DE BRIEF VAN JUDAS - Jud -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jud (Judas) -

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Overzicht :
Uitleg per pericope :
Uitleg vers per vers : - Jud 1,1 - Jud 1,2 - Jud 1,3 - Jud 1,4 - Jud 1,5 - Jud 1,6 - Jud 1,7 - Jud 1,8 - Jud 1,9 - Jud 1,10 - Jud 1,11 - Jud 1,12 - Jud 1,13 - Jud 1,14 - Jud 1,15 - Jud 1,16 - Jud 1,17 - Jud 1,18 - Jud 1,19 - Jud 1,20 - Jud 1,21 - Jud 1,22 - Jud 1,23 - Jud 1,24 - Jud 1,25 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.bible-history.com/isbe/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 3 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Jud 1,1 - Jud 1,1 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
1Βίβλος γενέσεως Ἰησοῦ Χριστοῦ υἱοῦ Δαυὶδ υἱοῦ Ἀβραάμ              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,1 .

Jud 1,1.2. gen. mann. enk. ιησου = Ièsou (Jezus) van het zelfst. naamw. ιησους = ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in de LXX : Ièsous (Jezus) . In Mc en Lc wordt de naam Jezus relatief weinig gebruikt . In de evangelies wordt de naam Christus zeer weinig gebruikt , maar des te overvloediger in de Brieven . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 .

  Ièsous (Jezus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. Ièsous 604  149  455  110 57 55 194 10 28 1 4 2 1 0 1 1 2 2 3 0 0 0 5 0 0 1 5 0 0 0 1 222 416
2 voc. + gen. + dat. mann. enk. Ièsou 348  35  313  25 13 18 18 32 196 29 17 11 14 18 19 5 12 10 10 11 4 5 4 2 9 7 4 1 0 4 11 56 74
3 acc. mann. enk. Ièsoun 163  39  124  15 11 14 26 27 31 6 2 4 2 1 1 1 2 0 0 1 0 1 5 0 0 0 0 3 1 1 0 40 66
  totaal 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12 318 556

- Hebreeuws . יְהוֹשֻׁעַ = jëhôsju`a (Jozua) . Taalgebruik in Tenakh : jëhôsju`a (Jozua) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 3 - 7 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (177) . Pentateuch (16) . Eerdere Profeten (152) . Joz (142) . Re (6) . 1 S (2) . 1 K (1) . 2 K (1) . Jozua was degene die het volk van Israël het land binnenleidde .
- יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Grieks . σῳζω = sôzô (redden, verlossen) . Taalgebruik in het NT : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) .
- L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . Ned. heiland . D. Heiland . Arabisch : = najada (redden, helpen) . Taalgebruik in de Qoran : najada (redden, helpen) . Hebr. מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (de reddende) act. part. hifil nom. mann. enk. van het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) , is heel nauw verwant wat letters betreft : מָשַׁח = mâsjach (zalven) . (מָשִׁיחַ =mâsjîach = gezalfde, messias, G. χριστος = christos = Christus) . Een vorm van σῳζω = sôzô (redden) in de LXX (363) , in het NT (106) .

Jud 1,1.3. gen. mann. enk. χριστου = christou (van Christus) van het zelfst. naamw. χριστος = christos (gezalfde, Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Taalgebruik in de LXX : christos (Christus) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Een vorm van χριστος = christos (gezalfde, Christus) in het OT (50) , in het NT (529) . Het Griekse woord χριστος = christos (Christus) is de vertaling van het Hebreeuwse massiach (gezalfde, messias). Jezus was zijn geboortenaam, Christus is een bijnaam om hem als de messias aan te duiden . In de Brieven wordt de term Christus veelvuldig gebruikt . Het is niet omdat de term Christus zo weinig voorkomt in de evangelies , dat de visie van Paulus niet overheersend zou zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud 
gen. Christou 251 11 240 5 2 0 1 7 8 11 214 27 24 30 15 20 17 11 6 7 8 5 4 4 6 2 14 6 2 2   4
totaal 555 38 517 16 7 12 18 35 53 25 432 65  61  44  36  46  37  25  10  10  14  13  12  21   

- Hebreeuws . מָשִׁיחַ = mâsjîach (messias , gezalfde) . Zie het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . m-sj-j-ch . Tenakh (11) : (1) 1 S 24,7 . (2) 1 S 24,11 . (3) 1 S 26,16 . (4) 2 S 1,14 . (5) 2 S 1,16 . (6) 2 S 1,21 . (7) 2 S 19,22 . (8) 2 S 23,1 . (9) Kl 4,20 . (10) Da 9,25 . (11) Da 9,26 .

Jud 1,1.2. - 3. ιησου χριστου = Ièsou Christou (Jezus Christus) . NT (146) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Slechts in vier verzen in de evangelies : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,18 . (3) Mc 1,1 . (4) Joh 1,17 . Hnd (11) . Brieven (125) . Apk (6) . We hebben reeds gewezen op de gelijkenissen tussen de 2 woorden in het Hebreeuws . Het is opvallend dat in de Brieven de namen van Jezus en Christus zo sterk aan elkaar gelinkt zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk
een vorm van Ièsous Christos     178 3 1 0 2     16   23 15 10 8 11 9 3 8 10 6 6 4 3 3 2 8 7 8 2   4 6
een vorm van Christos Ièsous     74             4   10 6 1 8 8 11 3 2   7 8   3 1   2            
totaal     252 3 1 0 2     20   33 21 11 16 19 20 6 10 10 13 14 4 6 3 2 10 7 8 2   4 6
totaal een vorm van Ièsous 1115  223  892  150 81 87 238     69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12
                                                                   
gen. Issou Christou     140 2 1 0 1 3 4 9  

21

10 8 7 10 7 3 7 8 5 4 4 3 2 2 8 6 3 1   4 6
gen. Christou Ièsou     6                         1 3         1 1                    

Jud 1,1.4. δουλος = doulos (dienaar) . Taalgebruik in het NT : doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Jud (1) : Jud 1,1 .

  doulos (dienaar) bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk syn. ev. P. A. b.
1 nom. enk.doulos 110 76 34 8 1 6 5   13 1 15 20  10  3
  Totaal   430 315 115 29 4 26 11 2 32 11 59 70  27  5

Jud 1,1.2. - 4. ιησου χριστου δουλος = doulos ièsou christou (dienaar van Jezus Christus) . Bijbel (2) : (1) 1 Jak 1,1 . (2) Jud 1,1 . b

Jud 1,1.5. nom. mann. enk. αδελφος = adelfos (broer) . Taalgebruik in het NT : adelfos (broer) . Taalgebruik in de LXX : adelfos (broer) . Jud (1) : Jud 1,1 . Een vorm van αδελφος = adelfos (broer) in de LXX (924) , in het NT (343) .

  adelfos (broer) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
1 nom. enk. adelfos 147 107 40 7 4 4 6 18 1 15 21
  Totaal   1106 770 336 37 29 23 14 57 181 5 79 93

- Hebreeuws . mann. enk. אָח = ´âch (broer) .Taalgebruik in Tenakh : ´ach (broer) . Getalwaarde = aleph = 1 , chet = 8 ; totaal : 9 (3²) . Structuur : 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 9 .
- L. frater . Fr. frère . Ned. broer . E. brother . D. Bruder . Arab. ´ach . Taalgebruik in de Qoran : ´ach (broer) .

