BIJBELBOEK EERSTE BOEK SAMUEL EERSTE HOOFDSTUK -- 1 S 1 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt08a01.htm --

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van 1 S : - 1 S 1 - 1 S 2 - 1 S 3 - 1 S 4 - 1 S 5 - 1 S 6 - 1 S 7 - 1 S 8 - 1 S 9 - 1 S 10 - 1 S 11 - 1 S 12 - 1 S 13 - 1 S 14 - 1 S 15 - 1 S 16 - 1 S 17 - 1 S 18 - 1 S 19 - 1 S 20 - 1 S 21 - 1 S 22 - 1 S 23 - 1 S 24 - 1 S 25 - 1 S 26 - 1 S 27 - 1 S 28 - 1 S 29 - 1 S 30 - 1 S 31 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 - () 1 S 1,1 . () 1 S 1,2 . () 1 S 1,3 . () 1 S 1,4 . () 1 S 1,5 . () 1 S 1,6 . () 1 S 1,7 . () 1 S 1,8 . () 1 S 1,9 . () 1 S 1,10 . () 1 S 1,11 . () 1 S 1,12 . () 1 S 1,13 . () 1 S 1,14 . () 1 S 1,15 . () 1 S 1,16 . () 1 S 1,17 . () 1 S 1,18 . () 1 S 1,19 . () 1 S 1,20 . () 1 S 1,21 . () 1 S 1,22 . () 1 S 1,23 . () 1 S 1,24 . () 1 S 1,25 . () 1 S 1,26 . () 1 S 1,27 . () 1 S 1,28 . 1 S 1,1 . 1 S 1,2 . 1 S 1,3 . 1 S 1,4 . 1 S 1,5 . 1 S 1,6 . 1 S 1,7 . 1 S 1,8 . 1 S 1,9 . 1 S 1,10 . 1 S 1,11 . 1 S 1,12 . 1 S 1,13 . 1 S 1,14 . 1 S 1,15 . 1 S 1,16 . 1 S 1,17 . 1 S 1,18 . 1 S 1,19 . 1 S 1,20 . 1 S 1,21 . 1 S 1,22 . 1 S 1,23 . 1 S 1,24 . 1 S 1,25 . 1 S 1,26 . 1 S 1,27 . 1 S 1,28 .

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT
: NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm 4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel    

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


Hanna smeekt de geboorte van Samuël af : 1 S 1,1-28 -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -

1 S 1,1 - 1 S 1,1 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1anthrôpos èn ex armathaim sifa ex orous efraim kai onoma autô elkana uios ieremeèl uiou èliou uiou thoke en nasib efraim 1 fuit vir unus de Ramathaimsophim de monte Ephraim et nomen eius Helcana filius Hieroam filii Heliu filii Thau filii Suph Ephratheus  wajëhî ´îsj   Daar was een man van Ramathaim-zofim, van het gebergte van Efraïm, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet. 
[1] Er was eens een man uit het bergland van Efraïm, uit Ramataïm (-Sofim)*, die Elkana heette. Hij was een zoon van Jerocham, de zoon van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Suf, de Efratiet.  
[1] In Rama in de streek Suf,* in het bergland van Efraïm, woonde een man die Elkana heette. Hij was een zoon van Jerocham, die een zoon was van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Suf, en behoorde tot de stam Efraïm.  1 ¶ Er is één man uit Ramatajim Tsofiem, uit het bergland van Efraïm; zijn naam is Elkana, zoon van Jerocham zoon van Elihoe zoon van Tochoe zoon van Tsoef, een Efratiet.   1. Il y avait un homme de Ramatayim, un Çuphite de la montagne d'Éphraïm, qui s'appelait Elqana, fils de Yeroham, fils d'Élihu, fils de Tohu, fils de Çuph, un Éphraïmite.  

King James Bible . Now there was a certain man of Ramathaimzophim, of mount Ephraim, and his name was Elkanah, the son of Jeroham, the son of Elihu, the son of Tohu, the son of Zuph, an Ephrathite:
Luther-Bibel (1984) . Es war ein Mann von Ramatajim-Zofim, vom Gebirge Ephraim, der hieß aElkana, ein Sohn Jerohams, des Sohnes Elihus, des Sohnes Tohus, des Sohnes Zufs, ein Ephraimiter.

Tekstuitleg van 1 S 1,1 . Dit vers 1 S 1,1 telt 19 woorden en 69 (3 X 23) letters . De getalswaarde van 1 S 1,1 is 4280 (2³ X 5 X 107) . 6 van de 19 woorden beginnen met een aleph . Wil de auteur aangeven dat we met een nieuw begin te maken hebben ? Het vers 1 S 1,1 vertoont grote gelijkenis met Re 17,1 .
- Re 17,1 : wajëhî ´îsj mehar ´èphëraîm
- 1 S 1,1 : wajëhî ´îsj ... mehar ´èphëraîm
- 1 S 9,1 : wajëhî ´îsj
De getalswaarde van wajëhî (en hij was) is 31 . De getalswaarde van ´îsj (man) is 32 of 311 . In 311 steekt het getal 31 . De getalswaarde van ´èchâd (één) is 13 , het spiegelbeeld van 31 . Efraïm als jongste zoon van Jozef wordt de 13de stam . ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) .

1 S 1,1.1. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalswaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalswaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalswaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 . Bij het begin van een hoofdstuk in 1 S (7) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 6,1 . (3) 1 S 8,1 . (3) 1 S 9,1 . (4) 1 S 14,1 . (5) 1 S 18,1 . (6) 1 S 28,1 . (7) 1 S 30,1 .
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

1 S 1,1.2. ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) . Getalswaarde : aleph = 1, jod = 10, sjin = 21 of 300 ; totaal : 32 (2² X 2³) of 311 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 3 . Tenakh (1023) . Pentateuch (251) . Eerdere Profeten (402) . Latere Profeten (135) . 12 Kleine Profeten (37) . Geschriften (198) . Joz (27) . Re (92) . 1 S (74) . 2 S (74) . 1 K (55) . 2 K (80) . 1 S 1 (1) : 1 S 1,1 . In het vers 1 S 1,1 is het zelfst. naamw. ´îsj (man) nog zonder bepaald lidw. . In dit vers wordt dan de naam van de man genoemd , nl. Elkana . In 1 S 1,3 staat eveneens op de 2de plaats in het vers hâ´îsj ('die' man) , verwijzend naar Elkana . In 1 S 1,21 staat eveneens op de 2de plaats in het vers hâ´îsj (de man) , gevolgd door de eigennaam Elkana . 1 S 1,1 stelt het personage Elkana voor . Met 1 S 1,3 begint de 1ste bedevaart van Elkana , met 1 S 1,21 de 2de bedevaart .
Structuur . 1 S 1,1 : wajëhî ´îsj (en er was een man) ... 1 S 1,3 : wë`âlâh hâ´îsj (en 'die' man gaat) ... 1 S 1,21 : wajja`al hâ´îsj (en de man ging) .

1 S 1,1.1. - 2. wajëhî (en hij was) ´îsj (man) (er was een man) . Tenakh (8) : (1) Gn 39,2 . (2) Re 13,2 . (3) Re 17,1 . (4) Re 19,1 . (5) 1 S 1,1 . (6) 1 S 9,1 . (7) 2 S 21,20 . (8) 1 Kr 20,6 . Re 13,1-16,31 omvat de verhalen over Simson . Hierna begint een nieuwe reeks verhalen in Re 17,1 (nl. in verband met de Danieten) en vervolgens in Re 19,1 (in verband met de stam van Benjamin) . Maar door de grote gelijkenis tussen Re 17,1 en 1 S 1,1 wil de auteur met de verhalen over Samuël aansluiten bij die over Simson (Re 13,1-16,31) . In 2 S 9,2 verschijnt een nieuw personage nl. Saul . Het begin van het verhaal in 1 S 9,1 begint zoals in 1 S 1,1 . Zo worden de verhalenreeksen over Simson (Re 13,2) , Samuël (1 S 1,1) en Saul (1 S 9,1) aan elkaar gerijgd .

1 S 1,1.3. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Getalswaarde : aleph = 1 , chet = 8 , daleth = 4 . Totaal : 13 . Structuur : 1 - 8 - 4 . God is één of 13 . Tenakh (400) . Pentateuch (150) . Vroege Profeten (111) . 1 S (20) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 2,34 . (3) 1 S 6,17 . (4) 1 S 7,9 . (5) 1 S 9,3 . (6) 1 S 9,15 . (7) 1 S 10,3 . (8) 1 S 11,7 . (9) 1 S 13,17 . (10) 1 S 13,18 . (11) 1 S 14,40 . (12) 1 S 16,18 . (13) 1 S 16,20 . (14) 1 S 22,20 . (15) 1 S 24,15 . (16) 1 S 25,14 . (17) 1 S 26,15 . (18) 1 S 26,20 . (19) 1 S 26,22 . (20) 1 S 27,1 .

1 S 1,1.2. - 3. ´îsj ´èchâd (een bepaalde man) . Tenakh (23) . Pentateuch (5) : (1) Gn 42,11 . (2) Gn 42,13 . (3) Nu 1,44 . (4) Nu 13,2 (tweemaal) . (5) Dt 1,23 . Vroege Profeten (11) : (1) Joz 3,12 (tweemaal) . (2) Joz 4,2 (tweemaal) . (3) Joz 4,4 (tweemaal) . (4) Joz 22,20 . (5) Joz 23,10 . (6) Re 9,2 . (7) Re 13,2 . (8) Re 18,19 . (9) 1 S 1,1 . (10) 2 S 18,10 . (11) 1 K 22,8 . In Gn 42,11 en Gn 42,13 zeggen de broers aan Jozef dat zij broers zijn van één man nl. Jakob .

1 S 1,1.1. - 3. wajëhî ´îsj ´èchâd (en er was een bepaalde man) . In twee verzen in de bijbel : (1) Re 13,2 . (2) 1 S 1,1 . De LXX klinkt heel verschillend : (1) Re 13,2 : kai egeneto anèr (en er was een man) . (2) 1 S 1,1 : anthrôpos èn (een mannenmens was) . In Lc 1,5 lezen we : egeneto ... hiereus tis (er was een priester) . Re 13,1-16,31 omvat de verhalen over Simson .

1 S 1,1.4. min (uit) . Taalgebruik in Tenakh : min (uit) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 ; totaal : 27 (3³) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . Tenakh (645) . Pentateuch (195) . Eerdere Profeten (146) . Latere Profeten (62) . 12 Kleine Profeten (21) . Geschriften (221) . 1 S (14) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 2,20 . (3) 1 S 4,16 . (4) 1 S 7,11 . (5) 1 S 9,5 . (6) 1 S 11,5 . (7) 1 S 13,15 . (8) 1 S 14,11 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,50 . (11) 1 S 24,9 . (12) 1 S 28,9 . (13) 1 S 28,13 . (14) 1 S 30,19 .

1 S 1,1.5. - 6. hârâmâthaîm tsophîm = Ramathaimzophim . Getalswaarde : he (lidwoord) = 5 ; resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 , taw = 22 of 400 , mem = 13 of 40 ; totaal (zonder lidwoord) : 68 OF 680 . + tsade = 18 of 90 , waw = 6 , pe = 18 of 90 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 65 OF 236 . Algemeen totaal : 133 (7 X 19) OF 916 (2² X 229) . De jod wordt als leesmoeder beschouwd . Hapax . -aim duidt op een dualis .
" ramathaimzophim - Easton's 1897 Bible Dictionary : http://onlinedictionary.datasegment.com/word/ramathaimzophim . Ramathaim-zophim the two heights of the Zophites or of the watchers (only in 1 Sam. 1:1), "in the land of Zuph" (9:5). Ramathaim is another name for Ramah (4). One of the Levitical families descended from Kohath, that of Zuph or Zophai (1 Chr. 6:26, 35), had a district assigned to them in Ephraim, which from this circumstance was called "the land of Zuph," and hence the name of the town, "Zophim." It was the birth-place of Samuel and the seat of his authority (1 Sam. 2:11; 7:17). It is frequently mentioned in the history of that prophet and of David (15:34; 16:13; 19:18-23). Here Samuel died and was buried (25:1). This town has been identified with the modern Neby Samwil ("the prophet Samuel"), about 4 or 5 miles north-west of Jerusalem. But there is no certainty as to its precise locality. Some have supposed that it may be identical with Arimathea of the New Testament."

1 S 1,1.7. mehar (van een berg) < min + har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in NT : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) . m-h-r . Tenakh (53) . 1 S (3) . 1 S 1,1 (mehar) .

1 S 1,1.8. אִפְרָיֶם = ´èphërajim (Efraïm) . Taalgebruik in Tenakh : ´èphëraîm (Efraïm) . Getalswaarde : aleph = 1 , pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 61 (priemgetal) OF 331 (priemgetal) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (138) . Pentateuch (20) . Gn (8) : (1) Gn 41,52 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,5 . (5) Gn 48,13 . (6) Gn 48,14 . (7) Gn 48,17 . (8) Gn 48,20 . Vroege Profeten (44) . Joz (13) . Re (20) . 1 S (3) . 2 S (4) . 1 K (2) . 2 K (2) . Re (20) : (1) Re 2,9 . (2) Re 3,27 . (3) Re 4,5 . (4) Re 5,14 . (5) Re 7,24 . (6) Re 8,1 . (7) Re 8,2 . (8) Re 10,1 . (9) Re 10,9 . (10) Re 12,1 . (11) Re 12,4 . (12) Re 12,5 . (13) Re 12,15 . (14) Re 17,1 . (15) Re 17,8 . (16) Re 18,2 . (17) Re 18,13 . (18) Re 19,1 . (19) Re 19,16 . (20) Re 19,18 . 1 S (3) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 9,4 . (3) 1 S 14,22 . 2 S (4) : (1) 2 S 2,9 . (2) 2 S 13,23 . (3) 2 S 18,6 . (4) 2 S 20,21 . 1 K (2) : (1) 1 K 4,8 . (2) 1 K 12,25 . 2 K (2) : (1) 2 K 5,22 . (2) 2 K 14,13 .
- In Gn 41,51-52 krijgt Jozef twee zonen : Manasse en Efraïm . De stam Jozef wordt in twee gesplitst zodat er 13 stammen zijn . Zo wordt Efraïm de stamvader van de 13de stam . De getalswaarde 13 is ´èchad (één) .
Jozef was de oudste zoon van Jakob en Rachel , Benjamin was de jongste zoon . Rachel werd begraven op de weg naar Efrata (d.i. Betlehem) . De stam Efraïm lag in het Noorden , de stam Benjamin in het Zuiden . Beiden vertegenwoordigen het geheel . Dit is een genealogische eenheid , geen geografische . De stammen Juda en Benjamin wonen in het Zuiden : een geografische eenheid . Door het verblijf van de stam Benjamin in het Zuiden is de stam Juda verbonden met het Noorden .

1 S 1,1.7. - 8. mehar ´èphëraîm (uit het Efraïmgebergte) . Tenakh (4) : (1) Re 17,1 . (2) 1 S 1,1 . (3) 2 Kr 15,8 . (4) Jr 4,15 . In Re 17,1 komt voor het eerst de uitdrukking 'uit het gebergte Efraïm' voor . Het is dan wel opvallend dat in een volgend aantreffen (nl.1 S 1,1) , beide verzen zo sterk op elkaar gelijken .
- har ´èphëraîm (Efraïmgebergte) . Tenakh (6) : (1) Re 7,24 . (2) Re 17,8 . (3) Re 18,2 . (4) Re 19,1 . (5) Re 19,18 . (6) 2 Kr 19,4 .

1 S 1,1.9. ûsjëmô (en zijn naam) < wë + sjem + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . sj-m . sjâm (daar) OF sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . Gr. onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Stam : N ... M . Lat. nomen . Fr. nom . Ned. naam . D. Name . Eng. name . Een vorm van onoma (naam) in de LXX (1045) , in het NT (228) . Tenakh (33) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (15) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (3) . 1 S (6) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 9,1 . (3) 1 S 9,2 . (4) 1 S 17,12 . (5) 1 S 21,8 . (6) 1 S 22,20 .

