BRIEF AAN DE KOLOSSENZEN HOOFDSTUK 3 - Kol 3 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - - Kol -- Kol 3 -

Bijbeluitleg per hoofdstuk : Kol 1 , Kol 2 , Kol 3 , Kol 4

Tekstuitleg vers per vers : - Kol 3,1 - Kol 3,2 - Kol 3,3 - Kol 3,4 - Kol 3,5 - Kol 3,6 - Kol 3,7 - Kol 3,8 - Kol 3,9 - Kol 3,10 - Kol 3,11 - Kol 3,12 - Kol 3,13 - Kol 3,14 - Kol 3,15 - Kol 3,16 - Kol 3,17 - Kol 3,18 - Kol 3,19 - Kol 3,20 - Kol 3,21 - Kol 3,22 - Kol 3,23 - Kol 3,24 - Kol 3,25 -


Kol 3,1 - Kol 3,1 . Met Christus gestorven en verrezen - Kol 2,6-3,4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 2 -- Kol 3 -- Kol 2,6 - Kol 2,7 - Kol 2,8 - Kol 2,9 - Kol 2,10 - Kol 2,11 - Kol 2,12 - Kol 2,13 - Kol 2,14 - Kol 2,15 - Kol 2,16 - Kol 2,17 - Kol 2,18 - Kol 2,19 - Kol 2,20 - Kol 2,21 - Kol 2,22 - Kol 2,23 - Kol 3,1 - Kol 3,2 - Kol 3,3 - Kol 3,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1 Εἰ οὖν συνηγέρθητε τῷ Χριστῷ, τὰ ἄνω ζητεῖτε, οὗ ὁ Χριστός ἐστιν ἐν δεξιᾷ τοῦ θεοῦ καθήμενος:         [1] Als u nu met Christus ten leven bent gewekt, zoek dan ook wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand van God.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Εἰ οὖν συνηγέρθητε τῷ Χριστῷ, τὰ ἄνω ζητεῖτε, οὗ ὁ Χριστός ἐστιν ἐν δεξιᾷ τοῦ θεοῦ καθήμενος:

12. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

13.-16. ἐν δεξιᾷ τοῦ θεοῦ (= en deksia tou theou: aan de rechterhand van God). NT (4): (1) Rom 8,34. (2) Kol 3,1. (3) Heb 10,12. (4) 1 Pe 3,22.


Kol 3,2 - Kol 3,2 . Met Christus gestorven en verrezen - Kol 2,6-3,4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 2 -- Kol 3 -- Kol 2,6 - Kol 2,7 - Kol 2,8 - Kol 2,9 - Kol 2,10 - Kol 2,11 - Kol 2,12 - Kol 2,13 - Kol 2,14 - Kol 2,15 - Kol 2,16 - Kol 2,17 - Kol 2,18 - Kol 2,19 - Kol 2,20 - Kol 2,21 - Kol 2,22 - Kol 2,23 - Kol 3,1 - Kol 3,2 - Kol 3,3 - Kol 3,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2ta anô froneite, mè ta epi tès gès:         [2] Zet uw zinnen op wat boven is, niet op het aardse.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,3 - Kol 3,3 . Met Christus gestorven en verrezen - Kol 2,6-3,4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 2 -- Kol 3 -- Kol 2,6 - Kol 2,7 - Kol 2,8 - Kol 2,9 - Kol 2,10 - Kol 2,11 - Kol 2,12 - Kol 2,13 - Kol 2,14 - Kol 2,15 - Kol 2,16 - Kol 2,17 - Kol 2,18 - Kol 2,19 - Kol 2,20 - Kol 2,21 - Kol 2,22 - Kol 2,23 - Kol 3,1 - Kol 3,2 - Kol 3,3 - Kol 3,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3apethanete gar, kai è zôè umôn kekruptai sun tô christô en tô theô.         [3] U bent immers gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,4 - Kol 3,4 . Met Christus gestorven en verrezen - Kol 2,6-3,4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Kol -- Kol 2 -- Kol 3 -- Kol 2,6 - Kol 2,7 - Kol 2,8 - Kol 2,9 - Kol 2,10 - Kol 2,11 - Kol 2,12 - Kol 2,13 - Kol 2,14 - Kol 2,15 - Kol 2,16 - Kol 2,17 - Kol 2,18 - Kol 2,19 - Kol 2,20 - Kol 2,21 - Kol 2,22 - Kol 2,23 - Kol 3,1 - Kol 3,2 - Kol 3,3 - Kol 3,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4otan o christos fanerôthè, è zôè umôn, tote kai umeis sun autô fanerôthèsesthe en doxè.         [4] Wanneer Christus, die uw leven* is, verschijnt, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,5 - Kol 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5nekrôsate oun ta melè ta epi tès gès, porneian, akatharsian, pathos, epithumian kakèn, kai tèn pleonexian ètis estin eidôlolatria,     [5] Maak* de aardse praktijken dood: ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, kwade begeerte en de hebzucht, die gelijk staat met afgoderij.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

18. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    
Kol 3,6 - Kol 3,6 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6di a erchetai è orgè tou theou [epi tous uious tès apeitheias]:        [6] Deze dingen roepen Gods toorn af over de ongehoorzamen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. dia (door) . Taalgebruik in de Bijbel : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 .

dia (door)  Kol bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

 

Kol 3,7 - Kol 3,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7en ois kai umeis periepatèsate pote ote ezète en toutois.         [7] Ook u hebt u indertijd hieraan overgegeven en zo geleefd.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,8 - Kol 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8nuni de apothesthe kai umeis ta panta, orgèn, thumon, kakian, blasfèmian, aischrologian ek tou stomatos umôn:        [8] Maar nu moet ook u dit alles vaarwel zeggen: woede, drift, kwaadaardigheid, gevloek en vunzige taal!      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,9 - Kol 3,9 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9mè pseudesthe eis allèlous, apekdusamenoi ton palaion anthrôpon sun tais praxesin autou,         [9] En vertel elkaar geen leugens meer. [9] Trek de oude mens met zijn gedragingen uit,      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,10 - Kol 3,10 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai endusamenoi ton neon ton anakainoumenon eis epignôsin kat eikona tou ktisantos auton,         [10] bekleed u met de nieuwe mens, die wordt vernieuwd tot het ware inzicht, naar het beeld van zijn schepper.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Kol 3,10.

10. εικονα (= eikona: beeld; zn acc mann enk van het zn εικων = eikôn: beeld). Taalgebruik in het NT: eikôn (beeld).
- εἰκὼν (= eikôn: beeld) is de vertaling van 6 verschillende Hebr woorden in de LXX.
- Bijbel (26): (1) Gn 1,26. (2) Gn 1,27. (3) Gn 5,1. (4) Gn 5,3. (5) Dt 4,16. (6) Js 40,19. (7) Js 40,20. (8) Hos 13,2. (9) Ps 73,20. (10) Da 2,34. (11) Da 2,35. (12) Da 3,1. (13) 2 Kr 33,7. (14) W 2,23. (15) W 14,15. (16) W 14,17. (17) Sir 17,3. (18) Lc 20,24. (19) 1 Kor 15,49. (20) 2 Kor 3,18. (21) Kol 3,10. (22) Heb 10,1. (23) Apk 13,14. (24) Apk 14,9. (25) Apk 14,11. (26) Apk 20,4. Een vorm van εἰκὼν = eikôn: beeld in LXX (56), in het NT (23), in Kol (2): (1) Kol 1,15. (2) Kol 3,10.

