BRIEF AAN DE KOLOSSENZEN HOOFDSTUK 1 - Kol 1 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -

- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,15-20 -- Kol 1,24-2,5 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Bijbeluitleg per hoofdstuk : Kol 1 , Kol 2 , Kol 3 , Kol 4
Bijbeluitleg per pericope
- Kol 1,1-2 : Schrijver , lezers , groet .
- Kol 1,3-11 : Dankzegging en gebed .
- Kol 1,12-23 : Door Christus met God verzoend .
- Kol 1,24-2,5 : De dienst van de apostel .
Tekstuitleg vers per vers : - Kol 1,1 - Kol 1,2 - Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 - Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 - Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -

() Kol 1,1 . () Kol 1,2 . () Kol 1,3 . () Kol 1,4 . () Kol 1,5 . () Kol 1,6 . () Kol 1,7 . () Kol 1,8 . () Kol 1,9 . () Kol 1,10 . () Kol 1,11 . () Kol 1,12 . () Kol 1,13 . () Kol 1,14 . () Kol 1,15 . () Kol 1,16 . () Kol 1,17 . () Kol 1,18 . () Kol 1,19 . () Kol 1,20 . () Kol 1,21 . () Kol 1,22 . () Kol 1,23 . () Kol 1,24 . () Kol 1,25 . () Kol 1,26 . () Kol 1,27 . () Kol 1,28 . () Kol 1,29 .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
         
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3   Cahier biblique    
    bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Kol 1,15-20 : 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - ,
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Kol 1,1-2 . Schrijver , lezers , groet - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,1 - Kol 1,2 -

Kol 1,1 - Kol 1,1 : Schrijver , lezers , groet - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,1 - Kol 1,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1paulos apostolos christou ièsou dia thelèmatos theou kai timotheos o adelfos   1 Paulus apostolus Christi Iesu per voluntatem Dei et Timotheus frater    1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, en Timotheüs, de broeder,   [1] Van* Paulus, door de wil van God apostel van Christus Jezus, en onze broeder Timoteüs*,   [1] Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs.  1 ¶ Paulus, door de wil van God apostel van Christus Jezus, en Timoteüs, de broeder,  1. Paul, apôtre du Christ Jésus par la volonté de Dieu, et le frère Timothée,  

King James Bible . [1] Paul, an apostle of Jesus Christ by the will of God, and Timotheus our brother,
Luther-Bibel . 1 1 Paulus, ein Apostel Christi Jesu durch den Willen Gottes, und Bruder Timotheus

Tekstuitleg van Kol 1,1 . Dit vers Kol 1,1 telt 11 woorden en 62 letters . De getalwaarde is 6947 (priemgetal) .

Kol 1,1.1. παυλος = paulos (Paulus) . Taalgebruik in het NT : paulos (Paulus) . Paulos (Paulus) staat in dertien van de veertien brieven , die aan Paulus worden toegeschreven , aan het begin van de brief . Niet in Hebr. . Hiermee wordt de afzender van de brief aangeduid . Het is niet omdat Paulus op de hoofding van de brief staat , dat de brief daadwerkelijk van Paulus is . Sommige leerlingen hebben gebruik gemaakt van de naam Paulus om hun brief meer gewicht te geven .

    NT Hnd 13 Hnd 14 Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28 Hnd
1 nom.mann. enk. paulos 79  55 
2 voc. mann. enk. paule 2                           1 1   2
3 gen. mann. enk. paulou 30      24 
4 dat mann. enk. paulô(i) 17              17 
5 acc mann. enk. paulon 30      30 
  totaal  158  11  10  11  15  10  128 

  paulos  NT Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film 2 Pe P. A. b.
1 nom. enk. paulos   79  55  24  1 : Rom 1,1 . 4 : (1) 1 Kor 1,1 . (2) 1 Kor 1,13 . (3) 1 Kor 3,5 . (4) 1 Kor 3,22 . 2 : (1) 2 Kor 1,1 . (2) 2 Kor 10,1 . 2 : (1) Gal 1,1 . (2) Gal 5,2 . 2  : (1)Ef 1,1 . (2) Ef 3,1 . 1 : Fil 1,1 . 2  : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,23 . 2  : (1) 1 Tes 1,1 . (2) 1 Tes 2,18 . 1  : 2 Tes 1,1 . 1  : 1 Tim 1,1 . 1  : 2 Tim 1,1 . 1 :   Tit 1,1 . 3 : (1) Film 1,1 . (2) Film 1,9 . (3) Film 1,19. 1 : 2 Pe 3,15 . 23 
3 gen. enk. paulou  30  24   4 : (1) 1 Kor 1,12 . (2) 1 Kor 1,13 . (3) 1 Kor 3,4 . (4) 1 Kor 16,21 .         1 : Kol 4,18 .   1 : 2 Tes 3,17 .            
  totaal  158  128  30  29 

Kol 1,1.2. αποστολος = apostolos (apostel, gezondene) . Taalgebruik in het NT : apostolos (apostel) . In negen van de veertien brieven van Paulus wordt apostolos (apostel) in het eerste vers vermeld . Niet in Fil (Paulus samen met Timoteüs) , 1 Tes (Paulus , samen met Silvanus en Timoteüs) , 2 Tes (Paulus , samen met Silvanus en Timoteüs) , Film en Heb . In Heb was Paulus al niet vermeld . In 1 Pe en 2 Pe wordt eveneens apostolos vermeld bij de naam Petros (Petrus) .
Paulus is de afzender van de brief . Men zou apo- stolos ook als af-zender kunnen vertalen . Maar die betekenis is te mager . Hij is meer . Hij is apostel of afzender van Christus Jezus . Hij is de gezondene door Christus Jezus . En er is nog meer . Hij is dat door de wil van God . Paulus heeft dus niet alleen een mandaat van Christus Jezus , maar ook een mandaat van God .
Er worden zware gezagsargumenten ingeroepen om het gezag van de brief te beklemtonen .
Paulus heeft een bepaald gebeuren op weg naar Damascus geïnterpreteerd als een verschijning van Jezus aan hem . Bovendien heeft hij het gebeuren begrepen als een zending door Jezus .

  apostolos (apostel)   bijbel NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Heb 1 Pe 2 Pe Jud  syn.  ev.  P..  A. b.. 
1 nom. mann. enk. apostolos  18  18          17  2 : (1) Rom 1,1 . (2) Rom 11,13 .   4 : (1) 1 Kor 1,1 . (2) 1 Kor 9,1 . (3) 1 Kor 9,2 . (4) 1 Kor 15,9 .   1 : (1) 2 Kor 1,1 .   (1) Gal 1,1 .   (1)Ef 1,1 .     (1) Kol 1,1   2 : (1) 1 Tim 1,1 . (2) 1 Tim 2,7  2  : (1) 2 Tim 1,1 . (2) 2 Tim 1,11  1 :   Tit 1,1 .   (1) 1 Pe 1,1 .   (1) 2 Pe 1,1 .       15 
2 gen. mann. enk. apostolou                (1) 2 Kor 12,12 .                                
4 acc. mann. enk. apostolon                      (1) Fil 2,25 .             (1) Heb 3,1 .              
5 nom. mann. mv.. apostoloi   16  16        2 : (1) 1 Kor 9,5 . (2) 1 Kor 12,29 .   (1) 2 Kor 8,23 .           (1) 1 Tes 2,7 .                  
6 gen. mann. mv.  apostolôn 22  22        13    1 : 1 Kor 15,9 .   2 : (1) 2 Kor 11,5 . (2) 2 Kor 12,11 . (1) Gal 1,19 .   (1) Ef 2,20 .                   (1) 2 Pe 3,2 .   Jud 1,17 
7 dat. mann. mv. apostolois           (1) Rom 16,7 .    1 : 1 Kor 15,7 .       (1) Ef 3,5 .                            
8 acc. mann. mv. apostolous  15  15        2 : (1) 1 Kor 4,9 . (2) 1 Kor 12,28 .   (1) 2 Kor 11,13 .  (1) Gal 1,17 .   (1) Ef 4,11 .                            
  totaal 8 80  28  39  10  35 

Kol 1,1.1. - 2. παυλος αποστολος = paulos apostolos (Paulus, apostel of gezondene) . Brieven (6) : (1) 2 Kor 1,1 . (2)  Gal 1,1 . (3)  Ef 1,1 . (4)  Kol 1,1 .  (5)  1 Tim 1,1 . (6)  2 Tim 1,1 .  

  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb 1 Pe 2 Pe P.  A.b 
vers  Rom 1,1 .   1 Kor 1,1 2 Kor 1,1 .   Gal 1,1 Ef 1,1 Ef 1,1 Kol 1,1 1 Tes 1,1 2 Tes 1,1 1 Tim 1,1 .   2 Tim 1,1 .   Tit 1,1   Film 1,1 .     1 Pe 1,1  2 Pe 3,15  14 
paulos (Paulus) / (Sumeôn) Petros (Simon) Petrus + T.    (X) X  13 
doulos (dienaar)         douloi                  doulos kai (dienaar en) 
Christou Ièsou (van Ch. .J.)                      (theou : van God)           
klètos (geroepen)                     (+ de)            
apostolos (apostel)        desmos (gevangene)    9 (10) 
Christou Ièsou of Ièsou Christou              
dia thelèmatos theou (door de wil van God)    (x)                     

Kol 1,1.3. gen. mann. enk. χριστου = christou (van Christus) van het zelfst. naamw. χριστος = christos (gezalfde, Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Taalgebruik in de LXX : christos (Christus) . Een vorm van χριστος = christos (gezalfde, Christus) in het OT (50) , in het NT (529) . Het Griekse woord χριστος = christos (Christus) is de vertaling van het Hebreeuwse massiach (gezalfde, messias). Jezus was zijn geboortenaam, Christus is een bijnaam om hem als de messias aan te duiden . In de Brieven wordt de term Christus veelvuldig gebruikt . Het is niet omdat de term Christus zo weinig voorkomt in de evangelies , dat de visie van Paulus niet overheersend zou zijn .
Een vorm van Christos (Christus) in Kol (25) , .in Kol 1 (8) : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud 
nom. Christos 118 8 110 8 5 5 15 18 33 4 73 14 18 2 9 6 4 4   1 3       6   2 1 3      

voc. Christe

1   1 1 0 0 0 1 1 0                                            
gen. Christou 251 11 240 5 2 0 1 7 8 11 214 27 24 30 15 20 17 11 6 7 8 5 4 4 6 2 14 6 2 2   4
dat. Christô(i) 107 5 102 0 0 0 0     0 102 16  12  16  11             
acc. Christon 78 14 64 2 0 7 2 9 11 10 43                
totaal 555 38 517 16 7 12 18 35 53 25 432 65  61  44  36  46  37  25  10  10  14  13  12  21   

  Christos Kol Kol   
1 nom. Christos 4 (1) Kol 1,27 . (2) Kol 3,1 . (3) Kol 3,4 . (4) Kol 3,11 .
2

voc. Christe

   
3 gen. Christou 11 (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,3 . (3) Kol 1,7 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,2 . (6) Kol 2,11 . (7) Kol 2,17 . (8) Kol 3,15 . (9) Kol 3,16 . (10) Kol 4,3 . (11) Kol 4,12 .
4 dat. Christô(i) (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4 . (3) Kol 1,28 . (4) Kol 2,20 . (5) Kol 3,1 . (6) Kol 3,3 . (7) Kol 3,24 .
5 acc. Christon (1) Kol 2,5 . (2) Kol 2,6 . (3) Kol 2,8 .
  totaal 25   

- Hebreeuws . מָשִׁיחַ = mâsjîach (messias , gezalfde) . Zie het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . m-sj-j-ch . Tenakh (11) : (1) 1 S 24,7 . (2) 1 S 24,11 . (3) 1 S 26,16 . (4) 2 S 1,14 . (5) 2 S 1,16 . (6) 2 S 1,21 . (7) 2 S 19,22 . (8) 2 S 23,1 . (9) Kl 4,20 . (10) Da 9,25 . (11) Da 9,26 .
- Zie ook het Griekse werkw. χριω = chriô (zalven) . Taalgebruik in het NT : chriô (zalven) . Taalgebruik in de LXX : chriô (zalven) . Taalgebruik in Lc : chriô (zalven) . Een vorm van χριω = chriô in de LXX (79) , in het NT (5) : (1) Lc 4,18 . (2) Hnd 4,27 . (3) Hnd 10,38 . (4) 2 Kor 1,21 . (5) Heb 1,9 .

2. - 3. Variante lezing . αποστολος ιησου = apostolos ièsou (apostel of gezondene van Jezus) . NT = Brieven (9) : (1) 1 Kor 1,1 . (2) 2 Kor 1,1 . (3)  Ef 1,1 . (4)  Kol 1,1 .  (5)  1 Tim 1,1 . (6)  2 Tim 1,1 . (7) Tit 1,1 . (8) 1 Pe 1,1 . (9) 2 Pe 1,1 .  

Kol 1,1.1. - 3. Variante lezing . παυλος αποστολος ιησου = paulos apostolos ièsou (Paulus, apostel of gezondene van Jezus) . NT = Brieven (5) : (1) 2 Kor 1,1 . (2)  Ef 1,1 . (3)  Kol 1,1 .  (4)  1 Tim 1,1 . (5)  2 Tim 1,1 .  

Kol 1,1.4. gen. mann. enk. ιησου = Ièsou (Jezus) van het zelfst. naamw. ιησους = ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het NT : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in de LXX : Ièsous (Jezus) . In Mc en Lc wordt de naam Jezus relatief weinig gebruikt . In de evangelies wordt de naam Christus zeer weinig gebruikt , maar des te overvloediger in de Brieven . Kol (7) . 1. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) : Kol 4,11 . 2. Genitief mann. enk. ièsou (van Jezus) . Kol (5) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,3 . (3) Kol 1,4 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,12 . 3. acc. mann.enk Ièsoun (Jezus) : Kol 2,6 .

  Ièsous (Jezus)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk syn. ev.
1 nom. mann. enk. Ièsous 604  149  455  110 57 55 194 10 28 1 4 2 1 0 1 1 2 2 3 0 0 0 5 0 0 1 5 0 0 0 1 222 416
2 voc. + gen. + dat. mann. enk. Ièsou 348  35  313  25 13 18 18 32 196 29 17 11 14 18 19 5 12 10 10 11 4 5 4 2 9 7 4 1 0 4 11 56 74
3 acc. mann. enk. Ièsoun 163  39  124  15 11 14 26 27 31 6 2 4 2 1 1 1 2 0 0 1 0 1 5 0 0 0 0 3 1 1 0 40 66
  totaal 1115  223  892  150 81 87 238 69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12 318 556

- Hebreeuws . יְהוֹשֻׁעַ = jëhôsju`a (Jozua) . Taalgebruik in Tenakh : jëhôsju`a (Jozua) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 3 - 7 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (177) . Pentateuch (16) . Eerdere Profeten (152) . Joz (142) . Re (6) . 1 S (2) . 1 K (1) . 2 K (1) . Jozua was degene die het volk van Israël het land binnenleidde .
- יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Grieks . σῳζω = sôzô (redden, verlossen) . Taalgebruik in het NT : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) . L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . Ned. heiland . D. Heiland . Arabisch : = najada (redden, helpen) . Taalgebruik in de Qoran : najada (redden, helpen) . Hebr. מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (de reddende) act. part. hifil nom. mann. enk. van het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) , is heel nauw verwant wat letters betreft : מָשַׁח = mâsjach (zalven) . (מָשִׁיחַ =mâsjîach = gezalfde, messias, G. χριστος = christos = Christus) . Een vorm van σῳζω = sôzô (redden) in de LXX (363) , in het NT (106) .

