HANDELINGEN VAN DE APOSTELEN HOOFDSTUK 5 - Hnd 5 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -
- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,12-16 -- Hnd 5,17-42 -- Hnd 5,27b-32.40b-41

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Hnd 1 , Hnd 2 , Hnd 3 , Hnd 4 , Hnd 5 , Hnd 6 , Hnd 7 , Hnd 8 , Hnd 9 , Hnd 10 , Hnd 11 , Hnd 12 , Hnd 13 , Hnd 14 , Hnd 15 , Hnd 16 , Hnd 17 , Hnd 18 , Hnd 19 , Hnd 20 , Hnd 21 , Hnd 22 , Hnd 23 , Hnd 24 , Hnd 25 , Hnd 26 , Hnd 27 , Hnd 28 ,
Uitleg per pericope - Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,17-42 -
- Hnd 5,1-16 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd .
- Hnd 5,17-42 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet .
Uitleg vers per vers : - Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- paraggellô (afkondigen, bevelen) , zie Hnd 5,28 .
- zèlos (ijverzucht, afgunst) , zie Hnd 5,17 .
Bibliografie
- GEYSELS L. , Verrijzenisgeloof en geld . Het verhaal van Ananias en Safira (Handelingen 5,1-11) , in : De Nieuwe Boodschap , jg.113 (1986) nr.2 p.46-50
Literatuur .
Liturgisch gebruik


Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht , taalgebruik , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , Nieuwe Testament , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -

Het vers Hnd 2,45 maakt deel uit van de inclusio (omsluitings) verzen Hnd 2,45 en Hnd 4,34 - Hnd 4,35 . Het handelt over het gemeenschappelijk 'bezit' . Na de inclusio volgen 2 voorbeelden waarin enerzijds Jozef Barnabas (Hnd 4,36 - Hnd 4,37) en anderzijds Anania (Hnd 5,1-11) een bezit verkopen en het naar de gemeenschap van de apostelen brengen . Twee verhalen , het ene positief , het andere negatief .

Hnd 5,1 - Hnd 5,1 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1anèr de tis ananias onomati sun sapfirè tè gunaiki autou epôlèsen ktèma 1 vir autem quidam nomine Ananias cum Saffira uxore sua vendidit agrum  1 En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have;     [1] Ook een zekere Ananias verkocht, samen met zijn vrouw Saffira, een stuk grond, [1] Een zekere Ananias verkocht samen met zijn vrouw Saffira eveneens een stuk grond,  1 ¶ Maar een zeker man, met de naam Ananias, verkoopt samen met zijn vrouw Sapfira een stuk bezit,  1. Un certain Ananie, d'accord avec Saphire sa femme, vendit une propriété ;  

King James Bible . [1] But a certain man named Ananias, with Sapphira his wife, sold a possession,
Luther-Bibel . 1 Ein Mann aber mit Namen Hananias samt seiner Frau Saphira verkaufte einen Acker,
Hebr. ´îsj ´èhâd chänanëjâh sjëmô wë´isjëthô

Tekstuitleg van Hnd 5,1 . Dit vers Hnd 5,1 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 62 (2 X 31) letters . De getalwaarde van Hnd 5,1 is 6576 ( 2² X 2² X 3 X 137) . Op het eerste zicht begint dit verhaal zoals het verhaal van Jozef Barnabas . Met medeweten van zijn vrouw Safira verkoopt Anania een bezit . Maar er valt al iets op . Er is een tweevoud van formulering : een zekere man echter met name in Hnd 5,1 en Hnd 8,9 . In beide gevallen gaat het om geld . In Hnd 5 willen Anania en Safira een deel van de opbrengst achterhouden . In Hnd 8 wil Simon , de magiër , het ambt van handenoplegging kopen . In Hnd 5 verkopen Anania en Safira een bezit (een verworven iets) , in het enkelvoud en onbepaald .

Hnd 5,1.1. anèr (man) . Taalgebruik in het NT : anèr (man) . Taalgebruik in de LXX : anèr (man) . Taalgebruik in Lc : anèr (man) . Hebr. ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) (1023) . Lat. vir . E. man . D. Der Mann . Een vorm van anèr (man) in de LXX (1918) , in het NT (216) , in Hnd (100) . In vijf van de veertien verzen in Hnd staat anèr (man) vooraan de zin : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 8,9 . (3) Hnd 10,1 . (4) Hnd 16,9 . (5) Hnd 25,14 .

  anèr (man) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. anèr 480 432 48 1   9 2 14 22   10  12 

(1) Hnd 3,2 (kai tis anèr chôlos... = en een man , lam ...) .
(2) Hnd 5,1 (anèr de tis Ananias onomati = een man echter, Ananias met name) .
(3) Hnd 8,9 (anèr de tis onomati Sumeôn = een man echter, met name Simeon) .
(4) Hnd 8,27 (kai idou anèr Aithiops = en zie een Ethiopisch man) .
(5) Hnd 10,1 (anèr de tis en Kaisareiai onomati Kornèlios = een man echter in Caesarea, met name Cornelius) .
(6) Hnd 10,28 (Cornelius - anèr dikaios kai foboumenos ton theon = een rechtvaardig en godvrezend man) .
(7) Hnd 10,30 (kai idou anèr - Paulus - = en zie een man) .
(8) Hnd 11,24 (Barnabas - hoti èn anèr agathos kai plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = want hij was een goed man en vol van heilige geest en van geloof) .
(9) Hnd 14,8 (kai tis anèr = en een man) .
(10) Hnd 16,9 (anèr Makedôn tis = een Macedoniër) .
(11) Hnd 18,24 (Apollo - anèr logios = een welbespraakt man) .
(12) Hnd 22,3 (egô eimi anèr Ioudaios = ik ben een jood) .
(13) Hnd 22,12 (Ananias de tis, anèr eulabès... = Een Ananias, een godsvruchtig man) .
(14) Hnd 25,14 (anèr tis = welke man) .

Hnd 5,1.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In Hnd 5 staat het Griekse de (echter) op de tweede plaats in het vers in 23 van de 42 verzen . In Hnd 4,36-37 is Jozef Barnabas onderwerp , in Hnd 5,1 is het Ananaias .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7

Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

Hnd 5,1.1. - 2. anèr de (een man echter) , zie verder : anèr de tis (een zekere man echter) .

Hnd 5,1.3. voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , daleth = 4 . Totaal : 13 . Structuur : 1 - 8 - 4 . God is één of 13 . Tenakh (400) . Pentateuch (150) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (12) . Geschriften (59) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (40) . Hnd 5 (3) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,25 . (3) Hnd 5,34 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
mann. + vr. nom. enk. tis   824 467  357  24  24  72  50  40  156  15  120  170     

Hnd 5,1.1. - 3. In drie verzen van Hnd : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 8,9 . (3) Hnd 10,1 wordt het woord anèr (man) gevolgd door het partikel de (echter) en het onbepaald voornaamwoord tis (een bepaald iemand) . In deze drie verzen wordt dan de concrete naam gegeven : (1) Hnd 5,1 (anèr de tis Ananias onomati = een man echter, Ananias met name) . (2) Hnd 8,9 (anèr de tis onomati Sumeôn = een man echter, met name Simeon) . (3) Hnd 10,1 (anèr de tis en Kaisareiai onomati Kornèlios = een man echter in Caesarea, met name Cornelius) . Deze constructie vinden we ook in Hnd 18,24 waar Ioudaious (jood) het woord anèr (man) vervangt ; wellicht omdat anèr (man) nog verder in de zin vermeld wordt . Hnd 18,24 (Ioudaios de tis Apollôs onomati = een jood echter , Apollo met name ) . Hnd 18,2 : tina ioudaion onomati akulan pontikon (een zekere jood met de naam Aquila Pontikos ) .
- In Hnd 8,9 is een gelijkaardige formule als in Hnd 5,1 : een bepaalde man . In Hnd 8,9 gaat het om Simon , die door Filippus leerling van Jezus werd . Deze Simon probeert door geld de macht te ontvangen om de handen op te leggen en de geest te schenken . In Hnd 8 probeert Simon het ambt te kopen . Evenals in Hnd 5,1-11 veroordeelt Petrus het gebeuren resoluut .
- ´îsj ´èchâd (een bepaalde man) . Tenakh (23) . Pentateuch (5) : (1) Gn 42,11 . (2) Gn 42,13 . (3) Nu 1,44 . (4) Nu 13,2 (tweemaal) . (5) Dt 1,23 . Vroege Profeten (11) : (1) Joz 3,12 (tweemaal) . (2) Joz 4,2 (tweemaal) . (3) Joz 4,4 (tweemaal) . (4) Joz 22,20 . (5) Joz 23,10 . (6) Re 9,2 . (7) Re 13,2 . (8) Re 18,19 . (9) 1 S 1,1 . (10) 2 S 18,10 . (11) 1 K 22,8 . In Gn 42,11 en Gn 42,13 zeggen de broers aan Jozef dat zij broers zijn van één man nl. Jakob .

Hnd 5,1.4. Ananias (Ananias) . Taalgebruik in de Bijbel : Anananias (Ananias) . Bijbel (19) . OT (11) . NT (8) en wel in Hnd : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 9,10 . (4) Hnd 9,13 . (5) Hnd 9,17 . (6) Hnd 22,12 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 24,1 . Hebr. chänanëjâh (Chananja , Anania) . Tenakh (21) . De naam betekent : JHWH is genadig . In de naam satanas komt -an- in de naam Ananaias voor .

Hnd 5,1.5. dat. onz. enk. onomati (met naam) van het zelfst. naamw. onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Taalgebruik in Hnd : onoma (naam) . Hebr. sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Stam : N ... M . Gr. onoma . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . D. Die Name . Een vorm van onoma (naam) in de LXX (1045) , in het NT (228) , in Hnd (60) . onomati . Bijbel (260) . OT (168) . NT (92) . Lc (16) . Hnd (35) : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 . Arabisch : ism (naam) . Taalgebruik in de Qoran : ism (naam) .

Hnd 5,1.1. - 5. anèr de tis (...) onomati (een bepaalde man echter met naam) . In het NT slechts in dit vers Hnd 5,1 .Variante lezing . anèr de tis onomati : Hnd 8,9 .

Hnd 5,1.6. sun (met) . Taalgebruik in het NT : sun (met) . Taalgebruik in de LXX : sun (met) . Taalgebruik in Lc : sun (met) . Taalgebruik in Hnd : sun (met) . Hebr. bë (in, met) . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Lat. cum . Ned. met . D. mit . E. with . Fr. avec < apud - hoc . LXX (233) . NT (127) . Hnd (49) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,17 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,26 .

sun (met)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  298  174  124  23  49  39    33  36     

Hnd 5,1.7. dat. vr. enk. sapfirè(i) (Saffira) . Eigennaam . Bijbel (1) : Hnd 5,1 . Hebr. sappîr (safier) . Taalgebruik in Tenakh : sappîr (safier) . Getallenwaarde : samekh = 15 of 60 , pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 340 (2² X 5 X 17) . Structuur : 6 - 8 - 2 . Tenakh (7) . In de naam satanas komt de sa- van sapfira voor .

Hnd 5,1.8. bepaald lidw. dat. vr. enk. tè(i) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (7) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,25 . (7) Hnd 5,31 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 

Hnd 5,1.9. dat. vr. enk. gunaiki van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het NT : gunè (vrouw) . Taalgebruik in de LXX : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . E. wife . D. Frau . Hnd (2) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 24,24 . Een vorm van gunè (vrouw) in de LXX (1074) , in het NT (209) , in Hnd (19) .

  gunè (vrouw)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
4 dat. vr. enk. gunaiki   58  43  15       

Hnd 5,1.10. gen. mann. enk. autou van het voornaamw. autos (zijn - haar) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Hnd (118) . Hnd 5 (5) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,7 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,31 . (5) Hnd 5,37 .

autos (hij)  3de pers. enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mann. enk. autou  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 

Hnd 5,1.8. - 10. tè(i) gunaiki autou (zijn vrouw) . NT (3) : (1) Mt 19,5 . (2) Hnd 5,1 . (3) Hnd 24,24 . Hebr. ´isjëthô (zijn vrouw) . Tenakh (62) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (21) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (11) .

Hnd 5,1.11. act. aor. 3de pers. enk. epôlèsen (hij verkocht) van het werkw. pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Taalgebruik in de LXX : pôleô (verkopen) . Hebr. mâkhar (markt?) OF sjâbhar (sjacheren) . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Bijbel (1) : Hnd 5,1 . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Hnd (3) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,1 . Een synoniem is pipraskô (verkopen) . Taalgebruik in de Bijbel : pipraskô (verkopen) . Hebr. mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Een vorm van pipraskô (verkopen) in de LXX (32) , in het NT (9) , in Hnd (3) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,34 . (3) Hnd 5,4 .

