- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
- A - B - C - D - E : en (in) - F - G - H - I - J - K : kai (en) - L : bepaald lidwoord - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
Hnd 2 : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
Overzicht van Handelingen van de apostelen : Hnd
(Handelingen) : overzicht , Hnd
: woordgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Hnd
: commentaar ,
Hnd 1 , Hnd
2 , Hnd 3 ,
Hnd 4 , Hnd
5 , Hnd 6 ,
Hnd 7 , Hnd
8 , Hnd 9 ,
Hnd 10 , Hnd
11 , Hnd 12
, Hnd 13 , Hnd
14 , Hnd 15
, Hnd 16 , Hnd
17 , Hnd 18
, Hnd 19 , Hnd
20 , Hnd 21
, Hnd 22 , Hnd
23 , Hnd 24
, Hnd 25 , Hnd
26 , Hnd 27
, Hnd 28 ,
Per pericope - Hnd
2,1-13 -- Hnd
2,14-40 -- Hnd
2,41-47 -
- Hnd 2,1-13
: Pinksteren .
- Hnd 2,14-40
: Toespraak van Petrus .
- Hnd 2,41-47
: Het leven van de gelovigen .
Uitleg vers per vers - Hnd
2,1 - Hnd
2,2 - Hnd
2,3 - Hnd
2,4 - Hnd
2,5 - Hnd
2,6 - Hnd
2,7 - Hnd
2,8 - Hnd
2,9 - Hnd
2,10 - Hnd
2,11 - Hnd
2,12 - Hnd
2,13 - Hnd
2,14 - Hnd
2,15 - Hnd
2,16 - Hnd
2,17 - Hnd
2,18 - Hnd
2,19 - Hnd
2,20 - Hnd
2,21 - Hnd
2,22 - Hnd
2,23 - Hnd
2,24 - Hnd
2,25 - Hnd
2,26 - Hnd
2,27 - Hnd
2,28 - Hnd
2,29 - Hnd
2,30 - Hnd
2,31 - Hnd
2,32 - Hnd
2,33 - Hnd
2,34 - Hnd
2,35 - Hnd
2,36 - Hnd
2,37 - Hnd
2,38 - Hnd
2,39 - Hnd
2,40 - Hnd
2,41 - Hnd
2,42 - Hnd
2,43 - Hnd
2,44 - Hnd
2,45 - Hnd
2,46 - Hnd
2,47 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst NT | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Hnd 2,1-13 : Pinksteren . Hnd 2,1-13 - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Eerste lezing op Pinksteren ABC : Handelingen 2,1-11 . Taalgebruik : Hnd 2,1-11 .
Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: "Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden."
Hnd 2,1-13 telt 13 verzen . Vijf verzen beginnen met kai (en) . Zes verzen hebben de (echter) als tweede woord .
| Hnd 2,1 - Hnd 2,1 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] And when the day of Pentecost was fully come, they were
all with one accord in one place.
Luther-Bibel . 1 Und als der Pfingsttag gekommen war, waren sie alle an "einem"
Ort beieinander.
Tekstanalyse van Hnd 2,1 . Dit vers Hnd 2,1 telt 14 (2 X 7) woorden en 74 (2 X 37) letters en 27 (3 X 3 X 3) lettergrepen . De getalwaarde van Hnd 2,1 is 7941 (3 X 2647) .
De structuur van Lc 9,51a vertoont sterke gelijkenis met Hnd 2,1 :
| Lc 9,51a | Hnd 2,1 |
| egeneto de en tôi sumplèrousthai (het gebeurde echter in het voltooien) | kai en tôi sumplèrousthai (en het gebeurde in het voltooien) |
| tas hèmeras tès analèmpseôs autou (de dagen van zijn ten-hemel-opneming) | tèn hèmeran tès pentèkostès (de dag van de vijftigste - Pinksteren) |
Vijfmaal komt in Hnd
2,1 de idee van volledigheid : (1) sumplèroô : voltooien .
(2) hè hèmera tès pentekostès : de vijftigste dag
. (3) pantes : allen . (4) homou (samen) . (5) epi to auto (op hetzelfde - op
dezelfde plaats) . Die volledigheid vormt een nieuw begin ; bij het vijftigste
jaar begint het jubeljaar of het jaar van genade , waarin de religieuze en maatschappelijke
verhoudingen worden hersteld . Daarmee doet dit verhaal denken aan het eerste
optreden van Jezus in Nazaret en de tekst die hij er in de synagoge las .
De vermelding van de vijftigste dag roept het joodse feest Sjavoeoth (Wekenfeest)
. Het is een oogsfeest . Op dit feest wordt vooral herdacht dat God aan Mozes
de wet , geschreven op twee stenen tafels , gaf (Ex 19) .
Daarenboven is het Pinksterverhaal de tegenhanger van het verhaal van de toren
van Babel ( Gn 11)
. In het verhaal van de toren van Babel verblijven de mensen op één
plaats en spreken ze één taal (twee symbolen van uniformiteit)
. Het verhaal eindigt met de verspreiding van de mensen over de hele aarde en
met de verwarring van de taal (twee symbolen van pluriformiteit) . Het pinksterverhaal
pleit noch voor louter uniformiteit noch voor louter pluriformiteit maar voor
een éénheid in verscheidenheid . Deze twee schijnbare tegenpolen
worden bewerkt door één en dezelfde geest , die zich over de apostelen
verdeelt , waardoor ze in staat zijn verschillende talen te spreken , en waarbij
iedereen mekaar verstaat .
1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
2. en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Taalgebruik in Hnd : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
3. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
4. med. + pass. inf. praes. sumplèrousthai van het werkw. sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Taalgebruik in het NT : sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Taalgebruik in Lc : sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Taalgebruik in Hnd : sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Lc (1) Lc 9,51 . Hnd (1) Hnd 2,1 . In Lc : 2 vormen van sumplèroô (samen vol maken, vervullen) in 2 verzen in 2 hoofdstukken : (1) Lc 8,23 . (2) Lc 9,51 . In Hnd : 1 vorm van sumplèroô (samen vol maken, vervullen) in 1 vers in 1 hoofdstuk : Hnd 2,1 . Een vorm van sumplèroô (samen vol maken, vervullen) in het NT (3) , in de LXX (-) .
5. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
8. Op de 50ste dag wordt het joodse Wekenfeest gevierd : sjâbhû`oth . Dan wordt het oogstfeest gevierd : de eerste schoof gerst . Tevens wordt het Sinaïverbond herdacht waarbij Mozes de twee stenen tafelen met de tien geboden ontving . Reeds in de verdere geschiedenis wordt het Sinaïgebeuren verinnerlijkt . In Lv 23 worden de feesten beschreven . In Lv 23,16 is er sprake van de vijftigste dag . In het vijftigste jaar , het jubeljaar , wordt alles in zijn oorspronkelijke staat hersteld en heeft een algemene vergeving van zonden plaats . In zijn inauguratie in Nazareth las Jezus Js 61 , waarin een jubeljaar werd aangekondigd . Lv 25,8-55 handelt over het jubeljaar .
10. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan
(al) . Taalgebruik in het NT : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl
(al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd
2,1 . (2) Hnd
2,4 . (3) Hnd
2,5 . (4) Hnd
2,7 . (5) Hnd
2,12 . (6) Hnd
2,14 . (7) Hnd
2,17 . (8) Hnd
2,21 . (9) Hnd
2,25 . (10) Hnd
2,32 . (11) Hnd
2,36 . (12) Hnd
2,39 . (13) Hnd
2,43 . (14) Hnd
2,44 . (15) Hnd
2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken
. In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm
van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken
. In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken .
Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .
11. homou (op dezelfde plaats) of op gelijke plaats . homoios : gelijk , gelijksoortig . hou : betrekkelijk voornaamwoord van plaats waar op de vraag pou (waar) ; bijeen , samen , tegelijkertijd . In twaalf verzen in de bijbel . In acht verzen in het O.T. . In vier verzen in het NT . In drie verzen in Joh . In Hnd 2,1 .
13. epi (op, bij) . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Ned. op . Hnd (120) . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,30 . (6) Hnd 2,38 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 2,47 .
| epi (op, bij) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| epi | 4540 | 3946 | 594 | 91 | 51 | 104 | 22 | 120 | 117 | 89 | 246 | 268 |
| ep | 1320 | 1179 | 141 | 13 | 14 | 25 | 13 | 24 | 30 | 22 | 52 | 65 |
| ef | 430 | 348 | 82 | 10 | 6 | 20 | 1 | 17 | 25 | 3 | 36 | 37 |
| Totaal | 6290 | 5473 | 817 | 114 | 71 | 149 | 36 | 161 | 172 | 114 | 334 | 370 |
14. auto (zelf) . Taalgebruik : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . Nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud . In 490 verzen in de bijbel . In 101 verzen in het NT . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .
12. - 14. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . NT (10) : (1) Mt 22,34 . (2) Lc 17,35 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 . (8) 1 Kor 7,5 . (9) 1 Kor 11,20 . (10) 1 Kor 14,23 . Bijeenkomen op dezelfde plaats kan een positieve of een negatieve betekenis hebben . Men kan bijeenkomen om de eenheid uit te drukken . Die kan zich echter richten tegen iemand .
| Hnd 2,2 - Hnd 2,2 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And suddenly there came a sound from heaven as of a
rushing mighty wind, and it filled all the house where they were sitting.
Luther-Bibel . 2 Und es geschah plötzlich ein Brausen vom Himmel wie von
einem gewaltigen Wind und erfüllte das ganze Haus, in dem sie saßen.
Tekstuitleg van Hnd 2,2 . Het komen van de geest is geïnspireerd op teksten die het afdalen van JHWH beschrijven . wajjerèd JHWH (en JHWH daalde - neer -) . MT : (1) Gn 11,5 . (2) Ex 19,20 . (3) Ex 34,5 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde neer in een wolk) . (4) Nu 11,25 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde neer in een wolk) . (5) Nu 12,5 (wajjerèd JHWH be`ammûd `ânân (JHWH daalde neer in een kolom van een wolk) . In het verhaal van de toren van Babel daalde JHWH neer om te zien wat daar in Babel aan het gebeuren was (Gn 11,5) . In Ex 19,20 daalde JHWH neer op de top van de berg Sinaï om het verbond te sluiten . In Ex 34,5 gebeurde dat om het verbond te vernieuwen . In Nu 11,25 daalde JHWH neer en ontvingen de 70 oudsten een deel van de geest van Mozes . In Nu 12,5 nam JHWH de verdediging van Mozes op tegen Mirjan en Aäron . In Ex 19,18 MT : jârad `âlajw JHWH bâ´esj (daalde JHWH over hem in vuur) . jired JHWH (JHWH zal neerdalen) . MT (2) : (1) Ex 19,11 . (2) Js 31,4 .
