Galaten 2 - Gal 2 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal (Galatië) -
- Gal 2 -- Gal 2,1-21 -- Gal 2,16.19-21 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

OVERZICHT Gal - TAALGEBRUIK Gal - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- COMMENTAAR Gal .

Bijbeluitleg per hoofdstuk : Gal 1 , Gal 2 , Gal 3 , Gal 4 , Gal 5 , Gal 6
Bijbeluitleg per pericope : Gal 2,1-21
Tekstuitleg vers per vers : - Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   (2) liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Gal 2,16.19-21 : 11de (elfde) zondag door het c-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken

-
bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Gal 2,1-21 - Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -

Gal 2,1 - Gal 2,1 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Gal 2 1epeita dia dekatessarôn etôn palin anebèn eis ierosoluma meta barnaba, sumparalabôn kai titon:  1 deinde post annos quattuordecim iterum ascendi Hierosolyma cum Barnaba adsumpto et Tito    1 Daarna ben ik, na veertien jaren, wederom naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas, ook Titus medegenomen hebbende.  [1] Daarna*, na verloop van veertien* jaar, ben ik weer naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas*, en ik heb ook Titus* meegenomen.  [1] Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus.   1 ¶ Vervolgens ben ik, veertien jaren verder, weer opgegaan naar Jeruzalem, met Barnabas, en heb ik ook Titus meegenomen.   1. Ensuite, au bout de quatorze ans, je montai de nouveau à Jérusalem avec Barnabé et Tite que je pris avec moi.  

King James Bible . [1] Then fourteen years after I went up again to Jerusalem with Barnabas, and took Titus with me also.
Luther-Bibel . 1 Danach, vierzehn Jahre später, zog ich abermals hinauf nach Jerusalem mit Barnabas und nahm auch Titus mit mir.

Tekstuitleg van Gal 2,1 .

Gal 2,2 - Gal 2,2 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2anebèn de kata apokalupsin: kai anethemèn autois to euaggelion o kèrussô en tois ethnesin, kat idian de tois dokousin, mè pôs eis kenon trecô è edramon.   2 ascendi autem secundum revelationem et contuli cum illis evangelium quod praedico in gentibus seorsum autem his qui videbantur ne forte in vacuum currerem aut cucurrissem    2 En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben.   [2] Ik ging op grond van een openbaring. En ik heb aan hen het evangelie voorgelegd dat ik aan de heidenvolken verkondig, aan hen, dat wil zeggen: in besloten kring* aan de mannen* van aanzien. Ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets werk of had gewerkt.  [2] Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren. 2 Ik trok óp ten gevolge van een openbaring,– en legde hun de verkondiging voor die ik predik onder de volkeren, afzonderlijk nog aan de mannen van aanzien,– opdat ik niet hoe dan ook tevergeefs hardliep of gelopen had.  2. J'y montai à la suite d'une révélation ; et je leur exposai l'Évangile que je prêche parmi les païens - mais séparément aux notables, de peur de courir ou d'avoir couru pour rien. 

King James Bible . [2] And I went up by revelation, and communicated unto them that gospel which I preach among the Gentiles, but privately to them which were of reputation, lest by any means I should run, or had run, in vain.
Luther-Bibel . 2 Ich zog aber hinauf aufgrund einer Offenbarung und besprach mich mit ihnen über das Evangelium, das ich predige unter den Heiden, besonders aber mit denen, die das Ansehen hatten, damit ich nicht etwa vergeblich liefe oder gelaufen wäre.

Tekstuitleg van Gal 2,2 .

9. nom. + acc. onz. enk. euaggelion (goede boodschap) . Taalgebruik in het N.T. : euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in Gal : euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in de Septuaginta : euaggelion (evangelie) . Hebr. bësorâh (boodschap) . Taalgebruik in Tenach : bësorâh (boodschap) . Lat. evangelium . Fr. évangile . D. Evangelium . E. gospel . Gal (5) : (1) Gal 1,6 . (2) Gal 1,7 . (3) Gal 1,11 . (4) Gal 2,2 . (5) Gal 2,7 . N.T. (41) . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in zeven verzen in Gal (7) : (1) Gal 1,6 . (2) Gal 1,7 . (3) Gal 1,11 . (4) Gal 2,2 . (5) Gal 2,5 . (6) Gal 2,7 . (7) Gal 2,14 . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in de LXX (1) , in het N.T. (76) .

Gal 2,3 - Gal 2,3 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3all oude titos o sun emoi, ellèn ôn, ènagkasthè peritmèthènai:   3 sed neque Titus qui mecum erat cum esset gentilis conpulsus est circumcidi     3 Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden.  [3] Maar zelfs mijn metgezel Titus, een Griek, werd niet gedwongen om zich te laten besnijden.   [3] Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is.    3 Maar zelfs Titus die bij mij was werd, hoewel een Helleen, niet gedwongen zich te laten besnijden  3. Eh bien ! de Tite lui-même, mon compagnon qui était grec, on n'exigea pas qu'il se fît circoncire.  

King James Bible . [3] But neither Titus, who was with me, being a Greek, was compelled to be circumcised:
Luther-Bibel . 3 Aber selbst Titus, der bei mir war, ein Grieche, wurde nicht gezwungen, sich beschneiden zu lassen.

Tekstuitleg van Gal 2,3 .