Hnd 5,1.12. ktèma (verworvene, bezit) . Taalgebruik in het NT : ktèma (verworvene, bezit) . In de LXX is ktèma de vertaling van 5 verschillende Hebreeuwse woorden . Een vorm van ktèma (verworvene, bezit) in de LXX (12) , in het NT (4) : (1) Mt 19,22 . (2) Mc 10,22 . In Hnd (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 5,1 .
Hebr. (1) kèrèm (landgoed, wijngaard) . Taalgebruik in Tenakh : kèrèm (landgoed, wijngaard) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 44 ( 4 X 11) OF 260 ( 2² X 5 X 13 OF 10 X 26) . Structuur : 2 - 2 - 4 . Som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (20) . Pentateuch (4) . Eerdere Profeten (7) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (4) . (2) nachälâh (bezit, eigendom, erfdeel, lot) . Zie : nâchal (bezitten, erven, verwerven) . Taalgebruik in Tenakh : nâchal (bezitten, erven, verwerven) . n-ch-l-h . Tenakh (44) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (9) .
In dit vers Hnd 5,1 staat het in het enk. en zonder een bepaald lidw. : hij verkocht een bezit (dat hij verworven had) . De vertalingen lopen uiteen : een bezit (Fr. possesion, propriété) , een stuk grond , akker (Acker) . Naast zijn eigendom had Ananias ook bezit (dat hij verworven had) . Misschien had Ananias nog eigendom en andere bezittingen . Het verworvene lijkt een stuk grond te zijn .
- onz. nom. en acc. mv. ktèmata van het zelfst. naamw. ktèma (verworvene, bezit) . Bijbel (5) : (1) Hos 2,17 . (2) Jl 1,11 . (3) Mt 19,22 . (4) Mc 10,22 . (5) Hnd 2,45 . In Mc en Mt komt het voor in het verhaal van de rijke . Hij ging bedroefd heen , want hij was hebbende vele verworvenheden / bezittingen (èn gar echôn ktèmata polla) . In het NT komt dit mv. verder nog enkel in het vers Hnd 2,45 voor .
Blijft Anania in de logica van het verwerven ? Hij had iets verworven , verkoopt dat om iets anders te verwerven . Door een deel van de opbrengst van het verkochte hoopte hij iets anders te verwerven , nl. de schat in de hemel of het eeuwig leven . Met het overgeblevene kon hij nog aardse goederen verwerven . Op twee paarden wedden !

Hnd 5,1.11. - 12. hij verkocht een bezit . Hij volgt de oproep van Jezus . Heeft hij alles verkocht ? Zo ja , dan kan hij vrij van zorgen zijn over zijn (onroerende) bezittingen . Om vrij van zorgen over het geld te zijn , kan hij het zoals Jozef Barnabas aan de gemeenschap van de apostelen geven . Hij geeft een deel . Hij komt dus gedeeltelijk tegemoet aan de behoeften van de gemeenschap . Maar hij wordt niet vrij van zorgen aan de aardse goederen , omdat hij een gedeelte van het geld behoudt .

Lc 3,11 b1 Lc 3,11 b2 Lc 12,33 Lc 14,33 Lc 18,22  Mt 19,21   Lc 19,8 Hnd 2,45 Hnd 4,34 - Hnd 4,35 Hnd 4,37 Hnd 5,1  
ho echôn (wie heeft) duo chitônas (twee lijfrokken) kai (en) ho echôn (wie heeft) brômata (voedsel)   hos ouk apotassetai pasin tois heautou huparchousin panta hosa echeis ( al wat jij hebt)      idou ta hèmisu mou tôn huparchontôn kai ta ktèmata kai tas huparxeis hosoi gar ktètores chôriôn è oiliôn hupèrchon  huparchontos de autôi agrou    
    pôlèsate ta huparchonta humôn (verkoopt uw bezittingen)   pôlèson (verkoop het)  pôlèson sou ta huparchonta     epipraskon pôlountes   pôlèsas epôlèsen ktèma  
metadotô (overhandige het) homoiôs poieitô (doet evenzo) kai dote eleèmosunèn (en geeft aalmoes)   kai diados (en verdeel het)   kai dos (en verdeel het)     tois ptôchois didômi kai diemerizon auta diedideto de hekastôi      
tôi mè echonti (aan de niet hebbende)       ptôchois (aan armen)   tois ptôchois (aan de armen)     pasin kathoti an tis chreian eichen kathoti an tis chreian eichen         
15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14  15. 15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14  15. 213. Een onuitputtelijke schat in de hemelen : Lc 12,33-34 - Mt 6,19-21 - 236. De leerling moet goed weten wat hij aangaat : Lc 14,28-33 - 268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23   277. Zacheüs : Lc 19,1-10 Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37   Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd : Hnd 5,1-16  

 

Hnd 5,2 - Hnd 5,2 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai enosfisato apo tès timès, suneiduiès kai tès gunaikos, kai enegkas meros ti para tous podas tôn apostolôn ethèken.  2 et fraudavit de pretio agri conscia uxore sua et adferens partem quandam ad pedes apostolorum posuit   2 En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen.     [2] maar hij hield met medeweten van zijn vrouw iets van de opbrengst achter en kwam slechts een gedeelte aan de voeten van de apostelen leggen. [2] maar hield een deel van de opbrengst achter – ook zijn vrouw wist daarvan – en bracht de rest van het geld naar de apostelen.  2 houdt van de opbrengst achter, met medeweten ook van de vrouw, en brengt dus slechts een zeker déél mee en legt dát aan de voeten van de apostelen.   2. il détourna une partie du prix, de connivence avec sa femme, et apportant le reste, il le déposa aux pieds des apôtres. 

King James Bible . [2] And kept back part of the price, his wife also being privy to it, and brought a certain part, and laid it at the apostles' feet.
Luther-Bibel . 2 doch er hielt mit Wissen seiner Frau etwas von dem Geld zurück und brachte nur einen Teil und legte ihn den Aposteln zu Füßen.

Tekstuitleg van Hnd 5,2 . Het vers Hnd 5,2 telt 20 (2² X 5) woorden en 101 letters . De getalwaarde van Hnd 5,2 is 11793 (3 X 3931) . Het vers telt 2 nevenschikkende zinnen , die beiden ingeleid worden door het nevenschikkend voegwoord kai (en) . Het vervoegd werkwoord staat aan de uitersten van de twee zinnen . De auteur van het verhaal is geen objectieve waarnemer ; en dat maakt de auteur duidelijk vanaf het begin van het 2de vers : Anania fraudeerde , met medeweten van zijn vrouw . Anania en Safira beslissen eerst wat zij zullen achterhouden en wat zij zullen schenken . Anania en Safira konden kiezen : ofwel niets schenken (en dan konden ze wellicht niet tot de gemeenschap behoren) ofwel alles schenken (en tot de gemeenschap behoren) . Een tussenweg was er blijkbaar niet . Zij kozen voor de tussenweg . Maar dat moest in het geniep gebeuren . En dat kon niet . Want dat wordt als bedrog geïnterpreteerd . En het aanbrengen van de opbrengst in de waan dat het de hele opbrengst is , liegt men de apostelen iets voor . Waarom was er geen tussenweg mogelijk ? En waarom hielden Anania en Safira een gedeelte achter ? De auteur gaat er hard tegenaan door het gebruik van een werkwoord dat naar Jozua 7 verwijst . Daar had een zekere Achan zich bij de verovering van het land iets toegeëigend dat moest vernietigd worden . Die toeëigening werd als een groot tekort tegenover God aanzien , omdat de vernietiging het offeren aan God betekende . Hij moest het met de dood bekopen . In beide verhalen komen we het radikale denken tegen ; niets behoort toe aan de mens , aan een concreet persoon . In Joz 7 behoort alles toe aan God , in Hnd 2-5 aan de gemeenschap , de gemeenschap van God . Wie daartegen zondigt , begaat een grote fout en moet het met de dood bekopen . Er is ook geen ruimte voor beweegredenen .
Het tweede deel van dit vers wijst al vooruit naar het einde van het verhaal waar Safira bij de voeten van Petrus doodvalt en jongelingen haar buitendragen om begraven te worden . Het neerleggen aan de voeten van de apostelen van het meegebrachte deel van de opbrengst betekent het doodvonnis van beiden .

Hnd 5,2.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. et . Fr. et . N. en . E. and . D. und . Hnd (660) . Hnd 5 (32 op 42 verzen) . Niet in (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,8 . (3) Hnd 5,13 . (4) Hnd 5,19 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,26 . (7) Hnd 5,30 . (8) Hnd 5,34 . (9) Hnd 5,35 . (10) Hnd 5,41 . Dit vers begint met kai (en) . Het vertelt verder wat in Hnd 5,1 begonnen is ; het onderwerp is hetzelfde als in Hnd 5,1 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 5,2.2. ind. aor. 3de pers. enk. enosfisato (hij eigende zich toe) van het werkw. nosfidzô (stelen, roven, toeëigenen) . Taalgebruik in Tenakh : nosfidzô (stelen, roven, toeëigenen) . Eén van de vertalingen van het Hebr. werkw. mâ`al (bedriegen, zich toeëigenen, ontrouw zijn) . Bijbel (1) : Hnd 5,2 . Een vorm van nosfidzô (stelen, roven, toeëigenen) in het OT (2) : (1) Joz 7,1 . (2) 2 Mak 4,32 , in het NT (3) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Tit 2,10 . Eén van de vertalingen van het Hebr. werkw. mâ`al (bedriegen, zich toeëigenen, ontrouw zijn) . In Joz 7,1 lezen we de werkwoordvorm ind. aor. 3de pers. mv. enosfisanto (en zij bedrogen) . Sommige exegeten zien in Hnd 5,2 een verwijzing naar Arkan in Joz 7 . Een vorm van mâ`al (bedriegen, zich toeëigenen, ontrouw zijn) lezen we o.a. in Lv 5,15 , Lv 5,21 , Joz 7,1 . Ananias beantwoordt aan de eerste oproep van Jezus om zijn bezit te verkopen . Maar hij wil een gedeelte behouden . Hij wekt de schijn op om Jezus te volgen , maar in werkelijkheid doet hij het niet . Door te handelen alsof hij alles aan de gemeenschap geeft , eigent hij zich een deel toe dat eigenlijk aan de gemeenschap toebehoort . Dat is bedrog . Hij doet alsof hij volle leerling van de gemeenschap wil zijn , maar dat is hij niet . Hij liegt de gemeenschap wat voor . Uit het verhaal van Arkan in Joz 7 wordt het duidelijk : het is het een of het ander . Volledige toewijding of leugen en bedrog .

Hnd 5,2.3. apo (af, van-weg) . afkorting ap' . Taalgebruik in het NT : apo (af , van-weg) . Voorzetsel . Hnd (93) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,38 . (4) Hnd 5,41 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
apo (af, van-weg)   2984 2544 440 82 33 73 19 93 115 25 188  207 
ap'  567  445  122  22  12  32  15  12  26  66  81 
af'  183  141  42    19  10  16 
totaal   3734 3130  604  105  45  114  40  111 160  29   264 304 

Hnd 5,2.4. bepaald lidw. gen. vr. enk. tès van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (164) . Hnd 5 (6) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,19 . (4) Hnd 5,20 . (5) Hnd 5,28 . (6) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
5. gen. vr. enk. tès 5271  4202  1069  107  65  109  72  164  430  122  281  353 

Hnd  Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
164  10  11 

Hnd 5,2.5. gen. vr. enk. timès van het zelfst. naamw. timè (prijs, waarde) . Taalgebruik in de Bijbel : timè (prijs, waarde) . Bijbel (20) : (1) Lv 5,15 . (2) Lv 5,18 . (3) Lv 5,25 . (4) Lv 27,15 . (5) Lv 27,23 . (6) Js 55,1 . (7) Ps 44,13 . (8) Job 31,39 . (9) 1 Mak 10,29 . (10) 1 Mak 14,21 . (11) Sir 3,11 . (12) Sir 45,12 . (13) Bar 6,24 . (14) Hnd 5,2 . (15) Hnd 5,3 . (16) Hnd 7,16 . (17) 1 Kor 6,20 . (18) 1 Kor 7,23 . (19) 1 Tim 5,17 . (20) 1 Tim 6,1 . Een vorm van timè (prijs, waarde) in de LXX (77) , in het NT (61) , in Hnd (6) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 5,2 . (3) Hnd 5,3 . (4) Hnd 7,16 . (5) Hnd 19,19 . (6) Hnd 28,10 .
- acc. vr. mv. timas (waarde) van het zelfst. naamw. Bijbel (4) . OT (2) . NT (2) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 19,19 .
Jozef Barnabas gaf de opbrengst af aan de apostelen , Anania en Safira behielden een gedeelte voor henzelf . Tussen het verkopen van een bezit en het aanbrengen aan de voeten van de apstelen staat deze zin . Het is een handeling die Ananias en Safira stellen .

