1 Koningen 3 , 1 K 3 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 --

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website - ZOEKEN -

Overzicht : - 1 K 2 - 1 K 4 - 1 K 6 - 1 K 8 - 1 K 10 - 1 K 12 - 1 K 14 - 1 K 16 - 1 K 18 - 1 K 20 - 1 K 22 -
Uitleg vers per vers : - 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT
: NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
bijbelvertalingen Lexilogos   bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm    4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik


ALGEMEEN OVERZICHT
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën) -

- 1 K 3,1-15 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -

1 K 3,1 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
* 1 Τῆς δὲ βασιλείας ἑδρασθείσης ἐν χειρὶ Σαλωμὼν ἐπιγαμίαν ἐποιήσατο Σαλωμὼν πρὸς Φαραὼ βασιλέα Αἰγύπτου καὶ ἔλαβε τὴν θυγατέρα Φαραὼ καὶ εἰσήγαγεν αὐτὴν εἰς τὴν πόλιν Δαυίδ, ἕως οὗ συνετέλεσεν οἰκοδομῶν τὸν οἶκον ἑαυτοῦ καὶ τὸν οἶκον Κυρίου καὶ τὸ τεῖχος ῾Ιερουσαλὴμ κύκλῳ. 3. 1 confirmatum est igitur regnum in manu Salomonis et adfinitate coniunctus est Pharaoni regi Aegypti accepit namque filiam eius et adduxit in civitatem David donec conpleret aedificans domum suam et domum Domini et murum Hierusalem per circuitum   1 En Salomo verzwagerde zich met Farao, den koning van Egypte; en nam de dochter van Farao, en bracht ze in de stad Davids totdat hij voleind zou hebben het bouwen van zijn huis en het huis des HEEREN, en den muur van Jeruzalem rondom. [1] Salomo werd de schoonzoon van de farao, de koning van Egypte. Hij huwde een dochter van de farao en bracht haar naar de Davidsstad, totdat hij de bouw van zijn paleis en van het huis van de heer en van de stadsmuren had voltooid. [1] Door de dochter van de farao tot vrouw te nemen, werd Salomo de schoonzoon van de koning van Egypte. Hij liet haar in de Davidsburcht wonen, totdat hij gereed was met de bouw van zijn paleis, de tempel van de HEER en de muur rondom Jeruzalem. 1 ¶ Salomo wordt de schoonzoon van Farao, de koning van Egypte; hij neemt Farao’s dochter mee en komt met haar aan in de Davidsstad,– totdat hij de bouw van zijn huis en het huis van de ENE, en Jeruzalems muur rondom, voleindigd heeft.  1. Salomon devint le gendre de Pharaon, le roi d'Égypte ; il prit pour femme la fille de Pharaon et l'introduisit dans la cité de David, en attendant d'avoir achevé de construire son palais, le Temple de Yahvé et le rempart de Jérusalem.

King James Bible . [1] And Solomon made affinity with Pharaoh king of Egypt, and took Pharaoh's daughter, and brought her into the city of David, until he had made an end of building his own house, and the house of the LORD, and the wall of Jerusalem round about.
Luther-Bibel . 3.1Und Salomo verschwägerte sich mit dem Pharao, dem König von Ägypten, und nahm eine Tochter des Pharao zur Frau und brachte sie in die Stadt Davids, bis er sein Haus und des HERRN Haus und die Mauer um Jerusalem gebaut hatte.

Tekstuitleg van 1 K 3,1 .

1 K 3,2 - 1 K 3,2 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2plèn o laos èsan thumiôntes epi tois upsèlois oti ouk ôkodomèthè oikos tô onomati kuriou eôs nun  2 et tamen populus immolabat in excelsis non enim aedificatum erat templum nomini Domini usque in die illo   2 Alleenlijk offerde het volk op de hoogten, want geen huis was den Naam des HEEREN gebouwd, tot die dagen toe. [2] Omdat er in die tijd nog geen huis gebouwd was voor de naam van de heer, offerde het volk in de heiligdommen op de hoogten. [2] Omdat er in die tijd nog geen tempel was gebouwd voor de naam van de HEER, bleef het volk zijn offers brengen op de offerplaatsen. 2 Alleen is het met de gemeenschap zo dat ze hun offers nog brengen op de offerhoogten,– omdat ze nog geen huis hebben gebouwd voor de naam van de ENE, tot aan die dagen. •  2. Le peuple sacrifiait sur les hauts lieux, car on n'avait pas encore bâti en ce temps-là une maison pour le Nom de Yahvé.

King James Bible . [2] Only the people sacrificed in high places, because there was no house built unto the name of the LORD, until those days.
Luther-Bibel . 2Aber das Volk opferte noch auf den Höhen; denn es war noch kein Haus gebaut dem Namen des HERRN bis auf diese Zeit.

Tekstuitleg van 1 K 3,2 .

1 K 3,3 -1 K 3,3 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai ègapèsen salômôn ton kurion poreuesthai en tois prostagmasin dauid tou patros autou plèn en tois upsèlois ethuen kai ethumia  3 dilexit autem Salomon Dominum ambulans in praeceptis David patris sui excepto quod in excelsis immolabat et accendebat thymiama   3 En Salomo had den HEERE lief, wandelende in de inzettingen van zijn vader David; alleenlijk offerde hij en rookte op de hoogten. [3] En ofschoon Salomo zijn liefde voor de heer uitte door te leven naar de wetten van zijn vader David, bleef hij toch offeren en wierook branden in de heiligdommen op de hoogten. [3] Salomo zelf toonde zijn liefde voor de HEER door te handelen naar wat zijn vader David hem had voorgehouden, maar ook hij bracht zijn offers en brandde wierook op de offerplaatsen. 3 En Salomo betoont liefde voor de ENE door voort te gaan volgens van de wetten van David, zijn vader,– alleen is het nog steeds op de offerhoogten dat hij zijn offers brengt en wierook brandt  3. Salomon aima Yahvé : il se conduisait selon les préceptes de son père David ; seulement il offrait des sacrifices et de l'encens sur les hauts lieux.

King James Bible . [3] And Solomon loved the LORD, walking in the statutes of David his father: only he sacrificed and burnt incense in high places.
Luther-Bibel . 3Salomo aber hatte den HERRN lieb und wandelte nach den Satzungen seines Vaters David, nur dass er auf den Höhen opferte und räucherte.

Tekstuitleg van 1 K 3,3 .

1. wajjè´êhabh (en hij beminde) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in Tenakh : ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Getalwaarde : aleph = 1 , he = 5 , beth = 2 ; totaal : 8 (2²) . Structuur : 1 - 5 - 2 . In negen verzen in de bijbel : (1) Gn 25,28 (Isaak - Esau) . (2) Gn 29,18 (Jakob - Rachel) . (3) Gn 29,30 (Jakob - Rachel meer dan Lea) . (4) Gn 34,3 (Sichem - Dina) . (5) Re 16,4 (Simson - Delila) . (6) 1 K 3,3 (Salomo - JHWH) . (7) Ps 109,17 . (8) Est 2,17 (koning - Ester boven alle vrouwen) . (9) 2 Kr 11,21 (Roboam - Maäka boven alle vrouwen) .

1 K 3,4 - 1 K 3,4 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai anestè kai eporeuthè eis gabaôn thusai ekei oti autè upsèlotatè kai megalè cilian olokautôsin anènegken salômôn epi to thusiastèrion en gabaôn  4 abiit itaque in Gabaon ut immolaret ibi illud quippe erat excelsum maximum mille hostias in holocaustum obtulit Salomon super altare illud in Gabaon   4 En de koning ging naar Gibeon, om aldaar te offeren, omdat die hoogte groot was; duizend brandofferen offerde Salomo op dat altaar. [4] Zo ging de koning naar Gibeon om daar te offeren, want dat was de voornaamste offerhoogte. Duizend brandoffers droeg Salomo op dit altaar op. [4] Zo ging de koning op een keer naar Gibeon, de belangrijkste offerhoogte van het land, om er te offeren. Wel duizend dieren droeg hij daar op het altaar als brandoffer op. 4 Eens gaat de koning naar Gibeon om dáár offers te brengen, omdat dát de grootste offerhoogte is; duizend opgangsgaven doet Salomo opgaan op dat altaar.  4. Le roi alla à Gabaôn pour y sacrifier, car le plus grand haut lieu se trouvait là - Salomon a offert mille holocaustes sur cet autel.

King James Bible . [4] And the king went to Gibeon to sacrifice there; for that was the great high place: a thousand burnt offerings did Solomon offer upon that altar.
Luther-Bibel . 4Und der König ging hin nach Gibeon, um dort zu opfern; denn das war die bedeutendste Höhe. Und Salomo opferte dort tausend Brandopfer auf dem Altar.

Tekstuitleg van 1 K 3,4 .