Kol 3,11 - Kol 3,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11opou ouk eni ellèn kai ioudaios, peritomè kai akrobustia, barbaros, skuthès, doulos, eleutheros, alla [ta] panta kai en pasin christos.         [11] Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar, Skyth, slaaf, vrije mens. Maar alles in allen is Christus.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

7. peritomè (besnijdenis) , zie Rom 2,25 . Nominatief of vrouwelijk enkelvoud . In twaalf verzen in de bijbel . O.T. (1) : Gn 17,13 . N.T. (11) , slechts in de brieven van Paulus : (1) Rom 2,25 . (2) Rom 2,28 . (3) Rom 2,29 . (4) Rom 4,10 . (5) 1 Kor 7,19 . (6) Gal 5,6 . (7) Gal 6,15 . (8) Fil 3,3 . (9) Fil 3,5 . (10) Kol 2,11 . (11) Kol 3,11 .

Kol 3,12 - Kol 3,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12endusasthe oun ôs eklektoi tou theou, agioi kai ègapèmenoi, splagchna oiktirmou, chrèstotèta, tapeinofrosunèn, prautèta, makrothumian,         [12] Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,13 - Kol 3,13 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13anechomenoi allèlôn kai charizomenoi eautois ean tis pros tina echè momfèn: kathôs kai o kurios echarisato umin outôs kai umeis:         [13] Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,14 - Kol 3,14 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14epi pasin de toutois tèn agapèn, o estin sundesmos tès teleiotètos.         [14] Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    
Kol 3,15 - Kol 3,15 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai è eirènè tou christou brabeuetô en tais kardiais umôn, eis èn kai eklèthète en eni sômati: kai eucharistoi ginesthe.       [15] En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. Genitief mann. enk. christou (van Christus) van de eigennaam christos (Christus) . Verwijzing in Kol : Christos (Christus) . Verwijzing in N.T. : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor .

Christos Kol Kol   
nom. Christos 4 (1) Kol 1,27 . (2) Kol 3,1 . (3) Kol 3,4 . (4) Kol 3,11 .

voc. Christe

   
gen. Christou 11 (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,3 . (3) Kol 1,7 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,2 . (6) Kol 2,11 . (7) Kol 2,17 . (8) Kol 3,15 . (9) Kol 3,16 . (10) Kol 4,3 . (11) Kol 4,12 .
dat. Christô(i) (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4 . (3) Kol 1,28 . (4) Kol 2,20 . (5) Kol 3,1 . (6) Kol 3,3 . (7) Kol 3,24 .
acc. Christon (1) Kol 2,5 . (2) Kol 2,6 . (3) Kol 2,8 .
totaal 25   

 

Kol 3,16 - Kol 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16o logos tou christou enoikeitô en umin plousiôs, en pasè sofia didaskontes kai nouthetountes eautous psalmois, umnois, ôdais pneumatikais en [tè] chariti adontes en tais kardiais umôn tô theô:         [16] Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. Genitief mann. enk. christou (van Christus) van de eigennaam christos (Christus) . Verwijzing in Kol : Christos (Christus) . Verwijzing in N.T. : christos (Christus) . Een vorm van Christos (Christus) komt in 25 verzen in Kol voor .

Christos Kol Kol   
nom. Christos 4 (1) Kol 1,27 . (2) Kol 3,1 . (3) Kol 3,4 . (4) Kol 3,11 .

voc. Christe

   
gen. Christou 11 (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,3 . (3) Kol 1,7 . (4) Kol 1,24 . (5) Kol 2,2 . (6) Kol 2,11 . (7) Kol 2,17 . (8) Kol 3,15 . (9) Kol 3,16 . (10) Kol 4,3 . (11) Kol 4,12 .
dat. Christô(i) (1) Kol 1,2 . (2) Kol 1,4 . (3) Kol 1,28 . (4) Kol 2,20 . (5) Kol 3,1 . (6) Kol 3,3 . (7) Kol 3,24 .
acc. Christon (1) Kol 2,5 . (2) Kol 2,6 . (3) Kol 2,8 .
totaal 25   

 