1 S 1,1.10. ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) . Structuur : 1 - 3 - 1 - 5 - 5 . < de godsnaam ´el , zie Taalgebruik in Tenakh : ´èl EN qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenakh : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . SAMEN : God verwerft / bezit . Zou dit kunnen betekenen dat een priester het bezit , de eigendom van God is ? Wie aan priester denkt , denkt aan tempel . Tenakh (18) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,4 . (3) 1 S 1,8 . (4) 1 S 1,19 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 1,23 . (7) 1 S 2,11 . (8) 1 S 2,20 . (9) 1 Kr 6,8 . (10) 1 Kr 6,10 . (11) 1 Kr 6,11 . (12) 1 Kr 6,12 . (13) 1 Kr 6,19 . (14) 1 Kr 6,20 . (15) 1 Kr 6,21 . (16) 1 Kr 9,16 . (17) 1 Kr 12,7 . (18) 2 Kr 28,7 .

1 S 1,1.11. ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenakh (1225) . Pentateuch (284) . Eerdere Profeten (392) . Latere Profeten (231) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (292) . 1 S (39) . 1 S 1 (2) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,20 .

1 S 1,1.12. jërochâm (Jerocham) . Taalgebruik in Tenakh : jërochâm (Jerocham) . Getalswaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , chet = 8 , mem = 13 of 40 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 258 (2 X 3 X 43) . Structuur : 1 - 2 - 8 - 4 . Tenakh (16) : (1) 1 S 1,1 . (2) Js 9,16 . (3) Js 14,1 . (4) Js 49,13 . (5) Jr 21,7 . (6) Hos 14,4 . (7) Spr 28,13 . (8) Neh 11,12 . (9) 1 Kr 6,12 . (10) 1 Kr 6,19 . (11) 1 Kr 8,27 . (12) 1 Kr 9,8 . (13) 1 Kr 9,12 . (14) 1 Kr 12,8 . (15) 1 Kr 27,22 . (16) 2 Kr 23,1 .

1 S 1,1.11. - 12. bèn jërochâm (zoon van Jerocham) . Tenakh (6) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 Kr 6,19 . (3) 1 Kr 9,8 . (4) 1 Kr 9,12 . (5) 1 Kr 27,22 . (6) Neh 11,12 .

1 S 1,1.13. ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenakh (1225) . Pentateuch (284) . Eerdere Profeten (392) . Latere Profeten (231) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (292) . 1 S (39) . 1 S 1 (2) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,20 .

1 S 1,1.15. ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenakh (1225) . Pentateuch (284) . Eerdere Profeten (392) . Latere Profeten (231) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (292) . 1 S (39) . 1 S 1 (2) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,20 .

1 S 1,1.17. ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenakh (1225) . Pentateuch (284) . Eerdere Profeten (392) . Latere Profeten (231) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (292) . 1 S (39) . 1 S 1 (2) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,20 .

1 S 1,1.18. tsûph (tsuph) . tsûph (Suf) . Taalgebruik in Tenakh : tsûph (tsuph) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , pe = 17 of 80 ; totaal : 41 OF 176 (2² X 2² X 11) . 1. een persoonsnaam : 1 S 1,1 . 2. benaming van een streek ; 1 S 9,5 (bëèrèts tsûph = in het land Suf) . 3. Spr 16,24 (tsûph = honigzeem) . De vermelding van Suf grijpt reeds vooruit op de verhalencyclus over Saul .
--- tsûphîm . Meervoud . In twee verzen in de bijbel . In de benaming van de stad Ramathaimzophim . De stad ligt in de streek van Tsûph , in het Efraïmgebergte. 1 S 1,1 . In Ps 19,11 betekent tsûphîm honigzeem .

1 S 1,1.19. ´èphërâthî (Efratiet) . ´èphërâthî (Efratiet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èphërâthî (Efratiet) . Getalswaarde : aleph = 1 , pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 ; totaal : 70 (2 X 5 X 7) OF 691 (priemgetal) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 4 - 1 . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 17,12 . (3) 1 K 11,26 . In 1 S 17,12 wordt gezegd dat David de zoon van een Efratiet was . David was de achterkleinzoon van Boaz en Ruth . Ruth was eerst getrouwd met één (Kiljon) van de zonen van Elimelek . Machlon en Kiljon zijn zonen van Elimelek en Noömi , Efratieten uit Betlehem . Omwille van de hongersnood zijn ze naar Moab verhuisd . Daar werd Noömi weduwe . Ze ging terug naar Betlehem . Ruth ging mee met haar schoonmoeder Noömi . Ze trouwde met de Efratiet Boaz . In Rt 4,18-22 wordt een stamboom van David gegeven . David is het 10de geslacht na Juda , zoon van Jakob . Dus is David uit de stam van Juda . In 1 K 11,26 wordt Jerobeam , de 1ste koning van het Noordrijk Israël , een Efratiet genoemd .
Op weg naar Efrata = Betlehem beviel Rachel van Benjamin . Rachel stierf en werd er begraven . Wellicht is een Efratiet afgeleid van de plaats Efrata en is een Efratiet een bewoner van Betlehem . ´èphërâthâh (Efrata) . Taalgebruik in Tenakh : ´èphërâthâh (Efrata) . Tenakh : (1) Gn 35,16 . (2) Gn 35,19 . (3) Gn 48,7 . (4) Mi 5,1 . (5) 1 Kr 2,24 . (6) 1 Kr 2,50 . (7) 1 Kr 4,4 .
- bë´èphërâthâh (in Efrata) . Tenakh (2) : (1) Ps 132,6 . (2) Rt 4,11 .

1 S 1,2 - 1 S 1,2 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai toutô duo gunaikes onoma tè mia anna kai onoma tè deutera fennana kai èn tè fennana paidia kai tè anna ouk èn paidion  2 et habuit duas uxores nomen uni Anna et nomen secundae Fenenna fueruntque Fenennae filii Annae autem non erant liberi    2 En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.   [2] Elkana had twee vrouwen; de ene heette Hanna en de andere Peninna. Peninna had kinderen, maar Hanna* niet.   [2] Hij had twee vrouwen: de ene heette Hanna en de andere Peninna. Peninna had kinderen, maar Hanna niet.  2 Hij heeft twee vrouwen, de naam van de eerste is Chana en de naam van de tweede is Penina; het is zo dat Penina kinderen heeft en Chana geen kinderen heeft.  2. Il avait deux femmes : l'une s'appelait Anne, l'autre Peninna; mais alors que Peninna avait des enfants, Anne n'en n'avait point. 

King James Bible . And he had two wives; the name of the one was Hannah, and the name of the other Peninnah: and Peninnah had children, but Hannah had no children.
Luther-Bibel (1984) . Und er hatte zwei Frauen; die eine hieß Hanna, die andere Peninna. Peninna aber hatte Kinder, und Hanna hatte keine Kinder.

Tekstuitleg van 1 S 1,2 . Dit vers 1 S 1,2 telt 15 (3 X 5) woorden en 57 (3 X 19) letters . De getalswaarde van 1 S 1,2 is 3854 (2 X 41 X 47) .

1 S 1,2.1. wëlô (en aan hem) . koppelwoord waw + voorzetsel lë + persoonlijk voornaamwoord derde persoon enkelvoud . In tweeëntwintig verzen in de bijbel

1 S 1,2.2. - 3. sjëthe(j) nâsjîm (twee vrouwen) . Tenakh (4) : (1) Gn 4,19 . (2) Dt 21,15 . (3) 1 S 1,2 . (4) 1 Kr 4,5 .

1 S 1,2.4. - 5. sjem ´achath (naam van eerste) . Tenakh (1) : 1 S 1,2 . sjem hâ´achath (naam van de eerste) . Tenakh (4) : (1) Gn 4,19 . (2) Ex 1,15 . (3) Rt 1,4 . (4) Job 42,14 .

1 S 1,2.6. channâh (Anna) . chnh . Tenakh (15) : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) . (14) . (15) . LXX : Anna .In vijftien verzen in de bijbel . In dertien verzen in het O.T. . In twee verzen in het NT . Verwijzing : chânan (genadig zijn, zich over iemand ontfermen), zie Ps 111,5 .

1 S 1,2.7. - 8. wësjem hasjsjenîth (en naam van de tweede) . Tenakh (5) : (1) Gn 4,19 . (2) Ex 1,15 . (3) Rt 1,4 . (4) 1 S 1,2 . (5) Job 42,14 .

1 S 1,2.10. = wajëhî: en hij was; qal imperf consecut. 3de pers enk van het wkw. hâjâh (zijn) . De getalswaarde van wajëhî (en hij was) is: waw = 6, jod = 10, he = 5; totaal :31. Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn). Getalswaarde: he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Vroege Profeten (339) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 . ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . O.T. (1120) . Pentateuch (329) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 .
Door wajëhî (en hij was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
De getalswaarde van de verkorte godsnaam ´el is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl .

12. יְלָדִ֔ים (= jëlâdîm: kinderen; zn mann mv van het zn יֶלֶד = jèlèd: het voortgebrachte, kind). Taalgebruik in Tenakh : jèlèd = het voortgebrachte , kind . Getalswaarde : jod = 10 , lamed = 12 of 30 , dameth = 4 ; totaal : 26 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 1 - 3 - 4 . Tenakh (4) : (1) 1 S 1,2 . (2) 2 K 2,24 . (3) Zach 8,5 . (4) Da 1,4 .

15. יְלָדִ֔ים (= jëlâdîm: kinderen; zn mann mv van het zn יֶלֶד = jèlèd: het voortgebrachte, kind). Taalgebruik in Tenakh : jèlèd = het voortgebrachte , kind . Getalswaarde : jod = 10 , lamed = 12 of 30 , dameth = 4 ; totaal : 26 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 1 - 3 - 4 . Tenakh (4) : (1) 1 S 1,2 . (2) 2 K 2,24 . (3) Zach 8,5 . (4) Da 1,4 .

1 S 1,3 - 1 S 1,3 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai anebainen o anthrôpos ex èmerôn eis èmeras ek poleôs autou ex armathaim proskunein kai thuein tô kuriô theô sabaôth eis sèlô kai ekei èli kai oi duo uioi autou ofni kai finees iereis tou kuriou  3 et ascendebat vir ille de civitate sua statutis diebus ut adoraret et sacrificaret Domino exercituum in Silo erant autem ibi duo filii Heli Ofni et Finees sacerdotes Domini    3 Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli. [3] Elkana ging elk jaar vanuit zijn stad naar Silo*, om zich te buigen voor de heer* van de machten en Hem offers te brengen. Als priesters van de heer waren daar Chofni en Pinechas, twee zonen van Eli.  [3] Elk jaar ging deze man vanuit zijn woonplaats naar Silo, om daar de HEER van de hemelse machten te vereren en hem offers te brengen. Chofni en Pinechas, de twee zonen van Eli, waren daar priesters van de HEER.  3 Van feestdagen tot feestdagen trok die man op uit zijn stad om zich neer te werpen en te offeren aan de ENE, de Omschaarde, te Sjilo; dáár zijn twee zonen van Eli, Chofni en Pinchas, priesters van de ENE.  3. Chaque année, cet homme montait de sa ville pour adorer et pour sacrifier à Yahvé Sabaot à Silo là se trouvaient les deux fils d'Éli, Hophni et Pinhas, comme prêtres de Yahvé . 

King James Bible . [3] And this man went up out of his city yearly to worship and to sacrifice unto the LORD of hosts in Shiloh. And the two sons of Eli, Hophni and Phinehas, the priests of the LORD, were there.
Luther-Bibel . 3 Dieser Mann ging jährlich hinauf von seiner Stadt, um anzubeten und dem HERRN Zebaoth zu opfern in Silo. Dort aber waren Hofni und Pinhas, die beiden Söhne Elis, Priester des HERRN.

Tekstuitleg van 1 S 1,3 . Het vers 1 S 1,3 telt 19 woorden en 84 (2² X 3 X 7) letters . De getalswaarde van 1 S 1,3 is 4520 (2³ X 5 X 113) . Het vers 1 S 1,3 staat aan het begin van de eerste bedevaart van Elkana (1 S 1,3-19a) .

1 S 1,3.1. wë`âlâh (en hij gaat) < wë + act. qal perf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . OF wë`olâh (en offer) < wë + zelfst. naamw. `olâh (offer) . Tenakh (17) : (1) Ex 1,10 . (2) Ex 30,9 . (3) Dt 10,1 . (4) Joz 15,3 . (5) Joz 15,6 . (6) Joz 15,7 . (7) Joz 15,8 . (8) Joz 18,12 . (9) Joz 19,11 . (10) Joz 19,11 . (11) Re 6,3 . (12) 1 S 1,3 . (13) Js 5,6 . (14) Js 8,7 . (15) Jl 2,20 . (16) Da 11,23 . (17) 2 Kr 29,7 .

1 S 1,3.2. hâ´îsj (de man) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) . Getalswaarde : aleph = 1, jod = 10, sjin = 21 of 300 ; totaal : 32 (2² X 2³) of 311 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 3 . Tenakh (155) . Pentateuch (59) . Eerdere Profeten (56) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (2 . Geschriften (21) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,3 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 2,16 . (4) 1 S 4,16 . (5) 1 S 4,18 . (6) 1 S 9,9 . (7) 1 S 9,17 . (8) 1 S 14,24 . (9) 1 S 14,28 . (10) 1 S 17,24 . (11) 1 S 17,25 . (12) 1 S 25,3 . (13) 1 S 29,4 .
In het vers 1 S 1,1 is het zelfst. naamw. ´îsj (man) nog zonder bepaald lidw. . In dit vers wordt dan de naam van de man genoemd , nl. Elkana . In 1 S 1,3 staat eveneens op de 2de plaats in het vers hâ´îsj ('die' man) , verwijzend naar Elkana . In 1 S 1,21 staat eveneens op de 2de plaats in het vers hâ´îsj (de man) , gevolgd door de eigennaam Elkana . 1 S 1,1 stelt het personage Elkana voor . Met 1 S 1,3 begint de 1ste bedevaart van Elkana , met 1 S 1,21 de 2de bedevaart .
Structuur . 1 S 1,1 : wajëhî ´îsj (en er was een man) ... 1 S 1,3 : wë`âlâh hâ´îsj (en 'die' man gaat) ... 1 S 1,21 : wajja`al hâ´îsj (en de man ging) .

1 S 1,3.4. me`îrô (uit zijn stad) < voorzetsel min + zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . `îr (stad) . Taalgebruik in Tenakh : `îr (stad) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , resj = 20 of 200 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 280 (2³ X 5 X 7) . Structuur : 7 - 1 - 2 . Tenakh (2) : (1) 1 S 1,3 . (2) 2 S 25,12 .

1 S 1,3.7. lëhisjëthachäwoth (om zich neer te buigen) > voorzetsel lë + hitpaël inf. van het werkw. châwâh . Tenakh (14) : (1) Gn 37,10 . (2) Lv 26,1 . (3) 1 S 1,3 . (4) 1 S 2,36 . (5) 2 S 15,5 . (6) 2 K 5,18 . (7) Js 2,20 . (8) Js 66,23 . (9) Jr 7,2 . (10) Jr 26,2 . (11) Ez 46,9 . (12) Zach 14,16 . (13) Zach 14,17 . (14) 2 Kr 20,18 .

1 S 1,3.8. wëlizëboach (en om te offeren) < voegwoord wë + voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. zâbhach (slachten, offeren) . Taalgebruik in Tenakh : zâbhach (slachten, offeren) . Getalswaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . OF ûlëzèbach (en tot offer) + zelfst. naamw. Tenakh (16) : (1) Lv 7,37 . (2) Nu 7,17 . (3) Nu 7,23 . (4) Nu 7,29 . (5) Nu 7,35 . (6) Nu 7,41 . (7) Nu 7,47 . (8) Nu 7,53 . (9) Nu 7,59 . (10) Nu 7,65 . (11) Nu 7,71 . (12) Nu 7,77 . (13) Nu 7,83 . (14) Joz 22,29 . (15) 1 S 1,3 . (16) Pr 9,2 .

1 S 1,3.9. lJHWH (voor JHWH) < voorzetsel lë + JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (538) . Pentateuch (240) . Eerdere Profeten (77) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (152) . 1 S (30) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,3 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,21 . (4) 1 S 1,28 .

1 S 1,3.8. - 9. wëlizëboach lJHWH (en om te offeren aan JHWH) . Tenakh (1) : 1 S 1,3 . lizëboach lJHWH (om te offeren aan JHWH) . Tenakh (5) : (1) Ex 8,25 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 15,21 . (4) 1 S 16,2 . (5) 1 S 16,5 .