Gal 2,4 - Gal 2,4 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4dia de tous pareisaktous pseudadelfous, oitines pareisèlthon kataskopèsai tèn eleutherian èmôn èn ecomen en cristô ièsou, ina èmas katadoulôsousin:  4 sed propter subintroductos falsos fratres qui subintroierunt explorare libertatem nostram quam habemus in Christo Iesu ut nos in servitutem redigerent    4 En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen.   [4] Maar* wegens het feit dat er valse* broeders binnengedrongen waren, die onze vrijheid wilden bespieden, die wij hebben in Christus Jezus, om ons in slavernij te brengen …   [4] Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken.   4 ter wille van binnengesmokkelde leugenbroeders, die binnengekomen waren om onze vrijheid die wij in eenheid met Christus Jezus hebben te bespioneren en ons weer tot dienstknechten te maken,–   4. Mais à cause des intrus, ces faux frères qui se sont glissés pour espionner la liberté que nous avons dans le Christ Jésus, afin de nous réduire en servitude, 

King James Bible . [4] And that because of false brethren unawares brought in, who came in privily to spy out our liberty which we have in Christ Jesus, that they might bring us into bondage:
Luther-Bibel . 4 Denn es hatten sich einige falsche Brüder mit eingedrängt und neben eingeschlichen, um unsere Freiheit auszukundschaften, die wir in Christus Jesus haben, und uns zu knechten.

Tekstuitleg van Gal 2,4 .

Gal 2,5 - Gal 2,5 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5ois oude pros ôran eixamen tè upotagè, ina è alètheia tou euaggeliou diameinè pros umas. 5 quibus neque ad horam cessimus subiectioni ut veritas evangelii permaneat apud vos    5 Denwelken wij ook niet een uur hebben geweken met onderwerping, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven.  [5] Maar wij zijn geen moment voor hun druk opzij gegaan, om de waarheid van het evangelie bij u behouden te laten blijven.  [5] Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest in uw belang behouden blijven.   5 maar voor wie we zelfs niet voor een uur in onderwerping zijn geweken, opdat de waarachtige evangelieverkondiging durend bij u zou blijven.  5. gens auxquels nous refusâmes de céder, fût-ce un moment, par déférence, afin de sauvegarder pour vous la vérité de l'Évangile... 

King James Bible . [5] To whom we gave place by subjection, no, not for an hour; that the truth of the gospel might continue with you.
Luther-Bibel . 5 Denen wichen wir auch nicht eine Stunde und unterwarfen uns ihnen nicht, damit die Wahrheit des Evangeliums bei euch bestehen bliebe.

Tekstuitleg van Gal 2,5 .

12.

Gal 2,6 - Gal 2,6 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6apo de tôn dokountôn einai ti opoioi pote èsan ouden moi diaferei: prosôpon [o] theos anthrôpou ou lambanei emoi gar oi dokountes ouden prosanethento,  6 ab his autem qui videbantur esse aliquid quales aliquando fuerint nihil mea interest Deus personam hominis non accipit mihi enim qui videbantur nihil contulerunt    6 En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht.  [6] Maar de mannen van aanzien – hoe belangrijk zij precies waren interesseert mij niet, voor God telt menselijk aanzien niet – hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd.  [6] De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens – hebben mij tot niets verplicht.  6 Maar van hen die het aanzien hadden iets te zijn,– wat ze voorheen geweest zijn maakt mij niets uit: het is niet ‘het aanschijn van mensen dat God aanneemt’, – mij immers hebben die aanzienlijken niets opgelegd;   6. Et de la part de ceux qu'on tenait pour des notables - peu m'importe ce qu'alors ils pouvaient être ; Dieu ne fait point acception des personnes -, à mon Évangile, en tout cas, les notables n'ont rien ajouté. 

King James Bible . [6] But of these who seemed to be somewhat, (whatsoever they were, it maketh no matter to me: God accepteth no man's person:) for they who seemed to be somewhat in conference added nothing to me:
Luther-Bibel . 6 Von denen aber, die das Ansehen hatten - was sie früher gewesen sind, daran liegt mir nichts; denn Gott achtet das Ansehen der Menschen nicht -, mir haben die, die das Ansehen hatten, nichts weiter auferlegt.

Tekstuitleg van Gal 2,6 .

Gal 2,7 - Gal 2,7 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7alla tounantion idontes oti pepisteumai to euaggelion tès akrobustias kathôs petros tès peritomès,   7 sed e contra cum vidissent quod creditum est mihi evangelium praeputii sicut Petro circumcisionis    7 Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis;  [7] Integendeel, omdat zij inzagen dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals dat voor de besnedenen aan Petrus   [7] Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen  7 nee, integendeel: toen ze zagen dat mij de evangelieverkondiging aan de voorhuidigen was toevertrouwd zoals aan Petrus die aan de besnedenen,  7. Au contraire, voyant que l'évangélisation des incirconcis m'était confiée comme à Pierre celle des circoncis - 

King James Bible . [7] But contrariwise, when they saw that the gospel of the uncircumcision was committed unto me, as the gospel of the circumcision was unto Peter;
Luther-Bibel . 7 Im Gegenteil, da sie sahen, dass mir anvertraut war das Evangelium an die Heiden so wie Petrus das Evangelium an die Juden

Tekstuitleg van Gal 2,7 .

8. nom. + acc. onz. enk. euaggelion (goede boodschap) . Taalgebruik in het N.T. : euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in Gal : euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in de Septuaginta : euaggelion (evangelie) . Hebr. bësorâh (boodschap) . Taalgebruik in Tenach : bësorâh (boodschap) . Lat. evangelium . Fr. évangile . D. Evangelium . E. gospel . Gal (5) : (1) Gal 1,6 . (2) Gal 1,7 . (3) Gal 1,11 . (4) Gal 2,2 . (5) Gal 2,7 . N.T. (41) . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in zeven verzen in Gal (7) : (1) Gal 1,6 . (2) Gal 1,7 . (3) Gal 1,11 . (4) Gal 2,2 . (5) Gal 2,5 . (6) Gal 2,7 . (7) Gal 2,14 . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in de LXX (1) , in het N.T. (76) .

