- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
- A - B - C - D - E : en (in) - F - G - H - I - J - K : kai (en) - L : bepaald lidwoord - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
Hnd 2 : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
Overzicht van Handelingen van de apostelen : Hnd
(Handelingen) : overzicht , Hnd
: woordgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Hnd
: commentaar ,
Hnd 1 , Hnd
2 , Hnd 3 ,
Hnd 4 , Hnd
5 , Hnd 6 ,
Hnd 7 , Hnd
8 , Hnd 9 ,
Hnd 10 , Hnd
11 , Hnd 12
, Hnd 13 , Hnd
14 , Hnd 15
, Hnd 16 , Hnd
17 , Hnd 18
, Hnd 19 , Hnd
20 , Hnd 21
, Hnd 22 , Hnd
23 , Hnd 24
, Hnd 25 , Hnd
26 , Hnd 27
, Hnd 28 ,
Per pericope - Hnd
2,1-13 -- Hnd
2,14-40 -- Hnd
2,41-47 -
- Hnd 2,1-13
: Pinksteren .
- Hnd 2,14-40
: Toespraak van Petrus .
- Hnd 2,41-47
: Het leven van de gelovigen .
Uitleg vers per vers - Hnd
2,1 - Hnd
2,2 - Hnd
2,3 - Hnd
2,4 - Hnd
2,5 - Hnd
2,6 - Hnd
2,7 - Hnd
2,8 - Hnd
2,9 - Hnd
2,10 - Hnd
2,11 - Hnd
2,12 - Hnd
2,13 - Hnd
2,14 - Hnd
2,15 - Hnd
2,16 - Hnd
2,17 - Hnd
2,18 - Hnd
2,19 - Hnd
2,20 - Hnd
2,21 - Hnd
2,22 - Hnd
2,23 - Hnd
2,24 - Hnd
2,25 - Hnd
2,26 - Hnd
2,27 - Hnd
2,28 - Hnd
2,29 - Hnd
2,30 - Hnd
2,31 - Hnd
2,32 - Hnd
2,33 - Hnd
2,34 - Hnd
2,35 - Hnd
2,36 - Hnd
2,37 - Hnd
2,38 - Hnd
2,39 - Hnd
2,40 - Hnd
2,41 - Hnd
2,42 - Hnd
2,43 - Hnd
2,44 - Hnd
2,45 - Hnd
2,46 - Hnd
2,47 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Hnd 2,1-13 : Pinksteren . Hnd 2,1-13 - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -
Eerste lezing op Pinksteren ABC : Handelingen 2,1-11 . Verwijzing : Hnd 2,1-11 .
Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: "Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden."
Hnd 2,1-13 telt 13 verzen . Vijf verzen beginnen met kai (en) . Zes verzen hebben de (echter) als tweede woord .
| Hnd 2,1 - Hnd 2,1 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] And when the day of Pentecost was fully come, they were
all with one accord in one place.
Luther-Bibel . 1 Und als der Pfingsttag gekommen war, waren sie alle an "einem"
Ort beieinander.
Tekstanalyse van Hnd 2,1 . Dit vers Hnd 2,1 telt 14 (2 X 7) woorden en 74 (2 X 37) letters en 27 (3 X 3 X 3) lettergrepen . De getalwaarde van Hnd 2,1 is 7941 (3 X 2647) .
De structuur van Lc 9,51a vertoont sterke gelijkenis met Hnd 2,1 :
| Lc 9,51a (5 + 5 = 10 woorden ; 23 lettergrepen) | Hnd 2,1 (4 + 4 = 8 woorden ; 16 lettergrepen) |
| egeneto de en tôi sumplèrousthai (het gebeurde echter in het voltooien) | kai en tôi sumplèrousthai (en het gebeurde in het voltooien) |
| tas hèmeras tès analèmpseôs autou (de dagen van zijn ten-hemel-opneming) | tèn hèmeran tès pentèkostès (de dag van de vijftigste - Pinksteren) |
| 183. Het ongastvrije samaritanendorp : Lc 9,51-56 | Hnd 2,1-13 : Pinksteren . |
Vijfmaal komt in Hnd
2,1 de idee van volledigheid : (1) sumplèroô : voltooien .
(2) hè hèmera tès pentekostès : de vijftigste dag
. (3) pantes : allen . (4) homou (samen) . (5) epi to auto (op hetzelfde - op
dezelfde plaats) . Die volledigheid vormt een nieuw begin ; bij het vijftigste
jaar begint het jubeljaar of het jaar van genade , waarin de religieuze en maatschappelijke
verhoudingen worden hersteld . Daarmee doet dit verhaal denken aan het eerste
optreden van Jezus in Nazaret en de tekst die hij er in de synagoge las .
De vermelding van de vijftigste dag roept het joodse feest Sjavoeoth (Wekenfeest)
. Het is een oogsfeest . Op dit feest wordt vooral herdacht dat God aan Mozes
de wet , geschreven op twee stenen tafels , gaf (Ex 19) .
Daarenboven is het Pinksterverhaal de tegenhanger van het verhaal van de toren
van Babel ( Gn 11)
. In het verhaal van de toren van Babel verblijven de mensen op één
plaats en spreken ze één taal (twee symbolen van uniformiteit)
. Het verhaal eindigt met de verspreiding van de mensen over de hele aarde en
met de verwarring van de taal (twee symbolen van pluriformiteit) . Het pinksterverhaal
pleit noch voor louter uniformiteit noch voor louter pluriformiteit maar voor
een éénheid in verscheidenheid . Deze twee schijnbare tegenpolen
worden bewerkt door één en dezelfde geest , die zich over de apostelen
verdeelt , waardoor ze in staat zijn verschillende talen te spreken , en waarbij
iedereen mekaar verstaat .
1. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
2. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
3. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
5. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
10. pantes (allen) . Verwijzing : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
11. homou (op dezelfde plaats) of op gelijke plaats . homoios : gelijk , gelijksoortig . hou : betrekkelijk voornaamwoord van plaats waar op de vraag pou (waar) ; bijeen , samen , tegelijkertijd . In twaalf verzen in de bijbel . In acht verzen in het O.T. . In vier verzen in het N.T. . In drie verzen in Joh . In Hnd 2,1 .
14. auto (zelf) . Verwijzing : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . Nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud . In 490 verzen in de bijbel . In 101 verzen in het N.T. . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .
12. - 14. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . Verwijzing : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . In tien verzen in het N.T. : (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 .
| Hnd 2,2 - Hnd 2,2 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And suddenly there came a sound from heaven as of a
rushing mighty wind, and it filled all the house where they were sitting.
Luther-Bibel . 2 Und es geschah plötzlich ein Brausen vom Himmel wie von
einem gewaltigen Wind und erfüllte das ganze Haus, in dem sie saßen.
Tekstuitleg van Hnd 2,2
Hnd 2,2
en Hnd 4,31
komen sterk met elkaar overeen :
- Hnd 2,2
: kai eplèrôsen holon ton oikon hou èsan kathèmenoi
= en hij vulde de plaats waar zij waren gezeten .
- Hnd 4,31
: esaleuthè ho topos en hôi èsan sunègmenoi = de
plaats werd geschud waarin zij waren samengestroomd .
1. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
8. Op een zintuiglijke wijze wordt de komst van de geest voorgesteld als een wind (pnoè) . Wat er in Hnd 11,15 precies is gebeurt, is niet duidelijk . De tekst zegt : Nadat ik echter begon te spreken , viel de heilige over hen zoals in het begin over ons . In Hnd 15 vertelt Petrus aan de gemeente van Jeruzalem zijn ervaring in Caesarea bij de centurio Cornelius .
| hôsper (zoals) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | ||
| 243 | 207 | 36 | 10 | 2 | 2 | 3 | 18 | 1 | (1) Lc 17,24 . (2) Lc 18,11 . | (1) Hnd 2,2 . (2) Hnd 3,17 . (3) Hnd 11,15 . |
12. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,3 - Hnd 2,3 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And there appeared unto them cloven tongues like as
of fire, and it sat upon each of them.
Luther-Bibel . 3 Und es erschienen ihnen Zungen, zerteilt wie von Feuer; und
er setzte sich auf einen jeden von ihnen,
Tekstuitleg van Hnd 2,3 .
1. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
8. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,4 - Hnd 2,4 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] And they were all filled with the Holy Ghost, and began
to speak with other tongues, as the Spirit gave them utterance.
Luther-Bibel . 4 und sie wurden alle erfüllt von dem Heiligen Geist und
fingen an zu predigen in andern Sprachen, wie der Geist ihnen gab auszusprechen.
Tekstanalyse van Hnd 2,4 . Dit vers Hnd 2,4 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 103 letters . De getalwaarde van Hnd 2,4 is 10046 (2 X 5023) .
1. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
2. eplèsthèsan (zij werden vervuld) . Verwijzing : pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 . Passief aorist derde persoon meervoud . In twaalf verzen in het N.T. : (1) Lc 1,23 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 2,21 . (4) Lc 2,22 . (5) Lc 4,28 . (6) Lc 5,26 . (7) Lc 6,11 . (8) Hnd 2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld van heilige geest) . (9) Hnd 3,10 . (10) Hnd 4,31 (eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld van de heilige geest) . (11) Hnd 5,17 . (12) Hnd 13,45 .
1. - 2. kai (hote) eplèsthèsan = en (toen) zij vervuld werden
. In zeven verzen in het N.T. .
- In twee verzen : kai hote eplèsthèsan = en toen zij vervuld
werden ; in (1) Lc
2,21 . (2) Lc
2,22 .
- In vijf verzen : kai eplèsthèsan = en zij werden vervuld . In
: (1) Lc
4,28 . (2) Lc
5,26 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
3,10 . (5) Hnd
4,31 .
