- WEBSITEWEGWIJZER - BRIEF AAN DE EFEZIERS HOOFDSTUK 4 - Ef 4 -- Structuur -- Taalgebruik -- Commentaar -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ef (Efese) -- Ef 4 -- Ef 4,1-6 -- Ef 4,17.20-24 -- Ef 4,30-5,2 -
- Ef 4,1-16 : Eenheid in verscheidenheid -- Ef 4,17-5,2 : De oude en de nieuwe mens -

Uitleg hoofdstuk per hoofdstuk : Ef 1 , Ef 2 , Ef 3 , Ef 4 , Ef 5 , Ef 6 ,
Bijbeluitleg per pericope :
- Ef 4,1-16 : Eenheid in verscheidenheid .
- Ef 4,17-5,2 : De oude en de nieuwe mens .
Uitleg vers per vers : - Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 - Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -


- Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) .
- Griekse tekst - Septuaginta : http://www.greekbible.com/index.php . Griekse tekst - Septuaginta .
- Aramees - Peshitta NT : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Aramees - Peshitta .
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_PXV.HTM . Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/efez/4.html . Statenvertaling .
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=70113%2C70144&wbv=on&nbv=on . Willibrordvertaling .
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=70113%2C70144&wbv=on&nbv=on . De Nieuwe Vertaling .
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php . De Naardense bijbel .
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Bible de Jérusalem .
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=5182024 . King James Bible .
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibel/text/lesen/stelle/59/40001/49999/ch/5aba10c77723a00b2872bc624cbb4ad9/ . Luther Bibel .
- Arabisch :http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Arabisch .


Liturgisch gebruik
- Ef 4,1-6 : 17de (zeventiende) zondag door het jaar B .
- Ef 4,17.20-24 : 18de (achttiende) zondag door het jaar B .
- Ef 4,30-5,2 : 19de (negentiende) zondag door het jaar B .

Ef 4,1-16 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -

Liturgische lezing op de 17de (zeventiende) zondag door het jaar B : Ef 4,1-6 . Verwijzing : Ef 4,1-6 .

Broeders en zusters, ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Één Heer, één geloof, één doop. Één God, en Vader van allen, die is boven allen, en met allen, en in allen.

Ef 4,1 - Ef 4,1 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat 17de (zeventiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1parakalô oun umas egô o desmios en kuriô axiôs peripatèsai tès klèseôs ès eklèthète,   4. 1 obsecro itaque vos ego vinctus in Domino ut digne ambuletis vocatione qua vocati estis Broeders en zusters, ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,   1 Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt; [1] Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang om een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt,  [1] Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen:  1 ¶ Ik roep u dan ook op, ik die gebonden ben omwille van de Heer, te wandelen de roeping waardig waarmee ge zijt geroepen,  1. Je vous exhorte donc, moi le prisonnier dans le Seigneur, à mener une vie digne de l'appel que vous avez reçu :

King James Bible . [1] I therefore, the prisoner of the Lord, beseech you that ye walk worthy of the vocation wherewith ye are called,
Luther-Bibel . Die Einheit im Geist und die Vielfalt der Gaben 41So ermahne ich euch nun, ich, der Gefangene in dem Herrn, dass ihr der Berufung würdig lebt, mit der ihr berufen seid,

Tekstuitleg van Ef 4,1 .

Ef 4,2 - Ef 4,2 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat 17de (zeventiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2meta pasès tapeinofrosunès kai prautètos, meta makrothumias, anechomenoi allèlôn en agapè,   2 cum omni humilitate et mansuetudine cum patientia subportantes invicem in caritate in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend.  2 Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde; [2] en altijd nederig te zijn, zachtmoedig en geduldig, en elkaar liefdevol te verdragen,   [2] wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.  2 ¶ met alle nederigheid en zachtheid, met lankmoedigheid elkaar verdragend in liefde;  2. en toute humilité, douceur et patience, supportez-vous les uns les autres avec charité ;

King James Bible . [2] With all lowliness and meekness, with longsuffering, forbearing one another in love;
Luther-Bibel . 2in aller Demut und Sanftmut, in Geduld. Ertragt einer den andern in Liebe

Tekstuitleg van Ef 4,2 .

Ef 4,3 - Ef 4,3 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat 17de (zeventiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3spoudazontes tèrein tèn enotèta tou pneumatos en tô sundesmô tès eirènès:   3 solliciti servare unitatem spiritus in vinculo pacis Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede:  3 U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes. [3] vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede:  [3] Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft:   3 u inzettend om de eenheid van de Geest te houden in de band van de vrede:  3. appliquez-vous à conserver l'unité de l'Esprit par ce lien qu'est la paix.

King James Bible . [3] Endeavouring to keep the unity of the Spirit in the bond of peace.
Luther-Bibel . 3und seid darauf bedacht, zu wahren die Einigkeit im Geist durch das Band des Friedens:

Tekstuitleg van Ef 4,3 .

Ef 4,4 - Ef 4,4 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat

17de (zeventiende) zondag door het jaar B

Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4en sôma kai en pneuma, kathôs kai eklèthète en mia elpidi tès klèseôs umôn:   4 unum corpus et unus spiritus sicut vocati estis in una spe vocationis vestrae één lichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop, waarvoor Gods roeping borg staat.  4 Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping; [4] één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat.  [4] één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping,  4 één lichaam en één geest, zoals ge ook geroepen zijt in de éne hoop van uw roeping:  4. Il n'y a qu'un Corps et qu'un Esprit, comme il n'y a qu'une espérance au terme de l'appel que vous avez reçu ;

King James Bible . [4] There is one body, and one Spirit, even as ye are called in one hope of your calling;
Luther-Bibel . 4 ein Leib und ein Geist, wie ihr auch berufen seid zu einer Hoffnung eurer Berufung;

Tekstuitleg van Ef 4,4 .

Ef 4,4.2. nom. + acc. onz. enk. sôma (lichaam) . Taalgebruik in het NT : sôma (lichaam) . Taalgebruik in de Septuaginta : sôma (lichaam) . Hebr. bâshâr (vlees, lichaam) . Taalgebruik in Tenach : bâshâr (vlees, lichaam) . Tenakh (108) . Pentateuch (50) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (15) .Lat. corpus . Fr. corps . N. lichaam . D. Leib . E. body . Bijbel (115) . OT (39) . NT (63) . Deut.can. (16) . Ef (3) : (1) Ef 1,23 . (2) Ef 4,4 . (3) Ef 4,16 . Een vorm van sôma (lichaam) in de LXX (136) , in het NT (142) .

Ef 4,5 - Ef 4,5 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat 17de (zeventiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5eis kurios, mia pistis, en baptisma: 5 unus Dominus una fides unum baptisma Één Heer, één geloof, één doop.  5 Een Heere, een geloof, een doop, [5] Eén Heer, één geloof, één doop.  [5] één Heer, één geloof, één doop,  5 één Heer, één geloof, één doop,  5. un seul Seigneur, une seule foi, un seul baptême ;

King James Bible . [5] One Lord, one faith, one baptism,
Luther-Bibel . 5 ein Herr, ein Glaube, eine Taufe;

Tekstuitleg van Ef 4,5 .

Ef 4,6 - Ef 4,6 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat 17de (zeventiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6eis theos kai patèr pantôn, o epi pantôn kai dia pantôn kai en pasin.  6 unus Deus et Pater omnium qui super omnes et per omnia et in omnibus nobis Één God, en Vader van allen, die is boven allen, en met allen, en in allen.  6 Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen. [6] Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen.  [6] één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.  6 één God en Vader van allen, die is over allen en door allen en in allen.   6. un seul Dieu et Père de tous, qui est au-dessus de tous, par tout et en tous.

King James Bible . [6] One God and Father of all, who is above all, and through all, and in you all.
Luther-Bibel . 6 ein Gott und Vater aller, der da ist über allen und durch alle und in allen.

Tekstuitleg van Ef 4,6 .

Ef 4,6.2. nom. mann. enk. theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Hebr. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . L. deus , Fr. dieu . De vloek dju . D. Gott . E. God . Hebr. ´èlohîm (God) . Tenakh (635) . Pentateuch (207) . Eerdere Profeten (118) . Latere Profeten (39) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (253) . Arabisch : ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Koran : ´allah (Allah) . Ef (6) : (1) Ef 1,3 . (2) Ef 1,17 . (3) Ef 2,4 . (4) Ef 2,10 . (5) Ef 4,6 . (6) Ef 4,32 .

theos (God)  bijbel  OT  NT  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
nom. enk. theos 1686  1399  287  163  32  30  18    22  11        143 20
gen. enk.  theou 1517  876  641  360   71  46  33  15  20  10  14  15  15  29  20  29  293 67
dat.  enk. theô(i) 433  279  154  110  27  14  12        97  13 
acc.  enk. theon 496  354  142  62  14              43 19
Totaal   4132  2908  1224  695 144  93  70   30  31  23  20  35  17  21  13  12  65  15  36  52  4 576  119 

Ef 4,6.4. patèr (vader) . Taalgebruik in het NT : patèr (vader) . Taalgebruik in de LXX : patèr (vader) . Hebr. âbh . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Tenakh (30) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (13) . Lat. pater . Fr. père . Ned. vader . E. father . D. Vater . p / f / v . pa / va . Arabisch : ´ab (vader) . Taalgebruik in de Koran : ´ab (vader) . Ef (3) : (1) Ef 1,3 . (2) Ef 1,17 . (3) Ef 4,6 .

patèr (vader) enk. bijbel OT NT Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.  A.B. 
nom. enk. patèr  305  199  106  17                      14 
voc. enk. pater  41  17  24                                                 
gen. enk. patros  420  323  97  32      24 
dat. enk. patri  109  76  33  13                        10 
dat. enk. patera  218  134  84  20                          12 
totaal 1093  749  344  82  11 11  10    60  22 

Ef 4,6.2. - 4. theos kai patèr (God en vader) . Ef (2) : (1) Ef 1,3 . (2) Ef 4,6 .

theos kai patèr   NT Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul.   Ap. br 
theos kai patèr 7 7     2   2     1 1             1           6 1
theou kai patros 4 4       1     1 2                           4  
theôi kai patri 7 6   1     1 1 2               1             5 1
theon kai patera 2 2 1                           1             1 1
  20 19 1 1 2 1 3 1 3 3 1           3 1           16 3

theos patèr   NT Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul.   Ap. br 
theôs ho patèr 1 1   1                                       1  
theou patros 19 19 1 1 1 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1     1 1   1     16  3
theôi patri 3 3               1 1                       1 2 1
totaal  23 23 1 2 1 2 2 2 1 2 2 1 1 1 1     1 1   1   1 19 4

Ef 4,6.5. gen. mann. en onz. mv. pantôn (van allen /alles) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) . Ef (6) : (1) Ef 3,8 . (2) Ef 4,6 . (3) Ef 4,10 . (4) Ef 5,20 . (5) Ef 6,18 . (6) Ef 6,24 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in de LXX (6833) , in het NT (1226) , in Ef (50) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef    Fil   Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
12 gen. mv. pantôn 443 317 126 35  65  9 8 7 2 6   1 3 4 6 1 1   6 2 2 1 1   2 1 56 

Ef 4,6.4. - 5. patèr pantôn (vader van allen) . NT (2) : (1) Rom 4,16 . (2) Ef 4,6 . In een heel verschillende contekst . "Patèr pantôn ("le Père de 'tout' ou 'de tous' ") est une expression unique en son genre , absente de l' AT et de la littérature juive . Pantôn peut être neutre ... ou masculin... et donc peut avoir un sens anthropoloqique et/ou cosmique . Elle est proche de l'expression de Philon : patèr tôn holôn (père de tous") ou d'autres formules que l'on trouve chez Platon et les stoïciens ." (Reynier , 2004 , 138) .