Gal 2,8 - Gal 2,8 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8o gar energèsas petrô eis apostolèn tès peritomès enèrgèsen kai emoi eis ta ethnè,   8 qui enim operatus est Petro in apostolatum circumcisionis operatus est et mihi inter gentes    8 (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen);  [8] – want Hij die Petrus kracht had gegeven voor de zending onder de besnedenen had mij kracht gegeven voor de heidenvolken –   [8] – want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen –,   8 –hij immers die Petrus aandreef tot apostelschap aan de besnijdenis dreef ook mij naar de volkeren–  8. car Celui qui avait agi en Pierre pour faire de lui un apôtre des circoncis, avait pareillement agi en moi en faveur des païens - 

King James Bible . [8] (For he that wrought effectually in Peter to the apostleship of the circumcision, the same was mighty in me toward the Gentiles:)
Luther-Bibel . 8 - denn der in Petrus wirksam gewesen ist zum Apostelamt unter den Juden, der ist auch in mir wirksam gewesen unter den Heiden -,

Tekstuitleg van Gal 2,8 .

Gal 2,9 - Gal 2,9 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai gnontes tèn carin tèn dotheisan moi, iakôbos kai kèfas kai iôannès, oi dokountes stuloi einai, dexias edôkan emoi kai barnaba koinônias, ina èmeis eis ta ethnè, autoi de eis tèn peritomèn: 9 et cum cognovissent gratiam quae data est mihi Iacobus et Cephas et Iohannes qui videbantur columnae esse dextras dederunt mihi et Barnabae societatis ut nos in gentes ipsi autem in circumcisionem     9 En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;   [9] en omdat zij de mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Kefas en Johannes, de mannen van aanzien die als steunpilaren gelden, mij en Barnabas de hand der gemeenschap gereikt: wij zouden naar de heidenen gaan en zij naar de besnedenen.  [9] en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen.   9 en toen zij de genade erkenden die mij was gegeven, hebben Jakobus, Kefas en Johannes, die in aanzien zijn als steunpilaren, aan mij en Barnabas de ‘rechterhanden van gemeenschap’ gegeven: wíj naar de volkeren en zíj naar de besnijdenis!   9. et reconnaissant la grâce qui m'avait été départie, Jacques, Céphas et Jean, ces notables, ces colonnes, nous tendirent la main, à moi et à Barnabé, en signe de communion : nous irions, nous aux païens, eux à la Circoncision ;  

King James Bible . [9] And when James, Cephas, and John, who seemed to be pillars, perceived the grace that was given unto me, they gave to me and Barnabas the right hands of fellowship; that we should go unto the heathen, and they unto the circumcision.
Luther-Bibel . 9 und da sie die Gnade erkannten, die mir gegeben war, gaben Jakobus und Kephas und Johannes, die als Säulen angesehen werden, mir und Barnabas die rechte Hand und wurden mit uns eins, dass wir unter den Heiden, sie aber unter den Juden predigen sollten,

Tekstuitleg van Gal 2,9 .

Gal 2,10 - Gal 2,10 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10monon tôn ptôcôn ina mnèmoneuômen, o kai espoudasa auto touto poièsai.   10 tantum ut pauperum memores essemus quod etiam sollicitus fui hoc ipsum facere     10 Alleenlijk, dat wij den armen zouden gedenken; hetwelk zelf ik ook benaarstigd heb te doen.   [10] Wij moesten alleen de armen gedenken, en ik heb daarvoor dan ook mijn best gedaan.  [10] Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet.   10 Alleen moesten wij de armen blijven gedenken, waarvoor ik mij ingezet heb dat te doen.   10. nous devions seulement songer aux pauvres, ce que précisément j'ai eu à cœur de faire. 

King James Bible . [10] Only they would that we should remember the poor; the same which I also was forward to do.
Luther-Bibel . 10 nur dass wir an die Armen dächten, was ich mich auch eifrig bemüht habe zu tun.

Tekstuitleg van Gal 2,10 .

Gal 2,11 - Gal 2,11 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11ote de èlthen kèfas eis antioceian, kata prosôpon autô antestèn, oti kategnôsmenos èn.   11 cum autem venisset Cephas Antiochiam in faciem ei restiti quia reprehensibilis erat     11 En toen Petrus te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was.   [11] Maar* toen Kefas in Antiochië gekomen was, heb ik hem openlijk de waarheid gezegd, want hij bleek schuldig.   [11] Maar toen Kefas in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, want zijn gedrag was verwerpelijk. 11 ¶ Maar toen Kefas naar Antiochië kwam heb ik hem in het aanschijn weerstaan omdat er een fout van hem bekend werd;   11. Mais quand Céphas vint à Antioche, je lui résistai en face, parce qu'il s'était donné tort.  

King James Bible . [11] But when Peter was come to Antioch, I withstood him to the face, because he was to be blamed.
Luther-Bibel . 11 Als aber Kephas nach Antiochia kam, widerstand ich ihm ins Angesicht, denn es war Grund zur Klage gegen ihn.

Tekstuitleg van Gal 2,11 .

Gal 2,12 - Gal 2,12 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12pro tou gar elthein tinas apo iakôbou meta tôn ethnôn sunèsthien: ote de èlthon, upestellen kai afôrizen eauton, foboumenos tous ek peritomès.  12 prius enim quam venirent quidam ab Iacobo cum gentibus edebat cum autem venissent subtrahebat et segregabat se timens eos qui ex circumcisione erant     12 Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren.  [12] Immers,* voordat sommige mensen van Jakobus gekomen waren, at hij altijd samen met de heidenen, maar toen zij gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden, bang voor de mannen van de besnijdenis.   [12] Hij at altijd met de heidenen, maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich terug en at hij apart, uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis.   12 want voordat er enkelen vanuit de kring van Jakobus aankwamen at hij altijd samen met de heidenen; maar toen zij kwamen begon hij zich terug te trekken en af te grenzen, uit ontzag voor die mannen uit de besnijdenis;  12. En effet, avant l'arrivée de certaines gens de l'entourage de Jacques, il prenait ses repas avec les païens ; mais quand ces gens arrivèrent, on le vit se dérober et se tenir à l'écart, par peur des circoncis. 