- Er resten nog vijf verzen in het N.T. : (1) Lc 1,23 : kai egeneto hôs
eplèsthèsan hai hèmerai = en het gebeurde zodra de dagen
vol waren . (2) Lc
2,6 : egeneto de ... eplèsthèsan hai hèmerai = het
gebeurde echter ... de dagen waren vol . (3) Lc
6,11 : autoi de eplèsthèsan = zijzelf echter werden vervuld
. (4) Hnd
5,17 . (5) Hnd
13,45 : eplèsthèsan = zij werden vervuld , wordt voorafgegaan
door een participiumzin .
3. pantes (allen) . Verwijzing : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
1. - 3. kai eplèsthèsan (zij werden vervuld) pantes (allen) /
hapantes (allen) . In drie verzen in het N.T. :
- (1) Lc
4,28 : kai eplèsthèsan pantes = en allen werden vervuld
- (1) Hnd
2,4 : kai eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = en allen werden
vervuld van heilige geest .
- (2) Hnd
4,31 : kai eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = en
allen werden vervuld van de heilige geest .
4. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het N.T. . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
6. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
11. kathôs (zoals, volgens zo'n wijze) . Verwijzing : kathôs (zoals) , zie Mc 1,2 . Het komt in 405 verzen in de bijbel voor . In 326 verzen in het O.T. , in 179 verzen in het N.T. . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 7,17 . (4) Hnd 7,42 . (5) Hnd 7,44 . (6) Hnd 7,48 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 15,8 . (9) Hnd 15,14 . (10) Hnd 15,15 . (11) Hnd 22,3 .
| Hnd 2,5 - Hnd 2,5 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And there were dwelling at Jerusalem Jews, devout men,
out of every nation under heaven.
Luther-Bibel . 5 Es wohnten aber in Jerusalem Juden, die waren gottesfürchtige
Männer aus allen Völkern unter dem Himmel.
Tekstuitleg van Hnd 2,5 .
| Hnd 2,6 - Hnd 2,6 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] Now when this was noised abroad, the multitude came
together, and were confounded, because that every man heard them speak in his
own language.
Luther-Bibel . 6 Als nun dieses Brausen geschah, kam die Menge zusammen und
wurde bestürzt; denn ein jeder hörte sie in seiner eigenen Sprache
reden.
Tekstanalyse van Hnd 2,6 .
Er is een grote overeenkomst tussen Hnd
2,6 , Hnd
2,11 en Hnd
10,45 :
- Hnd 2,6
: èkouon heis hekastos tèi idiai dialektôi lalountôn
autôn = eenieder hoorde hen spreken in de eigen taal .
- Hnd 2,11
: akouomen lalountôn autôn tais hèmeterais glôssais
ta megaleia tou theou = wij horen hen spreken in onze talen over de grote daden
van God . Hnd
2,12 : existanto de ... zij echter waren buiten zichzelf ...
- Hnd 10,45
: kai exestèsan oi ek peritomès pistoi = en de gelovigen uit de besnijdenis
waren buiten zichzelf ... Hnd
10,46 : èkouon gar autôn lalountôn glôssais = zij
hoorden hen spreken in talen . Het Pinksterenwonder voltrekt zich niet alleen
in Jeruzalem over de apostelen en de aanwezige joden maar ook over de volken
(heidenen) in Caesarea .
- Hnd 19,6
: elaloun te glôssais = en zij spraken in talen . Na de handoplegging
door Paulus ontvingen de gelovigen van Efeze en spraken ze in talen .
Hnd 2,6.8. nom. + acc. onz. enk. plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in het N.T. : plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in Hnd : plèthos (menigte, veelheid) . Hnd (12) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 5,16 . (3) Hnd 6,2 . (4) Hnd 14,1 . (5) Hnd 14,4 . (6) Hnd 15,12 . (7) Hnd 15,30 . (8) Hnd 17,4 . (9) Hnd 21,36 . (10) Hnd 23,7 . (11) Hnd 25,24 . (12) Hnd 28,3 . Een vorm van plèthos (menigte, veelheid) in Hnd in 17 verzen : 12 + 5 : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 5,14 . (3) Hnd 6,5 . (4) Hnd 19,9 . (5) Hnd 21,22 .
9. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
12. Actief ind. imp. 3de p. mv. èkouon (zij hoorden) van het werkwoord akouô ( horen ) . Verwijzing in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare ( het oor lenen aan , toehoren , aanhoren ) -> écouter . Hnd (4) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 10,46 . (3) Hnd 15,12 . (4) Hnd 22,22 .
| akouô (horen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| ind. imp. 3de p. mv. èkouon | 17 | 10 | 7 | 2 | 1 | 4 | 3 | 3 |
18. lalountôn (terwijl zij aan het praten waren) . Actief
participium praesens genitief meervoud . Verwijzing : laleô
(lallen, spreken, praten) , zie Mt
4,6 .
Het werkwoord laleô staat zeer dicht bij het werkwoord existamai in Hnd
2,7 . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest
vervuld zijn . Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken)
en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .
18. - 19. autôn lalountôn (terwijl zij aan het praten waren , naar hen die aan het praten waren) . Verwijzing : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Losse genitief of nadere bepaling bij het werkwoord akouô ( luisteren naar hen sprekende = hen horen spreken) . Aanwijzend voornaamwoord genitief mannelijk meervoud + participium praesens genitief mannelijk meervoud . In veertien verzen in de bijbel ; in negen verzen in het O.T. . In één vers bij Lucas nl. Lc 24,36 en in vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,6 (laountôn autôn) . (2) Hnd 2,11 (laountôn autôn) . (3) Hnd 4,1 (laountôn de autôn - losse genitief) . (4) Hnd 10,46 (autôn lalountôn) .
| Hnd 2,7 - Hnd 2,7 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] And they were all amazed and marvelled, saying one to
another, Behold, are not all these which speak Galilaeans?
Luther-Bibel . 7 Sie entsetzten sich aber, verwunderten sich und sprachen: Siehe,
sind nicht diese alle, die da reden, aus Galiläa?
Tekstanalyse van Hnd 2,7 . Dit vers Hnd 2,7 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 92 (2 X 2 X 23) letters . De getalwaarde van Hnd 2,7 is 8203 (13 X 631) .
1. existanto (zij waren buiten zichzelf) . Verwijzing : existamai (buiten zichzelf zijn , ontsteld / ontzet zijn) , zie Mc 16,8 . Imperfectum derde persoon meervoud . In zeven verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. , in zes verzen in het N.T. : (1) Gn 43,33 . (2) Mt 12,23 . (3) Mc 6,51 . (4) Lc 2,47 . (5) Hnd 2,7 . (6) Hnd 2,12 . (7) Hnd 9,21 . In alle zinnen staat het vervoegd werkwoord bij het begin van de zin . Het werkwoord existèmai wordt vertaald door : buiten zichzelf zijn , versteld staan , verstomd staan , buiten zichzelf raken , van zijn stuk brengen , van zijn stuk gebracht worden . Het werkwoord existèmai roept de gedachte op dat men uit zijn evenwicht geraakt , dat het gebeurde niet overeenkomt met wat men over een persoon (personen) of situatie dacht en bijgevolg vragen oproept . Bij existèmai wordt het voor-oordeel aan het wankelen gebracht . Zie ook Hnd 2,12 . Het is een reactie op wat ze in Hnd 2,6 horen praten . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest vervuld zijn .
In het schema onder Mc 16,8 kunnen we zien hoe de zinnen met existanto (zij waren buiten zichzelf) op gelijkaardige wijze zijn opgebouwd .
| 1. | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. |
| 2. | Gn 43,33 | Mt 12,23 | Mc 6,51 | Lc 2,47 | Hnd 2,7 | Hnd 2,12 | Hnd 9,21 |
| 3. | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | kai existanto (en zij waren buiten zichzelf) | existanto (zij waren buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) |
| 4. | hoi anthrôpoi (de mensen) ekastos pros ton adelfou autou (ieder tot zijn broer) | pantes oi ochloi (alle menigten) | (en heautois = onder elkaar) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) | "pantes" (allen) | pantes (allen) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) |
| 5. | kai elegon (en ze zeiden) | kai ethaumazon legontes (en zij waren verwonderd zeggend) | kai dièporoun allos pros allon legontes (en zij waren in verlegenheid, de ene tot de ander zeggend) | kai elegon (en ze zeiden) | |||
| 6. | mèti outos estin ho (is deze niet de ...) | ouch idou hapantes houtoi eisin (zie zijn niet al dezen) | ti thelei touto einai ; | ouch houtos estin ho (is deze niet) | |||
| 7. | 117. Genezing van een blinde en een stomme bezetene : Mt 12,22-23 - Mt 9,32-34 - Lc 11,14 | 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 . | 8. De twaalfjarige Jezus in de tempel : Lc 2,41-52 | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Saulus in Damascus : Hnd 9,1-22 . |
In de zeven verzen begint slechts één vers met kai (en) : Mt 12,23 . In de zes andere verzen staan het vervoegd werkwoord existanto (zij waren buiten zichzelf) vooraan de zin , gevolgd door het partikel de (echter) . Op het vervoegd werkwoord volgt in vijf verzen het onderwerp . In vier verzen is het pantes (allen) , al dan niet zelfstandig gebruikt . In vier verzen volgt een nevenschikkende zin . In deze vier zinnen is een vorm van het werkwoord legô (zeggen) te vinden . Hierop volgt dan een vraag , die de verrassing verwoordt .
2. de (echter) . Hetzelfde onderwerp als in voorgaande zin . Wat er gebeurt , was niet te verwachten . Het lokt een reactie uit van extase en verwondering .
3. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
1. - 3. existanto (zij waren buiten zichzelf) de (echter) pantes (allen) . In vier verzen in het N.T. : (1) Lc 2,47 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,12 . (4) Hnd 9,21 .