Ef 4,6. 8. gen. mann. en onz. mv. pantôn (van allen /alles) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) . Ef (6) : (1) Ef 3,8 . (2) Ef 4,6 . (3) Ef 4,10 . (4) Ef 5,20 . (5) Ef 6,18 . (6) Ef 6,24 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in de LXX (6833) , in het NT (1226) , in Ef (50) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef    Fil   Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
12 gen. mv. pantôn 443 317 126 35  65  9 8 7 2 6   1 3 4 6 1 1   6 2 2 1 1   2 1 56 

Ef 4,6. 7. - 8. epi pantôn (boven alles) . NT (2) : (1) Rom 9,5 . (2) Ef 4,6 .

Ef 4,6. 11. gen. mann. en onz. mv. pantôn (van allen /alles) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) . Ef (6) : (1) Ef 3,8 . (2) Ef 4,6 . (3) Ef 4,10 . (4) Ef 5,20 . (5) Ef 6,18 . (6) Ef 6,24 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in de LXX (6833) , in het NT (1226) , in Ef (50) .

Ef 4,6. 10. - 11. dia pantôn (doorheen allen / alles) . NT (2) : (1) Hnd 9,32 . (2) Ef 4,6 .

  pas (al) bijbel  OT  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef    Fil   Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
12 gen. mv. pantôn 443 317 126 35  65  9 8 7 2 6   1 3 4 6 1 1   6 2 2 1 1   2 1 56 

Ef 4,6. 14. dat mann. en onz. mv. pasin (aan allen /alles) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) . Arabisch : kull (al) . Taalgebruik in de Koran : kull (al) . Ef (4) : (1) Ef 1,23 . (2) Ef 3,18 . (3) Ef 4,6 . (4) Ef 6,16 .

  pas (al) bijbel  OT  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef    Fil   Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
14 dat mann. + onz. mv. pasin   264  183  81  19  49  4 8 3 2 4   3 3 2 2 3 3   3 1 2           46 

 

Ef 4,7 - Ef 4,7 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7eni de ekastô èmôn edothè è charis kata to metron tès dôreas tou christou.  7 unicuique autem nostrum data est gratia secundum mensuram donationis Christi   7 Maar aan elkeen van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van Christus. [7] Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade* verleend naar de maat van Christus’ gave.  [7] Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 4:7 Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van de Christus. 7. Cependant chacun de nous a reçu sa part de la faveur divine selon que le Christ a mesuré ses dons.

King James Bible . [7] But unto every one of us is given grace according to the measure of the gift of Christ.
Luther-Bibel . 7Einem jeden aber von uns ist die Gnade gegeben nach dem Maß der Gabe Christi.

Tekstuitleg van Ef 4,7 .

Ef 4,8 - Ef 4,8 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8dio legei, anabas eis upsos èchmalôteusen aichmalôsian, edôken domata tois anthrôpois.  8 propter quod dicit ascendens in altum captivam duxit captivitatem dedit dona hominibus   8 Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven. [8] Daarom staat er: Door naar den hoge op te stijgen heeft Hij gevangenen meegevoerd en gaven uitgedeeld aan de mensen.  [8] Daarom staat er: 'Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.' 4:8 Daarom heet het: 'ten hoge opgevaren nam hij gevangen de gevangenis, gaf hij gaven aan de mensen' (Ps. 68,19). 8. C'est pourquoi l'on dit : Montant dans les hauteurs il a emmené des captifs, il a donné des dons aux hommes.

King James Bible . [8] Wherefore he saith, When he ascended up on high, he led captivity captive, and gave gifts unto men.
Luther-Bibel . 8Darum heißt es (Psalm 68,19): »Er ist aufgefahren zur Höhe und hat Gefangene mit sich geführt und hat den Menschen Gaben gegeben.«

Tekstuitleg van Ef 4,8 .

Ef 4,9 - Ef 4,9 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9{to de anebè ti estin ei mè oti kai katebè eis ta katôtera [merè] tès gès;   9 quod autem ascendit quid est nisi quia et descendit primum in inferiores partes terrae   9 Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het, dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde? [9] Hij is opgestegen: wat betekent dit anders dan dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde?   [9] 'Hij steeg op' – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 4:9 Maar wat betekent 'hij voer óp' anders dan dat hij ook is nedergedaald naar de nederste delen der aarde? 9. « Il est monté », qu'est-ce à dire, sinon qu'il est aussi descendu, dans les régions inférieures de la terre ?

King James Bible . [9] (Now that he ascended, what is it but that he also descended first into the lower parts of the earth?
Luther-Bibel . 9Dass er aber aufgefahren ist, was heißt das anderes, als dass er auch hinabgefahren ist in die Tiefen der Erde?

Tekstuitleg van Ef 4,9 .

Ef 4,10 - Ef 4,10 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10o katabas autos estin kai o anabas uperanô pantôn tôn ouranôn, ina plèrôsè ta panta.}  10 qui descendit ipse est et qui ascendit super omnes caelos ut impleret omnia   10 Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou. [10] Hij* die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen, om alles te vervullen.  [10] Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 4:10 Hij die is nedergedaald, hij is het ook die is opgevaren hoog boven alle hemelen, om alles te vervullen. 10. Et celui qui est descendu, c'est le même qui est aussi monté au-dessus de tous les cieux, afin de remplir toutes choses.

King James Bible . [10] He that descended is the same also that ascended up far above all heavens, that he might fill all things.)
Luther-Bibel . 10Der hinabgefahren ist, das ist derselbe, der aufgefahren ist über alle Himmel, damit er alles erfülle.

Tekstuitleg van Ef 4,10 .

Ef 4,11 - Ef 4,11 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai autos edôken tous men apostolous, tous de profètas, tous de euaggelistas, tous de poimenas kai didaskalous,   11 et ipse dedit quosdam quidem apostolos quosdam autem prophetas alios vero evangelistas alios autem pastores et doctores   11 En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; [11] Hij ook heeft gaven uitgedeeld. Sommigen maakte Hij apostel, anderen profeet, anderen evangelist, weer anderen herder en leraar,  [11] En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 4:11 Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, anderen als herders en als leraars, 11. C'est lui encore qui » a donné » aux uns d'être apôtres, à d'autres d'être prophètes, ou encore évangélistes, ou bien pasteurs et docteurs,

King James Bible . [11] And he gave some, apostles; and some, prophets; and some, evangelists; and some, pastors and teachers;
Luther-Bibel . 11Und er hat einige als Apostel eingesetzt, einige als Propheten, einige als Evangelisten, einige als Hirten und Lehrer,

Tekstuitleg van Ef 4,11 .

Ef 4,12 - Ef 4,12 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12pros ton katartismon tôn agiôn eis ergon diakonias, eis oikodomèn tou sômatos tou christou,  12 ad consummationem sanctorum in opus ministerii in aedificationem corporis Christi   12 Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus,  [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 4:12 om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van de Christus, 12. organisant ainsi les saints pour l'œuvre du ministère, en vue de la construction du Corps du Christ,

King James Bible . [12] For the perfecting of the saints, for the work of the ministry, for the edifying of the body of Christ:
Luther-Bibel . 12damit die Heiligen zugerüstet werden zum Werk des Dienstes. Dadurch soll der Leib Christi erbaut werden,

Tekstuitleg van Ef 4,12 .

Ef 4,13 - Ef 4,13 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13mechri katantèsômen oi pantes eis tèn enotèta tès pisteôs kai tès epignôseôs tou uiou tou theou, eis andra teleion, eis metron èlikias tou plèrômatos tou christou,   13 donec occurramus omnes in unitatem fidei et agnitionis Filii Dei in virum perfectum in mensuram aetatis plenitudinis Christi   13 Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus; [13] totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte* man, tot de gehele* omvang van de volkomenheid van Christus.  [13] totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 4:13 totdat wij allen komen tot de eenheid vanuit het geloof en vanuit de kennis van de zoon van God, tot een volkomen mens-zijn, tot de volle maat van rijpheid vanuit de Christus. 13. au terme de laquelle nous devons parvenir, tous ensemble, à ne faire plus qu'un dans la foi et la connaissance du Fils de Dieu, et à constituer cet Homme parfait, dans la force de l'âge, qui réalise la plénitude du Christ.

King James Bible . [13] Till we all come in the unity of the faith, and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man, unto the measure of the stature of the fulness of Christ:
Luther-Bibel . 13bis wir alle hingelangen zur Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes, zum vollendeten Mann, zum vollen Maß der Fülle Christi,

Tekstuitleg van Ef 4,13 .

- πληρωματος (= plèrômatos: van de volheid; zn gen onz enk van het zn πληρώμα = plèrôma: volheid, lading, volledig aantal). NT (3): (1) Joh 1,16. (2) Ef 1,10. (3) Ef 4,13.

Ef 4,14 - Ef 4,14 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14ina mèketi ômen nèpioi, kludônizomenoi kai periferomenoi panti anemô tès didaskalias en tè kubeia tôn anthrôpôn en panourgia pros tèn methodeian tès planès,   14 ut iam non simus parvuli fluctuantes et circumferamur omni vento doctrinae in nequitia hominum in astutia ad circumventionem erroris   14 Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen; [14] Dan zullen wij niet langer onmondig zijn, heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke windvlaag. Ik doel op elke leer die door het valse spel van sluwe mensen tot dwaling verleidt.  [14] Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 4:14 Dan zullen we niet meer onmondig zijn, op en neer en heen en weer geslingerd door allerlei wind van leer in het dobbelspel van de mensen, in hun sluwheid om tot dwaling te verleiden; 14. Ainsi nous ne serons plus des enfants, nous ne nous laisserons plus ballotter et emporter à tout vent de la doctrine, au gré de l'imposture des hommes et de leur astuce à fourvoyer dans l'erreur.

King James Bible . [14] That we henceforth be no more children, tossed to and fro, and carried about with every wind of doctrine, by the sleight of men, and cunning craftiness, whereby they lie in wait to deceive;
Luther-Bibel . 14damit wir nicht mehr unmündig seien und uns von jedem Wind einer Lehre bewegen und umhertreiben lassen durch trügerisches Spiel der Menschen, mit dem sie uns arglistig verführen.

Tekstuitleg van Ef 4,14 .

Ef 4,15 - Ef 4,15 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15alètheuontes de en agapè auxèsômen eis auton ta panta, os estin è kefalè, christos, 15 veritatem autem facientes in caritate crescamus in illo per omnia qui est caput Christus   15 Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; [15] Nee, laten wij de waarheid spreken in liefde en zo volledig naar Christus toe groeien. Hij is het hoofd   [15] Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 4:15 maar in liefde de waarheid volgend zullen wij in alles toegroeien naar hem die het hoofd is: Christus; 15. Mais, vivant selon la vérité et dans la charité, nous grandirons de toutes manières vers Celui qui est la Tête, le Christ,

King James Bible . [15] But speaking the truth in love, may grow up into him in all things, which is the head, even Christ:
Luther-Bibel . 15 Lasst uns aber wahrhaftig sein in der Liebe und wachsen in allen Stücken zu dem hin, der das Haupt ist, Christus,

Tekstuitleg van Ef 4,15 .

Ef 4,16 - Ef 4,16 : Eenheid in verscheidenheid - Ef 4,1-16 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,17-5,2 -- Ef 4,1 - Ef 4,2 - Ef 4,3 - Ef 4,4 - Ef 4,5 - Ef 4,6 - Ef 4,7 - Ef 4,8 - Ef 4,9 - Ef 4,10 - Ef 4,11 - Ef 4,12 - Ef 4,13 - Ef 4,14 - Ef 4,15 - Ef 4,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16ex ou pan to sôma sunarmologoumenon kai sumbibazomenon dia pasès afès tès epichorègias kat energeian en metrô enos ekastou merous tèn auxèsin tou sômatos poieitai eis oikodomèn eautou en agapè.   16 ex quo totum corpus conpactum et conexum per omnem iuncturam subministrationis secundum operationem in mensuram uniuscuiusque membri augmentum corporis facit in aedificationem sui in caritate   16 Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde. [16] waaruit heel het lichaam, hecht verbonden en bijeengehouden door de steun van al zijn gewrichten, naar de kracht die elk deel is toegemeten zijn volle wasdom bereikt en zichzelf opbouwt in liefde.  [16] Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde. 4:16 vanuit hem wordt heel het lichaam welsaamgevoegd en samengehouden door de steun van elk gewricht; naar de kracht die een ieder deel is toegemeten, bewerkt het de groei van het lichaam tot opbouw van zichzelf in liefde. 16. dont le Corps tout entier reçoit concorde et cohésion par toutes sortes de jointures qui le nourrissent et l'actionnent selon le rôle de chaque partie, opérant ainsi sa croissance et se construisant lui-même, dans la charité.