1 S 1,3.13. - 14. sjëne(j) bëne(j) (twee zonen van) . Tenakh (5) : (1) Gn 34,25 . (2) Lv 5,7 . (3) 1 S 1,3 . (4) 1 S 4,4 . (5) Zach 4,14 .

1 S 1,3.14. - 15. bëne(j) Eli (zonen van Eli) . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,3 . (19) 1 S 4,4 . (20) 1 S 4,11 . ûbhëne(j) Eli (en zonen van Eli) . Tenakh (1) : 1 S 2,12 .

1 S 1,4 - 1 S 1,4 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai egenèthè èmera kai ethusen elkana kai edôken tè fennana gunaiki autou kai tois uiois autès kai tais thugatrasin autès meridas  4 venit ergo dies et immolavit Helcana deditque Fenennae uxori suae et cunctis filiis eius et filiabus partes    4 En het geschiedde op dien dag, als Elkana offerde, zo gaf hij aan Peninna, zijn huisvrouw, en aan al haar zonen en haar dochteren, delen.
[4] Toen Elkana zijn offer opdroeg, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters ieder een deel*, 
[4] Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer bracht, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees.   4 En het geschiedt op de dag dat Elkana offert: geven moet hij aan zijn vrouw Penina en aan al haar zonen hun parten,  4. Un jour Elqana offrit un sacrifice. - Il avait coutume de donner des portions à sa femme Peninna et à tous ses fils et filles,

King James Bible . [4] And when the time was that Elkanah offered, he gave to Peninnah his wife, and to all her sons and her daughters, portions:
Luther-Bibel . 4 Wenn nun der Tag kam, dass Elkana opferte, gab er seiner Frau Peninna und allen ihren Söhnen und Töchtern Stücke vom Opferfleisch.

Tekstuitleg van 1 S 1,4 .

1. qal imperf. 3de pers. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in 1 S : hâjâh (zijn) . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 . ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . O.T. (1120) . Pentateuch (329) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 .

3. act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajjizëbach (en hij slachtte af, hij offerde) van het werkw. zâbhach (slachten, offeren) . Taalgebruik in Tenakh : zâbhach (slachten, offeren) . Getalswaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . Tenakh (17) : (1) Gn 31,54 . (2) Gn 46,1 . (3) Nu 22,40 . (4) 1 S 1,4 . (5) 2 S 6,13 . (6) 1 K 1,9 . (7) 1 K 1,19 . (8) 1 K 1,25 . (9) 1 K 8,63 . (10) 2 K 16,4 . (11) 2 K 23,20 . (12) 1 Kr 21,28 . (13) 2 Kr 7,5 . (14) 2 Kr 18,2 . (15) 2 Kr 28,4 . (16) 2 Kr 28,23 . (17) 2 Kr 33,16 .

4. ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) . Structuur : 1 - 3 - 1 - 5 - 5 . < de godsnaam ´el , zie Taalgebruik in Tenakh : ´èl EN qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenakh : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . SAMEN : God verwerft / bezit . Zou dit kunnen betekenen dat een priester het bezit , de eigendom van God is ? Wie aan priester denkt , denkt aan tempel . Tenakh (18) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,4 . (3) 1 S 1,8 . (4) 1 S 1,19 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 1,23 . (7) 1 S 2,11 . (8) 1 S 2,20 . (9) 1 Kr 6,8 . (10) 1 Kr 6,10 . (11) 1 Kr 6,11 . (12) 1 Kr 6,12 . (13) 1 Kr 6,19 . (14) 1 Kr 6,20 . (15) 1 Kr 6,21 . (16) 1 Kr 9,16 . (17) 1 Kr 12,7 . (18) 2 Kr 28,7 .

1 S 1,5 - 1 S 1,5 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai tè anna edôken merida mian oti ouk èn autè paidion plèn oti tèn annan ègapa elkana uper tautèn kai kurios apekleisen ta peri tèn mètran autès 5 Annae autem dedit partem unam tristis quia Annam diligebat Dominus autem concluserat vulvam eius    5 Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten. [5] maar aan Hanna gaf hij nog een extra deel, want Hanna was zijn lievelingsvrouw, hoewel de heer haar schoot gesloten hield.  [5] Maar het mooiste stuk gaf hij aan Hanna, want haar had hij lief, ook al hield de HEER haar moederschoot gesloten.  5 en aan Chana geeft hij –bekommerd– één part,– want Chana heeft hij echt liefgehad, maar de ENE had haar moederschoot toegesloten.  5. et il n'en donnait qu'une à Anne bien qu'il préférât Anne, mais Yahvé l'avait rendue stérile. 

King James Bible . [5] But unto Hannah he gave a worthy portion; for he loved Hannah: but the LORD had shut up her womb.
Luther-Bibel . 5 Aber Hanna gab er ein Stück traurig; denn er hatte Hanna lieb, obgleich der HERR ihren Leib verschlossen hatte.

Tekstuitleg van 1 S 1,5 . Het vers 1 S 1,5 telt 12 (2² X 3) woorden en 40 (2³ X 5) letters . De getalswaarde van 1 S 1,5 is 2244 (2² X 3 X 11 X 17) .

In de Griekse tekst

1 S 1,5.A. nom. + acc. onz. enk. παιδιον = paidion (kind) . Taalgebruik in het NT : paidion (kind) . Taalgebruik in de LXX : paidion (kind) . Bijbel (79) . LXX (53) . NT (26) . Gn (12) : (1) Gn 17,12 . (2) Gn 21,7 . (3) Gn 21,8 . (4) Gn 21,14 . (5) Gn 21,15 . (6) Gn 21,16 . (7) Gn 21,18 . (8) Gn 21,19 . (9) Gn 40,20 . (10) Gn 44,22 . (11) Gn 44,32 . (12) Gn 44,33 . (13) Ex 2,3 . (14) Ex 2,6 . (15) Ex 2,7 . (16) Ex 2,9 . (17) Ex 21,22 . (18) Dt 1,39 . (19) Dt 25,6 . (20) 1 S 1,2 . (21) 1 S 1,5 . (22) 1 S 1,6 . (23) 2 S 6,23 . (24) 2 S 12,15 . (25) 1 K 3,25 . (26) 1 K 3,26 . (27) 1 K 3,27 . (28) Js 3,5 . (29) Js 7,16 . (30) Js 8,4 . (31) Js 9,5 . (32) Js 10,19 . (33) Js 11,6 . (34) Js 11,8 . (35) Js 53,2 . (36) Jr 31,20 . (37) Ruth 4,16 . Lc (9) : (1) Lc 1,59 . (2) Lc 1,66 . (3) Lc 1,76 . (4) Lc 1,80 . (5) Lc 2,27 . (6) Lc 2,40 . (7) Lc 9,47 . (8) Lc 9,48 . (9) Lc 18,17 .

1 S 1,5.7. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . 1 S (331) . 1 S 1 (14) : (1) 1 S 1,5 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,12 . (4) 1 S 1,14 . (5) 1 S 1,15 . (6) 1 S 1,16 . (7) 1 S 1,17 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,20 . (10) 1 S 1,21 . (11) 1 S 1,22 . (12) 1 S 1,23 . (13) 1 S 1,25 . (14) 1 S 1,27 .

1 S 1,5.8. חַנָּה = channâh (Anna) . Taalgebruik in Tenakh : channâh (Anna) . Getalswaarde : chet = 8 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 27 (3³) OF 63 (3² X 7) . Structuur : 8 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . chnh . Tenakh (15) : (1) Ex 18,5 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,5 . (4) 1 S 1,8 . (5) 1 S 1,9 . (6) 1 S 1,15 . (7) 1 S 1,19 . (8) 1 S 1,20 . (9) 1 S 2,1 . (10) 1 S 2,21 . (11) 1 S 26,5 . (12) 2 S 23,13 . (13) Js 29,1 . (14) Ps 34,8 . (15) 1 Kr 11,15 .
- Gr. : αννα = anna . Bijbel (15) . LXX (13) . NT (2) : (1) Lc 2,36 . (2) Lc 3,2 .

1 S 1,5.7. - 8. אֶת חַנָּה = ´èth channâh (accusatief : Hanna) . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,5 . (2) 1 S 1,19 . (3) 1 S 2,21 .

1 S 1,5.11. act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. סָגַר = sâgar (sluiten) . Taalgebruik in Tenakh : sâgar (sluiten) . Getalswaarde : samech = 15 of 60 , gimel = 3 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 263 (priemgetal) . Structuur : 6 - 3 - 2 . s-g-r . Tenakh (10) : (1) Gn 19,6 . (2) Ex 14,3 . (3) 1 S 1,5 . (4) 1 S 1,6 . (5) 1 S 26,8 . (6) 2 S 18,28 . (7) 1 K 11,27 . (8) Js 22,22 . (9) Js 24,10 . (10) Job 3,10 .
De tegenpool van (sâgar (sluiten) is pâthach (openen) . Taalgebruik in Tenakh : pâthach (openen) . In 1 S 3,15 is er sprake van pâthach (openen) . Taalgebruik in Tenakh : pâthach (openen) .

1 S 1,5.11. - 12. wajjiphëthach èth rachëmâh (en Hij opende haar schoot) . Tenakh (2) : (1) Gn 29,31 . (2) Gn 30,22 .
Tegenpool : sâgar rachëmâh (Hij sloot haar schoot) . Tenakh (1) : 1 S 1,5 . Zie ook 1 S 1,6 : sâgar ... rachëmâh (Hij sloot ... haar schoot) .

1 S 1,6 - 1 S 1,6 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6oti ouk edôken autè kurios paidion kata tèn thlipsin autès kai kata tèn athumian tès thlipseôs autès kai èthumei dia touto oti sunekleisen kurios ta peri tèn mètran autès tou mè dounai autè paidion  6 adfligebat quoque eam aemula eius et vehementer angebat in tantum ut exprobraret quod conclusisset Dominus vulvam eius    1 6 En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had. [6] Haar mededingster echter bespotte en vernederde haar telkens weer, omdat de heer haar schoot gesloten hield.   [6] Haar rivale kwetste haar dan diep, door haar te sarren omdat de HEER haar geen kinderen gaf.   6 Haar vijandin krenkte haar ook steeds met krenking, om haar woedend te maken,– omdat de ENE haar moederschoot had toegesloten.   6. Sa rivale lui faisait aussi des affronts pour la mettre en colère, parce que Yahvé avait rendu son sein stérile.  

King James Bible . [6] And her adversary also provoked her sore, for to make her fret, because the LORD had shut up her womb.
Luther-Bibel . 6 Und ihre Widersacherin kränkte und reizte sie sehr, weil der HERR ihren Leib verschlossen hatte.

Tekstuitleg van 1 S 1,6 .

8. act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. sâgar (sluiten) . Taalgebruik in Tenakh : sâgar (sluiten) . Getalswaarde : samech = 15 of 60 , gimel = 3 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 263 (priemgetal) . Structuur : 6 - 3 - 2 . s-g-r . Tenakh (10) : (1) Gn 19,6 . (2) Ex 14,3 . (3) 1 S 1,5 . (4) 1 S 1,6 . (5) 1 S 26,8 . (6) 2 S 18,28 . (7) 1 K 11,27 . (8) Js 22,22 . (9) Js 24,10 . (10) Job 3,10 .
De tegenpool van (sâgar (sluiten) is pâthach (openen) . Taalgebruik in Tenakh : pâthach (openen) . In 1 S 3,15 is er sprake van pâthach (openen) . Taalgebruik in Tenakh : pâthach (openen) . Getalswaarde : samech = 15 of 60 , gimel = 3 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 263 (priemgetal) . Structuur : 6 - 3 - 2 . s-g-r . Tenakh (10) : (1) Gn 19,6 . (2) Ex 14,3 . (3) 1 S 1,5 . (4) 1 S 1,6 . (5) 1 S 26,8 . (6) 2 S 18,28 . (7) 1 K 11,27 . (8) Js 22,22 . (9) Js 24,10 . (10) Job 3,10 .

8. 11. wajjiphëthach èth rachëmâh (en Hij opende haar schoot) . Tenakh (2) : (1) Gn 29,31 . (2) Gn 30,22 .
Tegenpool : sâgar rachëmâh (Hij sloot haar schoot) . Tenakh (1) : 1 S 1,5 . Zie ook 1 S 1,6 : sâgar ... rachëmâh (Hij sloot ... haar schoot) .

1 S 1,7 - 1 S 1,7 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7outôs epoiei eniauton kat' eniauton en tô anabainein autèn eis oikon kuriou kai èthumei kai eklaien kai ouk èsthien  7 sicque faciebat per singulos annos cum redeunte tempore ascenderent templum Domini et sic provocabat eam porro illa flebat et non capiebat cibum    7 En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet. [7] Ieder jaar opnieuw, als Hanna naar het huis van de heer ging, deed Peninna dat en bespotte zij Hanna; dan weende Hanna en wilde zij niet meer eten. [7] Zo ging het jaar in jaar uit. Elke keer als ze naar het heiligdom van de HEER gingen, treiterde Peninna Hanna zo erg dat ze begon te huilen en haar eten liet staan. 7 Zo wordt jaar op jaar gedaan: vanaf dat zij opklimt naar het huis van de ENE, krenkt zij haar zó,– dat zij een weeklacht aanheft en niet meer eet.   7. C'est ce qui arrivait annuellement, chaque fois qu'ils montaient au temple de Yahvé : elle lui faisait des affronts. - Or donc, Anne pleura et resta sans manger. 

King James Bible . [7] And as he did so year by year, when she went up to the house of the LORD, so she provoked her; therefore she wept, and did not eat.
Luther-Bibel . 7 So ging es alle Jahre; wenn sie hinaufzog zum Haus des HERRN, kränkte jene sie. Dann weinte Hanna und aß nichts.

Tekstuitleg van 1 S 1,7 .

1 S 1,8 - 1 S 1,8 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai eipen autè elkana o anèr autès anna kai eipen autô idou egô kurie kai eipen autè ti estin soi oti klaieis kai ina ti ouk esthieis kai ina ti tuptei se è kardia sou ouk agathos egô soi uper deka tekna  8 dixit ergo ei Helcana vir suus Anna cur fles et quare non comedis et quam ob rem adfligitur cor tuum numquid non ego melior sum tibi quam decem filii    8 Toen zeide Elkana, haar man: Hanna, waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? Ben ik u niet beter dan tien zonen?  [8] En Elkana vroeg haar dan: ‘Hanna, waarom ween je? Waarom eet je niet en ben je zo bedroefd? Ben ik voor jou niet meer waard dan tien zonen?’ [8] Toen dat weer eens gebeurde, vroeg Elkana: ‘Waarom huil je, Hanna? Waarom eet je niet en waarom ben je zo bedroefd? Beteken ik niet meer voor je dan tien zonen?’   8 Dan zegt Elkana, haar man, tot haar: Chana, waarom huil je, waarom eet je niet en waarom doe je je hart kwaad?, ben ik niet beter voor jou dan een honderdtal zonen?  8. Alors son mari Elqana lui dit : « Anne, pourquoi pleures-tu et ne manges-tu pas ? Pourquoi es-tu malheureuse ? Est-ce que je ne vaux pas pour toi mieux que dix fils ? »  

King James Bible . [8] Then said Elkanah her husband to her, Hannah, why weepest thou? and why eatest thou not? and why is thy heart grieved? am not I better to thee than ten sons?
Luther-Bibel . 8 Elkana aber, ihr Mann, sprach zu ihr: Hanna, warum weinst du und warum isst du nichts? Und warum ist dein Herz so traurig? Bin ich dir nicht mehr wert als zehn Söhne?

Tekstuitleg van 1 S 1,8 .

1. - 2. wajj´omèr lâh (en hij zei tot haar) . Tenakh (19) : (1) Gn 16,9 . (2) Gn 16,10 . (3) Gn 16,11 . (4) Gn 21,17 . (5) Joz 15,18 . (6) Re 1,14 . (7) Re 14,16 . (8) Re 16,17 . (9) Rt 2,11 . (10) 1 S 1,8 . (11) 1 S 1,23 . (12) 1 S 28,13 . (13) 1 S 28,14 . (14) 2 S 13,11 . (15) 2 S 13,15 . (16) 2 S 14,5 . (17) 1 K 2,20 . (18) 2 K 6,28 . (19) Est 5,3 .

3. ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) . Structuur : 1 - 3 - 1 - 5 - 5 . < de godsnaam ´el , zie Taalgebruik in Tenakh : ´èl EN qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenakh : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . SAMEN : God verwerft / bezit . Zou dit kunnen betekenen dat een priester het bezit , de eigendom van God is ? Wie aan priester denkt , denkt aan tempel . Tenakh (18) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,4 . (3) 1 S 1,8 . (4) 1 S 1,19 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 1,23 . (7) 1 S 2,11 . (8) 1 S 2,20 . (9) 1 Kr 6,8 . (10) 1 Kr 6,10 . (11) 1 Kr 6,11 . (12) 1 Kr 6,12 . (13) 1 Kr 6,19 . (14) 1 Kr 6,20 . (15) 1 Kr 6,21 . (16) 1 Kr 9,16 . (17) 1 Kr 12,7 . (18) 2 Kr 28,7 .

1. - 3. wajj´omèr lâh ´èlëqânâh (en Elkana zei tot haar) . Tenakh (2) : (1) 1 S 1,8 . (2) 1 S 1,23 .

1. - 4. wajj´omèr lâh ´èlëqânâh ´îsjâh (en Elkana, haar man, zei tot haar) . Tenakh (2) : (1) 1 S 1,8 . (2) 1 S 1,23 .

1 S 1,9 - 1 S 1,9 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai anestè anna meta to fagein autous en sèlô kai katestè enôpion kuriou kai èli o iereus ekathèto epi tou difrou epi tôn fliôn naou kuriou  9 surrexit autem Anna postquam comederat in Silo et biberat et Heli sacerdote sedente super sellam ante postes templi Domini   9 Toen stond Hanna op, nadat hij gegeten, en nadat hij gedronken had te Silo. En Eli, de priester, zat op een stoel bij een post van den tempel des HEEREN.
[9] Op een keer ging Hanna, nadat ze in Silo gegeten en gedronken hadden, naar het heiligdom van de heer. De priester Eli zat daar op een stoel bij de deurpost.  
[9] Na de maaltijd stond Hanna op en ging naar het heiligdom van de HEER, waar de priester Eli op een bankje bij de ingang zat.   9 ¶ Dan staat Chana op, nadat zij in Sjilo heeft gegeten en nadat zij heeft gedronken. Eli, de priester, zit op de troon bij de deurpost van de heilige hal van de ENE.   9. Anne se leva après qu'ils eurent mangé dans la chambre et elle se tint devant Yahvé - le prêtre Éli était assis sur son siège, contre le montant de la porte, au sanctuaire de Yahvé.  

King James Bible . [9] So Hannah rose up after they had eaten in Shiloh, and after they had drunk. Now Eli the priest sat upon a seat by a post of the temple of the LORD.
Luther-Bibel . 9 Da stand Hanna auf, nachdem sie in Silo gegessen und getrunken hatten. Eli aber, der Priester, saß auf einem Stuhl am Türpfosten des Tempels des HERRN.

Tekstuitleg van 1 S 1,9 .

1 S 1,10 - 1 S 1,10 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai autè katôdunos psucè kai prosèuxato pros kurion kai klaiousa eklausen  10 cum esset amaro animo oravit Dominum flens largiter    10 Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer. [10] Bitter bedroefd bad zij onder een stroom van tranen tot de heer   [10] Diep bedroefd bad Hanna tot de HEER. In tranen   10 Bitter van ziel,– bidt zij tot de ENE en weeklaagt zij wenend.  10. Dans l'amertume de son âme, elle pria Yahvé et elle pleura beaucoup.

King James Bible . [10] And she was in bitterness of soul, and prayed unto the LORD, and wept sore.
Luther-Bibel . 10 Und sie war von Herzen betrübt und betete zum HERRN und weinte sehr

Tekstuitleg van 1 S 1,10 . Het vers 1 S 1,10 telt 8 (2³) woorden en 30 (2 X 3 X 5) letters . De getalswaarde van 1 S 1,10 is 2624 (2³ X 2³ X 41) .

1 S 1,10.4. waw + hitpaël 3de pers. vr. enk. wathithëpallel (en zij bad) van het werkw. pâlal (bidden, smeken) . Taalgebruik in Tenakh : pâlal (bidden, smeken) . Getalswaarde : pe = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 41 OF 140 (2² X 5 X 7) . Structuur : 8 - 3 - 3 . Tenakh (2) : (1) 1 S 1,10 . (2) 1 S 2,1 .

1 S 1,10.5. `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 (2² X 7) of 100 (2² X 5²) . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (3075) . Pentateuch (828) . Eerdere Profeten (616) . Latere Profeten (585) . 12 Kleine Profeten (186) . Geschriften (860) . 1 S 1 (4) : (1) 2 S 1,9 . (2) 2 S 1,10 . (3) 2 S 1,11 . (4) 2 S 1,13 .

1 S 1,10.6. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in 1 Samuël : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . 1 S (204) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,6 . (2) 1 S 1,7 . (3) 1 S 1,9 . (4) 1 S 1,10 . (5) 1 S 1,11 . (6) 1 S 1,12 . (7) 1 S 1,15 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,22 . (10) 1 S 1,23 . (11) 1 S 1,24 . (12) 1 S 1,26 . (13) 1 S 1,27 .

1 S 1,10.5. - 6. `al JHWH (bidden naarboven JHWH) . Tenakh (31) . 1 S (1) : 1 S 1,10 .

4. - 6. Een vorm van pâlal (bidden, smeken) + `al JHWH (bidden naarboven JHWH) komt zelden voor . Eerder komen we de constructie + ´èl JHWH (tot JHWH) tegen .

1 S 1,11 - 1 S 1,11 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai èuxato euchèn kuriô legousa adônai kurie elôai sabaôth ean epiblepôn epiblepsès epi tèn tapeinôsin tès doulès sou kai mnèsthès mou kai dôs tè doulè sou sperma andrôn kai dôsô auton enôpion sou doton eôs èmeras thanatou autou kai oinon kai methusma ou pietai kai sidèros ouk anabèsetai epi tèn kefalèn autou  11 et votum vovit dicens Domine exercituum si respiciens videris adflictionem famulae tuae et recordatus mei fueris nec oblitus ancillae tuae dederisque servae tuae sexum virilem dabo eum Domino omnes dies vitae eius et novacula non ascendet super caput eius    11 En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen. [11] en legde deze gelofte af: ‘heer van de machten, als U omziet naar de ellende van uw dienstmaagd en aan mij denkt; als U naar uw dienares omziet en haar een zoon schenkt, dan zal ik hem voor zijn hele leven aan de heer afstaan: geen* scheermes zal over zijn hoofd gaan.’  [11] legde ze een gelofte af: ‘HEER van de hemelse machten, ik smeek u, heb toch oog voor mijn ellende. Denk aan mij, uw dienares, vergeet mij niet. Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan u: nooit zal zijn haar worden afgeschoren.’   11 Zij belooft een gelofte en zegt: ENE, Omschaarde, als gij ziende ziet op de ellende van uw slavin, mij gedenkt en uw slavin niet vergeet en aan uw slavin een mannelijke nazaat geeft,– geven zal ik hem dan aan de ENE al de dagen van zijn leven, en geen scheermes zal over zijn hoofd komen!  11. Elle fit ce vœu : « O Yahvé Sabaot! Si tu voulais considérer la misère de ta servante, te souvenir de moi, ne pas oublier ta servante et lui donner un petit d'homme, alors je le donnerai à Yahvé pour toute sa vie et le rasoir ne passera pas sur sa tête. » 

King James Bible . [11] And she vowed a vow, and said, O LORD of hosts, if thou wilt indeed look on the affliction of thine handmaid, and remember me, and not forget thine handmaid, but wilt give unto thine handmaid a man child, then I will give him unto the LORD all the days of his life, and there shall no rasor come upon his head.
Luther-Bibel . 11 und gelobte ein Gelübde und sprach: HERR Zebaoth, wirst du das Elend deiner Magd ansehen und an mich gedenken und deiner Magd nicht vergessen und wirst du deiner Magd einen Sohn geben, so will ich ihn dem HERRN geben sein Leben lang, und es soll kein Schermesser auf sein Haupt kommen.

Tekstuitleg van 1 S 1,11 . Het vers 1 S 1,11 telt 29 woorden en 113 letters . De getalswaarde van 1 S 1,11 is 9914 (2 X 4957) .

1 S 1,11.4. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in 1 Samuël : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . 1 S (204) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,6 . (2) 1 S 1,7 . (3) 1 S 1,9 . (4) 1 S 1,10 . (5) 1 S 1,11 . (6) 1 S 1,12 . (7) 1 S 1,15 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,22 . (10) 1 S 1,23 . (11) 1 S 1,24 . (12) 1 S 1,26 . (13) 1 S 1,27 .

9. Grieks . acc. vr. enk. ταπεινωσιν = tapeinôsin van het zelfst. naamw. ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) . Taalgebruik in het NT : tapeinôsis (vernedering, nederigheid) . Bijbel (17) . LXX (16) : (1) Gn 29,32 . (2) Gn 31,42 . (3) Dt 26,7 . (4) 1 S 1,11 . (5) 1 S 9,16 . (6) 2 K 14,26 . (7) Ps 9,14 . (8) Ps 22,22 . (9) Ps 25,18 . (10) Ps 31,8 . (11) Ps 90,3 . (12) Ps 119,153 . (13) Kl 1,9 . (14) Neh 9,9 . (15) Jdt 6,19 . (16) Jdt 13,20 . NT (1) Lc 1,48 . Een vorm van ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) in de LXX (42) , in het NT (4) : (1) Lc 1,48 . (2) Hnd 8,33 . (3) Fil 3,21 . (4) Jak 1,10 . Een vorm van ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) is in de LXX de vertaling van 5 Hebreeuwse woorden .

1 S 1,11.11. ûzëkharëthanî (en jij mij gedenkt) < prefux û (wë) + qal actief perfectum tweede persoon mannelijk enkelvoud + suffix eerste persoon enkelvoud van het werkw. zâkhar (gedenken, zich herinneren) . Taalgebruik in Tenakh : zâkhar (gedenken) . De getalswaarde van z-k-r is : zain = 7 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 . Totaal : 7 + 11 + 20 = 38 (2 X 19) OF 7 + 20 + 200 = 227 (priemgetal) . Structuur : 7 - 2 - 2 . E. remember . Ned. gedachtig / indachtig zijn . D. gedenken . Fr. souvenir (Lat. subvenir) . Slechts in één vers in de bijbel : 1 S 1,11 .
- conj. aor. 2de pers. enk. mnèsthè(i)s (jij gedenkt) van het werkw. mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) . Taalgebruik in het NT : mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) . Taalgebruik in de Septuaginta : mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) . Bijbel (9) .

14. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . 1 S (331) . 1 S 1 (14) : (1) 1 S 1,5 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,12 . (4) 1 S 1,14 . (5) 1 S 1,15 . (6) 1 S 1,16 . (7) 1 S 1,17 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,20 . (10) 1 S 1,21 . (11) 1 S 1,22 . (12) 1 S 1,23 . (13) 1 S 1,25 . (14) 1 S 1,27 .

21. lJHWH (voor JHWH) < voorzetsel lë + JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (538) . Pentateuch (240) . Eerdere Profeten (77) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (152) . 1 S (30) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,3 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,21 . (4) 1 S 1,28 .

1 S 1,12 - 1 S 1,12 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai egenèthè ote eplèthunen proseucomenè enôpion kuriou kai èli o iereus efulaxen to stoma autès  12 factum est ergo cum illa multiplicaret preces coram Domino ut Heli observaret os eius    12 Het geschiedde nu, als zij evenzeer bleef biddende voor het aangezicht des HEEREN, zo gaf Eli acht op haar mond. [12] Toen Hanna zo lang tot de heer bleef bidden, begon Eli op haar mond te letten.   [12] Terwijl Hanna zo lang bad, keek Eli opmerkzaam naar haar mond.   12 En het is geschied: wanneer zij lang genoeg gebeden heeft voor het aanschijn van de ENE ,– gaat Eli letten op haar mond.  12. Comme elle prolongeait sa prière devant Yahvé, Éli observait sa bouche.  

King James Bible . [12] And it came to pass, as she continued praying before the LORD, that Eli marked her mouth.
Luther-Bibel . 12 Und als sie lange betete vor dem HERRN, achtete Eli auf ihren Mund;

Tekstuitleg van 1 S 1,12 .

1 S 1,13 - 1 S 1,13 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai autè elalei en tè kardia autès kai ta ceilè autès ekineito kai fônè autès ouk èkoueto kai elogisato autèn èli eis methuousan  13 porro Anna loquebatur in corde suo tantumque labia illius movebantur et vox penitus non audiebatur aestimavit igitur eam Heli temulentam    13 Want Hanna sprak in haar hart; alleenlijk roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord; daarom hield Eli haar voor dronken.  [13] Omdat Hanna voor zichzelf sprak en haar lippen wel bewogen maar haar stem niet hoorbaar was, dacht Eli dat zij dronken was.   [13] Ze bad namelijk in stilte: haar lippen bewogen wel, maar haar stem was niet te horen. Daarom dacht Eli dat ze dronken was.  13 Zie, zij spreekt in haar hart, alleen haar lippen bewegen en haar stem is niet te horen; hij houdt haar voor dronken.  13. Anne parlait tout bas : ses lèvres remuaient mais on n'entendait pas sa voix, et Éli pensa qu'elle était ivre. 

King James Bible . [13] Now Hannah, she spake in her heart; only her lips moved, but her voice was not heard: therefore Eli thought she had been drunken.
Luther-Bibel . 13 denn Hanna redete in ihrem Herzen, nur ihre Lippen bewegten sich, ihre Stimme aber hörte man nicht. Da meinte Eli, sie wäre betrunken,

Tekstuitleg van 1 S 1,13 .

1 S 1,14 - 1 S 1,14 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai eipen autè to paidarion èli eôs pote methusthèsè perielou ton oinon sou kai poreuou ek prosôpou kuriou  14 dixitque ei usquequo ebria eris digere paulisper vinum quo mades    14 En Eli zeide tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen? Doe uw wijn van u.   [14] Hij zei tegen haar: ‘Gedraag u toch niet langer als een dronken vrouw! Zorg liever dat u weer nuchter wordt.’  [14] Hij sprak haar aan en vroeg: ‘Gaat dit nog lang zo duren? Als u dronken bent, ga dan uw roes uitslapen!’   14 Eli zegt tot haar: tot wanneer dit dronken gedoe van jou?– laat je wijn van je wijken!   14. Alors Éli lui dit : « Jusques à quand seras-tu dans l'ivresse ? Fais passer ton vin! »  

King James Bible . [14] And Eli said unto her, How long wilt thou be drunken? put away thy wine from thee.
Luther-Bibel . 14 und sprach zu ihr: Wie lange willst du betrunken sein? Gib den Wein von dir, den du getrunken hast!

Tekstuitleg van 1 S 1,14 .

1 S 1,15 - 1 S 1,15 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai apekrithè anna kai eipen ouci kurie gunè è sklèra èmera egô eimi kai oinon kai methusma ou pepôka kai ekceô tèn psucèn mou enôpion kuriou 15 respondens Anna nequaquam inquit domine mi nam mulier infelix nimis ego sum vinumque et omne quod inebriare potest non bibi sed effudi animam meam in conspectu Domini    15 Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.   [15] Maar Hanna antwoordde: ‘U vergist zich, mijn heer, ik ben een vrouw die diep bedroefd is. Ik heb geen wijn of sterke drank gedronken, maar ik stort mijn hart uit bij de heer.   [15] ‘U vergist u, heer,’ antwoordde Hanna. ‘Ik heb geen wijn of andere drank gedronken. Nee, ik ga gebukt onder een zwaar verdriet en stort mijn hart uit bij de HEER.   15 Chana antwoordt en zegt: nee, mijn heer, ik ben een vrouw wier geest het zwaar heeft, wijn en sterke drank heb ik niet gedronken; maar ik giet mijn ziel uit voor het aanschijn van de ENE;  15. Mais Anne répondit ainsi : « Non, Monseigneur, je ne suis qu'une femme affligée, je n'ai bu ni vin ni boisson fermentée, j'épanche mon âme devant Yahvé. 