Hnd 5,2.3. - 5. apo tès timès (van de waarde) . NT (2) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 .

Hnd 5,2.6. perf. part. gen. vr. enk. suneiduiès / suneidias van het werkw. sunoida (samen weten , medeweten) . Een vorm van sunoida in de LXX (2) , in het NT (?) . Bijbel (1) : Hnd 5,2 .

Hnd 5,2.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Hnd (660) . Hnd 5 (32 op 42 verzen) . Niet in (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,8 . (3) Hnd 5,13 . (4) Hnd 5,19 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,26 . (7) Hnd 5,30 . (8) Hnd 5,34 . (9) Hnd 5,35 . (10) Hnd 5,41 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 5,2.8. bepaald lidw. gen. vr. enk. tès van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (164) . Hnd 5 (6) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,19 . (4) Hnd 5,20 . (5) Hnd 5,28 . (6) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
5. gen. vr. enk. tès 5271  4202  1069  107  65  109  72  164  430  122  281  353 

  lidw. enk. Hnd  Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
5. gen. vr. enk. tès 164  10  11 

    Hnd  Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
5. gen. vr. enk. tès 164 

Hnd 5,2.9. gen. vr. enk. gunaikos van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het NT : gunè (vrouw) . Taalgebruik in de LXX : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . E. wife . D. Frau . Hnd (2) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 16,1 . Een vorm van gunè (vrouw) in de LXX (1074) , in het NT (209) , in Hnd (19) .

  gunè (vrouw)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
3 gen. vr. enk. gunaikos   143  121  22    11  11   

Hnd 5,2.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Hnd (660) . Hnd 5 (32 op 42 verzen) . Niet in (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,8 . (3) Hnd 5,13 . (4) Hnd 5,19 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,26 . (7) Hnd 5,30 . (8) Hnd 5,34 . (9) Hnd 5,35 . (10) Hnd 5,41 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 5,2.11. act. part. perf. nom. mann. enk. enegkas van het werkw. ferô (voeren, dragen, brengen) . Taalgebruik in het NT : ferô (voeren, dragen) . Taalgebruik in de LXX : ferô (voeren, dragen) . Taalgebruik in Lc : ferô (voeren, dragen) . Bijbel (2) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 14,3 . Een vorm van ferô (voeren, dragen, brengen) in de LXX (290) , in het NT (68) , in Hnd (10) .

Hnd 5,2.12. nom. en acc. onz. enk. meros (deel, aandeel, klasse, gebied) . Taalgebruik in de Bijbel : meros (deel, aandeel, klasse, gebied) . Bijbel (57) . OT (33) . NT (16) . Hnd (3) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 19,27 . (3) Hnd 23,6 . Een vorm van in de LXX (139) , in het NT (42) , in Hnd (7) .

Hnd 5,2.13. nom. en acc. onz. enk. ti van het voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis .Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (60) . Hnd (5) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,4 . (4) Hnd 5,9 . (5) Hnd 5,24 . (6) Hnd 5,35 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. ti  1132  617  415  62  60  66  57  60  102  188  245     

Hnd 5,2.12. - 13. meros ti (een bepaald deel) . Bijbel (2) : (1) Hnd 5,2 . (2) 1 Kor 11,18 .

Hnd 5,2.14. para . Afkorting par' (langs, vanwege) . Taalgebruik in NT. : para (langs) . Hnd (18) : (1) Hnd 2,33 . (2) Hnd 3,2 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 5,2 . (5) Hnd 7,16 . (6) Hnd 7,58 . (7) Hnd 9,14 . (8) Hnd 9,43 . (9) Hnd 10,6 . (10) Hnd 10,22 . (11) Hnd 10,32 . (12) Hnd 16,13 . (13) Hnd 17,9 . (14) Hnd 18,13 . (15) Hnd 20,24 . (16) Hnd 22,3 . (17) Hnd 26,10 . (18) Hnd 28,22 .

para  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
para  677  553  124  13  11  20  21  18  40  44  65     
par'  238  178  60  10  10  22  16  26  21 
totaal 915  731  184  17  15  28  31  28  62  60  91     

Hnd 5,2.15. acc. mann. mv. tous van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (10) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,11 . (5) Hnd 5,15 . (6) Hnd 5,18 . (7) Hnd 5,23 . (8) Hnd 5,24 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous   2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    

Hnd 5,2.16. acc. mann. mv. podas (voeten) van het zelfst. naamw. pous , podos (voet) . Taalgebruik in de Bijbel : pous , podos (voet) . Een vorm van pous , podos (voet) in de LXX (301) , in het NT (93) , in de Hnd (19) . Bijbel (123) . OT (70) . NT (50) . Hnd (11) : (1) Hnd 4,35 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,2 . (4) Hnd 5,10 . (5) Hnd 7,58 . (6) Hnd 10,25 . (7) Hnd 14,10 . (8) Hnd 16,24 . (9) Hnd 21,11 . (10) Hnd 22,3 . (11) Hnd 26,16 .

Hnd 5,2.14. - 16. para tous podas (bij de voeten) . NT (12) : (1) Mt 15,30 . (2) Lc 7,38 . (3) Lc 8,35 . (4) Lc 8,41 . (5) Lc 10,39 . (6) Lc 17,16 . (7) Hnd 4,35 . (8) Hnd 4,37 . (9) Hnd 5,2 . (10) Hnd 5,10 . (11) Hnd 7,58 . (12) Hnd 22,3 . pros tous podas (bij de voeten) . NT (3) : (1) Mc 5,22 . (2) Mc 7,25 . (3) Apk 1,17 .

Hnd 5,2.17. bepaald lidw. gen. mv. tôn (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mt : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (166) . Hnd 5 (12) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,13 . (5) Hnd 5,16 . (6) Hnd 5,17 . (7) Hnd 5,21 . (8) Hnd 5,23 . (9) Hnd 5,30 . (10) Hnd 5,32 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,38 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
13. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn   5178  4144  1034  178  90  119  98  166  267  116     

Hnd 5,2.18. gen. mann. mv. apostolôn (apostelen) van het zelfst. naamw. apostolos (apostel, gezondene) . Taalgebruik in het NT : apostolos (apostel) . Een vorm van apostolos (apostel) in NT (80) , in Hnd (28) . Bijbel (22) . Hnd (13) : (1) Hnd 1,26 . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 .

Hnd 5,2.17. - 18. tôn apostolôn (de apostelen) . NT (18) : (1) Hnd 1,26 (tôn hendeka apostolôn = de elf apostelen) . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 . (14) 1 Kor 15,9 . (15) Gal 1,19 . (16) Ef 2,20 . (17) 2 Pe 3,2 . (18) Jud 1,17 .

Hnd 5,2.15. - 18. para tous podas tôn apostolôn (bij de voeten van de apostelen) . Bijbel (3) : (1) Hnd 4,35 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,2 .

  apostolos (apostel)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P..  A. b.. 
6 gen. mann. mv.  apostolôn 22    22        13 

Hnd 5,2.19. act. ind. aor. 3de pers. enk. ethèken (hij legde) van het werkw. tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . Taalgebruik in het NT : tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . Bijbel (67) . OT (50) . NT (11) . Hnd (2) : (1) Hnd 4,37 . (2) Hnd 5,2 . Een vorm van tithèmi (zetten, plaatsen, maken) in de LXX (558) , in het NT (101) , in Hnd (23) .

Hnd 5,2.15. - 19. para tous podas tôn apostolôn (bij de voeten van de apostelen) . Bijbel (2) : (1) Hnd 4,37 (het werkw. ethèken staat vooraan) . (2) Hnd 5,2 (het werkw. ethèken staat achteraan) . De verhalen van Jozef Barnabas en van Anania met Safira komen hier samen .

Hnd 5,3 - Hnd 5,3 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3eipen de o petros, anania, dia ti eplèrôsen o satanas tèn kardian sou pseusasthai se to pneuma to agion kai nosfisasthai apo tès timès tou chôriou;   3 dixit autem Petrus Anania cur temptavit Satanas cor tuum mentiri te Spiritui Sancto et fraudare de pretio agri  3 En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands?    [3] Daarop zei Petrus: ‘Ananias*, hoe heeft de satan je zo in zijn greep kunnen krijgen dat je de heilige Geest bedriegt en iets achterhoudt van de opbrengst van het stuk grond? [3] Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden?  3 Maar Petrus zegt: Ananias, hoe heeft de satan je hart zo kunnen vervullen dat je de heilige Geest bedriegt en achterhoudt van de opbrengst van het stuk grond?–  3. « Ananie, lui dit alors Pierre, pourquoi Satan a-t-il rempli ton cœur, que tu mentes à l'Esprit Saint et détournes une partie du prix du champ ?  

King James Bible . [3] But Peter said, Ananias, why hath Satan filled thine heart to lie to the Holy Ghost, and to keep back part of the price of the land?
Luther-Bibel . 3 Petrus aber sprach: Hananias, warum hat der Satan dein Herz erfüllt, dass du den Heiligen Geist belogen und etwas vom Geld für den Acker zurückbehalten hast?

Tekstuitleg van Hnd 5,3 . Het vers Hnd 5,3 telt 24 (2³ X 3) woorden en 113 (priemgetal) letters . De getalwaarde van Hnd 5,3 is 13047 (3 X 4349) . In Hnd 5,1-2 was Ananias de handelende persoon , in Hnd 5,3-4 is Petrus aan het woord . De taal van Petrus is scherp . Je handeling is door de satan ingegeven . Je had je eigendom kunnen houden . Maar had hij dan tot de gemeenschap kunnen toetreden en gered worden ? Zijn bedrog en zijn leugen wordt geïnterpreteerd als een daad tegenover de heilige geest en tegenover God .

Hnd 5,3.1. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Hebr. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Hnd (75) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,8 . (3) Hnd 5,19 . (4) Hnd 5,35 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 

Hnd 5,3.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In Hnd 5 staat het Griekse de (echter) op de tweede plaats in het vers in 23 van de 42 verzen . In Hnd 4,36-37 is Jozef Barnabas onderwerp , in Hnd 5,1 is het Ananaias . In Hnd 5,1-2 was Ananias de handelende persoon , in Hnd 5,3-4 is Petrus aan het woord .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7

Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

Hnd 5,3.1. - 2. eipen de (hij zei echter) . NT (77) . Hnd () : (1) Hnd 1,7 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 5,3 . (4) Hnd 7,1 . (5) Hnd 7,33 . (6) Hnd 8,29 . (7) Hnd 8,37 . (8) Hnd 9,5 . (9) Hnd 9,15 . (10) Hnd 10,4 . (11) Hnd 11,12 . (12) Hnd 12,17 . (13) Hnd 18,9 . (14) Hnd 19,4 . (15) Hnd 21,39 . (16) Hnd 23,20 . (17) Hnd 25,10 . Hebr. wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Tenakh (1879) .

Hnd 5,3.3. bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (281) . Hnd 5 (13) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,13 . (5) Hnd 5,17 . (6) Hnd 5,21 . (7) Hnd 5,24 . (8) Hnd 5,26 . (9) Hnd 5,27 . (10) Hnd 5,30 . (11) Hnd 5,31 . (12) Hnd 5,32 . (13) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 

Hnd 5,3.4. eigennaam petros (Petrus) . Taalgebruik in het NT : petros (Petrus) . Taalgebruik in Lc : petros (Petrus) . Taalgebruik in Hnd : Petros (Petrus) . Nominatief mannelijk enkelvoud . Hnd (37) : (1) Hnd 1,13 . (2) Hnd 1,15 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 3,1 . (6) Hnd 3,4 . (7) Hnd 3,6 . (8) Hnd 3,12 . (9) Hnd 4,8 . (10) Hnd 4,19 . (11) Hnd 5,3 . (12) Hnd 5,8 . (13) Hnd 5,9 . (14) Hnd 5,29 . (15) Hnd 8,20 . (16) Hnd 9,34 . (17) Hnd 9,38 . (18) Hnd 9,39 . (19) Hnd 9,40 . (20) Hnd 10,5 . (21) Hnd 10,9 . (22) Hnd 10,14 . (23) Hnd 10,17 . (24) Hnd 10,18 . (25) Hnd 10,21 . (26) Hnd 10,26 . (27) Hnd 10,32 . (28) Hnd 10,34 . (29) Hnd 10,46 . (30) Hnd 11,2 . (31) Hnd 11,4 . (32) Hnd 12,5 . (33) Hnd 12,6 . (34) Hnd 12,11 . (35) Hnd 12,16 . (36) Hnd 12,18 . (37) Hnd 15,7 .

  petros (Petrus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. petros   100    100  15  13  23  37    37  60     

Hnd 5,3.1. - 4. eipen de ho petros (Petrus echter zei) . NT (3) : (1) Lc 18,28 . (2) Lc 22,60 . (3) Hnd 5,3 (sommige lezingen zonder het lidw. ho) . eipen ho petros (Petrus echter zei) . NT (1) : Hnd 3,6 .

