Galaten 4 - Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -
- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Bijbeluitleg per hoofdstuk : Gal 1 , Gal 2 , Gal 3 , Gal 4 , Gal 5 , Gal 6
Bijbeluitleg per pericope : Gal 3,1-4,11 - Gal 4,12-20 - Gal 4,21-31 -
Tekstuitleg vers per vers : - Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 - Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 - Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -

Galaten : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
         
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   (2) liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Gal 4,1 - Gal 4,1 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1legô de, ef oson cronon o klèronomos nèpios estin, ouden diaferei doulou kurios pantôn ôn,       1 Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles;   [1] Ik* bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is;   [1] Ik bedoel dit: zolang een erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, ook al is hij reeds de eigenaar van de hele erfenis.  1 ¶ Ik zeg hiermee: al de tijd dat de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een dienstknecht, terwijl hij aller heer is,  1. Or je dis : aussi longtemps qu'il est un enfant, l'héritier, quoique propriétaire de tous les biens, ne diffère en rien d'un esclave. 

King James Bible . [1] Now I say, That the heir, as long as he is a child, differeth nothing from a servant, though he be lord of all;
Luther-Bibel . 1 Ich sage aber: Solange der Erbe unmündig ist, ist zwischen ihm und einem Knecht kein Unterschied, obwohl er Herr ist über alle Güter;

Tekstuitleg van

Gal 4,2 - Gal 4,2 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2alla upo epitropous estin kai oikonomous acri tès prothesmias tou patros.       2 Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld.   [2] maar hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip* dat door zijn vader is bepaald.   [2] Hij staat onder voogdij en toezicht tot het door zijn vader vastgestelde tijdstip is gekomen.  2 maar hij staat onder voogden en huismeesters tot aan het moment dat de vader tevoren heeft vastgesteld.   2. Il est sous le régime des tuteurs et des intendants jusqu'à la date fixée par son père. 

King James Bible . [2] But is under tutors and governors until the time appointed of the father.
Luther-Bibel . 2 sondern er untersteht Vormündern und Pflegern bis zu der Zeit, die der Vater bestimmt hat.

Tekstuitleg van

Gal 4,3 - Gal 4,3 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3outôs kai èmeis, ote èmen nèpioi, upo ta stoiceia tou kosmou èmetha dedoulômenoi:      3 Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld.   [3] Zo waren ook wij* slaven zolang we onmondig waren, onderworpen aan de machten* van de kosmos.   [3] Op dezelfde manier waren ook wij, toen we nog onmondig waren, onderworpen aan de machten van de wereld.  3 Zo waren ook wij toen we onmondig waren geknecht onder de elementen van de wereld. 3. Nous aussi, durant notre enfance, nous étions asservis aux éléments du monde.

King James Bible . [3] Even so we, when we were children, were in bondage under the elements of the world:
Luther-Bibel . 3 So auch wir: Als wir unmündig waren, waren wir in der Knechtschaft der Mächte der Welt.

Tekstuitleg van

Gal 4,4 - Gal 4,4 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4ote de èlthen to plèrôma tou cronou, exapesteilen o theos ton uion autou, genomenon ek gunaikos, genomenon upo nomon,      4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;  [4] Maar toen de volheid* van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet,  [4] Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet,  4 Maar toen de volheid des tijds kwam, heeft God zijn zoon als afgezant gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder een Wet,   4. Mais quand vint la plénitude du temps, Dieu envoya son Fils, né d'une femme, né sujet de la Loi,

King James Bible . [4] But when the fulness of the time was come, God sent forth his Son, made of a woman, made under the law,
Luther-Bibel . 4 Als aber die Zeit erfüllt war, sandte Gott seinen Sohn, geboren von einer Frau und unter das Gesetz getan,

Tekstuitleg van

Gal 4,5 - Gal 4,5 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5ina tous upo nomon exagorasè, ina tèn uiothesian apolabômen.     5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. [5] om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen* zouden krijgen.   [5] maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden.  5 opdat hij de mensen onder een Wet zou loskopen, opdat wij de rang van zonen–en–dochters zouden mogen ontvangen.   5. afin de racheter les sujets de la Loi, afin de nous conférer l'adoption filiale.

King James Bible . [5] To redeem them that were under the law, that we might receive the adoption of sons.
Luther-Bibel . 5 damit er die, die unter dem Gesetz waren, erlöste, damit wir die Kindschaft empfingen.

Tekstuitleg van

Gal 4,6 - Gal 4,6 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6oti de este uioi, exapesteilen o theos to pneuma tou uiou autou eis tas kardias èmôn, krazon, abba o patèr.       6 En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!  [6] En dit is het bewijs dat u zonen bent: God heeft de geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader!  [6] En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept.  6 Omdat ge zonen–en–dochters zijt heeft God de geest van zijn Zoon uitgezonden onze harten in en die schreeuwt uit ‘Abba!’, ‘Vader!’   6. Et la preuve que vous êtes des fils, c'est que Dieu a envoyé dans nos cœurs l'Esprit de son Fils qui crie : Abba, Père !

King James Bible . [6] And because ye are sons, God hath sent forth the Spirit of his Son into your hearts, crying, Abba, Father.
Luther-Bibel . 6 Weil ihr nun Kinder seid, hat Gott den Geist seines Sohnes gesandt in unsre Herzen, der da ruft: Abba, lieber Vater!

Tekstuitleg van

Gal 4,7 - Gal 4,7 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7ôste ouketi ei doulos alla uios: ei de uios, kai klèronomos dia theou.       7 Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.  [7] U bent dus geen slaaf meer, maar zoon; en als u zoon bent, dan ook erfgenaam, door toedoen van God.  [7] U bent nu geen slaven meer, u bent kinderen van God en als zijn kinderen bent u erfgenamen, door de wil van God.  7 Zodat je geen dienstknecht meer bent maar zoon–of–dochter; en indien zoon–of–dochter, dan ook erfgenaam, door God.   7. Aussi n'es-tu plus esclave mais fils ; fils, et donc héritier de par Dieu.

King James Bible . [7] Wherefore thou art no more a servant, but a son; and if a son, then an heir of God through Christ.
Luther-Bibel . 7 So bist du nun nicht mehr Knecht, sondern Kind; wenn aber Kind, dann auch Erbe durch Gott.