Kol 1,1.3. - 4. ιησου χριστου = Ièsou Christou (Jezus Christus) . NT (146) . Kol (3) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,2 . (3) Kol 1,3 .Slechts in vier verzen in de evangelies : (1) Mt 1,1 . (2) Mt 1,18 . (3) Mc 1,1 . (4) Joh 1,17 . Hnd (11) . Brieven (125) . Apk (6) . We hebben reeds gewezen op de gelijkenissen tussen de 2 woorden in het Hebreeuws . Het is opvallend dat in de Brieven de namen van Jezus en Christuis zo sterk aan elkaar gelinkt zijn .

Christos  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  syn. ev. Hnd  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk
een vorm van Ièsous Christos     178 3 1 0 2     16   23 15 10 8 11 9 3 8 10 6 6 4 3 3 2 8 7 8 2   4 6
een vorm van Christos Ièsous     74             4   10 6 1 8 8 11 3 2   7 8   3 1   2            
totaal     252 3 1 0 2     20   33 21 11 16 19 20 6 10 10 13 14 4 6 3 2 10 7 8 2   4 6
totaal een vorm van Ièsous 1115  223  892  150 81 87 238     69 255 36 23 17 17 19 21 7 16 12 13 12 4 6 14 2 9 8 9 4 1 5 12
                                                                   

nom. Ièsous Christos

    16 1           1     2 2 1   1   1 1 1 1     1     1   1   1  
nom Christos Ièsous     1             1                                              
                                                                   

voc. Ièsou Christe

                                                                 
                                                                   
gen. Issou Christou     140 2 1 0 1 3 4 9  

21

10 8 7 10 7 3 7 8 5 4 4 3 2 2 8 6 3 1   3 6
gen. Christou Ièsou     6                         1 3         1 1                    
                                                                   
dat. Ièsou Christô(i)     1                                 1                          
dat. Christô(i) Ièsou     52                 8 6   6 7 8 2 2   3 7   1     2            
                                                                   
acc. Ièsoun Christon     15       1     6   2 3     1 1         1   1 1                
acc. Christon Ièsoun     9             3   2   1 2     1                              
totaal                                                                  

Kol 1,1.1. - 4. Variante lezing . παυλος αποστολος ιησου χριστου = paulos apostolos ièsou christou (Paulus, apostel of gezondene van Jezus Christus) . NT = Brieven (5) : (1) 2 Kor 1,1 . (2)  Ef 1,1 . (3)  Kol 1,1 .  (4)  1 Tim 1,1 . (5)  2 Tim 1,1 .   Sommige tekstuitgaven schrijven apostolos ièsou christou (apostel van Jezus Christus) en andere apostolos christou ièsou (apostel van Christus Jezus) .

Kol 1,1.5. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door) . Taalgebruik in het Brieven : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 .

Kol 1,1.6. Gen. onz. enk. thelèmatos (wil) van het zelfstandig naamwoord thelema (wil) . Verwijzing : thelèma (wil) . Vergelijk : L. volun-tas . F. : volonté . Gr. thelô (willen, vouloir) . L. velle . Ned. wil . E. will . D. der Willen .

thelèma (wil)  bijbel  OT NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Kol  1 Tes  2 Tim Heb P.  A.b 
gen. enk.  thelèmatos 16 3 13 1 12 1 : Rom 15,32 . 2 : (1) 1 Kor 1,1 . (2) 1 Kor 7,37 . 2 : (1) 2 Kor 1,1 . (2) 2 Kor 8,5 .   4 : (1) Ef 1,1 . (2) Ef 1,5 . (3) Ef 1,9 . (4) Ef 1,11 . 2 : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,9 .   1 : 2 Tim 1,1 .   12   
Totaal   86 30 56 18 35 28 

Kol 1,1.7. gen. mann. enk. θεου = theou (van God) van het zelfst. naamw. θεος = theos (God) . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Taalgebruik in Mc : theos (God) . Kol (14) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,2 . (3) Kol 1,6 . (4) Kol 1,10. (5) Kol 1,15 . (6) Kol 1,25 . (7) Kol 2,2 . (8) Kol 2,12 . (9) Kol 2,19 . (10) Kol 3,1 . (11) Kol 3,6 . (12) Kol 3,12 . (13) Kol 4,11 . (14) Kol 4,12 . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) . Kol 1 (8) : (1) Kol 1,1 (gen. mann. enk. theou) . (2) Kol 1,2 (gen. mann. enk. theou) . (3) Kol 1,3 (dat. mann. enk. theô(i) . (4) Kol 1,6 (gen. mann. enk. theou) . (5) Kol 1,10 (gen. mann. enk. theou) . (6) Kol 1,15 (gen. mann. enk. theou) . (7) Kol 1,25 (gen. mann. enk. theou) . (8) Kol 1,27 (theos : nom. mann. enk.) .

  theos (God)  bijbel  OT  NT syn.. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
1 nom. mann. enk. theos 1686  1399  287  29 46 163  32  30  18    22  11        143 20
2 gen. mann. enk.  theou 1517  876  641  129 172 360   71  46  33  15  20  10  14  15  15  29  20  29  293 67
3 dat.  mann. enk. theô(i) 433  279  154  14 18 110  27  14  12        97  13 
4 acc.  mann. enk. theon 496  354  142  33 45 62  14              43 19
  Totaal   4132  2908  1224  205 281 695 144  93  70   30  31  23  20  35  17  21  13  12  65  15  36  52  4 576  119 

- Hebreeuws . אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) . Eerdere Profeten (118) . Latere Profeten (39) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (253) .
- L. deus , Fr. dieu . De vloek dju . D. Gott . E. God . Ned. God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah)

Kol 1,1.6. - 7. De zeven verzen waarin thelèmatos theou (van de wil van God) in het NT voorkomt , staat telkens na het voorzetsel dia (door) en slechts in deze zeven verzen in de brieven van Paulus . In 5 beginverzen volgt dia thelèmatos theou (door een wil van God) op paulos apostolos ièsou christou (Paulus , apostel van Jezus Christus) . Uit de onderstaande tabel is duidelijk welke verzen het zijn .
We willen opmerken dat noch vóór thelèmatos (door een wil) noch vóór theou (van God) een bepaald lidwoord staat ; we zouden kunnen vertalen : door een wil van God . Vlotter vertaald : omdat God het wil .

thelèma (wil)  NT  Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Ef  Kol  2 Tim P.  A.b 
thelèmatos (tou) theou 7 7 1 : Rom 15,32 1 : 1 Kor 1,1 . 2 : (1) 2 Kor 1,1 . (2) 2 Kor 8,5 . 1 : Ef 1,1 . 1 : Kol 1,1 . 1 : 2 Tim 1,1 7  
dia thelèmatos (tou) theou in beginvers 5   1 : 1 Kor 1,1 . 2 : (1) 2 Kor 1,1 . 1 : Ef 1,1 . 1 : Kol 1,1 . 1 : 2 Tim 1,1 5  

Kol 1,1.8. Nevenschikkend voegwoord kai (en) . Taalgebruik in NT : kai (en) . Taalgebruik in Kol : kai (en) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .

kai (en)  Kol Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
kai (en)   65 20 17 15 13 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 

De brief start met sterke uitspraken . Paulus wordt gezondene van Jezus Christus genoemd ofschoon Paulus Jezus niet persoonlijk heeft gekend . Dat gezonden zijn wordt nog versterkt door een beroep te doen op de wil van God , alsof een mens de wil van God kan kennen . We interpreteren deze aanhef als een poging van de auteur (Paulus?) om het gezag van deze brief te staven .

Kol 1,1.9. τιμοθεος = Timotheos (Timoteüs) . Taalgebruik in het NT : Timotheos (Timoteüs) . Hnd (4) : (1) Hnd 16,1 . (2) Hnd 17,14 . (3) Hnd 18,5 . (4) Hnd 20,4 . Timoteüs was een leerling in Lystra . Hij was de zoon van een gelovige Joodse moeder en een Griekse vader . Hij stond goed aangeschreven bij de gelovigen in Lystra en Ikonium . Paulus , vergezeld van Silas , ontmoette Timoteüs bij zijn tweede zendingsreis (Hnd 16,1) . Hij liet hem besnijden . Hij werd een zendingsgenoot van Paulus . Tijdens die tweede zendingsreis van Paulus stuurden de gelovigen van Berea Paulus naar Athene terwijl Silas en Timoteüs in Berea bleven (Hnd 17,14) . Silas en Timoteüs komen Paulus vervoegen in Korinte (na zijn vertrek uit Athene) (Hnd 18,5) . Timoteüs was één van de zeven begeleiders van Paulus naar Griekenland via Macedonië (Hnd 20,4) . In twee brieven wordt Timoteüs door Paulus aangehaald . Van zes brieven is Timoteüs medeauteur : (1) 2 Kor 1,1 . (2) Fil 1,1 . (3) Kol 1,1 . (4) 1 Tes 1,1 . (5) 2 Tes 1,1 . (6) Film 1,1 .

timotheos bijbel O.T. N.T. Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Film Heb
nom 20  12  1 : Hnd 16,1 . 1 : Hnd 17,14 . 1 : Hnd 18,5 .   1 : Hnd 20,4 . 1 : Rom 16,21 1 : 1 Kor 16,10 1 : 2 Kor 1,1 1 : Fil 1,1 1 : Kol 1,1 1 : 1 Tes 1,1 1 : 2 Tes 1,1     1 : Film 1,1   
  42  18  24  18  2

Kol 1,2 - Kol 1,2 : Schrijver , lezers , groet - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,1 - Kol 1,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2tois en kolossais agiois kai pistois adelfois en christô: charis umin kai eirènè apo theou patros èmôn.   2 his qui sunt Colossis sanctis et fidelibus fratribus in Christo Iesu gratia vobis et pax a Deo Patre nostro    2 Den heiligen en gelovigen broederen in Christus, die te Kolosse zijn; genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.   [2] aan de heiligen van Kolosse*, onze broeders in het geloof en in Christus. Genade voor u en vrede vanwege God onze Vader!   [2] Aan de heiligen in Kolosse, gelovige   2 aan de heilige en gelovige broeders–en–zusters in Christus te Kolosse: genade voor u en vrede, van God, onze Vader!  2. aux saints de Colosses, frères fidèles dans le Christ. A vous grâce et paix de par Dieu notre Père !  

King James Bible . [2] To the saints and faithful brethren in Christ which are at Colosse: Grace be unto you, and peace, from God our Father and the Lord Jesus Christ.
Luther-Bibel . 2 an die Heiligen in Kolossä, die gläubigen Brüder in Christus: Gnade sei mit euch und Friede von Gott, unserm Vater!

Tekstuitleg van Kol 1,2 .

2. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

3. Plaatsnaam dat. vr. mv. kolossais van het zelfstandig naamwoord kolossai (Kolosse) . Het komt slechts 1X voor in de bijbel . 'Die stad lag 160 kilometer ten oosten van Efese , het centrum van de Romeinse provincie Asia (het huidige West-Turkije), op de doorgaande weg naar het oosten . Het was een goed bereikbare stad,typisch voor het soort vergriekste steden dat in die tijd overal in het Middellandse Zeegebied voorkwam.' (NBV Studiebijbel , 2008, p.2087) . Zie verder in Kol K .

8. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

9. dat. mann. enk. christô(i) (Christus) van het zelfstandig naamwoord christos (Christus) . Taalgebruik in het Kol : Christos (Christus) . Taalgebruik in het Brieven : christos (Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor . Een vorm van Christos (Christus) In Kol 1 in 8 verzen : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

16. gen. mann. enk. πατρος = patros (van vader) van het zelfstandig naamwoord πατηρ = patèr (vader) . Taalgebruik in het NT : patèr (vader) . Taalgebruik in de LXX : patèr (vader) .

patèr (vader) enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Apk P.  A.B. 
nom. enk. patèr  305  199  106  18  15  49  17                        14 
voc. enk. pater  41  17  24    11                                                     
gen. enk. patros  420  323  97  21  25  32      24 
dat. enk. patri  109  76  33  13                        10 
dat. enk. patera  218  134  84  13  31  20                            12 
totaal 1093  749  344  60  17  48  121  11  82  11 11  10    60  22 

theos patèr   NT Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul.   Ap. br 
theôs ho patèr 1 1   1                                       1  
theou patros 19 19 1 1 1 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1     1 1   1     16  3

10. - 17. χαρις ὑμιν και ειρηνη απο θεου πατρος ὑμων και απο κυριου ιησου χριστου = charis humin kai eirènè apo theou patros hèmôn kai apo kuriou ièsou christou (Genade zij u en vrede vanwege God onze vader en vanwege onze Heer Jezus Christus) . In tien verzen in de brieven van Paulus : (1) Rom 1,7 . (2) 1 Kor 1,3 . (3) 2 Kor 1,2 . (4) Gal 1,3 . (5) Ef 1,2 . (6) Fil 1,2 . (7) Kol 1,2 . (8) 1 Tes 1,1 . (9) 2 Tes 1,2 . (10) Film3 . Met deze begroeting opent Paulus een brief . In de pastorale brieven vinden we een variante van deze formulering : (1) 1 Tim 1,2 . (2) 2 Tim 1,2 . (3) Tit 1,4 .



Kol 1,3-11 . Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -

Kol 1,3 - Kol 1,3 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3 eucharistoumen tô theô patri tou kuriou èmôn ièsou christou pantote peri umôn proseuchomenoi,   3 gratias agimus Deo et Patri Domini nostri Iesu Christi semper pro vobis orantes     3 Wij danken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, altijd voor u biddende; [3] Wij zeggen God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, dank, telkens als wij voor u bidden.   [3] In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, 3 ¶ Wij brengen dank aan God, de Vader van onze Heer, Jezus Christus, altijd wanneer wij voor u bidden,  3. Nous ne cessons de rendre grâces au Dieu et Père de notre Seigneur Jésus Christ, en pensant à vous dans nos prières,  

King James Bible . [3] We give thanks to God and the Father of our Lord Jesus Christ, praying always for you,
Luther-Bibel . 3 Wir danken Gott, dem Vater unseres Herrn Jesus Christus, allezeit, wenn wir für euch beten,

Tekstuitleg van Kol 1,3 .

1. actief indicatief praesens 1ste persoon meervoud ευχαριστουμεν = eucharistoumen (wij danken) van het werkwoord ευχαριστεω = eucharisteô (danken) . Taalgebruik in het NT : eucharisteô (danken) ch - r . L. gratia . Fr. grace . Vertaling : gratie , genade , char-me , bevalligheid . eucharisteô : welgevallen , goede bevalligheid brengen . Paulus en Timoteüs zijn de 'auteurs' van de brief . De gelijkenis tussen de dankzegging in Kol 1,3 en 1 Tes 1,2 is groot .