Kol 3,17 - Kol 3,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai pan o ti ean poiète en logô è en ergô, panta en onomati kuriou ièsou, eucharistountes tô theô patri di autou.         [17] Doe alles wat u in woord of daad verricht in de naam van de Heer Jezus, God de Vader dankend door Hem. Huisregels      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

21. dia (door) . Verwijzing in N.T. : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na . dia (door) in Kol (8) : (1) Kol 1,1 . (2) Kol 1,5 . (3) Kol 1,9 . (4) Kol 1,20 . (5) Kol 1,22 . (6) Kol 2,8 . (7) Kol 2,12 . (8) Kol 2,19 . di' (door) in Kol (5) : (1) Kol 1,16 . (2) Kol 1,20 . (3) Kol 3,6 . (4) Kol 3,17 . (5) Kol 4,3 .

dia (door)  Kol bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
dia  8 1419  938  481  51  29  32  44  62  248  15  112  156 
di'  5 310 174 136 6 2 5 13 11 99   13  26 
totaal  13 1729 1112 617 57 31 37 57 73 347 15 125  182 

 

Kol 3,18 - Kol 3,18 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18ai gunaikes, upotassesthe tois andrasin, ôs anèken en kuriô.         [18] Vrouwen,* schik u naar uw man, zoals het christenen betaamt.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,19 - Kol 3,19 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19oi andres, agapate tas gunaikas kai mè pikrainesthe pros autas.        [19] Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet ruw tegen haar.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,20 - Kol 3,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20ta tekna, upakouete tois goneusin kata panta, touto gar euareston estin en kuriô.        [20] Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dit is de Heer welgevallig.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

11. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    
Kol 3,21 - Kol 3,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21oi pateres, mè erethizete ta tekna umôn, ina mè athumôsin.         [21] Vaders, vit niet op uw kinderen; anders worden zij moedeloos.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. hina (opdat) . Voegwoord . Taalgebruik in het NT : hina (opdat) . Taalgebruik in de LXX : hina (opdat) . Kol (11) : (1) Kol 1,9 . (2) Kol 1,18 . (3) Kol 1,28 . (4) Kol 2,2 . (5) Kol 2,4 . (6) Kol 3,21 . (7) Kol 4,3 . (8) Kol 4,4 . (9) Kol 4,8 . (10) Kol 4,12 . (11) Kol 4,16 . (12) Kol 4,17 .

hina (opdat)  bijbel O.T. NT ev.  Br. Rom 1 Kor  2 Kor  Gal Ef  Fil  Kol  1 Tes  2 Tes  1 Tim  2 Tim Tit Film Heb Jak 1 Pe 2 Pe 1 Joh 2 Joh  3 Joh  Jud  P.  A. b. 
  1144  522  620  276  292  29  50  38  15  22  12  12  15  13  20  13  19    232  44 
Kol 3,22 - Kol 3,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22oi douloi, upakouete kata panta tois kata sarka kuriois, mè en ofthalmodoulia ôs anthrôpareskoi, all en aplotèti kardias, foboumenoi ton kurion.       [22] Slaven*, wees in alles gehoorzaam aan je aardse heren, niet als ogendienaren om mensen te behagen, maar in eenvoud van hart, met ontzag voor de Heer.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,23 - Kol 3,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23o ean poiète, ek psuchès ergazesthe, ôs tô kuriô kai ouk anthrôpois,         [23] Wat jullie ook doen, doe het van harte, alsof het voor de Heer was en niet voor mensen,      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,24 - Kol 3,24 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24eidotes oti apo kuriou apolèmpsesthe tèn antapodosin tès klèronomias. tô kuriô christô douleuete:         [24] wetend dat je van de Heer als beloning het erfdeel* zult ontvangen. Jullie dienen de Heer Christus.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Kol 3,25 - Kol 3,25 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25o gar adikôn komisetai o èdikèsen, kai ouk estin prosôpolèmpsia.       [25] Wie onrecht doet, krijgt zijn onrecht terug; Hij kent geen aanzien des persoons.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