Tekstuitleg van

Gal 4,8 - Gal 4,8 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8alla tote men ouk eidotes theon edouleusate tois fusei mè ousin theois:      8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn; 
[8] Vroeger echter, toen u God niet kende, hebt u goden gediend die geen echte goden zijn.  
[8] Toen u God nog niet kende, was u onderworpen aan goden die helemaal geen goden zijn.  8 ¶ Echter, tóen hebt ge, niet wetend van God, goden gediend die het van nature niet zijn, 8. Jadis, dans votre ignorance de Dieu, vous fûtes asservis à des dieux qui au vrai n'en sont pas ; 

King James Bible . [8] Howbeit then, when ye knew not God, ye did service unto them which by nature are no gods.
Luther-Bibel . 8 Aber zu der Zeit, als ihr Gott noch nicht kanntet, dientet ihr denen, die in Wahrheit nicht Götter sind.

Tekstuitleg van

Gal 4,9 - Gal 4,9 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9nun de gnontes theon, mallon de gnôsthentes upo theou, pôs epistrefete palin epi ta asthenè kai ptôca stoiceia, ois palin anôthen douleuein thelete;       9 En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen?  [9] Nu echter, nu u God hebt leren kennen, of liever, door God bent gekend, hoe kunt u zich nu weer keren tot die zwakke en armzalige machten? Wilt u nogmaals hun slaven worden?  [9] Hoe is het dan toch mogelijk dat u die God hebt leren kennen, meer nog, door God gekend bent, u opnieuw tot die zwakke, armzalige machten wendt en u daaraan als slaven onderwerpen wilt?  9 maar nu, nu ge God hebt leren kennen, of beter: nu ge gekend zijt door God,– hoe kunt ge nu weer omkeren naar die zwakke en armzalige elementen aan wie ge u opnieuw dienstbaar wilt maken?   9. mais maintenant que vous avez connu Dieu ou plutôt qu'il vous a connus, comment retourner encore à ces éléments sans force ni valeur, auxquels à nouveau, comme jadis, vous voulez vous asservir ?  

King James Bible . [9] But now, after that ye have known God, or rather are known of God, how turn ye again to the weak and beggarly elements, whereunto ye desire again to be in bondage?
Luther-Bibel . 9 Nachdem ihr aber Gott erkannt habt, ja vielmehr von Gott erkannt seid, wie wendet ihr euch dann wieder den schwachen und dürftigen Mächten zu, denen ihr von neuem dienen wollt?

Tekstuitleg van

Gal 4,10 - Gal 4,10 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10èmeras paratèreisthe kai mènas kai kairous kai eniautous.       10 Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.   [10] U houdt zich aan bepaalde dagen en maanden, tijden en jaren …   [10] U houdt u werkelijk aan vaste feestdagen, maanden, seizoenen en jaren?  10 Bijzondere dagen onderhoudt ge, en maanden, tijdsgewrichten en jaargetijden!  10. Observer des jours, des mois, des saisons, des années ! 

King James Bible . [10] Ye observe days, and months, and times, and years.
Luther-Bibel . 10 Ihr haltet bestimmte Tage ein und Monate und Zeiten und Jahre.

Tekstuitleg van

Gal 4,11 - Gal 4,11 : Bewijsvoering : Wet en geloof - Gal (Galatië) -- Gal 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 3,1 - Gal 3,2 - Gal 3,3 - Gal 3,4 - Gal 3,5 - Gal 3,6 - Gal 3,7 - Gal 3,8 - Gal 3,9 - Gal 3,10 - Gal 3,11 - Gal 3,12 - Gal 3,13 - Gal 3,14 - Gal 3,15 - Gal 3,16 - Gal 3,17 - Gal 3,18 - Gal 3,19 - Gal 3,20 - Gal 3,21 - Gal 3,22 - Gal 3,23 - Gal 3,24 - Gal 3,25 - Gal 3,26 - Gal 3,27 - Gal 3,28 - Gal 3,29 -- Gal 4,1 - Gal 4,2 - Gal 4,3 - Gal 4,4 - Gal 4,5 - Gal 4,6 - Gal 4,7 - Gal 4,8 - Gal 4,9 - Gal 4,10 - Gal 4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11foboumai umas mè pôs eikè kekopiaka eis umas.      11 Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb.  [11] Ik ben bang dat ik me tevergeefs voor u heb afgetobd.  [11] Ik vrees dat al mijn inspanningen voor u volkomen zinloos zijn geweest.  11 Ik vrees dat ik misschien tevergeefs aan u gezwoegd heb.  11. Vous me faites craindre de m'être inutilement fatigué pour vous. 

King James Bible . [11] I am afraid of you, lest I have bestowed upon you labour in vain.
Luther-Bibel . 11 Ich fürchte für euch, dass ich vielleicht vergeblich an euch gearbeitet habe.

Tekstuitleg van

Gal 4,12-20 . Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -

Gal 4,12 - Gal 4,12 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12ginesthe ôs egô, oti kagô ôs umeis, adelfoi, deomai umôn. ouden me èdikèsate:       12 Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan.  [12] Word zoals ik, want ik ben aan u gelijk geworden; broeders en zusters, ik smeek u erom. U hebt mij in niets tekort gedaan.   [12] Broeders en zusters, ik smeek u, wees zoals ik, want ik ben zoals u. U hebt mij nooit enig kwaad gedaan.   12 ¶ Wordt zoals ik, zoals ook ik ben als gij, broeders–en–zusters, ik smeek het u! Niet dat ge mij in íets onrecht hebt gedaan;  12. Devenez semblables à moi, puisque je me suis fait semblable à vous, frères, je vous en supplie. Vous ne m'avez nullement offensé.  

King James Bible . [12] Brethren, I beseech you, be as I am; for I am as ye are: ye have not injured me at all.
Luther-Bibel . 12 Werdet doch wie ich, denn ich wurde wie ihr, liebe Brüder, ich bitte euch. Ihr habt mir kein Leid getan.

Tekstuitleg van

Gal 4,13 - Gal 4,13 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13oidate de oti di astheneian tès sarkos euèggelisamèn umin to proteron,       13 En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb;   [13] U weet toch: lichamelijke ziekte* was de aanleiding dat ik u indertijd het evangelie verkondigd heb,  [13] Herinnert u zich niet de eerste keer dat ik u het evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij u toen ik ziek was,  13 ge weet wel dat ik de eerste keer in lichaamszwakte u het evangelie heb verkondigd,   13. Mais vous le savez, ce fut une maladie qui me donna l'occasion de vous évangéliser la première fois, 

King James Bible . [13] Ye know how through infirmity of the flesh I preached the gospel unto you at the first.
Luther-Bibel . 13 Ihr wisst doch, dass ich euch in Schwachheit des Leibes das Evangelium gepredigt habe beim ersten Mal.

