TAALGEBRUIK T : HANDELINGEN VAN DE APOSTELEN - Hnd -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen)
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel: http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.


- bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

- Hnd taalgebruik - Hnd taalgebruik A - Hnd taalgebruik B - Hnd taalgebruik C - Hnd taalgebruik D - Hnd taalgebruik E - Hnd taalgebruik F - Hnd taalgebruik G - Hnd taalgebruik H - Hnd taalgebruik I - Hnd taalgebruik J - Hnd taalgebruik K - Hnd taalgebruik L - Hnd taalgebruik M - Hnd taalgebruik N - Hnd taalgebruik O - Hnd taalgebruik P - Hnd taalgebruik Q - Hnd taalgebruik R - Hnd taalgebruik S - Hnd taalgebruik T - Hnd taalgebruik U - Hnd taalgebruik Z -
- Hnd : commentaar

Hnd 1 , Hnd 2 , Hnd 3 , Hnd 4 , Hnd 5 , Hnd 6 , Hnd 7 , Hnd 8 , Hnd 9 , Hnd 10 , Hnd 11 , Hnd 12 , Hnd 13 , Hnd 14 , Hnd 15 , Hnd 16 , Hnd 17 , Hnd 18 , Hnd 19 , Hnd 20 , Hnd 21 , Hnd 22 , Hnd 23 , Hnd 24 , Hnd 25 , Hnd 26 , Hnd 27 , Hnd 28 ,


  Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
                                                         
                                                         
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       
                                                         

 

T

- Tarsos (Tarsus) . In 46 v. Chr. maakte Pompejus Tarsos tot hoofdstad van Cilicië . Een stad aan de vroegere bevaarvare stroom Kydnos .
- Nominatief enkelvoud . Een inwoner van Tarsus heet Tarseus : Hnd 21,39 : egô anthrôpos men eimi Ioudaios , Tarseus tès Kilikias , ouk asèmou poleôs politès = ik ben enerzijds een jood , een inwoner van Tarsus van Cilicië , een burger van een niet onaanzienlijke stad . In ditzelfde vers wordt Tarsus een niet onaanzienlijke stad (genitief asèmou poleôs) genoemd .
- Accusatief enkelvoud Tarson . Hnd 22,3 : egô eimi anèr Ioudaios , gegennèmenos en Tarsôi tès Kilikias = ik ben een jood , geboren in Tarsus van Cilicië .
- Tarson (Tarsus) . Accusatief enkelvoud . In twee verzen in de bijbel :
(1) Hnd 9,30 : eis Tarson = naar Tarsus . Na zijn bekering wordt Saulus voor een tijdje naar Tarsus gestuurd . Hnd 11,25 : eis Tarson = naar Tarsus . (Barnabas ging Saulus in Tarsus opzoeken om hem mee naar Antiochië aan de Orontes te brengen) . Gal 1,21 : Na het bezoek aan Jeruzalem is Saulus een tijdje naar het gebied van Syrië en Cilicië gegaan .

- telwoorden . telwoorden . Taalgebruik in het N.T. : telwoorden . Taalgebruik in Lc : telwoorden . Taalgebruik in Hnd : telwoorden .

 

- terata (wondertekenen) . Zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud . In achtendertig verzen in de bijbel . In elf verzen in het N.T. . In acht verzen in Hnd .
- teras (wonderteken, voorteken) .

- tèrèsis (bewaring) . Verwijzing : tèreô (behouden, bewaren) , zie Mt 28,20 .
- nominatief enkelvoud tèrèsis . In drie verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. In 1 Kor 7,19 : tèrèsis entolôn theou : het (onder)houden van de geboden van God .
- datief enkelvoud tèrèsei . In vijf verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. . Hnd 5,18 : kai ethento autous en tèrèsei dèmosiai = en zij zetten hen in een openbare bewaring .
- accusatief enkelvoud tèrèsin . In drie verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In Hnd 4,3 : kai ethento eis tèrèsin = en zij zetten hen in bewaring

- theofile (Theofilus) . Vocatief mannelijk enkelvoud . In twee verzen in de bijbel : (1) Lc 1,3 . (2) Hnd 1,1 . Het evangelie (volgens Lucas) en het boek Handelingen zijn gericht tot Teofilus . Wellicht was hij een christen van Antiochië .