Kol 1,3  eucharistoumen tô theô patri tou kuriou èmôn ièsou christou  (wij danken God Vader van onze Heer Jezus Christus) pantote (altijd) peri umôn (omwille van jullie)        
1 Tes 1,2 eucharistoumen tô theô  (wij danken God ) pantote (altijd) peri pantôn humôn (omwille van jullie allen) mneian poioumenoi  (gedachtenis houdend epi tôn proseuchôn èmôn (bij onze gebeden) adialeiptôs (onophoudelijk) 

Anderzijds komen 1 Tes 1,2 en Film 1,4 sterk met elkaar overeen :

1 Tes 1,2 eucharistoumen tô theô  (wij danken God ) pantote (altijd) peri pantôn humôn (omwille van jullie allen) mneian poioumenoi  (gedachtenis houdend epi tôn proseuchôn èmôn (bij onze gebeden) adialeiptôs (onophoudelijk) 
Film 1,4   eucharistô tô theô mou  (ik dank mijn God) pantote (altijd)     mneian sou poioumenos (gedachtenis aan u houdend) epi tôn proseuchôn mou (bij mijn gebden) ,     

eucharisteô (danken) bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
act. ind. praes. 1ste pers. mv. eucharistoumen            3 : (1) Kol 1,3 . (2) 1 Tes 1,2 . (3) 1 Tes 2,13 .    

In de drie teksten van de Br. wordt het vervoegd werkwoord gevolgd door de datief van bestemming tô theô(i) (aan God) = wij danken God .

3. dat.mann. enk. theô(i) (aan God) van het zelfstandig naamwoord theos (God) . Verwijzing : theos (God) . Vergelijk : L. deus , Fr. dieu . De vloek dju . Kol (4) : (1) Kol 1,3 . (2) Kol 3,3 . (3) Kol 3,16 . (4) Kol 3,17 .

theos (God)  bijbel  O.T.  NT  syn.. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
dat.  enk. theô(i) 433  279  154  14 18 110  27  14  12        97  13 

9. Genitief mann. enk. christou (van Christus) van de eigennaam christos (Christus) . Taalgebruik in het Kol : Christos (Christus) . Taalgebruik in het Brieven : christos (Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor . Een vorm van Christos (Christus) In Kol 1 in 8 verzen : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

4. - 9. tou kuriou hèmôn Ièsou Christou (van onze Heer Jezus Christus) komt 48 X in het NT voor . Met de datief patri (Vader) komt het slechts hier in Kol 1,3 voor .

10. pantote (al-tijd) . Taalgebruik in het NT : pantote (al-tijd) . Taalgebruik in het Brieven : pan = al , t - t = tijd , op elk moment , in alle omstandigheden . Fr. tou- jours < tous jours = alle dagen , altijd . L. sem-per (een-s voor alle keren , altijd) , zie website : http://www.ety.nl/etywrdfam.html . al-ways (? all - ways : op alle wijzen? of 'allerwegen') .

pantote (al-tijd)  bijbel O.T. NT Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  2 Tim Tit Film Heb Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  40 2 38   1 1 2 6   28   10 

pantote (al-tijd)  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  2 Tim Film Heb P.
  28  1 : Rom 1,10 . 2 : (1) 1 Kor 1,4 . (2) 1 Kor 15,58 . 4 : (1) 2 Kor 2,14 . (2) 2 Kor 4,10 . (3) 2 Kor 5,6 . (4) 2 Kor 9,8 . 1 : Gal 4,18 . 1 : Ef 5,20 . 4 : (1) Fil 1,4 . (2) Fil 1,20 . (3) Fil 2,12 . (4) Fil 4,4 . 3 : (1) Kol 1,3 . (2) Kol 4,6 . (3) Kol 4,12 . 6 : (1) 1 Tes 1,2 . (2) 1 Tes 2,16 . (3) 1 Tes 3,6 . (4) 1 Tes 4,17 . (5) 1 Tes 5,15 . (6) 1 Tes 5,16 . 3 : (1) 2 Tes 1,3 . (2) 2 Tes 1,11 . (3) 2 Tes 2,13 . 1 :2 Tim 3,7 . 1 : Film 1,4 . 1 : Heb 7,25 . 28

 

Kol 1,4 - Kol 1,4 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4akousantes tèn pistin umôn en christô ièsou kai tèn agapèn èn echete eis pantas tous agious   4 audientes fidem vestram in Christo Iesu et dilectionem quam habetis in sanctos omnes     4 Alzo wij van uw geloof in Christus Jezus gehoord hebben, en van de liefde, die gij hebt tot alle heiligen. [4] Wij hebben immers gehoord van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde die u alle heiligen toedraagt,   [4] want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt,   4 nu wij hebben gehoord van uw geloof in Christus Jezus en de liefde die ge hebt voor alle heiligen,  4. depuis que nous avons appris votre foi dans le Christ Jésus et la charité que vous avez à l'égard de tous les saints,  

King James Bible . [4] Since we heard of your faith in Christ Jesus, and of the love which ye have to all the saints,
Luther-Bibel . 4 da wir gehört haben von eurem Glauben an Christus Jesus und von der Liebe, die ihr zu allen Heiligen habt,

Tekstuitleg van Kol 1,4 .

5. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

6. dat. mann. enk. christô(i) (Christus) van het zelfstandig naamwoord christos (Christus) . Taalgebruik in het Kol : Christos (Christus) . Taalgebruik in het Brieven : christos (Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor . Een vorm van Christos (Christus) In Kol 1 in 8 verzen : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

Kol 1,5 - Kol 1,5 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5dia tèn elpida tèn apokeimenèn umin en tois ouranois, èn proèkousate en tô logô tès alètheias tou euaggeliou 5 propter spem quae reposita est vobis in caelis quam audistis in verbo veritatis evangelii     5 Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen, van welke gij te voren gehoord hebt, door het Woord der waarheid, namelijk des Evangelies; [5] omwille van de hoop die voor u is weggelegd in de hemel. U hebt daarvan gehoord toen het evangelie, het woord van de waarheid,   [5] omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie   5 vanwege de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen en waarvan ge eerder hebt gehoord in het woord van de waarheid van de evangelieverkondiging  5. en raison de l'espérance qui vous est réservée dans les cieux. Cette espérance, vous en avez naguère entendu l'annonce dans la Parole de vérité, l'Évangile, 

King James Bible . [5] For the hope which is laid up for you in heaven, whereof ye heard before in the word of the truth of the gospel;
Luther-Bibel . 5 um der Hoffnung willen, die für euch bereit ist im Himmel. Von ihr habt ihr schon zuvor gehört durch das Wort der Wahrheit, das Evangelium,

Tekstuitleg van Kol 1,5 .

1. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 .

dia (door)  Kol bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

1. - 3. dia tèn elpida (omwille van de hoop) . Slechts hier in Kol 1,5 .

7. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

12. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

 

Kol 1,6 - Kol 1,6 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6tou parontos eis umas, kathôs kai en panti tô kosmô estin karpoforoumenon kai auxanomenon kathôs kai en umin, af ès èmeras èkousate kai epegnôte tèn charin tou theou en alètheia:   6 quod pervenit ad vos sicut et in universo mundo est et fructificat et crescit sicut in vobis ex ea die qua audistis et cognovistis gratiam Dei in veritate    6 Hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van dien dag af dat gij gehoord hebt, en de genade Gods in waarheid bekend hebt. [6] tot u kwam. In heel de wereld is het bezig vrucht te dragen en te groeien, evenals bij u, sinds de dag dat u gehoord hebt van Gods genade en haar hebt leren kennen in haar waarheid.   [6] u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep.  6 toen die tot u kwam, zoals die ook in heel de wereld vruchtdragend is en groeiend zoals ook in u vanaf de dag dat ge hebt gehoord en in waarheid hebt leren kennen de genade van God,–  6. qui est parvenu chez vous de même que dans le monde entier il fructifie et se développe ; chez vous il fait de même depuis le jour où vous avez appris et compris dans sa vérité la grâce de Dieu. 

King James Bible . [6] Which is come unto you, as it is in all the world; and bringeth forth fruit, as it doth also in you, since the day ye heard of it, and knew the grace of God in truth:
Luther-Bibel . 6 das zu euch gekommen ist, wie es auch in aller Welt Frucht bringt und auch bei euch wächst von dem Tag an, da ihr's gehört und die Gnade Gottes erkannt habt in der Wahrheit.

Tekstuitleg van Kol 1,6 .

11. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

17. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

 

Kol 1,7 - Kol 1,7 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kathôs emathete apo epafra tou agapètou sundoulou èmôn, os estin pistos uper umôn diakonos tou christou,  7 sicut didicistis ab Epaphra carissimo conservo nostro qui est fidelis pro vobis minister Christi Iesu    7 Gelijk gij ook geleerd hebt van Epafras, onzen geliefden mededienstknecht, dewelke een getrouw dienaar van Christus is voor u;  [7] Zo hebt u het geleerd van Epafras*, onze geliefde medewerker, die een trouwe dienaar is van Christus in onze plaats.   [7] Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen.   7 zoals ge hebt geleerd van Epafras, onze geliefde mede–dienstknecht, die voor u een trouw diaken van de Christus is   7. C'est Épaphras, notre cher compagnon de service, qui vous en a instruits ; il nous supplée fidèlement comme ministre du Christ, 

King James Bible . [7] As ye also learned of Epaphras our dear fellowservant, who is for you a faithful minister of Christ;
Luther-Bibel . 7 So habt ihr's gelernt von Epaphras, unserm lieben Mitknecht, der ein treuer Diener Christi für euch ist,

Tekstuitleg van Kol 1,7 .

4. Eigennaam gen. mann. enk. epafra (Epafras) van de eigennaam epafras . Zie Kol E . Epafras is van Kolosse afkomstig (Kol 4,12) en heeft de Kolossenzen onderwezen (Kol 1,7) .

9. betrekk. voornw. nom. mann. enk. hos (die) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Kol : betrekkelijk voornaamwoord . Kol (7) : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,13 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,18 . (5) Kol 1,27 (variante lezing) . (6) Kol 2,10 . (7) Kol 4,9 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. hos   652  454  198  27  25  28  10  31  129  80  90     

10. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

9. - 10. hos estin (die is) . In 6 van de 7 verzen waarin het betrekkelijk voornaamwoord hos (die) wordt gebruikt : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,15 . (3) Kol 1,18 . (4) Kol 1,27 . (5) Kol 2,10 . (6) Kol 4,9 .

16. Genitief mann. enk. christou (van Christus) van de eigennaam christos (Christus) . Taalgebruik in het Kol : Christos (Christus) . Taalgebruik in het Brieven : christos (Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor . Een vorm van Christos (Christus) In Kol 1 in 8 verzen : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

14. - 16. diakonos tou christou (dienaar van Christus) komt slechts hier in Kol 1,7 voor .

Kol 1,8 - Kol 1,8 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8o kai dèlôsas èmin tèn umôn agapèn en pneumati.   8 qui etiam manifestavit nobis dilectionem vestram in Spiritu    8 Die ons ook verklaard heeft uw liefde in den Geest.   [8] Van hem hebben wij uw liefde in de Geest vernomen.   [8] En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest in u opwekt.   8 en ons ook uw liefde in geestkracht heeft duidelijk gemaakt.  8. et c'est lui-même qui nous a fait connaître votre dilection dans l'Esprit.  

King James Bible . [8] Who also declared unto us your love in the Spirit.
Luther-Bibel . 8 der uns auch berichtet hat von eurer Liebe im Geist.

Tekstuitleg van Kol 1,8 .

8. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

 

Kol 1,9 - Kol 1,9 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9dia touto kai èmeis, af ès èmeras èkousamen, ou pauometha uper umôn proseuchomenoi kai aitoumenoi ina plèrôthète tèn epignôsin tou thelèmatos autou en pasè sofia kai sunesei pneumatikè,   9 ideo et nos ex qua die audivimus non cessamus pro vobis orantes et postulantes ut impleamini agnitione voluntatis eius in omni sapientia et intellectu spiritali     9 Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand;   [9] Vanaf de dag waarop wij dit hebben gehoord, blijven wij dan ook onophoudelijk voor u bidden. Wij smeken God u alle wijsheid en geestelijk inzicht te schenken, zodat u zijn wil volledig verstaat   [9] Daarom bidden wij onophoudelijk voor u, vanaf de dag dat we dat gehoord hebben. We vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt.   9 ¶ Daarom houden wij ook, vanaf de dag dat we ervan hoorden, niet op voor u te bidden en te vragen dat ge vervuld wordt van de kennis van zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht,   9. C'est pourquoi nous aussi, depuis le jour où nous avons reçu ces nouvelles, nous ne cessons de prier pour vous et de demander à Dieu qu'Il vous fasse parvenir à la pleine connaissance de sa volonté, en toute sagesse et intelligence spirituelle.  

King James Bible . [9] For this cause we also, since the day we heard it, do not cease to pray for you, and to desire that ye might be filled with the knowledge of his will in all wisdom and spiritual understanding;
Luther-Bibel . 9 Darum lassen wir auch von dem Tag an, an dem wir's gehört haben, nicht ab, für euch zu beten und zu bitten, dass ihr erfüllt werdet mit der Erkenntnis seines Willens in aller geistlichen Weisheit und Einsicht,

Tekstuitleg van Kol 1,9 .

1. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 .

dia (door)  Kol bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

1. - 2.

dia touto (daarom)   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Apk Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud   
  65  11  15  28                  

16. hina (opdat) . Voegwoord . Taalgebruik in het NT : hina (opdat) . Taalgebruik in de LXX : hina (opdat) . Kol (11) : (1) Kol 1,9 . (2) Kol 1,18 . (3) Kol 1,28 . (4) Kol 2,2 . (5) Kol 2,4 . (6) Kol 3,21 . (7) Kol 4,3 . (8) Kol 4,4 . (9) Kol 4,8 . (10) Kol 4,12 . (11) Kol 4,16 . (12) Kol 4,17 .

hina (opdat)  bijbel O.T. NT ev.  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.  A. b. 
  1144  522  620  276  292  29  50  38  15  22  12  12  15  13  20  13  19    232  44 

21. Gen. onz. enk. thelèmatos (wil) van het zelfstandig naamwoord thelema (wil) . Verwijzing : thelèma (wil) . Vergelijk : L. volun-tas . F. : volonté . Gr. thelô (willen, vouloir) . L. velle .

thelèma (wil)  bijbel  O.T.  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Kol  1 Tes  2 Tim Heb P.  A.b 
dat.  enk. thelèmati 10 4 6 1 5 1 : Rom 1,10 .         1 : Kol 4,12 .     1 : Heb 10,10 .
Totaal   86 30 56 18 35 28 

23. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

 

Kol 1,10 - Kol 1,10 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10peripatèsai axiôs tou kuriou eis pasan areskeian, en panti ergô agathô karpoforountes kai auxanomenoi tè epignôsei tou theou,   10 ut ambuletis digne Deo per omnia placentes in omni opere bono fructificantes et crescentes in scientia Dei     10 Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God;   [10] en een leven leidt dat de Heer waardig is en Hem in alles behaagt, zodat u op allerlei gebied vrucht draagt door goede werken en groeit in de waarachtige kennis van God.   [10] Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, hem volkomen welgevallig. U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien  10 opdat ge zult wandelen, waardig aan de Heer, en hem in alles behaagt, doordat ge in alles door goed werk vruchtdraagt en groeit in de kennis van God,   10. Vous pourrez ainsi mener une vie digne du Seigneur et qui Lui plaise en tout : vous produirez toutes sortes de bonnes œuvres et grandirez dans la connaissance de Dieu ;  

King James Bible . [10] That ye might walk worthy of the Lord unto all pleasing, being fruitful in every good work, and increasing in the knowledge of God;
Luther-Bibel . 10 dass ihr des Herrn würdig lebt, ihm in allen Stücken gefallt und Frucht bringt in jedem guten Werk und wachst in der Erkenntnis Gottes

Tekstuitleg van Kol 1,10 .

8. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

 

Kol 1,11 - Kol 1,11 : Dankzegging en gebed - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,3 - Kol 1,4 - Kol 1,5 - Kol 1,6 - Kol 1,7 - Kol 1,8 - Kol 1,9 - Kol 1,10 - Kol 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11en pasè dunamei dunamoumenoi kata to kratos tès doxès autou eis pasan upomonèn kai makrothumian, meta charas   11 in omni virtute confortati secundum potentiam claritatis eius in omni patientia et longanimitate cum gaudio     11 Met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid, tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap; [11] Moge u door zijn heerlijke kracht gesterkt worden om alles uit te houden en alles te verdragen.   [11] en u zult door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen.   11 naar de sterkte van zijn glorie met alle kracht bekrachtigd, tot alle volharding en geduld, met vreugde   11. animés d'une puissante énergie par la vigueur de sa gloire, vous acquerrez une parfaite constance et endurance ; avec joie  

King James Bible . [11] Strengthened with all might, according to his glorious power, unto all patience and longsuffering with joyfulness;
Luther-Bibel . 11 und gestärkt werdet mit aller Kraft durch seine herrliche Macht zu aller Geduld und Langmut.

Tekstuitleg van Kol 1,11 .

1.en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

Kol 1,12-23 . Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -

Kol 1,12 - Kol 1,12 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12eucharistountes tô patri tô ikanôsanti umas eis tèn merida tou klèrou tôn agiôn en tô fôti:   12 gratias agentes Patri qui dignos nos fecit in partem sortis sanctorum in lumine     12 Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht;  [12] Zeg met vreugde dank aan de Vader, die u in staat heeft gesteld om te delen in de erfenis van de heiligen in het licht.   [12] Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht.   12 ¶ dank brengend aan de Vader die u bekwaam heeft gemaakt om te delen in het erfgoed van de heiligen in het licht.   12. vous remercierez le Père qui vous a mis en mesure de partager le sort des saints dans la lumière.  

King James Bible . [12] Giving thanks unto the Father, which hath made us meet to be partakers of the inheritance of the saints in light:
Luther-Bibel . 12 Mit Freuden sagt Dank dem Vater, der euch tüchtig gemacht hat zu dem Erbteil der Heiligen im Licht.

Tekstuitleg van Kol 1,12 . Het vers Kol 1,12 telt 16 (2² X 2²) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Kol 1,12 is 13963 (priemgetal) .

Kol 1,12.13. gen. mv. hagiôn van het bijvoegl. naamw. hagios (heilig) . Taalgebruik in het NT : hagios (heilig) . Taalgebruik in de Septuaginta : hagios (heilig) . Hebr. qâdôsj (heilig) . Taalgebruik in Tenach : qâdôsj (heilig) . Lat. sanctus . Fr. saint . Ned. heilig . D. heilig . E. holy . Een vorm van hagios (heilig) in de LXX (832) , in het NT (233) , in Kol (6) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4 . (3) Kol 1,12 . (4) Kol 1,22 . (5) Kol 1,26 . (6) Kol 3,12 .

  hagios (heilig) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
9 gen. m. + vr. + onz. mv. hagiôn 166 128 38 1 1 2   2 20 12 4 4

Kol 1,12.14.en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . E. in . D. in . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel

OT

NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

Kol 1,12.16. dat. onz. enk. fôti van het zelfst. naamw. fôs (licht) .Taalgebruik in het NT : fôs (licht) . Taalgebruik in de LXX : fôs (licht) . Een vorm van fôs (licht) in de bijbel (209) , het OT (146) , het NT (63) . Lat. lux / lumen . Fr. lumière . E. light . D. Licht . Hebr. ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) .

Kol 1,12.14. - 15. tô(j) fôti EN 14 . - 16. en tô(j) fôti (in het licht) . NT (8) : (1) Mt 10,27 . (2) Lc 12,3 . (3) Joh 5,35 . (4) Kol 1,12 . (5) 1 Joh 1,7 (2X) . (6) 1 Joh 2,9 . (7) 1 Joh 2,10 . (8) Apk 21,24 .

Kol 1,13 - Kol 1,13 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13os errusato èmas ek tès exousias tou skotous kai metestèsen eis tèn basileian tou uiou tès agapès autou,   13 qui eripuit nos de potestate tenebrarum et transtulit in regnum Filii dilectionis suae     13 Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde;   [13] Hij heeft ons ontrukt aan de macht van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon,   [13] Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon,   13 Hij heeft ons ontrukt aan het gezag van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van de zoon van zijn liefde,   13. Il nous a en effet arrachés à l'empire des ténèbres et nous a transférés dans le Royaume de son Fils bien-aimé, 

King James Bible . [13] Who hath delivered us from the power of darkness, and hath translated us into the kingdom of his dear Son:
Luther-Bibel . 13 Er hat uns errettet von der Macht der Finsternis und hat uns versetzt in das Reich seines lieben Sohnes,

Tekstuitleg van Kol 1,13 .

1. betrekk. voornw. nom. mann. enk. hos (die) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Kol : betrekkelijk voornaamwoord . Kol (7) : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,13 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,18 . (5) Kol 1,27 (variante lezing) . (6) Kol 2,10 . (7) Kol 4,9 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. hos   652  454  198  27  25  28  10  31  129  80  90     
Kol 1,14 - Kol 1,14 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14en ô echomen tèn apolutrôsin, tèn afesin tôn amartiôn:  14 in quo habemus redemptionem remissionem peccatorum     14 In Denwelken wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden;   [14] in wie wij de bevrijding hebben, de vergeving van de zonden.   [14] die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.  14 in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.   14. en qui nous avons la rédemption, la rémission des péchés.  

King James Bible . [14] In whom we have redemption through his blood, even the forgiveness of sins:
Luther-Bibel . 14 in dem wir die Erlösung haben, nämlich die Vergebung der Sünden.

Tekstuitleg van Kol 1,14 .

1. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

7. afesin (vergeving) .

Verwijzing : afièmi (aflaten, achterlaten) . par-donner (pardon) : ver-geven . s'excuser (ex -causa) = buiten de zaak , zich ver-ont-schuld-igen . kwijt-schelden (ont-schulden) .

afesis (af-lating) bijbel O.T. NT ev.  Mt Mc Lc Hnd Br.
nom vr. enk. afesis 5 2 3         1 : Hnd 13,38 2 : (1) Heb 9,2 . (2) Heb 10,18
gen. vr. enk. afeseôs 21 21              
dat. vr. enk.: afesei 8 6     2 : (1) Lc 1,77 . (2) Lc 4,18 .    
acc. vr. enk. afesin 26 14 12 1 : Mt 26,28 . 2 : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 3,29 . 3 : (1) Lc 3,3 . (2) Lc 4,18 . (3) Lc 24,47 . 4 : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . 2 : (1) Ef 1,7 . (2) Kol 1,14 .
totaal 60 44 17   1 2 5 5 4

Lezing op de 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar : Kolossenzen 1,15-20 . Verwijzing : Kol 1,15-20 .

Broeders en zusters, Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de Kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.

Kol 1,15 - Kol 1,15 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15os estin eikôn tou theou tou aoratou, prôtotokos pasès ktiseôs, 15 qui est imago Dei invisibilis primogenitus omnis creaturae   Broeders en zusters, Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. 15 Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.   [15] Hij* is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping.   [15] Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping:   15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, eerstgeborene van alle schepping,   15. Il est l'Image du Dieu invisible, Premier-Né de toute créature,  

King James Bible . [15] Who is the image of the invisible God, the firstborn of every creature:
Luther-Bibel . 15 Er ist das Ebenbild des unsichtbaren Gottes, der Erstgeborene vor aller Schöpfung.

Tekstuitleg van Kol 1,15 . Het vers Kol 1,15 telt 10 (2 X 5) woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Kol 1,15 is 8720 (2² X 2² X 5 X 109) .

Kol 1,15.1. betrekk. voornw. nom. mann. enk. hos (die) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Kol : betrekkelijk voornaamwoord . Kol (7) : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,13 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,18 . (5) Kol 1,27 . (6) Kol 2,10 . (7) Kol 4,9 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. hos   652  454  198  27  25  28  10  31  129  80  90     

Kol 1,15.2. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

Kol 1,15.2. - 3. hos estin (die is) . In 6 van de 7 verzen waarin het betrekkelijk voornaamwoord hos (die) wordt gebruikt : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,15 . (3) Kol 1,18 . (4) Kol 1,27 . (5) Kol 2,10 . (6) Kol 4,9 .

Kol 1,15.3. eikôn (beeld) . Taalgebruik in het NT : eikôn (beeld) . Taalgebruik in de LXX : eikôn (beeld) . eikôn (beeld) is de vertaling van 6 verschillende Hebr. woorden in de LXX . Bijbel (10) . OT (4) . NT (6) : (1) Mt 22,20 . (2) Mc 12,16 . (3) 1 Kor 11,7 . (4) 2 Kor 4,4 . (5) Kol 1,15 . (6) Apk 13,15 . Een vorm van eikôn (beeld) in LXX (56) , in het NT (23) , in Kol (2) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 3,10 .

Kol 1,15.4. gen. mann. en onz. enk. tou (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (35) . Kol 1 (1) : (1) Kol 1,3 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,6 . (4) Kol 1,7 . (5) Kol 1,9 . (6) Kol 1,10 . (7) Kol 1,12 . (8) Kol 1,13 . (9) Kol 1,15 . (10) Kol 1,18 . (11) Kol 1,20 . (12) Kol 1,22 . (13) Kol 1,23 . (14) Kol 1,24 . (15) Kol 1,25 . (16) Kol 1,27 .

Kol 1,15.5. gen. mann. enk. theou (van God) van het zelfstandig naamwoord theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . L. deus , Fr. dieu . De vloek dju . D. Gott . E. God . Hebr. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Kol (14) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,2 . (3) Kol 1,6 . (4) Kol 1,10. (5) Kol 1,15 . (6) Kol 1,25 . (7) Kol 2,2 . (8) Kol 2,12 . (9) Kol 2,19 . (10) Kol 3,1 . (11) Kol 3,6 . (12) Kol 3,12 . (13) Kol 4,11 . (14) Kol 4,12 .
- Kol 1 (8) : (1) Kol 1,1 (gen. mann. enk. theou) . (2) Kol 1,2 (gen. mann. enk. theou) . (3) Kol 1,3 (dat. mann. enk. theô(i) . (4) Kol 1,6 (gen. mann. enk. theou) . (5) Kol 1,10 (gen. mann. enk. theou) . (6) Kol 1,15 (gen. mann. enk. theou) . (7) Kol 1,25 (gen. mann. enk. theou) . (8) Kol 1,27 (theos : nom. mann. enk.) . Een vorm van theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .

theos (God)  bijbel  OT  NT  syn.. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
nom. enk. theos 1686  1399  287  29 46 163  32  30  18    22  11        143 20

Kol 1,15.1. - 5. hos estin eikôn tou theou (die is beeld van God) . In 2 verzen in het NT : (1) 2 Kor 4,4 . (2) Kol 1,15 .

Kol 1,15.6. gen. mann. en onz. enk. tou (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (35) . Kol 1 (16) : (1) Kol 1,3 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,6 . (4) Kol 1,7 . (5) Kol 1,9 . (6) Kol 1,10 . (7) Kol 1,12 . (8) Kol 1,13 . (9) Kol 1,15 . (10) Kol 1,18 . (11) Kol 1,20 . (12) Kol 1,22 . (13) Kol 1,23 . (14) Kol 1,24 . (15) Kol 1,25 . (16) Kol 1,27 .

Kol 1,15.7. gen. mann en onz. enk. aoratou van het bijvoegl. naamw. aoratos (onzichtbaar) . Taalgebruik in het NT : aoratos (onzichtbaar) . Bijbel (1) : Kol 1,15 . Een vorm van aoratos (onzichtbaar) in de LXX (3) , in het NT (5) , in Kol (2) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 1,16 .

Kol 1,15.8. prôtotokos (eerstgeborene) . Taalgebruik in het NT : prôtotokos (eerstgeborene) . Taalgebruik in de LXX : prôtotokos (eerstgeborene) . Hebr. o.a. ro´sj (hoofd, top, begin) . Taalgebruik in Tenakh : ro´sj (hoofd, top, begin) . Bijbel (43) . OT (40) . NT (3) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 1,18 . (3) Apk 1,5 . Een vorm van prôtotokos (eerstgeborene) in de LXX (133) , in het NT (8) , in Kol (2) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 1,18 . Het woord prôtotokos (eerstgeborene) wordt in Kol in de hymne gebruikt , in een parallel gestructureerde tekst , waarin schepping en (her)schepping naast elkaar worden geplaatst . Hij is de eerst'geborene' van de schepping , hij is de eerstgeborene uit de doden . Volgens het scheppingsverhaal is er in Gn 1,27 voor het eerst sprake van de mens . Hij werd door God geschapen , hij is dus niet geboren . Opstaan uit de doden kan men ook niet 'geboren worden' noemen . Hij is de eerste , de belangrijkste , het begin , het hoofd , wat in het Hebr. door ro´sj of een vorm ermee kan vertaald worden . In Gn 1,1 lezen we : bëre´sjîth bârâ  ´èlohîm ´eth hasjsjâmajim wë´eth hâ´ârèts (Op kop schept God de hemelen en de aarde) . Met het oog op de mens is de hele schepping door God geschapen . In een bepaalde theologie wordt ervan uitgegaan dat wat is , ook zo door God moet bedoeld zijn of door Hem wordt gedoogd . We zien dat de mens het meest ontwikkelde wezen van de ons bekende wereld is , dus moet het ook zo door God bedoeld zijn .

Kol 1,15.9. onbepaald voornaamw. gen. vr. enk. pasès van het onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in de LXX : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (2) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 2,10 .

Kol 1,15.10. ktisis (schepping) . Taalgebruik in het NT : ktisis (schepping) . Taalgebruik in de LXX : ktisis (schepping) . Taalgebruik in Mc : ktisis (schepping) . Hebr. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Bijbel (9) : (1) Jdt 9,12 . (2) Mc 10,6 . (3) Mc 13,19 . (4) Rom 1,20 . (5) Rom 8,19 . (6) Kol 1,15 . (7) Heb 9,11 . (8) 2 Pe 3,4 . (9) Apk 3,14 . Een vorm van ktisis (schepping) in de LXX (16) , in het NT (19) , in Kol (2) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 1,23 . Een vorm van ktizô (scheppen) in Kol (2) : (1) Kol 1,16 (2 vormen) . (2) Kol 3,10 .

Kol 1,15.8. - 10. prôtotokos pasès ktiseôs (eerstgeborene) is een bijstelling bij eikôn tou theou (beeld van God) . Wat van de mens werd gezegd , zal toegepast worden op de Messias . Theologisch zal men dan zeggen dat God alles heeft geschapen met het oog op de Messias . Zoon van God en eerstgeborene zal aan elkaar gelinkt worden : het wordt dan eniggeboren zoon van God . In de geloofsbelijdenis wordt dan vervolgd : God uit God , Licht uit Licht , ware God uit de ware God .