Tekstuitleg van

Gal 4,14 - Gal 4,14 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai ton peirasmon umôn en tè sarki mou ouk exouthenèsate oude exeptusate, alla ôs aggelon theou edexasthe me, ôs criston ièsoun.      14 En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus.   [14] en hoewel mijn toestand een beproeving voor u was, hebt u geen spoor van minachting of afkeer getoond. Integendeel, u hebt me opgenomen als een bode van God, als Christus Jezus zelf.  [14] en hoewel mijn ziekte u er alle aanleiding toe gaf, hebt u mij toch niet veracht of verstoten. U hebt mij in uw midden opgenomen als een engel van God, als Christus Jezus zelf.  14 en wat voor u een beproeving was in mijn lichamelijke toestand hebt ge niet veracht en niet verfoeid; nee, als was ik een aankondig–engel van God hebt ge mij ontvangen, als was ik Christus Jezus!   14. et, malgré l'épreuve que vous était ce corps infirme, vous n'avez marqué ni mépris ni dégoût ; mais vous m'avez accueilli comme un ange de Dieu, comme le Christ Jésus.  

King James Bible . [14] And my temptation which was in my flesh ye despised not, nor rejected; but received me as an angel of God, even as Christ Jesus.
Luther-Bibel . 14 Und obwohl meine leibliche Schwäche euch ein Anstoß war, habt ihr mich nicht verachtet oder vor mir ausgespuckt, sondern wie einen Engel Gottes nahmt ihr mich auf, ja wie Christus Jesus.

Tekstuitleg van

Gal 4,15 - Gal 4,15 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15pou oun o makarismos umôn; marturô gar umin oti ei dunaton tous ofthalmous umôn exoruxantes edôkate moi.     15 Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben.  [15] U prees uzelf gelukkig; wat is daarvan overgebleven? Want het is een feit: als het mogelijk was geweest, had u uw ogen uitgerukt om ze mij te geven.  [15] Toen prees u zich gelukkig. Wat is daar nu nog van over? Ik kan van u getuigen dat u zelfs uw ogen zou hebben uitgerukt om ze mij te geven.  15 Waar is dan dit zalig geluk van u gebleven? Want ik betuig u dat ge zo mogelijk uw ogen uitgerukt zoudt hebben om aan mij te geven!  15. Que sont donc devenues les félicitations que vous vous adressiez ? Car je vous rends ce témoignage : s'il avait été possible, vous vous seriez arraché les yeux pour me les donner. 

King James Bible . [15] Where is then the blessedness ye spake of? for I bear you record, that, if it had been possible, ye would have plucked out your own eyes, and have given them to me.
Luther-Bibel . 15 Wo sind nun eure Seligpreisungen geblieben? Denn ich bezeuge euch, ihr hättet, wenn es möglich gewesen wäre, eure Augen ausgerissen und mir gegeben.

Tekstuitleg van

Gal 4,16 - Gal 4,16 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16ôste ecthros umôn gegona alètheuôn umin;      16 Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende?   [16] En nu zou ik uw vijand geworden zijn omdat ik u de waarheid zei?  [16] Ben ik dan nu ineens uw vijand geworden, omdat ik u de waarheid zeg?  16 Ben ik dan een vijand van u geworden nu ik u de waarheid zeg?  16. Alors suis-je devenu votre ennemi en vous disant la vérité ?  

King James Bible . [16] Am I therefore become your enemy, because I tell you the truth?
Luther-Bibel . 16 Bin ich denn damit euer Feind geworden, dass ich euch die Wahrheit vorhalte?

Tekstuitleg van

Gal 4,17 - Gal 4,17 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17zèlousin umas ou kalôs, alla ekkleisai umas thelousin, ina autous zèloute.      17 Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren.   [17] Zij ijveren voor u, maar niet met goede bedoelingen. Zij willen u van mij vervreemden opdat u ijvert voor hen.   [17] Die anderen doen alles voor u, maar hun bedoelingen zijn slecht: ze drijven een wig tussen u en mij, en dan moet u alles voor hén doen.  17 ¶ Zij ijveren voor u, maar niet ten goede, nee, zij willen u zo buitensluiten dat gij ijvert voor hén.  17. Leur attachement pour vous n'est pas bon ; ils veulent vous séparer de moi, pour vous attacher à eux.  

King James Bible . [17] They zealously affect you, but not well; yea, they would exclude you, that ye might affect them.
Luther-Bibel . 17 Es ist nicht recht, wie sie um euch werben; sie wollen euch nur von mir abspenstig machen, damit ihr um sie werben sollt.

Tekstuitleg van

Gal 4,18 - Gal 4,18 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kalon de zèlousthai en kalô pantote, kai mè monon en tô pareinai me pros umas,       18 Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben;  [18] Het is mooi als men altijd ijvert voor een goede zaak, maar dan ook altijd, en niet alleen als ik bij u ben.   [18] Het is goed als u zich inspant, maar doe het dan ook voor de goede zaak, en doe het bovendien altijd, dus niet alleen wanneer ik bij u ben.  18 Maar wel is het goed dat er geijverd wordt in het goede, áltijd, en niet alleen als ik bij jullie ben,  18. Il est bien de s'attacher les autres pour le bien, pour toujours, et non pas seulement quand je suis près de vous, 

King James Bible . [18] But it is good to be zealously affected always in a good thing, and not only when I am present with you.
Luther-Bibel . 18 Umworben zu werden ist gut, wenn's im Guten geschieht, und zwar immer und nicht nur in meiner Gegenwart, wenn ich bei euch bin.

Tekstuitleg van

Gal 4,19 - Gal 4,19 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19tekna mou, ous palin ôdinô mecris ou morfôthè cristos en umin:       19 Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge.   [19] Mijn kinderen, ik moet opnieuw weeën doorstaan vanwege u, totdat u de gestalte van Christus hebt aangenomen.  [19] Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u.   19 ¶ mijn kinderen voor wie ik opnieuw barensweeën doorsta totdat Christus in u gestalte heeft gekregen  19. mes petits enfants, vous que j'enfante à nouveau dans la douleur jusqu'à ce que le Christ soit formé en vous.  