-

theos (God)  bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk 
nom. enk. theos 1686  1311  287  15  17  58  287 - 124 = 163  20 
gen. enk.  theou 1517  770  641  28  31  70 43  56  641 - 281 = 360   53 
dat.  enk. theô(i) 433  249  154  13  154 - 44 = 110  13 
acc.  enk. theon 496  300  142  23  12  30  142 - 80 = 62 
Totaal   4132  2630  1224  44  44  117  76  157   1224 - 529 = 695 91 

theos Hnd  Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
nom 58    7 7. 1 3   11     5 3   6 1 5 1 2   1   1 1 1     1  
gen 56    2 :        
dat  13                                   
acc  30                   
  157  12  16  15  13   

theos Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10
nom   7 : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 2,24 . (4) Hnd 2,30 . (5) Hnd 2,32 . (6) Hnd 2,36 . (7) Hnd 2,39 . 7 : (1) Hnd 3,13 . (2) Hnd 3,15 . (3) Hnd 3,18 . (4) Hnd 3,21 . (5) Hnd 3,22 . (6) Hnd 3,25 . (7) Hnd 3,26 . 1 : Hnd 4,10 . 3 : (1) Hnd 5,30 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 5,32 .   11 : (1) Hnd 7,2 . (2) Hnd 7,6 . (3) Hnd 7,7 . (4) Hnd 7,9 . (5) Hnd 7,17 . (6) Hnd 7,25 . (7) Hnd 7,32 . (8) Hnd 7,35 . (9) Hnd 7,37 . (10) Hnd 7,42 . (11) Hnd 7,45 .     5 : (1) Hnd 10,15 . (2) Hnd 10,28 . (3) Hnd 10,34 . (4) Hnd 10,38 . (5) Hnd 10,40 .
gen 1 : Hnd 1,3 . 4 : (1) Hnd 2,11 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 2,23 . (4) Hnd 2,33 .   2 : (1) Hnd 4,19 . (2) Hnd 4,31 . 1 : Hnd 5,39 . 2 : (1)Hnd 6,2 . (2) Hnd 6,7 . 4 : (1) Hnd 7,43 . (2) Hnd 7,46 . (3) Hnd 7,55 . (4) Hnd 7,56 .
dat                 
acc           
  12  16  15 

theos Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19
nom 3 :   6 1 5 1 2   1
gen  
dat             
acc 
  13 

theos Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
nom   1 1 1     1  
gen      
dat       
acc         
   

ton theon (God) . Accusatief enkelvoud . Lijdend voorwerp . Verwijzing : theos (God) , zie Lc 24,53 . In combinatie met het werkwoord aineô (loven, prijzen)
- epoièsen ho theos (God deed) . In vier verzen in het N.T. : (1) Lc 8,39 .
(2) Hnd 14,27 (Paulus en Barnabas brengen in Antiochië verslag uit over hun eerste zendingsreis) hosa epoisen ho theos met'autôn kai hoti ènoiksen tois ethnesin thuran pisteôs = hoevele dingen God met hen deed en dat Hij voor de heidenen de deur van het geloof opende .
(3) Hnd 15,12 (Paulus en Barnabas brengen in Jeruzalem verslag uit over hun eerste zendingsreis) : hosa epoisen ho theos .... en tois ethnesin di'autôn = hoevele dingen God deed onder de heidenen via hen .
(4) Hnd 21,19 .(Paulus brengt verslag uit in Jeruzalem) : hôn epoièsen ho theos en tois ethnesin dia tès diakonias autou = van wat God deed onder de heidenen via zijn dienstwerk .
Deze teksten maken deel uit van het verhaal van het Lucasevangelie en de Handelingen : hoe langzamerhand de boodschap van Jezus meer en meer door de heidenen werd aanvaard .
- apo tou theou door God , vanuit God) . In negen verzen in het N.T. . Hnd (1) . Brieven (3) . Apk (5) .