1 K 3,4.4. lizëboach (om te offeren) < voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. zâbhach (slachten, offeren) . Taalgebruik in Tenakh : zâbhach (slachten, offeren) . OF : lëzèbach (tot offer) voorzetsel lë + zelfst. naamw. zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Getalwaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . z-b-ch . Tenakh (74) . Pentateuch (28) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (15) . l-z-b-ch . Tenakh (19) : (1) Ex 8,25 . (2) Lv 3,6 . (3) Lv 9,4 . (4) Lv 23,19 . (5) Nu 15,5 . (6) Dt 16,5 . (7) Joz 22,26 . (8) Joz 24,28 . (9) Re 18,23 . (10) 1 S 1,21 . (11) 1 S 2,19 . (12) 1 S 10,8 . (13) 1 S 15,21 . (14) 1 S 16,2 . (15) 1 S 16,5 . (16) 1 K 3,4 . (17) 1 K 12,32 . (18) Js 57,7 . (19) Mal 1,8 .

1 K 3,5 - 1 K 3,5 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5 kai ôfthè kurios tô salômôn en upnô tèn nukta kai eipen kurios pros salômôn aitèsai ti aitèma sautô 5 apparuit Dominus Salomoni per somnium nocte dicens postula quod vis ut dem tibi   5 Te Gibeon verscheen de HEERE aan Salomo in een droom des nachts en God zeide: Begeer wat Ik u geven zal. [5] In Gibeon verscheen de heer 's nachts in een droom aan Salomo en zei: 'Wat wilt u dat Ik u geef?' [5] Die nacht verscheen de HEER hem daar in een droom. 'Vraag wat je wilt,' zei God, 'ik zal het je geven.' 5 ¶ In Gibeon heeft toen de ENE zich aan Salomo laten zien, ‘s nachts in de droom; God zegt: vraag maar, wát zal ik je geven?  5. A Gabaôn, Yahvé apparut la nuit en songe à Salomon. Dieu dit : « Demande ce que je dois te donner. »

King James Bible . [5] In Gibeon the LORD appeared to Solomon in a dream by night: and God said, Ask what I shall give thee.
Luther-Bibel . 5Und der HERR erschien Salomo zu Gibeon im Traum des Nachts und Gott sprach: Bitte, was ich dir geben soll!

Tekstuitleg van1 K 3,5 .

9. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) . Eerdere Profeten (118) . Latere Profeten (39) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (253) . 1 K (21) : (1) 1 K 2,23 . (2) 1 K 3,5 . (3) 1 K 3,11 . (4) 1 K 3,28 . (5) 1 K 5,9 . (6) 1 K 8,23 . (7) 1 K 8,27 . (8) 1 K 9,6 . (9) 1 K 10,24 . (10) 1 K 11,4 . (11) 1 K 11,10 . (12) 1 K 11,23 . (13) 1 K 13,1 . (14) 1 K 14,9 . (15) 1 K 17,24 . (16) 1 K 18,27 . (17) 1 K 18,36 . (18) 1 K 19,2 . (19) 1 K 20,10 . (20) 1 K 21,10 . (21) 1 K 21,13 .

- het gebed van Salomo : 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9

1 K 3,6 - 1 K 3,6 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6kai eipen salômôn su epoièsas meta tou doulou sou dauid tou patros mou eleos mega kathôs dièlthen enôpion sou en alètheia kai en dikaiosunè kai en euthutèti kardias meta sou kai efulaxas autô to eleos to mega touto dounai ton uion autou epi tou thronou autou ôs è èmera autè  6 et ait Salomon tu fecisti cum servo tuo David patre meo misericordiam magnam sicut ambulavit in conspectu tuo in veritate et iustitia et recto corde tecum custodisti ei misericordiam tuam grandem et dedisti ei filium sedentem super thronum eius sicut et hodie   6 En Salomo zeide: Gij hebt aan Uw knecht David, mijn vader, grote weldadigheid gedaan, gelijk als hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in waarheid, en in gerechtigheid, en in oprechtheid des harten met U; en Gij hebt hem deze grote weldadigheid gehouden, dat Gij hem gegeven hebt een zoon, zittende op zijn troon, als te dezen dage. [6] Salomo antwoordde: 'U hebt uw dienaar David, mijn vader, een grote gunst bewezen, omdat hij trouw, rechtschapen en met een eerlijk hart jegens U, wandelde voor uw aangezicht. U hebt hem een zoon gegeven die nu op zijn troon zetelt. [6] Salomo antwoordde: 'U bent uw dienaar, mijn vader David, altijd goedgezind geweest, omdat hij u trouw toegewijd was en steeds eerlijk en oprecht was tegenover u. U hebt hem een grote gunst bewezen door hem een zoon te geven die nu op zijn troon zit. 6 Salomo zegt: gij, gij hebt uw dienaar David, mijn vader, grote vriendschap bewezen, evenals hij voor uw aanschijn is voortgegaan in trouw, gerechtigheid en oprechtheid van hart jegens u; gij hebt met hem deze grote vriendschap bewaard en hem een zoon gegeven die zetelt op zijn troon, zoals het heden ten dage is;  6. Salomon répondit : « Tu as témoigné une grande bienveillance à ton serviteur David, mon père, et celui-ci a marché devant toi dans la fidélité, la justice et la droiture du cœur ; tu lui as gardé cette grande bienveillance et tu as permis qu'un de ses fils soit aujourd'hui assis sur son trône.

King James Bible . [6] And Solomon said, Thou hast shewed unto thy servant David my father great mercy, according as he walked before thee in truth, and in righteousness, and in uprightness of heart with thee; and thou hast kept for him this great kindness, that thou hast given him a son to sit on his throne, as it is this day.
Luther-Bibel . 6Salomo sprach: Du hast an meinem Vater David, deinem Knecht, große Barmherzigkeit getan, wie er denn vor dir gewandelt ist in Wahrheit und Gerechtigkeit und mit aufrichtigem Herzen vor dir, und hast ihm auch die große Barmherzigkeit erwiesen und ihm einen Sohn gegeben, der auf seinem Thron sitzen sollte, wie es denn jetzt ist.

Tekstuitleg van 1 K 3,6 .

1 K 3,7 - 1 K 3,7 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai nun kurie o theos mou su edôkas ton doulon sou anti dauid tou patros mou kai egô eimi paidarion mikron kai ouk oida tèn exodon mou kai tèn eisodon mo  7 et nunc Domine Deus tu regnare fecisti servum tuum pro David patre meo ego autem sum puer parvus et ignorans egressum et introitum meum   7 Nu dan, HEERE, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan. [7] Welnu, heer mijn God, U hebt uw dienaar tot koning verheven als opvolger van mijn vader David, hoewel ik maar een jonge man ben en nog niet weet wat ik doen of laten moet. [7] U, HEER, mijn God, hebt mij als opvolger van mijn vader David als koning aangesteld. Maar ik ben nog zo jong en ik heb geen ervaring. 7 en nu, ENE, mijn God, hebt gij uw dienaar wel koning gemaakt in plaats van David, mijn vader,– maar ik ben nog maar een kleine jongen en weet niet uit te trekken en thuis te komen,–  7. Maintenant, Yahvé mon Dieu, tu as établi roi ton serviteur à la place de mon père David, et moi, je suis un tout jeune homme, je ne sais pas agir en chef.

King James Bible . [7] And now, O LORD my God, thou hast made thy servant king instead of David my father: and I am but a little child: I know not how to go out or come in.
Luther-Bibel . 7Nun, HERR, mein Gott, du hast deinen Knecht zum König gemacht an meines Vaters David statt. Ich aber bin noch jung, weiß weder aus noch ein.

Tekstuitleg van 1 K 3,7 .

1 K 3,8 - 1 K 3,8 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
u8o de doulos sou en mesô tou laou sou on exelexô laon polun os ouk arithmèthèsetai  8 et servus tuus in medio est populi quem elegisti populi infiniti qui numerari et supputari non potest prae multitudine   8 En Uw knecht is in het midden van Uw volk, dat Gij verkoren hebt, een groot volk, hetwelk niet kan geteld noch gerekend worden, vanwege de menigte. [8] Zo staat uw dienaar te midden van het volk dat U uitverkoren hebt, een groot volk, zo groot dat het niet te tellen of te schatten is. [8] Ik sta nu voor de taak uw uitverkoren volk te leiden, een volk zo talrijk dat het niet te tellen is. 8 ik, uw dienaar in de gemeente die gij hebt uitgekozen,– een talrijke gemeenschap die niet te schatten en niet te tellen is zo talrijk;  8. Ton serviteur est au milieu du peuple que tu as élu, un peuple nombreux, si nombreux qu'on ne peut le compter ni le recenser.

King James Bible . [8] And thy servant is in the midst of thy people which thou hast chosen, a great people, that cannot be numbered nor counted for multitude.
Luther-Bibel . 8Und dein Knecht steht mitten in deinem Volk, das du erwählt hast, einem Volk, so groß, dass es wegen seiner Menge niemand zählen noch berechnen kann.

Tekstuitleg van 1 K 3,8 .