King James Bible . [15] And Hannah answered and said, No, my lord, I am a woman of a sorrowful spirit: I have drunk neither wine nor strong drink, but have poured out my soul before the LORD.
Luther-Bibel . 15 Hanna aber antwortete und sprach: Nein, mein Herr! Ich bin eine betrübte Frau; Wein und starkes Getränk hab ich nicht getrunken, sondern mein Herz vor dem HERRN ausgeschüttet.

Tekstuitleg van 1 S 1,15 .

8. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Taalgebruik in Rechters : rûach (geest) . Taalgebruik in 1 Samuël : rûach (geest) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . LXX : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) . rûach (geest) in Tenakh (204) . Pentateuch (19) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,15 . (2) 1 S 10,6 . (3) 1 S 10,10 . (4) 1 S 11,6 . (5) 1 S 16,13 . (6) 1 S 16,14 (2X) . (7) 1 S 16,15 . (8) 1 S 16,16 . (9) 1 S 16,23 . (10) 1 S 18,10 . (11) 1 S 19,9 . (12) 1 S 19,20 . (13) 1 S 19,23 .
- wërûach (en de geest) . wërûach (en geest) in Tenakh (39) . Pentateuch (4) . Js (1) 1 S 16,14 .
- In 4 verzen is er sprake van rûach JHWH (de geest van JHWH) : (1) 1 S 10,6 . (2) 1 S 16,13 . (3) 1 S 19,9 . De geest van JHWH overkomt Saul (1 S 10,6) en David (1 S 16,13) bij hun zalving tot koning . In 1 S 16,14 week de geest van JHWH van Saul . In 1 S 19,9 is er sprake van een rûach JHWH rä`âh (een slechte geest van JHWH) die over Saul kwam .
- In 8 verzen is er sprake van rûach ´èlohîm (de geest van God) : (1) 1 S 10,10 . (2) 1 S 11,6 . (3) 1 S 16,15 . (4) 1 S 16,16 . (5) 1 S 16,23 . (6) 1 S 18,10 . (7) 1 S 19,20 . (8) 1 S 19,23 . In 3 verzen gaat het om rûach ´èlohîm rä`âh (een slechte geest van God) : (1) 1 S 16,15 . (2) 1 S 16,16 . (3) 1 S 18,10 .In Re 9,23 en 1 S 16,14 gaat het om rûach râ`âh (een slechte geest) , in 1 S 16,23 om rûach hârâ`âh (de slechte geest) .
- Van de 14 X rûach (geest) in 1 S hebben er 12 betrekking op Saul , 1 op David (1 S 16,13) en 1 op Hanna (1 S 1,15) .

1 S 1,16 - 1 S 1,16 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16mè dôs tèn doulèn sou eis thugatera loimèn oti ek plèthous adolescias mou ektetaka eôs nun  16 ne reputes ancillam tuam quasi unam de filiabus Belial quia ex multitudine doloris et maeroris mei locuta sum usque in praesens    16 Acht toch uw dienstmaagd niet voor een dochter Belials; want ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet.   [16] U moet uw dienares niet als een minderwaardige vrouw beschouwen; alleen uit overgrote zorg en droefheid heb ik zo lang gebeden.’   [16] Denk niet dat ik een slechte vrouw ben; ik bid zo lang omdat ik overstelpt ben door droefheid en ellende.’  16 geef je slavin niet uit voor een Belialsdochter!– omdat ik door mijn vele tobben en verdriet tot hiertoe heb gesproken!   16. Ne juge pas ta servante comme une vaurienne : c'est par excès de peine et de dépit que j'ai parlé jusqu'à maintenant. » 

King James Bible . [16] Count not thine handmaid for a daughter of Belial: for out of the abundance of my complaint and grief have I spoken hitherto.
Luther-Bibel . 16 Du wollest deine Magd nicht für eine zuchtlose Frau halten, denn ich hab aus meinem großen Kummer und Herzeleid so lange geredet.

Tekstuitleg van 1 S 1,16 .

1 S 1,17 - 1 S 1,17 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai apekrithè èli kai eipen autè poreuou eis eirènèn o theos israèl dôè soi pan aitèma sou o ètèsô par' autou  17 tunc Heli ait ei vade in pace et Deus Israhel det tibi petitionem quam rogasti eum    17 Toen antwoordde Eli en zeide: Ga heen in vrede, en de God Israëls zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt.   [17] Toen antwoordde Eli: ‘Ga dan in vrede en ik hoop dat de God van Israël u geven zal wat u van Hem hebt afgesmeekt.’   [17] ‘Ga dan in vrede,’ antwoordde Eli. ‘De God van Israël zal u geven waar u om hebt gevraagd.’   17 Eli antwoordt en zegt: ga heen in vrede!, en Israëls God moge het gewenste geven dat je van hem hebt gewenst!   17. Alors Éli lui répondit : « Va en paix et que le Dieu d'Israël t'accorde ce que tu lui as demandé. »

King James Bible . [17] Then Eli answered and said, Go in peace: and the God of Israel grant thee thy petition that thou hast asked of him.
Luther-Bibel . 17 Eli antwortete und sprach: Geh hin mit Frieden; der Gott Israels wird dir die Bitte erfüllen, die du an ihn gerichtet hast.

Tekstuitleg van 1 S 1,17 .

1 S 1,18 - 1 S 1,18 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai eipen euren è doulè sou charin en ofthalmois sou kai eporeuthè è gunè eis tèn odon autès kai eisèlthen eis to kataluma autès kai efagen meta tou andros autès kai epien kai to prosôpon autès ou sunepesen eti  18 et illa dixit utinam inveniat ancilla tua gratiam in oculis tuis et abiit mulier in viam suam et comedit vultusque eius non sunt amplius in diversa mutati    18 En zij zeide: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen! Alzo ging die vrouw haars weegs; en zij at, en haar aangezicht was haar zodanig niet meer.  [18] Zij antwoordde: ‘Ik hoop dat uw dienares genade zal vinden in uw ogen.’ Toen ging de vrouw weg; zij at en haar gezicht klaarde op.  [18] ‘Ik dank u voor uw vriendelijkheid,’ zei Hanna, en ze ging terug naar haar familie. Haar gezicht was opgeklaard en ze at ook weer.   18 Zij zegt: moge je slavin genade vinden in je ogen! Dan gaat de vrouw haars weegs en eet zij, en haar gelaatstrekken zijn niet langer treurig geweest.   18. Elle dit : « Puisse ta servante trouver grâce à tes yeux », et la femme alla son chemin; elle mangea et son visage ne fut plus le même.  

King James Bible . [18] And she said, Let thine handmaid find grace in thy sight. So the woman went her way, and did eat, and her countenance was no more sad.
Luther-Bibel . 18 Sie sprach: Lass deine Magd Gnade finden vor deinen Augen. Da ging die Frau ihres Weges und aß und sah nicht mehr so traurig drein.

Tekstuitleg van 1 S 1,18 .

Let op de vertaling van NVB . De Naardense vertaling benadert de Hebr. tekst .

1 S 1,19 - 1 S 1,19 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai orthrizousin to prôi kai proskunousin tô kuriô kai poreuontai tèn odon autôn kai eisèlthen elkana eis ton oikon autou armathaim kai egnô tèn annan gunaika autou kai emnèsthè autès kurios  19 et surrexerunt mane et adoraverunt coram Domino reversique sunt et venerunt in domum suam Ramatha cognovit autem Helcana Annam uxorem suam et recordatus est eius Dominus    19 En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.
[19] De volgende ochtend bogen zij voor de heer en gingen ze terug naar Rama. Toen Elkana gemeenschap had met Hanna was de heer haar indachtig;  
[19] De volgende morgen vroeg bogen ze zich neer voor de HEER, waarna ze zich op de terugreis begaven. Thuis in Rama sliep Elkana met zijn vrouw Hanna, en de HEER verhoorde haar.   19 ¶ In de ochtendvroegte rechten zij hun schouders en brengen hulde aan het aanschijn van de ENE; dan keren ze terug en komen aan in hun huis in Rama; Elkana bekent zijn vrouw Chana en de ENE gedenkt haar.   19. Ils se levèrent de bon matin et, après s'être prosternés devant Yahvé, ils s'en retournèrent et arrivèrent chez eux, à Rama. Elqana s'unit à sa femme Anne, et Yahvé se souvint d'elle.  

King James Bible . [19] And they rose up in the morning early, and worshipped before the LORD, and returned, and came to their house to Ramah: and Elkanah knew Hannah his wife; and the LORD remembered her.
Luther-Bibel . 19 Und am andern Morgen machten sie sich früh auf. Und als sie angebetet hatten vor dem HERRN, kehrten sie wieder um und kamen heim nach Rama. Und Elkana erkannte Hanna, seine Frau, und der HERR gedachte an sie.

Tekstuitleg van 1 S 1,19 . Het vers 1 S 1,19 telt 17 woorden en 74 (2 X 37) letters . De getalswaarde van 1 S 1,19 is 4821 (3 X 1607) .

1 S 1,19 10. hârâmâthâh (naar Rama / Armathaïm) < ha + stat. constructus van râmâh + richting -âh . Plaatsnaam râmâh (Rama) . Taalgebruiik in Tenakh : râmâh (Rama) . Tenakh (8) : (1) 1 S 1,19 . (2) 1 S 2,11 . (3) 1 S 7,17 . (4) 1 S 8,4 . (5) 1 S 15,34 . (6) 1 S 16,13 . (7) 1 S 19,18 . (8) 1 S 19,22 .

1 S 1,19.12. ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) . Structuur : 1 - 3 - 1 - 5 - 5 . < de godsnaam ´el , zie Taalgebruik in Tenakh : ´èl EN qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenakh : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . SAMEN : God verwerft / bezit . Zou dit kunnen betekenen dat een priester het bezit , de eigendom van God is ? Wie aan priester denkt , denkt aan tempel . Tenakh (18) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,4 . (3) 1 S 1,8 . (4) 1 S 1,19 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 1,23 . (7) 1 S 2,11 . (8) 1 S 2,20 . (9) 1 Kr 6,8 . (10) 1 Kr 6,10 . (11) 1 Kr 6,11 . (12) 1 Kr 6,12 . (13) 1 Kr 6,19 . (14) 1 Kr 6,20 . (15) 1 Kr 6,21 . (16) 1 Kr 9,16 . (17) 1 Kr 12,7 . (18) 2 Kr 28,7 .

1 S 1,19.16. verbindingswoord waw + act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud + suffix persoonlijk voornaamwoord derde persoon vrouwelijk enkelvoud wajjizëkërèhä (en hij gedacht haar) van het werkw. zâkhar (gedenken, zich herinneren) . Taalgebruik in Tenakh : zâkhar (gedenken) . z k r : (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. zâkhar (hij gedenkt) OF (2) qal imperat. 2de pers. mann. enk. (gedenk) + qal. inf. constr. zëkhor (te gedenken) OF (3) zelfst. naamw. zekhèr (herinnering, aandenken) OF (4) bijvoegl. naamw. zâkhâr (mannelijk) . De getalswaarde van z-k-r is : zain = 7 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 . Totaal : 38 (2 X 19) OF 227 (priemgetal) . Structuur : 7 - 2 - 2 . Tenakh (1) : 1 S 1,19 .

1 S 1,19.17. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in 1 Samuël : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . 1 S (204) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,6 . (2) 1 S 1,7 . (3) 1 S 1,9 . (4) 1 S 1,10 . (5) 1 S 1,11 . (6) 1 S 1,12 . (7) 1 S 1,15 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,22 . (10) 1 S 1,23 . (11) 1 S 1,24 . (12) 1 S 1,26 . (13) 1 S 1,27 .

1 S 1,20 - 1 S 1,20 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai sunelaben kai egenèthè tô kairô tôn èmerôn kai eteken uion kai ekalesen to onoma autou samouèl kai eipen oti para kuriou theou sabaôth ètèsamèn auton  20 et factum est post circulum dierum concepit Anna et peperit filium vocavitque nomen eius Samuhel eo quod a Domino postulasset eum    20 En het geschiedde, na verloop van dagen, dat Hanna bevrucht werd, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Samuël: Want, zeide zij, ik heb hem van den HEERE gebeden.   [20] in de loop van het jaar werd Hanna zwanger en bracht zij een zoon ter wereld. Zij noemde hem Samuël, ‘Want’, zei ze, ‘ik heb hem van de heer afgesmeekt.’  [20] Hanna werd zwanger en na verloop van tijd baarde ze een zoon. Ze noemde hem Samuël, ‘want,’ verklaarde ze, ‘ik heb hem aan de HEER gevraagd.’ 20 En het geschiedt in de wendingen der dagen dat zij zwanger wordt, Chana, en een zoon baart; ze roept als zijn naam uit: Samuël,– die van God komt, ‘want van de ENE heb ik hem gewenst.’   20. Anne conçut et, au temps révolu, elle mit au monde un fils qu'elle nomma Samuel » car, dit-elle, je l'ai demandé à Yahvé ». 

King James Bible . [20] Wherefore it came to pass, when the time was come about after Hannah had conceived, that she bare a son, and called his name Samuel, saying, Because I have asked him of the LORD.
Luther-Bibel . 20 Und Hanna ward schwanger; und als die Tage um waren, gebar sie einen Sohn und nannte ihn Samuel; denn, so sprach sie, ich hab ihn von dem HERRN erbeten.

Tekstuitleg van 1 S 1,20 . Het vers 1 S 1,20 telt 14 (2 X 7) woorden en 56 (2³ X 7) letters . De getalswaarde van 1 S 1,20 is 4992 (2² X 2² X 2³ X 3 X 13) .

1 S 1,20.1. wajëhî (en hij was / en het was) < wë + qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalswaarde van wajëhî (en hij was) is 31 . 31 is de getalswaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalswaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Vroege Profeten (339) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20
- ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . O.T. (1120) . Pentateuch (329) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

1 S 1,20.3. hajjâmîm (de dagen) van het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalswaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (135) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (69) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . 1 S (18) : (1) 1 S 1,20 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 1,28 . (4) 1 S 2,19 . (5) 1 S 2,32 . (6) 1 S 2,35 . (7) 1 S 7,2 . (8) 1 S 9,20 . (9) 1 S 13,11 . (10) 1 S 18,26 . (11) 1 S 18,29 . (12) 1 S 20,6 . (13) 1 S 20,31 . (14) 1 S 23,14 . (15) 1 S 25,38 . (16) 1 S 27,7 . (17) 1 S 27,11 . (18) 1 S 28,2 .

1 S 1,20.4. waththahar (en zij werd zwanger) . Actief qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud van het werkwoord hârâh (zie Jouön 79i , p.160) . härâh (zwanger worden, - zijn) . Taalgebruik in Tenakh : härâh (zwanger worden, - zijn) . Getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 5 - 2 - 5 . Tenakh (28) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (2) . Gn (13) : (1) Gn 4,1 (Eva - Kaïn) . (2) Gn 4,17 (de vrouw van Kaïn - Henoch) . (3) Gn 16,4 (Hagar) . - Gn 19,36 (beide dochters van Lot - Moab en Ben -Ammi) - (4) Gn 21,2 (Sara - Isaak) . (5) Gn 25,21 (Rebekka - Esau en Jakob) . (6) Gn 29,32 : waththahar leâh waththelèth (en Lea werd zwanger en zij baarde) . (7) Gn 29,33 (Lea - Simeon) . (8) Gn 29,34 (Lea - Levi) . (9) Gn 29,35 (Lea - Juda) . (10) Gn 30,5 : waththahar bilëhâh waththelèth (en Bilha werd zwanger en zij baarde) . (10) Gn 30,7 (Bilha, de slavin van Rachel, - Naftali) . (11) Gn 30,19 (Lea - Zebulon) . (12) Gn 30,23 (Rachel - Jozef) . (13) Gn 38,4 (Sua , de vrouw van Juda, - Onan) . Eerdere Profeten (4) : (1) 1 S 1,20 . (2) 1 S 2,21 . (3) 2 S 11,5 . (4) 2 K 4,17 .

