- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
OVERZICHT Kol - TAALGEBRUIK Kol - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- COMMENTAAR Kol .
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
Brieven : overzicht - Brieven : taalgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- Brieven : commentaar -
Bijbeluitleg per hoofdstuk : Kol
1 , Kol 2
, Kol 3 ,
Kol 4
Bijbeluitleg per pericope
- Kol
1,1-2 : Schrijver , lezers , groet .
- Kol
1,3-11 : Dankzegging en gebed .
- Kol
1,12-23 : Door Christus met God verzoend .
- Kol
1,24-2,5 : De dienst van de apostel .
Tekstuitleg vers per vers
- Kol 3,1 - Kol 3,2 - Kol 3,3 - Kol 3,4 - Kol 3,5 - Kol 3,6 - Kol 3,7 - Kol 3,8 - Kol 3,9 - Kol 3,10 - Kol 3,11 - Kol 3,12 - Kol 3,13 - Kol 3,14 - Kol 3,15 - Kol 3,16 - Kol 3,17 - Kol 3,18 - Kol 3,19 - Kol 3,20 - Kol 3,21 - Kol 3,22 - Kol 3,23 - Kol 3,24 - Kol 3,25 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | Cahier biblique |
| bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Kol 1,1-2 : Schrijver, lezers, groet
Kol 1,3-11 : Dankzegging en gebed
: Door Christus met God verzoendKol 1,24-2,5 : De dienst van de apostel
Kol 2,6-3,4 : Met Christus gestorven en verrezen
Kol 3,5-17 : De oude en de nieuwe mens
Kol 3,18-4,1 : Huisregels
Inleiding op de brief aan de Kolossenzen (in de Willibrordvertaling . Website : http://www.bijbel.net/wb/?p=page&i=70308,70308 .
De gemeente van Kolosse, een stadje gelegen in het zuiden van Frygië, in het Lykos-dal, een zijstroom van de Meander, is waarschijnlijk evenals die van Laodicea en Hiërapolis gesticht door Epafras. Paulus noemt hem in zijn zeker authentieke schrijven aan Filemon ‘mijn medegevangene in Christus Jezus’ (Film 23). Als plaats voor deze gevangenschap van de apostel komt vrijwel zeker Efeze in aanmerking. Het ligt voor de hand de brief aan de Kolossenzen (Kol), die zich aandient als in gevangenschap geschreven (4,3.10.18) en waarin tweemaal van Epafras sprake is (1,7; 4,12v), in die tijd en die omstandigheden te plaatsen. Hoewel de brief veel typische kenmerken heeft van de Paulus-brieven, zoals het eigenhandig geschreven slot (4,18) en de naamlijst van bekenden (4,7-17), noteert men anderzijds in de woordenschat, de stijl en de theologie niet onaanzienlijke verschillen met de zogenaamde grote brieven die Paulus in die jaren en gedeeltelijk ook vanuit Efeze heeft geschreven: 1 en 2 Korintiërs, Galaten, Romeinen. Sommige bijbelcritici zoeken de oplossing van deze tegenstrijdigheid in een bewerking van de brief door een tweede schrijver, of in een latere datering van de brief, namelijk in de tijd van Paulus’ gevangenschap te Rome (58-60). Anderen ontkennen de echtheid van Kolossenzen en schrijven de brief toe aan een niet met name bekende persoon uit de school van Paulus, die na de dood van de apostel en in diens geest, met gebruikmaking van zeker sommige van zijn brieven (Rom, Film) dit schrijven vervaardigd heeft om bepaalde dwalingen binnen de gemeente van Kolosse te corrigeren. De brief aan de Kolossenzen zou dan een eerdere, die aan de Efeziërs een latere ontwikkeling markeren binnen de school van Paulus. De brief aan de Kolossenzen moet dan kort na Paulus’ dood, ongeveer in het jaar 70 totstandgekomen zijn. Hoewel deze mening aan aanhang wint, blijven de argumenten ten gunste van de authenticiteit overeind.