Jud 1,1.6. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

Jud 1,1.7.

  iakôbos   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
3 gen. mann. enk. iakôbou   13    13  1 : Mt 27,56 . 2 : (1) Lc 6,16 . (2) Lc 24,10 .   1 2 : (1) Gal 2,12 . (2) Jud 1,1 .   10 : (1) Mt 27,56 // Mc 15,40 . (2) Mc 16,1 // Lc 24,10 . 10 
  totaal 41    41  15      29  29 

Jud 1,1.8. dat. mann. en onz. mv. τοις = tois . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Jud (2) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,3 .

  lidw. mv. bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
14. dat. m. + onz. mv. tois 2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17  208  244 
  Totaal   23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Jud 1,1.9. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Jud 1,1.10. dat. mann. enk. θεῳ = theô(i). ( - in - God) van het zelfst. naamw. θεος = theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Jud (2) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,25 .

theos (God)  bijbel  OT NT Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
dat.  enk. theô(i) 433  279  154  110  27  14  12        97  13 
Totaal   4132  2908  1224  695 144  93  70   30  31  23  20  35  17  21  13  12  65  15  36  52  4 576  119 

Jud 1,1.11. dat. mann. enk. πατρι = patri (aan vader) van het zelfst. naamw. πατηρ = patèr (vader) . Taalgebruik in het NT : patèr (vader) . Taalgebruik in de LXX : patèr (vader) . God als Vader wordt geformuleerd in combinatie met de Heer Jezus Christus . In de Tenakh staat de algemene naam God en de eigennaam JHWH . In het NT staat de algemene naam God (θεος = theos) en de eigennaam Vader (πατηρ = patèr) . De term Vader specificeert de term God .

patèr (vader) enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br Apk syn  ev. 
dat. mann. enk. patri  109  76  33  13  11  18 
totaal 1093  749  344  60  17  48  121  11  82  125  246 

patèr (vader) enk. bijbel OT NT Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.  A.B. 
dat. enk. patri  109  76  33  13                        10 
totaal 1093  749  344  82  11 11  10    60  22 

- Hebreeuws . אַב = ´abh (vader) . Taalgebruik in Tenakh : ´abh (vader) . Getalwaarde : alelph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 . Structuur : 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 .
- Lat. pater . Fr. père . Ned. vader . E. father . D. Vater . Arabisch : اَب = ´ab (vader) . Taalgebruik in de Qoran : ´ab (vader) .

Jud 1,1.10. -11. θεῳ πατρι = theôi patri (God Vader) . en theôi patri (in God Vader) . In drie verzen in het NT : (1) 1 Tes 1,1 . (2) 2 Tes 1,1 . (3) Jud 1,1 . De uitdrukking in God (al dan niet met lidwoord en tôi theôi of en theôi) komt in twaalf verzen in het N.T. voor . De combinatie van theôi patri (God Vader) zonder kai (en) tussen beide woorden kan wellicht onder invloed van de begroetingswens die hierop volgt .

  N.T.   Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul.  Ap. br. 
en tôi theôi  7                               5
en theôi                                   
totaal  12  11          1                  

Jud 1,1.9. - 11. εν θεῳ πατρι = en theôi patri (in / door God Vader) . NT (3) : (1) 1 Tes 1,1 . (2) 2 Tes 1,1 . (3) Jud 1,1 . De uitdrukking in God (al dan niet met lidwoord en tôi theôi of en theôi) komt in twaalf verzen in het NT voor .

Jud 1,1.12. pass. perf. part. dat. mann. mv. ègapèmenois (aan degenen die bemind worden) van het werkw. αγαπαω = agapaô (liefhebben) . Taalgebruik in het NT : agapaô (liefhebben) . Taalgebruik in de LXX : agapaô (liefhebben) .

Jud 1,1.13. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Jud 1,1.14.gen. en dat. mann. enk. ιησου = Ièsou (Jezus) van het zelfst. naamw. ιησους = ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in de LXX : Ièsous (Jezus) . In Mc en Lc wordt de naam Jezus relatief weinig gebruikt . In de evangelies wordt de naam Christus zeer weinig gebruikt , maar des te overvloediger in de Brieven . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 .

  Ièsous (Jezus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. Ièsous 604  149  455  110 57 55 194 10 28 1 4 2 1 0 1 1 2 2 3 0 0 0 5 0 0 1 5 0 0 0 1 222 416
2 voc. + gen. + dat. mann. enk. Ièsou 348  35  313  25 13 18 18 32 196 29 17 11 14 18 19 5 12 10 10 11 4 5 4 2 9 7 4 1 0 4 11 56 74
3 acc. mann. enk. Ièsoun 163  39  124  15 11 14 26 27 31 6 2 4 2 1 1 1 2 0 0 1 0 1 5 0 0 0 0 3 1 1 0 40 66
  totaal 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12 318 556

- Hebreeuws . יְהוֹשֻׁעַ = jëhôsju`a (Jozua) . Taalgebruik in Tenakh : jëhôsju`a (Jozua) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 3 - 7 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (177) . Pentateuch (16) . Eerdere Profeten (152) . Joz (142) . Re (6) . 1 S (2) . 1 K (1) . 2 K (1) . Jozua was degene die het volk van Israël het land binnenleidde .
- יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Grieks . σῳζω = sôzô (redden, verlossen) . Taalgebruik in het NT : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) .
- L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . Ned. heiland . D. Heiland . Arabisch : = najada (redden, helpen) . Taalgebruik in de Qoran : najada (redden, helpen) . Hebr. מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (de reddende) act. part. hifil nom. mann. enk. van het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) , is heel nauw verwant wat letters betreft : מָשַׁח = mâsjach (zalven) . (מָשִׁיחַ =mâsjîach = gezalfde, messias, G. χριστος = christos = Christus) . Een vorm van σῳζω = sôzô (redden) in de LXX (363) , in het NT (106) .

Jud 1,1.17. klètos (geroepen) . Taalgebruik : klètos (geroepen) . Vergelijk het werkwoord kaleô (roepen) , verwant met het Hebreeuwse qärä (roepen) ?

klètos (geroepen) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev. P. A. b.
dat. mv. klètois 5             5 : (1) Rom 1,7 . (2) Rom 8,28 . (3) 1 Kor 1,2 . (4) 1 Kor 1,24 . (5) Jud 1,1 .       1
Totaal   14 4 10 1         8 1 1 1

Jud 1,2 - Jud 1,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
. 2Ἀβραὰμ ἐγέννησεν τὸν Ἰσαάκ, Ἰσαὰκ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰακώβ, Ἰακὼβ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰούδαν καὶ τοὺς ἀδελφοὺς αὐτοῦ,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,2 .

Jud 1,2.1. חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) . Taalgebruik in Tenakh : chèsèd (liefde, barmhartigheid) . Getalwaarde : chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal : 27 (3 X 9) of 72 (8 X 9) . Structuur : 8 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (76) . Pentateuch (12) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (31) . Pentateuch (12) : (1) Gn 24,12 . (2) Gn 24,14 . (3) Gn 24,49 . (4) Gn 39,21 . (5) Gn 40,14 . (6) Gn 47,29 . (7) Ex 20,6 . (8) Ex 34,6 . (9) Ex 34,7 . (10) Lv 20,17 . (11) Nu 14,18 . (12) Dt 5,10 . Ps (19) : (1) Ps 18,51 . (2) Ps 25,10 . (3) Ps 32,10 . (4) Ps 33,5 . (5) Ps 52,3 . (6) Ps 61,8 . (7) Ps 62,13 . (8) Ps 85,11 . (9) Ps 86,5 . (10) Ps 86,15 . (11) Ps 89,3 . (12) Ps 89,15 . (13) Ps 100,1 . (14) Ps 103,4 . (15) Ps 103,8 . (16) Ps 109,12 . (17) Ps 109,16 . (18) Ps 141,5 . (19) Ps 145,8 . Een vorm van חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) in Tenakh (236) . חֶסֶד = chèsèd van Tenakh wordt in de LXX door 17 verschillende Griekse woorden weergegeven .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk. ελεος = eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in het NT : eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in de Septuaginta : eleos (barmhartigheid) . Ex (2) : (1) Ex 20,6 . (2) Ex 34,7 . ελεος = eleos kan de vertaling zijn van 7 verschillende Hebreeuwse woorden . Jud (2) : (1) Jud 1,2 . (2) Jud 1,25 .

  eleos  Lc Lc 1 Lc 10 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. eleos (1) Lc 1,50 . (2)  Lc 1,58 . (3) Lc 1,72 . (4) Lc 10,37 226  207  19  3 : (1) Mt 9,13 . (2) Mt 12,7 . (3) Mt 23,23 .       12   
gen. onz. enk. eleous   (1) Lc 1,54 .  (2) Lc 1,78 .   33  28           
                                 

- Lat. misericordia . Fr. misericorde . E. mercy . N. barmhartigheid . D. Barmherzigkeit .