Hnd 5,3.5. voc. mann. enk. anania (Anania / Ananias) . Zie : ananias (Ananias) . Taalgebruik in de Bijbel : Anananias (Ananias) . Bijbel (15) : (1) Jr 28,15 . (2) Da 1,7 . (3) Da 1,19 . (4) Da 2,17 . (5) Ezr 10,28 . (6) Neh 3,23 . (7) Neh 3,30 . (8) Neh 7,2 . (9) Neh 10,24 . (10) Neh 12,12 . (11) 1 Kr 3,19 . (12) 1 Kr 3,21 . (13) 1 Kr 8,24 . (14) Hnd 5,3 . (15) Hnd 9,10 .

Hnd 5,3.6. dia (door, omwille van, na) . Taalgebruik in NT : dia (door) . Taalgebruik in de LXX : dia (door) . Taalgebruik in Lc : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . Hnd (62) . Hnd 5 (3) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,12 . (3) Hnd 5,19 .

dia (door)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

Hnd 5,3.7. nom. en acc. onz. enk. ti van het voornaamw. voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis .Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (60) . Hnd (5) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,4 . (4) Hnd 5,9 . (5) Hnd 5,24 . (6) Hnd 5,35 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. ti  1132  617  415  62  60  66  57  60  102  188  245     

Hnd 5,3.6. - 7. dia ti (waarom) . NT (26) . Hnd (1) : Hnd 5,3 .

Hnd 5,3.8. act. ind. aor. 3de pers. enk. eplèrôsen (hij vervulde) van het werkw.plèroô (vervullen) . Taalgebruik in het NT : plèroô (vervullen) . Taalgebruik in Lc : plèroô (vervullen) . Taalgebruik in Hnd : plèroô (vervullen) . Gr. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het NT : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Hebr. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Hnd (3) : (1) Hnd 2,2 . (2) Hnd 3,18 . (3) Hnd 5,3 . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) . Een vorm van plèroô (vullen) in de LXX (112) , in het NT (86) , in Hnd (16) .

plèroô (vervullen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk Lc Hnd
act. ind. aor. 3de p. enk. eplèrôsen 11 7 4     1   3        

Hnd 5,3.9. bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (281) . Hnd 5 (13) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,13 . (5) Hnd 5,17 . (6) Hnd 5,21 . (7) Hnd 5,24 . (8) Hnd 5,26 . (9) Hnd 5,27 . (10) Hnd 5,30 . (11) Hnd 5,31 . (12) Hnd 5,32 . (13) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 

Hnd 5,3.10. Hebr. shâtân (Satan) . Taalgebruik in Tenakh : shâtân (Satan) . Getalswaarde : shin = 21 of 300 , thet = 9 , nun = 14 of 50 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 359 (priemgetal) . Tenakh (5) : (1) 1 K 5,18 . (2) 1 K 11,14 . (3) 1 K 11,23 . (4) 1 K 11,25 . (5) 1 Kr 21,1 . Gr. satanas (satan) . Taalgebruik in NT : satanas (satan) . 7 letters en getalswaarde : 753 (3 X 251) . Bijbel (17) : (1) Mt 12,26 . (2) Mc 3,23 . (3) Mc 3,26 . (4) Mc 4,15 . (5) Lc 11,18 . (6) Lc 13,16 . (7) Lc 22,3 . (8) Lc 22,31 . (9) Joh 13,27 . (10) Hnd 5,3 . (11) 1 Kor 7,5 . (12) 2 Kor 11,14 . (13) 1 Tes 2,18 . (14) Apk 2,13 . (15) Apk 12,9 . (16) Apk 20,2 . (17) Apk 20,7 . ho satanas (de satan) . Bijbel (15) . Niet in (1) Mc 3,23 . (2) Apk 20,2 . Een vorm van satanas (satan) in de LXX (1) , in het NT (36) , in Lc (5) : (1) Lc 10,18 . (2) Lc 11,18 . (3) Lc 13,16 . (4) Lc 22,3 . (5) Lc 22,31 , in Hnd (2) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 26,18 . In de naam satanas kunnen we sa van Saffira , de vrouw van Anania , en ana van Anania herkennen . Gr. satan (1) : 1 K 11,14 . Synoniem : diabolos (duivel, tegenwerper, tegenstander) . Taalgebruik in het NT : diabolos (duivel, tegenwerper, tegenstander) . Taalgebruik in de LXX : diabolos (duivel, tegenwerper, tegenstander) . L. diabolus . F. diable . E. devil . D. Teufel . Een vorm van diabolos (duivel, tegenwerper, tegenstander) in de LXX (22) , in het NT (37) , in Hnd (2) : (1) Hnd 10,38 . (2) Hnd 13,10 . Arabisch : saitân (Satan) . Taalgebruik in de Qoran : saitân (Satan) .

satanas bijbel  OT NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev.
nom. enk. satanas 17   17 1 3 4 1 1 3 4 8 9
voc. + gen. + dat. enk. 15   15 2 2     1 6 4 4 4
acc. enk. satanan 5 1 4 1 1 1     1   3 3
Totaal   37 1 36 4 6 5 1 2 10 8 15 16

9. - 10. ho satanas (14/17) . Niet in (2) Mc 3,23 . (16) Apk 20,2 .

11.

11. - 13. tèn kardian sou (zijn hart) .

Hnd 5,3.14. inf. aor. pseusasthai (te liegen) van het werkw. pseudomai (liegen, bedriegen) . Taalgebruik in de Bijbel : pseudomai (liegen, bedriegen) . Bijbel (2) : (1) Hnd 5,3 . (2) Heb 6,18 . Een vorm van pseudomai (liegen, bedriegen) in het OT (38) , in het NT (12) , in Hnd (2) . Het Griekse werkw. pseudomai (liegen, bedriegen) is in de LXX de vertaling van 4 Hebr. werkw. waaronder kâchasj (verloochenen, bedriegen, huichelen) . Zo in Lv 5,21 en Lv 5,22 .

Hnd 5,3.15 . persoonl. voornaamw. se van het persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Lc : persoonlijk voornaamwoord . Hnd (35) . Hnd 5 (2) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,9 .

Hnd 5,3.16. bepaald lidw. nom. en acc. onz. enk. to van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,7 . (4) Hnd 5,8 . (5) Hnd 5,9 . (6) Hnd 5,16 . (7) Hnd 5,21 . (8) Hnd 5,23 . (9) Hnd 5,28 . (10) Hnd 5,32 . (11) Hnd 5,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

Hnd 5,3.17. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (31) . Hnd 5 (3) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,32 . In Lc : X vormen van pneuma (geest) in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 : 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

  pneuma bijbel  OT  NT  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
1 nom.+ acc. onz. enk. pneuma 366 220 146 6 12 16 14 31 55 12 34 48

Hnd 5,3.18. bepaald lidw. nom. en acc. onz. enk. to van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,7 . (4) Hnd 5,8 . (5) Hnd 5,9 . (6) Hnd 5,16 . (7) Hnd 5,21 . (8) Hnd 5,23 . (9) Hnd 5,28 . (10) Hnd 5,32 . (11) Hnd 5,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

Hnd 5,3.19. nom. en acc. onz. enk. hagion van het bijvoegl. naamw. hagios (heilig) . Taalgebruik in het NT : hagios (heilig) . Taalgebruik in Lc : hagios (heilig) . Taalgebruik in Hnd : hagios (heilig) . Taalgebruik in de Septuaginta : hagios (heilig) . Hebr. qâdôsj (heilig) . Taalgebruik in Tenach : qâdôsj (heilig) . Lat. sanctus . Fr. saint . Ned. heilig . D. heilig . E. holy . Hnd (20) : (1) Hnd 1,16 . (2) Hnd 3,14 . (3) Hnd 4,27 . (4) Hnd 5,3 . (5) Hnd 5,32 . (6) Hnd 8,15 . (7) Hnd 8,17 . (8) Hnd 8,19 . (9) Hnd 10,44 . (10) Hnd 10,47 . (11) Hnd 11,15 . (12) Hnd 13,2 . (13) Hnd 15,8 . (14) Hnd 19,2 . (15) Hnd 19,6 . (16) Hnd 20,23 . (17) Hnd 20,28 . (18) Hnd 21,11 . (19) Hnd 21,28 . (20) Hnd 28,25 .

  hagios (heilig) bijbel  O.T.  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
3 nom. + acc. onz. enk. hagion 204 160 44 1 3 8 2 20 10   12 14

Hnd 5,3.16. - 19. to pneuma to hagion (de heilige geest) . Hnd (12) : (1) Hnd 1,16 . (2) Hnd 5,32 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 10,47 . (5) Hnd 11,15 . (6) Hnd 13,2 . (7) Hnd 15,8 . (8) Hnd 19,6 . (9) Hnd 20,23 . (10) Hnd 20,28 . (11) Hnd 21,11 . (12) Hnd 28,25 .

Hnd 5,3.20. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Hnd (660) . Hnd 5 (32 op 42 verzen) . Niet in (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,8 . (3) Hnd 5,13 . (4) Hnd 5,19 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,26 . (7) Hnd 5,30 . (8) Hnd 5,34 . (9) Hnd 5,35 . (10) Hnd 5,41 . Dit vers begint met kai (en) . Het vertelt verder wat in Hnd 5,1 begonnen is ; het onderwerp is hetzelfde als in Hnd 5,1 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 5,3.21. inf. aor. nosfisasthai (zich toe te eigenen) van het werkw. nosfidzô (stelen, roven, toeëigenen) . Taalgebruik in Tenakh : nosfidzô (stelen, roven, toeëigenen) . Eén van de vertalingen van het Hebr. werkw. mâ`al (bedriegen, zich toeëigenen, ontrouw zijn) . Bijbel (1) : Hnd 5,3 . Een vorm van nosfidzô (stelen, roven, toeëigenen) in het OT (2) : (1) Joz 7,1 . (2) 2 Mak 4,32 , in het NT (3) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Tit 2,10 . Eén van de vertalingen van het Hebr. werkw. mâ`al (bedriegen, zich toeëigenen, ontrouw zijn) . In Joz 7,1 lezen we de werkwoordvorm ind. aor. 3de pers. mv. enosfisanto (en zij bedrogen) . Sommige exegeten zien in Hnd 5,2 een verwijzing naar Arkan in Joz 7 . Een vorm van mâ`al (bedriegen, zich toeëigenen, ontrouw zijn) lezen we o.a. in Lv 5,15 , Lv 5,21 , Joz 7,1 . In dit versdeel wordt het eerste versdeel van Hnd 5,2 hernomen . Het voor zich houden van een deel van de opbrengst van het stuk grond wordt op de tweede plaats genoemd . De eerste aanklacht van Pertrus is die van het liegen tegen de heilige geest . Het liegen en bedriegen komt o.a. in Lv 5,21 voor .

Hnd 5,3.22. apo (af, van-weg) . afkorting ap' . Taalgebruik in het NT : apo (af , van-weg) . Voorzetsel . Hnd (93) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,38 . (4) Hnd 5,41 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
apo (af, van-weg)   2984 2544 440 82 33 73 19 93 115 25 188  207 
ap'  567  445  122  22  12  32  15  12  26  66  81 
af'  183  141  42    19  10  16 
totaal   3734 3130  604  105  45  114  40  111 160  29   264 304 

Hnd 5,3.23. bepaald lidw. gen. vr. enk. tès van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (164) . Hnd 5 (6) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,19 . (4) Hnd 5,20 . (5) Hnd 5,28 . (6) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
5. gen. vr. enk. tès 5271  4202  1069  107  65  109  72  164  430  122  281  353 

  lidw. enk. Hnd  Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
5. gen. vr. enk. tès 164  10  11 

    Hnd  Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
5. gen. vr. enk. tès 164 

Hnd 5,3.24. gen. vr. enk. timès van het zelfst. naamw. timè (prijs, waarde) . Taalgebruik in de Bijbel : timè (prijs, waarde) . Bijbel (20) : (1) Lv 5,15 . (2) Lv 5,18 . (3) Lv 5,25 . (4) Lv 27,15 . (5) Lv 27,23 . (6) Js 55,1 . (7) Ps 44,13 . (8) Job 31,39 . (9) 1 Mak 10,29 . (10) 1 Mak 14,21 . (11) Sir 3,11 . (12) Sir 45,12 . (13) Bar 6,24 . (14) Hnd 5,2 . (15) Hnd 5,3 . (16) Hnd 7,16 . (17) 1 Kor 6,20 . (18) 1 Kor 7,23 . (19) 1 Tim 5,17 . (20) 1 Tim 6,1 . Een vorm van timè (prijs, waarde) in de LXX (77) , in het NT (61) , in Hnd (6) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 5,2 . (3) Hnd 5,3 . (4) Hnd 7,16 . (5) Hnd 19,19 . (6) Hnd 28,10 .
- acc. vr. mv. timas (waarde) van het zelfst. naamw. Bijbel (4) . OT (2) . NT (2) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 19,19 .
Jozef Barnabas gaf de opbrengst af aan de apostelen , Anania en Safira behielden een gedeelte voor henzelf . Tussen het verkopen van een bezit en het aanbrengen aan de voeten van de apstelen staat deze zin (Hnd 5,2a) . Het is een handeling die Ananias en Safira stellen . In Hnd 5,3 heeft Petrus blijkbaar weet van het bedrog van Anania .