1 K 3,9 -1 K 3,9 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai dôseis tô doulô sou kardian akouein kai diakrinein ton laon sou en dikaiosunè tou suniein ana meson agathou kai kakou oti tis dunèsetai krinein ton laon sou ton barun touton  9 dabis ergo servo tuo cor docile ut iudicare possit populum tuum et discernere inter malum et bonum quis enim potest iudicare populum istum populum tuum hunc multum   9 Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten? [9] Geef dus uw dienaar een opmerkzame geest om recht te kunnen spreken voor uw volk en onderscheid te kunnen maken tussen goed* en kwaad. Want wie is in staat recht te spreken voor dit grote volk van U?' [9] Schenk uw dienaar een opmerkzame geest, zodat ik uw volk kan besturen en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad. Want hoe zou ik anders recht kunnen spreken over dit immense volk van u?' 9 geef dan aan uw dienaar een horend hart om over uw gemeente recht te spreken, om te onderscheiden tussen goed en kwaad; want wie is in staat over deze eervolle gemeente van u recht te spreken?  9. Donne à ton serviteur un cœur plein de jugement pour gouverner ton peuple, pour discerner entre le bien et le mal, car qui pourrait gouverner ton peuple, qui est si grand ? »

King James Bible . [9] Give therefore thy servant an understanding heart to judge thy people, that I may discern between good and bad: for who is able to judge this thy so great a people?
Luther-Bibel . 9So wollest du deinem Knecht ein gehorsames Herz geben, damit er dein Volk richten könne und verstehen, was gut und böse ist. Denn wer vermag dies dein mächtiges Volk zu richten?

Tekstuitleg van 1 K 3,9 .

1 K 3,10 - 1 K 3,10 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai èresen enôpion kuriou oti ètèsato salômôn to rèma touto  10 placuit ergo sermo coram Domino quod Salomon rem huiuscemodi postulasset   10 Die zaak nu was goed in de ogen des HEEREN, dat Salomo deze zaak begeerd had. [10] Dat Salomo dit vroeg beviel de Heer. [10] Het beviel de Heer dat Salomo juist hierom vroeg, 10 Dit woord is goed in de ogen van de Heer,– omdat Salomo uitgesproken dit heeft gevraagd.  10. Il plut au regard du Seigneur que Salomon ait fait cette demande ;

King James Bible . [10] And the speech pleased the Lord, that Solomon had asked this thing.
Luther-Bibel . 10Das gefiel dem Herrn gut, dass Salomo darum bat.

Tekstuitleg van 1 K 3,10 .

3. bë`e(j)ne(j) (in de ogen van) < prefix voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv. van het zelfst. naamw. `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . De getalwaarde van ajin is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenach (158) . Pentateuch (35) . Vroege Profeten (78) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (31) . Joz (3) . Re (9) . 1 S (10) . 2 S (7) . 1 K (19) . 2 K (30) . 1 K (19) : (1) 1 K 3,10 . (2) 1 K 11,6 . (3) 1 K 11,19 . (4) 1 K 11,33 . (5) 1 K 11,38 . (6) 1 K 14,8 . (7) 1 K 14,22 . (8) 1 K 15,5 . (9) 1 K 15,11 . (10) 1 K 15,26 . (11) 1 K 15,34 . (12) 1 K 16,7 . (13) 1 K 16,19 . (14) 1 K 16,25 . (15) 1 K 16,30 . (16) 1 K 21,20 . (17) 1 K 21,25 . (18) 1 K 22,43 . (19) 1 K 22,53 . 2 K (30) . (1) 2 K 3,2 . (2) 2 K 3,18 . (3) 2 K 8,18 . (4) 2 K 8,27 . (5) 2 K 10,30 . (6) 2 K 12,3 . (7) 2 K 13,2 . (8) 2 K 13,11 . (9) 2 K 14,3 . (10) 2 K 14,24 . (11) 2 K 15,3 . (12) 2 K 15,9 . (13) 2 K 15,18 . (14) 2 K 15,24 . (15) 2 K 15,28 . (16) 2 K 15,34 . (17) 2 K 16,2 . (18) 2 K 17,2 . (19) 2 K 17,17 . (20) 2 K 18,3 . (21) 2 K 21,2 . (22) 2 K 21,6 . (23) 2 K 21,15 . (24) 2 K 21,16 . (25) 2 K 21,20 . (26) 2 K 22,2 . (27) 2 K 23,32 . (28) 2 K 23,37 . (29) 2 K 24,9 . (30) 2 K 24,19 .
Gr. ofthalmos (oog) . Taalgebruik in het NT : ofthalmos (oog) . Taalgebruik in de LXX : ofthalmos (oog) . Een vorm van ofthalmos (oog) in de LXX (678) , in het N.T. (100) . Lat. oculus . Fr. oeil (yeux) . E. eye . Ned. oog . D. Aug . Arabisch : `ain (oog) . Taalgebruik in de Qoran : `ain (oog) . `ain (oog) .

1 K 3,11 - 1 K 3,11 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai eipen kurios pros auton anth¢ ôn ètèsô par¢ emou to rèma touto kai ouk ètèsô sautô èmeras pollas kai ouk ètèsô plouton oude ètèsô psucas ecthrôn sou all¢ ètèsô sautô sunesin tou eisakouein krima  11 et dixit Deus Salomoni quia postulasti verbum hoc et non petisti tibi dies multos nec divitias aut animam inimicorum tuorum sed postulasti tibi sapientiam ad discernendum iudicium   11 En God zeide tot hem: Daarom dat gij deze zaak begeerd hebt, en niet begeerd hebt, voor u vele dagen, noch voor u begeerd hebt rijkdom, noch begeerd hebt de ziel uwer vijanden; maar hebt begeerd verstand voor u, om gerichtszaken te horen; [11] En God zei tegen hem: 'Omdat u juist dit gevraagd hebt en geen lang leven, en geen rijkdom of de dood van uw vijanden hebt gevraagd, maar alleen inzicht om recht te kunnen spreken, [11] en hij zei tegen hem: 'Omdat je hierom vraagt – niet om een lang leven of grote rijkdom of de dood van je vijanden, maar om het vermogen om te luisteren en te onderscheiden tussen recht en onrecht – 11 God zegt tot hem: omdat je uitgesproken dit hebt gevraagd en voor jezelf niet gevraagd hebt om vele dagen en voor jezelf niet gevraagd hebt om rijkdom en niet gevraagd hebt om de ziel van je vijanden,– maar voor jezelf gevraagd hebt om de gave des onderscheids bij het aanhoren van een rechtszaak,–   11. et Dieu lui dit : « Parce que tu as demandé cela, que tu n'as pas demandé pour toi de longs jours, ni la richesse, ni la vie de tes ennemis, mais que tu as demandé pour toi le discernement du jugement,

King James Bible . [11] And God said unto him, Because thou hast asked this thing, and hast not asked for thyself long life; neither hast asked riches for thyself, nor hast asked the life of thine enemies; but hast asked for thyself understanding to discern judgment;
Luther-Bibel . 11Und Gott sprach zu ihm: Weil du darum bittest und bittest weder um langes Leben noch um Reichtum noch um deiner Feinde Tod, sondern um Verstand, zu hören und recht zu richten,

Tekstuitleg van 1 K 3,11 .

2. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) . Eerdere Profeten (118) . Latere Profeten (39) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (253) . 1 K (21) : (1) 1 K 2,23 . (2) 1 K 3,5 . (3) 1 K 3,11 . (4) 1 K 3,28 . (5) 1 K 5,9 . (6) 1 K 8,23 . (7) 1 K 8,27 . (8) 1 K 9,6 . (9) 1 K 10,24 . (10) 1 K 11,4 . (11) 1 K 11,10 . (12) 1 K 11,23 . (13) 1 K 13,1 . (14) 1 K 14,9 . (15) 1 K 17,24 . (16) 1 K 18,27 . (17) 1 K 18,36 . (18) 1 K 19,2 . (19) 1 K 20,10 . (20) 1 K 21,10 . (21) 1 K 21,13 .

1 K 3,12 - 1 K 3,12 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1 2idou pepoièka kata to rèma sou idou dedôka soi kardian fronimèn kai sofèn hôs su ou gegonen emprosthen sou kai meta se ouk anastèsetai omoios soi  12 ecce feci tibi secundum sermones tuos et dedi tibi cor sapiens et intellegens in tantum ut nullus ante te similis tui fuerit nec post te surrecturus sit hinneh `âshîthî kidëbhârê(j)khâ hinneh nâthaththî lëkhâ lebh châkhâm wënâbhôn   12 Zie, Ik heb gedaan naar uw woorden; zie, Ik heb u een wijs en verstandig hart gegeven, dat uws gelijke voor u niet geweest is, en uws gelijke na u niet opstaan zal. [12] daarom voldoe Ik aan uw verzoek en geef Ik u een geest zo vol wijsheid en inzicht dat er niemand voor u was en niemand na u komt die u evenaart. [12] zal ik je wens vervullen. Ik zal je zo veel wijsheid en onderscheidingsvermogen schenken dat je iedereen vóór jou en na jou overtreft. 12 zie, ik zal doen naar je woorden; zie, geven zal ik je een hart zo wijd en onderscheidend dat er niemand geweest zal zijn als jij vóór jouw verschijning en ná jou er niemand als jij zal opstaan;  12. voici que je fais ce que tu as dit : je te donne un cœur sage et intelligent comme personne ne l'a eu avant toi et comme personne ne l'aura après toi.