Hnd 2,2
en Hnd 4,31
komen sterk met elkaar overeen :
- Hnd 2,2
: kai eplèrôsen holon ton oikon hou èsan kathèmenoi
= en hij vulde de plaats waar zij waren gezeten .
- Hnd 4,31
: esaleuthè ho topos en hôi èsan sunègmenoi = de
plaats werd geschud waarin zij waren samengestroomd .
1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
8. Op een zintuiglijke wijze wordt de komst van de geest voorgesteld als een wind (pnoè) . Wat er in Hnd 11,15 precies is gebeurt, is niet duidelijk . De tekst zegt : Nadat ik echter begon te spreken , viel de heilige over hen zoals in het begin over ons . In Hnd 15 vertelt Petrus aan de gemeente van Jeruzalem zijn ervaring in Caesarea bij de centurio Cornelius .
| hôsper (zoals) | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | ||
| 243 | 207 | 36 | 10 | 2 | 2 | 3 | 18 | 1 | (1) Lc 17,24 . (2) Lc 18,11 . | (1) Hnd 2,2 . (2) Hnd 3,17 . (3) Hnd 11,15 . |
12. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,3 - Hnd 2,3 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And there appeared unto them cloven tongues like as
of fire, and it sat upon each of them.
Luther-Bibel . 3 Und es erschienen ihnen Zungen, zerteilt wie von Feuer; und
er setzte sich auf einen jeden von ihnen,
Tekstuitleg van Hnd 2,3 . Het vers Hnd 2,3 telt 13 woorden en 72 (2³ X 3²) letters . De getalwaarde van Hnd 2,3 is 9355 (5 X 1871) .
Hnd 2,3.1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
Hnd 2,3.2. pass. ind. aor. 3de pers. mv. ôfthèsan (zij werden gezien, zij verschenen) van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het NT : horaô (zien) . Taalgebruik in Lc : horaô (zien) . Taalgebruik in Hnd : horaô (zien) . Taalgebruik in de Septuaginta : horaô (zien) . Hebr. râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenach : râ´âh (zien) . Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . pass. Lat. apparere . Fr. apparaître . E. appear . Ned. verschijnen . D. erscheinen . Hnd (1) : Hnd 2,3 . NT (1) . LXX (9) . Een vorm van horaô (zien, verschijnen) in het NT (114) , in de LXX (1539) .
Hnd 2,3.5. nom. vr. mv. glôssai van het zelfst. naamw. glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in het NT : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Lc : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Hnd : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in de Septuaginta : glôssa (tong, taal) . Hebr. shâphâh (lip, spraak, tongval) . Taalgebruik in Tenach : shâphâh (lip, spraak, tongval) . Lat. lingua . Fr. langue . E. tongue . Ned. taal, tong, spraak . D. Sprache . Hnd (1) Hnd 2,3 . Een vorm van glôssa (tong, taal) in Hnd in 6 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,11 . (4) (1) Hnd 2,26 . . (5) Hnd 10,46 . (6) Hnd 19,6 . In Hnd : 3 vormen van glôssa (tong, taal) in 6 verzen in 3 hoofdstukken . In Lc : 2 vormen van glôssa (tong, taal) in 2 verzen in 2 hoofdstukken . Een vorm van glôssa (tong, taal) in het NT (50) , de LXX (169) .
Hnd 2,3.6. hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in het NT : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in de LXX : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in Lc : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Hebr. kë . Lat. tamquam . Fr. comme . E. like . D. wie . Ned. (zo)als. Hnd (6) : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 2,3 . (3) Hnd 2,41 . (4) Hnd 6,15 . (5) Hnd 10,3 . (6) Hnd 19,7 . NT (21) . LXX (180) .
| hôsei | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| 171 | 151 | 20 | 3 | 1 | 8 | 6 | 2 |
Hnd 2,3.7.
gen. onz. enk. puros van het zelfst. naamw. pur (vuur)
. Taalgebruik in het NT : pur
(vuur) . Taalgebruik in Lc : pur
(vuur) . Taalgebruik in Hnd : pur
(vuur) . Taalgebruik in de Septuaginta : pur
(vuur) . Hebr. ´esj (vuur) . Ned. vuur . D. Feuer . E. fire . Fr.
feu . Lat. ignis . Hnd (2) : (1) Hnd
2,3 . (2) Hnd
7,30 . Een vorm van pur (vuur) in Hnd (4) : (1) Hnd
2,3 . (2) Hnd
2,19 . (3) Hnd
7,30 . (4) Hnd
28,5 . In Hnd : 2 vormen van pur (vuur) in 4 verzen in 3 hoofdstukken .
In Lc : 2 vormen van pur (vuur) in 7 verzen in 5 hoofdstukken . Een vorm van
pur (vuur) in het NT (71) , in de LXX (540) .
MT : bë´esj (in vuur) . Tenach (128) . Pentateuch (35) . Ex (7) :
(1) Ex 3,2
. (2) Ex 12,10
. (3) Ex
19,18 . (4) Ex
29,14 . (5) Ex
29,34 . (6) Ex
32,20 . (7) Ex
32,24 .
Hnd 2,3.6. - 7. Hnd 2,3 : hôsei puros (als van vuur) . kë´esj (als vuur) . Tenach (16) . Pentateuch (1) Ex 24,17 . LXX : hôsei pur . In Ex 24,17 wordt de manier beschreven waarop God verschijnt op de berg Sinaï .
Hnd 2,3.1.
- 7. Hnd
2,3 : kai ôfthèsan autois diamerizomenai glôssai hôsei
puros (en tongen als vuur zich verdelende verschenen hen) . Dit vers vertoont
verwantschap met Ex
3,2 . In het brandend braambos verscheen de engel van JHWH aan Mozes (Ex
3,2) : LXX : ôfthè de autô(i) aggelos kuriou en flogi
puros (een engel van JHWH verscheen hem echter in een vlam van vuur) .
Het neerdalen van JHWH komt in heel wat verzen voor , vaak in klank en licht
, in donder en bliksem , in een wolk of in vuur . wajjerèd JHWH (en JHWH
daalde - neer -) . MT : (1) Gn
11,5 . (2) Ex
19,20 . (3) Ex
34,5 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde neer
in een wolk) . (4) Nu
11,25 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde
neer in een wolk) . (5) Nu 12,5 (wajjerèd JHWH be`ammûd `ânân
(JHWH daalde neer in een kolom van een wolk) . In het verhaal van de toren van
Babel daalde JHWH neer om te zien wat daar in Babel aan het gebeuren was (Gn
11,5) . In Ex
19,20 daalde JHWH neer op de top van de berg Sinaï om het verbond te
sluiten . In Ex
34,5 gebeurde dat om het verbond te vernieuwen . In Nu
11,25 daalde JHWH neer en ontvingen de 70 oudsten een deel van de geest
van Mozes . In Nu 12,5 nam JHWH de verdediging van Mozes op tegen Mirjan en
Aäron .
In Ex 19,18
MT : jârad `âlajw JHWH bâ´esj (daalde JHWH over hem
in vuur) . jired JHWH (JHWH zal neerdalen) . MT (2) : (1) Ex
19,11 . (2) Js
31,4 .
Hnd 2,3.8. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,4 - Hnd 2,4 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] And they were all filled with the Holy Ghost, and began
to speak with other tongues, as the Spirit gave them utterance.
Luther-Bibel . 4 und sie wurden alle erfüllt von dem Heiligen Geist und
fingen an zu predigen in andern Sprachen, wie der Geist ihnen gab auszusprechen.
Tekstanalyse van Hnd 2,4 . Dit vers Hnd 2,4 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 103 letters . De getalwaarde van Hnd 2,4 is 10046 (2 X 5023) .
Hnd 2,4.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| kai (en) | Hnd 2 | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| verzen | 47 | 7957 | 1071 | 678 | 1151 | 879 | 1007 | 2767 | 404 | 2900 | 3779 | ||
| kai (en) | 35 | 26980 | 21867 | 5113 | 705 | 555 | 822 | 530 | 660 | 1470 | 371 | 2082 | 2612 |
| verschil | 12 | 2844 | 366 | 123 | 329 | 349 | 347 | 1297 | 33 | 818 | 1167 |
Hnd 2,4.2. pass. ind. aor. 3de pers. mv. eplèsthèsan (zij werden vervuld) van het werkw. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het NT : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Lc : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Hnd : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Hebr. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenach : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Hnd (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 3,10 . (3) Hnd 4,31 . (4) Hnd 5,17 . (5) Hnd 13,45 . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in Hnd in 9 verzen : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 3,10 . (3) Hnd 4,8 . (4) Hnd 4,31 . (5) Hnd 5,17 . (6) Hnd 9,17 . (7) Hnd 13,9 . (8) Hnd 13,45 . (9) Hnd 19,29 . In Lc : 5 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 6 / 24 hoofdstukken en in 5 verzen . In Hnd : 4 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 7 / 28 hoofdstukken en in 9 verzen . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in het NT (24) , in de LXX (116) .
Hnd 2,4.1. - 2. kai eplèsthèsan = en zij werden vervuld . In Hnd (3 / 5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 3,10 . (3) Hnd 4,31 . Resten nog in Hnd (2 / 5) : (1) Hnd 5,17 . (2) Hnd 13,45 : eplèsthèsan = zij werden vervuld , wordt voorafgegaan door een participiumzin .
Hnd 2,4.3.
nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al)
. Taalgebruik in het NT : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl
(al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd
2,1 . (2) Hnd
2,4 . (3) Hnd
2,5 . (4) Hnd
2,7 . (5) Hnd
2,12 . (6) Hnd
2,14 . (7) Hnd
2,17 . (8) Hnd
2,21 . (9) Hnd
2,25 . (10) Hnd
2,32 . (11) Hnd
2,36 . (12) Hnd
2,39 . (13) Hnd
2,43 . (14) Hnd
2,44 . (15) Hnd
2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken
. In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm
van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken
. In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken .
Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .
Hnd 2,4.1.
- 3. kai eplèsthèsan (zij werden vervuld) pantes (allen) / hapantes
(allen) . In drie verzen in het NT :
(1) Lc
4,28 : kai eplèsthèsan pantes = en allen werden vervuld
(1) Hnd
2,4 : kai eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = en allen werden
vervuld van heilige geest .
(2) Hnd
4,31 : kai eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = en
allen werden vervuld van de heilige geest .
Hnd 2,4.4. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .
Hnd 2,4.2. - 5. Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) met de genit. heilige geest . In Hnd (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 4,8 . (3) Hnd 4,31 . (4) Hnd 13,9 . (5) Hnd 13,52 .
Hnd 2,4.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| kai (en) | Hnd 2 | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| verzen | 47 | 7957 | 1071 | 678 | 1151 | 879 | 1007 | 2767 | 404 | 2900 | 3779 | ||
| kai (en) | 35 | 26980 | 21867 | 5113 | 705 | 555 | 822 | 530 | 660 | 1470 | 371 | 2082 | 2612 |
| verschil | 12 | 2844 | 366 | 123 | 329 | 349 | 347 | 1297 | 33 | 818 | 1167 |
Hnd 2,4.8. act. inf. praes. lalein van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Hnd : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de Septuaginta : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Lat. loqui . Fr. parler . Ned. spreken . E. to speak . D. sprechen . Hnd (6) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 4,17 . (3) Hnd 4,20 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 5,40 . (6) Hnd 11,15 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Hnd 2 in 5 verzen : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,6 . (3) Hnd 2,7 . (4) Hnd 2,11 . (5) Hnd 2,31 . In Lc : 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken en in 31 verzen . In Hnd : 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23 / 28 hoofdstukken en in 60 verzen .
Hnd 2,4.10. dat. vr. mv. glôssais van het zelfst. naamw. glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in het NT : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Lc : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Hnd : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in de Septuaginta : glôssa (tong, taal) . Hebr. shâphâh (lip, spraak, tongval) . Taalgebruik in Tenach : shâphâh (lip, spraak, tongval) . Lat. lingua . Fr. langue . E. tongue . Ned. taal, tong, spraak . D. Sprache . Hnd (4) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 10,46 . (4) Hnd 19,6 . Een vorm van glôssa (tong, taal) in Hnd in 6 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,11 . (4) (1) Hnd 2,26 . . (5) Hnd 10,46 . (6) Hnd 19,6 . In Hnd : 3 vormen van glôssa (tong, taal) in 6 verzen in 3 hoofdstukken . In Lc : 2 vormen van glôssa (tong, taal) in 2 verzen in 2 hoofdstukken .
Hnd 2,4.11. kathôs (zoals, volgens zo'n wijze) . Taalgebruik : kathôs (zoals) , zie Mc 1,2 . Het komt in 405 verzen in de bijbel voor . In 326 verzen in het O.T. , in 179 verzen in het NT . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 7,17 . (4) Hnd 7,42 . (5) Hnd 7,44 . (6) Hnd 7,48 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 15,8 . (9) Hnd 15,14 . (10) Hnd 15,15 . (11) Hnd 22,3 .
13. nom. + acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (31) . Hnd 2 (1) Hnd 2,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .
| Hnd 2,5 - Hnd 2,5 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And there were dwelling at Jerusalem Jews, devout men,
out of every nation under heaven.
Luther-Bibel . 5 Es wohnten aber in Jerusalem Juden, die waren gottesfürchtige
Männer aus allen Völkern unter dem Himmel.
Tekstuitleg van Hnd 2,5 .
| Hnd 2,6 - Hnd 2,6 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] Now when this was noised abroad, the multitude came
together, and were confounded, because that every man heard them speak in his
own language.
Luther-Bibel . 6 Als nun dieses Brausen geschah, kam die Menge zusammen und
wurde bestürzt; denn ein jeder hörte sie in seiner eigenen Sprache
reden.
Tekstanalyse van Hnd 2,6 .
Er is een grote overeenkomst tussen Hnd
2,6 , Hnd
2,11 en Hnd
10,45 :
- Hnd 2,6
: èkouon heis hekastos tèi idiai dialektôi lalountôn
autôn = eenieder hoorde hen spreken in de eigen taal .
- Hnd 2,11
: akouomen lalountôn autôn tais hèmeterais glôssais
ta megaleia tou theou = wij horen hen spreken in onze talen over de grote daden
van God . Hnd
2,12 : existanto de ... zij echter waren buiten zichzelf ...
- Hnd 10,45
: kai exestèsan oi ek peritomès pistoi = en de gelovigen uit de besnijdenis
waren buiten zichzelf ... Hnd
10,46 : èkouon gar autôn lalountôn glôssais = zij
hoorden hen spreken in talen . Het Pinksterenwonder voltrekt zich niet alleen
in Jeruzalem over de apostelen en de aanwezige joden maar ook over de volken
(heidenen) in Caesarea .
- Hnd 19,6
: elaloun te glôssais = en zij spraken in talen . Na de handoplegging
door Paulus ontvingen de gelovigen van Efeze en spraken ze in talen .
6. ind. aor. 3de pers. enk. sunèlthen van het werkw. sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in het NT : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Lc : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Hnd : sunerchomai (samenkomen) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 9,39 . Een vorm van sunerchomai (samenkomen) in Hnd (17) : (1) Hnd 1,6 . (2) Hnd 1,21 . (3) Hnd 2,6 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 9,39 . (6) Hnd 10,23 . (7) Hnd 10,27 . (8) Hnd 10,45 . (9) Hnd 11,12 . (10) Hnd 15,38 . (11) Hnd 16,13 . (12) Hnd 19,32 . (13) Hnd 21,16 . (14) Hnd 21,22 . (15) Hnd 22,30 . (16) Hnd 25,17 . (17) Hnd 28,17 . In Hnd : 10 vormen van sunerchomai (samenkomen) in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .
Hnd 2,6.8. nom. + acc. onz. enk. plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in het NT : plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in Hnd : plèthos (menigte, veelheid) . Hnd (12) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 5,16 . (3) Hnd 6,2 . (4) Hnd 14,1 . (5) Hnd 14,4 . (6) Hnd 15,12 . (7) Hnd 15,30 . (8) Hnd 17,4 . (9) Hnd 21,36 . (10) Hnd 23,7 . (11) Hnd 25,24 . (12) Hnd 28,3 . Een vorm van plèthos (menigte, veelheid) in Hnd in 17 verzen : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 4,32 . (3) Hnd 5,14 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 6,2 . (6) Hnd 6,5 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 14,4 . (9) Hnd 15,12 . (10) Hnd 15,30 . (11) Hnd 17,4 . (12) Hnd 19,9 . (13) Hnd 21,22 . (14) Hnd 21,36 . (15) Hnd 23,7 . (16) Hnd 25,24 . (17) Hnd 28,3 . In Hnd : 3 vormen in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .
9. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
12. act. ind. imperf. 3de pers. mv. èkouon (zij hoorden) van het werkwoord
akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô
(horen) . Taalgebruik in Lc : akouô
(horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô
(horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô
(horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach
: sjâm`â
(horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor
< Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het
oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned.
horen . E. to hear . D. höhren . Hnd (4) : (1) Hnd
2,6 . (2) Hnd
10,46 . (3) Hnd
15,12 . (4) Hnd
22,22 . Een vorm van akouô (horen) in Hnd 2 in 6 verzen : (1) Hnd
2,6 . (1) Hnd
2,8 . (2) Hnd
2,11 . (4) Hnd
2,22 . (5) Hnd
2,33 . (6) Hnd
2,37 . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28
hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 /
24 hoofdstukken . Een vorm van akouô (horen) in het NT (427) , in de
LXX (1069) .
In Gn 11,7
wordt het hooghartig gedrag van de mensen gestopt doordat zij niet naar elkaar
luisterden en zo taalverwarring ontstond . Dit staat in schril contrast met
wat in Hnd 2 gebeurt .
14. nom. mann. enk. hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in het NT : hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in Lc : hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : hekastos (ieder, elk) . Hebr. ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenach : ´îsj (man) . Lat. unusquisque (eenieder) . Fr. quelq'un , chacun . . Ned. eenieder, ieder . E. each . Hnd (4) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,38 . (4) Hnd 11,29 . Bijbel (225) . NT (39) . Een vorm van hekastos (ieder, elk) in 11 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,6 . (3) Hnd 2,8 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 3,26 . (6) Hnd 4,35 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 17,27 . (9) Hnd 20,31 . (10) Hnd 21,19 . (11) Hnd 21,26 . In Hnd : 4 vormen van hekastos (ieder, elk) in 11 verzen in 7 hoofdstukken . In Lc : 4 vormen van hekastos (ieder, elk) in 5 verzen in 5 hoofdstukken . Een vorm van hekastos (ieder, elk) in het NT (81) , in de LXX (356) .
18. act. part. praes. gen. mv. lalountôn (terwijl zij aan het praten
waren) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten)
. Taalgebruik in het NT : laleô
(lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô
(lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Hnd : laleô
(lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de Septuaginta : laleô
(lallen, spreken, praten) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in
Tenach : dâbhar
(spreken) . Lat. loqui . Fr. parler . Ned. spreken . E. to speak . D. sprechen
. Hnd (4) : (1) Hnd
2,6 . (2) Hnd
2,11 . (3) Hnd
4,1 . (4) Hnd
10,46 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Hnd 2 in 5
verzen : (1) Hnd
2,4 . (2) Hnd
2,6 . (3) Hnd
2,7 . (4) Hnd
2,11 . (5) Hnd
2,31 . In Hnd : 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23
/ 28 hoofdstukken en in 60 verzen . In Lc : 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken
en in 31 verzen .
Het werkwoord laleô staat zeer dicht bij het werkwoord existamai in Hnd
2,7 . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest
vervuld zijn . Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken)
en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .
18. - 19. autôn lalountôn (terwijl zij aan het praten waren , naar hen die aan het praten waren) . Taalgebruik : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Losse genitief of nadere bepaling bij het werkwoord akouô ( luisteren naar hen sprekende = hen horen spreken) . Aanwijzend voornaamwoord genitief mannelijk meervoud + participium praesens genitief mannelijk meervoud . In veertien verzen in de bijbel ; in negen verzen in het O.T. . In één vers bij Lucas nl. Lc 24,36 en in vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,6 (laountôn autôn) . (2) Hnd 2,11 (laountôn autôn) . (3) Hnd 4,1 (laountôn de autôn - losse genitief) . (4) Hnd 10,46 (autôn lalountôn) .
| Hnd 2,7 - Hnd 2,7 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] And they were all amazed and marvelled, saying one to
another, Behold, are not all these which speak Galilaeans?
Luther-Bibel . 7 Sie entsetzten sich aber, verwunderten sich und sprachen: Siehe,
sind nicht diese alle, die da reden, aus Galiläa?
Tekstanalyse van Hnd 2,7 . Dit vers Hnd 2,7 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 92 (2 X 2 X 23) letters . De getalwaarde van Hnd 2,7 is 8203 (13 X 631) .