King James Bible . [12] For before that certain came from James, he did eat with the Gentiles: but when they were come, he withdrew and separated himself, fearing them which were of the circumcision.
Luther-Bibel . 12 Denn bevor einige von Jakobus kamen, aß er mit den Heiden; als sie aber kamen, zog er sich zurück und sonderte sich ab, weil er die aus dem Judentum fürchtete.

Tekstuitleg van Gal 2,12 .

13. foboumenos (vrezend) . Verwijzing : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) , zie Mc 1,27 ; zie eveneens jâr´â (vrezen, eerbied hebben) , zie Ps 111,10 . Participium praesens nominatief mannelijk enkelvoud . In achtentwintig verzen in de bijbel . In tweeëntwintig verzen in het O.T. . In zes verzen in het N.T. : (1) Lc 18,2 . (2) Hnd 10,2 . (3) Petrus vertelde aan de gemeente van Jeruzalem wat hem in Joppe en Cesarea is overkomen . Hnd 10,22 . (4) De verdedigingstoespraak van Petrus : Hnd 10,35 . (5) Gal 2,12 . (6) 1 Joh 4,18 .

Gal 2,13 - Gal 2,13 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai sunupekrithèsan autô [kai] oi loipoi ioudaioi, ôste kai barnabas sunapècthè autôn tè upokrisei.   13 et simulationi eius consenserunt ceteri Iudaei ita ut et Barnabas duceretur ab eis in illa simulatione     13 En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing.  [13] En ook de andere Joden waren net zo huichelachtig als hij, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen.   [13] De andere Joden deden met hem mee, en zelfs Barnabas liet zich meeslepen door hun huichelarij.   13 en de overige Judeeërs huichelden met hem mee, zodat ook Barnabas werd meegesleept in hun huichelarij.   13. Et les autres Juifs l'imitèrent dans sa dissimulation, au point d'entraîner Barnabé lui-même à dissimuler avec eux.  

King James Bible . [13] And the other Jews dissembled likewise with him; insomuch that Barnabas also was carried away with their dissimulation.
Luther-Bibel . 13 Und mit ihm heuchelten auch die andern Juden, sodass selbst Barnabas verführt wurde, mit ihnen zu heucheln.

Tekstuitleg van Gal 2,13 .

Gal 2,14 - Gal 2,14 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14all ote eidon oti ouk orthopodousin pros tèn alètheian tou euaggeliou, eipon tô kèfa emprosthen pantôn, ei su ioudaios uparcôn ethnikôs kai ouci ioudaikôs zès, pôs ta ethnè anagkazeis ioudaizein;  14 sed cum vidissem quod non recte ambularent ad veritatem evangelii dixi Cephae coram omnibus si tu cum Iudaeus sis gentiliter et non iudaice vivis quomodo gentes cogis iudaizare    14 Maar als ik zag, dat zij niet recht wandelden naar de waarheid van het Evangelie, zeide ik tot Petrus in aller tegenwoordigheid: Indien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar de Joodse wijze te leven?   [14] Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas waar ze allemaal bij waren: ‘Als jij, een geboren Jood, leeft* als een heiden en niet als een Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden?   [14] Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’  14 Nee, toen ik inzag dat zij niet recht door zee gingen ten aanzien van de ware verkondiging, heb ik voor het aanschijn van allen tot Kefas gezegd: als jíj, hoewel een Judeeër, ‘heidens’en niet Judees leeft, hoe kun je dan de heidenen dwingen zich als Judeeërs te gedragen?  14. Mais quand je vis qu'ils ne marchaient pas droit selon la vérité de l'Évangile, je dis à Céphas devant tout le monde : « Si toi qui es Juif, tu vis comme les païens, et non à la juive, comment peux-tu contraindre les païens à judaïser ? 

King James Bible . [14] But when I saw that they walked not uprightly according to the truth of the gospel, I said unto Peter before them all, If thou, being a Jew, livest after the manner of Gentiles, and not as do the Jews, why compellest thou the Gentiles to live as do the Jews?
Luther-Bibel . 14 Als ich aber sah, dass sie nicht richtig handelten nach der Wahrheit des Evangeliums, sprach ich zu Kephas öffentlich vor allen: Wenn du, der du ein Jude bist, heidnisch lebst und nicht jüdisch, warum zwingst du dann die Heiden, jüdisch zu leben?

Tekstuitleg van Gal 2,14 .

Gal 2,15 - Gal 2,15 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15èmeis fusei ioudaioi kai ouk ex ethnôn amartôloi, 15 nos natura Iudaei et non ex gentibus peccatores     15 Wij zijn van nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen;  [15] Zeker,* wij zijn van geboorte Joden, geen zondaars uit de heidenen.   [15] Hoewel wij Joden van geboorte zijn en geen zondaars uit andere volken,  15 Zeker, wíj zijn van nature Judeeërs en geen zondaars uit heidenvolkeren,   15. « Nous sommes, nous, des Juifs de naissance et non de ces pécheurs de païens ; 

King James Bible . [15] We who are Jews by nature, and not sinners of the Gentiles,
Luther-Bibel . 15 Wir sind von Geburt Juden und nicht Sünder aus den Heiden.

Tekstuitleg van Gal 2,15 .

Evangelie op de 11de (elfde) zondag door het c-jaar : Gal 2,16.19-21 . Gal 2,16.19-21 .