- Thessalonikè (Thessalonika) .
- datief vrouwelijk enkelvoud en theassalonikèi (in Thessalonika) . In twee verzen in de bijbel : (1) Hnd 17,11 . (2) Fil 4,16 .
- accusatief vrouwelijk enkelvoud eis thessalonikèn (naat Thessalonika) . In twee verzen in de bijbel : (1) Hnd 17,1 . (2) 2 Tim 4,10 .
Macedonische handelsstad, gunstig gelegen aan de golf van Thermae en de Via Egnatia . Eigenlijk de door koning Kassander van Macedonië tegen het einde van de vierde eeuw gestichte griekse kolonie Thermae , maar ter ere van zijn vrouw Thessalonikè , een zuster van Alexander de Grote, omgedoopt . Hij bezocht de stad ern de synagoge tijdens zijn tweede zendingsreis

- Timotheos (Timoteüs) .

timotheos bijbel O.T. N.T. Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Film Heb  
nom 20  12  1 : Hnd 16,1 . 1 : Hnd 17,14 . 1 : Hnd 18,5 .   1 : Hnd 20,4 .        
  2   2                                  
gen                                
dat                                   
acc  14                       
  42  18  24  18  2  

- Timotheos (Timoteüs) . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 16,1 . (2) Hnd 17,14 . (3) Hnd 18,5 . (4) Hnd 20,4 . Timoteüs was een leerling in Lystra . Hij was de zoon van een gelovige Joodse moeder en een Griekse vader . Hij stond goed aangeschreven bij de gelovigen in Lystra en Ikonium . Paulus , vergezeld van Silas , ontmoette Timoteüs bij zijn tweede zendingsreis (Hnd 16,1) . Hij liet hem besnijden . Hij werd een zendingsgenoot van Paulus . Tijdens die tweede zendingsreis van Paulus stuurden de gelovigen van Berea Paulus naar Athene terwijl Silas en Timoteüs in Berea bleven (Hnd 17,14) . Silas en Timoteüs kwamen Paulus vervoegen in Korinte (na zijn vertrek uit Athene) (Hnd 18,5) . Timoteüs was één van de zeven begeleiders van Paulus naar Griekenland via Macedonië (Hnd 20,4) . In twee brieven wordt Timoteüs door Paulus aangehaald . In zes brieven is Timoteüs medeauteur .

- theis . Participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In zeven verzen in de bijbel .
- tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . Verwijzing : tithèmi (zetten, plaatsen, maken) , zie Hnd 7,60 .
- tetheika (ik heb gesteld) . Verwijzing : nathan (geven) , zie Ps 111,6 . Actief perfectum eerste persoon enkelvoud van het werkwoord tithèmi (stellen) . In acht verzen in de bijbel .
In zes verzen in het O.T. : (1) Gn 17,5 . (2) Js 49,6 . (3) Jr 1,5 . (4) Jr 1,18 . (5) Ez 4,6 . (6) Ez 5,5 . (7) Hnd 13,47 . (8) Rom 4,17 .
(1) Gn 17,5 : hoti patera pollôn ethnôn tetheika se = want tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld . Zie Rom 4,17 (citeert Gn 17,5) : patera pollôn ethnôn tetheika se = tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld .
(2) Js 49,6 : idou tetheika se ... eis fôs ethnôn tou einai se eis sôtèrion heôs eschatou tès gès = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren opdat je tot redding zoudt zijn tot het uiteinde van de aarde . Zie Hnd 13,47 citeert Js 49,6 : idou tetheika se eis fôs ethnôn = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren .
(3) Jr 1,5 : profètèn eis ethnè tetheika se : tot profeet voor de volkeren heb ik u gesteld .
(7) Hnd 13,47 citeert Js 49,6 : eis fôs ethnôn tou einai se eis sôtèrion heôs eschatou tès gès = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren opdat je tot redding zoudt zijn tot het uiteinde van de aarde .
In Hnd 13,47 dat Js 49,6 citeert wordt licht voor de volkeren gecombineerd met tot redding zijn tot het uiteinde van de aarde . Hnd 13,47 = Js 49,6 : eis fôs ethnôn tou einai se eis sôtèrion heôs eschatou tès gès = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren opdat je tot redding zoudt zijn tot het uiteinde van de aarde . Zie Hnd 13,47 .