De reden dat Paulus (indien hij inderdaad de auteur is) aan een hem persoonlijk onbekende gemeente schrijft, is dat hem berichten bereikt hebben over een dwaalleer die in Kolosse en omgeving opgang maakte. Deze leer was een mengsel van christelijke, Joodse en heidense bestanddelen, dat men kan beschouwen als een vroeg stadium van het gnosticisme, beter bekend uit de tweede eeuw. Volgens deze opvatting moest de onmetelijke afstand tussen de onzichtbare God en de stoffelijke wereld, waartoe de mens naar zijn lichamelijkheid behoort, overbrugd worden door allerlei geestelijke en half-geestelijke middelaars of tussenwezens. Het was ondenkbaar dat Christus, een mens en nog wel een gekruisigde, de volkomen vereniging met God kon schenken. Om in contact te treden met de ‘volheid’ van God was het noodzakelijk de ‘wereldgeesten’ en de ‘heerschappijen en machten’ te vereren en zich door ascese en riten van de stoffelijkheid te bevrijden.
Tegenover deze spiritualiteit verkondigt de auteur het ene en oude evangelie, maar op een aan de dwaling aangepaste wijze. In Christus, schrijft hij, woont de gehele volheid van de godheid lichamelijk (1,19; 2,9). Hij is het hoofd van alle heerschappijen en machten (2,10), zowel door zijn rol in de schepping (1,16) als door zijn dood aan het kruis en de daarop volgende verheerlijking (1,20; 2,15). Hij is het hoofd van het gehele lichaam; aan Hem alleen moeten de gelovigen ‘zich houden’ (2,19). En in Hem hebben zij reeds deel aan de volheid (2,10). Een zelfgemaakte religie met haar speciale engelenverering heeft niet alleen geen zin, maar komt neer op een terugval in de oude slavernij van de machten van de kosmos.
Inleiding op De brief aan de Kolossenzen (in de Nieuwe Vertaling : Website : http://www.bijbel.net/wb/?p=page&i=70308,70308 .
De brief is gericht aan de gemeente in Kolosse, een stad in het westen van Klein-Azië. Uit de brief valt op te maken dat het aangeschreven publiek voornamelijk uit niet-Joden bestaat. De lezers worden geprezen en gedankt vanwege hun vaste geloof. Toch dreigt de gemeente in de ban van een dwaalleer te komen, en daarom roept de schrijver de lezers op zich niet te laten misleiden door ideeën van mensen die hen van hun geloof willen afbrengen. Daarbij wordt grote nadruk gelegd op de boodschap dat Gods genade, die via Jezus Christus is ontvangen, alles te boven gaat.
Kolossenzen is geschreven in een neutrale briefstijl, zonder spreektalige elementen, en zonder buitengewoon ingewikkelde passages; het eerste hoofdstuk bevat een poëtisch gedeelte. De brief staat op naam van de apostel Paulus, maar vertoont enkele bijzonderheden vergeleken met andere brieven van hem. De woordkeuze is duidelijk anders, en er zijn ook enkele inhoudelijke verschillen. Het meest opvallende verschil is de veel minder prominente rol van de eindtijdverwachting. In andere brieven benadrukt Paulus de spoedige komst van Jezus en stelt hij de opstanding van de gelovigen voor als een gebeurtenis die zich in de toekomst zal voltrekken. In Kolossenzen is de aandacht veel meer op het heden gericht: de gelovigen zijn nu reeds met Christus opgewekt tot nieuw leven (hoofdstuk 2). Verder krijgt de leer over Christus in deze brief kosmologische trekken: het lichaam van Christus bestaat volgens het boek niet alleen uit de kerk en de gelovigen, maar uit de hele kosmos. Christus heeft alle kosmische machten en krachten overwonnen. Volgens veel uitleggers wijst dit erop dat Kolossenzen geen authentieke brief van Paulus is, maar dat een andere schrijver, misschien een leerling van Paulus, zijn eigen brief aan Paulus toegeschreven heeft om deze meer gezag te verlenen. Zij dateren de brief rond 80 n.Chr. en vermoeden dat hij in Klein-Azië geschreven is. Anderen menen dat het om een ontwikkeling in Paulus’ eigen gedachtegoed gaat. Omdat vermeld staat dat Paulus gevangen zit, vermoeden zij dat de brief in Rome geschreven is, aan het eind van de jaren vijftig van de eerste eeuw.