Gal 2,16 - Gal 2,16 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat 11de (elfde) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16eidotes [de] oti ou dikaioutai anthrôpos ex ergôn nomou ean mè dia pisteôs ièsou cristou, kai èmeis eis criston ièsoun episteusamen, ina dikaiôthômen ek pisteôs cristou kai ouk ex ergôn nomou, oti ex ergôn nomou ou dikaiôthèsetai pasa sarx.   16 scientes autem quod non iustificatur homo ex operibus legis nisi per fidem Iesu Christi et nos in Christo Iesu credidimus ut iustificemur ex fide Christi et non ex operibus legis propter quod ex operibus legis non iustificabitur omnis caro    16 Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.  [16] Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden.  [16] weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jezus Christus. Ook wij zijn tot geloof in Christus Jezus gekomen om daardoor, en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven.   16 maar sinds we weten dat een mens niet wordt gerechtvaardigd uit werken der Wet, tenzij door geloof in Christus Jezus, zijn ook wíj in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden uit geloof in Christus en niet uit werken der Wet, omdat uit werken der Wet niemand van alle vlees rechtvaardiging vindt.  16. et cependant, sachant que l'homme n'est pas justifié par la pratique de la Loi, mais seulement par la foi en Jésus Christ, nous avons cru, nous aussi, au Christ Jésus, afin d'obtenir la justification par la foi au Christ et non par la pratique de la Loi, puisque par la pratique de la Loi personne ne sera justifié.  

King James Bible . [16] Knowing that a man is not justified by the works of the law, but by the faith of Jesus Christ, even we have believed in Jesus Christ, that we might be justified by the faith of Christ, and not by the works of the law: for by the works of the law shall no flesh be justified.
Luther-Bibel . 16 Doch weil wir wissen, dass der Mensch durch Werke des Gesetzes nicht gerecht wird, sondern durch den Glauben an Jesus Christus, sind auch wir zum Glauben an Christus Jesus gekommen, damit wir gerecht werden durch den Glauben an Christus und nicht durch Werke des Gesetzes; denn durch Werke des Gesetzes wird kein Mensch gerecht.

Tekstuitleg van Gal 2,16 .

Gal 2,17 - Gal 2,17 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17ei de zètountes dikaiôthènai en cristô eurethèmen kai autoi amartôloi, ara cristos amartias diakonos; mè genoito.  17 quod si quaerentes iustificari in Christo inventi sumus et ipsi peccatores numquid Christus peccati minister est absit    17 Maar indien wij, die in Christus zoeken gerechtvaardigd te worden, ook zelven zondaars bevonden worden, is dan Christus een dienaar der zonde? Dat zij verre.   [17] Als* wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit!  [17] En in ons streven om door Christus rechtvaardig te worden, blijkt dat wijzelf ook zondaars zijn. Betekent dit dat Christus dus in dienst staat van de zonde? Natuurlijk niet.   17 Maar als wij, ernaar zoekend gerechtvaardigd te worden in eenheid met Christus, ook zelf zondaars bevonden worden, is dan Christus een bedienaar van zonde? Dat nooit!  17. Or si, recherchant notre justification dans le Christ, il s'est trouvé que nous sommes des pécheurs comme les autres, serait-ce que le Christ est au service du péché ? Certes non ! 

King James Bible . [17] But if, while we seek to be justified by Christ, we ourselves also are found sinners, is therefore Christ the minister of sin? God forbid.
Luther-Bibel . 17 Sollten wir aber, die wir durch Christus gerecht zu werden suchen, auch selbst als Sünder befunden werden - ist dann Christus ein Diener der Sünde? Das sei ferne!

Tekstuitleg van Gal 2,17 .

Gal 2,18 - Gal 2,18 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18ei gar a katelusa tauta palin oikodomô, parabatèn emauton sunistanô.   18 si enim quae destruxi haec iterum aedifico praevaricatorem me constituo     18 Want indien ik, hetgeen ik afgebroken heb, datzelve wederom opbouw, zo stel ik mijzelven tot een overtreder.  [18] Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder.   [18] Maar wanneer ik weer aanneem wat ik had verworpen, maak ik van mezelf opnieuw een overtreder.  18 Nee, als ik datgene wat ik net heb afgeschaft weer in werking stel, maak ik mezelf opnieuw tot een overtreder daarvan.   18. Car en relevant ce que j'ai abattu, je me convaincs moi-même de transgression. 

King James Bible . [18] For if I build again the things which I destroyed, I make myself a transgressor.
Luther-Bibel . 18 Denn wenn ich das, was ich abgebrochen habe, wieder aufbaue, dann mache ich mich selbst zu einem Übertreter.

Tekstuitleg van Gal 2,18 .

Gal 2,19 - Gal 2,19 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat 11de (elfde) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19egô gar dia nomou nomô apethanon ina theô zèsô. cristô sunestaurômai:  19 ego enim per legem legi mortuus sum ut Deo vivam Christo confixus sum cruci    19 Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.  [19] Want staande* onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd.  [19] Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd:  19 Ikzelf ben immers door de Wet voor de Wet gestorven om voor God te leven,– nu ik met Christus mee gekruisigd ben.  19. En effet, par la Loi je suis mort à la Loi afin de vivre à Dieu : je suis crucifié avec le Christ ; 

King James Bible . [19] For I through the law am dead to the law, that I might live unto God.
Luther-Bibel . 19 Denn ich bin durchs Gesetz dem Gesetz gestorben, damit ich Gott lebe. Ich bin mit Christus gekreuzigt.

Tekstuitleg van Gal 2,19 .

Gal 2,20 - Gal 2,20 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat 11de (elfde) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20zô de ouketi egô, zè de en emoi cristos: o de nun zô en sarki, en pistei zô tè tou uiou tou theou tou agapèsantos me kai paradontos eauton uper emou.   20 vivo autem iam non ego vivit vero in me Christus quod autem nunc vivo in carne in fide vivo Filii Dei qui dilexit me et tradidit se ipsum pro me    20 Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.  [20] Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon* van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.  [20] ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.  20 Ik leef, maar niet meer ík, maar Christus leeft in mij; voorzover ik nu in het vlees leef, leef ik in geloof voor de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft prijsgegeven.  20. et ce n'est plus moi qui vis, mais le Christ qui vit en moi. Ma vie présente dans la chair, je la vis dans la foi au Fils de Dieu qui m'a aimé et s'est livré pour moi.  