King James Bible . [19] My little children, of whom I travail in birth again until Christ be formed in you,
Luther-Bibel . 19 Meine lieben Kinder, die ich abermals unter Wehen gebäre, bis Christus in euch Gestalt gewinne! -

Tekstuitleg van

Gal 4,20 - Gal 4,20 : Paulus' band met de Galaten - Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21-31 -- Gal 4,12 - Gal 4,13 - Gal 4,14 - Gal 4,15 - Gal 4,16 - Gal 4,17 - Gal 4,18 - Gal 4,19 - Gal 4,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20èthelon de pareinai pros umas arti, kai allaxai tèn fônèn mou, oti aporoumai en umin.       20 Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u.  [20] Graag zou ik op dit ogenblik bij u zijn en een andere* toon tegen u aanslaan, want ik ben ten einde raad met u.  [20] Hoe graag zou ik nu bij u willen zijn en op een andere toon met u spreken, want ik maak me zorgen over u.  20 Ik zou willen dat ik nú bij u was en mijn stem anders kon laten klinken, want ik weet niet hoe ik verder moet met u!  20. Que ne suis-je près de vous en cet instant pour adapter mon langage, car je ne sais comment m'y prendre avec vous.  

King James Bible . [20] I desire to be present with you now, and to change my voice; for I stand in doubt of you.
Luther-Bibel . 20 Ich wollte aber, dass ich jetzt bei euch wäre und mit andrer Stimme zu euch reden könnte; denn ich bin irre an euch.

Tekstuitleg van


Gal 4,21-31 . Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -

Gal 4,21 - Gal 4,21 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21legete moi, oi upo nomon thelontes einai, ton nomon ouk akouete;       21 Zegt mij, gij, die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet?  [21] Zeg* me, u die zo graag onder de wet wilt staan, luistert u wel naar de wet? 
[21] Vertelt u eens, u wilt u onderwerpen aan de wet, maar luistert u wel naar de wet?  
21 ¶ Ge moet het me eens zeggen, gij die onder een wet wilt staan: hoort ge de Wet niet?  21. Dites-moi, vous qui voulez vous soumettre à la Loi, n'entendez-vous pas la Loi ?

King James Bible . [21] Tell me, ye that desire to be under the law, do ye not hear the law?
Luther-Bibel . 21 Sagt mir, die ihr unter dem Gesetz sein wollt: Hört ihr das Gesetz nicht?

Tekstuitleg van

Gal 4,22 - Gal 4,22 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22gegraptai gar oti abraam duo uious eschsarasasaen, ena ek tès paidiskès kai ena ek tès eleutheras.   < 22 Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije.   [22] Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen kreeg, een van de slavin en een van de vrije vrouw.  [22] Er staat geschreven dat Abraham twee zonen had: een van zijn slavin en een van zijn vrijgeboren vrouw.  22 Er staat immers geschreven dat Abraham twéé zonen had, één uit het dienstmeisje en één uit de vrije vrouw.  22. Il est écrit en effet qu'Abraham eut deux fils, l'un de la servante, l'autre de la femme libre ;  

King James Bible . [22] For it is written, that Abraham had two sons, the one by a bondmaid, the other by a freewoman.
Luther-Bibel . 22 Denn es steht geschrieben, dass Abraham zwei Söhne hatte, den einen von der Magd, den andern von der Freien.

Tekstuitleg van

Gal 4,23 - Gal 4,23 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23all o men ek tès paidiskès kata sarka gegennètai, o de ek tès eleutheras di epaggelias.      23 Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis;   [23] Maar de zoon van de slavin werd geboren uit de kracht* van de natuur, die van de vrije vrouw uit de kracht van de belofte.  [23] De zoon van de slavin dankte zijn geboorte aan de loop van de natuur, maar die van de vrijgeboren vrouw aan de belofte.   23 Die uit het dienstmeisje is ‘naar het vlees’ voortgebracht, en die uit de vrije vrouw door de belofte.   23. mais celui de la servante est né selon la chair, celui de la femme libre en vertu de la promesse.  

King James Bible . [23] But he who was of the bondwoman was born after the flesh; but he of the freewoman was by promise. [24] Which things are an allegory: for these are the two covenants; the one from the mount Sinai, which gendereth to bondage, which is Agar.
Luther-Bibel .
Luther-Bibel . 23 Aber der von der Magd ist nach dem Fleisch gezeugt worden, der von der Freien aber kraft der Verheißung.

Tekstuitleg van

Gal 4,24 - Gal 4,24 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24atina estin allègoroumena: autai gar eisin duo diathèkai, mia men apo orous sina, eis douleian gennôsa, ètis estin agar.       24 Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; 
[24] Deze* dingen zijn allegorisch bedoeld. Want de twee vrouwen zijn twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinai, brengt slaven voort, en dat is Hagar. 
[24] Dit is een beeld: de vrouwen staan voor twee verbonden. Hagar staat voor het verbond van de berg Sinai in Arabia, dat slaven baart. 24 Deze dingen moeten zinnebeeldig worden verstaan; want de twee vrouwen zijn twee verbonden; het eerste is afkomstig van de berg Sinaï en brengt knechtschap voort: dat is Hagar. 24. Il y a là une allégorie : ces femmes représentent deux alliances ; la première se rattache au Sinaï et enfante pour la servitude : c'est Agar  

King James Bible . 24 Diese Worte haben tiefere Bedeutung. Denn die beiden Frauen bedeuten zwei Bundesschlüsse: einen vom Berg Sinai, der zur Knechtschaft gebiert, das ist Hagar;

Tekstuitleg van

Gal 4,25 - Gal 4,25 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25to de agar sina oros estin en tè arabia, sustoicei de tè nun ierousalèm, douleuei gar meta tôn teknôn autès.     25 Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.  [25] De Sinai* is namelijk een berg in Arabië. Zij beantwoordt aan het tegenwoordige* Jeruzalem, dat immers met zijn kinderen in slavernij leeft.  Als beeld van dat verbond belichaamt Hagar het huidige Jeruzalem, dat met zijn kinderen in slavernij leeft.   25 ‘Hagar’ is de berg Sinaï in Arabië, en die beantwoordt aan het Jeruzalem van nu; want dat leidt met haar kinderen een dienstknechtelijk bestaan.   25. car le Sinaï est en Arabie et elle correspond à la Jérusalem actuelle, qui de fait est esclave avec ses enfants.  