King James Bible . [16] From whom the whole body fitly joined together and compacted by that which every joint supplieth, according to the effectual working in the measure of every part, maketh increase of the body unto the edifying of itself in love.
Luther-Bibel . 16von dem aus der ganze Leib zusammengefügt ist und ein Glied am andern hängt durch alle Gelenke, wodurch jedes Glied das andere unterstützt nach dem Maß seiner Kraft und macht, dass der Leib wächst und sich selbst aufbaut in der Liebe. Der alte und der neue Mensch

Tekstuitleg van Ef 4,16 .

Ef 4,17-5,2 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -

Liturgische lezing van de 18de (achttiende) zondag door het b-jaar : Ef 4,17.20-24 . Verwijzing : Ef 4,17.20-24 .

Broeders en zusters, ik bezweer u in de Heer: leeft niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid. Maar gij hebt de Christus zo niet leren kennen! Want gij hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderricht naar de waarheid die in Jezus is: dat gij de oude mens van uw vroegere levenswandel, die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten moet afleggen en dat geheel uw denken zich moet vernieuwen. Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.

Ef 4,17 - Ef 4,17 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 18de (achttiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17touto oun legô kai marturomai en kuriô, mèketi umas peripatein kathôs kai ta ethnè peripatei en mataiotèti tou noos autôn,   17 hoc igitur dico et testificor in Domino ut iam non ambuletis sicut gentes ambulant in vanitate sensus sui Broeders en zusters, ik bezweer u in de Heer: leeft niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid.   17 Ik zeg dan dit, en betuig het in den Heere, dat gij niet meer wandelt, gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds. [17] Dit zeg ik dus met een beroep op de Heer: leef niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid.   [17] Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 4:17 Dit zeg ik dan, en ik betuig het in de Heer: gij moet niet meer wandelen zoals de heidenen wandelen in de vergeefsheid van hun denken: 17. Je vous dis donc et vous adjure dans le Seigneur de ne plus vous conduire comme le font les païens, avec leur vain jugement

King James Bible . [17] This I say therefore, and testify in the Lord, that ye henceforth walk not as other Gentiles walk, in the vanity of their mind,
Luther-Bibel . 17So sage ich nun und bezeuge in dem Herrn, dass ihr nicht mehr leben dürft, wie die Heiden leben in der Nichtigkeit ihres Sinnes.

Tekstuitleg van Ef 4,17 .

Ef 4,18 - Ef 4,18 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18eskotômenoi tè dianoia ontes, apèllotriômenoi tès zôès tou theou, dia tèn agnoian tèn ousan en autois, dia tèn pôrôsin tès kardias autôn,   18 tenebris obscuratum habentes intellectum alienati a vita Dei per ignorantiam quae est in illis propter caecitatem cordis ipsorum   18 Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten; [18] Hun verstand is verduisterd, zij zijn vervreemd van Gods leven door de onwetendheid die onder hen heerst en door hun versteende hart.  [18] In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. 4:18 met hun dóórdenken in duisternis gehuld, vervreemd van het leven van God, door de on-kennis die onder hen heerst, door de verharding van hun hart; 18. et leurs pensées enténébrées : ils sont devenus étrangers à la vie de Dieu à cause de l'ignorance qu'a entraînée chez eux l'endurcissement du cœur,

King James Bible . [18] Having the understanding darkened, being alienated from the life of God through the ignorance that is in them, because of the blindness of their heart:
Luther-Bibel . 18Ihr Verstand ist verfinstert, und sie sind entfremdet dem Leben, das aus Gott ist, durch die Unwissenheit, die in ihnen ist, und durch die Verstockung ihres Herzens.

Tekstuitleg van Ef 4,18 .

Ef 4,19 - Ef 4,19 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19oitines apèlgèkotes eautous paredôkan tè aselgeia eis ergasian akatharsias pasès en pleonexia.  19 qui desperantes semet ipsos tradiderunt inpudicitiae in operationem inmunditiae omnis in avaritia   19 Welke, ongevoelig geworden zijnde, zichzelven hebben overgegeven tot ontuchtigheid, om alle onreinigheid gieriglijk te bedrijven. [19] Zedelijk afgestompt als ze waren, hebben zij zich overgegeven aan losbandigheid, om gretig* winst te slaan uit allerlei immorele praktijken.  [19] Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 4:19 eenmaal gevoelloos geworden hebben zij zich onbeteugeld eraan overgegeven om inhalig van alle mogelijke onzedelijkheid hun bedrijf te maken. 19. et, leur sens moral une fois émoussé, ils se sont livrés à la débauche au point de perpétrer avec frénésie toute sorte d'impureté.

King James Bible . [19] Who being past feeling have given themselves over unto lasciviousness, to work all uncleanness with greediness.
Luther-Bibel . 19Sie sind abgestumpft und haben sich der Ausschweifung ergeben, um allerlei unreine Dinge zu treiben in Habgier.

Tekstuitleg van Ef 4,19 .

Ef 4,20 - Ef 4,20 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 18de (achttiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20umeis de ouch outôs emathete ton christon,   20 vos autem non ita didicistis Christum Maar gij hebt de Christus zo niet leren kennen! 20 Doch gij hebt Christus alzo niet geleerd; [20] Maar zo hebt u Christus niet leren kennen!   [20] Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 4:20 Maar gíj hebt niet zó de Christus leren kennen, 20. Mais vous, ce n'est pas ainsi que vous avez appris le Christ,

King James Bible . [20] But ye have not so learned Christ;
Luther-Bibel . 20Ihr aber habt Christus nicht so kennen gelernt;

Tekstuitleg van Ef 4,20 .

Ef 4,21 - Ef 4,21 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 18de (achttiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21ei ge auton èkousate kai en autô edidachthète, kathôs estin alètheia en tô ièsou,   21 si tamen illum audistis et in ipso edocti estis sicut est veritas in Iesu Want gij hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderricht naar de waarheid die in Jezus is:   21 Indien gij naar Hem gehoord hebt, en door Hem geleerd zijt, gelijk de waarheid in Jezus is; [21] Want u hebt van Hem gehoord en u bent in Hem onderricht naar de waarheid die in Jezus is:   [21] U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 4:21 als ge tenminste naar hem hebt gehoord en in hem onderricht zijt zoals waarheid is in Jezus, 21. si du moins vous l'avez reçu dans une prédication et un enseignement conformes à la vérité qui est en Jésus,

King James Bible . [21] If so be that ye have heard him, and have been taught by him, as the truth is in Jesus:
Luther-Bibel . 21ihr habt doch von ihm gehört und seid in ihm unterwiesen, wie es Wahrheit in Jesus ist.

Tekstuitleg van Ef 4,21 .

Ef 4,22 - Ef 4,22 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 18de (achttiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22apothesthai umas kata tèn proteran anastrofèn ton palaion anthrôpon ton ftheiromenon kata tas epithumias tès apatès, 22 deponere vos secundum pristinam conversationem veterem hominem qui corrumpitur secundum desideria erroris dat gij de oude mens van uw vroegere levenswandel, die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten moet afleggen  22 Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding; [22] dat u de oude mens moet afleggen, die van uw vroegere levenswandel, die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten,  [22] dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 4:22 dat ge tegen uw eerdere gedrag in het oude mens-zijn moet afleggen dat tegen de bedrieglijke verlangens in te gronde gaat, 22. à savoir qu'il vous faut abandonner votre premier genre de vie et dépouiller le vieil homme, qui va se corrompant au fil des convoitises décevantes,

King James Bible . [22] That ye put off concerning the former conversation the old man, which is corrupt according to the deceitful lusts;
Luther-Bibel . 22Legt von euch ab den alten Menschen mit seinem früheren Wandel, der sich durch trügerische Begierden zugrunde richtet.

Tekstuitleg van Ef 4,22 .

Ef 4,23 - Ef 4,23 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 18de (achttiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23ananeousthai de tô pneumati tou noos umôn,   23 renovamini autem spiritu mentis vestrae en dat geheel uw denken zich moet vernieuwen.   23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds, [23] en dat u zich moet vernieuwen naar geest en verstand.  [23] dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 4:23 dat ge vernieuwd moet worden door de geest van uw denken 23. pour vous renouveler par une transformation spirituelle de votre jugement

King James Bible . [23] And be renewed in the spirit of your mind;
Luther-Bibel . 23Erneuert euch aber in eurem Geist und Sinn

Tekstuitleg van Ef 4,23 .

Ef 4,24 - Ef 4,24 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 18de (achttiende) zondag door het jaar B Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24kai endusasthai ton kainon anthrôpon ton kata theon ktisthenta en dikaiosunè kai osiotèti tès alètheias.   24 et induite novum hominem qui secundum Deum creatus est in iustitia et sanctitate veritatis Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.   24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid. [24] Bekleed u met de nieuwe* mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.  [24] en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. Het nieuwe leven 4:24 en het nieuwe mens-zijn moet aantrekken dat naar God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. 24. et revêtir l'Homme Nouveau, qui a été créé selon Dieu, dans la justice et la sainteté de la vérité.

King James Bible . [24] And that ye put on the new man, which after God is created in righteousness and true holiness.
Luther-Bibel . 24und zieht den neuen Menschen an, der nach Gott geschaffen ist in wahrer Gerechtigkeit und Heiligkeit. Weisungen für das neue Leben

Tekstuitleg van Ef 4,24 .

Ef 4,25 - Ef 4,25 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25dio apothemenoi to pseudos laleite alètheian ekastos meta tou plèsion autou, oti esmen allèlôn melè. 25 propter quod deponentes mendacium loquimini veritatem unusquisque cum proximo suo quoniam sumus invicem membra    25 Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden. [25] Daarom, doe de leugen weg; iedereen moet tegen zijn naaste de waarheid spreken, want wij zijn elkaars ledematen.  [25] Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen.  4:25 Daarom: legt de leugen af en 'spreekt waarheid, ieder met zijn naaste' (Zach. 8,16), omdat wij ledematen van elkaar zijn; 25. Dès lors, plus de mensonge : que chacun dise la vérité à son prochain ; ne sommes-nous pas membres les uns des autres ?

King James Bible . [25] Wherefore putting away lying, speak every man truth with his neighbour: for we are members one of another.
Luther-Bibel . 25Darum legt die Lüge ab und redet die Wahrheit, ein jeder mit seinem Nächsten, weil wir untereinander Glieder sind.

Tekstuitleg van Ef 4,25 .

Ef 4,26 - Ef 4,26 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4:26 orgizesthe kai mè amartanete o èlios mè epiduetô epi | | [tô] | parorgismô umôn  26 irascimini et nolite peccare sol non occidat super iracundiam vestram     26 Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid; [26] Wordt u boos, zondig dan niet. De zon mag over uw boosheid niet ondergaan;  [26] Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,  26 ‘weest toornig maar zondigt niet’: laat de zon over uw toorn niet ondergaan,  26. Emportez-vous, mais ne commettez pas le péché : que le soleil ne se couche pas sur votre colère ;

King James Bible . [26] Be ye angry, and sin not: let not the sun go down upon your wrath:
Luther-Bibel . 26Zürnt ihr, so sündigt nicht; lasst die Sonne nicht über eurem Zorn untergehen

Tekstuitleg van Ef 4,26 .