1. existanto (zij waren buiten zichzelf) . Taalgebruik : existamai (buiten zichzelf zijn , ontsteld / ontzet zijn) , zie Mc 16,8 . Imperfectum derde persoon meervoud . In zeven verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. , in zes verzen in het NT : (1) Gn 43,33 . (2) Mt 12,23 . (3) Mc 6,51 . (4) Lc 2,47 . (5) Hnd 2,7 . (6) Hnd 2,12 . (7) Hnd 9,21 . In alle zinnen staat het vervoegd werkwoord bij het begin van de zin . Het werkwoord existèmai wordt vertaald door : buiten zichzelf zijn , versteld staan , verstomd staan , buiten zichzelf raken , van zijn stuk brengen , van zijn stuk gebracht worden . Het werkwoord existèmai roept de gedachte op dat men uit zijn evenwicht geraakt , dat het gebeurde niet overeenkomt met wat men over een persoon (personen) of situatie dacht en bijgevolg vragen oproept . Bij existèmai wordt het voor-oordeel aan het wankelen gebracht . Zie ook Hnd 2,12 . Het is een reactie op wat ze in Hnd 2,6 horen praten . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest vervuld zijn .
In het schema onder Mc 16,8 kunnen we zien hoe de zinnen met existanto (zij waren buiten zichzelf) op gelijkaardige wijze zijn opgebouwd .
| 1. | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. |
| 2. | Gn 43,33 | Mt 12,23 | Mc 6,51 | Lc 2,47 | Hnd 2,7 | Hnd 2,12 | Hnd 9,21 |
| 3. | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | kai existanto (en zij waren buiten zichzelf) | existanto (zij waren buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) |
| 4. | hoi anthrôpoi (de mensen) ekastos pros ton adelfou autou (ieder tot zijn broer) | pantes oi ochloi (alle menigten) | (en heautois = onder elkaar) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) | "pantes" (allen) | pantes (allen) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) |
| 5. | kai elegon (en ze zeiden) | kai ethaumazon legontes (en zij waren verwonderd zeggend) | kai dièporoun allos pros allon legontes (en zij waren in verlegenheid, de ene tot de ander zeggend) | kai elegon (en ze zeiden) | |||
| 6. | mèti outos estin ho (is deze niet de ...) | ouch idou hapantes houtoi eisin (zie zijn niet al dezen) | ti thelei touto einai ; | ouch houtos estin ho (is deze niet) | |||
| 7. | 117. Genezing van een blinde en een stomme bezetene : Mt 12,22-23 - Mt 9,32-34 - Lc 11,14 | 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 . | 8. De twaalfjarige Jezus in de tempel : Lc 2,41-52 | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Saulus in Damascus : Hnd 9,1-22 . |
In de zeven verzen begint slechts één vers met kai (en) : Mt 12,23 . In de zes andere verzen staan het vervoegd werkwoord existanto (zij waren buiten zichzelf) vooraan de zin , gevolgd door het partikel de (echter) . Op het vervoegd werkwoord volgt in vijf verzen het onderwerp . In vier verzen is het pantes (allen) , al dan niet zelfstandig gebruikt . In vier verzen volgt een nevenschikkende zin . In deze vier zinnen is een vorm van het werkwoord legô (zeggen) te vinden . Hierop volgt dan een vraag , die de verrassing verwoordt .
2. de (echter) . Hetzelfde onderwerp als in voorgaande zin . Wat er gebeurt , was niet te verwachten . Het lokt een reactie uit van extase en verwondering .
3. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
1. - 3. existanto (zij waren buiten zichzelf) de (echter) pantes (allen) . In vier verzen in het NT : (1) Lc 2,47 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,12 . (4) Hnd 9,21 .
8. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan
(al) . Taalgebruik in het NT : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl
(al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder .Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd
2,1 . (2) Hnd
2,4 . (3) Hnd
2,5 . (4) Hnd
2,7 . (5) Hnd
2,12 . (6) Hnd
2,14 . (7) Hnd
2,17 . (8) Hnd
2,21 . (9) Hnd
2,25 . (10) Hnd
2,32 . (11) Hnd
2,36 . (12) Hnd
2,39 . (13) Hnd
2,43 . (14) Hnd
2,44 . (15) Hnd
2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken
. In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm
van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken
. In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken .
Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .
9. houtoi (deze) , zie Hnd 1,14 . Aanwijzend voornaamwoord nominatief mannelijk meervoud . In 382 verzen in de bijbel . In veertien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,15 . (4) Hnd 11,12 . (5) Hnd 16,17 . (6) Hnd 16,20 . (7) Hnd 17,6 . (8) Hnd 17,7 . (9) Hnd 17,11 . (10) Hnd 20,5 . (11) Hnd 24,15 . (12) Hnd 24,20 . (13) Hnd 25,11 . (14) Hnd 27,31 .
| Hnd 2,8 - Hnd 2,8 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] And how hear we every man in our own tongue, wherein
we were born?
Luther-Bibel . 8 Wie hören wir denn jeder seine eigene Muttersprache?
Tekstuitleg van Hnd 2,8 .
1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
4. act. ind. praes. 1ste pers. mv. akouomen (wij horen) van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Taalgebruik in Lc : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Hnd (2) : (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . Een vorm van akouô (horen) in Hnd 2 in 6 verzen : (1) Hnd 2,6 . (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . (4) Hnd 2,22 . (5) Hnd 2,33 . (6) Hnd 2,37 . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken .
| Hnd 2,9 - Hnd 2,9 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] Parthians, and Medes, and Elamites, and the dwellers
in Mesopotamia, and in Judaea, and Cappadocia, in Pontus, and Asia,
Luther-Bibel . 9 Parther und Meder und Elamiter und die wir wohnen in Mesopotamien
und Judäa, Kappadozien, Pontus und der Provinz Asien,
Tekstuitleg van Hnd 2,9 .
2. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
4. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
6. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
13. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
14. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
16. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
17. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
| Hnd 2,10 - Hnd 2,10 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] Phrygia, and Pamphylia, in Egypt, and in the parts
of Libya about Cyrene, and strangers of Rome, Jews and proselytes,
Luther-Bibel . 10 Phrygien und Pamphylien, Ägypten und der Gegend von Kyrene
in Libyen und Einwanderer aus Rom,
Tekstuitleg van Hnd 2,10 .
1. Frugian (Frygië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 16,6 . Paulus en Silas trokken tijdens een tweede zendingsreis door Frygië en Galatië . (3) Hnd 18,23 . Tijdens een derde zendingsreis kwam Paulus langs Frygië en Galatië . Taalgebruik : Frugian (Frygië) , zie Hnd 2,10 . Landstreek in het westelijk hoogland van Klein-Azië (tot 2500 m hoog), tussen Bytinië en Pisidië, Galatië en Lydië .
- Galatikèn chôran
(Galatië) . Tweemaal wordt in combinatie met Frygië Galatië
(galatikèn chôran = de streek van Galatië) genoemd . (1) Hnd
16,6 . Paulus en Silas trokken tijdens een tweede zendingsreis door Frygië
en Galatië . (2) Hnd
18,23 . Tijdens een derde zendingsreis kwam Paulus langs Frygië en
Galatië . Taalgebruik : Galatikèn
chôran (Galatië) , zie Hnd
2,10 .
- Galatias (van Galatië) . Genitief vrouwelijk enkelvoud . In drie verzen
in het NT : (1) 1 Kor 16,1 (in verband met een inzameling voor Jeruzalem)
. (2) Gal
1,2 . (3) 1 Pe 1,1 .
- Galatian (naar Galatië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In één
vers : 2 Tim 4,10 .
3. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
4. Pamfulian (Pamfilië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In vier verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 14,14 (kai dielthontes tèn Pisidian èlthon eis tèn Pamfulian = en nadat zij Pisidië hadden doortrokken, kwamen zij in Pamfylië) . (3) Hnd 27,5 . Pamfulias : genitief vrouwelijk enkelvoud . In twee verzen in Hnd : (1) Hnd 13,13 : èlthon eis Pergèn tès Pämfulias = zij kwamen aan in Pamfylië . (2) Hnd 15,38 . Pamfulia (Pamfylië) . Taalgebruik : Pamfulia (Pamfylië) , zie Hnd 2,10 . Op hun eerste zendingsreis trokken Paulus en Barnabas na Cyprus naar Pamfylië , naar de stad Perge . Tot nu toe had Johannes Marcus hen vergezeld (Hnd 13,5) . Maar in Perge hield hij het voor bekeken en ging naar Jeruzalem terug (Hnd 13,13) . Bij de start van een tweede zendingsreis wou Barnabas Johannes Marcus meenemen . Daar ging Paulus niet mee akkoord . Het kwam tot een hoogoplopende ruzie waardoor Paulus en Barnabas uit elkaar gingen (Hnd 15,37 - Hnd 15,38 - Hnd 15,39) . Pamfylië is een landstreek aan de zuidkust van Klein-Azië tussen Lydië en Cilicië . In dit gebied ligt de stad Perge .
6. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
10. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
14. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,11 - Hnd 2,11 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] Cretes and Arabians, we do hear them speak in our tongues
the wonderful works of God.
Luther-Bibel . 11 Juden und Judengenossen, Kreter und Araber: wir hören
sie in unsern Sprachen von den großen Taten Gottes reden.
Tekstanalyse van Hnd 2,11
Er is een grote overeenkomst tussen Hnd
2,6 , Hnd
2,11 en Hnd
10,45 :
- Hnd 2,6
: èkouon heis hekastos tèi idiai dialektôi lalountôn
autôn = eenieder hoorde hen spreken in de eigen taal .
- Hnd 2,11
: akouomen lalountôn autôn tais hèmeterais glôssais
ta megaleia tou theou = wij horen hen spreken in onze talen over de grote daden
van God . Hnd
2,12 : existanto de ... zij echter waren buiten zichzelf ...
- Hnd 10,45
: kai exestèsan oi ek peritomès pistoi = en de gelovigen uit de besnijdenis
waren buiten zichzelf ... Hnd
10,46 : èkouon gar autôn lalountôn glôssais = zij
hoorden hen spreken in talen . Het Pinksterenwonder voltrekt zich niet alleen
in Jeruzalem over de apostelen en de aanwezige joden maar ook over de volken
(heidenen) in Caesarea .
- Hnd 19,6
: elaloun te glôssais = en zij spraken in talen . Na de handoplegging
door Paulus ontvingen de gelovigen van Efeze en spraken ze in talen .
3. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
6. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
8. act. ind. praes. 1ste pers. mv. akouomen (wij horen) van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Taalgebruik in Lc : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Hnd (2) : (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . Een vorm van akouô (horen) in Hnd 2 in 6 verzen : (1) Hnd 2,6 . (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . (4) Hnd 2,22 . (5) Hnd 2,33 . (6) Hnd 2,37 . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken .
9. act. part. praes. gen. mv. lalountôn (terwijl zij aan het praten waren)
van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik
in het NT : laleô
(lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô
(lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Hnd : laleô
(lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de Septuaginta : laleô
(lallen, spreken, praten) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in
Tenach : dâbhar
(spreken) . Lat. loqui . Fr. parler . Ned. spreken . E. to speak . D. sprechen
. Hnd (4) : (1) Hnd
2,6 . (2) Hnd
2,11 . (3) Hnd
4,1 . (4) Hnd
10,46 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Hnd 2 in 5
verzen : (1) Hnd
2,4 . (2) Hnd
2,6 . (3) Hnd
2,7 . (4) Hnd
2,11 . (5) Hnd
2,31 . In Hnd : 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23
/ 28 hoofdstukken en in 60 verzen . In Lc : 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken
en in 31 verzen .
Het werkwoord laleô staat zeer dicht bij het werkwoord existamai in Hnd
2,7 . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest
vervuld zijn . Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken)
en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .
Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken) en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .
9. -10. autôn lalountôn (terwijl zij aan het praten waren , naar hen die aan het praten waren) . Taalgebruik : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Losse genitief of nadere bepaling bij het werkwoord akouô ( luisteren naar hen sprekende = hen horen spreken) . Aanwijzend voornaamwoord genitief mannelijk meervoud + participium praesens genitief mannelijk meervoud . In veertien verzen in de bijbel ; in negen verzen in het O.T. . In één vers bij Lucas nl. Lc 24,36 en in vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,6 (laountôn autôn) . (2) Hnd 2,11 (laountôn autôn) . (3) Hnd 4,1 (laountôn de autôn - losse genitief) . (4) Hnd 10,46 (autôn lalountôn) .
13. dat. vr. mv. glôssais van het zelfst. naamw. glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in het NT : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Lc : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Hnd : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in de Septuaginta : glôssa (tong, taal) . Hebr. shâphâh (lip, spraak, tongval) . Taalgebruik in Tenach : shâphâh (lip, spraak, tongval) . Lat. lingua . Fr. langue . E. tongue . Ned. taal, tong, spraak . D. Sprache . Hnd (4) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 10,46 . (4) Hnd 19,6 . Een vorm van glôssa (tong, taal) in Hnd in 6 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,11 . (4) (1) Hnd 2,26 . . (5) Hnd 10,46 . (6) Hnd 19,6 . In Hnd : 3 vormen van glôssa (tong, taal) in 6 verzen in 3 hoofdstukken . In Lc : 2 vormen van glôssa (tong, taal) in 2 verzen in 2 hoofdstukken .
| Hnd 2,12 - Hnd 2,12 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And they were all amazed, and were in doubt, saying
one to another, What meaneth this?
Luther-Bibel . 12 Sie entsetzten sich aber alle und wurden ratlos und sprachen
einer zu dem andern: Was will das werden?
Tekstanalyse van Hnd 2,12 . Dit vers Hnd 2,12 telt 14 (2 X 7) woorden en 70 (2 X 5 X 7) tellers . De getalwaarde van Hnd 2,12 is 5790 (2 X 3 X 5 X 193)
1. existanto (zij waren buiten zichzelf) . Taalgebruik : existamai (buiten zichzelf zijn , ontsteld / ontzet zijn) , zie Mc 16,8 . Imperfectum derde persoon meervoud . In zeven verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. , in zes verzen in het NT : (1) Gn 43,33 . (2) Mt 12,23 . (3) Mc 6,51 . (4) Lc 2,47 . (5) Hnd 2,7 . (6) Hnd 2,12 . (7) Hnd 9,21 . In alle zinnen staat het vervoegd werkwoord bij het begin van de zin . Het werkwoord existèmai wordt vertaald door : buiten zichzelf zijn , versteld staan , verstomd staan , buiten zichzelf raken , van zijn stuk brengen , van zijn stuk gebracht worden . Het werkwoord existèmai roept de gedachte op dat men uit zijn evenwicht geraakt , dat het gebeurde niet overeenkomt met wat men over een persoon (personen) of situatie dacht en bijgevolg vragen oproept . Bij existèmai wordt het voor-oordeel aan het wankelen gebracht . Zie ook Hnd 2,12 .
In het schema onder Mc 16,8 kunnen we zien hoe de zinnen met existanto (zij waren buiten zichzelf) op gelijkaardige wijze zijn opgebouwd .
| 1. | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. |
| 2. | Gn 43,33 | Mt 12,23 | Mc 6,51 | Lc 2,47 | Hnd 2,7 | Hnd 2,12 | Hnd 9,21 |
| 3. | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | kai existanto (en zij waren buiten zichzelf) | existanto (zij waren buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) |
| 4. | hoi anthrôpoi (de mensen) ekastos pros ton adelfou autou (ieder tot zijn broer) | pantes oi ochloi (alle menigten) | (en heautois = onder elkaar) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) | "pantes" (allen) | pantes (allen) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) |
| 5. | kai elegon (en ze zeiden) | kai ethaumazon legontes (en zij waren verwonderd zeggend) | kai dièporoun allos pros allon legontes (en zij waren in verlegenheid, de ene tot de ander zeggend) | kai elegon (en ze zeiden) | |||
| 6. | mèti outos estin ho (is deze niet de ...) | ouch idou hapantes houtoi eisin (zie zijn niet al dezen) | ti thelei touto einai ; | ouch houtos estin ho (is deze niet) | |||
| 7. | 117. Genezing van een blinde en een stomme bezetene : Mt 12,22-23 - Mt 9,32-34 - Lc 11,14 | 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 . | 8. De twaalfjarige Jezus in de tempel : Lc 2,41-52 | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Saulus in Damascus : Hnd 9,1-22 . |
In de zeven verzen begint slechts één vers met kai (en) : Mt 12,23 . In de zes andere verzen staan het vervoegd werkwoord existanto (zij waren buiten zichzelf) vooraan de zin , gevolgd door het partikel de (echter) . Op het vervoegd werkwoord volgt in vijf verzen het onderwerp . In vier verzen is het pantes (allen) , al dan niet zelfstandig gebruikt . In vier verzen volgt een nevenschikkende zin . In deze vier zinnen is een vorm van het werkwoord legô (zeggen) te vinden . Hierop volgt dan een vraag , die de verrassing verwoordt .
3. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan
(al) . Taalgebruik in het NT : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl
(al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd
2,1 . (2) Hnd
2,4 . (3) Hnd
2,5 . (4) Hnd
2,7 . (5) Hnd
2,12 . (6) Hnd
2,14 . (7) Hnd
2,17 . (8) Hnd
2,21 . (9) Hnd
2,25 . (10) Hnd
2,32 . (11) Hnd
2,36 . (12) Hnd
2,39 . (13) Hnd
2,43 . (14) Hnd
2,44 . (15) Hnd
2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken
. In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm
van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken
. In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken .
Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .
4. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,13 - Hnd 2,13 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] Others mocking said, These men are full of new wine.
Luther-Bibel . 13 Andere aber hatten ihren Spott und sprachen: Sie sind voll
von süßem Wein.
Tekstuitleg van Hnd 2,13 .
Hnd 2,14-40 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Lezing op de 4de (vierde) paaszondag A : Hnd 2,14a.36-41 .
Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: "Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God die Jezus, die gij gekruisigd hebt, Heer en Christus heeft gemaakt." Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: "Wat moeten we doen, mannen, broeders?" Petrus gaf hun ten antwoord: "Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen." Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen: "Redt u uit dit ontaarde geslacht." Die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.
| Hnd 2,14 - Hnd 2,14 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] But Peter, standing up with the eleven, lifted up his
voice, and said unto them, Ye men of Judaea, and all ye that dwell at Jerusalem,
be this known unto you, and hearken to my words:
Luther-Bibel . 14 Da trat Petrus auf mit den Elf, erhob seine Stimme und redete
zu ihnen: Ihr Juden, liebe Männer, und alle, die ihr in Jerusalem wohnt,
das sei euch kundgetan, und lasst meine Worte zu euren Ohren eingehen!
Tekstuitleg van Hnd 2,14 .
9. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
21. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan
(al) . Taalgebruik in het NT : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl
(al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd
2,1 . (2) Hnd
2,4 . (3) Hnd
2,5 . (4) Hnd
2,7 . (5) Hnd
2,12 . (6) Hnd
2,14 . (7) Hnd
2,17 . (8) Hnd
2,21 . (9) Hnd
2,25 . (10) Hnd
2,32 . (11) Hnd
2,36 . (12) Hnd
2,39 . (13) Hnd
2,43 . (14) Hnd
2,44 . (15) Hnd
2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken
. In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm
van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken
. In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken .
Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .
| Hnd 2,15 - Hnd 2,15 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] For these are not drunken, as ye suppose, seeing it
is but the third hour of the day.
Luther-Bibel . 15 Denn diese sind nicht betrunken, wie ihr meint, ist es doch
erst die dritte Stunde am Tage;
Tekstuitleg van Hnd 2,15 .
15. houtoi (deze) , zie Hnd 1,14 . Aanwijzend voornaamwoord nominatief mannelijk meervoud . In 382 verzen in de bijbel . In veertien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,15 . (4) Hnd 11,12 . (5) Hnd 16,17 . (6) Hnd 16,20 . (7) Hnd 17,6 . (8) Hnd 17,7 . (9) Hnd 17,11 . (10) Hnd 20,5 . (11) Hnd 24,15 . (12) Hnd 24,20 . (13) Hnd 25,11 . (14) Hnd 27,31 .
| Hnd 2,16 - Hnd 2,16 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] But this is that which was spoken by the prophet Joel;
Luther-Bibel . 16 sondern das ist's, was durch den Propheten Joel gesagt worden
ist (Joel 3,1-5):
Tekstuitleg van Hnd 2,16 .
| Hnd 2,17 - Hnd 2,17 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] And it shall come to pass in the last days, saith God,I
will pour out of my Spirit upon all flesh: and your sons and your daughters
shall prophesy, and your young men shall see visions, and your old men shall
dream dreams:
Luther-Bibel . 17 »Und es soll geschehen in den letzten Tagen, spricht
Gott, da will ich ausgießen von meinem Geist auf alles Fleisch; und eure
Söhne und eure Töchter sollen weissagen, und eure Jünglinge sollen
Gesichte sehen, und eure Alten sollen Träume haben;
Tekstuitleg van Hnd 2,17 .
3. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
10. act. ind. praes. 1ste pers. enk. ekcheô (ik giet uit) van het werkw. ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in het NT : ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in Hnd. : ekcheô (uitgieten) . Lat. effundere . Fr. répandre . Ned. uitgieten. D. ausgiessen . E. to pour out . Hnd (2) : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in Hnd in 3 verzen : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . (3) Hnd 2,33 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in het NT (16) , in de LXX (141) .
13. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .
16. acc. vr. enk. pasan van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (8) : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 5,21 . (3) Hnd 5,42 . (4) Hnd 7,14 . (5) Hnd 15,36 . (6) Hnd 17,17 . (7) Hnd 20,27 . (8) Hnd 26,20 .
| pas (al) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| 9 | acc. vr. enk. pasan | 380 | 329 | 51 | 7 | 1 | 5 | 1 | 8 | 26 | 3 | 13 | 14 |
| Hnd 2,18 - Hnd 2,18 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And on my servants and on my handmaidens I will pour
out in those days of my Spirit; and they shall prophesy:
Luther-Bibel . 18 und auf meine Knechte und auf meine Mägde will ich in
jenen Tagen von meinem Geist ausgießen, und sie sollen weissagen.
Tekstuitleg van Hnd 2,18 .
16. ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in het NT : ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in Hnd. : ekcheô (uitgieten) . Lat. effundere . Fr. répandre . Ned. uitgieten. D. ausgiessen . E. to pour out . Hnd (2) : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in Hnd in 3 verzen : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . (3) Hnd 2,33 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in het NT (16) , in de LXX (141) .
19. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .
| Hnd 2,19 - Hnd 2,19 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And I will shew wonders in heaven above, and signs
in the earth beneath; blood, and fire, and vapour of smoke:
Luther-Bibel . 19 Und ich will Wunder tun oben am Himmel und Zeichen unten auf
Erden, Blut und Feuer und Rauchdampf;
Tekstuitleg van Hnd 2,19 .
4. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
5. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
| Hnd 2,20 - Hnd 2,20 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] The sun shall be turned into darkness, and the moon
into blood, before that great and notable day of the Lord come:
Luther-Bibel . 20 die Sonne soll in Finsternis und der Mond in Blut verwandelt
werden, ehe der große Tag der Offenbarung des Herrn kommt.
Tekstuitleg van Hnd 2,20 .
15. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
| Hnd 2,21 - Hnd 2,21 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And it shall come to pass, that whosoever shall call
on the name of the Lord shall be saved.
Luther-Bibel . 21 Und es soll geschehen: wer den Namen des Herrn anrufen wird,
der soll gerettet werden.«
Tekstuitleg van Hnd 2,21 .
| Hnd 2,22 - Hnd 2,22 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] Ye men of Israel, hear these words; Jesus of Nazareth,
a man approved of God among you by miracles and wonders and signs, which God
did by him in the midst of you, as ye yourselves also know:
Luther-Bibel . 22 Ihr Männer von Israel, hört diese Worte: Jesus von
Nazareth, von Gott unter euch ausgewiesen durch Taten und Wunder und Zeichen,
die Gott durch ihn in eurer Mitte getan hat, wie ihr selbst wisst -
Tekstuitleg van Hnd 2,22 .
28. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
31. kathôs (zoals, volgens zo'n wijze) . Taalgebruik : kathôs (zoals) , zie Mc 1,2 . Het komt in 405 verzen in de bijbel voor . In 326 verzen in het O.T. , in 179 verzen in het NT . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 7,17 . (4) Hnd 7,42 . (5) Hnd 7,44 . (6) Hnd 7,48 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 15,8 . (9) Hnd 15,14 . (10) Hnd 15,15 . (11) Hnd 22,3 .
| Hnd 2,23 - Hnd 2,23 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] Him, being delivered by the determinate counsel and
foreknowledge of God, ye have taken, and by wicked hands have crucified and
slain:
Luther-Bibel . 23 diesen Mann, der durch Gottes Ratschluss und Vorsehung dahingegeben
war, habt ihr durch die Hand der Heiden ans Kreuz geschlagen und umgebracht.
Tekstuitleg van Hnd 2,23 .
- ekdotos (ek - didômi) : uit-geleverd . ekdoton : accusatief mannelijk enkelvoud . Slechts in één vers in de bijbel : Hnd 2,23 .
| Hnd 2,24 - Hnd 2,24 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] Whom God hath raised up, having loosed the pains of
death: because it was not possible that he should be holden of it.
Luther-Bibel . 24 Den hat Gott auferweckt und hat aufgelöst die Schmerzen
des Todes, wie es denn unmöglich war, dass er vom Tode festgehalten werden
konnte.
Tekstuitleg van Hnd 2,24 .
| Hnd 2,25 - Hnd 2,25 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] For David speaketh concerning him, I foresaw the Lord
always before my face, for he is on my right hand, that I should not be moved:
Luther-Bibel . 25 Denn David spricht von ihm (Psalm 16,8-11): »Ich habe
den Herrn allezeit vor Augen, denn er steht mir zur Rechten, damit ich nicht
wanke.
Tekstuitleg van Hnd 2,25 .
15. gen. mv. dexiôn van het bijvoegl. naamw. dexios (rechts) . Taalgebruik in het NT : dexios (rechts) . Taalgebruik in Lc : dexios (rechts) . Taalgebruik in Hnd : dexios (rechts) .Taalgebruik in de Septuaginta : dexios (rechts) . Hebr. jâmîn (rechterzijde, rechts) .Taalgebruik in Tenach : jâmîn (rechterzijde, rechts) . L. dexter . Fr. droit . Ned. rechts . E. right . D. rechter . Hnd (4) : (1) Hnd 2,25 . (2) Hnd 2,34 . (3) Hnd 7,55 . (4) Hnd 7,56 . Bijbel (67) . LXX (44) . NT. (23) . Een vorm van dexios (rechts) in 7 verzen : (1) Hnd 2,25 . (2) Hnd 2,33 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 3,7 . (5) Hnd 5,31 . (6) Hnd 7,55 . (7) Hnd 7,56 . In Lc : 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 5 / 24 hoofdstukken en in 6 verzen . In Hnd : 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 7 verzen in 4 hoofdstukken . Een vorm van (rechter- , rechts) in het NT (54) , in de LXX (228) .
| Hnd 2,26 - Hnd 2,26 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] Therefore did my heart rejoice, and my tongue was glad;
moreover also my flesh shall rest in hope:
Luther-Bibel . 26 Darum ist mein Herz fröhlich, und meine Zunge frohlockt;
auch mein Leib wird ruhen in Hoffnung.
Tekstuitleg van Hnd 2,26 .
| Hnd 2,27 - Hnd 2,27 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] Because thou wilt not leave my soul in hell, neither
wilt thou suffer thine Holy One to see corruption.
Luther-Bibel . 27 Denn du wirst mich nicht dem Tod überlassen und nicht
zugeben, dass dein Heiliger die Verwesung sehe.
Tekstuitleg van Hnd 2,27 .
4. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
Hnd 2,28 - Hnd 2,28 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] Thou hast made known to me the ways of life; thou shalt
make me full of joy with thy countenance.
Luther-Bibel . 28 Du hast mir kundgetan die Wege des Lebens; du wirst mich erfüllen
mit Freude vor deinem Angesicht.«
Tekstuitleg van Hnd 2,28 .
| Hnd 2,29 - Hnd 2,29 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] Men and brethren, let me freely speak unto you of the
patriarch David, that he is both dead and buried, and his sepulchre is with
us unto this day.
Luther-Bibel . 29 Ihr Männer, liebe Brüder, lasst mich freimütig
zu euch reden von dem Erzvater David. Er ist gestorben und begraben, und sein
Grab ist bei uns bis auf diesen Tag.
Tekstuitleg van Hnd 2,29
3. exon = exestin (het is toegelaten) . In vier verzen in de bijbel : (1) Est 4,2 . (2) Mt 12,4 . (3) Hnd 2,29 . (4) 2 Kor 12,4 .
5. - 6. meta parrèsias . Taalgebruik : parrèsia
(vrijmoedigheid) , zie Hnd
28,31 . para - rèsia : (1) voorzetsel para : langs , ernaast , ter
zijde , bij . (2) rè - ma : woord ; rè-sis : rede , gesprek ;
rè-tôr : redenaar , spreker . Kan rè-sia : bespraaktheid
, spreekvaardigheid betekenen ? Duidt het voorzetsel para dan aan wat bij die
spreekvaardigheid hoort : vrijheid van spreken , overtuigingskracht , vrijmoedigheid
, zonder terughoudendheid .
- meta parrèsias komt in Hnd viermaal voor . Het geeft aan waarop gesproken
of geleerd wordt .
(1) Hnd
2,29 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(2) Hnd
4,29 (meta parrèsias pasès = met alle / totale vrijmoedigheid)
.
(3) Hnd
4,31 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(4) Hnd
28,31 (meta pasès parrèsias = met alle vrijmoedigheid) .
In Hnd
2,29 staat meta parrèsias bij de infintief aorist eipein van het
werkwoord legô (zeggen) . Wil. vertaalt met 'ronduit' , Naard. geeft 'vrijelijk'
.
In zijn eerste toespraak (tot het volk) maakte Petrus duidelijk dat wat met
Jezus is gebeurd , reeds door David was voorzegd . meta parrèsias wordt
hier in een contekst gebruikt waarbij iedereen het eens zal zijn met wat Petrus
zei nl. dat David gestorven en begraven is en dat zijn graf zich nog altijd
in hun midden bevindt .
| Hnd 2,30 - Hnd 2,30 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [30] Therefore being a prophet, and knowing that God had
sworn with an oath to him, that of the fruit of his loins, according to the
flesh, he would raise up Christ to sit on his throne;
Luther-Bibel . 30 Da er nun ein Prophet war und wusste, dass ihm Gott verheißen
hatte mit einem Eid, dass ein Nachkomme von ihm auf seinem Thron sitzen sollte,
Tekstuitleg van Hnd 2,30 .
1. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het NT : profètès (profeet) . Taalgebruik in Lc : profètès (profeet) . Taalgebruik in Hnd : profètès (profeet) . Taalgebruik in Tenach : nâbhî´(profeet) . Hebr. nâbhî´(profeet) . Gr. profètès < pro - fè - tès (fèmi : spreken) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,30 . (2) Hnd 7,48 . (3) Hnd 8,34 . (4) Hnd 21,10 . Lc (7) . Een vorm van profètès (profeet) in Hnd in 30 verzen , in Hnd 2 : (1) Hnd 2,16 . (2) Hnd 2,30 . In Hnd : 6 vormen van profètès (profeet) in 30 verzen in 12 / 28 hoofdstukken . In Lc : 7 vormen van profètès (profeet) in 29 verzen in 13 / 24 hoofdstukken .
| Hnd 2,31 - Hnd 2,31 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [31] He seeing this before spake of the resurrection of
Christ, that his soul was not left in hell, neither his flesh did see corruption.