Kol 1,16 - Kol 1,16 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16oti en autô ektisthè ta panta en tois ouranois kai epi tès gès, ta orata kai ta aorata, eite thronoi eite kuriotètes eite archai eite exousiai: ta panta di autou kai eis auton ektistai,   16 quia in ipso condita sunt universa in caelis et in terra visibilia et invisibilia sive throni sive dominationes sive principatus sive potestates omnia per ipsum et in ipso creata sunt   Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem.   16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;   [16] Want in Hem is alles geschapen, in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Alles is door Hem en voor Hem geschapen.   [16] in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen.   16 omdat in hem alles is geschapen in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare dingen, hetzij tronen hetzij heerschappijen, hetzij overheden hetzij machten: het is alles door hem en tot hem geschapen.    16. car c'est en lui qu'ont été créées toutes choses, dans les cieux et sur la terre, les visibles et les invisibles, Trônes, Seigneuries, Principautés, Puissances ; tout a été créé par lui et pour lui.  

King James Bible . [16] For by him were all things created, that are in heaven, and that are in earth, visible and invisible, whether they be thrones, or dominions, or principalities, or powers: all things were created by him, and for him:
Luther-Bibel . 16 Denn in ihm ist alles geschaffen, was im Himmel und auf Erden ist, das Sichtbare und das Unsichtbare, es seien Throne oder Herrschaften oder Mächte oder Gewalten; es ist alles durch ihn und zu ihm geschaffen.

Tekstuitleg van Kol 1,16 . Het vers Kol 1,16 telt 36 (2² X 3²) woorden en 150 (2 X 3 X 5²) letters . De getalwaarde van Kol 1,16 is 16093 (7 X 11² X 19) . Kol 1,15-20 telt 114 woorden .

Kol 1,16.1. hoti (omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat). Kol (6) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,19 . (3) Kol 2,9 . (4) Kol 3,24 . (5) Kol 4,1 . (6) Kol 4,13 .

hoti ( dat , omdat )  bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  4396  3213  1183  137  92  160  237  114  389  54  389  626 

Kol 1,16.2. en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in de LXX : en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in) .   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

Kol 1,16.3. dat. mann. enk. autô(i) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord autos . Kol (12) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,6 . (5) Kol 2,7 . (6) Kol 2,9 . (7) Kol 2,10 . (8) Kol 2,12 . (9) Kol 2,13 . (10) Kol 2,15 . (11) Kol 3,4 . (12) Kol 4,13 . Een vorm van autos in Kol 1,15-20 (11) .

  autos bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 

Kol 1,16.2. - 3. en autô(i) = in / met hem . NT (77) . Kol (8) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,6 . (5) Kol 2,7 . (6) Kol 2,9 . (7) Kol 2,10 . (8) Kol 2,15 .

Kol 1,16.1. - 3. hoti en autô(i) = want in / door hem . NT (6) : (1) Joh 19,4 . (2) Kol 1,16 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,9 . (5) 1 Joh 2,5 . (6) 1 Joh 4,13 .

4. passief ind. aor. 3de pers. enk. ektisthè (hij werd geschapen) van het werkw. ktiô (scheppen) . Zie : ktisis (schepping) . Taalgebruik in het NT : ktisis (schepping) . Hebr. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) . Bijbel (5) : (1) Sir 33,10 . (2) Sir 40,10 . (3) Sir 49,14 . (4) 1 Kor 11,9 . (5) Kol 1,16 . Een vorm van ktizô (scheppen) in de LXX (68) , in het NT (15) .

5. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

6. acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta (al, alles) . Onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (13) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,28 . (5) Kol 2,13 . (6) Kol 2,22 . (7) Kol 3,8 . (8) Kol 3,11 . (9) Kol 3,17 . (10) Kol 3,20 . (11) Kol 3,22 . (12) Kol 4,7 . (13) Kol 4,9 . Een vorm van pas (ieder, elk, al) in Kol (36) .

  pas (al) bijbel  O.T.  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
8 acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta 1358 1119 239 107  103 9 28 6 2 11 13 1 1 3 2 2   13   1 2 1     1 98 

7. en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in) .   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 
en (in)   bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

14. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

17. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

27. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

28. acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta (al, alles) . Onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (13) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,28 . (5) Kol 2,13 . (6) Kol 2,22 . (7) Kol 3,8 . (8) Kol 3,11 . (9) Kol 3,17 . (10) Kol 3,20 . (11) Kol 3,22 . (12) Kol 4,7 . (13) Kol 4,9 . Een vorm van pas (ieder, elk, al) in Kol (36) .

  pas (al) bijbel  O.T.  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
8 acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta 1358 1119 239 107  103 9 28 6 2 11 13 1 1 3 2 2   13   1 2 1     1 98 

29. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door). L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 . dia kan de vertaling zijn van de Hebreeuwse woorden : ba`äbhûr (36) , bigëlal (5) , bëjad (270) , lëma`an (235) .

dia (door)  Kol bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

29. - 30. - di' autou (omwille van hem) . Bijbel (20) . Kol (3) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 (2X) . (3) Kol 3,17 .

 

Kol 1,17 - Kol 1,17 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai autos estin pro pantôn kai ta panta en autô sunestèken.   17 et ipse est ante omnes et omnia in ipso constant  Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.  17 En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;   [17] Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.   [17] Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.   17 Hij is er eerder dan alles en alles bestaat door hem, 17. Il est avant toutes choses et tout subsiste en lui.  

King James Bible . [17] And he is before all things, and by him all things consist.
Luther-Bibel . 17 Und er ist vor allem, und es besteht alles in ihm.

Tekstuitleg van Kol 1,17 . Het vers telt 11 woorden en 47 verzen . De getalwaarde van Kol 1,17 is 6566 (X 7² X 67) . Het vers bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen , chiastisch opgebouwd . Het vers bestaat uit twee zinnen die chiastisch zijn opgebouwd . De auteur is voortdurend bezig een totaalvisie te geven . Wat van toepassing voor de mens , kan ook toegepast worden op de Christus . Met het oog op de mens werd alles geschapen en in de mens bestaat alles . Er is dus een enorme samenhang tussen alles waarin de mens centraal staat .

Kol 1,17.1. Nevenschikkend voegwoord kai (en) . Taalgebruik in NT : kai (en) . Taalgebruik in Kol : kai (en) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .

kai (en)  Kol Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
kai (en)   65 20 17 15 13 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 

Kol 1,17.2. persoonl. voornaamw. 3de pers. nom. mann. enk. autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het Kol : persoonlijk voornaamwoord . Hebr. hû´ (hij, d.i.) . Taalgebruik in Tenakh : hû´(hij, d.i.) . L. ipse . E. he . D. er . fr. il . Kol (2) : (1) Kol 1,17 . (2) Kol 1,18 . Een vorm van autos in Kol 1,15-20 (11) .

autos (hij)  3de pers. enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. mann. enk. autos   654  490  164  12  15  45  18  17  49  72  90 

Kol 1,17.1. - 2. kai autos (en hij) . Hebr. wëhû´ (en hij) (216) . Bijbel (67) . Kol (2) : (1) Kol 1,17 . (2) Kol 1,18 .

Kol 1,17.3. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

Kol 1,17.1. - 3. kai autos estin (en hij is) . In 3 verzen in het NT : (1) . (2) . (3) .

Kol 1,17.4. pro (voor) . Taalgebruik in het NT : pro (voor) . p - r -> Ned. v - r (pro -> voor) . Eng. before . D. vor . Lat. ante . Fr. avant (uit ab : vanaf en ante : voor , van te voren = voor-af) . Eng. before . D. vor . Fr. avant . Het tegenovergestelde : opisô (na, achter) . Lat. post (uit primere , prestum ?) Fr. après (ad prestum) . Hebr. ´acher (101) en ´achärej (294) . Ned. achter .

pro (voor) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P..  A. b.. 
  260  213  47  5 7 18    13  22  13 

Kol 1,17.5. gen. mann. en onz. mv. pantôn . Onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (1) : Kol 1,17 .

  pas (al) bijbel  OT  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. B.
12 gen. mv. pantôn 443 317 126 35  65  9 8 7 2 6 1 3 4 6 1 1   6 2 2 1 1   2 1 56 

Kol 1,17.4. - 5. pro pantôn (voor alles / allen) . Bijbel (3) : (1) Kol 1,17 . (2) Jak 5,12 (2X) . (3) 1 Pe 4,8 .

Kol 1,17.6. Nevenschikkend voegwoord kai (en) . Taalgebruik in NT : kai (en) . Taalgebruik in Kol : kai (en) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .

kai (en)  Kol Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
kai (en)   65 20 17 15 13 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 

Kol 1,17.7. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

Kol 1,17.8. acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta (al, alles) . Onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (13) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,28 . (5) Kol 2,13 . (6) Kol 2,22 . (7) Kol 3,8 . (8) Kol 3,11 . (9) Kol 3,17 . (10) Kol 3,20 . (11) Kol 3,22 . (12) Kol 4,7 . (13) Kol 4,9 . Een vorm van pas (ieder, elk, al) in Kol (36) .

  pas (al) bijbel  O.T.  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
8 acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta 1358 1119 239 107  103 9 28 6 2 11 13 1 1 3 2 2   13   1 2 1     1 98 

Kol 1,17.7. - 8. ta panta (alles) . Bijbel (21) . Kol (2) : (1) Kol 1,20 . (2) Kol 3,8 .

Kol 1,17.9. en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . E. in . D. in . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in) .   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

Kol 1,17.10. dat. mann. enk. autô(i) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord autos . Kol (12) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,6 . (5) Kol 2,7 . (6) Kol 2,9 . (7) Kol 2,10 . (8) Kol 2,12 . (9) Kol 2,13 . (10) Kol 2,15 . (11) Kol 3,4 . (12) Kol 4,13 .

  autos bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 

Kol 1,17.9. - 10. en autô(i) = in / met hem . NT (77) . Kol (8) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,6 . (5) Kol 2,7 . (6) Kol 2,9 . (7) Kol 2,10 . (8) Kol 2,15 .

Kol 1,17.10 . act. ind. perf. 3de pers. enk. sunestèken van het werkw. sunistèmi (samen plaatsen, verenigen, verzamelen, sapenstellen) . Bijbel (2) : (1) Lv 15,3 . (2) Kol 1,17 .

Kol 1,18 - Kol 1,18 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai autos estin è kefalè tou sômatos, tès ekklèsias: os estin archè, prôtotokos ek tôn nekrôn, ina genètai en pasin autos prôteuôn,   18 et ipse est caput corporis ecclesiae qui est principium primogenitus ex mortuis ut sit in omnibus ipse primatum tenens   Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de Kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen.   18 En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.   [18] Hij* is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerstgeborene uit de doden, om in alles de eerste te zijn, Hij alleen.   [18] Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk. Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn:   18 en hij is het hoofd van het lichaam dat de vergadering is. Hij is het begin, als eerstgeborene uit de doden, zodat hij onder allen de eerste wordt,   18. Et il est aussi la Tête du Corps, c'est-à-dire de l'Église : Il est le Principe, Premier-né d'entre les morts, il fallait qu'il obtînt en tout la primauté , 

King James Bible . [18] And he is the head of the body, the church: who is the beginning, the firstborn from the dead; that in all things he might have the preeminence.
Luther-Bibel . 18 Und er ist das Haupt des Leibes, nämlich der Gemeinde. Er ist der Anfang, der Erstgeborene von den Toten, damit er in allem der Erste sei.

Tekstuitleg van Kol 1,18 .

2. persoonl. voornaamw. 3de pers. nom. mann. enk. autos (hij) . Taalgebruik in het NT : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in het Kol : persoonlijk voornaamwoord . Hebr. hû´ (hij, d.i.) . Taalgebruik in Tenakh : hû´(hij, d.i.) . L. ipse . E. he . D. er . fr. il . Kol (2) : (1) Kol 1,17 . (2) Kol 1,18 .

autos (hij)  3de pers. enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. mann. enk. autos   654  490  164  12  15  45  18  17  49  72  90 

3. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

5. kefalè (hoofd) . Taalgebruik in het NT : kefalè (hoofd) . k / c (of wellicht een harde h) - f / p . Lat. caput . Fr. tête . E. head . D. Haupt . ro´sj (hoofd, top, begin) . Taalgebruik in Tenakh : ro´sj (hoofd, top, begin) . Bijbel (50) . OT (34) . NT (12) : (1) Mt 5,36 . (2) Mt 14,11 . (3) Joh 19,2 . (4) Joh 20,12 . (5) 1 Kor 11,3 . (6) 1 Kor 11,5 . (7) 1 Kor 12,21 . (8) Ef 4,15 . (9) Ef 5,23 . (10) Kol 1,18 . (11) Kol 2,10 . (12) Apk 1,14 . Een vorm van kefalè (hoofd) in de LXX (433) , in het NT (75) .

3. - 5. estin hè kefalè (hij is het hoofd) . NT (3) : (1) Ef 4,15 . (2) Kol 1,18 . (3) Kol 2,10 .

10. betrekk. voornw. nom. mann. enk. hos (die) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Kol : betrekkelijk voornaamwoord . Kol (7) : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,13 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,18 . (5) Kol 1,27 (variante lezing) . (6) Kol 2,10 . (7) Kol 4,9 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. hos   652  454  198  27  25  28  10  31  129  80  90     

10. - 11. hos estin (die is) . In 6 van de 7 verzen waarin het betrekkelijk voornaamwoord hos (die) wordt gebruikt : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,15 . (3) Kol 1,18 . (4) Kol 1,27 . (5) Kol 2,10 . (6) Kol 4,9 .

13. prôtotokos (eerstgeborene) . Taalgebruik in het NT : prôtotokos (eerstgeborene) . Taalgebruik in de LXX : prôtotokos (eerstgeborene) . Hebr. o.a. ro´sj (hoofd, top, begin) . Taalgebruik in Tenakh : ro´sj (hoofd, top, begin) . Bijbel (43) . OT (40) . NT (3) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 1,18 . (3) Apk 1,5 . Een vorm van prôtotokos (eerstgeborene) in de LXX (133) , in het NT (8) , in Kol (2) : (1) Kol 1,15 . (2) Kol 1,18 . Het woord prôtotokos (eerstgeborene) wordt in Kol in de hymne gebruikt , in een parallel gestructureerde tekst , waarin schepping en (her)schepping naast elkaar worden geplaatst . Hij is de eerst'geborene' van de schepping , hij is de eerstgeborene uit de doden . Volgens het scheppingsverhaal is er in Gn 1,27 voor het eerst sprake van de mens . Hij werd door God geschapen , hij is dus niet geboren . Opstaan uit de doden kan men ook niet 'geboren worden' noemen . Hij is de eerste , de belangrijkste , het begin , het hoofd , wat in het Hebr. door ro´sj of een vorm ermee kan vertaald worden .

17. hina (opdat) . Voegwoord . Taalgebruik in het NT : hina (opdat) . Taalgebruik in de LXX : hina (opdat) . Kol (11) : (1) Kol 1,9 . (2) Kol 1,18 . (3) Kol 1,28 . (4) Kol 2,2 . (5) Kol 2,4 . (6) Kol 3,21 . (7) Kol 4,3 . (8) Kol 4,4 . (9) Kol 4,8 . (10) Kol 4,12 . (11) Kol 4,16 . (12) Kol 4,17 .

hina (opdat)  bijbel O.T. NT ev.  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.  A. b. 
  1144  522  620  276  292  29  50  38  15  22  12  12  15  13  20  13  19    232  44 

19. en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in) .   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 
en (in)   bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

Kol 1,19 - Kol 1,19 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19oti en autô eudokèsen pan to plèrôma katoikèsai   19 quia in ipso conplacuit omnem plenitudinem habitare   Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid   19 Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou;   [19] Want in Hem heeft heel de volheid* willen wonen   [19] in hem heeft heel de volheid willen wonen   19 want in hem heeft het heel de volheid behaagd woning te maken   19. car Dieu s'est plu à faire habiter en lui toute la Plénitude  

King James Bible . [19] For it pleased the Father that in him should all fulness dwell;
Luther-Bibel . 19 Denn es hat Gott wohlgefallen, dass in ihm alle Fülle wohnen sollte

Tekstuitleg van Kol 1,19 .

