NIEUWE TESTAMENT : TAALGEBRUIK

Overzicht van het N.T. taalgebruik : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

-
OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


OPGELET : De getallen verwijzen steeds naar het aantal verzen waarin een 'woord' voorkomt . Eenzelfde 'woord' kan echter meerdere malen in hetzelfde vers voorkomen .

  N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
boeknr.  27 40 41 42 43 44 45 - 65 66    
hoofdst.  260 28 16 24 21 28 121 22 68  89 
verzen  7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 

  N.T. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
boeknr.  27 (aantal)   45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65     
hoofdst.  260 121 16  16  13  13  100 21
verzen  7957 2767 433  437  257  149  155  104  95  89  47  113  83  46  25  303  108  105  61  105  13  14  25  2336  431 

 

 

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
verzen  (678) 45  28  35  41  43  56  37  38  50  52  33  44  37  72  47  20 

 

 

  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24
verzen (1151) 80  52  38  44  39  49  50  56  62  42  54  59  35  35  32  31  37  43  48  47  38  71  56  53 

 

  Joh 1 Joh 2 Joh 3 Joh 4 Joh 5 Joh 6 Joh 7 Joh 8 Joh 9 Joh 10 Joh 11 Joh 12 Joh 13 Joh 14 Joh 15 Joh 16 Joh 17 Joh 18 Joh 19 Joh 20 Joh 21
                                           

 


verzen Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
1007 ?   26  47  26  37  42  15  60  40  43 48  30  25  52  28 

verzen Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  41  40  34  28  40  38  40  30  35  27  27  32  44  31 

 

A

- achri (tot)  .

achri (tot)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  47 3 44 1   4   15 13 11   

- adialeiptôs (niet - tussen - laten , on-op-houdelijk) . In negen verzen in de bijbel . O.T. (5) . N.T. (4) : (1) Rom 1,9 . (2) 1 Tes 1,2 . (3) 1 Tes 2,13 . (4) 1 Tes 5,17 .

- afesis (vergeving) . Verwijzing : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 .

afesis  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
nom : afesis 5 2 3         1 2    
gen : afeseôs 21 21                  
dat : afesei 8 6     2          
acc.: afesin 26 14 12 1 2 3   4 2    
totaal 60 44 17 1 2 5   5 4    

afesis  N.T. Mt Mc Lc Hnd Brieven  
nom : afesis 3       1 : Hnd 13,38 2 : (1) Heb 9,2 . (2) Heb 10,18 .  
dat : afesei     2 : (1) Lc 1,77 . (2) Lc 4,18 .      
acc.: afesin 12 1 : Mt 26,28 . 2 : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 3,29 . 3 : (1) Lc 3,3 . (2) Lc 4,18 . (3) Lc 24,47 . 4 : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . 2 : (1) Ef 1,7 . (2) Kol 1,14 .  
totaal 17 1 2 5 5 4  

- vergeving van zonden

afesis  N.T. Mt Mc Lc Hnd Brieven  
afesis hamartiôn 1       1 : Hnd 13,38    
afesei hamartiôn     1 : (1) Lc 1,77 .      
afesin (tôn) hamartiôn 9 1 : Mt 26,28 . 1 : (1) Mc 1,4 .

1 : (1) Lc 3,3 . (3) Lc 24,47 .

1 : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . 1 : (2) Kol 1,14 .  
eis afesin hamartiôn (tot vergeving van zonden) 1 : Mt 26,28 . (1) Mc 1,4 . 1 : (1) Lc 3,3 . NIET : (1) Lc 4,18 . (2) Lc 24,47 . (1) Hnd 2,38    
totaal 15 1 2 4 5 4  

Verwijzing : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 .

- akatharos (onzuiver) .

akatharos (onzuiver) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. m. enk. akathartos 63 62 1           1      
nom. + dat vr. enk , nom + acc. onz. mv. .akatharta(i) 25 19 6   2     1 1 2
nom. + acc. onz. enk. akatharton 37 28 9 1 4 1   3    
gen. mann. enk. akathartou 13 10 3     1     1 1 1 1
dat. m. + onz. enk. akathartô(i) 11 6 5   3 2        
nom. m. mv. akathartoi 6 6                    
gen. m. + vr. + onz. mv. akathartôn 12 8 4 1 1 1   1    
dat. mv. akathartois 2   2   1 1         2 2
Totaal   169 139 30 2 11 6   5 3 3 19  19 

akatharos (onzuiver) N.T.  Mt  Mc   Lc  syn. ev.
nom. m. enk. akathartos 1          
nom. + dat vr. enk , nom + acc. onz. mv. .akatharta(i) 6   2 : (1) Mc 3,11 . (2) Mc 5,13 .  
nom. + acc. onz. enk. akatharton 9 1: Mt 12,43 . 4 : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 3,30 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 7,25 . 1 : Lc 11,24 . 6 : (1) Mt 12,43 // Lc 11,24 . (2) Mc 1,26 //Lc 4,33 . (3) Mc 5,8 // Lc 8,29 .
gen. mann. enk. akathartou 3     1 : Lc 4,33 . 1 1
dat. m. + onz. enk. akathartô(i) 5   3 : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 9,25 . 2: (1) Lc 8,29 . (2) Lc 9,42 . 5 : Mc 9,25 // Lc 9,42 .
nom. m. mv. akathartoi            
gen. m. + vr. + onz. mv. akathartôn 4 1: Mt 10,1 . 1 : Mc 6,7 . 1 : Lc 6,18 . 3 : (1) Mt 10,1 // Mc 6,7 .
dat. mv. akathartois 2   1 : Mc 1,27 . 1 : Lc 4,36 . 2 : (1) Mc 1,27 // Lc 4,36 . 2
Totaal   30 2 11 6 19  19 

Een vorm van akathartos (onzuiver) in Mc   (1) Mc 1,23 (dat onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (2) Mc 1,26 (nom. onz. enk. akatharton in : to pneuma to akatharthon = de onzuivere geest) . (3) Mc 1,27 (dat. onz. mv. akathartois in : tois pneumasin tois akathartois = aan de onzuivere geesten) . (4) Mc 3,11 (nom. onz. mv. akatharta in : ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) . (5) Mc 3,30 (acc. onz. enk. akatharton in : pneuma akatharton = een onzuivere geest) . (6) Mc 5,2 (dat. onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (7) Mc 5,8 (voc. onz. enk. to pneuma to akatharton = de onzuivere geest) . (8) Mc 5,13 (nom. onz. mv. akatharta in : ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) . (9) Mc 6,7 (gen. onz. mv. akathartôn in : exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn = macht over de onzuivere geesten) . (10) Mc 7,25 (acc. onz. enk. akatharton in : pneuma akatharton = een onzuivere geest) . (11) Mc 9,25 (dat. m. + onz. enk. akathartô(i) in : tôi pneumati tôi akathartô(i) = aan de onzuivere geest).    

- Mt 9,28 (daimonizomenoi = demon wordende) // Mc 5,2 (en pneumati akathartôi = met een onzuivere geest) // Lc 8,27 (echôn daimonia = hebbende demonen) .
- Mt 12,22 (daimonizomenos = een demon wordende) // Lc 11,14 (daimon = een demon) .
- Mc 1,23 (en pneumati akathartôi = met een onzuivere geest) // Lc 4,33 (echôn pneuma daimoniou akathartou = hebbende een geest van een onzuivere demon) .
- Mc 1,26 (to pneuma to akatharton = de onzuivere geest) // Lc 4,35 (to daimonion = de demon) .
- Mc 5,13 (ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) // Lc 8,33 (ta daimonia = de demonen) .
- Mc 5,15 (ton daimonizomenon = de demon wordende) // Lc 8,35 (ta daimonia = de demonen) .
- Mc 5,18 (ho daimonistheis = de gedemoniseerde) // Lc 8,38 (ta daimonia = de demonen) .
- Mc 9,20 (to pneuma = de geest) // Lc 9,42 (to daimonion = de demon) .
- Mt 10,1 (exousian pneumatôn akathartôn = macht over onzuivere geesten) // Mc 3,15 (ta daimonia = de demonen) // Mc 6,7 (exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn = macht over de onzuivere geesten) // Lc 9,1 (exousian epi panta ta daimonia = macht over alle demonen) .

- akouô (horen) .

akouô (horen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk    
ind. pr. 3de p. enk. akouei                        
ind. pr. 1ste p. enk. akouô                        
ind. pr. 2de p. enk. akoueis                         
ind. pr. 3de p. mv. akousin                        
ind p. + imp. 2de p. mv.akouete                        
inf. pr. akouein                        
part. pr. nom. m. enk. akouôn                         
part. pr. dat. enk. akouonti                         
part. pr. nom. mv. akouontes                         
part. pr. g. mv. akouontôn                         
ind imp. 3de p. enk. èkouei                        
ind. imp. 3de p. mv. èkouon                        
ind. aor. 3de p. enk. èkousen                         
ind. aor. 3de p. mv. èkousan                         
impera. aor. 2de p. mv. akousate                         
inf. aor. akousai                          
part. aor. nom. enk. akousas                         
part. aor. nom. mv. akousantes   67  15  52  13  16       
                         
                         
                         
                         

- alla (maar) .

alla (maar)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk syn.   ev.  
  644  230  414  32  30  19  56  22  248  81  137 

alla (maar)   N.T. ev.   Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud   
  414  137  248  54  42  33  17  10  12  10  10  11  11   

- anèr (man) .

anèr (man) bijbel  O.T. N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
nom. enk. anèr 430 382 48 1   9 2 14 22      
voc. enk. aner 1   1           1      
gen. enk. andros 151 135 16     2 1 2 11      
dat. enk. andri 105 87 18 2 1 3   4 7 1    
acc. enk. andra 189 160 29 1 2 1 2 14 19      
nom. + voc. mv. andres 394 331 63 4 1 8 1 44 5      
gen. mv. andrôn 140 133 7     2   5        
dat. mv. andrasin 51 44 7         1 6      
acc. mv. andras 211 191 20     1 1 15 3      
Totaal   1672 1463 209                  

- anthrôpos (mens) .

anthrôpos (mens) bijbel  O.T. N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
nom. enk. anthrôpos 512 394 118 21 14 24 21  10  27  59  80 
voc. enk. anthrôpe 16 7 9     4     5  
gen. enk. anthrôpou 403 283 120 31 15 30 16  17  76  92 
dat. enk. anthrôpôi 107 81 26 11 3 5   19  20 
acc. enk. anthrôpon 186 128 58 11 7 6 10  18  24  34 
nom. + voc. mv. anthrôpoi 90 63 27 4 1 5 10  12 
gen. mv. anthrôpôn 277 181 96 18 11 10 3 10  39  43 
dat. mv. anthrôpois 82 39 43 10 1 6 16    17  19 
acc. mv. anthrôpous 87 57 30 2 1 4 11 
Totaal   1760 1233 527 108 53 94 57  45  145  25  255  312

 

anthrôpos (mens) N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
gen. enk. anthrôpou 120 31 15 30 16  17  76  92 

huios tou anthrôpou (mensenzoon) N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd syn.  ev. 
totaal 82  31  13  26  11  70  81 

 

 

gen. enk. anthrôpou 403 283 120 31 15 30 16  17  76  92 

 

anthrôpos (mens, man) . Verwijzing : anthrôpos (mens, man) , zie Lc 15,11 . In vierentwintig verzen bij Lucas . (1) Lc 2,25 . (2) Lc 4,4 . (3) Lc 4,33 . (4) Lc 6,6 . (5) Lc 6,45 . (6) Lc 7,8 . (7) Lc 7,34 . (8) Lc 9,25 . (9) Lc 10,30 . (10) Lc 13,19 . (11) Lc 14,2 . (12) Lc 14,16 . (13) Lc 14,30 . (14) Lc 15,4 . (15) Lc 15,11 . (16) Lc 16,1 . (17) Lc 16,19 . (18) Lc 19,12 . (19) Lc 19,21 . (20) Lc 19,22 . (21) Lc 20,9 . (22) Lc 22,10 . (23) Lc 23,6 . (24) Lc 23,47 .
--- kai idou anthrôpos (en zie een mens / man) : (1) Lc 2,25 . (2) Lc 14,2 (kai idou anthrôpos tis = en zie een mens) .
--- anthrôpos is vaak vergezeld van het onbepaald voornaamwoord tis (een) : (1) Lc 10,30 . (2) Lc 14,2 . (3) Lc 14,16 . (4) Lc 15,11 .(5) Lc 16,1 . (6) Lc 16,19 . (7) Lc 19,12 . (8) Lc 20,9 .
--- anthrôpos is vaak vergezeld van een werkwoordvorm van eimi (zijn) ; ook wordt aan anthrôpos vaak een eigenschap, een kenmerk of een eigenheid toegeschreven . (1)
- anthrôpôi (mens) . Zelfstandig naamwoord datief mannelijk enkelvoud . In 107 verzen in de bijbel . In eenentachtig verzen in het O.T. . In zesentwintig verzen in het N.T. . Mt (11) . Mc (3) . Lc (5) . Joh (1) . Hnd (1) . Brieven (5) . In elf verzen bij Mt : (1) Mt 12,13 . (2) Mt 13,24 . (3) Mt 13,45 . (4) Mt 13,52 . (5) Mt 18,7 . (6) Mt 18,12 . (7) Mt 18,23 . (8) Mt 19,3 . (9) Mt 20,1 . (10)  Mt 22,2 . (11) Mt 26,24 .

- apo (af , van-weg) .