Ef 4,27 - Ef 4,27 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4:27 mède didote topon tô diabolô  27 nolite locum dare diabolo    27 En geeft den duivel geen plaats. [27] geef de duivel geen kans.  [27] geef de duivel geen kans  27 en geeft geen plek aan de duivel;  27. il ne faut pas donner prise au diable.

King James Bible . [27] Neither give place to the devil.
Luther-Bibel . 27und gebt nicht Raum dem Teufel.

Tekstuitleg van Ef 4,27 .

Ef 4,28 - Ef 4,28 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4:28 o kleptôn mèketi kleptetô mallon de kopiatô ergazomenos tais | | [idiais] | chersin to agathon ina echè metadidonai tô chreian echonti  28 qui furabatur iam non furetur magis autem laboret operando manibus quod bonum est ut habeat unde tribuat necessitatem patienti     28 Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft. [28] Wie een dief was moet niet meer stelen; laat hij zich liever inspannen om met eigen handen de kost te verdienen, zodat hij de behoeftige iets kan geven.  . [28] Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft.   28 de dief moet niet meer stelen maar zich liever moe maken door met de eigen handen het goed bijeen te werken,– dan heeft hij iets om weg te geven aan wie gebrek heeft;   28. Que celui qui volait ne vole plus ; qu'il prenne plutôt la peine de travailler de ses mains, au point de pouvoir faire le bien en secourant les nécessiteux.

King James Bible . [28] Let him that stole steal no more: but rather let him labour, working with his hands the thing which is good, that he may have to give to him that needeth.
Luther-Bibel . 28Wer gestohlen hat, der stehle nicht mehr, sondern arbeite und schaffe mit eigenen Händen das nötige Gut, damit er dem Bedürftigen abgeben kann.

Tekstuitleg van Ef 4,28 .

Ef 4,29 - Ef 4,29 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4:29 pas logos sapros ek tou stomatos umôn mè ekporeuesthô alla ei tis agathos pros oikodomèn tès chreias ina dô charin tois akouousin  29 omnis sermo malus ex ore vestro non procedat sed si quis bonus ad aedificationem oportunitatis ut det gratiam audientibus    29 Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen. [29] Laat geen enkel slecht woord over uw lippen komen, maar spreek een goed woord, opbouwend, waar het nodig is, tot zegen voor de hoorders.  [29] Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort.  29 laat geen enkel rot woord uit uw mond voortkomen,– alleen maar iets goeds, tot opbouw, waar gebrek aan is; dan geeft dat genade aan allen die het horen;   29. De votre bouche ne doit sortir aucun mauvais propos, mais plutôt toute bonne parole capable d'édifier, quand il le faut, et de faire du bien à ceux qui l'entendent.

King James Bible . [29] Let no corrupt communication proceed out of your mouth, but that which is good to the use of edifying, that it may minister grace unto the hearers.
Luther-Bibel . 29Lasst kein faules Geschwätz aus eurem Mund gehen, sondern redet, was gut ist, was erbaut und was notwendig ist, damit es Segen bringe denen, die es hören.

Tekstuitleg van Ef 4,29 .

Liturgische lezing van de 19de (negentiende) zondag door het b-jaar : Ef 4,30-5,2 . Verwijzing : Ef 4,30-5,2 .
Broeders en zusters, wilt Gods heilige Geest niet bedroeven; gij zijt met zijn zegel gewaarmerkt voor de dag der verlossing. Wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen. Weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. Weest navolgers van God zoals geliefde kinderen past. Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Christus, die ons heeft bemind en zich voor ons heeft overgeleverd als offergave en slachtoffer, God tot een lieflijke geur.

Ef 4,30 - Ef 4,30 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 19de (negentiende) zondag door het b-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4:30 kai mè lupeite to pneuma to agion tou theou en ô esfragisthète eis èmeran apolutrôseôs  30 et nolite contristare Spiritum Sanctum Dei in quo signati estis in die redemptionis   wilt Gods heilige Geest niet bedroeven; gij zijt met zijn
zegel gewaarmerkt voor de dag der verlossing.  
30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing. [30] Bedroef Gods heilige Geest niet: u bent met zijn zegel* gewaarmerkt voor de dag van de verlossing.  [30] Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing.  30 bedroeft de heilige Geest van God niet waarmee ge zijt gezegeld en gestempeld tot aan de dag van de verlossing.   30. Ne contristez pas l'Esprit Saint de Dieu, qui vous a marqués de son sceau pour le jour de la rédemption.

King James Bible . [30] And grieve not the holy Spirit of God, whereby ye are sealed unto the day of redemption.
Luther-Bibel . 30Und betrübt nicht den Heiligen Geist Gottes, mit dem ihr versiegelt seid für den Tag der Erlösung.

Tekstuitleg van Ef 4,30 .

Ef 4,31 - Ef 4,31 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 19de (negentiende) zondag door het b-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4:31 pasa pikria kai thumos kai orgè kai kraugè kai blasfèmia arthètô af umôn sun pasè kakia  31 omnis amaritudo et ira et indignatio et clamor et blasphemia tollatur a vobis cum omni malitia   Wrok, gramschap, toorn,
geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen.  
31 Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid;
[31] Alle wrok, drift, woede, geschreeuw en gevloek, kortom: alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen. 
[31] Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid.  31 Laat alle wrok, drift, toorn, geschreeuw en lastering met alle kwaad van dien van u worden weggenomen,   31. Aigreur, emportement, colère, clameurs, outrages, tout cela doit être extirpé de chez vous, avec la malice sous toutes ses formes.

King James Bible . [31] Let all bitterness, and wrath, and anger, and clamour, and evil speaking, be put away from you, with all malice:
Luther-Bibel . 31Alle Bitterkeit und Grimm und Zorn und Geschrei und Lästerung seien fern von euch samt aller Bosheit.

Tekstuitleg van Ef 4,31 .

Ef 4,32 - Ef 4,32 : De oude en de nieuwe mens - Ef 4,17-5,2 -- bijbeloverzicht -- Ef (Efese) -- bijbelverwijzingen -- Ef 4 -- Ef 4,1-16 -- Ef 4,17 - Ef 4,18 - Ef 4,19 - Ef 4,20 - Ef 4,21 - Ef 4,22 - Ef 4,23 - Ef 4,24 - Ef 4,25 - Ef 4,26 - Ef 4,27 - Ef 4,28 - Ef 4,29 - Ef 4,30 - Ef 4,31 - Ef 4,32 - Ef 5,1 - Ef 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat 19de (negentiende) zondag door het b-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4:32 ginesthe [de] eis allèlous chrèstoi eusplagchnoi charizomenoi eautois kathôs kai o theos en christô echarisato umin   32 estote autem invicem benigni misericordes donantes invicem sicut et Deus in Christo donavit nobis   Weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. 32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft. [32] Wees goed en hartelijk voor elkaar. Vergeef elkaar zoals ook God u vergeven heeft in Christus.  [32] Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.  32 en weest jegens elkaar goedertieren, barmhartig en elkander begenadigend, zoals ook God in Christus u begenadigd heeft!   32. Montrez-vous au contraire bons et compatissants les uns pour les autres, vous pardonnant mutuellement, comme Dieu vous a pardonné dans le Christ.

King James Bible . [32] And be ye kind one to another, tenderhearted, forgiving one another, even as God for Christ's sake hath forgiven you.
Luther-Bibel . 32Seid aber untereinander freundlich und herzlich und vergebt einer dem andern, wie auch Gott euch vergeben hat in Christus.

Tekstuitleg van Ef 4,32 .


- Hebreeuwse tekst OF modern Hebreeuws NT

לכן אזהירכם אני האסור באדון להתהלך כאשר יאתה למשמרתכם אשר נקראתם לה׃ .1 בכל נמיכות וענוה ובארך רוח לשאת איש את רעהו באהבה׃ .2 ושקדו לשמר את אחדות הרוח באגדת השלום׃ .3 גוף אחד ורוח אחד כאשר גם נקראתם בתקות משמרתכם האחת׃ .4 אדון אחד אמונה אחת טבילה אחת׃ .5 אל ואב אחד לכל שהוא על כל ובכל ובתוך כלכם׃ .6 אבל לכל אחד ואחד ממנו נתן החסד כמדת מתנת המשיח׃ .7 על כן הוא אומר עלה למרום שבה שבי ויתן מתנות לאדם׃ .8 ועלה שאמר מה הוא אם לא שירד ירד מקדם לתחתיות ארץ׃ .9 הירד הוא אשר גם עלה למעלה מכל השמים למען ימלא את הכל׃ .10 והוא נתן את אלה שליחים ואת אלה נביאים ואת אלה מבשרים ואת אלה רעים ומלמדים׃ .11 להשלים את הקדשים למעשה העבודה לבנין גוף המשיח׃ .12 עד כי נגיע כלנו לאחדות האמונה ודעת בן האלהים כאיש אחד שלם לשעור קומת מלוא המשיח׃ .13 ולא נהיה עוד ילדים נגרשים ונדפים בכל רוח הלמוד בתרמית בני אדם ומקשותם אשר שתו להתעות׃ .14 כי אם נדבר האמת באהבה ונגדלה בכל דבר לו למשיח שהוא הראש׃ .15 אשר ממנו כל הגוף בהיותו מרכב ומדבק בכל חבור השמוש כפי מדת הפעלה הנתונה לכל אבר ואבר ירבה ויגדל להשלמת בנינו באהבה׃ .16 והנה זאת אני אמר ומעיד באדון כי מעתה לא תלכו עוד כיתר הגוים ההלכים בהבלי שכלם׃ .17 חשכי הדעת ומוזרים לחיי אלהים מפני אולתם אשר בהם כי טח מהשכיל לבבם׃ .18 אשר השמינו ויתנו את נפשם לזמה לעשות כל תועבה באהבת הבצע׃ .19 ואתם לא כן למדתם את המשיח׃ .20 אם אמנם אתו שמעתם ובו למדתם כפי האמת בישוע׃ .21 אשר תסורו מדרכיכם הראשנים ותפשטו את האדם הישן הנשחת בתאות התרמית׃ .22 ותתחדשו ברוח שכלכם׃ .23 ותלבשו את האדם החדש הנברא כדמות אלהים בצדקה וקדשת האמת׃ .24 על כן הסירו מכם את השקר ודברו אמת איש את רעהו כי אברים כלנו יחד איש לאיש׃ .25 רגזו ואל תחטאו אל תשקע החמה על רגזכם׃ .26 גם לא תתנו מקום לשטן׃ .27 מי שגנב אל יסף לגנב כי אם ייגע ובידיו יעשה את הטוב למען יהיה לו לתת לאיש מחסור׃ .28 כל דבר נבול לא יצא מפיכם כי אם הטוב והמועיל לבנות לפי הצרך למען יתן חן לשמעיו׃ .29 ולא תעצבו את רוח הקדש של אלהים אשר נחתמתם בו אל יום הגאלה׃ .30 כל מרירות וחמה ורגז וצעקה וגדוף תסירו מכם עם כל הרשעה׃ .31 והיו טובים איש אל רעהו ורחמנים וסלחים איש לאחיו כאשר סלח לכם האלהים במשיח׃ .32