9. actief ind. pr. 3de pers. enk. estin (hij is) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het Kol : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein . Kol (17) : (1) Kol 1,6 . (2) Kol 1,7 . (3) Kol 1,15 . (4) Kol 1,17 . (5) Kol 1,18 . (6) Kol 1,24 . (7) Kol 1,27 . (8) Kol 2,10 . (9) Kol 2,17 . (10) Kol 2,22 . (11) Kol 2,23 . (12) Kol 3,1 . (13) Kol 3,5 . (14) Kol 3,14 . (15) Kol 3,20 . (16) Kol 3,25 . (17) Kol 4,9 . Een vorm van eimi (zijn) in de LXX (6947) , in het NT (2450) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. pr. 3de pers. enk. estin  2371  1558  813  114  69  96  147  66  296  25  176 323    

GRIEKSE TEKST

Εἰ οὖν συνηγέρθητε τῷ Χριστῷ, τὰ ἄνω ζητεῖτε, οὗ ὁ Χριστός ἐστιν ἐν δεξιᾷ τοῦ θεοῦ καθήμενος: 2τὰ ἄνω φρονεῖτε, μὴ τὰ ἐπὶ τῆς γῆς: 3ἀπεθάνετε γάρ, καὶ ἡ ζωὴ ὑμῶν κέκρυπται σὺν τῷ Χριστῷ ἐν τῷ θεῷ. 4ὅταν ὁ Χριστὸς φανερωθῇ, ἡ ζωὴ ὑμῶν, τότε καὶ ὑμεῖς σὺν αὐτῷ φανερωθήσεσθε ἐν δόξῃ. 5Νεκρώσατε οὖν τὰ μέλη τὰ ἐπὶ τῆς γῆς, πορνείαν, ἀκαθαρσίαν, πάθος, ἐπιθυμίαν κακήν, καὶ τὴν πλεονεξίαν ἥτις ἐστὶν εἰδωλολατρία, 6δι' ἃ ἔρχεται ἡ ὀργὴ τοῦ θεοῦ [ἐπὶ τοὺς υἱοὺς τῆς ἀπειθείας]: 7ἐν οἷς καὶ ὑμεῖς περιεπατήσατέ ποτε ὅτε ἐζῆτε ἐν τούτοις. 8νυνὶ δὲ ἀπόθεσθε καὶ ὑμεῖς τὰ πάντα, ὀργήν, θυμόν, κακίαν, βλασφημίαν, αἰσχρολογίαν ἐκ τοῦ στόματος ὑμῶν: 9μὴ ψεύδεσθε εἰς ἀλλήλους, ἀπεκδυσάμενοι τὸν παλαιὸν ἄνθρωπον σὺν ταῖς πράξεσιν αὐτοῦ, 10καὶ ἐνδυσάμενοι τὸν νέον τὸν ἀνακαινούμενον εἰς ἐπίγνωσιν κατ' εἰκόνα τοῦ κτίσαντος αὐτόν, 11ὅπου οὐκ ἔνι Ελλην καὶ Ἰουδαῖος, περιτομὴ καὶ ἀκροβυστία, βάρβαρος, Σκύθης, δοῦλος, ἐλεύθερος, ἀλλὰ [τὰ] πάντα καὶ ἐν πᾶσιν Χριστός. 12Ἐνδύσασθε οὖν ὡς ἐκλεκτοὶ τοῦ θεοῦ, ἅγιοι καὶ ἠγαπημένοι, σπλάγχνα οἰκτιρμοῦ, χρηστότητα, ταπεινοφροσύνην, πραΰτητα, μακροθυμίαν, 13ἀνεχόμενοι ἀλλήλων καὶ χαριζόμενοι ἑαυτοῖς ἐάν τις πρός τινα ἔχῃ μομφήν: καθὼς καὶ ὁ κύριος ἐχαρίσατο ὑμῖν οὕτως καὶ ὑμεῖς: 14ἐπὶ πᾶσιν δὲ τούτοις τὴν ἀγάπην, ὅ ἐστιν σύνδεσμος τῆς τελειότητος. 15καὶ ἡ εἰρήνη τοῦ Χριστοῦ βραβευέτω ἐν ταῖς καρδίαις ὑμῶν, εἰς ἣν καὶ ἐκλήθητε ἐν ἑνὶ σώματι: καὶ εὐχάριστοι γίνεσθε. 16ὁ λόγος τοῦ Χριστοῦ ἐνοικείτω ἐν ὑμῖν πλουσίως, ἐν πάσῃ σοφίᾳ διδάσκοντες καὶ νουθετοῦντες ἑαυτοὺς ψαλμοῖς, ὕμνοις, ᾠδαῖς πνευματικαῖς ἐν [τῇ] χάριτι ᾄδοντες ἐν ταῖς καρδίαις ὑμῶν τῷ θεῷ: 17καὶ πᾶν ὅ τι ἐὰν ποιῆτε ἐν λόγῳ ἢ ἐν ἔργῳ, πάντα ἐν ὀνόματι κυρίου Ἰησοῦ, εὐχαριστοῦντες τῷ θεῷ πατρὶ δι' αὐτοῦ. 18Αἱ γυναῖκες, ὑποτάσσεσθε τοῖς ἀνδράσιν, ὡς ἀνῆκεν ἐν κυρίῳ. 19Οἱ ἄνδρες, ἀγαπᾶτε τὰς γυναῖκας καὶ μὴ πικραίνεσθε πρὸς αὐτάς. 20Τὰ τέκνα, ὑπακούετε τοῖς γονεῦσιν κατὰ πάντα, τοῦτο γὰρ εὐάρεστόν ἐστιν ἐν κυρίῳ. 21Οἱ πατέρες, μὴ ἐρεθίζετε τὰ τέκνα ὑμῶν, ἵνα μὴ ἀθυμῶσιν. 22Οἱ δοῦλοι, ὑπακούετε κατὰ πάντα τοῖς κατὰ σάρκα κυρίοις, μὴ ἐν ὀφθαλμοδουλίᾳ ὡς ἀνθρωπάρεσκοι, ἀλλ' ἐν ἁπλότητι καρδίας, φοβούμενοι τὸν κύριον. 23ὃ ἐὰν ποιῆτε, ἐκ ψυχῆς ἐργάζεσθε, ὡς τῷ κυρίῳ καὶ οὐκ ἀνθρώποις, 24εἰδότες ὅτι ἀπὸ κυρίου ἀπολήμψεσθε τὴν ἀνταπόδοσιν τῆς κληρονομίας. τῷ κυρίῳ Χριστῷ δουλεύετε: 25ὁ γὰρ ἀδικῶν κομίσεται ὃ ἠδίκησεν, καὶ οὐκ ἔστιν προσωπολημψία.