  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
apo (af, van-weg)   2938 2498 440 82 33 73 19 93 115 25  
ap'                       
totaal                        

- archè (begin) .

archè (begin) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. + dat enk. archè (i) 82 70 12 1 2 1 2 1 2 3  
gen. enk. archès 97  72  25  3 14     
dat. enk. zie nom.                      
acc. enk. archèn 35   29             
nom. mv. archai              
gen. mv. archôn zie part. pr. 124  116         
dat. mv. archais            
acc. mv. archas 22  18             
Totaal                        

- archiereus (hogepriester) .

archiereus (hogepriester) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk     
nom. enk. archiereus 37 9 28 3 3   4 9 9      
gen. enk. archiereôs 29 13 16 3 4 3 4 1 1      
dat. enk. archierei 10 7 3       2 1        
acc. enk. archierea 16 7 9 1 1   1 1 5      
nom. + acc. mv. archiereis 50   50 12 11 10 9 6 2      
gen. mv. archiereôn 10   10 3 2 1 1 3        
dat. mv. archiereusin 6   6 3 1 1   1        
Totaal   158  36  122  25  22  15  21  22  17       

archôn (leider, heerser) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. archôn 124  116         
gen. enk. archontos 13 12 1 1              
dat. enk. archonti 14 10 4 2 1 1          
acc. enk. archonta 55 50 5     1   3 1    
nom. mv. archontes 200 191 9 1   2 1 4 1    
gen. mv. archontôn 78 73 5     1 2   2    
dat. mv. archousin 23                 
acc. mv. archontas 94 91 3     1   2      
Totaal                        

 

archomai (beginnen, aanvangen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  Lc Hnd  
ind. pr. 3de p. enk. archetai 1 1                    
ind. pr. 3de p. mv. archontai -                      
ind imp. 3de p. enk.                        
ind. imp. 3de p. mv.                        
ind. aor. 3de p. enk. èrxato 76 35 41 7 18 11 1 4     (1) Lc 4,21 .  (2) Lc 7,15 . (3) Lc 7,24 . (4) Lc 7,38 . (5) Lc 9,12 . (6) Lc 11,29 . (7) Lc 12,1 . (8) Lc 14,30 . (9) Lc 15,14 . (10) Lc 19,45 . (11) Lc 20,9 . (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 18,26 . (3) (3) Hnd 24,2 . (4) Hnd 27,35
ind. aor. 3de p. mv. èrxanto 37 18 19 2 8 8   1        
inf. aor. arxasthai 5 3 2         1 1     (1) Hnd 11,15 .
part. aor. nom. m. + vr. enk. arxamenos 11 3 8 2   2   4     (1) Lc 23,5 . (2) Lc 24,27 . (1) Hnd 1,22 . (2) Hnd 8,35 . (3) Hnd 10,37 . (4) Hnd 11,4 .
part. aor. nom. m. + vr. mv. arxamenoi 2   2     1 1       (1) Lc 24,47   
                         

B

- basileia (koninkrijk) .

basileia (koninkrijk) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
nom. + dat enk. basileia(i) 164 93 71 33 7 23 1   3 4 63  64 
gen. enk. + acc. mv. basileias 156 131 25 10 3 5   3 4   18  18 
acc. enk. basileian 132 71 61 11 9 17 2 5 12 5 37  39
nom. mv. basileiai 4 4                    
gen. mv. 8 8                    
dat. mv. 9 9                    
Totaal   473  316  157  54  19  45  19  118  121 

basileia tou theou (koninkrijk van God) N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
nom. enk. hè basileia tou theou 21  13      18  18 
gen. enk. . tès basileias tou theou 10   3 3   3 1  
dat. enk.tè(i) basileia(i) tou theou          
acc. enk. tèn basileian tou theou 30 3 8 12 2 4 1   23 25
totaal 67 5 15 33 2 7 4 1 53 55

basileia tôn ouranôn (koninkrijk der hemelen) N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
nom. enk. hè basileia tôn ouranôn 17 17             17 17
gen. enk. . tès basileias tôn ouranôn 2 2             2 2
dat. enk.tè(i) basileia(i) tôn ouranôn 6 6             6 6
acc. enk. tèn basileian tôn ouranôn 7 7             7 7
totaal 32 32             32 32

- beelzeboul (Beëlzebul) . In zeven verzen in de bijbel : Mt (3) . Mc (1) . Lc (3) .

C

- charis .

charis (genade) bijbel  O.T.  N.T.  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. charis 78 20 58 0 0 4 1 1 50 2
gen. charitos 31 4 27 0 0 1 2 6 18 0
dat. chariti 26 2 24 0 0 1 0 3 20 0
acc. charin 158 108 50 0 0 3 . 1 6 40 0
Totaal   293  134  159 0 0 9 4 16 128 2 13 

- cheir (hand) .

cheir (hand) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  
nom. enk. cheir 142 129 13 2 2 4   4 1    
gen. enk. cheiros 292 266 26 2 4 3 3 9 1 4    
dat. enk. cheiri 347 327 20 1   1 1 4 7  
acc. enk. cheira 295 265 30 8 5 5 3 4 1  
nom. mv. cheires 68 66 2         1 1    
gen. mv. cheirôn 151 133 18 2 1 1   8 5  
dat. mv.chersin 128 118 10 1 3 1 1   3  
acc. mv. cheiras 392 333 59 9 11 11 7 14 7    
Totaal   1815 1637 178 25 26 26 15 44 26 16   

- christos (Christus) .

christos (Christus)   bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. christos 118 8 110 8 5 5 15 4 73 0 18 33
voc. christe 1   1 1 0 0 0 0 1 0 1 1
gen. christou 251 11 240 5 2 0 1 11 214 7 7 8
dat. christô(i) 107 5 102 0 0 0 0 0 102 0    
acc. christon 78 14 64 2 0 7 2 10 43 0 9 11
Totaal   554 38 517 16 7 12 18 25 432 7 35 53

 

D

- daimonion (demon) .

daimonion (demon) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev.
nom. + acc. enk.daimonion 21 6 15 2 3 4 6       9 15
gen. enk. daimoniou 6 2 4 1   3         4 4
nom. + acc. mv. daimonia 34 3 31 6 8 15     1 1 29 29
gen. mv. daimoniôn 11 1 10 2 1 1   1 3 2 4 4
dat. mv. daimoniois 5 4 1           1      
Totaal   77 16 61 11 12 23 6 1 5 3 46 52

daimonion (demon) N.T.  Mt  Mc  Lc  syn. ev.
nom. + acc. enk.daimonion 15 2 : (1) Mt 11,18 . (2) Mt 17,18 . 3 : (1) Mc 7,26 . (2) Mc 7,29 . (3) Mc 7,30 . 4 : (1) Lc 4,35 . (2) Lc 7,33 . (3) Lc 9,42 . (4) Lc 11,14 . 9 : (1) Mt 11,18 // Lc 7,33 . 15
gen. enk. daimoniou 4 1 : Mt 9,33 .   3 : (1) Lc 4,33 . (2) Lc 8,29 . (3) Lc 8,29 . 4 4
nom. + acc. mv. daimonia 31

6 : (1) Mt 7,22 . (2)Mt 9,34 . (3) Mt 10,8 . (4) Mt 12,24 . (5) Mt 12,27 . (6) Mt 12,28 .

8 : (1) Mc 1,34 . (2) Mc 1,39. (3) Mc 3,15 . (4) Mc 3,22 . (5) Mc 6,13 . (6) Mc 9,38 . (7) Mc 16,9 . (8) Mc 16,17 . 15 : (1) Lc 4,41 . (2) Lc 8,2 . (3) Lc 8,27 . (4) Lc 8,30 . (5) Lc 8,33 . (6) Lc 8,35 . (7) Lc 8,38 . (8) Lc 9,1 . (9) Lc 9,49. (10) Lc 10,17 . (11) Lc 11,15 . (12) Lc 11,18 . (13) Lc 11,19 . (14) Lc 11,20 . (15) Lc 13,32 . 29 : (1) Mc 1,34 // Lc 4,41 . (2) Mc 9,38 // Lc 9,49 . (3) Mt 12,24 // Mc 3,22 // Lc 11,15 . (4) Mt 12,27 // Lc 11,19 . (5) Mt 12,28 // Lc 11,20 . 29
gen. mv. daimoniôn 10 2 : (1) Mt 9,34 . (2) Mt 12,24 . 1 : Mc 3,22 . 1 : Lc 11,15 . 4 : (1) Mt 12,24 // Lc 11,15 . 4
dat. mv. daimoniois 1          
Totaal   61 11 12 23 46 52
Een vorm van daimonion (demon) in Mc   (1) Mc 1,34 . (2) Mc 1,39. (3) Mc 3,15 . (4) Mc 3,22 . (5) Mc 6,13 . (6) Mc 9,38 . (7) Mc 16,9 . (8) Mc 16,17 .    

 

- Mt 9,28 (daimonizomenoi = demon wordende) // Mc 5,2 (en pneumati akathartôi = met een onzuivere geest) // Lc 8,27 (echôn daimonia = hebbende demonen) .
- Mt 12,22 (daimonizomenos = een demon wordende) // Lc 11,14 (daimon = een demon) .
- Mc 1,23 (en pneumati akathartôi = met een onzuivere geest) // Lc 4,33 (echôn pneuma daimoniou akathartou = hebbende een geest van een onzuivere demon) .
- Mc 1,26 (to pneuma to akatharton = de onzuivere geest) // Lc 4,35 (to daimonion = de demon) .
- Mc 5,13 (ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) // Lc 8,33 (ta daimonia = de demonen) .
- Mc 5,15 (ton daimonizomenon = de demon wordende) // Lc 8,35 (ta daimonia = de demonen) .
- Mc 5,18 (ho daimonistheis = de gedemoniseerde) // Lc 8,38 (ta daimonia = de demonen) .
- Mc 9,20 (to pneuma = de geest) // Lc 9,42 (to daimonion = de demon) .
- Mt 10,1 (exousian pneumatôn akathartôn = macht over onzuivere geesten) // Mc 3,15 (ta daimonia = de demonen) // Mc 6,7 (exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn = macht over de onzuivere geesten) // Lc 9,1 (exousian epi panta ta daimonia = macht over alle demonen) .

Een vorm van daimonion (demon) in Lc   (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) . (14) . (15) . (16) . (17) . (18) . (19) . (20) . (21) . (22) . (23) . (24) . (25) . (26) . (27) . (28) . (29) . (30) . (31) .    

daimonizomenos (een demon wordende) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev.
nom. + acc. enk.daimonizomenos 1   1 1 : Mt 12,22 .             1 1
gen. enk. daimonizomenou 1   1       1 : Joh 10,21         1
dat. enk. daimonizomenôi      1 : Mc 5,16 .            
acc. enk. daimonizomenon 2   2 1 : Mt 9,32 . 1 : Mc 5,15 .           2 2
nom. + acc. mv. daimonizomenoi 1   1 1 : Mc 8,28 .             1 1
gen. mv. daimonizomenôn 1   1 1 : Mc 8,33 .             1 1
acc.  mv. daimonizomenous 3   3 2 : (1) Mt 4,24 . (2) Mt 8,16 . 1 : Mc 1,32 .           3 3
Totaal   10   10 6 3   1       9 10

- Damaskos (Damascus) .

Damaskos (Damascus) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.   Apk   
nom. enk. Damaskos 6 6                  
gen. enk. Damaskou 23 23                  
dat. enk. Damaskôi 15 7 8         7 1    
acc. enk. Damaskon 18  11             
Totaal   62  47  15          13     

 

dauid (David)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  957 903 54 15 7 12 1 10 6 3  

 

desmôtèrion (gevangenis)  bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. + acc. onz. enk. desmôtèrion 5 3 2         2      
gen. enk. desmôtèriou 2 1 1         1      
dat. enk. desmôtèriôi 3 2 1 1              
acc.  enk. zie nom.                      
Totaal   10 6 4 1       3      

 

de (echter)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk syn.  ev. 
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 

- dia (door) .

dia (door)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk    
  1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
  310 174 136 6 2 5 13 11 99      
  1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15    

- diabolos (duivel) .

diabolos (duivel) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev.
nom. enk.diabolos 28 12 16 4   4 1   2 5 8 9
gen. enk. diabolou 13 1 12 1   1 2 2 6   2 4
dat. enk. diabolôi 9 5 4 1         3   1 1
acc. enk. diabolon 4 3 1           1      
nom. + acc. mv. diaboloi 1   1           1      
acc.  mv. diabolous 2   2           2      
Totaal   57 21 36 6   5 3 2 15 5 11 14

 


dia touto (daarom)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
      65  11  15  28   

- didaskalos (leraar , leermeester) .
- rabbi (meester). N.T. (15) . Mt (4) . Mc (3) . Joh (8) .

didaskalos (leermeester) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. syn. ev.
nom. enk. didaskalos 15   15 5 1 2 5   2 8 13
voc. enk. didaskale 31   31 6 10 12 3     28 31
dat.  enk. didaskalô(i) 2                  
acc. enk. didaskalon 5   5 1 1 2     1 4 4
nom. + voc. mv. didaskaloi 4   4         1 3    
gen. mv. didaskalôn 1   1     1       1 1
acc. mv. didaskalous 3   3           3    
Totaal   61 59 12 12 17 8 1 9 41 49

didaskalos (leermeester) Mt  Mc   Lc  syn. ev.
nom. enk. didaskalos 5 : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 10,25. (3) Mt 17,24 . (4) Mt 23,8 . (5) Mt 26,18 . 1 : Mc 14,14 . 2 : (1) Lc 6,40 . (2) Lc 22,11 . 8 : (1) Mt 10,25 // Lc 6,40 . (2) Mt 26,18 // Mc 14,14 // Lc 22,11 . 13
voc. enk. didaskale 6 : (1) Mt 8,19 . (2) Mt 12,38 . (3) Mt 19,16 . (4) Mt 22,16 . (5) Mt 22,24 . (6) Mt 22,36 . 10 : (1) Mc 4,38 . (2) Mc 9,17 . (3) Mc 9,38 . (4) Mc 10,17 . (5) Mc 10,20 . (6) Mc 10,35 . (7) Mc 12,14 . (8) Mc 12,19 . (9) Mc 10,32 . (10) Mc 13,1 . 12 : (1) Lc 3,12 . (2) Lc 7,40 . (3) Lc 9,38 . (4) Lc 10,25 . (5) Lc 11,45 . (6) Lc 12,13 . (7) Lc 18,18 . (8) Lc 19,39 . (9) Lc 20,21 . (10) Lc 20,28 . (11) Lc 20,39 . (12) Lc 21,7 . 28 : (1) Mt 19,16 // Mc 10,17 // Lc 18,18 . (2) Mt 22,16 // Mc 12,14 // Lc 20,21 . (3) Mt 22,24 // Mc 12,19 // Lc 20,28 . (4) Mt 22,36 // Lc 10,25 . (5) Mc 9,38 // Lc 9,38 . 31
acc. enk. didaskalon 1 : Mt 10,24 1 : Mc 5,35 . 2 : (1) Lc 6,40 . (2) Lc 8,49 . 4 : Mt 10,24 // Lc 6,40 . 4
Totaal   12 12 17 41 49

Een vorm van didaskalos (leermeester) in Mc   (1) Mc 4,38 (voc. enk. didaskale . Leerlingen tot Jezus) .  (2) Mc 5,35 (acc. enk. didaskalon . Afgevaardigden van de hogepriester) . (3) Mc 9,17 (voc. enk. didaskale . Iemand met een stomme zoon) . (4) Mc 9,38 (voc. enk. didaskale . Opmerking van de apostel Joohannes tot Jezus) . (5) Mc 10,17 (voc. enk. . Iemand met een vraag aan Jezus) . (6) Mc 10,20 (voc. enk. didaskale . Antwoord van die iemand tot Jezus) . (7) Mc 10,35 (voc. enk. didaskale . De zonen van Zebedeüs met een vraag tot Jezus) . (8) Mc 12,14 (voc. enk. didaskale . Leerlingen van Farizeeën en Herodianen met een vraag aan Jezus) . (9) Mc 12,19 (voc. enk. didaskale . Sadduceeën met een vraag aan Jezus) . (10) Mc 10,32 (voc. enk. didaskale . Schriftgeleerde tot Jezus) . (11) Mc 13,1 (voc. enk. didaskale . Begin van de rede tegen de Farizeeën . De leerlingen tot Jezus) . (12) Mc 14,14 (nom. enk. didaskalos . Voorbereiding van het paasmaal) .   .  