Jud 1,2.2. dat. mann. mv. ὑμιν = humin van het persoonlijk voornaamwoord 2de pers. nom. mann. mv. ὑμεις = humeis (jullie) . Zie Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Hud (3) : (1) Jud 1,2 . (2) Jud 1,3 . (3) Jud 1,18 .

  èmeis (wij) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Apk syn.  ev.   Br Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A.  
3 dat. mv. hèmin  470  310  160  103 34 90 84 32 5 227 63  64           14    3 43  21 
  totaal 2484  1693  791  224 69 205 219 116 11 498  179  478  55  47  96  20  27  13  43  21  15  29  23  36  393  85 

Jud 1,2.3. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

4. ειρηνη = eirènè (vrede) . Taalgebruik in het NT : eirènè (vrede) . Taalgebruik in de LXX : eirènè (vrede) . Een vorm van ειρηνη = eirènè (vrede) in de LXX (294) , in het NT (91) . Jud (1) : Jud 1,2 .

eirènè (vrede) bijbel OT NT syn. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb
nom. + dat.vr. enk. eirènè(i) 151  105  46  10  25  4 : (1) Rom 1,7 . (2) Rom 2,10 . (3) Rom 8,6 . (4) Rom 14,17 . 3 : (1) 1 Kor 1,3 . (2) 1 Kor 7,15 . (3) 1 Kor 16,11 . 1 : 2 Kor 1,2 . 3 : (1) Gal 1,3 . (2) Gal 5,22 . (3) Gal 6,16 . 3 : (1) Ef 1,2 . (2) Ef 2,14 . (3) Ef 6,23 . 2 : (1) Fil 1,2 . (2) Fil 4,7 . 2 : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 3,15 . 2 : (1) 1 Tes 1,1 . (2) 1 Tes 5,3 . 1 : 2 Tes 1,2 . 1 : 1 Tim 1,2 . 1 : 2 Tim 1,2 . 1 : Tit 1,4 . 1 : Film3 .  
Totaal  321  234  87  16  21  43 10 

- Lat. pax . Fr. paix . E. peace . Ned. vrede . D. Friede .

Jud 1,2.5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


Jud 1,3 - Jud 1,3 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3Ἰούδας δὲ ἐγέννησεν τὸν Φάρες καὶ τὸν Ζάρα ἐκ τῆς Θαμάρ, Φάρες δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἑσρώμ, Ἑσρὼμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀράμ,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,3 .

Jud 1,3.1. nom. + voc. mann. mv. = agapètoi (beminden) van het bijvoegl. naamw. αγαπητος = agapètos (beminde, geliefde) . Zie het werkw. αγαπαω = agapaô (liefhebben) . Taalgebruik in het NT : agapaô (liefhebben) . Taalgebruik in de LXX : agapaô (liefhebben) . Bijbel (31) . OT (2) . NT (29) . Een vorm van αγαπητος = agapètos (beminde, geliefde) in de LXX (24) , in het NT (61) .

2. acc. vr. enk. = pasan van het bijvoegl. naamw. πας = pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
9 acc. vr. enk. pasan  380  329  51  26  13  14 
  Totaal 6697  5530  1167 122  66  157  62  167  540  53  345  407 

Jud 1,3.6. dat. mann. mv. ὑμιν = humin van het persoonlijk voornaamwoord 2de pers. nom. mann. mv. ὑμεις = humeis (jullie) . Zie Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Hud (3) : (1) Jud 1,2 . (2) Jud 1,3 . (3) Jud 1,18 .

  èmeis (wij) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Apk syn.  ev.   Br Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A.  
3 dat. mv. hèmin  470  310  160  103 34 90 84 32 5 227 63  64           14    3 43  21 
  totaal 2484  1693  791  224 69 205 219 116 11 498  179  478  55  47  96  20  27  13  43  21  15  29  23  36  393  85 

Jud 1,3.21. dat. mann. en onz. mv. τοις = tois . Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Jud (2) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,3 .

  lidw. mv. bijbel  ΟΤ  ΝΤ  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
14. dat. m. + onz. mv. tois 2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17  208  244 
  Totaal   23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- Nederl. : bepaald lidwoord de / het . D. : der , die , das enz. . E. : the . Fr. : le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Gr. ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Hebreeuws : הַ = ha (de, het) . Taalgebruik in Tenakh : ha (de, het) .

Jud 1,3.22.

  hagios (heilig) Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  Jud  P.  A.b  bijbel  OT NT  ev.
10 dat. mann. + onz. mv. hagiois 17                   16  40 21 19  
  Totaal   100 17  11  13  18  83 17  892 684 208 37

  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  Jud  P.  A.b 
10 17 3 : (1) Rom 1,7 . (2) Rom 15,25 . (3) Rom 15,31 . 2 : (1) 1 Kor 1,2 . (2) 1 Kor 16,15 . 1 : 2 Kor 1,1 . 5 : (1) Ef 1,1 . (2) Ef 1,18 . (3) Ef 3,5 . (4) Ef 3,18 . (5) Ef 5,3 . 1 : Fil 1,1 . 2 : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,26 .   1 : 2 Tes 1,10 .         1 : Heb 6,10 .         1 : Jud 1,3 . 16 

Jud 1,4 - Jud 1,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4Ἀρὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀμιναδάβ, Ἀμιναδὰβ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ναασσών, Ναασσὼν δὲ ἐγέννησεν τὸν Σαλμών,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

21. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

25. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


Jud 1,5 - Jud 1,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5Σαλμὼν δὲ ἐγέννησεν τὸν Βόες ἐκ τῆς Ῥαχάβ, Βόες δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωβὴδ ἐκ τῆς Ῥούθ, Ἰωβὴδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰεσσαί,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

Jud 1,6 - Jud 1,6 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6Ἰεσσαὶ δὲ ἐγέννησεν τὸν Δαυὶδ τὸν βασιλέα. Δαυὶδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Σολομῶνα ἐκ τῆς τοῦ Οὐρίου,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Jud 1,7 - Jud 1,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7Σολομὼν δὲ ἐγέννησεν τὸν Ῥοβοάμ, Ῥοβοὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀβιά, Ἀβιὰ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀσάφ,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

15. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


Jud 1,8 - Jud 1,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8Ἀσὰφ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωσαφάτ, Ἰωσαφὰτ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωράμ, Ἰωρὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ὀζίαν,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

10. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

13. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

Jud 1,9 - Jud 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9Ὀζίας δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωαθάμ, Ἰωαθὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀχάζ, Ἀχὰζ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἑζεκίαν,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

16. τολμαω = tolmaô (doorstaan, de moed hebben om, wagen, durven) . Taalgebruik in de Bijbel : tolmaô (doorstaan, de moed hebben om, wagen, durven) .
- act. part. aor. nom. mann. enk. = tolmèsas (durvende) van het werkw. τολμαω = tolmaô (doorstaan, de moed hebben om, wagen, durven) . Taalgebruik in de Bijbel : tolmaô (doorstaan, de moed hebben om, wagen, durven) . Bijbel (1) : Mc 15,43 . Een vorm van in de LXX (7) , in het NT (15) : (1) Mt 22,46 . (2) Mc 12,34 . (3) Mc 15,43 . (4) Lc 20,40 . (5) Joh 21,12 . (6) Hnd 5,13 . (7) Hnd 7,32 . (8) Rom 5,7 . (9) Rom 15,18 . (10) 1 Kor 6,1 . (11) 2 Kor 10,2 . (12) 2 Kor 10,12 . (13) 2 Kor 11,21 . (14) Fil 1,14 . (15) 1 Jud 1,9 .