King James Bible . [12] Behold, I have done according to thy words: lo, I have given thee a wise and an understanding heart; so that there was none like thee before thee, neither after thee shall any arise like unto thee.
Luther-Bibel . 12siehe, so tue ich nach deinen Worten. Siehe, ich gebe dir ein weises und verständiges Herz, sodass deinesgleichen vor dir nicht gewesen ist und nach dir nicht aufkommen wird.

Tekstuitleg van 1 K 3,12 .

1 K 3,13.5. act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַתִּי = nâthaththî (ik zal geven) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (114) . Pentateuch (453) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (44) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (12) . act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַתִּי = nâthaththî (ik zal geven) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 .
Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give .

1 K 3,13 -1 K 3,13 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai a ouk ètèsô dedôka soi kai plouton kai doxan ôs ou gegonen anèr omoios soi en basileusin  13 sed et haec quae non postulasti dedi tibi divitias scilicet et gloriam ut nemo fuerit similis tui in regibus cunctis retro diebus   13 Zelfs ook wat gij niet begeerd hebt, heb Ik u gegeven, beide rijkdom en eer; dat uws gelijke niemand onder de koningen al uw dagen zijn zal. [13] En ook wat u niet gevraagd hebt geef Ik u: rijkdom en aanzien, zoveel dat geen koning u kan evenaren, zolang u leeft. [13] Ook waar je niet om gevraagd hebt zal ik je geven: zo veel rijkdom en roem dat geen enkele andere koning je tijdens je leven zal evenaren. 13 en ook wat je niet zult vragen zal ik je geven: én rijkdom én eer,– zodat er als jij niemand onder de koningen zijn zal al je dagen;  13. Et même ce que tu n'as pas demandé, je te le donne aussi : une richesse et une gloire comme à personne parmi les rois.

King James Bible . [13] And I have also given thee that which thou hast not asked, both riches, and honour: so that there shall not be any among the kings like unto thee all thy days.
Luther-Bibel . 13Und dazu gebe ich dir, worum du nicht gebeten hast, nämlich Reichtum und Ehre, sodass deinesgleichen keiner unter den Königen ist zu deinen Zeiten.

Tekstuitleg van 1 K 3,13 .

1 K 3,13.5. act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַתִּי = nâthaththî (ik zal geven) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (114) . Pentateuch (453) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (44) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (12) . Eerdere Profeten (10) : (1) Joz 6,2 . (2) Joz 8,1 . (3) Re 1,2 . (4) 1 S 9,23 . (5) 2 S 9,9 . (6) 1 K 3,12 . (7) 1 K 3,13 . (8) 1 K 9,6 . (9) 1 K 9,7 . (10) 2 K 21,8 .
Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give .

1 K 3,14 - 1 K 3,14 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai ean poreuthès en tè odô mou fulassein tas entolas mou kai ta prostagmata mou ôs eporeuthè dauid o patèr sou kai plèthunô tas èmeras sou  14 si autem ambulaveris in viis meis et custodieris praecepta mea et mandata mea sicut ambulavit pater tuus longos faciam dies tuos   14 En zo gij in Mijn wegen wandelen zult, onderhoudende Mijn inzettingen en Mijn geboden, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, zo zal Ik ook uw dagen verlengen. [14] En als u mijn wegen bewandelt, mijn wetten en geboden onderhoudt, zoals uw vader David gedaan heeft, dan zal Ik u ook nog een lang leven schenken.' [14] En als je mij gehoorzaamt en je houdt aan mijn bepalingen en geboden, zoals je vader David dat deed, zal ik je een lang leven schenken.' 14 en als je wandelt in mijn wegen en mijn wetten en geboden bewaart zoals David, je vader, heeft gewandeld,– zal ik je dagen verlengen! ••  14. Et si tu suis mes voies, gardant mes lois et mes commandements comme a fait ton père David, je t'accorderai une longue vie. »

King James Bible . [14] And if thou wilt walk in my ways, to keep my statutes and my commandments, as thy father David did walk, then I will lengthen thy days.
Luther-Bibel . 14Und wenn du in meinen Wegen wandeln wirst, dass du hältst meine Satzungen und Gebote, wie dein Vater David gewandelt ist, so werde ich dir ein langes Leben geben.

Tekstuitleg van 1 K 3,14 .

1 K 3,15 - 1 K 3,15 : De bede van Salomo om wijsheid - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 -- 1 K 3,1 - 1 K 3,2 - 1 K 3,3 - 1 K 3,4 - 1 K 3,5 - 1 K 3,6 - 1 K 3,7 - 1 K 3,8 - 1 K 3,9 - 1 K 3,10 - 1 K 3,11 - 1 K 3,12 - 1 K 3,13 - 1 K 3,14 - 1 K 3,15 - 1 K 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai exupnisthè salômôn kai idou enupnion kai anestè kai paraginetai eis ierousalèm kai estè kata prosôpon tou thusiastèriou tou kata prosôpon kibôtou diathèkès kuriou en siôn kai anègagen olokautôseis kai epoièsen eirènikas kai epoièsen poton megan eautô kai pasin tois paisin autou 15 igitur evigilavit Salomon et intellexit quod esset somnium cumque venisset Hierusalem stetit coram arca foederis Domini et obtulit holocausta et fecit victimas pacificas et grande convivium universis famulis suis   15 En Salomo waakte op, en ziet, het was een droom. En hij kwam te Jeruzalem, en stond voor de ark des verbonds des HEEREN, en offerde brandofferen, en bereidde dankofferen, en maakte een maaltijd voor al zijn knechten. [15] Toen werd Salomo wakker en hij begreep dat hij een droom had gehad. En toen hij in Jeruzalem terug was, ging hij voor de ark van het verbond met de Heer staan; hij bracht brandoffers, droeg slachtoffers op en richtte een feestmaal aan voor al zijn hovelingen. [15] Toen Salomo wakker werd, besefte hij dat hij een droom had gehad. Bij zijn terugkomst in Jeruzalem ging hij naar de ark van het verbond met de Heer, waar hij brandoffers en vredeoffers bracht. Hij nodigde al zijn hovelingen voor het feestmaal uit. 15 Salomo wordt wakker: zie, een droom! Hij komt in Jeruzalem aan en stelt zich op voor het aanschijn van de ark van het verbond des Heren; hij laat opgangsgaven opgaan, maakt vredesgaven klaar en richt een feestdronk aan voor al zijn dienaren. •  15. Salomon s'éveilla et voilà que c'était un songe. Il rentra à Jérusalem et se tint devant l'arche de l'alliance du Seigneur ; il offrit des holocaustes et des sacrifices de communion et donna un banquet à tous ses serviteurs.

King James Bible . [15] And Solomon awoke; and, behold, it was a dream. And he came to Jerusalem, and stood before the ark of the covenant of the LORD, and offered up burnt offerings, and offered peace offerings, and made a feast to all his servants.
Luther-Bibel . 15Und als Salomo erwachte, siehe, da war es ein Traum. Und er kam nach Jerusalem und trat vor die Lade des Bundes des Herrn und opferte Brandopfer und Dankopfer und machte ein großes Festmahl für alle seine Großen. Salomos Urteil

Tekstuitleg van 1 K 3,15 .

- 1 K 3,16-28 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -

1 K 3,16 - 1 K 3,16 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16tote ôfthèsan duo gunaikes pornai tô basilei kai estèsan enôpion autou  16 tunc venerunt duae mulieres meretrices ad regem steteruntque coram eo   16 Toen kwamen er twee vrouwen, die hoeren waren, tot den koning; en zij stonden voor zijn aangezicht. [16] In die tijd kwamen twee vrouwen naar* de koning en dienden zich bij hem aan. [16] Kort daarna vroegen twee hoeren bij de koning gehoor. 16 ¶ Dán komen er twee vrouwen, hoeren, aan bij de koning; ze stellen zich op voor zijn aanschijn.   16. Alors deux prostituées vinrent vers le roi et se tinrent devant lui.

King James Bible . [16] Then came there two women, that were harlots, unto the king, and stood before him.
Luther-Bibel . 16Zu der Zeit kamen zwei Huren zum König und traten vor ihn.

Tekstuitleg van 1 K 3,16 .