King James Bible . [25] For this Agar is mount Sinai in Arabia, and answereth to Jerusalem which now is, and is in bondage with her children.
Luther-Bibel . 25 denn Hagar bedeutet den Berg Sinai in Arabien und ist ein Gleichnis für das jetzige Jerusalem, das mit seinen Kindern in der Knechtschaft lebt.

Tekstuitleg van

Gal 4,26 - Gal 4,26 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26è de anô ierousalèm eleuthera estin, ètis estin mètèr èmôn:       26 Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.  [26] Maar het Jeruzalem* van boven is vrij en dat is ónze moeder.   [26] Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder,  26 Maar het Jeruzalem bóven is een vrije vrouw, en die is onze moeder;  26. Mais la Jérusalem d'en haut est libre, et elle est notre mère ;  

King James Bible . [26] But Jerusalem which is above is free, which is the mother of us all.
Luther-Bibel . 26 Aber das Jerusalem, das droben ist, das ist die Freie; das ist unsre Mutter.

Tekstuitleg van

Gal 4,27 - Gal 4,27 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27gegraptai gar, eufranthèti, steira è ou tiktousa: rèxon kai boèson, è ouk ôdinousa: oti polla ta tekna tès erèmou mallon è tès ecousès ton andra.      27 Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft.   [27] Want er staat geschreven: Verheug u, onvruchtbare, die niet baart, jubel en juich, u die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame zullen talrijker zijn dan de kinderen van haar die de man heeft.  [27] want er staat geschreven: ‘Wees verheugd, onvruchtbare vrouw, jij die niet baart. Jubel en juich, jij die geen weeën kent. Want zij die zonder man is, heeft meer kinderen dan zij die met een man is.’  27 er staat immers geschreven: ‘verheug je, onvruchtbare die niet baart, barst uit en schater, jij die geen weeën kent, want talrijker zijn de kinderen van de verlatene dan van haar die de man heeft!’  27. car il est écrit : Réjouis-toi, stérile qui n'enfantais pas, éclate en cris de joie, toi qui n'as pas connu les douleurs ; car nombreux sont les enfants de l'abandonnée, plus que les fils de l'épouse. 

King James Bible . [27] For it is written, Rejoice, thou barren that bearest not; break forth and cry, thou that travailest not: for the desolate hath many more children than she which hath an husband.
Luther-Bibel . 27 Denn es steht geschrieben (Jesaja 54,1): »Sei fröhlich, du Unfruchtbare, die du nicht gebierst! Brich in Jubel aus und jauchze, die du nicht schwanger bist. Denn die Einsame hat viel mehr Kinder, als die den Mann hat.«

Tekstuitleg van

Gal 4,28 - Gal 4,28 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28umeis de, adelfoi, kata isaak epaggelias tekna este.      28 Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. 
[28] Welnu, broeders en zusters, u bent evenals Isaak kinderen van de belofte.  
[28] En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte.   28 Welnu, gíj, broeders–en–zusters, zijt zoals Isaak kinderen van belofte!   28. Or vous, mes frères, à la manière d'Isaac, vous êtes enfants de la promesse. 

King James Bible . [28] Now we, brethren, as Isaac was, are the children of promise.
Luther-Bibel . 28 Ihr aber, liebe Brüder, seid wie Isaak Kinder der Verheißung.

Tekstuitleg van

Gal 4,29 - Gal 4,29 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29all ôsper tote o kata sarka gennètheis ediôken ton kata pneuma, outôs kai nun.       29 Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu.  [29] Maar* zoals indertijd het kind van de natuur het kind van de geest vervolgde, zo gaat het ook nu.   [29] Maar zoals de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd.   29 Maar zoals toen degene die ‘naar het vlees’ is voortgebracht hem die ‘naar de Geest’ kwam vervolgde, zo gaat het ook nu.  29. Mais, comme alors l'enfant de la chair persécutait l'enfant de l'esprit, il en est encore ainsi maintenant. 

King James Bible . [29] But as then he that was born after the flesh persecuted him that was born after the Spirit, even so it is now.
Luther-Bibel . 29 Aber wie zu jener Zeit der, der nach dem Fleisch gezeugt war, den verfolgte, der nach dem Geist gezeugt war, so geht es auch jetzt.

Tekstuitleg van

Gal 4,30 - Gal 4,30 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30alla ti legei è grafè; ekbale tèn paidiskèn kai ton uion autès, ou gar mè klèronomèsei o uios tès paidiskès meta tou uiou tès eleutheras.       30 Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije.  [30] Maar wat zegt de Schrift? Verjaag de slavin en haar zoon, want de zoon van de slavin hoort de erfenis niet te delen met de zoon van de vrije vrouw.   [30] Maar wat zegt de Schrift? ‘Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de vrijgeboren vrouw mag niet de erfenis delen met de zoon van de slavin.’   30 Maar wat zegt de Schrift? ‘Drijf het dienstmeisje en haar zoon uit; want de zoon van het dienstmeisje zal niet mee–erven met de zoon van de vrije vrouw!’  30. Eh bien, que dit l'Écriture : Chasse la servante et son fils, car il ne faut pas que le fils de la servante hérite avec le fils de la femme libre. 

King James Bible . [30] Nevertheless what saith the scripture? Cast out the bondwoman and her son: for the son of the bondwoman shall not be heir with the son of the freewoman.
Luther-Bibel . 30 Doch was spricht die Schrift? »Stoß die Magd hinaus mit ihrem Sohn; denn der Sohn der Magd soll nicht erben mit dem Sohn der Freien« (1.Mose 21,10).

Tekstuitleg van

Gal 4,31 - Gal 4,31 : Hagar en Sara - Gal 4,21-31 -- Gal (Galatië) -- Gal 4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gal 3,1-4,11 -- Gal 4,12-20 -- Gal 4,21 - Gal 4,22 - Gal 4,23 - Gal 4,24 - Gal 4,25 - Gal 4,26 - Gal 4,27 - Gal 4,28 - Gal 4,29 - Gal 4,30 - Gal 4,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31dio, adelfoi, ouk esmen paidiskès tekna alla tès eleutheras.       31 Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.  [31] Dus broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw.  [31] Daarom dus, broeders en zusters, zijn wij geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw.  31 Samenvattend, broeders–en–zusters: wij zijn geen kinderen van een dienstmeisje maar van een vrije vrouw!   31. Aussi, mes frères, ne sommes-nous pas enfants d'une servante mais de la femme libre. 