Jud 1,10 - Jud 1,10 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10Ἑζεκίας δὲ ἐγέννησεν τὸν Μανασσῆ, Μανασσῆς δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀμώς, Ἀμὼς δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωσίαν,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

9. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

16. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .


Jud 1,11 - Jud 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11Ἰωσίας δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰεχονίαν καὶ τοὺς ἀδελφοὺς αὐτοῦ ἐπὶ τῆς μετοικεσίας Βαβυλῶνος.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. eporeuthèsan (zij begaven zich op weg) . Verwijzing : poreuomai (zich op weg begeven) . In 104 verzen in de bijbel . In negenennegentig verzen in het OT . In vijf verzen in het NT : (1) Lc 9,56 . (2) Joh 7,53 . (3) Jud 1,11 . In twee verzen bij Matteüs , zie Mt 2,9 . (1) Mt 2,9 . (2) Mt 28,16 .

9. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

16. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


Jud 1,12 - Jud 1,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12Μετὰ δὲ τὴν μετοικεσίαν Βαβυλῶνος Ἰεχονίας ἐγέννησεν τὸν Σαλαθιήλ, Σαλαθιὴλ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ζοροβαβέλ,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Jud 1,13 - Jud 1,13 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13Ζοροβαβὲλ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀβιούδ, Ἀβιοὺδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἐλιακίμ, Ἐλιακὶμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀζώρ,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. onz. mv. κυματα= kumata (golven) van het zelfst. naamw. κυμα = kuma (golf) . Taalgebruik in het NT : kuma (golf) . Taalgebruik in de LXX : kuma (golf) . LXX (11) : (1) Ex 15,8 . (2) Ps 41,8 . (3) Ps 107,25 . (4) . (5) . (6) Jon 2,4 . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . NT (2) : (1) Mc 4,37 . (2) Jud 1,13 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. mv. kumata   12  10    1 : Mc 4,37 .          
gen. onz. mv.  kumatôn 2 : (1) Mt 8,24 . (2) Mt 14,24 .              
  totaal 26  21         

- Hebreeuws : mann. mv. גַּלִּים = gallîm (golven, baren) van het zelfst. naamw. גַּל = gal (steenhoop, wel) . Zie : גָלַל = gâlal (rollen, wentelen) . Taalgebruik : gâlal (rollen, wentelen) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 27 (3³) OF 63 (3² X 7) . Structuur : 3 - 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 9 .


Jud 1,14 - Jud 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14Ἀζὼρ δὲ ἐγέννησεν τὸν Σαδώκ, Σαδὼκ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀχίμ, Ἀχὶμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἐλιούδ,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

3. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

13. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .


Jud 1,15 - Jud 1,15 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15Ἐλιοὺδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἐλεάζαρ, Ἐλεάζαρ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ματθάν, Ματθὰν δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰακώβ,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,15 .

Jud 1,15.5. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Jud 1,15.17. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Jud 1,15.26. nom. mann. mv. ἁμαρτωλοι = hamartôloi van het zelfst. naamw. ἁμαρτωλος = hamartôlos (zondaar) . Taalgebruik in het NT : hamartôlos (zondaar) . Taalgebruik in de LXX : hamartôlos (zondaar) . Taalgebruik in Lc : hamartôlos (zondaar) . Bijbel (35) . OT (23) . NT (12) : (1) Mt 9,10 . (2) Mc 2,15 . (3) Lc 6,32 . (4) Lc 6,33 . (5) Lc 6,34 . (6) Lc 13,2 . (7) Lc 15,1 . (8) Rom 5,19 . (9) Gal 2,15 . (10) Gal 2,17 . (11) Jak 4,8 . (12) . Jud 1,15 . Een vorm van ἁμαρτωλος = hamartôlos in de LXX (178) , in het NT (47) .


Jud 1,16 - Jud 1,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16Ἰακὼβ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωσὴφ τὸν ἄνδρα Μαρίας, ἐξ ἧς ἐγεννήθη Ἰησοῦς ὁ λεγόμενος Χριστός.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

10. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

16. act. part. praes. nom. mann. mv. θαυμαζοντες = thaumazontes (verwonderende) van het werkw. θαυμαζω = thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) . Taalgebruik in het NT : thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) . Taalgebruik in de LXX : thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) . Taalgebruik in Lc : thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) . Bijbel (2) : (1) Lc 2,33 . (2) Jud 1,16 . Een vorm van θαυμαζω = thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) in de LXX (57) , in het NT (42) .


Jud 1,17 - Jud 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17Πᾶσαι οὖν αἱ γενεαὶ ἀπὸ Ἀβραὰμ ἕως Δαυὶδ γενεαὶ δεκατέσσαρες, καὶ ἀπὸ Δαυὶδ ἕως τῆς μετοικεσίας Βαβυλῶνος γενεαὶ δεκατέσσαρες, καὶ ἀπὸ τῆς μετοικεσίας Βαβυλῶνος ἕως τοῦ Χριστοῦ γενεαὶ δεκατέσσαρες.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,17 .

1. persoonl. voornaamw. 2de pers. nom. mann. mv. ὑμεις = humeis (jullie) . Zie Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Jud (2) : (1) Jud 1,17 . (2) Jud 1,20 .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. mv. humeis  506 284 222 29 10 20 62 24 77   59  121 
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

 

Jud 1,17.2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

Jud 1,17.11. gen. mann. mv. apostolôn (apostelen) van het zelfst. naamw. Bijbel (22) . Hnd (13) : (1) Hnd 1,26 . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 . para tous podas tôn apostolôn (bij de voeten van de apostelen) . Bijbel (3) : (1) Hnd 4,35 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,2 . tôn apostolôn (de apostelen) . NT (18) : (1) Hnd 1,26 (tôn hendeka apostolôn = de elf apostelen) . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 . (14) 1 Kor 15,9 . (15) Gal 1,19 . (16) Ef 2,20 . (17) 2 Pe 3,2 . (18) Jud 1,17 .

αποστολος = apostolos (apostel, gezondene) . Taalgebruik in het NT : apostolos (apostel) .

  apostolos (apostel)   bijbel NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Heb 1 Pe 2 Pe Jud  syn.  ev.  P..  A. b.. 
6 gen. mann. mv.  apostolôn 22  22        13    1 : 1 Kor 15,9 .   2 : (1) 2 Kor 11,5 . (2) 2 Kor 12,11 . (1) Gal 1,19 .   (1) Ef 2,20 .                   (1) 2 Pe 3,2 .   Jud 1,17 
  totaal 80  80  28  39  10  35 

Jud 1,17.10. - 11. tôn apostolôn (de apostelen) . NT (18) : (1) Hnd 1,26 (tôn hendeka apostolôn = de elf apostelen) . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,43 . (4) Hnd 4,35 . (5) Hnd 4,36 . (6) Hnd 4,37 . (7) Hnd 5,2 . (8) Hnd 5,12 . (9) Hnd 6,6 . (10) Hnd 8,1 . (11) Hnd 8,18 . (12) Hnd 15,4 . (13) Hnd 16,4 . (14) 1 Kor 15,9 . (15) Gal 1,19 . (16) Ef 2,20 . (17) 2 Pe 3,2 . (18) Jud 1,17 .

Jud 1,17.15. gen. mann. enk. ιησου = Ièsou (Jezus) van het zelfst. naamw. ιησους = ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in de LXX : Ièsous (Jezus) . In Mc en Lc wordt de naam Jezus relatief weinig gebruikt . In de evangelies wordt de naam Christus zeer weinig gebruikt , maar des te overvloediger in de Brieven . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 .