Kol 1,19.1. hoti (omdat) . Taalgebruik in het NT : hoti (dat, omdat). Kol (6) (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,19 . (3) Kol 2,9 . (4) Kol 3,24 . (5) Kol 4,1 . (6) Kol 4,13

hoti ( dat , omdat )  bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  4396  3213  1183  137  92  160  237  114  389  54  389  626 

Kol 1,19.2. en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in) .   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 
en (in)   bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169

3. dat. mann. enk. autô(i) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord autos . Kol (12) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,6 . (5) Kol 2,7 . (6) Kol 2,9 . (7) Kol 2,10 . (8) Kol 2,12 . (9) Kol 2,13 . (10) Kol 2,15 . (11) Kol 3,4 . (12) Kol 4,13 .

  autos bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 

1. - 3. hoti en autô(i) = want in / door hem . NT (6) : (1) Joh 19,4 . (2) Kol 1,16 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,9 . (5) 1 Joh 2,5 . (6) 1 Joh 4,13 .

5. nom. + acc. onz. enk. pan (al) . Taalgebruik in het Kol : pas (ieder, elk, al) . Verwijzing : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (5) : (1) Kol 1,19 . (2) Kol 2,2 . (3) Kol 2,9 . (4) Kol 2,19 . (5) Kol 3,17 .

Kol 1,20 - Kol 1,20 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat 15de (vijftiende) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai di autou apokatallaxai ta panta eis auton, eirènopoièsas dia tou aimatos tou staurou autou, [di autou] eite ta epi tès gès eite ta en tois ouranois.   20 et per eum reconciliare omnia in ipsum pacificans per sanguinem crucis eius sive quae in terris sive quae in caelis sunt   om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.   20 En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.  [20] om* door Hem alles met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten, om alle wezens in de hemel en op de aarde door Hem te verzoenen.   [20] en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.   20 en door hem alles met zich te verzoenen,– vrede stichtend door zijn bloed aan het kruis,– door hem, hetzij alles op de aarde, hetzij alles in de hemelen.  20. et par lui à réconcilier tous les êtres pour lui, aussi bien sur la terre que dans les cieux, en faisant la paix par le sang de sa croix.  

King James Bible . [20] And, having made peace through the blood of his cross, by him to reconcile all things unto himself; by him, I say, whether they be things in earth, or things in heaven.
Luther-Bibel . 20 und er durch ihn alles mit sich versöhnte, es sei auf Erden oder im Himmel, indem er Frieden machte durch sein Blut am Kreuz.

Tekstuitleg van Kol 1,20 . Het vers Kol 1,20 telt 27 (3³) woorden en 121 (11 X 11) letters . De getalwaarde van Kol 1,20 is 13998 (2 X 3 X 2333) .

Kol 1,20.1. Nevenschikkend voegwoord kai (en) . Taalgebruik in NT : kai (en) . Taalgebruik in Kol : kai (en) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .

kai (en)  Kol Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
kai (en)   65 20 17 15 13 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 

Kol 1,20.2. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door). L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 . dia kan de vertaling zijn van de Hebreeuwse woorden : ba`äbhûr (36) , bigëlal (5) , bëjad (270) , lëma`an (235) .

dia (door)  Kol bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

Kol 1,20.2. - 3. - di' autou (omwille van hem) . Bijbel (20) . Kol (3) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 (2X) . (3) Kol 3,17 .

5. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

6. acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta (al, alles) . Onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (13) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,28 . (5) Kol 2,13 . (6) Kol 2,22 . (7) Kol 3,8 . (8) Kol 3,11 . (9) Kol 3,17 . (10) Kol 3,20 . (11) Kol 3,22 . (12) Kol 4,7 . (13) Kol 4,9 . Een vorm van pas (ieder, elk, al) in Kol (36) .

  pas (al) bijbel  O.T.  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
8 acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta 1358 1119 239 107  103 9 28 6 2 11 13 1 1 3 2 2   13   1 2 1     1 98 

Kol 1,20.10. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door). L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 . dia kan de vertaling zijn van de Hebreeuwse woorden : ba`äbhûr (36) , bigëlal (5) , bëjad (270) , lëma`an (235) .

dia (door)  Kol bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

Kol 1,20.13. gen. mann. en onz. enk. tou (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (35) . Kol 1 (1) : (1) Kol 1,3 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,6 . (4) Kol 1,7 . (5) Kol 1,9 . (6) Kol 1,10 . (7) Kol 1,12 . (8) Kol 1,13 . (9) Kol 1,15 . (10) Kol 1,18 . (11) Kol 1,20 . (12) Kol 1,22 . (13) Kol 1,23 . (14) Kol 1,24 . (15) Kol 1,25 . (16) Kol 1,27 .

Kol 1,20.16. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door). L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 . dia kan de vertaling zijn van de Hebreeuwse woorden : ba`äbhûr (36) , bigëlal (5) , bëjad (270) , lëma`an (235) .

dia (door)  Kol bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

Kol 1,20.16. - 17. di' autou (omwille van hem) . Bijbel (20) . Kol (3) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 (2X) . (3) Kol 3,17 .

19. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

24. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311

Kol 1,20.25. en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in) .   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 
en (in)   bijbel O.T. NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paulus Ap. br.
  11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169
Kol 1,21 - Kol 1,21 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai umas pote ontas apèllotriômenous kai echthrous tè dianoia en tois ergois tois ponèrois,  21 et vos cum essetis aliquando alienati et inimici sensu in operibus malis     21 En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend,   [21] Ook u was vroeger van God vervreemd en Hem vijandig gezind door uw slechte daden.  [21] Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind,   21 Ook u, die eens vervreemd waart en in denken vijanden waart in uw boze werken,   21. Vous-mêmes, qui étiez devenus jadis des étrangers et des ennemis, par vos pensées et vos œuvres mauvaises, 

King James Bible . [21] And you, that were sometime alienated and enemies in your mind by wicked works, yet now hath he reconciled
Luther-Bibel . 21 Auch euch, die ihr einst fremd und feindlich gesinnt wart in bösen Werken,

Tekstuitleg van Kol 1,21 .

10. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

Kol 1,22 - Kol 1,22 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22nuni de apokatèllaxen en tô sômati tès sarkos autou dia tou thanatou, parastèsai umas agious kai amômous kai anegklètous katenôpion autou, 22 nunc autem reconciliavit in corpore carnis eius per mortem exhibere vos sanctos et inmaculatos et inreprehensibiles coram ipso     22 In het lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen; [22] Maar nu heeft God u met zich verzoend in Christus’* sterfelijk lichaam, door de dood, want Hij wil dat u als heilige mensen voor Hem zult verschijnen, smetteloos en onberispelijk.   [22] maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen.   22 heeft hij nu in zijn vleselijke lichaam door de dood verzoend, om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor zijn aanschijn te doen staan,   22. voici qu'à présent Il vous a réconciliés dans son corps de chair, le livrant à la mort, pour vous faire paraître devant Lui saints, sans tache et sans reproche.  

King James Bible . [22] In the body of his flesh through death, to present you holy and unblameable and unreproveable in his sight:
Luther-Bibel . 22 hat er nun versöhnt durch den Tod seines sterblichen Leibes, damit er euch heilig und untadelig und makellos vor sein Angesicht stelle;

Tekstuitleg van Kol 1,22 .

4. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

10. dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 .

dia (door)  Kol bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

 

Kol 1,23 - Kol 1,23 : Door Christus met God verzoend - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,1-2 -- Kol 1,3-11 -- Kol 1,12-23 -- Kol 1,12 - Kol 1,13 - Kol 1,14 - Kol 1,15 - Kol 1,16 - Kol 1,17 - Kol 1,18 - Kol 1,19 - Kol 1,20 - Kol 1,21 - Kol 1,22 - Kol 1,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23ei ge epimenete tè pistei tethemeliômenoi kai edraioi kai mè metakinoumenoi apo tès elpidos tou euaggeliou ou èkousate, tou kèruchthentos en pasè ktisei tè upo ton ouranon, ou egenomèn egô paulos diakonos.   23 si tamen permanetis in fide fundati et stabiles et inmobiles ab spe evangelii quod audistis quod praedicatum est in universa creatura quae sub caelo est cuius factus sum ego Paulus minister     23 Indien gij maar blijft in het geloof, gefondeerd en vast, en niet bewogen wordt van de hope des Evangelies, dat gij gehoord hebt, hetwelk gepredikt is onder al de kreature, die onder den hemel is; van hetwelk ik Paulus een dienaar geworden ben;   [23] Maar dan moet u wel vast en onwrikbaar blijven in het geloof en u niet laten afbrengen van de hoop die u in het evangelie is aangezegd. Dit is de boodschap die aan heel de schepping onder de hemel verkondigd is en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden.   [23] Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden.   23 als ge maar gefundeerd en vast blijft bij het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop in de verkondiging die ge hebt gehoord en die gepredikt wordt bij alle schepsel onder de hemel, waarvan ik, Paulus, een diaken ben geworden.   23. Il faut seulement que vous persévériez dans la foi, affermis sur des bases solides, sans vous laisser détourner de l'espérance promise par l'Évangile que vous avez entendu, qui a été prêché à toute créature sous le ciel, et dont moi, Paul, je suis devenu le ministre. 

King James Bible . [23] If ye continue in the faith grounded and settled, and be not moved away from the hope of the gospel, which ye have heard, and which was preached to every creature which is under heaven; whereof I Paul am made a minister;
Luther-Bibel . 23 wenn ihr nur bleibt im Glauben, gegründet und fest, und nicht weicht von der Hoffnung des Evangeliums, das ihr gehört habt und das gepredigt ist allen Geschöpfen unter dem Himmel. Sein Diener bin ich, Paulus, geworden.

Tekstuitleg van Kol 1,23 .

21. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

31. paulos (Paulus) . Taalgebruik in het NT : paulos (Paulus) . Paulos (Paulus) staat in dertien van de veertien brieven , die aan Paulus worden toegeschreven , aan het begin van de brief . Niet in Hebr. . Hiermee wordt de afzender van de brief aangeduid .

paulos  NT Hnd Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film 2 Pe P. A. b.
nom. enk. paulos   79  55  24  1 : Rom 1,1 . 4 : (1) 1 Kor 1,1 . (2) 1 Kor 1,13 . (3) 1 Kor 3,5 . (4) 1 Kor 3,22 . 2 : (1) 2 Kor 1,1 . (2) 2 Kor 10,1 . 2 : (1) Gal 1,1 . (2) Gal 5,2 . 2  : (1)Ef 1,1 . (2) Ef 3,1 . 1 : Fil 1,1 . 2  : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,23 . 2  : (1) 1 Tes 1,1 . (2) 1 Tes 2,18 . 1  : 2 Tes 1,1 . 1  : 1 Tim 1,1 . 1  : 2 Tim 1,1 . 1 :   Tit 1,1 . 3 : (1) Film 1,1 . (2) Film 1,9 . (3) Film 1,19. 1 : 2 Pe 3,15 . 23 
gen. enk. paulou  30  24   4 : (1) 1 Kor 1,12 . (2) 1 Kor 1,13 . (3) 1 Kor 3,4 . (4) 1 Kor 16,21 .         1 : Kol 4,18 .   1 : 2 Tes 3,17 .            
totaal  158  128  30  29 

 

Kol 1,24-2,5 . De dienst van de apostel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,24-2,5 -- Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -- Kol 2,1 - Kol 2,2 - Kol 2,3 - Kol 2,4 - Kol 2,5 -

Kol 1,24 - Kol 1,24 : De dienst van de apostel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,24-2,5 -- Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -- Kol 2,1 - Kol 2,2 - Kol 2,3 - Kol 2,4 - Kol 2,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24nun chairô en tois pathèmasin uper umôn, kai antanaplèrô ta usterèmata tôn thlipseôn tou christou en tè sarki mou uper tou sômatos autou, o estin è ekklèsia,   24 qui nunc gaudeo in passionibus pro vobis et adimpleo ea quae desunt passionum Christi in carne mea pro corpore eius quod est ecclesia    24 Die mij nu verblijde in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;  [24] Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden en in mijn lichaam mag aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen* van Christus, ten bate van zijn lichaam, dat is de kerk.   [24] Ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk,   24 Nu verheug ik mij over alle lijden terwille van u, en wat ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus vul ik in mijn vlees aan voor zijn lichaam, dat is de vergadering,   24. En ce moment je trouve ma joie dans les souffrances que j'endure pour vous, et je complète en ma chair ce qui manque aux épreuves du Christ pour son Corps, qui est l'Église. 

King James Bible . [24] Who now rejoice in my sufferings for you, and fill up that which is behind of the afflictions of Christ in my flesh for his body's sake, which is the church:
Luther-Bibel . 24 Nun freue ich mich in den Leiden, die ich für euch leide, und erstatte an meinem Fleisch, was an den Leiden Christi noch fehlt, für seinen Leib, das ist die Gemeinde.

Tekstuitleg van Kol 1,24 .

3. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

15. Genitief mann. enk. christou (van Christus) van de eigennaam christos (Christus) . Taalgebruik in het Kol : Christos (Christus) . Taalgebruik in het Brieven : christos (Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor . Een vorm van Christos (Christus) In Kol 1 in 8 verzen : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

16. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

25. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    
Kol 1,25 - Kol 1,25 : De dienst van de apostel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,24-2,5 -- Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -- Kol 2,1 - Kol 2,2 - Kol 2,3 - Kol 2,4 - Kol 2,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25ès egenomèn egô diakonos kata tèn oikonomian tou theou tèn dotheisan moi eis umas plèrôsai ton logon tou theou, 25 cuius factus sum ego minister secundum dispensationem Dei quae data est mihi in vos ut impleam verbum Dei     25 Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods;   [25] Haar dienaar ben ik geworden krachtens de taak die mij door God is gegeven met het oog op u, om namelijk het woord van God te brengen in heel zijn volheid:   [25] waarvan ik de dienaar ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt:   25 welker diaken ik geworden ben overeenkomstig de taak van God die hij mij heeft gegeven om u te vervullen met het woord van God,  25. Car je suis devenu ministre de l'Église, en vertu de la charge que Dieu m'a confiée, de réaliser chez vous l'avènement de la Parole de Dieu, 

King James Bible . [25] Whereof I am made a minister, according to the dispensation of God which is given to me for you, to fulfil the word of God;
Luther-Bibel . 25 Ihr Diener bin ich geworden durch das Amt, das Gott mir gegeben hat, dass ich euch sein Wort reichlich predigen soll,

Tekstuitleg van Kol 1,25 .