De hoofdstukken 1 en 2 omvatten een leerstellig gedeelte en een polemiek tegen een dwaalleer die in de gemeente rondwaart. Deze leer stond het vereren van de elementen van de wereld voor, van engelen en demonen, en ook het in acht nemen van allerlei voorschriften zoals voedselwetten. De gemeente wordt opgeroepen zich alleen vast te houden aan Christus zelf, die heer is over alles wat bestaat. Vanaf 3:5 volgt een praktisch-ethisch gedeelte en wordt de gemeente voorgehouden wat het betekent om met Christus gestorven en opgewekt te zijn. Diverse groepen binnen de gemeente (mannen, vrouwen, kinderen, slaven, heren) krijgen aanwijzingen hoe zij zich dienen te gedragen. De brief eindigt met de mededeling dat Tychikus en Onesimus de gemeente zullen informeren over Paulus’ toestand, en met een lijst met groeten.
NBV Studiebijbel , p. 2087
Achtergrond
De bnef aan de Kolossenzen is volgens de aanhef geschreven door Paulus en Timoteüs
(1:1) en gericht aan de christenen in Kolosse. Die stad lag 16o kilometer ten
oosten van Efeze, het centrum van de provincie Asia (het huidige West-Turkije),
op de doorgaande weg naar het oosten. Het was een goed bereikbare stad, typisch
voor het soort vergriekste steden dat in die tijd overal in het Middellandse
Zeegebied voorkwam.
De inwoners van Kolosse hebhen het evangelie leren kennen door Paulus’
medewerker Epafras, die uit Kolosse kwam (4:12). Hij heeft zijn stadsgenoten
onderwezen (1:7) en over hen aan Pauius verteld (1:8), en hij blijft zich voor
hen inspannen (4:12-13). . Epafras zorgt ook voor de christenen in de naburige
steden Laodicea en Hiërapoiis (4:13). Aan de Kolossenzen wordt gevraagd
of zij de brief willen delen met de Laodicenzen (4:15-16).
Uit de brief blijkt dat de Kolossenzen en de Laodicenzen Paulus nooit hebben
ontmoet (2:1, 5). Ze kennen hem alleen via de verhalen van Epafras. De Kolossenzen
krijgen deze brief van Tychikus en Onesimus (4:7-9), twee andere rnedewerkers
van Paulus.
Waar en wanneer deze brief geschreven is, is onbekend. Sommige deskundigen denken
dat niet Paulus de schrijver is, maar iemand uit zijn school. De
brief geeft inzicht in de voortgang van de geloofsverkondiging, die vanuit provinciale
centra als Efeze die verder gaat naar de steden in het achterland. Ook wordt
duidelijk hoe Paulus een christelijk netwerk uitbouwde, met centrale rollen
voor zijn leerlingen en medewerkers.
Thema
De christenen van Kolosse krijgen een brief over de betekenis van de uitspraak
dat Christus Jezus hun Heer is (2:6), degene in wie alles geschapen is (1:16)
en in wie alles bestaat en wordt samengehouden (1:17). Deze kosmische Christus
wordt ook ter sprake gebracht in eerdere brieven (1 Korintiërs 8:6; 15:24-28;
Galaten 4:3-10; 6:14-15), maar krijgt hier aile aandacht. De tekst maakt duidelijk
dat Christus Heer is over een samenhangende en hiërarchisch geordende werkelijkheid.