  Ièsous (Jezus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. Ièsous 604  149  455  110 57 55 194 10 28 1 4 2 1 0 1 1 2 2 3 0 0 0 5 0 0 1 5 0 0 0 1 222 416
2 voc. + gen. + dat. mann. enk. Ièsou 348  35  313  25 13 18 18 32 196 29 17 11 14 18 19 5 12 10 10 11 4 5 4 2 9 7 4 1 0 4 11 56 74
3 acc. mann. enk. Ièsoun 163  39  124  15 11 14 26 27 31 6 2 4 2 1 1 1 2 0 0 1 0 1 5 0 0 0 0 3 1 1 0 40 66
  totaal 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12 318 556

- Hebreeuws . יְהוֹשֻׁעַ = jëhôsju`a (Jozua) . Taalgebruik in Tenakh : jëhôsju`a (Jozua) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 3 - 7 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (177) . Pentateuch (16) . Eerdere Profeten (152) . Joz (142) . Re (6) . 1 S (2) . 1 K (1) . 2 K (1) . Jozua was degene die het volk van Israël het land binnenleidde .
- יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Grieks . σῳζω = sôzô (redden, verlossen) . Taalgebruik in het NT : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) .
- L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . Ned. heiland . D. Heiland . Arabisch : = najada (redden, helpen) . Taalgebruik in de Qoran : najada (redden, helpen) . Hebr. מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (de reddende) act. part. hifil nom. mann. enk. van het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) , is heel nauw verwant wat letters betreft : מָשַׁח = mâsjach (zalven) . (מָשִׁיחַ =mâsjîach = gezalfde, messias, G. χριστος = christos = Christus) . Een vorm van σῳζω = sôzô (redden) in de LXX (363) , in het NT (106) .

Jud 1,17.16. gen. mann. enk. χριστου = christou (van Christus) van het zelfst. naamw. χριστος = christos (gezalfde, Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Taalgebruik in de LXX : christos (Christus) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Een vorm van χριστος = christos (gezalfde, Christus) in het OT (50) , in het NT (529) . Het Griekse woord χριστος = christos (Christus) is de vertaling van het Hebreeuwse massiach (gezalfde, messias). Jezus was zijn geboortenaam, Christus is een bijnaam om hem als de messias aan te duiden . In de Brieven wordt de term Christus veelvuldig gebruikt . Het is niet omdat de term Christus zo weinig voorkomt in de evangelies , dat de visie van Paulus niet overheersend zou zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud 
gen. Christou 251 11 240 5 2 0 1 7 8 11 214 27 24 30 15 20 17 11 6 7 8 5 4 4 6 2 14 6 2 2   4
totaal 555 38 517 16 7 12 18 35 53 25 432 65  61  44  36  46  37  25  10  10  14  13  12  21   

Jud 1,17.15. - 16. ιησου χριστου = Ièsou Christou (Jezus Christus) . NT (146) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Slechts in vier verzen in de evangelies : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,18 . (3) Mc 1,1 . (4) Joh 1,17 . Hnd (11) . Brieven (125) . Apk (6) . We hebben reeds gewezen op de gelijkenissen tussen de 2 woorden in het Hebreeuws . Het is opvallend dat in de Brieven de namen van Jezus en Christus zo sterk aan elkaar gelinkt zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk
een vorm van Ièsous Christos     178 3 1 0 2     16   23 15 10 8 11 9 3 8 10 6 6 4 3 3 2 8 7 8 2   4 6
een vorm van Christos Ièsous     74             4   10 6 1 8 8 11 3 2   7 8   3 1   2            
totaal     252 3 1 0 2     20   33 21 11 16 19 20 6 10 10 13 14 4 6 3 2 10 7 8 2   4 6
totaal een vorm van Ièsous 1115  223  892  150 81 87 238     69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12
                                                                   
gen. Issou Christou     140 2 1 0 1 3 4 9  

21

10 8 7 10 7 3 7 8 5 4 4 3 2 2 8 6 3 1   4 6
gen. Christou Ièsou     6                         1 3         1 1                    

Jud 1,18 - Jud 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18Τοῦ δὲ Ἰησοῦ Χριστοῦ ἡ γένεσις οὕτως ἦν. μνηστευθείσης τῆς μητρὸς αὐτοῦ Μαρίας τῷ Ἰωσήφ, πρὶν ἢ συνελθεῖν αὐτοὺς εὑρέθη ἐν γαστρὶ ἔχουσα ἐκ πνεύματος ἁγίου.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. dat. mann. mv. ὑμιν = humin van het persoonlijk voornaamwoord 2de pers. nom. mann. mv. ὑμεις = humeis (jullie) . Zie Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Hud (3) : (1) Jud 1,2 . (2) Jud 1,3 . (3) Jud 1,18 .

  èmeis (wij) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Apk syn.  ev.   Br Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A.  
3 dat. mv. hèmin  470  310  160  103 34 90 84 32 5 227 63  64           14    3 43  21 
  totaal 2484  1693  791  224 69 205 219 116 11 498  179  478  55  47  96  20  27  13  43  21  15  29  23  36  393  85 

Jud 1,19 - Jud 1,19 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19Ἰωσὴφ δὲ ὁ ἀνὴρ αὐτῆς, δίκαιος ὢν καὶ μὴ θέλων αὐτὴν δειγματίσαι, ἐβουλήθη λάθρᾳ ἀπολῦσαι αὐτήν.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Jud 1,20 - Jud 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20ταῦτα δὲ αὐτοῦ ἐνθυμηθέντος ἰδοὺ ἄγγελος κυρίου κατ' ὄναρ ἐφάνη αὐτῷ λέγων, Ἰωσὴφ υἱὸς Δαυίδ, μὴ φοβηθῇς παραλαβεῖν Μαρίαν τὴν γυναῖκά σου, τὸ γὰρ ἐν αὐτῇ γεννηθὲν ἐκ πνεύματός ἐστιν ἁγίου:              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,20 .

Jud 1,20.1. persoonl. voornaamw. 2de pers. nom. mann. mv. ὑμεις = humeis (jullie) . Zie Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in de LXX : persoonlijk voornaamwoord . Jud (2) : (1) Jud 1,17 . (2) Jud 1,20 .

pers. vnw. 2de p. mv.  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. mv. humeis  506 284 222 29 10 20 62 24 77   59  121 
totaal 4034 2377 1657 224 69 205 219 116 813 11 498  717 

Jud 1,20.2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

Jud 1,20.10. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

Jud 1,20.10. - 12. en (tô(i) hagiô(i) (tô(i) pneumati (met - de - heilige geest) . In 14 verzen in het N.T. Brieven (8 van de 14 verzen met hagiô(i) ) : (1) Rom 9,1 . (2) Rom 14,17 . (3) Rom 15,16. (4) 1 Kor 12,3 . (5) 2 Kor 6,6 . (6) 1 Tes 1,5 . (7) 1 Pe 1,12 . (8) Jud 1,20 . Nog : Ef 1,13 .
- en (hagiô(i) filèmati (met een heilige kus in 2 Kor 13,12 .


Jud 1,21 - Jud 1,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21τέξεται δὲ υἱὸν καὶ καλέσεις τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἰησοῦν, αὐτὸς γὰρ σώσει τὸν λαὸν αὐτοῦ ἀπὸ τῶν ἁμαρτιῶν αὐτῶν.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,21 .