1 S 1,20.6. waththelèth (en zij baarde) . Actief qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud . Zie : jèlèd = het voortgebrachte , kind . Taalgebruik in Tenakh : jèlèd = het voortgebrachte , kind . Getalswaarde : jod = 10 , lamed = 12 of 30 , dameth = 4 ; totaal : 26 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 1 - 3 - 4 . Tenakh (63) . Pentateuch (37) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (31) : (1) Gn 4,1 (Eva - Kaïn) . (2) Gn 4,17 (de vrouw van Kaïn - Henoch) . (3) Gn 4,20 (Ada - Jabal) . (4) Gn 4,25 (Eva - Set) . (5) Gn 16,15 (Hagar - Ismaël) . (6) Gn 19,37 (oudste dochter van Lot - Moab) . (7) Gn 21,2 (Sara - Isaak) . (8) Gn 22,24 (Reüma, de bijvrouw van Nachor, broer van Abraham) . (9) Gn 24,36 (verwijzing naar Sara) . (10) Gn 25,2 (Ketoura, een andere vrouw van Abraham - zonen van Ketoura) . (11) Gn 29,32 (Lea - Ruben) . (12) Gn 29,33 (Lea - Simeon) . (13) Gn 29,34 (Lea - Levi) . (14) Gn 29,35 (Lea - Juda) . (15) Gn 30,3 (wëtheled : en zij zal baren; Bilha, de slavin van Rachel, - Dan) . (16) Gn 30,5 (Bilha, de slavin van Rachel, - Dan) . (17) Gn 30,7 (Bilha, de slavin van Rachel, - Naftali) . (18) Gn 30,10 (Zilpa, de slavin van Lea, - Gad) . (19) Gn 30,12 (Zilpa, de slavin van Lea, - Aser) . (20) Gn 30,17 (Lea - Issakar) . (21) Gn 30,19 (Lea - Zebulon) . (22) Gn 30,23 (Rachel - Jozef) . (23) Gn 35,16 (Rachel - Benjamin) . (24) Gn 36,4 (Ada, de vrouw van Esau, - verschillende zonen) . (25) Gn 36,12 (Timna, een bijvrouw van Esau's zoon Elifaz, - Amalek) . (26) Gn 36,14 (Oholibama, de tweede vrouw van Esau, - verschillende zonen) . (27) Gn 38,3 (Sua, de vrouw van Juda, - Er) . (28) Gn 38,4 (Sua , de vrouw van Juda, - Onan) . (29) Gn 38,5 (Sua , de vrouw van Juda, - Sela) . (30) Gn 46,18 (verwijzing naar Zilpa, de slavin van Lea) . (31) Gn 46,25 (verwijzing naar Bilha, de slavin van Rachel) . Eerdere Profeten (10) : (1) Re 11,2 . (2) Re 13,24 . (3) 1 S 1,20 . (4) 1 S 2,21 . (5) 1 S 4,19 . (6) 2 S 11,27 . (7) 2 S 12,24 . (8) 1 K 3,18 . (9) 1 K 11,20 . (10) 2 K 4,17 .

1 S 1,20.4. 6. waththahar (...) waththelèth (en zij werd zwanger en zij baarde) . Actief qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud . Tenakh (11) : (1) Gn 4,1 (Eva - Kaïn) . (2) Gn 4,17 (de vrouw van Kaïn - Henoch) . (3) (7) Gn 21,2 (Sara - Isaak) . (4) (20) Gn 30,17 (Lea - Issakar) . (5) (22) Gn 30,23 (Rachel - Jozef) . (6) (27) Gn 38,3 (Sua , de vrouw van Juda, - Er) . (7) 1 S 2,21 (Hanna) . (8) 1 Kr 7,23 . (9) Js 8,3 . (10) Hos 1,3 . (11) Hos 1,8 . Eveneens : (1) 1 S 1,20 .

1 S 1,20.7. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenakh (1225) . Pentateuch (284) . Eerdere Profeten (392) . Latere Profeten (231) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (292) . 1 S (39) . 1 S 1 (2) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,20 .

1 S 1,20.6. - 7. waththelèth ben (en zij baarde een zoon) . Tenakh (21) : (1) Gn 4,25 (Eva - Set) . (2) Gn 29,32 (Lea - Ruben) . (3) Gn 29,33 (Lea - Simeon) . (4) Gn 29,34 (Lea - Levi) . (5) Gn 29,35 (Lea - Juda) . (6) Gn 30,19 (Lea - Zebulon) . (7) Gn 30,23 (Rachel - Jozef) . (8) Gn 38,3 (Sua, de vrouw van Juda, - Er) . (9) Gn 38,4 (Sua , de vrouw van Juda, - Onan) . (10) Gn 38,5 (Sua , de vrouw van Juda, - Sela) . (11) Ex 2,2 . (12) Ex 2,22 . (13) Rt 4,13 . (14) 1 S 1,20 . (15) 2 S 11,27 . (16) 2 S 12,24 . (17) 2 K 4,17 . (18) 1 Kr 7,23 . (19) Js 8,3 . (20) Hos 1,3 . (21) Hos 1,8 . Eveneens : (1) 1 S 1,20 .

1 S 1,20.8. watthiqërâ´ (en zij noemde) < wë + act. qal imperf. 3de pers. vr. enk. van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalswaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het NT (148) . Tenakh (32) . Pentateuch (20) . Eerdere Profeten (9) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (2) . Eerdere Profeten (9) : (1) Re 4,6 . (2) Re 13,24 . (3) Re 16,18 . (4) Re 16,19 . (5) 1 S 1,20 . (6) 1 S 4,21 . (7) 2 S 20,16 . (8) 2 K 4,22 . (9) 2 K 11,14 .

1 S 1,20.9. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . 1 S (331) . 1 S 1 (14) : (1) 1 S 1,5 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,12 . (4) 1 S 1,14 . (5) 1 S 1,15 . (6) 1 S 1,16 . (7) 1 S 1,17 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,20 . (10) 1 S 1,21 . (11) 1 S 1,22 . (12) 1 S 1,23 . (13) 1 S 1,25 . (14) 1 S 1,27 .

1 S 1,20.10. sjëmô (zijn naam) < zelfst. naamw. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. sj-m . sjâm (daar) OF sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . Gr. onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Stam : N ... M . Lat. nomen . Fr. nom . Ned. naam . D. Name . Eng. name . Een vorm van onoma (naam) in de LXX (1045) , in het NT (228) . Tenakh (163) . Pentateuch (60) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (27) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (44) . 1 S (6) : (1) 1 S 1,20 . (2) 1 S 12,22 . (3) 1 S 17,4 . (4) 1 S 17,23 . (5) 1 S 18,30 . (6) 1 S 25,25 .

1 S 1,20.9. - 10. ´èth sjëmô (zijn naam) . Tenakh (33) . 1 S (1) : 1 S 1,20 .

1 S 1,20.8. - 10. watthiqërâ´ (èth) sjëmô (en zij noemde zijn naam) . Tenakh (9) : (1) Gn 4,25 (Eva geeft aan Seth zijn naam) . (2) Gn 19,37 (de oudste dochter van Lot geeft aan Moab zijn naam) . (3) Gn 19,38 (de jongste dochter van Lot geeft aan Ben-Ammi zijn naam) . (4) Gn 29,32 (Lea geeft aan Ruben zijn naam) . (5) Gn 29,33 (Lea geeft aan Simeon zijn naam) . (6) Gn 30,8 (Rachel geeft aan Naftali zijn naam) . (7) Gn 30,11 (Lea geeft aan Gad , de zoon van Zilpa, zijn naam) . (8) Gn 30,13 (Lea geeft aan Aser, de tweede zoon van Zilpa, zijn naam) . (9) Gn 30,18 (Lea geeft aan Issakar, haar vijfde zoon , zijn naam) . (10) Gn 30,20 (Lea geeft aan Issakar, haar zesde zoon , zijn naam) . (11) Gn 30,24 (Rachel geeft aan Jozef , haar oudste zoon , zijn naam) . (12) Gn 35,18 (Rachel geeft aan Ben-Omi , haar jongste zoon , zijn naam ; Jakob geeft hem de naam Benjamin) . (13) Gn 38,4 (Sua geeft aan Onan zijn naam) . (14) Gn 38,5 (Sua geeft aan Sela zijn naam) . (15) Ex 2,10 (de dochter van de farao geeft aan Mozes zijn naam) . (16) Re 13,24 (de vrouw van Manoach geeft aan Simson zijn naam) . (17) 1 S 1,20 (Hanna geeft aan Samuël zijn naam) . (18) 1 Kr 7,16 (Maäka geeft aan Peres zijn naam) .

1 S 1,20.11. sjëmû´el (Samuël) . Taalgebruik in Tenakh : sjëmû´el (Samuël) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 377 . Structuur : 3 - 4 - 6 - 1 - 3 . Tenakh (108) . Pentateuch (1) . Eerdere Profeten (101) . 1 S (101) . 1 S 1 (1) : 1 S 1,20 . Het woord sjëmû´el (Samuël) wordt in 1 S 1,20 voorafgegaan door sjëmô (zijn naam) , waarvan de medeklinkers dezelfde zijn . Zo zou sjëmû´el (Samuël) anders gevokaliseerd kunnen worden als sjëmô´el (zijn naam is El, zijn naam is God) . De naam sjëmû´el (Samuël) heeft niet met sjâmâ` (horen, luisteren) daar in dit werkw een ajin staat en in de persoonsnaam Samuël niet . De auteur leidt sjëmû´el (Samuël) af van het werkw. sjâ´al (verlangen, vragen) , waarbij hij de mem en de waw achterwege laat .

1 S 1,20.14. act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffux pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . sjâ´al (verlangen, eisen, vragen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâ´al (verlangen, eisen, vragen) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 331 (priemgetal) . Structuur : 3 - 1 - 3 . Tenakh (1) : 1 S 1,20 .

1 S 1,21 - 1 S 1,21 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai anebè o anthrôpos elkana kai pas o oikos autou thusai en sèlôm tèn thusian tôn èmerôn kai tas eucas autou kai pasas tas dekatas tès gès autou  21 ascendit autem vir Helcana et omnis domus eius ut immolaret Domino hostiam sollemnem et votum suum  wajjâ`al hâ´îsj ´èlëqânâh wëkol be(j)thô wëlizëboach lJHWH ´èth zèbhach hajjâmîm wë´èth nidërô 21 En die man, Elkana toog op met zijn ganse huis, om den HEERE te offeren het jaarlijkse offer, en zijn gelofte. [21] Toen Elkana weer met zijn hele familie op reis ging om het jaarlijks offer op te dragen en zijn gelofte in te lossen,  
[21] Toen Elkana het jaar daarop weer met zijn familie op weg ging om de HEER zijn jaarlijkse offer te brengen, wilde hij de gelofte inlossen.  
21 Weer klimt de man Elkana op met heel zijn huis,– om aan de ENE het offer te offeren van de feestdagen, en zijn gelofte te vervullen.   21. Le mari Elqana monta, avec toute sa famille, pour offrir à Yahvé le sacrifice annuel et accomplir son vœu.  

King James Bible . [21] And the man Elkanah, and all his house, went up to offer unto the LORD the yearly sacrifice, and his vow.
Luther-Bibel . 21 Und als der Mann Elkana hinaufzog mit seinem ganzen Hause, um das jährliche Opfer dem HERRN zu opfern und sein Gelübde zu erfüllen,

a. wajjâ`al hâ´îsj ´èlëqânâh wëkol be(j)thô wëlizëboach lJHWH ´èth zèbhach hajjâmîm wë´èth nidërô

Tekstuitleg van 1 S 1,21 . Het vers 1 S 1,21 telt 12 (2² X 3) woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalswaarde van 1 S 1,21 is 2385 ((3² X 5 X 53) . In 1 S 1,21 begint een nieuwe reeks bedevaarten van Elkana (en Hanna) , nadat Samuël geboren werd . Eerst gaat Elkana zonder Hanna . Daarna gaat Hanna mee, evenals het kind Samuël, dat aan het priesterhuis wordt overgedragen . Daarna gaan Elkana en Hanna en bezoeken ze telkens hun zoon Samuël .

1 S 1,21.1. wj`l : verbindingsletter wë + act. qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) OF qal jussief 3de pers. mann. enk. wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (18) . 1 S (9) : (1) 1 S 1,21 . (2) 1 S 2,6 . (3) 1 S 11,1 . (4) 1 S 13,9 . (5) 1 S 13,15 . (6) 1 S 14,13 . (7) 1 S 14,46 . (8) 1 S 24,1 . (9) 1 S 27,8 .

1 S 1,21.2. hâ´îsj (de man) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) . Getalswaarde : aleph = 1, jod = 10, sjin = 21 of 300 ; totaal : 32 (2² X 2³) of 311 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 3 . Tenakh (155) . Pentateuch (59) . Eerdere Profeten (56) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (2 . Geschriften (21) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,3 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 2,16 . (4) 1 S 4,16 . (5) 1 S 4,18 . (6) 1 S 9,9 . (7) 1 S 9,17 . (8) 1 S 14,24 . (9) 1 S 14,28 . (10) 1 S 17,24 . (11) 1 S 17,25 . (12) 1 S 25,3 . (13) 1 S 29,4 .
In het vers 1 S 1,1 is het zelfst. naamw. ´îsj (man) nog zonder bepaald lidw. . In dit vers wordt dan de naam van de man genoemd , nl. Elkana . In 1 S 1,3 staat eveneens op de 2de plaats in het vers hâ´îsj ('die' man) , verwijzend naar Elkana . In 1 S 1,21 staat eveneens op de 2de plaats in het vers hâ´îsj (de man) , gevolgd door de eigennaam Elkana . 1 S 1,1 stelt het personage Elkana voor . Met 1 S 1,3 begint de 1ste bedevaart van Elkana , met 1 S 1,21 de 2de bedevaart .
Structuur . 1 S 1,1 : wajëhî ´îsj (en er was een man) ... 1 S 1,3 : wë`âlâh hâ´îsj (en 'die' man gaat) ... 1 S 1,21 : wajja`al hâ´îsj (en de man ging) .

1 S 1,21.3. ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) . Structuur : 1 - 3 - 1 - 5 - 5 . < de godsnaam ´el , zie Taalgebruik in Tenakh : ´èl EN qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenakh : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . SAMEN : God verwerft / bezit . Zou dit kunnen betekenen dat een priester het bezit , de eigendom van God is ? Wie aan priester denkt , denkt aan tempel . Tenakh (18) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,4 . (3) 1 S 1,8 . (4) 1 S 1,19 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 1,23 . (7) 1 S 2,11 . (8) 1 S 2,20 . (9) 1 Kr 6,8 . (10) 1 Kr 6,10 . (11) 1 Kr 6,11 . (12) 1 Kr 6,12 . (13) 1 Kr 6,19 . (14) 1 Kr 6,20 . (15) 1 Kr 6,21 . (16) 1 Kr 9,16 . (17) 1 Kr 12,7 . (18) 2 Kr 28,7 .

1 S 1,21.4. wëkol (en al) < wë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (691) . Pentateuch (179) . Eerdere Profeten (195) . Latere Profeten (129) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (165) . 1 S (24) . 1 S 1 (1) : 1 S 1,21 .

1 S 1,21.5. be(j)thô (zijn huis) < zelfst. naamw. stat. constr. be(j)th + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 212 (2² X 53) . Tenakh (103) . Pentateuch (30) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (24) . 1 S (8) : (1) 1 S 1,21 . (2) 1 S 2,11 . (3) 1 S 3,12 . (4) 1 S 3,13 . (5) 1 S 7,17 . (6) 1 S 15,34 . (7) 1 S 24,23 . (8) 1 S 25,17 .

1 S 1,21.4. - 5. wëkol be(j)thô (en heel zijn huis) . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,21 . (2) 2 S 15,16 . (3) 1 Kr 10,6 .

1 S 1,21.6. lizëboach (om te offeren) < voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. . OF : lëzèbach (tot offer) voorzetsel lë + zelfst. naamw. zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Taalgebruik in Tenakh : zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Getalswaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . Tenakh (19) : (1) Ex 8,25 . (2) Lv 3,6 . (3) Lv 9,4 . (4) Lv 23,19 . (5) Nu 15,5 . (6) Dt 16,5 . (7) Joz 22,26 . (8) Joz 24,28 . (9) Re 18,23 . (10) 1 S 1,21 . (11) 1 S 2,19 . (12) 1 S 10,8 . (13) 1 S 15,21 . (14) 1 S 16,2 . (15) 1 S 16,5 . (16) 1 K 3,4 . (17) 1 K 12,32 . (18) Js 57,7 . (19) Mal 1,8 .