8. pantes (allen) . Verwijzing : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
9. houtoi (deze) , zie Hnd 1,14 . Aanwijzend voornaamwoord nominatief mannelijk meervoud . In 382 verzen in de bijbel . In veertien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,15 . (4) Hnd 11,12 . (5) Hnd 16,17 . (6) Hnd 16,20 . (7) Hnd 17,6 . (8) Hnd 17,7 . (9) Hnd 17,11 . (10) Hnd 20,5 . (11) Hnd 24,15 . (12) Hnd 24,20 . (13) Hnd 25,11 . (14) Hnd 27,31 .
| Hnd 2,8 - Hnd 2,8 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] And how hear we every man in our own tongue, wherein
we were born?
Luther-Bibel . 8 Wie hören wir denn jeder seine eigene Muttersprache?
Tekstuitleg van Hnd 2,8 .
1. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,9 - Hnd 2,9 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] Parthians, and Medes, and Elamites, and the dwellers
in Mesopotamia, and in Judaea, and Cappadocia, in Pontus, and Asia,
Luther-Bibel . 9 Parther und Meder und Elamiter und die wir wohnen in Mesopotamien
und Judäa, Kappadozien, Pontus und der Provinz Asien,
Tekstuitleg van Hnd 2,9 .
2. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
4. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
6. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
13. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
14. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
16. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
17. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
| Hnd 2,10 - Hnd 2,10 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] Phrygia, and Pamphylia, in Egypt, and in the parts
of Libya about Cyrene, and strangers of Rome, Jews and proselytes,
Luther-Bibel . 10 Phrygien und Pamphylien, Ägypten und der Gegend von Kyrene
in Libyen und Einwanderer aus Rom,
Tekstuitleg van Hnd 2,10 .
1. Frugian (Frygië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 16,6 . Paulus en Silas trokken tijdens een tweede zendingsreis door Frygië en Galatië . (3) Hnd 18,23 . Tijdens een derde zendingsreis kwam Paulus langs Frygië en Galatië . Verwijzing : Frugian (Frygië) , zie Hnd 2,10 . Landstreek in het westelijk hoogland van Klein-Azië (tot 2500 m hoog), tussen Bytinië en Pisidië, Galatië en Lydië .
- Galatikèn chôran
(Galatië) . Tweemaal wordt in combinatie met Frygië Galatië
(galatikèn chôran = de streek van Galatië) genoemd . (1) Hnd
16,6 . Paulus en Silas trokken tijdens een tweede zendingsreis door Frygië
en Galatië . (2) Hnd
18,23 . Tijdens een derde zendingsreis kwam Paulus langs Frygië en
Galatië . Verwijzing : Galatikèn
chôran (Galatië) , zie Hnd
2,10 .
- Galatias (van Galatië) . Genitief vrouwelijk enkelvoud . In drie verzen
in het N.T. : (1) 1 Kor 16,1 (in verband met een inzameling voor Jeruzalem)
. (2) Gal
1,2 . (3) 1 Pe 1,1 .
- Galatian (naar Galatië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In één
vers : 2 Tim 4,10 .
3. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
4. Pamfulian (Pamfilië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In vier verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 14,14 (kai dielthontes tèn Pisidian èlthon eis tèn Pamfulian = en nadat zij Pisidië hadden doortrokken, kwamen zij in Pamfylië) . (3) Hnd 27,5 . Pamfulias : genitief vrouwelijk enkelvoud . In twee verzen in Hnd : (1) Hnd 13,13 : èlthon eis Pergèn tès Pämfulias = zij kwamen aan in Pamfylië . (2) Hnd 15,38 . Pamfulia (Pamfylië) . Verwijzing : Pamfulia (Pamfylië) , zie Hnd 2,10 . Op hun eerste zendingsreis trokken Paulus en Barnabas na Cyprus naar Pamfylië , naar de stad Perge . Tot nu toe had Johannes Marcus hen vergezeld (Hnd 13,5) . Maar in Perge hield hij het voor bekeken en ging naar Jeruzalem terug (Hnd 13,13) . Bij de start van een tweede zendingsreis wou Barnabas Johannes Marcus meenemen . Daar ging Paulus niet mee akkoord . Het kwam tot een hoogoplopende ruzie waardoor Paulus en Barnabas uit elkaar gingen (Hnd 15,37 - Hnd 15,38 - Hnd 15,39) . Pamfylië is een landstreek aan de zuidkust van Klein-Azië tussen Lydië en Cilicië . In dit gebied ligt de stad Perge .
6. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
10. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
14. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,11 - Hnd 2,11 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] Cretes and Arabians, we do hear them speak in our tongues
the wonderful works of God.
Luther-Bibel . 11 Juden und Judengenossen, Kreter und Araber: wir hören
sie in unsern Sprachen von den großen Taten Gottes reden.
Tekstanalyse van Hnd 2,11
Er is een grote overeenkomst tussen Hnd
2,6 , Hnd
2,11 en Hnd
10,45 :
- Hnd 2,6
: èkouon heis hekastos tèi idiai dialektôi lalountôn
autôn = eenieder hoorde hen spreken in de eigen taal .
- Hnd 2,11
: akouomen lalountôn autôn tais hèmeterais glôssais
ta megaleia tou theou = wij horen hen spreken in onze talen over de grote daden
van God . Hnd
2,12 : existanto de ... zij echter waren buiten zichzelf ...
- Hnd 10,45
: kai exestèsan oi ek peritomès pistoi = en de gelovigen uit de besnijdenis
waren buiten zichzelf ... Hnd
10,46 : èkouon gar autôn lalountôn glôssais = zij
hoorden hen spreken in talen . Het Pinksterenwonder voltrekt zich niet alleen
in Jeruzalem over de apostelen en de aanwezige joden maar ook over de volken
(heidenen) in Caesarea .
- Hnd 19,6
: elaloun te glôssais = en zij spraken in talen . Na de handoplegging
door Paulus ontvingen de gelovigen van Efeze en spraken ze in talen .
3. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
6. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
9. lalountôn (naar hen die aan het praten zijn) . Participium praesens genitief meervoud . Verwijzing : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken) en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .
9. -10. autôn lalountôn (terwijl zij aan het praten waren , naar hen die aan het praten waren) . Verwijzing : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Losse genitief of nadere bepaling bij het werkwoord akouô ( luisteren naar hen sprekende = hen horen spreken) . Aanwijzend voornaamwoord genitief mannelijk meervoud + participium praesens genitief mannelijk meervoud . In veertien verzen in de bijbel ; in negen verzen in het O.T. . In één vers bij Lucas nl. Lc 24,36 en in vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,6 (laountôn autôn) . (2) Hnd 2,11 (laountôn autôn) . (3) Hnd 4,1 (laountôn de autôn - losse genitief) . (4) Hnd 10,46 (autôn lalountôn) .
| Hnd 2,12 - Hnd 2,12 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And they were all amazed, and were in doubt, saying
one to another, What meaneth this?
Luther-Bibel . 12 Sie entsetzten sich aber alle und wurden ratlos und sprachen
einer zu dem andern: Was will das werden?
Tekstanalyse van Hnd 2,12 . Dit vers Hnd 2,12 telt 14 (2 X 7) woorden en 70 (2 X 5 X 7) tellers . De getalwaarde van Hnd 2,12 is 5790 (2 X 3 X 5 X 193)
1. existanto (zij waren buiten zichzelf) . Verwijzing : existamai (buiten zichzelf zijn , ontsteld / ontzet zijn) , zie Mc 16,8 . Imperfectum derde persoon meervoud . In zeven verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. , in zes verzen in het N.T. : (1) Gn 43,33 . (2) Mt 12,23 . (3) Mc 6,51 . (4) Lc 2,47 . (5) Hnd 2,7 . (6) Hnd 2,12 . (7) Hnd 9,21 . In alle zinnen staat het vervoegd werkwoord bij het begin van de zin . Het werkwoord existèmai wordt vertaald door : buiten zichzelf zijn , versteld staan , verstomd staan , buiten zichzelf raken , van zijn stuk brengen , van zijn stuk gebracht worden . Het werkwoord existèmai roept de gedachte op dat men uit zijn evenwicht geraakt , dat het gebeurde niet overeenkomt met wat men over een persoon (personen) of situatie dacht en bijgevolg vragen oproept . Bij existèmai wordt het voor-oordeel aan het wankelen gebracht . Zie ook Hnd 2,12 .
In het schema onder Mc 16,8 kunnen we zien hoe de zinnen met existanto (zij waren buiten zichzelf) op gelijkaardige wijze zijn opgebouwd .
| 1. | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 7. |
| 2. | Gn 43,33 | Mt 12,23 | Mc 6,51 | Lc 2,47 | Hnd 2,7 | Hnd 2,12 | Hnd 9,21 |
| 3. | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | kai existanto (en zij waren buiten zichzelf) | existanto (zij waren buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) | existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) |
| 4. | hoi anthrôpoi (de mensen) ekastos pros ton adelfou autou (ieder tot zijn broer) | pantes oi ochloi (alle menigten) | (en heautois = onder elkaar) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) | "pantes" (allen) | pantes (allen) | pantes oi akouontes (alle toehoorders) |
| 5. | kai elegon (en ze zeiden) | kai ethaumazon legontes (en zij waren verwonderd zeggend) | kai dièporoun allos pros allon legontes (en zij waren in verlegenheid, de ene tot de ander zeggend) | kai elegon (en ze zeiden) | |||
| 6. | mèti outos estin ho (is deze niet de ...) | ouch idou hapantes houtoi eisin (zie zijn niet al dezen) | ti thelei touto einai ; | ouch houtos estin ho (is deze niet) | |||
| 7. | 117. Genezing van een blinde en een stomme bezetene : Mt 12,22-23 - Mt 9,32-34 - Lc 11,14 | 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 . | 8. De twaalfjarige Jezus in de tempel : Lc 2,41-52 | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Hnd 2,1-13 : Pinksteren | Saulus in Damascus : Hnd 9,1-22 . |
In de zeven verzen begint slechts één vers met kai (en) : Mt 12,23 . In de zes andere verzen staan het vervoegd werkwoord existanto (zij waren buiten zichzelf) vooraan de zin , gevolgd door het partikel de (echter) . Op het vervoegd werkwoord volgt in vijf verzen het onderwerp . In vier verzen is het pantes (allen) , al dan niet zelfstandig gebruikt . In vier verzen volgt een nevenschikkende zin . In deze vier zinnen is een vorm van het werkwoord legô (zeggen) te vinden . Hierop volgt dan een vraag , die de verrassing verwoordt .
3. pantes (allen) . Verwijzing : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
4. kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| Hnd 2,13 - Hnd 2,13 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] Others mocking said, These men are full of new wine.
Luther-Bibel . 13 Andere aber hatten ihren Spott und sprachen: Sie sind voll
von süßem Wein.
Tekstuitleg van Hnd 2,13 .
Hnd 2,14-40 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Lezing op de 4de (vierde) paaszondag A : Hnd 2,14a.36-41 .
Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: "Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God die Jezus, die gij gekruisigd hebt, Heer en Christus heeft gemaakt." Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: "Wat moeten we doen, mannen, broeders?" Petrus gaf hun ten antwoord: "Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen." Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen: "Redt u uit dit ontaarde geslacht." Die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.
| Hnd 2,14 - Hnd 2,14 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] But Peter, standing up with the eleven, lifted up his
voice, and said unto them, Ye men of Judaea, and all ye that dwell at Jerusalem,
be this known unto you, and hearken to my words:
Luther-Bibel . 14 Da trat Petrus auf mit den Elf, erhob seine Stimme und redete
zu ihnen: Ihr Juden, liebe Männer, und alle, die ihr in Jerusalem wohnt,
das sei euch kundgetan, und lasst meine Worte zu euren Ohren eingehen!
Tekstuitleg van Hnd 2,14 .
9. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
21. pantes (allen) . Verwijzing : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
| Hnd 2,15 - Hnd 2,15 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] For these are not drunken, as ye suppose, seeing it
is but the third hour of the day.
Luther-Bibel . 15 Denn diese sind nicht betrunken, wie ihr meint, ist es doch
erst die dritte Stunde am Tage;
Tekstuitleg van Hnd 2,15 .
15. houtoi (deze) , zie Hnd 1,14 . Aanwijzend voornaamwoord nominatief mannelijk meervoud . In 382 verzen in de bijbel . In veertien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,15 . (4) Hnd 11,12 . (5) Hnd 16,17 . (6) Hnd 16,20 . (7) Hnd 17,6 . (8) Hnd 17,7 . (9) Hnd 17,11 . (10) Hnd 20,5 . (11) Hnd 24,15 . (12) Hnd 24,20 . (13) Hnd 25,11 . (14) Hnd 27,31 .
| Hnd 2,16 - Hnd 2,16 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] But this is that which was spoken by the prophet Joel;
Luther-Bibel . 16 sondern das ist's, was durch den Propheten Joel gesagt worden
ist (Joel 3,1-5):
Tekstuitleg van Hnd 2,16 .
| Hnd 2,17 - Hnd 2,17 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] And it shall come to pass in the last days, saith God,I
will pour out of my Spirit upon all flesh: and your sons and your daughters
shall prophesy, and your young men shall see visions, and your old men shall
dream dreams:
Luther-Bibel . 17 »Und es soll geschehen in den letzten Tagen, spricht
Gott, da will ich ausgießen von meinem Geist auf alles Fleisch; und eure
Söhne und eure Töchter sollen weissagen, und eure Jünglinge sollen
Gesichte sehen, und eure Alten sollen Träume haben;
Tekstuitleg van Hnd 2,17 .
3. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
13. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het N.T. . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
| Hnd 2,18 - Hnd 2,18 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And on my servants and on my handmaidens I will pour
out in those days of my Spirit; and they shall prophesy:
Luther-Bibel . 18 und auf meine Knechte und auf meine Mägde will ich in
jenen Tagen von meinem Geist ausgießen, und sie sollen weissagen.
Tekstuitleg van Hnd 2,18 .
19. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het N.T. . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
| Hnd 2,19 - Hnd 2,19 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And I will shew wonders in heaven above, and signs
in the earth beneath; blood, and fire, and vapour of smoke:
Luther-Bibel . 19 Und ich will Wunder tun oben am Himmel und Zeichen unten auf
Erden, Blut und Feuer und Rauchdampf;
Tekstuitleg van Hnd 2,19 .
4. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
5. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
| Hnd 2,20 - Hnd 2,20 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] The sun shall be turned into darkness, and the moon
into blood, before that great and notable day of the Lord come:
Luther-Bibel . 20 die Sonne soll in Finsternis und der Mond in Blut verwandelt
werden, ehe der große Tag der Offenbarung des Herrn kommt.
Tekstuitleg van Hnd 2,20 .
15. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
| Hnd 2,21 - Hnd 2,21 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And it shall come to pass, that whosoever shall call
on the name of the Lord shall be saved.
Luther-Bibel . 21 Und es soll geschehen: wer den Namen des Herrn anrufen wird,
der soll gerettet werden.«
Tekstuitleg van Hnd 2,21 .
| Hnd 2,22 - Hnd 2,22 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] Ye men of Israel, hear these words; Jesus of Nazareth,
a man approved of God among you by miracles and wonders and signs, which God
did by him in the midst of you, as ye yourselves also know:
Luther-Bibel . 22 Ihr Männer von Israel, hört diese Worte: Jesus von
Nazareth, von Gott unter euch ausgewiesen durch Taten und Wunder und Zeichen,
die Gott durch ihn in eurer Mitte getan hat, wie ihr selbst wisst -
Tekstuitleg van Hnd 2,22 .
28. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
31. kathôs (zoals, volgens zo'n wijze) . Verwijzing : kathôs (zoals) , zie Mc 1,2 . Het komt in 405 verzen in de bijbel voor . In 326 verzen in het O.T. , in 179 verzen in het N.T. . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 7,17 . (4) Hnd 7,42 . (5) Hnd 7,44 . (6) Hnd 7,48 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 15,8 . (9) Hnd 15,14 . (10) Hnd 15,15 . (11) Hnd 22,3 .
| Hnd 2,23 - Hnd 2,23 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] Him, being delivered by the determinate counsel and
foreknowledge of God, ye have taken, and by wicked hands have crucified and
slain:
Luther-Bibel . 23 diesen Mann, der durch Gottes Ratschluss und Vorsehung dahingegeben
war, habt ihr durch die Hand der Heiden ans Kreuz geschlagen und umgebracht.
Tekstuitleg van Hnd 2,23 .
- ekdotos (ek - didômi) : uit-geleverd . ekdoton : accusatief mannelijk enkelvoud . Slechts in één vers in de bijbel : Hnd 2,23 .
| Hnd 2,24 - Hnd 2,24 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] Whom God hath raised up, having loosed the pains of
death: because it was not possible that he should be holden of it.
Luther-Bibel . 24 Den hat Gott auferweckt und hat aufgelöst die Schmerzen
des Todes, wie es denn unmöglich war, dass er vom Tode festgehalten werden
konnte.
Tekstuitleg van Hnd 2,24 .
| Hnd 2,25 - Hnd 2,25 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] For David speaketh concerning him, I foresaw the Lord
always before my face, for he is on my right hand, that I should not be moved:
Luther-Bibel . 25 Denn David spricht von ihm (Psalm 16,8-11): »Ich habe
den Herrn allezeit vor Augen, denn er steht mir zur Rechten, damit ich nicht
wanke.
Tekstuitleg van Hnd 2,25 .
| Hnd 2,26 - Hnd 2,26 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] Therefore did my heart rejoice, and my tongue was glad;
moreover also my flesh shall rest in hope:
Luther-Bibel . 26 Darum ist mein Herz fröhlich, und meine Zunge frohlockt;
auch mein Leib wird ruhen in Hoffnung.
Tekstuitleg van Hnd 2,26 .
| Hnd 2,27 - Hnd 2,27 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] Because thou wilt not leave my soul in hell, neither
wilt thou suffer thine Holy One to see corruption.
Luther-Bibel . 27 Denn du wirst mich nicht dem Tod überlassen und nicht
zugeben, dass dein Heiliger die Verwesung sehe.
Tekstuitleg van Hnd 2,27 .
4. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
Hnd 2,28 - Hnd 2,28 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] Thou hast made known to me the ways of life; thou shalt
make me full of joy with thy countenance.
Luther-Bibel . 28 Du hast mir kundgetan die Wege des Lebens; du wirst mich erfüllen
mit Freude vor deinem Angesicht.«
Tekstuitleg van Hnd 2,28 .
| Hnd 2,29 - Hnd 2,29 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] Men and brethren, let me freely speak unto you of the
patriarch David, that he is both dead and buried, and his sepulchre is with
us unto this day.
Luther-Bibel . 29 Ihr Männer, liebe Brüder, lasst mich freimütig
zu euch reden von dem Erzvater David. Er ist gestorben und begraben, und sein
Grab ist bei uns bis auf diesen Tag.
Tekstuitleg van Hnd 2,29
3. exon = exestin (het is toegelaten) . In vier verzen in de bijbel : (1) Est 4,2 . (2) Mt 12,4 . (3) Hnd 2,29 . (4) 2 Kor 12,4 .
5. - 6. meta parrèsias . Verwijzing : parrèsia
(vrijmoedigheid) , zie Hnd
28,31 . para - rèsia : (1) voorzetsel para : langs , ernaast , ter
zijde , bij . (2) rè - ma : woord ; rè-sis : rede , gesprek ;
rè-tôr : redenaar , spreker . Kan rè-sia : bespraaktheid
, spreekvaardigheid betekenen ? Duidt het voorzetsel para dan aan wat bij die
spreekvaardigheid hoort : vrijheid van spreken , overtuigingskracht , vrijmoedigheid
, zonder terughoudendheid .
- meta parrèsias komt in Hnd viermaal voor . Het geeft aan waarop gesproken
of geleerd wordt .
(1) Hnd
2,29 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(2) Hnd
4,29 (meta parrèsias pasès = met alle / totale vrijmoedigheid)
.
(3) Hnd
4,31 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(4) Hnd
28,31 (meta pasès parrèsias = met alle vrijmoedigheid) .
In Hnd
2,29 staat meta parrèsias bij de infintief aorist eipein van het
werkwoord legô (zeggen) . Wil. vertaalt met 'ronduit' , Naard. geeft 'vrijelijk'
.
In zijn eerste toespraak (tot het volk) maakte Petrus duidelijk dat wat met
Jezus is gebeurd , reeds door David was voorzegd . meta parrèsias wordt
hier in een contekst gebruikt waarbij iedereen het eens zal zijn met wat Petrus
zei nl. dat David gestorven en begraven is en dat zijn graf zich nog altijd
in hun midden bevindt .
| Hnd 2,30 - Hnd 2,30 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [30] Therefore being a prophet, and knowing that God had
sworn with an oath to him, that of the fruit of his loins, according to the
flesh, he would raise up Christ to sit on his throne;
Luther-Bibel . 30 Da er nun ein Prophet war und wusste, dass ihm Gott verheißen
hatte mit einem Eid, dass ein Nachkomme von ihm auf seinem Thron sitzen sollte,
Tekstuitleg van Hnd 2,30 .
| Hnd 2,31 - Hnd 2,31 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [31] He seeing this before spake of the resurrection of
Christ, that his soul was not left in hell, neither his flesh did see corruption.
Luther-Bibel . 31 hat er's vorausgesehen und von der Auferstehung des Christus
gesagt: Er ist nicht dem Tod überlassen, und sein Leib hat die Verwesung
nicht gesehen.
Tekstuitleg van Hnd 2,31 . Dit vers Hnd 2,31 telt 21 (3 X 7) woorden en 101 letters . De getalwaarde van Hnd 2,31 is 14417 (13 X 1109) .
2. elalèsen (hij sprak) . Verwijzing : legô
(zeggen) , zie Mt
4,6 . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In 431 verzen in de bijbel
. In 400 verzen in het O.T. . In eenendertig verzen in het N.T. .
In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc
1,55 (kathôs ... = zoals ...) . (2) Lc
1,70 (kathôs ... = zoals ...) . (3) Lc
2,50 . (4) Lc
11,14 . (5) Lc
24,6 (hôs ... = zoals ...) .
In acht verzen in Hnd : (1) Hnd
2,31 . (2) Hnd
3,21 . (3) Hnd
7,6 . (4) Hnd
8,26 . (5) Hnd
9,27 . (6) Hnd
23,9 . (7) Hnd
28,21 . (8) Hnd
28,25 .
| Hnd 2,32 - Hnd 2,32 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [32] This Jesus hath God raised up, whereof we all are witnesses.
Luther-Bibel . 32 Diesen Jesus hat Gott auferweckt; dessen sind wir alle Zeugen.
Tekstuitleg van Hnd 2,32 .
8. pantes (allen) . Verwijzing : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
11. martures (getuigen). Verwijzing : martureô
(getuigen) , zie Joh
1,7 . Nominatief meervoud mannelijk . In twintig verzen in de bijbel
. In tien verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . Niet bij Matteüs
en Marcus. In twee verzen bij Lucas : (1) Lc
11,48 . (2) Lc
24,48 . In zeven verzen in Hnd : (1) Hnd
1,8 . (2) Hnd
2,32 . (3) Hnd
3,15 . (4) Hnd
5,32 . (5) Hnd
7,58 . (6) Hnd
10,39 . (7) Hnd
13,31 . Tenslotte 1 Tes 2,10 .
Het getuigenis van de apostelen is één van de elementen die Lc
24,48 - Lc
24,49 en Hnd
1,4 / Hnd
1,8 gemeenschappelijk hebben :
- Lc 24,48
: humeis martures toutôn = jullie zijn getuigen van deze 'dingen' .
- Hnd 1,8
: esesthe mou martures = jullie zullen mijn getuigen zijn .
Getuigen zijn wijst op opvolging maar ook op de aard van de opvolging . Na het
heengaan van Elia werd de leerling Elisa leraar . Op deze wijze gebeurt het
niet met de leerlingen van Jezus . Zij blijven leerlingen . Ze zijn en blijven
getuigen . In de meeste teksten van Hnd kan dat getuigenis onder verschillende
aspecten bekeken worden : tijd , plaats en inhoud . Naar tijd : vanaf het doopsel
van Johannes tot ... Naar plaats : te beginnen vanaf Jeruzalem ... Naar inhoud
: het leven van Jezus , zijn lijden , dood , opstanding , geestesgave enz....
| Hnd 2,33 - Hnd 2,33 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [33] Therefore being by the right hand of God exalted, and
having received of the Father the promise of the Holy Ghost, he hath shed forth
this, which ye now see and hear.
Luther-Bibel . 33 Da er nun durch die rechte Hand Gottes erhöht ist und
empfangen hat den verheißenen Heiligen Geist vom Vater, hat er diesen
ausgegossen, wie ihr hier seht und hört.
Tekstuitleg van Hnd 2,33 . Dit vers Hnd 2,33 telt 24 (2 X 3 X 4) woorden en 113 letters . De getalwaarde van Hnd 2,33 is 14447 (priemgetal) .
7. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
9. epaggelian (belofte , bij-engelschap , engelbewaarderschap) . Verwijzing : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . Accusatief vrouwelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord epaggelia . In achttien verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In zestien verzen in het N.T. : (1) Lc 24,49 . (2) Hnd 1,4 . (3) Hnd 2,33 . (4) Hnd 13,23 . (5) Hnd 13,32 . (6) Hnd 23,21 .
11. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het N.T. . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
| Hnd 2,34 - Hnd 2,34 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [34] For David is not ascended into the heavens: but he
saith himself, The LORD said unto my Lord, Sit thou on my right hand,
Luther-Bibel . 34 Denn David ist nicht gen Himmel gefahren; sondern er sagt
selbst (Psalm 110,1): »Der Herr sprach zu meinem Herrn: Setze dich zu
meiner Rechten,
Tekstuitleg van Hnd 2,34 .
14. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
| Hnd 2,35 - Hnd 2,35 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [35] Until I make thy foes thy footstool.
Luther-Bibel . 35 bis ich deine Feinde zum Schemel deiner Füße mache.«
Tekstuitleg van Hnd 2,35 .
| Hnd 2,36 - Hnd 2,36 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [36] Therefore let all the house of Israel know assuredly,
that God hath made that same Jesus, whom ye have crucified, both Lord and Christ.
Luther-Bibel . 36 So wisse nun das ganze Haus Israel gewiss, dass Gott diesen
Jesus, den ihr gekreuzigt habt, zum Herrn und Christus gemacht hat.
Tekstuitleg van Hnd 2,36 .
| Hnd 2,37 - Hnd 2,37 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [37] Now when they heard this, they were pricked in their
heart, and said unto Peter and to the rest of the apostles, Men and brethren,
what shall we do?
Luther-Bibel . 37 Als sie aber das hörten, ging's ihnen durchs Herz und
sie sprachen zu Petrus und den andern Aposteln: Ihr Männer, liebe Brüder,
was sollen wir tun?
Tekstuitleg van Hnd 2,37 .
1. akousantes (gehoord) . Actief participium aorist nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord akouô ( horen ) . Verwijzing in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare ( het oor lenen aan , toehoren , aanhoren ) -> écouter . Hnd (16) : (1) Hnd 2,37 . (2) Hnd 4,24 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,33 . (5) Hnd 8,14 . (6) Hnd 9,38 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (9) Hnd 16,38 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (14) Hnd 21,20 . (15) Hnd 22,2 . (16) Hnd 28,15 .
| akouô (horen) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| part. aor. nom. mv. akousantes | 67 | 15 | 52 | 13 | 7 | 7 | 5 | 16 | 4 |
1. - 2. akousantes de (gehoord echter) . In twaalf verzen in het N.T. . Mt (1) . Lc (1) . Hnd (10) : (1) Hnd 2,37 . (3) Hnd 5,21 . (5) Hnd 8,14 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (15) Hnd 22,2 . In deze tien verzen in Hnd staat dit telkens bij het begin van een zin . In negen verzen in het begin van een vers , niet in Hnd 18,26 .
4. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
| Hnd 2,38 - Hnd 2,38 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [38] Then Peter said unto them, Repent, and be baptized
every one of you in the name of Jesus Christ for the remission of sins, and
ye shall receive the gift of the Holy Ghost.
Luther-Bibel . 38 Petrus sprach zu ihnen: Tut Buße und jeder von euch
lasse sich taufen auf den Namen Jesu Christi zur Vergebung eurer Sünden,
so werdet ihr empfangen die Gabe des Heiligen Geistes.
Tekstuitleg van Hnd 2,38 . Dit vers Hnd 2,38 telt 25 (5 X 5) woorden en 134 (2 X 67) letters . De getalwaarde van Hnd 2,38 is 19008 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 3 X 11) .
12. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
13. onomati (met naam) . Verwijzing : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het N.T. . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
11. - 13. epi tôi onomati (bij de naam van) . In zestien verzen in het N.T. . Mt (2) . Mc (3) . Lc (5) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .
11. - 15. epi tôi onomati (bij de naam van) Ièsou Christou (Jezus Christus) . Slechts in Hnd 2,38 in het N.T. .
17. afesin (vergeving) . Verwijzing : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . Accusatief enkelvoud . In zesentwintig verzen in de bijbel . In veertien verzen in het O.T. . In twaalf verzen in het N.T. . In zes verzen in de evangelies : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 1,4 . (3) Mc 3,29 . (4) Lc 3,3 . (5) Lc 4,18 . (6) Lc 24,47 . In zes verzen in de andere boeken van het N.T. : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . (5) Ef 1,7 . (6) Kol 1,14 . In negen verzen in combinatie met hamartiôn (van zonden) , vandaar : zondenvergeving . Niet in (1) Mc 3,29 . (2) Lc 4,18 . (3) Ef 1,7 (vergeving van overtredingen) .
19. hamartiôn (van zonden) . Verwijzing: hamartia (zonde) , zie Lc 11,4 . Genitief meervoud van het zelfstandig naamwoord hamartia (zonde) . In vijfentachtig verzen in de bijbel . In tweeënvijftig verzen in het O.T. . In tweeëndertig verzen in het N.T. (1) Mt 1,21 . (2) Mt 26,28 . (3) Mc 1,4 . (4) Lc 1,77 . (5) Lc 3,3 . (6) Lc 24,47 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 5,31 . (9) Hnd 10,43 . (10) Hnd 13,38 . (11) Hnd 26,18 . In eenentwintig verzen in de andere boeken van het N.T. .
23. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
16. -19. eis afesin tôn hamartiôn (tot vergeving van de zonden) . Verwijzing : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . In vier verzen in het N.T. : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 1,4 . (3) Lc 3,3 . (4) Hnd 2,38 .
27. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het N.T. . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
| Hnd 2,39 - Hnd 2,39 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [39] For the promise is unto you, and to your children,
and to all that are afar off, even as many as the Lord our God shall call.
Luther-Bibel . 39 Denn euch und euren Kindern gilt diese Verheißung und
allen, die fern sind, so viele der Herr, unser Gott, herzurufen wird.
Tekstuitleg van Hnd 2,40 .
| Hnd 2,40 - Hnd 2,40 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [40] And with many other words did he testify and exhort,
saying, Save yourselves from this untoward generation.
Luther-Bibel . 40 Auch mit vielen andern Worten bezeugte er das und ermahnte
sie und sprach: Lasst euch erretten aus diesem verkehrten Geschlecht!
Hnd 2,41-47 . Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
| Hnd 2,41 - Hnd 2,41 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [41] Then they that gladly received his word were baptized:
and the same day there were added unto them about three thousand souls.
Luther-Bibel . 41 Die nun sein Wort annahmen, ließen sich taufen; und
an diesem Tage wurden hinzugefügt etwa dreitausend Menschen.
Tekstuitleg van Hnd 2,41 . Dit vers Hnd 2,41 telt 17 woorden en 102 (2 X 51) letters . De getalwaarde van Hnd 2,41 is 10713 (3 X 3571) . Op de toespraak van Petrus Hnd 2,14-40 volgt de reactie van de 'gelovigen' . In Hnd 1,13 worden de elf apostelen opgesomd . In Hnd 1,26 zijn er weer twaalf apostelen na de toevoeging van Mattias . In Hnd 2,41 laten zich op Pinksterdag na de toespraak van Petrus ongeveer drieduizend personen dopen . Na de genezing van een lamme aan de tempelpoort van Jeruzalem en na de toespraak van Petrus in de tempel en na een nacht gevangenis stijgt het aantal gelovige mannen tot vijfduizend (Hnd 4,4) . In Hnd 6,7 blijft het aantal leerlingen in Jeruzalem nog stijgen , wellicht door de prediking van de apostelen (een grote menigte priesters geloofden) als door de prediking van de zeven medewerkers in dienst van de Hellenistische gelovigen . In Antiochië wordt de boodschap ook aan Hellenisten verkondigd . Bij hen kwam een groot aantal tot geloof (Hnd 11,21) . Dit wordt voor het eerst vermeld voor een groep buiten Jeruzalem . Bij het begin van de tweede missiereis bezoeken Paulus , Silas en Timotheüs steden van Klein-Azië en het aantal gelovigen of gemeenten neemt in aantal toe (Hnd 16,5) . .
| Hnd 2,41 | hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) | |
| Hnd 8,14 | akousantes de oi en ierosolumois apostoloi (gehoord echter de apostelen in Jeruzalem) | hoti dedektai hè Samareia ton logon tou theou (dat Samaria het woord van God heeft ontvangen) |
| Hnd 11,1 | èkousan de oi apostoloi kai oi adelfoi oi ontes kata tèn ioudaian (de apostelen en de broeders die -verspreid - waren over Judea echter hoorden | hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de heidenen het woord van God ontvingen) |
| Hnd 17,11 | edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) . |
| Hnd 2,41 | hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) | ebaptisthèsan (zij werden gedoopt) | 3000 | |
| Hnd 4,4 | polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord hoorden) | episteusan (zij geloofden) | 5000 | |
4. apodexamenoi (ont-vangen) . Verwijzing : dechomai (ontvangen) , zie Mt 10,40 . Mediaal participium aorist nominatief mannelijk meervoud . Slechts in één vers in de bijbel : Hnd 2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) .
5. ton . Bepaald lidwoord accusatief mannelijk enkelvoud bij logon (woord) , zie hieronder bij logon (woord) .
6. logon (woord) . Verwijzing : logos
(woord) , zie Mt
7,24 . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon
. Accusatief mannelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord logos (woord)
. In 347 verzen in de bijbel . In 127 verzen in het N.T. . Mt (17) . Mc (18)
. Lc (10) . Joh (14) . Hnd (31) :
(1) Hnd
1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd
4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord
hoorden) .
(4) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd
6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd
8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(9) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(10) Hnd
10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd
10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd
13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord
van God) .
(15) Hnd
13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd
13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(18) Hnd
13,48
: edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd
15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren
het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd
15,35
: euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer)
.
(22) Hnd
15,36
: katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van
de Heer) .
(23) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
(25) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd
18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God)
.
(27) Hnd
18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd
19,10
: akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd
19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd
19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd
20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton (de / het) wanneer de boodschap
bedoeld is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd
18,14 . (2) Hnd
19,38) . (3) Hnd
19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in
absolute zin) : (1) Hnd
4,4 . (2) Hnd
8,4 . (3) Hnd
10,36 . (4) Hnd
10,44 . (5) Hnd
11,19 . (6) Hnd
14,25 . (7) Hnd
16,6 . (8) Hnd
17,11 . (9) Hnd
20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou
(het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd
2,41 . (2) Hnd
4,29 . ton logon (het woord) met de nadere bepaling tou euaggeliou (van
de goede boodschap) : Hnd
15,7 .
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton
logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Verwijzing : akouô
(horen, luisteren) , zie Mt
4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in acht verzen voor . Er is progressie
in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord
ontvangen .
Het eerste boek verwoordt het gebeuren over Jezus .
5. - 7. Een vorm van het werkwoord (apo) dechomai (ontvangen) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) :
(1) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(2) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(3) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(4) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
Er is een gradatie in het gebruik van het werkwoord (apo)dechomai (ontvangen
. In Hnd
2,41 zijn het de aanwezigen bij het pinksterwonder in Jeruzalem . In Hnd
8,14 betreft het Samaria en in Hnd
11,1 de heidenen . In Hnd
17,11 slaat het op de inwoners van Berea . Verwijzing : dechomai
(ontvangen) , zie Mt
10,40 .
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton
logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Verwijzing : akouô
(horen, luisteren) , zie Mt
4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in zeven verzen voor . Er is progressie
in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord
ontvangen .
8. ebaptisthèsan (zij werden gedoopt) . Verwijzing : baptizô (dopen) , zie Mt 3,13 . Zie ook : baptizô (dopen) , zie Mc 1,8 . In drie verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 19,5 . (3) 1 Kor 10,2 .
| Mc 1,8 | egô (ik) | ebaptisa (doopte) | humas (jullie) | hudati (met water) | ||||
| autos (hij) | de (echter) | baptisei (zal dopen) | humas (jullie) | pneumati hagiôi (met heilige geest) | ||||
| Mt 3,11 | egô (ik) | men (enerzijds) | humas (jullie) | baptizô (doop) | en hudati (met water) | eis metanoian (tot bekering) | ||
| autos (hij) | humas (jullie) | baptisei (zal dopen) | en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur) | |||||
| Lc 3,16 | egô (ik) | men (enerzijds) | hudati (met water) | baptizô (doop) | humas (jullie) | |||
| autos (hij) | humas (jullie) | baptisei (zal dopen) | en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur) | |||||
| Joh 1,26 | egô (ik) | baptizô (doop) | en hudati (met water) | |||||
| Hnd 1,5 | (hoti) Iôannès (want) (Johannes) | men (enerzijds) | ebaptisen (doopte) | hudati (met water) | ||||
| humeis (jullie) | de (echter) | en pneumati (met geest) | baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden) | hagiôi (heilige) | ||||
| Hnd 8,38 | (kai) (en) | ebaptisen (doopte) | auton (hem) | |||||
| Hnd 11,16 | Iôannès (Johannes) | men (enerzijds) | ebaptisen(doopte) | hudati (met water) | ||||
| humeis (jullie) | de (echter) | baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden) | en pneumati hagiôi (met heilige geest) | |||||
| Hnd 19,4 | Iôannès (Johannes) | ebaptisen baptisma (doopte een doopsel) | metanoias (van bekering) |
10. Een vorm van prostithèmi (bij-leggen, toevoegen) in : (1) Hnd 2,41 (2) Hnd 2,47 . (3) Hnd 5,14 . (4) Hnd 11,24 . (5) Hnd 13,36 (in de betekenis van het bijzetten van een afgestorvene) .
17. trischiliai (3000) . In Hnd 2,41 is er sprake van 3000 (120 X 25 of 2 X 3 X 5 X 100) , in Hnd 4,4 van 5000 (5 X 1000) .
23. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
| Hnd 2,42 - Hnd 2,42 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . Hnd 2,42 : 42 And they continued stedfastly in the apostles’
doctrine and fellowship, and in breaking of bread, and in prayers.