Luther-Bibel . 31 hat er's vorausgesehen und von der Auferstehung des Christus
gesagt: Er ist nicht dem Tod überlassen, und sein Leib hat die Verwesung
nicht gesehen.
Tekstuitleg van Hnd 2,31 . Dit vers Hnd 2,31 telt 21 (3 X 7) woorden en 101 letters . De getalwaarde van Hnd 2,31 is 14417 (13 X 1109) .
2. elalèsen (hij sprak) . Taalgebruik : legô
(zeggen) , zie Mt
4,6 . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In 431 verzen in de bijbel
. In 400 verzen in het O.T. . In eenendertig verzen in het NT .
In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc
1,55 (kathôs ... = zoals ...) . (2) Lc
1,70 (kathôs ... = zoals ...) . (3) Lc
2,50 . (4) Lc
11,14 . (5) Lc
24,6 (hôs ... = zoals ...) .
In acht verzen in Hnd : (1) Hnd
2,31 . (2) Hnd
3,21 . (3) Hnd
7,6 . (4) Hnd
8,26 . (5) Hnd
9,27 . (6) Hnd
23,9 . (7) Hnd
28,21 . (8) Hnd
28,25 .
| Hnd 2,32 - Hnd 2,32 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [32] This Jesus hath God raised up, whereof we all are witnesses.
Luther-Bibel . 32 Diesen Jesus hat Gott auferweckt; dessen sind wir alle Zeugen.
Tekstuitleg van Hnd 2,32 .
8. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan
(al) . Taalgebruik in het NT : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas
(ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl
(al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd
2,1 . (2) Hnd
2,4 . (3) Hnd
2,5 . (4) Hnd
2,7 . (5) Hnd
2,12 . (6) Hnd
2,14 . (7) Hnd
2,17 . (8) Hnd
2,21 . (9) Hnd
2,25 . (10) Hnd
2,32 . (11) Hnd
2,36 . (12) Hnd
2,39 . (13) Hnd
2,43 . (14) Hnd
2,44 . (15) Hnd
2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken
. In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm
van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken
. In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken .
Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .
11. martures (getuigen). Taalgebruik : martureô
(getuigen) , zie Joh
1,7 . Nominatief meervoud mannelijk . In twintig verzen in de bijbel
. In tien verzen in het O.T. . In tien verzen in het NT . Niet bij Matteüs
en Marcus. In twee verzen bij Lucas : (1) Lc
11,48 . (2) Lc
24,48 . In zeven verzen in Hnd : (1) Hnd
1,8 . (2) Hnd
2,32 . (3) Hnd
3,15 . (4) Hnd
5,32 . (5) Hnd
7,58 . (6) Hnd
10,39 . (7) Hnd
13,31 . Tenslotte 1 Tes 2,10 .
Het getuigenis van de apostelen is één van de elementen die Lc
24,48 - Lc
24,49 en Hnd
1,4 / Hnd
1,8 gemeenschappelijk hebben :
- Lc 24,48
: humeis martures toutôn = jullie zijn getuigen van deze 'dingen' .
- Hnd 1,8
: esesthe mou martures = jullie zullen mijn getuigen zijn .
Getuigen zijn wijst op opvolging maar ook op de aard van de opvolging . Na het
heengaan van Elia werd de leerling Elisa leraar . Op deze wijze gebeurt het
niet met de leerlingen van Jezus . Zij blijven leerlingen . Ze zijn en blijven
getuigen . In de meeste teksten van Hnd kan dat getuigenis onder verschillende
aspecten bekeken worden : tijd , plaats en inhoud . Naar tijd : vanaf het doopsel
van Johannes tot ... Naar plaats : te beginnen vanaf Jeruzalem ... Naar inhoud
: het leven van Jezus , zijn lijden , dood , opstanding , geestesgave enz....
| Hnd 2,33 - Hnd 2,33 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [33] Therefore being by the right hand of God exalted, and
having received of the Father the promise of the Holy Ghost, he hath shed forth
this, which ye now see and hear.
Luther-Bibel . 33 Da er nun durch die rechte Hand Gottes erhöht ist und
empfangen hat den verheißenen Heiligen Geist vom Vater, hat er diesen
ausgegossen, wie ihr hier seht und hört.
Tekstuitleg van Hnd 2,33 . Dit vers Hnd 2,33 telt 24 (2 X 3 X 4) woorden en 113 letters . De getalwaarde van Hnd 2,33 is 14447 (priemgetal) .
7. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
9. epaggelian (belofte , bij-engelschap , engelbewaarderschap) . Taalgebruik : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . Accusatief vrouwelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord epaggelia . In achttien verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In zestien verzen in het NT : (1) Lc 24,49 . (2) Hnd 1,4 . (3) Hnd 2,33 . (4) Hnd 13,23 . (5) Hnd 13,32 . (6) Hnd 23,21 .
11. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .
| Hnd 2,34 - Hnd 2,34 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [34] For David is not ascended into the heavens: but he
saith himself, The LORD said unto my Lord, Sit thou on my right hand,
Luther-Bibel . 34 Denn David ist nicht gen Himmel gefahren; sondern er sagt
selbst (Psalm 110,1): »Der Herr sprach zu meinem Herrn: Setze dich zu
meiner Rechten,
Tekstuitleg van Hnd 2,34 .
14. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
| Hnd 2,35 - Hnd 2,35 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [35] Until I make thy foes thy footstool.
Luther-Bibel . 35 bis ich deine Feinde zum Schemel deiner Füße mache.«
Tekstuitleg van Hnd 2,35 .
| Hnd 2,36 - Hnd 2,36 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [36] Therefore let all the house of Israel know assuredly,
that God hath made that same Jesus, whom ye have crucified, both Lord and Christ.
Luther-Bibel . 36 So wisse nun das ganze Haus Israel gewiss, dass Gott diesen
Jesus, den ihr gekreuzigt habt, zum Herrn und Christus gemacht hat.
Tekstuitleg van Hnd 2,36 .
21. act. ind. aor. 2de pers. mv. estaurôsate van het werkw. stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in het NT : stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in Lc : stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in Hnd : stauroô (kruisigen) . Lat. crucifigere (crux - kruis ; figere : vasthechten, fixeren) . Fr. crucifier . E. to crucify . Ned. kruisigen (k-r-) . D. kreuzigen . Hnd (2) : (1) Hnd 2,36 . (2) Hnd 4,10 . NT (2) . In Hnd : 1 vorm van stauroô (kruisigen) in 2 verzen in 2 / 28 hoofdstukken . In Lc : 3 vormen van stauroô (kruisigen) in 5 verzen in 2 / 24 hoofdstukken . Een vorm van stauroô (kruisigen) in het NT (46) .
19. - 21. hon humeis estaurôsate (die jullie kruisigden) . Hnd (2 / 2) : (1) Hnd 2,36 . (2) Hnd 4,10 . estaurôsan auton (zij kruisigden hem) . Lc (2 / 5) : (1) Lc 23,33 . (2) Lc 24,20 en in Mc 15,25 .
| Hnd 2,37 - Hnd 2,37 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [37] Now when they heard this, they were pricked in their
heart, and said unto Peter and to the rest of the apostles, Men and brethren,
what shall we do?
Luther-Bibel . 37 Als sie aber das hörten, ging's ihnen durchs Herz und
sie sprachen zu Petrus und den andern Aposteln: Ihr Männer, liebe Brüder,
was sollen wir tun?
Tekstuitleg van Hnd 2,37 .
1. akousantes (gehoord) . Actief participium aorist nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord akouô ( horen ) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare ( het oor lenen aan , toehoren , aanhoren ) -> écouter . Hnd (16) : (1) Hnd 2,37 . (2) Hnd 4,24 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,33 . (5) Hnd 8,14 . (6) Hnd 9,38 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (9) Hnd 16,38 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (14) Hnd 21,20 . (15) Hnd 22,2 . (16) Hnd 28,15 .
| akouô (horen) | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| part. aor. nom. mv. akousantes | 67 | 15 | 52 | 13 | 7 | 7 | 5 | 16 | 4 |
1. - 2. akousantes de (gehoord echter) . In twaalf verzen in het NT . Mt (1) . Lc (1) . Hnd (10) : (1) Hnd 2,37 . (3) Hnd 5,21 . (5) Hnd 8,14 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (15) Hnd 22,2 . In deze tien verzen in Hnd staat dit telkens bij het begin van een zin . In negen verzen in het begin van een vers , niet in Hnd 18,26 .
4. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
| Hnd 2,38 - Hnd 2,38 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [38] Then Peter said unto them, Repent, and be baptized
every one of you in the name of Jesus Christ for the remission of sins, and
ye shall receive the gift of the Holy Ghost.
Luther-Bibel . 38 Petrus sprach zu ihnen: Tut Buße und jeder von euch
lasse sich taufen auf den Namen Jesu Christi zur Vergebung eurer Sünden,
so werdet ihr empfangen die Gabe des Heiligen Geistes.
Tekstuitleg van Hnd 2,38 . Dit vers Hnd 2,38 telt 25 (5 X 5) woorden en 134 (2 X 67) letters . De getalwaarde van Hnd 2,38 is 19008 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 3 X 11) .
12. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
13. onomati (met naam) . Taalgebruik : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het NT . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
11. - 13. epi tôi onomati (bij de naam van) . In zestien verzen in het NT . Mt (2) . Mc (3) . Lc (5) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .
11. - 15. epi tôi onomati (bij de naam van) Ièsou Christou (Jezus Christus) . Slechts in Hnd 2,38 in het NT .
17. afesin (vergeving) . Taalgebruik : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . Accusatief enkelvoud . In zesentwintig verzen in de bijbel . In veertien verzen in het O.T. . In twaalf verzen in het NT . In zes verzen in de evangelies : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 1,4 . (3) Mc 3,29 . (4) Lc 3,3 . (5) Lc 4,18 . (6) Lc 24,47 . In zes verzen in de andere boeken van het NT : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . (5) Ef 1,7 . (6) Kol 1,14 . In negen verzen in combinatie met hamartiôn (van zonden) , vandaar : zondenvergeving . Niet in (1) Mc 3,29 . (2) Lc 4,18 . (3) Ef 1,7 (vergeving van overtredingen) .