Een vorm van didaskalos (leermeester) in Mt  

(1) Mt 8,19 (voc. enk. didaskale . Een schriftgeleerde met een voornemen tot Jezus) . (2) Mt 9,11 (nom. enk. didaskalos . Farizeeën tot leerlingen met een vraag . (3) Mt 10,24 (acc. enk. didaskalon bij het voorzetsel huper . Zendingsrede van Jezus tot zijn leerlingen) . (4) Mt 10,25 (nom. enk. didaskalos . Zendingsrede van Jezus tot zijn leerlingen) . (5) Mt 12,38 (voc. enk. didaskale . Enkele schriftgeleerden en Farizeeën met een vraag om een teken aan Jezus) . (6) Mt 17,24 (acc. enk. didaskalon . Inners van tempelbelasting tot Petrus) . (7) Mt 19,16 (voc. enk. . Iemand met een vraag aan Jezus) . (8) Mt 22,16 (voc. enk. didaskale . Leerlingen van Farizeeën en Herodianen met een vraag aan Jezus) . (9) Mt 22,24 (voc. enk. didaskale . Sadduceeën met een vraag aan Jezus) . (10) Mt 22,36 (voc. enk. didaskale . Farizeeën met een vraag aan Jezus) . (11) Mt 23,8 (acc. enk. didaskalon . Rede tegen de Farizeeën) . (12) Mt 26,18 (nom. enk. didaskalos . Voorbereiding van het paasmaal) .  

a

 

didaskô (leren, onderrichten) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. 3de p. enk. didaskei 4 1 3           2 1    
ind. pr. 2de p.enk. didaskeis 6   6 1 1 1 1 1 1  
conj. pr. 3de pers. enk. didaxèi 1   1 1             1 1
inf. pr. didaskein 15 2 13 1 4 1 1 4 2  
part. pr. nom. m. enk.didaskôn 32 9 23 4 4 7 3 3 2   15  18 
part. pr. nom mv. didaskontes 9 1 8 1 1     3 3  
part. pr. dat. enk. didaskonti   1   1 1            
ind aor. 3de p. enk. edidaxen 8 5 3     1 1   1  
ind. aor. 3de p. mv. edidaxan 3 2 1   1          
inf. aor. didaxai 10 7 3         2 1      
pass. aor. 3de pers. mv. edidachthèsan 2 1 1 1             1 1
pass. aor. 2de perrs. mv. edidachthète 3   3           3      
Andere vormen                        
totaal  94  28  66  10  11  10  13  15  31  37 

 

dunamis bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk 
nom. 88 59 11 0 0 3 : (1) Lc 1,35 . (2) Lc 5,17 . (3) Lc 6,19 . 0 1 : Hnd 8,10 . 5 2
voc.                    
gen.  169 104 18 1 1 2 : (1) Lc 21,27 . (2) Lc 22,69 . 0 1 : Hnd 6,8 . 11 2
dat.  126 83 25 0 1 3 : (1) Lc 1,17 . (2) Lc 4,14 . (3) Lc 4,36 . 0 4 : (1) Hnd 3,12 . (2) Hnd 4,7 . (3) Hnd 4,33 . (4) Hnd 10,38 . 16 1
acc.  128 70 32 2 4 4 : (1) Lc 8,46 . (2) Lc 9,1 . (3) Lc 10,19 . (4) Lc 24,49 . 0 1 : Hnd 1,8 . 15 6
Totaal       86 3 6 12 0 7 47 11

E

F

- farisaios (Farizeeër) .

farisaios Farizeeër) bijbel  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. syn. ev.
nom. enk. farizaios      
gen. enk. farisaiou          
nom. + voc. mv. farizaioi 49 49 21 8 10 9 1   39  48 
gen. mv. farisaiôn 28  28    18  24 
dat. mv. farisaiois          
acc. mv. farisaious        
Totaal   95  95  28  12  27  19  67  86 

farisaios (Farizeeër) Mt , zie Mt 9,11 Mc , zie Mc 2,18 Lc  Joh  Hnd  Brieven 
nom. enk. farizaios     5 : (1) Lc 7,39 . (2) Lc 11,37 . (3) Lc 11,38 . (4) Lc 18,10 . (5) Lc 18,11 .   3 : (1) Hnd 5,34 . (2) Hnd 23,6 . (3) Hnd 26,5 . 1 : Fil 3,5 .
gen. enk. farisaiou     2 : (1) Lc 7,36 . (2) Lc 7,37 .      
nom. + voc. mv. farisaioi 21 : (1) Mt 9,11 . (2) Mt 9,14 . (3) Mt 9,34 . (4) Mt 12,2 . (5) Mt 12,14 . (6) Mt 12,24 . (7) Mt 15,1 . (8) Mt 15,12 . (9) Mt 16,1 . (10) Mt 19,3 . (11) Mt 21,45 . (12) Mt 22,15 . (13) Mt 22,34 . (14) Mt 23,2 . (15) Mt 23,13 . (16) Mt 23,15 . (17) Mt 23,23 . (18) Mt 23,25 . (19) Mt 23,27 . (20) Mt 23,29 . (21) Mt 27,62 . 8 : (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,24 . (3) Mc 3,6 . (4) Mc 7,1 . (5) Mc 7,3 . (6) Mc 7,5 . (7) Mc 8,11 . (8) Mc 10,2 . 10 : (1) Lc 5,17 . (2) Lc 5,21 . (3) Lc 5,30 . (4) Lc 6,7 . (5) Lc 7,30 . (6) Lc 11,39 . (7) Lc 11,53 . (8) Lc 13,31 . (9) Lc 15,2 . (10) Lc 16,14 . 9 : (1) Joh 4,1 . (2) Joh 7,32 . (3) Joh 7,47 . (4) Joh 8,3 . (5) Joh 8,13 . (6) Joh 9,15 . (7) Joh 11,47 . (8) Joh 11,57 . (9) Joh 12,19 . 1 : Hnd 23,8 .  
gen. mv. farisaiôn 7 : (1) Mt 3,7 . (2) Mt 5,20 . (3) Mt 12,38 . (4) Mt 16,6 . (5) Mt 16,11 . (6) Mt 16,12 . (7) Mt 22,41 . 4 : (1) Mc 2,16 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 8,15 . (4) Mc 12,13 . 7 : (1) Lc 5,33 . (2) Lc 6,2 . (3) Lc 7,36 . (4) Lc 12,1 . (5) Lc 14,1 . (6) Lc 17,20 . (7) Lc 19,39 . 6 : (1) Joh 1,24 . (2) Joh 3,1 . (3) Joh 7,48 . (4) Joh 9,16 . (5) Joh 9,40 . (6) Joh 18,3 . 4  : (1) Hnd 15,5 . (2) Hnd 23,6 . (3) Hnd 23,7 . (4) Hnd 23,9 .  
dat. mv. farisaiois     2 : (1) Lc 11,42 . (2) Lc 11,43 .      
acc. mv. farisaious     1 : Lc 14,3 . 4  : (1) Joh 7,45 . (2) Joh 9,13 . (3) Joh 11,46 . (4) Joh 12,42 .    

fulakè (bewaring)  bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. + dat. vr. enk. fulakè(i) 41 23 18 8 2 3   3 1 1  
gen. enk. fulakès 36 30 6         4 1  
dat. zie nom.                      
acc. vr. enk. 38 23 15 2 1 3 1 7    
Totaal   115 76 39 10 3 6 1 14 2  

G

- gar (want) .

gar (want)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  2289  1299  990  123  63  92  61  73  563  15   

 

gar (want) in Mt Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28
                                                         

 

grafè (schrift) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
nom. + dat. enk. grafè 36 13 23     1   10 12      
gen. enk. grafès 10 7 3         2 1      
dat. enk. machairè(i)                        
acc. enk. grafèn 17 13 4   1   1 1 1      
nom. mv. grafai 3   3 2 1              
gen. mv. grafôn 6 1 5         2 3      
dat. mv. grafais 4 1   1   1   1 1      
acc. mv. grafas 9   9 1 1 2 1 1 3      
Totaal                          

 

- grammateus (schriftgeleerde) .

grammateus (schriftgeleerde) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. + voc. enk. grammateus 29 24 5 2 1     1 1    
gen. enk. grammateôs 11 11                  
dat. enk. grammatei 5 5                  
acc. enk. grammatea 9 9                  
nom. + voc. + acc. mv. grammateis 61 22 39 14 11 11 1 2      
gen. mv. grammateôn 20 3 17 5 8 3   1      
dat. mv. grammateusin 5 3 2 1 1            
Totaal   140 77 63 22 21 14 1 3 1    

 

grègoreô (waken) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
imp. 2de p. mv. grègoreite 10   10 4 4     1 1   8 8
conj. pr. 3de p. enk. grègorèi 1   1   1           1 1
conj. pr. 1ste pers. mv. grègorômen                   
part. pr. nom. mann. enk. grègorôn                    
part. pr. nom.. mann. mv. grègorountes                   
part. pr. acc. mann. mv. grègorountas 1   1     1         1 1
ind. aor. 3de p. enk. egrègorèsen 3 2 1               1 1
imper. aor. 2de p. mv. grègorèsate 1   1           1      
conj. aor. 2de pers. enk. grègorèsèis                   
inf. aor. grègorèsai             
totaal  24  22    13  13 

 

H

- hagios (heilig) .

hagios (heilig) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. m. enk. hagios 64 53 11   1 1 1   3 5 2 3
nom. + dat vr. enk , nom + acc. onz. mv. .hagia 159 146 13         1 12      
nom. + acc. onz. enk. hagion 204 160 44 1 3 8 2 20 10   12 14
gen. mann. enk. hagiou 117 75 42 4   5   21 12   9 9
gen. vr. enk. + acc. vr. mv. hagias 19 16 3     1     1 1    
dat. m. + onz. enk. hagiô(i) 86 60 26 2 2 2 1 5 14   6 7
nom. m. mv. hagioi 30 22 8           7 1    
nom. vr. mv. hagiai 2 1 1           1      
gen. m. + vr. + onz. mv. hagiôn 166 128 38 1 1 2   2 20 12 4 4
dat. mann. + onz. mv. hagiois 40 21 19         1 17 1    
dat. vr. mv. hagiais 5 2 3           3      
Totaal   828 631 197 8 6 18 3 50 97 15 31 34

- hamartia (zonde) .

hamartia (zonde)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
nom + dat. enk. hamartia(i) 81 51 30 1     2   27    
gen enk. + acc. mv. hamartias 270 216 54 2 3 4 6 2 37    
acc. enk. hamartian 91 65 26       6 1 19    
nom mv. hamartiai 35 23 12 2 2 4     3 1  
gen mv. hamartiôn 85 53 32 2 1 3   5 20 1  
dat. mv. hamartiais 54 46 8       2   5 1  
totaal 616 454 162 7 6 11 16 8 111 3  
                       

- hamartiôn (van de zonden) . Verwijzing: hamartia (zonde) , zie Lc 11,4 . Genitief meervoud van het zelfstandig naamwoord hamartia (zonde) . In vijfentachtig verzen in de bijbel . In tweeënvijftig verzen in het O.T. . In tweeëndertig verzen in het N.T. (1) Mt 1,21 . (2) Mt 26,28 . (3) Mc 1,4 . (4) Lc 1,77 . (5) Lc 3,3 . (6) Lc 24,47 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 5,31 . (9) Hnd 10,43 . (10) Hnd 13,38 . (11) Hnd 26,18 . In eenentwintig verzen in de andere boeken van het N.T. .

 

- Herodianen .
In drie teksten in de bijbel . Gen. mv. hèrodianôn (van / met de Herodianen) : (1) Mt 22,16 . (2) Mc 3,6 . (3) Mc 13,13 . (Mt 22,16 // (2) Mc 3,6) .