1 K 3,17 - 1 K 3,17 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai eipen è gunè è mia en emoi kurie egô kai è gunè autè oikoumen en oikô eni kai etekomen en tô oikô  17 quarum una ait obsecro mi domine ego et mulier haec habitabamus in domo una et peperi apud eam in cubiculo   17 En de ene vrouw zeide: Och, mijn heer. Ik en deze vrouw wonen in een huis; en ik heb bij haar in dat huis gebaard. [17] De ene vrouw zei: 'Met uw toestemming, mijn heer, deze vrouw en ik wonen in hetzelfde huis. In dat huis kreeg ik in haar bijzijn een kind. [17] De eerste vrouw vertelde: 'Staat u mij toe, heer, deze vrouw en ik wonen in hetzelfde huis. In dat huis heb ik in haar bijzijn een kind ter wereld gebracht. 17 De eerste vrouw zegt: ach, mijn heer, ikzelf en deze vrouw zitten in een en hetzelfde huis; ik baar waar zij bij is een kind in dat huis;  17. L'une des femmes dit : « S'il te plaît, Monseigneur ! Moi et cette femme nous habitons la même maison, et j'ai eu un enfant, alors qu'elle était dans la maison.

King James Bible . [17] And the one woman said, O my lord, I and this woman dwell in one house; and I was delivered of a child with her in the house.
Luther-Bibel . 17Und die eine Frau sprach: Ach, mein Herr, ich und diese Frau wohnten in einem Hause und ich gebar bei ihr im Hause.

Tekstuitleg van 1 K 3,17 .

1 K 3,18 - 1 K 3,18 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai egenèthè en tè èmera tè tritè tekousès mou kai eteken kai è gunè autè kai èmeis kata to auto kai ouk estin outheis meth¢ èmôn parex amfoterôn èmôn en tô oikô  18 tertia vero die postquam ego peperi peperit et haec et eramus simul nullusque alius in domo nobiscum exceptis nobis duabus   18 Het is nu geschied op den derden dag na mijn baren dat deze vrouw ook gebaard heeft; en wij waren te zamen, geen vreemde was met ons in dat huis, behalve ons tweeën in het huis. [18] Drie dagen na mijn bevalling kreeg ook deze vrouw een kind. Wij waren samen, buiten ons tweeën was er niemand anders in huis. [18] Drie dagen later kreeg ook zij een kind. Wij waren daar samen; er was niemand anders in huis, alleen wij tweeën. 18 het geschiedt ten derden dage nadat ik gebaard heb dat ook deze vrouw een kind baart; wij zijn daar samen alleen, geen vreemde is er met ons in het huis, alleen wij tweeën zijn in het huis;  18. Il est arrivé que, le troisième jour après ma délivrance, cette femme aussi a eu un enfant ; nous étions ensemble, il n'y avait pas d'étranger avec nous, rien que nous deux dans la maison.

King James Bible . [18] And it came to pass the third day after that I was delivered, that this woman was delivered also: and we were together; there was no stranger with us in the house, save we two in the house.
Luther-Bibel . 18Und drei Tage nachdem ich geboren hatte, gebar auch sie. Und wir waren beieinander und kein Fremder war mit uns im Hause, nur wir beide.

Tekstuitleg van 1 K 3,18 .

1 K 3,19 -1 K 3,19 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai apethanen o uios tès gunaikos tautès tèn nukta ôs epekoimèthè ep¢ auto  19 mortuus est autem filius mulieris huius nocte dormiens quippe oppressit eum   19 En de zoon dezer vrouw is des nachts gestorven, omdat zij op hem gelegen had. [19] Toen is 's nachts het kind van deze vrouw doodgegaan, omdat ze erop was gaan liggen. [19] Maar haar kind is 's nachts doodgegaan, want zij was erop gaan liggen. 19 dan sterft de zoon van deze vrouw, ‘s nachts,– omdat zij op hem is gaan liggen;   19. Or le fils de cette femme est mort une nuit parce qu'elle s'était couchée sur lui.

King James Bible . [19] And this woman's child died in the night; because she overlaid it.
Luther-Bibel . 19Und der Sohn dieser Frau starb in der Nacht; denn sie hatte ihn im Schlaf erdrückt.

Tekstuitleg van 1 K 3,19 .

1 K 3,20 - 1 K 3,20 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai anestè mesès tès nuktos kai elaben ton uion mou ek tôn agkalôn mou kai ekoimisen auton en tô kolpô autès kai ton uion autès ton tethnèkota ekoimisen en tô kolpô mou  20 et consurgens intempesta nocte silentio tulit filium meum de latere meo ancillae tuae dormientis et conlocavit in sinu suo suum autem filium qui erat mortuus posuit in sinu meo   20 En zij stond ter middernacht op, en nam mijn zoon van bij mij, als uw dienstmaagd sliep, en leide hem in haar schoot, en haar doden zoon leide zij in mijn schoot. [20] Maar midden in de nacht, terwijl uw dienares sliep, stond zij op, haalde mijn kind bij mij weg en legde het in haar bed, en haar dode kind legde zij in mijn schoot. [20] Toen is ze midden in de nacht opgestaan en heeft ze mijn kind bij me weggenomen, terwijl ik sliep. Ze nam mijn kind in haar armen en legde mij haar dode kind in de armen. 20 zij staat midden in de nacht op, neemt mijn zoon van mijn zijde weg terwijl uw slavin slaapt en legt hem aan haar boezem; háár zoon die gestorven is heeft ze aan mijn boezem gelegd;  20. Elle se leva au milieu de la nuit, prit mon fils d'à côté de moi pendant que ta servante dormait ; elle le mit sur son sein et son fils mort elle le mit sur mon sein.

King James Bible . [20] And she arose at midnight, and took my son from beside me, while thine handmaid slept, and laid it in her bosom, and laid her dead child in my bosom.
Luther-Bibel . 20Und sie stand in der Nacht auf und nahm meinen Sohn von meiner Seite, als deine Magd schlief, und legte ihn in ihren Arm, und ihren toten Sohn legte sie in meinen Arm.

Tekstuitleg van 1 K 3,20 .

1 K 3,21 - 1 K 3,21 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai anestèn to prôi thèlasai ton uion mou kai ekeinos èn tethnèkôs kai idou katenoèsa auton prôi kai idou ouk èn o uios mou on etekon  21 cumque surrexissem mane ut darem lac filio meo apparuit mortuus quem diligentius intuens clara luce deprehendi non esse meum quem genueram   21 En ik stond in de morgen op, om mijn zoon te zogen, en zie, hij was dood; maar ik lette in den morgen op hem, en zie, het was mijn zoon niet, dien ik gebaard had. [21] Toen ik 's ochtends opstond om mijn kind te voeden bleek het dood te zijn, maar toen ik het wat beter bekeek, zag ik dat het niet het kind was dat ik had gebaard.' [21] Toen ik de volgende ochtend mijn kind wilde voeden, merkte ik dat het dood was. Maar toen ik het nog eens goed bekeek, zag ik dat het niet het kind was dat ik gebaard had.' 21 in de ochtend sta ik op om mijn zoon te zogen, en zie: dood; maar als ik in ochtendschemer tracht te onderscheiden, zie, het is niet mijn zoon, die ik gebaard heb!  21. Je me levai pour allaiter mon fils, et voici qu'il était mort ! Mais, au matin, je l'examinai, et voici que ce n'était pas mon fils que j'avais enfanté ! »

King James Bible . [21] And when I rose in the morning to give my child suck, behold, it was dead: but when I had considered it in the morning, behold, it was not my son, which I did bear.
Luther-Bibel . 21Und als ich des Morgens aufstand, um meinen Sohn zu stillen, siehe, da war er tot. Aber am Morgen sah ich ihn genau an, und siehe, es war nicht mein Sohn, den ich geboren hatte.

Tekstuitleg van 1 K 3,21 .

1 K 3,22 - 1 K 3,22 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai eipen è gunè è etera ouci alla o uios mou o zôn o de uios sou o tethnèkôs kai elalèsan enôpion tou basileôs 22 responditque altera mulier non est ita sed filius tuus mortuus est meus autem vivit e contrario illa dicebat mentiris filius quippe meus vivit et filius tuus mortuus est atque in hunc modum contendebant coram rege   22 Toen zeide de andere vrouw: Neen, maar die levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon; gene daarentegen zeide: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Alzo spraken zij voor het aangezicht des konings. [22] De andere vrouw zei: 'Niet waar! Het levende kind is van mij en het dode kind is van jou.' Maar de eerste hield vol: 'Nee, het dode kind is van jou en het levende kind is van mij.' Zo bleven ze maar kijven in het bijzijn van de koning. [22] 'Dat is niet waar!' zei de andere vrouw. 'Het levende kind is van mij en het dode van jou.' 'Niet waar!' zei de eerste. 'Het dode is van jou en het levende van mij.' Zo bepleitten ze ieder hun zaak bij de koning. 22 Dan zegt de andere vrouw: niet waar!, mijn zoon is de levende en jouw zoon de dode! Maar zij zegt: niet waar!, jouw zoon is de dode en mijn zoon de levende! Zo spreken ze elkaar tegen voor het aanschijn van de koning.  22. Alors l'autre femme dit : « Ce n'est pas vrai ! Mon fils est celui qui est vivant, et ton fils est celui qui est mort ! » et celle-là reprenait : « Ce n'est pas vrai ! Ton fils est celui qui est mort et mon fils est celui qui est vivant ! » Elles se disputaient ainsi devant le roi

King James Bible . [22] And the other woman said, Nay; but the living is my son, and the dead is thy son. And this said, No; but the dead is thy son, and the living is my son. Thus they spake before the king.
Luther-Bibel . 22Die andere Frau sprach: Nein, mein Sohn lebt, doch dein Sohn ist tot. Jene aber sprach: Nein, dein Sohn ist tot, doch mein Sohn lebt. Und so redeten sie vor dem König.