Kol 1,26 - Kol 1,26 : De dienst van de apostel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,24-2,5 -- Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -- Kol 2,1 - Kol 2,2 - Kol 2,3 - Kol 2,4 - Kol 2,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26to mustèrion to apokekrummenon apo tôn aiônôn kai apo tôn geneôn nun de efanerôthè tois agiois autou,   26 mysterium quod absconditum fuit a saeculis et generationibus nunc autem manifestatum est sanctis eius    26 Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;   [26] om het geheim* te verkondigen dat verborgen was, van alle eeuwigheid en alle generaties af, maar dat nu geopenbaard is aan zijn heiligen.   [26] het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is.   26 het geheimenis dat verborgen was voor de eeuwen en de generaties, maar aan zijn heiligen is verschenen   26. ce mystère resté caché depuis les siècles et les générations et qui maintenant vient d'être manifesté à ses saints : 

King James Bible . [26] Even the mystery which hath been hid from ages and from generations, but now is made manifest to his saints:
Luther-Bibel . 26 nämlich das Geheimnis, das verborgen war seit ewigen Zeiten und Geschlechtern, nun aber ist es offenbart seinen Heiligen,

Tekstuitleg van Kol 1,26 .

Kol 1,27 - Kol 1,27 : De dienst van de apostel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,24-2,5 -- Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -- Kol 2,1 - Kol 2,2 - Kol 2,3 - Kol 2,4 - Kol 2,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27ois èthelèsen o theos gnôrisai ti to ploutos tès doxès tou mustèriou toutou en tois ethnesin, o estin christos en umin, è elpis tès doxès:   27 quibus voluit Deus notas facere divitias gloriae sacramenti huius in gentibus quod est Christus in vobis spes gloriae     27 Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;   [27] Aan hen* heeft God de rijkdom van de heerlijkheid van dit geheim onder de heidenvolken bekend willen maken. En het luidt: ‘Christus, de hoop op de heerlijkheid, is in u.’   [27] Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister.   27 aan wie God bekend heeft willen maken wat de glorieuze rijkdom is van dit geheimenis onder de heidenen, en dat is Christus onder u, de hoop op de glorie.  27. Dieu a bien voulu leur faire connaître de quelle gloire est riche ce mystère chez les païens : c'est le Christ parmi vous ! l'espérance de la gloire !  

King James Bible . [27] To whom God would make known what is the riches of the glory of this mystery among the Gentiles; which is Christ in you, the hope of glory:
Luther-Bibel . 27 denen Gott kundtun wollte, was der herrliche Reichtum dieses Geheimnisses unter den Heiden ist, nämlich Christus in euch, die Hoffnung der Herrlichkeit.

Tekstuitleg van Kol 1,27 .

2. act. ind. aor. 3de pers. enk. èthelèsen (hij wilde) van het werkw. thelô (willen) . Taalgebruik in het NT : thelô (willen) . Taalgebruik in de LXX : thelô (willen) . Taalgebruik in Mc : thelô (willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen . D. willen . E. will . Een vorm van thelô (willen) in de LXX (148) , in het NT (207) , in Kol (3) : (1) Kol 1,27 . (2) . (3) .

thelô (willen)   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. aor. 3de pers. enk. èthelèsen   49  41       

4. theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . L. deus , Fr. dieu . De vloek dju . D. Gott . E. God . Hebr. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . nom. mann. enk. theos (God) . Kol (2) : (1) Kol 1,27 . (2) Kol 4,3 . Kol 1 (8) : (1) Kol 1,1 (gen. mann. enk. theou) . (2) Kol 1,2 (gen. mann. enk. theou) . (3) Kol 1,3 (dat. mann. enk. theô(i) . (4) Kol 1,6 (gen. mann. enk. theou) . (5) Kol 1,10 (gen. mann. enk. theou) . (6) Kol 1,15 (gen. mann. enk. theou) . (7) Kol 1,25 (gen. mann. enk. theou) . (8) Kol 1,27 (theos : nom. mann. enk.) . Een vorm van theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .

  theos (God)  bijbel  O.T.  NT  syn.. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
1 nom. mann. enk. theos 1686  1399  287  29 46 163  32  30  18    22  11        143 20
2 gen. mann. enk.  theou 1517  876  641  129 172 360   71  46  33  15  20  10  14  15  15  29  20  29  293 67
3 dat.  mann. enk. theô(i) 433  279  154  14 18 110  27  14  12        97  13 
4 acc.  mann. enk. theon 496  354  142  33 45 62  14              43 19
  Totaal   4132  2908  1224  205 281 695 144  93  70   30  31  23  20  35  17  21  13  12  65  15  36  52  4 576  119 

 

17. betrekk. voornw. nom. mann. enk. hos (die) . Taalgebruik in het NT : betrekkelijk voornaamwoord . Taalgebruik in Kol : betrekkelijk voornaamwoord . Kol (7) : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,13 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,18 . (5) Kol 1,27 (variante lezing) . (6) Kol 2,10 . (7) Kol 4,9 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. hos   652  454  198  27  25  28  10  31  129  80  90     

18. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

17. - 18. hos estin (die is) . In 6 van de 7 verzen waarin het betrekkelijk voornaamwoord hos (die) wordt gebruikt : (1) Kol 1,7 . (2) Kol 1,15 . (3) Kol 1,18 . (4) Kol 1,27 . (5) Kol 2,10 . (6) Kol 4,9 .

19. Taalgebruik in het Kol : Christos (Christus) . Taalgebruik in het Brieven : christos (Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor . Een vorm van Christos (Christus) In Kol 1 in 8 verzen : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

Kol 1,28 - Kol 1,28 : De dienst van de apostel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,24-2,5 -- Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -- Kol 2,1 - Kol 2,2 - Kol 2,3 - Kol 2,4 - Kol 2,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28on èmeis kataggellomen nouthetountes panta anthrôpon kai didaskontes panta anthrôpon en pasè sofia, ina parastèsômen panta anthrôpon teleion en christô:   28 quem nos adnuntiamus corripientes omnem hominem et docentes omnem hominem in omni sapientia ut exhibeamus omnem hominem perfectum in Christo Iesu    28 Denwelken wij verkondigen, vermanende een iegelijk mens, en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens volmaakt stellen in Christus Jezus;   [28] Hem verkondigen wij, wanneer wij iedereen vermanen en onderrichten, met alle wijsheid die ons gegeven is, om iedereen zonder onderscheid in Christus tot volmaaktheid te brengen.   [28] Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen.   28 Hij is het die wij verkondigen wanneer wij iedere mens waarschuwen en iedere mens onderrichten in alle wijsheid, om iedere mens volmaakt te doen staan in Christus.  28. Ce Christ, nous l'annonçons, avertissant tout homme et instruisant tout homme en toute sagesse, afin de rendre tout homme parfait dans le Christ.  

King James Bible . [28] Whom we preach, warning every man, and teaching every man in all wisdom; that we may present every man perfect in Christ Jesus:
Luther-Bibel . 28 Den verkündigen wir und ermahnen alle Menschen und lehren alle Menschen in aller Weisheit, damit wir einen jeden Menschen in Christus vollkommen machen.

Tekstuitleg van Kol 1,28 .

11. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

14. hina (opdat) . Voegwoord . Taalgebruik in het NT : hina (opdat) . Taalgebruik in de LXX : hina (opdat) . Kol (11) : (1) Kol 1,9 . (2) Kol 1,18 . (3) Kol 1,28 . (4) Kol 2,2 . (5) Kol 2,4 . (6) Kol 3,21 . (7) Kol 4,3 . (8) Kol 4,4 . (9) Kol 4,8 . (10) Kol 4,12 . (11) Kol 4,16 . (12) Kol 4,17 .

hina (opdat)  bijbel O.T. NT ev.  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.  A. b. 
  1144  522  620  276  292  29  50  38  15  22  12  12  15  13  20  13  19    232  44 

19. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

20. dat. mann. enk. christô(i) (Christus) van het zelfstandig naamwoord christos (Christus) . Taalgebruik in het Kol : Christos (Christus) . Taalgebruik in het Brieven : christos (Christus) . Taalgebruik in het NT : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor . Een vorm van Christos (Christus) In Kol 1 in 8 verzen : (1) Kol 1,1 (Christou : gen. mann. enk.) . (2) Kol 1,2 (Christô : dat. mann. enk.) . (3) Kol 1,3 (Christou : gen. mann. enk.) . (4) Kol 1,4 (Christô : dat. mann. enk.) . (5) Kol 1,7 (Christou : gen. mann. enk.) . (6) Kol 1,24 (Christou : gen. mann. enk.) . (7) Kol 1,27 (Christos : nom. mann. enk.) . (8) Kol 1,28 (Christô : dat. mann. enk.) .

Kol 1,29 - Kol 1,29 : De dienst van de apostel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 1 -- Kol 1,24-2,5 -- Kol 1,24 - Kol 1,25 - Kol 1,26 - Kol 1,27 - Kol 1,28 - Kol 1,29 -- Kol 2,1 - Kol 2,2 - Kol 2,3 - Kol 2,4 - Kol 2,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29eis o kai kopiô agônizomenos kata tèn energeian autou tèn energoumenèn en emoi en dunamei.   29 in quo et laboro certando secundum operationem eius quam operatur in me in virtute     29 Waartoe ik ook arbeide, strijdende naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht.   [29] Daarvoor span ik mij in, zwoeg ik met zijn kracht, die machtig in mij werkt.  [29] Daarvoor span ik mij in en strijd ik met zijn kracht, die volop in mij werkzaam is.  29 Daarvoor zwoeg ik en strijd ik, met hulp van zijn innerlijk werk dat in mij werkt met kracht.   29. Et c'est bien pour cette cause que je me fatigue à lutter, avec son énergie qui agit en moi avec puissance. 

King James Bible . [29] Whereunto I also labour, striving according to his working, which worketh in me mightily.
Luther-Bibel . 29 Dafür mühe ich mich auch ab und ringe in der Kraft dessen, der in mir kräftig wirkt.

Tekstuitleg van Kol 1,29 .

12. en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .


GRIEKSE TEKST

1paulos apostolos christou ièsou dia thelèmatos theou kai timotheos o adelfos 2tois en kolossais agiois kai pistois adelfois en christô: charis umin kai eirènè apo theou patros èmôn. 3eucharistoumen tô theô patri tou kuriou èmôn ièsou christou pantote peri umôn proseuchomenoi, 4akousantes tèn pistin umôn en christô ièsou kai tèn agapèn èn echete eis pantas tous agious 5dia tèn elpida tèn apokeimenèn umin en tois ouranois, èn proèkousate en tô logô tès alètheias tou euaggeliou 6tou parontos eis umas, kathôs kai en panti tô kosmô estin karpoforoumenon kai auxanomenon kathôs kai en umin, af ès èmeras èkousate kai epegnôte tèn charin tou theou en alètheia: 7kathôs emathete apo epafra tou agapètou sundoulou èmôn, os estin pistos uper umôn diakonos tou christou, 8o kai dèlôsas èmin tèn umôn agapèn en pneumati. 9dia touto kai èmeis, af ès èmeras èkousamen, ou pauometha uper umôn proseuchomenoi kai aitoumenoi ina plèrôthète tèn epignôsin tou thelèmatos autou en pasè sofia kai sunesei pneumatikè, 10peripatèsai axiôs tou kuriou eis pasan areskeian, en panti ergô agathô karpoforountes kai auxanomenoi tè epignôsei tou theou, 11en pasè dunamei dunamoumenoi kata to kratos tès doxès autou eis pasan upomonèn kai makrothumian, meta charas 12eucharistountes tô patri tô ikanôsanti umas eis tèn merida tou klèrou tôn agiôn en tô fôti: 13os errusato èmas ek tès exousias tou skotous kai metestèsen eis tèn basileian tou uiou tès agapès autou, 14en ô echomen tèn apolutrôsin, tèn afesin tôn amartiôn: 15os estin eikôn tou theou tou aoratou, prôtotokos pasès ktiseôs, 16oti en autô ektisthè ta panta en tois ouranois kai epi tès gès, ta orata kai ta aorata, eite thronoi eite kuriotètes eite archai eite exousiai: ta panta di autou kai eis auton ektistai, 17kai autos estin pro pantôn kai ta panta en autô sunestèken. 18kai autos estin è kefalè tou sômatos, tès ekklèsias: os estin archè, prôtotokos ek tôn nekrôn, ina genètai en pasin autos prôteuôn, 19oti en autô eudokèsen pan to plèrôma katoikèsai 20kai di autou apokatallaxai ta panta eis auton, eirènopoièsas dia tou aimatos tou staurou autou, [di autou] eite ta epi tès gès eite ta en tois ouranois. 21kai umas pote ontas apèllotriômenous kai echthrous tè dianoia en tois ergois tois ponèrois, 22nuni de apokatèllaxen en tô sômati tès sarkos autou dia tou thanatou, parastèsai umas agious kai amômous kai anegklètous katenôpion autou, 23ei ge epimenete tè pistei tethemeliômenoi kai edraioi kai mè metakinoumenoi apo tès elpidos tou euaggeliou ou èkousate, tou kèruchthentos en pasè ktisei tè upo ton ouranon, ou egenomèn egô paulos diakonos. 24nun chairô en tois pathèmasin uper umôn, kai antanaplèrô ta usterèmata tôn thlipseôn tou christou en tè sarki mou uper tou sômatos autou, o estin è ekklèsia, 25ès egenomèn egô diakonos kata tèn oikonomian tou theou tèn dotheisan moi eis umas plèrôsai ton logon tou theou, 26to mustèrion to apokekrummenon apo tôn aiônôn kai apo tôn geneôn nun de efanerôthè tois agiois autou, 27ois èthelèsen o theos gnôrisai ti to ploutos tès doxès tou mustèriou toutou en tois ethnesin, o estin christos en umin, è elpis tès doxès: 28on èmeis kataggellomen nouthetountes panta anthrôpon kai didaskontes panta anthrôpon en pasè sofia, ina parastèsômen panta anthrôpon teleion en christô: 29eis o kai kopiô agônizomenos kata tèn energeian autou tèn energoumenèn en emoi en dunamei.