In de wijsbegeerte van die tijd werd heftig gediscussieerd over de samenhang
van de wereld en de mogeiijkheid dat deze uiteen zou vallen. Volgens de brief
kan de wereld niet uiteenvallen (i:i6-i7) omdat Christus de kosmische machten
en krachten overwonnen heeft (2:15) en het hoofd is dat alles bijeenhoudt (2:10,
19). Dit inzicht wil de brief overdragen. Termen als ‘inzicht’ (1:9;
2:2), ‘wijsheid’ (1:9, 28; 2:3; 3:16; 4:5) en ‘kennis’
(gnôsîs 2:3; vergelijk 1:9, 10; 2:2;
3:10) komen dan ook vaak voor.
Later zou dc gnostiek verkondigen dat er twee werelden zijn: de lichtwereld
van de hogere, goede verlossergod, en de materiéle wereld van de lagere,
kwaadaardige scheppergod, die de mens in zijn wereld gevangenhoudt. De gnostiek
gaf de kennis om terug te keren naar de lichtwereld, Deze brief aan de christenen
van Kolosse daarentegen stelt dat de werkelijkheid één is en samenhangt
in Christus.
Opbouw
De brief begint met de gebruikelijke vredeswens (1:1-2), dankzegging (1:3-8),
gebed voor de geadresseerden (1:9-23) en vermelding van Paulus’ inspanningen
(1:24-2:7). Dan volgen drie waarschuwingen om zich niet te laten misleiden door
fraaie redeneringen (2:8-3:4). Van die redeneringen wordt gezegd dat ze nog
steeds belang hechten aan de ‘machten van de wereld’ (zie de aantekening
hij 2:8), terwijl Christus deze machten heeft overwonnen. Ook kennen zij gezag
toe aan de hemellichamen die de kalender bepalen, in plaats van aan Christus.
En verder pleiten ze voor de verering van engelen, waarmee ze Christus tekortdoen,
het hoofd dat alles bijeenhoudt.
Na deze waarschuwingen volgt een positieve uitwerking van wat de herschepping
van de mens naar Gods beeld inhoudt (3:5-17) en welke maatschappelijke ordening
daarbij aansluit (3:18-4:1). Het centrale deel van de brief wordt afgerond met
een algemene oproep om te blijven bidden en zich wijs te gedragen (4:2-6). De
brief besluit met opmerkingen over de twee bezorgers van de brief, groeten van
en aan bekenden, een opdracht om met Laodicea van brief te wisselen en een eigenhandig
geschreven groet (4:7-18).
1. Kol 1,1-2 : Schrijver , lezers , groet .
1.1. Paulus , apostel van Jezus Christus , door een wil van God
Paulus staat in dertien van de veertien brieven , die aan Paulus worden toegeschreven
, aan het begin van de brief . Niet in Hebr. . Hiermee wordt de afzender van
de brief aangeduid . Het is niet omdat Paulus op de hoofding van de brief staat
, dat de brief daadwerkelijk van Paulus is . Sommige leerlingen hebben gebruik
gemaakt van de naam Paulus om hun brief meer gewicht te geven .
In negen van de veertien brieven van Paulus wordt apostolos (apostel) van Jezus
Christus in het eerste vers vermeld . Niet in Fil (Paulus samen met Timoteüs)
, 1 Tes (Paulus , samen met Silvanus en Timoteüs) , 2 Tes (Paulus , samen
met Silvanus en Timoteüs) , Film en Heb . In Heb was Paulus al niet vermeld
. In 1 Pe en 2 Pe wordt eveneens apostolos vermeld bij de naam Petros (Petrus)
. Paulus heeft een bepaald gebeuren op weg naar Damascus geïnterpreteerd
als een verschijning van Jezus aan hem . Bovendien heeft hij het gebeuren begrepen
als een zending door Jezus .
Paulus is de afzender van de brief . Men zou apo- stolos ook als af-zender kunnen
vertalen . Maar die betekenis is te mager . Hij is meer . Hij is apostel of
afzender van Christus Jezus . Hij is de gezondene door Christus Jezus . En er
is nog meer . Hij is dat door de wil van God . Paulus heeft dus niet alleen
een mandaat van Christus Jezus , maar ook een mandaat van God .