1ei oun sunègerthète tô christô, ta anô zèteite, ou o christos estin en dexia tou theou kathèmenos: 2ta anô froneite, mè ta epi tès gès: 3apethanete gar, kai è zôè umôn kekruptai sun tô christô en tô theô. 4otan o christos fanerôthè, è zôè umôn, tote kai umeis sun autô fanerôthèsesthe en doxè. 5nekrôsate oun ta melè ta epi tès gès, porneian, akatharsian, pathos, epithumian kakèn, kai tèn pleonexian ètis estin eidôlolatria, 6di a erchetai è orgè tou theou [epi tous uious tès apeitheias]: 7en ois kai umeis periepatèsate pote ote ezète en toutois. 8nuni de apothesthe kai umeis ta panta, orgèn, thumon, kakian, blasfèmian, aischrologian ek tou stomatos umôn: 9mè pseudesthe eis allèlous, apekdusamenoi ton palaion anthrôpon sun tais praxesin autou, 10kai endusamenoi ton neon ton anakainoumenon eis epignôsin kat eikona tou ktisantos auton, 11opou ouk eni ellèn kai ioudaios, peritomè kai akrobustia, barbaros, skuthès, doulos, eleutheros, alla [ta] panta kai en pasin christos. 12endusasthe oun ôs eklektoi tou theou, agioi kai ègapèmenoi, splagchna oiktirmou, chrèstotèta, tapeinofrosunèn, prautèta, makrothumian, 13anechomenoi allèlôn kai charizomenoi eautois ean tis pros tina echè momfèn: kathôs kai o kurios echarisato umin outôs kai umeis: 14epi pasin de toutois tèn agapèn, o estin sundesmos tès teleiotètos. 15kai è eirènè tou christou brabeuetô en tais kardiais umôn, eis èn kai eklèthète en eni sômati: kai eucharistoi ginesthe. 16o logos tou christou enoikeitô en umin plousiôs, en pasè sofia didaskontes kai nouthetountes eautous psalmois, umnois, ôdais pneumatikais en [tè] chariti adontes en tais kardiais umôn tô theô: 17kai pan o ti ean poiète en logô è en ergô, panta en onomati kuriou ièsou, eucharistountes tô theô patri di autou. 18ai gunaikes, upotassesthe tois andrasin, ôs anèken en kuriô. 19oi andres, agapate tas gunaikas kai mè pikrainesthe pros autas. 20ta tekna, upakouete tois goneusin kata panta, touto gar euareston estin en kuriô. 21oi pateres, mè erethizete ta tekna umôn, ina mè athumôsin. 22oi douloi, upakouete kata panta tois kata sarka kuriois, mè en ofthalmodoulia ôs anthrôpareskoi, all en aplotèti kardias, foboumenoi ton kurion. 23o ean poiète, ek psuchès ergazesthe, ôs tô kuriô kai ouk anthrôpois, 24eidotes oti apo kuriou apolèmpsesthe tèn antapodosin tès klèronomias. tô kuriô christô douleuete: 25o gar adikôn komisetai o èdikèsen, kai ouk estin prosôpolèmpsia.