Jud 1,21.2. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

8. חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) . Taalgebruik in Tenakh : chèsèd (liefde, barmhartigheid) . Getalwaarde : chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal : 27 (3 X 9) of 72 (8 X 9) . Structuur : 8 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (76) . Pentateuch (12) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (31) . Pentateuch (12) : (1) Gn 24,12 . (2) Gn 24,14 . (3) Gn 24,49 . (4) Gn 39,21 . (5) Gn 40,14 . (6) Gn 47,29 . (7) Ex 20,6 . (8) Ex 34,6 . (9) Ex 34,7 . (10) Lv 20,17 . (11) Nu 14,18 . (12) Dt 5,10 . Ps (19) : (1) Ps 18,51 . (2) Ps 25,10 . (3) Ps 32,10 . (4) Ps 33,5 . (5) Ps 52,3 . (6) Ps 61,8 . (7) Ps 62,13 . (8) Ps 85,11 . (9) Ps 86,5 . (10) Ps 86,15 . (11) Ps 89,3 . (12) Ps 89,15 . (13) Ps 100,1 . (14) Ps 103,4 . (15) Ps 103,8 . (16) Ps 109,12 . (17) Ps 109,16 . (18) Ps 141,5 . (19) Ps 145,8 . Een vorm van חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) in Tenakh (236) . חֶסֶד = chèsèd van Tenakh wordt in de LXX door 17 verschillende Griekse woorden weergegeven .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk. ελεος = eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in het NT : eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in de Septuaginta : eleos (barmhartigheid) . Ex (2) : (1) Ex 20,6 . (2) Ex 34,7 . ελεος = eleos kan de vertaling zijn van 7 verschillende Hebreeuwse woorden . Jud (2) : (1) Jud 1,2 . (2) Jud 1,25 .

  eleos  Lc Lc 1 Lc 10 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. eleos (1) Lc 1,50 . (2)  Lc 1,58 . (3) Lc 1,72 . (4) Lc 10,37 226  207  19  3 : (1) Mt 9,13 . (2) Mt 12,7 . (3) Mt 23,23 .       12   
gen. onz. enk. eleous   (1) Lc 1,54 .  (2) Lc 1,78 .   33  28           
                                 

- Lat. misericordia . Fr. misericorde . E. mercy . N. barmhartigheid . D. Barmherzigkeit .

Jud 1,21.12. gen. mann. enk. ιησου = Ièsou (Jezus) van het zelfst. naamw. ιησους = ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in de LXX : Ièsous (Jezus) . In Mc en Lc wordt de naam Jezus relatief weinig gebruikt . In de evangelies wordt de naam Christus zeer weinig gebruikt , maar des te overvloediger in de Brieven . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 .

  Ièsous (Jezus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. Ièsous 604  149  455  110 57 55 194 10 28 1 4 2 1 0 1 1 2 2 3 0 0 0 5 0 0 1 5 0 0 0 1 222 416
2 voc. + gen. + dat. mann. enk. Ièsou 348  35  313  25 13 18 18 32 196 29 17 11 14 18 19 5 12 10 10 11 4 5 4 2 9 7 4 1 0 4 11 56 74
3 acc. mann. enk. Ièsoun 163  39  124  15 11 14 26 27 31 6 2 4 2 1 1 1 2 0 0 1 0 1 5 0 0 0 0 3 1 1 0 40 66
  totaal 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12 318 556

- Hebreeuws . יְהוֹשֻׁעַ = jëhôsju`a (Jozua) . Taalgebruik in Tenakh : jëhôsju`a (Jozua) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 3 - 7 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (177) . Pentateuch (16) . Eerdere Profeten (152) . Joz (142) . Re (6) . 1 S (2) . 1 K (1) . 2 K (1) . Jozua was degene die het volk van Israël het land binnenleidde .
- יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Grieks . σῳζω = sôzô (redden, verlossen) . Taalgebruik in het NT : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) .
- L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . Ned. heiland . D. Heiland . Arabisch : = najada (redden, helpen) . Taalgebruik in de Qoran : najada (redden, helpen) . Hebr. מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (de reddende) act. part. hifil nom. mann. enk. van het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) , is heel nauw verwant wat letters betreft : מָשַׁח = mâsjach (zalven) . (מָשִׁיחַ =mâsjîach = gezalfde, messias, G. χριστος = christos = Christus) . Een vorm van σῳζω = sôzô (redden) in de LXX (363) , in het NT (106) .

Jud 1,21.13. gen. mann. enk. χριστου = christou (van Christus) van het zelfst. naamw. χριστος = christos (gezalfde, Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Taalgebruik in de LXX : christos (Christus) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Een vorm van χριστος = christos (gezalfde, Christus) in het OT (50) , in het NT (529) . Het Griekse woord χριστος = christos (Christus) is de vertaling van het Hebreeuwse massiach (gezalfde, messias). Jezus was zijn geboortenaam, Christus is een bijnaam om hem als de messias aan te duiden . In de Brieven wordt de term Christus veelvuldig gebruikt . Het is niet omdat de term Christus zo weinig voorkomt in de evangelies , dat de visie van Paulus niet overheersend zou zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud 
gen. Christou 251 11 240 5 2 0 1 7 8 11 214 27 24 30 15 20 17 11 6 7 8 5 4 4 6 2 14 6 2 2   4
totaal 555 38 517 16 7 12 18 35 53 25 432 65  61  44  36  46  37  25  10  10  14  13  12  21   

12. - 13. ιησου χριστου = Ièsou Christou (Jezus Christus) . NT (146) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Slechts in vier verzen in de evangelies : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,18 . (3) Mc 1,1 . (4) Joh 1,17 . Hnd (11) . Brieven (125) . Apk (6) . We hebben reeds gewezen op de gelijkenissen tussen de 2 woorden in het Hebreeuws . Het is opvallend dat in de Brieven de namen van Jezus en Christus zo sterk aan elkaar gelinkt zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk
een vorm van Ièsous Christos     178 3 1 0 2     16   23 15 10 8 11 9 3 8 10 6 6 4 3 3 2 8 7 8 2   4 6
een vorm van Christos Ièsous     74             4   10 6 1 8 8 11 3 2   7 8   3 1   2            
totaal     252 3 1 0 2     20   33 21 11 16 19 20 6 10 10 13 14 4 6 3 2 10 7 8 2   4 6
totaal een vorm van Ièsous 1115  223  892  150 81 87 238     69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12
                                                                   
gen. Issou Christou     140 2 1 0 1 3 4 9  

21

10 8 7 10 7 3 7 8 5 4 4 3 2 2 8 6 3 1   4 6
gen. Christou Ièsou     6                         1 3         1 1                    

Jud 1,22 - Jud 1,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22Τοῦτο δὲ ὅλον γέγονεν ἵνα πληρωθῇ τὸ ῥηθὲν ὑπὸ κυρίου διὰ τοῦ προφήτου λέγοντος,              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Jud 1,23 - Jud 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
23Ἰδοὺ ἡ παρθένος ἐν γαστρὶ ἕξει καὶ τέξεται υἱόν, καὶ καλέσουσιν τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἐμμανουήλ, ὅ ἐστιν μεθερμηνευόμενον Μεθ' ἡμῶν ὁ θεός.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

7. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

10. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .

13. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .


Jud 1,24 - Jud 1,24 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
24ἐγερθεὶς δὲ ὁ Ἰωσὴφ ἀπὸ τοῦ ὕπνου ἐποίησεν ὡς προσέταξεν αὐτῷ ὁ ἄγγελος κυρίου καὶ παρέλαβεν τὴν γυναῖκα αὐτοῦ:              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. δε = de (echter) , afkorting δ' = d' . de (echter) . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om verandering van personage of situatie aan te duiden . Jud (10) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,5 . (3) Jud 1,8 . (4) Jud 1,9 . (5) Jud 1,10 . (6) Jud 1,14 . (7) Jud 1,17 . (8) Jud 1,20 . (9) Jud 1,23 . (10) Jud 1,24 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

14. εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX: en (in) . Jud (8) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,10 . (3) Jud 1,12 . (4) Jud 1,14 . (5) Jud 1,20 . (6) Jud 1,21 . (7) Jud 1,23 . (8) Jud 1,24 .

en (in)   bijbel OT NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

- Ned. : in . Arabisch : فِي = fi (in) . Taalgebruik in de Qoran : fi . D. : in . E. : in . Fr. : dans . Grieks : εν = en (in, tijdens) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebreeuws : בְּ = bë . Lat. : in .


Jud 1,25 - Jud 1,25 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
25καὶ οὐκ ἐγίνωσκεν αὐτὴν ἕως οὗ ἔτεκεν υἱόν: καὶ ἐκάλεσεν τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἰησοῦν.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Jud 1,25 .