- Griekse tekst - Septuaginta

1parakalô oun umas egô o desmios en kuriô axiôs peripatèsai tès klèseôs ès eklèthète, 2meta pasès tapeinofrosunès kai prautètos, meta makrothumias, anechomenoi allèlôn en agapè, 3spoudazontes tèrein tèn enotèta tou pneumatos en tô sundesmô tès eirènès: 4en sôma kai en pneuma, kathôs kai eklèthète en mia elpidi tès klèseôs umôn: 5eis kurios, mia pistis, en baptisma: 6eis theos kai patèr pantôn, o epi pantôn kai dia pantôn kai en pasin. 7eni de ekastô èmôn edothè è charis kata to metron tès dôreas tou christou. 8dio legei, anabas eis upsos èchmalôteusen aichmalôsian, edôken domata tois anthrôpois. 9{to de anebè ti estin ei mè oti kai katebè eis ta katôtera [merè] tès gès; 10o katabas autos estin kai o anabas uperanô pantôn tôn ouranôn, ina plèrôsè ta panta.} 11kai autos edôken tous men apostolous, tous de profètas, tous de euaggelistas, tous de poimenas kai didaskalous, 12pros ton katartismon tôn agiôn eis ergon diakonias, eis oikodomèn tou sômatos tou christou, 13mechri katantèsômen oi pantes eis tèn enotèta tès pisteôs kai tès epignôseôs tou uiou tou theou, eis andra teleion, eis metron èlikias tou plèrômatos tou christou, 14ina mèketi ômen nèpioi, kludônizomenoi kai periferomenoi panti anemô tès didaskalias en tè kubeia tôn anthrôpôn en panourgia pros tèn methodeian tès planès, 15alètheuontes de en agapè auxèsômen eis auton ta panta, os estin è kefalè, christos, 16ex ou pan to sôma sunarmologoumenon kai sumbibazomenon dia pasès afès tès epichorègias kat energeian en metrô enos ekastou merous tèn auxèsin tou sômatos poieitai eis oikodomèn eautou en agapè. 17touto oun legô kai marturomai en kuriô, mèketi umas peripatein kathôs kai ta ethnè peripatei en mataiotèti tou noos autôn, 18eskotômenoi tè dianoia ontes, apèllotriômenoi tès zôès tou theou, dia tèn agnoian tèn ousan en autois, dia tèn pôrôsin tès kardias autôn, 19oitines apèlgèkotes eautous paredôkan tè aselgeia eis ergasian akatharsias pasès en pleonexia. 20umeis de ouch outôs emathete ton christon, 21ei ge auton èkousate kai en autô edidachthète, kathôs estin alètheia en tô ièsou, 22apothesthai umas kata tèn proteran anastrofèn ton palaion anthrôpon ton ftheiromenon kata tas epithumias tès apatès, 23ananeousthai de tô pneumati tou noos umôn, 24kai endusasthai ton kainon anthrôpon ton kata theon ktisthenta en dikaiosunè kai osiotèti tès alètheias. 25dio apothemenoi to pseudos laleite alètheian ekastos meta tou plèsion autou, oti esmen allèlôn melè. 26orgizesthe kai mè amartanete: o èlios mè epiduetô epi [tô] parorgismô umôn, 27mède didote topon tô diabolô. 28o kleptôn mèketi kleptetô, mallon de kopiatô ergazomenos tais [idiais] chersin to agathon, ina echè metadidonai tô chreian echonti. 29pas logos sapros ek tou stomatos umôn mè ekporeuesthô, alla ei tis agathos pros oikodomèn tès chreias, ina dô charin tois akouousin. 30kai mè lupeite to pneuma to agion tou theou, en ô esfragisthète eis èmeran apolutrôseôs. 31pasa pikria kai thumos kai orgè kai kraugè kai blasfèmia arthètô af umôn sun pasè kakia. 32ginesthe [de] eis allèlous chrèstoi, eusplagchnoi, charizomenoi eautois kathôs kai o theos en christô echarisato umin.

1Παρακαλῶ οὖν ὑμᾶς ἐγὼ ὁ δέσμιος ἐν κυρίῳ ἀξίως περιπατῆσαι τῆς κλήσεως ἧς ἐκλήθητε, 2μετὰ πάσης ταπεινοφροσύνης καὶ πραΰτητος, μετὰ μακροθυμίας, ἀνεχόμενοι ἀλλήλων ἐν ἀγάπῃ, 3σπουδάζοντες τηρεῖν τὴν ἑνότητα τοῦ πνεύματος ἐν τῷ συνδέσμῳ τῆς εἰρήνης: 4ἓν σῶμα καὶ ἓν πνεῦμα, καθὼς καὶ ἐκλήθητε ἐν μιᾷ ἐλπίδι τῆς κλήσεως ὑμῶν: 5εἷς κύριος, μία πίστις, ἓν βάπτισμα: 6εἷς θεὸς καὶ πατὴρ πάντων, ὁ ἐπὶ πάντων καὶ διὰ πάντων καὶ ἐν πᾶσιν. 7Ἑνὶ δὲ ἑκάστῳ ἡμῶν ἐδόθη ἡ χάρις κατὰ τὸ μέτρον τῆς δωρεᾶς τοῦ Χριστοῦ. 8διὸ λέγει, Ἀναβὰς εἰς ὕψος ᾐχμαλώτευσεν αἰχμαλωσίαν, ἔδωκεν δόματα τοῖς ἀνθρώποις. 9{τὸ δὲ Ἀνέβη τί ἐστιν εἰ μὴ ὅτι καὶ κατέβη εἰς τὰ κατώτερα [μέρη] τῆς γῆς; 10ὁ καταβὰς αὐτός ἐστιν καὶ ὁ ἀναβὰς ὑπεράνω πάντων τῶν οὐρανῶν, ἵνα πληρώσῃ τὰ πάντα.} 11καὶ αὐτὸς ἔδωκεν τοὺς μὲν ἀποστόλους, τοὺς δὲ προφήτας, τοὺς δὲ εὐαγγελιστάς, τοὺς δὲ ποιμένας καὶ διδασκάλους, 12πρὸς τὸν καταρτισμὸν τῶν ἁγίων εἰς ἔργον διακονίας, εἰς οἰκοδομὴν τοῦ σώματος τοῦ Χριστοῦ, 13μέχρι καταντήσωμεν οἱ πάντες εἰς τὴν ἑνότητα τῆς πίστεως καὶ τῆς ἐπιγνώσεως τοῦ υἱοῦ τοῦ θεοῦ, εἰς ἄνδρα τέλειον, εἰς μέτρον ἡλικίας τοῦ πληρώματος τοῦ Χριστοῦ, 14ἵνα μηκέτι ὦμεν νήπιοι, κλυδωνιζόμενοι καὶ περιφερόμενοι παντὶ ἀνέμῳ τῆς διδασκαλίας ἐν τῇ κυβείᾳ τῶν ἀνθρώπων ἐν πανουργίᾳ πρὸς τὴν μεθοδείαν τῆς πλάνης, 15ἀληθεύοντες δὲ ἐν ἀγάπῃ αὐξήσωμεν εἰς αὐτὸν τὰ πάντα, ὅς ἐστιν ἡ κεφαλή, Χριστός, 16ἐξ οὗ πᾶν τὸ σῶμα συναρμολογούμενον καὶ συμβιβαζόμενον διὰ πάσης ἁφῆς τῆς ἐπιχορηγίας κατ' ἐνέργειαν ἐν μέτρῳ ἑνὸς ἑκάστου μέρους τὴν αὔξησιν τοῦ σώματος ποιεῖται εἰς οἰκοδομὴν ἑαυτοῦ ἐν ἀγάπῃ. 17Τοῦτο οὖν λέγω καὶ μαρτύρομαι ἐν κυρίῳ, μηκέτι ὑμᾶς περιπατεῖν καθὼς καὶ τὰ ἔθνη περιπατεῖ ἐν ματαιότητι τοῦ νοὸς αὐτῶν, 18ἐσκοτωμένοι τῇ διανοίᾳ ὄντες, ἀπηλλοτριωμένοι τῆς ζωῆς τοῦ θεοῦ, διὰ τὴν ἄγνοιαν τὴν οὖσαν ἐν αὐτοῖς, διὰ τὴν πώρωσιν τῆς καρδίας αὐτῶν, 19οἵτινες ἀπηλγηκότες ἑαυτοὺς παρέδωκαν τῇ ἀσελγείᾳ εἰς ἐργασίαν ἀκαθαρσίας πάσης ἐν πλεονεξίᾳ. 20ὑμεῖς δὲ οὐχ οὕτως ἐμάθετε τὸν Χριστόν, 21εἴ γε αὐτὸν ἠκούσατε καὶ ἐν αὐτῷ ἐδιδάχθητε, καθώς ἐστιν ἀλήθεια ἐν τῷ Ἰησοῦ, 22ἀποθέσθαι ὑμᾶς κατὰ τὴν προτέραν ἀναστροφὴν τὸν παλαιὸν ἄνθρωπον τὸν φθειρόμενον κατὰ τὰς ἐπιθυμίας τῆς ἀπάτης, 23ἀνανεοῦσθαι δὲ τῷ πνεύματι τοῦ νοὸς ὑμῶν, 24καὶ ἐνδύσασθαι τὸν καινὸν ἄνθρωπον τὸν κατὰ θεὸν κτισθέντα ἐν δικαιοσύνῃ καὶ ὁσιότητι τῆς ἀληθείας. 25Διὸ ἀποθέμενοι τὸ ψεῦδος λαλεῖτε ἀλήθειαν ἕκαστος μετὰ τοῦ πλησίον αὐτοῦ, ὅτι ἐσμὲν ἀλλήλων μέλη. 26ὀργίζεσθε καὶ μὴ ἁμαρτάνετε: ὁ ἥλιος μὴ ἐπιδυέτω ἐπὶ [τῷ] παροργισμῷ ὑμῶν, 27μηδὲ δίδοτε τόπον τῷ διαβόλῳ. 28ὁ κλέπτων μηκέτι κλεπτέτω, μᾶλλον δὲ κοπιάτω ἐργαζόμενος ταῖς [ἰδίαις] χερσὶν τὸ ἀγαθόν, ἵνα ἔχῃ μεταδιδόναι τῷ χρείαν ἔχοντι. 29πᾶς λόγος σαπρὸς ἐκ τοῦ στόματος ὑμῶν μὴ ἐκπορευέσθω, ἀλλὰ εἴ τις ἀγαθὸς πρὸς οἰκοδομὴν τῆς χρείας, ἵνα δῷ χάριν τοῖς ἀκούουσιν. 30καὶ μὴ λυπεῖτε τὸ πνεῦμα τὸ ἅγιον τοῦ θεοῦ, ἐν ᾧ ἐσφραγίσθητε εἰς ἡμέραν ἀπολυτρώσεως. 31πᾶσα πικρία καὶ θυμὸς καὶ ὀργὴ καὶ κραυγὴ καὶ βλασφημία ἀρθήτω ἀφ' ὑμῶν σὺν πάσῃ κακίᾳ. 32γίνεσθε [δὲ] εἰς ἀλλήλους χρηστοί, εὔσπλαγχνοι, χαριζόμενοι ἑαυτοῖς καθὼς καὶ ὁ θεὸς ἐν Χριστῷ ἐχαρίσατο ὑμῖν.