King James Bible . [31] So then, brethren, we are not children of the bondwoman, but of the free.
Luther-Bibel . 31 So sind wir nun, liebe Brüder, nicht Kinder der Magd, sondern der Freien.

Tekstuitleg van


Griekse tekst

Gal 4

1legô de, ef oson cronon o klèronomos nèpios estin, ouden diaferei doulou kurios pantôn ôn, 2alla upo epitropous estin kai oikonomous acri tès prothesmias tou patros. 3outôs kai èmeis, ote èmen nèpioi, upo ta stoiceia tou kosmou èmetha dedoulômenoi: 4ote de èlthen to plèrôma tou cronou, exapesteilen o theos ton uion autou, genomenon ek gunaikos, genomenon upo nomon, 5ina tous upo nomon exagorasè, ina tèn uiothesian apolabômen. 6oti de este uioi, exapesteilen o theos to pneuma tou uiou autou eis tas kardias èmôn, krazon, abba o patèr. 7ôste ouketi ei doulos alla uios: ei de uios, kai klèronomos dia theou. 8alla tote men ouk eidotes theon edouleusate tois fusei mè ousin theois: 9nun de gnontes theon, mallon de gnôsthentes upo theou, pôs epistrefete palin epi ta asthenè kai ptôca stoiceia, ois palin anôthen douleuein thelete; 10èmeras paratèreisthe kai mènas kai kairous kai eniautous. 11foboumai umas mè pôs eikè kekopiaka eis umas. 12ginesthe ôs egô, oti kagô ôs umeis, adelfoi, deomai umôn. ouden me èdikèsate: 13oidate de oti di astheneian tès sarkos euèggelisamèn umin to proteron, 14kai ton peirasmon umôn en tè sarki mou ouk exouthenèsate oude exeptusate, alla ôs aggelon theou edexasthe me, ôs criston ièsoun. 15pou oun o makarismos umôn; marturô gar umin oti ei dunaton tous ofthalmous umôn exoruxantes edôkate moi. 16ôste ecthros umôn gegona alètheuôn umin; 17zèlousin umas ou kalôs, alla ekkleisai umas thelousin, ina autous zèloute. 18kalon de zèlousthai en kalô pantote, kai mè monon en tô pareinai me pros umas, 19tekna mou, ous palin ôdinô mecris ou morfôthè cristos en umin: 20èthelon de pareinai pros umas arti, kai allaxai tèn fônèn mou, oti aporoumai en umin. 21legete moi, oi upo nomon thelontes einai, ton nomon ouk akouete; 22gegraptai gar oti abraam duo uious escen, ena ek tès paidiskès kai ena ek tès eleutheras. 23all o men ek tès paidiskès kata sarka gegennètai, o de ek tès eleutheras di epaggelias. 24atina estin allègoroumena: autai gar eisin duo diathèkai, mia men apo orous sina, eis douleian gennôsa, ètis estin agar. 25to de agar sina oros estin en tè arabia, sustoicei de tè nun ierousalèm, douleuei gar meta tôn teknôn autès. 26è de anô ierousalèm eleuthera estin, ètis estin mètèr èmôn: 27gegraptai gar, eufranthèti, steira è ou tiktousa: rèxon kai boèson, è ouk ôdinousa: oti polla ta tekna tès erèmou mallon è tès ecousès ton andra. 28umeis de, adelfoi, kata isaak epaggelias tekna este. 29all ôsper tote o kata sarka gennètheis ediôken ton kata pneuma, outôs kai nun. 30alla ti legei è grafè; ekbale tèn paidiskèn kai ton uion autès, ou gar mè klèronomèsei o uios tès paidiskès meta tou uiou tès eleutheras. 31dio, adelfoi, ouk esmen paidiskès tekna alla tès eleutheras.


Vulgaat

1 dico autem quanto tempore heres parvulus est nihil differt servo cum sit dominus omnium 2 sed sub tutoribus est et actoribus usque ad praefinitum tempus a patre 3 ita et nos cum essemus parvuli sub elementis mundi eramus servientes 4 at ubi venit plenitudo temporis misit Deus Filium suum factum ex muliere factum sub lege 5 ut eos qui sub lege erant redimeret ut adoptionem filiorum reciperemus 6 quoniam autem estis filii misit Deus Spiritum Filii sui in corda nostra clamantem Abba Pater 7 itaque iam non es servus sed filius quod si filius et heres per Deum 8 sed tunc quidem ignorantes Deum his qui natura non sunt dii serviebatis 9 nunc autem cum cognoveritis Deum immo cogniti sitis a Deo quomodo convertimini iterum ad infirma et egena elementa quibus denuo servire vultis 10 dies observatis et menses et tempora et annos 11 timeo vos ne forte sine causa laboraverim in vobis 12 estote sicut et ego quia et ego sicut vos fratres obsecro vos nihil me laesistis 13 scitis autem quia per infirmitatem carnis evangelizavi vobis iam pridem 14 et temptationem vestram in carne mea non sprevistis neque respuistis sed sicut angelum Dei excepistis me sicut Christum Iesum 15 ubi est ergo beatitudo vestra testimonium enim perhibeo vobis quia si fieri posset oculos vestros eruissetis et dedissetis mihi 16 ergo inimicus vobis factus sum verum dicens vobis 17 aemulantur vos non bene sed excludere vos volunt ut illos aemulemini 18 bonum autem aemulamini in bono semper et non tantum cum praesens sum apud vos 19 filioli mei quos iterum parturio donec formetur Christus in vobis 20 vellem autem esse apud vos modo et mutare vocem meam quoniam confundor in vobis 21 dicite mihi qui sub lege vultis esse legem non legistis 22 scriptum est enim quoniam Abraham duos filios habuit unum de ancilla et unum de libera 23 sed qui de ancilla secundum carnem natus est qui autem de libera per repromissionem 24 quae sunt per allegoriam dicta haec enim sunt duo testamenta unum quidem a monte Sina in servitutem generans quae est Agar 25 Sina enim mons est in Arabia qui coniunctus est ei quae nunc est Hierusalem et servit cum filiis eius 26 illa autem quae sursum est Hierusalem libera est quae est mater nostra 27 scriptum est enim laetare sterilis quae non paris erumpe et exclama quae non parturis quia multi filii desertae magis quam eius quae habet virum 28 nos autem fratres secundum Isaac promissionis filii sumus 29 sed quomodo tunc qui secundum carnem natus fuerat persequebatur eum qui secundum spiritum ita et nunc 30 sed quid dicit scriptura eice ancillam et filium eius non enim heres erit filius ancillae cum filio liberae 31 itaque fratres non sumus ancillae filii sed liberae qua libertate nos Christus liberavit