De zeven verzen waarin thelèmatos theou (van een wil van God) in het
N.T. voorkomt , staat telkens na het voorzetsel dia (door) en slechts in deze
zeven verzen in de brieven van Paulus . In 5 beginverzen volgt dia thelèmatos
theou (door een wil van God) op paulos apostolos ièsou christou (Paulus
, apostel van Jezus Christus) .
1.2. Timoteüs
Timotheos (Timoteüs) . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 16,1 . (2) Hnd 17,14 . (3) Hnd 18,5 . (4) Hnd 20,4 . Timoteüs was een leerling in Lystra . Hij was de zoon van een gelovige Joodse moeder en een Griekse vader . Hij stond goed aangeschreven bij de gelovigen in Lystra en Ikonium . Paulus , vergezeld van Silas , ontmoette Timoteüs bij zijn tweede zendingsreis (Hnd 16,1) . Hij liet hem besnijden . Hij werd een zendingsgenoot van Paulus . Tijdens die tweede zendingsreis van Paulus stuurden de gelovigen van Berea Paulus naar Athene terwijl Silas en Timoteüs in Berea bleven (Hnd 17,14) . Silas en Timoteüs kwamen Paulus vervoegen in Korinte (na zijn vertrek uit Athene) (Hnd 18,5) . Timoteüs was één van de zeven begeleiders van Paulus naar Griekenland via Macedonië (Hnd 20,4) . In twee brieven wordt Timoteüs door Paulus aangehaald . In zes brieven is Timoteüs medeauteur : (1) 2 Kor 1,1 . (2) Fil 1,1 . (3) Kol 1,1 . (4) 1 Tes 1,1 . (5) 2 Tes 1,1 . (6) Film 1,1 .
1.3. aan de heiligen in Kolosse
Plaatsnaam dat. vr. mv. kolossais van het zelfstandig naamwoord kolossai
(Kolosse) . Zie Kol
1,2 . Deze plaatsnaam komt slechts 1X voor in de bijbel .
-- 'De gemeente van Kolosse , een stadje gelegen in het zuiden van Frygië
, in het Lykos-dal (nu Cürüksü, kleine Meander) , een zijstroom
van de Meander (Büyük = groot , Menderes) , is waarschijnlijk evenals
die van Laodicea (15 km W. van Kolosse) en Hiërapolis (24 km N.W. van Kolosse)
gesticht door Epafras .' (Willibrordvertaling , 1995 , p.1749) .
-- 'Die stad lag 160 kilometer ten oosten van Efese , het centrum van de Romeinse
provincie Asia (het huidige West-Turkije), op de doorgaande weg naar het oosten
. Het was een goed bereikbare stad typisch voor het soort vergriekste steden
dat in die tijd overal in het Middellandse Zeegebied voorkwam.' (NBV Studiebijbel
, 2008, p.2087) .
-- In Kolosse woonden naast de oorspronkelijke Phrygiers ook Griekse
kolonisten en Joden. Antiochus de Grote had namelijk in 200 v.Chr. ruim 2000
Joodse gezinnen uit Babylonië en Mesopotamië naar deze streek gedeporteerd.
In deze stad was ook een christelijke gemeente, die waarschijnlijk gesticht
was door Epaphras. Aangenomen wordt dat hij van Paulus zelf de opdracht kreeg
om vanuit Efeze naar Kolosse terug te gaan om daar het evangelie te verkondigen;
Epaphras kwam namelijk oorspronkelijk uit deze stad. Zelf heeft Paulus nooit
in Kolosse gewerkt, maar hij waardeert het werk van Epaphras zeer. De gemeente
daar bestond vooral uit heiden-christenen die in huisgemeenten samenkwamen.
(Wikipedia , zie website http://nl.wikipedia.org/wiki/Kolosse
) .