- Aramees - Peshitta

ܒܥܐ ܐܢܐ ܗܟܝܠ ܡܢܟܘܢ ܐܢܐ ܐܤܝܪܐ ܒܡܪܢ ܕܬܗܠܟܘܢ ܐܝܟܢܐ ܕܝܐܐ ܠܩܪܝܢܐ ܕܐܬܩܪܝܬܘܢ ܀ .1 ܒܟܠܗ ܡܟܝܟܘܬ ܪܥܝܢܐ ܘܢܝܚܘܬܐ ܘܢܓܝܪܘܬ ܪܘܚܐ ܘܗܘܝܬܘܢ ܡܤܝܒܪܝܢ ܚܕ ܠܚܕ ܒܚܘܒܐ ܀ .2 ܘܗܘܝܬܘܢ ܚܦܝܛܝܢ ܠܡܛܪ ܐܘܝܘܬܐ ܕܪܘܚܐ ܒܚܙܩܐ ܕܫܠܡܐ ܀ .3 ܕܬܗܘܘܢ ܒܚܕ ܦܓܪܐ ܘܒܚܕܐ ܪܘܚܐ ܐܝܟ ܡܐ ܕܐܬܩܪܝܬܘܢ ܒܚܕ ܤܒܪܐ ܕܩܪܝܢܟܘܢ ܀ .4 ܚܕ ܗܘ ܓܝܪ ܡܪܝܐ ܘܚܕܐ ܗܝܡܢܘܬܐ ܘܚܕܐ ܡܥܡܘܕܝܬܐ ܀ .5 ܘܚܕ ܐܠܗܐ ܐܒܐ ܕܟܠ ܘܥܠ ܟܠ ܘܒܝܕ ܟܠ ܘܒܟܠܢ ܀ .6 ܠܚܕ ܚܕ ܡܢܢ ܕܝܢ ܐܬܝܗܒܬ ܛܝܒܘܬܐ ܐܝܟ ܡܫܘܚܬܐ ܕܡܘܗܒܬܗ ܕܡܫܝܚܐ ܀ .7 ܡܛܠ ܗܢܐ ܐܡܝܪ ܕܤܠܩ ܠܡܪܘܡܐ ܘܫܒܐ ܫܒܝܬܐ ܘܝܗܒ ܡܘܗܒܬܐ ܠܒܢܝܢܫܐ ܀ .8 ܕܤܠܩ ܕܝܢ ܡܢܐ ܗܝ ܐܠܐ ܐܢ ܕܐܦ ܢܚܬ ܠܘܩܕܡ ܠܬܚܬܝܬܗ ܕܐܪܥܐ ܀ .9 ܗܘ ܕܢܚܬ ܗܘܝܘ ܗܘ ܕܐܦ ܤܠܩ ܠܥܠ ܡܢ ܟܠܗܘܢ ܫܡܝܐ ܕܢܫܠܡ ܟܠ ܀ .10 ܘܗܘ ܝܗܒ ܐܝܬ ܕܫܠܝܚܐ ܘܐܝܬ ܕܢܒܝܐ ܘܐܝܬ ܕܡܤܒܪܢܐ ܘܐܝܬ ܕܪܥܘܬܐ ܘܐܝܬ ܕܡܠܦܢܐ ܀ .11 ܠܓܡܪܐ ܕܩܕܝܫܐ ܠܥܒܕܐ ܕܬܫܡܫܬܐ ܠܒܢܝܢܐ ܕܦܓܪܐ ܕܡܫܝܚܐ ܀ .12 ܥܕܡܐ ܕܟܠܢ ܢܗܘܐ ܚܕ ܡܕܡ ܒܗܝܡܢܘܬܐ ܘܒܝܕܥܬܐ ܕܒܪܗ ܕܐܠܗܐ ܘܚܕ ܓܒܪܐ ܓܡܝܪܐ ܒܡܫܘܚܬܐ ܕܩܘܡܬܐ ܕܫܘܡܠܝܗ ܕܡܫܝܚܐ ܀ .13 ܘܠܐ ܢܗܘܐ ܝܠܘܕܐ ܕܡܙܕܥܙܥܝܢ ܘܡܫܬܢܝܢ ܠܟܠ ܪܘܚ ܕܝܘܠܦܢܐ ܢܟܝܠܐ ܕܒܢܝܢܫܐ ܗܢܘܢ ܕܒܚܪܥܘܬܗܘܢ ܡܨܛܢܥܝܢ ܕܢܛܥܘܢ ܀ .14 ܐܠܐ ܗܘܝܢ ܫܪܝܪܝܢ ܒܚܘܒܢ ܕܟܘܠ ܡܕܡ ܕܝܠܢ ܢܪܒܐ ܒܡܫܝܚܐ ܕܗܘܝܘ ܪܫܐ ܀ .15 ܘܡܢܗ ܟܠܗ ܦܓܪܐ ܡܬܪܟܒ ܘܡܬܩܛܪ ܒܟܠ ܫܪܝܢ ܐܝܟ ܡܘܗܒܬܐ ܕܡܬܝܗܒܐ ܒܡܫܘܚܬܐ ܠܟܠ ܗܕܡ ܠܬܪܒܝܬܐ ܕܝܠܗ ܕܦܓܪܐ ܕܒܚܘܒܐ ܢܫܬܠܡ ܒܢܝܢܗ ܀ .16 ܗܕܐ ܕܝܢ ܐܡܪ ܐܢܐ ܘܡܤܗܕ ܐܢܐ ܒܡܪܝܐ ܕܡܢ ܗܫܐ ܠܐ ܬܗܘܘܢ ܡܗܠܟܝܢ ܐܝܟ ܫܪܟܐ ܕܥܡܡܐ ܕܡܗܠܟܝܢ ܒܤܪܝܩܘܬ ܪܥܝܢܗܘܢ ܀ .17 ܘܚܫܘܟܝܢ ܒܡܕܥܝܗܘܢ ܘܢܘܟܪܝܝܢ ܐܢܘܢ ܡܢ ܚܝܘܗܝ ܕܐܠܗܐ ܡܛܠ ܕܠܝܬ ܒܗܘܢ ܝܕܥܬܐ ܘܡܛܠ ܥܘܝܪܘܬ ܠܒܗܘܢ ܀ .18 ܗܢܘܢ ܕܦܤܩܘ ܤܒܪܗܘܢ ܘܐܫܠܡܘ ܢܦܫܗܘܢ ܠܦܚܙܘܬܐ ܘܠܦܘܠܚܢܐ ܕܟܠܗ ܛܢܦܘܬܐ ܒܝܥܢܘܬܗܘܢ ܀ .19 ܐܢܬܘܢ ܕܝܢ ܠܐ ܗܘܐ ܗܟܢܐ ܝܠܦܬܘܢܝܗܝ ܠܡܫܝܚܐ ܀ .20 ܐܢ ܫܪܝܪܐܝܬ ܫܡܥܬܘܢܝܗܝ ܘܒܗ ܝܠܦܬܘܢ ܐܝܟ ܡܐ ܕܐܝܬܘܗܝ ܩܘܫܬܐ ܒܝܫܘܥ ܀ .21 ܐܠܐ ܕܬܢܝܚܘܢ ܡܢܟܘܢ ܗܘܦܟܝܟܘܢ ܩܕܡܝܐ ܠܒܪܢܫܐ ܗܘ ܥܬܝܩܐ ܕܡܬܚܒܠ ܒܪܓܝܓܬܐ ܕܛܘܥܝܝ ܀ .22 ܘܬܬܚܕܬܘܢ ܒܪܘܚܐ ܕܡܕܥܝܟܘܢ ܀ .23 ܘܬܠܒܫܘܢ ܠܒܪܢܫܐ ܚܕܬܐ ܗܘ ܕܒܐܠܗܐ ܐܬܒܪܝ ܒܙܕܝܩܘܬܐ ܘܒܚܤܝܘܬܐ ܕܩܘܫܬܐ ܀ .24 ܡܛܠ ܗܢܐ ܐܢܝܚܘ ܡܢܟܘܢ ܟܕܒܘܬܐ ܘܡܠܠܘ ܩܘܫܬܐ ܐܢܫ ܥܡ ܩܪܝܒܗ ܗܕܡܐ ܚܢܢ ܓܝܪ ܚܕ ܕܚܕ ܀ .25 ܪܓܙܘ ܘܠܐ ܬܚܛܘܢ ܘܫܡܫܐ ܥܠ ܪܘܓܙܟܘܢ ܠܐ ܢܥܪܒ ܀ .26 ܘܠܐ ܬܬܠܘܢ ܐܬܪܐ ܠܐܟܠ ܩܪܨܐ ܀ .27 ܘܐܝܢܐ ܕܓܢܒ ܗܘܐ ܡܟܝܠ ܠܐ ܢܓܢܘܒ ܐܠܐ ܢܠܐܐ ܒܐܝܕܘܗܝ ܘܢܦܠܘܚ ܛܒܬܐ ܕܢܗܘܐ ܠܗ ܠܡܬܠ ܠܡܢ ܕܤܢܝܩ ܀ .28 ܟܠ ܡܠܐ ܤܢܝܐ ܡܢ ܦܘܡܟܘܢ ܠܐ ܬܦܘܩ ܐܠܐ ܐܝܕܐ ܕܫܦܝܪܐ ܘܚܫܚܐ ܠܒܢܝܢܐ ܕܬܬܠ ܛܝܒܘܬܐ ܠܐܝܠܝܢ ܕܫܡܥܝܢ ܀ .29 ܘܠܐ ܬܗܘܘܢ ܡܥܝܩܝܢ ܠܪܘܚܐ ܩܕܝܫܬܐ ܕܐܠܗܐ ܕܐܬܚܬܡܬܘܢ ܒܗ ܠܝܘܡܐ ܕܦܘܪܩܢܐ ܀ .30 ܟܠܗ ܡܪܝܪܘܬܐ ܘܚܡܬܐ ܘܪܘܓܙܐ ܘܪܘܒܐ ܘܓܘܕܦܐ ܢܫܬܩܠܢ ܡܢܟܘܢ ܥܡ ܟܠܗ ܒܝܫܘܬܐ ܀ .31 ܘܗܘܝܬܘܢ ܒܤܝܡܝܢ ܚܕ ܠܘܬ ܚܕ ܘܡܪܚܡܢܝܢ ܘܗܘܝܬܘܢ ܫܒܩܝܢ ܚܕ ܠܚܕ ܐܝܟܢܐ ܕܐܠܗܐ ܒܡܫܝܚܐ ܫܒܩ ܠܢ ܀ .32


- Vulgata

4. 1 obsecro itaque vos ego vinctus in Domino ut digne ambuletis vocatione qua vocati estis 2 cum omni humilitate et mansuetudine cum patientia subportantes invicem in caritate 3 solliciti servare unitatem spiritus in vinculo pacis 4 unum corpus et unus spiritus sicut vocati estis in una spe vocationis vestrae 5 unus Dominus una fides unum baptisma 6 unus Deus et Pater omnium qui super omnes et per omnia et in omnibus nobis 7 unicuique autem nostrum data est gratia secundum mensuram donationis Christi 8 propter quod dicit ascendens in altum captivam duxit captivitatem dedit dona hominibus 9 quod autem ascendit quid est nisi quia et descendit primum in inferiores partes terrae 10 qui descendit ipse est et qui ascendit super omnes caelos ut impleret omnia 11 et ipse dedit quosdam quidem apostolos quosdam autem prophetas alios vero evangelistas alios autem pastores et doctores 12 ad consummationem sanctorum in opus ministerii in aedificationem corporis Christi 13 donec occurramus omnes in unitatem fidei et agnitionis Filii Dei in virum perfectum in mensuram aetatis plenitudinis Christi 14 ut iam non simus parvuli fluctuantes et circumferamur omni vento doctrinae in nequitia hominum in astutia ad circumventionem erroris 15 veritatem autem facientes in caritate crescamus in illo per omnia qui est caput Christus 16 ex quo totum corpus conpactum et conexum per omnem iuncturam subministrationis secundum operationem in mensuram uniuscuiusque membri augmentum corporis facit in aedificationem sui in caritate 17 hoc igitur dico et testificor in Domino ut iam non ambuletis sicut gentes ambulant in vanitate sensus sui 18 tenebris obscuratum habentes intellectum alienati a vita Dei per ignorantiam quae est in illis propter caecitatem cordis ipsorum 19 qui desperantes semet ipsos tradiderunt inpudicitiae in operationem inmunditiae omnis in avaritia 20 vos autem non ita didicistis Christum 21 si tamen illum audistis et in ipso edocti estis sicut est veritas in Iesu 22 deponere vos secundum pristinam conversationem veterem hominem qui corrumpitur secundum desideria erroris 23 renovamini autem spiritu mentis vestrae 24 et induite novum hominem qui secundum Deum creatus est in iustitia et sanctitate veritatis 25 propter quod deponentes mendacium loquimini veritatem unusquisque cum proximo suo quoniam sumus invicem membra 26 irascimini et nolite peccare sol non occidat super iracundiam vestram 27 nolite locum dare diabolo 28 qui furabatur iam non furetur magis autem laboret operando manibus quod bonum est ut habeat unde tribuat necessitatem patienti 29 omnis sermo malus ex ore vestro non procedat sed si quis bonus ad aedificationem oportunitatis ut det gratiam audientibus 30 et nolite contristare Spiritum Sanctum Dei in quo signati estis in die redemptionis 31 omnis amaritudo et ira et indignatio et clamor et blasphemia tollatur a vobis cum omni malitia 32 estote autem invicem benigni misericordes donantes invicem sicut et Deus in Christo donavit nobis


- Statenvertaling

1 Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt; 2 Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde; 3 U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes. 4 Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping; 5 Een Heere, een geloof, een doop, 6 Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen. 7 Maar aan elkeen van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van Christus. 8 Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven. 9 Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het, dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde? 10 Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou. 11 En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; 12 Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; 13 Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus; 14 Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen; 15 Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; 16 Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde. 17 Ik zeg dan dit, en betuig het in den Heere, dat gij niet meer wandelt, gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds. 18 Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten; 19 Welke, ongevoelig geworden zijnde, zichzelven hebben overgegeven tot ontuchtigheid, om alle onreinigheid gieriglijk te bedrijven. 20 Doch gij hebt Christus alzo niet geleerd; 21 Indien gij naar Hem gehoord hebt, en door Hem geleerd zijt, gelijk de waarheid in Jezus is; 22 Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding; 23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds, 24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid. 25 Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden. 26 Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid; 27 En geeft den duivel geen plaats. 28 Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft. 29 Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen. 30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing. 31 Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid; 32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.