- homoios (gelijkend op) .

homoios (gelijkend op) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. m. enk. homoios 40 30 10 1   3 2     4  
nom. + dat vr. enk , nom + acc. onz. mv. .homoia(i) 34 18 16 8   3     1 4  
nom. + acc. onz. enk. homoion 19  12          
gen. vr. enk. homoias                
dat. m. + onz. enk. homoiô(i)                  
acc. vr. enk. homoian                  
nom. m. mv. homoioi 12          3  
nom. vr. mv. .homoiai              
gen. m. + vr. + onz. mv. homoiôn                  
acc. vr. enk. homoias 1                
Totaal   113  70  43    19   

homoiô (vergelijken) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
ind. fut. 1ste p. enk. homoiôsô 5 1 4 1   3          
fut.ind. 1ste p. mv. homoiôsômen 1   1   1            
pass. aor. 3de p. enk. hômoiôthè   11 8 3 3              
pass. fut. 3de p. enk. homoiôthèsetai 8 5 3 3              
pass. imperat. 2de p. mv. homoiôthète 1   1 1              
inf. pass. aor. homoiôthènai   1   1           1    
part. aor. nom. m. . mv. homoiôthentes 1   1           1    
Er zijn nog andere vormen                      
Totaal (bij benadering)   28  14  14         

- hopôs (opdat) . Kan het voortkomen uit : epi = op (op) en hôs (zo) .

hopôs (opdat)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  258  206  52  17  14  12    25  26 

- horos (berg) .

horos (berg) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.  ev.
nom. + acc. enk. horos 196 168 28 8 6 6 3   1

20 

23
gen. enk. horous 127 115 12 4 1 3   2 2  
dat. enk. horei 116 105 11 2 2 1 2 1 3  
nom. + acc. mv. horè 108 101 7 2 1 1     1 4
gen. mv. horôn 66 65 1                
dat. mv. horesin 29 25 4   1 1     1
Totaal   642 579 63 16 11 12 5 3 8 8 39  44 

 

hôsper (zoals)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  243 207 36 10   2 2 3 18 1  

 

huios (zoon)  enk. bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt.  ev. 
nom. enk. huios 885 732 153 42 19 39 26 6 19 2 100 126
voc. enk. huie 149 140 9 1 3 3   1 1   7 7
gen. enk. huiou 343 308 35 8 1 4 3   19   13 16
dat. enk. huiôi  109 95 14 3   1 5   5   4 9
acc. enk. huion 365 285 80 15 6 15 17 3 21 3 36 53
totaal 1851 1560 291 69 29 62 51 10 65 5 160 211

 

huios tou anthrôpou (mensenzoon) N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd syn.  ev. 
nom. enk. huios tou anthrôpou 52 22 9 16 5   47 52
gen. enk. huiou tou anthrôpou 10      10 
dat. enk. huiôi tou anthrôpou        
acc. enk. huion tou anthrôpou 19  13  18 
totaal 82  31  13  26  11  70  81 

huios tou theou (zoon van God) N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Apk Br. Gal Ef  Heb 1 Joh syn.  ev.  Paul.  Ap. br. 
nom. enk. huios tou theou 25 5 2 5 7 1 1         4 12 19   4
voc. enk. huie tou theou 3 1 1 1                 3 3    
gen. enk. huiou tou theou 6   1   2       1 1   1 (2x) 1 3 2 1
dat. enk. huiôi tou theou 1                   1       1  
acc. enk. huion tou theou 6       1 1         3 1 1 1 3 1
totaal 41 6 4 6 10 2 1   1 1 4 6 17 26 6 7

huios Dauid (zoon van David) N.T. Mt Mc Lc syn.  ev. 
nom. enk. huios Dauid 5 4 1  
voc. enk. huie Dauid
gen. enk. huiou Dauid    
dat. enk. huiôi Dauid    
acc. enk. huion Dauid    
totaal 14  14   14

Het komt in 885 verzen in de bijbel voor . In 732 verzen in het O.T. . In 153 verzen in het N.T. . In 126 verzen in de evangelies . In 42 verzen bij Matteüs, in 19 verzen bij Marcus. In 39 verzen bij Lucas : Lc 15,13 . Lc 15,19 . Lc 15,21 . Lc 15,24 . Lc 15,25 . Lc 15,30 . , in 26 verzen bij Johannes.

huios (zoon)  enk. bijbel O.T. N.T. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul.  Ap. br. 
nom. enk. huios 885 732 153 19                          13 
voc. enk. huie 149 140 9                                          
gen. enk. huiou 343 308 35 19                              12 
dat. enk. huiôi  109 95 14                                      
acc. enk. huion 365 285 80 21                              12 
totaal 1851 1560 291 65            17  20      40  25 

 

hupsistos (allerhoogste)  enk. bijbel O.T. N.T. Mc Lc Hnd Br. Apk syn.   ev. 
nom. enk. hupsistos 20 19 1     1        
voc. enk. hupsiste 2 2                
gen. enk. hupsistou 62 54 8 1 5 1 1   6 6
dat. enk. hupsistôi 15 15                

acc. enk. hupsiston

11 11                
totaal 110 101 9 1 5 1 1   6 6

 

I

- idou (zie) .

idou (zie)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  1229  1037  192  59  55 23  19  25  121  125 

In de 7 verzen waarin Marcus idou (zie) gebruikt, wordt het in geen enkel vers voorafgegaan door kai (en). Kai eindigt op i en idou begint op i; zo zou men vlug kaidou kunnen krijgen.

Ièsous (Jezus)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
nom. Ièsous 604  149  455  110 57 55 194 10 28 1 222 416
gen. + dat. Ièsou 348  35  313  25 13 18 18 32 196 11 56 74
acc. Ièsoun 163  39  124  15 11 14 26 27 31 0 40 66
totaal 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 12 318 556

Ièsous  Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28  
Ièsous        10    12  110 
Ièsou                                    25 
Ièsoun                                              15 
totaal      12  11  10    23  15  150 

 

- Mt 26,1 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,2 - Mt 26,3 - Mt 26,4 (ton Ièsoun = Jezus) . - Mt 26,5 - Mt 26,6 (tou de Ièsou : losse genitief) . - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 - Mt 26,14 - Mt 26,15 - Mt 26,16 - Mt 26,17 (tôi Ièsou : datief) . - Mt 26,18 - Mt 26,19 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 - Mt 26,26 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 - Mt 26,30 - Mt 26,31 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,35 - Mt 26,36 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 - Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 (tôi Ièsou : datief) . - Mt 26,50 (Ièsous = Jezus) . (epi ton Ièsoun = op Jezus) . - Mt 26,51 (meta Ièsou = met Jezus : genitief) . - Mt 26,52 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,56 - Mt 26,57 (ton Ièsoun = Jezus) . - Mt 26,58 - Mt 26,59 (kata tou Ièsou = tegen Jezus : genitief) . - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,64 (Ièsous = Jezus) . - Mt 26,65 - Mt 26,66 - Mt 26,67 - Mt 26,68 - Mt 26,69 (meta Ièsou = met Jezus : genitief) . - Mt 26,70 - Mt 26,71 (meta Ièsou = met Jezus : genitief) . - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 (Ièsou : genitief) . -

Ièsous  Mt 1 Mt 2 Mt 8 Mt 9 Mt 14 Mt 15 Mt 17 Mt 18 Mt 21 Mt 26 Mt 27  
voc. gen. dat. Ièsou  2 : (1) Mt 1,1 (gen.) . (2) Mt 1,18 (gen.) . 1 : Mt 2,1 (gen.) . 1 : Mt 8,34 (dat.) . 2 : (1) Mt 9,10 (dat.) . (2) Mt 9,27 (dat.) 2 : (1) Mt 14,1 (gen.) . (2) Mt 14,12 (dat.) . 1 : Mt 15,1 (dat.) . 2 : (1) Mt 17,4 (dat.) . (2) Mt 17,19 (dat.) . 1 : Mt 18,1 (dat.) . 1 : Mt 21,27 (dat.) . 25 

Ièsous  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16  
Ièsous  4 4 1   3 1   1 5 16 4 5 2 7 3 1 57
Ièsou  2 1     3       2 1 1     2 1   13
Ièsoun          2 1     1 1 1     2 2 1 11
totaal  6 5 1   8 2   1 8 18 6 5 2 11 6 2 81

Ièsous  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16  
Ièsous  4 : (1) Mc 1,9 . (2) Mc 1,14 . (3) Mc 1,17 . (4) Mc 1,25 . 4 1   3 1   1 5 16 4 5 2 7 3 1 57
Ièsou  2 : (1) Mc 1,1 (gen.) (2) Mc 1,24 (voc.) 1 : Mc 2,15 (dat.)     3 : (1) Mc 5,7 (voc.) . (2) Mc 5,21 (gen.) . (3) Mc 5,27 (gen.)       2 : (1) Mc 9,4 (dat.) . (2) Mc 9,5 (dat.) . 1 : Mc 10,47 (voc.) . 1 : Mc 11,33 (dat.) .     2 : (1) Mc 14,55 (gen.) . (2) Mc 14,67 (gen.) . 1 : Mc 15,43 (gen.) .   13
Ièsoun          2 1     1 1 1     2 2 1 11
totaal  6 5 1   8 2   1 8 18 6 5 2 11 6 2 81

 

Ièsous  Lc 1 Lc 2 Lc 3 Lc 4 Lc 5 Lc 6 Lc 7 Lc 8 Lc 9 Lc 10 Lc 11 Lc 12 Lc 13 Lc 14 Lc 15 Lc 16 Lc 17 Lc 18 Lc 19 Lc 20 Lc 21 Lc 22 Lc 23 Lc 24  
Ièsous    3 1 6 4 2 3 5 7 2     2 1     1 7 2 2   3 3 1 55
Ièsou      2 1 2 1 1 3                 1 1       1 3 2 18
Ièsoun                                                  14
totaal                                                  87

 

J

K

- kai (en) .

kai (en)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 

Wat het gebruik van het voegwoord kai (en) en het partikel de (echter) betreft , komen in Marcus twee groepen teksten voor . De ene groep zouden we kai (en)-teksten kunnen noemen , omdat kai (en) gebruikt wordt in teksten waar geen verandering van personage plaatsvindt . De andere groep zouden we de (echter, nu)-teksten kunnen noemen , omdat er bij verandering van personage het partikel de (echter, nu) wordt gebruikt . Dat partikel staat steeds op de tweede plaats in de zin . Maar vaak staat ook kai (en) in teksten waar verandering van personage plaats vindt . De kai-groep lijkt goed aan te sluiten bij de mondelinge tradtie , de de-groep zou een literaire aanwijzing kunnen zijn om de lezer attent te maken op het presenteren van een verandering van personage en zou kunnen aansluiten op een schriftelijke traditie . Dergelijke leestekens in de tekst zijn aangewezen in teksten waar nog geen punten en komma's werden geschreven .
Dit voegwoord staat vaak aan het begin van een pericope . Bij verandering van personage wordt ook de (echter) gebruikt . Grammatici noemen de verbindingen van zinnen met het nevenschikkend voegwoord kai (en) parataxen (naast elkaar gestelde zinnen) . Wellicht komt dit onder invloed van het Hebreeuwse gebruik van waw (en) .

- karpos (vrucht) .

karpos (vrucht) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk     
nom. enk. karpos 27 19 8 1 1 1 1   4      
gen. enk. karpou 18 14 4 1   2   1        
dat. enk. karpô(i) 2 1 1           1      
acc. enk. karpon 88 54 34 6 3 6 7   11 1    
nom. mv. karpoi 5 5                    
gen. mv. karpôn 22 16 6 3 1       2      
dat. mv. karpois                        
acc. mv. karpous 20 12 8 5   2       1      
Totaal   182 121 61 16 5 11 8 1 18    

- kathôs (zoals) .

kathôs (zoals)

bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  405 326 179 3 8 17 31 11 109 -  

 

krateô (bemachtigen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. 3de p. enk. kratei 1   1 :           1      
ind. pr. 3de p. mv. kratousin 1   1   1 :           1
ind. pr. + imp. 2de p. mv. krateite 2   2   1       1   1
ind. part. pr.  nom. m. + vr. enk. kratôn 14 12 2           1 1    
ind. part. nom. m. + vr. mv. kratountes  5 4 1   1           1
inf. pr. kratein 2 1 1   1           1
ind. imp. 3de p. mv. ekratounto 1   1     1         1
ind aor. 3de p. enk. ekratèsen 35 32 3 1 : Mt 9,25 . 1 : Mc 6,17 .         1 2
ind. aor. 3de p. mv. ekratèsan  12 8 4 2 : (1) Mt 26,50 . (2) Mt 28,9 . 2 : (3) Mc 9,10 . (4) Mc 14,46 .           4 : (1) Mt 26,50 // Mc 14,46 . 4
ind. aor. 2de p. mv. ekratèsate 2   2 1 1           2
ind. inf. aor. kratèsai  6 2 4 1 : (1) Mt 21,46 . 2 : (1) Mc 3,21 . (2) Mc 12,12 .       1   3 : (1) Mt 21,46 // Mc 12,12 . 3
ind.. part. pr. nom. man. enk. kratèsas 7 1 6 2 : (1) Mt 14,3 . (2) Mt 18,28 . 3 : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 5,41 . (3) Mc 9,27 . 1 : Lc 8,54 .         6
conj. aor. 3de p. mv. kratèsôsin 2 1 1 1 : Mt 26,4 .             1
inf. pass. krateisthai  1   1         1        
Er zijn nog andere vormen                        
Totaal (bij benadering)   91 61 30 8 13 2   1 4 2 23  23

 

 

- kurios (heer) .

kurios (heer)  enk. bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn..  ev. Paul. Ap. br.   syn.   ev.  
nom. enk. kurios  3311 3139 172 20 9 30 6 22 75 10 59 65 65  10     
voc. enk. kurie 676 561 115 31 1 26 33 15 3 6 58 91      
gen. enk. kuriou  2301 2070 231 15 4 26 6 44 133 3 45 51 107  26     
dat. enk. kuriô(i) 793 698 95 3 1 7   11 72 1 11 11 71     
dat. enk. kurion 673 605 68 6 2 10 6 12 32   18 24 27     
totaal 7754 7073 681 75 17 99 51 104 315 20 191 242 273  42     

kurios (heer)  enk. bijbel O.T. N.T. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.  
nom. enk. kurios  3311 3139 172 75  16  10      10        65  10 
voc. enk. kurie 676 561 115                                        
gen. enk. kuriou  2301 2070 231 133  12  26  13  12  12    10  10        107  26 
dat. enk. kuriô(i) 793 698 95 72  14  14  13                    71 
dat. enk. kurion 673 605 68 32                  27 
totaal 7754 7073 681 315  39  61  28  24  15  14  23  20  16    16  14  14        273  42 