Tekstuitleg van 1 K 3,22 .

1 K 3,23 - 1 K 3,23 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai eipen o basileus autais su legeis outos o uios mou o zôn kai o uios tautès o tethnèkôs kai su legeis ouci alla o uios mou o zôn kai o uios sou o tethnèkôs  23 tunc rex ait haec dicit filius meus vivit et filius tuus mortuus est et ista respondit non sed filius tuus mortuus est et filius meus vivit   23 Toen zeide de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, die leeft, maar uw zoon is het, die dood is; en die zegt: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende mijn zoon. [23] Toen zei de koning: 'De ene zegt: "Het levende kind is van mij en het dode kind is van jou," en de andere zegt: "Nee, het dode kind is van jou en het levende kind is van mij." ' [23] De koning nam het woord en zei: 'De een zegt: "Mijn kind leeft en het jouwe is dood," en de ander zegt: "Nee! Het dode kind is van jou en het levende van mij."' 23 Dan zegt de koning: zij zegt ‘dit is mijn zoon, de levende, en jouw zoon is de dode,’– en zij zegt ‘niet waar, jouw zoon is de dode en mijn zoon de levende!’ •   23. qui prononça : « Celle-ci dit : «Voici mon fils qui est vivant et c'est ton fils qui est mort ! » et celle-là dit : «Ce n'est pas vrai ! Ton fils est celui qui est mort et mon fils est celui qui est vivant ! »

King James Bible . [23] Then said the king, The one saith, This is my son that liveth, and thy son is the dead: and the other saith, Nay; but thy son is the dead, and my son is the living.
Luther-Bibel . 23Und der König sprach: Diese spricht: Mein Sohn lebt, doch dein Sohn ist tot. Jene spricht: Nein, dein Sohn ist tot, doch mein Sohn lebt.

Tekstuitleg van 1 K 3,23 .

1 K 3,24 - 1 K 3,24 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24kai eipen o basileus labete moi macairan kai prosènegkan tèn macairan enôpion tou basileôs  24 dixit ergo rex adferte mihi gladium cumque adtulissent gladium coram rege   24 Verder zeide de koning: Haalt mij een zwaard; en zij brachten een zwaard voor het aangezicht des konings. » meer [24] En de koning vervolgde: 'Breng me een zwaard.' Toen men de koning een zwaard gebracht had [24] En hij beval: 'Breng mij een zwaard.' Er werd hem een zwaard gebracht, 24 De koning zegt: haalt mij een zwaard!– en het zwaard komt voor des konings aanschijn.  24. Apportez-moi une épée », ordonna le roi ; et on apporta l'épée devant le roi,

King James Bible . [24] And the king said, Bring me a sword. And they brought a sword before the king.
Luther-Bibel . 24Und der König sprach: Holt mir ein Schwert! Und als das Schwert vor den König gebracht wurde,

Tekstuitleg van 1 K 3,24 .

6. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. m:v. wajjâbo´û (en zij gingen) OF wë = act. hifil imperf. 3de pers. mann. mv. wajjâbhi´û (en zij lieten komen, zij brachten) van het werkw. bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenach : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord ´ab (vader) . Tenach (195) . Pentateuch (47) . Eerdere Profeten (99) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten () . Geschriften (33) .2 S (21) . 2 S 6 (2) : (1) 2 S 6,6 . (2) 2 S 6,17 . 1 K (13) : (1) 1 K 1,3 . (2) 1 K 1,32 . (3) 1 K 3,24 . (4) 1 K 5,14 . (5) 1 K 8,3 . (6) 1 K 8,6 . (7) 1 K 9,28 . (8) 1 K 11,18 . (9) 1 K 12,3 . (10) 1 K 12,21 . (11) 1 K 13,25 . (12) 1 K 20,32 . (13) 1 K 21,13 .

1 K 3,25 - 1 K 3,25 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai eipen o basileus dielete to paidion to thèlazon to zôn eis duo kai dote to èmisu autou tautè kai to èmisu autou tautè 25 dividite inquit infantem vivum in duas partes et date dimidiam partem uni et dimidiam partem alteri   25 En de koning zeide: Doorsnijdt dat levende kind in tweeën, en geeft de ene een helft, en de andere een helft. [25] zei hij: 'Hak het levende kind in tweeën: geef de ene helft aan de ene vrouw en de andere helft aan de andere vrouw.' [25] en toen zei hij: 'Hak het levende kind in tweeën en geef hun ieder de helft.' 25 De koning zegt: snijdt het levende kind in tweeën,– en geeft de helft aan de ene en de helft aan de andere!  25. qui dit : « Partagez l'enfant vivant en deux et donnez la moitié à l'une et la moitié à l'autre. »

King James Bible . [25] And the king said, Divide the living child in two, and give half to the one, and half to the other.
Luther-Bibel . 25sprach der König: Teilt das lebendige Kind in zwei Teile und gebt dieser die Hälfte und jener die Hälfte.

Tekstuitleg van 1 K 3,25 .

1 K 3,26 - 1 K 3,26 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26kai apekrithè è gunè ès èn o uios o zôn kai eipen pros ton basilea oti etaracthè è mètra autès epi tô uiô autès kai eipen en emoi kurie dote autè to paidion kai thanatô mè thanatôsète auton kai autè eipen mète emoi mète autè estô dielete  26 dixit autem mulier cuius filius erat vivus ad regem commota sunt quippe viscera eius super filio suo obsecro domine date illi infantem vivum et nolite interficere eum contra illa dicebat nec mihi nec tibi sit dividatur   26 Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het. [26] Maar de vrouw van wie het kind nog leefde, en van wie het hart ineenkromp om haar kind zei: 'Met uw toestemming, mijn heer, geef het levende kindje maar aan haar en maak het niet dood.' Maar de andere zei: 'Als ik het niet krijg, dan jij evenmin; hak het door.' [26] De echte moeder van het levende kind kon de gedachte dat haar kind iets zou overkomen niet verdragen en riep uit: 'Nee, heer, ik smeek u, geef het kind aan haar, maar dood het alstublieft niet!' De ander zei: 'Als ik het niet krijg, krijg jij het ook niet. Hak het maar doormidden!' 26 Maar dan zegt de vrouw wier zoon levend is tot de koning, omdat haar ingewanden zich omdraaien vanwege haar zoon,– zij zegt: ach, mijn heer, geeft haar het levende kind, doden?, doden moet ge dat niet!– terwijl zij zegt: niet voor mij en niet voor haar zal het zijn, snijdt het door!   26. Alors la femme dont le fils était vivant s'adressa au roi, car sa pitié s'était enflammée pour son fils, et elle dit : « S'il te plaît, Monseigneur ! Qu'on lui donne l'enfant vivant, qu'on ne le tue pas ! » mais celle-là disait : « Il ne sera ni à moi ni à toi, partagez ! »

King James Bible . [26] Then spake the woman whose the living child was unto the king, for her bowels yearned upon her son, and she said, O my lord, give her the living child, and in no wise slay it. But the other said, Let it be neither mine nor thine, but divide it.
Luther-Bibel . 26Da sagte die Frau, deren Sohn lebte, zum König – denn ihr mütterliches Herz entbrannte in Liebe für ihren Sohn – und sprach: Ach, mein Herr, gebt ihr das Kind lebendig und tötet es nicht! Jene aber sprach: Es sei weder mein noch dein; lasst es teilen!

Tekstuitleg van 1 K 3,26 .

1 K 3,27 - 1 K 3,27 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27kai apekrithè o basileus kai eipen dote to paidion tè eipousè dote autè auto kai thanatô mè thanatôsète auton autè è mètèr autou  27 respondens rex ait date huic infantem vivum et non occidatur haec est mater eius   27 Toen antwoordde de koning, en zeide: Geeft aan die het levende kind, en doodt het geenszins; die is zijn moeder. [27] Toen nam de koning het woord en zei: 'Geef het levende kind aan de eerste vrouw en maak het niet dood: zij is de moeder.' [27] Maar de koning deed de volgende uitspraak: 'Het zal niet gedood worden. Geef het levende kind aan háár, want zij is de moeder.' 3:27 Dan zegt de koning ten antwoord: geeft háár het levende kind, doden?, doden moet ge dat niet: zij is zijn moeder! 27. Alors le roi prit la parole et dit : « Donnez l'enfant vivant à la première, ne le tuez pas. C'est elle la mère. »

King James Bible . [27] Then the king answered and said, Give her the living child, and in no wise slay it: she is the mother thereof.
Luther-Bibel . 27Da antwortete der König und sprach: Gebt dieser das Kind lebendig und tötet's nicht; die ist seine Mutter.