- Willibrordvertaling

Hoofdstuk 4 Eenheid in verscheidenheid [1] Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang om een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt, [2] en altijd nederig te zijn, zachtmoedig en geduldig, en elkaar liefdevol te verdragen, [3] vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: [4] één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. [5] Eén Heer, één geloof, één doop. [6] Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen. [7] Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade* verleend naar de maat van Christus' gave. [8] Daarom staat er: Door naar den hoge op te stijgen heeft Hij gevangenen meegevoerd en gaven uitgedeeld aan de mensen. [9] Hij is opgestegen: wat betekent dit anders dan dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde? [10] Hij* die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen, om alles te vervullen. [11] Hij ook heeft gaven uitgedeeld. Sommigen maakte Hij apostel, anderen profeet, anderen evangelist, weer anderen herder en leraar, [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, [13] totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte* man, tot de gehele* omvang van de volkomenheid van Christus. [14] Dan zullen wij niet langer onmondig zijn, heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke windvlaag. Ik doel op elke leer die door het valse spel van sluwe mensen tot dwaling verleidt. [15] Nee, laten wij de waarheid spreken in liefde en zo volledig naar Christus toe groeien. Hij is het hoofd [16] waaruit heel het lichaam, hecht verbonden en bijeengehouden door de steun van al zijn gewrichten, naar de kracht die elk deel is toegemeten zijn volle wasdom bereikt en zichzelf opbouwt in liefde. De oude en de nieuwe mens [17] Dit zeg ik dus met een beroep op de Heer: leef niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid. [18] Hun verstand is verduisterd, zij zijn vervreemd van Gods leven door de onwetendheid die onder hen heerst en door hun versteende hart. [19] Zedelijk afgestompt als ze waren, hebben zij zich overgegeven aan losbandigheid, om gretig* winst te slaan uit allerlei immorele praktijken. [20] Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! [21] Want u hebt van Hem gehoord en u bent in Hem onderricht naar de waarheid die in Jezus is: [22] dat u de oude mens moet afleggen, die van uw vroegere levenswandel, die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten, [23] en dat u zich moet vernieuwen naar geest en verstand. [24] Bekleed u met de nieuwe* mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid. [25] Daarom, doe de leugen weg; iedereen moet tegen zijn naaste de waarheid spreken, want wij zijn elkaars ledematen. [26] Wordt u boos, zondig dan niet. De zon mag over uw boosheid niet ondergaan; [27] geef de duivel geen kans. [28] Wie een dief was moet niet meer stelen; laat hij zich liever inspannen om met eigen handen de kost te verdienen, zodat hij de behoeftige iets kan geven. [29] Laat geen enkel slecht woord over uw lippen komen, maar spreek een goed woord, opbouwend, waar het nodig is, tot zegen voor de hoorders. [30] Bedroef Gods heilige Geest niet: u bent met zijn zegel* gewaarmerkt voor de dag van de verlossing. [31] Alle wrok, drift, woede, geschreeuw en gevloek, kortom: alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen. [32] Wees goed en hartelijk voor elkaar. Vergeef elkaar zoals ook God u vergeven heeft in Christus.


- De Nieuwe Bijbelvertaling

Hoofdstuk 4 Christus als fundament [1] Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: [2] wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. [3] Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: [4] één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, [5] één Heer, één geloof, één doop, [6] één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is. [7] Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. [8] Daarom staat er: 'Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.' [9] 'Hij steeg op' – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? [10] Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. [11] En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, [13] totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. [14] Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. [15] Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. [16] Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde. [17] Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. [18] In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. [19] Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. [20] Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! [21] U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk [22] dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, [23] dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden [24] en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. Het nieuwe leven [25] Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. [26] Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, [27] geef de duivel geen kans. [28] Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. [29] Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort. [30] Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. [31] Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. [32] Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.


- De Naardense bijbel

4:1 Ik roep u dan ook op, ik die gebonden ben omwille van de Heer, te wandelen de roeping waardig waarmee ge zijt geroepen, Efeziërs 4:2 met alle nederigheid en zachtheid, met lankmoedigheid elkaar verdragend in liefde; 4:3 u inzettend om de eenheid van de Geest te houden in de band van de vrede: 4:4 één lichaam en één geest, zoals ge ook geroepen zijt in de éne hoop van uw roeping: 4:5 één Heer, één geloof, één doop, 4:6 één God en Vader van allen, die is over allen en door allen en in allen. 4:7 Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van de Christus. 4:8 Daarom heet het: 'ten hoge opgevaren nam hij gevangen de gevangenis, gaf hij gaven aan de mensen' (Ps. 68,19). 4:9 Maar wat betekent 'hij voer óp' anders dan dat hij ook is nedergedaald naar de nederste delen der aarde? 4:10 Hij die is nedergedaald, hij is het ook die is opgevaren hoog boven alle hemelen, om alles te vervullen. 4:11 Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, anderen als herders en als leraars, 4:12 om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van de Christus, 4:13 totdat wij allen komen tot de eenheid vanuit het geloof en vanuit de kennis van de zoon van God, tot een volkomen mens-zijn, tot de volle maat van rijpheid vanuit de Christus. 4:14 Dan zullen we niet meer onmondig zijn, op en neer en heen en weer geslingerd door allerlei wind van leer in het dobbelspel van de mensen, in hun sluwheid om tot dwaling te verleiden; 4:15 maar in liefde de waarheid volgend zullen wij in alles toegroeien naar hem die het hoofd is: Christus; 4:16 vanuit hem wordt heel het lichaam welsaamgevoegd en samengehouden door de steun van elk gewricht; naar de kracht die een ieder deel is toegemeten, bewerkt het de groei van het lichaam tot opbouw van zichzelf in liefde. 4:17 Dit zeg ik dan, en ik betuig het in de Heer: gij moet niet meer wandelen zoals de heidenen wandelen in de vergeefsheid van hun denken: 4:18 met hun dóórdenken in duisternis gehuld, vervreemd van het leven van God, door de on-kennis die onder hen heerst, door de verharding van hun hart; 4:19 eenmaal gevoelloos geworden hebben zij zich onbeteugeld eraan overgegeven om inhalig van alle mogelijke onzedelijkheid hun bedrijf te maken. 4:20 Maar gíj hebt niet zó de Christus leren kennen, 4:21 als ge tenminste naar hem hebt gehoord en in hem onderricht zijt zoals waarheid is in Jezus, 4:22 dat ge tegen uw eerdere gedrag in het oude mens-zijn moet afleggen dat tegen de bedrieglijke verlangens in te gronde gaat, 4:23 dat ge vernieuwd moet worden door de geest van uw denken 4:24 en het nieuwe mens-zijn moet aantrekken dat naar God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. 4:25 Daarom: legt de leugen af en 'spreekt waarheid, ieder met zijn naaste' (Zach. 8,16), omdat wij ledematen van elkaar zijn; 4:26 'weest toornig maar zondigt niet' (Ps. 4,5): laat de zon over uw toorn niet ondergaan, 4:27 en geeft geen plek aan de duivel; 4:28 de dief moet niet meer stelen maar zich liever moe maken door met de eigen handen het goed bijeen te werken,- dan heeft hij iets om weg te geven aan wie gebrek heeft; 4:29 laat geen enkel rot woord uit uw mond voortkomen,- alleen maar iets goeds, tot opbouw, waar gebrek aan is; dan geeft dat genade aan allen die het horen; 4:30 bedroeft de heilige Geest van God niet waarmee ge zijt gezegeld en gestempeld tot aan de dag van de verlossing. 4:31 Laat alle wrok, drift, toorn, geschreeuw en lastering met alle kwaad van dien van u worden weggenomen, 4:32 en weest jegens elkaar goedertieren, barmhartig en elkander begenadigend, zoals ook God in Christus u begenadigd heeft!


- Bible de Jérusalem

1. Je vous exhorte donc, moi le prisonnier dans le Seigneur, à mener une vie digne de l'appel que vous avez reçu : 2. en toute humilité, douceur et patience, supportez-vous les uns les autres avec charité ; 3. appliquez-vous à conserver l'unité de l'Esprit par ce lien qu'est la paix. 4. Il n'y a qu'un Corps et qu'un Esprit, comme il n'y a qu'une espérance au terme de l'appel que vous avez reçu ; 5. un seul Seigneur, une seule foi, un seul baptême ; 6. un seul Dieu et Père de tous, qui est au-dessus de tous, par tout et en tous. 7. Cependant chacun de nous a reçu sa part de la faveur divine selon que le Christ a mesuré ses dons. 8. C'est pourquoi l'on dit : Montant dans les hauteurs il a emmené des captifs, il a donné des dons aux hommes. 9. « Il est monté », qu'est-ce à dire, sinon qu'il est aussi descendu, dans les régions inférieures de la terre ? 10. Et celui qui est descendu, c'est le même qui est aussi monté au-dessus de tous les cieux, afin de remplir toutes choses. 11. C'est lui encore qui » a donné » aux uns d'être apôtres, à d'autres d'être prophètes, ou encore évangélistes, ou bien pasteurs et docteurs, 12. organisant ainsi les saints pour l'œuvre du ministère, en vue de la construction du Corps du Christ, 13. au terme de laquelle nous devons parvenir, tous ensemble, à ne faire plus qu'un dans la foi et la connaissance du Fils de Dieu, et à constituer cet Homme parfait, dans la force de l'âge, qui réalise la plénitude du Christ. 14. Ainsi nous ne serons plus des enfants, nous ne nous laisserons plus ballotter et emporter à tout vent de la doctrine, au gré de l'imposture des hommes et de leur astuce à fourvoyer dans l'erreur. 15. Mais, vivant selon la vérité et dans la charité, nous grandirons de toutes manières vers Celui qui est la Tête, le Christ, 16. dont le Corps tout entier reçoit concorde et cohésion par toutes sortes de jointures qui le nourrissent et l'actionnent selon le rôle de chaque partie, opérant ainsi sa croissance et se construisant lui-même, dans la charité. 17. Je vous dis donc et vous adjure dans le Seigneur de ne plus vous conduire comme le font les païens, avec leur vain jugement 18. et leurs pensées enténébrées : ils sont devenus étrangers à la vie de Dieu à cause de l'ignorance qu'a entraînée chez eux l'endurcissement du cœur, 19. et, leur sens moral une fois émoussé, ils se sont livrés à la débauche au point de perpétrer avec frénésie toute sorte d'impureté. 20. Mais vous, ce n'est pas ainsi que vous avez appris le Christ, 21. si du moins vous l'avez reçu dans une prédication et un enseignement conformes à la vérité qui est en Jésus, 22. à savoir qu'il vous faut abandonner votre premier genre de vie et dépouiller le vieil homme, qui va se corrompant au fil des convoitises décevantes, 23. pour vous renouveler par une transformation spirituelle de votre jugement 24. et revêtir l'Homme Nouveau, qui a été créé selon Dieu, dans la justice et la sainteté de la vérité. 25. Dès lors, plus de mensonge : que chacun dise la vérité à son prochain ; ne sommes-nous pas membres les uns des autres ? 26. Emportez-vous, mais ne commettez pas le péché : que le soleil ne se couche pas sur votre colère ; 27. il ne faut pas donner prise au diable. 28. Que celui qui volait ne vole plus ; qu'il prenne plutôt la peine de travailler de ses mains, au point de pouvoir faire le bien en secourant les nécessiteux. 29. De votre bouche ne doit sortir aucun mauvais propos, mais plutôt toute bonne parole capable d'édifier, quand il le faut, et de faire du bien à ceux qui l'entendent. 30. Ne contristez pas l'Esprit Saint de Dieu, qui vous a marqués de son sceau pour le jour de la rédemption. 31. Aigreur, emportement, colère, clameurs, outrages, tout cela doit être extirpé de chez vous, avec la malice sous toutes ses formes. 32. Montrez-vous au contraire bons et compatissants les uns pour les autres, vous pardonnant mutuellement, comme Dieu vous a pardonné dans le Christ.