1 S 1,21.7. lJHWH (voor JHWH) < voorzetsel lë + JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (538) . Pentateuch (240) . Eerdere Profeten (77) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (152) . 1 S (30) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,3 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,21 . (4) 1 S 1,28 .

1 S 1,21.6. - 7. wëlizëboach lJHWH (en om te offeren aan JHWH) . Tenakh (1) : 1 S 1,3 . lizëboach lJHWH (om te offeren aan JHWH) . Tenakh (5) : (1) Ex 8,25 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 15,21 . (4) 1 S 16,2 . (5) 1 S 16,5 .

1 S 1,21.8. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . 1 S (331) . 1 S 1 (14) : (1) 1 S 1,5 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,12 . (4) 1 S 1,14 . (5) 1 S 1,15 . (6) 1 S 1,16 . (7) 1 S 1,17 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,20 . (10) 1 S 1,21 . (11) 1 S 1,22 . (12) 1 S 1,23 . (13) 1 S 1,25 . (14) 1 S 1,27 .

1 S 1,21.9. z-b-ch kan werkw. en zelfst. naamw. zijn . z-b-ch . Tenakh (74) . Pentateuch (28) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (15) . 1 S (7) : (1) 1 S 1,21 . (2) 1 S 2,13 . (3) 1 S 2,19 . (4) 1 S 9,12 . (5) 1 S 15,15 . (6) 1 S 20,6 . (7) 1 S 20,29 . zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Taalgebruik in Tenakh : zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Getalswaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 .

1 S 1,21.8. - 9. ´èth zèbhach (het offer) . Tenakh (8) : (1) Lv 7,29 . (2) Re 8,7 . (3) Re 8,12 . (4) Re 8,21 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 2,19 . (7) 2 Kr 7,5 . (8) Ez 46,24 .

1 S 1,21.10. hajjâmîm (de dagen) van het zelfst>. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalswaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (135) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (69) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . 1 S (18) : (1) 1 S 1,20 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 1,28 . (4) 1 S 2,19 . (5) 1 S 2,32 . (6) 1 S 2,35 . (7) 1 S 7,2 . (8) 1 S 9,20 . (9) 1 S 13,11 . (10) 1 S 18,26 . (11) 1 S 18,29 . (12) 1 S 20,6 . (13) 1 S 20,31 . (14) 1 S 23,14 . (15) 1 S 25,38 . (16) 1 S 27,7 . (17) 1 S 27,11 . (18) 1 S 28,2 .

1 S 1,21.9. - 10. zèbhach hajjâmîm (offer van de dagen, jaarlijks offer) . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,21 . (2) 1 S 2,19 . (3) ) 1 S 20,6 .

1 S 1,21.8. - 10. ´èth zèbhach hajjâmîm (offer van de dagen, jaarlijks offer) . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,21 . (2) 1 S 2,19 .

1 S 1,21.11. wë´èth < wë + ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (1417) . Pentateuch (519) . Eerdere Profeten (393) . Latere Profeten (235) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (241) . 1 S (66) . 1 S 1 (1) : 1 S 1,21 .

1 S 1,21.12. nidërô (zijn belofte) < zelfst. naamw. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . nèdèr (gelofte, gelofteoffer) . Taalgebruik van Tenakh : nèdèr (gelofte, gelofteoffer) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , daleth = 4 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 218 (2 X 109) . Structuur : 5 - 4 - 2 . Tenakh (4) : (1) Nu 6,21 . (2) Re 11,39 . (3) 1 S 1,21 . (4) Ps 76,12 .

1 S 1,21.11. - 12. wë´èth nidërô (en zijn belofte) . Tenakh (1) : 1 S 1,21 . ´èth nidërô (zijn belofte) . Tenakh (1) : Re 11,39 .

1 S 1,22 - 1 S 1,22 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai anna ouk anebè met' autou oti eipen tô andri autès eôs tou anabènai to paidarion ean apogalaktisô auto kai ofthèsetai tô prosôpô kuriou kai kathèsetai ekei eôs aiônos 22 et Anna non ascendit dixit enim viro suo non vadam donec ablactetur infans et ducam eum et appareat ante conspectum Domini et maneat ibi iugiter    22 Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid. [22] ging Hanna niet mee. ‘Want’, zei ze tegen haar man, ‘ik ga de jongen pas brengen als hij de borst* ontwend is; dan zal hij naar de heer gaan en altijd bij Hem blijven.’  [22] Maar Hanna ging niet mee. Ze zei tegen haar man: ‘Pas als het kind van de borst is, zal ik hem brengen. Dan zal hij voor de HEER verschijnen en daar voor altijd blijven.’   22 Maar Chana is niet opgeklommen,– want, heeft ze tot haar man gezegd: totdat de jongen ‘gespeend’ is,– dan laat ik hem meekomen en zal hij zich laten zien bij het aanschijn van de ENE en daar zetelen tot in eeuwigheid!   22. Mais Anne ne monta pas car elle dit à son mari : « Pas avant que l'enfant ne soit sevré! Alors je le conduirai; il sera présenté devant Yahvé et il restera là pour toujours. »  

King James Bible . [22] But Hannah went not up; for she said unto her husband, I will not go up until the child be weaned, and then I will bring him, that he may appear before the LORD, and there abide for ever.
Luther-Bibel . 22 zog Hanna nicht mit hinauf, sondern sprach zu ihrem Mann: Wenn der Knabe entwöhnt ist, will ich ihn bringen, dass er vor dem HERRN erscheine und dort für immer bleibe.

Tekstuitleg van 1 S 1,22 .

1 S 1,23 - 1 S 1,23 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai eipen autè elkana o anèr autès poiei to agathon en ofthalmois sou kathou eôs an apogalaktisès auto alla stèsai kurios to exelthon ek tou stomatos sou kai ekathisen è gunè kai ethèlasen ton uion autès eôs an apogalaktisè auton  23 et ait ei Helcana vir suus fac quod bonum tibi videtur et mane donec ablactes eum precorque ut impleat Dominus verbum suum mansit ergo mulier et lactavit filium suum donec amoveret eum a lacte    23 En Elkana, haar man, zeide tot haar: Doe, wat goed is in uw ogen; blijf, totdat gij hem zult gespeend hebben; de HEERE bevestige naar Zijn woord! Alzo bleef de vrouw, en zoogde haar zoon, totdat zij hem speende.  [23] Haar man Elkana antwoordde: ‘Doe wat je het beste lijkt; blijf hier tot je hem de borst ontwend hebt. Als de heer zijn woord nu maar waarmaakt.’ [23] De vrouw bleef dus thuis en voedde haar zoon, tot zij hem de borst ontwende. [23] Haar man Elkana antwoordde: ‘Doe maar wat jij het beste vindt. Blijf thuis zolang je hem nog zelf voedt. Laten we hopen dat de HEER dan niet van zijn belofte terugkomt.’ Hanna bleef dus thuis en voedde haar zoon totdat ze hem de borst ontwend had.   23 Elkana, haar man, zegt tot haar: doe wat goed is in je ogen, zit hier totdat je hem gespeend hebt; zeker zal de ENE zijn woord gestand doen! Dan blijft de vrouw thuis zitten en zorgt zij voor haar zoon totdat zij hem gespeend heeft.  23. Elqana, son mari, lui répondit : « Fais comme il te plaît et attends de l'avoir sevré. Que seulement Yahvé réalise sa parole! » La femme resta donc et allaita l'enfant jusqu'à son sevrage. 

King James Bible . [23] And Elkanah her husband said unto her, Do what seemeth thee good; tarry until thou have weaned him; only the LORD establish his word. So the woman abode, and gave her son suck until she weaned him.
Luther-Bibel . 23 Ihr Mann Elkana sprach zu ihr: So tu, wie dir's gefällt! Bleib, bis du ihn entwöhnt hast; der HERR aber bestätige, was er geredet hat. So blieb die Frau und stillte ihren Sohn, bis sie ihn entwöhnt hatte.

Tekstuitleg van 1 S 1,23 .

1. - 2. wajj´omèr lâh (en hij zei tot haar) . Tenakh (19) : (1) Gn 16,9 . (2) Gn 16,10 . (3) Gn 16,11 . (4) Gn 21,17 . (5) Joz 15,18 . (6) Re 1,14 . (7) Re 14,16 . (8) Re 16,17 . (9) Rt 2,11 . (10) 1 S 1,8 . (11) 1 S 1,23 . (12) 1 S 28,13 . (13) 1 S 28,14 . (14) 2 S 13,11 . (15) 2 S 13,15 . (16) 2 S 14,5 . (17) 1 K 2,20 . (18) 2 K 6,28 . (19) Est 5,3 .

3. ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) . Structuur : 1 - 3 - 1 - 5 - 5 . < de godsnaam ´el , zie Taalgebruik in Tenakh : ´èl EN qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenakh : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . SAMEN : God verwerft / bezit . Zou dit kunnen betekenen dat een priester het bezit , de eigendom van God is ? Wie aan priester denkt , denkt aan tempel . Tenakh (18) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,4 . (3) 1 S 1,8 . (4) 1 S 1,19 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 1,23 . (7) 1 S 2,11 . (8) 1 S 2,20 . (9) 1 Kr 6,8 . (10) 1 Kr 6,10 . (11) 1 Kr 6,11 . (12) 1 Kr 6,12 . (13) 1 Kr 6,19 . (14) 1 Kr 6,20 . (15) 1 Kr 6,21 . (16) 1 Kr 9,16 . (17) 1 Kr 12,7 . (18) 2 Kr 28,7 .

1. - 3. wajj´omèr lâh ´èlëqânâh (en Elkana zei tot haar) . Tenakh (2) : (1) 1 S 1,8 . (2) 1 S 1,23 .

1. - 4. wajj´omèr lâh ´èlëqânâh ´îsjâh (en Elkana, haar man, zei tot haar) . Tenakh (2) : (1) 1 S 1,8 . (2) 1 S 1,23 .

1 S 1,24 - 1 S 1,24 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24kai anebè met' autou eis sèlôm en moscô trietizonti kai artois kai oifi semidaleôs kai nebel oinou kai eisèlthen eis oikon kuriou en sèlôm kai to paidarion met' autôn  24 et adduxit eum secum postquam ablactaverat in vitulis tribus et tribus modiis farinae et amphora vini et adduxit eum ad domum Domini in Silo puer autem erat adhuc infantulus    24 Daarna, als zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts, met drie varren, en een efa meels, en een fles met wijn; en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongsken was zeer jong. 
 [24] Maar toen hij van de borst was, nam zij de jongen mee, met een driejarige stier, een efa meel en een zak wijn. Zij bracht de jongen, zo klein als hij was, naar het huis van de heer in Silo.
[24] Zodra het zover was, nam ze hem mee naar Silo en bracht hem, zo jong als hij was, naar het heiligdom van de HEER. Ze had ook een driejarige stier* bij zich, een efa meel en een zak wijn. 24 Zodra ze hem gespeend heeft laat ze hem met haar mee opklimmen, met drie varren, één efa meel en een zak wijn,– en komt met hem aan in het huis van de ENE te Sjilo; de jongen is nog maar een jongen.  24. Lorsqu'elle l'eut sevré, elle l'emmena avec elle, en même temps qu'un taureau de trois ans, une mesure de farine et une outre de vin, et elle le fit entrer dans le temple de Yahvé à Silo; l'enfant était tout jeune.  

King James Bible . [24] And when she had weaned him, she took him up with her, with three bullocks, and one ephah of flour, and a bottle of wine, and brought him unto the house of the LORD in Shiloh: and the child was young.
Luther-Bibel . 24 Nachdem sie ihn entwöhnt hatte, nahm sie ihn mit sich hinauf nach Silo, dazu einen dreijährigen Stier, einen Scheffel Mehl und einen Krug Wein, und brachte ihn in das Haus des HERRN. Der Knabe war aber noch jung.

Tekstuitleg van 1 S 1,24 .

3. ka´äsjèr (zoals) < kë + ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalswaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) . Dt (54) . 1 S (19) : (1) 1 S 1,24 . (2) 1 S 2,16 . (3) 1 S 2,35 . (4) 1 S 4,9 . (5) 1 S 6,6 . (6) 1 S 8,1 . (7) 1 S 8,6 . (8) 1 S 12,8 . (9) 1 S 15,33 . (10) 1 S 17,20 . (11) 1 S 20,13 . (12) 1 S 23,11 . (13) 1 S 24,2 . (14) 1 S 24,5 . (15) 1 S 24,14 . (16) 1 S 26,20 . (17) 1 S 26,24 . (18) 1 S 28,17 . (19) 1 S 28,18 .

1 S 1,25 - 1 S 1,25 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai prosègagon enôpion kuriou kai esfaxen o patèr autou tèn thusian èn epoiei ex èmerôn eis èmeras tô kuriô kai prosègagen to paidarion kai esfaxen ton moscon kai prosègagen anna è mètèr tou paidariou pros èli 25 et immolaverunt vitulum et obtulerunt puerum Heli    25 En zij slachtten een var; alzo brachten zij het kind tot Eli.   [25] Zij slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli.   [25] Ze slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli.   25 Ze slachten de var,– en komen met de jongen bij Eli.   25. Ils immolèrent le taureau et ils conduisirent l'enfant à Éli.  

King James Bible . [25] And they slew a bullock, and brought the child to Eli.
Luther-Bibel . 25 Und sie schlachteten den Stier und brachten den Knaben zu Eli.

Tekstuitleg van 1 S 1,25 .

1 S 1,26 - 1 S 1,26 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26kai eipen en emoi kurie zè è psucè sou egô è gunè è katastasa enôpion sou en tô proseuxasthai pros kurion  26 et ait obsecro mi domine vivit anima tua domine ego sum illa mulier quae steti coram te hic orans Dominum    26 En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden.  [26] Daarbij zei Hanna: ‘Met uw toestemming, mijn heer, zowaar u leeft, mijn heer, ik ben de vrouw die hier gestaan heeft om tot de heer te bidden, in uw bijzijn.  [26] Daar zei Hanna: ‘Neem me niet kwalijk, heer, zo waar u leeft, ik ben de vrouw die destijds hier bij u tot de HEER heeft gebeden.  26 Zij zegt: ach, mijn heer, zowaar je ziel leeft, mijn heer: ík ben de vrouw die zich hier bij jou opstelde om te bidden tot de ENE;  26. Elle dit : « S'il te plaît, Monseigneur! Aussi vrai que tu vis, Monseigneur, je suis la femme qui se tenait près de toi ici, priant Yahvé. 

King James Bible . [26] And she said, Oh my lord, as thy soul liveth, my lord, I am the woman that stood by thee here, praying unto the LORD.
Luther-Bibel . 26 Und sie sprach: Ach, mein Herr, so wahr du lebst, mein Herr: Ich bin die Frau, die hier bei dir stand, um zum HERRN zu beten.

Tekstuitleg van 1 S 1,26 .

1 S 1,27 - 1 S 1,27 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27uper tou paidariou toutou prosèuxamèn kai edôken moi kurios to aitèma mou o ètèsamèn par' autou  27 pro puero isto oravi et dedit Dominus mihi petitionem meam quam postulavi eum'     27 Ik bad om dit kind, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.   [27] Om deze jongen heb ik gebeden en de heer heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt.  [27] Om deze zoon heb ik gebeden, en de HEER heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd.   27 om deze jongen heb ik gebeden,– en de ENE heeft mij gegeven: het gewenste dat ik van hem heb gewenst;   27. C'est pour cet enfant que je priais et Yahvé m'a accordé la demande que je lui ai faite.  

King James Bible . [27] For this child I prayed; and the LORD hath given me my petition which I asked of him:
Luther-Bibel . 27 Um diesen Knaben bat ich. Nun hat der HERR mir die Bitte erfüllt, die ich an ihn gerichtet hatte.

Tekstuitleg van 1 S 1,27 .

5. wajjiththen (en hij zal geven) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Tenakh (185) . Pentateuch (73) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (41) . 1 S (11) : (1) 1 S 1,27 . (2) 1 S 2,10 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 12,17 . (5) 1 S 12,18 . (6) 1 S 18,27 . (7) 1 S 20,40 . (8) 1 S 21,7 . (9) 1 S 27,6 . (10) 1 S 28,19 . (11) 1 S 30,23 .

6. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in 1 Samuël : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . 1 S (204) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,6 . (2) 1 S 1,7 . (3) 1 S 1,9 . (4) 1 S 1,10 . (5) 1 S 1,11 . (6) 1 S 1,12 . (7) 1 S 1,15 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,22 . (10) 1 S 1,23 . (11) 1 S 1,24 . (12) 1 S 1,26 . (13) 1 S 1,27 .

5. - 6. wajjiththen JHWH (en JHWH geeft) . Tenakh (18) : (1) Ex 11,3 . (2) Dt 3,3 . (3) Dt 6,22 . (4) Dt 9,10 . (5) Joz 10,30 . (6) Joz 10,32 . (7) Joz 21,43 . (8) Re 1,4 . (9) Re 3,10 . (10) Re 11,21 . (11) Rt 4,13 . (12) 1 S 1,27 . (13) 1 S 12,18 . (14) 2 S 4,8 . (15) 2 S 16,8 . (16) 2 S 24,15 . (17) 2 K 13,5 . (18) 1 Kr 21,14 .

1 S 1,28 - 1 S 1,28 : Hanna smeekt de geboorte van Samuël af -- 1 S 1 -- 1 S 1,1-28 -- 1 S 1,1 - 1 S 1,2 - 1 S 1,3 - 1 S 1,4 - 1 S 1,5 - 1 S 1,6 - 1 S 1,7 - 1 S 1,8 - 1 S 1,9 - 1 S 1,10 - 1 S 1,11 - 1 S 1,12 - 1 S 1,13 - 1 S 1,14 - 1 S 1,15 - 1 S 1,16 - 1 S 1,17 - 1 S 1,18 - 1 S 1,19 - 1 S 1,20 - 1 S 1,21 - 1 S 1,22 - 1 S 1,23 - 1 S 1,24 - 1 S 1,25 - 1 S 1,26 - 1 S 1,27 - 1 S 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28kagô kicrô auton tô kuriô pasas tas èmeras as zè autos crèsin tô kuriô   '28 idcirco et ego commodavi eum Domino cunctis diebus quibus fuerit accommodatus Domino et adoraverunt ibi Dominum et oravit Anna et ait
'  
  28 Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.  [28] Daarom sta ik hem aan de heer af. Zo lang hij leeft, blijft hij aan de heer afgestaan.’ En zij bogen zich daar voor de heer neer.  [28] Nu geef ik hem op mijn beurt aan de HEER, voor alle dagen die hem gegeven zijn.’ Toen knielde Eli voor de HEER  28 maar ik ben het ook die hem heeft toegewenst aan de ENE ,– al de dagen dat hij leven zal is hij toegewenst aan de ENE Dan brengt hij daar hulde aan de ENE. •   28. A mon tour, je le cède à Yahvé tous les jours de sa vie : il est cédé à Yahvé. » Et, là, ils se prosternèrent devant Yahvé.  

King James Bible . [28] Therefore also I have lent him to the LORD; as long as he liveth he shall be lent to the LORD. And he worshipped the LORD there.
Luther-Bibel . 28 Darum gebe ich ihn dem HERRN wieder sein Leben lang, weil er vom HERRN erbeten ist. Und sie beteten dort den HERRN an.

Tekstuitleg van 1 S 1,28 .

4. lJHWH (voor JHWH) < voorzetsel lë + JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (538) . Pentateuch (240) . Eerdere Profeten (77) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (152) . 1 S (30) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,3 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,21 . (4) 1 S 1,28 .

6. hajjâmîm (de dagen) van het zelfst>. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalswaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (135) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (69) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . 1 S (18) : (1) 1 S 1,20 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 1,28 . (4) 1 S 2,19 . (5) 1 S 2,32 . (6) 1 S 2,35 . (7) 1 S 7,2 . (8) 1 S 9,20 . (9) 1 S 13,11 . (10) 1 S 18,26 . (11) 1 S 18,29 . (12) 1 S 20,6 . (13) 1 S 20,31 . (14) 1 S 23,14 . (15) 1 S 25,38 . (16) 1 S 27,7 . (17) 1 S 27,11 . (18) 1 S 28,2 .

11. lJHWH (voor JHWH) < voorzetsel lë + JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (538) . Pentateuch (240) . Eerdere Profeten (77) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (152) . 1 S (30) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,3 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,21 . (4) 1 S 1,28 .


LXX

1anthrôpos èn ex armathaim sifa ex orous efraim kai onoma autô elkana uios ieremeèl uiou èliou uiou thoke en nasib efraim2kai toutô duo gunaikes onoma tè mia anna kai onoma tè deutera fennana kai èn tè fennana paidia kai tè anna ouk èn paidion3kai anebainen o anthrôpos ex èmerôn eis èmeras ek poleôs autou ex armathaim proskunein kai thuein tô kuriô theô sabaôth eis sèlô kai ekei èli kai oi duo uioi autou ofni kai finees iereis tou kuriou4kai egenèthè èmera kai ethusen elkana kai edôken tè fennana gunaiki autou kai tois uiois autès kai tais thugatrasin autès meridas5kai tè anna edôken merida mian oti ouk èn autè paidion plèn oti tèn annan ègapa elkana uper tautèn kai kurios apekleisen ta peri tèn mètran autès6oti ouk edôken autè kurios paidion kata tèn thlipsin autès kai kata tèn athumian tès thlipseôs autès kai èthumei dia touto oti sunekleisen kurios ta peri tèn mètran autès tou mè dounai autè paidion7outôs epoiei eniauton kat' eniauton en tô anabainein autèn eis oikon kuriou kai èthumei kai eklaien kai ouk èsthien8kai eipen autè elkana o anèr autès anna kai eipen autô idou egô kurie kai eipen autè ti estin soi oti klaieis kai ina ti ouk esthieis kai ina ti tuptei se è kardia sou ouk agathos egô soi uper deka tekna9kai anestè anna meta to fagein autous en sèlô kai katestè enôpion kuriou kai èli o iereus ekathèto epi tou difrou epi tôn fliôn naou kuriou10kai autè katôdunos psucè kai prosèuxato pros kurion kai klaiousa eklausen11kai èuxato eucèn kuriô legousa adônai kurie elôai sabaôth ean epiblepôn epiblepsès epi tèn tapeinôsin tès doulès sou kai mnèsthès mou kai dôs tè doulè sou sperma andrôn kai dôsô auton enôpion sou doton eôs èmeras thanatou autou kai oinon kai methusma ou pietai kai sidèros ouk anabèsetai epi tèn kefalèn autou12kai egenèthè ote eplèthunen proseucomenè enôpion kuriou kai èli o iereus efulaxen to stoma autès13kai autè elalei en tè kardia autès kai ta ceilè autès ekineito kai fônè autès ouk èkoueto kai elogisato autèn èli eis methuousan14kai eipen autè to paidarion èli eôs pote methusthèsè perielou ton oinon sou kai poreuou ek prosôpou kuriou15kai apekrithè anna kai eipen ouci kurie gunè è sklèra èmera egô eimi kai oinon kai methusma ou pepôka kai ekceô tèn psucèn mou enôpion kuriou16mè dôs tèn doulèn sou eis thugatera loimèn oti ek plèthous adolescias mou ektetaka eôs nun17kai apekrithè èli kai eipen autè poreuou eis eirènèn o theos israèl dôè soi pan aitèma sou o ètèsô par' autou18kai eipen euren è doulè sou carin en ofthalmois sou kai eporeuthè è gunè eis tèn odon autès kai eisèlthen eis to kataluma autès kai efagen meta tou andros autès kai epien kai to prosôpon autès ou sunepesen eti19kai orthrizousin to prôi kai proskunousin tô kuriô kai poreuontai tèn odon autôn kai eisèlthen elkana eis ton oikon autou armathaim kai egnô tèn annan gunaika autou kai emnèsthè autès kurios20kai sunelaben kai egenèthè tô kairô tôn èmerôn kai eteken uion kai ekalesen to onoma autou samouèl kai eipen oti para kuriou theou sabaôth ètèsamèn auton21kai anebè o anthrôpos elkana kai pas o oikos autou thusai en sèlôm tèn thusian tôn èmerôn kai tas eucas autou kai pasas tas dekatas tès gès autou22kai anna ouk anebè met' autou oti eipen tô andri autès eôs tou anabènai to paidarion ean apogalaktisô auto kai ofthèsetai tô prosôpô kuriou kai kathèsetai ekei eôs aiônos23kai eipen autè elkana o anèr autès poiei to agathon en ofthalmois sou kathou eôs an apogalaktisès auto alla stèsai kurios to exelthon ek tou stomatos sou kai ekathisen è gunè kai ethèlasen ton uion autès eôs an apogalaktisè auton24kai anebè met' autou eis sèlôm en moscô trietizonti kai artois kai oifi semidaleôs kai nebel oinou kai eisèlthen eis oikon kuriou en sèlôm kai to paidarion met' autôn25kai prosègagon enôpion kuriou kai esfaxen o patèr autou tèn thusian èn epoiei ex èmerôn eis èmeras tô kuriô kai prosègagen to paidarion kai esfaxen ton moscon kai prosègagen anna è mètèr tou paidariou pros èli26kai eipen en emoi kurie zè è psucè sou egô è gunè è katastasa enôpion sou en tô proseuxasthai pros kurion27uper tou paidariou toutou prosèuxamèn kai edôken moi kurios to aitèma mou o ètèsamèn par' autou28kagô kicrô auton tô kuriô pasas tas èmeras as zè autos crèsin tô kuriô


VULGAAT

1 fuit vir unus de Ramathaimsophim de monte Ephraim et nomen eius Helcana filius Hieroam filii Heliu filii Thau filii Suph Ephratheus 2 et habuit duas uxores nomen uni Anna et nomen secundae Fenenna fueruntque Fenennae filii Annae autem non erant liberi3 et ascendebat vir ille de civitate sua statutis diebus ut adoraret et sacrificaret Domino exercituum in Silo erant autem ibi duo filii Heli Ofni et Finees sacerdotes Domini4 venit ergo dies et immolavit Helcana deditque Fenennae uxori suae et cunctis filiis eius et filiabus partes5 Annae autem dedit partem unam tristis quia Annam diligebat Dominus autem concluserat vulvam eius6 adfligebat quoque eam aemula eius et vehementer angebat in tantum ut exprobraret quod conclusisset Dominus vulvam eius7 sicque faciebat per singulos annos cum redeunte tempore ascenderent templum Domini et sic provocabat eam porro illa flebat et non capiebat cibum8 dixit ergo ei Helcana vir suus Anna cur fles et quare non comedis et quam ob rem adfligitur cor tuum numquid non ego melior sum tibi quam decem filii9 surrexit autem Anna postquam comederat in Silo et biberat et Heli sacerdote sedente super sellam ante postes templi Domini10 cum esset amaro animo oravit Dominum flens largiter11 et votum vovit dicens Domine exercituum si respiciens videris adflictionem famulae tuae et recordatus mei fueris nec oblitus ancillae tuae dederisque servae tuae sexum virilem dabo eum Domino omnes dies vitae eius et novacula non ascendet super caput eius12 factum est ergo cum illa multiplicaret preces coram Domino ut Heli observaret os eius13 porro Anna loquebatur in corde suo tantumque labia illius movebantur et vox penitus non audiebatur aestimavit igitur eam Heli temulentam14 dixitque ei usquequo ebria eris digere paulisper vinum quo mades15 respondens Anna nequaquam inquit domine mi nam mulier infelix nimis ego sum vinumque et omne quod inebriare potest non bibi sed effudi animam meam in conspectu Domini16 ne reputes ancillam tuam quasi unam de filiabus Belial quia ex multitudine doloris et maeroris mei locuta sum usque in praesens17 tunc Heli ait ei vade in pace et Deus Israhel det tibi petitionem quam rogasti eum18 et illa dixit utinam inveniat ancilla tua gratiam in oculis tuis et abiit mulier in viam suam et comedit vultusque eius non sunt amplius in diversa mutati19 et surrexerunt mane et adoraverunt coram Domino reversique sunt et venerunt in domum suam Ramatha cognovit autem Helcana Annam uxorem suam et recordatus est eius Dominus20 et factum est post circulum dierum concepit Anna et peperit filium vocavitque nomen eius Samuhel eo quod a Domino postulasset eum21 ascendit autem vir Helcana et omnis domus eius ut immolaret Domino hostiam sollemnem et votum suum22 et Anna non ascendit dixit enim viro suo non vadam donec ablactetur infans et ducam eum et appareat ante conspectum Domini et maneat ibi iugiter23 et ait ei Helcana vir suus fac quod bonum tibi videtur et mane donec ablactes eum precorque ut impleat Dominus verbum suum mansit ergo mulier et lactavit filium suum donec amoveret eum a lacte24 et adduxit eum secum postquam ablactaverat in vitulis tribus et tribus modiis farinae et amphora vini et adduxit eum ad domum Domini in Silo puer autem erat adhuc infantulus25 et immolaverunt vitulum et obtulerunt puerum Heli26 et ait obsecro mi domine vivit anima tua domine ego sum illa mulier quae steti coram te hic orans Dominum27 pro puero isto oravi et dedit Dominus mihi petitionem meam quam postulavi eum28 idcirco et ego commodavi eum Domino cunctis diebus quibus fuerit accommodatus Domino et adoraverunt ibi Dominum et oravit Anna et ait


- A - B

 

- C - D - E

- ´èlëqânâh (Elkana) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlëqânâh (Elkana) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) + qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) ; algemeen totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (6 X 31) . Structuur : 1 - 3 - 1 - 5 - 5 . < de godsnaam ´el , zie Taalgebruik in Tenakh : ´èl EN qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenakh : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . SAMEN : God verwerft / bezit . Zou dit kunnen betekenen dat een priester het bezit , de eigendom van God is ? Wie aan priester denkt , denkt aan tempel . Tenakh (18) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,4 . (3) 1 S 1,8 . (4) 1 S 1,19 . (5) 1 S 1,21 . (6) 1 S 1,23 . (7) 1 S 2,11 . (8) 1 S 2,20 . (9) 1 Kr 6,8 . (10) 1 Kr 6,10 . (11) 1 Kr 6,11 . (12) 1 Kr 6,12 . (13) 1 Kr 6,19 . (14) 1 Kr 6,20 . (15) 1 Kr 6,21 . (16) 1 Kr 9,16 . (17) 1 Kr 12,7 . (18) 2 Kr 28,7 .

- אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . 1 S (331) . 1 S 1 (14) : (1) 1 S 1,5 . (2) 1 S 1,11 . (3) 1 S 1,12 . (4) 1 S 1,14 . (5) 1 S 1,15 . (6) 1 S 1,16 . (7) 1 S 1,17 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,20 . (10) 1 S 1,21 . (11) 1 S 1,22 . (12) 1 S 1,23 . (13) 1 S 1,25 . (14) 1 S 1,27 .

- F - G - H

- wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalswaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalswaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalswaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 . Bij het begin van een hoofdstuk in 1 S (7) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 6,1 . (3) 1 S 8,1 . (3) 1 S 9,1 . (4) 1 S 14,1 . (5) 1 S 18,1 . (6) 1 S 28,1 . (7) 1 S 30,1 .
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) . 1 S (58) . 1 S 1 (4) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 1,2 . (3) 1 S 1,4 . (4) 1 S 1,20 .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

- I - J

- JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in 1 Samuël : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . 1 S (204) . 1 S (13) : (1) 1 S 1,6 . (2) 1 S 1,7 . (3) 1 S 1,9 . (4) 1 S 1,10 . (5) 1 S 1,11 . (6) 1 S 1,12 . (7) 1 S 1,15 . (8) 1 S 1,19 . (9) 1 S 1,22 . (10) 1 S 1,23 . (11) 1 S 1,24 . (12) 1 S 1,26 . (13) 1 S 1,27 .

- K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


Jaarlijks gingen de Israëlieten naar het heiligdom om hun jaarlijkse offers te brengen . Offers zijn een soort tax op het inkomen . De inkomsten worden gezien als 'ontvangen gaven' . Wat geofferd wordt , is niet voor eigen gebruik . Het grootste deel is voor eigen nut , vandaar nuttig , nuttigheidsmiddelen . Een gedeelte wordt geofferd , vernietigd . De idee ervan is dat goederen niet enkel als nuttigheidsmiddelen mogen beschouwd worden . Goederen zijn er zomaar ; het zijn gaven waarvan we mogen gebruik maken , ervan genieten .