Statenvertaling

HOOFDSTUK 4 1 Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles; 2 Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld. 3 Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld. 4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; 5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. 6 En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader! 7 Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus. 8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn; 9 En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen? 10 Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren. 11 Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb. 12 Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan. 13 En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb; 14 En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus. 15 Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben. 16 Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende? 17 Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren. 18 Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben; 19 Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge. 20 Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u. 21 Zegt mij, gij, die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet? 22 Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije. 23 Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; 24 Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; 25 Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. 26 Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. 27 Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft. 28 Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. 29 Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu. 30 Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije. 31 Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.


Bible de Jérusalem

Galatians 4 1. Or je dis : aussi longtemps qu'il est un enfant, l'héritier, quoique propriétaire de tous les biens, ne diffère en rien d'un esclave. 2. Il est sous le régime des tuteurs et des intendants jusqu'à la date fixée par son père. 3. Nous aussi, durant notre enfance, nous étions asservis aux éléments du monde. 4. Mais quand vint la plénitude du temps, Dieu envoya son Fils, né d'une femme, né sujet de la Loi, 5. afin de racheter les sujets de la Loi, afin de nous conférer l'adoption filiale. 6. Et la preuve que vous êtes des fils, c'est que Dieu a envoyé dans nos cœurs l'Esprit de son Fils qui crie : Abba, Père ! 7. Aussi n'es-tu plus esclave mais fils ; fils, et donc héritier de par Dieu. 8. Jadis, dans votre ignorance de Dieu, vous fûtes asservis à des dieux qui au vrai n'en sont pas ; 9. mais maintenant que vous avez connu Dieu ou plutôt qu'il vous a connus, comment retourner encore à ces éléments sans force ni valeur, auxquels à nouveau, comme jadis, vous voulez vous asservir ? 10. Observer des jours, des mois, des saisons, des années ! 11. Vous me faites craindre de m'être inutilement fatigué pour vous. 12. Devenez semblables à moi, puisque je me suis fait semblable à vous, frères, je vous en supplie. Vous ne m'avez nullement offensé. 13. Mais vous le savez, ce fut une maladie qui me donna l'occasion de vous évangéliser la première fois, 14. et, malgré l'épreuve que vous était ce corps infirme, vous n'avez marqué ni mépris ni dégoût ; mais vous m'avez accueilli comme un ange de Dieu, comme le Christ Jésus. 15. Que sont donc devenues les félicitations que vous vous adressiez ? Car je vous rends ce témoignage : s'il avait été possible, vous vous seriez arraché les yeux pour me les donner. 16. Alors suis-je devenu votre ennemi en vous disant la vérité ? 17. Leur attachement pour vous n'est pas bon ; ils veulent vous séparer de moi, pour vous attacher à eux. 18. Il est bien de s'attacher les autres pour le bien, pour toujours, et non pas seulement quand je suis près de vous, 19. mes petits enfants, vous que j'enfante à nouveau dans la douleur jusqu'à ce que le Christ soit formé en vous. 20. Que ne suis-je près de vous en cet instant pour adapter mon langage, car je ne sais comment m'y prendre avec vous. 21. Dites-moi, vous qui voulez vous soumettre à la Loi, n'entendez-vous pas la Loi ? 22. Il est écrit en effet qu'Abraham eut deux fils, l'un de la servante, l'autre de la femme libre ; 23. mais celui de la servante est né selon la chair, celui de la femme libre en vertu de la promesse. 24. Il y a là une allégorie : ces femmes représentent deux alliances ; la première se rattache au Sinaï et enfante pour la servitude : c'est Agar 25. car le Sinaï est en Arabie et elle correspond à la Jérusalem actuelle, qui de fait est esclave avec ses enfants. 26. Mais la Jérusalem d'en haut est libre, et elle est notre mère ; 27. car il est écrit : Réjouis-toi, stérile qui n'enfantais pas, éclate en cris de joie, toi qui n'as pas connu les douleurs ; car nombreux sont les enfants de l'abandonnée, plus que les fils de l'épouse. 28. Or vous, mes frères, à la manière d'Isaac, vous êtes enfants de la promesse. 29. Mais, comme alors l'enfant de la chair persécutait l'enfant de l'esprit, il en est encore ainsi maintenant. 30. Eh bien, que dit l'Écriture : Chasse la servante et son fils, car il ne faut pas que le fils de la servante hérite avec le fils de la femme libre. 31. Aussi, mes frères, ne sommes-nous pas enfants d'une servante mais de la femme libre.