Jud 1,25.2. dat. mann. enk. θεῳ = theô(i). ( - in - God) van het zelfst. naamw. θεος = theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Jud (2) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,25 .

theos (God)  bijbel  OT NT Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
dat.  enk. theô(i) 433  279  154  110  27  14  12        97  13 
Totaal   4132  2908  1224  695 144  93  70   30  31  23  20  35  17  21  13  12  65  15  36  52  4 576  119 

Jud 1,25.6. gen. mann. enk. ιησου = Ièsou (Jezus) van het zelfst. naamw. ιησους = ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in de LXX : Ièsous (Jezus) . In Mc en Lc wordt de naam Jezus relatief weinig gebruikt . In de evangelies wordt de naam Christus zeer weinig gebruikt , maar des te overvloediger in de Brieven . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 .

  Ièsous (Jezus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. Ièsous 604  149  455  110 57 55 194 10 28 1 4 2 1 0 1 1 2 2 3 0 0 0 5 0 0 1 5 0 0 0 1 222 416
2 voc. + gen. + dat. mann. enk. Ièsou 348  35  313  25 13 18 18 32 196 29 17 11 14 18 19 5 12 10 10 11 4 5 4 2 9 7 4 1 0 4 11 56 74
3 acc. mann. enk. Ièsoun 163  39  124  15 11 14 26 27 31 6 2 4 2 1 1 1 2 0 0 1 0 1 5 0 0 0 0 3 1 1 0 40 66
  totaal 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12 318 556

- Hebreeuws . יְהוֹשֻׁעַ = jëhôsju`a (Jozua) . Taalgebruik in Tenakh : jëhôsju`a (Jozua) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 3 - 7 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (177) . Pentateuch (16) . Eerdere Profeten (152) . Joz (142) . Re (6) . 1 S (2) . 1 K (1) . 2 K (1) . Jozua was degene die het volk van Israël het land binnenleidde .
- יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Grieks . σῳζω = sôzô (redden, verlossen) . Taalgebruik in het NT : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) .
- L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . Ned. heiland . D. Heiland . Arabisch : = najada (redden, helpen) . Taalgebruik in de Qoran : najada (redden, helpen) . Hebr. מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (de reddende) act. part. hifil nom. mann. enk. van het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) , is heel nauw verwant wat letters betreft : מָשַׁח = mâsjach (zalven) . (מָשִׁיחַ =mâsjîach = gezalfde, messias, G. χριστος = christos = Christus) . Een vorm van σῳζω = sôzô (redden) in de LXX (363) , in het NT (106) .

Jud 1,25.7. gen. mann. enk. χριστου = christou (van Christus) van het zelfst. naamw. χριστος = christos (gezalfde, Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Taalgebruik in de LXX : christos (Christus) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Een vorm van χριστος = christos (gezalfde, Christus) in het OT (50) , in het NT (529) . Het Griekse woord χριστος = christos (Christus) is de vertaling van het Hebreeuwse massiach (gezalfde, messias). Jezus was zijn geboortenaam, Christus is een bijnaam om hem als de messias aan te duiden . In de Brieven wordt de term Christus veelvuldig gebruikt . Het is niet omdat de term Christus zo weinig voorkomt in de evangelies , dat de visie van Paulus niet overheersend zou zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud 
gen. Christou 251 11 240 5 2 0 1 7 8 11 214 27 24 30 15 20 17 11 6 7 8 5 4 4 6 2 14 6 2 2   4
totaal 555 38 517 16 7 12 18 35 53 25 432 65  61  44  36  46  37  25  10  10  14  13  12  21   

Jud 1,25.6. - 7. ιησου χριστου = Ièsou Christou (Jezus Christus) . NT (146) . Jud (4) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,17 . (3) Jud 1,21. (4) Jud 1,25 . Slechts in vier verzen in de evangelies : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,18 . (3) Mc 1,1 . (4) Joh 1,17 . Hnd (11) . Brieven (125) . Apk (6) . We hebben reeds gewezen op de gelijkenissen tussen de 2 woorden in het Hebreeuws . Het is opvallend dat in de Brieven de namen van Jezus en Christus zo sterk aan elkaar gelinkt zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk
een vorm van Ièsous Christos     178 3 1 0 2     16   23 15 10 8 11 9 3 8 10 6 6 4 3 3 2 8 7 8 2   4 6
een vorm van Christos Ièsous     74             4   10 6 1 8 8 11 3 2   7 8   3 1   2            
totaal     252 3 1 0 2     20   33 21 11 16 19 20 6 10 10 13 14 4 6 3 2 10 7 8 2   4 6
totaal een vorm van Ièsous 1115  223  892  150 81 87 238     69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12
                                                                   
gen. Issou Christou     140 2 1 0 1 3 4 9  

21

10 8 7 10 7 3 7 8 5 4 4 3 2 2 8 6 3 1   4 6
gen. Christou Ièsou     6                         1 3         1 1                    

Jud 1,25.8.

Jud 1,25.14. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Jud 1,25.20. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .

Jud 1,25.22. και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Jud (13) : (1) Jud 1,1 . (2) Jud 1,2 . (3) Jud 1,4 . (4) Jud 1,7 . (5) Jud 1,8 . (6) Jud 1,11 . (7) Jud 1,14 . (8) Jud 1,15 . (9) Jud 1,16 . (10) Jud 1,22 . (11) Jud 1,23 . (12) Jud 1,24 . (13) Jud 1,25 .

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned. : en . Arabisch : وَ = wa (en) . Taalgebruik in de Qoran : wa (en) . E. : and . D. : und . Fr. : et . Grieks : και = kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Hebr. : וְ = wë (en) . Lat. : et .