Tekstuitleg van 1 K 3,27 .

1 K 3,28 - 1 K 3,28 : Salomo's wijze rechtspraak - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 K (1 Koningen) -- 1 K 3 -- 1 K 3,1-15 -- 1 K 3,16-28 - 1 K 3,17 - 1 K 3,18 - 1 K 3,19 - 1 K 3,20 - 1 K 3,21 - 1 K 3,22 - 1 K 3,23 - 1 K 3,24 - 1 K 3,25 - 1 K 3,26 - 1 K 3,27 - 1 K 3,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28kai èkousan pas israèl to krima touto o ekrinen o basileus kai efobèthèsan apo prosôpou tou basileôs oti eidon oti fronèsis theou en autô tou poiein dikaiôma  28 audivit itaque omnis Israhel iudicium quod iudicasset rex et timuerunt regem videntes sapientiam Dei esse in eo ad faciendum iudicium   28 En geheel Israël hoorde dat oordeel, dat de koning geoordeeld had, en vreesde voor het aangezicht des konings; want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen. [28] Alle Israëlieten hoorden van het vonnis dat de koning geveld had en kregen ontzag voor de koning, want ze merkten dat hij goddelijke wijsheid bezat als hij recht sprak. [28] Toen de Israëlieten hoorden welk vonnis de koning had geveld, kregen ze groot ontzag voor hem, want ze begrepen dat hij het recht handhaafde met goddelijke wijsheid. 3:28 Allen van Israël horen van het recht waarmee de koning heeft rechtgesproken en krijgen ontzag voor het aanschijn van de koning,- omdat ze hebben ingezien dat er genoeg wijsheid van God in zijn binnenste is om recht te doen! 28. Tout Israël apprit le jugement qu'avait rendu le roi, et ils révérèrent le roi car ils virent qu'il y avait en lui une sagesse divine pour rendre la justice

King James Bible . [28] And all Israel heard of the judgment which the king had judged; and they feared the king: for they saw that the wisdom of God was in him, to do judgment.
Luther-Bibel . 28Und ganz Israel hörte von dem Urteil, das der König gefällt hatte, und sie fürchteten den König; denn sie sahen, dass die Weisheit Gottes in ihm war, Gericht zu halten.

Tekstuitleg van 1 K 3,28 .

16. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) . Eerdere Profeten (118) . Latere Profeten (39) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (253) . 1 K (21) : (1) 1 K 2,23 . (2) 1 K 3,5 . (3) 1 K 3,11 . (4) 1 K 3,28 . (5) 1 K 5,9 . (6) 1 K 8,23 . (7) 1 K 8,27 . (8) 1 K 9,6 . (9) 1 K 10,24 . (10) 1 K 11,4 . (11) 1 K 11,10 . (12) 1 K 11,23 . (13) 1 K 13,1 . (14) 1 K 14,9 . (15) 1 K 17,24 . (16) 1 K 18,27 . (17) 1 K 18,36 . (18) 1 K 19,2 . (19) 1 K 20,10 . (20) 1 K 21,10 . (21) 1 K 21,13 .


SEPTUAGINTA

* 1 Τῆς δὲ βασιλείας ἑδρασθείσης ἐν χειρὶ Σαλωμὼν ἐπιγαμίαν ἐποιήσατο Σαλωμὼν πρὸς Φαραὼ βασιλέα Αἰγύπτου καὶ ἔλαβε τὴν θυγατέρα Φαραὼ καὶ εἰσήγαγεν αὐτὴν εἰς τὴν πόλιν Δαυίδ, ἕως οὗ συνετέλεσεν οἰκοδομῶν τὸν οἶκον ἑαυτοῦ καὶ τὸν οἶκον Κυρίου καὶ τὸ τεῖχος ῾Ιερουσαλὴμ κύκλῳ. * 2 ΠΛΗΝ ὁ λαὸς ἦσαν θυμιῶντες ἐπὶ τοῖς ὑψηλοῖς, ὅτι οὐκ ᾠκοδομήθη οἶκος τῷ Κυρίῳ ἕως τοῦ νῦν. 3 καὶ ἠγάπησε Σαλωμὼν τὸν Κύριον πορεύεσθαι ἐν τοῖς προστάγμασι Δαυὶδ τοῦ πατρὸς αὐτοῦ, πλὴν ἐν τοῖς ὑψηλοῖς ἔθυε καὶ ἐθυμία. 4 καὶ ἀνέστη καὶ ἐπορεύθη εἰς Γαβαὼν θῦσαι ἐκεῖ, ὅτι αὕτη ὑψηλοτάτη καὶ μεγάλη· χιλίαν ὁλοκαύτωσιν ἀνήνεγκε Σαλωμὼν ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον ἐν Γαβαών. 5 καὶ ὤφθη Κύριος τῷ Σαλωμὼν ἐν ὕπνῳ τὴν νύκτα, καὶ εἶπε Κύριος πρὸς Σαλωμών· αἴτησαί τι αἴτημα σεαυτῷ. 6 καὶ εἶπεν Σαλωμών· σὺ ἐποίησας μετὰ τοῦ δούλου σου Δαυὶδ τοῦ πατρός μου ἔλεος μέγα, καθὼς διῆλθεν ἐνώπιόν σου ἐν ἀληθείᾳ καὶ ἐν δικαιοσύνῃ καὶ ἐν εὐθύτητι καρδίας μετὰ σοῦ, καὶ ἐφύλαξας αὐτῷ τὸ ἔλεος τὸ μέγα τοῦτο δοῦναι τὸν υἱὸν αὐτοῦ ἐπὶ τοῦ θρόνου αὐτοῦ, ὡς ἡ ἡμέρα αὕτη· 7 καὶ νῦν, Κύριε ὁ Θεός μου, σὺ ἔδωκας τὸν δοῦλόν σου ἀντὶ Δαυὶδ τοῦ πατρός μου, καὶ ἐγώ εἰμι παιδάριον μικρὸν καὶ οὐκ οἶδα τὴν ἔξοδόν μου καὶ τὴν εἴσοδόν μου, 8 ὁ δὲ δοῦλός σου ἐν μέσῳ τοῦ λαοῦ σου, ὃν ἐξελέξω λαὸν πολύν, ὃς οὐκ ἀριθμηθήσεται. 9 καὶ δώσεις τῷ δούλῳ σου καρδίαν ἀκούειν καὶ διακρίνειν τὸν λαόν σου ἐν δικαιοσύνῃ καὶ τοῦ συνιεῖν ἀνὰ μέσον ἀγαθοῦ καὶ κακοῦ· ὅτι τίς δυνηθήσεται κρίνειν τὸν λαόν σου τὸν βαρὺν τοῦτον; 10 καὶ ἤρεσεν ἐνώπιον Κυρίου, ὅτι ᾐτήσατο Σαλωμὼν τὸ ρῆμα τοῦτο, 11 καὶ εἶπε Κύριος πρὸς αὐτόν· ἀνθ᾿ ὧν ᾐτήσω παρ᾿ ἐμοῦ τὸ ρῆμα τοῦτο καὶ οὐκ ᾐτήσω σεαυτῷ ἡμέρας πολλὰς καὶ οὐκ ᾐτήσω πλοῦτον, οὐδὲ ᾐτήσω ψυχὰς ἐχθρῶν σου, ἀλλ᾿ ᾐτήσω σεαυτῷ τοῦ συνιεῖν τοῦ εἰσακούειν κρίμα, 12 ἰδοὺ πεποίηκα κατὰ τὸ ρῆμά σου· ἰδοὺ δέδωκά σοι καρδίαν φρονίμην καὶ σοφήν, ὡς σὺ οὐ γέγονεν ἔμπροσθέν σου καὶ μετὰ σὲ οὐκ ἀναστήσεται ὅμοιός σοι. 13 καὶ ἃ οὐκ ᾐτήσω, δέδωκά σοι, καὶ πλοῦτον καὶ δόξαν, ὡς οὐ γέγονεν ἀνὴρ ὅμοιός σοι ἐν βασιλεῦσι· 14 καὶ ἐὰν πορευθῇς ἐν τῇ ὁδῷ μου φυλάσσειν τὰς ἐντολάς μου καὶ τὰ προστάγματά μου, ὡς ἐπορεύθη Δαυὶδ ὁ πατήρ σου, καὶ πληθυνῶ τὰς ἡμέρας σου. 15 καὶ ἐξυπνίσθη Σαλωμών, καὶ ἰδοὺ ἐνύπνιον· καὶ ἀνέστη καὶ παραγίνεται εἰς ῾Ιερουσαλὴμ καὶ ἔστη κατὰ πρόσωπον τοῦ θυσιαστηρίου τοῦ κατὰ πρόσωπον κιβωτοῦ διαθήκης Κυρίου ἐν Σιὼν καὶ ἀνήγαγεν ὁλοκαυτώσεις καὶ ἐποίησεν εἰρηνικὰς καὶ ἐποίησε πότον μέγα ἑαυτῷ καὶ πᾶσι τοῖς παισὶν αὐτοῦ. 16 Τότε ὤφθησαν δύο γυναῖκες πόρναι τῷ βασιλεῖ καὶ ἔστησαν ἐνώπιον αὐτοῦ. 17 καὶ εἶπεν ἡ γυνὴ μία· ἐν ἐμοί, κύριε· ἐγὼ καὶ ἡ γυνὴ αὕτη ᾠκοῦμεν ἐν οἴκῳ ἑνὶ καὶ ἐτέκομεν ἐν τῷ οἴκῳ. 18 καὶ ἐγενήθη ἐν τῇ ἡμέρᾳ τῇ τρίτῃ τεκούσης μου, ἔτεκε καὶ ἡ γυνὴ αὕτη· καὶ ἡμεῖς κατὰ τὸ αὐτό, καὶ οὐκ ἔστιν οὐθεὶς μεθ᾿ ἡμῶν πάρεξ ἀμφοτέρων ἡμῶν ἐν τῷ οἴκῳ. 19 καὶ ἀπέθανεν ὁ υἱὸς τῆς γυναικὸς ταύτης τὴν νύκτα, ὡς ἐπεκοιμήθη ἐπ᾿ αὐτόν· 20 καὶ ἀνέστη μέσης τῆς νυκτὸς καὶ ἔλαβε τὸν υἱόν μου ἐκ τῶν ἀγκαλῶν μου καὶ ἐκοίμισεν αὐτὸν ἐν τῷ κόλπῳ αὐτῆς καὶ τὸν υἱὸν αὐτῆς τὸν τεθνηκότα ἐκοίμισεν ἐν τῷ κόλπῳ μου. 21 καὶ ἀνέστην τὸ πρωΐ θηλάσαι τὸν υἱόν μου, καὶ ἐκεῖνος ἦν τεθνηκώς· καὶ ἰδοὺ κατενόησα αὐτὸν πρωΐ, καὶ ἰδοὺ οὐκ ἦν ὁ υἱός μου, ὃν ἔτεκον. 22 καὶ εἶπεν ἡ γυνὴ ἡ ἑτέρα· οὐχί, ἀλλὰ ὁ υἱός μου ὁ ζῶν, ὁ δὲ υἱός σου ὁ τεθνηκώς. καὶ ἐλάλησαν ἐνώπιον τοῦ βασιλέως. 23 καὶ εἶπεν ὁ βασιλεὺς αὐταῖς· σὺ λέγεις· οὗτος ὁ υἱός μου ὁ ζῶν, καὶ ὁ υἱὸς ταύτης ὁ τεθνηκώς. καὶ σὺ λέγεις· οὐχί, ἀλλὰ ὁ υἱός μου ὁ ζῶν, καὶ ὁ υἱός σου ὁ τεθνηκώς. 24 καὶ εἶπεν ὁ βασιλεύς· λάβετέ μοι μάχαιραν· καὶ προσήνεγκαν τὴν μάχαιραν ἐνώπιον τοῦ βασιλέως. 25 καὶ εἶπεν ὁ βασιλεύς· διέλετε τὸ παιδίον τὸ ζῶν τὸ θηλάζον εἰς δύο καὶ δότε τὸ ἥμισυ αὐτοῦ ταύτῃ καὶ τὸ ἥμισυ αὐτοῦ ταύτῃ. 26 καὶ ἀπεκρίθη ἡ γυνή, ἧς ἦν ὁ υἱὸς ὁ ζῶν, καὶ εἶπε πρὸς τὸν βασιλέα, ὅτι ἐταράχθη ἡ μήτρα αὐτῆς ἐπὶ τῷ υἱῷ αὐτῆς, καὶ εἶπεν· ἐν ἐμοί, κύριε, δότε αὐτῇ τὸ παιδίον καὶ θανάτῳ μὴ θανατώσητε αὐτό· καὶ αὕτη εἶπε· μήτε ἐμοὶ μήτε αὐτῇ ἔστω, διέλετε. 27 καὶ ἀπεκρίθη ὁ βασιλεὺς καὶ εἶπε· δότε τὸ παιδίον τῇ εἰπούσῃ· δότε αὐτῇ αὐτὸ καὶ θανάτῳ μὴ θανατώσητε αὐτό· αὕτη ἡ μήτηρ αὐτοῦ. 28 καὶ ἤκουσαν πᾶς ᾿Ισραὴλ τὸ κρίμα τοῦτο, ὃ ἔκρινεν ὁ βασιλεύς, καὶ ἐφοβήθησαν ἀπὸ προσώπου τοῦ βασιλέως, ὅτι εἶδον ὅτι φρόνησις Θεοῦ ἐν αὐτῷ τοῦ ποιεῖν δικαίωμα.