Hnd 5,3.22. - 24. apo tès timès (van de waarde) . NT (2) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 .

Hnd 5,3.25. mann. en onz. enk. tou (de) van het bepaald lidw. bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mt : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (269) . Hnd 5 () : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,24 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 5,31 . (5) Hnd 5,40 . (6) Hnd 5,41 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
4. gen. m. + onz. enk. tou 8480  6542  1938  234  116  272  196  269  673  178  622  818 

Hnd 5,3.26. chôrion (plaats, plek, landgoed) . Taalgebruik in het NT : chôrion (plaats, plek, landgoed) . Bijbel (6) . OT (1) : 2 Mak 12,21 . NT (5) : (1) Mt 26,36 . (2) Mc 14,32 . (3) Hnd 1,18 . (4) Hnd 1,19 . (5) Hnd 5,8 . Een vorm van chôrion (plaats, plek, landgoed) in de LXX (6) , in het NT (10) , in Hnd (7) : (1) Hnd 1,18 . (2) Hnd 1,19 . (3) Hnd 4,34 . (4) Hnd 5,3 . (5) Hnd 5,8 . (6) Hnd 28,7 . Hebr. kèrèm (landgoed, wijngaard) . Taalgebruik in Tenakh : kèrèm (landgoed, wijngaard) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 44 ( 4 X 11) OF 260 ( 2² X 5 X 13 OF 10 X 26) . Structuur : 2 - 2 - 4 . Som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (20) . Pentateuch (4) . Eerdere Profeten (7) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (4) . Aramees : chäqal (veld) . Arabisch : chaql .
- gen. onz. enk. chôriou . Bijbel (3) : (1) 2 Mak 12,7 . (2) Joh 4,5 . (3) Hnd 5,3 .
- gen. onz. mv. chôriôn (van landgoederen) . Bijbel (2) : (1) 1 Kr 27, 27 . (2) Hnd 4,34 .

Hnd 5,4 - Hnd 5,4 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4ouchi menon soi emenen kai prathen en tè sè exousia upèrchen; ti oti ethou en tè kardia sou to pragma touto; ouk epseusô anthrôpois alla tô theô.  4 nonne manens tibi manebat et venundatum in tua erat potestate quare posuisti in corde tuo hanc rem non es mentitus hominibus sed Deo  4 Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode.     [4] Het was vóór de verkoop je eigendom, en ook daarna kon je toch vrij over het geld beschikken? Wat heeft je bezield om zoiets te doen? Je hebt niet gelogen tegen de mensen, maar tegen God.’ [4] Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’  4 bleef het niet zolang het bij jou verbleef van jou?– en ook verkócht behoorde het toch onder jouw vrijmacht?– wát maakt dat je je deze handelwijze in het hart hebt gezet?– je hebt niet mensen bedrogen maar God!   4. Quand tu avais ton bien, n'étais-tu pas libre de le garder, et quand tu l'as vendu, ne pouvais-tu disposer du prix à ton gré ? Comment donc cette décision a-t-elle pu naître dans ton cœur ? Ce n'est pas à des hommes que tu as menti, mais à Dieu. » 

King James Bible . [4] Whiles it remained, was it not thine own? and after it was sold, was it not in thine own power? why hast thou conceived this thing in thine heart? thou hast not lied unto men, but unto God.
Luther-Bibel . 4 Hättest du den Acker nicht behalten können, als du ihn hattest? Und konntest du nicht auch, als er verkauft war, noch tun, was du wolltest? Warum hast du dir dies in deinem Herzen vorgenommen? Du hast nicht Menschen, sondern Gott belogen.

Tekstuitleg van Hnd 5,4 . Het vers Hnd 5,4 telt 27 (3³) woorden en 114 (12²) . De getalwaarde van Hnd 5,4 is 14510 (2 X 5 X 1451) . Bleef niet aan jou , wat aan jou blijft en was in jouw macht niet het verkochte ? Behoorde niet aan jou toe , wat aan jou toebehoort en was het verkochte niet in jouw macht ? OF : behoorde wel aan jou toe wat je toebehoort en was wat werd verkocht wel in jouw macht? Was het wel jouw eigendom of heb je die onrechtmatig verworven ? Dat zou betekenen dat zijn eigendom in feite niet zijn eigendom is , dat hij ten gelde maakt wat hem in feite niet toebehoort en dat hij een deel opnieuw zich onrechtmatig toeëigent . Het zou dus om crimineel geld gaan , waarmee een stuk grond wordt gekocht en dat dan wordt verkocht en waardoor crimineel geld wit wordt gewassen .

Hnd 5,4.1. ouchi (niet, neen) . Taalgebruik in het NT : ouchi (niet, neen) . Taalgebruik in de LXX : ouchi (niet, neen) . Bijbel (218) . OT (166) . NT (52) . Hnd (2) : (1) Hnd 5,4 . (2) Hnd 7,50 . Hebr. hälo´ (niet?) . Taalgebruik in Tenakh : hälo´ (niet?) . Tenakh (125) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (38) . Latere Profeten (15) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) .

Hnd 5,4.2. act. part. praes. nom. + acc. onz. enk. menon (blijvende) van het werkw. menô (blijven) . Taalgebruik in het N.T. : menô (blijven) . Taalgebruik in de LXX : menô (blijven) . Bijbel (3) : (1) Joh 1,33 . (2) Hnd 5,4 . (3) 2 Kor 3,11 . Een vorm van menô (blijven) in de LXX (89) , in het NT (118) . In de LXX is menô (blijven) de vertaling van 19 verschillende Hebreeuwse woorden .

Hnd 5,4.3. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan jou) . Zie : Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Bijbel (1310) . OT (1112) . NT (198) . Hnd (20) : (1) Hnd 3,6 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 7,3 . (4) Hnd 8,20 . (5) Hnd 8,21 . (6) Hnd 8,22 . (7) Hnd 9,6 . (8) Hnd 9,17 . (9) Hnd 10,33 . (10) Hnd 16,18 . (11) Hnd 18,10 . (12) Hnd 21,23 . (13) Hnd 22,10 . (14) Hnd 23,18 . (15) Hnd 24,13 . (16) Hnd 24,14 . (17) Hnd 26,1 . (18) Hnd 26,14 . (19) Hnd 26,16 . (20) Hnd 27,24 .

Hnd 5,4.4. act. ind. imperf. 3de pers. enk. emenen (hij bleef) van het werkw. menô (blijven) . Taalgebruik in het N.T. : menô (blijven) . Taalgebruik in de LXX : menô (blijven) . Bijbel (6) : (1) Jdt 8,7 . (2) 2 Mak 4,50 . (3) W 17,16 . (4) Lc 8,27 . (5) Hnd 5,4 . (6) Hnd 18,3 . Een vorm van menô (blijven) in de LXX (89) , in het NT (118) . In de LXX is menô (blijven) de vertaling van 19 verschillende Hebreeuwse woorden .

Hnd 5,4.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Hnd (660) . Hnd 5 (32 op 42 verzen) . Niet in (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,8 . (3) Hnd 5,13 . (4) Hnd 5,19 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,26 . (7) Hnd 5,30 . (8) Hnd 5,34 . (9) Hnd 5,35 . (10) Hnd 5,41 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 5,4.6. passief part. aor. nom. + acc. onz. enk. prathen (verkochte) van het werkw. pipraskô (verkopen) . Taalgebruik in de Bijbel : pipraskô (verkopen) . Hebr. mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Bijbel (1) : Hnd 5,4 . Een vorm van pipraskô (verkopen) in de LXX (32) , in het NT (9) , in Hnd (3) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,34 . (3) Hnd 5,4 . Een synoniem is : pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Hebr. mâkhar (markt?) OF sjâbhar . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Hnd (3) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,1 .

Hnd 5,4.7. en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . E. in . D. in . Fr. dans . Bijbel (11097) . NT (2154) . Hnd (226) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,4 . (2) Hnd 5,12 . (3) Hnd 5,18 . (4) Hnd 5,20 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,23 . (7) Hnd 5,25 . (8) Hnd 5,27 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,37 . (11) Hnd 5,42 .

Hnd 5,4.8. bepaald lidw. dat. vr. enk. tè(i) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (7) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,25 . (7) Hnd 5,31 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 

Hnd 5,4.9. nom. + dat. vr. enk. exousia(i) (macht) . Taalgebruik in het NT : exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in de LXX : exousia (gezag, macht) . Hnd (2) : (1) Hnd 1,7 . (2) Hnd 5,4 . Een vorm van exousia (gezag, macht) in de LXX (79) , in het NT (102) , in Hnd (7) .

  exousia (gezag, macht)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat vr. enk. exousia(i)   39  10  29    13  13 

Hnd 5,4.10. act. ind. imperf. 3de pers. enk. hupèrchen (hij bezat) van het werkw. huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) . Taalgebruik in het NT : huparchô (zijn) . Taalgebruik in de LXX : huparchô (zijn) . Voorvoegsel hupo onder , onderuit . archô : het hoofd zijn , beginnen , aan het hoofd staan , leiden , commanderen . Bijbel (15) . OT (10) . NT (5) : (1) Lc 8,41 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 10,12 . (4) Hnd 16,3 . (5) Hnd 28,7 . Een vorm van huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) in de LXX (157) , in het NT (60) , in Hnd (25) . zelfst. naamw. nom. en acc. vr. mv. huparxeis van het zelfst. naamw. huparxis (have, bezit, voorraad) . De vorm huparxeis in de Bijbel (3) : (1) Ez 26,21 . (2) Ez 28,19 (3) Hnd 2,45 . Een vorm van huparxis (have, bezit, voorraad) in de LXX (13) , in het NT (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Heb 10,34 .

Hnd 5,4.11. dia (door, omwille van, na) . Taalgebruik in NT : dia (door) . Taalgebruik in de LXX : dia (door) . Taalgebruik in Lc : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia : Hnd 5 (3) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,12 . (3) Hnd 5,19 .

dia (door)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

Hnd 5,4.12. nom. en acc. onz. enk. ti van het voornaamw. voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (60) . Hnd (5) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,4 . (4) Hnd 5,9 . (5) Hnd 5,24 . (6) Hnd 5,35 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. ti  1132  617  415  62  60  66  57  60  102  188  245     

Hnd 5,4.13. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in de Septuaginta : hoti (dat, omdat) . Hebr. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Tenach (3849) . Bijbel (4396) . NT (1183) . Hnd (114) . Hnd 5 (6) : (1) Hnd 5,4 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,23 . (4) Hnd 5,25 . (5) Hnd 5,38 . (6) Hnd 5,41 . Hebr.

Hnd 5,4.12. - 13. ti hoti (waarom - om wat) . NT (4) : (1) Mc 2,16 . (2) Lc 2,49 . (3) Hnd 5,4 . (4) Hnd 5,9 . lâmmâh (waarom) . Taalgebruik in Tenakh : lâmmâh (waarom) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 3 - 4 - 5 . Lat. quare . Fr. pourquoi . D. warum . E. wherefore . Tenakh (140) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (44) . Latere Profeten (16) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (42) . Petrus stelt een tweetal waarom-vragen . Het zijn echter geen vragen naar de motieven van Anania , want Anania zal niet eens de kans krijgen te antwoorden . Het zijn retorische vragen . Het zijn vragen in de zin van : hoe is het toch zover met jou kunnen komen ? Het zijn beschuldigende vragen .

Hnd 5,4.14. act. ind. aor. 2de pers. enk. ethou (jij stelde) van het werkw. tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . Taalgebruik in het NT : tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . Taalgebruik in de LXX : tithèmi (zetten, plaatsen, maken) . L. ponere . Fr. déposer . E. to ly down . D. legen . Hebr. sjîth . Een vorm van tithèmi (zetten, plaatsen, maken) in de LXX (558) , in het NT (101) , in Hnd (23) . Bijbel (21) . OT (20) . NT (1) : Hnd 5,4 .

Hnd 5,4.15. en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . E. in . D. in . Fr. dans . Bijbel (11097) . NT (2154) . Hnd (226) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,4 . (2) Hnd 5,12 . (3) Hnd 5,18 . (4) Hnd 5,20 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,23 . (7) Hnd 5,25 . (8) Hnd 5,27 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,37 . (11) Hnd 5,42 .