King James Bible

Gal.4 [1] Now I say, That the heir, as long as he is a child, differeth nothing from a servant, though he be lord of all; [2] But is under tutors and governors until the time appointed of the father. [3] Even so we, when we were children, were in bondage under the elements of the world: [4] But when the fulness of the time was come, God sent forth his Son, made of a woman, made under the law, [5] To redeem them that were under the law, that we might receive the adoption of sons. [6] And because ye are sons, God hath sent forth the Spirit of his Son into your hearts, crying, Abba, Father. [7] Wherefore thou art no more a servant, but a son; and if a son, then an heir of God through Christ. [8] Howbeit then, when ye knew not God, ye did service unto them which by nature are no gods. [9] But now, after that ye have known God, or rather are known of God, how turn ye again to the weak and beggarly elements, whereunto ye desire again to be in bondage? [10] Ye observe days, and months, and times, and years. [11] I am afraid of you, lest I have bestowed upon you labour in vain. [12] Brethren, I beseech you, be as I am; for I am as ye are: ye have not injured me at all. [13] Ye know how through infirmity of the flesh I preached the gospel unto you at the first. [14] And my temptation which was in my flesh ye despised not, nor rejected; but received me as an angel of God, even as Christ Jesus. [15] Where is then the blessedness ye spake of? for I bear you record, that, if it had been possible, ye would have plucked out your own eyes, and have given them to me. [16] Am I therefore become your enemy, because I tell you the truth? [17] They zealously affect you, but not well; yea, they would exclude you, that ye might affect them. [18] But it is good to be zealously affected always in a good thing, and not only when I am present with you. [19] My little children, of whom I travail in birth again until Christ be formed in you, [20] I desire to be present with you now, and to change my voice; for I stand in doubt of you. [21] Tell me, ye that desire to be under the law, do ye not hear the law? [22] For it is written, that Abraham had two sons, the one by a bondmaid, the other by a freewoman. [23] But he who was of the bondwoman was born after the flesh; but he of the freewoman was by promise. [24] Which things are an allegory: for these are the two covenants; the one from the mount Sinai, which gendereth to bondage, which is Agar. [25] For this Agar is mount Sinai in Arabia, and answereth to Jerusalem which now is, and is in bondage with her children. [26] But Jerusalem which is above is free, which is the mother of us all. [27] For it is written, Rejoice, thou barren that bearest not; break forth and cry, thou that travailest not: for the desolate hath many more children than she which hath an husband. [28] Now we, brethren, as Isaac was, are the children of promise. [29] But as then he that was born after the flesh persecuted him that was born after the Spirit, even so it is now. [30] Nevertheless what saith the scripture? Cast out the bondwoman and her son: for the son of the bondwoman shall not be heir with the son of the freewoman. [31] So then, brethren, we are not children of the bondwoman, but of the free.


Galater 4 (LUT)

Befreiung vom Gesetz durch Christus
1 Ich sage aber: Solange der Erbe unmündig ist, ist zwischen ihm und einem Knecht kein Unterschied, obwohl er Herr ist über alle Güter; 2 sondern er untersteht Vormündern und Pflegern bis zu der Zeit, die der Vater bestimmt hat. 3 So auch wir: Als wir unmündig waren, waren wir in der Knechtschaft der Mächte der Welt. 4 Als aber die Zeit erfüllt war, sandte Gott seinen Sohn, geboren von einer Frau und unter das Gesetz getan, 5 damit er die, die unter dem Gesetz waren, erlöste, damit wir die Kindschaft empfingen. 6 Weil ihr nun Kinder seid, hat Gott den Geist seines Sohnes gesandt in unsre Herzen, der da ruft: Abba, lieber Vater! 7 So bist du nun nicht mehr Knecht, sondern Kind; wenn aber Kind, dann auch Erbe durch Gott.

Warnung vor Rückfall in die Gesetzlichkeit
8 Aber zu der Zeit, als ihr Gott noch nicht kanntet, dientet ihr denen, die in Wahrheit nicht Götter sind. 9 Nachdem ihr aber Gott erkannt habt, ja vielmehr von Gott erkannt seid, wie wendet ihr euch dann wieder den schwachen und dürftigen Mächten zu, denen ihr von neuem dienen wollt? 10 Ihr haltet bestimmte Tage ein und Monate und Zeiten und Jahre. 11 Ich fürchte für euch, dass ich vielleicht vergeblich an euch gearbeitet habe. 12 Werdet doch wie ich, denn ich wurde wie ihr, liebe Brüder, ich bitte euch. Ihr habt mir kein Leid getan. 13 Ihr wisst doch, dass ich euch in Schwachheit des Leibes das Evangelium gepredigt habe beim ersten Mal. 14 Und obwohl meine leibliche Schwäche euch ein Anstoß war, habt ihr mich nicht verachtet oder vor mir ausgespuckt, sondern wie einen Engel Gottes nahmt ihr mich auf, ja wie Christus Jesus. 15 Wo sind nun eure Seligpreisungen geblieben? Denn ich bezeuge euch, ihr hättet, wenn es möglich gewesen wäre, eure Augen ausgerissen und mir gegeben. 16 Bin ich denn damit euer Feind geworden, dass ich euch die Wahrheit vorhalte? 17 Es ist nicht recht, wie sie um euch werben; sie wollen euch nur von mir abspenstig machen, damit ihr um sie werben sollt. 18 Umworben zu werden ist gut, wenn's im Guten geschieht, und zwar immer und nicht nur in meiner Gegenwart, wenn ich bei euch bin. 19 Meine lieben Kinder, die ich abermals unter Wehen gebäre, bis Christus in euch Gestalt gewinne! - 20 Ich wollte aber, dass ich jetzt bei euch wäre und mit andrer Stimme zu euch reden könnte; denn ich bin irre an euch.

Knechtschaft und Freiheit
21 Sagt mir, die ihr unter dem Gesetz sein wollt: Hört ihr das Gesetz nicht? 22 Denn es steht geschrieben, dass Abraham zwei Söhne hatte, den einen von der Magd, den andern von der Freien. 23 Aber der von der Magd ist nach dem Fleisch gezeugt worden, der von der Freien aber kraft der Verheißung. 24 Diese Worte haben tiefere Bedeutung. Denn die beiden Frauen bedeuten zwei Bundesschlüsse: einen vom Berg Sinai, der zur Knechtschaft gebiert, das ist Hagar; 25 denn Hagar bedeutet den Berg Sinai in Arabien und ist ein Gleichnis für das jetzige Jerusalem, das mit seinen Kindern in der Knechtschaft lebt. 26 Aber das Jerusalem, das droben ist, das ist die Freie; das ist unsre Mutter. 27 Denn es steht geschrieben (Jesaja 54,1): »Sei fröhlich, du Unfruchtbare, die du nicht gebierst! Brich in Jubel aus und jauchze, die du nicht schwanger bist. Denn die Einsame hat viel mehr Kinder, als die den Mann hat.« 28 Ihr aber, liebe Brüder, seid wie Isaak Kinder der Verheißung. 29 Aber wie zu jener Zeit der, der nach dem Fleisch gezeugt war, den verfolgte, der nach dem Geist gezeugt war, so geht es auch jetzt. 30 Doch was spricht die Schrift? »Stoß die Magd hinaus mit ihrem Sohn; denn der Sohn der Magd soll nicht erben mit dem Sohn der Freien« (1.Mose 21,10). 31 So sind wir nun, liebe Brüder, nicht Kinder der Magd, sondern der Freien.