten .

- Ned.: vast (bevestigd , gevestigd) . Lat.: fixum . D.: fest . Fr.: fixé .
- Ned.: vestigen . Lat.: fingere , fixi , fixum .

- vat . E.: barrel . Fr.: baril .

- Ned.: vee . Lat. : pecus .

- Ned. : ven-ster . Fr. : fen-être < fen-es-ter . Lat.: fenestra .

- Ned. : ver-meer-deren . Lat. : aug-ment-are . It. : aumentare . Sp. : aumentar . Fr. : augmenter . E. : augment . Ned. : augmenteren . D. : augmentieren . < Indo-Eurepees aweg (groeien) . Lat. augere (vermeerderen, doen groeien, vergroten) - auctus .
- Ned. : veel . Indo-Europees : epe- , ple (p / f / v + l) . A. : Arabisch : كثير = kathir (zie http://www.arabischlexicon.com/183-kathyr-veel-1603157916101585.html) . D. : viel . E. : much . Fr. : beaucoup . ) . Gr. : πολυς = polus (veel) . Hebr. + Aramees : רַב = rab . Lat. : multus .

- Ned.: ver-zadig-en , ver-zadig-d . Middelned.: versaden , saden , sadigen . Hebr.: סעד = sâad (steunen , ook : sterken, zich verkwikken) .

- Ned.: vinger . D.: Finger . E.: finger .
- Gr.: δακτυλος = daktulos . Lat.: ta-n-gere , tetigi , tactum . Fr.: doigt . Stam : t/d - g/c . -> dig-itus . Hoe is de verhouding van de v/f en d/t ?

- Ned.: voeren . D.: führen . Gr.: φερω = ferô . Lat.: ferre .
- Ned.: voertuig , vervoeren , het vervoer , vervoermiddelen , afvoeren , wegvoeren ,

por-tare (f / p) . Frans : porter . Italiaans : portare . Ned. : bre-n-gen (p / b) . D. : bringen . E. : to bring .

- Ned. : voet , poot . D. : Fuss . E. : foot . Fr. : pied . Grieks : πους = pous , ποδος = podos (voet) . Latijn : pes , -dis . (p - f - v ; d - t) . Stam : p/v - s/t/d . Het Latijnse regula betekent : lat , liniaal , maatstaf , richtsnoer , regel . Een lengtemaat was b.v. zoveel voet . Zie website : https://nl.wikipedia.org/wiki/Voet_(lengtemaat) .
- Arabisch : رجل  (râjul) . Aramees : רִגְלָא of רַגְלָא (rigëlâ' of ragëlâ') . Hebreeuws : רֶגֶל = règèl (voet, voetstap) . Het Latijnse regula betekent : lat , liniaal , maatstaf , richtsnoer , regel . Een lengtemaat was b.v. zoveel voet . Zie website : https://nl.wikipedia.org/wiki/Voet_(lengtemaat) . Stam : r - g- l .

- Ned. : vol . Indo-Europees : epe- , ple (p / f / v + l) . Arabisch : كامل = kamil . D. : voll . E. : Full . Fr. : plein . Gr. : πολυς = polus . Hebr. : מָלֵא = mâle . Lat. : plenus (vol) . It. : pieno . Sp. : pleno

- Ned. : vol-heid . Indo-Europees : epe- , ple (p / f / v + l) . D. : Fülle . E. : Fulness / plenitude . Fr. : plénitude . Gr. : πληρωμα = plèrôma . L. : pleni-tudo . It. : plenitudine . Sp. : plenitud .



W

- Ned.: warm . D.: warm . Gr.: θερμος = thermos . Stam : w/th? - r - m .

- warm-te . D.: Wärme . Fr.: chaleur .

- Ned.: wie ?
- Ned. : wat ? D.: What ? E.: what ? Fr.: quel ? Grieks : τι = ti ? Lat.: quod .
- Ned.: waar ?
- Ned.: wanneer ?

- water . D. : Wasser . E. : water . Grieks : ὑδωρ = hudôr (water) . Grieks : Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Oudkerkslavisch : voda en genalaseerd Latijn unda . Oudindisch : udan . In het hiëroglyfisch stelt een papyrus de klankwaarde w'd (wad) voor ; het betekent groen, vers zijn ; w'd wr (wad oer) : zee (de groene - grote = de grote groene) .
- Fr. : eau . Lat. : aqua .

- (ge)welf . Fr.: voûte (Waarschoots : vede zoals be-de < bed) . Lat.: volvere , volvi , volutum .

- Ned.: wijn . D.: Wein . E.: wine . Fr.: vin . Gr.: οινος = oinos . Lat.: vinum . Stam : v/w - n .

Y


Z

 

- zon . - st-ra-len . Lat. : radiare : stralen . radians (de stralende) : de zon . Waarschoots : strauwn . Hiëroglyfen : ra : weergegeven door een mond (r) en een onderarm met hand en vingers (ajin ; Gr. : χειρ = cheir : hand ; grijpen) en het determinatief : een cirkel met een punt erin (de zon) . Zie : https://nl.wikipedia.org/wiki/Ra_(god) . In het Hebreeuws is zien: râ'âh . Zon en zoon kunnen dus verband met elkaar hebben .

- Ned.: zoon . D. : Sohn . E. : son . In het hiëroglyfisch geeft de eend de klankwaarde s' (zoon) weer .
- Arabisch : اِبن = ´ibn (zoon) . Taalgebruik in de Qoran : ´ibn (zoon) . Hebreeuws : בֵּן/ בִּן / בֶּן= ben / bin / bèn (zoon, kind) . b/p/v/f - n .
- Lat.: filius . Fr. : fils .
- Gr. : υἰος = huios (zoon) .

- Ned.: zuil .

- zus-ter (fra-ter , pa-ter , ma-ter ; broe-der , va-der, moe-der , zus-ter) . D.: Schwester . E. : sister . Fr.: soeur . Lat.: soror , -oris . Hiëroglyfen : sn.t

- zwart . D. : schwarz . Hiëroglyfen : km (keme) .
-- E.: black .
-- km : zwart worden , zwart zijn . kmt : Egypte .
-- Lat. : niger . Fr.: noir .

a
b
c
d
e
f
g
h
i
j
k
l
m
n
o
p
q
r
s
t
u
v
w
x
y
z