Hnd 5,4.16. bepaald lidw. dat. vr. enk. tè(i) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (7) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,25 . (7) Hnd 5,31 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 

Hnd 5,4.17. nom. + dat. vr. enk. kardia -(i)- (hart) . Taalgebruik in het NT : kardia (hart) . Taalgebruik in de LXX : kardia (hart) . Lat. cor , cordis . Fr. coeur . Ned. hart (k/c is een harde h geworden ; d -> t) . E. heart . D. Herz . Hnd (5) : (1) Hnd 2,26 . (2) Hnd 4,32 . (3) Hnd 5,4 . (4) Hnd 8,21 . (5) Hnd 28,27 . Een vorm van kardia (hart) in de LXX (963) , in het NT (156) , in Hnd (20) .
Hebr. lebh (hart) , cfr. N. lef . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . Tenakh (194) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (37) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (96) .
Arabisch : qalb (hart) . Taalgebruik in de Qoran : qalb (hart) . In qlb zit het Hebr. lb .

kardia (hart)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + dat. vr. enk. kardia(i)  477  426  51  10  19  22  26  16 

Om de gemeenschap te typeren spreekt de auteur van Hnd over eenheid (geestelijk) en gemeenschappelijkheid (materieel) (Hnd 4,32) . Hij gebruikt het beeld van het hart . Een hart pompt het bloed naar alle delen van het lichaam . Bloed is de drager van het leven . Wanneer het bloed vergiftigd wordt , leidt het tot een slecht functioneren van het hart en eventueel tot de dood (Hnd 5,4) .

Hnd 5,4.15. - 18. en tè(i) kardia(i) sou (in je hart) . NT (5) : (1) Mt 22,37 . (2) Hnd 5,4 . (3) Rom 10,6 . (4) Rom 10,8 . (5) Rom 10,9 . Hebr. (2) : (1) Js 47,10 (bhëlibbekh = in je hart ; suffix 2de pers. vr. enk.) . (2) Spr 2,10 (bhëlibbèkhâ = in je hart ; suffix 2de pers. mann. enk.) . `al lëbhâbhëkhâ (op je hart) . Tenakh (2) : (1) Dt 6,6 . (2) Ez 38,10 . bilëbhâbhëkhâ / bilëbhâbhèkhâ (in je hart) . Tenakh (17) : (1) Lv 19,17 . (2) Dt 7,17 . (3) Dt 8,2 . (4) Dt 8,17 . (5) Dt 9,4 . (6) Dt 18,21 . (7) 1 S 9,19 . (8) 1 S 14,7 . (9) 2 S 7,3 . (10) Js 14,13 . (11) Js 49,21 . (12) Jr 13,22 . (13) Ez 3,10 . (14) Spr 6,25 . (15) Job 10,13 . (16) Job 22,22 . (17) 1 Kr 17,2 . In je hart drukt uit wat zich in het binnenste van de mens aan gedachten , gevoelens , plannen afspeelt . Blijkbaar heeft Ananaia , zoals gepland , slechts een deel van de opbrengst bij Petrus gebracht . Anania had vrijmoedig alles moeten afgeven . Een gedeelte van de opbrengst voor jezelf houden kan blijkbaar niet . Misschien was de nood van de gemeenschap zo groot dat een persoonlijk bezit van een medegelovige een vloek was . Anania was solidair met medegelovigen , maar misschien niet van die aard dat hij ook totaal afhankelijk zou worden . Hij wilde wellicht een stukje zekerheid . Misschien is dat stukje zekerheid niet meer verantwoord als daardoor een ander in uiterste nood komt .

Hnd 5,4.19. bepaald lidw. nom. en acc. onz. enk. to van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,7 . (4) Hnd 5,8 . (5) Hnd 5,9 . (6) Hnd 5,16 . (7) Hnd 5,21 . (8) Hnd 5,23 . (9) Hnd 5,28 . (10) Hnd 5,32 . (11) Hnd 5,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

Hnd 5,4.20. pragma (daad, handeling) . Taalgebruik in het NT : pragma (daad, handeling) . Taalgebruik in de LXX : pragma (daad, handeling) . Bijbel (37) . OT (34) . NT (3) : (1) Hnd 5,4 . (2) 1 Kor 6,1 . (3) Gal 3,16 . Hebr. ma`äshèh (daad, werk) . Taalgebruik in Tenakh : ma`ashè (daad, werk) . Tenakh (93) . OF . Hebr. dâbhâr (woord, daad) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Tenakh (756) .

Hnd 5,4.21. nom. + acc. onz. enk. touto . Zie : aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het NT : houtos (deze) . Taalgebruik in de LXX : houtos (deze) . Hnd 5 (3) : (1) Hnd 5,4 . (2) Hnd 5,24 . (3) Hnd 5,38 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk. touto  1103  898  305  31  15  37  50 29            

Hnd 5,4.19. - 20. to pragma (de daad) . Hebr. hamma`äshèh (de daad, het werk) . Tenakh (12) : (1) Gn 44,15 . (2) Ex 18,20 . (3) Re 2,10 . (4) 1 S 20,19 . (5) 1 K 13,11 . (6) Ez 46,1 . (7) Pr 2,17 . (8) Pr 3,11 . (9) Pr 3,17 . (10) Pr 4,3 . (11) Pr 4,4 . (12) Pr 8,17 . OF : haddâbhâr (het woord) < lidw. ha + dâbhâr . h-d-b-r . Tenakh (228) .

Hnd 5,4.19. - 21. to pragma touto (deze daad) . OT (11) : (1) Gn 21,26 . (2) Gn 44,15 . (3) Ex 1,18 . (4) Dt 22,26 . (5) Joz 9,24 . (6) Re 6,29 . (7) 1 K 11,27 (touto to pragma) . (8) Jr 40,16 . (9) Est 7,5 . (10) 1 Kr 21,8 . (11) 1 Mak 9,10 . NT (1) : Hnd 5,4 .

Hnd 5,5 - Hnd 5,5 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5akouôn de o ananias tous logous toutous pesôn exepsuxen: kai egeneto fobos megas epi pantas tous akouontas. 5 audiens autem Ananias haec verba cecidit et exspiravit et factus est timor magnus in omnes qui audierant  5 En Ananias, deze woorden horende, viel neder en gaf den geest. En er kwam grote vrees over allen, die dit hoorden.    [5] Bij het horen van deze woorden viel Ananias neer en stierf, en alle omstanders werden door grote vrees bevangen. [5] Bij het horen van deze woorden viel Ananias neer en stierf, en iedereen wie dit ter ore kwam schrok hevig.   5 Als Ananias deze woorden hoort valt hij neer en blaast de laatste adem uit. Het geschiedt: ontzag komt over allen die het horen.  5. En entendant ces paroles, Ananie tomba et expira. Une grande crainte s'empara alors de tous ceux qui l'apprirent. 

King James Bible . [5] And Ananias hearing these words fell down, and gave up the ghost: and great fear came on all them that heard these things.
Luther-Bibel . 5 Als Hananias diese Worte hörte, fiel er zu Boden und gab den Geist auf. Und es kam eine große Furcht über alle, die dies hörten.

Tekstuitleg van Hnd 5,5 .

Hnd 5,5.1. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Lc : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken . Een vorm van akouô (horen) in de LXX (1069) , in het NT (427) . act. ind. part. praes. nom. mann. enk. akouôn (horende) . Hnd (1) : Hnd 5,5 .

akouô (horen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
part. pr. nom. m. enk. akouôn  31 18 13 4   3 2

1

1 2 7 9

Hnd 5,5.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In Hnd 5 staat het Griekse de (echter) op de tweede plaats in het vers in 23 van de 42 verzen .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7

Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

Hnd 5,5.1. - 2. akouôn de (horende echter) . Hebr. wellicht wajjisjëma` (en hij hoorde) < wë + act. ind. imperf. 3de pers. enk. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmâ` (horen, luisteren) . Tenakh (90) .

Hnd 5,5.3. bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (281) . Hnd 5 (13) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,13 . (5) Hnd 5,17 . (6) Hnd 5,21 . (7) Hnd 5,24 . (8) Hnd 5,26 . (9) Hnd 5,27 . (10) Hnd 5,30 . (11) Hnd 5,31 . (12) Hnd 5,32 . (13) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 

Hnd 5,5.4. Anananias (Ananias) . Taalgebruik in de Bijbel : Anananias (Ananias) . Bijbel (19) . OT (11) . NT (8) en wel in Hnd : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 9,10 . (4) Hnd 9,13 . (5) Hnd 9,17 . (6) Hnd 22,12 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 24,1 .

Hnd 5,5.5. acc. mann. mv. tous van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (10) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,11 . (5) Hnd 5,15 . (6) Hnd 5,18 . (7) Hnd 5,23 . (8) Hnd 5,24 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous   2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    

Hnd 5,5.6. acc. mann. mv. logous (woorden) van het zelfst. naamw. logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . Taalgebruik in Hnd. : logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het NT (331) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,22 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,24 . (4) Hnd 16,36 . Hebr. dëbharîm (woorden) .

  logos (woord) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
8 acc. mv. logous 286 264 22 6 1 3 2 4 1 5    

Hnd 5,5.5. - 7. tous logous toutous (deze woorden) . NT (12) : (1) Mt 7,24 . (2) Mt 7,26 . (3) Mt 7,28 . (4) Mt 19,1 . (5) Mt 26,1 . (6) Lc 9,28 . (7) Lc 9,44 . (8) Joh 10,19 . (9) Hnd 2,22 . (10) Hnd 5,5 . (11) Hnd 5,24 . (12) Hnd 16,36 .

Hnd 5,5.12. nom. mann. enk. zelfst. naamw. fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in het NT : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Lc : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Hnd : fobos (vrees, fobie) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 19,17 . In Hnd : 2 vormen van fobos (vrees, fobie) in 4 hoofdstukken en in 5 verzen : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 9,31 .  (5) Hnd 19,17 . Een vorm van (vrees, fobie) in de LXX (199) , in het NT (47) .

Hnd 5,5.12. - 13. fobos megas (een grote vrees) . NT (3) : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Apk 11,11 .

Hnd 5,5.17. akouontas (horende) . Tegenwoordig deelwoord accusatief mannelijk en vrouwelijk meervoud van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken . Een vorm van akouô (horen) in de LXX (1069) , in het NT (427) . In zes verzen in de bijbvel . Hnd (5) : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 17,8 . (5) Hnd 26,29 . Tenslotte : 1 Tim 4,16 .

Hnd 5,5.15. -17. pantas tous akouontas (al wie hoort) . In vier verzen in het NT : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 26,29 .

Hnd 5,5.15. - 18. pantas tous akouontas tauta (al wie dat hoort) . In drie verzen in het NT : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 17,8 .

Hnd 5,6 - Hnd 5,6 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6anastantes de oi neôteroi sunesteilan auton kai exenegkantes ethapsan.  6 surgentes autem iuvenes amoverunt eum et efferentes sepelierunt  6 En de jongelingen, opstaande, schikten hem toe, en droegen hem uit, en begroeven hem.   [6] Daarop wikkelden enkele jongemannen hem in linnen, droegen hem naar buiten en begroeven hem. [6] Enkele jongemannen wikkelden hem in een lijkwade, droegen hem naar buiten en begroeven hem.
6 De jonge mannen staan op, wikkelen hem in, dragen hem uit en begraven hem.   6. Les jeunes gens vinrent envelopper le corps et l'emportèrent pour l'enterrer.  

King James Bible . [6] And the young men arose, wound him up, and carried him out, and buried him.
Luther-Bibel . 6 Da standen die jungen Männer auf und deckten ihn zu und trugen ihn hinaus und begruben ihn.

Tekstuitleg van Hnd 5,6 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter) Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11 
de (echter) Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

6. passief part. aorist nom. + acc. onz. enk. prathen van het werkw. pipraskô (verkopen) . Taalgebruik in de Bijbel : pipraskô (verkopen) . Hebr. mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Een vorm van pipraskô (verkopen) in de LXX (32) , in het NT (9) , in Hnd (3) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,34 . (3) Hnd 5,4 . Actief imperfectum derde persoon meervoud epipraskon (en zij verkochten) van het werkw. In de bijbel enkel in Hnd 5,4 . Een synoniem is : pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Taalgebruik in Mc : pôleô (verkopen) . Hebr. mâkhar (markt?) OF sjâbhar . D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Hnd (3) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,1 .