King James Bible . [20] I am crucified with Christ: nevertheless I live; yet not I, but Christ liveth in me: and the life which I now live in the flesh I live by the faith of the Son of God, who loved me, and gave himself for me.
Luther-Bibel . 20 Ich lebe, doch nun nicht ich, sondern Christus lebt in mir. Denn was ich jetzt lebe im Fleisch, das lebe ich im Glauben an den Sohn Gottes, der mich geliebt hat und sich selbst für mich dahingegeben.

Tekstuitleg van Gal 2,20 .

Gal 2,21 - Gal 2,21 -- Gal 2,1-21 -- Gal (Galatië) -- Gal 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 2,1 - Gal 2,2 - Gal 2,3 - Gal 2,4 - Gal 2,5 - Gal 2,6 - Gal 2,7 - Gal 2,8 - Gal 2,9 - Gal 2,10 - Gal 2,11 - Gal 2,12 - Gal 2,13 - Gal 2,14 - Gal 2,15 - Gal 2,16 - Gal 2,17 - Gal 2,18 - Gal 2,19 - Gal 2,20 - Gal 2,21 -
Griekse tekst Vulgaat 11de (elfde) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21ouk athetô tèn carin tou theou: ei gar dia nomou dikaiosunè, ara cristos dôrean apethanen.   21 non abicio gratiam Dei si enim per legem iustitia ergo Christus gratis mortuus est     21 Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven  [21] Ik* doe de genade van God niet teniet: als de wet ons kon rechtvaardigen, dan zou Christus voor niets gestorven zijn.’  [21] Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn.  21 Ik kan aan Gods genade niet afdoen; want als er door de Wet rechtvaardiging is, dan is Christus dus voor niets gestorven!   21. Je n'annule pas le don de Dieu : car si la justice vient de la Loi, c'est donc que le Christ est mort pour rien. » 

King James Bible . [21] I do not frustrate the grace of God: for if righteousness come by the law, then Christ is dead in vain.
Luther-Bibel . 21 Ich werfe nicht weg die Gnade Gottes; denn wenn die Gerechtigkeit durch das Gesetz kommt, so ist Christus vergeblich gestorben.

Tekstuitleg van Gal 2,21 .


Griekse tekst

Gal 2 1epeita dia dekatessarôn etôn palin anebèn eis ierosoluma meta barnaba, sumparalabôn kai titon: 2anebèn de kata apokalupsin: kai anethemèn autois to euaggelion o kèrussô en tois ethnesin, kat idian de tois dokousin, mè pôs eis kenon trecô è edramon. 3all oude titos o sun emoi, ellèn ôn, ènagkasthè peritmèthènai: 4dia de tous pareisaktous pseudadelfous, oitines pareisèlthon kataskopèsai tèn eleutherian èmôn èn ecomen en cristô ièsou, ina èmas katadoulôsousin: 5ois oude pros ôran eixamen tè upotagè, ina è alètheia tou euaggeliou diameinè pros umas. 6apo de tôn dokountôn einai ti opoioi pote èsan ouden moi diaferei: prosôpon [o] theos anthrôpou ou lambanei emoi gar oi dokountes ouden prosanethento, 7alla tounantion idontes oti pepisteumai to euaggelion tès akrobustias kathôs petros tès peritomès, 8o gar energèsas petrô eis apostolèn tès peritomès enèrgèsen kai emoi eis ta ethnè, 9kai gnontes tèn carin tèn dotheisan moi, iakôbos kai kèfas kai iôannès, oi dokountes stuloi einai, dexias edôkan emoi kai barnaba koinônias, ina èmeis eis ta ethnè, autoi de eis tèn peritomèn: 10monon tôn ptôcôn ina mnèmoneuômen, o kai espoudasa auto touto poièsai. 11ote de èlthen kèfas eis antioceian, kata prosôpon autô antestèn, oti kategnôsmenos èn. 12pro tou gar elthein tinas apo iakôbou meta tôn ethnôn sunèsthien: ote de èlthon, upestellen kai afôrizen eauton, foboumenos tous ek peritomès. 13kai sunupekrithèsan autô [kai] oi loipoi ioudaioi, ôste kai barnabas sunapècthè autôn tè upokrisei. 14all ote eidon oti ouk orthopodousin pros tèn alètheian tou euaggeliou, eipon tô kèfa emprosthen pantôn, ei su ioudaios uparcôn ethnikôs kai ouci ioudaikôs zès, pôs ta ethnè anagkazeis ioudaizein; 15èmeis fusei ioudaioi kai ouk ex ethnôn amartôloi, 16eidotes [de] oti ou dikaioutai anthrôpos ex ergôn nomou ean mè dia pisteôs ièsou cristou, kai èmeis eis criston ièsoun episteusamen, ina dikaiôthômen ek pisteôs cristou kai ouk ex ergôn nomou, oti ex ergôn nomou ou dikaiôthèsetai pasa sarx. 17ei de zètountes dikaiôthènai en cristô eurethèmen kai autoi amartôloi, ara cristos amartias diakonos; mè genoito. 18ei gar a katelusa tauta palin oikodomô, parabatèn emauton sunistanô. 19egô gar dia nomou nomô apethanon ina theô zèsô. cristô sunestaurômai: 20zô de ouketi egô, zè de en emoi cristos: o de nun zô en sarki, en pistei zô tè tou uiou tou theou tou agapèsantos me kai paradontos eauton uper emou. 21ouk athetô tèn carin tou theou: ei gar dia nomou dikaiosunè, ara cristos dôrean apethanen.