VULGAAT

3. 1 confirmatum est igitur regnum in manu Salomonis et adfinitate coniunctus est Pharaoni regi Aegypti accepit namque filiam eius et adduxit in civitatem David donec conpleret aedificans domum suam et domum Domini et murum Hierusalem per circuitum 2 et tamen populus immolabat in excelsis non enim aedificatum erat templum nomini Domini usque in die illo 3 dilexit autem Salomon Dominum ambulans in praeceptis David patris sui excepto quod in excelsis immolabat et accendebat thymiama 4 abiit itaque in Gabaon ut immolaret ibi illud quippe erat excelsum maximum mille hostias in holocaustum obtulit Salomon super altare illud in Gabaon 5 apparuit Dominus Salomoni per somnium nocte dicens postula quod vis ut dem tibi 6 et ait Salomon tu fecisti cum servo tuo David patre meo misericordiam magnam sicut ambulavit in conspectu tuo in veritate et iustitia et recto corde tecum custodisti ei misericordiam tuam grandem et dedisti ei filium sedentem super thronum eius sicut et hodie 7 et nunc Domine Deus tu regnare fecisti servum tuum pro David patre meo ego autem sum puer parvus et ignorans egressum et introitum meum 8 et servus tuus in medio est populi quem elegisti populi infiniti qui numerari et supputari non potest prae multitudine 9 dabis ergo servo tuo cor docile ut iudicare possit populum tuum et discernere inter malum et bonum quis enim potest iudicare populum istum populum tuum hunc multum 10 placuit ergo sermo coram Domino quod Salomon rem huiuscemodi postulasset 11 et dixit Deus Salomoni quia postulasti verbum hoc et non petisti tibi dies multos nec divitias aut animam inimicorum tuorum sed postulasti tibi sapientiam ad discernendum iudicium 12 ecce feci tibi secundum sermones tuos et dedi tibi cor sapiens et intellegens in tantum ut nullus ante te similis tui fuerit nec post te surrecturus sit 13 sed et haec quae non postulasti dedi tibi divitias scilicet et gloriam ut nemo fuerit similis tui in regibus cunctis retro diebus 14 si autem ambulaveris in viis meis et custodieris praecepta mea et mandata mea sicut ambulavit pater tuus longos faciam dies tuos 15 igitur evigilavit Salomon et intellexit quod esset somnium cumque venisset Hierusalem stetit coram arca foederis Domini et obtulit holocausta et fecit victimas pacificas et grande convivium universis famulis suis 16 tunc venerunt duae mulieres meretrices ad regem steteruntque coram eo 17 quarum una ait obsecro mi domine ego et mulier haec habitabamus in domo una et peperi apud eam in cubiculo 18 tertia vero die postquam ego peperi peperit et haec et eramus simul nullusque alius in domo nobiscum exceptis nobis duabus 19 mortuus est autem filius mulieris huius nocte dormiens quippe oppressit eum 20 et consurgens intempesta nocte silentio tulit filium meum de latere meo ancillae tuae dormientis et conlocavit in sinu suo suum autem filium qui erat mortuus posuit in sinu meo 21 cumque surrexissem mane ut darem lac filio meo apparuit mortuus quem diligentius intuens clara luce deprehendi non esse meum quem genueram 22 responditque altera mulier non est ita sed filius tuus mortuus est meus autem vivit e contrario illa dicebat mentiris filius quippe meus vivit et filius tuus mortuus est atque in hunc modum contendebant coram rege 23 tunc rex ait haec dicit filius meus vivit et filius tuus mortuus est et ista respondit non sed filius tuus mortuus est et filius meus vivit 24 dixit ergo rex adferte mihi gladium cumque adtulissent gladium coram rege 25 dividite inquit infantem vivum in duas partes et date dimidiam partem uni et dimidiam partem alteri 26 dixit autem mulier cuius filius erat vivus ad regem commota sunt quippe viscera eius super filio suo obsecro domine date illi infantem vivum et nolite interficere eum contra illa dicebat nec mihi nec tibi sit dividatur 27 respondens rex ait date huic infantem vivum et non occidatur haec est mater eius 28 audivit itaque omnis Israhel iudicium quod iudicasset rex et timuerunt regem videntes sapientiam Dei esse in eo ad faciendum iudicium