- King James Bible

[1] I therefore, the prisoner of the Lord, beseech you that ye walk worthy of the vocation wherewith ye are called, [2] With all lowliness and meekness, with longsuffering, forbearing one another in love; [3] Endeavouring to keep the unity of the Spirit in the bond of peace. [4] There is one body, and one Spirit, even as ye are called in one hope of your calling; [5] One Lord, one faith, one baptism, [6] One God and Father of all, who is above all, and through all, and in you all. [7] But unto every one of us is given grace according to the measure of the gift of Christ. [8] Wherefore he saith, When he ascended up on high, he led captivity captive, and gave gifts unto men. [9] (Now that he ascended, what is it but that he also descended first into the lower parts of the earth? [10] He that descended is the same also that ascended up far above all heavens, that he might fill all things.) [11] And he gave some, apostles; and some, prophets; and some, evangelists; and some, pastors and teachers; [12] For the perfecting of the saints, for the work of the ministry, for the edifying of the body of Christ: [13] Till we all come in the unity of the faith, and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man, unto the measure of the stature of the fulness of Christ: [14] That we henceforth be no more children, tossed to and fro, and carried about with every wind of doctrine, by the sleight of men, and cunning craftiness, whereby they lie in wait to deceive; [15] But speaking the truth in love, may grow up into him in all things, which is the head, even Christ: [16] From whom the whole body fitly joined together and compacted by that which every joint supplieth, according to the effectual working in the measure of every part, maketh increase of the body unto the edifying of itself in love. [17] This I say therefore, and testify in the Lord, that ye henceforth walk not as other Gentiles walk, in the vanity of their mind, [18] Having the understanding darkened, being alienated from the life of God through the ignorance that is in them, because of the blindness of their heart: [19] Who being past feeling have given themselves over unto lasciviousness, to work all uncleanness with greediness. [20] But ye have not so learned Christ; [21] If so be that ye have heard him, and have been taught by him, as the truth is in Jesus: [22] That ye put off concerning the former conversation the old man, which is corrupt according to the deceitful lusts; [23] And be renewed in the spirit of your mind; [24] And that ye put on the new man, which after God is created in righteousness and true holiness. [25] Wherefore putting away lying, speak every man truth with his neighbour: for we are members one of another. [26] Be ye angry, and sin not: let not the sun go down upon your wrath: [27] Neither give place to the devil. [28] Let him that stole steal no more: but rather let him labour, working with his hands the thing which is good, that he may have to give to him that needeth. [29] Let no corrupt communication proceed out of your mouth, but that which is good to the use of edifying, that it may minister grace unto the hearers. [30] And grieve not the holy Spirit of God, whereby ye are sealed unto the day of redemption. [31] Let all bitterness, and wrath, and anger, and clamour, and evil speaking, be put away from you, with all malice: [32] And be ye kind one to another, tenderhearted, forgiving one another, even as God for Christ's sake hath forgiven you.


- Luther Bibel

 

Die Einheit im Geist und die Vielfalt der Gaben 41So ermahne ich euch nun, ich, der Gefangene in dem Herrn, dass ihr der Berufung würdig lebt, mit der ihr berufen seid, 2in aller Demut und Sanftmut, in Geduld. Ertragt einer den andern in Liebe 3und seid darauf bedacht, zu wahren die Einigkeit im Geist durch das Band des Friedens: 4 ein Leib und ein Geist, wie ihr auch berufen seid zu einer Hoffnung eurer Berufung; 5 ein Herr, ein Glaube, eine Taufe; 6 ein Gott und Vater aller, der da ist über allen und durch alle und in allen. 7Einem jeden aber von uns ist die Gnade gegeben nach dem Maß der Gabe Christi. 8Darum heißt es (Psalm 68,19): »Er ist aufgefahren zur Höhe und hat Gefangene mit sich geführt und hat den Menschen Gaben gegeben.« 9Dass er aber aufgefahren ist, was heißt das anderes, als dass er auch hinabgefahren ist in die Tiefen der Erde? 10Der hinabgefahren ist, das ist derselbe, der aufgefahren ist über alle Himmel, damit er alles erfülle. 11Und er hat einige als Apostel eingesetzt, einige als Propheten, einige als Evangelisten, einige als Hirten und Lehrer, 12damit die Heiligen zugerüstet werden zum Werk des Dienstes. Dadurch soll der Leib Christi erbaut werden, 13bis wir alle hingelangen zur Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes, zum vollendeten Mann, zum vollen Maß der Fülle Christi, 14damit wir nicht mehr unmündig seien und uns von jedem Wind einer Lehre bewegen und umhertreiben lassen durch trügerisches Spiel der Menschen, mit dem sie uns arglistig verführen. 15 Lasst uns aber wahrhaftig sein in der Liebe und wachsen in allen Stücken zu dem hin, der das Haupt ist, Christus, 16von dem aus der ganze Leib zusammengefügt ist und ein Glied am andern hängt durch alle Gelenke, wodurch jedes Glied das andere unterstützt nach dem Maß seiner Kraft und macht, dass der Leib wächst und sich selbst aufbaut in der Liebe. Der alte und der neue Mensch 17So sage ich nun und bezeuge in dem Herrn, dass ihr nicht mehr leben dürft, wie die Heiden leben in der Nichtigkeit ihres Sinnes. 18Ihr Verstand ist verfinstert, und sie sind entfremdet dem Leben, das aus Gott ist, durch die Unwissenheit, die in ihnen ist, und durch die Verstockung ihres Herzens. 19Sie sind abgestumpft und haben sich der Ausschweifung ergeben, um allerlei unreine Dinge zu treiben in Habgier. 20Ihr aber habt Christus nicht so kennen gelernt; 21ihr habt doch von ihm gehört und seid in ihm unterwiesen, wie es Wahrheit in Jesus ist. 22Legt von euch ab den alten Menschen mit seinem früheren Wandel, der sich durch trügerische Begierden zugrunde richtet. 23Erneuert euch aber in eurem Geist und Sinn 24und zieht den neuen Menschen an, der nach Gott geschaffen ist in wahrer Gerechtigkeit und Heiligkeit. Weisungen für das neue Leben 25Darum legt die Lüge ab und redet die Wahrheit, ein jeder mit seinem Nächsten, weil wir untereinander Glieder sind. 26Zürnt ihr, so sündigt nicht; lasst die Sonne nicht über eurem Zorn untergehen 27und gebt nicht Raum dem Teufel. 28Wer gestohlen hat, der stehle nicht mehr, sondern arbeite und schaffe mit eigenen Händen das nötige Gut, damit er dem Bedürftigen abgeben kann. 29Lasst kein faules Geschwätz aus eurem Mund gehen, sondern redet, was gut ist, was erbaut und was notwendig ist, damit es Segen bringe denen, die es hören. 30Und betrübt nicht den Heiligen Geist Gottes, mit dem ihr versiegelt seid für den Tag der Erlösung. 31Alle Bitterkeit und Grimm und Zorn und Geschrei und Lästerung seien fern von euch samt aller Bosheit. 32Seid aber untereinander freundlich und herzlich und vergebt einer dem andern, wie auch Gott euch vergeben hat in Christus.

- Arabisch

فاطلب اليكم انا الاسير في الرب ان تسلكوا كما يحق للدعوة التي دعيتم بها. .1 بكل تواضع ووداعة وبطول اناة محتملين بعضكم بعضا في المحبة. .2 مجتهدين ان تحفظوا وحدانية الروح برباط السلام. .3 جسد واحد وروح واحد كما دعيتم ايضا في رجاء دعوتكم الواحد. .4 رب واحد ايمان واحد معمودية واحدة .5 اله وآب واحد للكل الذي على الكل وبالكل وفي كلكم. .6 ولكن لكل واحد منا اعطيت النعمة حسب قياس هبة المسيح. .7 لذلك يقول. اذ صعد الى العلاء سبى سبيا واعطى الناس عطايا. .8 واما انه صعد فما هو الا انه نزل ايضا اولا الى اقسام الارض السفلى. .9 الذي نزل هو الذي صعد ايضا فوق جميع السموات لكي يملأ الكل. .10 وهو اعطى البعض ان يكونوا رسلا والبعض انبياء والبعض مبشرين والبعض رعاة ومعلّمين .11 لاجل تكميل القديسين لعمل الخدمة لبنيان جسد المسيح .12 الى ان ننتهي جميعنا الى وحدانية الايمان ومعرفة ابن الله. الى انسان كامل. الى قياس قامة ملء المسيح. .13 كي لا نكون فيما بعد اطفالا مضطربين ومحمولين بكل ريح تعليم بحيلة الناس بمكر الى مكيدة الضلال. .14 بل صادقين في المحبة ننمو في كل شيء الى ذاك الذي هو الراس المسيح .15 الذي منه كل الجسد مركبا معا ومقترنا بموازرة كل مفصل حسب عمل على قياس كل جزء يحصّل نمو الجسد لبنيانه في المحبة .16 فاقول هذا واشهد في الرب ان لا تسلكوا في ما بعد كما يسلك سائر الامم ايضا ببطل ذهنهم .17 اذ هم مظلمو الفكر ومتجنبون عن حياة الله لسبب الجهل الذي فيهم بسبب غلاظة قلوبهم. .18 الذين اذ هم قد فقدوا الحس اسلموا نفوسهم للدعارة ليعملوا كل نجاسة في الطمع. .19 واما انتم فلم تتعلّموا المسيح هكذا .20 ان كنتم قد سمعتموه وعلمتم فيه كما هو حق في يسوع .21 ان تخلعوا من جهة التصرف السابق الانسان العتيق الفاسد بحسب شهوات الغرور .22 وتتجددوا بروح ذهنكم .23 وتلبسوا الانسان الجديد المخلوق بحسب الله في البر وقداسة الحق .24 لذلك اطرحوا عنكم الكذب وتكلموا بالصدق كل واحد مع قريبه. لاننا بعضنا اعضاء البعض. .25 اغضبوا ولا تخطئوا. لا تغرب الشمس على غيظكم .26 ولا تعطوا ابليس مكانا. .27 لا يسرق السارق في ما بعد بل بالحري يتعب عاملا الصالح بيديه ليكون له ان يعطي من له احتياج. .28 لا تخرج كلمة رديّة من افواهكم بل كل ما كان صالحا للبنيان حسب الحاجة كي يعطي نعمة للسامعين. .29 ولا تحزنوا روح الله القدوس الذي به ختمتم ليوم الفداء. .30 ليرفع من بينكم كل مرارة وسخط وغضب وصياح وتجديف مع كل خبث. .31 وكونوا لطفاء بعضكم نحو بعض شفوقين متسامحين كما سامحكم الله ايضا في المسيح .32


- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar