HANDELINGEN VAN DE APOSTELEN HOOFDSTUK 4 - Hnd 4 -- TAALGEBRUIK
-- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Hnd (Handelingen)
-- Hnd 4 -
- Hnd
4,1-22 -- Hnd
4,23-31 -- Hnd
4,32-37 -- Hnd
4,32-35 -- Hnd 4,8-12 -
Hnd 4 : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
- de (echter) -- eimi (zijn) -- bepaald lidwoord -
- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
Overzicht van Handelingen van de apostelen : Hnd (Handelingen) : overzicht , Hnd : woordgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Hnd : commentaar ,
Handelingen van de apostelen : Hnd (Handelingen) : overzicht , Hnd : woordgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Hnd : commentaar ,
NT (NT overzicht) : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
Hnd 1 , Hnd
2 , Hnd 3 ,
Hnd 4 , Hnd
5 , Hnd 6 ,
Hnd 7 , Hnd
8 , Hnd 9 ,
Hnd 10 , Hnd
11 , Hnd 12
, Hnd 13 , Hnd
14 , Hnd 15
, Hnd 16 , Hnd
17 , Hnd 18
, Hnd 19 , Hnd
20 , Hnd 21
, Hnd 22 , Hnd
23 , Hnd 24
, Hnd 25 , Hnd
26 , Hnd 27
, Hnd 28 ,
Uitleg per pericope - Hnd
4,1-22 -- Hnd
4,23-31 -- Hnd
4,32-37 -
- Hnd 4,1-22
: Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten .
- Hnd
4,23-31 : Gebed van de gelovigen .
- Hnd
4,32-37 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente .
Uitleg vers per vers : - Hnd
4,1 - Hnd
4,2 - Hnd
4,3 - Hnd
4,4 - Hnd
4,5 - Hnd
4,6 - Hnd
4,7 - Hnd
4,8 - Hnd
4,9 - Hnd
4,10 - Hnd
4,11 - Hnd
4,12 - Hnd
4,13 - Hnd
4,14 - Hnd
4,15 - Hnd
4,16 - Hnd
4,17 - Hnd
4,18 - Hnd
4,19 - Hnd
4,20 - Hnd
4,21 - Hnd
4,22 - Hnd
4,23 - Hnd
4,24 - Hnd
4,25 - Hnd
4,26 - Hnd
4,27 - Hnd
4,28 - Hnd
4,29 - Hnd
4,30 - Hnd
4,31 - Hnd
4,32 - Hnd
4,33 - Hnd
4,34 - Hnd
4,35 - Hnd
4,36 - Hnd
4,37 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst NT | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel |
| Hnd 4,1 - Hnd 4,1 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] And as they spake unto the people, the priests, and
the captain of the temple, and the Sadducees, came upon them,
Luther-Bibel . 1 Während sie zum Volk redeten, traten zu ihnen die Priester
und der Hauptmann des Tempels und die Sadduzäer,
Tekstanalyse van Hnd 4,1 . Dit vers Hnd 4,1 bestaat uit 18 (2 X 3 X 3) woorden en 87 letters . De getalwaarde van Hnd 4,1 is 10091 (priemgetal) .
Voor het eerst geeft Jezus onderricht in de tempel . De tempelverantwoordelijken
komen bij hem met de vraag naar zijn bevoegdheid of zijn vergunning (Lc
20,1 - Lc
20,2) . Zo gebeurt ook met de apostelen Petrus en Johannes . Bij het gaan
naar de tempel genezen ze een lamme (Hnd 3,1-10) . Daarna houdt Petrus een redevoering in de tempel (Hnd 3,11-26) . Terwijl hij nog aan het woord is , staan de tempelverantwoordelijken
bij hen (Hnd
4,1) eveneens met de vraag naar hun bevoegdheid of hun vergunning .
- Lc 20,1
: didaskontos autou ton laon en tô ierô kai euaggelizomenou epestèsan = terwijl
hij het volk onderrichtte in de tempel en de goede boodschap bracht , stonden
bij hem
- Hnd
4,1
: lalountôn de autôn pros ton laon epestèsan autois = terwijl echter zij spraken
tot het volk , stonden bij hen .
1. act. part. praes. gen. mv. lalountôn (terwijl zij aan het praten waren) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Hnd : laleô (lallen, spreken, praten) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 4,1 . (4) Hnd 10,46 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Hnd 4 (5) : (1) Hnd 4,1 . (2) Hnd 4,17 . (3) Hnd 4,20 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 4,31 . In Hnd : 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23 / 28 hoofdstukken en in 60 verzen . In Lc : 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken en in 31 verzen .
1. - 3. autôn lalountôn (terwijl zij aan het praten waren , naar hen die aan het praten waren) . Verwijzing : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Losse genitief of nadere bepaling bij het werkwoord akouô ( luisteren naar hen sprekende = hen horen spreken) . Aanwijzend voornaamwoord genitief mannelijk meervoud + participium praesens genitief mannelijk meervoud . In veertien verzen in de bijbel ; in negen verzen in het O.T. . In één vers bij Lucas nl. Lc 24,36 en in vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,6 (laountôn autôn) . (2) Hnd 2,11 (laountôn autôn) . (3) Hnd 4,1 (laountôn de autôn - losse genitief) . (4) Hnd 10,46 (autôn lalountôn) .
7. ind. aor. 3de pers. mv. epestèsan (zij stonden bij) van het werkw. efistèmi (staan bij) . Taalgebruik in het NT : efistèmi (staan bij) . Taalgebruik in Lc : efistèmi (staan bij) . Taalgebruik in Hnd : efistèmi (staan bij) . Hnd (3) : (1) Hnd 4,1 . (2) Hnd 10,17 . (3) Hnd 11,11 . Een vorm van efistèmi (staan bij) in Hnd in 11 verzen : (1) Hnd 4,1 . (2) Hnd 6,12 . (3) Hnd 10,17 . (4) Hnd 11,11 . (5) Hnd 12,7 . (6) Hnd 17,5 . (7) Hnd 22,10 . (8) Hnd 22,13 . (9) Hnd 23,11 . (10) Hnd 23,27 . (11) Hnd 28,2 . In Hnd : 6 vormen van efistèmi (staan bij) in 9 hoofdstukken en in 11 verzen . In Lc : 5 vormen in 6 hoofdstukken en in 7 verzen .
| Hnd 4,2 - Hnd 4,2 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] Being grieved that they taught the people, and preached
through Jesus the resurrection from the dead.
Luther-Bibel . 2 die verdross, dass sie das Volk lehrten und verkündigten
an Jesus die Auferstehung von den Toten.
Tekstuitleg van Hnd 4,2 . Dit vers Hnd 4,2 telt 17 woorden en 88 (2 X 2 X 2 X 11) letters . De getalwaarde van Hnd 4,2 is 8412 (2 X 2 X 3 X 701) .
4. didaskein (onderwijzen, leren) . Verwijzing : didaskô
(onderrichten - onderwijzen) , zie Mc
1,45 . Infinitief praesens . In vijftien verzen in de bijbel . O.T. (2)
. Ezr (1) . 2 Kr (1) . NT (13) . Mt (1) . Mc (4) . Lc (1) . Joh (1) . Hnd
(4) . Brieven (2) . In dertien verzen in het NT . In één vers
bij Lucas : (6) Lc
6,6 (eiselthein ... kai didaskein = binnengaan en onderrichten) .
In vier verzen in Hnd :
(8) Hnd
1,1 (poiein te kai didaskein = doen evenals onderrichten) .
(9) Hnd
4,2 : dia to didaskein autous ton laon = omdat zij het volk onderrichtten
in de tempel .
(10) Hnd
4,18 : mède didaskein epi tôi onomati tou Ièsou = noch
te onderrichten in de naam van Jezus (een duidelijke verwijzing naar Hnd
4,2) .
(11) Hnd
5,28 : mè didaskein epi tôi onomati toutôi = noch te
onderrichten in deze naam .
De tempelleiding was misnoegd dat Petrus en Johannes het volk onderrichtten
in de tempel .
| Hnd 4,3 - Hnd 4,3 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And they laid hands on them, and put them in hold unto
the next day: for it was now eventide.
Luther-Bibel . 3 Und sie legten Hand an sie und setzten sie gefangen bis zum
Morgen; denn es war schon Abend.
Tekstuitleg van Hnd 4,3
2. epebalon (zij legden op) . Actief aorist derde persoon meervoud . Verwijzing:
ballô
(werpen, gooien) , zie Mt
8,14 . Zie eveneens : jad
(hand) , zie Ps
31,6 - cheir
(hand) , zie Lc
23,46 . De vertaling arresteren heeft de betekenis van : iemand aan-houden
, bij iemand blijven (ad-restare) . In acht verzen in de bijbel . In drie verzen
in het O.T. . In vijf verzen in het NT :
(1) Mt
26,50 : tote proselthontes epebalon tas cheiras epi ton Ièsoun (en
naderbijgekomen sloegen zij de handen op op Jezus) .
(2) Mc
14,46 : oi de epebalon tas cheiras autôi (zij echter sloegen de handen op
hem) . In dit vers is de eenvoudige datief opvallend zoals ook in Hnd
4,3 .
(3) Hnd
4,3 : kai epebalon autois tas cheiras (en zij sloegen op hen de handen)
. In dit vers is de eenvoudige datief opvallend zoals ook in Mc
14,46 .
(4) Hnd 5,18 : kai epebalon tas cheiras epi tous apostolous (en zij sloegen de handen
op op de apostelen) .
(5) Hnd 21,27 : kai epebalon ep'auton tas cheiras (en zij sloegen op op hem de handen)
.
In de apokalyptische rede schrijft Lucas in Lc
21,12 : epibalousin ef'humas tas cheiras autôn = zij zullen op jullie
hun handen opleggen . Daarin zegt Jezus dat men de hand aan hen zal slaan .
Het is Jezus overkomen . Het overkomt ook de apostelen (Petrus en Johannes)
en Paulus . De leerling gaat dezelfde weg op als zijn leraar.
- epibalousin (zij zullen slaan aan) . Actief toekomende tijd derde persoon
meervoud . In zes verzen in de bijbel . In één vers in het NT
: Lc 21,12
: epibalousin ef'humas tas cheiras autôn = zij zullen aan jullie de hand
slaan . De zinsconstructie van Lc
21,12 komt het meest overeen met Hnd 21,27 .
- epibalôn (geslagen op) . Actief aorist nominatief mannelijk enkelvoud
. In vier verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In twee verzen
in het NT : (2) de hand aan de ploeg slaan . Lc
9,62 : oudeis epibalôn tèn cheira ep'arotron = niemand die
de hand aan de ploeg heeft geslagen .
- epibalein . Actief infinitief aorist . In zeven verzen in de bijbel . In één
vers in het NT : Lc
20,19 : kai ezètèsan ... epibalein ep'auton tas cheiras =
zij zochten de hand aan hem te slaan . In zinsconstructie komt Lc
20,19 het meest overeen met Hnd 21,27 .
9. tèrèsis (bewaring) . Verwijzing : tèreô
(behouden, bewaren) , zie Mt
28,20 .
- nominatief enkelvoud tèrèsis . In drie verzen in de bijbel .
In twee verzen in het O.T. In 1 Kor 7,19 : tèrèsis entolôn
theou : het (onder)houden van de geboden van God .
- datief enkelvoud tèrèsei . In vijf verzen in de bijbel . In
drie verzen in het O.T. . In twee verzen in het NT . Hnd 5,18 : kai ethento autous en tèrèsei dèmosiai = en
zij zetten hen in een openbare bewaring .
- accusatief enkelvoud tèrèsin . In drie verzen in de bijbel .
In twee verzen in het O.T. . In Hnd
4,3 : kai ethento eis tèrèsin = en zij zetten hen in bewaring
| Hnd 4,4 - Hnd 4,4 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] Howbeit many of them which heard the word believed;
and the number of the men was about five thousand.
Luther-Bibel . 4 Aber viele von denen, die das Wort gehört hatten, wurden
gläubig; und die Zahl der Männer stieg auf etwa fünftausend.
Tekstuitleg van Hnd 4,4 . Dit vers Hnd 4,4 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 83 letters . De getalwaarde van Hnd 4,4 is 10324 (2 X 2 X 29 X 89) .
5. ton . Bepaald lidwoord accusatief mannelijk enkelvoud bij logon (woord) , zie hieronder bij logon (woord) .
6. Accusatief mannelijk enkelvoud logon (woord , ver-woord-ing) van het zelfstandig naamwoord logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . Taalgebruik in Hnd. : logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het NT (331) . Hnd (31) : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 2,41 . (3) Hnd 4,4 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 4,31 . (6) Hnd 6,2 . (7) Hnd 8,4 . (8) Hnd 8,14 . (9) Hnd 8,25 . (10) Hnd 10,36 . (11) Hnd 10,44 . (12) Hnd 11,1 . (13) Hnd 11,19 . (14) Hnd 13,5 . (15) Hnd 13,7 . (16) Hnd 13,44 . (17) Hnd 13,46 . (18) Hnd 13,48 . (19) Hnd 14,25 . (20) Hnd 15,7 . (21) Hnd 15,35 . (22) Hnd 15,36 . (23) Hnd 16,6 . (24) Hnd 16,32 . (25) Hnd 17,11 . (26) Hnd 18,11 . (27) Hnd 18,14 . (28) Hnd 19,10 . (29) Hnd 19,38 . (30) Hnd 19,40 . (31) Hnd 20,7 .
| logos (woord) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| 4 | acc. enk. logon | 347 | 220 | 127 | 17 | 18 | 10 | 14 | 31 | 30 | 7 | 45 | 59 |
(1) Hnd
1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd
4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord
hoorden) .
(4) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd
6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd
8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(9) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(10) Hnd
10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd
10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd
13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord
van God) .
(15) Hnd
13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd
13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(18) Hnd
13,48
: edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd
15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren
het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd
15,35
: euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer)
.
(22) Hnd
15,36
: katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van
de Heer) .
(23) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
(25) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd
18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God)
.
(27) Hnd
18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd
19,10
: akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd
19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd
19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd
20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton wanneer de boodschap bedoeld
is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd
18,14 . (2) Hnd
19,38) . (3) Hnd
19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in
absolute zin) : (1) Hnd
4,4 . (2) Hnd
8,4 . (3) Hnd
10,36 . (4) Hnd
10,44 . (5) Hnd
11,19 . (6) Hnd
14,25 . (7) Hnd
16,6 . (8) Hnd
17,11 . (9) Hnd
20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou
(het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd
2,41 . (2) Hnd
4,29 . ton logon met de nadere bepaling tou euaggeliou (van de goede boodschap)
: Hnd 15,7
.
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton
logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Verwijzing : akouô
(horen, luisteren) , zie Mt
4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in acht verzen voor . Er is progressie
in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord
ontvangen .
4. - 6. Een vorm van het werkwoord akouô (horen, luisteren) met het lijdend
voorwerp ton logon , in Hnd :
(1) Hnd
4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord
hoorden) .
(2) Hnd
10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(3) Hnd
13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(4) Hnd
13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(5) Hnd
19,10
: akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
11. arithmos (getal, aantal) , zie Hnd 4,4 . In negenenvijftig verzen in de bijbel . In vijftig verzen in het O.T. . In negen verzen in het NT : Hnd (4) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 5,36 . (3) Hnd 6,7 . (4) Hnd 11,21 . In Hnd 2,41 is er sprake van 3000 , in Hnd 4,4 van 5000 . In Hnd 1,13 worden de elf apostelen opgesomd . In Hnd 1,26 zijn er weer twaalf apostelen na de toevoeging van Mattias . In Hnd 2,41 laten zich op Pinksterdag na de toespraak van Petrus ongeveer drieduizend personen dopen . Na de genezing van een lamme aan de tempelpoort van Jeruzalem en na de toespraak van Petrus in de tempel en na een nacht gevangenis stijgt het aantal gelovige mannen tot vijfduizend (Hnd 4,4) . In Hnd 6,7 blijft het aantal leerlingen in Jeruzalem nog stijgen , wellicht door de prediking van de apostelen (een grote menigte priesters geloofden) als door de prediking van de zeven medewerkers in dienst van de Hellenistische gelovigen . In Antiochië wordt de boodschap ook aan Hellenisten verkondigd . Bij hen kwam een groot aantal tot geloof (Hnd 11,21) . Dit wordt voor het eerst vermeld voor een groep buiten Jeruzalem . Bij het begin van de tweede missiereis bezoeken Paulus , Silas en Timotheüs steden van Klein-Azië en het aantal gelovigen of gemeenten neemt in aantal toe (Hnd 16,5) . .
| Hnd 4,5 - Hnd 4,5 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And it came to pass on the morrow, that their rulers,
and elders, and scribes,
Luther-Bibel . [5] And it came to pass on the morrow, that their rulers, and
elders, and scribes,
Tekstuitleg van Hnd 4,5 .
Eenmaal dag geworden werd Jezus voor het Sanhedrin geleid (Lc 22,66) . Dat is ook het geval met de apostelen Petrus en Johannes (Hnd 4,5) . Deze apostelen werden gearresteerd en voorgeleid omdat zij onderrichtten in de naam van Jezus (voorzegd door Jezus in Lc 21,12) .
| Hnd 4,6 - Hnd 4,6 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And Annas the high priest, and Caiaphas, and John, and
Alexander, and as many as were of the kindred of the high priest, were gathered
together at Jerusalem.
Luther-Bibel . 6 auch Hannas, der Hohepriester, und Kaiphas und Johannes und
Alexander und alle, die vom Hohenpriestergeschlecht waren;
Tekstuitleg van Hnd 4,6 .
4. archiereus (hogepriester) . Verwijzing : archiereis (hogepriesters) , zie Mt 2,4 . De eerste in de rij van priesters . De nominatief enkelvoud archiereus (priester) komt in zevenendertig verzen in de bijbel voor . O.T. (9) . NT (28) . Mt (3) . Mc (3) . Joh (4) . Hnd (9) . In negen verzen in de Hebreeënbrief .In negen verzen in Handelingen : (1) Hnd 4,6 . (2) Hnd 5,17 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,27 . (5) Hnd 7,1 . (6) Hnd 22,5 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 23,5 . (9) Hnd 24,1 .
| Hnd 4,7 - Hnd 4,7 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] And when they had set them in the midst, they asked,
By what power, or by what name, have ye done this?
Luther-Bibel . [7] And when they had set them in the midst, they asked, By what
power, or by what name, have ye done this?
Tekstuitleg van Hnd 4,7 . Dit vers Hnd 4,7 telt 17 woorden en 87 letters . De getalwaarde van Hnd 4,7 is 10755 (3 X 3 X 5 X 239) .
14. onomati (met naam) . Verwijzing : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het NT . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
Lezing op de 4de (vierde) paaszondag B : Handelingen 4,8-12 . Verwijzing : Hnd 4,8-12 .
In die tijd sprak Petrus, vervuld van de heilige Geest: "Overheden van het volk en oudsten! Indien wij vandaag ter verantwoording geroepen worden voor een weldaad aan een gebrekkige bewezen waardoor deze genezen is, dan zij het u allen en het gehele volk van Israël bekend dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër die gij gekruisigd hebt maar die God uit de doden heeft doen opstaan – dat door die Naam deze man hier gezond voor u staat. Hij is de steen die door u, de bouwlieden, niets waard werd geacht en toch tot hoeksteen geworden is. Bij niemand anders is dan ook de redding te vinden en geen andere Naam onder de hemel is aan de mensen gegeven waarin wij gered moeten worden."
| Hnd 4,8 - Hnd 4,8 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] Then Peter, filled with the Holy Ghost, said unto them,
Ye rulers of the people, and elders of Israel,
Luther-Bibel . [8] Then Peter, filled with the Holy Ghost, said unto them, Ye
rulers of the people, and elders of Israel,
Tekstanalyse van Hnd 4,8
3. plèstheis (vervuld) . Verwijzing : pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 . Passief participium aorist . In twee verzen in Hnd : (1) Hnd 4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) . (2) Hnd 13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
4. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het NT . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) . .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
| Hnd 4,9 - Hnd 4,9 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] If we this day be examined of the good deed done to
the impotent man, by what means he is made whole;
Luther-Bibel . [9] If we this day be examined of the good deed done to the impotent
man, by what means he is made whole;
Tekstuitleg van Hnd 4,9 .
| Hnd 4,10 - Hnd 4,10 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] Be it known unto you all, and to all the people of
Israel, that by the name of Jesus Christ of Nazareth, whom ye crucified, whom
God raised from the dead, even by him doth this man stand here before you whole.
Luther-Bibel . [10] Be it known unto you all, and to all the people of Israel,
that by the name of Jesus Christ of Nazareth, whom ye crucified, whom God raised
from the dead, even by him doth this man stand here before you whole.
Tekstuitleg van Hnd 4,10 . Dit vers Hnd 4,10 telt 33 (3 X 11) woorden en 159 letters . De getalwaarde van Hnd 4,10 is 24566 (2 X 71 X 173) .
13. onomati (met naam) . Verwijzing : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het NT . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
11. - 13. en tôi onomati (in de naam) . In zesentwintig verzen in het NT . Mt (1) . Mc (2) . Lc (1) . Joh (12) . In zes verzen in Hnd : (1) (2) Hnd 3,6 . (2) (4) Hnd 4,10 . (3) (15) Hnd 9,27 . (4) (16) Hnd 9,28 . (5) (20) Hnd 10,48 . (6) (26) Hnd 16,18 . Andere boeken (4) .
11. - 15. en tôi onomati Ièsou Christou (in de naam van Jezus Christus) . In drie verzen in het NT : (1) Hnd 3,6 . (2) Hnd 4,10 . (3) Hnd 16,18 .
11. - 17. en tôi onomati Ièsou Christou tou Nazôraiou (in de naam van Jezus Christus de Nazarener) . In twee verzen in het NT : (1) Hnd 3,6 . (2) Hnd 4,10 .
20. act. ind. aor. 2de pers. mv. estaurôsate van het werkw. stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in het NT : stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in Lc : stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in Hnd : stauroô (kruisigen) . Lat. crucifigere (crux - kruis ; figere : vasthechten, fixeren) . Fr. crucifier . E. to crucify . Ned. kruisigen (k-r-) . D. kreuzigen . Hnd (2) : (1) Hnd 2,36 . (2) Hnd 4,10 . NT (2) . In Hnd : 1 vorm van stauroô (kruisigen) in 2 verzen in 2 / 28 hoofdstukken . In Lc : 3 vormen van stauroô (kruisigen) in 5 verzen in 2 / 24 hoofdstukken . Een vorm van stauroô (kruisigen) in het NT (46) .
18. - 20. hon humeis estaurôsate (die jullie kruisigden) . Hnd (2 / 2) : (1) Hnd 2,36 . (2) Hnd 4,10 . estaurôsan auton (zij kruisigden hem) . Lc (2 / 5) : (1) Lc 23,21 . (2) Lc 24,20 en in Mc 15,25 .
| Hnd 4,11 - Hnd 4,11 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] This is the stone which was set at nought of you builders,
which is become the head of the corner.
Luther-Bibel . 11 Das ist der Stein, von euch Bauleuten verworfen, der zum Eckstein
geworden ist.
Tekstuitleg van Hnd 4,11 .
| Hnd 4,12 - Hnd 4,12 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] Neither is there salvation in any other: for there
is none other name under heaven given among men, whereby we must be saved.
Luther-Bibel . 12 Und in keinem andern ist das Heil, auch ist kein andrer Name
unter dem Himmel den Menschen gegeben, durch den wir sollen selig werden.
Tekstuitleg van Hnd 4,12 .
22. dei (moet) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . Actief praesens derde persoon enkelvoud van het werkwoord deô (moeten) . In vierennegentig verzen in de bijbel . In achttien verzen in het O.T. . In zesenzeventig verzen in het NT . In vijftien verzen in Handelingen : (1) Hnd 1,21 . (2) Hnd 3,21 . (3) Hnd 4,12 . (4) Hnd 5,29 . (5) Hnd 9,6 . (6) Hnd 9,16 . (7) Hnd 14,22 . (8) Hnd 15,5 . (9) Hnd 16,30 . (10) Hnd 19,21 . (11) Hnd 20,35 . (12) Hnd 23,11 . (13) Hnd 25,10 . (14) Hnd 27,24 . (15) Hnd 27,26 .
| Hnd 4,13 - Hnd 4,13 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] Now when they saw the boldness of Peter and John, and
perceived that they were unlearned and ignorant men, they marvelled; and they
took knowledge of them, that they had been with Jesus.
Luther-Bibel . 13 Sie sahen aber den Freimut des Petrus und Johannes und wunderten
sich; denn sie merkten, dass sie ungelehrte und einfache Leute waren, und wussten
auch von ihnen, dass sie mit Jesus gewesen waren.
Tekstuitleg van Hnd 4,13 .
| Hnd 4,14 - Hnd 4,14 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And beholding the man which was healed standing with
them, they could say nothing against it.
Luther-Bibel . 14 Sie sahen aber den Menschen, der gesund geworden war, bei
ihnen stehen und wussten nichts dagegen zu sagen.
Tekstuitleg van Hnd 4,14 .
| Hnd 4,15 - Hnd 4,15 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] But when they had commanded them to go aside out of
the council, they conferred among themselves,
Luther-Bibel . 15 Da hießen sie sie hinausgehen aus dem Hohen Rat und
verhandelten miteinander und sprachen:
Tekstuitleg van Hnd 4,15 .
| Hnd 4,16 - Hnd 4,16 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] Saying, What shall we do to these men? for that indeed
a notable miracle hath been done by them is manifest to all them that dwell
in Jerusalem; and we cannot deny it.
Luther-Bibel . 16 Was wollen wir mit diesen Menschen tun? Denn dass ein offenkundiges
Zeichen durch sie geschehen ist, ist allen bekannt, die in Jerusalem wohnen,
und wir können's nicht leugnen.
Tekstuitleg van Hnd 4,16 .
| Hnd 4,17 - Hnd 4,17 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] But that it spread no further among the people, let
us straitly threaten them, that they speak henceforth to no man in this name.
Luther-Bibel . 17 Aber damit es nicht weiter einreiße unter dem Volk,
wollen wir ihnen drohen, dass sie hinfort zu keinem Menschen in diesem Namen
reden.
Tekstuitleg van Hnd 4,17 . Dit vers Hnd 4,17 tel 20 (2 X 2 X 5) woorden en 107 letters . De getalwaarde van Hnd 4,17 is 9897 (3 X 3299) .
16. onomati (met naam) . Verwijzing : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het NT . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
14. - 16. epi tôi onomati (bij de naam van) . In zestien verzen in het NT . Mt (2) . Mc (3) . Lc (5) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .
14. - 17. epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) . In twee verzen
in het NT :
(1) Hnd
4,17 : mèketi lalein epi tôi onomati toutôi = niet meer
te praten bij deze naam .
(2) Hnd
5,28 : mè didaskein epi tôi onomati toutôi = niet te
leraren bij deze naam .
| Hnd 4,18 - Hnd 4,18 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And they called them, and commanded them not to speak
at all nor teach in the name of Jesus.
Luther-Bibel . 18 Und sie riefen sie und geboten ihnen, keinesfalls zu reden
oder zu lehren in dem Namen Jesu.
Tekstuitleg van Hnd 4,18 . Dit vers Hnd 4,18 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 91 letters . De getalwaarde van Hnd 4,18 is 8814 (2 X 3 X 13 X 113) .
10. didaskein (onderwijzen, leren) . Verwijzing : didaskô
(onderrichten - onderwijzen) , zie Mc
1,45 . Infinitief praesens . In vijftien verzen in de bijbel . O.T. (2)
. Ezr (1) . 2 Kr (1) . NT (13) . Mt (1) . Mc (4) . Lc (1) . Joh (1) . Hnd
(4) . Brieven (2) . In dertien verzen in het NT . In één vers
bij Lucas : (6) Lc
6,6 (eiselthein ... kai didaskein = binnengaan en onderrichten) .
In vier verzen in Hnd :
(8) Hnd
1,1 (poiein te kai didaskein = doen evenals onderrichten) .
(9) Hnd
4,2 : dia to didaskein autous ton laon = omdat zij het volk onderrichtten
in de tempel .
(10) Hnd
4,18 : mède didaskein epi tôi onomati tou Ièsou = noch
te onderrichten in de naam van Jezus (een duidelijke verwijzing naar Hnd
4,2) . Het sanhedrin verbood Petrus en Johannes om te spreken met een beroep
op de naam van Jezus .
(11) Hnd
5,28 : mè didaskein epi tôi onomati toutôi = noch te
onderrichten in deze naam . In Hnd
5,28 herinnerde het sanhedrin Petrus en Johannes aan het verbod , waaraan
zij zich niet hielden . Daarom waren de apostelen opnieuw gearresteerd en ondervraagd
.
| Hnd 4,17 | mèketi lalein (niet meer te praten) | epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) | ||
| Hnd 4,18 | kai kalesantes autous | paraggeilan | to katholou mè ftheggesthai mède didaskein | epi tôi onomati tou Ièsou |
| Hnd 5,28 | paraggeliai parèggeilamen humin | mè didaskein | epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) | |
| Hnd 5,40 | kai proskalesamenoi tous apostolous deirantes | paraggeilan | mè lalein | epi tôi onomati tou Ièsou |
13. onomati (met naam) . Verwijzing : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het NT . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
11. - 13. epi tôi onomati (bij de naam van) . In zestien verzen in het NT . Mt (2) . Mc (3) . Lc (5) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .
11. - 15. epi tôi onomati tou Ièsou (bij de naam van Jezus) . In twee verzen in het NT : (1) Hnd 4,18 . (2) Hnd 5,40 .
| Hnd 4,19 - Hnd 4,19 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] But Peter and John answered and said unto them, Whether
it be right in the sight of God to hearken unto you more than unto God, judge
ye.
Luther-Bibel . 19 Petrus aber und Johannes antworteten und sprachen zu ihnen:
Urteilt selbst, ob es vor Gott recht ist, dass wir euch mehr gehorchen als Gott.
Tekstuitleg van Hnd 4,19 .
17. akouein (horen) . Verwijzing : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Actief infinitief praesens . In tweeëntwintig verzen in het O.T. . In tweeënveertig verzen in de bijbel . In twintig verzen in het NT . Mt (1) . Mc (4) . Lc (7) . Joh (3) . Hnd (3) . In zeven verzen in Lc . : (1) Lc 5,1 . (2) Lc 5,15 . (3) Lc 8,8 . (4) Lc 14,35 . (5) Lc 15,1 . (6) Lc 22,38 . (7) Lc 23,8 . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 4,19 . (2) Hnd 8,6 . (3) Hnd 17,21 .
| Hnd 4,20 - Hnd 4,20 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] For we cannot but speak the things which we have seen
and heard.
Luther-Bibel . 20 Wir können's ja nicht lassen, von dem zu reden, was wir
gesehen und gehört haben.
Tekstuitleg van Hnd 4,20 .
| Hnd 4,21 - Hnd 4,21 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] So when they had further threatened them, they let
them go, finding nothing how they might punish them, because of the people:
for all men glorified God for that which was done.
Luther-Bibel . 21 Da drohten sie ihnen und ließen sie gehen um des Volkes
willen, weil sie nichts fanden, was Strafe verdient hätte; denn alle lobten
Gott für das, was geschehen war.
Tekstuitleg van Hnd 4,21 . Het vers Hnd 4,21 telt 22 (2 X 11) en 120 (2 X 2 X 2 X 3 X 5) . De getalwaarde van Hnd 4,21 is 13096 (2 X 2 X 2 X 1637) .
16.
Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud pantes (allen) . Taalgebruik in de Bijbel : pas
(ieder, elk) . Bijbel (724) . NT (166) . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
17. edoxazon (zij verheerlijkten) . Verwijzing : doxazô (verheerlijken) , zie Lc 5,26 . In zes verzen in de bijbel , enkel in het NT : (1) Lc 5,26 . (2) Lc 7,16 . (3) Hnd 4,21 . (4) Hnd 13,48 . (5) Hnd 21,20 . (6) Gal 1,24 . Telkens in samenhang met het lijdend voorwerp ton theon (God) : zij verheerlijkten God .
16. pantes edoxazon ton theon (zij verheerlijkten God) . Slechts éénmaal
in het NT : Hnd
4,21 .
edoxazon ton theon (zij verheerlijkten God) in samenhang met allen : (1) Lc
5,26 . (2) Lc
7,16 .
| Lc 5,26 | Lc 7,16 |
| kai ekstasis elaben hapantas (en ontzetting benam allen) | elaben de fobos pantas (vrees echter benam allen) |
| kai edoxazon ton theon (en zij verheerlijkten God) | kai edoxazon ton theon (en zij verheerlijkten God) |
| 67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 - | 110. De zoon van de weduwe van Naïn : Lc 7,11-17 - |
| Hnd 4,22 - Hnd 4,22 : Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten - Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,1-22 -- Hnd 4,1 - Hnd 4,2 - Hnd 4,3 - Hnd 4,4 - Hnd 4,5 - Hnd 4,6 - Hnd 4,7 - Hnd 4,8 - Hnd 4,9 - Hnd 4,10 - Hnd 4,11 - Hnd 4,12 - Hnd 4,13 - Hnd 4,14 - Hnd 4,15 - Hnd 4,16 - Hnd 4,17 - Hnd 4,18 - Hnd 4,19 - Hnd 4,20 - Hnd 4,21 - Hnd 4,22 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] For the man was above forty years old, on whom this
miracle of healing was shewed.
Luther-Bibel . 22 Denn der Mensch war über vierzig Jahre alt, an dem dieses
Zeichen der Heilung geschehen war.
Tekstuitleg van Hnd 4,22 .
Hnd 4,23-31 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 -
Na de vrijlating van Petrus en Johannes komen de gelovigen samen . Ze bidden tot God . Ze worden vervuld van heilige geest en spreken onbevangen . Vanuit de concrete situatie lezen de gelovigen de bijbelteksten , herkennen hun situatie en weten hun situatie in Gods heilsplan een plaats te geven .
| Hnd 4,23 - Hnd 4,23 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel . 23 Und als man sie hatte gehen lassen, kamen sie zu den Ihren
und berichteten, was die Hohenpriester und Ältesten zu ihnen gesagt hatten.
Tekstuitleg van Hnd 4,23 .
| Hnd 4,24 - Hnd 4,24 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
Luther-Bibel . 24 Als sie das hörten, erhoben sie ihre Stimme einmütig zu Gott und sprachen: Herr, du hast Himmel und Erde und das Meer und alles, was darin ist, gemacht,
Tekstuitleg van Hnd 4,24 .
3. akousantes (gehoord) . Verwijzing : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud . In zevenenzestig verzen in de bijbel . In vijftien verzen in het O.T. . In tweeënvijftig verzen in het NT . Mt (13) . Mc (7) . Lc (7) . Joh (5) . Hnd (16) . In zestien verzen in Handelingen : (1) Hnd 2,37 . (2) Hnd 4,24 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,33 . (5) Hnd 8,14 . (6) Hnd 9,38 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (9) Hnd 16,38 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (14) Hnd 21,20 . (15) Hnd 22,2 . (16) Hnd 28,15 .
1. - 3. hoi de akousantes (de toehoorders echter) . In zes verzen in het NT . Mt (1) . Mc (1) . Joh (1) . Hnd (3) : (2) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,33 . Hnd 21,20 . Telkens bij het begin van het vers .
4. homothumadon (gelijkgezind) . Verwijzing : homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) , zie Hnd 1,14 . homoios : gelijkend . thumos : opwelling , hardstocht . Bijwoord . In veertig verzen in de bijbel . In negenentwintig verzen in het O.T. . In elf verzen in het NT . In tien verzen in Hnd . In één vers in Rom . (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,46 . (3) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 7,57 . (6) Hnd 8,6 . (7) Hnd 12,20 . (8) Hnd 15,25 . (9) Hnd 18,12 . (10) Hnd 19,29 .
| Hnd 4,25 - Hnd 4,25 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] Who by the mouth of thy servant David hast said, Why
did the heathen rage, and the people imagine vain things?
Luther-Bibel . 25 du hast durch den Heiligen Geist, durch den Mund unseres Vaters
David, deines Knechtes, gesagt (Psalm 2,1-2): »Warum toben die Heiden,
und die Völker nehmen sich vor, was umsonst ist?
Tekstuitleg van Hnd 4,25
1. - 12. De inleidingsformules van Hnd
1,16 en Hnd
4,25 lijken sterk op elkaar :
- Hnd 1,16
: hèn proeipen to pneuma to hagion dia stomatos David
- Hnd
4,25 : ho tou patros hèmôn dia pneumatos hagiou stomatos David
paidos sou eipôn = die zei via de heilige geest bij monde van onze vader
David , uw dienaar .
6. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het NT . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) . .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
10. David wordt paidos (genitief van pais : kind , dienaar) genoemd zoals in Lc 1,69 .
12. eipôn (gezegd) . Verwijzing : legô
(zeggen) , zie Mt
4,6 . In tweeëndertig verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T.
. In negenentwintig verzen in het NT . In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc
9,22 (eerste lijdensvoorspelling) . (2) Lc
19,28 (kai eipôn tauta = en dit gezegd) . Jezus was op weg naar Jeruzalem
. (3) Lc
22,8 . Bij de zending van Petrus en Johannes gaf Jezus hen een opdracht
, die ingeleid wordt door eipôn (gezegd) . (4) Lc
23,46 ( touto de eipôn = dit echter gezegd) (5) Lc
24,40 (kai touto eipôn = en dit gezegd) . Daarop toonde Jezus zijn
handen en zijn voeten . In elf verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd
: (1) Hnd 1,9 (kai tauta eipôn = en dit gezegd) . (2) Hnd
4,25 (hierop volgt een citaat) . (3) Hnd 7,26 (hierop volgt een citaat) . (4) Hnd 7,27 (hierop volgt een citaat) . (5) Hnd 7,60 . (6) Hnd 18,21 (hierop volgt een citaat) . (7) Hnd 19,21 . (8) Hnd 19,40 (kai tauta eipôn = en dit gezegd) . (9) Hnd 20,36 (kai tauta eipôn = en dit gezegd) .
- In negen verzen in het NT : (1) Lc
23,46 . (7) (1) Hnd
1,9 . (8) (8) Hnd
19,40 . (9) (9) Hnd
20,36 . In het vers van Lc en in de drie verzen van Hnd wordt tauta eipôn
(dit gezegd) voorafgegaan door het koppelwoord kai (en) .
13. - 19 , zie Ps 2,1
| Hnd 4,26 - Hnd 4,26 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] The kings of the earth stood up, and the rulers were
gathered together against the Lord, and against his Christ.
Luther-Bibel . 26 Die Könige der Erde treten zusammen, und die Fürsten
versammeln sich wider den Herrn und seinen Christus.«
Tekstuitleg van Hnd 4,26 . Dit vers Hnd 4,26 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 93 letters . De getalwaarde van Hnd 4,26 is 12467 (7 X 13 X 137) .
1. - 20 . zie Ps 2,2
9. jâsad (zetten; beraadslagen)
. Verwijzing : jâsad
(zetten; beraadslagen) , zie Ps
2,2 .
In Hnd
4,26 wordt Ps
2,2 geciteerd , onmiddellijk na Ps
2,1 in Hnd
4,25 . Het is een reactie van de gelovigen na de arrestatie , de gevangenneming
, de ondervraging en de vrijlating van Petrus en Johannes . In Hnd
4,27 wordt deze Psalm toegepast op Jezus : sunèchthèsan (zij
verzamelden zich) (toevoeging : gar ep'alètheias = immers waarlijk ;
en tèi polei tautèi = in deze stad) epi (in Ps
2,2 to auto = tot hetzelfde, + kata = tegen , wordt in Hnd
4,27 weggelaten) ; dan volgt een omschrijving van wat in Ps
2,2 is gegeven : tou kuriou kai kata tou christou autou = tegen de Heer
en zijn gezalfde ; het wordt : ton hagion paida sou Ièsoun , hon echrisas
= tegen uw heilige dienaar Jezus , die U hebt gezalfd . Op het einde van de
zin komt het onderwerp ; Hèrôdès te kai Pontios Pilatos
= Herodes evenals Pontius Pilatus , is de concretisatie van basileis tès
gès = koningen van de aarde , en archontes (leiders) ; sun ethnesin kai
laois Israèl = met de heidenvolkeren en de volkeren van Israël verwijst
naar ethnè (heidenvolkeren) en laoi (volkeren) van Ps
2,1 .
16. auto (zelf) . Verwijzing : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . Nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud . In 490 verzen in de bijbel . In 101 verzen in het NT . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .
14. - 16. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . NT (10) : (1) Mt 22,34 . (2) Lc 17,35 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 . (8) 1 Kor 7,5 . (9) 1 Kor 11,20 . (10) 1 Kor 14,23 . Bijeenkomen op dezelfde plaats kan een positieve of een negatieve betekenis hebben . Men kan bijeenkomen om de eenheid uit te drukken . Die kan zich echter richten tegen iemand .
| Hnd 4,27 - Hnd 4,27 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [27] For of a truth against thy holy child Jesus, whom thou
hast anointed, both Herod, and Pontius Pilate, with the Gentiles, and the people
of Israel, were gathered together,
Luther-Bibel . 27 Wahrhaftig, sie haben sich versammelt in dieser Stadt gegen
deinen heiligen Knecht Jesus, den du gesalbt hast, Herodes und Pontius Pilatus
mit den Heiden und den Stämmen Israels,
Tekstuitleg van Hnd 4,27
1. sunèchthèsan (zij lieten zich samendrijven) . Verwijzing : sunagô (bijeendrijven, verzamelen) , zie Mc 2,2 . Passief aorist derde persoon meervoud . In zevenenvijftig verzen in de bijbel . In achtenveertig verzen in het O.T. : Ps 2,2 . In negen verzen in het NT . (1) Mt 13,2 . (2) Mt 22,34 . (3) Mt 26,3 . (4) Mt 26,57 . (5) Mt 27,62 . (6) Mc 2,2 . (7) Hnd 4,26 . (8) Hnd 4,27 . (9) Hnd 15,6 .
| Hnd 4,28 - Hnd 4,28 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] For to do whatsoever thy hand and thy counsel determined
before to be done.
Luther-Bibel . 28 zu tun, was deine Hand und dein Ratschluss zuvor bestimmt
hatten, dass es geschehen solle.
Tekstuitleg van Hnd 4,28
3. proôrisen ( hij bestemde van tevoren ) . Verwijzing : pro-orizô (vooraf bepalen, bestemmen) . Ind. aor. 3de pers. enk. van het werkwoord pro + horizô : vooraf bestemmen . Zie horizon : gezichtseinder . horizô ( begrenzen , bepalen , definiëren , vaststellen ) . horos : grens .
| pro-orizô (vooraf bepalen, bestemmen) | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| ind. aor. 3de p. enk. proôrisen | 4 | 4 | 1 : Hnd 4,28 . | 3 : (1) Rom 8,29 . (2) Rom 8,30 . (3) 1 Kor 2,7 . | ||||||||
| part. aor. nom. mann. enk. proorisas | 1 | 1 | 1 : Ef 1,5 . | |||||||||
| part. pass. aor. nom. mann. mv. prooristhentes | 1 | 1 | 1 : Ef 1,11 . | |||||||||
| totaal | 6 | 6 | 1 | 5 |
| Hnd 4,29 - Hnd 4,29 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] And now, Lord, behold their threatenings: and grant
unto thy servants, that with all boldness they may speak thy word,
Luther-Bibel . 29 Und nun, Herr, sieh an ihr Drohen und gib deinen Knechten,
mit allem Freimut zu reden dein Wort;
Tekstuitleg van Hnd 4,29 . Het vers Hnd 4,29 telt 21 (3 X 7) woorden en 91 letters . De getalwaarde van Hnd 4,29 is 9258 (2 X3 X 1543) .
15. - 16. meta parrèsias . Verwijzing : parrèsia
(vrijmoedigheid) , zie Hnd
28,31 . para - rèsia : (1) voorzetsel para : langs , ernaast , ter
zijde , bij . (2) rè - ma : woord ; rè-sis : rede , gesprek ;
rè-tôr : redenaar , spreker . Kan rè-sia : bespraaktheid
, spreekvaardigheid betekenen ? Duidt het voorzetsel para dan aan wat bij die
spreekvaardigheid hoort : vrijheid van spreken , overtuigingskracht , vrijmoedigheid
, zonder terughoudendheid .
- meta parrèsias komt in Hnd viermaal voor . Het geeft aan waarop gesproken
of geleerd wordt .
(1) Hnd
2,29 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(2) Hnd
4,29 (meta parrèsias pasès = met alle / totale vrijmoedigheid)
.
(3) Hnd
4,31 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(4) Hnd
28,31 (meta pasès parrèsias = met alle vrijmoedigheid) .
Na
de vrijlating van Petrus en Johannes zijn de gelovigen in gebed verenigd . In
Hnd 4,29
bidden de gelovigen tot God om zijn woord in totale spreekonbevangenheid / in
totale vrijheid van spreken te spreken . In Hnd
4,31 wordt hun gebed verhoord . In beide teksten gaat het om het woord (van
God) te spreken . Wil. vertaalt met 'in alle vrijmoedigheid' , NV met 'vrijmoedig'
en Naard. met 'met alle vrijmoedigheid' .
- Hnd 4,29
: meta parrèsias pasès lalein ton logon sou = in totale spreekonbevangenheid
/ met totale vrijheid van spreken uw woord te spreken .
- Hnd 4,31
: kai elaloun ton logon tou theou meta parrèsias = en zij spraken het
woord van God in spreekonbevangenheid / met vrijheid van spreken .
De apostelen Petrus en Johannes waren gevangen gezet en weer vrijgelaten met
het verbod in de naam van Jezus te spreken . De overheid wilde het het spreken
beletten , het aan banden leggen , opsluiten . Hiertegenover staat het meta
parrèsias : het spreken in vrijheid , in onbe-vangen-heid .
20. Accusatief mannelijk enkelvoud logon (woord , ver-woord-ing) van het zelfstandig naamwoord logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . Taalgebruik in Hnd. : logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het NT (331) . Hnd (31) : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 2,41 . (3) Hnd 4,4 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 4,31 . (6) Hnd 6,2 . (7) Hnd 8,4 . (8) Hnd 8,14 . (9) Hnd 8,25 . (10) Hnd 10,36 . (11) Hnd 10,44 . (12) Hnd 11,1 . (13) Hnd 11,19 . (14) Hnd 13,5 . (15) Hnd 13,7 . (16) Hnd 13,44 . (17) Hnd 13,46 . (18) Hnd 13,48 . (19) Hnd 14,25 . (20) Hnd 15,7 . (21) Hnd 15,35 . (22) Hnd 15,36 . (23) Hnd 16,6 . (24) Hnd 16,32 . (25) Hnd 17,11 . (26) Hnd 18,11 . (27) Hnd 18,14 . (28) Hnd 19,10 . (29) Hnd 19,38 . (30) Hnd 19,40 . (31) Hnd 20,7 .
| logos (woord) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| 4 | acc. enk. logon | 347 | 220 | 127 | 17 | 18 | 10 | 14 | 31 | 30 | 7 | 45 | 59 |
(1) Hnd
1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd
4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord
hoorden) .
(4) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd
6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd
8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(9) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(10) Hnd
10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd
10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd
13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord
van God) .
(15) Hnd
13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd
13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(18) Hnd
13,48
: edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd
15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren
het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd
15,35
: euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer)
.
(22) Hnd
15,36
: katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van
de Heer) .
(23) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
(25) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd
18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God)
.
(27) Hnd
18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd
19,10
: akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd
19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd
19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd
20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton wanneer de boodschap bedoeld
is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd
18,14 . (2) Hnd
19,38) . (3) Hnd
19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in
absolute zin) : (1) Hnd
4,4 . (2) Hnd
8,4 . (3) Hnd
10,36 . (4) Hnd
10,44 . (5) Hnd
11,19 . (6) Hnd
14,25 . (7) Hnd
16,6 . (8) Hnd
17,11 . (9) Hnd
20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou
(het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd
2,41 . (2) Hnd
4,29 . ton logon met de nadere bepaling tou euaggeliou (van de goede boodschap)
: Hnd 15,7
.
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton
logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Verwijzing : akouô
(horen, luisteren) , zie Mt
4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in acht verzen voor . Er is progressie
in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord
ontvangen .
18. lalein (spreken) . Verwijzing : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . In zevenendertig verzen in de bijbel . In zestien verzen in het O.T. . In eenentwintig verzen in het NT . Mt (2) . Mc (3) . Lc (2) Joh (1) . Hnd (6) . Brieven (7) . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 4,17 . (3) Hnd 4,20 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 5,40 . (6) Hnd 11,15 .
18. - 20. lalein ton logon (het woord spreken) komt slechts in Hnd 4,29 in het NT voor .
18. - 21. Een vorm van het werkwoord laleô
(lallen, spreken, praten) en het lijdend voorwerp ton logon
, in Hnd :
(1) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(2) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(3) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(4) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(5) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(6) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(7) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(8) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
| Hnd 4,30 - Hnd 4,30 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- verwijzingen -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [30] By stretching forth thine hand to heal; and that signs
and wonders may be done by the name of thy holy child Jesus.
Luther-Bibel . 30 strecke deine Hand aus, dass Heilungen und Zeichen und Wunder
geschehen durch den Namen deines heiligen Knechtes Jesus.
Tekstuitleg van Hnd 4,30 .
| Hnd 4,31 - Hnd 4,31 : Gebed van de gelovigen : Hnd 4,23-31 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,23 - Hnd 4,24 - Hnd 4,25 - Hnd 4,26 - Hnd 4,27 - Hnd 4,28 - Hnd 4,29 - Hnd 4,30 - Hnd 4,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [31] And when they had prayed, the place was shaken where
they were assembled together; and they were all filled with the Holy Ghost,
and they spake the word of God with boldness.
Luther-Bibel . 31 Und als sie gebetet hatten, erbebte die Stätte, wo sie
versammelt waren; und sie wurden alle vom Heiligen Geist erfüllt und redeten
das Wort Gottes mit Freimut.
Tekstanalyse van Hnd 4,31 . Dit vers Hnd 4,31 telt 23 woorden en 121 (11 X 11) letters . De getalwaarde van Hnd 4,31 is 12670 (2 X 5 X 7 X 181) .
In Hnd 4,31 vindt opnieuw het Pinksterwonder (Hnd 2,1-13) plaats . Dat weerspiegelt zich ook in de terminologie . Hnd 2,2 en Hnd 4,31 komen sterk met elkaar overeen :
| Hnd 2,2 | kai eplèrôsen (en hij vulde) holon ton oikon hou èsan kathèmenoi = de plaats waar zij waren gezeten . | Hnd 2,4 : kai eplèsthèsan pantes pneumatos agiou (en allen werden vervuld van heilige geest) | Hnd 2,4 : kai èrxanto lalein eterais glôssais (en zij begonnen te spreken in andere talen) |
| Hnd 4,31 | esaleuthè ho topos en hôi èsan sunègmenoi = de plaats werd geschud waarin zij waren samengestroomd . | kai eplèsthèsan apantes tou agiou pneumatos (en allen werden vervuld met de heilige geest) | kai elaloun ton logon tou theou meta parrèsias (en zij spraken het woord van God met vrijmoedigheid) |
| Hnd 6,10 | kai ouk ischuon antistènai tè sofia kai tô pneumati ô elalei.(en zij konden niet op tegen de wijsheid en de geest | ô elalei (waarmee hij sprak) . |
4. esaleuthè (hij werd heen en weer geschud) . In dertien verzen in
de bijbel . In twaalf verzen in het O.T. . In één vers in het
NT : Hnd
4,31 .
- saleuô (heen en
weer schudden, heftig bewegen) . Verwijzing : saleuô
(heen en weer schudden, heftig bewegen) , zie Hnd
4,31 .
11. eplèsthèsan (zij werden vervuld) . Verwijzing : pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 . Passief aorist derde persoon meervoud . In twaalf verzen in het NT : (1) Lc 1,23 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 2,21 . (4) Lc 2,22 . (5) Lc 4,28 . (6) Lc 5,26 . (7) Lc 6,11 . (8) Hnd 2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld van heilige geest) . (9) Hnd 3,10 . (10) Hnd 4,31 (eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld van de heilige geest) . (11) Hnd 5,17 . (12) Hnd 13,45 .
12. Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud pantes (allen) . Taalgebruik in de Bijbel : pas
(ieder, elk) . Bijbel (724) . NT (166) . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
15. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma
(adem, wind, geest) , zie Lc
4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig
verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het NT . In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc
1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal
hij vervuld worden) .
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet
= Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld
van heilige geest) .
(4) Lc
2,26 .
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc
4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
.
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol
, behalve in Lc
1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd
1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd
1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over
jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd
2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld
van heilige geest) .
(4) Hnd
2,17 .
(5) Hnd
2,18 .
(6) Hnd
2,33 .
(7) Hnd
2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige
geest) .
(8) Hnd
4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd
4,25 .
(10) Hnd 4,31
(eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld
van de heilige geest) .
(11) Hnd
6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en
wijsheid) .
(12) Hnd
6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou
= vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd
7,17 XXX
(14) Hnd
7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(15) Hnd
9,31 XXX .
(16) Hnd
10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van
de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd
11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van
heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd
11,28 .
(19) Hnd
13,4 .
(20) Hnd
13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd
13,52 .
(22) Hnd
16,6 .
(23) Hnd
21,4 .
17. elaloun (zij spraken) . Verwijzing : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Actief imperfectum derde persoon meervoud . In zestien verzen in de bijbel . In tien verzen in het O.T. . In zes verzen in het NT . Lc (1) . Hnd (4) . 1 Kor (1) . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 4,31 . (2) Hnd 11,20 . (3) Hnd 19,6 . (4) Hnd 26,31 .
18. ton . Bepaald lidwoord accusatief mannelijk enkelvoud bij logon (woord) , zie hieronder bij logon (woord) .
19. Accusatief mannelijk enkelvoud logon (woord , ver-woord-ing) van het zelfstandig naamwoord logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . Taalgebruik in Hnd. : logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het NT (331) . Hnd (31) : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 2,41 . (3) Hnd 4,4 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 4,31 . (6) Hnd 6,2 . (7) Hnd 8,4 . (8) Hnd 8,14 . (9) Hnd 8,25 . (10) Hnd 10,36 . (11) Hnd 10,44 . (12) Hnd 11,1 . (13) Hnd 11,19 . (14) Hnd 13,5 . (15) Hnd 13,7 . (16) Hnd 13,44 . (17) Hnd 13,46 . (18) Hnd 13,48 . (19) Hnd 14,25 . (20) Hnd 15,7 . (21) Hnd 15,35 . (22) Hnd 15,36 . (23) Hnd 16,6 . (24) Hnd 16,32 . (25) Hnd 17,11 . (26) Hnd 18,11 . (27) Hnd 18,14 . (28) Hnd 19,10 . (29) Hnd 19,38 . (30) Hnd 19,40 . (31) Hnd 20,7 .
| logos (woord) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| 4 | acc. enk. logon | 347 | 220 | 127 | 17 | 18 | 10 | 14 | 31 | 30 | 7 | 45 | 59 |
(1) Hnd
1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd
2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve
zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd
4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord
hoorden) .
(4) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd
6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd
8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd
8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van
God heeft ontvangen) .
(9) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(10) Hnd
10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd
10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd
11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de
heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd
13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord
van God) .
(15) Hnd
13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd
13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(18) Hnd
13,48
: edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd
15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren
het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd
15,35
: euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer)
.
(22) Hnd
15,36
: katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van
de Heer) .
(23) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
(25) Hnd
17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd
18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God)
.
(27) Hnd
18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd
19,10
: akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd
19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd
19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd
20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton wanneer de boodschap bedoeld
is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd
18,14 . (2) Hnd
19,38) . (3) Hnd
19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in
absolute zin) : (1) Hnd
4,4 . (2) Hnd
8,4 . (3) Hnd
10,36 . (4) Hnd
10,44 . (5) Hnd
11,19 . (6) Hnd
14,25 . (7) Hnd
16,6 . (8) Hnd
17,11 . (9) Hnd
20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou
(het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd
2,41 . (2) Hnd
4,29 . ton logon met de nadere bepaling tou euaggeliou (van de goede boodschap)
: Hnd 15,7
.
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton
logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Verwijzing : akouô
(horen, luisteren) , zie Mt
4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend
voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in acht verzen voor . Er is progressie
in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord
ontvangen .
17. - 19. Een vorm van het werkwoord laleô
(lallen, spreken, praten) en het lijdend voorwerp ton logon
, in Hnd :
(1) Hnd
4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(2) Hnd
4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(3) Hnd
8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de
Heer) .
(4) Hnd
11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(5) Hnd
13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden
het woord van God) .
(6) Hnd
14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(7) Hnd
16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(8) Hnd
16,32
: kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord
van de Heer) .
elaloun ton logon (zij spraken het woord) . Slechts in Hnd
4,31 in het NT .
18. - 21. ton logon tou theou (het woord van God) . Verwijzing : logos (woord) , zie Mt 7,24 . In eenentwintig verzen in het NT . Mc (1) . Lc (3) . Hnd (9) . Brieven (4) . Opb (4) . In negen verzen in Hnd : (5) Hnd 4,31 . (6) Hnd 6,2 . (8) Hnd 8,14 . (12) Hnd 11,1 . (14) Hnd 13,5 . (15) Hnd 13,7 . (16) Hnd 13,44 . (17) Hnd 13,46 . (26) Hnd 18,11 .
22. - 23. meta parrèsias . Verwijzing : parrèsia
(vrijmoedigheid) , zie Hnd
28,31 . para - rèsia : (1) voorzetsel para : langs , ernaast , ter
zijde , bij . (2) rè - ma : woord ; rè-sis : rede , gesprek ;
rè-tôr : redenaar , spreker . Kan rè-sia : bespraaktheid
, spreekvaardigheid betekenen ? Duidt het voorzetsel para dan aan wat bij die
spreekvaardigheid hoort : vrijheid van spreken , overtuigingskracht , vrijmoedigheid
, zonder terughoudendheid .
- meta parrèsias komt in Hnd viermaal voor . Het geeft aan waarop gesproken
of geleerd wordt .
(1) Hnd 2,29 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(2) Hnd
4,29 (meta parrèsias pasès = met alle / totale vrijmoedigheid)
.
(3) Hnd
4,31 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(4) Hnd
28,31 (meta pasès parrèsias = met alle vrijmoedigheid) .
Na
de vrijlating van Petrus en Johannes zijn de gelovigen in gebed verenigd . In
Hnd 4,29
bidden de gelovigen tot God om zijn woord in totale spreekonbevangenheid te
spreken . In Hnd
4,31 wordt hun gebed verhoord . In beide teksten gaat het om het woord (van
God) te spreken . Wil. vertaalt met 'met vrijmoedigheid' , NV met 'vrijmoedig'
en Naard. met 'met vrijmoedigheid' .
- Hnd
4,29
: meta parrèsias pasès lalein ton logon sou = in totale spreekonbevangenheid
/ met totale vrijheid van spreken uw woord te spreken .
- Hnd
4,31
: kai elaloun ton logon tou theou meta parrèsias = en zij spraken het
woord van God in spreekonbevangenheid / met vrijheid van spreken .
De apostelen Petrus en Johannes waren gevangen gezet en weer vrijgelaten met
het verbod om in de naam van Jezus te spreken . De overheid wilde het het spreken
beletten , het aan banden leggen , opsluiten . Hiertegenover staat het meta
parrèsias : het spreken in vrijheid , in onbe-vangen-heid . In Hnd
4,31 zijn (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) de laatste woorden
van de perikope . In Hnd 28,31 zijn het de voorlaatste woorden van de perikope maar ook van het boek
Handelingen . Volgens Hnd
4,31 spreken de gelovigen zo onbevangen omdat ze vervuld werden van heilige
geest .
Hnd 4,32-37 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,32 - Hnd 4,33 - Hnd 4,34 - Hnd 4,35 - Hnd 4,36 - Hnd 4,37 -
Eerste lezing op de 2de (tweede) paaszondag B : Hnd 4,32-35 . Verwijzing : Hnd 4,32-35 .
De menigte die het geloof had aangenomen was één van hart en één van ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde, integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk. Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen. Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte.
| Hnd 4,32 - Hnd 4,32 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,32 - Hnd 4,33 - Hnd 4,34 - Hnd 4,35 - Hnd 4,36 - Hnd 4,37 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [32] And the multitude of them that believed were of one
heart and of one soul: neither said any of them that ought of the things which
he possessed was his own; but they had all things common.
Luther-Bibel . 32 Die Menge der Gläubigen aber war ein Herz und eine Seele;
auch nicht einer sagte von seinen Gütern, dass sie sein wären, sondern
es war ihnen alles gemeinsam.
Persoonlijke vertaling . Hart en ziel van de menigte van hen die geloofden
echter was één .
- Hebr. 32a. ûqëhal hamma´ämînîm hâjâh lâhèm lèbh ´èchad wënèphèsj ´èchath
Tekstuitleg van Hnd 4,32 . Het vers Hnd 4,32 telt 27 (3³) woorden en 114 , zie LogosStar_114 , (6 X 19) letters . De getalwaarde van Hnd 4,32 is 15266 (2 X 17 X 449) . Het 1ste versdeel bestaat uit 10 (2 X 5) woorden en 45 (3² X 5) letters . Het 2de versdeel bestaat eveneens uit 10 (2 X 5) woorden en 44 (2² X 11) letters .
Hnd 4,32.1. bep. lidw. gen. mann. en onz. enk. tou van het bepaald lidw. ho - hè - to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. . Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Hnd (269) . Hnd 4 (13) : (1) Hnd 4,1 . (2) Hnd 4,8 . (3) Hnd 4,10 . (4) Hnd 4,13 . (5) Hnd 4,15 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 4,19 . (8) Hnd 4,25 . (9) Hnd 4,26 . (10) Hnd 4,30 . (11) Hnd 4,31 . (12) Hnd 4,32 . (13) Hnd 4,33 .
| lidw. enk. | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| 4. | gen. m. + onz. enk. tou | 8480 | 6542 | 1938 | 234 | 116 | 272 | 196 | 269 | 673 | 178 | 622 | 818 |
Hnd 4,32.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Hnd 4 (12) : (1) Hnd 4,1 . (2) Hnd 4,4 . (3) Hnd 4,5 . (4) Hnd 4,13 . (5) Hnd 4,15 . (6) Hnd 4,19 . (7) Hnd 4,21 . (8) Hnd 4,23 . (9) Hnd 4,24 . (10) Hnd 4,32 . (11) Hnd 4,35 . (12) Hnd 4,36 .
| de (echter) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk |
| 6210 | 3754 | 2456 | 421 | 149 | 478 | 203 | 490 | 708 | 7 |
| Hnd 1 | Hnd 2 | Hnd 3 | Hnd 4 | Hnd 5 | Hnd 6 | Hnd 7 | Hnd 8 | Hnd 9 | Hnd 10 | Hnd 11 | Hnd 12 | Hnd 13 | Hnd 14 | Hnd 16 | Hnd 17 | Hnd 18 | Hnd 19 | Hnd 20 | Hnd 21 | Hnd 22 | Hnd 23 | Hnd 24 | Hnd 25 | Hnd 26 | Hnd 27 | Hnd 28 |
| 2 | 14 | 13 | 12 | 24 | 6 | 23 | 26 | 30 | 17 | 19 | 22 | 23 | 11 | 23 | 16 | 16 | 25 | 18 | 25 | 17 | 20 | 11 | 13 | 7 | 26 | 16 |
Hnd 4,32.1. - 2. tou de (van echter) . NT (8) : (1) Mt 1,18 . (2) Mt 2,1 . (3) Mt 26,6 . (4) Hnd 4,32 . (5) Hnd 10,19 . (6) Hnd 19,30 . (7) Hnd 25,21 . (8) Gal 3,23 .
Hnd
4,32.3. plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in het NT : plèthos
(menigte, veelheid) . Taalgebruik in Lc : plèthos
(menigte, veelheid) . Bijbel (172) . OT (147) . NT (25) . Hnd (12) . (1) Op Pinksterdag stroomt de menigte samen ; ieder
hoort hen spreken in zijn eigen taal (Hnd
2,6) . Volgens Hnd
4,32 is de menigte gelovigen één van hart en één
van geest . (2) De invloed van de apostelen en van Petrus wordt in Jeruzalem zo
groot dat een menigte uit de omliggende steden hun zieken en gekwelden door
onreine geesten naar hen brengen opdat zij zouden genezen worden (Hnd
5,16) . (3) De groep leerlingen wordt door de apostelen bijeengeroepen (Hnd
6,2) om zeven medewerkers te kiezen . De groep stemt in met het voorstel
van de apostelen (Hnd
6,5) . (4) Bij de eerste missiereis van Paulus en Barnabas gelooft een grote
menigte in Iconium na hen te horen (Hnd
14,1) . (5) Hnd 14,4 . (6) Bij het eerste concilie te Jeruzalem luistert de hele menigte
naar Paulus en Barnabas over hun werk bij de heidenen (Hnd
15,12) . (7) Na het afscheid van Jeruzalem en de aankomst in Antiochië
riepen Paulus en Barnabas de menigte (gemeente) samen (Hnd
15,30) . (8) In Tessalonica sluit een grote groep en een niet gering aantal
aanzienlijke vrouwen zich bij Paulus en Silas aan (Hnd
17,4) . (9) Hnd 21,36 . (10) Hnd 23,7 . (11) Hnd 25,24 . (12) Hnd 28,3 . Hebr. rabh (veel,
talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rabh
(veel, talrijk, groot) . Tenakh (180) . Een vorm van
plèthos (menigte, veelheid) in de LXX (288) , in het NT (31) , in Hnd (16) .
De genit. onz. enk. plèthous (van de menigte) in de vier verzen van het
NT wordt telkens voorafgegaan door het bep. lidw. gen. onz. enk. tou (van
de) .
In de LXX is plèthos (menigte, veelheid) de vertaling van 17 verschillende Hebr. woorden , o.a. van qahal .
| plèthos (menigte) | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | Hnd | |
| nom. + acc. enk. plèthos | 172 | 147 | 25 | 2 | 8 | 1 | 12 | 2 | (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 5,16 . (3) Hnd 6,2 . (4) Hnd 14,1 . (5) Hnd 14,4 . (6) Hnd 15,12 . (7) Hnd 15,30 . (8) Hnd 17,4 . (9) Hnd 21,36 . (10) Hnd 23,7 . (11) Hnd 25,24 . (12) Hnd 28,3 . | |||
| gen. enk. plèthous | 44 | 40 | 4 | 1 | 3 | (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 6,5 . (3) Hnd 19,9 . | ||||||
| dat. enk. plèthô(i) | 45 | 44 | 1 | 1 | ||||||||
| Totaal | 261 | 231 | 30 | 2 | 8 | 2 | 15 | 1 | 15 |
Hnd 4,32.4. bepaald lidw. gen. mv. tôn (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (166) . Hnd 4 (7) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 4,11 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,34 . (5) Hnd 4,35 . (6) Hnd 4,36 . (7) Hnd 4,37 .
| lidw. mv. | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | ||
| 13. | gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn | 5178 | 4144 | 1034 | 178 | 90 | 119 | 98 | 166 | 267 | 116 | 387 | 485 |
Hnd 4,32.5. act. part. aor. gen. mv. pisteusantôn (van hen die geloofden) van het werkw. pisteuô (geloven, vertrouwen) . Taalgebruik in het NT : pisteuô (geloven, vertrouwen) . Taalgebruik in de LXX : pisteuô (geloven, vertrouwen) . Een vorm van pisteuô (geloven, vertrouwen) in de LXX (88) , in het NT (241) , in Hnd (54) . Hapax in de bijbel . In de LXX is pisteuô (geloven, vertrouwen) de vertaling van 4 verschillende Hebreeuwse woorden , o.a. van ´âman .
Hnd 4,32.6. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Hnd 4 (5) : (1) Hnd 4,3 . (2) Hnd 4,22 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,33 . (5) Hnd 4,34 . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het NT (2450) . Tenakh (332) .
| eimi (zijn) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn | 1506 | 1120 | 386 | 24 | 38 | 79 | 92 | 63 | 71 | 19 | 141 | 233 |
Hnd
4,32.7. nom. + dat. vr. enk. kardia -(i)- (hart) . Taalgebruik in het NT : kardia (hart) . Taalgebruik in de LXX : kardia (hart) . Lat. cor , cordis . Fr. coeur . Ned. hart (k/c is een harde h geworden ; d -> t) .
E. heart . D. Herz . Hnd (5) : (1) Hnd 2,26 . (2) Hnd 4,32 . (3) Hnd 5,4 . (4) Hnd
8,21 . (5) Hnd 28,27 . Een vorm van kardia (hart) in de LXX (963) , in het NT (156) , in Hnd (20) .
Hebr. lebh (hart) , cfr. N. lef . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . Tenakh (194) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (37) . 12 Kleine
Profeten (5) . Geschriften (96) .
Arabisch : qalb (hart) . Taalgebruik in de Qoran : qalb (hart) . In qlb zit het Hebr. lb .
| kardia (hart) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| nom. + dat. vr. enk. kardia(i) | 477 | 426 | 51 | 10 | 3 | 9 | 4 | 5 | 19 | 1 | 22 | 26 | 16 | 3 |
Om de gemeenschap te typeren spreekt de auteur van Hnd over eenheid (geestelijk) en gemeenschappelijkheid (materieel) (Hnd 4,32) . Hij gebruikt het beeld van het hart . Een hart pompt het bloed naar alle delen van het lichaam . Bloed is de drager van het leven . Wanneer het bloed vergiftigd wordt , leidt het tot een slecht functioneren van het hart en eventueel tot de dood (Hnd 5,4) .
Hnd 4,32.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. waw (verbindingshaak) . L. et . Fr. et . N. en . E. and . D. und . Hnd (660) . Hnd 4,32-37 : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 4,33 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 4,37 .
| kai (en) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| verzen | 7957 | 1071 | 678 | 1151 | 879 | 1007 | 2767 | 404 | 2900 | 3779 | ||
| kai (en) | 26980 | 21867 | 5113 | 705 | 555 | 822 | 530 | 660 | 1470 | 371 | 2082 | 2612 |
| verschil | 2844 | 366 | 123 | 329 | 349 | 347 | 1297 | 33 | 818 | 1167 |
Hnd 4,32.9. nom. + dat. vr. enk. psuchè - (i) - (adem, geest, leven) . Taalgebruik in het NT : psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in de LXX : psuchè (adem, geest, leven) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 3,23 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 20,10 . Een vorm van psuchè (adem, geest, leven) in de LXX (976) , in het NT (101) , in Hnd (15) . Hebr. nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . Tenakh (131) . Pentateuch (62) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (32) . Arabisch : nafs (ziel) . Taalgebruik in de Koran : nafs (ziel) .
| psuchè (adem, geest, leven) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| 1 | nom. + dat. vr. enk. psuchè(i) | 368 | 293 | 22 | 4 | 1 | 5 | 1 | 4 | 6 | 1 | 10 | 11 | 5 | 1 |
Hnd 4,32.10. nom. + dat vr. enk. mia - (i) - van het telw. heis , mia , hen (één) . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Hnd (3) : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 19,34 . (3) Hnd 20,7 . Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , daleth = 4 . Totaal : 13 . Structuur : 1 - 8 - 4 . God is één of 13 . Tenakh (400) . vr. enk. ´èchath . Tenakh (153) .
| telwoorden | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| nom. + dat. vr. mia(i) | 192 | 159 | 33 | 4 | 4 | 7 | 3 | 3 | 7 | 5 | 15 | 18 | 6 | 1 |
Hnd
4,32.7. - 10. De uitdrukking hart en ziel (kardia kai psuchè : Hnd 5,4) is tot ons gekomen , wellicht via de bijbel . bëkhôl lëbhâbhëkhâ ûbhëkhâl naphësjëkhâ (met heel je hart en met heel je ziel) . Tenakh (2) : (1) Dt
6,5 . (2) Dt 30,6 . bëkhâl lëbhâbhô ûbhëkhâl naphësjô (met heel zijn hart en met heel zijn ziel) . Tenakh (2) : (1) 2 K 23,25 (Josia) . (2) 2
Kr 34,31 .
- kardia... mia (één hart) . Hebr. lebh ´èchâd (één hart) . Tenakh (4) : (1) 1
Kr 12,39 . (2) 2
Kr 30,12 . (3) Jr
32,39 . (4) Ez 11,19 .
- hen sôma / sôma hen (één hart) . NT (2) : (1) 1
Kor 12,12 . (2) 1
Kor 12,13 . (3) Ef 4,4 .
- hen pneuma of een vorm ervan : NT (5) : (1) 1
Kor 6,17 . (2) 1
Kor 12,13 . (3) Ef 2,18 . (4) Ef 4,4 . (5) Fil 1,27 .
- mia psuchè (één ziel) . NT (1) : Fil 1,27 . psuchè mia (één geest) . NT (1) : Hnd 5,4 .
- Het gebeurt wel vaker dat de reden waarom iets beklemtoont wordt , juist het fragile ervan is . Als de éénheid beklemtoont wordt , kan dat erop wijzen dat er barsten dreigen en dat het nodig is , de éénheid extra in de verf te zetten . Dat er spanningen onderhuids aanwezig waren , blijkt uit Hnd 5 (Anania en Safira) en Hnd 6 (Judeeërs tegenover Hellenisten) , Hnd 8 (Simon die de gave van de Geest wil kopen) .
In de geloofsbelijdenis van Israël wordt gezegd : JHWH ´èchâd (JHWH is één) (Dt 6,4) . Daarna volgt de oproep om hem te dienen met heel zijn hart en met heel zijn ziel (Dt
6,5) . Vergeten we niet dat dit vers Hnd
4,32 volgt op vorig vers , waarin gezegd wordt dat allen vervuld werden van heilige geest (Hnd
4,31) .
Hnd 4,32.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. waw (verbindingshaak) . L. et . Fr. et . N. en . E. and . D. und . Hnd (660) . Hnd 4,32-37 : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 4,33 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 4,37 .
| kai (en) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| verzen | 7957 | 1071 | 678 | 1151 | 879 | 1007 | 2767 | 404 | 2900 | 3779 | ||
| kai (en) | 26980 | 21867 | 5113 | 705 | 555 | 822 | 530 | 660 | 1470 | 371 | 2082 | 2612 |
| verschil | 2844 | 366 | 123 | 329 | 349 | 347 | 1297 | 33 | 818 | 1167 |
Hnd 4,32.12. oude (noch) . Zie : Taalgebruik : ou - ouk - ouch (niet) . Hebr. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Hnd (11) : (1) Hnd 2,27 . (2) Hnd 4,12 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,34 . (5) Hnd 7,5 . (6) Hnd 8,21 . (7) Hnd 9,9 . (8) Hnd 16,21 . (9) Hnd 17,25 . (10) Hnd 24,13 . (11) Hnd 24,18 .
| bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| ou | 3068 | 2321 | 747 | 97 | 42 | 84 | 113 | 68 | 313 | 30 | 223 | 336 |
| ouk | 3499 | 2752 | 747 | 93 | 66 | 92 | 137 | 56 | 274 | 29 | 251 | 388 |
| ouch | 452 | 351 | 101 | 7 | 6 | 7 | 20 | 8 | 49 | 4 | 20 | 40 |
| oude | 505 | 386 | 119 | 23 | 9 | 18 | 14 | 11 | 37 | 7 | 50 | 64 |
Hnd 4,32.11. - 12. kai oude (en niet) . NT (7) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 12,21 . (3) Mc 14,59 . (4) Joh 8,42 . (5) Hnd 4,32 . (6) 1 Kor 14,21 . (7) 2 Kor 3,10 . Hebr. wëlo´ (en niet) . Tenakh (1381) .
Hnd 4,32.13. (1) voorzetsel eis (naar) . (2) telwoord heis , mia , hen (één iemand) . Taalgebruik in het NT : eis (naar) . Taalgebruik in de LXX : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Hnd (3) : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 19,34 . (3) Hnd 20,7 . Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , daleth = 4 . Totaal : 13 . Structuur : 1 - 8 - 4 . God is één of 13 .
| eis (naar) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| 6930 | 5336 | 1594 | 215 | 151 | 210 | 181 | 260 | 504 | 73 | 576 | 757 | 427 | 77 |
Hnd 4,32.12. - 13. oude heis (niet iemand) . NT (3) : (1) Hnd 4,32 . (2) Rom 3,10 . (3) 1 Kor 6,5 . lo´ ´èhad . Tenakh (2) : (1) Ex 9,6 lo´ ... ´èhad. (2) Job 14,4 .
Hnd 4,32.14. nom. en acc. onz. enk. ti van het voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis .Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (60) . Hnd 4 (2) : (1) Hnd 4,16 . (2) Hnd 4,32 .
| bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| nom. + acc. onz. enk. ti | 1132 | 617 | 415 | 62 | 60 | 66 | 57 | 60 | 102 | 8 | 188 | 245 |
Hnd 4,32.15. bepaald lidw. gen. mv. tôn (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (166) . Hnd 4 (7) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 4,11 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,34 . (5) Hnd 4,35 . (6) Hnd 4,36 . (7) Hnd 4,37 .
| lidw. mv. | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | ||
| 13. | gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn | 5178 | 4144 | 1034 | 178 | 90 | 119 | 98 | 166 | 267 | 116 |
Hnd 4,32.14. - 15. ti tôn (iets van) . NT (2) : (1) Hnd 4,32 . (2) Ef 5,27 .
Hnd 4,32.16. act. deelwoord praes. genitief onzijdig meervoud huparchontôn van het werkw. huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) . Taalgebruik in het NT : huparchô (zijn) . Taalgebruik in de LXX : huparchô (zijn) . Voorvoegsel hupo onder , onderuit . archô : het hoofd zijn , beginnen , aan het hoofd staan , leiden , commanderen . Bijbel (15) . OT (10) . NT (5) : (1) Lc 8,3 . (2) Lc 12,15 . (3) Lc 19,8 . (4) Hnd 4,32 . (5) Heb 10,34 . Een vorm van huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) in de LXX (157) , in het NT (60) , in Hnd (25) . zelfst. naamw. nom. en acc. vr. mv. huparxeis van het zelfst. naamw. huparxis (have, bezit, voorraad) . De vorm huparxeis in de Bijbel (3) : (1) Ez 26,21 . (2) Ez 28,19 (3) Hnd 2,45 . Een vorm van huparxis (have, bezit, voorraad) in de LXX (13) , in het NT (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Heb 10,34 .
Hnd 4,32.17. dat. mann. en onz. enk. autô(i) van het voornaamw. autos (zijn - haar) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Hnd (79) . Hnd 4 (2) : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 4,37 .
| autos | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| dat. mann. enk. autô(i) | 2475 | 1686 | 789 | 159 | 109 | 144 | 153 | 79 | 114 | 31 | 412 | 565 |
Hnd 4,32.18. act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. elegen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Hebr. ´-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. ómar (ik zeg) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Hnd (4) : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 11,16 . (3) Hnd 13,25 . (4) Hnd 28,17 .
| elegen (hij zei) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| 81 | 10 | 71 | 3 | 31 | 19 | 13 | 4 | 1 | 53 | 66 |
Hnd 4,32.19. acc. mann. enk. , nom. en acc. onz. enk. idion (eigen) van het bijvoegl. naamw. idios (eigen) . Taalgebruik in het NT : idios (eigen) . Taalgebruik in de LXX : idios (eigen) . Bijbel (23) . OT (6) . NT (17) . Hnd (2) : (1) Hnd 1,25 . (2) Hnd 4,32 . Een vorm van idios (eigen) in de LXX (79) , in het NT (113) , in Hnd (16) .
Hnd 4,32.20. act. inf. praes. einai (zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het NT (2450) . Bijbel (301) . OT (178) . NT (123) . Hnd (20) : (1) Hnd 2,12 . (2) Hnd 4,32 . (3) Hnd 5,36 . (4) Hnd 8,9 . (5) Hnd 13,25 . (6) Hnd 13,47 . (7) Hnd 16,13 . (8) Hnd 16,15 . (9) Hnd 17,7 . (10) Hnd 17,18 . (11) Hnd 17,20 . (12) Hnd 17,29 . (13) Hnd 18,3 . (14) Hnd 18,5 . (15) Hnd 18,15 . (16) Hnd 18,28 . (17) Hnd 19,1 . (18) Hnd 23,8 . (19) Hnd 27,4 . (20) Hnd 27,4 . Hebr. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 .
| Hnd 4,33 - Hnd 4,33 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,32 - Hnd 4,33 - Hnd 4,34 - Hnd 4,35 - Hnd 4,36 - Hnd 4,37 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [33] And with great power gave the apostles witness of the
resurrection of the Lord Jesus: and great grace was upon them all.
Luther-Bibel . 33 Und mit großer Kraft bezeugten die Apostel die Auferstehung
des Herrn Jesus, und große Gnade war bei ihnen allen.
Tekstuitleg van Hnd 4,33 .
| Lc 2,40 | kai ekrataiouto (en het wordt krachtig) | plèroumenon sofia (vervuld van wijsheid) | kai charis theou èn ep auto (en genade van God was over het - kind - ) . |
| Hnd 4,33 | kai dunamei megalè apedidoun to marturion oi apostoloi (en met grote kracht 'legden' de apostelen getuigenis af | charis te megalè èn epi pantas autous (evenals grote genade was over hen) . | |
| Hnd 6,3 | plèreis pneumatos kai sofias (vol van geest en wijsheid) | ||
| Hnd 6,8 | stefanos de plèrès charitos kai dunameôs (Stefanus echter vol van genade en kracht) |
| Hnd 4,34 - Hnd 4,34 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,32 - Hnd 4,33 - Hnd 4,34 - Hnd 4,35 - Hnd 4,36 - Hnd 4,37 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [34] Neither was there any among them that lacked: for as
many as were possessors of lands or houses sold them, and brought the prices
of the things that were sold,
Luther-Bibel . 34 Es war auch keiner unter ihnen, der Mangel hatte; denn wer
von ihnen Äcker oder Häuser besaß, verkaufte sie und brachte
das Geld für das Verkaufte
Tekstuitleg van Hnd 4,34 . Het vers Hnd 4,34 telt 20 (2² X 5) woorden en 105 (3 X 5 X 7) letters . De getalwaarde van Hnd 4,34 is 16110 (2 X 3² X 5 X 79) . Het vers Hnd 4,34 bestaat uit 3 nevenschikkende zinnen . Het vers Hnd 2,45 maakt deel uit van de inclusio (omsluitings) verzen Hnd 2,45 en Hnd 4,34 - Hnd 4,35 . Het handelt over het gemeenschappelijk 'bezit' .
| Lc 3,11 b1 | Lc 3,11 b2 | Lc 12,33 | Lc 14,33 | Lc 18,22 | Lc 19,8 | Hnd 2,45 | Hnd 4,34 - Hnd 4,35 | Hnd 4,37 | Hnd 5,1 | |
| ho echôn (wie heeft) duo chitônas (twee lijfrokken) | kai (en) ho echôn (wie heeft) brômata (voedsel) | hos ouk apotassetai pasin tois heautou huparchousin | panta hosa echeis ( al wat jij hebt) | idou ta hèmisu mou tôn huparchontôn | kai ta ktèmata kai tas huparxeis | hosoi gar ktètores chôriôn è oikiôn hupèrchon | huparchontos de autôi agrou | |||
| pôlèsate ta huparchonta humôn (verkoopt uw bezittingen) | pôlèson (verkoop het) | epipraskon | pôlountes | pôlèsas | epôlèsen ktèma | |||||
| metadotô (overhandige het) | homoiôs poieitô (doet evenzo) | kai dote eleèmosunèn (en geeft aalmoes) | kai diados (en verdeel het) | tois ptôchois didômi | kai diemerizon auta | diedideto de hekastôi | ||||
| tôi mè echonti (aan de niet hebbende) | ptôchois (aan armen) | pasin kathoti an tis chreian eichen | kathoti an tis chreian eichen | |||||||
| 15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14 15. | 15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14 15. | 213. Een onuitputtelijke schat in de hemelen : Lc 12,33-34 - Mt 6,19-21 - | 236. De leerling moet goed weten wat hij aangaat : Lc 14,28-33 - | 268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 | 277. Zacheüs : Lc 19,1-10 | Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 | Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37 | Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd : Hnd 5,1-16 |
Hnd 4,34.1. oude (noch) . Zie : Taalgebruik : ou - ouk - ouch (niet) . Hebr. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Hnd (11) : (1) Hnd 2,27 . (2) Hnd 4,12 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,34 . (5) Hnd 7,5 . (6) Hnd 8,21 . (7) Hnd 9,9 . (8) Hnd 16,21 . (9) Hnd 17,25 . (10) Hnd 24,13 . (11) Hnd 24,18 .
| bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| ou | 3068 | 2321 | 747 | 97 | 42 | 84 | 113 | 68 | 313 | 30 | 223 | 336 |
| ouk | 3499 | 2752 | 747 | 93 | 66 | 92 | 137 | 56 | 274 | 29 | 251 | 388 |
| ouch | 452 | 351 | 101 | 7 | 6 | 7 | 20 | 8 | 49 | 4 | 20 | 40 |
| oude | 505 | 386 | 119 | 23 | 9 | 18 | 14 | 11 | 37 | 7 | 50 | 64 |
Hnd 4,34.2. gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in de LXX : gar (want) . Hebr. kî . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Fr. car . Ned. want . D. denn . Hnd (73) . Hnd 4 (7) : (1) Hnd 4,3 . (2) Hnd 4,12 . (3) Hnd 4,16 . (4) Hnd 4,20 . (5) Hnd 4,22 . (6) Hnd 4,27 . (7) Hnd 4,34 .
| gar (want) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| 2289 | 1299 | 990 | 123 | 63 | 92 | 61 | 73 | 563 | 15 | 278 | 339 |
1. - 2. oude gar (want niet) . NT (7) : (1) Joh 5,22 . (2) Joh 7,5 . (3) Joh 8,42 . (4) Hnd 4,34 . (5) Rom 8,7 . (6) Gal 1,12 . (7) Gal 6,13 .
4. voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis .Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (40) . Hnd 4 (2) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 4,35 .
| bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| mann. + vr. nom. enk. tis | 824 | 467 | 357 | 24 | 24 | 72 | 50 | 40 | 156 | 15 | 120 | 170 |
Hnd 4,34.5. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) Taalgebruik in Hnd 4 : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Hnd 4 (5) : (1) Hnd 4,3 . (2) Hnd 4,22 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,33 . (5) Hnd 4,34 .
| eimi (zijn) | Hnd 4 | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| imperf. 3de pers. enk. èn | 5 | 1506 | 1120 | 386 | 24 | 38 | 79 | 92 | 63 | 71 | 19 | 141 | 233 |
Hnd 4,34.6. en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hnd (226) . Hnd 4 () : (1) Hnd 4,2 . (2) Hnd 4,5 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,9 . (5) Hnd 4,10 . (6) Hnd 4,12 . (7) Hnd 4,24 . (8) Hnd 4,27 . (9) Hnd 4,30 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 4,34 .
| en (in) . | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | synopt. | ev. |
| 11097 | 8943 | 2154 | 247 | 119 | 288 | 182 | 226 | 966 | 126 | 654 | 836 |
Hnd 4,34.8. nom. mann. mv. hosoi (zovelen als) van het bijvoegl. naamw. hosos (zo groot als) . Taalgebruik in het NT : hosos (zo groot als) . Taalgebruik in Lc : hosos (zo groot als) . Hnd (7) : (1) Hnd 3,24 . (2) Hnd 4,6 . (3) Hnd 4,34 . (4) Hnd 5,36 . (5) Hnd 5,37 . (6) Hnd 10,45 . (7) Hnd 13,48 . Een vorm van hosos (zo groot als) in de LXX (615) , in het NT (110) , in Hnd (17) .
| bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | ||
| nom. mann. mv. hosoi | 77 | 49 | 28 | 1 | 2 | 2 | 2 | 7 | 11 | 3 | 5 | 7 | 11 |
Hnd 4,34.9. gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in Lc : gar (want) . Hebr. kî . Fr. car . Ned. : want . Hnd (73) . Hnd 4 (7) : (1) Hnd 4,3 . (2) Hnd 4,12 . (3) Hnd 4,16 . (4) Hnd 4,20 . (5) Hnd 4,22 . (6) Hnd 4,27 . (7) Hnd 4,34 .
| gar (want) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| 2289 | 1299 | 990 | 123 | 63 | 92 | 61 | 73 | 563 | 15 | 278 | 339 |
Hnd 4,34.8. - 9. hosoi gar (want talrijke) . NT (5) : (1) Hnd 4,34 . (2) Rom 2,12 . (3) Rom 8,14 . (4) Gal 3,10 . (5) Gal 3,27 .
Hnd 4,34.10. mann. mv. ktètores (verwervers, bezitters) van het zelfst. naamw. ktètor (verwerver, bezitter) . Dit is de enige vorm en slechts 1X in de Bijbel : Hnd 4,34 . Zie ktèma (verworvene, bezit) . Taalgebruik in het NT : ktèma (verworvene, bezit) . Een vorm van ktèma (verworvene, bezit) in de LXX (12) , in het NT (4) : (1) Mt 19,22 . (2) Mc 10,22 . In Hnd (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 5,1 . Hebr. (1) kèrèm (landgoed, wijngaard) . Taalgebruik in Tenakh : kèrèm (landgoed, wijngaard) . (2) nachälâh (bezit, eigendom, erfdeel, lot) . Zie : nâchal (bezitten, erven, verwerven) . Taalgebruik in Tenakh : nâchal (bezitten, erven, verwerven) . Een vorm van ktaomai (verwerven, bezitten) in de LXX (101) , in het NT (7) .
Hnd 4,34.11. gen. onz. mv. chôriôn (van landgoederen) van het zelfst. naamw. chôrion (plaats, plek, landgoed) . Taalgebruik in de Bijbel : chôrion (plaats, plek, landgoed) . Bijbel (6) . OT (1) . NT (5) : (1) Mt 26,36 . (2) Mc 14,32 . (3) Hnd 1,18 . (4) Hnd 1,19 . (5) Hnd 5,8 . Een vorm van chôrion (plaats, plek, landgoed) in de LXX (6) , in het NT (10) . Hnd (7) : (1) Hnd 1,18 . (2) Hnd 1,19 . (3) Hnd 4,34 . (4) Hnd 5,3 . (5) Hnd 5,8 . (6) Hnd 28,7 . Bijbel (2) : (1) 1 Kr 27, 27 . (2) Hnd 4,34 .
Hnd 4,34.12. bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (83) . Hnd 4 (5) : (1) Hnd 4,7 . (2) Hnd 4,12 . (3) Hnd 4,19 . (4) Hnd 4,28 . (5) Hnd 4,34 .
| lidw. enk. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | |
| 2. | nom. vr. enk. hè | 4860 | 3762 | 1098 | 151 | 76 | 143 | 117 | 83 | 443 | 85 | 370 | 487 |
Hnd 4,34.13. gen. mann. mv. oikiôn (van huizen) van het zelfst. naamw. oikia (huis) . Taalgebruik in het NT : oikia (huis) . Taalgebruik in Lc : oikia (huis) . Taalgebruik in Hnd : oikos (huis) . Taalgebruik in de Septuaginta : oikos (huis) . Hebr. be(j)th (huis) . Taalgebruik in Tenach : be(j)th (huis) . Lat. domus . Fr. maison . Ned. huis . E. house . D. Hause . Bijbel (16) . OT (15) . NT (1) : Hnd 4,34 . Een vorm van oikia (huis) in de LXX (268) , in het NT (94) , in Hnd (12) .
Hnd 4,34.14. imperf. 3de pers. mv. hupèrchon (zij bezaten) van het werkw. huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) . Taalgebruik in het NT : huparchô (zijn) . Voorvoegsel hupo onder , onderuit . archô : het hoofd zijn , beginnen , aan het hoofd staan , leiden , commanderen .Bijbel (3) . OT (1) . NT (2) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 8,16 . Een vorm van huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) in de LXX (157) , in het NT (60) .
Hnd 4,34.15. act. part. praes. nom. mann. mv. pôlountes (verkopende) van het werkw. pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Taalgebruik in Mc : pôleô (verkopen) . Hebr. mâkhar (markt?) OF sjâbhar . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Bijbel (3) : (1) Zach 11,5 . (2) Neh 13,16 . (3) Hnd 4,34 . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Hnd (3) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,1 . Een synoniem is pipraskô (verkopen) . Taalgebruik in de Bijbel : pipraskô (verkopen) . Hebr. mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Een vorm van pipraskô (verkopen) in de LXX (32) , in het NT (9) , in Hnd (3) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,34 . (3) Hnd 5,4 . In dit versdeel komen beide werkwoorden voor verkopen (pôleô en pipraskô) voor .
Hnd 4,34.16. act. imperf. 3de pers. mv. eferon (en zij droegen) van het werkw. ferô (voeren, dragen, brengen) . Taalgebruik in het NT : ferô (voeren, dragen) . Taalgebruik in Lc : ferô (voeren, dragen) . Bijbel (17) . OT (13) . NT (4) : (1) Mc 1,32 . (2) Hnd 4,34 . (3) Hnd 25,18 . (4) Heb 12,20 . Een vorm van ferô (voeren, dragen, brengen) in de LXX (290) , in het NT (68) , in Hnd (10) .
| ferô (voeren, dragen) . | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| act. ind. imperf. 3de pers. mv. eferon | 17 | 13 | 4 | 1 | 2 | 1 | 1 | 1 | 1 |
Hnd 4,34.17. bep. lidw. acc. vr. mv. tas (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd (57) . Hnd 4 (3) : (1) Hnd 4,3 . (2) Hnd 4,29 . (3) Hnd 4,34 .
| lidw. mv. | Hnd 2 | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | syn. | ev. | |
| 17. | acc. vr. enk. tas | 1987 | 1674 | 313 | 36 | 27 | 42 | 19 | 57 | 96 | 36 |
Hnd 4,34.18. acc. vr. mv. timas (waarde) van het zelfst. naamw. timè (prijs, waarde) . Taalgebruik in de Bijbel : timè (prijs, waarde) . Bijbel (4) . OT (2) . NT (2) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 19,19 . Een vorm van timè (prijs, waarde) in de LXX (77) , in het NT (61) , in Hnd (6) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 5,2 . (3) Hnd 5,3 . (4) Hnd 7,16 . (5) Hnd 19,19 . (6) Hnd 28,10 .
Hnd 4,34.17. - 18. tas timas (de waarde) . NT (2) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 19,19 .
Hnd 4,34.19. bepaald lidw. gen. mv. tôn (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (166) . Hnd 4 (7) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 4,11 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,34 . (5) Hnd 4,35 . (6) Hnd 4,36 . (7) Hnd 4,37 .
| lidw. mv. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | ||
| 13. | gen. m. + vr. + onz. mv. tôn | 5178 | 4144 | 1034 | 178 | 90 | 119 | 98 | 166 | 267 | 116 |
Hnd 4,34.20 . gen. mann. en onz. mv. pipraskomenôn (van het verkochte) van het werkw. pipraskô (verkopen) . Taalgebruik in de Bijbel : pipraskô (verkopen) . Hebr. mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Een vorm van pipraskô (verkopen) in de LXX (32) , in het NT (9) , in Hnd (3) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,34 . (3) Hnd 5,4 . In de bijbel enkel in Hnd 4,34 . Een synoniem is : pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Hebr. mâkhar (markt?) OF sjâbhar . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Hnd (3) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,1 . In dit versdeel komen beide werkwoorden voor verkopen (pôleô en pipraskô) voor .
| Hnd 4,35 - Hnd 4,35 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37 -- Hnd 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 4,32 - Hnd 4,33 - Hnd 4,34 - Hnd 4,35 - Hnd 4,36 - Hnd 4,37 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [35] And laid them down at the apostles' feet: and distribution
was made unto every man according as he had need.
Luther-Bibel . 35 und legte es den Aposteln zu Füßen; und man gab
einem jeden, was er nötig hatte.
Tekstuitleg van Hnd 4,35 . Het vers Hnd 2,45 maakt deel uit van de inclusio (omsluitings) verzen Hnd 2,45 en Hnd 4,34 - Hnd 4,35 . Het handelt over het gemeenschappelijk 'bezit' .
Hnd 4,35.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Hnd (660) . Hnd 4,32-37 : (1) Hnd 4,32 . (2) Hnd 4,33 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 4,37 .
| kai (en) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| verzen | 7957 | 1071 | 678 | 1151 | 879 | 1007 | 2767 | 404 | 2900 | 3779 | ||
| kai (en) | 26980 | 21867 | 5113 | 705 | 555 | 822 | 530 | 660 | 1470 | 371 | 2082 | 2612 |
| verschil | 2844 | 366 | 123 | 329 | 349 | 347 | 1297 | 33 | 818 | 1167 |
Hnd 4,35.2. act. ind. imperf. 3de pers. mann. mv. etithoun (en zij legden) van het werkw. tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . Taalgebruik in het NT : tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . L. ponere . Fr. déposer . E. to ly down . D. legen . Hebr. sjîth . Bijbel (2) : (1) Hnd 3,2 . (2) Hnd 4,35 . Een vorm van tithèmi (zetten, plaatsen, maken) in de LXX (558) , in het NT (101) , in Hnd (23) .
Hnd 4,35.3. para . Afkorting par' (langs, vanwege) . Taalgebruik in NT. : para (langs) . Hnd (18) : (1) Hnd 2,33 . (2) Hnd 3,2 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 5,2 . (5) Hnd 7,16 . (6) Hnd 7,58 . (7) Hnd 9,14 . (8) Hnd 9,43 . (9) Hnd 10,6 . (10) Hnd 10,22 . (11) Hnd 10,32 . (12) Hnd 16,13 . (13) Hnd 17,9 . (14) Hnd 18,13 . (15) Hnd 20,24 . (16) Hnd 22,3 . (17) Hnd 26,10 . (18) Hnd 28,22 .
| para | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. |
| para | 677 | 553 | 124 | 13 | 11 | 20 | 21 | 18 | 40 | 1 | 44 | 65 | ||
| par' | 238 | 178 | 60 | 4 | 4 | 8 | 10 | 10 | 22 | 2 | 16 | 26 | 21 | 1 |
| totaal | 915 | 731 | 184 | 17 | 15 | 28 | 31 | 28 | 62 | 3 | 60 | 91 |
Hnd 4,35.4. acc. mann. mv. tous van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 4 (4) : (1) Hnd 4,35 . (2) Hnd 4,23 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 4,37 .
| lidw. mv. | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | ||
| 16. | acc. m. mv. tous | 2960 | 2330 | 630 | 91 | 52 | 98 | 51 | 122 | 156 | 60 |
Hnd 4,35.5. acc. mann. mv. podas (voeten) van het zelfst. naamw. pous , podos (voet) . Taalgebruik in de Bijbel : pous , podos (voet) . Een vorm van pous , podos (voet) in de LXX (301) , in het NT (93) , in de Hnd (19) . Bijbel (123) . OT (70) . NT (50) . Hnd (11) : (1) Hnd 4,35 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,2 . (4) Hnd 5,10 . (5) Hnd 7,58 . (6) Hnd 10,25 . (7) Hnd 14,10 . (8) Hnd 16,24 . (9) Hnd 21,11 . (10) Hnd 22,3 . (11) Hnd 26,16 .
Hnd 4,35.3. - 5. para tous podas (bij de voeten) . NT (12) : (1) Mt 15,30 . (2) Lc 7,38 . (3) Lc 8,35 . (4) Lc 8,41 . (5) Lc 10,39 . (6) Lc 17,16 . (7) Hnd 4,35 . (8) Hnd 4,37 . (9) Hnd 5,2 . (10) Hnd 5,10 . (11) Hnd 7,58 . (12) Hnd 22,3 .
Hnd 4,35.6. bepaald lidw. gen. mv. tôn (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (166) . Hnd 4 (7) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 4,11 . (3) Hnd 4,32 . (4) Hnd 4,34 . (5) Hnd 4,35 . (6) Hnd 4,36 . (7) Hnd 4,37 .
| lidw. mv. | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | ||
| 13. | gen. mann. + vr. + onz. mv. tôn | 5178 | 4144 | 1034 | 178 | 90 | 119 | 98 | 166 | 267 | 116 |
Hnd 4,35.7. gen. mann. mv. apostolôn (apostelen) van het zelfst. naamw. apostolos (apostel, gezondene) . Taalgebruik in het NT : apostolos (apostel) . Een vorm van apostolos (apostel) in NT (80) , in Hnd (28) . Bijbel (22) . Hnd (13) : (1) Hnd 1,26 . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 .
| apostolos (apostel) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P.. | A. b.. | |
| 6 | gen. mann. mv. apostolôn | 22 | 22 | 1 | 13 | 7 | 1 | 1 | 1 | 5 | 2 |
Hnd 4,35.6. - 7. tôn apostolôn (de apostelen) . NT (18) : (1) Hnd 1,26 (tôn hendeka apostolôn = de elf apostelen) . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 . (14) 1 Kor 15,9 . (15) Gal 1,19 . (16) Ef 2,20 . (17) 2 Pe 3,2 . (18) Jud 1,17 .
Hnd 4,35.3. - 7. para tous podas tôn apostolôn (bij de voeten van de apostelen) . Bijbel (3) : (1) Hnd 4,35 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,2 .
Hnd 4,35.11. kathoti (naarmate, omdat) . Taalgebruik in het NT : kathoti (naarmate, omdat) . Taalgebruik in Lc : kathoti (naarmate, omdat) . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 19,9 . Hnd (4) : (1) Hnd 2,24 . (2) Hnd 2,45 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 17,31 .
| kathoti | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| 68 | 62 | 6 | 2 | 4 | 2 | 2 |
Hnd 4,35.12. an . Taalgebruik in de Bijbel : an . Bijbel (679) . OT (493) . NT (151) . Hnd (15) : (1) Hnd 2,21 . (2) Hnd 2,35 . (3) Hnd 2,39 . (4) Hnd 2,45 . (5) Hnd 3,20 . (6) Hnd 3,22 . (7) Hnd 4,35 . (8) Hnd 5,24 . (9) Hnd 7,3 . (10) Hnd 8,31 . (11) Hnd 10,17 . (12) Hnd 15,17 . (13) Hnd 17,18 . (14) Hnd 18,14 . (15) Hnd 26,29 .
Hnd 4,35.13. voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (40) . Hnd 2 (1) : Hnd 2,45 .
| bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| mann. + vr. nom. enk. tis | 824 | 467 | 357 | 24 | 24 | 72 | 50 | 40 | 156 | 15 | 120 | 170 |
Hnd 4,35.14. acc. vr. enk. chreian van het zelfst. naamw. chreia (gebrek, behoefte, nood) . Zie : het middel om aan de behoefte te voldoen , chrèma (bezit, vermogen, geld) . Taalgebruik in het NT : chrèma (bezit, vermogen) . Bijbel (53) . OT (6) . NT (38) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 . Een vorm van chreia (gebrek, behoefte, nood) in de LXX (55) , in het NT (49) , in Hnd (5) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 . (3) Hnd 6,3 . (4) Hnd 20,34 . (5) Hnd 28,10 . Een vorm van chrèma (bezit, vermogen, geld) in de LXX (41) , in het NT (6) , in Hnd (4) : (1) Hnd 4,37 . (2) Hnd 8,18 . (3) Hnd 8,20 . (4) Hnd 24,26 .
Hnd 4,35.15. act. ind. imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had) van het werkw. echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het NT . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in de LXX . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir . D. haben . E. have . Een vorm van echô (hebben, bezitten) in de LXX (497) , in het NT (705) , in Hnd (44) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 . (3) Hnd 9,31 . (4) Hnd 18,18 .
| echô (hebben, bezitten) | bijbel | O.T. | NT | Mt | Mc | Lc | Joh |