GRIEKSE TEKST

1Βίβλος γενέσεως Ἰησοῦ Χριστοῦ υἱοῦ Δαυὶδ υἱοῦ Ἀβραάμ. 2Ἀβραὰμ ἐγέννησεν τὸν Ἰσαάκ, Ἰσαὰκ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰακώβ, Ἰακὼβ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰούδαν καὶ τοὺς ἀδελφοὺς αὐτοῦ, 3Ἰούδας δὲ ἐγέννησεν τὸν Φάρες καὶ τὸν Ζάρα ἐκ τῆς Θαμάρ, Φάρες δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἑσρώμ, Ἑσρὼμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀράμ, 4Ἀρὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀμιναδάβ, Ἀμιναδὰβ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ναασσών, Ναασσὼν δὲ ἐγέννησεν τὸν Σαλμών, 5Σαλμὼν δὲ ἐγέννησεν τὸν Βόες ἐκ τῆς Ῥαχάβ, Βόες δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωβὴδ ἐκ τῆς Ῥούθ, Ἰωβὴδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰεσσαί, 6Ἰεσσαὶ δὲ ἐγέννησεν τὸν Δαυὶδ τὸν βασιλέα. Δαυὶδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Σολομῶνα ἐκ τῆς τοῦ Οὐρίου, 7Σολομὼν δὲ ἐγέννησεν τὸν Ῥοβοάμ, Ῥοβοὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀβιά, Ἀβιὰ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀσάφ, 8Ἀσὰφ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωσαφάτ, Ἰωσαφὰτ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωράμ, Ἰωρὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ὀζίαν, 9Ὀζίας δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωαθάμ, Ἰωαθὰμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀχάζ, Ἀχὰζ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἑζεκίαν, 10Ἑζεκίας δὲ ἐγέννησεν τὸν Μανασσῆ, Μανασσῆς δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀμώς, Ἀμὼς δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωσίαν, 11Ἰωσίας δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰεχονίαν καὶ τοὺς ἀδελφοὺς αὐτοῦ ἐπὶ τῆς μετοικεσίας Βαβυλῶνος. 12Μετὰ δὲ τὴν μετοικεσίαν Βαβυλῶνος Ἰεχονίας ἐγέννησεν τὸν Σαλαθιήλ, Σαλαθιὴλ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ζοροβαβέλ, 13Ζοροβαβὲλ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀβιούδ, Ἀβιοὺδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἐλιακίμ, Ἐλιακὶμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀζώρ, 14Ἀζὼρ δὲ ἐγέννησεν τὸν Σαδώκ, Σαδὼκ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἀχίμ, Ἀχὶμ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἐλιούδ, 15Ἐλιοὺδ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἐλεάζαρ, Ἐλεάζαρ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ματθάν, Ματθὰν δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰακώβ, 16Ἰακὼβ δὲ ἐγέννησεν τὸν Ἰωσὴφ τὸν ἄνδρα Μαρίας, ἐξ ἧς ἐγεννήθη Ἰησοῦς ὁ λεγόμενος Χριστός. 17Πᾶσαι οὖν αἱ γενεαὶ ἀπὸ Ἀβραὰμ ἕως Δαυὶδ γενεαὶ δεκατέσσαρες, καὶ ἀπὸ Δαυὶδ ἕως τῆς μετοικεσίας Βαβυλῶνος γενεαὶ δεκατέσσαρες, καὶ ἀπὸ τῆς μετοικεσίας Βαβυλῶνος ἕως τοῦ Χριστοῦ γενεαὶ δεκατέσσαρες. 18Τοῦ δὲ Ἰησοῦ Χριστοῦ ἡ γένεσις οὕτως ἦν. μνηστευθείσης τῆς μητρὸς αὐτοῦ Μαρίας τῷ Ἰωσήφ, πρὶν ἢ συνελθεῖν αὐτοὺς εὑρέθη ἐν γαστρὶ ἔχουσα ἐκ πνεύματος ἁγίου. 19Ἰωσὴφ δὲ ὁ ἀνὴρ αὐτῆς, δίκαιος ὢν καὶ μὴ θέλων αὐτὴν δειγματίσαι, ἐβουλήθη λάθρᾳ ἀπολῦσαι αὐτήν. 20ταῦτα δὲ αὐτοῦ ἐνθυμηθέντος ἰδοὺ ἄγγελος κυρίου κατ' ὄναρ ἐφάνη αὐτῷ λέγων, Ἰωσὴφ υἱὸς Δαυίδ, μὴ φοβηθῇς παραλαβεῖν Μαρίαν τὴν γυναῖκά σου, τὸ γὰρ ἐν αὐτῇ γεννηθὲν ἐκ πνεύματός ἐστιν ἁγίου: 21τέξεται δὲ υἱὸν καὶ καλέσεις τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἰησοῦν, αὐτὸς γὰρ σώσει τὸν λαὸν αὐτοῦ ἀπὸ τῶν ἁμαρτιῶν αὐτῶν. 22Τοῦτο δὲ ὅλον γέγονεν ἵνα πληρωθῇ τὸ ῥηθὲν ὑπὸ κυρίου διὰ τοῦ προφήτου λέγοντος, 23Ἰδοὺ ἡ παρθένος ἐν γαστρὶ ἕξει καὶ τέξεται υἱόν, καὶ καλέσουσιν τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἐμμανουήλ, ὅ ἐστιν μεθερμηνευόμενον Μεθ' ἡμῶν ὁ θεός. 24ἐγερθεὶς δὲ ὁ Ἰωσὴφ ἀπὸ τοῦ ὕπνου ἐποίησεν ὡς προσέταξεν αὐτῷ ὁ ἄγγελος κυρίου καὶ παρέλαβεν τὴν γυναῖκα αὐτοῦ: 25καὶ οὐκ ἐγίνωσκεν αὐτὴν ἕως οὗ ἔτεκεν υἱόν: καὶ ἐκάλεσεν τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἰησοῦν.


NAARDENSE VERTALING

1:1 Judas, van Jezus Christus een dienstknecht, en broer van Jakobus,- aan de geroepenen, in God de Vader geliefd en voor Jezus Christus bewaard: Judas 1 Literatuur bij Judas 1:2 ontferming voor u en vrede, en liefde vermenigvuldigd! 1:3 Geliefden, terwijl ik met alle inzet bezig ben u te schrijven over onze gemeenschappelijke redding, ben ik genoodzaakt u te schrijven en u op te roepen om te strijden voor het geloof dat eenmaal is overgegeven aan de heiligen. 1:4 Want er zijn enkele mensen binnengeslopen, die lang tevoren voor dit oordeel opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade van onze God omzetten in bandeloosheid en onze enige meester en Heer, Jezus Christus, verloochenen. 1:5 Maar ik wil u eraan herinneren, al weet ge dit alles al, dat de Heer eenmaal een gemeente uit Egypte heeft gered, maar vervolgens hen die niet geloofden verloren heeft laten gaan. 1:6 En engelen die hun begin niet hebben bewaard maar de eigen behuizing verlieten, heeft hij bewaard voor het oordeel van een grote dag, met altijddurende banden onder donkerheid. 1:7 Zoals Sodom en Gomorra en de steden om hen heen, die op gelijke wijze als zij hebben gehoereerd en achter ander vlees zijn aangegaan, er nu bij liggen als een teken, en het vonnis ondergaan van eeuwig vuur. 1:8 Zo echter ook deze slaapwandelaars: zij bevlekken vlees-en-bloed, stellen terzijde dat er een Heer is en lasteren heerlijkheden; 1:9 toen de aartsengel Michaël in een twist met de uiteenwerper onderhandelde over het lichaam van Mozes, durfde hij geen lasterlijk oordeel in te brengen; nee, hij zei: 'moge de Heer je straffen' (Zach. 3,2); 1:10 maar zij lasteren alles wat zij niet kennen, en al wat zij, zoals de redeloze dieren, van nature weten, daarin vinden ze hun verderf. 1:11 Wee hun!, omdat zij de weg van Kaïn opgegaan zijn, en om gewin zich storten in de dwaling van Bileam, en in de tegenspraak van Korach ten onder gaan! 1:12 Zíj zijn de schandvlekken op uw liefdemalen waar zij onbevreesd meefeesten, zichzelf vetmesten, als waterloze wolken door windvlagen voorbijgejaagd, vruchteloze bomen in de herfst, dubbel gestorven, ontworteld, 1:13 woeste golven van een zee die hun eigen schandes laten schuimen, dwalende sterren, voor wie het donker van het duister voor een eeuwigheid wordt bewaard. 1:14 Over hen ook heeft Henoch geprofeteerd, de zevende vanaf Adam; hij heeft gezegd: 'Zie, gekomen is de Heer met zijn heilige tienduizenden, 1:15 om gericht te houden over allen en alle goddelozen te bestraffen voor al hun werken vol goddeloosheid waarmee zij goddeloos geweest zijn, en voor alle verhardingen waarin goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.' (Henoch 1,9) 1:16 Zij zijn het die morren en mokken over hun lot; zij gaan hun gang naar hun begeerten, en hun mond is vol opgeblazen praat als zij aanschijnen bewonderen omwille van enig voordeel. 1:17 Maar gíj, geliefden: herinnert u de woorden die voorheen zijn gesproken door de apostelen van onze Heer, Jezus Christus, 1:18 dat ze u hebben gezegd: op het laatst van de tijd zullen er spotters zijn die hun eigen begeerten volgend hun gang gaan in hun goddeloosheden. 1:19 Zij zijn het die scheuringen maken, al te natuurlijk, geestesadem hebben ze niet. 1:20 Maar gíj, geliefden: bouwt uzelf op in de heiligheid van uw geloof, met heilige geestesadem biddend; 1:21 bewaart uzelf in Gods liefde, verwachtend de ontferming van onze Heer, Jezus Christus, tot eeuwig leven. 1:22 Ontfermt u over wie twijfelen; 1:23 redt hen, rukt ze uit het vuur; maar ontfermt u over anderen in vrees, en háát het kleed dat door het vlees bevlekt is. 1:24 Maar aan hem die bij machte is u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk te doen staan voor het aanschijn van zijn glorie, in jubel,