19. hamartiôn (van zonden) . Taalgebruik: hamartia (zonde) , zie Lc 11,4 . Genitief meervoud van het zelfstandig naamwoord hamartia (zonde) . In vijfentachtig verzen in de bijbel . In tweeënvijftig verzen in het O.T. . In tweeëndertig verzen in het NT (1) Mt 1,21 . (2) Mt 26,28 . (3) Mc 1,4 . (4) Lc 1,77 . (5) Lc 3,3 . (6) Lc 24,47 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 5,31 . (9) Hnd 10,43 . (10) Hnd 13,38 . (11) Hnd 26,18 . In eenentwintig verzen in de andere boeken van het NT .
23. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
16. -19. eis afesin tôn hamartiôn (tot vergeving van de zonden) . Taalgebruik : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . In vier verzen in het NT : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 1,4 . (3) Lc 3,3 . (4) Hnd 2,38 .
27. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .
| Hnd 2,39 - Hnd 2,39 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [39] For the promise is unto you, and to your children,
and to all that are afar off, even as many as the Lord our God shall call.
Luther-Bibel . 39 Denn euch und euren Kindern gilt diese Verheißung und
allen, die fern sind, so viele der Herr, unser Gott, herzurufen wird.
Tekstuitleg van Hnd 2,40 .
| Hnd 2,40 - Hnd 2,40 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [40] And with many other words did he testify and exhort,
saying, Save yourselves from this untoward generation.
Luther-Bibel . 40 Auch mit vielen andern Worten bezeugte er das und ermahnte
sie und sprach: Lasst euch erretten aus diesem verkehrten Geschlecht!
Hnd 2,41-47 . Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
| Hnd 2,41 - Hnd 2,41 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [41] Then they that gladly received his word were baptized:
and the same day there were added unto them about three thousand souls.
Luther-Bibel . 41 Die nun sein Wort annahmen, ließen sich taufen; und
an diesem Tage wurden hinzugefügt etwa dreitausend Menschen.
Tekstuitleg van Hnd 2,41 . Dit vers Hnd 2,41 telt 17 woorden en 102 (2 X 51) letters . De getalwaarde van Hnd 2,41 is 10713 (3 X 3571) . Op de toespraak van Petrus Hnd 2,14-40 volgt de reactie van de 'gelovigen' . In Hnd 1,13 worden de elf apostelen opgesomd . In Hnd 1,26 zijn er weer twaalf apostelen na de toevoeging van Mattias . In Hnd 2,41 laten zich op Pinksterdag na de toespraak van Petrus ongeveer drieduizend personen dopen . Na de genezing van een lamme aan de tempelpoort van Jeruzalem en na de toespraak van Petrus in de tempel en na een nacht gevangenis stijgt het aantal gelovige mannen tot vijfduizend (Hnd 4,4) . In Hnd 6,7 blijft het aantal leerlingen in Jeruzalem nog stijgen , wellicht door de prediking van de apostelen (een grote menigte priesters geloofden) als door de prediking van de zeven medewerkers in dienst van de Hellenistische gelovigen . In Antiochië wordt de boodschap ook aan Hellenisten verkondigd . Bij hen kwam een groot aantal tot geloof (Hnd 11,21) . Dit wordt voor het eerst vermeld voor een groep buiten Jeruzalem . Bij het begin van de tweede missiereis bezoeken Paulus , Silas en Timotheüs steden van Klein-Azië en het aantal gelovigen of gemeenten neemt in aantal toe (Hnd 16,5) . .
| Hnd 2,41 | hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) | |
| Hnd 8,14 | akousantes de oi en ierosolumois apostoloi (gehoord echter de apostelen in Jeruzalem) | hoti dedektai hè Samareia ton logon tou theou (dat Samaria het woord van God heeft ontvangen) |
| Hnd 11,1 | èkousan de oi apostoloi kai oi adelfoi oi ontes kata tèn ioudaian (de apostelen en de broeders die -verspreid - waren over Judea echter hoorden | hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de heidenen het woord van God ontvingen) |
| Hnd 17,11 | edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) . |
| Hnd 2,41 | hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) | ebaptisthèsan (zij werden gedoopt) | 3000 | |
| Hnd 4,4 | polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord hoorden) | episteusan (zij geloofden) | 5000 | |
4. apodexamenoi (ont-vangen) . Taalgebruik : dechomai (ontvangen) , zie Mt 10,40 . Mediaal participium aorist nominatief mannelijk meervoud . Slechts in één vers in de bijbel : Hnd 2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) .
5. ton . Bepaald lidwoord accusatief mannelijk enkelvoud bij logon (woord) , zie hieronder bij logon (woord) .
6. logon (woord) . Taalgebruik : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon
. Accusatief mannelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord logos (woord)
. In 347 verzen in de bijbel . In 127 verzen in het NT . Mt (17) . Mc (18)
. Lc (10) . Joh (14) . Hnd (31) :
(1) Hnd
1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd
4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord
hoorden) .
(4) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd
6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd
8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(9) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(10) Hnd
10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd
10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd
13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord
van God) .
(15) Hnd
13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd
13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(18) Hnd
13,48
: edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd
15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren
het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd
15,35
: euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer)
.
(22) Hnd
15,36
: katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van
de Heer) .
(23) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
(25) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd
18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God)
.
(27) Hnd
18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd
19,10
: akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd
19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd
19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd
20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton (de / het) wanneer de boodschap
bedoeld is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd
18,14 . (2) Hnd
19,38) . (3) Hnd
19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in
absolute zin) : (1) Hnd
4,4 . (2) Hnd
8,4 . (3) Hnd
10,36 . (4) Hnd
10,44 . (5) Hnd
11,19 . (6) Hnd
14,25 . (7) Hnd
16,6 . (8) Hnd
17,11 . (9) Hnd
20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou
(het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd
2,41 . (2) Hnd
4,29 . ton logon (het woord) met de nadere bepaling tou euaggeliou (van
de goede boodschap) : Hnd
15,7 .
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton
logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Taalgebruik : akouô
(horen, luisteren) , zie Mt
4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in acht verzen voor . Er is progressie
in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord
ontvangen .
Het eerste boek verwoordt het gebeuren over Jezus .
5. - 7. Een vorm van het werkwoord (apo) dechomai (ontvangen) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) :
(1) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(2) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(3) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(4) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
Er is een gradatie in het gebruik van het werkwoord (apo)dechomai (ontvangen
. In Hnd
2,41 zijn het de aanwezigen bij het pinksterwonder in Jeruzalem . In Hnd
8,14 betreft het Samaria en in Hnd
11,1 de heidenen . In Hnd
17,11 slaat het op de inwoners van Berea . Taalgebruik : dechomai
(ontvangen) , zie Mt
10,40 .
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton
logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Taalgebruik : akouô
(horen, luisteren) , zie Mt
4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in zeven verzen voor . Er is progressie
in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord
ontvangen .
8. ebaptisthèsan (zij werden gedoopt) . Taalgebruik : baptizô (dopen) , zie Mt 3,13 . Zie ook : baptizô (dopen) , zie Mc 1,8 . In drie verzen in de bijbel . Slechts in het NT : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 19,5 . (3) 1 Kor 10,2 .
| Mc 1,8 | egô (ik) | ebaptisa (doopte) | humas (jullie) | hudati (met water) | ||||
| autos (hij) | de (echter) | baptisei (zal dopen) | humas (jullie) | pneumati hagiôi (met heilige geest) | ||||
| Mt 3,11 | egô (ik) | men (enerzijds) | humas (jullie) | baptizô (doop) | en hudati (met water) | eis metanoian (tot bekering) | ||
| autos (hij) | humas (jullie) | baptisei (zal dopen) | en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur) | |||||
| Lc 3,16 | egô (ik) | men (enerzijds) | hudati (met water) | baptizô (doop) | humas (jullie) | |||
| autos (hij) | humas (jullie) | baptisei (zal dopen) | en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur) | |||||
| Joh 1,26 | egô (ik) | baptizô (doop) | en hudati (met water) | |||||
| Hnd 1,5 | (hoti) Iôannès (want) (Johannes) | men (enerzijds) | ebaptisen (doopte) | hudati (met water) | ||||
| humeis (jullie) | de (echter) | en pneumati (met geest) | baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden) | hagiôi (heilige) | ||||
| Hnd 8,38 | (kai) (en) | ebaptisen (doopte) | auton (hem) | |||||
| Hnd 11,16 | Iôannès (Johannes) | men (enerzijds) | ebaptisen(doopte) | hudati (met water) | ||||
| humeis (jullie) | de (echter) | baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden) | en pneumati hagiôi (met heilige geest) | |||||
| Hnd 19,4 | Iôannès (Johannes) | ebaptisen baptisma (doopte een doopsel) | metanoias (van bekering) |
10. Een vorm van prostithèmi (bij-leggen, toevoegen) in : (1) Hnd 2,41 (2) Hnd 2,47 . (3) Hnd 5,14 . (4) Hnd 11,24 . (5) Hnd 13,36 (in de betekenis van het bijzetten van een afgestorvene) .
16. hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in het NT : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in de LXX : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in Lc : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Hebr. kë . Lat. tamquam . Fr. comme . E. like . D. wie . Ned. (zo)als. Hnd (6) : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 2,3 . (3) Hnd 2,41 . (4) Hnd 6,15 . (5) Hnd 10,3 . (6) Hnd 19,7 . NT (21) . LXX (180) .
| hôsei | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| 171 | 151 | 20 | 3 | 1 | 8 | 6 | 2 |
17. trischiliai (3000) . In Hnd 2,41 is er sprake van 3000 (120 X 25 of 2 X 3 X 5 X 100) , in Hnd 4,4 van 5000 (5 X 1000) .
23. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
| Hnd 2,42 - Hnd 2,42 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . Hnd 2,42 : 42 And they continued stedfastly in the apostles’
doctrine and fellowship, and in breaking of bread, and in prayers.
Luther-Bibel . 42 Sie blieben aber beständig in der Lehre der Apostel und
in der Gemeinschaft und im Brotbrechen und im Gebet.
Tekstuitleg van Hnd 2,42 . Dit vers Hnd 2,42 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Hnd 2,42 is 11809 (7 X 7 X 241) .
In één zin worden vier aspecten van het leven van de gelovigen geschetst : (1) de leer van de apostelen . (2) de gemeenschap . (3) het breken van het brood . (4) bidden .
3. proskarterountes (volhardend) . Taalgebruik : proskartereô (volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd 1,14 . Actief participium praesens nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord proskartereô (volharden, aan iets volhouden) . Het werkwoord kartereô = s