VULGAAT

1 Paulus apostolus Christi Iesu per voluntatem Dei et Timotheus frater 2 his qui sunt Colossis sanctis et fidelibus fratribus in Christo Iesu gratia vobis et pax a Deo Patre nostro 3 gratias agimus Deo et Patri Domini nostri Iesu Christi semper pro vobis orantes 4 audientes fidem vestram in Christo Iesu et dilectionem quam habetis in sanctos omnes 5 propter spem quae reposita est vobis in caelis quam audistis in verbo veritatis evangelii 6 quod pervenit ad vos sicut et in universo mundo est et fructificat et crescit sicut in vobis ex ea die qua audistis et cognovistis gratiam Dei in veritate 7 sicut didicistis ab Epaphra carissimo conservo nostro qui est fidelis pro vobis minister Christi Iesu 8 qui etiam manifestavit nobis dilectionem vestram in Spiritu 9 ideo et nos ex qua die audivimus non cessamus pro vobis orantes et postulantes ut impleamini agnitione voluntatis eius in omni sapientia et intellectu spiritali 10 ut ambuletis digne Deo per omnia placentes in omni opere bono fructificantes et crescentes in scientia Dei 11 in omni virtute confortati secundum potentiam claritatis eius in omni patientia et longanimitate cum gaudio 12 gratias agentes Patri qui dignos nos fecit in partem sortis sanctorum in lumine 13 qui eripuit nos de potestate tenebrarum et transtulit in regnum Filii dilectionis suae 14 in quo habemus redemptionem remissionem peccatorum 15 qui est imago Dei invisibilis primogenitus omnis creaturae 16 quia in ipso condita sunt universa in caelis et in terra visibilia et invisibilia sive throni sive dominationes sive principatus sive potestates omnia per ipsum et in ipso creata sunt 17 et ipse est ante omnes et omnia in ipso constant 18 et ipse est caput corporis ecclesiae qui est principium primogenitus ex mortuis ut sit in omnibus ipse primatum tenens 19 quia in ipso conplacuit omnem plenitudinem habitare 20 et per eum reconciliare omnia in ipsum pacificans per sanguinem crucis eius sive quae in terris sive quae in caelis sunt 21 et vos cum essetis aliquando alienati et inimici sensu in operibus malis 22 nunc autem reconciliavit in corpore carnis eius per mortem exhibere vos sanctos et inmaculatos et inreprehensibiles coram ipso 23 si tamen permanetis in fide fundati et stabiles et inmobiles ab spe evangelii quod audistis quod praedicatum est in universa creatura quae sub caelo est cuius factus sum ego Paulus minister 24 qui nunc gaudeo in passionibus pro vobis et adimpleo ea quae desunt passionum Christi in carne mea pro corpore eius quod est ecclesia 25 cuius factus sum ego minister secundum dispensationem Dei quae data est mihi in vos ut impleam verbum Dei 26 mysterium quod absconditum fuit a saeculis et generationibus nunc autem manifestatum est sanctis eius 27 quibus voluit Deus notas facere divitias gloriae sacramenti huius in gentibus quod est Christus in vobis spes gloriae 28 quem nos adnuntiamus corripientes omnem hominem et docentes omnem hominem in omni sapientia ut exhibeamus omnem hominem perfectum in Christo Iesu 29 in quo et laboro certando secundum operationem eius quam operatur in me in virtute


TAALGEBRUIK


A

- dat. mann. enk. autô(i) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord autos . Kol (12) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,6 . (5) Kol 2,7 . (6) Kol 2,9 . (7) Kol 2,10 . (8) Kol 2,12 . (9) Kol 2,13 . (10) Kol 2,15 . (11) Kol 3,4 . (12) Kol 4,13 . Een vorm van autos in Kol 1,15-20 (11) .

  autos bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
3 dat. mann. enk. autô(i)  2475  1686  789  159  109  144  153  79  114  31  412  565 

- en autô(i) = in / met hem . NT (77) . Kol (8) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,19 . (4) Kol 2,6 . (5) Kol 2,7 . (6) Kol 2,9 . (7) Kol 2,10 . (8) Kol 2,15 .


B


C


D

- dia (door) . Taalgebruik in het NT : dia (door). L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 . dia kan de vertaling zijn van de Hebreeuwse woorden : ba`äbhûr (36) , bigëlal (5) , bëjad (270) , lëma`an (235) .

dia (door)  Kol bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 




E

- actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

- en (in) . Taalgebruik in het NT : en (in) . Taalgebruik in het Kol : en (in) . Hebr. bë . Taalgebruik in Tenakh : bë (in, met) . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . E. in . D. in . Kol 1 (22) : (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4. (3) Kol 1,5 . (4) Kol 1,6 . (5) Kol 1,8 . (6) Kol 1,9 . (7) Kol 1,10 . (8) Kol 1,11 . (9) Kol 1,12 . (10) Kol 1,14. (11) Kol 1,16 . (12) Kol 1,17 . (13) Kol 1,18 . (14) Kol 1,19 . (15) Kol 1,20 . (16) Kol 1,21 . (17) Kol 1,22 . (18) Kol 1,23 . (19) Kol 1,24 . (20) Kol 1,27 . (21) Kol 1,28 . (22) Kol 1,29 .

en (in) .   bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 

en (in)   Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel

OT

NT synopt. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. br.
  22 16 11 10 11097 8943 2154 654  836  966  134  133  104  34  88  52  59  36  21  32  28  13  56  33  41  29  48  797 169




F


G


H


I


J


K

- Nevenschikkend voegwoord kai (en) . Taalgebruik in NT : kai (en) . Taalgebruik in Kol : kai (en) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .

kai (en)  Kol Kol 1 Kol 2 Kol 3 Kol 4 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
kai (en)   65 20 17 15 13 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 

L

-

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho 8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 
2. nom. vr. enk. hè 4860 3762  1098  151  76 143  117  83  443  85  370  487 
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
4. gen. m. + onz. enk. tou 8480  6542  1938  234  116  272  196  269  673  178  622  818 
5. gen. vr. enk. tès 5271  4202  1069  107  65  109  72  164  430  122  281  353 
6. dat. m. + onz. enk. tô(i) 5507  4462  1045  121  68  154  98  163  367  74  343  441 
7. dat. vr. enk. tè(i) 3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 
8. acc. m. + onz. enk. ton 6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
9. acc. vr. enk. tèn 6161  4889  1272  180  109  149  121  198  404  111  438  559 
  Totaal   54298  42002  12296  1648  940  1649  1422  1696  4013  928  4237 5659  

 

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
11. nom. vr. mv. .hai   983 849 134 30 15 24 2 15 27 21    
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311
13. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn   5178  4144  1034  178  90  119  98  166  267  116     
14. dat. m. + onz. mv. tois   2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17  208  244 
15. dat. vr. mv. tais   980  799  181  21  10  33  24  66  23  64  68 
16. acc. m. mv. tous   2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
17. acc. vr. enk. tas   1987  1674  313  36  27  42  19  57  96  36     
  Totaal     23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 

- gen. mann. en onz. enk. tou (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) OF voegwoord è (of) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (35) . Kol 1 (1) : (1) Kol 1,3 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,6 . (4) Kol 1,7 . (5) Kol 1,9 . (6) Kol 1,10 . (7) Kol 1,12 . (8) Kol 1,13 . (9) Kol 1,15 . (10) Kol 1,18 . (11) Kol 1,20 . (12) Kol 1,22 . (13) Kol 1,23 . (14) Kol 1,24 . (15) Kol 1,25 . (16) Kol 1,27 .

- nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Kol (17) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,8 . (6) Kol 2,13 . (7) Kol 2,22 . (8) Kol 3,1 . (9) Kol 3,2 . (10) Kol 3,5 . (11) Kol 3,8 . (12) Kol 3,11 . (13) Kol 3,20 . (14) Kol 3,21 . (15) Kol 4,7 . (16) Kol 4,8 . (17) Kol 4,9 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72  242 311




M


N


O


P

- onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder .

  pas (al) bijbel  O.T.  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
1 nom. m. enk. pas 636 544 92 48  32  6 2   3 2         1     5 1     11 1     19  13 
2 nom. vr. enk. pasa 288 245 43 16  22  4 3   1 4         1     2 3 1 1 1       16 
3 nom. + acc. onz. enk. pan 471 401 70 20  31  3 3 3   3 5     1 2 2     2     5       24 
4 gen. + onz. m. enk. pantos  337  305  32 14  1 1 1   1   1 2   1   1 4             1 13 
5 gen. vr. enk. pasès  226  185  41 23  2   1   5 2     4   2   3   1   2       20 
6 dat. m. + onz. enk. panti   271  213  58  40  5 3 11 1 3 3 2 2 2       2   2   1       37 
7 dat. vr. enk. pasèi  238  194  44 33  2 2 4   5 5 2 3 3 1         2           31 
8 acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta 1358 1119 239 107  103 9 28 6 2 11 13 1 1 3 2 2   13   1 2 1     1 98 
9 acc. vr. enk. pasan  380  329  51  14  26  5 3 4     2   1     2   1 2 2 1       2 19 
10 nom. m. mv. pantes 724 558 166 72  57 8 17 3 3 2 1 1 1   4 1   9   2   2 1     52 
11 nom. vr. mv. pasai 148  132  16  2                                        
12 gen. mv. pantôn 443 317 126 35  65  9 8 7 2 6 1 3 4 6 1 1   6 2 2 1 1   2 1 56 
13 gen. vr. mv. pasôn   82  77      2                                    
14 dat m. + onz. mv. pasin   264  183  81  19  49  4 8 3 2 4 3 3 2 2 3 3   3 1 2           46 
15 dat.  vr. mv. pasais 82  75    2                       1   1        
16 acc. m. mv. pantas 482 395 87 30  35  8 3 4 1 2 1 5   1 1 1 1 1   1 1       1 32 
17 acc. vr. mv. pasas 267 258 9 2         1 0                   1          
  Totaal 6697  5530  1167 407  540  68  83  49  15  49  32  36  18  16  22  17  14  49  12  17  24  470  70
  pas (al) bijbel  OT  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. B.
1 nom. m. enk. pas 636 544 92 48  32  6 2   3 2         1     5 1     11 1     19  13 
2 nom. vr. enk. pasa 288 245 43 16  22  4 3   1 4         1     2 3 1 1 1       16 
3 nom. + acc. onz. enk. pan 471 401 70 20  31  3 3 3   3 5     1 2 2     2     5       24 
4 gen. + onz. m. enk. pantos  337  305  32 14  1 1 1   1   1 2   1   1 4             1 13 
5 gen. vr. enk. pasès  226  185  41 23  2   1   5 2     4   2   3   1   2       20 
6 dat. m. + onz. enk. panti   271  213  58  40  5 3 11 1 3 3 2 2 2       2   2   1       37 
7 dat. vr. enk. pasèi  238  194  44 33  2 2 4   5 5 2 3 3 1         2           31 
8 acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta 1358 1119 239 107  103 9 28 6 2 11 13 1 1 3 2 2   13   1 2 1     1 98 
9 acc. vr. enk. pasan  380  329  51  14  26  5 3 4     2   1     2   1 2 2 1       2 19 
10 nom. m. mv. pantes 724 558 166 72  57 8 17 3 3 2 1 1 1   4 1   9   2   2 1     52 
11 nom. vr. mv. pasai 148  132  16  2                                        
12 gen. mv. pantôn 443 317 126 35  65  9 8 7 2 6 1 3 4 6 1 1   6 2 2 1 1   2 1 56 
13 gen. vr. mv. pasôn   82  77      2                                    
14 dat m. + onz. mv. pasin   264  183  81  19  49  4 8 3 2 4 3 3 2 2 3 3   3 1 2           46 
15 dat.  vr. mv. pasais 82  75    2                       1   1        
16 acc. m. mv. pantas 482 395 87 30  35  8 3 4 1 2 1 5   1 1 1 1 1   1 1       1 32 
17 acc. vr. mv. pasas 267 258 9 2         1 0                   1          
  Totaal 6697  5530  1167 407  540  68  83  49  15  49  32  36  18  16  22  17  14  49  12  17  24  470  70

- acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta (al, alles) . Onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (13) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,17 . (3) Kol 1,20 . (4) Kol 1,28 . (5) Kol 2,13 . (6) Kol 2,22 . (7) Kol 3,8 . (8) Kol 3,11 . (9) Kol 3,17 . (10) Kol 3,20 . (11) Kol 3,22 . (12) Kol 4,7 . (13) Kol 4,9 . Een vorm van pas (ieder, elk, al) in Kol (36) .

  pas (al) bijbel  O.T.  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.. A. B.
8 acc. m. enk. , nom. + acc. onz. mv. panta 1358 1119 239 107  103 9 28 6 2 11 13 1 1 3 2 2   13   1 2 1     1 98 

- gen. mann. en onz. mv. pantôn . Onbepaald voornaamw. pas (ieder, elk, al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Kol : pas (ieder, elk, al) . Hebr. kol . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Kol (1) : Kol 1,17 .

  pas (al) bijbel  OT  NT  ev. Br.  Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef 

Fil 

Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P. A. B.
12 gen. mv. pantôn 443 317 126 35  65  9 8 7 2 6 1 3 4 6 1 1   6 2 2 1 1   2 1 56 




Q


R


S


T

- theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . L. deus , Fr. dieu . De vloek dju . D. Gott . E. God . Hebr. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Een vorm van theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .

  theos (God)  bijbel  O.T.  NT  syn.. ev. Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  Paul. Ap. br.
1 nom. mann. enk. theos 1686  1399  287  29 46 163  32  30  18    22  11        143 20
2 gen. mann. enk.  theou 1517  876  641  129 172 360   71  46  33  15  20  10  14  15  15  29  20  29  293 67
3 dat.  mann. enk. theô(i) 433  279  154  14 18 110  27  14  12        97  13 
4 acc.  mann. enk. theon 496  354  142  33 45 62  14              43 19
  Totaal   4132  2908  1224  205 281 695 144  93  70   30  31  23  20  35  17  21  13  12  65  15  36  52  4 576  119 

1. nom. mann. enk. theos (God) van het zelfstandig naamwoord theos (God) . Kol (2) : (1) Kol 1,27 . (2) Kol 4,3 .
2. gen. mann. enk. theou (van God) van het zelfstandig naamwoord theos (God) . Kol (14) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,2 . (3) Kol 1,6 . (4) Kol 1,10. (5) Kol 1,15 . (6) Kol 1,25 . (7) Kol 2,2 . (8) Kol 2,12 . (9) Kol 2,19 . (10) Kol 3,1 . (11) Kol 3,6 . (12) Kol 3,12 . (13) Kol 4,11 . (14) Kol 4,12 .
3. dat. mann. enk. theô(i) (aan God) van het zelfstandig naamwoord theos (God) . Kol (4) : (1) Kol 1,3 . (2) Kol 3,3 . (3) Kol 3,16 . (4) Kol 3,17 .
4. acc. mann. enk. theon (God) van het zelfstandig naamwoord theos (God) . Kol : - .

- Kol 1 (8) : (1) Kol 1,1 (gen. mann. enk. theou) . (2) Kol 1,2 (gen. mann. enk. theou) . (3) Kol 1,3 (dat. mann. enk. theô(i) . (4) Kol 1,6 (gen. mann. enk. theou) . (5) Kol 1,10 (gen. mann. enk. theou) . (6) Kol 1,15 (gen. mann. enk. theou) . (7) Kol 1,25 (gen. mann. enk. theou) . (8) Kol 1,27 (theos : nom. mann. enk.) .
- Kol 2 : (3) : (1) Kol 2,2 (gen. mann. enk. theou) . (2) Kol 2,12 (gen. mann. enk. theou) . (3) Kol 2,19 (gen. mann. enk. theou) .
- Kol 3 (6) : (1) Kol 3,1 (gen. mann. enk. theou) . (2) Kol 3,3 (dat. mann. enk. theô(i) . (3) Kol 3,6 (gen. mann. enk. theou) . (4) Kol 3,12 (gen. mann. enk. theou) . (5) Kol 3,16 (dat. mann. enk. theô(i) . (6) Kol 3,17 (dat. mann. enk. theô(i) .
- Kol 4 (3) : (1) Kol 4,3 (theos : nom. mann. enk.) . (2) Kol 4,11 (gen. mann. enk. theou) . (3) Kol 4,12 (gen. mann. enk. theou) .




U


V


W


X


Y


Z


COMMENTAAR

Misschien is het wel van alle tijden . Hemellichamen (zon, maan, planeten, sterren, sterrenbeelden) en de conjunctie of het 'samenvallen' van hemellichamen , natuurverschijnselen (zoals onweer, stormen, wind, zon- en maansverduisteringen, maanstanden en jaargetijden) worden beschouwd als elementen die het leven van een mens bepalen . Gunstige tekenen worden beschouwd als boodschappen van engelen , ongunstige tekenen als boodschappen van satans en duivels . Maar wat is dan de rol van Jezus Messias in al die invoeldsferen ? Wie is Hij ? Gaat hij al die krachten en machten te boven ?