WILLIBRORDVERTALING

[5] Maak* de aardse praktijken dood: ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, kwade begeerte en de hebzucht, die gelijk staat met afgoderij. [6] Deze dingen roepen Gods toorn af over de ongehoorzamen. [7] Ook u hebt u indertijd hieraan overgegeven en zo geleefd. [8] Maar nu moet ook u dit alles vaarwel zeggen: woede, drift, kwaadaardigheid, gevloek en vunzige taal! [9] En vertel elkaar geen leugens meer. [9] Trek de oude mens met zijn gedragingen uit, [10] bekleed u met de nieuwe mens, die wordt vernieuwd tot het ware inzicht, naar het beeld van zijn schepper. [11] Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar, Skyth, slaaf, vrije mens. Maar alles in allen is Christus. [12] Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. [13] Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven. [14] Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. [15] En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar. [16] Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen. [17] Doe alles wat u in woord of daad verricht in de naam van de Heer Jezus, God de Vader dankend door Hem. Huisregels [18] Vrouwen,* schik u naar uw man, zoals het christenen betaamt. [19] Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet ruw tegen haar. [20] Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dit is de Heer welgevallig. [21] Vaders, vit niet op uw kinderen; anders worden zij moedeloos. [22] Slaven*, wees in alles gehoorzaam aan je aardse heren, niet als ogendienaren om mensen te behagen, maar in eenvoud van hart, met ontzag voor de Heer. [23] Wat jullie ook doen, doe het van harte, alsof het voor de Heer was en niet voor mensen, [24] wetend dat je van de Heer als beloning het erfdeel* zult ontvangen. Jullie dienen de Heer Christus. [25] Wie onrecht doet, krijgt zijn onrecht terug; Hij kent geen aanzien des persoons.