Luther-Bibel . 42 Sie blieben aber beständig in der Lehre der Apostel und
in der Gemeinschaft und im Brotbrechen und im Gebet.
Tekstuitleg van Hnd 2,42 . Dit vers Hnd 2,42 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Hnd 2,42 is 11809 (7 X 7 X 241) .
In één zin worden vier aspecten van het leven van de gelovigen geschetst : (1) de leer van de apostelen . (2) de gemeenschap . (3) het breken van het brood . (4) bidden .
3. proskarterountes (volhardend) . Verwijzing : proskartereô
(volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd
1,14 . Actief participium praesens nominatief mannelijk meervoud van het
werkwoord proskartereô (volharden, aan iets volhouden) . Het werkwoord
kartereô = sterk zijn of zich sterk houden , zichzelf in bedwang houden
, standvastig zijn , geduldig dragen . In vijf verzen in de bijbel . Slechts
in het N.T. : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,42 . (3) Hnd
2,46 . (4) Rom 12,12 . (5) Rom 13,6 .
(1) Hnd
1,14 : houtoi pantes èsan proskarterountes homothumadon ... tèi
proseuchèi = al dezen waren volhardend gelijkgezind in het gebed - of
- zij bleven gelijkgezind volharden in het gebed . Nadat Jezus in de hemel was
opgenomen , keerden de 'ooggetuigen' naar Jeruzalem terug . In een bovenzaal
bleven zij gelijkgezind volharden in het gebed . Ze baden opdat ze zouden gedoopt
worden met heilige geest .
(2) Hnd
2,42 : èsan de proskarterountes ... tais proseuchais = zij echter
waren volhardend in de gebeden .
(3) Hnd
2,46 : proskarterountes homothumadon en tôi hierôi .
1. 3. èsan de proskarterountes (zij echter waren volhardend) : Hnd 2,42 ; èsan proskarterountes (zij waren volhardend) : Hnd 1,14 . Slechts in deze twee verzen in de bijbel .
17. proseuchais (gebeden) . Verwijzing : proseuchomai (bidden) , zie Hnd 6,6 . Datief vrouwelijk meervoud van het zelfstandig naamwoord proseuchè (gebed, aanroeping) . In negen verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In zes verzen in het N.T. . Niet in de evangelies . In Hnd 2,42 .
| Hnd 2,43 - Hnd 2,43 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [43] And fear came upon every soul: and many wonders and
signs were done by the apostles.
Luther-Bibel . 43 Es kam aber Furcht über alle Seelen und es geschahen
auch viele Wunder und Zeichen durch die Apostel.
Tekstuitleg van Hnd 2,43
5. fobos (vrees, fobie) . Verwijzing : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) , zie Mc 1,27 ; zie eveneens jâr´â (vrezen, eerbied hebben) , zie Ps 111,10 . Zelfstandig naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud . In achtentachtig verzen in de bijbel . In elf verzen in het N.T. . Niet bij Matteüs. Niet bij Marcus. In drie verzen bij Lucas : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 7,16 . Niet in Johannes . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 19,17 . Brieven (4) .
| Hnd 2,44 - Hnd 2,44 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [44] And all that believed were together, and had all things
common;
Luther-Bibel . 44 Alle aber, die gläubig geworden waren, waren beieinander
und hatten alle Dinge gemeinsam.
Tekstuitleg van Hnd 2,44 . Dit vers Hnd 2,44 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 53 letters . De getalwaarde van Hnd 2,44 is 5190 (2 X 3 X 5 X 173) .
1. pantes (allen) . Verwijzing : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
8. auto (zelf) . Verwijzing : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . Nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud . In 490 verzen in de bijbel . In 101 verzen in het N.T. . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .
6. - 8. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . Verwijzing : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . In tien verzen in het N.T. : (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 .
| Hnd 2,45 - Hnd 2,45 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [45] And sold their possessions and goods, and parted them
to all men, as every man had need.
Luther-Bibel . 45 Sie verkauften Güter und Habe und teilten sie aus unter
alle, je nachdem es einer nötig hatte.
Tekstuitleg van Hnd 2,45
| Lc 3,11 b1 | Lc 3,11 b2 | Lc 12,33 | Lc 14,33 | Lc 18,22 | Lc 19,8 | Hnd 2,45 | Hnd 4,34 - Hnd 4,35 | Hnd 4,37 | ||
| ho echôn (wie heeft) duo chitônas (twee lijfrokken) | kai (en) ho echôn (wie heeft) brômata (voedsel) | hos ouk apotassetai pasin tois heautou huparchousin | panta hosa echeis ( al wat jij hebt) | idou ta hèmisu mou tôn huparchontôn | kai ta ktèmata kai tas huparxeis | hosoi gar ktètores chôriôn è oiliôn hupèrchon | huparchontos de aytôi agrou | |||
| pôlèsate ta huparchonta humôn (verkoopt uw bezittingen) | pôlèson (verkoop het) | epipraskon | pôlountes | pôlèsas | ||||||
| metadotô (overhandige het) | homoiôs poieitô (doet evenzo) | kai dote eleèmosunèn (en geeft aalmoes) | kai diados (en verdeel het) | tois ptôchois didômi | kai diemerizon auta | diedideto de hekastôi | ||||
| tôi mè echonti (aan de niet hebbende) | ptôchois (aan armen) | pasin kathoti an tis chreian eichen | kathoti an tis chreian eichen | |||||||
| 15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14 15. | 15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14 15. | 213. Een onuitputtelijke schat in de hemelen : Lc 12,33-34 // (Mt 6,19-21) | 268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 // Mt 19,16-22 // Lc 18,18-23 | Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 |
7. epipraskon (en zij verkochten) . Actief imperfectum derde persoon meervoud
.
- pipraskô (verkopen) . Verwijzing
: pipraskô
(verkopen) , zie Hnd
2,45 .
| Hnd 2,46 - Hnd 2,46 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [46] And they, continuing daily with one accord in the temple,
and breaking bread from house to house, did eat their meat with gladness and
singleness of heart,
Luther-Bibel . 46 Und sie waren täglich einmütig beieinander im Tempel
und brachen das Brot hier und dort in den Häusern, hielten die Mahlzeiten
mit Freude und lauterem Herzen
Tekstuitleg van Hnd 2,46 . Dit vers Hnd 2,46 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 118 (2 X 59) letters . De getalwaarde van Hnd 2,46 is 11865 (3 X 5 X 7 X 113)
1. - 2. kath' hèmeran (dagelijks) . Verwijzing : hèmera (dag) , zie Joh 2,12 . In zeventien verzen in het N.T. : (1) Mt 26,55 . (2) Mc 14,49 . (3) Lc 9,23 . (4) Lc 11,3 . (5) Lc 16,19 . (6) Lc 19,47 . (7) Lc 22,53 . (8) Hnd 2,46 . (9) Hnd 2,47 . (10) Hnd 3,2 . (11) Hnd 16,5 . (12) Hnd 17,11 . () Hnd 17,17 (kata pasan hèmeras = gedurende elke dag) . (13) Hnd 19,9 . In vier verzen in de andere boeken van het N.T. .
4. proskarterountes (volhardend) . Verwijzing : proskartereô
(volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd
1,14 . Actief participium praesens nominatief mannelijk meervoud van het
werkwoord proskartereô (volharden, aan iets volhouden) . Het werkwoord
kartereô = sterk zijn of zich sterk houden, zichzelf in bedwang houden,
standvastig zijn, geduldig dragen . In vijf verzen in de bijbel . Slechts in
het N.T. : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,42 . (3) Hnd
2,46 . (4) Rom 12,12 . (5) Rom 13,6 .
(1) Hnd
1,14 : houtoi pantes èsan proskarterountes homothumadon ... tèi
proseuchèi = al dezen waren volhardend gelijkgezind in het gebed - of
- zij bleven gelijkgezind volharden in het gebed . Nadat Jezus in de hemel was
opgenomen , keerden de 'ooggetuigen' naar Jeruzalem terug . In een bovenzaal
bleven zij gelijkgezind volharden in het gebed . Ze baden opdat ze zouden gedoopt
worden met heilige geest .
(2) Hnd
2,42 : èsan de proskarterountes ... tais proseuchais = zij echter
waren volhardend in de gebeden .
(3) Hnd
2,46 : proskarterountes homothumadon en tôi hierôi .
5. homothumadon (gelijkgezind) . Verwijzing : homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) , zie Hnd 1,14 . homoios : gelijkend . thumos : opwelling , hardstocht . Bijwoord . In veertig verzen in de bijbel . In negenentwintig verzen in het O.T. . In elf verzen in het N.T. . In tien verzen in Hnd . In één vers in Rom . (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,46 . (3) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 7,57 . (6) Hnd 8,6 . (7) Hnd 12,20 . (8) Hnd 15,25 . (9) Hnd 18,12 . (10) Hnd 19,29 .
6. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
7. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
6. - 8. en tôi hierôi (in de tempel) . Voorzetsel van plaats + lidwoord datief onzijdig enkelvoud + zelfstandig naamwoord (hieron = tempel) datief onzijdig enkelvoud . In drieëndertig verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tweeëndertig (5 + 4 + 7 + 7 + 9) verzen in het N.T. : Mt (5) , Mc (4) . In zeven verzen bij Lucas : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . In zeven verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd. : (1) Hnd 2,46 . (2) Hnd 5,20 . (3) Hnd 5,25 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 21,27 . (6) Hnd 22,17 . (7) Hnd 24,12 . (8) Hnd 24,18 . (9) Hnd 26,21 .
16. en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
| Hnd 2,47 - Hnd 2,47 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [47] Praising God, and having favour with all the people.
And the Lord added to the church daily such as should be saved.
Luther-Bibel . 47 und lobten Gott und fanden Wohlwollen beim ganzen Volk. Der
Herr aber fügte täglich zur Gemeinde hinzu, die gerettet wurden.
Tekstanalyse van Hnd 2,47 . Dit vers Hnd 2,47 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 100 (2 X 2 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Hnd 2,47 is 10239 (3 X 3413) .
1. ainountes (prijzend) . Participium praesens nominatief mannelijk meervoud. Verwijzing : aineô (loven, prijzen), zie Lc 24,53 . In twee verzen in het N.T. : (1) Lc 2,20 : ainountes ton theon = God lofprijzend (herders) . (2) Hnd 2,47 : ainountes ton theon = God lofprijzend . Overzicht . In drie verzen in Lc . In drie verzen in Hnd . (1) Lc 2,13 . (2) Lc 2,20 . (3) Lc 19,37 . (1) Hnd 2,47 . (2) Hnd 3,8 . (3) Hnd 3,9 .
14.
21. auto (zelf) . Verwijzing : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . Nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud . In 490 verzen in de bijbel . In 101 verzen in het N.T. . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .
19. - 21. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . Verwijzing : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . In tien verzen in het N.T. : (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 .
Griekse tekst
1kai en tô sumplèrousthai tèn èmeran tès pentèkostès èsan pantes omou epi to auto. 2kai egeneto afnô ek tou ouranou èchos ôsper feromenès pnoès biaias kai eplèrôsen olon ton oikon ou èsan kathèmenoi: 3kai ôfthèsan autois diamerizomenai glôssai ôsei puros, kai ekathisen ef ena ekaston autôn, 4kai eplèsthèsan pantes pneumatos agiou, kai èrxanto lalein eterais glôssais kathôs to pneuma edidou apoftheggesthai autois. 5èsan de eis ierousalèm katoikountes ioudaioi, andres eulabeis apo pantos ethnous tôn upo ton ouranon: 6genomenès de tès fônès tautès sunèlthen to plèthos kai sunechuthè, oti èkouon eis ekastos tè idia dialektô lalountôn autôn. 7existanto de kai ethaumazon legontes, ouch idou apantes outoi eisin oi lalountes galilaioi; 8kai pôs èmeis akouomen ekastos tè idia dialektô èmôn en è egennèthèmen; 9parthoi kai mèdoi kai elamitai, kai oi katoikountes tèn mesopotamian, ioudaian te kai kappadokian, ponton kai tèn asian, 10frugian te kai pamfulian, aigupton kai ta merè tès libuès tès kata kurènèn, kai oi epidèmountes rômaioi, 11ioudaioi te kai prosèlutoi, krètes kai arabes, akouomen lalountôn autôn tais èmeterais glôssais ta megaleia tou theou. 12existanto de pantes kai dièporoun, allos pros allon legontes, ti thelei touto einai; 13eteroi de diachleuazontes elegon oti gleukous memestômenoi eisin. 14statheis de o petros sun tois endeka epèren tèn fônèn autou kai apefthegxato autois, andres ioudaioi kai oi katoikountes ierousalèm pantes, touto umin gnôston estô kai enôtisasthe ta rèmata mou. 15ou gar ôs umeis upolambanete outoi methuousin, estin gar ôra tritè tès èmeras, 16alla touto estin to eirèmenon dia tou profètou iôèl, 17kai estai en tais eschatais èmerais, legei o theos, ekcheô apo tou pneumatos mou epi pasan sarka, kai profèteusousin oi uioi umôn kai ai thugateres umôn, kai oi neaniskoi umôn oraseis opsontai, kai oi presbuteroi umôn enupniois enupniasthèsontai: 18kai ge epi tous doulous mou kai epi tas doulas mou en tais èmerais ekeinais ekcheô apo tou pneumatos mou, kai profèteusousin. 19kai dôsô terata en tô ouranô anô kai sèmeia epi tès gès katô, aima kai pur kai atmida kapnou: 20o èlios metastrafèsetai eis skotos kai è selènè eis aima prin elthein èmeran kuriou tèn megalèn kai epifanè. 21kai estai pas os an epikalesètai to onoma kuriou sôthèsetai. 22andres israèlitai, akousate tous logous toutous: ièsoun ton nazôraion, andra apodedeigmenon apo tou theou eis umas dunamesi kai terasi kai sèmeiois ois epoièsen di autou o theos en mesô umôn, kathôs autoi oidate, 23touton tè ôrismenè boulè kai prognôsei tou theou ekdoton dia cheiros anomôn prospèxantes aneilate, 24on o theos anestèsen lusas tas ôdinas tou thanatou, kathoti ouk èn dunaton krateisthai auton up autou: 25dauid gar legei eis auton, proorômèn ton kurion enôpion mou dia pantos, oti ek dexiôn mou estin ina mè saleuthô. 26dia touto èufranthè è kardia mou kai ègalliasato è glôssa mou, eti de kai è sarx mou kataskènôsei ep elpidi: 27oti ouk egkataleipseis tèn psuchèn mou eis adèn, oude dôseis ton osion sou idein diafthoran. 28egnôrisas moi odous zôès, plèrôseis me eufrosunès meta tou prosôpou sou. 29andres adelfoi, exon eipein meta parrèsias pros umas peri tou patriarchou dauid, oti kai eteleutèsen kai etafè kai to mnèma autou estin en èmin achri tès èmeras tautès: 30profètès oun uparchôn, kai eidôs oti orkô ômosen autô o theos ek karpou tès osfuos autou kathisai epi ton thronon autou, 31proidôn elalèsen peri tès anastaseôs tou christou oti oute egkateleifthè eis adèn oute è sarx autou eiden diafthoran. 32touton ton ièsoun anestèsen o theos, ou pantes èmeis esmen martures. 33tè dexia oun tou theou upsôtheis tèn te epaggelian tou pneumatos tou agiou labôn para tou patros execheen touto o umeis [kai] blepete kai akouete. 34ou gar dauid anebè eis tous ouranous, legei de autos, eipen [o] kurios tô kuriô mou, kathou ek dexiôn mou 35eôs an thô tous echthrous sou upopodion tôn podôn sou. 36asfalôs oun ginôsketô pas oikos israèl oti kai kurion auton kai christon epoièsen o theos, touton ton ièsoun on umeis estaurôsate. 37akousantes de katenugèsan tèn kardian, eipon te pros ton petron kai tous loipous apostolous, ti poièsômen, andres adelfoi; 38petros de pros autous, metanoèsate, [fèsin,] kai baptisthètô ekastos umôn epi tô onomati ièsou christou eis afesin tôn amartiôn umôn, kai lèmpsesthe tèn dôrean tou agiou pneumatos: 39umin gar estin è epaggelia kai tois teknois umôn kai pasin tois eis makran osous an proskalesètai kurios o theos èmôn. 40eterois te logois pleiosin diemarturato, kai parekalei autous legôn, sôthète apo tès geneas tès skolias tautès. 41oi men oun apodexamenoi ton logon autou ebaptisthèsan, kai prosetethèsan en tè èmera ekeinè psuchai ôsei trischiliai. 42èsan de proskarterountes tè didachè tôn apostolôn kai tè koinônia, tè klasei tou artou kai tais proseuchais. 43egineto de pasè psuchè fobos, polla te terata kai sèmeia dia tôn apostolôn egineto. 44pantes de oi pisteuontes èsan epi to auto kai eichon apanta koina, 45kai ta ktèmata kai tas uparxeis epipraskon kai diemerizon auta pasin kathoti an tis chreian eichen: 46kath èmeran te proskarterountes omothumadon en tô ierô, klôntes te kat oikon arton, metelambanon trofès en agalliasei kai afelotèti kardias, 47ainountes ton theon kai echontes charin pros olon ton laon. o de kurios prosetithei tous sôzomenous kath èmeran epi to auto.
- en (in) . Verwijzing in Hnd 2 : en (in) . Verwijzing in N.T. : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .
| en (in) . | Hnd 2 | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | synopt. | ev. |
| 8 | 11097 | 8943 | 2154 | 247 | 119 | 288 | 182 | 226 | 966 | 126 | 654 | 836 |
- kai (en) . kai (en) . Verwijzing in Hnd 2: kai (en) . Verwijzing : kai (en) in het N.T. . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .
| kai (en) | Hnd 2 | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| verzen | 47 | 7957 | 1071 | 678 | 1151 | 879 | 1007 | 2767 | 404 | 2900 | 3779 | ||
| kai (en) | 35 | 26980 | 21867 | 5113 | 705 | 555 | 822 | 530 | 660 | 1470 | 371 | 2082 | 2612 |
| verschil | 12 | 2844 | 366 | 123 | 329 | 349 | 347 | 1297 | 33 | 818 | 1167 |
- Bepaald lidwoord . Verwijzing in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Verwijzing in het N.T. : bepaald lidwoord .
| lidw. enk. | Hnd 2 | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| 1. | nom. m. enk. ho | 8495 | 6052 | 2443 | 408 | 219 | 331 | 436 | 281 | 612 | 156 | 958 | 1394 | |
| 2. | nom. vr. enk. hè | 4860 | 76 | |||||||||||
| 3. | nom. + acc. onz. enk. to | 5941 | 4582 | 1359 | 186 | 108 | 181 | 121 | 172 | 482 | 109 | 475 | 596 | |
| 4. | gen. m. + onz. enk. tou | 8480 | 6542 | 1938 | 234 | 116 | 272 | 196 | 269 | 673 | 178 | 622 | 818 | |
| 5. | gen. vr. enk. tès | 5271 | 4202 | 1069 | 107 | 65 | 109 | 72 | 164 | 430 | 122 | 281 | 353 | |
| 6. | dat. m. + onz. enk. tô(i) | 5 | 163 | |||||||||||
| 7. | dat. vr. enk. tè(i) | 3381 | 2631 | 750 | 94 | 55 | 119 | 64 | 122 | 264 | 32 | 268 | 332 | |
| 8. | acc. m. enk. ton | 6202 | 4880 | 1322 | 167 |