- dia pollôn thlipseôn (via vele conflicten) . Tijdens de eerste zendingsreis kregen Paulus en Barnabas heel wat tegenstand . Uit Antiochië van Pisidië werden ze verjaagd (Hnd 13,50) . In Ikonium werden ze met steniging bedreigd en vluchtten ze (Hnd 14,6) . In Lystra werd Paulus gestenigd , maar bracht het er nog levend vanaf (Hnd 14,19 - Hnd 14,20) . In Hnd 14,22 duidt Paulus de zin ervan aan .
Jezus zelf wees erop dat hij veel zou moeten lijden : polla pathein (veel lijden) . In vier verzen in het N.T. : (2) Mt 16,21 (// Mc 8,31 // Lc 9,22) (eerste lijdensvoorspelling) . (3) Mc 8,31 (// Mt 16,21 // Lc 9,22) (eerste lijdensvoorspelling) . (4) Lc 9,22 ( // Mc 8,31 // Mt 16,21) (eerste lijdensvoorspelling) . (5) Lc 17,25 . Verwijzing : paschô (lijden) , zie Mt 16,21 .

 

- Dt 1,31 : kai en tè erèmô tautè ... etrofoforèsen se kurios o theos sou = en in deze woestijn ... voedde u de Heer uw God .
- Hnd 13,18 : kai ... etropoforèsen autous en tè erèmô = en ... Hij  voedde hen in de woestijn .

- Trôiada (Troje) . Verwijzing : Trôiada (Troje) , zie Hnd 16,8 . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In drie verzen (slechts in het N.T. ) : (1) Hnd 16,8 . (2) Hnd 20,6 . (3) 2 Kor 2,12 .
- Troiados (Troje) . Verwijzing : Trôiada (Troje) , zie Hnd 16,8 . Genitief vrouwelijk enkelvoud . In één vers (slechts in het N.T. ) : Hnd 16,11 .
- Trôiadi (Troje) . Verwijzing : Trôiada (Troje) , zie Hnd 16,8 . Datief vrouwelijk enkelvoud . In twee verzen (slechts in het N.T. ) : (1) Hnd 20,5 . (2) 2 Tim 4,13 .
De stad Troje (Grieks: Troía ( Latijn: Troia / Ilium; Turks: Truva; Hettitisch: Taruisa / Wilusha) was lange tijd alleen bekend uit verhalen in de mythologie, zoals de oude Griekse heldendichten Ilias en Odyssee van Homerus en het Latijnse heldendicht Aeneïs van Vergilius. Troje (het huidige Hissarlik) lag bijzonder strategisch in het noordwesten van het huidige Turkije aan de Dardanellen. De Dardanellen verbinden de Egeïsche Zee met de Zee van Marmara. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Troje . Bij zijn tweede missiereis komt Paulus in Troas , waar hij 's nachts droomt dat hij moet oversteken naar Macedonië . Volgens Hnd 20,6 verbleef Paulus er zeven dagen . Bij een preek viel een jongeman uit het raam . Paulus wekte hem tot leven .