 

kurios (heer)  enk. N.T. Mt Mc Lc syn.   ev.  
nom. enk. kurios  172 20 : (1) Mt 10,25 . (2) Mt 12,8 . (3) Mt 18,25 . (4) Mt 18,27 . (5) Mt 18,32 . (6) Mt 18,34 . (7) Mt 20,8 . (8) Mt 21,3 . (9) Mt 21,40 . (10) Mt 22,44 . (11) Mt 24,42 . (12) Mt 24,45 . (13) Mt 24,46 . (14) Mt 24,48 . (15) Mt 24,50 . (16) Mt 25,19 . (17) Mt 25,21 . (18) Mt 25,23 . (19) Mt 25,26 . (20) Mt 27,10 . 9 30 : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) . (14) . (15) . (16) . (17) . (18) . (19) . (20) . (21) . (22) . (23) . (24) . (25) . (26) . (27) . (28) . (29) . (30) .    
voc. enk. kurie 115 31 : (1) Mt 7,21 . (2) Mt 7,22 . (3) Mt 8,2 . (4) Mt 8,6 . (5) Mt 8,8 . (6) Mt 8,21 . (7) Mt 8,25 . (8) Mt 9,28 . (9) Mt 11,25 . (10) Mt 13,27 . (11) Mt 14,28 . (12) Mt 14,30 . (13) Mt 15,22 . (14) Mt 15,25 . (15) Mt 15,27 . (16) Mt 16,22 . (17) Mt 17,4 . (18) Mt 17,15. (19) Mt 18,21 . (20) Mt 20,30 . (21) Mt 20,31 . (22) Mt 20,33 . (23) Mt 21,30 . (24) Mt 25,11 . (25) Mt 25,20 . (26) Mt 25,22 . (27) Mt 25,24 . (28) Mt 25,37 . (29) Mt 25,44 . (30) Mt 26,22 . (31) Mt 27,63 . 1 26    
gen. enk. kuriou  231 15 : (1) Mt 1,20 . (2) Mt 1,22 . (3) Mt 1,24 . (4) Mt 2,13 . (5) Mt 2,15 . (6) Mt 2,19 . (7) Mt 3,3 . (8) Mt 9,38 . (9) Mt 21,9 . (10) Mt 21,42 . (11) Mt 23,39 . (12) Mt 25,18 . (13) Mt 25,21 . (14) Mt 25,23 . (15) Mt 28,2 . 4 26    
dat. enk. kuriô(i) 95 3 : (1) Mt 5,33 . (2) Mt 18,31 . (3) Mt 22,44 . 1 7    
dat. enk. kurion 68 6 : (1) Mt 4,7 . (2) Mt 4,10 . (3) Mt 10,24 . (4) Mt 22,37 . (5) Mt 22,43 . (6) Mt 22,45 . 2 10    
totaal 681 75 17 99    

 

Vormen van kurios (Heer) in Mt   (1) Mt 1,20 (gen. enk. kuriou in : aggelos kuriou = een engel van de Heer) . (2) Mt 1,22 (gen. enk. kuriou bij het voorzetsel hupo in to rèthen hupo kuriou = het gezegde door de Heer) . (3) Mt 1,24 (gen. enk. kuriou in ho aggelos kuriou = de engel van de Heer) . (4) Mt 2,13 (gen. enk. kuriou in : aggelos kuriou = een engel van de Heer) . (5) Mt 2,15 (gen. enk. kuriou bij het voorzetsel hupo in to rèthen hupo kuriou = het gezegde door de Heer) . (6) Mt 2,19 (gen. enk. kuriou in : aggelos kuriou = een engel van de Heer) . (7) Mt 3,3 (gen. enk. kuriou in citaat ... tèn hodon kuriou = de weg van de Heer) . (8) Mt 4,7 (acc. enk. kurion in citaat ... kurion ton theon sou = de Heer uw God) . (9) Mt 4,10 (acc. enk. kurion in citaat kurion ton theon sou = de Heer uw God) . (10) Mt 5,33 (dat. enk. kuriôi ; een citaat tôi kuriôi = aan de Heer , in de bergrede) . (11) Mt 7,21 (voc. enk. kurie in bergrede). (12) Mt 7,22 (voc. enk. kurie in bergrede). (13) Mt 8,2 (voc. enk. kurie . Een melaatse tot Jezus) . (14) Mt 8,6 (voc. enk. kurie . Een honderdman tot Jezus) . (15) Mt 8,8 (voc. enk. kurie . Een honderdman tot Jezus) . (16) Mt 8,21 (voc. enk. kurie . Een leerling tot Jezus ) . (17) Mt 8,25 (voc. enk. kurie . De leerlingen tot Jezus) . (18) Mt 9,28 (voc. enk. kurie . Twee blinden tot Jezus) . (19) Mt 9,38 (gen. enk. kuriou . Vragen aan de Heer van de oogst) . (20) Mt 10,24 (acc. enk. kurion . Zendingsrede) . (21) Mt 10,25 (nom. enk. kurios . Zendingsrede) . (22) Mt 11,25 voc. enk. kurie in een gebed tot God) . (23) Mt 12,8 (nom. enk. kurios . Heer van de sabbat) . (24) Mt 13,27 (voc. enk. kurie . Onkruid tussen de tarwe) . (25) Mt 14,28 (voc. enk. kurie . Petrus tot Jezus) . (26) Mt 14,30 (voc. enk. kurie . Petrus tot Jezus) . (27) Mt 15,22 (voc. enk. kurie . Syrofenicische vrouw tot Jezus) . (28) Mt 15,25 (voc. enk. kurie . Syrofenicische vrouw tot Jezus) . (29) Mt 15,27 (voc. enk. kurie . Syrofenicische vrouw tot Jezus) . (30) Mt 16,22 (voc. enk. kurie . Petrus tot Jezus) . (31) Mt 17,4 (voc. enk. kurie . Petrus tot Jezus tijdens de gedaanteverandering) . (32) Mt 17,15 (voc. enk. kurie . Iemand met een zoon met een onreine geest) . (33) Mt 18,21 (voc. enk. kurie . Petrus tot Jezus) . (34) Mt 18,25 (nom. enk. kurios . Parabel) . (35) Mt 18,27 (nom. enk. kurios . Parabel) . (36) Mt 18,31 (dat. enk. kuriôi . Parabel) . (37) Mt 18,32 (nom. enk. kurios . Parabel) . (2) Mt 18,34 (nom. enk. kurios . Parabel) . (3) Mt 20,8 (nom. enk. kurios . Parabel) . (4) Mt 20,30 (voc. enk. kurie . Twee blinden tot Jezus) . (5) Mt 20,31 (voc. enk. kurie . Twee blinden tot Jezus) . (6) Mt 20,33 (voc. enk. kurie . Twee blinden tot Jezus) . (7 Mt 21,3 (nom. enk. kurios . Voorbereiding intocht in Jeruzalem) . (8) Mt 21,9 (gen. enk. kuriou . Intocht in Jeruzalem) . (9) Mt 21,30 (voc. enk. kurie . Parabel) .. (10) Mt 21,40 . (11) Mt 21,42 .. (12) Mt 22,37 . - (13) Mt 22,43 . (14) Mt 22,44 . (15) Mt 22,45. (16) Mt 23,39 . (17) Mt 24,42 . (18) Mt 24,45 . (19) Mt 24,48 . (20) Mt 24,50 . (21) Mt 25,11 . (22) Mt 25,19 . (23) Mt 25,20 . (24) Mt 25,21 . (25) Mt 25,22 . (26) Mt 25,23 . . (27) Mt 25,24 . (28) Mt 25,26 . (29) Mt 25,37 . (30) Mt 25,44 . (31) Mt 25,37. (32) Mt 25,44. (33) Mt 26,22 . (34) Mt 27,10 .. (35) Mt 27,63 . (36) Mt 28,2 .    

(9) Mt 21,40 . (4) Mt 22,37 . (5) Mt 22,43 . (6) Mt 22,45 . (10) Mt 22,44 . (11) Mt 24,42 . (12) Mt 24,45 . (13) Mt 24,46 . (14) Mt 24,48 . (15) Mt 24,50 . (16) Mt 25,19 . (17) Mt 25,21 . (18) Mt 25,23 . (19) Mt 25,26 . (20) Mt 27,10 . (24) Mt 25,11 . (25) Mt 25,20 . (26) Mt 25,22 . (27) Mt 25,24 . (28) Mt 25,37 . (29) Mt 25,44 . (30) Mt 26,22 . (31) Mt 27,63 .

L

- legô (zeggen) in de tegenwoordige tijd .

legô (zeggen)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. pr. 1ste pers. enk. legô 220  10 210  61  19  50  36  42 130  166 
ind. pr. 2de pers. enk.  legeis 38  15  23  10    11  21 
ind. pr. 3de pers. enk.  legei 1027  702  325  54  62  14  112  11  46  26  130  242 
ind. pr. 1ste pers. mv.  legomen            
ind. pr. 2de pers. mv.  legete 45  16  29  11    19 26 
ind. pr. 3de pers. mv.  legousin 97  37  60  23  16  43  52 
part. pr. nom. mann. enk. legôn  936  758  178  49  18  47  25  15  16  114  122 
part. pr. nom. vr. enk. legousa 47  26  21  13  15 
part. pr. gen. mann. en vr. enk. legontos  28  23  11    14  14 
part. pr. gen. vr. enk. legousès              
part. pr. acc. mann. en vr. enk. legonta        
part. pr. nom. mann. en vr. mv. legontes  384  232  152  47  15  37  10  23  16  99  109 
part. pr. gen. mv. legontôn 24  18           
part. pr. acc. mann. legontas   12     
inf. pr. 51  11  40 12    25  26 
Andere vormen pr.                        
totaal 2928  1837  1091  265  150  191  196  79  124  86  606  802 

 

  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
eipon                         
                         
ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  598  118  56  223  114  75     
                         
ind. aor. 3de p. mv. eipan 384  289  95  16  28  26  17         
inf. aor. eipein  32  29  11       
                         
                         
                         
totaal                        

 

lidwoord

lidw. mv. bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk     
nom. m. mv. hoi 4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70    
nom. vr. mv. .hai 983 849 134 30 15 24 2 15 27 21    
nom. + acc. onz. mv. ta 4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72     
gen. m. + vr. + onz. mv. tôn 5178  4144  1034  178  90  119  98  166  267  116     
dat. m. + onz. mv. tois 2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17     
dat. vr. mv. tais 980  799  181  21  10  33  24  66  23     
acc. m. mv. tous 2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
acc. vr. enk. tas 1987  1674  313  36  27  42  19  57  96  36     
Totaal   23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415     

logos (woord) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 .

logos (woord) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk 
nom. enk. logos 296 231 65 2 1 5 15 9 65 - 33 = 32 1
gen. enk. logou 65 38 27 1 0 2 2 8 27 - 13 = 14 0
dat. enk. logôi 92 47 45 3 2 3 3 8 45 - 19 = 26 0
acc. enk. logon 347 220 127 17 18 10 14 31 127 - 97 = 30 7
nom. mv. logoi 86 76 10 1 1 3 0 1 10 - 10 = 0 4
gen. mv. logôn 133 124 9 1 0 3 2 1 9 - 8 = 1 1
dat. mv. logois 88 71 17 0 1 3 0 3 17 - 7 = 10 0
acc. mv. logous 286 264 22 6 1 3 2 4 22 - 21 = 1 5
Totaal   1393  1071  322 31 24 32 38 65 322 - 208 = 114 18

M

-

machaira (zwaard) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
nom. enk. machaira 70 68 2           1 : Rom 8,35 . 1 : Apk 6,4 .    
gen. enk. machairès 6 2 4     1 : Lc 21,24 .     2 : (1) Heb 11,34 . (2) Heb 11,37 . 1 : Apk 13,14 . 1 1
dat. enk. machairè(i) 6 2 4 1 : Mt 26,52 .   1: Lc 22,49 .   1 : Hnd 12,2 .   1 : Apk 13,10 . 2 2
acc. enk. machairan 56 45 11 3 : (1) Mt 10,34 . (2) Mt 26,51 . (3) Mt 26,52 (2X) . 1 : Mc 14,47 . 1 : Lc 22,36 . 2 : (1) Joh 18,10 . (2) Joh 18,11 . 1 : Hnd 16,27 . 3 : (1) Rom 13,4 . (2) Ef 6,17 . (3) Heb 4,12 .   5 7
nom. mv. machairai 2 1 1     1 : Lc 22,38 .         1 1
gen. mv. machairôn 6 1 5 2 : (1) Mt 26,47 . (2) Mt 26,55 . 2 : (1) Mc 14,43 . (2) Mc 14,48 . 1: Lc 22,52 .         5 5
dat. mv. macharais 8 8                    
acc. mv. machairas 40 40                    
Totaal   194 167 27 6 3 5 2 2 6 3 14 16

 

makarios (zalig) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. m. enk.makarios 50 34 16 3   4     5 4
nom. + dat vr. enk , nom + acc. onz. mv. .makaria(i) 6 4 2     2        
nom. + acc. onz. enk. makarion 3 1 2         2        
gen. man. enk makariou 1   1           1      
acc. vr. enk. makarian 1   1           1      
nom. m. mv. makarioi 40 15 25 10   7 2   3 3 17  19 
nom. vr. mv. .makariai 2 1 1   1            1
acc. man. mv.makarious 1 1                    
Totaal   104 56 48 13 1 13 2 2 10 7 27  29 

 

martus (getuige) . Getuigen zijn wijst op opvolging maar ook op de aard van de opvolging . Na het heengaan van Elia werd de leerling Elisa leraar . Op deze wijze gebeurt het niet met de leerlingen van Jezus . Zij blijven leerlingen . Ze zijn en blijven getuigen . In de meeste teksten van Hnd kan dat getuigenis onder verschillende aspecten bekeken worden : tijd , plaats en inhoud . Naar tijd : vanaf het doopsel van Johannes tot ... Naar plaats : te beginnen vanaf Jeruzalem ... Naar inhoud : het leven van Jezus , zijn lijden , dood , opstanding , geestesgave enz....