-- Kolosse, 24 km Z.O. van Pamukkale; 15 km O. van Laodicea bij het dorpje Monaz
De derde stad na Hiërapolis en Laodicea in het Lykosdal (nu Cürüksü,
kleine Meander) is een Frygische stichting en heeft geen architectuur nagelaten
maar slechts afdrukken in het terrein (akropolis, theater). Daardoor is de stad
nog slechts bekend uit historische vermeldingen, zoals bijv. in samenhang met
de tocht van Xerxes door Klein-Azië in 480 v.C. bij Herodotus, Strabo en
Plinius en in de Brief aan de Kolossenzen, die de apostel Paulus, wiens begeleider
Epafras uit Kolosse afkomstig was, aan de christelijke gemeente schreef: 'Ik
laat jullie echter weten, wat voor strijd ik voer voor jullie en voor die van
Laodicea' . (Zie website http://www.stedentipsvoortrips.nl/turkije/pamukkale.htm
.
In verschillende brieven worden de geadresseerden heiligen (hagioi) genoemd . Worden zij heilig genoemd omwille van hun roeping tot heiligheid (geroepen tot heiligheid) of omdat zij heilige geest hebben ontvangen ?
1.4. vredeswens
Genade zij u en vrede vanwege God onze vader en vanwege onze Heer Jezus Christus) . In tien verzen in de brieven van Paulus : (1) Rom 1,7 . (2) 1 Kor 1,3 . (3) 2 Kor 1,2 . (4) Gal 1,3 . (5) Ef 1,2 . (6) Fil 1,2 . (7) Kol 1,2 . (8) 1 Tes 1,1 . (9) 2 Tes 1,2 . (10) Film3 . Met deze begroeting opent Paulus een brief . In de pastorale brieven vinden we een variante van deze formulering : (1) 1 Tim 1,2 . (2) 2 Tim 1,2 . (3) Tit 1,4 .
2. Kol 1,3-11 : Dankzegging en gebed .
Epafras
Paulus heeft waarschijnlijk de gemeente in Kolosse nooit zelf bezocht (2:1).
Toch was hij op de hoogte van de situatie in deze stad. Hij moet zijn informatie
over hen dus op een andere manier ontvangen hebben. In zijn brief aan de Kolossenzen
schrijft Paulus over Epafras. Epafras was afkomstig uit Kolosse (4:12) en berichtte
Paulus over de situatie daar (1:4; 1:7-8). Uit 1:7 en 4:13 kunnen we afleiden
dat Epafras een prediker is geweest in Kolosse en het nabijgelegen Laodicea
en Hiërapolis. Op het moment van schrijven zit Epafras (vrijwillig?) gevangen
in Rome bij Paulus (Fil:23). Mogelijk is Epafras dezelfde als Epafroditus (Fil.2:25;
Fil.4:18), omdat het werk van beiden overeen komt en ook de namen nagenoeg hetzelfde
betekenen. (zie website : http://www.hemels-brood.nl/Database%20publicaties/Bijbelstudies/Korte%20inleiding%20bij%20de%20Kolossenzenbrief.htm
.
-- Eigennaam nom. mann. enk. epafras (Epafras) . Bijbel (2) : (1) Kol
4,12 . (2) Film
1,23 .
-- Eigennaam gen. mann. enk. epafra (Apafras) : Kol
1,7 .
3. Kol 1,12-23 : Door Christus met God verzoend .
- Kol 1,12-14 : belijdenis .
- Kol 1,15-20 : een christologische hymne .
- Kol 1,21-23 .
Gnosis is een kernbegrip uit het gnosticisme. Het woord is afkomstig van het Griekse 'gnosis', dat kennis of inzicht betekent. Kenmerkend voor gnostici is dat ze niet geloven (in godsdienstige zin), maar hun innerlijke morele autoriteit stellen boven elk uiterlijk gezag. Die innerlijke autoriteit komt voort uit hun gnosis: hun kennis. Deze kennis is echter geen rationele kennis, maar een inwendige zelfervaring van de mens. Het woord gnosis is verwant met het Nederlandse woord geweten. Gnosis staat als religieus begrip tegenover geloof. Een spirituele stroming die gericht is op gnosis zal het geloof op gezag principieel verwerpen. Webpagina http://nl.wikipedia.org/wiki/Gnosis .
4. Kol 1,24-2,5 : De dienst van de apostel .