Hnd 5,7 - Hnd 5,7 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7egeneto de ôs ôrôn triôn diastèma kai è gunè autou mè eiduia to gegonos eisèlthen.  7 factum est autem quasi horarum trium spatium et uxor ipsius nesciens quod factum fuerat introiit  7 En het was omtrent drie uren daarna, dat ook zijn vrouw daar inkwam, niet wetende, wat er geschied was;      [7] Na verloop van ongeveer drie uur kwam zijn vrouw binnen, onkundig van wat er gebeurd was. [7] Ongeveer drie uur later kwam zijn vrouw binnen, die niet wist wat er gebeurd was.  7 Het geschiedt met een afstand van zo’n drie uren: ook zijn vrouw komt binnen,– onwetend van wat is geschied.   7. Au bout d'un intervalle d'environ trois heures, sa femme, qui ne savait pas ce qui était arrivé, entra. 

King James Bible . [7] And it was about the space of three hours after, when his wife, not knowing what was done, came in.
Luther-Bibel . 7 Es begab sich nach einer Weile, etwa nach drei Stunden, da kam seine Frau herein und wusste nicht, was geschehen war.

Tekstuitleg van Hnd 5,7 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter) Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11 
de (echter) Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

13. bepaald lidw. nom. en acc. onz. enk. to van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,7 . (4) Hnd 5,8 . (5) Hnd 5,9 . (6) Hnd 5,16 . (7) Hnd 5,21 . (8) Hnd 5,23 . (9) Hnd 5,28 . (10) Hnd 5,32 . (11) Hnd 5,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
Hnd 5,8 - Hnd 5,8 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8apekrithè de pros autèn petros, eipe moi, ei tosoutou to chôrion apedosthe; è de eipen, nai, tosoutou.  8 respondit autem ei Petrus dic mihi si tanti agrum vendidistis at illa dixit etiam tanti  8 En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gijlieden het land voor zoveel verkocht? En zij zeide: Ja, voor zoveel.    [7] Na verloop van ongeveer drie uur kwam zijn vrouw binnen, onkundig van wat er gebeurd was. [8] Petrus richtte zich tot haar: ‘Zeg me of jullie het stuk grond voor zo en zoveel van de hand hebben gedaan?’ Zij zei: ‘Inderdaad, voor zoveel.’ [8] Petrus vroeg haar: ‘Zeg me, heb je het stuk grond voor dit bedrag verkocht?’ Ze antwoordde: ‘Ja, voor dit bedrag.’  8 Petrus antwoord haar: zeg mij, hebben jullie dat stuk grond voor zo–en–zoveel afgegeven? En zij zegt: ja, voor zo–en–zoveel.  8. Pierre l'interpella : « Dis-moi, le champ que vous avez vendu, c'était tant ? » Elle dit : « Oui, tant. »  

King James Bible . [8] And Peter answered unto her, Tell me whether ye sold the land for so much? And she said, Yea, for so much.
Luther-Bibel . 8 Aber Petrus sprach zu ihr: Sag mir, habt ihr den Acker für diesen Preis verkauft? Sie sprach: Ja, für diesen Preis.

Tekstuitleg van Hnd 5,8 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter) Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11 
de (echter) Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

3. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in de LXX : pros (naar, bij) . Hebr. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Hnd (122) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,8 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,35 .

pros (bij)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  3919  3272  647  41  62  158  91  122  166  261  352     

5. eigennaam petros (Petrus) . Taalgebruik in het NT : petros (Petrus) . Taalgebruik in Lc : petros (Petrus) . Taalgebruik in Hnd : Petros (Petrus) . Nominatief mannelijk enkelvoud . Hnd (37) : (1) Hnd 1,13 . (2) Hnd 1,15 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 3,1 . (6) Hnd 3,4 . (7) Hnd 3,6 . (8) Hnd 3,12 . (9) Hnd 4,8 . (10) Hnd 4,19 . (11) Hnd 5,3 . (12) Hnd 5,8 . (13) Hnd 5,9 . (14) Hnd 5,29 . (15) Hnd 8,20 . (16) Hnd 9,34 . (17) Hnd 9,38 . (18) Hnd 9,39 . (19) Hnd 9,40 . (20) Hnd 10,5 . (21) Hnd 10,9 . (22) Hnd 10,14 . (23) Hnd 10,17 . (24) Hnd 10,18 . (25) Hnd 10,21 . (26) Hnd 10,26 . (27) Hnd 10,32 . (28) Hnd 10,34 . (29) Hnd 10,46 . (30) Hnd 11,2 . (31) Hnd 11,4 . (32) Hnd 12,5 . (33) Hnd 12,6 . (34) Hnd 12,11 . (35) Hnd 12,16 . (36) Hnd 12,18 . (37) Hnd 15,7 .

  petros (Petrus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. petros   100    100  15  13  23  37    37  60     

10. bepaald lidw. nom. en acc. onz. enk. to van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,7 . (4) Hnd 5,8 . (5) Hnd 5,9 . (6) Hnd 5,16 . (7) Hnd 5,21 . (8) Hnd 5,23 . (9) Hnd 5,28 . (10) Hnd 5,32 . (11) Hnd 5,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

14. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter) Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11 
de (echter) Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

15. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in Lc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Hebr. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Hnd (75) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,8 . (3) Hnd 5,19 . (4) Hnd 5,35 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 
Hnd 5,9 - Hnd 5,9 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9o de petros pros autèn, ti oti sunefônèthè umin peirasai to pneuma kuriou; idou oi podes tôn thapsantôn ton andra sou epi tè thura kai exoisousin se.   9 Petrus autem ad eam quid utique convenit vobis temptare Spiritum Domini ecce pedes eorum qui sepelierunt virum tuum ad ostium et efferent te  9 En Petrus zeide tot haar: Wat is het, dat gij onder u hebt overeengestemd te verzoeken den Geest des Heeren? Zie, de voeten dergenen, die uw man begraven hebben, zijn voor de deur, en zullen u uitdragen.     [9] Toen zei Petrus tegen haar: ‘Hoe hebben jullie kunnen afspreken de Geest van de Heer uit te dagen? Ik hoor de voetstappen van hen die je man begraven hebben al bij de deur; zij zullen ook jou naar buiten dragen.’ [9] Daarop zei Petrus: ‘Hoe heb je durven besluiten om de Geest van de Heer te trotseren? Kijk, degenen die je man begraven hebben staan voor de deur, en ze zullen ook jou naar je graf dragen.’  9 Petrus tot haar: wát maakt dat door u samen ermee is ingestemd om de Geest van de Heer op de proef te stellen?– zie voor de deur de voeten van hen die je man begraven hebben: ook jou zullen ze uitdragen!   9. Alors Pierre : « Comment donc avez-vous pu vous concerter pour mettre l'Esprit du Seigneur à l'épreuve ? Eh bien ! voici à la porte les pas de ceux qui ont enterré ton mari : ils vont aussi t'emporter. »  

King James Bible . [9] Then Peter said unto her, How is it that ye have agreed together to tempt the Spirit of the Lord? behold, the feet of them which have buried thy husband are at the door, and shall carry thee out.
Luther-Bibel . 9 Petrus aber sprach zu ihr: Warum seid ihr euch denn einig geworden, den Geist des Herrn zu versuchen? Siehe, die Füße derer, die deinen Mann begraben haben, sind vor der Tür und werden auch dich hinaustragen.

Tekstuitleg van Hnd 5,9 .

1. bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (281) . Hnd 5 (13) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,13 . (5) Hnd 5,17 . (6) Hnd 5,21 . (7) Hnd 5,24 . (8) Hnd 5,26 . (9) Hnd 5,27 . (10) Hnd 5,30 . (11) Hnd 5,31 . (12) Hnd 5,32 . (13) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter) Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11 
de (echter) Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

3. eigennaam petros (Petrus) . Taalgebruik in het NT : petros (Petrus) . Taalgebruik in Lc : petros (Petrus) . Taalgebruik in Hnd : Petros (Petrus) . Nominatief mannelijk enkelvoud . Hnd (37) : (1) Hnd 1,13 . (2) Hnd 1,15 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 3,1 . (6) Hnd 3,4 . (7) Hnd 3,6 . (8) Hnd 3,12 . (9) Hnd 4,8 . (10) Hnd 4,19 . (11) Hnd 5,3 . (12) Hnd 5,8 . (13) Hnd 5,9 . (14) Hnd 5,29 . (15) Hnd 8,20 . (16) Hnd 9,34 . (17) Hnd 9,38 . (18) Hnd 9,39 . (19) Hnd 9,40 . (20) Hnd 10,5 . (21) Hnd 10,9 . (22) Hnd 10,14 . (23) Hnd 10,17 . (24) Hnd 10,18 . (25) Hnd 10,21 . (26) Hnd 10,26 . (27) Hnd 10,32 . (28) Hnd 10,34 . (29) Hnd 10,46 . (30) Hnd 11,2 . (31) Hnd 11,4 . (32) Hnd 12,5 . (33) Hnd 12,6 . (34) Hnd 12,11 . (35) Hnd 12,16 . (36) Hnd 12,18 . (37) Hnd 15,7 .

  petros (Petrus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. petros   100    100  15  13  23  37    37  60     

4. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in de LXX : pros (naar, bij) . Hebr. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Hnd (122) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,8 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,35 .

pros (bij)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  3919  3272  647  41  62  158  91  122  166  261  352     

6. nom. en acc. onz. enk. ti van het voornaamw. voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis .Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (60) . Hnd (5) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,3 . (3) Hnd 5,4 . (4) Hnd 5,9 . (5) Hnd 5,24 . (6) Hnd 5,35 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. ti  1132  617  415  62  60  66  57  60  102  188  245     

11. bepaald lidw. nom. en acc. onz. enk. to van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 5 (11) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,7 . (4) Hnd 5,8 . (5) Hnd 5,9 . (6) Hnd 5,16 . (7) Hnd 5,21 . (8) Hnd 5,23 . (9) Hnd 5,28 . (10) Hnd 5,32 . (11) Hnd 5,38 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

12. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (31) . Hnd 5 (3) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,32 . In Lc : X vormen van pneuma (geest) in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 : 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

  pneuma bijbel  OT  NT  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
1 nom.+ acc. onz. enk. pneuma 366 220 146 6 12 16 14 31 55 12 34 48

22. bepaald lidw. dat. vr. enk. tè(i) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (7) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,25 . (7) Hnd 5,31 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 

 

Hnd 5,10 - Hnd 5,10 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10epesen de parachrèma pros tous podas autou kai exepsuxen: eiselthontes de oi neaniskoi euron autèn nekran, kai exenegkantes ethapsan pros ton andra autès.   10 confestim cecidit ante pedes eius et exspiravit intrantes autem iuvenes invenerunt illam mortuam et extulerunt et sepelierunt ad virum suum   10 En zij viel terstond neder voor zijn voeten, en gaf den geest. En de jongelingen ingekomen zijnde, vonden haar dood en droegen ze uit, en begroeven haar bij haar man.     [10] Terstond viel ze voor zijn voeten neer en stierf. Toen de jongemannen binnenkwamen, vonden ze haar dood. Ze droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. [10] Onmiddellijk viel ze voor zijn voeten neer en stierf. Toen de jongemannen binnenkwamen, troffen ze haar dood aan. Ze droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man.   10 Terstond valt zij voor zijn voeten neer en blaast de laatste adem uit; en als de jongelingen weer binnenkomen vinden ze haar dood; ze dragen haar uit en begraven haar bij haar man.  10. A l'instant même elle tomba à ses pieds et expira. Les jeunes gens qui entraient la trouvèrent morte ; ils l'emportèrent et l'enterrèrent auprès de son mari.  

King James Bible . [10] Then fell she down straightway at his feet, and yielded up the ghost: and the young men came in, and found her dead, and, carrying her forth, buried her by her husband.
Luther-Bibel . 10 Und sogleich fiel sie zu Boden, ihm vor die Füße, und gab den Geist auf. Da kamen die jungen Männer und fanden sie tot, trugen sie hinaus und begruben sie neben ihrem Mann.

Tekstuitleg van Hnd 5,10 .

1. act. ind. aor. 3de pers. enk. epesen (hij / zij viel) van het werkw. piptô (vallen) . Taalgebruik in het NT : piptô (vallen) . Taalgebruik in de Septuaginta : piptô (vallen) . Hebr. nâphal = vallen . Taalgebruik in Tenakh : nâphal (vallen) . Eng. to fall . Lat. cadere . Fr. tomber . Hnd (4) : (1) Hnd 1,26 . (2) Hnd 5,10 . (3) Hnd 13,11 . (4) Hnd 20,9 . Een vorm van piptô (vallen) in de LXX (424) , in het NT (90) , in Hnd (7) . Hebr. : (1) act. qal perf. 3de pers. vr. enk. nâphëlâh (zij is gevallen) van het werkw. nâphal (vallen) . Tenakh (14) . (2) wathippol (en zij viel) . Tenakh (18) .

piptô (vallen)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. aor. 3de pers. enk. epesen 99  73  26  16  17   

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In Hnd 5 staat het Griekse de (echter) op de tweede plaats in het vers in 23 van de 42 verzen .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7

Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

3. parachrèma (dadelijk, op hetzelfde ogenblik) . Taalgebruik in het NT : parachrèma (dadelijk, op hetzelfde ogenblik) . Taalgebruik in Lc : parachrèma (dadelijk, op hetzelfde ogenblik) . Bijbel (33) . OT (8) . NT (18) . Hnd (6) : (1) Hnd 3,7 . (2) Hnd 5,10 . (3) Hnd 12,23 . (4) Hnd 13,11 . (5) Hnd 16,26 . (6) Hnd 16,33 .

4. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in de LXX : pros (naar, bij) . Hebr. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Hnd (122) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,8 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,35 .

pros (bij)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  3919  3272  647  41  62  158  91  122  166  261  352     

5. acc. mann. mv. tous van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (10) : (1) Hnd 5,2 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,11 . (5) Hnd 5,15 . (6) Hnd 5,18 . (7) Hnd 5,23 . (8) Hnd 5,24 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
16. acc. m. mv. tous   2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    

6. acc. mann. mv. podas (voeten) van het zelfst. naamw. pous , podos (voet) . Taalgebruik in de Bijbel : pous , podos (voet) . Een vorm van pous , podos (voet) in de LXX (301) , in het NT (93) , in de Hnd (19) . Bijbel (123) . OT (70) . NT (50) . Hnd (11) : (1) Hnd 4,35 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,2 . (4) Hnd 5,10 . (5) Hnd 7,58 . (6) Hnd 10,25 . (7) Hnd 14,10 . (8) Hnd 16,24 . (9) Hnd 21,11 . (10) Hnd 22,3 . (11) Hnd 26,16 .

4. - 6. para tous podas (bij de voeten) . NT (12) : (1) Mt 15,30 . (2) Lc 7,38 . (3) Lc 8,35 . (4) Lc 8,41 . (5) Lc 10,39 . (6) Lc 17,16 . (7) Hnd 4,35 . (8) Hnd 4,37 . (9) Hnd 5,2 . (10) Hnd 5,10 . (11) Hnd 7,58 . (12) Hnd 22,3 . Variante lezing Hnd 5,10 : pros... pros tous podas (bij de voeten) . NT (3) : (1) Mc 5,22 . (2) Mc 7,25 . (3) Apk 1,17 .

7. gen. mann. enk. autou van het voornaamw. autos (zijn - haar) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Hnd (118) . Hnd 5 (5) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,7 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,31 . (5) Hnd 5,37 .

autos (hij)  3de pers. enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
gen. mann. enk. autou  6883  5685  1198  225  143  220  150  118  256  86  588  738 

5. - 7. tous podas autou (zijn voeten) . Hebr. ragëlâ(j)w . Tenakh () . Pentateuch () . Eerdere Profeten () . Latere Profeten () . 12 Kleine Profeten () . Geschriften () .

4. - 7. para tous podas autou (naast zijn voeten) . NT (3) : (1) Lc 7,38 . (2) Lc 17,16 . (3) Hnd 5,10 . pros tous podas autou (bij zijn voeten) . NT (3) : (1) Mc 5,22 . (2) Mc 7,25 . (3) Apk 1,17 .

1. 4. - 7. wathippol `al ragëlâ(j)w (en zij viel bij zijn voeten) . Tenakh (2) : (1) 1 S 25,24 . (2) 2 K 4,37 .

11. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In Hnd 5 staat het Griekse de (echter) op de tweede plaats in het vers in 23 van de 42 verzen .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7

Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

19. act. aor. 3de pers. mv. ethapsan (en zij begroeven) van het werkw. thaptô (begraven) . Taalgebruik in Tenakh : thaptô (begraven) . L. sepelire (-> sepulchrum) . Fr. enterrer . E. to bury . D. begraben . Bijbel (43) . OT (40) . NT (3) : (1) Mt 14,12 . (2) Hnd 5,6 . (3) Hnd 5,10 . Een vorm van thaptô in het OT (177) , in het NT (11) : (1) Mt 8,21 . (2) Mt 8,22 . (3) Mt 14,12 . (4) Lc 9,59 . (5) Lc 9,60 . (6) Lc 16,22 . (7) Hnd 2,29 . (8) Hnd 5,6 . (9) Hnd 5,9 . (10) Hnd 5,10 . (11) 1 Kor 15,4 .

20. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het NT : pros (naar, bij) . Taalgebruik in de LXX : pros (naar, bij) . Hebr. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Hnd (122) . Hnd 5 (4) : (1) Hnd 5,8 . (2) Hnd 5,9 . (3) Hnd 5,10 . (4) Hnd 5,35 .

pros (bij)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  3919  3272  647  41  62  158  91  122  166  261  352     
Hnd 5,11 - Hnd 5,11 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai egeneto fobos megas ef olèn tèn ekklèsian kai epi pantas tous akouontas tauta.   11 et factus est timor magnus in universa ecclesia et in omnes qui audierunt haec   11 En er kwam grote vreze over de gehele Gemeente, en over allen, die dit hoorden.    [11] Heel de gemeente en allen die ervan hoorden werden door grote vrees bevangen. [11] De hele gemeente en allen die hiervan hoorden, werden door grote schrik bevangen.  11 Het geschiedt: er komt groot gezag over heel de vergadering en over allen die dit alles horen.   11. Une grande crainte s'empara alors de l'Église entière et de tous ceux qui apprirent ces choses.  

King James Bible . [11] And great fear came upon all the church, and upon as many as heard these things.
Luther-Bibel . 11 Und es kam eine große Furcht über die ganze Gemeinde und über alle, die das hörten.

Tekstuitleg van Hnd 5,11 .

3. nom. mann. enk. zelfst. naamw. fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in het NT : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Lc : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Hnd : fobos (vrees, fobie) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 19,17 . In Hnd : 2 vormen van fobos (vrees, fobie) in 4 hoofdstukken en in 5 verzen : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 9,31 .  (5) Hnd 19,17 . Geen verlammende vrees . Het heeft te maken met de Ene . Schrikwekkend .

13. akouontas (horende) . Tegenwoordig deelwoord accusatief mannelijk en vrouwelijk meervoud van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken . Een vorm van akouô (horen) in de LXX (1069) , in het NT (427) . In zes verzen in de bijbvel . Hnd (5) : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 17,8 . (5) Hnd 26,29 . Tenslotte : 1 Tim 4,16 .

11. - 13. pantas tous akouontas (al wie hoort) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . In vier verzen in het NT : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 26,29 .

11. - 14. pantas tous akouontas tauta (al wie dat hoort) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . In drie verzen in het NT : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 17,8 .

Eerste lezing op 2de (tweede) paaszondag C : Hnd 5,12-16 (Taalgebruik : Hnd 5,12-16) :
Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het volk. Allen waren eensgezind en kwamen te zamen in de Zuilengang van Salomo. Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen, hoezeer het volk hen ook prees. Steeds meer geloofden er in de Heer; mannen zowel als vrouwen sloten zich in grote groepen bij hen aan. Men bracht zelfs de zieken op straat, ze werden neergelegd de een op een bed, de ander op een draagbaar, in de hoop dat als Petrus voorbijging tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen. Zelfs uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe. Zij brachten zieken mee en mensen die van onreine geesten te lijden hadden; en allen werden genezen.

Hnd 5,12 - Hnd 5,12 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12dia de tôn cheirôn tôn apostolôn egineto sèmeia kai terata polla en tô laô: kai èsan omothumadon apantes en tè stoa solomôntos.   12 per manus autem apostolorum fiebant signa et prodigia multa in plebe et erant unianimiter omnes in porticu Salomonis  12 En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtelijk in het voorhof van Salomo.  Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het volk. Allen waren eensgezind en kwamen te zamen in de Zuilengang van Salomo.  [12] Door de handen van de apostelen gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk. Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo. [12] De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk. De gelovigen kwamen eensgezind bijeen in de zuilengang van Salomo,  12 ¶ Door de handen der apostelen geschieden vele taken en wonderen in de gemeenschap; allen in de zuilengang van Salomo zijn eensgezind.   12. Par les mains des apôtres il se faisait de nombreux signes et prodiges parmi le peuple... Ils se tenaient tous d'un commun accord sous le portique de Salomon,  

King James Bible . [12] And by the hands of the apostles were many signs and wonders wrought among the people; (and they were all with one accord in Solomon's porch.
Luther-Bibel . 12 Es geschahen aber viele Zeichen und Wunder im Volk durch die Hände der Apostel; und sie waren alle in der Halle Salomos einmütig beieinander.

Tekstuitleg van Hnd 5,12 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter) Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11 
de (echter) Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

 

6. nom. + mann. vr. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa, pan (ieder, elk) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd 2,1 . Hnd 2,4 . Hnd 2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 .

6. gen. mann. mv. apostolôn (apostelen) van het zelfst. naamw. apostolos (apostel, gezondene) . Taalgebruik in het NT : apostolos (apostel) . Een vorm van apostolos (apostel) in NT (80) , in Hnd (28) . Bijbel (22) . Hnd (13) : (1) Hnd 1,26 . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 .

  apostolos (apostel)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P..  A. b.. 
6 gen. mann. mv.  apostolôn 22    22        13 

7. ind. imperf. 3de pers. enk. egineto van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Taalgebruik in Hnd : ginomai (worden) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,43 .  (2) Hnd 5,12 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Hnd (118) , in Hnd 5 (6) : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . In Hnd : X vormen van ginomai (worden, gebeuren) in 25 hoofdstukken en in 118 verzen .

17. homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) . Taalgebruik in NT : homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) . homoios : gelijkend . thumos : opwelling , hardstocht . Bijwoord . In veertig verzen in de bijbel . In negenentwintig verzen in het OT . In elf verzen in het NT . In tien verzen in Hnd . In één vers in Rom . (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,46 . (3) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 7,57 . (6) Hnd 8,6 . (7) Hnd 12,20 . (8) Hnd 15,25 . (9) Hnd 18,12 . (10) Hnd 19,29 .

20. bepaald lidw. dat. vr. enk. tè(i) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (122) . Hnd 5 (7) : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,4 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 5,22 . (6) Hnd 5,25 . (7) Hnd 5,31 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 

 

Hnd 5,13 - Hnd 5,13 : Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13tôn de loipôn oudeis etolma kollasthai autois, all emegalunen autous o laos:   13 ceterorum autem nemo audebat coniungere se illis sed magnificabat eos populus  13 En van de anderen durfde niemand zich bij hen voegen; maar het volk hield hen in grote achting.   Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen, hoezeer het volk hen ook prees.   [13] Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten, maar het volk sprak met grote waardering over hen. [13] en ofschoon niemand zich daar bij hen durfde te voegen, sprak het volk vol lof over hen.  13 Van de overigen heeft niemand hen durven hinderen; nee, de gemeenschap heeft hen grootgemaakt.  13. et personne d'autre n'osait se joindre à eux, mais le peuple célébrait leurs louanges.  

King James Bible . [13] And of the rest durst no man join himself to them: but the people magnified them.
Luther-Bibel . 13 Von den andern aber wagte keiner, ihnen zu nahe zu kommen; doch das Volk hielt viel von ihnen.

Tekstuitleg van Hnd 5,13 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter) Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11 
de (echter) Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

11. bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (281) . Hnd 5 (13) : (1) Hnd 5,3 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,9 . (4) Hnd 5,13 . (5) Hnd 5,17 . (6) Hnd 5,21 . (7) Hnd 5,24 . (8) Hnd 5,26 . (9) Hnd 5,27 . (10) Hnd 5,30 . (11) Hnd 5,31 . (12) Hnd 5,32 . (13) Hnd 5,37 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 
Hnd 5,14 - Hnd 5,14 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14mallon de prosetithento pisteuontes tô kuriô plèthè andrôn te kai gunaikôn,   14 magis autem augebatur credentium in Domino multitudo virorum ac mulierum  14 En er werden meer en meer toegedaan, die den Heere geloofden, menigten beide van mannen en van vrouwen;   Steeds meer geloofden er in de Heer; mannen zowel als vrouwen sloten zich in grote groepen bij hen aan.   [14] Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden, grote groepen mannen en vrouwen; [14] Steeds meer mensen gingen in de Heer geloven, een groot aantal mannen zowel als vrouwen,   14 Meer en meer zijn er toegevoegd die gaan geloven in de Heer,– menigten mannen zowel als vrouwen,  14. Des croyants de plus en plus nombreux s'adjoignaient au Seigneur, un multitude d'hommes et de femmes.  

King James Bible . [14] And believers were the more added to the Lord, multitudes both of men and women.)
Luther-Bibel . 14 Desto mehr aber wuchs die Zahl derer, die an den Herrn glaubten - eine Menge Männer und Frauen -,

Tekstuitleg van Hnd 5,14 .

2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7
de (echter)