 

martus (getuige) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br.   Apk  syn. ev.
nom. enk. martus 39 31 8         1 4    
gen. enk. marturos 1   1         1        
dat. enk. marturi 2 2                    
acc. enk. martura 4 1 3         2 1      
nom. mv. martures 20 10 10     2 :   7 1   2 2
gen. mv. marturôn 16 3 13 2 1   3   5 2 3 : (1)
dat. mv. martusin 4 1 3         1 1    
acc. mv. marturas 6 5 1         1        
Totaal   92 53 39 2 1 2 3 13 12

 

martus (getuige) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br.   Apk  syn. ev.
nom. enk. martus 39 31 8         1 4    
gen. enk. marturos 1   1         1        
dat. enk. marturi 2 2                    
acc. enk. martura 4 1 3         2 1      
nom. mv. martures 20 10 10     2 :   7 1   2 2
gen. mv. marturôn 16 3 13 2 : (1) Mt 18,16 . (2) Mt 26,65 . pseudomarturôn : Mt 26,60 . 1 : Mc 14,63 .   3   5 2 3 : (1) Mt 26,65 // Mc 14,63 .
dat. mv. martusin 4 1 3         1 1    
acc. mv. marturas 6 5 1         1        
Totaal   92 53 39 2 1 2 3 13 12

 

 

marturia (getuigenis) bijbel  O.T. N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
nom. + dat. enk. marturia(i) 54 40 14   1 :   8   4 1 1 9
gen. enk. + acc. mv. marturias 3 1 2     1       1 1 1
acc. enk. marturian 22 4 18   1   6 1 3 7 1 7
nom. + voc. mv. marturiai 1   1   1           1 1
gen. mv. marturiôn 7 7                    
Totaal   87 52 35   3 1 14 1 7 9 4 18

 

marturia (getuigenis) bijbel  O.T. N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
nom. + dat. enk. marturia(i) 54 40 14   1 : Mc 14,59 .   8   4 1 1 9
gen. enk. + acc. mv. marturias 3 1 2     1 : Lc 22,71 .       1 1 1
acc. enk. marturian 22 4 18 pseudomarturian : Mt 26,59 .   1 : Mc 14,55 .   6 1 3 7 1 : (1) Mt 26,59 // Mc 14,55 . 7
nom. + voc. mv. marturiai 1   1 pseudomarturiai : Mt 15,19 .   1 : Mc 14,56 .           1 1
gen. mv. marturiôn 7 7                    
Totaal   87 52 35   3 1 14 1 7 9 4 18

 

Accusatief enkelvoud. In 22 verzen in de bijbel; in 4 verzen in het O.T., in 18 verzen in het N.T. In 1 vers bij Marcus, in 6 verzen bij Johannes

mathètès (leerling) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. enk. mathètès 19   19 1   4 11 3     5 16
gen. enk. mathètou 1   1 1             1 1
dat. enk. mathètèi 3   3 1     1 1     1 2
acc. enk. mathètèn 3   3       3         3
nom. mv. mathètai 105   105 38 17 10 36 4     65 101
gen. mv. mathètôn 45   45 3 8 7 18 9     18  36 
dat. mv. mathètais 41   41 17 11 3 7 3     31  38 
acc. mv. marturas 39   39 10 7 13 1 8     30  31 
Totaal   256   256 71 43 37 77 28     151  228 

 

- N

nazarènos (Nazarener)  bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn.. ev.
nom. enk. nazarènos 1   1   1 : Mc 10,47 .           1 1
voc. enk. nazarène 2   2   1: Mc 1,24 . 1 : Lc 4,34 .         2 2
gen.  enk. nazarènou 2   2   1 : Mc 14,67 . 1 : Lc 24,19 .         2 2
acc.  enk. nazarènon 1   1   1 : Mc 16,6 .           1 1
Totaal   6   6   4 2         6 6

 

nekros (dode) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. nekros 12 3 9   1 3   1   4  
gen. enk. nekrou 8 7 1             1  
dat. enk. nekrôi 7 7                  
acc. enk. nekron 19 16 3         1 2    
nom. mv. nekroi 25 11 14 2   2 1   7 2  
gen. mv. nekrôn 82 8 74 7 6 7 6 13 32 3  
dat. mv. nekrois 9 7 2           2    
acc. mv. nekrous 29 13 16 2   1 1 1 9 2  
Totaal   191 72 119 11 7 13 8 16 52 12  

O

- orgè (toorn) .

orgè (toorn)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
nom. + dat vr. enk. orgè(i)                       
gen. vr. enk. orgès                       
acc. vr. enk. orgèn                       
Totaal                       
                       

 

P

- persoonlijk voornaamwoord 1ste pers. mv.

pers. vnw. 1ste p. mv.  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
nom. mv. hèmeis  270  148  122  18  21  70     
gen. mv. hèmôn  1223  866  357  12  18  13  41  257  11   
dat. mv. hèmin  470  310  160  18  22  14  33  64    
acc. mv. hèmas  521  369  152  11  18  25  87   
totaal 2484  1693  791  46  22  63  48  120  478  14   

- persoonlijk voornaamwoord 2de pers. mv.

pers. vnw. 1ste p. mv.  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
nom. mv. humeis  506 284 222 29 10 20 62 24 77    
gen. mv. humôn  1573 1084 489 61 12 60 43 34 275 4  
dat. mv. humin  1109 553 556 103 34 90 84 32 208 5  
acc. mv. humas  846 456 390 31 13 35 30 26 253 2  
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11  

 

- palin (opnieuw) .

palin (opnieuw)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  206 70 136 16 26 26 45 5 16 2  

In 206 verzen in de bijbel ; in zeventig verzen in het O.T., in 136 verzen in het N.T. In zestien verzen bij Matteüs (zie Mt 13,47 ) , in zesentwintig verzen bij Marcus (zie Mc 2,1 ) , in zesentwintig verzen bij Lucas , in vijfenveertig verzen bij Johannes (zie Joh 1,35 ) .

parousia bijbel  O.T.  N.T.  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
nom.+ dat. enk. parousia(i) 16 1 15 3         12   3 3
gen. enk. parousias 6   6 1         5   1 1
acc. enk. parousian 5 3 2           2      
Totaal   27 4 23 4         19   4 4

- pas (ieder, elk) .

pas (al) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  Fil    
nom. m. enk. pas 636 544 92 12 5 16 15  32  -
nom. vr. enk. pasa 288 245 43 10 2 22  Fil 2,11
nom. + acc. onz. enk. pan 471 401 70 31  11  (1) Fil 2,9 . (2) Fil 2,10 .
gen. + onz. m. enk. pantos  337  253  32 7 14  -
gen. vr. enk. pasès  226  133  41 9 23  Fil 2,29
dat. m. + onz. enk. panti   271  177  58  40  (1) Fil 1,18 . (2) Fil 4,6 . (3) Fil 4,12 .
dat. vr. enk. pasèi  238  158  44 33  (1)
acc. m. enk. , nom. m. + onz. mv. panta 1358 1119 239 32  21 34  20  19  103 10   
acc. vr. enk. pasan  380  280  51  26   
nom. m. mv. pantes 724 588 166 18  15 25 14  33 57  
nom. vr. mv. pasai 148  109  16   
gen. mv. pantôn 443 265 126 10  17 22 65   
gen. vr. mv. pasôn   82  72   
dat m. + onz. mv. pasin   264  147  81  13  11  49   
dat.  vr. mv. pasais 82  69   
acc. m. mv. pantas 482 295 87 4 14  21  35   
acc. vr. mv. pasas 267 256 9 3 1 1 0 2 2 0 0  
Totaal     1167 122  66  157  62  167  540  53  32   

- pantote (al-tijd)

pantote (al-tijd)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  40 2 38 1 1 2 6   28    
                       

- patèr (vader) .

patèr (vader) enk. bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk synopt.  ev. 
nom. enk. patèr  305  199  106  18  15  49  17    38  87 
voc. enk. pater  41  17  24    11        15  24 
gen. enk. patros  420  323  97  21  25  32  31  56 
dat. enk. patri  109  76  33  1 11  18 
acc. enk. patera  218  134  84  13  31  20    30  61 
totaal 1093  749  344  60  17  48  121  11  8 125  246 

- paulos (Paulus) .

  N.T. Hnd 13 Hnd 14 Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28 Hnd
nom.paulos 79  55 
voc. paule 2                           1 1   2
gen. paulou 30      24 
dat paulô(i) 17              17 
acc paulon 30      30 
totaal  158  11  10  11  15  10  128 

paulos  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud   
nom. enk. paulos   24  1 1                
gen. enk. paulou                                       
totaal  30                 

- peirazô (beproeven, op de proef stellen) (uitproberen, uittesten) . nâsâh

peirazô (beproeven, proberen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
ind. pr. 3de p. enk. peirazei 3 2 1           1    
ind. pr. 3de p. mv. peirazousin 2 2                  
ind. pr. + imp. 2de p. mv. peirazete 5 1 4 1 1     1 1    
ind. part. pr.  nom. m. + vr. enk. peirazôn          
ind. part. nom. m. + vr. mv. peirazontes    2          
inf. pr. peirazein 1 1                  
ind. imp. 3de p. enk. epeirazen               
ind. imp. 3de p. mv. epeirazon 1                
ind aor. 3de p. enk. epeirasen 6 2           1 1    
ind. aor. 3de p. mv. epeirasan            2      
ind. inf. aor. peirasai             
pass. part. pr. nom. man. enk. peirazomenos          2      
ind. aor. 3de p. enk. epeirasen 8 6 2         1 1    
ind. aor. 3de p. mv. epeirasthèsan 1 1                  
pass. conj. aor. 2de p.. enk.  peirasthè(i)s                
inf. pass. peirasthènai                
part. aor. nom. m. + vr. enk. peirastheis 1   1           1    
Er zijn nog andere vormen                      
Totaal (bij benadering)                        


- peirazei (hij beproeft) . In drie verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In één vers in het N.T. : (1) Dt 13,4 (De Heer uw God stelt u dan op de proef om te zien of u Hem met heel uw hart en ziel bemint.) . (2) Jdt 8,25 . (3) Jak 1,13 (Niemand mag zeggen , als hij beproefd wordt . Ik word door God beproefd . Want God , die niet door het kwaad wordt beproefd , beproeft zelf ook niemand . Wordt iemand beproefd , dan is het altijd zijn eigen begeerte die hem lokt en meetrekt .) .
--- peirazousin (zij beproeven) . In twee verzen in de bijbel : (1) W 1,2 . (2) W 2,24 .
--- peirazôn (beproevend) : (1) Sir 18,23 (wees niet als een mens die God beproeft) . (2) Mt 4,3 . (3) Mt 22,35 (het voornaamste gebod) . (4) Joh 6,6 . (5) 1 Tes 3,5 .
--- peirazontes (op de proef stellend) . Participium praesens nominatief mannelijk meervoud. Slechts in het N.T. . In zes verzen : (1) Mt 16,1 . (2) Mt 19,3 . (3) Mc 8,11 . (4) Mc 10,2 . (5) Lc 11,16 . (6) Joh 8,6 . Behalve in (1) Mt 16,1 en Lc 11,16 wordt peirazontes (op de proef stellend) gevolgd door auton (dat naar Jezus verwijst) . Behalve in (5) Lc 11,16 zijn het de Farizeeën die Jezus op de proef stellen .
--- peirazein . Infinitief . Slechts in één vers in de bijbel : Ex 17,7.
--- epeirasen (hij beproefde). In 8 verzen in de bijbel; in 6 verzen in het O.T., in 2 verzen in het N.T. (1) Ex 15,25 . (2) Dt 4,24 . (3) Da 1,14 . (4) Jdt 8,26 . (5) W 3,5 . (6) Sir 39,4 . (7) Hnd 24,6 . (8) 1 Tes 3,5 .
--- peirazomai (ik word beproefd). Slechts in 1 vers in de bijbel : Jak 1,13 .
--- peirazomenos (beproefd wordend) . In vier verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. : (1) Mc 1,13 . (2) Lc 4,2 . (3) Heb 11,17 . (4) Jak 1,13 .
--- peirasthète (opdat jullie zouden beproefd worden). Slechts in Opb 2,10.
--- peirasthènai. Passief infinitief aorist. In 2 verzen in de bijbel. Slechts in het N.T. : (1) Mt 4,1 . (2) 1 Cor 10,13 .