Vulgaat

1 deinde post annos quattuordecim iterum ascendi Hierosolyma cum Barnaba adsumpto et Tito 2 ascendi autem secundum revelationem et contuli cum illis evangelium quod praedico in gentibus seorsum autem his qui videbantur ne forte in vacuum currerem aut cucurrissem 3 sed neque Titus qui mecum erat cum esset gentilis conpulsus est circumcidi 4 sed propter subintroductos falsos fratres qui subintroierunt explorare libertatem nostram quam habemus in Christo Iesu ut nos in servitutem redigerent 5 quibus neque ad horam cessimus subiectioni ut veritas evangelii permaneat apud vos 6 ab his autem qui videbantur esse aliquid quales aliquando fuerint nihil mea interest Deus personam hominis non accipit mihi enim qui videbantur nihil contulerunt 7 sed e contra cum vidissent quod creditum est mihi evangelium praeputii sicut Petro circumcisionis 8 qui enim operatus est Petro in apostolatum circumcisionis operatus est et mihi inter gentes 9 et cum cognovissent gratiam quae data est mihi Iacobus et Cephas et Iohannes qui videbantur columnae esse dextras dederunt mihi et Barnabae societatis ut nos in gentes ipsi autem in circumcisionem 10 tantum ut pauperum memores essemus quod etiam sollicitus fui hoc ipsum facere 11 cum autem venisset Cephas Antiochiam in faciem ei restiti quia reprehensibilis erat 12 prius enim quam venirent quidam ab Iacobo cum gentibus edebat cum autem venissent subtrahebat et segregabat se timens eos qui ex circumcisione erant 13 et simulationi eius consenserunt ceteri Iudaei ita ut et Barnabas duceretur ab eis in illa simulatione 14 sed cum vidissem quod non recte ambularent ad veritatem evangelii dixi Cephae coram omnibus si tu cum Iudaeus sis gentiliter et non iudaice vivis quomodo gentes cogis iudaizare 15 nos natura Iudaei et non ex gentibus peccatores 16 scientes autem quod non iustificatur homo ex operibus legis nisi per fidem Iesu Christi et nos in Christo Iesu credidimus ut iustificemur ex fide Christi et non ex operibus legis propter quod ex operibus legis non iustificabitur omnis caro 17 quod si quaerentes iustificari in Christo inventi sumus et ipsi peccatores numquid Christus peccati minister est absit 18 si enim quae destruxi haec iterum aedifico praevaricatorem me constituo 19 ego enim per legem legi mortuus sum ut Deo vivam Christo confixus sum cruci 20 vivo autem iam non ego vivit vero in me Christus quod autem nunc vivo in carne in fide vivo Filii Dei qui dilexit me et tradidit se ipsum pro me 21 non abicio gratiam Dei si enim per legem iustitia ergo Christus gratis mortuus est


Statenvertaling

HOOFDSTUK 2 1 Daarna ben ik, na veertien jaren, wederom naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas, ook Titus medegenomen hebbende. 2 En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben. 3 Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden. 4 En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen. 5 Denwelken wij ook niet een uur hebben geweken met onderwerping, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven. 6 En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht. 7 Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis; 8 (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen); 9 En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan; 10 Alleenlijk, dat wij den armen zouden gedenken; hetwelk zelf ik ook benaarstigd heb te doen. 11 En toen Petrus te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was. 12 Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren. 13 En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing. 14 Maar als ik zag, dat zij niet recht wandelden naar de waarheid van het Evangelie, zeide ik tot Petrus in aller tegenwoordigheid: Indien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar de Joodse wijze te leven? 15 Wij zijn van nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen; 16 Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden. 17 Maar indien wij, die in Christus zoeken gerechtvaardigd te worden, ook zelven zondaars bevonden worden, is dan Christus een dienaar der zonde? Dat zij verre. 18 Want indien ik, hetgeen ik afgebroken heb, datzelve wederom opbouw, zo stel ik mijzelven tot een overtreder. 19 Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou. 20 Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft. 21 Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.


Bible de Jérusalem

1. Ensuite, au bout de quatorze ans, je montai de nouveau à Jérusalem avec Barnabé et Tite que je pris avec moi. 2. J'y montai à la suite d'une révélation ; et je leur exposai l'Évangile que je prêche parmi les païens - mais séparément aux notables, de peur de courir ou d'avoir couru pour rien. 3. Eh bien ! de Tite lui-même, mon compagnon qui était grec, on n'exigea pas qu'il se fît circoncire. 4. Mais à cause des intrus, ces faux frères qui se sont glissés pour espionner la liberté que nous avons dans le Christ Jésus, afin de nous réduire en servitude, 5. gens auxquels nous refusâmes de céder, fût-ce un moment, par déférence, afin de sauvegarder pour vous la vérité de l'Évangile... 6. Et de la part de ceux qu'on tenait pour des notables - peu m'importe ce qu'alors ils pouvaient être ; Dieu ne fait point acception des personnes -, à mon Évangile, en tout cas, les notables n'ont rien ajouté. 7. Au contraire, voyant que l'évangélisation des incirconcis m'était confiée comme à Pierre celle des circoncis - 8. car Celui qui avait agi en Pierre pour faire de lui un apôtre des circoncis, avait pareillement agi en moi en faveur des païens - 9. et reconnaissant la grâce qui m'avait été départie, Jacques, Céphas et Jean, ces notables, ces colonnes, nous tendirent la main, à moi et à Barnabé, en signe de communion : nous irions, nous aux païens, eux à la Circoncision ; 10. nous devions seulement songer aux pauvres, ce que précisément j'ai eu à cœur de faire. 11. Mais quand Céphas vint à Antioche, je lui résistai en face, parce qu'il s'était donné tort. 12. En effet, avant l'arrivée de certaines gens de l'entourage de Jacques, il prenait ses repas avec les païens ; mais quand ces gens arrivèrent, on le vit se dérober et se tenir à l'écart, par peur des circoncis. 13. Et les autres Juifs l'imitèrent dans sa dissimulation, au point d'entraîner Barnabé lui-même à dissimuler avec eux. 14. Mais quand je vis qu'ils ne marchaient pas droit selon la vérité de l'Évangile, je dis à Céphas devant tout le monde : « Si toi qui es Juif, tu vis comme les païens, et non à la juive, comment peux-tu contraindre les païens à judaïser ? 15. « Nous sommes, nous, des Juifs de naissance et non de ces pécheurs de païens ; 16. et cependant, sachant que l'homme n'est pas justifié par la pratique de la Loi, mais seulement par la foi en Jésus Christ, nous avons cru, nous aussi, au Christ Jésus, afin d'obtenir la justification par la foi au Christ et non par la pratique de la Loi, puisque par la pratique de la Loi personne ne sera justifié. 17. Or si, recherchant notre justification dans le Christ, il s'est trouvé que nous sommes des pécheurs comme les autres, serait-ce que le Christ est au service du péché ? Certes non ! 18. Car en relevant ce que j'ai abattu, je me convaincs moi-même de transgression. 19. En effet, par la Loi je suis mort à la Loi afin de vivre à Dieu : je suis crucifié avec le Christ ; 20. et ce n'est plus moi qui vis, mais le Christ qui vit en moi. Ma vie présente dans la chair, je la vis dans la foi au Fils de Dieu qui m'a aimé et s'est livré pour moi. 21. Je n'annule pas le don de Dieu : car si la justice vient de la Loi, c'est donc que le Christ est mort pour rien. »