 

petros (steen , Petrus) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk     
nom. 100   100 15                
gen.       1                
dat.       4                
acc.       3                
Totaal                          

 

- pistis (geloof) .

pistis (geloof) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. pistis 41 6 35 2 2 6   1 23 1  
gen. pisteôs 92  89          84     
dat. pistei 75  17  58          52     
acc. pistin 66  15  51    31   
Totaal   274  41  233  11    15  190   

 

plèthos (menigte) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. + acc. enk. plèthos 172 147 25   2 8 1 12 2    
gen. enk. plèthous 44  40             
dat. enk. plèthô(i) 45  44            1      
Totaal   261  231  30    15  1      

 

plèthunô (vermeerderen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
ind. pr. 3de p. enk. plèthunei 14 13           1    
ind. pr. 3de p. mv. plèthunousin 1 1                  
part. pr. nom. m. enk. plèthunôn 7 6 1           1    
part. pr. gen. mv. plèthunontôn 1   1         1      
pas. ind imp . 3de p. enk. eplèthuneto 4 1 3         3      
pas. inf. aor. plèthunthènai.              
pas. conj. aor. 3de p. enk. plèthuntheiè                
inf. pas. aor. plèthunthènai 2 1 1 1              

 

plèroô (vervullen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk Lc Hnd
ind. pr. 3de p. enk.                        
ind. pr. 3de p. mv.                        
imp. 2de p. mv.                        
inf. pr.                        
ind imp. 3de p. enk.                        
ind. imp. 3de p. mv. eplèrounto 2   2         2       1) Hnd 9,23 . (2) Hnd 13,52 .
ind. aor. 3de p. enk. eplèrôsen 11 7 4     1   3        
ind. aor. 3de p. mv.                        
part. aor. nom. m. + vr. enk.                        
part. aor. nom. m. + vr. mv.                        
                         

- pneuma (geest) .

pneuma bijbel  O.T.  N.T.  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
nom.+ acc. enk. pneuma 366 220 146 6 12 16 14 31 55 12 34 48
gen. enk. pneumatos 138 42 96 6 0 6 4 23 56 1 12 16
dat. enk. pneumati 124 37 87 4 7 : 8 5 10 49 4 19 24
nom. + acc. mv. pneumata 21 3 18 2 2 2   3 4 6
gen. mv. pneumatôn 17 6 11 1 1 3   1 3 5
dat. mv. pneumasi(n) 5   5   1 1     3   2
Totaal   671  308  363 19 23 36 23 68 170 24 78 101

pneuma Mt 

Mc 

Lc  syn. ev. 
nom.+ acc. enk. pneuma 6 : (1) Mt 3,16 . (2) Mt 10,20. (3) Mt 12,18 . (4) Mt 12,43 . (5) Mt 26,41 . (6) Mt 27,50 . 12 : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 . 16 : (1) Lc 1,35 . (2) Lc 1,47 . (3) Lc 2,25 . (4) Lc 3,22 . (5) Lc 4,18 . (6) Lc 4,33 . (7) Lc 8,55 . (8) Lc 9,39 . (9) Lc 11,13 . (10) Lc 11,24 . (11) Lc 12,10 . (12) Lc 12,12 . (13) Lc 13,11 . (14) Lc 23,46 . (15) Lc 24,37 . (16) Lc 24,39 . 34 : (1) Mt 3,16 // Mc 1,10 // Lc 3,22 . (2) Mc 1,26 //Lc 4,33 . (3) / Mc 3,29 // Lc 12,10 . (4) Mc 5,8 // Lc 8,29 . (5) Mt 10,20. // Lc 12,12 . (6) Mt 12,43 // Lc 11,24 . (7) Mt 26,41 // Mc 14,38 . 48
gen. enk. pneumatos 6 : (1) Mt 1,18 . (2) Mt 1,20 . (3) Mt 4,1 . (4) Mt 12,31 . (5) Mt 12,32 . (6) Mt 28,19 . 0 6 : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,41 . (3) Lc 1,67 . (4) Lc 2,26 . (5) Lc 4,1 . (6) Lc 4,14 . 12 : ( 1) Mt 4,1 // Mc 1,12 // Lc 4,1 . 16
dat. enk. pneumati 4 : (1) Mt 3,11. (2) Mt 5,3 . (3) Mt 12,28 . (4) Mt 22,43 . 7 : (1) Mc 1,8 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 2,8 . (4) Mc 5,2 . (5) Mc 8,12 . (6) Mc 9,25 . (7) Mc 12,36 . 8 : (1) Lc 1,17 . (2) Lc 1,80 . (3) Lc 2,27 . (4) Lc 3,16 . (5) Lc 4,1 . (6) Lc 8,29 . (7) Lc 9,42 . (8) Lc 10,21 . 19 : (1) Mt 3,11 // Mc 1,8 // Lc 3,16 . (2) Mc 9,25 // Lc 9,42 . 24
nom. + acc. mv. pneumata 2 (1) Mt 8,16 . (2) Mt 12,45 . 2 : (1) Mc 3,11 . (2) Mc 5,13 . 2 : (1) Lc 10,20 . (2) Lc 11,26 . 6 : (1) Mt 12,45 // Lc 11,26 . 6
gen. mv. pneumatôn 1 : Mt 10,1 . 1: Mc 6,7 3 : (1) Lc 6,18 . (2) Lc 7,21 . (3) Lc 8,2 . 5 : (1) Mt 10,1 // Mc 6,7 . 5
dat. mv. pneumasi(n)   1 : Mc 1,27 1: Lc 4,36 . 2 : (1) Mc 1,27 // Lc 4,36 . 2
Totaal   19 23 36 78 101

Een vorm van hagios (heilig) in Mc   (1) Mc 1,8 (voorzetsel en = met + dat. mann. enk. hagiôi in : pneumati hagiôi = met heilige geest) . (2) Mc 1,24 (nom. mann. enk. hagios : in : ho hagios tou theou = de heilige van God) . (3) Mc 3,29 (voorzetsel eis + acc. onz. enk hagion in : eis to pneuma to hagion = tegen de heilige geest.) . (4) Mc 6,20 (acc. mann. enk. hagion in : andra dikaion kai hagion = een rechtvaardig en heilig man) . (5) Mc 8,38 (gen. mann. mv. hagiôn in : meta tôn aggelôn tôn hagiôn = met de heilige engelen) . (6) Mc 12,36 (dat. mann. enk. hagiôi in : en tôi pneumati tôi hagiôi = door de heilige geest) .  (7) Mc 13,11 (nom. onz. enk. hagion in : to pneuma to hagion = de heilige geest) .  

Een vorm van akathartos (onzuiver) in Mc   (1) Mc 1,23 (dat onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (2) Mc 1,26 (nom. onz. enk. akatharton in : to pneuma to akatharthon = de onzuivere geest) . (3) Mc 1,27 (dat. onz. mv. akathartois in : tois pneumasin tois akathartois = aan de onzuivere geesten) . (4) Mc 3,11 (nom. onz. mv. akatharta in : ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) . (5) Mc 3,30 (acc. onz. enk. akatharton in : pneuma akatharton = een onzuivere geest) . (6) Mc 5,2 (dat. onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (7) Mc 5,8 (voc. onz. enk. to pneuma to akatharton = de onzuivere geest) . (8) Mc 5,13 (nom. onz. mv. akatharta in : ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) . (9) Mc 6,7 (gen. onz. mv. akathartôn in : exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn = macht over de onzuivere geesten) . (10) Mc 7,25 (acc. onz. enk. akatharton in : pneuma akatharton = een onzuivere geest) . (11) Mc 9,25 (dat. m. + onz. enk. akathartô(i) in : tôi pneumati tôi akathartô(i) = aan de onzuivere geest) .    

In 23 verzen in Mc : pneuma (geest) . In 4 verzen een heilige geest , in 11 verzen een onzuivere geest . In 8 verzen zonder de bepaling heilig of onzuiver .

pneuma (geest)  in Mc (1) Mc 1,8 (voorzetsel en = met + dat. mann. enk. hagiôi in : pneumati hagiôi = met heilige geest) .  (2) Mc 1,10 (acc. enk. to pneuma = de geest) (3) Mc 1,12 (nom. enk. to pneuma = de geest) . (4) Mc 1,23 (dat onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (5) Mc 1,26 (nom. onz. enk. akatharton in : to pneuma to akatharthon = de onzuivere geest) . (6) Mc 1,27 (dat. onz. mv. akathartois in : tois pneumasin tois akathartois = aan de onzuivere geesten) . (7) Mc 2,8 (dat. enk. pneumati in : tôi pneumati autou = met zijn geest) . (8) Mc 3,11 (nom. onz. mv. akatharta in : ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) . (9) Mc 3,29 (voorzetsel eis + acc. onz. enk hagion in : eis to pneuma to hagion = tegen de heilige geest.) . (10) Mc 3,30 (acc. onz. enk. akatharton in : pneuma akatharton = een onzuivere geest) . (11) Mc 5,2 (dat. onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (12) Mc 5,8 (voc. onz. enk. to pneuma to akatharton = de onzuivere geest) . (13) Mc 5,13 (nom. onz. mv. akatharta in : ta pneumata ta akatharta = de onzuivere geesten) . (14) Mc 6,7 (gen. onz. mv. akathartôn in : exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn = macht over de onzuivere geesten) . (15) Mc 7,25 (acc. onz. enk. akatharton in : pneuma akatharton = een onzuivere geest) . (16) Mc 8,12 (dat. enk. pneumati in : tôi pneumati autou = met zijn geest) .(17) Mc 9,17 (acc. enk. pneuma alalon = een niet-sprekende geest) . (18) Mc 9,20 (nom. enk. to pneuma = de geest) . (19a) Mc 9,25 (to alalon kai kôfon pneuma = de niet-sprekende en dove geest) . (19b) Mc 9,25 (dat. m. + onz. enk. akathartô(i) in : tôi pneumati tôi akathartô(i) = aan de onzuivere geest) . (20) Mc 9,25 (dat. m. + onz. enk. akathartô(i) in : tôi pneumati tôi akathartô(i) = aan de onzuivere geest) . (21) Mc 12,36 (dat. mann. enk. hagiôi in : en tôi pneumati tôi hagiôi = door de heilige geest) . (22) Mc 13,11 (nom. onz. enk. hagion in : to pneuma to hagion = de heilige geest) . (23) Mc 14,38 (to men pneuma = de geest is evenwel gewillig) .  

Geest (zonder de bepaling heilig of onzuiver) : (1) Mc 1,10 (acc. enk. to pneuma = de geest) . (2) Mc 1,12 (nom. enk. to pneuma = de geest) . (3) Mc 2,8 (dat. enk. pneumati in : tôi pneumati autou = met zijn geest) . (4) Mc 8,12 (dat. enk. pneumati in : tôi pneumati autou = met zijn geest) . (5) Mc 9,17 (acc. enk. pneuma alalon = een niet-sprekende geest) .(6) Mc 9,20 (nom. enk. to pneuma = de geest) . (7) Mc 9,25 (to alalon kai kôfon pneuma = de niet-sprekende en dove geest) . (8) Mc 14,38 (to men pneuma = de geest is evenwel gewillig) .

poieô (doen) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk    
ind. pr. 3de p. enk. poiei 85 56 29 7 2 3 9   5 3    
ind. pr. 3de p. mv. poiousin 42 30 12 6 1 3     2      
ind p. + imp. 2de p. mv. poieite 51  18  33  12       
inf. pr. poiein 131  107  24    10       
part. pr. nom. m. enk. poiôn  91  64  27    14     
part. pr. nom + acc. onz. enk. poioun 42 30 12 6 1 3     2      
part. pr. dat. enk. poiounti                
ind imp. 3de p. enk. epoièsen 714 641 73 13 9 14 18 14 4 1    
ind. imp. 3de p. mv. epoièsan 264  249  15         
impera. aor. 2de p. mv. poièsate  48  38  10          
part. aor. nom. m. + vr. enk. poièsas 50  30  20         
part. aor. nom. m. + vr. mv. poièsantes 10       
                         

 

poreuomai (zich op weg begeven) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
ind. pr. 3de p. enk. poreuetai 28 21 7 2   4 1        
ind. pr. 3de p. mv. poreuontai 7 7                  
imp. 2de p. mv. poreuesthe 39 32 7 5       2      
inf. pr. poreuesthai 74 58 16     7 1 6 2    
ind imp. 3de p. enk. eporeueto 44 38 6 1   3 1 1      
ind. imp. 3de p. mv. eporeuonto 33 28 5     3   2      
ind. aor. 3de p. enk. eporeuthè 220 194 11 2   5 1 2 1    
ind. aor. 3de p. mv. eporeuthèsan 104 99 5 2   1 1   1    
part. aor. nom. m. + vr. enk. poreutheis 24 16 8 4   2     2    
part. aor. nom. m. + vr. mv. poreuthentes 26 11 15 7 1 7          
                       

 

poreuomai (zich op weg begeven) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
part. pr. nom. m. enk. poreuomenos 27 24 3         1 1    
part. pr. dat . m. enk. poreuomenôi 4 3 1         1      
part. pr. acc. m. enk. poreuomenon 11 9 2     1   1      
part. pr. gen. mv. poreuomenôn 6 2 4     1   1      
part. pr. acc. m. mv. poreuomenous             
                       

 

presbuteros (oudste) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk     
nom. enk. presbuteros 16  13               
gen. enk. presbuterou 10                 
dat. enk. presbuterô(i)                
acc. enk. presbuteron                    
nom. mv. presbuteroi 67  46  21         
gen. mv. presbuterôn 61  39  22       
dat. mv. presbuterois 20  15           
acc. mv. presbuterous 49  37  12           
Totaal   230  165  65  12  18  10  12     

 

presbuteros (oudere) N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk   
nom. enk. presbuteros     1 : Lc 15,25 .     2 : 2 Joh 1,1 . 3 Joh 1,1 .    
gen. enk. presbuterou           1 : 1 Tim 5,19 .    
dat. enk. presbuterô(i)           1 : 1 Tim 5,1 .    
nom. mv. presbuteroi 21  5 : (1) Mt 21,23 . (2) Mt 26,3 . (3) Mt 26,57 . (4) Mt 27,1 . (5) Mt 27,20 .     7 : (1) Hnd 15,2 . (2) Hnd 15,4 . (3) Hnd 15,6 . (4) Hnd 15,22 . (5) Hnd 15,23 . 5 : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) .  
gen. mv. presbuterôn 22  6 : (1) Mt 15,2 . (2) Mt 16,21 . (3) Mt 26,47 . (4) Mt 27,12 . (5) Mt 27,41 . (6) Mt 28,12 . 5 : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . 3 : (14) Hnd 15,4 .(15) Hnd 16,4 . (16) Hnd 24,1 .   6 : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) .  
dat. mv. presbuterois 1 : Mt 27,3 .     2 : (3) Hnd 15,22 . (4) Hnd 23,14 . 1 : 1 Pe 5,5 .    
acc. mv. presbuterous 12      2 : (1)   6 : (3) Hnd 4,5 . (4) Hnd 6,12 . (5) Hnd 11,30 . (6) Hnd 14,23 . (7) Hnd 15,2 . (8) Hnd 20,17 . 3 : (9) Tit 1,5  
Totaal   65  12  18  10  12   

 

presbuteros (oudere) Mt 
nom. mv. presbuteroi 5 : (1) Mt 21,23 . (2) Mt 26,3 . (3) Mt 26,57 . (4) Mt 27,1 . (5) Mt 27,20 .
gen. mv. presbuterôn 6 : (1) Mt 15,2 . (2) Mt 16,21 . (3) Mt 26,47 . (4) Mt 27,12 . (5) Mt 27,41 . (6) Mt 28,12 .
dat. mv. presbuterois 1 : Mt 27,3 .
Totaal   12 

presbuteros (oudere) 12 : (1) Mt 15,2 (gen. mv.) . (2) Mt 16,21 (gen. mv.) . (3) Mt 21,23 (nom. mv.) . (4) Mt 26,3 (nom. mv.) . (5) Mt 26,47 (gen. mv.) . (6) Mt 26,57 (nom. mv.) . (7) Mt 27,1 (nom. mv.) . (8) Mt 27,3 (dat. mv.) . (9) Mt 27,12 (gen. mv.) . (10) Mt 27,20 (nom. mv.) . (11) Mt 27,41 (gen. mv.) . (12) Mt 28,12 (gen. mv.) .

- proserchomai (naderbijkomen) .

proserchomai (naderbijgaan) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. 3de p. enk. proserchetai                  
ind. pr. 3de p. mv. proserchontai              
ind. imp. 3de p. mv. prosèrchonto 1   1         1        
ind. aor. 3de p. enk. prosèlthen 24 16 8 6       2     6 6
ind. aor. 3de p. mv. prosèlthon 26  11  15  14            14  15 
ind. 2de aor. 3de p. mv. prosèlthan             2  
part. aor. nom. mann. enk. proselthôn 28  23  14        20  20 
part. aor. nom. vr. enk. proselthousa          
part. aor. nom. m. + vr. mv. proselthontes 23  6 17  11        16  16 
Andere vormen                        
  111  40  71  49    62   63

 

ptôchos (arm) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
nom. m. enk.ptôchos 33 30 3     1     1 1 1 1
nom. + dat vr. enk , nom + acc. onz. mv. .ptôcha(i) 1   1           1      
nom. + acc. onz. enk. ptôchon 22 20 2     1     1   1 1
gen. man. enk ptôchou 17 17                    
dat. man. en onz. enk. ptôchô(i) 12 11 1           1      
nom. m. mv. ptôchoi 14 9 5 2   2     1   4 4
gen. man. mv. ptôchôn 11 9 2       1   1     1
dat. man. en onz. mv. ptôchois 12 3 9 2 2 3 2       7 9
acc. man. mv. ptôchous 21 13 8 1 1 2 1   2 1    
Totaal   143 112 31 5 3 9 4   8 2 17 21

 

Q

R

S

- saddoukaios (Sadduceeër) .

saddoukaios (Sadduceeër) bijbel  N.T.  Mt  Mc   Lc  Hnd   
nom. mv. saddoukaioi 5 5 2 : (1) Mt 16,1 . (2) Mt 22,23 . 1 : Mc 12,18 .   2 : (1) Hnd 4,1 . (2) Hnd 23,8 . Mt 22,23 // Mc 12,18 // Lc 20,27 .
gen. mv. saddoukaiôn 8 8 4 : (1) Mt 3,7 . (2) Mt 16,6 . (3) Mt 16,11 . (4) Mt 16,12 .   1 : Lc 20,27 . 3 : (1) Hnd 5,17 . (2) Hnd 23,6 . (3) Hnd 23,7 .  
acc. mv. saddoukaious 1 1 1 : Mt 22,34 .        
Totaal   14 14 7 1 1 5  

saddoukaios (Sadduceeër)   14 : (1) Mt 3,7 (gen. mv.) . (2) Mt 16,1 (nom. mv.) . (3) Mt 16,6 (gen. mv.) . (4) Mt 16,11 (gen. mv.) . (5) Mt 16,12 (gen. mv.) . (6) Mt 22,23 . (7) Mt 22,34 (dat. mv.) . (8) Mc 12,18 (nom. mv.) . (9) Lc 20,27 (gen. mv.) . (10) Hnd 4,1 (nom. mv.) . (11) Hnd 5,17 (gen. mv.) . (12) Hnd 23,6 (gen. mv.) . (13) Hnd 23,7 (gen. mv.) . (14) Hnd 23,8 (nom. mv.) . (Mt 22,23 // Mc 12,18 // Lc 20,27) . 14 7 1 1 5  

In Mt treden de Farizeeën en de Sadduceeën samen op , vooreerst bij Johannes de Doper : Mt 3,7 , vervolgens bij Jezus : Mt 16,1 . Jezus waarschuwt zijn leerlingen voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën . In Mt 22 zijn Farizeeën en Sadducxeeën wisselend bij Jezus aanwezig (Mt 22,16 : leerlingen van Jezus ; Mt 22,23 : Sadduceeën ; Mt 22,34 en Mt 22,41 : Farizeeën) .

- satanas (satan) .

 

satanas (saten) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev.
nom. enk. satanas 17   17 1 3 4 1 1 3 4 8 9
voc. + gen. + dat. enk. 15   15 2 2     1 6 4 4 4
acc. enk. satanan 5 1 4 1 1 1     1   3 3
Totaal   37 1 36 4 6 5 1 2 10 8 15 16

- sunedrion (Sanhedrin) . In het Nederlands telt Sanhedrin een lettergreep minder dan het Griekse sunedrion .

Sanhedrin : http://bijbelaantekeningen.blogspot.com/2006/02/sanhedrin.html .

Het Sanhedrin was het hoogste gerechtshof van de Joden, ook wel genoemd de Grote of Hoge Raad van het Jodendom. Het telde 70 leden, bestaande uit de hogepriester (als voorzitter), overpriesters (of gewezen hogepriesters) en de schriftgeleerden (als vakmensen). De naam is afgeleid van het Griekse woord synedrion: vergadering of raadsvergadering. Ook in het oude Griekenland bestonden synedrions (plaatselijke rechtbanken). Het Joodse Sanhedrin was al in de Perzische tijd actief, maar pas in de Romeinse tijd wordt er, mede door de Bijbel, meer over bekend. Als een Jood ter door veroordeeld werd sprak het Sanhedrin de vorm van steniging uit. Na de bezetting van Israel door de Romeinen mochten zij niet meer de doodstraf uitspreken en moesten zij de verdachte overdragen aan de Romeinse bestuurders, welke indien ook zij de verdachte schuldig bevonden de persoon kruisigden. In de Talmud wordt beschreven, dat wanneer het Sanhedrin eens in de zeventig jaar een ter doodveroordeling uitsprak, dit genoeg was om de rechters moordenaars te noemen. De zittingszaal van het Sanhedrin was gelegen aan de Zuid-West-zijde van het tempelplein te Jeruzalem, half op gewijde, half op ongewijde grond. Twee deuren gaven toegang, één van het tempelplein en éé'n van de stad uit. Na de verwoesting van de tempel verplaatst men de vergaderingen naar Jamne en Tiberias. In 425 n. Chr. wordt het Sanhedrin opgeheven. In oktober 2004 ziet in Tiberias een nieuw Sanhedrin het licht. Welke grotendeels bestaat uit ultraorthodoxe joden.

sunedrion (Sanhedrin)   bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.. ev.
nom. + acc. enk. sunedrion 11 1 10 1 2 1 1 5     4 5
gen. enk.  sunedriou 6 3 3         3        
dat.  enk. sunedriôi 11 4 7 1       6     1 1
Totaal   28 8 20 2 2 1 1 14     5 6

sunedrion (Sanhedrin)   bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.. ev.
nom. + acc. enk. sunedrion 11 1 10 1 : Mt 26,59 . 2 : (1) Mc 14,55 . (2) Mc 15,1 . 1 : Lc 22,66 . 1 : Joh 11,47 . 5 : (1) Hnd 5,21 . (2) Hnd 6,12 . (3) Hnd 22,30 . (4) Hnd 23,20 . (5) Hnd 23,28 .     4 : (1) Mt 26,59 // Mc 14,55 5
gen. enk.  sunedriou 6 3 3         3 : (1) Hnd 4,15 . (2) Hnd 5,41 . (3) Hnd 24,20 .        
dat.  enk. sunedriôi 11 4 7 1 : Mt 5,22 .       6 : (1) Hnd 5,27 . (2) Hnd 5,34 . (3) Hnd 6,15 . (4) Hnd 23,1 . (5) Hnd 23,6 . (6) Hnd 23,15 .     1 1
Totaal   28 8 20 2 2 1 1 14     5 6

In vier verzen komt eis to sunedrion (naar het sanhedrin) voor : (4) Lc 22,66 . (7) Hnd 6,12 . (9) Hnd 23,20 . (10) Hnd 23,28 .
- (4) Lc 22,66 : apègagon auton eis to sunedrion autôn = en zij leidden hem weg naar hun sanhedrin .
- (7) Hnd 6,12 : kai ègagon eis to sunedrion = en zij leidden (hem) naar het sanhedrin .
- (9) Hnd 23,20 : hopôs aurion ton Paulon katagagèis eis to sunedrion = opdat gij morgen Paulus naar het sanhedrin zoudt leiden .
- (10) Hnd 23,28 : katègagon eis to sunedrion autôn = zij leidden (hem) naar hun sanhedrin .
holon to sunedrion (het hele sanhedrin) . In drie verzen in de bijbel : (1) Mc 14,55 (nominatief) . (2) Mc 15,1 (nominatief) . (3) Hnd 22,30 (accusatief) . Telkens komt holon to sunedrion (het hele sanhedrin) voor in combinatie met en voorafgegaan door de hogepriesters :
(1) Mc 14,55 (hoi de archiereis kai holon to sunedrion = de hogepriesters echter en het hele sanhedrin) .
(2) Mc 15,1 (hoi archiereis ... kai holon to sunedrion = de hogepriesters ... en het hele sanhedrin) .
(3) Hnd 22,30 (tous archiereis kai holon to sunedrion = de hogepriesters en het hele sanhedrin) .
to sunedrion holon (het hele sanhedrin) : Mt 26,59 . In dit vers komen dezelfde kenmerken voor als hierboven . Mt 26,59 // Mc 14,55 .
Datief : (4) Hnd 23,1 : tôi sunedriôi = aan het sanhedrin . (6) Hnd 23,15 : sun tôi sunedriôi = samen met het sanhedrin . In vier verzen en tôi sunedriôi = in het sanhedrin : (1) Hnd 5,27 . (2) Hnd 5,34 . (3) Hnd 6,15 . (5) Hnd 23,6 .
De verschillende vormen van sunedrion (sanhedrin) op een rijtje gezet . In veertien verzen in Hnd : :(1) Hnd 4,15 . (2) Hnd 5,21 . (3) Hnd 5,27 . (4) Hnd 5,34 . (5) Hnd 5,41 . (6) Hnd 6,12 .(7) Hnd 6,15 . (8) Hnd 22,30 . (9) Hnd 23,1 . (10) Hnd 23,6 . (11) Hnd 23,15 . (12) Hnd 23,20 . (13) Hnd 23,28 . (14) Hnd 24,20 .

- T

- thanatos (dood) .

thanatos (dood)  bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.. ev.
nom. enk. thanatos 62 40 22           14 8    
voc. enk. thanate                  
gen. enk.  thanatou 149 100 49 3 3 5 3 8 21 6 11 14
dat.  enk. thanatôi 102 87 15 2 2   3   6 2 4 7
acc.  enk. 91 68 23 1 1 2 2   15 2 4 6
Totaal   408 298 110 6 6 7 8 8 57 18 19 27

 

- theos (God) .

theos (God)  bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn.. ev. Paul. Ap. br.
nom. enk. theos ( God) 1686  1311  287  15  17  58  163  20  29 46 143 20
gen. enk.  theou (van God) 1517  770  641  28  31  70 43  56  360   53  129 172 293 67
dat.  enk. theô(i) (aan God) 433  249  154  13  110  13  14 18 97  13 
acc.  enk. theon (God) 496  300  142  23  12  30  62  33 45 43 19
Totaal   4132  2630  1224  44  44  117  76  157  695 91  205 281 576  119 

- tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Verwijzing : tote (dan, daarop) , zie Mt 2,7 . Bijwoord van tijd .

tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk  
  353 195 158 89 6 15 10 21 17    

U

V

W

X

Y

Z

zèteô (zoeken) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk    
ind. pr. 3de p. enk. zètei 33 23 10 1 1 2 4   2      
ind. pr. 1ste p. enk. zètô  17  13               
ind. pr. 2de p. enk. zèteis  11                 
ind. pr. 3de p. mv. zètousin 12 4 8   2   1   5      
ind p. + imp. 2de p. mv.zèteite 27 5 22 3 1 4 10 1 3      
inf. pr. zètein 13 11 2 1       1        
part. pr. nom. m. enk. zètôn  20 11 9 1   3 2 1 2      
part. pr. nom + acc. onz. enk. zètoun 4 2 2 1   1            
part. pr. dat. enk. zètounti  2 1 1 1                
part. pr. nom. mv. zètountes  33  23  10         
part. pr. g. mv. zètountôn  11                 
ind imp. 3de p. enk. ezètèi 22 15 7 1 1 3 1 1        
ind. imp. 3de p. mv. ezètoun 27 8 18 1 4 5 7 1        
ind. aor. 3de p. enk. ezètèsen  19  18                 
ind. aor. 3de p. mv. ezètèsan   18                   
impera. aor. 2de p. mv. zètèsete  6 2 4       4          
                         

--- ezètoun (zij zochten) : actief imperfectum 3de persoon meervoud. In zesentwintig verzen in de bijbel . In acht verzen in het O.T. . In achttien verzen in het N.T. : (1) Mt 26,59 . (2) Mc 11,18 . (3) Mc 12,12 . (4) Mc 14,1 . (5) Mc 14,55 . (6) Lc 5,18 . (7) Lc 6,19 . (8) Lc 11,16 . (9) Lc 19,47 . (10) Lc 22,2 . (11) Joh 5,18 . (12) Joh 7,1 . (13) Joh 7,11 . (14) Joh 7,30 . (15) Joh 10,39 . (16) Joh 11,8 . (17) Joh 11,56 . (18) Hnd 17,5 . Bij Matteüs komt het slechts in Mt 26,59 : zij zochten vals getuigenis tegen Jezus opdat zij hem zouden kunnen doden . In vijf verzen bij Lucas , in zeven verzen bij Johannes , in Hnd 17,5 . Bij Marcus (zie Mc 7,1) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 12,12 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,55 .