Luther-Bibel

Galater 2 (LUT)

Die Anerkennung des Paulus durch die anderen Apostel
1 Danach, vierzehn Jahre später, zog ich abermals hinauf nach Jerusalem mit Barnabas und nahm auch Titus mit mir. 2 Ich zog aber hinauf aufgrund einer Offenbarung und besprach mich mit ihnen über das Evangelium, das ich predige unter den Heiden, besonders aber mit denen, die das Ansehen hatten, damit ich nicht etwa vergeblich liefe oder gelaufen wäre. 3 Aber selbst Titus, der bei mir war, ein Grieche, wurde nicht gezwungen, sich beschneiden zu lassen. 4 Denn es hatten sich einige falsche Brüder mit eingedrängt und neben eingeschlichen, um unsere Freiheit auszukundschaften, die wir in Christus Jesus haben, und uns zu knechten. 5 Denen wichen wir auch nicht eine Stunde und unterwarfen uns ihnen nicht, damit die Wahrheit des Evangeliums bei euch bestehen bliebe. 6 Von denen aber, die das Ansehen hatten - was sie früher gewesen sind, daran liegt mir nichts; denn Gott achtet das Ansehen der Menschen nicht -, mir haben die, die das Ansehen hatten, nichts weiter auferlegt. 7 Im Gegenteil, da sie sahen, dass mir anvertraut war das Evangelium an die Heiden so wie Petrus das Evangelium an die Juden 8 - denn der in Petrus wirksam gewesen ist zum Apostelamt unter den Juden, der ist auch in mir wirksam gewesen unter den Heiden -, 9 und da sie die Gnade erkannten, die mir gegeben war, gaben Jakobus und Kephas und Johannes, die als Säulen angesehen werden, mir und Barnabas die rechte Hand und wurden mit uns eins, dass wir unter den Heiden, sie aber unter den Juden predigen sollten, 10 nur dass wir an die Armen dächten, was ich mich auch eifrig bemüht habe zu tun.

Die Auseinandersetzung des Paulus mit Petrus in Antiochia
11 Als aber Kephas nach Antiochia kam, widerstand ich ihm ins Angesicht, denn es war Grund zur Klage gegen ihn. 12 Denn bevor einige von Jakobus kamen, aß er mit den Heiden; als sie aber kamen, zog er sich zurück und sonderte sich ab, weil er die aus dem Judentum fürchtete. 13 Und mit ihm heuchelten auch die andern Juden, sodass selbst Barnabas verführt wurde, mit ihnen zu heucheln. 14 Als ich aber sah, dass sie nicht richtig handelten nach der Wahrheit des Evangeliums, sprach ich zu Kephas öffentlich vor allen: Wenn du, der du ein Jude bist, heidnisch lebst und nicht jüdisch, warum zwingst du dann die Heiden, jüdisch zu leben? 15 Wir sind von Geburt Juden und nicht Sünder aus den Heiden. 16 Doch weil wir wissen, dass der Mensch durch Werke des Gesetzes nicht gerecht wird, sondern durch den Glauben an Jesus Christus, sind auch wir zum Glauben an Christus Jesus gekommen, damit wir gerecht werden durch den Glauben an Christus und nicht durch Werke des Gesetzes; denn durch Werke des Gesetzes wird kein Mensch gerecht. 17 Sollten wir aber, die wir durch Christus gerecht zu werden suchen, auch selbst als Sünder befunden werden - ist dann Christus ein Diener der Sünde? Das sei ferne! 18 Denn wenn ich das, was ich abgebrochen habe, wieder aufbaue, dann mache ich mich selbst zu einem Übertreter. 19 Denn ich bin durchs Gesetz dem Gesetz gestorben, damit ich Gott lebe. Ich bin mit Christus gekreuzigt. 20 Ich lebe, doch nun nicht ich, sondern Christus lebt in mir. Denn was ich jetzt lebe im Fleisch, das lebe ich im Glauben an den Sohn Gottes, der mich geliebt hat und sich selbst für mich dahingegeben. 21 Ich werfe nicht weg die Gnade Gottes; denn wenn die Gerechtigkeit durch das Gesetz kommt, so ist Christus vergeblich gestorben.